Burgerlijke stand

De burgerlijke stand werd in Nederland tijdens de Franse overheersing (1795-1813) ingevoerd. In deze uitgebreide bevolkingsadministratie worden sindsdien alle geboortes, huwelijken en sterfgevallen geregistreerd.

 

Sinds de invoering van de burgerlijke stand in 1811 heeft elke Nederlandse gemeente ambtenaren van de burgerlijke stand in dienst. Zij maken een akte op van de belangrijkste gebeurtenissen in het leven: een geboorteakte, een huwelijksakte (soms ook een echtscheidingsakte) en een overlijdensakte. In de akten staan gegevens over de personen (zoals namen) en de gebeurtenis (bijvoorbeeld de datum). De akten worden opgenomen in de registers van de burgerlijke stand.

 

In de meeste Nederlandse provincies is de burgerlijke stand in 1811 verplicht ingevoerd. Holland werd toen bij Frankrijk ingelijfd onder leiding van Napoleon Bonaparte. In Frankrijk was de burgerlijke stand al in 1792 ingevoerd en in kleine delen van Limburg, Noord-Brabant en Zeeland in 1796 en 1798. Na het einde van de Franse overheersing in 1813 bleef Nederland het systeem van de burgerlijke stand gebruiken.

 

De registers van de burgerlijke stand bevinden zich in de provinciale, regionale en gemeentelijke archieven.