Beroeps- en bijnamen 1250 - 1350

Klik hier om een tekst te typen.

Beroepsnamen uit de middeleeuwen

Abbas Abt

Appelman Appelverkoper

Armigero  Wapendrager

Asart, Asarts Kansspeler, dobbelaar

Aurifaber Goudsmid

Backer(e), Backre, Bacre, Bake Bakker

Baeliu, Baliu Baljuw

Baetselere, Bascheleer, Batchelere, Batselere, Batsheleer Jong edelman

Balspeler Balspeler

Bardemaker, Bartmacre Barbier

Beghina, Beghine, Begine Begijn

Bindere, Bindren Binder of kuiper

Blandere Brouwer van mede

Blase, Blasere, Horenblaser(e)Trompetter

Blawers Blauwverver

Bleckere Viller / wolbereider

Bode, Bodeken, Bodeliere, Bollart, Boman Boodschapper, gezant

Boeterman, Boterman Koopman in boter

Bonevent(e) Koorknaap

Botlar Schenker

Bouier, Boueri Koewachter

Brassator, Brassere Brouwer

Broedere Monnik 

Brouwere Brouwer

Butter Hersteller

Calsidemakere, Calsieder Stratenmaker

Cam scerppere Kamslijper

Cammaker(e), Cammere Kammaker

Candelarius Kaarsenmaker

Canonicus Geestelijke

Capellanus Kapelaan

Cardemacre, Cardemakere, Kardemaker Kaardenmaker

Carmer(e),Karmers Karmeliet

Carpentarius Timmerman

Casselaer Metselaar

Castellana Kasteelheer

Cauersijn Geldwisselaar

Causemakre, Cousemaker(e), Cousemakre, Cousmacre, Cousmaker, Cousmakre Kousenmaker

Cellarius Kelderknecht

Clareit makere Bereider van claret (honingwijn)

Cledecoepers, Cledercuts Koopman in kleding

Cleensmeets Fijnsmid, slotenmaker

Clerc, Clerke, Clerck Klerk

Clericus Klerk

Clocghietere, Clocghitre Klokkenmaker

Coc, Cock Kok

Cocwachter(e), Kocghewachter Bewaker van een kogge

Cokemester(e) Meesterkok

Coleman Groenteboer

Coman, ChomanKoopman

Comes, Comitus Graaf

Commandator Commandant

Conreidere Leerbewerker

Corenman Korenkoper

Costre Koster

Couer, Cuparij, Cuper(e), Cupre Kuiper

Covelare Monnik

Cultellifici Messenmaker

Damman Ambtenaar

Dapifero Misdienaar

Decanus Decaan

Deckere,Sdeckers Dakdekker

Deken Deken

Demersman Marskramer

Desmet Smid

Dhardere Herder

Dhelmmakere Helmmaker

Dhudeuettere Leerbewerker

Dorewachter, Durwardere Deurwaarder

Dresche Graandorser

Drossaet Hofbeambte

Ducissa, Ducisse Hertogin

Dux Hertog

Edelinc Edelman

Faber, Fabrica Handwerksman

Fermentator Gister

Formator Molenaar

Forneys makere Ovenmaker

Fysikere van Ardenborg Arts

Gansebrader Ganzenbrader

Gardianus, Guardianus Wachter

Ghorter Gruitmeester

Gortemakere Gortmaker 

Goudsmede, Gousmet, Goutsmet Goudsmid

Graeuwerkere, Grauuerkers, Grauwerke, Grauwerker, Grawerkere Bontwerker

Graue Graaf

Grauinne Gravin

Gruter(e), Gruters Leverancier van gruit

Gughelare Goochelaar 

Hoefman Hovenier

Hoetman Hoedenkoper

Hoiman, Hoyeman Hooier

Houdewerkers, Hudeuettre, Hudevettere Leerbewerker

Hout(e)man Houtkoper

Iagher Jager 

Investitus Investiet

Kersemaker, Kersmacre, Kersmakere Kaarsenmaker

Ketelboetre Ketellapper

Ketelere, Ketelter Ketelmaker

Lakenboetre Kleermaker

Lammerin Bewerker van lamsvellen

Lanthere Landeigenaar

Lapide Steenhouwer

Leen cnecht Leenman

Leimplackere, Leemplackere Leemplakker

Lepelare Lepelmaker

Linemacre, Linemakere Touwslager

Lombard(e)(n), Lonbarden, Lumbardo Geldwisselaar

Lopere Boodschapper, gezant

Maetselar Metselaar

Magister Meester

Maiere, Maior, Maire, Meyer Meier, pachter van een hoeve

Mandemaker Mandenmaker

Marscalc Maarschalk

Martelmans, Marcelmans, Mers(e)man, Merserighe Marskramer

Medeblandre Bewerker van meekrap

Melstre, Melter, Meltre, Mouter Mouter 

Mesmaker, Mesmakere Messenmaker

Mestelgier Boodschapper, gezant

Metre Laken- of korenmeter

Miles, Milites Ridder 

Mmostardmakere, Mostartmaelre Mosterdmaker

Moel, Moelnare, Molen, Molimakere, Molnare, Molnerre Molenaar

Moenc Monnik

Molendinarius Molenaar

Mombare, Monbare Voogd, zaakwaarnemer

Monachus Monnik

Monter Muntmaker

Naeldemakere, Naeldemakers Naaldenmaker

Notario ducis Notaris (in dienst van hertog)

Ongheldere Ontvanger van het ongelt

Paleman Palenmaker

Pape, Papinge Wereldlijke geestelijke

Parchamenarius Perkamentmaker

Peister die dieren voedert

Pellificis Bontwerker

Pelsere Bontwerker

Pentier Bakker

Phisicus Arts

Piscatoris Visser

Pistor, Pistoris Bakker

Plebanus Plebaan

Poertre, Poiters, Portere, Poytre Poorte

Portwarder Poortwachter

Pottere, Pot makere Pottenbakker

Preceptor Preceptor ?

Prepositus Proost

Presbiter(o) Priester

Procuratori Procurator

Proefst, Proefts Proost

Provisori Geestelijke of ambtelijke waardigheid

Raat, Raeds, Raet Raadsman

Rechtre Rechter

Rector Rector

Ridder(e), Riddre Ridder

Riemakere Riemmaker

Rietmakere Rietmaker

Sacerdotis, Sacerdos Priester

Sadelaer Zadelmaker

Scabinus Schepen

Scachtre Maker van pijl- en speerschachten

Scankart Schenker

Sceerre Scheerder (barbier of lakenscheerder)

Scepene Schepen

Scepmakere, Sceppere, Sceppre, Scro(e)dere Kleermaker

Scermer, Scermre Strijder

Schulte, Scoete, Scote(n), Scotte, Scoute, Sculte(t) Schout

Scildere Schilder

Scipmans Schipper

Scluter, Sluter Portier, gevangenbewaarder

Scolmester Schoolmeester

Scomaker, Scosuttere Schoenmaker

Scotelare, Scotellere Schotelmaker

Scrivere Schrijver

Scultetus, Sculthetus, Scultinc Rechter

Slikeman Slik aanbrenger

Smeder, Smet, Smit Smid

Snider(e) Kleermaker

Steenbiclere, Steen bichlers Steenhouwer

Svende Landbouwer

Tapijtmacre Tapijtmaker

Tauernier HerbergierT

auwere, Touwere Leerbewerker

Temmerman, Timermans, TimmermanTimmerman

Textoris Wever

Thieghelere Steenbakker

Tintemakere Tentenmaker

Tolnar(e), Tolner(e), Tolnerre Tolbaas

Toyart Tuier (schepen vastleggen)

Trusere Trosser (laden, pakken)

Tscriuers Schrijver 

Valkenare,Velkenere Valkenier

Vector Vrachtschipper

Verwere Verver

Viltre Vilter

Viscopere Viskoper

Visscehre , Visscere Visser

Vladebackere, Vladebacre Vlaaienbakker

Vleesaure, Vleeschaure, Vleischouwer, Vleschouwer, Vleshouwere Slager

Voghelare Vogelaar

Volre Voller

Wachtere Wachter

Waldacker Metselaar

Wanre Wanner (hij die koren want)

\Wart Waard

Weuere Wereldlijke geestelijke Wever 

Weuere Wever

Wlslagre Wolslager

Wortman Wortmaker

Zwertvegher Wapensmid of polijster van zwaarden

Bijnamen

Aec Haak

Alfsteen Halve steen

Auonde Avond

BaersBaars

Baligant Deugniet, nietsnut

Ballinc Banneling

Bange, BangheB ang

Bara Bedrog, goochelspel

Bards, Bart Baard

Barlebaens Duivel

Barvoet Barrevoets

Bastart Bastaard

Battenman Bottenman

Bec Bek Bein Been 

Bie, Bye Bij Bier Bier

Bigordel Geldtas aan gordel

Blaubloeme Korenbloem

Blauoets Blauwe voet

Blessard Met een bles

Blideleuen Blij leven

Bloeme, Bloemart, Blome Bloem

Blonde Blonde

Bobel Bobbel

Boec, Buc, Buce, Buch, Buec Bok Boel Minnaar

Boene, Bone Boon

Boghart Boomgaard

Bonghe Trommel

Borluet, Borlut, Borlutte Lawaaimaker

Borsdraghere Beursdrager

Bove Boef, knecht

Brebart Brede baard

Brede, Breede Brede Broem Schuim

Brune, Bruneel, Burne Bruin

Brusch, Bruus Struikgewas / Schuim

Buk, Buke, Bux, Buyc Buik

Busseel, Butel, Buthiel, Butzeel, Butzel, Butziel Wijnzak / Mythologisch dier

Cabellau, Cabelliau Kabeljauw

CaenEend

Calf Kalf

Callart, Calle Babbelaar

Calvesnack Kalf-happer

Calvus Kale

Canis Hond

Canne Kan

Capoen Kapoen

Catere Kater

Cauwen Kinnebak

Cleenheere Klein heer Cleine Klein

Clinkart Gouden munt / Straatsteen

Clove Kloof

Cnif, Cnijf Mes

Cnode Knoest, Knokkel

Coc, Coquus Haan

Cockine Leegloper

Codde, Colueken, Coluen Knots, kolf

Coe Koe

Colsebyle Kousenbillen

Commer Lastig

Compere Doopvader

Coninc Koning

Coram Hart 

Corbeel Zwartharig 

Cornuit, Cornute Pummel

Craie, Craiman, Craye

Kraai

Crane Kraan

Criec, Crick, Kriec Kers 

Croenekin Krans, Kroontje

Croic Kreuk

Croppes Die zich volpropt

Crudepenninx, Crudepen Vrek (die zijn penningen kruidt)

Crul, Crulleboye, Crulleken Krul

Cum Macula Met de vlek

Curthals Korthals

Dicbier, Dicbir, Dickbier Dikbier

Die niene verloech

Die nooit lachte 

Doncker Donker

Donevoet Stijve voet

Dreet Scheet

Droeue Somber

Dronkine Dronkenman

Duckard, Duker, Dukinghe, Dukinc Duiker, duikvogel

Durcant Wegkruiper, achterbaks

Duue Duif

Duvel Duivel

Euer Everzwijn

Fi(e)renblais(e), Fierenblayse, Fierenblase, Fierenbras, Firenbrais Sterke arme 

Froes Kikker

Ghoede Goede

Gole Drinkebroer

Goude Goude

Groete Visgraat

Haec Haak

Hanen Haan

Heldecop Boei-kop

Heurkint Hoerenkind

Heyli(e)ghevrouwe Heilige vrouw

Hoedekine, Hoeuedekin Kaarsstompje

Hoeft Hoofd

Hoen, Hoens, Hons Kip

Hoesterlinc Oosterling 

Hoghen, Hoeghen Hoge Hont(e), Huntekin Hond

Huuchals Huikhals (soort mantel)

Hyseriin, JserineIjzer Innighe Vroom

Iude, Jeude, Jode, Joede, Jude Jood

Junghe Jonge 

Juvene Jonge

Keghelaere Kegelspeler

Keiser, Keyser Keizer

Kenode, Knode, Knuts Knoest, Knokkel

Kics Kijken

Kiekin, Kiekiins Kuiken

Kint Kind

Kort(e)Korte

Lancgeroch, Lancroc, Langerox, Langheroc Lange rok

Langen, Langhe Lange

Lecker Lekker

Ledeghe Vrij (zonder werk, vrijgezel)

Lettele, Luttelman

Klein Lodderken, Loddernie Losbol, wellusteling

Loeuin Wolf

Longus Lange

Lozere Sluwe

Maenschin Maneschijn

Maerke Mark

Magnus, Manghenus Grote

Makerreel Makreel

Markolf Ekster

Masc Vlek

Mey Levenslustige (meimaand)

Midach Middag 

Mie Loon 

Minne,  Minneman Beminde

Moer

Zwarte Moes, Mues Spijs

Mol Mol

Muil, Mulart, Mule Pantoffel

Naghel Nagel

Napbrekere Napbreker 

Neue, Neve Neef

NigerZwarte Oer Beer 

Oge Hoog

Olipot Oliepot

Ome(n), Oem, Omekine Oom

Onlost Onlust

Panne(n)Pan Pannekins Pannetje

Paus Paus

Pauwe, Paue Pauw

Pertshoeft Paardekop

Peteman Gouden munt

Pinart Kleine munt

Pipe  Pijp

Pluckerose, Plucrose Rosenplukker

Pluuier Pluvier

PratrePrater 

Pryckert Praler, ophef maker

Putoc(h), Putocke Vissoort

QuadeKwaad Quic Kwik, Snel

Quistwater Waterverkwister

Rape Raap

Raven Raaf

Regis Koning

Reigher Reiger

Rike, Riken Rijk

Rin, Rinvisch, Rijnvisch Rijnvis

Roden, Roede(n)

Rode Rouer, Rowerus Rover

Rouvoet Ruige voet 

Ruffo Rode Sage(s) Wijze

Salm Zalm

Scakart Schaakspeler

Scamel Eerbaar, ingetogen

Scamps Schamper, spotter

Scarlaken Scharlaken

Scelwart, Schelewart, Schille Schele

Scenkel(e), Scinkel Schenkel 

Scoreel Eekhoorn 

Screvel Treuzelaar

Senum Oude Slabbart Gulzigaard

Sloet Slot

Sluke Veelvraat

Smicke, Smiec Smeulen

Smout Vet, Olie

Snauel Snavel

Snep, Snepart, Snepore Babbelaar

Sonderland Zonder land 

Spiegel Spiegel

Spiker Spijker  

Spirinc, Sprinx, Spirinx Spiering Spriet

Stang, Staak

Stael Staal

Stamelarit, Stamelare, Stamelart Stotteraar

Steenard, Steenaert, Steene, Steneken Steen

Stippekender Stiefkind

Stir Stier

Stoc Stok, Boomstam

Stoep Stoep

Stoerm, Storhem Storm

Stopelkin Struikelaar

Strich

Strik

Strument Stromend

Stuucs Duw, Por

Suardt, Svarten Zwarte Svaif Zwaaf] Svancken Zwaan

Tant Tand

Tater(e)Tartaar, zigeuner

Tay Taai

Thuin Tuin

Toreel Torentje

Tuc Trek

Tunne Ton

TurcTurk

Ulf Wolf

Vaelspaen Vale lepel

Vaken Slapen

Valant Duivel

Valecappe Vale kap

Valke

Valk

Vekenstyl Stijl/paal van een hek

Verkins Kind

Vetten Vette Viltkin Vilten hoed 

Vinke(n), Vincs Vink

Vint Snel / Kousenmaker

Virtichponde Veertig pond

Visc Vis

Visevase

Beuzelpraat

Vlieghe Vlieg

Voet, Voit Voet

Vogel Vogel

Vos, Vosse, Vosseken Vos

Vraet Vreter Vrie Vrije Vriend,

Vrint Vriend

Vrode(n), Vroede(n)Wijze

Vromoeds Vrolijk

Weder Ram

Weis Weeskind

Widoeghe Wijde ogen

Wilde Wilde

Witte(n) Witte

Wittebart Witte baard

Wittebloem Witte bloem

Wittebroet Witbrood

Zalm Zalm

Zassen Saksen]

Zieken Zieken

Ziele Ziel

ZonneZon

Zuakart Lenig, beweeglijk

Zuarte Zwarte

Beroep-bijnamen

 

Ankere Anker / ankersmid

Bake Varkensvlees / varkensboer

Bennes Mand / mandenvlechter

Bicken Steen / steenhouwer

Boeter, Botere Boter / koopman in boter

Bokel, Buekel Schildknop, gesp / gespenmaker

Cabus, Cabuys Kolenteler of bijnaam: koolhoofd

Cant, Kant Kant / kleermaker

Case Kaas / kaasmaker

Claustro Kloosterorde / monnik

Clenke Klink / klinker

Cordinge, Cordinghe Koord / touwslager

Coren Koren / korenkoper

Cotoen Katoen / wever, katoenkoper

Cousen, Kaus Kousen / kousenmaker

Kembart, Kember Kambaard / barbier

Lepele Lepel / lepelsnijder

Marteel Hamer / smid

Pael Paal / palenmaker

Palin Paling / palingvisser

Platea Schotel / schotelmaker

Poste Deurpost / timmerman

Pots Pot / pottenbakker, ketellapper

Puls Polsstok om vis op te jagen / visser

QuareelsTegel / tegelbakker

Riim Riem / riemenmaker

Schelkini Belletje / belleman

Scop Schop, schep / schepper

Scute Schuit / schipper

Slic, sclix Modder, slik / aanbrenger of opruimer

Sloeue, Slieve Sloof / timmerman

Spaen, Spanekijn, Spanekine Houten lepel / lepelmaker

Steimpel Stempel / stempelsnijder

Strael Straal, pijl / pijlenmaker

Wacghe Waag / waagmeester

Warmoes Groente, moeskruid / groenteboer

Wauel(s)Wafel / wafelbakker

Wort Wort / wortmaker