Verklaring van achternamen H

H.

Van Haack, van Haeken, van Haeke, van Hacke, Haecke, Vanhaecke, van Hack, van Hacken, van Haken, van Haeeke. Familienaam naar de plaatsnaam 'haak': een hoekvormig perceel land. Deze naam komt op diverse plaatsen in Vlaanderen voor, bijvoorbeeld in Wilrijk, Zichem en Waals-Vlaanderen. 

Haaf, Van/ten; van ’t Haaff, Verhaaf, ten Have, van der Have, (van der) Haven, Van Haeff: Plaatsnaam Nederduits haaf ‘hof’, bijvoorbeeld 1356 then Haeff in Lochem (Gelderland), Ten Have ‘ten Hove’.

Haafakker: Plaatsnaam ‘hofakker’? Of veeleer van Haasakker.

Haaften, van, van Haeften: Plaatsnaam Haaften (Gelderland).

Haag, Haghe, Hag)e, Hague, Haech: 1. Korte vorm voor Van der Hage.

Haagsma: 1. Vadersnaam. Friese afleiding bij de mansnaam Hage. Zie Hagen. 2. Afleiding van de Friese plaatsnaam Heeg.

Haak, Haack, Haeck: 1.Beroepsbijnaam naar de metalen of houten haak, ook vishaak. Eventueel bijnaam naar de (hoekige) eigenschap. 2. Vadersnaam. Afgeleid van de voornaam Johannes.

Haak, van der: Plaatsnaam Haak ‘haakvormig perceel’.

Haake: Vadersnaam. Germaanse voornaam Hac(c)o.

Haaksman, Haakman, Haalsma, Haakma, Haaxma, Hacquemans: Vadersnaam. Zoals Fries Haaksma afgeleid van de Germaanse voornaam Hacco, Haco, Ha(a)ke, Haex, bakervorm van Hag-naam.

Haalmeijer. Duits Hallmeier, van Halbmeier: meier die slechts een halve hoeve in bedrijf heeft.

Haalboom, Alboom, van, Album, Albume. Naam uit de plaatsnaam Alboom: plaats waar witte abeel groeit.

Haamstede, van; van Haemstede: Plaatsnaam Haamstede (Westerschouwen, Zeeland).

Haan, de, den Haan, de Haen, d’Haen, d’Haan, d’Haane, d’Haen, Haane, Haanen, Hanen, Haans, Haens, Haen, Haenen, de(n) Haen, Haene, de Naene, Dehanne, Dehane, Dehaene, d’Haene, Dhaen, Dhaene, d'Hane, Dhane, Lehaen, Lehanne, Lehane, Hahn, Hahne, Hahné, Ahn, Jahn, Wetterhahn, Wiesehahn: Bijnaam naar de eigenschappen van de haan: trots, mooie kleding. Ook wel huisnaam (bedrijfsnaam, café-uithangbord, of gewoon huisnaam). (zie Haentjens). 16de eeuw Jan Van Haelen gaat wonen in het huis 'In 't Haenken' en zijn naam verandert in Jan De Haen. D’Haen enz. kan eventueel een spelling zijn voor Daen, van Daniel.

Haan, van, van Haen: Plaatsnaam Haan in Betekom, Grimbergen, Steenhuffel (Vlaams-Brabant), Eernegem, Wielsbeke, Wijtschate (West-Vlaanderen). Vaak huisnaam.

Haanappel. Duitse plaatsnaam Honnepel.

Haandel, van. Plaatsnaam Handel, Noord-Brabant.

Haanen, Haenen, Hanen. 1. Vadersnaam van germaanse voornaam Hano 'haan'. Vergelijk Hannebau, Hennebert. 2. Moedersnaam van voornaam Hane, van Jehane, Johanna. 3. Zie (de(n) Haan.

Haantjes, Haentjes, Haentjens, Hantges, Aantjes: 1. Afleiding van (de) Haan. Bijnaam. 2. Vaders-, moedersnaam van Hannekin (Jan) of Haenkin (Jehane, Johanna). Meisjesnaam Haenkin.

Haandrikman, Hendrikman. Adresnaam, boerderij, buurtschap als in Gramsbergen, een Hendrik was ooit pachter.

Haange, Haantjes, Haentjes, uit Haninga, van de persoonsnaam Haning.

Haaps, van. Plaatsnaam Haps, Noord-Brabant.

Haar. Beroepsnaam van de haarwerker, maker van haren kleden of kleren. Vergelijk De Haermaker.

Haar, ter; van der Haar, Haarman, Haarmans, Haarhuis, Haarmann, Haarmeijer, Haarmeyer: Plaatsnaam ter Haar (Groningen) of de Haar (Drenthe, Gelderland, Overijssel) ‘zandige heuvelrug’.

Haarband. Beroepsnaam van de haarbinder of bijnaam voor wie een haarband draagt? Vergelijk Halsband.

Haarbosch: Plaatsnaam. Haardt, de: Wellicht met secundair lidwoord uit Haart, van Aart = Arnoud.

Haaren. Vadersnaam van Germaanse voornaam Haro of afleiding van welke hari-naam ook (vergelijk Harinck 2.).

Haarlem, van, van Haerlem, Herlem, Haarlemmer. Plaatsnaam Haarlem. Noord-Holland.

Haarler. Afleiding van een plaatsnaam, wellicht Aarle (Noord-Brabant).

Haarman, Beroepsnaam van een haarwerker.

Haarscher, Haarscheer. Duitse familienaam Harscher: lid van een Harsch, een gewapende groep, krijgsschaar.

Haarselhorst. Hypercorrect van plaatsnaam Hazelhorst: hazelarenbos. Duits Haselhorst, Engels Hazelhurst.

Haarsma, van, van Haersma: Vadersnaam. Friese afleiding van de Germaanse voornaam Haro, Hare.

Haas, de, den, Haas, de Haes, (de) Haze, Hazen, Dhaeze, Dhaese, D’haese, Haaze, Haas, Haass, de(n) Haese, de(n) Haeze, Denaes, Denage, de Haze, de Hase, de Haasse, Dehaese, d'Haes, d’Haese, Dhaes, Daese, Dhaeze, Daeze, d'Hase, d'Haze, Hase, Haaze, Haze, Haase, Haasen, Haese, Haesen, Haazen, Hazen, Hasen: 1. Bijnaam naar de eigenschappen van de haas: vreesachtigheid, lafheid, snelheid. 2. Huis/café naam. 3. Reïnterpretatie van Van Raes?

Hazeleger, Haselager, Hazelagerm Haseleger. Adresnaam, Cuijk, Zeewolde etc.

Haaren, van. Plaatsnaam Haaren, Noord-Brabant.

Haasdonk: Plaatsnaam Haasdonk (Provincie Antwerpen, Oost-Vlaanderen) of Hazedonk (Gelderland).

Haasen, van. Plaatsnaam Haasen, Beieren, Hasen, Beieren.

Haasdijk: Plaatsnaam Hazendijk bij Petten (Noord-Holland).

Haasjes: Bijnaam. Verkleinvorm van Haas.

Haasl. Duitse familienaam Hasel; hazelaar. Plaatsnaam.

Haasnoot: Hypercorrecte re-interpretatie van de Franse familienaam Asnot, verkleinvorm van Oudfrans asne ‘ezel’.

Haasrode Van. Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam Haasrode. 

Haast, Haest, Hast. Bijnaam uit het Middelnederlandse haest: haastig.

Haaster, van, Haster. Oorspronkelijk 1630 Van Haestrecht. Plaatsnaam Haastrecht.

Haastrecht: Plaatsnaam Haastrecht (Zuid-Holland).

Haavekost. Nederduitse familienaam Havekost, van Havekhorst: horst waar haviken nestelen.

Haaij, de, Hay, de: 1. Bijnaam naar de naam van de roofvis, de haai. Wellicht naar het inhalige karakter. 2. Haaij zonder lidwoord kan een vadersnaam zijn, zie Haijen.

Haaijer: Afleiding van Middelnederlands haeyen ‘begeren, verlangen; verdragen, verduren’.

Haaijman: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Haie; zie Haijen. 2. Afleiding van Van der Haeyen. 3. Plaatsnaam Haaiman op Walcheren en Schouwen ‘duinpan; minderwaardige grond’.

Habarue, Habaru. Plaatsnaam Habaru in Assenois, Luxemburg.

Habay, Habé: Plaatsnaam Habay (Luxemburg), Duits Habich.

Habets, Habits, Habes, Apetz. Limburgse afleidingvorm voor Van der Habet, naar een plaatsnaam in Wijnandsrade (Nederlands-Limburg).

Habeaux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hath-bald 'strijd-moedig': Hathubaldus.

Haberer. Afleiding van Haber (-li is Zwitsers)

Haber, Haberl, Haberman, Häber, Häbhaberfeld. Plaatsnaam Haverveld.

Habejan. Familienaam Haber + voornaam Jan. Duits Haberhans.

Haberlin, Haeberli: Duitse beroepsnaam.

Haberscheidt. Duitse plaatsnaam Haberscheid.

Habert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hath-berht; strijd-schitterend.

Habex, Abeck, Habig: Nederduits Habeck, Duits Habicht: havik. Bijnaam voor iemand met haviksneus? Of beambte die haviken voor de jacht africht; vergelijk Havecker.

Habig: Duits Habicht ‘havik’. Bijnaam voor iemand met haviksneus? Of beambte die haviken voor de jacht africht.

Habil, Habils. Wellicht spelling voor Abeels.

Habing. Vadersnaam. Afleiding van Habert.

Habost, van, van Haebost: Plaatsnaam Haagbos, bos van haagdoorn.

Habraken, Habraeken, Habracken, Houbraeken, Habraken, Houbracken, Houbracker, Houtbraken, Houraeken: Plaatsnaam Habraken in Eersel en Veldhoven (Noord-Brabant), Houbraken in Asten (Noord-Brabant) of Habraken/Hobbraken in Olen (Provincie Antwerpen).

Habrand, Habran, Habrant, Habranc, Hébrand, Hébrant, Hébrans: Vadersnaam. Germaanse voornaam hath-brand 'strijd-zwaard': Hadubrant.

Habsch. Samengetrokken van Habisch, Rijnlandse uitspraak van Habich: havik; vergelijk Habex.

Hacourt, Haccourt, Haccou, Haccuria: Plaatsnaam Haccourt (Luik).

Hacardiau, Hacardiaux. Afleiding van Hacard.

Hacboister, Halboister: Plaatsnaam Hacboister in Bolland (Luik).

Hache, Ache, Hatse, Haxhe. Beroepsnaam naar de naam van het werktuig. Het Franse hache: bijl. 

Hachenberg. Duitse plaatsnaam in Kurten.

Hachenburg. Duitse plaatsnaam.

Hack, Hacke, Hak, Hakke, Haque, Haq, Hackx, Hacks, Acke, Ackxx, Acx, Acs. 1. Bijnaam voor iemand met een bijl of beroepsnaam van een houthakker. 2. Vadersnaam uit Hanke, een vorm van Johannes. 3. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Hacco. 

Hackelbracht, Hakelbracht: Nederduitse plaatsnaam Hackenbracht: struikgewas, bosje op moerassige bodem. Vergelijk Hackbusch, Hackenbroick.

Hacken, Hackens, Hakken, Hakkens, Hacke, Hack, Hak, Hakke, Haeck, Haack, Haak, Hake, Haekens, Haquenne, Haex, Hacks, Hackx, Acken, Acke, Aekens, Akens, Ackx, Acx, Acs, Aeck, Aex: Vadersnaam. Germaanse voornaam Hac(c)o, bakervorm van een hag-naam. Vergelijk Haakman.

Hackenberg: Plaatsnaam (Beieren, Noordrijn-Westfalen). Volgens Meertens stamt de Middelburgse familie Hackenberg uit Zwitserland. De Hacken zou een berg zijn in de buurt van Schwyz.

Hackenjos. Duitse dubbele naam, ook Haggenjos, van Jos Hagg, Judocus Haak.

Hacket, Hackett, Hacké, Haquette, Haquet, Acket, Acquêt, Haché, Hachez, Aché: Vadersnaam. Afleiding van Ha(c)ke, Hanke, afleiding van Johannes.

Hackethal. Duitse plaatsnaam; modderig dal.

Hachmack, Hackemack: Nederduitse bijnaam Hack un Mack, dat is Hans(je) en Griet(je), de twee populairste voornamen in de middeneeuwen, dat wil zeggen Jan en alleman, Jan, Piet en Klaas, het gepeupel, van Mischmasch: poespas, knoeiboel.

Hackray. Inwoner van Hacq in Herve (Luik)?

Hackselmans. Haxelmans: Afleiding van Axel, voornaam of plaatsnaam.

Hacquin, Haquin, Ackein, Hacking, Hackin: Vadersnaam. Vleivorm van Hake, Hanke, Jan. Vergelijk Hacket, Hanck.

Haddou. 1. Arabische voornaam Ara Haddû. 2. Spelling voor Hadoux.

Hademar, Ademar: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hath-mêr 'strijd-beroemd': Hadumar. 2. Plaatsnaam.

Haderman, Hadermann, Hademann: Duitse familienaam, van bijnaam Hader(er): twister, ruziemaker.

Hadoux, Haddou: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hath-wulf 'strijd-wolf : Hadulf.

Haecht, van, van Haeght, van Hacht, van Hocht. Familienaam uit de plaatsnaam Haacht (Vlaams-Brabant). 

Haeck (de), Haecx, Haex, Dehacq, Haecke, Hake, Haek, Haeke, Haack, Haa, Hac, Haecx, Haex, Aeck, Aex. 1. Beroepsbijnaam naar de metalen of houten haak, ook vishaak. Eventueel bijnaam naar de (hoekige) eigenschap. 2. Zie Hanck. 3. Zie Hacken(s). Vadersnaam, knuffelvorm uit een Germaanse hag/haggo/hacco-naam. 5. Bijnaam voor de drager van, of beroepsbijnaam voor de gebruiker van een ax/aks: bijl.

Haedens. Vadersnaam, van Germaanse hathu-naam, zoals Hademar. Of hypercorrect voor Adens.

Haefs. Moeders-, vadersnaam van Ave, Germaanse voornaam Ava/Avo.

Haefskerke, van, de Haveskercke, de Haverkescke: Plaatsnaam Haafskerke / Haverskerque (Frans-Vlaanderen).

Haeghen, van der, Haghen, van der Hagen, Haegen, Haaghe, Haaghen van der, Haeghem, Vanderaegen, van Draeghe, Draege, Draegen, Draeghe, Derhaag, Derhaeg, Verhaag, Verhaage, Verhaagen, Verhaecg, Verhaeghe, Verhaege, Verhaegen, Verhaeghen, Veraeghe, Verhaygen, Verhayge, Verhacghe, Verraghen, Veraghen, Verhague, Verague, Voragen, Vornhaegen, Vorhagen Vorhaegen, Vornhagen, Varnhagen, Verhaegh, Verhaeghem, Verhage, Verhaegem Verhaeghem, Vraeghe, Verraghene, Verraghene, Veraghaenne, Veraghaene, Hagemans, Hageman, Hagemann, Haegheman, Hagheman, Haghemans, Hagueman, Haegeman, Haegemans, Agemans, Haagmans, Haegman, Haegmans, Haeghmans, Haechmans, Hagmans, Haegsman, Hacgueman, Hacgeman. Zeer verspreide plaatsnaam die op veel plaatsen tegelijk ontstond en die bovendien vanuit de diverse dialecten op steeds andere wijzen geschreven (en vervormd) werd, Haag, Hage : heg, omheining van levend hout, kreupelhout (verwijzend naar de plaats van afkomst of waar men woonde). 

Haegenbergh, van Haegenberg, van. van Hagenborgh, van Haegenborgh: Plaatsnaam.

Haeldermans, Halremans, Haldermans. 1. Zie Aldermans. 2. Ook familienaam uit de plaatsnaam Hallaar (Heist o/d Berg). 

Haelendyck. Hypercorrect van plaatsnaam Hollendijk. Bijvoorbeeld Holledijken in Koolskamp (West-Vlaanderen)

Halterman, Haelterman, Aelterman, Alterman, Aelderman. 1. Beroepsnaam afgeleid van het Middelnederlandse ha(f)ter: halster, leren paardenriem. 2. Zie ook Aelter.

Haelters, Haelsters, Halter, Halters, Halders, Alster, Alsters. 1. Naam uit het Middelnederlandse halfter, ha(e)lter, halster: leren halsriem voor paarden. Beroepsbijnaam. 2. Zie ook Aelter. 

Haeltert, van Haelter, van, van Altert: 1. Plaatsnaam Haaltert (Oost-Vlaanderen). 2. Hypercorrect voor Van Aelter.

Haelterman, Halterman, Aelterman, Alterman, Aelderman: 1. Afleiding van Middelnederlands hal(f)ter: halster, leren halsriem van paarden. Beroepsnaam. 2. Voor de vormen met s ook wel Middelnederlands (h)a(e)lster: schepel, graanmaat. BerBoepsnaam van de korenmeter.

Haems, Haem, Aems: 1. Middelnederlands (h)ame ‘wijnvat, maat voor vloeistoffen’. Beroepsbijnaam. Vergelijk Stoop. 2. Middelnederlands ham(m)e; ha(e)m ‘knieschijf, (achter)schenkel’. Bijnaam. Vergelijk Schinckel.

Haemstede, van: Plaatsnaam Haamstede (Westerschouwen, Zeeland).

Haendel, Haendle, Haendlé, Hänel, Hanel, Hanl, Hähnel, Hahnel, Handl, Handlé, Handel, Handels, Hendel: Vadersnaam. 1. Zuidduitse dialect van de voornaam Johann. 2. Soms afleiding van Heinrich.

Haenebalcke. Bijnaam naar de hanenbalk, de horizontale balk van het dakgebint. Vergelijk Duits Hahnbaum, voor de bewoner van een huis met uitstekende hanenbalk.

Haenen: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hano ‘haan’. 2. Moedersnaam. Voornaam Hane, van Jehane, Johanna. 3. Bijnaam de Haan.

Haenhout, van den, van den Haenaut, Haemhout, Haemhouts: Plaatsnaam Haanhout in Destelbergen (Oost-Vlaanderen).

Haentjens: Bijnaam, verkleinvorm van de Haan. Ook wel huisnaam: 16de eeuw Jan van Haelen gaat wonen in het huis ‘Int Haenken’ en wordt Jan int Haenken = Jan uyt Haenken =Jan de Haen, Tienen.

Haeren, van, (van) Haren, (van) Haaren, van Haerents, van Haerens: 1. Huisnaam Ten (H)aerne = In de Arend, in Brugge. 2. Plaatsnaam Haren (Vlaams en Noord-Brabant, Groningen) en in Bommershoven (Limburg)

Haerhout. Hypercorrect voor Haroud. Zie Harou.

Haeringen, van: Plaatsnaam Haringe (West-Vlaanderen).

Haerkens. Variant van Herkens? of =Haertjens?

Haerlingen. Plaatsnaam Harlingen, Friesland.

Haermaker De, Haremaker. Beroepsnaam van de haarwerker, de maker van dekens en stoffen (die vroeger veel met haar gemaakt werden). Duits Haarmacher.

Haerne, de. 1. Middelnederlandse (h)aren, aern: arend, adelaar. 2. Zie Dehaerne.

Haert, van der, Hart, van der: 1. Plaatsnaam Haart (Boxmeer, Noord-Brabant). 2. Van der Aert. Zie Van der Aerden.

Haertel, Hertel: Duitse vadersnaam Härtel, afleiding van Germaanse hard-naam.

Haerten, van den: Variant van van der Herten. Plaatsnaam Herten (Belgisch-Limburg, Nederlands Limburg). Of plaatsnaam ter Hert in Lebbeke (Oost-Vlaanderen).

Haesebaert, Haesebart, Haezebaert: 1. Bijnaam voor iemand met een hazensnor, met lange, stijve snorharen. Vergelijk Duits Hasenbart, Engels. Hareberd. 2. Evtentueel Germaanse voornaam Hasbert.

Haesebroek, van, van Hazebroeck, Hazebroek, (van) Haesbroek, Haesbroeck, van Hasenbroeck, van Hasenbroeck, Hasenbroecke, Haesenbroek, Hasenbrouche, van Haesebroucke, Haesbrouck, Haesbroucke, Vanhaesebrouck,van Haesesbrouck, Haesebroucke, Haesesbroeck, Haesebrocke, van Hasbroeck, Hasbroek, Hasbrouck, Hazenbroek, Hazebroek, Hazebrouck, Hazebrouk, Hazebroucq, Hazebourcq, Hasebrouck, Haesebroek, Haesebrouck, Haesbrouck, Haezebrouck, Haezebroek, Haezbroeck, Hasenbroeckx, Hasenbroekx, Hasbrouck, Hassebroucq. Hasbroucq, van Asbroeck, Asbroek, van Asbrouck, Asbroucq. 1. Naam uit de plaats Hazebroek /Hazebrouck (Frans-Vlaanderen). 2. Van ook Asbroe(c)k Van. 

Haeseleer, (d’, de), Haeseler, (de) Haseleer, Haselair, Haselaars, Haselaers, Haseleers, Haezeleer, de Haezelaer, Hazelaere, Hazelaers, Haezelaere, Hazalaers, d'Hazelaer, d’Hazeleer, d’Hazeleire d’Haeseleer, d'Haeseler, d’Haeseleir, D'hasseler, Daeseleer, Daeseleire, Daseler, Azelart, Azelaire, Hasselaire, Haselaire: Naar de hazelaar, als plaatsnaam, huisnaam of uithangbord. Vergelijk Duits Hasler. Zie ook Van Asbroeck.

Haesen, Haazen, Haasen, Hasen, Haezen, Hazen, Hazes, Heesen: 1. Vadersnaam Hasin, vleivorm van Germaanse voornaam Haso 'grijs, bleek'. 2. Verbogen vorm van de Haese. Zie De Haas.

Haesenne. Waalse aanpassing van Haesen.

Haeserijn, Haeseryn. Middelnederlands azurijn; azuurblauw.

Haesevoet, Haesevoets, Haesenvoets, Hasevoets, Hasevoet, Hazevoets, Haesvoets: Bijnaam voor iemand die snel kan rennen, zoals een haas. Vergelijk Hazeloop, Duits Hasenfuss.

Haesmans. Vadersnaam, afleiding van Germaanse voornaam Haso; vergelijk Haesen. Of afleiding van De Haes. Vergelijk Duits Hasemann.

Haetsdaele, van. Plaatsnaam Arents Dal in St.-Blasius-Boekel (Oost-Vlaanderen).

Haeve. Korte vorm van Van der Have? Of van Van Haeven?

Haeven, Haevens, Haven, Havenne, Havens, Avenne, Aven, Auvenne, Auvens, Hovens, Hoven, Hovent: Middenhoogduits, Nederduits haven, Duits Hafen: pot. Beroepsnaam voor de pottenbakker. Vergelijk Hafner.

Haeven, van der. Limburgse variant voor Van der Hoeven. Nederduits tom Hâve = ten Hove. Vergelijk van Haaf.

Haerverback. Waarschijnlijk Nederduitse plaatsnaam Haverbeck. Vergelijk Haverbeke.

Haeyen, van der, Haeye, van der; van der Haije: 1. Veldnaam haeije ‘hooiveld’ op Walcheren en Schouwen (Zeeland). 2. Hypercorrect voor Van der Raay.

Haeyer, Haeyere, d', D'Haeyers, Dhaeijere, Dhaeyere, Dhaeyer, d'Haeyre,d ’Haere, d'Hayer, D'Haijere, Dayers, Dayer, Ayers, Hayers. Afleiding van het werkwoord haeyen: begeren, verlangen, verdragen, verduren. Bijnaam die één van de werkwoorden illustreert. 

Haeze, Denaes, Denage, de Haze, de Hase, de Haasse, Dehaese, D’Haese, D'Haes, Dhaese, Daese, Dhaeze, Daeze, D'Hase, D'Haze, Hase, Haaze, Haze, Haasen, Haase, Haesen, Haese, Haazen, Hazen, Hasen. 1. Bijnaam naar de eigenschappen van de haas: vreesachtigheid, lafheid, snelheid. 2. Naar de huisnaam.

Haezebout, Haezebout. Vadersnaam. Germaanse bijnaam Hasbold. Vergelijk Haesebaert 2. Haspald.

Haezewindt, Hazewindus: Bijnaam: vlug als een hazewind. Vergelijk De Wint.

Häfele, Haeffele, Haeffelé: Zuidduitse afleiding van Hafen: pot. Beroepsnaam van de Hafner.

Haffmans, Haveman, Havemans: Duitse familienaam Hafemann, Nederduits Havemann = Hofmann. Vergelijk Hofmans.

Hafkamp, Hofkamp, Hafakker, Haffkamp. Adresnaam, boerderij etc. Plaatsnaam Haffkamp in Grömitz, Duitsland.

Hafkenscheid. Duitse plaatsnaam Havkenscheid.

Hafner, Häfner, Hafener, Haffener, Haffner: Duitse beroepsnaam van de pottenbakker. Middenhoogduits havenaere.

Hagaert, Hagaerts, Haegaert, Haggart, Hagoort, Agard, Agart: Afleiding van Van der Hage.

Hagberg, Hagelberg. Duitse plaatsnaam Hageberg.

Hage, van der, Hagen, van der, van der Haaghen, van der Haeghe, van der Haeghen, van der Haegen, van der Haege, van der Haeghem, Vanderaegen, van Draege, van Draeghen, Derhaeg, Derhaag, Derhacq, Verhaag, Verhaagen, Verhaghen, Verhaghe, Verhage, Verhagen, Verhaegh, Verhaeg, Verhaeghen, Verhaeghe, Verhaege, Verhaege, Veraeghe, Verhacghe, Verraghen, Veraghen, Verhaegue, Verhague, Verague, Verhaygen, Vorhagen, Voragen, Verhaeghem, Veraghem, Veraghe, Vraeghe, Verraghenne, Verraghene, Veraghaenne, Veraghaene: Verspreide plaatsnaam Haag, Hage: heg, omheining van levend hout, kreupelhout. 's-Gravenhage (Zuid-Holland) is 1242 die Haga. Ook Terhagen (Antwerpen).

Hage, Hagens, Hagen: 1.Vadersnaam. Germaanse voornaam Haga ‘haag’: Haco, Hagil? 2. Moedersnaam. Bakervorm van de voornaam Hadewijch. 3. Eventueel verkort uit van der Hage(n).

Hagebaum, Hagerbaum, Hagerbaumer, Hägerbaum, Hägebaum: Duits Hagebaum: doornstruik, doornhaag. Vergelijk Hagedoorn.

Hagebeuk. Plaatsnaam, bijvoorbeeld Haghebouck. Vergelijk Hambucken.

Hagebos: Plaatsnaam: door een heg omheind bos.

Hagedoorn, Hoogendoorn, Hagethorn, Hagedorn, Haghedooren, Hagdorn, Haagdoorn, Haagdorens, Haagdoren, Haegdorens, Haegdoren, Haegdons, Hagendoorn, Haegendorens, Hagendorens, van Haegendoren, van Hagendoren, van Hagedoren: Verspreide plaatsnaam Hagedoorn ‘dooornhaag’. Plaatsnaam Hagendoorn in Waalwijk (Noord-Brabant).  Hoge Doorn, Almkerk, land van Altena, 1868; de Hoge Oude Doorn. Met de benaming "doorn" werd in de middeleeuwen mogelijk (ook) bedoeld: 1. een poldergebied/uiterwaard tussen een splitsing van twee rivieren (met vorm van een doorn/punt/driehoek; landtong). o.a. De Doornwaard bij Nederhemert. Gebied bij oude (afgedamde) verbinding Maas–Waal. De (voormalige) Doornwaard tussen Lexmond en Vianen. (niet ver van Jaarsveld/Ameijde). Plaatsje Deurne (gemeente Antwerpen). Deze plaats lag in de 7de eeuw op zandheuvels ingesloten tussen toestromende rivieren: Schelde en Schijn. Vergelijk Oudengels thorn; driesprong. Vergelijk Durgerdam met de er bij liggende polder IJdoorn.

Hagel, Hagels. Bijnaam naar het weersverschijnsel, hagel. Vergelijk De Donder.

Hageland. Noorse familenaam naar plaatsnaam Haegeland.

Hagemans, Hageman, Haegeman: Afleiding van van der Hage.

Hagelin, Hagelen: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hagen.

Hagelsteen, Hagelsteens, Hagelstein, Hagelsteyn, Hagelstijn, Haglestein, Haegelsteens, Haegelsteen, Hagenstein, Hafgelsteen, Haghelstein, Hauglustaine, Haugustaine, Vanguestaine, Vanguestenne: 1. Bijnaam Hagelsteen. Voor een driftig en opvliegend mens. 2. Plaatsnaam Hagelsteen in St.-Katelijne-Waver (Antwerpen), Hagelstein in Aubel (Luik) en Voeren (Limburg).

Hageman, Hagemans, Hagemann, Haegheman, Haghemans, Hagheman, Hagueman, Haegemans, Haegeman, Agemans, Haagmans, Haegmans, Haegman, Haeghmans, Haechmans, Hagmans, Haegsman, Hacgueman, Hacgeman: Afleiding van Van der Hage(n).

Hagen, Hagens, Haagen, Haagensen, Haeghens, Haeghen, Haegen, Haegens: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Haga 'haag'. Haco, Hagilo. 2. Moedersnaam van bakervorm van de voornaam Hadewijch.

Hagen, van, van Haagen: Plaatsnaam Hagen (Goot hertogdom Luxemburg, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts). Of plaatsnaam in Doetinchem (Gelderland). 2. Uit van der Hagen.

Hagen, Hage, van der, von der Hage, van den Haagen, van der Haegen, van der Haege, Verhagen, Verhage, Verhaagen, Verhaage, Verhaagh, Verhaegen, Verhaege, Vrage: Verspreide plaatsnaam Haag, Hage ‘haag, heg, omheining van levend hout, kreupelhout’. ’s-Gravenhage is in 1242 die Haga.

Hagenaar, Hagenaars, Hagenaers, Haagner, Hagenier, Hageniers, Hagener, Haagner: Herkomstnaam van de Hagenaar/Hagenees, afkomstig van Den Haag, dat is ’s-Gravenhage (Zuid-Holland) en soms gewoon uit de plaatsnaam Haag/Hagen.

Hagenauer, Hagenoer, Haguenoer: Afleiding van de frequente Duitse plaatsnaam Hagenau.

Hagenbeek, Haghenbeeck, Haegenbeek: Beeknaam in Doetinchem (Gelderland) en Lochem (Gelderland). Ook Hagebeke in Roeselare en Woumen (West-Vlaanderen). Vooral bekende Nederduitse familienaam Hagenbeck, Hagenbeek.

Hagendijk: Plaatsnaam Haagdijk in Breda (Noord-Brabant); Hagedijksken in Cadzand (Zeeland).

Hagendorf. Duitse plaatsnaam.

Hagenmeier, Hagenmeyer, Hagenmeijer, Hagenmayer, Hagemeyer, Hagemeijer, Hagemeier, Hagmeijer, Hagmajer: Duitse familienaam. Meier (boer) aan de haag, heg, omheining.

Hagenus: Latinisering van Hagen of Hagenaar? 1727 Pieter Clasens liet zich na zijn huwelijk Hagenus of Hagenos noemen.

Hager, Hagers, Haager: Afleiding van plaatsnaam Haag of Germaanse voornaam hag-hari ‘haag-leger’: Hager.

Hagesteijn: Plaatsnaam Hagestein in Vianen (Zuid-Holland).

Haggenmacher. Duitse beroepsnaam van de hakkenmaker, die ijzeren hakken, bijlen maakt.

Haghebaert, Haeghebaert, Haegebaert, Hackbart, Hacbart, Haegenbarth. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hag-bard; haag-bijl. Hagabard. Of door associatie met -aard- of-baard-namen, van Germaanse voornaam hag-barn; 'haag-kind'.

Hagneré. Afleiding van Hagne = Hogne 2. Bijnaam voor een kniesoor. Of van Oudfrans h(a)ignier: bijten, mopperen. Bijnaam.

Hagon, Hacon, Hacoen: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Haco.

Hagoort, Haagoort, Hagman. Plaatsnaam Hagoort in Noord-Brabant, bij Drongelen, door het graven van de Bergsche Maas bestaat het sinds 1894 niet meer.

Haguinet, Hagenet: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hag-naam. Vergelijk Hagon, Hagelin.

Hahn, Hahne, Hâhn, Hâhne: 1. Duitse bijnaam: haan. Vergelijk De Haan. 2. Vadersnaam van de voornaam Johann(es).

Haibette. Plaatsnaam Hébette in Champion (Namen).

Haid. 1. Plaatsnaam Haid in Serinchamps (Namen). 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam. Zie Haidon.

Haider, Haïder, Hajder: Duitse afleiding van plaatsnaam Heid(e).

Haidon, Haydon: 1. Plaatsnaam Haidon in Villers-le-Bouillet (Luik). 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Haido. Vergelijk Heiden.

Haikes. Vadersnaam. Friese voornaam Haie, Haike, wellicht van een hag-naam.

Hailot, Haillot, Haïot, Hayot: 1. Plaatsnaam Haillot (Namen). 2. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hail-naam; vergelijk Haillet.

Haillet, Haillez, Hailliez, Hailez, Hayez, Hayet, Hayette, Hajee, Heyez, Heyes: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hail-naam, zoals Heilaard.

Haimburger. Middenhoogduits heimburger: dorpshoofd, dorpsschout.

Hainaut, Hainault, Haineaux, Hainaux, Haineaut, Hainnaut, Hainnaux, Ainaux, Haynau, Henau, Henaux, Henault, Henaut, Henaut, Henaux, Heneau, Henauw, Hennau, Hennaut, Hennaux, Hennault, Henneaut, Heinnaux, Duhainaut, De Hainaut, Deheinau, Deheinaux, De Heneau, De Hennault, De Hennau, Hennenauw, Henauw, Henau, Dhainaut, Dainaut, D'Hainaut, D’Hainaux, Dhenaut, Denaut, Denhaut, D'Henau, Dhaynaut, Dhennau, Dhennaux, Dhinaut. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hainaut, het graafschap Henegouwen. 2. Zie ook Henau. 

Haine, Haines, Hayne, Haynes: Vadersnaam van de voornaam Henry.

Hainzelin, Henselin, Hanselin: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Heimezo, van haim-rîk (Hendrik).

Hainzelmayer. Vadersnaam Heinzel ( van Heinz) + Beroepsnaam Meyer: meier, boer.

Haisch. Duitse vadersnaam uit de oude Germaanse naam Haije (dit mogelijk uit aq, hagan, of uit de heiligennaam Hyacinthus (dit is een naam uit de Griekse godenwereld).

Haiverlain, Haiverlin, Hainverlain: Luiks-Waals Hêvurlin, afkomstig van Hervé (Luik), Waals Hêve.

Hajenus. Latinisering van Hajen, zie Hayen. Alle naamdragers stammen van Johannes Hajen, die op 23 oktober 1651 toegelaten werd tot het Gymnasium Illustre in Bremen.

Haitsma, Haitsema; Friese familienaam afgeleid van de Friese voornaam Haitje, Haitske, van Haie.

Hak, Hack: Bijnaam naar de hak, de bijl, wellicht beroepsbijnaam voor de houthakker.

Hakbijl: Beroepsbijnaam voor iemand die met de bijl hakt. Vergelijk Duits Hackebeil.

Hakendover, van, van Haekendover, van Hackendover, van Hakendeuven, van Akendoven: Plaatsnaam Hakendover (Vlaams-Brabant).

Hakken, van: Variant van ten Hacken? Of te lezen als van Haken = van Aken?

Hakkenes: Plaatsnaam op Nes ‘landtong’.

Hakkert, Hakker, Hakkers, Hackert, Hacker, Hackker: 1. Beroepsnaam van een hakker, houwer. 2. Variant van Hackaert?

Haksbeen: Beroepsnaam van de beenhakker ‘slager, beenhouwer’.

Hakvoort: Plaatsnaam Hakvoort ten oosten van Nispen (Roozendaal, Noord-Brabant). Ook kasteel bij Vorden (Gelderland):

Haladyn. Voornaam uit het oosterse sprookje Duizend-en-één-nacht. Franse familienaam Aladin. Zie Allentin.

Hal, van, Hall: Plaatsnaam Hall (Noord-Brabant), Hallen Halle (Gelderland).

Halasi, Halazy: Plaatsnaam Halanzy (Luxemburg).

Halbach. Plaatsnaam in Remscheid (Duitsland).

Halbardier, Halbardien. Beroepsnaam van de hellebaardier.

Halbart. Beroepsnaam van de hellebaardier.

Halbeek, van. Plaatsnaam Halbeek in Donk, Limburg.

Halberstadt. Duitse plaatsnaam.

Halbertsma; Friese ma; man, zoon van Halbert.

Halberstam. Duits, Joodse familienaam; halve stam.

Halberthal. Duits, Joodse familienaam; half dal.

Halbleib. Duitse bijnaam naar de cijns die erin bestond een half brood af te staan: Duits halber Leib.

Halbreich, Halbrecq: Vadersnaam. Duitse reïnterpretatie en Waalse aanpassing van Germaanse voornaaam Albrecht, Helmbrecht, Hellbrecht of Hilbricht.

Halconruy. Plaatsnaam Halconreux in Bovigny, Luxemburg.

Haldrich: Vadersnaam. Uit Duits Heldrich, Hildrich, Germaanse voornaam hild-rîk ‘strijd-machtig, rijk’.

Halen, Halens, Hales, Haelens, Haelen: Vadersnaam. Misschien van Halin, Hadelin, afleiding van Germaanse had-naam; of met hypercorrecte h = Alens (zie Alain)?

Halen, van, van Haalen, (van) Haelen, van Haele, Vanhaelen, van Aelen, van Hael, van Haele, Hahlen, Haale: Plaatsnaam Haelen (Nederlands Limburg) of Halen, Houthalen (Belgisch-Limburg).

Halet, Halé, Hales, Haley, Haley, Haleydt, Haeleydt, Hallet, Hallé, Hallett, -Hallz, Haulet, Haulai, Haulait, Haulez, Auleyt, Aulet. 1. Bijnaam afgeleid van Waalse halé = mank. 2. Vadersnaam, afgeleid van een Germaanse hal-naam (bijvoorbeeld Halin). 3. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam (Grand-, Petit-) Hallet in Luxemburg. 

Halévy, Halevy: Joodse familienaam Ha Levy. Lidwoord ha + levi: priester.

Halewijck, van, (van) Halewyck, van Haleweyck, van Halewyk, van Halewy, Halewijk, (van), Haelewyck, Haelewijck, Halewijk, Haleweyck, van Aelewyck, Veraleweck, Verralewyck, Verraleweek: Plaatsnaam Halewijk in Werchter (Vlaams-Brabant).

Halewijn, Halewyn, Hallewijn, Hallwyn, Haelewijn, Haeleweyn, Haelewyn, Haelewyndt, Halwijn, Allewyn, Allewijn, Alewijnse, Allewind, Alluyn, Allouin, Alluin, Hallouin, Halluin, Hollewijn, Holluyn, Olluyn, Haloin, Halloint, Halloin, Halluent: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam al- of adal-win 'al/adel-vriend': Allowinus. 2. Zie (van) Halewijn, Halluin.

Halewijn, van, (van) Haelewijn, Haelewyn, van Haellewijn, (van) Hallewyn, Halewyn, Halewijn, van Halluwyn, van Halwyn, Halwijn, Allewyn, Allewijn, Allewind, Alluyn, Allouin, Alluin, Haloin, Halloint, Halloin, Halluent, Halluin, Holluyn, Olluyn: 1. Plaatsnaam Halewijn/Halluin (Nord).

Halfkan. Nederduitse bijnaam Halfkann: halve kan. Bijnaam voor wie maar een halve maat, niet de volle maat geeft.

Halflants, Halland, Hallant, Hallans, Halans: Bijnaam voor de boer op een half stuk land. Vergelijk Duits Halbenmorgen.

Halffman, Halfman, Hallmann: Nederduits Halfmann, Duits Halbmann, synoniem met Middelnederlands halvenaere ‘pachter die een hoeve bebouwt, maar de helft van de opbrengst moet afstaan’.

Halfmaerten, Halfmaertin. Bijnaam Half maart; vergelijk Vastenavond, April. Achteraf geassocieerd met de voornaam Maarten.

Halford. Plaatsnaam (Devonshire, Shropshire).

Halin, Hallin, Halling, Haling, Halain, Hallein, Halin, Halain, Hallein, Halein, Haleing, Hallen, Halen, Halleng, Haleng, Haulain, Haulin. 1. Vadersnaam, knuffelvorm uit een Germaanse had-naam (bijvoorbeeld Hadelin). 2. Mogelijk een verschrijving van Alain. Zie daar. 3. Zie ook Hellin en Hallynck. 

Halipré, Halipre. Reïnterpretatie van Franse familienaam Alépée, Hallépée. A l'épée: met het zwaard.

Halkes, Halkus, Halkema. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hal+ulf.

Halkett. Schotse familienaam, van Hackett, van plaatsnaam Halkhead, Hawkwood.

Halkin, Halkein: Vadersnaam.Variant van Hellequin; zie Hellin.

Halle Van, Van Hal, Van Hall, Hal. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Halle (Antwerpen en Vlaams-Brabant), Hal (Noord-Brabant), Hall en Halle (Gelderland). Duitse en Engelse familienaam.

Hallaert, Hallard, Hallart, 1. Afleiding van Van (der) Halle. 2. Hypercorrect voor Allaert.

Hallam. Engesle familienaam, van plaatsnaam Hallam (Sheffîeld), Kirk Hallam, West Hallam (Derby).

Hallaux. Waarschijnlijk variant van Hallard.

Halleman, Hallemans, Halmans, Halma, Hallema, Halman, Alma. 1. Beroepsnaam van de beambte bij de stadshalle, de hallenmeester. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Halle, Hal. Zie bij Halle. 3. Naam uit het Duitse Halfmann, Hallmann: pachter die een hoeve bebouwt, maar de helft moet afstaan. 

Hallen, van der, Halle, van der, Verhalle, Verhallen, Vrai, Verholle, Verolle, Verholen: Verspreide plaatsnaam ter Halle: hal.

Halle, van, van Hal, van Hall, Hal: Plaatsnaam Halle (Vlaams-Brabant, Antwerpen), Hal (Noord-Brabant), Hall en Halle (Gelderland).

Hallegraeff. Door assimilatie en reïnterpretatie uit Halfgraef. Vergelijk Duits Halbmeier, van Hallmeier, Halfpape, van Hallpape, Halbmann, van Hallmann, Halbherr, Halbbauer; Nederduits Halfridder: die als een ridder leeft zonder het te zijn. Een halve graaf is misschien iemand die zich de allures van een graaf aanmeet.

Hallers, Haller. Duitse familienaam. 1. Afleiding van plaatsnaam Hall. 2. Muntnaam Heller: duit.

Halleux. Familienaam uit de plaatsnaam Halleux (Luik) en in Charneux, Comblain-au-Pont, Nandrin (Luik). Afleiding op -etum van Germaans hasal: plaats waar hazelaren groeien.

Hallier, Halliez, Hallez, Haley. Beroepsnaam van de hallenmeester.

Hallmann. Duitse variant van Halbmann, zie Halfmann.

Halloua. Naam van Algerijnse, sefardische Joden. Arabische familienaam Hal(l)ioua: kleine koek, vandaar: aangenaam, vriendelijk.

Hallumier, Hallumiez, Halleumieux: Oudfrans helmier, van Oudnederlands helm. Beroepsnaam van de helmmaker.

Hallynck, Halling, Fries Hallinga, Hellinga en Hellenga en samengestelde naam Hellingerhuizen, Allinck, Allinckx, Hellingh, Helling, Hellings, Hellynck, Hellinck, Hellinckx, Hellinx, Helincks, Helinck, Helincks, Helinckx: 1. Bijnaam naar de muntnaam, Middenenderlands hallinc, hellinc, van halvelinc: kleine (halve) munt, mijt. Vergelijk Duits Helbling, Helling. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hello; zie Hellin, Halin. Hello geeft tevens oorsprong aan vele andere geslachts- en plaatsnamen. Te weten aan Hellema en Helma, Hellen en Helles; aan Hellum, een dorp in Fivelgo, en aan Helwert, een gehucht bij Rottum in Hunsego, beide in Groningerland; aan Hellingen, een dorp in Luxemburg; aan Hellinghen, een gehucht by Hérinnes-lez-Enghien in Henegouwen; aan Hellinghill in Northumberland (Engeland); aan Hellinghausen, een dorp bij Lippstadt in Westfalen, enz.

Halot, Hallot, Halloo, Allot, Alloo, Allo, Haulotte, Haulot, Aulotte: 1. Oudfrans halot: tak, struik, stronk, struikgewas. Plaatsnaam of beroepsnaam voor de hakker van hakhout. Vergelijk Allosserie. 2. Zie Delaleu.

Halperin, Halpern, Halporn: Joodse en over Oost-Europa verspreide familienaam: Halpern, Heilprun. Zuidduits Heilporn = Heilbronn.

Halpouter. Plaatsnaam Appelterre (Oost-Vlaanderen).

Hals, Haels: Bijnaam naar de opvallende hals. Vergelijk Lanchals.

Halsband. Bijnaam voor de drager van een halsband of beroepsnaam voor de maker ervan.

Halsberghe, Halsberge, Alsberge, Alsberghe, van Halsberghe: Beroepsnaam voor de maker van halsbergen. De halsberg was dat deel van de wapenrusting dat hals en bovenlijf bedekte, borg.

Halsdorf. Duitse plaatsnaam.

Halse, van: Hals is de naam van een geul in de Slikken ten westen van Flakkee (Zuid-Holland).

Halsen, Halzen: Variant van Helsen/Helzen, met e/a-ronding voor de l (vergelijk dialect malk: melk).

Halster, de: Beroepsbijnaam. Middelnederlands halfter, ha(e)lter, halster ‘leren halsriem voor paarden’. Of Middelnederlands (h)a(e)lster ‘schepel, graanmaat’.

Halteren. Rostock. Zie Haelterman.

Halteren, van. Plaatsnaam Haltern, Duitsland. Of Halsteren, Noord-Brabant.

Halterman, Haltermann, Haelterman, Holtermann, Aelterman, Alterman, Aelderman. 1. Beroepsnaam afgeleid van het Middelnederlandse ha(f)ter: halster, leren paardenriem. 2. Nederduitse familienaam van plaatsnaam Haltern. 3. Zie ook Aelter. 

Halvorsen. Noore vadersnaam, van Germaanse voornaam Halvor, van Oudnoords Hallvarr. St.-Hallvard is de beschermheilige van Oslo.

Hamerschmidt, Hammerschmidt, Hamerschmitt. Beroepsnaam Hammerschmied: smid die hamert of hamers smeedt.

Ham, van (den), van der Ham, (ten) Ham, Hamme, van, van Hame, Wanham, Vahamme: Verspreide plaatsnaam Ham ‘landtong uitspringend in inundatiegebied’. Ham (Belgisch-Limburg) en in Veghel en Wanroij (Noord-Brabant), Den Ham Overijssel en in Aduard en Bellingwedde (Groningen). De Brabantse familie Van Hamme stamt uit Hamme bij Wemmel (Vlams-Brabant)

Hamtia, Hamptia, in Floreffe, Namen.

Hamage, Hamague. Plaatsnaam Hamahe, Nord.

Hamaide, de la, de la Hamayde, de, Hamaide, Delamaide, Delahamette, Delamethe, Delameth, Delameyde, Delhamende, Delhamente, Delmaminte, Hamende, Hamente, Hamande, Hamainte, Hamaite: Oudfrans hamede, Waals haminde: slagboom, afsluiting. Plaatsnaam Lahamaide (Henegouwen) en La Hamaide in Beaudour en Hautrage (Henegouwen). Zie ook Van Ameyde.

Hamakers, Hamaeckers, Hamaekers, Haemaekers, Hamacker, Hamackers, Hamache, Hamacher Hammaecher, Hammache, Hamaque, Amaeckers, Amacher, Amacker. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse hamaker, haemmaker: maker van hamen (= leren of houten halsjukken voor paarden). 

Hamal, Hamael. Familienaam afkomstig uit de Romaanse vorm van de plaatsnaam Hamel in Rutten (Limburg). 

Hamann, Haman, Hammans, Hammas, Hamans, Hamane: Vadersnaam. uit Hanemann, afleiding van de voornaam Johannes.

Hamaque. Waalse uitspraak voor Hamaker.

Hamard, Hamar. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam haim-hard 'heem-sterk': Henmardus.

Hambach. Duitse plaatsnaam.

Hambé. Vadersnaam Hambet, afleiding van Hambert, Germaanse voornaam han-berht. Zie Hennebert.

Hambeeck Van, Van Hambeke. Familienaam uit de plaatsnaam Hambeek (omgeving Rijmenam – Antwerpen, Roermond). 

Hambenne. Plaatsnaam in Flawinne, Namen.

Hamberg, van. Duitse plaatsnaam. Meestal wel voor Hamburg.

Hamblok, Hambloch: Plaatsnaam in Poederooien en Zuilichem (Gelderland).

Hambrouck. 1. Plaatsnaam Hambroek in Ekelsbeke (Frans-Vlaanderen) en Hambreucq in Tardinghen (Pas-de-Calais). 2. Plaatsnaam in Prinsenhage (Noord-Brabant).

Hambucken, Hambücken, Hahnbücken, Hahnbück, Haambuckers, Hambuckers, Hambückers, Hanbuckers, Hanbückers. Familienaam uit de plaatsnaam Hambuch(en) (Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts), Hambüchen (Noordrijn-Westfalen). Komt uit Hagenbuch: haagbeuk. Nederduits Hag(e)(n)bock, -bö(c)ker, -buck.

Hamburg, van, Hamborg, Hamburger, Haneborg: Plaatsnaam Hamburg, de hanzestad.

Hambye, Hambije. Plaatsnaam Hambye, Manche.

Hameeteman, Hameete: Zeeuwse plaatsnaam Hameete, op Westvoorne Haaimete ‘stuk zandgrond, begroeid met gras, aan de rand van de duinen’.

Hameka, Hamke, Hamming, Hammingh, Hammink, van Hammama, Hamje, Hammes, Hamkema, vadersnaam, Germaanse naam Hamo, in Friesland Hamme, Hamke.

Hamel, Hamels, Mamelle, Haemel, Haemels, Haamel: 1. Bijnaam naar de diernaam hamel ‘hamel, gesneden ram’. Vergelijk de Ram, Schaap. Ook Duits Hammel. 2. Plaatsnaam Hamel; zie Van Hamel.

Hamel, van. Plaatsnaam Hamel in Lummen en Rutten, Limburg.

Hamelers, Hameleers, Hammeler: Afkomstig van Hamel (Limburg).

Hamelot. 1. Vadersnaam. Variant van Hannelot, vleivorm van de voornaam Johannes. 2. Zie Ameloot.

Hamerelle, Hammerel: Plaatsnaam, afleiding van hameau: gehucht.

Hamers, de, den, Hamer, Hamers (de), Haemers, Hamers, Dhaemers, Dhamers, Hammer, Hammers, d’Haemers,dD'Haemer, Dhaemers, Dhamer, Dhammers, Dhamers, Daemers, Thamers, (den) Hamer: 1. Beroepsbijnaam van de smid, naar de hamer die hij gebruikt of maakt. 2. Vadersnaam. Zeeuwse voornaam Hamer.

Hames, Hamesse, Hamès, Halmès, Hammes: Variant van Hannes(se). Voor de wisseling n/m, zie Hamelot, Janne(s) = Jasme(s)=Jamme.

Hamet, Hames, Hamez, Hamey. 1. Hypercorrect (met h) voor Amez; zie Aimé. 2. Hannet, afleiding van de voornaam Johannes; vergelijk Hames(se).

Hamer, van den: familienaam den Hamer met secundaire voorzetsel? Of huisnaam; In den Hamer.

Hamlincourt. Plaatsnaam Hamelincourt, Pas-de-Calais.

Hamerlinck, Hamerlink, Hamerlijnck, Haemerlinck: Vadersnaam. Hamerlink, van Hamelrik door omkering van volgorde van klanken lr/rl, door associatie met hameren door associatie met het achtervoegsel –ing. Amelrik is de Germaanse voornaam amal-rîk ‘bedrijvig, ijverig-rijk, machtig’: Amalric(us), Amelric(us).

Hamerpagt: Vermoedelijk een volksetymologische vervorming van de Duitse plaatsnaam Hammerbach (Beieren).

Hamersma, Hammersma, Hamringa, Hameringa, Hammerga, Hammers, en de plaatsnaam Hammerum (Hammara-heim), dorp in Jutland by Ringkiöbing, vadersnaam, oud-Germaanse naam Hamar (Hamr, Hammer) ; hamer.

Hamersveld, van. Plaatsnaam bij Leusden, de kern werd tot 1970 Hamersveld genoemd.

Hamerslag: Bijnaam voor een smid. Vergelijk Duits Hammerschlag.

Hamilton, Hamelton, Hammerton. Naam uit de Engelse plaatsnaam Hamilton (=boomloze heuvel/thuis/versterkte plaats) in Leicestershire, en ook elders.

Hammée, van. Waalse verhaspeling van Van Hamme.

Hammacher: Ook Vlaamse familienaam Hamakers. Beroepsnaam. Middelnederlands hamaker, haemmaker‘ maker van hamen, leren of houten halsjukken voor paarden’.

Hamme, (van), van der Ham, van Hame, Wanham, Vahamme, Ham, Verhamme, Verham, Veramme, Veremme, Voorhamme, Verheem. Een ham is een zeer verspreide plaatsnaam voor een landtong in een overstromingsgebied, een meander, een rivierbocht. Ooit bij een ham gewoond of er wat mee te maken gehad ? Plaatsnaam Hamme (Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant). Vergelijk van Ham.

Hammel, Hammels. Duitse bijnaam Hamel. Vgl. Hamels 1.

Hammelburg. Bijnaam. Beieren.

Hammen, Hammens, Hammingh, Hamming, Hammink, Hamminga; Vadersnaam. Afleiding van een Germaans naam, zoals Hademar, Haduman. Hammingus.

Hammerer. Duitse beroepsnaam van iemand die hamert, de smid. Vergelijk Hammerschmidt.

Hämmerlein, Hammerlé, Hammerlin, Hemmerling, Hemmerlin: Duits Hämmerle(in), afleiding van Hammer: hamer.

Hamoir. Familienaam uit de plaatsnaam Hamoir (Luik). 

Hamonet, Hamon, Hamont, Hammond: 1. Vadersnaam. Verbogen vorm en afleiding van Germaanse voornaam Hamo. 2. Zie Amon.

Hamont, van, van Hamond, Hammond, Hamonts, Hamont: 1. Plaatsnaam Hamont (Limburg). 2. Zie Hamon(et). Hamori, zie Amaury.

Hampel, Hampl, Hempel. Afleiding van Hampe, Hampert.

Hampe: West-Vlaamse familienaam Hampe, Ampe. Vadersnaam. Germaans bakernaam. Ofwel Ampo, van Ambert, Amalbrecht, Andbert, Ambold of Hampo, van Haginbert, Hamabold Of Hamabert. Zie Ampe.

Hampert, Hamper. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hambert. Duits Hamprecht, van Haganprecht. Vergelijk Ampe.

Hampson. Engelse vadersnaam. Zoon van Hamo of Hamond.

Hamptiaux, Hamptaux, Hamtiaux: Plaatsnaam Hampteau (Luxemburg) en in Opheilissem (Waals-Brabant).

Hampton. Plaatsnaam (Cheshire, Gloucestershire, Herefordshire).

Hamstra: Friese afleiding van de plaatsnaam Ham.

Hamza. Arabisch naam uit hamuza: sterk, standvastig. 

Hanappe. 1. Oudfrans hanap: drinkbeker, kruik. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Hanappier. 2. Plaatsnaam Hannappes (Aisne, Ard.), Annappes (Nord).

Hanau, Hanauer. Duitse plaatsnaan Hanau.

Hanchir, Hanzir, Hansirs, Henchir, Henchyr: Vadersnaam. Waalse afleiding op -essier van de voornaam Johannes.

Hanciau, Hanciaux, Hanchaus, Hansseuw, Hanseeuw, Hansay, Anseau, Anceuax, Anceau, Ansseaux, Ansseau, Anciaux, Anciau, Ansieau, Ansiaux, Ansiau, Ansia, Ancia, Ansay, Anseeuw: 1. Vadersnaam. Vleivorm op -eç-el van Johannes. 2. Hanciau(x) kan hypercorrect zijn voor Anciau(x). Zie Ancel.

Hancisse, Hansis. Vadersnaam. Waalse afleiding van de voornaam Johannes.

Hanck, Hanke, Hancke, Handke, Henke, Henek, Haneke, Hancq, Hanc, Anken, Anke, Hangx, Hacke, Hack, Hackens, Hacken, Haquenne, Haeck, Haack, Haak, Hake, Haekens, Haeken, Haex, Hacks, Hackx, Hak, Acken, Acke, Ackens, Akens, Ackx, Acx, Acs, Aeck, Aecq, Aex: Vadersnaam Hanke en gedenasaleerde vorm Hakke, van Johannes. Zie Hacket.

Hancock. 1. Middenenderlands hanecoc: alikruik. Vergelijk Slecke. 2. Reany verklaart Hancock als afleiding van Hann =Johannes. Maar 1297 Hannecok le Nunne wordt ook Henricus genoemd.

Hancotte, Hanicotte, Hanicot, Ancot: Vadersnaam. Vleivorm van Johannes.

Haneca: Vadersnaam. Uit Hannecart, Hanecard, afleiding op -ik-ard van de voornaam Johannes.

Hancre. Spelling voor Ancre of hypercorrect voor Hancq, Haneke.

Hanegem, (van); van Haneghem: Niet gesitueerde plaatsnaam.

Handekijn, Handekyn, Handequin. Variant van Hondekijn.

Handel, den. De Handel is een poldernaam in Oosterhout (Noord-Brabant). Plaatsnaam Handel in Gemert.

Handelberg, Handelbergh. Reïnterpretatie van Aan de Berg?

Handelsman. Beroepsnaam van de handelaar: bemiddelaar, zaakwaarnemer. Vergelijk Duits Handelmann.

Handenhuysen, van, Van aan den Huize: aan het huis? Of door verkeerde lezing (u=n) van Van Haudenhuyse.

Handgraaf. Reïnterpretatie van Hanegraaf.

Handig. Bijnaam; handig, bedreven.

Handler, Händler, Hendler: Duitse beroepsnaam Hândler: handelaar. Vergelijk Handelsman.

Handsaeme, van, van Handzaeme, van Hantsaeme: Plaatsnaam Handzame (West-Vlaanderen).

Handschoewerker, Handschoewercker, Handtschoewercker, Handschouwercker, Handschouwerker, Handtschdewercker: Beroepsnaam van de handschoenmaker.

Handstanger. Verhaspeling van Hanfstengel.

Handwerker. Beroepsnaam van een handwerker.

Hanebeck, Ennebeck: 1. Bijnaam 'hanenbek'. 2. Zie Hannebicque.

Haneborg. 1. Spellingvariant van Hamborg: Hamburg. 2. Noorse familienaam naar plaatsnaam Hanaborg.

Hanegem, van. Vervorming van Van Andelgem, plaatsnaam in Desselgem (West-Vlaanderen)? Of Duitse plaatsnaam Hanhnheim?

Hanegraaf, Hanegraaf, Hanegraef, Hanegraeff, Annegrave, Haenegreefs, Hanegreefs, Hanegrifs, Hamegreefs, Hennegrave, Hennegrave: Beroepsnaam van de opzichter van hanen en ander pluimvee. Vergelijk pluimgraaf: bediende die vogels verzorgt.

Haneffe, Anaf, Heneffe: Plaatsnaam, Luik.

Hanekroot. Middenenderlands hanencraet: hanengekraai, dageraad. Duits Hahne(n)kratt: Bijnaam voor een vroege opstaander.

Hanegoor, Hangoor: Plaatsnaam Hannocourt (departement Moselle) of Hancourt (Somme)? Of variant van Hangard?

Hanegraaf: Beroepsnaam van de opzichter van hanen en ander pluimvee. Vergelijk pluimgraaf‘ bediende die vogels verzorgt’.

Hanenburg: De familie was eigenaar van het huis Hanenburg, nu Berlikumermarkt 19 in Leeuwarden (Friesland).

Haneron. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanet, Hannet, Henet, Hennet, Anneet, Annet, Anné, Ané, Annez, Honet, Honée, Honee, Honnee: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes. Zo ook Hanniet, Haniet.

Hanff, Hanf. Duitse beroepsnaam van de hennepteler, -boer. Vergelijk Duits Hanfbauer.

Hanfstengel, Hanefstingels, Haeneefstingels: Duitse bijnaam: hennepstengel, voor een opgeschoten kerel.

Hangard: Plaatsnaam Hangard (Somme)? Of uit Hannecard, afleiding van de voornaam Johannes. Zie ook Han(e)goor.

Haniche. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes.

Hanisch. Vadersnaam Oostduitse vleivorm van de voornaam Johann.

Haniet, Haney, Honlet, Hanolet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes.

Hanin, Henin, Hénin, Hénan, Henein, Henning, Hennin, Henninck, Henninckx, Hennings, Henningsen, Hanninck, Hannin: Vadersnaam. Vleivorm van heiligennaam Johannes.

Haniset, Hanizet, Hanozet, Hanuset Hanuzet, Honnos, Hanos, Hanosset, Hanosset, Hannoset Hannuzet, Henuset, Hanuzet, Hunuzet, Enuset, Hanset, Hansets, Hancet, Hansé, Hanse, Hansez, Hanzé, Inzé, Inze, Inse, Aniset, Anizet, Anuset, Annuzet, Anuzet. Vadersnaam, Waalse knuffelvormen van de voornaam Johannes.

Hanut, Hannut. 1. Plaatsnaam Hannut, Nederlands Hannuit (Luik). 2. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hankin, Hankins, Annequin, Hanquinet, Hanquin, Henquinet, Henquin, Henquinez, Henquiniaux, Hanquiniaux, Hanquinaux, Anquinaux, Anquinet: Vadersnaam. Hannekin, afleiding van de voornaam Johannes; Romaanse afleiding op -et, -el/(i)au(x).

Hanlon. Vadersnaam Hannelon, vleivorm van Johannes.

Hannoff, Hanoff. Wellicht Waalse uitspraak van Hannover.

Hanon, Hannon, Henon, Hennon, Hinon, Hannoun, Annon: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Hano 'haan'. 2. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanken, Hankes: Vadersnaam. Hanke, verkleinvorm van de voornaam Johannes.

Hannaart, Hanhart, Annaart, Annaert, Hannaert, Hannaerts, Hannard, Hanard, Hannart, Hanart, Hanaerte, Hanard, Hannard, Hanarte, Hannart, Hanarte, Hanna, Hana, Anaerts, Annaerts, Annart, Anard, Hennaerd, Hennaert, Hennard, Hennart, Hénard, Honnaert, Honnart, Honnart, Honna, Hoonaert: Vadersnaam. Afleiding van de heiligennaam Johannes.

Hanne, Hanna, Hana, Hannesse, Hannes, Hanesse, Hannise, Hannus, Hanus, Hanusse, Hanuse, Anus, Hanneus, Haneuse, Aneuse, Hanause, Hannuise, Hanuise, Hanusz, Hennes, Hennus, Henusse, Hans, Hansen, Hanse, Hance, Hanssenne, Hansenne, Hensenne, Ansennes, Ansenne, Hanssen, Hanssens, Hansen, Hansens, Hensens, Hensen, Anssens, Ansens, Ansen, Hanze, Hanzen, Hens, Hense, Hennissen, Henissen, Henneuse, Heneuse, Henssen, Hensen, Henze, Henzen, Henzene, Hins, Hinsen, Hinssen, Hinsens. Vadersnaam, verkorte vorm uit diverse vormen van Hans, Hannes, Johannes.  Hansates; de zoon van Hans-Ates.

Hannebau, Hannebou, Hannebouw, Hannebuer, Hennebaut, Hennebaux, Hennebo, Hennebois, Hennebot, Hennebl, Hennebelle, Hennebil, Henbaut, Hinnebaut, Hinnebo, Hunebelle, Hunbelle, Humbel, Hendboeg. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hen-bald: haan-moedig. Hanubaldus. Hennebel(le) is hypercorrect (vergelijk Frans beau/belle).

Hannecart, Hannecard, Hannekaert, Hanecard, Hanecart, De Hannecard, Hannicart, Haenecaert, Hannequart, Hanquart, Hankar, Hankard, Hankart, Hancart, Hanchar, Hanchard, Hanchart, Annicaert, Anckaert, Anckaerts, Anckaer, Anckaar, Ankaer, Ankaert, Ancard, Ancart, Ancaer, Anecaert, Encart, Enkart, Hanicka, Hanika, Hanneca, Haneca, Aneca, Anyca, Anica, Anca. Vadersnaam op -ik/-ard van de heiligennaam Johannes. 

Hannekin, Haniken, Hanikenne, Hankenne, Hannequin, Hanquin, Hankin, Hankins, Annequin, Hanquin, Hanquinet, Henquin, Henquinet, Henquinez, Henqouniaux, Hanquiniaux, Hanquinaux, Anquinaux, Anquinet. Vadersnaam, Romaanse afleiding knuffelvorm van de voornaam Johannes of uit Arnekin (knuffelvorm van Arnoud-Arnolf).

Hannemans, Hanneman, Henneman, Hennemans, Anneman, Annemans, Hannemann, Hanemann: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes. 2. Zie Anneman(s).

Hannen, Hennen: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes. Ook afleiding van Hanne. Zie Hennen.

Hannema, Hansma, Hansema: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Johannes, Hans.

Hanepain, Hannepin. Vadersnaam. Waalse vleivorm van de voornaam Johannes.

Hannenwijk, Hannewijk: Plaatsnaam Hannewijk, zuidoost van Bakkeveen in Opsterland (Friesland).

Hannert, Hannerts, Hannard, Hanard, Hannart, Hanart, Hanarte, Hannarte, Hanna, Hana, Annaert, Annaerts, Annaart, Annart, Anard, Hennaerd, Hennaert, Hennard, Hennart, Hénard, Honnaert, Honnart, Honna, Honart, Hoonaert. Vadersnaam afgeleid uit Johannes. 

Hannet, Hanet, Hennet, Henet, Aneet, Annet, Anné, Ané, Annez, Honet, Honée, Honee, Honnee. Vadersnaam afgeleid uit Johannes. 

Hannosette. Moedersnaam, uit de voornaam Hanoset (Johannes). 

Hanneton, Hantoon, Hanton, Henneton, Henton: Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Johannes.

Hannevart, Haneveer, Haneveir, Hennebaert, Henebaert, Henvard: Vadersnaam. Germaanse voornaam haim-frid 'heem-omheining':

Hannick, Hannicq, Hanicq, Hanique, Haneke, Hannecke, Annick, Anique, Annycke, Unique: Vadersnaam. afleiding van Han, voornaam Johannes.

Hannier, Honnier, Hony, Hani, Heini, Heni, Heinny, Heny: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam han-hari 'haan-leger'.

Hanno, Hannot, Hano, Hanot, Hannot, Hanott, Hanotte, Anno, Annot, Annoot, Annoote, Anote, Annothe, Hannotel, Hannotiau, Hanotiau, Hanotiaux, Hanoteau, Hanoteuax, Hanotieau, Hanotaux, Annotiau, Hanotin. Vadersnaam uit knuffelvormen van de heiligennaam Johannes. 

Hannosette. Moedersnaam. Vrouwelijk vorm van Hanoset.

Hanoque, Hanocq, Hannocq, Henocque, Henocque, Hennocq, Henocq, Henoch, Annocque, Annocqué, Anoque, Anocq: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanotier, Hanotière, Hannotier: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes.

Hanoulle, Hanoul, Hanould, Anoul, Hannoul, Hnaouille, Hanoulle, Hanouille, Henoeille, Hagnoul, Hainol, Hanjoul, Hanjoel, Hanjool, Hignoul, Hignoule, Xhignoulle, Hinoul, Ignoul. Vadersnaam, Waalse knuffelvorm op -oûle van Johannes. 

Hanoy, Hannoy, Hanois, Hanoir, Annoye: Vadersnaam. Vleivormen van de voornaam Johannes.

Hanozin. Vadersnaam. Waalse vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanquet, Hanquez, Henquet, Henquez, Henket, Hancké, Anquet, Anquez: Vadersnaam. Afleiding van Hanke, van Johannes.

Hanquier, Hanquiez. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ans-ger 'ans (godheid)-speer': Anscarius, Hanscherius. Vergelijk Anquetil, van ans-ketil. Of van Hauquier (eveneens in Limburg) met epenthetische n.

Hanraets, Haanraats, Haanraads, Haenraets, Hahnnraths, Hanraths, Henraat, Henraath, Hanratty, Hanre, Hanrez, Hanré. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hand-red; haan-raad. 2. Een Heerlens geslacht Haanraads is echter afkomstig uit Haanrade in Kerkrade (Nederlands-Limburg). 

Hanre, Hanrez, Hanré: 1. Plaatsnaam Hanret (Namen). 2. Zie Hanraets.

Hansbout, Hansebout. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Ans(e)boud (ans-bald; godheid-moedig). 

Hansaert, Hansa, Hansart, Henissart: Vadersnaam. Afleiding van de heiligennaam Johannes.

Hansel, Hensel, Hensels, Handzel: 1. Vadersnaam. Duits Hansel, afleiding van Hans. 2. Zie ook Ancel; Hanselaere, van; Hanselaer, Hanselaar: Plaatsnaam Hanselaar in Lokeren (Oost-VlaanderenV).

Hanselman, Hanselmann. Vadersnaam. Duitse vleivorm van Hans.

Hansen, Hanse, Hanssens, Hanssen, Hanzen: Vadersnaam. Zoon van Johannes, Hans.

Hanseval, Hanzeval: Plaatsnaam Xhenseval in Ouffet (Luxemburg).

Hanskamp: Vergelijk plaatsnaam Hanekamp bij Radewijk (Hardewijk, Overijssel).

Hanskens, Hansquine: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hans, Johannes.

Hansma, Hansman, Hansmann, Ansman: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hans.

Hansoel. Spellingvariant van Hansoul.

Hanson, Hansson, Hantson, Anisson, Unissons, Anson, Antson, Henson: Vadersnaam. Uit Hanesson, Romaanse vleivorm op –eçon van Johannes.

Hansotte, Ansotte, Hanuzot, Henchoz,Hansoulle, Hansoul, Hansoel, Hansol, Hensotte, Hensoul: vadersnaam. Romaanse vleivormen met stapelsuffîx -eçot, -eçoul, -eçoi van de voornaam Johannes.

Hanstater. Vadersnaam van Noors Hansdatter, Johannesdatter: dochter van Johannes. Vergelijk Deens Hansdotter, Duits Hanstochter.

Hanswijk, van, Hanswyck, van, Hanswijck, Hanswijk, van Hansewijck, Hansewyck: Plaatsnaam Hanswijk in Mechelen (Provincie Antwerpen).

Hantekees. Vervorming van Hautekees.

Hantschmann. Vadersnaam. Duitse vleivorm van Johann.

Hantsetter, de, de Handsetters, Handschutter, de Handschutter, de Handscutter, (de) Handtschutter, Hantschutter, Dedanschutter, Deanscutter, Dantschotter, Danschotter, Danschutter, Dhantschotter, d'Handschotter, d’Hantschotter, d'Hantshotter, Dandschotter, Damschotter, Handschoote, Hantschoot, Hantschootte, Handtchootte, Hanscoote, Hanscotte, Anscutter. Beroepsnaam van de hant(schoe)zutter: handschoenennaaier, -maker. 

Hantz, Hantzen. Vadersnaam. Duitse vleivorm van de voornaam Hans.

Haond, Haon, Haot: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm en van Germaanse voornaam Hado. Vergelijk Haous, Hatton.

Haoud. Variant van Haous? Algerijnse naam?

Haous. Vadersnaam. Romanse vorm van Germaanse voornaam hath-wulf 'strijd-wolf: Hadulf(us).

Hap, Happe, Haep, Haps, Heppe, Hepp, Hepts, Heps: 1. Middelnederlands happe: (hak)bijl. Beroepsnaam van de houthakker. Vergelijk Happaert, Duits Beil, Hackebeil. - 2. Vadersnaam. Bakervorm van de Germaanse voornaam Herbrecht of Hebbrecht.

Hapers, Haepers, van Haperen, van Haeperen, van Aperen. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hapert (Noord-Brabant) of Haperen in Olen (Antwerpen). 2. Zie ook Aper.

Haperen, van; van Aperen, van Haeperen, van Apers: Plaatsnaam Hapert (Noord-Brabant). De overgang naar Van Haperen is in de eerste helft van de 18de eeuw gebeurd in de streek van Breda, Prinsenhage, Etten-Leur. De familienaam werd Van Apers in Schoten.

Hapet, Happé, Happée: Afleiding van Oudfrans hape: haak. Beroepsnaam. Een Hollands-Joodse familie Hartog liet haar familienaam wijzigen in Happée.

Hapleteer, van. Plaatsnaam Appelterre, Oost-Vlaanderen.

Happaert, Happaerts,, Happaer, Happaers, Hapart, Happart, Appaerts, Appart, Apard, Happers, Appers: Afleiding van Middelnederlands, Oudpicardisch happe: hakbijl. Beroepsnaam van wie de bijl hanteert, wellicht een houthakker. Vergelijk Hap(pe).

Harang, Harant, Harent, Harrang, Harran, Dehareng, Hereng, Herent, Hérant, Herreng, Herrent, Herren: Verschrijvingen voor Frans hareng, Oudfrans harenc: haring. Beroepsnaam voor een haringvisser of-verkoper. Of huisnaam.

Harbant. Vadersnaam. Germaanse voornaam Harebannus of Hardobannus, wellicht gereduceerd van Herbrand, Harbrand.

Harbers, Herbers, Harberink, Harberts. Of Joodse naam, of van Frans Herber; kruiden, weiden, kruidenhandelaar? Of Germaanse naam van Her, Har; leger, bert; stralend, dus schitterend in het leger.

Harbon, Harbonnier. Waals hypercorrect voor Charbon(nier).

Harbrink, Harperink: Vadersnaam. Afleiding van Harbrecht.

Harchies, Harchy, Deharchies: Plaatsnaam Harchies (Henegouwen).

Harcourt, D'Harcour, D'Harcourt, Darcourt: Plaatsnaam Harcourt (Eure).

Hardas, Hardat: Misschien Middenfrans hardas: strop. Beroepsnaam?

Harde, de, Hardt, Hard, Harte, Hart, Art, Arte, d'Harte, 't Hart, Herte, de Herde,d'Herde, Derde, Derden, Herd, Herden, Herd, Herdé. 1. Bijnaam uit het Middelnederlandse hart, hert: hard, sterk, gevoelloos, hardnekkig. 2. De vormen met d kunnen ook teruggaan op het Middelnederlandse harde, herde: herder. 3. De naam Arte bestaat ook in Italië (Campanië en omgeving). Vadersnaam uit Arthur, bijnaam.

Hardebil. Bijnaam naar de lichaamseigenschap: harde bil. Vergelijk Hardebolle, Harteschene.

Hardebolle. Bijnaam voor iemand met een harde kop, een stijfhoofd. Duits Hartkopf.

Hardeel, Ardeel. 1. Familienaam uit hardel: touw. Bijnaam of beroepsbijnaam voor hij die de strop verdient of ze hanteert. 2. Eventueel vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hard-naam; vergelijk Harteel.

Hardekaas: Bijnaam of beroepsbijnaam. Vergelijk Duits Hartkäse.

Hardeman, Haerdeman, Hartman, Arteman, Hardman, Hardmans, Hartman, Hartmans, Hertmans, Herteman, Hertemans, Hertelmans: Vadersnaam. Germaanse voornaam hard(u)-man ‘sterk-man’. Ook Duits Hartmann.

Hardemee: Naam van een poldertje bij Oosterland (Duiveland, Zeeland), in 1695 geïnundeerd.

Hardenberg, von, Hartenberg, Hartemberg: Plaatsnaam Hardenberg (Noordrijn-Westfalen, Nedersaken, Overijssel). Ook 1475 Hardenberch in Wierden en 1382 Hardenberge in Warnsveld.

Hardenne. 1. Plaatsnaam Hardenne in Houyet (Namen). 2. Zie van Aardenne.

Hardeweg. Vadersnaam. Reïnterpretatie van Hard(e)wig, Germaanse voornaam Hartwig.

Hardewijn, Hardewyn, Herdewijn, Herdewyn, Hardouin, Harduin, Ardewijn, Ardouin, Ardhuin, Herdhuin: Vadersnaam. Germaanse voornaam hard-win ‘sterk-vriend’: Hardwinus, Ardoinus.

Hardi, Hardie, Hardies, Hardis, Hardij, Hardy, Lehardy, Ardies, Herdies, Hordies, Hordiez, Ordies: Oudfrans hardi: moedig, durvend. Bijnaam.

Harding, Hardijns, Hardyns, Ardyns, Ardijn, Ardijns: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Hardo ‘sterk’.

Hardiquest, Hardiquet. Aversnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hardo. Vergelijk Harding.

Hardyzer, Hardijzer. Beroepsbijnaam van de smid. Duits Harteisen.

Harel, Harelle. Oudfrans harele: tumult, lawaai, opschudding. Bijnaam.

Harelbeke, van. Plaatsnaam, West-Vlaanderen.

Hardlooper, Hartlaub: Bijnaam voor iemand die snel loopt. Ook Duits Hardelauf.

Hardon: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Hardo.

Hardoux, Ordou: Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam hard-wulf 'sterk-wolf: Hardulfus.

Harduineau. Afleiding van Hardouin.

Haren, van; van Harn: Plaatsnaam Haren (Noord-Brabant, Groningen, Vlaams-Brabant).

Haringman: Beroepsnaam van de haringvisser of haringhandelaar.

Hariot: Vadersnaam. Uit Henriot, verkleinvorm en vleivorm van de voornaam Henri.

Harizanova. Moedersnaam uit het Slavisch (Russisch) taalgebied: dochter van Hariza. Hariza komt mogelijk uit het Sanskriet: geluk. 

Harford. Plaatsnaam Harford (Devonshire).

Harfst. Nederduits voor herfst, het jaargetijde. Duits Herbst.

Harhuis, Haarhuis, Harrus: Harhûs, Nederduitse vorm van Duitse plaatsnaam Haarhausen en Harhausen. Duitse familienaam Haarhaus.

Härig, Haerigs: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hari-naam.

Harinck, den, Haring, Haringh, Haringhs, Haerinck, Haering, Haerynck, Haerijnck, De Harijnck, Harynck, (de) Heering, Hering, Heerings, Heerinckx, Herinck, Herinckx, Herinx, Herincx, Herincs, Harrings, Herring, Heerinck, den Haring, de(n) Haerinck, Haerijnck, Haerynck, Haerynck, Haerinckx, Haerunckx, Heering, Herinck, Heringa: 1. Beroepsbijnaam van de haringvisser of -verkoper. 2. Het kan een oorspronkelijk vadersnaam zijn, een afleiding van een Germaans hari-naam, Hairingus, Arincus.

Haringhe, van. Plaatsnaam Haringe (West-Vlaanderen).

Harkay. 1. Plaatsnaam Harkai in Flémalle-Grande (Luik). 2. Zie Herquet.

Harkema: Vadersnaam. Friese afleiding van de Friese voornaam Harko, Harke, verkleinvorm van Germaans hari-naam.

Harkink: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Harke (zie Harkema). Ook plaatsnaam, 1356 Herkinc in Lochem.

Harlange. Plaatsnaam Harlingen, Frans Harlange, Luxemburg.

Harmelen, van: Plaatsnaam Harmelen (Utrecht).

Harlaux. Vadersnaam. Spelling voor Arlaud, Romaanse vorm van germaanse voornaam erl-wald 'edelman-heerser': Herlevaldus, Arlaldus.

Harlepin, Arlepin, Arlepain: Variant van Hannep(a)in, met n/l-wisseling en r-epenthesis.

Harlet, Harlez, Harley, Harlay, Harlé, Arlet, Arlay, de Harlez: Bijnaam. Oudfrans harlé, voltooid deelwoord van harler, haler: uitdrogen, branden.

Harlophe, Arloff: Vadersnaam. Verfranste spelling van de Duitse familienaam Harloff. Germaasne voornaam hard-wulf'sterk-wolf; vergelijk Harou.

Harmelen, van. Plaatsnaam, Utrecht.

Harmer, Harmert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-mêr 'leger-beroemd': Harmar, Hermerus.

Harmignies, Harmignies, Harmegnie, Harmegnies, Hermignies: Plaatsnaam Harmignies (Henegouwen).

Harmsen, Harmsel, ter, Harms, Harmes: Vadersnaam. Zoon van Harm, Herman. Adresnaam.

Harmsma: Vadersnaam. Friese afleiding vande voornaam Harm, Herman.

Harneauaux, Harnequeau, Arlequeeuw: Vadersnaam. Afleiding op -iquel van de voornaam Arnaud.

Harnet, Harnétiaux: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Arnaud.

Harneveldt, van, Harnevelt, van. Wellicht plaatsnaam Harreveld, Gelderland.

Harnier, Harnier. Plaatsnaam Hargnies, Nord, Aisne.

Harnisfeger. Duitse beroepsnaam Harnischfeger: harnaspoetser. Vergelijk Sweertvaegher.

Haro, Harot, Harotte, Harotin. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hari-naam, bijvoorbeeld Harou, Harrou.

Harou, Haroux, Hérou), Héroult, Héroux, Hiroux, Hirouf, Hyroux, Herrou, Herroes, Heroes: Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam hari-wulf; 'leger-wolf: Herolf.

Harpe, Harpen, Herper, Herpers, Herpels, Harps: 1. Bijnaam van de harpspeler. Middelnederlands harper ‘harpspeler’. Vergelijk Duits Harfner. 2. Vadersnaam. Harpe, van Harpert, Harbert, Herbert.

Harperscheidt. Duitse plaatsnaam Harperscheid.

Harpigny, Harpignies, Harpignit, Harpegnies, Herpigny, Arpigny: Plaatsnaam Harpigny in Robelmont (Luxemburg).

Harpman. Beroepsnaam van de harpspeler, vergelijk Harper.

Harrathi. Arabische naam.

Harrau, Aeraut, Harreau: Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-wald 'leger-heerser': Herold.

Harray. 1. Spellingvariant voor Haret; zie Harré. 2. Luiks-Waalse vorm voor Harel of Harrau.

Harré, Harre: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hari-naam, zoals Harou.

Harren: Vadersnaam. De naam kan een afleiding zijn van een hari-naam, zoals Herbert, Herman, maar kan ook een spellingvariant zijn van Harm.

Harris, Harrison, Harrisson, Harry: Engelse vadersnaam = Hendrik.

Harroy, Harrois. Plaatsnaam Harroy in Hour, Namen.

Harsch, Harsche, Harst: Middenhoogduits harsch, harst: legerschaar, krijgsbende. Bijnaam voor een lid van een legerbende.

Harsdorf. Plaatsnaam, Beieren.

Harshagen. Vadersnaam gecombineerd met plaatsnaam: de afsluiting van hard. 

Harsin, Harsini. Naam uit de gelijknamige naam in Luxemburg. 

Harskamp, van, Hartskamp, Hartkamp, Herskamp. Plaatsnaam bij Ede, Gelderland.

Harst. 1. Middelnederlands harst: rugstuk van een geslacht dier, stuk gebraden vlees, lendenstuk van een rund. Beroepsnaam.

Harst, van der: 1. De Scheveningse naam Hart werd in de afleiding Harts, door omkering Harst en ten slotte van der Harst. In 1784 verhuisde Leendert van der Harst van Scheveningen naar Middelburg. 2. Zie van der Horst.

Hart: 1. Vadersnaam. Korte Germaanse voornaam Hardo. 2. Bijnaam ‘hard, sterk’.

Hart, van der; van der Hert: 1. Van der Haert. Plaatsnaam Haart in Boxmeer (Noord-Brabant). 2. Van der Aert (zie op dat woord).

Hartbrojt. Bijnaam voor de bakker van te hard brood.

Harte: Bijnaam ‘de harde, de sterke’.

Harteel, Hartiel, Arteel, Artiel, Artielle, Artels, Hertay, Hartaud, Arthau, Artaud. 1. Vadersnaam uit Hartaud: Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hart-wald, sterk-heerser. 2. De familienaam werd in Ronse in de 17de en 18de eeuw verward met Sarteel. Zie dus ook Sarteel. 

Härtel, Hartel, Hartl, Härtlein: Vadersnaam. Duitse afleiding van een Germaanse hard-naam.

Harten, Haerten, Horten: Vadersnaam. Afleiding van een Germaans hard-naam, zoals Hartwin, Hartman.

Harten, van. Plaatsnaam in Renkum, Gelderland.

Hartendorp. Duitse plaatsnaam.

Hartenhof, Hartenhoff. Naam die terug te voeren is op Hartenhoeve. Hart komt wellicht van een Germaanse hart-eigennaam (de hoeve van ene Harte). Deze hoeve was wellicht gelegen in Oost-Groningen (de naam komt ook (zelden) voor in Duitsland.

Hartert. Duitse vadersnaam. Klankverandering van Hartrat, hard-rêd 'sterk-raad'.

Harteschene, Arteschene, Harschene, Harschêne. Bijnaam hard + Middenenderlands schene: scheenbeen, scheenplaat. Naar de harde scheenplaten van de wapenrusting. Zie ook Scheen.

Harteveld, van, van Hartesveldt, van Hartingsfeldt, Hardeveld van: Plaatsnaam Harteveld, boerderij in Stoutenburg (Leusden, Utrecht). Ook Hartefeld bij Geldern (Noordrijn-Westfalen).

Hartgerink: Vadersnaam. Hartgering, afleiding van Germaanse voornaam Hardger. Ook plaatsnaam, 1188 domus Hertgherinc in Bentelo.

Hartgers, Hertgers. Vadersnaam, afgeleid van de Germaanse voornaam Hardger: hardu-gaiza (wat zoveel betekent als sterk met de speer). Hartgerus.

Harth, Harths, 1. Bijnaam Hard; zie De Harde. 2. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse hard-naam. 3. Duits Hardt: hert.

Harthaldus, Artaldus. Of -el- afleiding van Germaanse hard-naam. 2. De familienaam werd in Ronse verward: Sarteel = Charteel = Harteel.

Hartig. 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Hartwig. 2. Variant van Hartog.

Hartholt: Deze naam zou een hypercorrecte spelling kunnen zijn voor Hardolt, Germaanse voornaam hard-wald ‘sterk-heerser’. Maar de naam Hardholt werd pas in 1811-12 aangenomen door Harmen Johannes in Donkerbroek (Ooststellingwerf). De kinderen van Roel Geert namen de naam Hardhout aan.

Harthoorn, Hartoor: Bijnaam, wellicht naar een huisnaam of molennaam.

Harting, Hartong, Hartung, Hartjes, Hartjens, Haertjens, Haertjes, Hartke, Hertkens, Hortien: Vadersnaam. Afleiding en verkleinvorm van een Germaanse hard-naam.

Hartkamp. Plaatsnaam Hertenkamp; hertenveld?

Hartskeerl. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Hart (hard) en keerl (man). Zoiets als sterke man.

Hartkopf. Bijnaam voor een stijfhoofd. Nederduits Hardekop. Vergelijk Hardebolle.

Hartleib, Hartleb. 1. Vadersnaam. Duitse voornaam Hartlieb. 2. Duits Leib: brood. Vergelijk Hartbrojt.

Härtling, Hertling: Duitse vadersnaam. Afleiding van Germaanse hard-naam.

Hartlooper, Hardelauf. Bijnaam voor een hardloper.

Hartmann, Hartman, Hartmans, Hartmaans, Harthmann, Haertman, Artmann, Artman. Vadersnaam. Germaanse voornaam. Zie Hardeman.

Hartmeyer, Hardmeier, Hartemeier: Duitse beroepsnaam, boer aan een hard: algemene weide.

Hartsteen, Hertstein: Bijnaam. Hardsteen voor een steenhouwer? Plaatsnaam?

Hartsuiker: Vermoedelijk een volksetymologische vervorming, misschien van Duits Herzik, van Herzig.

Hartung: Vadersnaam. Duits afleiding van een hard-naam.

Hartwig, Hartwich: Vadersnaam. Germaanse voornaam hard-wîg ‘sterk-strijd’: Harduuich.

Harveng, Harvegt, Harvang, Harvangt, de Harven, de Harveng, de Harvengt, d’Harveng, d’Harvant, d’ Harvent, Hervent, Hervengt, Arveng, Arvant: Belgische familienaam d’Harveng, de Harven(g), Harveng(t). Plaatsnaam Harveng (Henegouwen).

Harvey, Harvie: Vadersnaam. Oude Britse voornaam die aan Fran Hervé beantwoordt.

Hary, Harrie, Harri: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hari-rîk;'leger-machtig': Haririchus. 2. Gesproken vorm van Henri.

Harzé, Harze, Harzee, Harsée, Herzet, Herzê, Hersé, Herse, Arzée: Plaatsnaam Harzé (Luik) of in Francorchamps (Luik). Harzée in Cortil-Wodon (Namen), Lens-St-Remy (Luik) of Beausaint (Luxemburg).

Harzimont. Plaatsnaam Arsimont, Namen of Hargimont, Luxemburg.

Hasenberg, Hazenberg, Hassenberg. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Zandvliet (Antwerpen) en op heel wat plaatsen in Duitsland. 

Hasler, Hassler, Hesler, Hessler, Heseler: Duitse afleiding van plaatsnaam Hasel: hazelaar. Vergelijk De Haeseleer.

Hasdenteufel. Duitse bijnaam; haat de duivel.

Hartsuiker, Hartsuijker, Hartzuiker. 1. Beroepsbijnaam voor de suikerbakker of -handelaar. 2. Of misschien wel bijnaam voor iemand met een goed hart (een hart van suiker). 

Hasekamp. Hasenkamp in Minden (Duitsland), Hazenkamp (Gelderland).

Haselbauwer. Planter en kweker van hazelaren. Vergelijk Duits Haselmann, Haselmayer.

Haseldonckx, Haeseldonckx. 1. Plaatsnaam Hazeldonk (Noord-Brabant) en in Schaffen (Vlaams-Brabant), Berlaar (Antwerpen). 2. Variant van Hazendonk.

Haselkamp, van den. Waarschijnlijk reïnterpretatie van plaatsnaam Hazenkamp. Zie Hasekamp.

Haselmeyer. Duits Haselmeyer. Vergelijk Haselbauwer.

Haselton, Hasselton: Eigenlijk Haselton. Engelse plaatsnaam Hazleton (Gloucestershire).

Hasenberg, Hazenberg, Hassenberg: 1. Plaatsnaam Hazenberg in Zandvliet (Antwerpen, Noord-Brabant). 2. Verspreide Duitse plaatsnaam Hasenberg.

Hasinck, Hassing, Hassink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Haso of Hasso, van Hadzo. Ook plaatsnaam in Haaksbergen (Gelderland) en Hengelo Overijssel.

Hasenbusch. 1. Plaatsnaam in Hüllhorst (Duitsland). 2. Zie Hazenbosch.

Hasenclever. Afleiding van plaatsnaam Hasenclev in Remscheid, Duitsland.

Haslinger. Afl.eiding van plaatsnaam Hasling (Beieren) of Hassling(en) (Duitsland).

Haspels: Middelnederlands haspel‘ haspel; hengsel, haak’. Beroepsbijnaam.

Hasoppe. Waalse aanpassing van Ascoop?

Hassan. Arabische naam die zoveel betekent als: mooi, knap.

Hassel, van: Plaatsnaam Hasselt (Belgisch-Limburg).

Hasquin. 1. Middelnederlands hasekin: haasje. Bijnaam. 2. Moedersnaam. Nederduits Hasseke is dira, van Hadewig.

Hass, Has, Hasse, Hassen; Vadersnaam. Germaanse voornaam Hasso, vleivorm bij een hath-naam zoals Hadebert.

Hasse. Hypercorrect voor Asset? Of variant van Hazé(e) met verscherping z/s?

Hasselaar: Naam van de Hasselaar, de inwoner van Hasselt.

Haselbach, Hasselbach, Hazelbach: Duitse plaatsnaam (Beieren, Baden-Württemberg, Hessen). Hasselmeijer: Duits Haselmaier, -mayer ‘meier in Haslach (Beieren, Baden-Württemberg)’ of ‘meier op een hazelarenhof’.

Hasselt, van (der), Vanhassel, Vanhasselt, Verasselt, Verassel, Verassel, Verasselt, Verrassel, Van Assel, van Asselt, van Hascel, van Hasselle, van Hastel, van Astele. Familienaam afgeleid van een plaatsnaam waar 'hasseleiren' of hazelaren groeien. Hasselt in Limburg, Ophasselt, Oost-Vlaanderen, Neerhasselt bij Aalst, Oost-Vlaanderen

Hasseleer, de, Hasseler, de, de Hasselair, de Hasselaire, Dasseleer, Dasseler, D'Asseler: Naam van de Hasselaar, de inwoner van Hasselt (Limburg). Eventueel variant van De Haeseleer.

Hasselle. Moedersnaam. Hypercorrect voor Asselle. Germaanse voornaam Ascela of Adzila, Azela.

Hasselman, Hasselmans, Asselman, Asselmans: 1. Afleiding van Van Hasselt of Van der Hasselt. 2. Zie Asselman(s).

Hassenberg. 1. Zie Hasenberg. 2. Plaatsnaam in Stolberg (Duitsland).

Hassert. Waarschijnlijk = Hasert = Hasart.

Hassing, Hassink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hasso. Zie Hass.

Hast: Variant van Haast. Bijnaam voor een haastige.

Hastat, Hastedt. Plaatsnaam Hastedt, Duitsland.

Hasthorpe. Duitse plaatsnaam Hastrup.

Hastir, Hastier, Haestier, Hastire, Hastière: Plaatsnaam Hastière (Namen).

Hastinckx, Hastings, Haestinckx, Haestincks, Haestings: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam, zoals Hastbertus, Hastadus, Hastulphus.

Hastray, Hastrais. Luiks-Waalse vorm van Oudfrans hasterel: nek, hoofd. Bijnaam.

Hastry. Misschien hypercorrect voor Hatry.

Hatersel: Afleiding van plaatsnaam Hatert in Nijmegen (Gelderland)?

Hattem, van,: Hattem, van. Plaatsnaam Hattem (Gelderland).

Hatet, Haté, Hatté, Hateau: Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse had-naam, zoals Hatier, Hatré.

Hatier, Hattiez, Hatje: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam had-hari 'strijd-leger'.

Hatré. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam had-rêd 'strijd-raad': Hadarat.

Hattink: Vadersnaam. Zoals Hadding afgeleid van een Germaans naam met hathu ‘strijd’.

Hatriva. Plaatsnaam, Luxemburg.

Hatry. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hathu-rîk 'strijd-machtig'. Zie Arickx.

Hatton. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Hado 'strijd'. Zie ook Haon(d).

Hattum, van, Hattuma. Plaatsnaam. Hetzelfde als Hattem?

Hatzmann: Vadersnaam. Duits afleiding van Germaanse voornaam Hatto, van hathu ‘strijd’.

Haub, Haube, Hauppe: Vadersnaam. Limburgs-Duitse vorm voor Huib, van de voornaam Hu(i)brecht. Vergelijk Hauben, Hupp.

Haubecq, Haubec, Haubeck: Plaatsnaam Haubecq in Ghoy (Henegouwen) of variant van Aubecq.

Haubourdin, Haubourdijn, Haubourdyn, Obourdin, Auverdin, Auvertin. Familienaam uit de plaatsnaam Haubourdin (Nord). 

Hauber, Haubert. 1. Zie Aubert. 2. Oudfrans halberc, hauberc, van Nederlands halsberg. Zie Halsberghe. 3. Zie Hubert. Vleivorm is Haubertin.

Haubold. Duitse vadersnaam van Germaanse voornaam Hugbald.

Haubourdin, Haubourdijn, Haubourdyn, Obourdin, Auverdin, Aevertin: Plaatsnaam Haubourdin (Nord).

Haubrug, Haubrugge, Hautbruge: Plaatsnaam Hobruge in Tubeke (Waals-Brabant).

Haubursin, Obersin. Wellicht variant van Hambursin.

Hauchamps. Plaatsnaam Haut Champ; hoog veld.

Haucotte. Moedersnaam. Afleiding van Hauquier.

Haucourt, Hautcour, Hautcourt: Plaatsnaam (Aisne, Oise, Pas-de-Calais, Seine-Mar., Nord, Meuse, M.-et-Mos.)

Haudecoeur, Hautecoeur, Hautcoeur, Hauttecoeur, Hauteceur, Hautekeur, Hautekeer, Hautekier, Houttekier, Houtekier, Hautecourt, Haultcoeur, Autecoeur. 1. Bijnaam uit Haut de Coeur voor een hooghartig iemand. 2. Zie ook Hautecourt. 

Haudegand. 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam Aldegonde. 2. Plaatsnaam Haut-de-Gan (Basses-Pyr.)?

Haudering. Vadersnaam Aldring, van voornaam Aalder, Alaard.

Haueis. Variant van Duits Haueisen. Smid, die ijzer houwt. Vergelijk Eisenhower.

Hauenstein, Hausstein, Haustein, Haustenne, Haudestaine, Haudestène: Verspreide Duitse plaatsnaam.

Hauet. Wellicht variant van Havet.

Haufe, Hauffen, Haufmann, Hauffman, Haufman: Plaatsnaam Haufe(n): steenhoop, aarden wal.

Haug, Hauck, Hauk: Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Hugo.

Haughem, van. Romaanse spelling voor Van Hagen?

Hauldebaum. Waalse spelling van Duits Holderbaum, Holunder: vlier(boom). Vergelijk Holder.

Haulez: Variant van Halet. 1. Bijnaam. Waals halé ‘mank’. 2. Vadersnaam. Verkleinvorm op –let van een Germaanse hath-naam. 3. Plaatsnaam Hallet (Provincie Luik).

Haumont, Hautmont: Plaatsnaam Hau(t)mont (Nord), in Dison (Luik) of Ophain (Waals-Brabant). Zie Daumont 2.

Haupt, Haupts. Duitse bijnaam. Vergelijk Hooft. Ook huisnaam.

Hauptman, Hauptmann, Hoptman: Duitse familienaam: hoofdman (van een vereniging).

Hauregard, Hautregard, Horward, Horwar, Horwart, Hoorewart: Plaatsnaam. Waals Haut-Reward = Frans Hautregard, Haut-Regard: hoge uitkijkpost, in Battice en Chaineux (Luik).

Haurens. Waalse weergave van dialect uitspraak van Haerens.

Haus, Hause. Duitse plaatsnaam Haus: huis. Vergelijk Van Huise 2. Een Gentse famille Haus heeft als stamvader "1796 J. J. Haus,Würzburg.

Hause, Hausse. Waalse spelling voor Duits Haus. Haussen, Haussens zie Aussems.

Häuschen, Heuschen, Heuschenne, Heusschen, Heuchenne, Heusghens, Heusgens, Heusghiens, Heusghem: Afleiding van Haus: huis. Of van Germaanse voornaam Huso. Vergelijk Huyskens.

Hauschild. Duitse familienaam Hau(en)schild. Bijnaam voor ridder of krijger die op het schild loshouwt.

Hausdorff, Hausdörfer: Plaatsnaam Hausdorf (Saksen).

Hausemer. Wellicht van Duits Hausner, van plaatsnaam Hausen.

Hausen, Hauser, Häuser, Hauzen, Hauzer: Afleiding van de frequente Duitse plaatsnaam Haus(en).

Hausmann, Hausman, Hausanne, Haussemanne, Husemann, Houseman, Housman, Houmans: Respectievelijk Duitse, Nederduitse en Engelse familienaam. Tegenhanger van Huisman.

Haussens: Spellingvariant van Aussems. Plaatsnaam Aussem, namelijk Oberaußem en Niederaußem (Noordrijn-Westfalen).

Haust, Aust: Duitse familienaam (Eifel). Rijnlandse plaatsnaam Haust: hoogste punt, top van de heuvel.

Haustermans. Aanpassing van Duits Ostermann: migrant uit het oosten. Vergelijk Oosterlynck.

Haustraete, Haustrate, Hauwstraete, Austraete, Austrate, Austraet, Hostraete, Hostrate, van Audestrade: Plaatsnaam Houtstraat: straat door het bos.

Haut, Hauth, Hault, Haux, Lehault, Lehaut, L'haut, Lhaut, Lahaut, Lahau, Lahot, Laho: Bijnaam. Frans haut: hoog(moedig), trots. Vergelijk De Hoog.

Hautin, Hautain, Autin: Bijnaam. Frans hautain: hoogmoedig.

Hauteberque. Moedersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam Aldeberga, Altberga.

Hautechière. Bijnaam. Frans haut: edel + Oudfrans chière: aangezicht, gelaat. Vergelijk Haudecoeur.

Hauteclair, Hauteclaire, Hautecler, Hautclair: Plaatsnaam Hauteclaire in Hollogne-aux-Pierres (Luik).

Hautecloque, Hautclocq: Plaatsnaam (P-as-de-Calais).

Hautecourt. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hautecourt (Meuse, Moselle, Ain, Aisne) 2. Zie ook Haudecoeur. 

Hautefeuille. Plaatsnaam, Seine-et-Marne.

Hauterloot: Vadersnaam. Met hypercorrecte h uit Auterloot, spellingvariant van Outerloot, van Wouterloot (vergelijk Houterman(s). Vleivorm van de voornaam Wouter.

Hauw, Hau, Hauwe, Haeuw. 1. Verkorte vorm van Van den Hauwe, uit de plaatsnaam Hau. 2. Zie Houwen. 

Hauw, de, De Houw. Waarschijnlijk uit Dauw: zie daar. Er is ook een mogelijkheid dat het een variant is van Hauw. Zie daar. 

Hauwaert, Hauwaerts, Hauward, Hauwarth, Hawaert, Hawart, Houwaert, Houwaer, Houwaert, Houward, Houard, Houwaert, Houwart, Auwaert, Auwaerts. 1. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hug-hard. 2. Verkorte vorm van Van Hauwaert: uit de plaatsnaam Houwaart (Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen). 

Hauwer, de, Hauwere, de, de Houwer, de Houwere, den Houwer, d’Hauwers, d'Hauwer, d'Houwer, den Auwer, Auwers, Dauwers, Dauwer, Dauer, Daver: Beroepsnaam van de houwer, houthakker of steenhouwer.

Hauwe, van (den); van de(r) Hauwe, van den Houwe, van Houe: Plaatsnaam de Hauw/Houw ‘bos dat geregeld gehakt wordt, gerooid bos’. Ook Uijtdenhouwen.

Hauwermeir, van, Hauwermeiren Van. Familienaam uit de plaatsnaam Oude Mere: oude waterplas. 

Hauweel, Hauweele, Hauwel, Havel, Houel, Hoëlle, Hoël, Hoelle, Hoel) Huwel, Huel, Houyaux, Hoyaux, Hoyau, Hoyas, Howell, Aveau, Avau, Avaux, Avoux, Havaux, Havaut, Haveau, Haveaux, Havai, Havia, Havien, Daval, Davau, Davaux, Davaud, Davaz, Laval, Lavat, Lavau, Lavaud, Lavoz, Lavallée, Lavalley. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse houweel, hauweel of het Oudfranse houel: hauw, hak, houweel (dit uit het Oudnederlandse hauwa). Een beroepsbijnaam dus. 2. Hauweel bestaan ook als vadersnaam, zie bij Houwe. 3. Avaux, Avoux en varianten zijn zeker ook ontstaan uit Aval, Avaux,: dit uit het Franse à val, het Latijnse ad vallem: vallei, stroomafwaarts. In diverse Franse dialecten is val trouwens vau. Zie ook bij Daval. 

Hauwelaert (van), Van der Rauwelaert. Naam uit de plaatsnaam Ouden Aert (de oude aanlegplaats, kade). Soms verward met Van der Auweraert. Zie dus ook Ouderaa. 

Hauzeur, Hauseux, Hazeu: Plaatsnam Hauzeur in Chaineux (Luik).

Haveron, Havron, Avoiron, Aviron: Plaatsnaam Havron in Obigies (Henegouwen).

Havai. 1. Luiks-Waalse vorm voor Havaux. 2. Plaatsnaam Havay (Henegouwen).

Havard, Havart, Havar, Havaert, Avaert, Avart. Afleiding van Oudfrans haver: vasthaken, vastgrijpen.

Havas, Havasse. De stichter van het persagentschap Havas was van Normandische afkomst. Luiks-Waals havasse: grote spijker. Beroepsnaam.

Hâve, van der, Verhaeven, Verhaven, Verhaaf : 1. Variant van Van (den) Hauwe. 2. Rijnlandse plaatsnaam (ten) Hâve = (ten) Hove.

Havecker, Hâvecker: Beroepsnaam van de africhter van haviken. Vergelijk De Valkenare. Duitse familienaam Habicher.

Havegheer, Havegeer. Door verkeerde scheiding van de n (vergelijk Achtergael) van Middenenderlands navegeer: timmermansboor (om naven te boren). Beroepsnaam.

Havelaerts, Haevelaerts. Brabantse uitspraak van (van) Hauwelaert. Zie verder daar. 

Havelange, Havelanges, Havlange, Avelange: Plaatsnaam Havelange (Namen), ook in Harzé (Luik).

Haveman, Have, d’ Havekes, Haeve: Afleiding van ten Haaf, ten Have. Nederduits Havemann = Hofmann.

Haven, (van der): 1. De Havene was de naam van verschillende waterlopen, onder meer de IJzer. Ook het vaarwater van de Brugse Vaart in Oostburg: 1567 de Havene met huer dijcken an beede sijden boven de riole ofte waterganck. 2. Zie ten Haaf.

Havenaar: Beroepsnaam. Oostelijk Middelnederlands havenare, Middelhoogduits havenaere ‘pottenbakker’. Duits Haffner.

Havenberghe, van, Havenbergh, van, Havenberg, van. Plaatsnaam Havenberg in Temse (Oost-Vlaanderen).

Haveneers, Haeveneers: Oostelijk Middelnederlands havenare, Middenhoogduits havenaere: pottenbakker. Zie Hafner.

Havenith, Haveneth. Nederduitse bijnaam voor iemand die weinig of niets heeft. In het Duits: Habenicht. 

Havenstein. Plaatsnaam Hafenstein, Beieren.

Haver, van, Havere, van, van Haever, Haevere, van Haevre, Havre, Haverkamp, (van) Hover: Plaatsnaam Haver ‘haver, haverland’. Deze familie kwam omstreeks 1620 vermoedelijk uit Frans-Vlaanderen naar Colijnsplaat in Noord-Beveland en werd afwisselend als Van Gavere en Van Haveren opgeschreven). Dat lijkt erop te wijzen dat de g in het West-Vlaams en het Zeeuws toen al als h uitgesproken werd.

Haverals, Haveraels, Haverhals, Averhals, Averals, Haeverans, Haverans. Familienaam uit de plaatsnaam Haverels: lijsterbes. 

Haverbeeke, van, Haverbeke, van Haverbeeck, van Haeverbeeck, van Haverbeek, van Haeverbeke, van Aeverbeke, van Haverbecke, Haverbecque, Haverbeque, van Averbeke, van Averbek, van Averbecque, (van) Averbeck, Averbeek, Averbeke, Wanaverbecque, Wanaverbecq, Verhaeverbeke, Verhaverbeke, Veraverbeke, van Averberghe: Plaatsnaam Haverbeek ‘beek waarlangs haver groeit’, bijvoorbeeld in Sint-Andries (West-Vlaanderen).

Haveren, van: 1. Plaatsnaam Haveren in Lubbeek (Vlaams-Brabant). 2. Van Haveren is ook de naam van afstammelingen van van Haver. 3. Aanpassing van Havrenne.

Haverhoek: Plaatsnaam, bijvoorbeeld in Herzele (Frans-Vlaanderen).

Haverkamp, Haferkamp, Haberkamp: Plaatsnaam Haverkamp: haverveld.

Haverkate. Nederduitse plaatsnaam Kate: stulp, keuterij met haverland.

Haverkoek: Ongetwijfeld een leesfout voor Haverhoek.

Haverkorn, Haberkorn: Duitse familienaam Haberkorn. Nederduits en Middelnederlands haverkorn,-coren ‘haver (graan)’. Beroepsbijnaam van de haverboer of ‘handelaar.

Haverkort, Haverkotte. Verhaspeling van Haverkate, Haverkotte. Haver en kate, kote; kot of kleine boerderij.

Haverland, Haverlant, Averlant, Averland, Hoverland, Hoverlant: Plaatsnaam Haverland ‘haverveld’ bij Markelo Overijssel, Halle (Gelderland) en Oosterhout (Noord-Brabant).

Havermaet (van), Van Havermate, Havermaete, Van Avermaat, (van) Aevermaete, Aevermate, (van) Aevermaat, Avermaet, Van Haevermaet, Haevermaete, Van Hanvermat, Haevermaet, Haervermaete. Naam uit de plaatsnaam Havermaat (Zele - Oost-Vlaanderen): havermaailand. 

Havermans, Haverman: Beroepsnaam van de haverboer of afleiding van van Haver.

Havers: Afleiding van van Haver.

Haverteler. Haverkoopman, bereider van havergortpap.

Haversin. Plaatsnaam in Serinchamps (Namen).

Havet, Havez, Avet, Avez, Avé, Ave. Naam uit het Oudfranse havet: haak(je). Beroepsbijnaam voor de maker ervan. 

Havinga, Havenga. 1. Friese vadersnaam uit de voornaam Ave. 2. Of uit de plaatsnaam hofa. 

Havrenne, Haveren: Plaatsnaam Havrenne in Humain (Namen), Havrenne in Vinalmont (Luxemburg).

Havrez, Havret. Plaatsnaam Havre, Henegouwen.

Hawinkel, Hawinkels. Duitse plaatsnaam Hamminkeln.

Hawkins. Vadersnaam. Oudengelse voornaam.

Hawotte. Moedersnaam. Afleiding van Hawis, Romaanse vorm van Germaanse voornaam Hadewidis.

Hay, van, Haye, van, van Heie. Plaatsnaam. Romaans haie, van Germaanse haag?

Haye, Hayen, Haeye, Haeyen, Haijen, Haij, Hayens, Hay, Heye, Heije, Heyen, Heynens, Heynen, Heijens, Heyink, Heijing. 1. Vadersnaam uit de Friese familienaam Hajo, van het Germaanse Haio, van Germaanse hag-naam. 2. Moedersnaam, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Hadewig. Hajonides is een Latijnse vorm van Hajo.

Hayaert, Hayaer, Hayard, Hayat, Hayart, Haia, Haiart, Haijaert, Haijart, Haeyaert, Xhayard, Heiard, Heia, Heyard, Heya, D'Haeyaert, Dhaeyaert, Daeyaert: 1. Variant van Hagaert. 2. Vadersnaam. Zie Heyert, Haye(n). De xh-spelling is hypercorrect.

Hayaux, Hahaut. Variant van Hayard?

Haxel: Plaatsnaam Axel (Zeeuws-Vlaanderen) met hypercorrecte h. Het Ambacht van Axel, een van de Vier Ambachten, grensde aan dat van Hulst.

Haije, van der; van der Haeyen, van der Haeye: 1. Wellicht Romaanse plaatsnaam haie ‘haag’, vertaald uit de la Haye. 2. Zie van der Haeye(n).

Haijen, Hajen, Haaij: Vadersnaam. Germaanse voornaam Haio, Fries Hajo uit Germaanse hag-naam.

Hayenbeck, van. Waalse aanpassing van Hagenbeek.

Hayette: Spelling voor Haillet, verkleinvorm van een Germaanse hail-naam, zoals Heilaard.

Haymans, Hayman, Haeyman, Haeymans: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Haie. Zie Haye(n). 2. Variant van Heymans.

Hayois, Hayoit. Haioit, collectieve plaatsnaam, afleiding op -etum van Germaans hagja van Frans haie: haag. Plaats waar haag, bos groeit.

Hayon. 1. Oudfrans haion: kleine haai. Bijnaam. 2. Germaanse voornaam Haio. Zie Haye(n).

Haytinck, Haytink, Haijtink: Vadersnaam. 1. Afleiding van de Friese voornaam Haie; zie Haikes. 2. Zie Heits.

Hazaer, Hazaert, Hazar, Hazard, Haza, Hazart, Hasaert, Hasaert, Hasaer, Hasaers, Hasard, Hasart, Haesaert, Haesaerts, Haezaert, Haezart, Haezaerts, Haasert, Azaert, Azaerts, Asaert, Asa, Asard, Aesaert, Azar, Azard, Duhazard. 1. Naam uit het Middelnederlandse hasaert, het Oudfranse hasart: kansspel, geluk. Bijnaam voor een kansspeler, een dobbelaar. 2. Soms ook variant van De Haas. Zie bij Haas (de). 

Hazé, Haze, Hazee, Hase, Hasey: 1. Plaatsnaam. Waals hazéye: landelijke slagboom. Afleiding van Oudfrans ha(i)se: afsluiting, heg, van Germaans hasi: beuk. 2. Haset, hazet, afleiding van Oudfrans ha(i)se: heg. Van de laatste ook Hazel, Hazeel.

Hazebroek: 1. Plaatsnaam Hazebroek/Hazebrouck (Frans-Vlaanderen). 2. Gerrebrant Cornelisse noemde zich in het begin van de 17de eeuw naar de hofstede Groot Haesebroeck in Wassenaar. Ook plaatsnaam Hazenbroek in Maashees (Noord-Brabant).

Hazelhoff, Hazelof: Plaatsnaam Haseloff (Brandenburg), Haselhof (Beieren, Baden-Württemberg), Haselhoff (Noordrijn-Westfalen).

Hazeloop. Nederduitse familienaam Ha(a)seloop, Haslop. Bijnaam voor iemand die snel holt. Ook naam van een volksdans.

Hazen, Heesen: 1.Vadersnaam, van Hasin, vleivorm van Germaanse voornaam Haso ‘grijs, bleek’. 2. Verbogen vorm van de Haze, zie Haas.

Hazenboom: Plaatsnaam, misschien Hazelboom.

Hazenbosch, Hasenbos, Hasenbusch: Plaatsnaam Hazenbos in Meulebeke en Wingene (West-Vlaanderen). Of Hasenbusch in Hüllhorst (Noordrijn-Westfalen).

Van Hazendonk, van Haesendonck, van Haesdonck, (van) Haezendonck, Hazendonck, Azendonck, Asendonck, Haesendoncks, Haesendonck, Hasendonck, Hasendonks, Hasendonckx, Hasendonkx, Haesdonckx, Aesdonck: 1. Plaatsnaam Haasdonk (Antwerpen, Oost-Vlaanderen), Hazedonk (Gelderland) of Hazendonk in Koningshooikt (Antwerpen). 2. Variant van plaatsnaam Hazeldonk; zie Haseldonckx. Familienaam uit de plaatsnaam Haasdonk, Hazedonk, Hazendonck, Haesendonck: opstekende heuvel waar wellicht hazen leefden.

Hazette. Plaatsnaam in de Ardèche. Afleiding van Oudfrans hase: afsluiting, heg, van Germaans hasi: beuk. Vergelijk Hazée.

Hazeû: Variant van Hauseux, Hauzeur. Plaatsnaam Hauzeur in Chaineux (Provincie Luik).

Hazelaar, Hazel, van den. Plaatsnaam Hazelaar, Noord-Brabant.

Hazeveld, Hazevelde, Haeseveld, (van) Haesevelde, van (den) Haezevelde, van (den) Haesevelde, van Asveldt, van Asveld, van Asfeldt, Hassevelde: Plaatsnaam Hazeveld in Ronse (Oost-Vlaanderen).

Hazevoet, Hasevoet: Bijnaam voor iemand die snel rent, zoals een haas. Duits Hasenfuss.

Hazewinden, Hazewindus: Bijnaam: vlug als een hazewind.

Hazewinkel. Duitse plaatsnaam Hasenwinkel.

Hazewold: Plaatsnaam. Vergelijk Hazerswoude (Zuid-Holland), Hazewaal, Hazeweel (Noord-Holland).

Healey: Engelse plaatsnaam Healey (Lancashire).

Hearn, Hearns. Engelse familienaam, variant van Hern(e), Hurn(e). Plaatsnaam: hoek.

Haethcote. Plaatsnaam in Derbyshire en Warwickshire.

Hebing, Hebbinck, Hebinck, Hebling, Hebbelinck, Hebbelynck, Hebbelijnck, Hebelynck, Hebb, Hebben, Hebbe, Ebben, Hebberecht, Hebberechts. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hebbrecht of Herbrecht. Zie ook Ebbelink en Hebben

Hebben, Hebb, Hebbe, Ebben: Vadersnaam. 1. Korte vorm van Germaanse voornaam Hebbrecht of Herbrecht. Zie Hebbe­linck, Herbrecht. 2. Hebben kan ook hypercorrect zijn voor Ebben.

Hebbelinck, Hebbelynck, Hebbelijnck, Hebelynck, Hebling: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Herbrecht.

Hebbeninckhuys, Hebbinckuys, Hebbinkhuys: Plaatsnaam Hebbinghaus in Lennep, Duitsland.

Hebborn. Plaatsnaam Hebburn in Durham.

Hebenstreit, Hebestreit. Bijnaam voor een vechtersbaas; die de strijd aanheft.

Heberlé: Vadersnaam. Verkleinvorm Heberle van Germaanse voornaam Hebert, Hebbert, Herbert. Of veeleer hypercorrecte spelling van Eberle, verkleinvorm van Eberhard.

Hebette, Hébette: 1. Plaatsnaam Hébette in Champion (Namen). 2. Moedersnaam, afleiding van Hébert.

Heblij; Heblij Hebly; De eerste met deze naam zou als een Aebli in 1785 in Middelburg (Zeeland) als soldaat neergestreken zijn. Aebli komt dan wellicht uit de Zwitserse naam Haeberli (dit uit Haberle, -li is Zwitsers): beroepsbijnaam voor een haverteler, -koopman, bereider van havergort.

Hébrant, Hébrand, Hébrans. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Herbrand. Zie Habrand.

Hebregods. Vadersnaam. Germaanse voornaam ebur-gaut; 'ever-Goot (volksnaam)': Ebregaudus.

Hecart, Hecquard, Hecka: Afleiding van plaatsnaam Heck, Hecq.

Hecht, Hegt: Middelnederlands heect, hecht, Nederduits He(e)ckt; snoek. Bijnaam naar een eigenschap van de snoek. Beroepsnaam voor de verkoper of visser van snoek. Of huisnaam. Vergelijk Snoek.

Hechtermans, Hechtelmans. Van Plaatsnaam Hechtel (Limburg). Zie van Echteld.

Heck, Hecq, Hecque, Hecke: 1. Korte vorm van Van (den) Hecke. Ook Picardisch hec(que) betekent: hek. 2. Plaatsnaam Hecq (Nord).

Hecke, Heck, van; (van der) Hek, van den Hekke, van Hecken, van Heck, van Hek, (van) Hekken, van Eck, van (den) Ecke, van Ecken, van Ek, van Nek, Vanèk, Vanëk, van Ecq, van Ec, van Ecken, van Hekken, van Nekke, van Nekken, van Necke, van Neck, Wanecq, Wanecque, Vamecq. 1. Naam uit de plaatsnaam Hekke: hek, afsluiting. 2. Mogelijk soms ook afleiding van Van Eik. Zie bij Eycken. Sommige vormen kunnen variant zijn van van Eeke.

Heckelers, Hieckeleers. 1. Beroepsbijnaam uit het Middelnederlandse hekelaer: vlas- of hennepkammer. 2. 2. Hypercorrect voor Eekeleers. Maar ook alle onder Eekeleers vermelde varianten kunnen verschrijvingen zijn voor Hekeleers.

Hecking: Vadersnaam. Afleiding van Germaans hag-naam.

Heckmans, Heckmann, Heckmanns, Eckmann, Eckemann, Eckman, Heckemann, Heckmann, Ekman: Afleiding van Van Hecke.

Hecquet, Hequet, Hequets, Hekket, Hequette, Héquet, Héquette: Vadersnaam. Variant van Racket?

Hector, Hectors, Ector, Ectors, Heckters, Hekters, Hectr, Heikters, Hictor, Hicter, Hictaire, Octors. Vadersnaam uit de Griekse voornaam Hecto(o)r. 

Hedde, Heddinga, Heddema, Heddes, Engels  Hedding, Hidden: Vadersnaam van Germaanse bakervorm Haddo, Heddo.

Heddeghem, van, Heddegem, van, van Heddegen, van Heydegem: Wellicht plaatsnaam Edegem (Vlaams-Brabant, Antwerpen) of Hedegem in Avelgem en Dentergem (West-Vlaanderen).

Hedebouw, Heddebaut, Heddebault, Hedebout, Hedebauw, Hedebouw, Edebauw, Edebau, Edebouw: Vadersnaam. Germaanse voornaam hath-bald 'strijd-moedig': Hadebaldus.

Heden, Hedent, Vahe, Vahee, van (den) Eeeden, Eede, van Ee, van E, van (den) Ede, Ten Eede, Tenheede: Plaatsnaam Ten Heede: heide.

Hedges. Familienaam naar de woonplaats bij Engels hedge: heg.

Hédon, Hédont, Hedont, Edon, Edom: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Haido.

Hedouin. 1. Vadersnaam. Rommanse vorm van Germaanse voornaam haid-win 'heide-vriend'. 2. Hypercorrect voor Edwin; zie Eduin.

Heede, van, den, Hede Van (den), (van) Hee, Vanné, Vanne, van Heden, van Hedent, Vahee, Vahe, van (de) Eede, Eeden, van E, van Ee, van (den) Ede, Vandeneede, Ten eede, Tenheede, Heedeman, Heidemann, Heideman, Heitman, Heyman, Heymans, Heijman, Hijmans, Hemans, Heeman, Heemans,

Heemann, Eenman, Eenmans, Emants, Emans. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Ter Heide (op de heide). 

Hee, van; van Ee: Uit van Heede. Plaatsnaam Heede ‘hei(de)’.

Heeffer: Hefer, Duits variant van Hafer ‘haver’. Beroepsbijnaam. Vergelijk Duits Hefermann = Hafermann.

Heeg. Plaatsnaam.

Heegde, van. Plaatsnaam in Ukkel en Vorst.

Heeghe, van. 1. Plaatsnaam Heeg: haag. 2. Zie Van Eeg(h)en.

Heegstra: Friese afleiding van Fries heeg ‘hoog’. Plaatsnaam Heeg (Wymbritseradeel, Friesland).

Heel, (van), Van Eel, Van Hedel: 1. Plaatsnaam Heel of Panheel (Nederlands Limburg). 2. Plaatsnaam Hedel (Gelderland).

Heelen, van. Plaatsnaam Helen(-Bos) Vlaams-Brabant.

Heemers, Hemmer, Emer, Emere, Emère, Emmer, Emmers. 1. Familienaam uit de Germaanse voornaam haim-hari.; heem-leger. Duitse familienaam Heimer. 2. Zie ook Imbrecht(s). 

Heemshuizen: Plaatsnaam, vergelijk Duits Heimhausen (Nedersaksen, Baden-Württemberg), Heimertshausen (Hessen).

Heemskerk, van, Van Humskerke, van Humskerken, Van Hunskerken: Plaatsnaam Heemskerk (Noord-Holland).

Heemst, van, Heems, van; van Himste, van Himst, van Humst, Heimst, Verhimst, Verhumst, van Hems, van der Henst, Vanderhenst. 1. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Heems(t), Hemst (op diverse plaatsen voorkomend). De Heems in Ekeren, Antwerpen en Duitsland. Deze plaatsen werden genoemd naar de plantennaam heemst of witte malve (onder andere de Heems in Ekeren). 2. Of mogelijk ook gewoon uit het Germaanse heim, woning.

Heemstra, Hiemstra: Friese afleiding van plaatsnaam Hiem ‘heem, woonplaats’. Zo ook Hooghiemstra, Hooghiem, Hooghiemster.

Heenen, van. Misschien plaatsnaam Eine (Oost-Vlaanderen).

Heer, de; de Heere, d’Heer, D’Heere, Dheere, d’Eer, d’Eere, Deeren, Sheeren, ’s Heeren, ’s Heerens, ‘s’Heeren, S’heeren: Een heer kon een leenheer zijn, maar die droeg gewoonlijk de naam van zijn heerlijkheid. Een heer was ook een legeraanvoerder, een geestelijke, een vader, een baas, een echtgenoot of een held.

Heeren, van der, Heere, van der, van der Heren, Verheire, Vererre: Plaatsnaam Hère, Heer: zandige heuvelrug. Heer (Limburg).

Heer, van, Her, van, Heers, van. Plaatsnaam Heers (Limburg). 

Heers, Hers, Eers: Afleiding van korte vorm van hari-naam, zoals Herbert, Herboud.

Heerde, van. Plaatsnaam Heerde, Gelderland.

Heerebout: Vadersnaam. 1. Hypercorrecte spelling voor Eerebout. Germaanse voornaam arin-balth ‘arend-dapper’: Arinbald, Ernibaldus, Erembout. 2. Germaanse voornaam hari-balth ‘leger-moedig’: Hariboldus, Herebaldus, Heirboldus.

Heerema, Herrema, Heeroma: Vadersnaam. Friese afleiding van Germaanse voornaam Heer, Here, van Hari.

Heeren, Heere, Heer, Heeremans, Heerens, Heerdes, Heeres, Heeringa, Heringa, Heering, Heerink, Heerdink, Herink, Heerema, Heerkens, Heertjes, Eerkens, Heerkes, Hirdes, Hirders: Vadersnaam. Afleiding van Germaans hari-naam: Herin.

Heerenthals: Plaatsnaam Herentals (Provincie Antwerpen).

Heereveld, van, van Heirveldt, Herreveld: Plaatsnaam Here-veld in Deerlijk en Wingene (Frans-Vlaanderen). Herveld (Gelderland).

Heerewaarden, Heerwaarden, van; van Herwaarden: Plaatsnaam Heerewaarden (Gelderland).

Heerick, Herickx, Hericks, Herich, Herix: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-rîk 'leger-rijk'. Vergelijk Harinck 2. 2. Hypercorrecte spelling van Eriks.

Heerik, van den. Wellicht variant van Van den Herck.

Heeringen, van. Duitse plaatsnamen Heringen en Herringen.

Heerkens, Herkens, Herckens, Herquin, Herkes, Heertje, Hierckens, Hiergens, Irgens: Verkleinvorm van Heer. Vergelijk Duits Herrlein.

Heerle, van, Van Heirle, Van Herle, Van Herlé. Familienaam uit de plaatsnaam Heerle in Meerle of Poederlee (Antwerpen). Of Heerlen (Nederland). 

Heeröldt: Vadersnaam. Herold, Germaanse voornaam hari-wald ‘leger-heerser’.

Heers, van. Plaatsnaam Heers, Limburg, zie van Heer.

Heersema, Heersma: Vadersnaam. Friese afleiding van Germaans hari-naam, vergelijk Heeren, Heerema.

Heerspink: Plaatsnaam bij Den Dam in Hellendoorn, Overijssel.

(van) Heerswijnghels, van Heerswynghels, van Heerswynkels. Familienaam uit de plaatsnaam Herswinkel (winkel: hoek) in Brussegem (Vlaams-Brabant). De oudste vormen hebben evenwel geen voorzetsel en zijn Limburgs. Dit wijst op de mogelijkheid dat ook daar een gelijkende plaatsnaam voorkwam.

Heervelde, van; Herreveld: Plaatsnaam Herveld (Gelderland).

Hees, van, van Heesch, van Hese, van Ees, Heesen, van, Hesen, Heessen, Heezen, Wielheesen, Verhees, Verheesen, Verhesen, Verheezen, Verhezen, Verrees, Verresen, Verrezen. Familienaam, afgeleid van een plaatsnaam: Hees of Hese. Een hese is een jong beukenbos of ook struikgewas (als plaatsnaam op vele plaatsen in Vlaanderen, Kempen, voorkomend). Evengoed bestaat het dorp Hees in Nederland op verschillende plaatsen. 

Heesakker, Heesakkers, Heersakkers, Haasakker: Plaatsnaam Heesakker in Budel, Haaren en St.-Oedenrode (Noord-Brabant). Overpelt, Limburg, Drenthe.

Heesbeen, (van) Hesbeen, Hesbeens, Hesbain, van Esbeen: Plaatsnaam Heesbeen (Noord-Brabant).

Heesbeke, van, van Eesbeeck van Eesbeek, Eesbek, Eesbeck, Eesbeke, Eesbeecke, Eesbecq, Esbeecq, Eesbeck, van Esbeek, Esbeck. Familienaam uit de plaatsnaam Heesbeek in Nieuwenhove (Oost-Vlaanderen).

Heesman, Heesmans, Hesemans, Hesmans, Hezenmans, Hezemans, Heselmans, Hezelmans, Heezemans, Eessemans, Hismans. Naamsvariant van Van Hees. Zie bij Hees Van. 

Heester, van, van Hesteren, van Eester, Heesters, Hesters, Hester, Heijsters, Heijster, Heister: Plaatsnaam Heester: heester, jonge boom, beuk, in Duffel en St.-Pieters-Lille (Antwerpen). Heister (Duitsland).

Heestermans, Eestermans: Afleiding van van Heester. Plaatsnaam Heester ‘heester, jonge boom, beuk’.

Heesterbeek. Plaatsnaam. Vergelijk Duits Heisterbach.

Heestermans, Hestermans, Hestermann, Eestermans: Afleiding van Van Heester.

Heestert, van. Plaatsnaam Heestert, West-Vlaanderen.

Heesvelde, van. 1. Plaatsnaam Heesveld in Bilzen (Limburg). 2. Maar de huidige familienaam van Heesvelde is Oost-Vlaams; zie dus Van Eesvelde.

Heeswijck, van, Heeswijk, van, van Heeswyk, van Heeswyck, van Heesewijk, van Heseweyk: Plaatsnaam Heeswijk (Noord-Brabant, Utrecht), Hezewijk in Olen en Noorderwijk (Antwerpen).

Heeten, den: Bijnaam. Wellicht volks etymologisch uit een andere naam.

Heethem. Deze Waals-Vlaamse familienaam komt vanaf 1630 in Moere voor, ook als Hetem. Aangezien ook Ghettem een Waals-Vlaamse familienaam is, zou dit een vroeg voorbeeld kunnen zijn van de Waals-Vlaamse h-uitspraak van de g.

Heetveld, van, Heetvelde, van, van Eetveld, van Eetvelde, van Eetveldt, van Eetvelt, Heijtveld, Heetfeld, Ietveld, Ietvelt, Jetveld, Jetvelt: Plaatsnaam Heedveld, Heitveld ‘heideveld’. Heetveld in Leusden (Utrecht), Ambt-Vollenhove Overijssel, Akersloot (Noord-Holland).

Heezius, Hesius: Latinisering van Van Hees of Heese.

Hefer, Heeffer: Duitse variant van Hafer: haver. Beroepsnaam. Vergelijk Duits Hefermann = Hafermann.

Heffen, van, Van Effen, van Effe. Naam uit de plaatsnaam Heffen (Antwerpen) of Effen (Noord-Brabant). 

Heffinck. Vadersnaam uit een knuffelvorm van het Germaanse Hegfridus (frithu) of Helfridus. 

Hefting: Vadersnaam. Vermoedelijk variant van Heffing, afgeleid van een Germaans bakernaam uit Hegfridus, Helfridus. 1

Hegberg: Vadersnaam. Met hypercorrecte h voor Egberg, door berg/bert-verwarring uit Egbert.

Hegelmeers. Wellicht plaatsnaam Echelmeers: meers met echels; bloedzuiger. Deze bloedzuigertjes hebben hun naam aan veel poelen, vennen en plassen gegeven.

Hegelsom, van. Plaatsnaam in Horst, Nederlands-Limburg.

Hegener. Duitse afleiding van plaatsnaam Hagen: heg, omheind hof.

Hegenscheid, Hegenscheidt. Duitse plaatsnaam Hegenscheid.

Heger, Héger. Romaanse aanpassing van Duits Heger, Hôger, Höger ‘boswachter’.

Hegh: Plaatsnaam Heg(ge) ‘heg, haag, omheining’.

Heggeler, ten: Plaatsnaam Heggeler bij Hengevelde, Overijssel, Heggelder in Markelo Overijssel.

Heggen, van der, Van der Hegghen,Verhegghen, Verhegge, Verheggen, Verheghe, Vereggen, Veregeen, Terheggen, Hegman, Hegmans, Heegman, Hegeman, Hegemann. Familienaam uit de plaatsnaam Hegge, Heggen: heg, haag, omheining. Deze plaatsnaam komt onder andere voor in Balen (Limburg), Overhespen (Vlaams-Brabant), Poederlee en Weelde (Antwerpen), Schinnen, De Hegge, Epe. 

Hegman, Hegmans, Heegman, Hegeman, Hegemann. Afleiding van Van der Hegge, Verhegge.

Heibeek. In Frans-Vlaanderen, West-Vlaanderen. 2. Waarschijnlijk vaak variant van Van Heymbee(c)k.

Heibeken. Vadersnaam. Afleiding van Heibe, korte vorm van Germaanse voornaam Hagibertus, Heibertus.

Heiber. Duitse dialect vorm van Heuber: Haubenmacher: huifmaker.

Heiberg. 1. Zie Heuberg(er). 2. Plaatsnaam De Heiberg: heideberg; vergelijk Heibrink. Plaatsnaam in Veldhoven (Noord-Brabant).

Heiblom, Heyblom, Heijblom. Familienaam uit de plaatsnaam Heibloem in Herenthout, Olen (Antwerpen) en Roggel (Nederlands-Limburg).

Heichele. Aanpassing (met hypercorrecte h) van Duits Eichele, afleiding van Eiche: eik.

Heiboer; (van) Heijboer: Boer op de hei(de). Vergelijk Duits Heidemann, Heidelmeier, Heid(en)bauer.

Heidbuchel. Duitse plaatsnaam Heidbu(c)hel; heideheuvel.

Heida: Friese familienaam afgeleid van de Germaanse voornaam Haido, Heide.

Heidbrink, Heibrink, Heibrinck, Heitbrink, Hietbrink: Duitse plaatsnaam Heidbrink: heuvel, dorpsplein met heide.

Heide, van der, ter Heide, van der Heiden, van der Heijden, van der Heijde, van der Hijeden, van der Heijdt, Heidema, Heideman, Heijdeman, Heydeman, Heidemann, Heddema, Eide, van der, Verheijden, Verheij, Verheijen, Verheije, Verheijn, Verhey, Verheij, Hey, Heij, de, Heijen, Heyen, Heijt, Heyt, Verreijen, Verreij, Verrijn, (van der) Heyden, Heyde, van der Heijden, van Terheyden, von der Heyden, van der Eyden, van de Reyde, van der Reijde, Reijden, van der Ayden, van der Hijden, -Hyden, van Heie, ter Heide, Verheide, Verheiden, Verheyde, Verheyden, Verheijde, Verheijden, Verheye, Verheyen, Verhije, Verheijen, Verhijen, Vreeyde, Verreye, Vreydhen, Vereyden, Verreyen, Vereyen, Verryden, Heydeman, Haaiman, Heyman, Heymans, Heijman, Heijmans, Heiden, van der, Heiden, Heide, Heijden, Heyden. Plaatsnaam Heiden in Noordrijn-Westfalen. Een heiden was iemand die op de heide woont, onbeschaafd. Heide, onbebouwde zandgrond, vlak veld, veld met heide begroeid. Vergelijk Van den Heede.

Heidecker, Heidger: Plaatsnaam Haideck, Heideck (Beieren).

Heidebroek. Plaatsnaam; moeras op de heide, heideven.

Heidemann, Heidelmeier, Heidenbauer, Heidbauer, Heyché, Heyche: Spelling voor Aicher, Germaanse voornaam Aicharius? Of = Haché? Heyckers, zie Eicker.

Heimans, Heimann, Heimanns, Hyman, Hymans, Hijman, Hijmans, Eyman, Eymann: 1. Plaatsnaam ter Heide(n)‘heide, onbebouwde zandgrond, vlak veld, veld met heide begroeid’. Zie ook Heyman(s).

Heiden, Heijde, Heijden, Heijdens, Heydens, Heyden, Eydens, Heyens, Heyen, Heijens, Heijen, Heide, Heyde, Heyd, Heye, Hey, Heije: Vadersnaam. Germaanse voornaaaam Haido, van vleivorm Heidin, Heedin.

Heidenstecker. Nederduitse familienaam; turfsteker op de heide.

Heidenthal, Heidendal. Duitse plaatsnaam Heidental.

Heiderhoff. Duitse plaatsnaam Heiderhof.

Heiderscheidt, Heiderscheid, Heidersheid,: Duitse plaatsnaam Heiderscheid.

Heidingsfeld. Plaatsnaam in Wurzburg en Beieren.

Heidkamp, Heitkamp. Duitse plaatsnaam.

Heidkamp, Heydendal, Heydendael, Heydendahl, Heyendael, Heyendal, Hijdendal, Hydendal: Plaatsnaam Heiendaal: dal in de hei, in Teuven (Limburg) en Homburg (Luik). Vergelijk Heidenthal.

Heidrick, Heiderk, Hedrick, Hedrich, Heederik, Hederics, Haydrick, Heijdenrijk, Heyerick, Heyrick, Heijerick, Heiderich, Heidrich, Hajdrych, Heidenreich, Heidenrech, Heydenreich: Vadersnaam. Germaanse voornaam haid-rîk; verschijning-machtig': Haidrich, Heidrich.

Heidt, Heyd, Heydt: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Heido. ZieHeits. 2. Duitse korte vorm van Vonder Heidt: van der Heide.

Heihoef, in Meerle. Pulderbos, Wechelderzand, Antwerpen.

Heikamp, Heijkam, Heykamp, Heidekamp, Heidkamp. Plaatsnaam, onder andere Bakkeveen, Scherpenzeel.

Heiken, Heykens: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Haio: Haikin.

Heikhaus. Duitse plaatsnaam Heckhaus.

Heijligers, Heyligers, Heiliger, Heiligers, Heilijgers, Heligers, Hylgers. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hail-ger. 

Heikens, Heijkens: Vadersnaam. Verkleinvorm van de Germaanse voornaam Haio: Haikin.

Heikoop, Heicoop, Heijkoop. Plaatsnaam bij Vianen, Zuid-Holland.

Heilbron, Heylbron, Heilbrunn, Heilporn: Verspreide Duitse plaatsnaam Heilbronn, Heilbrunn. Heilporn is Zuidduits.

Heilemans, Heilman, Heilmann, Heylemans: 1. Moedersnaam. Afleiding van voornaam Heile. Zie Heilen. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam hail-man 'heel-man': Heilman.

Heiler. Duitse beroepsnaam Hailer, Heiler, afleiding van heilen; snijden, Castrator, dierenarts.

Heilmar, Helmer, Helmers, Helmersma, Helmering, Helmar: Vadersnaam. Germaanse voornaam hail-mêr 'heel-beroemd': Heilmar, Helimar.

Heim, Haim. Duitse vadersnaam van Germaanse voornaam Heimo.

Heimberg. Duitse plaatsnaam.

Heimerdingen. Duitse plaatsnaam Heimerdingen.

Heimes, Heijmen, Heymes, Heimsch, Heims, Hêmes, Hêmis, Heems, Hems: Vadersnaam. Germaanse voornaam Haimo, Heimo, van haim 'heem, tehuis'.

Heimessen. 1. Plaatsnaam Hemiksem (Antwerpen). Zie van Hoo(i)missen. De Antwerpse schilder Jan van Hemessen (±1505-1566), eigenlijk Jan Sanders, was geboren in Hemiksem. 2. Eventueel Zoon van Heimes.

Heimst, Heynst: 1. Zie Van Heemst. 2. Misschien variant van Heims of Heins.

Heine, Hein, Heijn, Heijne, Henn, Henne, Hinne, Hene, Heen, Heene, Heines, Hins, Heins, Heyns, Heijns, Hens, Heens, Eyns, Eens, Heijnens, Heijnen: Vadersnaam. Korte vorm vande voornaam Hendrik, Heinrik. Middenenderlands Heinric.

Heindl, Haindl, Heinel, Heinle, Heinl, Heinlein: Vadersnaam. Zuidduitse afleiding van Hein(rich). Zie Haendel 2.

Heineman, Heimemann, Heyneman, Heynemans, Heinemann, Heijnemans, Heneman, Henemans, Henemann, Heeneman, Heinermann, Eneman, Heyman, Heymans, Heijman, Heijmans, Heimanns, Heimann, Heimans, Eyman, Eymann, Hyman, Hymans, Hijmans. Vadersnaam, knuffelvorm van het Germaanse Hendrik, Hein, Heinric (heima)ric.

Heinen, Heinnen, Heynen, Heyenne, Heijnen, Heenen, Henen, Hénen, Hénenne, Hennens, Hennen, Hyenen, Hyne: Vadersnaam van Germaanse voornaam Hendrik.

Heiners, Heinertz. Vadersnaam. Zuidduits voor Heinrich.

Heinicke, Heinig, Heinix, Heynig, Heynx, Heynickx, Heijnix. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Heinrich. Maar Heyni(ck)x eventueel van Heininckx (zie Heyninckx).

Heiningen, van, Heijningen, van, Heyningen van: Plaatsnaam Heiningen in Fijnaart, Wurttemberg, en Heijningen (Noord-Brabant).

Heinitz: Vadersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Heinrich.

Heinkens, Heineken, Heinckiens, Heinckens, Hainque, Heintjes, Heintje, Heintjens, Heintges, Heyntjens, Heyntgens, Heyntjes, Heijntjens, Hintjens, Hintjes, Hintje, Hindsches, Hentiens, Hentjens, Hentgen, Hentgès. Vadersnaam afgeleid uit de Voornaam Hendrik. 

Heinrich, Heinrichs, Heinrych, Heimrich, Henrichs, Henrich, Henrriche, Hennrich, Henrichman, Hinrichs: Vadersnaam. Duitse vormen van de voornaam Hendrik en afleidingen.

Heinsen, Hensen, Hense, Hensema: Vadersnaam. Heinse is een -so-afleiding van de voornaam Heinrich, Hendrik.

Heinsberg, van Heinsbergen, van, (van) Heynsbergen, (van) Hensbergen, Hensberge, van Hinsberg, Hinsberghe, Hinsberge, van Heemsbergen, van Eijnsbergen.van Eynsbergen, van Eensberghe, van Insberghe: 1. Plaatsnaam Heinzenberg (Hessen, Rijnland-Palts) of plaatsnaam Heinsberg (Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen) of Heinsberg in Gastel (Noord-Brabant). 2. Eentueel Hengsberg in Tielen (Antwerpen) of Hingsberg in Gooik (Vlaams-Brabant).

Heinsdijk, Heijnsdijk: Plaatsnaam Hengstdijk in Vogelwaarde (Zeeland).

Heinskyl, Heinskyll. Heinskil, Heinskill, Heniskill. Plaatsnaam in het Rijnland. Waarschijnlijk Rijnland-Palts.

Heisen, Heijse, Heijs: Vadersnaam. Oude Germaanse voornaam Haiso. De Duitse familienaam Heise wordt als een afleiding van de voornaam Heinrich verklaard.

Heintzenberger, Duitse plaatsnaam Heinzenberg.

Heinz, Heintz, Heintzen, Heinze, Heinzen, Heynze, Hentzen, Hentz, Henze, Henz, Henzen, Heinzel, Heinzl, Heinzelmann, Heinzmann, Hainzelmayer: Vadersnaam Duitse vleivormen van Heinrich.

Heip, Heep: Vadersnaam. Bakervorm van een Germaanse voornaam zoals Heibertus, Heilbertus, Heilbold of Hecbertus, Herbert. Vergelijk Hebb.

Heirbeeck, van. Plaatsnaam Herbeek in Hoboken, Antwerpen.

Heise, Heys, Heyse, Heijse, Heysens, Heysse, Heyze: Vadersnaam van een oude Germaanse voornaam Haiso.

Heisterborg: Plaatsnaam Heisterberg (Hessen, Saarland)? Of Heisterbrug in Schinnen (Nederlands-Limburg?)

Heistercamp, Heisterkamp. Duitse plaatsnaam Heisterkamp; beukenbos.

Heithausen, Heithuisen. Duitse plaatsnamen Heidhausen, Heidhûsen, Heithùsen.

Heits, Hijts, Heijt, Hayt, Haijt, Heite, Heytens, Heyte, Heyting, Heiting, Heytenis, Heijtenis, Heijtens, Haytinck, Haytink, Haijtink, Hoytink, Huyttens, Huytens, Huijten, Huiting, Heuten, Heuts, Huijts, Huydts, Huyts, Huidts, Huits. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Haito, Heit, Heido. 

Heitzmann, Heitz: Vadersnaam. Heitzmann is een Alemannische of gedenasaleerde vorm van Heinzmann.

Heivens. Vleivorm van Heiver, Heyvaert? Of variant van Heivers?

Hek, van, Heck, de, Hecken, Hekke, Buijtenhek, Buytenhek, Hekman, Heckman, Heckmann. Vadersnaam, vorm van Hector, adresnaam Hek, Heck, Duits Hecke; haag, bos.

Hekelaar: 1. Beroepsnaam van de hekelaar ‘vlas-of hennepkammer’. 2. Plaatsnaam E(e)kelaar ‘eikenboom’.

Hekelsom, Ekelson: Plaatsnaam Hegelsom (Nderlands-Limburg).

Hekhuis: Plaatsnaam. 1381 Hechuys in Ommen Overijssel, 1495 Heckhuis‘bij een hek staand huis’.

Hekkebus: Middelnederlands haecbusse, hakebus ‘haakbus, vuurwapen’. Beroepsnaam of beroepsbijnaam.

Hekkema: Afleiding van Plaatsnaam Hekkum in Adorp (Groningen).

Hekkens, Hecking: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hag-naam; vergelijk Hekker(s).

Hekker, Hekkers, Hecker, Heckers, Hekkert, Heckert, Hekkens, Hecking: Vadersnaam. Germaanse voornaam hag-hari ‘heg-leger’: Hager, Hacharius.

Hekkert, Heckert: Vadersnaam. Germaanse voornaam hag-hard 'heg-sterk': Hegihardus.

Helaerts, Helaers, Helaers, Helard, Hélas, Helas, Hella, Hellas. 1. Vadersnaam uit hail+hard; heel-sterk. 2. Helaes was in 1787 in Leuven ook een vondelingennaam als woord uit een politieke slagzin.

Helbecque. Plaatsnaam Hellebecq (Henegouwen).

Helberg, Hellberg: Duitse plaatsnamen Helberg en Hellberg.

Helber, Helbers, Helbert: Vadersnaam. 1. Afleiding van Helbert, de Germaanse voornaam hail-berht ‘heel-schitterend’: Heilbertus, Helebertus. 2. Hypercorrect voor Elbert. Zie Elbers.

Helbicq, Helbyq: Romaanse uitspraak van Helbig.

Held, den; de Heldt, Helt, Heldt, Krijgsheld: Bijnaam. Middelnederlands Helt ‘held, dapper strijder’.

Heldens, Heldens, Helding, Helten: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam met halid 'held': Heldolfus of Helotbertus, Helitgerus, Helidmunt of van een hild-naam: Hildebrant, Hildegarius = Heldegarius 2. De afleiding Heldens kan in Limburg op Van Helden teruggaan.

Helden, van, Heldens: Plaatsnaam Helden (Nederlands-Limburg).

Heldenberg, Heldenberghe, Heldenbergh, Heltberg. 1. Moedersnaam of vadersnaam uit de Germaanse voornaam hilt-berg: strijd-bescherming. 2. Mogelijk ook uit de plaatsnaam Huldenberg (Vlaams-Brabant). Of uit Heldenberg in Bellegem (West-Vlaanderen). Zie bij Huldenberg. 

Heldens: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam met halid ‘held’, bijvoorbeeld Heldolfus of van een hild-naam, zoals Hildebrant, Hildegarius = Heldegarius. 2. Aangezien deze familienaam heel frequent is in Limburg, kan hij best een afleidingvorm zijn van van Helden.

Heldenstein. Duitse plaatsnaam.

Helder, Heldere, Helders: Vadersnaam. Germaanse voornaam halid-hari ‘held-leger’ of hild-hari ‘strijd-leger’.

Helder, van. 1. Plaatsnaam Den Helder (Noord-Holland). 2. In Noord Frankrijk waarschijnlijk verschrijving voor Van Gelder (vergelijk Verhote = Vergote). 3. Variant van Van Helderen.

Helderen, van. Plaatsnaam Hellendoorn, Overijssel.

Helderman: Afleiding van vadersnaam Helder of van van Helderen. Plaatsnaam Hellendoorn, Overijssel.

Helderweert, Helderweirdt, Helderweird, Helderweirt, Helderwert, helderwerd, Heldewerdt, Elderweirdt, Elderweirt, Elderweert: Middelnederlands helde, hulde: genade, gunst, hulde; weder: tegen, terug. Betekenis.: wederkerige gunst, wederdienst. Vergelijk Duits Widerhold, Wederhold.

Heldewijs, Eldeweys, Eldeves, Helouis, Heluy: Moedersnaam. Germaanse voornaam hail-wid 'heel-boom': Heiluid.

Helding, Heldinge. Plaatsnaam Helding, afleiding van Duits Halde; helling.

Heldmaier. Variant van Beierse familienaam Hellmeier: meier, boer in de hel(ling), ravijn.

Heldoorn. Wellicht plaatsnaam Hellendoorn, Overijssel.

Hélène, Helene. Moedersnaam. Griekse heligennaam Helena; de schitterende.

Helenus. Hellenus: humanistennaam, latinisering van De Griek of Legrec.

Helewaert, Heluwaert: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-ward 'strijd-bewaarder': Hildiward.

Helewaut, Elewaut, Helevaut. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hail-wald; heel-heerser. Helewoldus. 2. Zie ook Elewaut. 

Helfensteyn, Helfensteijn. Duitse plaatsnaam Helfenstein.

Helfgott. Bijnaam naar de zegswijze: helfe mir Gott: moge God me helpen. Vergelijk Gotthelf, Dieuaide.

Helholtz, Helholz, Helhok: Duits Joodse familienaam: hel hout.

Helier, Hellier, Heilier, Hilyer, Helli, Hilarides, Hielema, Hylen, Hieltjes, Hylkema, Hielkema, van Hylckama, Hielkes, Hillinga, Hillenda, Hillema, Hilma, Hillingh, Hilles, Hillen, Hillenius, Hillens, Hillekens: Vadersnaam. 1. Romaanse vorm van Latijnse heiligennaam Hilarius. 2. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hild-hari, Friese naam Hile, Hyle, Hylco. Zie Heller(s) 2.

Heling: Vadersnaam. Variant van Helling, Hellinck(x). De voornam Hillin/Hellin is een vleivorm van een hild-naam, zoals Hildeboud = Helleboud.

Helon, Hellon. Vadersnaam. Afleiding van een hild-naam. Vergelijk Hellin.

Hell, Helle. Duitse plaatsnaam Holle: hellende plaats, beboste helling. Vergelijk Van der Helle.

Hell, van (der), van der Helle, Verhelle, (van) Elle, van Nelle, Vannelle, Vannella, van der Hel, Terhell, Verhelle, Verelle, Verellen, Verrellen, Varelle. Plaatsnaam Hel, ter Helle ‘dieper gelegen plaats, helling’. Ook vaak huisnaam.

Hellebaut, Hellebout, Helleboid, Elleboudt, Ellebaut, Elebaut, Elebode, Elleboode, Ellebode, Elleboedt, Elbode, Elbo, Eelbo, Helbot, Helbo, Helboz, Helleboogh, Helleboog, Hellebooge, Elleboog, Hellebois, Helbois: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-bald 'strijd-moedig': Hildibald, Hillibold, Hellebold(us). Boud- en Bode-namen werden in de Middeleeuwen steeds verward. De vormen met E (Elleboudt enz.) kunnen primair zijn en die met H hypercorrect. Dan moeten we van Adalbode/Athilboldusof Eilboldus/Eilbodo uitgaan.

Hellebrekers. Middelnederlands die helle breken: de poorten van de hel openbreken. Bijnaam.

Hellebroeck. 1. Plaatsnaam Hellebroek in Waregem (1639) en Melden (Oost-Vlaanderen), Nuth, Limburg. 2. Bijnaam. Waals Vlaams hellebrok(ke): duivelse jongen, schelm. Broek is waarschijnlijk een reïnterpretatie van Middelnederlands brac(ke): speurhond, jachthond. Vergelijk familienaam Bracke, Waals-Vlaams knechtebrokke=knechtebrakke.

Hellebuck, Hellebuyck, Ellebuyck. Familienaam ontstaan uit de (scheld)bijnaam hellebuk: hellebok, duivel. 

Helleman, Hellemans, van Helleman, Hellemans, Hellemann, Helemanns, Hellman, Helman, Helmans, Helmann, Ellemans: 1. Afleiding van van der Helle. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-man ‘strijd-man’: Hildimannus, Heldemannus.

Hellemond, Hellemont, Hellemonds, Helmons: 1. Vadersnaam. Afleiding van Hellemond, Germaanse voornaam hild-mund ‘strijd-bescherming’: Hildemundus, Hilmunt. 2. Plaatsnaam Helmond (Noord-Brabant). Zie van Helmond.

Hellendorff. Duitse plaatsnaam Hellendorf.

Hellendoorn, Heldoorn: Plaatsnaam Hellendoorn, Overijssel.

Helleputte, van: Plaatsnaam Helleputten in Tilburg (Noord-Brabant), Helleput in St.-Denijs-Boekel, St.-Maria-Horebeke en Welden (Oost-Vlaanderen).

Heller, Hellers: 1. Duitse muntnaam Heller ‘duit’. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-hari ‘strijd-leger’. Heldierus.

Helleweegen, van Helwegen: Middenenderlands hellewech: grote heerstraat. Duitse plaatsnaam Hellweg(e).

Hellin, Hellyn, Hellijn, Hellens, Hellingh, Hellinge, Hellynck, Hellings, Hellinx, Hellinck, Hellinckx, Hell-inchx, Hélin, Helin, Helinck, Helinckx, Helincks, Helyn, Helynck, Heleyn, Heleijn, Hellein, Helain, Hileyn, Hillen, Hallyn, Hallijn, Hellequin, Halkin, Halquin. 1. Vadersnaam uit de voornaam Hillin/Hellin, dit is een knuffelvorm van een hild-naam zoals Hildeboud=Helleboud. 2. Zie ook Hallynck. 3. Zie ook Halin. 

Hellinga: Vadersnaam. Friese afleiding van hild-naam; zie Heling.

Hellingwerf: Plaatsnaam. Vergelijk Hellingweg in Hunsingo (Groningen).

Hellofs. Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-wulf'strijd-wolf.

Hellriegel. Middenhoogduits hellerigel; duivel. Bijnaam. Vergelijk Hellebuck.

Helm, Helms, Elms, Hellem: 1. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaans helm-naam, zoals Helmbald, Hemlbert, Helmger, Henlmolf. 2. Beroepsbijnaam van de helmmaker. 3. Huisnaam.

Helmbacher. Duitse plaatsnaam Helmbach.

Helmendag, Helmendach: Vadersnaam. Germaanse voornaam helm-dag: Helmdagus.

Helmer, Helmers. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam helm-hari 'helm-leger': Helmierus. 2. Zie Heilmar. 3. Zie Almaer. 4. Zie Helmert.

Helmert, Helmers. Vadersnaam. Germaanse voornaam helm-hard; helm-sterk. Duitse familienaam Helmhart.

Helmhout. Vadersnaam. Germaanse voornaam helm-môd 'helm-moed', Helmoed, Duits Helmut. Of moedersnaam Hellemodis. Ook de Duitse familienaam Helmholz is een oorspronkelijke vadersnaam van Germaanse voornaam Helmold die inderdaad de vorm Helmhout (Helmoud) makkelijker verklaart.

Helmink, Helming, Helminck, Helmes, Hellemink. Bewoner van een boerderij met de naam Helmink, die zijn naam te danken heeft aan een middeleeuwse bewoner met de naam Helm, Helme of Helmo, waarin we het woord helm herkennen, dat oorspronkelijk de betekenis 'beschermer' had.

Helmich, Hellmich, Hellmig, Helmich, Helmecke, Helmecki: Duits Vadersnaam. Hellmich, Hellmig. Germaanse voornaam helm -wîg ‘helm-strijd’. Of afleiding van welke helm-naam ook.

Helmond, van, Van Hellemont, Van Helmont, Van Hellemond, Van Hellemondt: Plaatsnaam Helmond (Noord-Brabant).

Helmsing: Vadersnaam. Afleiding van Germaans helm-naam. Zie Helm.

Helmus, Hermus. Vadersnaam van Wilhelmus, Wilhermus.

Helmstrijd: Vermoedelijk een volksetymologische vervorming.

Heloma, van: Winkler noemt de Helomavaart en Helomasluis in Slochteren (Groningen).

Helpap. Nederduits Hellpape, van Hall(e)pape, Halfpape. Hoogduits Halbpfaff: Bijnaam voor een kwezel, die zich als priester gedraagt; vergelijk dialect 'n halvepaster.

Helpen, Van der, Verhelpen. 1. Familienaam uit de waternaam Helpe (twee zijrivieren van de Samber). 2. Zie ook Hulpen Van der.

Helpens. Vadersnaam van Germaanse help-naam, zoals Helprad, Helprant, Helpericus, Helpholt.

Helpers. 1. Bijnaam voor een helper. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam help-hari: Elpharius. Vergelijk Helpens.

Helseviers, Elsevier, Elseviers, Elzevier: Middelnederlands helsche vier: 't helse vuur, hellevuur. Huisnaam. De Leuvense Helscheviers werden zo genoemd naar hun uithangbord. Via Antwerpen verhuisde Lod. Helscheviers naar Leiden.

Helsdingen, van: Plaatsnaam Helsdingen in Vianen (Zuid-Holland).

Helshoek, van. Reïnterpretatie van Van Helshoecht.

Helsland, van; Helseland: Plaatsnaam Els(t)land ‘land waar elzen groeien’. Vergelijk Elslander.

Helsloot. Plaats-, adresnaam, slot in Grootschermer en Dordrecht, bij Gasperden, Vianen heette ooit Heelsloot, van hel; woest, moerassig gebied met een sloot. Nederlandse familienaam van Helslooten.

Helson. Vadersnaam. Waalse vleivorm op -eçon van Germaanse hild-naam (vergelijk Hellin) of hail-naam.

Helt (de), Held, Heledt, (de) Heldt, (de) Heel, d’Heldet, d'Helt, d’Helft, d'Helf, Dhelft, d'Helft, Helfft, Helft, Helf, Delft. Bijnaam uit het Middelnederlandse helet, he(e)lt: held, dapper strijder. Aangezien heelt/heilt variant was van helt en helft, werd de familienaam hypercorrect gereïnterpreteerd als D'Helft, Delft.

Helteren, van: Uit van Helderen, dat is een plaatsnaam Hellendoorn, Overijssel.

Helvenstein. Duitse plaatsnaam Helfenstein.

Helvetius. Latinisering; Zwitser.

Helvoort, van, van Helvert, van Helvoirt: Plaatsnaam Helvoirt, uitspraak Helvoort (Noord-Brabant) van hel; woest, moerassig gebied met een voort of voorde.

Helwi, Héluin: Vadersnaam. Germaanse voornaam hail-win 'heel-vriend': Heilwin.

Helwig, Helweg, Helvig, Helbig, Helbin, Helbing, Hillewig, Hilwig, Hilbig, Hellwig, Hellweg: Moedersnaam. Germaanse voornaam hail-wîg 'heel-strijd':

Helzie, van. Plaatsnaam Elsi in Zittert-Lummen, Waals-Brabant.

Hémar, Hémard, Aimart, Aimar, Eymard, Eymar, Aymard: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam haim-hard 'heem-sterk': Henmardus, Aimardus.

Hembaut, Hembauf. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam haim-bald 'heem-moedig': Haimbald.

Hemberg, Hembergch, Hem berq: 1. Plaatsnaam als in Beieren. 2. Klankverandering van Hembrecht. 3. Variant van Emberg.

Hembise, Hembize, Embise: Plaatsnaam Hembise in Cambron-St-Vincent (Henegouwen) of Embise in Mainvault (Henegouwen).

Hemblenne, Hamblenne: Plaatsnaam Hemblinne in Emptinne-lez-Ciney (Namen).

Hembrecht, Hembrechts, Himbrechts, Himbrecht, Himberecht, Hemmerechts, Hembert, Himbert. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam 'haim-berht': heem - schitterend. 2. Hypercorrecte spelling van Imbrecht(s)/Embrecht(s).

Hemel, van (den), van der Hemele, van Hemelen, van Hemele, (van) Heumel, van Emelen, van Immelen, van Hummelen. 1. Familienaam uit een huisnaam (café bijvoorbeeld) In de Hemel. 2. De vormen op -en gaan wellicht terug op een plaatsnaam: Tremelo, Emelo, Emblem ? 3. Of uit de plaatsnaam Hemert (diverse plaatsen in Nederland).

Hemelaar, Emeleer, Hemerlaer, Hemelaare, Hemelaère, Hemelaere, Hemelers, Hemeleers, Emeleer, Hemleers, Hiemeleers, Himeleers, Himmler, Himler: 1. Afleiding van Middenenderlands hemelen, himmelen. Beroepsnaam naar een plafonneerder, iemand die hemels of zolderingen maakt, schildert. 2. Een familienaam afgeleid van het Middelnederlandse he(i)melen : wegbergen, wegstoppen, schikken, opknappen, schoonmaken, omheinen. Vergelijk Duits Himmler. In dit geval kan het een bijnaam, maar ook weer een beroepsnaam zijn.

Hemelberghs. Duitse plaatsnaam Hemelberg.

Hemeldonck, van, van Hemeledonck, Verhemeldonck. Familienaam uit de plaatsnaam Hemeldonk in Gierle (Antwerpen).

Hemelhof. Plaatsnaam Hemelhof in Gullegem, West-Vlaanderen, Hemelhof in Bornem, Antwerpen.

Hemelrijck, Hemelrike, Hemelryk, Hemelryck, Van Hemelrijk, van Hemelrijck, van Hemeleyck, van Hemelrayck, van Hemelryck, van Hemelrycx, van Emelryck: Familienaam afgeleid van de plaatsnaam of huisnaam (herberg) 'Hemelrijk'. Oder meer in Webbekom, Diest, Henis, Riksingen, Bilzen, Hasselt, Ninove, Welden, Paulatem, St.-Denijs-Boekel.

Hemelsdaele, van, Hemelsdael: Plaatsnaam. De Brugse Hemelsdaleabdij was oorspronkelijk gevestigd in Esen, 1237-1270.

Hemelsoen. Aanpassing van 17de eeuwse Engelse familienaam Emelson?

Hemelsoet: Moedersnaam. Reinterpretatie van de oude meisjesnaam Immezoete. Zie Immesoete.

Hemert, van: Plaatsnaam Hemert (Gelderland, Friesland, Groningen).

Hemery. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Hemerijk (zie Hemeryckx). Zie ook Emery.

Hemeryck, Hemeryckx, Hemerijck, Hemerijckx, Hemerijk, Hemeryk, Hemerycke, Hemerick, Hemerik, Heemeryck, Heemerijck, Hemelrijk, Hemelrik, Hemelrick, Hemelrike, Hemmeryck, Hemmeryckx, Hemmerijckx, Hemmerijck, Hemmerijkx, Hemmerykx, Hemmerich, Emmeryckx, Emmerickx, Emmerich, Emmerichts, Emmerig, Emmrich, Emrich, Hemelinckx, Hemelings, Emelinckx, Hemmerlin, Hemmerling, Emmerlinck, Emmerling. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam met als tweede lid -rîk 'machtig'. Het eerste element is onzeker; misschien ermin- 'groot' of amal- 'strijd' of haim-'heem': Haimirichus, Aimericus, Heimericus, Hemericus. Zie ook Amelryckx. De uitgang -ick kon als -ing-suffix worden gereïnterpreteerd. Hemelinckx kan variant zijn van Hamelinckx.

Hemetsberger. Plaatsnaam Hemetsberg bij Aurolzmunster.

Hemgenberg, Hemgenbergs, Hemgesberg, Hingenberchs: Plaatsnaam bij Dûren.

Hemkes: Door assimilatie uit Hermkes. Verkleinvorm van Herman.

Hemme, van, Van Hemmens, Van Hemens, van Hemmen, van Hemmes, Vanhemmens. Naam uit de plaatsnaam Hem(me), landtong die in inundatiegebied uitspringt. Vergelijk Van Hamme, Van de(r) Hem. Zo is er een Hemmen in Zonhoven (Limburg ook in Gelderland). 

Hemmerding, Hemmerdinger. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hemmert; haim-hard.

Hémon, Hémonet. Vadersnaam. Franse verbogen vorm van Germaanse voornaam Haimo.

Hemmingson; zoon van Hemmo.

Hemminga. Friese vadersnaam die zoveel betekent als 'uit het geslacht van Hemme'.  Hemmingson; zoon van Hemme.

Hempenius: Latinisering van van Hempens. Plaatsnaam Hempens in Leeuwarden (Friesland).

Hemroulle. 1. Plaatsnaam in Longchamps (Luxemburg). 2. Zie Henrioulle.

Hemstedt, Himstedt: Duitse plaatsnaam Helmstedt.

Henau, Henaux, Henault, Henaut, Heneau, Heneaux, Heneaut, Henauw, Henao, Héneau, Héneaux, Enaux, Henno, Heno, Hennault, Hennaut, Hennau, Hennaux, Hennay, Henneau, Henneaux, Henn, Hanaut. 1. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hagin-wald; haag-heerser. 2. Zie ook Hainaut.

Henceval, Henseval, Hensival: 1. Zie Xhenseval. 2. Hypercorrecte verschrijving voor plaatsnaam Ensival (Luik).

Henckaert, Henckaers, Henckaerts, Henckard, Henckart, Henkart, Henkard, Henkaert, Henkaerts, Henkaars, Hencart, Hencard, Hennechart, Hennecart, Hennechar, Henneqart, Henquart: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hendrik. 2. Afleiding van de voornaam Johannes. Vergelijk Hannecart.

Henebert, Hennebert, Henneberd, Hennenbert, Hennebert: Vadersnaam. Germaanse voornaam han-berht 'haan-schitterend': Henbertus.

Hendriks, Hendriksen, Hendrikse, Hendricks, Hendrikx, Hendrickx, Hendreikx, Henderikse, Henderiks, Henderick, Henderrikx, Henderrijks, Hindriks, Hinrichs, Heijnderickx, Heijndrickx, Heijndricks, Heijndrikx, Hendricks, Hendrick, Hendrix, Hendricx, Hendyck, Hendryckx, Hendrijckx, Henrieckx, Hendrijcks, Hendrickz, Hendrixch, Hendrycs, Hendryks, Hendrik, Hendrich, Hendrerick, Hendrickze, Hendrikse, Hendriksen, Henrick, Henrix, Henriksen, Heinderyckx, Heindrickx, Heindrikx, Heindryckx, Heindrick, Heindrijck, Heindrijckx, Heindrycx, Heindrichs, Hendrichs, Heijnderickx, Heijndrickx, Heynderi, Heyndri, Heyndricx, Heyndrik, Heindryc, Heindrycx, Heindriks, Heyndriks, Heyndrikx, Heyndrieckx, Hinderickx, Hinderrijckx, Hinderrijck, Hinderrickx, Hinderrykx, Hindrick, Hindrics, Hindricw, Hindericw, Hindericq, Hinderiks, Hinderikx, Hinderix, Hinderijckx, Hinderiycks, Hinderyck, Hinderyckx, Hinderykx, Hindrickc, Hindrikx, Heendrickxen, Henrickx, Endrick, Hendricé, Hendrice, Hentrick, Hentrich, Hentrix.: Vadersnaam. Germaanse voornaam haima-rîk ‘heem-machtig’. Haimirich, Heinric.

Hendboeg. Reïnterpretatie van Hennebo.

Hendens. Vadersnaam van de voornaam Hendrik. Vergelijk Hente.

Henderson, Heinderson: Engelse vadersnaam. Zoon van Hendrik.

Hendliz. Plaatsnaam Xhendelesse, Luik.

Hendry. Vadersnaam. Variant van Henry, met d-epenthesis. Of spellingvariant van Andry.

Henfling. Middenhoogduits henfelinc: Hanffînk, vogelvanger.

Heng, Hengge, Hengtgen: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Heng, van Heinrich of Johann.

Hengel, Hengels, Hengelen: 1. Spellingen voor Engels, Engelen; zie Ingel(s). 2. Duits Hengel(s), afleiding van Heng, van Hendrik of Johann.

Hengel, van (den): Plaatsnaam Hengelo (Gelderland, Overijssel) of Hengel bij Houthalen (Belgisch-Limburg).

Hengeveld: Plaatsnaam Hengeveld in Wijhe, Overijssel.

Hengsdijk, Hensdijk, Heinsdijk, Heijnsdijk: Plaatsnaam Hengstdijk (Hulst, Zeeuws-Vlaanderen).

Hengst, (van): Beroepsbijnaam van de paardenkoopman. Vergelijk Hengstmangers.

Hengstmangers, Hengstmengel: Beroepsnaam van de hengsten-of paardenkoopman. Vergelijk Hinckstmans, Paardekooper.

Henis, van, (van) Enis, van Enys, van Menés, van Innés, van Innis, Enes, Enhus: Plaatsnaam Henis (Limburg).

Henixdael, Hennixdal, Hennixdael: Plaatsnaam Henisdaal in Vechmaal.

Henke, Henek: Vadersnaam. 1. Nederditse-Westfaalse vorm van Hendrik. 2. Zie van Hanck.

Henkel, Henkels, Henckel, Henkelmann, Henkelman, Hinkels, Hinkel: Vadersnaam. Verkleinvorm van de voornaam Heinrich.

Henkinbrant, Henquibrant, Henquinbrant, Hicquebrand, Hiquebrant: Vadersnaam. Waalse aanpassing van Germaanse voornaam Ingebrand.

Hennard, Hennaert Hennart, Hennaerd, Hénard, Heniaert, Henejaert, Hinnaert, Ennaert, Ena: Vadersnaam. 1.Germaanse voornaam hagin-har d‘haag-sterk’: Heinhard. 2. Afleiding van de voornaam Hendrik, Henry. 3. Afleiding van de voornaam Johannes.

Henneberg, Henneberg, Hinneberg: Duitse plaatsnaam Henneberg, ook in Lederzele (Frans-Vlaanderen).

Hennencker, Henker: Vadersnaam van Henke: Hendrik.

Henneguin, Henneghein, Henneghien. 1. Variant van Hennequin. 2. Vooral de laatste vorm kan variant zijn van Enghien.

Hennejonck. Reïnterpretatie van Hennion.

Hennekam, Hemmekam: Waarschijnlijk plaatsnaam op- kamp. Of verschrijving van Hennekens (zie hieronder), Hannecart of Hannekin, zie daar.

Hennepe, te: Plaatsnaam 996 Hunnippe bij Deventer, Overijssel.

Hennekens, Henneke, Hennekinne, Hennekein, Hennequenne, Hennecke, Hennecken, Henekens, Henike, Henikenne, Hénique, Hinnekens, Hinnekint, Hennekei, Hennekij, Henken, Henckens, Henke, Henkens, Henkes, Hinkens, Hintjens, Hintjes, Ennekens, Enneking, Enneckens, Enkens, Henkin, Henkinet, Henquin, Hennequin, Henquinez, Henqiaux, Hencquin, Hanquine, Hanquinet, Hanquiaux, Hanquaux: Vadersnaam. 1. Hennequin is de verfranste vorm van Middelnederlands Hennekin, van Hannekin, verkleinvorm van de voornaam Johannes, soms van Hendrik. 2. Moedersnaam uit Johanna. De familie Hen(c)kens komt uit Nederlands-Limburg, waar ze Heynckens heette.

Hennes: Vadersnaam. Afleiding van Hennen, vleivorm van voornaam Johannes of Hendrik.

Hennens, Hennen, Hinnens, Hinninck, Hennés, Ennen: Vadersnaam. 1. Afeiding van heiligennaam Johannes. Zie ook Hannen. 2. Afleiding van de voornaam Hendrik. Vergelijk Heinen.

Hennendaels. Plaatsnaam. Vergelijk Hennethal (Duitsland) en Duitse familie-, plaatsnaam Hennetal (Duitsland).

Hennequière. Afleiding van Jean of Henri?

Henneresse. Afleiding van Jean of Henri?

Henneron. Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Johannes (zie Haneron) of Henri.

Hennessy, Hennesey. Ierse familienaam: afstammeling van Aonghus 'een-keus'.

Henneveld. Reïnterpretatie van Henvaux of Henneville.

Henneville. Plaatsnaam Henneville = Hainneville (Manche); eventueel Henoville (Pas-de-Calais) of Hénouville (Seine-Mar.).

Hennevin. Spellingvariant van plaatsnaam Anvin (Pas-de-Calais)?

Hennico, Henneco, Hennicotte: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van voornaam Johannes. Moedersnaam: -otte.

Hennig. Duitse vadersnaam van de voornaam Johannes of Heinrich.

Henning, Hennink, Hanning, Annink, Johannink, Hennink, Hannen: Vadersnaam. Afleiding van voornaam Johannes of Hendrik. Zie Hennes.

Henninger. 1. Afleiding van de plaatsnaam Henning (Beieren) of Henningen (Duitsland). 2. Afleiding van de voornaam Henning.

Hennion, Hinnion, Hinion, Inion, Injon, Hunion, Union. Vadersnaam uit de Romaanse knuffelvorm van Johan(nes) of Henri.

Hennij: Vadersnaam. Vermoedelijk uit Henri.

Henniot. Vadersnaam. Vleivorm van Jean of Henri.

Hennion, Hinnion, Hinion, Inion, Injon, Hunion, Union: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van de voornaam Je(h)an of Henri.

Henniquiau. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes of Hendrik.

Henno, Hennot, Hénot, Henot, Heno, Ennot: Vadersnaam. 1. Romaanse vleivorm van Jean of Henri. Zie ook Hannot. 2. Spellingvariant van Henau.

Hennuy, Hennuit, Henuy: 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam haim-wid; 'heem-boom': Haimoidis. 2. Zie Hennuy(er).

Hennuy, Hennuyer, Hennuit, Hennuyez, Hennuiez, Hannoyer, Henuy: Hennuyer: Henegouwer, afkomstig van het oude graafschap Henegouwen.

Henrard: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Henri.

Henoit. Vadersnaam. Romaanse afleiding van de voornaam Johannes.

Hénonin, Henonin. Vadersnaam, afleiding van Henon.

Henoumont, Hénoumont, Heneumont, Hennemont, Hunnumont: Plaatsnaam Henoumont/Heneumont in Aywaille (Luik); eventueel Xheneumont in Battice (Luik).

Hénoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam; han-wulf- haan-wolf. Henolfus.

Henrar, Henrard. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Henri.

Henraut, Henreau, Henraux. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Henri of Je(h)an.

Henri, Henrie, Henris, Henrist, Henriss, Henrisse, Henry, Henrij, Dhenry, Herry, Herrie, Arrie, Harrie, Harri, Hary, Enrij, Enrijs, Hanrijs, Hanrij, Amri, Hamri, Amrij, Amry, Anry, Anrys, Anrijs, Anris, Arijs, Arijse, Ariis, Aris, Aryse, Areys, Rijs, Rys, Ris: Vadersnaam. Henri, de Romaans vorm van de Germaanse voornaam Hendrik.

Henrici, Henricy, Hennericy. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Henricus, Hendrik.

Henricourt. 1. Plaatsnaam Héricourt (Pas-de-Calais). 2. Zie De Hemricourt.

Henriet, Henriette. Vaders-, moedersnaam van Henri.

Henrijean. Vadersnaam. Dubbele voornaam Henri-Jean.

Henriksen, Henriksson. Vadersnaam. Zoon van Hendrik.

Hensius, Heinsius, Heinzius: Vadersnaam. Latinisering van Heins. Humanistennaam: Daniel Heinsius (1580-1655).

Henrinckx. Contaminatie van Henderiks en Heerinckx.

Henrion, Henrionet, Henryon, Herion, Hérion, Herrion, Hairion, Harion, Hanrion, Arrion, Arion, Arjoun: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Henri.

Henriot, Hariot, Hanriot, Henryot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Henri.

Henrioul, Henrioulle, Henroul, Hemroulle, Hamrol, Hinroulle, Hairoulle, Herroelen, Erroellen, Erroelen, Eroellen, Eroelen, Erol: Vadersnaam. Waalse vleivorm op -oui van voornaam Henri.

Henriquet, Henriquez, Herriquet: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Henri. 2. Henriquez kan Spaans zijn.

Henrivaux. Plaatsnaam in Jandrain, Waals-Brabant.

Henrkot. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van de voornaam Henri.

Henrot, Henroz, Henrothy, Henroset, Henrottay, Henrotay, Henrothay, Henrottin, Henrotin, Henrotte, Henrotel, Henroteuax, Henroteuax, Henrotau, HenrotauxVadersnaam. Vleivorm van voornaam Henri.

Henroy, Henroye. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Henri.

Hens, de. Spellingvariant van De Hans? Plaatsnaam Hans (Marne).

Hensay. Hypercorrect voor Ansay.

Hensbroek, Hensbrouck. Plaatsnaam Hensbroek (Noord-Holland), Hengs-broek in Brecht (Antwerpen), Hensbroek in Westmalle (Antwerpen).

Henche, Henschel, Henschen, Hendschel, Hendsel, Hentsch, Hentschel: Vadersnaam. Duitse afleiding van Hans.

Henseler, Hensler, Henssler. Vadersnaam. Duitse afleiding van Hans.

Hensums, Hensen, Hensens. Vadersnaam Hendrik. Zie verder bij Hendriks.

Henskens, Henskes, Hensgen, Hensgens, Hinskens: Vadersnaam. 1. Afleiding van de Germaanse voornaam Hendrik. Hens, van Heins, van Heimezo, een -so-vleivorm. 2. Afleiding van Hens, Hans, van Johannes.

Henst, van der. Variant van Van Heemst?

Hente, Henten. Vadersnaam van de voornaam Hendrik.

Henten, van. Verkort van Van Hentenryck. Zie Aertenryck.

Hentenaar: Afleiding van van Henten.

Hentreep. Duitse plaatsnaam Hentrup?

Henvaux, Henvaeux, Hennvaux, Hennevaux, Henneveld: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Henvert; zie Hannevart.

Henveryck. Vervorming van Henderyck.

Heppner, Hepner. Beroepsnaam. Duits dialect, ontronde vorm van Hoppner: hopteler of hopbrouwer.

Heppert, Hepers: Vadersnaam. Germaanse voornaam Herbrecht of Hadebert.

Her. 1. Spelling van Duits Herr. 2. Plaatsnaam Heer (Namen) of Heers (Luiks-Waals Hêr).

Hery, Herry, Herrie, Hérie, Herie: Vadersnaam. 1. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hari-rîk 'leger-machtig': Herricus. 2. Zie Henri. Zie Herrier, waarvan Her(r)y de Luiks-Waalse vorm kan zijn.

Hersoen, Herstoen, Hersson, Herson, Hairsont, Hairson, Hertsens, Hertsen, Herssens, Hersens, Hersschens: Vadersnaam. Hersson, Romaanse afleiding op -eçon van Germaanse hari-naam of verbogen vorm van Germaanse voornaam Herzo, Herizo.

Hertum, van; van Hertom, van Hertem, van Heertum, van Hirtum: 1. Friese of Nederduitse plaatsnaam op -um (heem). Plaatsnaam Hartum (Duitsland)? 2. Eventueel variant van Van Herten. Plaatsnaam Herten. Duitsland.

Herail. Wellicht variant van Heraly.

Heraly, Eraly, Erali: Wellicht vadersnaam van Heraldi, Latijnse afleiding van Germaanse voornaam Herald. Zie Héraut 1. Vergelijk familienaam Herady.

Hérard. 1. Germaanse voornaam hari-hard 'leger-sterk1: Herardus. 2. Zie Eraerts.

Heraut, Heraud, Herau, Heraux, Herauw, Hérau, Héraut, Herold, Erauw, Eyraud, Ayraud, Ayraut. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ‘hari-wald’= leger-heerser. 2. Beroepsnaam voor de heraut, de man die de openbare aankondigingen doet.

Harauville. Plaatsnaam Hérouville (Seine-et-Oise, Calvados).

Herbage. Plaatsnaam; weiland, weide.

Herbeek, Herbeck, Herbec, Herbecq, Herbeecq, Hierbeck, Hirbee: Plaatsnaam Herbeek in Hoboken (Antwerpen) en St.-Renelde (Waals-Brabant). Herbecq in Le Parcq, Herbecque in Nortkerque (Pas-de-Calais), Herbecques in Fruges (Pas-de-Calais). Herbeek in Dusseldorp (Duitsland).

Herbel, Herbelin. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Herbert.

Herberg, Herberghs. 1. Plaatsnaam. Zie Van Herberghen 1. Of beroepsnaam van de herbergier. 2. Reïnterpretatie van Herberigs of Herbert.

Herbergier, Herberrier: Beroepsnaam van de herbergier, de waard. Vergelijk Duits Herberger.

Herbet, Herbé, Herbez, Herbes, Herbiest, Herbiet, Herbits: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Herb(i)ert.

Herbeto, Herbetot. Vadersnaam. Afleiding van Herbe(r)t.

Herberink: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Herbrecht. Eventueel plaatsnaam, van dezelfde voornaam afgeleid: 1475 Harbarting in Stokkum, Overijssel; 1339 Harbartinck in Usselo Overijssel.

Herbeuval. Plaatsnaam (Ardenne) of Herbovalles in Bainghen en Nabringhen (Pas-de-Calais)

Herbillon, Harbion, Herbigniaux, Herbiniaux, Herbinaux, Herbigeau, Herbigneaux, Herbigniat, Herbignat, Herbiniat, Herbinia: Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Herbert.

Herbin, Herbint, Herbain, Herbein, Herben, Erbain, Arbyn, Arbijn, Aarbijn. Vadersnaam, knuffelvorm van de voornaam Herbert.

Herblot, Herbulot: Vadersnaam Herbelot, afleiding van de voornaam Herbert.

Herbold. Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-bald, zie Eerebout 2.

Herbosch, Herbos, Herrebos, Herreboshc, Herebos, Haerbosch, Haerbos, Heirbosch: 1. Plaatsnaam Herbosch in Tubeke (Waals-Brabant). 2. Reïnterpretatie van Herbo(t)s, van Herbo(de).

Herbost. Klankverandering van Herbots of verzwaarde vorm van Herbos(ch) (vergelijk Van Habost).

Herbrand, Herbant, Herbrandt, Heerbrant, Heirbrand, Heirbrandt, Heirbraendt, Heirebrant, Heirbrant, Herrebrandt, Herrebrant, Herrenbrandt, Heersbrandt, Heersbrant. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hari-brand; leger-zwaard. Heribrand(us).

Herbrecht, Herrebrecht, Harbrecht, Herberigs, Herberich, Herbrik, Hebberechts, Hebberecht, Hebbrechts, Hebbrecht, Herberts, Herbert, Herbertz, Herbertz, Heribert, Héribert, Hebertz, Hebert, Hebers, Harbert, Harbers: Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-berht 'leger-schitterend': Herebertus, Heribertus.

Herbrugge, van, Herbruggen, van, Verbrugghen, Verherbruggen, Verheirbrugge. Familienaam uit de plaatsnaam Heerbrugge, onder andere in Lokeren (Oost-Vlaanderen). 

Herbst, Herbszt, Herbster, Herbts, Herbstmann, Herbstman: Bijnaam naar het jaargetijde, de herfst. Wellicht voor een oogster (vergelijk Engels harvest).

Herbut. Variant van Herbet of Herbot?

Herchuez, Herchuée, Herchuel, Herchuelz, Herchuels, Hercheux: Plaatsnaam Helchuwez of Herchuwez. Het tweede lid is Picardisch wez, Frans gué, Latijn vadum, Nederlands wad: doorwaadbare plaats.

Herckman, Herckmans, Hercman, Erckman, Harckmans, Harckman, Harkemanne, Harkemann, Harquemanne: Afleiding van Van Herk.

Hercules: Vadersnaam. Voornaam uit de oudheid.

Herdenel: Fout gelezen Herdevel, zie Herdewel.

Herwijn, Herrewijn, Herwyn, Harrewijn, Harrwyn, Harvyn: Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-win 'leger-vriend': Haruinus, Herwinus.

Herder, de, den, Herder, (de) Harder, Derder, Derders, D’herder, de Herde,dD’Herde, Derde, Derden, Herd, Hedern, Herd, Herdé: 1. Beroepsnaam van de herder. Middelnederlands herder, harder ‘herder’. 2. Bijnaam uit het Middelnederlandse hart, hert: hard, sterk, wreed, gevoelloos, hardnekkig.

Herdewel, Herdenel: Bijnaam. Middelnederlands herde evel ‘zware ziekte’.

Heredia. Spaanse plaatsnaam van Latijn heredium; erfgoed, erf.

Herendael, van. Plaatsnaam Herendale in Lubbeek, Vlaams-Brabant.

Herenthals, van, Herentals, van, van Heerentals, van Heerenthals, (van) Herrentals: Plaatsnaam Herentals (Antwerpen).

Herent, van, Heirend, Heirendt, Heyrendt: Plaatsnaam Herent (Vlaams-Brabant), ook in Neerpelt, Boutersem, Cent.

Herdink: Plaatsnaam 1475 Herding bij Wierden, Overijssel.

Heres. Vadersnaam uit de Griekse naam Hero (uit Hare: held) of uit de Germaanse voornaam Heribert (hari/heri-berth). 

Hereygens, Herrijgers; zoon van eer Eige, Germaanse naam Eigen, Agin.

Herroelen; zoon van heer Roel, Regingar, Ragingar.

Herreilers; zoon van heer Eiler, Agilheri. Waarvan de geslachtsnaam Eilers.

Herf, Herfs, Herffs, Herff, Erffelinck, Erfelinck, Erffelynck, Herfelin, Herphelin. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Erbo: erfgenaam. 

Hergarden: Plaatsnaam Hergarten (Noordrijn-Westfalen).

Herftijd, Herftyd. Verhaspelde naam, wellicht plaatsnaam blijkens 1858 van Erftijd, Sint-Pietersrode.

Herfurth, Herfort. Plaatsnaam Herfurth, Beieren, Herford, Duitsland.

Hergarten, Hergaden. Duitse plaatsnaam Hergarten.

Herger, Hergert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-ger 'leger-speer': Harigerus, Heregerus.

Hergert, Ergeerts, Erregeerts, Ergert, Argeerts: 1. Vadersnaam. Heer Geert: heer Gerard. 2. Variant van Herger.

Hérial. Vadersnaam. Variant van Héraut, Hériaud.

Herik, van den, Hederik, Herink, Herikhuisen. Duidt deze naam op herkomst uit Herike, een dorp in de gemeente Markelo, Overijssel? Of hebben we hier toch te maken met de boerderijnaam He(e)rink?

Herin, Hérin, Herrin, Hérain, Heerins, Heeren, Herens, Heirens, Heeres. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse hari -naam.

Herinckx, Herincx, Herinx, Herincs, Hering, Herings, Heerings, Heerinckx: 1. Dialect variant van Haerinckx.

Hérinne, Hérinnes, Herinne, Herinnes, Erinne: Plaatsnaam Hérinnes (Waals-Brabant, Henegouwen).

Héripret. Platsnaam Héripré in Gauchain (Pas-de-Calais)

Heris, Héris, Herijs, Herys. 1. Uit het Franse herisse (rechtopstaande haren, hérisson= egel). 2. Naam uit de plaatsnaam Heris in Kleine-Brogel (Limburg). 

Hérisseau, Hérisson. Bijnaam voor iemand met stekelig haar. Frans hérisson; egel.

Heriwesma. Heer Ivo Johannis was de laatste roomse priester van de kerk van Oldehove te Leeuwarden. Hij overleefde lange tijd de ommekeer in het kerkelijke, die in Friesland in de 16de eeuw plaats greep. Hij bleef aan de roomse kerk getrouw en woonde te Leeuwarden in de Groote-Kerkstraat, op de hoek van het straatje dat naar den Boterhoek voert. Hij was zeer bekend en zeer bemind bij de burgerij der Friese hoofdstad. Het volk maakte zelfs een rijmpje op zijn naam: »Her Ief—Heth it folk lief”, zeiden de Leeuwarders van dezen waardige man. Zijn naam is te Leeuwarden nog in dagelijks gebruik. Immers het straatje naast zijn huis draagt nog naar hem de naam van ’s Her-Ive-straatje. Er staat wel op het naambordje aan het hoekhuis Hero-Ivo-straatje, als of de naam van zekeren Hero Ivo afkomstig was (Hero is een Friese mansnaam); en zo is ook de geijkte spelling die het gemeentebestuur van Leeuwarden volgt. Maar het volk blijft voor en na, en zeer te recht, spreken van Serivestraatsje, met voorgevoegde s. Ser; heer.

Herk, van, van den Herke, van Hercke (van) Herke, van Herck, van Hercke, van Hercq, van Herque, van Erk, (van) Erck, Vannercq, van Harcke, van Harck, Hrack, Hark, Harcq, Herckx, Herks, Herx: Plaatsnaam St.-Lambrechts-Herk of Herk-de-Stad (Belgisch-Limburg). Waarbij de Herk de rivier is die er stroomt.

Herkenrath, Herckenrath: Plaatsnaam Hergenrath, Nederlands Hergenraat (Luik) of Herkenrade (Nederlands-Limburg).

Herkenrode, van, (van) Herckenrode, de Herckenrode, van Eckenrode,van Eeckenrode, van Eekenrode: Plaatsnaam Herkenrode in Kuringen (Limburg) of Herkenrade (Nederlands-Limburg).

Herla. Vadersnaam. Afleiding op –ard van Germaanse voornaam Herilo. Vergelijk Herlin.

Herlaar, Harlaar: Plaatsnaam Herlaar (Halder) in Sint-Michielsgestel (Noord-Brabant) of Grimbergen (Vlaams-Brabant).

Herlant, Herlan, Herlem: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-land 'leger-land': Harilandus, Herlandus. 2. Plaatsnaam Herlen in Wissant (Pas-de-Calais).

Herlé: Vadersnaam. Herlet, verkleinvorm van Germaanse voornaam Herilo.

Herlemont, Herlaimont: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam erl-mund 'edelman-bescherming': Erlemundus. 2. Plaatsnaam (Chapelle-lez-) Herlaimont (Henegouwen).

Herlenvaux, Herlinvaux: Plaatsnaam Herlenval in Crèvecoeur (Pas-de-Calais), Herlenvaux in Spontin, Villers-lez-Heest (Namen). Of Erlenvaux in Durnal (Namen).

Herlez. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Herilo, zie Herlin.

Herlin, Herlein, Heerlein, Herling, Herlinkx, Herlicq, Erlings, Erlin, Eerlings, Eerling, Heirlings: 1.Vadersnaam van Germaanse voornaam Herilo, afleiding van hari-naam. 2. Zie Erlin.

Hermal, Hermalle, Hermail: Plaatsnaam Hermalle (Luxemburg).

Herman, Hermans, Hermann, Hermanssen, Hermans, Hermanse, Herreman, Heirman, Heijerman, Hermens, Harreman, Hermsen, Herms, Hermam, Hermann, Hermanns, Herrman, Herss, Hemmans, Hermand, Hermnides, Hermat, Hermnt, Hermane, Hermanne, Harmant, Harman, Harmand, Harment, Harmans, Hermanus, Hermanussen, Heerman, Heereman Hereman, Heremans, Heremand Hairemans, Haremans, Heireman, Heiremans, Heiremans, Heyrman, Heyrmans, Heijerman, Heijrman, Heijermans, Hyermans, Erman, Ermans, Ermand, Hirmann, Hirman. 1. Vadersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam ‘harai-man = 'heer/leger-man'. 2. Er bestaat ook een Antwerpse familie Hermans, afstammend van een Keulse Hartmann-familie (hardu-man'='sterk-man'). Heremannus, Hermannus.

Hermandesse. Waarschijnlijk Spaanse familienaam Hernandez, afleiding van de voornaam Ferdinand.

Hermanides: Vadersnaam. Griekse afleiding van de voornaam Herman.

Hermanson, Hermanse, Hermansen, Ermansons, Hermsen: Vadersnaam. Zoon van Herman.

Hermelaer. Variant van Hemelaar, met r- epenthesis.

Hermeling: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Herman.

Hermelin, Hermelink, Harmelink, Harmeling, Armellin: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Herman.

Hermen, van; van Herman: Vadersnaam of moedersnaam met secundair voorzetsel van. Vadersnaam. Hermen = Herman of moedersnaam Ermen, voornaam Ermelind of Ermgard.

Hermenet: Vadersnaam. Frans verkleinvorm van de voornaam Herman.

Hermes, Hermesse, Hermet, Hermetz, Hermé, Hermise, Hermisse, Hermys, Hermijs, Hermus, Hersmus, Hormes, Ermers, Hermers, Ermes: Vadersnaam. Germaans heiligennaam Hermes, beschermer van Ronse.

Hermia. Plaatsnaam Hermia in Fosse-la-ville (Namen).

Hermie, Hermier, Heremy, Herremy, Hermij: Vadersnaam. Hermier, Romaans vorm van de Germaanse voornaam hari-mê ‘leger-beroemd’: Herimarus.

Hermin, Hermine, Herminne, Herminette, Herminet: Vaders-, moedersnaam. Germaanse voornaam Irmina, Ermina, Hermina, Hermino, Ermenus.

Herminaire. Vadersnaam. Germaanse voornaam ermin-hari; groot-leger. Hermenarus.

Hermkens, Hermkes. Vadersnaam. Afleiding van Herm, van Herman.

Hermon, Hermont, Armon: Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-mund 'leger-bescherming': Harimundus, Herimunt.

Hermon, van: Verhaspeling van van Helmond of van Nerom, van Nerum.

Hermoniers. Waarschijnlijk aanpassing van Hermignies.

Hermoye. Plaatsnaam Hermoye in Mazy, Namen.

Hermus. 1. Vadersnaam van de voornaam Wilhermus. Zie ook Helmus. 2. Eventueel verschrijving voor Hermès.

Hernaert, Hernat, Hernadi, Heernaert, Hiernard, Haarnaert, Arnaerts, Arnaert, Arnaets, Aernaert: 1. Vadersnaam. Over Hernaet, van Herraet. Germaanse voornaam hari-rêd 'leger-raad': Heriradus, Herradus. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam arin-hard 'arend-sterk': Arnadus. 3. In de Westhoek is een familienaam Arnaert door klankverandering uit Renard ontwikkeld.

Hernandez, Hernandes, Ernandès: Vadersnaam. Spaanse voornaam Hernando = Fernando.

Hernelé. Vadersnaam. Spelling voor Ernolet, afleiding van Arnaud of Ernoux (Arnoud/Arnolf).

Hernie. Vadersnaam. Picardische variant van Hernier, van Ernier. Germaanse voornaam arin-hari 'arend-leger': Ernarius.

Hernu, Heernu. Naam uit het Oudfranse hernu (maand juli). Bestaat ook als vondelingennaam. 

Herode, Héro, Hérode, Herod: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Herodes.

Héron. Frans héron: reiger. Bijnaam, vergelijk De Reygher(e).

Hérouard, Erouart: Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-ward 'leger-bewaarder': Heruardus, Eroardus.

Hérouet. Vadersnaam. Afleiding van Hérou.

Heroufosse. Plaatsnaam in Theux en Forêt (Luik).

Herpen, Herp, Herpe, van: 1. Plaatsnaam Herpen (Noord-Brabant). 2. Variant van (van) Erp, zie daar.

Herpaix, Herpay: Luiks-Waals hèrpê: houtbeitel. Beroepsnaam.

Herpelinckx, Herpelinck. Variant van Erfelinck, door fl/pl-wisseling(vergelijk dialect Plutol/Flutol, perplex/perflex, pleuritis = fleurus).

Herpels. 1. Zie Erpels. 2. Variant van Herpers, met l/r-wisseling (Vergelijk De Pestel, van Pester).

Herpigny. 1. Zie Harpignies. 2. Plaatsnaam Erpigny in Erezée (Luxemburg).

Herpin, Herpain, Herpens. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Erpo. 2. Of idem van Herbert.

Herpoelaert. Afleiding van Herpoel. Zie Erpoel.

Herps, Harps. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Erpo, erpo/erbo vergelijk Herpin 1.

Herquet, Harkay, Herket, Herkt: Vadersnaam. Afleiding van hari-naam.

Herrebout, Errebout, Arrebout: 1. Germaanse voornaam hari-balth ‘leger-moedig’: Hariboldus, Herebaldus. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam arin-balth ‘arend-moedig’: Arinbald, Arembaldus, Ernibaldus;

Herregode, Herregods, Herregodts, Herregots, Herregat, Hergo, Hergot, Hercot, Heregots, Hargot, Erregots, Erregat, Ergo, Ergot, Argot, Argos. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hari-gud: leger-god.

Herregraven. Bijnaam Heer Graaf? Of plaatsnaam, vergelijk Herrengraben (Duitsland).

Herremerre. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hermaar; zie Harmar(t).

Herrero, Herrera, Errera: Spaans herrero: metaalbewerker, smid. Beroepsnaam.

Herreygers, Erreygers, Hereygers, Hereijgers, Herygers, Herrygers, Herijgers, Heriges, Hersygers, Errygers, Errijgers, Herygers. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hari-ger; leger-speer.

Herreyns. Vadersnaam. Heer Hein of Heer Rein; vergelijk Serreyn(s).

Herrel: Wellicht Duits familienaam Herl(e), verkleinvorm van Herman of Herr.

Herrick. Vadersnaam van Henrick.

Herrie, Herrier, Herie, Herry, Hery: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam die tweemaal uit hari 'léger' bestaat. Harierus, Herierus.

Herrschaft, Herchaft, Herszaft: Duitse equivalent van Herschap.

Hersbach: Plaatsnaam Herzbach (Rijnland-Palts) of Herschbach (Rijnland-Palts)
Herschap, Hertschap: Middelnederlands heerschap: heerlijkheid, gebied van een heer. De bijnaam wijst op leenroerig verband, verplichting, tiendplicht. Vergelijk Herrschaft.

Herschdörfer, Herschdorfer: Plaatsnaam Hirschdorf (Beieren).

Herschkowitz, Herschokowicz, Herschkowvitz, Hershkovitz, Hershkowitz, Herscovici, Herscovic, Herscovitch, Herscovivi, Herskovic, Herscovicova, Herscowitschova, Herszkovicz, Herszkoviez, Herszkowicz,Herszko-likowkz, Hirschovitz, Hirscho-kowitz, Hirchovitch: Bijnaam. Slavische afleiding van Duits Hirsch, Hersch: hert.

Hersecke, van Herseke, van, van Hersecker: Plaatsnaam. Wellicht Ierseke (Zeeland), door contaminatie met Herzele, Herzeele (Frans-Vlaanderen).

Hersenbergh. Plaatsnaam Hersenberg in Oudenaken, Vlaams-Brabant.

Hersens. 1. Zie Herssens. 2. Eventueel moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hari-sind 'leger-weg'. Hersendis.

Herskamp. Plaatsnaam Herzkamp in Sprockhovel (Duitsland): hertenkamp, -veld. Vergelijk familienaam Hertekamp.

Hersleven. Duitse plaatsnaam Herschleb.

Hersoux, Hirsoux, Hirsoil, Hiersoux, Hiersoul, Hiersou: Vadersnaam. Afleiding op -eçoul(e) van Germaanse hari-naam; vergelijk Herson.

Herst. Plaatsnaam. Variant van Horst. Verspreide plaatsnaam in Pas-de-Calais.

Herstik, Herstig. Variant van Nederduitse familienaam Harstick: hart stidj, stich, die hard steekt, prikt. Vergelijk Faulstich, Vuylsteke.

Herstraten, van, Herstraten (van), Herstraets, (van) Heirstraeten, Heirstraten, van Heerstraeten, Heirstrate, Verheerstraten, Vereerstraeten, Verheirstraeten, Verherstraeten, Verherstraeten, Verhestraeten. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Heerstraat: heerweg, brede weg. Vgl. Van Herwegen.

Herszkorn. Duits Hirschkorn: Hirsekorn, gierstkoren, -korrel. Beroepsnaam van de gierstteler.

Hert, d’, de, den, D’hert, de/d’ Herdt, Dert, Denert, de Nert, d'Herdt, Dherdt, Dhert, Dert, d’Herte, d'Hert, d'Harte, Herd, Herth, Herts, Lehert, Leherte, van der Hert, van 't Hert, van Hert: Middelnederlands Hert ‘hert’. Bijnaam naar de dierennaam, vaak naar de huisnaam.

Herte. Beroepsnaam. Duitse variant van Herder.

Herteleer, Herteler, Hertleer, Hertelé, Hertele: Beroepsnaam. Aanpassing van Artillier ‘schutter’.

Herteweg, Hertenweg. Duitse plaatsnaam Hertewegen in Duisburg of Hertenweg in Zoniënbos bij Brussel.

Hertebaut. Vadersnaam. Germaanse voornaam hard-bald 'sterk-moedig': Hartbaldus.

Herten, van, Herten, Hertens. Familienaam uit de plaatsnaam Herten (Limburg en Nederlands-Limburg).

Herten, van der. Plaatsnaam ter Hert in Lebbeke.

Hertigers. 1. Misschien Germaanse voornaam hard-ger 'sterk-speer': Hardgerus. 2. Of Duitse familienaam Hertinger, van plaatsnaam Hertingen (als in Beieren)?

Hertog, de, den, (de) Hertogh, Hertoghe, Hertogs, Hertoghs, Hertogh, (de) Hartog, Hartogs, Hartoog, den Hartigh, Hertooghe, Herthoge, Hertoge, Hertogen, Herthogs, d’Hertog, d'Hertoghe, d'Hertoge, Dhertogen, Dertoghe, Dertocle, den Hertog, (den) Hartog, den Hartogh, Hartoch, den Hartigh, ten Hartog, 's Hertogen, s'Hertogen, Ertug: Bijnaam ‘hertog’, wellicht naar een leidende functie. Vergelijkde Grave, Duits Herzog, Frans Leduc.  Sertogen; zoon van de hertog.

Hertrooij, van, Hertroijs. Familienaam uit de plaatsnaam Hertenrode, dat is de oude naam van Attenrode (Vlaams-Brabant). 

Herts. Variant van A(e)rts? Afleiding van Duits Herz?

Hertsberghe, van. Plaatsnaam Hertsberge, West-Vlaanderen.

Hertsen, van. Plaatsnaam Hertsum bij Doesburg, Gelderland?

Hertveld, Hertveldt. Plaatsnaam Hertvelde in Herfelingen (Vlaams-Brabant). Zie ook De Hertefelt.

Hertsoen, Hersoen, Hersson, Herson, Hairsont, Hairson, Hertsen, Hertsens, Hersschens, Hersschens, Herssens, Hersson, Herson. Vadersnaam afgeleid van het Germaanse haria' (= leger).Dit via de naam 'herzo' die reeds van harja was afgeleid.

Hertum, van: Friese of Nederduitse plaatsnaam op -um ‘heem’. Plaatsnaam Hartum (Noordrijn-Westfalen)? Of Herten (Noordrijn-Westfalen):

Hervé, van, van Herf. Plaatsnaam Herve (Luik).

Hervé, Herve, Hervey, Hervez, Hervet, Herveet. Vadersnaam uit de Franse voornaam Hervé: dit uit het Bretoense Haerveu. Dit komt dan weer uit het Keltische aer+uiu. Of uit de Bretoense vorm van Hartwig (hard-wig).

Hervel, Hervelle, Xhervelle, Herveau, Hervault, Hervo: Luiks-Waals hèrvê, afleiding van Nederlands scherf. Vergelijk Duits Scherb(el).

Herwarts, Herwats. Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-ward 'leger-bewaarder'; zie Hérouard. Of hari-frid; 'leger-vrede': Harfridus.

Herwaarden, van Herwaarde, van. Plaatsnaam Heerewaarden, Gelderland.

Herwegh, van, Herewegh, van, Herreweghe, van, Herrewegh, van, Heirwegh, van, Herwegen, van, Vanherwegen, van Herweghe, van Herweghen, van Heerweghe, van Hereweghen, Herrewegen, van Herreweeghe, van Herweghem, van Herweck, van den Hereweghe, van (de) Herrewege, Herrewegen, van (den) Herreweghen, Herreweghe, van den Herrenegen, Herrenwegen, van Herrewegge, van den Herremeghe, van Herrenege, van den Herreweyen, van Heirweghe, van Heireweghe, Heirrewegh, van, Heerwegh, van, Heerweg, Herweg, Herwegen, van, Herwege, Herweght, Herwegh, Herewegh, Herreweg, Herrewegh, Hereweghe, Heireweg, Heirweg, Heirwegh, Heirewegh, Heirweght, Heirwegth, van Erweghen, van Erwegen, Errewegen, van Eerdeweg, Eerdewegh, van Arwegen: Heel frequente plaatsnaam Heerweg ‘belangrijke, brede weg, verkeersweg’.

Herweyers, Herweier, Herweijer, Herweijen, Herreweijers, Herrewijers, Hereweijen, Erreweyaert: Naam van iemand die het weiderecht op de heide had.

Herwig, Erwich, Herbig, Harbig: Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-wîg ‘leger-strijd’: Heriwic(us).

Herwijnen, (van): Plaatsnaam Herwijnen (Gelderland).

Herz, Hertz, Hercz, Herc, Herch: 1. Vadersnaam. Oude Germaanse voornaam Herzo (zie Hertsoen). 2. Variant van Hirz=Hirsch: hert.

Herzberg, Herzberger, Hertzberger, Hercberg. Duitse plaatsnaam Herzberg.

Herzeele, van, Herzele, van, van Heirseele, Heirsele, van Heirzeele, Heirzele, van Hersle, Herseele, Herzeel, Herzeele, Erseel, Erzeel, Erzeele, Errezeel, Herrezeel, Horseele. Familienaam uit de plaatsnaam Herzele (Frans-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen). Of ook Herseaux (Henegouwen).

Herzfeld, van Hertsfeld, Herczfeld: Duitse plaatsnaam Herzfeld.

Herzhoff. Plaatsnaam Herzhof (Wipperfùrth).

Herzl, Herzeli, Herczl: Vadersnaam. Oude voornaam Herzelo, afleiding van Herzo; zie Herz.

Herzlich. Reïnterpretatie (hartelijk) van familienaam Herzig = Herzog.

Herzog, Hertzog, Hercog, Herczeg, Herceg, Hercek, Herzig: Duitse pendant van De Hertog.

Hes, Hess, Hesse, Hesz: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hesso. Vergelijk Hessens. 2. Afkomstig van Hessen.

Hesbignon. Naam van de Haspengouwer.

Heschbourg, Heschburg, Heusburg, Heusbourg, Heisburg, Hensbourg: Variant van de familienaam Hersburg. Duitse plaatsnaam Hirschburg.

Hese, van; van Heese, Verhees, Verheezen: Plaatsnaam Hees (Belgisch-Limburg, Gelderland Noord-Brabant, Drenthe, Utrecht), De Hees (Noord-Brabant, Nederlands Limburg.

Hees; ter Hese ‘jong beukenbos, struikgewas’. Verspreide plaatsnaam in de Kempen. Nijmegen. De bakermat van de Oost-Vlaamse en Zeeuwse familie Van He(e)se is de plaatsnaam Hese in Waasmunster (Oost-Vlaanderen):

Heselle. Plaatsnaam as hèzêles in Charneux (Luik, Luxemburg).

Hesp: Beroepsbijnaam voor een slager.

Heselwood. Engelse familie- en plaatsnaam Hazelwood: hazelarenbos.

Heske, Heskes, Heskin: Moedersnaam. Nederduitse Heseke, afleiding van de voornaam Hedwig.

Hespel, Hespeel, Hespeels, Hespelle, d'Hespeel, d'Espeels, Despeels, Espels, Despeele, de Speele, Espeel, Espel, Haspeel, Haspel, Aspeele, Aspeel, Expeels, Expeel, Expels. 1. Bijnaam uit het Oudfranse haspel: dief. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Hespel in Sperleke (Pas de Calais).

Hespelgem, van, van Helspelgem, van Mespelgem: Plaatsnaam Espelgem in Zemst (Vlaams-Brabant).

Hespen, van, van Espen, van Nespenne, van Nespen,Verhespen: 1. Plaatsnaam Neer- of Overhespen (Vlaams-Brabant). 2. Zie Van Espen.

Hesse: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hesso. 2. Afkomstig van Hessen.

Hessels, Hessel, Hesseling, Hesselink, Heessels, Esselink, Esseling, Esserink, Essink, Heslinga, Fries Hesslinga, Vlaams Hesselynck: Vadersnaam. Afleiding op -z-ilo van Germaanse hath-naam of van Hendrik of van Herman.

Hesselberth. Duitse familienaam Hesselbart, Hôselbart. Onduidelijk.

Hesselé. Verschrijving voor Isselé?

Hesselmann, Hesselmans. Afleiding van Hesseln.

Hesseln. Duitse plaatsnaam.

Hessen, van, van Essen: 1. Streeknaam Hessen. 2. Zie Van Essen.

Hessens, Hessing, Heessens: 1. Vadersnaam, van-so-afleiding van hath-naam. Vergelijk Hessels. 2. Assimilatie rs/s van Herssens.

Hessmann. De Duitse familienaam is een afleiding van de voornaam Hesso; zie Hes. Pierre Hessmann (Cent) is inderdaad de kleinzoon van de Elzasser Heinrich Hessmann, die afstamde van 1822 J.B. Hessmann, "Orbey 1779. Maar die is een afstammeling van 1749 Jean Hesman fils de Henry Hesman, de Lommel = Jean Hesemans, Orbey (Elzas). Het gaat dus om een Brabantse Hezeman (zie Heesman), die in de Elzas aan de bestaande Duitse familienaam Hessmann werd aangepast.

Hesselingen, van: Plaatsnaam Hesselingen in Staphorst, Overijssel.

Hesselius: Latinisering van Vadersnaam. Hessel (zie Hessels, Hesseling).

Hesselman, Herselman: Duits familienaam Hesselmann, afleiding van plaatsnaam Hesseln (Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts)
Hessels: Vadersnaam. Hessel, verkleinvorm op –ilo van Hesso, -zo-afleiding van een Germaans hathu-naam ‘strijd’.

Hessig: Duits bijnaam Hessig, Hässig ‘hatelijk, vijandig’.

Hessing, Hes, van, de, Hesse, Heskes, Has: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hesso (zie Hessels). Plaatsnaam De Nieuwe Hes, Oosterbeek en -Hes plaatsen, als Keur-Hes, in Duitsland.

Hesters, Heesters, Heestermans, Heester, Hesters, Heesterbeek: Afleiding van plaatsnaam heester ‘heester, jonge boom, beuk’.

Heeswijk, van, Heeswijck, van. Plaatsnaam Heeswijk, Noord-Brabant.

Heteren, van. Plaatsnaam Heteren, Gelderland.

Hetwer, Hettwer. Vadersnaam. Waarschijnlijk Germaanse voornaam Hildwar.

Hetman, Hetmans, Hettmann, Hettema: Vadersnaam, van Hette.

Hétru, Hétrus. Plaatsnaam. Romaanse voor Heestert: plaats waar heesters (jonge beuken) groeien. 1. Hestrus (Pas-de-Calais). 2. Hestrud (Nord). 3. Heestert (West-Vlaanderen), waarvan de Romaanse vorm ook Hestrud is (Hertrue in Henegouwen).

Hette, Hetten, Hett: Vadersnaam. Germaanse voornaam Hatto, bakervorm van een hath-naam.

Hettel. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hatto, zie Hette.

Hettenbergh. Plaatsnaam in St.-Omaars (Pas-de-Calais)

Hetterscheid. Duitse plaatsnaam in Hetterscheidt in Velbert.

Hettich. Vadersnaam. Hattich afleiding van Germaanse voornaam Hatto; vergelijk Hette(n).

Hetzel. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hermann.

Heuberg, Heuberger, Heiberg: Verspreide Duitse plaatsnaam Heuberg.

Heuff: Variant van Heuft, van Hooft.

Heuchamps. Plaatsnaam Huchamp in Martouzin, Namen.

Heudebert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-berht 'strijd-schitterend': Hildebertus.

Heudens. Vadersnaam. Van Germaanse voornaam Odo. Vergelijk Uydens, Eude.

Heuer. Duitse beroepsnaam. Middenhoogduits hôuwer: maaier, hooier.

Heuertz. Vadersnaam. Germaanse voornaam hug-hard 'verstand-sterk'.

Heugem, van, van Heugen, van Eughem: Plaatsnaam Heugem (Nederlands-Limburg).

Heugten, van; van Hugten: Plaatsnaam. Middelnederlands hogede, hoochte, hocht, hucht ‘hoogte’.

Heukmes, Heukemes, Heuckemes: Vadersnaam van Huckmanns, afleiding van de voornaam Huck: Hugo.

Heukelom, van; van Heuckelom, van Heykelom, Heijkelom, van Heukelen, Heuclin, Heuclen: Plaatsnaam Heukelom (Noord-Brabant, Nederlands Limburg) of Heukelum (Gelderland).

Heukels. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hug-naam. Vergelijk Hukili.

Heukeshoven: Vermoedelijk verkeerd gelezen Henkeshoven. Plaatsnaam Henksthoven in Duffel (Provincie Antwerpen).

Heul, van der, Verheul, Verheulen, Verheule: Plaatsnaam Ter Heule in Kuurne, Meulebeke, Dadizele, Oostvleteren en Moorsele. 1470 Hendrik Geryts op de Heul, de Heul is een buurtschap in Houten. Waternaam Heul. De Heule is een zijriviertje van de Leie.

Heulaerts, Heulaert. Afleiding van Van Heule.

Heule, (van); (van) Heulen, van Heulle, van, Huele, van Uel: Plaatsnaam Heule (West-Vlaanderen).

Heulebrouck, van, van Heulenbroucke, van Heulenbrouck, van den Eulebroucke, Hullebroeck, Hullebroek, Hullbrouck: 1. Plaatsnaam Hollebroek / Hoolbroek in Wingene, Pittem, Rumbeke, Ardooie: in een uitholling gelegen moeras.

Heulemans. Afleiding van Van (der) Heule. Of variant van Holemans. De volkstelling van Betekom vermeldt 9 maal Heulemans en 6 maal Holemans.

Heulen, Heulens. Waarschijnlijk variant van Ulens.

Heulenberghe, van. Plaatsnaam Uilenberg in Herenthout (Antwerpen) en St.-Genesius-Rode (Vlaams-Brabant).

Heuman, Heumann. Vadersnaam. Geronde vorm van Haimann, van oude voornaam Hago, van Heinemann.

Heumen, van: Plaatsnaam Heumen (Gelderland).

Heun, Heune. 1. Middenhoogduits hiune: reus. 2. Zie Huens.

Heungens, Hungens: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Huno. Vergelijk Heuninck, Heunen.

Heureux, Leureux, Lheureux, l'Heureux, Leheureux, Lawoureux, Laoureux: Bijnaam. Frans heureux: gelukkig.

Heurion. Spellingvariant van Herrion of Horion.

Heurne, van. 1. Plaatsnaam Heurne (Oost-Vlaanderen, Gelderland) of in Emelgem. 2. Gepalataliseerde variant van Van Hoorn, van Horne.

Heursel, Eursels, Eurssels, Hurssel, Hursel: 1. Middelnederlands horsel, hu(e)rsel: horzel, paardenvlieg. Bijnaam naar het gebrom. Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Ursula.

Heusch, van. Waarschijnlijk spelling voor Van Huys.

Heusch, de, (de) Heus, Heuch, Doossche, Dossche. Familienaam uit het Middelnederlandse hovesch, heusch, hoofsch: hoffelijk, beschaafd. Afkomstig uit 'het hof'. Bijnaam.

Heuschneider. Broepsnaam; hooisnijder, grasmaaier.

Heusden, van, Vanheusden, Heusden, Heusdens, Heuysdens: Plaatsnaam Heusden (Noord-Brabant, Belgisch-Limburg) of Hesdin (Pas-de-Calais, Nederlands Heusden).

Heuser, Heusers, Heusser, Heuzer, Heiser, Euser: Duitse familienaam Hauser, Häuser, afleiding van frequente plaatsnaam Hausen.

Heuseveldt, Heusevelt, Heusinkveld: Gelderse familienaam. Plaatsnaam.

Heusling, Heuslich, Heuschling: Duits Häussling, afleiding van Haus: huis. Keuterboer, dagloner.

Heusy. Plaatsnaam, Luxemburg.

Heutink, Heuting, Huetink, Heutinck. Genoemd naar een vis (?), in Duits Heuting of Houting, de riviergrondel, Gobio.

Heuts, Heutz, Heudt, Huidts, Huits, Huydts, Huyts, Huijts: Limburgse familienaam. Limburgs heut/huit; ‘hoofd’. Bijnaam. 2. Zie ook Heits.

Heuvel, Heuvels, (de) Hoevel: 1. Middelnederlands ho(e)vel, heuvel: huit, bochel, hoge rug. Bijnaam. 2. Korte vorm voor Van den Heuvel.

Heuvel van den, (van den) Neuvel, Verheuvel, van Heuveln, van Heuvel, Heuvelmann, Heuvelmans, Heuvelmanns, Hovelmans, Hövelmann. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam 'heuvel'. In heel wat dorpen zijn er heuvels. Dus deze naam is op heel wat plaatsen ontstaan op basis van de woonplaats van wie er woonde.

Heuvelman, Heuvelmans, Heuvelmann, Hovelmans, Hövelmann: Afleiding van Van den Heuvel. Nederduits Hövel.

Heuvels: 1. Middelnederlands ho(e)vel, heuvel bult, bochel, hoge rug’. Bijnaam. 2. Korte vorm voor van den Heuvel.

Heuven, van: Plaatsnaam in Beek (Noord-Brabant), Rheden (Gelderland), Wisch (Gelderland), Zonhoven (Belgisch-Limburg).

Heuveneers. Middenhoogduits hövener: hovenier, eigenaar van een hof. Duits Höfner. Zie ook Hoevenaar(s).

Heuver, Hover, Heuwer, Euverman. Adresnaam, beroepsnaam, zie volgende. Of van heuver; hoog, verhogen (in rang).

Heuverzwijn, van, Heuverzwyn, Heuverswijn, Heuverswyn, Heuverzuyn, Heuversuyn, Heuverszyn, van Houverswijn. Wellicht bijnaam afgeleid van 'everzwijn': naar karakter of uitzicht. De 12de eeuwse aartsbisschop Heinrich von Cluny had de bijnaam Hendrik het Everzwijn of Hendrik de Ever.

Heuvinck, Heuvick, Heuvicq, Verhevick. Vadersnaam/moedersnaam uit de naam Hiltwigis, Hiltiwic, Hiltewigis(hild-wich).

Heuzel, Heusele: 1. Middenenderlands hosel: laars. 2. Plaatsnaam Hoeselt (Limburg).

Hevele, van: Door verkeerde scheiding of ontleding van een naam uit van Nevele. Plaatsnaam Nevele (Oost-Vlaanderen).

Hewitt. Engelse familienaam Hewet(t), Hewit(t), Howitt, Huet(t), van Frans Huet. Vadersnaam.

Hex (van) (van) Ex, Van Exe. Naam uit de plaatsnaam Heks (Limburg)

Hey, Heye, Heij, Heije, Heyens, Heyen, Heijens, Heijen, Heyink, Heijing: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Haio, wellicht=Herman. 2. Zie Haye(n). 3. Zie Heiden.

Heyerick, Heyrick, Heijerick, Heyerich, Eyerick. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Haid-rik, zie Heidrick. 2. Naam afgeleid uit Hendrik. Zie bij Henderiks. 3. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam agi-rik. Zie Eggerick.

Hey, de, de Heij, D'Heye: Aanpassing van Dehaye of Duhait.

Heybeeck, van, Heybeek, van Heijbeek. Waternaam.

Heyboer, Heyboers, Heijboer. Boer op de heide. Vergelijk Duits Heyd.

Heydeman, Haaiman, Heymans, Heyman, Heijmans, Heijman, Heimans, Heimann, Heimanns, Hymans, Hyman, Hijmans, Hijman, Eymann, Eyman: Afleiding van Van der Heiden.

Heydencamp, Heitkamp: Plaatsnaam Heidekamp: een afgesloten op de heide gewonnen land. Heikamp in Opglabbeek (Limburg).

Heyenroth, Heyenrath. Plaatsnaam Heienrade in Slenaken, Nederlands-Limburg.

Heyer, de, den Heijer, d’Heyere, d'Heyer, Heier, (de) Heyder, de Heijder, Heier, Heyer, Heijers: 1. Beroepsnaam van de heier, die palen heit. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam hagi-hari: Hager: Heier. Vergelijk Heyert. Of haid-hari: Heider. 3. Zie D'Heyg(h)er(e).

Heyert, Hayertz. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hag-hard: heg-sterk. Hegihardus.

Heygele, Vadersnaam. Zuidduits Heigl, van Heugel, afleiding van de voornaam Hugo.

Heyhoff. Plaatsnaam Heihof; hoeve op de heide.

Heykants, Heijkants: Plaatsnaam Heikant (Noord-Brabant, Nederlands-Limburg, Zeeland), verspreid in de Kempen. Heidekant in Houwaart (Vlaams-Brabant) en Schoten (Antwerpen): uithoek van de heide.

Heylaerts, Heylaers. Vadersnaam. Germaanse voornaam hail-hard 'heel-sterk': Heilhart.

Heylandt, van. Plaatsnaam Heideland, van Eiland in St.-L.-Houtem (Oost-Vlaanderen): Ook plaatsnaam Heideland in Udenhout (Noord-Brabant).

Heylbroeck. Familienaam uit de plaatsnaam Heilbroek in Berchem (Oost-Vlaanderen).

Heylbroeck. Plaatsnaam Heilbroek in Berchem, Oost-Vlaanderen.

Heylenbosch, Heylembosch, Heylebosch, Hellenbosch, Hellebosch, Hylebos, Eylenbosch, Eylenbosh, Eylenbossche, Eijlenbosch, Elebosch, Elenbosh, Ellebos, Dellebosch. Naam uit de plaatsnaam Hellebos in Zegelsem (Oost-Vlaanderen), Eylenbosch in Kester (Vlaams-Brabant) of Hellebos in Lubbeek (Vlaams-Brabant). Alle namen wellicht uit: bos + helle-delle (= helling - inzinking in het terrein).

Heylen, Heylens, Heil, Heyl, Hel, Heijlens, Heijlen, Heijl, Heelen, Hèle, Helen, Hele, Heyelen. Moedersnaam, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Heila = heel, ongedeerd.

Heylen, van, van Eylen, van Eijlen, van Eyll. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Heile (Zeeland). 2. Zie ook Nijlen Van.

Heylesonne, Heijlesonne, Verheylezoon, Verheylesoon, Verheylesonne, Verheylesenne,  Verheylsone, Verhelesonne: Moedersnaam. Zoon van vrouw Heile. Zie Heylen(s).

Heylighen, Heyligen, Heijligen: Vadersnaam, Germaanse voornaam heilig 'gewijd'; vergelijk Heligbertus.

Heyligers, Heijligers, Heiligers, Heiliger, Heilijgers, Heligers, Hylgers: Vadersnaam. Germaanse voornaam hail-ger 'heel-speer': Heilgerus. Of variant van Hillegeer.

Heymeijer, Heijmeijer: Beroepsnaam van een meier, boer op de hei(de). Vergelijk Duits Heidelmeier.

Heynaert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hagin-hard: Heinhard, Heginardus.

Heynold. Vadersnaam. Germaanse voornaam, zie Henau.

Heynsens, Heynssens, Heijnssens, Henssens, Henssen, Hinsen, Hinssens, Hinssen: Vadersnaam. Afleiding met -sin-suffix van de voornaam Hendrik.

Heysbroeck, van. Plaatsnaam Heisbroek in St.-Kat.-Waver, Duffel (Antwerpen) en St.-Pieters-Kapelle (Vlaams-Brabant).

Heyselbergh, Heyselbergh, Heyselbergs, Heyselberghs. Eyselbergs: Wellicht variant van Huygelberghs.

Heynsman, Heynsmans, Hensmann, Hensmans, Hensmanns. Vadersnaam uit Heins, een afleiding van Hendrik: haim-rik.

Heyst, van, Heyste, van, van Heijst, Heijste, van Heest, Hest, van Heste. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Heist (= struikgewas, bos). Deze naam komt op heel wat plaatsen als gemeentenaam en als gehuchtennaam voor. Plaatsnaam Heist-op-den-Berg (Antwerpen). 2. De migratienaam Heist-aan-Zee, oorspronkelijk Koudekerke (West-Vlaanderen).

Heystman, Heystmans. Afleiding van Van Heyst.

Heystraten, van, Eystraeten: Heistraat: straat door of naar de heide. Plaatsnaam in Hulshout, Duffel (Antwerpen), St.-Niklaas (Oost-Vlaanderen), Borst. Er is verwarring met Heirstrate.

Heythuyzen, Heijthuijzen: Duitse plaatsnaam Heythuysen. Eventueel met Heidhausen.

Heytselaer, Heysselaer: Afleiding van Brabants heitselen: het hakhout in bundels binden; ook snoeien, bout hakken. Brabants heidsel: takkenbos, van heide. Of plaatsnaam Heisselaar bij Aarschot?

Heyvaert, Heyvaerts, Heijvaert, Hyevaert, Heivers, Heyvers. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hagi-frid: 'heg-vrede'. Hecfridus. Duits Heinfried. Plaatsnaam Wierre-Effroy, Pas-de-Calais.

Heijblom: Plaatsnaam Heibloem in Roggel (Nederlands Limburg, Herenthout, Olen (Provincie Antwerpen).

Heijbroek: Plaatsnaam in Someren (Noord-Brabant).

Heijde, Heijden, Heijdens: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Haido. 2. Heijde kan ook wel verkort zijn uit van der Heijde.

Heijdeman, Heijman, Heijmanns, Heijmans, Hijmans, Hijman, Heitman: Afleiding op –man van van der Heiden.

Heije, Heij, Heijens: Vadersnaam. Germaanse voornaam Haio.

Heijer, (den): 1. Beroepsnaam van de heier, die palen heit. 2. Afkomstig uit Berkheij (Wassenaar Zuid-Holland).

Heijeriks: Vadersnaam. Heyerick. 1. Uit Heiderik, Germaanse voornaam haid-rîk ‘verschijning-machtig’: Haidrich, Heidrich. 2. Uit Heinrik.

Heijerman: 1.Variant van Heijdeman. 2. Zie Herman.

Heijgen: Hypercorrecte spelling voor Eijgen. Plaatsnaam Eigen ‘allodiaal, niet-leenroerig goed’.

Heijink: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Heie, Heije.

Heijkoop: Plaatsnaam Heikop (Zuid-Holland).

Heijl, van: Plaatsnaam Heile (Zeeland).

Heijlbroek: Plaatsnaam Heilbroek in Berchem (Oost-Vlaanderen).

Heijligers, Heijliger: Vadersnaam. Germaanse voornaam hail-ger ‘heel-speer’: Heilgerus.

Heijman, Heijmanns, Heijmans, Hijmans: 1. Vadersnaam. Heiman, van Heineman, afleiding van Heinric ‘Hendrik’. 2. Zie Heijdeman.

Heijne, Heijnen, Heynen, la: familienaam Lahaine, Laheyne, van Lahaigne. Bijnaam. Oudfrans haigne ‘grimas, grijns’.

Heijninck, Heinink, Hijnen, Heinen, Heins: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hein, Hendrik.

Heiningen, van, Heijningen, Heyningen. Plaatsnaam Heijningen in Moerdijk, Heiningen in Nedersaksen en Wurttemberg.

Heijstek: Plaatsnaam: plaats op de hei?

Heijt, Heijting: Vadersnaam. Germaanse voornaam Haito, Heito, van Haido.

Heytze: Vadersnaam. Gedenasaleerd uit Heinz.

Heijzen, van: Ontrond uit van Huijzen. Plaatsnaam Huizen (Noord-Holland).

Hezel, van. Plaatsnaam Herzele (Ooost-Vlaanderen), lokale uitspraak (h)eezel. Zie Van Herzeele. Eventueel plaatsnaam Hersel (Noord-Brabant)

Hicketick, Hicketik, Hiketik, Hikketik, Hikketik: Speelse naamvorm bij de familienaam Hicke of Hicket, met reduplicatie en rijm? Vergelijk Nederduits Strickstrack, Trictrack, Schnickschnack, Pickenpack.

Hiance. Franse uitspraak van Jans.

Hianné, Hianne: Vadersnaam. Hypercorrect voor Janné, Jannet. Vergelijk Yannart.

Hiard, Hia, Hiar, Hias, Hyard, Hyart, Hyat, Hyar, Hya; Afleiding van Oudfrans hier: (palen) heien (vergelijk (de) Heyer), of stoten.

Hibaude, Hibeau, Hibo, Ibo, Hybaude: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Hildeboud. Zie Hiddebout. Als de h hypercorrect is: vaders-, moedersnaam van Germaanse voornaam Idbaldus, Itbolda.

Hibbelen, Hibel, Hiben, Hibben, Hippel, Ippels: Vadersnaam. Verkleinvorm bij de bakernaam Hibbo, van Hildebert of Hildebrand. Vergelijk de Friese voornam Hibbe(l), Hibert.

Hibert, Hippert, Hippertchen, Hybrecht: Vandersnaam van Hil(de)bert. Voornaam Hibbert.

Hiblot. Vadersnaam. Afleiding van Hibert of Hibeau.

Hibon. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse bakernaam Hibbo; vergelijk Hibbelen.

Hickethier. Voornaam Hictarius, Hicterius, variant van Hector met -arius-suffix.

Hickey. Ierse familienaam (O)Hickey, Iers iceadh 'genezer'.

Hidalgo, Hildalgo, Idalgo, Fidalgo: Spaans Hidalgo: edelman, ridder.

Hiddebout. Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-bald 'strijd-moedig': Hildibald.

Hidden, Hiddes, Hiddink, Hidding, Hiddinge, Hiddinga, Hiddenga: Vadersnaam. Hiddo, bakervorm van een Germaans hild-naam; vergelijk Hidda = Hildiberga. Friese voornaam Hidde.

Hie, van, (van) Hye, van Ye, van Y, Vanye, Vany: 1. Plaatsnaam Hide, Hyde: haven (aan de kust), bijvoorbeeld in Koksijde, Lombardsijde, Raversijde. Plaatsnaam bij Duinkerke (Frans-Vlaanderen), in Heist, Nieuwpoort (West-Vlaanderen) en Schoondijke (Zeeland). 2. Waternaam Het IJ (van Ie, Ye) in Noord-Holland.

Hiebendaal: Plaatsnaam. Vernederlandsing van de ontronde vorm van Duitse plaatsnaam Hübenthal (Hessen, Nedersaksen).

Hieftje: Vadersnaam. Hypercorrecte spelling voor Ieftje, verkleinvorm van Ieve, Ivo. Germaanse voornaam Ivo. Zie ook Ivens.

Hiel, Hiehle, Hiele, Hiels, van, Hille: 1. Bijnaam naar het lichaamsdeel, de hiel; of naar de hak. 2. Familienaam uit Van Niel: plaats in provincie Antwerpen/Limburg/Vlaams-Brabant.

Hiele, van (der): 1. Plaatsnaam Hille, Noordzee-Germaanse variant van Hul(le) ‘heuvel’, Engels hill. 2. Uit van Hiel.

Hielkema, van, Hijlkema, Hylkema, Hielken, Hielema, Hieltjes, Hielckers. De Friese familienaam Hylkema/Hijlkema/Hielkema is afgeleid van een vadersnaam dat teruggaat op een hild-naam zoals Hildebrant, Hildeboud. De voornaam Hylke/Hielke. Uit een van de onderstaande referenties blijkt ook dat dit type familienamen via via werd aangenomen, in dit geval door een landbouwer op een boerderij die aan een (middeleeuwse) familie Hylkema toebehoorde.

Hiero, Hierro. Spaanse familienaam Hierro, Fierro. Italiaanse Ferro; ijzer. Beroepsnaam van de smid.

Hieronymus, Hironymus, Jeronimo: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Hieronymos; 'met een heilige naam'. Zie ook Jérôme.

Hieronsens. Vadersnaam. Zoon van Jeroen.

Hiers, Hierse, Iers: 1. Beroepsnaam voor de teler of handelaar van gierst, Middenenderlands hirse/herse. Vergelijk Duits Hirse, Hirsekorn, Hiersemann. 2. Misschien wel aanpassing van plaatsnaam Hierges (Ardèche).

Hietbrink: Plaatsnaam Heetbrink, Heitbrink: 1480 Hietbrink bij Almelo, Overijssel; 1417 ten Hiedbrinke in Bergh (Gelderland). Ook plaatsnaam Heidbrink (Nedersaksen).

Hietink. Vadersnaam. Afleiding van bakernaam Hiddo, zie Hidden.

Hiffe, Hieff: Waals hîfe nootschaal.

Higgins, Higginson. Engelse vadersnaam. Afleiding van Higg, van Hick, bakervorm van Ric(h)ard.

Higny, Hienny: Plaatsnaam Higny in Jamoigne (Luxemburg).

Hijzen. Vaders-, moedersnaam. Germaanse voornaam Iso/Isa.

Hikspoors, Hexspoor: Zinwoord: Middelnederlands hicken: pikken + spoor: ruiterspoor. Bijnaam voor iemand die met de sporen prikt, die het paard de sporen geeft.

Hiligsmann, Hilligsmann, Hilkman, Hilkmann: Nederduitse Hilligmann, Hilgemann, Duits Heiligmann. Lid van de kerkraad.

Hilarius, Hillario, Hillaire, Hilaire, Hislaire: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam.

Hilberink: Vadersnaam. Uit Hilbertink, afleiding van de voornaam Hilbert. Vandaar ook plaatsnaam, bijvoorbeeld 1387 Hilberting in Weerselo Overijssel.

Hilberts, Hilbert: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-berht ‘strijd-schitterend’. Hildebertus.

Hild, Hilde, Hilden, Hildgen, Hilte, Hilt: Vaders-, moedernaam. Germaanse voornaam Hildo/Hilda, korte vorm van een hild-naam.

Hildenbrandt, Hildebrandt, Hildenbrand, Hildebrand, de Hildebrandt, Hiltenbrand, Childebrand, Hillebrand, Hillebrandt, Hillenbrand, Hellebrandt, Hellenbrandt, Hellenbrand: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-brand 'strijd-zwaard': Hildebrandus.

Hildebert, Hilbert, Hilbert, Hilpert, Hullebert: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-berht 'strijd-schitterend'.

Hildegarde, Hilgardt, Hellegards, Ellegaard: Moedersnaam. Germaanse voornaam hild-gard 'strijd-gaard'.

Hildering. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hilder(t), zie Hiler of Hilderik.

Hildermans, Hillermans: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hilder(t); vergelijk Hildering. 2. Zie Hillemans.

Hildernisse: Hildernisse bij Woensdrecht (Noord-Brabant) werd eind 15de eeuw door de Schelde verzwolgen.

Hilderson, van, Hildersom: Plaatsnaam Hindersom (Noord-Brabant, Gelderland, Nederrijn?).

Hildesheim, Hildeschayn, Hillescheim: Duitse plaatsnaam Hildesheim.

Hileijn, Hillen: Vadersnaam. Voornaam Hillin/Hellin, vleivorm van een hild-naam, zoals Hildeboud = Helleboud.

Hileghem Van, Hillegems, Hielegems, Hieleghem, Hillegoms, Hullegems, Ilegems, Ilegoms, Illeghem, Illgegem, Ylegems, Ylegoms, Illegems, Ielegems, Willeghems, Willegems. 1. Naam uit de plaatsnaam Hillegem (Oost-Vlaanderen). 2. Of uit Hillegom (Zuid-Holland).

Hilereau. Vadersnaam. Afleiding van Hilaire.

Hilfert. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-frid 'strijd-vrede': Hildefredus, Helfridus. 2. Of plaatsnaam Helford (Cornwall)?

Hilgerdenaar: Vadersnaam. Afleiding van de Germaans naam Hilgert, Hilger, Hillegeer.

Hilgert, Helgert: Variant van Hilger (zie Hillegeer) of van Hilgardt.

Hilhorst. Plaatsnaam, in Hoevelaken, Amersfoort, Utrecht; bosje op een heuvel.

Hilke, Hilkens, Hilleke, Hilge. Vadersnaam uit een Germaanse hild-naam zoals Hillebrand.

Hill, Hille, Hills: Engelse plaatsnaam Hill; heuvel’. Zie ook van der Hille.

Hillaert, Hillaerts, Hilaerts: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-hard ‘strijd-sterk’. 2. Familienaam uit Hille. Zie Hille. 3. Familienaam uit de plaatsnaam Hillaer in Lokeren (Oost-Vlaanderen).

Hille (van), Verhille, Verrielle, Verriele. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hille (Noordzee Germaans Huile voor heuvel), Engels Hill. 2. Hiel(e) (van) en Van Hille kunnen ook afkomstig zijn van de plaatsnaam Niel bij Antwerpen.

Hillegeer, Hilger, Hilgers, Hilker, Hilgert, Illegeer, Hellegeer, Hellegers, Helgers, Helegeert, Helegeer, Helgert, Helguers, Ellegeert, Elegheert, Elegheer, Elegeert, ElegeerEllegeest, Elegeest, Eligeest, Eligeet, Elgers: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-ger 'strijd-speer': Hildegarius, Hilgerus.

Hillem. Variant van Hillen? Plaatsnaam Hellemmes (Nord)?

Hillemans, Hillemanns, Hildermans, Hillermans, Illemans: 1. Moedersnaam. Afleiding van Hille, van Hilde. 2. Afleiding van Van Hille.

Hillen, Hille, Hillenga, Hillenius, Hillenaar, Hilling. Vrouwelijke naam, vleivorm van Germaans χildjō- 'strijd'. Zie ook vorige.

Hiller, Hillert. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hilder(t): hild-hari 'strijd-leger' of hild-hard 'strijd-sterk'.

Hillebrand, Hilbrands, Hilbrants, Hillebrands, Hilbrandie, Hilbrand, Hollebrand, Hollebandse, Hollebands: Vadersnaam. Germaanse voornaam Hildebrand: hild-brand ‘strijd-zwaard’: Hildebrandus. Hilebrantssoen.

Hillege: Vadersnaam/moedersnaam Uit Hilligje, verkleinvorm van een hild-naam.

Hillegeer, Hilger, Hilgers, Hilker, Hilgert, Hilgerink, Hillegers, Illegeer, Hellegeer, Hellegers, Helgers, Helegeert, Helegeer, Helgert, Helguers, Ellegeert, Elegheer, Elegeer, Elegeert, Elegheert, Ellegiers, Ellegeest, Elegeest, Eligeest, Eligeet, Elgers: Vadersnaam. Hillegeer, Hilleger, Germaans naam hild-ger ‘strijd-speer’: Hildegarius, Hilgerus.

Hilleman, Hillemans, Hillemanns, Hildermans, Hillermans Illemans, Hillema (Fries): 1. Moedersnaam. Afleiding van voornaam Hille, van Hilde. 2. Afleiding van van Hille (zie van Hiele).

Hillinga: Vadersnaam. Friese afleiding van een Germaanse hild-naam.

Hillinger. Afleiding van plaatsnaam Hilling, Beieren.

Hillewaere. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hild-war.

Hillewaert, Helewaert, Hillewaere, Heluwaert. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hild-ward; 'strijd-hoede':

Hilmer, Illmer, Ilmer: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-mêr 'strijd-beroemd': Hil(de)marus.

Hilse. Duitse ontronde vorm van plaatsnaam Hulse; hulst.

Hilson. Engelse vadersnaam; zoon van Hild.

Hilst, van: Plaatsnaam Hilst in Hasselt (Belgisch-Limburg).

Hilton. Plaatsnaam (Derbyshire, Dorset).

Hiltrop. Frequente plaatsnaam in Westfalen.

Hilven, Heleven, Helven, Helfen. 1. Moedersnaam, knuffelvorm van Heilwig. 2. Vadersnaam, knuffelvorm van Hildevert.

Hilwerda, Hilverda, Hilverdink, Hilverink, vadersnaam Hilwert, Hillewaert, Hildiward, Hildoard. Plaatsnamen  Hilversum (Hilwarthisheim, Hilwart’s woonplaats), Hilwartshausen, dorp bij Einbeck in Hannover, enz.

Himbeeck, Himbeek,(van), van Imbeeck, Imbeek, Himbeke, Hinnebeke, (van) Heymbeeck, Heymbeek, van Heijmbeeck, van Heymbeke, (van) Eembeeck, Eembeek, Eembeck, Embeck. Naam uit de plaatsnaam Hembeke (Oost-Vlaanderen), (Neder-Over) heembeek (Vlaams-Brabant), Himbeke in Paulatem of Embeke in Viaene (Oost-Vlaanderen).

Himelfarb, Himmelfarb. Duits Joodse familienaam; hemelkleur, hemelsblauw.

Himbeeck, van, Himbeek, van, van lmbeek, van lmbeeck, Himbeke, Hinnebeke, (van) Heymbeeck, Heymbeek, van Heijmbeeck, van Heymbeke, (van) Eembeeck, Eembeek, Eembeck, Embeck: Plaatsnaam Hembeke (Oost-Vlaanderen), (Neder-Over)heembeek (Vlaams-Brabant), Himbeke in Paulatem (Oost-Vlaanderen) of Embeke in Viaene (Oost-Vlaanderen).

Himbergen, van. 1. Hypercorrect voor Van Imbergen, van Van ledenberge. Plaatsnaam in Asse (Vlaams-Brabant). Zie ook Tinbergen. 2. Duitse plaatsnaam Himbergen.

Himbrecht: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam haim-berht ‘heem-schitterend’: Haimbert, Heimbertus. 2. Hypercorrecte spelling voor Imbrecht.

Himmel, Himmelman, Himmelmann: Duits pendant van van den Hemel. Hemelman.

Himmenck, van: Misschien de Zwitserse Plaatsnaam Emmenegg, waarvan de Brabantse familie Emmenecker afkomstig is.

Himschoot, (van) Imschoot, Hemschoote, Van Nienschoot: Plaatsnaam Himschoot in Eksaarde (Oost-Vlaanderen). Himst(e), van, zie van Heemst.

Himmer. Beierse ontronde vorm van Hummer, van Hùe(b)mer, van Hubmaier: kleine boer. Hube, Hufe: hoeve.

Himschoot, (van) Imschoot, Hemschoote, van Nienschoot: Plaatsnaam in Eksaarde (Oost-Vlaanderen).

Hinand, Hinant: Vadersnaam. Germaanse voornaam hild-nand 'strijd-moed': Hiltinand.

Hinchliffe. Engelse familienaam Hincliff, Yorkshire.

Hinckstmans, Hingstman: Beoepsnaam van de hengsten- of paardenkoopman. Vergelijk Hengstmanger.

Hincourt. 1. Plaatsnaam, Meurthe-et-Mos. 2. Zie Incour.

Hinderdael, van, van Inderdael, Henderdael: Duitse plaatsnaam Hintertal.

Hindersmann: Duits familienaam Hindermann, Hintermann, naar de woonplaats ergens achter.

Hindlet. Hypercorrect en met rc-epenthesis voor Idelet. Zie Hit(t)elet.

Hingst, Hin(xt, Hinckxt: Bijnaam naar de eigenschappen van de hengst; vergelijk werkwoord hengsten: hard werken. Of beroepsnaam voor fokker of koopman van hengsten. Vergelijk Hinckstmans.

Hingston. Plaatsnaam Hinxton, Cambridgheshire.

Hink, Hinck, Hincq, Hinc, Hinque, Inck: 1. Vadersnaam Henk. Duitse korte vorm van de voornaam Heinrich. 2. Bijnaam voor iemand die hinkt.

Hinloopen, van, Hinlopen: Plaatsnaam Hindelopen (Friesland).

Hinnebeen. Verdwenen familienaam. Wellicht uit de Germaanse voornaam han + berth. Of is het toch een bijnaam voor iemand met dunne benen ?

Hinneman, Hinnema: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes of Hendrik.

Hinnes, Hinssen: Vadersnaam. Korte vorm en afleiding van voornaam Johannes of Hendrik.

Hinfeld, Hinfeld, Hinsfeldt, Hinsfeld. Naam uit de gelijknamige plaatsnaam: dit uit het Germaanse hangista + felda Ergens (?) in het Duitstalige gebied.

Hinninghofen. Eberhard Hinninghofen werd in 1717 in Kettwig geboren als zoon van Gotzen Oberhinninghofen en Anna Unterhinninhofen. Hinninghofen is een straatnaam in Kettwig.

Hinnisdael, van, Hinnisdaels, Hinnesdaels, Hinnendaels: Plaatsnaam Hinnisdaal in Vechmaal (Limburg).

Hinsenkamp. Plaatsnaam Kamp (veld) van Hinse (Heinso).

Hinte, van: Plaatsnaam Hinte (Nedersaksen).

Hinten. 1. Vadersnaam, knuffelvorm uit Heinrich (haim-rik). 2. Vadersnaam of moedersnaam uit Johannes of Joanna.

Hinterberger. Plaatsnaam Hinterberg (Beieren).

Hintermaier, Hindermeyer: Duitse naam voor een meier die ergens achter woont.

Hintertur: Misschien de plaatsnaam Hinterthürn (Beieren).

Hinthel. Plaatsnaam Hintel: veen, broekland in Oldenburg-Hannover.

Hintzen, Hintze, Hinr, Hinze, Hinzen, Hinsch: Vadersnaam. Duitse vleivorm van H(e)inrich.

Hion. 1. Plaatsnaam Hyon (Henegouwen). 2. Zie Yon.

Hippe, Hipp, Hipke, Hipken: Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse voornaam Hildebert of Hildebrand. Vergelijk Hibbelen.

Hippolite, Hippolyte, Hippoliti, Ippolito, Ippoliti: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Hippolytus 'paardentemmer'.

Hiquet, Hicquet, Hicket, Hiket, Hicguet, Higuet, Higuez, Iquet, Icket, Iket: Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse bakernaam Hicko. Zie Icke.

Hirsch, Hirch, Hirz, Hirtz, Hiertz, Hirsz: Duitse bijnaam Hirsch: hert. Vergelijk De(n) Hert.

Hirardin. Vadersnaam. Vleivorm van Herard.

Hiroix, Volksnaam Irois; Ier?

Hirschhorn, Hirshorn, Herschhorn, Herszhorn: Plaatsnaam (als in Beieren). Ook huisnaam: de Herthoorn.

Hirschberg, Hirschberger. Verspreide Duitse plaatsnaam Hirschberg.

Hirschbuhler, Hirschbichler. Plaatsnaam Hirschbühl, Hirschbichl (Beieren).

Hirschel, Herschel: Duitse afleiding van Hirsch: hert. Bijnaam.

Hirschfeld. Verspreide Duitse plaatsnaam Hisfeld.

Hirschler. Afleiding van Hirsch; hert.

Hirschman, Hirschmann, Hersman, Herszman, Herzman, Hercman: Duitse beroepsnaam. Variant van Hiersemann: teler van gierst.

Hirt, Hirth, Hirtt, Hirter: Duitse beroepsnaam Hirt: herder.

Hirtz, van den. Plaatsnaam Hirtz in Moresnet, Luik.

Hisdes: Wellicht vervormd uit Hirdes.

Hisette, Hizette, Hisstette, Hissete, Hyzette: Plaatsnaam. Oudfrans haisette, afleiding van haise, van Germaans haisia: haag, heg, afsluiting.

Hispallie, van der, Hispaillie, van der. Zie van de Raspaille.

Missel: Waarschijnlijk van Duits Hirschel of van Hitzel, afleiding van Germaanse voornaam Hizzo, afleiding van hild-naam.

Hissink, Hessink, Hishink, Hissing. Adresnaam, boerderij op de Veluwe en wel 5 erven, boerderijen. in de Achterhoek. Een ink naam met de betekenis zoon van Hisso of Hizo, tot de stam hildo; strijd.

Hitelet, Hittelet, Itlet, Ittelet, Hutlet: Vadersnaam. Afleiding van een bakervorm van een Germaanse voornaam, een hild-naam (zie Hidden) of een id-naam (zie Ide).

Hitchinson, Hitchins. Engelse vadersnaam. Zoon van Hitchin, vleivorm van Hi(t)ch, van de voornaam Richard.

Hitter, Hitters: Hitter is een ontronde vorm van Duits Hütter, van plaatsnaam Hütte ‘hut’. Of uit Hüter ‘hoedenmaker’.

Hiver, Hivert, Yver, Yvert: 1. Vadersnaam. Yver was een voornaam in Amiens. 2. Bijnaam. Frans hiver: winter. Vergelijk De Winter.

Hivre. Hypercorrect voor Hiffe?

Hizette, vervorming van Van Hex?

Hitzert: Duits Hitzer, afleiding van hitzen ‘heetmaken, stoken’.

Ho, Hoo, Ho-Sam-Sooi, Ho-A-Hing, Sie Dhian Ho, Ho Tjon Hen. Chinese of oosterse naam, mogelijk naar Ho Chi Minhstad, Vietnam.

Hobart. Vadersnaam. Variant van Hubert.

Hobbel, Hobbels, Obbels: Vadersnaam. Verkleinvorm van de voornaam Hubrecht.

Hobbelink. Vadersnaam. Afleiding van Hubrecht. Vergelijk Hobbel(s).

Hobberstad. Noorse plaatsnaam Hobberstad.

Hobé, Hoebee, Houbé, Houbey: 1. Oudfrans hobé, hobet: roofvogel, kleine valk.

Hobe, Hobee, Hobbe, Hobbs, Hop, Hoppe, Hopp, Hoeppe: Vadersnaam van Germaanse voornaam Hubrecht. Vergelijk Hubin.

Hoberg, Hooberghs, Hoobergs, Hooiberg, Hooyberg, Hoobergh, Hooberghs, Hoberg, Hobergh, Hoberghs, Hooijbergh, Hoijbergh, Hoybergen, Hoeyberghs, Oberg, Oberge, van Hauberg, (van) Hoeberghen, Hoebergen, Hoeberg. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Ho(ge)bergh in Reet (Antwerpen) en Zulzeke (Oost-Vlaanderen, Hoberg in Bakel en Zon (Noord-Brabant) en Hooiberg (dit wellicht ook uit hoge berg) in Oostmalle (Antwerpen). 2. Familienaam uit de plaatsnaam Opbergen of Obberge. 3. Er zijn ook diverse plaatsnamen met Hohberg in Duitsland. Afleiding is Hoberger.

Hobleu, Hombleu, Houbleu: Oudfrans hobeleur: deserteur, vluchteling, plunderaar, rover. Bijnaam.

Hobohm. Nederduitse vorm van Duits Ho(c)hbaum, Nederlands Hoogboom. Naar de woonplaats.

Hobscheid. Hobschette, Hopchet, Obchette, Obchet, Obchitte: Duitse plaatsnaam Hobscheid.

Hobus, Hobusch, Hoebus, van Hoebost, Hobost, Van Obost, Obus. Naam uit de plaatsnaam Hobos(ch): hoog bos, een naam die op vele plaatsen voorkomt. Velzeke, Tielt. Ook Hoebuschvijver in Dentergem.

Hocedez, Hochede, Hochedez, Hoscedéz, Hoscedé, Hossedez, Hosdé, Hosdez, Hosdey, Hosday, Auchedé, Augedé, Augedet, Augedez, Hauchedez, Haugedé: Frans hoche dé: die de dobbelstenen schudt. Bijnaam voor een dobbelaar. Vergelijk Duits Schûttenwiirfel.

Hocepied, (de) Hochepied, Hossepied, Hospied, Houspie, Hauspie, Hauspye, Hauspy: 1. Frans hoche pied. Bijnaam voor iemand die de voeten schudt, slingert. 2. Haussepied: die de voet optilt; of Oudfrans haussepié: instrument om een kruisboog met de voet aan te spannen. Oudfrans halcer: Frans hausser.

Hocevar. Variant van Kocevar, Sloveens voor de bewoner van de streek rond Kocevje.

Hoch, Hochs. Duitse bijnaam. Vergelijk De Hoog.

Hochart, Hochard, Hossart, Hossaert, Hauchard, Hauchart, Houchard, Houchau: Afleiding van Oudfrans hochier: schudden. Bijnaam.

Hochberg, Hochberger. Duitse plaatsnaam Hochberg.

Hoche. Bijnaam van Frans hocher: schudden. Vergelijk Hutse, Hochart.

Hochstenbach, Hostenbach, Oostenbach, Hochstenbag. Plaatsnaam Höchstenbach in Rijnland-Palts.

Hochecorne, Hauchecorne: Frans Hoche corne: die de hoorn beweegt, blaast.

Hochhaus, Hochhauser, Hochhäuser, Hochheiser, Hohaus, Hoheiser, Hoheisel: Verspreide Duitse plaatsnaam Hochhaus(en).

Hochmont. Plaatsnaam Ho(o)gmont in Tg.

Hochmuth, Hogmout: Duits Hochmut had oorspronkelijk een positieve betekenis: hoge, edele gezindheid; later: hoogmoed, trots, overmoed. Bijnaam.

Hochschuler. Bijnaam voor student aan een hogeschool, een scholaster. Vergelijk Scholiers, Escolas.

Hochstein, Hochsteyn, Hoogesteyn, Hoogesteijn, Hoogsteyn, Hoogsteyns, Hoogsteijns, Hoogstijn, Hoogstijns, Hoogstyns, Hoogstyn. Naam uit de plaatsnaam Hoge Steen, bijvoorbeeld in Kortemark en Kachem (West-Vlaanderen), Hochstein (Rijnland-Palts, Noordrijn-Westfalen en Beieren).

Hochstenbach, Hochstenbag, Hockstenbach, Hochtenbach: Duitse plaatsnaam Hôchstenbach.

Hochstras, Hochstrass, Hochstrasser; Plaatsnaam Hochstrasse; hoge straat.

Hocht, van. 1. Plaatsnaam Hogt in Lanaken (Limburg). Zie ook Van der Hoeght. 2. Zie Van Haecht.

Hochwald: Plaatsnaam Hochwald (Noordrijn-Westfalen, Baden-Württemberg).

Hocke, Hock, Hokke, Hokkeling, Hokke, Hoc, Hocque, Hocq, Hoque, Houke, Hocks, Hockx, Hox, Houkx, Houx, Houckx, Houck, Hoeks, Hoek,Hoekx, Hoex, Hoecks, Hoeckx, Hoeck, Houcque, Houque: 1. Vadersnaam Hocke, van Hucco, bakervorm van een hug-naam, zoals Hugo, Hugebert. 2. Zie Houck(e). 3. Hock(e), Hokke, Hoc, Hoque, Hocq(ue) eventueel = Hoke.

Hockemuler. Aanpassing van Duits Hochmuller: molenaar op een hoge molen.

Hockers, Hockertz. 1. Duitse beroepsnaam Hocker, Hö(c)ker, Hockner: kramer, venter, kleinhandelaar. 2. Zie Ockers.

Hocking, Hockins. Vadersnaam. Afleiding van Hocke 1.

Hocquard, Hoquart, Hocquart, Hoccart, Hockaert: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hughard. Duits Huckart. 2. Afleiding van Oudfrans hoc: ha(a)k, houweel?

Hocquet, Hocquette, Hocquez, Hocqué, Hoquet, Hoqez, Houquet, Houques, Hockett, Hocketté, Hockettay, Hoket, Ocquet, Ocket. 1. Bijnaam uit het Oudfranse hoquet: schok, stoot, twist, valstrik, haak, kapmantel. 2. Vadersnaam uit de Germaanse knuffelnaam Hucco of Occo. Uit Odger.

Hocquinghem. Plaatsnaam Hocquinghen (Pas-de-Calais) en oude naam van St-Léonard (Pas-de-Calais).

Hodelet, Hoddelet. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse aud-naam, zoals ook Houdet = Oudet. Of van een hild-naam.

Hodde: Vadersnaam. Bakervorm.

Hodé. Middenfrans hodé: moe, vermoeid. Bijnaam.

Hodeige, Hodège: Plaatsnaam (Luik).

Hodges, Hodge, Hodgson: Vadersnaam. Engels Hodge, roepnaam voor Roger.

Hodiaumont, Haudiamont. Plaatsnaam Hodiaumont in Thimister (Luik).

Hodimont. Plaatsnaam, Luxemburg.

Hodister, Hoedister, Audistère: Plaatsnaam Hodister (Luxemburg).

Hödl: Hödl, Hödler, Opper Duits beroepsnaam voor een kleinhandelaar.

Hodzelmans. Duitse familienaam Hutzelmann. Vergelijk Hutzelbeck: bakker van Hutzelbrot, brood met gedroogde vruchten.

Hoebancx, Hoebanx, Hoebanckx, Hoebankx, Houbanckx, Hoebank: Reïnterpretatie van Hoebampts. Plaatsnaam Hoebampt: hoge beemd.

Hoebé, Hoebee, spelling voor Hobé. 1. Oudfrans hobé, hobet ‘roofvogel, kleine valk’. 2. Vadersnaam. Variant van Hubet, verkleinvorm van de voornaam Hubert. Zie Hoebert.

(van) Hoebeke, (van) Hoebeeck, Hoebeek, Hoebeck, Hoebek, Hoebecke, Oebbeke, Hoebecq, Hobeck, Hubeek. Familienaam uit de plaatsnaam Hoebeke: hoge beek.

Hoeberghen, Hoebergen (van). Familienaam uit de plaatsnaam Hoeberg(en): hoge bergen. Zie verder Hoberg.

Hoebert, Hubers, Huiberts, Huibers, Hubrechts, Hubregtse, Huiversma: Vadersnaam. Hoebert is de oostelijke variant van de Germaanse voornaam Hubert. Zie Hubrechtsen.

Hoeboer. De kinderen van ene Mathias Hophouwer uit "Beieren" (volgende akte van ondertrouw 19.07.1710 in 's-Hertogenbosch) worden vermeld als Hoeboer of een variant daarvan. Hophouwer is dan wellicht de weer verbasterde basisnaam met als oorsprong: hopbrouwer (brouwer van hoppebier). Plaatsnaam Obourg, Henegouwen?

Hoebroeck, van Hoebroek, van, Hoebrouck, Hoebrouk, van Hoobrouck, Hoobroucq, van Houbroeck, van Haubroeck, Hubrouck, Huybroeckx: Plaatsnaam Hobroek: hoog rnoeras, in Maarke-Kerkem (Oost-Vlaanderen), Hoebroek in Ezemaal (Vlaams-Brabant).

Hoed, den, (de) Hoet, D’Hoe, D’Hoet, D’Hoedt, Hoedt, Hoedts: 1. Bijnaam naar het hoofddeksel of beroepsbijnaam voor de hoedenmaker. Ook uithangbord, wat vaak verwijst naar het beroep. Vergelijk Engels Hat, Frans Chapeau, Picardisch Capiau. 2. In Nederland is minstens één familie waar de naam teruggaat op (schapen)hoeder.

Hoedemaeker, Hoedemaekers, Hoedemaker, Hoedemakers, Hoemaeker, Hoemaecker, Hoemacker, Hoeymakers, Heutmekers: Beroepsnaam van de hoedenmaker.

Hoeden, van der, van Hoe, van Hoo, van Hou. Van den Hoede. Naam uit de huisnaam Ten Hoede: in de hoed.

Hoeder: Beroepsnaam. Middelnederlands Hoeder ‘, hoeder, bewaker’. Vergelijk Duits Hüter.

Hoefakker: Plaatsnaam Hofakker in Dentergem, Koolskamp, Meulebeke, Pittem, Wingene (West-Vlaanderen), Hofakkers in Vries (Drenthe).

Hoef, Hoefs, Hoes: Bijnaam. Variant en afleiding van Hooft. Hoes, van Hoefs door zss.fs/s

Hoef (de), Houf. Beroepsbijnaam van de hoefsmid. Variant van Van (den) Hoef? Aanpassing van De Hove? Zie ook Hoefs.

Hoefhamer: Beroepsbijnaam van de hoefsmid.

Hoeffler, Hoeffel, Hoeffelman, Höfel, Höfelmann: 1. Duitse familienaam Höfler, van plaatsnaam Hof: hof, hoeve. Höôfelmann zoals Hoflmeier: boer op een hoeve. 2. Afleiding van Nederduits Hôvel, Hôfel: heuvel.

Hoefflijn. 1. Aanpassing van Duits Hoflin. Duitse familienaam Hofle(in), afleiding van plaatsnaam Hof. 2. Uit Houplines, met pl-, fl-wisseling. Zie Houfflin.

Hoefkens, Hofkens, Hufkens: Verkleinvorm van van der Hoeven of van Hove.

Hoefmans, Hoefman, Homan, Hoffmann, Hoffman, Hooftman, Hoofman, Hoofmans, Hofman, Hofmans, Hoffeman, Hoffeman, de Hoffmann, Hoffmann, Hoffmanns, Hoffman, Hofment, Offman: 1. Afleiding van van der Hoeven, van den Hove. 2. Beroepsnaam ‘dienstman, hofdienaar, landbouwer, boer, tuinman, hofmeester’.

Hoefnagels, Hoefnagel, Hoefnaegels, Hoefenagel, Hoeffnagel, Hoevenagel, Hoevebaeghel, Hoevenagel, Hoevenaeghe, Houvenaeghel, Houvenaghel, Hoevenagel, Houwenaeghel, Houwenagel: Beroepsbijnaam van de hoefsmid.

Hoef, Hoefs, Hoes. Varianten van Hooft. Zie daar.

Hoefsloot. Plaatsnaam bij Berkhout, Noord-Holland.

Hoefsmit. Beroepsnaam van de hoefsmid.

Hoefijzers, Hoefijzer, Hoefeijzers, Hoftijzer: Beroepsbijnaam van de hoefsmid.

Hoegaerden, van, Hoegaarden, Hoegarden, Van Hougardine. Familienaam uit de plaatsnaam Hoegaarden (Vlaams-Brabant).

Hoegee, van. Door verkeerde uitspraak met lange e van Van Hoege.

Hoegen: Vadersnaam. Verbogen vorm van de Germaanse voornaam Hugo.

Hoeght, van der, van der Hoeft, van Heugten, van Hooghten, van Hoogten, van Hoften, Verhogt, Verhocht,Verhoft, Veroft, Verheugd, Verhuyght, Verhuyt, Verhuyck. Naam uit de Middelnederlandse plaatsnaam hogede, hoochte, hoch, hucht: hoogte.

Hoehn, Hoehne, Hohn, Hohnke, Höhne, Höhnel, Hönen, Hönes: Vadersnaam. Duitse korte vorm van voornaam Johann; of oude voornaam Hô(h)n, van germaans Huno.

Hoek, Hoeke, de Houck: 1. Bijnaam naar een dierennaam; Middelnederlands Houck ‘zeevis (geen snoek)’. Ook Middelnederlands hoekijn, hoecksken ‘geitenbokje, lam, geitje’, verkleinvorm van Middelnederlands hoec, houck ‘bok’. 2. Verkort uit van den Hoek.

Hoek, van (den) Hoeck, Hoecke, van der Hoek, van den Hoecq, van (den) Houck, Houcke, van den Hock, Verhoeke, Verhoeks, Verhoek, van Houche, van Ouche, van den Ouc, van Oek, van Nouque, Hoek, van Hoeke, Hoeck, Houck, Houcke, Houcque, Houque: Plaatsnaam Hoek in Gent, Hoek (Zeeland), Hoeke (West-Vlaanderen). Of een van de talrijke Hoek-toponiemen.

Hoeken. 1. Hoedeken, afleiding van Hoed. Bijnaam of beroepsnaam. Zie Hoed, Hoeykens. 2. Middelnederlands hoekijn: bokje van schaap of geit. Bijnaam. Vergelijk De Houck(e).

Hoekendijk: Plaatsnaam. Plaatsnaam Hoeks in Dudzele, Houtave, Klemskerke, Zandvoorde. Of variant van Van Hoek.

Hoekman, Hoekmans, Hoeckman, Hockman, Houcmant: Afleiding van van (den) Hoek.

Hoekmeyer. Meier op een plaats genaamd de Hoek. Vergelijk Duits Eckmeier.

Hoeks, van.

Hoeksema, Hoekzema, Hoeksma, Hoex, Hoekstra, Hoek, van, Hoks: Friese afleiding van van (den) plaatsnaam Hoek.

Hoelbeek, Hoelbeekx. Plaatsnaam Hoelbeek (Limburg).

Hoen (‘t), Hoën, Hoens, Hons, Huens, Oms, Oen. 1. Bijnaam uit hoen, kip. Bijnaam naar gedrag, dwaas kuiken, vergelijk Kiekens, of beroepsbijnaam. 2. Vadersnaam uit de Germaanse naam Huno. Zie Honin.

Hoencamp: Door g-uitstoting van een klank in het midden van een woord, van plaatsnaam Hogenkamp ‘hoog veld’.

Hooendermans. Beroepsnaam van de pluimveehouder of poelier.

Hoendermis. Hoedermarkt? Of uit Hoendermans?

Hoendero. Plaatsnaam Hogendorp. Höntrop, Hontrup, Hundorp (Duitsland). Ook Deense plaatsnaam Hunderup. Vergelijk Duitse familienaam Hondorf, van plaatsnaam Hoh(e)ndorf.

Hoendervangers, Hoendervanger: Bijnaam voor een kippenvanger, kippendief. Vergelijk Duits Hühnerfänger.

Hoene: Vadersnaam. Germaanse voornaam Huno.

Hoendervoets. Bijnaam naar een lichamelijk kenmerk. Vergelijk Duits Huhnerbein.

Hoenshoven, van. Plaatsnaam in Hoepertingen (Limburg).

Hoenselaars: Plaatsnaam Hoenselaar, bijvoorbeeld Honselersdijk in Naaldwijk (Zuid-Holland).

Hoepels, Houpels.       Beroepsnaam van de hoepelbinder, kuiper. Vergelijk De Hoop.

Hoepen, van: Wellicht hypercorrecte spelling voor van Oepen. Plaatsnaam Eupen (Provincie Luik).

Hoeppermans. Beroepsnaam. Opperman: metselaarsknecht.

Hoerster. Duits Hörster, van plaatsnaam Horst: bosje, struikgewas.

Hoes: Hoes, van Hoefs, door assimilatie fs van s. Afleiding van Hoeft, Hooft.

Hoesel, van, Hoessels: Plaatsnaam Hoeselt (Limburg).

Hoeserlande, van. Plaatsnaam Ogierlande in Gits, Torhout, Roeselare.

Hoestlandt: Hypercorrecte spelling voor Oestland, van Woestland ‘woest land, braakland’.

Hoetmans, Hoeman: 1. Hoedeman, bijnaam voor de drager van een hoed. 2. Beroepsnaam van de hoedenmaker.

Hoetten. Wellicht spelling voor Otten.

Hoevell, van: Nederduitse plaatsnaam Hövel ‘heuvel’.

Hoeven, van der, den, (van) Hoeve, ten Hoeve, van der Hoeff, Verhoeff, Verhoef, Verheuf, Verhoeven, Verhoeve, Van der Hoven, Houven, Houven, Van der Oeven, Terhoeven, Van der Hoef, Van der Hoff, Vandrouf, Veroeven, Verhoven, Verove, Veroven, Verhoef, Verhoeff. 1. Familienaam naar de zeer verspreide plaatsnaam Hoeven = boerderij, hofstede. Middelnederlands ho(e)ve is vaak niet te scheiden van hove, hof. 2. Zie ook bij Hoefman.

Hoevenaars, Hoevenaar, Hoevenaers, Huveneers, Huveners, Huyveneers: Middelnederlands hovenare ‘tuinman, hovenier’, hoevenaer ‘pachter van een hoeve, bewoner van een leenhof’. Vergelijk Duits Huber, Hubner, Hübner, Hufner.

Hoeij, van, Hoey, van, van Hoeye, van Hoeyen, van Hoeij, van Hoeijen, van Hoy, van Hoye, van Hoeygen: Plaatsnaam Hoei, Frans Huy (Provincie Luik). Zie ook d’Huy en Van Ooyen.

Hoeykens. Brabantse afleiding van hoed: hoedje. Vergelijk Hoekeni.

Hoeylaerts, Hoeylaerds, Hooylaerts, Hoylaerts, Hoyelaerts. Familienaam uit de plaatsnaam Hoeilaart (Vlaams-Brabant).

Hoeyveld, van Hoeyveldt, van, van Hoeyvelt, Hooiveld, van Hooveld, van Hoovels, Hoogveldts, Hoogvelts, Hoogvelst, Hoovelts. Naam uit de verspreide plaatsnaam Hogeveld, Hoogveld: hoog gelegen veld.

Hoeyweghen, van, Hoeywegen, van, van Hoywegen, van Hoyweghen, Hoyweghem, van Hoijweghen, Hoijwegen, van Hoyenweghen, van Ooyweghen, Ooyweghem: Verspreide plaatsnaam hoge Weg. Hooweg = Hooyweg in Itegem.

Hoezen, van, (van) Hoesen: Plaatsnaam Huizen (Noord-Holland).

Hof, Hoff. Waarschijnlijk plaatsnaam Hof (zie Van den Hoven); eventueel door t-apocope, van bijnaam Hooft.

Hof, van ‘t; op ’t Hof, van der Hof, van ’t Hoff,: Verspreide plaatsnaam Hof; hoeve, hofstede, herenhuis, kasteel.

Hoffmeister, Hofmeister. Middenhoogduits hovemeister: opzichter van de hofhouding, over het hof, de hoeve, hofmaarschalk, tafelmeester.

Hafbauer, Hoffbauer: Beroepsnaam. Boer op een hof, hoeve.

Hofele. Bijnaam; hoffelijk.

Hofenboom, Hoffenboom, Hoffenbom. Duitse plaatsnaam Halvenboom in Uedem.

Hofenk. Variant van Hoving.

Höfer, Hofer, Höfern, Hoffer: Duitse afleiding van Hof. Bewoner of bezitter van een hof, hoeve.

Hoferlin, Hofferlin, Hauferlin: 1. Hofurlin: inwoner van Xhoffraix in Bévercé (Luik) 2. Duits Höferle(in), van Middenhoogduits hover: bochel, bult. Bijnaam.

Hoffait. Plaatsnaam Haut-Pays. Luxemburg.

Hoffelt. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Hoffem. Plaatsnaam? Verkeerd gelezen Ophem?

Hôffgen. Variant van Nederduits Höffken, van plaatsnaam Hof: hof, hoeve. Vergelijk Hoefkens, Hofkens.

Hoffius. Latinisering van een Hof-naam.

Hofman, Hofmans, Hoffman, Hoffmann, Hoefman, Hoefmans, Hoofman, Hoffmans, Hofmeijer, Hofmeyer, Huffman. Pachtheer van een hof, vergelijk Haveman, Havemann.

Hoffreumon, Hoffreumont. Plaatsnaam Hoffroimont in Thimister, Luik.

Hoffsommer, Hoffsummer, Hoffsümmer: Duitse bijnaam Hoff auf den Sommer: hoop op de zomer. Vergelijk Opsomer en de Duitse familienaam Bringesommer.

Hofhuis. Plaatsnaam.

Hofinger, Hofinger, van plaatsnaam Hôfing (Beieren) of Hôfingen (Duitsland).

Hoflack, van Hoeflaken, Hovelaque, Ovelack, Ovelacq, Ovlaque, Houfflack: Plaatsnaam Lake (plas, (grens)water) bij een Hof.

Hofland, Hoffland. Plaatsnaam, als in Utrecht. Hofland: land dat bij het hof van de heer behoorde.

Hoffius: Latinisering van van ’t Hof, van den Hove.

Hoflijk, Hoflyck, Auvelick: 1. Middelnederlands hovelijc: hoofs, hoffelijk, beschaafd. Bijnaam. Vergelijk Duits Höflich. 2. Misschien wel Brabants hypercorrect voor Hoflack.

Höfling, Höflinger, Hofling: 1. Middenhoogduits hovelinc: hoveling, die aan een hof(houding) verbonden is. Vergelijk Hovelynck. 2. Plaatsnaam Hofling (Beieren, Oostenrijk).

Hofmeyer, Hoffmeister, Hofmeister, Hoffmeijer, Hofmeijer, Hoffmeir, Huffmeijer. Beroepsnaam uit het Middelhoogduits Hovemeister: opzichter van de hofhouding, over het hof, de hoeve. Ook hofmaarschalk, tafelmeester. Bezitter van een hof, hoeve, zoals Hofbauer.

Hofs, Höfs: 1. Afleiding van plaatsnaam Hof. 2. Hoofs, afleiding van Hooft.

Hofstadt, van, der, Hofstat (der), Hoffstadt, Hofstad, van Hoofstat, Hoofstadt, Verhofstad, Verhofstadt, Verhoofstad. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Hofsta(d)t, variant van hofstede: plaats met en hoeve. Er is onder andere een Hofstade in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.

Hofstätter, Hofstatter, Hofstetter, Hofsteter: Kan teruggaan op plaatsnaam Hofstetten (Beieren), maar ook op welke hofstede ook; vergelijk Hofbauer, Hofmeyer, Hofstede.

Hofstede, van der, Hofstee, Hofste, Hofsté, Hoefste, Verhofste, Verhofstede, Verhofsté, Hoffstedde: Verspreide plaatsnaam Hofstede ‘plaats met hoeve’.

Hofsteenge. Waarschijnlijk verhaspeling van Hofstede.

Hofstra: Friese afleiding van Hof, van ’t Hof.

Hofstraten, van. Verspreide plaatsnaam Hofstraat.

Hofströssler. Geronde variant van Duits Hofsträssler, van plaatsnaam Hofstrafse.

Hofte Ter, Ter Höfte. Familienaam die afkomstig is uit de huisnaam/plaatsnaam Ter Hofte, Ter Hooft (omheinde ruimte, hoeve). Mogelijk uit Twente afkomstig.

Hoften, van: Plaatsnaam Höfte in Onstwedde (Groningen)? Of door wisseling cht/ft van Hooghten?

Hofwegen, (van); van Ofwegen: Verspreide plaatsnaam Hofweg.

Hogard, Hoggart: Beroepsnaam. Oudengels hogg-hierde: varkensherder, -hoeder.

Hoge, Hogge, Hogh, Hooghen, Hooge, Hoogen, Ooghe, Ooge, Hoe, de Hoog, de Heug, de Hooghe, Dehoe, Dhoe, de Hoey, de Hoe, Dhooghe, Dhooge, Dhoogh, d’Hooghe, d'Hooge, d’Hooghe, d'Hoogh, d'Hoe, d’Hoeye, d'Hoey, Dhoey, Dooge, Dogghe, Doggh, d'Ooghe, Sooghen, Soogen, Soeghen. 1. Bijnaam uit het Middelnederlandse hooch: aanzienlijk, voornaam, edel, ridderlijk. 2. Mogelijk ook een bijnaam voor iemand met een opvallend oog/ogen, zie Ooghe.

Hogenboom, Hoogenboom. Familienaam uit de plaatsnaam Hoogboom in Ekeren, Hogenboom in Stabroek (Antwerpen).

Hogendoorn, Hoogedoorn, Hogedoorn, Hogendorn. Plaatsnaam de polder de Hoge Doorn te Almkerk en bij Doeveren. Reïnterpretatie van Hagedoorn, door o-achtige uitspraak van de a.

Hogeloon, van: Plaatsnaam Hoogeloon (Noord-Brabant).

Hoge, van der; Verhoog, van Hoogen: Plaatsnaam ter Hogen ‘op het Hoge’, bijvoorbeeld in Budingen en Geetbets (Vlaams-Brabant), Hoogen in Reek (Noord-Brabant).

Högen, von, von Hoegen: Plaatsnaam Högen: hoogte. Vergelijk Van den Hoogen.

Hogenbirk. Waalse aanpassing van Hogenberg.

Hogendorp, Hogendorf: Plaatsnaam Hogendorp in Zandvoorde bij Ieper (West-Vlaanderen), Hoogdorp (Noord-Holland) of de frequente Duitse plaatsnaam Hohendorf.

Hogenhout: Plaatsnaam Hooghout in Tilburg (Noord-Brabant).

Hogenkamp, Hoogkamp, Hoogenkamp, Honenkamp, Hoenkamp. Plaatsnaam Hogenkamp, bij Hattem, ‘hoog veld’. Vergelijk Duits Hohenkamp.

Hogenraad, Hoogenraad, Hoogenraat, Hochrath. 1. Beroepsnaam voor een lid van de hoge raad, een gerechtshof in Mechelen in de Spaanse tijd. 2. Hypercorrectie van Hoenraet (want hoen komt van hogen).

Hogenstein: Plaatsnaam Hoge Steen, bijvoorbeeld in Kortemark en Kachtem (West-Vlaanderen). Duits Hochstein (Rijnland-Pals, Noordrijn-Westfalen, Beieren).

Hogerheide, Hogerheid, Hogerheijde, Hogereije, Hoogerheide, Hoogerheijde: Frequente plaatsnaam Ho(o)ge Heide. Ook Hoogerheiden in Oosterhout en Woensdrecht (Noord-Brabant). Kessel, Antwerpen en Hoeilaart, Vlaams-Brabant.

Hogerhuis, van; (van) Hoogerhuis, van Hoogenhuizen: Plaatsnaam Hooghuis. Hoogenhuis in IJsselmuiden Overijssel, Hoogenhuizen in Moergestel (Noord-Brabant). 1284 Hogehuis bij Zuidlaren (Drenthe) Hogenhuis in Turnhout (Provincie Antwerpen).

Hogerland, Hoogland, Hoogerland: Plaatsnaam Hoogland (Utrecht), Hoogelande in Grijpskerke (Zeeland) en frequente plaatsnaam Hooge Land, Hoogland.

Hogervorst, Hoogervorst: Plaatsnaam Hoogvorst: hoog bos, in Kraainem, Tervuren (Vlaams-Brabant), Hovorst (Antwerpen) en in Boekel (Oost-Vlaanderen), Hogevorst in Bassevelde (Oost-Vlaanderen).

Hogers, Hoogers, Hoogaars, Hoogerman: Volks etymologisch uit Hoegaerts, Hoogaerts, Hoogaars, van Hugaerts. Vadersnaam. Germaanse voornaam hug-hard ‘verstand-sterk’.

Hogesteger, Hoogesteeger, Hoogesteger, Hoogersteger, Haagesteger: Plaatsnaam Hoge Steger ‘hoge trap’.

Hogeveen, Hoogeveen: Plaatsnaam Hoogeveen (Drenthe). Gelijk als Lageveen.

Hogewind: Plaatsnaam: hoge aan de wind blootgestelde plaats.

Hogewoning, Hoogewoning, Hoogewoonink, Hoogevoonink, Hoogevoonink. Plaatsnaam, hoge woning(en).

Hogguer. Spelling voor Nederduits Hogger. Germaanse voornaam hug-hari.

Hogie. Misschien verschrijving voor Ogier.

Hogne, Hong, Hongne, Hoigne, Hoing, Hoin, Hagne, Hougne, Hounje: 1. Zie Dehogne. 2. Bijnaam voor een brombeer, knorrepot, van Oudfrans hognier: knorren.

Hognoul, Hognoulle, Hougnou: Plaatsnaam Hognoul (Luik).

Hoguet, Hoggett: Waarschijnlijk variant van Huguet, eventueel van Hocquet.

Hohl, Höhle: Duitse plaatsnaam: hol(te). Vergelijk Vanden Hole.

Hohlstamm: Plaatsnaam: holle stam, boom.

Hohlfeld: Duits familienaam voor wie woonde aan een hol veld, veld met inzinking.

Hohlweg. Plaatsnaam. Vergelijk Holleweg.

Hohmann, Hohman: Middennoordduits Homan ‘voornaam persoon’.

Hoimans, Hooymans, Hoyman, Hoymans, Hooijmans, Hoeymans, Hoeijmans, Heuimans. 1. Beroepsnaam van de hooikoper of de hooier. 2. Brabantse vorm van Hoedemans: beroepsbijnaam van de hoedenmaker.

Hojbjerg. Deens Højbjerg, van plaatsnaam 'hoge berg'.

Hoiting, Hoitsma, Huitema, Huijten: Vadersnaam. Afleiding van de Friesevoornaam Hoite, uit een Germaanse hug-naam.

Hôk, Hôke, Hok, Hoke, Hokke: Berooepsnaam. Middelnederlands ho(c)ke, hôcke: venter, kleinhandelaar. Vergelijk De Hoker.

Hoitsma, vadersnaam Hoite.

Hoker, de, d’Hokers, d'Hoker, Dhokers, Dhoker, Dokers, D’hoeckers, D'hoekers, d'Hoekers, d'Hockers, Heuker, de Neucker, de Neuker. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse hoeker: venter, kleinhandelaar. Dit naar de plaats waar de winkel zich vaak bevond: op de hoek.

Hoksbergen, Hoksberg, Hoxbergen. Plaatsnaam Haaksbergen. 1188 Hockesberghe, Overijssel.

Hol: 1.Verkort uit van Hol.? 2. Vadersnaam. Uit Germaans hold-naam?

Holeman, Hollemans, Holleman, Hollemans, Hollman, Hollmann, Hoolmans, Olemans, Holmand, Holman: 1. Afleiding van Van den Hole, Van der Holen, Van Hool.

Hologne, Hollogne, Holloigne, Holloingne, Hollon, Holonia, Houillogne: Plaatsnaam Hollogne (Luik) en in Waha (Luxemburg).

Holemaert, Hollemaert, Houllemare, Olimar: Vadersnaam. Variant van Almaer, met hypercorrecte h en Waals Vlaamse al/ol-verschuiving.

Holbrouck. Plaatsnaam Hollebroek in Ardooie, Pittem, Rumbeke, Wingene.

Holden. Plaatsnaam Holden (Lancashire, Yorkshire) of andere plaatsnaam Holden: holle, diepe vallei.

Holder, van, Holender: laatsnaam. Middelnederlands holender, Duits Holunder: vlierboom.

Holderbeke (van), van Olderbeke: Plaatsnaam Holderbeek in Sint-Martens-Lierde en Schorisse (Oost-Vlaanderen). Vergelijk Duitse synoniem Holderbach ‘vlierbeek’. Zie Holterbach. (naar het Middelnederlandse holendere: vlier).

Holderick, Holderickx. Vadersnaam. Germaanse voornaam huld-rîk 'trouw-machtig': Holdricus.

Holdstock. Duitse familie- en plaatsnaam Holderstock; vlier.

Holdrinet: Vadersnaam. Verkleinvorm op -in-et van Frans Houdier, Houdré of Houdry, Romaans vormen van Germaanse voornaam respectievelijk hild-hari, hild-rad, hild-rîk.

Holdijk: Plaatsnaam. Er is een Holdijksche Beek in Markelo, Overijssel.

Hole, van den, (van) Hol, van (den) Holle, van Holde, van (den) Hole, Holen, Vandenhole, van Hoele, van den Heule, Heulen. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Hol: hol, uitholling, depressie.

Holens. Eengelse familienaam Hollens, Holens, Hollings, Hollins. Oudengels holegn, holen, Middenengels holin: steeneik, hulst. Plaatsnaam.

Holewinckel, van. Plaatsnaam.

Hollweg, Holleweg. Plaatsnaam in Maldegem (Oost-Vlaanderen), Oedelem (West-Vlaanderen), St.-Omaars (Pas-de-Calais).

Holkers: Beroepsnaam. Afleiding van Middelnederlands holc, hulc ‘vrachtschip, groot koopvaardijschip’.

Holla, Hola. Laat Middelnederlands hola; wacht eens even, kalm nou. Voor een druk persoon.

Hollaers: 1. Afleiding van Hollaert, Hollard, wellicht afleiding van van Hol, van Holle. 2. Hollaar, samengetrokken uit Hollander, vergelijk elkaar.

Hollemaert, Holemaert, Houllemare, Olimar. Vadersnaam, variant van Almaer, naam uit de Germaanse voornaam adal-mar: adel-beroemd (hypercorrecte en Westvlaamse vorm).

Hollander, de, den, Hollander, d’Hollander, d’Hollandere, d’Hhollander, d’Hollanders, Dhollande, Dhollander, D’hollanders, de Holander, Hollaender, Hollanders, Holender, Olender, Sollanders : Afkomstig van het graafschap Holland. Noord en Zuid-Holland. 2. Zie ook Van Hoolant.

Holland, Holland, Hollands, Hollander, Hollande, Hollants, Hollandts, Hollans, van Holland, Hoolands, Hoolants, Hoolans, Holand, Honlants, Holans, van Hoolant, Hoolandt, Hooland, Hoolans, van Olande, de Hollande. 1. Familienaam naar de afkomst uit het oude Graafschap Holland. (Noord-Holland en Zuid-Holland).

Hollay. 1. Plaatsnaam Le Holai in Vaux-lez-Rosières (Luxemburg). 2. Plaatsnaam Hollain (Henegouwen).

Hollebeeke, Hollebekee, Hollebecke, Hollebeke (van), van Holebeeke, van Holebeke, Hollebeek, Hollebeque, Hollebecq, Hollebecque, Holbeeks, Holbek, Holbecq, Hollebekkers, Hollebecke, van, Hollebeke, van, Ollebek: Plaatsnaam Hollebeke (West-Vlaanderen) of in Heldergem (Oost-Vlaanderen), Boezegem (Frans-Vlaanderen); waternaam Hollebeek in Merelbeke en Temse (Oost-Vlaanderen). Hoolbeke in Tielt, Hoelbeek in Haren, Vlaams-Brabant.

Holleboom: Plaatsnaam (Zeeland).

Hollebosch: 1. Plaatsnaam Hollebos in Beselare (West-Vlaanderen). 2. Vadersnaam. Reïnterpretatie van Olbous, Romaanse vorm van Germaanse voornaam ôdal-bald 'bezit-moedig': Othelboldus, Ulbaldus.

Holleman, Holemans, Holleman, Hollemans, Holemans, Holman, Hollman, Hollmann, Hoolmans, Olemans, Holman, Holmand. 1. Zie Van den Hole. 2. Mogelijk ook Olemans.

Hollenberg, van Hollenberghe, Houlleberghs, Hoillebergh, Holderberg. 1. Naam uit de plaatsnaam Huldenberg (Vlaams-Brabant). 2. Of uit de plaatsnaam Hollenberg (Gelderland, Beieren, Noordrijn-Westfalen).

Hollenfeltz. Duitse plaatsnaam Hollenfels in Tuntingen of Hohlenfels, Rijnland-Palts.

Hollenrieder. Plaatsnaam Hollenried in Kempten, Beieren.

Höller, Holler: Plaatsnaam Holle, Helle: steile beboste helling.

Hollerer. Duitse familienaam Holderer, afleiding van Holder, Holunder: vlierboom.

Hollerich. Plaatsnaam.

Hollert, Hollert. Holert is een oude voornaam.

Hollestelle: Plaatsnaam in Ovezande (Zeeland). Ook 1504 Holstelle eylant in de Zwake op Zuid-Beveland.

Hollet, Hollez, Holley, Hollé. Naam uit het Oudfranse hole: hol, kleine woning, van Nederlands hol; hol, bordeel? Vergelijk Oudfrans holete; kleine woning.

Holleville. Plaatsnaam in Offrethun (Pas-de-Calais).

Hollinck, Hollynck. 1. Waals-Vlaams voor Hallinck. 2. Vadersnaam van Germaanse hold-naam, zoals Hollebrand.

Hollinga, Holtinga, Hollenga, Holma, Hollema, Holma (Fries), Holling, Holting, (Frankisch), Hollinck, Hollink, Hollynck, Holtink (Saksisch), Hollen. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Holle (zie bij Hollstein) .

Hoolsteens, Holsteen, Holsteens, Holsteijn, Holsteijns, Hollsteyn, Holsteyns, (van) Holloway. Engelse plaatsnaam; holle weg.

Hollstein. Duitse plaats- en streeknaam Holstein.

Holm. Nederduitse plaatsnaam: klein eiland, riviereiland.

Holm, van, Holme, van. Plaatsnaam Ten (H)olme: olm (boomnaam), in Kortrijk en Moen.

Holmens. Vadersnaam. Germaanse voornaam zoals Hollemaert.

Holmgren. Zweedse familienaam; hulsttak.

Holoffe. Vadersnaam Oloffe, van Germaanse voornaam Odolf. Vergelijk Odoux.

Holoye. Plaatsnaam Holoye in Piétrebais (Waals-Brabant) en Lobbes (Henegouwen).

Holper, Holpert. Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Hodolbertus of Holdbert.

Holsappers. Duits Holzapfel, Nederduits Holtappel. Zie Houtappel.

Holsbeeck, van Holsbeek, van, (van) Holsbeke, (van) Holsbeeke, Holsbeeks, Holsbeek, Holsbeekx, Helsbeecks, Holsbecks: Plaatsnaam Holsbeek (Vlaams-Brabant).

Hölscher, Hulscher: Duitse beroepsnaam Holdschuer, Oudduits holsag: maker van houten schoenen. Zie Holschuh.

Holschuh. Nederduits Hol(t)sche, Oudduits Holzschuh: houten schoen. Beroepsnaam. Vergelijk Patyn, Hölscher.

Holslag. Plaatsnaam Holzschlag, Duitsland.

Holst, van, Holster,van Hoolst, Berkholst. Plaatsnaam Holst, Nederlands-Limburg.

Holstein, Holsten, Hulsteyn, Olstein. 1. Familienaam van Duitse komaf uit de plaatsnaam Holstein (op diverse plaatsen: holle steen/rotsholte) en ook als streeknaam. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Hoolsteen (holle steen) in Zonhoven.

Hollmann: Wellicht met verdwenen klankwijziging van een klinker, van Duits Höllmann, Hellmann ‘die aan een helling woont’.

Holm: Nederduitse plaatsnaam Holm ‘klein eiland, riviereiland’.

Holme, van: Plaatsnaam ten (h)olme ‘olm, iep’. Zie ook Holm. Of plaatsnaam Olmen (Provincie Antwerpen).

Holm, Holme Van, Holme, Van Halme, Van Alme. Familienaam uit de plaatsnaam (H)olme: plaats waar olmen groeien. Onder andere in Kortrijk en Moen.

Holm. Familienaam en naam uit het Nederduitse holm: klein eiland in zee of rivier.

Holmstock. Engels/Skandinavisch naam uit Holm (klein eiland (soms eik of gewoon hout)) + stock (stok-hout). Het betekent dus zoiets als: eilandje met hout/bos erop. Naam naar een plaatsnaam. De plaatsnaam Holm (eilandje) komt in gans Germaans West-Europa veelvuldig voor. Denk ook aan Stockholm.

Holster, Holst (van), van Hoolst. Familienaam uit de plaatsnaam Holst (Nederlands-Limburg).

Holsters. Nederduitse familienaam uit de plaatsnaam Holster (bij Hamburg). Variant van het Duitse Holst(e): bewoner van Holstein (wat zoveel betekent als woudbewoner). Of uit Holsten (Nedersaksen).

Holstraete, van: Plaatsnaam Hoelstraat in Hoepertingen, Mal, Sluizen, Werm (Limburg) en Mielen (Oost-Vlaanderen).

Holst, Holstye. Nederduitse familienaam, van Holtsâte: bosbewoner (ingezetene van het woud).

Holt, van (den, der), Op ’t Holt. Familienaam uit de plaatsnaam Holt (op diverse plaatsen in Duitsland en in Nederland). In het Nederduits en het Limburgs is Holt: hout, bos. Plaatsnaam onder andere in Bilzen en Kortessem (Limburg), waar wellicht nog op heel wat andere plaatsen.

Holthof, Holtof. 1. Nederduits of Oostnederlandse plaatsnaam Houthof: boshoeve. Vergelijk Houthoff, Duits Holzhôfer. Plaatsnaam Holthof, Holthofe (Duitsland). 2. De Holt(h)ofs in België stammen evenwel van Olthof.

Holtackers: Nederduits of Limburgse plaatsnaam. Vergelijk Duits Holzacker en zie Houtackers.

Holte, Holten, 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam met huld 'trouw', zoals Holdricus, Holdolfus. 2. Van Holten.

Holten, (van). Naam uit de plaatsnaam Holten (Overijssel en Noordrijn-Westfalen). Ook oostelijke variant van "Houten Van". Zie bij Hout Van de(n).

Holter, (van), Holter, Hölter. Naam uit de Nederduitse plaatsnaam Holt: hout, bos.

Holterbach. Duitse plaatsnaam Holderbach; vlierbeek. Vergelijk Holderbeke en, Hollerbach.

Holterbosch, Holterbusch. Aanpassing van de Duitse familienaam Hol(un)derbusch: bos met vlierbomen. Plaats nog onbekend.

Holtgen, Hoeltgen: Nederduitse afleiding Hôltje van holt: hout, bos.

Holthausen, van. Nederduitse plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen. Vergelijk Holthuysen.

Holthuyse, Holtus, Holthuis, Holthuijzen, van Holthuijsen, Holtus: Plaatsnaam Holthuizen (Gelderland, Nederlands-Limburg, Overijssel). Ook wel gewoon ‘houten huis’.

Holtjer: Holter, afleiding van plaatsnaam Holt ‘hout, bos’.

Holtkamp: Verspreide plaatsnaam (Noordrijn-Westfalen).

Holtorf. Plaatsnaam onder andere in Noordrijn-Westfalen.

Holtrop, Holdorp. Plaatsnaam Holtrop of Holtrup. Noordrijn-Westfalen.

Holtslag: Nederduitse pendant van Duitse plaatsnaam Holzschlag (Baden-Württemberg).

Holtyzer, Holthiser, ontrond van Holthûser, van Nederduitse plaatsnaam Holthusen. Vergelijk Duits Holzhauser.

Holtzmacher, Holtzmacker. Beroepsnaam van Holzschuhmacher: klompenmaker. Vergelijk Hutschemaekers.

Holvoet, Hollevoet, Holvoote, Hoelvoet, Olvoet, Olvoute, Alvoet, Aelvoet, Hallevoet, Halevoet, Haelevoet, Haelvoet, Alfvoet. Bijnaam naar de lichamelijke afwijking: een holle voet. Vergelijk Plaetevoet, Duits Hohlfufê.

Holty: Plaatsnaam Holtye (Sussex).

Holvast: Nederduitse bijnaam Holtfast ‘hou vast’. Vergelijk Nederlands Houtvast.

Hölzel: Plaatsnaam Hölzel, verkleinvorm van Holz ‘hout, bos’.

Holwerda, Holverda, Holwarda. Plaatsnaam Holwerd, Fries Holwert.

Holz, Holtz, Holt, Holc: Duitse plaatsnaam Holz, Nederduits Holt: bout, bos.

Holzaet, Holzaets, van; van Holsaets, van Holsaet: Plaatsnaam Holset (Nederlands-Limburg). Vergelijk Holst(e).

Holzenhauer, Holzhauer. Beroepsnaam Holzhauer; houtakker.

Hölzel, Höltzel, Hölzl, Hölzlein, Holzl: Plaatsnaam Hölzel, afleiding van Holz: bout, bos.

Holzem, Holzemer. Holtzem, Holzen, Hölzen: Duitse plaatsnaam Holzem.

Holzer, Holtzer, Holczer: Beroepsnaam Holzer, Hölzer: houthakker; ook timmerman.

Hölzgen, Hölzke, Hölzken, Holzgen, Holzken, Holzkenner: afleiding van plaatsnaam Holz: bout, bos(je). Vergelijk Holtgen, Houtekins.

Holzheimer, Holtzeimer, Holtzheimer: Verspreide Duitse plaatsnaam Holzheim

Holzinger, Holtzinger: Plaatsnaam Holzing(en) (Beieren).

Holzknecht. Knecht van de houtbewerker.

Holzman, Holzmann, Holtzmüller, Holtzmuller: Verspreide plaatsnaam Holzmühle: houten molen.

Holzweiler, Holswilder: Duitse plaatnamen Holzweiler en in Erkelenz.

Hombach. Duitse plaatsnaam.

Hambau, Hombaut, Hombo: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hûn-bald: Humboldus.

Hombeeck, van, Hombeek, Hombeck, Hombecq, Ombecq: Plaatsnaam Hombeek (Antwerpen).

Homborg, Homborch. Plaatsnaam Homburg, Luik.

Hombroek, Hombroeks, Hombroeckx, Hombroek, Hombrouck, Hombrouckx, Hombrouks, Hombroux, Hombrouckx, Hombrockx, Ombrouck, van

Hommers, Hummer, Hummers.Vadersnaam, Duitse en Friese familienaam uit de Germaanse voornaam hun-mer. Familienaam uit de plaatsnamen Hombroek (Hoeselt, Limburg), Hombroick (Piringen, Limburg) of Hombruck (Kerniel), allen in Limburg. Ook nog Hombroux (Alleur - Luik).

Homburg: Plaatsnaam (Beieren, Baden-Württemberg, Hessen, Noordrijn-Westfalen, Saarland, Luik). Zie ook Homberch.

Homerin, Hommerin, Hombrain: Vadersnaam, van Germaanse voornaam Hombrecht?

Homfeld: Plaatsnaam (Nedersaksen, Sleeswijk-Holstein).

Homme, l'Homme, Lhomme, Lomme, Homs: Frans homme: man. Vergelijk De Man. Ook vazal, leenman. Vergelijk De Lee(n)man.

Hommel, Humel, Hummel, Homel: 1. Vadersnaam. Verkleinvorm van Germaanse voornaam Humbold of Humbrecht. 2. Bijnaam naar de hommel, Duits Hummel. Naar het gebrom of voor een onrustig mens.

Hommelen. Plaatsnaam in Eigenbilzen (Limburg).

Hommerich, van. Plaatsnaam Hommerich, Noordrijn-Westfalen.

Hommers, Hummer, Hummers: Vadersnaam. Duits en Friese voornaam Hommer(s), Hummer(s). Germaanse voornaam hûn-mêr: Hunmarus; eventueel hûn-berht: Humbertus.

Hommert, van. Plaatsnaam, Nederlands-Limburg.

Hommes: De naam kan op velerlei manieren worden verklaard. Afleiding of meervoud van Frans Homme ‘de Man’. Als spelling van Hommez, van Omez, Omer. Of uit Hommers.

Homminga, Hommema, Friese vadersnaam Homma of Homme.

Homolka. Pools, van Wendisch homola; heuvel.

Hompertz, Hompert, Hompres, Hompesch, Hompech. Vadersnaam. Germaanse voornaam Humbert.

Homwegen, van, van Hogenwegen. Plaatsnaam in Wervik (West-Vlaanderen), Booischot (Antwerpen).

Hondshoven, Hondhoven. Plaatsnaam bij Borgloon, Limburg.

Honee, Honnee. 1. Zie Hannet. 2. Verschrijving voor Honnay.

Honof, Honnof. Hypercorrect voor Onof = Onolf, Germaaense voornaam (zie Onou). Of variant van Honnef?

Honclaire, Honkeleer: Variant van Auclair=Auclerc.

Honcoop. Plaatsnaam Hoenkoop in Oudewater (Utrecht).

Honcoor, Haenecour, Annecourt, Annecour: Plaatsnaam Honnecourt (Nord).

Hond, de, den, Hondt, de Hondt, (t) de(n), de Hont, (den) Hand, d'Hond, d’Hont, d’Hond, D'hondt, Dhond, Dhondt, Dhont, D'hont, d'Houndt, Dhonte, d'Hont, Dondt, Dont, Honts, Honds, Ons: Bijnaam als scheldwoord, uitdrukking van minachting. Of huisnaam. Canisius, Kanis, Kanits, Kanes zijn verlatijnste vormen.

Hondebrink: Twentse familienaam. Plaatsnaam Hondebrink bij Almelo, Overijssel.

Hondelinghen, van der, Honderlinghen, van der. Plaatsnaam Hundelingen in Jeuk (Limburg) en Bogaarden (Vlaams-Brabant).

Hondeghem, van, Hondeghen (van). Familienaam uit de plaatsnaam Hondegem (Frans-Vlaanderen).

Hondekijn, Hondekeyn, Hondekyn Hondequin, Houdequin, Houderquin, Hondjens, Hondjes, Hontiens, Hontges, Huntgens, Huntjens: 1. Bijnaam. Afleiding van hond. Middenenderlands hondekin was ook de naam van een geldstuk. 2. Vadersnaam. Eventueel afleiding van Germaanse hund-naam, zoals Hundbold, Hundbert, Hundolf.

Hondel, van den. Plaatsnaam Hondele in Zevergem-Zwijnaarde (Oost-Vlaanderen)?

Honderbein. Duitse bijnaam Hundbein; hondenpoot.

Hondermarcq, Hondemarck, Hondermarck, Hundertmarkt: Honderd mark (de munt). Vergelijk Tienpond, Duits Hundertmar(c)k.

Honders: Vadersnaam. Germaanse voornaam hund-hari. Duits Hunder.

Hondius: Humanuisten naam. Latinisering van de Hond.

Hundlingius heeft de oud-Germaanse vadersnaam Hundo, Hunt, Hont tot oorsprong, en wel in verkleinvorm als Hundle, Hondelyn. Van Hundle, Hondele zijn ook nog de geslachtsnamen Hondelink, Hündling en Hondela, de twee laatsten in Oost-Friesland voorkomende, afgeleid. En van de mansnaam Hunt in zijn oorspronkelijken vorm: de geslachtsnamen Hondinga in Groningerland (Hondinga-sate is te Pieterburen in Hunsego), misschien ook het verlatijnste Hondius in Holland, Hunting in Friesland en Engelland, met Hunding en Huntington eveneens in Engelland. En van de zeer talrijke plaatsnamen van deze ouden mansnaam afgeleid, noemen we slechts Hondeghem (Hondinga-heim), een dorp in Frans-Vlaanderen; Hunting, een dorp in Lotharingen; Huntingdon in Engelland; Hündlingen, een dorp in den Elsasz, enz.

Hondman: Bijnaam voor een de Hond. Of beroepsbijnaam van de hondenslager?

Hondrez. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hund-rêd: Undradus.

Hondschoote, van, Hontschoote, van Honschoten: Plaatsnaam Hondschote (Frans-Vlaanderen), maar ook naam van heerlijkheden in West-Vlaanderen.

Honecker, Honegger: Plaatsnaam Hoheneck (bijvoorbeeld in Beieren), Hohnegg: hoge hoek.

Honette, Honnette: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Je(h)an.

Honfrey. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hûn-frid 'Hun-vrede': Hunfrith.

Hongerloot. Waals-Vlaamse familienaamin het Brugse. Misschien naam van Duitse immigrant Hundertlot. Middelnederlands loot, Middenhoogduits lot: gewicht (van goud of zilver). Vergelijk Hondermarcq, Duits Hundertp(f )und, Hundertgulden. Maar de varianten met 1-anlaut wijzen in een andere richting: 1659 de Longerloot, 1666 Longerloot, 1675 Longheroot, 1693 Hongherloot.

Hongher, de. Honghere, de. Middelnederlands (h)onger: Hongaar, volksnaam, ook bijnaam. Zie ook Ongaro, Ongers.

Honhon, Houho, Hoho. Moeilijk verklaarbare naam. Volgens Herb uit het Middelnederlandse hoon: gevaarlijk, verraderlijk, bedrieglijk.

Honig, Honings, Honincks,Honickx, Honinx, Honninckx, Houninckx, Oonincx, Onincx, Onink, Oonk, Ooink, Toonk, Grootoonk.

Hoenings, Hoenink, Hoenig, Heuninckx, Heuninck, De Heuninck, Dheuninck: 1. Bijnaam voor een zoetekauw, honiglikker? Beroepsbijnaam voor een imker of honingverkoper. Troetelnaam ‘sweetheart’. 2. Zie ook Honin.

Honigman, Honigmann. Duitse afleiding van Honig; Honing.

Honin, Honing, Honnin, Hoenen, Hone, Honnen, Honings, Honincks, Honinchx, Honin)x, Hoenings, Hoenink, Honninckx, Houninckx, Onink, Oonincx, Onincx, Onyn, Onijn, Heuninck, Heuninckx, Heunen, Heunene, Huenen, Huenens, Hunin, Hunink, Hunincq, Hunninck, Huinen, Huyenen, Huynen, Huijnen, Huynh: 1. Bijnaam. Variant van Honig. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Huno of een hûn-naam. Sommige namen kunnen teruggaan op de Friese voornaam Onno (zie Onken).

Honk, van: Plaatsnaam Honk in Zandhoven (Provincie Antwerpen).

Honnay, Honay, Honai, Onay: 1. Plaatsnaam Honnay (Namen). 2. Zie Hannay.

Honkoop, Honcoop, Oncoop. Plaatsnaam Hoenkoop, Utrecht.

Honkema: Vadersnaam. Friese afleiding van Honke, verkleinvorm van Huno of een hûn-naam.

Honnaerts: Vadersnaam. Variant Van Hannaerts. Hannaert is een afleiding van de voornaam Johannes.

Honnef: Plaatsnaam (Baden) Honnef (Noordrijn-Westfalen).

Honoré, Honorez, Honoret, Honora, Honneré, Honnerez, Lhonoré, Honoré, Hoeree, Hoerée, Horré, Horé, Horez, Horet, Onré, Hoenraat, Hoenraet, Honraedt, Honraet, Onraedt, Onraet, Anraet. Vadersnaam uit de Latijnse heiligennaam Honoratus. Dit is wellicht de latinisering van de Germaanse voornaam Hunradus (huni-rad), Zie ook Onraed.

Honsebrouck, van, Honsebroeck. Plaatsnaam Honzebroek in Hooglede.

Honsem, van, van Onsem, Onsen, Onzen, van Oncem, Oncen, van Ounsem, Ounsen, van Onselen. Familienaam uit één van de volgende plaatsnamen: Honsem in Willebringen en Sint- Martens-Bodegem (Vlaams-Brabant), in Loksbergen en Honzem in Borlo (Limburg). 

Honsté, van, Van Honste. Familienaam uit Van Hogenstede: hoge stede, plaats. Vergelijk Duits Honstetten.

Hontelé, Hontelez, Honteli: Met epenthetische n uit Otelet, Hootelé. Dat kan een variant zijn van Wautelet, van Wautier ‘Wouter’ of een verkleinvorm van de Germaanse voornaam Otto.

Hontes, Hontens, Hontes. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hundo?

Hontenesse, van: Plaatsnaam Hontenisse in Hulster Ambacht (Zeeuws-Vlaanderen).

Hontoir, Hontoy. Pllaatsnaam Hontoir in Sommières (Namen).

Honvault, Honvoh: Plaatsnaam Honvaut in Escoeuilles en Wimille (Pas-de-Calais).

Hoomissen, van, Hooimissen, van, van Hooymissen, van Hoijmissen, van Hoeymissen: Plaatsnaam Hemiksem (Antwerpen).

Hoofdman, Hooftman, Homan, Homans, Homann, Hoomans. 1. Uit het Middelnederlandse hovet-: hoofdman, bevelhebber, 2. Variant van Hoofmans, Hoefmans(s). Zie aldaar.

Hooft, Hoofd, Hoofdt, (‘t), Ooft, Thoofdt, Thooft, t'Hooft, Hoof, Hoofs, Hoft, Heuft, Höfte, Hoef, Hoefs, Hoes: 1.Bijnaam voor iemand met een opvallend hoofd. 2. Huisnaam, in ‘t Hoofd.

Hoofstadt, van; Hovestadt: Variant van van Hofsta(d)t. Plaatsnaam Hofstad, variant van Hofstede ‘plaats met hoeve’.

Hooftman: 1. Middelnederlands hovet-, hooftman ‘hoofdman, bevelhebber, voornaam persoon, raadsman’. 2. Variant van Hoofman, Hoefmans.

Hoogwijs, Hoogewijs, Hoogwys, Hogewijs, Hoogerwijs: Plaatsnaam Hoogewijst in Heesch ten zuiden van Oss (Noord-Brabant).

Hoog, (de); de Hoogh, de Hooge, d’Hooghe, d’Hooge, Dhooge, Dooge: Bijnaam. Middelnederlands hooch ‘hoog, aanzienlijk, voornaam, edel, ridderlijk’.

Hoogakker: Plaatsnaam Hooge Akker in Kruiningen (Zeeland). Ook Hoge Akkers in Aarle (Noord-Brabant), Bladel (Noord-Brabant), Reusel (Noord-Brabant), Valkenswaard (Noord-Brabant), Someren (Noord-Brabant).

Hoogedeure: Plaatsnaam naar het uitzicht van de deur van een huis of landgoed. Een Middelburgs regentengeslacht in de 14e-15de eeuw heette Van der Hoogerdeure.

Hoogen, van den, van Hoegen, Verhoog, Verhoogen, Verhooghe. 1. Naam uit de plaatsnaam Ten Hogen (op den Hoge) in Budingen en Geetbets (Vlaams-Brabant). 2. Misschien reïnterpretatie van Van Heugen = Van Huyghem = Van Eukem.

Hoegenbemt, van, van den Hoogenband: Plaatsnaam Hoge Beemd, bijvoorbeeld in Wilrijk en Hoogstraten.

Hoogenboezem: Waternaam Hooge Boezem achter Haastrecht (Zuid-Holland), Hoogen Boezem in Nieuw-Lekkerland (Zuid-Holland).

Hoogenboom, Hoogeboom: Plaatsnaam Hoogboom in Ekeren (Provincie Antwerpen), Hogenboom in Stabroek (Provincie Antwerpen). Hoogeboomen in ’s-Gravenzande (Zuid-Holland).

Hoogendam: Plaatsnaam, vergelijk Hoogendammerbeek in Nijkerk (Gelderland).

Hoogendonk: Plaatsnaam Hooge Donk in Beek (Noord-Brabant).

Hoogendorp, van, Hogendorp: 1. Plaatsnaam Hogendorp in Zandvoorde bij Ieper. 2. Plaatsnaam Hoogdorp (Noord-Holland).

Hoogendijk, Hogendijk: Plaatsnaam Hoogendijk in Maartensdijk (Utrecht), Oostburg (Zeeland), Nieuw-Vossemeer (Noord-Brabant), Wadenoijen (Gelderland).

Hoogerstraete, van der. Hoogerstraeten, van der. Verspreide straatnaam Hoogstraat, Hogestraat.

Hoogervorst, Hogervorst, van Hoogervest: Plaatsnaam Hoogvorst ‘hoog bos’ in Kraainem, Tervuren (Vlaams-Brabant), Hovorst (Provincie Antwerpen) en in Boekel (Oost-Vlaanderen), Hogevorst in Bassevelde (Oost-Vlaanderen):

Hoogerwaard. Plaatsnaam Hoge Waarde: hoge wachtpost. Vergelijk Hoogwaerts, Horward. Hoogerwaard is een boerderij in Ouderkerk aan den IJssel (Zuid-Holland)

Hoogerwerf, Hoogenwerf, Hoogewerf, Hoogewerve, Hoogwerf: Plaatsnaam Hoge Werf ‘opgeworpen grond voor een hoeve, opgeworpen hoogte op buitendijks land, vluchtheuvel voor herders en vee’. Hoogerwerf in Woensdrecht (Noord-Brabant).

Hoogesteeger. Plaatsnaam Hoge Steger; hoge trap.

Hoogewijs, Hoogwijs, Hoogewys, Hogewijs, Hoogerwijs. Deze familienaam verwijst naar de plaats Hoogewijst in Noord Brabant, bij Heesch ten zuiden van Oss.

Hooghart: Volksetymologisch van Hogaert, van Hugaert, Germaanse voornaam hug-hard ‘verstand-sterk’. Of uit de Engelse familienaam Hogard, van Oudengels hogg-hierde ‘varkensherder, -hoeder’.

Hooghkerken, van. Duitse plaatsnaam Hochkirchen.

Hooghuis, Hooghuys, van Hogerhuis. Verspreide plaatsnaam. Hogenhuis bij Antwerpen.

Hoogkamer: Plaatsnaam in Oudvosmeer (Zeeland), Temse, Oost-Vlaanderen, St.-B.-Vijve (West-Vlaanderen), Oudvosmeer (Zeeland). Een kamer was een woning met één woonvertrek.

Hoogkamp: Plaatsnaam Hoogkamp in Arnhem (Gelderland). Hooge Kamp in Ophemert (Gelderland) en Wamel (Gelderland).

Hoogland; (den) Hooglander: Plaatsnaam Hoogland (Utrecht). En in Wercher, Vlaams-Brabant, hoog gelegen land. Vergelijk Van Hoolant.

Hooglucht. Plaatsnaam Hogelucht in Langemark (West-Vlaanderen). Lucht, locht: tuin.

Hoogmartens. Familienaam uit de bijnaam hoog (groot, edel, verheven, verwaand, hooggeboren,...) en de vadersnaam Martens (zie bij Maarten(s).

Hoogmoed: Bijnaam naar de edele gezindheid, later naar de hoogmoed, overmoed. Vergelijk Hochmuth. Ook molennaam in Dordrecht.

Hoogstad, Hoogstadt: Plaatsnaam Hoogstad in Ruinen (Oost-Vlaanderen) of Hoogstade (West-Vlaanderen) ‘hoge plaats’. 2. Reïnterpretatie van Hoofstadt, onder meer door wisseling f/ch.

Hoogsteder. Afleiding van plaatsnaam Hoogstad. Of aanpassing van Duitse familienaam Hochstetter met dezelfde betekenis. Vergelijk Hostetter.

Hoogsteen: Plaatsnaam De Hoogsteen in Prinsenhage (Noord-Brabant).

Hoogstoel, Hooghstoel. Naam uit het Middelnederlandse hovetstoel, hooftstoel: hoofdstel van een paardentuig. Beroepsbijnaam voor de maker ervan. Vergelijk Breidel, Haelters. Hoogstoel door cft-wisseling.

Hoogstra: Friese afleiding van Hoog.

Hoogstraten, van, Hoogstrate, Hoogstraate, Hoogstraete: Plaatsnaam Hoogstraten (Provincie Antwerpen).

Hoogt, van der, van der Hooft, van der Hoofde, van der Hoofd, van het Hoofd, van Hooft: Plaatsnaam. Middelnederlands hogede, hoochte, hocht, hucht ‘hoogte’ Let op de wisseling gt/ft. Sommige vormen kunnen varianten zijn van van den Hove.

Hoogterp. Friese plaatsnaam. Een terp is een vluchtheuvel tegen overstromingen, kleine hoogte waarop een hoeve gebouwd werd.

Hoogvliet: Plaatsnaam Hoogvliet (Zuid-Holland).

Hoogwaerts. Plaatsnaam Hoog + Middelnederlands waerde: wachtpost. Vergelijk Hoogerwaard, Duits Hochwart.

Hoogwijk: Plaatsnaam ‘hoge wijk’.

Hoogwijs: Plaatsnaam Hoogewijst in Heesch (Noord-Brabant).

Hoogzand: Plaatsnaam ‘hoge zandige plaats’. Hoogezand (Groningen), Hoogzand in Tietjerksteradeel (Friesland).

Hooimissen, van, Hoomissen, van, van Hooymissen, van Hoijmissen, van Hoeymissen, Heimissen. Familienaam uit de plaatsnaam Hemiksem (vroeger onder andere Heymissen).

Hooiveld. 1. Zie Hoeyveld(t) Van. 2. Of uit de plaatsnaam Hooiveld in Oostkamp en Zedelgem (West-Vlaanderen).

Hooijer, Hooyer, Hoijer, Hoyer, Hooijerink, Hooyerink, Hooijmans, Hooymans, Huyer, Huyers, Huijer, Huijers. Afleiding van Hooijer, Huijer: beroepsnaam van de hooier (in seizoenarbeid).

Hooijschuur. Plaatsnaam Hooischuur. Familienaam voor een hooiboer. Vergelijk Hooimeijer, Hooijer.

Hooimeijer, Hooymaayer, Hooijmeijer, Hooijmeyer, Hooijmaaijer: Vergelijk Duitse familienaam Heumeier: hooiboer. Vergelijk Cafmeyer, Houtmeyers.

Hooiveld. 1. Zie Van Hoeyveld(t). 2. Plaatsnaam Hooiveld in Oostkamp en Zedelgem (West-Vlaanderen).

Hoolant, van, van Hooland, van Hoolandt, van Hoolans, van Olande, Hoolandts, Hoolands, van Hoyland, Hoylandt, van Hoyland. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hoogelande (Zeeland) of Hoogland (een hoger gelegen stuk land). 2. Zie ook Holland.

Hoolhorst: Plaatsnaam Hoolhorst in Stoutenburg (Utrecht).

Hoolsteens, Holsteen, Holsteens, Hoolsteijns, Hoolsteyn, Hoolsteyns, (van) Holstein, Holsten, Hulsteyn, Olstein: Plaatsnaam Hoolsteen: holle steen, in Zonhoven. Vergelijk Duits Holstein.

Hoolt: Variant van Holt, Nederduitse en Oost-Nederlandse vorm van Hout.

Hoolwerf. Waarschijnlijk Hoorwerf, van Hoogerwerf.

Hoon, de, Dhoine, d’Hoinne, d’Hoine, Dhoisne: Bijnaam. Middelnederlands hoon, hone ‘gevaarlijk, bedrieglijk, verraderlijk’.

Hoonacker, van, van Honakker, van Honacker, van Honnacker, Honnaeker, Honnaker, van Hoemacker, van Oenacker, Onacker, Vanonacker. Naam uit de plaatsnaam Hoonakker: hoge akker. Deze lag wellicht ergens in of in de buurt van Beveren-Leie.

Hoonderd, Hoondert: Plaatsnaam de Oude en de Nieuwe Hoondertpolders in Hoedekenskerke.

Hoop, (de): Middelnederlands hoep, hoop ‘hoepel’. Beroepsbijnaam van de kuiper, die hoepels rond de vaten bindt.

Hoop, van der, Verhopen, Hoopen, ten: Plaatsnaam De Hoop (Gelderland), Hoop, Overijssel. Ook 1381-83 ten Hope in Brammelo/Haaksbergen Overijssel. Ook vondelingennaam.

Hoor, ten; d’Hoore, D’Hoore, Dhoore: Middelnederlands hoor, hoir ‘erfgenaam’.

Hoorde, van, Hoorden, van, van Oorden, Orden, van Noorden. 1. Familienaam uit de plaatsnaam horde; afsluiting van gevlochten wilgentenen. 2.Van Noorden en varianten ervan, kunnen ook komen van een woonplaats 'in het noorden van het land' (kustgebied). 3. Een oord is ook 'het uiterste punt', buitendijks gebied en kan dus ook tot deze namen geleid hebben.

Hoorenweghe, van Hooreweghe, van Hoorewege, van. 1. Lees: Vannorenweghe. Zie Van Noorwege. 2. Zie Van Hoorneweder.

Hoorebeke, (van), van Hoorebeek, Hoorebeecke, Hoorebeeke, Vanhorenbeeck, van Horebeek, Horebeek, Horebek, van Horebeke, Horenbeke, Horebeck, Horebeek, (van) Hoorelbeeke, Hoorelbeke, (van) Hoirelbeke, Hoorenbecke, van Hoorerbeke, Hornebecq, Vanhorebeek: Plaatsnaam Sint-Kornelis-Horebeke en Sint-Maria-Horebeke (Oost-Vlaanderen) Kortrijk-Dutsel (Vlaams-Brabant), Horenbeke in Aalst.

Hoorn, (de); Horn: Middelnederlands horen, hoorn‘hoorn’. Bijnaam voor de hoorndrager of naar de huisnaam.

Hoorn, van, Hooren, van: Plaatsnaam Hoorn (Gelderland, Groningen, Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland) ‘hoek’.

Hoornaert, Hoornaert, Hoernaert, Hornard, Hornath, Oornaert. 1. Bijnaam voor een hoorndrager, een bedrogen echtgenoot. 2.Mogelijk ook afgeleid van Hoorne, zie daar.

Hoorn, (van), van Hoorne, Vanhoorne, van Hooren, van Horen, van Horn, Horne. Familienaam uit Hoorn: punt, hoek. Meestal huisnaam. Of uit de plaatsnaam Hoorn in Limburg en op diverse plaatsen in Nederland.

Hoorn, Hoorne, Horn, Horne, de Hoorne, d'Hoorne, de Horne, Dhorne, Hoorens, Hoeren, Hoerens, Horrens, Horen, Horens, Oren, Orens, Hören, hoornweder, van, Hoorneweder, van, van Hooreweder, van Hoorenweder, (van) Hoorenweghe, Hooreweghe, Hoorewege: Bijnaam. Middenenderlands hoornweder: mannelijk schap, ram met horens. Vergelijk De Weer, De Ram. De familienaam werd door d/g-wisseling Hoorewege en zo als plaatsnaam opgevat.

Hoornaert, Hornaert, Hooernaert, Homard, Hornath, Oornaert: 1. Bijnaam van de hoorndrager, de bedrogen echtgenoot. Vergelijk Coornaert, Frans Cornard.

Hoorsele, van, van Hoorsele, Horseele, Verhoosel, Verhoosele: 1. Plaatsnaam Hoorzele bij Lochristi (Oost-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam in Waasmunster (Oost-Vlaanderen).

Hurn, Oreins. 1. Familienaam uit de plaatsnaam of de huisnaam ‘hoorn’. 2. Of bijnaam voor een hoorndrager, een bedrogen man.

Hoornstra, Hornstra, Henstra, Heinstra, Hensema, Haanstra: Friese afleiding van Hoorn of van Hoorn. De variant Haanstra doordat Fries hoarne ‘hoek’ en hoanne ‘haan’ homofonen zijn door wegvallen van de r. Plaatsnaam Nieuwehorne (Heerenveen, Friesland).

Hoornweder, van; van Hoorenweder: Bijnaam. Middelnederlands Hoornweder ‘mannelijk schaap, ram met horens’. Het voorzetsel van is secundair.

Hoornweg, Hoorweg: Plaatsnaam ‘weg die leidt naar Hoorn’? Of volks etymologisch van Hoornweder?

Hoosd. Verkeerde lezing van Hoofd (Duinkerke).

Hoosemans: Beroepsnaam van de hozenmaker, kousenmaker. Vergelijk De Hoze.

Hootsmans: Wellicht verhaspeling van Hoosemans.

Hoovers. Misschien van Hoovels, Hoovelts.

Hooybant, Huybandt: Middelnederlands hoybant. Beroepsnaam van de hooibinder.

Hooijberg: Plaatsnaam Hooiberg in Bladel (Noord-Brabant). Of reinterpretatie van plaatsnaam Hoberg in Bakel (Noord-Brabant).

Hooijdonk, Hooidonck, Hooidonk (van), van Hooydonck, Hooydonk, van, (van) Hoeijdonck, van Hoijdonck, van der Hoydong, Houdonc, Houdoncks, Houdonk, Houdonks, Donckx, van Hoeydonck, van der Hoeydong, Hoydoncx, Hoydonkx, Hoydongs, van der Hoedonck, Houdoncx. Familienaam uit de plaatsnaam Hooidonk in Nuenen (Noord-Brabant), Retie, St.-Pieters-Lille, Zandhoven (Antwerpen), Hodonk in Zolder (Limburg), Geel, Grobbendonk, Nijlen (Antwerpen), Beveren (Oost-Vlaanderen). Ooidonk in St.-Martens-Leerne (Oost-Vlaanderen).

Hooijkaas: Vermoedelijk volksetymologische vervorming.

Hooijkamp: Plaatsnaam? Hooijmans, Hoeijmans: 1. Beroepsnaam van de hooikoper of hooier. 2. Brabantse vorm voor Hoedemans.

Hooijmaijers: Volksetymologisch ‘hooimaaier’ uit familienaam Hooimeier ‘hooiboer’. Vergelijk Duits Heumeier.

Hooijschuur: Plaatsnaam Hooischuur, familienaam voor een hooiboer.

Hooze: Middelnederlands hose ‘kous, laars’. Bijnaam of beroepsbijnaam.

Hop, Hoppe, Hopp, Hopf, Hopff, Oppe: Beroepsbijnaam van de hopbrouwer of hophandelaar, hopteler. Zie ook Hob.

Hopa, Hopas, Hoppa: Verschrijving voor plaatsnaam Haut-Pas: hoge doorgang.

Hopkins. Vadersnaam. Engelse afleiding van Hobb=Robert.

Hopmans, Hopman: 1. Beroepsnaam van de hoofdman van een troep soldaten. Duits Hauptmann. 2. Beroepsnaam van de hopteler.

Hoppen, Hoppe, Oppe: Vadersnaam. Variant van Hobben, vleivorm van Hubrecht. Zie ook Hop.

Hopengarten. Duitse plaatsnaam Hoppengarten.

Hoppenbrouwers, Oppenbrouwer, Opdenbrouwer: Beroepsnaam van de hopbrouwer, brouwer van hopbier.

Hoppener, Oppener, Opener, Openeer, Oppeneer. Beroepsnaam uit het Nederduitse Höppner: hopteler, -handelaar.

Hoppensztand. Nederduits Hoppenstange. Vergelijk Hopstaeken.

Hopper, Hoppers, Hoppersch. Beroepsnaam van de hopteler. Duits Hopfer.

Hoppezak. Beroepsnaam van de hopteler.

Hopstaken, Hopstaeken: Beroepsbijnaam voor een hopboer of bijnaam voor een lang opgeschoten kerel.

Hory, Horry, Horie, Horrie: 1. Ongetwijfeld spelling voor Henri. Vergelijk Harri(e). 2. Variant van Ory. Zie Aury.

Horbach. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Horchert, Hörchert: Afleiding van horchen: luisteren of van plaatsnaam Horach: moerassige plaats.

Horde, van den: Plaatsnaam Horde ‘afsluiting van gevlochten teenwilg’.

Hordequin, Hourdequin, Hourdain, Hourdin: Afleiding van Middenenderlands horde; vergelijk Hourdeaux, Hurtgen.

Horckmans, Heurckmans, Hurckmans, Hurkmans. Familienaam afgeleid van Van (den) Ho(o)rick, Van Heurck. Zie bij Horick.

Hordijk: Plaatsnaam Hordijk in IJsselmonde (Rotterdam, Zuid-Holland).

Horekens, Hurkens, Urkens: afleiding van Middelnederlands hor(e)n, hurn: hoorn. Huisnaam of bijnaam voor hoornblazer.

Horeman, Horemans, Hoorman, Hoormans, Hooreman, Hooremans, Horremmans, Horremans, Hornman, Hornmans, Horman, Hormans, Oremans, Orman, Urmans: Afleiding van Hoorn(e) of van Van Hoorn. Hoorn betekent hier: hoorn van dieren, drinkhoorn, inkthoorn, hoek, punt waar lijnen samenlopen. Kan dus van een plaats, een beroep, een uithangbord (café), komen.

Horembach, Horenbach, Horrembach, Horrembaxhe, Horrenbaxhe, Hornbacher: verspreide Duitse plaatsnaam Hornbach.

Horenblas. Beroepsnaam van de hoornblazer.

Horevoets, Horevoorts: Reïnterpretatie van Horrevorst, Hogervorst.

Horgue, Horge. Dialect voorm voor Forge; smidse.

Horgnie, Horgnies. Plaatsnaam Hargnies, Nord, Ardèche?

Horick, van, van Hoorick, Hoorickx, Horick, Horickx, van Hoornick, Hoorninck, van Hoorrick, van Hoornyck, van Horck, Horke, van Hurck, van (den) Heurck, van den Hurck, Hurk, Horicks, Horicx, Horrix, Hoorickx, Hornick, Hornickx, Horniks, Hornikx, Hornix, Horninge, Orinx, Orinckx, Orincx, Orins, Heuring, Horincq, Horinque. Familienaam uit de plaatsnaam Horik: hoek. Er is onder andere een Horik in Nederweerd (Nederlands-Limburg), Horrik in Budel (Noord-Brabant), Hurk (Noord-Brabant), Hooring in Zellik (Vlaams-Brabant), Horck/Horrik in St.-Huybrechts-Lille (Limburg), Hornik in Herentals, Olen en Schelle (Antwerpen), Horrink in Turnhout en Wechelderzande (Antwerpen), Horrech in Rumst (Antwerpen), Orck in Heminksem (Antwerpen), Horik in Halle (Vlaams-Brabant).

Horjus: Horreus, latinisering van de Friese mansnaam Horre.

Horion, Horions, Horrion, Horyon, Horijon, Hurion: 1. Plaatsnaam Horion (Luik). 2. Weergave van Henrion.

Horis, Horris, Oris, Orys, Hauris: 1. Oudfrans horis is een muntnaam. 2. Zie Xhoris.

Horlait, Horlay, Horley, Horlaet, Hourlay: Plaatsnaam. Waals horlê: berm, glooiing, helling.

Hormidas. Vadersnaam. Heiligennaam van Iraanse oorsprong.

Hornay, Horney. Plaatsnaam in Sprimont, Luxemburg.

Hornbostel. Duitse plaatsnaam in Celle.

Hornecker, Horneck, Hörnecke: Plaatsnaam Horneck (Beieren).

Horneman, Hornemann. Afleiding van Horn. Vergelijk Horemans.

Horninck, Horninge, Hornick, Hornickx, Horniks, Hornikx, Hornix, Hornung. Bijnaam voor een bastaard, onwettig kind.

Horotte. Luiks-Waalse plaatsnaam, horote; greppel, geul.

Horré, Horez, Horrez, Horé, Horet: 1. Zie Honoré. 2. Luiks-Waals horé: gered, veilig.

Horrenberger, Hornberger. Van Duitse plaatsnaam Hornberg.

Horrevorst. Afstammend van 1611 Petrus Horevorts (zoon van) Cornelis Hoirevoirts, Alphen.

Horringa: Friese afleiding Vvn de Friese voornaam Horre.

Horrockx. Engelse familienaam (met name Lancashire). Plaatsnam Horrocks, van dialect hurrock: hoop losse stenen.

Horsigh, van: Plaatsnaam Horsik in Sint-Michielsgestel (Noord-Brabant).

Horssen, van: Plaatsnaam Horssen (Gelderland).

Horst, van der, Verhorst, (ten) Horst, van (der) Host, ter Horst, Horstink, Horsting, Horstik, Horsthuis, Horsten, Horstman, Horstmans, Horstmann, Horsmans, Horsman, Hosmans, Horstermans, Hurstermans, van der Harst: Verspreide plaatsnaam Horst ‘kreupelhout, struikgewas, begroeide hoogte’.

Horsten, Horster, Horsting. Afleiding van plaatsnaam Horst.

Horstmann, Horstmans, Horsman, Horsmann, Hosmans, Hostermans, Hurstemans: Afleiding van Van der Horst.

Horta, Orta: Portugese familienaam, van Latijn hortus: tuin. De familienaam van de Belgische (H)orta's komt evenwel uit Italie.

Hortance, Hortencia. Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Hortensia.

Horter, de, Heurter, Heurterre: Afleiding van Middelnederlands horten, hurten: stoten rukken, duwen. Bijnaam.

Hortmans, Hortmanns, Hurtmans: Vadersnaam. Variant van Hartmann(s); vergelijk Hort(en) = Hart(en) en Hortmannshof.

Hortmannshoff. Plaatsnaam Hartmannshof, Beieren.

Horts, Hortz: 1. Spelling voor Orts. 2. Afleiding van Hort. 3. Zie Hurt(s).

Horwath, Horvat, Horvath, Horuath, Horuat: Hongaarse volksnaam van de Kroaat.

Horwitz, Horowitz, Horowicz, Horovits, Hourewitz, Hourevitz: Plaatsnaam Horovitz (Bohemen).

Horwood. Plaatsnaam (Buckinghamshire, Devonshire).

Hos. 1. Plaatsnaam Xhos in Tavier (Luik). 2. Variant van Hoos? 3. Hypercorrect voor Os.

Hosemans, Hosmans, Hozeman, Hozemans: Beroepsnaam van de kousen- of laarzenmaker.

Hosang. Aanpassing van Osan.

Hosbeek, van. Duitse plaatsnaam Horsbeck en Orsbeck.

Hôsch, Hosch: Bijnaam. Middelnederlands hoesch, hovesch: hoofs.

Hoscheidt, Hoscheit, Hoschet. Duitse plaatsnaam Hoscheit.

Hosdain, Hosdains, Hosdin, Housdain: Plaatsnaam Houdain (Pas-de-Calais, Nord), Houdeng (Henegouwen), Hosdent in Latinne (Luik).

Hosingen, Hossingen. Duitse plaatsnaam Hosingen.

Hoskens, Hoskins, Heuskin, Heusequin, Heusquin, Heusghens, Heusgens, Heusghiens, Heusghem, Heusschen, Heuschen, Heuschenne, Heuchenne: 1. Middelnederlands hosekin, verkleinvorm van hose ‘laars, kous’. Bijnaam of beroepsbijnaam. 2. Voor Hoskens, zie ook Hostekens. 3. Zie ook Hâuschen.

Hospel. Waarschijnlijk variant van Hespel.

Hosschius. Humanistennaam van Sidronius Hosschius (Merkem 1596-1653) = De Hoossche/Hoofsche.

Hosse. Variant van Hos of spelling voor Hossé.

Hosselet, Hosslet, Hoslet, Oselet, Osselet, Ausselet. 1. Afleiding van het Oudfranse hosel: beenkap, scheenplaat, afleiding van Oudfrans, Middenenderlands hose; kous, laars. Vergelijk Housia. Beroepsnaam of drager van…. 2. Osselet, afleiding van os: beentje, bikkel. Bijnaam voor een bikkelspeler.

Hosset, Hossé, Hossez, Hosse, Hossey, Houzet, Hoezé, Houset, Housez, Hozée, Hoozée, Hozee, Hozez, Hoozee, Hooze, Osset, Oset, Osé, Ose, Osei, Osi, Ohsé, Ohse, Ocet, Océ, Ossé, Osse, Oscé: 1. Afleiding van Oudfrans hose: kous, laars. Bijnaam (gelaarsd) of beroepsnaam. Vergelijk Housiau(x). 2. Afleiding van Frans houx: hulst. Vergelijk Delehouzée. 3. Eventueel van Frans os: beentje.

Hosteuax, Hosteau, Hostaux, Hotaux, Hoteaux, Hotteau, Hôtel, Hôtel, Osteaux: Oudfrans ostel: woning, herberg, gasthuis. Beroepsnaam van een waard. Vergelijk Delhotellerie. Zie ook Hottiaux.

Hostekens, Hostekint, Hostekind, Hostequint, Hoskens: Vadersnaam. Middelnederlands Ostkin, afleiding van Germaanse voornaam Oste. Zie Ost.

Hostelart, Hostelard, Hostelaert, Hottelard, Hottelart: Afleiding van Oudfrans osteler: herbergen. Beroepsnaam van de waard.

Hostert. Duitse plaatsnaam (Aubel, Balen, Eupen, Welkenraedt).

Hostettler, Hostetter, Duits Hochstetter, van plaatsnaam Hochstetten (bijvoorbeeld in Beieren). Vergelijk Hoogsteder.

Hostier, Hostie, Hostiez, Ostir: Oudfrans hostier, van Latijn ostiarius: portier. Beroepsnaam. Vergelijk De Deurwaerder.

Hotchamps, Hodchamps, Hottechamps: Plaatsnaam Hot(te)champs in Louveigné (Luik).

Hôtelet, Hotelet.: 1. Afleiding van ostel, Frans hôtel: gasthuis, hotel. Vergelijk Hosteaux. 2. Jongere vorm van Hostelet = Ostelet.

Hotermans, Notermans (vergelijk Achtergael/Nachtergael) van Nokermans (zie Notermans).

Hotke, Hotting, Huttinga: Vadersnaam. Verkleinvorm en afleiding van de Friese voornaam Hotte.

Hotton: Vadersnaam. Hypercorrecte spelling van Otton, Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Otto.

Hots. Vadersnaam. Afleiding van een bakernaam, zoals Hoddo, Hotto. Vergelijk Nederduitse familienaam Hotke. Hottard, -a(r)t, zie Ottart.

Hotte, Hot, Hote. Frans hotte; korf. Bijnaam of beroepsnaam.

Hotterbeeck, Hotterbeck, Hotterbeex, Hotterbeekx: Plaatsnaam Otterbeek: beek waarin otters verblijven. Antwerpen, dergelijk Nederduits Otterbeek, -beek, Duits Otterbach.

Hottiaux, Hottia, Hottias, Hotias, Hotia, Hotiat, Hothia, Hotyat: Picardisch hôtel, Frans hotteau: maat. Beroepsnaam.

Hotz, Hotze. Duitse vadersnaam. Oude voornaam Hutzo, Hotze, van een hug-naam.

Hou. Korte vorm voor Dehoux of Dehou.

Houblon. Frans houblon: hop. Beroepsnaam voor de hopteler of brouwer.

Houblon. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Hubert of Hubau.

Houbotte. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Hubert, Hubau.

Houchon: Vadersnaam. Variant van Huchon, vleivorm op –eçon van Hue = Hugo.

Houck, de, Houcke (de), Dehoucke, de Houk, Houke, Lehouce, Lehouck, Lehoucq, Lehouque, Lehocq, Lihouck, Hoek, Hoeks, Hoekx, Hoex, Hoecks, Hoeck, Hoeckx, Houck, Houckx, Houkx, Houx, Houcque, Houque, Houques, Hocke, Hockee, Hocks, Hoc, Hockx, Hox, Hocque, Hocq. 1. Bijnaam (of vissersnaam) uit het Middelnederlandse houck: zeevis (geen snoek). 2. Bijnaam (of kwekersnaam) uit het Middelnederlandse houc, hoekijn, houcksken: geitenbok, lam, geitje. 3. De vormen zonder lidwoord kunnen ook vadersnamen zijn uit een hug(o) -naam.

Houdenbrouck, Oudenbroek: oud broekland, moeras. Bijvoorbeeld in Oostnieuwkerke.

Houdenrogge, van. Beroepsnaam voor de graankoopman, die oude rogge verkoopt.

Houdersteijn: Zeeuws-Vlaamse aanpassing van de Waalse familienaam Haudestaine, zelf een Waalse aanpassing van Duits Hauenstein, Plaatsnaam (Beieren, Baden-Württemberg, Rijnland-Pals, Zwitserland).

Houdevelt. Plaatsnaam Oudeveld in Lochristi, Zaffelare en Zeveneken (Oost-Vlaanderen).

Houdijk, Houdijker, van, Oudijk, Holdijk. Plaatsnaam Oudijk, Westwoud.

Houdisse. Oudfrans hordeis, Middelnederlands hordijs: palissade, verschansing, borstwering.

Houdmont, Houdemon, Houdemond, Houtmont, Houmont, Hautmont, Hodmon, Houlmonts, Houlmont: Plaatsnaam Houdemont (Luxemburg, Meurthe-et-Moselle). Of Waalse gereduceerde vorm van plaatsnaam Houdremont, Namen.

Houdret, Houdrez, Germaanse voornaam huld-rêd 'trouw-raad': Huldrada.

Houet, Hoé, Hoët, Hoez, Hoëz: 1. Afleiding van Oudfrans hoe, Frans houe: houw, hak, pik. Vergelijk Houel.

Houfflin, Houfflyn, Houfflijn, Houfflain, Ouffelin, Oufflin, Hoefflijn. 1. Waalse aanpassing van de naam Hovelynck, Hoffelinck: zie bij Hovelynck. 2. Bestaat ook als variant van Houpline: zie daar.

Houg: Vadersnaam. Variant van Huige, Huych, de Germaanse voornaam Hugo.

Hougardy, Hougardi. 1. Waalse naam van de inwoner van Hoegaarden (Vlaams-Brabat). 2. Plaatsnaam Hougardy in Perwez-le-Marché.

Hougrand. Misschien plaatsnaam Orp-le-Grand (Waals-Brabant),Waals ô l' grand.

Houillet, Houillot, Houilion, Houillon, Houllion, Houyon: Hypercorrect voor Ouillet afleiding van Oudfrans oil: oog. Oudfrans oeillet: oogje, opening.

Houioux, Houjou, Houyout, Houyoux, Houijoux, Hoyoux, Hoyou, Hujoul, Hujoel: Plaatsnaam Ho(u)youx, Houyou(x) in Herstal, Hoei, Bois-et-Borsu, Bilstain (Luik), Gesves, Namen.

Houis. Plaatsnaam (onder meer Nord, Aisne, Ardèche).

Houke, Ouke: Houke of Hauke is een Friese vorm van de voornaam Hugo. Bekend is de figuur van Hauke Haien in ‘Der Schimmelreiter’ (1888) van Theodor Storm.

Houlet, Houllez: Afleiding van Oudfrans hole, van Nederlands hol: holte, bordeel, kleine woning. Zie ook Hollet.

Houllier, Hourlier, Houillier, Houiller, Houilliez: Bijnaam voor eenlosbol, losbandige.

Houlteau, Houlteaux. Plaatsnaam Houlteau in Chaineux, Dison en Thimister (Luik).

Houman, Hauman, Haumann, Hawemann: 1. Afleiding van werkwoord houwen. Synoniem met De Houwer: hout- of steenhakker. 2. Afleiding van Van den Houwe.

Houmard. Oudfrans homard: (zee)kreeft. Bijnaam. Vergelijk Ecrevisse.

Houmes: Vermoedelijk aanpassing van de in West-Vlaamse frequente familienaam Hommez, van Omez, van Omer. Germaanse voornaam Otmar, Audomarus.

Houniet, Hounjet, Hoenjet, Hougnet, Hognet. Afleiding van Hogne (zie Hogne 2.).

Houpinnes, van, Houpes, van, Houpines, van, van Hopplinus, van Hopplijnus, van Ouplines, van Oplynes, (van) Oplynus, van Oplinis, (van) Oplinus, Oplines: Plaatsnaam Houplines (Nord).

Houpline, Houpeline, Hupelyne, Houblinne, Oplynus, Houfflin, Houfflyn, Houffllijn, Houffllain, Houfflijn. 1. Houpelin komt van het Middelnederlandse houp: hoepel. Beroepsbijnaam van de hoepelbinder, kuiper. Vergelijk De Hoop. 2. Mogelijk uit Houplinnes, plaatsnaam in Nord.

Houppermans. Vadersnaam. Afleiding van Houper, van Huppert, Hubrecht.

Hourand, Hourant, Horent, Horrent: Tegenwoordig deelwoord van Oudfrans hurer: (het haar) rechtop doen staan. Bijnaam voor iemand met stoppelig, borstelig haar. Vergelijk Hurard.

Hourdeau, Hourdeaux, Hourdeax, Hourdiaux: Afleiding van Oudfrans horde, van Middelnederlands horde, hurde: staketsel, tribune, stellage, steiger.

Houriez, Hourriez, Houry, Houri: Oudfrans ho(u)rier: losbol, losbandige.

Hourman, Hourmant, Hourmont: Waalse aanpassings van Horeman.

Hourt. Plaatsnaam Hourt in Grand-Halleux (Luxemburg).

Hous. Variant van Haus? Verkort van Dehoux? Of = Hose (zie Detîoze)?

Housard, Housaer, Houzard, Houssard, Houssart, Houssat, Hosaert, Hussaarts, Osaer, Osaert, Ossaer. Beroepsnaam afgeleid van het Oudfranse hose en het Germaanse hosa: laars. Een laarzenmaker dus. Zie ook Osaer.

Houssaije, de la: Plaatsnaam. Frans Houssaie ‘plaats waar hulst groeit, hulstbos’.

Housiau, Housiaux, Housieau, Housieaux, Houzeaux, Houzeau, Houzieauix, Houziau, Housay, Houzai, Hozay, Hossay, Hosay, Housseaux, Housseau, Houssieau, Houssieaux, Haoussiau, Houssiaux, Houzelle, Houzel, Hosseel, Husay: 1. Oudfrans hosel, Frans houseau: hoge slobkous, kous, laars, beenkap, scheenplaat. Vergelijk Hosselet. Bijnaam of beroepsnaam. 2. Houssain, zie Hussin.

Houssel. Afleiding van Frans houx; hulst.

Houssier, Houssière: Plaatsnaam Houssière: plaats waar hulst groeit. La Houssière in 's-Gravenbrakel en Ron-quières (Henegouwen).

Houssonloge, Houssonlonge, Housonloge: Plaatsnaam Houssonloge ook Housonlange in Harzé (Luik).

Houssoy. Verspreide plaatsnaam Houssoit: plaats waar hulst groeit.

Hout, Houte. Verkort van Van Hout of Houtman.

Hout, van (den), van der Hout, van Houdt, von Hout, ten Hout, (in ‘t) Hout, van (den/der) Houte, van Houtte, van (den) Houten, van Hoynck, Hoyng, Hoijnck, Hoiinck, Hoying, hooyng, Hooyenga. Van hooi en ink.

Haute, van Haut, van (den) Hauten, van (den) Houdt, Vanhout, van Houts, van (den) Haute, van (den) Hautte, van Haudt, van (den) Hauten, Hout, van Hoet, van Hoed: Zeer verspreide plaatsnaam, familienaam Hout, ten Houte ‘bos’.

Houtave, Houtaeve, Houthaeve, (van) Houthave, (van) Houttave, Houtthave: Plaatsnaam Houtave (West-Vlaanderen).

Houtackers. 1. Verspreide plaatsnaam Houtakker, onder meer in Turnhout. 2. Eventueel beroepsnaam Houthakker.

Houtaer, van den. Middelnederlands outaer: altaar. Reïnterpretatie van Van den Outer. Zie van Outer.

Houtain, Dehoutain: Plaatsnaam Houtain (Waals-Brabant, Luik) van Nederlands Houtem, Germaans hult-haim. Houtain-l'Evêque = Walshoutem (Vlaams-Brabant).

Houtappel, Holtappel, Holtappels, Holzapfel: Middelnederlands houtappel, Nederduits en Oostnederland holtappel, Duits Holzapfel: bosappel, wilde appel.

Houteghem, van, Houtegem, van, van Houtteghem, van Hautteghem, Hauteghem, Hautegem, van Hauttegem: Plaatsnaam Houtegem in Etikhove (Oost-Vlaanderen).

Houtekamer: Plaatsnaam Oudekamer in Heinkenszand (Zeeland).

Houtekiet, Houtekeet, Houtket, Houtekie, Houtekeite, Houtekeide, Houtqui, Houttekiet, Houtteuiet, Hoedekie, Hautekiet, Hautequiet, Hautekeer, Hautekeete, Hautekete, Hautekees, Hautequest, Hauttekeete, Hauttekete, Hauttequet, Haidiquet, Autekie, Autequitte. Familienaam uit een plaatsnaam 1365 den Houtekiet - Moen (?).

Houtekins, Houttekens, Houtekens, Houttekindt, Houttekint: Misschien uit Woutkin (vergelijk Houters).

Houtelmans. Afleiding van Van Houterle. Plaatsnaam Houtel (Antwerpen).

Houtem, van, van Houttem, van Houtum, van Hauthem, van Hautem, Hautem, Autem: 1. Plaatsnaam Houtem (2 x West-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam St.-Lievens-Hnegouwen, Kruishoutem of Letterhoutem (Oost-Vlaanderen). 3. Plaatsnaam Walshoutem (Vlaams-Brabant). 4. Zie Van Houtum.

Houtema: Friese afleiding van van Hout, van den Hout. Vergelijk Houtman.

Houten, van, van Houtten, van Hauten: 1.Plaatsnaam Houten (Utrecht). 2. Verkort uit van den Houten. 3. Eventueel vn Van Houtem.

Houtenbos. Plaatsnaam Houtenbos in Krombeke en Dentergem (West-Vlaanderen)

Houtepenne, Houtepen: Plaatsnaam Hautepenne in Gleixhe (Luik).

Houtevelt, Houtevelde, Houtevelts, Houtevels, Houtefelt, Hautefelt, Hautevels, Auteveld: Plaatsnaam Houteveld(e) in Zèle (Oost-Vlaanderen) en Beigem (Vlaams-Brabant).

Houthoff: 1.Plaatsnaam Houthof, Nederduits Holthof. Of Oud Hof? 2. Volksetymologisch uit Hoothoofd, Bijnaam of huisnaam.

Houthoofd, Houthoofdt, Houthooft. Bijnaam of huisnaam Houten Hoofd. Vergelijk Engels Woodhead, Duits Holzkopf.

Houthuys, Houdthuis, Houdthuys, Haud'huyze, Authuys, Hautus: Plaatsnaam Houthuis: houten huis. Houthuizen in Dilzen (Limburg).

Houthuijzen: Plaatsnaam Houthuizen in Huissen (Gelderland) en Grubbevorst (Nederlands Limburg). Johann Jost Holtzhausen uit het Duitse Homberg (wellicht Noordrijn-Westfalen) trouwde in 1786 in Amsterdam als Justus Houthuijsen.

Houtkamp, Houdkamp, Houkamp: Plaatsnaam, vergelijk Holtkamp.

Houtkerke, van, van Hautekerke: Plaatsnaam Houtkerke (Frans-Vlaanderen).

Houtkoper: Beroepsnaam van de houtkoopman.

Houtman, Houtmans, Houteman, Houtemans, Houtteman, Houtemane, Hautteman, Hautman, Hautmann, Hautemans, Hauteman, Autmans, Autmans, Outmans, Holtman, Holterman, Holter, Holtermans: 1. Afleiding van van Hout, van den Houte. 2. Beroepsnaam van de timmerman.

Houtmeyers, Houtmeijers, Houdmeyers: Beroepsnaam van de houtmeier, houtvester.

Houtmortels. Plaatsnaam. Mortel; drassige grond.

Houtop: Misschien door assimilatie uit plaatsnaam Houtdorp in Ermelo (Gelderland). Vergelijk Duits Holtrop (Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen).

Houtput. Plaatsnaam in Houtem (Veurne) en Ruddervoorde (West-Vlaanderen).

Houtschild. Reïnterpretatie van Houwschild: Bijnaam voor een krijger die op het schild loshouwt. Vergelijk Frans Talleyrand, Duits Hau(en)schild.

Houtterloot. Vadersnaam, verschrijving van Wouterloot, een knuffelvorm van Wouter. Vergelijk Waterloos 3.

Houttum, van, Houtum, van: 1. Plaatsnaam Houtum in Son (Noord-Brabant) en Kasterlee, Antwerpen. 2. Plaatsnaam Houtem (West-Vlaanderen), Sint-Lievens-Houtem, Kruishoutem, Letterhoutem (Oost-Vlaanderen), Walshoutem (Vlaams-Brabant).

Houtvast, Hautvas, Hautvast: Bijnaam. Zinwoord: houd vast. Vergelijk Holvast.

Houtven, van, van Hautven, van Houtvin, Houtvinck, van Uytven, Uytvent, van Uijtven, van Uytvinck, Hautvenne, Houtphenne, Hautefenne, Hautfenne, Hautphenne, Hovens, Hoof, van, Hofs, Hoofs, Hoefs, Hoos. Plaatsnaam Houtvenne, Antwerpen, Hoven, Zutphen, Deventer, Duitsland.

Hautphenne, Autphenne, Hautferme, Hautefin. 1. Familienaam uit de plaats Houtvenne (Antwerpen). 2. Sommige vormen komen wellicht uit de plaatsnaam Hautepenne in Gleixhe (Luik).

Houvelez. Lees Honvelez, plaatsnaam in Bovigny (Luxemburg).

Houtzagers, Houtzager: Beroepsnaam van de (hout)zager.

Houweele, van den, van den Auweele, van den Auweelle, van den Aweele: Plaatsnaam Den Hauweel, zoals in Oekene: stuk land in de vorm van een houweel, houw, pik.

Houweling: Vadersnaam. Afleiding van de Fries-Groningse voornaam Houwe, van Hugo. Vergelijk Houwen 2.

Houwelyckx, Houwelyks, Houwelijk, Houwelijks, Houwelijkx, Houwelijckx, Houdelinckx, Heuwelyckx, Heuwelx: Bjnaam: huwelijk. Vergelijk Frans Mariage, Bonmariage.

Houwelingen, van: Wellicht de in 1421 verdronken plaats Houweningen. Vergelijk Houweningswater in Sliedrecht (Zuid-Holland) en Werkendam (Noord-Brabant).

Houwers, Houwer: Beroepsnaam van de houwer, houthakker of steenhouwer.

Houwen, Houwink, Hauwen. 1. Bijnaam naar houwe: houweel, werktuig om uit te houwen. Beroepsbijnaam van bijvoorbeeld de steenhouwer. 2. In Limburg variant van Houben. Zie Hubin. Vooral Houwink is veeleer vadersnaam, zoals Houwing. Zie ook Houweling.

Houyet, Houyez: 1. Plaatsnaam Houyet (Namen). 2. Spellingvariant van Houillet.

Houze. 1. Zie Huysse. 2. Eventueel variant van Hoze.

Hovard, Hova, Hovart, Hovaert, d'Heuvaert, Dheuvaert, Deuvaert. 1. Naam uit het Middelnederlandse hovaerde: fiere, trotse. Bijnaam. 2. zie ook Odevaer(t).

Hove, (van), van Hoove, Vanauve, Vanhauv, Vanhauve. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hove (Antwerpen - Henegouwen). 2. Zie ook (Van den) Hove.

Hove, Hoven, van (den), Hove, Hoven, Hovens, Houven, Hovius, van Hoove, Vanauve, Vanhauve, van (den) Hoof, Hooff, van (den) Hoef, van Hoefs, van (het) Hof, Vvn ’t Hof, Hoff, von den Hof, Hoff, Vonhoff, von den Hoofden, van den/r Hooft, van der Hoofd, van 't Hooft, van (den) Hof, Hoff, van Oof, Of, Hofs, Hof, Ten Hove. Familienaam uit de zeer verspreide plaatsnaam (ten) Hove.

Hovel, van, Hovell, van, Hoevel: Nederduitse plaatsnaam Hôvel: heuvel.

Hovelynck, Hovelinck, Hovelijnck, Hoffelinck, Hoevelinck. Naam uit het Middelnederlandse hovelinc: hoveling, edelman. Of afleiding van Van den Hove. Vergelijk Duits Höfling.

Hoven, Hovens, Hovent, Houven, Ovens. Weergave van dialect en Waals uitgesproken Haven(s); zie Haeven(s).

Hoven, van den. 1. Variant van Van den Hove. 2. Spelling voor Van den Oven. Plaats- en huisnaam. Vergelijk Frans Dufour.

Hovenkamp. Waarschijnlijk van Nederduits Overkamp: over het veld. Of Haverkamp?

Hover, van. Van Haver. Vergelijk Hoverland.

Hovertin. Variant van Aubertin?

Hovestadt. Duitse plaatsnaam Hovestadt. Vergelijk Hofstadt.

Hovorst, van, van Hoevorst, van Hoovorst, van Ovost, van Hoyvorst, d'Hooghvorst: Plaatsnaam Hovorst in Viersel (Antwerpen), Hoogvorst in Kraainem (Vlaams-Brabant), Hogevorst in Bassevelde (Oost-Vlaanderen).

Houwerzijl: Plaatsnaam Houwerzijl in Ulrum (Groningen).

Houwing, Hauwing: Vadersnaam. Afleiding van de Fries-Groningse voornaam Houwe, van Hugo.

Houkes, Houke, Houkema, Houx, (de): Franse plaatsnaam Houx‘ hulst’. Houx in provincie Namen en in Eure-et-Loir.

Hove, van; (van) Hoove: 1. Plaatsnaam Hove (Antwerpen, Henegouwen). 2.Variant van van den Hoven.

Hovelinck: Middelnederlands hovelinc ‘hoveling, edelman’. Vergelijk Duits Höfling. Ook wel afleiding van van den Hove.

Hoven, van (den); ten Hove,van Hooff, van Hoof: Frequente plaatsnaam (ten) Hove, schepenen in Hulster ambacht.

Hovendaal: Plaatsnaam.

Hovens: Variant van Havens, afleiding van Middelhoogduits, Nederduits haven, Duits Hafen ‘pot’. Beroepsbijnaam voor de pottenbakker.

Hovius: Latinisering van van (den) Hove.

Hovijn, Hoveijn, Hoving, Hovinga, Hovenga en Hofma: Vadersnaam. Hypercorrecte spelling voor Ovijn. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Ovo, Hove, Houe of Haue

Howe. Engelse vadersnaam Hugh, Hue; Hugo via Oudfrans Hue.

Howet. Engelse vadersnaam Hewet(t), Huet, afleiding van Oudfrans Hue = Hugo. Vergelijk Huget, Huet.

Howson: Engelse vadersnaam, van Hughson, Huson ‘zoon van Hugo’.

Hoyet, Hoyez, Hoyer. 1. Middenfrans en Picardisch houet: kleine hak, houw. Vergelijk Houel. 2. Spellingvariant van Houillet.

Hoyois, Hoyoit, Hoyos, Hoyost. 1. Variant van Hayois. 2. Zie Hutois.

Hoys. 1. Beroepsnaam van de hooier. Vergelijk Hooijer. 2. Een familie Hoys zou oorspronkelijk Hoyos (sloot, gracht) geheten hebben en uit Castilië gekomen zijn.

Hoywegen, van: Plaatsnaam Hoge weg.

Hoze, de, (d')Hose, d'Hoze, Hoos, (de) Heuse, Heus: Middelnederlands hose: kous, laars. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk De Coussemaker.

Hozee, Hoezee: Spelling voor Houzet, Housé, Hozée, Hosset. Verkleinvorm van Oudfrans hose ‘kous, laars’. Bijnaam ‘gelaarsd’ of beroepsbijnaam.

Hozemont. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Osmunt. Engelse familienaam Osmond. 2. Plaatsnaam (Horion-) Hozemont (Luik).

Hozman. Spelling voor Hozeman of Hausmann.

Huon, Hugon, Huion: Vadersnaam. Franse verbogen vorm van de voornaam Hugo.

Huot, Hugot, Houot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hugo.

Huant, Huang: Tegenwoordig deelwoord van huer: schreeuwen, roepen. Bijnaam.

Huard, Huart, Hua, Huat, Huwarts, Huwart, Huwaerts, Huwaert, Huwarte, Uwaerts, Huyard, Hujar, Heuardt, Heuart, Houart, Houard, Houaert, Houa, Houat, Hoewaer, Houward, Houwaert, Houwaer, Houwaart, Hauwaerts, Hauwaert, Hawaert, Auwaerts, Auwaert, Howard, Howa: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hug-hard 'verstand-sterk' of afleiding van Hue: Hugo. De w is een hiaatdelgende glijder; vergelijk Huwe = Hue. De Engelse familienaam Howard heeft dezelfde oorsprong.

Huau, Huaud, Huaux, Hugault, Hugaus, Hugaux, Ugau: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hug-wald 'verstand-heerser’.

Hubaille, Houbaille: 1. Plaatsnaam in Celles (Namen). 2. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hubert.

Hubau, Hubaut, Huba, Hubaux, Hubeaux, Hubeau, Hubieua, Hubau, Hubo, Houbau, Houbeau, Houbeaut, Hoebaux, Hoba, Hubert, Huberts, Hubetz, Heubert, Huber, Hubers, Hubertus, Huberti, Huberty, Hobert, Hobertus, Hubar, Hubart, Hubbard, Huba, Houbaer, Houbaert, Houba, Houbard, Houbar, Houbart, Houbas, Houbat, Houbba, Hauber, Haubert, Hoebaer, Hoebaers, Dehoubert, Houbier, Houbiers, Hoeby, Houbie, Huby, Huybaerts, Huibers, Vadersnaam. 1. Romaaense vorm van Germaanse voornaam hug-bald; verstand-moedig': Hugibold, Hubaldus. 2. Afleiding van voornaam Hubert.

Hu, Hau, Hui. Chinese naam, betekent geest.

Hubené. Vadersnaam Hubinet, van Hubin.

Hubeny. Tsjechisch hubeny: mager, tenger.

Hüber, Huber, Hubers, Hueber, Hubner, Hubner: 1. Duitse afleiding van Hube, Middenhoogduits huobe: hoeve. 2. Zie ook Hubert.

Huberdault, Huberdeau. Afleiding van de voornaam Hubert.

Huberland, Huberlant, Uberland: Wellicht plaatsnaam: land van een Huber: bewoner van een hoeve.

Hubermont. Plaatsnaam in Celles (Namen), Montignies (Henegouwen), Neufvilles (Henegouwen), Ortho, Tillet (Luxemburg). Of Hubiermont in Maransart (Waals-Brabant).

Hubert, Huberts, Hubertz, Heubert, Huber, Hubers, Hubertus, Huberti, Huberty, Hobetus, Hobert, Hubart, Hubar, Hubbard, Huba, Houbaert, Houbaer, Houbar, Houbard, Houbar, Houbart, Houbas, Houbat, Houbba, Haubert, Hauber, Hoebaers, Hoebaer, Dehoubert, Houbiers, Houbier, Houby, Houbie, Huby, Huybaerts, Huibers, Huybert, Huyberts, Huybes, Huijberts, Huijbers, Hoebers: Vadersnaam. Hubert is de Romaanse vorm van Germaanse voornaam Hubrecht, hug-berht 'verstand-schitterend'.

Hubesch. 1. Zie Hübsch. 2. Uit Huberts.

Huybert, Huybertt, Huyberts, Huijberts, Huijbers, Huijbert, Hoebers. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Hug-bald.

Hubbelmeijer: Uit Duits Hubmeier ‘meier, boer op een erfleen’.

Hubin, Hubain, Hubben, Hube, Huben, Hubens, Hubenne, Huiben, Huyben, Huybens, Huijben, Huijbens, Huybrens, Huijpens, Huypens, Hauben, Haupens, Houbben, Houben, Hoeben, Hobbin, Hobin, Hobijn, Hobben, Hoben, Hoppe, Hoppen, Hoebink, Hobbing, Hobbema, Hobma, Hobbes, Hobbie, Engelse Hobson. Vadersnaam Engelse Hubbe, Hobbe, knuffelvorm van de Germaanse voornaam hug-berth, Hubrecht. Zie ook Obin.

Hubinon, Hubinont, Hubinant. Vadersnaam, afleiding van Hubin.

Hubleau, Hublau. Vadersnaam, knuffelvorm van Hubert, de Romaanse vorm van Hubrecht. Zie verder bij Hubrecht.

Hublart, Hublard, Hublaert, Hublat. Vadersnaam. Afleiding op –elard van Hubert.

Hublet, Hubled, Hublé: Vadersnaam. Afleiding van Hubert.

Hublin. Vadersnaam Hubelin. Afleiding van de voornaam Hubert.

Hubloux, Hublou, Hubloue, Hubloe. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hubert.

Hübner: Duits afleiding van Hube, Middelhoogduits huobe ‘hoeve’.

Hubo, Hubot. Vadersnaam. Vleivorm van Hubert of Hubaud. 1

Hubrechtsen, Hubrecht, Hubrechts, Hubrechtssen, Hubregtsen, Hubregtse, Hubrechsen, Hubrechse, Hubrecksen, Hubreghse, Hubregsen, Hubregzen, Huibrechtse, Huibrechts, Huibregt, Huibrechtsen, Huibregtse, Huijbrecht, Huijbrechtse, Huijbrechts, Huijbregsen, Huijbregse, Huijbregts, Huijbregtsen, Huijbregtse, Hubreght, Hubregsen, Hubrehtsen, Hubrehtse, Huberecht, Hubricht, Hubrichts, Hubrighs, Hubrick, Huibrecht, Huibrechts, Huybrecht, Huybrechts, Huijbrecht, Huijbrechts, Huijbrechs, Huijbregts, Huijbreckts, Huijbrects, Huijbreck, Huijbreckx,, Huijbreghts, Huijbreghts, Huijbrigts, Huijbrichs, Huijbrichs, Huijbrighs, Huyberechts, Huijberechts, Heubrechts, Heubrecq, Hoebrecht, Hoebrechts, Hoebrechs, Hoebreck, Hoebreckx, Hoebrekx, Hoebregs, Hoebregts, Hoebreghts, Hoebreghs, Hoebrichts, Hoebrects, Hoebreeck, Hoeberechts, Hoebereghs, Hoebergs, Houbrecht, Houbrechts, Houbrech, Houbreghts, Houbregs, Houbrights, Houbrigts, Houbrichts, Houbreckx, Houbrix, Houbrexhe, Houberechts, Haubrechts, Haubrich, Ubregts: Vadersnaam. Zoon van Hubrecht. Germaanse voornaam hug-berht ‘verstand-schitterend’: Hug(e)bertus. Zie ook Hoebert.

Hübsch, Hubsch, Hubesch: Bijnaam. Duits hubsch: hoofs, hoffelijk. Vergelijk De Hoofsche, Courtois.

Huck, Hucke, Hucque, Hucks, Hucq, Huc, Huch, Huke, Huk, Huque: Vadersnaam. Bakervorm van de voornaam Hugo.

Huckart, Huckert. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hughard.

Hucklenbroich. Nederduitse plaatsnaam Broich, Brook: broek(land); Huckel, Hugel: heuvel.

Hucleux, Huqueleux, Beroepsnaam Huqueleur: omroeper.

Hucliers, Huclier. Plaatsnaam Hucqueliers, Pas-de-Calais.

Hudson, Hutson: Engelse vadersnaam. Zoon van Hudd: Hugh; ook wel van Richard.

Huegenaere, de. Waarschijnlijk= Dhuygelaere.

Huelin, Heulin, Hulin, Hullein, Hullin, Ulin, Ulijn, Uleyn. Vadersnaam, knuffelvorm uit de Romaanse knuffelvorm van Hue (Hugo) vergelijk Hulet, of afleiding van een hild-naam.

Heuns, Heun, Heune. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Huno. 2. Zie Hoen. 3. Zie Hugo.

Huenen, van: Plaatsnaam Huinen in Putten (Gelderland). °1764 Ot Jacobsen, Huinen, maar neemt in 1812 de naam van Huenen aan.

Huet, van: Ook van Huët, van Huut, van Huit. Plaatsnaam Hueth (Noordrijn-Westfalen).

Huffel, van, van Uffelen, van Huffeelen, Huffelen, van Hufel, van Hoffelen, van Uffel, van Offel, Offelen, van Offeren, van Oeffel, Oeffelen, van Nuffel, Nuffel, van Nuffelen, Nuffele, Nuffelen, Nuffellen, Wannuffel, Wanufel, Wanufelle. Familienaam uit de plaatsnaam Huffel: heuvel. Op heel wat plaatsen in België. Steenhuffel (Vlaams-Brabant). Huffel in Loenhout, (Antwerpen), Linkebeek, Opwijk (Vlaams-Brabant), Wieze, St.-L.-Houtem (Oost-Vlaanderen).

Hufschmitt. Duite beroepsnaam van de hoefsmid.

Hugaert, Hugaerts, Hugard, Hugaes, Ugas, Huegaerts, Heugaerts, Huygaerts, Huygarts, Hougaerts, Hoergaerts, Hoegaers, Hoegars, Hoogaerts, Hoogaert, Hoogaers, Hoogaars, Hoogers, Hogers: Vadersnaam. Germaanse voornaam hug-hard; verstand-sterk' of een afleiding van een hug-naam.

Hugain. Vadersnaam. Zoals Engelse familienaam Huggins, vleivorm van Hugo.

Hugebaert, Hogbart, Huquebart, Huygebaerdt, Huygebaert, Huyghebaert, Huijghebaert, Huijgebaert, Heugebaert, Heugenart, Heugebeert, Heughebaert, Heuguebart. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Huijbrecht (hug-berht).

Hugelier, Huggelier, Huvelie, Huvelier, Huyghelier, Huygelier, Huijghelier. Beroepsnaam uit het Oudfranse huchel: koffer. Beroepsnaam voor een koffermaker.

Hugemans, Huygemans: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hugo.

Hugen, Huge, Hugense, Hugens, Huugen, Huige, Huigens, Huigen, Huigh, Huijgens, Huijgen, Huijghe: Vadersnaam. Germaanse voornaam Hugo, van hugu/hugi ‘denkende geest, verstand’, zoals in Nederlands geheugen, heugenis.

Huger. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hugo; vergelijk Duits Hauger. Of hug-hari, zoals Huguier.

Huget, Houguet, Huguet, Hugé, Huge, Huet, Hué, Huwez, Huez, Huwet, Huwette, Huwé, Houet, Hoët, Hoé, Hoez, Hoëz. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Hugo (hugi).

Hughes, Hugh. Vadersnaam. Engelse vorm van Germaanse voornaam Hugo.

Huglo. Vadersnaam Hugelot, vleivorm van Hugo.

Hugo, Hugoo, Huge, Huughe, Huch, Hucht, Hugens, Hug, Huggen, Hueguen,, Hugue, Uge, Ugen, Huegens, Huens, Huige, Huigens, Huyge, -Huygen, Huygens, Huijge, Huijgen, Huijgens, Huygh, Huyghe, Huyghen, Huyghens, Huijgh, Huijghe, Huuyghe, Huych, Huyghues, Heugen Heugens, Eughens, Heuck, Heugue, Heugeu, Hauge, Haugen, Houg, Houge, Hoegen, Hugue, Hugues, Ugeux, Wgeuw, Hue, Hues, Hugon, Huon, Huion, Hugonnard, Hugonnet, Hugonet, Hygonnet, Hugot, Huot, Houot, Huguenin, Huygelen, Huygels. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Hugo (hugi); denkende geest, verstand zoals in Nederlands geheugen, heugenis, heug (en meug) of uit een van de Romaanse vormen ervan. Hugo(o) kan ook een verschrijving zijn voor Hugot.

Hugonnard, Hugonnet, Hugonet, Hygonnet. Vadersnaam. Afleiding van Hugon.

Hugues, Hugue, Heugue, Heugue, Ugeux, Wgeuw, Hue, Hues, Huwe. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Hugo.

Huguenay, Hugueney. Huguenet, afleiding van Hugue.

Huguenin. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Hugue, Hugo.

Huguier. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hug-hari; verstand-leger of afleiding van Hugo.

Huhn. Duitse bijnaam Huhn; hoen. Vergelijk ’t Hoen.

Huidekoper. Beroepsnaam van de huidenopkoper.

Huigevoort. Plaatsnaam Huygevoort, Noord-Brabant.

Huijsentruijt, Huysentruyt, Huysentruit, Huyzentruyt, Uyttentruys: Moedersnaam. Germaanse voornaam isan-trûd 'ijzer-macht'.

Huillon. Spelling voor Willion of Huion.

Huilmand: Vadersnaam. Frans hypercorrecte spelling voor Willeman, afleiding van Willem of Germaans wil-man.

Huin, Houin, Houins, Huain: Vadersnaam. Vleivorm van Hue.

Huineman: Variant van de Overijsselse familienaam Hunneman (sinds 1628). Afleiding van plaatsnaam Hunne bij Deventer.

Huirne, ter: Plaatsnaam met varianten ter Heurne, Terhurne, Terhürne. Plaatsnaam huurn = hoorn‘hoek’.

Huisman, Huismans, Huijsmans, Huijsman: Middelnederlands huusman ‘landman, landbouwer, huisbestuurder’.

Huis, Huijs, Huys, Huyz, Heus, Suys, Suijs, Huyst. Vadersnaam Huis, van Huus, van Huuchs, afleiding van Huge, Hugo.

Huis in het Veld. Huis in 't Veld, Huisintveld: Naar de woonplaats.

Huis, van, Huise, van, van Huys, van Huysse, van Huyse, van Huijsse, van Huyze, Vanuse, Vanus, Vannuse, van Nuss, van Nuysen, van Nuys: Plaatsnaam Huise (Oost-Vlaanderen).

Huising, oud Germaanse persoonsnaam Huso.

Huijerman. 1. Afleiding van Hooijer, Huijer: beroepsnaam van de hooier (in seizoenarbeid). 2. Variant van Heideman: bewoner van. 3. Vadersnaam, variant van Herman(s): zie daar.

Huisman, Huismans, Huismanns, Huysman, Huysmans, Huijsmans, Huissemans, Husemann, Hussmanns. Familienaam uit het Middelnederlandse huusman: landman, landbouwer, huisbestuurder. Ook Huiskes, Huisjes.

Huisser, de, (de) Huysser, de Huijsser, de Huyssere, d'Huysser ,d'Huijsser, Dhuysser, Huizer, Huyzers, Huijzers, Hysers: Afleiding van huis of werkwoord huizen: een huis bouwen, herbergen, onderdak verlenen. Vergelijk Engels Houser, Duits Haus(s)er, Hâus(s)er.

Huisson. 1. Vadersnaam Hueçon, vleivorm van voornaam Hue(s), van Hugo.

Huijsentruijt, Huysentruyt, Huysentruit, Huyzentruyt, Uyttentruys. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam isan-trud: ijzer-macht.

Huisstede, van; van Huissteeden, Hüsstege: Middelnederlands huusstede ‘plaats waarop een huis staat’. Plaatsnaam Huisstede ook ‘kleine harde terp’. Huisstee in Laren (Gelderland). Ook 1475 Huystede in Markelo, Overijssel, 1475 Huesstede in Wiene, Overijssel, 1456 ter Hussteden in Wijhe Overijssel. Nederduits Hustede (Nedersaksen).

Huiszoon, Huissoon, Huisson, Huyssoon, Huysson, Huijszon, Huson: 1. Vadersnaam. Hui(g)szoon, zoon van Huig, Hugo. Zie Huijs. 2 Volks etymologische zoon-naam, van vadersnaam. Hueçon, vleivorm van de voornaam Hue(s) van Hugo.

Huijghebaart: Vadersnaam. Hugebaert, Huygebaer(d)t, Heugebaert. Germaanse voornaam Hubrecht, Hubert.

Huizen, (van): Plaatsnaam Huizen (Noord-Holland).

Huizer, Huijsers, Huijser, Dhuijssers, Huser: Ook de Huisser. Afleiding van huis of van het werkwoord huizen‘ een huis bouwen, herbergen, onderdak verlenen’. Vergelijk Engels Houser, Duits Haus(s)er, Häus(s)er.

Huizing, Huizinga, Huizenga, Huijsing, Huisinghe, Husink, Olden-Huizing, in Friesland Huisinga, Huisenga, Husen, Huyssoon, Huissen, in verkleinvorm Huyskes, Huisama en Huisma. Huisinge is een dorp in Groningerland, en Huysinghe een dorp in Zuid-Brabant. Het Friese geslacht Huizinga stamt van het hof Melkema in Huizinge (Groningen). Huizing is ook een Plaatsnaam in Anloo (Drenthe), Assen (Drenthe) Maar Huizing kan ook een vadersnaam. zijn, afleiding van de voornaam Huso.

Hullaert: Afleiding van van (den) Hulle.

Huldenberg, van, Huldenbergh (van), (van) Hullenbergh. Familienaam uit de plaatsnaam Huldenberg (Vlaams-Brabant).

Hulders, Hudders. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam huld-hari.

Hulle, van (den), Hul, van (den) Hul, Verhulle: Plaatsnaam ten Hulle ‘heuvel’.

Hulders, Hudders. Germaanse voornaam huld-hari 'trouw-leger' of hild-hari 'strijd-leger', vergelijk Heudebert, van Hildbert.

Hulem, van, van Hulen. Waalse verhaspeling van Van Huile.

Hulet. Vadersnaam. Afleiding op –let van Hue.

Huleu, Huleux, Heuleu, Heeleu, Helu, Hélu, Elu: Plaatsnaam Huleux in Itter (Waals-Brabant) en Néry (Oise).

Hulhoven. Plaatsnaam Hulhoven, Duitsland.

Hullaert, Hulard. Afleiding van Van (den) Huile.

Hullebus, Hullebusch (van), Heulbosch. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Hulbos in Ingooigem, West-Vlaanderen, Hullebos in Loppem en Oostnieuwkerke, West-Vlaanderen, of Hullebus(bos) in Ruiselede/Zuienkerke. West-Vlaanderen.

Hullegems. Hypercorrect voor Hilegems.

Hulleman: Afleiding van van (den) Hulle.

Hullenkremer. Duitse beroepsnaam Hullenkremer; verkoper van hoofddoeken, kapmantels.

Hullmann: Duits Hülmann, die bij een Hüle woont, dat is Middelhoogduits hülwe, hulwe ‘plas, poel’.

Hulot, Heulot: Vadersnaam. 1. Vleivorm van Hue: Hugo. 2. Of van hild-naam; vergelijk Hulin.

Hullu, (de); van Hullu: Plaatsnaam Hulluch (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Hulpen, van der, van der Helpen, Verheulpen, Verhulpen, Verulpen, Verulpens, Verhelpen. Naam uit de plaatsnaam Terhulpen (Waals-Brabant). 

Hulpiau, Hulpiaux, Hulpia, Hulphia, Hulpio: Oudfrans hurepel: met borstelig, stekelig haar. Bijnaam.

Hulsbergen, Hulsberg: Plaatsnaam Hulsberg (Nederlands-Limburg, Noordrijn-Westfalen).

Hulsebos, Hulsbos, Hulzebos, Hulsebosch, Hulsebosch, Hulsbosch: Plaatsnaam Hulsbos ‘hulstbos’. Hulsbosch in Weerd (Nederlands Limburg, Duitsland, Vollezele, Vlaams-Brabant, Borgloon, Limburg.

Hulsebosch, Hulsebosch, Hulsebos. Plaatsnaam Hulsbos; hulstbos, Hulsebosch in Norg (Drenthe).

Hulse, van, Hulsen, van. Plaatsnaam Hulsen, Nederlands-Limburg, Overijssel.

Hulsebaet. Waarschijnlijk verhaspeling van Hutsebaut.

Hulsel, van, Verhulsel. Plaatsnaam Hulsel in Mierde, Vlaams-Brabant, Poppel en Retie, Antwerpen.

Hulselmans. Afleiding van Van Hulsel.

Hulsen, Hulsens, Heulsen. Vadersnaam, knuffelvorm op –sin van een Germaanse huld-naam. Of moedersnaam van Hul(de)sendis.

Hulshaegen, Hulshagen. Plaatsnaam Huls(t)hage: haag met hulst.

Hulsenboom: Plaatsnaam ‘hulstboom’.

Hulshoff, Hulshof: Plaatsnaam ‘hof waar hulst groeit’. Ook frequente Duitse plaatsnaam Hülshof(f) (Hessen, Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen).

Hulshout: Plaatsnaam (Provincie Antwerpen).

Hulshorst. Plaatsnaam, Gelderland.

Hulsing. Plaatsnaam Hulsing, Nedersaksen.

Hulsken, Hulskens: Afleiding van plaatsnaam Huis: hulst.

Hulsman, Hulsmans, Hulsmann: 1. Afleiding van van den Hulse, van Hulst. 2. Afleiding van Duitse plaatsnaam Hülsede (Nedersaksen).

Hulst, van der, de, Verhulst, van der Hust, van der Rusten, Vandeusten, Vanderusten, Vanderuste, Vanderust, Vanderusse, Vandereus, Vanderuse, Vanderus, Verhulst, Verulste, Verhust, Verroeurlst, Hulse,: Verspreide plaatsnaam Ter Hulst: plaats waar hulst groeit. Ook = Van Hulst of Van Hulste.

Hulstaert, Hulstaart: Afleiding van Van Hulst(e)/Van der Hulst.

Hulste, van. Plaatsnaam Hulste, West-Vlaanderen.

Hulscher, ten, Hölscher, Hulsker, Hilscher. Plaatsnaam Het Hulscher, Zenderen.

Hulster, (de); de Hulsters, Dhulster, Dhulsters, Dulster, Dhulster, d’Hulster, d’Hulstere, Dulster: Afkomstig van Hulst (West-Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen). Familienaam Hulster van plaatsnaam Hulst.

Hultberg. Duitse plaatsnaam Holtberg in Schneverdingen.

Hultman, Hultermans. Afleiding van Van Hulten?

Hulstman: Afleiding van van (der) Hulst. Of variant van Hulsman.

Hulten, van; van Hilten: Plaatsnaam Hulten (Noord-Brabant).

Hulster (de); de Hulstere, de Hulsters, Dhulsters, Dhulster, Dulsters, Dulster, D’Hulster, D’Hulstere, Dulsster, De Hults, Dhulst, Dulst, Dust, Dhulst, Dulst: Afkomstig van Hulst (Zeeuws-Vlaanderen).

Hulten Van, Van Hilten. Naam uit de plaatsnaam Hulten (Noord-Brabant).

Hultink, Hulting, Holtink. Naam uit de plaatsnaam Hult/Holt.

Hulzen, van: Plaatsnaam Hulsen (Nederlands-Limburg, Overijssel).

Hülzenbecher. Duitse plaatsnaam Hulsenbecke.

Humartus. Latinisering van Humart.

Humbeek (van), (van) Humbeeck, Humbeck. Naam uit de plaatsnaam Humbeek (Vlaams-Brabant).

Humbert, Humber, Hombert, Hombrecht, Ombrecht, Ombregt, Humpert, Humpers: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hûn-berht: Hunbertus, Humbertus, Ombertus. 2. Ook verward met Hubert.

Humberg, Humborg. Duitse plaatsnaam.

Humblet, Humbled, Humblé, Hombelet, Homblet, Homblette, Homblé, Homble, Ombelet, Omblet, Omblets, Ombelets, Omeblets, Onbelet, Onbeet, Humeau, Humet, Hume, Humez, Humé: Dialect variant van Ormeau, Oumet, afleiding van orme: iep.

Humier. Plaatsnaam; plaats met olmen, iepen.

Humolet, Humblot, Himblot. Vadersnaam uit de voornaam Humbert.

Hummel, Hummelen, Hummelman: Vadersnaam. Verkleinvorm van de Germaanse voornaam Humbold of Humbrecht.

Hudersmarck, Hundersmark, Hundermarsch, Hondsmerk, Houndsmeark: Ook Hondermarcq, Hondermarck. Bijnaam Honderd mark, de muntnaam. Duits Hundertmark.

Humphrey, Humphreys, Humphries, Humphryes, Humfryes, Umphray: Engelse vadersnaam van Germaanse voornaam hûn-frid.

Hunaerts, Hunarts, Huenaerts, Heunaerts: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hûn-hard: Hunardus. 2. Variant Van Heulaerts of Olaerts.

Hunder, Hunders, Huinder, Hönders, Honders, Heunders: Vadersnaam. Germaanse voornaam hund-hari; Duits Hunder.

Hundeshagen. Duitse plaatsnaam.

Hundhausen. Duitse plaatsnaam.

Huneke, Huneke, Hünicke: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Huno. Vergelijk Heungens.

Hunerbein. Hunerbein: Duits Hühnerbein: kippenpoot. Bijnaam.

Huneveld: Plaatsnaam Hunnenveld in Diepenveen, Overijssel, Hunneveld in Zevenaar (Gelderland).

Hung, Hungs. Hung is Alemannisch voor Duits Hund.

Hunger. Vadersnaam. Germaanse voornaam hûn-ger: Hungarius, Hungerus.

Hunout, Hunold, Hounau, Honold: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hûn-wald: Hunold.

Hunnik: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Huno.

Hunsel, van. Plaatsnaam Hunsel, Nederlands-Limburg en in St. Kwintens-Lennik, Vlaams-Brabant. Hunselmans is er een afleiding van.

Hunt, Hunter: 1. Engelse beroepsnaam van de jager, Engels hunter. 2. Spelling voor Duits Hund ‘hond’. Bijnaam.

Huntjes, Hunnekens, Huntjes. 1. Vadersnaam afgeleid van de voornaam Huntje, verbogen met een -s (van Huntje(n)szoon). De Germaanse voornaam Hunte is te interpreteren als 'centenarius' (honderdman). 2. Bijnaam voor een persoon met een hond(je) of iemand die honden fokte of africhtte.

Huntziger. Duitse plaatsnaam Hunzingen.

Hupet, Huppez, Huppé, Huppez. Vadersnaam afgeleid uit de voornaam Hubert met verscherping b/f; vergelijk Hup.

Hup, Huppe, Huppen, Hupe: Vadersnaam. Bakervorm van Hubrecht.

Hupin. 1. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Hubert of variant van Hubin, met verscherping b/f. 2. Eventueel plaatsnaam Huppaye (Waals-Brabant).

Hupka, Hupko. Vadersnaam. Slavisch voor Jacob.

Hupke, Hupkens, Huypkens, Heupgen, Hupgen, Hüpchen: Vadersnaam. Afleiding van Hubrecht. Ook Hûbgen.

Huppert, Hupperts. Huppertz, Huppers, Hupperten, Hupperetz, Hupert, Houppertz, Houpperets, Hopperets, Haupert. Vadersnaam, Duitse vormen van de Germaanse voornaam Hubrecht: hugi-bertha (wat betekent verstand-schitterend).

Hurard. Afleiding van Oudfrans hurer: het haar rechtop doen staan. Bijnaam naar het stoppelige, borstelige haar. Vergelijk Huret, Hurel en de familienaam Hurlet uit Hurard.

Hurbain, Hurbin. Vadersnaam. Hypercorrect voor Urbain.

Hurchon. Variant van Huchon met epenthetische r.

Hurck, van; van Hurek, van den Hurk, Hurkens, Hurks, Hurckens, zie van Horri(c)k. Plaatsnaam, huis Ter Hurkens, Aarle-Rixel.

Hurel, Hureau, Hureaux, Huriau, Huriaux, Hurreau, Ureel, Oreel, Orel, Oorreel, Norreel, Noreel, Norrel, Norel. Naam uit het Oudfranse hur: borstelig haar, stekelhaar. Bijnaam. Vergelijk Huret.

Huret, Huré, Hurez, Hourez: Bijnaam. Afleiding van Oudfrans hur: borstelig haar, stekelhaar. Vergelijk Hurel.

Hurlet, Hurley. Afleiding van Hurel.

Hurlez. Variant van Horlait of Hurlet?

Hurkmans: Afleiding van van Hurck.

Hurner. Afleiding van plaatsnaam Hurn; poel. Ook Hirner.

Hurtado, Furtado. Oude Spaanse familienaam uit hurtar, dit uit het Latijnse furtare: beroven. Bijnaam die zoveel kan betekenen als gekidnapt (en teruggevonden) kind, illegitiem kind, beroofde. Heel wat Hurtado's en Furtado's behoorden rond 1600 tot de Spaanse adel.

Hurt, Hurts, Hurtz, Hort, Horts, Hortz. 1. Het Middelnederlandse hort, hurt betekent hort, stoot, botsing, aanval. Vandaar als bijnaam. 2. Het Middelhoogduits hurt betekent ook vlechtwerk, horde. Vandaar mogelijk als beroepsnaam.

Hurtebise, Hurtebize, Hurdebise, Urtebise, Heurtebise, Hourdebise, Hordebise, Xhurdebise, Hurbedise: Plaatsnaam Hurte-Bise: plaats die aan windstoten blootgesteld is; vergelijk Hurtevent. In Aubechies, Gibecq, Robechies (Henegouwen), Malmedy (Luik).

Hurtecant, Hurtekant, Hurtecam, Hertecant, Hertegonne: Zinwoord: Oudfrans hurter: slaan + cane: eend. Bijnaam voor een eendenvanger, -dief, die eenden klopt, slaat. Vergelijk Duits Entenfànger, Entenmörder. Frans Hurteleux: die wolven slaat.

Hurteux. Picardisch voor Franse familienaam Heurteur, van heurter: stoten, slaan.

Hurtevent, Heurtevent: Plaatsnaam Hurtevent (Somme), Heurtevent (Calvados): plaats die blootgesteld is aan de wind. Vergelijk Hurtebise.

Hürtgen, Hurtgen: Afleiding van Middenhoogduits hurt: gevlochten rijshout, horde. Vergelijk Hourdequin.

Hurxkens. Afleiding van Van Hurck.

Hus. 1. Dialect vorm voor Haus. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam.

Husden, Husdens, Husdent, Husdin, Heusdent, Heusdain, Heusdaint: Plaatsnaam Heusden (zie Van Heusden) of Houdain, Houdent of Hosdent (zie Hosdain).

Hüsing, Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Huso. Vergelijk Huysse.

Husniaux, Husnoo: vadersnaam. Afleiding van Husson?

Hussaarts: Vernederlandsing van Frans Housard, Houssart, afleiding van Oudfrans hose, Germaans hosa, Frans housse ‘laars’. Bijnaam of beroepsbijnaam. Zie Housard.

Hussel, van. 1. Door assimilatie van Van Hulsel. 2. Zie Van Ursel.

Husselman, afleiding van Van Hulsel.

Hussem: Plaatsnaam Hussen (Rijnland-Palts) Of vervormd uit van Uxem?

Hussey. Engelse familienaam, van Oudfrans hoset, housé, afleiding van hose: laars, kous.

Hussin, Hussain, Hussein, Husin, Husain, Huseyin, Houssin, Houssain, Houssin, Houssein, Hossain, Hossein: Vadersnaam. Vleivorm op -ecin van Hue: Hugo. Ook Huchin.

Hut: Duits Hut. Vergelijk den Hoed.

Hustin, Husting, Hustings, Hustink, Hustinx, Hutin, Hutinet: l. Vadersnaam. Misschien afleiding van de voornaam Hue (Hugo).

Hutcheon, Hutchins, Hutchings, Hutchinson, Hutchison, Hutchinson, Hutcheson: Engelse vadersnaam van Huchon.

Hutchinson. Engelse vadersnaam uit Hutch, dit dan weer uit het Normandisch Franse: ziel.

Hutereau, Houtrelle, Houtreille: Afleiding van Frans hutte: hut(je),

Hutjes. Afleiding van Hoed, Duits Hut.

Hutmacher, Huthmacher, Huttmacher, Hutmaeker, Huttemacher, Huttemacker: Beroepsnaam van de hoedenmaker.

Hutois, Hutoy, Hottois, Hottoit, Hotua, Ottoey, Ottoy, Lehutois, Hoyois, Hoyoit, Hoyos, Hoyost. Naam uit het Franse hutois: inwoner van Huy. Ook familienaam Hoyos uit Hoyois.

Huts, Hutse. Naam uit het Middelnederlandse hutsen: schudden, schommelen. Bijnaam voor iemand met een bijzondere gang.

Hutschemaekers, Hutschmemakers, Hutschemackers, Hutsemaikers, Hutsemakers, Hutsemekers, Hutzemaekers, Hutzemakers, Hutzemackers: Beroepsnaam. Nederduits Hultschenmaker, Duits Holzschenmacher: klompenmaker. Nederduits Hultsch, Duits Holzschuh: houten schoen, klomp.

Hutsebaut, Hudsebaut, Hutsenband. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Hitseboud, Idesboud. (baut; moedig).

Hutten, Hütten. Naam uit het Middelnederlandse hutte, het Duitse Hütte: hut, schuurtje. Plaatsnaam.

Huttener, Huttner, Hutterer: Afleiding van Hutte: hut.

Hüttinger, Hutting, Huttinger: Duitse plaatsnaam Huttingen.

Huurman, Huurdeman, Huurneman, Huure, van der. Huurder, beroepsnaam, oud Fries hür ''huurman, landman'', Oudengels gehür ''bewoner, landman.

Huvaere. 1. Variant van Ovaere. Zie Odevaer(t). 2. Zie Huyvaert.

Huvel, Huvele. Afleiding van Oudfrans huve: hoofddeksel; vergelijk Huvet, Huyvaert.

Huvers: Afleiding van Middelnederlands huve, huyve ‘hoofddeksel’.

Huvet, Huvé: 1. Oudfrans huvet: hoofddeksel. Bijnaam. 2. Veeleer variant van Hu(w)et; vergelijk Huvenea = Huweneau, Luik.

Huvier, Uvier: Beroepsnaam huvier: maker van huiven, hoofddeksels, hoeden.

Huwel, Huwels, Heuwelz: Waarschijnlijk Nederduits Hôvel, Duits Hügel: heuvel.

Hûweler, Huweler: Nederduits Höveler, Duits Hübler, naar de woonplaats.

Huzemeijer: Beroepsnaam. Huismeier ‘beheerder van huis, hof’.

Huybs, Huijbs, Huyps, Huijps: Vadersnaam. Korte vorm van Hu(i)brecht.

Huy, d’; de Hoy: Plaatsnaam Huy, Nederlands Hoei (Provincie Luik). Zie ook van Hoeij.

Huybens, Huybs, Huijbs, Huyps, Huijps: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Hubrecht.

Huijboom: Dialectisch variant van Hoboom, van Hoogboom.

Huyck, Huycke, Huick, Huicq, Huyque: 1. Bijnaam voor de drager van een huik, kapmantel of beroepsnaam voor de maker er van. 2. Vadersnaam. Variant van Huck(e).

Huyck, van, van Hucq. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Huik in Hasselt (Limburg), Oostmalle en Edegem (Antwerpen), Leuven en Ottenburg (Vlaams-Brabant). 2. Dialect voor Van Eyck.

Huyck, Huycke, Huick, Huicq, Huyque. 1. Bijnaam voor de drager van een huik, een kapmantel, of beroepsnaam voor de maker ervan. 2. Kan ook een variant zijn van Huck(e),  een knuffelvorm van de voornaam Hugo.

Huyens, Huijens. Vadersnaam. Door g-syncope van Huygens.

Huijer: Beroepsnaam. Dialectisch variant (palatalisering) van Hoijer, Hooijer ‘hooier’.

Huygelaere, d’ Dhuygelaere: Huycheler: huichelachtige vicier, pluimstrijker, flikflooier. Bijnaam.

Huygelberghs. Plaatsnaam Hukkelberg in Kasterlee en Lichtaart (Antwerpen).

Huygelen, Huygels: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hugo.

Huygevelt, Huygevelde, Huyghevelde: Plaatsnaam. Vergelijk Huigevelstraat in Sint-Antelinks (Oost-Vlaanderen).

Huygevoort, van, den, van Huijgevoort, van Huygevoet: Plaatsnaam Huygevoort (Noord-Brabant).

Huyneghem, van, Huynegem, van, van Huijnegem, van Huijneghem: Plaatsnaam Hunegem, oude kern van Geraardsbergen (Oost-Vlaanderen)

Huijs, Huss, Huijsen, Huijssen, Huijsse, Huizen, Huijzen, Huissen, Heuse, Heuzen, Huys, Huyse, Huysse, Huyssen, Huyssens, Huijsse, Huijssen, Huijssens, Hussen, Husse, Huis, Huijs, Huys, Hus, Huse, Uys, Us, Use, Heus, Heuse, Heusen, Heuss, Heusse, Heussen, Heuze, Heuzen, Hous, Housen, Houze, Housse, Houssen. Hoessen, Hoesen, Hoezen: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam Huso. 2. Huis, van Huus, van Huughs, afleiding van de voornaam Huge, Hugo.

Huysegems, Huyseghem, Huysegoms, Huysecom, Huijsegoms, Heusecom, Heusicom, Heysecom, Heysicom, Hysecom, Hysecome, Hisecom. Familienaam uit de plaatsnaam Huizegem in Asse (Vlaams-Brabant).

Huyshauwer, Huishouder: iemand die zijn eigen huis bewoont, die zijn huis beheert. Vergelijk Engels Household.

Huijsheere: Middelnederlands Huusheere ‘heer des huizes, huisheer, eigenaar van een huis’.

Huijskens, Huyskens, Huiske, Huiskes, Hüsken, Hüskes, Husken, Huskens, Huskin, Huskinet, Husquin, Husquinet, Husques, Usquin. 1. Familienaam uit huis. Vergelijk Duits Häuschen, Häusle. Naar de verspreide plaatsnaam. 2. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Huso. 3. Vadersnaam uit Huigsken, uit Huig/Hugo. Zie bij Hugo.

Huyssoon, Huyssoone, Huysseune, Huyssuyne, Huisseune, Huisson: Vadersnaam. Hui(g)szoon, zoon van Huig, Hugo, Huso. Zie Huis.

Huyst. Waarschijnlijk variant van Huis, met paragogische t. Of van Hust, van Hulst?

Huysveld. 1. Plaatsnaam Hulsveld in Meulebeke (West-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Huisvelde in Tetegem, Frans-Vlaanderen.

Huyter, de, Heyters: Middelnederlands hoiter (vergelijk Wuyts uit Woit-, Wouter), houter: houthakker, houtbewerker.

Huyvaert, Huvaere: 1. Middelnederlands huve, huyve: hoofddeksel. Bijnaam. 2. Dialect vorm van respectievelijk Hovaert, Hovaere.

Huijvetter, d’; Dhuijvetter, de Huijvetter, de Huyvetter, Huyvetters, D’Huyvettere, D'Huyvetter, Dhuyvettere, Dhuijvetter, Dhuyvetters, D'Huyveter, D'Huvettere, Duvetter: Beroepsnaam van de leerlooier.

Hyde, Hye, Hij, Hijde: 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam Hida. 2. Hypercorrect voor Ide. 3. Spelling voor Heide, Heye.

Hybrecht, 1. Zie Hibert. 2. Evtentueel variant van Hebbrecht of Hubrecht.

Hijbeek: Spelling voor Plaatsnaam Heibeek in Kessel (Nederlands Limburg), Heijbeek, Roosendaal, (Noord-Brabant).

Hyeulle, Hyolle: Plaatsnaam. Frans hièble, van Latijn ebulum: kruidvlier, Sambucus ebulus. Les Hieulles (Oise).

Hijfte, van, Hyfte van: Plaatsnaam Hijfte in Lochristi (Oost-Vlaanderen).

Hykenberg, van. Plaatsnaam Eikenberg in Maarke-Kerkem (Oost-Vlaanderen).

Hylkema: Vadersnaam. Friese afleiding van Hilke, Hilleke, verkleinvorm van Germaans hild-naam, zoals Hillebrand.

Hyntens. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Hendrik. Vergelijk Hente, Hentiens.

Hijpers: Vadersnaam. Van Hijbers, van Hijberts, Hijbrecht, van Hibbert, voornaam Hildebert.