Verklaring van achternamen E

E.

Easton. Frequente plaatsnaam (Engeland).

Eastwood: Engelse plaatsnaam Eastwood (Essex, Nottinghamshire).

Ebbecke, Ebberink, Ebbinga, Ebbinge, Ebbink, Epping (ook in Engeland, Epping forest) Epping, Eppinga, Eeling, Elink, Elinga, Elenga, Ebbes: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Ebbe, Eppe, Eppo, Ebbert, Egbert. Of van Everhard, vergelijk Eppe.

Ebel, Ebele, Ebels, Ebeling, Ebling: Vadersnaam, afleiding van Germaanse voornaam Egbert, Ebbert.

Ebbelink, Ebbeling, Ebbink. Inga (= van het volk van) vadersnaam uit de Germaanse voornaam Ebben, Eben, Ebel (= speer). Zie ook Hebing

Eben, Ebens, Ebben, Eeben, Ebend, Eyben, Eijben. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Egbrecht of Eberhard. Of uit Eibert (agil-berth: Egibert). 

Eber, Ebers: 1. Duitse bijnaam naar de diernaam, de ever. Eventueel huisnaam: 2. Vadersnaam. Korte vorm van Eberhard.

Eberhard, Eberhardt, Eberhart, Eberhaerd: Vadersnaam. Duitse vorm van de Germaanse voornaam Everhard. Zie Everaert(s).

Eberle, Eberlein. Vadersnaam, afleiding van Eberhard.

Ebert, Ebers, Ebbers, Ebberink, Ebbes, Ebert, Eberson, Hebertz, Hebert, Hébers, Hébert, Ebbert, Ebbers, Egbert, Egbertszoon,  (zoon van Egbert) Eighbrecht, Hechbrecht, Ecabert, Hebberecht, Hebberechts, Hebbrecht, Hebbrechts, Egberghs, Eijbersen, Eyberg, Albert: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-berht ‘zwaard-schitterend’: Eg(ge)bertus. Zie ook Egbers.

Eberwijn, Ebroin: Vadersnaam. Germaanse voornaam ebur-win 'ever-vriend':

Ebinger. Uit Ebingen, Duitsland, of Ebing, Beieren.

Ebo, Ebode, Ebbo. Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-bodo; zwaard-bode.

Ebraerts, Ebraert, Ebrard. Vadersnaam. Germaanse voornaam Eberhard.

Ebrant. Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-brand 'zwaard-zwaard': Ag(i)brandus, Ecbrandus.

Ebremar, Ebremare. Vadersnaam. Germaanse voornaam ebur-mêr 'ever-beroemd': Ebremarus, Evremarus.

Ecarnois, Ecarnot: Waals è: in + plaatsnaam Carnoit: haagbeukenbos. Vergelijk Carnoy.

Echache. Middenfrans eschace, Frans échasse: kruk. Bijnaam voor iemand die op krukken loopt. Vergelijk Schaets.

Echelpoel, van, Echelpoels, van Eggelpoel, van Eccelpoel, van Ecelpoel, van Eckelpoel, van Eecelpoel, van Aggelpoel, Eggelpoels, Ekepoels. Familienaam uit de plaatsnaam Echelpoel (poel met echels (bloedzuigers)) in Bouwel, Duffel, Wommelgem, Reet (Antwerpen).

Echement. Middenfrans, Middelnederlands achemant: bevallig, aantrekkelijk, charmant. Bijnaam.

Echeverria, Echeverri, Echevarria, Etcheverry: Baskisch Etchaberri: nieuw huis, van Xaverius.

Echevin, Echevins, Héchevin, Leschevin, Lechevin: Beroepsnaam. Frans échevin: schepen. Vergelijk Schepens.

Echt Van, Van der Hecht. Familienaam uit de plaatsnaam Echt (Nederlands-Limburg). 

Echteld, van. Plaatsnaam Echteld (Gelderland) of Hechtel (Limburg).

Echterbille, Exterbille: Middelnederlands achterbillen: billen, achterste. Bijnaam naar het lichaamsdeel.

Echtermeijer. Nederduits Echtermeier: de achterste meier, zetboer.

Eck, Ek, Ekx, Ex, Eckes, Ehx: 1. Vadersnaam. Korte vorm van bijvoorbeeld Eckehart. Vormen op -x/-s zijn afleidingen. 2. Duitse plaatsnaam Eck(e): hoek; ook Middelnederlandsegge, ecke: hoek.

Eck, van. Plaats Eck en Wiel, Buren. Eck van Oudnederlands eki; wagenspoor, de route langs de Rijn.

Eckelmann, Eckelmans, Ekkelmans: 1. Vadersnaam. Afleiding van Eckel, van een agi-naam, zoals Egbert, Eckhard. 2. Variant van Eckermann, -mans (r//-wisseling). 3. Variant van Ekelmans; zie Eykerman.

Ecker, Eckers, Ekkers. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam agi-hari; zwaard-leger. Agiharius, Acharius. Eventueel variant/afleiding van Eckert.

Eckhardt, Eckardt, Ekart, Ekardt, Ekard, Ecker, Eckert, Ekkart, Ekhart, Ekkert,  van Ekke, , Eekhardt, Eckringa, Eckhardinga: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-hard ‘zwaard-sterk’: Aghardus, Achardus, Eckardus, Ekhart, Ekkehart, Echart, Eckart

Eckl. Vadersnaam. Afleiding van een agi-naam, zie Eckelman, 1.

Eckeman, Eckemans, Eckman, Eckmann: 1. Variant van Eekman, Eykman. 2. Vadersnaam. Afleiding van bakervorm van Germaans agi-naam.

Eckermann, Eckermans, Ekkerman, Ekierman: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Egger, Ecker. 2. Alleen als Duitse familienaam: die woont aan de Ecker, een riviertje in het Harsgebergte. De secretaris van Goethe heette Joh. Peter Eckermann (1792-1854). 3. Variant van Eykerman. 4. Variant van Ackermann, Ackermans. Vergelijk Van den Ecker.

Eckersberg. Plaatsnaam, Beieren.

Eckstein, Ekstein, Eksteen, Exsteens, Exsteen, Exteen, Eksztejn, Eksztajn: Duitse plaatsnaam Eckstein: hoeksteen, vooruitspringende rots. Maar ook Middelnederlands ecsteen, eggesteen: hoeksteen.

Edelaar: Vadersnaam. Germaanse voornaam athal-hari ‘edel-leger’: Adelarius.

Edelenbos: plaatsnaam? Misschien hypercorrect en volks etymologisch uit Elenbaas.

Edelman: 1. Bijnaam voor een edelman. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam athal-man ‘edel-man’: Adalman(nus).

Ede, (van), van E, van Ee, van Eden, van Eeden, van Eeten. 1. Naam uit de plaatsnaam Ede (=hede of heide), of Ede (Eede bij Aardenburg, deze uit de riviernaam de Ee). 2. Zie ook bij Heede (van) der.

Edens, Edes, Edema, Eding. Vadersnaam. Afleiding van Germaans adel/edel-naam.

Edom, (van), van Egdom, van Eldom. Familienaam uit de plaatsnaam Egdom in Scherpenzeel (Gelderland) of Eidum (Sleeswijk-Holstein). De familienaam komt vooral in Utrecht voor.

Edwards: Vadersnaam. Germaanse voornaam, Oudengels. Eadweard ‘beschermer van het erfgoed’.

Ee, van, Van E, Vane: 1. Waternaam Ee ‘water’. De Ee (West-Vlaanderen, Zeeland) 2. Zie van Hee, Heede (van) der. 3, Zie ook Ede Van.

Eeckelmans: Afleiding van van Eekelen.

Eeclo, Eecloo, van Eecloo, Eeckeloo, Eekeloo, Eeckloo, (van) Eeckeloot. Familienaam uit de plaatsnaam Eeklo (Oost-Vlaanderen).

Eeckt, van der: Plaatsnaam (ter) Eekt ‘eikenbos’.

Eefting, Eeftink, Effting, Eefsting. Adresnaam.

Eeghen, van, Eegen, van, van Negen, van Heeghe, van Heghe, van Heghen, van Hege, van Hhegen: Plaatsnaam Egem (West-Vlaanderen).

Eek, van; van Heeke: Plaatsnaam Eke (Oost-Vlaanderen) of Eke (Eecke, Frans-Vlaanderen). Of verkort uit van der Eke ‘van de Eik’. Zie van der Eijk.

Eekelen, van, Eikelen: Plaatsnaam E(e)kel, eikel ‘eik’, bijvoorbeeld in Wezemaal (Vlaams-Brabant). Of door wisseling van de liquidae r/l uit van Ekeren.1465 Jan van Eekele, Hulst.

Eekelers, Eekeleers, Eekelaers, Eekelaert, Eeklaer, Eeckeleers, Eeckelers, Eeckelaert, Eeckelaerts, Eeckelaer, Eeckelaers, Iekeler, Yekeler. 1. Gezien de geografische verspreiding wellicht uit de plaatsnaam Eeklo. 2. Variant van Eyken Van der. Zie daar. 3. Of uit Heckelers. Zie daar. 4. Of uit de plaatsnaam E(e)kelaar: eikenboom.

Eelke, Eeltjes, Eeltiges, Eelking, Eeelco, oorspronkelijk Ele, Edele, Athal): 1. Vaders-, moedersnaam. Afleiding van een athal-naam 'edel'; vergelijk Elen(s). 2. Vadersnaam. Afleiding van Bijbelse voornaam Elias.

Eekhoorn, Eichorn. Genoemd naar het dier vanwege bepaalde eigenschap.

Eekhout, Eekhoud, (van den) Eeckhout, Eeckhoud, van Eechoud, Eekhoudt, Eekaut, Eekautte, Eeckhoudt, Eeckhoute, Eeckhoutte, Eeckhaut, Eeckhaute, Eckhout, Eeckhautte, Eeckhaud, Eeckhaudt, Eekenhout, Eijkhout, Eikenhout, Eeckhaoudt, Eechhoute, Eechhout, Eechhoudt, Eechhaudt, Eechaut, Eechhautte, Heeckhout, Heckhout, Heeckhaut, Heekhaut, Heeckhoute, Eckhaut, Eckhout, Eckhoudt, Ecoudt, Eeckaut, Eyckenhuts, Van (den) Eekhaut, Eekhoudt, van (den) Eeckhoutte, Eeckhoute, Eeckhout, Eeckhoutte, Eekhoutt, Eekhoutte, Eeckhoudt, Eeckhoidt, Eeckhoit, Eeckhau, Eeckaute, Eeckhaut, Eeckhaudt, Van (den) Eechaute Eechout, Echaut, Eechoutte, Eechoute, van Eeckkout, van Ecckhout, van Eckhout, Eckhoudt, Eckhaut, van Eeckaute, van Eekaute, van Eeckhaudt, van Eechkout, van Heeckhaute, van Heckhoutte, van Heckoutte, Vanékaut: Erg verspreide plaatsnaam Eekhout, Eikenhout ‘eikenbos’.

Eekma. Friese vadersnaam uit de voornaam Eke (verkorting van het Germaanse agi) en ma (: man). 

Eelaart, van den: Plaatsnaam Edelare (Oost-Vlaanderen)?

Eelderink: Ook Eldering, Elderink. Vadersnaam. Afleiding van Eelder, Germaanse voornaam ald-hari ‘oud-leger’.

Eelen: Ook Elen. 1. Moedersnaam Germaanse voornaam Adela, Edele. 2.Vleivorm van de Germaanse voornaam Aleit, Adelheid.

Eelkema: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Eelke, vleivorm van Germaans edel-naam. Ook wel verkleinvorm van de Bijbelse voornaam Elias.

Eels, Eelsen, Eelsing, Elsensohn: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse adel-naam. Eels, van Edels; vergelijk Edel 1.

Eelsing: Vadersnaam. Afleiding van Germaans edel-naam.

Eeltiges, Eeltink: Vadersnaam. Afleiding van Eeltjes en afleiding van Germaanse adel-naam.

Eeman: Afleiding van van Ee.

Eemeren, van, van Eijmeren. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Emmeren in Berlingen (Gelderland), Hoepertingen (Limburg) of Eimeren in Elst (Gelderland). 2. Er was onder andere in Brussel op de Markt een huisnaam De Emer; emmer. Mogelijk ook huisnaam. 

Eename, van, Eenaeme (van), van Eenennaam, van Eenarme. Volksetymologische vervorming van van Eename. Plaatsnaam Ename bij Oudenaerde (Oost-Vlaanderen).

Eenaerts, Eennaes, Eenhaes: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Aginhard of Einhard: Aginardus, Einhardus, Enardus. Duits Einhart. 2. Variant van Hennard.

Eenens, Eeninckx. Vadersnaam uit een Germaanse agin- of ein (bijvoorbeeld Einhard) –naam.

Eenige, van: Plaatsnaam Eningen (unter Achalm) (Baden-Württemberg).

Eeno, van, Eenoo, van, Vereeno, van Eeenooghe, van Eenhooge, van Eeenhooghe, Vereenooghe, Vereenhoghe: Plaatsnaam ter Eenode ‘woestenij, woest land’, Duits Einöde.

Eepoel, van. Verbastering van Van Leempoel:

Eerdekens. Vadersnaam van Aerdekin, afleiding van Aart, Germaanse voornaam Arnoud. Eventueel moedersnaam.

Eerden, van. Plaatsnaam Eerde, Veghel.

Eerdenburg, Eerdenburgh, van: Plaatsnaam Aardenburg (Zeeland).

Eerdewijk, van: familienaam vooral in Noord-Brabant. Wellicht een Noord-Brabantse plaatsnaam.

Eerebout, Errebau, Heerebout, Heerebaut, Herrebauts, Herrebaut, Herrebout, Herreboudt, Heirbaudt, Heirbaut, Heirbout, Heirebaudt, Heirebaut, Heerebout, Herbout, Erbout, Herbauts, Herbaut, Herbau, Herbault, Herbaux, Herbe, Herbost, Herrebosch, Herbosch, Hierbosch, Erbo. Vadersnaam uit ofwel de Germaanse voornaam arin-balth; arend-moedig, Arinbald, Arembaldus, Ernibaldus; Erembaldus, Erembout. De vormen Herbo(d)ts, Herbo(s) wijzen veeleer op een bode-naam, maar boud- en bode-namen werden vaak verward. De vormen met h zijn in dit geval hypercorrect. De variant met -bos(ch) zijn te verklaren door reïnterpretatie. Of van de Germaanse voornaam hari-balth; leger-moedig : Hariboldus, Herebaldus, Heirboldus. De spellingvariant zonder h is dan fonetisch. 

Eerenbeemt, van den. Plaatsnaam, bijvoorbeeld 1714 's-Heerenbempden in 's-Herenelderen (Limburg)

Eerenst: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ernst ‘ernst’.

Eerhart: Vadersnaam. Germaanse voornaam er-hard.

Eerland, Eerlant: Vadersnaam. Voornaam Erlandus, Germaanse voornaam erla-land ‘voorname man-land’.

Eernisse. Heernesse is een verspreide plaatsnaam aan onze kust 'weide, weiland'.

Eersel, van, van Essel, van Eeesel, Eersels, van Iersel, van den Ierssel: Plaatsnaam Eersel (Noord-Brabant) of De Eersel in Zolder (Limburg).

Eessen Van, Vaneessen, Esen, Van Heesen. Familienaam uit de plaatsnaam Esen (West-Vlaanderen).

Eest, van der, van (der) Heest, van der Reest, Verheest, Verhest, Verreest: 1. Plaatsnaam Eest: ast, droogoven; zie Van den Aste. Eest in Oostkamp en Torhout. 2. Of Ees(t): bijeengelegen bouwland, es. 3. Plaatsnaam Heest: beukenbos, struikgewas. Lidwoord als Van Heyste.

Eesvelde, van, van Heeschvelde, van Heesvelde, van Eerstvelde: Plaatsnaam Eesvelde in Wetteren (Oost-Vlaanderen) en Kalken (Oost-Vlaanderen). Heesvelde in Laarne (Oost-Vlaanderen). Zie ook Van Heesvelde.

Eetezonne, Eetesonne, Heetesonne, Heetesonne, Neeteson: Volksetymologische aanpassing van de Engels familienaam Edison.

Eeuwijk, van, Euwijk. Plaatsnaam Ewijk, Beuningen.

Efdé, Efdee: Volgens Huizinga en Uitman de initialen F.D. van ene Fredrik Dirkszoon bijvoorbeeld.

Effelterre, van, van Effeltaire, van Effenterre, van Heffelterre, van Huffeltaire. Naam uit de plaatsnaam Effelter in Denderwindeke (Oost-Vlaanderen). Er is nog een Effelter in het Frankenwald, in het noordoosten van Beieren. 

Effenberg, Effenberger. Ontronde vorm van Duits Offenberg(er). Plaatsnaam Offenberg (als in Beieren).

Efferen Van, Effermans. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam bij Keulen. 

Effignier, Effinier. Wellicht Waalse uitspraak van Effinger.

Effinger. Plaatsnaam Effingen (Zwitserland) of Ôfingen (Duitsland). Effignier, Effinier is wel Waalse uitspraak van Effinger.

Effront. Middenfrans effront: schaamteloos, driest, van é front: zonder voorhoofd.

Efraim, Efrems, Ephraïm, Ephrem: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Efraïm.

Egbergen. 1. Plaatsnaam Eggenberg (Beieren). 2. Zoals Egberghs reïnterpretatie van Egbert.

Egbers, Egberts, Egbertsen, Eggink, Egberink, Engberink, Egbring, Ebbinge: Vadersnaam Egge. Germaanse voornaam agi-berht ‘zwaard-schitterend’.

Egberts, Eggen, Eggens, Heggen, Vereggen. Vadersnaam met de voornaam Egge, Eggo.

Egdom, van: Plaatsnaam Egdom in Scherpenzeel (Gelderland).

Egelmeers. Plaatsnaam Egelmeers: natte weide, meers met bloedzuigers. Of uit Egelmeer (Utrecht). Vergelijk Eggelpoel.

Egeraat, van: Plaatsnaam Eggerath (Noordrijn-Westfalen).

Egeren Van. Familienaam uit de plaatsnaam Eger in Appeldorn (Noordrijn-Westfalen).

Egels, Eghels, Eggels, Eigel, Egle, Eygel, Eijgel: 1. Bijnaam naar de egel, het stekelvarken? Kan een bijnaam zijn voor iemand met stekelig haar. Maar het ontbreken van het lidwoord (bij een diernaam) maakt een bijnaam minder waarschijnlijk. 2. Korte vorm van een Germaanse agil-naam: Egelbertus, Egelmundus, Egilgarius.

Eggebeen: Vadersnaam, van Eggebin, vleivorm van de Germaanse voornaam Egbert.

Eggel: Vadersnaam. 1. Variant van Vadersnaam. Egger, door r/l-wisseling. Germaanse voornaam agi-hari ’zwaard-leger’.

Egger, Eggers, Eggert, Eger, Egers, Eggern, Hegger, Heggers, 1. Vernederlandst uit Duits Eigel, van Agilo, verkleinvorm van een Germaans agi-hari naam.

Egenolf. Vadersnaam. Germaanse voornaam agin-wulf'zwaard-wolf: Aginulfus.

Egeren, van. Plaatsnaam Eger in Appeldorn (Duitsland).

Eggeaert, Eggert, Egert, Eggerick, Eggerickx, Eggericx, Egerickx, Eggerickx, Eggricx, Egrix, Heggerinckx, Heggerick, Heyerick, Heyrick, Heijerick. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam agi-rik; zwaard-sterk.

Eggebeen. Vadersnaam van Eggebin, vleivorm van Germaanse voornaam Egbrecht. Vergelijk Engelbeen, Egelbeen.

Eggel, van, Eggelen, van, Eggels: 1. Vadersnaam Eggel = Egger. Zie Egger. 2. Eventueel weergave van Oost Vlaamse uitspraak van Engel(en), Engels (vergelijk Egelbeen). 3. Zie ook Egels.

Eggen, Eggens, Egghe, Heggen, Hegge: Vadersnaam. Korte Germaanse agi-naam: Agio, Eggo. Of korte vorm van een agi-naam, zoals Eggebert, Eggerick, Eggibald, Eggeburch.

Eggenstein. Plaatsnaam. Duitsland.

Egger, Eggers, Eggert, Eger, Egers, Eget, Eggern, Heggers, Hegger: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-hari 'zwaard-leger': Agiharius, Egiherus. De vormen op -t kunnen ook uit Eggaert worden verklaard.

Eggerick, Eggerickx, Eggericx, Egerickx, Eggrickx, Eggricx, Egrix, Heggerickx, Heggerick, Heyerick, Heyrick, Heijerick: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-rîk 'zwaard-machtig': Egericus.

Eggermont, van, Eggremont, Eggemon, van Eggermond, Degremont, Heggermont: 1. P laatsnaam Aigrement (Ennevelin, Nord). Ook (Gard, Hte-Marne, Seine-et-Oise, Yonne) en in Awirs (Luikg). Zie ook Daigmont, Dacremont. 2. Soms verward met Egmont. Een enkele keer ook aanpassing en reïnterpretatie van plaatsnaam Aiguës-Mortes bij Nîmes. Deze plaatsnaam werd elders (Cent, Aalst) als Eggremort, Eggermoort, Aigremort aangepast.

Eggersman: Plaatsnaam? Afleiding van voornaam Egger; zie Eggel.

Eggeslo. Plaatsnaam Eggerlo in Neerwaasten, Henegouwen?

Eggharter. Vadersaam. Afleiding van Eckhardt.

Eggink, Eggins: Vadersnaam. Afleiding van Germaans agi-naam, zoals Egbert.

Eggmann, Eggeman, Eggiman: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-man'zwaard-man': Eggemannus.

Eghermanne. De naam komt sporadisch voor in Menen (West-Vlaanderen) en Roncq (Nord). Een Noord-Franse vervorming van Eggeman of Eggermont.

Egidy, Egedy: Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Egidius.

Eglem, Egleme, Eglème: Waals aglème, inglème: aanbeeld. Beroepsnaam van de smid.

Egmond, (van): Plaatsnaam Egmond (Noord-Holland).

Egon, Egot, Ego: Frans Égot, verkleinvorm van Germaanse voornaam Ego, een agi-naam.

Egroo, van, van Eegroo: Plaatsnaam Eggerode (Duitsland)?

Egten,van. Plaatsnaam Echten, Duitsland.

Egt: Vadersnaam. Samentrekking van de Germaanse voornaam Eggert; zie Eckhardt.

Egts. Wellicht samentrekking van Eggerts.

Egyptien. Bijnaam voor een Egyptenaar of zigeuner.

Ehinger. Plaatsnaam Ehingen, als in Beieren en verder Duitsland.

Ehlen, Ehlend. 1. Variant van Bien. 2. Plaatsnaam Ehlen, Duitsland.

Ehlert, Ehler, Ehlers, Ehlhardt, Ehlert: Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam agil-hard: Eilhard.

Ehlinger. Plaatsnaam Ehlingen, Duitsland.

Ehman, Ehmanns, Ehmans. DuitsEhemann: rechter, wetgever, van ê: redit, wet.

Ehouarne. Bretonse familienaam 1066-84 Ehuarn. Naam van een heilige heremiet in de negende eeuw. Samenstelling van eu-huarn 'ijzer'.

Ehrenberg, Ehrenberger, Ehrenburger. Plaatsnaam Ehrenburg, Duitsland.

Ehrenfeld. Plaatsnaam, Duitsland.

Ehrenfreund. Duitse bijnaam: eervolle vriend. Ehrenreich: Reïnterpretatie (eervol) van Germaanse voornaam Ernricus.

Ehrensberger. Plaatsnaam Ehrensberg, Duitsland.

Ehrentraut, Eherentreu. Moedersnaam. Reïnterpretatie van de Germaanse voornaam Irmintrut.

Ehresman, Erismann: Vadersnaam, afleiding Erizo, van Germaanse voornaam met -er.

Ehrlich, Erlichmann, Ehrlkhster, Erlick, Erlich, Ehrlkh: Duitse bijnaam Ehrlich ‘eerbiedwaardig, aanzienlijk, eervol’.

Ehrman, Ehrmann. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam die met Er- begint.

Eickelberg, Eikelberg, Eykelberg, Eijkelberg: 1. Plaatsnaam Eikelberg in Gelrode (Vlaams-Brabant), Mal (Limburg), Sluizen (Limburg). Ook Nederduitse plaatsnaam. 2. Oude naam van Bergeyk: 1283 Eikelberge.

Eich, Eicen, Aiche. Duitse plaatsnaam Eiche; eik.

Eichberger, Eichperger. Plaatsnaam Eichberg, verschillende plaatsen in Duitsland.

Eichenbaum, Aichenbaum. Duitse plaatsnaam; eik.

Eicher, Eichers, icher: 1. Duitse beroepsnaam van de ijker, ijkmeester. 2. Vadersnaam. Zie Eicker.

Eichhoff, Eichhöfer, Eickhoff: Verspreide Duitse plaatsnaam Eichhof: eikenhof.

Eichholz, Eichholtz : Verspreide Duitse plaatsnaam Eichholz: eikenhout, eikenbos. Vergelijk Eykholt.

Eichhorn, Eischorn: 1. Plaatsnaam Eichhorn (Beieren). Vergelijk Van Eichinger: Plaatsnaam Eiching (Beieren).

Eichler. Afleiding van plaatstsnaam Eichel; klein eikenbos.

Eichmann, Heichman; afleiding van plaatsnaam Eiche; eik.

Eicke, Eijke: Vadersnaam. Germaane voornaam Aico. Vergelijk Eykens.

Eicker, Heykers, Heijkers, Heyckers: 1. Beroepsnaam van de ijker, ijkmeester. Zie Eicher. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam aig-hari: Aicharius. De h-spelling is dan hypercorrect. Maar Hey(c)kers kan een variant zijn van Hekkers.

Eickmayer. Nederduitse variant van Duits Aichmayer; bewoner van een goed bij een eik.

Eid, Eïd: Arabische familinaam uit Damascus (Syrie). Guirguis Eïd vestigde zich in 1757 in Egypte; zijn kleinzoon Jean (1819-79) werd consul van België in 1858.

Eidelman. Aanpassing van Duits Heidelmann, van Heidenmann: heidebewoner.

Eidemuller. Duitse Heidemuller; mulder op de hei.

Eidenschenck. Duitse beroepsnaam Heidenschenk, zoals Heidenkriiger een waard op de heide, landelijke kroegwaard.

Eier, Eiers, Eijer, Eijers, Eyers, Eyer: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-hari 'zwaard-leger': Agiharius, Aiherus.

Eiff: Vadersnaam. Bakervorm van de Germaanse voornaam Agifrid, Eifert. Of spellingvariant van IJff.

Eifert. Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-frith 'zwaard-vrede': Agifridus, Aifredus.

Eiffe. Vadersnaam, van bakervorm van Germaanse voornaam Agifrid, zie Eifert.

Eilebrecht, Ellebrecht, Eilbracht. Vadersnaam uit het Germaanse agilberth. 

Eiffling, Eifler: Afleiding van streeknaam Eifel.

Eigen, van der, den. Plaatsnaam (Noord-Brabant): eigendom van de hertog van Brabant.

Eijgendaal. Nederlandse famille, die in de 18de eeuw uit Xanten immigreerde, waar ze Ingendahl heette, een typische naam aan de Nederrijn: in het dal.

Eijsvogels, Eysvogels: Bijnaam IJsvogel voor een listig, sluw man.

Eilers, Eilerts, Eilts, Eils, Eyler. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam agil-hari. 

Eikelenboom, Eikelboom, Eykenboom, Eijkenboom, Eijkelenboom: Plaatsnaam ‘eik’.

Eikelenberg, Eijkelenberg, Eijkelenburg, Eykelenberg: Plaatsnaam Eikelenberg in Brasschaat (Antwerpen), Dilbeek (Vlaams-Brabant), Molenstede (Vlaams-Brabant). Vergelijk Eickelberg.

Eikelenkamp. Plaatsnaam; stuk land met eiken afgeperkt.

Eikema: Friese Afleiding van plaatsnaam Eik of Vadersnaam. van voornaam Eike.

Eikenaar: Afkomstig van een plaats met een naam op –eik(en), zoals Maaseik. Vergelijk Duits Eichner, van plaatsnaam Eichen.

Eilander: Afkomstig van Eiland (Noord-Brabant, Nederlands-Limburg)

Eilebrecht, Ellebrecht: Vadersnaam. Germaanse voornaam agil-berht 'vreselijk, lastig-schitterend': Agilbertus, Ailbertus.

Eilenbecker. Afleiding van Nederduitse waternaam Heilenbeck; vergelijk Heilenbecker Tal. Of variant van Eilenbecker.

Eilers, Eilerts, Eilts, Eils, Eyler: Vadersnaam. Germaanse voornaam agil-hari 'vreselijk-leger': Agleharius, Eileer. Mogelijk ook van Eilert, Eilaard: Agilhard.

Eindhoven, van, van Eyndhoven, van Eijndhoven, Endhoven, Enthoven: Plaatsnaam Eindhoven (Noord-Brabant) en in Brecht, Antwerpen.

Einfinger. Bijnaam voor iemand met 1 vinger.

Einhorn. De eenhoorn is een mythologisch dier dat vaak voorkwam op uithangborden, vooral van apotheken. Dus huisnaam.

Eipper, Eippers. 1. Vadersnaam, Duits Eippert, Germaanse voornaam agi-berht. 2. Eiper = Ypre (leper, West-Vlaanderen).

Eischen, Eischenne, Eisschen, Eyschen: Plaatsnaam Eischen, Duitsland.

Eischweiler, Eischweller, Einsweiller, Einsweiler: Plaatsnaam Eschweiler, Duitsland.

Eisel, Eisele, Eiselein: Vadersnaam. Zuidduitse afleiding van Germaanse îsan-naam.

Eisen, Eysen, Eisink, Eyssen, Eysson, Eyssens, Eijssens, Eijssen, Eussen: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse agis-naam 'schrik', zoals Eisboud, Eisbert. Vergelijk Friese voornaam Eise, Eisinus. Genealogisch is Eussen, van Eyssen.

Eisenacher. Afleiding van plaatsnaam Eisenach, Duitsland.

Eisenberg, Eisenberger, Aisenberg, Aizenberg, Ejzenberg, Aisinber: Verspreide Duitse plaatsnaam Eisenberg.

Eisendrath. 1. IJzerdraad. Beroepsnaam van de draadsmid. 2. Moedersnaam. Volksetymologisch van Germaanse voornaam Isandrut, Eisentraut.

Eisenhuth. Duitse bijnaam; ijzeren hoed.

Eisenstorg. Joodse familienaam. Duits Eisenstark: ijzersterk.

Eisentweig, Eisenzweig. Joods Duitse familienaam; ijzeren twijg.

Eisler, Isler, Eissner, Eisner: Duitse beroepsnaam: ijzerhandelaar.

Eitel, Eitl. Duits eitel: louter, enkel en alleen. Oorspronkelijk voor een voornaam, bijvoorbeeld Eitelhans: heet alleen maar Hans. Vooral als twee broers dezelfde voornaam dragen, is die met 'Eitel' de erfgenaam.

Eidelson. Duits Joodse familienaam Edelso(h)n, Eidelson. Het eerste lid kan de Germaanse voornaam Edel zijn, of jiddisch bijnaam Eydl, van Duits edel: edel, nobel.

Eilenberg. Plaatsnaam Eilenberg in Neustadt, Duitsland.

Eisma: Vadersnaam. Friese afleiding van een Germaans naam met agis ‘schrik’, zoals Eisboud, Eisbert. Eise is trouwens een Friese voornaam.

Eitinge. De boer Gerlof Eitinge, die zijn persoonsnaam toenaam ontleende aan de naam van zijn voorvader Eite, en die, even als zijn voorouders, geslachten en geslachten vóór hem, het erve Eitinge, zo genoemd naar de eigenen toenaam van zijn geslacht, in eigendom bewoonde,—die Drentse boer Gerlof Eitinge had twee zoons. De oudste daar van erfde, naar vaste zede, die voorouderlijke bezitting. Maar, ten einde de jongste zoon, wie hij misschien een bijzondere liefde toedroeg, enigszins schadeloos te stellen, nam de oude Gerlof nog bij zijn leven een deel van de landerijen af van het oude erve, bouwde daar op een huis, en schonk dit nieuwe gedeelte die tweede zoon. Nu waren er twee afzonderlijke landhoeven Eitinge naast elkaar; beiden ook door een Eitinge bewoond. Niets natuurlijker dus, dan dat men, ter onderscheiding, het ene, het oorspronkelijke erve met de naam Groot-Eitinge noemde en aan het andere de naam Klein-Eitinge gaf. En deze namen gingen van de hoeven weer zeer geredelijk over op de bewoners er van, die beiden oorspronkelijk reeds Eitingen waren, maar nu Albert Gerlofs Groot-Eitinge en Meindert Gerlofs Klein-Eitinge genoemd werden.

Ek, van, Eck, Ekelaar, Eeckelaer, Eijgelaar, Heijgelaar 1. Plaatsnaam E(e)kelaar ‘eikenboom, eik’. 2. Afleiding van van der Eeken. Vergelijk Duits Eichler, van Eichel.

Ekels: Middelnederlands eekel; eikel’. Beroepsbijnaam van een eikelraper of varkenshoeder.

Ekselson. 1. De West Vlaamse familie Ekelson stamt van 1670 Abraham Nichilson, Dantsig, gevestigd in Roeselare. Nichilson is Nickelsen, zoon van Nickel, Nicolaus. 2. Zie Hekelsom.

Ekendahl. Plaatsnaam, misschien Eckenthal, Beieren.

Eker. Vadersnaam. Variant van Eckers of Eicker.

Ekeren, van, Eker, van, van Eekeren, van Eeckeren, van Heeckeren, van Heeker, van Eikeren, van Eijkeren, van Eykeren: Plaatsnaam Ekeren (Provincie Antwerpen.

Ekerschot, van. De familienaam kwam in de 16de eeuw voor in Oisterwijk (Noord-Brabant). Plaatsnaam 1468 aen gheen Ekerschoet, Grote-Brogel (Limburg)

Ekert, van, van Eekert: Plaatsnaam Eikaard: eikenbos, plaats waar eiken groeien. In Wilrijk (Antwerpen), Hoeselt (Limburg). Maar vermoedelijk is het een dialect vorm voor Eekhout; vergelijk Van Endert.

Ekh, van, van Elk: Plaatsnaam Elch/Elk, Nederlandse naam voor Othée (Luik).

Ekhingen. Plaatsnaam (Beieren) en in Neresheim, Duitsland.

Ekkebus, Ekkenbus, Eckebus: Hekbos in Lendelede, Gullegem, Meulebeke (West-Vlaanderen). Of wellicht veeleer Eekenbos: eikenbos, zoals in St.-Maria-Lierde (Oost-Vlaanderen), Eikenbos in Diegem. Plaatsnaam Eikenbosch ten oosten van Schaasberg (Nederlands Limburg). Of Ekkelbosch ten oosten van Rolde (Drenthe).

Ekkendonk. Plaatsnaam Ekkendonk in Lummen, Limburg.

Ekkelenkamp, Ekkelkamp, Eckelkamp, Ekkel, Ekel, Ekkels, Ekkelboom. Familienaam uit ekkel (eikel) en kamp (afgebakend stuk grond voor landbouw of veeteelt). Wellicht ergens op de grens Overijssel, Drenthe, Duitsland. De Ekkelkampen zijn landen ten oosten van Mantinge in Westerbork (Drenthe).

Ekkens. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Acco, Ecko, bakervorm van een agi-naam.

Elaerts, Elaest, Ellast: Vadersnaam. Germaanse voornaam athil-hard 'edel-sterk'; zie Alaert.

Eland, Elants, Elanson, Helland, Iland, Ilandts, Ilands: Vadersnaam. Germaanse voornaam athil-land ‘edel-land’.

Elaut, Elaut, Elaüt, Eloot, Elot, Ellaut, Helaudt. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam agil-wald; lastig-heerser. 

Elbers, Elbertse, Elbert, Elbertsz, Elberg, Elebaers, Elenbaas, Ellebrecht : 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam alja-berht 'ander-schitterend': 2. Variant van Albers. 3. Germaanse voornaam agil-berht 'scherp-schitterend':

Elburg, van: Plaatsnaam Elburg (Gelderland).

Elchardus. Vadersnaam. Latijnse vorm van Germaanse voornaam alah-hard 'heiligdom-sterk'

Elck, van: Plaatsnaam Elch/Elk, Nederlands naam voor Othée (Provincie Luik).

Elden, van: Plaatsnaam Elden in Elst (Gelderland).

Elderenbosch: Een bos, wellicht in de buurt van de Elderenspolder in Zevenbergen (Noord-Brabant) of bij Elderen (Belgisch-Limburg).

Elderen, van, van Elderen, van Elder, van Elders: Plaatsnaam Elderen, Genoels-Elderen of's-Heren-Elderen (Limburg).

Elders, Elderen: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam, van Aalders, Alders, van Aalderd, Adelhard. 2. Of Van Elders = Van Elderen.

Eldijk, van. Plaatsnaam Eldik (Gelderland).

Electre. Moedersnaam. Germaanse voornaam Elektra of een Germaanse voornaam zoals Electrudis, Electrada.

Elen, Elens, Eelens, Eelens, Eelen, Eleyn. 1. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam Adela, Edele, Aleit. Blijkens Peene werden in Erps de Elens ook Heylen genoemd. 2. Vleivorm van de Germaanse voornaam Aleit, Adelheid.

Eldik, van; van Eldijk: Plaatsnaam Eldik (Gelderland).

Elegeer, Elegeert: Vadersnaam. Germaanse voornaam alja-ger ‘ander-speer’.

Elegem, van. Plaatsnaam Elegem in Dilbeek (Vlaams-Brabant) of Hombeek (Antwerpen).

Elemans. Vadersnaam. Germaanse voornaam, vergelijk Aelman. Of afleiding van Elen.

Elenbaas: Volgens Huizinga en Uitman ‘edele baas, nobele kerel’ (?). Maar vermoedelijk veeleer een herinterpretatie van Elebaers, van Elbers, van Elberts

of Elenbos, Eijlenbosch, Heylenbosch.

Eleveld,, Eeleveld, Eliveld, Elevelt. Plaatsnaam bij Assen.

Elewout, Elewaut, Ellewaut, Helewaut, Helevaut: Vadersnaam. Germaanse voornaam alia-wald ‘ander-heerser’. Of variant van Elout. Zie ook Helewaut. In Zeeland Ellewoutsdijk.

Elewoud, van, van Elewout: Wellicht Brabantse hypercorrecte vorm voor Van Elewijt. Plaatsnaam Elewijt (Vlaams-Brabant).

Elewijck, van, van Elewyck. Naam uit de plaatsnaam Heelwijk bij Heesch (Noord-Brabant). 

Elfeld. Plaatsnaam. Misschien Helfern in Bad Rothenfelde. Duitsland.

Elfferich, Elfring, Elfrink, Elferink, Elfferich, Haffreinque: Vadersnaam. Elferink = Alferink, afleiding van Germaanse voornaam Alfer, van alb-hari ‘elf-leger’.

Elgershuizen. Plaatsnaam Elgershausen, Duitsland.

Elgersma, Elgers, Algersma. Middelnederlands elger; vistuig in de vom van een vork.

Elhorst: Plaatsnaam bij Zenderen (Borne, Overijssel).

Eliano, Iliano. Vadersnaam, Italiaanse vorm van de heiligennaam Elianus. Dit uit Elia(s).

Elias, Eliassen, Eliasson, Eljasz, IIias, Iliaz, Ilijas, Ilijaz, IIlias, Iljasch, Ilyas, Ylias, Eliat, Ely, Hely, Hély, Elie, Eliard, Eliert, Elierts, Eliaert, Eliaerts: Bijbelse voornaam van de profeet Elia(s).

Eliasar. Vadersnaam. Bijbelse voornaam Eleazar.

Elich: Uit Ehrlich?

Eliens, Eliëns: Nederlands afleiding van Elie? Of Elien, Romaanse vorm van Elianus?

Eligius. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Eligius.

Eliot, Elliot, Elliott, Iliot: Vadersnaam. Franse vleivorm van Bijbelse voornaam Elia(s).

Elings: Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse athil-naam ‘edel’.

Elisabeth, Elskens, Lisabeth, Lysabeth, Lisbeth, Lisbet, Lispet, Lysbettens, Leysbeth, Leysebettens, van Lysbeth, van Leysebeth, van Lysebeth, van Lyssebetten, van Lysbettens, van Lysbetten, van Lijssebetten, van Lijsebetten, van Lijsebettens, van Lysenbettens. 1. Moedersnaam uit de Bijbelse voornaam Elisabeth. Erg populair in de middeleeuwen. 2. Vadersnaam lis, Eliso, Else, Elso, geslachtsnaam Elsing, Elzing, Elsinga Elzinga, Elzenga, Elsen, plaats Elswert bij Kantens, Elsinghusen bij Vlagtwedde, Elseghem (Elsa-heim) in Oost-Vlaanderen, Elsom (Elsa0hiem) bij Antwerpen.

Elise. Moedersnaam. Korte vorm van Bijbelse voornaam Elisabeth.

Elissen: Engels Elisson, zoon van Ellis ‘Elias’.

Elkes. Vadersnaam. Afleiding van Ehlert.

Ellange. Romaanse vorm van plaatsnaam Ellingen, Henegouwen.

Ellegaard, Hellegards: 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam athil-gard 'edel-gaard': Edelgardis. De h-spelling is dan hypercorrect, zoals in: 12de eeuw. Hetheliardis. 2Ellegaard kan ook de weergave zijn van de h-loze uitspraak van Hellegaard; zie Hildegarde.

Elkhuizen: Misschien plaatsnaam Welkenhuizen, Duits Welchenhausen (Rijnland-Palts) Of veeleer variant van van Ellinckhuijzen, Hellinghuizen. Plaatsnaam Ellinghausen (Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen).

Ellenbroek, Ellerbroek, Ellen, ter, Ellenkamp. Plaatsnaam bij Haaksbergen.

Ellemeet, van: Plaatsnaam Ellemeet (Schouwen, Zeeland).

Ellen, Ellens, Elens, Elles: Vadersnaam. van Germaans alja-naam, zoals Elbert.

Ellenbecker. Vergelijk Duitse familienaam Ellenbach, Ellenbêcher, afleiding van verspreide plaatsnaam Ellenbach. Zie ook Eilenbecker.

Ellenberger. Plaatsnaam Ellenberg, verschillende in Duitsland.

Ellis: Vadersnaam. Engels vorm van de Bijbelse voornaam Alia(s).

Eller. Duitse plaatsnaam Eller, Erle; els, boom Alnus.

Ellerbrock. Nederduitse plaatsnaam Ellerbrook; elzenbroek, elzenmoeras.

Elmpt, van: 1. Plaatsnaam Elmt (Noord-Brabant). 2. Plaatsnaam Elmpt bij Aken (Noordrijn-Westfalen).

Elling, Ellinger, Elinger: 1. Plaatsnaam Elling (Beieren), Ellingen (verschillende in Duitsland). 2. Zie ook Elyn.

Ellinghaus, Ellinghaüs: Verspreide plaatsnaam Ellinghausen (Duitsland).

Ellis, Elis, Elisson, Ellison, Elissen, Elisen, Elisson: Vadersnaam. Engelse vormen van Bijbelse voornaam Elias.

Elmt, van, van Elmbt, van Elmpt: 1. Plaatsnaam Elmtin, Schaarbeek. 2. Plaatsnaam Elmt (Noord-Brabant). 3. Plaatsnaam Elmpt bij Aken (Duitsland).

Elofs. 1. Vadersnaam. Variant van Alofs. 2. Plaatsnaam Althoff= Elthoff = 1680 Elofs, Niel.

Eloin. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam alji-win 'ander-vriend': Elewini.

Eloir, Eloire. Vadersnaam. Spelling voor Héloir. Germaanse voornaam hild-ward'strijd-bewaarder': (H)eldoardus.

Elout: Germaanse voornaam agil-wald ‘lastig-heerser’: Agilaldus, Eilaldus. Of variant van Elewout.

Eloy, Eloye, Eloey, Eloix, Eloi, Helloy, Elo, Iloo, Ilo: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Eligius, Frans Eloy van Nederlands Elooi. 2. Zeven van de elf kinderen van Jacobus Heuleu (1781-1835 Deinze) werden bij de burgerlijke stand (1809-1829) opgeschreven als Eloy, Eloi, Eloey.

Elper, Elpers. Vadersnaam. Waarschijnlijk variant van Elbers.

Els, van, Elsman, Elles, Eils, Elst. Plaatsnaam Els of beter Elst, Gelderland.

Elsacker, van; van Elsäcker, van Elsackers, van Elsakker, van Elsaker, Elzakkers, Essaker, van Elssacker, van Elsacker, van lsaker, van Yssacker, van Ysacker, van Jsacker, van Sacker, Yssackers, Eysackers, Eysakkers, Eijsackers, Eijsakkers, Eyzakkers: 1. Plaatsnaam Elsakker bij Moregem (Oost-Vlaanderen) of in Brecht (Provincie Antwerpen of Meerle (Provincie Antwerpen. 2. Of van Isacker, van plaatsnaam Disacre in Leubringhen (Pas-de-Calais). Dit is een Germaanse plaatsnaam, in Diets akker. 3. Plaatsnaam 1641 den IJsacker, Adegem (Oost-Vlaanderen);. 4. Van Is(s)acker kan ook uit Van Huusacker worden verklaard. Plaatsnaam Huisakker in Lichtaart (Antwerpen), Huusacker in Oostvleteren (West-Vlaanderen);

Elscot, Elsschot. Plaatsnaam ’ruimte met elzen afgeperkt’. Elschot in Schijndel (Noord-Brabant), bij Ruurlo (Gelderland).

Elseman, Elsman, Elzerman: 1. Moedersnaam Afleiding van Else = Elisabeth. 2. Afleiding van van (den) Elzen.

Elseman, Elsemans, Elsemons, Elsmans, Elsermans, Helsemans. 1. Moedersnaam uit de voornaam Else (variant van Elisabeth). 2. Of afleiding van Van der Elzen. Zie bij Elzen. 

Elsendoorn: Plaatsnaam ‘bos met doornstruiken en elzen’.

Elsen, Elsens, Elzen, Helsens, Helsen, Helzen, Ilsen. Moedersnaam, verkorte vorm van de heiligennaam Elisabeth. Zie ook Elzen. 

Elsen, van, van Elssen, van Elzen, van Helsen: Plaatsnaam Elzen (Noord-Brabant, Overijssel) of bijvoorbeeld in Homburg (Luik). Of van Van den Elsen.

Elsene, van. 1. Waarschijnlijk= Van Elsen. 2. Eventueel plaatsnaam Elsene.

Elseneer, Elseneers. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Elsene (Brussel) of uit de plaatsnaam Elsen (Noordrijn-Westfalen). 2. Aanpassing van Elsner.

Elser. Naar de woonplaats bij een els, elzenboom.

Elshocht, van, Elshoecht, Elshoegt, Elshogt, Elshoeght, Elshoght, Elschocht, Elshoucht, Elsocht, Elsoght, Elsoucht, van Helshoecht, Helsocht: Plaatsnaam Elsocht in Gooik (Vlaams-Brabant): elzenstruik, elzenheester. Brabants hocht: struik, kreupelbos.

Elshof, ten, Elshoff, Elshove. Plaatsnaam bij Olst-Wijhe.

Elshout, (van den) Elshoud: Plaatsnaam Elshout ‘elzenbos’ onder meer in Nieuw-Lekkerland (Zuid-Holland), Drunen (Noord-Brabant).

Elsing. Vadersnaam. Jongere vorm van oude voornaam Elsung.

Elskamp: Plaatsnaam ‘met elzen omsloten veld’. Elskampen bij Gameren (Gelderland).

Elskens, Helskens: Moedersnaam, afleiding van Els, Elisabeth.

Elslander: Afleiding van plaatsnaam Elsland ‘land waar elzen groeien’, vooral in Vlaanderen. Ook familienaam Van Els(t)lande.

 Elsmoortel, Helsmoortel, Elsemoortel, Elzemoortel, Helmoortel. Naam uit de plaatsnaam Elsmoortel: drassige grond met elzen. Plaatsnaam in Aartrijke, Assebroek, Oostkamp, Sijsele en in Duffel (Antwerpen).

Elsner. 1. Van plaatsnaam Elsen (Duitsland). 2. Zuidduits Elsner: die bij de elzenboom woont.

Elsschot, Elschott, Elshot: Plaatsnaam Elsschot: ruimte met elzen afgeperkt, bijvoorbeeld Elschutten in Langdorp (Vlaams-Brabant), Helschoot in Laarne (Oost-Vlaanderen), Helschot in Herselt (Antwerpen), Elsschot in Schijndel (Noord-Brabant). Alfons De Ridder (1882-1960) koos als pseudoniem Willem Elsschot naar het gehucht waar hij zijn jeugd doorbracht.

Elst, (van (der), van (der) Elst, ter Elst, van der Elst, van (der) Helst, van der Aalst, van der Aelst, Verrelst, Verelst, Verelest, Verhelst, Verest, Voorhelst: Verspreide plaatsnaam Elst ‘plaats waar elzen groeien, elzenbos’. Elst (Oost-Vlaanderen, Gelderland, Noord-Brabant, Utrecht).

Elst, van der; Verelst, Verhelst: Verspreide Plaatsnaam ter Elst ‘elzenbos’.

Elster, Elstermann. 1. Duitse bijnaam Elster: ekster. Vergelijk Axters, Agace. 2. Duitse plaats- en waternaam.

Elstlande, van, (van) Elslande, Elslander, van Elsland, van Eslande, Helslander, van Helsland, van Elshander: Plaatsnaam Els(t)land: land waar elzen groeien, in Geluwe-Wervik, Desselgem (West-Vlaanderen), Zermezele (Frans-Vlaanderen).

Elstraete, van, van der Elstraeten, van der Elstraete, vander Elstraeten, van der Helstraeten, van der Helstraete, Helstraete. Familienaam uit de plaatsnaam Els(e)straat in St.-Katelijne-Waver (Antwerpen) en in Ingelmunster (West-Vlaanderen). 

Elswege, van, van Elseweghe, van Elsuweghe, van Elsuwege, van Elsuwwège, van Elsuwe, van Elsuwé, van Elsue, Elsué, Elsuë, van Helsewege, van Helsuwe, Helsuwé, van Helsuwege. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Elswege = elzenweg, -paadje. Deze plaatsnaam komt onder andere voor in Widdingen (Limburg), Ingelmunster: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Eleutherius 'de vrije'. Bijnaam van Zeus en Bacchus. Franse familienaam Eleuther, Eleuthère.

Elten, van. Plaatsnaam in Emmerich, Duitsland.

Eltgeroth. Plaatsnaam Elcherotch, Frans Nobressart, Luxemburg, of Elcherath, Duitsland.

Elven, van, Vanelven,vVan Halven, Elve. Familienaam uit de plaatsnaam Elleve (tussen Baaigem en Dikkelvenne Oost-Vlaanderen), of uit Elven (Voeren Limburg), of uit Alfen, Alphen (Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland) of ook nog uit Elvene (Grimbergen Vlaams-Brabant).

Elswijk, van: Plaatsnaam Elswijk in Amstelveen (Noord-Holland).

Elteren, van: Plaatsnaam Eltern (Nedersaksen).

Eltges. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam met ald-, athil- of agil-.

Elve, van Elven, van, van Halven: 1. Plaatsnaam Elleve tussen Baaigem en Dikkelvenne (Oost-Vlaanderen). De Elve is ook een waterloop in Zeeuws-Vlaanderen. 2. Plaatsnaam Elven in Voeren (Limburg). 4. Plaatsnaam Elvene in Grimbergen (Vlaams-Brabant). 5. Plaatsnaam Uileven in Tessenderlo (Limburg).

Elverdynghe, van. Plaatsnaam Elverdinge (West-Vlaanderen).

Elvers: Vadersnaam. Germaanse voornaam alb-hari ‘elf-leger’: Alfheri.

Elvetici. Latijn Helveticus; Zwitser.

Elvidge. Engelse vadersnaam. Oudengels jelf-heah 'elf-hoog'.

Elyn, Elijn, Eleyn, Elinckx, Elinck, Elincx, Elling. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse athil-naam; edel. 

Elzas, Elsas, Elsässer: Streeknaam De Elzas/Das Elsass, Duits (Alemannisch en Opperfrankisch) gebied in Frankrijk (Ht-Rhin, Bas-Rhin). Elsässer is de volksnaam Elzasser.

Elzen , van den, van den Elsen, van den Elschen, van (den) Elsken, van den Helsken, van Elskens, Verelzen. Familienaam uit een plaats waar veel elzen groeien.

Elzendoorn, Elsendoorn: Plaatsnaam: bos met doornstruiken en elzen.

Elzewyck, Elzewijck. Vadersnaam. Germaanse voornaam alis-wig?

Elzinga, Elzenga, Elsinga, Elsing, Elsenga, Elsmae: Vadersnaam. Friese afleiding van Else, een -s afleiding van Elle, een Germaanse edel-naam.

Emaar: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-mêr ‘zwaard-beroemd’: Agomarus, Aimarus.

Emael, Eymael, Eymaël, Eijmael, (van) Eimal: Plaatsnaam (Eben-) Emael (Luik).

Emaer, Emar, Emare, Emard. Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-mêr 'zwaard-beroemd': Agomarus, Aimarus. Vergelijk Aimart.

Emanuel, Emmanuel, Emmaneel, Emanuele, Emanuelli, Immanuel, Emanuelson. Vadersnaam uit de Bijbelse voornaam I/Emmanuel. 

Emans: Spelling voor Hemans, door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Heedeman, afleiding van van den Heede, naar de woonplaats op de heide. Eventueel variant van Emons.

Emberg, Enberg: 1. Vadersnaam. Klankverandering van Embrecht of reïnterpretatie van Embert. 2. Variant van Hemberg.

Embersin, Ambersin, Hembersin, Hambersin, Hambursin, Embursin, Hambresin: Plaatsnaam Embresin/Ambresin (Luik).

Embden, van: Plaatsnaam Emden (Nedersaksen).

Emberton. Plaatsnaam Emberton (Buckinghamshire).

Embgenbroich. Plaatsnaam Imgenbroich (Duitsland): in den Broek, in het broekland.

Emblans. Plaatsnaam Amblans-et-Velotte (Hte-Saône)? Of van Desamblanc.

Embregts, Engberts: Variant van Imbrechts. Vadersnaam. Germaanse voornaam ing-berht ‘god van de Ingweonen-schitterend’: Ingobertus, Imbert.

Emmaneel: Spelling voor Emmanuel, Bijbelse voornaam.

Embourg, Emborg: Plaatsnaam Embourg (Luik).

Embry, Enbrie: 1. Plaatsnaam Embry (Pas-de-Calais). 2. Zie Emery.

Emden, van, van Hemden, van Embden, van Empten: Plaatsnaam Emden (Duitsland).

Emen, van den. Familienaam Vandenemen. Wellicht: van den Hemel.

Emery, Emmery, Hemery, Embry, Eymerie, Imrie: 1. Vadersnaam. Verschrijving voor Aimery, Romaanse vorm van Germaanse voornaam Emmerik (haim-rîk); zie Hemeryck. 2. Vadersnaam.=Amery, van Amauray.

Emile, Emil, Emili, Emilien: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Aemilius, Emilianus.

Emma. Wellicht niet de Germaanse voornaam Emma/Imma, maar Luiks-Waalse vorm Ema, van Emard.

Emmelkamp: 1. Plaatsnaam in Altschermbeck (Noordrijn-Westfalen). 2. Nederlands vorm van Plaatsnaam Emlichheim in Bentheim (Nedersaksen).

Eemmen, Emmens, Emmink, Hemmen, Immen. Plaatsnaam Emmen, Drenthe.

Emmanuel, Emmaneel, Emanuelli, Emanuel, Immanuel, Emanuelsson: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Immanuel.

Emmel, Emmelen. 1. Vadersnaam. Korte vorm en vleivorm van een Germaanse amal-naam. Zie Amelryckx. 2. Plaatsnaam Emmelen = Emblem (Antwerpen).

Emmelkamp. Plaatsnaam in Altschermbeck, Duitsland.

Emmelmann. Vadersnaam. Duitse vleivorm van bijvoorbeeld Emmerich.

Emmelot. Moedersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Imma/Emma.

Emmen, Emmens, Emmenes, Hemmen: Moedersnaam. Germaanse voornaam Imma. Zie ook Imme.

Emmenecker, Hammenecker: De Brabantse familie Hammenecker stamt af van Dominicus Emmenegger, 1742 Rimbach (Elzas), in Brussel getrouwd in 1769. Het zou een oorspronkelijk Zwitserse familie zijn, met Emmenegg als bakermat.

Emmer, Hemmers: Vadersnaam. Germaanse voornaam haim-hari ‘heem-leger’ of uit Embert, zie Embregts.

Emmerik, van, Emmerick, van, Emmerik, van, van Emrik, van Emrick, Emmerickx, Emmerix, Emmeryckx, Emmeric, Emric: Plaatsnaam Emmerich, Nederlands Emmerik (Noordrijn-Westfalen)

Emmerink: 1. Germaanse voornaam Haimirichus, Aimericus, Heimericus, Hemericus. 2. Variant van van Emmerik.

Emmerling, Emmerlinck. 1. Duits Âmmerling: geelgors. Bijnaam. 2. Zie Hemeryck(x).

Emmerloot, van, van Emmeloo, van Emmelo: Plaatsnaam Ammerlo = Amberloup (Luxemburg)?

Emmermann. Reïnterpretatie van Duitse Immermann, van plaatsnaam Immer (Duitsland).

Emmerson, Emerson: Vadersnaam. Zoon van Emery.

Emmery, Hemery, Embry, Eymerie, Imrie: 1. Vadersnaam. Verschrijving voor Aimery, Romaanse vorm van Germaanse voornaam Emmerik (haim-rîk); zie Hemeryck. 2. Vadersnaam.=Amery, van Amauray (Emmelkamp: plaatsnaam in Altschermbeck (Duitsland).

Emmerzaal, Emmerzael: Misschien variant van van Immerseel. Plaatsnaam Immerzeel in Aalst (Oost-Vlaanderen) en Boechout, Boom, Schelle, Wommelgem (Provincie Antwerpen).

Emons, Emonds, Emond, Emont, Emonts, Emontz, Emong, Emunds: Uit Emonds, afleiding van de Germaanse voornaam Emond: agi-mund ‘zwaard-bescherming’.

Emontspool, Emontspohl. Plaatsnaam Emondspoel, Poel van Emond.

Emous. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam haim-wulf 'heem-wolf: Haimulfus, Aimulfus.

Emsbroek. Familienaam naar het Emsbroek in Harfsen, vroeger Laren, Gelderland.

Empel, van: Plaatsnaam Empel (Noord-Brabant, Noordrijn-Westfalen).

Empis. Zuidfrans empi, van empire, naam voor de linkeroever van de Rhône, eertijds keizerlijk gebied.

Emplaincourt. Plaatsnaam Amblaincourt in Triaucourt (Meuse).

Emplit, Emplis, Empis: Empli, voltooid deelwoord van Frans emplir. Bijnaam: vervuld, welgesteld, voldaan? Wellicht veeleer reïnterpretatie (met l-epenthesis) van Empis.

Emprunt. Hypercorrect voor Franse familienaam Emprin: heerszuchtig, autoritair.

Ems. Plaatsnaam Ems, Duitsland.

Emsen, Emsens, Emsems, Empsen, Empstein, Empsten, Emsten. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Immezo, dit is dan weer een knuffelvorm uit Immo dat een knuffelvorm is van een -ermin-naam. Of een moedersnaam, uit Imma/Emma, dit is ook een knuffelvorm uit een-ermin naam.

Of uit de plaatsnaam Empsen in Roermond. 

Emsheimer. Plaatsnaam Eimsheim, Duitsland.

Enekens, Ennekens, Enneckens, Enkens, Enneking: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Arnoud. 2. Zie Hennekens.

Enckevort, van. Plaatsnaam in Mierlo (Noord-Brabant).

End, Ende. Plaatsnaam. Vergelijk Van den Ende.

Endels. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Andreas.

Endepols. Plaatsnaam Eendenpoel.

Enderle, Enderlé, Enderlin, Andele, Andelé: Duits Änderle, Änderlin, afleiding van de voornaam Andréas.

Enderman, Endermann. Vadersnaam. Afleiding van Andréas.

Endert, van. Plaatsnaam Eindhout (Antwerpen), dialect uitspraak Endert. Of plaatsnaam Eindert in Beverlo (Limburg).

Endevoets. Bijnaam voor een platvoet, naar de gelijkenis met de eendenpoot. Vergelijk Duits Entenfufi, Nederduits Gosevot: ganzenvoet.

Endhoven, (van): Plaatsnaam Eindhoven (Noord-Brabant).

Endre, Endres, Ender, Enders, Endré, Endersch, Endresz: vadersnaam. Griekese heiligennaam Andréas.

Engerie, Engrie. Oost-Vlaamse familienaam. Verhaspeling van een Romaanse familienaam, wellicht Henri.

Eng, van den, der. Plaats-, streeknaam. Enk, Eng ‘weiland, bouwland bij het dorp’ (Gelderland, Overijssel).

Engbers, Engberts, Engbersen, Engberink, Engelbert. Vadersnaam Ingbert, oud Saksisch Ing dat op een Germaanse stamgod berust, oud Hoogduits beraht, oud Saksisch berth; helder, glanzend.

Engel, van (den), Engels, Engelse, Engelsma, van Ingel, Ingels, Ingelse, Inghels, van Hingel, Ongelse: 1. Vadersnaam. Korte vorm van de Germaanse voornaam Ingelbrecht of Ingelram. 2. Familienaam uit de verspreide huisnaam Den Engel, Den Ingel (voor een hoekhuis, Latijn angelus).

Engel, van (den): Verspreide huisnaam (in) de Engel, voor een hoekhuis, Latijnse angulus.

Engelaar, Engeler, Enkelaar, Enklaar: Beroepsnaam hengelaar ‘die hengsels maakt’, ook ‘hengelaar, visser’.

Engeland, van, van Engelandt, van Engelan, van England, van Inghelandt, van Ingelandt, van Ingueland, van Ynghelandt, van Hingeland, van Hingelandt. 1. Naam voor iemand afkomstig van Engeland. 2. Of naam uit de gelijknamige plaatsnaam Engeland in Niepkerke of Strazele (Frans-Vlaanderen) en ook in Gelderland.

Engelbel. Vadersnaam van Engelbert.

Engelbergh, Engelberg: 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam angil-berg ‘Angel-bescherming’: Engelberga, 2. Re-interpretaties van Engelbert, Engelbregt. 3. Plaatsnaam Engsbergen in Tessenderlo (Limburg).

Engelborghs, Engelborgh, Enghelborch, Engelborg, Engelbosch, Engelbos, Ingelbosch, Engiboust. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam angil-burg; Angel-burcht, Angelburgis.

Engelbregt, Engelbracht, Engelbert, Engelberts: Vadersnaam. Germaanse voornaam angil-berht ‘Angel (volksnaam) –schitterend: Ingelbert.

Engeldorp, van: Misschien Plaatsnaam Ingendorf (Rijnland-Palts):

Engelen, (van), Ingels, Engels: 1. Plaatsnaam Engelen (Noord-Brabant). 2. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam angel-berth of een andere angel-naam. 3. Mogelijk ook een huisnaam (In den Inghel) of een bijnaam (zacht iemand).

Engelenburg, van: Misschien fictieve herkomstnaam, gereinterpreteerd uit moedersnaam Engelborg. Germaanse voornaam angil-burg ‘Angel-burcht’: Angelburgis.

Engelhardt, Engelhard, Engelhart, Engelhert, Englert, Engielhardt: Vadersnaam. Germaanse voornaam angil-hard 'Angel-sterk': Engilhard, Engelhart. 1070 Ingellardus.

Engelke. Vadersnaam. Nederduitse afleiding van Ingelbrecht of een andere engel- naam.

Engelkes: Verkleinvorm van Engel.

Engelmoer: Wellicht Vadersnaam, van Germaanse voornaam angil-mêr‘ Angel-beroemd’?

Engelrelst, Engelrest, Engerelst: in der Elst. Plaatsnaam Elst: elzenbos.

Engelschenschilt. Bijnaam naar de huisnaam Engelse Schild; wapenschild van Engeland.

Engelshoven, van. Plaatsnaam Engelshoef in Ht. (Limburg) of Engels Hof. Of Duitse plaatsnaam Engelshof.

Engelskirchen. Plaatsnaam in Duitsland.

Engels, Engelse, Engelsen, den: Engelsman.

Engelsman, (de, den); van Engelsman, Engelsma, (den) Engelschman: Volksnaam van de Engelsman.

Engelstad, Engelstätter: Plaatsnaam Engelstadt (Duitsland) of Ingolstadt (Beieren). Vergelijk Duits Ingelstetter, Ingolstetter.

Engelstein. Jiddische familienaam of vervorming van plaatsnaam Engelsheim?

Engelvaart: Vadersnaam. Reinterpretatie van de Germaanse voornaam Engelward: angil-ward ‘Angel-bewaarder’: Engelwardus, Engilwart.

Engen. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Ingo, de volksnaam van de Ingweonen.

Engen, van: Frequente plaatsnaam Eng ‘bouwland, weiland’; vergelijk van den Enk.

Engering: Afleiding op –ing van Germaanse voornaam Enger: ingo, ingwio-hari ‘god van de Ingweonen-leger’.

Engerisser. Duitse familienaam Engeri(e)ser: die aan een smalle vlotbeek woont.

Engert, Engher: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ingohart.

Enghien, Henghien: Plaatsnaam Enghien, Nederlands Edingen (Henegouwen).

Engin. Wellicht Waalse uitspraak van Engen.

Englander, Engelander, Englender, Engielender: Volksnaam van de Engelsman.

Englisch, Englis, Englich, Engliz, Inglis, Engles, Inglese, Engliszer, Engelszer, Engielszer: Volksnaam van de Engelsman.

Enguerand, Enguerra, Engerand, Engrand, Angrand, Agarand: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Ingrave, Ingram. Zie Innegraeve.

Engwegen. Plaatsnaam in Valkenburg (Nederlands Limburg).

Engwer: 1. Duits Ingwer: gember. Beroepsnaam. 2. Vadersnaam. Nederduitse voornaam Ingward.

Enis: Vondelingnaam in Lv. 1787, als deel van een politieke slagzin.

Enk, van den: Plaatsnaam Enk, Eng ‘weiland, bouwland bij het dorp’ (Gelderland, Overijssel).

Enkels, Enckels, Enckell: 1. Oost Middelnederlands en Duits Enkel: kleinzoon. Vergelijk Petitfils. 2. Spellingvariant van Henkel(s).

Enkhuizen (van); eng of enk; omheind of afgeslote weiland, zie de ridderhofstad den Engh in Linschoten en het Sticht van Utrecht, havesate Enghuizen in Hummelo, Westeneng in Ede.

Enker: Variant van Anker. Huisnaam.

Enrique, Enriquez, Erriquez: Vadersnaam. Spaanse vorm voor de Germaanse voornaam Hendrik.

Ensch. Plaatsnaam Ensch, Duitsland.

Ensens, Ensing, Ensink, Ensinck, Ensik, Ansing, Ansingh. Vadersnaam. Afleiding van Germaans ans-naam, zoals Ansbert, Ansboud, Anshelm.

Enter, Enters: 1. Plaatsnaam Enter, Overijssel. 2.Germaanse voornaam and-hari: Antherus.

Enslin, Enzlin, Enzline: Vadersnaam afleiding van een Germaanse ans-naam, zoals Anselm.

Enst, van. Plaatsnaam Enst, Duitsland.

Ente, Enten, Entjes, Ent, van den, der, Ente, Endt, Hent; Vadersnaam. Friese voornaam die teruggaat op de Germaanse voornaam Ando. Vergelijk Antebertus, Endebertus. Nederlandse familienaam Entjes. zie Entink.

Enter. 1. Wellicht vadersnaam. Germaanse voornaam and-hari: Antherus. 2. Plaatsnaam Enter (Overijssel).

Entink, den Enting: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Ando, Antebertus, Endebertus.

Entrop. Naam uit de Westfaalse plaatsnaam Entrup, Entrop. Zie ook Antrop.

Enzlin: Vadersnaam. Verkleinvorm van Germaans ans-naam, zoals Anselm.

Epena, Epen, Epema, Epesz, Friese vadersnaam Epe; zoon van Epo.

Epenhuysen, van: Plaatsnaam Eppenhuizen in Kantens (Groningen).

Eperon, Espérant: Oudfrans esperon, Frans éperon: spoor. Beroepsnaam van de sporenmaker. Vergelijk Spoormakers, Spoor.

Eppen, Eppe, Eppema, Epema, Epping, Eppings, Eppinga: Vadersnaam. Eppe is de Germaans bakernaam Eppo, van bijvoorbeeld Eberhard of Everhard. 2. De Luxemburgse familienaam Eppe gaat misschien terug op Heep.

Epping, Eppinga, Epding: Vadersnaam. Afleiding van Eppe

Epstein, Epsteins, Epsteen, Epsteyn, Epsztein, Epszteyn, Epsztain, Epsztajn, Epsztejn, Ebstein, Esteyne: Plaatsnaam Eppstein (Duitsland).

Equerme. Plaatsnaam Esquermes (Nord).

Equeter. Romaanse spelling in Henegouwen van Zwitserse familienaam: Familienaam Egerder, Egarter, afleiding van Middenhoogduits egerde, egerte: braakliggend veld. Of uit plaatsnaam Agerten (Zwitserland)

Equipart. Afleiding van Frans équiper, Oudfrans esquiper (van Nederlands schip): zich inschepen, varen en schip toerusten. Beroepsnaam.

Eraerts, Heeraerds, Eraertst, Eraers, Eraets, Eraste, Erard, Erarts, Hérard, Eras, Era, Erades, Erade, Eradus, Errard, Herrard, Eeraerts, Eeraets, Eerhart, Erhart, Ehrhardt, Ehrhart, Ehret, Erhardt, Erhard, Erhat, Errerd, Heraes: Vadersnaam. Germaanse voornaam -er-hard: de betekenis van het eerste lid is onzeker.

Erasmus, Erasmy: Humanistennaam van Desiderius Erasmus, die eigenlijk Gerrit Gerritszoon (1466-1536) heette en zijn naam in verband bracht met ‘begeren’. Overigens heiligennaam.

Erauw: Vadersnaam. Uit Heraud, Germaanse voornaam hari-wald ‘leger-heerser’.

Erb, Erbe. Vadersnaam. Germaanse oornaam Erbo 'erfgenaam'.

Erblich. Wellicht reïnterpretatie van Duitse familienaam Erbrich. Plaatsnaam Erberich (Duitsland).

Erbsman, Erbsmann. Duitse beroepsnaam van de erwtenboer.

Erbstöszer. Duitse beroepsnaam van de erwtendorser, erwtenhandelaar.

Erbuer. Plaatsnaam Eertbuer/Erbuer in Heusden, Oost-Vlaandern.

Erdkamp: Erdkamp, Erkamp is een re-interpretatie van van de Germaanse voornaam Erka(n) of van de Turkse naam Erkan.

Ercole, Ercolini, Ercolani, Ercolie, Ercoli, Hercoly: 1. Vadersnaam. Italiaanse Ercole: voornaam Hercules, Latijnse tegenhanger van Grieks Herakles. 2. Zie ook Van Ackeleyen.

Erculice, Erculisse, Erculiste, Herculisse: Vadersnaam Picardische vorm van de voornaam Hercules.

Erdeghem Van. Familienaam uit de plaatsnaam Eerdegem in Baardegem (Oost-Vlaanderen).

Erdewijk, van. Plaatsnaam Harderwijk (Gelderland).

Erdle: Duits familienaam. Zoals Ert(e)l ontrond uit Örtel, verkleinvorm van een voornaam zoals Ortwin.

Erdmann, Erdman, Erdmans, Ertman, Erdelmann: Duits familienaam Erdmann, van Germaanse voornaam Ertmar. Zie Aertman.

Eren, Erens, Eerens, Errens: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse er-naam, zoals Erhard. Zie Eraerts.

Eriks, Eriks, Eric, Ericx, Iriks, Erichs, Erich, Eris, Eriksen, Ericsen, Eriksson, Erikson, Erichson, Erichsen: Vadersnaam. Germaanse voornaam Erik.

Erenberg, Eerenberk. Duitse plaatsnaam Ehrenberg.

Erkel, van Erk, van Erkel, van Arkel. Plaatsnaam Arkel (Zuid-Holland).

Erkelens, van, Erkelenz. Plaatsnaam Erkelenz, Nordrhein-Westfalen.

Erfelinck, Erffelinck, Erffelynck, Herfelin, Herphelin: Vadersnaam. Afleiding op -lin (achteraf verzwaard tot -linck) van Germaanse voornaam Erbo (zie Erbe) of van arbi-naam, bijvoorbeeld Erfman, Erbemarus, Erferich. Zie ook Herpelinck.

Erfaille. Wellicht variant van Arfeuille.

Erferst. Misschien Erverts, van Ervaerts. Vadersnaam. Germaane voornaam erb-hard: Arbardus. Of variant van Everaerts.

Erfman. 1. Van de erfman; eigenaar. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Erfman.

Eriks, Eric, Ericx, Iriks, Eriche, Erich, Eris, Eriksen, Ericsen, Erïksson, Erïkson, Ericson, Ericsson, Erichson, Erichsen: Vadersnaam. Germaanse voornaam Erik.

Erkan, Ercan, Erdkamp, Erkamp: 1. Germaanse voornaam Erka(n); zie Erken(s). Er(d)kamp is een reïnterpretatie. 2. Turkse naam Erkan.

Erkelbout, Erckelboudt, Kerckelbout, Herkelbout, Herchelbout, Echerbault, Herkelboek, Ergibo, Hergibot, Hergibo: Vadersnaam. Germaanse voornaam erkna-balth 'rein, echt-moedig'.

Erkelens. 1. Vadersnaam Erkelin, vleivorm van een Germaanse erk-naam; vergelijk Erkens. 2. Zie Erkelenz. Erkelenz, Erkelens: Plaatsnaam Erkelenz.

Erken, Erkens, Ercken, Erkenne, Herkenne, Erkes, Erkès, Eerkens, Eerkes, Herkens, Herkes, Herckens, Herck, Erck, Herks, Herckx, Herktz, Herx: 1. Korte Germaanse erk-naam.

Erkolf. Vadersnaam. Germaane voornaam erkna-wulf; rein-wolf.

Erkulf. Vadersnaam, voornaam Hercules.

Erlbaum, Erlboom. Duitse plaatsnaam Erlbaum; elzenboom, els.

Erlebacher, Erlenbach: Plaatsnaam Erlebach (als in Saksen) of Erlenbach (als in Beieren).

Erleboud. Vadersnaam. Germaanse voornaam erl-balth 'voorname man-moedig': Erlebaldus.

Erlenbusch, Erlenbuch. Duitse plaatsnaam; elzenbos als in Olpe.

Erler, Ehrler: 1. Afleiding van plaatsnaam Erle: els. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam erl-hari: Erlarius, Erlerius, Erleherus.

Erlin, Merlin, Merlein, Eerlings, Eerling, Erlings, Heirlings: 1. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse erl-naam; vergelijk Erleboud.

Erlingen, Erlinger, Eerlingen, Eerlings, Eerling, Erlings: Duitse plaatsnaam Erlingen (Beieren).

Ermel. 1. Moedersnaam. Korte vorm van Germaanse voornaam Ermelindis. 2. Zie Armel.

Ermen, van: Moedersnaam met voorzetsel ‘van’. Korte vorm van de Germaanse voornaam Ermelindis of Ermgart.

Ermengem, van, van Ermengen, van Ermingen, van Ermegem. 1. Familienaam uit de verdwenen plaatsnaam Hermengem in de buurt van Gavere (Oost)Vlaanderen). 2. Uit uit de plaatsnaam Hermelgem (Oost-Vlaanderen). 3. Of uit de gelijknamige en verdwenen plaatsnaam ergens in Vlaams-Brabant?

Ermens, Ermes, Hermens, Hermes: Moedersnaam. Korte vorm van Germaanse voornaam Ermelindis of Ermgart.

Ermer, Ermert. Vadersnaam. Germaanse voornaam ermin-hard 'groot-sterk': Ermhardus, of ermin-hari 'groot-leger': Ermeherus.

Ermerins: Moedersnaam. Afleiding van Ermen?

Ermgodts, Armgodts. Vadersnaam/moedersnaam uit Ermengudis of Ermengaut. 

Ermitage. Verspreide plaatsnaam Ermitage: woonplaats van een heremiet, afgelegen woning.

Erna. Waalse variant van Aernout, Ernout. Zie daar. 

Ernaelsleen, Ernalseen, Ernalsteen. Variant de Hernal-steen, de heren 'sire' + Alsteen, Van Germaanse athel-stan.

Ernekin, Erneken. Afleiding van Arnoud.

Ernemann. Vadersnaam van Germaanse voornaam Arnoud.

Ernens, Ernenst: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Arnoud.

Ernest, Erneste, Ernes, Ernst, Ernès: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Ernst ‘ernst’- 2. Maar de familienaam heeft zijn grootste verspreiding in Limburg en Luik waar ook Ernens(t) voorkomt. Ernest kan dus een reïnterpretatie zijn.

Ernon. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse voornaam Arnoud.

Ernots, Ernot, Ernon, Ernotte, Arnone. Vaders-, moedersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Arnoud (arn-noud).

Ernoul, Ernould, Ernoult, Ernoux, Ernou, Ernouf, Ernult, Hernould, Hernou, Hiernoux: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam arn-wulf'arend-wolf: Arnolfus, Arnulfus. Arnolf werd vaak verward met Arnoud. De verschrijvingen Ernould, Ernoult kunnen trouwens ook voor Ernoud staan.

Ernst, Ernest, Erneste, Ernes, Ernès: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ernst 'ernst':

Erp, van, Erpe Van, Van Herp, Van Herpen, Van Herpe. Familienaam uit de plaatsnaam Erpe (Oost-Vlaanderen) of Erp (Noord-Brabant). Zie ook Herp. 

Erpelding. Plaatsnaam Erpeldingen.

Erpelinck: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Erpo of Erpolf: erp-wulf ‘donker-wolf’. Vergelijk familienaam Erpels.

Erpels, Herpels: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Erpo. Of van Erpolfs (zie Erpoul). 2. Middelnederlands erpel: mannetjeseend, woerd. Zie Herpels.

Erpicum, van Erpecum: Plaatsnaam Erpekom in Grote-Brogel (Limburg).

Erpoul, Herpoel, Herpoele, Herpol. Franse vorm van de Germaanse voornaam Erpolf (erp-wulf; donker-wolf). 

Erps, van. Plaatsnaam Erps, Vlaams-Brabant.

Errembault. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam arin-bald; zie Eerebout.

Erremus, Errémus: Reïnterpretatie van Hernies als Latijn eremus: eenzaam.

Errico, Errigo. Vadersnaam. Italiaanse Enrico, Germaanse voornaam Hendrik.

Ertbruggen, van, van Eerdenbrugghe, Eerdenbrugh, van Eerenbruch, Eerenbruck, van Aerdebrugge, van Hertbrugge, Hertbruggen, Erdtbruggen, Erdbruggen, Vereertbrugghen, Vereertbruggen, Verertbruggen, Verhertbrugge, Verhertbruggen. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Eerdbrugge: brug aan de aard= aanlegplaats. Plaatsnaam op diverse plaatsen in Vlaanderen en Nederland. Wijnegem, 's-Herenelderen, Opwijk, Serskamp, Waregem, Deurne, Lieshout, Oirschot.

Ertel, Ertle, Ertl, Ertelt: Duitse vadersnaam. Dialect variant van Ortie, afleiding van een voornaam als Ortlieb, Ortwin.

Ertgelinus. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Angelinus, van Angelus; engel.

Ertmer. Vadersnaam. Germaanse voornaam Erdmar, die eventueel op Hertmar, Hartmar terug kan gaan.

Ertryck, Ertryckx, Ertrijckx, Eirtrijckx, Erdreich. 1. Vadersnaam uit het Germaanse Hard-rik; sterk-machtig. 2. Zie ook Aertenryck.

Erven, Erve. Vadersnaam, door erven verkrijgen, erfdeel.

Erven, van, der, van der Erfven, van der Erf, Vererfven, Vererfve, Vererfen, Verherve: Plaatsnaam Erve: erfgoed, erf (grondstuk).

Ertvelde, van, van Eertvelde, van Ertsvelde, van Artevelde, Dartevelde, Dartevelle, Ertveldt, Ertveld, Ertvelt, Van Etvelde, van Etveld: Plaatsnaam Ertvelde (Oost-Vlaanderen).

Ertzinger. Plaatsnaam Erzingen, Duitsland.

Ervenne, Erwenne, Erwoinne, Erwoine: Waalse aanpassing van Erven (zie Ervinck), al kan Erwoinne een aanpassing zijn van Erwin.

Ervinck, Ervinckx, Ervin, Ervincks, Ervyn, Ervynck, Ervijn, Ervijnck, Erven, Ervens, Hervinck, Hervens, Hervyns, Hervijns, Hervein: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse arbi-naam; 'erfgenaam'; zie Erbe, Erffelinck.

Erwin, Irwin: Vadersnaam. Germaanse voornaam Everwin.

Erwteman. Nederlandse Joodse beroepsnaam van de erwtenboer, -teler. Vergelijk Duits Erbsmann.

Erz, Ertz, Ersch, Ers: Vadersnaam. Oude vleivorm van Germaanse aro-naam.

Es, van, van Esch: Plaatsnaam Es ‘es (boom)’. Plaatsnaam Esch (Noord-Brabant, Gelderland).

Es, van der. Naam uit Groningen en Drenthe, waarvan de dragers allemaal aan elkaar verwant zijn, vernoemd aan het Es-land of de Essen rondom het dorp Onnen bij Haren.

Esbach. Plaatsnaam in Duitsland.

Esbeek, van, Esbeck. 1. Plaatsnaam Esbeek (Noord-Brabant). 2. Zie Van Heesbeke.

Esbeen, van, (van) Hesbeen: 1. Plaatsnaam Esbeemd: beemd met essen. 2. Zie Heesbeen.

Esberg. Plaatsnaam; berg met essen, in Merksplas, Antwerpen.

Esbeukman: Afleiding van plaatsnaam Esbeuk, misschien uit Esbeek in Hilvarenbeek (Noord-Brabant).

Esbroeck, Esbroek, van, van Esboeck, van Hesbroeck, van Hesbrock: Plaatsnaam Esbroek in Echt (Nederlands Limburg), moeras waar essen groeien.

Escalier, Escallier, Lescallier, Lescall, Scaillie, Scallier, Schallié, Schallie, Schallier. Beroepsnaam uit het Oudfranse escallier: schaliedekker, leidekker.

Escarmelle. 1. Plaatsnaam Escarmelle = Escarmeste in Naast (Henegouwen) Maar de familienaam komt hoofdzakelijk in Luik en Namen voor. 2. Misschien Oudfrans escabelle, eschamel, Frans escabeau, van Latijn scabellum, scamellum. Middelnederlands schameel: voetbank.

Escaux, Seaux, Scaut: Escaut, Romaanse vorm van de riviernaam Schelde.

Eschbach. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Eschler, Esch, Esche, Eschen: Afleiding van plaatsnaam Esche ‘es’.

Eschemann, Eschtnann, Eschtment, Esmans, Esman, Esmanne: Afleiding van de plaatsnaam Es, Esche: es.

Eschenroder. Plaatsnaam Eschenrod of Eschenrode, Duitsland.

Escher. Duitse vadersnaam. Germaanse voornaam ask-hari; es-leger, Ascarius, Ascherius.

Eschler. Afleiding van de plaatsnaam Esche; es.

Eschlimanne. Vadersnaam Duitse Àschlimann, Eschlimann, afleiding van Eschli, ontronde variant van Ôschli, afleiding van Oschwald.

Eschrich. Vadersnaam. Duitse vorm van Asscherick, Germaanse voornaam.

Eschweiller, Eschweiler. Plaatsnaam Eschweiler, Duitsland.

Escobar. Afleiding van Spaans escoba: bezem. Beroepsnaam. De naam van een Spaanse Jezuïet-casuïst, zodat de naam een bijnaam werd voor een hypocriet, die gewetensbezwaren handig van tafel veegt. Vergelijk Escoube. Ook Picardisch.

Escoffier, Escofier, Excoffier: Zuidfranse beroepsnaam: leerbewerker, leerhandelaar.

Escolle, Escole. Oudfrans escole, Frans école: school. Beroepsnaam van de schoolmeester of scholaster. Zie Delecole.

Escolas, Escolasse, Escolar, Ecolasse, Scolasse, Scolas, Scholasse, Scholasch, Skolaster: Beroepsnaam. Oudfrans escolastre, Middelnederlands scholaster, Middenlatijn scholasticus: opzichter over de kloosterscholen van het kapittel, zegelbewaarder.

Escoube, Escoubé, Escoubet: Oudfrans escobe, escove, van Latijn scopa: bezem. Beroepsnaam van de bezembinder.

Escoyer, Escoyez, Escohier, Lescouhier, Lescohier, Lescohiers, Lescouwier, Lescowier, Lecouyer, Lecoyer, Scoyer, Scoyez, Scoyet, Scohier, Scohiez, Scohi, Scohir, Scohy. Beroepsnaam uit het Oudfranse escohier: bontwerker, bonthandelaar, leerlooier, schoenmaker, van Germaans skôh, Middelnederlands scoe(ch): schoen. Scohir en Scohy zijn Waals.

Escudero. Spaanse beroepsnaam; schildknaap.

Esder, Esders. Vadersnaam. Esder(t), door klankverandering van Friese voornaam Edser(t), Edsart, van Germaanse voornaam agi-hard.

Esdeuren, van. Plaatsnaam Esdoorn.

Eselbrugge: Ook Esselbrugge. Plaatsnaam Eselbrücke in Soest (Noordrijn-Westfalen)?

Esghaen, Esgain. Plaatsnaam es gain: in het veld, in de wei, op de akker. Vergelijk Ingeveld.

Eshof, van den, Heshof. Plaatsnaam; waar essen groeien.

Eshuis: Plaatsnaam ‘huis bij een es’, bij Goor Overijssel en Rektum (Wierden, Overijssel).

Esinkbrink. Plaatsnaam. Brink van Esink, Germaanse voornaam, Saksisch brink: grasrand, open ruimte bij een erf, dorpsplein.

Esink: Vadersnaam. Afleiding van Germaans bakernaam, wellicht uit Adzo. Beroepsnaam. Essink, Groningen, Antwerpen.

Esken, Eskens, Eskes, Eskin, Eyskens, Heskes, Iskes, Askes. 1. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam Aska, dit uit het Germaanse aski: es. 2. Vadersnaam uit een Germaanse agis-naam, zie Eisen.

Eshuis, Eshuijs, Eshuys, Essenhuis, Esmyer, Esmeijer. Familienaam uit es (de boom) en meyer (zie daar). Zoiets als toezichthouder op de (essen)bossen. Vergelijk Duits Eschenmeier ‘meier bij een es’.

Esnault, Esnol, Esnal, Esnoult, Esnout, Esnouf: Vadersnaam. Verschrijving voor Romaanse Enault, van Germaanse voornaam agin-wald 'zwaard-heerser': A(g)inaldus. 2. Ennault door assimilatie van Ernault enz.

Espagne, Espagnet: Afkomstig van Spanje, Frans Espagne.

Espalard, Epaillard, Spalard, -Spalart, Spalar: Zoals de Franse familienaam Epaulard, van Oudfrans espaulart, afleiding van Oudfrans espalle, Frans épaule: schouder. Bijnaam voor een breedgeschouderde.

Espeels, Hespel, Hespeels, D’Espeels. Plaatsnaam Hespel in Sperleke (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Espenhout, Espehout, Espenoudt, van Espenhoudt, van Espenhout: Plaatsnaam Espenhout: espenbos.

Espelveld. Plaatsnaam Espenveld; veld met espen, Espenfeld in Duitsland.

Espen, van, van Hespen, van Nespen, Vannespenne: 1. Plaatsnaam Espen ‘esp (boom)’. 2. Zie van Nispen. 3. Familienaam uit de plaatsnaam Neer- of Overhespen (Brabant). 3. Zie Van Hespen.

Espinosa, Espinoza. Spaanse familienaam. Plaatsnaam Espinosa in Burgos. Vergelijk Spinosa.

Esposito, Esposto, Espositot, Esposti, Exposito, Sposito: Italiaans esposito: vondeling.

Espreux, Spreux, Spreu. Oudpicardisch espreu; profijt, voordeel. Bijnaam.

Esprit, Espriet: Frans esprit: geest. Vergelijk De Geest, Spiritus.

Espt, van der. Plaatsnaam Espt: espenbos, in Tielt, Torhout (West-Vlaanderen).

Esquedin, Squedin, Schedein, Schedin: Plaatsnaam Sequedin (Nord).

Esquelin, Squelins, Squelin: Oudfrans escalin, Waals skèlin, van Middenenderlands schellinc: muntnaam schelling. Vergelijk Schellinck(x).

Esquenet, Equinet: Bijnaam. Norm équéné: zwak, tenger

Esschenbrouck, Hesschenbrouck: Plaatsnaam Essenbroek: moeras waar essen groeien.

Esschentier, Hesschentier, Lusschentier: Aanpassing vanMiddenfrans escutier, respectievelijk van amer; 'schilddrager, maker van schilden', afleiding van Oudfrans escut, van Latijn scutum 'schild'.

Esschoten, van. Plaatsnaam Eschoten in Ede, Gelderland.

Esse, van, den, van der Ese, van der Essen, van Essche, van Esche, van Hesschen, van Hessche, van Heessche, van den Esch, van Denesse, (van) Es, Esch, van Nesse, van Nes, van Nesche, von Esschen, von Eschen, Veres, Veresse, Veress, Verhesschen, Verhessen, van Essens, van Esse, van Hessen, van Hes, Essenius, Wanesse, Vanèse, Vonnêche, Vonêche, Vonèche, Vonnèche, Vonneche, Voneche. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Es, Ten Es: boom of essenbos. Of uit de plaatsnaam Essen (Antwerpen) of Esch (Noord-Brabant, Gelderland). Deze plaatsnamen komen dan weer uit Es, Ten Es.

Essel. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Azilo. Zie Asselijn. 2. Spelling voor Hessel.

Esselaar Esselier. 1. Variant van Haeseleer? 2. Zie Wisseler.

Esseldeurs. Verhaspeling (van Resteleur?). Of= Esdeuren.

Esselhout. Plaatsnaam Essenhout: essenbos, in Kapellen en Ekeren (Antwerpen).

Essemaeker, Essemackers, Essemacker. Beroepsnaam Assenmaker, smid, wagenmaker, zie Assenmaker.

Essen, van, van Hessen, von Essen, Essens: 1. Plaatsnaam Essen (Antwerpen, Overijssel, Groningen, Duitsland), Essingen (Luxemburg) . 2. Zie Van Hessen. 3. Variant van Van den Esse.

Essenberg, Estenbergh: Plaatsnaam Essenberg in Passendale (West-Vlaanderen), Homberg (Duitsland), Hessenberg (Nederlands-Limburg).

Esserink: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Adzo. Vergelijk Esink.

Esser, Essers, Esses: Beroepsnaam. 1. Nederrijnse familienaam Esser(s) ‘assenmaker, wagenmaker’. 2 Duitse Äscher ‘bereider van as, potas’. 3. Zie ook Dessers.

Esseveldt, van, Esveld van: Plaatsnaam Esveld in Barneveld (Gelderland) en bij Diepenheim, Overijssel.

Essig, Essique: Duits Essig: azijn. Beroepsnaam van de azijnmaker of -verkoper.

Essing. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Adzo. Vergelijk Asselijn.

Essinger, Eszinger: Plaatsnaam Essingen (Duitsland), Essing (Beieren).

Est, van der, van de(r) Rest, van de(r) Reest, van Heste, van Est, van Este, (van) den Hest, Verhest, Verest: 1. Plaatsnaam Est ‘essenbos’, bijvoorbeeld in Neerijnen (Gelderland). 2. Plaatsnaam Est, variant van Ast ‘droogoven’ 3. Uit Els; Elzenbos. 4. Zie ook Nest. 5. Van Hest kan ook afkomstig zijn uit Van Heist. Bijnaam uit het Oudfranse estoré: toegerust, welgesteld.

Estalrrich, Estalrich. Spaans. Estalrich is een variant van Estelrich, een naam uit Majorca, ook Esterlich, Estarlich. Vermoedelijk van Hostalric, Catalaanse plaatsnaam. 2. Estarlich, oude Catalaanse naam voor Oostenrijk, Ôsterreich.

Estaquier. Afleiding van Oudfrans estache, Oudpicardisch estaque, van Oudnederlands staka: staak, paal. Beroepsnaam van de heier van palen.

Estas, Estache: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Eustachius.

Esteban, Estebanes, Estebanez, Estepan. Vadersnaam. Spaanse vorm van Griekse heiligennaam Stefaan.

Ester, van: Plaatsnaam Ester in Ahlen (Noordrijn-Westfalen en Beieren).

Ester, Esters, Esther, Esthers, Estersohn, Esterzon: Vadersnaam. Germaanse voornaam ast-hari; 'tak-leger': Astharus.

Estercam. Plaatsnaam Heesterkamp: veld met heesters. Duits Heisterkamp.

Esterq. Waalse aanpassing van Sterck.

Esterman, Estermann. 1. Afleiding van vadersnaam. Ester. 2. Afleiding van plaatsnaam Ester, Beieren.

Estevenon. Vadersnaam, afleiding van heiligennaam Stefanus.

Esther, Esthers. 1. Zie Ester. 2. Moedersnaam. Bijbelse voornaam Esther.

Estienne, Estenne, Esteve, Estèves, Estevens, Esteves, Estevez, Etève, Etienne, Etien, Ethienne, Etiennot, Lestienne, Lethienne, Letienne, Lethien, Letient, Etiënne, Itienne: Vadersnaam. Étienne is de Franse vorm van de heiligennaam Stefanus.

Estoret, Estorez, Estores, Storet, Storez, Letoret, Letorey: Bijnaam. Oudfrans estoré: uitgerust, toegerust, gegoed, welgesteld. Letoret, van l'étoré, van l'estoré.

Estrach. Jiddisch Estraich(er): Ôsterreicher, Oostenrijker.

Estrada, Oudfrans estrade, Italiaanse strada; straat(weg).

Estryn. Oudfrans estrin; vreemd, vreemdeling.

Esveld, Esvelt. Plaatsnaam Esveld in Kalken, Oost-Vlaanderen, Barneveld; veld met essen.

Etoc. 1. Oudfrans estoc, van Nederlands stok: paal, stam, zwaard. Vergelijk Stock. 2. Plaatsnaam Estocq in Ostiches (Henegouwen).

Etsen, van: Plaatsnaam Etzen in Amelinghausen (Nedersaksen).

Etten, (van): Plaatsnaam Etten (Noord-Brabant), nu Etten-Leur. Ook Eten in Gendringen (Gelderland).

Ettendorff. Plaatsnaam Ettendorf, Elzas.

Etterbeeck, van. Familienaam uit de plaatsnaam Etterbeek (Brussel). 

Ettinger, van. Plaatsnaam Etting, Beieren.

Ertvelde, van Ertveld, van. Variant van Van Ertvelde of Van Heetvelde.

Etz, Ets, Etzel: Vadersnaam. Germaanse voornaam Atzo, -so-afleiding van een ad- of athal-naam. Etzel is een -el- afleiding van Adzo, Azzilo, Ezzilo.

Eubelen, Heubel: Vadersnaam van de voornaam Obin; vergelijk Eubben.

Eucher, Euchère, Echer: Vadersnaam. Germaanse voornaam Eucharius, Eucherius.

Eude, Eudes, Heude: Vadersnaam. Picardisch vorm van de Germaanse voornaam Odo.

Eudier. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam aud-hari 'bezit-leger': Audaherus. Vergelijk Eude.

Eugène, Eugene. Vadersnaam. Griekse heiligennaam Eugenius.

Eukem, van, van Euckem, Waneukem, Wanekem, Waneuken, van Euckem, van Eukem, van Eukenne, van Heuken, van Heucke, Heukem, vande Neuken, van Huychem, van Huijchem, van Huyghem, van Unchem. 1. Naam uit de plaatsnaam Udekem in Zoutleeuw (Vlaams-Brabant). 2. Soms mogelijk ook uit de plaatsnaam Euken (St.-Genesius-Rode - Vlaams-Brabant). 

Eulaerts, Eulaerts, Eulaert. Vadersnaam uit de voornaam Eulard (Picardisch vorm van Willard (wilja-hard)? 

Euler, Eulers, Euler, Eûler: Afleiding van Middenhoogduits ûl, aul, van Latijn olla: pot. Beroepsnaam van de pottenbakker.

Eupen, van, van Heupen: Plaatsnaam Eupen (Luxemburg).

Euphrosine. Moedersnaam. Griekse heiligennaam Eufrosyne; vrolijkheid, blijmoedigheid'.

Eusèbe, Eusebio, Eusepi: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Eusebius; vroom'.

Euskirchen. Plaatsnaam in Duitsland.

Eustache, Eustace, Eustaze, Hustache, Hostache, Istasse, Istas, Istae, Istas, Istaes, Istase, Istasse, Istace, Istaces, Istaz, Ista, Istat, Itace, Histace, Histas, Histasse, Ystas, Estache, Estachas, Astaes, Vitasse, Witas, Witasse. Vadersnaam uit de Griekse naam Eustacius. Istaes uit Justaes (vergelijk dialect iefrouwe, van juffrouw).

Evaert, Evard: Vadersnaam van Everaert, of oude Germaanse voornaam: Ewardus.

Evaldre. Waals hypercorrect voor Ewald? Of uit Walder?

Evans: Vadersnaam. Evan is de Welse vorm van John, Jan.

Evarist, Evariste. Vadersnaam. Griekse heiligennaam Evaristus; welgevallig.

Eve, Eves; Moedersnaam. Bijbelse voornaam Eva.

Eveillard, Evilard, Hévellard: Bijnaam, van Frans éveillé: wakker, levendig, alert.

Evekink, is niet van een mannennaam in de oorspronkelijke vorm afgeleid, maar van verkleinvormen en wel van Eveke.

Evelein, Eveleens: Ook Eveling, Everling. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse ever-naam Everaard, Everaardt, Everaars, Everaart, Everaarts, Everaerd, Everaers, Everaerts, Everaers, Everoërs, Everhard, Everharsus: Vadersnaam. Germaanse voornaam ebur-hard ‘ever-sterk’.

Evelghem, van Evelgem, van, van Evelgom: 1. Plaatsnaam Evergem (Oost-Vlaanderen)? 2. Of plaatsnaam Euvelgunne (Groningen)?

Evenhuis, van. Plaatsnaam, adresnaam, even of gelijk aantal huizen.

Evenpoel, Evenpoel, Everdepoel. Naam uit de plaatsnaam Evenpoel: effen vlakke poel (mogelijk ergens in het zuiden van Vlaams-Brabant). 

Even, Evens, Evin, Evinck, Evinckx, Evick, Ewing. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam ebur: ever. 

Even, van. Plaatsnaam. Middelnederlands Even(e): zwarte haver. Vergelijk Van Haver.

Evenblij. Reïnterpretatie van Everdey? Vieubled (vergelijk Waterbley)? Of even-blé: haver-koren; vergelijk Van Everco(o)ren?

Evenboer. Beroepsnaam van de haverboer, haverteler.

Ever, (de), Dever, Devers. 1. Bijnaam de ever: dierennaam. 2. Engelse familienaam.

Everaert, Eeveraerts, Everaardt, Everaarts, Everaart, Everaerd, Everaerdt, Everardts, Everards, Everart, Everarts, Everhard, Everard, Everaed, Everaedt, Everaet, Everaets, Everats, Everatt, Everaer, Everaere, Everats, Everaers, Evaers, Evars, Evera, Evraerd, Evaert, Evarts, Evart, Evard, Evad, Evaere, Evaerst, Evaets, Evas, Evat, Evats, Euvrard, Eurard, Ewerhard, Heveraerdt, Heveraedt, Heveraet, Euerard, Ewrard. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ebur-hard; ever-sterk. 

Everbroeck Van. Familienaam naar de gelijknamige plaatsnaam uit ebur-broek. Wellicht in de omgeving van Lier. 

Everdey: Vadersnaam. Een oorspronkelijk typisch Zeeuwse familienaam die nu blijkbaar uitgestorven is. Noordzee-Germaanse variant van Everdag.

Everbecq. Plaatsnaam Everbeek, Oost-Vlaanderen, Frans Everbecq.

Everboud. Vadersnaam. Germaanse voornaam ebur-balth 'ever-moedig'. Everboldus.

Everbroeck, van. Plaatsnaam Everbroek: broekland met bevers.

Evercooren, van, Evercoren, van. Plaatsnaam; plaats waar haver (koren) groeit. Vergelijk Duits Evenstroh en Haverkorn.

Everdye, Everdy. Vadersnaam. Everdey geen vleivorm op -ei van Everd. maar is Ever-dei een kustvorm vorm van Everdag.

Everding, Everdien: Vadersnaam. Afleiding van Everd, Everhard. Vergelijk Duits Eberding.

Everdingen, van: Plaatsnaam (Zuid-Holland).

Evered, Everett: Vadersnaam. Engelse vormen voor Everhard.

Evergem, Everghem, van. Plaatsnaam Evergem, Oost-Vlaanderen.

Everix. Engelse familienaam Everix, Everiss, van Franse plaatsnaam Evreux (Eure).

Evers, Everse, Eversen, Evertse, Everts, Evertsen: Vadersnaam. Korte vorm van de Germaanse voornaam Everhard.

Everling, Eveling: vadersnaam. Afleiding van Ever-naam.

Evermans. Vadersnaam. Afleiding van Ever, Germaanse vooornaam Everhard.

Eversdijk: Plaatsnaam in Kapelle (Zeeland). Dijk van Everdei: 1271 Eversdeysdic.

Everstijn. Plaatsnaam Everstein in Wondelgem (Oost-Vlaanderen). Vergelijk Duits Eberstein. Maar Everstijn is een Amsterdamse familie in de18de eeuw, wellicht uit het Duitse graafschap Everstein.

Everts, Evertse, Everaarts, Everaedts, Eberhardi, Everda, Evers, Evert, Evertz, Everst, Ewertz, Evertszen, Eversma, Ewert, Hevers, Hever, Eevers, Eversen, Efers, Effertz, Efferz: Vadersnaam. 1. Korte vorm van de Germaanse voornaam Everhard, Ever en hart. 2. Variant van de Germaanse voornaam Einverd: agin-frith. Einfridus.

Everwijn: Vadersnaam. Germaanse voornaam ebur-win ‘ever-vriend’: Eberwinus.

Evlard. Samentrekking van Evilard of variant van Evrard (wisseling r/l).

Evraud, Evraut. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Everwoud: ebur-wald 'ever-heerser': Eburoldus, Ev(e)raldus.

Evremont, Evrenont: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam ebur-mund 'ever-bescherming'. Ebermundus, Evermundus.

Ewald, Ewalds, Ewals, Ewalts, Evaldre, Ewold. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Ewoud (êwa -wald).

Ewals: Vadersnaam. Uit Ewalds, afleiding van de Germaanse voornaam Ewald, Ewoud: êwa-wald ‘wet, recht-heerser’: Ewaldus. Eward en Ewert zijn nog Friese en Groningse voornamen.

Ewbank. Engelse familienaam en plaatsnaam Yew-bank: helling, oever met Taxus bomen.

Ewe, is Fries Groningese voornaam.

Ewen. Vadersnaam, afleiding van Germaanse voornaam Ewoud of Eward.

Ewijk, (van) van Heewaek: Plaatsnaam (Gelderland).

Exaerde, van. Plaatsnaam Eksaarde (Oost-Vlaanderen).

Exel, van, van Exsel, Exelam, Exelmans, Excelans: Plaatsnaam Exel in Lochem (Gelderland), Eksel (Belgisch-Limburg).

Exter, (den); de Exster: Bijnaam naar de vogelnaam ekster, voor een babbelaar, praatvaar, die praat als een ekster. Vlaamse familienaam Axters.

Exter, van: Vervorming van van Ester.

Exsteyl. Beroepsnaam. Middelnederlands hecstijl, heckepost 'stijl van een hek'.

Exterdael. Plaatsnaam Extertal, Duitsland.

Extergem, van, Exterghem: Reïnterpretatie van Hongaarse plaatsnaam Es(z)tergom?

Extra. Spelling voor Fries Eikstra of Ekstra; van Eik.

Eijck, van, Eyck, van, Eijk, van, van Eijck, Eyk, van, van Eychm, van Uk, van Yck. Adresnaam, naar een opvallende eik. Plaatsnaam Maaseik, Limburg.

Eijckmans, Eekman, Eykman, Eykmans, Eikmans. Afleiding van van der Eeke/Eike.

Eydam, Eydems, Eydens: Middelnederlands eidom: schoonzoon. Vergelijk Duits Eidem, Eidams, Frans Beaufîls.

Eyden, van den, Eyde, van den. Waarschijnlijk variant van Van den Eynde.

Eijelink: Ook Eyling. Vadersnaam. Afleiding van Germaans agi-naam,

Eyen, van, waarschijnlijk variant van Van Eygen.

Eyerman. Beroepsnaam van de eierkoopman.

Eijk, (van); van IJk: Plaatsnaam Maaseik (Belgisch-Limburg): Of verkort uit van der Eijk.

Eijk, van der; Vereijke, Vereijken, Verheijke, Verijke, Verrijk, Vreijke: Plaatsnaam ter Eik/Eek ‘eik’. Zie ook Vereeke(n).

Eijke: Vadersnaam. Germaanse voornaam Aico.

Eijkhof, van den: Plaatsnaam ‘hof met eiken’. Vergelijk Eikelhof in Olst, Overijssel, Eikenhof in Apeldoorn (Gelderland).

Eijmeren, van: Plaatsnaam Eimeren in Elst (Gelderland).

Eijnde, van den, (van den) Eijnden, van de(n) Ende, van der Ende, van den Enden, van der Ent, van der Endt, van Hende, van de(n) Hende: Plaatsnaam ten Einde ‘eind, uiteinde, afgelegen plaats’.

Eygen, Eyghen, Eyghene, van, van Heyghen, van Heygen, van Eijgen, van Eighen, van Eigen, van Eyghem, van Eygem, van Egghen, van Heyghem, van Heygem, van Heyghen, van Heygen, van Heghen, van Hege, van Hegen, van Negen. Familienaam uit de plaatsnaam Eyghene in Egem, Pittem, Tielt, Wingene. Of uit Eigen in Neerijse (Vlaams-Brabant), Oud-Turhout (Antwerpen), Zepperen (Limburg). Plaatsnaam Eigen: allodiaal, niet-leenroerig goed.

Eygelshoven, van Eijgelshoven. Plaatsnaam Eygelshoven, Nederlands-Limburg.

Eygemans, Eygeman. 1. Afleiding van Van Eyg(h)en. 2. Bijnaam van de eigenman: horige, lijfeigene.

Eygen, Eijgen, Eyen: 1. Vadersnaam. Korte Germaanse voornaam Aigin 'eigendom, bezit'. 2. Duitse familienaam Eigen = Eigner: eigenaar, die eigen bezit heeft.

Eykelenstam. Plaatsnaam Eik. Vergelijk Eykenboom.

Eyken, van der, ban der Eijk, van (der) Eycke, Eycken, Eyke, van (der) Eijcken, Eijke, Eijken, van der Reycken, van den Reijcken, van den Reyken, van der Ick, Icken, van der Ickx, van der Ieck, Vandéric, van (der) Eecken, Eeken, Vonderhecken, van der Reken, van (der) Ecken, (van) Heecke, van Heek, Heeke, Verheijke, Vereycke, Vereyckem, Verijcken, Vereijken, Verreijken, Verreijke, Verreijcken, Verreycken, Vereycken, Vereyken, van der Yken, van der Ycken van der Ryken, van de(r) Rijck, Rijcken, van de Rijke, Rijken, van de Ryck, Rycke, van de Ryken Rycken, van Drick, van Driken, Veryke, Verijke, Verijken, Verrijck, Verryck, Verryke, Verryken, Vereeke, Vereeken, Vereeck, Vereecken, Verecken, Verecke, Verreck, Verrek, Verrecken, Vereckens, Vereecque, Vereque, Vreeke, Vreeken, Vreycken, Vreyken, Vreijken, Verheecken, Verheecke, Verheeke, Verheck, Verhecken, (van der) Eycken, (van) Eycken, (van) Eyck, van Eecke, Eijkenboom.. Zeer verspreide plaatsnaam afgeleid van 'Ter Eeke', 'Ter Eyck': plaats waar eiken groeiden.

Eykenbos. Plaatsnaam Eikenbos, in Schaasberg, Nederlands-Limburg, Tongeren, Limburg.

Eykens, Eycken, Eyckens, Eykans, Eyking, Eikens, Eijkens, Eken, Eke: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse aig-naam: Aicardus, Eichardus, Aicharius, Aiculfus, Aico. 2. Vergelijk ook Heiken.

Eykerman, Eyckermans, Eyckerman, Eyckermans, Ekermans, Ekerman, Hekerman, Neykermans, Ekelmans, Eikelmann, Eckelmans: 1. Eikelman: Bijnaam voor iemand die eikels raapt, die varkens met eikels voedert. 2. Variant van Eekmans.

Eyckholt, Eijckholt, Eyckholt, Eijkhout, Eycholt: Eikenhout: eikenbos. Vergelijk Eekhou(d)t.

Eykman, Eykmans, Eykmann, Eyckman, Eyckmans, Eekeman, Eekman, Eeckeman, Eeckmans, Eekman, Eekmans, Eckeman, Eckmann, Eckman, Ekman, Heyckmans, Heykmans, Heijckmans, Heeckman, Ykman, Eikema. Afleiding van Eyken Van der. Zie daar. 

Ekema, Eekma, Ekama; Friese vadersnaam Eke, Eco, vleinaam zoals Eelke of Eelco, vrouwelijk Eelke, Eelkje en Eeke, Eekje, Hollands Eeeltjen van Ele, Elo; edel, ouder Athal en vandaar Ekama, Ekema, Ecoma, Eekma, Eelkinga, Eelking, Eelkema, elkes, eltjes, Edeling, Adeling, Adelen; zoon van Athal.

Eykveld, van Eijkveld: Plaatsnaam Eikveld: veld waar eiken groeien. Eikerveld in Rumst (Antwerpen), Eikenveld in Wilrijk (Antwerpen).

Eyland, Eylan, Eland, Elants: Vadersnaam. Germaanse voornaam agi-land 'zwaard-land': Ailandus.

Eyletten, Eyletters. Moedersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam Ida, Ide.

Eynatten, Eyratten, van Nijnatten, van Nynatten, van Nijnanten: Plaatsnaam Eynatten (Luik).

Van (den) Eynde, van den Eynden, van (den) Eijnde, van Eijnden, van der Eijnden, van den Einde, van den Einden, van (den/der) Ende, van Enden, van de Hende, van (den) Hende, Henden, van den Inde, Ivan den nden, van (den) Eynt, Eyndt, van den Eijnt, van Endt, van Eijndt, van Endt, van der En, van der Endt, van den En, Eng, van In, van Nin, van Ing, van Ingh. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam 'ten Einde, Inde.' : eind, afgelegen plaats. 

Eyndonck, van. Plaatsnaam Heindonk, Antwerpen.

Eijndhoven, van Eyndhoven, van, Eijndthoven, van, Eijnthoven, Eynthoven, Eijnden, van den, Eynden, van den. Plaatsnaam Eindhoven.

Eynhouts. Vadersnaam. Germaanse voornaam agin-wald 'zwaard-heerser': Agenoldus, Ainoldus.

Eijnwachter: Duitse beroepsnaam Einwächter ‘Einzelwächter’, die alleen op wacht staat.

Eyns. Vadersnaam. Variant van Heyns.

Eijs,van, van Eys, van Eijs. Plaatsnaam Eys (Nederlands Limburg).

Eijsden, van, Eysden, van: Plaatsnaam Eijsden (Nederlands Limburg of Eisden (Belgisch-Limburg).

Eysenbach. Plaatsnaam Eisenbach, Duitsland.

Eysenrode, van. 1. Plaatsnaam Nijsselrode in Meensel-Kiezegem (Vlaams-Brabant): 1422 Ysenroede. 2. Plaatsnaam Etsenrade in Jabeek (Nederlands-Limburg).

Eijsink: Ook Eisink, Eising, Eisinga, Eissing. Vadersnaam. Afleiding van Germaans agis-naam ‘schrik’, zoals Eisboud, Eisbert.

Eisinga, Eisinga, Van Eysinga, Eisenga, Van Eisenga, Eizenga, Van Eizinga, Eising, Eisink, Eysinger, Eyssema, Eizema en Eisma, Eissen en Eises, met het verlatijnst Eyssonius; van de vadersnaam Eise. En de plaatsnamen Eisink, een gehucht bij Haren in Groningerland; Eisinghusen, een gehucht bij Loppersum, en een ander bij Nüttermoor, in Oost-Friesland; Eysinghem, een dorp in Zuid-Brabant; Eisingen, een dorp bij Pforzheim in Baden, enz.

Eyssartier, Issartier, Eyssautier: Frans Essartier, Essertier, van Oudfrans essart: rode, gerooid bos; essartier: rooier. Beroepsnaam van iemand die (bossen) rooit.

Eysscher. 1. Middelnederlands eischer: eiser (in rechte). Beroepsnaam. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam agis-gaiz 'vrees-speer': Eiskeri.

Eysselinck, Eysselinckx, Eysselinch, Heysselinckx, Hijsselinckx, Hysselinckx, Hysselinck: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse agis-naam; vergelijk Eisen. Of van îsan-naam (îs-ling). Zie ook Asselijn.

Eytorff, Eijtorff. Plaatsnaam Eitorf in Duitsland.

Eijzeren, van: Plaatsnaam IJzeren in Valkenburg aan de Geul (Nederlands-Limburg).

Exaerde, van. Familienaam uit de plaatsnaam Eksaarde (Oost-Vlaanderen).

Ezendam: Plaatsnaam tussen Almelo en Wierden, Overijssel, met varianten Essendam, Eesendam.

Ezinga: Vadersnaam. Friese afleiding van Germaans agis-naam; vergelijk Eijsink.