Verklaring van achternamen M

M.

Maagd, de; de Maagt: Volksetymologisch uit Middelnederlands maech, mage ‘maag, bloedverwant’.

Maagdenberg, van den, van den Maegdenbergh, van den Maagdenburg: Plaatsnaam Maagdenberg in Oostburg (Zeeland) en in Venloo (Nederlands Limburg. Eventueel de Duitse plaatsnaam Magdeburg, Nederlands Maagdenburg.

Maagen: Vadersnaam. Verbogen vorm van de Germaanse voornaam Mago.

Maaikens, Maaykens, Maayen, Maeyen, Maayens: Moedersnaam. Afleiding van Middenenderlands Maeye, Maai: Maria. Vergelijk Maeyens.

Maalderije: Volksetymologische aanpassing van de familienaam Malderez, Maldré, van Frans male denrée ‘slechte, minderwaardige waar’. Bijnaam voor de verkoper ervan.

Maaldrink, beroepsnaam, van maalder, maler, mulder of molenaar.

Maan, de, de Maen: 1. Variant van De Man, met Oost-Vlaams gerekte a. 2. De Maan was ook een verspreide huisnaam. In Bs. werd in 1717 een vondeling De Maen genoemd, omdat hij voor het huis 'De Maen' gevonden was.

Maandag: Bijnaam voor de naam van de weekdag, de maandag. Vergelijk Vrijdag, Duits Montag.

Maanen, Maene: 1. Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Mano, variant van Manno ‘man’, vergelijk Manekin = Mannekin. 2. Huisnaam. 1600 Cornelisz Meesz bijgenaempt ’t Manneken in de Maen, Zouteveen.

Maanenschijn: Bijnaam ‘maneschijn’ voor iemand die vooral ’s nachts actief was? Vergelijk Duits Sunnenschein.

Maanhout, Maenhoudt, Maenhout, Maenhaut, Manhoudt: Vadersnaam. Germaanse voornaam man-wald ‘man-heerser’: Manolt, Manvaldus.

Maarelen, van; van Marle: Plaatsnaam de Marel‘ mergel, mergelgroeve’. Plaatsnaam Maarle in Poppel (Provincie Antwerpen), Noordwijk (Zuid-Holland). Marle, Overijssel.

Maarleveld, (van): Plaatsnaam ‘mergelveld’.

Maarschalck, Maarschalk de, de Maersschalck, Marschalk, (de) Maesschalc, Maeschalck, Maeschalk, de Maarsschalck, de Maarschalck, (de) Maerschalcke, Maerskalck, Maerskalcke), (de) Maesschaelck, Maeschaelck, Maeschalk, Demaerschalet, Masschalck, Maesschalkc, Maesschal, Maessckal, Maescalck, Maesschalck, Maelschaelck, Maelschalk, Mayschalk: Beroepsnaam van de maarschalk. Middelnederlands maerscalc ‘paardenknecht, stalknecht, hoefsmid, paardenarts, stalmeester’, meestal ‘hoefsmid’. Ook gewoon smid.

Maarschalkerweerd, van. Plaatsnaam bij Houten, Utrecht.

Maarse, Maarsen, Marée : Vadersnaam. Afleiding van een mêr-naam. Of moedersnaam: korte vorm van Marcilia of Martiana.

Maarsman, Marsman, Meersman, Mersman, Meirsman, (de) Meersseman: 1. Afleiding van plaatsnaam Mars, Meers, Middelnederlands ma(e)rsch, me(e)rsch ‘beemd, laag nat eiland’, Vlaamse meers. 2. Beroepsnaam. Middelnederlands merseman, meerseman, maers(e)man ‘rondtrekkend koopman, marskramer’.

Maartens, Maarten, Maartense, Maerten, Maertens, Maertins, Martens, Martense, Martenssen, Martin, Martina, Martins, Martyn, Martijn, Marteyn, Mareijn, Marting, Maringsen, Martinsse, Meertens, Mertens, Mertin, Meerten, Mertes, Mertus, Mert, Meert, Meerts, Merts, Meerte, Meirt, Meirte, Meets, Martinus, Martinussen, Martinis, Martinissen, Marthunussen, Demartain, Demartin. Vadersnaam afgeleid van de Latijnse voornaam en heiligennam Martinus. Martein is een variant van de Franse voornaam Martin. Martinia kan Italiaans en ook Latijns zijn.

Maas, Maass, Maes, Mas, Mees, Moos, Moes, Mos, Moës, Mues, Muës, Moeys, Moies, Moiës, Mous, Maassen, Maassene, Maasen, Masen, Maessen, Maessens, Maesen, Maesens, Maahsen, Mahsen, Mausen, Meessen, Mesen, Mesens, Meses, Meezen, Mezen, Meehsen, Moesens, Moesen, Moessens, Moesse, Moosens, Moosen, Mohsen, Mosen, Muesen, Muësen. Vadersnaam, afgeleid van de apostelnaam Thomas (wat in het Aramees tweeling betekent).

Maas, van der; van der Mas, Vermaas, Vermazen: Naam van de rivier, de Maas, maar ook van talrijke waterloopjes.

Maasdam, (van): Plaatsnaam Maasdam (Zuid-Holland).

Maaskant, (van): Plaatsnaam Maaskant in Vessem (Noord-Brabant).

Maasland: Plaatsnaam Maasland (Zuid-Holland).

Maasmans: Vadersnaam. Afleiding op –man van de voornaam Maes = Thomas.

Maassen, Maassenne, Maasen, Masen, Maessens, Maessen, Maesen, Maahsen, Mahsen, Maussen, Meessen, Meesen, Mesen, Meessens Meesens, Mesens, Meses, Meezen, Mezen, Meehsen, Moesens, Moesen, Moessens, Moesse, Mossens, Moosen, Mohsen, Mosen, Muesen, Muësen: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Maes = Thomas; of van Maaszone. Moesen is Zuid-Limburgs.

Maastricht, van; van Mastrigt, Maastrigt, van: Plaatsnaam Maastricht (Nederlands Limburg).

Maat, (de): Middelnederlands maet ‘maat, makker, gezel’. Bijnaam. Vergelijk Janmaat, Kesmaat, Janknecht.

Maathuis, Maatman, Madhuizen. Plaatsnaam.

Maatjes, Maats, Maetens, Matena, vadersnaam Mate.

Maaijen, Maeijens: Moedersnaam, Voornaam Maaie = Maria.

Maaijer, de; de Maeijer, (de) Maijer: 1. Beroepsnaam van de maaier. 2. Eventueel een Brabantse variant van de Meijer. Maijer kan zelfs een spelling zijn van Duits Maier, Meier.

Mabe, Mabbe, Maebe, Mabesoone, Mabezoens, Smabers. Moedersnaam afgeleid van de voornaam Mabe = Mabelie = (A)Mabelia.

Mabille, Mabil, Mabile, Mabelis, Mabelus, Mabele, Mabel, Mabilde, Maubille: Moedersnaam. Mabelie van Frans Mabille, van Latijnse Mabilia, Amabilia.

Mabesoone: Moedersnaam. Zoon van Mabe=Mabelie (zie Mabelis).

Mabillon, Mabilotte, Mabiloot: Moedersnaam. Vleivorm van Mabille.

Mabilot: Moedersnaam. Vleivorm op –ot van de voornaam Mabille (zie Mabelis).

Mabit, Maby, Mabyt, Mabeyt: Moedersnaam. Waalse afleiding van Mabille.

Macaré: 1. Franse familienaam, ook Macarez, Macrez, Zuid-Franse variant van Macarel, Maquerel, van Maquereau ‘makreel’. Bijnaam naar de visnaam. 2. Vadersnaam. Verkleinvorm van Macaire, de Franse vorm van de Griekse heiligennaam Makarios.

Mac Donald. Vadersnaam. Zoon van Donald, Gaëlisch Domhnall, Oudiers Domnall 'wereld-machtig'.

Macadam. Vadersnaam. Zoon van Adam.

Macaigne. Variant van Macaine. Oudfrans macain; wijs, slim. Bijnaam.

Macar, Macart, Macarz, Machart, Mackart, Macka, Macquart, Macquaert, Maccart, Maquart, Maqua, de Macar, Makart, Makar, Maka, Macca, Maca: Vadersnaam. Germaanse voornaam mag-hard 'maag, verwant-sterk': Machardus, Machart. Of Germaanse voornaam mark-hard (zie Merckaert).

Macau, Macaud, Macaux, Maccaut, Macaut, Maquaut, Makau: Vadersnaam. Germaanse voornaam mag-wald 'maag, verwant-heerser'. Vergelijk Duits Macholt. Of Germaans mark-wald, vergelijk Macar(t).

Macédoine. Herkomstnaam, van Macedonië.

Macharis, Marcharis, Macaire, Maquaire, Maquair, Makaire, Marquaire, Maquer, Maquere, Masscharis. Vadersnaam uit de Griekse heiligennaam Makarios. De Latijnse vorm is Macharius, van Macharis.

Machart, Matsaert: 1. Zie Macar(t). 2. Beroepsnaam van de metselaar; afleiding van Middelnederlands mâche, matse, Picardisch mâche, van Middenlatijn macio.

Machelart. Verschrijving van Makelaar. Zie bij Makela(e)re De.

Machelen, van. Plaatsnaam Machelen, Oost-Vlaanderen.

Macherot, Macheroux, Machiroux, Machurot, Machureau, Machra, Machuraux: Bijnaam. Oudfrans mascheros: vuil, vies, smerig. Vergelijk Mascré.

Machetourte, Mâchefer = Masquefer. 2. De mansnaam Mascardus komt al in het Polyptique d'Irminon voor.

Machin. Waarschijnlijk hypercorrect voor Massin.

Machkour. Arabische familienaam.

Machtelinck, Machtelinkx, Machtelynck, Machtelings, Machtelinckt, Machtelinks, Machtelinkx, Magtelinck, Matelinck, Matelinckx, Mactellinck, Mactelinck, Mastelinck, Masteling, Maechtelinkx, Machelinckx, Machline, Magelinck, Magelincx, Mechelinck, Mechelynck. Afleiding van een Germaanse macht-naam. Zoals Machtildis of Machtolf. V. D. Schaar noemt als vormen voor Mathilde: Machelina, Machtelina, Machtelijn, Magcheltje, Maggeltje, Mechelina, Mecheltsje, Mechtelina, Megcheltien. De afwisseling van vormen met cht/ch en ach/ech pleit voor afleiding van een macht-naam.

Machtens, Masten. Moedersnaam of vadersnaam: knuffelvorm van de Germaanse voornaam Machtild of Machtolf.

Machu, Machut, Machue, Machus, Masut, Masu, Massu, Mossu, Metsue, Metsu, Missue, Missu, Missuwe, Messuwe: Oudfrans mac(h)ue, massue, messue, Middelnederlands matsu(w)e: knots, kolf, knuppel.

Mack, Mac, Macke, Mace, Mak, Makkes, Macken, Mackens, Maack, Maeck, Macq, Mauque, Maque, Maucq. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Macco, een knuffelvorm van een Germaanse mag(in) of mark-naam. 2. Vader/moedersnaam, vrouwelijke vorm uit dezelfde naam: Macca, Makka.

Mackel, Mackels, Makels, Maukels: Vadersnaam. Afleiding van Mack. Vergelijk Duits Mackle, Mackle.

Mackenzie, Mackersy: Schotse familienaam: zoon van Coinneach.

Macker, Mackers. Bijnaam. Middelnederlands macker; makker, deelgenoot, compagnon.

Maclaine: Schotse familienaam McLane, Mclean ‘zoon van de dienaar van Sint-Jan’.

Mackis, Mackus: Stamt van een Schotse soldaat die ca. 1600 in Nederlands Limburg gebleven is. Waarschijnlijk een vervormde Mac-naam.

Mac Leod: Schotse familienaam ‘zoon van Leod’. Leod gaat terug op Oudnoors Ljótr ‘lelijk’.

Maclet, Mauclet, Maclot: Vadersnaam. 1. Vleivorm van de voornaam Macharius. 2. Vleivorm van heiligennaam Remadius.

Mackintosh, Makintosh. Schotse familienaam Mac an toisich: zoon van de hoofdman.

Macoigne, Macogne. Plaatsnaam Macogny, Aisne?

Macocq. Engelse familienaam Maycock, Meacock, afleiding van May, Mayhew, van Matthew.

Macor, Macorps, Macors, Macoir, Macours, Macourt, Maucourt, Maucort, Macoers, Marconi, Marconit, Marcour, Marcourt, Malcorps, Malcorp, Macoy, Macoye, Macquoi, Maquoi, Macguoy, Macquoij, Manquou, Manquoy, Manquoij, Maugqoi, Maucquoy, Mauquoy, Macquet, Maquet, Mackee: Vadersnaam. De oudste voorbeelden wijzen duidelijk op een voornaam. Maar welke? Macharius wordt normaal Macaire en lijkt dus uitgesloten. Wellicht een Germaanse voornaam, bijvoorbeeld Markolf (vergelijk Marcou) of Markward (Ma(r)coir?). De vorm Malcorp(s) kan een reïnterpretatie zijn. De Luikse familie Ma(l)cors, Maucors is trouwens verwant met Macoir. Of afleiding van Oudfrans maque, mâche: hamer, strijdknots, kolf. Ook de staf van de deurwaarder. Beroepsnaam. Vergelijk un serjans à mace.

Macot, Machot, Macho, Macco: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Macharius of van Mack.

Macours, Macourt, Macoers, Maucourt, Maucort, Marcourt, Marcour: 1. Plaatsnaam Macourt (Nord). 2. Zie Macor.

Macpherson. Gaëlisch Mac an Phearsain: zoon van de parochiepriester, de pape (Middenenderlands persoon, Engels Parson, vergelijk Persoon(e).

Macquenhem, Macquenhen. Plaatsnaam Mackenheim, Elzas.

Macquoi, Maquoi, Maquoy, Macguoy, Macquoij, Manquoi, Manquoy, Manquoij, Mauquoi, Maucquoy, Mauquoy. De oudste voorbeelden wijzen duidelijk op een vadersnaam. Mogelijk uit Macharius (dat evolueerde tot Macaire)? Maar wellicht uit de Germaanse voornaam Marcolf (mark + olf = Marcou) of Markward (=Ma(r)coir).

Macron. Franse familienaam Macqueron, Maqueron, van Oudfrans masqueron, variant - met ander suffîx - van Oudfrans mascheros: vuil, zwart. Vergelijk Mascré en Middelnederlands Masscheroen, naam van de duivel, dus 'de zwarte'.

Madam, Madame. Bijnaam Madame: Mevrouw. Vergelijk Monsieur.

Madden, Maddens, Meddens, Mattens, Mettens, Matens, Maetens, Methens, Metens: Vadersnaam. Vleivorm van Germaans mathal-naam, zoals Madelbert.

Madder. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam math-hari: Madaharius. 2. Eventueel variant van (de) Mader.

Madera, Madeira. Plaatsnaam, eiland ten westen van Marokko.

Madjera: Variant van Made(i)ra, eiland ten westen van Marokko.

Made, van de(der), van der Maden, van der Matten, Vermaat: Verspreide plaatsnaam Made, Maet(e) ‘maailand, hooiland, weiland’, vergelijk Engels meadow, Duits familienaam Matt(e).

Madelein, Madeleine, Madeleyn, Madelijns, Maddelein, Maddelin, Maddeleyn, Madalyns, Madalijns, Majolyn, Maseleyne, Maselyne, Mazelijne, Mazelyne, Maeseleyne, Maeselyne, Maeselijne, Majelijne, Majelyne, Marjelijne, Mardulyn, Mardeelyn. Moedersnaam van Madelaine, de Franse vorm van heiligennaam Magdalena.

Madelet. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Madelaine? Of vadersnaam. Afleiding (-elet) van Germaanse math-naam; vergelijk Madder, Madou.

Madenspacher, Maderbacher; Duitse familienaam Mädenbacher, van plaatsnaam Medenbach.

Mader, de, de Madré, Madder, Maeder, Mader: Middenenderlandse ongesyncopeerde vorm mader: maaier. Ook Duits Mader/Mâder: maaier. Vergelijk De Maeyer. Beroepsnaam.

Madet, Madey, Maddée, Madion, Madiot: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse math-naam. Vergelijk Madelet.

Madoc, Maack, Maeck: Oudwels Matôc, Wels Madog: aanzienlijk, flink. Ook Moaddocks, Maddock, Mattocks, Mattock.

Madon. Vadersnaam. Variant van Madou of afleiding er van.

Maduro. De van oorsprong Iberische familienaam Maduro is in Nederland vooral afkomstig uit de Nederlandse Antillen en Aruba, betekent rijp, rijpen en mano; vroeg in de morgen, dus vroeg wakker.

Madou, Madoux, Madoets, Madoe, Madoue, Maudoux. Vadersnaam, Franse vorm van de Germaanse voornaam mathal-wulf; vergaderplaats-wolf.

Madoulet. Vadersnaam. Afleiding van Madou.

Madrid, Madry. Plaatsnaam Madrid, Spanje.

Maegd, de, Maegdt, de, Demaegd, de Maagd, de Maeghdt, de Maeght, de Maegt, de Maght, Maag, Maege, Maeghe, Maegh, Mage, Maeght, Maegh, Maghe, Maghue, Smagghe, Smagge, Smacghe,Smaegge, Smaege, Smaegghe, Smaeghe, Smagghue, Smague. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse maech, mage: bloedverwant. 2. Ook een vondelingennaam is mogelijk: Peerken De Macht is gevonden op 14.03.1636 bij het Machdenhuys te Antwerpen.

Maegdewinkel. Verhaspeling van Muysewin(c)kel?

Maeck, Maeck: 1. Zie Mack. 2. Door d-syncope, van Madoc.

Maelcamp. Plaatsnaam Maelcampe, Malcamp, Mollekant in Anzegem

Maele, (van de) van de(der) Maelen, van de(der) Malle, van Maele, van Mael, (van) Male, (van) Mâle, van Malle, Vammale, Vermaele, Vermael, Vermaelen, Vermaele, Vermalen, Vermal. De plaatsnaam Male (Mâle) betekent inzinking of depressie in het landschap. Deze plaatsnaam komt op zeer veel plaatsen voor.

Maelsaeke, van, Maelsaecke, Maelsacke, Maelzaeke, Maelsacke, Maelsaele, van Malsake, Malsaeke, Malsack, Molzaette, Molzaete; Plaatsnaam Maalzake in Etikhove (Oost-Vlaanderen) en Kaster (West-Vlaanderen).

Maelstaf, Malstaf: Beroepsnaam van de mulder of molenbouwer, naar een onderdeel van de molen.

Maene, Maenen, Maenens, Maanen, Maane, Manen, Manens. Vadersnaam naar de Germaanse voornaam Mano, een variant van Manno: man.

Maenhoudt, Maenhout, Maenhaut, Manhaut, Maenaut, Manhoudt, Manhout, Meenhout, Maernhout, Marnhout, Maernhoudt, Maernoudt. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam man-wald; man-heerser.

Maere, Maeren, Maerens, Maar, Maers: Moedersnaam. Vorm van de voornaam Maria.

Maere, (de), Maer, de, de Mare, de Marre, Lemarre, Maar, Maere: Bijnaam. Middelnederlands mare ‘beroemd, vermaard, voornaam’.

Maesen, van der, van der Maes, van der Maessen, van der Maas, van der Massen, van der Masen, Vermasen, Vermaesen, Vermaes, Vermaasen, Vermaas, Vermasse, Vermassen. 1. Familienaam uit de naam van de rivier of uit één van de vele waterloopjes die dezelfde naam droegen. 2. Het kan ook een moedersnaam zijn uit de Germaanse naam Masse.

Maerel, de, de Meirel: Middenenderlands meerle, maerle: merci. Bijnaam naar de vogelnaam, wellicht voor een zanger.

Maerschalck, de, Maerschalk, de, de Maersschalck, Maarschalk, de Maarsschalk, de Maarschalck, (de) Maerschakke, Maerskalcke, Maerskalck, (de) Maesschaelck, Maeschalck, Maeschahelck, Maesschalk, Demaerschalet, Masschalck, Maesschalkc, Maesschal, Maessckal, Maescalck, Maelschalck, Malschalck, Maelschaelck, Maelschalk, Mayschak: Beroepsnaam Maarschalk. Middelnederlands maerscalc: paardenknecht, stalknecht, hoefsmid, paardenarts; stalmeester. Meestal: hoefsmid.

Maesbroeck. Plaatsnaam, bijvoorbeeld in 1711 in Zedelgem. Maar waarschijnlijk gaat de naam terug op plaatsnaam Meersbroek, bijvoorbeeld in Tielt.

Maeseman, Maesman, Maesman, Maasmans, Mazeman, Maseman, Meesman, Moesman, Mosmans, Mousemanne, Mousseman, Musman: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maas =Thomas. Moies is Limburgs.

Maesen, van der, van der Maes, van der Maessen, van der Maas, van der Massen, van der Masen, Vermasen, Vermaesen, Vermaes, Vermaasen, Vermaas, Vermassen, Vermasse: 1. Naam van de rivier, de Maas; ook naam van talrijke waterloopjes. 2. Moedersnaam Vermasse: vrouw Masse. Aflleiding op -sa van Germaanse math-naam: Masa. De vander-vorm is dan hypercorrect.

Maeshout: Vermoedelijk verhaspeld uit Maenhout.

Maeskens, Maske, Maskens: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maes: Thoma(e)s.

Maestricht, van, van Mastricht. Plaatsnaam Maastricht, Nederlands-Limburg.

Maet, de, (de) Maat: Middenenderlands maet: maat, makker, gezel. Bijnaam.

Maeten, van der, van der Maat, van der Maath, van der Made, van der Maden, van der Matt, Vermaete, Verma, Vermaat. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam made; maet: weide, hooiland. Vergelijk Engels meadow, Duits Matt, Matte.

Maeter, Mater, plaatsnaam Mater, Oost-Vlaanderen.

Maeterlinck. Afkomstig van Mater, Oost-Vlaanderen.

Maeyaert, Mayaert, Mayart, Maeyhaert. 1. Moedersnaam uit de voornaam Maeye. Zie Maria. 2. Variant van Maillard. Zie bij Mallard.

Maeyens, Maeijens, Maeyns, Mayens, Mayen: Moedersnaam. Afleiding van Maeye, van Maria.

(de) Maeyer, de, Maeijer, de Maaijer, de Maayer, de Mayer, Majer, Mayers, Mayer, de Meyer, (de) Moyer,dDe Muyer, Muyere. 1. Beroepsnaam voor een maaier in de landbouw. 2. Secundair is De Maeyer ook wel eens door reïnterpretatie van De Mare ontstaan.

Maeyman, Mademan: 1. Beroepsnaam van de maaier. Vergelijk De Maeyer. 2. Afleiding van Van der Made.

Maezeele, Maezele, Maezelle, Maseele, Masele, Maeseele, Maesele, Maeselle, Maisel, Maizel, Mayseel, Mazel, Mazeau, Mazay. 1. Naam uit het Middelnederlandse masel (vleeshuis, slachthuis) of het Oudfranse maissel, maisel (slagerij, slager). Beroepsnaam van de slager. 2. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam Madala.

Mafit. Biijnaam. Waals ma fi, dat is Maufils, kwade zoon. Vergelijk Monfils.

Magalhaës, Magallanes: De grote Portugese ontdekkingsreiziger heette eigenlijk Fernâo de Magalhaës (1480-1521). Het voorzetsel de wijst op een plaatsnaam.

Magazynier. Reïnterpretatie, misschien van De Maeseneer.

Magdaleens, Magadalena, Magdelyns, Magdaleyns, Magdeleijns, Magdelijns, Magdelaine, Magdeleens, Magdeleyns, Magdelyns, Magdeleijns, Magdelijns, Magdaleens, Megdaleens, Maddalena: Moedersnaam. Bijbelse voornaam Magdalena. In werkelijkheid werden Magdaleens en Madelein wel door elkaar gebruikt.

Mage. 1. Franse uitspraak: zie Limage. 2. Met Nederlandse uitspraak: zie De Maegd(t).

Magendans: Bijnaam. Volk etymologisch uit makedans ‘die een dans uitvoert’. Ook Nederduits Mackedanz.

Mager, Maeger, Magr, Mageren, Meegers: Bijnaam voor een mager mens.

Maggen. Vadersnaam, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Mag(g)o (zie bij Magin).

Magera, Magerat. Moedersnaam van Marg(u)erat, van de voornaam Marguerite.

Magerman, Magermans, Magermann, Magermanns, Magherman, Maegherman, Maegerman, Magremanne: Bijnaam voor een mager man.

Magerott, Magerotte. Plaatsnaam Magerotte in Tillet (Luxemburg).

Magery, Maugeri; Plaatsnaam Magery in Tillet, Luxemburg.

Maget, Magette, Magé, Magee, Magez, Maghet, Maguet, Maguez, Majet: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marguerite.

Maggelet. Moedersnaam Magelet, afleiding van de voornaam Marguerite parel.

Maggen. Vadersnaam. Verbogen vorm van de Germaanse bakernaam Mag(g)o.

Maggi, Magy, Maguy: Moedersnaam. Waalse vleivormen van Marguerite.

Maggio, Maggiolino: Bijnaam. Italiaans maggio: mei(maand). Vergelijk De Mey.

Maggiordomo. Italiaans, Latijn majordomus; hofmeester.

Maghin, Maghain, Magain, Magein, Maghuin, Maguin, Magin, Magien. 1. Knuffelvorm van de voornaam Marguerite (Margareta). 2. Of knuffelvorm van Marie (Maria).

Maginel, Maginelle, Maginet; Moedersnaam. Afleiding van Magin.

Magirus, Magerus, Magerus, Mageres: Humanistennaam, latinisering van Kok, de Cock.

Magis, Magits, Maugis, Mauguis, Mauguit, Mauguy. Vadersnaam, Waalse vorm van de Germaanse voornaam Madelgijs. Deze naam van de tovenaar Malegijs werd in het Waals soortnaam met betekenis deugniet, nietsnut.

Magloire. Bretonse heiligennaam Maglorius. Vadersnaam.

Magnaud. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-wald; kracht-macht, Magnaldus, Meinaldus.

Magné, Magne, Mangnée: 1. Plaatsnaam Magnée (Luik). Zie De Magnée. 2. Zie Magnet.

Magnel. Moedersnaam. Afleiding van Magne/Marie. Zie Magnet.

Magnery, Mannerie: Plaatsnaam in Clermont-lez-Huy (Luik).

Magni, Magny: 1. Afleiding van Magnus. Eventueel van Italiaanse. Magni. 2. Luiks-Waals voor Magnier. 3. Zie Demagny.

Magnin: Variant van de Franse familienaam Magnien ‘rondtrekkend ketellapper’.

Magnet, Magnez, Magney, Magné, Magne, Magnes, Magnette, Magniet, Magniette, Magnier, Magles, Magnies, Maigney, Mangnet, Mangnée, Maniette, Maniez, Manniette, Manette, Manet, Manè, Mané: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Magne = Maria.

Magnien, Magnan, Magnant, Maignent, Mahiant, Mahian, Meignant, Meignan, Meignen, Le Maignent, Lemaignen: Beroepsnaam. Frans raagnien: rondtrekkend ketellapper.

Magnier, Magnies, Magniez, Mangnier, Mannier, Manier, Manie, Maniez: 1 Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-hari 'kracht-leger': Maginharius, Magnarius.

Magnon, Manon. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Magne: Marie.

Magnus, Magnusson, Magnes Mangnus, Mannus, Mannes: Vadersnaam. Latijnse vooraam Magnus (groot).

Magoche, Magoge, Magosse, Margosches: Moedersnaam. Waalse vleivorm van Marguerite, heiligennaam Margareta.

Magon, Magonet, Magonette, Majon: Moedersnaam. Vleivorm van Marguerite.

Magos, Magot, Magotte, Magotaeu, Magoteuax, Magotiaux, Magottieau, Magotieau, Magotteaux, Majot: Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Marguerite.

Magree: Spelling voor Magret = Maigret, verkleinvorm van Frans maigre ‘mager, tenger’. Bijnaam.

Magschap. Verhaspeling, waarschijnlijk van Walschap.

Magtige, de. Bijnaam; machtig.

Magyar. Volksnaam van de Magyaar of Hongaar.

Mahabier, Mahabir, Mahabali. De familienaam Mahabier is afkomstig uit Suriname.

Mahassin. Moedersnaam. Vleivorm op –ecin van Mahaut.

Mahau, Mahaut, Mahaux, Mario, Mahiaux, Mahiat, Mahia, Mauhaud, Mahaudens, Mahauden, Mahoudens, Mahouden, Mehoudens, Mehauden, Mehoudens, Maudens, Maud, Moudden, Moudens, Moude, Mehaut, Méhaux: Moedersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam Machtild: macht-hild'macht-strijd': Mahthildis, Mahelt. Mahau = Mahthild.

Maheu, Maheux, Maheur, Mahu, Mahut, Mahute, Mahée, Mahé, Mahet, Méhu, Meheus, Mehuis, Mehuys, Meyhui, Meyhuys, Meyus, Meyes, Meyhiu, Meyhi, Meijhui, Meijhiu. 1. Vadersnaam uit de Franse vorm van de apostelnaam Mattheus. 2. Of moedersnaam van Maheut (Franse vorm van Machtild-Matilda).

Mahiels, Mahil: Vadersnaam. Oude Picardische hypercorrecte vorm voor Mahieu = Mathieu.

Mahiet, Mahiez. Vadersnaam. Afleiding van Mahieu.

Mahieu, le, Mahieux, Mahieus, Mahieur, Maiheu, Mahyeu, Mahieuw, Maieur, Maieu, Maieux, Mayeux, Mayeu, Mayeur, Mahie, Mahi, Mahy, Mahij, May, Maij, Mai, De Mahieu, Méhu, Mehuis, Mehuys: Mahieu is de Franse vorm van de apostelnaam Mattheus of van Matthias. Vadersnaam. Volgens H. Nelis was in de 13de eeuw Saint-Mahieu nog synoniem met Saint-Matthieu (Mattheus) en Mathieu met Mathias. Vanaf de 14de eeuw werden de namen Mahieu en Mat(t)hieu verward. Maar vanwege het lidwoord is le, de, Mahieu, Mahieur, veeleer op te vatten als de Picardisch uitspraak eur=eu van le Mayeur ‘de meier’.

Mahillon. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Mathild/Mahaut.

Mahin. Moedersnaam. Vleivorm van Mahaut.

Mahlberg. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Mahler, Mähler: Duitse beroepsnaam Maler; (glas)schilder.

Mahlmann, Mahlman. Duitse beroepsnaam van de mulder, vergelijk Meuleman, of van de schilder (Mahler).

Maho, Mahot. Moedersnaam, afleiding of verschrijving van de voornaam Mahaut.

Mahon, Mahoney, Mahonie: Ierse familienaam Mahon, O’Mahone, O'Mahon, van O Mochain, afstammeling van Mochan, afleiding van moch: vroeg.

Mahou, Mahoux. 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam maht-wulf'macht-wolf: Mahtulfus, Mahdolf. 2. Moedersnaam. Variant van Mahaut. Mahout = Mahou(s) = Mahaut = Mahthild. 3. Plaatsnaam Mahoux in Mesnil-St-Blaise (Namen).

Mahoval, Mahovald, Mahowald. Plaatsnaam op Howald; hoog woud.

Mahr. Plaatsnaam Mahr, Maar: meer, waterplas, moeras. Vergelijk Duits Andermahr.

Mahu: 1. Vadersnaam. Variant van Maheu(x) = Matthaeus. 2. Moedersnaam Variant van Maheut = Mahaut ‘Machtild’.

Mai, May, Maij: 1. Bijnaam naar de maand mei. Vergelijk De Mey. 2. Zie Mahieu(x).

Maiburg, Meijburg, Meijborg: Plaatsnaam (Nedersaksen). Zie ook Meyenborg.

Maichle, Maichlé, Meichl: Elzassische variant van Duits Maichel, bijnaam voor een bakker. Middenhoogduits mouchelm: broodje, weg(ge).

Maiersdorf, Majersdorf. Plaatsnaam. Beieren.

Maiglet. Verfransing van Duitse familienaam Maegl, afleiding van Magg, Germaanse voornaam Markwart.

Maigret, Maigray, Maigraij, Maigat, Maigrié, Maigron, Magret, Magrez, Megret: Bijnaam. Afleiding van maigre: mager, tenger.

Mailen: Plaatsnaam Maillen (Namen).

Mailly, Maily, Maillie, Maillis, Demailly, de Maillij: 1. Plaatsnaam Mailly (Somme, Marne, Aube). 2. Soms is Mailly een spellingvariant van Mahy.

Maillard, Maillart, Maillat, Maillar, Maillaert, Mailliard, Maiart, Maillard, Maylaers, Maljaars, Maljerse, Maljers, Maillard, Mailla, Maillar, Maeljaert, Maelliaert, Mayart, Mayar, Mayat, Mayaux, Mayaoud:1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Magilhard. 2. Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans mail: hamer. Vergelijk Hamers, Maillet.

Maille. Oudfrans maille: munt (halve denier, penning).

Maillen, Maillain, Maillien, Maillin, Malien, Mallien, Mauyen, Mayen, Mauïen, Mauën, Mauen: Plaatsnaam Maillen (Namen), Waals mauyin.

Maillet, Maillé, Maille, Maillez, Mailliet, Mailliez, Maillié, Mailler, Maillet, Maillé, Mayet, Mayez: 1. Oudfrans maillet: (houten) hamer. Beroespnaam voor de smid of de krijger die er met de strijdhamer op losslaat. 2. Huisnaam, bijvoorbeeld in Atrecht.

Mailleur, Mailleu, Mailleux, Maillieu, Maillieux, Maillieux, Mallieu, Maliens, Lemailleux: 1. Middenfrans mailleur; maker van maliënkolders. 2. Spellingvariant van Mayeur, Mayeux, Lemayeur, Lemahieu. 3. Spellingvariant van Mahieu. Variant op -eur is dan hypercorrect. 4. Soms eventueel plaatsnaam Mailleux = La Mallieu in Hermalle-sous-Huy (Luik). Zie Mallue.

Maillo, Maillot, Mayo, Mayot, Maillot: Oudfrans maillot: hamer. Beroepsnaam.

Maimin, Maimon. Frans Mesmin, van Latijnse heiligennaam Maximinus (us).

Main: Frans Main ‘hand’. Bijnaam of huisnaam.

Maincent. Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-sinth 'kracht-weg'.

Mainferme. Naam van hoeven en lenen in niet-adellijk bezit (Aisne, Loiret, Orne).

Mainfroid, Mainfroy, Meyfroidt, Meyfroid, Meyfroit, Meyfroyd, Meyfroyt, Meyfroots, Meyfroot, Meyfroodt, Meyfrood, Meyfroet, Meijfroidt, Meijfroit, Meijfroodt. Vadersnaam, Franse vorm (en de vervlaamsing ervan) van de Germaanse voornaam magin-frith; kracht-vrede. Maginfridus, Mainfredus, Megenfridus.

Mainguy, Maingie: Bretonse familie die onder het Keizerrijk naar Henegouwen gekomen is. Bretonse familienaam M(a)inguy, Menguy 'sterke hond, krachtige strijder'.

Maennemare. Plaatsnaam (in Normandie?).

Mainville. Plaatsnaam, Seine-et-Oise.

Mainz, Maintz, Mayntz, Maijntz, Meyntz: Plaatsnaam Mainz.

Mainzer, Meynzer. Afkomstig van Mainz.

Maipauw. Weergave van een met Zuid-Duitse verscherping (b/p) uitgesproken Duitse familienaam Maibaum. Vergelijk Meiboom.

Maire, Meir, Meire, Meirens, Meiren, Merens, Merens. Moedersnaam uit het Franse Maire, de volksnaam voor Maria.

Mairesse, Meresse, Méresse, Meeresse, Mayeresse, Mayeres: 1. Beroepsnaam. Vrouwelijke vorm van maire: meier. 2. Plaatsnaam Mairesse-en-Bennes in Warfusée (Luik).

Mairiaux, Marieaux, Mairiat, Mairia, Merriaux, Merreau, Mériaux, Meraud, Meraeux, Mereau, Meireaux, Maeriaux, Mérat: Beroepsnaam. Afleiding van Frans maire: meier.

Mairy, Mairie: Plaatsnaam Mairy in Méan (Namen).

Mais, Maïs, Maiss, Maijs, Mays: 1. Duitse familienaam Maiss, Mais, van Middenhoogduits meiss: gevelde bout. Plaatsnaam. 2. Zie Mais(s)e.

Maisse, Maise, Maissen, Maiss, Mais: 1. Vadersnaam. Korte vorm van Thomas. 2. Zie Mais.

Maisocq, Maisoq. Beroepsnaam. Frans maître-coq, maître-queux: meester-kok. Waals maisse.

Maishman. Misschien verhaspeling van Engelse Marshman, Mashman: naar de woonplaats aan een meers, beemd; vergelijk Meerschman, Nederlands Marsman. Maar er is ook een familienaam Maizman, die veeleer in Duits Joodse richting schijnt te wijzen.

Maisondieu. Plaatsnaam Maison-Dieu (Nièvre, Yonne). Of huismeester of bewoner van een godshuis.

Maisonneuve. Plaatsnaam in Floreffe (Namen), Beho (Luxemburg): nieuw huis. Vergelijk Van Nieuwenhuize.

Maistriau, Maistriaux, Mestriau, Maitrias, Metraes, Métreaud: Afleiding van Oudfrans maistre, Frans maître: meester. Vergelijk Lemaître.

Maitrejean. Meester Jan.

Maitrot, Metrot: Afleiding van Maître.

Majdoub (al). Arabische naam uit mahjub: verborgen, bedekt.

Majerczyk, Majerovic, Majerowicz, Majorovic: Beroepsnaam. Slavische afleiding van Duits Maier/Meier.

Majoie, Majois: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marguerite.

Majorin, Majoras. Afleiding van de beroepsnaam Maior; meier.

Mak: Vadersnaam/moedersnaam Macco, Makko/Macca, Makka, bakervormen van Germaans mag-naam of mark-naam, zoals Markward.

Makelaere, Makelare, de, Maclart, Machelart. Beroepsnaam van de makelaar, koppelaar.

Makelberge (van), Makelberghe, (van) Maeckelberghe, Maeckelberg, Mackelberghe, Makelberg, Maeckelberghe, van Mackelberg, (van) Mackelbergh, Mackelberghe, van Mackelenbergh, Mackelenberghe, Mackelberge, Mackelberg, Mackelbert, Maechelberghe. Familienaam uit de plaatsnaam Makenberge in het dorp Nomain (Nord).

Maker, de, de Maaker, de Maecker, de Maeker, Maekers: Beroepsnaam. Die iets maakt, vervaardigt, repareert.

Makereel, Maeckereel, Maquerel: 1. Bijnaam naar de visnaam makreel. 2. Eventueel vadersnaam. Afleiding van de voornaam Makarios, Frans Macaire.

Makin, Makins, Makkink, Mackin, Macquyn, Macquiné, Maquinay, Maquinoy, Maquin, Makinay, Maquenne: Vadersnaam Makke. Vleivorm en afleiding van de Germaanse voornaam Macco, bakervorm bij mag-naam. Zie Mack.

Makkinga, Makkink: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Makke, zie Mak. Makkink is de Saksische variant.

Makow, Makowski, Mackowiak, Mackovie: Poolse familienaam van plaatsnaam Makow, van Pools mak: klaproos.

Maksem, Maksym, Maksymow, Maksimow, Maksomovic: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maximus.

Mal, de, (de) Malle: 1. Middenenderlands mal; dartel, mal, dwaas. Bijnaam. 2. Zie Demal.

Malaboeuf. Gedemouilleerd van Mailleboeuf. Zinwoord met Oudfrans maillier: slaan (met hamer) en boeuf: koe, rund. Beroepsnaam van de slachter van runderen. Vergelijk Duits Kuhschlâger.

Malacord, Malacor, Malacort: Plaatsnaam Malacord in Ferrières (Luik).

Maladry, Maledrie, Malledrie, Malderie, Maldrie: Plaatnaam, van maladrerie, maladerie: leprozenhuis.

Malaine, Malainne. Moedersnaam. Waalse Malaine; Madeleine, heiligennaam Magdalena.

Malaise, Malais, Malaisse, Maltaise, Malhaise, Malhaize, Malhache, Malhage, Malaxhe, Malax, Malasche, Malas, Malache, Malach, Mallach, Mallahe, Malay: 1. Frans malaise: onpasselijkheid, onbehaaglijk gevoel. 2. Zie De Malaise.

Malaive, Maleve, Malef: Plaatsnaam Malèves (Waals-Brabant).

Malanion. Bijnaam + vadersnaam. Mal Hannion: kwade Jan. Vergelijk Maljean, Quaetannens.

Malannée, Malané: Bijnaam Mâle année: kwaadjaar. Vergelijk Quaetiaer.

Malaquin. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse mathal-naam, zoals Madelbert.

Malardeau, Malardon. 1. Bijnaam. Afleiding van Frans malade, Luiks-Waals malàrdeûs: ziekelijk; of Middenfrans maladrel: melaats. 2. Afleiding van Malard; zie Mallaerts.

Malarme, Malarm, Malherm, Malerm. Bijnaam Mal arme: slecht wapen; mal armé: slecht bewapend.

Malatrait. Franse bijnaam Mal Atrait: slecht gezelschap.

Malbaut. Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-balth 'vergaderplaats-moedig': Madelbaldus.

Malbec, Malbecq. Plaatsnaam Malbecq in Quenast, Nederlands Kenast, (Waals-Brabant) of Neufvilles (Henegouwen). Eventueel Maalbeek (Vlaams-Brabant).

Malbert, Malobert, Maubert, Malbrecq, Moberts, Mobers, Mober, Moberg, Mobertz: Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-berht 'vergaderplaats-schitterend': Madalbert, Malbertus.

Malbranche, Maelbranche, Malbranque, Mallebrancke, Mallebranche, Maelbrancke, Malbrancke. Naam uit het Picardische malbranke: kwade tak, kwaad bos. Of uit akant, een geneeskrachtige plant. In het eerste geval uit een plaatsnaam, in het tweede mogelijk een beroepsbijnaam.

Malbrant, Malbrand. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Madal-brand.

Malbrouck, Malbroeck, Mabrouck, Mabrouk, Mabrut, Mabru: Plaatsnaam, 1274 Willelmus dictus Mallebrouke, Val-Dieu. De plaatsnaam Maalbroek in Anzegem, Machelen en Bavegem komen wellicht niet in aanmerking voor deze Luikse familienaam.

Malbrun, Malbrain, Malbrenne: Bijnaam + vadersnaam Mal Brun: kwade Bruno. Vergelijk Maubrun, Malbrunot. Brun, uitspraak brin in Henegouwen. Maar reïnterpretatie van Malbrand is niet onmogelijk.

Malburny. Bijnaam + vadersnaam. Mal Burny/Brunier.

Malcause: Zinwoord mal + werkwoord causer, van Latijn causari: beschuldigen, praten. Bijnaam voor een kwaadspreker. Vergelijk Nederduits. 1355 Redequât, Hameln.

Malchair, Malchaire, Malechair, Mauchard: Mâle chair: slecht vlees. Bijnaam voor iemand met lelijke huid.

Malchus, Malcus,Malkus: Bijbelse voornaam Malchus. Petrus hakte Malchus een oor af. Vandaar Waals malais: eenorig.

Malcolm. Schotse familienaam van Gaëlisch Mael Colum: toegewijd aan Sint-Columba.

Malcontent: Franse bijnaam ‘ontevreden’.

Malcorp, Malcorps: Bijnaam, letterlijk ‘mismaakt lichaam’. Maar misschien reïnterpretatie van Macor.

Malcotte, Malecot. Bijnaam Mâle cotte: slecht kledingstuk?

Malcourant, Maucourant, Moucourant: Bijnaam voor een slechte bode, loper.

Maldague. Bijnaam mâle dague: slechte dolk.

Maldeghem, van, Maldegem, (van), van Maldechem, van Malleghen, van Mallegen, van Mallegen: Plaatsnaam Maldegem (Oost-Vlaanderen).

Malderghem, van, Maldergem, van, van Maelderghem, van Maeldergem, van Moldergem: Plaatsnaam Maldergem in St.-Denijs-Boekel (OVost-Vlaanderen. Verwarring met Van Maldeghem is altijd mogelijk.

Malder, de, Maldere, de, Smalders, de Maldere, de Maldre, de Maldré: 1. Beroepsnaam van de maalder, molenaar. 2. De Mald(e)ré kan variant zijn van Malderez.

Malder, van, Van Maldere, van Malderen, van Maelder, van Molder: Plaatsnaam Malderen (Vlaams-Brabant).

Malderez, Maldré, Maldre, Maire, Mairay, Mairait, Molderez: Frans mâle denrée: slechte, minderwaardige waar. Bijnaam voor de verkoper ervan.

Maldermans. 1. Afleiding van Van Malder. 2. Beroepsnaam van de maalder, afleiding van De Malder. Vergelijk Muyldermans.

Maldoy, Mauduit: Bijnaam. Oudfrans mal duit, van Latijn mâle doctus: slecht opgevoed. Franse en Engelse familienaam Mauduit.

Male, van; van Maale, van Maele: Plaatsnaam Male bij Brugge (West-Vlaanderen). Zie van de(r) Male.

Male, van de(r), van der Malen, van der Maale, van der Maal, van Maalle, van Male: Plaatsnaam Male ‘zak, depressie’.

Malec, Malicky: Pools en Tsjechisch malec ‘jongeman’, afleiding van Tsjechisch maly ‘klein’, Oost-Slavisch malo ‘klein’.

Malée, Mallee: Spelling voor Frans Malet. 1. Verkleinvorm van Oudfrans male, Frans malle ‘tas, koffer’ van Middelnederlands male. Beroepsbijnaam van de malendrager, bode of koffermaker. 2. Vadersnaam. Franse verkleinvorm van Germaans mathal-naam, bijvoorbeeld Ma(de)lbert.

Malefaçon, Malefason, Malefasow: Malfaison, van Oudfrans male foison, fuison. Oudfrans foison, van Latijnse fusio ‘geldstorting, later rijkdom, overvloed, bestaansmiddelen’. Bijnaam voor wie in slechte papieren zit. Later geherinterpreteerd als male façon ‘slecht fatsoen, kwaad gedrag’.

Malempré, Malempre, Malemprez. Plaatsnaam Malempré (Luxemburg) en in La Reid (Luik).

Maler: Ook Mahler. Duitse beroepsnaam van de schilder, glasschilder.

Malesieux. Afleiding van Mallésié.

Malesis, Malesys. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Malzy (Aisne). 2. Variant van Mallésié. Zie daar.

Malet, Maley, Mallet, Malette, Maleté, Mallez, Malez, Maulet: 1. Afleiding van Oudfrans mâle, Frans malle: tas, koffer, van Middenenderlands mâle. Beroepsnaam van de malendrager, bode of koffermaker. 2. Vadersnaam uit een Germaanse mathal-naam, bijvoorbeeld Madelbert.

Malfait, Malfayt, -Malfyt, Maelfait, Maelfeyt, Maelfaet, Mailfait, Malefijt, Mallefait, Mallefet, Mallefeydt, Mallefeyt, Mollefait. Bijnaam uit het zinwoord "die kwaad doet": boosdoener.

Maleyn. Aanpassing van de Franse uitspraak van Malin.

Malfiet, Malfliet, Mafliet. Variant van de familienaam Mafit: dat is Mau/lfils, kwade zoon.

Malfaire, Malfère, Malfer, Malfert: Mogelijk niet van mal faire: kwade daad, maar reïnterpretatie van Malfrère.

Malfaison, Malfeson, Malefason: Oudfrans mâle foison, fuison. Oudfrans foison, van Latijn fusio: geldstorting, van rijkdom, overvloed, bestaansmiddelen. Bijnaam voor wie in slechte papieren zit. Later gereïnterpreteerd als mâle façon: slecht fatsoen, kwaad gedrag. Hieruit ook familienaam Malfison, Malfuson, Malfuzon.

Malfait, Malfayt, Malfeyt, Malfet, Maelfait, Maelfeyt, Maelfaet, Mailfait, Malefijt, Mallefait, Mallefet, Mallefeydt, Mallefeyt, Mollefait: Zinwoord: die kwaad doet, boosdoener, misdadiger.

Malfilâtre, Malfilatre, Malfilade. Bijnaam. Oudfrans mal filastre: kwade schoonzoon. Vergelijk Mafit.

Malfoy, Monfoi: Malfroy met r-syncope.

Malfrère. Bijnaam Mal frère: slechte broer of broeder. Zie ook Monfrère.

Malfroid, Malfroidt, Malfroit, Malfroy, Malfroij, Malfrooit, Malfroot, Malfrooid, Mallefroy, Mayffroy, Maufroy, Moffroid, Monfroy: Vadersnaam. Malfroid, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Madalfridus, Madalfred, Malfredus.

Malgar, Maugars: 1. Plaatsnaam Mal/mau gard: slechte gaard. 2. Mau/mal gars: slechte knecht, jongen.

Malgaud. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mathal-gud/gaut; vergadering-god/Goot': Madalgaudus, Maalgodus, Madalgodus.

Malgo: Uit Malego, reductie van familienaam Malingreau, afleiding van Frans malingre ‘zwak, ziekelijk’.

Malherbe, Malherbes, Malerp, Malherp: Plaatsnaam Mâle herbe: kwaad kruid (Waals-Vlaams), onkruid. Malesherbes.

Malhomme, Malone, Malonne, Mallems: Bijnaam Mal homme: kwade, slechte mens, man. Oudfrans (h)ome = omne.

Malice, Malis, Malisse, Malise Malys, Malysse, Malijsse, Mallisse, Molisse. Bijnaam uit het Franse malice: boosheid, list(igheid). Wellicht verwijzend naar een karaktertrek.

Malichmann. Duits-Joodse afleiding van Malik?

Malien. 1. Beroepsnaam van de mulder, afleiding van Middenhoogduits main: malen. 2. Variant van Ma(h)ler: schilder.

Mallery: Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-rîk; zie Maudri.

Maliepaard, Malipaard, Malipaart, Mallipaard, Malepaard: Nederlandse aanpassing van Oudfrans malapert ‘onhandig, lomp’? Blijkens 1623 d’heer Lowijs de Malepert is de plaatsnaam Malpart (Somme) meer aangewezen.

Malige. Waarschijnlijk hypercorrect voor Malice.

Malik, Malick: 1. Vadersnaam. Afleiding van Slavische voornaam Malomir. 2. Ook plaatsnaam, van Oudslavisch malo: klein, vergelijk Malecki, Maletz(ki), Malitz.

Malin, Mallen, Mallens: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse mathal-naam, zoals Madelbert.

Malingret, Malingrez, Malingreau, Malingreaux, Malingraux, Maligria, Malgriaux, de Maleingreau, Maleingrau, Malengret, Malengre, Malengrez, Malengré, Malengraux, Malengreau, Malengreaux, Malongrée, Malongré, Malomgré, Malumgré. Bijnaam uit het Franse malingre: zwak, ziek, ziekelijk.

Malinowski, Malinsky, Malinovsky: Poolse plaatsnaam, van malina: frambozenstruik.

Malisart, Malissart, Malissard: Afleiding van Malice. Bijnaam voor een snoodaard, listige.

Malisoux. Plaatsnaam Malihoux: 1085 Malisoil, in Havelange (Namen).

Maljaart, Maljaars, Maljers: Aanpassing van Frans Maillart. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Magilhard. 2. Beroepsbijnaam. Afleiding van Oudfrans Mail ‘hamer’.

Malkus: Bijbelse voornaam Malchus. Petrus hakte Malchus een oor af. Vandaar Waalse malcus ‘eenorig’.

Mallaert, Mallaerts, Mallard, Mallart, Mallat, Malla, Malard: 1. Afleiding van Middenenderlands malien: dwaasheden uithalen, tijd verbeuzelen. Bijnaam. 2. Afleiding van Van (de) Malle. 3. Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-hard 'vergadering-sterk': Madelhardus.

Malland, van; Mallander, Mallant, van, Mallants, Mallans, Mallens, Maliens: Plaatsnaam Malland op Tholen (Zeeland).

Mallard, Mallart, Mallat, Mallar, Mallaert, Malliard, Maiart, Mailiard, Maylaers, Maljaars, Maljer, Maljare, Malliard, Malliar, Mallia, Maeljaert, Malle, van, de, der, van Mal: 1. Plaatsnaam Oost- of Westmalle (Antwerpen). 2. Plaatsnaam Mal (Limburg). 3. Zie ook Van de Maele.

Malleghem, van, Mallegem, van, van Mallegen, Malghem: 1. Zie (van) Maldeghem. 2. Door wisseling van de bilabialen m/w=Van Walleghem.

Mailliaert, Mayar, Mayart, Mayat, Mayaux, Mayaud. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam magin-hard. 2. Beroepsbijnaam uit het Oudfranse mail: hamer.

Mallego, Mallegho, Malego, Maligo. Waarschijnlijk Henegouwse en Oost-Vlaamse vereenvoudiging van de familienaam Malingreau (eveneens in Henegouwen en Oost-Vlaanderen). Zie bij Malingret.

Mallekoote, Mallekote: Spelling voor Malcotte. Bijnaam. Frans male cotte ‘slecht kledingstuk’.

Mallésié, Malaizier, Mallesie, Mallezie. 1. Bijnaam uit het Franse malaisé: moeilijk, misvormd. 2. Of variant van Malesis: zie daar.

Malleville. Plaatsnaam Malleville (Isère, Seine-Mar., Eure), Maleville (Aveyron), Mal ville (Loire-Atl.).

Mallie, Mallier, Malié, Mallié, Mally, Maly, Malie, Mali: Variant van Mallier, Mallié. Oudfrans mal(l)ier: postpaard, lastpaard. Beroepsnaam voor een voerman. Ook drager van reistassen, koffers, lastdrager.

Mallinger. 1. Met Franse uitspraak mallingé, zie Mauger. 2. Afleiding van plaatsnaam Mailing (Beieren).

Mallory. 1. Engelse familienaam van Oudfrans maloret: ongelukkig, onfortuinlijk. Bijnaam. 2. Variant van Mallery.

Mallue, Mallut, Malu, Demalue: Plaatsnaam, 1405 allé Malue, Merdorp (Luik): mâle lieue: kwade mijl. Vergelijk Mailleu(r) 4.

Malmedy, Malmédy, Malmédier, Malmendier, Malmedier, Mamendé, Mamdy, Mandy, Mandi: Plaatsnaam Malmedy (Luik), oorspronkelijk Malmendier: Malmundarium. Waalse uitspraak mâm'dt.

Malmonté. Bijnaam. Frans mal monté: slecht voorzien.

Mallis: Uit Mal(l)isse, van Franse familienaam Malice. Bijnaam. Frans malice ‘boosheid, list(igheid)’.

Malnoury. Bijnaam. Frans mal nourri: slecht gevoed, ondervoed.

Malo, Malot, Malotaux, Malota, Malotaeau, Maloteaux, Malotiaux, Malotteau, Malotteaux, Mallottau, Malloteau, Maltaux: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse mathal-naam, zoals Malou.

Maloir. Vadersnaam. Germaane voornaam mathal-ward?

Malon, Maloen, Maloens: 1. Oudfrans malon: wilde eend. 2. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse mathal-naam, zoals Malou.

Malone, Malonne. Deze Henegouwse familienaam gaat niet terug op de plaatsnaam Malonne (Namen), maar op Malhomme.

Malou, Maloux, Malous, Mahlous: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mathal-wulf'vergaderplaats-wolf': Madalaulfus, Mallulfus = Madelulfus.

Malotaux, Malta: Vadersnaam. Verkleinvorm van Malot, verkleinvorm van Germaanse mathal-naam. Malta geeft de Waalse uitspraak weer. Malta: 1. Plaatsnaam Malta in Strijen (Zuid-Holland) en Made (Noord-Brabant). 2. Zie Malotaux.

Malpas, Malpasse, Malpats, Malpas, Maupas: Mal Pas: slechte, moeilijke doorgang. Plaatsnaam in Bergilers (Luik) en Malonne (Namen). Ook Malpas, Maupas in Frankrijk. Vergelijk (de) Maupassant.

Malpierre. Bijnaam + vadersnaam. Mal Pierre; kwade Pieter.

Malpoix, Malpaix: Bijnaam naar het lichaamsgebrek. Oudfrans mâle poe: slechte poot, voet. Vergelijk Duitse Quadfuss. De verschrijving Malpoix wijst op reïnterpretatie als mal poids: slecht gewicht.

Malrain, Malrin: Regressievorm van Maurin = Morin?

Malréchauffé, Malrechauffé: Bijnaam voor een kouwelijk mens.

Malschaert, Malschaerts. Afeiding van Middenederlands malsch: overmoedig, laatdunkend, drukdoend. Bijnaam.

Malsche, de. Reïnterpretatie van De Walsche, met wisseling van lipmedeklinkers m/iv.

Malsen, van, Malssen: Plaatsnaam Malsen (Gelderland).

Malt. Moedersnaam. Engelse vorm van de voornaam Machtild, zoals ook Mald, Mault, Maud.

Malta, Maltha. Waalse uitspraak van Maltaux.

Maltaux. Uit Malotaux; zie Malot.

Malter, Maltere, Maltère, Maltaire: 1. Duits Malter: koren- en houtmaat. Beroepsnaam van de koren- of houtmeter. 2. Engelse beroepsnaam van de mouter. 3. Franse familie- en plaatsnaam Maleterre: slechte, arme grond.

Maltier, Maltir, Maltjers: Malletier, afleiding van Malet. Beroepsnaam van de lastdrager of menner van een lastpaard

Maluin. Germaanse voornaam mathal-win 'vergaderplaats-vriend': Madalwinus, Maluinus.

Malvaux, Malvaut, Malvault, Malva, Malvoz, Mavaut, Maveau, Mavoudt: 1. Plaatsnaam Malvaux: slecht dal. Malevauin St.-Omaars (Pas-de-Calais). 2. Bijnaam Mal le vaut: weinig waard.

Malvoisin, Malvesin, Mauvoisin, Mauvisin, Monvoisin: Kwade buur; vergelijk Ojiaeghebeur. Monvoisin met epenthetische n (vergelijk Monballiu).

Malvoz. 1. Plaatsnaam Malvoz in Amay (Luxemburg). Oudfrans mâle voe: ramp, teleurgang. 2, Variant van Malvaux; vergelijk Levai=Levoz.

Malwarant. Mal warant/garant: slechte garant, borg.

Malyster. Waalse hypercorrecte vorm voor Malice; vergelijk Waals miniss voor ministre.

Malzer, Maizer, Meltzer, Melzer, Melczer, Melcer: Duitse beroepsnaam van de mouter. Vergelijk Malz.

Mameren, van: Duitse plaatsnaam Mammern in Thurgau.

Mambour, Mambourg, Manbour: 1. Moedersnaam magin-burg 'kracht-burg': Mamborgis. 2. Plaatsnaam Mambour in Péruwelz (Henegouwen) en Itter (Waals-Brabant). 3. Oudfrans manbor (Middelnederlands montboor, momboor): voogd. Vergelijk De Voocht.

Mamer, Mamert, Mamêre, Maumert: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Mamertus. 2. Duitse plaatsnaam Marner waarnaar de 16de eeuwse humanist Nicolas Mameranus genoemd werd.

Mamertin. Vadersnaam. Vleivorm van heiligennaam Mamertus.

Mamet, Marnes, Marnais, Mamay, Mammez, Mammes: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Mammes, Mammetis, die nog voorkomt in plaatsnaam St-Mammès (Seine-et-Marne), St-Mamet (Hte-Garonne). 2. Plaatsnaam Mametz (Pas-de-Calais, Somme). 3. Middenenderlands en Oudfrans ma(u)met: Mahomet; Mohammed. Bijnaam.

Mampaey, Mampaeij, Mampay, Mampaye, Manpaey, Mampaert, Mampart, Mampuys, Mampuy, van Moppes. Familienaam uit de Brabantse plaatsnaam Manpad: voetpad.

Maniquet, Manniquet, Manket, Marniquet: Waalse afleiding van Nederlands man: mannetje. Of vadersnaam. Vergelijk Mannekens.

Man (de), Manns, Mans, Maens, Smans, De Manne, de Mann, Demmane, Demman, Demaen; Middelnederlands man ‘mens, man, knaap; echtgenoot; leenman’. Duits Mann.

Manacker, van de, den, Manakers: Plaatsnaam Mannecker (Sleeswijk-Holstein)?

Manand, Manant, Manent, Manente, Maenant. Oudfrans manant; inwoner.

Manandise. Oudfrans manandise; verbljf, woonplaats.

Manchier, Mancier, Mansier, Mansiere, Mencier, Mensier, mensiers, Mincier, Meinsier, Minsier, Mancy, Mentzy, Mentzij. Beroepnaam van de maker van handvatten voor werktuigen. Vergelijk Manser.

Mancar, Mancard. Foute spelling voor Manceaux?

Mancel, Manceau, Manceaux, Manciaux: Naam van de inwoners van Le Mans (Sarthe): les Manceaux.

Manchion, Manchon, Menson, Monson: 1. Oudfrans manchon: arm van de kruiwagen. Beroepsnaam. 2. = Mansion? Manck, de; Mank: Bijnaam voor een manke, kreupele, lamine, verminkte.

Manche. Beroepsnaam van de maker van handvatten. Vergelijk Manchier.

Manchel. Afleiding van Manche? of hypercorrect voor Mancel?

Mand, Mandt, Mant. Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Amand(us).

Mandart, Mandart, Mandat. Afleiding van Oudfrans mander: bevelen, verordenen, manen, boodschappen. Beroepsnaam van bode, deurwaarder.

Mande, de, de Mandt, de Mant, de Mand: Beroepsnaam van de mandenmaker, mandenvlechter.

Mande, van de, Vermanden. Huisnaam De Mande, huis van een mandenvlechter.

Mandemaker: Beroepsnaam van de mandenvlechter.

Mandegout. Vadersnaam. Nederlandse vorm van Germaanse voornaam Mangold. Manda-got.

Mandel, Mandels, Mendel, Mendels, Mandil, Mandl: 1. Duitse vadersnaam. Afleiding van Germaanse -man-naam (bijvoorbeeld Herman); vergelijk Duits Hândel, van Hâhnel, Hannel, afleiding van Johannes. Of korte vorm van Bijbelse voornaam Emmanuel. 2. Zie ook Mandel(s).

Mandel, Mandels, Mangel, Mangels, Manders, Mander, Maanders, Monders, Monder: 1. Middelnederlands mandel(e): een aantal (12-15) schoven graan en bossen stro. Vergelijk Schoof(s). 2. Middenenderlands mandel, mandere: amandel. Bijnaam naar de amandelboom. Vergelijk Mandelbaum.

Mandelaers. 1. Zoals Duits Mandler, van Middenhoogduits mandel = mangel: mangel (om linnen glad te strijken). 2. Mandelaar, van Middelnederlands mandelen; het graan in schoven zetten; zie Mandel(s) 1. 3. Mandelaar is wellicht de beroepsnaam van de mandenvlechter. 4. Hypercorrect voor Mangelaars.

Mandelaire, Mandelier, Manderlier, Manderrier, Monderlier: Beroepsnaam. Oudfrans mandelier: mandenvlechter.

Mandelbaum, Mendelbaum: Duitse familienaam naar de huisnaam: Amandelboom.

Mandelblat. Duitse familienaam; amandelblad.

Mandemaker. Beroepsnaam van de mandenmaker.

Mandeman. Beroepsnaam van de mandenvlechter.

Mander, van der, Vermandel, Vermandele, Vermander, Vermandere, Vermanden. Familienaam uit de plaatsnaam Mander/Mandel in St.-Baafs-Vijve (West-Vlaanderen), dit naar de riviernaam de Mandel.

Manderbach. Duitse plaatsnaam.

Manderfeld, Manderveld, Mandervelt, Maendervelt, Maenderveld. Plaatsnaam Manderfeld, Luik.

Manderick, Manderyck, Manricqus, Manrique, Mandrycus, Mandrick, Mandryck, Mandryxs, Mandrincx, Mendrik, Mendriks, Mammerickx, Mammerinckx. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam man-rik; man-machtig, Manricus.

Manders, Maanders: Door r/l-wisseling uit Mandels. Middelnederlands mandel, mander ‘amandel’. Bijnaam naar de amandelboom. Vergelijk Duits Mandelbaum.

Manderscheid. Duitse plaatsnaam.

Mandeville. Plaatsnaam Mandeville (Eure, Calvados).

Mandiau, Mandiaux, Mandieau, Maindiaux, Mendiaux, Mendiau: Afleiding van de voornaam Amand of Germaanse voornaam (Manduin, Mandewig, Mandulfus).

Mandler. Beroepsnaam, van Middenhoogduits mandeln: door de mangel draaien.

Mandou, Mandoux, Mantoux, Mantou. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Mandolf, Mandulfus.

Manen, van; van Maanen, Vermaanen: Plaatsnaam Manen (Gelderland).

Manenschijn. Bijnaam: maneschijn. Bijnaam voor iemand die vooral 's nachts actief was? Vergelijk lmpinus Sonnescien, Oud. Duits Regenbogen, Sunnenschein, Morgenroth.

Manes, Manesse. 1. Bijnaam van een maanzaadeter. Middenhoogduits mân, Duits Mohn. Vergelijk Duits Manfrass. 2. Misschien vadersnaam, van de Bijbelse voornaam Mariasses. Zie Mennessier 2.

Manet, Manette, Manez, Mané, Manè: 1. Korte vorm van Demanet. 2. Zie Magnet.

Manfrin. Vadersnaam. Vleivorm van Manfroid.

Manfroid, Manfroy, Manfredi, Manfré, Manfé, Menfroid: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam man-frith 'man-vrede': Manfridus.

Mange: Vadersnaam. Korte vorm van Demange, Franse vorm van de Latijnse heiligennaam Dominicus.

Mangelaer, de, Mangelaers, (de) Mangelaars, (de) Mangeleer, Mengeleers, Mangeleir, de Mangeleire, Mandelaers, Mondelaers, Mengelers, Mingelers, Menger, Mengers, Mengerink, Oldenmenger; 1. Beroepsnaam Mangelaar, synoniem met Middelnederlands manger, menger, Engels monger ‘handelaar, koopman’. Afleiding van mangelen ‘ruilen, handel drijven(afgeleid van mangelen=ruilen). 2. Beroepsnaam afgeleid van het woord mangel: rol om het linnen glad te strijken. 3. Mandelaar kan ook een afleiding zijn van het Middelnederlands mandelen: het graan mandelen/zetten. Ook hier een beroepsnaam. 4. Mandelaar is mogelijk als beroepsnaam voor een mandenvlechter.

Mangelinck, Mangelinckx, Mangelinckx, Manghelinckx, Mandelings. Wellicht een -lin afleiding van de Germaanse voornaam Mangold of Manger. Vergelijk Duitse familienaam Mengele, van Mangold. Of variant van Mingelinckx. Mandelings is hypercorrect (vergelijk Mandelaers).

Mangelschot, Mangelschots, Mangelschotz, Manguelschots. Bijnaam voor iemand die een mandeel (het aan de heer toekomende deel) als rente betaalt aan de heer. Middenenderlands mandelschot. Middenenderlands mandel: 12 tot 15 schoven graan en bossen stro; schot: rente verschuldigd aan de heer.

Mangeot, Maingeot, Mainjot, Manjot, Mengeot, Menjot, Mentjot, Mentjosse, Mentjox, Mingeot. Vadersnaam, knuffelvorm uit Demange, een Franse variant van Dominicus.

Manger, Mangers, Mengers, Menger, Mingers: Middelnederlands manger, menger: handelaar, koopman. Vergelijk De Mangelaer, Engels Manger, Monger.

Mangez, Mangé, Menger, Mengé, Menge, Menges: Vadersnaam Manget, afleiding van Démange, Dominicus. Vergelijk Mangeot, Mangin.

Mangnay. Spelling voor Magnay. 1. Lees Magnée of Magnet. 2. Luiks-Waals voor Magnaud of Magnel.

Mangodt, Mango, Mangot: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam man-gud 'man-god': Mangodus. 2. Variant van Margo(d)t, met r/n-wisseling. 3. Zie ook Mangeot.

Mangold: Vadersnaam. Germaanse voornaam Manegold(us), Mangold, Manegaud.

Mangon. Beroepsnaam. Waals-Picardisch mangon: slager.

Manhaeghe, Manhaeve, Manhave. Familienaam uit de plaatsnaam Manhage in Deerlijk, Tielt en Wingene (West-Vlaanderen).

Manhaye, Manhay: Plaatsnaam Manhay (Provincie Luxemburg).

Manheimer, Mannheim, Mannheimer, Mannheims, Manheims, Maheim, Naam uit de plaatsnaam Mannheim (Baden-Württemberg).

Manheulles. Plaatsnaam, Meuse.

Manière. Bijnaam; die zich fatsoenlijke, gemanierd gedraagt.

Manigard, Manigart, Manigot: Beroepsnaam. Oudfrans manigaut: werkman, arbeider.

Maniouloux. Spellingvariant van de Franse familienaam Magnoulous, van Magnoux/Magnol, Romaanse vorm van Germaanse voornaam Maginwulf.

Manis, Manise, Manys: Er is een plaatsnaam 'alleu de Manise' in Haybes (Ardèche), maar die bevat waarschijnlijk niet de familienaam die we moeten verklaren. Variant van Manes(s)e Malis(s)e?

Manjé, Manni: 1. Franse familienaam Manier, Magnier. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-hari ‘kracht-leger’: Maginharius, Magnarius. Soms is Ma(u)nier een variant van Meunier ‘molenaar’. 2. Manjé kan een spelling zijn voor de moedersnaam Magnet, verkleinvorm van Magne ‘Maria’.

Mankes. 1. Bijnaam voor de zoon van de manke. 2. Variant van Mencke.

Mann. Duitse bijnaam Mann: moedig man; vergelijk De Man.

Mannaert, Mannaerts, Mannaers, Mannart, Mannart, Mannhard, Manard, Manertz, Manaar, Mana, Manaa: Vadersnaam. Germaanse voornaam man-hard ‘man-sterk’.

Manne. Verwaalsing van Mann of (de) Man. Of variant van Mannen; vergelijk Menne.

Manneback. Plaatsnaam Mannebach, Rijnland-Palts.

Mannee, van: Waternaam Mannee op Zuid-Beveland.

Manneke, Mannekens, Mennekens, Menneken, Menkens, Mennicken, Menniken, Mannequin: Vadersnaam. Verkleinvorm van een Germaans man-naam. 2. Bijnaam voor een kleine man.

Mannens, Manne, Mannes, Meaning, Manninckx, Manin, Mennens, Mennen, Mennes, Menninckx: Vadersnaam. van de Germaanse voornaam Manno. Vergelijk Mannaert, Manneke.

Manners. Engelse familienaam van plaatsnaam Mesnières (Seine-Inf.).

Mannesberg. Duitse plaatsnaam Manzenberg (Beieren)? In de middeleeuwen was er evenwel een adellijke familie von Man(n)sberg.

Mannetstätter, Mannetstatter. Duitse plaatsnaam Mannstedt. Ook Duitse familienaam Mannstedt, Mannstâdt.

Mannien, Manniën: Uitspraak manjen, afleiding van Man zoals Mannekens? Of spelling voor Magnien?

Mannus, Manes, Mannes: 1. Variant van Magnus. 2. Mannus = Mannes = Mannens. 3. Korte vorm van Germanus/Germanes.

Manon. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse man-naam zoals Herman. 2. Zie Magnon.

Manouvrier, Manouvriez. Beroepsnaam van de handarbeider.

Mansens, Manssens. Vadersnaam. 1. Afleiding op -sin van Germaanse man-naam. 2. Manszone.

Mansart, Mansard, Mensard, Mensart, Manchard: 1. Oudfrans mansart: houtduif. Bijnaam. 2. Afleiding van Oudfrans mans, vrouwelijk manche: verminkt, mismaakt. 3. Plaatsnaam. Zie Van Mansa(e)rt.

Manschot. Waarschijnlijk variant van Mangelschot.

Manse. 1. Vadersnaam. Germaanse -so-afleiding van man-naam. Manzo. 2. Frans manche: handvat. Beroepsnaam. Vergelijk Manchier.

Manser. Engelse beroepsnaam, afleiding van Oudfrans manche: handvat. Vergelijk Manchier.

Manset. Vadersnaam. Korte vorm van Clemencet, afleiding van Clemens.

Mansfeld (van), Mannsfeldt, Mansvelt. 1. Naam uit de plaatsnaam Mansfeld (Brandenburg, Sachsen-Anhalt). 2. Of uit Mansveld in Elingen (Vlaams-Brabant). 3. Of uit Mansfield (Nottinghamshire).

Manshande. Waarschijnlijk verhaspeld van Massant, van Marchand.

Manshoven (van), Manshof. Familienaam uit de plaatsnaam Manshoven in Borgloon, Berbroek en Broekom (Limburg).

Mansion, Mension, Maintion, Mantion, Mention, Monsion, Monsinjon: Oudfrans mansion, van Latijn mansio, van maison: huis.

Mansot, Menso: Vadersnaam. Korte vorm van Clémençot, afleiding van de voornaam Clemens. Mensonides is een Latijnse vorm van Menso.

Mansy, Mansis, Mancy: 1. Plaatsnaam Mancy (Marne). 2. Romaanse vorm van Germaanse man-naam? 3. Mancy, Mansy kan Luiks-Waalse vorm zijn van Mander.

Mantel, Mantels, Mantell, Manteau, Mantaux, Menteau, Mantia, Manteas: Middelnederlands mantel, Frans manteau ‘mantel’. Bijnaam of beroepsbijnaam voor de maker ervan.

Manteleers, Mantelers. Naam uit het Middelnederlandse mantelaer, mantelere en het Middelhoogduitse manteler: maker of verkoper van mantels. Duits Mântler.

Manten. Vadersnaam. Vleivorm van de Latijnse heiligennaam Amandus.

Manternach. Duitse plaatsnaam.

Manteufel. Duitse bijnaam, van manduwel: manduivel, duivelskerel.

Mantulet, Montelet, Montulet: Variant van de Franse familienaam Mantelet: (schouder)manteltje. Bijnaam.

Manuel, Manu, Manuelli, Manuello: Vadersnaam. Verkort van de voornaam Immanuel.

Manville. Plaatsnaam Menville, Hte-Garonne.

Mantz: Vadersnaam. Duits Man(t)z, van Manzo, vleivorm op -zo van Germaans man-naam.

Manzo, Manzone, Manzoni; Bijnaam, Italiaans manzo; os, rund.

Maon, Maons, Maont, Maonette: Moedersnaam. Waalse vleivorm van Maria.

Maquest, Maquestiau, Maquestiaux, Maquieau, Maquriau, Mauquestiau: Oudfrans ma, mal: kwaad + Oudfrans questel (van questiau), afleiding van queste: kist, koffer, kast. Beroepsnaam voor een slechte timmerman. Vergelijk Duits Quadfass.

Maquelin, Maquilin: Vadersnaam. Met voortonig versterkte klinker uit Miquelin, vleivorm van Miquel, de Picardisch vorm van Michel.

Marage, Marache: Plaatsnaam. Oudfrans marage: moeras. Marache in Ohain, Waterloo (Waals-Brabant).

Marain. Spelling van Franse uitspraak van Marin.

Maraldo. Italiaanse familienaam Moraldo, afleiding van Moro, Latijn maurus; zwart, moor.

Maranus: Spelling voor de Vlaamse familienaam Mar(r)annes. Oudfrans marran ‘bekeerde jood of moor’.

Marbach, Marbacher, Marbaque: Verspreide Duitse plaatsnaam Marbach.

Marbehan, Marbehant. Plaatsnaam Marbehan in Rulles, Luxemburg.

Marblie. Beroepsnaam Marblier, door dissimilatie van marbrier: marmer werker.

Marboux, Marbotin: Vadersnaam. Franse familienaam Marbaud, Marboud. Germaanse voornaam mêr-balth.

Marbus: Wellicht verkeerd gelezen Markus.

Marc, Marcq, Marq, Marcus, Marcuse, Marks, Markus, Merkus, Marcussen, Markusse, Markus, Markussen, Marckus, Marck, Marcks, Mark, Marks, Marckx, Marcx, Maerckx, Marx, Merk, Merks, Merkx, Merkx, Merks, Merkens, Merx, Merckx, Merck, Mercks, Mercx, Mercs.. Vadersnaam uit de Latijnse heiligennaam Marcus.

Marcadet, Marcadé, Markadieu: Afleiding, recpectievelijk reïnterpretatie van Oudfrans mercadier: koopman. Beroepsnaam.

Marcaillou. Plaatsnaam; met stenen bezaaid.

Marcas, Marcasse. Oudfrans marcas: moeras. Plaatsnaam Marcasse in Wasmes (Henegouwen).

Marcassin. Frans marcassin; jong everzwijn.

Marcel, Marcelle, Marsel, Mersel, Marceaux, Marceau, Marseau, Marsaud, Marsaut, Marciat, Marsiat, Marsia, Marchel, Marcille, Marcil, Marsille, Marsil, Marseille, Marcelis, Marcelissen, Marcelisse, Marcellis, Marsselle, Marselis, Masselis, Maselis, Masselus, Maselus, Masselles, Masselink, Masseling, Masselman, Mercelis, Messelis: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marcellus/Marcilius.

Marcelier, Desmarchelier: Regressievorm van Maschelier/Messelier; zie Masquelier.

Marcelin, Masselin, Mocellin, Messelyn, Maslyn, Masschelin, Masschlein, Masscheleyn, Masquelin, Masculin: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Marcel. Assimilatie rs/ss zoals in Marcelis/Masselis. Maar het is de vraag of de interpretatie als Marcelin niet een jongere reïnterpretatie is (zie Masselin), temeer omdat 1567 Jan Maselin, Lauwe een oudere vorm is en in een buurgemeente voorkomt.

Marcelis, Marcelisse, Marcelissen, Marcellis, Marseelis, Masselis, Maselis, Masselus, Maselus, Masselles, Mercelis, Messelis: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marcellus = Marcilius (ius, van is).

Marcelot, Marcelo, Mercelot, Marcello, Marcelo, Marseloo, Masselot, Masselos: Vadersnaam. Franse vleivorm van heiligennaam Marcel(lus). Marcello eventueel Italiaans.

Marcette. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marcel.

Marcfeld. Plaatsnaam Markfeld, Beieren.

March: Marche, van Demarche. Plaatsnaam Marche (Provincie Luxemburg).

Marchais. Plaatsnaam (Aisne, Yonne, Loiret): moeras.

Marchand, Marchandt, Marchant, Marchans, Marchamp, le Marchand, Merchant, de Marchant, Merchan, Maerschand, Maerchand, (de) Marecham, Marschang, Marcant, Marcan. Marcand, Marquand, Marquant, Lemarquand, Mercan, Massant, Missant, Missante, Mechant, Michant. Beroepsnaam voor een koopman. Dialectische verschuivingen zorgden onder andere voor een verschuiving naar Massant.

Marchandet, Marchandier. Beroepsnaam. Afleiding van Marchand.

Marchandisse, Marchandise. Oudfrans marchandise: handel, groep kooplui. Beroepsnaam voor een handelaar.

Marchau, Marchoux, Marchaud. 1. Zie Maréchal. 2. Variant van Marceau.

Marchetti: Vadersnaam. Italiaans verkleinvorm van de voornaam Marco, de heiligennaam Marcus.

Marchie, du: Lees du Marchié = de/du Marché. Plaatsnaam (le) Marché‘(het) Marktplein’.

Marchot, Marso: Moedersnaam. Vleivorm op -eç-ot van Marie; vergelijk Marsoul(le) Of veeleer, van Marcot, van Marc (Vergelijk Lucart/Luchart).

Marchoul, Marchouh, Marschou. 1. Vadersnaam, Picardische variant van de Germaanse voornaam Markolf. 2. Zie ook Marsoul. 3. De naam werd ook verward met Marchau/Marceau.

Marcial, Martial, Mercial, Mertial: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Martialis / Marcialis. 2. Soms regressievorm voor Marceau.

Marck, van, Marcke, van, van Marque, van Marcq, van Marcken, van Maercken, van Maerken, van Maerche. Familienaam uit de plaatsnaam Marke (West-Vlaanderen) of Maarke (Oost-Vlaanderen).

Marck, van, van Marcq: Plaatsnaam Langemark, Kortemark (West-Vlaanderen), Marck (Pas-de-Calais), Marcq-en-Baroeul (Nord).

Marckelbach: 1. Plaatsnaam Merkelbeek (Nederlands Limburg). 2. Plaatsnaam Merkelbach (Rijnland-Palts)

Marclé: Met epenthetische r uit Maclet, Romaans verkleinvorm van de heiligennaam Macharius of Remaclius.

Marco, de: Vadersnaam. Italiaans Marco = heiligennaam Marcus.

Marcon, Marcoen: Vadersnaam. Franse afleiding van Germaanse mark-naam (Markolf) of heiligennaam Marcus. Zie Marcou.

Marconneau, Marconneau: vadersnaam. Afleiding van Marcon. Vergelijk ook Marson.

Marcos. Vadersnaam. Spaanse vorm van heiligennaam Marcus.

Marcorin: Afleiding van de voornaam Marc?

Marcotte, Lemarcotte: Moedersnaam. Afleiding van heiligennaam Marc.

Marcou, Marcoux, Marcoup, Marcour, Marcourt, Markou, Marcoen: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Markolf: mark-wulf 'merk, grenssteen-wolf. Sint-Marculfus (Saint-Marcou) wordt in West-Vlaanderen Sint-Markoen genoemd.

Marcour, Marcourt. 1. Plaatsnaam Marcourt (Luxemburg). 2. Variant van Marcou of Macours.

Marcy, Marci, Marcie: 1. Vadersnaam. Variant van Marcil. 2. Latijnse afleiding van Marcus. 3. Plaatsnaam Marcy (Aisne, Rhône).

Marcus, Morcus, Marcusse, Markusse, Markus, Marks, Marckx, Mercks, Mercx, Merks, Merkx: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marcus.

Markens, Marks, Merks, Merkens, vadersnaam, Germaanse naam Marx, Marco Mark, Merk, Markwart, Markolf.

Maréchal (de), Marechal, Marechale, Marécal, Marrecau, Marécaux, Marecaux, Marecauw, Demarecaux, Desmarescaux, Desmarecaux, Desmaricaux, Mareschal, Maresceau, Marescaux, Marescau, Maresca, Maresska, Marescot, Maresko, Marichael, Marichal, Maricaux, Maricau, Marcault, Marcaud, Mareco, Maricot, Marico, Mariko, Marchot, Marigot, Maricou, Marischal, Mariscal, Marischael, De Marichal, Demareschal, Masschael, Masschal, Marissael, Marissal, Maryssael, Marysael, Marijssael, Marijsael, Marissel, Marisa, Marissiaux, Marchal, Marchale, Demarchal, Marchaux, Marchau, Marchaud, Masscho, Masco, Masso, Marsal, Marschals, Marschal, Marschall, Marshall. Beroepsnaam uit het Franse maréchal, uit het Nederlandse maarschalk: paardenknecht, hoefsmid, smid, stalmeester.

Mardegan, Mardaga, Margaga: Door afstandsklankverandering (d/g-omwisseling) uit Margedant, een in de16de eeuw door Italiaanse landsknechten ingevoerd woord, mercatante: handelaar, zoetelaar, marketenter.

Mardens. Vadersnaam. Waarschijnlijk een afleiding van de Germaanse voornaam Medard, Madard. Mard is trouwens de Franse gewone vorm voor Medard; Saint-Mard = Saint-Médard.

Marée, de; (de) Marrée, Marree. Moedersnaam. Waalse vorm Marèye: Marie. Plaatsnaam Frans marais, van Oudnederlands mariska ‘meers’.

Mareen. Oost Vlaamse aanpassing van Marain/Marin.

Marel, van der. Plaatsnaam De Marel: mergel, mergelgroeve. Plaatsnaam Maarle in Poppel (Antwerpen).

Marem, van, (van) Maerrem, van Maerhem, van Marhem, Maerem: Plaatsnaam Mar(r)em in Moorsele, Oudenburg (West-Vlaanderen), Dottenijs/Moeskroen, Henegouwen.

Maren van, van Maaren. Plaatsnaam Maarn, Utrecht.

Maren, van der, van Maaren, van Maare, van (der) Maeren, van der Maere, van der Maren, Vermaere, Vermaeren…: Plaatsnaam Maren in Alem (Gelderland) en Hemelum (Friesland) of van Maar(n) op diverse plaatsen en mogelijk terug te voeren is op maar, mare, meer, waterplas, waterloop. Of verkort uit van der Maren, zie van der Meer.

Marenne, Mérenne, Merenne: Plaatsnaam, Luxemburg.

Mares. 1. In het notariaat van Tourcoing kwam Mares als korte variant van Desmarets voor. 2. Zie Maris.

Maret, Maré, Mare, Marre, Marré, Marree, Maree, Marez, Mareydt, Marey, Marret, Marreyt, Marrez, Maerheyt, Maerheyd: 1. Zu Dumarais. 2. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Mareteau. Moedersnaam. Afleiding van Maret 2. Marette.

Marette, Maraite, Maraitte, Merrette: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Mareussen. Leesfout voor Marcussen.

Marfoutine. Wellicht plaatsnaam Marfontaine, Asne.

Marga, Margas, Margat, Margae. 1. Waalse uitspraak van Margaux. 2. Korte vorm van Margareta.

Margadant: Duits familienaam Margedant, een in de 16de eeuw door Italiaans landsknechten ingevoerd woord, namelijk Mercatante ‘handelaar, zoetelaar, marketenter’.

Margam, Margan, Marganne, Mergam, Mergan, Mergen, Marghem. 1. Beroepsnaam die mogelijk afgeleid is van het Middelnederlandse margant: haak, gesp. Een soort handelaar ? 2. Plaatsnaam, afgeleid van Meregem (Merville in Frans-Vlaanderen). 11de eeuw Merengehen.

Margaron. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Margareta.

Margeotte. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marguerite.

Margerin. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Margareta.

Margery, Margerison, Margory: Moedersnaam. Engelse vorm vande voornaam Margareta. Zie ook Marguerite.

Marges, Margue: Moedersnaamr. Korte vorm van de voornaam Margareta.

Marget, Margaux, Mergaux, Mirgaux, Mirgau, Murgo, Marjaux, Margoux, Mourgoux: Vaders-, moedersnaam. Afleiding van de voornaam Margareta.

Marghem. Misschien plaatsnaam Meregem (Merville, Frans-Vlaanderen). Zie ook Margam.

Margheritina. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Margarita.

Marginet, Margenat, Marginelle. Moedersnaam uit de voornaam Margareta.

Margodt, Margot, Margos, Margo, Alamargot: Moedersnaam. Afleiding van Marguerite.

Margraf, Margraff, Markgraf, Markgraaf, Marggraf, Margrève, Marnegraven, Malgrève: Middelnederlands marcgrave, marcgrève, Nederlands markgraaf, Duits Markgraf, van Frans margrave: bestuurder van een mark of grensgebied.

Marguillier, Margullier, Margulies, Mardulier, Marguillier. Naam uit het Oudfranse marraglier, marlier: koster, pedel (toezichter bij jongeren). Vergelijk Marlier.

Marguerit, Marguerite, Margarit, Margriet, Marguerie, Margerie, Margris, Magritte, Magrit, Magriet: Moedersnaam. Griekse heiligennaam Margareta; parel.

Mariceaux, Marico: Beroepsnaam Picardisch Marécau(x) van Marescau(x) tegenover Frans Maréchal, van maarschalk ‘paardenknecht, hoefsmid, smid, stalmeester’.

Mar, Marie, May, Marye. Moedersnaam. Franse vorm van heiligennaam Maria.

Mari, Marie, de: Variant van Demary, Demaury, Demori. Plaatsnaam Mory = Maury (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Mariacour, Mariacourt, Mauriaucourt. Naam uit de plaatsnaam Maricourt (Somme).

Mariage, Mariages, Mariatie: Oudfrans mariage: huwelijk, (ook) echtgenoot. Vergelijk Houwelyckx.

Mariamé. Plaatsnaam Morialmé (Namen).

Marian, Mariani, Mariano. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marianus.

Mariavelle. Wellicht door verkeerde lezing van u als v, van Mariaul(l)e.

Mari, Maricq, Marique, Marik, Marickx: Vadersnaam. Germaanse voornaam math-rîk of mêr-rîk: Marricus? Maar -rîk-namen worden Romaans -ry. Dus veeleer een Romaanse afleiding op -ique (vergelijk Hannick) van een Germaanse mêr-naam of van Marie.

Marié, Marier, Mariez. 1. Spelling voor Mariet. 2. Frans marié: gehuwd. Bijnaam.

Mariel, Mariau, Mariaud, Mariault, Mariaule, Mariaul, Mariaulle, Maria, Marias: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Mariën, Marien, Mariens, Marrien, Maeriën, Mauriën, Moriën, Morien, Morriens: Moedersnaam, Bijbelse voornaam Maria.

Mariette, Mariet, Marier, Marié, Mariez, Mariest: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Marievoet, Marivoet, Marevoet, Marvoet, Maerevoet, Maervoet, Maerievoet, Maerivoet, Morvoet. Familienaam uit de plaatsnaam Marievoorde in Pollickhove (Frans-Vlaanderen), Marivoorde in Westkapelle en Gistel-Ambacht (West-Vlaanderen).

Marigot. Variant van Zuid-Franse familienaam Mérigot, afleiding van Méric, verkort uit Aymeric; zie Emery.

Marik. 1. Vadersnaam. Slavische vorm van de voornaam Marcus. 2. Zie Maric(q).

Mariman, Maereman, Maeremans, Maerman: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Maria. Zie ook Maere.

Marin, Marinus, Marinussen, Marino, Marini, Marrin, Marijn, Maring, Marijns, Maryn, Maryns, Marrijns, Marincx, Marijnen, Marynen, Marinens, Marynes, Marinis, Marijnissen, Marynisssen, Marain, Mareen. Vadersnaam. Afleiding van Germaans naam op –mar, van mêrja- ‘beroemd’, gelatiniseerd tot heiligennaam Marinus.

Marine, Marinne. 1. Moedersnaam, vrouwelijk bij Marin. 2. Plaatsnaam Marines (Seine-et-Oise).

Maringer. Duitse familienaam Mähringer. Duitse plaatsnaam Mähringen.

Marinussen, Marinusse, Marinissen, Marinisse, Marinessen, Marinnissen, Marijnissen: Vadersnaam. Zoon van Marinus, latinisering van Marin (zie op dat woord).

Marion, van, Marioné, Marionex, Marrion, Mayon: Het voorzetsel Van is vermoedelijk secundair. Marion is een moedersnaam, afleiding op –on van de voornaam Marie.

Mariot, Mariotte. Vaders-, moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Marie.

Maris, Marris, Marres, Mares, Marissens, Marissen, Marist. Marijs. 1. Moedersnaam uit de Bijbelse voornaam Maria. De stamvader van onder andere het Wase geslacht Maris/Mares was in 1295 Willem ver Marien. Marissen(s) kan uit Mariensoens, Marisone worden verklaard. 2. In sommige gevallen kan het ook een vadersnaam zijn uit de voornaam Maurits. 2. Een uit Tsjechië geïmmigreerde familie Maresch liet haar naam in Nederland aanpassen als Maris. 3. Soms variant van Vadersnaam. Maurice.

Maris, van: 1. Plaatsnaam Maris (Nederlands-Limburg). 2. Plaatsnaam Merris (Frans-Vlaanderen).

Marit, Maritte, Marits: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Marius. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marius.

Marjanen. Vadersnaam. Afleiding van Latijnse heiligennaam Marianus.

Marjolet, Marjollet, Marjolée, Marjollée, Majollee, Majoulet, Margalet, Mirjolet: Moedersnaam. Afleiding op -elet van de voornaam Marguerite. Voor de i, vergelijk Mirguet, Mirgain, Mirgau.

Mark, van der, van de, der, Marck, van der Marken, van der Marcken, van der Marcke, van de(der) Marker, Vermaercken, Vermaerken, Vermarcke, van der Mercken, van der Merken, van der Merck, van der Merk, Vermaurke, Vermorcken, Vermorgen Vermogen: Plaatsnaam. Middelnederlands marke, merke ‘grens(paal), grensland’, vandaar van naam van een (grens)waterloop. De Marke is een bijrivier van de Dender, de Mark is een riviertje van Rijkevorsel (Provincie Antwerpen) voorbij Breda (Noord-Brabant), ook bij Waardenburg (Gelderland).

Markadieu. 1. Plaatsnaam Marcadieu (Htes-Pyr.). 2. Zie Marcadet.

Markensteijn, Markesteijn, (van): Plaatsnaam Markstein (Rijnland-Palts).

Markert. Vadersnaam. Germaanse voornaam Markhard (zie Merckaert) of van Markward.

Markies: De adellijke titel markies.

Markiewicz, Marcovic, Marcovic, Marcovitch, Marcowicz, Markovics, Markovic, Markovitz, Markovits, Markovitch, Markowicz, Markowitch, Markovic. Familienaam uit de verspreide Slavische plaatsnaam Markowitz, Markowice.

Markscheid, Markschat: Plaatsnaam. Middenenderlands markescheit: grens tussen twee marken, grensgebieden.

Markvoort: Plaatsnaam in het graafschap Zutphen (Gelderland).

Marlair, Marlaire, Marier: Plaatsnaam. Waals madère, Oudfrans marlière: mergelgroeve. Vergelijk Van der Marlière.

Marland, Meerland, Merland, (Maerlant ?) 1. Plaatsnaam Maarland in Eijsden (Nederlands-Limburg). 1282 inter villas de Merlant et Bitle inter duas vias jacentes versus Merlant..pars terrarum Heymanni de Merlant. 2. Eventueel variant van Merlan; zie Merlan(d).

Marleghem. Waarschijnlijk (Henegouwen) van (van) Malleghem, met epenthetische r. Of variant van Morleghem.

Marlie, Marlier, Marly, Merlier, Merli, Morlie, Marlière, Marliere, Marriêre, Morlière: Het gaat om twee in oorsprong verschillende namen, die achteraf ongetwijfeld verward werden. 1. Oudfrans marlier: koster, pedel, kerkmeester. Beroepsnaam. Vergelijk Marguillier. 2. Plaatsnaam. Oudfrans marlière: mergelgroeve. Zie Van de(r) Marlière.

Marlière, van de(der), van de(r) Marlière, van der Maliere, Demarlier, Demarlie, Demarly, Demarlière, Demerlier, Demerlie, Demerlière, Desmarlière, Desmarlières: 1. Verspreide plaatsnaam. Oudfrans marlière, Frans marnière: mergelgroeve, mergelput. Zie ook Marlier 2. 2. Demerlie(r)/Demarlie(r) eventueel van Demellier.

Marliot. Variant van Merliot; vergelijk Merlhiot. Afleiding van merle: merci. Vergelijk Marlot 1.

Marloie, Marloy, Marloye. Plaatsnaam in Waha, Luxemburg.

Marlot. 1. Variant van Merlot. 2. Bijnaam. Picardisch marlot; kater, vrouwenloper.

Marmagne. Plaatsnaam (Cher, Côte-d'Or, Saône-et-Loire).

Marmaneu. Waarschijnlijk (zoals Marmenout) variant. van Marmignon (met demouillering ft/n en palatalisering o/eu). Zie Marmillion. Of Spaanse familienaam?

Marmelstein, Mermelstein. Duite plaatsnaam; marmersteen.

Marmet, Mermet, Mermod, Mieremet: Bijnaam. Afleiding van Oudfrans merme, van Latijn minimus: heel klein.

Marmier. Waarschijnlijk van Marnier, met vaak voorkomende ra/rm wisseling.

Marmillion, Marmillon, Marmignon, Marmillot, Merminod, Marmenout: Afleiding van Oudfrans merme; vergelijk Mermet.

Marmitte. Bijnaam. Oudfrans marmite; zwak, flauw, sukkelachtig, verdrietig.

Marmont. Plaatsnaam (Ain, Aveyron, Lot-et-Garonne).

Marmus, Marmuse, Marmu, Marmoy, Mermuys. Bijnaam afgeleid van het Oudfranse marmouser, marmuser: grommen, knorren. Het daaruit afleiding Middelnederlandse marmoset, marmoeyse betekende: aap, vervormde figuur.

Marnef: Plaatsnaam Marneffe (Provincie Luik).

Marnet, Marnette, Marnest, Marneth, Marney: Moedersnaam van Maronet(te); zie Maron(g).

Maron: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie of Mahaut.

Marnot. Vadersnaam, van Marinot, afleiding van de voornaam Marin.

Maroil, Maroille. Plaatsnaam Maroilles, Nord.

Maroldt, Marolt. Vadersnaam. Germaanse voornaam mêr-wald 'beroemd-machtig': Maroaldus.

Marolle, Marole. 1. Moedersnaametr. Vleivorm van de voornaam Maria. -2. Plaatsnaam Marolles (Marne, Oise, Seine-et-Oise, Seine-et-Marne enz.).3. Dialect uitspraak van Maroille.

Maron, Marong, Marron, Marrong, Maronet: Moedersnaam. 1. Afleiding van de voornaam Marie. 2. Afleiding van de voornaam Mahaut.

Maronnier, Marnier, Mernier, Mornie. Beroepsnaam uit het Oudfranse mairenier: handelaar in hout voor dakwerken, timmerman.

Maroquin, Marroquin, Maroquêne: 1. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie. 2. Marokkaan.

Marossi: Variant van Italiaans Marussi, uit Kroatisch Marušic of Sloveens Marušic,van Maruša, verkleinvorm van Mara, van Maria.

Marot, Marote, Maroten, Marotte, Marotta, Maroo: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Maroy, Maroij, Maroie, Maroye, Maroyen, Maroi, Marois, Maroit, Marroy, Marroy, Marroyen, Marro, Maroe, Maroo. Moedersnaam uit Maroie, dit is de Franse vorm van Maria. De tegenhanger van het Vlaamse Marien.

Marpaux, Marpeaux: Oudfrans marpaud: deugniet, boef, schelm.

Marquard, Marquardsen, Marquardt, Marquart. Vadersnaam. Germaanse voornaam mark-ward 'teken-bewaarder': Marcwardus, Marquardus. Duitse familienaam Markwart.

Marque. 1. Spellingvariant van de voornaam Marc. 2. Plaatsnaam.

Marquebreuck, Marquebreucq, Marquebrucq. Plaatsnaam Markebroek. Merkenbroek in Denderwindeke of Merkbroek in Moerbeke-Geraardsbergen. (Oost-Vlaanderen).

Marquet, Marquette, Marwuttez, Marguetté, Market, Markey, Merket. Vadersnaam/moedersnaam uit de heiligennaam Marcus.

Marquegnie, Marquegnies, Marquinie, Marquerrie: Plaatsnaam Marquigny (Franse departement Ardèche).

Marquet, Marquette, Marquez, Marqué, Market, Markey, Merket: Vaders-, moedersnaam. Afleiding van heiligennaam Marcus.

Marqueteken, Marqueteeken, Marqueteecken, Marquetecken: Naam voor de merkmeester, die merktekens aanbrengt? Vergelijk Duits Merkenschlager. Of verhaspeling?

Marqui, Marquis, Markie, Marki, Marky, Marquise. De adellijke titel markies, markiezin.

Marquier, Merkier, Marqui, Markie, Marki, Merki: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mark-hari 'teken-leger': Marc(h)arius.

Marquilly, Marquillie, Marquillier. 1. Zie Demarquilly. 2. Variant van Marguillier.

Marannes, Marranes, Marannes: Oudfrans marran: bekeerde Jood of Moor.

Mars. Vadersnaam. 1. Korte vorm van de voornaam Marsilius. Mars, voornaam en familienaam in Sint-Omaars. Met Mars wordt hier hoogstwaarschijnlijk de Germaanse god Tīwaz bedoeld.

Marsbergen, van. Plaatsnaam Maarsbergen, Utrecht.

Marschall, Marschell: Duitse beroepsnaam Marschall ‘maarschalk’ (zie op dat woord).

Marschner. 1. Vadersnaam. Afleiding van de Tsjechische voornaam Maresch, van Maroslav. Of moedersnaam van de voornaam Marusch (Margareta). 2. Aflleiding van plaatsnaam Marsch: meers, beemd; of van plaatsnaam Marschen bij Teblitz/Teplice in Tsjechië.

Marsé, Marsee, Marzée, Marzee. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Marsée in Bende (Luxemburg) en Ocquier (Luik). 2. Zie ook Demarché.

Marselaer, van. Plaatsnaam Marselaar: open plaats in een bos aan een grensscheiding.

Marsfelder: Afleiding van plaatsnaam Marsfeld.

Marsenille, van, van Marsnil, van Marsnille, Machenih. Plaatsnaam Masnil in Gelinden (Limburg), van mansionile: kleine woning. Vergelijk Frans Mesnil.

Marsigny. Plaatsnaam in Cousolre, Nord.

Marsili, Marsilli, Marsily, Marchyllie: 1. Vadersnaam Marcille, Latijn Marcilius. 2. Plaatsnaam Marsilly (Moselle) of verspreide plaatsnaam Marcilly.

Marsille, Marsilje, Marsielje, Marsie, Massielje, Masseille, Masseilje, Missielje, Misilje: Vadersnaam. Frans Marcille, de Latijnse heiligennaam Marcilius.

Marsman, Mars, van de, der, Maarse, Mors, Marsch, Overmars. 1. Afleiding van plaatsnaam Mars, Middenederlands marsch, mersch, Zuidnederlands meers: laag nat weiland. Pendant van Meerschman. 2. Zie (de) Meersman.

Marson. Moedersnaam. Afleiding op -eçon van de voornaam Marie.

Marsoul, Marsoulle, Marchoul. Moedersnaam op -écoule uit de naam Marie.

Marsula. Plaatsnaam Marsoulas (Hte-Garonne)?

Martus, Marthus, Marthy, Marti: Vadersnaam. Latinisering van Martin, Maarten.

Martel, Marteel, Martelle, Mertel, Martelli, Martello, Marteaau, Marteaux, Martaux, Marto, Martiat, Martay: Oudfrans martel, Frans marteau: hamer. Beroepsnaam voor een smid. Vergelijk Hamers.

Martelaer, de, Martelaere, de, Martelaere, Marteleere, Martelaire,dDe Martelare, Marteleire, de Maertelaer, Maertelaere, Marteleere. 1. Bijnaam voor een martelaar, sukkel of naar de rol in de processie of toneel. 2. Soms kan de naam ontstaan zijn door reïnterpretatie van Mattelaer. In Kortrijk werd een dr. Mattelaer in de volksmond Martelêrke genoemd.

Martelange. Plaatsnaam Martelingen, Luxemburg.

Martelé, Martelez, Martelée, Martlé, Marthle, Martle. Naam uit het Oudfranse martel: hamer. Beroepsbijnaam voor de smid.

Marteleur, Martelleur, Martheleur: Beroepsnaam van de smid, die hamert.

Martello, Martelli, Martellini, Martellino, Martelo. Italiaanse pendant van Martel.

Marter. 1. Bijnaam naar de diernaam, de marier. Beroepsnaam voor een bonthandelaar? Vergelijk Duits Marder. 2. Oudfrans martre: martelaar. Vergelijk De Martelaer(e).

Martha, Marth, Marthe, Marte: Moedersnaam. Bijbelse voornaam Martha.

Marthaler. Afleiding van een plaatsnaam. Wellicht Marthalen, Zwitserland.

Martherus: De vroegste voorbeelden komen uit Nederlands Indië begin 19de eeuw. De stamvader, Galestan Martherus, zou afkomstig zijn uit Isfahan (Iran).

Marthoud, Martou: Vadersnaam. Hybridische voornaam Martulf? Of Mart(h)oaldus?

Martien, Marciano, Marcian, Massien, Messien: Vadersnaam Latijnse heiligennaam Mardanus, Frans Marcien. Zie ook Messiaen.

Martigue. Plaatsnaam Martigues, (Bouches-du-Rhône).

Martin, Marteijn, Martijn: Vadersnaam. Middelnederlands Martin ‘Maarten’, zie Maartens(e). Maar vooral de vorm Marteijn gaat terug op de Franse vorm Martin.

Martinage, Martinache. Oudfrans martinage: rente, cijns die op Sint-Maarten betaald werd.

Martine. 1. Spellingvariant van Martinet. 2. Spaanse afleiding van heiligennaam Martinus.

Martineau, Martinaux, Martinaud, Martinat, Martinel, Martinelle, Martinelli, Martinello, Martinellon, Martinellot, Martinellet, Martinellez. Vadersnaam (van Italiaanse, Franse, Spaanse,.. komaf) uit de voornaam Martin. Zie verder bij Maarten.

Martinet: Vadersnaam. Verkleinvorm van op –et van Frans Martin.

Martini, Martiny: Vadersnaam. De heiligennaam of uit Italiaans Martinus.

Martinier. Plaatsnaam Martigny (Aisne, Manche, Seine-Mar., Saône-et-Loire, Vosges, Calvados).

Martinquet. Vadersnaam. Waalse afleiding van heiligennaam Martinus.

Martlé, Martle, Martlé, van Martelé, Martelet, verkleinvorm van Martel, van Frans Marteau ‘hamer’. Beroepsbijnaam van de smid.

Marton, Martony, Martot, Marto, Marthoz, Martho, Maurtot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Martinus.

Martougin. Plaatsnaam Martouzin, Namen.

Martron. Afleiding van martre, zie Marier.

Martroye. Naam uit het Oudfranse plaatsnaam Martroi: executieplaats. Er is onder andere een Martrois in de Côte-d-'or.

Marville, Marvel, Marvelle, Marveillie, Marveillie, Marvielle, Marvilde, Marvillier: 1. Plaatsnaam Marville (Meuse, Eure-et-Loir). 2. Zie Merveille.

Marvin: Engelse familienaam Marvin Mervin ‘beroemd-vriend’.

Marxer. Vadersnaam. Afleiding van Marx = Marcus.

Mas. 1. Zie Maas. 2. Occidentaal mas, van Latijn mansus: woning, hoeve, pachthof.

Mason, Masson, Massun, Massonnet., Massonet: 1. Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Thomas. 2. Zie Lemasson. 3. Eventueel van Marson (assimilatie rs/ss).

Mascart, Mascard. 1. Afleiding van Oudfrans maschier, Oudpicardisch masquier, Frans mâcher: kauwen. Vergelijk Frans Machard, Machavoine, Macheboeuf.

Maccaux, Mascu, Mascaud, Mascaut, Masco. Vadersnaam. Germaanse voornaam Maskwald? Vergelijk Mascart.

Masclé, Masclee, Maselee, Masele: familienaam Masquelet, verkleinvorm van Oudfrans macecle ‘slagerij’. Beroepsbijnaam van de slager. Masele(e) door verkeerde lezing van de c.

Mascré, Mascre, Mascret, Mascrez, Mascréer, Massacret, Macrez, Macherey: Bijnaam. Oudpicardisch masqueré, mascuré: vuil, vies. Vergelijk Macherot.

Masculus. Humanistennaam. Latijn masculus: mannelijk. Misschien vertaling van De Man.

Maseneer, de, de Maseneir, Maseneire, de Maesenaar, Maesenaere, Maeseneer, Measeneir, Maeseneire, Maesennaere, Maesenaere, de Masseneer, (de) Maeseleer. Vermoedelijk is maseleer de oorspronkelijke vorm van mazelen. Bijnaam voor iemand met een puistig gezicht, iemand die mazellittekens droeg.

Masfranc, Masfranck, Masfranckx, Masfrancx, Maesfranck, Maesfrankx, Maesfranx, Mafranckx, Mafranc, Mafran, Mafrans, Mafrand, Mafrant, Maffrand. 1. Vadersnaam uit de dubbele voornaam Maes (Thomaas) + Vrank/Frank. Zie verder bij Maes en Vranckx. 2. Naam uit de Romaanse plaatsnaam Mas franc: vrij landgoed. Er zijn er een aantal in Frankrijk. Masfrand in Saint-Frejoux (Corrèze) of Masfrant in Blanzac.

Masi, Masit, Masy, Mazy, Masil: 1. Uit Latijn mansicius: pachter van een hoeve, hof. Vergelijk Masoi, Massuir. 2. Zie Demazy.

Masier, de, Mazier, Maziers, Mazzer, Mazzier, Maisier, Maizier, Mézier. Familienaam uitmasie, mazie van mas: landhuis. Bewoner van een landgoed. Ook Demazier, Demaziere, Demasières. Plaatsnaam Maisières (Henegouwen) of Maizières (onder meer Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Masingarbe. Plaatsnaam Mazingarbe (Pas-de-Calais).

Masoin, Mazoin, Masuin, Mazuin, Maswiens. Naam uit het Latijnse mansuinus: pachter van een hoeve, een hof (manse). Beroepsnaam.

Masood. Paksistaanse naam.

Masoy. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Thomas.

Masquelet. Afleiding van Oudfrans macecle: slagerij. Beroepsnaam van de slager; vergelijk Masquelier.

Masquelier, Masquelie, Masqueliez, Masquelière, Masquellier, Masquely, Masquillier, Masquilier, Masqueiller, Masquiller, Masquille, Maschellier,

Maschelier, Masselier, Meslier. Familienaam uit het Oudfranse maceclier, maskelier, mecelier: slager. Beroepsnaam.

Massar, Massard, Massart, Massa, Massat, Massaert, Massaer, Massaad, Maussart, Mossa. 1. Vadersnaam uit de voornaam Thomas. 2. Naam van de schatbewaarder in Henegouwen en West-Vlaanderen. Massa is Luiker Waals.

Massabuau. Occidentaals voor Masseboeuf: runderslachter, -slager. Zie ook Malaboeuf.

Massange, Massanges. 1. Oudsange masenge, mésange: mees, vogel. Vergelijk Meese. 2. Plaatsnaam Massange in Bas-Oha (Luik), Massanges in Baileux (Henegouwen).

Massard, Massar, Massart, Massa, Massat, Massaer, Massaert, Massaad, Maussart, Mossa: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thomas. 2. Naam van de schatbewaarder in Henegouwen en West-Vlaanderen.

Massau, Massaux, Massaut, Massault, Massauw, Masseaux, Masseau, Massay, Masay, Masseeuw: 1. Afleiding van Thomas. 2. Soms door assimilatie van Marceau.

Masse, Massen, Massem: 1Middennedelrands masse: klomp, knots. Beroepsnaam van de knotsdrager? 2. Vadersnaam van de voornaam Thomas. Zie Masset.

Masselaert. Vergelijk Franse familienaam Machelard, afleiding van Oudfrans mâche: metselaar (zie Lemache). Zie Metselaar.

Masselin, Masselink, Masschelin, Masquelin, Masculin, Masschelein, Masscheleyn. 1. Vadersnaam wellicht afgeleid van een Germaanse mathal-naam. Mascelinus 2. Familienaam uit de Romaanse vorm van de plaatsnaam Machelen-bij-Deinze. 3. Sommige vormen komen mogelijk uit Marcel (vadersnaam uit Marcellus).

Massemin, Massemyn: Plaatsnaam Massemen (Oost-Vlaanderen).

Massenaux. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thomas.

Massenet, Massenon, Massenot: Vadersnaam. Vleivormen van de voornaam Thomas. Zie Massin.

Masset, Masse, Massé, Massez, Massar, Massei, Massey, Maté, Machet, Massin, Massein, Massinon, Massinond, Massion, Masion, Maussion, Massillon, Massignon, Massiot: Vadersnaam. Franse afleiding van de voornaam Thomas. Machet met hypercorrecte ch. Zo ook (?) Massop, Mastop, Maschhaupt, Massup.

Masseus, Maesseus: Vadersnaam. Latinisering van de voornaam Thomas, wellicht onder invloed van Matheus.

Masseurs: Vermoedelijk uit Monseur(s) van Monsieur(s)‘Mijnheer’.

Massin, Massein, Massinond, Massinon, Massion, Masion, Maussion, Massillon, Massignon, Massiot: Vadersnaam. Franse vleivormen van Thomas.

Massis, Massy, Massij, Massie, Massi, Metsys: Oudfrans massi: massief, stevig, belangrijk; Luiks-Waals massî: vuil. Middenenderlands massijs, matsijs: massief. Bijnaam. De naam werd in de Kempen ook wel als Mathijs begrepen.

Massoth, Massot, Massote, Masotte, Masso, Maso, Masood: Afleiding van de voornaam Thomas.

Massoul, Massol, Massoud, Massoz, Massoels, Mossoux, Mossou: 1. Afleiding op -oui van de voornaam Thomas. 2. Bijnaam. Frans mal saoul/soûl, Waals maso: slecht verzadigd. Vergelijk Malnoury.

Massuir, Massuyr, Massuy, Massuij, Massuit, Masuit, Masuir, Masui, Masuis, Masuy, Masuyr, Masuyer, Maswie, Mazui, Mazuir, Mazuy, Mazoyer, Masuger, Massuger, Masouy, Masoy, Lemassuy, Lemasuy. Beroepsnaam uit het Oudfranse masuier (dit uit het Latijnse mansuarius), uit het Luiks-Waalse masuy: pachter van een hoeve, cijnsboer.

Mast, (de): 1. Middelnederlands mast ‘mast, stang’. Bijnaam voor een lange opgeschoten kerel. 2. Middelnederlands mast ‘voedering, varkensvoer’. Beroepsbijnaam voor een varkenshoeder. 3. Demast kan ook een verschrijving zijn van het Franse Dumas/Demas: huis, landhuis, hoeve.

Mast, van de, der; Vermast: Plaatsnaam ter Mast ‘plaats met veevoer, bijvoorbeeld eikels’.

Mastboom, Mastbooms, Marstboom, Marsboom, Masbaum. Uit het Middelnederlandse mastboom: pijnboom, boom geschikt als mast. Bijnaam voor een opgeschoten kerel of uit de plaatsnaam Mastbos in Ginneken (Noord-Brabant). De naam kan ook komen uit het Nederduits waar Mastboom slaat op eik en beuk waaronder de varkens aten. Bomen waaronder de varkens gemest werden. (mast: voer, van mesten):

Mastenbroek: Plaatsnaam, Overijssel.

Master, Masters. Engelse equivalent van De Meester.

Masterton. Plaatsnaam in Fifeshire (Schotland).

Masthoff: Plaatsnaam.

Mastin, Mastyn, Mastijn. 1. Oudfrans mastin: waakhond, huisknecht. Zie Matin. 2. Variant van Wastijn of Bastijn door wisseling van bilabialen (b/m/w).

Masto. Ongetwijfeld een verhaspeling (Oost-Vlaanderen en 5x West-Vlaanderen), wellicht van Masscho (frequent in Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, uitspraak masko, met k als stembandocclusief die met t verward wordt.

Masure (de), Delemazure, Delmazure, Delemasure, Delmasure, (de) Meseure, (de) Mazeure, Mazure, Demazures, Desmasure, Desmasures, Masur, Mazur, (de) Mesure, de Mezure, de Messure, Meseure, Mesuere, Messur, Messure. Naam uit de Franse plaatsnaam Masure: woning, huis.

Masurellem, Masurel, Masureel, Mazurel), Mazurelle, Masureau, Mazereeuw, Madereel, Mazereel, Masereel: Wellicht geen afleiding van Frans masure: woning, maar van Madere(e)l; vergelijk Picardische familienaam Mad(o)urel(le). Afleiding van Oudfrans ma(s)dre, masre: houten drinkbeker. Vergelijk d/z-wisseling in Bazelaire, Maselyne, Madelene = Mazeleene.

Mat, le: Fransw familienaam Lematte, Lemathe. Plaatsnaam La Matte, van Middelnederlands maet, mate ‘weide’.

Matelart, Mathelart,

Matebroek: Plaatsnaam broek ‘moeras’ bij een mate ‘weide, beemd’.

Maten, Maaten: Waarschijnlijk variant van Matten(s).

Matena: Plaatsnaam Matena in Papendrecht (Zuid-Holland) en bij Herike, Overijssel: 1475 Mathena. De plaatsnaam betekent ‘matig nabij, niet al te nabij’, vergelijk Altena.

Mater, Maters: 1. Plaatsnaam Mater (Oost-Vlaanderen). 2. Latijn mater ‘moeder’.

Materman: Afleiding van Mater.

Matern: Vadersnaam. Frans Materne, van Latijnse heiligennaam Maternus.

Mathey: Vadersnaam. Uit Matet, Franse verkleinvorm van Matthieu. Of variant van Mathei, afleiding van Mattheus.

Mathelet, Mattelet, Mattlet, Mattelé, Matlet, Matholet, Matolet, Mattelin, Mattelein, Mathelin, Mattelon, Mathelot, Matelot. Vadersnaam, knuffelvorm van Mathieu: zie verder bij Matheus.

Mathemeier. Duitse familienaam uit matt + meijer. 1. Matt: dit naamdeel kan verwijzen naar weide, melk, stro (dakbedekking), molen. 2. Meijer: uit het Latijnse maior: meier, rentmeester, vertegenwoordiger van de heer, ambtenaar, pachter. De mathemeijer had dus wellicht toezicht op of beroepshalve te maken met, één van de in 1 genoemde zaken.

Mathijs, Mathijse, Mathijsen, Mathijssen, Matthies, Mattheijssen, Mattheijsen, Matthijse, Matthijs, Mathijssens, Mathijsse, Matthyssen, Mattijsse, Mattijse, Matheus, Mattheus, Matheussen, Matheusen, Matheussens, Matheusens, Matheussen, Matteussen, Matteus, Matteeusen, Matteteusen, Mateusen, Matheeus, Matteeus, Mateeus, Mateeuse, Mateeusen, Matteeusen, Mattheeussen, Mattheeussens, Mattheus, Mattheuse, Matheus, Matheuse, Matheeuwese, Matheeuwissen, Mattheeuws, Mattheeusen, Matteesen, Matheeuwsens, Mattheum, Mattheusen, Matheuws, Matheus, Matheusen, Matheuwezen, Mathewe, Mathaiwe, Mataiwe, Mattheeff, Matheve, Mathieuwis, Matheesen Mathees, Mattheesen Mattheessen, Mattheessens, Mattheesens, Matyhew, Mathyews, Mathew, Mathews, Matthessen, Matthes, Matheu, Mateu, Matteu, Motheu, Motteux, Motteu, Matthie, Matthieux, Mathieu, Matieux, Mathius, Mattyus, Matyus, Matthus, Matthu, Mathu, Mathus, Mathuis, Mattues, Matthue, Mattues, Mathuvis, Mattei, Matthey, Mattheij, Matthij, Mathei, Matei, Mathey, Mathyi, Mathy, De Matteis, Mateo, Mateos, Metus, Tiesma. 1. : Vadersnaam. Voornaam Matthias, de naam van de apostel die Judas’ plaats innam. Maar de namen Matthias en Mattheus werden altijd verward. 2. Er zijn ook Matheeuws die afkomstig zijn uit de familienaam Marteau: hamer; beroepsbijnaam voor de smid.

Matthias, Matias, Matthias, Matthia, Mattia, Mattias, Mathiasz, Mathia, Matyas, Matijas, Mathie, Mathij, Mathy, Mathyi, Mathise, Mathisen, Mathiss, Mathisse, Mathhiis, Matthis, Mathissen, Matthiss, Mathysens, Mathysen, Matthijzen, Matthysen, Matthijsse, Matthij, Matthijssen, Matthijssens, Mathijs, Mathijsen, Mathijsens, Matysen, Matys, Matysse, Matyssen, Matyssen, Mattys, Matysses, Mateijsen, Mattheys, Matheise, Matheisen, Matheis, Mattheys, Mattheysses, Matheys, Matheyses, Methès, Methèse, Mathère, Matère, Mathaise, Mataisse, Matyn, Matyns, Mattyns, Mattijns, Matthijns(sens), Mattynssens, Mattyns, Matthieu, Matthiuex, Matieu, Matieuz. Vadersnaam naar de naam van de apostel Matthias, die Judas' plaats innam.

Mathurin, Maturin, Matorin, Mathurel, Mathurai, Mathorel, Mattrel, Matray, Matrai, Matroye: Vadersnaam. Niet van de familienaam Mathurinus, maar gereïnterpreteerde spellingen voor Mat(e)rin, Mat(e)rel, afleiding met dubbel suffix -erin, -erel (-ereau, Luiks-Waals -eray) van Matheus.

Matagne, Mataigne, Mattagne, Mattaigne: Plaatsnaam Matagne (Namen).

Mateljan. Kroatische familienaam. Waarschijnlijka fleiding van de voornaam Mattheus / Matthias.

Matens, Maetens, Methens, Metens: Waarschijnlijk variant van Matten(s).

Mater, Matere, Mather, Mathere: Latijn mater: moeder?

Matern, Materne, Materné, Materna, Matterne, Mattern, Mathienne: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maternus, vooral vereerd in het Naamse. Waals Matiène. 2. Materne: moeder overste.

Maters, Maeters, Mathers: Afleiding van d eplaatsnaam Mater; zie Maeter? Variant van Matters?

Matet, Mathet, Mattet, Mathez, Mathée, Mattez, Matez, Mathé, Maté, Matthé, Matté, Matthe, Matthee, Matthey, Mathey: Vadersnaam. Franse afleiding van Matthieu.

Matharys. Vadersnaam. Leesfout voor Macharis; of gewoon contaminatie van Macharis en Matheus.

Mathay, Mathays, Mataey. Vadersnaam. 1. Luiks-Waals afleiding, (-el = -ay) van Mathieu. Waalse pendant van Matt(e)au. 2. Verschrijving voor Brabantse uitspraak van Mathey(s).

Mathelet, Mattlet, Mattelet, Mattelé, Matlet, Matholet, Matolet, Mattelin, Mattelein, Mathelin, Mattalon, Mathelot, Matelot: Vadersnaam. Vleivormen van de voornaam Mathieu.

Matheson, Matson, Mattson. Vadersnaam. Zoon van Mattheus/ Mathias.

Matheus, Mattheussens, Mattheusens, Mattheusen, Matheussens, Matheusens, Matheusen, Matteussen, Matteus, Matteeussen, Matteeusen, Mateusen, Matheeus, Mattheusen, Mattheeussen, Matheeusen, Mattheeussens, Mattheeussen, Mattheuse, Matheuse, Matheus, Matheeuwese, Matheeuwissen, Mattheeuws, Mattheeuwsen, Mattheewsen, Matheeuwsens, Mattheuwsen, Mattheuws, Matheuws, Matheuwsen, Matheuwezen, Mathewe, Mathaiwe, Mataiwe, Mattheeff, Matheve, Matthieuwis, Matheesen, Mathees, Mattheessen, Mattheeussens, Mattheesens, Mattheesen, Matthews, Matthew, Mathews, Mathew, Matthesen, Matthes, Matheu, Mateu, Matteu, Motheu, Motteux, Motteu, Matthiuex, Matthieu, Mathieux, Mathieu, Mathius, Mattyus, Matyus, Matthus, Matthu, Mathus, Mathu, Mathuis, Matthues, Mathues, Matthue, Mattues, Mathuvis, Mattei, Matthey, Matteij, Matetij, Mathei, Matei, Mathey, Mathi, Mathy, de Matteis, Mateo, Mateo: 1. Vadersnaam. Naam van de apostel en evangelist Mattheus, Hebreeuws 'geschenk van Jahweh'. Zie ook Mathias. 2. Zoals zo vaak (vergelijk Benoit) werd Matheeu(w)s geënt op een naam van totaal andere oorsprong. 1631 Egidius Marteau = 1694 E. Matheus, Tielt. Tot 1665 werden zijn kinderen als Marteau in het doopregister ingeschreven, vanaf 1668 als Matheeu; die trouwden evenwel allemaal als Matheeu(w)s. De Picardische uitgesproken familienaam Marteau werd hier Marteeuw en als Matheeuws begrepen.

Mathivet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Mathieu.

Matgen. 1. Moedersnaam, afleiding Matte (Machteld). Voornaam Matkin. 2. Vadersnaam. Afleiding van Matheus.

Matillard. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Matheus of Mathias.Vergelijk Mateljan.

Matin, Matyn, Mathyns: 1. Frans mâtin, van Oudfrans mastin ‘waakhond, huisknecht’. 2. Vadersnaam. Vleivorm van Matheus of Mathias.

Mativa, Mativat, Mathivat, Matival: 1. Plaatsnaam (le pré) Mativa in Fetinne (Luik): val (de) Mathieu. 2. Afleiding van de voornaam Mathieu. Vergelijk Mathivet.

Maton, Matons, Matton, Mathon, Mathonnet, Mathonet, Matonnet. 1. Naam uit het Oudfranse maton: gewrongelde melk, kwark, wrongel. Voor handelaar of boer. Vergelijk Wittevrongel. 2. Vadersnaam, knuffelvorm uit Mathieu. 3. Soms uit Mouton, zie daar.

Matot, Mattot, Mathot, Matos: Vadersnaam. Vleivorm van Matthieu (Mattheus, Matthias).

Matoul, Mathoul, Metoul, Metoel: 1. Moedersnaam. Waalse vleivorm op -ouïe van heiligennaam Mathieu. 2. Vadersnaam. Zie Matout.

Matout, Matoux, Matoui, Mathouul, Mathou, Mathoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam macht-wulf. Mahtulfus, Mahdolf.

Matriche, Matrice, Matrise, Matrige. Bijnaam. Oudfrans matrix, meautris, meretris, van Latijn meretrix: lichte vrouw, prostituée.

Matringhen, Matringhend. Plaatsnaam Matringhem (Pas-de-Calais).

Matroul, Matroulle. Moedersnaam. Afleiding van Mathieu.

Matsaert. zie Machart. Beroepsnaam van de metselaar; afleiding van Middelnederlands mâche, matse.

Mattard, Mattar, Mattart, Maat, Matha, Mathar, Matart, Mata, Matas: 1. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Mattheus. 2. Zie Meddaerts.

Mattau. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Mathieu.

Matte, Mat, Mats Mate, Matthe, Mathe, Mathen, Mattens, Matten, Mattes, Met, Metten, Mettens, Mettenius, Mettinga, Mets, Metz (soms ook de stad) Metting, Mettjes, Metsema, Metzen, Metskes, Vermetten, Vermet, Matens, Maetens, Methens, Metens. 1. Moedersnaam (voormoedernaam). Matte/mette is een korte vorm van de Germaanse meisjesnaam Machteld, Methilde. Mechtild=Metke=Matke= Matta. 2. Vadersnaam Matto

Mattelaer, Mattelaere, Mattelart, Matelart, Mathelart. Naam uit het Middelnederlandse madelaer: zaakwaarnemer, boedelredder. Beroepsnaam.

Mattelé: Vadersnaam. Spelling voor Frans Mathelet, verkleinvorm van de voornaam Mathieu.

Matten, Mattens. 1. Zie Matte. 2. Verscherping van Maddens.

Matter, Matters. 1. Beroepsnaam van de mattenmaker. 2. Oudhoogduits Matter, van plaatsnaam Matte: grasveld, weide (made, maat, meet).

Mattheeuws: Vadersnaam. Hebreeuwse naam van de apostel en evangelist Mattheus ‘geschenk van Jahweh’.

Matyns, Mattyns, Matthyns, Matthijns, Mattijns: Soms wellicht afleiding van Matyn, maar meestal wel hypercorrecte spelling voor Mat(t)hijs; vergelijk Matthy(n)ssens.

Matz, Maats. Duitse vadersnaam van Mathias of Matheus.

Matzen, Madsen, Madtson: Vadersnaam, Skandinavische/Nederduitse naam van heiligennaam Matheus of Mathias. De Deen Lauritz Madsen ("1863) vestigde zich ca. 1890-1900 in Brugge en stichtte er de stomerij Madsen.

Matzinger: Afleiding van plaatsnaam Matzing (Beieren).

Matzner. Afleiding van de verspreide Duitse plaatsnaam Matzen, ook in Oostenrijk.

Maubach, Maubacq: Duitse plaatsnaam Maubach.

Mauchamps, Mauchant, Monchamps, Mochamps, Mouchamps: Plaatsnaam Malchamps in Sart (Luik): slecht, kwaad veld. Mochamps in Tenneville (Luxemburg). Vergelijk Quatacker.

Mauchien. Bijnaam mal chien; kwade hond.

Maucler. Bijnaam Mau clerc: slechte klerk. Vergelijk Monbailli.

Maucolin. Bijnaam + vadersnaam. Kwade Colin. (Nicolaas).

Mauconduit, Monconduit: Bijnaam. Oudfrans mau conduit: slecht opgevoed, die zich slecht gedraagt. Vergelijk Maldoy.

Maucq. Waarschijnlijk Waalse variant van Maque.

Maudoigt. Bijnaam; kwade vinger.

Maudoux, Modoux: 1. Zie Madou(x). 2. Bijnaam mal doux: weinig zacht, ruw.

Maudry, Modery, Modderie, Modrie: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mathal-rîk vergadering-heerser': Madalricus, Madelricus.

Maudron. Vadersnaam. Afleiding van Maudoux of Maudri.

Mauër, Mauer, Mouwer: Duits Mauer ‘muur’. Naar de woonplaats bij een muur. Of variant van Maurer; metselaar.

Mauermeister. Duitse beroepsnaam van de metselaarsmeester.

Maufort. Bijnaam Mal fort: weinig sterk of hypercorrect voor Monfort (vergelijk Monfils, van Maufïls).

Mauger, Maugeré, Moger, Magier, Maelegheer, Malengier, Malingie, Malengé, Mallengier, Mallenger, Mallinger, Mallentjer, Demaillinger. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Mathalger': vergaderplaats-speer.

Mauhin, Mauxhin, Mauwhin, Mawhin, Mausin, Mohin, Mohsin, Mosin, Mozin: Luiks-Waals ma vèhin, Frans mal voisin: kwade buur. Bijnaam. Vergelijk Quaeghebeur, Malvoisin. Ook plaatsnaam Mawhin in Neufchâteau-lez-Visé (Luik).

Maujean, Maujonnet, Majean, Maljean, Manjean, Monjean: Bijnaam: kwade Jan. Vergelijk Quatannens.

Maul, Mauel, Mauël, Maule: Duits Maul: muil. Vergelijk Muylle.

Mauléon. Plaatsnaam (Htes-Pyr., Gers, Basses-Pyr.).

Maumusson. 1. Plaatsnaam (Loire-Atl., Tarn-et-Gar., Gers). 2. Veeleer mau: kwaad + moschon, muchon, afleiding van Oudfrans mosche: vlieg. Vergelijk Duits Quadflieg.

Mauperon. Mau Peron: kwade Peron/Pierre.

Maupertuis. Plaatsnaam Mauperthuis (Seine-et-Marne), Maupertuis (Manche), Maupertus (Manche).

Maupetit, Mopty, Montpetit: Bijnaam Mau (mal) Petit: kwaad-klein. Bijnaam.

Maupin, Mopin, Monpain: Plaatsnaam Mau Pin: slechte pijnboom, den?

Maur, Meur, Maure: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maurus of Germaanse mor-naam.

Maura. Zie Moras. Maurage: Plaatsnaam Maurage (Henegouwen).

Maurcot. Vadersnaam Marcot, afleiding van de voornaam Marc.

Maurer, Meurer, de Meurers, Murrer, Murer: Duits Beroepsnaam Maurer, Middenhoogduits mûrxre: metselaar.

Mauricet, Maurisset, Morisset, Morrissey, Morissey, Morizet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maurice.

Maurichon, Morichon. Vadersnaam. Afleiding van Maurice.

Maurik (van), (van) Mourik, van Mouwerik, Mouriks, Mauriks. Familienaam uit de plaatsnaam Maurik (Gelderland).

Maurion. Vadersnaam. Afleiding van Maurice of maur-naam.

Maurits, Mauritz, Maurice, Maurich, Mauris, Maurus, Maurize, Maurizio, Mourus, Maurissens, Maurissen, Maurisse, Mourits, Mourice, Mourissen, Mourissens, Morice, Moritz, Morys, Morysse, Moris, Morisse, Morissen, Morissens, Mores, Morisse, Morris, Moeris, Moors, Mooris, Moris, Mouris, Meurice, Meuris, Meurisse, Meurist, Meurysse, Meurus, Muriche, Murice, Muris, Murysse, Marysse, Marys, Marijsse, Marissen, Marissens, Maris, Marisse, Marits, Maritz, MaretsMarist, Marris, De Maurissens, Demeurise, Demerise, Demerrisse: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Mauritius, afleiding van Maurus ‘moor, bewoner van Mauritanië’.

Maurois, Mauroit, Mauroy, Mauro, Mauroo, Malrait, Malroit, Moroy, Morroir. 1. Uit de plaatsnaam Maurois (Nord). 2. Bijnaam: mal roy: slechte koning. Waarschijnlijk bijnaam voor een Leroy. Zie bij Leroi(e)

Mauron, Meuron, Mouron, Moron. Vadersnaam van de voornaam Maur.

Maurtot. Vadersnaam. Variant van Martot, zie Marton.

Maury, Mauris, Morry, Mory, Moury. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam mathal-rik (Madelricus). Sommige vormen komen wellicht uit Mourier, een plaatsnaam die moerbeiboom betekent. Of misschien een beroepsnaam is. Zie bij Dumourier.

Maus. Duitse bijnaam Maus; muis. Vergelijk Muis.

Mausen, Mauzen. Waalse variant van Mausin?

Maushammer. Plaatsnaam Mausham in Bayerbach, Beieren.

Maussion. Waalse variant van Massion, zie Massin.

Mauvais, Lemauvais, Maleve, Malevé, Malevet, Malevez, Maulavé, Maavé, Malvé, Malvet, Maeleveys, Mallevaes, Mallevaey, Malevay: Oudfrans malvais, malvé, Frans mauvais: slecht, ongelukkig, gebrekkig; (ook) duivel (de kwade, vergelijk de Dievel). Bijnaam. Vergelijk De Slegte.

Mauw, de; Mau, Mouwes, Mauve: 1. Bijnaam naar de mouw. Vergelijk die ridder metter mouwen. 2. Middelnederlands mouwe ‘dikke lip, vooruitgestoken lip’. 3. Uit de plaatsnaam Meaux, zie Demeaux.

Mauw (de), Mau. 1. Beroepsbijnaam naar de mouw. 2. Uit de plaatsnaam Meaux.

Mauws. 1. Afleiding van De Mauw: zie daar. 2. Bijnaam uit het Duitse maus. 3. Afleiding van De Mauwer: die mauwt, jankt, kwaadspreekt.

Mawait, Mawet, Mawez, Mauwet, Mauwet, Mauet, Maué: Bijnaam. Waals mavoèt: aansteller, veinzer.

Max, Maxe, Maex, Mex. Vadersnaam, verkorte vorm van de Latijnse heiligenaam Maxentius, Maximus.

Maxant, Maxâne, Maxem, Maxen: Vadersnaam. Heiligennaam Maxentius.

Maxence, Mexence: Franse vadersnaam van heiligennaam Maxentius.

Maxheleau: Bijnaam. Waals mahe l'eau: die het water omwoelt, vertroebelt. Bijnaam voor een woelwater. Vergelijk Meulewa(e)ter.

Maxi, Maxy: Vadersnaam? Korte vorm van heiligennaam Maximus, Maximinus of Maximilianus? vergelijk Max.

Maximus, Maxim: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maximus.

Mayaud, Mayaudon, Mayaux: Oudoccidentaals maial, maiau: varken (in mei geslacht).

Maij, Mai, May, Bijnaam naar de maand mei; vergelijk (de) Meij.

Mayence, Mayance: 1. Franse vorm van plaatsnaam Mainz. 2. Maar wellicht reïnterpretatie door Waalse uitspraak van Ma(e)yens.

Mays: Duits familienaam Mais(s) van Middelhoogduits meiss ‘geveld hout’.

Mayenne. Plaatsnaam in Celles-lez-Dinant (Namen).

Mazure: Plaatsnaam. Frans Masure ‘woning, huis’.

Maykels. Variant van Makels of Meekels.

Maynar, Maynard. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam.

Mayne. 1. Spelling voor Mayné. 2. Zie Mein.

Mayné, Mayené, Mayenez, Lemayené, Maine, Maine, Menet, Menez, Mener, Menes, Mené, Menné: 1. Oudfrans mainé, meinsné, van Latijn minus natus: later geboren, jonger. 2. Vadersnaam. Spellingvariant (behalve Mayené) van Mainet, afleiding van Germaanse magin-naam; zie Maynard.

Mayol, Mayolet, Mayolz: Wel niet van Oudpicardisch maiole: eerste dag van mei, maar vadersnaam, variant van Mayou(x), -oul(t). Romaanse vorm van Germaanse voornaam Maiulfus, eventueel Maiolus.

Mayrhoven, von. Plaatsnaam Mayrhofen (Tirol). Verspreide plaatsnaam Meierhof.

Maystadt, Maystad, Meystadt. De familienaam zou uit Hessen stammen. Wellicht een aanpassing van de fréquente Duitse plaatsnaam Neustadt, met bekende wisseling n/m en ontronding eu/ey (vergelijk Neumann/Neymann).

Mazairac. Plaatsnaam Mazeirac, (Lozère).

Mazet, Mazé: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thomas.

Mazin, Masin, Masyn, Masijn, Mazijn, Mazijn: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Thomas.

Mazinghien. Plaatsnaam Mazinghem, Pas-de, Calais.

Mazijk, van: Plaatsnaam Maaseik (Belgisch-Limburg).

Mazzola: Verkleinvorm van Italiaanse familienaam Mazza, met verschillende verklaringsmogelijkheden.

Mazzon. Occidentaalse vorm voor Frans maison; huis.

Meerschaert, Merschaert, Meersschaert, Mersschaert, Meerschhaert, Meirsschaert, Meirschaert, Meeschaert, Meesschaert, Messchaert, Misschaert, Mescart: Afleiding van Van der Meersch.

Meervis, Mervis. Reïnterpretatie (door r-epenthesis)van Mevis. Zie Meus.

Méan, Méant, Mean, Meant, Meyant, Meyan, Myant: Plaatsnaam Méan (Namen) en in Mons (Luik).

Méaux, Meaux, Meau, Méau, Miaux, Myaux: 1. Plaatsnaam Meaux (Seine-et-Marne). 2. Vadersnaam. Picardiserende regressievorm van Me(e)us, korte vorm van heiligennaam Bartholomeus.

Meauxsone, Meauzoone: Vadersnaam. Zoon van Meaux = (Bartolo)meus.

Mechanicus. Latinisering van een beroepsnaam: maker van werktuigen.

Mèche, Mèche, Mech: Waalse spelling voor plaatsnaam Mesch, Nederlands-Limburg.

Mechele, Mechelen, Mechels, Meekels, Machels, Magele, Magel; Moedersnaam. Germaanse voornaam Machtild; vergelijk Magcheltje, Maggeltje, Macheltsje, Megcheltien. Vergelijk ook Machtelinckx = Machelinckx = Mechelinck. Eventueel vadersnaam. Afleiding van macht-naam (Machtolf).

Mechelen, van, van Meggelen, an Meghelen, van Mechgelen: Plaatsnaam Mechelen (Provincie Antwerpen). Ook Mechelen-aan-de-Maas, Mechelen-Bovelingen (Belgisch-Limburg), Mechelen in Wittem (Nederlands Limburg), Mechelen in Gendringen (Gelderland), Kwaadmechelen….

Mecheler, de, Mecheleer, de, Mechelaere, Mechler, de Meckeleer, de Meekeleer: Mechelaar, van Mechelen (Antwerpen).

Mechelinck, Mechelynck: Variant van Machelinck(x), Machtelinck(x). Verkleinvorm van Germaanse macht-naam, zoals Machtildis of Machtolf.

Mechelmans, Meckelmans: 1. Alfleiding van Van Mechelen. 2. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Mechele.

Meck, Mecke. Vadersnaam. Bakervorm Mago, Macco. Germaanse voornaam.

Meckeren, van. Plaatsnaam (wellicht Nederlands-Limburg). Vergelijk Meckerenweg in Gingelom (Limburg).

Mecking. Vadersnaam. Afleiding van Meck.

Mecklenburg, Meckelburg: Duitsland, Mecklenburg aan de Oostzee.

Meddaerts, Medar, Medard, Medaer, Medaerts, Medaert, Medaer, Medaers, Medaets, Medaet, Mada, Madda, Mattard, Mattar, Mattart. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Medardus.

Meddaerts, Medar. Medard, Medaerts, Medarts, Medaert, Medarts, Medart, Medaer, Medaers, Medaets, Medas, Medda, Meda, Mattard, Mattart, Mattar: Vadersnaam. Germaanse voornaam Medardus; Madachart.

Medegael, van, Middegaels. Familienaam naar de plaatsnaam Middegaal in Veghel (Noord-Brabant). 1379 Jan van Middelgale, Den Bosch. Op zijn zegel staat evenwel: sigillum Johannis de Erpe. Van Medegael kwam 86 x voor in Oost-Vlaanderen.

Meddeler, Metlaar: 1. Beroepsnaam. Middelnederlands middelaer ‘bemiddelaar, tussenpersoon, makelaar’. 2. Achterhoekse familienaam, van plaatsnaam Middelaar ‘midden laar’. In Vorden (Gelderland): 1418 Meddeler, Lochem, Gelderland: 1494 Middeler, Barneveld (Gelderland): 1325-36 Middelaer, Midlaren, Zuidlaren (Drenthe): 1264 Midlare.

Medem, de. Bijnaam zoals de Duitse familienaam Meidem. Middenhoogduits meidem: hengst, ruin.

Medeman. Middelnederlands medeman: medeleenman, deelgenoot, compagnon.

Medery. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam math-rîk?

Médot, Medo, Medot: Vadersnaam. Vleivorm van Médard.

Mee, van der: Wellicht vertaald uit du Mee.

Meefout: Wellicht aanpassing van Mafait, van Malfait, dat is qui fait mail ‘die kwaad doet, boosdoener’.

Meel. Wellicht beroepsnaam van de molenaar, de meelhandelaar of bakker. Vergelijk Duits Mehl.

Meel, van; van Meelen, van Meele, van Meeles, van Mele, (van der) Mel: 1. Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord, van van Medele. Medele was een groot bos in Beveren-Leie en Desselgem (West-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Meel in Echteld (Gelderland). 3. Plaatsnaam Meerle (Provincie Antwerpen). 4. Plaatsnaam Meel in Lage Zwaluwe (Noord-Brabant) of of Meele in Nieuwleusen (Overijssel).

Meelberg, Meelbergh, Meelberghs, Meilbergs, Melberghs, Melbergs, Mellenbergh: Plaatsnaam 1. Merelberg, van Meelberg in Schaffen (Limburg). 2. Plaatsnaam Meelberg in Paal (Limburg).

Meeldijk. Waterloop in Koudeschure en Borre (Frans-Vlaanderen): 1719 Medeldicque. De Molendijk, die uit twee takken van de Aa bestaat, heet nu verfranst Meldicque: 1327 le Molendich; Meuledick alias Meldick.

Meene, van de: Vervorming van van Meenen of van der Meent?

Meenen, van, van Meenin, Wammeenen: Plaatsnaam Menen (West-Vlaanderen).

Meensel, van, van Mensel, van Minsel, van Mencxel, van Menxsel, van Menxel, van Mengsel. Familienaam uit de plaatsnaam Meensel (Vlaams-Brabant).

Meent, van der: Plaatsnaam Meent ‘algemene grond, algemene weide’ in Barneveld (Gelderland), Blaricum (Noord-Holland), Buren (Gelderland), Hellendoorn Overijssel, Huizen (Noord-Holland), Leerdam (Zuid-Holland), Rhenen (Utrecht).

Meer, van; van Meir: Plaatsnaam Meer (Noord-Brabant, Overijssel, Antwerpen).

Meer, van der; van der Maar, van de (der) Meere, van den Meeren, Vermeer, Vermeeren, Vermeere, Vermeiren, Vermeire, Vermaire, Vermaiere, Vermare, Termeer, van (der) Meir, van der Meiren, van der Mairen, van der Mer, van der Meren, Vermeir, Vermeiren, Vermeirre, Vermer, Vermerre, Vermerren, Vermeren, Veermeer: Plaatsnaam Meer, Mère. Middelnederlands mare, maer, mere ‘plas stilstaand water, poel, meer, moeras, geul’. Zeer verspreid over ons taalgebied.

Meerakker, van den: Plaatsnaam Meerakker in Oostakker (Oost-Vlaanderen).

Meerbach. Duitse plaatsnaam. Vergelijk Meerbeck.

Meerbeek, van, Meerbeeck van, Van Meerbeke, Van Meerbeck, Meerbeekx, Van Merbeeck: Plaatsnaam Meerbeek (Vlaams-Brabant) en in Assent (Vlaams-Brabant); Meerbeke (Oost-Vlaanderen).

Meerbergen (van), Vermeerbergen, Meerberghs. Naam uit de plaatsnaam Meerberg in Grote- en Kleine-Brogel (Limburg) en in St.-Kwintens-Lennik (Vlaams-Brabant).

Meerburg. Plaatsnaam in Leiden, Zuid-Holland.

Meerding, Meerdink: Vadersnaam. Afgeleid van Germaanse voornaam Medard. Derck Meerdinck, bewoners van de plaats Meerding in Winterswijk (Gelderland).

Meerdonk, van, Meerendonck, Meerendonk, van: Plaatsnaam Meerdonk (Oost-Vlaanderen), dicht bij Hulst (Zeeuws-Vlaanderen).

Meerhaege, van, Meerhaeghe, (van), Meerhage, (van) Meirhaeghe, Meirhaege, Van Merhaegen, Van Merhaege, Merhaeghe, Meyerhaeghe. Familienaam afgeleid van Meerhage (of een variant hiervan): Bosje aan een plas. Deze plaatsnaam komt op een aantal plaatsen voor: Plaatsnaam Meerhage in Wortegem (Oost-Vlaanderen), Ooike (Oost-Vlaanderen), Nieuwerleet (Frans-Vlaanderen) Houlle, Pas-de-Calais; ‘bosje aan een plas’.

Meerheyd. Waarschijnlijk dialect van Meerhout.

Meerhof: Plaatsnaam Meerhof (Noordrijn-Westfalen).

Meerholz: Plaatsnaam Meerholz (Hessen).

Meerhout, van. Plaatsnaam Meerhout (Limburg).

Meerkens: 1. Zoals Meermans afleiding van Van der Meer. 2. Moedersnaam. Afleiding van Maria. Vergelijk Meiresone.

Meerkamp: Plaatsnaam Meerkamp in Havelte (Drenthe).

Meerkerk: Plaatsnaam Meerkerk (Zuid-Holland).

Meerleerde, de, Meerler, de Meerlaere, Meerleire, de Meereleere, de Meirler, Merleer, de Meirlaere, Meirlaen, Mereleire, Meirleire, Merleer. Bijnaam uit Waals-Vlaams merelare: merel. Wellicht iemand die goed zingen of fluiten kon.

Meerlemont, Merlemont: Plaatsnaam 1. Merlemont (Namen). 2. Merlemont in Evegnée (Luik). 3. Merlimont (Pas-de-Calais).

Meermans, Meerman, Merman, Mermans, Merremans, Meeremans, Meremans, Meiremans, Meirman, Meirmans, de Meerman, Merema: 1. Meerman ‘zeeman’. 2. Afleiding van van der Meer.

Meersbergen, van: Plaatsnaam Maarsbergen (Utrecht):

Meernhout, Mernout, Mernhout, Meernt: Variant van Meerhout? Of van Maernhout?

Meerpoel, Merpoel, Meirpoel, Mercpoel, Merkpoel: Plaatsnaam Meerpoel: waterpoel.

Meers. 1. Limburgse vorm van Meyers: zie Meyer. 2. Zie ook Meers(ch).

Meersch, van, Meers, Mers, Mersch, Meerstx: Plaatsnaam Meers in Stein (Nederlands Limburg). Of kortere variant van van der Meersch.

Meersch, van der, Vandermersch, van der Meersen, van der Meers, van der Mersch, van der Mershe, Mersshe, van der Meersche, Meerschen, Meersch, Meerschen, van Meersche, Meerssche, Vandremeersch, van der Mars, Martius, Martis, Martiszoon, van de(den) Meersch, Meersche, van de(den) Meerssche, van den Meersshe, van den Mersch, van den Meerssch, van der Meirsch, Meirch, Van de(der) Meirssche, Meirsche, van der Meirsch, Meirch,vVan de(der) Meirssche, Meirsche, van der Meirtsche, van der Meesch, van der Mesche, van Meessche, van der Messe, Messen, Misse, Missen, van der Meets, van der Meys/Meijs, van der Mest, van der Miers, Mies, van der Mièse, Miès, van de Miège, Miége, Vermeers, Vermeersch, Vermersch, Vormers, Vermeerschen, Vermeerch, Vermeersch, Vermeersh, Vermeirsch, Vermeirs, Vermeirsche, Vermeirssen, Vermeissen, Vermeerssen, Vermeersen, Vermeesen, Vermesen, Vermees, Vermeesch, Vermes, Vermesch, Vermeys, Vermiesch, Vermèch, Vermès, Vermesse, Vermis, Vermissen. Familienaam uit versrpeide plaatsnaam Meers, Meersch: alluviaal, land vooral weiland langs de rivier.

Meerschaege. Reïnterpretatie (Waals-Vlaams meerschagie: meersen) van Meerschaert.

Meerschaert, Mersschaert, Mersschaert, Meersschaert, Meiersschaert, Meirschaert, Meeschaert, Messchaert, Meesschaert, Misschaert, Mescart: Afleiding van van der Meersch. Familienaam uit Meersch; weiland langs de rivier.

Meerschman, Meerseman, Meersseman, Meersmans, Meersman, Meerssman, Mersmans, Meirschman, Meirsman, Mersseman, Merseman, Meesseman, Meesman, Meschman, Mesmans, Mesman, Misman, Meisman, Meyschamans, Meyschman, Meysman Meysman, Meysseman, Meyssman, Meyseman, Meijsmans, Meijsman, Meeysman: 1. Afleiding op -man van Van der Meersch. 2. Vorm zonder lidwoord voor (de) Meersman.

Meersman, de, de Meersmann, (de) Meersseman, Meerseman, (de) Meerschman, (de) Meirsman, (de) Meirschman, Meersmans, Mersmans, (de) Mersseman, Mersman, Meerssman, Merseman, de Merseeman, Messemans, Messeman, Meesseman, Meesman, Meschman, Mesman, Mesmans, Misman, Meisman, Meysmans, Meysman, Meijsmans, Meijsman, Meeysman, Meyschmans, Meyschman, Meysseman, Meyssman, Meyseman, Marsman: Beroepsnaam. Middelnederlands merseman, meerseman, maers(e)man: rondtrekkend koopman, marskramer.

Meerse, (van der): De Zierikzeese familie van der Meerse heette oorspronkelijk Maartense, waaruit van der Maersse, van der Meerse. Zie ook van der Meerssche.

Meerst: Verhaspelde spelling van Meers (met paragogische t) of van Meerts (met omkering van volgorde van klanken).

Meerstadt. Duitse plaatsnaam Mehrstedt?

Meerstx. Verhaspelde spelling van Meerst of Meers.

Meerschout, Meersschout, (van den) Meerschaut, Van den Merschaute, Meerschaute, (van den/r) Meersschaut, Meirsschaut, Meirschaut, Meirschout, Merschout, Merschaut, Meerchaut. Familienaam uit de plaatsnaam Meershout: bos bij het meers (lage beemd). Onder andere in Maldegem.

Meert, Meertse: Vadersnaam. Korte vorm van Meerten =Maarten.

Meerveld, (van); Meervelt, van, Meervelde, Merveld, Mervel: Plaatsnaam Meervelde (Noord-Brabant) of plaatsnaam Meerveld bij Garderen (Gelderland), in Apeldoorn (Gelderland), Emmen (Drenthe), Odoorn (Drenthe).

Meervenne, van, van Meirvenn, van. Meirvenne, de Meirvenne, Meervenu. Familienaam uit de plaatsnaam Meerven (Noord-Brabant).

Meervis, Mervis: Vadersnaam. Herinterpretatie (met r-invoeging) van Mevis, van Mewis, Meeuwis, Meeus.

Meerwein. Duitse vadersnaam. Germaanse voornaam mêr-win 'beroemd-vriend': Maruinus, Meruinus.

Meerwijk, van, Meerwijck, van: Plaatsnaam Meerwijk in Empel (Noord-Brabant), Koudekerk (Zuid-Holland), Groesbeek (Gelderland) en Smallingerland (Friesland).

Mees, de Meese, Meesen, Meese, Meeze, Meezen, Meessen: Bijnaam naar de naam van de vogel, de mees. Of bijnaam voor de mezenvanger.

Meesemaecker, Meesemacker, Meesmaecker, de Mesemacker, de Meesemaekers, de Meesemakers, de Meezemaeker: 1. Beroepsnaam van de mandenmaker. Middenenderlands mese: draagmand, vismand. 2. Waarschijnlijk veeleer verhaspeling van De Mes(se)maker.

Meesen, van. Plaatsnaam Mesen, West-Vlaanderen.

Meester, de, Meestere, de, de Mester, de Miester, Meester, Meesters, Mester, Mesters, Smeesters, Smeester, Smister, Meysters, Meister, Meisters, Meeter, de, Meissters, Smeysters, Smeijsters, (zoon van) Majster: Beroepsnaam meester, van Oudfrans maistre, van Latijnse magister ‘meester, leermeester, geleerde, baas, meester (in een vak)’.

Meesterink, Meestringa, Meisterinck; zoon van de meester.

Meet, van der: Plaatsnaam Meet ‘weiland, hooiland’ is een typisch woord in de kuststreek, van West-Vlaanderen tot Friesland.

Meeteren, van. Plaatsnaam Meteren, Gelderland.

Meetkerke, van, Mekerke: Plaatsnaam Meetkerke (West-Vlaanderen).

Meeuse, Meeusen, Meeuwesen, Meeuwis, Meeuwisse, Meeuwissen, Meeuwse, Meeuwsen, Meewse, Meuwese: Vadersnaam. Meus/Mewis is de korte vorm van de heiligennaam Bartholomeus.

Meeuwe, Meeuwen, Meeuw, de Meu, de Meue, de Meije, de Meiie, de Meve : 1. Bijnaam naar de vogelnaam, de meeuw.

Meeuwen, van, van Meuwen: Plaatsnaam Meeuwen (Limburg).

Meeuwig: Vermoedelijk vervorming van Meeuwis.

Meex, Meeks, Meek, Meeken, Meekes. Vadersnaam. Variant van de Nederlandse fmailienaam Meekes, Knuffelvorm van een Germaanse mag(in) -naam of marc-naam. Vergelijk Mack.

Meganck, Megank: Afleiding van het werkwoord me(d)egaan ‘meegaan, vergezellen’. Bijnaam voor iemand met een meegaand, inschikkelijk karakter.

Megen, van, van Meegen, Vermeegen: Plaatsnaam Megen (Noord-Brabant).

Megens, Meegens, Meigen, Meugens. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse Mago (magin?)-naam.

Meghem, van. 1. Plaatsnaam Meigem (Oost-Vlaanderen). 2. Of variant van Van Mieg(h)em.

Megroot, van; Mingeroet: Plaatsnaam Migerode in de buurt van Dendermonde (Oost-Vlaanderen).

Mehaignoul, Mehagnoul, Méhagnoul: Méhaignoul: Plaatsnaam Meha(i)gnoul in Meux (Namen).

Mehauden: Moedersnaam Mahaut, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Machtild: macht-hild ‘macht-strijd’: Mahthildis.

Mehlen, Mehle, Mehlin: Spellingvariant van Meelen of van plaatsnaam Melen (zie Demelen) ?

Mehler. Duitse beroepsnaam van de meelhandelaar.

Mehlman, Mehlmann. Duitse beroepsnaam van de meelhandelaar.

Mehlwurm. Duitse bijnaam; meelworm.

Meibergen. Plaatsnaam Meiberg in Meerhout, Antwerpen.

Meiboom, Meijboom: Bijnaam naar woonplaats of huisnaam. Vergelijk Duits Maibaum, -bo(h)m, Nederduits Meibo(h)m.

Meide, van der; van der Meijden, Mei, van der, Mey, van der Meijten, van der Meij, Meyden, Vermeij, Meijboom: 1. Plaatsnaam Meie ‘meiboom’. 2. Van der Meyde, van van Ameyde.

Meidert, van, van Melderen, van Melder, (van) Meller: Plaatsnaam Meldert (Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Limburg).

Meiering, Meijering, Meijerink: Oost-Nederlands familienaam. Frequente plaatsnaam in Gelderland en Overijssel.

(de) Meijer, (de) Meyer, Meyers, Meier, Meijers. 1. Familienaam uit het Latijnse maior: meier, rentmeester, vertegenwoordiger van de heer, ambtenaar, pachter. 2. Soms is het een dialectvorm van De Maeyer: zie Maeyer.

Meihöfener: Afleiding van de Plaatsnaam Maihof (Beieren, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts)

Meihuizen. Plaatsnaam Maihausen, Neder-Saksen.

Meijdenberg, van den. Wellicht plaatsnaam Maagdenburg, Duits Magdeburg. Kiliaan geeft Meydenborgh voor Maeghdenborgh. Verwarring berg/borg is heel gewoon.

Meijlink. Vadersnaam. Afleiding van een -ilo-afleiding van een Germaanse mag-naam. Vergelijk Meilke.

Meile, Meillander, Mélanders: 1. Afkomstig van Milaan, Duits Mailand. Vergelijk Duits Mailânder. 2. Maar Melander was de humanistennaam van Schwarzmann, Holzapfel en Eppelmann.

Meilke. Vadersnaam. Afleiding van Meile, van Magilo, afleiding van Germaanse mag-naam, zoals Me(g)inhard. Duitse familienaam.

Meillassoux. Zuidwest-Franse familienaam Millassous, van raillasse: gierst.

Meilleur, Meylleux, Milleur, Mileur: Bijnaam meilleur: de beste. Vergelijk Delameillieure.

Meiling, Meilink. Vadersnaam uit de voornaam Meile. Saksische vorm.

Meily, Meili. Vadersnaam. Romaanse vorm van Latijnse heiligennaam Amelius.

Mein, Meyns, Meijns, Mayne, Meinesz: Vadersnaam van een magin-naam, zoals Meinboud.

Meijnaert, Meijnaerts, Meynaerts, Meynart, Meinhard, Meinhardt, Mijnhardt, Meinard, Meinardi), Mainas, Menyhart, Meinert, Meiners, Meinertsen, Meindert, Meijndert, Meyndertz, Mynders, Minders. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam magin-hard; kracht-sterk. Meginhardus. Meindersma, vadersnaam Meindert.

Mein, Meyns, Meijns, Mayne, Meinesz, Meinema. Vadersnaam naar het Germaanse voornaamdeel ‘magin’: kracht.

Meinboud. Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-balth 'kracht-moedig': Maginbaldus.

Meinecke, Meineke, Meinke, Mencke: Vadersnaam. Nederduitse afleiding van een Germaanse magin-naam; vergelijk Meynckens.

Meinema. Vadersnaam. Friese afleiding van Germaanse voornaam Mein.

Meinders, Meinderink, Meindersma: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Meiner, van Meginheri: magin –hari ‘kracht –leger’.

Meine: Vadersnaam. uit magin-naam, zoals Meinboud, Meine.

Meinema, Meinsma: Vadersnaam. Friese afleiding van Germaans magin-naam; vergelijk Meine.

Meinen, Meynen, Meijnen. Moedersnaam naar de vrouwelijke vorm van de Germaanse magin (magin: kracht) -naam.

Meinertzhagen, Meinerzhagen. Duitse plaatsnaam Meinerzhagen.

Meines, van. Oorspronkelijk Meines, afleiding van vadersnaam Mein.

Meinholt, Meinhold. Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-wald 'kracht-heerser': Maginold.

Meinig, Meiniger, Meininger: Afleiding van Duitse plaatsnaam Meiningen.

Meinster: Wellicht de Engelse plaatsnaam Minster.

Meintjes, Meyntjens: 1. Meindeken, afleiding van Mande. Vergelijk De Mande. 2. Zie Meynckens.

Meireson, Meiresone, Meiressonne, Meiresonne, Meirezonne, Meirisonne, Meirson, Meijserson, Meyerson, Myerson, Meiersons, Merison: Variant van de Vlaamse familienaam Meireson(e), Meirezonne. Moedersnaam ‘zoon van Meer, Maria’.

Meis, Meise, Meisen, Meys, Meijs, Meijssen, Meijsen, Meyse, Meysen, Meyssen, Meyssens. 1. Vadersnaam, verkorte vorm van Remigius. 2. Vadersnaam, verkorte vorm van Bartholomeus. 3. Vadersnaam uit een Germaanse magin-naam. 4. Of variant van Mys: verkorte vorm van de voornaam Amijs. Dit uit het Latijnse amicus (vriend): naam uit de literatuur. 5. Vadersnaam/moedersnaam uit de voornaam Clemens/Clementina.

Meisner, Meissner, Meichsner, Meixner, Maixner: Afleiding van plaatsnaam Meissen (Saksen), ouder Mîchsen. Vanwege de bloeiende lakenhandel met Meissen werd Meissner beroepsnaam van lakenhandelaar.

Meiser. Duitse familienaam Maiser. Afleiding van de vogelnaam Meise: mees. Of van plaatsnaam Mais (Tirol).

Meisler, Meizler: Duitse beroepsnaam Meissler: steenhouwer, beenhouwer.

Meister, Meisters, Meissters, Smeysters, Smeijsters, Majster: Beroepsnaam Meester, van Oudfrans maistre, van Latijn magister: meester, leermeester, geleerde; baas, meester (in een vak). Zie ook Lemaître.

Meiblum, Mejblum. Duitse bijnaam Maiblum; meibloem. Huisnaam.

Mekeirel, Mekeirele, Mekerle, Mekeirle, Mekerlé: Waarschijnlijk onder invloed van De Keerle, verhaspeling van een vreemde en onbegrepen naam, bijvoorbeeld een Schotse Mac-naam, zoals MacKairly, MacKearly 'zoon van Karel'?

Mekenkamp. Plaatsnaam in Wierden, Overijssel. Heem van Mekinc.

Mekers, Meeckers, Meekers, Meckers, Mikkers, Mickers, Mikkes. 1. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse maker, het Brabants-Limburgse meker: maker, bewerker van. 2. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Magerus: dat is de verlatijnste vorm van De Cock (zie bij Kok).

Mekindt. Waarschijnlijk aanpassing van de Schotse familienaam Mackinder: zoon van de vreemdeling. De familienaam Mackenzie werd in Nederland onder meer Mekinje.

Mélange, Melange: Wellicht van Melangre, Malingret.

Melchior, Melchiorre, Melkior, Melchor, Melcher, Melchers, Melcherts, Melchert, Melicher, Melger, Melgers, Melgert, Milcher, Milchers, Melkert, Melleker: Vadersnaam. Melchior, de naam van een van de Drie Koningen.

Melder, Melders, Smelders, Smellers. Beroepsnaam uit het Limburgse me(e)lder: maalder, mulder, molenaar.

Meldgaard. 1. Deense plaatsnaam Meldgard. 2. Zie Melgar.

Mele, van, Mêle, van, van Meel. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Medele (groot bos in Beveren-Leie en Desselgem) (West-Vlaanderen) of Meel in Echteld (Gelderland). 2. Zie ook Merlen.

Melebeek, Melebeck, Mellebeek,Mellebeeck, Mellebeeckx: 1. Wellicht Duitse plaatsnaam Melbeck. Vergelijk Duitse familienaam Mehlbach, die teruggaat op een verspreide plaatsnaam Me(h)lbach. 2. Soms ook wel dialect vorm van Molenbeek.

Meleman, Milleman: Beroepsnaam Meelman: meelhandelaar, molenaar. Vergelijk Duits Mehlmann.

Melens, Melen: 1. Vadersnaam. Uit Melin, vleivorm van Melin. 2. Vervorming van Melis.

Melet, Mellet: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Amelius. 2. Plaatsnaam Mellet (Henegouwen).

Melgar, Meldgaard: Verspreide Spaanse familie- en plaatsnaam. Collectieve plaatsnaam, afgeleid van mielga, Latijn melica, van medica herba: luzerne. Spaanse familie in Brugge in 16de eeuw. de Melgar = Mellegaert, Melgaer.

Meliefste, Melieste: Bijnaam ‘Mijn liefste’? Vergelijk Frans Machère, Duits Liebster. Maar deze jonge naamvorm is misschien wel volksetymologisch ontstaan uit Mélice, Melisse, Melissen, dat is Melis (zie op dat woord).

Melick, van, van Melik, Mélique: Plaatsnaam Melick (Nederlands-Limburg).

Melin, Melinc, Milling, Melin, Melyn, Melijn, Mélain, Meleyns, Meleijns, Mélens, Mélen, Melen, Melens, Meelens, Meelen, Mêle: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Ameli(u)s. Vergelijk Millard.

Melinon, Melignon, Mellignon, Melinat: Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Amelius, Amilius.

Melinger, Mellinger. Afeiding van Duitse plaatsnaam Môllingen of Mellingen.

Melis, Mélis, Melius, Melys, Mélice, Melisse, Melissen, Melisen, Melieste, Milis, Milissen, Milis, Milisen, Millis, Miles, Mils, Miliche, Melich: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Amelis/Amilius, latinisering van Germaans amal-naam (=arbeid, onvermoeibaar als Amelryck) of Latijnse-Griekse voornaam Amilius/Aemilius.

Melkebeke, van, van Melkebeek, van Melkebeeck, Melkebecke, van Melckeneke, van Melckebeke, Melkebeek, Melkebeeck, Melkebeck, Melekbeke, Melckenbeke, Melkenbeke, Melkenbeeck, Melkenbeek, Melckebeke, Melckebeeck, Melekenbeek, van Melchebeke: Plaatsnaam Melkenbeek in St.-L.-Houtem, Herzele, Moorsel, Borsbeke, Ressegem (Oost-Vlaanderen).

Melker, de, Melkert, Melleker : 1. Beroepsnaam van de melker, die melkvee melkt. 2. Zie Melchior.

Meloul, Melloul. Arabische familienaam Melloul, Mellul, van mallûl: soort eik.

Melissant: Plaatsnaam in Dirksland (Zuid-Holland).

Melker, (de): 1. Beroepsnaam van de melker, die melkvee melkt. 2. Zie Melchior.

Mellaert, Mellaerts (van), (van) Melaert, Mellaert, Mellaers, Mellaart, Melaerts, Melaer, Melard, Melart. 1. Naam uit de plaatsnaam Mellaar in Lummen of uit Meldert (Vlaams-Brabant en Limburg). 2. Of uit de plaatsnaam Meerlaar in Vorst (Antwerpen).

Melle, van, Vamelle: Plaatsnaam Melle (Noord-Brabant, Oost-Vlaanderen).

Mellema, Melles, Mellink. Vadersnaam van een persoon Melle. Verkorte vorm van naam met het Germaanse Mathla; gerechtsplaats, vergadering, het kan ook een verkorte vorm zijn van Meinolf; machtige wolf of van Aemilius; mededinger.

Mellemans, Melman: Afleiding van Van Melle.

Mellen, Mellings: Vadersnaam. Afleiding van Amelis.

Mellery, Melery, Melerys: Plaatsnaam Mellery (Waals-Brabant).

Mello, van, van Mellot, van Mélo: Plaatsnaam Mellelo, een bos bij Melle (Oost-Vlaanderen) of in Herne, Tollembeek en Vollezele (Vlaams-Brabant).

Meloen, Melio: Vadersnaam. Mil(l)on/Melon, afleiding van voornaam Amelius, Amilius.

Melon, Mélon, Mélont, Molon, Meloen, Milloen, Miloen, Millon. 1. Uit het Oudfranse melon/mollon: meloen. Bijnaam of beroepsnaam (verkoper). 2. Soms zijn ze ook wel eens afgeleid van de voornaam Amelius (van het oude Milo), in dat geval een vadersnaam.

Melot, Mélo, Mélot, Mellot, (de) Melotte. Vadersnaam uit de voornaam Amelius of uit een Germaanse amal-naam.

Melsen, Melsens, Mels, Melse, Melsem, Melz: Vadersnaam. Afgeleid van de Bijbelse voornaam Melchior, een van de drie koningen.

Melsen, van, van Melzen. Familienaam uit de plaatsnaam Melsen (Oost-Vlaanderen).

Melsie: Wellicht verkort uit Demalzy, Demalsy, Demaelsie, van plaatsnaam Malzy (Aisne).

Meltens. Vadersnaam. Wellicht zoals Mellens, afleiding van Amelis.

Melville, Melvill. Plaatsnaam Melville (Midlothian), vernoemd naar Geoffry de Mallaville uit Emalleville (Eure).

Membre, Membre, Membrez, Manbré: Oudfrans membre: verstandig, wijs, beroemd. Bijnaam.

Memelink: Achterhoekse familienaam. Plaatsnaam in Hengelo (Gelderland): 1326 Magenbolding, 1650 het erve en goet Megenboldinck, althans Memenlinck genoemd.

Memling. De schilder Hans Memling (1433-1494) stamt uit Mômlingen bij Aschaffenburg (Beieren).

Menage, Ménage, Mesnage, Mebache, Menasche, Menashe, Menase, Menasse: Frans Ménage, van Oudfrans mesnage, manage, van Latijnse mansionaticum ‘huis, woning, verblijf’.

Ménager, Ménagé, Mesnager, Lemenager, Menacer: Oudfrans mesnag(i)er: bewoner (van het huis, zie Ménage), huismeester, (zuinig) beheerder van een domein.

Menard, Menart, Ménart, Mesnard, Mennard, Mennart: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-hard: Meinaard.

Menchior, Mensior, Mentzior, Mentior, Metoir: Vadersnaam. Waalse variant van Bijbelse voornaam Melchior.

Mencier, Mensier, Mincier, Mensier: 1. Zie Manchier. 2. Waalse variant van Melchior.

Mencini. Vadersnaam. Italiaanse afleiding van heiligennaam Dominicus.

Mencke, Menkens, Menke, Menkes, Menké, Mink, Minke, Mincke, Minc, Myncke, Mijncke. Vadersnaam uit een magin-naam. Minncio.

Menczer. Verschrijving van Duitse familienaam Menzer, van plaatsnaam Menz, eventueel Mainz (vergelijk Meynzer).

Mende. Duitse familienaam, van Am Ende: aan 't Eind.

Mendelcwaig, Mendelewaig: Duits Mandelzweig: twijg van de amandelboom. Waarschijnlijk huisnaam. Vergelijk Duits Mandelreis.

Mendelson, Mendelssohn. Zoon van Mendel, zie Mandel.

Mendes, Mendez: Naam van sefardische joden, als aanpassing van Menéndez, een Spaanse vadersnaam, van West-Gotisch Hermenegild.

Mendonck, van, Mandonx, Maandonks, Manendonckx, Meyndonck, Meynendonckx, Meijnendonckx, Mijnendonckx, Mynendonckx: Plaatsnaam Mendonk (Oost-Vlaanderen).

Mendoza, Mendonça: Spaanse plaatsnaam (van Baskische oorsprong) in Alava. Mendonça is Portugees.

Ménédème, Menedeme: Vadersnaam. Griekse voornaam Menedemus.

Menegaldo, Menegalli, Menegas, Menegasso, Menegazzi, Menegato, Menegatti, Meneghelli, Meneghello, Meneghet, Meneghetti, Meneghin, Meneghinotto, Meneghini, Menegolli, Menegoli, Menegon, Menegoni, Menegotto, Menegozzo, Meneguzzi, Meneguzzi, Meneka: Vadersnaam. Italiaanse afleiding van Menico, verkorte vorm van Domenico, Latijnse heiligennaam Dominicus.

Mener, Mexher. Waalse spelling voor Duits Maher; maaier.

Menesplier. De dialect (Dordogne) naam van de mispelboom; vergelijk Mispoulier.

Menestret, Menestres, Menestrée, Menestrey, Ménestret: Afleiding van Oudfrans menestre, van Latijn minister: dienaar, beheerder, bestuurder, beambte. Wellicht ook muzikant; vergelijk Ménétrier.

Ménétrier. Oudfrans menestrier: vakrnan, muzikant. Vergelijk minnestreel, Menestret.

Menève, Meneve. Waalse aanpassing van Manhaeve?

Meneveaux, Menveux, Menneveux, Mennevée: Plaatsnaam Mainvault (Henegouwen).

Meng, Menge. Vadersnaam. Duits Mang=voornaam Magnus.

Mengal, Mengale. Vadersnaam. Germaanse voornaam Mangold.

Mengus. Misschien spellingvariant van Menges.

Menheer, Menheere, Mijnheer: Mijnheer was een titel voor een landsheer, een adellijk of aanzienlijk man. Vergelijk Monsieur.

Menig: 1. Duits familienaam uit de Allgäu. Korte vorm van de heiligennaam Dominicus. 2. Ontrond uit Duits Mönnig, Mönnich, Mönch ‘monnik’.

Menin, Ménin: Plaatsnaam Menen, Frans Menin (West-Vlaanderen).

Menké. Kan variant zijn van Menke, met secundair accent, maar kan ook een weergave zijn van Manniquet (uitspraak manké).

Menkhorst: Plaatsnaam bij Vorden (Gelderland).

Menkveld. Nederlandse familie met stamvader "1550 Werner Mengveld, die boerde op het Menckfelt in Zwiep (Lochem, Gelderland).

Mennen, Mennens, Mennes, Menne. 1. Zie Mannens. 2. Het Waals-Vlaamse Mennens moet uit een Germaanse megin-naam worden verklaard (Meinhard).

Mennesson, Menneson, Menesson: Vadersnaam. Vleivorm op -eçon van Germaanse magin-naam.

Mennessier, Mennesiez, Mennecier, Mennechez, Mennechet, Ménessier: 1. Beroepsnaam Man(n)essier, van Marnessier: mergeldelver. 2. Vadersnaam. Afleiding van Bijbelse voornaam Manasses; zie Manesse 2.

Mennink, Menninck, Menning, Mennig: Vadersnaam. Afleiding van Germaans man-naam; vergelijk Mannen, Mannekens, Mencke.

Menninger. Afleiding van de Duitse plaatsnaam Meiningen (is van Menningen), Menningen of Menning (Beieren).

Menon, Menot: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse magin-naam, zoals Menard.

Mens, (van) Mensch, Mensen, Meens, Meems, Mensch: 1. Vadersnaam. Afleiding van korte vorm van Germaans me(g)in-of man-naam. Of oude -so-afleiding van megin-naam: Meginzo, Meinso. 2. Moedersnaam. Oude vrouwelijke-–za-afleiding van megin-naam: Meginza, Meinze.

Mensink, Mensinga, Menzinga, Mensing. Vadersnaam van de voornaam Menso, zoals Meinhard.

Mensbrugghe, van, der, Mensbrugge, van (der), van der Menschbrugge, Mensbrugge, van der Minsbrugge, van der Meynsbrugge, Meysnbrugghe, van der Meijnsbruggen, van der Meysbruggen, van der Mysbrugge, van der Maesbrugghe, Mynsbrughen, Mensbrugge, Meynsbrughen. Naam uit de plaatsnaam Minsbrugghe in Zarlardinge (Oost-Vlaanderen): brug waaronder een watergeest schuilt.

Menseeren. Naam die zoveel betekent als: zoon van mijnheer, aanzienlijk persoon, ridder, grondbezitter.

Mensels. Waarschijnlijk afleiding van plaatsnaam Meensel. Vlaams-Brabant.

Mensenaers. Misschien uit Menselaars, afeiding van Middelnederlands mensel, meinsel: beslagring. Beroepsnaam voor de maker ervan.

Mentenberg: Plaatsnaam bij Arnhem (Gelderland).

Mente, Menten, Mentens, Mentink, Menting, Mennink, Mintens, Minten, Munten. 1. Vadersnaam, vleivorm van de Romeinse voornaam Clemens. 2. Moedersnaam. Verbogen vorm van Mente, verkorte vorm van Clemente, vrouwelijk van Clement. Een Tongerse familie Menten heette vanaf 1775 De Menten. Vanaf ca. 1600 ging Minten in L over naar Munters; zie De Munter.

Menten, van: Heel waaarschijnlijk hypercorrect voor Ver Menten (zie Menten 2.) of reïnterpretatie van Menten.

Menteman. Vadersnaam. Afleiding van Clément

Mentink, Menting, Mentinck: Vadersnaam. Afleiding van voornaam Clement of van Germaanse voornaam Meinhard.

Mentjens, Mentyens, Mintjens, Mintiens, Mentgen, Mientiens. Vadersnaam uit de Romeinse voornaam Clement of uit de Germaanse naam Mein (magin-hard).

Mentrop. Duitse plaatsnaam Mentrup.

Menu, Menus, Menut, Menue, Lemenu, Minu, Minuz, Miny, Myny, Mijnij, Minni, Mini, Meny, Monu, Mony: Bijnaam. Frans Menu ‘klein’.

Menz, Mentzel, Mentz, Mentzel, Mentzen, Menze: Vadersnaam. Duitse -el-afleiding van Germaanse voornaam Maginzo, Menzo). Oudduits Menz is meestal Manz, afleiding van man-naam.

Méode. Waalse verschrijving voor Méhauden?

Meppelder: Afkomstig van Meppel (Drenthe).

Meppelink, Meppeling, Mepschen. Zie voorgaande, plaatsnaam.

Mequinion, Mequignon, Mecqinion: Bijnaam. Afleiding van Oudfrans mesquin: jonge (edel)man. Zie Mesquin.

Merbaix. Plaatsnaam 1. Romaanse vorm van Meerbeek (Vlaams-Brabant). 2. Marbais (Waals-Brabant) of Marbaix (Nord). Zie Demarbaix.

Merckaert, Mercaert, Merkaert, Maerckaert, Maerkaert, Marcaert: Vadersnaam. Germaanse voornaam mark-hard 'teken-sterk': Marc(h)ardus, Markart.

Mercator, Mercatoris. Latinisering van De Cramer of De Meersman: koopman. 1281 Joh. Mercator, Rupelmonde. Gérard Mercator (1512-94) heette De Kremer en was ook van Rupelmonde.

Mercenier, Lemercinier: Frans mercenier, Middelnederlands mersenier: rondtrekkend koopman, marskramer. Vergelijk Mercier.

Mercereau, Merceron. Beroepsnaam. Afleiding van Merchier.

Merch, Merche. Waalse verschrijving van plaatsnaam Mersch.

Merci, Mercy, Mercey, Mersie, Merde, Mercij, Mersy, Mersij, Mesie: 1. Variant van Oudfrans merc(h)ier. Picardische of Luiks-Waalse vorm voor Mercier ‘koopman, handelaar, kramer’. 2. Plaatsnaam Mercy (Meurthe-et-Moselle, Allier, Yonne).

Merchier, Merchiers, Merchie, Mercher, Merchez, Mercier, Mercer, Memercier. Picardische en Luiks-Waalse vormen: Merci, Mercie, Mercy, Mercij, Mersie, Mersy, Mersij. Beroepsnaam uit het Oudfranse merc(h)ier: koopman, handelaar, kramer.

Mercini, Mercinis, Merciny. Beroepsnaam. Waalse vorm voor Mercenier.

Merckelbach, Merckelbagh, Merkelbac, Merkelbach, Merkelbag, Merkelback, Marckelbach, Markelbach: 1. Plaatsnaam Merkelbeek (Nederlands-Limburg). 2. Duitse plaatsnaam Merkelbach.

Merckenbrack, Merkenbrack, Merkenbreack: Vervorming van familienaam Marquebreuck.

Merckt, van de, van de(der) Mert, Vermerckt, Vermerkt, Vermerght: Plaatsnaam De Markt: marktplein.

Mercurio, Mercuri. Italiaanse vorm van Latijnse godennaam Mercurius.

Meredith. Welse familienaam waarvan het 2de element ‘heer’ betekent.

Mérel, Mérelle, Merelle, Merel: Vrouwelijk bij Méreau.

Merel, Merle, Merlen: Bijnaam naar de vogelnaam.

Merendonck, van den, van (den) Meerendonk, van Meerendonck: Plaatsnaam Me(i)rendonk in Grimbergen (Vlaams-Brabant).

Mergaert, Mergaerts, Mergard, Merregaert: Moedersnaam. Germaanse voornaam mer-gard 'beroemd-omheining': Mergardis.

Mergeai, Mergeais, Mergeay, Merjay, Merjai: Vadersnaam. Waarschijnlijk Luiks-Waalse variant van Merjaux; zie Margel.

Mergel, van de, den, Mergele, van de(den), van der Mergel, van de Merghel, van de Merlen. Familienaam naar woon- of werkplaats: Mergel: mergelput. Le Merghele in Rinxent (Pas-de-Calais), Mergele in Ronse (Oost-Vlaanderen).

Mergelsberg. Misschien verhaspeling van Duitse plaatsnaam Môrschbach, eerder Mergesbach.

Merget, Mirguet. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Margareta.

Merghelynck, Vadersnaam. Afleiding van een mark-naam, zoals Markhard, Markward. Vergelijk Duits Mârklin, Merklin; Mergel = Merkel.

Mergits, Mergist: Engelse moedersnaam. Margetts, van de voornaam Margareta.

Merkem, van. Plaatsnaam Merkem, West-Vlaanderen.

Merkestijn, van: Duitse plaatsnaam Merkstein.

Merken, Merkens, Mercken, Merckens. 1. Moedersnaam uit de heiligennaam Maria. 2. Kan in Noord-Brabant en Limburg een afleiding zijn van Merckx. Zie bij Marc.

Merkle, Merkl. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Markwart.

Merksem, van. Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam Merksem (Antwerpen).

Merlan, Merland, Merlaen, Meerlaen, Meerland, Meirlaen, Marland, Maerlan: 1. Afleiding van Latijn merula, Frans merle: merel. Vergelijk Waals- Oost Vlaams meerlaan: merel. Vergelijk de Meirel, de Meirleir. Bijnaam voor een goede zanger. 2. Zie Marland.

Merle. Bijnaam naar de vogel; merel.

Merlen, van, van Meel, van Meelen, van Mele, van Mêle: 1. Familienaam uit de plaatsnaam Meerle (Antwerpen). 2. Zie van Mêle, Mele.

Merlet, Marlet, Marié, Merlé, Meirlé: Bijnaam. Afleiding van Frans merle: merel. Vergelijk Merlot, Merlan.

Merlevede, Meirlevede, Mèrlevede, Merlevelde. Bijnaam uit mellevede. Meluw: zacht, slap. Vede: penis. Bijnaam voor iemand met een slap lid, passieloos of penisproblemen. Soms ook wel slappeling.

Merlier, Merli: 1. Bijnaam naar de vogel, Frans merle. Vergelijk Waals-Vlaams merelare, merelere, meerlaan: merel. 2. Variant van Oudfrans marlier ‘koster, pedel, kerkmeester’.

Merlin, Merlyn, Merlijn, Merlen, Marlin, Marlein, Marleyn, Marleen: Vadersnaam. Naam van de tovenaar Merlijn in de ridderromans.

Merlis, Merlys, Merlijs: Spelling voor Merli = Merlier?

Merlo. 1. Plaatsnaam Meerlo, Nederlands-Limburg. 2. Zie Merlot.

Merlot, Merlo, Merlon, Mirlon, Merlotte, Mairlot, Marlot, Morlot, Murlot. 1.Bijnaam naar het Franse merle: merel. Iemand die mooi kon fluiten bijvoorbeeld. 2. De naam Merlo is mogelijk ook afgeleid van de plaats Meerlo in Nederland.

Mermottein, Merhottein, Merhotthein, Mormenteyn: Aanpassing van Franse familienaam Marmottin: Afleiding van mermot, van Oudfrans merme: zeer klein; vergelijk Mermet, Mermod; Marmoz = Mermoz.

Merny, Mergny. 1. Naam uit de plaatsnaam Merny in Carlsbourg (Paliseul). 2. Variant van Marnier. Zie daar.

Merode, van, Mero, van de Meroe, Van Meyroot, de Mérode, de Merode, van Meroye, van Meroy, van Maroey, van Maroeij. Deze naam komt uit de plaatsnaam Merode, dit uit Van(de) Rode= van den Rode (vergelijk Duitse vom, van von dem). Plaatsnaam Rode ‘gerooid terrein’. Plaatsnaam Merode in Lengerwehe en Dülmen (Noordrijn-Westfalen), bij Düren (Noordrijn-Westfalen): Kloosterrade (Nederlands Limburg). Roden, Drenthe.

Merrelaar: West-Vlaamse Merelare ‘merel’. Ook familienaam de Meerleer, de Meerlaere, de Meirlaere.

Merrienboer. Aanpassing van plaatsnaam Mariembourg, Namen.

Merris, van, van Maris, van Mairis, Meerris, van Meires: Plaatsnaam Merris (Frans-Vlaanderen).

Mérotte, Merotte: Moedersnaam. Afleiding van Marie.

Merselaar, Merzelaar: Hypercorrect voor Messelaar, van Metselaar.

Merst. Waarschijnlijk hypercorrect voor Mers.

Merstraeten, van. Verspreide plaatsnaam Meerstraat.

Mertgens. Vadersnaam, afleiding van de voornaam Merten/ Maarten.

Mertsveld, Mersveldt: Waarschijnlijk plaatsnaam Merts Veld: Meerts (Mertens) veld. Vergelijk Mertensveldeken in Wilrijk.

Mertz, Merz: Duits März.1. Maand maart. 2. Vadersnaam. Vleivorm van een mar-naam.

Mertzenich. Duitse plaatsnaam Merzenich.

Merum, van. Vondelingnaam van Michael van Merum, op 5 maart 1762 gevonden in de stal van schepen Janssen in Merum (Nederlands-Limburg).

Merveille, Merveillie, Mervellie, Mervieillie, Mervillie, Merville, Merveilde, Mervielde, Mervilde, Mervijlde, Mervylde, Mervaillie, Mervaille, Marvielle, Marville, Marvilde, Marveillie, Marvellie, Marvel, Marvelle, Marvillier. 1. Naam uit het Franse merveille: wonder. Vergelijk Frans Merveuilleux, Duits Wunder. Bijnaam voor iemand die vreemde, wondere dingen doet/vertelt. 2. Naam uit de plaatsnaam Merville, Nederlands Meregem (Frans- Vlaanderen).

Merveilleux. Bijnaam voor een wonderbaar mens.

Merwe, van de(der): Plaatsnaam (Zuid-Holland) aan de rivier de Merwede, die van Gorinchem tot Vlaardingen loopt: 1040 Mereweda. De familienaam hoorde dus eigenlijk van de(r) Merwee uitgesproken te worden.

Merzbach. Duitse plaatsnaam, Beieren.

Merzer, Merzel. Beroepsnaam, varianten van het Duitse Merzler: kleinhandelaar, kramer.

Mes: Beroepsbijnaam van de messenmaker.

Mesman, Messeman, Messemans, Mesmans. 1. Beroepsnaam van de messenmaker. 2. Zie (de) Meersman.

 Mesdag, Mesdagh, van Mesdag, Mesdach, Mestagh, Mestag, Mestack, Mestdach, Mestach, Mestdagh, Mestdag, Mestdagd, Mestdagt, Mestdaqh, Mastdagh, Merstdag, Mestdog. Bijnaam naar de misdag (het Middelnederlandse en West-Vlaamse mesdag): zondag, feestdag, kerkdag, dag waarop de gelovigen naar de mis gaan.

Mesdom, Mesdon, Meersdom, Meesdom, Misdom. Naam uit de Franse familienaam Mesdon. Deze wellicht uit de plaatsnaam Maisdon (Loire-Atl.).

Mesel, de, de Mezel. Bijnaam naar het Middelnederlandse mesel: ellendig, melaats.

Mesema: Friese afleiding van Mees, Mese. De vogelnaam of vadersnaam, van Bartholomeus of Maas, van Thomas.

Mesergue, Miserque, Misereque, Misercque: Plaatsnaam Mezergues in Cros-de-Montvert en Marmanhac.

Mesken, Meskens. Naam uit mes. Beroepsbijnaam van de messenmaker.

Mesker: Beroepsnaam. Aanpassing van Zuid-Duits Metzker, van Metzge ‘slager’.

Mesleyn: Vadersnaam. Messelyn, van Misselijn, van Michelin, vleivorm van de voornaam Michel.

Meslin. Plaatsnaam Meslin, Henegouwen.

Mesmaker (de), de Mesmaecker, de Mesmaeker, Mesmaeker, Mesmaekers, (de) Mesmacker, de Mesmacre, de Messemaecker, de Messemaeker, Messemacre, (de) Messemaeker, Messemaker, Messmackers, Mesmacques, Mesmacque, Mismaque, Misemacque, Misemacq, Metsemaekers, Metsemakers, Metsmekers, Metzemacher, Metzmacher, Mestmacher, Metzemaekers, Metzmacker, Metzmaeker. Beroepsnaam voor de messenmaker. Smessemaeckers; zoon van de messenmaker.

Mesman, Misman, Messemans, Messeman, Meseman, Mesemans. 1. Beroepsnaam van de messenmaker. 2. Door assimilatie rs > s uit Mersman.

Mesplès: Middennederrlands mespel, mispel; Mispel(boom) Mespilus.

Mespreuve, Mispreuve: Oudfrans malpreuve: oneerlijk? Waals mâprové: schaamteloos? Of Oudfrans mesprovanche: afkeuring?

Mesquin, Meschain, Meskine, Méchin, Mechain, Mechin, Mischin: Oudfrans meschin, mesquin: jonge (edel)man. Oudfrans meschine: meisje, adellijke vrouw.

Messager, Messagie, Messagier, Misseghers, Messenger, Massage, Massagie, Massage, Massardier: Beroepsnaam van de (stads)bode, boodschapper, gezant.

Mességué, Meseguer: Of Mességuier is een variant (Languedoc) voor Oudfrans messeillier: bewaker van de oogst. Of een zinwoord, met als tweede lid Oudfrans gai, Frans geai: gaai.

Messel, van, van Missiel, van Michel: Duitse plaatsnaam Messel,

Messely, Mussly, Mussely: Deze Waals-Vlaamse familie stamt van de Zwitser (ca. 1670) Mosle of Môsli, die in 1750 in Kortrijk overleed en opgetekend werd als: Michael Joseph Mersely Helvetus. Zijn vijf kinderen werden tussen 1713 en 1725 in Kortrijk en Heule geboren als Mussels en Messelie. De naam komt verder (1736-50) in Kortrijk en Heule als Messely voor. In 1743 trouwt M.J. Mussely in Harelbeke. Jacobus Mussely spelt zijn naam vanaf 1880 Mussly. De naam Môsle werd dus aangepast aan de inheemse familienaam Messelier: Mesly. Duits Mosle: klein moeras.

Messem, van, van Messen, van Messom. Familienaam uit de plaatsnaam Messem in St.-Andries (West-Vlaanderen), maar ook elders.

Messenguy, Messenguij. Variant van Mességuier (zie Mességué)? Of plaatsnaam Messigny (Côte-d'Or).

Messens. Vadersnaam van Mersens, vleivorm van Germaanse voornaam Marso, afleiding van een mêr-naam.

Messer, Messere: 1. Duits Messer ‘mes’. Beroepsbijnaam van de messenmaker, vergelijk Messcherschmidt. 2. Afleiding van Middelnederlands messen ‘(be)mesten’. Beroepsnaam.

Messerich. Duitse plaatsnaam.

Messerschmidt, Messerschmied. Duitse beroepsnaam van de messensmid, messenmaker.

Messiaen, Messeaen, Messean, Messiant, Messian, Merciant, Messéant, Messien, Missiaen, Missaen, Missiant, Mestiaen, Mistiaen. Vadersnaam uit de Latijnse heiligennaam Marcianus.

Messikommer. Afeiding van de plaatsnaam Mesikon (Zurich).

Messin. Afkomstig van Metz, Lotharingen.

Messinck, van den. Waals-Vlaams messink: mesthoop, mestvaalt? Plaatsnaam Messing bij Wisch, Gelderland.

Messing, Messinger, Messings. 1. Duitse beroepsnaam van de koperslager, kopersmid. 2. Afleiding van Duitse plaatsnaam Môssingen.

Messire. Franse pendant van Mijnheer.

Mestrum, Mestrom, Mesterom: Variant van Westerum, met wisseling van de lipmedeklinkers m/w.

Mesure, Mesuere, Meseure, Messure, Messur: 1. Beroepsnaam van de meter. Zie Mesureur. 2. Vlaamse aanpassing (met verdoffmg van de onbeklemtoonde a) van Masure

Mesureur. Beroepsnaam van de meter (koren-, laken- of landmeter).

Mesyngier. Variant van Messenger/Messager. Eventueel Franse uitspraak van Duitse Messinger.

Mesz. 1. Middenhoogduits mesz, messe: messing, koper. Beroepsnaam van de kopersmid. 2. Zie Metz.

Met den Ancxt, met den Ancxt, Mettenanxt: Met de angst. Bijnaam voor een angstig mens. Maar misschien is het een volksetymologische reïnterpretatie van Métier Ax(t): met de (strijd)bijl. Vergelijk Duits Mit der Axt.

Metdepenninghe, Metdepenninge, Mettepenningen, Metdepinningen. Bijnaam voor iemand met veel geld.

Métayer, Méténier, Méteyer: Beroepsnaam. Frans métayer: pachter, boer.

Meten, van: Plaatsnaam Meten in Zevenaar (Gelderland). Vergelijk van der Meet.

Meter, van, Meteren, van, van Meeteren, van Meêteren: 1. Plaatsnaam Meteren (Frans-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Meteren (Gelderland).

Meter (de), de Meeter: 1. Beroepsnaam van de laken- of korenmeter. 2. Soms een aanpassing en reïnterpretatie van Lemaître (vergelijk Demeiter). Het woord meter wordt trouwens in Waals-Vlaams als meter (van Frans) uitgesproken.

Meterman, Metermans. Beroepsnaam van de meter.

Methorst: Plaatsnaam in Ede (Gelderland).

Métillon, Mettilion: Middenfrans métillon: masteluin. Beroepsnaam.

Métivier, Mettewie. Beroepsnaam uit het Oudfranse mestivier: oogster.

Mets, de Mets, de Metse, Meedts, (de) Medts, Demedts, de Metz, de Mits, Smets, Smests, Smeds, Smeedts, Smeets: Vlaamse familienaam de Mets. Beroepsnaam van de metselaar. Smets is de afleiding des Mets. De Metz kan ook een herkomstbenaming zijn (Metz in Lotharingen). Smets en Smeets zijn ook afleidingn van (de) Smet.

Metselaar, Metzelaer, de Metsselaer, de Metselaer, de Metsler, de Metzeler, de Metsenaere, Messelaer, Masselaert, Messelaar, Matser, Matzer, Metsers, Matse: Beroepsnaam van de metselaar. Middelnederlands ook messelaer. Waals-Vlaams matsenare, metsenare.

Metser, de, (de) Metzer, Metsers, Smetsers: Beroepsnaam van de metselaar.

Metsers: Beroepsnaam van de metselaar.

Mettante, Mercadente, Mercatante: Italiaanse beroepsnaam: (rondtrekkend) koopman. Vergelijk Marchandt. Zie Mardegan.

Metten, Mettens. 1. Zie Matte. 2. Brabantse vorm van Mertens/Maartens. Zie bij Maarten.

Mette, Metter, de: Beroepsnaam Demette(r), Demaiter(e), vertaald uit Lemettre, Lemaître ‘de meester’.

Metternich. Duitse plaatsnaam.

Mettie, Mettier. Franse familienaam Métier, van Oudfrans mestier: dienst, ambt, officier van bisschop, ambt van minnestreel.

Mettioui, Metioui. Naam van Arabische origine die wellicht afkomstig is uit de voornaam Madhi/Medhi: hij die geleid wordt. 

Metlen, Mettler. Verspreide plaatsnaam Mettlen, Zwitserland.

Metz, Demetz, Messe, Mesz: 1. Plaatsnaam Metz in Lotharingen. Franse uitspraak mess. 2. Zie Mets.

Metz, Metze, Metzen: Moedersnaam. Duitse vleivorm van de voornaam Machteld.

Metzdorf, Metzdorff. Verspeide Duitse plaatsnaam.

Metzer. 1. Zie Metser. 2. Afleiding van plaatsnaam Metz.

Metzgen, Mestchen: Vaders-, moedernaam. Afleiding van Matz, zoals Mâtzke, van Matthias; of van Metz = Machtild.

Metzger, Metzker, Mezger, Metzler, Metsler: Duitse beroepsnaam van de slager.

Metzon: Uit Matson, zoon van Mattheus?

Meudenaer. Waarschijnlijk van Meuldenaer (vergelijk Moldenaers): Meulenaer. Zie Molenaar.

Meuderscheid. Plaatsnaam.

Meuguelande, van, Meugelande, van. Familienaam in Waals-Brabant. Ongetwijfeld een verhaspeling (Meulande?).

Meugere, de. Wellicht Waals-Vlaams hypercorrect voor Demeure?

Meukermans. Waarschijnlijk variant van Neukermans.

Meul, Meulle: verkorte vorm van Van der Meulen. Zie Molen.

Meulblok: Plaatsnaam Molenblok bij Diepenveen, Overijssel, in Dongen (Noord-Brabant), Rotterdam (Zuid-Holland), Wadenooien (Gelderland), Zaltbommel (Gelderland). De Zeeuwse achternaam gaat evenwel terug op de plaatsnaam Meulblok, Moolblok in Wolphaartsdijk.

Meulebrouk, Meulebrouck (van), Meulebroecke, (van) Meulebroucke, Van de Meulebroek, Meulebroeke, Demeulebroeke, van de Meulebroecke, Meulebrocke, (van de) Meulebroucke, Meulebrouck, van den Meulebroucke, Meulenbroeck, Meulenbroeckx, Meulenbroek, Meulenbroeks, Meulenbrouck, Meulenbruck, Meullenbrück, Mullebrouck, Mullenbruck, van den Meubroucke. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Molenbroek, broekland met molen. Het grootste gedeelte van de "Van de Meulebroecke's" is afkomstig uit Elsegem: de heerlijkheid Meulebroeke gelegen aan de huidige Beekstraat in Elsegem.

Meulecom, van, van Muilekom, Vermeulecom: Plaatsnaam Mullegem (Gelderland).

Meulengracht, van den. Verspreide plaatsnaam Molengracht, Meulengracht: gracht met molen.

Meulenhof.

Meuldijk, Meulendijk, Meulendijks, Meulendyck, Meulendyk, Meulendeckx, Molendyckx, Molendijk: Verspreide plaatsnaam (Frans en West-Vlaanderen, Zeeland, Holland) Molendijk: dijk met molen erop.

Meulmeester, de, Meulemeester, de, de Meulemeestere, de Melemeester, Mullemeester, Meulemerster, Meulemester, de Meulemester, de Meulemeste, Muellenmeister, Mullenmeister, Meullemaestre, Meulleumiestre, Meulmiestre: Beroepsnaam van de molenmeester, de opzichter van de molens. Plaatsnaam Molenhof in Bakel en Deurne (Noord-Brabant), Koolskamp, Proven (West-Vlaanderen); Meulenhof in Th. (West-Vlaanderen) en Mullehof in Millam (Frans-Vlaanderen).

Meuleman, Meulleman, Meulman: 1. Beroepsnaam van de molenman of molenaar. 2. Afleiding van van der Molen/Meulen.

Meulenberg: Verspreide plaatsnaam Molenberg, Meulenberg ‘verhevenheid waarop een molen staat’.

Meulenijzer, Meulenijser, Meulenyzer, Meulenyser, Meulyzer, Meulyser, Meulijzer. Familienaam afgeleid van het Middelnederlandse moleniser = ijzer in de molensteen, het zogenaamde klauwijzer. Deze naam kan een beroepsnaam zijn voor een molenaar of een smid. Evengoed kunnen de dragers van de naam gewoond hebben in 'Het Meulenijzer".

Meulenmeester, de; (de) Meulemeester, Meulmeester: Beroepsnaam van de molenmeester, de opzichter van de molens.

Meulensteen. Beroepsnaam van de molenaar of de slijper van molenstenen. Vergelijk Duits Mûhlstein.

Meulebeke, van, Meulenbeke, van, Meulenbeek, Meulenbeeck, Moelibecq: 1. Plaatsnaam Meulebeke (West-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Molenbeek, uitspraak meulebeek.

Meulepas, Meulenpas, Mulpas, Milpas. Beroepsnaam van de molenmaker, die de molen afpast, afmeet, ontwerpt.

Meulewaeter, Meulewater. Zinwoord met Middelnederlands modelen, meudelen, meulen: troebel maken. Vergelijk Middelnederlands ghemeudelt water: troebel water. Bijnaam voor iemand die het water omroert, een visser; of overdrachtelijk voor een herrieschopper, die figuurlijk van troebel water houdt. Vergelijk Nederlands woelwater: onrustig mens. Vergelijk Maxheleau.

Meullander, Meuland, Meulande, Meulandt, Molandre: De Meulander(e), van van den Meulande(re), van van den Meulenlande/Molenlande, Berchem Oost-Vlaanderen.

Meulpolder: Plaatsnaam Molenpolder in Arnemuiden (Zeeland), Den Bommel (Zuid-Holland), Goudswaard (Zuid-Holland), Ierseke (Zeeland), Sint-Maartensdijk (Zeeland), Nieuwland (Zeeland), Numansdorp (Zuid-Holland), Oudelande (Zeeland), Vogelwaarde en Hontenisse (Zeeland), Poederoijen (Gelderland), Terheijden (Noord-Brabant).

Meulstée: Vermoedelijk van Meulsteen, Meulensteen. Beroepsbijnaam van de molenaar of de slijper van molenstenen. Of huisnaam. Vergelijk Duits Mühlstein.

Meun: 1744 Hendrik Harmensz Muijn is de stamvader van het geslacht Meun, aangezien op Urk de ui als eu (deum ‘duim’) wordt uitgesproken.  Plaatsnaam Meun (Seine-et-Marne)? Of uit Moen, Moon, van Simon.

Meunier, Meuniez, Lemeunier, Dumeunier, Demeunier, Munnier, Maunier, Magnier, Magniez, Magnies, Mannier, Manier, Manle, Manlez, Meni, Menier, Ménier, Mounier, Mounir, Mouniry: 1. Beoepsnaam. Oudfrans mounier, mannier, Frans meunier: molenaar. 2. Zie ook Monnier.

Meurdefroit. Bijnaam voor iemand die 'meurt de froid', die sterft van de kou. Vergelijk Meurdesoi.

Meurichy, de: Plaatsnaam Morenchies (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen)? Of Morchies (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen)?

Meurs, van, van Meus, Muers, Murs: Plaatsnaam Muers = Mors in Duits Gelderland.

Meus, Meeus, Meeùs, Meeurs, Meeues, Meues, Mees, Meves, Mewes, Mews, Meyes, Meyus, Meeuwe, Meeuwen, Meuwis, Meewis, Meeuws, Meeuw, Meuwens, Meuwes, Meuwes, Meuwèse, Meuwis, Meuws, Meeuwig, Miewis, Mewis, Meuvis, Mevis, Mevisse, Mévisse, Mévihsen, Mevissen, Meevis, Meervis, Mervis, (de) Meyvisch, Meyvis, Van Meyvisch, Meyvischij, Mijvis, Mievis, Miévis, Mivis, Myvis, Mebis, Mebus, Meubis, Meubus, Meeuse, Meeusen, Meeussen, Meessen. Meessens, Mesen, Mesens, Meeuwesen, Meeuwezen, Meeuwissenn, Meeuwissen, Meewissen, Meewisse, Meussen, Meusen, Meuwissen, Meuwsen, Mevessen, Mevesen, Mevensen, Meven, Mewissen, Meevissen, Mevissen, Mévissen, De Mevius, De Meeus, De Meeüs, De Meeûs, Demeus, Demeûs, Meeuwssen, Meeussens, Meeuwsen, Meeuwsens, Sermeus, Neeus, Nieus, Neuwels, Neuwis, Nibbes, Nibbès, Nibes, Nibus, Niebes, Neubis, Neubus, Nobis, Nobus, Novis. Vadersnaam, verkorte vorm van de heiligennaam Bartholomeus, Anselmus.

Meurs, (van), Van Meus, Muers, Murs: Plaatsnaam Muers= Mörs in Duits Gelderland.

Mey (de), de Meye, (de) Meij, Mei, Smeys, Lemay, Lemaye, Lemai, Lemey. 1. Middelnederlands mei ‘mei(maand), lentemaand’. Frans mai ‘mei, plezier’. Wellicht bijnaam voor een levenslustige. Heel wat maandnamen komen voor als familienaam: Vergelijk Familienaam April, Engels May, Duits Januar, Hornung, März, Engels May, Haymandt, July, Augst, Dezember. 2. Demey ook wel eens van Dumey; zie Dumets.

Meyaart, Meijaard: Vadersnaam. Germaanse voornaam Magihard.

Meybert. Vadersnaam. Germaanse voornaam magi-berth; Magbertus.

Meybos, Meybosch. Verspreide plaatsnaam Meibos.

Meijboom: Bijnaam naar de woonplaats of huisnaam. Vergelijk Duits Maibaum, Maibo(h)m, Nederduits Meibo(h)m.

Meyden, van der, van der Meijden, Vermeyden, Vermeyen, Vermeijden, Vermeijen. Familienaam naar de plaatsnaam 'Meie : mei/meiboom.

Meyen, Meyens, Meijen. Vadersnaam, knuffelvorm van een mathal-naam, via klankverandering mald- van moid.

Meyenborg. 1. Plaatsnaam Meyenburg (Bremen). 2. Moedersnaam. Germaanse voornaam magin-burg 'kracht-burg'.

Meyendriesch. Waarschijnlijk reïnterpretatie van Duitse familienaam Mairendries: Meier Andris.

Meyer, Meyere (de), de Meijer, Meijere, Meijer, Le Meijer, Meijeren, Meijers, De Mijere, De Méyère, De Meiere, De Meyre, (de) Meire, Meier, Meiers, Meyers, Meyer, Meyrs, Meyr, Meyrs, Meijers, Myers, Mijers, Smeyers, Smyers, Smeijers, Smijers, Meher, Mehers, Maier, Mair, Mayr, Majer, Mayers, Mayer, Maijer, Mayerus, Mayeru, Mayeres, Mayérus, Majerus, Majérus, Majeres, Majores, Majoor, Major, Mayor, Méjor, Maijieur, Maijieu, Mayeiur, Mahieur, Mahyeu, Mahyeu, Mayeux, Mayeu, Lamajeur, Le Mayeur, Le Mahieu, Lemahieu, Lamahieu, De Mahieu, Lamaylleux: Beroepsnaam Latijnse maior, van Oudfrans maior, maieur, Middelnederlands meyer ‘meier, rentmeester, vertegenwoordiger van de heer in het hofgerecht, ambtenaar met rechtsmacht, pachter’. Uit Maior ook Frans maire, Engels mayor ‘burgemeester’. 2. Soms is Meyer een dialectische variant van De Mayer: zie bij Mayer.

Meijerhof: Duitse plaatsnaam Meierhof (Beieren, Sleeswijk-Holstein).

Meyerink, Meyering, Meijerink. Zoon van De Meyer.

Meykens, Meijkens, Meyckens, Meike. 1. Moedersnaam afgeleid van Maria. 2. Vadersnaam uit Bartholomeus.

Meylen, van der, van (der) Mielen, Vermijle, Vermijlen, Vermijl, Vermylen, Vermyle, Vermeilen, Vermeil, Vermeijlen, Vermeylen, Vermeille. Familienaam uit de plaatsnaam Mijl. Middelnederlands ook milem miel: mijl, rechtsgebied van een stad, banmijl.

Meylender. Duits Mailander, van Mailand, Duitse naam voor Milaan.

Meijlen, Meijling: Vadersnaam. Afleiding van een -ilo-verkleinvorm van een Germaans mag-naam.

Meijler: Afkomstig van Meijel (Nederlands Limburg).

Meijl, Meijll: Plaatsnaam Meijel (Nederlands Limburg).

Meynants. Waarschijnlijk variant van Weynants.

Meynckens, Meynkens, Meynekens, Meinken, Meintjes, Meyntjens, Meijntjens: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse magin-naam, bijvoorbeeld Meynaert. Vergelijk Meinecke.

Meijnders, Meijnderts, Mijnders: Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-hard ‘kracht-sterk’: Meginhardus.

Meyndrickx, Mendrik, Mendriks, Mindry: Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-rîk 'kracht-machtig': Meinricus.

Meynink, Maeyninck, Maeyninckx, Mayinckx, Maijinckx: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse magin-naam; vergelijk Meynckens. Meginungus.

Meynkercken. Wellicht de verspreide Duitse plaatsnaam Neu(e)nkirchen, met eu/a'-ontronding.

Meyrant. Plaatsnaam Meyran (Ardèche, Gironde).

Meijs: 1. Vadersnaam. Korte vorm van Remeis = Remigius. 2. Vadersnaam. Korte vorm van Bartholomeus. 3. Moedersnaam. Uit Clemeinse/Clementia.

Meyskens, Meijskens: 1. Vadersnaam. Afleiding van Meis. 2. Bijnaam: meisje.

Meysman, Meysmans, Meijsmans, Meijsman, Meysseman, Meyseman, Meyssman. 1. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Meise (Vlaams-Brabant). 2. Zie ook: (de) Meersman, Mereschmann.

Meyts, Meyten, Mijts, Meijten, Meijts. Vadersnaam. Zie bij Meyens (boven) en bij Muytten.

Meyssen, Meyssens, Meysen: 1. Middenenderlands meis(s)en: meisje, dienstmeisje, liefje. Bijnaam. 2. Zie Meis.

Meyts, Meyten, Mijts, Meijten, Meijts: Vadersnaam. Ontrond van de voornaam Moid. Zie Meyens, Muytten.

Meyvaert, Meijvaert, Mevaere, Mijwaard: Vadersnaam. Germaanse voornaam magin/megin-frith ‘kracht-vrede’: Megenfrid.

Miard. Myard, Mya, Myar. Waalse variant van Miljard of Mignard.

Micault, Mical, Micalle. Vadersnaam. Picardische vorm van Michaud.

Michiels, Michielsen, Michielsens, Miechielssens, Michel, Michels, Michaëlsen, Mechielsen, Machielse, Machielsen, Machgiels, Macheels, Machgeels, Machguls, Magielse, Magielsen, Maghielse, Michael, Michaelis, Michaels, Michelis, Michaili, Michailly, Michaëly, Michaelson, Michalides, Michaelsen, Michels, Michel, Lemichel, Mighelsen, Migchels, Missel, Michelson, Michel, Michelsen, Michelzon, Micheli, Michelli, Micheli, Micelli, Michelly, Michely, Mixhel, Michils, Michl, Michilsen, Michilsens, Michielse, Michielssen, Michielssens, Michielsseune, Michielszen, Michielsze, Miegielsen, Mekkelsen, Micheels, Mikiels, Mikels, Mickiels, Mickils, Mechiels, Mechielsen, Machiels, Machils, Magiels, Magielsen, Magchiels, Maghiels, Machielsen, Machielse, Machilsen, Magils, Mahillissen, Magilissen, Machille, Maquille, Mackiels, Mackils, Makiels, Maquils, Mackielsens, Macheels, Macheel, Machgeels: Vadersnaam. De Bijbelse voornam van de aartsengel Michael ‘wie is als God?’. De voortonige klinker i werd versterkt tot a.

Michalak, Michalik, Michalek. Vadersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Michael.

Michalski, Michalsky, Muchalczik, Michalzik. Vadersnaam. Poolse afleiding van de voornaam Michael.

Michaud, Michaut, Michaelt, Micheaux, Michau, Michaux, Michal, Michalle, Mitchaux, Mishalle, Migault, Migeaux, Migeal, Migale, Micha, Michat, Missal, Missault, Mesaus, Messeaux, Messeeuw, Messeauw, Meseeuw, Misseeuw, Musseeuw: Vadersnaam. Variant van de voornaam Michel (vergelijk castel - château). De vormen met -auw en -eeuw zijn Vlaamse aanpassingen.

Miche, Mixhe. Mixhe: 1. Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Michel. 2. Bijnaam. Frans miche: broodkruim, ook naam van een brood. Zie Mik.

Michelberg, Mikelberg. Duitse plaatsnaam; grote berg.

Michelbrink. Plaatsnaam in Gendringen, Gelderland; groot dorpsplein.

Michelot, Michellon, Michelon, Miclotte, Meclot, Méclot, Michelet, Micheletti, Micheletto, Miquelet, Michalet. Vadersnaam, Franse knuffelvormen van Michel (uit Michael).

Michelin, Michelini, Michielin, Misseleyn, Misselyn, Messelyn: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Michel.

Michelis. Vadersnaam. Aanpassing van Slavisch Michelic, Michelitz, afleiding van heiligennaam Michael.

Michelot, Michelon, Michellon, Miclotte, Meclot: Vadersnaam. Franse vleivormen van Michel.

Michem. Familienaam uit de plaatsnaam Michem in Dudzele en Oostkerke bij Brugge.

Michenaud, Michenet, Michenon: Vadersnaam. Vleivormen van de voornaam Michael.

Michens, Miggens: Waarschijnlijk een vadersnaam. Vleivorm van Michael? Of Miege als moedersnaam, korte vorm van vrouwelijke voornaam.

Micheroux. Plaatsnaam, Luxemburg.

Michet, Miché, Miche, Michez, Misset, Miquet, Miguet, Miget: vadersnaam. Afleiding van de voornaam Michel.

Michon, Misson, Missonne, Misonne, Migeon, Migon, Nigeon, Micom, Mecoen. Mecon. Vadersnaam, knuffelvorm van de voornaam Michiel.

Michot, Mischotte, Misschos, Mischoo, Migot, Migeot, Migeotte, Missoten, Misotten, Missoten, Mésot, Mesot, Mesotten, Messotten, Mysoot, Mesorten, Missorten, Missorten. Vadersnaam, knuffelvorm van de voornaam Michel of de populaire vorm Migel.

Michot, Michotte, Michos, Michoo, Migot, Migeotte, Migeot, Mossoten, Misotten, Missoten, Mésot, Mesotten, Mesot, Messotten, Mysoot, Mesorten, Missoorten, Missorten: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Michel/Migel.

Michout, Michou, Michoit, Michoel, Michhoudt, Missoule, Missoul, Missoel. Vadersnaam. Romaanse afleiding van de voornaam Michel.

Michy. Mitchî, Waalse vorm van de voornaam Michel.

Micke, Mijcke, Mik, Mieck: Middelnederlands micke ‘brood van tarwe en rogge’.

Mickené. Vadersnaam. Picardisch Miquenet=Michenet.

Mickmans. Afleiding op –man van Mik.

Midavaine, Midevaisne: Frans muid d’avoine ‘mud(de) haver’. Bijnaam naar de heerlijke rente of voor een haverhandelaar of -meter.

Middag, Middagh, Middach: Oude vormen zoals Van der Mithaghe wekken de indruk dat het om een haag-toponiem gaat. Maar deze plaatsnaam werd nog niet gesitueerd. Aangezien samenstellingen met dag in het Waals-Vlaams door progressieve assimilatie tecft-uitspraak vertonen (Mestach, hoogtag, leegtag) kon Mittach als Mithaag gereïnterpreteerd worden en een voorzetselaanloop krijgen. Vergelijk Duits Mittag, Mitternacht, Engels Midday, Midnight, Middenvlaams Middernacht, Noene.

Middelbos, Middel bos. Plaatsnaam Middelbos in Kwaremont (Oost-Vlaanderen), Ooigem en Wijtschate (West-Vlaanderen).

Middel, de, Middele, de, Middel: Middelnederlands middel: tussenpersoon. Vergelijk (de) Middelaer. Beroepsnaam.

Middel, van. Plaatsnaam Middel, Noord-Holland, Overijssel. Of een andere plaatsnaam?

Middelaer, de, de Middeleer, Middeleir, Middelaar, Middelaire, Midelaer, Mideleer, Midelair, Midelaire, Midelear, Mideleair, Midlaire: Beroepsnaam van de bemiddelaar, tussenpersoon, makelaar.

Middelburg (van); Middelberg: Plaatsnaam Middelburg, hoofdplaats van de provincie Zeeland: 1189 Middelberg. Er is ook een dorp Middelburg (Maldegem, Oost-Vlaanderen), vernoemd naar het eerste. Ook nog Middelburg (Reeuwijk, Zuid-Holland).

Middeldorp, van. Plaatsnaam in St.-Laureins (Oost-Vlaanderen). Of Middendorp, Schoonebeek (Drenthe).

Middelem, van, van Middelen, van Middelens, van Midden: 1. Plaatsnaam Middelem in Handzame (West-Vlaanderen); Middelhem (Pas-de-Calais) 2. Plaatsnaam in Limburg of Nederlands-Limburg?

Middelhoek: Plaatsnaam in Ovezande (Zeeland) en Weerselo, Overijssel.

Middeljans: Vadersnaam. De middelste van drie Jannen, namelijk Grootjans, Middeljans, Kleinjans. Vergelijk Duits Mittelhans.

Middelkamp: Naar de woonplaats te midden van het veld (kamp). Vergelijk Frans Millecamp(s).

Middelkoop, Middelkoops: Plaatsnaam Middelkoop in Zederik (Zuid-Holland) en Beusichem (Buren, Gelderland).

Middelman, Middel: Bijnaam van de bemiddelaar, scheidsrechter; makelaar. Vergelijk Duits Mittelmann.

Middelraad: Oostelijke variant van plaatsnaam Middelrode (Berlicum, Noord-Brabant)?

Middelveen: Plaatsnaam Middelveen in Zuidwolde (Drenthe), Vries (Drenthe).

Middelweerd: Plaatsnaam Middelwaard in Gorssel (Gelderland), Hedikhuizen (Noord-Brabant) en Vianen (Zuid-Holland).

Midden, van: Naar de woonplaats ergens in het midden.

Middendorp, van; Meedendorp: Plaatsnaam Middendorp in Schoonebeek (Drenthe) en Voorthuizen (Gelderland). Ook een verspreide Nederduitse plaatsnaam.

Middernacht, Medernach: Bijnaam naar het tijdstip middernacht. Vergelijk Engels Midnight, Duits Feierabend, Mittnacht.

Midi, Midy. Frans midi; middag. Bijnaam. Vergelijk Middag.

Midonnet, Midonet. Afleiding van Midon, van ma donna; Madame, Mevrouw.

Midré, Midre, Midrez. Misschien Luiks-Waals (rè)mîdré: verbeterd.

Midrolet. Franse familienaam Midrouillet: woning te midden van eikenbos.

Miebach. Duitse plaatsnaam.

Miécret, Miecret. Plaatsnaam Miécret, Namen.

Miedema, Medema, Meedema, Medendorp, Mede, van der: Friese afleiding van plaatsnaam Miedum (Leeuwarden, Friesland). Of ma-afleiding van miede ‘hooiland, maailand’, Nederlands made, maat.

Mieden. Middenenderlands miede: loon, huur, rente; beloning, geschenk, schat. Duits Miete. Bijnaam voor een huurder? Vergelijk Duits Mieter.

Mieden, van der: Plaatsnaam de Miede ‘grasland’ in Schagen (Noord-Holland), Mieden in Wûnseradiel (Friesland) en Barradeel (Friesland).

Mieghem, van, Miegem, van, van Mighem, van Migem, Migom: Plaatsnaam Migem in Temse (Oost-Vlaanderen), Miegem in Bornem (Provincie Antwerpen, Mie(de)gem in Haasdonk (Oost-Vlaanderen).

Miegkens, van: Verkeerd gelezen van Mieghem?

Miehl, Mielen, Milh, Mille: 1. Vadersnaam. Oude voornaam Milo. 2. Moedersnaam. Korte vorm van de voornaam Emilia.

Miele, Miel, Miels, Myle, Mijlle, Mijle, Mylle, Millen, Mille, Mile, Mil, Miles, Millot, Milo, Milot, Milliot, Milio. Vadersnaam of moedersnaam naar de oude voornaam Milo/Mila (vleivorm van Amilius(Amelia) / Amelis/Emilia).

Mientjes: Ook Mientiens, Mintiens, Mintjens, van Minnekens. Middelnederlands Minnekin, verkleinvorm van Minne (zie op dat woord).

Mier, Miers: Bijnaam naar de naam van de mier. Bijnaam voor een vlijtig mens? Vergelijk Duits Ameis, De Bie, Crekel(s).

Mier, van de: Brabantse ontronde vorm van Van de Moer (vergelijk Brabants brier, van broer).

Mieras, Miras: Frans Mirard? De 18deeeuwse afstammelingen van de 17de eeuwse Cornelis Mieraards in Yerseke heten Mieras.

Mieremet. Waals-Vlaamse aanpassing van Mermet.

Mieren, van der. Brabantse ontronde vorm van Van der Mueren of Van der Moeren. Of variant van Van der Mierden (assimilatie rd/r).

Mierenet, Mieresnet: Variant van Mieremet, van Mermet, verkleinvorm van Oudfrans merme, van Latijnse minimus ‘heel klein’.

Mierenhoucht, van. Brabantse ontronde vorm van Van Moerenhout.

Mierlo, van, Mierloo, van, van Mirlo, Mierling, Meerlo. 1. Plaatsnaam Mierlo (Noord-Brabant). 2. Plaatsnaam Mingerlo in Neervelp (Vlaams-Brabant).

Miermans. Afkomstig van Mierde. Noord-Brabant.

Miermont. Plaatsnaam in Retinne en Saive (in Luik) Of Mielmont in Onoz (Namen).

Mierop, van (de), Mierop, van de Mieroop. Familienaam uit de plaatsnaam Mierhoop, Mierop in Nieuwenhoven (St.-Truiden).

Miert, van, van der Mierde, van der Mierden, van (der) Meert, Vanmeert, Vermierdt, Vermiert: Plaatsnaam Mierde (Noord-Brabant).

Mies, Miesen, Miesse, Miessen: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Bartholomeus

Mignon, Mignone, Mignion, Minion, Lemignon. Bijnaam uit het Franse mignon(ne): lieveling, schatje. Of uit het Oudfranse mignon: bedelaar.

Miest. Door Waalse reductie van Miester.

Miesterman. Afleiding van De Meester.

Miet, Miette. 1. Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans mie, van Latijn medicus: geneesheer. 2. Bijnaam. Korte vorm van Amiet(te), afleiding van ami(e): vriend(in).

Mievis, Miévis, Miewis, Miéwis: 1. Zie Meus. 2. Plaatsnaam?

Migerode, van, van Migro, Miggerode, Micerode, van Miegroot, van Miegroet, (van) Megroot, van Meigroet, Megroedt, van Mingroot, (van) Mingeroet, Mingerhoet: Plaatsnaam Migerode in de buurt van Dendermonde (Oost-Vlaanderen). Migrodries in Schoonaarde en Migrostraat in Dendermonde.

Migliore, Miglori, Miglorini. Italiaanse bijnaam, van Latijn melior. Vergelijk Frans Meilleur.

Migniolet, Mignolet, Miniolet: Bijnaam. Middenfrans mignolet: lief.

Mignard, Mingaars: Bijnaam. Frans mignard: bevallig, lieftallig.

Migneau, Migneaux, Mignaux, Mignauw, Mingneau, Minjauw, Minjeau, Menia, Mingouw, Mingou, Minjou, Min-Jou: 1Bijnaam, van Oudfrans mignel, afleiding op -el, synoniem met Mignon, Mignot: lief(tallig), bevallig. 2. Plaatsnaam Mignault (Henegouwen).

Mignon, Mignone, Minion, Mignion, Lemignon: Frans mignon(ne): lieveling, geliefde, minnaar (maîtresse), ook Oudfrans mignon: bedelaar.

Mignot, Mignotte, Miniot: Bijnaam. Oudfrans mignot: lieftallig, bevallig, vriendelijk.

Migon, Migot, Migeon, Migeot, Migeotte, Nigeon: 1. Afleiding van ami, van Latijn amicus: vriend. 2. Zie Michon, Michot(te).

Miguel, de, Miguelez: Vadersnaam. Spaans voor Michael.

Miguet, Miguez. 1. Bijnaam amiguet, afleiding van amicus: vriend. 2. Zie Michel.

Mihaïl, Mihail, Mihailof, Mihailov, Mihajlovic, Mihaljevic, Mihalovics, Mikhaloff, Mixailof: Vadersnaam. Slavische vorm en afleiding van de voornaam Michael.

Miick, Miicke, Müvk, Mücke, Muck, Mucke, Mückle, Muckle, Muckel, Mückel: Bijnaam. Duits Mücke: mug (en afleiding -le).

Mijlenmans, Mijlemans, Milleman, Meleman, Mylemans, Meylemans, Meijlemans. Afleiding van Van der Mijlen, Vermijlen.

Mijsbergen. 1. Plaatsnaam in Chaam (Noord-Brabant): 2. Zie Mynsberghe.

Mijter, Myter, de Mieter: Beroepsnaam van de mijter, die hout of hooi op mijten stapelt.

Mik (de), Mick, Micke, Mycke, Mijcke. Naam uit het Middelnederlandse micke: brood van tarwe en rogge. Beroepsbijnaam.

Mikkers. Afleiding van Middelnederlands micken: scherp kijken, turen? Veeleer variant van Mikels, Michiels.

Miklas: Vadersnaam. Slavische vorm van de voornaam Nikolaas.

Mikolajczak, Mikolajcoak, Mikolajczyk. Vadersnaam. Poolse vorm van heiligennaam Nicolaus.

Mil, van; van Mill, Famil: Plaatsnaam Mil (Noord-Brabant).

Milaire, Millaire, Millair, Miler: Waalse uitspraak van Miller.

Milan, Milaenen, Milang, Millan, Milland, Millang, Milants, Milans, Milaents, Mierlants, Mielants, Mirland, Mierlam, Melan, Mélang, Mélant, Mélan, Meylan, Melaen, Mullane. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Milaan, Italiaanse Milano, Frans Milan, Duits Mailand. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Milan in Longuenesse (Pas-de-Calais).

Milatz: Tsjechisch Milácek ‘lieveling’.

Milbau, Milbaud, Milbouw, Milbou. Wellicht vadersnaam uit de Germaanse voornaam mil-balth.

Milbert, Milbers, Milberg: Vadersnaam. Germaanse voornaam mil-berht?

Milcent. Moedersnaam. Germaanse voornaam Milesendis.

Milchmann, Milchemann. Duits Milchmann; melkman.

Mil, de. Mogelijk ontrond van De Mul; mulder, molenaar. Beroepsnaam.

Milde, de; Smilde: Bijnaam ‘mild, zacht, weldadig’.

Mildaet, Mildaad: 1. Zie Millar(d). 2. Misschien met epenthetische 1, van Medaet, Medard.

Milde, (de) Mild, (de) Milde, de Mildt, de Milt: Bijnaam: mild, zacht, weldadig.

Mildijn, Mildyn. Variant van Melijn (met d-epenthesis)? Silezische familienaam Mildin?

Mileband. Waarschijnlijk variant van Milbau.

Mileghem, van. Plaatsnaam Millegem in Ranst en Mol (Antwerpen).

Miles. 1. Variant van Miels; zie Miele. 2. Spellingvariant van Milis.

Milgram, Milgrom: Milgraum Duitse dialect vorm voor Milchra(h)m, van Middenhoogduits milchroum: melkroom. Beroepsnaam voor boterkarner, melkbereider.

Milh: De Oostendse familie Milh is afkomstig van Plassac (Char.-Mar.). misschien=Mille. Zie ook Miehl.

Milhomme. Reïnterpretatie van Malhomme of Milon(e)?

Milhous: Ontronde vorm van de Plaatsnaam Mühlhausen in de Elzas (Frans Mulhouse). Mühlhausen is verder een verspreide Duitse plaatsnaam ‘molenhuis’.

Milius. Vadersnaam. Korte vorm van heiligennaam Aemilius.

Milkin, Milkain, Mielke, Milckens, Milliken, Mulkin, Mulquin, Mulkiens, Mullkens, Meulkens: Vaders-, moedernaam. Afleiding van de voornaam Mille; zie Miele.

Mill, Mills. Engelse plaatsnaam Mill; molen.

Millian, Millan, Melian, Meliani: 1. Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Maximiliaan, Latijnse heiligennaam Maximilianus. 2. Variant van Milan.

Millar, Millard, Millart, Milard, Millaerts, Mellia, Melia, Mildaad, Mildaet, Mélard, Melard, Melar, Melart, Mela, Melaer, Melaerts, Melaert, Melaerst, Melardi, Melardy, Meelaet, Melaet, Mellsaerts, Mellsaert, Mellsaers, Mellsaart, Mella, Melort, Mellor, Meylaerts, Meylaers, Meijlaerts, Meijlaers, Meljaerts. Naam uit de Latijnse heiligennaam Amelius/Amilius.

Millecamp, Millecamps, Millechamps, Millescamps, Millecam, Millecaen, Millekam, Millekamp, Millequant, Millequants, Millecan, Millecant, Millecant, Milecan, Milecant, Myllecan, Milcamps, Milcamp, Milicamps, Milicamp, Milicant, Milican, Millicant, Melecaen, Demillecamps, Demilecamps, Demillequand. Familienaam uit de Picardische plaatsnaam Mi-les-Camps: te midden van de velden. De plaatsnaam komt op diverse plaatsen voor.

Millenaar, Millenaer: 1. Afkomstig van Millen (Belgisch-Limburg) of Mill (Noord-Brabant). 2. Ontronde variant van Molenaar.

Millerot, Milroud: Vergelijk Franse familienaam Millereau, Milleret, Milleron. Afleiding van de voornaam Amelius (vergelijk Millard)?

Millevert. Milleuert: Vadersnaam. Germaanse voornaam mili-berht: Melevertus.

Milleville, Millevylle, Milville, Mylleville: Plaatsnaam Mi-la-ville: midden in de stad, het dorp. Plaatsnaam in Boubers-lez-Hesmond (Pas-de-Calais).

Millevoye. Plaatsnaam Mi-la-voie: te midden van de weg.

Milliano, (de): Vadersnaam. Italiaans Miliano, van Emiliano. Maar blijkens de oudst bekende stamvader, Milan = de Milano, is de naam veeleer de Italiaans familienaam Milano, Milani, vanwege herkomst van Milaan. Volgens de overlevering is de familie afkomstig uit Italië en zou ze vertrokken zijn naar Spanje, om zich dan in de Nederlanden te vestigen. Maar volgens het ‘Institutio Internacional de Genealogia y Heraldica’ in Madrid zouden de Millans van Spanje naar Italië getrokken zijn.

Milliau, Miliaux: 1 Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Amilius. Vergelijk Millard, Millot. 2. Eventueel plaatsnaam Millau (Aveyron).

Millier, Millers, Muller, Mueller, Mulher, Miller, Möller, Möllers, Moller, Moeller, Möhler: Duitse beroepsnaam Müller: mulder.

Millier, Milliex, Milliez, Milli, Meli, Mellier, Mely: Vadersnaam. Germaanse voornaam mil-hari: Mileharius.

Millingen, van: Plaatsnaam Millingen (Gelderland).

Millington. Plaatsnaam, Cheshire.

Millis, van, (van) Melis: Plaatsnaam Milheeze (Noord-Brabant).

Millon, van, van Mellon, van Mellom. Duitse plaatsnaam Millun.

Millot, Milo, Milot, Milliot, Milio: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Amilius, Amelis.

Milman, Millman. Engelse afleiding van mill; molen.

Milné, Milne, Milnes. Familienaam van Engelse origine uit de verspreide plaatsnaam Mill, Oud-Engels Mylen: molen. Mogelijk is het ook een afleiding van de familienamen 'Milner, Millner': molenaar. Dit verwijst dan weer naar dezelfde bron. Of ontrond uit Duits Mûlner.

Milon, Milone, Mylon, Millon, Millions, Mellion, Milloen, Miloen, Meloen, Melon, Mélont Mélon : Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Amilius/Amelis of verbogen vorm van oude voornaam Milo.

Milonton. Waarschijnlijk van Millington, Cheshire.

Milos, Milosevic, Miloche, Milochevitc: Kroatische familienaam van Slavisch Mil, van Germaanse voornaam Milo.

Milot: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Amilius, Amelis.

Milquet, Mulquet, Mulkai, Mulkay: Vadersnaam. Romaanse afleiding op -quet, respectievelijk -quel (Luiks-Waals -kai) van de voornaam Mille (zie Miele). Let op de ronding i/u, vergelijk Milkin/Mulkin.

Miltau, Milteau, van Mileteau, afleiding van Milet.

Miltenburg, Miltenberger: Plaatsnaam Miltenberg (Beieren). Huisnaam Miltenburg in Weesperkarspel (Noord-Holland).

Milz, Milts: Vadersnaam, van oude vleivorm Mildizo.

Mimeleers. Waarschijnlijk variant van Mingeleers.

Minon, Minnon, 1. Frans minon: kat. Overdrachtelijk Middenfrans minon: bedrieger. 2. Vadersnaam, afleiding van Jacquemin (Jamin) of Guillemin.

Min, (de), Minnen, Minnema, Minnesma, Mennema, Demin, Deminne, Demine, Demmin: Middelnederlands minne ‘geliefde, beminde, zoogmoeder, min’.

Mina, Minas. Waalse vorm van Minard.

Minaker. Slavisch-Joodse beroepsnaam Menaker, Meniker; slager.

Mince, Mincet. Afleiding van Frans mince; klein, tenger.

Minchenberg, Minkenberg: Met Beierse ontronding van plaatsnaam Münchberg (Beieren).

Minden. Duitse plaatsnaam.

Minder, de. Minder, Minders: Middelnederlands minder: kleiner, jonger, minderjarig. Vergelijk Mineur.

Minderhout, Minderhoud, Minderhoudt: Plaatsnaam Minderhout (Provincie Antwerpen).

Minders: 1. Afleiding van de Minder ‘de kleinere, de jongere, minderjarig’. 2. Vadersnaam. Variant van Meinders.

Mindersma, Meindersma; vadersnaam Meidnert, Meinart, Meginghart.

Minekus, Manikus: Vadersnaam. Minikus, korte vorm van de Latijnse heiligennaam Dominicus.

Minet, Minette, Minez, Miné, Minnee: Vadersnaam. Verkleinvorm van Jacquemin of Guillemin.

Mineur, Lemineur, Lammineur. Familienaam uit het Franse mineur: minderjarig, minder oud. Een soort bijnaam dus om iemand bijvoorbeeld te onderscheiden van een oudere met dezelfde naam.

Mingelbier, Mengelbier: Middelnederlands mingel, mengel: vochtmaat van twee pinten + bier. Maar de naam zou wel een reïnterpretatie kunnen zijn van Minnebier.

Mingelinckx. Vadersnaam. Afleiding op -lin (verzwaard tot -ling) van de voornaam Meinger. Zie Minghels, Minnegheer.

Mingels, Mengel, Mengels. 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Meinger (zie Minnegheer). Of Mengele als afleiding van de voornaam Mangold/Mengold. 2. Eventueel Middelnederlands mengel, mingel: vochtmaat. Beroepsnaam.

Minguet, Minguez, Mainguet, Manguette, Meinguet, Manguay, Mainghain, Maingain, Manguin, Mangain, Mangin: 1. Moedersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Ermengard? 2. Vadersnaamr. Vleivorm van Démange, Latijnse heiligennaam Dominicus. Vergelijk Mangeot.

Miniaci. Italiaanse knuffelnaam, wellicht vadersnaam/moedersnaam uit de voornaam Dominico/a (Dominicus).

Minique. Vadersnaam. Korte vorm van Dominique.

Minis, Menis. Misschien variant van Menu.

Miniscloux. Variant van Franse familienaam Menesclou, Manescau, van marescal. Maréchal: (paarden)smid.

Mink, Minck, Minnik: 1. Vadersnaam. Verkleinvorm van magin-naam, zoals Meine(c)ke.

Minkema: Friese afleiding van Mink.

Minkowicz. Plaatsnaam Minkwitz (Saksen, Bohemen).

Minnaar, Minnaard, Minnaer, Minnaert, Minnart, Minnaart, Minnaerts, Minnarse, Minard, Minart, Minaer, Minartz: Vadersnaam. Germaanse voornaam Meinhard (magin-hard: kracht-sterk). (zie Meijnderts).

Minne, Minnen, Minnens, Minnes, Mine, Mijnes: 1. Bijnaam. Middelnederlands minne ‘geliefde, beminde, min, zoogmoeder’. 2. Moedersnaam. Korte vorm van Jacquemine of Willeminne. 3. Vadersnaam, van korte magin-naam: Maino, door reductie ei, van i. 4. Bijnaam naar de min of watergeest. Vergelijk De Necker.

Minnebruggen, van, Minnenbruggen, van. Plaatsnaam in Damme, Iper en Sluis. Vergelijk Van der Mensbrugghe.

Minnebach, Minnback. Plaatsnaam. Wellicht Membach, Luik.

Minnebaert. Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-berh; t'macht-schitterend': Meginbertus.

Minnebier. Bijnaam voor een bierdrinker, die van hier houdt. Zinwoord: die het bier mint. Vergelijk Duits Môgebier.

Minnebo, Minebo, Minneboo, Minnebois, Meneboode, Menneboo, Meneboo, Meeneboo: Beroepsnaam van een bode te paard, van Middelnederlands mennen, minnen ‘rijden op een lastdier’. De naam werd blijkbaar al vroeg als der minnen bode ‘liefdesbode’ opgevat.

Minnebreuker: Bijnaam: die de minne of liefde verbreekt.

Minnecré. Variant van Munnecre, van Munnicrede. Plaatsnaam Monnikenrede (Oostkerke).

Minnegheer, Myngheer, Mijngheer, Mingers, Ménégaire: Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-ger 'kracht-speer': Meingerus.

Minnekeer, Minnekier. Waarschijnlijk volksetymologisch voor Minnegheer.

Minnekens, Mintjens, Mientiens, Mintiens: Uit Minnekin, afleiding van Minne.

Minnema, Minneman. Afleiding van Minne.

Minnen, van: Wellicht de familienaam Minne(n) met secundair voorzetsel.

Minnen, van der, van der Meenen: Waarschijnlijk regressievorm voor Verminnen.

Minnenbruggen, Minnebruggen, van. Naam uit de gelijknamige plaatsnaam in Brugge, Damme, Ieper en Sluis.

Minner, Minners. 1. Uit het Duits afleiding naam van minnaar. 2. Vadersnaam, variant van Meiners, Meinhard.

Minnes. Variant van Minnens of Minners?

Minner, Minners. 1. Bijnaam voor een minnaar. 2. Vadersnaam van Meiner(s), Meinhard; zie Meynaerts en vergelijk Minne 3.

Minnesma; Friese vadersnaam Minne of Menno.

Minnoy, Minnoye, Minnoey, Minoi. Vadersnaam, knuffelvorm van Jaquemin of Guillemin.

Mino, Minot, Minoodt, Minnot. Vadersnaam. Vleivorm van Guillemin of Jacquemin.

Minor, Minors, Miner. Bijnaam, van Latijn minor; van Mineur; klein.

Minsaert, Minsart, Minsaer, Minchart, Minschaert, Minschart, Minskaert, Menschaert, Mensaert. Bijnaam uit het Franse Minçard: een klein, tenger iemand.

Minsen. Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Meginzo, Meinzo, Meinso of uit Waals M(e)inson, verbogen vorm van Meinzo.

Minsoul. Vadersnaam. Vleivorm op -eçoul van Germaanse magin-naam.

Minuit. Bijnaam. Frans minuit. Vergelijk Middernacht.

Mio, Miot. 1. Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans mie: geneesheer. Vergelijk Miet. 2. Amiot, afleiding van ami: vriend.

Miocque. Picardisch voor Frans mioche: kruim(el), klein kind.

Mion, Mionnet. 1. Bijnaam. Oudfrans mion: klein. 2. Afleiding van ami: vriend.

Miotti, Miotto, Meotti, Meotto. Italiaanse familienaam, knuffelvormen van de voornaam Bartolomeo.

Miraeus. Humanistennaam van de geschiedschrijver Aubert(us) le Mire (1573 –Antwerpen, 1640).

Miranda, Mirande: Moedersnaam. Altijnse heiligennaam Miranda 'bewonderenswaardig'.

Miraurnont, Miramont, Miramond: Plaatsnaam Miraumont (Somme) en in Montignies-St-Chr. (Henegouwen).

Miraux, Mieroo: Wellicht korte vorm van Amiral: admiraal, vlootvoogd.

Mirbach. Duitse plaatsnaam.

Mirelman, Mirelmann. Ontronde vorm van Duits Muhremann: metselaar.

Mirck: Duits familienaam Mier(c)ke, van Oost-Duits-Slavische voornaam Mirek, van Miroslav.

Miren. Indien Nederlands! Spellingvariant van Mieren, afleiding van Miere (zie Miers) of uit Middenvlaams Mierin.

Miret, Miré: Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans mire: geneesheer. Zie Lemire, Miron.

Mirgain, Mirgaine. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Margareta. Vergelijk Marginet, Mirgau, Mirguet.

Mirgeler. Duits Mergeler: mergelaar, uitgraver van mergel.

Miris. Wellicht variant van Maris of Moris.

Mirkovic. Vadersnaam. Slavisch van Mirek, zie Mirck.

Miroir. Frans miroir: spiegel. Beroepsnaam van de spiegelmaker. Vergelijk De Spegelaere.

Miron, Miroen, Mirou, Miroux, Mirouït, Muroux: Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans mire: geneesheer. Zie Lemire.

Mirvault. Plaatsnaam Mirvaux, Somme.

Miry, Myri, Miri: Waarschijnlijk variant van Mery. Zie Demerie.

Misbaer. Variant van Franse familienaam Misbert?

Mischke, Mitsch, Mitschke, Mitschké: Vadersnaam. Afleiding van Slavische voornaam Misch, korte vorm van Miloslav, Miroslav, Myslibor, Michael of Mikolai. Of Mitsche met Nitschke = Nicolaus.

Misen, Misse, Missen. Waalse aanpassing van Meese, Meesen.

Miseroy, Miseroij, Mezerey, Maiseroy, Miserez. Bijna verdwenen familienaam (sommige varianten zijn verdwenen): 1. Uit de plaatsnaam Miserez (Zwitserland), Miserey (Franse Jura), Mézières (Ardeche), Maisières (Henegouwen) of Maizières (Pas-de- Calais). 2. Of uit het Middelfranse miséré: ellendig. Bijnaam.

Missaar: Aanpassing van Frans Michard, afleiding van de voornaam Michel.

Missart, Missair, Missaire, Missa, Missaar. Vadersnaam uit de voornaam Michel. Zie ook bij Massar(d).

Miserez. Bijnaam uit het Middelfranse miseré: ellendig.

Miseur. Middenfrans miseur beantwoordt aan Middelnederlands setter, zetter: ambtenaar die de hoofdelijke omslag of belasting bepaalt (schat) en ontvangt.

Mispelon, Misplon, Meplomb, Mesplomb, Méplon: Plaatsnaam Mesplau in Locon (Pas-de-Calais) en in Wicres (Nord). Mesplau, van Latijn mespiletum: plaats waar mispelbomen groeien. Vergelijk Mispelter, Mispelaere.

Mispel, van der, van der Mespel: Naar de woonplaats bij een mispelboom. Vergelijk Misepelaere.

Mispelaer, Mispelaere, Mespelaere. 1. Beroepsbijnaam van de mispelverkoper. 2. Of naam uit de plaatsnaam Mespelare (Oost-Vlaanderen) of naar een woonplaats in de buurt van een mispelboom.

Mispelblom. Waarschijnlijk volksetymologisch voor Mispelon.

Mispelter, Mispelters. Middelnederlands mispelter: mispelboom. Beroepsnaam of plaatsnaam. Vergelijk Mispelaere.

Mispoulier, Mespouille, Mespouilles: Plaatsnaam mispelboom, van mespola, Occidentaals mispoula. Vergelijk Mispoulet, Mispelon.

Missel: Vadersnaam. Aanpassing van Franse voornaam Michel.

Missiaen: Vadersnaam. Variant van Messiaen, Merciant. Latijnse heiligennaam Marcianus.

Missing, Missin. Misschien Middelnederlands messine, Duits Messing: messing, geel koper. Beroepsnaam van de kopersmid. Vergelijk Messinger 1.

Missir. Waarschijnlijk een Perzische familienaam.

Missu, Mesu: Ook familienaam Missuwe, Messuwe, Metsu(e). Oudfrans mac(h)ue, massue, messue, Middelnederlands matsu(w)e ‘knots, kolf, knuppel’.

Mister, Myster, Mystère: Plaatsnaam Mister in Bovigny (Luxemburg).

Mistler. Beroepsnaam: die mest vervoert (vergelijk Duits Mistfùhrer) of bij een mesthoop woont (Vergelijk Mist).

Mithridate, Mitridate. Middenfrans metridat; tegengif.

Mitoul, Mittoul. Afleiding van Oudfrans mite: kattin of muntnaam (mijt).

Mitaine. Frans mitaine: want. Beroepsnaam van de handschoenmaker.

Mitchell. Vadersnaam. Engelse vorm van de voornaam Michael.

Mitelsbach. Verspreide Duitse plaatsnaam Mittelbach.

Mittelheisser, Mitelheiser. Ontrond, van Mittelhauser. Verspreide Duitse plaatsnaam Mittelhausen.

Mittelman, Mittelmann, Mitelman: Duitse beroepsnaam. Middenhoogduits mittelman: bemiddelaar, scheidsrechter.

Mittemeijer. Duitse familienaam Mittelmeier, naar de ligging (midden) van het hof van de meier of pachter.

Mittler. Duitse beroepsnaam; bemiddelaar.

Mittman, Mittmann. Middenhoogduits mietman: dagloner, die zich verhuurt.

Mosty, Mousty, Moustie, Musty: Plaatsnaam (Céroux-)Mousty (Waals-Brabant): Frans moutier: munster, kerk. Zie ook Dumoutier.

Mobach: Plaatsnaam Maubach (Noordrijn-Westfalen).

Mobelus, Mobselus: Variant van Mabelis.

Möbius, Mobius, Moebus: Vadersnaam. Duitse korte vorm van Bartholomeus. Vergelijk Mebus, Meubis.

Mobouck. Wellicht variant van Mabrouck, van Malbrouck, uitspraak molbroek met 1-elisie. Vergelijk Mobouckstraat.Plaatsnaam Moubroek in Staden.

Moccand. Spelling voor Maucamp; vergelijk Mauchamps.

Mochamps, Monchamps: 1. Plaatsnaam Mochamps in Tenneville (Luxemburg). 2. Zie Mauchamps.

Mock, Mok, Moke, Mocq, Mox, Moeckx, Mooken. Naam uit het Middelnederlandse mocke: vuile vrouw, slet, lichtekooi.

Mock, Mockel, Mockels, Möckel, Moekel, Moch: Duitse bijnaam Mock: klein, dik mens, lomperd, een mokkel.

Mockers. Bijnaam voor een pruilerig, mokkerig mens. Vergelijk Duits Mocker. Maar aangezien de familienaam net als Moeckars in Limburg voorkomt, is het daar waarschijnlijk een variant van (zie Mouchard).

Modard, Moda)rt, Modaert: Vadersnaam. Germaanse voornaam VN môd-hard '(ge)moed-sterk': Modardus, Moathart, Motard. Duitse familienaam Mozart. Door de Romaanse klemtoon werd de naam verward met Medard (zie Meddaerts); in Wervik, waar de H. Medardus de patroonheilige is, worden de twee voornamen door elkaar gebruikt.

Modde: Vadersnaam. Bakervorm van een Germaans môd-naam, zoals Modwin of Modard.

Modderaar: Beroepsnaam van de vuilnisman, vergelijk familienaam Modderman.

Modderman. Beroepsnaam van de vuilnisman, man van de reinigingsdienst.

Model, Modell, Modl: Duitse bijnaam: model, voorbeeld.

Modenese, Modanese, Modanèse: Afleiding van de plaatsnaam Modena (Italie).

Moder, Moders, Modders: Vadersnaam. Germaanse voornaam môd-hari '(ge)moed-leger': Modarius.

Moderic, Moderie, Modderie, Modrie, Modérée: Vadersnaam. Germaanse voornaam môd-rîk '(ge)moed-machtig': Modericus. Zie ook Maudri.

Modderkreke, Modderkreeke: Plaatsnaam.

Moederzoon, Moyersoen, Moeyersoon; zoon van de moeder. Mannelijke tegenhanger is Vaderszoon, Vaarzon en Vaarson; zoon van de vader.

Modest, Modeste, Modesse, Modestus, Modesti: Vadernaam. Latijnse heiligennaamModestus 'bescheiden, discreet'.

Modica. Italiaanse plaatsnaam Modin, Moding.

Modein, Modein: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse môd-naam. Vergelijk Modard. Modl, zie Model(l).

Moed, de: Vermoedelijk een volks etymologische vervorming. Misschien uit Demode, van Demaude. Plaatsnaam Maude, Maulde (Henegouwen, Nord).

Moedbeck, Moubach, Mobach, Moubax, Mobax. Familienaam uit de plaatsnaam Maubach (Noordrijn-Westfalen).

Moederscheim. Plaatsnaam Muddersheim. Noordrijn-Westfalen.

Moeffaert, van: De frequente plaatsnaam Montfort.

Moeken, Meukens: Middelnederlands modekijn, meuken: schepel, graan- en zoutmaat. Beroepsnaam van de koren- of zoutmeter.

Moelaart, Moelaert, Molard, Mola, Molas, Molord: 1. Frans Mollard, van Oudfrans mol ̧ Frans mou ‘zacht, week’. Frans dialectisch Moulard ‘wekeling’. 2.Vadersnaam. Oude voornaam;

Moeland, Moelans, Moelats, 1. Plaatsnaam Mouland, de Romaanse vorm van Moelingen(Belgisch-Limburg). 2. Uit Moerland. Variant van Moer-land, door assimilatie rl/ll.

Moelijker, Moeliker, Moeleker, Moelleker, Moelker: Middelnederlands moloc, Nederlands molik, molijk, van de afgodsnaam Moloch ‘vogelverschrikker’.

Moelleken. Spelling van Duitse familienaam Molke, een plaatsnaam of variant van Mollekens?

Moen, Moens, Mons, Moensen, Mons, Moon, Moons, Moonen, Mune, Muns: Vadersnaam. Korte vorm en afleiding van de voornaam Simoen = Simon.

Moen, van. Plaatsnaam Moen, West-Vlaanderen.

Moenaert, Monnaert, Moennaert, Mounard, Monard, Monard, Monart, Monaers, Monar, Monart, Maunaert, Munar, Moynaert: Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Simon.

Moeneclaey, Moeneclaeye, Moeneclaeij, Moeneclay. Vadersnaam uit twee voornamen Moen en Claey: Simon en Nikolaas.

Moennekens, Monnekens, Moniens, Moniëns, Moentjens, Moentjes: 1. Vadersnaam. afleiding van Moen, Simo(e)n. 2. Een enkele keer verward met Boeykens (wisseling bilabialen).

Moensens, Moenssens. Vadersnaam. Moens zoon.

Moentack, Montacq: Plaatsnaam Les Montacqs, sinds 1654 Les Montaqs in Landretun-le-Nord (Pas-de-Calais) van Montakker: 1286 Montacre.

Moer, van de, der, Moere, van de(der), van der Moeren, van den Moere, van de Moore, van der Moor, van Moere, Moer, Vamour, Vermoere, Vermoeren, Moerkens, Mierkens: Plaatsnaam Moer in Diever (Drenthe), Heino, Overijssel, Loon-op-Zand (Noord-Brabant), Moere (West-Vlaanderen), oorspronkelijk ten Moere, of de verspreide plaatsnaam ten/ter Moere ‘veengrond, moeras’.

Moeraert: Vadersnaam. Germaanse voornaam maur-hard ‘moor-sterk’: Morardus.

Moerbeek, Moerbeke, van: Plaatsnaam Moerbeek in Niedorp (Noord-Holland), Moerbeke (Morbecque, Frans-Vlaanderen) of Moerbeke (Oost-Vlaanderen). 1573 Lief Andriesz van Moerbeke, afkomstig uit Vlaanderen, bouwde de eerste oliemolen op de wallen van Alkmaar.

Moercant, Moerecant, Morcamp: Plaatsnaam Moerkamp/Morcamp in Sanghen (Pas-de-Calais): 1073 Morcamp. Of Moerkant in Warhem (Frans-Vlaanderen).

Moerders, Murders: Bijnaam. Middelnederlands morder: moordenaar, rover, misdadiger. Ook Duitse familienaam Morder, Morder.

Moerdijk, Moerdyck, Moerdyk, Mordijck, Mordyck: Verspreide plaatsnaam, onder meer Moerdijk in Boostenblide bij Axel (Zeeland). In Zeeland en Zuid-Holland de naam van buitendijkse grond, die uitgemoerd werd en met een dijk omringd.

Moerenhout, Moerenhoudt, Moernhout, Moernhaut, Moernaut, Moermout, Mornout: Plaatsnaam ‘bos bij het veen, moeras’.

Moergestel, van, Moergastel, van: Plaatsnaam Moergestel (Noord-Brabant).

Moerkens. Afleiding van Van de Moere.

Moerkerken, Moerkerk, Moerkercke, van, de, Moerkerke, van, de: Plaatsnaam Moerkerken (Zuid-Holland), Moerkerke (West-Vlaanderen). Maar er was ook een Moerkerke tussen Sas van Gent en Philippine, in de 15de eeuw verdronken: 1218 Morkerka, 1218 Mourkerke.

Moerland, Morland, Moeland, Moelants, Moelans: veel voorkomende plaatsnaam Moerland ‘veenland, veengebied, uitgemoerd land’.

Moerloos (de), (de) Moerloose, Moerlose, de Moerlooze, Moerloze, de Moorloos. Bijnaam voor een moederloze, een wees.

Moerman, Moermans, Moeremans, Moereman, Moreman, Moremans, Moormans, Mourman, Mourmans, Mourmanne, Mourmant, Moremanne, Mouremane, Murman: 1. Afleiding Van van de(r) Moer. 2. Beroepsnaam van de handelaar in moer of turf.

Moermond: Volksetymologisch van Moerman.

Moerzeke, van, (van) Moerseke, Moeseke, (van) Moezeke, van Moesieke, Moesick: Plaatsnaam Moerzeke (Oost-Vlaanderen).

Moes, de, de Mos. Middelnederlands moes: spijs, eten, moes, brij, moeskruiden, groente. Vergelijk Warmoes, Nederduits Moos. Bijnaam of beroepsnaam.

Moes, de, Moesker, Mous, Moos, Mouws, Maus, Moesman, Mooseker: 1. Vadersnaam. Limburgse vorm van Maas, van de voornaam Thomas. 2. Verkort uit de plaatsnaam Moespot in Ambt-Vollenhove Overijssel. 3. Verkort uit Moeskoker ‘bereider van moes, spijs, eten, brij, groente’.

Moeseke, van, (van) Moeseke, (van) Moezeke, van Moesieke, Moesick: Plaatsnaam Moerzeke (Oost-Vlaanderen).

Moeselman, Meuselman: Beroepsnaam van de moeselaer of doedelzakspeler.

Moesick. 1. Naam uit de plaatsnaam Mosik (Noord-Brabant). 2. Zie ook bij Moerzeke Van.

Moeskop, Moeskops. Middenenderlands werkwoord moescoppen: stropen, geld aftroggelen. Bijnaam voor een afzetter. Of van Duits Muskopf als moes-kop.

Moëst. Verfranste spelling voor Moest; zie Van der Most(en)? Of spelling voor Moët?

Moët, Mouet,Mouvet, Movet: Afleiding van Oudfrans moe, van Germaans mauwa: lip, mond, smoel. Bijnaam.

Moetwil, Moetwiel, Moetewiel, Moeuthwil: Middelnederlands moetwille: vrije wil, opzet. Bijnaam voor een moedwillige, baldadige kerel.

Moeyensoon, Moeijensoon, Moison, Moyson, Moysons, Moijson. Familienaam uit de samenstelling moeye (tante) en soon (zoon). Kind van de tante: neef. Zoals de familienaam De Neef. Duits Muhmensohn. Middelnederlands moeye betekende ook: stiefmoeder. Vergelijk Moeyersoon(s).

Moeyersoon, Moeyersoons, Moeyersoen, Moeyersons, Moeyersoms, Moeijersoens, Moeijersons, Moyersoon, Moyerson, Moyersons, Moyersoen. Familienaam uit "moederszoon"= moederskind = lieveling of mogelijk ook buitenechtelijk kind. Vergelijk Nederduits Modersohn, Duits Muttersohn.

Moeykens, Moykens. Naam uit het Middelnederlandse moeie: tante (kind van de tante).

Moeijkens: Verkleinvorm van Middelnederlands moeie ‘tante’.

Moffaert, Mouffaert, Mouffart, (de) Moffarts, (van) Moeffart, Moffaert, van Mouffaert, Mofers, Muffat, Moffat, Moffatt. Naam uit de plaatsnaam Montfort.

Moffelein. Vlaamse aanpassing van Franse familienaam Mouflin. Afleiding van Oudfrans mofle: want, mof. Of variant van Oudfrans moflet: zacht, opgeblazen. Vergelijk Mouffe.

Mogendorff. Plaatsnaam Mogendorf, Duitsland.

Mogenet. Vadersnaam van Mongenet, afleiding van Demonge; Dominique.

Mogin. 1. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Mauger. 2. Moedersnaam. Variant van Mag(h)in. 3. Vadersnaam. Variant van Mongin.

Moguet, Moguez. Vadersnaam. Afleiding van Mauger. Vergelijk Mogin 1.

Moggré, Mogré Moggree, Moygré: Oudfrans maugré, van malgré ‘smart, pijn, ontevredenheid’?

Mohamed, Mohammed, Mohammad. Veel Nederlanders met de familienaam Mohammed zijn afkomstig uit Irak. Andere landen waar deze naam vandaan komt zijn onder andere Somalië, Soedan, Ethiopië, Syrië en Afghanistan. Van de wortel Hamad; prijs, geprezen of prijswaardig.

Mohimont, Mohymont, Moïmont, Moimont, Moijmond, Moymond: Plaatsnaam in Daverdisse (Luxemburg).

Mohlberg: Plaatsnaam Molenberg. Vergelijk Duits Mühlberg.

Möhlich, Moehlig: Duitse bijnaam Muhlich: moeilijk (in de omgang).

Mohn, Mohne, Mohnen, Mohnssen: Vadersnaam. Duits korte vorm van de voornaam Simon.

Mohonval, Monhonval, Monhonvalle: Plaatsnaam Monhovaux, Novicastrensis.

Mohrhardt. Vadersnaam. Germaanse voornaam maur-hard 'moor-sterk': Morardus. Zie ook Moras.

Möhring, Mohring: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse maur-naam. Mauring. Vergelijk Morin.

Möhrle. Afleiding van Mohr; moor.

Mohy. Waals mohi, van Oudfrans muisi, van Frans moisi: beschimmeld (?).

Moignard, Monjaerts, Monniaers: Afleiding van Lemoi(g)ne: monnik. Vergelijk met ander sufïïx: Moigneau, Moignot.

Moignot. Afleiding van Frans moine; monnik.

Moinil, Moinnil, Moiny: Plaatsnaam Moinel in Maizeret (Namen). Zoals Ménil, van Latijn mansionile: woning.

Moindre, Moindraut: Oudfrans meindre, Frans moindre: minder, kleiner. Bijnaam. Vergelijk De Minder.

Moineau, Moineaut, Moneaux, Moineaux, Moinel, Mougneau, Moigneau:. Frans moineau: mus. Bijnaam. Vergelijk Mus.

Moinet, Moine, Moinnet: Afleiding van moine: monnik.

Moisen: 1. Vadersnaam. Afleiding van Limburgs Mois = Maas, Thomas. 2. Vadersnaam. Afleiding van de Grieks -Latijnse Bijbelse voornaam Moyses, Mozes. 3. Wellicht door verdoffing uit Moison.

Moiset, Moisez. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Moïse: Mozes.

Moison, Moisson, Moysons, Moyson, Moijson: Variant van Moijson, Moeyensoon ‘zoon van (Middelnederlands) moeye, tante’. Vergelijk Middelnederlands moeyenkint. Een moeyensoon is dus een neef, vergelijk de Neef, Duits Muhmensohn. Middelnederlands Moeye betekende ook ‘stiefmoeder’.

Moisonnier, Meyssonnier: Beroepsnaam van de oogster.

Moitier, Moitie, Moitiez, Moitié, Moity, Montuir: Oudfrans moitoier, meiteier, Frans métayer: pachter (van een halve hoeve, Latijn medietatem). Vergelijk Delmoitié.

Moitroux. Plaatsnaam Mortroux, Waals mwètrou (Luik).

Mol, (de), (de) Moll, De Molem (de) Molle, Moels, Demols, Mols: Bijnaam naar de eigenschappen van de mol (blind, zwart). De variant Mol(l)–zonder lidwoord –kan ook een korte vorm zijn voor van Mol.

Mol, van; Moll, Mol, van Mollel: Plaatsnaam Mol (Provincie Antwerpen).

Moldas: Door dialectisch uitspraak van Molders?

Moldenhauer, Mollenhauer: Beroepsnaam van de maker van troggen. Duits Mulde: (bak)trog.

Moldermans, Muldermans, Muyldermans, Meuldermans. Beroepsnaam van de mulder, de molenaar.

Molecot, van, van Mollekot, van Molkot, van Mollecotte, van Malcot, van Malcotte. Familienaam uit de plaatsnaam Molenkot: molenhuis.

Molegraaf: Beroepsnaam van de molenopzichter. Duits Mühlgraf.

Molem. Plaatsnaam in Mullem (Limburg). Maar de familienaam is Oost-Vlaams, daarom veeleer variant van Molen. Zie Molens.

Molema, Mollema: Friese afleiding van Molen. Beroepsnaam van de molenaar.

Molemaekers, Molemackers, de Meulemaker, de Meulemakere: Beroepsnaam van de molenmaker, molenbouwer.

Moleman, Molemans, Molmans, Molleman, Mollemans, Meuleman, Meulemans, Meulleman, Meulman, Mulleman, Mooleman, Moolman, Meul, Meulle. 1. Beroepsnaam voor de molenaar. 2. Afleiding van Van der Molen/Meulen.

Molen, van der, van der Mol, van der Moolen, (van(der) Meulen, Meul, Meule, van der Meule, van der Melen, van (der) Mullen, Vermoelen, Vermolen, Vermeule, Vermeulen, Vermuelen, Vermullen, Voormeulen, Vermelen, Vermeulin, Vermeulle, Vermeule, Vermeul, Vermoolen, Moulen: Verspreide plaatsnaam ter Molen/Meulen. 1339 Johan van der Molen, verkoopt het goed ter Molen, Hellendoorn, Overijssel.

Molenaar, (de), Moolenaar, Mooleners, Molenaer, de Molenaer, Molnar, Molmart, Moelenaerts, Molinaire, Moldenaers, Smoolenaers, Smolenaers, (de) Meulenaere, Meulenaer, Meulenare, Meuleneer, Meuleneere, Meulenaire, Meuleneir, Meuleneire, de Muelenaere, Muelenaer, de Muelenaere, Meulenaers, Meuleners, Meuleneers, Mulenaers, Mulnard, Mullenaerts, Mulleneers, Mullenders, Mullender, Mullener, Mulenders, Mulender, Müllender, Müllenders, Mulinder: Beroepsnaam van de molenaar, mulder.

 Molenberg, Molenbergh. Molenberghs, Mollenberg, Meulenbergh, Meulenberg, Meulemberg, Meulembergh, Smullenberghs, Smullenberg, Smellenbergh: Verspreide plaatsnaam Molenberg, Meulenberg: verhevenheid waarop een windmolen staat.

Molenbrink. Plaatsnaam; open ruimte met een molen. Vergelijk Mùhlenbrink in Springe, Duitsland.

Molenbroek, (van), Molenbroeck, Molenbruyck, Molenbruch, van Moolenbroek, Meulbroek, Meulebroeck: Verspreide plaatsnaam Molenbroek ‘broekland met molen’.

Molendijk, Meuldijk, Meulendijk, Meulendijks: Verspreide plaatsnaam (Frans-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Zeeland, Holland) Molendijk ‘dijk met molen erop’.

Molenkamp, Meulenkamp: Plaatsnaam Molenkamp in Ammerzoden, Heerde (Gelderland), Emmen, Overijssel. Middelnederlands camp, van Latijn campus; afgeperkt veld. 1597 een stuck lants genaempt den Molenkamp, Kaulille, Belgisch-Limburg.

Molen, Molens, Meulens, Mullen, Mullens. 1. Verkorte vorm van Van der Molen, kijk bij Molen. 2. Zie ook Mollen.

Molenschot, Moolenschot: 1. Plaatsnaam (Noord-Brabant) en in Tnh. en Vorselaar (Antwerpen): omheind terrein waarop een molen staat.

Molenstra. Friese afleiding van plaatsnaam Molen.

Molewijk, Molenwijk Muilwijk, (van) Muilwijk: Verspreide plaatsnaam Molenwijk, wijk waar een een molen stond, staat (Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland).

Molhan, Molhand, Molehant, Molhant, Moeland, Moland, Mulhan, Moulan, Molland, Moelants, Moelans. Naam uit de plaatsnaam Molhan in Redu (Luxemburg) of uit Mouland (= Nederlands Moelingen). Limburg.

Molhoek, Molhok: Variant van de verspreide plaatsnaam Molenhoek, bijvoorbeeld Molhoek in Harelbeke en Keiem (West-Vlaanderen).

Molier, Molie, Mollie, Mollij: Beroepsnaam. Oudfrans molier ‘molenmaker, slijper van molenstenen’. 1655 Lodewijk Molier, Wijk bij Duurstede (Utrecht); op zijn wapen staan drie molenijzers.

Molinard, Molina, Molinar. Afleiding van Oudfrans molin; meulen, molen. Beroepsnaam van de molenaar.

Molineaux, Molinel: Oudfrans molinel, van molin: molen. Huisnaam in Atrecht.

Molinet, Mollenet, Moulinet, Moulinay, Moulinet: Afleiding van Oudfrans molin: molen.

Molineus, Molinu, Malinnus, Malinus: Beroepsnaam. Picardische vorm van Mo(u)lineur: molenaar.

Molinghen. Plaatsnaam Molinghem, Pas-de-Calais.

Molinier, Molinié: Beroepsnaam molenaar, van mo(u)lin: molen.

Molinvaux. Plaatsnaam in Ans, Luik.

Moliteur, Molitor, Mollitor: Beroepsnaam. Latijn molitor: molenaar.

Molkenboer. Plaatsnaam Molkenbur in Handorf bij Munster.

Mollard, Molla, Mollaer, Mollaert, Molatte, Moulard, Moulart, Moulaert, Moelaert, Molard, Mola, Molas, Molord. 1. Bijnaam uit het Oudfranse mol, het Franse mou: zacht, week. 2. Vadersnaam uit de oude voornaam Molardus.

Mollekens, Molkens: 1. Afleiding van De Mol. 2. Afleiding van de voormaam Mollin. Zie Mollen.

Mollem, van, van Molhem. Familienaam uit de plaatsnaam Mollem (Vlaams-Brabant) of Molem in Lummen (Limburg).

Mollema, Molema. Friese vadersnaam uit de voornaam Molle. Het gedeelte -ma betekent man.

Mollen, Mollin, Molin, Molen, Molens, Meulens, Mullen, Mullens, Mulinx, Muelinck, Moling. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse mathal-naam. 2. Soms komt Mollen van de plaatsnaam Mol.

Mollenkrämer: Molenkramer?

Mollenvanger, Mollevanger: Bijnaam voor een mollenvanger.

Mollet, Mollez, Molet, Moles, Mollé: Verkleinvorm van Frans mou ‘zacht’.

Mollet, Mollez, Molet, Moles, Molle: Bijnaam. Afleiding van Oudfrans mou: zacht.

Mollewinckel. Plaatsnaam Molenwinkel: molenhoek. Vergelijk Muhlenwinkel, Duitsland

Molog: Molog, van Molag, van Moorlog, Moorlach, Moorlag(e). Plaatsnaam Moorlage (Nedersaksen).

Molon, Mollon: 1 Oudfrans moulon, moilon: hooiberg, stapel. 2. Zie Melon.

Molron, Moulron, Moulleron, Moulront: Oudfrans moleron, van mole: molen. Beroepsnaam van de molenaar.

Molsberger. Duitse plaatsnaam Molsberg, Beieren.

Molter, Môlter, Moelter: Beroepsnaam van de mouter, moutbereider.

Moltgen, Möltgen: Afleiding van Nederduits molt. Beroepsnaam van de mouter.

Molu, Molue, Mollu, Moulu. 1. Bijnaam. Oudfrans moulu: pokdalig. 2. Plaatsnaam Molu in Huccorgne (Luik), Mollu in Marchin (Luik) of Moulu in Fumai (Luik).

Molzaet, Molzaete. Waalse verhaspeling van Maelsaeke.

Mom, Momm: 1. Middelnederlands momme ‘mom, masker, vermomde, gemaskerde’. Vergelijk Duits Mumm ‘vermomde persoon’. 2.Vadersnaam, van Germaanse voornaam Mombert. Friese voornaam Momme.

Mombach. Duitse plaatsnaam in Hellertshausen. Eventueel Mompach.

Mombaert, Moombaerts, Mombaers, Mombert, Momber, Mombers. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Mombert, Mumbert; Mon(t)bertus, Mumbertus. 2. Regressievorm van Mommaert.

Mombeek. Plaats-, waternaam in Diepenbeek (Limburg).

Mombel. Door assimilatie van Montbel: mooie berg (Ariège, Lozère).

Momet, Momin: Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse voornaam, zoals Mombaert. Zie Mommen(s) 2.

Momigny, Momeny: Plaatsnaam Momignies (Henegouwen).

Mommaels. Plaatsnaam Momalle, Luik.

Mommaerts, Mommaert, Mommart, Mommaeers, Memmer, Mommers, Mommertz, Mommers, Monmart, Momart, Mommaas, Moemaers: 1. Afleiding van werkwoord mommen: zich vermommen, zich verkleden, een masker aandoen; Oudfrans monier: zich vermommen. Vergelijk Mommen, Mommer. 2. Assimilatie mb/mm van Mombaert.

Mommen, Mommens. 1. Uit het Middelnederlandse momme: masker, gemaskerde. Bijnaam. Vergelijk Duits Mumm 'vermummte Person'. 2. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Mombert.

Mömmersheim, Moemmersheim, Moemmersheim. Plaatsnaam Mômerzheim (Nordrein-Westfalen)

Mommersteeg. In Nederland ook familienaam Mommensteeg, Rheden. Plaatsnaam Mommensteeg in Landen, Brabant.

Mommeyer. Door assimilatie van Monkmeyer: meier die het goed van monniken beheert, beboert? Vergelijk Duits Munchmeyer, Nederduits Monkemeyer ?

Momon, Momont. Familienaam uit de plaatsnaam Mômont in Celles (Namen).

Momper, Mompère: Vadersnaam. Variant van Mombert.

Monier, Monnier, Moniez, Monniez, Monié, Monny, Mosnier, Lemonnier, Limonier, Demonie, Maunier, Mounier, Mounir, Mouny, Moinier, Moinie, Moinié, Moynier, Monie, Mony: 1. Beroepsnaam van de geldmunter, geldwisselaar. Oudfrans mon(n)ier. 2. Beroepsnaam. Oudfrans mounier: molenaar. Zie Meunier.

Monaco. 1. Naam van het vorstendom Monaco, of Italiaans voor Munchen (BeierenI) of Munster (Nordrein-Westfalen). 2. Italiaans monaco: monnik. Vergelijk De Munck.

Monami. Bijnaam Mon ami; mijn vriend.

Momarque, Monarc. Bijnaam Monarch: autoritair of hoogmoedig type. Maar het woord is in het Frans pas laat geattesteerd. De naam kan een reïnterpretatie zijn van Monade, een naam die Morlet als monnik verklaart. Vergelijk Remacle, van Remarque. Maar zou Monacle niet veeleer een variant zijn van Oudfrans monocle. Maar ook een oude afleiding van Simon (Moenok, Moenac) kan eraan ten grondslag liggen.

Monas, Monasse. Vadersnaam. Franse vleivorm van Simon.

Monaville. Plaatsnaam in Longchamps, Luxemburg.

Monbailli, Monbailiu, Monbailiu, Monballiu, Monbal)iu, Monbaillu, Monbaillui, Monbalui, Monballyu, Monbaillieu, Monbailleu, Monballieu,

Monbalieu, Monbaille, Monbalillieu, Momballiu, Mombaliu, Monballin, Monballyn. Familienaam uit het Franse malbaillir (: mishandelen) of uit "Slechte baljuw". Een bijnaam of beroepsbijnaam.

Monballin, Monballyn. Lees- of schrijffout voor Monballiu.

Monborren. Monborren, van Monborne, gedemouilleerd van Monborgne in 1820 Pas-de-Calais, van Mauborgne (vergelijk Monbailli). Mau, mal: kwaad + Oudfrans borgne: eenogig, scheel. Vergelijk Leborgne = Le Borne.

Monbrun, Monbron, Mombron: Plaatsnaam Monbrun (Gers), Montbrun (Ardèche enz.), Montbron (Charente).

Moncarnie. Variant van Moncaré, met n-epenthesis? Of van familienaam Maugarny: slecht voorzien.

Moncarz. Vadersnaam. Pcardische afleiding op -card van de voornaam Simon. Of Joodse familienaam?

Monceau, Moncea, Monciaux, Monsiaux, Monchaux, Monchau, Moncheaux, Demonceau, Demonseau, Demonchaux, Demoncheux, Desmonsceaux, Dumonceaux, Dumonceau, Dumonchaux, Dumonciaux, Dumonseau, Dumonsau, Dumouchel, Monsel: Verspreide plaatsnaam Monceau, van Latijn monticellus: heuveltje (Henegouwen, Namen, Nord, Pas-de-Calais, Aisne, Somme....).

Monchen. Plaatsnaam Mônchen(-Gladbach), Duitsland.

Moncourt: Plaatsnaam Moncourt (Moselle, Seine-et-Marne), Montcourt (Haute-Saône, Seine-et-Marne).

Monchicourt, Moncecour, Monchecourt, Monsecourt, Monsecour, Monsegour: Plaatsnaam Monchecourt (Nord).

Monckhoven, van. Plaatsnaam Monnikhof, bijvoorbeeld in Herdersem (Oost-Vlaanderen).

Moncomble. Plaatsnaam Maucomble (Seine-Mar.): slechte heuveltop. Comble, van Latijn cumulum.

Moncourrier. Bijnaam, beroepsnaam Maucourrier: slechte bode, loper. Vergelijk Malcourant.

Moncousin. Waarschijnlijk Maucousin: kwade neef. Vergelijk Monfïls en Frans Maugendre.

Moncoye, Monquoi. Plaatsnaam Montcoy (Saône-et-Loire).

Moncquarez, Monkerhey, Monkerheij: Bijnaam Mauquarré: vierkant, slecht gebouwd, lomp, plomp. Met n-epenthesis zoals in Monbailli.

Mondt, Mond, Mont. 1. Bijnaam naar het lichaamsdeel, voor iemand met een grote mond. Vergelijk Beck. 2. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse voornaam zoals Ramond, Reimond, Edmond.

Monde, van der, Vermond, Vermonden, Vermondt, Vermont, Termon, Termont. 1. Plaatsnaam uit Ter Monde: bij de (uit)monding. 2. Zie ook Van Dendermond.

Mondeel, Mondelé, Mondele, Mondet, Mondez, Mondlin: Vadersnaam. Van Frans Mondel, verkleinvorm van Germaanse mund-naam, zoals Reimond/Raimond.

Mond, Mondt, de, De Mont. 1. Naam uit het Middelnederlandse mond: voogd. Vergelijk Duits Vormund. Familienaam De Voocht. 2. Variant van Dumon(t).

Monden: Vadersnaam. Van Germaans mund-naam, zoals Reimond.

Mondeville. Plaatsnaam (Calvados, Seine-et-Oise). Of= Mandeville?

Mondon, Mondonnet, Mondonné, Mondo, Mondot: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse mond-naam; vergelijk Mondet.

Mondria: Mondria, van Mondriaal, van Monréal, waaruit ook Mondriaan. Plaatsnaam Montréal (Ain, Ardèche, Aude, Drôme, Gers) van Mons Regalis ‘koninklijke berg’.

Mondriaan. Plaatsnaam, 1356 Karle van Mondriaen, Lv. De schilder Piet Mondriaan (1872-1944) stamt evenwel af van 1722 Nicolas Monreal.

Mondron. Vadersnaam. Afleiding van Mondry?

Mondry. Vadersnaam. Germaanse voornaam mund-rîk 'bescherming-machtig': Mundricus.

Mondus. Vadersnaam. Korte vorm van Edmundus, Raimundus etc.

Moneauw: Aanpassing van Frans Moneaux, van Monel, van Simonel, verkleinvorm van de voornaam Simon.

Monel, Monnaux, Monaux, Monneaux, Moneaux, Munaut: Vadersnaam van Simonel, afleiding van de voornaam Simon. Symonel.

Moneret. Afleiding van de Mon(n)ier.

Monet, Monnet, Moné, Monné, Monney, Mone, Monnette, Monette. Vadersnaam of moedersnaam uit de voornaam Simon(ne).

Monfet. Variant van Maufait met epenthetische n; vergelijk Monfoi. Bijnaam voor een misdadiger. Zie Malfait.

Monfils. Bijnaam. Mon fils: mijn zoon? Of Maufils: slechte zoon. Vergelijk Monbailli, Malfïlâtre.

Monfort (van), (van) Montfoort, Montfort, Monforte, Montforts, Mountford. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Montfort (sterke berg), in Nederlands-Limburg en Luik, of Montfoort (Utrecht).

Monfrans, Monfrond, Montfront, Monfront: 1. Samentrekking van verspreide plaatsnaam Montferrand. Montferrand tussen Heers en Opheers (Limburg). Plaatsnaam Monfrans in Nijkerk (Gelderland). 2. Vadersnaam?

Monfrère, Maufrère: slechte broer. Vergelijk Monfils, Malfrère. Maar toch: 1339 Jehan Minfrere, St-Quentin (door Morlet verklaard als: mijn broer).

Monfroy, Monfraix, Monfrooij, Montfroij: 1, Vadersnaam. Frans Monfroy, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam mund-frith ‘bescherming –vrede’: Muntfrid, Monfredus. 2. Variant van Maufroid/Moffroid, met n-epenthesis; zie Malfroid(t).

Monge, Monje. Vadersnaam van Demonge, voornaam Dominique.

Monget, Mongé, Monjet, Moget, Mongin, Mogin, Mongeat, Mongiat, Mongeau: Vadersnaam van Demonget, Demongin, enz., vleivormen van Demonge, voornaam Dominique.

Monguet, Mongué: Vadersnaam. Variant van Monget?

Monheim, Monhemius: Plaatsnaam (Beieren).

Monin, Monnin, Moenens, Moenen, Moone, Moonens, Moonen, Monnens, Monein, Moneyn: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Simon.

Moinié, Moynier, Monie, Mony. 1. Beroepsnaam voor de geldwisselaar of geldmunter naar het Oudfranse mon(n)ier. 2. Beroepsnaam uit het Oudfranse mounier: molenaar.

Moniot, Moniotte. Vleivorm van de voornaam Simon.

Moniquiet, Moniket: Vadersnaam. Vleivorm op -iquet van de voornaam Simon. Vergelijk Moncarz.

Monis, Monise, Monisse, Monissen, Monix, Monnissen: Vadersnaam van Simonis. Mon(n)issen = (Si)moniszoon.

Monival. Plaatsnaam Morienval, Oise.

Monlaurent. Plaatsnaam Montlaurent, Ardèche.

Monléon. Plaatsnaam (Htes-Pyr.).

Monloup. Plaatsnaam Montloup, Loire.

Monna: Vadersnaam. Mona is een Waalse vorm van Monard, van Simonard, afleiding van de voornaam Simon.

Monnaie, Monnaye, Monnoy, Monnoye, Monney, Monai, Monay, Monnehay, Mooney, Mannoy, Manoy: Frans monnaie. Beroepsnaam voor de munter of geldwisselaar. Vergelijk Monnier, De Munter.

Monner, Moners, Monnertz. Duitse vadersnaam van Germaanse voornaam Moner, Monhard.

Monneveu, Monneveux, Mauneveu: kwade neef. Vergelijk Moncousin.

Monnig. Duits Monnich, Mônnich, Mônnig: monnik.

Monnier, Monjé: 1. Beroepsnaam van de geldmunter, geldwisselaar. Oudfrans mon(n)ier. 2. Beroepsnaam. Oudfrans mounier ‘molenaar’.

Monnik, de; de Munnik, de Munck, (de) Muijnck, Muijnk: Middelnederlands monic, mun(i)c ‘monnik, kloosterling’.

Monnier, Monier, Monniez, Moniez, Monié, Monny, Mosnier, Lemonnier, Limonier, Demonie, Maunier, Mouner, Mounr, Mouny, Moinier, Moinie,

Monsé: Spelling voor Frans Monset, verkleinvorm van Mont ‘kleine berg’. Zo ook Monsma, Mons, Monse, Montsma.

Monno, Monnot, Monnon, Monon. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Simon.

Monnom. Monhomme? Veeleer spelling voor Monnon.

Monocle. Bijnaam. Oudfrans monocle: eenoog, schele. Vergelijk Leborgne, Losschaert.

Monoyer, Monoyeur, Monnoyer, Monnoyeré, Monnoyeur, Monnoijer, Monnoieyé, Manoyer: Oudfrans monoier: geldmunter, geldwisselaar. Beroepsnaam. Vergelijk Mon(n)ier.

Monparler. Reïnterpretatie van Monpellier.

Monprofit. Mauprofit: kwaad voordeel, (dus) nadeel. Bijnaam.

Monquignon. Beroepsnaam van Oudfrans Maquignon: paardenkoopman.

Monroe, Monroy, Munro, Munroe, Munro, Munrow, Monro: man van Ro, een rivier Roe in Derry (Ierland).

Mons, van. Plaatsnaam Mons.

Monsaert, Monsart, Montsaert: Oost-Vlaamse variant met n-epenthesis van Mouchard of Moussart.

Monschau, Mundschau: Plaatsnaam in de Eifel.

Monsée, Monzée: Plaatsnaam Lamontzée (Luik).

Monsegour. Variant van Monchicourt of plaatsnaam Monségur (Gironde, Landes, Lot-et-Garonne, Basses-Pyr.)

Monseré, Monserez, Monsorez: Plaatsnaam Montseret (Aude).

Monset, Monsez. Verspreide plaatsnaam. Afleiding van Mont: kleine berg.

Monseweyer, Monseweije, Monseweijer. Uit Monschau, Duitsland.

Monshauwer, Monshouwer, Mondshouwer, Mondschauwer, Mondshauwer, Mondshauwer: Duits Monschauer, afkomstig van Monschau.

Monsieur, Monsieurs, Monsieux, Monseu, Monseur, Monseux, Monceu, Monceux, Moncheur, Moucheur, Moucheux. Bijnaam uit het Franse Monsieur: Mijnheer. Naar de echte of vermeende plaats op de maatschappelijke ladder.

Montagne, Montagnes, Montaigne, Montangie, Montanje, Montane, Montaan, De la Montagne, Lamontagne, Montaine, Monteyn, Monteyne, Montyne, Montijne, Monteijne: Verspreide plaatsnaam Montagne ‘heuvel, berg’.

Montanari, Montenarie: Afleiding van Italiaans Montagna ‘heuvel’.

Montmorency, Mommerency, Mommerencij, Mommerensy, Momerenchy, Momerency, Momrency. Familienaam naar de plaatsnaam Montmorency (in Frankrijk in het gebied Seine-et-Oise, Aube).

Monsaert, Monsart, Montsaert. Variant van Mouchard of van Moussart. Zie daar.

Monseré, Monserez, Monsorez. Familienaam uit de plaatsnaam Montseret (Aude).

Monsterleet, Monsterlet. Plaatsnaam Montrelet (Somme): Waterloop Monsterleed in Watten (Frans-Vlaanderen).

Montag. Duitse bijnaam naar de naam van de weekdag, maandag.

Montagna, Mantana, Montano. Italiaanse en Spaans (Montana) plaatsnaam, Latijn, montanea; heuvel.

Montagne, Montagnes, Montaigne, Montangie, de la Montagne, Lamontagne, Montaine, Monteyne, Monteyn, Montyne, Montijne, Monteijne: Verspreide plaatsnaam Montagne: heuvel, berg.

Montagu, (van), Montaigue, Montaigu, Montagut: Verspreide plaatsnaam Montaigu: scherpe berg.

Montagner, Montagné: Franse familienaam Monta(g)nier, afleiding van Montagne.

Monté: Verspreide plaatsnaam Montet ‘kleine berg’.

Monteny: 1.Talloze plaatsnamen Montigny, Montignies, van Latijnse Montiniacum. 2. Montigny is de Romaanse vorm van de plaatsnaam Montenaken (Belgisch-Limburg).

Montezaan: Italiaans Montesano, afleiding van Mónte, Mónti ‘berg’.

Montagu, van, Montaigu, Montaigue, Montagut: Verspreide plaatsnaam Montaigu: scherpe berg.

Montal, Montald, Montaelt, Mantaelt: Vadersnaam. Germaanse voornaam mund-wald.

Montant. Plaatsnaam Montant; helling, bijvoorbeel in Ham-sur-Heure, Henegouwen.

Montanus, Mantanus, Mantannus: Humanistische latinisering van Dumont of Van den Berg(e).

Montauban, Montalban: Plaatsnaam Montauban (onder meer Somme) en in Etalle (Luxemburg), Baudour (Henegouwen), Roeulx (Henegouwen) en bij Atrecht (Pas-de-Calais).

Montbarbon. Plaatsnaam Montbarbin (Seine-et-Marne)?

Monteil, Montel. Plaatsnaam Montel: 1208 Monteil, in Carnin (Nord).

Montellier, Monteiller: Variant met wisseling van dentalen r/n (vergelijk Montelmans) van Oudfrans mortelier: mortelmaker. Vergelijk Moortelmans.

Monten, Montens, Montes: 1. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse mund-naam, zoals Reimond, Ramond. 2. In Limburg ook korte vorm van Van der Munten.

Montenair. Waalse aanpassing van de beroepsnaam Muntenaar.

Monténégro, Montenegro. Plaatsnaam Monténégro; zwarte berg.

Montenet, Montenez. Plaatsnaam Montegnet in Flostoy, Namen.

Montequin. Variant van Motquin, Motkin met voortonige n-epenthesis.

Montet, Monté, Monte, Monte, Mantez, Manthé, Manthee, Manthey: Verspreide plaatsnaam Montet: kleine berg.

Monteuuis, Montewy, Monthuy, Mouthuy, Mouthuij, Moutui, Monthewis, Monthuis, Montwis in Pas-de-Calais. Plaatsnaam Monthuis in La Calotterie (Pas-de-Calais).

Monteville. Plaatsnaam in Fronville (Luxemburg) en in Coupelle-Vieille (Pas-de-Calais).

Montfoort, Montfort: Verspreide plaatsnaam Mont fort ‘sterke berg’. Montfort (Nederlands-Limburg, Luik), Montfoort (Utrecht).

Montgomery, Montgomerie. Plaatsnaam (Sainte-Foy-de- of Saint-Germain-de-) Montgomery (Calvados).

Monthaye. 18de eeuwse variant van Montai(g)ne; de gemouilleerde n (nj) ging over in 1628 Montaine, Kassel; 1648 Montaigne, Bollezele; 1695 Montainye, Montaeye.

Monthaye. 18deeeuwse variant van Montai(g)ne. Zie verder bij Montagne.

Monti, Monty, Monthy, Mothy: Plaatsnaam Monty, van Latijn montile: heuvel. Monty in Charneux (Luik) en Corroy-le-Château (Namen).

Montignie, Montignies, (de/von) Montigny, Montignij, Montignis, Monteignies, Montegnie, Montegnies, Montégnies, Monteny: 1. Talloze plaatsnamen Montigny, Montignies, van Latijn Montiniacum. 2. Montigny is de Romaanse vorm voor Montenaken (Limburg).

Montjardin, Monjardin, Monjardez: Plaatsnaam Montjardin in Aywaille (Luik).

Montmirail. Plaatsnaam (Marne, Puy-de-Dôme, Sarthe). Vergelijk 1235 Jehans Montmiraut, Atrecht.

Montmorency, Mommerency, Mommorencij, Mommorensy, Momerenchy, Momerency, Momrency: Plaatsnaam Montmorency (Seine-et-Oise, Aube).

Montois, Montoy, Montoye, Monthoy, Moutois, Mouthoy, Moutoy, Moutoo: 1. Frans Montois: Bergenaar, afkomstig van Bergen, Frans Mons (Henegouwen). 2. Plaatsnaam Montois (Moselle) of Monthois (Ardèche).

Monton. Variant van Mouton?

Montroeul, Montreul, Monstrul: 1. Plaatsnaam Montroeul (Henegouwen): 1148 Monstrul, van Latijn monasteriolum: klein klooster. 2. Variant van Montreuil, Montreux.

Montré, Montre, Monstrey, Mostrey, Mastrey, Mostrie, Mostry. 1. Beroepsnaam uit het Oudfranse monstree, mo(n)tree, schouwing. Beroepsnaam van de inspecteur. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Montret (Saône-et-Loire)?

Montreuil, Montreuille, Montreul, Montroeul: Verspreide plaatsnaam Montreuil (onder meer Pas-de-Calais, Aisne, Oise, Seine-Mar.), van Latijn monasteriolum: klein klooster. Zie ook Montroeul.

Montreux. 1. Plaatsnaam Montreux (Meurthe-et-Moselle, Belfort, Haut-Rhin). 2. Variant van Montreuil of Montroeul. 3. Plaatsnaam Monstreux (Waals-Brabant).

Montrieux. Plaatsnaam, Loir-et-Cher.

Montry. Plaatsnaam (Seine-et-Marne) en in Lisogne (Namen).

Monturier, Monturie. Waarschijnlijk van Moituier. Vergelijk Montuir, van Moitier.

Monvert. Plaatsnaam Montvert. Cantal.

Monville. Plaatsnaam (Seine-Mar.) en in Fronville (Namen).

Moobers: Vadersnaam. Mobers, van Moberts, van Maubert, van Malbert. Germaanse voornaam mathal-berht ‘vergaderplaats-schitterend’: Madalbert, Malbertus.

Mooi, de; (de) Mooij: Bijnaam ‘mooi, mooi uitgedost, fraai gekleed, keurig’.

Mooibroek: Plaatsnaam ‘mooi broekland’. 1756 Barelt Alberts, Veendam, nam de naam Mooibroek aan.

Mooiman, Mooijman: Bijnaam voor een mooie man.

Mook, (van), Moock, Moock, van Mogh, Moog: Plaatsnaam Mook (Nederlands Limburg).

Mookherjee, Mukerjee, Mukherjee: Indische namen.

Mookhoek: Plaatsnaam in Strijen (Zuid-Holland).

Mooleman, Mollemans, Molmans, Muilman: Beroepsnaam van de molenman of molenaar. Of afleiding van van der Molen.

Moolenburgh: Vermoedelijk uit Molenberg; zie Meulenberg.

Moonemans. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Moon, Simon.

Moonen, van: De naam Moonen met secundair voorzetsel. Moor, (de); Moers, Smoor(s): 1. Bijnaam voor een moor, een bewoner van Mauritanië, ook (figuurlijk) voor iemand met een donkere huid, zo zwart als een moor. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam Maur ‘moor’. Zie Möring.

Moor (de), de Moer, (de) Mohr, Moore, Mooren, Mohren, (de) Moors, Moers, Mors, Mooers, Moeur, Moeurs, Moorkens, Moerkens, Morkens, Muerkens, Meurkens, Meurquin, Mourquin. Bijnaam voor een moor, een bewoner van Mauritanië, Noord-Afrika. Samengevat voor iemand met een donkere huid.

Moora: Mora is een Waalse vorm van Morard, de Germaanse voornaam maur-hard ‘moor-sterk’: Morardus.

Moore, Moor, Moores, More: 1. Engelse familienaam. Vadersnaam van een Germaanse maur-naam of Latijnse heiligennaam Maurus. 2. Engelse bijnaam, vergelijk (de) Moor. 3. Engelse plaatsnaam Moor: moeras, meers, veenland. Of plaatsnaam Moore (Cheshire), More.

Moorghem, Moorghen. Plaatsnaam Moregem, Oost-Vlaanderen.

Moorhem (van), van Moorem. Familienaam uit de plaatsnaam Moorhem in Tienen.

Moorkamp, Moerkamp. Familienaam uit de plaatsnaam Moorkamp. Plaats helaas niet gevonden.

Moorkens, Morkens, Moerkens, Muerkens, Meurkens, Meurquin, Mourquin: Moorken, afleiding van De Moor.

Moorlach. Familienaam uit moor (zwart) + lach (Tsjechische knuffelvorm van de Slavische voornaam Ladislav). Zoiets als zwarte Ladislav, dus, of variant van Moorlag, Moerlag. Nood-Nederlandse en Noordwest Duitse naam uit moer en lag(e).

Moorleghem, van, Moorlegem, van, van Morrelgem, Morlinghem, Morlighem, Morleghem: Plaatsnaam Morelgem in Vlierzele.

Moorman, Mohrman: Afleiding van plaatsnaam Moor ‘broekland, moeras, veenland’. Vergelijk Moerman.

Moors, Moers, Mooers, Mors, Moeres, Moeris, Moeurs. 1. Vadersnaam naar de Germaanse voornaam 'Maur' = moor, zie dus Moor. Daarna opgevat als korte vorm van Latijnse heiligennaam Mauritius. 2. Zie Moor.

Moorsel, van: Plaatsnaam Moorsel in Someren (Noord-Brabant) of bij Aalst (Oost-Vlaanderen).

Moorsele, van. Plaatsnaam, West-Vlaanderen.

Moorst, van. Plaatsnaam in Woudenberg en Leusden (Utrecht).

Moort, van; van Moorten: Plaatsnaam Moort = Moordrecht (Zuid-Holland).

Moortel, van (den), (van) de Moortel, Moortele, Moorelle, Van de Mortel, Mortele, Mortelle, van (de) Moorter, van der Moortere, van (den) Mooter, (van) de Mooter, van de(n) Meutter, Meuter, De Moortele, de Moorter, de Mooter, de Moter, de Meutter, de Meuter, de Meutre, Meute, Vermoortele, Vermoortel: Plaatsnaam Moortel, Moorter ‘drassige grond’.

Moortelmans, Mortelman, Mortelmans, Meutermans, Montelmans. 1. Afleiding van Van den Moortele/van den Meuter: zie bij Moortel Van (den). 2. Beroepsnaam van de mortelmaker.

Moortgat, Moordtgat, Mortgat, Moetgaet. Naam uit de plaatsnaam Moortgat in St.-Gillis (Dendermonde): opening, toegang van mulle aarde, gruis.

Mooy (de), de Mooij, de Mooi, de Moye, de Moey, Mouy. Bijnaam voor iemand die mooi uitgedost, gekleed is. Of die gewoon mooi is.

Moorthamer, Moorthamers, Moorthaemer: Beroepsbijnaam Moorthamer, van Middelnederlands Mortelhamer ‘hamer waarmee steen vergruizeld wordt’.

Moosbrugger. Een geslacht dat uit het Bregenzer Wald stamt en zich later in Wurtemberg en elders verspreid heeft.

Moosdijk, van de, den, van den Moosdijck, van den Moosdyck, van de Moosdyk, van der Moesdyck. Plaatsnaam Mosdijk, Vlaanderen, Moesdijk, NederlandsLimburg, e.a.

Moosel, van: Plaatsnaam Moesel bij Weert (Nederlands Limburg).

Mootzelaar. Aanpassing van Duitse familienaam Motzler: knoeier, beunhaas.

Moossdorff: Plaatsnaam Moosdorf (Beieren).

Mooten, van der, den. Variant van van der Moten. Verspreide plaatsnaam (ter) Mote ‘hoogte, heuveltje, vaak met kasteel of molen erop’.

Mooy, de, de Mooij, de mooi, de Moye, de Moey, Mouy: Bijnaam: mooi, mooi uitgedost, fraai gekleed, keurig. Vergelijk De Fraeye.

Mooyman. Afleiding van Mooi.

Morael, Moraal, Moral. Naam uit het Middelnederlandse mirael: admiraal, vlootvoogd. Vergelijk Lamoral, van l’amiral.

Morainville. Plaatsnaam (Eure, Eure-et-Loir).

Morainvillers. Plaatsnaam Morainvilliers (Seine-et-Oise).

Morales, Moralis. Spaanse afleiding van plaatsnaam Mora: bramenstruik.

Morand, Moran, Morant, Morandi, Moräntz, Morent, Mourant, Meurant, Marant, Marrant, Maren, Marent. 1. Vadersnaam uit de heiligennaam (en literatuurnaam) Morandus. 2. Ook wel variant van Moreau: dit uit het Franse more(e)l (zwart paard), bijnaam.

Morandin, Morantin: Vleivorm van Morand.

Morange. Plaatsnaam Moranges (Puy-de-Dôme). Gehucht Morange (Hte-Loire, Gironde).

Moras, (de) Moraes, Morard, Morar, Morra, Mora, Moorat, Morat, Mouras, Moura, de Moura, Mara, Maras, Maraat, Marras, Marra, Maura, Meurat, Meura, Murat, Mura: Vadersnaam. Waalse vormen van Morard, de Germaanse voornaam maur-hard 'moor-sterk': Morardus.

Morbach. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Morbois. Plaatsnaam Mort bois?

Morchain. Plaatsnaam, Somme.

Morckhoven, van. Plaatsnaam Morkhoven, Antwerpen.

Mordan, Mordant, Mordants, Mordang, Mordaunt. Tegenwoordig deelwoord van Frans mordre; bijten. Bijnaam.

Mordenfeld. Waarschijnlijk Duitse plaatsnaam Nordenfelde.

Mordon. Waarschijnlijk variant van Mordan.

Morel, Morele, Morelle, Morelus, Mooreel, Moreels, Moorrees, Moorees, Moorreels, Moorreel, Moerel, Moereels, Moureels, Maureau, Morreau, Maurel, Mareel, Mareels, Marreel, Merreel, Marelus, Marel, Moraux, Moreaux, Moreau, Morreau, Moreauw, Morauw, Morai, Morais, De Morais, Morai dit Moreau, Morray, Moray, Moureau, Moureaux, Moeraeu, Mouraux, Mourault, Mouria, Mouriau, Mourait, Moriau, Moriaux, Morieux, Moria, Morias, Moréas, Moréa. Morieau, Moriya, Morjeau, -Morjaeu, Morjau, Morauw, Moreeuw, Moreews, Morreeuw, De Moreau, De Morelle, De Marelle, Maureau, Maurau, Meureau, De Murel, De Muro, Mureau, Muriau, Murias, Murray, Muray: 1. Frans Morel, Middelnederlands Moreel was de naam van een zwart paard, een moor. Het paard van Robert d’Artois in de Guldensporenslag (1302) heette Morel. Bijnaam naar de donkere huidskleur. Het achtervoegsel –el werd in het Frans tot –eau gevocaliseerd, dat in het Nederlands als -auw, -eauw aangepast werd, Morel, komt ook als voornaam voor. Het kan dus ook een kruising zijn van vadersnaam en bijnaam. 2. Moreel kwam ook als voornaam voor: Morellus.

Morenier. 1. Spelling voor plaatsnaam Morigny (Manche, Seine-et-Oise) of Mauregny (Aisne). 2. Variant voor Moriniers.

Morenne, Moraine, Morrenne: 1. Plaatsnaam Maurenne in Anthée of Hastière-Lavaux (Namen). 2. Waalse aanpassing van Morren.

Moreno. Een Oostendse Moreno stamt van Josephus Maria Moreno, "1787 Marchena in Spanje. Bijnaam. Spaans moreno: met donker haar, donkere huid, van Latijn maurus: moor.

Morenville. Plaatsnaam Moranville, Meuse.

Moressée. Plaatsnaam in Heure, Namen.

Moret, Morette, Moreth, Morey, Morez, Mores, Morès, Morex, Moree, Morest, Moré, Moretus, Moretti, Moretto, Morret, Morré, `Morrey, Morhey, Mauret, Mouret, Mourette, Mourettey, Meuret, Meurez, Meurée, Meuee, Meury, Muret, Murez, Murrez: 1. Vadersnaam. Verkleinvorm van Germaanse voornaam met maur ‘moor’, zoals Morbold, Morbertus, Morfridus. 2. Bijnaam. Oudfrans moret ‘donkerbruin’.

Moreton, Morton. Afleiding van Moret.

Moretus. Latijnse humanistennaam van Jan Moerentorf (1543-1610), de bekende Antwerpse drukker en schoonzoon van Plantijn. Plaatsnaam Morendorp of Môhrendorf (Duitsland).

Morgan, Moragand, Norgan: Oude Keltische naam.

Morgen, Morghen. Middelnederlands morgen: landmaat (zoveel land als op een morgen omgeploegd kon worden). Duitse plaatsnaam.

Morgenroth. Bijnaam Morgenrood, voor wie vroeg opstaat?

Morgenstern, Morgensztern: Huisnaam.

Morgenthal, Morgenthaler. Door volksetymologie en ronding, van Mergenthaler / Morgenthaler. Plaatsnaam Mergenthal, van Mariental (frequent).

Morgenthau. Plaatsnaam Mergenthau, Beieren.

Morhet, Morhaye, Morrhay, Morrhey, Morrhaye, Morraye: 1. Plaatsnaam Morhet (Luxemburg). 2. Variant van Moret of Moray.

Moriaens, Moriaen, Morjaen, Morjan, Morjane, Morjean: Middenenderlands moriaen: moor. Bijnaam naar de donkere huidskleur of huisnaam. Moriaan.

Moriamé, Moriame, Moriamez, Maurialmé, Mourialmé, Mourialme, Mouriame: Plaatsnaam Morialmé (Namen).

Moriceau, Morisseaux: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maurice.

Morichard, Morichar. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maurice.

Morillon, Meurillon, Morlion, Morlyon, Mérillon, Meriloo. Afleiding uit het Franse maure: moor. Bijnaam voor een donkerhuidig of -harig iemand.

Morimont. Plaatsnaam Moirimont in Chevetogne (Namen).

Morin, Mourin, Maurin, Morain, Meurin, Meurein, Mooring, Moorin, Moring, Morin, Mooren, Moren, Moerens, Moerynck, Moerings, Morren, Morrens, Morrenne, Meurrens, Meurens, Muryn. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse maur-naam; moor, Mauro, Morin, Mauring, Moringus.

Moriniere. Plaatsnaam Morinière (Loire-Atl).

Möring, Meuringe, Moerings, Murijn: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse maur-naam ‘moor’: Mauro, Morin, Mauring, Moringus.

Moriot, Morioux: Afleiding van een Germaanse maur-naam; vergelijk Morin, Morel.

Morisson, Morison, Morrison, Morrisson, Moryson, Morijson, Morissonnaud, Morisons, Morisot, Morisod, Morizot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maurice, zoals Maurichon. Sommige vormen op -son kunnen Engelse vormen zijn, als. Morrison: zoon van Moris, Maurice.

Moritoen. Afleiding van Frans maure, more: donker van huid. Bijnaam.

Morival. Plaatsnaam in Vismes (Somme). Gautier de Morival is heer van Morival in 1191.

Morlet, Morley: Afleiding op -let van Oudfrans mor: bruin, zwart (van de huidskleur) of afleiding op -et van Morel.

Morlog, Morlock. Familienaam uit Duitsland. 1. Vadersnaam uit de voornaam Morlock (deze werd in de 13de eeuw in het gebied Neder-Rijn gebruikt). 2. Tegenhanger van het Nederlandse "De Moor". Zie bij Moor (de).

Mormal. 1. Middelnederlands mormael: gezwel aan de benen, open wond aan het been. Bijnaam. 2. Plaatsnaam Mormal (Nord).

Mormont, Mormond. Plaatsnaam Mormont, Luxemburg.

Mornac, Mormaque: Plaatsnaam Mornac (Charente).

Mornard, Mornae, Mornet: 1. Bijnaam. Afleiding van Oudfrans morne: triest, droefgeestig. 2. Uit (Si)mon Renard.

Moro, Morot, Mouro: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maur. Vergelijk Morin. 2. Variant van Maurois.

Moronval. Plaatsnaam Morval, Pas-de-Calais.

Morphy, Morphée: Engelse familienaam, variant van Morfey, Morphey, Morphew, van Oudfrans malfé, maufeit, malfait. Zie Malfait. Bijnaam voor een boosdoener.

Morre (de), Morren, Morrens, Murren, Murre, Murr, Meurrens, Meurens. Bijnaam uit murren, morren: pruttelen, morren. Een grompot. Zie ook Morin.

Morrelgem, van; van Morzelgem, van Mosselgem: Plaatsnaam Morelgem in Vlierzele (Oost-Vlaanderen).

Morres, Mors: Vadersnaam. Morris = Maurits.

Morsinkhof, Morssinkhof. Plaatsnaam Groot en Klein Morsink, op de Mors in Rectum (Overijssel).

Mors ter, Morsink, Morssink, Morsing. Plaatsnaam Mors, als in Denemarken, mors; moeras, veengebied.

Morsain, Morsaint. 1. Plaatsnaam Morsaint in Grez-Doiceau (Waals-Brabant). 2. Variant van Morchain.

Morseau, Morsiau, Morsiaux, Morciaux, Morschel, Morsel, Morsa, Morsat. Naam uit het Oudfranse morseel: beet, hap, lekker eten. Bijnaam.

Morsink. Hypercorrect van vadersnaam Mossink, Mossing, Massink, Massing. Afleiding van Ma(a)s.

Morsman, Moersmans, de Moersman: Plaatsnaam Mors(ch) is een oostelijke variant van plaatsnaam Mars(ch): laag nat weiland. De familienaam is dan een pendant van Marsman, Meerschman. Geografïsch past deze verklaring evenwel niet voor De Moersman, die in Rijsel (en 2x in West-Vlaanderen) voorkomt: hier wellicht verkeerd gelezen De Meersman. Misschien hypercorrect voor Moesman, Mosmans?

Morsomme. Plaatsnaam Les Morts-Hommes in Gérouville (Luxemburg): 1256 la terre de Morshommes.

Mortagne, Mortaigne, Mortaignie: Verspreide plaatsnaam (Henegouwen, Nord, Pas-de-Calais), van Mauritania.

Mortehan. Plaatsnaam in Cugnon, Luxemburg.

Mortel, van de, Mortelmans. Plaatsnaam, Gemert-Bakel.

Mortelet, Mortelé, Mortele, Mortelez. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Mortelet in Rongny (Henegouwen). 2. Variant van Martele. Vergelijk Waals-Vlaams zwort, van zwart.

Mortelette. Plaatsnaam in Boussu-en-Fagne (Namen) en Ploegsteert-Waasten (Henegouwen).

Mortelle. Waarschijnlijk van Van de Moortele/ Mortelle.

Mortensen: Vadersnaam. Scandinavische pendant van Nederlands Maartens.

Mortiau, Mortiaux, Mortial. 1. Bijnaam. Oudfrans mortel: wreed, die de dood verdient. 2. Moretel, afleiding van Moret (Vergelijk Moreton). 3. Plaatsnaam. Vergelijk Mortelet. 4. Variant van Marteau; vergelijk Mortelet 2.

Mortier, Mortiers, Mortiez, Morthier, Dumortier, Dumortiez, Demortie, Demortier: Frequente plaatsnaam. Frans Mortier, van Latijnse mortarium ‘drassige grond, moerassig terrein’. Vergelijk van de Moortel. Deze plaatsnaam komt in Wallonië, Frankrijk en Vlaanderen voor, vooral Luik.

Mortimer. Plaatsnaam Mortemer (Seine-Inf.).

Morton. 1. Engelse familienaam, oorspronkelijk Picardisch. Oudengels môr-tûn: omheinde woonplaats, dorp bij een moeras. Daarna ook voornaam en familienaam. 2. Variant van Marton; vergelijk Marteau/Mortiaux. 3. Zie Moreton.

Mortreuil, Mortreu, Morteux, 1. Naam uit het Oudfranse morteruel: gerecht met brood en melk. Bijnaam. 2. Plaatsnaam Mortreux in Jolimetz (Nord) of Mortroux (Luxemburg).

Mortroux. Plaatsnaam. Luxemburg.

Moruanx. Schrijffout voor Moraux.

Morue, Mouru, Mourue, Murru: Beroepsnaam. Frans morue: kabeljauw.

Morval. 1. Plaatsnaam Morval (Pas-de-Calais). 2. Plaatsnaam in Horrues (Henegouwen) en Bucy-le-Long (Aisne).

Morvan. Vadersnaam. Bretonse voornaam en familienaam. Morven is ook een Schotse voornaam.

Morvilliers, Morviller: Plaatsnaam Morvilliers (Aube, Eure-et-Loir) of Morvillers (Oise, Somme).

Mos: Korte namen kunnen veel verklaringsmogelijkheden hebben. Mos kan vadersnaam zijn, van Maas, Thomas. Of Middelnederlands mos ‘poel, mos’. Of: 1647 Hidde Agges Mos, Hindeloopen, was schipper op ‘De vergulde Mos.

Mosray, Mosseray. Luiks-Waalse plaatsnaam mos'rê: mos.

Mosbach, Mosbacher. Verspreide Duitse plaatsnaam Moosbach, Mosbach.

Mosberg, Moszberg: Plaatsnaam Mosberg in Tervuren (Vlaams-Brabant) of verspreide Duitse plaatsnaam Mo(o)sberg.

Mosbeu, Mosbeux, Mousbeux. Plaatsnaam Mosbeux in Gomzé-Andoumont en Forêt (Luik).

Moscou. Plaatsnaam Moskou, Rusland.

Mosele, Moselle, Muselle, Mousel: Plaatsnaam Mosele in Mesnil-Eglise (Namen).

Mosen, van der, van der Moosen, van der Moesen, van der Meuse, van de Mouse, van de Mousen, van der Mousse, Vermosen, Vermoese, Vermoesen, Vermoezen. Familienaam uit de plaatsnaam Mose: slijk, modder.

Moser, Mooser, Moserman, Mozer: Duits afleiding van de verspreide plaatsnaam Moos ‘moeras’.

Mosselaar, van den: Plaatsnaam Mosselaar (Noord-Brabant).

Mosselman, Mosselmans, Mossel, van: 1. Beroepsnaam van de mosselman, de mosselverkoper.

Moses, Mosses, Mozes, Moises, Moise, Moisse, Mois, Moïs, Moïsse, Moyses, Moyse, Moysard, Moijsard, Moizard, Moysens, Moysen, Moijsens, Moijses, Mojzis: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Mozes, Latijn/Grieks Moyses, Frans Moyse, Waals-Vlaams Mooizes. De voornaam is al in de 12de eeuw in West-Vlaanderengeattesteerd. Moysens gaat terug op Moysin.

Moshagen. Plaatsnaam Mooshaag (bi der Mosehagen) in Nederoverheembeek (Vlaams-Brabant) en St.-Lambrechts-Woluwe.

Mosheuvel. Plaatsnaam Mostheuvel in Westmalle (Antwerpen) en Vessem (Noord-Brabant).

Mosin, Mousin, Mousain, Mozin: 1. Vadersnaam. Vleivorm van Bijbelse voornaam Mozes. Zie Moses. 2. Plaatsnaam Mozet (Namen): 3. Variant van Mauhin, Mausin.

Moskal, Moeschal, Moesschael: Plaatsnaam Muskaal in Didam (Gelderland).

Moskovic, Moskovics, Moscovits, Moskovitz, Moskowicz, Moskowits, Moskowitz, Moszkowicz, Moszkowitz: Herkomstnaam van de Moskoviet, van Moskou (Rusland).

Mösli, Moesle: Duitse familienaam Môsle, plaatsnaam Môslein: klein moeras. Zie ook Messely.

Mosmuller. Duitse familienaam Moosmùller van (verspreide) plaatsnaam Moosmuhl(e): molen op het moeras.

Mosolf, Musolf: Vadersnaam. Germaanse voornaam Mosulfus.

Moson: Plaatsnaam Mozon in Fumai (Luik).

Moss. Engelse familienaam. 1. Plaatsnaam: moeras. 2. Vadersnaam. Bijbelse voornaam Moses.

Mossay, Mossai, Mosay: Luiks-Waalse variant van Mousseau, van mo(u)sse: mos. Plaatsnaam. Vergelijk Mossiat.

Mossel, Mussels. Beroepsnaam van de mosselman. Kaat Mossel was in de 18de eeuw keurster van de schaaldieren op de vismarkt in Rotterdam.

Mosselbeen, van, van Morselbeen: Vermoedelijk volksetymologische vervorming. Er is een Mosveen bij Staphorst (Overijssel).

Mosselman, Mosselmans. Beroepsnaam van de mosselman, de mosselverkoper.

Mosseveld, van, Mosselvelde, van, Mosselveld: Plaatsnaam Mosseveld in Overmere (Oost-Vlaanderen), Torhout (West-Vlaanderen).

Mossiat. Familienaam uit de plaatsnaam Mossiat in Bioul en Pendrôme (Namen). Naam afgeleid van mosse; mos.

Mossing, Mossink. Vadersnaam, wellicht afkomstig uit de voornaam Muus, een verkorte vorm van Bartholomeus.

Most, van der, Mosten, van der, Van der Monst, van der Moust, Vermost; Plaatsnaam (ter) Most ‘plaats waar mos groeit, modderige plaats, mosveen’.

Mostaert, Mostaart, Mostar, Mostartm Mostert, Mosterd, Mostade, Moutarde: Middelnederlands mostaert ‘mosterd’. Beroepsbijnaam van de mosterdmaker of -verkoper, mosterdman.

Mosterdijk: Plaatsnaam Mosterddijk in het land van Heusden (Noord-Brabant), Mosterdijk bij Nijmegen (Gelderland).

Mosterdman. Beroepsnaam van de mosterdmaker of –verkoper.

Mosthaf. Waarschijnlijk van Duits Musaff(e). Het eerste element Middenhoogduits muos: moes, spijs.

Mostien. Deze om Antwerpen (vooral Boom) geconcentreerde familienaam is een spelling voor Mostin.

Mostin, Mostinck, Mostinckx, Mostenne, Mostene, Mostes, Moste, Mostès, Moustin, Mustin. Naam uit het Oudfranse most: gistende jonge wijn. Beroepsbijnaam voor de mostbereider.

Mostman, Mostmans. 1. Afleiding van Van der Most. 2. Bijnaam van de mostbereider. Vergelijk Mostin.

Mot, Motte, Motten, Motte, Motz, Moet, Moedts: Vaders-, moedersnaam. Korte vorm van Jacquemot(te) of Willemot(te).

Mot, Moten Van der, van der Motte, van der Motten, van der Moeten, van der Moëten, Vermot, Vermote, Vermoote, Vermotte, Thermote, Termote, Motmans, Motemans, Motteman. Familienaam uit de plaatsnaam Mote: hoogte, heuveltje, vaak met kasteel of molen erop. Vermote en Delmotte werden ook door elkaar gebruikt.

Motet, Mothet, Mottet, Motté, Mothes, Moutet. Vadersnaam uit Jacquemot of Willemot. In Leuven is ook een vondeling (19de eeuw) met de naam Motet.

Motin, Mottin, Mottint: Vadersnaam. Vleivorm van Jacquemot of Willemot. Vergelijk Motet.

Motkin, Motke, Mottekin, Motquint, Motquin, Mottequin, Montequin, Moutquin, Moothien: Vadersnaam. Afleiding van Jacquemot of Willemot.

Motheu, Motteu, Motteux. Varianten van Matheu, zie bij Matheus.

Motmans, Motemans, Motteman: Afleiding van van der Mote, van den Mooten.

Moton, Mouton, Moutton, Motton: 1. Vadersnaam. Vleivorm van Ja(cque)mot of Willemot.

Motoulle, Mottoul, Mottoule, Mottoulle, Mottould, Mottoel, Motoel, Motuelle, Mutuelle. Waalse vadersnaam of moedersnaam op -oul uit Ja(cque)mot (=Jacobus) of Willemot (Willem).

Mottard, Mottar, Motta, Mottart, Motard: Vadersnaam. Afleiding van Jacquemot of Willemot.

Motte, Motten. 1. Korte vorm van Delamotte, Lamotte. 1. Moedersnaam. Blijkens 1373 Mote Leeste; 1375 Moote Godscalx, Ip. zou Mote een voornaam, vorm van Maria kunnen zijn. Misschien is het een verkeerde lezing van de afgekorte M(ar)ote. 3. Zie Mot.

Mottiat, Mottiaux, Mottieaux, Motteaux, Mottaux, Mottau, Mottay, Mouteau, Mouteaux, Mouteau, Moutteau, Moutteaux, Moutiaux, Muteau: Vadersnaam. Afleiding (-el, -eau, Luxiks -ay, Namen -ia, Picardisch -iau) van Jacquemot of Millemot.

Mottrie, Mottry, Motry: Plaatsnaam Motterie, afleiding van motte: hoogte, bijvoorbeeld in Laforêt (Namen).

Motz. 1. Duitse bijnaam voor een dikhoofd, warhoofd, ook stijfkop. 2. Spellingvariant van Mots. Zie Mot.

Mouchain. Plaatsnaam Mouchin, Nord.

Mouchard, Moucharte, Mouchart, Moucharde, Moucaers, Mouchars, Mouha, Moechaers, Moechars, Moehaers, Mucha, Mocaer, Mocar, Moeckars, Muquardt, Monchart. 1. Naam uit het Oudfranse mochier, Frans moucher; snuiten, van neus of kaars. Beroepsbijnaam of bijnaam. 2. Zie ook Moussart.

Mouchenier. Plaatsnaam. Waals mouchenêre: plaats waar veel vogels verblijven.

Moucheron, Moucheront. 1. Plaatsnaam Moxheron/Moucheron in Moxhe (Luik): De plaatsnaam zal ook wel elders voorkomen en heeft ongetwijfeld dezelfde etymologie als Moeskroen/Mouscron (Henegouwen): 2. Bijnaam, Frans moucheron: vliegje; horzel.

Mouchet, Mouchette, Mouquet, Mouqué, Mocquet, Monqué, Mousquet, Mousset, Mouset, Moschet, Moscet, Mochez, Moxhet, Mohet, Muchez, Mucher, Musset. Naam uit het Oudfranse moschet, het Picardische mo(u)quet, het Luiks Waalse Mohèt: torenvalk, mannetjessperwer, een vliegje. Bijnaam voor een klein iemand, letterlijk een vliegje.

Mouchon, Moisson, Moison, Moschion, Moshon, Moson, Mohon, Mouzon, Moison, Mousson, Mouson, Moysons, Moyson, Musson. 1. Familienaam uit het Oudfranse moisson, mousson, Latijn muscionem: mus. Bijnaam. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Mousson (Meurthe-et-Moselle). 3. Mogelijk soms ook uit de plaatsnaam Mousson, Musson (Frankrijk) of Mouzon (Ardèche).

Moudt, de. Beroepsbijnaam van de mouter.

Mouffe, Mouffet, Moufflet: 1. Oudfrans mofle, Frans moufle: want, mof. Beroepsnaam van de wanten- of moffelmaker. Vergelijk Moffaert. 2. Bijnaam voor een dik, opgeblazen mens. Oudfrans moflart: bolwangig, met dik gezicht. De betekenis opgezwollen steekt ook in pain moflet.

Mougin, Mouginot, Mougenot, Mougeot, Mouget: Vadersnaam. Afleiding van Demonge, Démange. Heiligennaam Dominicus.

Mouha. 1. Zie Mouchard. 2. Plaatsnaam Moha (Luik).

Mouillar, Mouillat, Mouillart, Moulliard, Moulias, Moulia: 1. Afleiding van Oudfrans moillier, van Latijn molliare, Frans amollir: zacht maken. Mouillard, Waals maya: zacht, log. Bijnaam voor een wekeling, een karakterloze, lomperd. 2. Afleiding van Frans mouiller. Oudfrans mouillard: vochtig, moerassig. Ook fïguurlijk: dronkaard.

Mouillefarine. Bijnaam voor een bakker die zijn meel (deeg) te vochtig maakt?

Mouillet, Mouillé, Mouilliez, Moulliez, Moulie, Moyiette: Voltooid deelwoord mouillé, van Oudfrans moillier: week maken. Bijnaam voor een slappeling, lomperd. Vergelijk Mouillard

Mouillon, Mouillot. Afleiding van Mouillard of Mouillet.

Moujaes. Naam uit de Libanon.

Moulerot. Afleiding van Mouleur; molenaar.

Mouleur. Beroepsnaam. Oudfrans moleor; molenaar.

Mouligneaux, Mouligneau, Moulineaux, Moulineay: Afleiding van moulin: molen. Plaatsnaam in Forchies-la-Marche (Henegouwen). Vergelijk Molineaux.

Moulinas, Moulinasse. Plaatsnaam. Middenfrans molinasse; molen.

Moulinier. Beroepsnaam; molenaar.

Moulis. Plaatsnaam (Ariège, Hte-Loire, Gironde).

Moull. Oudfranse plaatsnaam Mouille: vochtig terrein.

Moumal, Moumale, Moumalle. Plaatsnaam Momalle, Waals moumâle.

Mourelon, Mourlon. 1. Morlon, afleiding van Morel; vergelijk Morlion. 2. Klankverandering van Moulron.

Mourik, van, Maurik, van: Plaatsnaam Maurik (Gelderland).

Mourmeaux, Mourmaux. 1. Bijnaam. Picardisch mourmaud, van mourme: loom, suf, log. 2. In de Borinage is Mourmau= plaatsnaam Mormal (Nord). Zie Mormal 2.

Mouronval: Verhaspeling –met r als verbindende glijdklank –van Mohonval. Plaatsnaam.

Mousnier, Mousny. Spelling voor Mounier.

Mousny. Plaatsnaam in Ortho, Luxemburg.

Moussa, Moussart, Mossa. 1. Naam uit het Oudfranse mosse, mossu, Frans mousse. Mos. Synoniem met Oudfrans mossu; mosset; ruig, harig. Bijnaam. 2. Of variant van Mouchard.

Moussebois. Zinwoord. Luiks-Waals moussl: binnendringen, binnengaan. Bijnaam voor een woudloper.

Mousset, Mouset, Mosset, Moset, Mosey, Mozet: 1. Oudfrans mossé: harig, ruig. Bijnaam. 2. Variant van Mouchet.

Mousseux, Mossou, Mossoux; Oudwaals mossou: mossig, bemost, wellicht als bijnaam in de betekenis van Oudfrans mossu: harig, ruig.

Moust. De Brugse tak Moust, vroeger Mous, stamt van ±1680 Gérard Moes = Mous, Namen.

Mouten, van der, van der Mouthen, van der Moutte, van der Mauten: Waarschijnlijk spelling voor Van der Moten.

Mouthaan: Bijnaam voor een bierdrinker.

Moutier, Mouthier, Montiez. Frans moutier ‘église’; kerk, uit Moustier, Mousty.

Moutmaker, de, Moltmaker: Beroepsnaam van de moutbereider.

Mouton, Moutton, Le Mouton, Mouthon, Motton, Moton. 1. Bijnaam uit hert Franse mouton: schaap. Dit naar één of andere kenmerk. 2. Mogelijk vadersnaam uit Moton, een knuffelvorm van Jacquemot of Willemot. 3. Zie ook Maton.

Moutonnier. Beroepsnaam; schapenfokker.

Moutrier, Mouttry, Moutury: Frans moitrier: pachter? Of=Mottrie?

Mouwen, Mouws. 1. Bijnaam naar een (opvallende) mouw. Vergelijk Middenenderlands die ridder metter mouwen. 2. Of bijnaam uit het Middelnederlandse mouw: dikke of vooruitgestoken lip.

Mouzon, Mouson, Mousson: 1. Bijnaam. Waals-Picardisch mouzon: snuit, muil. Vergelijk Musau. 2. Plaatsnaam Mouzon (Ardeche). 3. Zie Mouchon.

Movaert. Variant van Moffaert.

Mowinckel, Mowinkel. Noorse familienaam, aanwezig sinds 1750; ook Duitse familienaam Mohwinkel in Hannover vanaf 1600.

Mox, Moxhe. 1. Zie Lamouche. 2. Plaatsnaam Moxhe (Luik).

Moyaert, Moyaerts, Mayar, Moyart, Moyaers, Moyars, Moyaen, Moya, Moijaert, Moijaers, Mooyaert, Mooijaert, Mooijaert, Mooijart, Moeyaert, Moeyaers, Moeijaert, Moeijaers, Mouyard, Mouyart. Familienaam afgeleid van mooi. Bijnaam voor een pronker, fat.

Moyaux, Mouyau, Mouyaux, Mouyal, Moyé : Bijnaam. Namen maya, Picardisch mouyau : stom, lomp.

Moyen. 1. Franse bijnaam: de middelste (in een gezin). 2. Pllaatsnaam Moyen in Izel (Luxemburg). 3. Zie Moyen(s).

Moyen, Moyens, Moiens, Moijens, Moeyens, Moeyns, Moins, Moies, Muyens, Muijen : Vadersnaam van Middelnederlands moidin, van Moudin (vergelijk Boudin/Boidin/Buydens), vleivorm van Germaanse voornaam. Vergelijk Mald (Fm.). Zie Muytten. Eventueel van Eremoud (Eremboud).

Moyers. Kan afleiding zijn van De Moyer (Maeyer), maar kan (door verdoffing van –aer(t)s) ook uit Moyaer(t)s worden verklaard.

Moysen, Moysens, Moyse, Moyses: 1. Zie Moses. 2. De familienaam Moeyersoons evolueerde over Moessoons, Moessens, Moesses tot Moyses.

Mozar, Mosar, Mosart : 1. Pplaatsnaam. Waals mosse : mos. 2. Misschien Waalse aanpassing van Duitse vadersnaam Mozart. 3. Of variant van Moysard?

Mozes: Vadersnaam. De Bijbelse voornaam Mozes.

Mûcha: Pools Mucha, Russisch Mukha ‘vlieg’. Bijnaam.

Muchall: Vadersnaam., wellicht gerond uit Michal(l) ‘Michael’?

Muckensturm, Muckensturn. Duitse plaatsnaam Muckensturm, Muggensturm.

Mudde: Middelnederlands mudde ‘mud, maat voor droge waren, graan, korenmaat’. Beroepsbijnaam van de korenmeter.

Muelberger. Verspreide plaatsnaam Mühlberg: Molenberg.

Mueren, van der, Vandermueren. 1. Naam naar de woonplaats: bij een muur. 2. Of variant van Van der Moeren. Kijk bij Moer(e).

Muermans, Meurman, Meurmans, Muurmans, Miermans: Afleiding van Van der Mu(e)ren.

Muet, Mouet: Bijnaam. Frans muet: stom.

Muffels, Meufels, Meuffels: Middelnederlands muffel, moffel, van Middenenderlands muffe, moffe: want, grove handschoen, mof. Beroepsnaam van de moffelmaker. Vergelijk Moffaert.

Mühlbach, Mühlebach. Verspreide Duitse plaatsnaam Muhlbach; vergelijk Molenbeek.

Mühlegg. Duitse laatsnaam Millecke: molenhoek.

Mühleisen. Duitse beroepsnaam. Vergelijk Meulenijzer.

Muhlinghaus, Muhlenhaus, Mühlhaus, Mühlhausen, Mühlhäuser, Muhlhauser, Muhlhäuser, Mulhausen: Duitse fmailienaam Mu(h)lhauser, Mulhâuser, van verspreide plaatsnaam Mùhlhausen: molenhuis. Vooral plaatsnaam Muhlhausen in de Elzas, met Franse spelling Mulhouse, die eigenlijk de Elzasser Duitse uitspraak hûs weergeeft.

Mühlstein, Muhlstein, Milstein, Milsztajn, Milsztejn: Duits Mùhlstein: molensteen. Beroepsnaam van de molenaar of slijper van molenstenen.

Muhring. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse maur-naam; vergelijk Duits Môrike. Zie ook Morin, Mooring.

Muilenburg: Plaatsnaam Mühlenburg (Noordrijn-Westfalen).

Muilwijk, Muilwyk: Plaatsnaam Molenwijk (Noord-Brabant, Noord en Zuid-Holland).

Muis, (de) Muys, Muijs: Bijnaam naar het knaagdiertje, de muis.

Muisjens, Muytjens, Muijtjens, Muutjens, Muutjes: Wellicht afleiding van de vadersnaam Muytten. Of variant van Wuytjens (w/m-wisseling)?

Muiswinkel: Plaatsnaam Muiswinkel in Ravenswaaij (Gelderland) en Dalfsen, Overijssel.

Muizelaar: Afleiding van Middelnederlands musele ‘doedelzak’. Bijnaam van de doedelzakspeler.

Muizenbeeck, Muysenbeek, Muisenbeek, Muisenbeck, Muyzenbeek: Plaatsnaam Musembecque in Bois-Jean (Pas-de-Calais).

Mujkanovic. Vadersnaam of moedersnaam uit bijvoorbeeld het Sloveens-Kroatische Mojca (Maria), het Arabische Mukhtar (de gekozene), het Slavische Bogdan (gift van God). Familienaam uit Bosnië en omgeving die in de diverse religies (veel in de Islamitische volksgroep) voorkomt.

Mukkhuyse, Mukkhuijse. Plaatsnaam, maar waarschijnlijk niet melkhuis. Ongetwijfeld variant van Nederlandse familienaam Mulhuijzen, Moolhuizen: molenhuis. Plaatsnaam Molenhuizen (Nederlands-Limburg). Vergelijk Muhlinghaus.

Mul (de). Demul is een afleiding van Demuel(le), de Waalse uitspraak van Demeuldre, de Mulder (zie ook daar). Beroepsnaam van de mulder.

Mulard, Mulas, Mula, Mular. 1. Naam uit mule: muildier. Bijnaam voor een koppig iemand. In Artesische dialecten heeft Mulart de betekenis: koppig als een muilezel. 2. Zie ook Muylaert.

Mulatier. Franse familienaam Mul(e)tier: muilezeldrijver.

Mulatin, Muletin. Afleiding van Mulet.

Mulder, van, Mulders, van, van Molder, van Muylders, van Muylder, van Muijlders, van Muijlder, van Meulder, van Milders: Plaatsnaam Te Mulders: muldershuis, molenaarshuis.

Mulder (de, den), Mulders, Smulders, (de) Meulder, De Meulre, de Meuldre, Muldre, Meulders, Smeulders, (de) Molder, Molders, Mölders, Smolders, Smolderen, de Muylder, De Muijlder, Smuylders, Smulder, Smulders, Smeulders, Muller, Mullers, Mullenders, Mulleneers, Mullender, Moller, Molers, Mueller: Beroepsnaam van de molenaar. Met s; zoon van de mulder. In de 17de eeuw werd Anton Müller uit Helmstedt (Nedersaksen) in Maaseik (Belgisch-Limburg) Anthonius Mulders.

Mulderij: Plaatsnaam Mulderij ‘maalderij’ in Enter, Overijssel en Lochem (Gelderland).

Mulet, Mule, Mullet, Muylet: Frans mulet: muilezel. Beroepsnaam van muilezeldrijver of bijnaam voor een koppigaard. Vergelijk Mulier, Mulard.

Mulfinger. Afleiding van plaatsnaam Mulfingen, Duitsland.

Mulie, Mulier, Mullier, Mullie, Mulliez, de Mulier, Demeulier, de Mullier, de Mullie, Demuliez, Desmulier, Desmulie, Desmulliez, Desmouilleres: Oudfrans mulier. Beroepsnaam van de muilezeldrijver.

Mulken, van,v an Mulcken, van Mölken: 1. Plaatsnaam Mulken in Tongeren, Limburg. 2. Eventueel plaatsnaam Mulke in Tienen. (Vlaams-Brabant).

Mulkens, Muylkens: 1. Zie Milkin. 2. Afleiding van de plaatsnaam Mulken (zie Van Mulken)

Mulkers, Moulcker, Mulckers, Milkers, Milcher, Milchers. Beroepsnaam van de melker of de melkman.

Mullejans, Mulhen: Bijnaam van een molenaar die Jan heet. Vergelijk Duits Muhlhans.

Mullem (van), van Mullen, Mullum, van Mulem, van Mulen, van Meulem, van Meulen, van Muylem, van Muijlem, van Muylen: Plaatsnaam Mullem (Oost-Vlaanderen) of Mollem (Vlaams-Brabant).

Mullenbruck, Mulenbruch, Mulenbruck: Duitse plaatsnaam. Vergelijk Meulebroe(c)k.

Müllendorff, Mullendorff: Verspreide plaatsnaam Mûhlendorf.

Mullenmeyer. Beroepsnaam van molenopzichter. Vergelijk Meulemeester.

Mullens: Mullen, Molen verkort uit van der Meulen/Molen.

Müllensiefen, Mullensiefen: Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen.

Müller, Müllers, Möller, Muller: Duitse beroepsnaam van de molenaar, mulder.

Mullewie, de. Bijnaam de Meluwe. Middelnederlands melu(w): slap, zacht. Variant de Melue, de Meluwe, de Mulué, de Meulue.

Mullié: Spelling voor Frans Mulier ‘muilezeldrijver’.

Mullins. Engelse familienaam Mullings? Bijnaam. Oudengels mulling: lieveling.

Mulock, Mullucks: Vadersnaam. Muloc is een Zeeuwse voornaam, afleiding van Germaans mûl-naam.

Mulot. Franse bijnaam Mulot; veldmuis.

Multael. Afstammend van Multeel: muletel, afleiding van mulet: muilezel, Franse familienaam Multeau.

Mummenhoff. Duitse plaatsnaam; Hof van Momme, Mummo.

Muntz, Munz. Munz, Munz: Duitse vadersnaam. Vleivorm bij Muno of Mundo.

Munaron. Variant van Franse familienaam Moneron, afleiding van Monnier of Meunier.

Munaut. 1. Zie Monel. 2. Spelling voor Muno.

Munch, Mönch, Munnichs: Duits Münch, Mönch: monnik. Vergelijk De Munck.

Munck (de), de Muncke, (de) Munk, (de) Muynck, de Muijnck, de Muinck, Muink, de Muynch, Munghen, de Muyck, Monk, Monks, Muniken, Munikens, Munikenne, Munnix, Munix, de Munnik, de Munnynck, Munnijnck, (de) Meuninck, Meunynck, de Muenyck, Meunijnck, Munincx, Munks, Smeininckx, Smeuninx, (zoon van) Munch, Münch, Mönch, Munnichs. Het Middelnederlandse monic, moninc, muninck, munc, munk betekent monnik, kloosterling. Die hadden ook regelmatig kinderen.

Munckhof, van de, den. Plaatsnaam Monnikenhof.

Mund, Mundt, Munde, Mundel, Mundele: Duitse pendant van Mondt, De Mondt. Mundel is afleiding van Munday: Engelse bijnaam: maandag. Vergelijk Montag.

Münd, de Munde: Middelnederlands mond ‘voogd’. Vergelijk Duits Vormund, familienaam de Voocht.

Mundeleer, Mundelaers, Mudeler, Mondelaers, Mondelaer, Modelaers: Plaatsnaam Mundelaar in Zandhoven (Antwerpen).

Mundorf, Mundorff. Verspreide Duitse plaatsnaam Mondorf. Onder andere Noordrijn-Westfalen.

Mundus. Latinisering van een Mond-naam (Edmundus, Raimundus..) of vertaling.

Mungersdorff. Plaatsnaam Mungersdorf. Noordrijn-Westfalen.

Muni, Muhl, Muehle, Muelle, Muel, Muhlen: Duits Mühle: molen. Plaatsnaam of beroepsnaam.

Munier, Munir. 1. Variant van Meunier. 2. Variant van Milier.

Munnecom. Plaatsnaam Mijnekom in Maaseik, Limburg.

Munnekrede, van. Plaatsnaam Monnikerede in Oostkerke (West-Vlaanderen).

Munnik, van: Plaatsnaam Munnink in Weerselo, Overijssel: 1381 Monikink, in Tubbergen, Overijssel: 1298 Monekinc.

Munniksma. Friese variant van De Munck: zoon van de monnik, zo ook Munnicks, Munnickx, Munks, Munckx, Muynckx.

Muno, Munot, Munoz, Munno: Plaatsnaam Muno (Luxemburg).

Munster, de, Demunster. Variant van (Van) Munster met Frans voorzetsel? Of vervorming van (de) Munter. Zie hieronder.

Munster, van, Munster, Munsters Musters, Münster, Minster, Monster: 1. Plaatsnaam Munster, van Latijnse Monasterium ‘munster, (parochie)kerk’. 2. Verspreide Duitse plaatsnaam Münster (Beieren, Baden-Württemberg, Hessen, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Pals, Elzas). 3. Engelse plaatsnaam Minster, met dezelfde etymologie en betekenis.

Münsterberg. Duitse plaatsnaam Münsterberg.

Munstereifel. Plaatsnaam Münstereifel (Noordrijn-Westfalen).

Munsterman, Munstermann, Münstermann,Musterman, Moestermans: Afleiding van Van Munster.

Munten. Hypercorrect voor Menten/Minten? Of Friese voornaam?

Muntenaer, de. Waarschijnlijk variant van Van der Meuter.

Munter, (de), Munters, Munter: Beroepsnaam van de geldmunter, bankier, die geld munt. 2. De familienaam Munters heeft zijn grootste concentratie in Limburg, net zoals Minten. Munters is daar dan ook een reïnterpretatie van Minten. Minten werd begrepen als Munters en een tijdlang kwamen de twee namen naast elkaar voor: 1603 Joannis Minten alias Munterst. Achteraf werd de stam in twee takken gesplitst, de ene behield de naam Munters en de andere de oorspronkelijke naam Minten.

Munthe. De Zweedse schrijver Axel Munthe (1857- 1949) is afkomstig van Munte (Oost-Vlaanderen).

Muntinga: Vadersnaam. Friese afleiding van Germaans mund-naam.

Muntjewerf: Plaatsnaam Muntjewerf, Munnikewerf bij Sint-Maarten (Noord-Holland).

Munzer, Münzer, Muncer: Duitse beroepsnaam van de munter.

Murdoch: Verengelsing van oud Iers Muireadhach, Wels Mordoc, Gaëlisch Murdoch ‘zeeman, matroos’.

Mura, Murat, Muras, Murrath: 1. Zie Moras. 2. Plaatsnaam Murât (Cantal, Allier..)?

Muraille. Plaatsnaam. Oudfrans murail, Frans muraille: zware muur, vestingmuur.

Muraro, Murari, Muratore, Muratori: Italiaanse beroepsnaam: metselaar.

Murdoch. Verengelsing van Oudiers Muireadhach, Wels Mordoc, Gaëlisch Murdoch: zeeman, matroos.

Mureau. Plaatsnaam Condé-Aw. 2. Eventueel plaatsnaam. Frans mureau: kleine muur. Maar ook De Moreau komt voor naast Moreau.

Muren, van der, de Muur, Muuren: Naar de woonplaats bij een muur. Vergelijk Mauer, Frans Dumur. Muret, Murez, Murrez: 1. Zie Moret. 2. Plaatsnaam. Afleiding van mur: muur.

Murgès, Murges: Wellicht variant van Merget.

Murillo. Spaanse plaatsnaam. Afleiding van Muro; muur.

Murk: Plaatsnaam, waternaam Murk in Dantumadeel en Tietjerksteradeel (Friesland).

Murphy. Iers O'Murchadha, afstammeling van Murchadh: zeekrijger.

Murrath. zie Mura. Murray: 1. Indien Luiks-Waals, zie Morel. 2. Engelse familienaam van Schotse plaatsnaam Moray (provincie).

Murre: Zoals Morre van Middelnederlands werkwoord morren, murre ‘morren, pruttelen, pruilen, grommen’. Bijnaam voor een grompot.

Murtzen, Mürtzen, Murtschen: Plaatsnaam Mûrtschen (Zwitserland).

Mury, Mûri: Plaatsnaam Mury (Ain).

Mus, 1. Vadersnaam. Korte vorm van Willelmus of Bartolomeus. 2. Jongere vorm van Mussche. 3. Middelnederlands muus, mues: muis. Vergelijk Muis.

Mus, Musch, Mussche, Musen, Musse, Murse: Bijnaam naar de naam van de vogel, de mus.

Musau, Musiaux, Musieaux, Musel, Musseeuw, Museeuw. Familienaam uit het Franse museau: snuit, muil. Een bijnaam.

Muschart, Muchard, variant van Mouchard? Of hypercorrect (en onder invloed van Mussche) voor Misschaert?

Muselaer, Muizelaar, Mouzelard: Afleiding van Middelnederlands muse(le): doedelzak. Beroepsnaam van de doedelzakspeler. Vergelijk Museur.

Muselet. Afleiding van Oudfrans musel, Frans museau; snuit. Bijnaam.

Museur, Museu, Museux: Oudfrans museor: doedelzakspeler. Vergelijk Muselaer.

Musin, Muzin, Muyssen, Musing, Musing, Mussen: Vadersnaam. Vleivorm van een voornaam op -mus, bijvoorbeeld Hieronymus, Willelmus.

Musique, Musiek, Musik, Musick, Music, Musich, Museyck, Muziek, Muzyk. 1. Naam uit het Franse musique, het Middelnederlandse musike, het Duitse dialectische Musich: muziek. Beroepsnaam van een muzikant. 2. Niet uit te sluiten is dat de naam soms een schrijfvariant is van Moesick: zie daar.

Muskee, Muskie. 1. Noord-Nederlandse variant van Müsken: zie daar. 2. Of Noord-Nederlandse variant van Meus: zie daar.

Müsken, Muske, Muskens, Müsgens. Nederduitse afleiding van mûs, het Duitse Maus: muis. Bijnaam, bijvoorbeeld omwille van de gestalte.

Mussche, Musch, Musche, Muschs, Mussch, Mus, Musse: Bijnaam naar de naam van de vogel, de huismus. Volgens Hagstra bijnaam voor een klein, zwak mens. Volgens DNF een levendig, kwik mens. Vergelijk Duits Spatz, Sperling.

Musschebroeck, Musschelbroeck, Musenbrock: 1. Plaatsnaam Musschenbroek (Nederlands-Limburg): moerassig veen. 2. Plaatsnaam in St.-Lievens-Esse, Ophasselt, Waasmunster en Beerlegem (Oost-Vlaanderen).

Musschoot. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Wulverdinge. (Frans-Vlaanderen).

Mussert: Middelnederlands musaert ‘sukkel, beuzelaar, dwaas, lomperd’. Of afleiding van musen ‘op de doedelzak spelen’.

Musseeuw. Vanwege de u denken we in de eerste plaats aan een variant van Museeuw = Musau. Maar vanwege de voortonige positie van de u en de stemloze 5 (ss) is een variant van Misseeuw = Michaud net zo goed mogelijk. Of plaatsnaam Musseau (Hte-Marne)?

Mussele, van der. Plaatsnaam Mussel, Groningen.

Musson: Oudfrans moisson, mousson, van Latijnse muscioneem ‘mus’.

Musters: Omkering van volgorde van klanken van Mutsers, afleiding van Mutsert, Mutsaard ‘takkenbos’. Bijnaam voor houthandelaar of houtsprokkelaar.

Mut, Muth. Duitse vadersnaam, van Germaanse voornaam Môda, zoals in Modard.

Müter: De Muyter, afleiding van Middelnederlands muyten, meuten, moyten ‘oproer maken, in opstand komen’.

Mutert. Vadersnaam. Germaanse voornaam Môd-hard (zie Modard).

Mutité, van. Plaatsnaam Munte, Oost-Vlaanderen.

Muts, Muste: Bijnaam naar het hoofddeksel, de muts. Of beroepsnaam. Ook huisnaam. Muste door omkering van volgorde van klanken uit Mutse.

Mutsaard, Mutsaert, Mutsaerts, Mutsaets, Mutsaars, Mutsaarts, Mutsaers, Mutsers, Musters. Naam uit het Middelnederlandse mutsaert: takkenbos. Beroepsnaam voor de houthandelaar of houtsprokkelaar.

Mutsch, Mutschen, Mutch, Moutschen, Moutshen, Mutschmann: Zwabisch Mutsche, van werkwoord mutschen: mompelen, brommen, onduidelijk fluisteren. Bijnaam.

Mutterer. Afleiding van Middenhoogduits mutte: schepel, rnud. Beroepsnaam van de korenmeter.

Mutton. Engelse familienaam Mutton, van Oudfrans mouton: schaap.

Mützenich, Mutzenich: Plaatsnaam Mützenich (Duitsland).

Muussers, Muusers, Muusses, Muusse. Vadersnaam, verkorte vorm uit de voornaam Bartholomeus (:zoon van Tolmai).

Muijden, van: Plaatsnaam Sint-Anna-ter-Muiden (Sluis, Zeeuws-Vlaanderen): 1273 Muda, 1334 ter Mude. Ook de Muide in Gent (Oost-Vlaanderen).

Muyderman, Muijderman: Theoretisch Mu(i)deman, van plaatsnaam Muide: mond(ing), bijvoorbeeld Muiden (Noord-Holland), Arnemuiden enz. Maar waarschijnlijk is Muyderman veeleer uit Muylderman te verklaren.

Muijen, Muijens: Vadersnaam. Van Moyens, van Middelnederlands Moidin, van Moudin, vleivorm van Germaanse voornaam.

Muijlaert, Mullaert, Mulert, Muylaerts, Muijlle, Muille, Muyllaert, Meulaerts: Afleiding van Middelnederlands werkwoord mulen ‘een muil of snoet zetten, een zuur gezicht trekken, morren’; vergelijk muyler, muylaert ‘mokker’. Duits Mulert, Mulart ‘Maulheld’. Zie ook Mulard.

Muijsenberg, van den: Plaatsnaam Muizenberg bij Breda (Noord-Brabant), in Rekem en Uikhoven (Belgisch-Limburg).

Muyle, Muijlle, Muille, Muyll, Muylle, Muyls, Muylst, Mulle, Mule, Muuls, Muûls, Muls, Mulst. Naam uit het Middelnederlandse mule: muil, bek, snuit. Bijnaam voor iemand met een grote mond of voor een roddelaar.

Muylem, van, van Muijlem, van Muylen: 1. Plaatsnaam Muilera in Appelterre, Aspelare, Nederhasselt, Outer (Oost-Vlaanderen). 2. Variant van Mullem.

Muysel, van, der, van Muyzen, van Muijsen: Plaatsnaam Muizen (Antwerpen, Limburg).

Muysenberg, van den Muysenbergh, van den, van den Muijsenberg, van den Muisenberg: Plaatsnaam Muizenberg in Rekem en Uikhoven (Limburg).

Muysere, de, Muser, de, Muysers, de Muyzere, de Muyzer, Muyzers, Muijser, Muizers, Muizer, de Muzere, de Meusere, Meuser: 1. Beroepsnaam van de doedelzakspeler, van Middenenderlands werkwoord musen. 2. Afleiding van Middenenderlands musen: peinzen. Bijnaam voor een piekeraar.

Muysewinckel, Muysewinkel (van), (van) Muyzewinckel, Muyzewinkel, van (den) Muysenwinkel, (van) Muiswinkel, van den Muysewinckel, Maaswinkel, van Meysewinkel, van Mousukel, van Mousuken, van Mozuincq, van Mozuing, van Moswinck, van Mosuinck, van Mosuenck, van Mosnenck. Familienaam uit de plaatsnaam Muiswinkel in Ravenswaaij (Gelderland), Dalfsen (Overijssel) of Muyswinckel in Manegem bij Tielt. Er bestond ook een Meiswinkele in Hasslinghausen (Noordrijn-Westfalen).

Muis, Muijs, Muys, Muijsers, Muysers, Muijskens, Muyskens, Muijsson, Muysson. Vadersnaam. Zie Muijser.

Muyshond, Muyshondt, Muijshondt, Muijshond, Muyshont, Muysont, Muysond, Muysschondt, Muysoms, Muysons, Muysson. Familienaam uit het Middelnederlandse muushont: kat, wezel, muizenvanger. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Duits Mausehund, Mauschund.

Muijskens: Verkleinvorm van Muis, Muz, du: Verkeerde lezing van Dumur ‘van de muur’?

Muyt, de, de Muijdt, de Muydt: Bijnaam voor de Muyter?

Muyter, de, de Muijter, de Muyttere, de Muytere, de Moyter, de Meutter, de Meuter, Demeutre, Muyters, Muijters, Meuter, Meute, de Muyt, de Muijdt, de Muydt; Familienaam uit het Middelnederlandse muyten: oproer maken. Bijnaam voor een oproerling, een muiter.

Muytten, Meyten: Vadersnaam van Moidin, Moitin. Misschien vleivorm van Mald-ger, van Madalger. Zie ook Meyen(s).

Muyzaert, Musard, Musar, Musa, Meysaert: 1. Middelnederlands musaert: sukkel, dwaas, lomperd. 2. Afleiding van musen, Oudfrans muser: op de doedelzak spelen. 3. Afleiding van Middenenderlands musen: peinzen, piekeren. Zie De Muyser.

Myaux, Miaux: 1. Plaatsnaam Mignault (Henegouwen), uitspraak mya. ZieMéaux.

Mijer, van de: Wellicht de Meier met secundair voorzetsel? Of –met wisseling van de bilabialen w/m -uit van de Wijer.

Myklebost, Myklebust: Noorse plaatsnaam Myklebost.

Mijle, van der; Vermeijlen: Plaatsnaam Mijl ‘mijl, banmijl, rechtsgebied van een stad’.

Mynck, de. Brabants gapalataliseerd van De Munck.

Mijnheer, Minheere, Menheer, Menheere, Menhere: Mijnheer was een titel voor een landsheer, een adellijk of aanzienlijk man.

Mijnlieff: Vergelijk Meliefste.

Mynsberghe, Mynsberge, Mijnsbergen, Mijnsbergh, Mijnebergen, Minsberghe, Misbergen: Variant van van Wijnsberghe, met wisseling van de lipmedeklinkers w/m. (vergelijk dial. Manneer, van wanneer), nog bevorderd door assimilatie Van Wijnsberge, van Va(n)mijnsberge. Of hypercorrect voor Mijsbergen?

Mys, Mis, Mijs: 1. Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Amijs, Oudfrans amis, van Latijnse amicus. Literatuurnaam. 2. Spellingvariant van Meijs.

Myser, de. Ontrond van De Muzere?

Mijsberg: Plaatsnaam in Chaam (Noord-Brabant):

Myten, Myte, Mijte, Mijten: 1. Bijnaam naar de muntnaam. Middenenderlands mite: kleine koperen munt. Vergelijk Penninck. 2. Vergelijk ook Meyts.

Mytenaere, de, Mytenaer, de, (de) Myttenaere, de Mijttenaere, (de) Mittenaere, de Mythenaere: Afleiding van Middelnederlands mite; mijt, kleine koperen munt. Beroepsnaam van de munter, muntmeester. Vergelijk De Muntenaer.