Verklaring van achternamen P

P.

Paagman. Hypercorrect voor Poggeman.

Paaimans: Beroepsnaam. Middelnederlands paeiman, paeymeester ‘stedelijk ontvanger’.

Paal, (van der), van der Pael, Paelt, van der Paalen, Palen, van der Pal, Verpaele, Verpaelen, Verpaalen, Verpalen, Verpaelst, Verpaelt, Paalman, Palman, Paalberends, Paalmann. Familienaam uit de plaatsnaam Ter Paal: op diverse plaatsen in Vlaanderen zowel als plaatsnaam. Plaatsnaam Ter Paal/Pale in Assebroek, Hoogstade (West-Vlaanderen), Broekburg (Frans-Vlaanderen), Marquise (Pas-de-Calais). Ook huisnaam in Ieper. Middelnederlands Pael(e), Pale: (grens)paal. Ook gemeente Paal (Zeeland, Limburg).

Paalvast: Door volksetymologie en omkering van volgorde van klanken, van Paalvoets, een naam die schuilt in de plaatsnaam Paalvoetsheide in Westerschouwen (Zeeland) van Paalvoetsheide.

Paalvoet vermoedelijk uit Paalvoorde, vergelijk de Vlaamse familienaam Dievoet, van Dievoort.

Paanakker. Brabantse uitspraak van Pijnacker.

Paap, Paaps, Paeps, Paape, Poep, Paepe, Paepen, (de) Pape, De Paep, Paepen, Spaepen, Spaepens, Spaken, Spapens, Spaepen, Spaapen (zoon van). Familienaam uit het Middelnederlandse pape: priester (die wellicht de vader was).

Paard, van der: Volksetymologische herinterpretatie, wellicht van van der Poort.

Paardekam: Plaatsnaam Paardekamp ‘omheinde paardenwei’. Paardenkampen in Borger (Drenthe). Vergelijk Oskam en Duits Rosskamm/Rosskamp.

Paardekoper, Paardekooper, Paardekoper, Paerdekooper: Beroepsnaam van de paardenkoopman.

Paarlberg: Aanpassing van de Duitse plaatsnaam Perleberg (Brandenburg, Nedersaksen).

Paasschen, Paase, Pas, Paasse, Paassen, Paas, Paasch, Paech, Paes, Paës, Paese, Paze, Pas, Pass, Spaas, Poës, Poies, Poisse, Poos: 1. Vadersnaam. Vleivorm van de Latijnse heiligennaam Pasc(h)alis. 2. De naam van het kerkelijke feest, Pasen. Vergelijk Vlaamse Pinxten ‘Pinksteren’.

Paaschburg: Klankverandering van familienaam Paesbrugghe.

Paauwe, van, Paauw: Plaatsnaam De Paauwen in Slochteren (Groningen), De Pauw in Wassenaar (Zuid-Holland).

Pabbruwe, Pabbruwee, Padbrugge, Platbroodt, Platbrood, Platbroot, Platrood, Platbroob: De famille stamt uit Opzullik/Lessen-Bos (Henegouwen). Pabbruwe met glijder w, van Pabbrue, van Padbrue, Picardisch, Nederlandse plaatsnaam Paddebroek. Plaatsnaam Pattebroucq, Padembrouck in Opzullik/Mark (Henegouwen); Padbroek (Noord-Brabant), Paddebroek in Gooik (Vlaams-Brabant).

Pabel, Pabelick. Vadersnaam. Slavisch Pawel(ick), van de voornaam Paul.

Pabian, Pabijan, Pabion. Poolse heiligennaam, van Latijnse heiligennaam Fabianus.

Pabst, Pabisch. Duitse bijnaam Papst; Paus.

Pacan, Pacand, Packan; Oudfrans pacand; landman, boer, lomperd.

Pace. Engelse familienaam. 1. Middenengels pais, pes(e), Oudfrans pais: vrede. Vergelijk Pais. 2. Middenengels pasches, peice: Pasen. Vergelijk Pace eggs: paaseieren.Vergelijk Paas(ch).

Pacelot. Waarschijnlijk door klinkerverwisseling van Pacelot.

Pache, Pache. Waarschijnlijk variant vn Paas(ch).

Pacheco. Vadersnaam. Spaanse afleiding van Paco; Franciscus.

Pacht. Bijnaam voor een pachter; zie De Pachter. De bewoner van een pachtgoed, pachthof, dat kortweg ook Pacht kon heten.

Pachtenaar: Beroepsnaam. Middelnederlands pachtenare ‘pachter, ook van belastingen; huurder’.

Pachtenbeke, van Pachtebeke, van, van Pachterbeke. Plaatsnaam in Ruiselede, West-Vlaanderen.

Pachter, de, de Pagter, Packter. Bijnaam van de pachter, huurder.

Pachy, Pahy, Paci. Plaatsnaan, Waals pa(c)hi: weide. Zie ook Paqui. (Le) Pachis in Clermont, Schaltin en Pondrôme (Namen).

Pacifico, Pacifici. Italiaanse bijnaam; vredelievend.

Pcini, Pacino, Pacici. Afleiding van Italiaanse pace; vrede.

Packbier, Pakbiers, Backbier. Zinwoord voor een bierdrinker. Vergelijk Duits Schluckebier.

Packheiser. Dialect ontrond van Packhâuser, van plaatsnaam Packhausen (Oost-Pruisen).

Pacolet, Packolet, Paclet, Packlée, Packlé, Paklee, Paklée, Pockelé, Pockele, Poclet, Placlet, Placklé, Placqlez, Plaqlez. Vadersnaam uit Pasquelet, afgeleid van de Latijnse naam Paschalis of Pascharius.

Pacquetet. Vadersnaam. Afleiding van Paquet.

Pachtere, de; (de) Pagter: Beroepsnaam van de pachter, huurder.

Padberg. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen.

Pacoux, Pacou, Paccou. Vergelijk Franse familienaam Pacaud, Pac(c)oud, Pa(s)choud, Pachoux. Vadersnaam. Afleiding van Latijnse heiligennaam Pascalis.

Paddenburgh, van: Plaatsnaam Paddenborg in Zaamslag (Zeeland).

Padt, de, Pat. Bijnam naar de diernaam, de pad.

Pad, Padt, van der: Ook van ’t Pad. Naam voor wie aan een pad woont.

Paduaert, Paduat, Paduwrt, Paduwa, Paduwat, Padva, Padwa. Plaatsnaam Padua (Italie). De vormen op -art zijn Waals hypercorrect.

Padoux, Padou, Padoue. 1. Zie Badoul. 2. Eventueel plaatsnaam Padoue, Franse vorm van de Italiaanse stad Padua/Padova.

Pae, (de). Verschrijving voor Franse familienaam Depas of Depaix.

Paeckmeyer. Duits Bachmeier: meier, boer die aan een beek woont.

Paelman, Paelmans, Paalman, Paeleman, Paelemans, Palemans, Pallemans, Palemans, Paulmans. Naam afgeleid uit Van der Paal. Kijk bij Paal.

Paeme, Paemen, Pamen, Peemen, Pemen, Peymen, Peijmen. 1. Vadersnaam uit Pamo, een oude knuffelvorm die wellicht afkomstig is uit baldmar, vergelijk Pammo, Pries Bame, voornaam Bamse. 2. Mogelijk afgeleid uit Palmen dat dezelfde oorsprong heeft als Palmaert(s). Zie daar.

Paen, Paenen, Pane, Panen, Paanen, Puynen, Puyn, Puijnen: Vadersnaam van bakernaam, wellicht van de voornaam Frans. Vergelijk Fries Panne.

Paepke, Papke. Afleiding van pape; priester.

Paerels. Beroepsnaam van de parelstikker of -handelaar. Vergelijk Duits Perl(er), Perlhefter, Perlsticker.

Paerewijck, Paerewyk, Paerewyck, Paerewyck, Parewijk, Parewyck, Parewyk, Porrewyck, Porrewijck, Porreweek: Plaatsnaam naar de parre/perre: omheinde wijk. Perrewyck in St.-Denijs (West-Vlaanderen).

Paesbrugghe, Paesbrugge, Spaesbrugghe. Plaatsnaam Paesbrugge in Zuienkerke (West-Vlaanderen), Pasbrug in Bonheiden, St.-Kat.-Waver, Westerlo (Antwerpen).

Paeschman, Paesman, Paesmans, Pasman, Pasmans, Poesmans, Poisman, Poismans, Posman. Vadersnaam uit de heiligennaam Pascalis.

Paeshuis, Paeshuyse, Paeshuys, Paeshuijs, Paeshuijse, Paeschhuys, Paeschuyzen, Paeshuijzen, Pashuyzen, Pashuysen. Familienaam uit de plaatsnaam Paashuis/Peshuizen in Geel (Antwerpen) en St.-Kwintens-Lennik (Vlaams-Brabant).

Paesschesoone, Paesschezone, Paesschezoone, Pasquesoone. Vadersnaam. Zoon van Paes, Latijnse heiligennaam Pascalis. Zie Paessens.

Paessen, Paessens, Paesen, Pazen, Paassens, Passin, Paeschen, Paeschens, Paesschen, Paschen, Pachen, Poesen, Poosen, Poozen, Posen, Possen, Poissin, Peusen, Peusens, Peussens, Puissens. 1. Vadersnaam, vleivorm van de Latijnse heiligennaam Pascalis Po(e)sen en Peusen zijn Limburgs. 2. Mogelijk ook een naam afgeleid van het feest Pasen, dit zou kunnen wijzen op het vinding moment van een vondeling.

Paffenrath, Paffrath. Plaatsnaam Paffrath (Noordrijn-Westfalen). Paffenraed, Pafferaed, Paffenrade en Paffenrode, naar de stichter van de voormalige sate onder Leeuwarden.

Paffenholz, Pafenols. Plaatsnaam Paffenholz in Broichweiden bij Aken.

Pagan, Pagani, Pagano, Paganini. Bijnaam voor een landman, boer.

Page (de), Pages, (de) Pagie, de Paige, Lapagie, Lepagie, le Page, le Paige, Lapaige, Lapage, Lapaeyge, Lapaege, Lapeige, Lapeysen, Lapeijsen, Paget, Pagès, Pages, Pagé. Beroepsnaam van de page, edelknaap, hofknaap, ook bediende van lagere rang.

Pagé, (van); van Pagee: Vermoedelijk een fictieve van-naam, wellicht een vervorming van Vanbergie, van Wamberchies, van plaatsnaam Wambrechies (Nord).

Pagel, Pagels. Vadersnaam. Nederduitse variant van Pawel=Paul.

Pagenkop. Nederduits Pagenkop: paardenkop. Naar het uithangbord.

Pagenstecher. Duitse beroepsnaam van de paardenslager, paardencastreerder.

Pageot, Pajeot, Pajot, Pageau, Pageault, Pagaud, Pageis, Pageas: Afleiding van Page.

Paggen. Mddennoorrdduits, Nederduits page: paard. Huisnaam of beroepsnaam.

Paggers. Afleiding van Paggen? Beroepsnaam van de paardenkoopman?

Pagnaerd, Pagnaer, Pagna, Paygnard, Pangaert, Panjaar, Panjaer. Naam uit het Oudfranse Espangard: Espagnol, Spanjaard.

Pagnieau, Pagneau, Panaux, Peneau, Peniaux, Penay, Peynaud, Pennel, Penel, Panneel, Panneels, Paneels, Paneel, Panel, Pannels, Paniels: Oudfrans panel, pen(i)el, Picardisch pagniau: stuk stof, lor, flard, gescheurd kledingstuk. Oudfrans Peneau: iemand die uitgerafelde, vieze kleren draagt.

Pagnier, Pagnerre: 1. Oudfrans paigniere: schilder. Beroepsnaam. 2. Zie Panier.

Pagnon, Paynjon. 1. Oudfrans paignon, afeiding van pain: broodje. Beroepsnaam. 2. Vadersnaam. Voornaam.

Pagnoul, Pagnoule, Pagnoulle, Panjoul. Waalse vorm van Espagnol; Spanjaard.

Pagnoz, Peynot. 1. Picardisch pagnot, afleiding van Oudfrans pan, pain: brood. 2. Zie Pagnon 2.

Pahault, Pahaut, Pahaux, Paheua, Pahay, Paxhia, Peseau, Pasau, Passeau, Passau: Waalse vorm van Pascaud.

Pahl, Pal, Pahlen, Palen. Vadersnaam. Duits Pahl, Pohl; Paul.

Pahot. Vadersnaam. Waalse variant van Frans Pascot, afleiding van de voornama Pascal. Vergelijk Pahau(l)t, Paquo(t).

Paijmans, Paaijmans, Peijmans, Peymans, Peiman, Puyman: Paeyman, synoniem met Middelnederlands paeymeester: stedelijk ontvanger.

Pailhe, Paille. 1. Plaatsnaam Pailhe (Luik). 2. Frans paille: stro. Beroepsnaam van de strohandelaar.

Paillard, Pailla, Paillart, Palliard. Bijnaam. Oudfrans paillart: schurk, schelm.

Pailler, Lapier, Pallier. 1. Oudfrans paillier: stro, stromijt, strooisel, strozolder, neerhof. Beroepsnaam van de strohandelaar. 2. Eventueel verschrijving voor Paillet.

Paillet, Paillé, Paillez, Pailler, Païez, Paiez: Oudfrans paillet, afleiding van paille: stro. Beroepsnaam of bijnaam.

Paillon, Pailliom, Pailliot, Pailllot. Afleiding van paille; stro.

Pain, Paim. Frans pain; brood. Beroepsnaam van de bakker.

Paindavoin, Paindavaine, Paindaveine, Paindavain, Paindavin, Pendavingh: Frans pain d'avoine: haverbrood. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk Roggebrood.

Painparé, Painparex, Paimparet. Frans pain paré: brood waarvan de korst verwijderd is. Bijnaam.

Painvin. Franse bijnaam pain (et) vin: brood en wijn. Vergelijk Italiaans Panevino. Vergelijk Duits Bierenbrodt.

Pairiot. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Pierre.

Pairon. 1. Zie Duper(r)on. 2. Vadersnaam. Afleiding van Pierre.

Pairon. 1. Zie Duper(r)on. 2. Vadersnaam uit Pierre. Zie Peeters.

Pairoux: Plaatsnaam. Oudfrans perroit, Waalse pérou, van Latijnse petretum ‘plaats met stenen, keien’. Pêrou in Rocourt (Provincie Luik).

Pais, Paix, Pays, Paijs, Peys, Peijs, Peis. 1. Naam uit het Middelnederlandse pais: vrede, rust. Of uit het Franse paix (dezelfde betekenis). Bijnaam voor een rustig mens. 2. Variant van Paasch (zie daar). 3. Of variant van de Spaanse familienaam Paix (met dezelfde betekenis: vrede, rust). Ene Rodrigo Paix kwam in 1533 van Andalusië naar Antwerpen.

Paise, Paisse. Plaatsnaam. Oudfrans paisse; weide.

Paisant, Paissan, Paysen. Oudfrans paysant; boer.

Paître, Lepêtre, Pêtre, Pètre, Pétre, Petre: 1. Beroepsnaam. Oudfrans paistre: herder. Vergelijk Pasteur. 2. Eventueel Oudfrans pestre, van Latijn pistor: bakker.

Pakens, Pakinga. Naar plaatsnaam Packensze bij Oldenburg.

Pakmans, Packmans. Beroepsnaam van de pakker. Vergelijk Duits Packschläger.

Palant, Palante, Palate, Pallant, Pallante, Pallandt, Palente. 1. Plaatsnaam Palante in Gemmenich (Luxemburg) en Anthée (Namen). Palate is de Waalse uitspraak in Ensival (Luik). 2. Voor Pal(l)ant eventueel Middenenderlands paellant: terrein binnen de palen van het schependom van een stad.

Palard, Palart, Pallard, Palard. Afleiding van Van der Paal. Vergelijk Paalman.

Palaster, Palate, Palatre, Polaster, Pelast: Veel mogelijkheden. Oudfrans palastre, van palastrel: lomp, lor, lap. Bijnaam. Oudfrans palastre, Middenfrans palâtre: ijzeren doos waarin het slot steekt. Oudfrans palastre: schoenspijker. Beroepsnaam.

Palazy. Plaatsnaam Palazy (Aude, Hérault, Lot-et-Gar., Tarn).

Palemaker, de. Wellicht reïnterpretatie van De Bellemaker of Balmaker.

Palenberg. Plaatsnaam Palenberg (Noordrijn-Westfalen).

Palenge, Palange, Paleinge: Plaatsnaam Palenge in Septon (Luxemburg).

Palermo. Naam uit de gelijknamige stad in Italië.

Paladini, Paladino, Paladinos, Palladini, Palladino. Ialiaans paladino; ridder.

Palet, Palette, Paley, Pallet, Pallete. Middelnederlands palet(te): plank, bord, hakbord, kaatsplankje; Middenfrans palete: schopje. Bijnaam/beroepsnaam.

Paley. 1. Zie Palet. 2. Plaatsnaam (Seine-et-Marne).

Palffy, Palfi, Palffi. Oudfrans palfis: paal, omheining, palissade. Plaatsnaam Palfit in Ronse (Oost-Vlaanderen).

Palfijn, Poffijn, Poffyn: Middenfrans Pelfin, van Oudfrans pelfre, Engels pelf: geld.

Palfroy. Oudfrans palefroy van Latijn paraveredus, van paard, met name staatsiepaard. Beroepsnaam van de palfrenier, stalknecht, paardenknecht.

Palierne. Wellicht Picardische vorm voor plaatsnaam Palermo.

Paligot, Palicot. Middenfrans paligot; paal. Bijnaam.

Palin, Pallin. Middenfrans pallin; paal.

Paling, Palings, Paelinck, Palinckx, Palincks, Paelinckx, Paelings, Pallinckx, Palink, Palinga: Bijnaam naar het karakter, voor een handig man, een gladde aal. Of beroepsbijnaam voor een palingvisser of -verkoper.

Pallandt, van: Plaatsnaam. 1555 Floris van Pallant, graaf van Culemborg (Gelderland), van het huis Palant in Weisweiler (Noordrijn-Westfalen). Vergelijk Plaatsnaam Palandsmühle (Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen).

Palisse, Pallice, Palys, Palissons, Palisot, Paliso: Plaatsnaam Palisse: omheining met plen. Oudfrans palis, van palison, palisot. Palis (Aube) en in Blaugies (Henegouwen). (La) Palisse, Palice (Allier, Ardèche, Corrèze, Char.-Mar.).

Palizeul, Palisoul, Palisoux: Plaatsnaam Paliseul (Luxemburg).

Pallanchier, Pallenchier. Afleiding van dialect Frans palance; (schouder)juk. Beroepsnaam.

Palm, Palms, Palem, Pallen, Palen. Bijnaam naar de palm van de pelgrim naar Jeruzalem.

Palm, van. Plaatsnaam Palme, Palm in Longuenesse, Notkerque, St.-Omaars (Pas-de-Calais), Zerkel (Frans-Vlaanderen).

Palmaert, Palmaerts, (de) Palmaert, Palmaers, Palmarts, Palma, Palmas, Pamart, Pallemaerts, Palmer, Palmen, Palm, Paumen, Palmers, Pemmers, Pamers, Pemers. Bijnaam voor een pelgrim, naar de palm die kruisvaarders en pelgrims meebrachten. Palmer is ook die woonde bij een zout meer, zee, slikken bij de zee.

Palmans, Pallemans. 1. Familienaam uit Palm: zie Palmaerts. 2. Zie ook Paelman.

Palmberg. Plaatsnaam, Beieren, Noordrijn-Westfalen.

Palme, Palmen, Paumen, Paemen, Paeme, Pamen, Paymen, Pamen, Peumen: Middelnederlands palme, Oudfrans paume: palm(tak), pelgrimstocht. Bijnaam zoals Palmaerts.

Palmenaer, de, de Palmeneire, de, Palmeire: Bijnaam voor een pelgrim. Kruisvaarders en pelgrims brachten palm mee uit het Heilig Land. In Oudenburg (West-Vlaanderen) heette een pelgrimsgild de palmenare ghilde.

Palmira: Italiaans familienaam Palmira, Palmièra, Palmèria, afgeleid van palma ‘palm’. De naam werd vaak gegeven aan kinderen geboren op de domenica delle palme ‘palmzondag’.

Palmero, Palmeri. Italiaanse voornaam Palmiro, van palma: palm; domenica délie Palme: Palmzondag.

Palmkoek, Palmcoeck, Palmhoeck: Misschien verhaspeling van Pannekoek, met l-invoeging. Of plaatsnaam Palmhoek? Vergelijk plaatsnaam 1424 te Pahoucke, Hulst.

Palmhout. Waarschijnlijk Brabantse hypercorrecte reïnterpretatie van Palmae(r)t.

Palmus. Latiniserende spelling van Palms.

Pals, Palsen: Vadersnaam. Brabantse dialect uitspraak van Pauls(en). 17de eeuw Pauels = Paulus = Pals;

Palsenbarg: Plaatsnaam Balzenbach (Baden-Württemberg) of Balsbach Baden-Württemberg, Hessen)?

Palsterman, Palstermans, Paelsterman, Paelstermans: Palster: (wandel)stok, pelgrimsstaf. Bijnaam van de pelgrim; vergelijk Palmaerts.

Palu, Palut, Fallut. Plaatsnaam Palud of Palu, van Latijn palus: moeras

Palys. 1. Zie Palisse. 2. Variant van Polys=Paulis.

Pama: Fries-Groningse familienaam. Naam van een boerderij in Oldehove (Groningen). Haring Jans Pama vestigde zich in de 18de eeuw vanuit Friesland in Rotterdam.

Pamel, (van), van Paemel, Paemele, (van) Pamelen, Pamelaere (de), (de) Paemelaere, de Pammelaere, de Paemeleere, Paemaer, Paemeleire, Pamelaire, Pameleere, Pameleire, Pamelard, Pommelaere: Plaatsnaam Pamele (Oost-Vlaanderen) of Pamel (Vlaams-Brabant).

Pampel. Duitse bijnaam voor iemand met gedrongen gestalte en levendige gebaren.

Pan, Pann, Panne, Pans: Middelnederlands Panne ‘pan, zoutpan’. Beroepsbijnaam van de pannensmid (Duitse familienaam Pfannenschmied) of van de zoutzieder.

Panaye, Panait, Pannaye, Pannaije: Oudfrans panaie: pastinaak. Vergelijk Pasternak.

Pandelaere (de), Pandelaers. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse panden: beslag leggen op, verpanden. Beroepsnaam van de de pander de beambte of gerechtsbode die een panding verricht, gerechtelijk beslaglegger.

Pander. 1. Beroepsnaam van de pander, deurwaarder. Vergelijk (de) Pandelaere, Duits Pfànder, Pfander.- 2. Eentueel Middelnederlands paender: mand, korf. Beroepsnaam van de mandenvlechter. 3. Eventueel van pan: brouwpan. Beroepsnaam van de brouwer. Zie Penders.

Pandervort. Middelnederlands Paendervoet. Bijnaam voor iemand met voeten zo groot als korven. Middelnederlands paender: mand.

Pandolf, Pandolfe, Pandolphe, Pandolfi, Pandolfino: Vadersnaam. Germaanse voornaam band-wulf'band-wolf: Pandulfus.

Pandor. 1. Plaatsnaam Pandor (Tilff, Balen) (Luxemburg). 2. Veeleer voortonig versterkte vorm van Podor.

Paneel, Paneels, Penneels, Penneel, Paniels, Panel, Pennels. 1. Beroepsbijnaam van schrijnwerker of schilder. 2. Of uit het Oudfranse panel, peni(e)l: stof, lor, flard. Bijnaam voor iemand met versleten kleren.

Panhuizen, Panhuis, Panhuise, Panhuys, Panhuysen, Panhuyzen, Panhuijzen, Panhausen, Paenhuys, Paenhuysen, Panhuijsen, Panhuyzen, Panhuis, Poenhuys, Panisse, Panis, Pannis, Pannus, Panus, van den Panhuyzen, Panhuysen, van 't Panhuis, in het Panhuis, in 't Panhuis, int Panis, Impanis, Inpanis. Familienaam uit het Middelnederlandse met name Limburgs panhuus panhuus: brouwerij, brouwhuis. Ook de plaatsnaam Pannenhuis komt voor: 1297 Henrici dicti Panhus, Tienen; ±1300 Arnouts hof vanden Panhus, Belgisch-Limburg.

Panfil, Panfilo. Vadersnaam. Heiligennaam Pamphilus, van Grieks Panfîlos 'aller vriend'.

Pangrazio, Pangratz. Vadersnaam. Heiligennaam Pancratius, van Grieks pankratès 'albeheersend, almachtig'.

Panhorst. Reïnterpretatie (oonder invloed van plaatsnaam Horst: bosje) van Westfaals Pannharst, Panhas, een volksgerecht van boekweitmeel, worst enz.

Panier, Paniez, Pani, Panie, Pannier, Panniez, Pagnier, Pani, Panny, Pany, Penniez, Pennie, Penny. Uit het Oudfranse panier, Pan(n)ier: broodkorf, Waals pany, (brood)mand. Beroepsnaam van bakker of mandenvlechter. Of misschien als huisnaam Au Panier.

Panis, Paans, Pans, Baans, Paantjens, Paenen, Panis: Panis, van Panhuis ‘brouwerij’. Vergelijk de familienaam Impanis, van Int Panis, van In ’t Panhuis.

Pank, Panken, Panke, Pancken. Vadersnaam van Stefanus. Of Pank, een korte vorm van Pancratius.

Pankert. Oudhoogduitse verscherpte vorm van Duits Bankert; adellijke buitenechtelijke afstammeling.

Pankow: Plaatsnaam Pankow in Berlijn en in het voormalige Brandenburg, nu Polen.

Pannaert, Pennaert, Pennaerts, Pennart, Pennartz, Penna, Penneartz: Afleiding van pan: zoutpan of brouwpan. Beroepsnaam van de zoutzieder of brouwer. Vergelijk Penders.

Panne, Panet, Paneth. 1. Paonet, afleiding van paon: pauw. Bijnaam. 2. Zie Penet.

Panné, Panne. Plaatsnaam. Waals Panêye: ontgonnen stuk van algemene bossen.

Panne, van de(der): Plaatsnaam (de) Pan(ne) ‘duinpan’, bijvoorbeeld De Panne (West-Vlaanderen). Of zout-of brouwpan, naar het beroep.

Pannekoek, Pannekoeke, Pannekoeck, Pannekoecke, Pannekoucke, Pannekocke, Pannekock, Pannecoeck, Pannecock, Pannecocke, Pannecouke, Pannecouck, Pannecoucke, Pannecoucque, Pannecouque, Panneckoecke, Panneckoeke, Panneckocke, Panneckock, Panckoucke, Pancock: Beroepsbijnaam of bijnaam voor de bakker of eter van pannenkoeken. Ook Duits Pfannkuchen.

Pannemaeker, de, de Pannemaecker, Pannemacker: Beroepsnaam van de pannenmaker.

Panneman, Pannemans, Penneman, Pennemans, Panman: Beroepsnaam van de pannenmaker. Of van de krammer, pannenbinder, die aarden pannen bindt, repareert.

Pannequin, Pennequin, Pennequeine, Panquin: Middelnederlands pannekin, dim. van panne: pan. Beroepsnaam voor de pannenmaker.

Pannetier, Pannatier, Pennetier: Beroepsnaam. Oudfrans panetier: bakker, ambtenaar belast met het toezicht over de paneterie (gebak).

Panny, Penny: Oudfrans panier, pen(n)ier, Waalse Pany ‘broodkorf, (brood)mand’. Beroepsbijnaam van bakker of mandenvlechter.

Panot, Panos. Wellicht gedemouilleerd van Pagnoz.

Pantain, Pantin. 1. Vadersnaam van Griekse heiligennaam Pantaleon. 2. Vadersnaam. Vleivorm van Band-naam, met verscherping b/p; vergelijk Pandolf.

Pantaleo, Pantaleon, Panteleon, Pantaleos, Pantalos. Vadersnaam. Griekse heiligennaam Pantaleon.

Pantebre. Afkomstig uit Spanje (Andorra). Catalaanse familienaam, met name in Andorra

Panteghem, van. Plaatsnaam in Gotenberg, Oost-Vlaanderen.

Panthöfer. Oudhoogduitse variant (b/p) van Duitse familienaam Bannhofer, van plaatsnaam Bannhof: hof binnen de ban of het rechtsgebied.

Pantofel. Joodse familienaam.

Pantus: Middelnederlands literatuurnaam, die voorkomt in de Roman van Troyen. Pantus probeerde het Apollobeeld uit het brandende Troje weg te dragen.

Panuls. Waarschijnlijk verhaspeling van Panus.

Panzer, Panzner. Beroepsnaam van de harnassmid.

Polo, Paoli, Paolini. Italiaanse vadersnaam van heiligennaam Paulus.

Pap, Papp. Paps. Bijnaam voor een papeter. Vergelijk Pappaert.

Papadopoulos, Papadopoulou. Griekse familienaam; zoon van de priester.

Papageorgiou. Griekse familienaam; Priester Georgius (Joris).

Papanicolaou, Papanikolaou. Griekse familienaam; Priester Nicolaus.

Papantonio, Papatoniou. Griekse familienaam. Priester Antonius.

Papathanasiou. Griekse familienaam; Priester Athanasios.

Pape, (de); (de) Paepe, Paap, Paape, Spape, Spapé: Middelnederlands pape ‘priester’. De vermelding haren ‘den heer’ wijst erop dat beide papen werkelijk priesters waren.

Papegaai, Papegaay, Papegaey, Papegay, Papegai, Papegaix, Papeguay, Paepegaey, Papgaaij: Bijnaam voor de boogschutter, die naar de papegaai, de hoofdvogel schiet. Of bijnaam voor iemand die anderen napraat, zoals een papegaai. Of beroepsbijnaam voor de papegaaienmeester.

Papegem, van, Papeghem, van, van Paepegem, van Paepeghem: Plaatsnaam Papegem in Vlierzele (Oost-Vlaanderen). Ook Nederlandse naam van Papignies (Henegouwen).

Papeians, Pape Jan; priester Jan.

Papeleu, Papeleux, Papleux, Papleut, Papleult, Papuleu, Papeloux, Papeloer, Popeleu, Popleu, Poplu. 1. Zinwoord. Afgeleid van het Oudfranse paper (= verslinden) en leu/lou(p)(= wolf). Beroepsnaam of bijnaam voor de wolvenjager. 2. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Papleux in het gebied van de Aisne of bij Bergen.

Papelier, Papeliers, Papillier. 1. Oudfrans papelier: vervaardiger van papier. 2. Met voortonige a, van Popelier. Zie Populaire, Van de Papeliere.

Papendorf. Duitse plaatsnaam Papendorf.

Papendrecht. Plaatsnaam, Zuid-Holland.

Papenhoven, van. Plaatsnaam in Born, Nederlands-Limburg.

Papenkeels. Wellicht plaatsnaam Papenkuhle, Noordrijn-Westfalen.

Papeveld: Plaatsnaam Papenveld ‘veld dat aan de parochiepriester toebehoort’.

Papier, Papiers, Papie, Papiez, Papy, Papij, Pappi, Papi: Beroepsnaam van de klerk, griffier, naar het papier of register waarin hij zijn officiële rapporten schrijft.

Papignies, Papegnie, Papegnies, Pepegnies: Plaatsnaam Papignies (Henegouwen).

Papin, Pappyn, Papyn, Pappijn, Papijn, Paepen, Paepens, Pappens, Papen, Papens, Papes. Vadersnaam, vleivorm van de oude voornaam Papo, die nog schuilt in plaatsnaam Papegem, Papendrecht, Papenrode, Papignies, Papinglo.

Papon. Vooral Occidentaals voor; grootvader, voorvader.

Papp, Pap, Paps: Bijnaam voor een fervent papeter.

Pappaert, Pappart, Papparts, Pappert, Pappers, Papaert, Papart, Papa. 1. Bijnaam voor een papeter, iemand die magere kost eet. 2. Daarvan afleiding betekenis: klein kind, pop. Vergelijk Poupart.

Pappenheim. Plaatsnaam (Beieren). De uitdrukking 'hij kent zijn pappenheimers' uit Schillers 'Wallensteins Tod' verwijst naar generaal zu Pappenheim, veldheer in de Dertigjarige Oorlog (1618-48).

Pappers: Papper of Pappaert ‘papeter, die magere kost eet’.

Paqueriau, Pacreau, Paqueray: Afleiding (met dubbel suffîx) van Paque.

Paquet, Paquez, Pacquits, Pacquet, Packet, Paeket, Pacquée, Pacqué, Paqué, Pacque, Pacquee, Pacquer, Paquer, Pasquet, Poisquet, Poisket, Paché. Vadersnaam uit de voornaam Paque, Pa(s)quier, dit uit het Latijnse Pascalis, Pascarius.

Paquette. Moedersnaam. Vrouwelijke afleiding van Paque.

Paqui, Pasqui, Paquis, Paquit: 1. Dialect Frans pâquis: weide. Zie ook Pachy. 2. Waalse variant van Paquier.

Paquin, Pauscin. Vadersnaam Pasquin, afleiding van Pasquier of Paquier.

Paquo, Paquot, Paco, Pacot, Pacco, Packo, Paco, Paucot, Pauquot: Vadersnaam. Afleiding van Paquier. Vergelijk Paquet.

Par, de: Depar, Depart zijn verschrijvingen voor Frans Deparc, Duparc. Plaatsnaam Frans Parc ‘perk, omheinde plaats’.

Parade, de, Parate: Plaatsnaam La Parade (Lozère, Lot-et-Garonne), Parata (Hte-Corse).

Paradis, Paradijs, Paradys, Paredis, Deparadis 1. Bijnaam naar een gelijknamige huisnaam. 2. Het Limburgse Paredis is een verschrijving van Parisis. Zie daar.

Paran, Parant. 1. Oudfrans parant, Middelnederlands parant: met mooi, knap uiterlijk, die er goed uitziet, die zichzelf opdirkt. Bijnaam voor een fat. 2. Zie Parent.

Paranthoen. Bretonse familienaam Paranthoën. Anthoén, van de voornaam Antoine.

Parât, Paras. Occidentaals parât, van Latijn paratus: gereed, klaar.

Parchet. Plaatsnaam. Oudfrans parchet; klein perk.

Parcy, Parsy. Dialect (Lotharingen): peterselie. Bijnaam. Vergelijk Petersil.

Pardieu, Pardi, Depardieu, Perdieu, Perdieus, Padieu, Paddeu, Padé. Familienaam uit de plaatsnaam Par(t)dieu: Godsdeel.

Pardo. Spaanse bijnaam voor iemand met donker haar.

Pardon, Pardons, Pardoen, Pardoens, Pardoms, Paradoms, Perdon, Parduyns, Partoune, Parthoens, Partoens, Parthouns, Partouns, van Paridon, Perdon, Perdoen, Perduijn: 1. Oudfrans pardon, Middelnederlands pardoen ‘angelusklok, geklep tijdens het angelus, waaraan een aflaat (pardon ‘vergeving’) verbonden is. Beroepsbijnaam voor de luider van de pardoenklok. 2. Pardoen komt in de 18de eeuw ook voor als herinterpretatie van Pardou(x), de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bardulf. Zie ook Preudhomme.

Pardonche, Pardonce, Pardone. Aanpassing, dus herromanisering van Pardoens, Pardons.

Paré, Pare, Parré, Parre: 1. Bijnaam. Frans paré: opgeschikt, getooid, gereed. 2. Zie Paret.

Paredes. Spaanse plaatsnaam: gebouw dat tegen ander huis aanleunt, van Latijn paries, parietis: huismuur.

Parel, van de; van de Perel, van de Peerle: Beroepsnaam van de parelhandelaar? Vergelijk familienaam Perelman, Perels, Peerlinck.

Parent, Paran, Parant, Pareng, Parengh, Parente, Parrent, Parren: 1. Oudfrans parent ‘vader, ouder, verwante’. 2. Zie Parant. 3. Zie Parrain.

Parenté, Parentet. Afleiding van Parent; vergelijk Parenteau. Of Parente met secundair accent.

Parenteau. Afleiding van Parent.

Paret, Paree, Pareit, Pareyt, Parez, Paré, Pare: 1. Vadersnaam. Verkleinvorm van de voornaam Pierre; variant van Perret = Pierret. Vergelijk Engels Parrett = Perret(t), Engels parrot ‘papegaai’, van Perot. 2. Bijnaam. Frans paré ‘opgeschikt, getooid, gereed’. Bijnaam? Vergelijk Ongereet.

Paretere, de. Verhaspeling van De Praetere.

Pareys, Pareijs, Paruys. Waarschijnlijk spelling van Parys.

Parfait. Bijnaam. Frans parfait: volmaakt.

Parfndru, Parfondu, Parfondry, Parfondy. Plaatsnaam Parfondry in Clermont (Luik), Parfondruy in Stavelot (Luik), Parfondru (Aisne). Profonde ruie: diepe beek.

Parfondevaux. Plaatsnaam Parfondvaux: diep dal, in Saive, Aywaille, Ayeneux (Luik).

Paridaen, Paridaens, Paridaans, Parydaen, Paredaens, Paredaems, Pardaan, Pardaen, Pardaens, Perdaan, Perdaen, Perdaens, Paradeng, Peridaens, Perdaen, Perdaens, Perdaems: Vadersnaam. De literatuurnaam Paridaan uit de Roman der Lorreinen. Afleiding op –an van de voornaam Paris, (Paridis), Italiaans Paride, zoon van Priamus en Hecabe.

Parigot, Pergoot. Vadersnaam Perrigot, vleivorm van de voornaam Pierre.

Paris (van), Pary, Parys (van), Parij, Parijs (van), Parijs, Vamparys, Parie, Paries, Parisse. 1. Vadersnaam van Paris, de Franse vorm van de Latijnse heiligennaam Patricius. 2. Afgeleid (afkomstig) van Paris (Parijs).

Parisis, Parissi, Parissis, Parésys, Paresys, Parezys, Parisi, Parsis, Parasie, Parasiers, Parasies, Parasis. 1. Herkomstbenaming: afkomstig uit Parijs. Ook de muntnaam Parisis is uit Parijs afgeleid. 2. Sommigen zijn zeker afkomstig uit de Latijnse heiligennaam Parisius.

Parise, Parisse. Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Patricia. Vergelijk Paris.

Parisel, Parizel, Parset, Parisot, Parizot, Parisaux, Parisseaux: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Paris, van Patricius.

Pariser. Duitse naam voor een inwoner van Parijs.

Parisien. Franse naam van de Parijzenaar. Zeldzame familienaam. Vermoedelijk een reïnterpretatie van Parisis; vergelijk Parisien, Parasijns.

Parisis, Parissi, Parissis, Parésys, Paresys, Parezys, Parisi, Parsis, Parasiers, Parasie, Parasies, Parasis: 1. Muntnaam Parisis: Parijse munt. Vergelijk Tournois. 2. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Parisius. Zie ook Farazijn, Formesyn.

Parlevliet. Plaatsnaam, waar de vliet samenkomt, Frans parler; praten, waar de vliet murmelt, kraakt, golfslag is.

Parker. Engelse familienaam: woonhuis in het park, perk.

Parkinson, Parkins, Parkin, Perkins: Engelse vadersnaam Parkin, Perkin, afleiding van de voornaam Per = Pierre, Pieter.

Parlier, Leparlier, Lepaslier, Leperlier, Porlier: Oudfrans parlier: parleur. Bijnaam voor een prater.

Parloir, Parloo, Parloor, Duparloir: Oudfrans parloir: wat op een vergadering gezegd wordt, pleidooi. Bijnaam voor een pleiter of prater. Vergelijk Parlier.

Parlongue, Parlon, Parlongne. Frans barlong: onregelmatig langwerpig.

Parma. Plaatsnaam in Italie.

Parmentier, (de) Paermentier, de, Parmentier, Parmentiers, Parmenter, Permantier, Permentiers, Parmantier: Middelnederlandse beroepsnaam parmentier, van Oudfrans parementier ‘bewerker van fijne en kostbare stoffen (parements), kleermaker (van mooie kleren)’.

Parmesan, Parmesani, Permesaen, Parmeggiani: Parmesaan, afkomstig uit Parma (Italie).

Parms. Stamvader is Aloysius Parms, op 9 november 1854 in Antwerpen te vondeling gelegd.

Paroche. Oude vorm van Frans paroisse: parochie.

Parochiaen, Paroissien. Middelnederlands parochiaan, prochiaen, Frans paroissien: parochiaan, parochiepriester.

Parquet, Parqué: 1. Plaatsnaam Parquet: klein perk. Zie Parchet. 2. Zie Pierquet.

Parqueur, Parcqueur: Volksetymologische herinterpretatie (als Frans par coeur) van de familienaam Pecqueur, van Oudpicardisch peskeur, Picardisch péqueur, -eux ‘visser’. Beroepsnaam.

Parrain, Parin, Parrin, Parein, Parrein, Parrein, Pareyns, Pareijn, Parreyn, Paring: 1. De Franse verwantschapsnaam parrain, Oudfrans parin, van Latijn patrinus: peter, peet. 2. De naam Parrain (Pareyn, Parrin) werd in West-Vlaanderen verward met Parent. 3. Zie ook Parrin.

Parren: Oudfrans parin ‘gelijke’. Maar ook Oudfrans parin, van Latijnse patrinus ‘peter, peet(oom)’.

Parrin, Parin, Paring, Parren: 1. Oudfrans parin: gelijke. 2. Zie Parrain.

Parijs: 1. Vadersnaam. Franse voornaam Paris, van Latijnse heiligennaam Patricius. 2. Plaatsnaam Paris, Nederlands Parijs.

Parijs, van: Plaatsnaam Parijs, hoofdstad van Frankrijk.

Parset. Bijnaam. Afleiding van Oudfrans pers: paars.

Parthon, Parton. Vadersnaam van Barton = Berton.

Partage, Partagé: 1. Oudfrans partage: deling, scheiding. Bijnaam. 2. Plaatsnaam Partage in Auverlais, Onoz (Namen).

Party. Oudfrans parti: gescheiden?

Parwys. Plaatsnaam (Zoerle-)Parwijs (Antwerpen), of Perwijs in Duffel (Antwerpen) of Perwez-le-Marché (Waals-Brabant).

Paspont, Passepont. Beroepsnaam van de veerman, man van de veerpont. Vergelijk Pasleau.

Pas, van de, der, van Passen, van Paesschen, van Paeschen, van Paassen: Plaatsnaam Pas(ch), van Latijn pascua: weide; perceel land met rijen populieren of wilgen bezet, waar onder rijshout. De Pas in Apeldoorn (Gelderland), in Noorderwijk. Zie ook Van Passel.

Pasard, Pasart, Passard. Vadersnaam. Wellicht van Pasquard, voornaam blijkens: 1402 Pirar le Stordeur fis Passar, Oreye.

Pasbecq, Passebecq. 1. Plaatsnaam Pasbeek in Moorsel (Oost-Vlaanderen). 2. Passebecq: die de beek oversteekt, veerman.

Pascal, Pascale, Paschal, Paschael, Pascual, Pasquali, de Pascale, (de) Pasquale, Pasqual: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Pasc(h)alis. Zie ook Pascaud.

Pascaud, Pacaud, Pacaut, Paquai, Paquay, Pauquai, Pauquay, Paguay. 1.Vadersnaam/moedersnaam uit Pasquel, dit uit Pasque, Paque. Zie dus ook verder bij Pasque(s) hieronder. 2. Of uit de plaatsnaam Pascau (dit uit pascuum): weide. Zo onder andere Le Pacault (in Bethune, Pas-de-Calais).

Pascharis, Paschari, Pasharis, Paskhalis, Pashalis, Pasqualis, Passalis: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Pascalis.

Paschke, Paske. Vadersnaam. Oost-Duitse en Slavische afleiding van heiligennaam Paschasius, Paschalis of Paulus.

Pascolo, Pascoli, Pascolini, Pascoletti, Pascotti, Pascottini: Vadersnaam. Italiaanse afleiding van de voornaam Pasqua.

Pasgang. Vondelingnaam. Georgius Pasgang werd op 22 april 1828 in Antwerpen gevonden.

Pasgrève. Middenenderlands paltsgrave, paltsgrève. Duits Pfalzgraf.

Pasleau, Paslot. Beroepsnaam Passe l'eau: die overzet over het water, veerman. Oudfrans passelewe. Vergelijk Passalacqua, Passepont.

Pasman, Pas, van de, der, Pasch, van de, der, Pesch, Posch, Pascha, Paas, Hulspas, Berenpas, Meulepas: Vadersnaam. Afleiding van de heiligennaam Pasc(h)alis.

Pasque, Pasques, Paque, Paques, Pâques, Pacque, Pauque, Pasca, Pasha. 1. Moedersnaam uit de Latijnse heiligennaam Pasca. 2. Naam naar de feestdag Pasen: Pâques. 3. Vadersnaam, verkorte vorm van de Latijnse heiligennaam Pascalis of Paschasius.

Pasqualin, Pausclin. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Pascal(is).

Pasqualini, Pasqualino, Pasqualone, Pasqualoni, Pasqualotto, Pasquarelli: Vadersnaam. Afleiding van Pasquale.

Pasquard, Pascard, Pacard, Paucar, Pauca, Pauchard, Pauchat: Vadersnaam. Afleiding van Latijnse heiligennaam Pascalis.

Pasquasy. Latijnse heiligennaam Paschasius.

Pasque, Pasques, Paques, Paque, Pâques, Pacque, Pauque: 1. Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Pasca. Zie ook Pasqua. 2. De kerkelijke feestdag Pasen, Frans Pâques. Vergelijk Paessens, Pinxten. 3. Vadersnaam. Korte vorm van Latijnse heiligennaam Pascalis of Paschasius.

Pasquier, Paquier, Paquié, Paquie, Passchier, Passchierssens, Paesschiersens, Parscherssens: Vadersnaam. Romaanse vorm van Pascharis, door r//-wisseling, van heiligennaam Paschalis, Latijnse afleiding van Aramees pascha 'Pasen'.

Passage, Passager, Passagez, Passarger: Plaatsnaam. Frans passage: doorgang, doortocht. Oudfrans passager: inner van de wegen- of watertol.

Passalacqua, Passelecq. Beroepsnaam van de veerman, die over het water overzet. Respectievelijk Italiaanse en Oudfranse vorm: Oudfrans aiguë, van Latijn aqua: water.

Passau. 1. Zie Pahau(l)t. 2. Plaatsnaam Passau (Beieren).

Passchendale, van. Plaatsnaam Passendale (West-Vlaanderen).

Passchen, van; van Paaschen, van Paassen, van Paasse, van de(der) Pas: Plaatsnaam Pas(ch) van Latijnse pascua ‘weide’. De Pas in Apeldoorn (Gelderland), in Noorderwijk (Provincie Antwerpen).

Passchier: Vadersnaam. Pasquier, Romaanse vorm van Pascharis, van de heiligennaam Paschalis, Latijnse afleiding van Aramees pascha ‘Pasen’.

Passchyn, Passchijn. Vadersnaam, knuffelvorm van de heiligennaam Pascalis (uit Pasen).

Passel, van: Plaatsnaam Paskerle bij Tongerlo (Provincie Antwerpen). Later wordt de naam verward met Van Passen/Van Paeschen.

Passenbronder. Waarschijnlijk aanpassing van een Duitse familienaam op -brunner. Afleiding van bijvoorbeeld plaatsnaam Passbrunn (Beieren).

Passenhove, van. Heel aarschijnlijk van Van Massenhove, met wisseling van de bilabialen f /m.

Passenier: 1. Middelnederlands persemier ‘woekeraar’. Bijnaam. 2. Of een vervorming van Poissonnier.

Passet, Passez. 1. Oudfrans passet: bankje, kruk, trede. 2. Variant van Posset, van Pochet.

Passionis: Latinisering (afleiding van passio) van de Frans familienaam Passion ‘smart, leed’.

Passy. Plaatsnaam Passy (Seine-et-Marne, Aisne, Marne), Pacy (Eure, Yonne).

Pasterkamp: Plaatsnaam ‘veld van de pastoor’?

Pasteel, Pasteels, Pastiels, Pastels, Patel, Pasteau, Patteaux, Patteau: Oudfrans pastel, Middenfrans pasteau, pâteau: koek, gebak. Beroepsnaam.

Pasteger. Beroepsnaam. Luiks-Waals pastèdjî: banketbakker, Frans pâtissier.

Pasteleur, Pasteleurs, Pastelleur, Passeleur, Pesleux, Pesleu, Pesleut, Pessleux, Pessleu. Familienaam uit het Waalse pèstèleû: trappelen, stampvoeten. Daaruit Waals pèssdeû : treuzelaar. Bijnaam.

Pasternak, Pasternac, Pasterniak, Fastenaekens, Fastebaekel, Fastenaekels, Fatsenakel, Fastenakels, Fastenaekls, Fastenackels, Vastenaecken, Vastenaeken, Vastenaekels, Vastenaekel, Vastenackel, Vastenhaeck, Vanstenhaek. Bijnaam naar de oude groente pastinaak of beroepsnaam van de kweker/handelaar.

Pastor, Pastoor, Pastoors, Pasteur, Pastuer, Passtoors, Pasztor: Latijnse, Oudfrans Pastor ‘herder’; Middelnederlands pastoor, pasteur ‘geestelijk herder, pastoor’. Beroepsnaam.

Pastijn, Pastijns, Pastyn, Pastyns, Pasteyn, Pasteyns, Pasteijns, Pasten: Variant van Bastijn, van Bastiaan, met verscherping b/p?

Pastoret, Paturet. Oudfrans pastouret, afleiding van pastor: herder. Vergelijk Patouraux.

Pasveer: Plaatsnaam Pasveer, in 1743 naam van een veer in Huizum (Leeuwarderadeel).

Pasty, Pasti, Patty, Paty, Patti: Oudfrans pastis, Frans pâtis: weide, weiland.

Pataer, Patar, Patard, Pata, Patars, Patart, Patat, Patarre, Pattar, Patta, Pattas: Afleiding van Oudfrans patte: poot. BijnaamN voor iemand met zware benen, lomperd. Vergelijk Fessard.

Paté, Patté, Patheet, Pateet, Patteet, Pasté, Patete, Patey. Afgeleid van het Oudfranse pastet, wat zoveel betekent als pastei/gebak. Dus een beroepsnaam van pastei-, of banketbakker.

Pateer. Aanpassing van Bauthier.

Paten. Uit Duits Pâte: peter?

Patent: Duitse familienaam, verkort van plaatsnaam Rheinpatent (Ravensburg).

Pater, de Paters. Bijnaam voor een pater, geestelijke.

Pateer: Aanpassing van de Frans familienaam Bauthier, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bald-hari, Nederlands Bouter(s).

Paterno, Paterna, Paternolli. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Paternus.

Paternoster, Paternostre, Paternottre, Paternotre, Paternôtre, Paternotte, Paternot. Beroepsnaam van de rozenkransmaker. Ook afgeleid uit de gelijknamige huisnaam.

Patesson, Paterson, Patterson, Pattison: 1. Engelse vadersnaam Pattisson, Patteson: zoon van Patrick. 2. Bijnaam Paterszoon? Of Pâtisson, van Pastisson: gebakje?

Patfoort. Plaatsnaam Patvoorde in Dentergem (West-Vlaanderen).

Patigny, Pantigny, Pattiny, Patiny, Patini: Plaatsnaam Patignies (Namen).

Patinier, Patini, Patiny, Pattenier, Pantenier: Beroepsnaam. Frans patinier, Waals patini: patijnmaker, klompenmaker. Vergelijk Patyn.

Patiny, Patini, Pattiny: Deze familienaam kan theoretisch een Waalse vorm zijn van Patinier (zie voor). Maar Patiny is een vooral Naamse familienaam, net zoals Patigny, bovendien een plaatsnaam in Namen. Daarom is Patiny veeleer een variant van Patigny.

Patmos, Padmos, Padmoes: Plaatsnaam Patmos in Enschede, Overijssel. Vaak huis-of wijknaam, vernoemd naar het Griekse eiland Patmos, bijvoorbeeld de wijk ’t Patmos in Oostkerke (Wolphaartsdijk, Zeeland).

Patois. Oudfrans patois: streektaal. Bijnaam voor iemand die boerentaal spreekt. Maar de Zwitserse familie Patois stamt van 1525 Bastiaing Patolz, Doubs. Afleiding van de voornaam Peter?

Patot, Patho, Patto: Wellicht van Pastot, afleiding van Oudfrans paste; zie Pâté.

Patou, Patout, Patoux, Pattou, Pattoux, de Patoul, Battou: 1. Vadersnaam. Romaanse verscherpte vorm van Germaanse voornaam Badulf; zie Badoul. 2. Bijnaam. Normandisch patou: lomperd.

Patouraux, Patureau, Patureaux, Paturieaux, Paturiaux, Pasturel: Oudfrans pastorel, afleiding van pastor: jonge herder.

Patriarche, Patrias, Patrijas, Patryas: Oudfrans patriarche: patriarch, grijsaard. Of bijnaam naar enig verband ermee.

Patrick. Vadersnaam. Heiligennaam Patricius.

Patricot. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Patricius.

Patron, Patroons. Frans patron, Middelnederlands patroon: beschermer, pleitbezorger, scheepskapitein. Beroepsnaam.

Patrouillie, Patrouille, Frans patrouille, Middelnederlands patroelge: troep soldaten. Beroepsnaam voor een patrouillerend soldaat, een (nacht)wacht.

Patry, Patrij, Patrie, Patrice, Patris: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Patricius.

Patte. Frans patte: poot. Bijnaam, wellicht in de zin van Patou(t) 2.

Patteua, Patteaux. Normaal van Pasteau; zie Pasteel(s). Maar wellicht van Bateau; zie Patteeuw(s).

Patteeuw, Patteeuws, Patteuw, Pattieeuw, Pattheeuw, Pattheeuw; Beantwoordt normaal aan Pâteau, Pasteau (zie Pasteels), maar is in werkelijkheid een aanpassing van Batteau.

Pattenier, Paltenier: Beroepsnaam Frans patinier ‘patijnmaker, klompenmaker’.

Patteeuw, Patteuws, Patteuw, Pattieeuw, Pattheew, Pattheeuw. Afkomstig van batteau. Beroepsnaam voor een schipper.

Pattist: Met verscherping van b/p = Battist, Baptist. De heiligennaam Johannes Baptista ‘Johannes de Doper’.

Patton, Patten, Paton. Engelse vadersnaam. Afleiding van de voornaam Patrick.

Patureua, Patureaux, Paturieaux, Paturiaux, Pâtura: 1. Variant van Patouraux. 2. Afleiding van de plaatsnaam Pasture: weide. Plaatsnaam Pasturiau in Forchies-la-Marche (Henegouwen), Patureau in Meix-devant-Vir (Luxemburg).

Patijn, Patyn, Pattyn, Pattijne, Patijne, Patin, Patein, Patin, Patinet: Beroepsbijnaam van de patijnmaker. Patijn, van Frans patin ‘schoeisel met dikke zool; (later) schaats, klomp, holblok’.

Patz, Patze. Oostduitse roepnaam voor Peter.

Pau, Paux, Peau: 1. Vadersnaam. Oudwaals Pô: Paul. 2. Pau= (de) pauw.

Paul, Pauli, Pauly, Paulij, Paulo, Paulit, Pouly, Poulit, Poli, Paulus, Paulusz, Pauluis, Polus, Polis, Poly, Polys, Paulisin, Paulis, Pauwels, Pauels, Pauwel, Pauwelz, Pouwels, Pouwelse, Pauls, Pouls, Pol, Pols, Poels, Poel, Pool, Pools, Paulsson, Paulson, Polson, Paulssen, Paulsen, Pals, Palsen, Poulsen, Paulusse, Paulussen, Paulissen, Paulides, Paules, Polis, Paulissens, Poulus, Poulussen, Poulisse, Palussen, Paulet, Paulez, Pauley, Pauletti, Pauletto, Polet, Polé, Polez, Poley, Pollet, Pollett, Pollez, Pollé, Pollée, Pollee, Polley, Polleij, Poulet, Pouley, Poullet: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Paulus.

Paulard, Pauliart, Paulart, Paulat, Paulas, Pollard, Polard, Polar, Polart, Polaert, Polaerts, Poulard, Poular, Poulart, Poulaert, Poularde, Poellaer(, Poellaert. Vadersnaam uit Paul: zie daar.

Paulet, Paulez, Pauley, Pauletti, -Paultto, Polet, Polé, Polez, Poley, Pollet, Pollett, Pollez, Pollé, Pollée, Pollee, Polley, Polleij, Poulet, Polley, Poullet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Paul.

Paulhan. Plaatsnaam (Hérault).

Paulin, Paulini, Paulaint, Paulijn, Pauleyn, Pauwelijn, Pauwelyn, Pollin, Polin, Pollain, Polain, Pollijn, Pollyn, Polling, Polijn, Polyn. Knuffelvorm uit de voornaam Paulus/Paul. Zie ook Poulain.

Paulon, Polon. Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Paul.

Paulusma. Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Paulus.

Paumelle. Afleiding van Frans paume; palm.

Paumier, Le, Paulmier. Bijnaam van de pelgrim. Vergelijk Palmaerts.

Pauporté, Pauporte. Bijnaam. Picardisch pau porté: weinig, dus te korte tijd gedragen, prematuur, te vroeg geboren, tenger, achterlijk.

Pauriche. Bijnaam. Oudpicardisch pau riche; weinig rijk.

Paus (de), Pauss, Paves, Paues; Familienaam uit het Middelnederlandse paves, pawes: paus. Bijnaam door iemand die zich van zijn waardigheid bewust is.

Pausenberger. Plaatsnaam Pausenberg in Dorfen, Beieren.

Paustenbach. Plaatsnaam in Simmerath. Noordrijn-Westfalen

Pautrelle. Waarschijnlijk variant van Poutrel: jonge merrie. Vergelijk Lepoutre.

Pauvert, Pauvers. Plaatsnaam Pau vert: weinig groen, in Cogulot (Dordogne).

Pauvret, Pauvrin. Afleiding van pauvre; arm.

Pauw (de), de Pau, Paue, (de) Paauw, de Paeuw, de Pauwe, Paauwe, de Peauw, Spaus, Spauwen, (de) Pouw: Bijnaam voor iemand die zo trots is als een pauw. Ook Duits Pfau.

Pauwaert, Pouwaert. Afleiding van heiligennaam Paulus.

Pauwen. Vleivorm van de voornaam Pauwels of van Pauwe, zie de Pauw.

Pauweter. Bijnaam voor de eter van pauwenvlees.

Pavajot. Beroepsnaam Pavageot. Afleiding van Middenfrans pavage: belasting voor het onderhoud van de straatweg.

Pavard, Pavart. Oudfrans pavard: groot schild. Bijnaam of beroepsnaam.

Pavé, Pavet, Plavé: Oudfrans paveis: geplaveide plaats, zaal, bestrate weg. Beroepsnaam van de straatmaker. Epenthetische 1 in Plavé zoals in Nederlandse plaveien, van Middelnederlands paveien.

Pavel. Noord Duits en West Slavisch voor voornaam Paul, Pauwel, Pawel.

Paverick. Vadersnaam. Waarschijnlijk (door dissimilatie l/r) van Slavisch Pawelick, vleivorm van de voornaam Pawel, Paulus.

Pavia. Oude Italiaanse naam die ondertussen over een groot deel van de westerse wereld voorkomt, verwijzend naar de gelijknamige streek of stad in Lombardije. Maar er is ook een Pavia in centraal Portugal en een Pavías in (Valencia) zuid-oost Spanje. Ook in die landen komt de familienaam al eeuwen voor. Hij stak vanuit één of meerdere van voorgenoemde landen naar diverse andere landen de oceaan over.

Pavias. 1. Naam naar het Oudfranse paveis: geplaveide plaats of weg. Beroepsbijnaam van de stratenmaker. 2. Of naar het Oudfranse pavart: groot schild. Beroepsbijnaam of bijnaam. 3. Variant van Pavia, zie daar. Het Nederlandse Pavias is mogelijk het gevolg van inwijking (zeeman ?) uit Italië, Portugal of Spanje. 

Pavier. Middenfrans pavier; schild. Vergelijk Pavard.

Pavillon, Papillo, Papillon: Oudfrans pav(e)illon, Latijn papilionem, Frans papillon: vlinder. Bijnaam voor een vlinderachtig, ongestadig karakter. Vergelijk Botervlieghe.

Pavlow, Pavoff, Pavlovic, Pavlovitch, Pavlak, Pavlick, Pavic, Pavlik, Pawlowicki, Pawlow, Pawlowski, Pawlak, Pawlenko, Pawlik, Pawlyk, Pawlick, Pawlicki: Vadersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Pawel/Pavel: Paul.

Pavon, Pavone, Pavoni, Pavonet. Italiaans Pavone; pauw. Provencaals pavounet; pauwtje. Bijnaam.

Pavot, Pavos, Paveu, Paveaux. Afleiding van Oudfrans espave: verdwaald, vreemd. Bijnaam.

Pawelzik, Pawelczyk, Pawelezyk. Vadersnaam. Slavische afleiding van Pawel, voornaam Paul.

Pawlowski, Pawlowskaja, Pawvlak: Vaders-, moedersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Pawel/Pavel ‘Paul’.

Pax. Bijnaam voor kerkzanger of priester, naar een Latijnse tekst (Pax hominibus, pax vobis).

Paxion. Variant van Passion: pijn, leed.

Payneers, Payneers, Paeyneers, Paeyeneers, Paeyenaers, Puyneers, Puyners: Waarschijnlijk afleiding van Middelnederlands paeien, payen: betalen. Beroepsnaam van de betaalmeester. Vergelijk Paymans.

Paye, de, Paie, Paij, Paije, Pay, Paeye. Van Middenenderlands paeyen, Frans paier: betalen. Beroepsnaam van de betaalmeester, ontvanger. Middenenderlands paeymeester.

Payelle, Payhille. Oudfrans paele: vochtmaat. Beroepsnaam.

Paijens, Paeyn, Paeyens, Payant, Péant, Péan, Pean, Peant: Frans en Middelnederlands payen, van Latijnse Paganus ‘landman, boer, heiden’.

Payet, Payez, Payer, Payé: Afleiding van Oudfrans paie: gift, schuldvereffening. Wellicht bijnaam van een Payeur, betaalmeester. Vergelijk Payot.

Payeur. Franse beroepsnaam; betaler, betaalmeester.

Payfa, Payfat, Payafat, Païafa: Plaatsnaam. Waals è, Payèfa in Bra (Luxemburg).

Payne, Paynes. Engelse familienaam van Oudfrans paien. Zie Payen? Ook vadersnaam van Latijnse heiligennaam Paganus.

Payot. 1. Afleiding van Oudfrans paie (vergelijk Payet) of Payeur. Bijnaam van de betaalmeester. 2. Waals payot: boer, lomperd.

Payraudeau. Vadersnaam Péraudeau, afleiding van Péraud, van Pierre.

Pazee: Spelling voor Frans Pagé, Paget, verkleinvorm van Page ‘edelknaap, hofknaap’.

Paz Rodriguez. Spaans-Portugese dubbelnaam: Paz: Spaanse vorm van het Latijn pax: vrede. Bijnaam. Rodriguez: vadersnaam, Spaanse vorm van de Germaanse voornaam Roderik.

Pearce, Pearson: Vadersnaam. Engels Pierce, Oudfrans Piers =voornaam Pierre. Pearson, van Oudfrans Pieresson, afleiding op –eçon van de voornaam Pierre.

Pebesma; Friese vadersnaam Pebe of Pibo.

Pechhacker: Beroepsnaam ‘die peksteen hakt’.

Pecqueur, Pecquer, Pequeux, Pé, Pecceu, Peccue, Peckeu, Pickeur, Picquer, Picque, Piqueur, Piqueu, Picquer, Piquer, Picceu, Piceu, Piccu, Piku, Pacqueu, Pakeu, Paku, Lepesqueur. Van het Oud-Picardisch Peskeur: visser. Een beroepsnaam dus.

Péchet, Peschet, Pesché, Pescher, Pesquet, Pecquet, Pequet, Péché, Peché, Pêcher, Pécher, Pecher. 1. Naam uit het Oudfranse peschet: klein visje. Bijnaam. 2. Of uit pêcher: perzikboom. Beroepsbijnaam.

Pearson. Vadersnaam. Deze Engelse familienaam wordt vaak opgevat als 'Son of Piers', zoon van Pieter, maar gaat eigenlijk terug op Oudfrans Pieresson; zie Pierson.

Peaucoup. Wellicht bijnaam Beaucou: mooie hals. Vergelijk Duits Schônhals.

Peborgh, van. Plaatsnaam Peborghbos, Heist-op-den-Berg (Antwerpen).

Pec, Peck, Pecq, Peckx, Pcx, Peek, Peeck, Picke, Pick, Pik: 1. Middenenderlands pec, pik: pik. Beroepsnaam voor de bereider of verkoper van pik. Vergelijk Peckmans. Voor de ee: vergelijk Middelnederlands peken= pecken. 2. Middenenderlands pec, pick: benarde omstandigheden. Bijnaam. 3. Zie Pick. 4. Nederduits peek, van Middennoordduits pêk ‘piek, lans’; vergelijk Piek, Pijcke. Peek & Cloppenburg komt uit Cloppenburg in Nedersaksen. Peekstok; stok om in kokende pek te roeren.

Péchard, Peccard, Pecar, Pekars, Pekar: Beroepsnaam van de visser. Afleiding van Oudfrans peschier: vissen. De vormen met c zijn Picardisch.

Pêche, Pèche: 1. Oudfrans pesche: perzik. Vergelijk Duits Pfirsich. 2. Oudfrans pesche, Frans pêche: visvangst. Beroepsnaam van de visser. 3. Verschrijving voor Pesch.

Péchenart, Pechenart, Pèchenart: Variant van Pecheny met -ard-suffix.

Pechère. Beroepsnaam; visser. Vergelijk Zuidfranse Peschaire.

Péchet, Peschet, Pesché, Pescher, Pesquet, Pecquet, Pequet, Péché, Péché, Pêcher, Pécher, Pécher: 1. Oudfrans peschet, Picardisch pecquet: klein visje. Bijnaam. Vergelijk De Visch. 2. Frans Pêcher: perzikboom. Vergelijk Pêche.

Pechon, Péchon, Peschon: Waals-Picardisch pèchon: vis. Bijnaam.

Peckelbeen. Middelnederlands pickelbeen, samenstelling met pickel/peckel: poot; (Waals-Vlaams) been. Waals-Vlaams pekkelbenen: met kleine en vlugge stappen lopen. Vergelijk Pickel.

Pecklers, Peclers, Pekler: Beroepsnaam. Middelnederlands (steen)pickelaer, bickelaer: steenhouwer. Vergelijk Steenbeckeleet.

Peckstadt, Speckstadt, Peckstards, Peckstdat: Reïnterpretatie van Pexstaerts.

Pectoor, Pector. Beroepsnaam uit het Naams-Waalse pèctôr (dit uit het Latijnse pictor): schilder.

Pécourt, Pecout, Pecourt: Wellicht plaatsnaam Bécourt (Pas-de-Calais).

Pecq. 1. Plaatsnaam, Henegouwen. 2. Zie Peck.

Pecquereau, Pecqueriaux, Pécriaux, Piquerel, Picquereau, Piquereau, Piqueray, Picray: Oudfrans, Oudpicardisch peskerel, afleiding van Oudfrans pesche, Oudpicardisch peske: vis (vergelijk Picardie). Bijnaam. Of afleiding van Oudfrans pescheor, Oudpicardisch peskeur: visser. Beroepsnaam.

Pécret, Pecret, Pecrot: Variant van Pecquereau met andere -suffix.

Pecsteen. Beroepsnaam van de steenhouwer, Middelnederlands steenpicker. Vergelijk Duits Pechstein.

Pede, Pédé, (van) Pee, Pée, Van Pede, de Pee, (van) Pe, (van) Pé, van Pey, Vampe, Vampee, van Pie. Plaatsnaam Pede, namelijk Sint-Gertrudis-Pede en Sint-Anna-Pede in Schepdaal (Vlaams-Brabant) of Neerpede (Vlaams-Brabant).

Pedemaker, de. Beroepsnaam van de pedenmaker. Een pede was een met ijzer beslagen stok of met spijkerpunten.

Pedeneau, Pedneault, Pedna: Variant van de Franse familienaam Beduneau, wellicht uit Bodineau, afleiding van Bodin.

Pedersoli, Pederzoli, Pedersolli. Vadersnaam. Italiaanse afleiding van de voornaam Pietro; Petrus.

Pedersen. Vadersnaam. Deense equivalent voor Petersen.

Pedoux. Gasconse familienaam Pédoux: luis. Bijnaam.

Pedrazzini, Pedrazzoli, Pedrelli, Pedretti, Pedrini, Pedri, Pedrolini, Pedroli, Pedroni, Pedron, Pedronotti: Vadersnaam. Italiaanse afleiding van Pietro: Petrus.

Peduzzi, Peduzy, Péduzy: Italiaanse familienaam.

Peel, (van, der), van Pel, van der Pelen, Peelen, Peele, van der Peijl, van der Pijl, van der Peyl, Verpeylen, Peels. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Peel (Noord-Brabant en Nederlands Limburg). 2. Plaatsnaam Peel (Nederlands-Limburg). 3. De Peel, streek in Noord-Brabant, of De Peel in Ravels (Antwerpen). 4. Plaatsnaam Pedele in Kaggevinne (Vlaams-Brabant), later Peel(t) of Pelt, Adorp (Waals-Brabant).

Peellaert, de, Peelaerts, Peelaert, Peelaet, Peelaert, Peelaer, Pellaerts, Pellaers, Pellars: Afleiding van Middelnederlands pelen: pellen, ontschorsen.

Peeman, Peemans, Peemen, Pieman: Afleiding van plaatsnaam Pede.

Peene, van, de, Peene, van Peenen, Pene: Plaatsnaam Noordpene of Zuidpene (Frans-Vlaanderen). De Pêne ook plaatsnaam in Oekene.

Peer, van: Plaatsnaam Peer (Belgisch-Limburg).

Peerdeman. Reïnterpretatie van Peereman, door d-epenthesis.

Peerden, Peerdens, Pierdens. Vadersnaam. Variant van Peeren(s), Pierin(s), met epenthetische d.

Peereboom, van den, Peerboom, Peerebooms, Peereboom, Perebooms, Pereboom, Peerebom, Peerenbooms, Peerenboom, Peerenbom, Peirenboom, Perenboom, Peirreboom, Perboom, Perborne: Verspreide plaatsnaam Pereboom: een enkele keer wel perenboom, maar meestal: afsluitboom.

Peereman, Peeremans, Peremans, Peerdemans, Peerdeman, Peermans, Peireman, Peiremans, Perreman, Perremans, Permanne, Permane, Permans, Permans. 1. Vadersnaam afgeleid uit Perre; Pierre. Voornaam Peerman in 1381 in Halle. 2. Beroepsnaam voor de teler of verkoper van peren. 3. Naamvariant van 'Van de Perre" (Perre: omheinde plaats of afgesloten terrein).

Peerlinck, Peerlings, Peirlinck, Peirelinck, Peirlinckx: Afleiding van Middelnederlands paerle, perle: parel. Beroepsnaam van de parelhandelaar of bijnaam van iemand die zich met parels tooit. Vergelijk Perelman.

Peersman, Peersmann: Vadersnaam. Van Peertsman, afleiding van de voornaam Perceval.

Pees. Vadersnaam. Door assimilatie rs/s van Peers. Zie Pierre.

Peesmeester, Peesmeesters. Uit Peertsmeesters? Vergelijk Peerdmeester: veearts.

Peet, de. Middelnederlands pète: peet, peetoom, peettante, peetvader, peetmoeder, ook petekind. Vergelijk Parrain.

Peet, van der, Verpeet, Verpeten: Uit Verpeut(en), van Verpoot(en), van Van der Poort(en).

Peeter, Peeters, Peeteers, Peter, Peters, Peteers, Peetersen, Petersen, Peetersem, Van Peeterssen, Petes, Petersen, Petersens, Petersons, Petterson, Petterssons, Peterson, Petersson, Pettersen, Pieters, Pieterse, Piersoone, Pieter, Petersma, Pietersma, Pieterz, Piter, Piters, Pitre, Pitters Piettre. Vadersnaam afgeleid van de heiligennaam Petrus. Pieters is Vlaams, Peeters is Brabants en Limburgs.

Peeterman, Peetermans, Petermanne, Petermann, Petermans, Peterman, Pitermann, Pieterman, Pietermans, Petremand, Petreman, Pietrement, Petrement, Petraman. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Peter. Familienaam uit de bijnaam die de Leuvenaars dragen. Petermannen naar hun patroonheilige St.-Pieter.

Peetz. Vooral Hamburgse familienaam. Plaatsnaam.

Peffer: Peffer is een Rijnlandse vorm voor Duits Pfeffer ‘peper’. Beroepsbijnaam van de peperhandelaar. Vergelijk Peper(s).

Pegel. Middelnederlands pegel: pegel voor maten en drinkwaren. Beroepsnaam van de pegelaar, ijker. Ook Nederduitse familienaam Pegel.

Péharpré. Klankverandering van Piraprez.

Pehée, Pehee. Luiks-Waalse vorm van Oudfrans peschet: visje. Zie Péchet 1.

Pehrsson. Vadersnaam. Zoon van Peer, Pier, Pieter.

Peignât, Peigaux, Pignard, Pignat: Afleiding van Frans peigne, Oudfrans pigne: kam. Beroepsnaam van de kammer.

Peigneur, Peigneux, Peignois, Peugnieu, Pigneur, Pinneur, Pineur, Pineux: Beroepsnaam van de kammaker of (wol)kammer.

Peijen, Peyen, Peuijn. Vadersnaam, Friese knuffelvorm uit de voornaam Peije, afkomstig uit Feie, dit is weer afkomstig uit Fred.

Peirce. Waalse spelling voor Peirs, zie Pierre.

Peire: Variant van Pere, Peere. 1. Bijnaam naar de vrucht, de peer. Wellicht bijnaam voor de pereneter. 2. Vadersnaam. Variant van Pierre.

Peisker. 1. Dialect vorm van Middelnederlands pers(e)ker: perzik, perzikboom. Vergelijk Pêcher, Pescher. Voor de ei: vergelijk Kortrijks. Œie, van pers(i)ke. 2. Er is ook een Silezische familienaam Peisker, van Wendisch piskor: visser.

Peissen, Peissen, Peysen: Variant van Paessen, door ontronding van Puys-, van Pois-, Poes-. Vergelijk Poesman = Paesman, Peyskensz.

Pekel: Middelnederlands pickel, peckel, West-Vlaamse Pekkel ‘poot (van een meubel), (gemeenzaam ook) been (lichaamsdeel). Beroepsbijnaam voor de timmerman, houtdraaier. Of bijnaam voor iemand met lange benen.

Pelckman, Pelcmans, Pelkman, Pelkans, Pelkmann, Pelcman. Familienaam die wellicht uit de plaatsnaam Over- of Neerpelt (Limburg) afkomstig is.

Pelé, Pelet, Pellet, Peliez, Pelié: Frans pelé, voltooid deelwoord van peler: schillen, pellen. Bijnaam voor een kale.

Peléeheid, Peleeheid: Plaatsnaam in Chevron en Cornesse (Luik).

Pelegrie, Pellegrie. Pelegri, Pelegry is een Zuidfranse vorm voor Pèlerin: pelgrim.

Peleman, Pelemans, Peelemans, Peelman, Peelmans, Pellemans, Pelleman. 1. Familienaam afgeleid van Peel/Peelt = moerassige grond (in België en Nederland voorkomend). 2. Afleiding van Van Pelt.

Peletier, Pelletier, Peltier, Peltiers, Lepelletier, Lepeltier: Franse beroepsnaam van de bontwerker. Vergelijk Pélissier.

Péleriau, Péleriaux, Peleriau, Peleriaux, Pelerieau, Pelleriaux, Pillariaux: Picardisch péleriau, afleiding van peler: ontschorsen, pellen, villen. Vergelijk Peellaert.

Pelfrène, Pelfresne, Pelfrene, Palfrène: Zinwoord pèle frêne: die de esdoorn ontschorst.

Pelger. Wellicht variant van Pelgrim.

Pelgrim, Pelgrims, Pelgrins, Pelgrem, Pellegrims, Pelgrims, de Pellegrin, Pellegrin, Pellegrins, Pellegrain, Pellegrini, Pellegrino, Pelegrin, Pellegrino, Pelgrom, Pelgroms, Pellegrom, Pellegroms, Bellegroms, Pilgrim, Pèlerin, Pèlerin, Pèlerin, Pellering, Pellerin, Pellarin, Pelerents: Wellicht oorspronkelijk een vadersnaam en achteraf (soms) opgevat als Middelnederlands pe(e)lgrim, Frans pèlerin, van Latijn pelegrinus, peregrinus: vreemdeling, reiziger, pelgrim, bedevaartganger. De strafbedevaart was een gebruikelijke straf in het middeleeuwse recht. Italiaanse familienaam voor een pelgrim.

Pelleman: Variant van Pe(e)leman, afleiding van van Peel.

Pellens, Pillens, Pellin, Pillin, Pelles, Pellis, Pel, Pelle. Vadersnaam afgeleid van de voornaam Peter.

Peller, Pelders: Beroepsnaam van pellen: pellen, schillen, ontschorsen, villen. Vergelijk Peellaert.

Pelicaen, Pélican, Pelikant, Pellicaen, Pellican, Pellikaan, Pelikaan. Bijnaam naar de huisnaam (deze naar de naam of uithangbord met deze vogel). Of plaatsnaam Pelikaan in Klundert (Noord-Brabant).

Pelis: Franse familienaam Pelice, van Frans Pelisse ‘pels, pelsmantel’. Beroepsbijnaam van de bontwerker, pelswerker.

Pélissier, Pelissier, Pellissier, Pellisier, de Pelichy, Depélichy, (du) Plessy, du Plessis, Duplicy, (de) Pellecijn, Pelecijn, Pelecyn, (de) Pillecijn, Pillecyn, Pélasine. Beroepsnaam uit het Oudfranse pelicier: bontwerker, pelshandelaar. De familie van schrijver Filip De Pillecyn stamt uit Savoie, namelijk van ene Pellisi = Pellisier. De voorouders dragen de naamvormen Plessy, Pellecye, Pellesi, Pelichy, Pellecyn, Pellesijn, du Plessis. Pas later komt er de aanloop de bij, zodat de naam zich aansloot bij De Pillecijn, van Depelchin. Er is hier dus naamsubstitutie gebeurd.

Pellecom, van, Pellekaan, van Pellicom, van Pellecon, van Belkom: Plaatsnaam Pelkum in Datteln en Hamm (Noordrijn-Westfalen).

Pellitteri, Pellizzaria, Pelizaria, Pelizzara, Pleizaro, Pelizzero, Pelizero, Pelizzone, Pelizone, Pelizzoni, Pelizoni: Italiaanse beroepsnaam van de bontwerker.

Peloken. Vadersnaam. Afleiding van germaanse voornaam Pilicho. Noord-Frans Pelochin / Peloquin in de middeleeuwen.

Poloso, Pelos, Pelosi, Pellosini, Peluso, Pelusi: Italiaanse bijnaam Peloso: harig, behaard.

Pelouse, Pelousse. Franse bijnaam Pelou, Peloux; harig, behaard.

Pellemeule. Zinwoord pèle mul(e): die de muilezel vilt. Vergelijk Pèlaboeuf, Pelchat, Pelcerf, Pellelevrault, Poilane 'pèle âne', Pelvé.

Pels, Pelst: Beroepsnaam van de pelswerker, bontwerker. Vergelijk Duits Pelz.

Pelseneer, de, (de) Pelsenaire, (de) Pelsener, de Pelseneire, de Pelseneir, Pelsneer, Pelseneel, Pelsneel, Polsenaere, Poossenaerts, Posenaer: Variant (met z/r-wisseling) van Middelnederlands persemare, persemaert, persemaer, persemer, persemier, persenier: woekeraar. Zie De Pessemier(e). Vergelijk (de) Percenaire.

Pelser, de, Pelssers, Pelsser, Pelser, Peltzer, Pelzer: Beroepsnaam van de bontwerker, pelzenmaker, pelzenhandelaar. Vergelijk De Pelsmaker.

Pelsmaker, de, (de) Pelsmaecker, Pelsmacker, Pelsmaker, (de) Pelsemaekcer, Pelsemaker, (de) Pelsemaecker, Pelsemacker, de Pelssemaker, Pelsmaekers, Pelsmaker, Pelsmaker, Pelsmaeker. Beroepsnaam van de bontwerker.

Pelsmans. Beroepsnaam van de pelsmaker.

Pelster: Variant van pelser ‘bontwerker, pelzenmaker, pelzenhandelaar’ met ingevoegde t. Of door omkering van volgorde van klanken uit Peltzer, Duits Pelzer ‘bontwerker’.

Pelt, van: 1. Plaatsnaam Pedele, later Peelt, Pelt in Adorp Waals-Brabant (Nu Orp-leGrand en Orp-le Petit) Adorp in Groningen of Kaggevinne (Vlaams-Brabant), later Peelt, Pelt. 2. Plaatsnaam Overpelt of Neerpelt (Belgisch-Limburg). Zie ook Peel (van).

Peltenburg. Klankverandering van Plettenburg; zie Platenburg.

Peltgen. Vadersnaam. Ontrond van Pöltchen, afleiding van heiligennaam Hippolytus. Vergelijk Sankt Pölten (Oostenrijk).

Pelton, Peltot. Uit Frans pel(l)eton, pellotot, afleiding vanPel(l)et, van pel: huid, pels. Beroepsnaam voor de bontwerker.

Pelu, Plu, Plue, Peluch, Pellus: Bijnaam. Oudfrans pelu, Frans poilu: harig.

Pelz, Peltz, Pèle, Pilz: Duitse beroepsbijnaam van de pelshandelaar, bontwerker.

Pelzer, Pelzers, Peltzer, Pilcer, Pellecer, Pellicer: Duitse beroepsnaam Pelzer: pelswerker, bontwerker. Vergelijk Pelser.

Pen, Penne: Middelnederlands Penne ‘pen, veer, schrijfpen’. Beroepsbijnaam van de handelaar in schrijfveren. Vergelijk Duits Feder, Federer en Penneman.

Pender, de, Penders: Beroepsnaam. Middelnederlands penre, paenre, paender ‘brouwer’. Naar de brouwpan.

Penguet: Variant van Pinguet, verkleinvorm van Oudfrans pingue, van Latijnse pinguis ‘vet’. Bijnaam.

Penneman: 1. Variant van Penningman ‘penningmeester, inner, ontvanger’. 2. Beroepsnaam naar de pen of schrijfveer. Vergelijk Duits Federmann.

Penning, Pennings: Bijnaam naar de muntnaam, penning.

Penninck, Peninck, Penninckx, Pennincx, Penning, Pennings, Pennichx, Pennicx, Pennynck, Pennijnck, Pennick, Pennickx, Penin, Pening, Penein, Penincke, Peninque, Spenninck, Pfennings, Pfennigs. Naam uit het Middelnederlandse penninc: muntnaam. Bijnaam of beroepsbijnaam.

Penant, Pennant. Pennant: 1. Oudfrans penant: boeteling. 2. Plaatsnaam Penant in Anseremme (Namen).

Pénard, Pena, Peenaert, Peynaerts, Peijnaerts, Peynhaert, Poinart: Afleiding van Oudfrans pener: pijn doen, doen lijden, verdriet doen, mishandelen; (ook) moeite doen, zich inspannen.

Penas, Penasse. Oudfrans penace; lor, vod. Bijnaam.

Pence, Pensez. Wellicht Franse bijnaam Penché: gebogen.

Penchenat. Occidentaals gekamd, gekaard; figuurlijk fat, dandy.

Pennock: 1. Oudfrans espinoch(e), variant van espinach, espinarde, van Spaanse espinaca ‘spinazie’. 2. Engelse familienaam Pinnock, van Middenengels Pinnock ‘heggenmus’.

Pendaries. Plaatsnaam Pendariès (Tarn).

Pender, Penders, Pander, Penners, Pendris, Penris, Penri: Beroepsnaam. Middelnederlands penre, paenre, paender: brouwer. Naar de brouwpan. Vergelijk Impanis.

Pendeville, Pendville, Pontdeville, Pondeville, Paindeville, Paindville, Penteville, Ponteville, Pontville, Ponville, Pindeville, Pinville, Pittevils, Pittevil, Pittevels, Puttevils, Puttevis, Buttevils: Plaatsnaam Pendeville (Meuse) en in Waterloo (Waals-Brabant) of Penteville in Grand-Manil (Namen). 1136 Pictam villam: geverfde, gekleurde hoeve.

Penelle. Moedersnaam. Waalse vorm van de voornaam Pétronille, Petronella.

Penet, Penez, Peney, Pené, Pêne, Penné, Peynet, Paneth, Panet, Panne: Oudfrans panet, penet: broodje. Beroepsnaam of bijnaam.

Pénis. Misschien variant van Franse familienaam Panis, van Latijn panicium: gierst.

Pennaerts, Pannart, Pennarts, Penna, Penneartz. 1. Zie Pannaert. 2. Eventueel variant van Pénard.

Penneman, Pennemans. 1. Zie Penningman. 2. Zie Panneman(s). 3. Beroepsnaam naar de pen of schrijfveer. Vergelijk Duits Federmann.

Pennewaert, de, (de) Pinnewaert, Pennewaerde, Punnewaert: Middelnederlands pennincwert, pennewert: de waarde van een penning, een kleinigheid; winkelwaar, koopwaar. Bijnaam of beroepsnaam van een winkelier.

Penninger. Beroepsnaam van de penningmeester, inner; vergelijk Penningman, Duits Pfenninger.

Penningman, Penneman, Pennemans: Afleiding van penning. Beroepsnaam van de penningmeester, inner, ontvanger. Voor de vorm, vergelijk Waals-Vlaams penneware, van penningware.

Penny: 1. Zie Panny. 2. Engels penny ‘penning’.

Penoit, Penoey, Penoy, Pennoit. Oudluiks penois: werkzaam. Bijnaam.

Penon. Oudfrans penon: pluim, wimpel (aan een lans), Middelnederlands pennoen.

Pens. Middelnederlands pense: pens, buik, ingewand. Bijnaam voor iemand met dikke buik, een dikkerd. Of beroepsman voor de pensman: slagersknecht.

Pensaert, Pensart, Peynshaert, Peynsaert, Peijnsaert, Pansaert, Pansaert, Pansar, Pansard, Pansaers, Ponsaert, Ponsaert, Ponsart, Ponsart, Ponsar, Ponsard, Ponsaers. 1. Naam uit het Oudfranse pance, Middelnederlands pense: pens. Beroepsnaam van de penser, pensenverkoper, slagersknecht, trijpverkoper. Vergelijk in Brugge: Pentsenziedere, Pentseredere. 2. Zie ook Pinchart, Pinsard.

Penseleer. Beroepsnaam voor de maker van penselen of voor de schilder (met het penseel). Vergelijk Duits Pinsel, Penseler.

Pensis. Bijnaam. Oudfrans pensis; droevig, triest, bezorgd.

Pentecôte, Pentecote. Frans Pentecôte: Pinksteren. Vergelijk Pinxten. Ook voornaam.

Pentenrieder. Plaatsnaam Pentenried, Beieren.

Pepe, Peppe. Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse voornaam Peppo. Vergelijk Pépin.

Pepels, Peppels, Pijpels. Middelnederlands pepel; vlinder kapel. Vergelijk Frans Papillon. Bijnaam voor iemand die over alleen heenvlindert?

Pepeng. Indonesische familienaam.

Peper, de, Pepers: Beroepsbijnaam van de peperhandelaar. Vergelijk Frans Poivre, Lepoivre, Duits Pfeffer.

Pepercoren. Pepercoren: peperkorrel. Beroepsnaam van de peperhandelaar.

Peperkamp, Peppercamp: Plaatsnaam Peperkamp in Delden, Overijssel.

Peperman, Pepermans, Peepermans. Beroepsbijnaam van de peperhandelaar.

Peperstraten, van, Peperstraete: Peperstraat was een heel verspreide straatnaam.

Pepersack, Pepersak, Peperzak: Beroepsbijnaam van de peperhandelaar. Duits Pfeffersack.

Peperstraete, van, van Peperstraten. Peperstraat was een verspreide straatnaam.

Pépin, Pepin, Pepping, Peping, Pepinck, Pipyn, Pipijn, Pipien, Pipping, Piping: Vadersnaam. Vleivorm van oude Germaanse bakernaam. Pipinus, Pepinus.

Pepinster. Plaatsnaam. Luik.

Peppel, van de. Plaatsnaam Peppel, variant van pappel; populier.

Peppen, van. Duitse plaatsnaam Beppen?

Peppinck, Peping, Pepping. 1. Afleiding van Peppe; zie Pépin. 2. Variant van Papinc.

Peppinghaus, Pepplinkhuizen. Naam uit de plaatsnaam Peppinghausen (Noordrijn-Westfalen).

Perache, Perrache, Parache, Parage: Plaatsnaam. Afleiding van pierre: steen, kei

Perière, Perrière, Perière, Périère, Periere, Pireyre, Piederrière: Plaatsnaam Perrière: steengroeve.

Perclaes; Peter-Klaas, van Petrus en Nicolaas.

Pery, Perry. Zie Perier. Maar ook Engelse familienaam, met zelfde herkomst en betekenis.

Pera, Perat. 1. Franse familienaam Pérat: straatweg, dijk, plaats met stenen. 2. Zie Pierrat.

Perbal. De familie stamt van Fidel Barball, die van Vorarlberg (Oostenrijk) naar Luik kwam.

Percenaire, de, (de) Persenaire: Beroepsnaam. middenenderlands persenaer, perchenaer, percenaer, percenare: lakenkeurder, keurmeester die het laken aan de perse keurt. Toch is het vreemd dat we van dit Midden Waals-Vlaamse woord geen attestaties hebben in oude familienamen. Daarom zou het dat het om een reïnterpretatie gaat van Middelnederlands persenier = persemier, -aert, -are; zie Pessemier(e). Vergelijk ook (de) Pelseneer.

Perceval, Percevau, Percevaut, Percevaux, Persevaux, Piessevaux, Perssegael, Persegael, Peersegaele, Peirtsegael, Peirtsegaele, Peirsegael, Peirsegaele. Vadersnaam uit Perceval, Parsival, Parsifal. Deze naam komt uit de Brits-Keltische roman van Koning Arthur.

Perchard. 1. Zie Périchard. 2. Uit Berchard = Burchard, sinds16de eeuw op de Kanaaleilanden.

Perche, Peerts, Peers, Pers. 1. Vadersnaam. Korte vorm van Perceval. 2. Middelnederlands perche, pertse, van Oudfrans perche: staak, stang, roede, paal. Of Beroepsnaam voor de persenaer: lakenkeurder.

Perchet, Perché, Perchey: Afleiding van Perche.

Perck, Percque, Perque, Perc, Percke. 1. Middelnederlands parc, perc(k), Oudfrans parc, Latijn parricum: omheining, jachtterrein, perk. Vergelijk Van (de) Perck. 2. Normandisch, Picardisch perque, Frans perche. Zie Perche 2.

Perck, van (de). Verspreide plaatsnaam Perk: perk, afsluiting, afgesloten ruimte. Plaatsnaam Park in Heverlee (Vlaams-Brabant), Perk (Vlaams-Brabant).

Perckmans. Afleiding van Van (de) Perck.

Percy. Engelse familienaam die teruggaat op plaatsnaam Percy (Calvados, Manche). Zie ook Persi.

Perdiens. Leesfout voor Perdieus.

Perdijk: Plaatsnaam Paradieck tussen Diepholz en Vechta (Nedersaksen).

Perdreau. Bijnaam. Frans Perdreau: jonge patrijs.

Perdrix, Peredery, Petry, Pétrix, Petryx, Petrisse, Petris, Pétris Pétrisse, Petery, Pétry, Petry, Pétri, Petrisot, Petrizot: Oudfrans perdriz, Frans perdrix, van Latijn perdix: patrijs, veldhoen. Beroepsnaam van de vogelandelaar of de jager. De variant Perdrix / Petry / Petry / Pétrix zijn volkomen parallel met de Middelnederlandse perdrise/pertrise/ partrise/patrise. Petrisot is afleiding zoals de familienaam Perdrizet, Perdizot.

Perdu. 1. Waarschijnlijk reïnterpretatie van Perdieu = Pardieu; Oudfrans deu: dieu. 2. Eventueel Frans perdu: verloren. Vondelingnaam. Vergelijk Duits Verloren.

Pere, Père, Peer, Peere, Peire, Peyr, Peyre. 1. Bijnaam naar de vrucht: peer. 2. Mogelijk een vadersnaam uit Pierre.

Pereboom, Peereboom: Verspreide plaatsnaam Pereboom, een enkele keer wel ‘perenboom’, maar meestal wel ‘afsluitboom’. Op het verdwenen dorp Peerboom bij de Braakman in Zeeland slaat: 1240 Hugo presbyter de Perbome.

Pereira, Pereiro, Perera. Spaanse familienaam; perenboom.

Perel, Perau, Peraux, Perrault, Perraut, Pairault, Peral, Perraudin, Perraud, Perraux, Perreault, Perreaut, Perreaux, Perreau, Peraux, Pereau, Peyraud, Perea, Periaux, Perriaux, Perria, Pirault, Pirau, Piraux, Pireaux, Pireau, Pirreault, Paraut, Praud: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Pierre.

Perel, Perels, Peirels. Middenenderlands peerle, perel: parel. Beroepsnaam van de parelhandelaar of bijnaam. Vergelijk Peerlinck, Duits Perl.

Perelaer. Naar de vorm reïnterpretatie (Zuidnederlands perelaar: perenboom) van plaatsnaam Perlaar = Berlaar (Antwerpen).

Perelcwajg. Joodse familienaam Perlzweig; pareltak.

Perelgut. Duitse-Joodse familienaam.

Perelman, Perlman, Perleman, Perlmann: Beroepsnaamvan de parelhandelaar of parelrijger. Vergelijk Duits Perelmutter, Perelmiter, zie Perlmutter.

Perestam: Plaatsnaam? Vergelijk Duits Birkenstamm.

Pereti, Peretti, Peretto. Vadersnaam. Italiaanse afleiding van de voornaam Pietro. Vergelijk P(i)erret.

Perexempel. Par exemple: bijvoorbeeld? Bijnaam naar een zegswijze?

Perez, Pérès: 1. Vadersnaam. Spaanse afleiding van de voornaam Pedro: Petrus. 2. Variant van Péret.

Perger, Pergher. Beierse variant van Duits Berger: die aan of op de berg woont.

Péricard, Périchard, Perchard. Vadersnaam. Afleiding van een k-dim. van de voornaam Pierre. Ook Perricard.

Perick, Peric, Perich. Vadersnaam Perrique, afleiding van de voornaam Pierre.

Perier, Periez, Perier, Perie, Peri, Perrier, Perri, Perriez, Perry, Pery: Plaatsnaam. Oudfrans perier: perenboom. Vergelijk van de Peereboom.

Pérignon, Parion. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Père =Pierre.

Périgny. Plaatsnaam (Allier, Calvados enz.).

Perikel, Preukels. Middelnederlands perikel: gevaar. Bijnaam. Vergelijk Péril.

Péril: Bijnaam. Frans péril: gevaar. Vergelijk Périll(i)eux.

Périlleux, Périllieux, Parilleux, Pereleux, Perlaux, Perlau, Perleau: Bijnaam. Oudfrans perillos: gevaarlijk, gevreesd. Perlau, van Périllaud.

Perin, Périn, Perrain, Perain, Perrinini, Perrin, Perini, Perin, Perrins, Perijns, Perings, Peerens, Peeren, Perens, Peren, Perene, Peirens, Peiren. Vadersnaam. Vleivorm van Pierre: Petrus. Perene is de romanisering van Peren; vergelijk Pirenne. Zie ook Pierin(s).

Périnet, Perine, Perinet, Périné, Prinet, Perinot, Perino: Vadersnaam. Vleivorm (met dubbel suffix -in-et/-in-ot) van Pierre. Vergelijk Perin.

Periquet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Père = Pierre. Vergelijk Franse familienaam Perrichet.

Périsse, Périssi, Périssino, Perissinotto. Vadersnaam. Afleiding van Pierre, Pietro.

Perizonius. Latinisering van Pierson.

Perk, van de, der, Park, Perks. Plaatsnaam. Vlaams-Brabant.

Perla, Perlart. Afleiding van Frans perle: parel. Vergelijk Perels? Of an Perlau? Of van Franse familienaam Parlât, van parler ?

Perlberg, Perlberger, Perleberg. Duitse plaatsnaam Perleberg of Perlberg.

Perlin. Vadersnaam. Afleiding van Père, Pierre.

Perlmutter, Perelmutter, Perelmiter. Duits Perlmutter: parelmoer.

Perlstein, Perelsztein, Perelsztejn. Duits-Joodse familienaam; parelsteen.

Perloff: Vadersnaam. Oudhoogduitse vorm van Germaanse voornaam Berolf: Berulfus, Perolf.

Permain. Waalse aanpassing van Perman?

Permas: Misschien uit Peremans.

Permeke. Nederlandse naam van plaatsnaam Prémesques (Nord).

Perneel, Pernel, Permel, Preneel, Perinaud, Perrenoud, Perniaux, Prenau, Pérénia, Pirnay, Pornel. Vadersnaam uit het het Romaanse Pernel/Perrinel. Dit is een afleiding van Pierre Perre (vergelijk Perrin) of van Péronel, afleiding op -on-el (vergelijk Pernelle). Pérênia is de Naamse variant, Pirnay de Luikse.

Pernelle, Purnelle, Pronelle: Moedersnaam Pernelle, van Péronella. Petronella was een Romeinse martelares.

Pernet, Pernez, Perne, Pernetti. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Pierre, uit Perrinet of Peronet.

Pernin. Vadersnaam van Perronin, vleivorm van Pierre.

Pernis, van. 1. Plaatsnaam Pernis (Zuid-Holland). 2. Eventueel plaatsnaam Pernes (Pas-de-Calais).

Pernot, Pernod, Purnot, Parnot, Prenot. Vadersnaam, knuffelvorm uit Perrinot, uit Pierre.

Peroni, Peyronie, Peyrouny: Vadersnaam. Italiaanse afleiding van de voornaam Pietro.

Perquin: Vadersnaam. Romaanse vorm van Pirkin, verkleinvorm van de voornaam Pier, Peer = Pierre.

Péronnet, Péromet, Pérornez. Vadersnaam. Afleiding van Peron.

Perpête, Perpete, Perpette, Perpet, Perpeet, Parpaite: Vaders-, moedersnaam. Latijnse heiligennaam Perpetuus, Perpetua 'eeuwig'.

Perpignano, Perpinien.

Perre, van de(der), van Perre, Uit Perpignan (Pyr.-Or.).

Perqui, Perquy. 1. Zie Pirkin. 2. Uit Porquin, afleiding van porc: varken.

Perrels: Spelling voor Perels, zie van de Parel.

Per, Perren, van de, der, van Perre, van der Perren, van der Pere, van der Per, van de Peer, van de Peere, van de(der) van der Pert, van (de) Paar, van de Paer, van de Par, van de Parre, Vandeparre, van der Parre, van der Parren. Familienaam uit de veel voorkomende plaatsnaam Perre/Parre; omheinde plaats, afgesloten terrein.

Perette. Moedersnaam. Vrouwelijke afleiding van de voornaam Pierre. Of verschrijving voor Perret.

Perillat. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Père = Pierre.

Perroncel, Pernechele. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Pierre.

Perruche, Perrussel, Perus, Perusse. Familienaam uit de plaatsnaam Perrusse (Haute-Marne): plaats met stenen overdekt.

Persan, Persant: Familienaam Persent. Oudfrans persant ‘machtig man’.

Perschel. Duitse vadersnaam. Afleiding van Persch, van de voornaam Perthold, Berthold of Peter.

Persi, Persy, Percy. 1. Bijnaam. Oudfrans persi: bleek. 2. Zie Percy.

Persijn: 1. Vadersnaam. Vleivorm van de literatuurnaam Perceval. Of vleivorm op -ecin van Pierre. 2. Verkort uit Despersyn, van d’Esplechin. Plaatsnaam Esplechin (Henegouwen), eventueel Esperchin in Wattrelos (Nord).

Perseau, Persiau, Persiaux, Persieaux, Persia, Perseo, Perséo. 1. Het Oudfranse 'persel', vervormde tot pers: bleek, paars. Wellicht dus een bijnaam. 2. Eventueel kan het een klankverandering zijn van Préseau(x).

Persennel, Percenel, Perschenel: 1. Personnel, afleiding van Frans personne: persoon, pastoor. Zie Persoone. Vergelijk Personneau in Bonen. 2. Vadersnaam. Afleiding van Persin, Perrecin, vleivorm van Pierre.

Persoon, Persoone, Persoons, Persooms, Person, Personne, Parsons, Lepersonne, Lapersonne, Personnet, Personnel. Het Middelnederlandse persoon, het Latijnse Persona betekenen: pastoor, parochiepriester. En die hadden vroeger nogal eens kinderen. Vergelijk Engels parson. Engelse familienaam Pearsons.

Persyn, Persyns, Persijn, Persain, Perseyn, Persin, Persine, Percyn, Parcyns. 1. Vadersnaam knuffelvorm uit de voornaam Perceval (deze is een literatuurnaam) of uit de voornaam Pierre. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Esplechin (Henegouwen) of Esperchin in Wattrelos (Nord).

Pertsman, Peertsman, Peersman, Peersmans, Peirsman, Persmanne en wellicht ook Pisman. Vadersnaam uit de voornaam Perceval.

Peruzzi, Peruzzo, Peruzetto, Peruzzaro. Italiaanse vadersnaam van Pietro; Petrus.

Perveux. Waarschijnlijk een variant van Perwuelz; zie Perwez.

Perwez, Péruwelz, Perwetz, Perwuelz, Perruez, Perruwé, Perruwe, Perrewe, Perrewé, Pervé, Pervé, Parrevée, Parvais, Parvaiz: Plaatsnaam Péruwelz (Henegouwen): 1187 Perewes, of Perwez, (Waals-Brabant, Namen) 1179 Perewez; ‘wad, doorwaadbare plaats met stenen’.

Perz, Pertz. Vadersnaam. Beierse afleiding van Berthold.

Pesant, Le Pesant, Lepezant. Bijnaam voor een zwaarlijvige.

Pesch, van. 1. Plaatsnaam Pecq (Henegouwen): 2. Duitse plaatsnaam Pesch (Noordrijn-Westfalen), van Latijn pascuum: weide.

Peschel, Peschl, Peschke, Peschkes, Peszke: Vadersnaam. Oostduitse, Slavische afleiding van Petrus.

Peser, de. Afleiding van Middelnederlands pesen: van een pees (boogpees, strik) voorzien? Beroepsnaam of bijnaam?

Pesesse. Paatsnaam Pessesse in Pessoux (Namen).

Pesin, Pezin, Pezyn. Variant met -in-suffix voor Oudfrans pesel, peson: klein gewicht. Beroepsnaam voor de weger.

Peskens: Variant Peiskens Peschkes, Peschke, Peszke: Vadersnaam. Oostduitse, Slavische afleiding van Petrus. 1. Pijskens, verkleinvorm van Middelnederlands pise ‘maat, gewicht’. 2. Vadersnaam. Uit Limburgs Puisken, Paesken, Poesken, verkleinvorm van de voornaam Passchijn.

Peski, van. Plaatsnaam Peschke, afleiding van Pesch: weide.

Pessemier, de, Pessemiers, de, Pessemier, Pessemiers, de Peissemier, Depessemiez, Passemier, Passemiers, Possemiers, Posemiers, Pussemier, Passenier, Passeniers, Possenier, Posseniers, Poussenier, Puissenier. Naam uit het Middelnederlandse persemier: woekeraar. Bijnaam.

Pessendorfer, Pessendorffer. Met b/p-verscherping uit Bessendorfer.

Pesser, Pessers. Deze familienaam komt hoofdzakelijk in Luik voor, mogelijk dat Pesser(s) teruggaat op de Limburgse familienaam Plessers, wellicht hypercorrect; vergelijk Nederlands pleisteren, van Middelnederlands peisteren. Beroepsnaam van de pleisteraar.

Pestel, de: Beroepsnaam. Middelnederlands pester, pister ‘bakker’. Duits Pfister.

Pestel, van. De Pestel, gereïnterpreteerd als herkomstnaam?

Pester, de, (de) Pestele, Pestel, de Peyster, Pisters, Pister: Beroepsnaam. Middelnederlands pester, pister: bakker. Vergelijk Duits Pfister.

Pestiaux, Pestiau, Pestieau, Pestieaux, Pestiat, Petel, Petiels, Peteaux, Peteau, Petiaux, Petiau, Petieau, Pétiau, Pétiaux, Pettiaux, Pettiau, Petteau: Oudfrans pe(s)tel, petteau: stamper van een vijzel, beroepsnaam.

Pestre. Variant van (de) Pester of van Paitre.

Petac, Petack, Pijtak. Vadersnaam Pittak, Oost-Duitse afleiding van de voornaam Peter.

Pétain, Pétin, Petein, Pétein, Pietin, Piétain, Pietain. 1. Familienaam uit het Oudfranse pietin: dit is een soort wapen, een met ijzer beslagen stok. Beroeps(bij)naam. 2. Maar wellicht uit het Oudfranse piet, pié: voet, zoals piéton: voetganger; pietin: voetstuk, sokkel; Oudfrans pietier, petier: te voet lopen, wandelen. Bijnaam voor een voetganger, loper, zwerver.

Pète, Pète, Pette, Pete: Waalse uitspraak van Pêtre. Vergelijk de Waalse familienaam Pète uit Petre, Pète uit Pêtre, Luik.

Pete, Peten, Peeten, Petten, Pettens, Peiten: 1. Uit Middelnederlands pète? Vergelijk (de) Peet. 2. Vadersnaam Vleivorm van voornaam Peter.

Peteers. Spelling van Waalse uitspraak van Peters als Pétèrse.

Petegem, van, van Peteghem, Venpeteghem: Plaatsnaam Petegem (tweemaal in Oost-Vlaanderen).

Peter, de. Verwantschapsnaam: peter. Vergelijk Parrain.

Peterbroeck, Peterbrouck, Peetersbroeck, Peetersbroek, Peeterbroek, Peeterbrock, Pieterbrouck: Plaatsnaam Peterbroek in Vollezele (Vlaams-Brabant).

Peterburger, Peterburs. Uit Sint-Petersburg (Rusland). Vergelijk Petersborg.

Petereit. Vadersnaam. Litouwse afleiding van de voornaam Peter.

Peterfreund. Vadersnaam Peter + bijnaam Freund; vriend.

Peterkin, Peterkenne, Péterkenne, Petrequin, Peturkenne, Peturquenne, Peteerges, Petges: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Peter.

Péterlé, Petterle. Vadersnaam Peterle. Oudhoogduitse afleiding van Peter.

Peterlini. Aanpassing van Italiaanse vadersnaam Petrolini, afleiding van Pietro.

Petermeijer: Naam van een meier met de voornaam Peter.

Peternelli, Peterneli. Aanpassing van Italiaans Petronelli, afleiding van de voornaam Pietro. Vergelijk Perneel.

Peters, Peterse, Petersen, Peeters, Peet, van der, Pet, Petersma: Vadersnaam. Heiligennaam Petrus. Pieters is westelijk (onder meer Vlaams), Pe(e)ters is Brabants-Limburgs.

Petersborg, (de) Petersbourg, Pieterbourg: De Russische stad Sint-Petersburg (Frans Saint-Pétersbourg), in 1914 Petrograd en van 1924 tot 1991 Leningrad.

Petersem, Peetersem, Petersheim, van Peeterssen: Plaatsnaam Petersem in Lanaken (Limburg).

Petersheim. Verspreide Duitse plaatsnaam, Silezië. Zie ook Petersem.

Petersil, Petersille, Peterseil, Petersiel, Petersille, Peetersille, Pietercelle, Pietercil, Pitersil, Perselis, Petersilie (Duits). Beroepsbijnaam van kruidenier, kweker, uit de kruidennaam Peterselie.

Peterson, Pettersson: Dit kan een Engelse familienaam zijn ‘son of Peter’, maar ook Nederlands Peters zoon (zie Peters). Pettersson kan Zweeds zijn.

Peteryns, Peterijns, Petereyns, Peterens, Petryns, Petrins, Peetrain, Pestrin, Peterreins, Petrens: 1. Bijnaam. Oudfrans peterin: klein, onbeduidend, waardeloos. 2. Plaatsnaam Piétrain (Waals-Brabant), Nederlands Petrem. 3. Dubbel vadersnaam Peter Hein.

Pètes, Petes, Petesch, Petesh, Petisch: Duitse vadersnaam van Peter.

Peteurson. Spelling voor Peterson.

Péteux, Péteur, Péteux, Péteur: Middenfrans péteux: bangerd, schijterd. Bijnaam.

Petges. Vadersnaam. Afleiding van Peter.

Petipas, Petitpas. Bijnaam voor iemand die kleine, korte pasjes zet.

Petiqueux, Petitqueux. 1. Bijnaam Petit queux: kleine kok. 2. Eventueel reïnterpretatie van petit cul, uitspraak eticu: kleine aars, anus.

Petignot, Pétignot, Petinio, Petitniot: Bijnaam. Afleiding op -in-iot van pet, van petit. Kleintje.

Petit, Petiet: Frans petit ‘klein’. Bijnaam naar de kleine gestalte.

Pétillon, Petillion, Petilleon, Pittillion, Pitillion, Pitftjeljon, Pittillioen, Pittilioen, Pittellioen, Pitellion, Pitelioen, Pitelloein, Pintelon: Oudfrans pétillon: punt, naald. Beroepsnaam van de naaldenmaker; vergelijk Lewille.

Petillot. Uit Pétillon? Of spelling voor Petiot.

Petit, Lepetit, Petyt, Pety, Petijt, Petiet, Petie, Pettit, Petti, Pettitt: Bijnaam naar de kleine gestalte.

Petitat, Petitain, Petiteau, Petito, Petiot, Petetot. Bijnaam uit petit: klein.

Petitberghien, Petitberghein, Petiberghien, Petiberghein: Reinterpretatie (petit klinkt vaak als ft) van Tiberghien.

Petitbois. Plaatsnaam Petit Bois; klein bos.

Petitbon, Pettibone. Dubbele bijnaam: Petit bon: klein en goed, dapper.

Petitdemange. Bijnaam Petit + voornaam Démange, Latijnse heiligennaam Dominicus.

Petitdidier. Bijnaam Petit + vadersnaam Didier.

Petitfils. Verwantschapsnaam: kleinzoon, of bijnaam kleine zoon. Vergelijk Petitfrère.

Petitfrère. Bijnaam Petit frère: kleine broer.

Petitgirard. Bijnaam + vadersnaam. Petit Girard = kleine Gérard.

Petithan. 1. Plaatsnaam Petithan in Grandhan (Luxemburg). 2. Bijnaam + vadersnaam Petit Han: kleine (Jo)han(nes). Vergelijk Petitjean, Duits Kleinhans.

Petithomme. Bijnaam Kleine man. Vergelijk Kleinman.

Petitimbert, Petitembert. Bijnaam + voornaam; Kleine Imbert.

Petitjean. Bijnaam + voornaam. Kleine Jan. Vergelijk Grootjans, Grosjean.

Petitpierre. Bijnaam + voornaam. Kleine Pierre: Pieter.

Petitpré, Petitprez, Petitprêt, Petipré: Plaatsnaam Petit Pré: kleine wei.

Petitte. Bijnaam. Vrouwelijke vorm van Petit.

Petoud, Petoux. Bijnaam; log?

Petras, Petrasch, Petraz. Vadersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Peter.

Pêtre, Pètre, Pétre, Petre: 1. Zie Paitre. 2. Vadersnaam van de voornaam Peter.

Pétré, Petré, Pètrè, Petrez, Pétrée. 1. Pètrê is een Waalse plaatsnaam die 'wilde perenboom' betekent. Daaruit is dan weer de familienaam afgeleid. 2. Eventueel verschrijvingen voor Pétret, afleiding van Pêtre. Vergelijk Pétrel

Petrenko. Vadersnaam. Oekraïense afleiding van de voornaam Peter.

Petrick, Petrik, Petryk. Vadersnaam. West Slavisch van Peter.

Pétriaux, Pétrieux. Plaatsnaam. Picardisch pétriau: jeneverstruik.

Petricek. Vadersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Peter.

Petrillo, Petrilli, Petrini, Petrinoli, Petrioli, Petroci: Vadersnaam. Italiaanse afleiding van de voornaam Pietro.

Petroff, Petrov, Petrow. Vadersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Peter.

Petron, Petrons, Pétrons, Petronio, Peetroons, Petroons, Peetrons, Peetroms, Petroens, Pitrons, Pietrons, Pietron, Pietroons, Pieterhons: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Petronius.

Petronella. Moedersnaam. Latijnse heiligennaam. Zie Femelle.

Petropoulos. Griekse vadersnaam van Petrus.

Petrovic, Petrovits, Petrowitch, Petrovci, Petrovski: 1. Vadersnaam. Pools-Slavische afleiding van de voornaam Peter. 2. Plaatsnaam Petrov, Petrovice.

Petrus, Pietrus, Petri, Petrie, Petry, Petrij, Petery, Pittery, Pitterij, Petro, Pietri: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Petrus en afleiding Petri.

Pets. Waarschijnlijk vadersnaam. Zoals Petsch van Peter.

Petsch, Petz, Petschke, Poetsch, Pötzsch, Potz: Vadersnaam. Sorbische en Wendische afleiding van de voornaam Peter.

Petteloo, Petteloot, Petloo. Uit Pestelot, afleiding van pestel. Zie Pestiau(x)/Petiau(x).

Petteno. Gedemouilleerde vorm van Petignot. Of Italiaanse familienaam?

Petter (de). 1. Naam uit het Middelnederlandse putte, pitten, petten: water putten, scheppen. 2. Of uit De Peter: verwantschapsnaam Peter.

Pettersdorfer. Plaatsnaam Pittersdorf, Beieren.

Pettinger. Afleiding van verspreide plaatsnaam Petting/Pôtting (Beieren).

Petzold, Petzel, Petsolt, Pätzold, Patzelt, Paetzhold, Paschold, Pechholt: 1. Vadersnaam. Oost-Duitse (Silezië) afleiding met secundair -old van Petz, van Peter. Eventueel Oudhoogduitse vorm van Germaanse voornaam Berchtold, Betschold.

Peuckert, Peukert, Peuker: Plaatsnaam Peuke (Silezië).

Peucelle, Puchelle. 1. Oudfrans pucelle: jong meisje, dienstmeisje, maagd. 2. Evventueel van Pelicel(le), afleiding van Oudfrans pelice: huid, bont(werk), bontjas. Beroepsnaam van bontwerker.

Peuchet, Peuche, Peuchot. 1. Afleiding van peuch, van plaatsnaam Puy, van Latijn podium: hoogte, heuvel. 2. Variant van Picardisch pauchet; zie Pochet. 3. Waarschijnlijk afleiding van Oudfrans (Normandisch, Picardisch) puch, dat is Frans puits: put. Oudfrans puchot: waterloop, kanaal.

Peugnet. Waarschijnlijk variant van Peignet, afleiding van Peigne. Of afleiding van peugn, Frans poing: vuist.

Peulen, Peulens.