Verklaring van achternamen Q

 

Q.

Quaasteniet, de: Spelling voor de kwaadste niet.

Quaaijtaal: Spelling voor Kwaaitaal, bijnam voor een kwaadspreker.

Quackelbeen, Quakelbeen. Middelnederlands quackelen: schudden. Bijnaam voor iemand die de benen schudt bij het lopen. Vergelijk Hocepied en Waals-Vlaams kwakkelgat.

Quackenbush, Quackenbusch. Nederduitse plaatsnaam Quackenbusch: zompig bos, struikgewas op moerassig terrein; vergelijk Quakebruck, Quakenburg.

Quaclaeys. Bijnaam + vadersnaam. Kwade Klaas (Nikolaas). Een Pietere Quaclaeys (Pieter, de zoon van den kwaden Klaas) woonde in 1500 te Berthen in (Frans)-Vlaanderen. En de vrouw die in 1520 waardin was in »den Engel”, een herberg aan de zuidzijde van de Groote-Markt te Iperen, heette Elisabeth Quaedjonck. Duidde deze haar geslachtsnaam reeds aan dat een van haar voorvaders, wie deze naam eerst als bijnaam gegeven was, kwaadaardig van inborst was geweest, Elizabeth droeg die naam terecht, want ook zij was wijd en zijd berucht als een boos wijf. Daarvan wisten de reizigers en de bezoekers van haar herberg mee te praten; vooral zij die door een schrale buidel genoodzaakt waren weinig vertering te maken. Ze had dan ook van haar omgeving de bijnaam Qua-Bette ontvangen. Ook keizer Karel V, de volksaardige Vlaming, die eens, als een eenvoudig reiziger vermomd, in haar huis kwam om te beproeven of het gerucht waarheid sprak, moest haar boze aard maar al te zeer leren kennen. Tot haar straf veranderde de keizer de naam van haar herberg. Hij liet »de Engel” wegnemen, en »de Beer” daar voor in de plaats stellen »ter gedachtenis hoe Elisabeth de mensen niet als een engel, maar als een berin placht te bejegenen.” En nog heden staat de herberg »de Beer” te Iperen aan de Markt.

Quad, Quadt. Duitse bijnaam. Middenoordduits quât: kwaad, boos. Vergelijk De Quae.

Quaden, Quadens, Quaaden. 1. Vorm van (de) Quae: bijnaam voor een kwaad, boos, misdadig iemand. 2. Naam uit de plaatsnaam Quaden in Paderborn (Noordrijn-Westfalen).

Quadekker: Variant van Quatacker. Plaatsnaam Kwaadakker ‘slechte akker’.

Quader. Middenhoogduits quader: bouwsteen, vierkante tegel. Beroepsnaam of verkort van Quaderer.

Quadflieg, Quadflicg, Quadflige, Quaedvlieg, Quadvlieg, Quadvlies, Quatflieg: Bijnaam: kwade vlieg, voor een lastig mens. Quadvlies door assimilatie gs/s van Quadvliegs.

Quadpeerds, Quadpeerdts, Quaedpeerdt, Quaedpeerdts, Quaedpeerds, Quaedpars, Quaetpeerds, Quatpers: Bijnaam kwaad paard, slecht paard, wellicht voor een paardenkoopman of naar het karakter. Vergelijk Nederduits Quadvasel: slecht fokdier.

Quae, de, de Kwae, de Kwaai, Kwa, Quaaden, Quaade, Quadens, Quaden, Squaden: Bijnaam voor de kwade, slechte, boze, misdadige.

Quaehaegens, Quaeyhaege, Quaeyhaegens, Quaeyhaeghen, Quaeyhaegen, Quaehaags, Quayhackx: Plaatsnaam Kwade Haag.

Quagebeur, Quaeghebeur, Quaghebeur, Quagebeur, Quaegghebeur, Quaeybeur, Quaegnebeur: Bijnaam voor een kwade buur.

Quahannens, Quatannens, Quatannens, Quathannens; zoon van Qua-Hannes of Quaet-Hanne; de kwade Johannes.

Quaclaeys; zoon van kwade Klaas.

Quaesaet, Quasaet: Reïnterpretatie van Casaert (variant Quassaert).

Quaille, van: Spelling van Van Caillie, van Van Coillie. Plaatsnaam in Oostnieuwkerke (West-Vlaanderen): 1187 Colia, 1202 Coilge. Romaans collia, van collis ‘heuvel’.

Quaiser. Waalse aanpassing van Kaiser of Keizer.

Quakkelaar. 1. Spelling voor Kakelaar, afleiding van Middenenderlands cakelen: kakelen, snateren, babbelen. 2. Eventueel afleiding van Middelnederlands quackelen: schudden (vergelijk Quackelbeen), beuzelen, kletsen. Bijnaam.

Quambusch. Duitse plaatsnaam op -busch: bos, struikgewas. Quadenbusch?

Quaniers. Lees: Kanjers. Zie Caignaert.

Quarante, Quaranta. Middenfrans quarante, van volkslatijn quaranta, van quadraginta: veertig. Vergelijk Carême.

Quarles: Vadersnaam. Spelling voor Carles, Picardisch vorm voor Charles.

Quartel, (de): Oudfrans quartel, Middelnederlands quarteel, carteel‘’korenmaat (1/4)’.

Quast, Quasten: Middelnederlands. Middenhoogduits quast: kwast, badkwast, takkenbosje, rijsbosje, plumeau. Beroepsnaam van de kwastenmaker (zie Quasters) of van de badmeester (die de baders met de rijsbos bewerkt). 1314 Arnold Quast, Rostock (heeft in zijn wapen twee gekruiste bezems).

Quasters. Beroepsnaam van de kwastenmaker.

Quataert: Afleiding van Middelnederlands quaet ‘kwaad, slecht, boos’.

Quaethoven (van), (van) Caethoven, Kaethoven. Naam uit de plaatsnaam Kwaadhoven in Hasselt (Limburg). 

Quast, Quasten, Quasters. Uit het Middelnederlandse quast: kwast, badkwast, takkenbosje, rijsbosje, plumeau. Beroepsnaam voor de kwastenmaker of de badmeester (die de baders bewerkt met een rijsbosje). 

Quataert, Quaetaert. Naam uit quaet: boos, kwaad, slecht. Bijnaam.

Quatannens, Quatanne, Quatannes, Quatanens, Quatannes, Quatennens, Quatennent, Quatannews, Quattanens. Bijnaam + vadersnaam uit Quaet Hannin: kwade Jan.

Quaterman, Quarterman, Quartermaine, Quotermans, Quattromano, Catterman, Catternan, Caternang, Katherman, Kettermans: Frans Quatremain. Bijnaam voor een handige, die als het ware vier handen heeft. Vergelijk Sevenant.

Quathem, Quatem, van, Vanquathem, van Quaethem, van Quaetem, van Queathem. Naam uit de plaatsnaam Quaethem in Lichtervelde, Kwatem in Herne (Vlaams-Brabant) of Kwaadham in Gent en Aarschot.

Quatacker, Quadackers. Plaatsnaam Kwaadakker: slechte akker.

Quatre, Quatrus. Het Franse cijfer vier.

Quatrecoeurs, Catteceur. Bijnaam naar een uithangbord met vier harten? Of reïnterpretatie van Contrecoeur: met tegenzin.

Quatresooz, Quatresous. Bijnaam Quatre sous: vier schellingen (munt). Vergelijk Trentesaux.

Quatretemps. Frans quatre-temps, van Latijn quatuor tempora: quatertemper, vastendag. Vergelijk Carême, Duits Quatember.

Quatrevaux. Plaatsnaam; vier dalen.

Queeker, de, Queecker, de, de Queker, de Quecker, de Quecquer, Queeckers: Middenenderlands kweker, kwaker: dobbelaar, die met een 'quaecbert' of triktrakbord speelt.

Quekelberghe, Quekelberge, (van); van Queckelberche, zie Kwekelberg.

Quéhen, Quihen. Plaatsnaam Quehen in Beuvrequen en Isques, Quehen in Bonen, Quehem in Ergny (Pas-de-Calais).

Quelerij, (de): Uit Delcoeuillerie. Oudfrans cueillerie ‘oogst’. Als plaatsnaam wellicht de naam van de oogstschuur, tiendenschuur.

Quellhorst: Plaatsnaam Quellhorst (Nedersaksen).

Quellin, Quellijn, Quellien, Quoilin, Quoillin, Coilin: Vadersnaam. Waalse voornaam Cwèlin, Qwèlin = Quirin, heiligennaam Quirinus. Vergelijk Quirin, Quoirin.

Quelquejeu. Bijnaam voor een speler?

Quemener. Bretonse beroepsnaam Quemener; kleermaker.

Quénéhen, Quenehen: Plaatsnaam Quenhem in Calonne-Ricouart (Pas-de-Calais).

Quennelle: verkleinvorm van Picardisch que(s)ne ‘eik’, Frans chêne.

Quennery. Picardische vorm van Oudfrans chenerie; troep honden?

Quenon, Quenont. Vadersnaam. 1. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Cono (Koen). 2. Variant van Quinon.

Quenton. Vleivorm op -on van de voornaam Quentin?

Quéré, Queré, Quere: 1. Bretonse beroepsnaam kere: schoenmaker. 2. Zie Carré.

Querido: Spaanse-Portugese bijnaam querido ‘lief’; of voltooid deelwoord van querer ‘beminnen, liefhebben’, dus ‘geliefde’.

Querinjean. Vadersnaam. Querin + Jean.

Quernette. Moedersnaam Querinette, afleiding van heiligennaam Quirinus.

Queroles. Oudfrans queroles, Frans caroles: rondedansen.

Querp, van. Plaatsnaam (Erps-)Kwerps (Vlaams-Brabant).

Quertainmont, Quertaimont, Quertenmont, Quertemont, Quertinmont, Quertimont, Quertémont, Quartimont: Plaatsnaam Cartimont ? in Nijvel (Waals-Brabant).

Quertin, Quertain. Picardisch kèrtin: mand. Beroepsnaam.

Quertinier, Qiertigniez. Metathesis van Crétinier: mandenmaker. Afleiding van Quertin.

Questel, Questiau, Questiaux, Quoistiaux, Quetel, Quétaut, Quetaut. Familienaam uit het Oudfranse Questel, van queste (van Nederlands kist): kist, kast, koffer. Beroepsnaam. 

Questienne. Plaatsnaam. Waals castinne, calistiène, van kalksteen.

Questier, Quettier, Quétier, Kestier: Beroepsnaam. Oudfrans questier: ontvanger van een heffing, een belasting, de queste.

(de) Quid, Quidt. Variant van De Kwik: bijnaam voor iemand die levendig/vlug is. 

Questroy, Quetstroey: De familienaam komt vooral in West-Vlaanderen en Henegouwen voor en zal ongetwijfeld uit Noord-Frankrijk stammen.

Quêtard, Quitard: Beroepsnaam belastinginner zoals Questier.

Quetel. 1. Zie Questel. 2. Spelling voor Ketel. Vergelijk Quetelard=Ketelaar.

Quétin, Quetin, Quitin, Quittyn, Quityn, Quoitin, Ketin, Keten, Ketting, Kettin: 1. Vadersnaam. Waals Cwètin, gedenasaleerd van Quentin. 2. Oudfrans questain: belastingontvanger. Vergelijk Questier.

Quets, Kwets, Quetsch. Afleiding van Middelnederlands quit(e), quijt: rustig, gerust, vreedzaam, onbezwaard? Vergelijk De Quidt.

Quetteville. Plaatsnaam Quétiéville (Calvados). Ook Quédville, Quiédeville, Chédeville, van Chef de ville: hoogste punt van het dorp. Vergelijk Dassonville.

Quevauvillers, Quevauviller. Plaatsnaam, Somme.

Quévrain, Quévrin, Quevrin, Quivrin, Keveryn, Kevereyn, Keverijn, Kiveryn, Kiverijn. Plaatsnaam Quiévrain (Henegouwen).

Quibaille. Bijnaam. Die geeft?

Quibel. Variant van Occidentaals cubel, Frans cuveau: ton, vat. Beroepsnaam van de kuiper. Zie Quiblier.

Quiblier. Occidentaals Cubelier, Frans Cuvelier; kuiper.

Quibus. Korte vorm van Coquibus.

Quichelheege, van. Schrijf- of leesfout voor Van Quickelberge.

Quickelberge, van, Quickelberghe, van, van Quikelberghe, (van) Quekelberghe, Quekelberge, van Quequelberghe, van Quckelberge: Plaatsnaam Kwikkelberg in Binkom (Vlaams-Brabant). Maar de oudste vindplaatsen van de familienaam verwijzen naar Oudenaarde.

Quickels, Quickeld,           Quekel, Quikiels, Quikels: Bijnaam. Afleiding van Middelnederlands quic: levendig, vlug, beweeglijk.

Quidet, Quidé, Quidey, Kidey: Variant van Guidet, met verscherping /l.

Quidonne, Guidonne: Waarschijnlijk reïnterpretatie van Guidon.

Quidouce, Quidousse, Quidoes, Quiddoes, Cuidosse: Wellicht de Italiaanse familienaam Guiducci(o), Guiduzzi, afleiding van Germaanse voornaam Wido.

Quidt, de. Variant van De Kwik. Bijnaam voor een levendige, vlugge. Maar misschien werd de t als c gelezen. Zie Quels.

Quiéfry. Verhaspeling van Quiévy (met r-epenthesis)?

Quièvre. Picardisch quièvre, Frans chèvre: geit. Beroepsnaam van de geitenhoeder. Vergelijk Dechèvre, De Kyver.

Quiévy, Quiévit. 1. Plaatsnaam Quiévy (Nord). 2. Zie Dequévy.

Quignon, Quingnon, Kignon, Kunion: Bijnaam. Frans quignon: homp brood. 2. Zie Kinon. 3. Zie Cugnion.

Quintersleger. Beroepsnaam van de slachter. Middelnederlands quene: onvruchtbare koe.

Quijo, Quyo. Spelling voor Guio(t) of Guillot (vergelijk Quillemain, Quilliot). De familie is afkomstig uit Stene, waar de oudste voorvader in 1680 geregistreerd staat als Guillot.

Quik, Kwik. Bijnaam. Middelnederlands quic ‘levendig, vlug, kwik’. Vergelijk Engelse familienaam Quick(e), Duits Quick.

Quillemain, Quilliot, Quillonnet, Quilloux: Variant van Guillemin, Guillot enz. met verscherping.

Quinau, Quinaut, Quineaux, Quinaux, Quenault, Kinaux, Kinay: Vadersnaam van Quinel, verkort van Jacquinel of andere afleiding; vergelijk Kinard.

Quint: Onduidelijk. Frans le quint ‘de vijfde’?

Quinchon, Quinson, Kinsoen, Quenson, Quennesson, Quenneson: Vadersnaam. Afleiding op -eçon van Germaanse voornaam Cono; vergelijk Quenon.

Quenque, Quinke: Afleiding van werkwoord quinken: zich snel bewegen, op en neer gaan, heen en weer gaan, flikkeren.

Quint, de, Kwint. Onduidelijk. Variant van Quinke of Quinten?

Quinten, Quintens, Quintin, Quinting, Quintijn, Quinteyn, Quinten, Quintyn, Quinter, Quointin, Quentin, Quantin, Quintiens, Quintgens, Kwinten,

Kwintens, Kwint, Kwindt, Guinten: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Quintinus.

Quintana, Quintaene: Oudfrans quintaine, Latijn quintana: Oefenpop voor steekspel, duel.

Quintard, Quintart, Quintas, Quintaes, Quintans, Kintaert, Kinthaert: Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Quintus.

Quintet, Quintez, Quinti. 1. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Quintinus. 2. Bijnaam. Oudfrans quint: vijfde.

Quintus. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Quintus; vijfde.

Quintz, Qvincz. Vadersnaam. Duitse vorm van heiligennaam Quintus.

Quinzebilles, Kinsabil, Kinsabel, Keynsabyl, Keysabil, Keysabyl. Het Oudfranse bille: geldstuk. Bijnaam uit 'quinze billes': vijftien ballen, muntstukken. Andere talen hebben vergelijkbare bijnamen: Tienpond, Hondermarcq, Fünfzehnschilling.

Quinzin. Afleiding van Frans quinze: vijftien. Vergelijk Quatre. Oudwaals quinsin: munt.

Quiquempois, Quiquempoix, Quiquampois, Quiquenpois, Quiquanpois, Quinquenbois, Kiekepoos: Plaatsnaam Quicampois, molen in Bazuel bij Kales: 1218 molendinum quod Quikenpoist appellatur, Quinquempoix (Oise), Quincampoix in Angleur (Luik). Oudfrans cui qu'en post: tot spijt van wie 't benijdt.

Quirijnen, Quirijns, Quirin, Quiring, Quirain, Querin, Quiriny, Quireyns, Quireijns, Quircyns, Querceijns, Quirynen, Quireynen, Quierijnen, Quirijnen, Quirynen, Quoiron: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Quirinus.

Quist. Familienaam uit Tholen, ontleend aan de Wlcherse veldnaam 't Quistken, een stuk grond waarover getwist werd.

Quisthoudt, Quisthout, Quishoudt, Quishout, Kwisthout. Bijnaam voor een timmerman, die kwistig omspringt met hout, die hout verkwist. Vergelijk Gâtebois, Quistnagel.

Quistnagel. Bijnaam voor een timmerman die zijn nagels, spijkers verkwist. Vergelijk Gâtedout.

Quistpenninck, Wïspenninck, Wïspenninckx. Bijnaam voor een geldverkwister.

Quistwater, Quisquaeter, Quisquater, Quitsquater. Bijnaam voor een waterverspiller.

Quite: Middelnederlands quit(e), quijt ‘rustig, gerust, vreedzaam, onbezwaard’.

Quitelier, Quittelier, Quitteliers, Quintelier, Quittebier. Familienaam uit het Oudfranse cuintel, afgeleid uit coite, cuilte, coûte, van Latijn culcita, Middenenderlands Culcte of culte: matras, kussen, sprei, gestikte deken. Beroepsnaam van het Oudfranse coultillier, cotiller: dekenstikker, matrassenmaker. Middenenderlands culctstickere.

Quitens. Waarschijnlijk van Quintens.

Quiter, Quittre, Quitman: Waalse aanpassing van Ketter(man).

Quitijnen. Contaminatie van Quitin en Quirijnen.

Quitin. Wellicht van Guilletin, afleiding van Guillaume. Vergelijk Guelton. Voor de Q, vergelijk Quillemain.

Quitis. Middenfrans quittus: vrij van elke verplichting, van Latijn quietus.

Quoidbach, Quodbach, Quoidbac, Quoidback: Plaatsnaam Quoidbach in Clermont-lez-Walcourt (Luik). Ook Duitse plaatsnaam Qua(de)beck, Quodbach, Quadbach: slijkerige beek.

Quoibion. Waalse uitspraak van plaatsnaam Corbion (Luxemburg) of Coibion in Niverlée (Namen).

Quoniam. Bijnaam voor een kerkzanger, naar het Latijnse woord quoniam (omdat), bijnvoorbeeld in het Laudate: Quoniam confirmata est..

Quy. Verscherpte vorm van Guy.