Verklaring van achternamen R

 

R.

Raa, Rae, Raë. Variant van Rawee (Zie bij Ravet) of van Rayet. Zie bij beide. Of afleiding van Raa De. Zie daar.

Raa, de, Ra, de, de Rae. Varianten van De Raad of van (van) der Aa. Zie bij Raed(t) De en bij Aa, van der.

Ra, van de, van (de) Raay, Raaij, van Draye. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Rade, dit onder andere in Deerlijk (West-Vlaanderen), Maldegem (Oost-Vlaanderen). Of uit de plaatsnaam Rade: Rode in Limburg. Of uit de plaatsnaam Raai. 2. Zie ook (Van der) Aa.

Raad, de; de Raadt, de Raat, Raats: Beroepsnaam van de raadsman, raadgever, lid van de stedelijke raad.

Raadman: 1. Beroepsnaam. Middelnederlands Raetman ‘raadgever, raadsman’. 2. Vadersnaam. Zie Raman.

Raaffels: 1. Vadersnaam. Verkleinvorm van een bakervorm van een Germaanse voornaam, zoals Radfried, Radolf of Rafolt. Vergelijk Duits Räffle(in). Of Rafel, van Bijbelse voornaam Rafael. 2. Zie Ravels.

Raak, van, van Raek: Plaatsnaam De Rake in Ardooie, Koolkerke, Wingene.

Raalte, van. Plaatsnaam Raalte, Overijssel.

Raam, van. Familienaam uit de plaatsnaam Raam? Mogelijk verband met raem: droogramen voor lakens. Beroepsbijnaam.

Raamdonck, Raamdonk, van; Raamsdonk, (van) Raemdonck, van Raemsdonck, Rondonck: Plaatsnaam Raamsdonk (Noord-Brabant), Ra(a)msdonk in Brussel, bij Mechelen (Provincie Antwerpen, Lokeren, Haasdonk en Melsele (Oost-Vlaanderen).

Raams: Plaatsnaam Rahms, van goed den Rahm in Alsum bij Duisburg (Noordrijn-Westfalen). Eberhard Rahms kwam in 1801 naar Arnhem en spelde zijn naam Raams.

Raan, van: Plaatsnaam Raan, Overijssel.

Raap: Bijnaam, eventueel voor de rapenteler.

Raaphorst, van Ravenhorst. Plaatsnaam, Zuid-Holland.

Raas, Raes, Ras, Ras, Raze, Race, Rasse, Raassen, Raassens, Raessen, Raessen, Rassens, Rassen, Ressen, Rees, reese, Roes, Roesens, Roesems, Roussen, Rousen, Reusen, Reusens, Reuss, Reussens: Vadersnaam. Germaanse voornaam Razo, van rêda ‘raad’ + achtervoegsel –zo.

Raasch. Variant van Raas of van Rasch?

Raaij, van: Plaatsnaam ’t Raij bij Sinderen (Gelderland).

Raaijen, van, Raay, van: Plaatsnaam Raayen (Elst, Gelderland).

Raak, van, Rakers, Rake, Raakman. Plaatsnaam.

Raatschelders, Raadschelders, Raetschelders, Raedschelders. Hypercorrect van Duits Rotschilder: die rood schildert, de rode initialen in handschriften schildert, miniaturist. Vergelijk Duits Rotmaler. Schelder is Rijnlands voor Schilder.

Raaven, van. Plaatsnaam Raaven, Gelderland.

Rab, Rabe, Rabbe, Rabbold, Rabbod, Raben, Raab, Raabe, Rabens: Vadersnaam. Bakervorm van een Germaanse voornaam Radbode, Rabbodo of Radbert. Ra(a)be kan ook Duitse Ra(a)be zijn: raaf.

Rabaert. Vadersnaam. Germaanse voornaam rêd-berht 'raad-schitterend': Radbert, Rabertus. Of variant van Robaert, met voortonig versterkte vocaal.

Rabat, Rabas. Oudfrans, Middenenderlands rabat: rumoer, kabaal, twist. Bijnaam voor lawaaimaker of twistzoeker.

Rabau, Rabout, Rabaud, Rabaux. 1. Middelnederlands rabaut, van Oudfrans ribaud: landloper, schurk, hoerenloper. Bijnaam. 2. Vadersnaam. Variant van Rabout.

Rabbeschon. "Mogelijk" (verdwenen) familienaam (Duitse afkomst is niet zeker) uit de oude voornaam Rab(b)e (rab(an) of Rad) + schon (mooi). Zoiets als schone Rab(b)e.

Rabbers: Vadersnaam. Afleiding van Rabbert, van Radbert, de Germaanse voornaam rêd-berht ‘raad-schitterend’: Radbert, Rabertus.

Rabet, Raabé: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Rabout of Rabode.

Rabeux, Rabeuf, Rabu: Vadersnaam. Picardische vorm van de Germaanse voornaam Radbode; zie Rabo.

Rabi, Rabbi, Raby: Variant van Robi, met voortonig versterkte vocaal? Zie Robijt.

Rabier, Rahier, Rapier, Ravier: Beroepsnaam van rapenteler? Of veeleer variant van Robier.

Rabinovich, Rabinovitch, Rabinovitsj, Rabinowicz, Rabinowitz. Poolse afleiding van Joodse familienaam Rabin: rabbi.

Rabiot: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam als Rabout, Rabo.Vergelijk Rabet.

Rabo, Raboz: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam rêd-bodo 'raad-bode': 2. Verschrijving voor Rabaux.

Rabois, Raboisson, Rabischon, Rabischung: Vadersnaam. Vleivorm op -eçon van Rabert, Rabout of Rabo.

Rabosée, Rabosee, Rabozée, Rabozee: Plaatsnaam Rabosée in Wandre (Luik), Baillonville (Namen), Saive (Luxemburg).

Rabouin. Oudfrans raboin; muntnaam (3 schellingen).

Rabout, Raboud, Raboude, Raboux, Rabaut. Rabau, Rabaud, Rabeuax, Rabaux, Rabol, Rapol, Rapolder, Rabouw: 1. Vadersnaam. Raboud, Germaanse voornaam rêd-balth ‘raad-moedig’: Ratboldus, Radbaldus. De geromaniseerde vorm is Rabaud, waaruit Rabouw. 2. Middelnederlands rabaut, van Oudfrans ribaud ‘landloper, schurk, hoerenloper’. Bijnaam.

Racelle. Plaatsnaam in Hodister, Luxemburg.

Rach, Raach. Bijnaam. Middenhoogduits rach, raehe: ruw, ruig, stijf, stram.

Rachard, Rachart. 1. Afleiding van Oudfrans rachier: spugen, braken? 2. Aanpassing van Raschaerd.

Rachel, Rachels. 1. Duitse familienaam. Vadersnaam Rachold. Of veldnaam Rachl. 2. Zie Raekels.

Rachet, Rachez. Bourgondische bijnaam: met hoofdzeer.

Racine. Frans racine: wortel. Beroepsnaam.

Racke. 1. Vadersnaam Racco, bakervorm van Germaanse ragin-naam. 2. Verkort, van Middenenderlands rake: hark. Beroepsnaam. Vergelijk Raekels. 3. Middenenderlands racke: pijnbank. Beroepsnaam van de beul. Vergelijk De Racker.

Racker, de, Rakers. 1. Afleiding van Middelnederlands racke: pijnbank, folterwerktuig. Beroepsnaam van de gerechtsdienaar, beul. 2. Afleiding van Middelnederlands raken: harken. Vergelijk Raekels.

Rackham. Plaatsnaam in Sussex.

Rackier. Vadersnaam. Picardische vorm van Germaanse voornaam rêd-ger 'raad-speer': Ratcherius, Rathker, of rag-hari: Racherius.

Radach, Radak, Radacsi, Radakovic, Radek, Radecki, Radeck, Radetzky, Radics, Radic, Radici, Radicchi, Radicev: Vadersnaam. Slavische afleiding van de voornaam Radomir of van een Germaanse Rad-naam.

Radder: Spelling voor de beroepsnaam Rader ‘radenmaker, wagenmaker’.

Rademaker, de, Rademaekers, Rademaecker, van Rademaker, Rademaeker, Rademaekers, Rademaker, Rademaker, Rademackers, Rademacker, Rademâcher, de Raedemacker, Rademaeker, Raedemaker, Raedemaecker, Raedemeker, Raedemaecker, Raedemaeckers, Raedemaekers, Raedemaeker, Rademacker, raedemacker, Raedemakers, Raedemaker, Radermacher, Rademacher, Rademecher, Radermaecker, Radereker, Radermaker, Radermakers, Radermaiker, Radermecker, Radermeker, Raedermacker, Radermaeker, Raedermecker, Raermecker, Raerdermaecker, (de) Ramaker, de Raemaker, Raemaecker, Raemaeker, Raemakers, Raemaeckers, Raemaeker, Raemaeckers, Raemackers, Raemaykers, Ramaakers, Ramaajer, Ramakers, Ramaker, Ramaeckers, Ramaeker, Ramakers, Ramack, Ramachers, Ramacher, Rameekers, Rameckers, Remeker, Remek, Raeimakers, de Raeymacker, Raeymaecker, Raeymaeckers, Raeymaekers, Raeymaeker, (de) Raeymaekers, Raeyemaeker, Rayemaeker, de Raeijmaeker, Rayemackers, Rayemakers, Raeijemaeckers, Raeymakers, de Rayemaeker, (de) Raymacker, Raymaker, de Raymaecker, Raymaeker, Raeymaeker, Rayemaeckers, Raymaeckers, Raymaekers, Raeymackers, (de) Raynaekers, Raymaeker, Raymaker, de Raijmaeker, Raijmaeker, Raymackers, Raymacker, Raeijmaekers, Raeijmakers, Raijmakers, Raiemakers, Raaijmakers, Raaymaekers, Raaymakers, Raaymaker, Raaymakers, Raay-maekers, Raaimaakers, Raaimakers, Raimarckers, de Reymaeker, de Reymaker, de Reymaecker, Reymacker, de Reijmaeker, Reymaekers, Reymakers, Reijmaekers, de Ruymaecker, de Ruymaeker, Ruymaeckers, Ruymaekers, Ruymaekers, Ruijmaekers, Ruijmaekers, Roomacker: Beroepsnaam van de radenmaker, wielenmaker, dus wagenmaker.

Rader. Duitse beroepsnaam: rademaker, wagenmaker.

Radespiel: Beierse familienaam ontrond uit Radesbühel, waarin bühel ‘heuvel’ betekent. Vergelijk Dinkelspiel, van Dinkelbühl.

Radewalt: Uit frequente plaatsnaam Rodewald (onder meer Nedersaksen) ‘gerooid bos’.

Radier. Beierse afleiding van plaatsnaam Radel: moeras, ven.

Radig, Radigue, Radiguet: Misschien afleiding van Germaanse voornaam (Radger)?

Radijs, Rady, Radys, Radis: Bijnaam van de radijzenteler of -eter.

Radinardi. Familienaam in Limburg. Wellicht Italiaanse vorm van de Germaanse vornaam Reinaard.

Radings, Rading Radink, Radsma Raden, Raads: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse rêd-naam, zoals Radbert, Radbode.

Radke, Radké, Radtke: Vadersnaa,. Nederduitse afleiding van Germaanse Rad-naam, zoals Radolf.

Radlgruber. Duitse familienaam voor iemand die aan een laag (Grube) gelegen ven, moeras woont. Vergelijk Radier.

Rado. Spellingvariant van Radau of variant van Radoux?

Radoux, Radou, Radoul, Radoes, Raddoux, Raoult, Raoul, Raoud, Raout, Raouf, Raoux, Raulf, Rault, Raux, Rahou, Rahoens, Rawoens, Rawoe, Rauwoens, Ravou, Radu, Radeur: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam rêd-wulf'raad-wolf: Radulf, Raulphus, Radolfus.

Radstake: Tussen Varsseveld en Lichtevoorde (Gelderland) stond de herberg met uithangbord de Radstake, een paal met rad waarop misdadigers geradbraakt werden.

Raë, Rae. Waarschijnlijk weergave van uitspraak ravfee (zie Ravet) of rajee (zie Rayet). Of voor De Rae.

Raeck, de. 1. Zie Rake. 2. Volgens JVO heette de familie De Raeck in St.-Lambrechts-Woluwe nog Draeck. Zie Draeck(x).

Raedt, de, den, de Raed, den Raedt, (de) Raad, de Raet, Raedt, Raath, Raat, Raats, Raadts, Raedts, Raedts, Raets, Roedts, Roets, Traets. Beroepsnaam van de raadsman, raadgever, lid van de stedelijke raad.

Raedsheere, Raedshere. Beroepsnaam. Middenenderlands raetshere: raadsheer, lid van de stadsraad. Vergelijk De Raed(t).

Raekelboom, Rackelboom, Raeckelboom: Zinwoord Rake boom: die de boom snoeit. Cents rakken: snoeien.

Raekels, Rakels, Rackels, Rachel, Rachels: Bijnaam naar het gereedschap: rakel, hark. Vergelijk Rake.

Raemdonck, van, van Ramdonck, van Ramdonk, Raemdonckx, Raemdonck, Raemdonk, Raamsdonk, Ramsdonck, Ramdonck, Rondonck, Ransdonck. Familienaam uit de plaatsnaam Raamsdonck. Plaatsnaam Raamsdonk (Noord-Brabant). Ra(a)msdonk, bij Mechelen (Antwerpen), Lokeren, Haasdonk en Melsele (Oost-Vlaanderen).

Raepe, van de(der): Plaatsnaam, wellicht huisnaam de Rape ‘raap’.

Raepsaet, Rapsaet, Rapsant, Raepsaert, Ripzaad: Beroepsnaam van de rapenteler. Of huisnaam, bijvoorbeeld in de Kapittelstraat in Kortrijk.

Raes, van, van Rast, Verraes, Verraest, Verras, Verraz, Verhaest, Verhas, Verhast, Varras. Familienaam uit de plaatsnaam Raas: geul, kreek, (ook) droog liggende land tussen de geulen. Plaatsnaam De Raas in Moorslede.

Raesmaeker, de. Verhaspeling van De Rademaeker.

Rafelaar, (van de); van de Ravelaar: Wellicht de plaatsnaam Rafelder (Gelderland).

Rafin, Raffin. Vadersnaam. Vleivorm van Rafold of Radolf (vergelijk Raff) of Radfridus.

Rafaele, Raffaele, Raffaelli: Vadersnaam. Italiaanse vormen van Bijbelse voornaam Rafaël.

Rafelgem, van, Rafelghem, van, van Raefelgem, van Raefelghem: Plaatsnaam in St.-Lievens-Esse (Oost-Vlaanderen), St.-Martens-Latem (Oost-Vlaanderen), in Aalst en Herdersem. Soms ook = Affligera (Herdersem, Vlaams-Brabant).

Raff. Duitse vadersnaam, verkorte vorm van Rafold (uit raban-wald) of Radolf (uit rad-olf).

Raffault, Raffa, Rafaa, Rafa: Vadersnaam. Rommanse vorm van de Germaanse voornaam raf-wald: Raf(f )aldus, Rafoldus, Rafolt.

Raffel, Raffeld, Raphelt: Vadersnaam. Afleiding van Raff of met verdofte klinker van Raffold (zie Raffault). Of variant van Raphaël?

Raffetin, Ravetin. Afleiding van Ravet. Franse familienaam Ravatin.

Raffier, Rafié, Raffy, Rafi: Germaanse voornaam raf-hari?

Raffo. Waarschijnlijk verschrijving voor Raffault.

Raffoux. Romaanse vorm van Germaanse voornaam raf-wulf: Rafulfus.

Rafhay, Rafhai, Rafay, Raffay, Raffai, Rafai: Plaatsnaam Rafhay in Ayeneux, Olne, Soumagne en Xhendelesse (Luik).

Rafroidy. Vadersnaam. Herinterpretatie (Frans refroidi) van Rafroid, van Germaanse voornaam rêd-frith 'raad-vrede': Radfridus.

Ragaert, Raga. Moedersnaam. Germaanse voornaam rêd-gard 'raad-gaard': Ratgardis.

Rager, Ragé. Vadersnaam uit het Germaanse red-ger : raad-spies (Radger).

Ragmey. Variant van Ragnet?

Ragnet, Rainet, Renet, Renné, René, Renne, Rene, Reyné, Reynez, Rinné, Roynet: Vadersnaam. Afleiding van Rainier/Renier, Reinoud/Regnaud of Re(g)nard.

Rago, Ragot, Racot. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam rêd-gud 'raad-god': Ratgaudus, Raacoz. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germanse voornaam Radger.

Ragon, Ragons, Ragoen, Ragorme. 1. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Rago, bakervorm van bijvoorbeeld Radger of Radgod. 2. Spelling voor Ragond, Germaanse voornaam rêd-gunth 'raad-strijd': Radegundis. 3. Moedersnaam. Vergelijk Ragondet.

Ragondet. Moedersnaam. Afleiding van Ragond.

Ragonnaud, Raguenaud. Vadersnaam. Afleiding van Ragon.

Raguet, Raguè. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam rad-ger of rad-god. Radger, Radgod.

Ragut: Spelling voor de Romaans familienaam Raguet, verkleinvorm van de Germaanse voornaam Radger, Radgod.

Rahier, Rahir, Rahyr, Rayer, Rayr. 1. Vadersnaam uit het Germaanse red-hari; raad-leger (Ratharius, Raherius). 2. Plaatsnaam Rahier, Luik.

Rahm. Duitse beroepsnaam Rahm; room.

Rahmé, Rahmeh: Indien inheems, variant van Ramet.

Rai. Van werkwoord rallen; babbelen, kletsen? Bijnaam.

Raic, Raick. De familie Raick in Glain stamt af van een Nederlander Reck, die in 1631 geïmmigreerd is. Plaatsnaam Reek (Nederlands-Limburg).

Raiglot. Vadersnaam. Wellicht van Renglot. Vergelijk Renglet.

Raikem, Raiken: Plaatsnaam Rekem (Limburg).

Raillard, Ralliard: Afleiding van werkwoord railler: spotten, schertsen, gekscheren. Bijnaam.

Raillon, Rajon: 1. Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans raille: staaf, lat, plank, balk. 2. Afleiding van Frans raille: scherts.

Raincourt, Raincour. Plaatsnaam (Hte-Saône), Rainecourt (Somme).

Raindorf: Plaatsnaam (Beieren) of Rheindorf (Noordrijn-Westfalen).

Raineij: Vadersnaam. Spelling voor Rainet, verkleinvorm van de voornaam Rainier/Renier, Reinoud/Regnaud of Re(g)nard.

Raisin. Beroepsnaam van de druiventeler of –handelaar.

Raison. Bijnaam voor iemand die graag redeneert. Vergelijk Franse familienaam Raisonneur.

Raiter, Rajter. Duits Reiter. Zie Reiter 2.

Raithel. Plaatsnaam Rethel, Ardeche.

Rajner. Duitse familienaam Reiner. Zie Reiner.

Rake, Raecke, de Raeck, Raeke: Bijnaam naar het gereedschap. Middelnederlands rake ‘hark’. Zie ook Raekels.

Rakow. Plaatsnaam Rakow.

Rakt (van de). Familienaam uit de plaatsnaam Raacht in Oostakker en in Lochristi en misschien nog elders.

Ralet, Raele, Raelet, Ravelet, Raulet, Raulin, Radelet, Radlet, Redelé, Rédelé, Rédélé, Redele, Rodelet, Roudelet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Raoul, van Radolf. Een familie Raulé heette oorspronkelijk Rauwel.

Ralph. Vadersnaam. Engelse vorm van de Germaanse voornaam Radolf.

Ram, Rams, Rans. 1. Vadersnaam. Korte vorm van bijvoorbeeld de voornaam Ingelram. De n door assimilatie, vergelijk Lanssens, van Lamsins, Ransdonck, van Ramsdonk. 2. Afleiding van De Ram.

Ram, de. Bijnaam naar de ram: mannetjesschaap, stormram. Vergelijk Schaap, de Weer. Zie ook Ram.

Ramage. Oudfrans. ramage, afleiding van rame (tak): woud, recht om hout te hakken. Beroepsnaam van de houthakker, boswachter.

Raman, Raeman, Ramaen, Ramandt, Ramant, Ramand, Ramman, Rammant, Rademan, Radema, Raymann, Rayman, Reymans, Reyman, Reijman: Vadersnaam. Germaanse voornaam rêd-man ‘raad-man’: Ratman, Radmannus.

Ramard, Rama, Ramart, Rammaert, Rema: Vadersnaam. Germaanse voornaam hraban-mêr 'raaf-beroemd': Ravemarus, Ravamarus. Of hraban-hard 'raaf-sterk': Ramardus. Of rêd-mêr 'raad-beroemd': Ratmar(us).

Rambacher. Plaatsnaam Rambach, Beieren.

Rambert. Vadersnaam. Germaanse voornaam hraban-berht'raaf-schitterend': Rambertus.

Rambour, Rambur, Rambure, Ramboer. Moedersnaam uit de voornaam Ragamburgis/Raimburga/Renburgis. Dit uit het Germaanse ragin-burg; raad-burcht.

Rambout, Rambaut, Rambau, Rembalda, Rembalda, Rembald, Rambo, Rambot, Ramboux, Rambeaux, Ramboux. Vadersnaam. Germaanse voornaam Ramboud: hraban-balth 'raaf-moedig': Ramboldus. Of ragin-balth 'raad-moedig': Ragambaldus, Rembaldus.

Ramelet. Oudfrans ramelet; tak.

Ramelot, Rammeloo, Rameloo, Ramlot. 1. Naam uit het Oudfranse ramel: tak. Bijnaam. 2. Of uit de plaatsnaam Ramelot (Luxemburg). 3. Er is ook een Antwerpse familie Rammeloo uit Ramele (Overijssel). 1195 Ramelo.

Ramen, Raemen. Vadersnaam van Germaanse voornaam, zoals Ramard, Raman, Ramond, Ramoud.

Ramet, Ramette, Ramé, Ramez, Ramey: 1. Vaders-, moedersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam, zoals Raman, Ramond. 2. Plaatsnaam (Ivoz-) Ramet (Luik).

Ramharter. Plaatsnaam Ramhart, een bosrijke streek bij Rottenburga, Namen.

Rami, Ramis. 1. Oudfrans ramil, Oudwaals ramyz: takje, twijgje. 2. Variant van Remy.

Ramier. 1. Vadersnaam. Rommanse vorm van Germaanse voornaam hraban- hari'raaf-leger': Ramarius, Ramerius. 2. Variant van Romier of Romée.

Ramioul, Ramioulle. Plaatsnaam Ramioul in Ramelet, Luik.

Ramjee. Indische familienaam Ramjoie: 1. Luiks-Waals ramadjôye: woordenvloed, geklets? 2. Vadersnaam. Rangeois de Canler, St-Georges-de- Hesdin; 1748 Ramjoie = Ramsoe, Raeren.

Rammelaere, (de) Rammelare (de), (de) Remmelaere. Bijnaam uit het Middelnederlandse rammelen: lawaai maken, veel praten, lawaaimaker, babbelaar, prater. Mogelijk ook beroepsbijnaam van de belleman.

Rammelmann. Zoals Rammelaere bijnaam voor een lawaaimaker.

Rammer, Rammers. Vadersnaam. Germaanse voornaam hraban-hari 'raaf-leger'; vergelijk Ramier. Of van Ramaerts.

Ramo. Verschrijving voor Ramau(l)t.

Ramoiseaux, Ramoisiaux: Oudfrans ramisel, rameisel: takje, twijgje.

Ramoisy. Plaatsnaam Ramousies (Nord) of variant van Ramoisée.

Ramon, Ramont, Rammon, Ramundi, Ramundo, Ramondt: Vadersnaam. Germaanse voornaam rêd-mund ‘raad-bescherming’: Ra(t)mundus.

Ramos. Spaans, Portugese familienaan, van Latijn ramus; tak.

Ramoudt, Ramoud, Ramout, Ramaul, Ramault, Rameau, Rameaux, 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hraban-wald 'raaf-heerser': Ramolt, Ramoldus. 2. Zie Desrumeaux.

Ramoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hraban-wulf' raaf-wolf : Ramnolf, Rammulfus.

Rampaart, Rampaer, Rampaert, Rampart, Rempart: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Rambert (vergelijk Lambert, van Lampaert): hraban-berht ‘raaf-schitterend’. Rambertus. 2. Plaatsnaam Rampaart in Oosterland (Zeeland). Rempart, Namen; vesting.

Rampel. Duitse vadersnaam. Afleiding van de voornaam Rambrecht, Rambold.

Rampelberg, (van) Rampelbergh (van), Rampelbergs, Rampelbecs, Rampelberg, Rompelberg. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Asse (Vlaams-Brabant) en in Baardegem (Oost-Vlaanderen).

Rampignon. Plaatsnaam Rampillon (Seine-et-Marne)?

Ramrath, Ramroth: Plaatsnaam Ramrath in Rommerskirchen (Noordrijn-Westfalen).

Ramscheid, Ramscheidt. Plaatsnaam Ramscheid, Beieren, Noordrijn-Westfalen. Eventueel Remscheid, Noordrijn-Westfalen.

Ramsdam, Ransdam, Rasamme: Waarschijnlijk van Ramsdonck.

Ramsel. Plaatsnaam. Antwerpen.

Ramselaar, (van): Plaatsnaam Ramsler (Beieren)

Ramu, Ramus, Ramut, Remu, Remua, Remus. 1. Naam uit het Oudfranse ramuy (van rame; tak) die in de bossen leeft, wolf. Bijnaam voor een bosbewoner, een wolf. 2. Variant van Ramoux. Romaanse vorm van de Germaanse vadersnaam, rad-mund. Vergelijk Radu.

Ramussen: Vermoedelijk uit Rasmussen, zoon van Rasmus, korte vorm van de Griekse heiligennaam Erasmus ‘beminnelijk’.

Ramzée, Ramezee, Ramesée, Ramoisée, Ramseyer, Ramsey, Ramseier: Plaatsnaam Ramezee in Barvaux-Condroz (Namen).

Rancelot, Ranscelot, Rencelot: Vadersnaam. Afleiding van Reinzo, van Germaanse ragin-naam. Vergelijk Rançon, Ransquin.

Rand. Duitse plaatsnaam Rand: waterloop, lijn van bergketen.

Randax, Randaxhe, Randasche, Randach, Randag, Rondaxhe, Rondache, Ronda, Rondas, Rondags, Rendace, Renda, Rendack: Luiks-Waals randahe: krachtig, sterk, potig, robuust, roekeloos. Bijnaam. Maar 1256 Jehans Rendas, Atrecht, moet wellicht anders worden verklaard.

Randelhoff, Randelovic: Vadersnaam van Randlof, metathesis, van Germaanse voornaam Randolf.

Randen, van: Plaatsnaam Rande in Diepenveen, Overijssel.

Randerath, Randeraat, van: Plaatsnaam Randerath in Heinsberg (Noordrijn-Westfalen).

Randet, Randez, Rendez: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse rand-naam; vergelijk Randon.

Randolet, Rendolet: Vadersnaam. Afleiding van Randoul, van Germaanse voornaam Randolf.

Randolph, Randolfi, Randoux, Randour, Randoe, Rondou. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Randolf: (rand-wolf). Randolf(us), Randulfus. 2. Of uit Radolf (rad-olf).

Randon, Rendon. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse rand-naam, zoals Randolf.

Randuineau. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Randwin: Randuin, Rantwin.

Randwijck, van: Plaatsnaam Randwijk in Heteren (Gelderland).

Ranger, Rangé, Range: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hraban-ger 'raaf-speer': Ravengerus, Rangerius.

Ranghe: Misschien spelling voor Rangé = Ranger, Romaanse vorm van de Germaans naam hraban-ger ‘raaf-speer’: Ravengerus, Rangerius.

Ranieri, Raneri, Rainfieri. Italiaanse vadersnaam. Pendant van Reiner.

Ranocha. Afleiding van Oost-Duits-Slavische naam Ranisch, Ranusch, korte vorm van de voornaam Ranislav.

Ransart. Plaatsnaam, Henegouwen, Pas-de-Calais, Somme.

Ransbeeck, (van) Ransbeek (van), (van) Ransbeck, van Ransbeke, van Resbeck. Familienaam afgeleid van een van de volgende plaatsnaam: Ransbeke was de oude naam van St.-Antelinks, Oost-Vlaanderen, Ransbeek in Neder-Over-Heembeek, Vlaams-Brabant, Ransbeke in Drongen, Oost-Vlaanderen.

Ransbotijn, Ransbotyn, Ransbottyn, Ransbotyn: Engelse plaatsnaam Ramsbottom (Lancashire).

Ransem, van. Plaatsnaam Ransem, Vlaams-Brabant.

Ranshoven. Plaatsnaam Ramshoven in Hakendover en Goetsenhoven (Vlaams-Brabant).

Ransmans. Afleiding van Van Ranst.

Ranschaert: Hypercorrecte vorm van Rasschaert. Middelnederlands rasschaerd ‘vluggerd’, afleiding van rasch.

Ransou, van de: Plaatsnaam Rantzau (Sleeswijk-Holstein). Ferdinand Heinrich Wilhelm von Ranzow werd in 1872 in de Nederlandse adel opgenomen.

Ranst, van: Plaatsnaam Ranst (Provincie Antwerpen).

Ransquin, Ramskindt: Variant van Rasquin met ingevoegde n.

Ransy, Ranzy, Rensi, Renzi: Plaatsnaam Ransy in Vaux-sous-Chèvremont (Luik).

Ransijn: Met voortonig versterkte klinker uit Ronsin, Roncin. 1. Oudfrans roncin ‘trek -en lastpaard’. 2. Plaatsnaam Ronchin (Nord) van rumicinium, van rumicem, van Frans ronce ‘braamstruik’.

Ransem, Ranssem, van. Naam uit de plaatsnaam Ransem (Vlaams-Brabant).

Ranst, van. Familienaam uit de plaatsnaam Ranst (Antwerpen).

Ranter, de, Rantere, de, de Rant, de Rantère: Afleiding van Middelnederlands ranten ‘zotteklap uitslaan, kletsen’. Bijnaam voor een zwetser, kletsmajoor.

Ranwez, Ranwet: Plaatsnaam Le Ranwe(l)z in Strée-lez-Beaumont (Henegouwen).

Rapaport, Rappaport, Rappeport, Rapoport: Joodse familienaam van ene Râpa (van Duits Rappe) die in Porto woonde.

Rap, Rappe, (de) Rapp, Raeps, Raps. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Rappo, Rabbo, knuffelvorm van Radboud of Radbrecht.

Rapaert. 1. Afleiding van werkwoord rapen: oprapen, opnemen, grijpen, bijeenschrapen, inpalmen. Bijnaam voor een schraperig mens. 2. Plaatsnaam Rapaert: rapenveld. Beroepsnaam voor een rapenteler.

Rapaille, Rapaillerie, Rappaille, Rapailde, Respeel, Rispail: 1. Oudfrans raspaille, Middenenderlands rappailge, raspeele, respeelle: boef, landloper, vagabond. 2. Plaatsnaam Raspaille of Rapaille: struikgewas. Zie Van der Raspaille.

Râpé, Rapez, Rappez, Rappé: 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Rappo. Rap(p)é ook spellingvariant van Rappe, met secundair accent. 2. Uit Raspé?

Rapenbusch, van, (van) Raepenbusch: Plaatsnaam Rapenbos in Mollem (Vlaams-Brabant) in Ruddervoorde en Waardamme (West-Vlaanderen). Waarschijnlijk herinterpretatie van plaatsnaam Rapenburg in Bredene, Harelbeke, Moorslede, Oostkerke, Ruddervoorde (West-Vlaanderen) en Maldegem (Oost-Vlaanderen).

Raper, Rapers, Raeper, Raepers: Afleiding van werkwoord rapen: plukken, grijpen. Vergelijk Rapaert 1.

Raphaël, Raphael. Vadersnaam. Bijbelse voornaam van de engel Rafaël.

Rapin. Bijnaam, dialect Frans rapin; gierig, vrek.

Rapiteau, Rapicault: Variant - met voortonig versterkte vocaal - van Franse familienaam Ropiteau, plaatsnaam in Chéméré (Mayenne).

Rapol. 1. Vadersnaam? Germaanse voornaam Raboud. Zie Rabout. 2. Rapol kan ook variant zijn van Ripol, met voortonig versterkte klinker.

Rapolder. Afleiding van Duitse plaatsnaam Rappolden of Rappold (Oostenrijk).

Rapoye, Rappoye, Rapoeye, Rapoeje: Plaatsnaam Rappoy, van Latijn raspetum: struikgewas, kreupelbosje. Le Rappoy in Boyaval (Pas-de-Calais).

Rappel, Rappelet. Oudfrans rapel: beroep (op)? Of afleiding van Germaanse voornaam Rappo (zie Rappe)?

Rapport, Rappoort, Raport, Raspoort, Raspor: Middenenderlands rappo(o)rt: rapport, verslag, protocol, aangifte, presentiegeld.

Rapsey. Waarschijnlijk Engelse familienaam. Misschien Ramsey, plaatsnaam (Essex).

Rary. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam rêd-rîk 'raad-machtig'? Vergelijk Rairicus.

Rasbourg, van. Misschien Franse vorm van Duitse plaatsnaam Ratzeburg. Deze familienaam schuilt in de hoevenaam Raesboer in 1846 in Alveringem. Vergelijk Ratzborg.

Rascaille, Roscail. Bijnaam. Oudfrans racaille; boef, schurk.

Rasch, Ras, Rasing, Rasink, Raasing, Rosing: Bijnaam. Middelnederlands rasch ‘ras, vlug, levendig, flink, sterk, krachtig’.

Raquet, Raquette, Raquez, Racquet, Racquette, Racquez, Racket, Raket: Afleiding van Picardisch raque, Oudfrans rasque: modderpoel. Plaatsnaam.

Raschdorf: Plaatsnaam Rasdorf (Hessen).

Rascop. Nederduitse familienaam Ras(e)kop: raaskop, heethoofd. Vergelijk Rauscop.

Rasenberg, Razenberg. Plaatsnaam.

Raset, Rasez, Razée: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Raas.

Rasier, Rasie, Rasir, Rasy, Rassier, Razier, Razir, Raisier, Raisir, Raisière: Oudfrans rasier, rasière, Oudpicardisch raisier, Middenenderlands razier: korenmaat. Beroepsnaam van de korenmeter.

Rasker. Middelnederlands rasscher, van rasschen: zich haasten. Vergelijk Rasschaert.

Raskin, Rasking, Raskins, Raszkin, Raskinet, Raskeync, Raskynx, Raeskin, Raeskinet, (de) Rasquin, Rasquinet, Rasquain, Rasquinha, Reeskens, Reuskens, Reijskens. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Raas.

Rasmussen, Rasmus, Rozmus: Vadersnaam. Korte vorm van Griese heiligennaam Erasmus 'beminnelijk'.

Raspaille, van de, van der Aspaille, van Ryspaillie, van Respaille, Respailie, Respalie, van der Aspoilden, Vanderispaillie, Vandrespaille, van der Hispallie, Hispalie, Van der Hispaillie, Verspaille, van de Spailden, Vanderaspoilden. Familienaam afgeleid uit de Oudfranse plaatsnaam Raspaille, Rapaill, van Romaans raspalia; hakhout, struikgewas. Ook de naam rapalje (gespuis) komt uit dezelfde bron en is best te begrijpen). De plaatsnaam komt zowel in Vlaanderen als in het Franse deel van de wereld voor. Bijvoorbeeld Raspalje in Onkerzele (Oost-Vlaanderen).

Raspe, Raspé: Middenenderlands en Oudfrans. raspe: rasp. Beroepsnaam voor een rasper of maker van raspen.

Raspiller, Rapelier, Reparlier, Raparlier, Respeliers, Respelier, Repriels, Repplier. Uit Raspaillier, Rapaillier, van plaatsnaam Raspaille, Rapaille, wat zoveel als struikgewas betekent. Deze namen zouden vondelingennamen kunnen zijn.

Raspoet. Raspoet komt uit het Middelnederlandse 'ram(p)spoet': treurige toestand, ongeluk. Een bijnaam die iemand meegekregen heeft omwille van grote tegenslag of ongeluk.

Rassaert, Rassaers, Rassart, Rassaerd, Rassard. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Raas.

Rasschaert, Rasschaerts, Rasschaerdt, Raesschaert, Raeschaert, Rascaert, Raskar, Raskart, Rascar, Rasquart, Rassckaert, Rosschaert, Ransschaert, Ranschaert. Bijnaam uit het Middelnederlandse rasschaerd, van rasch: vlug iemand, vluggerd.

Rassel, Raselle, Rasele, Rassalle, Raseau, Rasseaux, Rassauw, Rassoux. Varianten van Rossel(le)/Rousseau. Zie bij Rossel.

Rassel, van: Uit Verrassel, van Verasselt, van Verhasselt, van van der Hasselt. Plaatsnaam ter Hasselt ‘plaats waar hazelaren groeien, hazelarenbosje’. Rassel, Rassele, Rasselle, Rassallé, Rasseaux, Rasseau, Rassauw, Rassoux, Ressauw: Wel niet van de voornaam Rasse (Raas), maar variant van Rossel(le)/Rousseau met voortonige klinkerwijziging (vergelijk Risseeuw, Marcel).

Rasseneur, Rasseneux, Rasneur, Rasneux, Rancheneur, Racheneur, Resseneur, Rassemeur, Rosseneu, Rossenu, Rossenue: Afleiding van het werkwoord rachener (Frans rassembler) in de Borinage en het Rouchi. Bijnaam voor iemand die kolen raapt (op de slakkenberg).

Rassin. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Raas.

Rasson, Raçon, Racon, Rosson: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Razo: Raas.

Raster, Rasters. Duitse afleiding van de plaatsnaam Rast; rustplaats.

Rat, Rath, Raths: 1. Vadersnaam Verkort van een voornaam als Ratfried. 2. Beroepsnaam: raadsheer, raad. Vergelijk De Raet.

Ratcliff. Zie Radcliffe. Verspreide Engelse plaatsnaam: rode klip.

Ratel. Beroepsnaam van de ratelwacht, klepperman, nachtwacht, die de bevolking met een ratel waarschuwde. Vergelijk Belleman(s). Ook beroepsnaam van de klokluider, die de stadsklok luidde.

Rath, de: Wellicht: De Rat. Bijnaam naar het knaagdier, bijnaam voor een kleine handige vluggerd. Of= De Raet?

Rath, van den: Verspreide Plaatsnaam Rath: Rode (Noordrijn-Westfalen).

Rathé, Derathé, Rathe, Rattez, Rotté, Rotte, Rothé, Routé, Rottey, Rotey, Rutté: Heel waarschijnlijk variant van Rotti(e)/Rot(t)y; zie Rottiers.

Ratelband: Bijnaam voor iemand die met een band ratelt?

Ratheiser. Ontrond van Rathäuser, van Rathaus: raadhuis. Maar Rathâuser is waarschijnlijk hypercorrect voor Rothäuser, van plaatsnaam Rothaus(en). Vergelijk Raatschelders.

Ratjen, Rathke: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse voornaam, zoals Ratfried, Rathart.

Rathmes, Ratmes: Waarschijnlijk Waalse reductie van Duitse familienaam.

Ratier, Ratti, Rattier, Rathy, Raty: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam rêd-hari 'raad-leger': Ratharius. Of variant van Rottier/Rotty.

Ratieuville. Plaatsnaam (Authieux-)Ratiéville (Seine-Mar.). Ook familienaam Ratieville.

Ratinckx, Ratin, Ratink, Radinck, Radink, Reding, Retinc. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse rêd-naam: Radingus, Ratingus, Rado.

Ratingen, van, Ratttinghe, Rattingen, (van): Plaatsnaam Ratingen bij Düsseldorf (Noordrijn-Westfalen).

Raton. Oudfrans raton; kleine rat. Bijnaam.

Ratmeiser. Leider van een rot, groep.

Ratte. Middelnederlands ratte; rat.

Ratz, Rats, Rätz, Ratzel: Vadersnaam. Duitse vorm van de Germaans naam Razo, van rêd-so, pendant van Raas.

Ratzborg. Plaatsnaam Ratzeburg (Duitsland, O.-Pruisen).

Ratzersdorfer, Ratzesdorfer. Plaatsnaam Ratzendorf, Beieren.

Rau, Rauw, de, Rau, Raue, (de) Rouw, Rauwens, Rouwen, Rouwens. Bijnaam uit het Middelnederlandse rau(w): ruw.

Rau, de, Rauw, de, Raue, (de) Rouw, Rauwens, Rouwens, Rouwen: Bijnaam. Middelnederlands rau(w): ruw, onbeschaafd. Vergelijk Rauh.

Rauwerda: Friese afleiding van de plaatsnaam Rauwerd (Friesland), Fries Raerd.

Raus, Rauws. Afleiding van Rauw.

Räuber. Rover.

Rauch, Rauck, Raucq: 1. Middenhoogduits rouch, Middennoordduits rôk: rook. Vandaar Nederduitse familienaam Roock, Rook. Beroepsnaam voor een smid. 2. Variant Van Rauh.

Raucourt, Raucoux. 1. Plaastaan in Meux (Namen) en Frankrijk (Nord, Meurthe-et-Mos., Ardeche., Vosges). 2. Variant van Rocour.

Rauh, Rauher: Bijnaam. Middenhoogduits rûch, rûhe: ruw, ruig; harig, stoppelig. Vergelijk Rauw.

Rauïs, Rauis: Moedersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam rêd-wid 'raad-boom': Radioidis, Ratwis.

Raumans, Roumans, Ruymans, Ruman, Rumans: Afleiding van De Rauwe: de ruwe

Raussens, Rausens. Variant van Raessens of Waalse verschrijving voor Roos(s)ens.

Rausa, Rasa, Raza. Plaatsnaam Rausa in Amay en Ombret (Luik).

Rausch, Rauchs, Rauschen, Rausche, Rousche, Rousch: Bijnaam. Middenhoogduits, Middennoordduits rûsch: onstuimigheid, bruisende beweging. Bijnaam voor een lawaaierig mens; vergelijk Reuscher(t).

Rauscop, Ruijschop, Rouschop, Roujob, Rauschkop. Bijnaam voor een onstuimige, lawaaimaker. Vergelijk Ruysschaert, Rausch, Nederduits Dusekop. Zie ook Rascop.

Rausin, Raussin, Rawsin, Rauscent, Raucent, Raussent: Vadersnaam. Waalse afleiding op -ecin van de voornaam Raoul.

Rauter. Tiroolse vorm van Duits Reuter, van Middenhoogduits riute: rode, gerooid land of bos.

Rauwel. Vadersnaam van Raoul, Romaanse vorm van de voornaam Radolf. Zie Radoux. Vergelijk Raveau(x).

Rauwers: Beroepsnaam van de lakenruwer of-rauwer, de lakenvolder.

Ravach, Ravache, Ravèche, Ravêche: Oudfrans ravace: overstroming, stortvloed?

Ravels, Raaffels: Plaatsnaam Ravels (Provincie Antwerpen).

Rave (de), de Raeve, de Raaf, de Raef, Raeven, Raevens, Raven, Ravens, Raeves, Raaf, Raaf, Raaff. Bijnaam naar bijvoorbeeld de pikzwarte haarkleur. Of een vadersnaam uit de Germaanse voornaam hravar; Ravemar, Walrave, die een lidwoord kreeg en als vogelnaam geherinterpreteerd werd.

Raveau, Raveaux, Ravaux, Ravua, Ravaut, Ravays, Raway, Ravalau, Ravel, Raveleau, Ravelle, Raveel. Vadersnaam uit Rawel, Ravel. Dit zijn varianten van de voornaam Raoul, eventueel afleiding op –el.

Ravegeer, Ravegeers. Vadersnaam. Germaanse voornaam hraban-ger 'raaf-speer': Ravangerus.

Ravelingien, Ravelingeen, Ravelingée, Ravelenghien, Ravelengien, Ravelengee, Ravalinghien. Naam uit de plaatsnaam Raulengh(i)en in St.-Léger (Henegouwen).

Ravels, van, van Raevels: Plaatsnaam Ravels (Antwerpen).

Raven, Ravens, Raeven, Raevens, Raeves: Vadersnaam. Vleivorm van een Germaans hraban-naam, zoals Walrave.

Ravenaux. Plaatsnaam Raveneaux (Saône-et-Loire).

Ravenel. 1. Plaatsnaam Ravenel (Oise). 2. Middenfrans ravenel: meikever. Bijnaam.

Ravenhorst, van. Plaatsnaam Ravenhorst in Winterswijk (Gelderland): hoog ruig nest van raven. Ook Duitse plaatsnaam Rabenhorst.

Ravensbergen: Plaatsnaam Ravensbergin Reeuwijk (Zuid-Holland).

Ravenstein, (van) Ravesteyn, (van) Ravensteyn, (van) Ravestijn, (van) Ravenstijn, (van) Ravestyn: Plaatsnaam Ravenstein in Uckerath (Noordrijn-Westfalen), Aardenburg (Zeeland) en in Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant.

Ravenswaaij, van: Plaatsnaam Ravenswaai (Gelderland).

Raverdy, Reverdy: 1. Oudfrans raverdie: loof, gebladerte, groen. Bijnaam. 2. Plaatsnaam Reverdy (Savoie). 3. Voltooid deelwoord van Oudfrans raverdir, Frans reverdir. Bijnaam: verjongd.

Raveschot, Raeveschot: 1. Plaatsnaam in Eeklo en Adegem (Oost-Vlaanderen). 2. Wellicht ook plaatsnaam in de buurt van Lv. (Vlaams-Brabant).

Ravesloot. Plaatsnaam Ravels: 1165 Ravenslo?

Ravet, Ravez, Ravets, Ravetz, Raveits, Raveyts, Raveydts, Ravijts, Ravyts, Ravyedts, Ravits, Ravijst, Ravyst, Revets, Rawet, Rauwet, Rawoé, Raë, Rae, Raa, Raiwet, Raiwez. 1. Vadersnaam uit de voornaam Raoul. Dit is de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam, red-wulf. 1. Beroepsbijnaam uit het Oudfranse ravet: mierikswortel.

Ravestein, van Ravesteijn: Plaatsnaam Ravenstein (Noord-Brabant) en in Aardenburg (Zeeland).

Ravia: Centraal-Waalse variant van Raveau, van Ravel. Vadersnaam. Rawel, Ravel, variant van de voornaam Raoul, van Germaans Radolf.

Ravignat, Ravigna, Raviar, Raviart, Raviaer, Ravias, Ravignon, Ravignot, Ravion: Vadersnaam. Afleiding op -ignard, -ignon, -ignot van voornaam, zoals Raoul (vergelijk Ravel, Ravet) of een hraban-naam (Rave-).

Ravinet. 1. Afleiding van een Germaanse hraban-naam; zie Raven(s) 1. 2. Vleivorm van de voornaam Raoul (zie Radoux).

Ravo. Wellicht spelling voor Ravau(t).

Ravyse. Oost-Vlaamse familienaam zoals Ravyts. Daarom variant ervan via metathesis Ravyst, van Ravets.

Rawart, Rawa, Rawas, Reward: Vadersnaam. Germaanse voornaam rêd-ward 'raad-bewaarder': Radward.

Ray, Raye. 1. Oudfrans raie: rog (visnaam). 2. Plaatsnaam Raye (Pas-de-Calais) en in Ensival (Luik).

Rayet, Rayez, Rayé, Rayée, Rayee, Raë, Rae, Raa. Vadersnaam uit Rahier. Zie daar.

Raymond, Raymont, Raymon, de Raymond, Raimondi, Raimont, Raimon, Raimond, Raimondo: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-mund 'besluit-bescherming': Regenmundus.

Rayon. Vadersnaam. Afleiding van Rahier of Romaane verbogen vorm van Germaanse korte voornaam Rado.

Reabel. Variabel: Niet geïdentifîceerde plaatsnaam (Spanje?). Variabel door assimilatie nr/r < Van Reabel.

Read-Cutting. Engels-Schotse dubbelnaam. Het read-deel (bijnaam uit het Oudengelse read: rood) verwijst naar een rode haar- of gelaatskleur. Of komt uit de Oudengelse plaatsnaam Read (dit uit het Oudengelse roegheafod: berenland of uit het Oudengelse hreod: rietland met struikgewas). Of uit de Oudengelse plaatsnaam Ried (onze Nederlandse tegenhanger is Rode): plaats waar de bomen gerooid zijn. Het cutting-deel is een vadersnaam, een knuffelvorm van Cudbeort, dat later de Germaanse naam Cuth-bert werd.

Real, Real, Réaux, Reeuws, Rial, Roial, Royal, Royaux, Royo: 1. Middenfrans real, Frans royal, Middelnederlands reael: koninklijk, royaal, mild, edel. Ook muntnaam: de reaal. Real is ook Spaans. De plaatsnaam Real (afkomstig uit het Arabisch): boerderij. 2. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam rêd-wald 'raad-heerser': Ra(d)aldus.

Réard, Reard, Reardon, Rea, Rayard, Riard, Riat: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam rêd-hard 'raad-sterk': Rathardus.

Réaux, Reeuws: Reeuws is de Waals-Vlaamse aanpassing van Réaux. 1. Plaatsnaam Réau (Seine-et-Marne), Réaux (Char.-Mar.). 2. Uit Real.

Rebeck. 1. Moedersnaam. Bijbelse voornaam Rebecca. 2. Plaatsnaam Rebecques (Pas-de-Calais).

Rebel: Middelnederlands rebel, ribel ‘weerspannig, oproerig’. Bijnaam.

Reber, Reeber. Duitse beroepsnaam van de wijnboer.

Rebere, Reberez, Rébére, Rébérez, Rebérez, Rebree, Rebre, Rêverez: Variant van Reubrez, Rubrez, vleivorm van de voornaam R(e)ubrecht, Robrecht? Of variant van Ribreu(x)?

Reberg, Rebergen, van, Reebergen, Rhebergen. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Rebholz. Duits Rebholz: druivenstok. Beroepsnaam van de wijnboer.

Rebours, Rebout: Bijnaam. Oudfrans rebors, van Latijn reburrus: met borstelig, stekelig haar; (figuurlijk) nors, bars.

Rebuffat, Rebufat, Rebuffat, variant van Rebuffe, Rebufé, Rebiffé. Bijnaam voor iemand die de neus optrekt.

Receveur. Beroepsnaam van de ontvanger, inner van belastingen, tienden.

Recht, Rech, de Regt: Middelnederlands recht: rechtvaardig, rechtschapen, braaf. Bijnaam. Vergelijk Rechtschaffen.

Rechsteiner: Afleiding van plaatsnaam Rechtenstein (Baden-Württemberg)?

Rechter, de; de Richter, Richters, Rigter, Rigters, Rigterink, Boerrigter, Rychter, de Reghter, de Regter, Regters, Riegter: Beroepsnaam van de rechter, schout, ambtman.

Rechtschaffen. Bijnaam voor een rechtschapen man.

Reck, van, van Reckt, van Drecq, van Dreck: 1. Plaatsnaam Recq (Henegouwen). Zie Derecque. 2. Zie Van (de) Reck. 3. Zie Van Reek.

Reck, van (de), van Drecq, van Dreck, Vandereck: Rek: droogrek waarop de nieuw gevolde lakens werden gehangen. Naar de woonplaats of het beroep van de rekhouder.

Reckem (van), van Reckhem, van Rechem, (van) Recken. Familienaam uit de plaatsnaam Rekkem in West-Vlaanderen.

Recker, Reckers, Reckert, Rekkers, Reker, Reekers: Vadersnaam. Variant van Rijker(s), eventueel van Ryckaert(s).

Recki. Franse familienaam Requis, Requier, van Riquier.

Reckinger. Duitse plaatsnaam Reckingen.

Reckt, van. 1. Plaatsnaam Recht, Luxemburg. 2. Zie van Reck.

Recktenwald. Plaatsnaam Rechtenwald.

Reclaire, Reclercq: Franse familienaam Régulaire: regulier geestelijke, monnik.

Recloux. Oudfrans reclus: afgesloten ruimte, kluizenaarswoning. Plaatsnaam of bijnaam voor een heremiet, eremijt.

Reconnu. Frans reconnu: herkend, (>) erkend, bekend.

Recoquiller, Recoquillion, Recoquillon. Afleiding met re- van Oudfrans coquillier: maker van mutsen (Oudfrans coquille). Bijnaam voor iemand met een muts, of die mooi gekapt is? Les cheveux frisez et recoquillez. Of Oudfrans recoquillé: die een stevige, flinke penis heeft, viriel. Oudfrans coquille: penis.

Recorbet. Bijnaam Recourbé: met gebogen rug. Vergelijk Courbet.

Recordon, Recourdon: Afleiding van Oudfrans record: herinnering, verhaal, getuige. Franse familienaam Record.

Recoulès, Recoules. Plaatsnaam (Cantal, Lozère, Aveyron).

Recour. 1. Plaatsnaam Recourt in Cortil-Wodon (Namen). 2. Variant van Rocour. 3. Zie ook Derécourt.

Recoura, Recourat. Variant van Recourat/Recurat. Plaatsnaam in onder andere Lot en Saillac.

Recouvreur. Beroepsnaam van een dekker. Vergelijk Couvreur.

Rectem. Plaatsnaam Rectum in Wierden, Overijssel.

Rector. Beroepsnaam van en rector, bestuurder, hoofd van klooster of onderwijsinstelling.

Reculé, Reculé, Reculez, Recule, Recueilez, Recolet, Recolet, Recollet, Recolle, Recollecte: Plaatsnaam. Afgelegen (reculé) plaats. Plaatsnaam Le Reculle in St-Martin-Boulogne (Pas-de-Calais). Recolet en varianten zijn latere reïnterpretaties, want de recollecten dateren pas van 1602.

Redant, Reydant, Reydams, Reydon, Rydant, Rydans, Rydams, Rijdams, Rijdant, Ridon, Ruidant, Ruydan, Ruydant, Rudan, Rudant, Rudent. Vadersnaam uit een Germaanse rid-naam zoals Ridbaldus, Ridwart. Vergelijk Ridart, Ridoux, Ridouar.

Rede, de, Deré, Dere, Derez, Derhe, Derhé: De Rede=De Gerede. Bijnaam voor iemand die altijd gereed, klaar is, bereidwillige. Vergelijk Ongereet.

Redel: Vermoedelijk Duits Redle, van (Kon)rädle, verkleinvorm van de voornaam Konrad.

Redeman, Redemans, Redemann, Redmann, Reddemann, Reddmann, Reeman, Reemans, Reman, Remans, Remand, Remande, Remant, Rémant. 1. Afleiding van het Nederduitse Rede: moeras. 2. Vadersnaam. Variant van Rademan, Raman(uit de Germaanse voornaam rad-man: raad-man).

Reder, Reeders, Redert: 1. Beroepsnaam van de bereider, bewerker van stoffen, bijvoorbeeld lakenreder. 2. Vadersnaam. Nederduitse vorm van de Germaanse voornaam rêd-hari ‘raad-sterk.

Rediers. 1. Vadersnaam Redier. Germaanse voornaam rêd-hari; zie Reder 2., Rahier. 2. Zie Rodier(s).

Rédiger, Rediger: Vadersnaam. Germaanse voornaam rêd-ger 'raad-speer': Hredgaerus.

Reding, Redig, Reddin, Redding, Reddink, Reddingius: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse rêd-naam, zoals Radboud, Radbert, Ramond.

Redlich. Bijnaam. Middenhoogduits redelich: welsprekend, verstandig, rechtschapen.

Redolfi. Vadersnaam. Italiaanse Rodolfi van Germaanse vornaam Rodolf.

Redon, Redondo. Occitaans, Catalaanse bijnaam; rond.

Redouté, Redoute, Redouty, Redoté, Redotté, Redotte, Redottez, Leredotté, Leredotte: Frans redouté: gevreesd, geducht. Bijnaam.

Ree, van, van Rey, van Reye: Plaatsnaam Ree (Drenthe).

Reed. Engelse familienaam Read. Oudengels read, Engels red: rood. Bijnaam.

Reede, de; Ree, de Reet: De Rede = de Gerede. Bijnaam voor iemand die altijd gereed, klaar is, een bereidwillige.

Reede, van; van Reeden, (van) Ree, van de(r) Ree, van (de(r)) Rhee: Plaatsnaam Reede bij Den Helder (Noord-Holland), Ree in Vries (Drenthe).

Reedeker, Redeker: Nederduitse beroepsnaam, van Middennoordduits Redeker ‘radenmaker, wagenmaker’

Reedijk: Plaatsnaam Reedijk (Binnenmaas, Zuid-Holland).

Reek, van, van den Reek, van den Reeck, van Reckt, van Reck: 1. Plaatsnaam Reek in Bilzen of in Noord-Brabant. 2. Zie Van Reek.

Reekers, Rekers, Rekkers, Reckers: Vadersnaam. Reker, van Germaanse voornaam Rijker.

Reekmans, Reeckmans, Reeckmann, Reechtmans, Rechtman, Reckman, Reckmans, Reckmann, Raickmanne, Raickman: 1. Afleiding van Van den Reke, Van der Reken, Van Reek of Van Reek. 2. Vadersnaam. Afleiding van Re(c)k.

Réel, Reel, Reels, Rels, Rheel, Relens, Reeling, Reelinck, Relick, Relik: Vadersnaam Réel, van Radilo, afleiding van Germaanse rêd-naam. Vergelijk de voornaam Reelf, van Radolf, Rel, van Reilof en Friese voornaam Reeltsje.

Reems, van: Plaatsnaam Reemst in Ede (Gelderland).

Reempst, van. Plaatsnaam Riemst (Limburg) of Reemst in Ede (Gelderland).

Reen, van. Plaatsnaam in Lutkewierum (Friesland).

Reenen, van, van Rhienen: Plaatsnaam Rhenen (Utrecht).

Reeper, de, Reepere, de, Repper, Dereepere, de Reepre, Reper: Beroepsnaam van de reper, touwslager.

Reepingen, van, Reepinghen, van, van Reepinghem: Plaatsnaam Repingen in Vollezele (Vlaams-Brabant).

Reepkens, Repkes. Afleiding van Reep, Rip. Vadersnaam.

Reepmaker, Reepmakers. Beroepsnaam van de reepmaker, de reper of touwslager. Vergelijk De Reeper.

Reeren, Reerink, Reering, Reeringa, Rerren: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam  Reerdink, Rederding, Retharding, Rethart, Redert: rêd-hard 'raad-sterk'. Ook Nederduitse voornaam Reder. Friese voornaam Reer, varint van Reier. In Westfalen onder den Hoogduitse vorm Rörink, hoewel er ook aan deze zijde onzer oostelijke grenzen Reurink’ s, Rörink’ s en Rörik’ s (dit is een versletene vorm) wonen.

Rees, van: Plaatsnaam Rees in Kasterlee (Provincie Antwerpen).

Rees, (de), Reese, (de), de Rese, de Reze, Derèse, Derèze: Middelnederlands rese: reus. Bijnaam voor een reus van een kerel. Vergelijk De Reuse.

Reest, van de(r): Door verkeerde scheiding of ontleding van een naam uit van der Eest. Plaatsnaam Eest ‘ast, droogoven’ (zie van der Est). In Friesland is ees(t) ‘bijeen gelegen bouwland, es’, est kan ook een spelling zijn voor heest ‘beukenbos, struikgewas’.

Reesema,  Redersma, Redartsma, Reersema, Reersna, Redartsma, Reersema, Reesink, Reterink, Reerink, Reering, Reurink,

Rörink, Rörik, Rördts, Rierink, Reurts, enz.; vadersnaam, Germaanse naam Rese, redart, Redhart.En tevens de plaatsnamen Rederstall, een dorp in Ditmarschen; Redertshausen, een dorp by Friedbergen in Ober-Beieren, Reringhausen bij Olpe in Westfalen, Reersum (Rethardesheim) bij Norden in Oost-Friesland.

Reeter: Wellicht variant van Reiter ‘ruiter’.

Reeth, van, Reet van, van der (der) Reeth, van Reth, Verreet, Verret, Verreth, Vered, Veret, Verit: 1. Plaatsnaam Reet (Provincie Antwerpen). 2. Eventueel van Van der Reet.

Reeuwijk, van. Plaatsnaam Reeuwijk (Zuid-Holland).

Reffay, Rifay: Plaatsnaam Refail (Namen): 1211 Refai.

Refrégler, Refrégé. Bijnaam voor een kouwelijk mens.

Refuge. Plaatsnaam Refuge: toevluchtsoord. Abdijen en kloosters hadden vaak een refuge in de nabije stad.

Regan. Ierse familienaam, ook O'Regan: afstammeling van Riagàan: kleine koning.

Regeer, Regheere, Reger, Rieger, Reghers, Reggers, Réggers: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-ger 'raad-speer': Reggers en Reghers kunnen eventueel uit Regaerts verdoft zijn (zie Reingardt).

Regel, de, de Reghel, Reigel, Reygel, Reijgel. 1. Vadersnaam uit een ragin-naam. 2. Bijnaam uit het Middelnederlandse regele voor bijvoorbeeld iemand die heel strak op de regels let. Zich aan de regels houdt.

Regelbrugge. Plaatsnaam Regelsbrugge in Aalst (Oost-Vlaanderen).

Regeling, Reilingh: Vadersnaam. Afleiding van Regel, verkleinvorm van ragin-naam: Regilo.

Regelink, Regellinck. Vadersnaam. Afleiding van Regel.

Regemortel, van, van (den) Regenmortel, Remortel, van Remortelle, Remortele, (van) Remoortel, Remoortele, van Remoortere, van Regenmorter, van Regenmoorter, van Regemoorter, van Regenmoortel, van Regemortel, Regenmortel, Regenmortels, Regemortel, Regemortels, van Regenmorter, van Regemorte, van regenmeuter, van Regemeuter, Regenmeutter, Regemeuter, van Reguemortel, Reguemeute, Reguemente, van Remoorte, van Remoortel, van Remorte, van Remortel, van Remoortere, van Remoorter, van Remooretere, van Regemortel: Plaatsnaam Regenmortel ‘drassige grond als grensscheiding’. Plaatsnaam in Kontich, Reet (Provincie Antwerpen) en bij Helvoort (Noord-Brabant).

Régent, Regent. Middelnederlands régent: bestuurder, prelaat. Bijnaam, beroepsnaam.

Regenwettr, Regenvetter. Bijnaam; regenweer.

Regge, de. Reïnterpretatie van Der(h)egge, van Van der Heggen.

Regina. 1. Moederrsnaam. Latijnse heiligennaam Regina 'koningin'. Ook vrouwelijk van Germaanse ragin-naam: Ragina.2. Variant van Reginard, Regnard = Reinaert.

Régine, Regien. Moedersnaam. Latijnse heiligennaam Regina.

Reginster. Plaatsnaam in Louveigné (Luik).

Régis. Afleiding van Latijn rex; koning.

Regoort: Waarschijnlijk door dialectische uitspraak uit Regaert, van Reingard. Moedersnaam. Germaanse voornaam ragin-gard ‘raad-gaard’: Raingardis.

Reguème, Reghem, Reghem: Vadersnaam. Germanse voornaam rîk-helm 'machtig-helm': Richelmus, Riquelmus.

Regt, (de): Spelling voor de Recht. Bijnaam. Middelnederlands recht ‘rechtvaardig, rechtschapen, braaf’.

Regtop, Rechtop, Zijtregtop, Regtuit, Oprecht, Aufrecht. Bijnaam, als naar de rechtopgaande gestalte.

Reh, Reeh, Rehe. Duitse bijnaam Reh; ree.

Rehfeldt, Réfeld: Duitse plaatsnaam Reh(e)feld.

Rehlinger. Duitse plaatsnaam Rehlingen.

Rehman, Rehmann, Rehermann, Rehema: Vadersnaam Rei(n)marm, afleiding van ragin-naam.

Rehorst. Plaatsnaam Re-horst; ree-bosje.

Reiber, Reyper: Beroepsnaam. middenhoogduits rîber: badknecht, (van pej) boef.

Reich, Reiche, Reichen, Reisch: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam. Korte vorm van rîk-naam. Vergelijk Ryk. 2. Bijnaam voor een rijke. Vergelijk De Rijk.

Reichard, Reichart, Reichart, Reichartz, Reichertz, Reicher, Riechers, Riechers, Riechers: Vadersnaam. Duitse vorm van de Germaanse voornaam Rijkaard, Richard.

Reichel, Reichelt, Reichl, Reischl, Richil, Richl, Richel: Vadersnaam. 1. Afleiding van Germaanse rîk-naam. Vergelijk Reichlin(g). 2. Germaanse voornaam Reichwald

Reichenbach. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Reichenberg. Verspreide Duitse plaatsnaam.

Reicher, Riechers: Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Rijker; zie Rijkers. Of van Reichert.

Reichler, Reychler: Vadersnaam. Afleiding van Reichel(t).

Reichlin, Reichling, Raychlin: Vadersnaam. Duitse afleiding van Germaanse rîk-naam. Vergelijk Ryckelynck.

Reichman, Reichmann, Rejchman, Richmann, Richtmann, Richtman: Duitse pendant van de familienaam Rijkman(s).

Reicksmann: Duits Reichmann, pendant van Rijkman, Germaanse voornaam rîk-man: Ricmannus, Richman.

Reidanus. Latinisering van Reid (zie Reith 2.); vergelijk Reidinga, Reijding.

Reidemeister, Reymester: Beroepsnaam van de ritmeester.

Reiden, van der: Door verkeerde scheiding of ontleding van een naam uit van der Heiden.

Reif, Reiff, Reeff, Réeff, Reff: 1. Vadersnaam. Korte vorm voor Reifin, vleivorm van Germaanse voornaam Renvard, Reinveerd, Raginfrid. 2. Duitse familienaam Reif(f ) van Rîfo, van Germaanse voornaam Rîchfrit. Zie Ryf. 3. Duitse familienaam Reif(f) kan ook een beroepsnaam zijn voor een kuiper (naar de hoepel) of huisnaam.

Reifenberg. Plaatsnaam, Beieren, Rijnland-Palts.

Reiffer, Reiffers, Reffers: Vadersnaam. Germaanse voornaam Rifarius, Riferius, Ripherus.

Reifferscheidt: Plaatsnaam Reifferscheid (Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts)
Reigel, Reigil: Vadersnaam. Verkleinvorm van ragin-naam: Regilo.

Reiger, de; de Reijger, de Rijger, de Reijer: Bijnaam naar de waadvogel, de reiger. Voor iemand met lange hals of spillebenen.

Reiher. Bijnaam. Duits Reiher: reiger. Vergelijk De Reygher(e), Reiger.

Reijendam, van. Plaatsnaam Reidam in Oostkamp, West-Vlaanderen.

Reijten, van. Wellicht variant van Van Reydt.

Reilhof. Vadersnaam. Germaanse voornaam Reilof; ragin-wulf.

Reiling. Duitse plaatsnaam Reilingen.

Reilly. Plaatsnaam (Oise). Of variant van Rely?

Reim, Reym, Reijm, Reims, Rem, Rym, Rymen, Rijm, Rijmen, Reime, Reymen, Ruymen, Ruijmen. 1. Vadersnaam uit Ryme, Rim(m)o: knuffelvorm van de Germaanse voornaam Rikmar. 2. Vadersnaam, verkorte vorm van Reimaar, Reimboud of Rembert. 3. Vadersnaam of moedersnaam, knuffelvorm van de voornaam Remigius, Remigia. Vergelijk afleiding Reimkens in Limburg.

Reiman, Renema, Reneman: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-man ‘raad-man’.

Reimer, Rajmer. Duitse vadersnaam. Zie Reimers.

Reimer, Reimers, Reymer, Reymers, Remer, Rémer, Reemers, Remmers, Remmersma, Remmersna: Vadersnaam. Germaanse voornaam Reginmar, ragin-mêr 'raad-beroemd': Ra(g)inmar, Regemarus.

Reimeringer, Reimerink. Plaatsnaam Reimering, Beieren.

Reimersdal, Reimersdahl, (van) Reymersdael, (van) Rijmersdael, (van) Rymersdael, van Ruymersdael: Plaatsnaam Remersdaal (Limburg).

Reimerswaal, van, (van) Remmerswaal, Remmerzwaan, Rimmelzwaan, de Rommerswaele: Plaatsnaam Reimerswaal, in 1530-1552 verdronken stad op Tolen (Zeeland).

Reimet, Remits: Vadersnaam. Limburgse vormen van Germaanse voornaam Reimboud, Reinboud, via Reimots.

Rein, Reyne, Reynen, Reynens, Reijnen, Reijn, Rijnen, Reine, Renn, Rennen, Renne, Reyns, Reyn, Reijns, Reins, Rens, Reens, Rents, Rins, Ryns: Vadersnaam. Korte vorm van Germaanse ragin-naam, zoals Reinaert, Reiner.

Reinaer, Reinaers, Reinarz, Eeinartz, Reynaers, Reijnaers, Renar, Renaer, Renaers, Renaeers, Reenaers: Vadersnaam. Theoretisch de Germaanse voornaam Reinaar: ragin-hari, ‘raad-sterk’: Reg(e)nardus, Raginhardus, Rainardus.

Reinaert, Reinard, Reinart, Reinards, Reinarts, Reinarz, Reinartz, Reinaerts, Reinertz, Reinerz, Reinaer, Reinaers, Reinaerst, Reinard, Reinardt, Reinhart, Reinharz, Reinha, Reinhas, Rheinhard, Reynaarts, Reynaert, Reynaerts, Reynaertz, Reynertz, Reynersz, Reynaers, Reynardts, Reynards, Reynartz, Reyna, Reijnaert, Reijnaerts, Reijnaers, Rynaerts, Rynaert, Rijnaerts, Rijnart, Rinnaert, Renard, Renar, Renart, Renarts, Renaert, Renaerts, Renaers, Renaer, Renardy, Renardie, Lerenard, Rénaers, Renaeers, Reenaerts, Reenaers, Renna, Reneert, Renert, Rennerts, Rennertz, Renerte, Renert, Rénerte, Rénert, Rinert, Regnard, Regnart, Raynard, Roynard: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-hard: 'raad-sterk': Reg(e)nardus, Raginhardus, Rainardus. In de roman 'Van den vos Reinaerde' kreeg de vos zoals de andere Middelnederlandse dieren een mansnaam. In het Frans taalgebied was de 'Roman du renard' zo populair, dat de eigennaam renard soortnaam werd voor de vos en het oude woord goupil (van Latijn. Vulpicellus; vosje) verdrong. Zie ook Reinaer(s).

Reinbout, Reinbold, Reinboit, Reinbot, Reinbothe, Reymbouts, Reymbaut, Regibaut, Regibaux, Regibeau, Regibo, Regibot, Régibot, Rigebo, Résibeau, Résibois, Resibois, Resboux, Rimbold, Rimbout, Rimbaut, Rimbaud, Rimbaet, Rimbeau, Rimbeaux, Rimbauw, Rembouts, Rembaut, Rembaud, Rembaux, Rembold, Raimbaud, Raimbault, Rainbeaux, Reynebeau, Rennebo, Reeneboog, Renneboogh: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-balth ‘raad-moedig’: Raginbold, Rainbold, Reinboldus, Rembaldus. Vergelijk Rambout 2.

Reindel. Vadersnaam. Oudhoogduitse afleiding van Germaanse ragin-naam.

Reinders, Reijnders, Rijnders, Rinders, Rynders: Vadersnaam. Met epenthetische d(vergelijk donder < donre) uit Reiners. Germaanse voornaam ragin-hari‘raad-leger’: Raginhari, Reginarius, Reiner(us).

Reinecke, Reineke, Reinike, Reinicke, Rijneke, Rijnek, Rynek, Rynik, Rennecke, Renique: Vadersnaam. Nederduitse afleiding van ragin-naam; zie Renkin.

Reiner, Reiners, Reinertz, Reinehr, Reyners, Reyner, Reijners, Reijner, Regener, Reinehr, Renner, Reeners, Reners, Rener, Renerius, Reinders, Reynders, Reijnders, Rijnders, Rynders, Rinders, Rinder, Renders, Rainier, Raignier, Reignier, Reigner, Reygnier, Regniers, Regnier, Regner, Regniez, Regnez, Regny, Reyniers, Reynier, Reijniers, Rijniers, Ryniers, Rynier, Reinier, Reynheere, Rniers, Renier, Renière, Reniere, Rayner, Regnery, Renery, Renieris: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-hari 'raad-leger'. Raginhari, Reginarius, Reiner(us). Rainier/Renier is de Romaanse vorm. 2. Soms verward met Reinaard. Renard uit Renier; Renier uit Reinhart; of met Reinoud.

Reinesch, Reinis, Reinisch, Reinitz: Vadersnaam. Silezisch-Saksische afleiding van Germaanse ragin-naam.

Reingardt, Ryngaert, Rynharz, Ringaert, Ringard, Rygaerts, Rygaert, Rijgaert, Rigaert, Rigart, Rigats, Rigas, Reigardt, Reygaerdts, Reygaerd, Reygaert, Reygaerts, Reygaers, Reijgaerts, Reghert, Regaerd, Regaert, Regard, Réga, Regat, Rega, Riega, Rièga, Riga, Ruga: Moedersnaam. Germaanse voornaam ragin-gard 'raad-gaard': Raingardis.

Reiniger, Reinigert: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-gêr ‘raad-speer’: Regingerus, Regenger, Reingerus.

Reininger. Plaatsnaam Reiningen. Noordrijn-Westfalen.

Reinoud, Reinouds, Reinaut, Reinhoud, Reinholt, Reinholz, Reinaud, Reynouds, Reynoudt, Reynot, Reynaud, Reynolts, Reynhout, Reijnhoudt, Rijnhout, Rynwalt, Rijnwalt, Renoudts, Renout, Renoult, Renout, Renauld, Renaud, Renault, Renaud, Renau, Renaut, Renault, Reneau, Reneaux, Renau, Renaux, Reono, Renosz, Rennauld, Rennaux, Renneau, Renneaux, Rainaud, Rainaut, Rainaux, Raineau, Raynaud, Raynal, Raynel, Reynal, Regnaud, Regnault, Regno, Regnoult, Raigneau, Royneau, Rainhold, Rainhol, Rainhaldi, Reginaldi, Reginaud, De Renau. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ragin-wald; raad-heerser. Raginald, Reinold, Reinoldus

Reinsdorf, Reinsdorff. Duitse plaatsnaam Reinsdorf.

Reis, Reys, Reijs, Rys, Rijs, Reisen, Reysen, Reysens, Reyses, Reyzen, Ryssen, Ryssens. 1. Vadersnaam uit een Germaanse Ragin-naam. 2. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Riso. Zie Rys. 3. Verkorte vorm van Laureys. Zie Laurentius.

Reidinga, Reitinga, Reiding, Reidsma, Reits, Friese vadersnaam Reits.

Reitsma, Reitsema, Reitzema, Retsema: Friese afleiding van de plaatsnaam Reitsum in Ferwerderadeel (Friesland).

Rejack: Franse familienaam Riac, van plaatsnaam Riac in Marseillan (Hérault).

Reijonen. Familienaam uit de plaatsnaam Raijonen in Finland.

Reisdorf, Reisdorff. Duitse plaatsnaam als in Beieren.

Reisen. Duitse plaatsnaam als in Beieren.

Reiser, Reisser, Reyser, Raiser, Raizer, Raizair, Reitzer, Reizer, Reser, Réser, Rezer, Rêzer, Risser: Middenhoogduits reisaere: soldaat, krijger, huurling.

Reisgen, Reisgies, Reiske. Afleiding van Reis, vergelijk Reyskens.

Reisinger, Reisiger, Riesinger: Verspreide plaatsnaam Reising(en), Reisig: struikgewas, rijshout.

Reismann, Reitzmann, Roizman: Beroepsnaam. Middenhoogduits reisman: krijger, huurling. Vergelijk Reiser.

Reisner, Reisener, Rajzner, Rejzner, Risner: Afleiding van Middenhoogduits reisen: te velde trekken. Beroepsnaam van soldenier, krijger. Vergelijk Reiser.

Reisse, Reiss, Reisz, Reitz, Rais, Raïs, Raïss, Rajz: 1. Vadersnaam. Joodse familienaam Reis(s) van Zacharias. 2. Vadersnaam van Ragizo, Regizo, afleiding van ragin-naam. Zie Reis 1.

Reiter, Reiters, Reitter, Reytter, Reyter, de Reytere, de Ryter: 1. Middelnederlands reiter: werkman die sloten schoonmaakt, ze zuivert van kroos en waterplanten. 2. Duitse familienaam Reiter: de Ruiter.

Reith, Raydt, Reidt, Reid: 1. Plaatsnaam Rheidt (Noordrijn-Westfalen, Reitdiep, water in Groningen). 2. Vadersnaam Reid, Reit. Friese voornaam.

Rek, Reck, Recq, Rekk, Rekx, Rex: Vadersnaam. Germaanse voornaam Recco. Of korte vorm van een rîk-naam; vergelijk Rekkers.

Reken, van der. 1. Plaatsnaam de Reke in Krombeke en Wervik (West-Vlaanderen). 2. Spelling voor Vander Eeke(n).

Rekeneire, de. Beroepsnaam van de rekenaar, die de rekeningen maakt.

Rekinger. Plaatsnaam Reckingen, Duitsland.

Rekom, van, van Rekum, Rekoms: Plaatsnaam Rekem (Limburg). Vergelijk Raikem.

Releghen, van, Relegen, van, Relecom, Relekom. Familienaam uit de plaatsnaam Relegem (Vlaams-Brabant) waar het kasteel van de heren van Relegom stond. Er is ook een gelijknamige plaats in Zemst (Vlaams-Brabant).

Rellemaekers. Onduidelijk. Verhaspeling van Reymaekers?

Relmont. Waarschijnlijk Remont met epenthetische 1.

Rem: Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse voornaam, zoals Reimaar, Reimboud, Reimbrecht/Rembert/Remmert.

Remacle, Remacly, Remark, Remak, Remarque, Remaque, Durmarque: Vadersnaam. Keltische heiligennaam Remaclus. De H. Remaclus was bisschop van Mtr. en werd vooral aan de Nederrijn vereerd.

Rembert, Remberg, Rimbert. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ragin-berht; raad-schitterend.

Rembry, Rembrij, Remmerique, Remmericq, Remericq, Rebry, Rebrij, Remmery, Remery, Remerij, Remerie, Remory, Remorij, Remorie, Remoriet. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hraban-rîk ‘raaf-machtig’: Rabanrih, Ramerich, Ramericus. De oudste vorm doet evenwel meer aan een ragin-naam denken.

Remeeus: Vadersnaam. Variant van Remeis uit de heiligennaam Remigius.

Remels, Remmel, Remmele, Remmelink. Vadersnaam uit Ramilo, een knuffelvorm van een Germaanse hraban-naam. Ramilo of van Rembert, Remboud.

Remendaer, Remanda, Remandas: Vadersnaam van Raimondard, afleiding van Raimond. Vergelijk Raymondias, Ramondou.

Remfert, Renfer: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-frith 'raad-vrede': Reginfrid, Remfredus.

Remi, Remy, Rémy, Rimy, Riemis, Remie, Remis, Remisz, Remits, Remeijsen, Remijsen, Remeysen, Remysen, Rameysen, Rameyssen, Rameijsen, Ramijsen, Ramysen, Remes, Remès, Remee, Remée, Remé, Rimez, Rimette, Rimetz. Vadersnaam uit de heiligennaam Remigius, patroonheilige van Reims. Zijn feest op 1 oktober in Keulen heette Sintermeisdag, van Sint-Remeis-dag.

Remias. Vadersnaam Remiard, afleiding van de voornaam Rémi.

Remiche, Rémiche: Duitse plaatsnaam Remich.

Remiens, Remience, Deremiens, Deremience, Deremince, Dermience, Dermiens, Dermien, Dermiemce: Plaatsnaam Remience in Morhet (Luxemburg).

Remijn, Remijnse. Oost-Vlaamse familienaam waarschijnlijk van Romijn.

Remilly, Remili: Plaatsnaam Remilly (Pas-de-Calais, Ardeche).

Remion, Remiot, Rémion, Remiton: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Rémi.

Remkes. Vadersnaam, Nederduitse afleiding van de Germaanse voornaam Rembert; ragin-berth.

Remmé: Vermoedelijk een afwijkende spelling voor Remy.

Remmen, van. Misschien van Remen = Middelnederlands Riemen, dat is Reims (Marne): Remis. Of hypercorrect voor Veremme?

Remmerden, van: Plaatsnaam Remmerden in Rhenen (Utrecht).

Remmerswaal: Plaatsnaam Reimerswaal, in 1530-1552 verdronken stad op Tholen (Zeeland).

Remy: Vadersnaam. Romaans vorm Remi/Remy van de heiligennaam Remigius.

Remortel, Remoortel, Remoortele, Remortel, Remortele, van, van Remoorter, Remoortere, van Remooretere. 1. Zie Regenmortel van. 2. Naam uit de plaatsnaam Rietmoorter: drassige grond met riet (Waasland).

Rémond, Rémon, Rémont, Remond, Remont, Remon: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Reimond. Zie Raymond.

Remouchamps, Deremouchamps, Dermouchamps, Dernouchamps: Plaatsnaam Remouchamps (Luik).

Rems. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse naam als Rembert, Remboud.

Remy, Remi, Remie: 1. Plaatsnaam Remy (Pas-de-Calais, Oise), Remy = Remies (Aisne). 2. Zie Rémi.

Ren, de. Reïnterpretatieve spelling van Deren? Of spelling voor Derenne?

Renalda, Ringnalda: Vadersnaam. Variant van Reinalda, Friese afleiding van de Germaanse voornaam Reinald, Reinoud; zie Reijnoudt.

Renant. Bretonse doopnaam Ronan, van Ierse oorsprong.

Renap. Vondelingennaam, geen verklaring gevonden. 1783 Renap Mauritius, gevonden te Brussel.

Renardeau, Renardias, Renardie. Vadersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam Renard.

Renaudin, Renaudineau, Renodeyn, Renodeijn, Renaldin, Renodeijn. Vadersnaam, knuffelvorm van de voornaam Renaud.

Renaville. Plaatsnaam in Comblain-au-Pont (Luik).

Rendu. 1. Oudfrans rendu: monnik. 2. Vadersnaam van Randoux? 3. Plaatsnaam Rendeux (Luxemburg)?

Reneerkens, Renerken, Renericken, Renierkens, Renirkens: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Reiner.

Renelde, Renel, Renell. Moedersnaam. Germaanse voornaam ragin-hild 'raad-strijd'. Reinelt.

Renen, van; van Reenen, Rheenen: Plaatsnaam Rhenen (Utrecht).

Renesse, (van), Renes, (van), van Rennes, de Renesse: Plaatsnaam Renesse (Schouwen-Duiveland, Zeeland).  Renes in Lopik, boerderijnaam in Scherpenzeel.

Renette, Rennette, Roynette: 1. Moedersnaam. Afleiding van ragin-naam; vergelijk Ragnet. 2. Zie De Ren(n)ette.

Rengelink: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Reinger.

Rengen, van, van Raingen, Verrengen, Verenghen: Plaatsnaam Rengen in Vertrijk (Vlaams-Brabant).

Rengissart. Plaatsnaam in Horion-Hozémont (Luik).

Renglet, Renglé, Ranglé, Ringlet, Ringelé: Vaders-, moedersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Reingod of Reingard.

Renier, Reniers, Reijniers, Reijnierse: Vadersnaam. Renier, Rainier is de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Reiner; zie Reinders.

Renkema: Friese afleiding van de plaatsnaam Renkum (Gelderland).

Rengruber, Reingraber: Plaatsnaam Reingrub (Beieren).

Renguet, Ranguet, Ranguin, Ringuet: Waarschijnlijk variant van Renquet, Renquin.

Renkin, Renken, Renckens, Renkens, Reinkin, Reinke, Reinken, Reinkens, Reinquin, Rinke, Rinken, Rinkema, Rinken, Rinnema, Renninghoff, Renning in Engeland, Renkema,  Rentjema, Rintjema, Rintjes, Rinkens, Rinkes, Rinkin, Rinckins, Rienckens, Rienkens, Riemkens, Rengke, Reynckens, Reynkens, Reijnkens, Rijnkens, Rijnkels, Rynkens, Renquin, Ranquin, Rankin, Rainkin, Reintjens, Reintjes, Reintges, Reyntjens, Reyntiens, Reyntens, Reijntjens, Reyngens, Rentiëns, Rentien, Rentiens, Rentgens, Ryntjens.Vadersnaam afgeleid uit Reinaard, Reinoud, Friese Rinke, van Rinne, Renno.

Renko: Vadersnaam. Door assimilatie mk > nk uit Remco, Remko, Friese afleiding van de voornaam Remme; zie Rem.

Renne, van, Verhenne, Verenne, Verennes, Vérenne. Familienaam uit de plaatsnaam Renne: waterloop, kanaal, goot. Vergelijk Duits Rinne.

Rennebo, Renneboog, Renneboogh: 1. Vadersnaam Rennebo is een verschrijving voor Reynebeau (zie Reinbout). Renneboogh is een reïnterpretatie. 2. Niet uit te sluiten is Renneboog(h) van Regenboog. Vergelijk Duits Regenbogen, een huisnaam.

Rennenberg, Reinenbergh: Plaatsnaam Renneberg in Erps-Kwerps (Vlaams-Brabant) of in Linz (Rijnland-Palts).

Renneson, Rennesson, Renneçon, Renchon, Renson, Remson, Ranson, Rançon, Rantson, Ronson, Rainson, Reinson, Rainchon, Rinchon, Rinçon, Rincon. Vadersnaam, Waalse knuffelvorm van een ragin-naam zoals Reinaard.

Renni, Rennie, Rennies, Renis, Renyes: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse ragin-naam. Vergelijk Engels Rainey, Rennie, Renny.

Rennuit, Rennuy, Renoy, Reynwit. Moedersnaam. Germaanse voornaam ragin-wid 'raad-boom': Ragnoidis, Rainuis, Renuis, Rainois.

Renollet. Vadersnaam. Afleiding van Renoult.

Renon, Renom. Vadersnaam. Verbogen vorm van Germaanse voornaam Regino, Raino.

Renotte, Renootte, Renotto Renottoz, Rennotte, Rhenotte, Rhénotte, Rhainotte, Rainotte, Reinotte: Vaders-, moedersnaam. Afleiding van ragin-naam, zoals Renard.

Renouf, Renou, Renoult, Renoux, Renous, Regnoult: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam ragin-wulf'raad-wolf: Reginolf, Rainulfus, Renulfus.

Renoupré, Renouprez. Plaatsnaam Renoupré in Thimister, Andrimont en Charneux (Luik).

Renoussin. Afleiding van Renous.

Renquet, Ramquet, Ranquet, Reinquet, Rinquet: Vadersnaam. Afleiding van Renier, Renard of Renaud.

Rensberg, van, Rensbergen, van, van Rensberghen, Van Rensenberg, Rensburg, Reynsbergen, Rhynsbergen, Rinsbergh, Rinsberghe, Rinschbergh, Rinsbourg, Rhijnsburger. Berg- en Burg-namen werden vaak verward. Naam uit mogelijk Rensberg, Vollezele (Vlaams-Brabant) Rijnsburg (Zuid-Holland) en Rijsbergen (Noord-Brabant). Zie ook Rhijnsburger.

Rensen, Remsem, Rensing, Rens, van, Renssen, Renz, renzen, Reijns, Reyns, Rense, Rensink, Rentzing: Vadersnaam. Verbogen vorm en afleiding Van Reinzo, afleiding van een ragin-naam, zoals Reinaard.

Renshof, Renshofer: Plaatsnaam Reinshof (Nedersaksen).

Rensonnet, Ransonnet: Vadersnaam. Afleiding van Renson; zie Renneson.

Rentergem, (van) van Renterghem, Renterghen, van Reterghem: Plaatsnaam Rentergem in Landegem (Oost-Vlaanderen).

Renteurs. Variant van Rentiers, met ander suffix.

Rentiëns, Rentien, Rentiens, Rentgens: 1. Rentjen, afleiding van Middenenderlands rente. Beroepsnaam van een rentmeester of renteheffer. 2. Zie. Renkin.

Rentier, Rentiers, Renty: Frans Rentier ‘betaler of inner van rente, rentmeester’.

Renting, Rentink: Vadersnaam. Afleiding van Reinaard.

Rentmeester, Rentmeesters, Rentmeister: Beroepsnaam van de rentmeester, ontvanger, die renten en inkomsten beheert.

Rentrop. Plaatsnaam Rentrop (Noordrijn-Westfalen) of Rentrup (Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen).

Renville. 1. Plaatsnaam Ronville in Atrecht. 2. Zie De Ren(n)eville.

Renward, Renwar, Renwart, Renwaer, Renwa, Renvart, Renuard, Renuart, Renua, Renouard, Renoird, Renoirde, Renoirt, Renoirte, Renoitre, Renoire, Renoir, Rennoire, Rennoir, Rainoir: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-ward 'raad-bewaarder': Rainuardus. Vaak verward met Renard of Renier.

Renynghe, van. Plaatsnaam Reninge (West-Vlaanderen).

Réoprez, Réomprez, Reoprez, Reomprez, Réonprez: Wel een variant van plaatsnaam Renouprez, ook Renomprez (Luxemburg).

Reparon: Wellicht door r-anticipatie uit Frans Éperon ‘spoor’, Oudfrans esperon. Beroepsbijnaam van de sporenmaker.

Repoussez. Bijnaam Repoussé: verstoten?

Repe, van de; (van de(r) Reepe, Reep: Plaatsnaam. Middelnederlands reep, repe ‘strook, strook land (langs waterloop), streek’.

Repkes, Repko: Vadersnaam. Reepkens, verkleinvorm van Rip, Reep, Germaans bakervorm Ripo, van Rijbrecht of Rijboud. Repko is Fries.

Reppelen, van, Vanreppelen. Naam uit de plaatsnaam Reppel (Limburg) of in Molenstede (Vlaams-Brabant).

Republieke. Waarschijnlijk een politiek geïnspireerde vondelingnaam.

Requieron. Vadersnaam. Afleiding van Requier, Riquier.

Requigny. Plaatsnaam Requignies in Courcelles (Henegouwen).

Requillet, Requillez, Requillé, Requillier, Requillé, Requillez, Réquillez: Familienaam in Luik en Limburg, net als Reculé. Waarschijnlijk variant. van Reculé. 1715 Guil. Riquelez, Wezet. De laatste vorm suggereert Riquelet =Richelet.

Requin. Vadersnaam Riquin, vleivorm van Germaanse rîk-naam.

Resch. Duitse bijnaam. Middenhoogduits resch: ras, snel, behendig.

Reschké, Resca, Reszke, Reske, Reszka: Oost-Duitse Slavische familienaam Reschké. Slavische vadersnaam Reschek, Reschka, wellicht = Raschke, van Ratislav of Radomir.

Résimont, Rézimont, Régimont, Regimont, Resmond: Plaatsnaam in Evelette (Namen).

Resing, Resink, Reesink: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Raas, Rees.

Rees, van Res, Reese, Ree, Reefs, zie vorige. Plaatsnaam Rees, Noordrijn-Westfalen.

Respout, Rispaud. Uit Rispail, Respeel; zie Rapaille?

Respelleux, Respeleux, Respilleux, Respillieux, Respilieux: Beroepsnaam. Waals rèspèleû: mandenmaker.

Respen, Respes, Respens, Rispens: Afleiding van Raspe?

Resseghem, van, van Risseghem, (van) Rysseghem, Ryssegem, (van) Rijsseghem, Rijssegem, van Rijzeghem, van Rijzeghem, van Ryzeghem. Familienaam uit de plaatsnaam Ressegem (Oost-Vlaanderen). De vormen met ij/y kunnen op Van Rysingen teruggaan.

Ressencourt. Plaatsnaam Ressancourt (Eure).

Ressort. Wellicht spelling voor dialect uitspraak van Ryssaert.

Rest, de. Verkort van Van der Rest.

Resteau, Restiau, Restiaux, Restieau, Restiaeux, Deresteau, de Restaux, Ristiau, Derestiat, Derestia, Rétaux, Rettau, Reta, Ratelle, Ratel, Rattel, Rateaux, Rateau, Ratta, Rata, Ratiau, Rattay: Oudfrans rastel, restel, Frans râteau: hark. Beroepsnaam. Vergelijk Rakels.

Resteigne. Plaatsnaam. Namen.

Restiaen, Restiaens. Oost-Vlaamse aanpassing van Restiau, Henegouwen.

Retelet, Rettelet: Afleiding van Oudfrans restel. Zie Resteau.

Reterre. Waalse aanpasing van Reiter of Reuter.

Rethaber. Frequente Oudhogduits boerennaam Ret(t)haber: Rotwildhaber: raaigras (zonder baard).

Rethy, van, van Rethij, Réti, Derethy: 1. Plaatsnaam Retie (Antwerpen). 2. Plaatsnaam Réty (Pas-de-Calais).

Réti, Rétif, Retif. Bijnaam. Oudfrans restif, Frans rétif: stijfhoofdig, koppig.

Retoré. Oudfrans restoré: plaatsvervanger.

Retour, Retourné, Retoure: Bijnaam voor iemand die terugkeert. Vergelijk Revenu.

Retro, Rétro: Waals rétro: uithoek?

Retsin, Ritsen, Ritzen, Risteyn, Restin: Vadersnaam. Middelnederlands Ritsin, vleivorm van de voornaam Richard of Richier. De ts is te verklaren uit het Picardisch.

Rettel. Vadersnaam. Duits Rethel, Rettele, van Ratilo, afleiding van Germaanse rêd-naam.

Rettig: Duitse bijnaam Rettich ‘rammenas, radijs’, van Middelhoogduits retich, van Latijnse radix‘ wortel’.

Retz. Vadersnaam. Duitse vorm van Razo, Rezo. Vergelijk Raas.

Retzlaff, Retslaff: Vadersnaam. Slavische voornaam Radoslaw.

Reu, de: Bijnaam. 1. Middelnederlands Reude ‘sterke hond, bloedhond, reu, booswicht’. 2. Zie Dereu.

Reubsaets. Nederduits Rowesaat, Duits Rübensaat: raapzaad. Bijnaam.

Reuchamps. Plaatsnaam.

Reudink. Vadersnaam van een hrôth-naam, bijvoorbeeld Robrecht.

Reufels. Voornaam Ruifel, afleiding van Roef=Roelof.

Reuhman: Reuman, van Roman, de voornaam Romanus? Of Duits Reumann, van Reimann, van Reinmann?

Reuleaux, Reuliaux, Reullieaux, Reulliaux, Reullaux, Reuilleaux: 1. Plaatsnaam Reuleau in Natoye, Sovet (Namen). 2. Zie Rouleau(x).

Reuling: Vadersnaam. Gepalataliseerde variant van Roeling, afleiding van Roel.

Reumond, Reumont, 1. Naam uit de plaatsnaam Reumont (Nord) en in Thuillies (Henegouwen), 2. Of uit de plaatsnaam Reumont in Malonne (Namen).

Reunbroeck, Reunbrouck. De stamvader is Josephus Reunbroek, ca. 1763 in Glogau (Silezië) geboren, die zich in Nieuwpoort vestigde.

Reuneker: Vervorming van Renique?

Reunes, Reunis: Vadersnaam. Gepalataliseerde vorm van Roons, Roens, afleiding van Jeroen, heiligennaam Hiëronymus.

Reupers, Ruypers, Ruijpers: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ruppert, Robert of gerond uit Rypers.

Reurink: Vadersnaam. Afgeleid van een Germaanse voornaam, zoals Roderik.

Reus, (de), Reuse, Reusen, de Reuze, Reusen, de Reuser: Bijnaam voor een reus, iemand met grote gestalte.

Reusel, van: Plaatsnaam Reusel (Noord-Brabant).

Reus, Reusen, Reusink, Ruesink, Ruessink, Roesink: Vadersnaam. Afgeleid van de Germaanse voornaam Raas of uit hrôth-so. Zie ook (de) Reus.

Reusch, Reusche. 1. Plaatsnaam Reusch, Rûsch, Middenhoogduits rusch: plaats waar biezen groeien. 2. Variant van Rausch.

Reuscher, Reuschert, Reuchert: Bijnaam. Duitse variant van Rauscher(t): luidruchtig mens, opgewonden bruuske kerel. Idem als Ruyschaert.

Reuselmans, Rezelman. 1. Beroepsbijnaam voor de reuzelmaker of -verkoper. 2. Variant van Van Reuzel. Zie bij Reuzel.

Reuskens. 1. Afleiding van reus. 2. Dialect variant van Raaskens, zie Raskin.

Reuten: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Rutger of een andere hrôth-naam.

Reuter, Reuters, Reuther, Rheuter, Rojter: 1. Beroepsnaam. Middenhoogduits riutxre: rooier, die land vruchtbaar maakt. 2. Duits Reiter: ruiter.

Reuth, van. Plaatsnaam, Baarle-Nassau, Noord-Brabant.

Reuvekamp, Reuvecampm, Ruevekamp, Ruivenkamp, Rövekamp. Plaatsnaam, als Bij Gorssel, Eibergen.

Reuveni. Plaatsnaam Revigny, Meuse, Jura.

Reuver, de; Reuvers: Gepalataliseerde variant van de Roover.

Reuzel, van, van Reusel. Familienaam uit de plaatsnaam Reuzel (Noord-Brabant).

Réveil, Reveil. Wellicht van Revel of Rivail. Of plaatsnaam Réville (Manche, Meuse)?

Réveillon, Revellion, Revillion, Revillon: Plaatsnaam Réveillon (Eure-et-Loir, Marne, Orne) of Révillon (Oise).

Revel, Rivel, Raveel, Revaux, Reuviaux: Oudfrans rivel, revel: rebellie, révolte, geweld; vreugde, plezier. Revel 'plezier' was een vaak voorkomende naam van kastelen, bijvoorbeeld Reveau in Chapelle-à-Oie (Henegouwen): Bijnaam. Zie ook Derveaux.

Révélant, Revéland: Bijnaam. Oudfrans révélant: vrolijk, blij. Vergelijk Révelard.

Révelard, Révelart, Revelard, Revelart, Reveillard, Renvillard, Revilla, Reveraert, Revera, Rovillard: 1. Afleiding van Oudfrans révéler: zich aan uitbundige vreugde overgeven, uitgelaten zijn. Zie Revel. Bijnaam. 2. Plaatsnaam in de buurt van Estaimpuis en Evregnies (Henegouwen).

Revenberg: Wellicht de plaatsnaam Reifenberg (Beieren, Hessen, Rijnland-Palts)
Revenu. Bijnaam voor iemand die teruggekeerd is. Vergelijk Retour.

Revers, Revert, Revier, Reviers, Ravers, Ravert, Ravier, Rivers: Oudfrans revers: omgekeerd, tegendraads, weerbarstig. Bijnaam. Vergelijk Reversé.

Reversé, Réversé, Reverse, Revercé, Reverez, Renversé, Renversez: Voltooid deelwoord van Oudfrans reverser: omkeren. Bijnaam. Met dezelfde betekenis als revers; tegendraads, averechts.

Reviron, Reveron: Plaatsnaam (Puy-de-Dôme, St-Victor).

Revis, Reuvis: Variant van Middelnederlands Rivisch, Rivesch = Rijnvisch. Zie Rhijnvis(ch). Of moedersnaam. Germaanse voornaam ragin-wid (zie Rennuit).

Reymerink is versleten van Reinmering, van de mannenvoornaam Reimer, Reinmer, Reimar, Reginmar, Raginmar.

Revyn, Revijn, Reveyn. 1. Naam uit het Franse Ravin: afleidingn van de voornaam Raoul, Rudolf. 2. Of uit de plaatsnaam Revin (Ardeche).

Reward. 1. Oudfrans reward: opzichter, vergelijk Ruwaert 1. 2. Zie Rawart. 3. Zie Rohaert.

Reweegs, Reweghs, Rewerk, van den Rewegs. Familienaam uit het Middelnederlandse Re(e)wech: weg waarlangs de overledenen naar het kerkhof gebracht werden.

Rewers. Beroepsnaam. Middelnederlands reeuwer: oppasser van besmettelijke zieken, lijkverzorger, lijkbidder.

Rexach. Spaanse familienaam.

Reij, de: 1. Aanpassing van Derez. Plaatsnaam Le Rez/Le Réin Sivry (Henegouwen), La Reid (Provincie Luik). 2. Een Zeeuwse familie De Reijstamt evenwel af van Jannis de Reijg, die omstreeks 1700 geboren is in Slesinge, dat is vermoedelijk Schlesien ‘Silezië’. Het zou de vernederlandsing kunnen zijn van de Duitse naam Derich, van Dierich ’Diederik’, die daarna in Zeeland aangepast werd aan de al bestaande naam De Reij.

Reijbroeck,van, Reijbroek, van; (van) Reybrouck, van Raebroeckx, van Raebroeck, van Reijbrouck: Plaatsnaam Reibroek, Familienaam uit de plaatsnaam Reibroek in Hansbeke, Evergem, Lotenhulle, Petegem-Deinze (Oost-Vlaanderen), Oedelem, Evelgem (West-Vlaanderen), St.-Omaars (Pas-de-Calais), Reebroek in Ieper, Lichtervelde, Kemmel (West-Vlaanderen), Merkegem (Frans-Vlaanderen) en Waasten (Henegouwen). Zie ook Rijbroek.

Reijchler: Duits familienaam Reichler, afleiding van Reichel, verkleinvorm van een rîk-naam.

Reydt, van, van Reyt: 1. Plaatsnaam Rheydt (Noordrijn-Westfalen). 2. Idem als Van de Reydt.

Reijen, van: Spelling voor van Rijn. Herkomstnaam naar de rivier de Rijn.

Reyer, Reyers, Reijers, Reijerse, Reyes, Reiersche: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragi-hari of rêd-hari: Raherius.

Reygher, de, Reygherde, de, Reyger, de, Reygere, de, de Reijger, de Reyer, de Reijer: Bijnaam naar de waadvogel, de reiger. Voor iemand met lange hals of spillebenen. Vergelijk Odevaer(e).

Reyland, Reylandt, Reiland, Reillant: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ragiland? Vergelijk Rainland, Regilint.

Reyman, Reymans, Reijman, Reimann, Reymann, Renmans, Renneman, Reeman, Reemans, Reman, Remans, Remant, Remand, Remande, Rémande. Rémand. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam ragin-man: raad-man. 2. Reyman kan variant zijn van Rayman, met d-syncope uit Rademan; zie Raman.

Reijmers, Reijmes, Remmers, Reimert, Reemer: Vadersnaam. Reimer, van Germaanse voornaam ragin-mêr ‘raad-beroemd’: Ra(g)inmar.

Reymoudt. Familienaam in Frans-Vlaanderen. Variant van Reynoud of leesfout voor Reymond?

Reynbeek. Plaatsnaam; beek die dienst doet als grens. Middelnederlands rein.

Reijne, Reijnen, Reynen, Rijnen, Rijntjes, Rijneke, Rinn, Reijns, Reints, Rens, Rennis, Rijn: Vadersnaam. Rein, korte vorm van een Germaans ragin-naam, zoals Reinaart, Reiner.

Reijnebeau: Uit Raimbaud, Franse vorm van de Germaanse voornaam Reinboud.

Reynegom, van. Plaatsnaam Rinnegom (Noord-Holland).

Reynewater. Reïnterpretatie van Germaanse voornaam Reinewaard. Vergelijk Renward en Duits Reinwart

Reyngoudt, Reyngout, Reijngoudt, Reijngoud, Reijngoudt, Regoudt, Ringot, Ringoot, Rinkhoud, Ringoet, Ringot, Ringotte, Raingo, Rigo, Rigot, Rogout, Regoudt, Regout, Regourd, Rego, Regos, Reynvoet, Reijnvoet, Reynvoet: Vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-gud (of gôd of gauta) ‘raad-god (goed of Goot)’: Regengot, Reingot, Reingaudus, R(e)ingodus.

Reijnoudt, Reinhoud, Reinhoudt, Reinhout, Reijnhoud, Reijnhoudt, Reijnhout, Rijnhout, Reijhoudt: Vadersnaam. Germaanse voornaam Reinoud, Germaans ragin-wald ‘raad-heerser’: Raginald, Reinold.

Reynst, van der. Hypercorrect voor Van der Rijst.

Reijntjes, Rinkes: Vadersnaam. Verkleinvorm van Reinaard, Reiner of Reinoud.

Reynvoet, Reijnvoet: Vadersnaam. Waarschijnlijk variant van Reyngoet, met v/g-wisseling. Zie Reyngoudt.

Reysel, van. 1. Plaatsnaam Reisel in Paal (Limburg). 2. Spelling voor Van Rijssel.

Reijsenbach: Plaatsnaam Reisenbach (Baden-Württemberg).

Reyskens, Reijskens. 1. Zie Raskin. 2. Afleiding van Reis. 3. Spellingvariant van Rijskens.

Reysschoot, van, Reysschot, van. Plaatsnaam Reinschoot: met palen afgeperkt terrein. Plaatsnaam Rijschoot in Ertvelde (Oost-Vlaanderen), Risschot in Zoersel (Antwerpen).

Reijtenbach: 1656-1730 Frederik Reijtenbagh, afkomstig uit Maagdeburg (Saksen-Anhalt), vestigt zich in Den Haag.

Reyven. Vadersnaam. Vleivorm van de Germaanse voornaam Reinverd: Raginfrid, Reinfred, Reinfridus.

Rez, Réz: Verkort van Derez.

Rezette, Rézette: Verdoft van Rosette. Zie Roussel.

Rhijn. Plaats, riviernaam.

Rhijnvisch, Rhijnvis, Rijnvis. 1. Bijnaam of beroepsbijnaam uit rijnvis voor bijvoorbeeld de handelaar in, of de visser van.2. Naam uit de gelijknamige huisnaam in Gent (onder andere 1438: den Rijnvisch). Naam van een heerlijkheid. 3. Naam uit de plaatsnaam Ryvisch in Zomergem (Oost-Vlaanderen).

Rhijnsburger. Plaatsnaam Rijnsburg, Zuid-Holland. Zie ook van Rensberg.

Rhode, Rhodes, Rodes, Rôdes, Rodés: Engelse vorm van plaatsnaam Rode: rode, gerooide plaats. Vergelijk Van Rode.

Rhodius, Rodius. Waarschijnlijk latinisering van Van Rode.

Rhoter, de: Wellicht verscherpt uit de Roder. Beroepsnaam van de rooier.

Riant. Wellicht variant van Rydant.

Ribaucour, Ribaucourt, Ribeaucourt, Ribeaucoup, de Ribaucourt: 1. Plaatsnaam Ribeaucourt (Somme, Meuse) of Ribaucourt in Mazinghien (Nord). 2. In 1748 erft de famille Christyn het graafschap Ribaucourt, dat is Raimbeaucourt (Nord), waardoor ze de naam Cristyn de Ribaucourt kan voeren. 3. Plaatsnaam Ribaucourt in Elzele (Henegouwen).

Ribaud, Ribault, Ribeaux, Riba, Ribas, Riboud, Riboux, Ribus, Ripaud: Vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-balth 'machtig-moedig': Ricbaldus, Ri(g)boldus.

Ribaudo. Vadersnaam Ribaudot of Ribaudeau, afleiding van Ribaud.

Ribauville, Ribeauville, Ritbonville, Ribonville, Ribouville: Plaatsnaam Ribeauville (Somme, Aisne).

Ribbe, Ribbens: Vadersnaam. Bakernaam Ribbe, van de voornaam Rijbrecht (rîk-berht) of Rijboud(rîk-balth).

Ribbers, Ribbert, Rijpers: Vadersnaam. Germaanse voornaam Rijbrecht: rîk-berht ‘machtig-schitterend’: Ricbertus, Ripertus. Vergelijk Ribbe.

Ribe, Ribes, Ribesse. Occidentaalse plaatsnaam. Frans rive; oever.

Ribeaufosse, Ribeaufossé, Ribonfossé: Plaatsnaam Ribaufosse in Tumaide (Henegouwen), Ribeaufosse in Lessive (Namen), Ribeaufosse in Fraipont (Luxemburg).

Ribeiro, Ribero. Portugese familienaam. Plaatsnaam; oever.

Ribeyre. Occidentaalse plaatsnaam (Puy-de-Dôme, Ardèche): oever. Vergelijk Ribeyro.

Ribeyrotte, Rebeyrotte, Rebeyrat: Afleiding van Occidentaals ribe, Frans rive: oever. Vergelijk Ribeyre.

Ribière, Ribiere, Ribierre: Occidentaalse plaatsnaam Ribière (Creuse, Puy-de-Dôme, Hte-Vienne), beantwoordt aan Frans Rivière.

Ribo, Ribot, Ribonnet: Vadersnaam. Afleiding van Ribert of Ribaud.

Ribourdouille. Waarschijnlijk van Ribaudeau, met r-epenthesis en ander suffix.

Ribreu, Ribreux, Deribreu, Deribreux, Duribreux, Duribreu, Derebreu: Plaatsnaam (les) Ribroeux in Lumbres.

Ricail, Ricaille. Vadersnaam. Hypercorrect voor Ricaud?

Ricaud, Rical, Rickal, Rekals, Richaud, Richaut, Richald, Ryssael: Vadersnaam. Romaanse vormen van Germaanse voornaam rîk-wald 'machtig-heerser': Ricoald, Ricold. Zie ook Rigout. De naam werd ook verward met Ric(h)ard. Ric(k)al kan een variant zijn van Ryckhalts.

Ricco, Rico. Italiaanse vadersnaam van Germaanse rîk-naam.

Rich, Riche, Rice, Rische, Risch, Risse, Riss, Rits: 1. Vaders-, moedersnaam. Romaanse korte vorm van een Germaanse rîk-naam: Rico, Rica of Rijk en hart. Rits van Picardisch. Vergelijk Ryks. 2. Zie Leriche.

Richard, Richart, Ricard, Rykaert: Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Rijkaard, Rijkhart: rîk-hard ‘machtig-sterk’.

Richardeau, Richardau, Richardin, Ricordeau, Ricordel: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Ric(h)ard.

Richebé. Vadersnaam. Variant of afleiding van de Germaanse voornaam Richebert. Ricbertus.

Richel. 1. Zie Reichel(t). 2. Spelling voor Richelle.

Richelet, Richelot. 1. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse rîk-naam. Vergelijk Richelin. 2. Richelet kan eventueel de plaatsnaam Richelette in Mortier (Luxemburg) zijn.

Richelin, Richeling, Risselin, Rysselin, Rysselinck, Rijsselinck. West-Vlaams/Henegouwse en Noord Franse namen: 1. Vadersnamen uit Germaanse rîk-naam. Vergelijk de voornaam Riki/Richard. Vergelijk Ryckelynck, Ryssens, Ryssaert en Richelet, Reichling. 2. Namen uit de plaatsnaam Richeling (Elzas), Reichling (Beieren)? Zie ook bij Riggeling.

Richelle. Plaatsnaam. Luik.

Richer. Spelling voor Richier of Richet.

Richerzhagen, Richartzhagen: Plaatsnaam Richerzhagen in Bechen (Noordrijn-Westfalen).

Richet, Richez, Riches, Rischette, Riquet, Riquette, Riket, Requette. Vadersnaam uit een Germaanse rîk-naam, bijvoorbeeld Rijkaard/Ric(h)ard.

Richier, Richer, Richy, Richir, Rikier, (de)Ricquier, Riquier, Riquier, Riquiere, Riquière, Riquire, Ricker, Rikir, Ryckier, Rijckier, Rekier, Rekir, Requier, Requiert, Requière, Requiere, Require, Requer, Ruquier. Vadersnaam uit de Frans-Picardische vorm van de Germaanse voornaam Rijker (: rijk-man). Zie Rijkers.

Richings. Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse rîk-naam.

Richiling: Vadersnaam. Duits Reichling, afleiding van Germaans rîk-naam. Vergelijk Reijchler.

Richmond. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-mund 'machtig-bescherming': Rich(e)mundus. 2. Plaatsnaam Richmond (Surrey, N.-Yorkshire). Richomme: Bijnaam Riche homme: rijk man.

Richoz. Vadersnaam Richot, afleiding van een rîk-naam, bijvoorbeeld Richard.

Richterich. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen.

Richtscheid. Duitse beroepsnaam Richtscheit: richtlat van houtbewerker.

Ricket, Rickett. Vadersnaam. Engelse variant van Richard, Rickert.

Rickstal, van, van Richstal. Familienaam uit de plaatsnaam, Rikstel, Rixtel (Noord-Brabant).

Rico, Reco, Recko, Rekko, Ryko: Spelling voor Ricaud of Italiaans Ricco.

Ricosset. Bijnaam. Oudfrans ricochet: liedje, refrein met vragen en antwoorden.

Ricou, Ricoul, Richou, Rickhoux, Riciou, Ricoux, Ricou. Vadersnaam: Romaanse vorm van de Germaanse voornaam rik-wulf; machtig-wolf.

Ricour, Ricourt. 1. Plaatsnaam Ricourt (Gers). 2. Variant van Ricou(l). 3. Eventueel variant van Rocour

Rickwardsma, Riquards; vadersnaam Ryckewaert, Ricwart.

Ridard, Rida. Vadersnaam. Germaanse voornaam rîd-hard? Of van Oudfrans rider, van Nederlands rijden?

Ridder (de(den), de Riddere, Riddersma, de Rudder, de Ruddere, de Ruddre, de Reuddre, de Reudre, Derrid, Derridder, Derid, Deridder. Familienaam uit het Middelnederlandse riddere, ruddere: ridder, ruiter.

Ridder, van de: Teunis van de Ridder heeft tussen 1815-1820 deze geslachtsnaam aangenomen, wellicht omdat hij op de boerderij de Ridder gewerkt heeft bij de Ridderwal in Putten (Gelderland).

Ridderbeecs. Limburgse ? plaatsnaam. Vergelijk Duitse familienaam Ritterbach.

Ridderbos. Plaatsnaam. Vergelijk Duitse familienaam Ritterbusch.

Ridderhof: Plaatsnaam, onder meer in West-Vlaanderen, in Kooigem, Menen, Moorslede, Passendale. Duitse plaatsnaam Ritterhof. Redderhof gaat terug op Ridderikhof, afgeleid van de plaatsnaam Ridderinc bij Arriën Overijssel. Vergelijk Duits Ritterhof (Hessen, Nedersaksen).

Riddering: Plaatsnaam in Enschede, Overijssel.

Ridderink, van ridder.

Ridel, Ridelle, Riddel, Rideau, Ridaeux, Riddo, Ridiaux, Derideau, Derideaux, Deridiaux, Deridoux. Familienaam uit het Oudfranse ridel: glooiing, golving van het landschap. Paatsnaam Rideau in Delettes (Pas-de-Calais).

Riberghs, Rieberghs, Ruberghs, Rieberghe. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam rik-berg.

Rides, Ridet, Ride, Rider, Ridey, Ryde, Rydey, Ryder, Rijde, Redée, Redee, Redei, Redey, Rédei, Reddé, Raddé, Radé, Radez, Rade, Rodet, Rodez: Bijnaam. Oudfrans ridé: gerimpeld.

Ridier, Ridelaire: 1. Engelse familienaam Ridler. Beroepsnaam van de zever, zifter. 2. Zie Riedler.

Riding. 1. Engelse familienaam, variant van Reading. Plaatsnaam. Oudengels rydding: laar. 2. Vadersnaam. Dialect dial. ontrond van Ruding, afleiding van hrôth-naam, zoals Rudolf.

Ridolfi, Ridolfo, Ridole, Ridoux, Rioult, Riou, Rious: Vadersnaam. Germaanse voornaam rîd-wulf. Riulfus, Ridulph.

Ridon. 1. Vadersnaam. Vleivorm van Ridoux. 2. Zie Redant.

Ridouard. Vadersnaam. Germaanse voornaam rîd-ward: Ridwart.

Rié, Riée, Riee. 1. Verkort van Duriez. 2. Riet, verkort van Henriet?

Rie, du: Herkomstnaam Durie, Dury. 1. Plaatsnaam Waalse Ri ‘beek’. 2. Plaatsnaam Dury (Aisne, Pas-de-Calais, Somme).

Rie, van; van Rij: Verspreide plaatsnaam ten Riede. Rie(t), ride ‘kleine waterloop, beek’. Soms niet te onderscheiden van Riet. (De) Riede is de naam van een verdronken gehucht of oorspronkelijke plaats van Ridderkerk (Zuid-Holland).

Riebeek, van, van Riebeeck, van Riebeke: Plaatsnaam Riebeke in Kaprijke en Opbrakel (Oost-Vlaanderen), Moorslede en Rumbeke (West-Vlaanderen).

Riebensahm. Duits dialect ontronde vorm van Rubensamen: raapzaad. Duitse familie Rubsam(en), Rieb(e)sam(en).

Rieberghe, Rieberghs. Moedersnaam. Germaanse voornaam rîk-berg 'machtig-bescherming': Ri(c)berga. Of variant van Rietberg(en)?

Richelman, Riechelmann. Vadersnaam. Duits Ri(e)chelmann, afleiding van R(e)ichel.

Riedel: Duitse dialectisch ontronde vorm van Rüdel, Zuid-Duitse verkleinvorm van de voornaam Rudolf.

Rieder, Riederer. Afleiding op respectievelijk plaatsnaam Ried en Riedern (vooral Baden).

Rider, (de). 1. Beroepsnaam van de rietsnijder of de rietmaker, maker van weefrieten. 2. Afleiding van Van den Riede (zie Van Rie).

Riedinger, Riediger, Ridiger: Vadersnaam. Duits dialect ontrond van Rüdiger, Germaanse voornaam Rutger. Vergelijk Ruding.

Riedler, Ridler, Ridelaire: Afleiding van Beierse plaatsnaam Riedel.

Rieffel, de Ryffel: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Rifredus/Rifrit. Of ontrond van Rufel (zie Rouflart).

Rieg. Vadersnaam. Duits dialect ontrond van Rûg, korte vorm van Rüdiger, Rutger.

Riehl: Ontronde vorm van Rühl, Duits Vadersnaam, van Rudolf.

Riekwel: Volks etymologische vervorming van Reckewell.

Riel, van, van der Riel, van der Rielle, Riele: Plaatsnaam Riel (Noord-Brabant).

Rielant, van, Rieland, van, Rielandt, van, Ryelandt, Rijeiandt, Ryland, Rtlant, Rijlant: Plaatsnaam Rilland (Zeeland), verdronken in de Westerschelde. Het huidige Rilland ligt 2 km noordelijker. 1219 Rietland, 1213 Rielant.

Rielens. Vadersnaam. Ontrond van Rulens/Roelens.

Riem, Riems, Riehm: Beroepsnaam van de riemsnijder. Vergelijk Riemaker.

Riemaker (de), (de) Riemaecker, Riemaeker, (de) Riemacker, de Rymaeker, Rymaekers, Rymacker. 1. Beroepsnaam van de riemsnijder, de riemmaker. 2. Beroepsnaam van de rietmaker (ter voorbereiding van dakdekken).

Riemann, Riemans: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-man ‘machtig-man’: Richman. 2. Dialectisch ontrond uit Rü(h)mann.

Riemen, van. Riemen is de oude Nederlandse naam van de stad Reims.

Riemens: Vadersnaam, uit de Germaanse voornaam Riemer.

Riemens. Vadersnaam van Germaanse voornaam Riemer. Vergelijk Reim.

Riemenschnijder. Verschrijving voor de Duitse familienaam Riemenschneider, beroepsnaam van de riemsnijder.

Riemers, Rijmers, Remmers, Roemersma, Riemersma: 1. Spelling voor Rymers. Vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-mêr ‘machtig-beroemd’: Ricmarus, Rimaru. 2. Beroepsnaam. Middelnederlands en Middelhoogduits riemer ‘riemensnijder, riemmaker’.

Riemeijer: Variant van Rietmeijer ‘meier, boer bij een moeras, ven, bij het riet’.

Riemis. Waarschijnlijk variant van Remis.

Riems: Beroepsbijnaam van de riemsnijder.

Riempst, van. Plaatsnaam Riemst, Limburg.

Riemsdijk, (van), Riemsdyk. Plaatsnaam. Riemsdijk Gelderland.

Riemslagh. Beroepsbijnaam van de riemslager, de riemmaker.

Riemsnider. Beroepsnaam van de riemsnijder.

Rienstra, Rijnstra, van, Reinstra. Plaatsnaam.

Ries, de: 1. Middelnederlands ries ‘vermetele, roekeloze, waaghals’. Bijnaam. 2. Voor Deries, zie ook Durie(z). 3. De Ries ook wel = De Rys.

Riesen. Verbogen vorm van Duits Riese; reus. Bijnaam.

Riesen, van, Riessen, van: Plaatsnaam Rijssen, Overijssel.

Riesmeijer: Vermoedelijk uit Duits Griesmeyer ‘meier op een hof, hoeve gekenmerkt door grint, kiezel, grof zand’.

Riesterer. Duitse beroepsnaam van de schoenlapper.

Riestmans, Riesman, Rysman, Rijsman, Reestman, Restmans, Resmann, Resman, Rissmann, Riszmann, Ritsmans: Afleiding van Van der Riest, Verriest.

Riet. Vadersnaam. Korte vorm van Henriet.

Riet, van (de(der), van de Rieth, van de Ridt, van de Rijdt, van de Rijt, van de Reijd, van de Reydt, van de Reyd, van de Reyt, van de Reet, van den Rijd, Rijdt, van de Rijt, van de Ryd, van de Rydt, van de Ryt, van de Reydt, van de Reyd, van de Reijdt, van de Reijt, Te Rijdt, van Rijt, van Ryt, van der Rijdt, Rijt, van de Ryt, van de Rit, van de Reydt, van de Reyd, van de Reeth, van de Reet, van der Eedt, van der Eet, van der Heydt, van der Rieten, van Riette, van 't Riet, Verriet, Verrydt, Verryt, Verrijdt, Verrijt, Verreydt, Verreyt, Verijdt, Vereijdt, Vereijt, Vereyt, Verayt, Verreet, Vereth, Verret, Vered, Veret, de Rijdt, de Rydt, de Ryt, de Reydt, de Reyt. Familienaam uit de veel voorkomende plaatsnaam Riet, Rit, Rijt, Reet: kleine waterloop, geul in buitendijkse gronden. Komt veel voor in de Kempen en provincie Antwerpen.

Riet, Rieth, Rietjens: Beroepsbijnaam naar het weefriet. Zie De Rieder

Rietberg, Rietbergen: Plaatsnaam Rietberg (Noordrijn-Westfalen) en in Lichtenvoorde (Gelderland) en Tubbergen, Overijssel.

Rietbrock. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen

Rietdijk, Riedijk, Riddick, Riddeck: Plaatsnaam Rietdijk (Noord-Brabant). Ook in Westhuize in Hulster Ambacht:

Rietema: Friese familienaam ook Rytma. Afleiding van de voornaam Ryt.

Rieter, Riether. 1. Beroepsnaam van de weefrietenmaker. Zie Rieder. 2. Duitse familienaam Riet(h)er, van plaatsnaam Riet(h).

Riethaeve. Plaatsnaam: rietland.

Riethage, van, Riethagen, van. Plaatsnaam Riethage in Aalter (Oost-Vlaanderen).

Riethuisen. Verspreide plaatsnaam Riethuis. Of Riethausen (Duitsland).

Rietkerk: Plaatsnaam. Misschien Ridderkerk (Zuid-Holland).

Rietmaker, Rietmaeker, Rietmaeker, Riethmacher: Beroepsnaam van de maker van weefrieten. Zie ook Riemaker 2.

Rietman, Rietmans, Riettmann: Beroepsnaam van de rietmaker. Vergelijk Nederduitse Rethmann.

Rietmeijer, Riedmayer, Rittmeier: Boer bij een moeras, ven, bij het riet.

Rietmulder, Riethmüller: Beroepsnaam van de molenaar op een Rietmolen, Duits Riedmühle ‘molen aan de rand van een riet ‘waterloop’, Ried ‘ven’. Plaatsnaam Rietmühle (Hessen).

Rietschoten, van: Plaatsnaam. Er is een Rijschootbeek in Assenede (Oost-Vlaanderen).

Rietveld, Rietvelde: Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Zuid-Holland, in Wormhout (Frans-Vlaanderen) en in Westkapelle.

Rietvoort. Plaatsnaan; voorde, wad met riet.

Riezebos, Riesebos, Riezebosch. Plaatsnaam.

Riffaut, Rifaut, Riffaux, Ryfa: Middenfrans riffaut: nietsnut, deugniet, boef.

Rifon, Riffon, Riffont: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van de Germaanse voornaam Rifo. Zie Ryf.

Riggeling, Riggelink, Regeling, Regelink, Richeling, Risselin (in Noord-Duitsland). Wellicht naam uit het Duits-Nederlands grensgebied (Nedersaksen-Overijssel/Drenthe) uit een gelijkaardig klinkende plaatsnaam 'Riggeling/Rickeling (?)' (woonplaats van het volk van Riki - plaats momenteel onbekend). Of vadersnamen uit de voornaam Riki/Richard. Zie ook bij Richelin(g).

Rigolle, Rigole, Rygole, Rijgole, Riguelle, Riguel, Rigelle, Rigollet, Rigolet, Ragolle, Ragole, Rogolle, Regolle. Vadersnaam, Waalse variant van de Germaanse voornaam Rigout; rik-wald.

Rigomont, Rigaumont: Waarschijnlijk geen plaatsnaam, maar vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-mund 'machtig-bescherming': Rigomundus.

Rigout, Rigouts, Rigault, Rigaud, Rigauts, Rigaut, Rigau, Rigaux, Regaus, Regau, Rega, Regat, Regoudt, Regout, Regourd, Rigo, Rigot, Riga, Rigal, Regaldo, Regal, Régal, Rego, Regos. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam rik-wald; machtig-heerser. Rig(u)aldus, Ricwoldus, Rigoldus.2. Soms ook uit Richard of een andere rik-naam.

Rigteren, van: Plaatsnaam Rechteren in Dalfsen Overijssel.

Rigterink, van richter; rechter.

Rikmans, Reckman: Vadersnaam. Variant van Rijkman(s). Germaanse voornaam rîk-man ‘rijk-man’: Ricmannus, Richman.

Rigtering, Rigterink. Nederduits Richtering, afleiding van Richter: (dorps)rechter.

Rihon, Rixhon, Ryhon: 1. Plaatsnaam Rihon in Harzé (Luik). 2. Zie ook Rion.

Rihoux, Reho, Ryheul, Reheul, Reul: Vadersnaam Ri(h)oul, Romaanse vorm van Germaanse voornaam rîk-wulf 'machtig-wolf : Rigulfus, Riulfus.

Rikxoort, van: Plaatsnaam Rijsoord in Ridderkerk (Zuid-Holland)?

Rijckx, de, de Rycks, de Ryckx: De spelling in twee woorden is waarschijnlijk een reïnterpretatie (als de Rijk) van Derijckx = Derickx; zie Diedericx.

Rijbroek, Rybroeck, Rybroek. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Riebroek (riet-broek) in Lichtervelde, Maldegem, Koolskamp. 2. Of uit de plaatsnaam Rietbrock (Noordrijn-Westfalen). 3. Of Ribbroek in Westerlo (Antwerpen). 4. Zie ook Reybroe(c)k.

Rijdt, de, de R)t, de Rydt, de Reydt, de Reyt: Verkort van Van de Riet = van der Rijdt = van der Reyd.

Rijen, van, van Rij, van Ryen. Familienaam uit de plaats Rijen (Noord-Holland) of uit de naam van het oude markgraafschap Antwerpen, dat het land van Rijen heette.

Rijgersberg. Wellicht de plaatsnaam Reigersberg in Grattersdorf (Beieren).

Rijk, de, Rijke, de, de Rijcke, de Rijken, de Rijck, de Ryck, de Rycke, de Ryk, de Ryke, Derycke, de Rieck, de Riek, de Reijck, de Reycke, de Reyck, Derique, le Rycke, le Rijcke, le Rijke, Rix, Ricx, Rits. 1. Bijnaam naar 'rijk': rijk, machtig, vermogend, aanzienlijk. 2. Zie ook Ryk(s).

Rijk, van, van Ryk, van Rycke, van Rieke: Uit Van de Rijke, is van der IJken, is van Van der Eyken.

Rijkel, van Rijkelen, van, van Rykel, van Rykelen, van Rijckel, van Ryckel: Plaatsnaam Rijkel (Limburg, Nederlands Limburg).

Rijkenberg. Plaatsnaam in Ruurlo, Gelderland.

Rijker, de, de Ryker, (de) Rijckere, Rijcker, (de) Ryckere, Rycker, de Ryckère. 1. Familienaam afgeleid van het Middelnederlandse riken: machtig worden, rijk worden. Een soort bijnaam. 2. Maar het lidwoord kan ook wel verklaard worden door reïnterpretatie van de Germaanse voornaam Rijker.

Rijkers, Rykers, Rikers, Rijkers, Rijckers, Reyckers, Reykers, Reijkers, Ryckers, Rikkers, Ricker. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Rijker; rik-hari; machtig-leger.

Rijkevorsel, van, van Rykevorsel, van Ryckevorsel, van Rijckevorsel: Plaatsnaam Rijkevorsel (Antwerpen).

Rijkhoff. Plaatsnaam Rijkhoven, Limburg.

Rijkman, Rijkmans, Rijckmans, Rijckman, Rijckeman, Ryckeman, Ryckmann, Ryckman, Ryckmans, Ryman, Rykmans, Rickman, de Ryckman. Vadersnaam uit een Gemaanse voornaam ric-man. Ricmannus, Richman.

Rijkse, Rijksen, Rykse, Rikse, Rixen, Rizens: 1. Vadersnaam. Afleiding op -so van Germaanse rîk-naam. Richizo, Rikizo. 2. Moedersnaam. Afleiding op -sa van rîk-naam.

Rijm, van, Rym, van, van den Reym. Heel waarschijnlijk variant van Van den Ryn, met «//n-wisseling.

Rijmenam, van, van Rymenam, van Rijmenant, van Rijmenants, van Rijmenant, van Rijmenants, van Rijmenan, van Rymenhand, (van) Reymenant, Reymenants, Rijmenams, Rymenams, Ryemenants, Rymenans, Rijmenans, Reymenants, Reymenans, Rymenhant, Reijmenants, Reijmenhaut, Reymenhaut, Rymenhaut, Rijmenhoudt, Rijmenhout, Rymenhout, Raijmenants, Raymenants. Familienaam uit de plaatsnaam Rijmenam (Antwerpen). De variant op -haut/-hout door verkeerde lezing van n als u.

Rijnberg. 1. Moedersnaam uit de Germaanse naam, ragin-berg; raad-bescherming, Reginberga, Rainberga. 2. Zie ook Van Rijnberk.

Rijnberk, van, Rijnberg. Familienaam uit de plaatsnaam Rheinberg (Noordrijn-Westfalen).

Rijndorp, Ryndorp, Reyndorp, RheindorfPlaatsnaam Rijndorp, oude en Nederlandse naam van verschillende plaatsen Rheindorf aan de Nederrijn, bijvoorbeeld in Bonn.

Rijnink. Vadersnaam Reinink, afleiding van ragin-naam, zoals Reinaard, Reinoud.

Rijnsent, Rincent: Moeders-vadersnaam. Germaanse voornaam ragin-sinth 'raad-weg': Reginsint, Rainsend; Rainsindus; Rainsent.

Rijpens, Reypens, Rypens, Reppen, Rybens, Ribbens, Rippin, Ribbinck, Ribbink, Riebus, Riebs. Vadersnaam, knuffelvorm uit Ribbe, dit uit een Germaanse Ripo, van de voornaam Rijbrecht: rîk-berht; of van Rijboud: rîk-balth; of van Rijbode: rîk-bodo. Ripodo, Ripoldus.

Rijsbergen, van, van Rysbergen, Ryzenberg: Plaatsnaam Rijsbergen (Noord-Brabant); eventueel Rijsberg in Balen (Antwerpen).

Rijsbrack, Rysbrack. Familienaam uit de plaatsnaam Rijsbroek: moeras waar rijshout groeit.

Rijsouw, Riessauw, Risseeuw: 1. Vadersnaam. Aanpassing van Frans Richaud; zie Ricaud. 2. Vadersnaam. Kan, vanwege de onvastheid van de voortonige klinker, ook aanpassing zijn van Rouss(i)eau.

Rijsselbergen, van, van Rijsselberghe, van Rijsselberge, van Rysselberghe, van Rysselberge, van Rysselbergen, van Reysselberge. Familienaam uit de plaatsnaam Rijsellberg in Belsele (Oost-Vlaanderen), St.-Joris-Winge (Vlaams-Brabant) of in Herselt (Antwerpen).

Rijstenbil. Aanpassing van Picardische familienaam (Richeb..?)

Rijswjick, van, Rijswijk, van, van Ryswyck, (van) Rijsewijk, Rieswiek, Riswijk: Plaatsnaam Rijswijk (Noord-Brabant, Zuid-Holland, Gelderland).

Rijthoven, van, van Rythoven, de Ryhove: Plaatsnaam Riethoven (Noord-Brabant).

Rijvers, Ryvers, Rivers: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ripherus. Zie ook Reiffer(s).

Riley. Wellicht de Ierse familienaam O'Reilly, van O Raghailligh.

Rilke, Rylke: Vadersnaam. Ontrond van Rülke, afleiding van Rühl: Rudolf. Vergelijk Rühle, Riehl.

Rillaar, van, van Rillaert, Rillaer, Rillaert, Rillaerts, Rillaers, Rielaert, Riellaerts, Van Rillas, Relaes, Familienaam uit de plaatsnaam Rillaar (Vlaams- Brabant).

Rillof, Rilhof, Rielhof: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Ridolf (zie Ridolfi). 2. Waternaam Riedolf in Jabbeke (West-Vlaanderen).

Rima. Vadersnaam. Germaanse voornama rîm-wald: Rimolt, Rimald. Duits Reimelt.

Rimmenaers. Waarschijnlijk verhaspeling van Rymemams.

Rinaldo, Rinaldi, Rinallo, Renaldi: Italiaanse vadersnaam van Germaanse voornaam Reinoud.

Rinardi. Italiaanse vadersnaam van Germaanse voornaam Reinaard.

Rince, Rinche, Rinsche, Rins, Reyns, Ryns, Reins, Reijns: Vadersnaam van Reinzo, -so afleiding van Germaanse ragin-naam.

Rinchard, Rinchart. 1. Vadersnaam van Richard, met n-epenthesis; vergelijk Rincheval. 2. Plaatsnaam?

Rincheval, Ringeval. Familienaam uit de plaatsnaam Richeval (Moselle).

Rinckhout. Plaatsnaam Rinkhout in Zèle (Oost-Vlaanderen); Waarschijnlijk ook Nederduitse plaatsnaam; vergelijk Rinkhalde.

Rindin, Rindignez: Vadersnaam. Wellicht uit Renardin of Renaudin, Renaudinet.

Rindt: Duitse familienaam Rind ‘rund’. Bijnaam voor de veehoeder, koewachter.

Ring, (de) Ryng, Ringhs, Rings, (de) Rinck, Rink, de Rynck, Derynck, de Rijnck, Rienks, Rinkens. 1. Beroepsbijnaam voor de ringenmaker. Vergelijk Duits Ring, Ringe. 2. Bijnaam voor iemand die (opvallende) ringen draagt. 3. Huisnaam.

Ringaat: Moedersnaam. Van Ringaert, van Reingard. Germaanse voornaam ragin-gard ‘raad-gaard’: Raingardis. Of vadersnaam voor Ringoot?

Ringel. Afleiding van ring.

Ringelberg: Plaatsnaam Ringenberg in Hamminkeln (Noordrijn-Westfalen).

Ringelheim. Duitse plaatsnaam.

Ringen, Ringens. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Reingard of Reingoud.

Ringer, Ringers, Rengers, Renger, Rengger. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Reinger (uit ragin).

Ringersma: Vadersnaam. Friese afleiding van de Germaanse voornaam Reinger. Zie Reinger(t).

Ringler. Duitse beroepsnaam van de ringenmaker, vooral benen ringen, rozenkranskralen.

Ringoir, Rengoir: Variant met n-epenthesis van Rigoir, van Riquoir = Ricouart.

Rink, Ring, (de) Ryng.1. Beroepsbijnaam voor de ringenmaker. 2. Verkort van Rinken. 3. Huisnaam.

Rinkel: Verkleinvorm van Rink.

Rinne. Plaatsnaam Rhisnes, Namen.

Rinsbergh, Rinsberghe, Rinschbergh, Rinsbourg. Wellicht naam uit de plaatsnaam Rijnsburg (Zuid-Holland).

Rinskopf. Duitse bijnaam Rindskopf; rundskop.

Rinsma, Rinsema, Rinzema, Reinsma, Ringsma. Vadersnaam Rienks. Friese afleiding van de Germaanse voornaam Ringer, Renger, van Germaans regin; raad, ger; speer.

Rinsveld, van, van Rinsvelt, Rinsveldt: Verspreide Duitse plaatsnaam Reinsfeld.

Rintel, van, Duitse plaatsnaam Rinteln.

Rion, Ryon, Rijon, Rihon, Ryhon, Royon. 1. Vadersnaam, verkorte vorm van een knuffelvorm van Henrion/Hérion/Gerion. 2. Plaatsnaam Rhion in Dhuy (Namen), Ri(x)hon in Harzé (Luik).

Rioult, Riou, Rious: 1. Zie Ridolfi. 2. Plaatsnaam Riou = Rieu (zie Durieu).

Ripke: Vadersnaam. Verkleinvorm bij Ribbe.

Rip, Ripp, Rips, Reip, Reep, Rayp, Reeb, Repp, Rep, Reps, Rebts, Rebs: Vadersnaam. Korte Germaanse voornaam, bakernaam Ripo. Zie Rijpens.

Ripak. Duitse familienaam Rippach, van plaatsnaam Riedbach (Beieren).

Ripet. Vadersnaam. Afleiding van Rip.

Ripmeester: Vervorming van Ritmeester?

Ripol, Ripoll, Ruppol: Spaanse familienaam. Plaatsnaam Ripoll in Gerona (Catalonië).

Ripperda, Rypperda, Friese vadersnaam Rippert.

Riquelle. Plaatsnaam in Flémalle-Grande (Luik).

Risac, Rissack, Risack, Risaac, Ryssack. 1. Wellicht Waalse uitspraak van vei, van preide, van de verspreide Duitse plaatsnaam Reisach. 2. Mogelijk vadersnaam uit Rysack (? Ric + sax).

Risch: Spelling van de Duitse familienaam Riss. Wellicht veeleer Duits Risch ‘vlot, snel, fris’.

Riské, Risque, Riske, Rischke: familienaam in Antwerpen en Oost-Vlaanderen: Riske, Riské. Verkleinvorm van Rys, van oude Germaanse voornaam Riso. Ofwel een variant van Raskin of van Reis. Zie bij Raskin en bij Reis.

Rison: Franse familienaam Rison, afleiding van ris, van Latijnse risus ‘lach, gelach’.

Rispens, Risp, van, Rippens. Plaatsnaam De Rips, Gemert-Bakel.

Risseeuw: 1. Moedersnaam. Aanpassing van Richeus, Romaanse vorm van germaanse voornaam rîk-hild 'machtig-strijd': Richildis, Richeldis. 2. Zie Rijsouw.

Riteco, Ritico, Rieteco, Rietero: Italiaans familienaam Retico?

Ritière, Ritiere. Vrouwelijk bij Ritier; hennepkammer.

Ritmeester. Beroepsnaam: aanvoerder van gewapende ruiterij.

Ritschie. Aanpassing van Italiaanse familienaam Ricci, bijnaam voor iemand met krulhaar.

Ritsema, Ritsma, Ritzema, Rietsema. Germaanse voornaam Ritse, een Fries, Groningse vorm van een Germaanse naam die met Rik; aanzienlijk, machtig (rijk) is samengesteld, bijvoorbeeld Ritsert/Ridzert (vergelijk Ritsma). In het Westerkwartier van Groningen stonden enkele Ritsema-boerderijen: Ritsemaheerd te Oldehove, in 1576 door Dirck Ritsema bewoond, Ritsemastede te Grootegast en Ritsemastede te Noordhorn. Bij deze laatste hoorden in 1577 Wirck Ritsema en Ype Ritsema. Mogelijk is Ype dezelfde als, of verwant aan, Eepe/Ipe Ritsema, die op de Zuidwende in Stitswerd was gevestigd. Van hem gaat een stamreeks uit, onder andere via muntmeester Rosier Alberts Ritsema (huwelijk Groningen 1623). Diens broer Lambertus Alberti Ritsema was in 1620 predikant te Bierum; hij noemde zich later naar deze plaats Bieruma.

Ritter, (de): Ritter is de Duitse vorm naast Nederlandse Ridder.

Rittweger. Afleiding van plaatsnaam Rittweg.

Ritz, Ritzel, Ritschel: Afleiding van Duits Ritz, van Richard.

Ritzerfeld, Ritzerveld, Ritserveldt, Ritsersveldt, van Ritservelde, Retserveldt: Plaatsnaam Ritzerfeld in Herzogenrath (Noordrijn-Westfalen).

Rius. Verschrijving voor Rieux?

Rivage. Verspreide plaatsnaam; oever.

Rival, Rivais, Rivaille, Rivail, Rivallier, Rivaux, Riveau, Revael, Reval: Plaatsnaam. Oudfrans rival, rivaille: oever. Ook Zuid-Frans rival, van rivalis: beek.

Rivalet. Afleiding van Rival.

Rivar, Rivart, Riva, Rivas, Rivât, Rêvas, Rêvât: 1. Afleiding van Oudfrans river, met verschillende betekenissen. Wellicht: jager op waterwild. 2. Vadersnaam, Rivardus.

Rivaux, Riveau: Uit Oudfrans rivel/revel; zie Revel. Of zie Rival.

Rivera, Rivero, Riveros. Spaanse plaatsnaam; oever, rivier.

Rivet, Rivez. Plaatsnaam. Afleiding van Rive.

Rivière, van de(der), (de la), Van de(der) Rieviere, (van) de Reviere, Revière, Rivier, Riverre, Rivir, Rivière: Plaatsnaam Rivier. Oudfrans rivière ‘oever, waterloop’. Vergelijk van den Oever.

Rivoux. Plaatsnaan, van rive.

Riyé. Spelling van Rie=Riet?

Ro, de, (de) Roo, de Rhô, Derho, (de) Rode, de Roode, de Rood, Rooden, Rood, De Roye, de Roy, de Roije, de Roij, de Rooij, de Rooy, de Roey: 1. Bijnaam De Rode, naar het rode haar. Vergelijk Rossel. 2. De Ro(o) eventueel van Deroi, Deroy.

Rob, Robe, Robbe, Robben, Robb, Robs, Roob, Roop, Roppe, Rop, Rope, Rops, Ruben, Rube, Roeben, Roben, Roebben, Roub, Roubben, Rouben, Rubes, Rueb: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Robrecht.

Robaard, Robaer, Robaert, Robard, Roba, Robart, Roobaerd, Roobaert, Roobaert, Roebaert, Roenart: 1. Bijnaam voor iemand met een rode, rosse baard. 2. Eventueel vadersnaam. Variant van Robert.

Robache. Plaatsnaam, Vosges.

Robaey, Robaeys, Robaest, Robaeijs, Robaye, Robays, Rabaey, Rabaeys, Rabaij, Rabaijs, Rabbay, Rubay, Rubais, Robey, Robeys, Robeyst: 1. Vadersnaam. Rommanse vleivorm van de voornaam Robert. 2. Robaeys: Plaatsnaam Robaais = Roubaix (Nord). Ook Rubais/Rubay kan variant zijn van Roubaix. Zie Van Robaeys, Deroubaix.

Robaeys, van, van Robais, van Robays, van Robaijs, Verbaeys, Verbaeijs, Verbaijs, Verbays, Verbayst. Naam uit de plaatsnaam Roubaix (Robeke) (Nord).

Rabaut, Robeaux, Robaux, Roubaud, Roubaux, Robou: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-balth 'roem-boud': Hrotbald, Rodboldus.

Robbé. Spelling voor Robet of Robbe met secundair accent.

Robbé, Robet, Robey, Robe, Rob, Robben, Robbe, Robb, Robs, Roob, Roop, Roppe, Rop, Rope, Rops, Ruben, Rube, Roeben, Roben, Roebben, Roub, Roubben, Rouben, Rubes, Rueb. Vadersnaam afgeleid van de voornaam Robert, Robrecht.

Röbbecke, Robke, Röpcke, Ropcke, Rübcke, Rupke: Vadersnaam. Nederduits Röpke, Röbke, afleiding van de voornaam Robert.

Robbemont, Robbemond: Nederlands aanpassing van de plaatsnaam Robeaumont in Vinalmont (Provincie Luik).

Robbroeck, van, Robbroeckx, Robroeks, Roobroeck, Roobrouck, Roebroeck, Roebroeks, Roëbroëks, Roubroeks: Plaatsnaam Robroek: rood broek, rood moeras. Plaatsnaam Robbroek in Steenhuffel (Vlaams-Brabant) of Roebroek in Aubel (Luik).

Robeis: 1. Vadersnaam. Romaans vleivorm van de voornaam Robert. 2. Uit Robais, oude verschrijving van plaatsnaam Roubaix (Nord).

Robelet, Roblet, Robles, Reblé: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Robert.

Robelin, Roblin, Roblain, Robbelein, Robbelin: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van de voornaam Robert.

Robels, Rubel, Robelus: Vadersnaam en latinisering van de voornaam Robert.

Roberecht, Robbregts, Robert, Roberti, Rober, Röber, Robeerts, Robers: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-berht ‘roem-schitterend’: Hrodebert, Hrotbert, Ro(t)bertus, Rubert, Robbertus, Rubbertus.

Robesin: Vadersnaam. Waalse vleivorm op –ecin van de voornaam Robert.

Roberfroid, Robiefoid, Robiefroid: Plaatsnaam Robertfroid in Andenne (Namen).

Robersscheuten. Wellicht plaatsnaam Ruppertshutten (Beieren).

Roberteaux, Robertaux. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Robert.

Robertson, Robertsen, Robinson, Robinsohn: Vadersnaam. Zoon van Robert.

Robeson, Robson, Ropson, Robbeson, Robbesom, Robisson, Robichon: Vadersnaam. 1. Romaanse vleivorm op -eçon van de voornaam Robert. Voornaam Robechon. 2. Engelse familienaam van Robertson, Robinson of Robeson; zoon van Robe(rt).

Robesyn, Robesijn, Robecyn, Robesin, Robecin, Robbesyn, Robbesyne, Robbesin, Robbecin, Robensyn, Robensijn: Vadersnaam. Vleivorm op -ecin van de voornaam Robert.

Robet, Robey. Robbé: Vadersnaam? Afleiding van de voornaam Robert.

Robette, Robiette: Moeders-, vadersnaam. Afleiding van de voornaam Robert.

Robesyn, Robesijn, Robecyn, Robesin, Robecin, Robbesyn, Robbeseyne, Robbesin, Robbecin, Robensyn, Robensijn. Vadersnaam, knuffelvorm op -ecin van de voornaam Robert.

Robichez. Vadersnaam. Romaanse afleiding op -ichet van Robert.

Robience. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Robert?

Robier, Robie, Robiez, Robbi, Robbie, Rebier: Vadersnaam. Picardische variant van de voornaam Robert.

Robiet, Robiets, Robiez. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Robert of Robiert.

Robin, Robins, Robbins, Robbijn, Robbijns, Robijns, Robijn, Robbyns, Robbyn, Robyn, Robyns, Robeseyn, Robeyn, Robeseijns, Robesein, Rabijns, Rabyns, Robben, Robbens, Roben, Robens, Roebben, Roeben, Roubin, Rouben Roubens, Roubben, Ruebens, Reuben, Reubens, Rubind, Rubin, Ruben, Rubens, Rubben, Rubbens. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Robrecht.

Robinson: Vadersnaam. Engelse familienaam Robertson, Robinson, Robeson ‘zoon van Robert.’

Robijn, Robijns, Robeijn, Röben, Reubens, Ruben, Rubbens: Vadersnaam. Vleivormen van de Germaanse voornaam Robrecht, Robert.

Robijt, Roby, Robyt, Robiet, Robbi, Rabi, Raby, Rouby, Roby: Vadersnaam. Waalse vleivormen van Robert.

Robilliard, Robillard, Robillart, Robiliart, Rebillard, Rebia: Vadersnaam. Romaanse vleivorm op -illard van de voornaam Robert.

Robin, Robins, Robbins, Robbijn, Robbijns, Robijn, Robijns, Robbyns, Robbyn, Robyn, Robyns, Robeyns, Robeyn, Robeijns, Robein, Rabijns, Rabyns, Robbens, Robben, Robens, Roben, Roebben, Roeben, Roubin, Rouben, Roubens, Roubben, Ruebens, Reubens, Reuben, Rubinfd, Ruben, Rubens, Rubbens, Rubben: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse voornaam Robrecht. De vormen met -in, -ijn, -yn hebben de klemtoon op het suffix; bij de vormen op -ens ligt de klemtoon op de stam, zodat het suffix verdoft werd.

Robinaux, Robineau, Robinia, Rubinat, Rubina, de Rubinat: Vadersnaam. Afleiding van Robin, vleivorm van Robert.

Robine, Robinné: Moedersnaam. Romaanse vrouwelijk vleivormen van de voornaam Robert.

Robinet, Roubinet: Vadersnaam. Afleiding van Robin.

Robillle. Afleiding van de voornaam Robert.

Robion, Robinon, Robignon, Robinot: Vadersnaam. Vleivormen van Robert.

Robise. Plaatsnaam Raubise in Neufvilles (Henegouwen).

Robitaillie, Robitaille. Familienaam Robitail(le), Robital, Robitel uit Pas-de-Calais. Afleiding van de voornaam Robert? Of afleiding van Oudfrans rubest(r)e, van Latijn robustus: wild, geweldig.

Roblot. Vadersnaam. Romaanse vleivorm op -elot van Robert.

Robrecht, Robrechts, Robberecht, Robberechts, Roberecht, Roberechts, Robbrecht, Reubrecht, Ruebrechts, Ruebrecht, Rubberecht, Ruberecht, Rubrecht, Rubbregt, Robert, Roberte, Roberter, Roberers, Roberterts, Robertertz, Roberteir, Roberteerts, Roberteers, Roberteerst, Roberteet, Roberteets, Derobert, Robberts, Robbers, Robbeets, Roubert, Robard, Robart, Robaer, Robaert, Roba, Robas, Robaz, Robat, Robba, Roebaert, Roebart, Rubert, Rubbers, Roberti, Robertie, Roberty, Roberto, Ruberti, Ruberto. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Hroth-berth: roem-schitterend. Hrodebert, Hrotbert, Ro(t)bertus, Rubert, Robbertus, Rubbertus.

Robriquet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Robert.

Rocquerelle, Rocrelle. Vadersnaam. Afleiding van Roque; rots.

Rocbert. Vadersnaam. Theoretisch Germaanse voornaam hrôk-berht, maar vermoedelijk spelling voor Robert.

Roch, Roche, Rotse. 1. Zie Rock. 2. Zie Laroche.

Rochefort, de: Plaatsnaam Rochefort (Namen), ook frequent in Frankrijk.

Rochelinval. Plaatsnaam in Wanne, Luik.

Rochet, Rochette, Rochez, Rouchet, Roquet, Rouquette, Rouquet: 1. Picardisch roquet, Oudfrans rochet, afleiding van Oudnederlands hrok, rok: superplie, rochet, Waals-Vlaams roket. 2. Oudfrans rochet, Picardisch roquet, afleiding van roc: rots. Plaatsnaam.

Rochlitz. Plaatsnaam, Saksen.

Rochus, Rochtus, Rochus, Roctus, Rocus, Rochu, Rochut. Vadersnaam, heiligennaam Rochus, verlatijnste vorm een Germaanse stam: rud-ger-hrok, Gotisch hrukjan, Oudhoogduits rohôn: hrullen, schreeuwen.

Rock, Rocks, Rok, Roks, Rockx, Rokx, Rox, Roockx, Rookx, Roox, Rouck, Roeckx, Roex, Roux, Roques, Roque, Rook, Rooke, Roke, Rocq, Rocque, Roch, Roche, Rotse, Rouch, Rouche, Ruche, Ruck, Rucq, Rucs. 1. Vadersnaam, knuffelnaam van de Germaanse voornaam Rutger, of van de Germaanse voornaam Rocco, Roche (dit komende van hrôk wat weer roek of raaf betekent). 2. Zie ook Roek.

Rochus, Rookus, Roctus: Vadersnaam, heiligennaam Rochus, latinisering van een Germaans stam, Gotisch hrukjan, Oudhoogduits. Rohôn ‘brullen, schreeuwen’. Rookus kan eventueel een herinterpretatie zijn van Roukens.

Rock, Rocks, Rok, Roks, Rockx, Rokx, Rox, Roockx, Rookx, Roox, Rouck, Roeckx, Roex, Roux, Roques, Roque, Rooke, Rook, Roke, Rocque, Rocq, Roche, Roch, Rotse, Rouche, Rouch, Ruche, Ruck, Rucq, Rues: Vadersnaam. Bakernaam van de Germaanse voornaam Rutger; zie Roger. Of korte Germaanse voornaam Rocco, Rocho, van hrôk 'roek, raaf (Vergelijk Roekaerts).

Rock, de, Roc, de: 1. Plaatsnaam Rocq in Recquignies (Nord). 2. Bijnaam naar de kleding. Waarschijnlijk reïnterpretatie van Derocq.

Rocker, de: Beroepsnaam. Afleiding van Middelnederlands rocken ‘vlas of wol op rokken winden’.

Rock (de), Roque, Roques, Rocq, Rocque, Rok, Roke, Rook, Rooke, Rockelé, Rockel, Rockele, Roclée, Rocle, Roclee, Roch, Roche, Rotse. 1. Kan een bijnaam zijn uit het kledingstuk (maker, drager). 2. Ook een afleiding van de plaatsnaam Larocque/Laroche of uit roch: rots/steen.

Rockefeller. Afleiding van plaatsnaam Rockenfeld bij Neuwied (Rijnland-Palts).

Rockelé, Rockel, Rockele, Roclée, Roclee, Rocle: Roquelet, afleiding van Roque; vergelijk Roquet.

Rockere, de, Rocker, de, de Roocker, de Roeker, de Rouker, Rockers, Rokers: Beroepsnaam. Afleiding van Middenenderlands rocken: vlas of wol op het rokken winden.

Rockox, Rode Koc; poon, knorhaan, zeehaan, Zuidnederlands roodbaard (visnaam).

Roclandt, Rocland. Verschrijving voor Roeland(t), door verkeerde lezing van de e.

Rocour, Recour, Rocour, uit Rocou, Rocoux, Rocou, Rocoup, Drocourt: Plaatsnam Rocourt (Luik, Aisne) of Raucourt in Meux (Nnamen) en Frankrijk (Nord).

Rockquencourt. Plaatsnaam (Oise, Seine-et-Oise).

Rocroix, Raucroic, Raucroy. Plaatsnaam Rocroi, Ardeche.

Rocteur. Beroepsnaam. Picardisch roqueteur, Oudfrans rocheteur: steenhouwer, die steen uit de rots houwt.

Rodaer, Roda. Vadersnaam. Frans Rodard, Germaanse voornaam hrôth-hard'roem-sterk': Hrodhard, Rot(h)ardus, Rodardus.

Rodange. Plaatsnaam Redange, dat is Redingen bij Diedenhofen (Moselle).

Rodberg, Roberge: Moedersnaam. Germaanse voornaam hrôthberg 'roem-bescherming': Rodberga.

Ro, de, Dero, Deroo, (de) Roo, de Rho, Derho, (de) Rode, de Rood, de Roode, Rooden, Rood, de Roye, de Roy, de Roije, de Roij, de Rooij, de Rooy, de Roey. Bijnaam naar de rode haarkleur.

Rodder, (de). Wellicht van Middenenderlands Roder: wijnroeier, rooier. Zie De Rore, Roder.

Rode (van), van Rhode, (van) Roo, van Ro, van Roe, (van) Rhoon, van Rooyen, van Rooy, van Roijen, van Roij, van Roye, van Roy, van Royen, van Roie, van Roei, van Roeijen, van Roeij, van Roeyen, van Roey, van de Roey, van de Roy, van de(der) Roy, van de Roij, van de(den) Roye. Familienaam afgeleid van een zeer veel voorkomende plaatsnaam 'rode' = van bomen ontdane grond. Plaatsnaam Rode in Noord-Brabant met een aan Sint Oda gewijde kerk en vervolgens Sint Oedenrode genoemd,  Wanroij, Nistelrode, Middelrode, Noord-Brabant, Kerkrade, in 1008 als Rode, Venray, 1224 Rodhe en in 1400 Venrode genoemd, Schelderode (Oost-Vlaanderen), St.-Agatha-Rode (Vlaams-Brabant), Sint-Brixius-Rode in Meise (Vlaams-Brabant), St.-Genesius-Rode, St.-Pieters-Rode (Vlaams-Brabant), Rode in Komen (Henegouwen), Roden (Drenthe), Roden in St.-Pieters-Aalst (Oost-Vlaanderen) etc.

Rodegem. Hypercorrecte (eventueel archaïsche) vorm van de plaatsnaam Rooigem in Cent, Huise, Mater, Mullem, Serskamp (Oost-Vlaanderen).

Rödel, Rodel: Vadersnaam van Rodilo, afleiding van Germaanse hrôth-naam.

Rodemaker, de, Rodemacher: Plaatsnaam Rodemachern in Lotharingen (Moselle).

Rodemans, Rooman, Roomans, Romans, Roman, Roemans, Rooymans, Rooijmans, Roeymans, Roeimans, Royemans, Roymans, Roijmans, Roijmans, Roumans. Naam afgeleid van Van Rode: zie bij Rode.

Roden, Rodens. Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse hrôth-naam, zoals Roderik.

Rodenbach, Royenbach, Roijenbach: Plaatsnaam Rodenbach (Beieren, Rijnland-Palts, Lotharingen). Aangezien Albrecht Rodenbach uit Andernach stamt, is afstamming uit Rodenbach bij Neuwied (Rijnland-Palts) het meest aangewezen.

Rodeyns, Rodeijns, Rodeyns, Rodeijns. Bijnaam en vadersnaam gecombineerd: rode Hein.

Roddenhof, Rodenhof: Plaatsnaam Rodenhof. Wellicht Duits Rotenhof (Sleeswijk-Holstein).

Rodenberg: Aangezien berg- en burg namen vaak verward werden, kan het hier gaan om een variant van Rodenburg. Of plaatsnaam Rodenberg (Hessen, Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen). Het kan ook een als plaatsnaam geherinterpreteerd moedersnaam zijn, Germaanse voornaam hrôthberg ‘roem-bescherming’: Rodberga.

Rodenburg, Roodenburg, Roodeburgh, van Roemburg, Rodenmbourg, Roderbourg, Roderburg: 1. Plaatsnaam Aardenburg (Zeeland): 966 Rodenburgh. 2. Plaatsnaam Rodenburg in Marke (West-Vlaanderen), Kortrijk, Utrecht, Sneek, in Nedersaksen en Groothertogdom Luxemburg.

Rodenbusch, Roderbusch. Plaatsnaam in Hellenthal. Noordrijn-Westfalen.

Rodenhuis: Plaatsnaam bij Laarwald (Bentheim): 1475 des Rodenhus. Rodenhûs in Kubaard (Friesland).

Rodenstein. Duitse plaatsnaam, Roodsteinius, 2. Plaatsnaam. Vgl Rottenstein.

Roder, Roeder. 1. Beroepsnaam van de rooier. Vergelijk De Rore. 2. Germaanse voornaam; zie Roder.

Roderk. Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Roderik; zie Rooryck.

Roderkerken: Plaatsnaam Rodenkirchen (Noordrijn-Westfalen):

Rodermans, Rodermann. Beroepsnaam van de roder: wijnroeier of (bos)rooier. Zie Roder.

Rodeyns, Rodeijns, Rodyns, Rodijns. Bijnaam + vadersnaam.: rode Hein. Vergelijk Duits Rotheinz. Zie ook Roodhans.

Rodhain. Spelling van Franse familienaam Rodin, afleiding van Germaanse hrôth-naam?

Rodier, Rodiers, Rodi, Rodie, Durodie, Durodié, Rody, Roudier, Rediers: Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam hrôth-hari 'roem-leger': Chrodharius. Durodie, van Durodier.

Rodijk. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam 'Rodijk' (= ro (eventueel van rood/ gerooid of een vereenvoudigde voornaam) en dijk (= duidelijk).

Rodijns, Rodyns. 1. Zie Rodeyns. 2. Vleivorm van Germaanse hrôth-naam, zoals Rodens.

Rodoe, Roedoe: Kan theoretisch teruggaan op Frans Rodoux, van Germaanse voornaam hrôth-wulf ‘roem-wolf’; Nederlands Rodolf, Rolf, Roelof.

Rodolf, Rodolfs, Rodelfs, Roedolf, Roedelof, Rudolf, Rudolph, Rudloff, Rudelopt: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-wulf; vergelijk Roelof(s).

Rodrigo, Redregoo: Vadersnaam. Spaanse-Portugese voornaam, van Germaans Roderik.

Rodrigue, Rodrigues, Rodriguez, Rodrigus, Rodrique, Roderiguez, Roderigas, Roderiges: Vadersnaam. Spaanse, Portuugese afleiding van de voornaam Rodrigo.

Rodts. 1. Zie Roets. 2. Ook wel vertaling van Laroche

Roe, de. 1. Variant van De Ro. 2. Deroe, spelling voor Deroux.

Roebse. Vadersnaam Robse, zoon van Rob(ert). Vergelijk Robe.

Roedema: Vadersnaam. Friese afleiding van een Germaans hrôth-naam. Vergelijk Roda.

Roedsens. Vadersnaam, van Germaanse voornaam Rotzo, Ruzo, -so-afleiding van hrôth-naam.

Roef, Roefs, de Roef, de Rouf. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse roef: dak, zoldering. Beroepsbijnaam voor de dakdekker. 2. Vadersnaam roef van de voornaam Roelof, uit de Germaanse Roelof: hroth-wulf.

Roefmans, Rofman. Afleiding van Roef of De Roef.

Roeis. Vadersnaam afleiding van korte vorm van de voornaam Roeier; zie Royer(s).

Roek, de, Roeck(de), (de) Roucke, Rouck, Rouke, Rouk, (de) Roeckx, Roex, Roeckx, Roux, de Reuck, de Ruck de Ruiyck, de Ruick, de Ruyck, Ruyk, de Ruijck, Deruyck, de Ruycke, de Roock, (de) Rook, Rooke. 1. Bijnaam afgeleid van de vogelnaam: roek, zaadkraai, zwarte kraai. Wellicht een bijnaam gegeven omwille van de zwarte haarkleur of donkere huid. 2. In Zeeland en Antwerpen is een roeke, rouc de naam voor veldwachter of gerechtsdienaar. In dit geval een beroepsnaam. 3. Eventueel reïnterpretatie van Germaanse voornaam; zie Rock(s).

Roekaert, Roekaerts, Roekaers, Roeckaerts, Roukaerts, Rockaerts, Rocart, Rocca, Roccas, Rochart, Rocha, Rochat, Rouchard, Rouwuaert, Rouquart, Rucart, Ruchard, Rotsaert, Rotsaerts, Rotsart, Rootsaert, Rutsaert. Vadersnaam naar de Germaanse voornaam Rochardus (hrok-hard; roek-sterk), Rochardus.

Roeke: Vadersnaam. Bakervorm van de Germaanse voornaam Rutger of van Rocco. Zie Roks(e). Zie ook de Roek 2.

Roekel, van: Plaatsnaam Roekel in Ede (Gelderland).

Roekeloos. Bijnaam voor een roekeloos, zorgeloos, durvend, gewetenloos of zelfs lichtzinnig persoon.

Roeken, Roekens, Roeckens, Roukens, Rockens, Rokens, Roeykens, Roeygens, Ruykens. 1. Vadersnaam uit de knuffelvorm van een van de vormen van de Germaanse voornaam Rutger.:hroth-ger. 2. Roe(c)ken is later ook afgeleid uit Roe(c)k.

Roekhout, Rockhaut, Rouckhaut, Rouckhout, Roukout, van Roechoudt. Familienaam uit de plaatsnaam Roekhout in Oombergen (Oost-Vlaanderen).

Roel, Roell, Roelle, Roëll, Roël, Roëell, Roels, Roelse, Reule, Reuhl, Rouls, Röll, Rolle, Royls, Roll, Rolls, Roehl, Röhl, Rohl, Reul, Rul, Ruyl, Ruijl, Rulle, Rule, Rülle, Ruel, Ruell, Ruëll. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Roeland of Roelof (Hrodland: roem-land).

Roeland, Roelant, Roelandt, Roelandts, Roelands, Roelants, Roelans, Roelans, Roelas, Roclandt, Rouland, Roulant, Roulent, Rolland, Roland, Rolans, Rolandi, Rolando, Rolandus, Roolant, Roolandts, Roolandt, Reuland, Ruellan, Ruelland, Ruhland, Ruland, Rüland, Rullan: Vadersnaam. Germaanse voornaam, vooral bekend uit het Roelandslied, het Chanson de Roland: hrôth-land ‘roem-land’. Hrodland, Rotland, Roland, Rolandus.

Roelen, Roelens, Roelin, Roulens, Rolen, Rolens, Rollens, (de) Rolin, Rollin, Roulin, Rollain, Rolain, Reulens, Reulen, Rulens, Rulen, Ruellens, Ruelens, Rullens, Rielens. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Roeland (hroth-land) of Roelof (hroth-wulf).

Roelen, van. Plaatsnaam Roelen in Zutendaal, Limburg.

Roeleveld: Plaatsnaam Rölefeld (Noordrijn-Westfalen) of eigenlijk Roereveld? Of uit Roelinksveld in Weerselo, Overijssel?

Roeleven: Plaatsnaam Roeleveen in Zoetermeer (Zuid-Holland). Of herinterpretatie van Roelvink?

Roelfsema, Roelfzema: Vadersnaam. Friese afleiding van de Germaanse voornaam Roelf, Rolf, Roelof, van Rodolf.

Roelink: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roeland.

Roelkens, Roelekens, Roellekens, Rulkin, Rulquin, Rulkens, Roltgen: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roeland of Roelof. Vergelijk Roel, Roelens.

Roelman, Rolman, Rollman, Rollemans, Rolimans, Rollmann: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roeland of Roelof.

Roelof, Roelofs, Roelofse, Roelofsen, Roelfsema, Roelfzema, Roelofsma, Roeloffzen, Roeloff, Rolloff, Rollof, Roloff, Rolof, Rohloff, Roloffe, Rolofson, Rolef, Rouleff, Ruyloft, de Rolf, Drolff, Deroloffe, Rolfs, Rolf, Rollfs, Rohlf, Rolfo, Roefs, Roef, Rouff, Roeffen, Reuff, Rueff, Ruff, Ruf:  Vadersnaam Roelf, Roelof, Rudolf. Germaanse voornaam hrôth-wulf ‘roem-wolf’: Hrodulfus, Roolf.

Roelvink, Rolvonk, Roolvink, Rollfink: Vadersnaam. Afleiding op –ing van Germaanse voornaam Roelf, van Roelof en moest eigenlijk met een f in plaats van met een v geschreven worden. Want deze naam is niet anders als de vadersnaam van de mansnaam Roelf, Roolf, Rolf, Roelof, Rodlof, Rodolf, Rudolf.

Roemaet, Romato. Vadersnaam, voornaam Romatus.

Roemburg, van: 1. Uit plaatsnaam Rouenburg, Ruenburg in Nijkerk (Gelderland). 2. Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Rodenburg.

Roemendael. Plaatsnaam Rommental in Schlat (Duitsland)? Of Scandinavische familienaam Rommedahl?

Roenen, Roens. Vadersnaam Roen, korte vorm van Jeroen, Griekse heiligennaam Hieronymus.

Roep, de, de Rop, Deroppe: Beroepsnaam van de (om)roeper. Vergelijk Roper.

Roepman: Beroepsnaam van de omroeper.

Roer, van der: Riviernaam de Roer, Duits Ruhr.

Roerade. Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-rêd 'roem-raad': Rod(e)radus.

Roerbert. Vadersnaam Robert met epenthetische r.

Roermond, van, van Roermund. Plaatsnaam Roermond, Nederlands-Limburg.

Roersma: Vadersnaam. Friese afleiding van Roer, van Roeder, Roder, de Germaanse voornaam hrôth-hari ‘roem-leger’.

Roeselera, van. Plaatsnaam, West-Vlaanderen.

Roessel, van. Wellicht familienaam uit de plaatsnaam Rossel (Noordrijn-Westfalen).

Roessingh: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse naam hrôth-so.

Roest (de), (de) Roost, Rost, Roes, Roessen, Roesink, Rous, Roos. 1. Wellicht naam uit het Middelnederlandse roest: roestig. Bijnaam naar de haarkleur. 2. Verkorte vorm van Van (de) Roost: zie bij Roost. 3. Of naam uit de plaatsnaam Roux in Henegouwen, in Avins (Luik), in Buzet en Frasnez-lez-Gosselies (Henegouwen), in Gembloers (Namen) of uit de plaatsnaam Le Roux (Namen). Zie Deroux.

Roestenberg: Plaatsnaam Roestenberg in Vessem (Noord-Brabant).

Roetemeyer, Roetemeijer, Röthemeyer, Rothmayer: Duitse bijnaam Rotmeier: rode meier.

Roetenberg. Plaatsnaam Rutenberg, Brandenburg.

Roeters, Roor, Roetert: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-har ‘roem-leger’: Rotherius. Roetert gaat theoretisch terug op hrôth-hard ‘roem, sterk’: Rot(h)ardus.

Roeting, Roetinck, Roetink, Roetynck, Ruytings, Ruytinx, Ruytincx, Ruijtinx: Vadersnaam. Afleiding van Germaans hrôth (roem)-naam, zoals Rutger.

Roetjens, Rötgens, Röttgen, Rutjens, Ruttiens, Ruytjens, Ruijtjens, Ruytiens: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hrôth-naam. Vergelijk Roets, Roetink.

Roets, Roedts, Rodts, Rots, Ruts, Ruth, Ruths, Ruyts. 1. Vadersnaam, knuffelvorm uit een Germaanse hroth-naam, wellicht Rutger. 2. Zie ook de Raedt.

Roeve, de. Wellicht dialect uitspraak van De Ra(e)ve. Of (in Henegouwen) aaanpassing van De Rover?

Roeyaert, Roeyaerts, Roeijaerts, Royaert, Roijaards, Royeaerd, Roeyhaert. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam; hroth-hard; roem-sterk.

Roeyen, Roeijen, Rooijen, Royen, Royens, Roijens, Roijen, Raeyen, Rayen, Raijen. Vadersnaam, knuffelvorm van Royer of een andere hrôth -naam. Vergelijk Roeykens. Of variant van Rooden of verkort van Van Royen.

Roeyenacker, Roonacker, Rooiakkers, Rooyakkers, Rooyackers, Rooyakers, Rooijakkers, Rooijackers, Roijakkers, Roijackers, Royackers. Naam uit de plaatsnaam Rooiakker/Roeyenacker: rode akker of gerooid land. Naam uit het Waasland, Gierle (Antwerpen) Roeyenacker in Gierle (Antwerpen) of nog elders.

Roeykens, Roeygens, Roegens, Ruykens. Vadersnaam uit Royer, Roeier of een andere hrôth -naam. Zie Roeken(s).

Rofack, Roofack, Roofacks: Wellicht door Franse uitspraak van de plaatsnaam Rouffach (Elzas).

Rofessart. Plaatsnaam in Limelette, Waals-Brabant.

Roffaré, Roffarè, Roffare: Vadersnaam. Afleiding of variant van Roufart?

Roffiaen, Roffian. Middelnederlands roffiaen; koppelaar, hoerenwaard. Ook scheldwoord.

Rogard, Roogaert: Moedersnaam. Germaanse voornaam hrôth-gard 'roem-gaard': Hrotgardis, Rotgarda.

Rogeon. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roger.

Roger, Rogers, Deroggé, Rodger, Rodgers, Rodgerson, Rogie, Rogier, Rogier, Rogierst, Rogist, Rogiest, Rogirst, Rauger, Rougier, Rogy, Derogy, Roegier, Roegiers, Roegis, Roegiest, Roegis, Roegist, Roeges, Rugers, Ruijgers, Rojer. Vadersnaam uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Rutger, ruth-ger.

Rogeré, Rogéré: Plaatsnaam Rogerée of Rogené in Jehay (Luik).

Roffel, Roeffel, Roffelsen. Bijnaam, kastijding, terechtwijzing.

Rogge, Roggen, Rogghe, Rogghen, Rog, Rogh, Rogmans: 1. Vadersnaam. Korte vorm van Germaanse voornaam Rutger, Rugger, Roger. 2. Bijnaam naar de huisnaam, de visnaam ‘rog’. 3. Beroepsbijnaam van de roggebroodbakker.

Roggeband: Beroepsbijnaam van de roggestrobinder, vergelijk Strooband.

Roggeman: Afleiding op -man van Rogge, met namen van de voornaam Rogge.

Roggembucke, Roggembüche: Nederduitse bijnaam Roggenbuck: roggebuik, voor een roggeteler of bakker van roggebrood.

Roggen, Rogen, van: De zoon van Thies Jansen (1600-1675) nam de naam van Roggen aan, misschien vanwege het bakkersberoep in de familie.

Roggendorf. Plaatsnaam in Kierdorf. Noordrijn-Westfalen.

Roggenkamp. Duitse plaatsnaam.

Roggeveen: Plaatsnaam Rockeveen, Roggeveen, van Rutkenvene ‘Rutgersveen’.

Rogier, Rogiers, Roegiers, Roegies, Roegiest, Roegirst, Roeguis: Vadersnaam. Roger, Rogier is de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Rutger.

Rogissart. Plaatsnaam in Klabbeek en Itter, Vlaams-Brabant.

Rogister. Plaatsnaam in Battice en Hervé (Luik).

Rogival. Plaatsnaam Rogivaux in Herstal (Luik).

Rogman, Rogmans, Rogemans, Roggeman, Roggemans, Rogguemans, Rochman, Rochmans, Rockmans, Rocmans, Roockmans. Vadersnaam via Roger uit de Germaanse voornaam Rutger; hroth-ger.

Rohaert, Rohart, Rohard, Rohat, Roard, Roart, Roa, Rowaert, Rowart, Reward, Rouhard, Rouhart, Rouha, Rouard, Rouart, Roua, Rouasse, Rouas, Roust, Rouat, Ruard, Ruar, Ruaaert, Rua, Ruas, Ruwaert: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hrôth-hard 'roem-sterk': Hrodhard, Rohardus. Zie Roothaer(t).

Rohé. Plaatsnaam in Dolembreux (Luik).

Rohling, Rohlig. Vadersnaam. Duitse afleiding van Röhl. Vergelijk Rolink.

Rohlicke, Rölke, Rolke: Vadersnaam. Nederduitse afleiding van Rohl.

Rohn, Rohner. Plaatsnaam. Middenhoogduits rone; omgevallen boomstam.

Röhner: Afleiding van de plaatsnaam Röhn (Noordrijn-Westfalen).

Rohr, Röhr, Rohrer: Duitse verspreide plaatsnaam Rohr: riet.

Röhrich, Röhrig, Roehrig, Rohrig. Plaatsnaam. Middenhoogduits rôrich: (oever)riet.

Roial, Royal: 1. Plaatsnaam. Luiks-Waals royâ (vëye): grote weg, heerweg. 2. Zie Real.

Roideaux, Roydeaux, Roidot: Afleiding van Oudfrans roide, Frans raide: hard, ruw, ruig.

Roig. Waarschijnlijk spellingvariant van Rog.

Roisseleux, Roisleux. Plaatsnaam Roisleux in Thimister (Luik).

Roiseux. Plaatsnaam Royseux in Vierset-Barse (Luik).

Roisin. 1. Plaatsnaam Roisin (Henegouwen). 2. Oudfrans roisin, resin, Frans raisin: druif. Vergelijk Druyve.

Roitzheim. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen.

Rojahn. Nederduitse bijnaam Rodejahn; rode Jan.

Rokeghem, van, Rokegem, van, van Rockeghem, van Roekeghem, van Roekegem, van Rouckegem: Plaatsnaam Rokegem in St.-Maria-Horebeke, bij Zomergem (Oost-Vlaanderen) en in Wakken (West-Vlaanderen).

Rokers, Rockers. Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôk-hari 'roek-leger': Ruoccherus. Vergelijk Roekaerts, Rocher.

Roks, Rokse, Rockse, Roksx: Vadersnaam. Bakernaam, van Germaanse voornaam Rutger. Of korte Germaanse voornaam Rocco, Rocho, van hrôk ‘roek, raaf’.

Roksnoer. Beroepsnaam van de binder van roggestro, die het stro snoert. Vergelijk Roggeband, Duits Roggenseil, Rockstroh, van Roggenstroh.

Rolshausen, Rollshausen. Duitse plaatsnaam Rollshausen.

Roldan. Vadersnaam. Spaanse vorm van de voornaam Roeland.

Rolet, Rollet, Rollé, Rolle, Rollez, Rouletfte, Roulette, Roullez, Rouletftez: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roland of Roelof. Eventueel zelfs van Radolf, Frans Raoul.

Rollema, Rollmann: Vadersnaam. Afleiding van Roeland of Roelof.

Rolink, Rollinger, Rolling, Rollinger, Rouling, Roulling, Ruhling: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roeland of Roelof.

Rolis, Rolies: Jonge metathesis van Lori(e)s.

Rollé, Rollegem, van, Rolleghem, van: Plaatsnaam Rollegem (West-Vlaanderen).

Rollenberg. Plaatsnaam in Ronse (Oost-Vlaanderen) of Roelenberg in Wervik (West-Vlaanderen).

Roller, te: Achterhoekse familienaam. Plaatsnaam ’t Rolder bij Zieuwent (Gelderland).

Rollewagen. 1. Bijnaam van de voerman, naar de wagen met rollen in plaats van wielen. 2. De Belgische familienaam Rollewagen is een vondelingnaam. Charles François Rollewagen werd op 25 oktober 1814 in Cent als vondeling aangetroffen onder een ontkoppelde wagen.

Rollier, Rolliers, Roliers, Rolli, Rolly, Roly, Roelly, Roullier, Roulier, Rouillier, Rouiller, Rouilly, Rouly, Raulier, Rauliez. 1. Beroepsnaam uit het Middelfranse roulier: voerman. 2. Ook uit de plaatsnaam Roly (Namen).

Rolot, Rollot, Rollo, Rollos, Raulot, Raulo, Rulot: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roland of Raoul (vergelijk Raulet).

Roly, Rolly, de Roly, Roelly: 1. Plaatsnaam Roly (Namen). 2. Zie Rollier(s).

Romel, Rommel. Middenenderlands rommel: lawaai. Bijnaam voor een lawaaimaker. Vergelijk Rommelaere.

Roma, Rouma, Roumat, Rumas: 1. Vadersnaam Ro(u)mard/Rumard, Germaanse voornaam hrôm-hard 'roem-sterk': Rumhart. 2. Zie Roumache.

Romainville, Romenville: Plaatsnaam (Seine).

Romal, Remael, Ramael, Ramaël: Wellicht Waalse vorm van Plaatsnaam Rosmalen (Noord-Brabant): 815 Rosmalle of Orsmaal, 1143 Rosmale.

Roman, Rooman: 1. Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Romanus ‘Romein’. 2. Zie Rooimans.

Romanoff, Romanovski, Romanovsky, Romanow, Romanowski, Romanowa, Romanski: Vadersnaam. Slavsiche afleiding van de voornaam Romanus.

Rombout, Rombouts, Rombaut: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôm-bald ‘roem-moedig’: Rumboldus.

Romanus, Ramano, Roman, Romand, Romant, Romang, Romans, Romahn, Romann, Roumans, Roumant, Romaen, Rooman, Roomans, Reuman, Roumain, Romain, Romeijns, Romeins, Romyn, Romyns, Romijn. Vadersnaam uit de Latijnse voornaam Romanus: Romein.

Romein, Romeijn, Romeijnsen, Romeijsen, Romijn, Romijnsen, Remeijn, (van de) Remeijnse, Reminsen, Remijn, Remijnse, Remijnsen: Vadersnaam. 1. Aanpassing van Frans Romain, van Latijnse heiligennaam Romanus ‘Romein’. 2. Maar de Zeeuwse familienaam Romein blijkt een volksetymologische herinterpretatie te zijn van Remein, Remijn, zelf een vervorming van de Waalse familienaam Remy, van de heiligennaam Remigius.

Romarin. Bijnaam. Oudfrans rosmarin, Frans romarin: rozemarijn (kruidnaam). Vergelijk Roosemarijn.

Rombaut, Rombauts, Rombouts, Rombout, Rombaudt, Rombau, Rombaux, Rombeau, Rombeaux, Rombeaut, Romboux, Rumbaut. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam hrom-bald; roem-moedig.

Romberg. Duitse plaatsnaam.

Romboux. 1. Zie Rombout(s). 2. Plaatsnaam in Abée (Luik).

Rome, Rom, Room, Rooms, Roems. 1. Vadersnaam, verkorte vorm van Romboud. 2. Mogelijk ook uit het Middelnederlandse rome: room. Beroepsbijnaam van de roombereider. Vergelijk Zoetemelk, Wittevrong(h)el.

Rome, van, van Romme. Plaatsnaam. 1. Stad Rome (Italie). Eventueel bijnaam van een Romevaarder. 2. Plaatsnaam Rome, bijvoorbeeld in Outrijve (West-Vlaanderen).

Romedenne, Romdenne, Romdane, Romdhane, Romdhan, Romdhani, Remeden, Remedem: Plaatsnaam Romedenne (Namen).

Romeijnders. Waarschijnlijk niet inwoner van Rome, maar reïnterpretatie van Romeyns of Romeyer.

Römer, Römers, Romer, Roomer, Roomers, Rommers, Roemer, Roemers, Rohmer, Reumer, Reumers, Rumers, Romgers, Remmers, Remmerts, Reemers, Rommers: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Rodmer, Roemer: hrôth-mêr ‘roem-vermaard’: Rotmarus, of hrôm-hari ‘roem-leger’; Romerius, Romarus. 2. Romer kan een bijnaam zijn voor de Romevaarder, pelgrim naar de heilige stad Rome.

Romerique, Rommérique, Rommerique: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôm-rîk 'roem-machtig': Romaricus.

Romero. Vadersnaam. Spaanse vorm van de Germaanse voornaam Roemer; zie Rômer(s). Of plaatsnaam?

Romeu, Romieu, Romieux, Roumieux: Moedersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Romhild.

Romeyer, Romeijer. Bijnaam Rode Meier; Duits Rotmeier.

Romhild. Moedersnaam. Germaanse voornaam hrôm-hild 'roem-strijd': Ruomhilt, Romildis.

Romic, Romich, Romih: Vadersnaam Römig, Römmich, gerond van de voornaam Remig(ius), vooral in de Palts.

Romiée, Rommiée, Rommiee, Romniée, Romnée, Romnee: Plaatsnaam Romiée in Arbre (Namen), van Ruminiacas.

Romier, Romy, Roumie: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van germaanse voornaam Rodmer, Roemer; zie Römer(s) 1. 2. Variant van Ramier.

Romignon, Romignot, Romio, Roméo, Romeo: Vadersnaam. Vleivorm van Rom-naam.

Romilly. Plaatsnaam (Aube, Loir-et-Cher, Eure, Eure-et-Loir).

Röming, Rominger: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hrôm-naam.

Romkes, Romkema, Reumkens, Rom. Vadersnaam verbogen met een -s bij de roepnaam Romke (van Romkeszoon), die van oorsprong teruggaat op een Germaanse naam met het woord (h)ruom = 'roem', zoals Rombout, Rombert, Rumold.

Rommel, Romel: Middelnederlands rommel ‘lawaai’. Bijnaam voor een lawaaimaker, een rommelaar.

Rommelaere (de), Rommelaar, Romelart, Rommelaere. Bijnaam voor een luidruchtig iemand. Zie Rommel.

Rommen, Rommens, Romens, Roemen, Roumen, Rummens, Rumen, Romme, Rommes, Rommès: Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse voornaam, zoals Romboud, Romoud of Romond.

Rommerskirsch. Plaatsnaam Rommerskirchen. Noordrijn-Westfalen.

Romond, Romon, Romont, Roumont: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-mund 'roem-bescherming'. Hrodmund, Romund, Ro(t)mundus. 2. Bijnaam voor iemand met rode mond.

Romondt, van: Plaatsnaam Romont in Bever (Vlaams-Brabant), Modave en Vierset (Luik).

Rompaey, van, Rompaeye, van, van Rompaeij, van Rompaij, van Romphey, van Rompu, van Rompuy, van Rompuij, (van) Rompa: Plaatsnaam (te) Rompade, Rompaey ‘ruim pad’.

Rompen, van, Romp, Rampen, Rumpen: Plaatsnaam Rompen in Sippenaeken (Luik), Brunssum, Kohlscheid (Noordrijn-Westfalen).

Rompteau, Rompteaux. Vadersnaam. Afleiding met dubbele suffix -eteau van de voornaam Rombaud.

Romsee, (de) Romsée: Plaatsnaam Romsée (Luik).

Romswinkel, Rommerswinkel: Plaatsnaam (waarschijnlijk) in Noordrijn-Westfalen. Er zijn verschillende Rommers-plaatsnamen in Duitsland.

Romulus. Latinisering (van Romniel?). of naar de stichter van de stad Rome?

Romus. Variant van Romeu?

Ron, de: Andere spelling voor Derom, Derome. Plaatsnaam Rome in Lahamaide (Henegouwen).

Ronca: Waalse variant van Roncard, afleiding van Oudpicardisch ronquier ‘ronken, snurken’.

Ronchail. Plaatsnaam, van Oudfrans, Frans ronce: braamstruik.

Ronchaine, Ronchesne: Plaatsnaam Rond Chêne: ronde eik, in Dinant, Vedrin (Namen), Esneux (Luxemburg).

Ronchetti, Ronquetti: Beroepsnaam. Afleiding van Italiaans ronchetto: klein snoeimes, van ronca: snoeimes.

Roncins, Ronchain, Ronssin, Ronsin, Ronsyn, Ronsijn, Ronsent, Ronsen: 1. Plaatsnaam Ronchin (Nord) van Latijn rumicinium, van rumicem, van Frans ronce: braamstruik. 2. Zie Ronsin.

Ronck. 1. Bijnaam voor een ronker, snorker? Vergelijk Ronckers. 2. Plaatsnaam Roncq (Nord). Zie De Roncq.

Ronckers, Runker. Bijnaam voor een ronker (een snurker).

Ronde, de, de Rond, de Ron: Bijnaam voor iemand met een rond uiterlijk of met rond(borstig) karakter.

Rondaert. Ongetwijfeld hypercorrect voor Ronda.

Rondeau, Rondeaux, Rondiaux, Rondia, Rondiat, Ronday, Lerondeau, Rondelle, Rondel, Rondal, Rondelet, Rondelez, Rondelée, Rondele, Rondelee, Ronlez: 1. Oudfrans rondel, van rondelet. Bijnaam naar de ronde buik. 2. Vadersnaam. Wellicht afleiding van rand-naam; voor de o, vergelijk Randaxhe = Rondache. Rondelet kan variant zijn van Randolet.

Rondel, la Rondelle, la Rondella: Oudfrans rondel. Bijnaam naar de ronde buik.

Rondelaere, Rondelart. Reïnterpretatie (met d-epenthesis) van Rommelaere.

Rondenbosch. Plaatsnaam Ronderbos in Dilbeek (Vlaams-Brabant), Ronden bos in Maldegem (Oost-Vlaanderen).

Rondeux. Plaatsnaam Rendeux, Luxemburg.

Rondin, Rondineau. 1. Afleiding van Frans rond: rond. Bijnaam. 2. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Randolf, Randoux.

Rondhuis: Een rondhuis zou een wachthuis zijn geweest, vergelijk Engels roundhouse ‘gevangenis’.

Rondot, Rondoz. 1. Afleiding van rond: rond. Bijnaam. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse rand-naam, zoals Randolf. Vergelijk Randon.

Ronfa, Ronfaut. Plaatsnaam Rond Fa(u); ronde beuk.

Ronfle, Ronflette. Frans ronfler: snorken, snurken, ronken. Bijnaam voor een snurker. Vergelijk Ronckers.

Rongchamp, Rongchamps. Plaatsnaam Ronchamps in Beausaint (Luxemburg).

Rongé, Ronger, Rongy, de Ronghé, Rongé, de Ronghe, de Ronge. Variant van Rogier (Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Rutger (hroth-ger).

Rongen, Ronge, Rung, Runge. Familienaam uit het Middelnederlandse ronge, runge: sport van een wagenladder. Beroepsbijnaam van de wagenmaker.

Rongveaux, Rongvaux, Ronveau, Ronveaux, Ronvaux, Ronval: Plaatsnaam Ronvaux in Chevetogne, Rognée (Namen), Charneux (Luik) en Meuse; Rongvaux in Hayange (Moselle).

Rongy. Plaatsnaam Rongy (Henegouwen). Maar de familienaam komt niet in Henegouwen voor, wel hoofdzakelijk in Luik. Daarom is Rongy veeleer een variant van Rogy. Zie Rongé en vergelijk Deroggé/Derogy.

Ronkard, Ronkart, Ronca, Roncart, Ronquart: Bijnaam van Middelnederlandse werkwoord ronken, respectievelijk Oudpicardisch ronquier: ronken, snurken. Vergelijk Ronckers.

Ronken: Bijnaam voor een ronker?

Rönne, Ronne, Ronnen: Duitse plaatsnaam Rb'nne, Rbonne ?

Ronneau, Rouneau: Vadersnaam. Germaanse voornaam Ronald(us), Noors Rognvaldr.

Ronquier. Plaatsnaam Ronkier in Mollem (Oost-Vlaanderen) van Middenlatijn runcaria: plaats met braamstruiken.

Ronse (van), (van) Ronsse, Ronsman, Ronsmans, Roensman, Roensmaens, Ronsseman: Plaatsnaam Ronse (Oost-Vlaanderen).

Ronsele, van, van Ronselé: Plaatsnaam Ronsele (Oost-Vlaanderen).

Ronsin, Ronsyn, Ronsijn, Ronssin, Ronsen, Ronsent, Roncins, Ronchain: 1. Oudfrans roncin: trek- en lastpaard? Beroepsnaam. 2. Zie Roncins.

Ronsman, Ronsmans, Roensman, Roensmaens, Ronsseman: Afleiding van plaatsnaam Ronse (Oost-Vlaanderen).

Ronstorff. Waarschijnlijk met ingevoegde n uit Rohstorf (Duitsland).

Roo, de; Roode, (de) Rooij: Bijnaam ‘de rode’, naar het rode haar.

Roobier. Waarschijnlijk niet bijnaam Rood Bier, ondanks de Duitse familienaam Rotbruwer, maar Robier, van Robert.

Roobol: Bijnaam voor een roodharige, met een rode bol ‘kop’. Vergelijk Duits Rotkopf, Rothaupt.

Roobroeck, Roobroek, Roobrouck, Robroeks, Roebroeck, Roebroeks, Roëbroëks, Roubroeks: 1. Bijnaam naar de rode broek. Vergelijk Rotharmel. 2. Zie Van Robbroeck.

Rood, Roode, Rooden: Waarschijnlijk Nederlandse spelling voor Duits Rot.

Roodbeen: Bijnaam voor iemand met rode benen?

Roodbergen: Duitse plaatsnaam Rotberg? Of Radberg (Noordrijn-Westfalen)?

Rooderkerk. Plaatsnaam Rodenkirchen in Rondorf (Noordrijn-Westfalen).

Roodhans, Roothans. Afleiding van de Duitse familienaam Rothans: rode (wellicht haarkleur) Hans (Johannes).

Roodhorst: Plaatsnaam. Roodzand: Plaatsnaam.

Roodnat. Naam uit rood (naar de haarkleur) + een voornaam (Nathan, Nathanaël of Natalis).

Rooimans, Roman, Rooman: Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Rodeman(s), afleiding van plaatsnaam Rode; zie van Rooij(en).

Rook, Rooks, Roke, Roock, de. Beroepsnaam, iemand die rook maakt voor.

Rookhuijzen, van: Rookhuizen, plaatsnaam in Hell (Putten, Gelderland), Swalmen (Nederlands Limburg).

Roolker: 1. Afleiding van Duits Rolke, vleivorm Roleke, Rolekin van de voornaam Rudolf, Roland. 2. Afleiding van Wendisch rolka ‘akker’.

Rooleeuw; bijnaam die in een huis met de Roode Leeuw in de gevel woonde.

Roolvink, Roelevink, Roelvink, Roelink, Rolvink, Rolink. Saksische vadersnaam uit de Germaanse voornaam Roel(f) (hroth).

Rooms, Roons: Afleiding van Rome, Room. 1. Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Romboud. 2. Eventueel Middelnederlands rome ‘room’. Beroepsbijnaam van de roombereider.

Roon, (van): Plaatsnaam Rhoon (Albrandswaard, Zuid-Holland), Roon bij Valkenburg (Zuid-Holland) of Roden (Drenthe).

Roorda, Roda, Roeda: Friese afleiding van de Friese voornaam Roord, Germaans hrôth-ward ‘roem-bewaarder’: Hrodowardus, Rodoardus. Ro(e)da kan eventueel van elke hrôth-naam worden afgeleid.

Rooryck, Roorijck, Rodric, Rodrick, Rodrique: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-rîk 'roem-machtig': Hrodericus, Rodricus.

Roos, Roose, Rooze, Roozen, Roze, Rozen, Rose, Rosen, Roosen, Roosens, Roozen, Roesens, Roesems, Rooses, Roes: 1. Bijnaam naar de huisnaam. 2. Moedersnaam, voornaam Rosa.  3. Vadersnaam Roos, Germaanse naam als in Rosinga, Rosema, Rozema, Roosma, Rozenga in Friesland, Rösing in Oost-Friesland, Roosens, Rooses en Reusens in Vlaanderen; en van de verkleinvormen: Roosjen in Friesland, Roosjes en Roskes in Holland en Brabant, Röskens in Oost-Friesland.

Roos, van, Roose van, Plaatsnaam Roos: riet. Rozen (Noord-Brabant). Ook huisnaam; zie Roos 1.

Roos, de, de Rose, de Roose, de Rooze, de Ros: 1. Bijnaam naar de huisnaam. Zie ook Roos 1. 2. In het land van Asse is De Roos een reïnterpretatie van (de) Raes.

Roosbroeck, van, Roosbroek, van, Roosbroekx, Roosbroeckx, (van) Roosenbroeck, Roosenbroek, Roosebrouck, Rosbrouck: Plaatsnaam Roosbroek in Sint-Amandsberg (Oost-Vlaanderen), Sint-Pieters-Kapelle (Vlaams-Brabant).

Roosdorp: Plaatsnaam Roisdorf (Noordrijn-Westfalen).

Roosenboom, (de) Rooseboom, Rosenboom, Roseboom, Rozeboom, Roozeboom, Rozenboom: Verspreide plaatsnaam Rozenboom, Duits Rosenbaum. Vaak huisnaam.

Roosebeke, (van), van Roozebeke, van Roosbeke, Roosbeek, Roosbeck, Roesbecke, Roesbeke: 1. Plaatsnaam Roosbeek (Vlaams-Brabant). 2. Plaatsnaam Westrozebeke (West-Vlaanderen). 3. Plaatsnaam Oostrozebeke (West-Vlaanderen). 4. Rozebeke (Oost-Vlaanderen). 5. Roosbeek in Zepperen, Limburg. 6. Roosbeek = Rebecq (Waals-Brabant).

Roosemarijn, Roosemaryn, Rozmarin, Rosmarin: Bijnaam naar de kruidnaam rozemarijn. Vergelijk Romarin.

Roosemeyers, Rosemeier: Duitse bijnaam van de bewoner van een plaats met rozen.

Roosemondt, Roosemont, Rosemond, Rosimont, Rusmont, Rassemont, Rasemont, Rasmond, Rasmont: Moedersnaam. Germaanse voornaam Rosamunde. Ook Duitse familienaam Rose(n)mund.

Roosenburg: Plaatsnaam Rozenburg (Zuid-Holland).

Rooseparck. Volksetymologische reïnterpretatie van Rosback; zie Rosbach.

Roosens, Rooses. 1. Familienaam uit de Oudnederlandse naam voor riet (naar woonplaats - lichaamsvorm). 2. Zie Raas.

Roosevelt, Rosenveld, van, van Rosevelt: De Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) stamt af van Claes Martenszoon van Roosevelt, die in 1649 in Nieuw-Amsterdam (New York) ontscheepte. Hij kwam van 'Holland'. De familie Roosevelt zou genoemd zijn naar de hofstede het Rosevelt tussen Tholen en Poortvliet (Zeeland). Het kan op een Brabantse familie Roosevelt = Ruysevelt teruggaan. Zie ook Van Ruysevelt.

Roosjen, Roesgen, Roeskens, Roskin, Rosquin, Rösgen, Rosgen: 1. Moedersnaam. Afleiding van Latijnse heiligennaam Rosa. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Rozo, -so- afleiding van hrôth-naam. 3. Vadersnaam. Soms afleiding van de voornaam Raas.

Roosloot, Rosloot. Naam uit de waternaam Roosloot in Bergen (Noord-Holland).

Roosma: Friese afleiding van de voornaam Roos, Rosa.

Roosmaelen, van, Roosmaelen, van, Rosmalen. Plaatsnaam Rosmalen (Noord-Brabant). Eventueel Orsmaal (Vlaams-Brabant) of Rosmeer (Limburg) (vergelijk Rosmeulen).

Roossien, Rozema, Roosjen, Reussien. Vadersnaam. Germaanse voornaam Rozo, so-verkleinvorm van hrôth-naam.

Roost, van (de), van der Oost, van der Oest, (van der) Roost, (van de(r) Roest, van der Rost, van der Hoost, van der Oest, van de Ros, van Droost, Veroost, Verost, Verhooste, Verhoost, Verroest, Verroust, Verrosste, Verhoest, Verhost, Verhoëst, Verhoelst; Plaatsnaam Roost/Roest ‘plaats waar riet groeit’. Roest (Noord-Brabant), Roost/Rosoux in Luik en Rost in Nederlands-Limburg.

Rooster, de. Beroepsnaam van een roosteraar, die (vlees) op een rooster braadt.

Roostermans. 1. Beroepsnaam van een roostermaker of roosteraar. 2. Afleiding van plaatsnaam Roosteren (Noord-Brabant).

Roothaer, Roothaert, Rootert, Rothardt. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam, hroth-hard; roen-sterk. In het Duitse taalgebied kunnen ze heel soms teruggaan op de veel voorkomende plaatsnaam Roth.

Roothoofd, Roothoofds, Roothooft, Roothoofd, Roothoofs, Roothoofts, Roothoofs, Roedhooft, Roodthooft, Roodhooft, Roofthooft, Roofhooft, Roofthoofd. Bijnaam, afkomstig van een rode haardos. Duits Rothaupt, Nederduits Rodekopp, Duits Schwarzkopf.

Rootlieb: Duitse familienaam Rotlieb, een oude voornaam.

Rootselaar, van: Plaatsnaam Rotselaar (Vlaams-Brabant).

Rootveldt. Plaatsnaam Rood Veld? Waarschijnlijk reïnterpretatie van Rooiveld: veld ontstaan door rooiing, zoals in Wilrijk of Waardamme.

Rooij, Rooijen, van, van Roo, van Roijen, van Roij, (van) Roeijen, van Rooié: Met d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit de frequente Plaatsnaam Rode ‘gerooid bos’, onder meer Roden (Drenthe), Sint-Oedenrode, uitspraak Rooi (Noord-Brabant), Nistelrode, uitspraak Nisselrooi (Noord-Brabant), Stamproy (Nederlands Limburg).

Rop, de: Variant van de Roep, beroepsbijnaam van de (om)roeper.

Ropcier. Waaschijnlijk hypercorrect voor Ropsy.

Röper, Roper, Ropers: 1. Nederduitse bijnaam voor een vechtersbaas, van Middennoordduits ropen, Duits raufen: vechten. 2. Middennoordduits roper, rôper, Middelnederlands roper: (om)roeper. Beroepsnaam.

Ropet. Verscherping van Robet of aaanpassing van Roppe, met accent.

Ropsy. Plaatsnaam Robechies (Henegouwen). Vergelijk Dropsy.

Roque, Roques, Rocq, Rocque, Rok, Roke, Rook, Rooke: 1. Zie Rock(s).2. Korte variant van Larocque/Laroche.

Roquelle. Plaatsnaam. Afleiding van Picardisch roque; rots.

Roquigny, Roquiny. Plaatsnaam Rocquigny (Pas-de-Calais, Aisne, Ardeche).

Roquier. Vadersnaam. Picardische vorm van Germaanse voornaam hrôk-hari 'roek-leger': Ruoccherus. Of variant van Riquier met voortonig versterkte klinker.

Rore, de, Derore, Roere, Roers, Ruers, Derhore, de Rhore. Naam uit het Middelnederlandse ro(e)der, rueder: wijnroeier of rooier. Beroepsnaam.

Rorije (van de) : Familienaam naar de plaatsnaam Rorije (boerderijnaam in Heerde (Gelderland) in 1700. Rorije, roer: rietland, riet.

Rorif, Rorife, Rorive. Plaatsnaam Rorive in Amay (Luxemburg).

Rorsvort. Verhaspeling vanDuitse plaatsnaam Rosport.

Ros, Ross, Rohs: Nederlands ros, Duits Ross ‘paard’. Beroepsbijnaam van de paardenfokker of -koopman.

Ros, van (de), van (de) Rose, van (de) Rosse: Waalse verhaspelingen van Van der Roost of Van Roos.

Rosalen, Rusalen, Rosolen: Saanse familienaam (Valencia). Variant Resalani, Rosaleny. Wellicht Arabisch ra's djain 'bron'.

Rosarius. Latinisering van Rosier.

Rosart, Rosaer, Rosa, Rosar, Roosa, Rossard, Rossar, Roszer, Roszert, Rosza, Roussard, Roussa: Aangezien stemhebbende s in het Picardisch in de inlaut vaak sS werd, kunnen we zowel van Rosard als van Rossard uitgaan. 1. Rosard. Hybridische voornaam Rosa + Germaans hard. Voornaam Roosardus. 2. Rossard. Aanpassing van Rochard of afleiding van Oudfrans ros: roux, ros, rood. Vergelijk Rossel.

Rosbach, Rossbach, Roszbach, Rosback, Rooseparck, Rusbach: 1. Verspreide plaatsnaam Rossbach (onder meer Rijnland-Palts). 2. Beroepsnaam van de steenbakker. Zie Rossenbacker.

Rosbergen. Plaatsnaam Roosberg (Noord-Brabant), Rösberg in Sechtem (Noordrijn-Westfalen), Rossiberg (bijvoorbeeld in Beieren). Duitse familienaam Rossberg(er).

Rösch, Rosc, Rosch, Roesch: Bijnaam. Gerond van Resch.

Rosewick, Rosenwick. Vadersnaam. Duitse familienaam Rose(n)wig, Rosewich, een gecontamineerde variant van Hrodwig

Rosée, Rosee, Rousêe, Rouzée, Rouzee: 1. Frans rosée: dauw. Vergelijk Dauw. 2. Plaatsnaam Zie De Rosée. 3. Soms eventueel verschrijving voor Roset; zie Roussel.

Rosenkranz: Duitse huisnaam Rosenkranz. Of beroepsbijnaam van de rozenkransmaker.

Roselaer, Roselaers, Roselaar, Rozelaer, Rooselaar, Rooselaer, Rooselaere, Rooselaers, Rooseleer, Rooseleers, Rooseleir, Roeseler, Roozelaer, Rozeleer, Roosseleers, Rosselaar. Beroepsnaam voor de kweker of naar plaatsnaam in de buurt van..

Roseleur. Waarschijnlijk variant van Rosteleur.

Roselier. Afleing van rosel: riet(je). Beroepsnaam voor de rietmaaier of dekker van rieten daken.

Rosemann, Roosseman, Rosenmann: Beroepsnaam van de rozenkweker of naar de woonplaats (De Roos of rozengaard).

Rosier, Rosiers, Rossier, Rousie, Rosierse, Rozier, Roziers, Derosier, Rosy, Rosi, Rosie, Rozie, Rosir, Rousie, Rousies, Rousy, Rouzier, Rouzi, Resier, Rossier, Rossi, Rossie, Roussier, Roussis, Roussy, Russy. 1. Naam uit de Middelnederlandse en Oudfranse plaatsnaam rosier: rozengaard. 2. Of uit het Oudfranse rosier: maker van weefrieten, rietmaker. 3. Jongere vormen mogelijk uit Rogier, zie bij Roger(s).

Rosenau, Rosenauer, Rosenoer, Rozenau: Plaatsnaam Rosenau (Beieren, Noordrijn-Westfalen).

Rosenbaum, Rozenbaum, de Rosenbaum, Rausenbaum, Rasbaum: Verspreide huisnaam. Vergelijk Roosenboom.

Rosenberger, Rosenberg, Rozberg, Rozenberg, Rausenberger: Verspreide plaatsnaam Rosenberg. Rozenberg was ook een heerlijkheid in Waasten en Ploeg-steert (Henegouwen).

Rosenbld, Rosenblat, Rosenblatt, Rozenblit, Rosembly: Duitse bijnaam Rosenblùte: rozenbloesem.

Rosenblum, Rosenblüm, Rozenblum: Duits Joodse familienaam Rosenblum: rozenbloem. Vergelijk Rosenbluth.

Rosenbrook, Roosenbruch, Rossbroich, Rossbruch: Nederduitse en Hoogduitse vorm van plaatsnaam Roosbroek: broekland, moeras met riet. Vergelijk Van Roosbroeck en Nederduits Rosebrock.

Rosenbusch, Rozenbusz: Duitse plaatsnaam Rozenbos.

Rosendaal, van, van Rosendael, van Roosendael, van Roozendael, Rosendahl, Roozendaal, Rozendaal, Roosendaal, Roosendans: Plaatsnaam Roozendaal (Noord-Brabant) of Rozendaal (Frans-Vlaanderen, Gelderland, Zuid-Holland). Verder verspreide plaatsnaam.

Rosendor, Rozendom: Duitse familienaam Rosendorn. Plaats- of huisnaam: rozenbosje, rozenstruik.

Rosenfeld, Rozenfeld: Verspreide Duitse plaatsnaam Rosenfeld: (waarschijnlijk) rietveld. Vergelijk Roosevelt.

Rosengarten, Roosegaarde: Duitse plaatsnaam Rosengarten: rozengaard. Ook Rozengarten in Remersdaal (Limburg).

Rosenhain. Verspreide Duitse plaatsnaam: rozenheg. Vergelijk Duits Rosenhagen en Rosenhek.

Rosenhek. Plaatsnaam Rozenhek, Rozenheg. Vergelijk Rosenhain.

Rosenholtz, Rosenholz, Rozenholc: Duitse plaatsnaam of huisnaam: rozenbosje, rozentak.

Rosenkranz, Rosenkrancz. Duitse huisnaam Rosenkranz. Of beroepsnaam van de rozenkransmaker.

Rosenstein, Rozenstajn, Rozensztajn, Rozensztejn: Duitse plaats- of huisnaam.

Rosenthal, Rozental, Rozenthal: Verspreide plaatsnaam Rosental. Vergelijk Rosendaal.

Rosentreter. Afl.eiding van Middennoordduits Rosentrede: rozenpad, pad met rozen afgezet. Beroepsnaam van de tuinier.

Rosenwald, Rozenwald: Verspreide Duitse plaatsnaam, met name in Oost-Pruisen.

Rosenwasser. Beroepsnaam van de apotheker, die Rosenwasser: rozenwater verkoopt.

Rosenzweig, Rosentzweig, Rosencwajg, Rozenzweig, Rozencweig, Rozencwejg, Rozencwijg, Rozencwajg: Duitse bijnaam Rosenzweig: rozentak, -twijg, naar de huisnaam.

Röser, Roeser: Duitse beroepsnaam van de hennep- of vlasroter.

Rosier, Rosiers, Rozier, Roziers, Derosier, Rosy, Rosie, Rosi, Rozie, Rosir, Rousies, Rousie, Rousy, Rouzier, Rouzi, Resier, Rossier, Rossie, Rossi, Roussier, Roussis, Roussy, Russy: 1. Plaatsnaam. Middelnederlands en Oudfrans rosier: rozelaar, rozengaard. 2. Oudfrans rosier: maker van weefrieten, rietmaker. Vergelijk De Riemaker 2. 3. Jongere vormen eventueel van Rogier.

Rosière, Rosières, Rosiere, Rosieres, Resiére: Verspreide plaatsnaam Rosière(s) (onder meer Waals-Brabant, Luxemburg, Somme, Oise): plaats waar riet groeit.

Rosieren, van de, van der Osieren, van de(der) Rasieren, van de Razieren: Plaatsnaam Rosier: rozengaard; of Rosière: rietland. Zie Rosier(s) 1. Vande(der) Rasieren is een reïnterpretatie door associatie met Middelnederlands rasiere: korenmaat.

Rosin, Rosing, Roosingh: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam hrôth-so.

Roskam, Roskams, Roskamp, Rohskamp, Rosskamp, Rosskampf, Roscamps, Roscam, Oskam, Oskamp: Beroepsbijnaam van de paardenkammer of bijnaam naar de huisnaam, bijvoorbeeld De Roskam in Diest (Vlaams-Brabant) of Mechelen (Provincie Antwerpen). Of naam uit de plaatsnaam Roskam (Nederland), Roscamp (Rijnland - Duitsland).

Roskes: Uit Rooskin(s), verkleinvorm van de voornaam Rosa of de Germaanse voornaam Rozo, so-verkleinvorm van hrôth-naam.

Rosmalen, van,; Rossmaal, van Roosmalen: Plaatsnaam Rosmalen (Noord-Brabant).

Rosman, Rosmans, Rosmane, Rosmann, Rosmant, Rozman, Rozmann, Roseman, Rooseman, Rousman, Rousmans: Beroepsnaam van de paardenkoopman.

Rosmeulen, Rosmalen, van. Familienaam uit de plaatsnaam Rosmalen (Noord-Brabant) of Rosmeer (Limburg).

Rosmolen, Rosmeulen. Een rosmolen (Middelnederlands orsmolen)is een door een paard voortbewogen tredmolen. Maar de familienaam zal wel een herinterpretatie zijn van 1. Plaatsnaam Rosmalen (Noord-Brabant). 2. Plaatsnaam Rosmeer (Belgisch-Limburg).

Rosmuller: Beroepsnaam. Molenaar met een rosmolen.

Rosner, Rossner: 1. Synoniem met Duits Rössler. 2. Van plaatsnaam Rossen (O.-Pruisen) of Rôssen bij Leipzig.

Rosoor. Plaatsnaam Rosoir in Péronne-lez-Antoing (Henegouwen).

Rosschaert. 1. Zie Rasschaert. 2. Verhaspeling van Drossaert.

Rosseau, Rousel, Rouzel, Rozel, Rosseel, Roseel: Bijnaam voor een roodharige. Oudfrans rossel, verkleinvorm van ros ‘roodkleurig’.

Rossel, Rosel, Rosell, Roselt, Rozel, Rooseels, Roussel, Rossels, Rosselle, Roselle, Rosellen, Rosseel, Rosseels, Roseel, Rosielle, Rousseel, Roussel, Rouselle, Rouselle, Roussiel, Rosseau, Rossau, Rossieau, Rossiau, Rossias, Rosias, Roseau, Roseauc, Rosaux, Rousseaux, Rousseau, Rouceau, Rouzaud, Roussiaux, Roussiau, Roussieau, Roussia, Lerousseaux, Rousso, Rossay, Rosseeuw, Roseeuw, Rousseeu, Rousseuw, Roussew, Rousseu, Rosieuw, Rosieuw, Rouseu, Rouzeeuw, Rossau, Rossauw, Rossou, Rossauw, Russel, Russell, Russelle, Russiaux, Russo, Reselle. 1. Bijnaam voor een roodharige. In het Oudfrans is rossel een afleiding van ros, roodkleurig. 2. De vormen met s/z kunnen theoretisch teruggaan op Oudfrans rosel, Frans roseau: riet (zie Duroselle). Maar de meeste zijn wel varianten van Ro(u)ssel/Ro(u)sseau en is de stemhebbende s/z als Picardisch regressievorm te verklaren.

Rosselet, Roselé, Roseleth, Rousselet, Rousselot, Rusiet, Ruslet. Bijnaam uit rossel: roodharig.

Rossem, van, van Rossen, van Rossom, van Rosseme, (van) Rossum, van Russum, van Rassemn van Rassenri: Plaatsnaam Rossem in Wolvertem (Vlaams-Brabant) of in Noorderwijk (Provincie Antwerpen); ook Rossum (Gelderland, Overijssel) en Rothem, Rottum bij Goch.

Rossen. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Rozo. Zie Roosjen 2.

Rossenbacker. Duitse beroepsnaam Rossbacke(n), Rossebacken: steenbakker. Rosé/Russe: baksteen.

Rossenfosse, Rossinfosse: Plaatsnaam Rossenfosse in Charneux (Luik), of = Rassenfosse.

Rossetton, Rosseton. Afleiding van Rosset.

Rossi. Rossi is natuurlijk een Italiaanse familienaam, bijnaam voor een roodharige. Maar de hoge frequentie (338x in België) verzet zich tegen vreemde herkomst, zoals trouwens ook de spelling Rossie; zie Rosier(s).

Rossien, Rosseen. Afleiding van Oudfrans ros; rood(harig).

Rossignol, Rosignoil, Lorsignol, Lorsignon, Lossignol, Rossignon, Rossillion, Rossillon, Rosillon, Rosillong, Rosillo, Rosio, Rosilong, Rosseljong, Oselioen, Rossion, Roussillon, Rossigneux, Rosseneu, Rossenu, Rossenue, Ossieur. 1. Familienaam uit het Oudfranse los(se)ignol. Middenfrans rossignol, rossillon, Zuid Frans rossignol, N.-Frans roussigneul, van Volkslatijn rusciniola, van Latijn lusciniola: (kleine) nachtegaal. Vergelijk Nachtegaal. Bijnaam voor iemand die bijvoorbeeld zeer mooie muziek maakte. 2. Vooral voor Rossi(gn)on is de bron wellicht de plaatsnaam Rossignol (Luxemburg).

Rossigny, Rossiny, Rossini: Plaatsnaam Rossignies in Obaix (Henegouwen).

Rossin, Rossyn, Rossijn, Roussin, Rossinet, Rosinet, Rosin, Rozin, Rozein, Rozaine, Rozenes, Rusin: 1 Bijnaam. Afleiding van Oudfrans ros, Frans roux: rood(harig). 2. Vanwege de verwisselbaarheid van s/z kunnen we ook van Rosin uitgaan. Oudfrans roisin, Frans raisin: druif, rozijn. Beroepsnaam.

Rôssing, Rossing: Plaatsnaam Rössing in Nordstemmen (Nedersaksen).

Rossiny, Rossini. 1. Zie Rossigny. 2. Italiaanse bijnaam Rossini; roodharig.

Rossinfosse, Rossenfosse. Familienaam uit de plaatsnaam Rossenfosse of Rassenfosse op diverse plaatsen in de provincie Luik.

Rossius, (de) Rosius: Latinisering van De Ro, Leroux, Rousseau, Rossay.

Rôssler, Rossler, Rosseler, Rosier, Roessler, Roeseler, Resseler, Ressler, Resler: Duitse beroepsnaam Rôssler: paardenfokker of -koopman. Res(se)ler is ontrond.

Rossomme, Rosom: Plaatsnaam Rossomme in Plancenoit (Waals-Brabant); of Rossem.

Rossou, Rossoux, Rosoux, Rosu: Plaatsnaam Roost, Frans Rosoux (Luik): 1140 Rosut, Nederlands Roost: plaats waar riet groeit.

Rostan, Rosten, Rustin: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hrôth-stain 'roem-steen': Roodsteinus, Rodstannus, Rostannus.

Rosteck, Rostek. Plaatsnaam Rosteck in Oost-Pruisen.

Roste, van. Lees Van Rostee, Verostee, is van Van der Hofstede.

Rosteleur, (de) Rotteleur, Roteleur, Derotteleur, Resteleur. Afgeleid van de plaatsnaam Roteleu in Aat, Masnuy-St-Pierre en Obigies (Henegouwen), van Rosteleu, van re-oste-leu 'die de wolf wegneemt, wegblaast', plaats waar het hevig waait. Rotteleur in Oeudeghien en Arc-Ainières (Henegouwen).

Rostenne. Plaatsnaam in Sommière (Namen).

Rostits. Bijnaam. Voltooid deelwoord van Oudfrans rostir: roosteren, braden.

Rosu. Plaatsnaam Rosult (Nord): 1111 Rosut: plaats waar riet groeit. Zie ook Rossoux.

Rosvelds. Plaatsnaam Rosveld in Nederweert (Nederlands-Limburg).

Rot, Rott, Rothe, Roth, Rothé, Rôthe, Roths: Duitse bijnaam Rot: rood(harig).

Rotier, Rotiers, Rottier, Rottiers, Rothier, Rotthier, Rottie, Rotti, Rotty, Roty, Rottij, Rothy, Ruthy, Routier: 1. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hrôth-hari 'roem-eer': Hrotharius, Rotar. 2. Middelnederlands rot(h)ier, van Oudfrans rotier, Frans routier: vagebond, deugniet.

Rota, Rotar, Rotta, Routard, Ruttar, Rutar, Ruta: Vadersnaam Rotard, Germaanse voornaam hrôth-hard: Rot(h)ardus. Zie Roothaer(t).

Rotarius. Beroepsnaam. Latijn rotarius: wielmaker, wagenmaker.

Rotblatt, Rottblat. Duits Joodse familienaam; rood blad.

Rote, van de, van Drotte, Venderotte, Vandroth: Plaatsnaam Rot in St.-Kwintens, Lennik, St.-Pieters-Rode, Rillaar (Vlaams-Brabant), Oordegem, Wetteren (Oost-Vlaanderen), Schaffen (Limburg. Rot kan ook vervormd zijn van rode; of deel van een dorp of buurschap, onder leiding van een rotmeester. Middenenderlands rot(e), van Latijn rupta: troep.

Roten, Rotens. Vadersnaam, van Germaanse hrôth-naam; vergelijk Rutten(s).

Roten, van, van Rooten, van Rotten: Plaatsnaam Roten, meervoud van Middelnederlands rote, rot(te): deel van een dorp of buurschap. Maar waarschijnlijk veeleer variant van Van Rothem.

Rotenbach. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen

Rotenberg, Rothenberg, Rottenberg: Erg verspreide plaatsnaam Rotenberg: rode berg.

Roter, Roters, Roeters, Rother, Rotter, Ruter, Rutters, Rutter, Rütter, Ruthers, Ruther: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-hari 'roem-leger': Rotherius. Vergelijk Rottier 1. Zie ook Ruiter 2.

Roterman, Rotterman, Rottersmann, Rottersman, Rottesman: 1. Duitse bijnaam Roter Mann: rode man. 2. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Roter. 3. Variant van Rothmann. 4. Plaatsnaam Rottenmann (Stiermarken).

Rothärmel. Duitse bijnaam Rotärmel: rode mouw.

Rothauser. Naar de bewoner van een rood huis, ook Rothäusler. Of Duitse plaatsnaam Rothaus, Rothausen, Rotthausen.

Rothelin, Röthlin: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hrôth-naam

Rothem, van, van Rotthem, van Rottem, van Rotten, van Rooten, van Roten. Familienaam uit de plaatsnaam Rotem (Limburg), of de gelijknamige plaatsnaam in Halen en Bilzen (Limburg), of uit Rothem (Nederlands-Limburg). Rote, rot(te) is een dorpsdeel, een buurtschap.

Rostijne, van de; van de Rostiene: Uit van der Ostijne, van van der Wo(e)stijne.

Rotgans: Bijnaam naar het uithangbord.

Roth, Roht: Spellingen voor Duits Rot ‘rood’. Bijnaam.

Rothenheisler. Duitse familienaam Rotenhâusler: bewoner van een rood huis. Vergelijk Rothauser.

Röthengatter: Duitse familienaam. Rotengatter, van huisnaam zum Roten Gatter ‘het Rode Hek’.

Rothensteiner: Afleiding van de frequente plaatsnaam Rotenstein, ook huisnaam zum Roten Stein.

Rotheudt, Rotheuth, Rothheut, Rothheudt, Rotheuth, Rottheudt, Rodheudt, Rodtheut, Routheut: Bijnaam. Variant van Roothoofd, Nederduits Rothôvet, Rijnlands Rotheuft.

Rothkegel, Rotkel: Duits dialect ontrond van Rothkögel, Nederduits Rodekogel, Rodekohl: rode kap, rode kaproen. Bijnaam.

Rothkirch, von, van Rudgisch: Duitse plaatsnaam Rodenkirchen.

Rothkranz. Huisnaam; rode krans, kroon.

Rothmann. 1. Vadersnaam. Zie Rotman(s). 2. Variant van Roterman. 3. Duits dialect (Silezië, Saksen) vorm voor Ratmann.

Rotholz, Rotholc, Rotcholtz: Duitse plaatsnaam Rotholz: rood hout.

Rothuizen: Nederduitse plaatsnaam Rothûsen, Duits Rot(t)hausen ‘rood huis’.

Rothureau, Rothera: Franse familienaam Rotereau, Rottreau, afleiding van Rottier

Rothuys, Rotthus: Ook Nederlandse familienaam Rothuizen, van Nederduitse plaatsnaam Rothüsen, Duits Rot(t)hausen. Zie Rothauser.

Rotkopf. Bijnaam; met rode kop, rood haar.

Rotman, Rotmans, Rotmensz, Roetman, Rothemann, Rothmann, Rottman, Rottmann, Rudman, Rutman: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-man 'roem-man': Hrot-, Rot-, Rodmannus. Vergelijk Duits Rudemann.

Rotru. 1. Moedersnaam. Germaanse voornaam hrôth-thrûth 'roem-macht': Rotrudis, Rotrud. 2. Variant van de Franse familienaam Rotrou, van plaatsnaam (Nogent-le-) Rotrou (Eure-et-Loir).

Rotsaert, Rotsaerts, Rootsaert, Rotsart, Rutsaert: Uit Frans Rochard, Rouchard, de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hrôk-hard; ‘roek-sterk’: Rochardus.

Rotscheid: Duitse plaatsnaam. Paul Philipp Rotscheidt, afkomstig uit Gemünd, vestigt zich ca. 1788 in Delfshaven (Zuid-Holland).

Rotschild, Rothschild, Rotszyld: Naar het uithangbord: rood schild.

Rotselaer, van. Plaatsnaam Rotselaar (Vlaams-Brabant).

Rotstein, Rotstejn, Rotsztejn, Rotsztein, Rotsztajn, Rothstein: Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-stain 'roem-steen'.

Rotte, Rodts, Roedts, Roets, Ruts: Vadersnaam. Korte vorm van Germaans hrôth-naam, wellicht Rutger.

Rotten, van: Plaatsnaam Roten, meervoud van Middelnederlands rote, rot(te)‘deel van een dorp of buurschap’. Of plaatsnaam (Nederlands Limburg) of Rotem (Belgisch-Limburg).

Rottenbucher. Plaatsnaam Rottenbuch, Beieren.

Rottenbiller. Ontrond van Rotenbühler, van plaatsnaam Rotenbuhl: rode heuvel, in Pfullendorf (Duitsland).

Rottenbourg. Plaatsnaam Rottenburg, Beieren.

Rottenstein, Rottensteiner. Verspreide Duitse plaatsnaam Rothenstein.

Rotterdam, van. Plaatsnaam Rotterdam, Zuid-Holland.

Rotteveel: 1646 Willem Jansz Rotteveel, bakker, Den Haag. Vergelijk 1382 Daniel Ratevelt, Jan Ratevel, Wakken.

Rottgering. Vadersnaam. Afleiding van Rôttger, Rutger.

Rottier, Rottiers, Rotier, Rotiers, Rothier, Rotthier, Rotti, Rottie, Rotty, Roty, Rottij, Rothy, Ruthy, Routier: 1. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam hrôth-hari ‘roem-eer’: Hrotharius, Rotar. 2. Middelnederlands rot(h)ier, van Oudfrans rotier, Frans routier ‘vagebond, deugniet’.

Röttjers: Vadersnaam. Afleiding van Duits Röttger = Rutger.

Rouault, Ruolt, Ruol), Rouaux, Rouaud, Roueaux, Rohaut, Ruaux, Roudaut: Vadersnaam. Franse vorm van Germaanse voornaam hrôth-wald 'roem-heerser': Hrodowaldus, Roaldus.

Roubedou. Aanpassing van Roubertoux, afleiding van de voornaam Ro(u)bert. Een familie in de VS Robidoux, Robedoux zouden afstammen van 1620 Manuel Robidou uit Galicië. Er is een plaatsnaam Robido in Galicië.

Roubos: Vermoedelijk geen bos-naam, maar een herinterpretatie.

Rouchaud, Rouchaut, Rouchaux. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hrôk-wald: Roco(a)ldus.

Rouchy. 1. Volksnaam Rouchi: Picardiër, Henegouwer. 2. Plaatsnaam Roucy (Aisne).

Rouck, (de) de Roek, Roeck. 1. Bijnaam naar roek of kraai. Bijnaam naar de zwarte haarkleur. 2. In sommige Vlaamse gebieden was een roek, een gerechtsdienaar. Wellicht naar de kleur van de kleding.

Roucou, Roucoux, Rocoux, Rocou, Rocoup: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hrôk-wulf 'roek-wolf : Roculfus, Roccolfus. 2. Zie Roucourt, Rocour.

Roucour, Roucourt, Roucou, Roucoux: Plaatsnaam Roucourt (Henegouwen). Zie ook Rocour.

Roudebush. Duitse familienaam Raudenbusch, plaatsnaam met Middenhoogduits rate: wijnruit (Ruta).

Rouet, Roué, Roue, Rouer, Rouette, Rouhette, Rouhet, Rouxhet, Rouwette, Rouwet, Rouwez, Rouvez, Rowet, Ruetfte, Ruwette, Ruwet, Ruwette, Ruvet: 1. Vadersnaam. (Moedersnaam -ette). Afleiding van een voornaam als Raoux, Ro(h)ard/Rouard, Rouault. Vergelijk Engels Rowet(t). 2. Sommige vormen eventueel van plaatsnaam. Zie De Ruette, De Rouette.

Roufart, Rouffaer, Rouffaert, Rouffard, Roufat, Rouffart, Roeffaers, Roeffaerts, Roeffaert, Roeffe, Roeffart. Vadersnaam, waarschijnlijk uit de Germaanse voornaam Roef - Roelf - Roelof (dit uit Rudolf; hrolt-wulf).

Rouffet, Rouffé, Ruffé: Vadersnaam. Afleiding van Rouff, van Roelof.

Rouffignon. Vadersnaam. Vleivorm van Rouff.

Rouffin, Roffin, Ruffin, Rufin: Vadersnaam. Vleivorm van Rouff of heiligennaam Rufmus.

Roufflet, Ruffelet, Rifflet, Riflet: Vadersnaam. Afleiding van Rouff.

Rouffos, Roufosse, Rouffosse: Plaatsnaam Roufosse in Mortier (Luik), Rouffosse in Saint-Nicolas (Luik).

Rouflart, Rouflaer, Roufflar, Roufflaer, Roeffelaer, Roefflaer, Ruyffelaert, Ruyfflaert, Ruyfflart, Ruffelart, Rufflard, Rufflart, Ruifflard, Rifflaert, Rifflart, Rifflard, Riflard: Vadersnaam. 1. Waarschijnlijk afleiding van Roef = Roelof; vergelijk Roufart, Roufflet. 2. De voornaam werd later als een vorm van Rafaël opgevat.

Rougelot, Rougeot. Afleiding van Rouge of van Roger.

Rougefort. Reïnterpretatie van Rochefort. Plaatsnaam Rougefort in Arques en Réty (Pas-de-Calais): 1286 Rochefort, 1300 Rouchefort, 1569 Rougefort.

Rougon: Misschien verkeerde spelling voor Roujon, Rougeon, afleiding van rouge ’rood’.

Rouillon, Roullon: Plaatsnaam Rouillon in Annevoie (Namen).

Rouin. Vadersnaam. Vleivorm van Rouard of Rouaud. Vergelijk Rouet.

Rouitiau, Rouitiaux. Vadersnaam met dubbele suffix -et-eau van de voornaam Roland of Roelof.

Roukema, Roukens: Vadersnaam. Friese afleiding op –ma van verkleinvorm van Friese voornaam Raue, van hrava ‘raaf’. Maar de varianten Roekens wettigen ook een verkleinvorm van een Germaanse voornaam Rutger of Rocco

Roulante. Waalse uitspraak van Roeland of Roelens.

Rouleau, Rouleaux, Roulleau, Roulleaux, Reuleaux, Reuliaux, Reullieaux, Reulliaux, Reuilleaux, Reuillaux, Ruleau: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Ro(u)land of Roelof.

Roulive; Variant van Roelof of Rorive.

Roumeau, Roumau, Rumeau: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hrôm-wald 'roem-heerser': Rumoldus, Romaldus.

Roumache, Rouma, Roumat, Roma, Rumas: Luiks-Waals roumache: druk, onhandig.

Roumez. Plaatsnaam in La Gleize, Luik.

Roumont. 1. Plaatsnaam in Flamierge, Ochamps (Luxemburg) en Grosage (Henegouwen). 2. Zie Romond.

Roup. 1. Middelnederlands roep, roup: schreeuw, geroep. Wellicht beroepsnaam van de omroeper. 2. Zie Rupp.

Roupsard. Plaatsnaam Robersart in Ellignies-Ste-Anne, Ghoy (Henegouwen) en Floreffe (Namen).

Rourel: vermoedelijk schrijffout voor Rousel.

Rous: Frans Roux ‘rood’.

Rousery, Rouserez, Rouseré, Rousere. Rouzeré, Ruzeré, Ruzere: Plaatsnaam Roseraie: plaats met rozenstruiken.

Rousille, Roussille, Roussilhe: Wellicht plaatsnaam Ros(e)ille: plaats waar riet groeit.

Rousset, Roussiet, Roussez, Roussey, Roussé, Rosset, Rossez, Rossey, Rossé, Rosse, Rousé, Rouse, Rousez, Rouzet, Rouzé, Rouze. Roset, Rosete, Rosette, Rosé, Rosés, Roses, Rosez, Rozet, Rozez, Rozé, Roze, Ruzette, Rézette, Rezette: 1. Bijnaam. Afleiding van Oudfrans ros, Frans roux: rood(harig). Vergelijk Rossel. 2. Sommige vormen (met name die met s/z) kunnen varianten zijn van Rosée.

Routhiaux, Routiaux, Routtiau, Rutteau, Ruttia: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam hrôth-wald 'roem-heerser': Rotoldus, Rotaldus. 2. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hrôth-naam, zoals Rottier. Vergelijk Ruthiel.

Rouvel, Rouveau, Rovaux, Roveau, Rovai: Oudfrans rovel: rood(achtig); naam van de hond in de dierenverhalen.

Rouvillain. Afleiding van plaatsnaam Rouville (Oise, Seine-Mar.)

Rouvroy, Rouvroi, Rouvrois, Rouvroye, Rouveroy, van Rouveroij, de Rouvroy, Roevros: Plaatsnaam Rouveroy (Henegouwen, Luxemburg). Verspreide plaatsnaam Rouvrait, Rouvrois, Rouvroy, van Latijn roburetum: eikenbos.

Rouwendaal, (van); Raauwendaal: Plaatsnaam Rouwendaal, Rouwendal, in Olst, Overijssel.

Rouw, Rouws: Bijnaam. Middelnederlands rauw ‘ruw, onbeschaafd’.

Rouwenhorst, Ruhorst, Rouwhorst, Roenhorst. Plaatsnaam afkomstig van een hoogte (horst) begroeid met ruw struikgewas (rouw-ruw). Plaatsnaam Rouwenhorst in Haaksbergen, Overijssel.

Rouwoos. Wellicht aanpassing van Rouaux.

Rouvoet, Rouwvoet, Ravoet, Revoet: Bijnaam voor iemand met ruige voeten. Vergelijk Middenenderlands ruvoetich, Nederduits Ra(h)foth, Ruhfoot, Duits Rauhfuss.

Rouxhe. Plaaatsnaam in Battice, Luik.

Rovaart, van de: Misschien de plaatsnaam Rovert in Goirle (Noord-Brabant):

Roven, Revins, Roevens, Rovenne: Vadersnaam. Limburgse vorm van Raven(s).

Rover, (de) Rovere, (de), de Roover, de Roover, den Roover, Derooven, Roovers, Rovers, Roevers. (de) Ruyver, de Ruijver, de Reuver, Reuvers, Ruvers. 1. Beroepsnaam van de dakdekker, uit het Middelnederlandse roeven: van een dak of zoldering voorzien. 2. Bijnaam voor een jager, maar ook voor een rover, plunderaar.

Rowies, Rovies. Vadersnaam van Spaans Ruis, variant van Ruy, Rodrigo, van Germaanse voornaam Roderik.

Rowland. Vadersnaam. Engelse vorm van de voornaam Roland.

Roxburgh. Platsnaam Roxberg in Huldenberg (Vlaams-brabant)? Of Schotse plaatsnaam?

Roy (de), Roye, (de) Roi, Roije, de Ruy, (de) Rey: 1. Vlaamse aanpassing van Leroi? 2. Voor de Roy(e), zie ook De Ro.

Roy, le, le Roij: Franse bijnaam Leroi ‘de Koning’.

Royberghs. Plaatsnaam Rodenberg in Atrecht of St.-Pieters-Rode (Vlaams-Brabant).

Royer, Rouyer, Rouir, Rouire, Royr, Rouyre, Rouy, Rouwir, Rowie, Rowier, Ruir, Ruire, Royers, Roijers, Roijer, Roeiers, Roeyers, Rooyers. Vadersnaam uit de Brabantse vorm van de Germaanse voornaam hrôth-hari; zie Roder/Roder, Royers.

Roet, Royez, Royes, Rouyet: Bijnaam. Oudfrans roié: gestreept. Vergelijk Strijp.

Roza, Roosa: Moedersnaam, heiligennaam Rosa. Of Waalse vorm van Frans Rosard, uit hybridische voornaam Rosa + Germaans hard.

Rozee, Roozee: Spelling voor Rozé, Rozet, variant van Rousset, Rouset, Rouzet, verkleinvorm van Oudfrans ros, Frans roux; ‘rood(harig)’

Rozemeijer: Bijnaam van de meier op een plaats met rozen.

Rozemond, Roozemond: Moedersnaam. Germaanse voornaam Rosamunde. Ook Duits familienaam Rose(n)mund.

Rozenberg: Verspreide plaatsnaam.

Rozenbrand. Joodse familienaam. Misschien =Rosenblatt.

Rozenfarb. Joodse familienaam; rozenkleur.

Rozendaal, Rozendal, Roozendaal, (van) Rosendaal, Roosendaal, Ruizendaal, Ruijsendaal, Ruysendal, Ruisendaal: Plaatsnaam Roosendaal (Noord-Brabant) of Rozendaal (Frans-Vlaanderen, Gelderland, Zuid-Holland).

Rozinga: Vadersnaam. Friese afleiding van de Friese mansnaam Roos, van Germaans hrôth-so.

Rozenhout. Vernederlandsing van Duits Rosenholz of reïnterpretatie van plaatsnaam Rozenhoed in Oostburg (Zeeland) of Warhem (Frans-Vlaanderen).

Rozenstrauch, Rozenstroch. Duits; rozenstruik.

Rozenwajn, Rozenwain, Rozenfejn. Duits, Joodse familienaam Rosenwein; rozenwijn.

Ru, de: 1. Plaatsnaam Rue (Somme). 2. Deru = Duru. Plaatsnaam. Oudfrans ru, van Latijnse rivus ‘beek’. 3. Uit Delarue ‘van der Strate(n)’.

Rubais, Rubay: 1. Plaatsnaam Rubaix in Mont-St-André (Waals-Brabant). 2. Plaatsnaam Roubaix (Nord). Zie Deroubaix. 3. Zie Robaey(s).

Ruban, Ribant, Robbans: Middenfrans riban, Frans ruban: lint. Beroepsnaam van de lintenwever.

Rubberg. Variant van Rubbrecht? Of van Rodberg?

Rubé: Zoals Robbé, Robet, verkleinvorm van de voornaam Robert. Vadersnaam. Rubenstroth: Vervorming van (vermoedelijk) Duits Rübenstrunk ‘rapenstronk’.

Rubenfeld, Rubinfeld: Duitse plaatsnaam Rübenfeld: rapenveld.

Rubenschub, Rubenschuh, Rubenschüh, Rubenschul, Rübenschuh, Rubenschuh: De grondvorm is waarschijnlijk Rübenschul, blijkens 1395 Tileke Schulraven, Goslar. Middennoordduits rave, rabe: raap, Duits Rube. Beroepsnaam van de rapenteler, die rapen opbergt?

Rubinich, Rubinlicht. Duits, Joodse familienaam.

Rubino. Italiaanse bijnaam; robijn.

Rubinstein, Rubinsztejn, Rubenstein: Duits, Joodse familienaam Rubinstein: robijn (edelsteen).

Rubio. Spaanse bijnaam; rood, hoogblond.

Ruchem, Ruchemme, Ruchenne. Plaatsnaam Ruchheim in Ludwigshafen (Rijnland-Palts)?

Ruck: Beierse familienaam Ruck ‘rug’. Of uit Rugg, van Rutger.

Ruckdeschel. Duitse familienaam Ruckdäschel, Rucktaschel: rugzak. Bijnaam voor een trekker, rondreizend koopman.

Rücker, Rücker, Rucker, Ruckert. Vadersnaam Rucker is de Duitse vorm van de Germaanse voornaam Rutger, Rüdiger. De voorouders van de dichter Friedrich Rückert (1788-1866) heetten in de 16de eeuw nog Rucker.

Rucloux, Roucloux: Plaatsnaam in Macquenoise (Henegouwen).

Ruquois, Rucquoi, Rucquoy, Rucquoij, Rucqua. Plaatsnaam in Moeskroen.

Rüd, Rüde, Rude, Ruden, Rudd: 1. Vadersnaam. Duitse korte vorm van Germaanse hrôth-naam, zoals Rudolf. 2. Bijnaam. Middenhoogduits rude, rui(e)de, Duits Rude: reu, brak. 1392 Hans der Rüd, Saulgau, heeft op zijn zegel een reu staan.

Rudaux, Ruda, Rudas. Oudfrans rudel, van rude: ruw, onbeschaafd.

Rudelsheim. Plaatsnaam Rudelsheim, nu Ludwigshöhe (Rijnland-Palts).

Rudich, Rudig, Rudik. Vadersnaam. Duitse en Nederduitse afleiding van Germaanse hrôth-naam; vergelijk Ruding.

Ruding. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hrôth-naam.

Ruël: Kan een spelling zijn voor Ruel, van Roel. Of verkort uit de la Ruelle.

Ruelle, de la: Plaatsnaam Ruelle, verkleinvorm van rue, ‘straatje’.

Ruffler, Ruffy, Rufy, Rouffy: Variant van Rouffier, bijnaam voor iemand met korstige, schubbige huid?

Ruffer, Ruffert, Rüffert: Duitse beroepsnaam van de Ausrufer: venter.

Ruffieux. Plaatsnaam Ruffieu (Ain, Isère), Ruffieux (Savoie).

Ruffo, Rufo. Spaanse bijnaam; roodharig.

Rug, Ruch, Rüegg, Rugg. Vadersnaam, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Rutger.

Ruggeberg, Ruggenberg: Plaatsnaam Rüggeberg in Enneptal (Noordrijn-Westfalen).

Ruggeri, Ruggière, Ruggieri, Ruggiero: Vadersnaam. Italiaanse vormen van de Germaanse voornaam Rutger; zie Roger(s).

Rugtier. Picardisch ruquetier, afleiding van ruquet, van ruque: aardklomp?

Rühle, Ruhl, Ruhle, Riehl, Ryl, Rylle, Ryll: Duitse vadersnaam van Rudolf. Riehl is ontrond.

Ruhmann, Ruhman. Duitse familienaam met verschillende mogelijkheden: 1. Voornaam Roman. 2. Afleiding van de voornaam Romboud, Romoud. 3. Afleiding van riviernaam Ruhme. 4. Nederduits van Rudemann. Ruhrmann: Afleiding van de riviernaam de Roer, Duits die Ruhr.

Ruidenga, wel van de Hollandse naam Ruudinga, van de Friese vadersnaam Ruurd (Ruwart) waarin de Friezen de tweede letter r niet uitspreken.

Ruig, de, Ruijgh: Bijnaam voor een ruige of ruwe kerel, ruigaard.

Ruigrok. Bijnaam naar de ruige, harige rok.

Ruimerman: Naar de huisnaam de Ruimer, van de Reumer ‘Romein’ of ‘Roemer’.

Ruinemans: Afleiding van Plaatsnaam Ruinen (Drenthe).

Ruisaard, Ruijsaard: Vlaamse familienaam Ruys(s)chaert. Afleiding van Middelnederlands ruuschen ‘lawaai, geruis maken, ruisen’. Bijnaam voor een lawaaimaker. Vergelijk de Ruijscher, Rausch.

Ruisch, Ruis, Ruysch, Ruys, Ruijs, Reuyss, Ruijs, Ruijsch, Ruysch, Ruijssenaars, Ruyssenaars, Ruijsink, Ruysink. Bijnaam voor een lawaaimaker uit het Middelnederlandse ruuschen: gedruis maken.

Ruissen, Ruyssens, Ruyssen, Ruysens, Ruysen, Ruijsen: Vadersnaam. Verkleinvorm op -so van Germaans hrôth-naam.

Ruit, van de: Vermoedelijk geronde variant van van de Rijt.

Ruiten, van: Plaatsnaam Ruiten in Slochteren (Groningen) en Nieuwleusen, Overijssel.

Ruitenbeek, Ruitenbeck, Ruytenbeek, Ruijtenbeek: Plaatsnaam Ruitenbeek in Ede (Gelderland), Rutenbeeck in Leusden (Utrecht); of plaatsnaam Rutenbeck in Wuppertal (Noordrijn-Westfalen).

Ruiter, de, de Ruijter, Ruijters, Ruijtter, Ruijttere, Rutters, de Ruyter, De Ruytere, Ruyters, (de) Ruter, Rutter: 1. In het Middelnederlands betekent rut(t)ter zowel vrijbuiter, landloper en straatrover als lichtbewapende krijgsknecht of soldaat (te paard of te voet). 2. Het kan ook een afleiding zijn, zonder lidwoord, van de Germaanse voornaam Rhoterius (Hruadharius). Wat zoveel betekent als roem-leger. In dit geval is het een vadersnaam. In ieder geval is het een familienaam die verwijst naar een krijgshaftige (?) voorouder.

Ruiz. Vadersnaam. Spaanse variant van Ruy, Rodrigo, van Germaanse voornaam Roderik. Vergelijk Rowies.

Rul (van (den). Familienaam uit de plaatsnaam Rul in Heeze (Noord-Brabant).

Ruland, Rûland: 1. Zie Roeland. 2. Eventueel plaatsnaam Ruland, Romaanse vorm van Rulen in St.-Pieters-Voeren (Limburg).

Rullaert, Rullert. Vadersnaam. Gepalataliseerde variant van Roelant (vergelijk Rulens), afleiding van Roeland of Roelof.

Rullen, van. Plaatsnaam Rullen, (Nuenen, Noord-Brabant).

Rulmonde, Rulmont, Reulmonde: Plaatsnaam. Waalse vorm van Ruremonde, Romaanse vorm van Roermond (Nederlands-Limburg) Maar de Duitse familienaam Rùhrmund is een bijnaam voor een prater, die zijn mond roert.

Rulo, van. Plaatsnaam Ruurlo, Gelderland.

Rumler, Rumpler. Duits Rummler, pendant van Rommelaere.

Rumbeke, van, van Rumbecke, van Ruymbeke, van Ruymbek, van Ruymbeck, van Runbecke, Ruymbeke, Ruymbeeck, Ruymbeek: Plaatsnaam Rumbeke (West-Vlaanderen).

Rumelt, Rumel. Vadersnaam. Duits Rummelt, van Rumolt, Germaanse voornaam Romoud.

Rumigny, Rummeny, Rumney: Plaatsnaam Rumigny (Somme, Ardeche). Rumeignies is ook een variant van Rumillies (Henegouwen): 1195 Rumegni.

Rumfels, Rundfeldt: Plaatsnaam Romfelt in de Ardennen.

Rumkens, Rumkin, Rumke, Römkens, Roemgens, Römgens, Reumkens, Rômkens: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse hrôm-naam, zoals Romboud.

Rummel. 1. Vadersnaam. Duitse afleiding van Germaanse hrôm-naam, zoals Romboud. 2. Variant van Rommel.

Rumst, van, Rumste, van: Plaatsnaam Rumst (Provincie Antwerpen).

Ruckelen, van, Runkel, (van) Ronkel, Verronckel: Plaatsnaam Runkelen (Limburg).

Rundberg, Rumberg, Rumberger: Verspreide plaatsnaam Romberg (Noordrijn-Westfalen).

Runstraat, van der: Plaatsnaam Runstraat in Herpen (Noord-Brabant).

Runxt, van. Plaatsnaam Runkst.

Rupert, Ruppert, Ropertz. Vadersnaam. Duitse vorm van Germaanse voornaam Robert, zie Robrecht.

Rupus, Ruppus. Latinisering van Rupp?

Rupp, Roup, Rupf. Vadersnaam, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Ruprecht, de Duitse vorm van Robrecht (hroth-berth).

Ruppel. Vadersnaam. Germaanse voornaam hrôth-balth 'roem-moedig': Rodboldus, Ruodpold.

Rüppel, Ruppel: Vadersnaam. Duitse afleiding van de voornaam Rupert.

Ruppen, Ruppin, Rupping, Roupain, Roupin: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Rupp.

Ruppol. 1. Vadersnaam. Duitse familienaam Ruppold; zie Ruppelt. 2. Variant van Ripoll.

Ruprecht, Rupprecht, Rupprich, Rouprich: Vadersnaam. Duitse vorm van de Germaanse voornaam Robrecht.

Rus, Rusch, Russe, Russ, Ruschke, Ruskin, Ruske, Ruschel, Rusz: Vadersnaam. Uit so-verkleinvorm van Germaans hrôth-naam.

Russe. Verschrijving voor Russeau=Rousseau.

Russchen: Plaatsnaam Russchen bij Donkerbroek (Friesland).

Russcher. Vadersnaam uit een Germaanse hrôth -naam.

Russelt, van. Plaatsnaam Russelt in Wellen, Limburg.

Russon. 1. Plaatsnaam. Waalse vorm van Rutten (Limburg). 2. Vadersnaamr. Verbogen vorm van de Germaanse voornaam hrôth-so: Rotzo, Ruzo.

Rust, Ruste. 1. Duitse plaatsnaam Rust: olm, iep. 2. Oude voornaam Rusto. 3. Nederduits en Middelnederlands ruste: rust(plaats).

Rustemeier. Oorspronkelijk Rustemeister: die bij het léger voor de uitrusting zorgt.

Ruster: Duits Rüster. Beroepsnaam van de man die voor de uitrusting van het leger zorgt. Zie Rustemeier.

Rutgers, Rutger, Rüger Rüttgers, Rütgers, ruthgeerts, Rutgeerts, Rudtgheerts, Röttger, Rottger, Rutges, Rutgersson, Rutgerson: Germaanse voornaam hrôth-ger ‘roem-speer’: Hrodger, Rudger, Rogger, Hrodgarius, Ruodgerus.

Ruthiel, Rutxhiel: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse hrôth-naam, zoals Rutger. Zie Routhiaux 2.

Rutland. Vadersnaam. Oude vorm van de voornaam Roland.

Rutot. Vadersnaam. Romaanse afleiding van Germaanse hrôth-naam.

Rutsch, Rutsche, Rutsché, Rütsche, Rutschi, Ruchtie. Zwitsers-Duitse familienaam uit de Duitstalige plaatsnaam Rutsch: helling. De naam Ruchtie is de Nederlandse schrijfvariant gegeven aan een Zwitserse familie die begin 18de eeuw naar Nederland (Sappemeer) verhuisde.

Rutten, van, Rutteman, Rotte, le Rütte, van Ruiten: Plaatsnaam Rutten (Belgisch-Limburg).

Rutte, Roet, Roete, Ruthe. Moedersnaam. Germaanse voornaam: Hroda, Hruada, Ruoda, Ruta, Hroda, Hruda. Rotkin is een vrouwennaam in de negende eeuw.

Ruttelinck, Ruttelynck. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Rutger of andere hrôth-naam. Vergelijk Rutten(s), Rutter.

Rutten, Ruttens, Rütten, Ruttyn, Ruttijn, Reuten, Ruyten, Ruytens, Ruijten. Vadersnaam, knuffelvorm van Rutger of andere hrôth-naam.

Rutjens, Rutjes, Rietjens. Vadersnaam, zie Rutgers, of van blut, nietig, arm.

Ruttner. Duitse familienaam Reuttner, Reutner, van plaatsnaam Reutin.

Rutze, Rutz, Rutzel, Ryczke: Vadersnaam. Duitse afleiding van hrôth-naam, zoals Rudolf. Vergelijk Ruts.

Ruurds. Vadersnaam. Germaanse voornaam firôth-hard (vergelijk Rottar) of hrôth-ward (vergelijk Roorda).

Ruwaert. 1. Ruwaard: opzichter, beheerder, bevelhebber van een stad, landvoogd, van Frans dialect rewart, rowart. 2. Afleiding van Delrue. 3. Zie Roha(e)rt.

Ruwalder, Rowold. Nederduits Rodewold(t), Duits Rodewald: gerooid bos. Of Nederduits Ruwoldt: ruw, ruig woud.

Ruwe, de, de Ruywe, de Reuwe: 1. Bijnaam: ruw, ruig, onvriendelijk, wreed. 2. In sommige gevallen is aanpassing van Derue mogelijk.

Ruwisch, Rubisch, Rubisse: Rauhe Wiese: ruwe weide.

Ruyffelaere (de), de Ruijffelaere, Ruyfelaere, Ruyfflaere, Rouffelaere, Rouffelaers. 1.Variant van de vadersnaam Ruyffelart, afgeleid van Roef, een verkorte vorm van Roelof. 2. Beroepsnaam afgeleid van het Middelnederlandse rufelen: met schop of hak werken. Of uit het Middelnederlandse rifelen, rifelare: villen, stropen.

Ruynen, van. Plaatsnaam Ruinen, Drenthe.

Ruysschaert, Ruyschaert, Ruyskart, Ruysckart, Ruyssckaert, Russchaert, Ruscart, Ruscaa, Rusca, Rusquart: Afleiding van Middelnederlands ruuschen: lawaai, geruis maken, ruisen. Bijnaam voor een lawaaimaker. Vergelijk De Ruysscher, Duits Rausch(h)ardt.

Ruysbergh. Plaatsnaam Ruisberg in Duisburg, Vlaams-Brabant.

Ruysbroeck, van. Plaatsnaam Ruisbroek, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen.

Ruyscheure, van. Plaatsnaam Ruischeure, Frans-Vlaanderen.

Ruysel, van. Waarschijnlijk variant van Van Reusel. Of plaatsnaam rond 1200 Rusele in Noord-Brabant, Gelderland.

Ruysevelt, van, (van) Ruysseveldt, Ruysseveld, Ruyssevelt, van Ruijssevelt, van Ruysevelt, van Ruychevelt, van Ruyckevelt, Ruisseveldt, Ruijsseveldt, Ruyssevelde, Ruyseveldt, Rutsevelts, van Ruyskensvelde, van Ruyskensveld, Ruyskensveld, Ruyschensveld. Familienaam uit de plaatsnaam Ruscheveld: biezenveld. Zo is er onder andere een Ruisveldstraat in Tielt. De naam komt (en kwam) wellicht veel meer voor.

Ruysscher, de, de Ruijscher, de Ruijsscher, de Ruysser, Ruyssers, de Ruijssche, Ruijs, Ruis, de Ruijsscher, de Ruijeschee, Russcher: Bijnaam voor een lawaaimaker; zie Ruisaard.

Ruyssinck, Ruyssinckx, Ruysschinck, Ruijsink. Vadersnaam uit een Germaanse voornaam ruzo, die op zijn beurt komt uit een hrôth-naam, zie Ruissen.

Ruyt, de, Ruyte, de, de Ruyte, de Ruijt, de Ruijdts, de Ruydts: Middelnederlands ruut: onbeschaafd, ruw. Bijnaam.

Ruytaerd. Vadersnaam. Germanse voornaam hrôth-hard 'roem-sterk': Ruthardus. Zie Rotar.

Ruyteghem, van Ruytegem, van. Plaatsnaam Ruitegem in Nukerke (Oost-Vlaanderen).

Ruijtenburg, Ruytenburg, Ruitenberg, Ruytenburg, Ruthenburg, Roitenbarg: Plaatsnaam Ruitenborg in Dalfsen (Overijssel) of Ruitenberg in Zweeloo (Drenthe).

Ruythooren, Ruythoorens, Ruythoorn, Ruythoren. Bijnaam: die de hoorn laat schallen. Zinwoord met Middelnederlands ruten: schallen + hoorn. Vergelijk Duits Schellhorn.

Ruijg, Ruig: Bijnaam voor een ruige of ruwe kerel, een ruigaard.

Ruijgrok, Ruigrok: Bijnaam naar de ruige, harige rok.

Ruijmbeke, van; Ruijmbeek: Plaatsnaam Rumbeke (West-Vlaanderen).

Ruijssenaars: Bijnaam voor een lawaaimaker?

Ruijterman: Afleiding van de Ruiter.

Ruijven, van: Plaatsnaam Ruiven in Berkel (Noord-Brabant).

Ruyver, de, de Ruijver, de Reuver, Reuvers, Ruvers: Gepalataliseerde variant van (de) Rovere?

Rybak, Ryback, Rychback: Pools rybak: visser.

Rybels, Rijbels, Rypel, Riebbels, Riebel, Riebl, De Rybel, de Rijbel, de Rubbel. Vadersnaam afgeleid van de Germaanse voornaam als Ribert, Ribout. In het Middelnederlands werd deze naam later gereinterpreteerd als ribel: rebel, muiter.

Rijbroek: Plaatsnaam Riebroek in Lichtervelde, Maldegem, Koolskamp, of Ribbroek in Westerlo (Provincie Antwerpen) of Rietbrock (Noordrijn-Westfalen).

Rijckevorsel, van: Plaatsnaam Rijkevorsel (Provincie Antwerpen).

Rijder, (de): Middelnederlands rider ‘rijder, ruiter’.

Rijk, (de), (de) Rijke, de Rijcke, de Rijck, de Reijcke: Bijnaam voor een rijk, machtig, vermogend, aanzienlijk man.

Ryckaert, Ryckaerts, Ryckaerd, Rijckaert, Rijkaard, Rijckaerts, Rijkaert, Rijkaerts, Rijcquart, Rickaert, Rickert, Rieckaert, Riekaert, Reykaert, Reijkaert, Ryckoort, Rijckoort, Rijchoort, Resoort, Resort, Rycquart, Rocart, Rocar, Rocaert, Rocart, Roca, Rocardi, Ricca, Riccar, Riccardi, Riccardo, Rikar, Rikart, Rekar, Rekaers, Richard, Richards, Richaert, Richa, Richardson, Richerts, Richartz, Richarz, Richardy, Rischart, Ritschard, Ryssaert, Rijssaert, Ryshaert, Ritsaert, Ritsert, Ritzer: Vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-hard ‘machtig-sterk’: Rikard.

Ryckebosch, Rykebosch, Rykebus, Rykebusch, Rykebus, Rykbosch, Rycbosch, Ryckbost, Rijckbosch, Rijckebus, Rijckebusch, Ryckenbusch, Ryckembeusch, Ryckembusch, Ruckebusch, Ruckebus, Ruckebuch, Ruckebusth, Ruqueboeuche, Reckelbus. Familienaam uit de plaatsnaam Rijkbos in Elene (Oost-Vlaanderen), Rikbos in Kachtem ( West-Vlaanderen) of Reebos/Rijkebos in Lede (Oost-Vlaanderen). Ook in Duitsland is er een Rukebusch bij Eschweiler.

Ryckaseys. Bijnaam Ricassez. Picardisch rique, Frans riche: rijk + assez: genoeg, vrij. Dus: vrij rijk.

Ryckeghem, van, Rykegem (van), van Rijckeghem, van Rijckegem, van Rykeghem. Familienaam uit de plaatsnaam Rijkegem in Tielt (West-Vlaanderen).

Ryckelynck, Rikelynck, Riklin, Rinclin. Afleiding op -lin, als een soort knuffelnaam, uit een Germaanse rik-naam zoals Rijkaard. (rîk: rijk).

Ryckewaert, Ryckewaerde, Rijckewaert, Rijckwaert, Ryckwaert, Rickwaert, Ryekewaert, Ricouart, Rigoir. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam rik-ward; machtig-bewaarder. Ricuardus, Ricoardus, Riquardus, Ricquardus.

Ryckhalts, Rijkhals, Rickhals, Ryckalts, Ryckals, Rijckalts, Rijckals, Rykals, Rijkals, Rickalts, Rickal: Plaatsnaam Rijckholt (Nederlands-Limburg).

Ryckoort, Rijchoort: 1. Zie Ryckaert(s). 2. Verzwaarde vorm van Germaanse voornaam Rijkoud.

Rycquart, Rycquaert, Rijcquart: Vadersnaam. 1. Germaanse voornaam Rijkewaard (zie Ryckewaert). 2. Romaanse qu-spelling geeft fe-uitspraak weer, zodat Rycquart meestal een verschrijving van Rikart is (zie Ryckaerts).

Ryder. Middelnederlands rider; rijder, ruiter.

Ryf, Rijff, Rieff, Riff, Rif: Vadersnaam. Korte vorm van Germaanse voornaam rîk-frith 'machtig-vrede': Ri(c)fridus, Rifrit. Zie ook Reif(f ) 2.

Ryffranck. Misschien aanpassing van Frans. Rivera(i)n: oeverbewoner.

Rijkbost, Rijckborst, Rijckbost: Plaatsnaam Rijkbos in Elene (Oost-Vlaanderen), Rikbos in Kachtem (West-Vlaanderen), Rijkebos in Lede (Oost-Vlaanderen).

Rijkeboer: Volksetymologische aanpassing van de Frans familienaam Dericbourg, Ricbourg, Ricquebourg. Plaatsnaam Richebourg (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Rijkers, Rikkers: Vadersnaam. Germaanse voornaam Rijker: rîk-hari ‘machtig-leger’: Ric(h)arius, Rikeru.

Rykeghem, (van) Rykegem, (van) Rijckeghem, Rijckegem, Van Rykeghem. Afgeleid van een plaatsnaam Rijkegem in Tielt.

Ryk, Ryks, Rijk, Rijks, Rijckx, Rijkx, Rijcks, Ryckx, Rykx, Rijx, Rycx, Rix, Rick, Ricq, Rijke, Rijken, Rijcken, Rycken, Ryken, Rykken, Rikken, Rikkers, Riek, Rieke, Rieks, Rieck, 2. Rich, Riche, Rice, Rische, Risch, Risse, Riss, Rits. 1. Vadersnaam uit de eenstammige rîk-naam: rijk, machtig, koning of als deel van bijvoorbeeld Henric. De tweede groep kan ook een afleiding zijn van Leriche: de Rijke. 2. Zie ook Rijk(e).

Rijkhals: Plaatsnaam Rijckholt (Nederlands Limburg).

Rijkhof: Plaatsnaam Rijkhoven (Belgisch-Limburg)? Of veeleer volk etymologisch uit Rijkof, van Rijkolf, de Germaanse voornaam rîk-wulf ‘machtig-wolf’.

Rijkse, Rijksen, Riekse, Riksen: Vadersnaam. Afleiding op –so van Germaans rîk-naam: Richizo, Rikizo.

Rijlaarsdam: Plaatsnaam Reguliersdam in Zoetermeer (Zuid-Holland).

Rymer, Riemer, Rehmer: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-mêr 'machtig-beroemd': Ricmarus, Rimarus. 2. Beroepsnaam. Middelnederlands, Middenhoogduits riemer: riemensnijder, riemmaker.

Rijn, de: Vadersnaam. Rein met secundair lidwoord? Of de riviernaam Rijn?

Ryn, van (den), van (den) Rijn, van (den) Rhyn van (den) Rhijn, van Ryne, van Rijne,vVan Reyn, van Reijn, van den Reijen, Rijnbeek, Rijnbach, van. 1. Familienaam uit woonplaats bij de rivier: de Rijn. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Ten Ryne in Egem en Oostkerke-Koolkerke (West-Vlaanderen).

Rijnberg: 1. Moedersnaam. Reinberg, Germaanse voornaam ragin-berg ‘raad-bescherming’: Reginburga, Rainberga. 2. Zie van Rijnberk.

Rijnberk, van; Rijnberg: Plaatsnaam Rheinberg (Noordrijn-Westfalen).

Rynedyck. Plaatsnaam Rijndijk in Hazerswoude en Voorschoten (Zuid-Holland).

Rijneke, Renique: Vadersnaam. Spelling voor Reinicke, Reinecke, Rennecke, Nederduitse verkleinvorm van een ragin-naam, zoals Reinaard, Reinoud.

Rijneveld: Plaatsnaam Rijneveld in Alphen (Zuid-Holland).

Rijnsaard, Rijnsaardt: Vadersnaam. Met ingevoegde n uit Ryssaert, van Frans Richard, de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Rijkaard. Ook Frans Rinchard, van Richard.

Rijnsburger, van, Rhijnsburger, Rijnsbergen, van: Van de plaatsnaam Rijnsburg (Zuid-Holland).

Rijnten: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Reinaard.

Rynvos, Rijnvos. Waarschijnlijk = Rhijnvis(ch).

Rypers, Rijpers, Rippert, Ripert: Vadersnaam. Germaanse voornaam rîk-berht 'machtig-schitterend': Richbertus, Ricbertus, Ripertus.

Rijpma, Rijpstra: 1. Vadersnaam. Friese afleiding van Germaans bakernaam; zie Ribbe, Ribbers. 2. Afleiding van plaatsnaam De Rijp, Noord-Holland, Garijp, Hardegarijp (Friesland).

Rys, Rijs, Ryssens, Ryssen, Ris: 1Vadersnaam. Oude Germaanse voornaam Riso, Risin. 2. Zie Henri. 3. Zie Reis.

Rijs, van: Plaatsnaam. Rijs ‘plaats waar rijshout groeit’.

Rysbosch, Rijsbosch, Reijsbosch: Plaatsnaam: Bos met rijshout.

Rijsdijk, Rijsdam. Plaatsnaam.

Rys, Rijs, Ryssen, Ryssens, Ris. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Riso. 2. Zie ook Henri. 3. Zie Reis.

Rys, de, de Rijs, de Reys, de Ries. 1. Verkorte vorm van Van de Ryse (naam uit de plaatsnaam Rys: plaats waar rijshout groeit). 2. Variant van Reis: a. Vadersnaam uit een Germaanse ragin-naam. b. Variant van Rys: vadersnaam uit de Germaanse voornaam Riso. c. Verkorte vorm van Laureis: zie bij Laurentius.

Ryse, van de, den, van de(den) Rijse, van den Rijze, van de reysen, van de Reyse, van den, der Reysen, van Reijsen, van de Reijze, Verrijsen, Verrijssen, Verryssen: Plaatsnaam Rijs: plaats waar rijshout groeit. Vergelijk Van de Rijst. Plaatsnaam in Wingene (West-Vlaanderen).

Ryst, van de, der, Rijst, van de(der), van der Rest, de Riest, de Rijst, de Reyst, de Ryst, van (de(der) Riest, Rist, Verriest, Verhiest, Verreyst, Verreys, Verheyst, van de(den) Ryse, van de(den) Rise, van den Rijze, van de Reyse, van de Reysen, vande, der Rijse, van de Reyse, van de Reysen, van Reijsen, van de Reijze, Verrijssen, Verrijsen, Verrysen en wellicht ook Verniest, Vernieste. Familienaam uit de plaatsnaam Rijst, Riest, Rijs: plaats waar rijshout groeit (onder andere in Wingene (West-Vlaanderen).

Rijsbergen, van: Plaatsnaam Rijsbergen (Noord-Brabant).

Rysenaer. Misschien aanpassing van Duits Reisner: krijger.

Rijsdijk: Plaatsnaam in Rhoon (Zuid-Holland), Oosterhout (Noord-Brabant), Warnsveld (Gelderland).

Ryserhove, Reijserhove, Reyserhove, Reyzerhove: Plaatsnaam Rijsenhove in St.-Pieters-op-de-Dijk (West-Vlaanderen), Rysenhof in Ruddervoorde.

Rysermans, Rijsermans, Reyzermans: Synoniem met Middelnederlands riserleser: sprokkelaar.

Rysheuvels, Rijsheuvels: Vermoedelijk geen plaatsnaam, maar reïnterpretatie van: 1553 Godevaart Rijshevels, Hoorn-Antwerpen.

Ryskens, Rijskens, Reyskens, Reijskens, Riskin, Rischkin: 1. Afleiding van Rys. 2. Zie Reyskens.

Rijsmeester: Synoniem met Middelnederlands rijsmeyer ‘opzichter over het rijs-of hakhout’.

Rijssel, van: Plaatsnaam Rijssel in Lochem (Gelderland) of Rijsel, Frans Lille (Nord).

Rysselaere, Rijsselaere: Rijselaar, uit Rijsel (Nord).

Rysselmans, Riesselmann: Afleiding van Van Rijssel. Vergelijk Middelnederlands Yperman = van Yper (Ieper).

Rysselt, van. Heerlijkheid Rijsselt bij Eefde (Gelderland).

Ryssen, Ryssens, Rijssen, Rijssen: 1. Door assimilatie van Ritsin, vleivorm van Ritsaard, van Richard. Zie Ryssaert.

Ryssen, van, van Reijsen: Plaatsnaam Rijssen (Overijssel).

Rijst, van der, Ryst, van de, der, van der Rest, de Riest, de Rijst, de Reyst, de Ryst, van (de(der) Riest, Rist, Verriest, Verhiest, Verreyst, Verreys, Verheyst: Plaatsnaam Rijst, Riest: plaats waar rijshout groeit. Bijvoorbeeld plaatsnaam ter Rest=ter Rijst in Heikruis (Vlaams-Brabant).

Rijstenbil: Onduidelijke herkomst.

Rijswijk, van; Rijsewijk, van Ruiswijk: Plaatsnaam Rijswijk (Gelderland, Noord-Brabant, Zuid-Holland).

Rijt, van (de), van de Rhijt, van der Reit, ter Riet, van (de(r)) Riet: 1. Plaatsnaam Riet, Rit, Rijt, Reet ‘kleine waterloop, geul in buitendijkse gronden’.