Verklaring van achternamen H

H.

Van Haack, van Haeken, van Haeke, van Hacke, Haecke, Vanhaecke, van Hack, van Hacken, van Haken, van Haeeke. Familienaam naar de plaatsnaam 'haak': een hoekvormig perceel land. Deze naam komt op diverse plaatsen in Vlaanderen voor, bijvoorbeeld in Wilrijk, Zichem en Waals-Vlaanderen. 

Haaf, Van/ten; van ’t Haaff, Verhaaf, ten Have, van der Have, (van der) Haven, Van Haeff: Plaatsnaam Nederduits haaf ‘hof’, bijvoorbeeld 1356 then Haeff in Lochem (Gelderland), Ten Have ‘ten Hove’.

Haafakker: Plaatsnaam ‘hofakker’? Of veeleer van Haasakker.

Haaften, van, van Haeften: Plaatsnaam Haaften (Gelderland).

Haag, Haghe, Hag)e, Hague, Haech: 1. Korte vorm voor Van der Hage.

Haagsma: 1. Vadersnaam. Friese afleiding bij de mansnaam Hage. Zie Hagen. 2. Afleiding van de Friese plaatsnaam Heeg.

Haak, Haack, Haeck: 1.Beroepsbijnaam naar de metalen of houten haak, ook vishaak. Eventueel bijnaam naar de (hoekige) eigenschap. 2. Vadersnaam. Afgeleid van de voornaam Johannes.

Haak, van der: Plaatsnaam Haak ‘haakvormig perceel’.

Haake: Vadersnaam. Germaanse voornaam Hac(c)o.

Haaksman, Haakman, Haalsma, Haakma, Haaxma, Hacquemans: Vadersnaam. Zoals Fries Haaksma afgeleid van de Germaanse voornaam Hacco, Haco, Ha(a)ke, Haex, bakervorm van Hag-naam.

Haalmeijer. Duits Hallmeier, van Halbmeier: meier die slechts een halve hoeve in bedrijf heeft.

Haalboom, Alboom, van, Album, Albume. Naam uit de plaatsnaam Alboom: plaats waar witte abeel groeit.

Haamstede, van; van Haemstede: Plaatsnaam Haamstede (Westerschouwen, Zeeland).

Haan, de, den Haan, de Haen, d’Haen, d’Haan, d’Haane, d’Haen, Haane, Haanen, Hanen, Haans, Haens, Haen, Haenen, de(n) Haen, Haene, de Naene, Dehanne, Dehane, Dehaene, d’Haene, Dhaen, Dhaene, d'Hane, Dhane, Lehaen, Lehanne, Lehane, Hahn, Hahne, Hahné, Ahn, Jahn, Wetterhahn, Wiesehahn: Bijnaam naar de eigenschappen van de haan: trots, mooie kleding. Ook wel huisnaam (bedrijfsnaam, café-uithangbord, of gewoon huisnaam). (zie Haentjens). 16de eeuw Jan Van Haelen gaat wonen in het huis 'In 't Haenken' en zijn naam verandert in Jan De Haen. D’Haen enz. kan eventueel een spelling zijn voor Daen, van Daniel.

Haan, van, van Haen: Plaatsnaam Haan in Betekom, Grimbergen, Steenhuffel (Vlaams-Brabant), Eernegem, Wielsbeke, Wijtschate (West-Vlaanderen). Vaak huisnaam.

Haanappel. Duitse plaatsnaam Honnepel.

Haandel, van. Plaatsnaam Handel, Noord-Brabant.

Haanen, Haenen, Hanen. 1. Vadersnaam van germaanse voornaam Hano 'haan'. Vergelijk Hannebau, Hennebert. 2. Moedersnaam van voornaam Hane, van Jehane, Johanna. 3. Zie (de(n) Haan.

Haantjes, Haentjes, Haentjens, Hantges, Aantjes: 1. Afleiding van (de) Haan. Bijnaam. 2. Vaders-, moedersnaam van Hannekin (Jan) of Haenkin (Jehane, Johanna). Meisjesnaam Haenkin.

Haandrikman, Hendrikman. Adresnaam, boerderij, buurtschap als in Gramsbergen, een Hendrik was ooit pachter.

Haange, Haantjes, Haentjes, uit Haninga, van de persoonsnaam Haning.

Haaps, van. Plaatsnaam Haps, Noord-Brabant.

Haar. Beroepsnaam van de haarwerker, maker van haren kleden of kleren. Vergelijk De Haermaker.

Haar, ter; van der Haar, Haarman, Haarmans, Haarhuis, Haarmann, Haarmeijer, Haarmeyer: Plaatsnaam ter Haar (Groningen) of de Haar (Drenthe, Gelderland, Overijssel) ‘zandige heuvelrug’.

Haarband. Beroepsnaam van de haarbinder of bijnaam voor wie een haarband draagt? Vergelijk Halsband.

Haarbosch: Plaatsnaam. Haardt, de: Wellicht met secundair lidwoord uit Haart, van Aart = Arnoud.

Haaren. Vadersnaam van Germaanse voornaam Haro of afleiding van welke hari-naam ook (vergelijk Harinck 2.).

Haarlem, van, van Haerlem, Herlem, Haarlemmer. Plaatsnaam Haarlem. Noord-Holland.

Haarler. Afleiding van een plaatsnaam, wellicht Aarle (Noord-Brabant).

Haarman, Beroepsnaam van een haarwerker.

Haarscher, Haarscheer. Duitse familienaam Harscher: lid van een Harsch, een gewapende groep, krijgsschaar.

Haarselhorst. Hypercorrect van plaatsnaam Hazelhorst: hazelarenbos. Duits Haselhorst, Engels Hazelhurst.

Haarsma, van, van Haersma: Vadersnaam. Friese afleiding van de Germaanse voornaam Haro, Hare.

Haas, de, den, Haas, de Haes, (de) Haze, Hazen, Dhaeze, Dhaese, D’haese, Haaze, Haas, Haass, de(n) Haese, de(n) Haeze, Denaes, Denage, de Haze, de Hase, de Haasse, Dehaese, d'Haes, d’Haese, Dhaes, Daese, Dhaeze, Daeze, d'Hase, d'Haze, Hase, Haaze, Haze, Haase, Haasen, Haese, Haesen, Haazen, Hazen, Hasen: 1. Bijnaam naar de eigenschappen van de haas: vreesachtigheid, lafheid, snelheid. 2. Huis/café naam. 3. Reïnterpretatie van Van Raes?

Hazeleger, Haselager, Hazelagerm Haseleger. Adresnaam, Cuijk, Zeewolde etc.

Haaren, van. Plaatsnaam Haaren, Noord-Brabant.

Haasdonk: Plaatsnaam Haasdonk (Provincie Antwerpen, Oost-Vlaanderen) of Hazedonk (Gelderland).

Haasen, van. Plaatsnaam Haasen, Beieren, Hasen, Beieren.

Haasdijk: Plaatsnaam Hazendijk bij Petten (Noord-Holland).

Haasjes: Bijnaam. Verkleinvorm van Haas.

Haasl. Duitse familienaam Hasel; hazelaar. Plaatsnaam.

Haasnoot: Hypercorrecte re-interpretatie van de Franse familienaam Asnot, verkleinvorm van Oudfrans asne ‘ezel’.

Haasrode Van. Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam Haasrode. 

Haast, Haest, Hast. Bijnaam uit het Middelnederlandse haest: haastig.

Haaster, van, Haster. Oorspronkelijk 1630 Van Haestrecht. Plaatsnaam Haastrecht.

Haastrecht: Plaatsnaam Haastrecht (Zuid-Holland).

Haavekost. Nederduitse familienaam Havekost, van Havekhorst: horst waar haviken nestelen.

Haaij, de, Hay, de: 1. Bijnaam naar de naam van de roofvis, de haai. Wellicht naar het inhalige karakter. 2. Haaij zonder lidwoord kan een vadersnaam zijn, zie Haijen.

Haaijer: Afleiding van Middelnederlands haeyen ‘begeren, verlangen; verdragen, verduren’.

Haaijman: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Haie; zie Haijen. 2. Afleiding van Van der Haeyen. 3. Plaatsnaam Haaiman op Walcheren en Schouwen ‘duinpan; minderwaardige grond’.

Habarue, Habaru. Plaatsnaam Habaru in Assenois, Luxemburg.

Habay, Habé: Plaatsnaam Habay (Luxemburg), Duits Habich.

Habets, Habits, Habes, Apetz. Limburgse afleidingvorm voor Van der Habet, naar een plaatsnaam in Wijnandsrade (Nederlands-Limburg).

Habeaux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hath-bald 'strijd-moedig': Hathubaldus.

Haberer. Afleiding van Haber (-li is Zwitsers)

Haber, Haberl, Haberman, Häber, Häbhaberfeld. Plaatsnaam Haverveld.

Habejan. Familienaam Haber + voornaam Jan. Duits Haberhans.

Haberlin, Haeberli: Duitse beroepsnaam.

Haberscheidt. Duitse plaatsnaam Haberscheid.

Habert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hath-berht; strijd-schitterend.

Habex, Abeck, Habig: Nederduits Habeck, Duits Habicht: havik. Bijnaam voor iemand met haviksneus? Of beambte die haviken voor de jacht africht; vergelijk Havecker.

Habig: Duits Habicht ‘havik’. Bijnaam voor iemand met haviksneus? Of beambte die haviken voor de jacht africht.

Habil, Habils. Wellicht spelling voor Abeels.

Habing. Vadersnaam. Afleiding van Habert.

Habost, van, van Haebost: Plaatsnaam Haagbos, bos van haagdoorn.

Habraken, Habraeken, Habracken, Houbraeken, Habraken, Houbracken, Houbracker, Houtbraken, Houraeken: Plaatsnaam Habraken in Eersel en Veldhoven (Noord-Brabant), Houbraken in Asten (Noord-Brabant) of Habraken/Hobbraken in Olen (Provincie Antwerpen).

Habrand, Habran, Habrant, Habranc, Hébrand, Hébrant, Hébrans: Vadersnaam. Germaanse voornaam hath-brand 'strijd-zwaard': Hadubrant.

Habsch. Samengetrokken van Habisch, Rijnlandse uitspraak van Habich: havik; vergelijk Habex.

Hacourt, Haccourt, Haccou, Haccuria: Plaatsnaam Haccourt (Luik).

Hacardiau, Hacardiaux. Afleiding van Hacard.

Hacboister, Halboister: Plaatsnaam Hacboister in Bolland (Luik).

Hache, Ache, Hatse, Haxhe. Beroepsnaam naar de naam van het werktuig. Het Franse hache: bijl. 

Hachenberg. Duitse plaatsnaam in Kurten.

Hachenburg. Duitse plaatsnaam.

Hack, Hacke, Hak, Hakke, Haque, Haq, Hackx, Hacks, Acke, Ackxx, Acx, Acs. 1. Bijnaam voor iemand met een bijl of beroepsnaam van een houthakker. 2. Vadersnaam uit Hanke, een vorm van Johannes. 3. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Hacco. 

Hackelbracht, Hakelbracht: Nederduitse plaatsnaam Hackenbracht: struikgewas, bosje op moerassige bodem. Vergelijk Hackbusch, Hackenbroick.

Hacken, Hackens, Hakken, Hakkens, Hacke, Hack, Hak, Hakke, Haeck, Haack, Haak, Hake, Haekens, Haquenne, Haex, Hacks, Hackx, Acken, Acke, Aekens, Akens, Ackx, Acx, Acs, Aeck, Aex: Vadersnaam. Germaanse voornaam Hac(c)o, bakervorm van een hag-naam. Vergelijk Haakman.

Hackenberg: Plaatsnaam (Beieren, Noordrijn-Westfalen). Volgens Meertens stamt de Middelburgse familie Hackenberg uit Zwitserland. De Hacken zou een berg zijn in de buurt van Schwyz.

Hackenjos. Duitse dubbele naam, ook Haggenjos, van Jos Hagg, Judocus Haak.

Hacket, Hackett, Hacké, Haquette, Haquet, Acket, Acquêt, Haché, Hachez, Aché: Vadersnaam. Afleiding van Ha(c)ke, Hanke, afleiding van Johannes.

Hackethal. Duitse plaatsnaam; modderig dal.

Hachmack, Hackemack: Nederduitse bijnaam Hack un Mack, dat is Hans(je) en Griet(je), de twee populairste voornamen in de middeneeuwen, dat wil zeggen Jan en alleman, Jan, Piet en Klaas, het gepeupel, van Mischmasch: poespas, knoeiboel.

Hackray. Inwoner van Hacq in Herve (Luik)?

Hackselmans. Haxelmans: Afleiding van Axel, voornaam of plaatsnaam.

Hacquin, Haquin, Ackein, Hacking, Hackin: Vadersnaam. Vleivorm van Hake, Hanke, Jan. Vergelijk Hacket, Hanck.

Haddou. 1. Arabische voornaam Ara Haddû. 2. Spelling voor Hadoux.

Hademar, Ademar: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hath-mêr 'strijd-beroemd': Hadumar. 2. Plaatsnaam.

Haderman, Hadermann, Hademann: Duitse familienaam, van bijnaam Hader(er): twister, ruziemaker.

Hadoux, Haddou: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hath-wulf 'strijd-wolf : Hadulf.

Haecht, van, van Haeght, van Hacht, van Hocht. Familienaam uit de plaatsnaam Haacht (Vlaams-Brabant). 

Haeck (de), Haecx, Haex, Dehacq, Haecke, Hake, Haek, Haeke, Haack, Haa, Hac, Haecx, Haex, Aeck, Aex. 1. Beroepsbijnaam naar de metalen of houten haak, ook vishaak. Eventueel bijnaam naar de (hoekige) eigenschap. 2. Zie Hanck. 3. Zie Hacken(s). Vadersnaam, knuffelvorm uit een Germaanse hag/haggo/hacco-naam. 5. Bijnaam voor de drager van, of beroepsbijnaam voor de gebruiker van een ax/aks: bijl.

Haedens. Vadersnaam, van Germaanse hathu-naam, zoals Hademar. Of hypercorrect voor Adens.

Haefs. Moeders-, vadersnaam van Ave, Germaanse voornaam Ava/Avo.

Haefskerke, van, de Haveskercke, de Haverkescke: Plaatsnaam Haafskerke / Haverskerque (Frans-Vlaanderen).

Haeghen, van der, Haghen, van der Hagen, Haegen, Haaghe, Haaghen van der, Haeghem, Vanderaegen, van Draeghe, Draege, Draegen, Draeghe, Derhaag, Derhaeg, Verhaag, Verhaage, Verhaagen, Verhaecg, Verhaeghe, Verhaege, Verhaegen, Verhaeghen, Veraeghe, Verhaygen, Verhayge, Verhacghe, Verraghen, Veraghen, Verhague, Verague, Voragen, Vornhaegen, Vorhagen Vorhaegen, Vornhagen, Varnhagen, Verhaegh, Verhaeghem, Verhage, Verhaegem Verhaeghem, Vraeghe, Verraghene, Verraghene, Veraghaenne, Veraghaene, Hagemans, Hageman, Hagemann, Haegheman, Hagheman, Haghemans, Hagueman, Haegeman, Haegemans, Agemans, Haagmans, Haegman, Haegmans, Haeghmans, Haechmans, Hagmans, Haegsman, Hacgueman, Hacgeman. Zeer verspreide plaatsnaam die op veel plaatsen tegelijk ontstond en die bovendien vanuit de diverse dialecten op steeds andere wijzen geschreven (en vervormd) werd, Haag, Hage : heg, omheining van levend hout, kreupelhout (verwijzend naar de plaats van afkomst of waar men woonde). 

Haegenbergh, van Haegenberg, van. van Hagenborgh, van Haegenborgh: Plaatsnaam.

Haeldermans, Halremans, Haldermans. 1. Zie Aldermans. 2. Ook familienaam uit de plaatsnaam Hallaar (Heist o/d Berg). 

Haelendyck. Hypercorrect van plaatsnaam Hollendijk. Bijvoorbeeld Holledijken in Koolskamp (West-Vlaanderen)

Halterman, Haelterman, Aelterman, Alterman, Aelderman. 1. Beroepsnaam afgeleid van het Middelnederlandse ha(f)ter: halster, leren paardenriem. 2. Zie ook Aelter.

Haelters, Haelsters, Halter, Halters, Halders, Alster, Alsters. 1. Naam uit het Middelnederlandse halfter, ha(e)lter, halster: leren halsriem voor paarden. Beroepsbijnaam. 2. Zie ook Aelter. 

Haeltert, van Haelter, van, van Altert: 1. Plaatsnaam Haaltert (Oost-Vlaanderen). 2. Hypercorrect voor Van Aelter.

Haelterman, Halterman, Aelterman, Alterman, Aelderman: 1. Afleiding van Middelnederlands hal(f)ter: halster, leren halsriem van paarden. Beroepsnaam. 2. Voor de vormen met s ook wel Middelnederlands (h)a(e)lster: schepel, graanmaat. BerBoepsnaam van de korenmeter.

Haems, Haem, Aems: 1. Middelnederlands (h)ame ‘wijnvat, maat voor vloeistoffen’. Beroepsbijnaam. Vergelijk Stoop. 2. Middelnederlands ham(m)e; ha(e)m ‘knieschijf, (achter)schenkel’. Bijnaam. Vergelijk Schinckel.

Haemstede, van: Plaatsnaam Haamstede (Westerschouwen, Zeeland).

Haendel, Haendle, Haendlé, Hänel, Hanel, Hanl, Hähnel, Hahnel, Handl, Handlé, Handel, Handels, Hendel: Vadersnaam. 1. Zuidduitse dialect van de voornaam Johann. 2. Soms afleiding van Heinrich.

Haenebalcke. Bijnaam naar de hanenbalk, de horizontale balk van het dakgebint. Vergelijk Duits Hahnbaum, voor de bewoner van een huis met uitstekende hanenbalk.

Haenen: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hano ‘haan’. 2. Moedersnaam. Voornaam Hane, van Jehane, Johanna. 3. Bijnaam de Haan.

Haenhout, van den, van den Haenaut, Haemhout, Haemhouts: Plaatsnaam Haanhout in Destelbergen (Oost-Vlaanderen).

Haentjens: Bijnaam, verkleinvorm van de Haan. Ook wel huisnaam: 16de eeuw Jan van Haelen gaat wonen in het huis ‘Int Haenken’ en wordt Jan int Haenken = Jan uyt Haenken =Jan de Haen, Tienen.

Haeren, van, (van) Haren, (van) Haaren, van Haerents, van Haerens: 1. Huisnaam Ten (H)aerne = In de Arend, in Brugge. 2. Plaatsnaam Haren (Vlaams en Noord-Brabant, Groningen) en in Bommershoven (Limburg)

Haerhout. Hypercorrect voor Haroud. Zie Harou.

Haeringen, van: Plaatsnaam Haringe (West-Vlaanderen).

Haerkens. Variant van Herkens? of =Haertjens?

Haerlingen. Plaatsnaam Harlingen, Friesland.

Haermaker De, Haremaker. Beroepsnaam van de haarwerker, de maker van dekens en stoffen (die vroeger veel met haar gemaakt werden). Duits Haarmacher.

Haerne, de. 1. Middelnederlandse (h)aren, aern: arend, adelaar. 2. Zie Dehaerne.

Haert, van der, Hart, van der: 1. Plaatsnaam Haart (Boxmeer, Noord-Brabant). 2. Van der Aert. Zie Van der Aerden.

Haertel, Hertel: Duitse vadersnaam Härtel, afleiding van Germaanse hard-naam.

Haerten, van den: Variant van van der Herten. Plaatsnaam Herten (Belgisch-Limburg, Nederlands Limburg). Of plaatsnaam ter Hert in Lebbeke (Oost-Vlaanderen).

Haesebaert, Haesebart, Haezebaert: 1. Bijnaam voor iemand met een hazensnor, met lange, stijve snorharen. Vergelijk Duits Hasenbart, Engels. Hareberd. 2. Evtentueel Germaanse voornaam Hasbert.

Haesebroek, van, van Hazebroeck, Hazebroek, (van) Haesbroek, Haesbroeck, van Hasenbroeck, van Hasenbroeck, Hasenbroecke, Haesenbroek, Hasenbrouche, van Haesebroucke, Haesbrouck, Haesbroucke, Vanhaesebrouck,van Haesesbrouck, Haesebroucke, Haesesbroeck, Haesebrocke, van Hasbroeck, Hasbroek, Hasbrouck, Hazenbroek, Hazebroek, Hazebrouck, Hazebrouk, Hazebroucq, Hazebourcq, Hasebrouck, Haesebroek, Haesebrouck, Haesbrouck, Haezebrouck, Haezebroek, Haezbroeck, Hasenbroeckx, Hasenbroekx, Hasbrouck, Hassebroucq. Hasbroucq, van Asbroeck, Asbroek, van Asbrouck, Asbroucq. 1. Naam uit de plaats Hazebroek /Hazebrouck (Frans-Vlaanderen). 2. Van ook Asbroe(c)k Van. 

Haeseleer, (d’, de), Haeseler, (de) Haseleer, Haselair, Haselaars, Haselaers, Haseleers, Haezeleer, de Haezelaer, Hazelaere, Hazelaers, Haezelaere, Hazalaers, d'Hazelaer, d’Hazeleer, d’Hazeleire d’Haeseleer, d'Haeseler, d’Haeseleir, D'hasseler, Daeseleer, Daeseleire, Daseler, Azelart, Azelaire, Hasselaire, Haselaire: Naar de hazelaar, als plaatsnaam, huisnaam of uithangbord. Vergelijk Duits Hasler. Zie ook Van Asbroeck.

Haesen, Haazen, Haasen, Hasen, Haezen, Hazen, Hazes, Heesen: 1. Vadersnaam Hasin, vleivorm van Germaanse voornaam Haso 'grijs, bleek'. 2. Verbogen vorm van de Haese. Zie De Haas.

Haesenne. Waalse aanpassing van Haesen.

Haeserijn, Haeseryn. Middelnederlands azurijn; azuurblauw.

Haesevoet, Haesevoets, Haesenvoets, Hasevoets, Hasevoet, Hazevoets, Haesvoets: Bijnaam voor iemand die snel kan rennen, zoals een haas. Vergelijk Hazeloop, Duits Hasenfuss.

Haesmans. Vadersnaam, afleiding van Germaanse voornaam Haso; vergelijk Haesen. Of afleiding van De Haes. Vergelijk Duits Hasemann.

Haetsdaele, van. Plaatsnaam Arents Dal in St.-Blasius-Boekel (Oost-Vlaanderen).

Haeve. Korte vorm van Van der Have? Of van Van Haeven?

Haeven, Haevens, Haven, Havenne, Havens, Avenne, Aven, Auvenne, Auvens, Hovens, Hoven, Hovent: Middenhoogduits, Nederduits haven, Duits Hafen: pot. Beroepsnaam voor de pottenbakker. Vergelijk Hafner.

Haeven, van der. Limburgse variant voor Van der Hoeven. Nederduits tom Hâve = ten Hove. Vergelijk van Haaf.

Haerverback. Waarschijnlijk Nederduitse plaatsnaam Haverbeck. Vergelijk Haverbeke.

Haeyen, van der, Haeye, van der; van der Haije: 1. Veldnaam haeije ‘hooiveld’ op Walcheren en Schouwen (Zeeland). 2. Hypercorrect voor Van der Raay.

Haeyer, Haeyere, d', D'Haeyers, Dhaeijere, Dhaeyere, Dhaeyer, d'Haeyre,d ’Haere, d'Hayer, D'Haijere, Dayers, Dayer, Ayers, Hayers. Afleiding van het werkwoord haeyen: begeren, verlangen, verdragen, verduren. Bijnaam die één van de werkwoorden illustreert. 

Haeze, Denaes, Denage, de Haze, de Hase, de Haasse, Dehaese, D’Haese, D'Haes, Dhaese, Daese, Dhaeze, Daeze, D'Hase, D'Haze, Hase, Haaze, Haze, Haasen, Haase, Haesen, Haese, Haazen, Hazen, Hasen. 1. Bijnaam naar de eigenschappen van de haas: vreesachtigheid, lafheid, snelheid. 2. Naar de huisnaam.

Haezebout, Haezebout. Vadersnaam. Germaanse bijnaam Hasbold. Vergelijk Haesebaert 2. Haspald.

Haezewindt, Hazewindus: Bijnaam: vlug als een hazewind. Vergelijk De Wint.

Häfele, Haeffele, Haeffelé: Zuidduitse afleiding van Hafen: pot. Beroepsnaam van de Hafner.

Haffmans, Haveman, Havemans: Duitse familienaam Hafemann, Nederduits Havemann = Hofmann. Vergelijk Hofmans.

Hafkamp, Hofkamp, Hafakker, Haffkamp. Adresnaam, boerderij etc. Plaatsnaam Haffkamp in Grömitz, Duitsland.

Hafkenscheid. Duitse plaatsnaam Havkenscheid.

Hafner, Häfner, Hafener, Haffener, Haffner: Duitse beroepsnaam van de pottenbakker. Middenhoogduits havenaere.

Hagaert, Hagaerts, Haegaert, Haggart, Hagoort, Agard, Agart: Afleiding van Van der Hage.

Hagberg, Hagelberg. Duitse plaatsnaam Hageberg.

Hage, van der, Hagen, van der, van der Haaghen, van der Haeghe, van der Haeghen, van der Haegen, van der Haege, van der Haeghem, Vanderaegen, van Draege, van Draeghen, Derhaeg, Derhaag, Derhacq, Verhaag, Verhaagen, Verhaghen, Verhaghe, Verhage, Verhagen, Verhaegh, Verhaeg, Verhaeghen, Verhaeghe, Verhaege, Verhaege, Veraeghe, Verhacghe, Verraghen, Veraghen, Verhaegue, Verhague, Verague, Verhaygen, Vorhagen, Voragen, Verhaeghem, Veraghem, Veraghe, Vraeghe, Verraghenne, Verraghene, Veraghaenne, Veraghaene: Verspreide plaatsnaam Haag, Hage: heg, omheining van levend hout, kreupelhout. 's-Gravenhage (Zuid-Holland) is 1242 die Haga. Ook Terhagen (Antwerpen).

Hage, Hagens, Hagen: 1.Vadersnaam. Germaanse voornaam Haga ‘haag’: Haco, Hagil? 2. Moedersnaam. Bakervorm van de voornaam Hadewijch. 3. Eventueel verkort uit van der Hage(n).

Hagebaum, Hagerbaum, Hagerbaumer, Hägerbaum, Hägebaum: Duits Hagebaum: doornstruik, doornhaag. Vergelijk Hagedoorn.

Hagebeuk. Plaatsnaam, bijvoorbeeld Haghebouck. Vergelijk Hambucken.

Hagebos: Plaatsnaam: door een heg omheind bos.

Hagedoorn, Hoogendoorn, Hagethorn, Hagedorn, Haghedooren, Hagdorn, Haagdoorn, Haagdorens, Haagdoren, Haegdorens, Haegdoren, Haegdons, Hagendoorn, Haegendorens, Hagendorens, van Haegendoren, van Hagendoren, van Hagedoren: Verspreide plaatsnaam Hagedoorn ‘dooornhaag’. Plaatsnaam Hagendoorn in Waalwijk (Noord-Brabant).  Hoge Doorn, Almkerk, land van Altena, 1868; de Hoge Oude Doorn. Met de benaming "doorn" werd in de middeleeuwen mogelijk (ook) bedoeld: 1. een poldergebied/uiterwaard tussen een splitsing van twee rivieren (met vorm van een doorn/punt/driehoek; landtong). o.a. De Doornwaard bij Nederhemert. Gebied bij oude (afgedamde) verbinding Maas–Waal. De (voormalige) Doornwaard tussen Lexmond en Vianen. (niet ver van Jaarsveld/Ameijde). Plaatsje Deurne (gemeente Antwerpen). Deze plaats lag in de 7de eeuw op zandheuvels ingesloten tussen toestromende rivieren: Schelde en Schijn. Vergelijk Oudengels thorn; driesprong. Vergelijk Durgerdam met de er bij liggende polder IJdoorn.

Hagel, Hagels. Bijnaam naar het weersverschijnsel, hagel. Vergelijk De Donder.

Hageland. Noorse familenaam naar plaatsnaam Haegeland.

Hagemans, Hageman, Haegeman: Afleiding van van der Hage.

Hagelin, Hagelen: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hagen.

Hagelsteen, Hagelsteens, Hagelstein, Hagelsteyn, Hagelstijn, Haglestein, Haegelsteens, Haegelsteen, Hagenstein, Hafgelsteen, Haghelstein, Hauglustaine, Haugustaine, Vanguestaine, Vanguestenne: 1. Bijnaam Hagelsteen. Voor een driftig en opvliegend mens. 2. Plaatsnaam Hagelsteen in St.-Katelijne-Waver (Antwerpen), Hagelstein in Aubel (Luik) en Voeren (Limburg).

Hageman, Hagemans, Hagemann, Haegheman, Haghemans, Hagheman, Hagueman, Haegemans, Haegeman, Agemans, Haagmans, Haegmans, Haegman, Haeghmans, Haechmans, Hagmans, Haegsman, Hacgueman, Hacgeman: Afleiding van Van der Hage(n).

Hagen, Hagens, Haagen, Haagensen, Haeghens, Haeghen, Haegen, Haegens: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Haga 'haag'. Haco, Hagilo. 2. Moedersnaam van bakervorm van de voornaam Hadewijch.

Hagen, van, van Haagen: Plaatsnaam Hagen (Goot hertogdom Luxemburg, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts). Of plaatsnaam in Doetinchem (Gelderland). 2. Uit van der Hagen.

Hagen, Hage, van der, von der Hage, van den Haagen, van der Haegen, van der Haege, Verhagen, Verhage, Verhaagen, Verhaage, Verhaagh, Verhaegen, Verhaege, Vrage: Verspreide plaatsnaam Haag, Hage ‘haag, heg, omheining van levend hout, kreupelhout’. ’s-Gravenhage is in 1242 die Haga.

Hagenaar, Hagenaars, Hagenaers, Haagner, Hagenier, Hageniers, Hagener, Haagner: Herkomstnaam van de Hagenaar/Hagenees, afkomstig van Den Haag, dat is ’s-Gravenhage (Zuid-Holland) en soms gewoon uit de plaatsnaam Haag/Hagen.

Hagenauer, Hagenoer, Haguenoer: Afleiding van de frequente Duitse plaatsnaam Hagenau.

Hagenbeek, Haghenbeeck, Haegenbeek: Beeknaam in Doetinchem (Gelderland) en Lochem (Gelderland). Ook Hagebeke in Roeselare en Woumen (West-Vlaanderen). Vooral bekende Nederduitse familienaam Hagenbeck, Hagenbeek.

Hagendijk: Plaatsnaam Haagdijk in Breda (Noord-Brabant); Hagedijksken in Cadzand (Zeeland).

Hagendorf. Duitse plaatsnaam.

Hagenmeier, Hagenmeyer, Hagenmeijer, Hagenmayer, Hagemeyer, Hagemeijer, Hagemeier, Hagmeijer, Hagmajer: Duitse familienaam. Meier (boer) aan de haag, heg, omheining.

Hagenus: Latinisering van Hagen of Hagenaar? 1727 Pieter Clasens liet zich na zijn huwelijk Hagenus of Hagenos noemen.

Hager, Hagers, Haager: Afleiding van plaatsnaam Haag of Germaanse voornaam hag-hari ‘haag-leger’: Hager.

Hagesteijn: Plaatsnaam Hagestein in Vianen (Zuid-Holland).

Haggenmacher. Duitse beroepsnaam van de hakkenmaker, die ijzeren hakken, bijlen maakt.

Haghebaert, Haeghebaert, Haegebaert, Hackbart, Hacbart, Haegenbarth. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hag-bard; haag-bijl. Hagabard. Of door associatie met -aard- of-baard-namen, van Germaanse voornaam hag-barn; 'haag-kind'.

Hagneré. Afleiding van Hagne = Hogne 2. Bijnaam voor een kniesoor. Of van Oudfrans h(a)ignier: bijten, mopperen. Bijnaam.

Hagon, Hacon, Hacoen: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Haco.

Hagoort, Haagoort, Hagman. Plaatsnaam Hagoort in Noord-Brabant, bij Drongelen, door het graven van de Bergsche Maas bestaat het sinds 1894 niet meer.

Haguinet, Hagenet: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hag-naam. Vergelijk Hagon, Hagelin.

Hahn, Hahne, Hâhn, Hâhne: 1. Duitse bijnaam: haan. Vergelijk De Haan. 2. Vadersnaam van de voornaam Johann(es).

Haibette. Plaatsnaam Hébette in Champion (Namen).

Haid. 1. Plaatsnaam Haid in Serinchamps (Namen). 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam. Zie Haidon.

Haider, Haïder, Hajder: Duitse afleiding van plaatsnaam Heid(e).

Haidon, Haydon: 1. Plaatsnaam Haidon in Villers-le-Bouillet (Luik). 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Haido. Vergelijk Heiden.

Haikes. Vadersnaam. Friese voornaam Haie, Haike, wellicht van een hag-naam.

Hailot, Haillot, Haïot, Hayot: 1. Plaatsnaam Haillot (Namen). 2. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hail-naam; vergelijk Haillet.

Haillet, Haillez, Hailliez, Hailez, Hayez, Hayet, Hayette, Hajee, Heyez, Heyes: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hail-naam, zoals Heilaard.

Haimburger. Middenhoogduits heimburger: dorpshoofd, dorpsschout.

Hainaut, Hainault, Haineaux, Hainaux, Haineaut, Hainnaut, Hainnaux, Ainaux, Haynau, Henau, Henaux, Henault, Henaut, Henaut, Henaux, Heneau, Henauw, Hennau, Hennaut, Hennaux, Hennault, Henneaut, Heinnaux, Duhainaut, De Hainaut, Deheinau, Deheinaux, De Heneau, De Hennault, De Hennau, Hennenauw, Henauw, Henau, Dhainaut, Dainaut, D'Hainaut, D’Hainaux, Dhenaut, Denaut, Denhaut, D'Henau, Dhaynaut, Dhennau, Dhennaux, Dhinaut. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hainaut, het graafschap Henegouwen. 2. Zie ook Henau. 

Haine, Haines, Hayne, Haynes: Vadersnaam van de voornaam Henry.

Hainzelin, Henselin, Hanselin: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Heimezo, van haim-rîk (Hendrik).

Hainzelmayer. Vadersnaam Heinzel ( van Heinz) + Beroepsnaam Meyer: meier, boer.

Haisch. Duitse vadersnaam uit de oude Germaanse naam Haije (dit mogelijk uit aq, hagan, of uit de heiligennaam Hyacinthus (dit is een naam uit de Griekse godenwereld).

Haiverlain, Haiverlin, Hainverlain: Luiks-Waals Hêvurlin, afkomstig van Hervé (Luik), Waals Hêve.

Hajenus. Latinisering van Hajen, zie Hayen. Alle naamdragers stammen van Johannes Hajen, die op 23 oktober 1651 toegelaten werd tot het Gymnasium Illustre in Bremen.

Haitsma, Haitsema; Friese familienaam afgeleid van de Friese voornaam Haitje, Haitske, van Haie.

Hak, Hack: Bijnaam naar de hak, de bijl, wellicht beroepsbijnaam voor de houthakker.

Hakbijl: Beroepsbijnaam voor iemand die met de bijl hakt. Vergelijk Duits Hackebeil.

Hakendover, van, van Haekendover, van Hackendover, van Hakendeuven, van Akendoven: Plaatsnaam Hakendover (Vlaams-Brabant).

Hakken, van: Variant van ten Hacken? Of te lezen als van Haken = van Aken?

Hakkenes: Plaatsnaam op Nes ‘landtong’.

Hakkert, Hakker, Hakkers, Hackert, Hacker, Hackker: 1. Beroepsnaam van een hakker, houwer. 2. Variant van Hackaert?

Haksbeen: Beroepsnaam van de beenhakker ‘slager, beenhouwer’.

Hakvoort: Plaatsnaam Hakvoort ten oosten van Nispen (Roozendaal, Noord-Brabant). Ook kasteel bij Vorden (Gelderland):

Haladyn. Voornaam uit het oosterse sprookje Duizend-en-één-nacht. Franse familienaam Aladin. Zie Allentin.

Hal, van, Hall: Plaatsnaam Hall (Noord-Brabant), Hallen Halle (Gelderland).

Halasi, Halazy: Plaatsnaam Halanzy (Luxemburg).

Halbach. Plaatsnaam in Remscheid (Duitsland).

Halbardier, Halbardien. Beroepsnaam van de hellebaardier.

Halbart. Beroepsnaam van de hellebaardier.

Halbeek, van. Plaatsnaam Halbeek in Donk, Limburg.

Halberstadt. Duitse plaatsnaam.

Halbertsma; Friese ma; man, zoon van Halbert.

Halberstam. Duits, Joodse familienaam; halve stam.

Halberthal. Duits, Joodse familienaam; half dal.

Halbleib. Duitse bijnaam naar de cijns die erin bestond een half brood af te staan: Duits halber Leib.

Halbreich, Halbrecq: Vadersnaam. Duitse reïnterpretatie en Waalse aanpassing van Germaanse voornaaam Albrecht, Helmbrecht, Hellbrecht of Hilbricht.

Halconruy. Plaatsnaam Halconreux in Bovigny, Luxemburg.

Haldrich: Vadersnaam. Uit Duits Heldrich, Hildrich, Germaanse voornaam hild-rîk ‘strijd-machtig, rijk’.

Halen, Halens, Hales, Haelens, Haelen: Vadersnaam. Misschien van Halin, Hadelin, afleiding van Germaanse had-naam; of met hypercorrecte h = Alens (zie Alain)?

Halen, van, van Haalen, (van) Haelen, van Haele, Vanhaelen, van Aelen, van Hael, van Haele, Hahlen, Haale: Plaatsnaam Haelen (Nederlands Limburg) of Halen, Houthalen (Belgisch-Limburg).

Halet, Halé, Hales, Haley, Haley, Haleydt, Haeleydt, Hallet, Hallé, Hallett, -Hallz, Haulet, Haulai, Haulait, Haulez, Auleyt, Aulet. 1. Bijnaam afgeleid van Waalse halé = mank. 2. Vadersnaam, afgeleid van een Germaanse hal-naam (bijvoorbeeld Halin). 3. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam (Grand-, Petit-) Hallet in Luxemburg. 

Halévy, Halevy: Joodse familienaam Ha Levy. Lidwoord ha + levi: priester.

Halewijck, van, (van) Halewyck, van Haleweyck, van Halewyk, van Halewy, Halewijk, (van), Haelewyck, Haelewijck, Halewijk, Haleweyck, van Aelewyck, Veraleweck, Verralewyck, Verraleweek: Plaatsnaam Halewijk in Werchter (Vlaams-Brabant).

Halewijn, Halewyn, Hallewijn, Hallwyn, Haelewijn, Haeleweyn, Haelewyn, Haelewyndt, Halwijn, Allewyn, Allewijn, Alewijnse, Allewind, Alluyn, Allouin, Alluin, Hallouin, Halluin, Hollewijn, Holluyn, Olluyn, Haloin, Halloint, Halloin, Halluent: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam al- of adal-win 'al/adel-vriend': Allowinus. 2. Zie (van) Halewijn, Halluin.

Halewijn, van, (van) Haelewijn, Haelewyn, van Haellewijn, (van) Hallewyn, Halewyn, Halewijn, van Halluwyn, van Halwyn, Halwijn, Allewyn, Allewijn, Allewind, Alluyn, Allouin, Alluin, Haloin, Halloint, Halloin, Halluent, Halluin, Holluyn, Olluyn: 1. Plaatsnaam Halewijn/Halluin (Nord).

Halfkan. Nederduitse bijnaam Halfkann: halve kan. Bijnaam voor wie maar een halve maat, niet de volle maat geeft.

Halflants, Halland, Hallant, Hallans, Halans: Bijnaam voor de boer op een half stuk land. Vergelijk Duits Halbenmorgen.

Halffman, Halfman, Hallmann: Nederduits Halfmann, Duits Halbmann, synoniem met Middelnederlands halvenaere ‘pachter die een hoeve bebouwt, maar de helft van de opbrengst moet afstaan’.

Halfmaerten, Halfmaertin. Bijnaam Half maart; vergelijk Vastenavond, April. Achteraf geassocieerd met de voornaam Maarten.

Halford. Plaatsnaam (Devonshire, Shropshire).

Halin, Hallin, Halling, Haling, Halain, Hallein, Halin, Halain, Hallein, Halein, Haleing, Hallen, Halen, Halleng, Haleng, Haulain, Haulin. 1. Vadersnaam, knuffelvorm uit een Germaanse had-naam (bijvoorbeeld Hadelin). 2. Mogelijk een verschrijving van Alain. Zie daar. 3. Zie ook Hellin en Hallynck. 

Halipré, Halipre. Reïnterpretatie van Franse familienaam Alépée, Hallépée. A l'épée: met het zwaard.

Halkes, Halkus, Halkema. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hal+ulf.

Halkett. Schotse familienaam, van Hackett, van plaatsnaam Halkhead, Hawkwood.

Halkin, Halkein: Vadersnaam.Variant van Hellequin; zie Hellin.

Halle Van, Van Hal, Van Hall, Hal. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Halle (Antwerpen en Vlaams-Brabant), Hal (Noord-Brabant), Hall en Halle (Gelderland). Duitse en Engelse familienaam.

Hallaert, Hallard, Hallart, 1. Afleiding van Van (der) Halle. 2. Hypercorrect voor Allaert.

Hallam. Engesle familienaam, van plaatsnaam Hallam (Sheffîeld), Kirk Hallam, West Hallam (Derby).

Hallaux. Waarschijnlijk variant van Hallard.

Halleman, Hallemans, Halmans, Halma, Hallema, Halman, Alma. 1. Beroepsnaam van de beambte bij de stadshalle, de hallenmeester. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Halle, Hal. Zie bij Halle. 3. Naam uit het Duitse Halfmann, Hallmann: pachter die een hoeve bebouwt, maar de helft moet afstaan. 

Hallen, van der, Halle, van der, Verhalle, Verhallen, Vrai, Verholle, Verolle, Verholen: Verspreide plaatsnaam ter Halle: hal.

Halle, van, van Hal, van Hall, Hal: Plaatsnaam Halle (Vlaams-Brabant, Antwerpen), Hal (Noord-Brabant), Hall en Halle (Gelderland).

Hallegraeff. Door assimilatie en reïnterpretatie uit Halfgraef. Vergelijk Duits Halbmeier, van Hallmeier, Halfpape, van Hallpape, Halbmann, van Hallmann, Halbherr, Halbbauer; Nederduits Halfridder: die als een ridder leeft zonder het te zijn. Een halve graaf is misschien iemand die zich de allures van een graaf aanmeet.

Hallers, Haller. Duitse familienaam. 1. Afleiding van plaatsnaam Hall. 2. Muntnaam Heller: duit.

Halleux. Familienaam uit de plaatsnaam Halleux (Luik) en in Charneux, Comblain-au-Pont, Nandrin (Luik). Afleiding op -etum van Germaans hasal: plaats waar hazelaren groeien.

Hallier, Halliez, Hallez, Haley. Beroepsnaam van de hallenmeester.

Hallmann. Duitse variant van Halbmann, zie Halfmann.

Halloua. Naam van Algerijnse, sefardische Joden. Arabische familienaam Hal(l)ioua: kleine koek, vandaar: aangenaam, vriendelijk.

Hallumier, Hallumiez, Halleumieux: Oudfrans helmier, van Oudnederlands helm. Beroepsnaam van de helmmaker.

Hallynck, Halling, Fries Hallinga, Hellinga en Hellenga en samengestelde naam Hellingerhuizen, Allinck, Allinckx, Hellingh, Helling, Hellings, Hellynck, Hellinck, Hellinckx, Hellinx, Helincks, Helinck, Helincks, Helinckx: 1. Bijnaam naar de muntnaam, Middenenderlands hallinc, hellinc, van halvelinc: kleine (halve) munt, mijt. Vergelijk Duits Helbling, Helling. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hello; zie Hellin, Halin. Hello geeft tevens oorsprong aan vele andere geslachts- en plaatsnamen. Te weten aan Hellema en Helma, Hellen en Helles; aan Hellum, een dorp in Fivelgo, en aan Helwert, een gehucht bij Rottum in Hunsego, beide in Groningerland; aan Hellingen, een dorp in Luxemburg; aan Hellinghen, een gehucht by Hérinnes-lez-Enghien in Henegouwen; aan Hellinghill in Northumberland (Engeland); aan Hellinghausen, een dorp bij Lippstadt in Westfalen, enz.

Halot, Hallot, Halloo, Allot, Alloo, Allo, Haulotte, Haulot, Aulotte: 1. Oudfrans halot: tak, struik, stronk, struikgewas. Plaatsnaam of beroepsnaam voor de hakker van hakhout. Vergelijk Allosserie. 2. Zie Delaleu.

Halperin, Halpern, Halporn: Joodse en over Oost-Europa verspreide familienaam: Halpern, Heilprun. Zuidduits Heilporn = Heilbronn.

Halpouter. Plaatsnaam Appelterre (Oost-Vlaanderen).

Hals, Haels: Bijnaam naar de opvallende hals. Vergelijk Lanchals.

Halsband. Bijnaam voor de drager van een halsband of beroepsnaam voor de maker ervan.

Halsberghe, Halsberge, Alsberge, Alsberghe, van Halsberghe: Beroepsnaam voor de maker van halsbergen. De halsberg was dat deel van de wapenrusting dat hals en bovenlijf bedekte, borg.

Halsdorf. Duitse plaatsnaam.

Halse, van: Hals is de naam van een geul in de Slikken ten westen van Flakkee (Zuid-Holland).

Halsen, Halzen: Variant van Helsen/Helzen, met e/a-ronding voor de l (vergelijk dialect malk: melk).

Halster, de: Beroepsbijnaam. Middelnederlands halfter, ha(e)lter, halster ‘leren halsriem voor paarden’. Of Middelnederlands (h)a(e)lster ‘schepel, graanmaat’.

Halteren. Rostock. Zie Haelterman.

Halteren, van. Plaatsnaam Haltern, Duitsland. Of Halsteren, Noord-Brabant.

Halterman, Haltermann, Haelterman, Holtermann, Aelterman, Alterman, Aelderman. 1. Beroepsnaam afgeleid van het Middelnederlandse ha(f)ter: halster, leren paardenriem. 2. Nederduitse familienaam van plaatsnaam Haltern. 3. Zie ook Aelter. 

Halvorsen. Noore vadersnaam, van Germaanse voornaam Halvor, van Oudnoords Hallvarr. St.-Hallvard is de beschermheilige van Oslo.

Hamerschmidt, Hammerschmidt, Hamerschmitt. Beroepsnaam Hammerschmied: smid die hamert of hamers smeedt.

Ham, van (den), van der Ham, (ten) Ham, Hamme, van, van Hame, Wanham, Vahamme: Verspreide plaatsnaam Ham ‘landtong uitspringend in inundatiegebied’. Ham (Belgisch-Limburg) en in Veghel en Wanroij (Noord-Brabant), Den Ham Overijssel en in Aduard en Bellingwedde (Groningen). De Brabantse familie Van Hamme stamt uit Hamme bij Wemmel (Vlams-Brabant)

Hamtia, Hamptia, in Floreffe, Namen.

Hamage, Hamague. Plaatsnaam Hamahe, Nord.

Hamaide, de la, de la Hamayde, de, Hamaide, Delamaide, Delahamette, Delamethe, Delameth, Delameyde, Delhamende, Delhamente, Delmaminte, Hamende, Hamente, Hamande, Hamainte, Hamaite: Oudfrans hamede, Waals haminde: slagboom, afsluiting. Plaatsnaam Lahamaide (Henegouwen) en La Hamaide in Beaudour en Hautrage (Henegouwen). Zie ook Van Ameyde.

Hamakers, Hamaeckers, Hamaekers, Haemaekers, Hamacker, Hamackers, Hamache, Hamacher Hammaecher, Hammache, Hamaque, Amaeckers, Amacher, Amacker. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse hamaker, haemmaker: maker van hamen (= leren of houten halsjukken voor paarden). 

Hamal, Hamael. Familienaam afkomstig uit de Romaanse vorm van de plaatsnaam Hamel in Rutten (Limburg). 

Hamann, Haman, Hammans, Hammas, Hamans, Hamane: Vadersnaam. uit Hanemann, afleiding van de voornaam Johannes.

Hamaque. Waalse uitspraak voor Hamaker.

Hamard, Hamar. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam haim-hard 'heem-sterk': Henmardus.

Hambach. Duitse plaatsnaam.

Hambé. Vadersnaam Hambet, afleiding van Hambert, Germaanse voornaam han-berht. Zie Hennebert.

Hambeeck Van, Van Hambeke. Familienaam uit de plaatsnaam Hambeek (omgeving Rijmenam – Antwerpen, Roermond). 

Hambenne. Plaatsnaam in Flawinne, Namen.

Hamberg, van. Duitse plaatsnaam. Meestal wel voor Hamburg.

Hamblok, Hambloch: Plaatsnaam in Poederooien en Zuilichem (Gelderland).

Hambrouck. 1. Plaatsnaam Hambroek in Ekelsbeke (Frans-Vlaanderen) en Hambreucq in Tardinghen (Pas-de-Calais). 2. Plaatsnaam in Prinsenhage (Noord-Brabant).

Hambucken, Hambücken, Hahnbücken, Hahnbück, Haambuckers, Hambuckers, Hambückers, Hanbuckers, Hanbückers. Familienaam uit de plaatsnaam Hambuch(en) (Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts), Hambüchen (Noordrijn-Westfalen). Komt uit Hagenbuch: haagbeuk. Nederduits Hag(e)(n)bock, -bö(c)ker, -buck.

Hamburg, van, Hamborg, Hamburger, Haneborg: Plaatsnaam Hamburg, de hanzestad.

Hambye, Hambije. Plaatsnaam Hambye, Manche.

Hameeteman, Hameete: Zeeuwse plaatsnaam Hameete, op Westvoorne Haaimete ‘stuk zandgrond, begroeid met gras, aan de rand van de duinen’.

Hameka, Hamke, Hamming, Hammingh, Hammink, van Hammama, Hamje, Hammes, Hamkema, vadersnaam, Germaanse naam Hamo, in Friesland Hamme, Hamke.

Hamel, Hamels, Mamelle, Haemel, Haemels, Haamel: 1. Bijnaam naar de diernaam hamel ‘hamel, gesneden ram’. Vergelijk de Ram, Schaap. Ook Duits Hammel. 2. Plaatsnaam Hamel; zie Van Hamel.

Hamel, van. Plaatsnaam Hamel in Lummen en Rutten, Limburg.

Hamelers, Hameleers, Hammeler: Afkomstig van Hamel (Limburg).

Hamelot. 1. Vadersnaam. Variant van Hannelot, vleivorm van de voornaam Johannes. 2. Zie Ameloot.

Hamerelle, Hammerel: Plaatsnaam, afleiding van hameau: gehucht.

Hamers, de, den, Hamer, Hamers (de), Haemers, Hamers, Dhaemers, Dhamers, Hammer, Hammers, d’Haemers,dD'Haemer, Dhaemers, Dhamer, Dhammers, Dhamers, Daemers, Thamers, (den) Hamer: 1. Beroepsbijnaam van de smid, naar de hamer die hij gebruikt of maakt. 2. Vadersnaam. Zeeuwse voornaam Hamer.

Hames, Hamesse, Hamès, Halmès, Hammes: Variant van Hannes(se). Voor de wisseling n/m, zie Hamelot, Janne(s) = Jasme(s)=Jamme.

Hamet, Hames, Hamez, Hamey. 1. Hypercorrect (met h) voor Amez; zie Aimé. 2. Hannet, afleiding van de voornaam Johannes; vergelijk Hames(se).

Hamer, van den: familienaam den Hamer met secundaire voorzetsel? Of huisnaam; In den Hamer.

Hamlincourt. Plaatsnaam Hamelincourt, Pas-de-Calais.

Hamerlinck, Hamerlink, Hamerlijnck, Haemerlinck: Vadersnaam. Hamerlink, van Hamelrik door omkering van volgorde van klanken lr/rl, door associatie met hameren door associatie met het achtervoegsel –ing. Amelrik is de Germaanse voornaam amal-rîk ‘bedrijvig, ijverig-rijk, machtig’: Amalric(us), Amelric(us).

Hamerpagt: Vermoedelijk een volksetymologische vervorming van de Duitse plaatsnaam Hammerbach (Beieren).

Hamersma, Hammersma, Hamringa, Hameringa, Hammerga, Hammers, en de plaatsnaam Hammerum (Hammara-heim), dorp in Jutland by Ringkiöbing, vadersnaam, oud-Germaanse naam Hamar (Hamr, Hammer) ; hamer.

Hamersveld, van. Plaatsnaam bij Leusden, de kern werd tot 1970 Hamersveld genoemd.

Hamerslag: Bijnaam voor een smid. Vergelijk Duits Hammerschlag.

Hamilton, Hamelton, Hammerton. Naam uit de Engelse plaatsnaam Hamilton (=boomloze heuvel/thuis/versterkte plaats) in Leicestershire, en ook elders.

Hammée, van. Waalse verhaspeling van Van Hamme.

Hammacher: Ook Vlaamse familienaam Hamakers. Beroepsnaam. Middelnederlands hamaker, haemmaker‘ maker van hamen, leren of houten halsjukken voor paarden’.

Hamme, (van), van der Ham, van Hame, Wanham, Vahamme, Ham, Verhamme, Verham, Veramme, Veremme, Voorhamme, Verheem. Een ham is een zeer verspreide plaatsnaam voor een landtong in een overstromingsgebied, een meander, een rivierbocht. Ooit bij een ham gewoond of er wat mee te maken gehad ? Plaatsnaam Hamme (Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant). Vergelijk van Ham.

Hammel, Hammels. Duitse bijnaam Hamel. Vgl. Hamels 1.

Hammelburg. Bijnaam. Beieren.

Hammen, Hammens, Hammingh, Hamming, Hammink, Hamminga; Vadersnaam. Afleiding van een Germaans naam, zoals Hademar, Haduman. Hammingus.

Hammerer. Duitse beroepsnaam van iemand die hamert, de smid. Vergelijk Hammerschmidt.

Hämmerlein, Hammerlé, Hammerlin, Hemmerling, Hemmerlin: Duits Hämmerle(in), afleiding van Hammer: hamer.

Hamoir. Familienaam uit de plaatsnaam Hamoir (Luik). 

Hamonet, Hamon, Hamont, Hammond: 1. Vadersnaam. Verbogen vorm en afleiding van Germaanse voornaam Hamo. 2. Zie Amon.

Hamont, van, van Hamond, Hammond, Hamonts, Hamont: 1. Plaatsnaam Hamont (Limburg). 2. Zie Hamon(et). Hamori, zie Amaury.

Hampel, Hampl, Hempel. Afleiding van Hampe, Hampert.

Hampe: West-Vlaamse familienaam Hampe, Ampe. Vadersnaam. Germaans bakernaam. Ofwel Ampo, van Ambert, Amalbrecht, Andbert, Ambold of Hampo, van Haginbert, Hamabold Of Hamabert. Zie Ampe.

Hampert, Hamper. Vadersnaam. Germaanse voornaam Hambert. Duits Hamprecht, van Haganprecht. Vergelijk Ampe.

Hampson. Engelse vadersnaam. Zoon van Hamo of Hamond.

Hamptiaux, Hamptaux, Hamtiaux: Plaatsnaam Hampteau (Luxemburg) en in Opheilissem (Waals-Brabant).

Hampton. Plaatsnaam (Cheshire, Gloucestershire, Herefordshire).

Hamstra: Friese afleiding van de plaatsnaam Ham.

Hamza. Arabisch naam uit hamuza: sterk, standvastig. 

Hanappe. 1. Oudfrans hanap: drinkbeker, kruik. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Hanappier. 2. Plaatsnaam Hannappes (Aisne, Ard.), Annappes (Nord).

Hanau, Hanauer. Duitse plaatsnaan Hanau.

Hanchir, Hanzir, Hansirs, Henchir, Henchyr: Vadersnaam. Waalse afleiding op -essier van de voornaam Johannes.

Hanciau, Hanciaux, Hanchaus, Hansseuw, Hanseeuw, Hansay, Anseau, Anceuax, Anceau, Ansseaux, Ansseau, Anciaux, Anciau, Ansieau, Ansiaux, Ansiau, Ansia, Ancia, Ansay, Anseeuw: 1. Vadersnaam. Vleivorm op -eç-el van Johannes. 2. Hanciau(x) kan hypercorrect zijn voor Anciau(x). Zie Ancel.

Hancisse, Hansis. Vadersnaam. Waalse afleiding van de voornaam Johannes.

Hanck, Hanke, Hancke, Handke, Henke, Henek, Haneke, Hancq, Hanc, Anken, Anke, Hangx, Hacke, Hack, Hackens, Hacken, Haquenne, Haeck, Haack, Haak, Hake, Haekens, Haeken, Haex, Hacks, Hackx, Hak, Acken, Acke, Ackens, Akens, Ackx, Acx, Acs, Aeck, Aecq, Aex: Vadersnaam Hanke en gedenasaleerde vorm Hakke, van Johannes. Zie Hacket.

Hancock. 1. Middenenderlands hanecoc: alikruik. Vergelijk Slecke. 2. Reany verklaart Hancock als afleiding van Hann =Johannes. Maar 1297 Hannecok le Nunne wordt ook Henricus genoemd.

Hancotte, Hanicotte, Hanicot, Ancot: Vadersnaam. Vleivorm van Johannes.

Haneca: Vadersnaam. Uit Hannecart, Hanecard, afleiding op -ik-ard van de voornaam Johannes.

Hancre. Spelling voor Ancre of hypercorrect voor Hancq, Haneke.

Hanegem, (van); van Haneghem: Niet gesitueerde plaatsnaam.

Handekijn, Handekyn, Handequin. Variant van Hondekijn.

Handel, den. De Handel is een poldernaam in Oosterhout (Noord-Brabant). Plaatsnaam Handel in Gemert.

Handelberg, Handelbergh. Reïnterpretatie van Aan de Berg?

Handelsman. Beroepsnaam van de handelaar: bemiddelaar, zaakwaarnemer. Vergelijk Duits Handelmann.

Handenhuysen, van, Van aan den Huize: aan het huis? Of door verkeerde lezing (u=n) van Van Haudenhuyse.

Handgraaf. Reïnterpretatie van Hanegraaf.

Handig. Bijnaam; handig, bedreven.

Handler, Händler, Hendler: Duitse beroepsnaam Hândler: handelaar. Vergelijk Handelsman.

Handsaeme, van, van Handzaeme, van Hantsaeme: Plaatsnaam Handzame (West-Vlaanderen).

Handschoewerker, Handschoewercker, Handtschoewercker, Handschouwercker, Handschouwerker, Handtschdewercker: Beroepsnaam van de handschoenmaker.

Handstanger. Verhaspeling van Hanfstengel.

Handwerker. Beroepsnaam van een handwerker.

Hanebeck, Ennebeck: 1. Bijnaam 'hanenbek'. 2. Zie Hannebicque.

Haneborg. 1. Spellingvariant van Hamborg: Hamburg. 2. Noorse familienaam naar plaatsnaam Hanaborg.

Hanegem, van. Vervorming van Van Andelgem, plaatsnaam in Desselgem (West-Vlaanderen)? Of Duitse plaatsnaam Hanhnheim?

Hanegraaf, Hanegraaf, Hanegraef, Hanegraeff, Annegrave, Haenegreefs, Hanegreefs, Hanegrifs, Hamegreefs, Hennegrave, Hennegrave: Beroepsnaam van de opzichter van hanen en ander pluimvee. Vergelijk pluimgraaf: bediende die vogels verzorgt.

Haneffe, Anaf, Heneffe: Plaatsnaam, Luik.

Hanekroot. Middenenderlands hanencraet: hanengekraai, dageraad. Duits Hahne(n)kratt: Bijnaam voor een vroege opstaander.

Hanegoor, Hangoor: Plaatsnaam Hannocourt (departement Moselle) of Hancourt (Somme)? Of variant van Hangard?

Hanegraaf: Beroepsnaam van de opzichter van hanen en ander pluimvee. Vergelijk pluimgraaf‘ bediende die vogels verzorgt’.

Hanenburg: De familie was eigenaar van het huis Hanenburg, nu Berlikumermarkt 19 in Leeuwarden (Friesland).

Haneron. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanet, Hannet, Henet, Hennet, Anneet, Annet, Anné, Ané, Annez, Honet, Honée, Honee, Honnee: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes. Zo ook Hanniet, Haniet.

Hanff, Hanf. Duitse beroepsnaam van de hennepteler, -boer. Vergelijk Duits Hanfbauer.

Hanfstengel, Hanefstingels, Haeneefstingels: Duitse bijnaam: hennepstengel, voor een opgeschoten kerel.

Hangard: Plaatsnaam Hangard (Somme)? Of uit Hannecard, afleiding van de voornaam Johannes. Zie ook Han(e)goor.

Haniche. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes.

Hanisch. Vadersnaam Oostduitse vleivorm van de voornaam Johann.

Haniet, Haney, Honlet, Hanolet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes.

Hanin, Henin, Hénin, Hénan, Henein, Henning, Hennin, Henninck, Henninckx, Hennings, Henningsen, Hanninck, Hannin: Vadersnaam. Vleivorm van heiligennaam Johannes.

Haniset, Hanizet, Hanozet, Hanuset Hanuzet, Honnos, Hanos, Hanosset, Hanosset, Hannoset Hannuzet, Henuset, Hanuzet, Hunuzet, Enuset, Hanset, Hansets, Hancet, Hansé, Hanse, Hansez, Hanzé, Inzé, Inze, Inse, Aniset, Anizet, Anuset, Annuzet, Anuzet. Vadersnaam, Waalse knuffelvormen van de voornaam Johannes.

Hanut, Hannut. 1. Plaatsnaam Hannut, Nederlands Hannuit (Luik). 2. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hankin, Hankins, Annequin, Hanquinet, Hanquin, Henquinet, Henquin, Henquinez, Henquiniaux, Hanquiniaux, Hanquinaux, Anquinaux, Anquinet: Vadersnaam. Hannekin, afleiding van de voornaam Johannes; Romaanse afleiding op -et, -el/(i)au(x).

Hanlon. Vadersnaam Hannelon, vleivorm van Johannes.

Hannoff, Hanoff. Wellicht Waalse uitspraak van Hannover.

Hanon, Hannon, Henon, Hennon, Hinon, Hannoun, Annon: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Hano 'haan'. 2. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanken, Hankes: Vadersnaam. Hanke, verkleinvorm van de voornaam Johannes.

Hannaart, Hanhart, Annaart, Annaert, Hannaert, Hannaerts, Hannard, Hanard, Hannart, Hanart, Hanaerte, Hanard, Hannard, Hanarte, Hannart, Hanarte, Hanna, Hana, Anaerts, Annaerts, Annart, Anard, Hennaerd, Hennaert, Hennard, Hennart, Hénard, Honnaert, Honnart, Honnart, Honna, Hoonaert: Vadersnaam. Afleiding van de heiligennaam Johannes.

Hanne, Hanna, Hana, Hannesse, Hannes, Hanesse, Hannise, Hannus, Hanus, Hanusse, Hanuse, Anus, Hanneus, Haneuse, Aneuse, Hanause, Hannuise, Hanuise, Hanusz, Hennes, Hennus, Henusse, Hans, Hansen, Hanse, Hance, Hanssenne, Hansenne, Hensenne, Ansennes, Ansenne, Hanssen, Hanssens, Hansen, Hansens, Hensens, Hensen, Anssens, Ansens, Ansen, Hanze, Hanzen, Hens, Hense, Hennissen, Henissen, Henneuse, Heneuse, Henssen, Hensen, Henze, Henzen, Henzene, Hins, Hinsen, Hinssen, Hinsens. Vadersnaam, verkorte vorm uit diverse vormen van Hans, Hannes, Johannes.  Hansates; de zoon van Hans-Ates.

Hannebau, Hannebou, Hannebouw, Hannebuer, Hennebaut, Hennebaux, Hennebo, Hennebois, Hennebot, Hennebl, Hennebelle, Hennebil, Henbaut, Hinnebaut, Hinnebo, Hunebelle, Hunbelle, Humbel, Hendboeg. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hen-bald: haan-moedig. Hanubaldus. Hennebel(le) is hypercorrect (vergelijk Frans beau/belle).

Hannecart, Hannecard, Hannekaert, Hanecard, Hanecart, De Hannecard, Hannicart, Haenecaert, Hannequart, Hanquart, Hankar, Hankard, Hankart, Hancart, Hanchar, Hanchard, Hanchart, Annicaert, Anckaert, Anckaerts, Anckaer, Anckaar, Ankaer, Ankaert, Ancard, Ancart, Ancaer, Anecaert, Encart, Enkart, Hanicka, Hanika, Hanneca, Haneca, Aneca, Anyca, Anica, Anca. Vadersnaam op -ik/-ard van de heiligennaam Johannes. 

Hannekin, Haniken, Hanikenne, Hankenne, Hannequin, Hanquin, Hankin, Hankins, Annequin, Hanquin, Hanquinet, Henquin, Henquinet, Henquinez, Henqouniaux, Hanquiniaux, Hanquinaux, Anquinaux, Anquinet. Vadersnaam, Romaanse afleiding knuffelvorm van de voornaam Johannes of uit Arnekin (knuffelvorm van Arnoud-Arnolf).

Hannemans, Hanneman, Henneman, Hennemans, Anneman, Annemans, Hannemann, Hanemann: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes. 2. Zie Anneman(s).

Hannen, Hennen: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes. Ook afleiding van Hanne. Zie Hennen.

Hannema, Hansma, Hansema: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Johannes, Hans.

Hanepain, Hannepin. Vadersnaam. Waalse vleivorm van de voornaam Johannes.

Hannenwijk, Hannewijk: Plaatsnaam Hannewijk, zuidoost van Bakkeveen in Opsterland (Friesland).

Hannert, Hannerts, Hannard, Hanard, Hannart, Hanart, Hanarte, Hannarte, Hanna, Hana, Annaert, Annaerts, Annaart, Annart, Anard, Hennaerd, Hennaert, Hennard, Hennart, Hénard, Honnaert, Honnart, Honna, Honart, Hoonaert. Vadersnaam afgeleid uit Johannes. 

Hannet, Hanet, Hennet, Henet, Aneet, Annet, Anné, Ané, Annez, Honet, Honée, Honee, Honnee. Vadersnaam afgeleid uit Johannes. 

Hannosette. Moedersnaam, uit de voornaam Hanoset (Johannes). 

Hanneton, Hantoon, Hanton, Henneton, Henton: Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Johannes.

Hannevart, Haneveer, Haneveir, Hennebaert, Henebaert, Henvard: Vadersnaam. Germaanse voornaam haim-frid 'heem-omheining':

Hannick, Hannicq, Hanicq, Hanique, Haneke, Hannecke, Annick, Anique, Annycke, Unique: Vadersnaam. afleiding van Han, voornaam Johannes.

Hannier, Honnier, Hony, Hani, Heini, Heni, Heinny, Heny: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam han-hari 'haan-leger'.

Hanno, Hannot, Hano, Hanot, Hannot, Hanott, Hanotte, Anno, Annot, Annoot, Annoote, Anote, Annothe, Hannotel, Hannotiau, Hanotiau, Hanotiaux, Hanoteau, Hanoteuax, Hanotieau, Hanotaux, Annotiau, Hanotin. Vadersnaam uit knuffelvormen van de heiligennaam Johannes. 

Hannosette. Moedersnaam. Vrouwelijk vorm van Hanoset.

Hanoque, Hanocq, Hannocq, Henocque, Henocque, Hennocq, Henocq, Henoch, Annocque, Annocqué, Anoque, Anocq: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanotier, Hanotière, Hannotier: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Johannes.

Hanoulle, Hanoul, Hanould, Anoul, Hannoul, Hnaouille, Hanoulle, Hanouille, Henoeille, Hagnoul, Hainol, Hanjoul, Hanjoel, Hanjool, Hignoul, Hignoule, Xhignoulle, Hinoul, Ignoul. Vadersnaam, Waalse knuffelvorm op -oûle van Johannes. 

Hanoy, Hannoy, Hanois, Hanoir, Annoye: Vadersnaam. Vleivormen van de voornaam Johannes.

Hanozin. Vadersnaam. Waalse vleivorm van de voornaam Johannes.

Hanquet, Hanquez, Henquet, Henquez, Henket, Hancké, Anquet, Anquez: Vadersnaam. Afleiding van Hanke, van Johannes.

Hanquier, Hanquiez. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ans-ger 'ans (godheid)-speer': Anscarius, Hanscherius. Vergelijk Anquetil, van ans-ketil. Of van Hauquier (eveneens in Limburg) met epenthetische n.

Hanraets, Haanraats, Haanraads, Haenraets, Hahnnraths, Hanraths, Henraat, Henraath, Hanratty, Hanre, Hanrez, Hanré. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hand-red; haan-raad. 2. Een Heerlens geslacht Haanraads is echter afkomstig uit Haanrade in Kerkrade (Nederlands-Limburg). 

Hanre, Hanrez, Hanré: 1. Plaatsnaam Hanret (Namen). 2. Zie Hanraets.

Hansbout, Hansebout. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Ans(e)boud (ans-bald; godheid-moedig). 

Hansaert, Hansa, Hansart, Henissart: Vadersnaam. Afleiding van de heiligennaam Johannes.

Hansel, Hensel, Hensels, Handzel: 1. Vadersnaam. Duits Hansel, afleiding van Hans. 2. Zie ook Ancel; Hanselaere, van; Hanselaer, Hanselaar: Plaatsnaam Hanselaar in Lokeren (Oost-VlaanderenV).

Hanselman, Hanselmann. Vadersnaam. Duitse vleivorm van Hans.

Hansen, Hanse, Hanssens, Hanssen, Hanzen: Vadersnaam. Zoon van Johannes, Hans.

Hanseval, Hanzeval: Plaatsnaam Xhenseval in Ouffet (Luxemburg).

Hanskamp: Vergelijk plaatsnaam Hanekamp bij Radewijk (Hardewijk, Overijssel).

Hanskens, Hansquine: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hans, Johannes.

Hansma, Hansman, Hansmann, Ansman: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hans.

Hansoel. Spellingvariant van Hansoul.

Hanson, Hansson, Hantson, Anisson, Unissons, Anson, Antson, Henson: Vadersnaam. Uit Hanesson, Romaanse vleivorm op –eçon van Johannes.

Hansotte, Ansotte, Hanuzot, Henchoz,Hansoulle, Hansoul, Hansoel, Hansol, Hensotte, Hensoul: vadersnaam. Romaanse vleivormen met stapelsuffîx -eçot, -eçoul, -eçoi van de voornaam Johannes.

Hanstater. Vadersnaam van Noors Hansdatter, Johannesdatter: dochter van Johannes. Vergelijk Deens Hansdotter, Duits Hanstochter.

Hanswijk, van, Hanswyck, van, Hanswijck, Hanswijk, van Hansewijck, Hansewyck: Plaatsnaam Hanswijk in Mechelen (Provincie Antwerpen).

Hantekees. Vervorming van Hautekees.

Hantschmann. Vadersnaam. Duitse vleivorm van Johann.

Hantsetter, de, de Handsetters, Handschutter, de Handschutter, de Handscutter, (de) Handtschutter, Hantschutter, Dedanschutter, Deanscutter, Dantschotter, Danschotter, Danschutter, Dhantschotter, d'Handschotter, d’Hantschotter, d'Hantshotter, Dandschotter, Damschotter, Handschoote, Hantschoot, Hantschootte, Handtchootte, Hanscoote, Hanscotte, Anscutter. Beroepsnaam van de hant(schoe)zutter: handschoenennaaier, -maker. 

Hantz, Hantzen. Vadersnaam. Duitse vleivorm van de voornaam Hans.

Haond, Haon, Haot: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm en van Germaanse voornaam Hado. Vergelijk Haous, Hatton.

Haoud. Variant van Haous? Algerijnse naam?

Haous. Vadersnaam. Romanse vorm van Germaanse voornaam hath-wulf 'strijd-wolf: Hadulf(us).

Hap, Happe, Haep, Haps, Heppe, Hepp, Hepts, Heps: 1. Middelnederlands happe: (hak)bijl. Beroepsnaam van de houthakker. Vergelijk Happaert, Duits Beil, Hackebeil. - 2. Vadersnaam. Bakervorm van de Germaanse voornaam Herbrecht of Hebbrecht.

Hapers, Haepers, van Haperen, van Haeperen, van Aperen. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hapert (Noord-Brabant) of Haperen in Olen (Antwerpen). 2. Zie ook Aper.

Haperen, van; van Aperen, van Haeperen, van Apers: Plaatsnaam Hapert (Noord-Brabant). De overgang naar Van Haperen is in de eerste helft van de 18de eeuw gebeurd in de streek van Breda, Prinsenhage, Etten-Leur. De familienaam werd Van Apers in Schoten.

Hapet, Happé, Happée: Afleiding van Oudfrans hape: haak. Beroepsnaam. Een Hollands-Joodse familie Hartog liet haar familienaam wijzigen in Happée.

Hapleteer, van. Plaatsnaam Appelterre, Oost-Vlaanderen.

Happaert, Happaerts,, Happaer, Happaers, Hapart, Happart, Appaerts, Appart, Apard, Happers, Appers: Afleiding van Middelnederlands, Oudpicardisch happe: hakbijl. Beroepsnaam van wie de bijl hanteert, wellicht een houthakker. Vergelijk Hap(pe).

Harang, Harant, Harent, Harrang, Harran, Dehareng, Hereng, Herent, Hérant, Herreng, Herrent, Herren: Verschrijvingen voor Frans hareng, Oudfrans harenc: haring. Beroepsnaam voor een haringvisser of-verkoper. Of huisnaam.

Harbant. Vadersnaam. Germaanse voornaam Harebannus of Hardobannus, wellicht gereduceerd van Herbrand, Harbrand.

Harbers, Herbers, Harberink, Harberts. Of Joodse naam, of van Frans Herber; kruiden, weiden, kruidenhandelaar? Of Germaanse naam van Her, Har; leger, bert; stralend, dus schitterend in het leger.

Harbon, Harbonnier. Waals hypercorrect voor Charbon(nier).

Harbrink, Harperink: Vadersnaam. Afleiding van Harbrecht.

Harchies, Harchy, Deharchies: Plaatsnaam Harchies (Henegouwen).

Harcourt, D'Harcour, D'Harcourt, Darcourt: Plaatsnaam Harcourt (Eure).

Hardas, Hardat: Misschien Middenfrans hardas: strop. Beroepsnaam?

Harde, de, Hardt, Hard, Harte, Hart, Art, Arte, d'Harte, 't Hart, Herte, de Herde,d'Herde, Derde, Derden, Herd, Herden, Herd, Herdé. 1. Bijnaam uit het Middelnederlandse hart, hert: hard, sterk, gevoelloos, hardnekkig. 2. De vormen met d kunnen ook teruggaan op het Middelnederlandse harde, herde: herder. 3. De naam Arte bestaat ook in Italië (Campanië en omgeving). Vadersnaam uit Arthur, bijnaam.

Hardebil. Bijnaam naar de lichaamseigenschap: harde bil. Vergelijk Hardebolle, Harteschene.

Hardebolle. Bijnaam voor iemand met een harde kop, een stijfhoofd. Duits Hartkopf.

Hardeel, Ardeel. 1. Familienaam uit hardel: touw. Bijnaam of beroepsbijnaam voor hij die de strop verdient of ze hanteert. 2. Eventueel vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hard-naam; vergelijk Harteel.

Hardekaas: Bijnaam of beroepsbijnaam. Vergelijk Duits Hartkäse.

Hardeman, Haerdeman, Hartman, Arteman, Hardman, Hardmans, Hartman, Hartmans, Hertmans, Herteman, Hertemans, Hertelmans: Vadersnaam. Germaanse voornaam hard(u)-man ‘sterk-man’. Ook Duits Hartmann.

Hardemee: Naam van een poldertje bij Oosterland (Duiveland, Zeeland), in 1695 geïnundeerd.

Hardenberg, von, Hartenberg, Hartemberg: Plaatsnaam Hardenberg (Noordrijn-Westfalen, Nedersaken, Overijssel). Ook 1475 Hardenberch in Wierden en 1382 Hardenberge in Warnsveld.

Hardenne. 1. Plaatsnaam Hardenne in Houyet (Namen). 2. Zie van Aardenne.

Hardeweg. Vadersnaam. Reïnterpretatie van Hard(e)wig, Germaanse voornaam Hartwig.

Hardewijn, Hardewyn, Herdewijn, Herdewyn, Hardouin, Harduin, Ardewijn, Ardouin, Ardhuin, Herdhuin: Vadersnaam. Germaanse voornaam hard-win ‘sterk-vriend’: Hardwinus, Ardoinus.

Hardi, Hardie, Hardies, Hardis, Hardij, Hardy, Lehardy, Ardies, Herdies, Hordies, Hordiez, Ordies: Oudfrans hardi: moedig, durvend. Bijnaam.

Harding, Hardijns, Hardyns, Ardyns, Ardijn, Ardijns: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Hardo ‘sterk’.

Hardiquest, Hardiquet. Aversnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hardo. Vergelijk Harding.

Hardyzer, Hardijzer. Beroepsbijnaam van de smid. Duits Harteisen.

Harel, Harelle. Oudfrans harele: tumult, lawaai, opschudding. Bijnaam.

Harelbeke, van. Plaatsnaam, West-Vlaanderen.

Hardlooper, Hartlaub: Bijnaam voor iemand die snel loopt. Ook Duits Hardelauf.

Hardon: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Hardo.

Hardoux, Ordou: Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam hard-wulf 'sterk-wolf: Hardulfus.

Harduineau. Afleiding van Hardouin.

Haren, van; van Harn: Plaatsnaam Haren (Noord-Brabant, Groningen, Vlaams-Brabant).

Haringman: Beroepsnaam van de haringvisser of haringhandelaar.

Hariot: Vadersnaam. Uit Henriot, verkleinvorm en vleivorm van de voornaam Henri.

Harizanova. Moedersnaam uit het Slavisch (Russisch) taalgebied: dochter van Hariza. Hariza komt mogelijk uit het Sanskriet: geluk. 

Harford. Plaatsnaam Harford (Devonshire).

Harfst. Nederduits voor herfst, het jaargetijde. Duits Herbst.

Harhuis, Haarhuis, Harrus: Harhûs, Nederduitse vorm van Duitse plaatsnaam Haarhausen en Harhausen. Duitse familienaam Haarhaus.

Härig, Haerigs: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hari-naam.

Harinck, den, Haring, Haringh, Haringhs, Haerinck, Haering, Haerynck, Haerijnck, De Harijnck, Harynck, (de) Heering, Hering, Heerings, Heerinckx, Herinck, Herinckx, Herinx, Herincx, Herincs, Harrings, Herring, Heerinck, den Haring, de(n) Haerinck, Haerijnck, Haerynck, Haerynck, Haerinckx, Haerunckx, Heering, Herinck, Heringa: 1. Beroepsbijnaam van de haringvisser of -verkoper. 2. Het kan een oorspronkelijk vadersnaam zijn, een afleiding van een Germaans hari-naam, Hairingus, Arincus.

Haringhe, van. Plaatsnaam Haringe (West-Vlaanderen).

Harkay. 1. Plaatsnaam Harkai in Flémalle-Grande (Luik). 2. Zie Herquet.

Harkema: Vadersnaam. Friese afleiding van de Friese voornaam Harko, Harke, verkleinvorm van Germaans hari-naam.

Harkink: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Harke (zie Harkema). Ook plaatsnaam, 1356 Herkinc in Lochem.

Harlange. Plaatsnaam Harlingen, Frans Harlange, Luxemburg.

Harmelen, van: Plaatsnaam Harmelen (Utrecht).

Harlaux. Vadersnaam. Spelling voor Arlaud, Romaanse vorm van germaanse voornaam erl-wald 'edelman-heerser': Herlevaldus, Arlaldus.

Harlepin, Arlepin, Arlepain: Variant van Hannep(a)in, met n/l-wisseling en r-epenthesis.

Harlet, Harlez, Harley, Harlay, Harlé, Arlet, Arlay, de Harlez: Bijnaam. Oudfrans harlé, voltooid deelwoord van harler, haler: uitdrogen, branden.

Harlophe, Arloff: Vadersnaam. Verfranste spelling van de Duitse familienaam Harloff. Germaasne voornaam hard-wulf'sterk-wolf; vergelijk Harou.

Harmelen, van. Plaatsnaam, Utrecht.

Harmer, Harmert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-mêr 'leger-beroemd': Harmar, Hermerus.

Harmignies, Harmignies, Harmegnie, Harmegnies, Hermignies: Plaatsnaam Harmignies (Henegouwen).

Harmsen, Harmsel, ter, Harms, Harmes: Vadersnaam. Zoon van Harm, Herman. Adresnaam.

Harmsma: Vadersnaam. Friese afleiding vande voornaam Harm, Herman.

Harneauaux, Harnequeau, Arlequeeuw: Vadersnaam. Afleiding op -iquel van de voornaam Arnaud.

Harnet, Harnétiaux: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Arnaud.

Harneveldt, van, Harnevelt, van. Wellicht plaatsnaam Harreveld, Gelderland.

Harnier, Harnier. Plaatsnaam Hargnies, Nord, Aisne.

Harnisfeger. Duitse beroepsnaam Harnischfeger: harnaspoetser. Vergelijk Sweertvaegher.

Haro, Harot, Harotte, Harotin. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hari-naam, bijvoorbeeld Harou, Harrou.

Harou, Haroux, Hérou), Héroult, Héroux, Hiroux, Hirouf, Hyroux, Herrou, Herroes, Heroes: Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam hari-wulf; 'leger-wolf: Herolf.

Harpe, Harpen, Herper, Herpers, Herpels, Harps: 1. Bijnaam van de harpspeler. Middelnederlands harper ‘harpspeler’. Vergelijk Duits Harfner. 2. Vadersnaam. Harpe, van Harpert, Harbert, Herbert.

Harperscheidt. Duitse plaatsnaam Harperscheid.

Harpigny, Harpignies, Harpignit, Harpegnies, Herpigny, Arpigny: Plaatsnaam Harpigny in Robelmont (Luxemburg).

Harpman. Beroepsnaam van de harpspeler, vergelijk Harper.

Harrathi. Arabische naam.

Harrau, Aeraut, Harreau: Vadersnaam. Germaanse voornaam hari-wald 'leger-heerser': Herold.

Harray. 1. Spellingvariant voor Haret; zie Harré. 2. Luiks-Waalse vorm voor Harel of Harrau.

Harré, Harre: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hari-naam, zoals Harou.

Harren: Vadersnaam. De naam kan een afleiding zijn van een hari-naam, zoals Herbert, Herman, maar kan ook een spellingvariant zijn van Harm.

Harris, Harrison, Harrisson, Harry: Engelse vadersnaam = Hendrik.

Harroy, Harrois. Plaatsnaam Harroy in Hour, Namen.

Harsch, Harsche, Harst: Middenhoogduits harsch, harst: legerschaar, krijgsbende. Bijnaam voor een lid van een legerbende.

Harsdorf. Plaatsnaam, Beieren.

Harshagen. Vadersnaam gecombineerd met plaatsnaam: de afsluiting van hard. 

Harsin, Harsini. Naam uit de gelijknamige naam in Luxemburg. 

Harskamp, van, Hartskamp, Hartkamp, Herskamp. Plaatsnaam bij Ede, Gelderland.

Harst. 1. Middelnederlands harst: rugstuk van een geslacht dier, stuk gebraden vlees, lendenstuk van een rund. Beroepsnaam.

Harst, van der: 1. De Scheveningse naam Hart werd in de afleiding Harts, door omkering Harst en ten slotte van der Harst. In 1784 verhuisde Leendert van der Harst van Scheveningen naar Middelburg. 2. Zie van der Horst.

Hart: 1. Vadersnaam. Korte Germaanse voornaam Hardo. 2. Bijnaam ‘hard, sterk’.

Hart, van der; van der Hert: 1. Van der Haert. Plaatsnaam Haart in Boxmeer (Noord-Brabant). 2. Van der Aert (zie op dat woord).

Hartbrojt. Bijnaam voor de bakker van te hard brood.

Harte: Bijnaam ‘de harde, de sterke’.

Harteel, Hartiel, Arteel, Artiel, Artielle, Artels, Hertay, Hartaud, Arthau, Artaud. 1. Vadersnaam uit Hartaud: Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hart-wald, sterk-heerser. 2. De familienaam werd in Ronse in de 17de en 18de eeuw verward met Sarteel. Zie dus ook Sarteel. 

Härtel, Hartel, Hartl, Härtlein: Vadersnaam. Duitse afleiding van een Germaanse hard-naam.

Harten, Haerten, Horten: Vadersnaam. Afleiding van een Germaans hard-naam, zoals Hartwin, Hartman.

Harten, van. Plaatsnaam in Renkum, Gelderland.

Hartendorp. Duitse plaatsnaam.

Hartenhof, Hartenhoff. Naam die terug te voeren is op Hartenhoeve. Hart komt wellicht van een Germaanse hart-eigennaam (de hoeve van ene Harte). Deze hoeve was wellicht gelegen in Oost-Groningen (de naam komt ook (zelden) voor in Duitsland.

Hartert. Duitse vadersnaam. Klankverandering van Hartrat, hard-rêd 'sterk-raad'.

Harteschene, Arteschene, Harschene, Harschêne. Bijnaam hard + Middenenderlands schene: scheenbeen, scheenplaat. Naar de harde scheenplaten van de wapenrusting. Zie ook Scheen.

Harteveld, van, van Hartesveldt, van Hartingsfeldt, Hardeveld van: Plaatsnaam Harteveld, boerderij in Stoutenburg (Leusden, Utrecht). Ook Hartefeld bij Geldern (Noordrijn-Westfalen).

Hartgerink: Vadersnaam. Hartgering, afleiding van Germaanse voornaam Hardger. Ook plaatsnaam, 1188 domus Hertgherinc in Bentelo.

Hartgers, Hertgers. Vadersnaam, afgeleid van de Germaanse voornaam Hardger: hardu-gaiza (wat zoveel betekent als sterk met de speer). Hartgerus.

Harth, Harths, 1. Bijnaam Hard; zie De Harde. 2. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse hard-naam. 3. Duits Hardt: hert.

Harthaldus, Artaldus. Of -el- afleiding van Germaanse hard-naam. 2. De familienaam werd in Ronse verward: Sarteel = Charteel = Harteel.

Hartig. 1. Vadersnaam van Germaanse voornaam Hartwig. 2. Variant van Hartog.

Hartholt: Deze naam zou een hypercorrecte spelling kunnen zijn voor Hardolt, Germaanse voornaam hard-wald ‘sterk-heerser’. Maar de naam Hardholt werd pas in 1811-12 aangenomen door Harmen Johannes in Donkerbroek (Ooststellingwerf). De kinderen van Roel Geert namen de naam Hardhout aan.

Harthoorn, Hartoor: Bijnaam, wellicht naar een huisnaam of molennaam.

Harting, Hartong, Hartung, Hartjes, Hartjens, Haertjens, Haertjes, Hartke, Hertkens, Hortien: Vadersnaam. Afleiding en verkleinvorm van een Germaanse hard-naam.

Hartkamp. Plaatsnaam Hertenkamp; hertenveld?

Hartskeerl. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Hart (hard) en keerl (man). Zoiets als sterke man.

Hartkopf. Bijnaam voor een stijfhoofd. Nederduits Hardekop. Vergelijk Hardebolle.

Hartleib, Hartleb. 1. Vadersnaam. Duitse voornaam Hartlieb. 2. Duits Leib: brood. Vergelijk Hartbrojt.

Härtling, Hertling: Duitse vadersnaam. Afleiding van Germaanse hard-naam.

Hartlooper, Hardelauf. Bijnaam voor een hardloper.

Hartmann, Hartman, Hartmans, Hartmaans, Harthmann, Haertman, Artmann, Artman. Vadersnaam. Germaanse voornaam. Zie Hardeman.

Hartmeyer, Hardmeier, Hartemeier: Duitse beroepsnaam, boer aan een hard: algemene weide.

Hartsteen, Hertstein: Bijnaam. Hardsteen voor een steenhouwer? Plaatsnaam?

Hartsuiker: Vermoedelijk een volksetymologische vervorming, misschien van Duits Herzik, van Herzig.

Hartung: Vadersnaam. Duits afleiding van een hard-naam.

Hartwig, Hartwich: Vadersnaam. Germaanse voornaam hard-wîg ‘sterk-strijd’: Harduuich.

Harveng, Harvegt, Harvang, Harvangt, de Harven, de Harveng, de Harvengt, d’Harveng, d’Harvant, d’ Harvent, Hervent, Hervengt, Arveng, Arvant: Belgische familienaam d’Harveng, de Harven(g), Harveng(t). Plaatsnaam Harveng (Henegouwen).

Harvey, Harvie: Vadersnaam. Oude Britse voornaam die aan Fran Hervé beantwoordt.

Hary, Harrie, Harri: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hari-rîk;'leger-machtig': Haririchus. 2. Gesproken vorm van Henri.

Harzé, Harze, Harzee, Harsée, Herzet, Herzê, Hersé, Herse, Arzée: Plaatsnaam Harzé (Luik) of in Francorchamps (Luik). Harzée in Cortil-Wodon (Namen), Lens-St-Remy (Luik) of Beausaint (Luxemburg).

Harzimont. Plaatsnaam Arsimont, Namen of Hargimont, Luxemburg.

Hasenberg, Hazenberg, Hassenberg. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Zandvliet (Antwerpen) en op heel wat plaatsen in Duitsland. 

Hasler, Hassler, Hesler, Hessler, Heseler: Duitse afleiding van plaatsnaam Hasel: hazelaar. Vergelijk De Haeseleer.

Hasdenteufel. Duitse bijnaam; haat de duivel.

Hartsuiker, Hartsuijker, Hartzuiker. 1. Beroepsbijnaam voor de suikerbakker of -handelaar. 2. Of misschien wel bijnaam voor iemand met een goed hart (een hart van suiker). 

Hasekamp. Hasenkamp in Minden (Duitsland), Hazenkamp (Gelderland).

Haselbauwer. Planter en kweker van hazelaren. Vergelijk Duits Haselmann, Haselmayer.

Haseldonckx, Haeseldonckx. 1. Plaatsnaam Hazeldonk (Noord-Brabant) en in Schaffen (Vlaams-Brabant), Berlaar (Antwerpen). 2. Variant van Hazendonk.

Haselkamp, van den. Waarschijnlijk reïnterpretatie van plaatsnaam Hazenkamp. Zie Hasekamp.

Haselmeyer. Duits Haselmeyer. Vergelijk Haselbauwer.

Haselton, Hasselton: Eigenlijk Haselton. Engelse plaatsnaam Hazleton (Gloucestershire).

Hasenberg, Hazenberg, Hassenberg: 1. Plaatsnaam Hazenberg in Zandvliet (Antwerpen, Noord-Brabant). 2. Verspreide Duitse plaatsnaam Hasenberg.

Hasinck, Hassing, Hassink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Haso of Hasso, van Hadzo. Ook plaatsnaam in Haaksbergen (Gelderland) en Hengelo Overijssel.

Hasenbusch. 1. Plaatsnaam in Hüllhorst (Duitsland). 2. Zie Hazenbosch.

Hasenclever. Afleiding van plaatsnaam Hasenclev in Remscheid, Duitsland.

Haslinger. Afl.eiding van plaatsnaam Hasling (Beieren) of Hassling(en) (Duitsland).

Haspels: Middelnederlands haspel‘ haspel; hengsel, haak’. Beroepsbijnaam.

Hasoppe. Waalse aanpassing van Ascoop?

Hassan. Arabische naam die zoveel betekent als: mooi, knap.

Hassel, van: Plaatsnaam Hasselt (Belgisch-Limburg).

Hasquin. 1. Middelnederlands hasekin: haasje. Bijnaam. 2. Moedersnaam. Nederduits Hasseke is dira, van Hadewig.

Hass, Has, Hasse, Hassen; Vadersnaam. Germaanse voornaam Hasso, vleivorm bij een hath-naam zoals Hadebert.

Hasse. Hypercorrect voor Asset? Of variant van Hazé(e) met verscherping z/s?

Hasselaar: Naam van de Hasselaar, de inwoner van Hasselt.

Haselbach, Hasselbach, Hazelbach: Duitse plaatsnaam (Beieren, Baden-Württemberg, Hessen). Hasselmeijer: Duits Haselmaier, -mayer ‘meier in Haslach (Beieren, Baden-Württemberg)’ of ‘meier op een hazelarenhof’.

Hasselt, van (der), Vanhassel, Vanhasselt, Verasselt, Verassel, Verassel, Verasselt, Verrassel, Van Assel, van Asselt, van Hascel, van Hasselle, van Hastel, van Astele. Familienaam afgeleid van een plaatsnaam waar 'hasseleiren' of hazelaren groeien. Hasselt in Limburg, Ophasselt, Oost-Vlaanderen, Neerhasselt bij Aalst, Oost-Vlaanderen

Hasseleer, de, Hasseler, de, de Hasselair, de Hasselaire, Dasseleer, Dasseler, D'Asseler: Naam van de Hasselaar, de inwoner van Hasselt (Limburg). Eventueel variant van De Haeseleer.

Hasselle. Moedersnaam. Hypercorrect voor Asselle. Germaanse voornaam Ascela of Adzila, Azela.

Hasselman, Hasselmans, Asselman, Asselmans: 1. Afleiding van Van Hasselt of Van der Hasselt. 2. Zie Asselman(s).

Hassenberg. 1. Zie Hasenberg. 2. Plaatsnaam in Stolberg (Duitsland).

Hassert. Waarschijnlijk = Hasert = Hasart.

Hassing, Hassink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Hasso. Zie Hass.

Hast: Variant van Haast. Bijnaam voor een haastige.

Hastat, Hastedt. Plaatsnaam Hastedt, Duitsland.

Hasthorpe. Duitse plaatsnaam Hastrup.

Hastir, Hastier, Haestier, Hastire, Hastière: Plaatsnaam Hastière (Namen).

Hastinckx, Hastings, Haestinckx, Haestincks, Haestings: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam, zoals Hastbertus, Hastadus, Hastulphus.

Hastray, Hastrais. Luiks-Waalse vorm van Oudfrans hasterel: nek, hoofd. Bijnaam.

Hastry. Misschien hypercorrect voor Hatry.

Hatersel: Afleiding van plaatsnaam Hatert in Nijmegen (Gelderland)?

Hattem, van,: Hattem, van. Plaatsnaam Hattem (Gelderland).

Hatet, Haté, Hatté, Hateau: Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse had-naam, zoals Hatier, Hatré.

Hatier, Hattiez, Hatje: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam had-hari 'strijd-leger'.

Hatré. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam had-rêd 'strijd-raad': Hadarat.

Hattink: Vadersnaam. Zoals Hadding afgeleid van een Germaans naam met hathu ‘strijd’.

Hatriva. Plaatsnaam, Luxemburg.

Hatry. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hathu-rîk 'strijd-machtig'. Zie Arickx.

Hatton. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Hado 'strijd'. Zie ook Haon(d).

Hattum, van, Hattuma. Plaatsnaam. Hetzelfde als Hattem?

Hatzmann: Vadersnaam. Duits afleiding van Germaanse voornaam Hatto, van hathu ‘strijd’.

Haub, Haube, Hauppe: Vadersnaam. Limburgs-Duitse vorm voor Huib, van de voornaam Hu(i)brecht. Vergelijk Hauben, Hupp.

Haubecq, Haubec, Haubeck: Plaatsnaam Haubecq in Ghoy (Henegouwen) of variant van Aubecq.

Haubourdin, Haubourdijn, Haubourdyn, Obourdin, Auverdin, Auvertin. Familienaam uit de plaatsnaam Haubourdin (Nord). 

Hauber, Haubert. 1. Zie Aubert. 2. Oudfrans halberc, hauberc, van Nederlands halsberg. Zie Halsberghe. 3. Zie Hubert. Vleivorm is Haubertin.

Haubold. Duitse vadersnaam van Germaanse voornaam Hugbald.

Haubourdin, Haubourdijn, Haubourdyn, Obourdin, Auverdin, Aevertin: Plaatsnaam Haubourdin (Nord).

Haubrug, Haubrugge, Hautbruge: Plaatsnaam Hobruge in Tubeke (Waals-Brabant).

Haubursin, Obersin. Wellicht variant van Hambursin.

Hauchamps. Plaatsnaam Haut Champ; hoog veld.

Haucotte. Moedersnaam. Afleiding van Hauquier.

Haucourt, Hautcour, Hautcourt: Plaatsnaam (Aisne, Oise, Pas-de-Calais, Seine-Mar., Nord, Meuse, M.-et-Mos.)

Haudecoeur, Hautecoeur, Hautcoeur, Hauttecoeur, Hauteceur, Hautekeur, Hautekeer, Hautekier, Houttekier, Houtekier, Hautecourt, Haultcoeur, Autecoeur. 1. Bijnaam uit Haut de Coeur voor een hooghartig iemand. 2. Zie ook Hautecourt. 

Haudegand. 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam Aldegonde. 2. Plaatsnaam Haut-de-Gan (Basses-Pyr.)?

Haudering. Vadersnaam Aldring, van voornaam Aalder, Alaard.

Haueis. Variant van Duits Haueisen. Smid, die ijzer houwt. Vergelijk Eisenhower.

Hauenstein, Hausstein, Haustein, Haustenne, Haudestaine, Haudestène: Verspreide Duitse plaatsnaam.

Hauet. Wellicht variant van Havet.

Haufe, Hauffen, Haufmann, Hauffman, Haufman: Plaatsnaam Haufe(n): steenhoop, aarden wal.

Haug, Hauck, Hauk: Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Hugo.

Haughem, van. Romaanse spelling voor Van Hagen?

Hauldebaum. Waalse spelling van Duits Holderbaum, Holunder: vlier(boom). Vergelijk Holder.

Haulez: Variant van Halet. 1. Bijnaam. Waals halé ‘mank’. 2. Vadersnaam. Verkleinvorm op –let van een Germaanse hath-naam. 3. Plaatsnaam Hallet (Provincie Luik).

Haumont, Hautmont: Plaatsnaam Hau(t)mont (Nord), in Dison (Luik) of Ophain (Waals-Brabant). Zie Daumont 2.

Haupt, Haupts. Duitse bijnaam. Vergelijk Hooft. Ook huisnaam.

Hauptman, Hauptmann, Hoptman: Duitse familienaam: hoofdman (van een vereniging).

Hauregard, Hautregard, Horward, Horwar, Horwart, Hoorewart: Plaatsnaam. Waals Haut-Reward = Frans Hautregard, Haut-Regard: hoge uitkijkpost, in Battice en Chaineux (Luik).

Haurens. Waalse weergave van dialect uitspraak van Haerens.

Haus, Hause. Duitse plaatsnaam Haus: huis. Vergelijk Van Huise 2. Een Gentse famille Haus heeft als stamvader "1796 J. J. Haus,Würzburg.

Hause, Hausse. Waalse spelling voor Duits Haus. Haussen, Haussens zie Aussems.

Häuschen, Heuschen, Heuschenne, Heusschen, Heuchenne, Heusghens, Heusgens, Heusghiens, Heusghem: Afleiding van Haus: huis. Of van Germaanse voornaam Huso. Vergelijk Huyskens.

Hauschild. Duitse familienaam Hau(en)schild. Bijnaam voor ridder of krijger die op het schild loshouwt.

Hausdorff, Hausdörfer: Plaatsnaam Hausdorf (Saksen).

Hausemer. Wellicht van Duits Hausner, van plaatsnaam Hausen.

Hausen, Hauser, Häuser, Hauzen, Hauzer: Afleiding van de frequente Duitse plaatsnaam Haus(en).

Hausmann, Hausman, Hausanne, Haussemanne, Husemann, Houseman, Housman, Houmans: Respectievelijk Duitse, Nederduitse en Engelse familienaam. Tegenhanger van Huisman.

Haussens: Spellingvariant van Aussems. Plaatsnaam Aussem, namelijk Oberaußem en Niederaußem (Noordrijn-Westfalen).

Haust, Aust: Duitse familienaam (Eifel). Rijnlandse plaatsnaam Haust: hoogste punt, top van de heuvel.

Haustermans. Aanpassing van Duits Ostermann: migrant uit het oosten. Vergelijk Oosterlynck.

Haustraete, Haustrate, Hauwstraete, Austraete, Austrate, Austraet, Hostraete, Hostrate, van Audestrade: Plaatsnaam Houtstraat: straat door het bos.

Haut, Hauth, Hault, Haux, Lehault, Lehaut, L'haut, Lhaut, Lahaut, Lahau, Lahot, Laho: Bijnaam. Frans haut: hoog(moedig), trots. Vergelijk De Hoog.

Hautin, Hautain, Autin: Bijnaam. Frans hautain: hoogmoedig.

Hauteberque. Moedersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam Aldeberga, Altberga.

Hautechière. Bijnaam. Frans haut: edel + Oudfrans chière: aangezicht, gelaat. Vergelijk Haudecoeur.

Hauteclair, Hauteclaire, Hautecler, Hautclair: Plaatsnaam Hauteclaire in Hollogne-aux-Pierres (Luik).

Hautecloque, Hautclocq: Plaatsnaam (P-as-de-Calais).

Hautecourt. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Hautecourt (Meuse, Moselle, Ain, Aisne) 2. Zie ook Haudecoeur. 

Hautefeuille. Plaatsnaam, Seine-et-Marne.

Hauterloot: Vadersnaam. Met hypercorrecte h uit Auterloot, spellingvariant van Outerloot, van Wouterloot (vergelijk Houterman(s). Vleivorm van de voornaam Wouter.

Hauw, Hau, Hauwe, Haeuw. 1. Verkorte vorm van Van den Hauwe, uit de plaatsnaam Hau. 2. Zie Houwen. 

Hauw, de, De Houw. Waarschijnlijk uit Dauw: zie daar. Er is ook een mogelijkheid dat het een variant is van Hauw. Zie daar. 

Hauwaert, Hauwaerts, Hauward, Hauwarth, Hawaert, Hawart, Houwaert, Houwaer, Houwaert, Houward, Houard, Houwaert, Houwart, Auwaert, Auwaerts. 1. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hug-hard. 2. Verkorte vorm van Van Hauwaert: uit de plaatsnaam Houwaart (Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen). 

Hauwer, de, Hauwere, de, de Houwer, de Houwere, den Houwer, d’Hauwers, d'Hauwer, d'Houwer, den Auwer, Auwers, Dauwers, Dauwer, Dauer, Daver: Beroepsnaam van de houwer, houthakker of steenhouwer.

Hauwe, van (den); van de(r) Hauwe, van den Houwe, van Houe: Plaatsnaam de Hauw/Houw ‘bos dat geregeld gehakt wordt, gerooid bos’. Ook Uijtdenhouwen.

Hauwermeir, van, Hauwermeiren Van. Familienaam uit de plaatsnaam Oude Mere: oude waterplas. 

Hauweel, Hauweele, Hauwel, Havel, Houel, Hoëlle, Hoël, Hoelle, Hoel) Huwel, Huel, Houyaux, Hoyaux, Hoyau, Hoyas, Howell, Aveau, Avau, Avaux, Avoux, Havaux, Havaut, Haveau, Haveaux, Havai, Havia, Havien, Daval, Davau, Davaux, Davaud, Davaz, Laval, Lavat, Lavau, Lavaud, Lavoz, Lavallée, Lavalley. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse houweel, hauweel of het Oudfranse houel: hauw, hak, houweel (dit uit het Oudnederlandse hauwa). Een beroepsbijnaam dus. 2. Hauweel bestaan ook als vadersnaam, zie bij Houwe. 3. Avaux, Avoux en varianten zijn zeker ook ontstaan uit Aval, Avaux,: dit uit het Franse à val, het Latijnse ad vallem: vallei, stroomafwaarts. In diverse Franse dialecten is val trouwens vau. Zie ook bij Daval. 

Hauwelaert (van), Van der Rauwelaert. Naam uit de plaatsnaam Ouden Aert (de oude aanlegplaats, kade). Soms verward met Van der Auweraert. Zie dus ook Ouderaa. 

Hauzeur, Hauseux, Hazeu: Plaatsnam Hauzeur in Chaineux (Luik).

Haveron, Havron, Avoiron, Aviron: Plaatsnaam Havron in Obigies (Henegouwen).

Havai. 1. Luiks-Waalse vorm voor Havaux. 2. Plaatsnaam Havay (Henegouwen).

Havard, Havart, Havar, Havaert, Avaert, Avart. Afleiding van Oudfrans haver: vasthaken, vastgrijpen.

Havas, Havasse. De stichter van het persagentschap Havas was van Normandische afkomst. Luiks-Waals havasse: grote spijker. Beroepsnaam.

Hâve, van der, Verhaeven, Verhaven, Verhaaf : 1. Variant van Van (den) Hauwe. 2. Rijnlandse plaatsnaam (ten) Hâve = (ten) Hove.

Havecker, Hâvecker: Beroepsnaam van de africhter van haviken. Vergelijk De Valkenare. Duitse familienaam Habicher.

Havegheer, Havegeer. Door verkeerde scheiding van de n (vergelijk Achtergael) van Middenenderlands navegeer: timmermansboor (om naven te boren). Beroepsnaam.

Havelaerts, Haevelaerts. Brabantse uitspraak van (van) Hauwelaert. Zie verder daar. 

Havelange, Havelanges, Havlange, Avelange: Plaatsnaam Havelange (Namen), ook in Harzé (Luik).

Haveman, Have, d’ Havekes, Haeve: Afleiding van ten Haaf, ten Have. Nederduits Havemann = Hofmann.

Haven, (van der): 1. De Havene was de naam van verschillende waterlopen, onder meer de IJzer. Ook het vaarwater van de Brugse Vaart in Oostburg: 1567 de Havene met huer dijcken an beede sijden boven de riole ofte waterganck. 2. Zie ten Haaf.

Havenaar: Beroepsnaam. Oostelijk Middelnederlands havenare, Middelhoogduits havenaere ‘pottenbakker’. Duits Haffner.

Havenberghe, van, Havenbergh, van, Havenberg, van. Plaatsnaam Havenberg in Temse (Oost-Vlaanderen).

Haveneers, Haeveneers: Oostelijk Middelnederlands havenare, Middenhoogduits havenaere: pottenbakker. Zie Hafner.

Havenith, Haveneth. Nederduitse bijnaam voor iemand die weinig of niets heeft. In het Duits: Habenicht. 

Havenstein. Plaatsnaam Hafenstein, Beieren.

Haver, van, Havere, van, van Haever, Haevere, van Haevre, Havre, Haverkamp, (van) Hover: Plaatsnaam Haver ‘haver, haverland’. Deze familie kwam omstreeks 1620 vermoedelijk uit Frans-Vlaanderen naar Colijnsplaat in Noord-Beveland en werd afwisselend als Van Gavere en Van Haveren opgeschreven). Dat lijkt erop te wijzen dat de g in het West-Vlaams en het Zeeuws toen al als h uitgesproken werd.

Haverals, Haveraels, Haverhals, Averhals, Averals, Haeverans, Haverans. Familienaam uit de plaatsnaam Haverels: lijsterbes. 

Haverbeeke, van, Haverbeke, van Haverbeeck, van Haeverbeeck, van Haverbeek, van Haeverbeke, van Aeverbeke, van Haverbecke, Haverbecque, Haverbeque, van Averbeke, van Averbek, van Averbecque, (van) Averbeck, Averbeek, Averbeke, Wanaverbecque, Wanaverbecq, Verhaeverbeke, Verhaverbeke, Veraverbeke, van Averberghe: Plaatsnaam Haverbeek ‘beek waarlangs haver groeit’, bijvoorbeeld in Sint-Andries (West-Vlaanderen).

Haveren, van: 1. Plaatsnaam Haveren in Lubbeek (Vlaams-Brabant). 2. Van Haveren is ook de naam van afstammelingen van van Haver. 3. Aanpassing van Havrenne.

Haverhoek: Plaatsnaam, bijvoorbeeld in Herzele (Frans-Vlaanderen).

Haverkamp, Haferkamp, Haberkamp: Plaatsnaam Haverkamp: haverveld.

Haverkate. Nederduitse plaatsnaam Kate: stulp, keuterij met haverland.

Haverkoek: Ongetwijfeld een leesfout voor Haverhoek.

Haverkorn, Haberkorn: Duitse familienaam Haberkorn. Nederduits en Middelnederlands haverkorn,-coren ‘haver (graan)’. Beroepsbijnaam van de haverboer of ‘handelaar.

Haverkort, Haverkotte. </