Verklaring van achternamen G

G.

Gaack. Waarschijnlijk Duitse familienaam Gack. Bijnaam voor een tateraar.

Gaag, van der: Waternaam de Gaag (Zuid-Holland).

Gaal, van, van Gal, Gaalen, van Gael: Plaatsnaam Gaal (Noord-Brabant).

Gaanderse: Vadersnaam. Zoon van Gander, Germaanse voornaam gand-hari: Gantharius.

Gaascht, Gaasch, Gascht: Plaatsnaam Gaasch bij Diedenhofen (Lotharingen).

Gaasterland: Plaatsnaam Gaasterlân (Friesland).

Gaastra: Friese afleiding van van der Gaast. Sommige families van de Middelgaast of Gaasterland noemden zich zo.

Gaasbeek, van, Gaasenbeek. Plaatsnaam Gaasbeek, Vlaams-Brabant.

Gabant, Gaban. Bijnaam. Frans dialect gaban; vagebond, zwerver.

Gabaret, Gabarré, Cabrée: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gabriel. 2. Variant van Cabaret.

Gabel, Gabell, Gabelle, Gabele, Gabay, Gabai, Gabais, Gabia: Oudfrans gabel, Middenfrans gabele: spot. Bijnaam. Vergelijk Gabill(i)a.

Gäbel, Gäbele, Gaebel, Gabel. Duitse vadersnaam van de voornaam Gabelo, afleiding van Gabo.

Gaber, Gabert, Gabard: Vadersnaam. Germaanse voornaam gada-berht 'gade-schitterend'.

Gabet, Gabez. Vadersnaam. Afleiding van Gabert.

Gabillia, Gabilla. Afleiding van Oudfrans gabil; spot. Bijnaam.

Gabinet, Gabin, Gabbin. Afleiding van Oudfrans gabe; spot, grap, plagerij. Bijnaam.

Gabon, Jabon: Vadersnaam. Vleivorm van Gabert of verbogen vorm van bakernaam Gabo.

Gabreau, Gabreaux, Gabriau, Gabriaux, Gabrieau, Gabrio, Cabaraux: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Gabriel (vergelijk Oudpicardisch castiel, Frans château).

Gabriels, Gabriek, Gabriëlse, Gabriëls, Gabriëlle, Gabriël, Gabriëlli, Gabrielson, Gabrielse, Gabrieelse: Vadersnaam. De Bijbelse voornaam van de aartsengel Gabriel; sterke man van God.

Gabrin. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Gabriel.

Gabrio. Spelling voor Gabriau, zie Gabreuax.

Gabryl, Gabry, Gabrys: Vadersnaam. Variant van de voornaam Gabriel.

Gaby. Vadersnaam. Vleivorm van Gabriel.

Gacet, Gachet, Gassée, Gassee: Vadersnaam. 1. Afleiding van de Germaanse voornaam Wazo. 2. Variant van Gocet.

Gach, Gachertz. Bijnaam. Middenhoogduits gâch: onstuimig, opvliegend.

Gachard. Afleiding van Oudfrans gaschier: wassen, doorweken; vuil maken, verknoeien. Bijnaam.

Gadaen, Gaudaen, Gadan, Gadant: Variant van Gaudaen. Vadersnaam. Gaudan, van Gaudon, Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Waldo.

Gadée. Afleiding van Oudfrans gade; geit?

Gadely. Frans Ga(u)delet, afleiding van Germaanse wald-naam.

Gadisseur, Gadisseux, Gardisseur, Gatisseur, Gatiseur, Gaudisseur, Gaudisser: Luiks-Waalse gâdisseû: vrolijke gezel, leuke kerel, verliefde.

Gadpaille. Zinwoord Gâte paille: die stro verspilt.

Gadt, de, de Ghadt: Degate, vertaling van Van den Gâte.

Gaelens: Vadersnaam. Galin, oude vleivorm van de Germaanse voornaam Gale, van Galo. Zie Galle.

Gaemers. Waarschijnlijk hypercorrect voor Gommers.

Gaeng. Duitse familienaam Gang, van de voornaam Wolfgang. Vadersnaam Gaens, (de), zie (de) Gans.

Van de Gaer, van de Gaar, Gaart, van de Gar, Gard. Familienaam uit de plaatsnaam Gaar: hek aan een weiland (onder andere Gader in Hasselt). 

Gaesbeek, van, van Gaasbeeck, van Gasbeck, van Gasbecq, Gaasbeek, Carsbeke, Gorsebeek: Plaatsnaam Gaasbeek (Vlaams-Brabant) of in Itter (Waals-Brabant). Gaasbeke in Moeskroen. (Henegouwen), Proven, Stavele, Veurne (West-Vlaanderen), St.-Winoks (Frans-Vlaanderen). Garsbeke is hypercorrect.

Gaeters. Bretonse dialect vorm van Guiters?

Gaethof, Gaethofs, Gaethafs, Gaetofs, Gathof, Van Gaethoven, Gaetaf, Gadaf, Gaetshof, Gasthofs. Familienaam uit de plaatsnaam Gaathoven in Herk-de-Stad (Limburg). 

Gageldonk, van: Plaatsnaam Gageldonk in Breda (Noord-Brabant).

Gagelmans. Afleiding van de plaatsnaam Gagel.

Gagnage, Gaignage: Frans gagnage: weide, landbouwgrond, akkerland. Bijnaam voor landbouwer.

Gagnebin. Zinwoord Gagne bien: die zijn goed verdient.

Gagnepain. Zinwoord: die zijn brood verdient. Vergelijk Wannepain.

Gahilde, Gahide, Gahyde, Gahylle, Gahitte, Gahete: Moedersnaam. Germaanse voornaam Wadhaida, Wathaid, geromaniseerd tot Wadhida.

Gahier, Cahier: Nederduitse plaatsnaam Gähle: vochtige laagte.

Gaiemet. Vadersnaam Gaillemet van Guillemet. Vergelijk Gaillemain.

Gaier. Duitse bijnaam Geier; gier.

Gaiger, (de) Gyger, Giger: Afleiding van Middelnederlands gige, Duits Geige: luit, viool. Naam voor de vioolspeler, vedelaar.

Gaigerick. Lijkt een Germaanse rîk-naam te zijn. Vergelijk Gaganricus.

Gaignaux, Gaigneaux. Variant of afleiding van Cagneux. Beroepsnaam van de landbouwer.

Gaignie, Gaignier, Gasnier, Ganhy, Gany, Gangné, Ganjé, Ganje: 1. Beroepsnaam. Oudfrans gainier: maker van scheden, étuis, leren foedralen. Vergelijk De Scheemaker. 2. Variant van Gagneur: landbouwer, boer.

Gaikhorst: Plaatsnaam op -horst.

Gaillard, Gaillart, Gaillaert, Gaillat, Gaillardon, Gaia, Gailliard, Gailliart, Galliaerdt, Galliaet, Galliaerd, Galliaerde, Gailjaard, Galjaard, Galjaart, Galliaerd, Galliaerde, Galliaert, Gallaerdt, Gallaert, Galla, Gallard, Galard. 1. Bijnaam uit het Franse Gaill(i)ard voor een lustige, vrolijke kerel. 2. Vadersnaam, maar etymologisch hetzelfde, uit de Germaanse voornaam ‘gail-hard; 'geil, lustig-sterk': Gailhard. Een Brugse drukker, Willem Gailliaert, trok in 1553 naar Emden als Gheilaert.

Gaillemaille. Bijnaam Gagnemaille: die geld verdient.

Gailliet, Gaillez, Cayet, Gaijet, Gailliet, Gailliez, Gallez, Gallier, Gallier, Galliez, Gallié, Galli, Gallie, Galjé, Galjee: 1. Vleivorm van Gaillard. 2. Zie ook Galet 2. 3. Zie Dugaillier.

Gaillot, Galiot, Gailliot, Galliot, Gaiot, Gaio, Jaillot: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse gail-naam 'vurig, levendig' (van Nederlands geil): Gailo, Geilo. 2. Afleiding van Gaillard.

Gaillourder. Spelling voor Gaillourdet, variant van Gaillardet, van Gaillard.

Gaimant. Van Oudfrans werkwoord gaimanter: weeklagen, zuchten; gaimant: lamentatie, gezucht. Bijnaam.

Gain, Ghin, Ghins, Ghain, Legain, Legein, Lagein. Naam uit het Oudfranse gain: weiland, akkerland, oogst. Bijnaam voor een landbouwer. 

Gainvorst, Gainvorste. Waalse verhaspeling van Gevaerts, over de Waalse uitspraak Guévorts, door klankverandering Guévorsten door n-epenthesis Gainvorste.

Gakeer, Gaakeer, Gaaker, Gaakier, Geschiere, de Gesquières, de Ghesquière, (de) Guesquiere, de Guesquière, Guequierre, Guequierra: In België komen meer dan 50 varianten van deze naam voor: Gakyere, Gackiere, Gaquere, Gaquierre, Gaquiere, Ghiekere, Ghekier, Gekier, Ghequiere, Gykiere, Gesquière, Gheskiere, Geskiere, Geschiere, Geschier enz. De naam gaat terug op de Picardische plaatsnaam ga(s)quière, g(i)esquière, Frans jachère, van Volks Latijnse gascaria ‘braakliggend veld’.

Galand, Galan, Galant, Galante, Galent, Galland, Gallant, de Galan, de Galant, Degallan, de Galaen, Degelaen, de Gelaen, de Gelan, Gelande, Gelan: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Wieland. De voornaam kon achteraf als bijvoeglijk naamwoord galant worden geherinterpreteerd.

Galas, Galasse, Gallace, Callas: Aanpassing van Gerlach(e).

Galba, Galban. Plaatsnaam Galba, van Galbe, Pyr-Or.

Galbert, Jalbert: Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam Walbrecht.

Galder, van. 1. Plaatsnaam Galder (Noord-Brabant). 2. Variant van Van Gelder, metklinkerronding voor /.

Galdermans. 1. Afleiding van Van Galder. 2. Variant van Geldermans.

Galderoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van een Germaanse voornaam waldr-wulf?

Galema, Galama, Galen, Gales, Galis, Gaaljema; Friese vadersnaam Gale, Geale.

Galen, van; van Gaalen, van Gaelen: 1. Plaatsnaam Gaal (Noord-Brabant): 2. Plaatsnaam Galen in Welver (Noordrijn-Westfalen).

Galens, Gaelens, Gallen, Gallens. Vadersnaam uit Galin, een oude knuffelvorm van de Germaanse voornaam Gale. Zie ook Galle. 

Galenkamp: Ook Gallenkamp, Kalenkamp. Plaatsnaam. Galis, zie Kalis.

Galer, Galère, Galler, Galerin: Afleiding van Oudfrans galer: zich amuseren. Galer is een variant (van cas-sujet op -or) van Middenfrans galeur (van cas-régime -orem): vrolijke kerel.

Galet, Galez, Gallet, Gallé, Galle, Gallee, Gallez, Galles, Galley: 1. Oudfrans galet: vrolijke gezel. 2. Ook variant van Gaillet: 3. Soms van Cailliez = Dugaillier. 4. Eventueel vadersnaam. vergelijk Gallon, Gallot.

Galhaut. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse wald-naam.

Galichet. Afleiding van Oudfrans galesche, van volkslatijn gallisca: Gallische.

Galicia, Galizia: Spaanse streeknaam Galicië.

Galin, Gallin. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse voornaam Walo. Zie Galens.

Galjard: Ook Galjaard, Galjaart, Galliaerd, Gailjaard; van Gaillard, Gailliard. 1. Franse bijnaam Gaill(i)ard ‘lustige, vrolijke, montere kerel’. Etymologisch hetzelfde als geilaard 2. Vadersnaam., maar etymologisch hetzelfde. Germaanse voornaam gail-hard ‘geil, lustig-sterk’: Gailhard.

Galjoen. Frans Gaillon, afleiding van Gaillard.

Gallagher. Ierse familienaam O Gallchobair, afstammeling van Gallchobhar Vreemde hulp'.

Gallaix, Gallait, Galais, Gallais, Galay, Gallay, Galai: Plaatsnaam Gallaix (Henegouwen).

Galle, Gale, Gal, Gall: Vadersnaam. Germaanse voornaam Galo, Gallus, wellicht een Romaans vorm van Germaans Wal(l)o ‘Waal, Romaan’.

Gallebaert (van). Wellicht verschrijving van Van Gallemaert. Zie daar. 

Gallemaert Van. Familienaam uit de plaatsnaam Galmaarden (Vlaams-Brabant). 

Gallemaert, Gallemaerts, Gallemaers, Galimard, Galmart, Gallemin: Vadersnaam. Romaanse vorm (g van Germaans w) van de Germaanse voornaam Walamar; 'Romaans-beroemd' of Waldmar 'macht-beroemd', Waldmarus. Gallemin is een vleivorm.

Gallemaert, van. Plaatsnaam Galmaarden, Vlaams-Brabant.

Gallego, Gallegos. Spaanse familienaam. Afkomstig uit Galicië.

Galleman, Galmans. Afleiding van Galle.

Gallerand. Vadersnaam. Franse vorm van Germaanse voornaam walh-hrabn 'Waal, Kelt-raaf: Walaramnus, Waleran(d)us, Gallerannus.

Gallien, Gallienne. Vadersnaam. (Moedersnaam). Latijnse heiligennaam Galienus. Galien is een literatuurnaam, naam van een Moorse koning, admiraal van Perzië,1382.

Gallois, Galloy, Galois, Galoy: 1. Oudfrans galois: levendig, bevallig, mooi, galant. Bijnaam. 2. Herkomstnaam: van Wales, Frans Galles.

Galot, Gallot, Galos, Galo, Galloo, Gallo, Gallos. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Galo/Walo. 

Galoux, Galloux, Galloo, Gallo, Galo: 1. Oudfrans galois: levendig, bevallig, mooi, galant. Bijnaam. 2. Herkomstnaam: van Wales, Frans Galles.

Gallon, Galon: Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam Walo.

Gallus, Gallis: Latijn gallus: haan. Latinisering van De Haene of Lecocq.

Galmiche. Frans dialect galmiche: loopjongen, bode.

Galoche. Oudfrans galoche; klompschoen. Beroepsnaam.

Galoppin, Galopin, Gallopin, Gallopijn, Gallopyn, Galpin: Frans galopin, Middenenderlands galopijn: bode, kleine jongen als boodschapper, harddraver. De haas in de dierenfabels heette Galopin, van werkwoord galoper, van Nederlands werkwoord lop. Zie ook Walop.

Galoux, Galloux, Galloul: 1. Oudfrans galou: Frans sprekend. 2. Zie Gallois.

Gamache, Galmache, Galmace: Plaatsnaam Gamaches (Somme).

Gamart, Gammar, Gama: Vadersnaam. Picardisch hypercorrecte verschrijving voor Jamart=Jaquemart.

Gambee. Verschrijving voor Frans Gambet, afleiding van gambe, jambe: been.

Gambert, Jambert, Jambers: 1. Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam Gan(d)bertus. 2. Variant van Jambart/Gambart.

Gambier, Gamby: Beroepsnaam Gambier = Cambier.

Gamblin, Jamblin, Jamelin: Vadersnaam. 1. Vleivorm van Gambert. 2. Eventueel vleivorm van Germaanse voornaam met gamal; 'oud':

Gameren, van; Gamerre: Plaatsnaam Gameren (Gelderland).

Gamme, Gaume: 1. Vadersnaam. Waalse vorm van Jacqueme, van Jacques. Voor Gaume, vergelijk Jaume. 2. De WaalsVlaamse familienaam Gamme is een willekeurige familienaam, ter vervanging van de oorspronkelijke Gat, die aanleiding gaf tot hilariteit.

Gampelaer, van Gampelaere, van. Plaatsnaam Gampelaar in Astene (Oost-Vlaanderen).

Gamradt, Gamrath, Gamrat: Vadersnaam. Variant van Duitse familienaam Gamuret, Gamaret, Jam(m)rath. Literatuurnaam Gahmuret uit de graalsage.

Ganhy, Gany. 1. Plaatsnaam Gagny (Seine-et-Oise). 2. Zie Gaignier.

Gancberg. Verspreide Duitse plaatsnaam Gansberg. Vergelijk Van Gansberghe.

Gandier, Gantier, Gantiez, Ganty, Gentier: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gand-hari: Gantharius. 2. Zie Gantier.

Gandolf, Gandolfo, Gandolfi, Gandoul: Vadersnaam. Germaanse voornaam gand-wulf: Gandulfus.

Gangel, Gangl. Duits ook Gängl(e). Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gango, gewoonlijk korte vorm van Wolfgang.

Gang, de, de Ganck, de Gank: 1. Middenenderlands ganc: gang, wijze van lopen, spoed, tocht, wijze van doen. Bijnaam. 2. Degang kan ook de Vlaamse uitspraak van Frans Degand weergeven.

Gang, van der, van Gangh: Plaatsnaam Gang: watergang, weg, vaarweg. Plaatsnaam Gang bij Tessel, Texel (Noord-Holland).

Gangelt, van, van Ganghel, Van Gangel: Plaatsnaam Gangelt (Duitsland).

Gangler, Ganglir, Gengler: Duitse familienaam. Middenhoogduits gangelaere: landloper, zwerver, rondtrekkend koopman.

Gangolf, Gangloff, Geangoux, Gengoult, Gengout, Gengoux, Jangoux, Jeangout, Jangoux, Gingoux, Gingout: Vadersnaam. Germaanse voornaam gang-wulf'gang-wolf: Gangulfus. De vormen op -ou(l)t, -oux zijn Romaans.

Gankema. Friese vadersnaam, afkomstig uit de voornaam Jan, Jakke of Gang (Germaans). 

Ganoote, Gano, Ganneau: 1. Vadersnaam Ganot, Romaanse afleiding van een Germaanse voornaam zoals Wanboldus, Wanbertus, Wanolfus. 2. Of variant van Jeannot, Jeanneau; vergelijk Ganne, Gamme.

Ganore. Wellicht korte vorm van de Bijbelse voornaam Nikanor.

(de) Gans, (de) Gaens, Gansen, Ganse. 1. De vogelnaam wijst naar de beroepsnaam van ganzenhoeder of ganzenverkoper. 2. Mogelijk is het ook een huisnaam (of uithangbord) bijvoorbeeld in Ieper, die overging op de bewoners. 3. Het is zelfs mogelijk de een wiebelende stap de bijnaam gaf, die dan weer overging in een familienaam.

Gansbek,van, Gansbeke, van, Gansbeke, van Gansbeek, Gansbeck, Gansbecke. Naam uit de plaatsnaam Gansbeke in St.-Denijs-Boekel, Munkzwalm en Etikhove (Oost-Vlaanderen).

Gansberghe, van, Gansbergh, van, Gansberg, van, van Gansbergt, Gansberghe, Gansberg: Plaatsnaam Gans(en)berg in Velzeke en Schorisse (Oost-Vlaanderen), heuvel bij Piringen (Limburg).

Ganse, van, Gansen, van, van de Gans, van Gaans, van Gaens, van de Ghens, van de Ghen, van de Cent, van de Ghem: 1. Plaatsnaam Ganze in Diepenbeek (Limburg). De Gans in Huise, St.-Maria-Horebeke (Oost-Vlaanderen), Ieper, Torhout (West-Vlaanderen), St.-Truiden (Limburg), Brecht, Geel (Antwerpen), Diest, Grimbergen, Leuven, Mollem (Vlaams-Brabant), St.-Gillis. Wellicht huisnaam, vergelijk Gans 3. 2. Of naar de plaatsnaam in het Ganzenven in Geel (Antwerpen).

Ganseman, de, Gansman, Ganseman, Gansemans, Ganserman, de Ganzeman, Ganzeman, Ganzemans: Beroepsnaam van de ganzenhoeder of ganzenkoopman.

Ganser. Beroepsnaam van de ganzenhoeder of koopman.

Ganses. Waarschijnlijk van Gansers. Zie Ganser.

Ganseveurder. Beroepsnaam van de ganzenhoeder?

Ganshof. 1. Bijnaam Ganshoofd, ganzenkop. Naar de gelijkenis of voor een dwaas. Vergelijk Nederduits Gosekop, Frans Têtedoie, Duits Gensekopf. 2. Eventueel plaatsnaam: 16de eeuw curtis vocatur dye Gansehoff, Wijlre, Nederlands-Limburg.

Gantelme. Vadersnaam. Germaanse voornaam gant-helm; gans-helm, Gantelmus.

Ganter. Engelse beroepsnaam Ga(u)nter van de handschoenmaker. Zie Gantier.

Gantier, Gantiez, Ganty, Gentier, Wantier, Wantiez: Beroepsnaam. Frans gantier, Picardisch wantier: handschoenmaker. Nederlands want: handschoen.

Gantman. Afleiding van Middelnederlands gant, gent: gander, mannetjesgans. Zie De Gent. Beroepsnaam van de ganzenhoeder. Vergelijk Ganseman.

Gantois, Gantoy, Gantoise, Gandois: Franse herkomstnaam van de Gentenaar, respectievelijk de Gentse.

Ganz, Gantz. Duitse variant van Gans.

Ganzenwinkel, van, Ganzewinkel, van, van Gansenwinckel, van Gansewinkel: Plaatsnaam Ganzenwinkel (Noord-Brabant).

Ganzeboom. Plaatsnaam Ganzeboom in Lettele, Overijssel.

Ganzevoort: Plaatsnaam Ganzevoorde ‘wad voor ganzen’, in Oostnieuwkerke. Goezevoorde in Houtave (West-Vlaanderen). Eventueel reinterpretatie van de bijnaam Ganzevoet. Vergelijk Duits Gansfuss, Nederduits Goesevoth.

Ganzwajch. Vadersnaam. Germaanse voornaam Ganswig, Ganzwic.

Gappaert. 1. Bijnaam voor de gapaard, gaper, kijker. Ook huisnaam: Mathijs in den Gapaert, Diest. 2. Eventueel variant van Geppaard, door contaminatie met Gaper.

Gaquiere, Gaquierre, Gakyere, Gackiere, Gacquère, Gacquiere, Gaquere, Gacquerre, Gacquerre, Gaquer, Gaquert, Guequier, Guequierre, Ghekier, Ghekiere, Gekier, Ghequire, Gequière, Ghequiere, Gheker, Gherquiere, Gijkiere, Gikiere, Gykiere, (de) Guesquière, Guesquierre, Guesquiere, Gesquiere, Gesquière, Ghesquiere, Ghesquier, (de) Ghesquière, Ghesquiers, Ghesquiers, Gesquire, Gesqueire, Ghesquirre, Ghesquire, Ghesqueyre, Gesqueire, Gesqueir, Gehesquière, Gheskiere, Geskiere, Gesché, Geschiere, Geschier, Ghiskier, Gisquière, Ghisquière, Gehesquière, Gheguiere: Plaatsnaam. Picardisch ga(s)quière, g(i)esquière, Frans jachère, van vulgair Latijn gascaria: braak liggend veld.

Garant, Garan, Garand, Gareng. Frans garant; garant, borg.

Garaud, Garault, Garaut, Gara, Garat, Garay, Garai, Garraux, Garreau, Garriau, Garray, Garrais, Varrault: Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam war-wald 'hoede-heerser': Waraldus, Guaraldus. Of afleiding van Waro:

Garbe, Garber. Oudfrans gerbe, garbe: graanschoof. Beroepsnaam van de schovenbinder.

Garbin. Oudpicardisch garbain: naam van het zwaard van Fierabras.

Garcet, Garcez, Garzè: Franse afleiding van gars: jongen, knaap, knecht.

Garcia (de) 1. Spaanse bijnaam: vos. 2. Ook Spaanse vadersnaam uit het Baskische artz: beer.

Garçon, Garson, Carchon, Carson, Garzon, Legarcon, Legarcon, Garcous, Garcous, Garsoux, Garsou, Garsous, Carsoel, Kaersoel, Karsoel, Gersoulle, Guersouille: Frans garçon, Oudfrans garson, dialect garsou: (schild)knaap, knecht. Vergelijk Knapen. Zie ook Gerson.

Garcy, Garsy, Garcie: Variant van Garcier, afleiding van gars; jongen; vergelijk Garcin? Of plaatsnaam Garchy (Nièvre)?

Gard. 1. Oudpicardisch gart: gaard. Vergelijk Dugard. 2. Oudfrans gars: jongen, knecht.

Garde, van de: Plaatsnaam Gaard.

Gardabou. Wellicht Frans Garde About. Oudfrans abot: uiteinde, grens. Die een grens bewaakt? Vergelijk Gardavoir. Of Arabische naam?

Gardavoir, Wardavoir: Bijnaam voor iemand die zijn bezit (avoir: hâve) bewaakt (Frans garde = Picardisch warde).

Garde. Frans garde; wacht.

Gardebled, Gandibleu, Gandibleux: Reïnterpretatie en verhaspeling van Gâteblé: die het graan verkwist. Zie Wastable.

Gardedieu. Waarschijnlijk bijnaam naar de zegswijze Garde Dieu: Godbehoede. Ook plaatsnaam.

Gardein, du, (de) Gardeijn: Dugardin is de Picardisch tegenhanger van Frans Dujardin. Frequente plaatsnaam Gardin, Jardin ‘tuin, boomgaard’.

Gardellin, Gardelein, Gaerdelen: Variant met epenthetische r van Gadelin, van Gatelin. Afleiding van Oudfrans gastel, Frans gâteau: koek. Beroepsnaam.

Garden. Engels Garden; tuin, boomgaard. Vergelijk Dujardin.

Gardenier, Gardener, Gardeniers, Gardeneers, Gardinier, Gardiner, Gardner, Jardinier, Jardini: Oudpicardisch gardinier, Frans jardinier: minier, (boom)gaardenier. Vergelijk Duits Gartner, Engels Gard(i)neris.

Garderen, van. Plaatsnaam Garderen, Gelderland.

Gardesal, Gardesalle, Quardesalle: Beroepsnaam Garde (de) salle: zaalwachter, deurwaarder.

Gardet, Gardette. Afleiding van garde: wacht.

Gardeur. Beroepsnaam. Oudfrans gardeor: bewaker.

Gardien, Legardien: Frans gardien: bewaker, gardiaan, kloosteroverste. Beroepsnaam.

Cardier: Middenfrans gardier: die waakt over iemands bezit.

Gareel, Gereels, Garrels: Beroepsnaam van de gareelmaker.

Gardin, Gardyn, Gardijn, Gardine. Italiaanse (maar ook Franse en Engelse (met heel wat varianten)) naam die wellicht via het Frans in Italië terechtkwam. Hij komt uit het Germaanse gard. De betekenis kan verwijzen naar de woonplaats (zie bij gard) of naar het beroep (teelt van geneeskrachtige kruiden) dat er uitgeoefend werd. 1. Zie Dujardin. 2. Variant van Cardin, Cardijn. Vergelijk Cardinael.

Garemynck, Garemyn, Gaereminck, Gaeremijn, Gaermyn, Gaermynck, Gaereminck, Carmijn, Carmyn: Middelnederlands gaderminne: die minne liefde' ofminnen 'liefjes' verzamelt. Bijnaam voor een vrouwenjager. Vergelijk 1284 Salemoens Quisteminne, Iper ; die zijn liefde kwistig uitdeelt; 1289 Tierkinus Lockeminne, Bg.: die tot liefde verleidt.

Garet, Garez, Garey, Garret, Garrez, Garré, Garre, Guéret, Guéretz, Guerret, Gueret, Gheret, Warez, Varet, Varé, Worré. Vadersnaam afgeleid van een Germaanse Waro naam (= hoede/hoeder) zoals Garin, Garret. 

Garfunkel, Garfinkels, Garfinliel, Gurfinkiel, Gurfinkel, Gorfinkelis: Beroepsnaam van de kaarsenmaker.

Gargour. Waarschijnlijk variant van Oudfrans gargote, gargole: keel. Bijnaam.

Garin, Garain, Garein, Gareyn, Garrein, Garreym, Garryn, Guerain, Guerin, Guérin, Guerrin, Werrin, Woirin: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam met Waro 'hoede', zoals Warmond, Werard.

Garit, Garitte, Guérit, Guéritte, Gueritte, Guerit, Guerrit: 1. Middelnederlands en Oudfrans garite, Frans guérite: wachthuisje op een muur, wachttoren, schildwachthuisje. Beroepsnaam van de stadswachter, torenwachter. 2. Of moedersnaam. Korte vorm van de voornaam Margarit, Marguerite.

Garland, Gaarlandt: Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-land ‘speer-land’: Gerlandus.

Garlick, Garlic. Engels garlick; knoflook. Bijnaam of beroepsnaam.

Garnaeij: Variant vanGerna(e)ij, Gerna(e)y. Van de plaatsnaam Gournay (Pas-de-Calais, Seine-Mar., Eure, Oise, Seine-et-Oise), Gournai (Henegouwen).

Garnier, Garner, Garnir, Garny: 1. Vadersnaam. Franse vorm van de Germaanse voornaam Werner. 2. Franse vorm van Picardsich warnier, Oudfrans warrenier, garenier: boswachter. Zie Warnier.

Garo, Garot, Garroy, Garro, Garrot, Garroit, Garroi, Garroy: Vadersnaam. Vleivorm van Garin.

Garoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam war-wulf 'hoede-wolf: Warulfus, Guarulfus.

Garrebeek, Garrebeck, Garrebeeck: Plaatsnaam: spits toelopende beek. Misschien Geertbeek in Asse (Vlaams-Brabant). Of Garbeck bij Arnsberg (Duitsland) van Gaverbeek.

Garrevoet: Doorg/v-wisseling uit Gaergoet, van Gadergoet 'die goederen vergadert'.

Garseaux, Garseault, Gerseau, Gersay,Geerseau, Geersau: Afleiding van Oudfrans gars: knecht, jongen, knaap.

Garsse, van, van Casse, van Cas, van Cassen: Plaatsnaam Gars: gras.

Garsel, van: Hypercorrect, van van Gassel. Plaatsnaam Gassel in Beers (Noord-Brabant).

Garsse, van, van Gasse, van Gas, van Gassen. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Gars = gras (zoals weps=wesp). 

Garskamp: Plaatsnaam samengesteld uit gars ‘gras’ en kamp ‘veld’.

Gartner, Gartner, Gaertner, Gertner, Gertler: Duitse beroepsnaam Gartner: tuinier, tuinman.

Garwig. Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-wîg 'speer-strijd': Gerwich.

Gary. Vadersnaam. Variant van Wary, zie Warrier 1.

Gascard, Gasquard, Gasquet. Volksnaam voor iemand uit Gascogne.

Gasch: Plaatsnaam Gaasch bij Diedenhofen (Lotharingen).

Gascoigne, Gascon, Gascoin, Le Goascoing, Gacons, Gacon, Gacoms, Jacoms: Gascogner: afkomstig van Gascogne, oud hertogdom in Frankrijk.

Gase, Gasch: Volksnaam. Onderwerpsvorm van Gascon.

Gaseau, Gasia, Gasiaux, Gazeau, Gazia, Gaziaux, Gaziau, Gassiaux: 1. Bijnaam. Picardisch gasiau: keel, strot. 2. Variant van Gosseau, -ia(u), Gosiau(x).

Gason, Gazon, Gazonnot, Gazonot, Gazin, Gazot, Gazo: Vadersnaam. Gason/Gazon is de Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Waso. Gazonnot is een afleiding en Gazin/Gazot zijn vleivormen.

Gaspar, Gaspard, Gaspars, Gaspart, Gaspers, Gasper, Gastpar, Gespert, Jaspard, Jaspar, Jaspaert, Jaspart, Jaspaers, Jaspars, Jasperse, Jaspers, Jaspert, Jasper, Jespersen, Jespers, j'Espère, Caspar, Caspers, de Casper, Kaspers, Kasper, Kaspaers, (de) Gaspari, Gasparo, Gasperi: Vadersnaam. Caspar, naam van een van de Drie Koningen.

Gasparin, Gasparini, Gasparon, Gasparotto, Gasbarrini, Gasperini, Gasperin, Gasperoni: Vadersnaam. Franse en Italiaanse vleivorm van de voornaam Gaspar.

Gasse, van; van Gassen: Door assimilatie rs/ss uit van Garse. Plaatsnaam Gars ‘gras’.

Gassen, Ghassens: 1. Vadersnaam. Uit Garsen = Geersen, afleiding van Germaans ger-naam. 2. Variant van Gossen. 3. Uit van Gassen.

Gassesmet. Vervlaamsing van Duitse familienaam Gassen-schmied: Schmied aus der Casse, smid uit de steeg.

Gassman, Gassmann, Gasman, Gasmanne, Gasmane: 1. Afleiding van Duits Casse: steeg, straatje. 2. Soms wellicht van Gastmann.

Gast, de, Legast, Lagast: Middenenderlands gast: vreemdeling, bezoeker, klant, gast, vijand, persoon. De familie Lagast heette ca. 1600 in Oostkamp nog De Gast. Associatie met Lagace kan hiertoe hebben bijgedragen.

Gastermans, Gastemans. 1. Oorspronkelijk Gansterman(s), afleiding van Middelnederlands ganster, genster: vonk. Vergelijk Middenhoogduits ganster en Duitse familienaam Ganster(er). Wellicht beroepsnaam voor een smid; vergelijk Vonk, Funk. 2. Eventueel variant van Gastmans met epenthetische r.

Gastel, van. 1. Plaastnaam Gastel (Noord-Brabant). 2. Plaatsnaam Gestel (Antwerpen), uitspraak gaastel. 3. Plaatsnaam Moergestel (Noord-Brabant), vroeger Gastel genoemd.

Gastelaars: Afkomstig van Gastel (zie op dat woord).

Gastelier, Gatellier, Gatelier, Gateiller, Gathelier, Watellier, Wattelier, Watteliez, Woitellier, Watelier: Beroepsnaam. Oudfrans gastelier, Oudpicardisch wastelier: banketbakker, koekenbakker. Matelier met wisseling bilabialen w/m, zoals in mastel van Picardisch wastel. Vergelijk Wasteel(s).

Gasten, Gastens. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Vaast, Vedastus, Frans Gaston? Variant van Cassen, Ghassens?

Gasteren van. Plaatsnaam, Drenthe.

Gasthuis, Gasthuys, Gesthuizen: Plaatsnaam Gasthuis: gasthuis, godshuis, armenhuis, ziekenhuis, herberg. Vergelijk Spitaels.

Gastmans, Gastemans: Synoniem met gastmeester: die in een klooster met de ontvangst van de vreemdelingen belast is, gastheer.

Gaston, Gastout, Gatoux: Vadersnaam. Franse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Gasto 'gast'. De vorm op -ou is de zuidelijke variant.

Gastuche. Plaatsnaam in Grez-Doiceau, Waals-Brabant.

Gat, Gath, Gats: Plaatsnaam Gat: doortocht, doorgang, poort, steeg.

Gathin, Gatin. Vadersnaam. Vleivorm van Ga(u)tier.

Gateaux, Gateau, Gataux, Gastiaux, Gosteau, Gostiaux, Gostiau, Gotteaux, Gotiaux: Oudfrans gastel, Frans gâteau: koek. Beroepsnaam. Vergelijk Wasteel(s).

Gatebois. Gâte bois: die het bout verkwist. Vergelijk Quisthou(d)t.

Gatet, Gaté, Gatez, Gates: Vadersnaam. Afleiding van Ga(u)thier.

Gathem. Plaatsnaam in Lissewege (West-Vlaanderen)? Of lees: Goethem?. Wellicht een variant van Ghettem.

Gathon. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Ga(u)tier. 2. Variant van Gaston.

Gatin. Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Ga(u)thier.

Gatry. Wellicht variant van Catry.

Gatsonides, Latijnse vorm van Friese vadersnaam Gatse.

Gatto, Gatti. Italiaanse bijnaam; kat, kater.

Gatzen, Gatz. Waalse aanpassing van Duitse familienaam Katz (vergelijk Gatzweiler).

Gatzweiler. Duitse plaatsnaam Katzweiler.

Gau: Variant van de Gauw, de Gouw, Gauwe. Middelnederlands gauw ‘snel handelend, haastig, voortvarend’.

Gaublomme, Gaubloeme, Goublomme, Goudbloem. Naam uit het Middelnederlandse goudbloeme: kleine zonnebloem, goudsbloem. Bijnaam voor de kweker of de drager van goudgebloemde kleren. Of voor de wever van dat laken. Ook huisnaam.

Gaucet, Gauchet, Gauchez, Gauche, Gaucher, Gauché, Gausset, Gauset: 1. Variant van Gacet, of wellicht veeleer van Gosset. 2. Gaucher, Gauchez, Gauchet, Gauché kunnen ook spellingvarianten zijn van Gauchier.

Gaudens, Gaudenz. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Gaudentius.

Gaudin. 1. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Germaanse wald-naam. 2. Spellingvariant van Godin.

Gaudisaubois, Gaudisiaubois, Guadissiabois, Gaudisiabois, Gaudissabois, Gaudisabois, Gauditiaubois, Gauditiabois, Gaudesaboos, Goudesaboos, Gaudiobois, (de) Goditiabois, Godisiabois, Godsiabois, Godichiabois, Godichiabos, Godisiabois. Familienaam uit de plaatsnaam Godescaubos (bos van Godschalk) in Herne (Pajottenland - Vlaams-Brabant).

Gaudius, Gaudeus. Vadersnaam uit de Latijnse heiligennaam Gaudius. Zie bij Gaudens.

Gaudoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam wald-wulf 'heerser-wolf: Waldolf.

Gaudry. 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam wald-rîk 'heerser-machtig'. 2. Variant van Godry.

Gaufriez, Gafry, Gafri: Beroepsnaam van de wafelbakker. Vergelijk Waffelaert.

Gaugain. Afleiding van Frans gaugue, van Latijn gallicus; walnoot.

Gauger. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wal-ger: Walagerius, Walgaer

Gaukema. Vadersnaam. Afleiding van de Friese voornaam Gouke, afleiding van een Germaanse voornaam, bijvoorbeeld Goubrand.

Gaul. Duitse familienaam, Middenhoogduits gûl, Duits Gaul: beest, paard, knol; (overdrachtelijk) groot, lomp, plomp mens.

Gaulet, Gaullet. 1. Afleiding van Frans gaule: lange staak. Bijnaam voor een opgeschoten kerel. 2. Of veeleer = Galet.

Gaullier, Gaulier. 1. Afleiding van Frans gaule: lange staak, roede. Beroepsnaam. 2. Of veeleer = Galet.

Gaume. Waals-Picardische variant van Jaume, zie Gamme.

Gaune, Gaunois, Gauniaux: 1. Picardisch gaune, Frans jaune: geel. Bijnaam. 2. Waals Picardiscg variant van Ja(u)ne, Jauniau(x)/Jeanneau.

Gaupin. Middenfrans gaupe, gaupinet; luiaard, leegloper.

Gauquelin. Vadersnaam. Afleiding van Gauquier=Walker.

Gaus, Gausse, Gause. Vadersnaam. Waalse verschrijving voor Goos(se).

Gaussen, Gaussin, Gausin. Vadersnaam. Waalse spelling voor Goossen.

Gauthoye, Gathoye, Gatoie, Gathaye: Vadersnaam. Luiks-Waalse afleiding op -ôye van Gauthier.

Gautier, Gautiers, Gautié, Gautiez, Gauthier, Gauthiez, Galtier, (de) Gaultier, du Gauthier, Gauthy, Gauty, Gauthey, Gathier, Gathy, Gaty, Gatti, Gati, Gothier, Gotti, Jotthier, Jottier, Gaudier, Gaudir, Gaydy, Gady. Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam Wouter.

Gautot, Gauthot, Gathot, Gatot: Vadersnaam. Afleiding van Gautier.

Gautron, Gautheron, Gautreaux, Gautreau, Gotreau, Gautrot: Vadersnaam. Vleivormen van Gautier.

Gauvain, Gauvin, Galvin, Gavin, Galvan: Vadersnaam. Franse vorm van de voornaam Walewein uit de ridderroman.

Gauw, de, de Gouw, Gauwe: Bijnaam. Middenenderlands gauw: snel handelend, haastig, voortvarend, onbedachtzaam.

Gauweloos, Gauweloose, Gauwloos, Gouweloose, Gouweloos, Gouveloos: Middelnederlands gauweloos: slordig, achteloos, zorgeloos. Bijnaam.

Gaverenne, Gavrenne, Gaverens: Plaatsnaam Gaverenne in Dréhance (Namen).

Gaveren, van; van Caveren, van Gaever, Gaver van, van Gavere,van Gaeveren: 1. Plaatsnaam Gavere (Oost-Vlaanderen). 2. Uit van den Gavere. Frequente Vlaamse plaatsnaam Gaver ‘moeras, drassige grond’. 3. Een enkele keer werd de naam verward met van Gameren.

Gavache, Gavage: Provencaals gavach: vreemde arbeider, bergbewoner, bewoner van de streek Gabach/Gavache (Languedoc, Gascogne).

Gavart, Gavard. Afleiding van Oudfrans gave: keel, strot. Bijnaam voor een schrokker?

Gaveriau, Gaveriaux. Middenfrans gaveriau: meeuw. Bijnaam.

Gavray, Gavroy, Gavroye. Luiks-Waalse variant van Gaveriau?

Gay, Gaj: Dialect variant van Duits Gäu (vergelijk Allgäu), de oorspronkelijke en klankwettige vorm van Gau: gouw.

Gaydoul. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Gaidulfus of Gedulfus.

Gayenet. Waarschijnlijk variant van Guillemet. Vergelijk Gaillemain.

Gayet, Gaijet, Gayetot, Gayot, Gayo: 1. Afleiding van Frans gai: vrolijk. 2. Spelling voor Gaillet, respectievelijk Gaillot.

Gayse, Gaijse, Gaisse: Dialect vormen voor Gijs.

Gazan: Zuid-Franse familienaam Gazane, van Gazagne ‘landbouwgrond, bouwland, hoeve’.

Gebbink. Afleiding van Germaanse voornaam Gebhard.

Gebhard, Gebhardt, Gebhart, Giphart, Gebardt, Gebbert, Gebert, Geber, Gebers: Vadersnaam. Germaanse voornaam. Duits Gebhard, équivalent van Gevaert.

Geboers, Geboes, Gebauer, Geboors, Gebuers. Naam uit het Middelnederlandse gebuur, geboer: medebewoner, gebuur, maar ook boer, plattelandsbewoner. Duits Gebauer, Gebuhr.

Gebraad, Gebraat: Volksetymologische vorm, wellicht door omkering van volgorde van klanken uit Gebhard. Vergelijk de Belgische familienaam Gebreude, van Grebeude, van Gerbode.

Gebreude. Vadersnaam. Variant (met klankverandering) van Grebeude. Germaanse voornaam Gerbode.

Gebruers, Gebruurs is een Brabantse vorm van Gebroers: gebroeders. Maar wellicht is de naam teverklaren door reïnterpretatie van Gebuers.

Gebuis, Gebuijs: Misschien uit Gebuus, van Gebuurs. familienaam Geboers, Gebuers, Duits Gebuhr.

Gédéon. Gédéon is de Franse vorm en Gedeon ook de vorm uit de Vulgaat voor de Bijbelse voornaam Gideon.

Gedopt. Misschien reïnterpretatie van Godot.

Geebergen, van, Geerbergen, van. 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam ger-berg 'speer-bescherming': zie Gerberga. 2. Variant van Van Geenberghe of van Van Geelbergen.

Geel, van, van Geele, van Gele, van Geelen, Geels, Gels, Geils, van Gheel, van Ghelle, van Ghele, Vangeel: Plaatsnaam Geel (Provincie Antwerpen).

Geel, de. Degeel kan een variant zijn van De Gheele, maar mogelijk veeleer spellingvariant van Dégel.

Geelens, Geelen, Ghelen: 1. Noord-Limburgse variant van Gielen. 2. Zie Geylen(s).

Geelhand. Kan een bijnaam (geel-hand) zijn, vergelijk Nederduits Witthand, maar is misschien een reïnterpretatie van Geland = Galand. Zie Gelan.

Geelhoedt, Geelhoed; bijnaam naar de gele hoed. Vergelijk Duits Gelbhut.

Geelmans, Geleman, Gellman, Gelman: 1. Afleiding van de plaatsnaam Geel (Antwerpen). 2. Reïnterpretatie van Gillemans.

Geels. Vadersnaam. Variant van Gils, Gillis. Vergelijk Geelissen, Geelkens.

Geem, van, van Gheem: Plaatsnaam Geem in Hamme (Oost-Vlaanderen).

Geene, Geensen, Geense, Gheens, Gense, Gensen, Gens, Giens, Gien, Ghins, Gins, Geyns, Gijns, Gyns, Gints, Genne, Ghenne, Ghene, Ghêne, Gheyne, Geenen, Genens, Genen, Geens, Gheenen, Gheens, Gennen: Vadersnaam. Korte vorm en afleiding van de Germaanse voornaam Ger(h)ard. Zie ook Geyns. 2. Geens en Giens kunnen ook Limburgse vormen zijn van Goens, van Godens.

Geenen, van, Geene van, Geen van, van Gen: Vermoedelijk van van Gemen, van Geem. Of plaatsnaam Gène in Vreren (Belgisch-Limburg)?

Geenberghe, van, van Gheenberghe, van Geebergen, van Geneberg: Plaatsnaam Genenberg (Nederlands-Limburg) en in Oostham en Herderen-Riemst (Limburg): gène (gindse)berg.

Geenhoven, van. Plaatsnaam, Noord-Brabant.

Geenhuizen. Plaatsnaam. Vergelijk Van Geenderhuysen.

Geeninckx. Afleiding van de voornaam Gérard. Zie Geene.

Geenis, Genis, Genijs, Guinis, G(nis, Genus, Gyenes, Gyenis: 1. Spelling voor Genesse, Geniesse? 2. Vadersnaam. Heiligennaam Genesius (vergelijk Génie), De gemeente St.-Denijs (West-Vlaanderen) heet in het Frans St-Genois.

Geenjaar. Nederlandse spelling van Guignard.

Geenman, Geenmans. Vadersnaam. Afleiding van Geen = Gérard.

Geentjes, Geentjens, Geentiens, Geenkens, Gentjens, Gentjes, Geintjes, Guenquen: 1. Vadersnaam. Afleiding van voornaam Geen = Gérard. Zie Geene. 2. Sommige vormen kunnen varianten zijn van Jentges, Gentgen.

Geergat, Geeregat, Gerregat, Geirregat, Geiregat, Geirecat, Gieregat: Plaatsnaam, waarschijnlijk in Surques (Pas-de-Calais): Er zijn een tiental voorbeelden van Garengat(e) in Frans-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland. Wellicht dezelfde naam als de Picardische familienaam Gargate: keel, strot, wellicht overdrachtelijk als plaatsnaam: afvoerbuis.

Geenre: Wellicht een afleiding van Geen, Gerard.

Geer, van de, Van de Geer, Van de Geerde, Vergeer; Vergeer: Frequente plaatsnaam Geer ‘spits toelopend stuk land (Luik, Zuid-Holland)’.

Geeraard, Geeraerts, Geeraert, Geerards, Gerardi, Gerhardt, Gerhards: Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-hard ‘speer-sterk’

Geerdeghom, van, van Geirdeghom: Plaatsnaam Geerdegem in Mechelen (Antwerpen).

Geerdens, Geerdes, Geerdink, Gerding, Gerten, Gierten, Girten. Vadersnaam uit de voornaam Geert/Gerard. 

Geerebaert. Vadersnaam. Germaanse voornaam Ge(e)rbrecht, Gerbert: ger-berht 'speer-schitterend'.

Geerens, Gerens, Guérens, Guerens, Girens. Vadersnaam uit Geeren, een knuffelvorm van een Germaanse ger-naam. 

Geergat, Geeregat, Gerregat, Geirregat, Geiregat, Geirecat, Gieregat. Familienaam die waarschijnlijk afkomstig is uit een min of meer gelijkaardige plaatsnaam in Surques (Pas-de-Calais). Er zijn een tiental plaatsnamen Garengat(e) in Frans-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland). Wellicht dezelfde naam als de Picardisch familienaam Gargate ‘keel, strot’, wellicht overdrachtelijk als plaatsnaam ‘afvoerbuis’.

Geerick, Geerickx, Geeurickx, Gericke: Vadersnaam. Germaanse voornaam Gerik: ger-rîk 'speer-rijk':

Geerincha, Gerens, Geerinck, Geerinckx, Geerincks, Geerink, Geerinkx, Geering, Geeringh, Geerings, Geerung, Gerinckx, Gering, Gehring, Geringer, Gering. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Gerard of ander ger-naam. 2. Soms kan het ook een vadersnaam zijn uit de Germaanse voornaam Gerik (ger-rîk: speer-rijk).

Geerken, Geerkens, Geercken, Giercken, Gierken, Geertjes, Giergen, Gerckens, Gerrekens, Gerken, Gerkens, Gerkes, Gertgen, Girckens, Girkes, Gerke, Gerkenne, Geraket, Gerkinet, Gereckke, Gerecken, Gereke, Gehercke, Gehrke, Guercke. Vadersnaam uit Geerlin, een afleiding van een Germaanse ger-naam. 2. Door -inck/-ick- verwarring met Geerick.

Geerlandt, Gerling, Gerelings, Garlinck, Gierling: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse ger-naam.

Geerlings, Geerling, Geerligs, Geerlig, Geerlinc. Vadersnaamn van Germaans ger; speer, linck; van Gotisch lekeis; tovernaar, beter als ing, ink namen, behorend tot de familie.

Geernaart, Geernaert, Geernaet, Geirnaerdt, Giernaert, Girnaert, Gernaert, Giernaert, Gernhard: Vadersnaam. Germaanse voornaam Gernhard.

Geerolf, Gheerolfs. Vadersnaam uit de Germaanse naam Gerolf, ger-wulf; speer-wolf.

Geersdaele, van, Geersdael, van, van Geersdeaele, van Ghersdaele, van Geursdaele, van Geesdalle, van Gheesdaele, van Ghesdaele, van Guersdaele, Ghisdal, Ghisdale, Ghisdalle, Ghijsdael, Ghysdael, Geetsdale: Plaatsnaam Geersdal, Gheesdale in Kwaremont (Oost-Vlaanderen).

Geertsema, Geertsma, Geertis, Geertes, Geertisma, Geertesma; vadersnaam; zoon van Geert. In Groningerand werd het tot Jeltesma en Jeltsema

Geersens, Ghersin, Garssen, Gassen, Ghassens, Gissens. Vadersnaam uit Geersin, knuffelvorm van een ger(= speer)-naam.

Geert, de: Vadersnaam. Geert met secundair lidwoord.

Geerts, Geerdts, Gerdts, Geedts, Geets, Gets, Gert, Gerth, Geers, Geerse, Geerst, Geerts, Gheers, Gheerst, Gers, Girs, Girst, Geirs, Gierts, Giers, Geersheuvels. Hypercorrecte reïnterpretatie van plaatsnaam Geestheuvels: heuvelachtig hoger gelegen, droog en zandig gebied in polderland. Vooral Nederduits-Westfaals.

Geerstelynck, Ghistelinck, Gistelinck, Gistelynck, Gistelijnck: Afleiding van Middelnederlands ge(e)rste: gerst. Vergelijk Gerstmans. Beroepsnaam van de brouwer van gerstebier of de bakker van gerstebrood. Vergelijk Duits Girsteling. De vorm Ghistelinck door assimilatie rs/s en door associatie met gist, Gistel en Giselinck.

Gierst, Gees, Ghierts, Ghiers, Gyr, Gyre, Gijre. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Ger(h)ard. 

Geertruij, Geertryden, van Geertruyde, van, van Gertruy, van Gertruyden, van Geertruyden, van Geertruyen, Geetruyen, Gertruijden, van Geertruijden, van Geertruij, van Geerteruy, van Geertruy, van Geertruen, van Geertruye, van Geetruye, Geetruyen, van Geeteruyen, Geteruijen, van Geetruy: Moedersnaam. Germaanse voornaam ger-thrûth ‘speer-macht’:

Geertruij, van; van Geertrijde: Moedersnaam Geertruij met secundaire van-aanloop. Vermoedelijk werd ver ‘vrouw’ als vander geïnterpreteerd.

Geertse, Geerts, Geerse, Geers, Geertsema, Gerdts, Geerdts, Geedts, Geets, Gets, Gerth, Gert, Ceerst, Gheerst, Gheers, Gers, Girst, Girs, Geirs, Gierts, Cierst, Ciers, Gees, Ghierts, Ghiers, Gyre, Gyr, Gijre: Vadersnaam. Korte vormen van Germaanse voornaam Ger(h)ard. Geets en Gees door assimilatie rt/t en rs/s.

Geertse, Geertsen, Geersens, Gertsen, Gjertsen: 1. Vadersnaam. Geertszoon, dat is de zoon van Geert/Gerard. Of variant van Geersens. 2. In het Waasland komt Gheertsoons voor als verwarring met de daar fréquente naam Geertsom/Geetsem.

Geervliet, Geerevliet: Plaatsnaam Geervliet (Zuid-Holland).

Geerwaert, Gerwert, Gerwer: Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-ward 'speer-bewaarder':

Geesbergen, van, Geesberghen, van, van Gisbergen, Giesbergen, van Ginsbergen: Geestbergbos in Londerzeel (Vlaams-Brabant), Gijsberg in Oetingen (Vlaams-Brabant) Geesberg in Lubbeek (Vlaams-Brabant), Geertsbergveld in Moerbeke (Oost-Vlaanderen).

Geesing, Geessink, Geesink, Gesink. Friese vadersnaam uit Geeske, een vrouwelijke knuffelvorm van een Germaanse Ger-naam

Geest, de, de Gheest: Bijnaam naar een geestelijke of religieuze eigenschap. Vergelijk Esprit, Spiritus.

Geest, van de, der, van Gest, van Gheest, van der Gaast: Plaatsnaam Geest (Noord-Holland, Vlaams-Brabant) ‘hoog gelegen zandgrond’. Volgens D. Van den Geest zou het verwijzen naar de Geestgronden achter de duinen, die rijk waren aan geheimzinnige nevels en wolken. Er is dus tussen beiden een duidelijk verband. Gaast (in Wûnseradiel, Friesland) is de Friese vorm.

Geestman: Afleiding van de Geest of van van der Geest.

Geet, van, van Geijten, van Geijt, van Geedt, van Geete, van Geit, van Geiten, van Geyte,van Geyt,van Geijt, van Geijte, van Gheit, van Gheyt, van Gijte, van Gyte, van Guyt, van Geyts, van Geert, van Geirt: Plaatsnaam Geten (Frans Jauche, West-Brabant).

Geeter, de, Geetere, de, de Geitere, de Geijter, de Geytere, de Geyter, de Gyter, de Geitère, de Getter. Beroepsnaam van een geitenhoeder.

Geetmans, Geetemans, Getteman, Gettemans, Geitmann. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Geten (Waals-Brabant) of uit de waternaam Gete. 2. Beroepsnaam van de geitenhoeder. 

Geetsem, van, Geetsom, van, van Geetsum, van Geertsom, van Geersom, van Geersaem, van Gussem, van Gerfsom,: Plaatsnaam in Haasdonk (Oost-Vlaanderen).

Geeve: Moedersnaam. Germaanse voornaam Geva. Of vadersnaam. Germaanse voornaam Gebo/Givo. Germaans gebô ‘gave’, zoals in Gevaert.

Geeverding, Geuverink, Geverink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Gevard.

Geffen, van, van Geffel, van Geffelen, van Geffelen: Plaatsnaam Geffen (Noord-Brabant).

Geffens. Vaders-, moedersnaam. Vleivorm met verscherping v/f van Germaanse gebô-naam. Vergelijk Gevens.

Geffrard. Contaminatie van Geffard en Geffroy.

Geffrault, Geffriaud: Hypercorrect voor Geffray of van Geoffroy.

Gehl, Gehlen. Vadersnaam. Friese familienaam Geele, Geelke. Germaans gail; vrolijk. Vergelijk Geylen(s).

Gehre. Vadersnaam. Korte Germaanse voornaam Gero.

Gehrenbeck. Wellicht de plaatsnaam Gehrenberg (als in Beieren).

Gehrmann: Vadersnaam. Variant van Duitse familienaam Germann, van heiligennaam Germanus.

Gehuchten, van, van Gehugten, van de Gehuchte, van de Geuchte, van de Gehucte, van de Gehugte, van de Gejuchte, van (den) Gucht, van (de(r) Gucht, Guchte, van der Guchte, Guchten, van (der) Gught, van der Gugten, van Gugte, van de(r) Guste, van der Gunst, de Gucht, van der Guth, Verguchen, Verguche, Vergught. Familienaam uit de plaatsnaam gehucht, Ten Gehuchte. Van der Gunst is hypercorrect en volkserymologisch voor Van der Guste.

Geier, Geiger, Geyer, Gejer, Geyr, Gajer, Gayer: Duitse familienaam Geier: gier. Bijnaam of huisnaam.

Geijtenbeek.Wellicht plaatsnaam bij Scherpenzeel (Gelderland).

Geilfus. Duitse familienaam Geilfuss; dat wilzeggen geile voet. Bijnaam voor een uitgelaten man, die vrolijke, lustige sprongen maakt.

Geilenkirchen: Duitse plaatsnaam (Noordrijn-Westfalen).

Geilings, Geling: Vadersnaam. Afleiding van Germaans gail-naam ‘geil’: Gaili, Geilin.

Geill: Wellichtbijnaam de Geile ‘vrolijk, lustig, dartel, wulps’.

Geilman: Bijnaam. Afleiding van Germaanse voornaam gail. Of Vadersnaam., variant van Geelman, van Gilleman, van Gillis.

Geiman: Vervormd uit Geilman? Of Duitse familienaam Geimann, van Gaumann ‘plattelandsbewoner’?

Geimer, Ghemar, Gemar, Ghémar, Gemart, Guemard: Vadersnaam. Germaanse voornaam gagin-mêr: Geinmar.

Geinger. Misschien Oost Vlaamse verhaspeling van Geiger.

Geiseler, Geiszler, Geisler, Geissler, Geizler, Gajzler, Giessler, Giesler: Duitse familienaam Geis(s)ler: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam gisil-hari. Gisleharius, Gislarius. 2. Gijzelaar. Bijnaam voor de gijzelaar, de gegijzelde. Vergelijk Gyselaers.

Geismar, Geysmar: Vadersnaam. Germaanse voornaam Gaismar: Gaizmarus.

Gekiere, Gequiere, Ghequire, Gequière, Ghequiere, Gheker, Gherquiere, Gijkiere, Gikiere, Gykiere, (de) Guesquière, Guesquiere, Guesquiere, Gesquiere, Gesquère, Ghesquier, Ghesqueiere, (de) Ghesquière, Ghesquieres, Ghesquiers, Gesquire, Gesqueire, Ghesquirre, Ghesquire, Ghesqueyre, Gesquiere, Gesqueir, Gehesquière, Gheskiere, Geskiere, Gesché, Gechiere, Geschier, Ghiskier, Ghisquière, Gisquière, Gisquiere, Gichesquiere, Gheguiere, Gaakeer. Naam uit de Picardische plaatsnaam ga(s)quière, g(i)esquière, dit uit het Latijnse gascaria: braakland.

Gelabert. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gail-berht 'geil, vrolijk-schitterend': Gilabertus; of variant van Gilbert.

Gelan, Gelande: 1. Door klinkerverdoffing van Galan(d). Vergelijk Gelandus = Galandus. Zie Galand. 2. Maar in Gb., waar de familienaam Gelan voorkomt, lijkt De Gelans te identificeren met De Ghelas (zie Gerlach):

Gelardi, Gelardo. Italiaanse vadersnaam. Variant van Gherardi.

Geldens. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Geldolf.

Gelder, de: Beroepsnaam. Middelnederlands gelder(e) ‘betaler, vergelder, koper’.

Gelder, van de, van Gelderen, Gelder, de, de Geldre, van Ghelderen, van de, Ghelder, de Geldere, de Gelder, de Gheldre, de Geyldre, (de) Gueldre, Gelders, Gelder, Guelder, Gulders, de Cheldere, de Celdere, de Cuelder, de Cheldre, de Geyldre, de Cueldre. 1. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse gelder(e): betaler, vergelder, koper. 2. Plaatsnaam Gelder, Middelnederlands Gelre, oude naam van Gelderland. Eventueel plaatsnaam Geldern (Noordrijn-Westfalen).

Geldolf, Gheldolf, Gheldof, Geldof, Geldhof, Geldhove. Vadersnaam, familienaam uit de Germaanse voornaam geld-wulf: betaling-wolf. 

Gelderblom: Gelderse bloem, het wapen van Gelre.

Gelderland, Gelderlant: Afkomstig van het oude hertogdom Gelderland.

Gelderman, Geldermans, Ghelderman, Galdermans: Afkomstig van Gelder(land).

Geldersma; vadersnaam Gelder.

Geldmaker, Geldwaker: Beroepsnaam van de (geld)munter? Of van de betaalmeester? Vergelijk Geldmeyer, Duits Geldzahler.

Geldmeyer, Geldrmeyer, Geltmeyer. Beroepsnaam van de geldmeester, betaalmeester.

Geldof, Geldhof, Gheldolf, Geldof, Gheldof, Geldhove, Gelthooft, Guldolf, Guldof: : Vadersnaam. Geldolf. Germaanse voornaam geld-wulf ‘betaling-wolf’.

Geldrop, van, van Geldorp: Plaatsnaam Geldrop (Noord-Brabant)

Geldzahler, Geldzachler, Geldzahler: Duitse beroepsnaam van de betaalmeester.

Gelé, Gele, Gelee, Gellée, Gellee: 1. Zie Gillet. 2. Plaatsnaam Gelée in Battice (Luik) of Gellée in Petit-Rechain (Luik).

Geleedst: Schrijffout in de burgerlijke stand in 1828 voor Geleedts, ’s-Heer Arendskerke. Misschien uit Oudfrans Galet; vrolijke gezel’.

Geleen, van, van Gelen, van Geleyn, van Gueleyn: Plaatsnaam Geleen (Nederlands-Limburg).

Geleijne, Geleijn, Geleinse, Geleijnse, Geleijns, Gelen, Gelein, Gilleyns, Gheleyns, Gheleyn, Geleyn, Geleyn, Gallein, Galein, Galleyn, Galeyn, Geleleens: 1. Aanpassing van Frans Gi(s)lain, van Latijnse Gislenus, Latinisering van Germaans gisil-naam. 2. Soms voornaam Julianus.

Geleyn, van, van Gueleyn. 1. Aanpassing van plaatsnaam Ghlin (Henegouwen). 2. Zie Van Geleen.

Geleyte. Dialect variant van Gelaude. Geleyte=Gleide=Gelaude, Waarschoot.

Gelekerken, Geilenkirchen: Gele(n)kerken is de oude en ook Nederlandse naam van de Duitse plaatsnaam Geilenkirchen.

Gelep. Plaatsnaam Gileppe in Jalhay, Luik.

Gelerenter, Gelentern, Gelender: Duitse beroepsnaam Gelehrter, Gelernter: schriftgeleerde.

Gelhausen. Duitse plaatsnaam Gelnhausen.

Gelhorn. Duitse bijnaam voor iemand die zijn hoorn laat schallen, gillen, Duits gellen. Ook Gellshorn.

Gelibter. Duitse bijnaam Geliebter; geliefde, minnaar.

Gelin, Gelain: Vadersnaam. 1. Variant van Gillin, zie Gillijns. 2. Variant van Geslin, dat is Giselin, vleivorm van de Germaanse voornaam.

Geline, Gelinne, Gelinotte, Gelinet, Gelinne, Gelline, Glinne, Gline, Glinnes, Gelenne: 1. Moedersnaam. Vrouwelijke vorm van Gelin. 2. Oudfrans, Oudpicardisch g(h)eline, gline: kip, hen. Vergelijk Kiekens. Bijnaam.

Gelkop, Gelkopf. Duits (Nederduits -kop) Bijnaam: gele kop. Vergelijk Wittkop, Rodekopp, Schwarzkopf.

Gellaert, Gellaerts, Gellard. 1. Vadersnaam uit het Germaanse gail-hard; 'vrolijk-sterk'. 2. Variant van Gelard. Vadersnaam uit Egidius. 

Gelleke, de: In België ook Degelcke, De Ghelcke. Plaatsnaam Gellik, Guelque in Réty bij Bonen (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Gellens. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Geldolf (gel+olf). 2. Zie ook Geylen(s). 

Geller, Gheller: Gelre, de oude vorm van Gelder: Gelderland of Geldern (Duitsland).

Gelleroy, Gilleroy: 1. Plaatsnaam Gelrode (Vlaams-Brabant). Vergelijk Van Rooy = Van Rode. 2. Eventueel Romaans, zie Gilleron. Of Schots Gilroy?

Gellert. 1. Variant van Duits Gehlert, a. Gelhard = Gelhaar: geel, blond haar; b. Plaatsnaam Gehlert, (Duitsland). 2. Verzwaarde vorm van Geller.

Geltmeijer: Beroepsnaam van de geldmeester, betaalmeester.

Geloven, van, Gelooven, van, van ('t) Geloof. Familienaam uit de plaatsnaam Loven, een ven in Bladel (Noord-Brabant) of een plaats (goed) in Tilburg (Noord-Brabant). In Oost Noord-Brabant heet de familie Van Gelooven, in Waals Noord-Brabant Van ('t) Geloof.

Gelper. Bijnaam voor een druk iemand. Uit het Middelnederlandse gelpen: schreeuwen, gillen, drukte maken.

Gelpke, Gelpkens, Gelbecke, Gelbke, Gelbe. Vadersnaam uit de voornaam Gelbert/Gelbrecht. 

Geluykens, Geluyckens. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaans gel(olf) of gisel(bert)-voornaam. 

Geluk, Geluck, Gellok, Gelok: Bijnaam voor iemand die geluk heeft.

Geluwe, van, van Gheluwen, van Gheluwe, van Gheluwé, van Gheluwer, van Ghelluwe, van Gheluve, van Ghelue, van Gheluë, van Gheluven, van Ghéluvé, van Ghelewe, van Gilluwen, van Gilluwe, van Gilwen, van Gilwe, van Gilwé, van Ghillewe, van Gilve: Plaatsnaam Geluwe (West-Vlaanderen)

Geluyckens, Geluykens, Gelijkens: Vadersnaam. Vleivorm en afleiding van een voornaam die met gel- of gil- begint, zoals Gilbert of Geldolf.

Gelijns, Gelijn, Gelyns: Heel waarschijnlijk een spellingvariant van Geleijns. Mogelijk is ook een variant van Gillijn(s), vleivorm van de voornaam Gillis.

Gemberling. Duitse variant van Gamberling, doork/g-verzachting uit Kamberlin, Kemberling. Middenhoogduits kemmerlinc: kamerling, kamerdienaar.

Gemeiner, Gmajner: Gemeenschappelijk eigenaar (van algemene weide bijvoorbeeld), medebezitter.

Gemels. Waarschijnlijk variant van Gemers (r//-wisseling).

Gemert, van;, van Gemeren, van Gemerden: Plaatsnaam Gemert (Noord-Brabant).

Gemenick. Nederlandse vorm van plaatsnaam Gemmenich, Luik.

Gemin, Gemine, Gemen, Gemenne, Gimine, Giminne, Gimenne, Jeminne, Jemine: Plaatsnaam Geminne in Natoye (Namen).

Gemmeke. Moeders-, vadersnaam. Afleiding van Latijnse heiligennaam Gemma of Germaanse voornaam Gemmo.

Gemmink. Saksische vadersnaam (-ink: Saksische vadersnaamuitgang) van de voornaam Gemke/Gemmo (uit de Latijnse heiligennaam Gemmulus).

Gemoets. Wellicht reïnterpretatie van Jamot(te), Jaumot(te) via spelling Gemot.

Géna: Waalse variant van Génard, van Jeannard, afleiding van Jean ‘Jan’.

Gemst, van, van Gimst: Van Genst, van Van der Ginste?

Genbrugge, Gendbrugge. Plaatsnaam Gentbrugge (Oost-Vlaanderen).

Genabeek, van. Plaatsnaam. Wellicht Gène (gindse) beek. Vergelijk Genebroek, Genegoor, Geeneinde.

Genabet, van: Plaatsnaam.

Gendarme, Gendarm, Jeandarme, Darms: Beroepsnaam van de gewapende ruiter.

Gendebien, Jeandebien: Gen(t) de bien. Oudfrans gent: individu. Bijnaam voor een gegoed, eerbiedwaardig man.

Genderen, van, van Ginderen, van Ginder, van Ginteren, van de Gender: 1. Plaatsnaam Genderen (Noord-Brabant). 2. Van Ginderen: van ginder, van daar. Vergelijk Van Ginderdeuren.

Gendre, Legendre, Jander: Frans gendre: schoonzoon. Verwantschapsnaam.

Gendreau, Gendraud, Gendrault, Gendreot, Gindraux, Gindroz, Gindrat: Afleiding van Gendre

Gendrin. 1. Afleiding van Gendre. 2. Zie Jandrain.

Gendt, de: Middelnederlands gent ‘gent, mannetjesgans, gander’.

Genechten Van, Van Genegten, Van de Genachte, Genachten, Genachte, Van Geneugden, Vangeneugden, Van de Genuchte. Het Middelnederlands genachte, genechte betekent rechtsdag, rechtszitting. Naam van iemand die bij een gerechtszitting betrokken was of die er woonde. 

Genegem, van, van Genegen, van Geneygen, van Geneijgen, van Genesen: Plaatsnaam Ginnegem in Oelegem (Antwerpen).

Genefaas, Geenevasen: Vadersnaam. Dubbele voornaam, Geenen Faas.

Genenbos. Plaatsnaam Genebos in Kwaadmechelen en Lummen (Limburg).

Généraux, Généraux. Bijnaam. Oudfrans général: van hoge geboorte, edelmoedig.

Generet, Jenneret: 1. Zie Jeanneret. 2. Eentueel plaatsnaam Genneret=Jenneret in Bende (Luxemburg).

Genesse, Genest, Geneste, Genesestre: 1. Zie Dugenest. 2. In Tienen is Genesse een variant van Ge(e)nis, in het Tiens als zjaines uitgesproken.

Genestet, de, Ginestet: Naam van de Nederlandse dichter Petrus Augustus de Genestet (1829-1861). Variant van De Genestay. Plaatsnaam: plaats waar brem groeit. Zie Dugenest.

Genevois, Genevay, Gennevoise, Genevasen: Afkomstig van Genève (Zwitserland).

Genévrier, Genévriez, 1. Plaatsnaam. Frans genévrier: jeneverstruik. 2. Reïnterpretatie van Genevier.

Genevrois, Ginevro: Plaatsnaam; plaats waar jeneverstruiken groeien. Maar waarschijnlijk reïnterpretatie van Genevois.

Geniets, Waarschijnlijk van Geniesse of Genest. Een Haagse familie Geniets was in de 16de eeuw afkomstig uit Mechelen als Genits = Ghenyets.

Genin, Gennin, Ghenin, Genyn, Genijn, Géning, Genain, Gheneyn, Geneyn. 1. Moedersnaam uit Janin. 2. Genin kan ook een knuffelvorm zijn uit de voornaam Gerard. 

Geninden, van, Vagenende, Vagenhende, Vaegenhende: Verspreide plaatsnaam Geen E(i)nde: ginds uiteinde, gindse uithoek.

Gennip, van, van Gennip: Plaatsnaam Gennep (Nederlands Limburg). Ook in Zelem, Limburg.

Genk, van, van Genck, van Gink: Plaatsnaam Genk (Limburg)

Genonceaux, Gennesseaux: Vadersnaam. Afleiding van Genon, van Jean.

Genotello, Genetello: Vadersnaam. Uit Italiaans Giannotello, verkleinvorm van Gianni ‘Jan’.

Genoux, Genoud, Genoe, Genoel, Genouw, Ginoux: Vadersnaam. 1. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Godenulfus.2. Eventueel Janoul/Jenoul, vleivorm op -oui van Jean. Zie Jeannot.

Genquinne. Vadersnaam. Waalse aanpassing van Geenkin. Zie Geentjens. Of Jeanquin (Jannekin, Jantje).

Genske, Genzke: Afleiding van gans. Bijnaam voor een ganzenhoeder of naar fysieke eigenschap.

Gensterblum, Gastelblum, Gynsterblomme, Gynsterblom: Duits Ginsterblume: bloem van de ginste, brem. Duits Ginster.

Gent, Gente, Gentens, Genten, Gentes: Vadersnaam. Misschien korte vorm en vleivorm van Germaanse voornaam met gand-, zoals Genthardus, Gendradus, Gendulfus.

Gent (de), De Gendt, De Gend, Gendt, De Ghendt, De Geijndt, De Geyndt, Gheyndt, De Gand, Gandt, De Gant, De Ghandt, Gand, Gaand. Naam uit het Middelnederlandse gent: mannetjesgans, gander. Bijnaam.

Gent, van, Van Gend. Van Gendt, Gendt, Van Ghendt, Van Ghent: Plaatsnaam Gent (Oost-Vlaanderen).

Gent Van de, Van de Ghen, Van de Ghem, Dergent. Variant van Van de Gans (een gans=gent, uit de plaats Of plaatsnaam (de) Ganze in diverse provincies) of uit de gelijknamige plaatsnaam Gent in Leuven, Strijtem (Vlaams-Brabant) en Ieper (West-Vlaanderen). 

Gent, Gente, Genten, Gentens, Gentes. Vadersnaam, wellicht knuffelvorm van een gand-naam. 

Gentil, Gentils, Gentile, Gentili, Jentil, Legentil, Gentis, Genty, Jeantis, Jeanty, Janty, Legenty: Bijnaam. Oudfrans gentil, gentis: van goede familie, edel, (edel)moedig.

Gentilhomme. Welgeboren, edel man.

Gentin, Gentinne, Chentinne, Chintinne: Plaatsnaam Gentinnes (Waals-Brabant).

Genton, Genthon, Canton, Janton. Spelling voor Jeanneton, Genneton, vleivorm van de voornaam Jean.

Gentry. Engelse familienaam voor wie tot de voorname, betere stand behoort.

Genva, Genval. Plaatsnaam Genval, Waals-Brabant.

Geoffre, Joffre, Joffré, Jaffres, Jaffre, Jaffré, Jaffer, Jafer, Jofé, Joffe, Joffe, Jaffe: Vadersnaam. Korte vorm en afleiding van Geoffroy. De gereduceerde vormen op -fe zijn Waals.

Geoffroy, Geoffrois, Geoffroit, Geofroid, Geoffrey, Giffroid, Giffroi, Giffroy, Jeoffroi, Jeoffroy, Jeoffray, Geffroid, Geffroy, Geffray, Geffrey, Jeauffredt, Jeffroid, Jouffroy, Joffroy, Jeufroy, Jeffreys, Jefferies, Jefferis, Jeffry, Jeffrys: Vadersnaam. Franse (en van Engelse) vormen van Germaanse voornaam Godfried. Zie ook Govaert(s), Godefridi(s).

George, Georges, Georg, Degeorge, Degeorges, Desgeorges, Georgen, Goriëns, Goriens, Georgi, Georgy, De Georgio, de Georgi, Giorgi, Jorge, Jorgense, Jorgens, Jorgenson, Jörgenne, Jörgen, Jörgensen, Jurgen, Jurgens, Jurgensen, Joaris, Jeurgen, Jurriens, Jurjens, Georis, Joris, Joresz, Jorise, Jooris, Joeris, Jeoris, Joaris, Joirise, Joiris, Jorus, Ioor, Joor, Joors, Jeuris, Jurres, Juris, Jurisse, Jorissen, Jorissens, Jorissenne, Jorrissen, Joerissen, Jorssen, Jorssens, Jorsen, Georgis, Georgissen, Georgis, Jeurissen, Jeursen, Juersen, Jeuring, Jeurink, Jöhring, Juressen, Jorre, Jore, Joire, Joren, Jorens, Joore, Jooren. Vadersnaam uit de Griekse heiligennaam Georgius die over Yoryus tôt Jorges evolueerde. Joris werd ook wel verward met Goris uit Gregorius. Jooren, komt van de oud-Nederlandse mansnaam Jore, die ook aan de geslachtsnamen Joors (aan de Zaan) en Jorink (in Twente), en aan de plaatsnaam Jorum (Jora-heim, woonplaats van Jore), zoals een state heet te Kubaart in Friesland, oorsprong gaf.

Georget, Georgette, Georgion, Georgin, Georgeon, Georgiou, Georgelin, Georlette, Joarlette, Geortay: Vadersnaam. (Moedersnaam -ette). Vleivormen van Georges.

Georgissen, Georgis. Vadersnaam. Zoon van Georges. Naar de vorm contaminatie van Georges en Joris(sen).

Gepkens. Vadersnaam. Afleiding van bakernaam Gep, van Germaans gebô-naam. Zie Gypen(s), Geppaard.

Geppaard, Geppaart. Vadersnaam. Wellicht de Germaanse voornaam Gevaard, met verscherping (vif, vergelijk draven/trappen).

Geradin, Geradain, Géradain: Vadersnaam. Franse vleivorm van Germaanse voornaam Gerard. Vergelijk Gerardijn.

Geradon, de, (de) Géradon, de Gerdon: Vadersnaam. Franse vleivorm van Germaanse voornaam Gérard.

Gerard, Gerards, Gerardts, Gérard, Géra, Gera, Gere, Gerrard, Gerrards, Gerratz, Gerrartz, Geerard, Geraerdt, Geraerts, Geeraerd, Geerarts, Geraart, Geraerts, Geeraers, Geerars, Geerart, Geerard, Geerards, Gerar, Gerars, Gras, Gret, Gayrard, Gheeraert, Geeraerts, Gheeraerts, Geeraerdts, Geerard, Geerarts, Geirhart, Giera, Gieraerts, Garrard, Geraads, Gaart, Graat, Graadt, Graats, Graatsma, Gratema, Gratama, Gerads, Geraets, Geraedt, Gierath, Gieraths, Geeraets, Geraedts, Geraet, Gerhard, Gerhardt, Gerhards, Gerharts, Gerharz, Gerardi, Gerards, Gerardie,Geerink, Geerdink, Gerardy, Jérard, Zeerards, Zérard, Zerard, Zerar, Zeraa, Zerra, Serar, Serat, Seraerts, Seeraert, Sceraert, Sceraert, Syrardt. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ‘ger-hard’: speer-sterk. 

Gérardeau, Gérardeaux, Gerday, Jerday, Jortay: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Gérard. Luiks-Waals Ger(a)day = Geradeau.

Gerardijn, Gerardyn, Gerardin, Geraardijn, Geerardijn, Geerardyn, Geeraardin, Gheeradijn, Geradijns, Gheradijn, Gheradyn, Gheradyns, Gherardin, Gherardini. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Gerard: “ger-hard’'. 

Géraud, Géraut, Gérault, Gérald, Gérodel, Gérodes, Giraud, Girault, Giralt, Giraudon, Giraudeau, Girodo, Giraudier, Giraudy, Girod, Girodet, Giraudot, Guiraud, Guiraudon, Gayraud, Guiro. Vadersnaam, afgeleid uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam ger-wald: speer-heerser.

Gerbais. 1. Plaatsnaam Gerbaix (Savoye). 2. Variant van Gerbehaye.

Gerbaud. Gerbeaux, Gerbaux, Gerbeaut, Cerreboutjarbaux, Gerbaulet, Gerboux, Girboux, Grebaut, Grebaux: Vadersnaam. Germaanse voornaam Geerboud: ger-bald 'speer-moedig': Gerbald(us), Gerbold.

Gerbes, Gerbens. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Gerbert, zie Gerber. Vergelijk Nederlands Gerbenzon, van Gerbenson.

Gerbedoen. Vadersnaam van Gerbodon, Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Gerbodo, zie Gerbo.

Gerbehaye, Gerbyhaie, Gerbayhaie, Gerbenaye: Plaatsnaam Gerbehaye in Jehay (Luxemburg).

Gerber, Gerbers, Gerberson: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-berht 'speer-schitterend': Gerbertus.-2. Duits Gerber: leerlooier.

Gerbo, Gerbosch, Gerrebosch, Gerrebos, Guerboo, Guerbaa, Gebode, Gebots: Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-bodo 'speer-bevelhebber, bode'.

Gerbrands, Gerbrandsz, Gerrebrandt, Gerbranda, Gerbrandy, Garbrands: Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-brand 'speer-zwaard': Gerbrand.

Gercama; Friese vadersnaam Gerke, van Ger, Gero en ma; man.

Gerdes, Gerde: Vadersnaam. Duits Korte vorm van de voornaam Gerardus.

Gerdinge, van, van Gardinge: Plaatsnaam Gerdingen (Limburg).

Gerdon, Gerdom. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Gérard of Geraud.

Gère. Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Gérard.

Gerem, Gerems, Geerem, Geerooms, Geeroms, Gerooms, Gerom, Geron, Gerum. 1. Vadersnaam uit de het Germaanse ger-helm; speer-helm. 2. Kan ook een variant zijn van de Franse naam Jérôme (dit uit de heiligennaam Hiëronymus).

Géréon, Gérion, Gereon, Gerion: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Gereon 'grijsaard'.

Gérez, Giret. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gerard.

Gergay, Gergeay, Gergeaij, Jergeay: Luzemburgse Waalse variant van Frans Gergaud, afleiding van garg 'strot, keel'.

Gericke: Vadersnaam. Germaanse voornaam Gerik: ger-rîk ‘speer-rijk’:

Gérimaux. Gerimaux: Variant van Germaux of Gérimont?

Gérimont. Plaatsnaam in Longlier en Tillet, Luxemburg.

Gerin, Gérin, Gerrin, Gérain, Gerain, Gerein, Gerein, Gearain, Geairain, Geairin, Gerryn, Gieryn, Girain, Girin. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse ger-naam zoals Gerard.

Geringel, de; Giringel: Wellicht volks etymologische vervorming van Gering. Vergelijk Duits Geringer.

Gerits, Geerits, Gerritz, Gerrit, Gerets, Girits, Gierit, Geeriets, Geenrits, Gerris, Geris, Gerres, Gerresch, Gerrits, Gerritse, Gerritsen, Gerritsma, Geritsen, Gerretsen, Gerretz, Gerretzen, Geritzen, Geritzem, Garritsen, Gartzen, Gerrissen, Girretz, Geurts, Geerdink, Geertsema, Geertsma, Gerdes, Geertse. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Gerard.

Gerlach, Gerlag, Gerlage, Gerlack, Gerlasche, Gerlaxhe, (de) Gerlache, Guerlache, Deglace, De Glas, (de) Gelas), Deglas, Deglasse, Gelaes, Gelaesen, (vander) Glas, Glaes, Glaes, Gallas, Gallace. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Gerlach. 2. De vormen met De kunnen komen uit de plaatsnaam Voroux-Goreux (Luik).

Gerlo. Naam uit Graubunden (Zwitserland):

Germ. Vadersnaam. Germs is een Duitse variant van Bijbelse voornaam Jeremias.

Germaine. Moedersnaam, Latijnse heiligennaam Germana. Vergelijk Germain.

Germanus, Germanes, German, Gerreman, Germain, Germing, Germanus, Germanes, Germanès, Germann, Germano, Germen, Gierman, Germain, Gremain, Germeyn, Germeyns, Germeijns, Germeijs, Germeys, Germin, Germijns, Germyns, Garmain, Garmein, Garmijn, Garmyn, Germein; Vadersnaam uit de Latijnse heiligennaam Germanus (die betekent: dezelfde ouders hebbend). Germain is de Franse vorm en Germing is er de aanpassing van (vergelijk dialectisch tring < train).

Germeersch, van, Germersch, van, Germer: Vlaamse aanpassing en reïnterpretatie van Vangermez van Wangermez. De bakermat van Wangermez is Anvaing (Henegouwen), op nauwelijks 10 km van Ronse, waar Vangermeersch geconcentreerd is.

Germeau, Germeaux, Germau, Germaux, Germai, Germay, Germiat, Germeys, Germeijs, Germeis, Germis, Germijs, Germys, Gémis, Gémis, Gémès, Gomis, Geemers, Gemers, Jermé, Jermei, Jermeys, Jermis, Jermus: Luiks-Waals djèrmê, Frans jumeau, Latijn gemellus: tweeling. Vergelijk Jumel, Duits Zwilling.

Germentier. Wellicht Middenfrans gernetier, grenetier: ambtenaar belast met het toezicht op de graan-of zoutschuur.

Germinal. Vondelingnaam. Gevonden in Germinal, een maand in de republikeinse kalender.

Germonpré, Germonprez, Germonpree, Germonpree, Guermonprez, Grimmonprez, Grimonprez, Grimonpre, Grimonprez, Grimmonpré, Grimmondrez, Grymonpre, Grymonprez, Grymonpré, Grijmonpré, Grymmonprez, Grimonprez, Gremonprez, Grimmelprez, Gremmelprez, Grimpret. Familienaam uit de plaatsnaam Germonprez in Cerfontaine (Namen), Grimmonprez of Grymonprez in Magneé, Fléron, Beyne-Heysey, Huccorgne (Luxemburg). De West-Vlaamse familienaam gaat wellicht terug op de plaatsnaam Grimaupré (weide van Grimoud) ergens in Henegouwen/Nord: Piéronne de Ghermanpret, Doornik;

Germont, Germond, Guermont: Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-mund 'speer-bescherming': Germunt.

Germy. Variant van Germys of Gérémy.

Gern, Gerne. Vadersnaam. Korte vorm van Germaanse voornaam Gernot, Gernand, Gernhard.

Gernand. Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-nanth 'speer-moed': Gernandus.

Gerniers, (de) Gernier, Dugernier, Dugerny. 1. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Werner. 2. Dugerny is mogelijk ook afkomstig uit de plaatsnaam Le Gerny in Jemelle (Namen). 

Gernler: Alemannische beroepsnaam van de nettenvlechter.

Gerlo. Naam uit Graubünden (Zwitserland). Vadersnaam uit de voornaam Gerlo.

Gérodel, Gérodez: Vadersnaam. Afleiding van Géraud.

Gerolt, Gerold, Gerhold, Gerholt, Gerrolluma, Gerroltsma, van Gerolsma, Gralda, Graalda, Grolda, Groldama, Greults, Gerelts, Gehrels, Gerrelts, Gerlsma, Geerlsma., Vadersnaam. Germaanse voornaam Geroud, Gerout. Zie Géraud. Friese voornaam Greult.

Géromboux, Gérombous. Gérombeau. Plaatsnaam Géroboux met n-epenthesis.

Geron, Giront, Giron: 1. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Gero; of vleivorm van een ger-naam, bijvoorbeeld Gérard. 2. Zie Gerem(s).

Gérondal, Grondal, Gerondal, Gerendal, Gérindal, Gerindal: Plaatsnaam Gérondal in Petrem (Waals-Brabant).

Geronnez, Jeronnez, Geronés, Gerené, Gérené, Gernee, Gerne, Gerné, Cernez: Vadersnaam. Afleiding van Geron.

Gérono, Gerono, Geronooz: Vadersnaam Géronnot, afleiding van Geron.

Géronsart. Plaatsnaam in Jambes (Namen), Frasnes (Namen), Boussu-en-Fagne (Namen).

Gérouville, Jérouville: Plaatsnaam (Luxemburg).

Gerrebrands: Vadersnaam. Variant van Gerbrands. Germaanse voornaam ger-brand ‘speer-zwaard’.

Gerregroot. Familienaam die wellicht gevormd is uit het Germaanse voornaamdeel ger speer en groot (gestalte dus). 

Gerreweij, van, Gerreweij: Plaatsnaam. De Middelnederlands plantnaam gerwe, gerrewe ‘Achillea millefolium’, ? Het accent moet dan wel verschoven zijn. Of van Van Gerwen.

Gersemeter, Gersmeter, Gessemeter: Beroepsnaam van een landmeter? Middenenderlands gerse, garse: landmaat, 1/3 morgen of 200 roeden; (ook) weiland, grasland. Waarschijnlijk reïnterpretatie van Gersemeuter.

Gersdorff. Plaatsnaam Gersdorf, als in Beieren.

Gerrits, Gerritsen, Gerritse, Gerritzen, Gerres, Gerretsen, Garritsen: Vadersnaam. Germaanse voornaam Gerard.

Gersemeuter. Familienaam uit de plaatsnaam Gertsmoortere in Meise (Vlaams-Brabant).

Gersie, Gersi, Gersis: Moedersnaam. Germaanse voornaam Garsedis.

Gerson, Gherson, Gerszon, Gherschon: 1. Vadersnaam. Vleivorm op -eçon van Germaanse ger-naam, zoals Gérard. 2. Variant van Garçon.

Gersoulle, Guersouille: 1. Moedersnaam. Waalse vleivorm op -eç-oule van Germaanse ger- of war-naam, bijvoorbeeld Gérard of Guérard. 2Zie Garçon.

Gerst, Gerste, Gersten, Ghiste: Middelnederlands gerste: gerst; gerstin: van gerst, gersten. Beroepsnaam voor een molenaar of gersthandelaar. Vergelijk De Taerwine.

Gerster, Gerstner, Gerstler: Beroepsnaam van de boer die gerst teelt.

Gerstel: Hypercorrect voor Gestel.

Gerstman, Gerstmans, Gersteman, Gerstemans, Ghersman, Garstemans, Geerstman, Gertsmans: 1. Beroepsnaam van de boer die gerst teelt of de gersthandelaar. Vergelijk Gerste(n), Duits Gerstenmann, Gerstenmeier. 2. Ghersman kan Grasman zijn. Beroepsnaam van de grasmaaier of-wieder. Vergelijk Duits Grasmann.

Gerszensohn, Ghersenzon, Gersztenzang, Gerinroze: Duitse familienaam Gersensohn. Bijbelse voornaam Gerson.

Gertruda, Gertru. Moedersnaam. Germaanse voornaam Gertrudis. Truyens is de vrouwelijke vorm van Geertrui. Zie van Geertruyden.

Géruzet. Naam van Spaanse Joden (Géruzet, Géruzez, Géruzé), die zich in de Franse Pyreneen kwamen vestigen.

Gervais, Gervaise, Gervasi, Gervasio, Gervoyse, Gervoise, Gervois: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Gervasius.

Gervaiseau. Vadersnaam, afleiding van Gervais.

Gerval, Gervale, Gervalle. Plaatsnaam in Geroval in Wibrin, Luxemburg?

Gerven, van: Plaatsnaam Gerven (Gelderland). Of variant van van Gerwen.

Gervy, Gervys, Gervis. Plaatsnaam Gervi(es) in Maillen, Namen.

Gerwen, van: Plaatsnaam Gerwen (Noord-Brabant).

Gerwin, Geerwijn. Vadersnaam. Germaanse voornaam ger-win 'speer-vriend'.

Gerwig: Vadersnaam. Germaanse voornaam Gerwig.

Géry, Gerry, Giry, Jery, Geary: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Gerik; zie Geerick(x).

Geryl, Gerijl, Geril, Gerils: De naam komt eind 18de eeuw in Nieuwpoort voor als Gerilo, Gerile. Wellicht Italiaanse familienaam, afleiding Gèri, van Ruggeri.

Geschwindt, Gschwindt: Duitse bijnaam: gezwind, onstuimig.

Geserick, Gesierich: Duitse familienaam Geserich, Geserick, afleiding van Wendisch jesor: vijver.

Gesnot. Spellingvariant van Genot=Jeannot.

Gesp. Beroepsnaam van de gespenmakmer.

Gessele, van Gesselen, van, Gessel, van: Plaatsnaam Gastel (Noord-Brabant). Of variant van van Gestel.

Gessler, Geszler, Gessner: Spellingvariant van Duits Gässler, Gassner, afleiding van Gasse: steeg.

Gestel, van, Gestels, Van Geystelen, Van Gestelen, Van Geijstelen: Plaatsnaam. Gestel (Provincie Antwerpen, Noord-Brabant) of Sint-Michielsgestel, Moergestel (Noord-Brabant).

Geszajt, Geszait. Duitse bijnaam Gescheit: verstandig, slim, sluw.

Geten, van der, Van der Geeten, Van der Geyten, Verghetem. Naam uit de riviernaam Gete.

Getlkhermann. Ontrond van Duits Göttlichermann.

Geubbelmans, Gubbelmans, Geubels, Gubbels: Vadersnaam. Zoals Gobel en Duits Goebbels, Göbbels, verkleinvorm van Germaanse voornaam Go(de)brecht of Go(de)boud.

Geudin, Guedin, Geudens, Gudin, Guden, Geuens, Gheuens, Guens,Geunes, Geuns, Geunis, Guns, Gunst, de Gunst. Vadersnaam: vleivorm van de Germaanse god-naam, zie Godin. Zie ook Guens.

Geukens, Guekenne, Geudkin, Guyken, Guijken: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse god-naam, zoals Godevert. Zie ook Goukens, Gödecke.

Geuliaerts, Geullaerts: 1. Vadersnaam. Variant van Guillard; zie Willaerts. 2. Zie Goulliart.

Geuns, van: Plaatsnaam Gödens in Oost-Friesland (Nedersaksen). Het nageslacht van 1688 Jan Stevens uit Gödens heette in Groningen Van Geuns.

Geuquet. Vadersnaam: Romaanse vorm van een Germaanse God-naam, vergelijk Geukens.

Geure: Vadersnaam. Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Geuder van Goeder. Germaanse voornaam gud-hari ‘god-leger’: Godeharius.

Geurink, Guurink: Vadersnaam. Afleiding van de heiligennaam Gregorius of van een Germaanse voornaam, zoals Goder(t) of Go(de)rik.

Geurtjens: Vadersnaam. Gepalataliseerde variant van Gortjens, verkleinvorm van Goort, van Godert of Govaart. Zie Geurts.

Geurts, Geurtse, Geurtsen, Geurdes: Vadersnaam. Geurts, Geurds, van Goorts. 1. Goort, van Govaart. 2. Uit Godert, Godhart.

Geus, de, Geuze, de Gheus, Gheuz, Geux,: Bijnaam. Frans Gueux, Legueux; ‘bedelaar’.

Geusebrouwers. Waarschijnlijk een latere reïnterpretatie 'brouwer van geuzebier', van een oorspronkelijke andere familienaam, wellicht Gerstenbrouwer: brouwer van gerstebier. Vergelijk Duits Gerstenbräu.

Geuspeure, de: Verhaspeling door verkeerde lezing van de Guesquiere (zie Gakeer).

Geuten, Geutens, Geutjens, Geutjes, Gutgens, Guetens. Vadersnaam of moedersnaam uit een Germaanse God-naam (bijvoorbeeld Godevaard, Goedele).

Geuvens. Vadersnaam. Vleivorm van Geudevert, Godevert; zie Govaert. Eventueel geronde vorm van Gevens.

Geuzaine. Plaatsnaam in Waimes, Luxemburg.

Geuzebroek, Geusebroek: Plaatsnaam Geusebroek in West-Friesland. 1600 Pieter Jacobsz Geusebroeck, Hoorn.

Geuzinge, Geuzinghe. De Nederlandse familie Roelofs neemt in 1811 de familienaam Geusinge aan, omdat ze op het gehucht Geuzinge woonde in Ruinen (Drenthe).

Gevaert, Gevaeraers Gevaerts, Gevart, Gevaere, Geevaert, Ghevaert, Geivaerts, Gévart, Géva, Gévas, Gefaert, Geffard, Geffert, Giffard, Givard, Givart, Givord, Givort, Gievors, Guevaer, Guevar, Guevart, Gevoorts, Gevorts, Gevirst, Guévirst, Gainvors, Gainvorste: Vadersnaam. Germaanse voornaam geb-hard ‘gave-sterk’: Gebahardus, Gevardus. 11de eeuw Gevehardus.

Gevel, van de: 1. Plaatsnaam, huisnaam ‘de Gevel’. 2. Naam uit het Middelnederlandse gevel: gevel, huismuur, nok, beroepsbijnaam voor de gevelmaker. 1406 Aert van den Gevelle, Kampenhout. Vergelijk Geveleers, Duits Giebler.

Gevel, van de. Pllaatsnaam, waarschijnlijk huisnaam: de Gevel. Of beroepsnaam voor de gevelmaker; vergelijk Gevels.

Geveleers, Gevelers. Beroepsnaam van de gevelmaker of metselaar.

Gevels, Geevels, Ghevel, Geuvels. 1. Naam uit het Middelnederlandse gevel: gevel, huismuur, nok. Beroepsbijnaam voor de gevelmaker, de metselaar. 2. Vadersnaam uit een Germaanse geb-naam (Gebhard, Gevaert).

Geven, Gevens, Ghevens, Geeven, Geuens, Gheuens, Geefs. 1. Moedersnaam van de Germaanse voornaam Geva. 2. Vadersnaam van de Germaanse voornaam Gebo of Givo (= gave) zoals in Gevaert.

Gévenois, Gevenois, Jévenois, Jaivenois, Juvenois, Juvenoit, Juvenoy: Wellicht is Juvenois de grondvorm, afleiding van Oudfrans jovene: jong.

Gevers, Geivers, Geuvers. 1. Naam uit de plaatsnaam Gesvres, deel van Crouy-sur-Ourcq (nabij Soissons); dorpje dat stamvader Gevers verliet rond 1410 om naar de Kempen te emigreren. 2. Vadersnaam uit het Germaanse geb-hari ‘gave-leger’: Giverius. 3. Of uit Geverts, van Gevaerts. 4. Bijnaam voor een gever, een milde schenker.

Gewelt, Gewald, Giewald: Bijnaam voor een krachtig, gewelddadig, hartstochtelijk iemand.

Gewillig. Kan een bijnaam zijn voor een inschikkelijke. Of door assimilatie van Geweldig; zie Gewelt.

Gey, Geyen, Geyens, Geijen: 1. Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse voornaam, eventueel Gerhard. 2. Bijnaam. Verbogen vorm, zonder lidwoord van De Geye.

Geylen, Geylens, Geile, Gheyle, Gelin, Geelen, Gelen, Gelens, Ghelen, Gellens, Ghellynck, Gellynck, Gellinck, Gelling, (de) Ghellinck. Vadersnaam uit een Germaanse gail-naam; geil. Geile, Geielen, eventueel moedersnaam. Gail, de meisjesnaam Geile, soms ook van Geertrude.

Geyns, Gheyns, Gheys. Vadersnaam, variant van Geens, korte vorm van Gérard. Zie Geene. Vergelijk dialect vei(n)ster= venster. 2. Gheys kan ook een spellingvariant zijn van Ghys. Zie Gijs.

Geijn, van: 1. Plaatsnaam Gein in Jutfaas (Utrecht). Ook waternaam Het Gein (Utrecht-Noord-Holland).

Geijp, Gips: Spellingvariant van Gijp. Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse voornaam Gijzelbrecht of een geb-naam, zoals Gevaard.

Geysen, Geysens, Geijzen, Geissen, Geisen, Gheysens, Gheysen, Gheyssens, Geyssen, Geyssen, Geyssens, Gheijssens, Gheijssen, Geijsens, Geijsens. 1. Vadersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam Geisin (mogelijk afgeleid van de Germaanse voornamen Gaiso, Geiso, Gaisericus). 2. Zie ook Gijsen(s).

Geyser, de. Middelnederlands geyser: genezer.

Geyts, van, Plaatsnaam Geets = Gits. Maar waarschijnlijk veeleer variant van Van Geyt(e).

Geijtenbeek, van; Gijtenbeek: Wellicht plaatsnaam Geitenbeek bij Scherpenzeel (Gelderland):

Geijter, de; de Geeter: Beroepsnaam van de geitenhoeder. Vergelijk Duits Geisser.

Gezelle, Gazelle, Gasille, Gezel, Gezele, Gesel, Gesell, Gesellen, Gessel, Gesselle, (de) Gheselle Geselle, De Ghezelle, De Gezelle, Gsel: Naam van de gezel in het ambachtswezen, handwerksgezel.

Gezelle, van de; van de Gazelle: Toponymische re-interpretatie van de familienaam Gezelle.

Ghayssens. Brabantse dialect uitspraak van Gijssens; zie Gijsens. Vergelijk Gayse.

Gheegher, de. Familienaam in Frans-Vlaanderen. Ongetwijfeld weergavevan de Waals-Vlaams (hypercorrecte) uitspraak van De Heegher.

Gheele, de, de Gelle, Gheyle, de Geel: Geil, geel: vrolijk, lustig, wellustig, geil. Bijnaam.

Gheermans. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gerard.

Gheylen, van den, Van der Ghylen, Vergeylen, Vergeyle, Vergheylen, Vergheijlen, Vergels. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Geile, onder andere in Zedelgem (West-Vlaanderen). 2. Zie ook Vergeyle(n).

Ghellinck is afgeleid van de mannenvoornaam Gelle, die nog heden in Friesland in gebruik is. Dezelfde vadersnaam komt ook nog voor in den samengestelde geslachtsnaam Gellinckhuysen, en in vele plaatsnamen; b. v. in Gellekom of Gellicum (Gellink-heim), een dorp in de Tielerwaard, Gelderland.

Gheyn, van den, van 't Geyn, van Geijn: Plaatsnaam Gein in Jutfaas (Utrecht). Ook waternaam Het Gein (Utrecht, Noord-Holland).

Ghem. Waarschijnlijk variant van G(h)enne. Ghem/n, van de, zie van de Gent.

Ghettem, Ghestem: Aanpassing van Franse familienaam Guétan = Gaitan = Gai temps: vrolijk, mooi weer. Bijnaam voor een vrolijk mens. Vergelijk Laitem, Engels Merryweather, Duits Gutweter.

Gheude. Vadersnaam. Korte vorm van Germaanse god-naam. Zie Geudin.

Ghilardi, Ghelardi: Latinisering van Gillaert.

Ghildengersel. Verhaspeling van Middenenderlands gildekerse: door een gild geschonken kaars bij de dood van een van de leden.

Ghisbain, Gusbin: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Gisbert(us).

Ghislandi, Ghuisoland, Ghisoland. Vadersnaam. Germaanse voornaam Gislandus.

Ghiste, van Ghist, van. Variant van Van Ghise of Van Geest.

Ghyberlinck. Vadersnaam. Afleiding van voornaam Gijzelbrecht, vergelijk Gijpers.

Ghynnebeire. Middenenderlands gingebere: gember. Bijnaam of beroepsnaam naar de kruidnaam.

Ghuijs: Kan een variant zijn van Goos, maar vermoedelijk veeleer van Gijs.

Giacomi, Giacomini, Giacominii, Giacomino, Giacomello, Giacomelli, Giacometti: Vadersnaam Giacomo, Italiaanse vorm van heiligennaam Jacobus/Jacomus.

Giard, Giart, Giar(t), Gyard, Giardin: Vadersnaam Guiard, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam wid-hard 'bos-sterk': Wi(h)ardus, Gui(h)ardus. Voor gui= gi, vergelijk Ghyoot, Gys.

Gibault. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam geb-wald of gîs-balth; vergelijk respectievelijk Geboldus, Gisbaldus.

Gibbon, Gibbons, Gibon: Vadersnaam. Franse afleiding van Germaanse geb-naam. Of van Gibert.

Gibbs, Gibson. Vadersnaam. Engelse familienaam; Zoon van Gibb, Gilbert.

Gibert. 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Gijsbrecht. Gi(s)bertus. 2. Zie Guibert.

Gibis. Wellicht spelling voor Gibbes=Gibbs.

Giblet, Gibelin. Vadersnaam. Afleiding van Gibert of Giboux.

Giboux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam geb-wulf; gave-wolf. Gibulfus, Gebolf.

Gich, van, van Gigch. Plaatsnaam Giech, Beieren?

Gicquel, Giquelet, Jicquel: Bretonse naam. Samentrekking van Jézéquel, volkse vorm van Judicaël, naam van een Bretonse koning uit de 6de eeuw Oudbretons iud 'heer' + ic + hael 'edel (moedig)'.

Gide, Gyde: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Giddo; of spelling voor Guide, van Germaans Wido. 2. Verschrijving voor Gide, Gidet.

Gideonse, Giedziun: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Gideon, vooral in het Land van Cadzand en op Walcheren.

Gids de: Wellicht uit van Gits, Plaatsnaam (West-Vlaanderen).

Giel, Giele, 1. Zie Gillis. 2. Korte vorm van de voornaam Michiel. Vergelijk Gielen(s).

Giel, van. Plaatsnaam Gierle, Antwerpen.

Gieleghen. Plaatsnaam Ghislenghien, Nederlands Gellingen, Henegouwen.

Gielens, Gielen, Ghielens, Ghielen: 1. Zie Gillijns. 2. Vleivorm van Michiel.

Gipkes, Gepkes, Gebken. Oude knuffelvorm van een gysel of geb naam. Zie bij Gypen.

Giel (van). Familienaam uit de plaatsnaam Gierle (Antwerpen). 

Gielen, Giele: Vadersnaam. De naam kan teruggaan op Gillis, maar ook op Michiel.

Gielfeer. Verdwenen familienaam. Hij kwam in 1683 voor in Leiden. Wellicht vadersnaam uit de Germaanse voornaam Gyselfriet (uit gysel+frith). 

Gieling, Gielink, Gielinger, Gyling. Vadersnaam uit Gielis, Gillis, Egidius. Zie Gillis.

Gier, de, Gier, Giers, Giers: De vogelnaam gier. Bijnaam voor een hebzuchtige, die zich als een aasgier op bezit stort.

Gierche, Ghierche: 1. Hypercorrecte aanpassing (Henegouwen) van G(h)iers: Geers (Waals-Vlaamse uitspraak giêrs). 2. Plaatsnaam La (..).

Gierdeghom, van Gierdegom, van, van Giedergom: Plaatsnaam Geerdegom in Mechelen. (Antwerpen).

Giersbergen, van: Plaatsnaam in Drunen (Noord-Brabant).

Gierse, Giersé: Waarschijnlijk spelling voor Giers.

Giesendorf. Duitse plaatsnaam in Elsdorf.

Giesenfeld. Plaatsnaam Geisenfeld, Beieren.

Gieter, de, Gies)er, Giesser: Beroepsnaam van een tingieter, loodgieter, potgieter.

Giethoorn: Plaatsnaam in Brederwiede Overijssel.

Giessen, van (de); van (de) Giesen, van (der) Giezen, van Gijzen: Plaatsnaam Giessen (Noord-Brabant, Zuid-Holland). De variant van de(r) Giessen verwijst veeleer naar de rivier de Giessen in de Alblasserwaard.

Gigli, Giglia, Giglio, Giglione, Giglioli, Gigliotti, Gilioli, Gilio, Giliotta: 1. Italiaans giglio: lelie. 2. Vadersnaam. Verschrijving voor Gil(l)io, van Egidius.

Gigounon, Gigonon. Afleiding van Gigon, zie Gigot.

Gigot, Gigault, Ghigo, Gégo, Gégot, Gegot, Gego, Gigon, Giglot: 1. Bijnaam voor een muzikant. Afleiding van Oudfrans gigue (Duits Geige): viool. Vergelijk Duits Geige(r), Geigle. 2. Bij uitzondering eventueel Frans gigot: bout. Beroepsnaam voor een slager.

Gijbels, Gyebels, Gybels, Geybels, Geipel, Geebels, Geebelen, Gebel, Gebele, Gebbe, Giblen, Giebel, Giebelen, Gibbels, Giebels. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Gijsbrecht, Gode-brecht of Goude-boud. 

Gijkens, Gykens. Vadersnaam. Friese voornaam Geike. Vergelijk Friese familienaam Gaaikema.

Gijs, Gys, Gyss, Gijse, Ghijs, Ghyse, Ghys, Giese, Gies, Giess, Gieze, Gisz, Gis, Ghise, Ghis, Ghisse, Gheis, Gheys, Geys, Geijs, Geis, Geise,Giezing, Gyssen, Giezen,  Geyst, Geijst, Guis, Guis, Guisse, Ghuys, Guys, Ghuisse. 1. Vadersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam Gyzelbrecht. Gys, Gise, Gisil kan een spellingvariant zijn van Guys of Guy, de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Wido, afleiding van Guy, Guys.

Gijsel Van, Van Gysel, Van Gijzel, Van Gyzel, Van Giesel, Van Geyssel, Van Geysel. Familienaam uit de plaatsnaam Gijsel (Noord-Brabant). 

Gijselinck, Gijselinckx, Gijselynck, Gijseling, Gijselings, Gijselyngs, Gyselincks, Gyselinck, Gyselincx, Gyselinck, Gyselinckx, Gyselynkx, Gysellings, Gijzelijngs, Gijzelelinck, Ghyselynck, Gyselynck, Ghijsselinck, Ghijselinckx, Ghijselinck, Ghijselings, Ghijselincks, Ghijselynck, Gysseling, Gysselings, Gyssellink, Ghyzelings, Gyzelings, Ghijzelings, Gyzelyngs, Ghyselincks, Ghyselinck, Ghysselinck, Ghyselinckx, Ghyselinck, GieselinkGheyselinck, Geyselinck, Geyselings, Gheijselinck. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Gijzel (brecht) (giso). 

Gijsel, Gijsels, Gijzels, Gyzels, Ghysel, Ghijssels, Gijssels, Gijsels, Ghijsel, Ghyssel, Gyssels, Gyssel, Giesel, Ghisle, Geysel, Geysels, Geijsels, Gheijsels, Gheijssels, Gheyssels, Geyssel, Geysels, Geyzels, Geesels, Geesels, Gésel, Gesel, Gesels, Gezels, Ghesels, Ghezels. 1. Vadersnaam: korte vorm van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht (= speer-schitterend). 2. Mogelijk ook uit het Middelnederlandse 'gisel' : gijzelaar. 

Gijsemans, Gysemans, Gyzemans, Geysemans,Geijsemans, Geijsmans, Ghiesmans, Gijselman, Gyselman, Gyzelman, Gysermans, Gysemans, Gijsermans, Gijzermans, Gyzermans, Geysermans, Gieshelmann, Gieshelmans. Vadersnaam uit de voornaam Gijs (gijzel). 

Gijsen, Gijsens, Gysens, Gysen, Gysin, Ghyzens, Ghijzen, Gijzens, Gijzen, Ghijssens, Gijssen, Gijsens, Ghyssens, Geysens, Gyssen, Gisen, Giesen, Giesens, Ghiezen, Giezen, Giessen, Giesen, Geissen, Geisen, Gheyssens, Gheyssens, Geyssen, Gheijssens, Gheijssens, Geijssen, Geijsen, Geijzen, Geyzen, Guisen, Guissen, Guissenne. 1. Vadersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam Gisoof Gijzelbrecht, (kernwoord van de naam Gyzelbrecht).

  1. Zie ook Geysen(s). 

Gijskens, Gieskes, Gieske, Giskes, Giskin, Gheyskens, Geyskens, Geysckens, Geijskens, Geskens: Vadersnaam. Afleiding van Gijs, Gijzelbrecht.

Gijswijt. PLaatsnaam Geisweid (Siegen, Duisland).

Gijzelbrecht. Vergelijk Gijselinck.

Gilloteaux, Giloteaux, Giloteau, Gilotay, Gilta, Giltia, Giltay, Giltaix, Giltais, Giltait, Gilté, Gilte: Vadersnaam. Afleiding op -el/-eau, Luxemburgs-ay, Namen -ia, van Gillot.

Gilekens, Gillekens, Gûllekes, Gilkinet, Gilkin, Ciltjes, Gielkens, Geelkens, Gilkain, Gilquain, Gilquint, Gilquin: Vadersnaam. Afleiding van Gillis.

Gilbau, Gilbeau, Gilbout, Gilbaux, Gilbou, Gilbos: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam gisil-balth 'gijzelaar-moedig': Gislebaldus. 2. Spellingvariant van Guilbaud.

Gilbergen (van), Gilberg. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Gilbergen in Hoeleden, Vlaams-Brabant.

Gilbert, Gilberg, Ghilbert, Gilberti, Gilberto, Gilberttz, Gylbert, Guillebert, Guilbert,Gillebeert, Gillebert, Gilabert, Gilabet, Giiberti, Gilibert, Giliberto, Ghijllebert, Ghyllebert, Gillebertus, Ghillebaert, Ghillebert, Guilbart, Gilbart, Gelbard, Gelbart, Gelber, Gelbert, Gilbert, Glebert: Vadersnaam. Romaanse vormen van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht. Zie Gyselbrecht. Gilebertus = Giselbertus. Zie ook Guilbart.

Gilbin. Vadersnaam, vleivorm van de voornaam Gilbert.

Gilde, (‘t); Gilden: Misschien verkort uit Gildemeester, Gildemeijer, Gildemacher. Of gereinterpreteerd uit Gilden, van Gillen, Gillis of uit Gelden, een vleivorm van voornaam Geldo(l)f.

Gildemeester. Beroepsnaam. Hoofd, deken van een gilde of broederschap.

Gillaert, Gillaert, Gillaerts, Gillard, Gillart, Gilliard, Giliard, Gilliart, Gilliaert, Gilliaerts, Gilar Gilard, Gilaer, Gylaer, Gylaers. 1. Vadersnaam uit Gillis, vorm van Egidius. 2. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam gilsil-hard. 

Gilisquet, Gilliquet: Romaanse afleiding van Gilles/Egidius.

Giljean, Gilgean, Gilyan: Vadersnaam. Dubbele voornaam Gil(les) + Jean. Vergelijk Gillisjans.

Gillaert, Gillaer, Gillarts, Gillard, Gillart, Gilliard, Giliard, Gilliart, Gilliaerts, Gilliaert, Gilard, Gilar, Gilaer, Gylaers, Gylaer: Vadersnaam. Afleiding van Gillis/Egidius. 2. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gisil-hard: Gis(i)lardus.

Gillan, Gillant, Gillent, Gilian, Gilant. Vadersnaam, latinisering van een Germaanse gisil-naam. Of variant (met ander suffix) van Gillard:

Gillau, Gillaux, Gilleau, Gilleaux, Gillieaux, Gilliaux, Gelai, Gelay, Gelhay, Gelhé:Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gilles/Egide.

Gillebert, Gillebaart, Gillebaard: Vadersnaam. Gilbert is de Romaans vorm van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht. Gilebertus = Giselbertus.

Gillegot. Waarschijnlijk verschrijving voor Gilliot.

Gilleir. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gilles. Vergelijk Waals Giltaire naast Giltay.

Gilleman, Gillemans, Gielemans, Gilmans, Gilman, Gilmand, Gilmant, Gielmans, Gielman, Chilman, Gillmann: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gillis.

Gillemon, Gilmont, Gilmond, Willemoens, Willemoons, Vilmon, Wilmont: 1. Vadersnaam. Guillemon/Willemon, vleivorm van Guillaume/Willaume, Frans Picardische vorm van Germaanse voornaam Willem.

Gilleron, Gilleran, Gillieron, Gilron, Gillerot, Gilleroy, Gelleroy: Vadersnaam. Vleivormen van Gillis of Gillier.

Gilkens, Gillekens, Güllekes, Gilkin, Gilkenet, Giltjes, Gielkens, Geelkens, Gilkain, Gilquain, Gilquin, Gilquint. Vadersnaam uit Gillis, dit is de vernederlandste variant van de Latijnse naam Gilles (Egidius). 

Gilleman, Gillemans, Gielemans, Gilmans, Gilmand, Gilman, Gilmant, Gielman, Gielans, Ghilman, Gillmann. Vadersnaam uit de voornaam Gilles (Egidius).

Gillet, Gilet, Gelette, Giellet, Gielliet, Gielleit, Geilliet, Geiliet, Geilleit, Gillé, Gillez, Gillehet, Gilliet, Gilée, Gelée, Gelé, Gelee, Gellée, Gellee: Vadersnaam. Franse verkleinvorm op –et van de voornaam Gilles, Gillis, van Egidius.

Gilli, Gilly, Geli, Gelly, Gely, Jully, July: 1. Vadersnaam. Romaanse variant van Gidi, Giry, van Egidius. Zie Gillis. 2. Variant van Gillier (onder meer Luxemburg Waals). 3. Plaatsnaam Gilly (Henegouwen).

Gilliad, Giliade, Gillade, Gillias, Gillas, Gilias: Vadersnaam Gillat, vleivorm van voornaam Gilles. Ook wel Waalse variant van Gillard.

Gillier, Gillie, Gilliers, Giller: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gisil-hari 'gijzel-leger': Gisleharius, Gislarius.

Gilliland. Ierse familienaam (Oost-Ulster) van Schotse oorsprong Mac Gilliland, van Mac Giolla Fhaolâin (MacLysaght).

Gillis, Gillessen, Gillisse, Gilissen, Jilesen, Gillesse, Gilles, Gill, Gils, Gilst, Gielis, Gilis, Gillies, Gilys, Guilis, Guiliz, Gelis, Gelise, Gylis, Gijlis, Gille, Degilles, Giles, Gil, Ghils, Gils, Gel, Giele, Gieles, Giels, Gillissen, Gilis, Gilisse, Gilis, Cilissen, Gilisse, Giellisen, Ghielissen, Gilessen, Gillessen, Gillesen, Guillissen, Guilisen, Geelissen, Gelissen, Gelisen, Jilesen, Gylsen, Gilée, Gelé, Gele, Gelée, Gellée, Gellee Jelijs…: Vadersnaam. Gillis is de vernederlandste vorm van Frans Gilles, via een gelatiniseerde vorm Gilius, van Egidius. Griekse heiligennaam Aegidius.

Gillisjans, Gillesjans. Dubbele vadersnaam uit Gillis + Jan.

Gillon, Gielon, Gilon, Geljon, Jilon, Gillion, Gellon, Gelon, Geloen, Gelon: Vadersnaam. Geljon is de Nederlands uitspraak van de Franse familienaam Gillon, vleivorm van de voornaam Gilles = Egidius. Gillon en Guilllon werden soms verward. Guillon kan een vleivorm zijn van Guillaume ‘Willem’.

Gillot, Gilot, Gilloots, Gillo, Gilodts, Gilotin, Gilliot, Gilio, Gilioiodts, Gelo, Gelot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gilles/Egidius.

Gillyns, Gillijns, Gillin, Gilin, Gillen, Gillens, Ghielen, Ghielens, Gielens, Gilen, Gilens, Guillen. Vadersnaam, knuffelvormen van Gilles (Egidius).

Gilmaire, Gilmère: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gisil-mêr'; gijzel-beroemd': Gislemarus. 2. Spelling voor Guilmaire, Picardisch voor Germaanse voornaam Wilmar.

Gilnay, Gilnaits, Gilniat: Vadersnaam. Vleivorm van Gilles.

Gilops, Gillopé: Verhaspeling van Gilots, Gillotet?

Gilquart, Gilcart, Gilka: Vadersnaam. Afleiding van Gillis of Gilbert.

Gilse, van, Van Gils, Van Gilsen, Van Gilst, Van Giels: Plaatsnaam Gilze (Noord-Brabant).

Gilsemans, Ghilsmans: Afleiding van Van Gilse.

Gilson, Gielson, Gilsonnet, Gilsonet, Julsonnet, Julsonet: Vadersnaam. Gilleçon, vleivorm op –eçon van de voornaam Gilles.

Gilsoul, Gilsourt: Vadersnaam. Waalse vleivorm op -eçoul van Gilles.

Gimbrere. De familie Gimbrère kwam uit Bordeaux via Antwerpen naar Nederland. Waarschijnlijk de Franse familie- en plaatsnaam Gimbrède.

Giltaij, Giltay: Vadersnaam. Giltay, Giltais, van Gillotay, Luiker Waalse variant van Gilloteau(x), verkleinvorm van Gillot, vleivorm van de voornaam Gilles, Egidius.

Gimmenich. Plaatsnaam Gemmenich, Luxemburg.

Gimpel, Guempel: 1.Vadersnaam. Duitse voornaam Gimpold. 2. Duitse bijnaam Gimpel, Gimbel, Duits Gimpel ‘goudvink, bloedvink’. Bijnaam voor een onnozele hals, sufferd

Gimst, van; (van) Gemst: Uit van der Ginst?

Ginderachter, van. Naar de woonplaats ginder achter (een weg, een waterloop).

Ginderboven, van. Naar de woonplaats ginder boven, daar boven, op een hoogte.

Ginderbuyten, van. Naar de woonplaats ginder buiten de dorpskom. Plaatsnaam onder meer in Mol, Antwerpen.

Ginderdeuren, van, van Geenderdeure: Plaatsnaam Ginderdeure in Erembodegem (Oost-Vlaanderen), Ginderdoor (Noord-Brabant): ginder door.

Ginderhuysen, van, Ginderhuysen, van Geenderhuysen, Geenderhuijsen, Geenderhuyzen: Naar de woonplaats in gene, gindse huizen. Of ontrond uit plaatsnaam Gundernhausen, Gundenhausen (Beide in Duitsland).

Ginderneder, van, Naar de woonplaats ginder beneden, in de laagte; bijvoorbeeld plaatsnaam in Hofstade.

Ginderom, van. Naar de woonplaats om de hoek, achter de bocht.

Ginderen, van: 1. Variant van van Genderen. Plaatsnaam Genderen (Noord-Brabant). 2. Van Ginderen ‘van ginder, van daar’.

Ginderover, van. Naar de woonplaats ginder aan de overkant. Ook plaatsnaam Ginderover (Noord-Brabant).

Gindertael, van, Gindertalen, van, van Geendertaelen, van Gindertaele, Gintertaelle: Naar de woonplaats ginder te dale, in het dal, in de diepte.

Gingelen, van. Plaatsnaam Gingelom, Limburg.

Ginhoorn, van: Plaatsnaam Geenhoven in Valkenswaard (Noord-Brabant)?

Ginhoven, van. 1. Plaatsnaam in Baarle-Hertog, Merksplas, Wuustwezel. 2. Variant van Van Geenhoven.

Gink, van: Plaatsnaam Genk (Belgisch-Limburg). Of wellicht Ginneken (Noord-Brabant).

Ginkel, van, Van Ginckel, Ginckels, Ginkels: Plaatsnaam De Ginkel (Gelderland, Groningen).

Ginneberge: 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam Ginbergia. 2. Eventueel plaatsnaam De Genenberg (Nederlands-Limburg).

Ginneken, van, Van Genneken: Plaatsnaam Ginneken (Noord-Brabant).

Ginsbach. Plaatsnaam Günsbach in de Elzas.

Ginsberg: Wellicht ontrond uit de Beierse Plaatsnaam Günzburg, met de bekende burg/berg-verwarring.

Ginst, van de(r), van de(r) Ghinst, Ghinste, van der Ginst, Verginst, van de Gienste, van Deginste, van der Gheynst, Geynst, Gheijnst, Vergheynst, Vergeynst, van de Ghens, de Ghenst, de Geynst, de Ghynst, Gynst, de Gijns, Gijnst: Plaatsnaam Ginst ‘brem’, van Oudfrans geneste, Frans genêt, Latijnse genesta. Plaatsnaam in Bellegem (Kortrijk, West-Vlaanderen).

Gintelenberg. Gintelenberg komt in 1900 in 's-Hertogenbosch voor. Duitse familienaam Gunt­lisbergen, Guntlisberer, van plaatsnaam Guntlisberg bij Zurich (Zwitserland).

Giondelaers. Door dissimi;atie van Middelnederlands grondenaer: grondeigenaar. Vergelijk Duits Grundherr.

Giordan, Giordano, Giordani, Giordanino. Vadersnaam. Italiaanse vorm van de voornaam Jordanus.

Giovanni, Giovani, Giovalelli, Giovanetti, Giovani. Vadersnaam. Italiaanse vorm en afleiding van heiligennaam Johannes.

Giraldo, Giraldi, Giraerts, Jirard,Girardini, Girardi, Giradino, Girardin, Giradeau, Giradon, Girardot: Vadersnaam. Franse vorm en afleiding van germaanse voornaam Gérard.

Girardin: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Gerard.

Gicour. Plaatsnaam Gircourt, Vosges, of Gercourt, Mesue.

Girlot. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse ger-naam.

Girmes. Duits dialect variant van Kirmes; ker(k)mis.

Girodrouz. Waarschijnlijk van Giraudeau.

Giroud, Giroux, Giroul, Giroulle, Géroux. Vadersnaam, Romaanse vorm van Gerolf.

Girondal, Girondeau, Girondin, Girondon. 1. Afleiding van Zuidfrans gironde: zwaluw. 2. Variant van Giraudeau, -on, met epenthetische n.

Girot. 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse ger-naam, zoals Gérard. 2. Verschrijving voor Giraud.

Girresch, Girès, Girrès: Duitse bijnaam Girsch, van Middenhoogduits girisch: gierig, hebzuchtig.

Girtler: Ontronde vorm van de Duits Beroepsnaam Gürtler ‘gordelmaker’.

Gisbierre, Guisbier, Guisbiers: Vadersnaam. Picardisch vorm voor Gisbert (vergelijk Ghisbain). Zie Gyselbrecht.

Gisbrandt, Gisbrand, Gisbrant: Vadersnaam. Germaanse voornaam gîs-brand 'pijl-zwaard': Giseprandus.

Giselet. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse voornaam Gijzelbrecht/Giselbertus.

Gisgand, Guisgand, Ghisgand, Gigante, Gigant, Ghiga, Cigas, Cigas, Giegas, Gieghase, Gygax: Oudfrans gigant, Frans géant: reus. Vergelijk (de) Reuse, de Reese.

Gislain, Guislin, Guislain, Guiselain, Guiselin, Guisoland, Gislen, Ghisselain, Ghislain, Ghiselin, Gissalin, Geslain, Geslin, Gislini, Ghisleni, Jeslein, Ghillain, Ghilain, Gillain, Gillin, Gillaint, Gilain, Gylain, Guillain, Guilain, Guilin, Ghilin, Gelain, Gileen: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Latijnse voornaam Gislenus, latinisering van Germaanse gisil-naam, zoals Gijzelbrecht. 2. Sommige vormen kunnen Romaanse verschrijvingen zijn van Gyselen (Middelnederlands Giselin), andere eventueel vleivormen van Giles. 3. Guil(l)(a)in en homoniemen kunnen ook vleivormen zijn van Guillaume. Vergelijk Willens, Guillin.

Gisquet: Vadersnaam. Afleiding van Gijs, Gijzelbrecht.

Gistel, van. Plaatsnaam Gistel, West-Vlaanderen.

Gistelaere, de, Gistelare, de. Afkomstig van Gistel, West-Vlaanderen.

Gistelman. Afleiding van Van Gistel.

Gistman. Beroepsnaam van de gistbereider of verkoper.

Gittenberger: Ontronde vorm van Duits Gutenberger, afleiding van de frequente plaatsnaam Gutenberg.

Gittler, Gitler. Duitse ontronde vorm van Güttler. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Gütel: Goedele.

Gits, van, Gidts: 1. Plaatsnaam Gits (West-Vlaanderen). 2. Zie Giedts.

Gitsels. Wellicht van Gijssels.

Gittenaer, Gietenaar. Plaatsnaam Gieten, Drenthe?

Gittens. Vadersnaam vleivorm van Germaanse voornaam Giddo, bakervorm van Gidbertus.

Giudici. Italiaanse beroepsnaam Giudice: wetheer, rechter; vergelijk Schepens.

Giuliano, Guliani, Guliana: Vaders-, moedersnaam. Italiaanse vormen van Latijnse heiligennaam Julianus, Juliana.

Giunta, Giunti. Italiaans van Bonag(g)iunta, buona aggiunta: goede aanwinst. Bijnaam voor een gewenst kind.

Gjaltema, Gialts, Gjeltema, Galtema, Galtama. Vadersnaam Gjalt. Plaatsnaam Galts, Oldenburg.

Giusto, Giusti, Giust: Vadernaam. Italiaanse vormen van Latijnse heiligennaam Justus.

Givert, Giviar: Vadersnaam. Waarschijnlijk van een Germaanse geb-naam. Vergelijk Giverius.

Givron, Givront, Giveron. Plaatsnaam Givron, Ardèche.

Givry. Plaatsnaam, Ardèche, Marne.

Glady, Glaudy. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Claudius, zie Claude.

Glab, Gelap: Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse voornaam glad-berht: Glabert.

Glabbeek, van, van Glabbeeck, (van) Glabbeke, Glabeke, van Gelabbeek: Plaatsnaam Glabbeek (Vlaams-Brabant), Neer- of Opglabbeek (Limburg).

Glachant. Waalse aanpassing (met hypercorrecte ch) en reïnterpretatie van Claassen; vergelijk Claçens.

Glacz, Glatzel. Duits Glatz, bijnaam voor een kaalkop.

Gladdines: Ook Gladiné, Gladine(s), Gladinez. Vadersnaam., verkleinvorm van voornaam Glade, Glaude = Claude.

Gladiuex. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Glaude-Claude.

Gladiné, Gladine, Gladines, Gladinez: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Claude = Claude. Vergelijk Glade.

Gladon. Vadersnaam Gla(u)don, vleivorm van Claude.

Gladpootjes: Volks etymologische vervorming (van Clabots?).

Gladsteen. Wellicht reïnterpretatie van Glitzenstein.

Gladys, Gladysz. Gladisz: 1. Moedersnaam. Engelse voornaam Gladys, oorspronkelijk Wels Gwladus, gewoonlijk afgeleid van Claudia. 2. De verschrijvingen op –sz suggereren veeleer Slavische namen. Brech. verklaart de familienaam Gladis, Gladitz, Gladitsch, Gladisch van Slavische voornaam Gladu.

Glahn, von: Plaatsnaam Glan-Münchweiler (Rijnland-Palts).

Glande: Met n-invoeging uit Glade, Glaude, Claude? Of leesfout voor Glaude = Claude. Zie Gloude.

Glandy. Waarschijnlijk variant van Glady, met n-epenthesis. Of afleiding van gland: eikel?

Glandorff. Plaatsnaam Glansdorf in Rhauderfehn, Duitsland.

Glanz, Glane: Duitse bijnaam: glanzend, schitterend.

Glanzer, Glaenzer: Duitse bijnaam voor iemand die (graag) schittert, glanst. Of beroepsnaam voor iemand die voorwerpen poetst, doet glanzen.

Glas, (de): Plaatsnaam Gerlache in Voroux-Goreux (Provincie Luik).

Glasbergen, Glazenburg, Glasberg. De familienaam Glasbergen is in 1637 voor het eerst (met het voorzetsel 'van') in Noordwijk-Binnen geschreven door de kleermaker Claes Willemssoon van Glasbergen. Hij was een zoon van de glazenmaker Willem Claesz, die in 1587 in Leiden is getrouwd. Zou de naam duiden op herkomst uit Glasberg in Duitsland, nu Glazewo in Polen, een centrum van glasblazers? Vergelijk eventueel de namen Glazenburg, Glazenborg en Glazenberg in Groningen.

Glaser, Glasser, Glaszer, Glezer: Duitse beroepsnaam van de glazenmaker.

Glass. Vadersnaam. Duitse vorm voor Nicolaus, zoals Glas, Glaas, Glass, variant van Klas.

Glasmacher: Duitse beroepsnaam van de glazenmaker.

Glasz, Glas: Vadersnaam. Duits Glass, Glas, korte vorm van Nikolaas.

Glasson. 1. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Nicolas. Vergelijk Glasset. 2. Afleiding van Oudfrans glace: ijs, spiegel. Bijnaam.

Glat, Glatt. Duitse bijnaam, wellicht voor een gladde aal.

Glatigny. Plaatsnaam (Oise, Manche, Seine-et-Oise) en in Ransart (Henegouwen) en Thorembais (Waals-Brabant).

Glaubrecht: Spelling voor de vadersnaam. Globrecht, Globert. Germaanse voornaam hluth-berht ‘beroemd-schitterend’: Hlodebertus, Glotbertus.

Glaudemans, Gloudemans: Vadersnaam. Afleiding van Claude = Claude. Vergelijk Gelaude.

Glaudin. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Claude.

Glautier. Picardisch clauti, Frans cloutier: nagelmaker. Beroepsnaam.

Glavier, Glavie, Glavieux. Oudfrans glavier; zwaardenmaker. Beroepsnaam.

Glazemaeker, Glazemaekers, Glazemaker, Glazemakers, Glazemackers, Glasemakers, Glasemaekers, Glazenmakers, Glaesmakers, Glasmacher: Beroepsnaam van de glazenmaker.

Glebbeek: Variant van Glabbeek. Plaatsnaam Glabbeek (Vlaams-Brabant) of Neer-en Opglabbeek (Belgisch-Limburg).

Glecer. Spelling voor Duits Glatzer, van plaatsnaam Glatz in Silezië.

Gleich, Gleicher. Duits Gleich: gelijk, even, passend. Gleis(s)ner, Glaisner: Duitse bijnaam. Middenhoogduits gelîchsenaere: veinzer, huichelaar.

Glenet. Wellicht van Glinet, Gelinet, afleiding van Gelin.

Glenisson, Glénisson: Vadersnaam. Afleiding op -eçon van G(e)lin.

Glerum, Glerom: Noorse familienaam Glaerum, Glerum, van plaatsnaam Glaerum, Glerem in Surnadal, van Oudnoors Gljófarheimr.

Glesener, Glesner, Glaessner, Glaesener, Glaesner, Glasner, Gloesener: Duitse beroepsnaam: glazenier, glazenmaker.

Gleton. Oudfrans gleton; klis, klit, kleefkruid.

Glibert: Vadersnaam. Omkering van volgorde van klanken van Gilbert, Guilbert, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht.

Gliksberg, Glücksberg, waarschijnlijk verward met Duitse plaatsnaam Glücksburg.

Glinneur, Glineur, Glinoer, Ghilneux, Glaneur: Afleiding van Frans glinne, glène, van Latijn gallina: kip, hen. Beroepsnaam van de kippenkweker, poelier.

Glissoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Glissulf, wellicht door klankverandering van Gisilwulf: Gislulf, Gislolf.

Glitzenstein, Glicenstein, Glicensztein: Duits Galitzenstein: zinkvitriool.

Glöckner, Glockner, Glockemann, Glockmann: Duitse beroepsnaam van de klokkenluider.

Glopper, (de): Variant van de Clopper. Bijnaam voor een klopper, in een van de vele betekenissen, bijvoorbeeld ‘klokluider’.

Glorian. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Glorius? Of van Florian?

Glorie, Gloria, Gloire, Gloer, Glore, Glor, Gloor, Verglorie: Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Gloria, ver; vrouw.

Glorieux, Glorieus, Glorie. Bijnaam voor iemand die op eer of roem gesteld is.

Gloris. 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Glorius. 2. Uit Floris. 3. De Duitse familienaam Glorius wordt verklaard uit Hilarius.

Glotzer, Glötzer: Duitse bijnaam voor een gaper.

Gloude, Gloudemans, Gloudie: Vadersnaam. Glaude = Claude.

Gluck, Gluck, Glik, Glick: Duitse bijnaam Gluck: geluk.

Gluckman, Gluckmann, Glickman, Glicksmann, Gliksman, Glikerman: Duitse familienaam Glücksmann. Bijnaam voor iemand die geluk brengt of heeft.

Glusmann. Duits Klussmann, afleiding van plaatsnaam Klus; kluis.

Gnirrep: Anagram van Perring. Friedrich Elias Perring, afkomstig uit Pyrmont, deserteert in 1804 en trouwt in Amsterdam onder de naam Gnirrep.

Gormans, Gorman, Goorman, Goormans, Goremans, Gooremans, Gorremans: 1. Afleiding van Van Goor. 2. Uit Go(e)dermans.

Gordon, Gourdon, Guerdon: Afleiding van Oudfrans gort, Frans gourd: lomp, log, onhandig. Bijnaam. Vergelijk Gourdin.

Goblet, Gobelet, Gobled: Vadersnaam. Franse afleiding van Germaanse voornaam Gobrecht of Gobboud.

Gobbelschroy, van. Plaatsnaam in Kortrijk-Dutsel (Vlaams-Brabant).

Gobau, Gobaux, Gobeaux, Gobeau, Goubault, Goubaut, Goubauw, Gaubout, Jaboud, Gobbo, Gobéo: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germanse voornaam Godeboud. Zie Godbolt.

Gobbaerts, Gobbaert, Gobart, Gobaer, Gobba, Goba: Vadersnaam. Variant van Gobert (ar/er-wisseling). Of afleiding van de bakernaam Gobbe.

Gobbe, Gobe, Gob, Gobes, Gobbens, Goube, Gaube: Vadersnaam. Bakervorm van de Germaanse voornaam Go(de)brecht of Go(de)boud, of zelfs Godefried.

Gobeijn: Vadersnaam. Andere spelling voor Gobijn, Gobin, vleivorm van de Germaanse voornaam Go(de)brecht of Go(de)boud.

Gobel, Göbel, Göbels, Goebels, Goebel, Goebbels, Gobbels, Gobels, Gobbels, Gubbels, Gubel, Geubels, Geubel, Geubbels, Geubelle, Guebels, Guebel, Guebelle, Guébel, Guébels, Gebel, Guebelle, Gueubel, Goppel: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Go(de)brecht of Go(de)boud.

Gobet, Gobets, Gobiet, Goubet, Gobé, Gobez: vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Gobert of Gobau(x).

Gobillard, Gobillon: Vadersnaam. Franse vleivormen van Germaanse voornaam Gobrecht of Go(de)boud.

Gobin, Gobyn, Gobijn, Gobeyn, Gobbin, Goubin, Gauwbeen, Gaubeen, Gaubeyn, Gobien, Gubin, Guypen, Gébenne, Gébene, Gueben, Guebenne, Guébin. Vadersnaam, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Gode-brecht of Gode-boud. 

Gobraiville. Plaatsnaam Cobraiville in Nives, Luxemburg.

Goblin, Gobelin, Gobeleyns, Gablin, Joblin. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Go(d)brecht of Gobboud. Vergelijk Gobel.

Gobert, Ghobert, Gobbert, Godbert, Gobiert, Gobier, Gobierre, Goubert, Goubeir, Gaubert, Goebeert, Gobbers, Gobers, Goppert. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Godebrecht (god-brecht). 

Gobrecht, Godebrecht, Godebrechts: Vadersnaam. Germaanse voornaam Godebrecht: Godebertus.

Gobron. Vadersnaam. Afleiding van Gobert.

Gocar, Goka. Variant van Jacquart. Vergelijk Jadot-Godot.

Goch, Goche, . Vadersnaam. Picardisch vorm voor Gosse. Vergelijk Cochet.

Goch, van, van Gogh: Plaatsnaam Goch (Duitsland).

Gochard, Gocha, Gochart. Vadersnaam. Picardische vorm voor Gossard; zie Gossaert.

Gochon. Vadersnaam. Picardische vorm voor Gosson, Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Go(d)zo, Gosso.

God, Got, Godde, Goede, Gudde, Gods, Godts, Gots, Goots, Goidts, Goedts, Guets, Guedes, Guets. 1. Vadersnaam, korte vorm van de Germaanse voornaam Godo (god). 2. Vadersnaam, variant van Gort(s), Guert(s). Zie Goorts. Vergelijk Brabants met: markt, zwet: zwart, kut: kort.

Godemont, Godmont, Gaudemont, Goedemont, Goedemond, Goudemant, Goudemand, Goudeman, Godmond: Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-mund 'god-bescherming': Gotmundus.

Godalier, Godallier, Godelie, Godeliez, Gonderlier, Goddeliere, Godelière, Godailliez, Goudaillier, Goudailler, Goudalier, Goudali, Goudaliez, Goudaillé, Goudailliez, Goudaillez, Goudelis, Goedeljee: Oudfrans go(u)dalier, van Middelnederlands goedale: goed bier. Beroepsnaam van de brouwer van goed, sterk bier.

Godbille, Godbil, Godbils, Godtbil, Gadbil, Godbolt, Godbuls, Goubille: Bijnaam ontleend aan het balspel. Gode bille: goede bal.

Godbolt, Godbuls, Goubout: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-balth 'god-moedig': Godeboldus. Nederlandse Godeboud. Zie ook Gobau.

Goddaer, Goddaert, Goddard, Goddart, Godaert, Godaer, Godar, Godard, Goda, Godat,Godehardt, Gotthardt, Gotthard, Gödert, Gaudart,Goddar, Godart, Goddar, Goard, Gouard, Gouat, Goudart, Goudaer, Goudar, Goedart, Goedert, Goedhart, Goethaert, Goutard, Goyaerts, Goyarts, Goijaerts, Goijarts, Jodard, Joudart, Joudat, Jottard. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam gud-hard; god-sterk, Godardus. 2. Ook afleiding van of verwarring met Godevaard; vergelijk Goorts.

Godden. Vadersnaam. Verbogen vorm van Godde of variant van Godin (in verdoft tot en).

Goddère, Godderé, Goderey, Cadré: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-hari 'god-leger': Godeharius. 2. Als we uitgaan van Godderé: Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gud-rêd 'god-raad': Godrada. 3. Godderé kan eventueel spelling zijn van Middelnederlandse uitroep: God Heren. Vergelijk Goderis 2, Godhair(t).

Goddoud, Godau, Godaux, Goddeau, Godeaux, Godeau, Goudeau, Gouault: Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-wald 'god-macht': Gudualdus, Godaldus.

Goddro. Spelling voor de Franse familienaam Godreau, afleiding van Godier, de Germaanse voornaam Goeder.

Godechal, Godiscal, Godichal, Godicel, Godicej, Godichaux, Godchaux, Godicheau, Gaudicheau, Gaudicheau, Chaudicaud, Godechard, Godichard, Godessart, Godesar, Godissart, Gaudissart, Gaudisart, Godecharles, Godecharle, Godeschalk, Godschalk, Gosschalk. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Godschalk, gud-skalk (God-knecht) Godesscalc. Godecharle(s) is volksetymologisch en hypercorrect (Charles van Challes).

Godechoul, Gochoul, Godchoul, Godsoul: Vadersnaam. Waalse afleiding van Germaanse god-voornaam.

Gödecke, Geudeker, Goettgens, Göttgens, Gottgens: Vadersnaam. Nederduits Gödeke, afleiding van god-naam.

Gödden: Vadersnaam. Verbogen vorm van de Duits naam Göde, korte vorm van een Germaans god-naam, zoals Godfried, Godhard. Vergelijk Godin.

Godderis: Vooral West-Vlaamse familienaam Gode(e)ris. 1.Vadersnaam. Goderi, Godry, zie Goderie. 2. van Godhereons, een bijnaam naar iemands lijfspreuk ‘God heerse over ons’.

Godee, Goedee: Vadersnaam. Nederlands spelling van Frans Godet, verkleinvorm van een Germaans god-naam, zoals Godefroid.

Godefridi, Godefridis, Godfrydt, Godefroi, Godfroi, Godfroid, Godfroidt, Godfroit, Godfrois, Godfroy, Godfroij, Guffroy, Gotfryd, Deguffroy, De Guffruy, Goedefroy, Goedefroi, Goddefroy, Goddefoy, Godfrey, Godefroot, Godefroo, Godefroodt, Godefrood, Goedefroidt, Goedefroit, Goedefroo, Goedefroot, Gaudefroy, Gaudfroy, Gaudefroij, Goudefroue, Gouttefroy. Vadersnaam uit de Latijnse en Franse vorm van de Germaanse voornaam Godevaard (god-vrede), zie Govaert(s). Go(e)defroo(d) geeft de Vlaamse uitspraak weer van Godefroi(d).

Godefrin, Godfrin, Godfrind, Godfrint, Godfrain, Godfraind, Godfrine, Gofdrinne, Gaudfrain, Gaudfrin, Goedvriendt, Goedvriend, Goedvrient, Goetvrindt, Goddevriendt, Goddevrint, Goddevrind, Gourfriend, Goutfrind, Goutvrind: Vadersnaam. Niet noodzakelijk een vleivorm van Godefroid, Romaanse vorm van Germaanse voornaam Godevaard. Zie Godefridi(s). Blijkens de oudste vindplaats is Godefrindus veeleer door n-epenthesis te verklaren uit Godefridus.

Godefroimont. Reïnterpretatie van Godfrémont, van Godfernon.

Godelaer, Gotelaere, Godtler: Vadersnaam. Germaanse voornaam Godalharius, Godelarius.

Godelaine. Moedersnaam. De Vlaamse Heilige Godelieve wordt in het Frans Sainte-Godelaine genoemd, dus eigenlijk een afleiding.

Godelet. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse god-naam.

Godenir, Goeddner: Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-in-hari; vergelijk Godenardus, Godenulfus. Duitse familienaam Gottner.

Goderis, Godderis, Godeeris, Godeeris, Goderis, Goderus, Gauderis, Gadeeris. 1. Familienaam afgeleid uit de voornaam Goderi, Godry: dit zijn Romeinse vormen van de Germaanse naam Goederik. 2. Of van Godhereons, een bijnaam naar iemands lijfspreuk 'God heerse over ons'. Vermoedelijk gaat het om twee verschillende namen, die achteraf als Goderis samengevallen zijn. Ofwel is Godher(e)ons uitgestorven.

Goderniaux. Plaatsnaam Goderneau in Montroeul (Henegouwen).

Godet, Goddet, Goddé, Goudet, Goedee, Goedheid, Gaudet, Gaudé, Goude, Cadet, Joué, Juet, Juez: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse gud-naam, zoals Godefroid.

Godfernon, Godfirnon, Godfurnon, Godfurneau, Godfrémont, Godefroimont, Godfrain, Godfraind. Vadersnaam uit Godfrin: dit is een variant van Godefroid (zie bij Godfried).

Godfreaux, Godfriaux. Vadersnaam. Godefrel, afleiding van de voornaam Godefroid.

Godfriedt: Gottfried is eigenlijk de Duitse vorm naast Nederlands Godevaard. Germaanse voornaam guda-frithu ‘god-omheining, vrede’: God(a)frid, Godefridus, Godeverd; zie Govaerts.

Godhair, Godhaird. Oudfranse uitroep: godehere, van Oudnederlands God heere: Heer God. Vergelijk Goderis 2.

Godhelp: Vadersnaam. Voornaam ‘God helpe mij’, vergelijk Duits Gotthelf, Helfgott, Frans Dieuaide.

Godier, Godiet, Goodier, Goudie, Gody, Goddi: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Goeder. Zie ook Gohir, Goor.

Godimus. Keukenlatijn Gaudimus?

Godin, Godyn, Godyns, Godijn, Godijns, Godens, Goddijn, Goddyn, Goddin, Godding, Godden, Goeden, Goetens, Goodens, Goeyens, Goyen, Goyens, Goijen, Goijns, Ghoijens, Goen, Goens, Goense, Goons. Vadersnaam, knuffelvorm (-ing) van de Germaanse god-naam (= goddelijk of goed).

Godineau, Godina, Godinas, Godinache, Godino, Godinho. Vadersnaam. Afleiding van Godin.

Godinus, Godimus. Vadersnaam, latinisering van Godin.

Godon, Goedons, Joudon, Guedon, Guédon, Jadon, Godot, Gadot, Jadot, Jados, Jaddoo: Vadersnaam. 1. Romaanse vleivormen van Germaanse god-naam. Vergelijk Godet, Jadoul. 2. Eventueel van Gérard.

Godron, Gaudron, Gaudront. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Godier. 2. Zie Caudron.

Godschalck, Godschalk, Godschalx, Godtschalck, Godtsschall, Gottschalck, Gottschalk, Godeschalk, Godeschalckx, Goetschalckx, Goetschalck, Goetschakx, Goetschalx, Goetchalk: Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-skalk 'god-knecht': Godesscalc.

Godsdeel, Goosdeel. Deel slaat op een plaatsnaam, een tiende, een stuk land dat aan de kerk (God) behoorde.

Godu, Gaudu: Moedersnaam. Variant van Godeus; vergelijk Mahu/Maheu. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gud-hild 'god-strijd': Godildis.

Godwin, Goodwin, Godevin: Engelse vadersnaam. Germaanse voornaam gud-win 'god-vriend'.

Goebert: Vadersnaam. Gobert, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Godebrecht.

Goedbloed, Goetbloet, Goetsbloets, Goedsbloeds: Bijnaam voor iemand met een goed karakter.

Goede, de; de Goeij, de Goij, de Goe, de Goedt, de Godt, de Goodt, de Goeje, de Goeij, de Goeye, de Goey, de Ghoy, de Goy: Bijnaam voor een goed(aardig), zachtaardig, lief mens.

Goedemé, Goedeme, Goudemez, Goedemey, Godmé, Godmay: Beroepsnaam voor de brouwer van goede mede, dat is mee, honingdrank. Vergelijk Goedhals. Duits Gutbier, Gutwein, Engels Goodale, Goodbeer, Frans Bonvin.

Goedegebuure, Goedegebuur, Goedegeburen, Goedegebure, Goedebure: Bijnaam voor een goede buur. West-Vlaamse ook Goe(t)gebeur. Vergelijk het antoniem Quagebeur.

Goedemond, Goedemondt, Goedemont: Vadersnaam. Godemont, Germaanse voornaam gud-mund ‘god-bescherming’: Gotmundus.

Goeden. Verbogen vorm van Goede of van Godin.

Goedendorp. Plaatsnaam. Misschien Godorf in Rondorf (Duitsland).

Goeder, Goeders, Goeyer, Goeyers, Goeijers, Goyers, Goyer, Gooijers, Gooijer, Gooyer, Ghoyere, Gouders, Gouder, Gauders, Gauder, Goûters, Goeters, Geuder, Gueders, Guéders, Gueuder, Gueudre, Guedré, Gudders, Goors, Goor, Gors, Gheur, Geur, Gueur: Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-hari 'god-leger': Godeharius. De voornaam Goder evolueert klankwettig door d-syncope tot Goor en in Brabants dialect tot Go(e)yer. Goeyers kan ook van Goeyerts worden verklaard, zoals ook Goor een regressievorm kan zijn voor Goors, van Goorts; zie Goddaert, Goorts.

Goudeseune, vadersnaam Goue, verkleinvorm Gouke waarvan Friese geslachten Goukema en Goukes en de dorpen Dola-Goutum, nu meestal Goutum en Scharne-Goutum, van gouwe; streek?

Goederen, de: Misschien met secundair de uit vadersnaam. Goeder, van gud-hari.

Goederickx, Goericke, Godrix, Goorik, Goorickx, Goorix, Goorieckx, Guerickx, Gurickx, Curies, Godry, Godrie, Godderie, Godderi, Coderie, Gaudry, Goudry, Goutry, Goetry, Gorry, Gori, Goorie, Ghori, Chory, Goeury, Coeuriot, Gueury, Geury, Cheury, Ceury, Geurie: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-rîk 'god-rijk': Godricus. De vormen op -ry/-ri zijn Romaans.

Goedermans, Godermans, Goorman, Goormans, Gooremans, Goremans, Gorman, Gormans, Gorremans, Guerman, Guermant, Gurman, Gurmann. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Goeder (gud-hari). Zie ook Goor. 

Goederson. Vadersnaam. Zoon van Goeder. Vergelijk Goedson. Of van Go(e)dert.

Goedertier. Bijnaam voor een zachtmoedig, barmhartig, welwillend mens.

Goedeweeck, Goedeweek. Wellicht reïnterpretatie van plaatsnaam Goodwick (Wales) of Goodwich (Godewyk) in Eaton.

Goedgebuure, Goedgebuer, Goedgebeur, Goegebeur, Goegebuer, Goetgheneur, Goetgebeur, Goetgebuer: Bijnaam voor een goede buur. Vergelijk Quaegebeur.

Goedgeluk, Goedgeluck, Goedtgheluck, Goetgeluck, Goetgeluk, Goetgheluck, Gotgheluck, Goutglik, Goukenleuque, Gougheleucq. Bijnaam voor iemand die geluk heeft of geluk brengt. Vergelijk Bonneure, Duits Gutglûck.

Goedgezelschap. Bijnaam voor een goed gezel, een gezellige kerel. Vergelijk Bonnecompagnie.

Goedhals, Goethals, Goetals, Goethaels, Gothaels, Gothals: Beroepsbijnaam Goedaels, waarbij de h hypercorrect en volks etymologisch is. Middelnederlands goedael, goed ale ‘goed bier’. Voor de brouwer van sterk bier, lagerbier, Engels goodale, Duits Gutbier en het tegendeel Frischbier.

Goedhart, Goedhard, Goethart: Volks etymologisch voor Godaard. Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-hard ‘god-sterk’: Godardus.

Goedheer, Goetheer: Bijnaam ‘goede heer’. Vergelijk Duits Gutherr, Italiaans Buonsignore.

Goedheid, Zie Godet. Op 4 juli 1825 werd evenwel in Antwerpen ene Elisabeth Goedtheidt te vondeling gelegd; de naam stond op een vastgespeld briefje.

Goedhuys, Goedhuijs, Goethuys, Goethuysen, Goethuijs, Goethoys, Goethys, Goëthuys. Familienaam uit de plaatsnaam Goedhuis (gud-husa). Vergelijk Duits Gutheim, Frans Bonnemaison.

Goedkindt, Goetkint, Goekint, Goedkindt, Goekindt. Bijnaam voor een goed kind, een goede (edel)knaap, knecht. Vergelijk Engels Goodchild, Frans Bonenfant.

Goedkoop: Bijnaam voor handelaar die de waar goedkoop verkoopt.

Goedleven, Goetleven, Goeleven: 1. Bijnaam voor een levenslustige, levensgenieter. Vergelijk Blylevens, Duits Gutleben, Schônleben, Frans Bonnevie, Italiaans Buonavita. 2. Moedersnaam. Reïnterpretatie van voornaam Godelieve is niet waarschijnlijk.

Goedman, Goemans, Goeman, Gommans, Gommers: Vadersnaam. Germaanse voornaam op -man. Het eerste lid kan zowel god als goed zijn. Gudmannus. De toenaam werd later opgevat als bijnaam ‘goed man, eerzaam, fatsoenlijk burger’.

Goedson, Goodson, Goodison: Vadersnaam van Godisson, vleivorm van een Germaanse god-naam. Of Engelse Goodson, Godeson: zoon van Godo (vergelijk Goudeseune).

Goedstouwers: Moedersnaam. Germaanse voornaam Godes-diu ‘dienares Gods’.

Goedvinck, Goetvinck. Verkeerde lezing van Goetunck (van Goetinck), vanwege de vroegere letter u=v. Er bestaat evenwel een Engelse familienaam Goldfinch: goudvink.

Goedvriend, Goedvriendt, Goedvrient, Goetvrindt, Gourgriend, Goutfrind, Goutvrind: 1. Bijnaam goede vriend. Vergelijk Bonami, Gutfreund.

Goedvolk: Goed volk? Vermoedelijk een volksetymologische vervorming. Goedvriend: 1. Bijnaam ‘goede vriend’. Vergelijk Bonami, Gutfreund. 2. Eventueel uit Godefrindus met n-invoeging uit Godefridus.

Goeiff, Gueiff, Guelfmann, Guelfman, Gelf: Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-wulf'god-wolf: Godulfus.

Goelen, Goelens, Goelhen, Goehlen, Goole, Goolen, Golle, Gole, Gol, Geulen, Geulle, Geullen, Guelenne, Guelen, Guélenne, Guélen, Guelinckx, Gullinck, Gulinck, Gulin, Gulinx, Guylink. Vadersnaam of moedersnaam. Kan een verbogen vorm zijn van Goele of Godilo. Of van Goelin. Afleidingn van een Germaanse god-naam. Vergelijk Goelkens.

Goelkens. Vaders-, moedernaam. Afleiding van Germaanse voornaam Godila (Goe(de)le) of Godilo.

Goemaere, Goemare, Goemarre, Goddemaere, Godemaer, Godemare, Goddemar, Gommaerts, Goemaes, Goumar, Goumard, Goumas, Gomer, Gommer,

Gommers Goemers, Gommerts, Gommers, Gottmer: Vadersnaam. Germaanse voornaam Gummarus, Gotmarus, Gothomarus, God(e)marus, Guntmarus. Het tweede lid is mêr ‘beroemd’; het eerste kan zowel guda ‘god’, gôd ‘goed’ als gunth ‘strijd’ zijn.

Goeman, Goemans, Goemanne, Goudeman, Goudemand. Goudemant, Goudmant, Goudman, Godman, Gioudemans, Goedemans, Gommans, Gouman, Goumans, Goman, Gomanne, Gomand, Gomant, Goument. Vadersnaam uit een Germaanse voornaam: god of goed +man. Gudmannus. De naam werd later opgevat als bijnaam: goed man, eerzaam, fatsoenlijk burger.

Goeminne, Goemine, Goemeyne, Goemyne, Goemmine. Bijnaam goede minne uit het Middelnederlandse minne: aandenken, liefde, genegenheid. Of uit het Oudfranse godemine: goede sier, plezier. 

Goense: Vadersnaam. Zoon van Goen, van Goden, van Godin (zie op dat woord).

Goeree: Plaatsnaam Goedereede (Zuid-Holland).

Goeres, Goerres. Vadersnaam. Duitse familienaam van de voornaam Gregorius.

Goergen, Goerg: Vadersnaam. Duits familienaam, van Georg, heiligennaam Georgius.

Goerke, Goericke. Vadersnaam. Nederduitse afleiding van de voornaam Georg.

Goerlandt, Goerlant, Goerland, Gourlant, Gourlandt: De Franse familienaam Gourland komt voor in departement Oise en Ain.

Goerlich. Vadersnaam, variant van de voornaam Gerlach.

Goes, de, (de) Goës, de Gos: Middenenderlands goes: gans; vergelijk Engels Goose. Bijnaam. Zie De Gans.

Goes: 1. Spellingvariant van Goos. 2. Korte vorm voor van der Goes. Plaatsnaam Goes (Zeeland). ±1440-1482 Hugo van der Goes, de bekende Vlaamse primitieve schilder.

Goetelen. 1. Moedersnaam Goedele, Germ. Godila, met d/t-verscherping. Vergelijk Goeters. 2. Eventueel vadersnaam van Goedelin, afleiding van god-naam.

Goeth: Vadersnaam. Duits Goethe, korte vorm van een Germaans god-naam.

Goethem, van, van Gouthem, van Goethemd, van Goothem, van Gottom, van Gotum: Plaatsnaam Gottem (Oost-Vlaanderen), Gotem (Belgisch-Limburg) of Goetem in Sint-Gillis-Waas (Oost-Vlaanderen).

Goetheyn, Goethijn, Goethyn, Goeteijn, Goeteyn, Goitein. Combinatie van een bijnaam (goede) en een voornaam (Hein: Hendrik). Vergelijk Duits Gutheinz.

Goetinck, Goetynck, Goetunck, Goëtinck, Gotinck, Gotink, Goetting, Gotting. Vadersnaam uit een Germaanse God-naam. Vergelijk Godin.

Goetjaer. Bijnaam, wellicht naar de nieuwjaarswens voor een goed jaar. Vergelijk Duits Gutjahr, Engels Goodyear.

Goetz, Goetzke, Götzl, Götz, Goetze, Goetzé, Götze, Götzen, Gotz, Gotzen, Geöcze, Gootzen, Geutzen. Vadersnaam, Duitse afleiding van een god-naam (Godevaert). 

Goeije, van: Plaatsnaam Gooi in Hengelo (Gelderland) of Het Gooi in Houten (Utrecht).

Goetsenhoven, van, van Goedsenhoven, van Goedtsenhoven, van Goeidsenhoven, van Godtsenhoven, van Goidtshoven, van Godtsnoven, van Goidsenhoven, van Goidsenoven, Goidsenhove, van Goidtsenhoven, van Goidtsenoven, van Goitsenhoven, van Goietsenoven, van Goitsenhoven, van Soitsenhoven: Plaatsnaam Goetsenhoven (Vlaams-Brabant).

Goetstouwers, Goetstauwers, Goedstouwers: Moedersnaam. Germaanse voornaam Godes-diu 'dienares Gods':

Goetz, Goetzke, Götz, Götzl, Goetze, GoetGötz, Götze, Götzen, Gotzen, Gotz, Geöcze, Gootzen, Geutzen: Vadernaam. Duitse afleiding van een god-naam.

Goey, van, van Goeye, van Goeyen, van Goeije: 1. Plaatsnaam Ten Goede: (leen)goed, bezit. 2. Eventueel plaatsnaam Het Gooi (Noord-Holland, Gelderland, Utrecht).

Goeyenbier, Beroepsnaam voor de brouwer van goed hier. Vergelijk Duits Gutbier.

Goeyse, de, de Goeijse: Aanpassing - met vertaling van lidwoord (le/dé) van de Picardisch Legouge.

Goffete, Gofette. Afleiding van de voornaam Godefroid. Niet noodzakelijk moedersnaam.

Goff, Goffe, Goffin, Goffins, Goffint, Goffijn, Goffyn, Goffing, Goffings, Goffinghs, Goffing, Goffinge, Geuffens, Gueffens, Gueuffen, Geuyffene, Guffens, Guffin, Coffin, Coffyn, Coffijn, Juffin, Juffens: Vadersnaam. bakervorm van de Germaanse voornaam Goovaard, Godfried, uit gud-frith.

Goffau, (de): Vadersnaam. Goffeau, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam wulf-wald ‘wolf-heerser’: Wulfaldus, Gulfaldus.

Goffioul Goffoul, Goffoel, Goffoël: Vadersnaam. Waalse vleivorm van Germaanse voornaam Godevaard, Godefroid. Vergelijk Goffin.

Goffelot, Goflot, Gofflot, Gofflo, Gofflette, Goflette: Vadersnaam. (Moedersnaam -ette). Afleiding van de voornaam Goffart, Goffaux of Godefroid. Vergelijk Goffette.

Goffin, Goffins, Goffint, Goffijn, Goffyn, Goffing, Goffings, Goffinge, Goffing, Geuffens, Gueffens, Gueuffen, Geuyffenne, Guffens, Guffin, Goffin, Goffyn, Goffijn, Juffin, Juffens: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Govaard, Godfried, Godefroid. Vergelijk Goffoy.

Goffinet, Gaufinet, Gauffinet, Goffinon: Vadersnaam. Vleivorm met de stapelsuffixen -inet/-inon van Govaard. Zie Goffin.

Goffroy, Goffoet, Goeffoet: Vadersnaam. Variant van Goffroy, Godefroy. Vergelijk Goddefoy, van Goddefroy.

Gog, van, Gogh, van, Gogherman: Plaatsnaam Goch, Nederlands Gogh (Noordrijn-Westfalen).

Goggeljoen. Aanpassing van Goguillon, zie Gogo.

Gogneau, Gogneaux, Gogniaux, Gogniat, Gonieau, Goignaux: 1. Hypercorrect voor Jonniau(x). 2. Jongere vormen voor Gonel. 3. Variant van Coignau (vergelijk Gougnart)?

Gogny, Goinnie, Goiny, Goigne, Gogne: Plaatsnaam Goegnies (Henegouwen), Gognies (Nord), Gogny (Seine-Mar.).

Goguillot, Gogo, Gogos, Goguet, Goguin, Goguillon, Goggeljoen, Engelse afleiding van Oudfrans gogue: scherts, spot; of van bijvoeglijk naamwoord gogue: vrolijk.

Goheer. Pakistaans (?). Of variant van Gohir? Gohimont: Plaatsnaam in Bevercé (Luik).

Gohir, Gohy, Gouhier, Gouhie, Gouhy, Gouwy, Gouy, Gouvy, Gowie, Gowy, Goy, Ghewy: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gud-hari 'god-leger'; zie Godier, Goor.

Gohman, Gohmann. Bewoner van het open veld, open land. Variant van Duits Gaumann, Gô(h)mann.

Gohorry, Gohory. Plaatsnaam Gohory, Eure-et-Loir.

Gohr. Duitse vadersnaam, wellicht uit Gregorius. Mogelijk ook uit George, Joris. Duitse variant van Goris: zie daar.

Goietsen, van. Verkorting van Van Goitsenhoven?

Goire. Vadersnaam. Spelling voor Go(u)ard.

Goister. Afkomstig van eve Elisabeth Goister, geboren in Antwerpen ± 1773; Onduidelijk.

Gokel, Goekels, Gockel, Goggels: Middelnederlands gokel, Middenhoogduits gogel: uitgelaten, vrolijk, overmoedig. Vergelijk Gokelaere, Duits Gockel naast Gockeler.

Golberg, Goldberg, Goldenberg, Goldenbarg, Golbert, Goldberger, Goldbeter, Goldberszt, Goltzberg: Frequente plaatsnaam Gold(en)berg. Vergelijk Van Goubergen.

Gola, Golard, Gollard, Golla, Gollaer, Goolaerts: 1. Zie Goulliart. 2. Plaatsnaam Golart in Noduwez, (Nodevoorde) (Waals-Brabant). 3. Variant van Colard.

Gold. Duitse naam. 1. Beroepsnaam voor een goudsmid. 2. Vadersnaam. 3. Huisnaam.

Goldblat, Goldblatt. Duits (Joodse) Beroepsnaam van de goudsmid, die bladgoud maakt. Vergelijk Duits Goldschläger.

Goldbrenner. Duitse beroepsnaam; goudsmid.

Goldé. Waarschijnlijk van Goddé, met 1-epenthesis.

Goldenbeld: Plaatsnaam Olde Goldenbeld ‘gouden hoogte’ in Bathmen, Overijssel.

Goldenrath. Plaatsnaam Goudenrath. Limburg.

Goldfarb, Goltsfarb. Beroepsnaam voor de vergulder.

Goldfinger. Duitse bijnaam: gouden ring. Middenenderlands goutvinger: ringvinger. Bijnaam voor iemand met opvallende gouden ring(en) aan de ringvinger.

Goldflam. Duits (Joodse) familienaam.

Goldhaar, Goldhar. Duitse bijnaam; gouden, hoogblond haar.

Goldhausen. Duitse plaatsnaam.

Goldin, Goldine, Goldyn. Waarschijnlijk variant van respectievelijk Godin, Godinne, Goddyn, met 1-epenthesis. Vergelijk Goldé.

Goldklang. Bijnaam; goudklank.

Goldman, Goldmann, Golmann: Duitse beroepsnaam van de goudsmid, in de middeleeuwen nog niet Joods.

Goldmuntz, Goldmunz, Goldmünz: Duits Goldmûnze: gouden munt. Maar misschien reïnterpretatie van Goldmund. Vergelijk Godemond.

Goldschläger, Goldschlager: Beroepsnaam van de goudsmid die bladgoud slaat. Vergelijk Goldblat(t).

Goldschmid, Goldschmitz, Goldschmidt, Goldschmidt, Goldsmit, Goldsmith, Goldschmied, Goldschmeding: Duitse, respectievelijk Engelse beroepsnaam van de goudsmid.

Goldschneider. Duitse beroepsnaam: goudsnijder. Vergelijk Middenenderlands goutsnider: ciseleur.

Goldstein, Goldstayn, Goldschstein, Goldchstein, Goldsztein, Goldszteyn, Goldsztein, Goldsztain, Goltstein, Golstein, Golsteyn, Golsteijn, Goldenstein: 1. Vadersnaam. Oude voornaam. 2. Plaatsnaam bij Frankfort (Main). 3. Middenhoogduits goltstein: edelsteen, topaas. Beroepsnaam of bijnaam. Een Belgisch-Joodse famille veranderde deze familienaam in Gol.

Goldwasser. Duits-Joodse familienaam; goudwater.

Goleman. Vadersnaam. Afleiding van Gole, van Godilo, afleiding van Germaanse god-naam.

Golin, Golain. Variant van Colin. Vergelijk Golard 3.

Golinvaux, Golinval, Golinvaeuax, Golinveau, Gollinvaux, Glenveaux, Golenvaux: Plaatsnaam Golinvaux in Ciney (Namen).

Gollier, Gollière, Gollière, Gollère, Gollère, Goller, Goullier, Goullière, Goulier, Gouli, Gouillère: Variant van Gorlier, met rl/ll-assimilatie. (vergelijk Carlier/Callier).

Göllner, Gollner: Duitse beroepsnaam Göldner: vergulder.

Goltfus. Duitse bijnaam Goldfuss: gouden voet, wellicht naar de gouden gesp aan de schoen. In Haacht famille van Duitse orgelbouwers.

Golvers. Variant van Govers (met 1-epenthesis); vergelijk dialect kolfer voor koffer.

Golverdingen: Plaatsnaam Goilberdingen in Culemborg (Gelderland).

Golvet. Wellicht Waals-Vlaamse aanpassing van Calvet.

Gombaud, Gombault, Gombeau, Gonbault: Vadersnaam. Germaanse voornaam gunth-balth 'strijd-moedig': Gundobald.

Gombert, Gomberd, Gombeer, Gombeir, Gomberg, Gomber, Gombar, Gomba, Gommaerts, Gommers, Gommer, Gompers, Gomper, Gomperts, Gompertz, Gumpert, Gumprecht, Jumpertz, Jumbert: Vadersnaam. Germaanse voornaam gunth-berht ‘strijd-schitterend’: Gundebertus, Gumbertus.

Gomé, Gomet, Gomez, Gomes, Gommé, Gomme, Gommes, Gommet, Goumet, Goemé, Goeme: Vadersnaam. Variant van Gomer, met spelling volgens Franse uitspraak Zie Goemaere. Vergelijk Orner=Orné. Of Gomet, afleiding van de voornaam Gomar(us).

Gomes, Gomez, Gómez, Comes. Vermoedelijk van oorsprong een Spaanse of Portugese naam. Spellingvariant van Gomé. Aan de basis ervan staat de van oorsprong Germaanse persoonsnaam Gomesindus, samengesteld uit de componenten guman = 'man, bruidegom' en sintha = 'weg'. Hieronder wordt ook de mogelijkheid naar voren gebracht dat Gomes een op Texel ontstaan vadersnaam is uit de voornaam Come, welke naam aldaar omstreeks 1500 voorkwam. Come is vermoedelijk ontstaan uit Commer (= Kommer), naast Gommer een vorm van Gomarus. Men zou dan ook naast Come tevens een vorm Gome kunnen verwachten, maar deze naamvorm is vooralsnog niet uit de bronnen te voorschijn gekomen. De voornaam Come heeft in Noord-Holland wel de vadersnaam Komen, Koomen opgeleverd.

Gommé, Gomé, Gomet, Goumet. Hypocorrect de Gombert?

Gomme, de, Ghomme: 1. Waarschijnlijk oorspronkelijk Germaanse voornaam Gommo, bakervorm van een gum-naam of van Gundmar/Gommaar. Achteraf gereïnterpreteerd als Middenenderlands gome, goom: opmerkzaamheid, aandacht. 2. G(h)omme eventueel verschrijving voor Gamme/Gaume.

Gommeren. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Gommaar. 2. Mogelijk uit de plaatsnaam Gameren. Uit de Brabantse dialectische uitspraak van deze plaatsnaam. 

Gompel. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Gombert. Vergelijk Duits Gumple.

Gompel (van), Van Gompen. Familienaam uit de plaatsnaam Gompel in Mol (Antwerpen).

Gompelman: Afleiding van van Gompel. Plaatsnaam Gompel in Mol (Provincie Antwerpen).

Gomrée. Plaatsnaam Gomerée in Ham-sur-Heure (Henegouwen).

Gomzé, Gomze, Gonzé: Plaatsnaam Gomzé (Luik).

Gonce, Gonze, Gouns, Gounse, Gons, Goncet, Goncette, Gonset, Gonsette. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam gund-so. 

Gondar, Gondat, Gonda, Gunthardt: Vadersnaam Gondhard. Germaanse voornaam gunth-hard 'strijd-sterk': Gontardus.

Gondon. Vadersnaam. Variant van Godon, met n- epenthesis.

Gondraet, Gondraets. Vadersnaam. Germaane voornaam gunth-rêd 'strijd-raad': Gundradus.

Gondrand, Gonrand, Gontran. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam gunth-hrabn; strijd-raaf. Gundramnus, Gondrannus.

Gondrexon. Plaatsnaam in Lotharingen (Meurthe-et-Moselle).

Gondry, Gonry, Goundry: Vadersnaam. Germaanse voornaam gunth-rîk 'strijd-machtig': Gundricus.

Gonel, Gonay: 1. Oudfrans gonel, van gone: lang kleed, tuniek, rok. Zie Gonnella. 2. Vadersnaam. Korte vorm van Hugonel, van Hugo.

Gonella, Gonnella. Bijnaam naar de kleding. Oudfrans gonele: overkleed boven de wapenrusting. Vergelijk Grisegonnelle.

Gonet, Gonnet, Gonné: Vadersnaam. Verkorting van Hugonet.

Gonfroid. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gunth-frith 'strijd-vrede':

Gonin. Vadersnaam. Korte vorm van Hugonin.

Gonon. Vadersnaam van Hugonon, vleivorm van Hugo.

Gonnissen, Conissen. Vadersnaam; zoon van Gonnis=Geunis: zie bij Gunning.

Gonaerts, Gonard. Vadersnaam. Waarschijnlijk door assimilatie en klankverandering van Gondraets. Of van Gondhard (vergelijk Gondar).

Gonry. 1. Plaatsnaam Gonrieux (Namen), Waals gonri. 2. Zie Gondry.

Gonsales, Gonsalez, Gonzalvez, Goncalves, Gonsalves, Gonzalvo, Gonzalo, Gonzail, Gonsaeles, Gonsales, Gonsalis, Ganzales, Conzalez, Constales, Consael, Gonssens. Vadersnaam. Spaanse Portugese voornaam, van Germaans gunth 'strijd' en Latijn salvus 'ongedeerd'.

Gonthier, Gonthiez, Gontier, Gontie, Gonties, Gontiès, Gonty: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gunth-hari 'strijd-leger': Gunt(h)arius, Gunt(h)erus, Guntar, Gonter(i)us. Duitse voornaam Gunther. 2. Verward met Gautier (door n-epenthesis).

Good: 1. Engelse bijnaam Good ‘goed’. Vergelijk De Goede. 2. Vadersnaam. Germaanse god-naam. Vergelijk God.

Goodman. Engelse naam. Vgl Goeman.

Gool, van, van Goel, van Goolen, van Goylen: Plaatsnaam Goirle, Goorle (Noord-Brabant), uitgesproken Gool.

Goole: Vaders/moedersnaam Uit Godilo/Godila, verkleinvorm van Germaans god-naam.

Goolenaerts, Goolenaers. Tweeledig vadersnaam. Goolen + Aerts. Vergelijk Goossenaerts.

Goolis. 1. Vadersnaam uit Goly/Golys, een voornaam die ca. 1400 in Leuven en Tienen voorkwam. 2. Soms variant van Joli(s), bijnaam uit het Franse joli: mooi, lief, aardig.

Van de/n Goor, van de Ghoor, van der Goor, Goore, van den Ghoer, van Gor, van Cor, Goorman, Gorman, Gormans, Gooremans, Goremans, Gorremans. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Goor; waterig gebied, moeras. Zeer verspreid. Noord-Brabant, Overijssel.

Goor: Vadersnaam. Germaanse voornaam gud-hari ‘god-leger’: Godeharius. Goor door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Goder.

Goorden, Goorde, Gort, Goords, Gooren, Geurden, Geurde, Geurten, Gôrden, Gôrdens, Gueurden, Geurten, Gurtenne, Gurten: Vadersnaam. Goort uit Govaart of Godert. Of goorden van gaarde, Hoogduits garten; tweede deel van boomgaard en Gotisch gards; huis.

Goore, van de(r): Frequente plaatsnaam Goor ‘waterig moeras’.

Gooren: Vadersnaam. Vleivorm van de heiligennaam Gregorius of van een Germaanse voornaam, zoals Goder(t)(zie Goor) of Go(de)rik.

Goorhuis. Volksetymologisch voor Gooris.

Goorlaecken, van Goorlaeken, van. Plaatsnaam Goorlaken: moerassige plas.

Goormachtig, Goormachtighe, Goormachtigh, Goormachtigd, Goormachtigh: Bijnaam uit het Middelnederlandse goor (laagland, broek, geur) of goede (eigendom, goed, ) en machtich (vermogend, krachtig, sterk, bevoegd). 1. Bijnaam voor iemand die verantwoordelijk was voor een broekgebied, machtig was aan goederen, vermogend, krachtig was van geur. 2. Gereïnterpreteerd als 'God almachtig'.

Goorman, Gooormans, Gorman, Gormans, Gooremans, Goremans, Goreman, Gorremans. 1. Naam uit Van Goor: zie Goor. 2. Of uit Go(e)dermans: zie Goedermans.

Goorsenberg: Met hypercorrecte r uit Gossenberg. Plaatsnaam Gossenberg (Beieren).

Goort, Goorts, Gorts, Gort, Gordts, Gors, Geurts, Geurs, Geurds, Goors, Gourts, Geurtse, Geurtzen, Geurtzen. 1. Vadersnaam uit Godevaert (gud-frith). 2. Vadersnaam uit Godert/Godhart (gud-hard). 

Goos, Ghoos, Goes, Geuse, Geus, Geuze, Goës, Gos, Gose, Gosz, Goosse, Goosen, Gosse, Goisse, Goise, Goies, Ghuuse, Gus, Guss, Geus, Geuse, Geuze, Gheus, Gheuse. : Vadersnaam.1. Korte vorm van de Germaanse voornaam Goswin of van Godso, afleiding van een god-naam. 2. Mogelijk variant van Joos.

Gooskens, Geuskens, Gueusquin: vadersnaam. Afleiding van Goos.

Goossenaerts, Goosennaarts, Goosenaerts. Vadersnaam uit de dubbele voornamen Goossen (zie Goossen) + Aert (zie Aerts). 

Goossens, Goossen, Goosens, Goosen, Goozens, Goozen, Gossens, Gosses, Goissen, Goyssens, Gosin, Gossin, Gozin, Gossijs, Gossen, Gossens, Goessens, Goesens, Goussen, Goussens, Gussen, Gussens, Geussen, Geusen, geusens, Geuzens, Choosen, Chooessens, Goofsens, Gosens, Goissen, Goysens, Gossin, Gosin, Gozin, Gossijns, Gossen, Gossens: Vadersnaam. Vleivorm van Goos, Goswijn (=God/goed),

Gozens, Gosens, Goosen, Goossens, vadersnaam van Gosewyn,  Godeswyn,  Godswin, (Gods vriend) Gosenzon van Gosenzon.

Goot, Goote, Goots, Goedts: Korte vorm voor van der Goten?

Gooijen: Vadersnaam. Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Goden(zie Godin).

Gooijer, de, Gooijers, Gooyers, Gooijert, Gooyert, Goijer, Goyer, Gooyer, den. Ghoyere: Afkomstig uit ’t Gooi, Gooiland (Noord-Holland).

Gool, van, Gol, Goole, Gooolaerts, Cool, Gohl. Gool is Brabants dialect voor Goirle, bij Tilburg.

Goor, van Goorhuis, Goorman, Overgoor. Plaatsnaam Goor, Overijssel, naam voor moeras of drassig gebied.

Goque, de. Middelnederlands. gooc: koekoek, domoor, gek, dwaas. Bijnaam.

Gordier. Waarschijnlijk variant van Cordier.

Gordion. Afeiding van Oudfrans gort: lomp. Vergelijk Gourdon.

Gordon, Gordons. Engelse familienaam. De Schotse Cordons komen van een Schotse plaatsnaam. Maar 1204 Adam de Gurdun kwam vermoedelijk van Gourdon (Saône-et-Loire). En 1220 Geofrrey Gurdun, 1279 Adam Gordon komen waaarschijnlijk van een oorspronkelijke Franse naam, Gourdon.

Gordijn, Gordyn, Gordeijns, Gorduyn: 1. Vadersnaam. Vleivorm van Goort, van Godert. 2. Aanpassing van Cardin, Cardijn. 3. Uit Gourdin.

Goret, Goré, Gore, Gorez, Gorret, Gorré, Gorree, Gorre. Vadersnaam uit ofwel Grégoire (zie Gregorius), ofwel een Germaanse voornaam als Gorik. 

Goreux, Gorreu, Gorreux: Plaatsnaam Goreux, van Romaans grossa robur: grote eik, bijvoorbeeld (Voroux-) Goreux (Luik).

Gorge, Gorgens, Görg, Görgen, Görgens, Görge, Gorges: Vadersnaam. Duitse familienaam van de voornaam Georg.

Gorgemans. Waarschijnlijk variant van Gorremans.

Gorgon. Vadersnaam. Heiligennaam Gorgonius, patroonheilige van Hoegaarden.

Gori, Ghori: 1. Italiaanse vadersnaam van Gregori. 2. Zie Goederickx.

Gorin, Gorijns, Goren, Gorens, Ghorain, Goorens, Goerens, Gorrens, Gorren, Geurinckx, Guerinckx, Gurinckx, Goring, Gourin, Gurin: Vadersnaam. Vleivormen van de heiligennaam Gregorius of van een Germaanse voornaam zoals Goder(t) of Go(de)rik.

Goris, Gooris, Ghoris, Goorissen, Gorissen, Gorisse, Goiris, Gorius, Gorus, Gores, Göres, Görres, Gorissen, Gorrisen, Görrissen, Görris, Gorsen, Gorsse, Guerisse, Guérisse: Vadersnaam. Korte vorm van de heiligennaam Gregorius, een voornaam die al in de 8ste eeuw in de Nederlanden voorkwam, George, Joris.

Gorkum, van, van Gorkom, van Gurchom: Familienaam uit de plaatsnaam Gorinchem (Zuid-Holland) waarvan de uitspraak Gorkum is. De naam Gorinchem vindt dan weer zijn oorsprong in Gor-in-chem: Gor (Gore/Joris: mansnaam - in(g): afstammend van/horend bij/zoon van - hem/heim: woonplaats/huis). Er is ook een Gorgem in Vissenaken (Vlaams-Brabant) dat aan de bron kan liggen.

Gorlee: Nederlands spelling van Gorlé, Gourlet, verkleinvorm van Oudfrans gorle, van Nederlands gordel ‘gordel, beurs’. Beroepsbijnaam van de gordel-of beursmaker.

Gorlier, Gorly, Corlier, Gorleer: Oudfrans gorrelier: zadelmaker, maker van jukken, garelen, leerbewerker. Vergelijk Gourlet.

Gorne, van de. Waalse aanpassing van Van de Goor.

Goron, Goeron: Vadersnaam. Afleiding van Grégoire of een Germaanse voornaam zoals Gorik. Vergelijk Goret, Gorin.

Gorp, van; van Gurp: Plaatsnaam Gorp in Hilvarenbeek (Noord-Brabant).

Gorrevod. Plaatsnaam Gorrevod, Aisne.

Gorsel, van: Plaatsnaam Gorssel (Gelderland).

Gorsen, Gorsse, Gorssen: Vadersnaam, van Gorissen. Zie Goris.

Gortack. Vadersnaam. Vleivorm van Go(o)rt=Goedert.

Gortebeeck, Gortebeek, Gortebecke, Gortebeke, Gordebeke, Gorrebeeck, Gorrebeek, Gurdebeke. Familienaam afgeleid van de Waaslandse plaatsname Temse, St.-Niklaas, Vrasene.

Gorteman, Grutman, Gottemans: Beroepsnaam van de koopman in gort, grut of de gortmaler. Vergelijk Gorter.

Gorter, (de), Gorte, Gort, Gordt, Gortmans: Beroepsnaam van de gruitmeester, die gruit ‘gagel’ leverde of er bier mee brouwde. Vergelijk De Gruiter. Of ‘koopman in gort, grut’.

Gortjens, Gôrtjens, Goertjens, Geurtjens: Vadersnaam. Afleiding van Goort. Zie Goorts.

Görtler, Gorlier: Duitse beroepsnaam Gördeler, Gürteler: gordelmaker.

Gortworst. Beroepsbijnaam voor de maker en verkoper van gortworst. Deze werd eeuwen geleden goed gekruid gegeten met bijvoorbeeld spek. In Neder-Saksen, maar wellicht op vele andere plaatsen in Europa, werd gortworst gemaakt met havergort. Wellicht zullen verspreid over West-Europa vele varianten met smaak naar binnen gewerkt zijn.

Gortz, Gortz, Goerts, Gorz, Gorz, Goeritz, Goerentz: Verspreide Slavische plaatsnaam Gör(t)z, Goritz.

Goslar. Duitse plaatsnaam.

Gossaert, Gossart, Gossard, Goossaert, Goessaert, Goesaert, Goesaer, Goussaert, Goussart: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Goos.

Gosseau, Gosseaux, Gossiau, Gosiau, Gosiaux, Gosieau, Gosieuax, Gossia, Gozea, Gousseneaux, Gousseau, Gousseeaud, Goisseniaux, Gouchau, Gochel, Goessels, Goeseels, Goessel, Goetseels, Goedseels, Goidzeels. Vadersnaam uit Gosse, een afleiding van de Germaanse voornaam Goos. Sommige namen kunnen ook teruggaan op Godsdeel: zie daar. 

Gosselaar: Plaatsnaam Goslar (Nedersaksen).

Gosselet, Gosselé, Gossele, Gorselé, Gorsele, Gosseleez: Vadersnaam. Afleiding op -let van Germaanse voornaam Goos.

Gosselink, Gosselin, Gossellin, Goselain, Goslain, Gosseling, Gosselinckx, Gasseling: Vadersnaam. Gosselin, vleivorm van Gosse, Germaanse voornaam Goos, van Godzo. Plaatsnaam Gorsem, Limburg.

Gosserie, Gosseries, Gossery, Goussery: Waarschijnlijk plaatsnaam Gosselies (Henegouwen).

Gossez, Gossé, Gossey, Gosseye, Gossye, Gossije, Goset, Gosez, Gosée, Gozet, Gosé, Gosée, Gosee, Ghosez, Gooset, Gochet, Gocet, Goiset, Goucet,

Goten, van der, van der Ghloten, van der Ghote, van der Gooten, van der Goot, van der Gothen, van der Goeten, Vergoote, Vergote, Verghote, Vergothe, Vergotte, Verhote, Gotemans, Goetemans, Gootmans, Gottemans. 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Goos. 2. Vooral de varianten op -ée en -ey(e) kunnen teruggaan op de plaatsnaam Gozée; zie Gouzée.

Gossing. Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Goos.

Goswin. Gosuin, Gossuin, Gossoin: Vadersnaam. Germaanse voornaam Goswijn: god-so-win 'god-vriend'. Go(d)zuinus, Gosewinus.

Gotthelf, Gothelf. Vadersnaam. Duitse voornaam Gotthelf of Helfgott: God helpe mij. Vergelijk Dieuaide.

Gottrand, Gotrand. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam gud-hrabn 'god-raaf': Godrandus.

Gotajner. Duits Joodse familienaam Got(t)einer. Uit Gottinger, van plaatsnaam Gotting of Göttingen?

Gatal, Gotale, Gotalle, Gottal, Gueuthal, Gueutal: Verspreide plaatsnaam Gotal(le) (Luxemburg, Luxemburg). Gotale, afleiding van Frans goutte: druppel. Naam voor smal waterloopje.

Gotemans, Goetemans, Gootmans, Gottemans: 1. Afleiding van Van der Cote. 2. Beroepsnaam voor de maker van goten.

Goten, van der, van der Ghote, van der Ghoten, van der Gooten, van der Goot, van der Gothen, van der Goeten, Vergoote, Vergote, Verghote, Vergothe, Vergotte, Verhote: Verspreide plaatsnaam (ter) Gote: goot, riool, greppel; bijvoorbeeld tgraefscip ter Cote buuten Doornickpoorte, Kortrijk.

Gotha, van. Plaatsnaam Gotha.

Gothe, Göthe, Geuth, Geth: Vadersnaam. Nederduits Gode, korte vorm van Germaanse god-naam, zoals Gotfried.

Göthel, Gothel: Vadersnaam. Duitse afleiding op –el van Gothe.

Gothot, Gotto, Gottot. Vadersnaam. Afleiding van Gothier.

Gotta. Waalse plaatsnaam gotâ, afleiding op -ard van goutte: druppel. Waternaam.

Gouberge, van, Goubergen, van, vn Gouwbergen, van Gauwbergen, van Gaubergen, Gauwberg. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Goudberg: gouden berg. Variant Verhote.

Goud, Gout, Waalse plaatsnaam gotâ, afleiding op -ard van goutte: druppel. Waternaam.

Gottcheiner. Afleiding van de plaatsnaam Gozschin = Gottscheina bij Leipzig.

Gottesdiener, Gotesdyner: Duitse familienaam: godsdienaar.

Gottesfeld. Plaatsnaam Gottesfeld, Beieren.

Gottesman, Gottesmann, Gottsmann, Gotesmann, Gotesman: Bijnaam voor een geestelijke: man van God.

Gottfried, Gottftreid, Gotzfried: Vadersnaam. Duitse vorm van de Germaanse voornaam Godevaard. Zie Godefridi(s).

Gotthold. Vadersnaam. Duitse vorm van de Germaanse voornaam gud-wald 'god-heerser': Gotholdus.

Gottignies, Gottigny, Gotegnies: Plaatsnaam Gottignies (Henegouwen).

Gottlob, Godeloffe, Goudeloup, Goudelouf: Bijnaam Gottlob, Godelof: God zij lof, goddank. Godelof kan wel een metathetische en gereïnterpreteerde vorm zijn van de Germaanse voornaam Godolf (god-wolf); vergelijk Rolof =Rodolf. Zie Goelff.

Gottman. Vadersnaam. Germaanse voornaam Godman. Vergelijk Goemans.

Gouberge, van Goubergen, van, van Gouwbergen, van Gauwbergen, van Gaubergen, Gauwberg: Verspreide plaatsnaam Goudberg: gouden berg. Zie ook Gouwenberg.

Goubinat. Vadersnaam. Afleiding van Goubin/Gobin.

Gouchau. 1. Variant van Gousseau. 2. Uit Goudchaux, Romaanse vorm.

Gouchez, Gouche. Hypercorrect voor Gosse/Gousset.

Gouchie. Wellicht variant van Gauchier.

Goud, Goudt, Gout: 1. Beroepsnaam van de goudsmid. 2. Vadersnaam. Variant van God.

Goudbeek. Plaatsnaam; gele beek. Vergelijk Duits Goldbach.

Goudbeen, Goudepenne, Gaudepenne: Vadersnaam. Reïnterpretatie van Goubeen/Gaubeen = Gobin.

Goudsmit, Goudsmedt, Goudsmet, Goudsmedt, Goudsmet, Gould, Goudt. Beroepsnaam voor een goudsmid.

Goudeket, Goudeketting. Beroepsbijnaam voor een goudsmid. 

Goudenhooft, Goudenhoofdt, Goudenhofft, Gouden hoost, Goudenove. Bijnaam naar een huisnaam (In het Gouden Hoofd). 

Goudeseune, Goudesone, Goudesonne, Goudezeune, Goudezone, Verguldezoone: Moedersnaam. Zoon van Goude, de Germaanse voornaam Golda, korte vorm van bijvoorbeeld Goldburga. Duits Goldensohn. Vergelijk Vergult, Vergouts.

Goudket. Joodse familienaam. Duits Goldkette 'gouden ketting'.

Goudmaeker, Goudmacker. 1. Middelnederlands goutmaker: alchimist, goudsmid. 2. Of veeleer reïnterpretatie van Goetmaeker; zie Gutmacher.

Goudman, Goudmant, Goutman, Goutmann: 1. Beroepsnaam van de goudsmid. Vergelijk Goldmann. 2. Vaak reïnterpretatie van Goeman(s).

Goudriaan, Godrian. 1. Nederduitse familienaam Gud(e)rian: Guderjahn, Guter Johann: goede Jan. Vergelijk Nederduits Godejohann, Duits Guthans, Groterjan = Grodrian. 2. Plaatsnaam, Zuid-Holland.

Goudstikker: Beroepsnaam van de goudgraveerder. Middelnederlands steken, Duits stechen: etsen, graveren; vergelijk Goldschneider.

Goudvis. Bijnaam. Een gfamilienaam waarvan geen equivalenten bekend zijn. Misschien reïnterpretatie van Duis Goldfuss.

Gouffau, Gouffaux, Goffeau, Gouffeau, Goffaux, Goffaut, Goffay, Goffo: Vadersnaam. Franse vorm van Germaanse voornaam wulf-wald 'wolf-heerser': Wulfaldus, Gulfaldus.

Gougeard, Goujard, Goujart, Gaujard, Goga, Gogaert. Familienaam afgeleid van het Middelnederlandse gouge: knecht, knaap, bode. Vergelijk Zuidfrans Goujat, Gougeat: knecht.

Gouin, Goin: Vadersnaam. Romaanse vleivorm Gohin, van een Germaanse god-naam. Vergelijk Gohir. Vornaam Gouhinus.

Gouix. Waarschijnlijk spelling voor Gouhie.

Goujon, Goujean, Gougeon, Gojon: Frans goujon: grondel(ing). Bijnaam naar de visnaam. Vergelijk Grondel, Grondelings. Er was een familie Goujon de Grondel.

Goukens, Gouwkens: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse god-naam, zoals Godevaard.

Goulancourt. Plaatsnaam, Oise.

Gouland, Goulem. Wellicht Waalse spelling voor Goelen.

Goulet, Goulez, Gouley. Afleiding van Oudfrans gole; keel, bek. Bijnaam.

Goulevant. Middenfrans angoulevent; dronkaard.

Goulin. Afleiding van Oudfrans gole, Frans geuele, keel, strot. Bijnaam.

Goulliart, Goullard, Gouilliart, Gouillart, Gouillard, Goullard, Golja, Golias, Goulard, Goulart, Gaulas, Golard, Gola, Gollard, Gollaer, Golla, Goolaerts, Geuliaerts, Geullaerts. Bijnaam uit het Oudfranse goliaert (dit uit het Oudfranse gole: keel): slokker, schrokker, gulzigaard, luidruchtige, gemene kerel. 

Gounod. Vadersnaam van Gonot, van Hugonot.

Goupil, Gouppy, Goupy, le Goupil: Bijnaam. De oude naam van de vos (goupil, van Latijn vulpiculus, van vulpes) werd in het Frans verdrongen door renard, door de bekendheid van Renard in de Roman du Renard, waarin Renard eigenlijk de (Germaanse) naam van de vos is (Reinaert). Vergelijk De Vos.

Gourbillon. Wellicht (met epenthetische r) van Goubillon, Gobillon; zie Gobillard. Of variant van Corbillon.

Gourdange. Wellicht plaatsnaam Gonderange/Gondringen.

Gourdin, Gourdain, Gourden, Gordien, Gourdien, Gurdain, Guerdin: Oudfrans gourdin: gek, dwaas. Bijnaam.

Gourdinne, Gordenne, Gordinné: 1. Oudfrans gourdine: vrouw van slechte zeden. 2 Afleiding van Gourdin. 3. Plaatsnaam Gourdinne (Namen).

Goureman. Spelling voor Goorman of Gourmand.

Gourgue. Plaatsnaam in Wiers (Henegouwen): afgrond.

Gourlay, Gorlia, Gorlias, Gorloo: Luiks-Waalse vorm en Vlaamse aanpassing van Gourleau, van Oudfrans gorle/gorel; zie Gourlet.

Gourlet, Gourlé, Gourles, Gourlain, Gourlint, Gorlé, Gorlée: 1. Afleiding van Oudfrans gorle, ban Nederlands gordel: gordel, beurs. Beroepsnaam van de gordel- of beursmaker. 2. Afleiding van Oudfrans goherel, gor(i)el: halsjuk, gareel. Beroepsnaam. Vergelijk Gareel, Gorlier.

Gourmand. Bijnaam voor een gulzige slokker.

Gourmet, Gurmez, Gourmez: Beroepsnaam van de knecht van de wijnhandelaar. Oudfrans gormet.

Gourmeur. Samentrekking van Gouverneur?

Gourmont. Vadersnaam. Voornaam uit het heldendicht 'Gormont et Isembart'.

Gournay, Gernay, Gernaey, Gernaeij, Gernaeye, Gernaij: Plaatsnaam Gournay (Pas-de-Calais, Seine-Mar., Eure, Oise, Seine-et-Oise); Gournai (Henegouwen).

Gournon. Waarschijnlijk variant van Gourmont.

Gousset, Gouset, Goussée, Goussey, Goessey, Goesseye: Vadersnaam. Frans verkleinvorm van de Germaanse voornaam Goos/Gos. 2. De varianten op -ée en -ey(e) kunnen teruggaan op de plaatsnaam Gozée, Gouzée (Henegouwen) met als uitspraak goû(t)zéye. Zie bij Gouzée.

Goten, van der; van der Goot: Verspreide plaatsnaam (ter) Gote, Goot ‘goot, riool, greppel’.

Götz, Goettsch, Götsen, Gotzke: Vadersnaam. Duits verkleinvorm van een Germaanse god-naam.

Goud: 1. Beroepsbijnaam van de goudsmid. 2. Vadersnaam. Variant van een god-naam.

Goudkamp: Plaatsnaam in Ootmarsum, Overijssel, en heideland ten oosten van Tubbergen, Overijssel.

Goudoever: Plaatsnaam in Utrecht.

Goudriaan, (van): Plaatsnaam (Zuid-Holland).

Goudswaard, (van); Goudzwaard: Plaatsnaam Goudswaard in Korendijk (Zuid-Holland).

Gouka: Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit plaatsnaam Goudkade ‘kade van de Gouwe’ in Gouda (Zuid-Holland).

Goût, Goux:; Oudfrans gos: hond met afhangende oren, waakhond; ook scheldwoord.

Coutaeu, Gouteaux, Goutelle, Goutteau, Gouttau: Waarschijnlijk variant van Couteau/Coutelle. Zie Couteele.

Goutier, Goutiers, Goutière, Goutières, Goethiere, Gouthier, Gouthierre, Goutierre, Gouttier, Gouttière, Goutier, Goutierre, Gouty: Vadersnaam. Romaanse vormen van germaanse voornaam gud-hari 'god-leger': Gotharius. De vormen op -ierre zijn te verklaren door associatie met Frans gouttière: goot.

Goutkine. Russische familienaam.

Goutswilders. Dialect vorm van plaatsnaam Woutwilder = Waltwilder (Limburg)? Of uit Goudschilders?

Gouttenègre. Zuidfranse variant van plaatsnaam Gouttenoire: zwarte bron.

Gouttermans. Waalse aanpassing van Goedermans of Gotemans.

Gouverne, Gouvernet, Gouvienne, Govienne: Oudfrans governe, Waals goviène: bestuur. Beroepsnaam van de gouverneur.

Gouverneur, Dugouverneur, Goeverneur. Beroepsnaam van een gouverneur, magistraat, kerkelijk ambtenaar en ook stuurman op een boot.

Gouvy, Gouwy: 1. Zie Gouwy. 2. Plaatsnaam Gouvy of Gouwy in Limerlé (Luxemburg).

Gouw, (de), de Gauw, de Gouw, Gauwe. Bijnaam. Middelnederlands gauw ‘snel handelend, haastig, voortvarend’.

Gouwe, van der,Vergouwen, Vergouwe, Vergauwen, Vergauwe: Plaatsnaam Gouwe (Noord-Holland). De Gouwe is ook de naam van de rivier die Gouda bespoelt en van een waterloop die Schouwen scheidde van Bommenee, Dreischor en Duiveland. Of Van Tergouw, dat is Gouda (Zuid-Holland). Zie ook Vergouwe(n).

Gouwenberg, Gauwenbergh: Plaatsnaam Goudenberg, in Gaternisse (Zeeland), Houtave, Wevelgem (West-Vlaanderen). Vergelijk van Gouberge(n).

Gouweleeuw. Bijnaam naar een huisnaam (In de Gouden Leeuw).

Gouweloos, Goulooze: Bijnaam. Middelnederlands gauweloos ‘slordig, achteloos, zorgeloos’.

Gouwij, Gouwy, Gouvy, Gouy, Gouye, Gowy, Goewie, Gowie, Goi, Goyi, Goy, Ghoy, Ghewy, Ghewij, Guwy. 1. Korte vorm van Degouy (plaatsnaam Gouy op diverse plaatsen in Noord-Frankrijk). 2. Familienaam afgeleid van de voornaam Gauvain (= de Franse vorm van de Brits-Keltische voornaam Walewein). 3. Vadersnaam afgeleid van Romeinse vorm van de Germaanse voornaam guda-haria: Godeharius. 4. Moedersnaam van de Romeinse vorm van de Germaanse voornaam Godiwidis.

Gouzée, Gousee, Gousée, Gousee, Gozé, Goze, Gozee, Gosée, Goeseije: 1. Plaatsnaam Gozée/Gouzée (Henegouwen), uitspraak goâéye. 2. Zie ook Gosset.

Gouzu, Gaouzou, Goezu: Vadersnaam. Go(u)zoul, Romaanse vorm van Germaanse voornaam Gausulfus.

Govaert, Govaerts, Govaart, Govaarts, Govard, Govart, Govart, Goverts, Goverse, Govers, Goovers, Gover, Goverde, Geudevert, Geudvert, Gueudevert, Geudewert, Goevaerts, Goevaert, Goevaers, Goovaerts, Goovaers, Goovaert, Gouvart, Gouvars, Gouvaerts, Gouvaert, Godeyvaert, Goyvaerts, Goyvaes, Goeijvaerts, Goijvaerts, Gooyvaerts, Govaere, Govare, Govaers, Govars, Goovers, Govers, Goverse, Goversen,, Goevers, Goeffers, Goffaert, Goffaerts, Goffard, Goffar, Goffar, Goffard, Goffart, Goffert, Coffard, Coffart, Gowaerts, Govoorts, Govorts, Govoerts, Gowoerts: Vadersnaam. Germaanse voornaam Godevaard: gud-frith ‘god-vrede’: God(a)frid, Godefridus, Godeverd. Sommige varianten komen misschien uit Godardus, gud-hard. Govaerts, Goevaert en Govertz; van de oud-Germaanse naam Godfried, vernederlandst tot Godefert, Godevaert, Govert, Govaert is de naam waarvan de geslachtsnaam Schoevaerts ontleend is. Deze zelfde naam komt ook als Schovaers, Schoovaert en Schoevaart voor. Schoevaerts is een wanspelling voor Sgoevaerts, ’S Goevaerts, dat is: Goevaert’ s zoon of van Godfried.

Goven, Goeven, Goovens: vadersnaam Vleivorm van Germaanse voornaam Go(de)vaard. Vergelijk Goffin.

Goij, de: 1. Zie de Goede. 2. De Goy uit de plaatsnaam Gouy (zie Gouwij).

Graindorge, Grindorge, Graind'Orge, Graindourze: Frans grain d'orge: gerstekorrel. Beroepsnaam van de gerst- of graanhandelaar.

Graefschepe, van Graefschepe, van, van Graesschepe, Graeschepe, Graescepe: Plaatsnaam Graafschap in Hondegem, Houtkerke, Meteren (Frans-Vlaanderen), Ieper, Watou (West-Vlaanderen). De Graafschap (Gelderland). Duitse familienaam Grafschaft.

Graaf, de, de Graaff, de Graef, (de) Graf, Graeff, Graeffe, Gräffe, de Graeve, (de) Grave, Legrave, Legrave, de Greef, Greef, Greefs, (de) Greeve,

Greeven, Greeve, Greven, de Greve, Greves, (de) Grèv Greevens, Greve, Greves, Grevens, Degreeffe, Degreffe, Degrèves, Degraive, Degraiffe, Legreve, Gref, Greff, Gref, Grefen, de Greif, Greift, Graeven, Graven, Graefen, Grafen, Schraeven. Dit zijn allemaal varianten van dezelfde familienaam die wellicht op heel wat plaatsen tegelijk ontstond. Het is waarschijnlijk een afleiding van de beroepsnaam van de voorzitter van de schepenbank of mogelijk een aanduiding dat de persoon in kwestie voor de graaf werkte. Het is ook mogelijk dat deze familienamen naar een (café)uithangbord verwijzen: bijvoorbeeld in(bij) de graaf:

Graaf, van de(r), van de(r) Graaff: Plaatsnaam Grave (Noord-Brabant), een plaats die in de middeleeuwen 'de(n) Grave' heette. Graven in Waals-Brabant.

Graafeiland, van: Plaatsnaam.

Graafhuis: Plaatsnaam Gravenhuis in Denekamp, Overijssel.

Graafland: Plaatsnaam Graafland in Liesveld (Zuid-Holland).

Graafmans: Beroepsnaam van de graver, delver, vergelijk Gravemaker. Duits Grabmann.

Graefschepe, van, Grafschepe, van, van Graesschepe, Graeschepe, Graesepe. Naam uit een (gelijknamig) graafschap in Hondegem, Houtkerke, Meteren (Frans-Vlaanderen) en in Ieper en Watou ( West-Vlaanderen). 

Graag, de: Vermoedelijk variant van de Graaf door wisseling van f/ch.

Graat, de Graet, Schraets: Middelnederlands graet: visgraat. Bijnaam voor een graatmagere?

Graauw, de; de Greeuw: Bijnaam naar de grauwe, grijze kleur (van huid, haar of kleren). Vergelijk Grijs.

Graaij, de: Aanpassing van Waals Legraie, Legraye. Waalse grêye ‘smal, tenger’.

Graber, Graber. Duitse beroepsnaam van de graver, delver.

Gracht, van de, der, van der Gragt, van der Graft, Vergracht, Vergrackt, Vondegracht, von der Gracht: Verspreide plaatsnaam ter Gracht: gracht, kanaal, sloot, wal.

Grad, Grade. Vadersnaam Gerad(e). Variant van de voornaam Gerard.

Grader: Middelnederlands gerader ‘waarzegger, wichelaar’. Vergelijk familienaam Wichele(e)r.

Graddon, Gratton, Graton: Vadersnaam Gradon, van Geradon, Gerardon, afleiding van de voornaam Gérard.

Grades. Bijnaam Gros dos: grote, brede rug. Vergelijk Duits Breitrùck.

Graen, van der. Plaatsnaam Grazen, Brabant.

Graefschepe, van: Plaatsnaam De Graafschap(Gelderland). Ook frequente plaatsnaam in Frans Vlaanderen en West-Vlaanderen. Vergelijk de Duitse familienaam Grafschaft.

Graer, de, Degraer. Vadersnaam uit de Franse naam: Grard = Grar(r)e =Gerard. 

Graesen, van der, Vandergraesen. Familienaam uit de plaatsnaam Grazen (Brabant?). 

Graevenitz, Duitse plaatsnaam Grävenitz (Saksen-Anhalt).

Grafhorst, van: Plaatsnaam Grafhorst in IJsselmuiden, Overijssel.

Graeye, de. Aanpassing van Legraye?

Graeymeersch. Vervorming van Craeymeersch.

Graffart, Graffar, Graffard, Graffaux. Afleiding van Middenfrans grafer: vastklampen, klemmen.

Grafmeyer. Meier die aan een graaf of gracht woont, of graver. Vergelijk Graafmans, Duits Grabmeier.

Graft, van: Plaatsnaam Graft (Noord-Holland, Zeeland) ‘gracht’.

Grafteaux, Graftiau, Graftiaux: Gravetel, afleiding van gravet: haak. Zie Gravet.

Grahame, Graham: Britse familienaam Graham. Plaatsnaam Grantham (Lincolnshire).

Grailet, Graillet, Grayet: Bijnaam. Oudfrans grailet, greslet, van Oudfrans gresle, Frans grêle: spichtig, tenger.

Grainday. Waals grindê: kleine grindweg, of Waals voor grande eau: groot water.

Graindor. Frans grain d'or: grein goud (goudgewicht). Beroepsnaam van een goudsmid.

Graisse, Graisse, Gress, Gresse: Oudfrans craisse, Frans graisse: vet. Bijnaam voor een vet, dik man of beroepsnaam voor een vethandelaar.

Graller. Duitse bijnaam Grallert, Greller(t), voor iemand die woest schreeuwt.

Grammé, Gram, Gramm, Gramme, Grams, Grammen, Grammens: 1. Frans Grammet, verkleinvorm van gram ‘vergramd, boos, kwaad, droevig’, ook Duitse familienaam Gramme, Frans Gramme, ook Oudfrans grame gaat terug op Germaanse gram. Middelnederlands gram, vergramd, boos. 2. Vadersnaam, verkorting van IIram, (Iggelramnus) of Ingelram, angil + hrabn.

Grambeeck, van. Plaatsnaam Grambeek. Duitsland.

Grambergen. 1. Plaatsnaam Grambergen (Duitsland). 2. Zie Van Gremberghen.

Grambezen, van, van Grambesen, van Grambeeren, van Gramberen: Plaatsnaam Grambais (Nijvel, Waals-Brabant).

Grambras: Bijnaam Grand(s) bras: grote arm(en).

Grammet, Gramet, Grameth, Gramme: Bijnaam. Afleiding van adjectief gram: vergramd, boos, kwaad, droevig; vergelijk Gram.

Grammont. 1. Plaatsnaam Grammont, Romaanse vorm van Geraardsbergen (Oost-Vlaanderen) van Geraldmont, Géraumont. 2. Plaatsnaam Gramont in Pousset (Luxemburg) van Gerarmont. 3. Door assimilatie van Grandmont. 4. Plaatsnaam Grammond (Loire), Grammont (Hte-Saône).

Gramtin, Gramtine. Plaatsnaam Grantine in Sorée (Namen).

Grand, le/la: Franse bijnaam le Grand ‘de grote’.

Grandchamps, Grandschamp, Granchamp. Verspreide plaatsnaam Grandchamp(s): groot veld.

Grandcluade, Granclaude, Gran(laudon, Grandclaudon: Bijnaam (grand: groot) + voornaam Claude (en afleiding-on).

Grandfils, Granfils. Bijnaam grand; groot + fils; zoon, jongeman.

Grandgagnage, Grangagnage, Grandgaignage, Degrandgagnage: Plaatsnaam Grand Gagnage: grote hoeve, in Warnant-Dreye (Luik).

Grandsire, Gransire, Grandserre: Bijnaam Grand Sire: grootvader, Middelnederlands groothere.

Granacher. Afleiding van plaatsnaam Kronach, Beieren.

Granat, Grana, Granas: Oudfrans grenat, van Latijn granatum: granaat (edelsteen of vrucht)? Bijnaam of beroepsnaam.

Grand. Familie in Noord-Brabant, afstammend van 11825 Joseph Franz Grand, 's-Hertogenbosch, zoon van Laurent Grand/Grandi, een Italiaanse handelaar die in het Zwitserse Sitten woonde.

Grandabre. Plaatsnaam Grandarbre; grote boom.

Grandamme. Bijnaam; grootmoeder. Middelnederlands grootvrauwe.

Grandelet, Grandel: Bijnaam. Afleiding van bijvoeglijk naamwoord grand: groot.

Grandgérard. Bijnaam Grote Gérard.

Grandhenry, Grandhenri, Grand'Henry, Grand'Henri, Legrandhenri, Legrandhenry: Bijnaam Grote Hendrik.

Grandhomme, Grandon, Gradom: Bijnaam voor een grote man, van grote gestalte.

Grandi, Grandis, Grandys. Afleiding van grand; groot.

Grandidier. Bijnaam Grote Didier; Desiderius.

Grandin, Grandain. Bijnaam Grandin, afleiding van grand; groot.

Grandjaques. Bijnaam Grote Jacques.

Grandjean, Gandjean. Bijnaam Grote Jan. In het Nederlands Grootjans. 

Grandjenet, grandjenette, Grandgenet, Grandgenette. Bijnaam Groot Jantje, Jannetje, Jenet, afleiding van Jean.

Grandmaire. Bijnaam Grote Meier. Of spelling voor verwantschapsnaam Grand-Mère: grootmoeder. Vergelijk familienaam Grandpère.

Grandmaison, de Grandmaison: Plaatsnaam Grande Maison: groot huis.

Grandmaitre, Grand Maître: Bijnaam Groot meester.

Grandmont. 1. Plaatsnaam Grandmont: grote berg, bijvoorbeeld in Conneux (Namen). 2. Spelling voor Grammont.

Grandmoulin. Plaatsnaam Grand-Moulin: grote molen, in Biesme (Namen), Saive (Luik), Samart (Namen), Villance (Luxemburg).

Grandon. 1. Afleiding van Grand. Vergelijk Grandin. 2. Variant van Gradon, van Geradon, met n-epenthesis. 3. Variant van Grandhomme.

Grandpierron. Bijnaam Grote Pieter.

Grandprez. Plaatsnaam Grand Pré: grote beemd, wei, in Ans, Chênée, Theux (Luik), Faulx (Namen).

Grandrieux, Grandrieu. Plaatsnaam Grandrieu, Henegouwen.

Grandry, (de) Grand'Ry: Plaatsnaam Grand-Ry in Cornesse, Fraipont, Wegnez en Bierset (Luik): grote beek.

Grandsart, Grandsard, Degrandsaer, Degransart, Grandsaert, Grandsaerd, Gransaerd: Plaatsnaam Grand-Sart ‘grote rode, grote gerooide plaats’ in Bomal (Luxemburg), Flône, Lierneux (Luik), Limal (Waals-Brabant).

Grandvallet, Grandvalet. Bijnaam; grote knecht, dienaar. Vergelijk Granvarlet.

Grandville. Plaatsnaam (Saône-et-Loire).

Grangier, Grainger, Granger, Grangé, Grange, Gringé: Afleiding van Frans grange: schuur. Beroepsnaam voor de houder van een (graan)schuur.

Granier, Granjé, Grenier, Greniers, Grenié, Grenie, Greniez, Grunier, Gurny, Gorny: Frans grenier, Waals gurnî, van Latijn granarium: graan- of zoutzolder. Beroepsnaam van de graan- of zouthandelaar.

Granje, de: Aanpassing van Frans Degrange, variant van Delagrange ‘van der Schuren’.

Granse, le: Aanpassing van Lagrange, van Delagrange ‘van der Schuren’.

Granville, Degranville, Grandville. Familienaam uit de plaatsnaam Granville (onder andere in Manche) op diverse plaatsen in Frankrijk. 

Grapin, Grappin, Grapignon: Afleiding van Oudfrans grape: haak, klauw. Beroepsnaam. Of overdrachtelijke bijnaam voor een gierigaard? Vergelijk Oudfrans grapiner: plunderen.

Grappe. Oudfrans grape; haak, klauw. Vergelijk Grapin.

Grare, Graré: Vadersnaam. Grafïe voor Grard.

Grard, Grardel. Vadersnaam Grard, van Gérard. Grardel is een afleiding.

Gras, Graas: 1 Bijnaam voor de grasbaas, of voor iemand die gras maait of aan een wei woont? 2. Van Frans Legras. Frans gras ‘vet, dik’.

Gradorf, Grasdorff. Duitse plaatsnaam Grasdorf.

Grashuis: Plaatsnaam Grashuispolder bij Delfzijl en Slochteren (Groningen).

Graser, Grasser, Graeser, Gräser: Duitse afleiding van Gras: gras. Beroepsnaam van wieder of hooier.

Grasmeijer: Meier bij een grasweide.

Grasmichel. Waarschijnlijk verhaspeling van Duitse familienaam Grossnickel: grote Klaas. Vergelijk Groteclaes.

Grasseels, Graseels, Grasselts: Grassel, afleiding van gras: dik, vet. Bijnaam. Vergelijk Frans Grassaud.

Grasser, Grassère, Grassair, Grassaire, Grassairt: Duits Grasser = Graser. De vormen op -ère geven de Waalse uitspraak weer.

Grasset, Grassin, Grassins, Grasso, Grasson, Grassiot, Gration: Bijnaam. Franse afleiding van gras: dik, vet. Vergelijk Legras.

Grasso: Italiaanse bijnaam voor een dikke, zwaarlijvige. Vergelijk Frans Gras, Legras.

Gratepanche, Grattepanche, Gratpanche: Bijnaam gratte panche: die zijn buik krabt. Ook plaatsnaam (Somme).

Gratia, Gracia, Grazia: 1. Moedersnaam. Latijnse voornaam Gratia 'bevalligheid, grade'. 2, Vondelingnaam. Een kind dat in 1717 voor de kerk van O.-L.-Vrouw van Genade in Brussel gevonden werd, kreeg de naam Gratia.

Gratiaen, Gratien, Gracien, Graziano, Graziani: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Gratianus.

Gratie, de. Volksetymologisch van Degrace.

Gratinga, Grætinga of Grettinga, dat op de nog bestaande Grettinga-state te Almenum (Barradeel, Friesland) gezeten was en waarvan de buurt Gratinga- of Grettinga-buren, bij Harlingen, zijn naam ontleend heeft, in oude oorkonden zowel Gratinga als Gretnia genoemd wordt.

Gratoir. Afleiding van Frans gratter: krabben? Bijnaam. Vergelijk Grattacul, Grattepanche.

Gratry, Grattery: Plaatsnaam Grattery (Hte-Saône).

Gratwol, Gradwohl, Gratvol, Grattvoll, Grathwohl: Duitse bijnaam naar de wens 'es gerate wohl': het moge goed lukken, op goed geluk. Duitse familienaam Grat(h)wo(h)l, Gerathewohl.

Graubart. Bijnaam voor iemand met een grijze baard.

Grauer, Duitse bijnaam. Vergelijk (de) Grauw(e).

Grauff. Duitse gediftongeerde vorm van Graf.

Graumans: Afleiding van Grauw, de Grauwe. Bijnaam.

Grauw, de, Grauwe, de, de Graauw, Degraa, de Graeuwen, de Graw, Grau, Graue, Grauwen, Graumans, Schrauwen, Schrauwens, Schraüwen, Schraûwen, Schrauwers. Bijnaam naar een grauwe, grijze kleur (huid, haar of kleren). Middenenderlands ook; grijsaard.

Grauwels, Grouwels, Grawels, Grauls, Grouls, Gruyls, Graulus, Groulus, Grolus, Graus, Grausz. Bijnaam uit het Middelnederlandse gruwel: schrik, afgrijzen. Bijnaam voor iemand die dit oproept. Vergelijk Greuel, Greulich.

Grauwinkel. Plaatsnaam Grauwinkl. Beieren.

Grauwmans, Graauwmans, Graumans, Grauman, Graumann, Grumans, Gruman, Grouman: Afleiding van De Grauwe. Bijnaam.

Grauwwerker De. Beroepsnaam van de bontwerker, de pelsmaker.

Graux, Grau, Graus: 1. Vadersnaam van Geraux, Germaanse voornaam Geroud; vergelijk Grart.

Gravel, Gravelle, Graveleau, Graveel, Grève, van de Graveele: Oudfrans gravele, Middelnederlands graveel: zand, grind, kiezel. Plaatsnaam.

Graveland, Graafland, Noord en Zuid Holland.

Gravelein, Gravelijn, Graveline, Gravelines, Gravelaine, Graveline, (de) Degraeveleyn, Degraveleyn: Ongetwijfeld moet onderscheid gemaakt worden tussen plaatsnaam op -Une en -lin, want -in wordt Vlaams ein (niet ine). 1. Plaatsnaam Gravelines, Nederlands Grevelingen (Frans-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Gravelinne in Beaumont (Henegouwen). 3. Plaatsnaam Gravelain in Illies (Nord).

Gravemaker: Beroepsnaam van de grafmaker, grafdelver, of graver van de stadsgracht. Vergelijk Duits Grabenmacher.

Gravendeel. Plaatsnaam, Zuid-Holland.

Gravener. Nederduitse variant van Duits Grabner, naar de woonplaats bij een Graben: sloot, gracht; of plaatsnaam Graben, Graven.

Gravenkamp, Grauenkamp: Vermoedelijk Westfaalse plaatsnaam.

Gravensteen, Gravenstein, Gravensteyn, Gravesteijn: Plaatsnaam Gravenstein (Sleeswijk-Holstein). Vergelijk Grefenstein. Gravestock: Engelse familienaam.

Grave, de, Graven, Gräve, Gravers: Beroepsnaam van de graver. Zie Graaf.

Gravet, Gravé, Graver, Gravez, Gravey, Grevet, Grawet, Grawez, Grauwet, Grouwet: Picardisch gravet, grauwet: haak. Vergelijk Haeck. Bijnaam.

Gravier, Gravy, Grévy: Plaatsnaam. Frans gravier: grind(weg), zandgroeve. Vergelijk Savelkoel. Afleiding van Oudfrans grave, grève: zand, grind. Wellicht beroepsnaam van de zandhandelaar of zandstrooier.

Gravigny. Plaatsnaam (Eure, Seine-et-Oise).

Greebe: Grebe is een Middelduitse (Hessen) variant van Graf.

Gray, Graye, Graij, Grey, Greij: 1. Engelse bijnaam. Vergelijk De Grijze. 2. Zie ook De Graeye.

Gréant, Gréant: Tegenwoordig deelwoord van Oudfrans gréer: behagen; dialect gréant: aangenaam. Bijnaam.

Gréban, Greban, Greben, Grebende: Vadersnaam. Romaanse metathetische vorm van de Germaanse voornaam Gerbrand. Gerb(r)annus. Grebende berust waarschijnlijk op verkeerde lezing van Grebeude.

Grebet, Grebert. Vadersnaam. Germaanse voornaam. Klankverandering van Gerbert (zie Geerebaert); vergelijk Grebeude.

Grebeude, Gebreude: Vadersnaam. Picardische vorm van de Germaanse voornaam Gerbode (zie Gerbo), met klankverandering.

Geck, Grec, Grech, Grek, Greco, Greca: Frans Grec, Italiaans Greco: Griek. Vergelijk De Grieck.

Grécourt, Grecourt: 1. Plaatsnaam Grécourt (Somme). 2. Variant van Gricourt.

Gréday, Greday: Luiks-Waalse metathetische vorm van Gerday, van Géra(r)day = Géra(r)deau.

Greefhorst. Plaatsnaam Greef: graaf + nom: struikgewas, begroeide hoogte. Grevenhorst (Duitsland).

Greefkens. Afleiding van Greef; graaf. Bijnaam.

Green, Greene. Engelse plaatsnaam Green; landelijk groen.

Greenwood. Engelse plaatsnaam Greenwood; groen bos.

Gréer, Gréez, Griez: Vadersnaam. Variant van Franse familienaam Grehier, van Germaanse voornaam Griherius, wellicht door klankverandering, van Gerhari(us).

Grefenstein. Plaatsnaam Grevenstein (Duitsland) of Griffensteyn (Utrecht).

Greffier. Hypercorrect voor Groffy/Groffi.

Greffier, Greffiers, Grieffier, Griffi, Greffiers, Greffier: Middenfrans greffier, Latijn graphiarius: griffier, klerk. Beroepsnaam.

Gregoire, Gregorii, Grégoir, Grégoire, Grégoire, Gregoir, Gregoor, Grégoor, Gringoir, Gregor, (de) Gregori, Gregorio, Gregory, Gregoli, Gregely: Vadersnaam. Roaanse vormen van de Griekse heiligennaam Gregorius.

Gregoric, Grogorics, Gregorits, Gregorcic, Gregorczyk, Gregorzyk, Gregorzuk, Gregorowicz. Vadersnaam. Slavische afleiding van Gregorius. Gregorius, Gregoris, Gorgoris: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Gregorius 'de waakzame'.

Greif, Greiff. 1. Duitse familienaam, beantwoordt aan Gryp. 2. Eventueel variant van Graaf/Greef.

Greimann, Greymans. Vadersnaam. Germaanse voornaam grim-man 'woedend-man': Grimannus

Greimers, Greimes, Grimmer: Vadersnaam. Germaanse voornaam grim-hari; woedend-leger': Grimharius, Grimerus.

Greindl. Beierse afleiding van Grein=Greiner.

Greiner, Griner, Grinner: Duitse bijnaam, van Middelhoogduits grînen ‘grienen, huilen, janken’, ook ‘twisten, ruziën’.

Greisch, Greischer. Plaatsnaam Greisch, Duitsland.

Greitemann: Ontrond uit Greutemann, afleiding van Greuter ‘bosrooier’.

Greivelding, Greiveldinger, Greiweldinger: Plaatsnaam Greiveldingen (Duitsland).

Grellet, Grelet, Grêlait: Dimafleiding van Oudfrans graile. Zie Grelot.

Grelin, Grelen. Grelen: Afleiding van Oudfrans graile, grêle: mager, tenger. Vergelijk Grelot.

Grell. Duutse bijnaam. Middenhoogduits grël: ruw, kwaad, boos.

Grelo, Grelot, Grélot: afleiding van Oudfrans graile, grêle, van Latijn gracilis: mager, spichtig. Bijnaam.

Gremberghen, van Gremberghe, van, van de Gremberghe, Gremberge, Grimberghe, Grimberge, Grimbergen, van Grenberghe, Grambergen: Plaatsnaam Grimbergen (Vlaams-Brabant) of Grembergen (Oost-Vlaanderen).

Gremling. 1. Vadersnaam afleiding van voornaam. Zie Gremmens. 2. Duitse familienam Gremlinger, Beroepsnaam van de gerechtsdienaar

Gremme, Gremmen. Gremmens: 1. Vadersnaam. Vleivorm van Germ. grim-naam; zie Grimminckx. 2. Varint van Gramme(n), -ens.

Gremmighen, van, van Gremmegen: Plaatsnaam Grimminge (Oost-Vlaanderen).

Grenade, de, Gurnade. Spaanse plaatsnaam Granada.

Grendel, (de), de Grendele. Beroepsnaam naar het beroep van grendelmaker, portier of deurwachter. 

Grenelle, Grunelle: afleiding van grain: graan, korrel. Vergelijk Grenet.

Grenet, (de), Grenez, Grenné, Grené, Groenné, Groené, Groenez, Gurnet, Gurné, Lagrenet, Lagrené, Lagrenez. Bijnaam uit het Franse grenet: graantje, korrel, puist, wrat.

Grenon. Oudfrans grenon: snor, bakkebaard. Bijnaam.

Grenouille, Grenouilleau. Frans grenouille: kikker. Bijnaam naar de kwakende stem of voor een springer. Vergelijk Duits Frosch.

Grenu. Oudfrans grenu: met manen (zoals van een paard). Bijnaam voor iemand met welige haarbos.

Grepdon, Grypdon, Grypdonck, Grijpdonck, Gryfdonck: Vadersnaam. Aanpassing van Grébodon, van Gerbodon, Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Gerbodo. Zie Gerbo, Gerbedoen, Grebeude.

Gresillion, Gresillon. 1. Afleiding van Oudfrans grésil: hagel. Oudfrans gresillon, Frans grêlon: hagelsteen. Vergelijk Hagelsteens. 2. Of van gresillon: krekel. Bijnaam. Vergelijk Criquillon.

Gresnich. Duitse plaatsnaam Gressenich.

Gresse, Gressens, Gresens, Gresens, Gressiens. Vadersnaam uit de Latijnse naam Gratianus.

Grétry. Plaatsnaam in Bolland, Luxemburg.

Gruel, Gruell, Greubel: Duitse bijnaam Greuel: gruwel. Vergelijk Grauwels.

Greulich, Graulich, Grolig: Duits Greulich: gruwelijk, schrikwekkend. Bijnaam.

Greunen, van. Vertaling van De Grune?

Greus, Greuse, Greusen, Greuze, Degreuse, Degreus: Oudfrans greuse: twist, betwisting. Bijnaam.

Greus, de. Variant van De Creus of van Creuse?

Greveling, van, van Grevelinghe, van, Grevingh, van Grevelynghe, van Greveninge. Naam uit de plaatsnaam Grevelingen = Gravelinnes. Frans-Vlaanderen. Vergelijk Gravelin.

Grevendael, Grevendal, Grévendal, Grévendael: Plaatsnaam Grevendel in St.-Joris-Winge (Vlaams-Brabant) of Gräfenthal (Duitsland).

Grevendonck, Grevendonk. Plaatsnaam Gravendonk in Zoersel, Antwerpen?

Grevenstuk. Familienaam uit de min of meer gelijknamige plaatsnaam Greven/Gravenstuk: stuk grond van de graaf. Gravenstuk in Ardooie.

Grever. Beroepsnaam. Brabantse vorm voor graver, delver.

Greveraars, Greveraerts, Grevelaer, de Greveleer: Afleiding van Duitse plaatsnaam Grevel.

Grévillé, Griviller, Grivillers, Grivillier: Plaatsnaam Grévillers (Pas-de-Calais).

Grevinchovius is verlatijnst van Grevinkhof, hof van Grevink.

Grevinge, Greving, Greevingh,  Grevinga, Graafsma, Greven, Greeven, Laijnse Grevinchovius en mogelijk ’s Graauwen met Borchgrevink, van greve, graaf.

Grewal. Duitse familienaam Grewald, Grewold, van Krebold.

Greyte, de, Greyt, de. Aanpassing van Degrez.

Gribaumont, Gribomont. Plaatsnaam in St-Médard (Luxemburg).

Gribben, Gribbens. Vadersnaam van Germaanse voornaam Griboldus.

Gricourt. Plaatsnaam, Aisne, of in Berchem, Oost-Vlaanderen.

Gridelet, Gridlet. Variant van Griselet, afleiding van gris: grijs. Zie Grisolet. Voor de z/rf-wisseling, vergelijk Bazelaire, van Ba(u)delaire.

Grie, de, Degry. Waarschijnlijk vertaald uit Legris.

Griebel, Griebeling, Gribling: Griebel, van Middenhoogduits grübel: dodengraver.

Grieck, de, de Gryck, Griek. Volksnaam van de Griek.

Griegers, van. vadersnaam. Grieger, Silezisch voor Gregor.

Grieken, van, van Griecken, van Gricken, van (der) Krieke, Krieken: Plaatsnaam Grieken (Vlaams-Brabant).

Grieden. Variant van Grieten, met verzachting t/d?

Grielen, Grielens, Moedersnaam. Griele = Griete, van heiligennaam Margareta.

Griensven, van, Griens van, van, Grinsven, Grunsven, van,  (van) Grinsven: Plaatsnaam Griendtsveen (Nederlands-Limburg). Maar de genealogie van de Nederlandse familie Grinsven verwijst naar 't Griensvenne bij Den Dungen (Noord-Brabant)

Griepentrog. Nederduitse familienaam: grijp in de trog. Bijnaam voor een bakker.

Gries, Griess. Duitse plaatsnaam. Middenhoogduits Griess: zandige oever.

Grieteman. Friese familienaam Grietman: hoogste rechterlijke en burgerlijk-administratieve magistraat in een grietenij, rechtsgebied.

Grieten, Grietens, Grietjens, Griten, Gritte, Grit, Grethen, Greten, Vergrieten, Vergriete, Vergriette, Vergrietens. (ver; zoon van) Moedersnaam uit Griete, de verkorte vorm van Margriete, Margaretha, zowat de populairste meisjesnaam in de middeleeuwen.

Griethuisen, van, van Griethuyzen, Griethuijsen: Plaatsnaam Griethausen (Noordrijn-Westfalen).

Grieve, de, Grieven: waarschijnlijk van De Grève.

Griffard, Griffart. Afleiding van Oudfrans grif, Frans griffe: klauw.

Griffel. Middenenderlands griffel; schrijfstift, griffel, ent. Beroepsnaam? Of van Grevel?

Griffet, Griffé, Griffees: Afleiding van Frans griffe: klauw. Bijnaam.

Griffin, Greffin: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Griffo? Of van Griffith?

Griffioen, Griffon, Gryffon: Vadersnaam. De Griff(i)oen of grijpvogel is een mythologisch dier met het bovenlijf van een adelaar en het onderlijf van een leeuw. De naam van deze heraldische figuur was in de ridderliteratuur gebruikelijk als voornaam.

Griffith, Griffiths. Familienaam uit Wales. Oudwels Griph-iud. Het tweede element is iud: leider.

Grift, van der: Plaatsnaam Grifte. Middelnederlands grifte ‘gegraven vaart’.

Grignac. Plaatsnaam (Cantal, Char.-Mar.)

Grignard, Grinnaert, Grinaert, Grinaert, Grigniet, Grignet, Grégnard, Degrignard, Degrignart: Afleiding van Oudfrans grign(i)er: knarsetanden, grijnzen. Bijnaam voor een kniesoor.

Grigor. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Gregorius.

Grignon, Grignet, Grigniet: Afleiding van Oudfrans grigne: tandengeknars, gegrijns, slecht humeur. Bijnaam voor een grijnzer, kniesoor. Vergelijk Grignard.

Grijp, Gryp, Gryps, Griep, Gripe, Greps, Grep: 1. Vadersnaam. Oude Germaanse voornaam Grip(p)o, wellicht bakervorm van Grimbert. 2. Bijnaam naar de vogelnaam grijp: griffïoen.

Grijsman. Afleiding van De Grijze.

Grikman. Volksnaam voor een Griek, naar analogie van Engelsman, Fransman.

Grillard, Grillaerd, Grillaert, Grillaerts, Crielaard, Krillaerts, Krielaert. Bijnaam uit het Franse grillon: krekel. Iemand met een bijzonder stemgeluid of een zeurderig iemand, waarschijnlijk synoniem met Middelnederlands crekelaer.

Grillet, Grillo, Grillot. Afleiding van grillon: krekel. Bijnaam. De familie Grillet stamt uit Bourgondië.

Grillon, Grion. Bijnaam. Frans grillon; krekel.

Grimonpont, Grimmonpont, Grimonpon, Grymonpon, Grymonpont, Grymondon, Grimmelpont, Grimmelpon, Gremelpont: Plaatsnaam Grimaupont in Wattrelos (Nord)

Grimonprez, Grimmonprez, Grimonpre, Grimonprez, Grimmonpré, Grimmondrez, Grymonprez, Grymonpre, Grymonpré, Grijmonpré, Grymmonprez, Grimonprez, Gremonprez, Grimmelprez, Gremmelprez, Grimpret: Plaatsnaam Grimmonprez, Grymonprez in Magnée, Fléron, Beyne-Heusay, Huccorgne (Luik). Maar de Waals-Vlaanse familienaam gaat waarschijnlijk op een plaatsnaam Grimaupré (meer van Grimoud) terug.

Grim, de, de Grem, (de) Grom: 1. Bijnaam. Middenenderlands grim, grem: grimmig, boos, toornig.

Grimaldi, Grimoldi: Italiaanse vadersnaam van Germaanse voornaam Grimwald. Zie Grimau.

Grimar, Grimard, Grimart. Vadersnaam. Germaanse voornaam grim-hard 'woedend-sterk'. Grim(h)ardus.

Grimau, Grimaud, Grimia, Grimiaux, Grimait, Grimaux, Grimmaux, Grimeau, Grimmiaux, Grémaud, Gremeaux, Gremo: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam grim-wald 'woedend-heerser': Grimaldus.

Grimbauer: Uit Duits Geringbauer ‘kleine boer’.

Grimberg, Grimberger. Duitse plaatsnaam Grimberg.

Grimbérieux. Plaatsnaam in Saint-Nicolas bij Luik.

Grimbert, Grembert, Grimbers, Grimbergs, Grimberg, Grimberghs: Vadersnaam. Germaanse voornaam grim-berht 'woedend-schitterend': Grimbert(us).

Grimde, van. Plaatsnaam Grimde in Tienen.

Grimée, Grimee, Gremez, Gremes, Gremé: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse grim-naam, zoals Grimbert.

Grimm, Grimme, grimmen, Grim, Grims: Vadersnaam. Germaanse voornaam Grimmo.

Grimminckx, Grimmins, Grimminck, Gremmen: Vadersnaam. Afleiding van Germaans grîm-naam: Grimo.

Grimmondrez. Verhaspeling van Grimmonprez.

Grimon, Grimont, Grimmon: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam grim-mund 'woedend-bescherming': Grimund(us). Of Franse verbogen vorm van Grimo. 2. Plaatsnaam Grimont in Ciney en Evelette (Namen).

Grimmonprez, Grimonprez, Grimonpre, Grimmonpré, Grimmondrez, Grymonpe, Grymonpez, Grymonpré, Grijmonpré, Grymmelprez, Gremmelprez,

Grimpret, Grimmondrez. Familienaam uit de plaatsnaam Grimmonprez, Grymonprez in Magnée, Fléron, Beyne-Heysay en Huccorgne (Luik).

Grimonster. Plaatsnaam in Ferrières (Luik).

Grimoult, Grimoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam grim-wulf' woedend-wolf : Grimulfus.

Grimwald: Duits Grinwald, ontrond uit de frequente Duitse plaatsnaam Grünewald ‘groen woud’. Vergelijk Groenewoud.

Gringhuis: Uit Geringhuis? Of Engels? Greenhouse? Of ontrond uit Duits Grünhaus?

Grinson, Grinsson, Grenson, Grençon, Grainson, Graison, Grainçon, Graitson, Granson: Afleiding op -eçon van gr(a)in: graankorrel, greintje.

Grinten, van der, van de Griend: Plaatsnaam. Middelnederlands grient, greent ‘zandgrond, strook grond met bomen, buitendijkse gronden met rijshout bezet’. De Greent(e) was een stadsweide bij Kampen en in Genemuiden, Overijssel. Griend was een eiland in de Waddenzee.

Grinwis: Aanpassing van de Engelse plaatsnaam Greenwich (Kent).

Gripekoven. Duitse plaatsnaam.

Grippa, Grippard. Afleiding van gripper, van grijpen.

Grippeling: Afleiding van Middelnederlands grippe, greppe ‘sloot’?

Grizell: Frans Grisel, verkleinvorm van gris ‘grijs’. Bijnaam.

Grisar, Grisard, Grisart. Familienaam uit het Franse gris: grijs. Bijnaam voor een grijsharig iemand. 

Grisel, Gryseel, Gryseels, Grijseels, Grizeau, Grisay, Gruselle, Grouzelle, Gruzelle, Grouselle: Afleiding van Frans gris: grijs. Vergelijk Grisard.

Griselain, Grislain, Grislein, Grisselin, Gryseleyn, Greselin, Grusseling, Grusselin, Gruslin, Grusling: 1. Griselin, dira, van gris: grijs. Bijnaam. 2. Greselin, afleiding van gras. 3. Gruselin kan een geronde vorm zijn van Griselain, maar Grus(e)lin(g) kan ook teruggaan op Gruselin.

Griset, Grisé, Grisez, Griser, Grouset, Grousez: Afleiding van Frans gris. Bijnaam.

Grisolet, Gruslet, Grisolle, Grisole, Grysolle, Grysole, Grijsolle, Grysouille, Gresolle, Grousolles: 1. Bijnaam. Afleiding van Frans gris: grijs. 2. Vadersnaam. Heiligennaam Grisolius.

Grison, Gryson, Gryzon, Greyson, Greijson, Grijson: 1. Bijnaam. Afleiding van Frans gris: grijs. Vergelijk Grison(net) en Legris. 2. In West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Henegouwenis Grison evenwel een reïnterpretatie van Gruson.

Grispen, Crispen. Variant van Crispen, van Crispiaan? Zie bij Crispin. 

Grivegnée, Grivegne, Grifgnée, Grifnée, Grifnee, Grifnaie: Plaatsnaam Grivegnée (Luik).

Grob, Grobben, Grobe, Groebbens. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse berth-naam (Grobert bijvoorbeeld). 2. Grob(e) kan ook een Duitse bijnaam zijn: De Grove. 

Grobecker. Beroepsnaam. Bakker van roggebrood, grof brood.

Grober, Grobert. 1. Duitse bijnaam: de grove. Vergelijk De Grove. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Grobert.

Grobet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Grobert.

Grosman, Groosman, Grosemans, Gruysmans: Afleiding van Van (der) Groesen.

Grodens, Grosdent, Grodant: Bijnaam voor iemand met grote tanden.

Grojean, Grosjean, Gros-Gean, Crosjean: Bijnaam: Grote Jan. Vergelijk Grootjans, Grandjean.

Groe, van der: Plaatsnaam Groede (Oostburg, Zeeuws-Vlaanderen) of De Groe in Borsele en Goes (Zeeland).

Groen, (de), te Groen, de Groene, Groenen: Bijnaam naar de groene kleur van de kleren.

Groen, van, der, van der Groeden. Plaatsnaam Groede (Zeeland):

Groenderbeek, van, Groenderbeck, van Grunderbeeke, van Grunderbeek, Grunderbeeck, Grunderbecke, Grunderbeck, van Grinderbeek, van Grundelbeke, van Grundenbeek, Grundenberck, van Gunderbeek: Plaatsnaam Groene Beek, bijvoorbeeld 1518 Groenebeke = 1598 ter Groenderbeke, Beernem.

Groene, Groenne: 1. Variant van De Groene. 2. Spelling voor Groene (zie Grenet).

Groenenberg, Grunenberg, Groneberg: Plaatsnaam in Vlezenbeek (Vlaams-Brabant), Sint-Winnoksbergen (Frans-Vlaanderen) en Nukerke (Oost-Vlaanderen). Vergelijk Grünberg.

Groeneboer. Reïnterpretatie van Cronenbourg of Groenenborg.

Groenegem, van. Familienaam in Henegouwen en Namen. Reïnterpretatie van Van Groeninge.

Groenemeyers. Vergelijk Duits Grunmeier. Meier in het groen of groenteboer.

Van Groenderbeek, Vangroenderbeek, van Grunderbeek, Grunderbeeke, Grunderbeeck, Grunderbeck, Grunderbecke, van Grundelbeke, van

Groenen. 1. Vadersnaam. Germaansee voornaam grôn. 2. Zie (de) Groen.

Groenenboom, Groeneboom: Plaatsnaam ‘groene boom’.

Groenendael, van, Groenendaals, Groenendaels, Groenendaal, Groenendal, van de, den. Plaatsnaam Groenendaal bij Apeldoorn, Heemstede. Maar ook verspreide plaatsnaam.

Groenendijk, Groendijk, Groenendyck, Groenendyk: Plaatsnaam Groenendijk (Noord-Holland, Zeeland, Zuid-Holland), ook verspreid in Vlaanderen.

Groeneveld, Groeneveldt, Groenevelt, Groenveld: Plaatsnaam Groenveld in Grimbergen en Steenokkerzeel (Vlaams-Brabant). Groenveld (Schagen, Noord-Holland).

Groenenrode, van. Plaatsnaam Groene Rode.

Groenescheld, Groneschild, Gronescheld: Bijnaam naar het uithangbord: Groen Schild. Vergelijk Duits Grùnschild.

Groeneweg, Groenewegen, Groenewege: Plaatsnaam Groeneweg (Noord-Holland, Zuid-Holland). Ook vondelingnaam. In 1819 werd aan de Groene Weg in Hijken (Drenthe) een kind gevonden. Het werd Teodoor Groeneweg genoemd.

Groenewoud, van het, van t Groenewolt, Groenewout, Groenwoet, Groenwont, Groenewold: Plaatsnaam Groenewoud (Gelderland, Noord-Brabant, Zuid-Holland), ook in Aardenburg (Zeeland). Vergelijk Duits Grünewald.

Groenhagen: Plaatsnaam Groenenhagen in Rotterdam (Zuid-Holland).

Groenhart, Grunhard, Grohnert, Gronert, Grunert: Vadersnaam. Germaanse voornaam grôn-hard 'groen-sterk': Gronhart.

Groenheide: Plaatsnaam ‘groene heide’. Het geslacht heette blijkbaar oorspronkelijk Groeneveld.

Groenhoff, Groenhof: Plaatsnaam.

Groening, Groeninck, Groeninckx, Groenink, Groenings, Groeninx, Groeninks, Gronenga, Groeninga, Groenia, Groenje: Vadersnaam. Afleiding van Germaans grôn-naam, Grono of Gruno. Vergelijk Groenhart en Groningen.

Groeningen, van, Groeninge, van, van Groningen: Plaatsnaam Groeningen in Vierlingsbeek (Noord-Brabant) Groeninge in Kortrijk, West-Vlaanderen, Groeningen in Nazaret, Oost-Vlaanderen of Groningen (Groningen). Grüninger (in Duitsland ook Grüning) Groeningen, dorp in Noord-Brabant; Grons, sate by Burgwert in Friesland; Groonhusen, gehucht bij Grootkerk in Oldenburg; Gröningen, vlek in Zwaben en Gröningen, stadje bij Oschersleben in Neder-Saksen.

Groenland, van. Plaatsnaam, Driebergen.

Groenleer: Volksetymologisch uit Grondeleer of Duits Grund(e)ler ‘grondeigenaar’.

Groenman: Afleiding van de Groen of van der Groen. Of beroepsnaam van de groenteteler; vergelijk familienaam Groenteman.

Groenouwe: Plaatsnaam Gronau/Groenouw in Bathmen Overijssel of Gronau (Beieren, Baden-Württemberg, Hessen, Noordrijn-Westfalen, Rijnlnd-Palts, Sleeswijk-Holstein).

Groens, van. Plaatsnaam Grons in Wonseradeel (Friesland).

Groenteman, Groenemans: Beroepsnaam van de groenteteler of -handelaar.

Groenvynck. Bijnaam naar de vogelnaam, de groenvink, grasvink. Vergelijk Duits Grünfïnk.

Groenweghe, van, Groeneweg, Groenewegen, Croenweghe: 1. Verspreide plaatsnaam Groen(en)weg. 2. Plaatsnaam Groeneweg (Zuid en Noord-Holland).

Groep, van, de, Groenwoet, de Group: Plaatsnaam De Groep in Amerongen en Renswoude (Utrecht).

Groesbeek: Plaatsnaam Groesbeek (Gelderland).

Groesen, van, Vergroesen, Groeseman, Groesmans, Groosman, Grosman, Grosemans: Plaatsnaam Groessen in Duiven (Gelderland). Groese is een weiland.

Groesenicke, Groeseneeke, Groeseneken, Groesenek, Groezenek: Aanpassings van Duitse familienaam Grofinickel: grote Klaas.

Groetelaars. Afleiding van plaatsnaam Grotel, Noord-Brabant.

Groesser: Duits verbogen vorm van Groß ‘groot’.

Groet. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Groet (Noord-Holland). Dit wordt ondersteund door de verspreiding er van. 2. Zie ook Groot. 

Groffen, Groff, Groven, Grovens, Groeven: 1. Vadersnaam. Grof, Grolf, van Gerolf; ger-wulf (speer-wolf), Germaanse voornaam. Variant van De Grove.

Grogna, Grognard. Afleiding van Frans werkwoord grogner: knorren. Oudfrans grognard: knorrepot.

Grognet, Grogniet, Grognier, Groignet, Gronier, Groniez, Groenier: Afleiding van Oudfrans groin: varkenssnuit; gemor, gegrom. Bijnaam voor een brombeer. Vergelijk Grognard.

Groine, Groyne, Groynne: 1. Bijnaam, van Oudfrans gro(g)nir, groignier: grommen, knorren. Voor een knorrepot. Vergelijk Grognet.

Groix, Grois. Misschien van Oudfrans grez; grind.

Grol, de. Aanpassing van Degroult, zoon van Groult, Gerolf.

Grol, van: Plaatsnaam Groenlo (Gelderland), Groll (Noordrijn-Westfalen).

Groleau, Grolaux, Groleaux, Groilleau, Grollo, Grollet, Grolet, Groulez: 1. Vadersnaam. Afleiding van Groult, Romaanse vorm van Gerolf. 2. Eventueel klankverandering van Gourleau/Gourlet, Gorlé.

Grollenberg. Plaatsnaam Am Grollenberg in Grotzingen, Duitsland.

Grolman, Grollmann. Afleiding van Van Grol.

Grolleman: Afkomstig van Grol.

Grom, Groom, Gromme, Grommen, Gromenn, Gromment, Groment. Vadersnaam uit de Germaanse naam Gromberth. 

Gromar, Gromard, Grommar, Grommar, Gromar, Gromas: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam grôn-mêr 'groen-beroemd' of van Grosmarus?

Grombeer. Reïnterpretatie van de Germaanse voornaam Grombert. Vergelijk Gromme.

Gromme, Grommen, Gromenn, Gromment, Groment: Vadersnaam. Germaanse voornaam Grombertus.

Grommes, Grommesch, Gromerch, Grommers. Vadersnaam. Duits Grammes=Grolms, van heiligennaam Hieronymus.

Grommet. 1. Waarschijnlijk verfranste uitspraak van Grammes. Oudfrans gromet: molenaarsknecht.

Gronckel, de. Afleiding van werkwoord grongen: brommen, knorren. Bijnaam voor een brompot.

Grondel: Bijnaam naar het zoetwatervisje grondel(ing), stekeling. Vergelijk Duits Grundel. Voor een visser of voor wie niet helemaal volwassen is of een klein, onooglijk mens.

Grondelinghs, Grondelings, Greunlinx: Bijnaam naar de visnaam grondeling. Zie Grondel.

Grondhout, Groenhout. Vergelijk Grünholz.

Grondin. Bijnaam voor een kniesoor, van Frans gronder

Grondstra: Volksetymologisch uit Fries Gronsstra, afleiding van de plaatsnaam Grons in Hichtum (Wonseradiel, Friesland).

Gronier, Groniez, Crognier: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam grôn-hari 'groen-leger': Grunerius. 2. Spellingvariant van Grognet. 3. Eventueel zelfs variant van Grainier, Grenier.

Grondijs: Vermoedelijk uit de familienaam Grandis, Grandys, afleiding van Frans grand ‘groot’.

Grónefeld, Grönefeld, Gröneveld. Variant van Groeneveld. Ook Duitse plaatsnaam Grünefeld (Brandenburg).

Groningen, van: Plaatsnaam Groningen (Groningen).

Gronkel, de; de Gronckel: Afleiding van werkwoord grongen ‘brommen, knorren’. Bijnaam voor een brompot.

Grönloh: Plaatsnaam Grönloh (Nedersaksen).

Gronsveld, van, Gronsvelt, van Gronsveld, Gronsfeld: Pllaatsnaam (Nederlands-Limburg), in St.-Martens (Limburg) en bij Bilstain (Luxemburg).

Groode, de, de Groede, Degroide: Waalse aanpassings van De Groote. Vergelijk Le Grode.

Groof, de; de Groff, de Grof: Bijnaam. Middelnederlands grof ‘dik, groot, grof, sterk’. Bijnaam naar de lichaamsbouw. Vergelijk Duits Grob.

Grool: Zoals Grol bijnaam voor een grolpot.

Groosman: Duits familienaam Grossmann ‘grote man’.

Grooss, Groos: Duitse bijnaam Groß ‘groot’.

Groot, (de); (de) Groote, (de) Grote, Groten, Grooten, Grootten, Grotens, Groth, Groet, Grothe, Grothen, de Groodt, (de) Groot, Grootte, Degrot, Degrotte, Schrooten, Schroeten: Bijnaam naar de grote gestalte. Vergelijk Legrand.

Grootaert, Groothaert, Grootaerd, Grootaert, Grootaerdt, Grooters, Grootaers, Groers, Grotaers, Groetaers, Groutaers, Grouters, Groothaerd,, Groothaert, Groeidaerdt, Grooters: Bijnaam. Grote Aert ‘Grote Arnoud’.

Groot Battave, van. Naam die verwijst naar Batavia, dit is de Latijnse variant van De Betuwe (Gelderland). Hij die zijn naam liet registreren, meende wellicht dat de Betuwe GROOT was. 

Grootbod: Bijnaam? Vergelijk Duits Gros(s)bodt, vermoedelijk uit Großbrot ‘groot brood’.

Grootenboer: Bijnaam; ‘Grote boer’. 1530 Cornelis Dieric Pauwelsz die men noemt Grootenboer, Heiningen (Fijnaart, Noord-Brabant).

Grootenbruel, van, Grootenbruelle, Grootenbruele, Grootenbruille, Grootenbriel, Grootenbril, Grootenbrill, Grootendruel, Groetenbriel, Groetenbril, Groetembril, van Grutenbrule: Plaatsnaam Grote Bruul, Grote Briel: grote broel. Zie Broel, Bruul. Vergelijk Plaatsnaam Grote-Brogel (Limburg). Groten Briel in Adegem (OostVlaanderen), Herzele (Oost-Vlaanderen). Groten Bruul in Hombeek.

Grootendorst. Bijnaam voor iemand met grote dorst, drinkebroer.

Groothedde, Grootherder, Heddet ter, Luttikhedde. Hedde; heide, groot en klein.

Grootheest, van: Plaatsnaam Groote Hees bij Donk (Noord-Brabant) of Groote Heze, bos bij Heze (Bergen, Nederlands Limburg).

Groothuis, Groothuys, Groothuyssen, Groothuysen, Grothausen, Groothausen, Groothuijzen, Grotenhuis:: Plaatsnaam Groot Huis.

Groothoed: Bijnaam voor de drager van een grote hoed? Veeleer uit Groothoofd. Vergelijk Duits Großhaupt, Großkopf. Middelnederlands hoot, van hovet.

Groothof: Vermoedelijk volks etymologisch uit Groothoofd. Vergelijk de Vlaamse familienaam Ganshof, van Ganshoofd.

Grootjans, Grootjeans, Grootejans: Bijnaam. Grote Jan, in tegenstelling tot een andere, kleinere Jan. Vergelijk Frans Grosjean, Grandjean. Ook wel om vader van zoon te onderscheiden

Grootjen: Verkleinwoord van de Groot. Of wellicht van Grootjan.

Grootloon, van. Plaatsnaam Groot-Loon (Limburg)

Grootveld: Frequente plaatsnaam Groot Veld.

Grootven, van. Plaatsnaam Groot Ven, bijvoorbeeld in Brecht (Antwerpen).

Grootvriendt. Bijnaam. Grote vriend. Vergelijk Cortvriendt.

Grosberg, Grossberg, Grossberger. Plaatsnaam Grossberg, Beieren.

Grossbodt, Grosbodt. Duitse bijnaam Grossbrot.

Grosfeld, Grossfeld: Plaatsnaam Grossfeld in Stallwang (Beieren).

Grosfils, Groffils, Grofils, Groffi, Groffy, Groffij. Bijnaam voor een grote zoon of een grote jongen.

Groswasser, Grosswasser. Duitse plaatsnaam Groliwasser; groot water.

Grosbois. Plaatsnaam Gros Bois; groot bos.

Grosch. Duitse muntnaam Groschen, van Italiaans grosso: stuiver.

Groschet. Lees Crochet, zie Croquet.

Groscol. Bijnaam Gros Col: Grote Nikolaas. Vergelijk Groteclaes, Legroscollard.

Grosdidier, Legrosdidier: Bijnaam Grote Didier, Desiderius. Vergelijk Grandidier.

Grosfils, Grofils, Grofils, Groffi, Groffy, Groffij: Bijnaam Gros fils: grote zoon, grote jongen. Vergelijk Grandfils.

Grosgogeat. Bijnaam Gros + Frans goujat; jongen.

Groshenry, Grosheny. Bijnaam Grote Hendrik.

Gross, Grosz, Grosze, Grosse, Grosse, Groos, Groes, Groesz, Grousse, Groesser, Grosser, Grois, Groise. Duitse bijnaam uit groß: groot. Een tegenhanger van het Nederlandstalige "De Groot". 

Grossaux, Grosseels, Grossiels. Bijnaam. Afleiding van Frans: groot. Vergelijk Grossard, Grosset.

Grossemy. Bijnaam Gros + Waals semi. Beroepsnaam; messenslijper.

Grossen, Groessens, Gruisen: Vadersnaam. Misschien van Germaanse voornaam Grosbertus of Grosmarus.

Grosseret. Afleiding van Frans gros. Vergelijk Grosset.

Grosset, Grossé, Grossey: Bijnaam. Afleiding van Frans gros: groot.

Grossi, Grosso: Italiaanse bijnaam Grosso: groot, dik. Vergelijk Legros.

Grossier. Beroepsnaam. Oudfrans grossier: groothandelaar.

Grosskopf, Grosskoph, Grojskop: Duitse bijnaam voor iemand met groot hoofd.

Grossman, Grosmann, Groszman, Groszmann, Groosman, Grosman, Groisman, Groysman, Grozmani, Gruzman, Grusmann: Duitse familienaam Grossmann: groot man. Bijnaam.

Grosvarlet. Frans Gros varier: grote knecht, dienaar. Vergelijk Grandvallet.

Groteclaes, Groteklaes, Groteklas, Grooteclaes, Groeteclaes, Groeteglaes, Grotenclaes, Grotenclas, Grotenklaes: Bijnaam Grote Klaas, Nikolaas. Vergelijk Duits Grossklaus, Frans Grandcolas, Groscol(as).

Grotel, van, van Grootel. Plaatsnaam Grotel, Noord-Brabant.

Grotenbreg. Bijnaam Grote Brecht. Vergelijk Duits Groteberlt, van Grote Berchtold.

Groterjan, Grotrian, Grodrian: Nederduitse bijnaam Groter Jan: grote Jan. Vergelijk Grootjans.

Grotius. Gelatiniseerde humanistennaam van Hugo de Groot (Delft 1583- Rostock 1645).

Grotz. Middenhoogduits grosse: spruit, scheut, jongboompje. Bijnaam voor iemand die klein of tenger is.

Grout, Groult, Groût, Grouls, Groux, Groust. 1. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Gerolf. 2. Hier en daar kunnen namen ontstaan zijn uit Gros: groot, zwaar, als bijnaam dus. Zie ook Legros.

Groulard, de Groulard, Groelart, Groulaer, de Groelard, Degrolard, Dégrolard: Bijnaam. Luiks-Waals gwula: brombeer, knorrepot. Afleiding van Waals grûler: brommen.

Group. Aanpassing van Duitse familienaam Graupe: gort, gepelde gerst. Beroepsnaam van de Graupner: Gorter.

Grovanius, Grovonius: Latinisering van Groven?

Grove, de, de Groeve, de Groof, Groof, de Groef, (de) Grouve, Schroeven, Schroven, Schrovens, Schroeven, Grove, Groven, Grovens. 1. Bijnaam uit het Middelnederlandse grof: dik, groot, fors, sterk, vergelijk Duits Grob. Naar de lichaamsbouw. 2. Groven(s) kan een vadersnaam zijn. Zie Groffen. 3. In Limburg kan de familienaam ook komen uit De Grave/Greve: zie Graaf. 

Groverman. Afleiding van grof. Vergelijk De Grove. Graves: Engelse plaatsnaam Grove: bosje.

Gruard, Gruart, Grujart, Gruyaert, Cruaert, Grouard. 1. Familienaam afgeleid van het Franse grue: kraanvogel (een bijnaam ?). 2. Afgeleid van het Oudfranse gru en het Franse gruau: gort. In dit geval een beroepsnaam (gortverkoper).

Grub, Grube. 1. Duitse familienaam en plaatsnaam Grube: groeve. 2. Zie Grubben. Gruber, Grüber: Naar de woonplaats in of bij een Grube: groeve, gracht.

Grubben, Grub, Grubb, Grube, Gruben, Gruppen, Grubben. Vadersnaam. Variant van Grobben, Grob (vergelijk schop/schup, Coppens/Cuppens). Bakervorm van Germaans berht-naam, zoals Grobert.

Gruchot. Variant van Cruchot, zie Cruchon.

Grudenberg, van. Plaatsnaam Grudenberg in Halberstadt (Duitsland).

Gruel, Gruielle, Gruyelle, Gruau, Gruais: Oudfrans gruel, Frans gruau: gort, mout. Beroepsnaam van de gorter. Vergelijk Gorter, de Gruyter.

Gruet, Grué, Gruez, Gruwet, Gruwé, Gruwe, Gruwez, Groué. Afleiding van het Franse grue: kraanvogel. Mogelijk naar een huisnaam of een bijnaam naar een lichamelijke eigenschap. Vergelijk De Crâne.

Grugeon, Grugeom. Hypercorrect voor Gruson.

Gruget. Variant van Cruchet, afleiding van cruche: kruik. Beroepsnaam van de pottenbakker. Vergelijk Cruchon.

Gruisen: Variant van Grossen. Vadersnaam. Misschien van Germaanse voornaam Grosbertus of Grosmarus.

Gruiter, van, de, de Gruijter, de Gruytter, de Gruyter, de Gruytere, de Gruytters, Gruyters, Gruijters, Gruijter, (de); Grutter, Gruter, Grûters, Grütter, Grutterink, Grüter, Grüters, Gritter, Gritters, (de) Gorter, Joorter (dit laatste is wellicht een verschrijving van het voorgaande): Beroepsnaam van de man die gruit leverde en verkocht of in het brouwsel mengde. Gruit, dat is gagel, kruidde het bier. Karel Lievensz van de Gruiter naam deze naam aan in 1812. Hij was de zoon van Lieven Klaasse, Arnemuiden (1734-1781). Maar de vader droeg de naam al vroeger blijkens: 1787 Lieven van de Gruiter, Arnemuiden.

Grulois, Gruloy, Gruloos, Grulois: Gruloir, afleiding van Waals gruler: brommen, knorren. Bijnaam. Vergelijk Groulard.

Grumbers. Ofwel van Grumbergs (zie Grunberg) ofwel van Grumberts (zie Grombeer, Grommen).

Grumeau, Grumiau, Grumiaux, Grumieaux, Gruniaux, Grumel, Gremeaux, Grémaud, Gremo: Oudfrans grumel, Frans grumeau: klonter, deegknoedel.  Beroepsnaam.

Grün, Gruen, Grünn, Grüne, Grun, Grön, Gryn: Bijnaam. Duits Grùn: groen. Vergelijk (de) Groen.

Grünbaum, Grunbaum, Grunebaum, Grynbaum, Grinbaum: Duits Joodse familienaam: groene boom.

Grunberg, Grunberger, Gruenberg, Gruneberg, Grunberger, Grunberg, Grumberg, Gromberg, Greenberg, Grinberg, Grinbarg, Grynberg, Grijnberg, Gronemberger: Verspreide Duitse plaatsnaam Grunberg. Vergelijk Groenenberg.

Grunblat, Grunblatt, Grynblat, Grynblatt, Grinblat: Duitse familienaam Grunblatt, wellicht een huisnaam.

Grunchard. Franse familienaam Grinchard. Bijnaam voor een kniesoor.

Grud, Grundeken, Gründ, Gründeken: Nederduitse familienaam. Afleiding van Grund: dal.

Grundhoven, Grundhöfer: Duitse plaatsnaam Grundhof.

Grundmann, Grundeman, Grondman, Grundmeier: Man, meier die in het dal woont.

Grünebach, Gronbek: Duitse, Nederduitse plaatsnaam: Groene Beek.

Gruner, Grüner, Griner, Grinner, Groener, Gronner. Van Middelhoogduits gruonen ‘vooruitkomen, geluk hebben’. Of verbogen vorm van grün ‘groen’.

Grünewald, Grunenwald, Grunenwaldt, Grunewaldt, Grunewald, Grunwald, Grunvald, Grunwald, Grunenwaldt, Grunenwald, Gronwald, Groenewald, Groenewael, Groenwalt, Groenwals, Grinwald, Grinevald, Grinvald, Grynwald: Zeer verspreide Duitse plaatsnaam Grünewald: Groene woud.

Grünfeld, Grunfeld, Grinfeld, Grünnfeld: Verspreide Duitse plaatsnaam Grunfeld. Vergelijk Groeneveld.

Grunhage, Grunhagen, Grunhagen: Duitse plaatsnaam Grünhagen.

Grunholz, Grunholz, Grynholt: Duitse plaatsnaam.

Grünhut, Grunhut: Bijnaam voor iemand met een groene hoed, vergelijk Nederduits Grönho(o)dt.

Gruniger, Groninger. Afkomstig uit Groningen.

Grunspan, Grunspan, Grinszpan, Grinspan, Grynszpan, Grinszpun, Greenshpoon: Duits Grunspan: groenspaan, kopergroen.

Grunstein, Groensteen, Grinsztajn, Greenstein: Duits Joodse familienaam Grunstein.

Grunzweig. Duits Grünzweig: groene twijg.

Grupping. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam zoals Grobert (zie Grob), met verscherping b/p.

Grusenmeyer, Grussenmeyer. Beroepsnaam van een gruisboer; vergelijk Cafmeyer, Duits Gersten-, Habermaier.

Gruson, Cruson: Plaatsnaam Gruson (Nord).

Gruwier. Beroepsnaam. Frans gruyer: boswachter, vorster.

Gruythuysen, Gruijthuijsen, van den Gruijthuijzen: Plaatsnaam Gruithuis, Gruuthuse, onder meer in Tielt en Aarsele. De heren van Gruuthuse in Brugge hadden het gruitrecht.

Gryffroy. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam grîm-frith 'masker-vrede'.

Grijff: Duits Greif(f), pendant van Grijp.

Grymel, Gremel, Gremmels: Vadersnaam. 1. Afleiding van Germaanse voornaam Grimo. 2. Zoals Duits Greimel, van Germaanse voornaam Grimwald.

Gryn, Grynen, Grijns: Middelnederlands grijn ‘grijns(lach), mom, masker’. Bijnaam.

Grijnrock, Grynrock. Duits Grûnrock: groene rok.

Grijp, Griep, Gryp, Greep: 1. Vadersnaam. Oude Germaanse voornaam Grip(p)o. 2. Bijnaam naar de vogelnaam grijp ‘griffioen’.

Grijp, van de: Plaatsnaam, Groningen.

Gryselier. Variant van Degrugillier.

Grijpdonck: Vadersnaam. Uit Grepdon, van Grébodon, van Gerbodon, Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Gerbodo.

Grijpstra: Friese afleiding van Grijp. Of afgeleid van plaatsnaam Grijpskerk (Groningen) of Garijp, Hardegarijp (Friesland).

De Grijze, de Grijs, Grijse, de Grise, de Grieze, (de) Grisse: Ook Vlaamse de Gryze, de Gryse. Bijnaam naar het grijze haar of voor een grijsaard. Vergelijk de Graauwe.

Gryspeerdt, Grysperre, van, van Grijsperre, Gryspeert, Grijspeerdt, Gruyspeirt, Gryspeiert, Grijspaardt: Zonder voorzetsel uit van de Grijspaarde, volksetymologisch uit van Grijsperre. West-Vlaamse plaatsnaam Grijsperre ‘grijze omheining’, onder meer in Heule, Hulste, Gits, Lendelede.

Grezegorek, Gregorczyk, Gregorzewski, Grzelak, Grzelka, Grzesiak, Grzesik, Grzesinski, Grzeskowiak: Vadersnaam. Poolse afleiding van heiligennaam Gregorius.

Grzyb, Grzowski, Grozowska: Poolse bijnaam: paddenstoel.

Gualteria, Gialtieri, Gualtiero. Vadersnaam. Italiaanse vorm van de Germaanse voornaam Wouter.

Gualtherie. Verfranste verschrijving van Italiaans Gualteri.

Guarini. Vadersnaam. Italiaanse vorm van de Germaanse voornaam Werner.

Guastavino. Italiaanse bijnaam; die de wijn verspilt, verknoeit.

Guccione, Guccio, Gucciardi, Gucciardo, Guzzi, Guzzardi: Italiaanse vadersnaam. Korte vormen van vleivormen als Arriguccio (van Arrigo), Berlinguzzo (van Berlinghiero) of Uguccio (van Ugo).

Guchez, Guchet, Gussé, Gussee: Variant van Gauchez.

Gucht, van der, van de, Guchte, de, Guchten: Plaatsnaam Gucht, van Gehucht.

Guchtenaere, de; de Guchteneire, Gichteneere, Guchteneëre, Guchtenerre, Gichtenaere: Bewoner van een gehucht. Vergelijk van der Gucht.

Gudanski, Gdanski. Van Pools Gdansk; Danzig.

Gudegoven, Guydegoven: Plaatsnaam Guigoven (Limburg).

Gudenkauf, Gutenkauf: Hypercorrecte reïnterpretatie van Nederduits Godekopp: goede kop, goed hoofd. Vergelijk Engels Goodhead.

Gudde, Guddens: Vadersnaam. Germaanse voornaam Godo of uit welke god-naam ook.

Guelette, Gueulette: 1. Plaatsnaam Gue(u)lette in Vedrin (Namen). 2. Zie Guillette.

Guenoden. Familienaam in Frans-Vlaanderen, van Guinaud(eau)?

Guens, Guns, Geudin. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse gud/(god)-voornaam.

Guérand, Guirand, Guiran, Guiron: Vadersnaam. Vermoedelijk leesfout voor Guéraud, Guiraud. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam war-wald ‘hoede-heerser’: Weraldus, Guaraldus. Of variant van Géraud, Giraud, Germaans ger-wald‘ speer-heerser’.

Guérard, Guerard, Guerra, Guerrar, Wérard, Wéra, Werard, Wera, Weeraat, Wirard, Wira, Wirat. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam: war-hard; hoede-sterk. Werardus.

Guéraud, Wéreau, Wereau: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam war-wald 'hoede-heerser': Weraldus, Guaraldus.

Guérès, Gueres, Gueres: Vadersnaam = Geers? Guérisse? Guérez?

Guierfal. Misschien Oudfrans gerfalc, Frans gerfaut, van Nederlands giervalk. Vergelijk familienaam Gerfaud.

Guériat, Gueriat, Guerriat: Vadersnaam. Vleivorm van Guéry.

Guerin, Guerain, Guerrin: 1. Zie Garin. 2. Gapalataliseerde variant van Gorin.

Guerlain, Guerlet, Guerlot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Guérard of Guéraud.

Guerlement, Guerlemant, Garlement, Garlemant: Afleiding van Oudfrans gorle, guérie, van Nederlands gordel: gordel, beurs. Beroepsnaam. Vergelijk Gourlet, Gorlé.

Guerlus. Bijnaam. Frans grelu, dialect guerlu: ellendeling, bedelaar.

Guernard. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Werinhard. Zie Wernaerts.

Guerni, Guernier, Guerny: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Werner.

Guiernisson, Goarnisson. Familienaam in Bretagne. Vadersnaam. Franse afleiding op -eçon van Germaanse voornaam Warin.

Guérot. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse war-naam, zoals Guéraud, Guéry.

Guerre. 1. Vadersnaam. Korte vorm van Guérard, Guéraud enz. 2. Bijnaam voor Guerrier 2.

Guerrero, Guerrera, Guerreiro. Spaans, Portugees equivalent van Frans Guerrier.

Guerrier, Gueri, Guerri, Guerry, Guery: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam war-hari 'hoede-leger': Warherus. 2. Zie Leguerrier.

Guerrouche, Guerrroud, Guerroudj, Gerousse, Girousse, Garrousse: Wellicht variant van Giroux, Géroux, Garoux, Guérou. Voor -ouche, vergelijk Andouche, Pigouche.

Guéry, Guerry, Guerri, Gueri: 1. Zie Wery. 2. Spellingvariant van Gueury. 3. Eventueel Luiks-Waalse vorm voor Guerrier.

Gueudré, Guedre. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Gildrad of Godrad.

Guggelmeyer, Gokemeijer: Duits Gugelmeier, zoals Gugelmann, van Middenhoogduits gugel: kap, hoofddeksel ? Of Gôggelmann = Gaukler, Gôckler: goochelaar?

Guglielmi, Guglielmo, Guglielmetti, Guglielmino. Italiaanse vadersnaam en afleiding van Germaanse voornaam Willem.

Guianotte. Wellicht van Guillemotte.

Gui: Vadersnaam. Romaanse onverbogen vorm van de Germaanse voornaam Wido.

Guiau, Guiaux, Guyaux, Guyaut, Giaux, Viaud, Viau, Wiaux, Wyaux: Romaane vorm van Germaanse voornaam wid-wald 'boom-heerser': Widaldus, Vuialdus.

Guibaud. Vadersnaam. Romaanse vorm van Wiboud.

Guibert, Guibard, Guybert, Gibert: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wîg-berht 'strijd-schitterend' of wid-berht 'boom-schitterend': Wi(c)bertus, Gui(d)bertus, Widbertus.

Guichard, Guichart, Guichaux, Gicard. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam wîg-hard 'strijd-sterk': Wichardus, Guichardus.

Guibourt. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wîg-burg 'strijd-burg' of wid-burg 'boom-burg': Wiburcli, Gui(d)burgis, Widburga.

Guidet, Guidé, Guide, Guidee, Guidez, Ghidez, Gidé, Gydé, Gijdé, Guiet, Guitte, Guyette, Ghiette, Gyet, Giet, Viette, Videz, Videx. Vaders-, moedersnaam uit de Germaanse voornaam Wido (= het Franse Guidon).

Guido, Guidon, Guyon, Guion, Ghion, Gion, Gijon, Gyon, Guide, Gui, Guy, Guwy, Ghewy, Ghewij: Vadersnaam. Romaanse, respectievelijk verbogen (-on) en onverbogen vormen van de Germaanse voornaam Wido). Vergelijk G(e)wijde van Dampierre = Guy de Dampierre.

Guidoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wid-wulf'boom-wolf: Widulfu. Zie ook Quidouce.

Guienne. Waarschijnlijk Guillem, Guillen, van Guillaume.

Guignot: Vadersnaam. Variant van Guinot, verkleinvorm van Germaanse voornaam Wini; vriend.

Guigny, Guignies, Ghigny, Gigny, Ghiny, Ghegny: Plaatsnaam Guigny (Pas-de-Calais), Guignies (Henegouwen).

Guigue, Guiguen, Guigon: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Wigo.

Guily, Guilly, Gully: 1. Zie Guillier. 2. Romaanse vorm van Willick. 3. Eventueel variant van Guilluy.

Guilbart, Guilbert, Guillebert: 1. Vadernaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wil-berht 'wil-schitterend': Wilbertus, Guilibertus. 2. Spellingvariant van Gilbert.

Guilbaud, Guilbau, Guilbaut, Guilbeau, Guillebault: 1. Zie Wilbaux. 2. Eventueel spellingvariant van Gilbau.

Guilbot, Wellicht jongere spelling van Guilbaut.

Guilielmus. Vadersnaam. Latinisering van Willem.

Gauillaud. Vadersnaam. Franse vorm van de Germaanse voornaam wil-wald 'wil-heerser': Willaldus.

Guillini. De familie stamt af van Joannes Gilino, in Cent getrouwd in 1782 en geboren in Torno (Lombardije). Italiaanse vleivorm van Egidius.

Guillemoteau. Vadersnaam. Afleiding van Guillemot.

Guiljam, Giljamse, Giljam, Gilijamse: Vadersnaam. Guill(i)aume is de Frans vorm van de Germaanse voornaam Willem.

Guilleray, Guilleret. Vadersnaam. Afleiding van Guillaume of Guillier, of (vanwege de frequente h/l-verwarring) van Gilles of Gillier; vergelijk Gilleron, Gillerot.

Guillermaz. Vadersnaam. Afleiding van Guillerme.

Guillery, Guillory: Vadersnaam. Franse variant van Picardisch Willery; zie Wilryck.

Guilleton, Gelton, Guelton, Gueltont, Geultont, Geulton: Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Guillaume. Vergelijk Guillette/Guelette.

Guilliet, Guilette, Guilit, Guilitte, Guilittre, Guilitre, Guilittre, Gilit, Guulette, Geulette, Guelette, Guillot: Moeders-vadersnaam. Vleivorm (verkleinvorm) van de Germaanse voornaam Guillaume, Franse vorm van Willem. Afleiding van Gilles is niet uit te sluiten.

Guillier, Guily, Guilly: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam wil-hari; Vil-leger': Williharius.

Guillin, Guilin, Guilain, Guillain: 1. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van Guillaume. Vergelijk Willens. 2. Spelling voor Gislain.

Guillo, Guillot, Guilhot, Guillotin, Guilloton: Vadersnaam. Vleivormen van Guillaume. Zie ook Williot.

Guillon, Guillion, Guilon, Guillonnet: 1. Vadersnaam. Variant van Gillon. 2. Zie Willion.

Guilotte. Moedersnaam, vrouwelijk van Guillot.

Guillou, Guilloux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wil-wulf'wil-wolf : Willolf, Wilulfus.

Guillouard, Guillouart, Guillouet. Vadersnaam. Germaanse voornaam gisil-ward 'gijzel-bewaarder': Gisloardus.

Guilluy, Guilly, Guily, Guelluy, Gueluy, Gillewy, Gillewij, Gillewie, Geluwie. Moedersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam gild-wid (geld-boom). Johannes Guyluy uit Harnes (Pas-de-Calais) trouwt in Tielt in 1629 als J. Guillewy. Zijn kinderen heten in 1664 en 1669 respectievelijk Geluwy en Geluwie.

Guilmont, Guillemont, Guillamon: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wil-mund 'wil-bescherming'. Willemundus, Guillemundus.

Guimard, Guymard, Guemard: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam wîg-mêr 'strijd-beroemd': Wimarus.VergelijkWimmers.

Guimbert. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam win-berht 'vriend-schitterend': Wimbertus, Guimbertus.

Guimin. Variant van Guillemin.

Guinand, de Gienanth, von Gienanth, Diegenant, Dignant: Vadersnaam. Guinand is de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Wijnand (zie Wynants). Het geslacht Guinand emigreerde uit Bourgondië naar Faits, waar de naam sinds het begin van de 18de eeuw Gienanth gespeld wordt. In België kreeg de familienaam het Franse adelspartikel de. Zo werd Degienanth tot Diegenant.

Guinard, Guignard, Guignarde, Guinyard, Guénard, Guenard, Guenar: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam win-hard 'vriend-sterk': Win(eh)ardus, Guinardus. Guignard kan zelfs variant zijn van Gagnard, blijkens Guignepain = Gagnepain.

Guinau, Guinaudeau, Guenault: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam win-wald; vriend-heerser: Winewaldus.

Guincho, Ginchon: Vadersnaam. Afleiding op -eçon van Germaanse win-naam.

Guinet, Guinée, Guinee, Giuinez, Guignet, Gigniez, Gignez, Ghignet, Ghinet, Guenet, Guené, Guene, Guaisnet, Guenin, Guenot, Guenoun, Guesnon: Spelling voor Frans Guinet, verkleinvorm van Germaanse voornaam Wini; vriend’ of van Guinard. Of verkorting van Hug(ue)net, Hug(ue)nin.

Guiot, Guyot: Vadersnaam. Vleivorm op –ot van Gui, Romaans onverbogen vorm van de Germaanse voornaam Wido.

Guinier. Vadersnaam. Germaanse voornaam win-hari 'vriend-leger': Winiheri, Winerius.

Gulden: Bijnaam. Gulden ‘gouden, verguld’. Misschien voor een goudsmid.

Guinot, Guinotte, Gignot: Vadersnaam. (Moedersnaam.). Afleiding van een Germaanse win-naam; vergelijk Guinet.

Guiomar, Guiomard, Guyomard: Vadersnaam. 1. Waarschijnlijk variant van Guimard. 2. Er is ook een Bretonse familienaam Gwionvarch 'waardig een goed paard te bezitten', die in 1633 Guyomaren in 1672 Guyomard werd.

Guirs, Guirsch, Guirche, Giersch: Plaatsnaam Guirsch (Luxemburg).

Guisch, Guischer. Wellicht van Guirsch.

Guisez, Guizet, Ouizet, Guisset, Guiset, Gisset: Vadersnaam. Afleiding van Geraanse voornaam Wiso: Guiso.

Guiso, Guisot, Guison: Vadersnaam. Van Germaanse voornaam Wiso.

Guissart, Guissard, Guisard, Guizard, Gyssaert, Ghyssaert. 1. Familienaam uit de Germaanse voornaam wis-hard: wijs-sterk. 2. Variëteit van Guichard. Zie daar. 

Guisse, Chuisse. 1. Waalse weergave van Gijs. 2. Zie Guys.

Guisson. Vadersnaam. Variant van Frans Guichon, afleiding van Guichard. Of Picardische variant van Guison, van Germaanse voornaam Wiso; vergelijk Cuisez, Guisot.

Guitton, Guiton, Witon, Voiton. Variant van Guidon.

Guitte, Deguit, Deguitte, Deguide: Vadersnaam. Romaanse onderwerpsvorm Guide/Guite van de Germaanse voornaam Wido. Nederlands Wijt.

Gul, Gül: Vadersnaam, Duitse familienaam Güll, gerond van Gill: Egidius.

Gijt, Guyt, Guit. Guth. Middelnederlands guit, snaak.

Guldenmeester: Samenstelling met Middelnederlands gilde, gulde ‘gild(e)’. Beroepsnaam van de gildemeester, deken van een gild of broederschap.

Guldemond, Guldemont. Bijnaam naar een 'gouden mond' voor een zeer welbespraakt iemand. Vergelijk Bédoret, Duits Güldenmund, Grieks Chrysostomos.

Gulden. Bijnaam Gulden: gouden, verguld. Misschien voor een goudsmid. Vergelijk Doret.

Guldenbergh, van. Plaatsnaam Guldenberg in Marke, Westrozebeke, Wevelgem (West-Vlaanderen), Asse (Vlaams-Brabant). Vergelijk Van Gouwbergen.

Guldenpfennig. Bijnaam Gouden Penning.

Guldentop, Guldentops, Gullentops, Guldertops, Guldetops. Bijnaam voor iemand met een gouden/rood haar. Het Middelnederlandse woord top = hoofdhaar (denk aan het gezegde: van top tot teen). Duits Zopf.

Gulik, van; van Gulick, Gulikes, Gulikers, Gulkers, Gulekers, Gelker, Gulicher, Julikers, Julicher, Julich, Julicher, Van Geleuken, Van Gulick,, Gullick, Gulix, Gulickx, Gullick: Afkomstig van Gulik (Noordrijn-Westfalen).

Van Gulk, Van Gulck 1. Plaatsnaam Gülke, Nederlands Gulke, Duits Jülich (bij Eupen). 2. Zie van Gulik.

Gullickx, Gullix. Waarschijnlijk=Guli(ck)x )met d-epennthsis)

Gulielmi. Vadersnaam. Italiaanse vorm van Germaanse voornaam Wilhelm.

Gulpen, van, (van) Gülpen, Gulpenne: Plaatsnaam Gulpen (Nederlands-Limburg) en in Homburg (Luik).

Gummels: Vadersnaam. Verkleinvorm van Germaanse voornaam Gombert of Gommer.

Gultekin: Vadersnaam. Afleiding van voornaam Geldolf/Gildolf, met geronde klinker (vergelijk Guldolf ).

Gultens. Variant van Geldens. Vergelijk Gultekin.

Gummersbach. Plaatsnaam, Noordrijn-Westfalen.

Gumminck: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Gombert of Gommer.

Gunning, Gueuning, Geunens, Geunes, Geunis: Vadersnaam. Wellicht afleiding van Germaanse gunth-naam. Vergelijk Gonne = Aldegonde.

Gunst, (de): Vermoedelijk volks etymologisch gereinterpreteerd uit Guns, van Geuns, van Geudens, van Godens; zie Godin.

Gunsberg, Gunsberger, Ginsberg: De als bergnaam gereïnterpreteerde familienaam Gunzburg(er). Gunsbourg, zie Gunzburg(er).

Gunsch, de. Variant van De Gunst.

Gunsel, van. Plaatsnaam. Vlaamse uitspraak van Van Hunsel?

Gunsing. Vadersnaam. Duitse familienaam Gùnzing, van de voornaam Gunzo, afleiding van gunth-naam.

Gunter: Vadersnaam. Germaanse voornaam gunth-hari ‘strijd-leger’:

Gunst, van der. Van Van der Gucht/Van der Gust (zie van Gehuchten); maar een variant van Van der Ginste is niet uit te sluiten.

Gunther, Gunter, Guenter, Conter: Vadersnaam. Germaanse voornaam gunth-hari 'strijd-leger':

Gunzburger, Gunzburg, Gunsbourg, Ginsburgh, Ginsburg, Guinsbourg, Ginsbourg, Ginzbourg: Plaatsnaam Gùnzburg (Beieren). Vergelijk ook Gusenbourg.

Gusenbourg, Gousenbourger: Waalse verhaspeling van Günzburg(er). Gusenbourg door klankverandering ns/sn.

Guske, Gusken, Güsken: Vadersnaam. 1. Afleiding van Gus = Goos. Zie Gooskens. 2. Duitse familienaam Guschke=Juschke, Litauws voor Georg.

Gussenhoven, Gustenhoven, Gutsenhoven: Plaatsnaam Gussenhoven in Orsmaal (Vlaams-Brabant).

Gust, waarschijnlijk-Gus, met paragogische t.

Gust, van (der): Uit van der Gucht.

Gustave, Gustafsson: Vadersnaam. Zweedse voornaam Gustaf.

Gustin, Gusting, Gustings, Gustinné, Gustina, Gustinne, Guestin, Gusting, Güsting. Vaders-, moedersnaam, verkorte vorm van Augustus, Augustinus. 

Gustot. Vadersnaam. Afleiding van Latijnse heiligennaam Augustus.

Guth, Güth, Gutt, Gutter. Duitstalige familienaam. Bijnaam voor een goedgemutst, goedhartig iemand.

Gutwein, Guttwein, Gutwien: Duitse bijnaam: goede wijn.

Guterman, Gutermann, Guterman, Gutemann, Gutterman, Guttermann, Gutelman, Gutmann, Gutman, Gutmanss, Guttmann, Guttman: Duitse familienaam, equivalent van Goeman(s).

Gutfreund. Duitse bijnaam. Vergelijk Goedvriend, Bonami.

Guth, Gutt, Gutter: Duitse bijnaam: goed(gezind).

Gutierrez, Guterries, Guttierez: Spaanse vadersnaam. Voornaam Gutierre, van West-Gotische voornaam op -hari.

Gutteling, Guttelink: Vadersnaam. Zoals Duits Göttling afleiding van Germaanse voornaam Godilo, verkleinvorm van god-naam.

Gutkint, Gutkind, Gutkin. Duitse equivalent van Goedkindt.

Gutknecht, Guthknecht. Duitse bijnaam voor een goede ridderknaap.

Gutmacher, Goetmakers, Goetmaeckers, Goetmaekers, Goetmaeker, Goetmaeckere, Goetmaekere, Goedmakers: Russisch-Joods Gutmacher: Hutmacher: hoedenmaker.

Gutmer. Vadersnaam, Germaanse voornaam gud-mêr; vergelijk Gommer, Goemaere.

Gutschoven, van, (van) Gutshoven, (van) Gutscoven: Plaatsnaam Gutschoven (Limburg).

Gutsman, Gutsmann, Guzman, Gusman, Gütz: Duitse familienaam Gutsmann, Gu(t)zmann. Vadersnaam. Afleiding van voornaam Gutz, van Germaanse god-naam, bijvoorbeeld Gottfried.

Gutte, van. Plaatsnaam Gutte in Ronse, Oost-Vlaanderen.

Guttekoven, Guytecoven: Plaatsnaam Kuttekoven (Limburg), Guttecoven (Nederlands-Limburg).

Gutweter. Duitse bijnaam Gut(es) Wetter: goed weer. Vergelijk Engels Fairweather; Middenvlaams Scoonweder.

Gutwirth. Duitse bijnaam; goede waard.

Gutzeit. Bijnaam; Goede tijd, goed weer. Vergelijk Bontemps.

Guyonnaud, Guyonnet, Guyonnot. Vadersnaam. Afleiding van Guyon.

Guypen. Vadersnaam. Variant van Gobin/Gubin; of variant van Gypen, met ronding van i tot u (Brabants ui) onder invloed van bilabialep (vergelijk Waals-Vlaams pupe: pijp, familienaam Puype).

Guys, Guijs, Ghuys, Ghuisse, Guisse, Guise, Ghuusse, Ghuysens, Ghuysen, Guyssens, Guysens: 1. Variant van Goos(sens). 2. Zie ook Gijs.

Guijtenaere, Guijtenaer, de; de Guijthenaer: Vermoedelijk variant van de Guchtenaere.

Guyse, van, van Guijse, van Guysse, van Guyze, van Guijze. 1. Familienaam uit de heerlijkheid Guysen (Oostende) en een leengoed Guysen in Gistel (West-Vlaanderen). 2. Mogelijk ook uit de plaatsnaam Gehuse, Guse: gehucht. 

Guz, Guze. Vadersnaam Variant van Goos of Duits Gutz, zie Gutsmann.

Guijze, van: Plaatsnaam Guize, van Guze, van Gehuse ‘gehucht’.

Guytter, de, Guyter, de, (de) Guiter, Guitter: Bijnaam voor een spotter. Afleiding van Middelnederlands guten: guiten, spotten, de gek steken.

Gvirtman. Romaanse aanpassing van Duitse Wirtmann: waard. Vergelijk Gwalter = Walter.

Gyemant. Spelling voor Guillemant; zie Willemans.

Gyes, van, van Geys, van Geijs, van Ghise: Variant van Van Guyse? Plaatsnaam Guyse in Vervins (Aisne)?

Gypen, Gypens, Gijpen, Gijpens, Geypens, Geypen, Geijpens, Geijpen, Gieben, Giebens, Gibens, Geib, Geiben), Gueibe, Gueiben, Gijps, Gips, Gepts, Geps, Gebts, Gebs, Guebs, Gueib. Vadersnaam uit Gijsel-brecht of een geb-naam (bijvoorbeeld Gevaert). 

Gypers, Gijpers: vadersnaam van Gijberts, Gijbrechts; zie Gyselbrecht. Vergelijk Gypen(s).

Gyseghem, van, Gysegem van, (van) Gijseghem, Gijsegem, van Gyzegem, Gyzeghem, van Gijzegem, van Gijzeghem, van Geyseghem, van Ghysegem, Ghyseghem, van Ghijseghem, Gysegom, Gijsegom, Geysegom, Geysegoms. Familienaam uit de plaatsnaam Gijzegem (Oost-Vlaanderen). 

Gyselaers, Gijselaer, Gijselaers, Gyzelaers, Gieselaere, Gieselare, Gieseler, De Geyselaer, Geyselaer, Geyseler, Geijselaers, Geyselaers, De Geyseleer, Gyseleer, De Geijselaer, Geijseleer, Geisseler, Gisselaire, Gisseleire. 1. Bijnaam voor de gijzelaar, de gegijzelde. 2. Reïnterpretatie van Germaanse voornaam gîsl-hari 'gijzel-leger': Gisleharius, Gislarius.

Gyselbrecht, Gyselberghs, Ghyselbrecht, Ghijselbrecht, Gijsbrechts, Gijsbrecht, Gijsbreghts, Gijsbrgts, Gijsbregts, Gyesbrechts, Gijesbrechts, Gyesbregts, Gyesbreghts,Ghysebrecht, Ghysbrecht, Ghysbrechts, Ghijsebrecht, Ghijsebrecht, Ghijsbrechts, Ghisbreght, Geysbreght, Geysbreghts, Geysbregts, Geijsbregts, Gijbrechts, Ghijbrecht, Ghiesbreght, Giesbrecht, Giesberts, Giesbers, Gysberts, Gysbertsen, Gijsberts, Gijsbertsen, Gijsberts, Gijsbertsen, Gisbert, Gisberts, Gisbers, Gisbertz, Gysbergh, Gysberghs, Gysbergs, Gysbers, Gijsberghs, Gijsbers, Ghysbergh, Gyesberghs, Gyzebergs, Gyseberghs, Gysebergs, Gysebergt, Gijsebergs, Geysebergs, Gijsenberg, Gisenbergs, Gijsenberght, Gijsemberg, Gijsembergt, Geysembergh, Geysemberghs, Gheysenberghts. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam gisl-berh: 'gijzel-schitterend'. 

Gyssaert, Ghyssaert: Aanpassing van Cuissard.

Gyselen, Ghijselen, Gijselen, Ghyselen, Gislen, Ghiselin, Ghijselijns, Ghijselyns, Ghijselyms, Ghyselijns, Ghyselyns. 1. Vadersnaam van Gizelin, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht. 2. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam Gisela vormen op –en.

Gijs, Ghijs, Geijs, Gieze: Vadersnaam. Korte vorm van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht.

Gijsberts, Gijsbertsen, Giesbertsen, Gijsbers: Vadersnaam. Germaanse voornaam gîsl-berht ‘gijzel-schitterend’: Gisilbert, Gislebertus.

Gijsel, de: Middelnederlands gisel ‘gijzelaar’. Maar vermoedelijk is het lidwoord secundair en is de naam oorspronkelijk het patroniem Gijsel.

Gijsel, van: Plaatsnaam Gijzel (Noord-Brabant).

Gijselink, Gijselings, Giesselink: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Gijzelbrecht.

Gijselman: Vadersnaam, uit Gijseman, afleiding van de voornaam Gijs.

Gijsels, Gijsel, Ghijssels, Ghijsels, Gijssel, Gijzels, Gijzel, Ghijzels, Geijssels, Geijsels: Vadersnaam. Korte vorm van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht.

Gijsen, Gijzen, Ghijsen, Geijsen, Gijezen, Geijssens, Gheijsens, Giesen, Giezen: Vadersnaam. Afleiding van de Germaans eenstammige voornaam Giso of Gijzelbrecht.

Gijskens, Gieskes, Giesche: Vadersnaam. Verkleinvorm van Gijs, Gijzelbrecht.

Gyter, de. Waarschijnlijk spelling voor De Geyter, maar kan ook als De Gieter worden gelezen.

Gythiel. Aanpassing van Tsjechische (Moravische) naam Chytil 'die (dieren) vangt'.