Verklaring van achternamen M

M.

Maagd, de; de Maagt: Volksetymologisch uit Middelnederlands maech, mage ‘maag, bloedverwant’.

Maagdenberg, van den, van den Maegdenbergh, van den Maagdenburg: Plaatsnaam Maagdenberg in Oostburg (Zeeland) en in Venloo (Nederlands Limburg. Eventueel de Duitse plaatsnaam Magdeburg, Nederlands Maagdenburg.

Maagen: Vadersnaam. Verbogen vorm van de Germaanse voornaam Mago.

Maaikens, Maaykens, Maayen, Maeyen, Maayens: Moedersnaam. Afleiding van Middenenderlands Maeye, Maai: Maria. Vergelijk Maeyens.

Maalderije: Volksetymologische aanpassing van de familienaam Malderez, Maldré, van Frans male denrée ‘slechte, minderwaardige waar’. Bijnaam voor de verkoper ervan.

Maaldrink, beroepsnaam, van maalder, maler, mulder of molenaar.

Maan, de, de Maen: 1. Variant van De Man, met Oost-Vlaams gerekte a. 2. De Maan was ook een verspreide huisnaam. In Bs. werd in 1717 een vondeling De Maen genoemd, omdat hij voor het huis 'De Maen' gevonden was.

Maandag: Bijnaam voor de naam van de weekdag, de maandag. Vergelijk Vrijdag, Duits Montag.

Maanen, Maene: 1. Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Mano, variant van Manno ‘man’, vergelijk Manekin = Mannekin. 2. Huisnaam. 1600 Cornelisz Meesz bijgenaempt ’t Manneken in de Maen, Zouteveen.

Maanenschijn: Bijnaam ‘maneschijn’ voor iemand die vooral ’s nachts actief was? Vergelijk Duits Sunnenschein.

Maanhout, Maenhoudt, Maenhout, Maenhaut, Manhoudt: Vadersnaam. Germaanse voornaam man-wald ‘man-heerser’: Manolt, Manvaldus.

Maarelen, van; van Marle: Plaatsnaam de Marel‘ mergel, mergelgroeve’. Plaatsnaam Maarle in Poppel (Provincie Antwerpen), Noordwijk (Zuid-Holland). Marle, Overijssel.

Maarleveld, (van): Plaatsnaam ‘mergelveld’.

Maarschalck, Maarschalk de, de Maersschalck, Marschalk, (de) Maesschalc, Maeschalck, Maeschalk, de Maarsschalck, de Maarschalck, (de) Maerschalcke, Maerskalck, Maerskalcke), (de) Maesschaelck, Maeschaelck, Maeschalk, Demaerschalet, Masschalck, Maesschalkc, Maesschal, Maessckal, Maescalck, Maesschalck, Maelschaelck, Maelschalk, Mayschalk: Beroepsnaam van de maarschalk. Middelnederlands maerscalc ‘paardenknecht, stalknecht, hoefsmid, paardenarts, stalmeester’, meestal ‘hoefsmid’. Ook gewoon smid.

Maarschalkerweerd, van. Plaatsnaam bij Houten, Utrecht.

Maarse, Maarsen, Marée : Vadersnaam. Afleiding van een mêr-naam. Of moedersnaam: korte vorm van Marcilia of Martiana.

Maarsman, Marsman, Meersman, Mersman, Meirsman, (de) Meersseman: 1. Afleiding van plaatsnaam Mars, Meers, Middelnederlands ma(e)rsch, me(e)rsch ‘beemd, laag nat eiland’, Vlaamse meers. 2. Beroepsnaam. Middelnederlands merseman, meerseman, maers(e)man ‘rondtrekkend koopman, marskramer’.

Maartens, Maarten, Maartense, Maerten, Maertens, Maertins, Martens, Martense, Martenssen, Martin, Martina, Martins, Martyn, Martijn, Marteyn, Mareijn, Marting, Maringsen, Martinsse, Meertens, Mertens, Mertin, Meerten, Mertes, Mertus, Mert, Meert, Meerts, Merts, Meerte, Meirt, Meirte, Meets, Martinus, Martinussen, Martinis, Martinissen, Marthunussen, Demartain, Demartin. Vadersnaam afgeleid van de Latijnse voornaam en heiligennam Martinus. Martein is een variant van de Franse voornaam Martin. Martinia kan Italiaans en ook Latijns zijn.

Maas, Maass, Maes, Mas, Mees, Moos, Moes, Mos, Moës, Mues, Muës, Moeys, Moies, Moiës, Mous, Maassen, Maassene, Maasen, Masen, Maessen, Maessens, Maesen, Maesens, Maahsen, Mahsen, Mausen, Meessen, Mesen, Mesens, Meses, Meezen, Mezen, Meehsen, Moesens, Moesen, Moessens, Moesse, Moosens, Moosen, Mohsen, Mosen, Muesen, Muësen. Vadersnaam, afgeleid van de apostelnaam Thomas (wat in het Aramees tweeling betekent).

Maas, van der; van der Mas, Vermaas, Vermazen: Naam van de rivier, de Maas, maar ook van talrijke waterloopjes.

Maasdam, (van): Plaatsnaam Maasdam (Zuid-Holland).

Maaskant, (van): Plaatsnaam Maaskant in Vessem (Noord-Brabant).

Maasland: Plaatsnaam Maasland (Zuid-Holland).

Maasmans: Vadersnaam. Afleiding op –man van de voornaam Maes = Thomas.

Maassen, Maassenne, Maasen, Masen, Maessens, Maessen, Maesen, Maahsen, Mahsen, Maussen, Meessen, Meesen, Mesen, Meessens Meesens, Mesens, Meses, Meezen, Mezen, Meehsen, Moesens, Moesen, Moessens, Moesse, Mossens, Moosen, Mohsen, Mosen, Muesen, Muësen: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Maes = Thomas; of van Maaszone. Moesen is Zuid-Limburgs.

Maastricht, van; van Mastrigt, Maastrigt, van: Plaatsnaam Maastricht (Nederlands Limburg).

Maat, (de): Middelnederlands maet ‘maat, makker, gezel’. Bijnaam. Vergelijk Janmaat, Kesmaat, Janknecht.

Maathuis, Maatman, Madhuizen. Plaatsnaam.

Maatjes, Maats, Maetens, Matena, vadersnaam Mate.

Maaijen, Maeijens: Moedersnaam, Voornaam Maaie = Maria.

Maaijer, de; de Maeijer, (de) Maijer: 1. Beroepsnaam van de maaier. 2. Eventueel een Brabantse variant van de Meijer. Maijer kan zelfs een spelling zijn van Duits Maier, Meier.

Mabe, Mabbe, Maebe, Mabesoone, Mabezoens, Smabers. Moedersnaam afgeleid van de voornaam Mabe = Mabelie = (A)Mabelia.

Mabille, Mabil, Mabile, Mabelis, Mabelus, Mabele, Mabel, Mabilde, Maubille: Moedersnaam. Mabelie van Frans Mabille, van Latijnse Mabilia, Amabilia.

Mabesoone: Moedersnaam. Zoon van Mabe=Mabelie (zie Mabelis).

Mabillon, Mabilotte, Mabiloot: Moedersnaam. Vleivorm van Mabille.

Mabilot: Moedersnaam. Vleivorm op –ot van de voornaam Mabille (zie Mabelis).

Mabit, Maby, Mabyt, Mabeyt: Moedersnaam. Waalse afleiding van Mabille.

Macaré: 1. Franse familienaam, ook Macarez, Macrez, Zuid-Franse variant van Macarel, Maquerel, van Maquereau ‘makreel’. Bijnaam naar de visnaam. 2. Vadersnaam. Verkleinvorm van Macaire, de Franse vorm van de Griekse heiligennaam Makarios.

Mac Donald. Vadersnaam. Zoon van Donald, Gaëlisch Domhnall, Oudiers Domnall 'wereld-machtig'.

Macadam. Vadersnaam. Zoon van Adam.

Macaigne. Variant van Macaine. Oudfrans macain; wijs, slim. Bijnaam.

Macar, Macart, Macarz, Machart, Mackart, Macka, Macquart, Macquaert, Maccart, Maquart, Maqua, de Macar, Makart, Makar, Maka, Macca, Maca: Vadersnaam. Germaanse voornaam mag-hard 'maag, verwant-sterk': Machardus, Machart. Of Germaanse voornaam mark-hard (zie Merckaert).

Macau, Macaud, Macaux, Maccaut, Macaut, Maquaut, Makau: Vadersnaam. Germaanse voornaam mag-wald 'maag, verwant-heerser'. Vergelijk Duits Macholt. Of Germaans mark-wald, vergelijk Macar(t).

Macédoine. Herkomstnaam, van Macedonië.

Macharis, Marcharis, Macaire, Maquaire, Maquair, Makaire, Marquaire, Maquer, Maquere, Masscharis. Vadersnaam uit de Griekse heiligennaam Makarios. De Latijnse vorm is Macharius, van Macharis.

Machart, Matsaert: 1. Zie Macar(t). 2. Beroepsnaam van de metselaar; afleiding van Middelnederlands mâche, matse, Picardisch mâche, van Middenlatijn macio.

Machelart. Verschrijving van Makelaar. Zie bij Makela(e)re De.

Machelen, van. Plaatsnaam Machelen, Oost-Vlaanderen.

Macherot, Macheroux, Machiroux, Machurot, Machureau, Machra, Machuraux: Bijnaam. Oudfrans mascheros: vuil, vies, smerig. Vergelijk Mascré.

Machetourte, Mâchefer = Masquefer. 2. De mansnaam Mascardus komt al in het Polyptique d'Irminon voor.

Machin. Waarschijnlijk hypercorrect voor Massin.

Machkour. Arabische familienaam.

Machtelinck, Machtelinkx, Machtelynck, Machtelings, Machtelinckt, Machtelinks, Machtelinkx, Magtelinck, Matelinck, Matelinckx, Mactellinck, Mactelinck, Mastelinck, Masteling, Maechtelinkx, Machelinckx, Machline, Magelinck, Magelincx, Mechelinck, Mechelynck. Afleiding van een Germaanse macht-naam. Zoals Machtildis of Machtolf. V. D. Schaar noemt als vormen voor Mathilde: Machelina, Machtelina, Machtelijn, Magcheltje, Maggeltje, Mechelina, Mecheltsje, Mechtelina, Megcheltien. De afwisseling van vormen met cht/ch en ach/ech pleit voor afleiding van een macht-naam.

Machtens, Masten. Moedersnaam of vadersnaam: knuffelvorm van de Germaanse voornaam Machtild of Machtolf.

Machu, Machut, Machue, Machus, Masut, Masu, Massu, Mossu, Metsue, Metsu, Missue, Missu, Missuwe, Messuwe: Oudfrans mac(h)ue, massue, messue, Middelnederlands matsu(w)e: knots, kolf, knuppel.

Mack, Mac, Macke, Mace, Mak, Makkes, Macken, Mackens, Maack, Maeck, Macq, Mauque, Maque, Maucq. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Macco, een knuffelvorm van een Germaanse mag(in) of mark-naam. 2. Vader/moedersnaam, vrouwelijke vorm uit dezelfde naam: Macca, Makka.

Mackel, Mackels, Makels, Maukels: Vadersnaam. Afleiding van Mack. Vergelijk Duits Mackle, Mackle.

Mackenzie, Mackersy: Schotse familienaam: zoon van Coinneach.

Macker, Mackers. Bijnaam. Middelnederlands macker; makker, deelgenoot, compagnon.

Maclaine: Schotse familienaam McLane, Mclean ‘zoon van de dienaar van Sint-Jan’.

Mackis, Mackus: Stamt van een Schotse soldaat die ca. 1600 in Nederlands Limburg gebleven is. Waarschijnlijk een vervormde Mac-naam.

Mac Leod: Schotse familienaam ‘zoon van Leod’. Leod gaat terug op Oudnoors Ljótr ‘lelijk’.

Maclet, Mauclet, Maclot: Vadersnaam. 1. Vleivorm van de voornaam Macharius. 2. Vleivorm van heiligennaam Remadius.

Mackintosh, Makintosh. Schotse familienaam Mac an toisich: zoon van de hoofdman.

Macoigne, Macogne. Plaatsnaam Macogny, Aisne?

Macocq. Engelse familienaam Maycock, Meacock, afleiding van May, Mayhew, van Matthew.

Macor, Macorps, Macors, Macoir, Macours, Macourt, Maucourt, Maucort, Macoers, Marconi, Marconit, Marcour, Marcourt, Malcorps, Malcorp, Macoy, Macoye, Macquoi, Maquoi, Macguoy, Macquoij, Manquou, Manquoy, Manquoij, Maugqoi, Maucquoy, Mauquoy, Macquet, Maquet, Mackee: Vadersnaam. De oudste voorbeelden wijzen duidelijk op een voornaam. Maar welke? Macharius wordt normaal Macaire en lijkt dus uitgesloten. Wellicht een Germaanse voornaam, bijvoorbeeld Markolf (vergelijk Marcou) of Markward (Ma(r)coir?). De vorm Malcorp(s) kan een reïnterpretatie zijn. De Luikse familie Ma(l)cors, Maucors is trouwens verwant met Macoir. Of afleiding van Oudfrans maque, mâche: hamer, strijdknots, kolf. Ook de staf van de deurwaarder. Beroepsnaam. Vergelijk un serjans à mace.

Macot, Machot, Macho, Macco: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Macharius of van Mack.

Macours, Macourt, Macoers, Maucourt, Maucort, Marcourt, Marcour: 1. Plaatsnaam Macourt (Nord). 2. Zie Macor.

Macpherson. Gaëlisch Mac an Phearsain: zoon van de parochiepriester, de pape (Middenenderlands persoon, Engels Parson, vergelijk Persoon(e).

Macquenhem, Macquenhen. Plaatsnaam Mackenheim, Elzas.

Macquoi, Maquoi, Maquoy, Macguoy, Macquoij, Manquoi, Manquoy, Manquoij, Mauquoi, Maucquoy, Mauquoy. De oudste voorbeelden wijzen duidelijk op een vadersnaam. Mogelijk uit Macharius (dat evolueerde tot Macaire)? Maar wellicht uit de Germaanse voornaam Marcolf (mark + olf = Marcou) of Markward (=Ma(r)coir).

Macron. Franse familienaam Macqueron, Maqueron, van Oudfrans masqueron, variant - met ander suffîx - van Oudfrans mascheros: vuil, zwart. Vergelijk Mascré en Middelnederlands Masscheroen, naam van de duivel, dus 'de zwarte'.

Madam, Madame. Bijnaam Madame: Mevrouw. Vergelijk Monsieur.

Madden, Maddens, Meddens, Mattens, Mettens, Matens, Maetens, Methens, Metens: Vadersnaam. Vleivorm van Germaans mathal-naam, zoals Madelbert.

Madder. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam math-hari: Madaharius. 2. Eventueel variant van (de) Mader.

Madera, Madeira. Plaatsnaam, eiland ten westen van Marokko.

Madjera: Variant van Made(i)ra, eiland ten westen van Marokko.

Made, van de(der), van der Maden, van der Matten, Vermaat: Verspreide plaatsnaam Made, Maet(e) ‘maailand, hooiland, weiland’, vergelijk Engels meadow, Duits familienaam Matt(e).

Madelein, Madeleine, Madeleyn, Madelijns, Maddelein, Maddelin, Maddeleyn, Madalyns, Madalijns, Majolyn, Maseleyne, Maselyne, Mazelijne, Mazelyne, Maeseleyne, Maeselyne, Maeselijne, Majelijne, Majelyne, Marjelijne, Mardulyn, Mardeelyn. Moedersnaam van Madelaine, de Franse vorm van heiligennaam Magdalena.

Madelet. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Madelaine? Of vadersnaam. Afleiding (-elet) van Germaanse math-naam; vergelijk Madder, Madou.

Madenspacher, Maderbacher; Duitse familienaam Mädenbacher, van plaatsnaam Medenbach.

Mader, de, de Madré, Madder, Maeder, Mader: Middenenderlandse ongesyncopeerde vorm mader: maaier. Ook Duits Mader/Mâder: maaier. Vergelijk De Maeyer. Beroepsnaam.

Madet, Madey, Maddée, Madion, Madiot: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse math-naam. Vergelijk Madelet.

Madoc, Maack, Maeck: Oudwels Matôc, Wels Madog: aanzienlijk, flink. Ook Moaddocks, Maddock, Mattocks, Mattock.

Madon. Vadersnaam. Variant van Madou of afleiding er van.

Maduro. De van oorsprong Iberische familienaam Maduro is in Nederland vooral afkomstig uit de Nederlandse Antillen en Aruba, betekent rijp, rijpen en mano; vroeg in de morgen, dus vroeg wakker.

Madou, Madoux, Madoets, Madoe, Madoue, Maudoux. Vadersnaam, Franse vorm van de Germaanse voornaam mathal-wulf; vergaderplaats-wolf.

Madoulet. Vadersnaam. Afleiding van Madou.

Madrid, Madry. Plaatsnaam Madrid, Spanje.

Maegd, de, Maegdt, de, Demaegd, de Maagd, de Maeghdt, de Maeght, de Maegt, de Maght, Maag, Maege, Maeghe, Maegh, Mage, Maeght, Maegh, Maghe, Maghue, Smagghe, Smagge, Smacghe,Smaegge, Smaege, Smaegghe, Smaeghe, Smagghue, Smague. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse maech, mage: bloedverwant. 2. Ook een vondelingennaam is mogelijk: Peerken De Macht is gevonden op 14.03.1636 bij het Machdenhuys te Antwerpen.

Maegdewinkel. Verhaspeling van Muysewin(c)kel?

Maeck, Maeck: 1. Zie Mack. 2. Door d-syncope, van Madoc.

Maelcamp. Plaatsnaam Maelcampe, Malcamp, Mollekant in Anzegem

Maele, (van de) van de(der) Maelen, van de(der) Malle, van Maele, van Mael, (van) Male, (van) Mâle, van Malle, Vammale, Vermaele, Vermael, Vermaelen, Vermaele, Vermalen, Vermal. De plaatsnaam Male (Mâle) betekent inzinking of depressie in het landschap. Deze plaatsnaam komt op zeer veel plaatsen voor.

Maelsaeke, van, Maelsaecke, Maelsacke, Maelzaeke, Maelsacke, Maelsaele, van Malsake, Malsaeke, Malsack, Molzaette, Molzaete; Plaatsnaam Maalzake in Etikhove (Oost-Vlaanderen) en Kaster (West-Vlaanderen).

Maelstaf, Malstaf: Beroepsnaam van de mulder of molenbouwer, naar een onderdeel van de molen.

Maene, Maenen, Maenens, Maanen, Maane, Manen, Manens. Vadersnaam naar de Germaanse voornaam Mano, een variant van Manno: man.

Maenhoudt, Maenhout, Maenhaut, Manhaut, Maenaut, Manhoudt, Manhout, Meenhout, Maernhout, Marnhout, Maernhoudt, Maernoudt. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam man-wald; man-heerser.

Maere, Maeren, Maerens, Maar, Maers: Moedersnaam. Vorm van de voornaam Maria.

Maere, (de), Maer, de, de Mare, de Marre, Lemarre, Maar, Maere: Bijnaam. Middelnederlands mare ‘beroemd, vermaard, voornaam’.

Maesen, van der, van der Maes, van der Maessen, van der Maas, van der Massen, van der Masen, Vermasen, Vermaesen, Vermaes, Vermaasen, Vermaas, Vermasse, Vermassen. 1. Familienaam uit de naam van de rivier of uit één van de vele waterloopjes die dezelfde naam droegen. 2. Het kan ook een moedersnaam zijn uit de Germaanse naam Masse.

Maerel, de, de Meirel: Middenenderlands meerle, maerle: merci. Bijnaam naar de vogelnaam, wellicht voor een zanger.

Maerschalck, de, Maerschalk, de, de Maersschalck, Maarschalk, de Maarsschalk, de Maarschalck, (de) Maerschakke, Maerskalcke, Maerskalck, (de) Maesschaelck, Maeschalck, Maeschahelck, Maesschalk, Demaerschalet, Masschalck, Maesschalkc, Maesschal, Maessckal, Maescalck, Maelschalck, Malschalck, Maelschaelck, Maelschalk, Mayschak: Beroepsnaam Maarschalk. Middelnederlands maerscalc: paardenknecht, stalknecht, hoefsmid, paardenarts; stalmeester. Meestal: hoefsmid.

Maesbroeck. Plaatsnaam, bijvoorbeeld in 1711 in Zedelgem. Maar waarschijnlijk gaat de naam terug op plaatsnaam Meersbroek, bijvoorbeeld in Tielt.

Maeseman, Maesman, Maesman, Maasmans, Mazeman, Maseman, Meesman, Moesman, Mosmans, Mousemanne, Mousseman, Musman: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maas =Thomas. Moies is Limburgs.

Maesen, van der, van der Maes, van der Maessen, van der Maas, van der Massen, van der Masen, Vermasen, Vermaesen, Vermaes, Vermaasen, Vermaas, Vermassen, Vermasse: 1. Naam van de rivier, de Maas; ook naam van talrijke waterloopjes. 2. Moedersnaam Vermasse: vrouw Masse. Aflleiding op -sa van Germaanse math-naam: Masa. De vander-vorm is dan hypercorrect.

Maeshout: Vermoedelijk verhaspeld uit Maenhout.

Maeskens, Maske, Maskens: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maes: Thoma(e)s.

Maestricht, van, van Mastricht. Plaatsnaam Maastricht, Nederlands-Limburg.

Maet, de, (de) Maat: Middenenderlands maet: maat, makker, gezel. Bijnaam.

Maeten, van der, van der Maat, van der Maath, van der Made, van der Maden, van der Matt, Vermaete, Verma, Vermaat. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam made; maet: weide, hooiland. Vergelijk Engels meadow, Duits Matt, Matte.

Maeter, Mater, plaatsnaam Mater, Oost-Vlaanderen.

Maeterlinck. Afkomstig van Mater, Oost-Vlaanderen.

Maeyaert, Mayaert, Mayart, Maeyhaert. 1. Moedersnaam uit de voornaam Maeye. Zie Maria. 2. Variant van Maillard. Zie bij Mallard.

Maeyens, Maeijens, Maeyns, Mayens, Mayen: Moedersnaam. Afleiding van Maeye, van Maria.

(de) Maeyer, de, Maeijer, de Maaijer, de Maayer, de Mayer, Majer, Mayers, Mayer, de Meyer, (de) Moyer,dDe Muyer, Muyere. 1. Beroepsnaam voor een maaier in de landbouw. 2. Secundair is De Maeyer ook wel eens door reïnterpretatie van De Mare ontstaan.

Maeyman, Mademan: 1. Beroepsnaam van de maaier. Vergelijk De Maeyer. 2. Afleiding van Van der Made.

Maezeele, Maezele, Maezelle, Maseele, Masele, Maeseele, Maesele, Maeselle, Maisel, Maizel, Mayseel, Mazel, Mazeau, Mazay. 1. Naam uit het Middelnederlandse masel (vleeshuis, slachthuis) of het Oudfranse maissel, maisel (slagerij, slager). Beroepsnaam van de slager. 2. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam Madala.

Mafit. Biijnaam. Waals ma fi, dat is Maufils, kwade zoon. Vergelijk Monfils.

Magalhaës, Magallanes: De grote Portugese ontdekkingsreiziger heette eigenlijk Fernâo de Magalhaës (1480-1521). Het voorzetsel de wijst op een plaatsnaam.

Magazynier. Reïnterpretatie, misschien van De Maeseneer.

Magdaleens, Magadalena, Magdelyns, Magdaleyns, Magdeleijns, Magdelijns, Magdelaine, Magdeleens, Magdeleyns, Magdelyns, Magdeleijns, Magdelijns, Magdaleens, Megdaleens, Maddalena: Moedersnaam. Bijbelse voornaam Magdalena. In werkelijkheid werden Magdaleens en Madelein wel door elkaar gebruikt.

Mage. 1. Franse uitspraak: zie Limage. 2. Met Nederlandse uitspraak: zie De Maegd(t).

Magendans: Bijnaam. Volk etymologisch uit makedans ‘die een dans uitvoert’. Ook Nederduits Mackedanz.

Mager, Maeger, Magr, Mageren, Meegers: Bijnaam voor een mager mens.

Maggen. Vadersnaam, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Mag(g)o (zie bij Magin).

Magera, Magerat. Moedersnaam van Marg(u)erat, van de voornaam Marguerite.

Magerman, Magermans, Magermann, Magermanns, Magherman, Maegherman, Maegerman, Magremanne: Bijnaam voor een mager man.

Magerott, Magerotte. Plaatsnaam Magerotte in Tillet (Luxemburg).

Magery, Maugeri; Plaatsnaam Magery in Tillet, Luxemburg.

Maget, Magette, Magé, Magee, Magez, Maghet, Maguet, Maguez, Majet: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marguerite.

Maggelet. Moedersnaam Magelet, afleiding van de voornaam Marguerite parel.

Maggen. Vadersnaam. Verbogen vorm van de Germaanse bakernaam Mag(g)o.

Maggi, Magy, Maguy: Moedersnaam. Waalse vleivormen van Marguerite.

Maggio, Maggiolino: Bijnaam. Italiaans maggio: mei(maand). Vergelijk De Mey.

Maggiordomo. Italiaans, Latijn majordomus; hofmeester.

Maghin, Maghain, Magain, Magein, Maghuin, Maguin, Magin, Magien. 1. Knuffelvorm van de voornaam Marguerite (Margareta). 2. Of knuffelvorm van Marie (Maria).

Maginel, Maginelle, Maginet; Moedersnaam. Afleiding van Magin.

Magirus, Magerus, Magerus, Mageres: Humanistennaam, latinisering van Kok, de Cock.

Magis, Magits, Maugis, Mauguis, Mauguit, Mauguy. Vadersnaam, Waalse vorm van de Germaanse voornaam Madelgijs. Deze naam van de tovenaar Malegijs werd in het Waals soortnaam met betekenis deugniet, nietsnut.

Magloire. Bretonse heiligennaam Maglorius. Vadersnaam.

Magnaud. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-wald; kracht-macht, Magnaldus, Meinaldus.

Magné, Magne, Mangnée: 1. Plaatsnaam Magnée (Luik). Zie De Magnée. 2. Zie Magnet.

Magnel. Moedersnaam. Afleiding van Magne/Marie. Zie Magnet.

Magnery, Mannerie: Plaatsnaam in Clermont-lez-Huy (Luik).

Magni, Magny: 1. Afleiding van Magnus. Eventueel van Italiaanse. Magni. 2. Luiks-Waals voor Magnier. 3. Zie Demagny.

Magnin: Variant van de Franse familienaam Magnien ‘rondtrekkend ketellapper’.

Magnet, Magnez, Magney, Magné, Magne, Magnes, Magnette, Magniet, Magniette, Magnier, Magles, Magnies, Maigney, Mangnet, Mangnée, Maniette, Maniez, Manniette, Manette, Manet, Manè, Mané: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Magne = Maria.

Magnien, Magnan, Magnant, Maignent, Mahiant, Mahian, Meignant, Meignan, Meignen, Le Maignent, Lemaignen: Beroepsnaam. Frans raagnien: rondtrekkend ketellapper.

Magnier, Magnies, Magniez, Mangnier, Mannier, Manier, Manie, Maniez: 1 Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-hari 'kracht-leger': Maginharius, Magnarius.

Magnon, Manon. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Magne: Marie.

Magnus, Magnusson, Magnes Mangnus, Mannus, Mannes: Vadersnaam. Latijnse vooraam Magnus (groot).

Magoche, Magoge, Magosse, Margosches: Moedersnaam. Waalse vleivorm van Marguerite, heiligennaam Margareta.

Magon, Magonet, Magonette, Majon: Moedersnaam. Vleivorm van Marguerite.

Magos, Magot, Magotte, Magotaeu, Magoteuax, Magotiaux, Magottieau, Magotieau, Magotteaux, Majot: Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Marguerite.

Magree: Spelling voor Magret = Maigret, verkleinvorm van Frans maigre ‘mager, tenger’. Bijnaam.

Magschap. Verhaspeling, waarschijnlijk van Walschap.

Magtige, de. Bijnaam; machtig.

Magyar. Volksnaam van de Magyaar of Hongaar.

Mahabier, Mahabir, Mahabali. De familienaam Mahabier is afkomstig uit Suriname.

Mahassin. Moedersnaam. Vleivorm op –ecin van Mahaut.

Mahau, Mahaut, Mahaux, Mario, Mahiaux, Mahiat, Mahia, Mauhaud, Mahaudens, Mahauden, Mahoudens, Mahouden, Mehoudens, Mehauden, Mehoudens, Maudens, Maud, Moudden, Moudens, Moude, Mehaut, Méhaux: Moedersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam Machtild: macht-hild'macht-strijd': Mahthildis, Mahelt. Mahau = Mahthild.

Maheu, Maheux, Maheur, Mahu, Mahut, Mahute, Mahée, Mahé, Mahet, Méhu, Meheus, Mehuis, Mehuys, Meyhui, Meyhuys, Meyus, Meyes, Meyhiu, Meyhi, Meijhui, Meijhiu. 1. Vadersnaam uit de Franse vorm van de apostelnaam Mattheus. 2. Of moedersnaam van Maheut (Franse vorm van Machtild-Matilda).

Mahiels, Mahil: Vadersnaam. Oude Picardische hypercorrecte vorm voor Mahieu = Mathieu.

Mahiet, Mahiez. Vadersnaam. Afleiding van Mahieu.

Mahieu, le, Mahieux, Mahieus, Mahieur, Maiheu, Mahyeu, Mahieuw, Maieur, Maieu, Maieux, Mayeux, Mayeu, Mayeur, Mahie, Mahi, Mahy, Mahij, May, Maij, Mai, De Mahieu, Méhu, Mehuis, Mehuys: Mahieu is de Franse vorm van de apostelnaam Mattheus of van Matthias. Vadersnaam. Volgens H. Nelis was in de 13de eeuw Saint-Mahieu nog synoniem met Saint-Matthieu (Mattheus) en Mathieu met Mathias. Vanaf de 14de eeuw werden de namen Mahieu en Mat(t)hieu verward. Maar vanwege het lidwoord is le, de, Mahieu, Mahieur, veeleer op te vatten als de Picardisch uitspraak eur=eu van le Mayeur ‘de meier’.

Mahillon. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Mathild/Mahaut.

Mahin. Moedersnaam. Vleivorm van Mahaut.

Mahlberg. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Mahler, Mähler: Duitse beroepsnaam Maler; (glas)schilder.

Mahlmann, Mahlman. Duitse beroepsnaam van de mulder, vergelijk Meuleman, of van de schilder (Mahler).

Maho, Mahot. Moedersnaam, afleiding of verschrijving van de voornaam Mahaut.

Mahon, Mahoney, Mahonie: Ierse familienaam Mahon, O’Mahone, O'Mahon, van O Mochain, afstammeling van Mochan, afleiding van moch: vroeg.

Mahou, Mahoux. 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam maht-wulf'macht-wolf: Mahtulfus, Mahdolf. 2. Moedersnaam. Variant van Mahaut. Mahout = Mahou(s) = Mahaut = Mahthild. 3. Plaatsnaam Mahoux in Mesnil-St-Blaise (Namen).

Mahoval, Mahovald, Mahowald. Plaatsnaam op Howald; hoog woud.

Mahr. Plaatsnaam Mahr, Maar: meer, waterplas, moeras. Vergelijk Duits Andermahr.

Mahu: 1. Vadersnaam. Variant van Maheu(x) = Matthaeus. 2. Moedersnaam Variant van Maheut = Mahaut ‘Machtild’.

Mai, May, Maij: 1. Bijnaam naar de maand mei. Vergelijk De Mey. 2. Zie Mahieu(x).

Maiburg, Meijburg, Meijborg: Plaatsnaam (Nedersaksen). Zie ook Meyenborg.

Maichle, Maichlé, Meichl: Elzassische variant van Duits Maichel, bijnaam voor een bakker. Middenhoogduits mouchelm: broodje, weg(ge).

Maiersdorf, Majersdorf. Plaatsnaam. Beieren.

Maiglet. Verfransing van Duitse familienaam Maegl, afleiding van Magg, Germaanse voornaam Markwart.

Maigret, Maigray, Maigraij, Maigat, Maigrié, Maigron, Magret, Magrez, Megret: Bijnaam. Afleiding van maigre: mager, tenger.

Mailen: Plaatsnaam Maillen (Namen).

Mailly, Maily, Maillie, Maillis, Demailly, de Maillij: 1. Plaatsnaam Mailly (Somme, Marne, Aube). 2. Soms is Mailly een spellingvariant van Mahy.

Maillard, Maillart, Maillat, Maillar, Maillaert, Mailliard, Maiart, Maillard, Maylaers, Maljaars, Maljerse, Maljers, Maillard, Mailla, Maillar, Maeljaert, Maelliaert, Mayart, Mayar, Mayat, Mayaux, Mayaoud:1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Magilhard. 2. Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans mail: hamer. Vergelijk Hamers, Maillet.

Maille. Oudfrans maille: munt (halve denier, penning).

Maillen, Maillain, Maillien, Maillin, Malien, Mallien, Mauyen, Mayen, Mauïen, Mauën, Mauen: Plaatsnaam Maillen (Namen), Waals mauyin.

Maillet, Maillé, Maille, Maillez, Mailliet, Mailliez, Maillié, Mailler, Maillet, Maillé, Mayet, Mayez: 1. Oudfrans maillet: (houten) hamer. Beroespnaam voor de smid of de krijger die er met de strijdhamer op losslaat. 2. Huisnaam, bijvoorbeeld in Atrecht.

Mailleur, Mailleu, Mailleux, Maillieu, Maillieux, Maillieux, Mallieu, Maliens, Lemailleux: 1. Middenfrans mailleur; maker van maliënkolders. 2. Spellingvariant van Mayeur, Mayeux, Lemayeur, Lemahieu. 3. Spellingvariant van Mahieu. Variant op -eur is dan hypercorrect. 4. Soms eventueel plaatsnaam Mailleux = La Mallieu in Hermalle-sous-Huy (Luik). Zie Mallue.

Maillo, Maillot, Mayo, Mayot, Maillot: Oudfrans maillot: hamer. Beroepsnaam.

Maimin, Maimon. Frans Mesmin, van Latijnse heiligennaam Maximinus (us).

Main: Frans Main ‘hand’. Bijnaam of huisnaam.

Maincent. Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-sinth 'kracht-weg'.

Mainferme. Naam van hoeven en lenen in niet-adellijk bezit (Aisne, Loiret, Orne).

Mainfroid, Mainfroy, Meyfroidt, Meyfroid, Meyfroit, Meyfroyd, Meyfroyt, Meyfroots, Meyfroot, Meyfroodt, Meyfrood, Meyfroet, Meijfroidt, Meijfroit, Meijfroodt. Vadersnaam, Franse vorm (en de vervlaamsing ervan) van de Germaanse voornaam magin-frith; kracht-vrede. Maginfridus, Mainfredus, Megenfridus.

Mainguy, Maingie: Bretonse familie die onder het Keizerrijk naar Henegouwen gekomen is. Bretonse familienaam M(a)inguy, Menguy 'sterke hond, krachtige strijder'.

Maennemare. Plaatsnaam (in Normandie?).

Mainville. Plaatsnaam, Seine-et-Oise.

Mainz, Maintz, Mayntz, Maijntz, Meyntz: Plaatsnaam Mainz.

Mainzer, Meynzer. Afkomstig van Mainz.

Maipauw. Weergave van een met Zuid-Duitse verscherping (b/p) uitgesproken Duitse familienaam Maibaum. Vergelijk Meiboom.

Maire, Meir, Meire, Meirens, Meiren, Merens, Merens. Moedersnaam uit het Franse Maire, de volksnaam voor Maria.

Mairesse, Meresse, Méresse, Meeresse, Mayeresse, Mayeres: 1. Beroepsnaam. Vrouwelijke vorm van maire: meier. 2. Plaatsnaam Mairesse-en-Bennes in Warfusée (Luik).

Mairiaux, Marieaux, Mairiat, Mairia, Merriaux, Merreau, Mériaux, Meraud, Meraeux, Mereau, Meireaux, Maeriaux, Mérat: Beroepsnaam. Afleiding van Frans maire: meier.

Mairy, Mairie: Plaatsnaam Mairy in Méan (Namen).

Mais, Maïs, Maiss, Maijs, Mays: 1. Duitse familienaam Maiss, Mais, van Middenhoogduits meiss: gevelde bout. Plaatsnaam. 2. Zie Mais(s)e.

Maisse, Maise, Maissen, Maiss, Mais: 1. Vadersnaam. Korte vorm van Thomas. 2. Zie Mais.

Maisocq, Maisoq. Beroepsnaam. Frans maître-coq, maître-queux: meester-kok. Waals maisse.

Maishman. Misschien verhaspeling van Engelse Marshman, Mashman: naar de woonplaats aan een meers, beemd; vergelijk Meerschman, Nederlands Marsman. Maar er is ook een familienaam Maizman, die veeleer in Duits Joodse richting schijnt te wijzen.

Maisondieu. Plaatsnaam Maison-Dieu (Nièvre, Yonne). Of huismeester of bewoner van een godshuis.

Maisonneuve. Plaatsnaam in Floreffe (Namen), Beho (Luxemburg): nieuw huis. Vergelijk Van Nieuwenhuize.

Maistriau, Maistriaux, Mestriau, Maitrias, Metraes, Métreaud: Afleiding van Oudfrans maistre, Frans maître: meester. Vergelijk Lemaître.

Maitrejean. Meester Jan.

Maitrot, Metrot: Afleiding van Maître.

Majdoub (al). Arabische naam uit mahjub: verborgen, bedekt.

Majerczyk, Majerovic, Majerowicz, Majorovic: Beroepsnaam. Slavische afleiding van Duits Maier/Meier.

Majoie, Majois: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marguerite.

Majorin, Majoras. Afleiding van de beroepsnaam Maior; meier.

Mak: Vadersnaam/moedersnaam Macco, Makko/Macca, Makka, bakervormen van Germaans mag-naam of mark-naam, zoals Markward.

Makelaere, Makelare, de, Maclart, Machelart. Beroepsnaam van de makelaar, koppelaar.

Makelberge (van), Makelberghe, (van) Maeckelberghe, Maeckelberg, Mackelberghe, Makelberg, Maeckelberghe, van Mackelberg, (van) Mackelbergh, Mackelberghe, van Mackelenbergh, Mackelenberghe, Mackelberge, Mackelberg, Mackelbert, Maechelberghe. Familienaam uit de plaatsnaam Makenberge in het dorp Nomain (Nord).

Maker, de, de Maaker, de Maecker, de Maeker, Maekers: Beroepsnaam. Die iets maakt, vervaardigt, repareert.

Makereel, Maeckereel, Maquerel: 1. Bijnaam naar de visnaam makreel. 2. Eventueel vadersnaam. Afleiding van de voornaam Makarios, Frans Macaire.

Makin, Makins, Makkink, Mackin, Macquyn, Macquiné, Maquinay, Maquinoy, Maquin, Makinay, Maquenne: Vadersnaam Makke. Vleivorm en afleiding van de Germaanse voornaam Macco, bakervorm bij mag-naam. Zie Mack.

Makkinga, Makkink: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Makke, zie Mak. Makkink is de Saksische variant.

Makow, Makowski, Mackowiak, Mackovie: Poolse familienaam van plaatsnaam Makow, van Pools mak: klaproos.

Maksem, Maksym, Maksymow, Maksimow, Maksomovic: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maximus.

Mal, de, (de) Malle: 1. Middenenderlands mal; dartel, mal, dwaas. Bijnaam. 2. Zie Demal.

Malaboeuf. Gedemouilleerd van Mailleboeuf. Zinwoord met Oudfrans maillier: slaan (met hamer) en boeuf: koe, rund. Beroepsnaam van de slachter van runderen. Vergelijk Duits Kuhschlâger.

Malacord, Malacor, Malacort: Plaatsnaam Malacord in Ferrières (Luik).

Maladry, Maledrie, Malledrie, Malderie, Maldrie: Plaatnaam, van maladrerie, maladerie: leprozenhuis.

Malaine, Malainne. Moedersnaam. Waalse Malaine; Madeleine, heiligennaam Magdalena.

Malaise, Malais, Malaisse, Maltaise, Malhaise, Malhaize, Malhache, Malhage, Malaxhe, Malax, Malasche, Malas, Malache, Malach, Mallach, Mallahe, Malay: 1. Frans malaise: onpasselijkheid, onbehaaglijk gevoel. 2. Zie De Malaise.

Malaive, Maleve, Malef: Plaatsnaam Malèves (Waals-Brabant).

Malanion. Bijnaam + vadersnaam. Mal Hannion: kwade Jan. Vergelijk Maljean, Quaetannens.

Malannée, Malané: Bijnaam Mâle année: kwaadjaar. Vergelijk Quaetiaer.

Malaquin. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse mathal-naam, zoals Madelbert.

Malardeau, Malardon. 1. Bijnaam. Afleiding van Frans malade, Luiks-Waals malàrdeûs: ziekelijk; of Middenfrans maladrel: melaats. 2. Afleiding van Malard; zie Mallaerts.

Malarme, Malarm, Malherm, Malerm. Bijnaam Mal arme: slecht wapen; mal armé: slecht bewapend.

Malatrait. Franse bijnaam Mal Atrait: slecht gezelschap.

Malbaut. Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-balth 'vergaderplaats-moedig': Madelbaldus.

Malbec, Malbecq. Plaatsnaam Malbecq in Quenast, Nederlands Kenast, (Waals-Brabant) of Neufvilles (Henegouwen). Eventueel Maalbeek (Vlaams-Brabant).

Malbert, Malobert, Maubert, Malbrecq, Moberts, Mobers, Mober, Moberg, Mobertz: Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-berht 'vergaderplaats-schitterend': Madalbert, Malbertus.

Malbranche, Maelbranche, Malbranque, Mallebrancke, Mallebranche, Maelbrancke, Malbrancke. Naam uit het Picardische malbranke: kwade tak, kwaad bos. Of uit akant, een geneeskrachtige plant. In het eerste geval uit een plaatsnaam, in het tweede mogelijk een beroepsbijnaam.

Malbrant, Malbrand. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Madal-brand.

Malbrouck, Malbroeck, Mabrouck, Mabrouk, Mabrut, Mabru: Plaatsnaam, 1274 Willelmus dictus Mallebrouke, Val-Dieu. De plaatsnaam Maalbroek in Anzegem, Machelen en Bavegem komen wellicht niet in aanmerking voor deze Luikse familienaam.

Malbrun, Malbrain, Malbrenne: Bijnaam + vadersnaam Mal Brun: kwade Bruno. Vergelijk Maubrun, Malbrunot. Brun, uitspraak brin in Henegouwen. Maar reïnterpretatie van Malbrand is niet onmogelijk.

Malburny. Bijnaam + vadersnaam. Mal Burny/Brunier.

Malcause: Zinwoord mal + werkwoord causer, van Latijn causari: beschuldigen, praten. Bijnaam voor een kwaadspreker. Vergelijk Nederduits. 1355 Redequât, Hameln.

Malchair, Malchaire, Malechair, Mauchard: Mâle chair: slecht vlees. Bijnaam voor iemand met lelijke huid.

Malchus, Malcus,Malkus: Bijbelse voornaam Malchus. Petrus hakte Malchus een oor af. Vandaar Waals malais: eenorig.

Malcolm. Schotse familienaam van Gaëlisch Mael Colum: toegewijd aan Sint-Columba.

Malcontent: Franse bijnaam ‘ontevreden’.

Malcorp, Malcorps: Bijnaam, letterlijk ‘mismaakt lichaam’. Maar misschien reïnterpretatie van Macor.

Malcotte, Malecot. Bijnaam Mâle cotte: slecht kledingstuk?

Malcourant, Maucourant, Moucourant: Bijnaam voor een slechte bode, loper.

Maldague. Bijnaam mâle dague: slechte dolk.

Maldeghem, van, Maldegem, (van), van Maldechem, van Malleghen, van Mallegen, van Mallegen: Plaatsnaam Maldegem (Oost-Vlaanderen).

Malderghem, van, Maldergem, van, van Maelderghem, van Maeldergem, van Moldergem: Plaatsnaam Maldergem in St.-Denijs-Boekel (OVost-Vlaanderen. Verwarring met Van Maldeghem is altijd mogelijk.

Malder, de, Maldere, de, Smalders, de Maldere, de Maldre, de Maldré: 1. Beroepsnaam van de maalder, molenaar. 2. De Mald(e)ré kan variant zijn van Malderez.

Malder, van, Van Maldere, van Malderen, van Maelder, van Molder: Plaatsnaam Malderen (Vlaams-Brabant).

Malderez, Maldré, Maldre, Maire, Mairay, Mairait, Molderez: Frans mâle denrée: slechte, minderwaardige waar. Bijnaam voor de verkoper ervan.

Maldermans. 1. Afleiding van Van Malder. 2. Beroepsnaam van de maalder, afleiding van De Malder. Vergelijk Muyldermans.

Maldoy, Mauduit: Bijnaam. Oudfrans mal duit, van Latijn mâle doctus: slecht opgevoed. Franse en Engelse familienaam Mauduit.

Male, van; van Maale, van Maele: Plaatsnaam Male bij Brugge (West-Vlaanderen). Zie van de(r) Male.

Male, van de(r), van der Malen, van der Maale, van der Maal, van Maalle, van Male: Plaatsnaam Male ‘zak, depressie’.

Malec, Malicky: Pools en Tsjechisch malec ‘jongeman’, afleiding van Tsjechisch maly ‘klein’, Oost-Slavisch malo ‘klein’.

Malée, Mallee: Spelling voor Frans Malet. 1. Verkleinvorm van Oudfrans male, Frans malle ‘tas, koffer’ van Middelnederlands male. Beroepsbijnaam van de malendrager, bode of koffermaker. 2. Vadersnaam. Franse verkleinvorm van Germaans mathal-naam, bijvoorbeeld Ma(de)lbert.

Malefaçon, Malefason, Malefasow: Malfaison, van Oudfrans male foison, fuison. Oudfrans foison, van Latijnse fusio ‘geldstorting, later rijkdom, overvloed, bestaansmiddelen’. Bijnaam voor wie in slechte papieren zit. Later geherinterpreteerd als male façon ‘slecht fatsoen, kwaad gedrag’.

Malempré, Malempre, Malemprez. Plaatsnaam Malempré (Luxemburg) en in La Reid (Luik).

Maler: Ook Mahler. Duitse beroepsnaam van de schilder, glasschilder.

Malesieux. Afleiding van Mallésié.

Malesis, Malesys. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Malzy (Aisne). 2. Variant van Mallésié. Zie daar.

Malet, Maley, Mallet, Malette, Maleté, Mallez, Malez, Maulet: 1. Afleiding van Oudfrans mâle, Frans malle: tas, koffer, van Middenenderlands mâle. Beroepsnaam van de malendrager, bode of koffermaker. 2. Vadersnaam uit een Germaanse mathal-naam, bijvoorbeeld Madelbert.

Malfait, Malfayt, -Malfyt, Maelfait, Maelfeyt, Maelfaet, Mailfait, Malefijt, Mallefait, Mallefet, Mallefeydt, Mallefeyt, Mollefait. Bijnaam uit het zinwoord "die kwaad doet": boosdoener.

Maleyn. Aanpassing van de Franse uitspraak van Malin.

Malfiet, Malfliet, Mafliet. Variant van de familienaam Mafit: dat is Mau/lfils, kwade zoon.

Malfaire, Malfère, Malfer, Malfert: Mogelijk niet van mal faire: kwade daad, maar reïnterpretatie van Malfrère.

Malfaison, Malfeson, Malefason: Oudfrans mâle foison, fuison. Oudfrans foison, van Latijn fusio: geldstorting, van rijkdom, overvloed, bestaansmiddelen. Bijnaam voor wie in slechte papieren zit. Later gereïnterpreteerd als mâle façon: slecht fatsoen, kwaad gedrag. Hieruit ook familienaam Malfison, Malfuson, Malfuzon.

Malfait, Malfayt, Malfeyt, Malfet, Maelfait, Maelfeyt, Maelfaet, Mailfait, Malefijt, Mallefait, Mallefet, Mallefeydt, Mallefeyt, Mollefait: Zinwoord: die kwaad doet, boosdoener, misdadiger.

Malfilâtre, Malfilatre, Malfilade. Bijnaam. Oudfrans mal filastre: kwade schoonzoon. Vergelijk Mafit.

Malfoy, Monfoi: Malfroy met r-syncope.

Malfrère. Bijnaam Mal frère: slechte broer of broeder. Zie ook Monfrère.

Malfroid, Malfroidt, Malfroit, Malfroy, Malfroij, Malfrooit, Malfroot, Malfrooid, Mallefroy, Mayffroy, Maufroy, Moffroid, Monfroy: Vadersnaam. Malfroid, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Madalfridus, Madalfred, Malfredus.

Malgar, Maugars: 1. Plaatsnaam Mal/mau gard: slechte gaard. 2. Mau/mal gars: slechte knecht, jongen.

Malgaud. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mathal-gud/gaut; vergadering-god/Goot': Madalgaudus, Maalgodus, Madalgodus.

Malgo: Uit Malego, reductie van familienaam Malingreau, afleiding van Frans malingre ‘zwak, ziekelijk’.

Malherbe, Malherbes, Malerp, Malherp: Plaatsnaam Mâle herbe: kwaad kruid (Waals-Vlaams), onkruid. Malesherbes.

Malhomme, Malone, Malonne, Mallems: Bijnaam Mal homme: kwade, slechte mens, man. Oudfrans (h)ome = omne.

Malice, Malis, Malisse, Malise Malys, Malysse, Malijsse, Mallisse, Molisse. Bijnaam uit het Franse malice: boosheid, list(igheid). Wellicht verwijzend naar een karaktertrek.

Malichmann. Duits-Joodse afleiding van Malik?

Malien. 1. Beroepsnaam van de mulder, afleiding van Middenhoogduits main: malen. 2. Variant van Ma(h)ler: schilder.

Mallery: Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-rîk; zie Maudri.

Maliepaard, Malipaard, Malipaart, Mallipaard, Malepaard: Nederlandse aanpassing van Oudfrans malapert ‘onhandig, lomp’? Blijkens 1623 d’heer Lowijs de Malepert is de plaatsnaam Malpart (Somme) meer aangewezen.

Malige. Waarschijnlijk hypercorrect voor Malice.

Malik, Malick: 1. Vadersnaam. Afleiding van Slavische voornaam Malomir. 2. Ook plaatsnaam, van Oudslavisch malo: klein, vergelijk Malecki, Maletz(ki), Malitz.

Malin, Mallen, Mallens: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse mathal-naam, zoals Madelbert.

Malingret, Malingrez, Malingreau, Malingreaux, Malingraux, Maligria, Malgriaux, de Maleingreau, Maleingrau, Malengret, Malengre, Malengrez, Malengré, Malengraux, Malengreau, Malengreaux, Malongrée, Malongré, Malomgré, Malumgré. Bijnaam uit het Franse malingre: zwak, ziek, ziekelijk.

Malinowski, Malinsky, Malinovsky: Poolse plaatsnaam, van malina: frambozenstruik.

Malisart, Malissart, Malissard: Afleiding van Malice. Bijnaam voor een snoodaard, listige.

Malisoux. Plaatsnaam Malihoux: 1085 Malisoil, in Havelange (Namen).

Maljaart, Maljaars, Maljers: Aanpassing van Frans Maillart. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Magilhard. 2. Beroepsbijnaam. Afleiding van Oudfrans Mail ‘hamer’.

Malkus: Bijbelse voornaam Malchus. Petrus hakte Malchus een oor af. Vandaar Waalse malcus ‘eenorig’.

Mallaert, Mallaerts, Mallard, Mallart, Mallat, Malla, Malard: 1. Afleiding van Middenenderlands malien: dwaasheden uithalen, tijd verbeuzelen. Bijnaam. 2. Afleiding van Van (de) Malle. 3. Vadersnaam. Germaanse voornaam mathal-hard 'vergadering-sterk': Madelhardus.

Malland, van; Mallander, Mallant, van, Mallants, Mallans, Mallens, Maliens: Plaatsnaam Malland op Tholen (Zeeland).

Mallard, Mallart, Mallat, Mallar, Mallaert, Malliard, Maiart, Mailiard, Maylaers, Maljaars, Maljer, Maljare, Malliard, Malliar, Mallia, Maeljaert, Malle, van, de, der, van Mal: 1. Plaatsnaam Oost- of Westmalle (Antwerpen). 2. Plaatsnaam Mal (Limburg). 3. Zie ook Van de Maele.

Malleghem, van, Mallegem, van, van Mallegen, Malghem: 1. Zie (van) Maldeghem. 2. Door wisseling van de bilabialen m/w=Van Walleghem.

Mailliaert, Mayar, Mayart, Mayat, Mayaux, Mayaud. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam magin-hard. 2. Beroepsbijnaam uit het Oudfranse mail: hamer.

Mallego, Mallegho, Malego, Maligo. Waarschijnlijk Henegouwse en Oost-Vlaamse vereenvoudiging van de familienaam Malingreau (eveneens in Henegouwen en Oost-Vlaanderen). Zie bij Malingret.

Mallekoote, Mallekote: Spelling voor Malcotte. Bijnaam. Frans male cotte ‘slecht kledingstuk’.

Mallésié, Malaizier, Mallesie, Mallezie. 1. Bijnaam uit het Franse malaisé: moeilijk, misvormd. 2. Of variant van Malesis: zie daar.

Malleville. Plaatsnaam Malleville (Isère, Seine-Mar., Eure), Maleville (Aveyron), Mal ville (Loire-Atl.).

Mallie, Mallier, Malié, Mallié, Mally, Maly, Malie, Mali: Variant van Mallier, Mallié. Oudfrans mal(l)ier: postpaard, lastpaard. Beroepsnaam voor een voerman. Ook drager van reistassen, koffers, lastdrager.

Mallinger. 1. Met Franse uitspraak mallingé, zie Mauger. 2. Afleiding van plaatsnaam Mailing (Beieren).

Mallory. 1. Engelse familienaam van Oudfrans maloret: ongelukkig, onfortuinlijk. Bijnaam. 2. Variant van Mallery.

Mallue, Mallut, Malu, Demalue: Plaatsnaam, 1405 allé Malue, Merdorp (Luik): mâle lieue: kwade mijl. Vergelijk Mailleu(r) 4.

Malmedy, Malmédy, Malmédier, Malmendier, Malmedier, Mamendé, Mamdy, Mandy, Mandi: Plaatsnaam Malmedy (Luik), oorspronkelijk Malmendier: Malmundarium. Waalse uitspraak mâm'dt.

Malmonté. Bijnaam. Frans mal monté: slecht voorzien.

Mallis: Uit Mal(l)isse, van Franse familienaam Malice. Bijnaam. Frans malice ‘boosheid, list(igheid)’.

Malnoury. Bijnaam. Frans mal nourri: slecht gevoed, ondervoed.

Malo, Malot, Malotaux, Malota, Malotaeau, Maloteaux, Malotiaux, Malotteau, Malotteaux, Mallottau, Malloteau, Maltaux: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse mathal-naam, zoals Malou.

Maloir. Vadersnaam. Germaane voornaam mathal-ward?

Malon, Maloen, Maloens: 1. Oudfrans malon: wilde eend. 2. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse mathal-naam, zoals Malou.

Malone, Malonne. Deze Henegouwse familienaam gaat niet terug op de plaatsnaam Malonne (Namen), maar op Malhomme.

Malou, Maloux, Malous, Mahlous: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mathal-wulf'vergaderplaats-wolf': Madalaulfus, Mallulfus = Madelulfus.

Malotaux, Malta: Vadersnaam. Verkleinvorm van Malot, verkleinvorm van Germaanse mathal-naam. Malta geeft de Waalse uitspraak weer. Malta: 1. Plaatsnaam Malta in Strijen (Zuid-Holland) en Made (Noord-Brabant). 2. Zie Malotaux.

Malpas, Malpasse, Malpats, Malpas, Maupas: Mal Pas: slechte, moeilijke doorgang. Plaatsnaam in Bergilers (Luik) en Malonne (Namen). Ook Malpas, Maupas in Frankrijk. Vergelijk (de) Maupassant.

Malpierre. Bijnaam + vadersnaam. Mal Pierre; kwade Pieter.

Malpoix, Malpaix: Bijnaam naar het lichaamsgebrek. Oudfrans mâle poe: slechte poot, voet. Vergelijk Duitse Quadfuss. De verschrijving Malpoix wijst op reïnterpretatie als mal poids: slecht gewicht.

Malrain, Malrin: Regressievorm van Maurin = Morin?

Malréchauffé, Malrechauffé: Bijnaam voor een kouwelijk mens.

Malschaert, Malschaerts. Afeiding van Middenederlands malsch: overmoedig, laatdunkend, drukdoend. Bijnaam.

Malsche, de. Reïnterpretatie van De Walsche, met wisseling van lipmedeklinkers m/iv.

Malsen, van, Malssen: Plaatsnaam Malsen (Gelderland).

Malt. Moedersnaam. Engelse vorm van de voornaam Machtild, zoals ook Mald, Mault, Maud.

Malta, Maltha. Waalse uitspraak van Maltaux.

Maltaux. Uit Malotaux; zie Malot.

Malter, Maltere, Maltère, Maltaire: 1. Duits Malter: koren- en houtmaat. Beroepsnaam van de koren- of houtmeter. 2. Engelse beroepsnaam van de mouter. 3. Franse familie- en plaatsnaam Maleterre: slechte, arme grond.

Maltier, Maltir, Maltjers: Malletier, afleiding van Malet. Beroepsnaam van de lastdrager of menner van een lastpaard

Maluin. Germaanse voornaam mathal-win 'vergaderplaats-vriend': Madalwinus, Maluinus.

Malvaux, Malvaut, Malvault, Malva, Malvoz, Mavaut, Maveau, Mavoudt: 1. Plaatsnaam Malvaux: slecht dal. Malevauin St.-Omaars (Pas-de-Calais). 2. Bijnaam Mal le vaut: weinig waard.

Malvoisin, Malvesin, Mauvoisin, Mauvisin, Monvoisin: Kwade buur; vergelijk Ojiaeghebeur. Monvoisin met epenthetische n (vergelijk Monballiu).

Malvoz. 1. Plaatsnaam Malvoz in Amay (Luxemburg). Oudfrans mâle voe: ramp, teleurgang. 2, Variant van Malvaux; vergelijk Levai=Levoz.

Malwarant. Mal warant/garant: slechte garant, borg.

Malyster. Waalse hypercorrecte vorm voor Malice; vergelijk Waals miniss voor ministre.

Malzer, Maizer, Meltzer, Melzer, Melczer, Melcer: Duitse beroepsnaam van de mouter. Vergelijk Malz.

Mameren, van: Duitse plaatsnaam Mammern in Thurgau.

Mambour, Mambourg, Manbour: 1. Moedersnaam magin-burg 'kracht-burg': Mamborgis. 2. Plaatsnaam Mambour in Péruwelz (Henegouwen) en Itter (Waals-Brabant). 3. Oudfrans manbor (Middelnederlands montboor, momboor): voogd. Vergelijk De Voocht.

Mamer, Mamert, Mamêre, Maumert: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Mamertus. 2. Duitse plaatsnaam Marner waarnaar de 16de eeuwse humanist Nicolas Mameranus genoemd werd.

Mamertin. Vadersnaam. Vleivorm van heiligennaam Mamertus.

Mamet, Marnes, Marnais, Mamay, Mammez, Mammes: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Mammes, Mammetis, die nog voorkomt in plaatsnaam St-Mammès (Seine-et-Marne), St-Mamet (Hte-Garonne). 2. Plaatsnaam Mametz (Pas-de-Calais, Somme). 3. Middenenderlands en Oudfrans ma(u)met: Mahomet; Mohammed. Bijnaam.

Mampaey, Mampaeij, Mampay, Mampaye, Manpaey, Mampaert, Mampart, Mampuys, Mampuy, van Moppes. Familienaam uit de Brabantse plaatsnaam Manpad: voetpad.

Maniquet, Manniquet, Manket, Marniquet: Waalse afleiding van Nederlands man: mannetje. Of vadersnaam. Vergelijk Mannekens.

Man (de), Manns, Mans, Maens, Smans, De Manne, de Mann, Demmane, Demman, Demaen; Middelnederlands man ‘mens, man, knaap; echtgenoot; leenman’. Duits Mann.

Manacker, van de, den, Manakers: Plaatsnaam Mannecker (Sleeswijk-Holstein)?

Manand, Manant, Manent, Manente, Maenant. Oudfrans manant; inwoner.

Manandise. Oudfrans manandise; verbljf, woonplaats.

Manchier, Mancier, Mansier, Mansiere, Mencier, Mensier, mensiers, Mincier, Meinsier, Minsier, Mancy, Mentzy, Mentzij. Beroepnaam van de maker van handvatten voor werktuigen. Vergelijk Manser.

Mancar, Mancard. Foute spelling voor Manceaux?

Mancel, Manceau, Manceaux, Manciaux: Naam van de inwoners van Le Mans (Sarthe): les Manceaux.

Manchion, Manchon, Menson, Monson: 1. Oudfrans manchon: arm van de kruiwagen. Beroepsnaam. 2. = Mansion? Manck, de; Mank: Bijnaam voor een manke, kreupele, lamine, verminkte.

Manche. Beroepsnaam van de maker van handvatten. Vergelijk Manchier.

Manchel. Afleiding van Manche? of hypercorrect voor Mancel?

Mand, Mandt, Mant. Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Amand(us).

Mandart, Mandart, Mandat. Afleiding van Oudfrans mander: bevelen, verordenen, manen, boodschappen. Beroepsnaam van bode, deurwaarder.

Mande, de, de Mandt, de Mant, de Mand: Beroepsnaam van de mandenmaker, mandenvlechter.

Mande, van de, Vermanden. Huisnaam De Mande, huis van een mandenvlechter.

Mandemaker: Beroepsnaam van de mandenvlechter.

Mandegout. Vadersnaam. Nederlandse vorm van Germaanse voornaam Mangold. Manda-got.

Mandel, Mandels, Mendel, Mendels, Mandil, Mandl: 1. Duitse vadersnaam. Afleiding van Germaanse -man-naam (bijvoorbeeld Herman); vergelijk Duits Hândel, van Hâhnel, Hannel, afleiding van Johannes. Of korte vorm van Bijbelse voornaam Emmanuel. 2. Zie ook Mandel(s).

Mandel, Mandels, Mangel, Mangels, Manders, Mander, Maanders, Monders, Monder: 1. Middelnederlands mandel(e): een aantal (12-15) schoven graan en bossen stro. Vergelijk Schoof(s). 2. Middenenderlands mandel, mandere: amandel. Bijnaam naar de amandelboom. Vergelijk Mandelbaum.

Mandelaers. 1. Zoals Duits Mandler, van Middenhoogduits mandel = mangel: mangel (om linnen glad te strijken). 2. Mandelaar, van Middelnederlands mandelen; het graan in schoven zetten; zie Mandel(s) 1. 3. Mandelaar is wellicht de beroepsnaam van de mandenvlechter. 4. Hypercorrect voor Mangelaars.

Mandelaire, Mandelier, Manderlier, Manderrier, Monderlier: Beroepsnaam. Oudfrans mandelier: mandenvlechter.

Mandelbaum, Mendelbaum: Duitse familienaam naar de huisnaam: Amandelboom.

Mandelblat. Duitse familienaam; amandelblad.

Mandemaker. Beroepsnaam van de mandenmaker.

Mandeman. Beroepsnaam van de mandenvlechter.

Mander, van der, Vermandel, Vermandele, Vermander, Vermandere, Vermanden. Familienaam uit de plaatsnaam Mander/Mandel in St.-Baafs-Vijve (West-Vlaanderen), dit naar de riviernaam de Mandel.

Manderbach. Duitse plaatsnaam.

Manderfeld, Manderveld, Mandervelt, Maendervelt, Maenderveld. Plaatsnaam Manderfeld, Luik.

Manderick, Manderyck, Manricqus, Manrique, Mandrycus, Mandrick, Mandryck, Mandryxs, Mandrincx, Mendrik, Mendriks, Mammerickx, Mammerinckx. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam man-rik; man-machtig, Manricus.

Manders, Maanders: Door r/l-wisseling uit Mandels. Middelnederlands mandel, mander ‘amandel’. Bijnaam naar de amandelboom. Vergelijk Duits Mandelbaum.

Manderscheid. Duitse plaatsnaam.

Mandeville. Plaatsnaam Mandeville (Eure, Calvados).

Mandiau, Mandiaux, Mandieau, Maindiaux, Mendiaux, Mendiau: Afleiding van de voornaam Amand of Germaanse voornaam (Manduin, Mandewig, Mandulfus).

Mandler. Beroepsnaam, van Middenhoogduits mandeln: door de mangel draaien.

Mandou, Mandoux, Mantoux, Mantou. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Mandolf, Mandulfus.

Manen, van; van Maanen, Vermaanen: Plaatsnaam Manen (Gelderland).

Manenschijn. Bijnaam: maneschijn. Bijnaam voor iemand die vooral 's nachts actief was? Vergelijk lmpinus Sonnescien, Oud. Duits Regenbogen, Sunnenschein, Morgenroth.

Manes, Manesse. 1. Bijnaam van een maanzaadeter. Middenhoogduits mân, Duits Mohn. Vergelijk Duits Manfrass. 2. Misschien vadersnaam, van de Bijbelse voornaam Mariasses. Zie Mennessier 2.

Manet, Manette, Manez, Mané, Manè: 1. Korte vorm van Demanet. 2. Zie Magnet.

Manfrin. Vadersnaam. Vleivorm van Manfroid.

Manfroid, Manfroy, Manfredi, Manfré, Manfé, Menfroid: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam man-frith 'man-vrede': Manfridus.

Mange: Vadersnaam. Korte vorm van Demange, Franse vorm van de Latijnse heiligennaam Dominicus.

Mangelaer, de, Mangelaers, (de) Mangelaars, (de) Mangeleer, Mengeleers, Mangeleir, de Mangeleire, Mandelaers, Mondelaers, Mengelers, Mingelers, Menger, Mengers, Mengerink, Oldenmenger; 1. Beroepsnaam Mangelaar, synoniem met Middelnederlands manger, menger, Engels monger ‘handelaar, koopman’. Afleiding van mangelen ‘ruilen, handel drijven(afgeleid van mangelen=ruilen). 2. Beroepsnaam afgeleid van het woord mangel: rol om het linnen glad te strijken. 3. Mandelaar kan ook een afleiding zijn van het Middelnederlands mandelen: het graan mandelen/zetten. Ook hier een beroepsnaam. 4. Mandelaar is mogelijk als beroepsnaam voor een mandenvlechter.

Mangelinck, Mangelinckx, Mangelinckx, Manghelinckx, Mandelings. Wellicht een -lin afleiding van de Germaanse voornaam Mangold of Manger. Vergelijk Duitse familienaam Mengele, van Mangold. Of variant van Mingelinckx. Mandelings is hypercorrect (vergelijk Mandelaers).

Mangelschot, Mangelschots, Mangelschotz, Manguelschots. Bijnaam voor iemand die een mandeel (het aan de heer toekomende deel) als rente betaalt aan de heer. Middenenderlands mandelschot. Middenenderlands mandel: 12 tot 15 schoven graan en bossen stro; schot: rente verschuldigd aan de heer.

Mangeot, Maingeot, Mainjot, Manjot, Mengeot, Menjot, Mentjot, Mentjosse, Mentjox, Mingeot. Vadersnaam, knuffelvorm uit Demange, een Franse variant van Dominicus.

Manger, Mangers, Mengers, Menger, Mingers: Middelnederlands manger, menger: handelaar, koopman. Vergelijk De Mangelaer, Engels Manger, Monger.

Mangez, Mangé, Menger, Mengé, Menge, Menges: Vadersnaam Manget, afleiding van Démange, Dominicus. Vergelijk Mangeot, Mangin.

Mangnay. Spelling voor Magnay. 1. Lees Magnée of Magnet. 2. Luiks-Waals voor Magnaud of Magnel.

Mangodt, Mango, Mangot: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam man-gud 'man-god': Mangodus. 2. Variant van Margo(d)t, met r/n-wisseling. 3. Zie ook Mangeot.

Mangold: Vadersnaam. Germaanse voornaam Manegold(us), Mangold, Manegaud.

Mangon. Beroepsnaam. Waals-Picardisch mangon: slager.

Manhaeghe, Manhaeve, Manhave. Familienaam uit de plaatsnaam Manhage in Deerlijk, Tielt en Wingene (West-Vlaanderen).

Manhaye, Manhay: Plaatsnaam Manhay (Provincie Luxemburg).

Manheimer, Mannheim, Mannheimer, Mannheims, Manheims, Maheim, Naam uit de plaatsnaam Mannheim (Baden-Württemberg).

Manheulles. Plaatsnaam, Meuse.

Manière. Bijnaam; die zich fatsoenlijke, gemanierd gedraagt.

Manigard, Manigart, Manigot: Beroepsnaam. Oudfrans manigaut: werkman, arbeider.

Maniouloux. Spellingvariant van de Franse familienaam Magnoulous, van Magnoux/Magnol, Romaanse vorm van Germaanse voornaam Maginwulf.

Manis, Manise, Manys: Er is een plaatsnaam 'alleu de Manise' in Haybes (Ardèche), maar die bevat waarschijnlijk niet de familienaam die we moeten verklaren. Variant van Manes(s)e Malis(s)e?

Manjé, Manni: 1. Franse familienaam Manier, Magnier. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam magin-hari ‘kracht-leger’: Maginharius, Magnarius. Soms is Ma(u)nier een variant van Meunier ‘molenaar’. 2. Manjé kan een spelling zijn voor de moedersnaam Magnet, verkleinvorm van Magne ‘Maria’.

Mankes. 1. Bijnaam voor de zoon van de manke. 2. Variant van Mencke.

Mann. Duitse bijnaam Mann: moedig man; vergelijk De Man.

Mannaert, Mannaerts, Mannaers, Mannart, Mannart, Mannhard, Manard, Manertz, Manaar, Mana, Manaa: Vadersnaam. Germaanse voornaam man-hard ‘man-sterk’.

Manne. Verwaalsing van Mann of (de) Man. Of variant van Mannen; vergelijk Menne.

Manneback. Plaatsnaam Mannebach, Rijnland-Palts.

Mannee, van: Waternaam Mannee op Zuid-Beveland.

Manneke, Mannekens, Mennekens, Menneken, Menkens, Mennicken, Menniken, Mannequin: Vadersnaam. Verkleinvorm van een Germaans man-naam. 2. Bijnaam voor een kleine man.

Mannens, Manne, Mannes, Meaning, Manninckx, Manin, Mennens, Mennen, Mennes, Menninckx: Vadersnaam. van de Germaanse voornaam Manno. Vergelijk Mannaert, Manneke.

Manners. Engelse familienaam van plaatsnaam Mesnières (Seine-Inf.).

Mannesberg. Duitse plaatsnaam Manzenberg (Beieren)? In de middeleeuwen was er evenwel een adellijke familie von Man(n)sberg.

Mannetstätter, Mannetstatter. Duitse plaatsnaam Mannstedt. Ook Duitse familienaam Mannstedt, Mannstâdt.

Mannien, Manniën: Uitspraak manjen, afleiding van Man zoals Mannekens? Of spelling voor Magnien?

Mannus, Manes, Mannes: 1. Variant van Magnus. 2. Mannus = Mannes = Mannens. 3. Korte vorm van Germanus/Germanes.

Manon. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse man-naam zoals Herman. 2. Zie Magnon.

Manouvrier, Manouvriez. Beroepsnaam van de handarbeider.

Mansens, Manssens. Vadersnaam. 1. Afleiding op -sin van Germaanse man-naam. 2. Manszone.

Mansart, Mansard, Mensard, Mensart, Manchard: 1. Oudfrans mansart: houtduif. Bijnaam. 2. Afleiding van Oudfrans mans, vrouwelijk manche: verminkt, mismaakt. 3. Plaatsnaam. Zie Van Mansa(e)rt.

Manschot. Waarschijnlijk variant van Mangelschot.

Manse. 1. Vadersnaam. Germaanse -so-afleiding van man-naam. Manzo. 2. Frans manche: handvat. Beroepsnaam. Vergelijk Manchier.

Manser. Engelse beroepsnaam, afleiding van Oudfrans manche: handvat. Vergelijk Manchier.

Manset. Vadersnaam. Korte vorm van Clemencet, afleiding van Clemens.

Mansfeld (van), Mannsfeldt, Mansvelt. 1. Naam uit de plaatsnaam Mansfeld (Brandenburg, Sachsen-Anhalt). 2. Of uit Mansveld in Elingen (Vlaams-Brabant). 3. Of uit Mansfield (Nottinghamshire).

Manshande. Waarschijnlijk verhaspeld van Massant, van Marchand.

Manshoven (van), Manshof. Familienaam uit de plaatsnaam Manshoven in Borgloon, Berbroek en Broekom (Limburg).

Mansion, Mension, Maintion, Mantion, Mention, Monsion, Monsinjon: Oudfrans mansion, van Latijn mansio, van maison: huis.

Mansot, Menso: Vadersnaam. Korte vorm van Clémençot, afleiding van de voornaam Clemens. Mensonides is een Latijnse vorm van Menso.

Mansy, Mansis, Mancy: 1. Plaatsnaam Mancy (Marne). 2. Romaanse vorm van Germaanse man-naam? 3. Mancy, Mansy kan Luiks-Waalse vorm zijn van Mander.

Mantel, Mantels, Mantell, Manteau, Mantaux, Menteau, Mantia, Manteas: Middelnederlands mantel, Frans manteau ‘mantel’. Bijnaam of beroepsbijnaam voor de maker ervan.

Manteleers, Mantelers. Naam uit het Middelnederlandse mantelaer, mantelere en het Middelhoogduitse manteler: maker of verkoper van mantels. Duits Mântler.

Manten. Vadersnaam. Vleivorm van de Latijnse heiligennaam Amandus.

Manternach. Duitse plaatsnaam.

Manteufel. Duitse bijnaam, van manduwel: manduivel, duivelskerel.

Mantulet, Montelet, Montulet: Variant van de Franse familienaam Mantelet: (schouder)manteltje. Bijnaam.

Manuel, Manu, Manuelli, Manuello: Vadersnaam. Verkort van de voornaam Immanuel.

Manville. Plaatsnaam Menville, Hte-Garonne.

Mantz: Vadersnaam. Duits Man(t)z, van Manzo, vleivorm op -zo van Germaans man-naam.

Manzo, Manzone, Manzoni; Bijnaam, Italiaans manzo; os, rund.

Maon, Maons, Maont, Maonette: Moedersnaam. Waalse vleivorm van Maria.

Maquest, Maquestiau, Maquestiaux, Maquieau, Maquriau, Mauquestiau: Oudfrans ma, mal: kwaad + Oudfrans questel (van questiau), afleiding van queste: kist, koffer, kast. Beroepsnaam voor een slechte timmerman. Vergelijk Duits Quadfass.

Maquelin, Maquilin: Vadersnaam. Met voortonig versterkte klinker uit Miquelin, vleivorm van Miquel, de Picardisch vorm van Michel.

Marage, Marache: Plaatsnaam. Oudfrans marage: moeras. Marache in Ohain, Waterloo (Waals-Brabant).

Marain. Spelling van Franse uitspraak van Marin.

Maraldo. Italiaanse familienaam Moraldo, afleiding van Moro, Latijn maurus; zwart, moor.

Maranus: Spelling voor de Vlaamse familienaam Mar(r)annes. Oudfrans marran ‘bekeerde jood of moor’.

Marbach, Marbacher, Marbaque: Verspreide Duitse plaatsnaam Marbach.

Marbehan, Marbehant. Plaatsnaam Marbehan in Rulles, Luxemburg.

Marblie. Beroepsnaam Marblier, door dissimilatie van marbrier: marmer werker.

Marboux, Marbotin: Vadersnaam. Franse familienaam Marbaud, Marboud. Germaanse voornaam mêr-balth.

Marbus: Wellicht verkeerd gelezen Markus.

Marc, Marcq, Marq, Marcus, Marcuse, Marks, Markus, Merkus, Marcussen, Markusse, Markus, Markussen, Marckus, Marck, Marcks, Mark, Marks, Marckx, Marcx, Maerckx, Marx, Merk, Merks, Merkx, Merkx, Merks, Merkens, Merx, Merckx, Merck, Mercks, Mercx, Mercs.. Vadersnaam uit de Latijnse heiligennaam Marcus.

Marcadet, Marcadé, Markadieu: Afleiding, recpectievelijk reïnterpretatie van Oudfrans mercadier: koopman. Beroepsnaam.

Marcaillou. Plaatsnaam; met stenen bezaaid.

Marcas, Marcasse. Oudfrans marcas: moeras. Plaatsnaam Marcasse in Wasmes (Henegouwen).

Marcassin. Frans marcassin; jong everzwijn.

Marcel, Marcelle, Marsel, Mersel, Marceaux, Marceau, Marseau, Marsaud, Marsaut, Marciat, Marsiat, Marsia, Marchel, Marcille, Marcil, Marsille, Marsil, Marseille, Marcelis, Marcelissen, Marcelisse, Marcellis, Marsselle, Marselis, Masselis, Maselis, Masselus, Maselus, Masselles, Masselink, Masseling, Masselman, Mercelis, Messelis: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marcellus/Marcilius.

Marcelier, Desmarchelier: Regressievorm van Maschelier/Messelier; zie Masquelier.

Marcelin, Masselin, Mocellin, Messelyn, Maslyn, Masschelin, Masschlein, Masscheleyn, Masquelin, Masculin: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Marcel. Assimilatie rs/ss zoals in Marcelis/Masselis. Maar het is de vraag of de interpretatie als Marcelin niet een jongere reïnterpretatie is (zie Masselin), temeer omdat 1567 Jan Maselin, Lauwe een oudere vorm is en in een buurgemeente voorkomt.

Marcelis, Marcelisse, Marcelissen, Marcellis, Marseelis, Masselis, Maselis, Masselus, Maselus, Masselles, Mercelis, Messelis: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marcellus = Marcilius (ius, van is).

Marcelot, Marcelo, Mercelot, Marcello, Marcelo, Marseloo, Masselot, Masselos: Vadersnaam. Franse vleivorm van heiligennaam Marcel(lus). Marcello eventueel Italiaans.

Marcette. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marcel.

Marcfeld. Plaatsnaam Markfeld, Beieren.

March: Marche, van Demarche. Plaatsnaam Marche (Provincie Luxemburg).

Marchais. Plaatsnaam (Aisne, Yonne, Loiret): moeras.

Marchand, Marchandt, Marchant, Marchans, Marchamp, le Marchand, Merchant, de Marchant, Merchan, Maerschand, Maerchand, (de) Marecham, Marschang, Marcant, Marcan. Marcand, Marquand, Marquant, Lemarquand, Mercan, Massant, Missant, Missante, Mechant, Michant. Beroepsnaam voor een koopman. Dialectische verschuivingen zorgden onder andere voor een verschuiving naar Massant.

Marchandet, Marchandier. Beroepsnaam. Afleiding van Marchand.

Marchandisse, Marchandise. Oudfrans marchandise: handel, groep kooplui. Beroepsnaam voor een handelaar.

Marchau, Marchoux, Marchaud. 1. Zie Maréchal. 2. Variant van Marceau.

Marchetti: Vadersnaam. Italiaans verkleinvorm van de voornaam Marco, de heiligennaam Marcus.

Marchie, du: Lees du Marchié = de/du Marché. Plaatsnaam (le) Marché‘(het) Marktplein’.

Marchot, Marso: Moedersnaam. Vleivorm op -eç-ot van Marie; vergelijk Marsoul(le) Of veeleer, van Marcot, van Marc (Vergelijk Lucart/Luchart).

Marchoul, Marchouh, Marschou. 1. Vadersnaam, Picardische variant van de Germaanse voornaam Markolf. 2. Zie ook Marsoul. 3. De naam werd ook verward met Marchau/Marceau.

Marcial, Martial, Mercial, Mertial: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Martialis / Marcialis. 2. Soms regressievorm voor Marceau.

Marck, van, Marcke, van, van Marque, van Marcq, van Marcken, van Maercken, van Maerken, van Maerche. Familienaam uit de plaatsnaam Marke (West-Vlaanderen) of Maarke (Oost-Vlaanderen).

Marck, van, van Marcq: Plaatsnaam Langemark, Kortemark (West-Vlaanderen), Marck (Pas-de-Calais), Marcq-en-Baroeul (Nord).

Marckelbach: 1. Plaatsnaam Merkelbeek (Nederlands Limburg). 2. Plaatsnaam Merkelbach (Rijnland-Palts)

Marclé: Met epenthetische r uit Maclet, Romaans verkleinvorm van de heiligennaam Macharius of Remaclius.

Marco, de: Vadersnaam. Italiaans Marco = heiligennaam Marcus.

Marcon, Marcoen: Vadersnaam. Franse afleiding van Germaanse mark-naam (Markolf) of heiligennaam Marcus. Zie Marcou.

Marconneau, Marconneau: vadersnaam. Afleiding van Marcon. Vergelijk ook Marson.

Marcos. Vadersnaam. Spaanse vorm van heiligennaam Marcus.

Marcorin: Afleiding van de voornaam Marc?

Marcotte, Lemarcotte: Moedersnaam. Afleiding van heiligennaam Marc.

Marcou, Marcoux, Marcoup, Marcour, Marcourt, Markou, Marcoen: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Markolf: mark-wulf 'merk, grenssteen-wolf. Sint-Marculfus (Saint-Marcou) wordt in West-Vlaanderen Sint-Markoen genoemd.

Marcour, Marcourt. 1. Plaatsnaam Marcourt (Luxemburg). 2. Variant van Marcou of Macours.

Marcy, Marci, Marcie: 1. Vadersnaam. Variant van Marcil. 2. Latijnse afleiding van Marcus. 3. Plaatsnaam Marcy (Aisne, Rhône).

Marcus, Morcus, Marcusse, Markusse, Markus, Marks, Marckx, Mercks, Mercx, Merks, Merkx: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marcus.

Markens, Marks, Merks, Merkens, vadersnaam, Germaanse naam Marx, Marco Mark, Merk, Markwart, Markolf.

Maréchal (de), Marechal, Marechale, Marécal, Marrecau, Marécaux, Marecaux, Marecauw, Demarecaux, Desmarescaux, Desmarecaux, Desmaricaux, Mareschal, Maresceau, Marescaux, Marescau, Maresca, Maresska, Marescot, Maresko, Marichael, Marichal, Maricaux, Maricau, Marcault, Marcaud, Mareco, Maricot, Marico, Mariko, Marchot, Marigot, Maricou, Marischal, Mariscal, Marischael, De Marichal, Demareschal, Masschael, Masschal, Marissael, Marissal, Maryssael, Marysael, Marijssael, Marijsael, Marissel, Marisa, Marissiaux, Marchal, Marchale, Demarchal, Marchaux, Marchau, Marchaud, Masscho, Masco, Masso, Marsal, Marschals, Marschal, Marschall, Marshall. Beroepsnaam uit het Franse maréchal, uit het Nederlandse maarschalk: paardenknecht, hoefsmid, smid, stalmeester.

Mardegan, Mardaga, Margaga: Door afstandsklankverandering (d/g-omwisseling) uit Margedant, een in de16de eeuw door Italiaanse landsknechten ingevoerd woord, mercatante: handelaar, zoetelaar, marketenter.

Mardens. Vadersnaam. Waarschijnlijk een afleiding van de Germaanse voornaam Medard, Madard. Mard is trouwens de Franse gewone vorm voor Medard; Saint-Mard = Saint-Médard.

Marée, de; (de) Marrée, Marree. Moedersnaam. Waalse vorm Marèye: Marie. Plaatsnaam Frans marais, van Oudnederlands mariska ‘meers’.

Mareen. Oost Vlaamse aanpassing van Marain/Marin.

Marel, van der. Plaatsnaam De Marel: mergel, mergelgroeve. Plaatsnaam Maarle in Poppel (Antwerpen).

Marem, van, (van) Maerrem, van Maerhem, van Marhem, Maerem: Plaatsnaam Mar(r)em in Moorsele, Oudenburg (West-Vlaanderen), Dottenijs/Moeskroen, Henegouwen.

Maren van, van Maaren. Plaatsnaam Maarn, Utrecht.

Maren, van der, van Maaren, van Maare, van (der) Maeren, van der Maere, van der Maren, Vermaere, Vermaeren…: Plaatsnaam Maren in Alem (Gelderland) en Hemelum (Friesland) of van Maar(n) op diverse plaatsen en mogelijk terug te voeren is op maar, mare, meer, waterplas, waterloop. Of verkort uit van der Maren, zie van der Meer.

Marenne, Mérenne, Merenne: Plaatsnaam, Luxemburg.

Mares. 1. In het notariaat van Tourcoing kwam Mares als korte variant van Desmarets voor. 2. Zie Maris.

Maret, Maré, Mare, Marre, Marré, Marree, Maree, Marez, Mareydt, Marey, Marret, Marreyt, Marrez, Maerheyt, Maerheyd: 1. Zu Dumarais. 2. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Mareteau. Moedersnaam. Afleiding van Maret 2. Marette.

Marette, Maraite, Maraitte, Merrette: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Mareussen. Leesfout voor Marcussen.

Marfoutine. Wellicht plaatsnaam Marfontaine, Asne.

Marga, Margas, Margat, Margae. 1. Waalse uitspraak van Margaux. 2. Korte vorm van Margareta.

Margadant: Duits familienaam Margedant, een in de 16de eeuw door Italiaans landsknechten ingevoerd woord, namelijk Mercatante ‘handelaar, zoetelaar, marketenter’.

Margam, Margan, Marganne, Mergam, Mergan, Mergen, Marghem. 1. Beroepsnaam die mogelijk afgeleid is van het Middelnederlandse margant: haak, gesp. Een soort handelaar ? 2. Plaatsnaam, afgeleid van Meregem (Merville in Frans-Vlaanderen). 11de eeuw Merengehen.

Margaron. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Margareta.

Margeotte. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marguerite.

Margerin. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Margareta.

Margery, Margerison, Margory: Moedersnaam. Engelse vorm vande voornaam Margareta. Zie ook Marguerite.

Marges, Margue: Moedersnaamr. Korte vorm van de voornaam Margareta.

Marget, Margaux, Mergaux, Mirgaux, Mirgau, Murgo, Marjaux, Margoux, Mourgoux: Vaders-, moedersnaam. Afleiding van de voornaam Margareta.

Marghem. Misschien plaatsnaam Meregem (Merville, Frans-Vlaanderen). Zie ook Margam.

Margheritina. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Margarita.

Marginet, Margenat, Marginelle. Moedersnaam uit de voornaam Margareta.

Margodt, Margot, Margos, Margo, Alamargot: Moedersnaam. Afleiding van Marguerite.

Margraf, Margraff, Markgraf, Markgraaf, Marggraf, Margrève, Marnegraven, Malgrève: Middelnederlands marcgrave, marcgrève, Nederlands markgraaf, Duits Markgraf, van Frans margrave: bestuurder van een mark of grensgebied.

Marguillier, Margullier, Margulies, Mardulier, Marguillier. Naam uit het Oudfranse marraglier, marlier: koster, pedel (toezichter bij jongeren). Vergelijk Marlier.

Marguerit, Marguerite, Margarit, Margriet, Marguerie, Margerie, Margris, Magritte, Magrit, Magriet: Moedersnaam. Griekse heiligennaam Margareta; parel.

Mariceaux, Marico: Beroepsnaam Picardisch Marécau(x) van Marescau(x) tegenover Frans Maréchal, van maarschalk ‘paardenknecht, hoefsmid, smid, stalmeester’.

Mar, Marie, May, Marye. Moedersnaam. Franse vorm van heiligennaam Maria.

Mari, Marie, de: Variant van Demary, Demaury, Demori. Plaatsnaam Mory = Maury (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Mariacour, Mariacourt, Mauriaucourt. Naam uit de plaatsnaam Maricourt (Somme).

Mariage, Mariages, Mariatie: Oudfrans mariage: huwelijk, (ook) echtgenoot. Vergelijk Houwelyckx.

Mariamé. Plaatsnaam Morialmé (Namen).

Marian, Mariani, Mariano. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marianus.

Mariavelle. Wellicht door verkeerde lezing van u als v, van Mariaul(l)e.

Mari, Maricq, Marique, Marik, Marickx: Vadersnaam. Germaanse voornaam math-rîk of mêr-rîk: Marricus? Maar -rîk-namen worden Romaans -ry. Dus veeleer een Romaanse afleiding op -ique (vergelijk Hannick) van een Germaanse mêr-naam of van Marie.

Marié, Marier, Mariez. 1. Spelling voor Mariet. 2. Frans marié: gehuwd. Bijnaam.

Mariel, Mariau, Mariaud, Mariault, Mariaule, Mariaul, Mariaulle, Maria, Marias: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Mariën, Marien, Mariens, Marrien, Maeriën, Mauriën, Moriën, Morien, Morriens: Moedersnaam, Bijbelse voornaam Maria.

Mariette, Mariet, Marier, Marié, Mariez, Mariest: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Marievoet, Marivoet, Marevoet, Marvoet, Maerevoet, Maervoet, Maerievoet, Maerivoet, Morvoet. Familienaam uit de plaatsnaam Marievoorde in Pollickhove (Frans-Vlaanderen), Marivoorde in Westkapelle en Gistel-Ambacht (West-Vlaanderen).

Marigot. Variant van Zuid-Franse familienaam Mérigot, afleiding van Méric, verkort uit Aymeric; zie Emery.

Marik. 1. Vadersnaam. Slavische vorm van de voornaam Marcus. 2. Zie Maric(q).

Mariman, Maereman, Maeremans, Maerman: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Maria. Zie ook Maere.

Marin, Marinus, Marinussen, Marino, Marini, Marrin, Marijn, Maring, Marijns, Maryn, Maryns, Marrijns, Marincx, Marijnen, Marynen, Marinens, Marynes, Marinis, Marijnissen, Marynisssen, Marain, Mareen. Vadersnaam. Afleiding van Germaans naam op –mar, van mêrja- ‘beroemd’, gelatiniseerd tot heiligennaam Marinus.

Marine, Marinne. 1. Moedersnaam, vrouwelijk bij Marin. 2. Plaatsnaam Marines (Seine-et-Oise).

Maringer. Duitse familienaam Mähringer. Duitse plaatsnaam Mähringen.

Marinussen, Marinusse, Marinissen, Marinisse, Marinessen, Marinnissen, Marijnissen: Vadersnaam. Zoon van Marinus, latinisering van Marin (zie op dat woord).

Marion, van, Marioné, Marionex, Marrion, Mayon: Het voorzetsel Van is vermoedelijk secundair. Marion is een moedersnaam, afleiding op –on van de voornaam Marie.

Mariot, Mariotte. Vaders-, moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Marie.

Maris, Marris, Marres, Mares, Marissens, Marissen, Marist. Marijs. 1. Moedersnaam uit de Bijbelse voornaam Maria. De stamvader van onder andere het Wase geslacht Maris/Mares was in 1295 Willem ver Marien. Marissen(s) kan uit Mariensoens, Marisone worden verklaard. 2. In sommige gevallen kan het ook een vadersnaam zijn uit de voornaam Maurits. 2. Een uit Tsjechië geïmmigreerde familie Maresch liet haar naam in Nederland aanpassen als Maris. 3. Soms variant van Vadersnaam. Maurice.

Maris, van: 1. Plaatsnaam Maris (Nederlands-Limburg). 2. Plaatsnaam Merris (Frans-Vlaanderen).

Marit, Maritte, Marits: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Marius. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Marius.

Marjanen. Vadersnaam. Afleiding van Latijnse heiligennaam Marianus.

Marjolet, Marjollet, Marjolée, Marjollée, Majollee, Majoulet, Margalet, Mirjolet: Moedersnaam. Afleiding op -elet van de voornaam Marguerite. Voor de i, vergelijk Mirguet, Mirgain, Mirgau.

Mark, van der, van de, der, Marck, van der Marken, van der Marcken, van der Marcke, van de(der) Marker, Vermaercken, Vermaerken, Vermarcke, van der Mercken, van der Merken, van der Merck, van der Merk, Vermaurke, Vermorcken, Vermorgen Vermogen: Plaatsnaam. Middelnederlands marke, merke ‘grens(paal), grensland’, vandaar van naam van een (grens)waterloop. De Marke is een bijrivier van de Dender, de Mark is een riviertje van Rijkevorsel (Provincie Antwerpen) voorbij Breda (Noord-Brabant), ook bij Waardenburg (Gelderland).

Markadieu. 1. Plaatsnaam Marcadieu (Htes-Pyr.). 2. Zie Marcadet.

Markensteijn, Markesteijn, (van): Plaatsnaam Markstein (Rijnland-Palts).

Markert. Vadersnaam. Germaanse voornaam Markhard (zie Merckaert) of van Markward.

Markies: De adellijke titel markies.

Markiewicz, Marcovic, Marcovic, Marcovitch, Marcowicz, Markovics, Markovic, Markovitz, Markovits, Markovitch, Markowicz, Markowitch, Markovic. Familienaam uit de verspreide Slavische plaatsnaam Markowitz, Markowice.

Markscheid, Markschat: Plaatsnaam. Middenenderlands markescheit: grens tussen twee marken, grensgebieden.

Markvoort: Plaatsnaam in het graafschap Zutphen (Gelderland).

Marlair, Marlaire, Marier: Plaatsnaam. Waals madère, Oudfrans marlière: mergelgroeve. Vergelijk Van der Marlière.

Marland, Meerland, Merland, (Maerlant ?) 1. Plaatsnaam Maarland in Eijsden (Nederlands-Limburg). 1282 inter villas de Merlant et Bitle inter duas vias jacentes versus Merlant..pars terrarum Heymanni de Merlant. 2. Eventueel variant van Merlan; zie Merlan(d).

Marleghem. Waarschijnlijk (Henegouwen) van (van) Malleghem, met epenthetische r. Of variant van Morleghem.

Marlie, Marlier, Marly, Merlier, Merli, Morlie, Marlière, Marliere, Marriêre, Morlière: Het gaat om twee in oorsprong verschillende namen, die achteraf ongetwijfeld verward werden. 1. Oudfrans marlier: koster, pedel, kerkmeester. Beroepsnaam. Vergelijk Marguillier. 2. Plaatsnaam. Oudfrans marlière: mergelgroeve. Zie Van de(r) Marlière.

Marlière, van de(der), van de(r) Marlière, van der Maliere, Demarlier, Demarlie, Demarly, Demarlière, Demerlier, Demerlie, Demerlière, Desmarlière, Desmarlières: 1. Verspreide plaatsnaam. Oudfrans marlière, Frans marnière: mergelgroeve, mergelput. Zie ook Marlier 2. 2. Demerlie(r)/Demarlie(r) eventueel van Demellier.

Marliot. Variant van Merliot; vergelijk Merlhiot. Afleiding van merle: merci. Vergelijk Marlot 1.

Marloie, Marloy, Marloye. Plaatsnaam in Waha, Luxemburg.

Marlot. 1. Variant van Merlot. 2. Bijnaam. Picardisch marlot; kater, vrouwenloper.

Marmagne. Plaatsnaam (Cher, Côte-d'Or, Saône-et-Loire).

Marmaneu. Waarschijnlijk (zoals Marmenout) variant. van Marmignon (met demouillering ft/n en palatalisering o/eu). Zie Marmillion. Of Spaanse familienaam?

Marmelstein, Mermelstein. Duite plaatsnaam; marmersteen.

Marmet, Mermet, Mermod, Mieremet: Bijnaam. Afleiding van Oudfrans merme, van Latijn minimus: heel klein.

Marmier. Waarschijnlijk van Marnier, met vaak voorkomende ra/rm wisseling.

Marmillion, Marmillon, Marmignon, Marmillot, Merminod, Marmenout: Afleiding van Oudfrans merme; vergelijk Mermet.

Marmitte. Bijnaam. Oudfrans marmite; zwak, flauw, sukkelachtig, verdrietig.

Marmont. Plaatsnaam (Ain, Aveyron, Lot-et-Garonne).

Marmus, Marmuse, Marmu, Marmoy, Mermuys. Bijnaam afgeleid van het Oudfranse marmouser, marmuser: grommen, knorren. Het daaruit afleiding Middelnederlandse marmoset, marmoeyse betekende: aap, vervormde figuur.

Marnef: Plaatsnaam Marneffe (Provincie Luik).

Marnet, Marnette, Marnest, Marneth, Marney: Moedersnaam van Maronet(te); zie Maron(g).

Maron: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie of Mahaut.

Marnot. Vadersnaam, van Marinot, afleiding van de voornaam Marin.

Maroil, Maroille. Plaatsnaam Maroilles, Nord.

Maroldt, Marolt. Vadersnaam. Germaanse voornaam mêr-wald 'beroemd-machtig': Maroaldus.

Marolle, Marole. 1. Moedersnaametr. Vleivorm van de voornaam Maria. -2. Plaatsnaam Marolles (Marne, Oise, Seine-et-Oise, Seine-et-Marne enz.).3. Dialect uitspraak van Maroille.

Maron, Marong, Marron, Marrong, Maronet: Moedersnaam. 1. Afleiding van de voornaam Marie. 2. Afleiding van de voornaam Mahaut.

Maronnier, Marnier, Mernier, Mornie. Beroepsnaam uit het Oudfranse mairenier: handelaar in hout voor dakwerken, timmerman.

Maroquin, Marroquin, Maroquêne: 1. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie. 2. Marokkaan.

Marossi: Variant van Italiaans Marussi, uit Kroatisch Marušic of Sloveens Marušic,van Maruša, verkleinvorm van Mara, van Maria.

Marot, Marote, Maroten, Marotte, Marotta, Maroo: Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Marie.

Maroy, Maroij, Maroie, Maroye, Maroyen, Maroi, Marois, Maroit, Marroy, Marroy, Marroyen, Marro, Maroe, Maroo. Moedersnaam uit Maroie, dit is de Franse vorm van Maria. De tegenhanger van het Vlaamse Marien.

Marpaux, Marpeaux: Oudfrans marpaud: deugniet, boef, schelm.

Marquard, Marquardsen, Marquardt, Marquart. Vadersnaam. Germaanse voornaam mark-ward 'teken-bewaarder': Marcwardus, Marquardus. Duitse familienaam Markwart.

Marque. 1. Spellingvariant van de voornaam Marc. 2. Plaatsnaam.

Marquebreuck, Marquebreucq, Marquebrucq. Plaatsnaam Markebroek. Merkenbroek in Denderwindeke of Merkbroek in Moerbeke-Geraardsbergen. (Oost-Vlaanderen).

Marquet, Marquette, Marwuttez, Marguetté, Market, Markey, Merket. Vadersnaam/moedersnaam uit de heiligennaam Marcus.

Marquegnie, Marquegnies, Marquinie, Marquerrie: Plaatsnaam Marquigny (Franse departement Ardèche).

Marquet, Marquette, Marquez, Marqué, Market, Markey, Merket: Vaders-, moedersnaam. Afleiding van heiligennaam Marcus.

Marqueteken, Marqueteeken, Marqueteecken, Marquetecken: Naam voor de merkmeester, die merktekens aanbrengt? Vergelijk Duits Merkenschlager. Of verhaspeling?

Marqui, Marquis, Markie, Marki, Marky, Marquise. De adellijke titel markies, markiezin.

Marquier, Merkier, Marqui, Markie, Marki, Merki: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mark-hari 'teken-leger': Marc(h)arius.

Marquilly, Marquillie, Marquillier. 1. Zie Demarquilly. 2. Variant van Marguillier.

Marannes, Marranes, Marannes: Oudfrans marran: bekeerde Jood of Moor.

Mars. Vadersnaam. 1. Korte vorm van de voornaam Marsilius. Mars, voornaam en familienaam in Sint-Omaars. Met Mars wordt hier hoogstwaarschijnlijk de Germaanse god Tīwaz bedoeld.

Marsbergen, van. Plaatsnaam Maarsbergen, Utrecht.

Marschall, Marschell: Duitse beroepsnaam Marschall ‘maarschalk’ (zie op dat woord).

Marschner. 1. Vadersnaam. Afleiding van de Tsjechische voornaam Maresch, van Maroslav. Of moedersnaam van de voornaam Marusch (Margareta). 2. Aflleiding van plaatsnaam Marsch: meers, beemd; of van plaatsnaam Marschen bij Teblitz/Teplice in Tsjechië.

Marsé, Marsee, Marzée, Marzee. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Marsée in Bende (Luxemburg) en Ocquier (Luik). 2. Zie ook Demarché.

Marselaer, van. Plaatsnaam Marselaar: open plaats in een bos aan een grensscheiding.

Marsfelder: Afleiding van plaatsnaam Marsfeld.

Marsenille, van, van Marsnil, van Marsnille, Machenih. Plaatsnaam Masnil in Gelinden (Limburg), van mansionile: kleine woning. Vergelijk Frans Mesnil.

Marsigny. Plaatsnaam in Cousolre, Nord.

Marsili, Marsilli, Marsily, Marchyllie: 1. Vadersnaam Marcille, Latijn Marcilius. 2. Plaatsnaam Marsilly (Moselle) of verspreide plaatsnaam Marcilly.

Marsille, Marsilje, Marsielje, Marsie, Massielje, Masseille, Masseilje, Missielje, Misilje: Vadersnaam. Frans Marcille, de Latijnse heiligennaam Marcilius.

Marsman, Mars, van de, der, Maarse, Mors, Marsch, Overmars. 1. Afleiding van plaatsnaam Mars, Middenederlands marsch, mersch, Zuidnederlands meers: laag nat weiland. Pendant van Meerschman. 2. Zie (de) Meersman.

Marson. Moedersnaam. Afleiding op -eçon van de voornaam Marie.

Marsoul, Marsoulle, Marchoul. Moedersnaam op -écoule uit de naam Marie.

Marsula. Plaatsnaam Marsoulas (Hte-Garonne)?

Martus, Marthus, Marthy, Marti: Vadersnaam. Latinisering van Martin, Maarten.

Martel, Marteel, Martelle, Mertel, Martelli, Martello, Marteaau, Marteaux, Martaux, Marto, Martiat, Martay: Oudfrans martel, Frans marteau: hamer. Beroepsnaam voor een smid. Vergelijk Hamers.

Martelaer, de, Martelaere, de, Martelaere, Marteleere, Martelaire,dDe Martelare, Marteleire, de Maertelaer, Maertelaere, Marteleere. 1. Bijnaam voor een martelaar, sukkel of naar de rol in de processie of toneel. 2. Soms kan de naam ontstaan zijn door reïnterpretatie van Mattelaer. In Kortrijk werd een dr. Mattelaer in de volksmond Martelêrke genoemd.

Martelange. Plaatsnaam Martelingen, Luxemburg.

Martelé, Martelez, Martelée, Martlé, Marthle, Martle. Naam uit het Oudfranse martel: hamer. Beroepsbijnaam voor de smid.

Marteleur, Martelleur, Martheleur: Beroepsnaam van de smid, die hamert.

Martello, Martelli, Martellini, Martellino, Martelo. Italiaanse pendant van Martel.

Marter. 1. Bijnaam naar de diernaam, de marier. Beroepsnaam voor een bonthandelaar? Vergelijk Duits Marder. 2. Oudfrans martre: martelaar. Vergelijk De Martelaer(e).

Martha, Marth, Marthe, Marte: Moedersnaam. Bijbelse voornaam Martha.

Marthaler. Afleiding van een plaatsnaam. Wellicht Marthalen, Zwitserland.

Martherus: De vroegste voorbeelden komen uit Nederlands Indië begin 19de eeuw. De stamvader, Galestan Martherus, zou afkomstig zijn uit Isfahan (Iran).

Marthoud, Martou: Vadersnaam. Hybridische voornaam Martulf? Of Mart(h)oaldus?

Martien, Marciano, Marcian, Massien, Messien: Vadersnaam Latijnse heiligennaam Mardanus, Frans Marcien. Zie ook Messiaen.

Martigue. Plaatsnaam Martigues, (Bouches-du-Rhône).

Martin, Marteijn, Martijn: Vadersnaam. Middelnederlands Martin ‘Maarten’, zie Maartens(e). Maar vooral de vorm Marteijn gaat terug op de Franse vorm Martin.

Martinage, Martinache. Oudfrans martinage: rente, cijns die op Sint-Maarten betaald werd.

Martine. 1. Spellingvariant van Martinet. 2. Spaanse afleiding van heiligennaam Martinus.

Martineau, Martinaux, Martinaud, Martinat, Martinel, Martinelle, Martinelli, Martinello, Martinellon, Martinellot, Martinellet, Martinellez. Vadersnaam (van Italiaanse, Franse, Spaanse,.. komaf) uit de voornaam Martin. Zie verder bij Maarten.

Martinet: Vadersnaam. Verkleinvorm van op –et van Frans Martin.

Martini, Martiny: Vadersnaam. De heiligennaam of uit Italiaans Martinus.

Martinier. Plaatsnaam Martigny (Aisne, Manche, Seine-Mar., Saône-et-Loire, Vosges, Calvados).

Martinquet. Vadersnaam. Waalse afleiding van heiligennaam Martinus.

Martlé, Martle, Martlé, van Martelé, Martelet, verkleinvorm van Martel, van Frans Marteau ‘hamer’. Beroepsbijnaam van de smid.

Marton, Martony, Martot, Marto, Marthoz, Martho, Maurtot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Martinus.

Martougin. Plaatsnaam Martouzin, Namen.

Martron. Afleiding van martre, zie Marier.

Martroye. Naam uit het Oudfranse plaatsnaam Martroi: executieplaats. Er is onder andere een Martrois in de Côte-d-'or.

Marville, Marvel, Marvelle, Marveillie, Marveillie, Marvielle, Marvilde, Marvillier: 1. Plaatsnaam Marville (Meuse, Eure-et-Loir). 2. Zie Merveille.

Marvin: Engelse familienaam Marvin Mervin ‘beroemd-vriend’.

Marxer. Vadersnaam. Afleiding van Marx = Marcus.

Mas. 1. Zie Maas. 2. Occidentaal mas, van Latijn mansus: woning, hoeve, pachthof.

Mason, Masson, Massun, Massonnet., Massonet: 1. Vadersnaam. Vleivorm van voornaam Thomas. 2. Zie Lemasson. 3. Eventueel van Marson (assimilatie rs/ss).

Mascart, Mascard. 1. Afleiding van Oudfrans maschier, Oudpicardisch masquier, Frans mâcher: kauwen. Vergelijk Frans Machard, Machavoine, Macheboeuf.

Maccaux, Mascu, Mascaud, Mascaut, Masco. Vadersnaam. Germaanse voornaam Maskwald? Vergelijk Mascart.

Masclé, Masclee, Maselee, Masele: familienaam Masquelet, verkleinvorm van Oudfrans macecle ‘slagerij’. Beroepsbijnaam van de slager. Masele(e) door verkeerde lezing van de c.

Mascré, Mascre, Mascret, Mascrez, Mascréer, Massacret, Macrez, Macherey: Bijnaam. Oudpicardisch masqueré, mascuré: vuil, vies. Vergelijk Macherot.

Masculus. Humanistennaam. Latijn masculus: mannelijk. Misschien vertaling van De Man.

Maseneer, de, de Maseneir, Maseneire, de Maesenaar, Maesenaere, Maeseneer, Measeneir, Maeseneire, Maesennaere, Maesenaere, de Masseneer, (de) Maeseleer. Vermoedelijk is maseleer de oorspronkelijke vorm van mazelen. Bijnaam voor iemand met een puistig gezicht, iemand die mazellittekens droeg.

Masfranc, Masfranck, Masfranckx, Masfrancx, Maesfranck, Maesfrankx, Maesfranx, Mafranckx, Mafranc, Mafran, Mafrans, Mafrand, Mafrant, Maffrand. 1. Vadersnaam uit de dubbele voornaam Maes (Thomaas) + Vrank/Frank. Zie verder bij Maes en Vranckx. 2. Naam uit de Romaanse plaatsnaam Mas franc: vrij landgoed. Er zijn er een aantal in Frankrijk. Masfrand in Saint-Frejoux (Corrèze) of Masfrant in Blanzac.

Masi, Masit, Masy, Mazy, Masil: 1. Uit Latijn mansicius: pachter van een hoeve, hof. Vergelijk Masoi, Massuir. 2. Zie Demazy.

Masier, de, Mazier, Maziers, Mazzer, Mazzier, Maisier, Maizier, Mézier. Familienaam uitmasie, mazie van mas: landhuis. Bewoner van een landgoed. Ook Demazier, Demaziere, Demasières. Plaatsnaam Maisières (Henegouwen) of Maizières (onder meer Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Masingarbe. Plaatsnaam Mazingarbe (Pas-de-Calais).

Masoin, Mazoin, Masuin, Mazuin, Maswiens. Naam uit het Latijnse mansuinus: pachter van een hoeve, een hof (manse). Beroepsnaam.

Masood. Paksistaanse naam.

Masoy. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Thomas.

Masquelet. Afleiding van Oudfrans macecle: slagerij. Beroepsnaam van de slager; vergelijk Masquelier.

Masquelier, Masquelie, Masqueliez, Masquelière, Masquellier, Masquely, Masquillier, Masquilier, Masqueiller, Masquiller, Masquille, Maschellier,

Maschelier, Masselier, Meslier. Familienaam uit het Oudfranse maceclier, maskelier, mecelier: slager. Beroepsnaam.

Massar, Massard, Massart, Massa, Massat, Massaert, Massaer, Massaad, Maussart, Mossa. 1. Vadersnaam uit de voornaam Thomas. 2. Naam van de schatbewaarder in Henegouwen en West-Vlaanderen. Massa is Luiker Waals.

Massabuau. Occidentaals voor Masseboeuf: runderslachter, -slager. Zie ook Malaboeuf.

Massange, Massanges. 1. Oudsange masenge, mésange: mees, vogel. Vergelijk Meese. 2. Plaatsnaam Massange in Bas-Oha (Luik), Massanges in Baileux (Henegouwen).

Massard, Massar, Massart, Massa, Massat, Massaer, Massaert, Massaad, Maussart, Mossa: 1. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thomas. 2. Naam van de schatbewaarder in Henegouwen en West-Vlaanderen.

Massau, Massaux, Massaut, Massault, Massauw, Masseaux, Masseau, Massay, Masay, Masseeuw: 1. Afleiding van Thomas. 2. Soms door assimilatie van Marceau.

Masse, Massen, Massem: 1Middennedelrands masse: klomp, knots. Beroepsnaam van de knotsdrager? 2. Vadersnaam van de voornaam Thomas. Zie Masset.

Masselaert. Vergelijk Franse familienaam Machelard, afleiding van Oudfrans mâche: metselaar (zie Lemache). Zie Metselaar.

Masselin, Masselink, Masschelin, Masquelin, Masculin, Masschelein, Masscheleyn. 1. Vadersnaam wellicht afgeleid van een Germaanse mathal-naam. Mascelinus 2. Familienaam uit de Romaanse vorm van de plaatsnaam Machelen-bij-Deinze. 3. Sommige vormen komen mogelijk uit Marcel (vadersnaam uit Marcellus).

Massemin, Massemyn: Plaatsnaam Massemen (Oost-Vlaanderen).

Massenaux. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thomas.

Massenet, Massenon, Massenot: Vadersnaam. Vleivormen van de voornaam Thomas. Zie Massin.

Masset, Masse, Massé, Massez, Massar, Massei, Massey, Maté, Machet, Massin, Massein, Massinon, Massinond, Massion, Masion, Maussion, Massillon, Massignon, Massiot: Vadersnaam. Franse afleiding van de voornaam Thomas. Machet met hypercorrecte ch. Zo ook (?) Massop, Mastop, Maschhaupt, Massup.

Masseus, Maesseus: Vadersnaam. Latinisering van de voornaam Thomas, wellicht onder invloed van Matheus.

Masseurs: Vermoedelijk uit Monseur(s) van Monsieur(s)‘Mijnheer’.

Massin, Massein, Massinond, Massinon, Massion, Masion, Maussion, Massillon, Massignon, Massiot: Vadersnaam. Franse vleivormen van Thomas.

Massis, Massy, Massij, Massie, Massi, Metsys: Oudfrans massi: massief, stevig, belangrijk; Luiks-Waals massî: vuil. Middenenderlands massijs, matsijs: massief. Bijnaam. De naam werd in de Kempen ook wel als Mathijs begrepen.

Massoth, Massot, Massote, Masotte, Masso, Maso, Masood: Afleiding van de voornaam Thomas.

Massoul, Massol, Massoud, Massoz, Massoels, Mossoux, Mossou: 1. Afleiding op -oui van de voornaam Thomas. 2. Bijnaam. Frans mal saoul/soûl, Waals maso: slecht verzadigd. Vergelijk Malnoury.

Massuir, Massuyr, Massuy, Massuij, Massuit, Masuit, Masuir, Masui, Masuis, Masuy, Masuyr, Masuyer, Maswie, Mazui, Mazuir, Mazuy, Mazoyer, Masuger, Massuger, Masouy, Masoy, Lemassuy, Lemasuy. Beroepsnaam uit het Oudfranse masuier (dit uit het Latijnse mansuarius), uit het Luiks-Waalse masuy: pachter van een hoeve, cijnsboer.

Mast, (de): 1. Middelnederlands mast ‘mast, stang’. Bijnaam voor een lange opgeschoten kerel. 2. Middelnederlands mast ‘voedering, varkensvoer’. Beroepsbijnaam voor een varkenshoeder. 3. Demast kan ook een verschrijving zijn van het Franse Dumas/Demas: huis, landhuis, hoeve.

Mast, van de, der; Vermast: Plaatsnaam ter Mast ‘plaats met veevoer, bijvoorbeeld eikels’.

Mastboom, Mastbooms, Marstboom, Marsboom, Masbaum. Uit het Middelnederlandse mastboom: pijnboom, boom geschikt als mast. Bijnaam voor een opgeschoten kerel of uit de plaatsnaam Mastbos in Ginneken (Noord-Brabant). De naam kan ook komen uit het Nederduits waar Mastboom slaat op eik en beuk waaronder de varkens aten. Bomen waaronder de varkens gemest werden. (mast: voer, van mesten):

Mastenbroek: Plaatsnaam, Overijssel.

Master, Masters. Engelse equivalent van De Meester.

Masterton. Plaatsnaam in Fifeshire (Schotland).

Masthoff: Plaatsnaam.

Mastin, Mastyn, Mastijn. 1. Oudfrans mastin: waakhond, huisknecht. Zie Matin. 2. Variant van Wastijn of Bastijn door wisseling van bilabialen (b/m/w).

Masto. Ongetwijfeld een verhaspeling (Oost-Vlaanderen en 5x West-Vlaanderen), wellicht van Masscho (frequent in Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, uitspraak masko, met k als stembandocclusief die met t verward wordt.

Masure (de), Delemazure, Delmazure, Delemasure, Delmasure, (de) Meseure, (de) Mazeure, Mazure, Demazures, Desmasure, Desmasures, Masur, Mazur, (de) Mesure, de Mezure, de Messure, Meseure, Mesuere, Messur, Messure. Naam uit de Franse plaatsnaam Masure: woning, huis.

Masurellem, Masurel, Masureel, Mazurel), Mazurelle, Masureau, Mazereeuw, Madereel, Mazereel, Masereel: Wellicht geen afleiding van Frans masure: woning, maar van Madere(e)l; vergelijk Picardische familienaam Mad(o)urel(le). Afleiding van Oudfrans ma(s)dre, masre: houten drinkbeker. Vergelijk d/z-wisseling in Bazelaire, Maselyne, Madelene = Mazeleene.

Mat, le: Fransw familienaam Lematte, Lemathe. Plaatsnaam La Matte, van Middelnederlands maet, mate ‘weide’.

Matelart, Mathelart,

Matebroek: Plaatsnaam broek ‘moeras’ bij een mate ‘weide, beemd’.

Maten, Maaten: Waarschijnlijk variant van Matten(s).

Matena: Plaatsnaam Matena in Papendrecht (Zuid-Holland) en bij Herike, Overijssel: 1475 Mathena. De plaatsnaam betekent ‘matig nabij, niet al te nabij’, vergelijk Altena.

Mater, Maters: 1. Plaatsnaam Mater (Oost-Vlaanderen). 2. Latijn mater ‘moeder’.

Materman: Afleiding van Mater.

Matern: Vadersnaam. Frans Materne, van Latijnse heiligennaam Maternus.

Mathey: Vadersnaam. Uit Matet, Franse verkleinvorm van Matthieu. Of variant van Mathei, afleiding van Mattheus.

Mathelet, Mattelet, Mattlet, Mattelé, Matlet, Matholet, Matolet, Mattelin, Mattelein, Mathelin, Mattelon, Mathelot, Matelot. Vadersnaam, knuffelvorm van Mathieu: zie verder bij Matheus.

Mathemeier. Duitse familienaam uit matt + meijer. 1. Matt: dit naamdeel kan verwijzen naar weide, melk, stro (dakbedekking), molen. 2. Meijer: uit het Latijnse maior: meier, rentmeester, vertegenwoordiger van de heer, ambtenaar, pachter. De mathemeijer had dus wellicht toezicht op of beroepshalve te maken met, één van de in 1 genoemde zaken.

Mathijs, Mathijse, Mathijsen, Mathijssen, Matthies, Mattheijssen, Mattheijsen, Matthijse, Matthijs, Mathijssens, Mathijsse, Matthyssen, Mattijsse, Mattijse, Matheus, Mattheus, Matheussen, Matheusen, Matheussens, Matheusens, Matheussen, Matteussen, Matteus, Matteeusen, Matteteusen, Mateusen, Matheeus, Matteeus, Mateeus, Mateeuse, Mateeusen, Matteeusen, Mattheeussen, Mattheeussens, Mattheus, Mattheuse, Matheus, Matheuse, Matheeuwese, Matheeuwissen, Mattheeuws, Mattheeusen, Matteesen, Matheeuwsens, Mattheum, Mattheusen, Matheuws, Matheus, Matheusen, Matheuwezen, Mathewe, Mathaiwe, Mataiwe, Mattheeff, Matheve, Mathieuwis, Matheesen Mathees, Mattheesen Mattheessen, Mattheessens, Mattheesens, Matyhew, Mathyews, Mathew, Mathews, Matthessen, Matthes, Matheu, Mateu, Matteu, Motheu, Motteux, Motteu, Matthie, Matthieux, Mathieu, Matieux, Mathius, Mattyus, Matyus, Matthus, Matthu, Mathu, Mathus, Mathuis, Mattues, Matthue, Mattues, Mathuvis, Mattei, Matthey, Mattheij, Matthij, Mathei, Matei, Mathey, Mathyi, Mathy, De Matteis, Mateo, Mateos, Metus, Tiesma. 1. : Vadersnaam. Voornaam Matthias, de naam van de apostel die Judas’ plaats innam. Maar de namen Matthias en Mattheus werden altijd verward. 2. Er zijn ook Matheeuws die afkomstig zijn uit de familienaam Marteau: hamer; beroepsbijnaam voor de smid.

Matthias, Matias, Matthias, Matthia, Mattia, Mattias, Mathiasz, Mathia, Matyas, Matijas, Mathie, Mathij, Mathy, Mathyi, Mathise, Mathisen, Mathiss, Mathisse, Mathhiis, Matthis, Mathissen, Matthiss, Mathysens, Mathysen, Matthijzen, Matthysen, Matthijsse, Matthij, Matthijssen, Matthijssens, Mathijs, Mathijsen, Mathijsens, Matysen, Matys, Matysse, Matyssen, Matyssen, Mattys, Matysses, Mateijsen, Mattheys, Matheise, Matheisen, Matheis, Mattheys, Mattheysses, Matheys, Matheyses, Methès, Methèse, Mathère, Matère, Mathaise, Mataisse, Matyn, Matyns, Mattyns, Mattijns, Matthijns(sens), Mattynssens, Mattyns, Matthieu, Matthiuex, Matieu, Matieuz. Vadersnaam naar de naam van de apostel Matthias, die Judas' plaats innam.

Mathurin, Maturin, Matorin, Mathurel, Mathurai, Mathorel, Mattrel, Matray, Matrai, Matroye: Vadersnaam. Niet van de familienaam Mathurinus, maar gereïnterpreteerde spellingen voor Mat(e)rin, Mat(e)rel, afleiding met dubbel suffix -erin, -erel (-ereau, Luiks-Waals -eray) van Matheus.

Matagne, Mataigne, Mattagne, Mattaigne: Plaatsnaam Matagne (Namen).

Mateljan. Kroatische familienaam. Waarschijnlijka fleiding van de voornaam Mattheus / Matthias.

Matens, Maetens, Methens, Metens: Waarschijnlijk variant van Matten(s).

Mater, Matere, Mather, Mathere: Latijn mater: moeder?

Matern, Materne, Materné, Materna, Matterne, Mattern, Mathienne: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maternus, vooral vereerd in het Naamse. Waals Matiène. 2. Materne: moeder overste.

Maters, Maeters, Mathers: Afleiding van d eplaatsnaam Mater; zie Maeter? Variant van Matters?

Matet, Mathet, Mattet, Mathez, Mathée, Mattez, Matez, Mathé, Maté, Matthé, Matté, Matthe, Matthee, Matthey, Mathey: Vadersnaam. Franse afleiding van Matthieu.

Matharys. Vadersnaam. Leesfout voor Macharis; of gewoon contaminatie van Macharis en Matheus.

Mathay, Mathays, Mataey. Vadersnaam. 1. Luiks-Waals afleiding, (-el = -ay) van Mathieu. Waalse pendant van Matt(e)au. 2. Verschrijving voor Brabantse uitspraak van Mathey(s).

Mathelet, Mattlet, Mattelet, Mattelé, Matlet, Matholet, Matolet, Mattelin, Mattelein, Mathelin, Mattalon, Mathelot, Matelot: Vadersnaam. Vleivormen van de voornaam Mathieu.

Matheson, Matson, Mattson. Vadersnaam. Zoon van Mattheus/ Mathias.

Matheus, Mattheussens, Mattheusens, Mattheusen, Matheussens, Matheusens, Matheusen, Matteussen, Matteus, Matteeussen, Matteeusen, Mateusen, Matheeus, Mattheusen, Mattheeussen, Matheeusen, Mattheeussens, Mattheeussen, Mattheuse, Matheuse, Matheus, Matheeuwese, Matheeuwissen, Mattheeuws, Mattheeuwsen, Mattheewsen, Matheeuwsens, Mattheuwsen, Mattheuws, Matheuws, Matheuwsen, Matheuwezen, Mathewe, Mathaiwe, Mataiwe, Mattheeff, Matheve, Matthieuwis, Matheesen, Mathees, Mattheessen, Mattheeussens, Mattheesens, Mattheesen, Matthews, Matthew, Mathews, Mathew, Matthesen, Matthes, Matheu, Mateu, Matteu, Motheu, Motteux, Motteu, Matthiuex, Matthieu, Mathieux, Mathieu, Mathius, Mattyus, Matyus, Matthus, Matthu, Mathus, Mathu, Mathuis, Matthues, Mathues, Matthue, Mattues, Mathuvis, Mattei, Matthey, Matteij, Matetij, Mathei, Matei, Mathey, Mathi, Mathy, de Matteis, Mateo, Mateo: 1. Vadersnaam. Naam van de apostel en evangelist Mattheus, Hebreeuws 'geschenk van Jahweh'. Zie ook Mathias. 2. Zoals zo vaak (vergelijk Benoit) werd Matheeu(w)s geënt op een naam van totaal andere oorsprong. 1631 Egidius Marteau = 1694 E. Matheus, Tielt. Tot 1665 werden zijn kinderen als Marteau in het doopregister ingeschreven, vanaf 1668 als Matheeu; die trouwden evenwel allemaal als Matheeu(w)s. De Picardische uitgesproken familienaam Marteau werd hier Marteeuw en als Matheeuws begrepen.

Mathivet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Mathieu.

Matgen. 1. Moedersnaam, afleiding Matte (Machteld). Voornaam Matkin. 2. Vadersnaam. Afleiding van Matheus.

Matillard. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Matheus of Mathias.Vergelijk Mateljan.

Matin, Matyn, Mathyns: 1. Frans mâtin, van Oudfrans mastin ‘waakhond, huisknecht’. 2. Vadersnaam. Vleivorm van Matheus of Mathias.

Mativa, Mativat, Mathivat, Matival: 1. Plaatsnaam (le pré) Mativa in Fetinne (Luik): val (de) Mathieu. 2. Afleiding van de voornaam Mathieu. Vergelijk Mathivet.

Maton, Matons, Matton, Mathon, Mathonnet, Mathonet, Matonnet. 1. Naam uit het Oudfranse maton: gewrongelde melk, kwark, wrongel. Voor handelaar of boer. Vergelijk Wittevrongel. 2. Vadersnaam, knuffelvorm uit Mathieu. 3. Soms uit Mouton, zie daar.

Matot, Mattot, Mathot, Matos: Vadersnaam. Vleivorm van Matthieu (Mattheus, Matthias).

Matoul, Mathoul, Metoul, Metoel: 1. Moedersnaam. Waalse vleivorm op -ouïe van heiligennaam Mathieu. 2. Vadersnaam. Zie Matout.

Matout, Matoux, Matoui, Mathouul, Mathou, Mathoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam macht-wulf. Mahtulfus, Mahdolf.

Matriche, Matrice, Matrise, Matrige. Bijnaam. Oudfrans matrix, meautris, meretris, van Latijn meretrix: lichte vrouw, prostituée.

Matringhen, Matringhend. Plaatsnaam Matringhem (Pas-de-Calais).

Matroul, Matroulle. Moedersnaam. Afleiding van Mathieu.

Matsaert. zie Machart. Beroepsnaam van de metselaar; afleiding van Middelnederlands mâche, matse.

Mattard, Mattar, Mattart, Maat, Matha, Mathar, Matart, Mata, Matas: 1. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Mattheus. 2. Zie Meddaerts.

Mattau. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Mathieu.

Matte, Mat, Mats Mate, Matthe, Mathe, Mathen, Mattens, Matten, Mattes, Met, Metten, Mettens, Mettenius, Mettinga, Mets, Metz (soms ook de stad) Metting, Mettjes, Metsema, Metzen, Metskes, Vermetten, Vermet, Matens, Maetens, Methens, Metens. 1. Moedersnaam (voormoedernaam). Matte/mette is een korte vorm van de Germaanse meisjesnaam Machteld, Methilde. Mechtild=Metke=Matke= Matta. 2. Vadersnaam Matto

Mattelaer, Mattelaere, Mattelart, Matelart, Mathelart. Naam uit het Middelnederlandse madelaer: zaakwaarnemer, boedelredder. Beroepsnaam.

Mattelé: Vadersnaam. Spelling voor Frans Mathelet, verkleinvorm van de voornaam Mathieu.

Matten, Mattens. 1. Zie Matte. 2. Verscherping van Maddens.

Matter, Matters. 1. Beroepsnaam van de mattenmaker. 2. Oudhoogduits Matter, van plaatsnaam Matte: grasveld, weide (made, maat, meet).

Mattheeuws: Vadersnaam. Hebreeuwse naam van de apostel en evangelist Mattheus ‘geschenk van Jahweh’.

Matyns, Mattyns, Matthyns, Matthijns, Mattijns: Soms wellicht afleiding van Matyn, maar meestal wel hypercorrecte spelling voor Mat(t)hijs; vergelijk Matthy(n)ssens.

Matz, Maats. Duitse vadersnaam van Mathias of Matheus.

Matzen, Madsen, Madtson: Vadersnaam, Skandinavische/Nederduitse naam van heiligennaam Matheus of Mathias. De Deen Lauritz Madsen ("1863) vestigde zich ca. 1890-1900 in Brugge en stichtte er de stomerij Madsen.

Matzinger: Afleiding van plaatsnaam Matzing (Beieren).

Matzner. Afleiding van de verspreide Duitse plaatsnaam Matzen, ook in Oostenrijk.

Maubach, Maubacq: Duitse plaatsnaam Maubach.

Mauchamps, Mauchant, Monchamps, Mochamps, Mouchamps: Plaatsnaam Malchamps in Sart (Luik): slecht, kwaad veld. Mochamps in Tenneville (Luxemburg). Vergelijk Quatacker.

Mauchien. Bijnaam mal chien; kwade hond.

Maucler. Bijnaam Mau clerc: slechte klerk. Vergelijk Monbailli.

Maucolin. Bijnaam + vadersnaam. Kwade Colin. (Nicolaas).

Mauconduit, Monconduit: Bijnaam. Oudfrans mau conduit: slecht opgevoed, die zich slecht gedraagt. Vergelijk Maldoy.

Maucq. Waarschijnlijk Waalse variant van Maque.

Maudoigt. Bijnaam; kwade vinger.

Maudoux, Modoux: 1. Zie Madou(x). 2. Bijnaam mal doux: weinig zacht, ruw.

Maudry, Modery, Modderie, Modrie: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam mathal-rîk vergadering-heerser': Madalricus, Madelricus.

Maudron. Vadersnaam. Afleiding van Maudoux of Maudri.

Mauër, Mauer, Mouwer: Duits Mauer ‘muur’. Naar de woonplaats bij een muur. Of variant van Maurer; metselaar.

Mauermeister. Duitse beroepsnaam van de metselaarsmeester.

Maufort. Bijnaam Mal fort: weinig sterk of hypercorrect voor Monfort (vergelijk Monfils, van Maufïls).

Mauger, Maugeré, Moger, Magier, Maelegheer, Malengier, Malingie, Malengé, Mallengier, Mallenger, Mallinger, Mallentjer, Demaillinger. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Mathalger': vergaderplaats-speer.

Mauhin, Mauxhin, Mauwhin, Mawhin, Mausin, Mohin, Mohsin, Mosin, Mozin: Luiks-Waals ma vèhin, Frans mal voisin: kwade buur. Bijnaam. Vergelijk Quaeghebeur, Malvoisin. Ook plaatsnaam Mawhin in Neufchâteau-lez-Visé (Luik).

Maujean, Maujonnet, Majean, Maljean, Manjean, Monjean: Bijnaam: kwade Jan. Vergelijk Quatannens.

Maul, Mauel, Mauël, Maule: Duits Maul: muil. Vergelijk Muylle.

Mauléon. Plaatsnaam (Htes-Pyr., Gers, Basses-Pyr.).

Maumusson. 1. Plaatsnaam (Loire-Atl., Tarn-et-Gar., Gers). 2. Veeleer mau: kwaad + moschon, muchon, afleiding van Oudfrans mosche: vlieg. Vergelijk Duits Quadflieg.

Mauperon. Mau Peron: kwade Peron/Pierre.

Maupertuis. Plaatsnaam Mauperthuis (Seine-et-Marne), Maupertuis (Manche), Maupertus (Manche).

Maupetit, Mopty, Montpetit: Bijnaam Mau (mal) Petit: kwaad-klein. Bijnaam.

Maupin, Mopin, Monpain: Plaatsnaam Mau Pin: slechte pijnboom, den?

Maur, Meur, Maure: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maurus of Germaanse mor-naam.

Maura. Zie Moras. Maurage: Plaatsnaam Maurage (Henegouwen).

Maurcot. Vadersnaam Marcot, afleiding van de voornaam Marc.

Maurer, Meurer, de Meurers, Murrer, Murer: Duits Beroepsnaam Maurer, Middenhoogduits mûrxre: metselaar.

Mauricet, Maurisset, Morisset, Morrissey, Morissey, Morizet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Maurice.

Maurichon, Morichon. Vadersnaam. Afleiding van Maurice.

Maurik (van), (van) Mourik, van Mouwerik, Mouriks, Mauriks. Familienaam uit de plaatsnaam Maurik (Gelderland).

Maurion. Vadersnaam. Afleiding van Maurice of maur-naam.

Maurits, Mauritz, Maurice, Maurich, Mauris, Maurus, Maurize, Maurizio, Mourus, Maurissens, Maurissen, Maurisse, Mourits, Mourice, Mourissen, Mourissens, Morice, Moritz, Morys, Morysse, Moris, Morisse, Morissen, Morissens, Mores, Morisse, Morris, Moeris, Moors, Mooris, Moris, Mouris, Meurice, Meuris, Meurisse, Meurist, Meurysse, Meurus, Muriche, Murice, Muris, Murysse, Marysse, Marys, Marijsse, Marissen, Marissens, Maris, Marisse, Marits, Maritz, MaretsMarist, Marris, De Maurissens, Demeurise, Demerise, Demerrisse: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Mauritius, afleiding van Maurus ‘moor, bewoner van Mauritanië’.

Maurois, Mauroit, Mauroy, Mauro, Mauroo, Malrait, Malroit, Moroy, Morroir. 1. Uit de plaatsnaam Maurois (Nord). 2. Bijnaam: mal roy: slechte koning. Waarschijnlijk bijnaam voor een Leroy. Zie bij Leroi(e)

Mauron, Meuron, Mouron, Moron. Vadersnaam van de voornaam Maur.

Maurtot. Vadersnaam. Variant van Martot, zie Marton.

Maury, Mauris, Morry, Mory, Moury. Vadersnaam, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam mathal-rik (Madelricus). Sommige vormen komen wellicht uit Mourier, een plaatsnaam die moerbeiboom betekent. Of misschien een beroepsnaam is. Zie bij Dumourier.

Maus. Duitse bijnaam Maus; muis. Vergelijk Muis.

Mausen, Mauzen. Waalse variant van Mausin?

Maushammer. Plaatsnaam Mausham in Bayerbach, Beieren.

Maussion. Waalse variant van Massion, zie Massin.

Mauvais, Lemauvais, Maleve, Malevé, Malevet, Malevez, Maulavé, Maavé, Malvé, Malvet, Maeleveys, Mallevaes, Mallevaey, Malevay: Oudfrans malvais, malvé, Frans mauvais: slecht, ongelukkig, gebrekkig; (ook) duivel (de kwade, vergelijk de Dievel). Bijnaam. Vergelijk De Slegte.

Mauw, de; Mau, Mouwes, Mauve: 1. Bijnaam naar de mouw. Vergelijk die ridder metter mouwen. 2. Middelnederlands mouwe ‘dikke lip, vooruitgestoken lip’. 3. Uit de plaatsnaam Meaux, zie Demeaux.

Mauw (de), Mau. 1. Beroepsbijnaam naar de mouw. 2. Uit de plaatsnaam Meaux.

Mauws. 1. Afleiding van De Mauw: zie daar. 2. Bijnaam uit het Duitse maus. 3. Afleiding van De Mauwer: die mauwt, jankt, kwaadspreekt.

Mawait, Mawet, Mawez, Mauwet, Mauwet, Mauet, Maué: Bijnaam. Waals mavoèt: aansteller, veinzer.

Max, Maxe, Maex, Mex. Vadersnaam, verkorte vorm van de Latijnse heiligenaam Maxentius, Maximus.

Maxant, Maxâne, Maxem, Maxen: Vadersnaam. Heiligennaam Maxentius.

Maxence, Mexence: Franse vadersnaam van heiligennaam Maxentius.

Maxheleau: Bijnaam. Waals mahe l'eau: die het water omwoelt, vertroebelt. Bijnaam voor een woelwater. Vergelijk Meulewa(e)ter.

Maxi, Maxy: Vadersnaam? Korte vorm van heiligennaam Maximus, Maximinus of Maximilianus? vergelijk Max.

Maximus, Maxim: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Maximus.

Mayaud, Mayaudon, Mayaux: Oudoccidentaals maial, maiau: varken (in mei geslacht).

Maij, Mai, May, Bijnaam naar de maand mei; vergelijk (de) Meij.

Mayence, Mayance: 1. Franse vorm van plaatsnaam Mainz. 2. Maar wellicht reïnterpretatie door Waalse uitspraak van Ma(e)yens.

Mays: Duits familienaam Mais(s) van Middelhoogduits meiss ‘geveld hout’.

Mayenne. Plaatsnaam in Celles-lez-Dinant (Namen).

Mazure: Plaatsnaam. Frans Masure ‘woning, huis’.

Maykels. Variant van Makels of Meekels.

Maynar, Maynard. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam.

Mayne. 1. Spelling voor Mayné. 2. Zie Mein.

Mayné, Mayené, Mayenez, Lemayené, Maine, Maine, Menet, Menez, Mener, Menes, Mené, Menné: 1. Oudfrans mainé, meinsné, van Latijn minus natus: later geboren, jonger. 2. Vadersnaam. Spellingvariant (behalve Mayené) van Mainet, afleiding van Germaanse magin-naam; zie Maynard.

Mayol, Mayolet, Mayolz: Wel niet van Oudpicardisch maiole: eerste dag van mei, maar vadersnaam, variant van Mayou(x), -oul(t). Romaanse vorm van Germaanse voornaam Maiulfus, eventueel Maiolus.

Mayrhoven, von. Plaatsnaam Mayrhofen (Tirol). Verspreide plaatsnaam Meierhof.

Maystadt, Maystad, Meystadt. De familienaam zou uit Hessen stammen. Wellicht een aanpassing van de fréquente Duitse plaatsnaam Neustadt, met bekende wisseling n/m en ontronding eu/ey (vergelijk Neumann/Neymann).

Mazairac. Plaatsnaam Mazeirac, (Lozère).

Mazet, Mazé: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thomas.

Mazin, Masin, Masyn, Masijn, Mazijn, Mazijn: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Thomas.

Mazinghien. Plaatsnaam Mazinghem, Pas-de, Calais.

Mazijk, van: Plaatsnaam Maaseik (Belgisch-Limburg).

Mazzola: Verkleinvorm van Italiaanse familienaam Mazza, met verschillende verklaringsmogelijkheden.

Mazzon. Occidentaalse vorm voor Frans maison; huis.

Meerschaert, Merschaert, Meersschaert, Mersschaert, Meerschhaert, Meirsschaert, Meirschaert, Meeschaert, Meesschaert, Messchaert, Misschaert, Mescart: Afleiding van Van der Meersch.

Meervis, Mervis. Reïnterpretatie (door r-epenthesis)van Mevis. Zie Meus.

Méan, Méant, Mean, Meant, Meyant, Meyan, Myant: Plaatsnaam Méan (Namen) en in Mons (Luik).

Méaux, Meaux, Meau, Méau, Miaux, Myaux: 1. Plaatsnaam Meaux (Seine-et-Marne). 2. Vadersnaam. Picardiserende regressievorm van Me(e)us, korte vorm van heiligennaam Bartholomeus.

Meauxsone, Meauzoone: Vadersnaam. Zoon van Meaux = (Bartolo)meus.

Mechanicus. Latinisering van een beroepsnaam: maker van werktuigen.

Mèche, Mèche, Mech: Waalse spelling voor plaatsnaam Mesch, Nederlands-Limburg.

Mechele, Mechelen, Mechels, Meekels, Machels, Magele, Magel; Moedersnaam. Germaanse voornaam Machtild; vergelijk Magcheltje, Maggeltje, Macheltsje, Megcheltien. Vergelijk ook Machtelinckx = Machelinckx = Mechelinck. Eventueel vadersnaam. Afleiding van macht-naam (Machtolf).

Mechelen, van, van Meggelen, an Meghelen, van Mechgelen: Plaatsnaam Mechelen (Provincie Antwerpen). Ook Mechelen-aan-de-Maas, Mechelen-Bovelingen (Belgisch-Limburg), Mechelen in Wittem (Nederlands Limburg), Mechelen in Gendringen (Gelderland), Kwaadmechelen….

Mecheler, de, Mecheleer, de, Mechelaere, Mechler, de Meckeleer, de Meekeleer: Mechelaar, van Mechelen (Antwerpen).

Mechelinck, Mechelynck: Variant van Machelinck(x), Machtelinck(x). Verkleinvorm van Germaanse macht-naam, zoals Machtildis of Machtolf.

Mechelmans, Meckelmans: 1. Alfleiding van Van Mechelen. 2. Moedersnaam. Afleiding van de voornaam Mechele.

Meck, Mecke. Vadersnaam. Bakervorm Mago, Macco. Germaanse voornaam.

Meckeren, van. Plaatsnaam (wellicht Nederlands-Limburg). Vergelijk Meckerenweg in Gingelom (Limburg).

Mecking. Vadersnaam. Afleiding van Meck.

Mecklenburg, Meckelburg: Duitsland, Mecklenburg aan de Oostzee.

Meddaerts, Medar, Medard, Medaer, Medaerts, Medaert, Medaer, Medaers, Medaets, Medaet, Mada, Madda, Mattard, Mattar, Mattart. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Medardus.

Meddaerts, Medar. Medard, Medaerts, Medarts, Medaert, Medarts, Medart, Medaer, Medaers, Medaets, Medas, Medda, Meda, Mattard, Mattart, Mattar: Vadersnaam. Germaanse voornaam Medardus; Madachart.

Medegael, van, Middegaels. Familienaam naar de plaatsnaam Middegaal in Veghel (Noord-Brabant). 1379 Jan van Middelgale, Den Bosch. Op zijn zegel staat evenwel: sigillum Johannis de Erpe. Van Medegael kwam 86 x voor in Oost-Vlaanderen.

Meddeler, Metlaar: 1. Beroepsnaam. Middelnederlands middelaer ‘bemiddelaar, tussenpersoon, makelaar’. 2. Achterhoekse familienaam, van plaatsnaam Middelaar ‘midden laar’. In Vorden (Gelderland): 1418 Meddeler, Lochem, Gelderland: 1494 Middeler, Barneveld (Gelderland): 1325-36 Middelaer, Midlaren, Zuidlaren (Drenthe): 1264 Midlare.

Medem, de. Bijnaam zoals de Duitse familienaam Meidem. Middenhoogduits meidem: hengst, ruin.

Medeman. Middelnederlands medeman: medeleenman, deelgenoot, compagnon.

Medery. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam math-rîk?

Médot, Medo, Medot: Vadersnaam. Vleivorm van Médard.

Mee, van der: Wellicht vertaald uit du Mee.

Meefout: Wellicht aanpassing van Mafait, van Malfait, dat is qui fait mail ‘die kwaad doet, boosdoener’.

Meel. Wellicht beroepsnaam van de molenaar, de meelhandelaar of bakker. Vergelijk Duits Mehl.

Meel, van; van Meelen, van Meele, van Meeles, van Mele, (van der) Mel: 1. Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord, van van Medele. Medele was een groot bos in Beveren-Leie en Desselgem (West-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Meel in Echteld (Gelderland). 3. Plaatsnaam Meerle (Provincie Antwerpen). 4. Plaatsnaam Meel in Lage Zwaluwe (Noord-Brabant) of of Meele in Nieuwleusen (Overijssel).

Meelberg, Meelbergh, Meelberghs, Meilbergs, Melberghs, Melbergs, Mellenbergh: Plaatsnaam 1. Merelberg, van Meelberg in Schaffen (Limburg). 2. Plaatsnaam Meelberg in Paal (Limburg).

Meeldijk. Waterloop in Koudeschure en Borre (Frans-Vlaanderen): 1719 Medeldicque. De Molendijk, die uit twee takken van de Aa bestaat, heet nu verfranst Meldicque: 1327 le Molendich; Meuledick alias Meldick.

Meene, van de: Vervorming van van Meenen of van der Meent?

Meenen, van, van Meenin, Wammeenen: Plaatsnaam Menen (West-Vlaanderen).

Meensel, van, van Mensel, van Minsel, van Mencxel, van Menxsel, van Menxel, van Mengsel. Familienaam uit de plaatsnaam Meensel (Vlaams-Brabant).

Meent, van der: Plaatsnaam Meent ‘algemene grond, algemene weide’ in Barneveld (Gelderland), Blaricum (Noord-Holland), Buren (Gelderland), Hellendoorn Overijssel, Huizen (Noord-Holland), Leerdam (Zuid-Holland), Rhenen (Utrecht).

Meer, van; van Meir: Plaatsnaam Meer (Noord-Brabant, Overijssel, Antwerpen).

Meer, van der; van der Maar, van de (der) Meere, van den Meeren, Vermeer, Vermeeren, Vermeere, Vermeiren, Vermeire, Vermaire, Vermaiere, Vermare, Termeer, van (der) Meir, van der Meiren, van der Mairen, van der Mer, van der Meren, Vermeir, Vermeiren, Vermeirre, Vermer, Vermerre, Vermerren, Vermeren, Veermeer: Plaatsnaam Meer, Mère. Middelnederlands mare, maer, mere ‘plas stilstaand water, poel, meer, moeras, geul’. Zeer verspreid over ons taalgebied.

Meerakker, van den: Plaatsnaam Meerakker in Oostakker (Oost-Vlaanderen).

Meerbach. Duitse plaatsnaam. Vergelijk Meerbeck.

Meerbeek, van, Meerbeeck van, Van Meerbeke, Van Meerbeck, Meerbeekx, Van Merbeeck: Plaatsnaam Meerbeek (Vlaams-Brabant) en in Assent (Vlaams-Brabant); Meerbeke (Oost-Vlaanderen).

Meerbergen (van), Vermeerbergen, Meerberghs. Naam uit de plaatsnaam Meerberg in Grote- en Kleine-Brogel (Limburg) en in St.-Kwintens-Lennik (Vlaams-Brabant).

Meerburg. Plaatsnaam in Leiden, Zuid-Holland.

Meerding, Meerdink: Vadersnaam. Afgeleid van Germaanse voornaam Medard. Derck Meerdinck, bewoners van de plaats Meerding in Winterswijk (Gelderland).

Meerdonk, van, Meerendonck, Meerendonk, van: Plaatsnaam Meerdonk (Oost-Vlaanderen), dicht bij Hulst (Zeeuws-Vlaanderen).

Meerhaege, van, Meerhaeghe, (van), Meerhage, (van) Meirhaeghe, Meirhaege, Van Merhaegen, Van Merhaege, Merhaeghe, Meyerhaeghe. Familienaam afgeleid van Meerhage (of een variant hiervan): Bosje aan een plas. Deze plaatsnaam komt op een aantal plaatsen voor: Plaatsnaam Meerhage in Wortegem (Oost-Vlaanderen), Ooike (Oost-Vlaanderen), Nieuwerleet (Frans-Vlaanderen) Houlle, Pas-de-Calais; ‘bosje aan een plas’.

Meerheyd. Waarschijnlijk dialect van Meerhout.

Meerhof: Plaatsnaam Meerhof (Noordrijn-Westfalen).

Meerholz: Plaatsnaam Meerholz (Hessen).

Meerhout, van. Plaatsnaam Meerhout (Limburg).

Meerkens: 1. Zoals Meermans afleiding van Van der Meer. 2. Moedersnaam. Afleiding van Maria. Vergelijk Meiresone.

Meerkamp: Plaatsnaam Meerkamp in Havelte (Drenthe).

Meerkerk: Plaatsnaam Meerkerk (Zuid-Holland).

Meerleerde, de, Meerler, de Meerlaere, Meerleire, de Meereleere, de Meirler, Merleer, de Meirlaere, Meirlaen, Mereleire, Meirleire, Merleer. Bijnaam uit Waals-Vlaams merelare: merel. Wellicht iemand die goed zingen of fluiten kon.

Meerlemont, Merlemont: Plaatsnaam 1. Merlemont (Namen). 2. Merlemont in Evegnée (Luik). 3. Merlimont (Pas-de-Calais).

Meermans, Meerman, Merman, Mermans, Merremans, Meeremans, Meremans, Meiremans, Meirman, Meirmans, de Meerman, Merema: 1. Meerman ‘zeeman’. 2. Afleiding van van der Meer.

Meersbergen, van: Plaatsnaam Maarsbergen (Utrecht):

Meernhout, Mernout, Mernhout, Meernt: Variant van Meerhout? Of van Maernhout?

Meerpoel, Merpoel, Meirpoel, Mercpoel, Merkpoel: Plaatsnaam Meerpoel: waterpoel.

Meers. 1. Limburgse vorm van Meyers: zie Meyer. 2. Zie ook Meers(ch).

Meersch, van, Meers, Mers, Mersch, Meerstx: Plaatsnaam Meers in Stein (Nederlands Limburg). Of kortere variant van van der Meersch.

Meersch, van der, Vandermersch, van der Meersen, van der Meers, van der Mersch, van der Mershe, Mersshe, van der Meersche, Meerschen, Meersch, Meerschen, van Meersche, Meerssche, Vandremeersch, van der Mars, Martius, Martis, Martiszoon, van de(den) Meersch, Meersche, van de(den) Meerssche, van den Meersshe, van den Mersch, van den Meerssch, van der Meirsch, Meirch, Van de(der) Meirssche, Meirsche, van der Meirsch, Meirch,vVan de(der) Meirssche, Meirsche, van der Meirtsche, van der Meesch, van der Mesche, van Meessche, van der Messe, Messen, Misse, Missen, van der Meets, van der Meys/Meijs, van der Mest, van der Miers, Mies, van der Mièse, Miès, van de Miège, Miége, Vermeers, Vermeersch, Vermersch, Vormers, Vermeerschen, Vermeerch, Vermeersch, Vermeersh, Vermeirsch, Vermeirs, Vermeirsche, Vermeirssen, Vermeissen, Vermeerssen, Vermeersen, Vermeesen, Vermesen, Vermees, Vermeesch, Vermes, Vermesch, Vermeys, Vermiesch, Vermèch, Vermès, Vermesse, Vermis, Vermissen. Familienaam uit versrpeide plaatsnaam Meers, Meersch: alluviaal, land vooral weiland langs de rivier.

Meerschaege. Reïnterpretatie (Waals-Vlaams meerschagie: meersen) van Meerschaert.

Meerschaert, Mersschaert, Mersschaert, Meersschaert, Meiersschaert, Meirschaert, Meeschaert, Messchaert, Meesschaert, Misschaert, Mescart: Afleiding van van der Meersch. Familienaam uit Meersch; weiland langs de rivier.

Meerschman, Meerseman, Meersseman, Meersmans, Meersman, Meerssman, Mersmans, Meirschman, Meirsman, Mersseman, Merseman, Meesseman, Meesman, Meschman, Mesmans, Mesman, Misman, Meisman, Meyschamans, Meyschman, Meysman Meysman, Meysseman, Meyssman, Meyseman, Meijsmans, Meijsman, Meeysman: 1. Afleiding op -man van Van der Meersch. 2. Vorm zonder lidwoord voor (de) Meersman.

Meersman, de, de Meersmann, (de) Meersseman, Meerseman, (de) Meerschman, (de) Meirsman, (de) Meirschman, Meersmans, Mersmans, (de) Mersseman, Mersman, Meerssman, Merseman, de Merseeman, Messemans, Messeman, Meesseman, Meesman, Meschman, Mesman, Mesmans, Misman, Meisman, Meysmans, Meysman, Meijsmans, Meijsman, Meeysman, Meyschmans, Meyschman, Meysseman, Meyssman, Meyseman, Marsman: Beroepsnaam. Middelnederlands merseman, meerseman, maers(e)man: rondtrekkend koopman, marskramer.

Meerse, (van der): De Zierikzeese familie van der Meerse heette oorspronkelijk Maartense, waaruit van der Maersse, van der Meerse. Zie ook van der Meerssche.

Meerst: Verhaspelde spelling van Meers (met paragogische t) of van Meerts (met omkering van volgorde van klanken).

Meerstadt. Duitse plaatsnaam Mehrstedt?

Meerstx. Verhaspelde spelling van Meerst of Meers.

Meerschout, Meersschout, (van den) Meerschaut, Van den Merschaute, Meerschaute, (van den/r) Meersschaut, Meirsschaut, Meirschaut, Meirschout, Merschout, Merschaut, Meerchaut. Familienaam uit de plaatsnaam Meershout: bos bij het meers (lage beemd). Onder andere in Maldegem.

Meert, Meertse: Vadersnaam. Korte vorm van Meerten =Maarten.

Meerveld, (van); Meervelt, van, Meervelde, Merveld, Mervel: Plaatsnaam Meervelde (Noord-Brabant) of plaatsnaam Meerveld bij Garderen (Gelderland), in Apeldoorn (Gelderland), Emmen (Drenthe), Odoorn (Drenthe).

Meervenne, van, van Meirvenn, van. Meirvenne, de Meirvenne, Meervenu. Familienaam uit de plaatsnaam Meerven (Noord-Brabant).

Meervis, Mervis: Vadersnaam. Herinterpretatie (met r-invoeging) van Mevis, van Mewis, Meeuwis, Meeus.

Meerwein. Duitse vadersnaam. Germaanse voornaam mêr-win 'beroemd-vriend': Maruinus, Meruinus.

Meerwijk, van, Meerwijck, van: Plaatsnaam Meerwijk in Empel (Noord-Brabant), Koudekerk (Zuid-Holland), Groesbeek (Gelderland) en Smallingerland (Friesland).

Mees, de Meese, Meesen, Meese, Meeze, Meezen, Meessen: Bijnaam naar de naam van de vogel, de mees. Of bijnaam voor de mezenvanger.

Meesemaecker, Meesemacker, Meesmaecker, de Mesemacker, de Meesemaekers, de Meesemakers, de Meezemaeker: 1. Beroepsnaam van de mandenmaker. Middenenderlands mese: draagmand, vismand. 2. Waarschijnlijk veeleer verhaspeling van De Mes(se)maker.

Meesen, van. Plaatsnaam Mesen, West-Vlaanderen.

Meester, de, Meestere, de, de Mester, de Miester, Meester, Meesters, Mester, Mesters, Smeesters, Smeester, Smister, Meysters, Meister, Meisters, Meeter, de, Meissters, Smeysters, Smeijsters, (zoon van) Majster: Beroepsnaam meester, van Oudfrans maistre, van Latijnse magister ‘meester, leermeester, geleerde, baas, meester (in een vak)’.

Meesterink, Meestringa, Meisterinck; zoon van de meester.

Meet, van der: Plaatsnaam Meet ‘weiland, hooiland’ is een typisch woord in de kuststreek, van West-Vlaanderen tot Friesland.

Meeteren, van. Plaatsnaam Meteren, Gelderland.

Meetkerke, van, Mekerke: Plaatsnaam Meetkerke (West-Vlaanderen).

Meeuse, Meeusen, Meeuwesen, Meeuwis, Meeuwisse, Meeuwissen, Meeuwse, Meeuwsen, Meewse, Meuwese: Vadersnaam. Meus/Mewis is de korte vorm van de heiligennaam Bartholomeus.

Meeuwe, Meeuwen, Meeuw, de Meu, de Meue, de Meije, de Meiie, de Meve : 1. Bijnaam naar de vogelnaam, de meeuw.

Meeuwen, van, van Meuwen: Plaatsnaam Meeuwen (Limburg).

Meeuwig: Vermoedelijk vervorming van Meeuwis.

Meex, Meeks, Meek, Meeken, Meekes. Vadersnaam. Variant van de Nederlandse fmailienaam Meekes, Knuffelvorm van een Germaanse mag(in) -naam of marc-naam. Vergelijk Mack.

Meganck, Megank: Afleiding van het werkwoord me(d)egaan ‘meegaan, vergezellen’. Bijnaam voor iemand met een meegaand, inschikkelijk karakter.

Megen, van, van Meegen, Vermeegen: Plaatsnaam Megen (Noord-Brabant).

Megens, Meegens, Meigen, Meugens. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse Mago (magin?)-naam.

Meghem, van. 1. Plaatsnaam Meigem (Oost-Vlaanderen). 2. Of variant van Van Mieg(h)em.

Megroot, van; Mingeroet: Plaatsnaam Migerode in de buurt van Dendermonde (Oost-Vlaanderen).

Mehaignoul, Mehagnoul, Méhagnoul: Méhaignoul: Plaatsnaam Meha(i)gnoul in Meux (Namen).

Mehauden: Moedersnaam Mahaut, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Machtild: macht-hild ‘macht-strijd’: Mahthildis.

Mehlen, Mehle, Mehlin: Spellingvariant van Meelen of van plaatsnaam Melen (zie Demelen) ?

Mehler. Duitse beroepsnaam van de meelhandelaar.

Mehlman, Mehlmann. Duitse beroepsnaam van de meelhandelaar.

Mehlwurm. Duitse bijnaam; meelworm.

Meibergen. Plaatsnaam Meiberg in Meerhout, Antwerpen.

Meiboom, Meijboom: Bijnaam naar woonplaats of huisnaam. Vergelijk Duits Maibaum, -bo(h)m, Nederduits Meibo(h)m.

Meide, van der; van der Meijden, Mei, van der, Mey, van der Meijten, van der Meij, Meyden, Vermeij, Meijboom: 1. Plaatsnaam Meie ‘meiboom’. 2. Van der Meyde, van van Ameyde.

Meidert, van, van Melderen, van Melder, (van) Meller: Plaatsnaam Meldert (Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Limburg).

Meiering, Meijering, Meijerink: Oost-Nederlands familienaam. Frequente plaatsnaam in Gelderland en Overijssel.

(de) Meijer, (de) Meyer, Meyers, Meier, Meijers. 1. Familienaam uit het Latijnse maior: meier, rentmeester, vertegenwoordiger van de heer, ambtenaar, pachter. 2. Soms is het een dialectvorm van De Maeyer: zie Maeyer.

Meihöfener: Afleiding van de Plaatsnaam Maihof (Beieren, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts)

Meihuizen. Plaatsnaam Maihausen, Neder-Saksen.

Meijdenberg, van den. Wellicht plaatsnaam Maagdenburg, Duits Magdeburg. Kiliaan geeft Meydenborgh voor Maeghdenborgh. Verwarring berg/borg is heel gewoon.

Meijlink. Vadersnaam. Afleiding van een -ilo-afleiding van een Germaanse mag-naam. Vergelijk Meilke.

Meile, Meillander, Mélanders: 1. Afkomstig van Milaan, Duits Mailand. Vergelijk Duits Mailânder. 2. Maar Melander was de humanistennaam van Schwarzmann, Holzapfel en Eppelmann.

Meilke. Vadersnaam. Afleiding van Meile, van Magilo, afleiding van Germaanse mag-naam, zoals Me(g)inhard. Duitse familienaam.

Meillassoux. Zuidwest-Franse familienaam Millassous, van raillasse: gierst.

Meilleur, Meylleux, Milleur, Mileur: Bijnaam meilleur: de beste. Vergelijk Delameillieure.

Meiling, Meilink. Vadersnaam uit de voornaam Meile. Saksische vorm.

Meily, Meili. Vadersnaam. Romaanse vorm van Latijnse heiligennaam Amelius.

Mein, Meyns, Meijns, Mayne, Meinesz: Vadersnaam van een magin-naam, zoals Meinboud.

Meijnaert, Meijnaerts, Meynaerts, Meynart, Meinhard, Meinhardt, Mijnhardt, Meinard, Meinardi), Mainas, Menyhart, Meinert, Meiners, Meinertsen, Meindert, Meijndert, Meyndertz, Mynders, Minders. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam magin-hard; kracht-sterk. Meginhardus. Meindersma, vadersnaam Meindert.

Mein, Meyns, Meijns, Mayne, Meinesz, Meinema. Vadersnaam naar het Germaanse voornaamdeel ‘magin’: kracht.

Meinboud. Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-balth 'kracht-moedig': Maginbaldus.

Meinecke, Meineke, Meinke, Mencke: Vadersnaam. Nederduitse afleiding van een Germaanse magin-naam; vergelijk Meynckens.

Meinema. Vadersnaam. Friese afleiding van Germaanse voornaam Mein.

Meinders, Meinderink, Meindersma: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Meiner, van Meginheri: magin –hari ‘kracht –leger’.

Meine: Vadersnaam. uit magin-naam, zoals Meinboud, Meine.

Meinema, Meinsma: Vadersnaam. Friese afleiding van Germaans magin-naam; vergelijk Meine.

Meinen, Meynen, Meijnen. Moedersnaam naar de vrouwelijke vorm van de Germaanse magin (magin: kracht) -naam.

Meinertzhagen, Meinerzhagen. Duitse plaatsnaam Meinerzhagen.

Meines, van. Oorspronkelijk Meines, afleiding van vadersnaam Mein.

Meinholt, Meinhold. Vadersnaam. Germaanse voornaam magin-wald 'kracht-heerser': Maginold.

Meinig, Meiniger, Meininger: Afleiding van Duitse plaatsnaam Meiningen.

Meinster: Wellicht de Engelse plaatsnaam Minster.

Meintjes, Meyntjens: 1. Meindeken, afleiding van Mande. Vergelijk De Mande. 2. Zie Meynckens.

Meireson, Meiresone, Meiressonne, Meiresonne, Meirezonne, Meirisonne, Meirson, Meijserson, Meyerson, Myerson, Meiersons, Merison: Variant van de Vlaamse familienaam Meireson(e), Meirezonne. Moedersnaam ‘zoon van Meer, Maria’.

Meis, Meise, Meisen, Meys, Meijs, Meijssen, Meijsen, Meyse, Meysen, Meyssen, Meyssens. 1. Vadersnaam, verkorte vorm van Remigius. 2. Vadersnaam, verkorte vorm van Bartholomeus. 3. Vadersnaam uit een Germaanse magin-naam. 4. Of variant van Mys: verkorte vorm van de voornaam Amijs. Dit uit het Latijnse amicus (vriend): naam uit de literatuur. 5. Vadersnaam/moedersnaam uit de voornaam Clemens/Clementina.

Meisner, Meissner, Meichsner, Meixner, Maixner: Afleiding van plaatsnaam Meissen (Saksen), ouder Mîchsen. Vanwege de bloeiende lakenhandel met Meissen werd Meissner beroepsnaam van lakenhandelaar.

Meiser. Duitse familienaam Maiser. Afleiding van de vogelnaam Meise: mees. Of van plaatsnaam Mais (Tirol).

Meisler, Meizler: Duitse beroepsnaam Meissler: steenhouwer, beenhouwer.

Meister, Meisters, Meissters, Smeysters, Smeijsters, Majster: Beroepsnaam Meester, van Oudfrans maistre, van Latijn magister: meester, leermeester, geleerde; baas, meester (in een vak). Zie ook Lemaître.

Meiblum, Mejblum. Duitse bijnaam Maiblum; meibloem. Huisnaam.

Mekeirel, Mekeirele, Mekerle, Mekeirle, Mekerlé: Waarschijnlijk onder invloed van De Keerle, verhaspeling van een vreemde en onbegrepen naam, bijvoorbeeld een Schotse Mac-naam, zoals MacKairly, MacKearly 'zoon van Karel'?

Mekenkamp. Plaatsnaam in Wierden, Overijssel. Heem van Mekinc.

Mekers, Meeckers, Meekers, Meckers, Mikkers, Mickers, Mikkes. 1. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse maker, het Brabants-Limburgse meker: maker, bewerker van. 2. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Magerus: dat is de verlatijnste vorm van De Cock (zie bij Kok).

Mekindt. Waarschijnlijk aanpassing van de Schotse familienaam Mackinder: zoon van de vreemdeling. De familienaam Mackenzie werd in Nederland onder meer Mekinje.

Mélange, Melange: Wellicht van Melangre, Malingret.

Melchior, Melchiorre, Melkior, Melchor, Melcher, Melchers, Melcherts, Melchert, Melicher, Melger, Melgers, Melgert, Milcher, Milchers, Melkert, Melleker: Vadersnaam. Melchior, de naam van een van de Drie Koningen.

Melder,