B.

Baafse: Vadersnaam. Zoon van Baaf, Latijn Bavo, Germaanse voornaam. In de verkleinvorm Baafje als vrouwennaam. In Aardenburg staat de Sint-Baafskerk.

Baak, (de), (de) Baek, Baecke: Vlaams (de) Baeke. Middelnederlands baec, bake ‘varkensvlees, spek, geslacht varken, levend varken’. Beroepsbijnaam van een varkensboer, varkensfokker of –slachter, slager. Vergelijk Engels bacon.

Baak, van: Plaatsnaam Baak in Steenderen (Gelderland).

Baal, van, van Bael, van Baele, van Bol, Verbal, Verbaal: 1. Plaatsnaam Baal in Bemmel (Gelderland) of in Tremelo (Vlaams-Brabant). 2. Plaatsnaam Baarlo (Nederlands-Limburg of Baarle (Noord-Brabant, Belgisch-Limburg, Provincie Antwerpen) Baal uitgesproken, Barlo in Aalten (Gelderland), Bale uitgesproken. Er is ook een verdronken Baerle bij Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen). Zie ook van Baarle.

Baale, (de) Baele: Middelnederlands Bael ‘voogd’, van Oudfrans bail, bal, Midden Latijn Bailus ‘voogd, beheerder, gouverneur, gezant’.

Baan, van der, Baane, de Baene: Middelnederlands Bane ‘speelbaan, kaatsbaan; betreden en gangbare weg’. Bijnaam voor een kaatser of speler; of beroepsbijnaam voor een straatmaker.

Baan, van der, Verbaan, van der Ban, van der Band: 1. Plaatsnaam Baan ‘gangbare weg, effen weg; kaatsbaan’. De Zierikzeese familienaam van der Baan stamt van ‘de nog te Zierikzee bestaande lijnbaan, waar Rutsaert Hendriksz en zijn zoon het touwslagersbedrijf uitoefenden’. 2. Of Van der Baan is een vondelingnaam: gevonden op de Baangracht in de 18de eeuw.

Baankreis: Plaatsnaam in Gorssel (Gelderland): 1491 Baeinckreyse.

Baanstra: Fries baen; baan, –stra afleiding van Van der Baan.

Baar, van, (van) Baer: Plaatsnaam Baar: slagboom, afsluiting. Vergelijk Verbaere.

Baar, de; de Baer, de Baere: Vlaamse (de) Baere. Bijnaam. Middelnederlands Baer ‘naakt, bloot’.

Baard, Baart, Bartz, Baartz, Barts, Bartz, Baert, Baerts, Bart, Barth, Bard.: Vlaamse Baert. 1. Meestal bijnaam voor iemand met een baard. 'cum barba, mit dem Barte'. 2. Verkorting van een bertht-, bard-naam, zoals bijvoorbeeld Isebaert, Notebaert. 3. Mogelijk ook uit een huis(herberg)naam ‘ad Barbam’. Baertsoen; zoon van Baart.

Baarde, van, Beerda, Baard, Bearda. Plaatsnaam als Baard, Friesland.

Baardemaeker, de, de Baerdemaecker, de Baerdemaker, de Baerdemacker, de Baerdemaker, de Baerdenmacker, de Bardemacker, de Baeremaker, de Baeremeker, de Baeremaecker, Baermaker, Barremaeker, Barremaecker, Barremaeckers, Barremacker, de Borremaecker. Beroepsnaam voor iemand die zich met baarden en later ook met andere dingen bezighield: scheerder, heelmeester.

Baardman, Baartmans, Baerdeman, Bartman, Bartmann: Bijnaam voor iemand die een baard draagt of beroepsnaam van de baardmaker, barbier.

Baardwijk, Baardewijk (van): Plaatsnaam Baardwijk in Waalwijk (Noord-Brabant).

Baarle, van, Barel, Baerle, van Barel, van Baerlem: Plaatsnaam Baarle in Drongen (Oost-Vlaanderen), Tessenderlo (Belgisch Limburg), bij Aardenburg (Zeeuws-Vlaanderen), Baarle-Hertog (Provincie Antwerpen) Baarle-Nassau (Noord-Brabant) of Baarle (Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel). 2. Of uit de plaatsnaam Baerle in Zegelgem en Tielt (West-Vlaanderen).

Baars, (den); Baers, Bars, Le Bars: Bijnaam naar de visnaam of vanwege de huisnaam.

Baarschers: Beroepsnaam. Afleiding van Middelnederlands Baertscheerre ‘baardscheerder, barbier’.

Baarsdorp, van: Plaatsnaam Baarsdorp (Borsele, Zeeland).

Baarslag: Duitse familienaam Bartenschlag ‘slag met de slagersbijl’. Bijnaam van de slager.

Baarspul: De naam komt vooral in Holland en Utrecht voor. Wellicht Deense familienaam Barsbol(l), naar de plaatsnaam Barsbøl (Nordjylland). In Zeeland kwam hij in 1947 slechts één keer voor.

Baas, Baes: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Baso. 2. Vadersnaam. Uit Baefs, afleiding van Bave, de Germaanse voornaam Bavo. West-Vlaamse Sente-Baas is namelijk Sint-Baafs. (de H. Bavo is de patroonheilige van Aardenburg). 3. Bijnaam de Baas, voor de huisvader.

Baast, van. Plaatsnaam Baast bij Oirschot (Noord-Brabant) en in Oostelbeers (Noord-Brabant).

Baat, de; de Bat, de Bath: Bijnaam voor iemand die ‘baat’ of voordeel heeft?

Baatout. Tunesische familienaam.

Baats, Baatsen, Baetsen, Baaths, Baatz, Baets, Badts, Bats: Vadersnaam. Afleiding op -so van Germaanse badu-naam; 'strijd'. Vergelijk vrouwelijk Baza.

Baaij: Bijnaam, Middelnederlands bay, Oudfrans Bai ‘roodbruin, roodbruin paard’.

Baaijen, Baaijens, Baeyens, Baijens, Bajens, Bayings, Bais: Vadersnaam. Hypercorrecte spelling voor Boyen(s), van Middelnederlands Boidin, naast Boudin vleivorm van de Germaanse voornaam Boudewijn. Zie Boidin.

Babay, Babey: Vadersnaam/moedersnaam Verkleinvorm van Germaans bakernaam Babbe, of van Barbara (Reaney) of Isabelle.

Babbaert, Babbaerts, Baba, Babar. Afleiding van werkwoord babben: kwijlen. Bijnaam voor een kwijler.

Babin, Babijn: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Babo, bijvoorbeeld gelatiniseerd Babinus.

Bach: Duitse familienaam bach ‘beek’. Vergelijk van der Beek.

Bache. 1. Familienaam uit de Bauche (op een paar plaatsen in Frankrijk). 2. Beroepsnaam uit het Romaanse 'bache', een variant van het Germaanse bakker.

Babel. Vadersnaam van de Germaanse voornaam Bavo; vergelijk Babila (Moedersnaam) en Bavilo (Vadersnaam) 2. Of Bijbelse toespeling op Babel?

Bachelier, Bachely, Bachiller, Backler, Baclère, Baclere, Basselierse, Basselier, Baselier, (de) Baetselier, Batselier, de Baetzellier, de Baetzelier, de Batzelier, Bassleer, Baseleer, Basler, Basselaire, Baetseleer, Batsleer, (de) Baetseleer, Batseleer, (de) Baetselair, Batselare, de Botselier, de Boitselier, Besselaar, Besselaere, Besseleer, Besseleers, Besselers, Bastelier, Basteleer, Basteleur, Basteleurs. Familienaam uit het Oudfranse bachel(i)er: jong edelman in dienst van een andere ridder.

Baben, Bâbe, Babbe, Babe, Baeb, Baep: 1. Vadersnaam. Germaanse bakernaam Babo. 2. Moedersnaam. Waals Bâbe, Frans Barbe, voornaam Barbara. 3. Of Waals bâbe, Frans barbe: baard. Bijnaam.

Babet, Babette, Babey, Babez: 1. Vaders-, moedersnaam, van Germaanse bakernaam Babbe (zie Baben), of eventueel Barbara of Isabelle. 2. Zie Barbet.

Babijn, Babinot, Babinez: Vadersnaam. Vleivormen van Germaanse voornaam Babo (vergelijk Baben). Babinus.

Babilas, Babylas: Bretons vadersnaam. Naam van een patriarch-martelaar van Antiochië.

Babilone, Babylone, Babylon, Babiloni: Vadersnaam. Frans vleivormen op -ilon van de Germaanse voornaam Bavo: Babo, Babila, Bavilo. Vergelijk Babilot, Babelon, Babelet, Babelin, Bablon.

Baboeuf, Bobeuf: Plaatsnam Baboeuf (Oise).

Babulot. Variant van Babilot, van -ilôt van Germaanse voornaam Babo, Bavo; zie Babilon(e).

Babut, Babusiaux: Oudfrans babuse: geleuter, kletspraat, scherts. Bijnaam.

Bac. Duitse familienaam Bach; beek, vergelijk Beke.

Backer, Backere, (de), Bak, Bäcker, Backers, (de) Bakker, Bakkere, (de) Backker, de Bachere, de Baccker, de Backre, (de) Baecker, Baeker, de Baeckere, de Baekere, (de) Baker, Bakkers, den Bakker, Bakkeren, Bakkert, Bakkerus, Backerus, de Bacquer, Bacquère, de Bakère, (de/den) Bekker, (de) Becker, Beckers, Beckker, Becher, Bechers, (de) Beckker, de Beker, Bekkers, Beekkers, Beekers, Beekher, Beckert, Bekkeren, Bekkering, Bekkeringh, Beckeringh, Beckering, de Bacque, Deback, Debacq, Debaqcue,..1. Beroepsnaam voor een bakker. 2. Heel soms kan de familienaam afgeleid zijn van een ander beroep: backer = veerman. Deback / Debacq(ue) is de Waalse aanpassing van De Back(e)re, met reductie kr/k.

Backman, Bacman. 1. Beroepsnaam. Afleiding van Backer. 2. Franse aanpassing van Duitse Bachmann.

Bachellerie, Bachelrie. Plaatsnaam Les Bachelleries in Villerot en Sirault, Henegouwen.

Bachelet, Bachelez, Bachelay, Bachellé, Basselet, Baselet, Basselez, Basselé, Bassele, Bassle, Basslé, Baslé, Basley, Basle, Batselé, Batslé, Batsle, Baetselé, Baetslé, Baetsele, Baetsle, Backlet, Bacle, Backelé, van Backlé: Theoretisch van Bachelet, Oudpicardisch Baquelet van Frans Bachelier. Maar aangezien vormen van ontbreken, gaat het ongetwijfeld om variant van Bachelier, door suffixsubstitutie. Ba(t)slé en Ba(t)sleer (en varianten) kwamen trouwens door en voor elkaar voor. Een schijnbaar oude vorm 1417 Willem de Bacheleet, St.-Winoks is wel een verkeerde lezing voor Bacheleer. Trouwens, 16dee eeuwse immigranten uit Noord Frankrijk, die ongetwijfeld dezelfde naam droegen, werden nu eens als Bacclé, dan weer als Bacleer opgetekend.

Bachelier, Bachely, Bachiller, Backler, Baclère, Baclere, Basseliere, Basselier, Basilier, (de) Baetselier, Batselier, de Baetzellier, Baetzelier, de Batzelier, Bassleer, Baseleer, Basler, Basselaire, Baetseleer, Batsleer, (de) Baetseleer, Batseleer, (de) Baetseleir, Batselaere, de Botselier, de Boitselier, Besselaar, Besselaère, Besseleer, Besseleers, Besselers, Bastelier, Basteleer, Basteleurs, Basteleur; Oudfrans bachel(i)er, Bachelor, Oudpicardisch bakel(i)er, Middelnederlands bacheleer, baetseleer, basseler, Basselaer: jong edelman, in dienst van een andere ridder; ook baccalaureus, Frans bachelier, dat eveneens teruggaat tot Latijn baccalarius. Zie ook Bachelet.

Bacherius, Bachérius: Latinisering van beroepsnaam De Backer.

Bachet, Bachez, Bacher. Van Oudfrans bac; bootje. Vergelijk Baquet, Bachot.

Bachman, Bachmann, Backman, Bakman, Bachmeyer, Bachmajer. Duitse afleiding van Bach; beek.

Bacho, Bachot, Baco, Bacot. Afleiding van Oudfrans bac; veerboot.

Bachrach. Plaatsnaam Bacharach, Reinland-Pfalts.

Bachus, Bacchus, Backhuisen, Backhuis, Bakhuizen, Backhaus, Bacaus, Bakkaus, Bakaus, Backhouse, Backus, Bakkus, Baccus, Bacus, Baccu, Bacu, Backes, Beckhaus, Becaus, Beckooz, Beckoz: Middelnederlands, Noord-Duits, Duits en Engelse vormen voor bakhuis: bakkerij. De vorm Beckooz geeft de verfranste uitspraak weer van Beckhaus.

Backaert, Backaers, Bakkaert, Bakkart, Baccaert, Baccart, Bacquaert, Bacquart, Bacart, Baca, Baccar, Bacca, Baeckaert: 1. Afleiding van werkwoord backen: bakken. Variant voor De Backer. 2. Variant van Middelnederlands baggaert: bedelaar, (ook) beggaard, lid van een geestelijke broederschap. 3. Vadersnaam. Germaanse voornaam Baghard. 4. Soms = Beckaert.

Backe. Variant van Back, Bak of van Baeke.

Backeberg. Plaatsnaam.

Backelion, Bakelion, Backeljan: Wellicht variant van Backeljau, een familienaam die eveneens in Henegouwen voorkomt. Vergelijk Mispelon, van Mesplau. Maar niet uit te sluiten is een variant van Boucquillon, met voortonige klinkerversterking (vergelijk Marcel, Waals-Vlaams arloozje = horloge); zie Bosquillon.

Backhoven, Backhovens, Bakkovens, Bakhovens: 1. Bakoven. Beroepsnaam van de bakker. Vergelijk Duits Backofen. 2. Plaatsnaam in Ophoven (Limburg).

Backschies. Brech. verklaart Bockscheiss als grove scheldnaam: bokkenscheet. Of veeler Bockschiess: bokkenschieter. Vergelijk Schietekat.

Backus, Backes, Buchus, Backhuis, Bakkus. Limburgse variant van Bakhuis.

Baclain, Baclaine, Baclène, Bacquelaine: Plaatsnaam: waternaam, afleiding van Germaans baki: beek. Plaatsnaam in Leuven (Vlaams-Brabant), Bornai, Longueville, Mont-Saint-André, Neerheilissem, Opprebais, Adorp, Bierk, Waver (Waals-Brabant), Geer, Hollogne, Warnant-Dreye (Luik).

Baclin. Plaatsnaam Baclin in Mont-le-Ban.

Bacraux, Bacroix, Bacros: Waarschijnlijk Waalse afleidingen van Bacrot.

Bad, (de): Vermoedelijk variant voor De Baat.

Bade, Baade: 1. Zie (van) Baden. 2. Vadersnaam, Luxemburg, Waalse vorm voor Baude. 3. Vadersnaam, Noord-Duitse vorm voor Bode, Germaanse voornaam Bodo (vergelijk Badke).

Baden, van, van Baeden, Bade, Baade: Variant zonder van- aanloop naast Van Baden. Plaatsnaam Baden (Nedersaksen, Baden-Württemberg ) of streeknaam Baden (Baden-Württemberg).

Badenbroek. Variant van Duitse familienaam Buddenbrock, Buddenbrook. Vergelijk Nederduits Badendiek- Westfaals Buddendiek.

Badenhorst. Plaatsnaam in Elsdorf.

Bader, Baader, Badr: Beroepsnaam van de badmeester, houder van een badstoof.

Badert. Waarschijnlijk van Bader.

Badger. Engelse beroepsnaam; maker van bags, vervaardiger van tassen, zakken.

Badin, Baddin, Bading. Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse baltha- of badu-naam.

Badiou, Baadjou, Badjou. Zuid-Franse familienaam Badiou, Picardisch Badieu van Latijn badivus, Occidentaals badiu: dwaas, gek, zot, onnozele hals.

Badir. Badji, Badjir. Indien inheems, dan waarschijnlijk van Baudier.

Badke, Badtke, Bathke: Vadersnaam. Noord-Duits Badeke, van de voornaam Bade, een Noord-Duitse variant van Bode (vergelijk Badendiek = Bodendiek).

Badoul, Badoux, Badou, Padoux, Padoue, Padou: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam badwô-wulfa; 'strijd-wolf: Batulfus. Zie ook Patout. 2. Waalse variant van Baudoul, Baudoux.

Badrihaye, Beaudrihaye, Baudrihaye. Plaatsnaam Badrihaye in Soumagne, Luxemburg.

Badura, Baduraux, Badoureaux: Vadersnaam. Variant van Franse familienaam Baudereau, van Germaanse voornaam Balder; zie Baudier.

Baek, Baeke, (de) Baak, Baake, (de) Baeck, Baecke, Bake, Baken, Baecken, Baeken, Baeck, Baeckx, Baeckman, Baekman. Familienaam uit het Middelnederlandse baec, bake: geslacht of levend varken. Beroepsbijnaam voor de varkensboer, slager of fokker. Vergelijk Waals-Vlaams bake(nier), (zwijne)bake(nier): spekslager.

Baedewyns, Baedewijns. Vadersnaam. Germaanse voornaam badwô-wini; 'strijd-vriend':

Baekes. Variant van Baekx of Baekens.

Baekhoven: Plaatsnaam Baakhoven in Susteren (Nederlands-Limburg).

Baelde, Baelden, Balde, Bald, Baldé: Vadersnaam. Germaanse korte voornaam Baldo; 'stoutmoedig'. Zie Boudewijn(s), Baldewijn(s).

Baele (de), Baelen, Baelens, Balen, Balens, Bael, Baels, Balus. Familienaam uit het Middelnederlandse bael: voogd, het Oudfranse bail, bal: voogd, beheerder, gezant. Een soort beroepsnaam.

Baelemans, Balemans, Baelmans: 1. Afleiding van Baele(n). 2. Afleiding van plaatsnaam Balen (Antwerpen, Luik) of Baal. Uit Baerlemans, afleiding van Van Baerle.

Baelenberge, Baelenberghe, van, van Ballenberghe, van Balleberghe,van Balberghe, Vambalberghe, van Bolberghe, Baalbergen: Plaatsnaam Baalberg(e) in Aarsele, Oekene en St.-Winoks. Zie ook Bollenbergh(e).

Baelinghem, van, van Ballinghem, van Balinghem, van Baclinghem: Plaatsnaam Balinghem (Pas-de-Calais).

Baelus. Latinisering van een Ba(e)l naam?

Baemdonck, van, Baemdock: laatsnaam Baandonk in Lummen (Limburg), Bandonk in Duffel.

Baems. 1. Variant van Baens? 2. Afleiding van Bam. Zie Bamps.

Baen, van den. Ongetwijfeld hypercorrecte spelling voor Van den Bon.

Baene, Baenne, Baenen, Baenens, Banen, Bane, Baane, Banen, Banema, Baansma, Baning, Banens, Bahsen, Bahnthe, Baens, Baan. 1. Moedersnaam, wellicht uit de Germaanse voornaam Bane. 2. Zie Baene De.

Baene (de), (de) Baan, Debanne. Naam uit het Middelnederlandse bane: speelbaan, kaatsbaan, straat. Bijnaam voor een kaatser, een speler. Of beroepsbijnaam van de straatmaker. 

Baens, Baan. 1. Vadersnaam, korte vorm van Urbanus. 2. Zie Baene. 3. Zie Baents. 

(de) Baenst, Debaenst, De Baemst. Familienaam uit het Middelnederlandse baenst/banst: ronde korf uit stro of biezen. Beroepsnaam voor een manden- of bijenkorfmaker.

Baents, Baens: Uit Bamp(t)s. Limburgs baanjt; 'beemd'.

Baer, Baere, de, de Barre, (de) Baar, Baer: 1. Bijnaam. Middelnederlands baer: naakt, bloot. Kan een bijnaam zijn voor wie sjofel gekleed liep. 2. Zie Debar. 3. Kan een latere vernederlandsing zijn van Dubar, Dubaere.

Baerdemaeker, de: Beroepsnaam van de baardmaker, dat is baardscheerder, aderlater, heelmeester.

Baets, de, de Baedts, Badts, (de) Bats, Baths, Baats, Batz, Bätz, Barts: evenals Oudhoogduits beccho, van bakjan-‘bakker’, met Romaanse (bache) klankevolutie.

Baer, de, Baere, de, de Barre, (de) Baar, Baer. 1. Bijnaam uit het Middelnederlandse baer: bloot, naakt. Iemand die armoedig gekleed was? 2. Zie ook bij Debar. 

Baere, van den, Verbaere, Verbaert, Verbart: Plaatsnaam Ba(e)re: slagboom, afsluiting. Er was een heerlijkheid Ter Bare = La Barre in Aalbeke (West-Vlaanderen) en Mkr. (Henegouwen).

Baermans, Barremans, Baremans, Barman, Barmans. 1. Mogelijk variant van Van den Baere: familienaam uit de plaatsnaam Ba(e)re: slagboom, afsluiting. In Aalbeke en in Moeskroen was er een heerlijkheid Ter Bare. 2. Mogelijk een variant van Baerdeman: bijnaam voor iemand met een baard.

Baart, Baert, Baartman, Bart, Baard, Baartse. Vadersnaam, genoemd naar een opvallende baard.

Baerten. Vadersnaam. Vleivorm van een berht-naam, zoals Huygebaert, Isebaert.

Baertsoen, Bartsoen. Vadersnaam. Zoon van Baert, zie Baart 2.

Baes, Bass. Vadersnaam. Germaanse voornaam Baso. Vergelijk Basin. 2. Vadersnaam. Kan ook van Baefs, afleiding van Bave, de Germaanse voornaam Bavo. Vergelijk Waals-Vlaams Sente Baas = Sint-Baafs. 3. Zie De Baes.

Baes (de(n), Baas, Baass. 1. Bijnaam voor de baas, de huisvader. 2. Mogelijk ook vadersnaam uit de vadersnaam Baes.

Baesberg. Plaatsnaam in St.-Martens-Lennik en St.-Pieters-Leeuw (Vlaams-Brabant).

Baesel, Baeselen. Vadersnaam, van Germaanse voornaam Baso. Vergelijk Basin.

Baeskens, Baskens: 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Baso. Zie Basin. Vergelijk Basequin. 2. Afleiding van De Baes. 3. Vadersnaam van Sint Bastianus.

Baesmans. 1. Afleiding van Baes. 2. Uit Baestmans, afleiding van de plaatsnaam Baast, Noord-Brabant.

Baestroey, de Pesseroey, Pesseroy, Pesseroeij: Waarschijnlijk van de plaatsnaam Baasrode (Oost-Vlaanderen).

Baetemans, Baetmans, Baetman, Bateman, Bacteman. 1. Afleiding van Baete = Beatrix. 2. Volgens Gysseling 'bootsman'.

Baete, Baeté, Baeten, Baetens, Baetes, Bathe, Bate, Baaten, Baten, Bates, Batens. Vadersnaam, verkorte vorm van de Latijnse heiligennaam Beatrix.

Baet, (de), Baets, (de) Bats, de Batz, de Baedts, de Badts, de Baedt, de Baerts, Baats, Baaths, Baatz. Het Oudfranse 'bache' betekent zowel bak, trog, krib als onderbroek, vrouwenbroek. De familienaam is dus wellicht een beroepsnaam van iemand die te maken had met één van die voorwerpen. Zoals bijvoorbeeld Troch een oude bakkersnaam is. 

Baeten, van, der, Verbaet, Verbaeten: Plaatsnaam Ter Bate in Spiere (West-Vlaanderen), De Bâte in Woumen (West-Vlaanderen).

Baets, de, (de) Bats, de Batz, de Baedts, de Badts, de Baedt, de Baerts, Baats, Baaths, Baatz: Mogelijk evenals Oudhoogduits beccho, van bakjan;'bakker', met Romaans (bâche) evolutie; vergelijk Matsaert. Beroepsnaam.

Baey, Baeye, Baaij, Baeys, Bai, Baie, Baij, Bay, Bays, Baeijs, Baeyst, Baeys, Bays. 1. Uit het Oudfranse ba(a)i: roodbruin, roosbruin paard. Bijnaam of naar de bezitter ervan. 2. Zie Baye.

Baeyers, Bayers, Bayer, Bayertz, Baijer, Baier: Beroepsnaam van een verver, die baai, roodbruin verfde.

Bagage. Waarschijnlijk hypercorrecte reïnterpretatie van Bagasse.

Bagard. Vadersnaam. Germaanse voornaam Bagnard? 2. Plaatsnaam Bagard. 3. Zie Baggaert.

Bagare. 1. Occidentaals bagarro: lawaai, tumult, herrie. Bijnaam voor een lawaaimaker, herrieschopper. 2. De naam Bagarre werd in 1893 door Parijse studenten gegeven aan een vondeling tijdens de rellen (Frans bagarre) in het Quartier latin. 3. Variant van Bagard?

Bage, Baeghe, Baegen, Baee, Baée, Baëe, Bague, Beaghe, Béaghe, Beague, Béague, Béacq, Beacq, Behaeghe, Behague, Béhagué, Behaeghels, Behaegels, Behaegel, Béhaegel, Be Haegel, Beheghel, Behaegle, Behagle. Familienaam uit het Middelnederlandse bagel: pronkerig, ijdel. Bijnaam. Vergelijk Baggelaar, van Middelnederlands bagen; roemen, bijvoeglijk naamwoord bagel; pronkerig. De vorm behage(l) is hyper-correct en tegelijk een volksetymologische associatie met 'behagen, behaagziek’.

Baggaert, Baggert, Begard, Bega, Bégard, Bagard: Middelnederlands beg(g)aert, baggaert: lekebroeder, lid van een vrije godsdienstige gemeenschap. Vaak pejoratief: Frans begart: ketter, schijnheilige, gek.

Baggelaar. Van Middelnederlands werkwoord bagen, behagelaert ‘roemen, overmoedige, trotse, ingebeelde gek’; Bijvoeglijk naamwoord, bagel ‘pronkerig’.

Bagge, Baggen. Vadersnaam. Germaanse voornaam Bago. Of bakervorm van een Germaanse voornaam zoals Badager, Batgisus.

Baggerman, Baggermans: Beroepsnaam van de baggeraar, iemand die baggert.

Bagon, Bago, Bagot. Vadersnaam. Vleivormen van de Germaanse voornaam Bago. Vergelijk Baguet.

Bagsmeijer: Aanpassing van de Duitse familienaam Bachmeier ‘meier op een hof bij een beek’.

Baguette, Baguet, Bagué, Baget: Vadersnaam. (Moedersnaam). Vleivorm van Germaanse voornaam Bago.

Bah, Ba, Bâ. Naam van Arabische/Afrikaanse origine die nu over een groot deel van de wereld voorkomt, met als betekenis: schitterend, glorie, eer, betrouwbaar, en afhankelijk van plaats van afkomst (ergens op het Afrikaanse continent) nog veel andere betekenissen die in dezelfde sfeer zitten.

Bahnerth: Variant van de Duitse familienaam Bahnnardt, Banhart, bewoner van een ‘banbos’, dat is ‘een heerlijk bos, aan het algemeen gebruik onttrokken bos’.

Bahr: Duitse familienaam. Middennoordduits Bare ‘beer’. Bijnaam, vergelijk de Beer.

Baibai, Baibay: Waals bébé: speelgoed, reduplicatie van bê, beau: mooi.

Bail, Baille, Le Bail: Beroepsnaam. 1. Oudfrans bail: gouverneur, voogd. 2. Oudfrans bail(e): dienaar, dienstknecht. 3. Oudfrans baille, synoniem met bailli: baljuw.

Bailey, Bailley, Bayezt, Baillet, Bailet, Baillé, Baillez, Bailey, Baljet, Baljé, Ballet, Ballez, Ballez, Ballezt, Balley, Bailliez, Bayjet, Baylet, Bïolet, Bayet, Bayé, Bayez, Bayezt, Bayette, Baiets, De Baillet. Familienaam uit het Oudfranse bai: hoogblond, roodharig. Bai, baille en baillet zijn ook namen voor een roodbruin paard. Bijnaam voor iemand met die haarkleur en naar het bezitten van een gelijk kleurig paard. Franstalige tegenhanger van het Vlaamse "De Roeye".

Bailien, Ballien, Baillen, Ballien: Middelnederlands baillie, baille, baelge: slagboom, palissade, verschansing, rechtbank, balie.

Bailant, Bailand. Tegenwoordig deelwoord van Oudfrans baillier; besturen. Vergelijk Bail, Bailli.

Baillet, Baillé, Baillez, Bailley, Bailey, Bailet, Bailey, Baljet, Baljé, Ballet, Ballez, Balley, Bailliez, Bayjet, Baylet, Baïolet, Bayet, Bayé, Bayez, Bayezt, Bayette, Baiets, de Baillet: Oudfrans bai, baille, baillet: roodbruin, hoogblond, roskleurig; naam van een roodbruin paard (vergelijk Baey, Beyaert, Moreel). Bijnaam naar de haarkleur of naar het paard.

Bailli, Baillie, Bailly, Baily, Baïli, Baillij, Bailij, Baillie, Baylly, Bailya, Balyu, Lebailly, Lebaïli, Debaiallie, Debaille, Bally, Baly, Balli, Bailliu, Baillius, Baillu, Balliu, Ballu, Balieu, Balieus, Ballieu, Ballieuz, Balieu, Ballieul, Ballieuw, Debaillieu, Debailliu, Lebaillieu, Lebailliu, Baillieu, Baillieux, Bailieux, Baillieul, Bailleul, Bailloeuil, Bailloeul, Bayeul, Bailleur, Bailleu, Bailleux, Balleux, Baleux, Baleu, Leballue, Lebalue, Lebalus, Leballeur, Bajeux, Baillaud, Balliau, Balliaw. Van het Franse bailli, het Middelnederlandse baliu of het Nederlandse baljuw: gerechtelijk ambtenaar die in een bepaald rechtsgebied de leenheer vertegenwoordigde (een beroepsnaam dus). Vergelijk Aman.

Baillien, Bailien, Baillen, Ballien. Het Middelnederlands beillie, baelge betekent zoveel als slagboom, palissade, verschansing, maar ook rechtbank.

Vermoedelijk een beroepsnaam.

Baillière, Ballière, Ballière, Bellière, Belliere: Wellicht Oudfrans baillier: baljuw.

Baillievier. Afleiding van Oudfrans baillif, midden Latijn Balivus; baljuw. Beroepsnaam. Vergelijk Bailli.

Baillivet. Van Oudfrans baillif; balju.

Bâillon, Baillion, Ballion, Bayon, Bayonnet: 1. Midden Frans bâillon: blok hout. Bijnaam. 2. Zie De Bâillon.

Baillot, Bayot: Afleiding van Oudfrans bai, baille: roodbruin, hoogblond. Bijnaam. Vergelijk Baillet.

Bailou, Baloux, Bailloux, Bayoud, Baayou, Bayou: Plaatsnaam. Waalse vorm bêlou (Bailou) van Baelen (Luik).

Bain: Vadersnaam. Korte vorm van Urbain of de Germaanse voornaam Baino (zie Beyn).

Bairain, Bairin. Vadersnaam Bérin (vergelijk Bériot/Bairiot), vleivorm van een ber-naam, zoals Bernard. Vergelijk Berens.

Bair, Baire. Vadersnaam. Wellicht korte vorm van een ber-naam, vergelijk Bairin.

Bairewe, Bairue. Van bê rèw: mooie beek.

Bairolle. Wellicht afleiding van een Germaanse ber-naam.

Bais, Baix: Variant van Oudfrans bai: roodbruin. Zie Baey.

Baisain, Baisin. Afleiding van Baise of variant van Besin.

Baise, Baize: Stam van Oudfranse werkwoord baisier, Frans baiser: kussen, paren?

Baisier, Baisi, Baisir. Plaatsnaam Baisy.

Baix. Variant van de Baie, Bay?

Bajard, Bajart, Bajeard, Begeard, Begeart. 1. Wellicht Waalse variant van Beaujard, dat is beau jardin. 2. Bajard, Bajart kan ook een spelling zijn voor Bayard.

Bajema. Vadersnaam uit Bayo, Baaie. Zie bij de voornaam Baaie.

Bajemond, Bajemon. Middelnederlands balmont; slechte voogd, of van Oudfrans bail; voogd?

Bak, (de) Back, Backs, Baks, Bakx, Bacs, Bacx, Backx, Back, (de) Bacq, Baue, Bac, Lebacq, Bakke, Bax, Basck: 1. Bijnaam of beroepsbijnaam naar Middelnederlands bac ‘bak, beker’. Een schenker, drinker? 2. Maar back betekende ook ‘mond, wang, kaak, kinnebak’. Bijnaam voor iemand met opvallende mond of kin. 3. Deback kan een verandering zijn van De Backer.

Bakel, van; Van Baekel, Verbakel: Plaatsnaam Bakel (Noord-Brabant). Of Zelem, Limburg.

Bakelandt, Bakeland, Bakelants, Bakelant, Bakland, Backelandt, Backeland, Backelant, Baeckelandt, Baeckelandt, Baekeland, Baeckelant, Baekelant, Baeckland, Baecklandt, Baecquelandt, van Bockland, Bockland, Bocklandt, Backlant, Bocklam, Bockelandt, Baukeland. Familienaam uit de plaatsnaam Bakeland: afgebakend land. Op diverse plaatsen in Vlaanderen, onder andere Waregem, Deerlijk, Haren.

Bakelmans, Baeckelmans, Baekelmans, Backelmans: Afleiding van Van Bakel.

Bakema: Friese vadersnaam, afleiding van de Friese voornaam Baak, Bake, Baeke, afgeleid van een Germaans naam met badu-‘strijd’.

Bakermans. Waarschijnlijk een variant van Bakelmans.

Bakeroot, Baekeroodt, Baeckeroot, Backeroot, Bacrot, Bacro, Bacquerot, Baquerot: Plaatsnaam Bakelrot, oude naam van Neuve-Chapelle (Pas-de-Calais).

Bakhouce, Bakkouch, Bakouch. Arabische naam.

Bakhuys: Beroepsbijnaam van de bakker. Bakhuis ‘bakkerij’. Ook wel Beekhuis, Bakhuis, Bekhof, Bekke, ter, Beckhuis.

Bakkenes: Naam van het dorp Bakenes, dat in de middeleeuwen aan het Spaarne lag, benoorden Haarlem. In de 14de eeuw werd het bij de stad ingelijfd.

Bakker, de(den) Bakker, Bakkers, Bakkeren, Baker, Bakers, de Backer, de Backere, de Backer, Bekker, Bekkers, Becker, Beckers, ook Bakermans: Beroepsnaam van de bakker.

Bakke, Bakx, Bax, Baksma, Bakkes, Bakken, Bakhuizen en van Bakkum; vadersnaam Bacco.

Bakkeren. 1. Zie (de) Backer(e). 2. Plaatsnaam Bakeren in Denderleeuw.

Bakkum, van. Plaatsnaam, Noord-Holland.

Bakvis, Backvis. Beroepsnaam van de verkoper of de brader van gebakken vis.

Balk, Balck, van den, van den Bak. Plaatsnaam Balk; houten balk als brug.

Balder, Bolder, Bouder, Belder, Balter, Balderen, van, Baller, Baldersen. Vadersnaam. Germaans naam baltha-harja ‘moedig –leger’.

Baelemans, Balemans, Baelmans. 1. Familienaam uit Van Baele(n): zie Balen en Baal. 2. Of uit Baarle (op diverse plaatsen in het Nederlands taalgebied).

Bal: 1. Vadersnaam. Variant van Balle, van Baldo (zie Balde) of korte vorm van Boudewijn of een andere bald-naam. 2. Variant van de Bal. Bijnaam voor een balspeler.

Balje, Ballia, Ballinga, Ballama, Ballema, Balma, Balsma, Bals, Baljé, Ballin. Van  Germaanse voornaam Ballo, Balle. Ook de plaats Ballum op Ameland en Ballingham in Hereford ,Engeland, is er van afgeleid.

Balcaen, Balcan, Balcans, Balkaen, Balkan, Baelcaen, Bolcaen, Bulckaen, Bulkaen, Bulckaan, Bulkaen. Naam met een ? afkomst. 1. Mogelijk uit een plaatsnaam. Alleen waar?, of uit de Balkan. 2. Uit het Oudfranse balcan: hengst. Beroepsbijnaam.

Baleux, Balleux. Plaatsnaam Balleux, Oise.

Balon, Ballon1. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse voornaam Boudewijn of gewoon Romaanse verbogen vorm van de korte Germaanse voornaam Baldo. 2. Oudfrans balon: baal, bundel.

Balekom, Ballekom, van. Plaatsnaam Berlicum, Noord-Brabant.

Bal De, Debal. 1. Bijnaam voor een balspeler. 2. Verschrijving van Balle(n): zie daar.

Balaine, Baleine. Waternaam La Baleine in Ayeneux, Luik.

Balde: Vadersnaam. Germaanse voornaam Baldo, van Germaans balth ‘moedig, boud’.

Balance, Balaince: Oudfrans balanche, Frans balance: balans, weegschaal. Beroepsnaam van de maker van weeg-schalen of voor de stadsweger. Ook voor de geldwisselaar, naar de muntschaal (eventueel in het uithangbord).

Balancier. Beroepsnaam voor de maker van weegschalen of voor de stadsweger. Vergelijk Balance.

Balanger. Variant van Boulanger of Bélanger.

Balaud, Balleua, Baleau, Baleuax, Baleu, Balhaut: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bal-wald.

Balbaert. Vadersnaam. Germaanse voornaam bald-berht; 'stoutmoedig-schitterend': Baldebertus. Baldibrecht.

Balbeur, Balbourg, Balbour, Balbourgh: Waals bat-le-beurre. Beroepsnaam van de boterkarner. In Luxemburg overdrachtelijk voor een zwaarlijvige.

Balcaen, Balcan, Balcans, Balkaen, Balkan, Baelcaen, Bolcaen, Bulckaen, Bulkaen, Bulckaan, Bulkaen: Volgens het oudste voorbeeld zou het een plaatsnaam kunnen zijn. Alle andere voorbeelden zijn zonder voorzetsel. De naam kan (vanwege -a(e)n en niet -âne) bezwaarlijk teruggaan op het vrouwelijke Oudfranse balcane: merrie. Maar W. Beele stelt de hypothèse van een - tot dusver niet geattesteerd – Oudfrans balcan: hengst.

Balcon, Balcoon. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Balko, of een variant van Balcaen?

Baldauf. Reïnterpretatie als bald auf: spoedig op (vergelijk Fruhauf), van oorsprong Germaanse voornaam Baldolf.

Balsenweck. Duitse familienaam Balde(n)weg. Midden Hoogduits bald: vlug + midden Hoogduits enwëc, Duits hinweg: weg. Bijnaam voor een rusteloze, die altijd weg is.

Balder, Bolder, Bolders, Balter: Vadersnaam. Germaanse voornaam bald-hari; zie Bouters(e).

Baldin, Baldon: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse bald-naam. Baldon kan ook de Romaanse verbogen vorm zijn van Baldo.

Baldovin, Baldovino. Vadersnaam. Italiaanse vorm van de Germaanse voornaam Baldwin, Boudewijn.

Balduck, Balduc, Balduyck. Familienaam uit Balduque, dit was de Spaanse naam van 's-Hertogenbos (Noord-Brabant).

Baldus. Vadersnaam. 1. Korte vorm van Sint Sebaldus, de Germaanse voornaam Ze(ge)boud. 2. Variant van Baltus.

Balemans: 1. Afleiding van Van Balen, van Baal. 2. Uit Baarlemans, afleiding van Van Baarle.

Balembois, Balemboy. Mogelijk van balle en bois: houten bal. Bijnaam voor een balspeler. Of veeleer variant van Valembois.

Balen, van, van Baale, van Baalen, van Baele, van Baelen: Plaatsnaam Balen (Provincie Antwerpen), Baelen (Provincie Luik).

Balencourt, de Balincourt: Plaatsnaam Ballancourt (Seine-et-Oise).

Balenghien, Ballenghien, Ballenghein: Plaatsnaam Bolignies in Brugelette bij Aat (Henegouwen).

Balestrie, Balestie, Balistrie, Balestri, Balestriere: Beroepsnaam. Oudfrans (ar)balestrier, Frans arbalétrier: kruisboogschutter.

Balhuizen: Plaatsnaam. Er is een plaatsnaam Ballhausen in Beieren en Thüringen.

Baligand, Balian, Baliant, Balligand, Bellegante, Barigand, Barigan, Barigant: Vadersnaam. Literatuurnaam, naam van een heiden in de Chansons de geste. In het Waals ook bijnaam geworden: deugniet, nietsnut.

Balint. Hongaarse familienaam Bâlint, van Sint Valentinus.

Balis, Balisz, Ballis. Wellicht Waalse gereduceerde vorm van Balister (vergelijk Waals minisministre).

Baljet, Baljé: Frans Baillet. Oudfrans bai, baille, baillet ‘roodbruin, hoogblond, roskleurig; naam van een roodbruin paard’. Bijnaam naar de haarkleur of naar het paard.

Baljeu: Beroepsnaam. Picardisch bailli(e)u, Middelnederlands balju ̧ Nederlands baljuw ‘gerechtelijk ambtenaar die in een bepaald rechtsgebied de leenheer (graaf, hertog) vertegenwoordigt.

Balk, Balke, Balken, Balck, Balcke, Balks: Bijnaam naar de gestalte of beroepsbijnaam voor een timmerman. Een afleiding hiervan is Balckmans.

Balkema: Friese afleiding van Balk(e), of van -ke-verkleinvorm van vadersnaam Bal.

Balkenende: Plaatsnaam? Of beroepsbijnaam voor een timmerman? 1652 Claes Dircksz. van Balckeneynde bouwde een huis op het landgoed Zorgvliet voor Jacob Cats, het huidige Catshuis.

Ballant, Balland, Ballan, Baland, Balan, Balant, Balanck, Belant, Beland, Belang, Belaen, Balhan, Balhant. 1. Vadersnaam uit de voornaam Balan(t): dit is een naam uit de ridderliteratuur. 2. Of uit de plaatsnaam Balland (in Ingelmunster, Meulebeke en Rumbeke).

Ballantyne, Ballintijn, Ballintyn, Balentin: Schotse familienaam Ballantine, van de plaatsnaam Bellenden.

Ballard, Ballart, Balla, Ballat, Balard, Balar. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Ballo, een korte bald-naam (vergelijk Ballin).

Ballarin. Bijnaam voor een danser. Vergelijk Ballery.

Ballast: Volks etymologische re-interpretatie –met paragogische t–van de Waalse familienaam Balasse, Ballace, Balas(s), van de plaatsnaam Balâtre (Namen), die in het Waals als Balausse wordt uitgesproken. De toenaam Balaes komt evenwel in 1290 in Brugge voor. De jonge gemeentenaam Ballast (1794) in Coevorden (Drenthe) komt wel niet in aanmerking.

Ballatre, Balat, Balate, Ballat, Balasse, Ballace, Balace, Balss, Balas, Ballas, Balaes: Plaatsnaam Balâtre, Somme, Waals balausse. De naam Balaes komt evenwel al in de 1360 in West-Vlaanderen voor.

Balle, Ballen, Ballens, Bollens, Bollen, Bollens, Bole, Bal, Bals, Baels. 1. Vadersnaam, verkorting van Boudewijn of een andere bald-naam. 2. Moedersnaam Balle kan ook het vrouwelijke zijn van bald-win.

Ballegeer, Ballegheer, Balegeer, Bellegeer: Vooral West-Vlaamse familienaam, vandaar ook in Zeeuws-Vlaanderen. 1. Beroepsnaam. Aanpassing van Oudfrans Bolengier, boulangier ‘bakker’. 2. Eventueel vadersnaam., de Germaanse voornaam bald-ger.

Ballegooyen, van; Ballegoyen, Ballegojen, Ballegoien, Ballegooijen, van Ballengooijen: Plaatsnaam Balgoij, Wijchen (Gelderland).

Balle, Ballens, Ballens, Bollens, Bollen Bolle, Bole, Bal, Bals, Baels. 1. Vadersnaam uit de Germaanse naam Baldo of verkorte vorm van Bauwewijn of een andere bald-naam. 2. Moedersnaam uit Balle, vrouwelijke vorm van Baldwin (bald-win).

Ballemans, Ballemann, Balman, Ballmann, Ballman, Boleman: 1. Bijnaam voor een balspeler. 2. Afleiding van Balle. Vadersnaam. 3. Zie Baelemans.

Ballereau, Balleruax, Baleriaux: van Waals balî: drager van een baal, (vandaar) rondtrekkend koopman.

Ballery, Balory: Bijnaam voor een danser. Frans balerie: dans, ontspanning. Vergelijk Balarin, Baladin.

Balleste, Ballester, Balles-strin, Balestin, Balister, Balistaire, Balisteen, Bales, Balesse, Balès, Balis, Balisz, Ballis. Beroepsnaam uit het Oudfranse balest(r)e, kruisboog: boog - of kruisboogmaker.

Ballet, Ballez, Ballé, Balley, Balette, Balet, Balez: Gedemouilleerde vorm van Baillet. 2. Vorm van Bal.

Balleur: Franse plaatsnaam Balleux (departement Oise).

Balliauw: Aanpassing van Frans Baillaud, verkleinvorm van Oudfrans Bail ‘gouverneur, voogd’.

Ballieu, Ballieul: 1. Zoals Debailleul afkomstig van Bailleul. Bailleul is de Franse naamvorm van de stad Belle in Frans-Vlaanderen, maar Bailleul is ook een plaatsnaam in Henegouwen, departement van de Somme en driemaal in Pas-de-Calais. 2. De naam kan ook een variant zijn van Baljeu, Balieu, van bailli ‘baljuw’.

Ballhorn. Noord Duitse plaatsnaam Balhorn: moerassige hoek.

Ballin, Ballyn, Balin. Vadersnaam, knuffelvorm van Boudewijn of een andere bald-naam.

Ballintijn: Schotse familienaam Ballantine, van de plaatsnaam Bellenden.

Ballinckx, Ballin, Ballings. Bijnaam. Middelnederlands ballinc, van banlinc: banneling, die in ballingschap verblijft of in de kerkelijke ban geslagen werd, misdadiger, booswicht.

Ballinger. 1. Duitse familienaam Baldinger, uit Baldingen (Beieren). Of Duitse Balinger, uit Balingen of Bahlingen. 2. Engelse familienaam Ballinger, van Beringer.

Ballourie: Variant van de familienaam Ballery, Balory in België. Frans Balerie ‘dans, ontspanning’.

Balloey, Balloy, Ballois. 1. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Boudewijn. 2. Maar de naam komt hoofdzakelijk in West-Vlaanderen voor en er zijn geen oude voorbeelden van bekend. De vroegste vermelding is: 1705 Jooris Balloy, Lo. In de Westhoek komen in de 18de eeuw de volgende variant voor: Balloye, Balloo, Balloi, Bollois, Balloys. Mogelijk daarom een hypercorrecte aanpassing (bal is niet Waals-Vlaams bol) van de Franse Bouloy(e), die in 1820 frequent voorkomt in Pas-de Calais. Plaatsnaam Boulaie, Normandie, variant van Bouloie: berkenbos.

Balloir (le). Verspreide plaatsnaam, bijvoorbeeld in Luik: Balveér (Frans boulevard) van Nederlands bolwerk.

Ballot, Balot, Balotaud: 1. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Baldo/Ballo of Boudewijn. Zie Ballon 1. 2. Eventueel Frans ballot: baal, bundel. Beroepsnaam. Vergelijk Ballon 2.

Balmakers, Balmaekers: Beroepsnaam van de vervaardiger van ballen.

Balnikker: De naam is ongetwijfeld ontstaan door verkeerde lezing van Balmaker.

Balog, Balogh. Moedersnaam. Germaanse voornaam badu-laug 'strijd-?'

Balossier, Blossier: Plaatsnaam. Middenfrans balossier: sleedoorn, sleepruim; afleiding van Oudfrans beloce, volkslatijn ballucia: wilde pruim, sleepruim. Vergelijk Sleeuwagen.

Bals, de. Waarschijnlijk variant van De Bels (Vergelijk Brugs malk;melk) veeleer dan afleiding van De Bal.

Balsacq, Balsa, Balsat, Balsaque, Balza, Balzat, Balsac, Balsacq, Belsack, Belsac, Belsacq: Plaatsnaam Balsac (Aveyron) of Balzac (Charente). Balsac is een gehucht in Coulonieix (Dordogne). De familie Balsa stamt uit Z.-Frankrijk. De voorouders van Honoré de Balzac (1799-1850) heetten Baissa. Een familie Balza van Toulouse werd in 1822 geadeld. Een autochtone familienaam Balsa(t), Balza(t) gaat wellicht terug op een afleiding van de Germaanse voornaam Baldzo (van Baldwin):

Balsaert, Balzaer: 1. Hypercorrect voor Balsa, Balza; zie Balsacq. 2. Variant van Balthasart.

Balsau, Balsaux, Balseau, Balseuax, Balzau: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Balzo? Of hypercorrect voor Balsa?

Balsing, Balsink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Balzo, dat is bald-so, afleiding van een bald-naam.

Balster. Vadersnaam. Friese vorm van Balthasar.

Balt, Baltus, Baltussen, Baltes: Vadersnaam uit Balde.

Balthazar, Balthasart, Balthasar, Baltasart, Balthazard, Balthazart, Balthazaar, Baldassarre, Baldassare, Baldasarri, Baldasari, Baltzar: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Balthasar, naam van een van de drie koningen. Zie ook Baltens.

Balty, Balthy, Balti. Vadersnaam. Afleiding van Baltus.

Balten, Baltens, Baltes, Baltus, Baltussen, Beltus, Baltissen, Balts, Baltz, Baltensz (zoon): Vadersnaam. Vleivorm, korte vorm van de Bijbelse voornaam Balthasar of Germaanse Balt..

Balus, Balu. 1. Gedemouilleerde variant van Baill(i)u.

Balvé, Balve, Baluwé, Baluwe: Variant van Bal(l)ivet, Baillivet, Bailluet, van bailli(f): baljuw.

Balvers: Vadersnaam. Germaanse voornaam balth-frith ‘dapper-vrede’: Baldfrid.

Balzer, Balcer, Balcers: Vadersnaam. Duitse vorm van de Bijbelse voornaam Balthasar.

Bambeke, van, van Bambecke, van Banbeke, Banbeck. Familienaam uit de plaatsnaam Bambeke/Bambecque in Frans-Vlaanderen.

Bamber, Bambergen, Bamberger: Plaatsnaam Bamberg (Beieren). Of Bambergen in Uberlingen.

Bambost, van, Bambust, Bamborst: Plaatsnaam Banbos, dat is een banbos ‘bos binnen het rechtsgebied van de heer’. ’t Hof ten Bambos in Lede, Oost-Vlaanderen. Vergelijk Banwoud en de plaatsnaam Banholt (Nederlands-Limburg).

Bamelis, Bamelys, Bamélis. Naam uit de Franse familienaam Bamelles, dit uit Balmel(le), Baumel, Bameau, van Latijn balma: grot of heuveltje.

Bammens. Bammans = Bamptmans. Afleiding van Van den Bampt/Bempt.

Bamfust: Door wisseling van de labialen b/f uit Bambust, van Banbos.

Bamps, Bampts, Bams, Baps. 1. Naam uit het Middelnederlandse bampt - be(e)mt: beemd, nat weiland. 2. In West-Vlaanderen/Frans-Vlaanderen is er ook een andere Bam/Baps-bron waarvan de betekenis niet duidelijk is. Wellicht een bakernaam. 3. Eveneens onduidelijk en wellicht ook bakernaam.

Bance, Banse, Banze. 1. Vadersnaam uit een Germaanse Banzo-voornaam (dit uit band). 2. Zie ook Bansart.

Banck, Bancken, Banken, Bank, Baank. 1. Bijnaam of beroepsnaam volgens een van de betekenissen van bank: zitbank, rechtbank, schepenbank, pijnbank, vleesbank, toonbank, geldbank. 2. Korte vorm voor Van der Banck.

Banck, van der, Verbanck, Verbandt. Familienaam uit de plaatsnaam Terbank (onder andere in Heverlee, Moen, Haasdonck, Temse).

Banckaert, Banckaerts, Banquart, Bonckaert, Banckers, Benckert, Benkert, Benker: 1. Afleiding van Middelnederlands bancken: eten en drinken, kroeglopen. Bijnaam. 2. Eventueel Nederlands bankaard: bastaard. Bijnaam.

Bancus, Bancu, Bancut: Bank-hûs: huis op de helling.

Bandel. Variant van Baudel, met n-epenthesis. Of van Germaanse band-naam, vergelijk Bandelin?

Bandelin, Bandalin: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse band-naam. Vergelijk Bandin.

Banderlé. 1. Zie Baudet. 2. Eventueel plaatsnaam Banterlez in Baisy-Thy (Waals-Brabant)

Bandin, Benden: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse band-naam, zoals Bando, Bandarid. Zo ook Bandini, Bandiny, Bandino.

Bandoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Band(w)olf. Pandulfus.

Banen. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Latijnse Sint Urbanus. 2. Zie Baene.

Banet, Banetton. Oudfrans banet(on): korfje, mandje. Beroepsnaam.

Baneux, Banneux, Banheux: Plaatsnaam Banneux in Louveigné en Lierneux (Luik).

Bangard, Banger, Bangert. Duitse variant van Baumgarten; eigenaar van een boomgaard.

Bangels, Bengel. In het Middelhoogduits is een bengel: een knuppel. Bijnaam voor een harde bonk, een knoestige kerel.

Bank, Banken: Bijnaam of beroepsbijnaam volgens een van de betekenissen van bank ‘zitbank, rechtbank, schepenbank, pijnbank, vleesbank, toonbank, geldbank’.

Bannier, Banier, Bani: Beroepsnaam. Oudfrans banier ‘heraut, omroeper, gerechtsdeurwaarder, veldwachter’.

Banks. 1. Afleiding van Bank. 2. Engelse familienaam en plaatsnaam Bank: oever, helling.

Bannenberg. Plaatsnaam in Borgentreich en Detmold.

Bannerman. Duitse familienaam; vaandrig, die de banier draagt.

Banga, van de vadersnaam Baue, dat deze geslachtsnaam versleten is uit het oorspronkelijke Bauwinga of beter Bauinga, blijkt uit de vorm Bawnga, waar onder deze naam voorkomt in een oorkonde, die in de Friese taal opgesteld is en van ’t jaar 1493 dagtekent. In deze oorkonde wordt één en dezelfde man, die in een ander stuk van het jaar 1489 Douwa Banga heet, Douwa Bawngha genoemd. Er komt in Friesland nog een andere eigennaam voor, waarin het oorspronkelijke vadersnaam Bauinga tot Bang versleten is; te weten de naam van het dorp Bangstede, tussen Emden en Aurich gelegen. Dit dorp heet oorspronkelijk Bauingastede, de stede, de woonplaats der Bauinga’s, der Bauingen of Bavingen, de zonen en afstammelingen van de man die Baue of Bavo heette. Op een oude landkaart van Oost-Friesland, van Ubbo Emmius, uit het laatst der 16de eeuw, staat dit dorp nog als Bavestede of Bauestede vermeld. Dat de nog hedendaags bij de Friezen in volle gebruik zijnde mansnaam Baue (Bauwe) in het middeleeuwse monnikenlatijn als Bavo werd geboekstaafd, is bekend. De heilige Baue is als St. Bavo de patroon van de steden Aardenburg, Gent en Haarlem. En deze zelfde mansnaam heeft nog'aan zeer vele andere geslachtsnamen oorsprong gegeven, om niet te spreken van de talrijke plaatsnamen die er van afgeleid zijn. Die geslachtsnamen zijn: Bavinga,  Bauwenga,  Bavema, Bauma, Bauwes, allen in Friesland; Bange, samengetrokken van Bauinge, als Banga van Bauinga; Bavink, in Engeland als Baving voorkomende, Bauwen, Bauwens, Baafs, Baefs, Baafse, en het verlatijnste Bavius.

Banninga, Bangma,  Bonga, Bannink, Bansema, Banning, Bans, Olden-Bannin, Nyen-Banning;: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse naam Bano, Banno of van een bakervorm van een Germaanse voornaam, wellicht Barnhard, Bernhard.

Bansart, Bansa, Bandard, Banse, Bance, Banze. Naam uit het Oudfranse banse: mand. Beroepsnaam.

Bant, de, de Bandt, Debante, (de) Bande: Middelnederlands bant: band, boei. Beroepsnaam van de binder, de knevelaar, die bindt, boeit (vergelijk Binder(s), Duits in die Bande schlagen: boeien.

Bantke. Afleiding van Bant of van Germaanse voornaam Bando.

Bao, Baoo, Baôo: Waalse uitspraak van Bayart?

Baonville. Plaatsnaam Baillonville.

Baptist, Baptiste, Baptista, Babtist, Baptisten, Batiste, Batis, Batisse, Pattist, Patist, Bautiste, Battista, Batista, Battistini, Battisti: Vadersnaam. Naar Johannes Baptista: Johannes de Doper.

Baquet, Baquette, Bacquet, Bacqué, Baqué, Bacquait, Banquet: Oudfrans baket, baquet: bootje. Beroepsnaam of huisnaam.

Bar, Barre, Bare, Baar, Bart, Bard: 1. Verspreide plaatsnaam Bar, (Correze) Barre. 2. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse voornaam op -bert of-bard. Verschrijvingen voor Bart, Bard. Zie Baart 2. 3. Frans barre: slagboom, verschansing. Vergelijk Delbarre.

Baras, Baratte, Bara Barath, Barra, Barras, Barat, Baratt, Baratte, Beraet, Beraets, Bera, Berat, Borra, Borras, Bouras, Boraet, Braat, Braedt, Barabas. Vadersnaam. Bijbelse voornaam.

Baraf, Baraffe. Plaatsnaam Barafle, Pas-de-Calais.

Baraitre. Wellicht hypercorrect voor Barette? Of verfranst Bayreuth?

Baral, Barrai, Barael, Baralle, Barale: Oudfrans baral: klein vat, tonnetje. Beroepsnaam.

Baran, Barant, Baranek, Baraiak, Baranik. Pools baran; ram.

Baras, Baratte, Barath, Bara, Barras, Barra, Barat, Baratt, Baratte, Beraets, Beraet, Bera, Berat, Borras, Borra, Bouras, Boraet, Braat, Braedt, Braet, Brad, Bradt, Bra: Bijnaam. Oudfrans barat, Middelnederlands baraet, beraet: bedrog, list, bedriegerij, bedrieglijk spel, goochelspel; drukte, verwarring, rumoer. Vergelijk ook Engels Barra(t).

Baratier. Bijnaam voor een bedrieger. Vergelijk Barat.

Barbar, Barbara, Barber, Barbera. Moedersnaam. Griekse Sint Barbara. Vergelijk Barbe.

Barbarien, Barbarin, Barberien, Barberiën: 1. Middelnederlands barbarien, barberien: barbaar, heiden, ongelovige, bijnaam. 2. Eventueel uit Barberin, afleiding van barbe: baard.

Barbas, Barba, Barbat, Borbas, Borbath: Bijnaam voor een gebaarde.

Barbe, Barber, Berben, Berbe, Berbel, Berbers, Berber: Moedersnaam. Griekse Sint Barbara, Frans Barbe.

Barbeau, Barbeaux, Barbieau, Barbiaux, Barbiau, Barbau, Barbaud, Babaux, Barbel, Barbay, Barbaix: 1. van Frans barbe: baard. Bijnaam. 2. Frans barbeau: barbeel. Bijnaam naar de visnaam of de huisnaam.

Barberie, Barberies, Barbaeri, Barberis, Barbary, Barbery, Barbry, Berbery: 1. Frans barbarie: barbaarsheid. Vergelijk Barbarien. Bijnaam voor een barbaar, een heiden? 2. Plaatsnaam Barbery (onder meer Oise); Barberie in Herseaux (Henegouwen) en Montroeul-au-Bois (Henegouwen).

Barbet, Barbez, Barbé, Barbee, Barbey, Barbette, Berbé, Borbé, Babet, Babette, Babey, Babez: Spelling voor Franse barbet ‘baardig, gebaard’. Bijnaam.

Barbier, Barbiers, Barbi, Barbiez, Baerbier, Berbier, Berbiers, le Barbier, le Barber, Barbieuw, Barbieux, de Barbieux, Desbarbieux: Familienaam uit het Oudfranse barbier, barbieur en het Middelnederlandse barbier. Beroepsnaam van de barbier, baardscheerder, aderlater, heelmeester.

Barbillon. Afleiding van barbe: baard. Bijnaam voor een gebaarde man of beroepsnaam voor een barbier. Vergelijk Barbion.

Barbin. Bijnaam voor een gebaarde man.

Barbio, Barbiot. 1. Moedersnaam. Vleivorm van voornaam Barbara, Frans Barbe. 2. Afleiding van barbe: baard. Vergelijk Barbion.

Barbion, Barbyon, Berbion. Beroepsnaam van de barbier of bijnaam voor iemand met een baard.

Barbis. Oudfrans berbis, Frans brebis: ooi, schaap. Bijnaam. Vergelijk Schaep en Franse familienaam Brebis.

Barbot, Barbottin, Barbotin: Afleiding van barbe: baard.

Barboux, Barbour, Borboux, Barbouse, Barbousse, Bourbouse: Bijnaam voor een gebaarde man, Frans barbu.

Barbrel, Barbaraux: Oudfrans barberel, Franse familienaam Barbereau, afleiding van barbier.

Barchon, Barxhon: Plaatsnaam Barchon (Luik).

Barclay, Berkeley: Plaatsnaam Berkeley (Gloucestershire) of Berkley (Somerset).

Bardach, Bardax, Bardèche, Perlasse: Midden Frans bretesche, van Middelnederlands bardessche, bartessche, Luiks-Waals barda(x)he: luifel, bordes, belegeringstoren, balkon, portiekje, staak. Plaatsnaam in Thimister (Luik).

Bardeau, Bardaux, Bardau, Barda, Bardiau, Bardieaux, Bardiaux, Bardio, Bardia, Bardiel: 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Bardo. 2. Oudfrans bardel: zadel. Beroepsnaam.

Bardet, Bardez, Bardé, Bardey: Vadersnaam van Germaanse voornaam Bardo.

Bardolf, Baardolf: Vadersnaam. Germaanse voornaam bard-wulf ‘bijl-wolf’: Bardulfus.

Bardijn, Bardyn.Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bardo of Bardolf (bard + old).

Bardoel, Bardoul, Bardouil, Bardou, Bardoux, Pardou, Pardoel, Berdou, Berdoux, Partous, Partouche. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bard + Olf.

Bardolf, Bardolph. Vadersnaam. Germaanse voornaam bard-wulf; bijl-wolf. Bardulfus.

Bardon, Bardoaux. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Bardo.

Bardot, Berdot. Vadersnaam van de Germaanse voornaam Bardo. Vergelijk Bardon.

Bardoul, Bardoel, Bardouil, Bardou, Bardoux, Pardou, Pardoel, Berdoux, Berdou, Partous, Partouche: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bardolf.

Barel, Bareel, Bareuax, Bareau, Barreaux, Barreau, Bariaux, Bariau, Bariaud, Barraud, Barrau, Barrault, Bariat, Baria, Barrial, Barriat, Barrea, Barea, Barais, Baray, Barray: Oudfrans barel, miden Nederlands bareel: vaatje, wijnmaat. Beroepsnaam. Barelmans is en afleiding.

Bareman, Baremans, Barremans: 1.Afleiding op –man van Van den Bare. 2. Variant van Baard(e)man(s).

Baren, van; van Baaren: Plaatsnaam Baarn, (Utrecht).

Barenbrug. Plaatsnaam Barenbrugge, Baren brug, in Wormhout.

Barendrecht, Barendregt, Berendrecht. Plaatsnaam Barendrecht. Zuid-Holland.

Barends, Barendse, Barendsen, Barentse, Barentsen, Barense, Baarends, Barendse, Baarentse, Baarens, Baardse, Barelds, Berends, Berendsen, Barendsma, Barendsz (zoon) van Barend.

Barenne. Plaatsnaam in Wanne, Luxemburg.

Baret, Barez, Bareé, Barée, Barey, Barret, Barré Barrez, Barrey, de Barré. 1. Vadersnaam uit Barez: Romaanse vorm uit de Germaanse voornaam badu-red. 2. Zie Baret(te). 3. Naam uit het Franse barer. Bijnaam voor iemand met een gestreepte kleding.

Barette, Baret, Barrette, (te), Barret. Naam uit het Oudfranse bare: slagboom, afsluiting. Naam naar woonplaats of beroepsbijnaam.

Berentsen: Vadersnaam. Barend, de Germaanse voornaam bern-hard ‘beer-sterk’.

Barge, de, (de) Berg, Berge: Middelnederlands berg, barg ‘mannelijk gelubd varken’. Wellicht beroepsbijnaam van een varken castreerder.

Bargibant, Bersipont, Belgipont, Baisipont, Baisypont: Plaatsnaam Bargibant in Nukerke (Oost-Vlaanderen). De vormen op -pont kunnen door reïnterpretatie van het onbegrepen -bant worden verklaard, maar kunnen ook op de plaatsnaam Baneginpont in Vloesberg (Henegouwen) teruggaan.

Baril, Barils, Barillon, Barillot, Bariilault. Oudfrans baril; vat, ton. Beroepsnaam.

Barion; afleiding van baril; vat, ton.

Barink: Zoals Bering afleiding van Germaanse naam Bernard.

Bariseaux, Bariseau, Bariselle, Bariseele, Bariseel, Barizeele, Barrezeele, Barrezele, Barzeele, Barideau, Baridon, Barridez: Oudfrans barisel, Middelnederlands bariseel: vaatje, kruik, fies. Beroepsnaam voor een kuiper of wijnhandelaar. De variant met -d-, vergelijk Bazelaire = Baudelaire.

Barits. Duits Baritsch naar een plaatsnaam in Silezië.

Bark: Vadersnaam. Variant, door er/ar-wisseling -van Berk. Vadersnaam. Germaanse voornaam Bericho, Birico, afleiding met k-achtervoegsel van een ber-naam, zoals Bernhard. 2. Plaatsnaam Berk, de boom naam.

Barkhuysen. Veelvuldige plaatsnaam Barkhausen, Duitsland.

Barlet, Barlé, Barley, Barrelet. Beroepsnaam (of bijnaam) afgeleid van het Franse 'baril' = vat, ton.

Barlier, Barillé, Barilly, Barilli: Beroepsnaam van de kuiper, Oudfrans barillier.

Barmarin. Plaatsnaam Bermerain (Nord)

Barkmeijer: Variant van Berkmeier, Duitse Berkemeier. Meier op een berkenhof.

Barneveld, van, Barreveld, Barnavol: Plaatsnaam Barneveld (Gelderland). Vergelijk Berenfeld.

Barnabe. Vadersnaam. Franse vorm van de Bijbelse voornaam Barnabas.

Barnasse, Barones: Oudfrans barnece, samengetrokken vorm van baronesse: barones, adellijke dame; ook feeks, slet.

Barnes. 1. Plaatsnaam Barnes (Surrey). 2. Duitse familienaam Barnes is van de vadersnaam Barnabas of Bernhard. 3. Eventueel = Barnasse.

Barnet, Barnett. Plaatsnaam, Oudengels bzrnet: verbrand land (vergelijk Van den Brande). Plaatsnaam Barnet (Herts, Middlesex), Barnett (Surrey)

Barnhoorn, Barnhorn. Plaats-, adresnaam Barsingerhorn (Noord-Holland).

Barnich, Barniche. Plaatsnaam Barnich in Niederelter. Luik.

Baron, Baroen, Barone, Baroni, Barinio, Barron, Barroun, Le Baron: 1. Frans baron, Nederlands baron, Middelnederlands baroen ‘leenman, edelman, rijksgrote, ridder’. Maar Baron, kan ook iemand geweest zijn die in dienst stond van de adellijke heren. 2. Baron kan ook gewoon 'echtgenoot' betekenen.

Baro, Barot, Barraot, Barro, Barroo. Oudfrans barot; klein vaatje, tonnetje. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Baril, Barel.

Baron, Baroen, Barone, Baoni, Baronio, Barron, Barroun, Le Baron: 1. Frans baron, Nederlands baron, Middelnederlands baroen: leenman, edelman, rijksgrote, ridder. De Man beschouwt Baron en De Grève als namen van personen die in dienst stonden van adellijke heren. Vergelijk Bernagie. 2. Baron kan ook echtgenoot betekenen.

Baronheid. Plaatsnaam in Francorchamps, Luik

Baronville. Plaatsnaam, Moselle, Namen, of Baroville, Aube.

Baraud, Baroux. Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-wald; 'beer-heersend'. Baroux kan natuurlijk op Berolf teruggaan.

Barra: Romaanse familienaam Baras, Barras, van Oudfrans barat, van Middelnederlands baraet ‘bedrog, list, bedriegerij, bedrieglijk spel, goochelspel; drukte, verwarring, rumoer’. Bijnaam.

Barrientos Rojas. Spaanse familienaam uit wellicht wijk/buurt + rots.

Barrie, Barrier, Barrié, Barrière, Barriere, Beriere, Berrier, Berrière: 1. Beroepsbijnaanaam (-ier) en beroepsnaam (-ière) voor de man belast met het openen en sluiten van de slagboom, afsluiting. 2. Zie Berrier.

Barrois, Barroit, Barro, Barroo, Barois, Baro. Een naam die zoveel betekent als: afkomstig uit de regio Bar (Aube en Meuse). De eind-o(o) is de weergave van de Vlaamse aanpassing van Franse -oi; vergelijk Bourgeois = Bourgoo.

Barry, Bary, Bari, Barrie, Barri; 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Badurîk. 2. Zie Debary.

Bartaux, Barteaux, Barthaux, Bartha, Bartiaux, Barta: 1. Vadersnaam. Variant van Bertiaux. 2. Vleivorm van Barthélémy.

Bartelet, Bartélet, Barthelet, Bartholet: Vadersnaam van de voornaam Bartholomeus.

Bartelmans, Bartelmann, Bartleman, Bartelings: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Bartholomeus. Zie Bartels.

Bartelous. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Bartholomeus.

Bartels, Bartelse, Bartel, Bartl, Bartle, Barthel, Barthels, Bartelds, Bartelson, Bertels, Bertelsen, Bertelson, Bertel, Berthel, Berthels, Berthelsen, Bortel, Bortels: Vadersnaam. Zoon van Bartel, korte vorm van Bartholomeus, naam van een apostel.

Barten: Vadersnaam. Zoals Beerten afgeleid van een Germaans berht-naam, zoals Robert, Albert.

Bartet, Barthet. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse berht-naam of Bartholomeus.

Barth, Bartz, Bart, van, Barth, Verbart, Bartman: Bijnaam. Spelling voor Baart of Duitse vorm Bart.

Bartha: 1. De naam kan teruggaan op Italiaans Baratta. Afgeleid van het werkwoord Barattare ‘ruilen, verhandelen’, vandaar ook ‘bedriegen’. Vergelijk Baras, Baratte, Bartier. Of Bart(h)as van de Zuid-Franse naam barthe, van barto ‘struik, bosje’.

Barthe. 1. Romaanse verschrijving van Bart(h). 2. Vadersnaam. Korte vorm van Barthélémy. 3. Zie Berte.

Bartholeyns. Vadersnaam. Frans Bartholin, vleivorm van Bertoul (Bertolf) of Bartholomeus; of -elin van een berht-naam. Bartholomeus en Bertolf werden in de middeleeuwen trouwens vaak verward.

Bartholomeus, Bartholomäus, Bartholomaus, Bartholomay, Bartholomevis, Bartholomivis, Bartholomeusz, Bartholomweewsen, Bartholomeesen, Bartholomeeussen, Bartholomeeusen, Bartholomei, Bartholomi, Barthelemi, Barthelemy, Barthelmess, Barthelomé, Bartholemy, Bartholeme, Bartholomé, Bartholomée, Bartholomee, Bartholomee, Bartholomieux, Bartholomees, Bartholomes, Bartholomées, Bartholomez, Bartholomy, Bartolomé, Bartolomees, Bartolomes, Bartolomivis, Berthelomé, Berthelom Berthelome, Bertimes, Bertemes, Berthelemy, Berthoumieux, Berthaumieu, Berthomé, Bertumé, Bartholomew, Bertolli, Bertoli, Bertollo, Bertolo, Bartali, Bartolini, Bartoli, Bartolomea, Bartolo, Bartolomei, Bartolotta, Berteletti, Bortolotti, Bortoli, Bortolussi, Bortoluzzi, Bartolomucci, Bartolomivis: Vadersnaam. De Bijbelse naam Bartholomeus.

Bartholomeeussen: Vadersnaam. Zoon van Bartholomeus, naam van de apostel.

Barthemeuf. Hypercorrect voor Bittremieux (Auvergne).

Bartier, Barthier, (de) Bertier, Beurthier, Berthier, Bortier, Burtie, Berti, Berty. 1. Naam uit het Oudfranse barateor: bedrieger. Bijnaam. 2. Variant van Bertier. Zie daar.

Bartling: Vadersnaam. Andere spelling voor Barteling, Bartelink. De naam kan een -ling-afleiding zijn van een berht-naam (Albert) of een –ing-afleiding van Bartel.

Bartonville, Bartomville, Bartumville, Bartumvile: Plaatsnaam Berthouville (Eure) met epenthetische n.

Bartscherer, Bartscherre. Beroepsnaam van de baardscheerder, barbier.

Bartstra: Friese familienaam die waarschijnlijk afgeleid is van het Friese woord barte ‘grote vonder, waterstoep’.

Barto: 1. Spelling van de Franse naam Bartaux, variant van Berteau, Romaanse vorm van Bertoud, de Germaans naam berht-wald ‘schitterend-heerser’. 2. Eventueel uit Italiaans Baratto, variant van Baratta; zie Bartha.

Barvaux, Barvais, Barvaix, Barviau: 1. Plaatsnaam Barvaux (Luik). 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Berwald, ook Duitse familienaam.

Barvoets, Baervoets, Barrevoets, Bervoet, Bervoets, Berrevoets, ook Ligtvoet, Witvoet, Hazevoet, Lightfoot. Bijnaam voor iemand die barrevoets, blootsvoets liep. Vergelijk Duits Barfuss.

Barij: Spelling voor Bary, Barry, Romaanse vorm van de Germaans naam Badurik: Baduricus, Badericus.

Barzin, Barsin, Berzeyn, Berzen, Berzijn, Berzins: Plaatsnaam Barzin in Lomprez (Luik).

Bas, (de), Bassens, Bass, Basse: Vadersnaam. Korte vorm van de heiligennaam Sebastianus. De variant met lidwoord is volksetymologisch ontstaan, omdat de voornaam in de naam niet meer herkend werd.

Basch. Vadersnaam. Duitse korte vorm van Sint Sebastianus.

Basck: Door omkering van volgorde van klanken uit Bax. Zie Bak.

Bascop, Bascou, Bascop, Baefcop, Bafcop. Familienaam uit het Romeinse Bascot: naam voor een Bask.

Bascour, Bascourt, Delbascour, Delbascourt: Plaatsnaam Basse-cour: heem, er, voorhof, hoenderhof, onder meer in Amay (Luik), Framont (Luik), Vellereille (Henegouwen).

Basecq, Basecqz, Basèque: Plaatsnaam Basècles (Henegouwen). Kerk (Basilica in het Latijn).

Baseil, Baseille. 1. Plaatsnaam Bazeille in Tenneville (Luik). 2. Variant van Basseil. 3. Zie Basilic.

Baseke. Vadersnaam. 1. Noord Duitse vorm van Sint Basilius. 2. Van Germaanse voornaam Baso. Zie Baeskens.

Basema. Arabische familienaam.

Basiau, Basiaux, Basia, Basieaux, Basuyaux, Basuyau, Bassiaux: Vadersnaam, van Basel, Sint Basilius, midden Vlaams Baselis.

Basier. 1. Variant van Bassleer = Batsleer; zie Bachelier. 2. Duitse familienaam Baseler, afkomstig van Basel.

Basil, Basille, Basseille, Baseille, Baseile, Bazelis, Bazelle, Basilien, Basilide: Vadersnaam. Griekse heiligenaam Basilius, Basilis. Voor Baseil(le), vergelijk Cornil(le) = Corneil(le).

Basin, Basyn, Basijn, Bazin, Bazyn, Bazijn, Bazein, Bazinet, Baesen, Baesens, Baessens. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Baso/Basinus. Maar Baesen is niet noodzakelijk door verdoffing van -in te verklaren, het kan ook een verbogen vorm zijn van Base uit Baso (of moedersnaam Basa).

Basquin. Vadersnaam. Franse aanpassing van Middelnederlands Basekin; zie Baeskens. Of variant van Bosquin?

Bassée, Delabassé, Delabassée: Plaatsnaam La Bassée (Nord, Pas-de-Calais).

Basseghem, van. Plaatsnaam Bassegem, onder meer in Kaster, Kerkhove, Otegem, Ooike.

Basseil, Basseille, Basseilles: 1. Plaatsnaam Basseilles in Mozet. 2. Variant van Baseil(le).

Basset, Bassez, Basett, Bassette. Bijnaam. Oudfrans basset: met korte beentjes, met gedrongen gestalte.

Bassevelde, van. Familienaam uit de gelijkluidende plaatsnaam in Oost-Vlaanderen.

Bassi, Bassie, Bassier: 1. Uit de Franse familienaam Bassier of variant van Bossier, beroepsnaam van de verkoper van lage (basses) kuipjes voor het vervoer van de oogst. 2. Eventueel Italiaanse familienaam Bassi, naast Basso, van Latijnse geslachtsnaam Bassus ‘de dikke’. Hier waarschijnlijk veeleer van Bossier. Bassi/(l)ière: Oudfrans bachelière: jonge edeldame, meisje. Vergelijk Bachelier.

Bassimon, Bazimon, Bassemon: Familienaam in West-Vlaanderen. Plaatsnaam?

Bassine, Bassin, Bassinne: Plaatsnaam Bassie in Méan, Waals bassènelaag gelegen plaats.

Basso, Bassot. Afleiding van bas; laag, klein. Bijnaam. Vergelijk Basset.

Bast, Baste, (de): Middelnederlands bast; ‘boomschors, touw, halsstrop’. Beroepsbijnaam, wellicht voor iemand die uit boomschors touwen maakte, touwslager, de beul. De laatste mogelijkheid kan blijken uit het citaat van 1219, waar vader (Bast) en zoon (Blok) een naam dragen die aan de benodigdheden van de beul herinneren. 1386 Heinric Bast, Kortrijk. Hier wellicht verband met de boomschors.

Bastaard, Bastaert, Bastaert, Bastaers, Bastert, Battard, Batard, Batar, Batta, Basters, Bosters, le Bastard, Lebastad, Lebatard: Bijnaam voor een bastaard, buitenechtelijk kind.

Bastaits. West Brabantse spelling voor Vlaams-Brabantse uitspraak Bastets: Bastaerts. De familie Bastaits in Waals Brabant stamt af van Bastaerts in Bierbeek (Vlaams-Brabant).

Basteen, Basteens, Baksteen: Noord Duits Ba(h)steen: badsteen, wrijfsteen; vergelijk Nord Duits bastover = badstover. Beroepsnaam van de stoofhouder. Baksteen is een reïnterpretatie.

Bastelaar, van, van Bastelaer, Bastelaere, Bostelaar, van Basselaere, Barselaar, (van) Batselaere: Plaatsnaam Bastelaar in Zeveneken (Ooost-Vlaanderen). Barselaar is hypercorrect tegenover Basselaar.

Basteleysens, Basteleijsens. 1. Vadersnaam. Verzwaarde vorm (met t-epenthesis) van Baselis.

Bastelier: Met athesis van Batselier. Middelnederlands bacheleer, baetseleer, basseler, van Oudfrans bachelier ‘jong edelman, in dienst van een andere ridder’, ook baccalaureus’, Frans bachelier, dat eveneens teruggaat tot Latijnse baccalarius.

Bastenie, Bastenier, Bastanie, Basstenie, Basstanie: Beroepsnaam. Oudfrans bastonier, Frans bâtonnier: vaandrig, iemand die een stok of staf draagt als waardigheidsteken. Middelnederlands bastonnier: roededrager in processie.

Bastiaans, Bastiaan, Bastaens, Bastiaanse, Bastiaansen, Bastiaens, Bastiaensen, Basten, van, Bastens, Bastin, Bastings, Basting, Bast, Baasten, Bastide. Verspreide Franse plaatsnaam. Provencaals bastida: militair bouwwerk. Vergelijk bastille, bastion.

Bastié, Bastie: Afleiding van Oudfrans bast, Frans bât: pakzadel. Beroepsnaam van de zadelmaker.

Baetings: Vadersnaam. Korte vorm van Sebastiaan, de Latijnse heiligennaam Sebastianus.

Bastil, Bastille, Bastil. Naar het Oudfranse bastille: versterking, bolwerk. Naam naar woonplaats of vindplaats van een vondeling.

Bastin, Bastine, Bastiné, Bastini, Bastens, Basting, Bastings, Bastengs, Bastinck, Bastijns, Bastyns, Basteijns, Basteyns, Bassteyns, Bostin, Bostyn, Bostijn, Bosteyn, Bosten, Bostem, Bostys, Bostijs. Knuffelvorm van de heiligennaam Sebastianus.

Bastini, Bastinie. Vadersnaam. Italiaanse vorm van de voornaam Sebastiano. Bastinie kan evenwel ook een variant zijn van Bastanie.

Bastmeijer, Bastemeijer. Wellicht naam voor een meier die Bast (Bastiaan) heette. Vergelijk Duitse Clausmeier, Hanslmeier, Petermeier, Friedrichsmeier enz.

Baston, Basto, Bastoen, Baton, Bâton, Bestoen, Bostoen, Baestaens, Bastaens. Uit het Oudfranse baston, het Franse bâton: bevel, wapen. Deze evolueerden naar bastoen: stok, wandelstok, onderscheidingsteken van jongere of onechte zonen uit adellijke huizen. Het kan een bijnaam zijn voor wie een stok draagt, voor een pedel of suisse of voor een bevelvoerder. Ook een wapenschild met een schuinstaak erin kan voor de bijnaam gezorgd hebben.

Bastogne, Bastagne. Plaatsnaam Bastogne, Nederlands Bastenaken, Luik.

Bataille, Bataillie, Battaillie, Battaille, Batalje, Batalie, Batailde, Bostaille, Battaglia. Naam uit het Franse bataille: gevecht, legertroep. Bijnaam voor een strijder of een vechter, vergelijk Frans Bataillard.

Bateau, Batteau, Batteuax, Battau, Bathau, Batteauw, Battiau, Battieuw, Battel, Batel. Afgeleid van het Oudfranse batel, het Franse bateau: boot, schip.

Beroepsnaam voor een schipper of een scheepsbouwer.

Batelier, Bateau, Batteaux, Batteau, Battau, Bathau, Batteauw, Battiau, Battieuw, Battel, Batel: Oudfrans batel, Frans bateau: boot, schip. Beroepsnaam van de schipper. Vergelijk Batelier.

Batelier, Batteljee: Frans batelier. Beroepsnaam van de schipper.

Baten, Batten: Moedersnaam. Afleiding van Bate, korte roepnaam voor de heiligennaam Beatrix.

Batenburg, van: Plaatsnaam Batenborg tussen Dworp en Lot en Batenburg (Gelderland). Numansdorp.

Batis, Batty, Baty, Debatis, Bathys, Bathy, Debatthy, Debatty, Debathy, Debaty, Dubaty: Verspreide Waalse plaatsnaam bâti: begane grond, algemene grond, dorpsplein. Les bâtis in Laneffe, Batty in Nandrain (Luik), Beauraing, Namen, Le Baty in Xhoris, Havelange. Zie ook Debattice.

Batreau, Batrelle: afleiding van Batteur. Beroepsnaam.

Bats, Badts, Batz 1. Vadersnaam. Zie Baats(en). 2. Bijnaam voor een kegelaar. Afleiding van Middelnederlands bat(te): voorwerp om mee te batten, keilen, kegelen. Vergelijk Batere in Ieper.

Battavoine. Zinwoord batte avoine. Beroepsnaam van de haverdorser.

Battel, van. Plaatsnaam Battel, Mechelen.

Batten, Battes, Batus: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse badu-naam. 2. Zie Baten.

Batter, Battert, Battaire, Battair, Batert, Bataire. Luxemburgse familienaam.

Batteur, Batteu, Batteux, Battheu, Battheus, 1. Frans batteur. Beroepsnaam van de goudslager, metaalbewerker of dorser. Zie ook Batreau. 2. De vormen op -eu(x) en -eus kunnen ook variant zijn van Bateaux/Battheau.

Battin, Battings, Battain: Vadersnaam. Afleiding van Germanse bald- of badu-naam; vergelijk Badin.

Bau, Baus, Bauwe, Bauw, Bouw, Bouwes, Bouws: Vadersnaam. Germaanse voornaam Bavo.

Baube, Baubet, Beaube: Bijnaam. Oudfrans balbe, baube: stotteraar.

Bauchant, Beauchamp, Beauchamps, Bossant, Bossan: 1. Moedersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bald-swind; 'moedig-sterk, heftig'; of met tweede element –sind; 'weg'. Baldsuuind, Balsinda. 2. Zie Beaucamp.

Bauchart, Bauchard, Baucha, Bauchat, Bachar, Bacha, Bauchau, Beausseaux: Afleiding van Frans bauche: klei, leemaarde, stampaarde, leemmortel, boetseerklei. Deze naam van een Binants (Bouvignes) koperslagersgeslacht verwijst naar het maken van de aarden smelt-kroes. In 1387 levert Colart Bachart dit Houseau de Bovines 'de la terre plastique d'Andoy' aan Filips de Stoute voor de smeltkroezen in Champmol (Dijon).

Baucher, Bauchet, Beaucher, Beauchez, Beauché, Beaucé: Afleiding van bauche: klei, leemaarde. Beroepsnaam van de leemwerker (huizenbouw) of boetseerder. Of vergelijk Bauchart.

Baud, Baude. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Baldo. Of korte vorm van een bald-naam.

Baudchon, Baudechon, Baudichon, Baudesson, Bautsoens, Bautsons, Beauson, Bodchon, Bodesson, Bodeson, Bodson, Botson, Botchon, Baudson: Vadersnaam. Waalse vleivormen op -eçon, -esson van Germaanse voornaam Boudewijn.

Baudar, Baudard, Bauda, Baudart, Baudaer, Badar, Badard, Bada, Badart, Beaudart: Vadersnaam. Romaanse vormen van de Germaanse voornaam bald-hard; 'moedig-sterk': Baldhardus. Zie ook Boudard.

Baudaux, Baudaut, Baudeau, Baudeaux, Beaudeaux, Beaudeau, Badea, Badia, Baudel, Beaudelle, Bodelle, Bodel, Bodèle, Bondeau, Bondeel: Vadersnaam. (Moedersnaam -elle). Vorm van Germaanse bald-naam, zoals Boudewijn/Baudouin.

Baudeloo, van. Plaatsnaam Boudelo in Sinaai-Waas, vooral bekend door de middeleeuwse abdij.

Baudemprez. Plaatsnaam: weide van Baldo.

Baudenel, Baudenelle. Vadersnaam. (Moedersnaam.) Baudinel(le), van Germaanse voornaam Boudewijn. Vergelijk Baudin.

Baudet, Baudez, Baudé, Baudait, Beaudet, Bodet, Bodé, Boddez, Boddé, Beudet, Budé, Bude, Boudet, Boudé, Badet, Baudelet, Baudlet, Baudlez, Beaudelet, Bodelet, Bodlet, Bodlè, Boudelet, Boudlet, Boudlez, Bondelet, Bondelé, Bondele, Bandelet, Banderlé, Baudewijn, Boldewijn, in Frans Bauduin: Vadersnaam. Romaanse vleivormen op -et, -let van Germaanse voornaam Boudewijn / Baudouin.

Baudier, Boudier, Boudiez, Baudy, Boddy, Body, Bodi, Bady, Badie, Budie, Budy: Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam bald-hari; 'moedig-leger': Baltherus, Boltherus.

Baudimont, Baudemont, Baudement, Baudumont, Bodumont: Plaatsnaam. 1. Baudimont in Atrecht, Arras. 2. Bij Rumeignies (Henegouwen): 3. Plaatsnaam Baudemont in Itter (Waals-Brabant) en Saône-et-Loire, Yonne. 4. Plaatsnaam Baudement (Marne).

Baudisco, Badiscot, Badisco, Bodécot: Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse bald-naam.

Baudo, Baudot, Beaudot, Badot, Padot, Boudot, Beudot: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Baudouin.

Baudon, Beaudon, Badon, Boudon: Vadersnaam. Franse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Baldo of vleivorm van een bald-naam. Vergelijk Baelde.

Baudonck, Baudoncq, Beaudoncq, Boudonck. 1. Wellicht vadersnaam uit een Germaanse bald-naam. 2. Aangezien er in 1508 een Mariken van der Boedonck was in Den Bosch, is het ook mogelijk dat hij afgeleid is van een plaatsnaam: Baudonck (plaats helaas onbekend).

Baudo, Baudot, Beaudot, Badot, Padot, Boudot, Beudot. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Boudewijn.

Baudour, Badoer: Plaatsnaam Baudour (Henegouwen).

Baudrin, Boldrin: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse voornaam Balder. Vergelijk Baudier, Boudron.

Baudringhien, de; Bauderingheen: Belgische familienaam Debaudrenghien. Plaatsnaam Boudergem, Frans Boud(r)enghien, Vloesberg/Floesberge, Flobecq (Henegouwen). Germaans Balthaharingahaim ‘woning van de lieden van Baldhari/Bouder’.

Baudru, Baudrux, Boudru: Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam bald-trûd; 'moedig-kracht': Baldrud.

Bauduin, Bauduen, Baudhuin, Baud'huin, Baudouwin, Baudouin, Beaudouin, Beaudoin, Beoudoing, Beaudoint, Baudoint, Baudoin, Boudouin, Bouduin, Bodhuin, Boduain, Boduin, Beaudhuin, Beauduin, Bodevin, Bodvin, Boudvin: Vadersnaam. Franse vormen van de Germaanse voornaam Boudewijn. Zo ook Bauduinet.

Bauer, Baur, de Bauer, Bouwer, Paur, Pouwer Bäuerle, Baurmann, Bauermann: Duitse beroepsnaam van de boer, landbouwer. Pouwer, Zuid-Duits Pauer, door verscherping b/p.

Bauffe, Debauf, Deboffe: 1. Plaatsnaam Bauffe (Henegouwen). 2. Eventueel variant van Debove, met Waalse verscherping v/f.

Baugnée, Baugnet, Baugnier, Baugnies, Baugniet, Baugniez, Beaugnet: Plaatsnaam Baugnée in Tavier-lez-Nandrin (Luik), Baugn(i)et in Cortil-Wodon (Waals-Brabant), Baugnies (Henegouwen).

Baujot, Beaujot, Beaugot, Bajoie, Bajoit, Bajo, Bajot, Bageot, Baijo, Baijo, Bajou, Bajoux. Vadersnaam afgeleid van B(e)auger, de Franstalige variant van Germaanse voornaam Bladger.

Baugnée, Baugnet, Baugnier, Baugnies, Baugniet, Bauglez, Beaugnet. Naam uit de plaatsnamen Baugnée in Tavier-lez-Nandrin (Luik), Baugniet in Cortil-Wodon (Waals-Brabant), Baugnies (Henegouwen).

Bauler, Baulé, Beuler, Beulers: Plaatsnaam Baulers (Waals-Brabant), Waals baulé. Zie De Baulers.

Baulisch, Beaulisch. Vorm van Paulisch: Slavische familienaam uit Paulus.

Baum. Duits Baum; boom. Plaatsnaam.

Baumann, Pouhmann: Duitse pendant van Bouman, beroepsnaam van de landbouwer, tuinman. Paumann is Zuid-Duits, met verscherping b/p.

Baumel, Bauml, Bäuml: Duitse familienaam van Baum: boom.

Baümen: Wellicht verkeerde spelling voor Baumann. Of voor Bäumer‘ bediener van een slagboom’.

Bäumer, Baumer, Baumer, Baumers, Beimers, Bohmer, Böhmer, Bömer, Boehmer, Boemer, Behmer, Bemers: 1. Duitse beroepsnaam van de man die de slagboom bedient. Soms afleiding van plaatsnaam Baum: boom. 2. Of kunnen de vormen Bo(h)mer, Boe(h)mer, Behmer, Beimers varianten zijn van Duits Bohme, met -er-uitgang zoals Nederlands Bo-hemer.

Baumgard, Baumgart, Baumgarten, Baumgartner : Wonend bij of eigenaar van een boomgaard, boomkweker.

Baumrücker. Beroepsnaam van de boomhouwer.

Baumsteiger. Beroepsnaam van de boomklimmer.

Bauque, Baucq. Picardisch bauque; balk. Vergelijk Balk.

Baurdaux, Baurdoux, Beaudoux: Afwijkende spelling van Bourd(e)aux, Bordeau(x) van Dubourdeau. 1. Oudfrans bordel, verkleinvorm van bord (Nederlands bord ‘plank’), dat is een ‘houten gebouwtje, houten huisje, hoeve’, en hieruit dan weer Nederlands bordeel. Er is een plaatsnaam Bordeau in Bousval (Waals-Brabant), Bourdeau in Mont-Saint-Aubert (Henegouwen). 2. Eventueel plaatsnaam Bordeaux (Gironde, Seine-et-Meuse enz.).

Baurir, Baurire, Beaurir: Plaatsnaam. Waals baurîreFrans barrière: slagboom.

Baus, Bauset. Germaanse voornaam Baldzo (so- afleiding van Balth-naam)

Bausch, Bauschke. Midden Hoogduits bûsch: knuppel. Bijnaam voor een knoestige kerel. Vergelijk De Clippel.

Bauschleid. Plaatsnaam Bauschleiden. Zie ook Bieselijden.

Bausière, Bausier, Bausiers, Bauzière, Beeuwzier, Beosiere, Beosier, Beosière, (de) Beozière, Beozières, Beoziere, Byosiere, Byosière, Bessières, Bessière: Plaatsnaam Bausières in Basècles (Henegouwen). De vormen met beo-, byo- via Piardisch biau. Voor Beeuwzier, vergelijk Beeuwsaert. Zie ook Beausire.

Bausmans. Vadersnaam. Afleiding van Bald-so, Boudse, vleivorm van Boudewijn.

Baveko, Bavekoo, Baveco: Door v-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit de plaatsnaam Bavikhove (West-Vlaanderen) of Bavinkhove (Frans-Vlaanderen).

Baustert. Plaatsnaam, Reinland-Pfalts.

Bauthier, Bautier, Beauthier, Beauthière: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bald-hari; zie Baudier, Bouters.

Bautet. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse bald-naam, zoals Baudet.

Bautil, Batil: Wellicht plaatsnaam beau + Oudfrans til: mooie linde. Vergelijk Beautheil (Seine-et-Marne). Of uit Bastil(le)?

Bautmans, Bauttemans: Vadersnaam. Vleivorm op -man van Baut = Boud, korte vorm van bijvoorbeeld Boudewijn.

Bautsoens, Bautsons, Batsoens, Batjoens, Bestjoen: Vadersnaam. Aanpassing van Baudechon. Variant van Bavarois; Beier, volksnaam. Vergelijk Bauvir = Bavière.

Bauvet, Bauvez. 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Bavo. Vergelijk Bauvin. 2. Verschrijving voor Beauvais.

Bauvin, Bauvain, Bavin: 1. Plaatsnaam Bauvin (Nord). 2. Vadersnaam. Romaanse vormen van Ba(u)win; zie Bauwens.

Bauw, van den, Verbouw, Verbouwen, Verbouwe, Verbauwe, Verbauw, Verbauen, Verbauem: Plaatsnaam bouwe, bauwe: bouw(werk). Ter Bau(w) in Rollegem-Kapelle.

Bauwede, van der, van der Bauwhede, Verbauwhede, Verbauwede, van den/der Bouhede, van der Bouwhede, van den Bohede: Plaatsnaam Ter Bauwede in Wevelgem. (West-Vlaanderen).

Bauweleers, Bauwelers, de Beauwelaëre: Afleiding van de plaatsnaam Bouwel. Zie Van Bouwel.

Bauwen, Bauwens, Bauwin, Bawin, Baweins, Bawens, Bouwyn, Bouwens, Bouwen, Bouwes, Bouws, Boeuwens, Beauwin, Beauwens, Bauvens, Bauens: Vadersnaam. 1. Variant van Boudens (vergelijk oude= ouwe), Zie Boudin. 2. Vleivormen van de Germaanse voornaam Bavo.

Bava, Bavard. Bijnaam. Afleiding van Oudfrans baver; kwijlen. Vergelijk Babbaert.

Bavay, de, Debavaye, Debavay, Debaveye, De Baveye, Bavais: Plaatsnaam Bavay (Nord), Nederlands Bavik.

Bavé. 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Bavo. 2. Verschrijving voor Bavay.

Baveghem, Bavegem, van, Bavegem, Bavegems, Baveghems, van Baevegnem, Baevegem, Baeveghems, Baevegems: Plaatsnaam Bavegem (Oost-Vlaanderen).

Bavel, van, Verbavelt: Plaatsnaam Bavel (Provincie Antwerpen, Noord-Brabant). Afleiding er van is Bavelmans.

Bavelaere, de, de Bavelaar, de Baevelaere. 1. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Bavel (Antwerpen en Noord-Brabant). 2. Bijnaam; de babbelaar.

Bautmans, Bauttemans. Vadersnaam, knuffelvorm op man van Baut/Bout. Dit als verkorting van Boudewijn.

Bauwede, vn der,vVan der Bauwhede, Vanderbauwhede,Verbauwhede, Verbauwede, van den/der Bouhede, van der Bouwhede, van den Bohede. Familienaam uit de plaatsnaam Bauwede in Waregem.

Bauwen, Bauwens, Bauwin, Bawin, Baweins, Bawens, Bouwyn, Bouwen, Bouwens, Bouwes, Bouws, Boeuwens, Beauwin, Beauwens. 1. Vadersnaam, variant van Boudens, zie aldaar. 2. Knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bavo.

Bavière, (van den) Bavier, Bauvir, Baivier, Baivie, Baivy, Baiwir, Baywir, Baiwy, Bévie, Bévier, Bévierre, Bevier, Bevierre, Bévière, Béviaire, Beviaire: Plaatsnaam Bavière, Waals Baiwir, Baiwy: Beieren, Duits Bayern.

Bavin. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Bavo.

Bavinckhove, van, Bavinchove van, van Baevinckhove, Bavencove, Bavencoffe, Bavencoff: 1. Plaatsnaam Bavinkhove. 2. Plaatsnaam Bavikhove (West-Vlaanderen).

Bavré, Bavre: Baverez, van Oudfrans bavière: morsdoekje, slabbetje, (vandaar) deel van de wapenrusting dat hals en kin moest beschermen; vergelijk Halsberghe. Beroepsnaam.

Bayard, Bayart, Baya, Bayat, Baevaert, Bayaert, Baeijaert, Baeyard, Beyaert, Beya, Beijaert, Bejaer, Bejaert, Boyaert, Boyart, Boyar, Boyard, Boeyaert. Bijnaam naar het bruinrode paard (Middelnederlands bayaerd/t, beyaert, het Oudfranse bayart).

Baye, Baie, Baey, Baeys, Baeijs, Baeyst, Bayst, Bayen, Bay, Bays, Bey, Beye, Beij, Beije, Beys. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse bern-naam. 2. Zie ook Baey.

Bayezt: (de familienaam van de in 2005 overleden Francis Bay) zie Bailey.

Baydu. Turkse naam die kan afgeleid zijn uit de betekenis: jongen, helper, vriend.

Bayon, Bayonnet, Bayenay, Bayenet: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bado; afleiding op -et. 2. Oudfrans baion, bayon: pijl van een kruisboog. Beroepsnaam van een baionier, bayonnier: boogschutter. 3. Zie Bâillon.

Bazel, de: Plaatsnaam Bazel in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen).

Bazelaire. Oudfrans badelaire, baselaire, Middelnederlands baselaer, baseleer: lang mes, dolkmes, kort gebogen zwaard. Beroepsnaam voor de wapensmid of de vechter. Frans Baudelaire.

Bazelmans, Baselmans: Waarschijnlijk reïnterpretatie van Bazeman. Afleiding van de Germaanse voornaam Baso.

Bazuin, Bezoen: Plaatsnaam (Drenthe): 1485 Bezueden, 1515 Besuen: bezuiden, van de familienaam Bezoen. Vergelijk Besuyen. 1763 Jan Jansz van Basoen = van Bazuin (vader van) Geert Jansz Bezoen, (en die woonde op Basuin/Basoen in) IJhorst, Overijssel.

Bazen: Vleivorm van de Germaanse voornaam Baso: Basinus.

Beaart: Spelling voor de familienaam Bejaert, van Beijaert. Middelnederlands bayaerd, beyaert, Oudfrans bayart ‘bruinrood paard’; zie ook Baaij. Vandaar het bekende Ros Beiaard.

Beaufort, (de): Verspreide Plaatsnaam (onder meer Nord, Pas-de-Calais, Somme, Meuse). 1595-1661 Pierre de Beaufort kwam uit Sedan (Ardennes) naar Nederland en werd burgemeester van Hulsterambacht.

Beaulen, (de) Beaulie. Deze familienaam komt bijna uitsluitend voor in de provincies Luik en Luxemburg. 1. De plaatsnaam Beaulieu komt in heel wat gebieden voor. Zelfs heel wat heerlijkheden in Vlaanderen heten zo. In dit geval een plaatsnaam. 2. Mogelijk een variant van Baillien. Zie aldaar.

Beauprez, Beaupré, Beelprez, Belprez. Familienaam vaar de plaatsnaam Beaupré (mooie weide) die in Wallonië vrij veel en die ook in Vlaanderen voorkomt.

Beaurain: Vanwege de homonymie zijn verschillende plaatsnamen mogelijk: Beaurains bij Atrecht (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen), Beauraing (Namen), Beaurin bij Kamerijk (Nord).

Beausart, Beaussart, Baeusaert, Beeuwsaert, Debeaussaert, Beauseart, Beeuwsaert, Beeusaert, Beazaer, Beazar, Baussart, Bausart, Bausard,

Bazard, Bazart: Plaatsnaam Beau Sart, Beausart; ‘mooie rode, mooi gerooid terrein’. Er zijn zeker drie plaatsen met die naam in Wallonië, namelijk in Bossut (Waals-Brabant), Steenkerque (Henegouwen), Biez (West-Brabant). En dan is er nog Beaussart in het departement van de Somme. Hieruit de West-Vlaamse familienaam Beeuwsaert, vanwege de Picardisch uitspraak van –eau, -ieau.

Beautrix, Beautry, Biétry, Bietry, Beltresse, Beltris, Biltresse, Biltris, Bilterest, Biltereyst, Biltereijst, Bilterijs, Bilterijst, Biltereyst, Biltereyst, Biltheryst, Biltrays, Bultereys, Bultreys, Bulteruys, Bultruys, Bulterijst, Bulterijs, Bulteryst, Bulterys, Bultereijs, Bultereyst, Bultrys, Bolterys. Moedersnaam uit de heiligennaam Beatrix, Beatrijs.

Bebelaar: Misschien de Duitse familienaam Bebler, Bäbler, uit de Germaanse naam Babilo, verkleinvorm van Babo?

Becknel, Beknel. Engelse familiemaam Bicknelle. Plaatsnaam Bickenhall, Somerset, of Bickenhill, Warwickshire.

Bequet, Becquet, Bequet, Beket, Beké, Béké, Béqué, Becké, Becquez, Becqué, Bequé, Becques, Becque, Becqwet, Beckett, Bechet, Pecquet, Pequet: Franse vorm van bec: bek. Vergelijk Bek.

Béacq. Beacq: Waalse uitspraak van Beaghe; zie Bage.

Béasche, Béatse, Beatse: Plaatsnaam Biache-Saint-Vaast (Pas-de-Calais), Biaches (Somme).

Béatre, Beitre, Beatre: Moedersnaam, van Beatrix?

Baeu boucher; Mooie slager. Familienaam Beaubouchez, Bauboucher (Nord)

Beaubigny. Plaatsnaam Beaubigny, Baubigny (Côte-d'Or, Manche).

Beauboire. Wellicht hypercorrect voor Bonboire.

Beaubois. Plaatsnaam Beau Bois in Halanzy, Luik; mooi bos.

Beaucamp, Beaucamps, Baucamp, Baucant, Boquant, Becam, Bécant, Beckandt, Beckand, Beekandt, Beauchamps, Beauchamp, Bauchant, Beauchampet, Bossan, Bossant: Verspreide plaatsnaam Beaucamp(s), Beauchamp(s): mooi veld.

Beaucarne, Bocarren, Bocaren, Baccarne, Becarnen, Becarne, Becarren: Plaatsnaam Beau: mooi - Picardisch carne/carme, Frans charme: haagbeuk.

Beauchataud. Plaatsnaam Beau Château: mooi kasteel.

Beauchesne. Plaatsnaam Beau-Chêne (Loir-et-Cher, Orne, Deux-Sèvres) en in Sosoye: mooie eik. Vergelijk Picardisch Beauquesne.

Beauclef, Beauclet, Bauclef: Waarschijnlijk variant van Beauclercq. Ondanks de familienaam Beauclavaud: mooie sleutel, lijkt het vrouwelijke woord defhier toch niet in aanmerking te komen.

Beauclerc, Beauclerq, Beaucler, Beauclair, Beauclaire: Bijnaam Beau Clerc: mooie klerk.

Beaucourt, Bockourt, Baucourt: 1. Verspreide plaatsnaam (4x Somme). 2. Eventueel bijnaam: mooi en klein (kort). Vergelijk Beaugrande.

Beaufaux, Boffa, Bofaas, Befaes: Plaatsnaam Beaufaux: mooie beuk. Beaufaux in Elzele (Henegouwen) en St-Denis.

Beaufay, Beaufays, Beaufayt, Beaufaijt, Baufays, Baufay, Baufaijs, Baufayt, Baufaijt, Beaugard, Baugard: 1. Moedersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bil-gard; 'zacht-gaard'.

Beaufils. Frans Beaufils: schoonzoon. Of letterlijk: mooie zoon.

Beaufort, de Beauffort, Beaufort, Beaufour, Bafort: Verspreide plaatsnaam (onder meer Nord, Pas-de-Calais, Somme, Meuse).

Beaugendre. Beau: mooi + verwantschapsnaam gendre: schoonzoon.

Beaugrand, Beaugrande, de, Begerem, Begrem: Bijnaam. Frans beau (et) grand: mooi en groot.

Bejean: Bijnaam Beau Jean: mooie Jan. Vergelijk Schoonjans.

Beaulieu, de. Plaatsnaam Beaulieu in Ferques bij Bonen en Grincourt-lès-Pas (Atrecht), Erneuville, Vilvoorde, Havre (Henegouwen) en verspreid in West-Vlaanderen.

Beauloi, Beaulois, Beauloy, Beauloye, Beaulois: Franse plaatsnaam Boulaie: berkenbos.

Beaumaikers, Beautnecker: Verfranste verschrijving voor Duitse beroepsnaam Baumhacker: boomhakker, houthakker.

Beaumaine. Plaatsnaam Beau Maine; mooie woning, woonplaats.

Beaumariage. Bijnaam Beau + Oudfrans mariage; echtgenoot getrouwd man.

Beaume, Buamen, Baume: Plaatsnaam. Waals borne: kuil, bijvoorbeeld Al Baume in Seraing (Luik), Baume in Haine-St-Paul (Henegouwen) en La Louvière (Henegouwen).

Beaumesnil, Beamenil. Plaatsnaam Beau Mesnil, van Latijn mansionile: woning. (Calvados, Eure, Vosges).

Beaumet, Beaumez, -Biaumet, Biaume, Biaumez, Biomez, Bajomez, Bajomé, Bajome, Bammez, Bammey, Bémé, Berné: Plaatsnaam Beaumetz (Pas-de-Calais, Somme). Frans beau + Oudfrans me, mez, van Latijn mansus: woning.

Beaumont, de, van, Beaumon, Baumont, Baumon, Biamont, Biemont, Bémong, Bémon, Bemont, Bemon, Bemong, Beumont, Bernant: Erg verspreide plaatsnaam Beaumont (als in Henegouwen, Nord, Pas-de-Calais, Somme).

Beaupain, Beaupin, Lebaupin: Frans beau pain: mooi brood. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Schoonbrood(t).

Beaupère, Belpaire, Belpeer, Beelper: Verwantschapsnaam beau-père: schoonvader, (wellicht ook) grootvader, vergelijk Middelnederlands schoonheere.

Beauport. Bijnaam Port is hier wellicht te begrijpen in de Oudfranse betekenis: houding, gedraging.

Beauprez, Beaupré, Beelprez, Belprez: Plaatsnaam Beaupré: mooie weide; onder meer in Gottignies (Henegouwen), Marchin (Luik), Grimminge (Oost-Vlaanderen), Brugge (West-Vlaanderen).

Beauquesne, Beauquenne, Bauquenne, Bauquene, Bauquaine, Bauquène: Plaatsnaam Beauquesne (Somme): mooie eik. Vergelijk Beauchesne.

Beauraing, Beaurain, Beauraind, Bearin, Beaurant, Beaurent, Beaurang, Biarent, Biérent, Bauraind, Baurain, Bauraing, Baurang, Bauraint, Baurant, Baurin, Baurins, Baurand, Baurant, Bauren, Baurens, Baurent, Baureng, Borin: 1. Plaatsnaam Beaurains bij Atrecht (Pas-de-Calais). 2. Plaatsnaam Beauraing. 3. Plaatsnaam Beaurin bij Kamerijk (Nord). 4. Sommige vormen met o-klank kunnen spellingvariant zijn van Borin.

Beauregard. Plaatsnaam Beauregard: mooi uitzicht. Plaatsnaam Bellewaerde bij Ieper, van Picardisch vorm Beaureward.

Beaurieux, Plaatsnaam Beau Rieu: mooie waterloop, mooie beek. Beaurieux (Aisne, Nord) en in Court-St-Et. (Waals-Brabant) en Heure-le-Romain (Luik).

Beaussart, Beausart, Beausaert, Debeaussaert, Beauseart, Beeuwssaert, Beeusaert, Beazaer, Beazar, Baussart, Bausart, Bausard, Bazard, Bazart: Plaatsnaam Beau Sart: mooie rode, mooi gerooid terrein. Beausart in Bossut (Waals-Brabant), Steenkerque (Henegouwen), Biez (Waals-Brabant); Beaussart (Somme).

Beaussillon. Beausillon. Reïnterpretatie van Bouchillon = Bosquillon.

Beaisire, Beausir, Bausire, Bausir, Bessire: 1. Bijnaam Beau sire: mooie heer. Vergelijk Schoonheere. 2. Eventueel Picardisch variant van Bausière.

Beautemps, Boutans: Bijnaam Beau temps: mooi weer. Bijnaam voor een vrolijk, opgeruimd mens. Vergelijk Laitem, Engels Fairweather.

Beautrix, Beautry, Biétry, Bietry, Beltresse, Beltris, Biltresse, Biltris, Bilterest, Biltereyst, Biltereijst, Bilterijst, Bilterijs, Bilteryest, Bilteryst, Bilterys, Biltheryst, Biltrays, Bultereys, Bultreys, Bulteruys, Bultruys, Bulterijs, Bulterijs, Bulteryst, Bulterys, Bultereijs, Bultereyst, Bultrys, Bolterys: Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Beatrix; 'gelukbrengster'. Via de varianten Biatrit, Biautris, Beautrit werd biau/beau als een ontwikkeling van bel opgevat.

Beauvais, Beauvez, Bauvais, Bauvez, Debeauvais, Biévez, Bievez, Bievet: Plaatsnaam Beauvais (Oise). Beauveser is afkomstig van Beauvais.

Beauval, Bauval, Bosval, Boval, Beaval, Biavat, Biava, Biéva, Bieva, Biveaux, Bivaux, Biva: Plaatsnaam Beauval (Somme): mooi dal.

Beauvallet, Beauvarlet, Bieuvelet, Bieuvlet, Bievelet, Bievelez: 1. Bijnaam. Frans beau valet: mooie knecht, dienaar, edelknaap, page, schildknaap. Let op de epenthetische r in Valet = Varlet, Bonvalet = Bonvarlet. 2. Eentueel Beau Vallet: mooi valleitje. Vergelijk De Belvalet, Belvalet(te).

Beauvent, Beauventre, Beauvant: Bijnaam Beau ventre: mooie buik. Naar de sieraden op de borst/buik. De vormen op -t zijn Waalse reducties.

Beauvillain, Beauvilain, Beauvillin. Bijnaam beau villain: mooie dorper. Of afleiding van plaatsnaam Beauville; vergelijk Duits Schôndorfer.

Beauvoisin. Bijnaam Beau voisin: mooie buur. Vergelijk Bonvoisin, waarvoor Beauvoisin wel een hypercorrecte vorm kan zijn.

Bebe, Beben. Vadersnaam. Bakernaam Bebe uit Babo.

Bebronne, Bebrone, Debebronne: Plaatsnaam Bebronne; rivier, in Charneux (Luik).

Becanus. De Latijnse humanistennaam van de Antwerpse medicus Joannes Goropius Becanus, namelijk Jan van Gorp van Hilvarenbeek.

Bécasse, Bégasse, Bégas, Begasse, Begas, Bagasse, Bagas, Barjasse, Pécasse, Pecasse, Pecas, Boecasse: Frans bécasse: snip. Bijnaam naar de vogelnaam. Vergelijk Sneppe.

Bécasseau. Afleiding van Frans bécasse; snip. Bijnaam of uithangbord.

Becco, Becko, Beckô, Beco, de Béco, de Beco: Plaatsnaam Beccoin La Reid, Luik.

Bech. Plaatsnaam Beck, Duits Bach; beek.

Béchamps, Bechamps, Bechamp: Plaatsnaam Béchamps (Meurthe-et-Moselle).

Béchard, Becha: 1. Franse vorm naast Picardisch Bécard; zie Bekaert. 2. Bijnaam. Afleiding van bec: bek.

Bechof, Bechoff. Plaatsnaam Bechof in Honhardt.

Becht, Bechtel: Vadersnaam. Korte vorm van de Germaanse naam Bechtold, van berht-wald, van Bertold.

Bechtold, Bechtoldt, Bechtolt, Bechtholt, Bechdolt, Bachtold: Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Bertold, Bertoud.

Bechu, Bochu, Béchoux, Bèchoux, Bechoux : Afleiding van Frans bec: bek. Betekenis gebekt. Bijnaam voor iemand met opvallende mond, grote mond (letterlijk of figuurlijk). Vergelijk Becude, Bécu(e): snip, eveneens naar de snavel, bek.

Becken, van der, den. 1. Plaatsnaam Becken in Uitkerke of Lissewege en Schoondijke. 2. Eventueel = Van der Beke.

Beckenhaupt. Volksetymologisch van Duitse bijnaam Beckenhaub: bekkenvormige helm.

Beckerich, Beckrich, Baickrich, Baikrich, Baikry: Plaatsnaam Beckerich.

Beckevoort, van, van Beckfort, (de) Becquevort, Becquevoort, Bequevort, Becqwort: Plaatsnaam Bekkevoort (Vlaams-Brabant).

Beckhoven, van: Plaatsnaam Bekhoven in Brecht (Provincie Antwerpen).

Beckman, Beckmann, Beck, Bek, Beek, Becks, Becking, Beckmann: Midden Hoogduitse vorm van Bachmann: Beekman.

Becquet, Bequet, Béquet, Beket, Beké, Béké, Bequé, Becké, Becquez, Becqué, Bequé, Becque, Becques, Becqwet, Beckett, Bechet, Pecquet, Pequet. Bijnaam afgeleid van het Franse bec: bek. Naar een of andere eigenschap.

Beckstedde. Plaatsnaam Beckstedt.

Becourt, Bicourt: Plaatsnaam Bécourt (Pas-de-Calais).

Becquelin, Beckelynck: Bijnaam, afleiding van bek.

Becquerel, Becquerelle, Béquerelle, Becrelle, Bécherel, Bécharel, Bescherel, Becquereau, Becqueiaux, Bécriau: Becquerel, -eau is de naam van verschillende watermolens, betekenis: prater, babbelaar (Pas-de-Calais, Nord), onder meer in Doornik (Henegouwen): 1101 de molendino Bécherel = 1206 Biekeriel. Ook in Ronse (Oost-Vlaanderen).

Becquevort. Provencaals Bekkevoort.

Becwort. 1Zie van Beckevoort. 2. Eventueel familienaam Engelse familienaam Beckworth.

Bécude, Becude, Becu, Bécue Bécu, Beccu, Becuwe, Bécuwé, Becuve, Beckwe, Beckw ée, Beckw é, Beckwee, Beeckwee, Beekwee, Bechu, Bochu, Bocude, Bouckhuyt, Bouckuyt, Bouckhuijt, Bouckuijt, Bouckhuit, Bouckuit, Bockuyt. Bijnaam naar de vogelnaam, Oudfrans becue, West-Vlaamse Becuwe ‘snip’. Bijnaam voor de vanger van. Of bijvoorbeeld iemand met een scherpe neus.

Beda. De naam kan zowel uit Bidart als uit Bidaut worden verklaard.

Bedaf, van: Plaatsnaam Bedaf in Baarle-Nassau en Uden (Noord-Brabant).

Beddegenoodts, Beddegenoots, Beddegenoote. Naam uit het Middelnederlandse beddegenoot: bed- of echtgenoot. Bijnaam. Misschien droeg zij de broek. 

Beddeghem, van. Plaatsnaam Bettegem in Zellik (Vlaams-Brabant)?

Beder, Bedert, Bedeer: Oude Occidentaalse naam van plaatsnaam Béziers (Hérault). Bedeur, zie Bodeux.

Bedet: Door verdoffing van de i uit Franse familienaam Bidet, verkleining van een vadersnaam. Bidoul, Bidard of Bidaud.

Beder, Bedert, Bedeer. Oude Occitaalse naam uit de plaatsnaam Béziers (Hérault).

Bedin. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse bad-naam, vergelijk Bedoin. Badinus.

Bednarz, Bednarek, Bednarski, Bednarczyk: Poolse beroepsnaam bednarz: kuiper. Bedoin, Beduin: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam bad-win 'strijd-vriend':

Bedore, Bedoret. Frans bec doré: gouden mond. Bijnaam voor een mooiprater, een welbespraakte. Vergelijk Guldemond.

Beduwé, Béduwé, Bedwue, Bedu: Verschrijving voor de Franse familienaam Bedouet, van Oudfrans bedoue: das. Bijnaam naar het dier. Vergelijk Das.

Beeckmans, Beeckman, Beekman, Beckmans, Beckman, Bekemans, Biekman. Familienaam uit de plaatsnaam Beek/Beke. Zeer verspreide plaatsnaam.

Beeghs, Biegs, Biegs. Misschien variant van Berg(h)s, met assimilatie re/tr.

Beek, (van); van Beeck, Plaatsnaam Beek (Gelderland, Belgisch-Limburg, Nederlands-Limburg, Noord-Brabant); ook oude naam van Hilvarenbeek (Noord-Brabant). Of uit Van der Beek.

Beek, van der, te(ter) Beek, Beeke, van der Beke, (van den) Bekke, Verbeek, Verbeeke, Verbeke: Verspreide plaatsnaam ter Beek, ter Beke ‘beek’.

Beekenkamp: Plaatsnaam Bekkenkamp in Holten, Overijssel.

Beeke, Beekes: Afleiding van beke. Zie van (der) Beek.

Beekhuijsen, Beekhuizen: Plaatsnaam Beekhuizen in Zevenaar (Gelderland).

Beekman, Beekma, Beekmans, Beeckman, Bekman: Afleiding van Van der Beek.

Beekwee, Beeckwee, Beckwee, Beckwe, Beckwée, Beckwé: Vlaamse uitspraak van Becquet.

Beeldemaker, de. Beroepsnaam van de beeldhouwer, schilder, graveur.

Beeldeman. Beroepsnaam van de beeldhouwer, beeldsnijder. Of een reïnterpretatie van Beleman.

Beelden, Beeldens, Belden, Beldens, Bildens: 1. Vadersnaam. Uit Belden, umlautsvorm van Balden, vleivorm van Baldwin, Boudewijn. 2. Zie De Belder.

Beele, Beelen, Beelens, Belens, Bele, Belen, Bèle, Beel, Beels, Beeils, Bielen, van der Beele, van der Belen, Verbeelen, Verbelen, Beelkens. Moedersnaam uit Bele, Isabele, Isabella, via Elysabel uit Elisabeth ontstaan. 2Korte vorm van Mabelie, Amabilia, Frans Mabille.

Beele, van der, van der Belen, Verbeelen, Verbelen: Moedersnaam Verbe(e)len: vrouw Bêle, Isabele. Van der Belen is een regressievorm.

Beelkens. Moedersnaam van meisjesnaam Bele; zie Beele(n).

Beeman, Beemans. Wellicht bedeman: belastingplichtige; ambtenaar die de beden of belastingen int.

Beemd, van den, van den Beemt, van de(den) Bemdt, van den Bemd, Beem, van, Beems, van den Bem, van den Bemt, van de(den, dem) Bempt, van der Bempden, van der Bemden, van der Bempden, van den Bempde, van (den) Bemde, van den Bemden, van der/den Benden, van der Ben, van der Bent, van Bemten, (de) Bent, Debempt, de Bend, Behm. Familienaam uit de plaatsnaam Beemd, alluviaal land aan een waterloop.

Beem, van, Beemen, van, van Beeumen, Verbeemen, Verbiemen. 1. Samentrekking van Bohemen. Familienaam uit de streek. 2. Mogelijk ook uit Beemd: zie daar.

Beemster, Beemsterboer. Plaatsnaam. Noord-Holland.

Been, Beens, Beenen, Beems: 1. Bijnaam naar het lichaamsdeel been, wellicht voor een kreupele of manke. Vergelijk Kortbeen, Langbeen. 2. Beroepsbijnaam van de slager, beenhouwer.

Been, de. Waarschijnlijk spelling voor Debien of Deben.

Beenhakker, Beenhakkers, Beenhacker, Beenakker, Beneker: Beroepsnaam van de slager. Vergelijk Beenhouwer.

Beenhouwer, de: Beroepsnaam van de slager.

Beenkens, Beentje, Beentjes, Beankens, Beonckens, Biunkens, Benekens, Benneken, Bennekens, Bienkenss: Variant van de Vlaamse familienaam Beenkens. Verkleinvorm van Been, bijnaam of beroepsnaam. 1. Vadersnaam. Been, van Bernhard. 2. Bij de bijnaam Been.

Beer, de(n), de Behr, (de) Beir, de Beire, de Beyre, Ber, Beerepoot: 1. Bijnaam naar de dierennaam, uit één of andere eigenschap. 2. Het kan ook naar de huisnaam zijn ‘In de beer’. 3. Beroepsnaam voor een berenleider (circus-, marktattractie).

Beerblock. Plaatsnaam, 1426 te Beerbrouc, Vinkt.

Beeren, Beerens, Beirens, Berens: Zoals Berens afleiding van de Germaans voornaam Bern(h)ard.

Beerendonk, van, Berendonk. Plaatsnaam Berendonk, Kempen.

Beerewoud; vadersnaam Berwalt, Barwold, de plaats Barwoutswaarder in Zuid-Holland.

Beerkens: Bijnaam. Verkleinvorm van de Beer.

Beerlings, Berling, Berlingin, Berlijn, Berlyn, Berlin, Berlink, Beerning, Beernink, Bernink, Bierlin, Borlyn, Beeren. 1. Vadersnaam afgeleid van de het Germaanse  Bernhart, Bernard, “ber’= beer of dappere strijder. Een vechtertje dus. 2. Eventueel plaatsnaam Berlingen (Limburg).

Beerman, de, Beermann, Bermans, Berman, Bermann, Bermane: 1. Middelnederlands berman: sjouwer, losser. 2. Zie Berman(s).

Beersman, Beersemans, Beesemans, Beesmans, Beirsmans: Afleiding van Van Beers.

Beers, Bers, Biers. 1. Afleiding van Van Beers (zie daar). 2. Afleiding van (de) Beer (zie daar). 3. Of variant van Beerts (zie daar).

Beers, van, van Bers, van Beirs, Beersmans, Beesemans, Beesmans, Biersmans: 1. Plaatsnaam Beers (Noord-Brabant) of Beerse (Antwerpen).

Beersel , van, van Biersel, Beerselmans. Naam uit de plaatsnaam Beersel (Vlaams-Brabant) of Beerzel (Antwerpen).

Beersma: 1. Friese vadersnaam. Afleiding van ber-naam, zoals Bernhard. 2. Afleiding van de plaatsnaam Beers (Littenseradiel, Friesland)

Beert, Beerts, Bert, Berth. Vadersnaam, verkorte vorm van een Germaanse Bert-naam (: schitterende).

Beerten, Beertens, Berten, Bertens, Bierten, Bertijn, Bertyn, Bartens, Barten, Barthen: 1. Moedersnaam. Be(e)rten kan een verbogen vorm (afleiding) zijn van Berte = Berta; zie Berte. 2. Be(e)rten(s) kan een vleivorm zijn van een Germaanse bert-naam; zie Beert(s).

Beest, van: 1. Plaatsnaam Beesd (Gelderland). 2. Plaatsnaam Geetbets (Vlaams-Brabant). 1389 tusschen Beest ende Halen.

Beeten, van der, Verbeeten, Verbeten, Verbeet. Familienaam uit de plaatsnaam Betuwe (onder andere in Tongeren, Limburg).

Beethoven, van. Familienaam mogelijk uit de plaatsnaam Betho in Tongeren.

Beets, Beetz, Biets, Bietz: 1. Vadersnaam. Afleiding van korte vorm van Germaans berht-naam. 2. Plaatsnaam Beets (Zeevang, Noord-Holland).

Befays, Befaijs, Befayt, Béfayt, Befahy, Debeaufay: Plaatsnaam Beaufays (Luxemburg): mooi beukenbos.

Beff, Debeffe, Debefve, Debaiffe, Debeef, Debeefe, de Beef: 1. Plaatsnaam Beffe, Bèfve in Thimister (Luik). 2. Eventueel plaatsnaam Baives (Nord), met verscherping v/f. Zie Debaive.

Begars: 1. Variant van Begaeres, van Frans Bigarré ‘veelkleurig, bont’. 2. Middelnederlands beg(g)aert, baggaert ‘lekenbroeder, lid van een vrije godsdienstige gemeenschap’, mannelijke tegenhanger van de begijn. Het woord kreeg een pejoratieve betekenis. Frans Begart ‘ketter, schijnheilige, gek’.

Bégault, Begaux: Oudfrans begalt, variant van begard: begaard; vergelijk Baggaert. Ook pejoratief: ketter, schijnheilige, gek.

Begelinger. Duits Beglinger, afleiding van de plaatsnaam Beglingen in Mollis-Glarus.

Begier. Zuidfranse familienaam Béguier, Vig(u)ier van Latijn vicarius: gerechtsdienaar.

Begin, van, den, van (den) Beginne, van den Begine, van Beguin: Naar de woonplaats bij de begijnen, het begijnhof of op een stuk grond dat aan de begijnen toebehoort.

Begné, Beignet, Begnet, Begne, Beigne. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Baginus (uit Bagin-hari). 2. Bijnaam uit het Oudfranse beigne: buil op het voorhoofd. 3. Beroepsbijnaam naar de naam van het gebak: beignet.

Begois. Misschien verkorte vorm van L'Aubegeois: iemand uit Albi, of Albigens, ketter.

Begon, Begond, Begones, Beghon: Bijnaam. Afleiding van bègue. Zie Lebegue.

Begthel: Wellicht vadersnaam. Van Duits Bechtold, dat is Berthold.

Begtoo, van: De naam verwijst niet noodzakelijk naar een plaatsnaam, want hij komt ook zonder ‘van’ voor.

Béguelin, Beguelin, Béghelin: Variant met –lin afleiding van Duitse familienaam Bege(le) van Bage, Midden Hoogduits bâgen: schreeuwend twisten, hard schreeuwen, zich beroemen op. Vergelijk B(eh)aeghe.

Béguin, Beghuin, Beguin, Begijn, Béguin, Beguin, Beguin, Beguint, Beghain, Begain, Bégain, Béghain, Beghin, Béghin, Beghijn, Begheijn, Begijn, Beghyn, Begyn, Beginne, Begine, Begheyn, Begeyn, Beghein, Begein, Baghein, Bagein, Boggyn, Boggijn: Bijnaam. Uit Oudfrans beguin ‘dwaas, gek’.

Béguinne, Begine, Begine: 1. Bijnaam, vrouwelijke vorm van Begin, Oudfrans béguin: dwaas. Zie Béguin. 2. Bijnaam voor een kwezelachtige vrouw, een begijn.

Behage: Bijnaam Bage voor een overmoedige, trotse, ingebeelde, ijdele. Van Middelnederlands werkwoord bagen ‘roemen’; Bijvoeglijk naamwoord, bagel ‘pronkerig’. De vorm Behage is hypercorrect en tegelijk een volksetymologische associatie met behagen, behaagziek.

Beharel, Beharelle, Bearelle. 1. Naam uit het Franse bihorel, bihoreau: reigersoort. Bijnaam voor iemand met lange benen. 2. Naam uit de plaatsnaam Bihorel (Seine-Maritime).

Beherman. Duits Behrmann, Beermann; Biermann, beroepsnaam van de bierhandelaar.

Beheyt, Beheyt, Beheydt, Beheyd: West-Vlaamse familienaam. Over Baheyt (met hyper-correcte h) van Baet, variant van Baiet: rosbruin, roodbruin, bruinrood. Bijnaam. Ook naam van bruinrood paard, vergelijk Baaij.

Behiels: Onduidelijk. Mogelijk een variant van Beels: zie Beelen.

Behn, Behncke, Behnke: Vadersnaam. Noord-Duitse korte vorm van Germaanse voornaam Bernhard.

Behogne, Bohogne, Debehogne: 1. Plaatsnaam Behogne, oude naam van Rochefort. 2. Romaanse vorm van Bohemen. 3. Plaatsnaam Bohan.

Behr, de. Bijnaam ‘de beer’. Duitse familienaam uit Wurzburg.

Beicht. Duits Beichte: biecht. Bijnaam voor de biechteling of biechtvader. Vergelijk Duits Beichter.

Beier, Beyer, Beyers, Beijer, Beijers, De Beyer, Beyers, De Beyre, Byers, Baier, Bayer, Bayers, Baert, Bayertz, Baijer, Bajer. Bijnaam voor iemand afkomstig uit Beieren.

Beignier, Binjé, Binje, Binie, Bigné, Bingé. 1. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bagin-hari. 2. Of verschrijving van Beignet. Zie bij Begné. De vorm Bingé is ook ontstaan uit een vondelingennaam (Brussel 1843)

Beijaert, Beyaert, Bejaer, Bejaert. 1. Zie Bayard. 2. Beroepsbijnaam voor de beiaardier, de klokkenspeler.

Beijersbergen. In Nederland komt naast Van Bergen Henegouwen ook Beijersbergen van Henegouwen voor.

Beijk. Wellicht variant van Beek.

Beinhardt, Beinaerdts, Beinaerts, Beynaerts, Beenaerdts, Beenaerts, Benaerts, Benaets: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam bain-hard; 'been-sterk': Beinhard. 2. Zie Benard.

Beintema, Friese vadersnaam Beint.

Beinsberger, Beynsberger, Beijnsberger: Afkomstig van Bensberg, Noordrijn-Westfalen.

Beiten. West Vlaams beite: ooi. Bijnaam. Vergelijk Schaap, Mouton.

Bejaer, Bejaert. Variant van Beyaert of van Frans Béjard. Of eventueel Béard?

Béjard. Franse plaatsnaam Beaujard: mooie gaard, mooie tuin.

 Bek, (de) Beck, Bec, Beckx, Bekx, Becks, Beks, (de) Becq, Becx, Bex, Beek, de Beeck, Beeck, Beeckx. 1. Bijnaam voor iemand die een grote bek opzet of voor iemand met een speciale mondvorm die op een bek of snavel lijkt. 2. Heel wat vormen kunnen varianten zijn van Beek, Van der Beke.

Bekaert, Békart, Béka, Beka, Bekaar, Beca, Becart, Becar, Beccaert, Becaert, Beeckaert, Beckaert, Becaas, Becquaert, Becquaer, Bequart, Beekaert. 1. Afleiding vorm van Van der Beke, zie Beke. 2. Romaanse afleiding van bec: bek. Bijnaam.

Bekbergen, van, van Beckbergen: Plaatsnaam Beekbergen (Gelderland).

Béke, Beké. 1.Zie Be(c)quet. 2. Mogelijk soms een verfransing van de naam Beke (en varianten).

Beke, Beken (van der), van der Bek, van der Becq, van der Becken, van der Beck, van der Beckem, (van der) Beque, (van der) Beeck, Beek, (van der) Beeken, Beeke, von der Becke, van de Beek, van der beck, van de Beck, van den Beek, van den Bekke, van den Beke, van den Beck, van den Becken, van den Becke, Vandrebeck, Wandrebeck, Wenderbeck, Verbeecke, Verbeecken, Verbeeke, Verbeeck, Verbeek, Verbecken, Verbecke, Verbeck, Verbecque, Verbecq, Verbeken, Verbeke, Verbèque, Verbeque, Verbeckt, Ferbecq, Vorbeck, ter Beek, Terbekke, Beekens, Beeken, Beken, Beeken, Beeke, Bekkens, Beeck, Beeckx, Beek, Beex, Becque, Becken, Becke, de Beke, Bêque, Bèque, Opdebeeck, Opdebeek, op de Beeck, op de Beke, op de Becq, Obtebeke, Opderbeck, Beeckman, Beeckmans, Beekman, Bekemans, Bekeman, Bekema, Bekkema, Bekhof, Bekke, Beckmans, Beckman, Biekman. Familienaam afgeleid van de zeer verspreide plaatsnaam ‘ter, Beek, Ter Beke; beek’.

Bekelaar, Bekelaer, Beeckelaers, Beclard: Ontronde vorm van Beukelaer.

Bekenes: Plaatsnaam Bekenes in (Utrecht).

Beker, Bekers, Bekersz, Beekkers, Beekers, Beekher, Bieker: 1. Bijnaam naar de huisnaam 'De Beker' of beroepsnaam van de bekermaker. Vergelijk Duits Becher(er). 2. Uit Bekaert(s).

Bekhoven, van Beckhoven: Plaatsnaam Bekhoven in Brecht (Antwerpen).

Bekkink, Garrit Bekkink ontgon een heideveld dat aan zijne landerijen paalde. Hij bouwde daar een huis, en richtte alles tot een nieuwe hoeve in, voor een van zijn zonen. Natuurlijk moest die nieuwe hoeve ook de ouden naam Bekkink dragen; ze was immers, als ’t ware, een uitvloeisel van het oude erve Bekkink, en werd ook door eeneBekkink bewoond. Maar ter onderscheiding noemde men het ene erve Oud-Bekkink, het andere Nieuw-Bekkink en ook deze namen gingen weldra op de bezitters van die hofsteden en op hun nageslacht als vaste toenamen over. Oud is ool Bekkink. Zo ook met Groot-Aysma, Klein-Donia, Oud-Hemminga en Ny-Hemminga, Olden-Banning en Nyen Banning, Nye–Manting, Ny-Hoving, Ny-Huising, Olden-Wening en Olden-Waving van de geslachtsnamen Banning, Manting, Hoving, Huising, Wening en Waving. Elders weer nevens Ool-Bekkink, Klein-Bentinck, Klein-Budding, Olde-Dubbelink, Klein-Starink en Klein-Ubbink de enkelvoudige namen Bekkink, Bentinck, Buddingh, Dubbelink, Starink en Ubbink.

Bekkum, van. Plaatsnaam, Bekkum, Overijssel, bij Hengelo.

Belpaume, Bellepaume, Belpalme, belpaeme, Belpame, Belpomme: Franse bijnaam Belle paume: mooie (hand)palm. Vergelijk Frans Bellemain.

Bel, Belmans, Belman, Bellen, Bellens. 1. Familienaam uit de plaats Geel-Bel (Antwerpen). 2. Zie ook Belmans, Bellin, Belle.

Bel, de: Bijnaam of beroepsbijnaam naar de bel van de bellenman, de omroeper.

Bel, van (der): Bijnaam naar de huisnaam ‘De Bel(le) als in Brugge’. Zie ook In de Belle.

Belaert, Beelaert, Beelaerts, Beellaert, Bielart, Biela, Belard, Belart, Bélart, Bellaert, Bellard, Bellaart, Bellart, Beldert: Bijnaam. Afleiding van het Middelnederlands werkwoord belen, bellen ‘blaffen, onaangename geluiden voortbrengen’, vergelijk Duits bellen ‘blaffen’.

Bélanger, Bélangé, Belange, Belamge, Bellanger, Bellangé, Bellange, Bellengier, Bellengé, Bellenge, Bellenger, Belenger, Bélenger, Balanger: Vadersnaam. Variant van Berenger met r//-wisseling. Vergelijk de Engelse famiienaam Bel(l)enger, Bellinger = Ber(r)inger.

Belboom. Een huis in Brugge heette in 1580 De Belleboom.

Belche. Duitse bijnaam. Middenhoogduits bëlche: waterhoen.

Belde, Beeldens: Vadersnaam. Belden, klankwijziging van een klinkervorm van Balden, vleivorm van Baldwin, Boudewijn.

Belder, van de. Waarschijnlijk variant van Van de Bielde, beïnvloed door De Belder.

Belderbos, Belderbosch. Plaatsnaam in Geel (Antwerpen?), Brunssum. Of Bellenbusch in Wuppertal?

Belderok: Picardisch belleroque. Samenstelling met Oudfrans roche, Oudpicardisch roke, roque ‘rots; slot, burcht op een rots’. Plaatsnaam Belleroche (Loire, Moselle).

(de) Belder, Belders, Bielders, (de) Belser, de Beelde, Beeldens, Beelden, Belden, Beldens, Belt, (van den); van de(r) Bilt, Beld, van de/den, Belde, Beldhuis, Befeldens, Befelden, Befelde, Goldenbeld. 1. Het Middelnederlands beelder betekent schepper, uitbeelder, beeldhouwer, schilder. In dat geval een beroepsnaam. 2. Beroepsnaam van de omroeper, de belleman. 3. Naam uit het Middelnederlandse bels: bijl. Beroepsbijnaam voor de smid, de wapenmaker.

Belderbos, Belderbosch. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Geel (Antwerpen).

Beldert: Vadersnaam. Germaans naam balth –hard ‘moedig –sterk’: Baldhardus.

Beleman, Belemans, Beellemans, Beelleman: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Bêle: Isabele.

Beleir, de: familienaam De Beleir, verschrijving van De Berlaer = van Berlaar. Plaatsnaam Berlaar (Provincie Antwerpen).

Belckx. Wellicht variant van Balks.

Belet: 1. Vadersnaam. Uit Robelet of Robillet, verkleinvorm van de Germaanse voornaam Robert. 2. Bijnaam Bellet, verkleinvorm van bel, beau ‘mooi’.

Belfroid, Belefroid, Bellefroid, Bellefroy, Beffroi, Balfroid, Balfoort, Balfhoudt, Bafort, Baffrooy, Baffroy, Baffrey, Bafroey, Bellfort, Belford, Beffort: 1. Vadersnaam. Ba(l)froid, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Balafrid, Balfredus. 2. Plaatsnaam Bellefroid (Provincie Luik) of Beaufort of Belfort. Bellefroid in Voroux-Roloux. Belfort van Franse beffroi, uit Oudfrans berfroi, dat uit het Oudnederlandse *bergfriþu "vredebewaarder", uit Oergermaans *bergan "bergen, bewaren" en *friþuz "vrede, bescherming". Via volksetymologische werd beffroi in de 13de eeuw omgevormd tot belfort, uit bel "klok" en fort "burcht, versterking".

Belge, Belgen, Belges. Vadersnaam. Bakervorm van de Germaanse voornaam Baldger. Vergelijk Belger(s).

Belgeonne, Beijonne: Bijnaam. Frans bel: mooi + Jone, dat is de vooornaam Jean: Jan. Vergelijk Jeannard=Jonnard, Schoonjans, Beaujean.

Belger, Belgers: Vadersnaam. Germaanse voornaam balth-ger ‘moedig-speer’.

Belgy, Belgey: Bretonse familienaam Beleguic, Le Belleguic, Le Belléguy, afleiding van Bretons Belec: priester.

Belhomme, Belhommet, Bel'Home: Bijnaam voor een mooie man; vergelijk Schoonemans, Duits Schonemann.

Beliard, Belliard, Bellia, Belliart, Beljaars, Beillard, Beilharz, Billiard, Billiaert, Billia, Bilia, Billart, Billard, Billla, Billat, Bellynck, Fries Bellinga, van de oude naam Belle (Belke).

Billas, Billast, Bilaer, Bila, Biard, Biar, Biart, Bia, Bias, Biya, Bya, Béard, Béart, Beard, Beart: 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam Biligardis, Billiardis, Beliardis; of vadersnaam. Biliardus, Beliardus. 2. Vadersnaam. Korte vormen van de Romaense vleivormen Robillard, Lambillard.

Belie, de: Variant van de familienaam De Bille. Plaatsnaam Oudfrans bille ‘boomstronk’.

Belien, Belie, Bélie, Beliën, Beliëns, Bilien, Biliën, Bielien, Bill, Bille, Billen, Billens), Bilen, Billenne, Bilenne: Moedersnaam, afleiding van de voornaam Belie, korte vorm van Mabelie, Frans Mabille, van Latijnse Amabilia of van Sebelie, van Sibilia.

Bélier, Belier, Bellier, Belly, Bellij: 1. Frans bélier: ram. Bijnaam. Vergelijk De Ram. 2. Bélier is de vondelingnaam van Hipolite Bélier, in 1817 gevonden in Cent aan een café in de Rue du Bélier, verkeerde vertaling van Raamstraat, begrepen als Ramstraat.

Belijn, Belijn, Belym, Beleyn, Belin, Beling, Blin: 1. Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse voornaam, misschien korte vorm van Robelin. Of Bratto is een variant van Bertin of Bénin. Belijn is de naam van de ram in Reinaert de Vos en die kan wel beantwoorden aan Bernardus, naam van de ram in de Isengrimus. In het Frans is Belin de traditionele naam van het schaap. 2. Zie ook Bellin.

Beljaars, Beljaards, Belien, Beliën, Bellaart, Beljers. 1. Moedersnaam, van Mabelie, Sibilia of Biligardis/Beliardis. 2. Vadersnaam van Beliardus. 3. Of van Franse namen als Robillard en Lambillard.

Bellau, Belleau. Plaatsnaam Belleau, Aisne, Meurthe-et-Mos. Afleiding van bel; mooi. Vergelijk Bellet.

Bell. Engelse familienaam. 1. Moedersnaam Isabel. 2. Bijnaam. Frans bel; mooi. 3. Engels bell; klok, bel. Bijnaam.

Bellaire, Belair, Belaire: 1. Plaatsnaam Bellaire (Luik) en in Cortil-Wodon, Dison (Luik), Marchin (Luik), Vaux-Chavanne. 2. Bel + Oudfrans hère: figuur, gezicht, gelaatsuitdrukking; Oudfrans bêle hère: bonne mine. Bijnaam.

Bellamy. Bijnaam bel ami; mooie vriend, geliefde.

Bellavia, Belliveau. Spaanse en Franse familienaam uit de plaatsnaam: mooie, liefelijke vallei.

Bellavoine, Balavoine: Plaatsnaam Belle-Avesne in Lattre-St. Quentin (Pas-de-Calais):

Ballaeingh, van. Waalse aanpassing van Bellingen.

Belle. Moedersnaam. Korte vorm van Isabel(l)e. 2. Korte vorm van Sint Beatrix, via Beltridis (vergelijk Biltris). 3. Eventueel van Elisabeth, Lijsbette, via Lijsbelle.

Belle, de, (de) Bell, Bel: Bijnaam of beroepsnaam naar de bel van de belleman, omroeper.

Van Belle, Vanbellen, Vanbelle, van Bellen. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Belle (Bailleul in Frans-Vlaanderen) of Denderbelle/Schellebelle, Bel in Geel, Antwerpen..Zie ook Bel.

Belle, in de: Huisnaam De Belle in de Lange Gistsraat in Middelburg. Zie ook van der Bel.

Bellebouche. Bijnaam voor iemand met een mooie mond, wellicht figuurlijk voor een mooiprater. Vergelijk Duits Schönmund, Frans Bellegueule.

Bellecoste. Belle Côte: mooie helling, oever. Plaatsnaam Bellecotte in Ecaussines (Henegouwen). 2. Plaatsnaam Bellecôte (Luik).

Belleflamme, Bellflamme, Belflamme: Bijnaam of huisnaam. Ook plaatsnaam in Grivegnée (Luik).

Bellefond. Plaatsnaam Belle Font; mooie bron. Vergelijk Duits Schonbrunn.

Bellefontaine. Plaatsnaam; mooie bron.

Bellegem, Belleghem, van; Bellegum, Belleghen, van Bellinghen: Plaatsnaam Bellegem (Kortrijk, West-Vlaanderen).

Belleguelle. Bijnaam. Belle gueule: mooie mond. Vergelijk Bellebouche.

Bellekens, Belquin. 1. Naam afgeleid van bel(le). Bijnaam voor de belleman. 2. Vadersnaam uit de voornaam Bellin. Zie daar.

Bellem, van. Plaatsnaam Bellem, Oost-Vlaanderen.

Bellems, Bellemans: Schouwse familienaam uit Bethlehems, naar het klooster Bethlehem bij Elkerzee (Middenschouwen).

Bellemans, Belmans, Belmanne, Bellmann, Bel. 1. Beroepsnaam voor de belleman, de omroeper. 2. Afleiding van Van Belle: zie Belle. 3. Afleiding van Bellin/Ballin. Zie bij Bellin. 4. Zie ook Bel. Ook afgeleid van de Schouwse familienaam Bellems, in de 16de eeuw ontstaan.

Bellemare. Moedersnaam. Belle Marie: mooie Maria.

Bellement. Verschrijving voor Belleman of Bellement. Bellement, zie Belmonte.

Bellemont. Plaatsnaam Belmont in Ethe. Bellement in 's-Gravenwezel. Belmont is ook een verspreide plaatsnaam in Frankrijk.

Bellems. Schouwse familienaam naar het klooster Betlehem bij Elkerzee.

Bellenhen, van, Bellenen, van. Variant van Van Belleg(h)em of Van Belling(h)en.

Bellenot. Plaatsnaam Bellenot, (Côte-d'Or).

Beler, Bellers, Beler: 1. Afleiding van bellen: met de bel luiden. Vergelijk De Belder 2. 2. Afleiding van bellen: blaffen. Bijnaam voor een lawaaimaker, twistzoeker, norse kerel. Vergelijk Duits Bélier.

Belleri, Bellery, Belery. Plaatsnaam; mooi beek.

Belleroch, Belderok: Oudfrans roche, Oudpicardisch roke, roque: rots, (ook) slot, burcht op een rots. Plaatsnaam Belle-roche (Loire, Moselle): mooie burcht op rots. Vergelijk Duits Schönfels.

Bellet, Belley, Bellez, Belette. Belet. Afleiding van bel, beau; mooi. Bijnaam.

Belletable. Belle Table? Beroepsnaam van de meubelmaker? Of Belle Etable: mooie stal?

Belleter, Billeter, Bileter. Variant van de Duitstalige familienaam Billeter, afgeleid van de plaatsnaam Bilten in Glarus (Zwitserland).

Bellevergue. Bijnaam Belle vergue: mooie roede (pénis). Vergelijk met zelfde betekenis Schoonteers:

Belleville. Plaatsnaam Belleville in Fronville, maar erg verspreid in Frankrijk.

Bellicourt. Plaatsnaam, Aisne. Vergelijk Bellecourt.

Bellièvre, Bellievre, Bellevre: Bijnam. Bel lièvre: mooie haas. Wellicht uithangbord. Vergelijk Franse familienaam Bellevrat.

Bellin, Bellend, Bellen, Bellinck, Bellyn, Bellynck, Bellings, Belling, Bellin, Bellink, Bellinkck, Bellincks, Bellinckx. 1. Vadersnaam, variant van Ballin, knuffelvorm van Baldwin, Boudewijn. 2. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bello. 3. Zie ook Belijn.

Bellinghen, van, Bellingen, van, van Bellinghem, van Bellinghe, van Belinghen, van Belingen. Familienaam uit de plaatsnaam Bellingen (Vlaams-Brabant).

Belois, van. Vermoedelijk vernederlandste vorm van Dubelloy. Zie daar.

Belot, Bellot, Bello, Belloo, Bellon, Belon, Belotte, Blote, Blot: 1. Vadersnaam. Korte vormen van Herbelot, Hubelot, Robelon enz., vleivormen op -elot, -elon van Herbert, Hubert, Robert enz. Vergelijk Billot. 2. Moedersnaam. Korte vorm van Isabelot, Isabelon.

Bellotto: Bijnaam. Zoals Bellotti een Italiaanse verkleinvorm van bello ‘mooi’.

Belois, (van), Belais: Wellicht vertaling van Frans Dubelloy, Dubellay. Plaatsnaam Belloy (Somme, Oise, Orne), Bellay (Seine-et-Oise). Romaans betuletum ‘berkenbos’.

Bels (de), Beels, Beils, Beyls, De Beys. Familienaam uit het Middelnederlandse/Oudsaksische bijl/bil/byl/bels (bijl/zwaard). Wellicht beroepsnaam van de maker van bijlen.

Belser: Variant van de Belder. Middelnederlands Beelder ‘schepper, uitbeelder, beeldhouwer, schilder’ of belder ‘bellenman’.

Belt, van de, den, der, van den, de Beld, van der Bilt: Oost-Nederlandse plaatsnaam Belt, Bilt ‘kleine hoogte, bult’, die we nog herkennen in vuilnisbelt. Plaatsnaam Belt in Wieringen (Noord-Holland), Brederwiede, Overijssel, Op de Belt in Bergen (Nederlands-Limburg), Bilt in Stevensweert (Nederlands-Limburg), De Bilt, (Utrecht).

Beltman: Afleiding met achtervoegsel –man van van den Belt.

Belva, Belval, Belveaux, Belvaux, Belleval, Belleveaux, Bellevaux, de Belvaux, de Belva: Plaatsnaam Bellevaux of in Limburg; Belvau(x) in Resteigne, Belva in La Reid, Leers-Nord.

Belz. Vadersnaam. Duits Bälz, Balz, korte vorm van Balthasar of oud Bal(d)zo van een Germaanse bald-naam.

Belzen, van; van Belsen: Plaatsnaam Bilzen (Belgisch-Limburg)?

Bemden, van (den), van den Bend, (van der) Bent, van der Ben: Plaatsnaam Beemd ‘weiland, alluviaal land aan een waterloop’.

Bemel, Bemels, de Bemels: Plaatsnaam Bemel in St.-Pieters-Woluwe.

Bemelen, van, Bemelmans, Bemeler. Familienaam uit de plaatsnaam Bemelen (Nederlands-Limburg).

Bemelmans: Afleiding Van van Bemelen. Plaatsnaam in Nederlands-Limburg.

Bemindt. Bijnaam voor een geliefde. Vergelijk Bienaimé.

Bemmel, van, van Bemmelen: Plaatsnaam Bemmel (Vlaams-Brabant, Gelderland).

Bemst, van der. Wellicht variant van Van Binst.

Bemus, Bemis: Volksnaam van de Bohemer, uit Bohemen (Tsjechië). Behm is een Duits dialect ontronde vorm van Böhm: Bohemer. Bemus, van Latijn Bohemus of van Bohmisch. Bemis komt in Antwerpen in de 16de eeuw naast Beemers voor.

Benard, Bénard, Benart, Benaert, Benaerts, Beenaerdts, Beenaerts, Bennaerts, Bennaers, Bennaars, Bennar, Besnard, Besnehard, Beunaerts, Beinaerdts, Beinaerts, Benaets, Benats, Benat, Bénade, Benaden, Benade, Benaest. Vadersnaam, variant van de Germaanse voornaam Bernhard.

Benauw, Benaut, Benou: Door assimilatie rn van nn uit Bernau(w) uit de Germaans naam Bernwald, Bernoud. Maar Bernauw kan door omkering van volgorde van klanken ook ontstaan zijn uit Bruneau ‘de bruine’:

Bendegem, van; van Bendegom: Plaatsnaam Bennekom (Gelderland), eerder Benninkheim verschilt slechts in naam van het Friese dorp Bingum, dat is Binningheim.

Benders, de, de Bendere, Beenders, Benders: 1. Beroepsnaam van de (vat)binder, kuiper, vergelijk Duits Fassbinder. 2. Hij die boeit, knevelt.

Bendermacker. Noord Duitse vorm van Duitse beroepsnaam Bendermacher; hoepelmaker.

Beneden, van,vVan Benden, van Beneen, van, Benëen Beneder, Benee, Bené, Benéé: Zonder van- aanloop uit Van Beneden. Naar de woonplaats ergens beneden, in de laagte.

Benedict, Benedictus, Benedickt, Benedic, Benedikt, Benedikt, Benedix, Benedek, Benedetti, Benedet, Benedetto: vadersnaam. Latijnse Sint Benedictus; 'de gezegende'. De voornaam Benedictus was in onze streken vrij zeldzaam. Vanaf 1157 trad hij sporadisch op.

Beneking. Vadersnaam. Afleiding van Been, bakervorm van Bernard. Zie Beekens, Behn.

Benens, Benen, Beneens: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Bernhard.

Benéré. Wellicht Oudfrans beneuré, Frans bienheureux: gelukkig.

Benet. Vadersnaam. Franse afleiding van de Germaanse voornaam Bernhard.

Beneton, Benneton, Benetton: 1. Vleivorm van Benêt. 2. Van Oudfrans bane, Frans benne: rieten mand, korf. Beroepsnaam.

Bénicourt, Benicourt: Plaatsnaam Bennecourt (Seine-et-Oise).

Bénistant, Benistant. Franse bijnaam Benestant; behoorlijk, beschaafd, fatsoenlijk.

Bénit, Benito, Bény, Beny, Benie, Beni, Bénis, Bénit, Benijts, Benyts, Beniest, Benist: vadersnaam. Romaanse variant van Benoît, van Sint Benedictus.

Benjamin, Benjamins, Benjamens, Benjaminsen, Benjaminssen, Benjaminson, Penjanin, Benjaminsz, Bens. Bijbelse naam Benjamin; zoon van het geluk. Ook de jongste kind van het gezin.

Benn, Benne, Bennes, Bens, Ben: 1. Vadersnaam. Germaanse bakernaam met assimilatie rn/nn uit Bernhard of andere bern-naam. Vergelijk Beyn, Behn, Beenkens. 2. Eventueel bijnaam naar de benne of mand. Beroepsnaam voor de mandenvlechter of visser.

Benneau, Benault, Benaut, Benieaux, Benniaux, Beyney, Benauwt, Benouwt, Benout: Vadersnaam. Variant van Bernau(s), Bernaut, Bernauw, door assimilatie rn/nn (vergelijk Bernard/Benard, Bernier/Benniers). Bernau kan evenwel ook een variant zijn van Brunau, door klankverandering.

Bennebroek. Plaatsnaam, Noord-Holland, Benningbroek, dorp in Noord-Holland en Benningbrough, dorp in Yorkshire, Engeland.

Benninghusum, dorp in Noord-Friesland; Bennighofen, dorp by Rotenburg in Hanover; Bennington, in Hertshire, Engeland, enz. En van deze plaatsnamen is op hun beurt weer de geslachtsnaam Van Bingum ontleend.

Bennekom, van. Plaatsnaam Bennekom (Gelderland).

Benner. Duitse beroepsnaam van de maker van bennen, rieten korven.

Bennert. Vadersnaam. Duitse variant van de voornaam Bernhard.

Bennesteker. Beroepsnaam van de mandenvlechter. Het werkwoord steken en het gereedschap steker komen in het mandenmakersberoep voor.

Bennetsen, Bennedsen: Vadersnaam. 1. Berndsen, zoon van Bernard. 2. Zoon van Bennett.

Bennett. Vadersnaam. Engelse vorm van Franse voornaam Benoît, Latijn Bene-dictus.

Benist, Beniest: Door omkering van volgorde van klanken uit Beniets, Benijts, afleiding van Bénit, Romaanse variant van Benoît, de heiligennaam Benedictus.

Bénit, Benito, Bény, Beny, Benier, Benirr, Beni, Benis, Benit, Benijts, Benyts, Beniest, Benist. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van Benoît (heiligennaam Benedictus).

Benne, Bennema, Binnema: Vadersnaam. Friese afleiding van Benne, Binne, van Benno, bakervorm van een Germaans bern-naam, zoals Bernhard,

Bennik, Benniks, Benning, Bennings, Benninck, Bennink, Benningh, Benninge, Bennigsen, Benningsen, in Friesland Benninga, Bennenga, Bennema, Bennen, Bennes, Bensz, Bens, in Engeland Benson: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse bakernaam Benne.

Benning, van der, Benningen, Benninga, Benningh, Bennink, Bening, Bennigshof. Plaatsnaam Benningen am Neckar.

Benoit, Benoidt, Benois, Benoist, Benoij, Benoy. Benoye, Benoey, Benooit, Benoot, Benoodt, Binoit, Binois, Binoye, Binoir. 1. Vadersnaam uit de Franse vorm van de heiligennaam Benedictus. Benoo(d)t is de typisch Vlaamse vorm. 2. De Waregemse voorouders van Peter Benoit heetten evenwel Mannoot. Een verschrijving leverde Benoit/Benoot op. Mannoot komt uit de Germaanse voornaam Manoud (zie Maenhout).

Benony, Benonit: Bijbelse voornaam Benoni; 'zoon van mijn smart', aanvankelijk de naam van Benjamin, hem gegeven door zijn stervende moeder.

Benoorden. Naar de woonplaats benoorden een plaats.

Bens, de. Onduidelijk. Zoon van De Ben? Of uit Bens, met secundair lidwoord?

Bensberg. Plaatsnaam in Duitsland.

Bensch. Duitse familienaam Bentsch uit de voornaam Benz. Zo ook Bensel, Benselin.

Benschop, van. Plaatsnaam in Utrecht.

Bentinck, Bentin, Benting, Benthin, Benten, Bente, Bentinck, Binten, Benthein, Bentein, Benteyn, Beintein, Bent, van den, der, Bant, Bintein, Langebent. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Bernhard of van Sint Benedictus, vergelijk Deense vorm Bent.

Benon: Vadersnaam. Afleiding van voornaam Benoît, Bendictus.

Benson, Benzon: Engelse vadersnaam. Zoon van Benn(et): Benedictus.

Benski: Vadersnaam. Slavische afleiding van Benedictus.

Bentem, Benthem, (van), van Benten, Bentum, van: Plaatsnaam Benthem (Noord-Brabant) of Bentheim (Nedersaksen).

Benthuys, Benthuijs. Plaatsnaam Benthuizen, Zuid-Holland.

Bentschap, Benschop: Plaatsnaam Benschop (Utrecht).

Benvuto, Benvuti, Benvuta. Vaders-, moedersnaam. Itaaliaanse Benvenuto; de welkome.

Benz, Benzen, Bentzen, Bentz, Bentsen, Bents: Vadersnaam. Alemannische vleivorm van de Germaanse voornaam Berthold, soms Bernhard.

Beral, Berael, Brall, Bral, Brals, (de) Brael, de Braal, Braele, Braël, Braële. Vadersnaam uit het Franse Béral, Berault, Béraud. Dit zijn Romaanse vormen van de Germaanse voornaam ber-wald.

Béraud, Béreau Béreaud, Bereau, Bereuax, Bériaux, Bériau, Beriau, Beriaux, Bérieau, Beraude, Beraud, Berauld, Berault, Beraux, Berhaut. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ber-wald.

Berber, Barben, Berbers, Berbée. Berber; in het buitenland geboren, vreemdeling.

Berckmoes, Berkmoes, Verberckmoes, Verberkmoes: Plaatsnaam Berkmoest. Een most is een plaats waar mos groeit, een drassige plaats bij een berk. Berenfeld, Bernfeld, Vergelijk Duits Barenfeld, van plaatsnaam Barenvelde. Vergelijk (van) Barneveld.

Beral, Berael, Brall, Bral, Brals, (de) Brael, de Braal, Braele, Braël, Braële: Vadersnaam, van Frans Béral, Hérault, Béraud, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam ber-wald; 'beer-heerser': Beraldus.

Beraldin. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Berwald.

Beraldo. Vadersnaam. Italiaanse vorm van Germaanse voornaam Berwald.

Bérard, Beraerts, Beraets, Beraet, Berat, Bera, Berra, Beyra, Beirhaert, Beuraert, Berardi, Berardo: Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-hard; 'beer-sterk': Ber(h)ardus.

Béraud, Béreaud, Béreau, Beraux, Bereau, Bériaux, Bériau, Beriaux, Beriau, Bérieau, Beraude, Beraud, Berauld, Berault, Beraux, Berhaut: Vadersnaam. Germaanse voornaam ber-wald; 'beer-heerser'. Vergelijk Berwouts, Beral, Berode.

Berce, Berche, Bercet, Bercé, Bercez: Oudfrans berche, Waals berce, van bercet: wieg. Beroepsnaam.

Berchum, van; Berchem, van, van (den) Berghem, Berghems: Plaatsnaam Berchem (Provincie Antwerpen, Oost-Vlaanderen), Berghem (Noord-Brabant). 1300 Ostonis de Berghem. Of variant van Van Berkum. Van den Berghem kan ook wel een variant zijn van van den Berge(n).

Berchier. Beroepsnaam. Variant van Bergier; zie Berger: herder.

Berck, Berk, Berke, Berque, Bierque, Bercq, Berks, Berx, Berckx, Bercx, Berken, Berkens, Bierkens. 1. Vadersnaam uit een Germaanse ber-naam, Bericho, Birico. 2. Familienaam naar de plaatsnaam Berk, naar de boom. Vergelijk Birk(en). Of plaatsnaam Berck-sur-Mer (Pas-de-Calais).

Berck, van de(den, der), van der Berk, van der Berken, van der Berk, van der Bercq, Verberckt, Verberkt, Berkmans, Berkman, Berckmans,

Berckman, Berquemanne, Berqueman, Baerckmans, Barkman. Familienaam uit een plaats waar berken groeiden.

Berckelaer, van, Berckelaere, van, van Bercklaer, Berckelaers. Familienaam uit de plaatsnaam Berkelaar in Echt (Nederlands-Limburg), Kontich (Antwerpen), Asse (Vlaams-Brabant) en Sinaai (Oost-Vlaanderen).

Berckmoes, van der Berkmoes, Berkmoes, Verberckmoes, Verberkmoes. Familienaam uit de plaatsnaam Berkmoes: Een most is een plaats waar mos groeit. Een berkmoest is een drassige plaats bij een berk.

Berckt van de,(den, der), van den Bercht, Verberckt, Verberck, Verberkt, Verbercht, Verberght, Verbergt, Verberdt, Verbert. Uit de plaatsnaam Berkt: berkenbos. Er is zelfs een dorp Berkt (Noord-Brabant).

Bercoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voor