Genealogische woorden beginnend met V

V


v = afk. vidimus


V.O.W = afk. zonder bekende Verblijf Of Woonplaats


vaag = in goede toestand, maar ook leeg, onbeheerd woest, niet scherp


vaal = dood


vaalbleek = grauw, geelachtig bleek


vaalt = mesthoop


vaam = lengtemaat, 1 vaam = ca. 5 tot voet, bij de marine 6 rijnlandse voeten = 1,88 m1


vaar = vrees, gevaar


vaats = lomp, onbeschoft


vacant = ledig, opstaand, onbezet


vacante = vacature


vacantie = ledigheid, viertijd


vacantien rechts-wijg dagen = er is geen rechtspraak in die periode


vacat = staat open is leeg, vacant


vacatie = bezigheid, ontlediging (ontlasten, bevrijden), ambtelijke verrichting


vacca = koe


vacer(e)en = openstaan, onbezet zijn, vacant (bij een ambt)


vaceren = beledigen, verledigen, ontledigen, ook: onbezet ambt, vacante functie


vacerende = zie vaceren


vacillatie = waggeling, (wispelturigheid)


vacilleren = waggelen, wankelen, weifelen, besluiteloos


vadderschap = Peter zijn bij dopen


vadem = lengtemaat, was ca. de lengte van uitgestrekte armen zie ook vaam


vademen = meten met de vadem


vadergoet = vaderlijke erfgoederen


vaderlykzyde = van vaderszijde


vaderslachter = vadermoordenaar


vadimodium = borgtocht, beloofde verschijning voor het gerecht


vadius = borg


vaerman = varensgezel


vaerwagen = vrachtwagen


vagabonderen = zwerven, rondslenteren, door het land zwerven


vagabundus = zwerver


vagant(en) = rondzwervende mensen die voordroegen ook: rondtrekkende priester


vagantenliederen = dans -, liefdes- en drinkliederen van vaganten, de inhoud was vaak voorzien van kritische teksten


vage = onbebouwd, braakliggend terrein woest


vagebond = landloper, zwerver


vagebondage = landloperij, sterke lust tot zwerven


vagebonderen = rondtrekken als vagebond /zwerver


vagen = schoonvegen


vaginarum = wapen schede maker


vagus = zie vagabundus

vaillant = kloek, (gezond en krachtig) moedig, dapper


valabel = rechtsgeldig, geldig


valavond = bij het vallen van de avond


valbrugge = valbrug in stadspoort of burcht


valdag = vervaldag


valde = zeer


valderen = afsluitbomen over de toegangswegen, hek


vale = benaming voor een donkergeel paard


valend = zijn waard


valeur = waarde, prijs, geldigheid


valideren = geldig zijn, (rechts) geldig zijn, doen gelden, goedkeuren


valkebec = wapen, een soort hamer/strijdbijl


valletje = kort gordijntje langs de schouwbalk


Vallis = Vaals


vals-aart = zie falsaris


valscen (iet) = vervalsen


valscer = vervalser


valselyck = vals, ten onrechte


valster = vallende ster


valuatie = waardering, gelding


valueren = de waarde bepalen


valvarius = huisbewaker, poortwachter


valvaseur = die naast een baron, of vrijheer is


valvassor = achterleenman


van = door


van de hant = gelegen is


van huis gelegen is = in de zin te ver weg gelegen van het huis 


van iet = door het afleggen van getuigenis iemand zijn recht doen verliezen


van iet rechten = over een zaak rechtspreken, ook: executie doen wegens een zaak door te panden


van iet sliten = vonnissen in een zaak


vandel = inhoudsmaat voor graan, 1 vandel = 1/4 lopen, ook 16 stedemaat


vaneel = gootpan


vangebrief = schriftelijk bevel van de rechtbank tot gevangen nemen


vangen = gevangene


vangenisgelt = betaling voor leefgeld en verzorging tijdens gevangen houden


vangere = stroper, jager


vani = diverse


vaniteit = ijdelheid


vanteren = beroemen


varbinder = kuipenmaker


varentman = zeeman


variabel = veranderlijk, wisselbaar


variatie = verandering


variëren = veranderen, afwisselen, afwijken


varieteit = verandering


varing = stier


various = wegens pokken

varken = stoffer, veger


varkencooye = varkenshok


varkensbake = zij de varkenspek


varkensbrinc = weiland waar de varkens liepen


varre = stierkalf, jonge stier


varsebalie = vleeskuip


varuweren = de waarde bepalen


vascularius = kuipen en tonnen maker


vassaelheer = leenheer, feodale heer


vassaelhof = leenhof


vassaellerije = leengoed, rechtsgebied van een leenhof


vassal = leenman, smalheer (ambtachtsheer),ook: vazal, hij die dient


vassallus = zie vassal


vassus = zie vassal


vast ende stade = vast, blijvend, definitief rechtsgeldig, onaanvechtbaar


vat = kom / schotel van een eetservies


vaticineren = waarzeggen


vatzaad = oppervlaktemaat, 1 vatzaad = 1/16 mudzaat


vausseur = vazal


vavasserie = achterleen


vazal = vrijman, onder het gezag van een heer, hij was hem getrouwheid en gehoorzaamheid schuldig en met "raad" en "daad" (krijgsdienst met paard en soldaten) terzijde staan, ook:
leenman, slaafse volgeling


vd = afk. vendémaire, maand van de wijnoogst


Vd. = afk. huw. akte, vader van de bruid


vechtcore = boete voor vechten


vechtelijc = straatgevecht


vector = voerman, koetsier


vedder = oom van vaders of moederszijde


vedel = viool, muziekinstrument met 3-5 snaren


vedelboge = strijkstok viool


vedova = weduwe


vedovus = weduwnaar


veduvelt = door de duivel bezeten


veechhede = naderende dood


veem = gezelschap


veemvroegich = door het veemgericht te berechten


veerdere lasten = overige lasten (kosten)


veerhuus = zie veerstal


veerinc = fokstier


veerstal = overzetplaats van het veer


veertigste penning = 40e penning, gewestelijke belasting over onroerend goed, ca. 2,5% van de koopsom


vegemes = mes van hoefsmid


vegesimo = twintigste


vehement = hevig, heftig


vehementie = hevigheid


veige = de dood nabij


veil = zie feil

veiling = bij opbod verkopen, in veiling brengen


vel = afk. alias, ook genoemd vel = of, ofwel, ook: kattig vrouwspersoon


veldscheerder = barbier bij een leger, chirurgijn


veldweifel = onderofficier


velijn = fijn perkament


vellebijl = houthakkersbijl


vellemaker = perkamentbereider


vellen = vermoorden, omleggen


velleschieter = uitzoeker en schoonmaker van de vellen


velociteit = rasheid, snelheid


velouté = fluweel


velpen = fluweelachtig satijnweefsel


velt = grondweefsel van lakenstof


veltsicke = geit


veltsiec = melaats


velvet = weefvorm van fluweel


velveteen = katoenfluweel


venaal, veil =  te koop, omkoopbaar


venator = jager


vend = afk. vendémaire, maand van de wijnoogst


vendel = troep militairen, compagnie, 1 vendel = 175 personen, ook: vaandel


vendémiaire = september

 

vendiceren = toe-eigenen


vendidit = hij heeft verkocht


vendit (hij) = verkoopt


venditie = verkoping


venditor = verkoper, handelaar, slijter


vendrich = vaandrig


vendue = verkoping in het openbaar


venerabel = eerwaardig


veneratie = eerbiedwaardigheid


veneratie = eren eerbieding, eerbiedigheid


veneris dies = vrijdag


veniam aetatis = gunst ten aanzien van de leeftijd, meerderjarigheidsverklaring


veninen = vergiftigen


veninersche = gifmengster


venit = hij komt, kwam


venstercassine = kozijn voor raam


vensterdicht = met goed sluitende vensters


vensterie = winkel met een etalage


venstrier = winkelier


vent = afk. ventôse, maand van de winden


ventegoed = koopwaar die los verkocht mag worden


venteuze = pompoen, waarmee men deed aderlaten


ventileren =  wannen (koren zuiveren in de ’wan’ (holle bak), redenering


ventôse = februari

ventosen = aderlaten met een venteuse (pompoen)


venuskwaal = venerische ziekte (geslachtziekte)


veraast = verlokt


verbaal = vertelling, verhaal


verbael scripto = schriftelijk vastgelegd


verbaelmonden = verkwanselen, niet goed beheren als voogd van de goederen van onder zijn beheer staande (minderjarige) kinderen ook: voor de goederen van een onder zijn hoede
staande vrouw (weduwe)


verbaliseren = zijn zaak met de mond verdedigen


verbatim et litteratim = woord voor woord, letterlijk weergegeven


verbeten = doodgebeten, verscheurd


verbeterhuys = gesticht, (her-)opvoedingsgesticht


verbeurte = verbeurdverklaring


verbeyder = gerechtigde op de troonopvolging


verbijsteren (iet) = wegmaken, doen verloren gaan


verblieren = verwoorden


verboernisse = verbeuren


verbot = bevel om iets niet te doen


verbreken (iet) = een misdrijf plegen, dat bij een wetsbepaling verboden is of dat men zich verbonden heeft niet te plegen


verchensinghe = verpachting, overdragen in eigendom tegen een vaste pacht


verçiering = zie fictie


verclaghen = aanklagen, beschuldigen


verclaren (iet) = een wetsbepaling door het "claren" (d. i. door het geven van een beslissing over een twijfelachtige plaats) daarvan veranderen, een interpretatieve wet maken


verclaringe = een ordonnantie door latere bijvoegingen en veranderingen gewijzigd


vercnaghen = zich beklagen


vercoft = verkocht


vercofte huijsraet = verkochte huisraad


vercontumachiert = bij verstek veroordeelt


vercort soude sijn = tekort zou komen


verdachvaerden (enen) = dagvaarden


verdartelen = ongeschikt gemaakt voor de krijgdienst


verdestrueert = verwoest


verdieren = prijs verhogen


verdomt = vervloekt, verdomd


verdopen = opnieuw dopen


vere = veerman, veerpont


vereeliken = uithuwelijken


vereeringe = geschenk


verfrouwen = verblijden


vergaderen = met iemand trouwen


vergator = vendumeester


verghaert = bijeen


vergiën = in recht verklaren


vergieren = meten met de roede


vergult = papier (vermoedelijk) met goudopdruk

verhaelbrief acte = waarin het verhaalrecht wordt toegekend c.q. medegedeeld aan belanghebbende


verhangenisse = ophanging


verheffen = officieel verklaren zich aan de formele vereisten van trouw aan de leenheer te zullen voldoen door de erfgenaam van een leen


verhemelte =  plafond, zoldering


verhengenisse = toelaten, gedogen, verlof


verheyschende = vereisend


verhoeren = vernemen, maar ook: echtbreuk plegen


verhopen = hopen


verhuden (iet) = verbergen, geheim houden


verhuert sall waerden = verhuurt zal worden


vérificateur (des pois et mesures) = ijkmeester (van de gewichten en maten)


verificatie = waarmaking


verificeren = zie verifiëren


verificieren = met bewijzen staven, bekrachtigen


verifiëren = waarmaken, waartuigen


verismile = waarschijnlijk, de waarheid gelijk, geloofwaardig


verjaerde sculden = schulden die ouder zijn dan een jaar


verkoepen = verkopen


verkogt = verkocht


verkuisen = mooi maken, tooien


verkündigen = ontbieden, oproepen, de huwelijksgeboden afkondigen


verkündigung = oproeping


verlaat = sluis


verlaatshere = zie verlaatsmeester


verlaatsmeester = sluiswachter


verlacht = voorgeschoten


verlaeghijnghe = ruilen


verlaet = kwijtschelding,vrijstelling geven, vergiffenis schenken, ook: het iemand iets ontzeggen of weigeren


verleggen (iet) = voorschieten


verlemen = beschadigen, verminken


verleunen = afstand doen van zaken, verzaken


verlienisse = verklaring voor de schepenen gedaan, aangaande een schuld


verlij = betalingsbelofte, schuldbekentenis


verlijden = het passeren van een akte


verlijen = belenen


verlijfpachten = levenslang , verhuren, verpachten aan iemand


verlijftochten = aan iemand het vruchtgebruik geven


verlijftochtigen = zie verlijftochten


verloven (iet) = zijn goed door een lofte (be- of gelofte) verbinden, verpanden, ook: (hem in iet). zich door een lofte (be- of gelofte) tot iets verbinden


verly = passeren van een akte


vermaegen = in het klein verkopen


vermaninge = terechtwijzen


vermeenisse = verbanning, banvloek


vermeensaemheit = verbannen uit de gemeenschap

vermeet = beweert


vermenen = menen van oordeel zijn


vermengelen = verenigen, kan ook door een huwelijk


vermenichte = medeplichtig aam moord


vermeten = durven beweren, zich beroemen op, in rechte iets beweren


vermoegen = vermogen, beste kunnen


vermoetsoenen = afkopen van een meningsverschil


vermombaren (enen) = voogd over iemand zijn


vermostelijk = beschimmelt, bedorven


vermuege = wegens


vermuft = verrot, bedorven


vernufteling = ingenieur, genie, geleerde


vero = waarachtig, echter, wettig, waarlijk


verobligeren = verbinden, borgstellen


verolmt = vergaan


veronrechtinge = aangedaan onrecht


veroorsatinge = vergoeding


verorveden = een vete vijandschap afzweren


verpangelen (iet) = verruilen


verpennewaerden = in het klein verkopen


verplecht = een in rechte gedane schuldbekentenis


verplegen = zich in rechte verbinden ("verplichten")


verponding = grondbelasting


verpoyen = verdrinken, in de zin van tijd verdrijven met drinken


verradachtich = verraderlijk, vals, niet te vertrouwen


verradende = vals, niet te vertrouwen


verramponeren = toetakelen


verrasschenische = verkrachting, zwaar aanranden


verrechten (iet) = iemand voor iets vergoeding geven


versamenen = verbinden, paren, "in huwelijc versament siin," getrouwd zijn


versamentlijc = gezamelijk


verscalken (enen) = bedriegen


verschenen = vervaldatum


verschrijvinge = oproeping


verscieten (iet) = vooruitbetalen, voorschieten


versekeringe = zekerheidsstelling, het zeker maken van iets


versen(in) = vers geheugen hebben, nog goed kunnen herinneren


versetten (iet an iet) = door verpanding iets bezwaren


versie = overzetting, omzetting, draaiing, wending


versien = voorzien


verso = achterzijde, op de achterkant van het blad


versoec = request


versoeckende = verzoekt


versouck = zie: versoec


verspertinus = van de avond


versseren = verkeren, oefenen, omgaan


verstaan = ondervraagd

versteeck = verstek


versteecke oft defalte = verstek


versterf door erfenis = in eigendom verkrijgen


versterfnesse = hetgeen iemand bij versterf aankomt, erfenis


versterven = door sterven verminderen, ook: door sterven verbeurd worden, op een ander overgaan


verstoelen = het regelen van de onderhoudsplicht aan de dijken


verstoeren (enen iet) = vergoeden


verstorven (de bruid/bruidegom) = de bruid of bruidegom is

overleden in de afroepingsperiode


versturven = overlijden


versturven zijnde tot = overleden in


versus = naar, tegen


verte = (aan onderzijde blad) keer blad om


vertegen = afzien van


verthijen = afstand doen


vertichten = in rechte afstanddoen van iets


vertiën in rechte = afstand doen van iets


vertien (iet) = uitstellen


vertiën (op enen of iet, van iet) = van iets afstand doen


vertieren = overgaan in andere handen


vertroncen = na de dood van de eigenaar naar een andere tak of familie over gegaan


vertweefelijnghe = overhalen door belofte of geld


verus = waar, echt, authentiek


vervaertijt = verhuistijd, het einde van den termijn waarvoor een perceel verhuurd is


verveerdigt = gereedgemaakt


vervollen = aanvullen


verwane = jacht de hoge jacht


verwaten = geëxcommuniceerd, in de ban gedaan


verweerder = gedaagde


verwerdere = gedaagde, verweerder


verweren van = ontslaan


verwerker = werkgever, geefster


verwettigen = in rechte aanhangig maken


verwin = toewijzing bij executie


verwinbrief acte = met beschrijving van het "verwin"


verwiser = rechter


verzogt = verzocht


vesper = oorspronkelijk avond, de voorlaatste kloosterlijke gebedstijd, in oorsprong vlak voor zonsondergang, later vanaf 1300 omstreeks 3 uur ’s middags


vesperi = ’s avonds


vespertinam = na de vesper,’s avonds


vespertinus = tot de avond behorend


vespillo = doodgraver, lijkdrager


veste = verdedigingswerk, bolwerk


vestiarius, vestiflex = kleermaker


vestige = spoor, voetstap


veteramentarius = opkoper

vétérinaire pour les vaches = dierenarts (voor de koeien)


vethuus = stal voor de opslag van stalmest


vetmannetje = betaalmiddel, kleine Keulse munt, genoemd naar de er op afgebeelde vette monnikfiguur


vetramentarius aerarius =ketellapper


vetschoen = vetleren schoen


vette = mest, bemesten


vetten = vet mesten, ook: looien


vetter = kind van oom of tante


vetterhuys = leerlooierhuis


vettewarie = handel in vetwaren


vettewarier = vethandelaar


vettik = veldsla


vetula = oude, bejaarde vrouw


vetulus = oude, bejaarde man


vetus = oud, bejaard


veuf = weduwnaar


veuve = weduwe


vexatie = kwelling, moeite


vexeren = kwellen, plagen


vexillarius, vexillifer = vaandeldrager


vezum = luier


vf = afk. veuf, weduwnaar


Vg = afk. huw. acte, vader van de bruidegom


vi = krachtens


vi rubri sigilii = uit kracht van het rode zegel


vi rubris sigilli = door de kracht van het rode zegel


viaticum = reisgeld, laatste Oliesel, avondmaal


vicarie = stadhouderschap, prove, geestelijk inkomen


vicarius = plaatshouder, stadhouder ook: pastoor


vice = in plaats van


vice pastore = plaatsvervanger van de pastoor


vice verca = omgekeerd


vicecomes = zie vicomte


vicecomitissa = burggravin


vicecurei = pastoor


vicedecurio = onder-korporaal


vicenarius = twintigste


vices egit = in wiens plaats optrad


vicesimo = op de twintigste


vicesimus = twintigste


vicie = ondeugd, slechte gewoonten


vicies = twintigmaal


vicieus = ondeugende, gebrekkig


viciniteit = gebuurschap


vicino = zie vicinus


vicinus = buur, buurman, aangrenzend buurman

vico = in het gehucht, op straat


vicomte = burggraaf


victorie = overhand, overwinning, zege


victorieus = zegerijk, overwinning


victualie = voedsel, leeftocht


victualiëren = voeden, spijzen


vicus = wijk, buurt, gehucht, straat


vid. = afk vide, zie (zien)


vide = zie


videlicet = namelijk, te weten


vidibatur = hij scheen, hij leek


vidimus acte = waarbij een gezaghebbend persoon onder zijn zegel verklaart, de een of andere oorkonde gezien te hebben, door welke verklaring hij derhalve de inhoud daarvan erkent


vidimus authentijcq = gelegaliseerd afschrift van een akte en oorkonde door bevoegd persoon, meestal door
hem gezegeld voor echt


vidit = heeft dit gezien


vidua = weduwe


vidualitium = weduwgeld, lijftocht


viduam relinquens = als weduwe achterlatende


viduatum =  tot weduwe/weduwnaar gemaakt


viduitas = weduwe -/ weduwnaarstaat


vidus relicta = nagelaten weduwe


viduum relinquens = als weduwnaar achterlatende


viduus  =weduwnaar


viego = kuiper


vier nonen = vastentijd van Aswoensdag tot voor Invokavit (6e zondag voor Pasen)


vierbance = rechtbank


vierbesienders = brandweerman, brandweer


vierbrant = toorts, fakkel


vierde paert = vierde deel


vierdepit = soort turf


vierendeel jaers = kwartaal


vierendelen = inhoudsmaat voor graan = ca 11 ltr.


vierijzer munt =17e-18e eeuw , gelijk aan 9 oortjes


vierkamer = donderbus


vierkante roede = oppervlaktemaat = 1/10 spint = 17 m2


vierloot = gewicht, 1 vierloot = 4 lood of 2 ons


vierman = brandweerman, hield toezicht op het doven van de lichten en vuren na de avond (vuur)klok


vierscare = de plaats waar de terechtzitting gehouden wordt. (de plaats tussen de vier scharen of de vier banken.)


vierschaar = rechtbank


vierschaerdach = dag dat de rechtbank bijeenkomt


vierschare = rechtbank


viertale = graanmaat, 1 viertale = ¼ hoet


viertel = oude inhoudsmaat


vierthien = veertien


viesebel = onzichtbaar

vieter = zie viego


vietor = (manden)vlechter, tonnen en vaten maker


vigeren = van kracht zijn, groeien, leven, sterk ende kragtig wesen sterk en krachtig zijn)


vigesimus = twintigste


vigeur = sterkte, kracht, van kracht zijn


vigilant = wakker


vigilantie = wakkerheid


vigilarius = waker


vigileeren = toezien, waken


vigilia (zonder voorzetsel) = de dag voor Kerstmis, 24 december


vigilia vigiliae = 2 dagen voor Kerstmis, 23 december


viginti = twintig


vigore rubri sigilii = krachtens het rode zegel, (tegen betaling kon vrijstelling van de huwelijksafkondiging worden verkregen)


vigoreus = sterk, krachtig, fris


vijffmannen = het vijffgericht, een stedelijk rechtscollege, bestaande uit vijf mannen


vijl = slecht, gering, onachtbaar, onwaard


vijver = wormziekte


vilain = guitachtig, schandelijk, afgunstig


vilainie = guitig, afgunstigheid


vilipenderen = verachten, versmaden


vilipendie = verachting, kleinachtig, geringschatting, verguizing


villa = boerderij, gehucht, pachtgoed


villae = Romeinse boerderij, -hofstede


ville = doopkind, petekind, ook: stad


villica = pachtster


villicus (maior) = pachter, dorpeling, landgoedbeheerder


vilt = vrek, gierigaard


viminarus = mandenmaker


vinctor = kuiper


vindemie = wijntijd, wijnoogst


vinder = vrederechter, ook: stadskeurmeester


vinderie = ambtsgebied van een "vinder "


vinderschap = scheidsrechtelijke bemiddeling door de vinder, arbitrage


vindicatie = toe-eigening


vindiceren = vrijmaken, verlossen, bevrijden, eigenen, wreken


vingt = twintig


vininer = gifmenger


vinitor = wijnboer


vink = penis, maar ook schooier, klaploper


violatie = schoffering, schending


violatio = onteren


violent = gewelddadig, met geweld, geweldig


violentie = geweld, schoffering


violeren = schofferen, verkrachten, schenden, ontheiligen. ontwijden


vioolkens = langhals flesjes


vir(is) = man, echtgenoot

virgina = maagd, jonge dochter


virgo = maagd, jonge dochter, ongehuwde vrouw, non


virgo honesta = de eerbare jonkvrouw


virgulator = bezemmaker, bezembinder


virguncula = meisje


viri = van de man, van de echtgenoot


viribus exhaustus = uitgeput van krachten


viridium dies = witte donderdag


virtuosus = deugd vol


visben = platte vismanden


visconte = ondergraaf


visie = zienswijze, schouwing, inzage


visier = doorzicht


visiker = dokter, geneesheer


visioen = gezicht, gezichtspook, toongezicht, verschijning


visis litteris reverendi = gezien de brieven van de eerwaarde


visitatie = bezoek, onderzoek aan den lijve


visiteerder = bezocht


visiteren = bezoeken, bezichtigen


visiteur = inspecteur


visscherije = visrechten


vistelator = fluitspeler, speelman


visum repertum = (schriftelijk) verslag van een onderzoek


vitam cum morte commutavit = heeft het leven met de dood verwisseld


vitam cum morte conjuxit = verbond het leven met de dood


vitie = ondeugd, mangel


vitieus = vol fouten, ondeugend, gebrekkig


vitor = zie vietor


vitr. = afk. vitricus, ouderling, ook genoemd als schoon -en stiefvader


vitriarius (iator) = glazenmaker


vitricus = ouderling, ook genoemd als schoon -en stiefvader


vitrifactor = glazenmaker, glasblazer


vitrifex = zie vitrifactor


vitripictor = glasschilder


vitsel = twijgen, rijshout


vituperabilis = versmadelijk, te waarderen, aantrekkelijk


vituperatie = versmading


vitupereren = lasteren, verachten, versmaden


vivaciteit = levendigheid, langlevendheid


vivadierer = bezemmaker


vivens = levend, in zijn onderhoud voorzien met


viverit = in / tijdens (zijn) (haar) leven


vivres = mondvoorraad, levensmiddelen


vlaams = pond munt 17e-18e eeuw, gelijk aan 20 schellingen


vlasaard = akker met vlas beteelt


vlaszaad = lijnzaad

vleek = vleugel


vleesbank = pijnbank, executieplaats


vleeschelijke conversatie = geslachtsgemeenschap


vleeschhouwer = slager


vleeskleur = heraldiek teken, kleur, natuurlijke huidkleur, weergave met korte verticale onderbroken streep arcering


vlegel(e) = dorsvlegel


vlegewerf = dorsvloer


vlegkast = met gaasdoek bespannen kastje


vlei =- geul in ondiep water


vliemen = aderlaten


vliemenlater = aderlater, chirurgijn


vlier = moerasveen


vlint = kei


vloeder = vloer


vloederhuus = huis met dorsvloer


vloghe = duiventil


vlos = bagger of turf beugel


Vo. = afk. huw. Akte, voogd van de ...


vocabulaar = vertaalboek, woordboek


vocatie = beroep


vocatur = wordt genoemd


voceren = roepen, beroepen


vocifereren = luide roepen, krijsen, morren


voeder = groot wijnvat


voegen = samenvoegen, bijvoegen


voer = wagenvracht ofwel: zoveel als door één paard op een kar getrokken kan worden, ook: hoeveelheden en gewichten
voerberuyrte = voor genoemde


voerman = man die een met paard of ossen bespannen wagen bestuurt


voerraet = doen bedrog plegen bij de behandeling van een zaak
voerraet pleghen in iet = zie voerraet doen


voerseyde = voor genoemde


voervoght = vervoegd bij


voesterdochter = pleegdochter


voesterkint = pleegkind


voestermoeder/vader = pleegmoeder resp. pleegvader


voestersone = pleegzoon


voet = oppervlakte maat, groot ca. 0,09 ca, in elk deel van het land anders van oppervlak, ook: lengtemaat, 1 voet = 31,3 cm., in elk deel van het land anders van lengte


voetcleet = vloerkleed


voetwerk = enkelvoudig tafeldamast


vogellerije = recht van vogelvangen


vogelroede = met lijm besmeerde roede voor het vangen van vogels


vogelvrijverklaarde = banneling


vogelvrijverklaren = verbannen

vogelvrijverklaring = buiten bescherming van de wet verklaard en bloot gesteld aan ieders vervolging, verbannen


voirschreven = voor genoemde


voirszeid = voornoemde


voirtgaende = verder gaand


vol betaelt = geheel betaald, voldaan


volbeteren = ten volle voldoen


volbord = toestemming, bewilliging, bij vonnis uitspraak


volborden = toestemmen in iets


volbürtige geschwister =kinderen die allen de zelfde vader en moeder hebben


volcheet = volg -eed, de eed van de eedhelpers of eedvolgers, waardoor de waarheid van de eed van de hoofdpersoon bevestigd wordt


volente Deo = als God wil


volgeboren = door wettige geboorte


volksballade = verhalend gedicht in strofen vorm met veel herhalingen en sprongsgewijze verteltrant


volksst = afk. volkstellingregisters


volle dingtalen = de bij een geding voorgeschreven uitdrukkingen, ook: de procestaal of de geschreven
proces stukken


vollonen = naar verdienste belonen


volmoeye = volle tante


voltisierder = kunstvechter


volumen = boekdeel, rol, boek, boekband


voluntaire condemnatie = willige rechtspraak


voluntaris = vrijwillige, gewillig, willig


voluptas = wellust


voluptueus = wellustig, dartel


vomitus = het braken


vonnis = gewijsde zaak, wijsdom


vontghiften = doopgeschenk


voocht = zaakwaarnemer aangesteld door de (kerkelijk) autoriteiten om de macht uit te voeren over meestal minderjarigen, ook over de echtgenote, zij kon geen verplichtingen aangaan


voogd = zie voocht


vooloegen = inkepingen


voorcomen = voor den rechter verschijnen


voordane = voorts, vervolgens


voordeel = enige voorwerpen in den boedel van een overledene, die door de echtgenoot of de zoon daaruit mochten genomen worden, voordat de boedelscheiding plaats had


voorderinge = bevordering


voordochter = kinderen uit een vorig huwelijk ook kinderen voor het huwelijk verwekt


voorgeboorte = kinderen uit het eerste huwelijk


voorjaer = een vroeger jaar dat reeds verlopen is


voorlijf = een bedrag in kontanten voor het gebruik van een weiland


voorling = afstandsmaat, waarna het paard werd gekeerd bij het ploegen, na 55 roed en. afhankelijk van de roedemaat ca. 207 mtr.


voormaals = voorheen


voormont = (eerste) voogd, belast met de geldzaken

vooroordeel = een vonnis dat vroeger gewezen is


voorordonnantie = een vroegere ordonnantie


vooroverdracht = vooroverdracht. een vroeger, ouder besluit


vooroverlijden = eerder overlijden


voorpachter = een vroegere pachter


voors = afk. voorseit, voornoemd


voorscreven = voor genoemde


voorseide de genoemde..  = voor genoemde


voorslitinge = een vroeger gewezen vonnis


voorsone = geboren uit een voorhuwelijk, ook ongehuwd verwekt


voorstanders = bestuurders


voortboren (iet) = verder innen


voortmeer = voorts, vervolgens


voorvorderen = voorouders, ambtsvoorgangers


voorzoon = zie voordochter


vopiscus = de overlevende tweeling


voraciteit = gulzigheid


vordel = zie: voordeel


vorderbrief = aanbevelingsbrief


voreren = opslokken, verslinden


voreval = pachtopbrengst, cijnsopbrengst


vorkinder = stiefkinderen uit een vroeger huwelijk van een van de partners, geen onwettige kinderen


vormer =- gebruiksaardewerk maker


vormundere = voogd


vornoemde = bovengenoemd, voornoemd, bovenvermeld


vorster = deurwaarder (in Brabant)


vota secunda = tweede echtverbintenis


voti = van de huwelijks/ verlovinggelofte, van de rechtelijke beslissing


votum = gelofte


vouëeren = verloven, toewensen


voyage = reizen


vraemgoedt = goederen die een kind heeft, zonder het van zijn ouders te hebben geërfd


vreisem = cholera


vreiseme = zie vreisem


vremde = voogd (derde) voogd


vrij ende nivers meede belast = vrij van lasten en plichten


vrij goed = onroerend goed in volledig eigendom


vrij huysinge = ende erf huis en erf vrij van huur


vrij te waren = niet met verdere schulden te belasten


vrije consten = vrije kunsten


vrijen ende te waren (te) = vrijwaren, bij eigendomsoverdracht ervoor instaan dat de nieuwe eigenaar ook de werkelijke eigenaar is


vrijgelijde = zie: recht van geleyde


vrijheid der stede = stadsrecht


vrijinge zie vrijnge = vrijkwartier rechter bovenhoek van een schild, in aanzicht van het schild dus linksboven


vrijleen = een leen toebehorend aan een vrije niet edele persoon

vrijmetselaar = natuursteenbewerker die vrij kon werken en geen lid van het gilde was


vrijnge = vrijwaring


vriwerker = losse werkman, dagloner


vroedemoeder = vroedvrouw, vroedwijf, vroemoer


vroemen = in vruchtgebruik hebben


vroemoeder = zie vroedemoeder


vroente = braak, onbebouwd terrein


vroenten = zie vroente


vroetman = verstandige man


vroevrouw = vroedvrouw


vrome opbrengst = vruchten en inkomsten van een leen, dat een leen te koop stond ter bester vromen (van drien) betekent dan: tegen de waarde van de beste opbrengst (uit drie jaren)


vrommer = vrome


vrone = heerlijkgoed, domein


vronen (enen) = arresteren, gevangen nemen


vroonen- en tiendevrij = vrij van/onbelast met heerlijke rechten en tienden


vroongers = tot het vroon (domein) behorend land


vroonhurer = pachter van een stukland van de "vrone"


vroonte = herenland, domeingoed, onverdeelde gemeentegrond


vroupersoon = vrouw


vrouwe = gebiedster, heerseres, bijzit


vrouwekracht = verkrachting van een vrouw


vrouwen choor = gedeelte van de kerk bestemd voor de vrouwen en hun kinderen


vrouwencunne = vrouwelijk geslacht, verwanten van de gehuwde vrouw


vrouwensmijter = man die zijn vrouw slaat


vrouwentuig = zilver opsmuk gedragen door vrouwen op kleding


vrouwewee = barenswee, barensnood


vrouwgetimmer = vrouwenlichaam


vruchtgebruick daer aff om bewegende redenen onseggen = 
het vruchtgebruik om moverende redenen ontzeggen
vruchtgebruik lijftocht, in het oude erfrecht is voorzien dat de weduwnaar of de weduwe het vruchtgebruik houdt van de eenmaal gemeenzaam bezeten huwelijksgoederen


vrunden = vrienden, verwanten, familie


vrundschappe gemaeckt = in goed overleg


vruntlicker = vriendelijk


vso. = afk. verso achterzijde, op de achterkant van het blad


vt = afk. ventôse, maand van de winden


vuilvrouwe = witte vloed, vrouwen ziekte


vuister = haard


vulgair = vulgair, gemeen, slecht


vulgo = in de volkstaal


vulgo quaesitus = onwettig kind, buitenechtelijk kind, onecht
vullewijn = tapwijn, ongebottelde wijn


vulnera Christi = de dag na de lijkafname, de 2e vrijdag na Pinksteren


vurstere = boswachter


vutsteecxsel = zie uutsteecksel

vuulboom = zwarte els


vuurclocke = klok welke het sein aangaf dat de vuren gedoofd moesten worden


vuureimer = brandblusemmer, zeildoekemmer


vuurgaffel = pook, vuurhaak


vuurhert = vuurplaats, schouw, stookplaats


vuurschoppe = asschep


vuurstat = vuurplaats, schouw, stookplaats


vuurte = brandstof


vuurvat = ijzeren stoof of bak om vuur in te doen nadat de

vuurclocke = luide


vuytbliven = zie: uutbliven


vve = afk. veuve, weduwe