Genealogische woorden beginnend met W

W


wa = wel


waad = bos


waalplaats = slagveld


waard = geldersoldaten in dienst van een stad, huursoldaat, ook: laaggelegen land


waarderen = schatten


waarschuw = straf


waarslieden = personen belast met waterstaatkundige werken


waarteken = waarmerk


wachtere = bewaker


wachterhorn = alarmhoorn van de nachtwaker


waecboec = boek waarin op getekend de waakplichten en de afkoop van de waakplicht


waechuus = wachthuis


waecpennic = betaling voor het waken


waector = wachttoren


waecvri = vrij van de verplichting om deel te nemen aan de nachtelijke bewaking der stad


waeggelt = betaling voor het laten wegen op de stadswaag


waeghbrive = waagbriefje


waeghuus = stadswaag, waaggebouw


waegmeester = beëdigd stadswaagweger


waei = twijgen, rijshout


waeiling = jong boompje


waelpoyt = inhoudsmaat voor wijn en bier


waemys = wambuis


waer = goederen


waer ’t sake = wanneer het geval zich zou voordoen


waeraf = waarvan, waarover


waerave = zie waeraf


waerbier = bevestigingsdronk met bier na afsluiten overeenkomst


waerbrief = brief waarin vermeld de vrijwaring van eigendomsoverdracht


waerde = het bewaken van...ook: ziekenoppasser, bewaker


waerder = bewaarder, bewaker, wachter, "steenwaarder" (bewaker van gevangen in de ’steenpoort’)


waerdersliede = wachters


waerdich sijn = waard zijn


waerduer = keurmeester, waarmerker


waerheijt = waarheid


waerheitsliedende = mannen aan wie het instellen van een enquête of gerechtelijk onderzoek is opgedragen


waeringhe = zie: waringe


waerninghe = zie: waringe


waernisse = vrijwaren, het zekeren van iemands

eigendomsrechten


waerp = zie werp


waerscap = borgtocht


waerschap = borgstelling


waert = zie weert

waerteken = bewijsteken


waeterinck = wetering, waterloop, afwateringskanaal


wagenaer = voerman, koetsier


wagenare = zie wagenaer


wagenen = voerlieden


wagengereiden = alles wat bij een koets of wagen behoord


wagenmaker = radermaker, velgenmaker


wahrleichnam = lijkafname dag, 2e donderdag na Pinksteren


wake = een verzameling van personen, uit een gilde aangewezen tot bewaking bij nacht van de
aan dat gilde toevertrouwden wal(toren)


wakersloon = beloning van de stadswaker


walemeet = weiland grenzend aan een kolk of rivierarm


walhuis = apart staand gebouw tegen slootkant om te spoelen


waller = pelgrim


walsche = Waalse


wambass = zie wambuis


wambeis = kledingstuk, zichtbaar gedragen onder het bovenkleed


wambesteeker = zie wambesticker


wambesticker = kleermaker van wambuizen


wambesule = wambuis, hemdrok


wambuis = wambuis, mannen kleding


wammes = zie wambuis


wamuse = zie wambuis


wanclacht = valse beschuldiging


wandelaere = zwerver, maar ook: pelgrim


wandelbrief = schrijven waarin vermeld de toestemming om over een bepaald land te lopen


wandelcoop = een heerlijk recht, te betalen wanneer een eigendom bij contract op een ander overgaat


wandmalerei = muurschildering


wangeloof = ketterij


wanhavenig = smerig, vuil, onrein


wanrichtinge = plichtsverzuim van de rechter


wantsnider = lakenkoper


wapentuir = krijgsman


wapenusurpatie = het toe-eigenen van een familiewapen van een familie met bijna de zelfde naam, zonder bewijs dat het werkelijk het zelfde geslacht is


wapper = zweep met loden kogels, ook: een leren riem met loden kogel


warande = jachtterrein, lusthof


warandeerders = keurmeesters


warandenare = boswachter


waredin = wachtpost


warf = terp, volksvergadering


waringe = waarschuwing


warmoes = groenten


wasch-ligtblaaker = olielamp brandend op bijenwas


waschhuus = washuis


waselinckmaker = waskaarsenmaker


wasenmeister = vilder, beul


waseveld = modderland dat gemakkelijk onder water komt

wassinge = wasvrouw


wat vougen = op welke wijze, op welke manier


wateregel = bloedzuiger


watergalletje = braaksel


waterganck = ruimte naast een huis tussen de lijn waar de afdruipende regen neervalt en de muur


waterganghe = sloot, afwatering


waterladinge = waterzucht


Wd. = afk. op huw. Akte, weduwe van ...


wechen(zer) = per week


wechgedraegen = meegenomen


wechmaken (iet) =  overdragen


wechsegelen (iet) = iets in een gezegelde brief wegschenken


wecht = weg


wed = afk. weduwe


weddahe = weduwe


weddaman = zie wedman


wedde = een som door partijen onder den rechter

gedeponeerd, die door de verliezende partij verbeurd werd


weddelijc = wat verpand kan worden


wedden = als pand geven


weddingknot = huwelijksband


wedeman = weduwnaar


wedeme = is een aan de kerk geschonken goed of heem, een dotatie aan klooster of kerk. Zou de oude naam van pastorie zijn


wedemebrief = brief of acte waarin aan een vrouw een bruidsschat wordt toegekend


wedenar = weduwnaar


weder = terug, weer, ook: een besneden mannelijk schaap


wedercedel = de tweede van een in twee exemplaren opgeschreven contract, waarvan elk der partijen een bezit


wedergecomen = terug gekomen


wederroep = herroeping, opzegbaarheid


wederstadinghe = schadeloosstelling


wederstoc = de tweede van een paar overeenkomstige kerfstokken


wedersyts = vertekenden, door allen ondertekend


wederumme = wederom


wederwere = een handeling in strijd met een belofte of overeenkomst


wederwerven (iet) = iets terugkrijgen


wederwroegen =  beschuldiging tegen iemand uiten/inbrengen


wedlock = huwelijk


wedman = deurwaarder, dienaar van het gerecht


wedr = afk. weduwnaar


wedt = College van Burgemeester en schepenen


weduwestoel = bezit waarop de inkomsten van een weduwe stoelen, gegrondvest zijn


wee = weide, ook: pijn, smart, leed


weem = pastorie


weer = akker, hoeveelheid grond


weerbare mannen = mannen die geschikt waren om krijgsdienst te doen

weergang = de buitenmuur waarover men kon lopen en voorzien was van kantelen om het gebouw te verdedigen


weergelt = geld als zoengeld betaald tot boete voor een manslag aan de ’magen’ van een verslagene


weerlijck = wereldlijke rechtbank, tegenovergestelde van de kerkelijke rechtbank.


weert = laagliggend land, vaak omgeven door water


weesboom = lange paal / staak om hooi bijeen te houden
weescamere = weesmeesterskamer waar alle stukken en bescheiden betreffende de weeskinderen bewaard worden en waar de weesmeesters vergaderen


weesmeester = lid van de Weeskamer, die oppervoogdij heeft over de wezen en hun belangen behartigt


weesmeesters = zij vormen een college van gedelegeerden of gemachtigde rechters, die in de plaats van de gewone rechter, kennis nemen van zaken betreffende de wezen


weet = gerechtelijke aanzegging, kennisgeving


wegelink = weggetje


wehmutter = vroedvrouw


wei = vocht dat na kaasbereiding overblijft, grasland


weibak = bak voor het opvangen van de wei


weidecamp = afgesloten weiland, ook: door een sloot omgeven weiland


weidehuus = jachthuis


weideverken = scharrelvarken


weijmes = groot en lang mes


weikuip = kuip of ton om de ’wei’ in op te vangen


weiland = wijlen


weiman = jager, jachtopziener


weinsticher = wijnproever


weinvisierer = beambte belast met het opmeten van de wijnvaten


weiße Woche = de week na Pasen


weißer sonntag = 6e zondag voor Pasen, na 1600 de 1e zondag na Pasen


weit = tarwe


wekenpennic = wekelijkse bijdrage


wekentlik = wekelijks


welbedagt = overwogen


welcken = gestalte op welke manier, hoe dat


welgeborene = edele heer


wellinghe = pap, warme brij


welverstande = wat moet worden opgevat als


wemel = spijkerboor


wenaar = weduwnaar


wende = omgeploegd land


wendelepel = ijzeren lepel voor bij het braadspit


wendepanne = pan onder het braadspit voor opvangen van de jus


wender = knecht van de strodakdekker


wendestake = draaispit, braadspit


wenne = zie winne


wentijser = braadspit


wentstok = zie wentijser


wercbrood = roggebrood


werckhuis = werkhuis, meestal een gedwongen te werkstelling bij een gevangenis, atelier, werkplaats

werden = worden


werdinge = waardering, waarde schatten


werestede = werkplaats


werevlees = rams- of hamelvlees (ontmande ram)


werghändler = vlashandelaar


werp = kettingwol, kettinggaren bij het weven


werpenisse = het wegwerpen van een halm ten teken dat men afstand doet van iets


werpscoepe = bats, brede schep


wete = zie: weet


wettelijcke neergaentde graedt = wettige nakomelingen


wettlijck = man, curator


wetzer = slijper


weutje = lam


weye = weiland, wei


weysen (is geweesen) = vonnis wijzen, uitspraak doen


weyts = tarwe


WG = afk. Waalse Gemeente


wich = wigvormig tarwebrood


wieberen = vrouwen, echtgenoten


wiedergeburt = dopen


wierde = terp


wijfhooft = vrouw


wijkmeesters = de pointers of zetters (ook genaamd wijkmeesters) verdeelden de gemeente in wijken voor het zetten der belasting


wijlle (de) = omdat


wijnroeper = bediende van een wijnkoper


wijnroeper = zie: hooftroeper


wijnverlater = persoon die beroepshalve wijn overhevelt om de wijn te klaren en waarbij de droes achterblijft


wijnwaerder = keldermeester


wijsevrouwe = vroedvrouw


wilcoren (iet) =  goedkeuren, bevestigen


wiledaeghes = wijlen, overleden


wilendaeghs = zie wiledaeghes


wileneer = wijlen


wilkoeren (iet) =  zie: wilcoren


willecoeren = goedvinden, besluiten, toestaan


willecoeren) (iet) = zie: wilcoren


willekeuren = kiezen, gekozen


willich pant = pand door de schuldenaar vrijwillig aan de schuldeiser gegeven


willich recht = jurisdictio voluntaria, het passeren van akten voor het gerecht op verzoek van partijen


willige acte = gerechtelijke akte opgemaakt van een overeenkomst


willige condemnatie = schijnvonnis waarbij iemand zich laat veroordelen tot het betalen van een som, later
opgenomen in een rechterlijke akte om de verplichting te bewijzen en de crediteur parate executie te verzekeren, ook: een vonnis op de overdracht van partijen, voor ten wederzijden onherroepbaar gedaan


wilner = wijlen


winblock = omheinde (groente)tuin


winkel = werkplaats


winlant = akkergrond


winne = landarbeider, ook: pachter


winner = zie winne


wintermonat = december, soms wordt ook bedoelt 1e

wintermaand = november en 2e =december


winterzonnewende = 25 december


wiser = rechter, wijzer


wisinge = vonnis


wispeltuir = ongestadig


wispeltuyrigheid = ongestadigheid


wit van loede = loodwit


witachtig = wettig, wettelijk, rechtsgeldig, met echtskracht


witlijck = wettig, wettelijk, rechtsgeldig, met rechtskracht


wittaftich = bewijs geloofwaardig bewijs


wittaftighe dochterter = wettige dochter


wittebroodskind = moederskind, bedorven kind


wittebroodsweken = de maand na het huwelijk, huwelijksreis


wittevrouwe = weduwe


wittige = wettige


witwechere = smid voor klein gereedschap


witwerk = smeedwerk


witwerker = smid, voor klein smeedwerk, gereedschap


wivekyn = verkleinwoord van wijf, troetelnaam, wijfje, wijfken, wijfjelief


WM = afk. lijsten van weerbare mannen


Wn. = afk. huw. akte, weduwnaar van ...


wocher = woeker


woe = hoe


woeker = ongeoorloofde winst


woekerare = hij die geld uitleent tegen hoge rente of enig voordeel


woekergelt = bij een wisselaar geleend geld, waarvoor een hoge rente moet worden betaald


woekermeester = een ambtenaar belast met het toepassen van de woekerkeuren en het terechtstellen der schuldigen (voor raad of oudermannen)


woenen = wonen


woert = laagliggend stuk land


woestelant = heide, onbebouwd ruw land


woewell = hoewel, ondanks dat


wolft = dakconstructie


wolgemelte = reeds vermelde


wolleblauw = van blauwe wol


wollebreker = verkoper van wol


wollecaerdigge = wol kaardster


wollecammigge = wol kamster


won = afk. wonende


wondebrief = papier met een bezweringsformule om ziekten te genezen

wonderdokteres = kwakzalfster, soort kruidenvrouwtje die met zalfjes en kruiden van natuur-preparaten zieken genas


wonnemond = mei


wonnende = tot wonende te


wonnynghe = woning


wonstag = woensdag


woonachtich = bewoner van de stad die het burgerrecht mist


woonsdach = woensdag

 


woorde tot woorde = woord voor woord
worsetter = wollen stof meestal glad en effen


wortelteef = groentevrouw


wouwer = visvijver


wrocht = gemaakt


wurzler = kruidenier, kruidenhandelaar


wuwere = visvijver


wyfsgeboort = vrouwelijke nakomeling


wyfwaerheit = woord van eer, door een vrouw verpand


wynambacht = het gilde der wijnkopers


wyncoop en waerbier = gegeven bij een gerechtelijke eigendomsoverdracht, een dronk wijn en bier


wysdom = uitspraak, vonnis


wysmoeder (de) = vroedvrouw