Verklaring van achternamen O

 

O.

  1. Wellicht bijnaam.

Obach. Variant van de plaatsnaam Ubach, Nederlands-Limburg.

Obbe, Obe. Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse voornaam Otbert, Obrecht.

Obbels, Hobbel, Hobbels, Oebel: 1. Vadersnaam. Afleiding van Obbe. Vergelijk Oblin. 2. Zie Hobbels.

Obbiet. Vadersnaam uit de voornaam Obert/Obrecht: aud + berth.

Obin, Obijn, Obyn, Obein, Hobin, Hobijn, Obben, Obbens, Obbink, Oben, Eubben, Euben, Ubben. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Obrecht. Zie ook Hubin.

Obbrussel, van. Plaatsnaam Opbrussel, de oorspronkelijke naam van Sint-Gillis.

Ober. 1. Duitse familienaam verwijst naar de hogergelegen woonplaats. 2. Eventueel uitspraak obèr, spelling voor Aubert of Obert.

Oberbörsch. Plaatsnaam in Kürten (Noordrijn-Westfalen).

Oberbusch. Plaatsnaam in Much, Noordrijn-Westfalen.

Oberdorf, Oberdorfer. Verspreide plaatsnaam Oberdorf.

Oberfeld. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Oberforster. Duitse beroepsnaam Oberfôrster: oppervorster, hoofdboswachter.

Obbink: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Obrecht.

Oberhauser. Frequente plaatsnaam Oberhaus, Oberhausen.

Oberholzer. Plaatsnaam Oberhold, Beieren, Noordrijn-Westfalen.

Oberg: Spelling voor Hoberg. Plaatsnaam Ho(ge)berg in Reet (Provincie Antwerpen), Zulzeke (Oost-Vlaanderen), Hoberg in Bakel (Noord-Brabant), een heuvel in Son (Noord-Brabant). Ook Duits familienaam Hoberg, van plaatsnaam Hohberg (Beieren, Hessen, Silezië).

Oberink. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Obrecht.

Oberländer, Oberlander. Duitse plaatsnaam Oberland; opper land.

Oberlé. Spelling in de Elzas voor Oberle, van de voornaam Aberlin, afleiding van Albrecht.

Obermann, Oberman, Obermans. Duitse beroepsnaam: opperscheidsman, opperscheidsrechter. Vergelijk Middelnederlands overman.

Obermeyer, Obermayr, Obermayer, Obermeijer: Oppermeier: meier op hoger gelegen meierij of opperste meier.

Obermüller, Obermuller. Duitse beroepsnaam van een molenaar in een 'obère Muhle': hogere molen.

Oberneck. Duitse plaatsnaam: bovenste hoek. Vergelijk Duits Oberegger, Obrecker.

Oberreiner. Iemand van ober dem Rhein: van over de Rijn, van de overkant van de Rijn. Vergelijk Duits Uberrhein.

Oberrreit. Duits Ùberreiter: berijder, politie die over de straten rijdt.

Oberst, Obrist: Duitse familienaam naar de woonplaats boven, op de hoogste plaats van het dorp.

Oberweis, Oberwoits. Plaatsnaam Oberweis. Rijnland-Palts.

Obez, Obée, Obee: Vadersnaam. Dialect vorm van Obert.

Obin, Obijn, Obyn, Obein, Hobin, Obbens, Obben, Obbink, Oben, Eubben, Euben, Ubben: Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Obrecht. Ob(b)en kan ook geitief zijn van Ob(b)e.

Oblet, Obled. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Obrecht. Vergelijk Oblin.

Oboussier. Spelling van Franse familienaam Auboussier, van plaatsnaam Alboussière (Ardèche): plaats met aardbeibomen.

Obrecht, Obert, Oberts, Obbers, Obers, Oppers: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-berht 'bezit-schitterend': O(d)bertus, Otbertus.

Obrie, Oubrie: Vadersnaam. Spelling voor Aubry, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam alb-rîk‘ elf-machtig’, Nederlands Alverik.

Obreen. Ierse familienaam O Braion, afstammeling van Braon: vocht, druppel.

Obreno. Italiaanse familienaam? Of vervorming van Iers O'Brien of Obreen?

Obst, Opst. Duits Obst; ooft, fruit. Beroepsnaam.

Obstander. Volksetymologische vervorming.

Och, van. Spelling voor Van Hocht?

Ochelen. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Ochilo, van bakervorm van Otger.

Ochman, Ochmann, Ochtman, Ocman, Ocmant, Ocqueman: Ochmann is een Opperduitse-Silezische variant van Zuidduits Achmann, afleiding van Aa, Ahe, Ach: water. 2. Volgens Meertens heette de familie Ochtman oorspronkelijk Orthmann en stamt ze af van Hermann Ochtman, die in de tweede helft van de 18de eeuw van Limburch (Hannover) naar Dreischor (Zeeland) verhuisde. Ortmann is afgeleid van Ort ‘plaats, oord’.

Ochs. Duits Ochs, Ochse; os. Bijnaam of huisnaam.

Ochsenmeier. Beroepsnaam van een meier of boer die ossen fokt.

Ochten, van: Plaatsnaam Ochten (Gelderland).

Ocken, van. 1. Plaatsnaam Aken (Noordrijn-Westfalen). 2. Plaatsnaam Oeken in Hoeselt (Limburg).

Ockerhout, van, van Hockerhout: Plaatsnaam Okkerhout bij Snellegem: plaats waar notenbomen groeien.

Ockeloen: Misschien Gaëlische familienaam O Clooney. Vergelijk Iers Mac Cloon, oorspronkelijk MacClune.

Ockerman, Ocreman, Ocqueman: 1. Zie Neukermans. 2. Ook = Ackerman.

Ockers, Okker, Okkerse, Hockers, Occre: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-ger 'bezit-speer': Odegerus, Autkerus.

Ockum, Oghem: Variant van Van Ocken?

Ockenburg, van: Plaatsnaam Ockenburgh in Den Haag (Zuid-Holland) of Ockenberg in Rijswijk (Zuid-Holland).

O’Connor. Ierse familienaam. Afstammeling van Conchobhar 'hoog-wil'.

Ocqué, Ocké, Okké: Spelling –zonder de onuitgesproken h–van Hocquet, Hocqué, Hocké. 1. Bijnaam. Oudfrans hoquet ‘schok, stoot; twist, valstrik; haak; kapmantel’. 2. Vadersnaam. Verkleinvorm van Germaans bakernaam Hucco of Ucco.

Ocqueman. Familienaam in Noord-Frankrijk. Spelling voor Ocman, Ochman(n), of reductie van Ockerman, Ocreman.

Osinberg. Plaatsnaam Ochsenberg, Beieren.

Octave, Octaef: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Octavius 'de achtste'.

Ocula. Vondelingnaam. In 1701 kreeg een vondeling die naam omdat hij gevonden was in de Brusselse Oculaijstraat.

Odaer, Odaert, Odar, Oda, Odartus, Oudaert, Oudaer, Oudarft, Oudas, Houdaer, Houdaert, Houdard, Houdart, Houtart, Houdaar, Hoedaert, Hoddaers: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-hard 'bezit-sterk': Odardus, Oudard, Audardus, Autardus, Othardus. 2. De familienaam werd ook verward met Edward.

Odberg, Oberg, Oberge: Moedersnaam. Germaanse voornaam aud-berg'bezit-bescherming': Audeberga, Odberga.

Ode. Moedersnaam. Germaanse voornaam Auda, Oda.

Odé: Andere spelling van Frans Hodé. Middelfrans hodé ‘moe, vermoeid’.

Odegard, Odegarden. Moedersnaam. Germaanse voornaam aud-gard 'rijkdom-gaard': Audegarda, Otgerdis.

Odekerk, Odekerken, Oderker, Oderkeren, Odekirk. Familienaam uit de plaatsnaam Odenkirchen (Noordrijn-Westfalen).

Odem, Odens: Wellicht dialectisch variant van Adam(s).

Odemaere, Ommaerts: Vadersnaam. Germaanse voornaam Omaar; zie Orner, Ottmar.

Oden, Odent. Bijnaam die zoveel betekent als (au dent): met de tand. Karakter of lichamelijke eigenschap.

Odenbach. Plaatsnaam, Rijnland-Palts, en in Toernich, Luxemburg.

Odenheimer. Duitse plaatsnaam Odenheim.

Odenhoven. Plaatsnaam Odenhoven in Ophoven, Limburg.

Oderie, Oderij: Vadersnaam. Spelling voor Audry, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam ald-rîk ‘oud-machtig’: Aldricus.

Odevaer, Odevaert, Odevart, Odvart, Odvart, Ottevaere, Ottewaere, Otevaert, Hottevaert, Hottevart, Hottbart, Ovaere, Ovaert, Ovart, Hovaere, Hovaert, Hovart, Hovard, Oyevaer, Oeyervaer. Naam uit het Middelnederlandse odevare: ooievaar. Bijnaam of huisnaam.

Odijk, van, Ooik, van. Plaatsnaam Odijk, Utrecht.

Odink, Odding: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Audo, Odo.

Odou, Odoux, Odule, Odul, Houdoux, Houdou, Oudoux. Vadersnaam, Franse vorm van de Germaanse voornaam, aud-wulf.

Oudsma, Oetsma, Oetzes, Oetzen, Udinga, Udema, Udens, Udink. Friese vadersnaam Oetse, Oetzen, Oeds, Udo. In Holland als verkleinvorm Oetje, oud Hollands Oetgen, Brabant Oetken, vandaar Oetjes, Oetjen, Oetgens en Oetkens. In Amsterdam is een Oetgenspad en Oetingen is de naam van een dorp in Zuid Brabant.

Oekel, van: Plaatsnaam Oekel, Groot-en Klein-Oekele (Noord-Brabant).

Oelbers: Vadersnaam. Variant van Olberts. Germaanse voornaam ôthal-berht ‘vaderlijk erfgoed-schitterend’: Odilbert, Olbertus.

Oelbrandt, Oellibrandt, Oelbrandt, Hoelebrandt. Vadersnaam uit het Germaanse othal-brand.

Oele, Oole: Vadersnaam. Voornaam Oele, Oole, van Oelbert/Odelbert of van Odilo, van een andere ôthal-naam, zoals Odalfrid, Odelman, Odelmar, Oelbrand.

Oelofse. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Olof.

Oene, van. Plaatsnaam Oene, bij Epe.

Oenema, Unema, Oenes, Oenke, Uneke, Unico, Oentsen. Vadersnaam Uno, Oene. Oneides is de Latijnse vorm.

Oerle, van, van Oorle, van Orle, van Oorlé, Orlé, Van Horle, Oralé, Orole. Familienaam uit de plaatsnaam Oerle (Noord-Brabant) of Oerle (nu Oreye in Luik).

Oerlemans: Afleiding van van Oerle. Plaatsnaam Oerle (Noord-Brabant) Oers (zonder van) ook variant van Ours. Zie daar.

Oers, van: Oers is de gesproken vorm van de plaatsnaam Oerle in Noor-Brabant.

Oesterreich, Oesterreicher, Oestreich, Oestreicher, Oesterrlecher, Osterreicher: Oostenrijker, uit Oostenrijk, Duits Ôsterreich.

Oestges: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Ost.

Oetelaar, van den, Oetler, Oetelmans, van den Notelaer. Plaatsnaam Oetelaar in Schijndel, Noord-Brabant.

Oeter, Oeters, Hoeters, Hoeders: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-hari 'bezit-leger': Audaherus, Odarius, Aut(h)arius, Otherus. Vergelijk Otthiers.

Oeteren, van. Plaatsnaam Opoeteren of Neeroeteren (Limburg).

Oetjen, Oetjes, Oetgens, Oetkens: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Otto, Odo.

Oets, Oetzen, Oetzes. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Otto, Odo.

Oetzmann. Plaatsnaam Ôtzmann (Beieren).

Oeuillet, Oeillet, Doeuillet, Loeuillet, Leuillet, Leuliette, Leuliet, Luliet: Afleiding van Oudfrans oeil: oog.

Oevelen, van; van Oeffelen, van Hoevelen, van Ovelen, van Oeveren. 1. Plaatsnaam Oevel (Provincie Antwerpen). 2. Plaatsnaam Oeffelt (Noord-Brabant):. De namen met 'oever' kunnen ook wat te maken hebben met een woonplaats bij de oever, strand.

Oever, van den: Plaatsnaam ten Oever ‘oever’.

Oeveren, van, Veroeveren: Vermoedelijk variant van van Oevelen.

Oeverman, Oevermans. Afleiding van Van den Oever.

Oeynhausen. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen.

Oeij: 1. Moedersnaam Germaanse voornaam Oda: auda ‘bezit’. 2. De Goese familienaam Oeye, Oyee stamt van 1579-1633 Cornelis Pieter Oeyervaer.

Ofner, Offner, Ôfner, Ôffner: Duitse beroepsnaam van Ofen: oven, kachel. Ovenbouwer, pottenbakker, tegelbakker.

Offe. Vadersnaam. Bakernaam van Germaanse voornaam zoals Otfrid(us); vergelijk Odfîn, Ofrid. Of bakervorm van een wulf-naam: Offo, Uffo.

Offenbeek, van: Plaatsnaam (Nederlands-Limburg).

Offeciers, Offizier: Middelnederlands officier: burgerlijk of rechterlijk ambtenaar. Vergelijk Nederlands officier van justitie.

Offel, van, Offelen, van, van Oeffel, van Oeffelen, van Oeffelt, van Hoffelen, van Offeren: 1. Plaatsnaam Oeffelt (Noord-Brabant): 2. Zie van Huffel. Vergelijk plaatsnaam Offelken/Uffelken in Tongeren.

Offenbeek, van. Plaatsnaam. Nederlands-Limburg.

Offenberg. Plaatsnaam, Beieren, Noordrijn-Westfalen.

Offenwert, van. Duitse plaatsnaam Offenwarden?

Offer, Offers, Offre, Offert: Beroepsnaam van de offerman.

Offergeld, Offergelt, Opfergelt: Middelnederlands offergelt: gift in de kerk of aan arme, aalmoes. Bijnaam of beroepsnaam van koster. Vergelijk Offerman(s).

Offerhaus. Plaatsnaam Offenhausen. Onder andere Beieren.

Offerman, Offermans, Offermann, Offermanne, Offermanns, Offermans, Opfermann: Beroepsnaam van de offerman ‘koster’. Duits Opfermann, kerkdienaar, koster.

Offringa, Offeringa, Offinga, Overing. Vadersnaam.

Ofwegen, van: Plaatsnaam Ofwegen in Woubrugge (Zuid-Holland). Zie ook van Hofwegen.

Ogden. Plaatsnaam, Lancashire.

Oggel, (van): Het voorzetsel van is waarschijnlijk secundair. Oggel kan een vadersnaam zijn, verkleinvorm van een naam als Ogier.

Oggenfuss. Duits Ockenfuss: platvoet. Vergelijk Plaetevoet.

Ogier, Ogiers, Ogez, Oget, Oger, Ogy, Ogé: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam aud-ger ‘rijkdom-speer’: Autger.

Ogle. Opperhoogduitse vorm (zonder umlaut) van Duits Âugle, dimafleiding van Auge: oog. Bijnaam. Vergelijk Ooghe, Oeuillet.

Ognibene. Vadersnaam. Italiaanse voornaam Omnibonus; helemaal goed.

Ogunade. Nigeriaanse familienaam.

Ogy. 1. Plaatsnaam, Henegouwen. 2. Zie Ogier.

Ôhler, Ohler, Ohlert: Duitse beroepsnaam van de olieslager.

Ohm, Ohms, Oehm, Oehme. Duits Oheim; oom. Vergelijk Ooms.

Ohn. Friese vadersnaam. Vergelijk Duits Ohnen=Onnen, Unnen, zoon van Onno.

Ohnemus. Vadersnaam. Duits Onimus, Ohnimus, Ohnymus, van Griekse heiligennaam Hieronymus.

Ohnesorge, Aansorgh: Bijnaam voor een onbezorgde, die geen zorgen heeft. Vergelijk Sorgeloos(e).

Oiselay. Luiks-Waalse afleiding van Oisel/Oiseau. Vergelijk Loiselet.

Oitach. Plaatsnaam Ottach, Beieren.

Okeghem, van. Plaatsnaam Okegem, Oost-Vlaanderen.

O’Kelly. Ierse familienaam. O Ceallaigh, afstammeling van Ceallach 'oorlog'.

Okens. Vadersnaam. Germaanse voornaam Odger, zie Ockers.

Okhuysen, Okhuijsen. Okhuizen. Plaatsnaam Ockhuizen, Utrecht.

Ooijen, Ooyen, van, Oijens, Oyens, Oeijen, Oeyen. Plaatsnaam Oijen, Noord-Brabant.

Okken, Okkema, Okkens, Hokken, Ocken. Vadersnaam Ok; uk; lieveling, schatje.

Okker, Okkserse, Ockerse: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-ger ‘bezit-speer’: Odegerus, Autkerus.

Okma: Vadersnaam. Friese familienaam Okkema, afleiding van de Friese voornaam Okko, van Germaanse voornaam Otger (zie Okker).

Olbrecht, Olbrechts, Olberechts, Olberecht, Olbreghts, Olbrich, Olbricht, Olbracht, Holbrecht, Holbrechts, Olberek, Olbert, Olbertz. 1. Vadersnaam naar de Germaanse voornaam othala-bertha' (vaderlijk erfgoed-bezit). 2. zie ook Albrecht.

Oldekamp: Plaatsnaam ‘oud veld’.

Oldeman: Nederduitse bijnaam ‘oude man’. Vergelijk Oudeman(s).

Oldenbroek: Nederduitse plaatsnaam Oldenbrok (Nedersaksen).

Oldenburg, Oldenburger, Oldenborg, Ouburg, Altenburg. Plaatsnaam Oldenburg, Nedersaksen.

Oldenhove: Oost-Nederlands plaatsnaam, onder meer Oldehove (Groningen), ook: 1357 Oeldenhove in Hengelo (Gelderland), 1465 Oldehof in Wierden, Overijssel, 1475 Oldehoff. Vergelijk Oudenhove, Olthof(f).

Oldenziel: Plaatsnaam Oldenzijl in Uithuizermeden (Groningen).

Olemans, Oelmans. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam othal-man. 2. Zie ook Holemans.

Olffen, (van): Plaatsnaam Olfen (Hessen, Noordrijn-Westfalen). Olie: Beroepsbijnaam van de olieslager, of Picardisch-Waalse vorm van Frans Olier ‘olieslager, oliehandelaar’.

Olier, Ollier, Olie, Oly, Olij. 1. Oudfrans olier, uillier, Beroepsnaam van de olieslager. 2. Oudfrans olier: pottenbakker, potter.

Olaerts, Olast, Olasz. Vadersnaam. Germaanse voornaam ôthalhard 'erfgoed-sterk': Odalhardus, Odil(h)ardus, Odilhart; Oilardus.

Olande, van. 1. Plaatsnaam Olland (Noord-Brabant). 2. Zie Holland(s). 3. Zie Van Hoolant.

Olanier, Olagny: Franse familienaam Alulagnier, Aulanier: notenboom.

Olausson, Olassen. Zweedse familienaam Olavsson; zoon van Olav.

Olav, Olave. Vadersnaam. Scandinavische voornaam Olav, Olaf.

Olberding. Vadersnaam. Afleiding van Olbert (zie Olbrechts). Of veeleer Alberding, afleiding van Albert.

Olbrecht, Olbrechts, Olberecht, Olberechts, Olbregts, Olbricht, Olbricht, Olbracht, Holbrechts, Holbrecht, Olberek, Olbertz, Olbert: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam ôthal-berht 'vaderlijk-erfgoed- schitterend': Odilbert, Olbertus. 2. Zie Albrecht.

Olckers. Wellicht met /-epenthesisvan Ockers.

Olde, Olle. Nederduitse bijnaam; de oude.

Oldeboom. Nederduitse plaatsnaam; oude boom. Eventueel Friese plaatsnaam Oldeboorn.

Oldekop. Nederduitse bijnaam: oude kop, oud hoofd. Duits Althoft.

Oldeman, Oltmans, Oltmann, Oltmanns. Nederduitse bijnaam; oude man.

Oldenburg, Oldenburger. Duitse plaatsnaam.

Oliemans: Beroepsnaam van de olieslager, vergelijk Duits Ölmann.

Oldeneel, van, Ouweneel, D’Oldeneel. Plaatsnaam. Overijssel.

Oldenhove, Oldenhof: Plaatsnaam, bijvoorbeeld Oldehove (Groningen). Vergelijk Van Oudenhove.

Oldyck, Oldyck. Plaatsnaam; Oude dijk.

Olef, Olefs, Oleff, Oleffe, Holef. Plaatsnaam Olef. Noordrijn-Westfalen.

Olieslager, Olieslagers, d’; Olyslager: Beroepsnaam van de olieslager.

Oleinik, Olejnik, Olejnicki, Oleniczak: Tsjechische beroepsnaam: olieslager

Olek, Oleksik, Oleksiuk, Oleksy, Oleksyn, Olexak, Olexa: Pools vadersnaam van Alexius, Alexis.

Olemans, Oelmans: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ôthal-man 'vaderlijk erfgoed-man': Odalmannus, Odelmannus, Olmannus. 2. Eventueel variant van O(e)rlemans (assimilatie rl/l), Ollemans of Holemans.

Olen, Olens, Ohlen, Oele, Ole, Oels, Dois, Hoelen: Vadersnaam van de voornaam Oele, Oole, van Oelbert/Odelbert of een andere ôthal-naam, zoals Odalfrid, Odelman, Odelmar, Oelbrand.

Olenaed. Verhaspeling van Ongenaed?

Oleo, Oléo: Italiaans Olio: olie. Beroepsnaam van de olieslager. Vergelijk Olie.

Oleson, Olesen, Oelesse, Oolesse, Ohlson, Olsen, Olsson, Olson: Vadersnaam. Zoon van Ole. Zie Olen(s).

Olette. Moedersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Oda/Ode.

Olffen, van, Olfen. Duitse plaatsnaam Olfen.

Olie, Oly, Olij: 1. Beroepsnaam van de olieslager. 2. Picardische en Waalse vorm voor Olier; zie Ollier.

Oliemans. 1. Beroepsnaam van de olieslager. Vergelijk Duits Ôlmann. 2. Reïnterpretatie van Olemans.

Oliemans, Olmans, Olmanst, Ollman: 1. Afleiding van Van Olme(n), Van den Olme. 2. Variant van Olemans.

Olieslaegers, Olieslaeger, Olieslager, Olieslagers, Olislager, Olislagers, Olislaeger, Olislaegers, d’Olieslagers, d'Olieslager, Dolieslaegers, d'Olieslaeger, Dolieslagers, Dolieslager, d’Olislaeger, d'Olislager, Dholieslaeger, Dholieslager, d’Holieslager, d'Holislager, Dolleslaegers, Dolleslagers, Olyslaegers, Olyslaeger, Olyslaejger, Olyslaejgers, Olijskaer, Olijslagers, Olijslager, Olijslagers, Olischlàger, Olligschlaeger, Ohligschlaeger: Beroepsnaam van de olieslager.

Oliestelder. Waarschijnlijk volksetymologische aanpassing van Duits Ôlstâtter, van plaatsnaam Ohlstedt.

Olifant. 1. Bijnaam naar de huisnaam, bijvoorbeeld in Kortrijk: 1428 inden Olifant an de maerct. 2. Olifant betekende ook: ivoor, ivoren hoorn (vergelijk éléphant, de hoorn van Roeland in het Roelandslied). Bijnaam van de hoornblazer.

Olikier. Wellicht van Ockier.

Olin. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse ôthal-naam. Vergelijk Olens.

Olink: Vadersnaam. Afleiding van Germaans ôthal-naam.

Olive, Olives, Oliva, Olijff, Olijf, Olyff, Olyf: Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Oliva.

Olivet, Olivé, Olivetti, Ollivon: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Olivier.

Olivier, Oliviers, Holiviers, Olivié, Olivie, Olivi, Olivy, Ollivier, Olievier, Olifiers, Dolivier, Lolivier, Oleviers, Ollevier, Olevier, Oliveer, Olivers, Oliver, Olivers, Ollefers, Olifer, Oulivers, Olivieri, Ollivero, Olivero, Olivari, Olivares, d’Oliviera, Oliveira: Vadersnaam. De literatuurnaam Olivier, de naam van de held uit het Chanson de Roland of Roelandslied.

Olivier, Oliviers, Holiviers, Olivié, Olivie, Olivi, Olivy, Ollivier, Olievier, Olifiers, Dolivier, Lolivier, Oleviers, Ollevier, Olevier, Oliveer, Oliver,

Ollieu, Ollieux, Ollieuz, Ollieuw, Olieux, Olieu, Leulieux. Beroepsnaam uit het Oudfranse olieur: olieslager.

Ollech. Nederrijns Ohlig, Ôhlig: olie. Beroepsnaam van de olieslager. Vergelijk Olligschlâger.

Ollieu, Ollieux, Ollieuz, Ollieuw, Olieux, Olieu, Leulieux: Oudfrans olieur: olieslager. Beroepsnaam.

Olligschlaeger, Olligschalger, Olligschläger: Nederrijnse variant van Duits Ôhlschlâger; zie Olieslaegers.

Ollinger, Olinger: Afleiding van plaatsnaam Olingen in Betzdorf of verspreide Duitse plaatsnaam Ôllingen, Ôlingen, Ôling.

Olm, Olmen: de boomnaam olm ‘iep’ of van Van Olmen.

Olman, Olleman, Ollemans, afleiding van van Olm of van Olmen, van den Olme.

Olmechette. Aanpassing van plaatsnaam Olmscheid (Rijnland-Palst); vergelijk Obchette, van Hobscheid.

Olmen van, van Olmem: Plaatsnaam Olmen (Antwerpen).

Olsem. Waarschijnlijk variant van Olsen.

Olmer. Afleiding van de plaatsnaam Oberolm (Rijnland-Palts, Olm (Nedersaksen) of Ollheim (Noordrijn-Westfalen).

Olofsen: Vadersnaam. Zoon van Olof, de Germaanse voornaam Odolf: aud-wulf‘ bezit-wolf’: Audulf, Odolf.

Olree: Uit Olry, Romaanse vorm van Olrik, Ulrich? Of misschien vervormd uit Alary, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Adelrik.

Olsene, van. Plaatsnaam Olsene, Oost-Vlaanderen.

Olst, van: Plaatsnaam Olst, Overijssel.

Olsthoorn: Hollandse plaatsnaam?

Oltenfreiter. Aanpassing van Nederduits Holtfreter houthandelaar. Vergelijk Nederduits Hoppenvreter, Fretholt.

Olthof, Olthoff, Holthof, Holtof, Oldenhof, Oldenhove: Plaatsnaam Olthof, Overijssel. Vergelijk Oldenhove.

Olthuis, Oudhuis, Oldenhuis, Olthuizen, Oolthuis. Ontleend aan een huis- of boerderijnaam Olthuis (= oud huis), welk huis zich met deze naam onderscheidde van een Nijhuis (nieuw huis). Hedentendage kunnen we nog boven De Lutte (Overijssel) een erve Olthuis vinden, in 1423 vermeld als Oelthues en ten Oeldenhues, en een boerderij Olthuis ten westen van Haaksbergen aan de Rietmolenweg. Verder nog een erve Olthuis bij Veldwijk (Vorden), in 1494 Oelthues. Aan het Ald Hûs tussen Oosterend en Lutkewierum (Littenseradiel, voorheen Hennaarderadeel) is in 1811 de familienaam Oudhuis ontleend.

Olijrhook, Olijhoek: Olijhoek is een volks etymologische herinterpretatie van Olijrook ‘Olierook’, wellicht ook al volksetymologisch.

Olijve. Afstammelingen van Hylario Oliva uit Genua die even na 1600 in Den Haag huwde. Zijn afstammelingen kwamen in Noord-Nederland terecht. Beroepsnaam (kweker, verkoper) of bijnaam (naar huidskleur).

Olmen, van, Vanolmen, van Olmem. Naam uit de plaatsnaam Olmen.

Olst, van, Vanolst. Familienaam uit de plaatsnaam Olst (Overijssel).

Omar, Oemar, Amar, Omer, Ömer, Umar. De familienaam Omar is ondermeer afkomstig uit Somalië, Irak en Afghanistan. Naam in de Bijbel, Genesis 36;11, 36; 15. Mogelijk van amir of emir; heerser, Afghaans ameer; heerser.

Ombergen, van, Omberg, van, Van, Hombergen, Homberg, Hombergs: Plaatsnaam Oombergen (Oost-Vlaanderen): 13de eeuw Homberge.

Omen, Oomen, Oomens, Oomes, Oome, Oomse. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Omaar (aud-mer: bezit-beroemd). 2. Verbogen vorm van Oom (nonkel).

Ombreucq. Plaatsnaam in Ghoy, Henegouwen.

Omer, Omez, Omey. Vadersnaam, met als bron de Germaanse voornaam aud-mer.

Omey, Omeye, Ommey: Aanpassing van Ornez, Orné (zie Orner) of variant van Amey(e).

Omloop, Omloo: 1. Verspreide plaatsnaam: weg of plaats die ergens omheen loopt. 2. Nederduits Umlop: Bijnaam voor een politieagent, een omroeper, die in dorp of stad omloopt. Peter Urdenbach ook Umlauf genoemd, omdat hij door de Keulse gemeenteraad tot Umlauf verkozen werd.

Ommegang, Ommeganck. Naam uit de plaatsnaam Ommegang: dat is de weg waar de ommegang of de processie langs komt. De Ommegangweg in Mesen werd in 1846 vertaald als: Chemin de Procession ou Grand-Tour. Verspreide plaatsnaam. Vondelingnaam: Op 7 januari 1648 werd in Antwerpen Cornelis Ommegancks in de ommegang van de Lievevrouwekerk achter het hoogkoor gevonden.

Ommen, van, Omme, van: Plaatsnaam Ommen, Overijssel.

Ommeren, van: Plaatsnaam Ommeren in Lienden (Gelderland).

Ommeslage, van, Ommeslaege, van, Ommeslaeghe, van, Ommslaghe, van, Ommeslage, van, Vanommeslaeghe, Vanommeslaeghe, Vanommeslaghe, Vanommeslage, Ommeslag, Omeslag, van Omeslaeghe, Omeslaghe, van Ommeslaeger, van Onneslaeghe, van Ommerslaeghe. Familienaam uit de Middelnederlandse plaatsnaam Ommeslach: wending, bocht.

Omval. Plaatsnaam Omval in Alkmaar, Noord-Holland.

Onou, Onnou. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Onolf.

Onan, Onnan. Bijbelse voornaam Onan.

Onay. 1. Onay/Aunay, Luiks-Waalse vorm voor auneau, afleiding van aune, van Latijn alnus: els. 2. Zie Honnay.

Onbekend, Onbekent, Onbekendt: Vondelingnaam. In 1819 werd in Jena een vondeling Caroline Unbekannt genoemd.

Onckelet. Frans onclet, afleiding van oncle; oom.

Onclin, Enclin, Noclain, Noclin, Onclincx, Onclinx, Onckelins, Onckelinck, Onckelinc, Onckelinkx, Onckelincx, Onckelin, Onckelinx, Onkelincx, Nonckelynck, Nockelinck. Naam uit het Franse oncle: oom. Familienaam uit een familieverwantschap gegroeid.

Ondank. Bijnaam voor een ondankbaar mens. Vergelijk Kleinedank, Grotendanck.

Onder, van. Naar de woonplaats beneden.

Onderbeke, Onderbeek, Onderbek: Plaatsnaam ‘lager stromende beek’. Vergelijk Duits Unterbach.

Onderbergen, van. Plaatsnaam Onderbergen in Gent.

Onderdonck, Onderdanck: Plaatsnaam ‘lager gelegen donk, heuveltje’.

Onderdijk, Anderdijk: Plaatsnaam in Aardenburg en Sluis (Zeeland) Adegem Oost-Vlaanderen, Koekelare, West-Vlaanderen en Wervershoof (Noord-Holland).

Ondereet, Onderet. Waarschijnlijk aanpassing van André. Of hypercorrect voor Ongereet.

Onderlinden: Plaatsnaam ‘onder de linden’. Vergelijk Duits Unter dem Baum, Plaatsnaam Unterlinden in Kolmar (Elzas).

Onderschot (van). Verdwenen familienaam verwijzend naar een plaats waar dieren onder schot (onder toezicht - in een gesloten omgeving) waren.

Onderwater, Onderwaater, Overwater. Plaatsnaam. Vergelijk Duits Unterwasser.

Ondrousek: Vadersnaam. De Slavische familienaam Ondrácek, Ondrášek, afleiding van de heiligennaam Andreas.

Ongar, Ongaro, Ongers: Volksnaam van de Hongaar, ook bijnaam voor een vreemde kerel, met zonderling gedrag. Vergelijk Duits Ungar.

Ongemack. Heel waarschijnlijk reïnterpretatie van Ongena; vergelijk Ongenac.

Ongena, Ongenae, Onghena, Onghenae, Ongenaden, Ongenaede, Ongenaeden, Ongenaed, Ongenaec, Houguenade, Onghena, Onghenae, Onghenaert, Onghenaet, Ongenenaert, Hongenae, Hongenaert, Hongenaet, Hoengenaert, Hungenaert, Hoeghenae: Middelnederlands Ongenade ‘hardheid, wreedheid, onbarmhartigheid’. Bijnaam voor iemand met ongenadig karakter. Ongenac door verkeerde lezing van Ongenae.

Ongereet: Bijnaam voor iemand die niet bereidwillig of nooit gereed, nooit klaar is.

Ongeval, van, Ongevalle, van, van Onguevalle. Verschrijving van Van Longueval. Zie Longval.

Ongewasschen, Ongewassen. Bijnaam voor een onzindelijk mens.

Onkelen, van, van Onckellen, van Onckelen. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Ten Onkelen in Nieuwrode (Vlaams)Brabant). 2. Of mogelijk uit de plaatsnaam Unkel (Rijnland-Palts).

Onken, Onnekes: Vadersnaam. Afleiding van Friese voornaam Onno.

Onnau. Afleiding van aune; els.

Onnekink is niet van de mannennaam in de oorspronkelijke vorm afgeleid, maar van verkleinvormen en wel Onneke en ook in de oorspronkelijke vormen Onno, meest Friese mannenvoornamen.

Onneweer. Middelnederlands ongeweder, Nederduits unweer: slecht weer, stormweer. Bijnaam voor een opvliegende kerel. Vergelijk Duits Ungewitter. Johan Bernard Ohnewehr uit Neuenkirchen ("1760) vestigde zich ca. 1790 in West-Friesland; zijn nakomelingen dragen de naam Onneweer.

Onnockx, Onockx: Vadersnaam. Afleiding met k-suffix van de Friese voornaam Onno (vergelijk Onken)?

Onkruid, Onkruyd, Onkruijt. 1. Mogelijk een bijnaam voor een 'stekelig' iemand (dit is de meest waarschijnlijke verklaring).

  1. Misschien een vondelingennaam uit de 18deeeuw (toen waren gelijkaardige vondelingennamen nogal voorkomend). De zeldzaamheid van de naam kan dit ondersteunen.Bijnaam voor de boer die veel onkruid op zijn akker heeft. Vergelijk Duits Unkraut.

Onwijn: Vadersnaam. Germaanse voornaam hûn-win: Hunuwinus.

Onraed, Onraedt, Onraet, Onraerdt. 1. Naam uit het Middelnederlandse onraet: slechte raad, onbedachtzaamheid, dwaasheid. Bijnaam. 2. Zie ook Honore.

Ons. 1. Oudfrans ons, Frans homme. Vergelijk De Man. 2. Zie Hoen.-3. Zie de Hondt.

Onselen, van. Waarschijnlijk variant van Van Onsen.

Onstwedder. Familienaam uit de plaatsnaam in Groningen, Ontswedde.

Onrust. Bijnaam voor een onrustig mens.

Onverwagt. Bijnaam of vondelingennaam.

Ooft. 1. Zie Hooft. 2. Eventueel beroepsnaam van de fruithandelaar. Vergelijk Obst.

Ooge, Ooghe, Oige, Hoge, Hooghe, Hooge. 1. Bijnaam voor iemand met een opvallend oog/ogen. 2. Zie ook Hoge.

Oogwit: Waarschijnlijk reïnterpretatie van Duitse familienaam Augenweide: lust van de ogen.

Ooheghem, van: Schrijffout voor van Ooteghem.

Ooijkaas. Nederlandse familie Hooikaas.

Ool, van. Plaatsnaam in Herten, Limburg.

Oolbout. Vadersnaam. Germaanse voornaam ôthal-balth 'bezit-moedig': O(d)ilbaldus, Olboldus, Othelboldus.

Oolen, van, van Oelen. Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam Olen (Antwerpen).

Oolingen. Plaatsnaam Olingen in Betzdorf, Duitsland.

Oolmann. Duitse familienaam Ohlmann; olieman, oliehandelaar.

Oom, Ooms, Doom, Dooms, Doem, Doems, d’Hooms, Nooms, Noom: 1. De verwantschapsnaam oom, Duits Ohm, ook voor grootvader, schoonbroer. Noom door verkeerde scheiding of ontleding van een naam. 2. Eventueel vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Omaar.

Oomen, Oomens, Oomes: 1. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Omaar. 2.Verbogen vorm van Oom.

Oor, Oors: 1. Bijnaam voor iemand met opvallende of grote oren. 2. Middelnederlands oor, oir: erfgenaam. Vergelijk Dhoore.

Oorbeek, van, Oorbeeke, Oorbeck, van Oerbeek, van Oirbeek, Oirbecke, Oirbeck, van Orbeek, (van) Orbecq, van Noorbeck, van Noorbeek, van Norbeck: Plaatsnaam Oorbeek (Vlaams-Brabant); eventueel Orbais (Waals-Brabant).

Oorden, van, van Oord, van Oort, van Oordt, van den Oord, van Noord, van Noorden, van Hoorde, Hoorden, van (de) Noort, van Orden: 1. Plaatsnaam Oort, Ort, Oord ‘uiteinde, uiterste punt; hoek, stuk land’. Ten Oorden tussen Groede en Schoondijke, Gaternisse (Zeeland). 2. Variant van van Noord.

Oordens, Orthen: Vadersnaam. Afleiding van germaanse voornaam ord-naam 'speerpunt', zoals Ortwin.

Oordman, Oortman, Ortman, Ortmans, Ortsman, Ortmanns, Ortmann, Orthmans, Oidtmann: 1. Afleiding van plaatsnaam Oord; zie van Oorden. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse ord-naam, zoals Ortwin. Zie Oordens.

Oorschot, (van, der) Oirschot, oosschot: Plaatsnaam Oirschot (Noord-Brabant).

Oort, Oorts, Orts, Oors, Orth, Ort, Outh. 1. Vadersnaam, verkorte vorm van een -ort-naam. 2. Soms variant van Aerts. Zie daar.

Oortegem. Plaatsnaam Wortegem, Oost-Vlaanderen.

Oortgijsen: Vadersnaam. Germaanse voornaam Oort en Gijsen, van Gijzelbrecht, Gijsbrecht.

Oortwijn, Ortwein, Oordwin, Ordwin, Aardewijn. Vadersnaam, van oord; punt, speerpunt, win; vriend, dus strijdmakker.

Oost, Ohst.: 1. Korte vorm voor Van Oost. 2. Variant van Ost, voornaam Oste.

Oost, van, van Oosts, van Oist, van Hoost, van Hooste: Plaatsnaam Oost (Noord-Brabant, Texel, Noord-Holland). Of naar de woonplaats ten oosten van een plaats of dorp, of de herkomst uit het oosten.

Oostburg, van: Plaatsnaam Oostburg (Zeeland, Zeeuws-Vlaanderen):

Oostdam. Verspreide plaatsnaam.

Oostdijk, (van), Oostdyck; Oosdijk: Verspreide plaatsnaam, onder meer in Zeeland en Zuid-Holland.

Oosten, van; van Hooste, van Hoosten: Naar de woonplaats ten oosten of herkomst uit het oosten.

Oostenbrink: Oost-Nederlandse plaatsnaam.

Oostenbroek. Plaatsnaam Oosterbroek, Groningen. Verspreide plaatsnaam Oostbroek, Utrecht, Noord-Holland, Drenthe, Frans-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Zeeland.

Oostenbrugge, van: Plaatsnaam ‘oostelijke brug’.

Oostende, van, den, van (den) Ostende: 1. Plaatsnaam Oostende (West-Vlaanderen, daar uitspraak ostende). Ook polder het Oostende bij Oude Tonge (Zuid-Holland). De vorm Van den Oostende kan op welk 'oosteind' ook teruggaan. 2. Eventueel Duitse plaatsnaam Ostend(e)

Oostendorp, (van): Plaatsnaam in Elburg (Gelderland). Zie ook Ostendorf(f).

Oostenenk: Plaatsnaam Oosterenk bij Zwolle, Overijssel en Laren (Gelderland).

Oostenrijk, van, van Oostenrijck, Oostenryck, van Ostenryck: Herkomstig van Oostenrijk.

Ooster, Oosters: Vadersnaam. Germaanse voornaam aust-hari ‘oost-leger’: Austarius, Austerius.

Oosterbaan: 1. Plaatsnaam Ostrevant, een oude gouw tussen Schelde en Scarpe: 877 in pago Ostrebanno. Oosterbant is ook een plaatsnaam tussen Binkom en Attenrode (Vlaams-Brabant) 2. Plaatsnaam Oosterbaan ‘oostelijke lijnbaan’ in Harlingen (Friesland).

Oosterboer: Oostelijke boer.

Oosterbos, Osterbosch (van) Ossterbosch: Plaatsnaam Osterbos in Meerlo-Wanssum (Nederlands-Limburg).

Oosterbroek, Westerbroek. Plaatsnaam.

Oosterdag: Oosterdag, zoals Duits Ostertag, ‘Pasen, paasdag’. Bijnaam.

Oosterdijk: Plaatsnaam Oosterdijk in Andijk, Wervershoof (Noord-Holland).

Oosterhof, Oosterhoff, Osterhoff, Osterhof. Nederlandse en Duitse naam uit de plaatsnaam oosten (gelegen ten oosten ten opzichte van) en hof(f). Wellicht op een aantal plaatsen ontstaan.

Oosterhout, (van): Plaatsnaam (Noord-Brabant).

Oosterhuis: Plaatsnaam (Den) Oosterhuis in Averreest, Overijssel en Diepenveen, Overijssel.

Oosterkerk: Plaatsnaam Oosterkerk (Friesland).

Oosterland: Plaatsnaam Oosterland op Duiveland (Zeeland) en Wieringen (Noord-Holland).

Oosterkamp, van den, Osterkamp, Westerkamp. Plaatsnaam.

Oosterlee: Plaatsnaam Oostlaar in Roosendaal: 1293 Oesterle.

Oosterlinck, Oosterling, Oosterlynck, Oosterlynckx, Oosterlijnck, Oostelinck, Oesterlinck, Oesterling, d'Oosterlinck, d’Oosterlynck, Doosterlinck, Doosterlynck: Middelnederlands oosterlinc ‘iemand uit het oosten, Noord-Duitser, Oostenrijker’.

Oosterloo: Plaatsnaam bij Keppel Overijssel.

Oosterman, Ostermann, Oesterman, Oosters, Oosterling, Westerman. Bijnaam voor iemand uit het oosten, westen.

Oostermeijer: Oostelijk wonende meier, boer. Duits Ostermeier.

Oosterop. Plaatsnaam Ostrup in Herzfeld (Noordrijn-Westfalen): oostdorp.

Oosters, Hosters, Oesters, Osters. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam austi-hari. Austarius, Austerius.

Oostervink. Waarschijnlijk volksetymologisch van Oosterwijk. Vergelijk Duits Osterwick.

Oosterwaal, Oosterweel, 1. Familienaam afgeleid van de plaats Oosterweel (Antwerpen). 2. Mogelijk afgeleid van de plaatsnaam "weel in het oosten" waarbij 'weel' de cirkelvormige kolk achter een dijkdoorbraak is. Welen of wielen vind je op vele plaatsen.

Oosterwyck, van, van, Oosterwijk, van Oosterwycck, (van) Oosterwijck, van Oosterweyck, Vanoosterweyck. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Oisterwijck, Oisterwijk, (Noord-Brabant), Oosterwijk (Drenthe, Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland) of in Tongerlo (Antwerpen). Tevens is Oosterwijck een andere naam voor Houtvenne (Antwerpen). 2. Familienaam uit de Ostruicq in Sangatte (Pas-de-Calais).

Oosterzee, van. Plaatsnaam Oosterzee/Eastersé in Lemsterland (Friesland).

Oosteweeghel. Plaatsnaam: oostelijk wegje. Bijvoorbeeld Oostwegelken in Wijtschate.

Oosthoek: Verspreide plaatsnaam (Frans-Vlaanderen, Gelderland, West-Vlaanderen, Zeeland, Zuid-Holland).

Oosting, Oostingh: Vadersnaam. Zoals de familienaam Ostin, Ostijn, afgeleid van de Germaanse voornaam Oste.

Oosthoven, van. Erg verspreide plaatsnaam Oosthove, Oosthoven, Oosthof (Frans en West-Vlaanderen) en Turnhout (Antwerpen).

Oosthuyse, van, Oosthuise, Oosthuyze, Oosthuijze, Oosthuysse, Oosthuijze, Oosthuizen, Oosthuize, van Oasthuyse: Plaatsnaam Oosthuize in Geluwe, Hooglede, Voormezele, Waregem.

Oostland, Ooslandt, Oestlandt: Plaatsnaam: oostelijk (stuk) land; vergelijk Oostlandhoek in Lo. Oostland is ook (Noord-Duitsland, zoals in het lied 'Naar Oostland willen wij rijden'. Vergelijk Oosterlinck.

Oostmeyer, Oostermeyer, Oostermeijer, Ostermeyer: Oostelijk wonende meier, boer. Duits Ost(er)meier.

Oostra. Friese familienaam; van Oost.

Oostrum, van; van Oosterum, (van) Oosterom, Oostrom, Oostra: 1. Plaatsnaam Oostrum (Friesland, Nederlands-Limburg) en bij Houten (Utrecht). 2. Plaatsnaam Oostrom in Herent (Vlaams-Brabant).

Oosterveld, Oostervelt, Oostenveld, Westerveld. Plaatsnaam, Drenthe, voor een veld in het oosten, westen.

Oostveen, Oosterveen, (van): Plaatsnaam ‘oostelijk veenland’. Oostveen is de oude naam van Sint-Maartensdijk (Zeeland).

Oostveldt, van, van Oostveld. Verspreide plaatsnaam; oostelijk veld.

Oostvogels. Plaatsnaam Oostvogel, die samen met Westvogel de kreek De Vogel vormt.

Ootmaes. Waarschijnlijk van Otmaers, zie Ottmar.

Ooyen, van, van Ooijen, (van) Oyen, van Oijen, van Oije, van Ooy, Oye, van Oeyen, Ojen, van Noyen, Noeyen, van Noye, van Noey, van Hoije, van Hoy, Hoye, van Hooye, van Hooije, Hooij, Hoije, van Hoey, van Hoeye, Hoeyen, van Hoeij, Hoeijen, Van Hoeygen, van de Roij, van de Roy, Roye, Verhoeije, Verhoeyen, Verhoye, Verhoeye, Verhoie, Veroyen, Verroeye, Verroye, Vroye, Vroy. Familienaam uit de plaatsnaam Ter Ooie. Middelnederlands ooye, oye, vaak hypercorrect hoije gespeld ‘(nat) weiland aan rivier, beemd’.

Op de Beeck, op de Beek. Plaatsnaam Op den Beek, departement Mettekoven.

Op de Drynck. Plaatsnaam Drink, drinkplaats, wed.

Op de Weerdt, Op de Weert. Plaatsnaam Waard/Weerd: in of aan het water gelegen land, eiland.

Op den Oordt, Opgenoort, Opgenoorth, Opgenoord, Opgenort: Naar de woonplaats op het uiteinde van het dorp. Vergelijk Van Oorden. Duits Aufm Ordt.

 Op den Roemer: Wellicht Nederduitse huisnaam: Roemer, Rômer, van Rome.

Op ’t Eynde, op ’t Eynd, op het Eynde, op het Eijnde, op het Eyndt, op het Eijndt, op 't Eyndt, op 't Eijnde, op ’t Eijndt, Obdein, Obdeyn, Obdien, op ’t Ende: Naar de woonplaats aan het (uit)einde van het dorp. Plaatsnaam Op d'Eynde in Waanrode (Vlaams-Brabant, Opende). Vergelijk Opeind.

Op ’t Roodt, Opt Roodt, Op 't Root: Op de Rode: gerooide plaats. Vergelijk Oprooy.

Op ‘THof. Op 't Hof: op het hof, de hoeve.

Op Zeelandt, van. Herkomstig van Zeeland.

Op, van. Waalse aanpassing van Van Oppen.

Opbergen, van, Opberghen, van, Opberghen, van Obberghen, van Obbergen, van Obberge, van Opbergh, van Opberg, Oberg, Oberge, van Obberghem, van Oberghem, van Oberghen, van Obergen, van Hoebergh, van Hoeberg, Opdenbergh, Opdenberg, Obdenberg. Plaatsnaam Opbergen in Mollem (Vlaams-Brabant). Opbergen in Mollem (Vlaams-Brabant), Obberge in Londerzeel en Beigem (Vlaams-Brabant).

Opbroeke, van, van Opbroeck, van Opbroecke, van Opbrocke, van Obrock, Opbroek, Opbrouck: Plaatsnaam Opbroek: hoger broekland, moeras; in Erwetegem en Ophasselt (Oost-Vlaanderen).

Opde Broeck. Limburgs pendant van Van den Broek.

Opdam, Obdam. Plaatsnaam Obdam. Noord-Holland.

Opdebeek, Opdebeeck, Op de Beke, Op de Becq, Obtebeke, Opderbeck: Limburgs pendant van Vander Beke.

Opdecoul. Limburgs voor: op de kuil, op de laagte.

Opdegracht, Opdegrecht: Plaatsnaam Gracht.

Opdeheijde, Opdeheyde, Opheide, Ophey, Opheij: Plaatsnaam Heide.

Opdekam, Opdekamp, Opdecam, Opdecamp, Opden Kamp, Opdencamp: Plaatsnaam Kamp: afgeperkt stuk land, veld.

Opdelaak. Plaatsnaam Laak; meer, water, grens (water).

Opdenberg, Opdenbergh, Obdenberg. Oostelijke variant van Van den Berg. Zie Berg.

Opdelocht. Plaatsnaam Locht; tuin.

Opdenacker, Op den Akker: Limburgs pendant van Van Acker. Vergelijk Duits Auf(f )enacker.

Opdenberg, Opdenbergh, Obdenberg: Oostelijke variant voor Van den Berg.

Opdenbosch (van), van op den Bosche, van op den Bossche, op de Buys, op de Buijs. Familienaam uit de plaatsnaam Op den Bosch: aan het bos. Onder andere in Kapellen-op-den-Bos (Vlaams-Brabant), Grote Brogel (Limburg), Vlierzele (Oost-Vlaanderen).

Opdeweegh. Beroepsnaam van de bediener van een waag; of van iemand die op een weegschaal afweegt, zoals een apotheker.

Opdorp, van, van Opdurp: Plaatsnaam Opdorp (Oost-Vlaanderen) en in Leuven (Vlaams-Brabant).

Opeind, Opeynd: Plaatsnaam Opeinde in Kortessem (Limburg), Opende (Groningen), Opeinde (Friesland).

Opgenhaffen. Limburgse vorm voor Op de Hoeve, Op den Hof.

Ophaeren, van. Plaatsnaam Opharen, het hoger gelegen deel van Haren (Vlaams-Brabant).

Ophalphen, van, van Ophalfens, van Ophalfen, (van) Ophalvens, van Opalphen, Ophalfens, Ophalens, Opalfvens, Opalvens, Oppalfens, Ophals, Ophaels. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Ophalfen in Ternat, Vlaams-Brabant.

Ophof, Ophoff, op ’t Hof, Ophoven, van, Aufmhof. Plaatsnaam Ophoven, Echt, Kinrooi, Leudal, Sittard, Uphof in Duitsland, Noordrijn-Westfalen, en elders.

Ophoven, van, Opovin, van Opoen: Plaatsnaam Ophoven (Limburg) en erg verspreid in Limburg, Nederlands-Limburg en Duitsland.

Ophuizen, van, van Ophhuze, van Oppeus: Plaatsnaam Ophausen in Much (Noordrijn-Westfalen).

Opijnen, van. Plaatsnaam, Gelderland.

Opitz, Oppitz: Vadersnaam. Slavische-Oost-Duitse vorm van de voornaam Albrecht.

Oplichtenberg, Oplichtenbergh, Oplichtemberg, Opligtenberg: Plaatsnaam Lichtenberg (Gelderland, Nederland-Limburg) en verspreid in heel Duitsland.

Oplieger, Oppliger: Nederduitse variant van Duits Upleg(g)er, Aufleger: oplegger, oplader. Beroepsnaam.

Oploo, van. Plaatsnaam Oploo, Noord-Brabant.

Opmeer, van: Plaatsnaam (Noord-Holland).

Oppeel. Deze Oostvlaamse familienaam is warschijnlijk een variant van Opreel, eveneens Oostvlaams.

Oppelt. Duitse variant van Oppold, Appelt, Appold. 1. Plaatsnaam Apolda. 2. Germaanse voornaam aud-balth 'bezit-moedig': Autboldus, Odbald, vergelijk plaatsnaam Oppeltshofen, Oppoldishausen

Oppem, van, van Opphem, van Ophem, van Opem, van Oppen, van Oppens, Vanoppen, van Noppen, van Hoepen, van Hoppe, van Noppen: Plaatsnaam (Wezembeek-) Oppem (Vlaams-Brabant), of Oppen (Noordrijn-Westfalen), Oppum (Saarland), Opont, (Luik).

Oppeneer, Openeer, Openneer, Op en Neer: Spelling (zonder h) van Hoppener, Nederduits Höppner, Duits Höpfner ‘hopteler’.

Oppenheimer, Oppenheim. Plaatsnaam Oppenheim, Rijnland-Palts.

Opperdoes. Plaatsnaam, Noord-Holland.

Oppenhuis, Opperhuizen: Plaatsnaam Oppenhuizen in Wymbritseradeel (Friesland).

Opperman, Oppermann, Houppermans, Huppermans, Hupperman, Huppermans: Beroepsnaam van de opperman. Middelnederlands Opperman ‘metselaarsknecht’. Maar vergelijk Duits Obermann, van Middelhoogduits Oberman ‘scheidsrechter’.

Opree: Frans Opré, verkort uit Dehopré, van de Haut Pré ‘hoge wei’.

Opreel, Oppeel. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Haut-Préel: hoge weide (onder andere in Vezon (Henegouwen). 2. Nederlandse familienaam Operel, Oprel. Middelnederlandse plaatsnaam oprel: hellend oplopende weg naar de kruin van een dijk. Plaatsnaam in Spijkenisse (Zuid-Holland).

Opregt. Bijnaam voor een oprecht, eerlijk man. Vergelijk Duits Aufrecht.

Oprins, Oprinsen. Familienaam uit de plaatsnaam (op) Rins(en). Op kan hier betekenen: in, bij, hoger gelegen. De locatie van Rins(en) is momenteel nog een probleem. Het voorkomen van de naam in het Antwerpse en in de omgeving van Hilvarenbeek wijst misschien om een plaats binnen dit gebied (Noord-Brabant?). Alhoewel: Rin(s) kan verwijzen naar Rijn. Of naar een Germaanse voornaam of naar een zeer plaatselijke beek..

Oprooy, van, Oproy, van. Plaatsnaam Oprode in St.-Gen.-Rode (Vlaams-Brabant): hoger gelegen rode.

Opslagh, van, van Opslaeg. Plaatsnaam Opslag, Noord-Brabant.

Opschoor: Wonend aan of op een schoor (zie van Schoor).

Opsomer, Opsomers, Opsommere, Opsommer, Opzommer, Opzomer, Opzoomer, Obsomer, Obsombre, Ocsombre. Bijnaam uit "hoop op de zomer". Misschien voor iemand die die uitdrukking regelmatig gebruikte. Of voor iemand die in dat seizoen langskwam.Vergelijk Hoffsommer.

Opstadt. Plaatsnaam. Wellicht Oppstad (Noorwegen) of Obstadt (Beieren).

Opstal, van, (van) Opstaele, van Hopstal, Obstaele, Obstals: Frequente plaatsnaam Opstal ‘onbebouwd land, algemene weide’.

Opsteegh: Op de Steeg. Vergelijk familienaam Indestege.

Opsteyn. Opsteijn: Plaatsnaam in Eigenbilzen (Limburg).

Opstoel. Waarschijnlijk. reïnterpretatie van Opstal, door Waalsvlaamse o-uitspraak van de a in stal.

Opstraet (van). Naam uit de plaatsnaam Opstrate: op (bij) de straat, hoger gelegen straat.

Optbroeck, Op het Broek: moeras.

Optiels. Plaatsnaam Optielt in Tielt-Winge, Vlaams-Brabant.

Opstroom: Herinterpretatie van Oostrom?

Opwijck, van, van Opwyck: Plaatsnaam Opwijk (Vlaams-Brabant).

Opijnen, van: Plaatsnaam Opijnen in Neerijnen (Gelderland).

Opzeeland, van: De oorspronkelijke naam was van Zeeland, naar het dorp Zeeland in Noord-Brabant. °1565 Willem van Zelant, Noord-Brabant; zijn afstammelingen heetten vanaf de derde generatie van Opzeeland.

Ornstein, Orenstein. Gerond van verspreide Duitse plaatsnaam Ehrenstein?

Orage. Reïnterpretatie van Orange? Of spellingvariant van Engelse familienaam Horridge, naar plaatsnaam in Devon?

Orange, oranger, Orangis, Oranje: Plaatsnaam Orange (Vaucluse).

Orbach. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen. Of Urbach in Keulen.

Orbie. Vadersnaam uit Orbier. Dit is een verschrijving van Robier, een variant van Robert.

Orcel. Oudfrans orcel; kruik, beroepsnaam.

Ordon, Ordonez: Variant van Hardon(et), verbogen vorm van Germaanse voornaam Hardo.

Oreghem: Vermoedelijk een leesfout voor Otegem.

Oreglia. Moedersnaam. Italiaanse vorm van Latijnse heiligennaam Aurélia, vrouwelijk bij Aurelius. Vergelijk Aureille.

Oreins. Uit Henegouwen afkomstige familienaam uit Orens, waarschijnlijk aanpassing van Orens.

Oremus, Orémusz: Latijnse aanhef van gebed: laten we bidden. Bijnaam voor een geestelijke.

Orgers: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ordger: Ortgar. Orgerus.

Orfinger. Met r-epenthesis van Offinger? Plaatsnaam Offmgen (Beieren).

Orgaer. Vadersnaam. Germaanse voornaam Ordger: Ortgar.

Organ, Organe. Oudfrans organe, van Latijn organum: orgel. Vergelijk Orgels.

Orgels, Orgelt, Urgel: Beroepsnaam van de organist of orgelbouwer. Vergelijk Duits Organist, Orgler.

Orgler: Duitse beroepsnaam van de organist of orgelbouwer.

Oriaen, Oriane, Orianne: Vaders-, moedersnaam van Latijnse heiligennaam Adriana, Adrianus.

Oriens, Orient. Familienaam uit het Franse orient: oosten. Iemand die uit het oosten van de plaats kwam waar de naam werd opgetekend.

Orient, Orlens, Orlence, Orlans, d'Orlando, Orlando, Orland, Orlandini, Orlandi, Orlandinus, Horlent, Horlant, Horlaint, Horlin, Horlint: 1. Vadersnaam. Variant (met klankverandering) van de voornaam Roland. Italiaans Orlando. 2. Zie Orléans.

Origier, Origer. Beroepsnaam van de vergulder.

Origa. Latinisering Auriga; voerman.

Orinel. Middenfrans orinel; nachtpot?

Orival. Wellicht van Orval.

Orlamünder, Orlamunder. Duitse plaatsnaam Orlamünde.

Orléans, Orleans, Orlians, Orlans, Orlens, Horlent, Horlaint, Horlant, Horlin, Horllint. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Orléans in Frankrijk. 2. Zie ook Orlent.

Orlebeke: Plaatsnaam. Wellicht van Hollebeke, met invoeging van r. Of plaatsnaam Harelbeke (West-Vlaanderen), waarvan de lokale uitspraak orrelbeke is.

Orlent, Orlens, Orlence, Orlans, D'Orlando, Orlando, Orland, Orlandini, Orlandi, Orlandinus, Horlent, Horlaint, Horant. Horlin, Horlint. 1. Vadersnaam, schrijfvariant uit de voornaam Roland. 2. Zie ook Orléans.

Orley, Orlez: Plaatsnaam Urley in Urzig (Rijnland-Palts).

Orly. Plaatsnaam Orly (Seine, Seine-et-Marne).

Orloffe, Orloff, Orlow, Orlowski, Orlovski, Orlovius: Vadersnaam. Slavische vormen van Germaanse voornaam Ro(e)lof, Rudolf.

Orman, Ormando: Variant van Arman(d), Armanno (Herman)? Klankverandering van Roman? Of door metanalyse van Norman?

Ormancey. Plaatsnaam (Hte-Marne).

Ormeau, Ormeaux, Hormeau, Hormeaux: Plaatsnaam Ormeau, van orme: iep.

Ormelingen Van, Vanormelingen. Naam uit de plaatsnaam Normelingen in Lauw (Limburg).

Ormières. Plaatsnaam Ormière: plaats waar iepen groeien.

Ornelis. Naam die wellicht ontstaan is uit een verkeerde schrijfwijze van Cornelis. Zie dus bij Cornelius.

Ornée: Spelling voor Hornet, verkleinvorm van horn ‘hoorn, hoek’. Of plaatsnaam Hornay in Sprimont (Provincie Luik)?

Orner, Omers, Ornez, Orné, Omeis, Omeye, Omey, Ommey, Ommert, Homer, Homez, Homes, Homey, Hommez, Hommey, Hommes, Hommé, Urne, Urne: Vadersnaam. Franse, Noord Franse (uitspraak orne) en hypercorrecte (met h) vormen van Germaanse voornaam aud-mêr 'bezit-beroemd': Audamar, Autmar, Ottnar, Audomarus.

Oroi, Orroi, Orroo, Orro, orroir, Oroir: 1. Spellingvariant van Franse familienaam Auroy: zoon van Leroy? 2. Eventueel plaatsnaam Orroir (Henegouwen).

Orose. Spelling voor Auxroses: bij de rozen.

Orosz. Hongaarse familienaam Orosz; Rus.

Orquevaux. Plaatsnaam Orqueveaux (Hte-Marne).

Orru. Plaatsnaam Orrù (Sardinië) van Latijn rubus: braamstruik.

Orchaegen, van, Orschagen, van, van Orssagen, van Orshoven: Plaatsnaam Orshagen in Heist-op-den-Berg (Antwerpen). De familie Van Orshoven stamt van Van Orshagen (g/v-wisseling).

Orsel, Orselen, van, Urselmann, Ossel, Oersels. Plaatsnaam. Vermoedelijk is deze naam aan een (Duitse) plaatsnaam ontleend. Bij Xanten in Nordrhein Westfalen ligt het gehucht Ursel. Ober- en Nieder-Ursel liggen in Obertaunuskreis, Hessen.

Orsi, Orsini, Orso, Orsolini: Italiaanse vadersnaam of bijnaam. Italiaans urso, van Latijn ursus: beer.

Orsmael, van, van Osmal, van Osmael, van Hossemael, van Hosmael: Plaatsnaam Orsmaal (Vlaams-Brabant).

Orsouw (van), (van) Oursouw. Familienaam uit de plaatsnaam Orsauw (ergens in het noorden van Noord-Brabant?).

Van Orchagen, Orhaegen, Orschgen, Orhagen, Van, Van Orssagen, Van Orshoven. Familienaam afgeleid van de plaats Orshagen in Heist o/d Berg. De Familie Van Orshoven woonde in Orshagen.

Ort: Vadersnaam. Korte vorm van Germaanse ord-naam, zoals Ortwin.

Ortega, Ortegat, Ortegate, Hortegat: Spaanse en Catalaanse familienaam, naar plaatsnaam in Burgos, La Coruna en Jaén.

Ortelee: De voorvader heette omstreeks 1730 Urtly, Ortly, Ortelé, Orteley. Misschien Zwitsers-Duits Ortli, verkleinvorm van de voornaam Ortwin.

Ortelius. Humanistennaam van Abraham Ortels, aardrijkskundige (Antwerpen, 1527-1598).

Ortibus. Bijnaam in pseudo-Latijn; vergelijk Cocquibus.

Ortin, Ortjens: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Ortwin of Ortger.

Ortlieb, Ortlepp: Vadersnaam van Germaanse voornaam.

Ortmeier, Oortmeyer: Meier op een ort, het eind van een dorp.

Ortolan, Hortelan, Ortolan, Ortolano: Middenfrans hortolan: tuinder, hovenier.

Ortwerth. Plaatsnaam Werth; riviereiland.

Orval. Plaatsnaam Orval, Luxemburg, Manche.

Orwin. Vadersnaam. Germaanse voornaam Ortwin.

Ory, Orye, Orij, Ourie, Ori, Oury. 1. Een soldaat Ory kwam met Napoleon mee naar Egmond. Plaatsnaam Orry-la-ville, Oise, die verwijst naar Occitaans; hut van de herder die diende als melkplaats, bergkaas. 2. Spellingvariant van Orie, Aury.

Os, den,, Osse, Oosse: Bijnaam naar de naam van het rund, de os, Middelnederlands en nog dialectisch osse. Huisnaam of beroepsbijnaam. Er is ook een plaatsnaam Den Osse in Brouwershaven (Zeeland).

Os, van, van Osch, Oss: Plaatsnaam Oss (Noord-Brabant).

Osaer, Osaert, Ossaer, Ossart, Ozaer. 1.Vadersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam Ausardus. 2. Zie Housard.

Osan, Osanne, Ozanne: Moedersnaam. Oude variant van de voornaam Susanna. Ook door associatie met Hosanna. Voornaam Osanna, Hosanna, Usanna.

Osbeeck, van. Plaatsnaam Oirsbeek, Nederlands-Limburg.

Osborn, Osborne, Osbourne, Osburn: Vadersnaam. Oudnoorse voornaam Asbiorn 'god-beer'.

O’Sheridan. Verengelst uit Gaèlisch O Sirideâin, afstammeling van Sirideân, met onzekere betekenis.

Osinga: Vadersnaam. Friese afleiding van Germaanse ans-naam.

Oskam, Oskamp: 1. Plaatsnaam Oskamp ‘omheinde ossenweide’. Nederduits Ossenkämper. 2. Uit Orskam, van Roskam. Beroepsnaam van de paardenkammer of naar de huisnaam.

Osman, Osmane, Osseman, Ossemann, Oschman, Oschmann, Ousmane: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ans (Oudsaksisch ôs)-man 'god-man': Osmann(us). Voor Oschmann, vergelijk Duits Oschwald = Oswald. 2. Beroepsnaam van de ossendrijver. Vergelijk Duits Ochsentreiber, Nederduits Ossendriewer, Ossendriver.

Osmond, Osmonde, Osmont, Onsmonde: Vadersnaam. Germaanse voornaam ans (Oudsaksisch ôs)-mund 'god-bescherming': Osmundus.

Osnabrugge, van. Duitse plaatsnaam Osnabrück.

Ospitalieri. Noord-Italiaanse familienaam voor iemand die bij een hospitaal woont of er wat mee te maken heeft.

Ossel, van, van Osselt: Plaatsnaam Ossel (Provincie Antwerpen, Vlaams-Brabant).

Osselaer, van, Osselaere, van, Hosselaer, Onselaer, Onselaere: Plaatsnaam Osselaar in het Waasland (Oost-Vlaanderen).

Osseland. Plaatsnaam. Familienaam Osseland in 1912 in Sint-Omaars.

Ossendrecht: Plaatsnaam (Noord-Brabant).

Ossemerct. Plaatsnaam Ossenmarkt.

Ossenblok, van den. Plaatsnaam; ossenweide. Vergelijk De Waals-Vlaamse variant Ossenbilk.

Ossendorf, Ossendorff. Duitse plaatsnaam Ossendorf.

Ossenesse, van: Plaatsnaam Ossenisse (Hontenisse, Zeeland).

Ossewaarde: familienaam van een Zuid-Bevelands geslacht, sinds de 16de eeuw in Goes (Zeeland) gevestigd, maar afkomstig van Ossewaerden bij Bergen-op-Zoom.

Ossieur. Spelling voor Ossigneur, hypercorrect voor Ossigneu, door assimilatie rs/ss, van Orsigneux, metathetische vorm van Picardisch Rossigneux: Rossignol: nachtegaal.

Ossillioen. Door assimilatie rs/ss van Orsillon, metathetisch voor Rossill(i)on: nachtegaal. Zie Rossignol.

Ost, Oost, Oste, Osten, Osté, Ostens, Ostes, Oostens, Host, Hoste, Hoest, Hosten, Hostens, Hoostens: Vadersnaam. Germaanse voornaam austa 'oostelijk': Osto, Hosto.

Ost, de, de Hoste, D'Hoste: De Ost kan een reïnterpretatie zijn van D'Aoust (vergelijk Déoust), maar kan ook op een plaatsnaam teruggaan.

Ostaeden, van, Ostaede, van, (van) Osta, Ostade, Ousta, van Oostaden, van Ostaden, van Ostaeyen, van Ostayen, Ostaeijen, Ostayen, van Oostayen, van Oostaijen, van Oystayen, van Oystayen, van Oijstaeijen, van Hostayen, van Hostauyen, van Hostauijen, van Hostaegen, Ostaaij, van, van Ostaijen: Plaatsnaam Ostaay, Ostaai, (Nederlands Limburg), Ostaaien (Zundert, Noord-Brabant) of Ostade (Noord-Brabant).

Ostaeine. Waalse aanpassing van Osten of Ostijn.

Oste, Osté, Hoste, Ost, Oost, Osten, Ostens, Ostes, Oostens, Host, Hoste, Hoest, Hosten, Hostens, Hoostens: Vadersnaam. Germaanse voornaam austa ‘oostelijk’: Osto, Hosto.

Oster, van: Plaatsnaam Oster in Erezée (Provincie Luxemburg).

Ostaede, van, Opstaeden, van, (van) Osta, Ostade, Ousta, van Oostaden, Ostaden, van Ostaeyen, Ostaey, Ostaeijen, Ostayen, van Oostayen, Oostaijen, van Oystaeyen, Oystayen, van Oijstaeijen, van Hostayen, van Hostauyen, Hostijen, van Hostaegen. Familienaam uit de plaatsnaam Ostade (Noord-Brabant), Ostaay (Nederlands-Limburg), Hofstade (Oost-Vlaanderen/Antwerpen). 

Oste. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam osta/austa.

Ostelet, Hostelet, Oustalet: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Oste/Osto.

Ostendrof, Ostendorff, Ostendorp. Plaatsnaam Ostendorf, Beieren, Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen.

Oster. 1. Zie Oosters. 2. Plaatsnaam Oster in Erezée (Luxemburg).

Osterloh: Plaatsnaam Osterloh (Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen).

Osterreicher: Volksnaam Österreicher ‘Oostenrijker’.

Osterrieth, Osterried, Osterrieder. Plaatsnaam Osterried, Beieren.

Osterweil. Plaatsnam: oostelijk dorp; vergelijk Ostendorf. Duitse plaatsnaam Weil, van Latijn villa.

Osterwind. Plaatsnaam: stuk land dat aan de oostenwind blootgesteld is. Vergelijk Duits Ostner, Ostwind.

Ostheimer. Plaatsnaam Ostheim, Beieren, Noordrijn-Westfalen.

Osthoff. Plaatsnaam Osthof: oosthof. Vergelijk Van Oosthoven.

Ostin, Ostijn, Ostyn, Osteyn, Osstyn, Osstijn, Hostijn, Hostyn, Hostin, Hostien, Ostin, Ostijn, Ostyn, Osteyn, Osstyn, Osstijn, Hostijn, Hostyn, Hostin, Hostien, Hosstijn, Hosstyn. 1. Knuffelvorm van de Germaanse voornaam Oste. 2. Vadersnaam uit de voornaam Austin, Augustin. 3. Afgeleid uit Wastijn, via Wostijn tot Ostijn (in Beveren-Leie).

Ostlânder, Oslender, Ostlender, Oslânder: Oostlander, Duitser. Vergelijk Oosterlinck.

Ostrowski, Ostrowska, Ostrowka.

O’Sullivan. Ierse familienaam. Afstammeling van Suileabhan 'zwartogig'

Oswald, Osvald, Oszvald, Usvald: Vadersnaam. Germaanse voornaam ans-wald 'god-heerser': Ansaldus, Asold. Nederlands Ansoud.

Oteghem, Otegem, van; van Ooteghem, van Ootegem, van Ootighem, van Oeteghem, van Hooteghem, van Hootegem, Ooteghem, Notteghem, Nottegem: Plaatsnaam Otegem (West-Vlaanderen).

Otjes, Ottjes: Vadersnaam. Verkleinvorm van de voornaam Otto.

Ottenheim, Ottenheijm. Familienaam uit de plaatsnaam Otten/rheim (Noordrijn-Westfalen).

Ottart, Ottaer, Ottar, Hottard, Hottart, Hottat, Hotat. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam aud-hard.

Ottermans, Otermans, Dottermans, Hotterman. 1. Bijnaam naar de dierennaam: haar, gedrag, jager. 2. Ook variant van Ockerman: zie bij Neukerman. 3. In Steenokkerzeel is een Ottermans-gezin dat teruggaat op Van Otteghem (Otegem) (Kortrijk), Ottergem (Aalst) of Ottenheim (Noordrijn-Westfalen)?

Otter, Otten, Otte, Ott, Ottema: 1. Bijnaam voor een ‘schele otter’ of bijnaam voor een ottervanger. 2. Ook wel eens volksetymologisch uit

Otten, Otteman.

Ot, van. Waalse aanpassing van Van Otten.

Otgaar. Vadersnaam. Germaanse voornaam Otger, zie Ockers.

Othman, Othmane. Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-man 'bezit-man'.

Othon, Hoton, Hotton: Vadersnaam. 1. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Otto. 2. Uit Oston, verbogen vorm van Germaanse voornaam Osto.

Otjacques. Dubbele voornaam Otto + Jacques? Vergelijk Duits Ottenjan.

Otjens, Otgens, Ottjes: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Otto.

Otquet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Otto. Eventueel van Autiquet, afleiding van Wautier.

Ottart, Otta, Ottaer, Hottard, Hottart, Hottat, Hotat: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-hard 'bezit-sterk': Audardus, Authardus, Othardus.

Ottaviani, Ottaviano. Italiaanse vadersnaam, van Latijnse heligennaam Octavianus.

Otterdijk: Plaatsnaam Otterdijk (Noord-Brabant).

Otterloo: Plaatsnaam Otterlo (Ede, Gelderland).

Otterspeer: Bijnaam voor een ottervanger.

Ottervanger, Ottevanger, Ottevangers: Bijnaam van de ottervanger.

Ottelohe. Plaatsnaam Ottenlohe in Schirnding, Beieren.

Ottenburg, Ottenburgh, Ottenburg, Ottenburgs, Ottenborgh, Ottenborghs, Ottenborgs, Ottenborgsen, Ottenborch, Ottenborghs, Ottenbourg, Ottenbourghs, Ottenbourgh, Ottenberghs. Plaatsnaam Ottenburg, Vlaams-Brabant.

Ottenheim, Ottenheijm. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen.

Otter, den, Otters, Hotters, Hotter, Oter: Bijnaam voor een schele otter of beroepsnaam voor een ottervanger. Vergelijk Loutre, Otterspeer.

Otterbeen, Otterbein. Bijnaam; otterbeen. Duitse familienaam Otterbein.

Otterdijk, van, Otterdyk, van Ottendyk: Plaatsnaam Otterdijk (Noord-Brabant).

Otterloo, van. Plaatsnaam Otterlo, Gelderland.

Ottersbach. Plaatsnaam Ottersbach, Duitsland, Otterbach, Beieren, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts.

Otterspeer. Bijnaam voor een ottervanger.

Otthiers. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam aud-hari 'bezit-leger': Aut(h)arius, Otharius, Otherus.

Ottinger, Otting. Plaatsnaam Otting (Beieren), Ottingen (Nedersaksen). zie Odink.

Ottmar, Ootmar, Ottomer, Otter, Othmer: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-mêr'bezit-beroemd': Otmerius, Otmarus, Othomarus. Zie ook Orner.

Otto, Otte, Otten, Ottens, Ottes, Ottem, Ots, Otse, Hoete, Otté, Ote, Oth, Othe, Ott, Ottesen, Ottosen, Oddens, Utens: Vadersnaam. Germaanse voornaam Otto, door verscherping uit Odo of een samengestelde aud-naam.

Ottobon. Waalse variant van Franse bijnaam Outrebon; te goed.

Ottomeyer. Reïnterpretatie van Duitse familienaam Ottomer, Ottomar; zie Ottmar.

Ottoul, Otoul. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Otto.

Ottrich. Vadersnaam. Van Duitse Germaanse voornaam aud-rîk 'bezit-machtig': Otricus.

Otzer. Duits hypercorrect voor Otter, met toepassing van klankverschuiving? Of van Otzen: Ottensohn of Ozo, van aud-zo? Of van platsnaam Otze (Nedersaksen)?

Ouali, Oualait, El Ouali. West-Afrikaanse naam, vadersnaam uit de voornaam Ouali, of verwijzend naar de stam(oudste-dorp) Ouali.

Oubli, Oublier. Beroepsnaam. Oudfrans obla(i)er: obliebakker, banketbakker.

Oubruggen, van. Plaatsnaam Outbrugge in Bekkevoort (Vlaams-Brabant), nu Nauwbrug.

Oudakker: Plaatsnaam ‘oude akker’.

Oude, de, den Ouden: Bijnaam ‘de oude, de vader, senior’.

Oudebeeck. Verspreide plaatsnaam Oude Beek.

Oude Breuil: Plaatsnaam Breuil, Romaanse vorm van Broel, Bruul, Briel, Brogel‘ (vaak bosachtig) moerassig terrein’.

Oudebroeckx, Oudebroekx, Oudebrockx, Oudebrouckx, Oudenbrouck: Plaatsnaam Oude Broek: oud moeras; in Stabroek (Antwerpen), Oostnieuwkerke (West-Vlaanderen).

Oudeghem, van, van Aughem, Augem: Plaatsnaam Oudegem (Oost-Vlaanderen of in Loppem, West-Vlaanderen).

Oude Hendrikman: Bijnaam Oud + vadersnaam Hendrikman.

Oudejans, Oudejan, Ouwejan, Oljans, Audiens: Vadersnaam. Oude Jan, als bijnaam voor de vader tegenover de zoon, de jonge Jan. Vergelijk Duits Althans, Frans Vieuxjean.

Oudeman, Oudemans, Oudman, Auman, Outmans, Outmanns: Bijnaam voor een oude man, grijsaard, of iemand die er oud uitziet.

Ouden, van de(den), Oud, Out, Oudt, Oudman, Oudes, Ouddeken: Bijnaam, dat wil zeggen de oude, de vader, senior (bijvoorbeeld om vader van zoon te onderscheiden).

Oudenaeken, Hoedenaeke, Hoedenaeken, van Hoedenaeken: Plaatsnaam Oudenaken (Vlams-Brabant).

Oudenaarde,van, Oudenaerde, van, Oudenaarden, Oudenaert, van Audenaerde, Audenaerden, van Audenaarde, Audenarde, van den Audenaerde, Audenaerden, van (den) Audenaeren, Audenaarde, Audenaerdt, Audenaert, van Audenaerde, Haudenaerden, Haudenard, Haudenarde, (van) Daudenaerd, Daudenard, Daudenaert, Houdenaert, Haudenaert, Aunaert: Plaatsnaam Oudenaarde (Oost-Vlaanderen). 1. Familienaam uit de Oude Aard; oude aanlegplaats, (bijvoorbeeld in Sinaai, Stekene, …).

Oudenbroek: Plaatsnaam Oude Broek ‘oud moeras’, in Weerselo, Overijssel, Maasland (Zuid-Holland), Rijswijk (Zuid-Holland), Stabroek (Provincie Antwerpen).

Oudenburch, van, an Oenburch: Plaatsnaam Oudenburg (West-Vlaanderen).

Oudendycke, van, Oudendyck, van, van Oudendijk, Oudendicke, Houdendijcke, Houdendycke, Ouwendijk: Plaatsnaam Oudendijk (Groningen, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland) en verder frequent.

Oudenhaege, van, van Audenhage, van Audenhaege,van Audenhaegen, van Audenhage, van Haudenhaege, van Hoedenaghen, van Hoedenaghe, Audag: Plaatsnaam Oude Haag, bijvoorbeeld Doude Haghe in Desselgem

Oudenhove, van, Oudenhoven, van, den, van Houdenhoven, Houdenhove, Odenhoven, van Audenhove, Audenhoven, van Haudenhove, Haudenhoven, van Hodenhoven, Van Hadenhove, Hadenhoven, Van Houwenhoven, Van Houwenhove, Hautenaven, Hautenave, Hautenauwe, Hotenove, Hotenauve, Houdenhove, van Adenhoven, van Anove, Verhoonhove, Verhonhove: Plaatsnaam Oudenhove (oude hoeve) (Oost-Vlaanderen), maar ook heel verspreid, als in Menen, Passendale, Steenvoorde, Steenwerk, Broekburh, Godewaarsvelde…. zelfs in Brèmes (Pas-de-Calais).

Oudenrijn, van. Plaatsnaam Oudenrijn, Utrecht.

Oudenrode, van, van Haudenrode, van Haudenroden: Plaatsnaam Ouderode in Atrecht (VlaamsBrabant). Of Aldenrade (Noordrijn-Westfalen) of Aldenrode (Noordrijn-Westfalen).

Ouderaa, van der, van der Auwera, van der Ouder Aa, van der Auderaa, van der Auweraer, van der Auweraert, van der Auweraer. van der Auwelaer, van der Hauwera, Auwelaert, Aulaerts. Plaatsnaam Oude Aa ‘oud water’, Aa is een riviertje, in Duits Ach, in Geetbets (Vlaams-Brabant), Deurne (Noord-Brabant), Haren (Groningen), Nieuweschans (Groningen), Steenwijkerwold, Overijssel. Zie ook Hauwelaert.

Ouderits, Audrit, Auderitt, Auderit: Vadersnaam. Germaanse voornaam ald-rîd 'oud-rijd(en)': Altritus. Moedersnaam Aldrida.

Ouderland: Verspreide Plaatsnaam Oudeland.

Oudesluis, Oudesluijs: Plaatsnaam Oudesluis in Zijpe (Noord-Holland).

Oudet, Oudes, Houdet, Houdez, Houdé, Houdey: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse auda-naam: Odo. Voornaam Oudet.

Oudeater, van, Awater. Plaatsnaam Oudewater, Zuid-Holland.

Oudewerve, van: Plaatsnaam Oudewerve bij Koudekerke op Schouwen.

Oudheusden, van. Plaatsnaam Oudheusden, Noord-Brabant.

Oudhuis: Huisnaam ‘Oud Huis’.

Oudin, Ouding, Houdin, Odin, Oudyn, Odeyn, Oudens, Oudenne: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse auda-naam: Odo, Audo.

Oudinot, Odinot, Oudinet: Vadersnaam. Afleiding van Oudin.

Oudkerk, Oudkerke: Plaatsnaam Oudkerk in Tietjerksteradeel (Friesland).

Oudot. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Odo. Vergelijk Oudin.

Oudshoorn, van, Oushoorn, Oussoren, Outshoorn: Plaatsnaam Oudshoorn (Zuid-Holland).

Oudschans: Plaatsnaam Oude Schans in Bellingwolde (Groningen), Empel (Noord-Brabant).

Oudstein. Plaatsnaam Oud steen; oud stenen huis.

Oudsten, den: Bijnaam voor de oudste; vergelijk de Oude.

Oudulf, Odolphi: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-wulf ‘bezit-wolf’: Audulf, Odolf, oud Fries Alef, vandaar Aylva, Aleva, Alofsma, Aylufsisna, Alefs, Alofs, Alofsen, Aalfs, Alvis, Alfs, Oleffs, Olfen, Aalvink, uit Alofink..

Ouin, Ouyn: Vadersnaam. Germaanse voornaam aud-win 'bezit-vriend': Audoinus, Oduinus, Odwinus.

Ours, Oers. Bijnaam van het het Franse ours: beer. 

Oursin, Orsin, Oussin, Ursin, Dursin, d'Ursin: Oursin, afleiding van ours: beer. Bijnaam.

Ourti, van. Familienaam in Antwerpen. Plaatsnaam?

Oury, Ourij, Urin, Ory: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ôthal-rîk 'vaderlijk erfgoed-machtig': Odalricus. 2. Zie Aury.

Oustric. Vadersnaam. Germaanse voornaam aust-rîk'oost-machtig': Austericus. Of spelling voor Outricque.

Outer, Outers, Outters, Oeter, Auters, Autaers, Houtters, Houters, Hauters, Hauter: Vadersnaam. Variant van Wouter(s). De anlaut-w voor achterklinker valt weg, vergelijk Waals-Vlaams oensdag= woensdag.

Outer, van, van Auter, van Houtert, van Houter, van Hauter, Vanhauter, van Hoeter: Plaatsnaam Outer (Oost-Vlaanderen). Of Dranouter (West-Vlaanderen), in de streek njoutere genoemd.

Outermans, Houterman, Houtermans: Vadersnaam. uit Wouterman(s). Zie Outer.

Outgaarden Van, Van Autgaerden, Autegarden. Familienaam uit de plaatsnaam Outgaarden (Vlaams-Brabant) en in Hoegaarden (Vlaams-Brabant).

Outrequin. Vadersnaam Wouterkin, afleiding van de voornaam Wouter.

Outrijve, van, van Outryve, van Outryven, van Outrive, van Autrive, van Autrijve, van Autryve, van Autreeve, van Autreve, van Autrève, van Autréve, van Houtryve, van Houtry, (van) Hautryve, Hautrijve, Hautrive, van Autryne, Autrève, van Houtdreve, Autrève, Autrif, Dautrive, d’Houtrijve: Plaatsnaam Outrijve (West-Vlaanderen).

Ouverleaux, Ouverlot, Overlau, Overlaux, Overleaux Overlo, Overlot, Auverlau, Auverlaux, Auverlot. Plaatsnaam Ouverleau in Hurrues, Henegouwen.

Ouvrard. Vadersnaam. Variant van Evrard, door ronding van de klinker.

Ouvrein, Avereyn, Averein, Averens, Offereins: Oudfrans ouvraine, ouvreine, overeine: werk; Oudfrans a l'ovraine: bezig met het liefdesspel. Vergelijk Ouvrier.

Ouvrier, D'Ouvrier, Ouvrie, Ouvry: Beroepsnaam. Frans ouvrier: ambachtsman, (hand)arbeider.

Ouwehand: Volksetymologisch uit Oudehan ‘Oude Jan’, of leesfout voor Ouweland (zie Ouderland).

Ouweland, van den, Ouwelant, van den Nouweland, Nouwelant, van den Nouwland: 1. Verspreide plaatsnaam Oudeland. 2. Eventueel Van den Nouweland = van den Nuweland 'nieuwland'.

Ouweleen: Bijnaam + moedersnaam Oude Leen ‘Magdalena’.

Ouweneel: 1. Bijnaam + vadersnaam. Oude Neel ‘Corneel, Cornelis’. 2. Plaatsnaam Oldeneel in Zwolle, Overijssel.

Ouwenhuysen, van, Oudenhuysen, Oudenhuijsen, Oudenhuyzen, van Audenhuyse, (van) Houdenhuyse, Houwenhuijse, Houwenhuysen, Houwenhuyse, Houwenhuyze, van Haudenhuize, Haudenhuyze, Haudenhuyse, Haudenhuyse, van Hauwenhuyse, Haud'Huyze, Hauduyse, Hauduijse, van Haudenhuyne: Plaatsnaam (ten) Oudenhuize in Oosterzele (Oost-Vlaanderen).

Ouwens: Vadersnaam. Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Oudens, afleiding van Middelnederlands Oudin, vleivorm van Germaans auda-naam: Odo, Audo.

Ouwerkerk, (van), Auwerkerke, Auwekerken. Plaatsnaam Ouwerkerk in Duiveland (Zeeland), Ouderkerk (Noord-Holland, Zuid-Holland). Of Aldekerk in Duits-Gelderland (Noordrijn-Westfalen).

Ouwermeulen, van der. Verspreide plaatsnaam Oude Molen.

Ova, Ovaa: Spelling voor Hova, Waalse vorm van Hovart, van Middelnederlands Hovaerde ‘trotsaard’.

Ovekerken. Plaatsnaam. Over de kerk?

Ovenacker, van, van Ovenaeker: Verhaspeling van Van Overacker. Plaatsnaam Overakker.

Ovenden. Plaatsnaam (Yorkshire).

Overal, Overall. Bijnaam Overal. Vergelijk Duits Ùberall.

Overath, Overlaet: Plaatsnaam Overath (Noordrijn-Westfalen): over de Rode. Overlaet is een aanpassing met r//-dissimilatie.

Overbeke, (van), (van) Overbeek, Overbeeke, van Overbecke, van Overbeck, van Overbecque, van Heuverbeke, (van) Hoverbeke, Houerbeke: Verspreide plaatsnaam Overbeke ‘over de beek’., bijvoorbeeld in Kortrijk.

Overberg, Overbergh, van Overberghe, van Overbergh, van Overberg, (van) Overberghe, van Hoverberghe. Familienaam uit de plaatsnaam Overberg: over de berg. Dit onder andere in Beuvrequen of Overboelare (Oost-Vlaanderen).

Overbosch: Plaatsnaam Overbos ‘over het bos’. Plaatsnaam Overbosch in Kooigem, Dijkhuizen (Epe, Gelderland).

Overbroeck, van, Overbroek, van. Verspreide plaatsnaam Overbroek: over het broekland. Overbroek (Noord en Vlaams-Brabant).

Overdam, van. Plaatsnaam Overdam: over de dam, bijvoorbeeld in Tielt (West-Vlaanderen) of Evergem (Oost-Vlaanderen).

Overdenborger. Familienaam die wellicht zoveel betekent als: voorbij de borgt (burcht). 

Overdeput, Overputte, Oveputte, Auverputte. Plaatsnaam Over de Put.

Overdevest. Verschrijving van Over de Vecht. Dit naar woonplaats over de rivier: de Vecht (Noord-Holland, Overijssel en Utrecht). 

Overdiep. Plaatsnaam in Vlagtwedde, Groningen.

Overdorp: Naam voor wie over het dorp woont.

Overduin, Overduijn: Plaatsnaam Overduin ‘over het duin’ in Oostkapelle (Zeeland).

Overdulve, (van): Plaatsnaam Over de Dulve. Zeeuws dulve, Middelnederlands delf ‘sloot, gracht’.

Overdyn, van, Overdijn. Waarschijnlijk van Overduin.

Overdijk, Overdyck: Verspreide plaatsnaam ‘over de dijk’, onder meer in Azelo, Overijssel, Raalte Overijssel en Wehl (Gelderland).

Overeem, van: 1. Plaatsnaam Overeem in Renswoude (Utrecht), Overem in Meldert (Vlaams-Brabant) of Overhem in Henis (Belgisch-Limburg), Ukkel of Vorst (Brussel). 2. Over de Eem, een rivier van Amersfoort naar het IJsselmeer (Utrecht).

Overend. Plaatsnaam Overeind; over het einde, in As, Limburg, en Houthalen, Limburg. Ook Engelse familienaam.

Overeijnder: Afleiding van de plaatsnaam Overrijn in Jutphaas (Utrecht).

Overgaard. Noorse familienaam. Boerderijnaam Overgârd: opperhof.

Overgaauw: Plaatsnaam Overgauw (Zuid-Holland).

Overhand. Reïnterpretatie van Overhan(s), een Jan die de meerdere is van een andere Jan. Vergelijk Ouwehand. Duits Oberhans.

Overheul. Plaatsnaam: over De Heul (Utrecht, Noord-Holland). Familienaam Overheul in Herwijnen (Gelderland) vanaf 1678.

Overheyden. Plaatsnaam: over de heide. Overheide in Puurs, Weelde (Antwerpen), Slijpe en Steenkerke (West-Vlaanderen).

Overhof, Overhoff: Plaatsnaam Overhof ‘hoger gelegen hof’. Waarschijnlijk in Noord-Brabant. Vergelijk Duits Overhof.

Overing: Plaatsnaam Overing, Avereng in Delden (Gelderland), Borculo (Gelderland), Hengelo (Gelderland).

Overkamp: Plaatsnaam Overkamp in Olst, Overijssel en Sint-Oedenrode (Noord-Brabant).

Overloop, (van), van Overlop: Plaatsnaam Overloop ‘doorloop, doorgang’. Plaatsnaam in Eksaarde, Hamme (Oost-Vlaanderen), Hombeek (Provincie Antwerpen).

Overmaat: Plaatsnaam in Enschede, Overijssel.

Overman, Overmans, Huevermans, Dovermans, Dovermann: Middelnederlands overman ‘hoofdman, scheidsrechter, middelaar’. Vergelijk Duits Übermann, Obermann.

Overmeeren, (van), Overmeere (van) Overmeir, Overmeire, Overmeiren, Overmeer, van Overmaire, van Overmairen: Plaatsnaam Overmere (Oost-Vlaanderen), Overmeer in Nederhorst-den-Berg (Noord-Holland).

Overrôdder. Plaatsnaam Overoth in Balen.

Oversaghe, Oversacq: Waarschijnlijk verhaspeling van Overslagh(e). Plaatsnaam Overslag in Wachtebeke (Oost-Vlaanderen) en Axel (Zeeland): dam waarop overgeladen wordt, opslagplaats. Vergelijk Duits Ùberschlag.

Overschee, van, Overschée: Plaatsnaam Overschie (Zuid-Holland).

Overschelde, van, Overschelden, van, van Overskelds, van Overscherlde, van Oversckelde, van Noverschelden. Naam uit de plaatsnaam "over de Schelde", aan de overkant van de Schelde; in Cent.

Oversier, Overzier: Rijnlands Overzier (1676), variant van Offerzier, Offizier.

Oversluis, Oversluijs: Die woont ‘over de sluis’.

Oversteeg: Die woont ‘over de steeg’.

Oversteyns, van, (van) Overstijns, Overstyns, Oversteijns: Plaatsnaam Oversteen, bijvoorbeeld in Rijswijk.

Overstraete, van, van Overstraten, van Overstraeten, van Ovestraet: Plaatsnaam Overstrate: aan de overkant van de straatweg. Dit Brabantse geslacht heeft zijn bakermat in het Hof ter Overstraeten in Sint-Martens-Lennik (Vlaams-Brabant).

Overtdeldt, van. Wellicht Van Over d'Helt: over de helft. Plaatsnaam ter Helt, Kooigem.

Overtus, Overtveld, van Overveld, van Overvelt, van Overveldt, Overveld, Overfelde, Overfeld, Overtfeldt, Overtfelt, Overfelt, Overteveld, van Overtueld, van Ovesveld, Overvelde, van Ovrehetvels: Plaatsnaam Over (het) veld, in Wezemaal (Vlaams-Brabant), Bottelare, Erwetegem (Oost-Vlaanderen), Avelgem (West-Vlaanderen), Tongerlo (Antwrpen).

Overwael, Overwale, Van, Van Overwaelle, Van Overwalle. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Overwaal: over de waal. Of over de rivier Waal in Nederland. 2. Mogelijk soms uit overwalle: over de wal. 

Overwater. Familienaam uit de plaatsnaam Overwater: Naam die letterlijk van de overkant van het water werd meegebracht. 

Overweel: Die aan de overkant van een weel ‘waal, poel, plas, kolk’ woont.

Overweg: Naar de woonplaats over de weg. Plaatsnaam Overweg in Diepenveen, Olst en Raalte, Overijssel.

Overwijk, Overwiek: Plaatsnaam ‘over de wijk’.

Ovide, Ovidio: Vadersnaam. Latijnse naam Ovidius.

Ovijn, Ovyn, Oveyn, Hoveijn, Hovijn, Hovinne, Hovine, Hoving, Ouyn, Uvin, Uvijn, Uvyn. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Ovo. Dit is mogelijk een vorm van Owein - Yvain: 1. Wels-Engelse vorm van Eugenius. 2. Welse naam uit oen (lam) of eoghunn (jeugdig). 3. Of uit de Keltische God Esos.

Ovreeide. Noorse familienaam Ovreeide. Plaatsnaam Ovre eide: opperste landengte.

Owel. Bijnaam. Engels owl; uil?

Owen, Owens. Vadersnaam. Engelse variant van Ewan, de Brits-Keltische literatuurnaam Iwein.

Oxfort. Engelse plaatsnaam Oxford.

Oyaert. 1. Vadersnaam. Brabantse variant van Odaert. 2. Moedersnaam. Germaanse voornaam aud-gard 'rijkdom-gaard': Audegarda, Audiardis.

Oyck, van, Oycke, van, van Oijcke, Ooik, van. Naam uit de plaatsnaam Ooike (Oost-Vlaanderen). 

Oyen, Oien, Oeyen, Oeijen, Oeyen, Oye, Ooye, Oei, Ooi, Ooijen. 1. Moedersnaam uit de Germaanse Oda. 2. Familienaam uit het Middelnederlandse oye: vrouwelijk schaap. Bijnaam of beroepsnaam. 3. Mogelijk ook afgeleid uit de plaatsnaam Ooie, uit het Middelnederlandse ooye, van (der) Oyen.

Oyenbrugge, van Oyenbruggen, van, van Oijenbrugge, van Oeyenbrugge, Hoeyenbrugge: Plaatsnaam Ooienbrug in Grimbergen (Vlaams-Brabant).

Ozdemir, Özdemir, Öz. De familienaam Özdemir is afkomstig uit Turkije, betekent puur ijzer.

Ozeel, Osele, Ouzeel, Osseel: 1. Vaders-, moedersnaam. Latijnse voornaam, heiligennaam Auxilius, Auxilia, Osilius, Osilia. 2. Oudfrans hosel? Variant van Housiau(x)?

Ozturk, Öz. Öztürk betekent "pure Turk" in Turks.