Verklaring van achternamen T

T.

’t Hart. 1. Zie de Harde. 2. Huisnaam Het Hart.

’t Hooft, van. Kan een huisnaam Het Hoofd (zie Hooft 2.) zijn, maar is waarschijnlijk een reïnterpretatie van Van 't Hof (zie Van (den) Hove(n).

’t Jolijn, Tjolyn, ’t Jolijn, t'Jollyn, t’Jolijn, ’t Jollyn, t'Jollyn, 't Jolyn, Tjolleyn, Tjoleyn, t'Joleyn, 't Jolleyn, t’Jolleyn, t'Joleyn, tJolein: Afleiding van Middelnederlands sollen, tsollen (zie Solle). Bijnaam voor een sul, sukkel.

’t Net, van. Waarschijnlijk een reïnterpretatie, wellicht van de Franse familienaam Fontenette.

’t Wallant. Plaatsnaam 't Wallant in Adegem, Eeklo (Oost-Vlaanderen), Aarsele, Merkem, Oostkerke, Ruiselede (West-Vlaanderen).

Taakens, Taeke, Taekema, Takken: Vadersnaam. Uit bakervormen van Germaans dag-naam, zoals Dagboldus, Takebreht, Tagafrid, Tagalind/Tacalind, Dacco, Tacco.

Taal, Taale, Thaels, Thalen, Talh, Taels, Taelen, Talen, Taalman, Taelman, Taelmans, Taelemans, Taeleman, Thaelemans, Taleman, Talemans, Taelleman, Taliman, Talman, Talmant: Beroepsbijnaam van de taalman, taleman, redenaar, pleitbezorger, advocaat.

Taalman, Taelman: Beroepsnaam van de taelman, taleman ‘redenaar, pleitbezorger, advocaat’.

Tabakman. Afleiding van Taalman. Of jongere beroepsnaam van een tabakhandelaar?

Tabart, Tabar, Tabard,Tabbert: Frans tabard, Middenenderlands tabbaert: tabbaard, lang overkleed, mantel. Naar het uithangbord of de ambtskleding.

Tabary, Tabery, Taberij, Tabury: Oudfrans taborie, taberie: lawaai. Bijnaam voor een lawaaimaker.

Tabbernie, Tabbernee: Franse beroepsnaam Tabernier, Tavernier ‘herbergier, kastelein, waard’.

Tabernal, Taberné, Taberner. 1. Naam voor iemand die wat met een taverne te maken had, bijvoorbeeld eigenaar of schenker. 2. Of naam voor de tamboer, trommelaar. Of de maker ervan. 

Tabordun, Tabourdon. Afleiding van Middenfrans tabour, Frans tambour: trommel. Wellicht door associatie met Bourdon.

Taboureau, Taboureaux, Tabureau, Taburiaux: Oudfrans taborel (afleiding van tabor): trommelaar.

Tabouret, Taburet, Taboulet: Afleiding van Oudfrans tabor: tamboer, trommel. Beroepsnaam van de trommelaar of trommelmaker.

Taboureux, Tabareux: Picardisch voor Oudfrans taboreor: trommelaar, trommelmaker.

Tabresse, Tab)uresse, Tabouresse, vrouwelijk van Tab(o)reux; Trommelaarster.

Tabury. Beroepsnaam. Waals taburi, Frans tambourier: trommelaar. 2. Zie Tabary.

Tabutaut, Tabuteau. Afleiding van Oudfrans tambut: lawaai, ruzie. Bijnaam. Vergelijk Oudfrans tambor = tabor.

Tacchini. Italiaanse vadersnaam. Afleiding van Germaanse dag-naam. Vergelijk Taccon.

Taccon, Tacoen, Taccoen, Tackoen, Tacoen, Taconné: Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Tacco, bakervorm van dag-naam: Dago, Dac(c)o, Tacco. 2. Achteraf gereïnterpreteerd als Oudfrans tacon: stuk, lap aan kledingstuk of schoen. Beroepsnaam van de schoenlapper, Oudfrans taconnier.

Tachel, Tachel, Tachelet: Afleiding op -elet (dubbel suffix) van Oudfrans tasche: tas, beurs uit Germaanse taske (Duits Tasche, Nederlands tas).

Tachon. Mogelijk dialect variant van Taisson; das. Misschien wel verfranste variant van Taccon.

Tackaert, Tacquaert, Tacca, Taca: Picardisch Tacquard, afleiding van Picardisch taque, Oudfrans tache: merk(teken), vlek. Bijnaam. Vergelijk Tacquet.

Tacke, Tacken, Takken, Taeckens, Taecke, Taeke: 1. Vadersnaam. Uit bakervormen van Germaanse dag-naam; vergelijk Dacboldus, Takebreht, Tagafrid, Tagalind/Tacalind, Dacco, Tacco. 2. Eventueel uit Tak.

Tackels, Taekels. Afleiding van Tak of Tacken?

Tacquenier, Tacqueniere, Tacquenire, Tacqière, Tacnière, Tackniere: Oudfrans taconier: schoenlapper, versteller van kleren. En vrouwelijk op -

ière. Vergelijk Taccon 2.

Tacquet, Taquet, Tackey, Taclet, Tachet, Taché: Afleiding van Oudfrans tache, Picardisch taque: merk(teken), vlek.

Tadei, Taddei, Taddeo, Taddio, Tadej, Tadini, Tadin, Tadino: Italaainse vadersnaam van Latijnse heiligennaam Thaddeus.

Taelen (van de(der), Dertaelen. Probleemnaam. Plaatsnaam ? Beroepsnaam voor een advocaat (zoals Taeman) ? Of bijnaam voor een welbespraakt iemand.

Taelmeester. Hypercorrect voor Middelnederlands tolmeester: inner van de tol, tollenaar. Vergelijk De Taellenaere.

Taerwe, Tarwe, Tarwé, Terwe, Tourwe, Tourwé. Beroepsbijnaam uit tarwe voor bakker of molenaar.

Taes, Tais: 1. Vadersnaam. Korte vorm van Eustaes, heiligennaam Eustachius. 2. Zie Taets.

Taeter, Taëter: Vadersnaam Thâter, Dâther: Diet(h)er.Vergelijk Théâtre.

Taets, Taes, Thaets: Bijnaam naar de taats: kram, haak, spijker met brede kop. Beroepsnaam.

Taeyaert, Taeyaerts, Tayaerts, Tayaert, Tayar, Tayart, Tuyaerts, Tuijaerts. Bijnaam voor een taai, geduldig (met uithoudingsvermogen) iemand.

Taey, (de), Taye (de), de Taaye, de Taeije, de Taije, (de) Taye, (de) Tay, Thaey, de Thaeye, de Thaey, de Thaeije, de Thaeij, de Teije, de Teijen, de Theije, de Teye, de Tey, de Thaye, de Thay, de Theye, de Theije, Thuy, Thuij, Thuije: Bijnaam voor iemand die taai, geduldig, volhardend is.

Taeyaerts, Tayaerts, Tayart, Tuyaerts, Tuijaerts: Afleiding van bijvoeglijk naamwoord taai. Bijnaam voor een taaie, iemand met geduld en uithoudingsvermogen. Vergelijk De Taey(e), Taeymans = Tuymans.

Taeyman, Taeymans, Taeijmans, Taijmans, Taymans, Taijmans, Thayman, Tayemans, Theymans, Teijmant, Thuymans, Tuymans: Afleiding van taai. Zie de Taeije.

Taffin, Tafin, Taffijn, Taffyn, Taffein: Franse vadersnaam. Taffin, wellicht vleivorm van een Germaanse voornaam als Dagfridus, Dagafrit, Tagafrid.

Tafforeau, Taforeau. Afleiding van Oudfrans tafur: boef, schurk, vagebond, verrader.

Taheij: Waalse familienaam Tahay. Wellicht Luiker Waals tahê‘ hinkelblokje’.

Taffarel. Variant van Tafforeau? Of Taffarello als verkoper van vaatwerk?

Taffe, Taffet, Tafte: Wellicht zoals Taffin afleiding van een Germaanse bakernaam.

Tagon, Tagon, Tegon: Variant van Taccon? Of hypercorect voor Tahon?

Tagliaferri, Tagliaferro, Tagliafero: Vergelijk Frans Taillefer, Duits Eisenhauer, Haueisen. Naam van een ridder, die op het harnas loshouwt, of van een ijzersmid.

Tagliapietre: Italiaanse beroepsnaam van de steenhouwer.

Tagnon, Tognon: 1. Plaatsnaam Tagnon (Ardeche). 2. Vadersnaam. Korte vorm van Antonion, vleivorm van de voornaam Antonius.

Tahan. Plaatsnaam Tahans in Gedinne, Namen.

Tahay. Luiks-Waals tahê: hinkelblokje.

Tahir, Tahyr. Franse familienaam Tahier. Oudfrans taier: modderpoel. Plaatsnaam Tahier in Evelette (Namen). 2. Of variant van Taillier? 3. Afleiding van Luiks-Waals tahe: zak, tas. Beroepsnaam.

Taillefer, Tailfer, Talifré: Zinwoord taille (le) fer: die ijzer snijdt. Naam voor ridders die het harnas van de tegenstrever doorkliefden. Vergelijk Eisenhower. Via de ridderliteratuur werd de naam ook als voornaam gebruikelijk. De vorm Talifré heeft gedemouilleerde 1 en metathesis (fer/fre); vergelijk Talifert.

Tailland. Bijnaam. Oudfrans taillant; levendig, vurig.

Taillandier, Talandier Tallandier: Beroepsnaam voor de vervaardiger van allerlei snijdend gereedschap (voor timmerman, wagenmaker), later (Middenfrans) ook kleermaker.

Taillard, Taillaert, Tailliard, Taillau. Afleiding van Frans tailler: snijden, houwen. Beroepsnaam van de kleermaker (tailleur, snijder) of de steenhouwer.

Taillebuis. Zinwoord taille bois: houthakker.

Tailleman, Taldeman, Taeldeman, Taildeman, Tailemonde: Beroepsnaam van de ambtenaar belast met de taille, dat is het omslaan van de lasten, belastingambtenaar. Vergelijk Tindemans? Waarschijn veeleer Taalman.

Taillepied. Plaatsnaam Taille Pied in Erpion (Henegouwen).

Tailleu, Tailleur, Taillieu, Tallieu, Tailieu, Taileu, Talleux, Talleu, Taleux, Taleu, Talewee, Letailleur, Letallieur:, Taljeur. Beroepsnaam Picardisch Tailleu, Frans Tailleur. Beroepsnaam van de kleermaker. 2. Beroepsnaam van de steenhouwer. 3. Door voortonige klinkerversterking uit Tillieu, Dutillieul ‘van der Linden’.

Taillie, Taillier, Tailliez, Taillière, Tailly, Tally, Thaillier, Talier, Talière, Tallir, Thaïr, Tailler, Taillez, Taillet, Thayer, Taillaire, Tallaire, Taière, Taière, Tajer: Oudfrans taillere, variant (cas-sujet, dat is onderwerpsvorm) van tailleur. Beroepsnaam van de kleermaker of steenhouwer. Zie Tailleur.

Tallie: 1. Frans taillier, Oudfrans taillere, onderwerpsvorm naast tailleur ‘kleermaker’, maar ook ‘steenhouwer’. 2. Spelling voorplaatsnaam Taillis ‘kreupelhout, bosje, struikgewas’.

Tailly. Plaatsnaam Taillis; zie Tallis. 2. Zie Taillier.

Taine, Taisne, de Taisne: Ardense plaatsnaam Taine, die beantwoordt aan Waals Thier, van Latijn terminus: grens, heuvel, hoogte. Vergelijk Determe.

Tainmont. Verkort van plaatsnaam Quertainmont.

Taintegnier, Taintenier, Teintenier, Tentenier, Tenteniez, Tintigner, Tintinier, Tintinger, Tintillier: Beroepsnaam. Picardisch taintenier, Frans teinturier: (laken)verver.

Tak, Takken, Taks, Taks, Tackx, Takx, Tacx, Tacke, Tacken, Takens, Taekema, Tack, Tacq, Tacx, Tax, Taaks, Taks, Takens, Takes, Taken, Teekens: 1. Bijnaam tak ‘rijs, spruit, tak, voorwerp met scherpe punt’. Vergelijk Frans Branche, Picardisch BranqueDuits Zweig. 2. Deze naam is ook bekend als vondelingennaam.

Tak, van der: Plaatsnaam Tak ‘splitsing’. Of eens tuk land Den Tak in Deerlijk.

Talboo: 1. Misschien uit Waals talebô, dat is taille bois ‘houthakker’. Vergelijk Engels familienaam Tallboy(s): 2. Maar oude vormen van Engels Talbot zijn. Wellicht vadersnaam talebot, verkleinvorm van Germaanse voornaam Talebert, Talabert, Dalbertus. Maar de familienaam kan net zo goed op een bodo-of baltha-naam teruggaan.

Talboom, Tolboom, Taalboom: Naam uit het houthakkers-en houthandelaarsbedrijf, die ongetwijfeld op het tellen van de gevelde bomen slaat. Vergelijk Middelnederlands Talhout ‘hout dat bij een bepaalde hoeveelheid (getal) wordt verkocht’. Vergelijk Duits Zahlbaum. En ook talsteen: elke 2000ste gebakken steen.

Talbot, Talbut: uit Waals talebô: taille-bois. Beroepsnaam van een houthakker? Of als oude vormen: Talebotus; Talebod; Talebot. Voor Tallboy(s) zijn er taille-vormen: Ralph Tailgebosc, Taillebosc. Daarom veeleer vadersnaam. Of Talebot als afleiding van de voornaam Talebert, Germaanse voornaam Talabert. Vergelijk Dalbertus, Tolbert.

Talin, Taling. Waarschijnlijk vadersnaam. Vleivorm van bijvoorbeeld Talbot.

Tallemet. Afleiding van Oudfrans talemelier, talmetier: bakker. Beroepsnaam.

Tallis, Talis, Tally, Tailly: Plaatsnaam Taillis: kreupelhout, bosje, struikgewas. Taillis in Dion-le-Mont, Lavacherie (Luxemburg), Moha (Luxemburg), Vielsalm (Luxemburg). Le Tailly in Lillers (Pas-de-Calais), Tailly bij Vouziers (Ardeche).

Talloen: Franse vadersnaam Talon, vleivorm van een Germaanse voornaam, zoals Talbod, Talbert, of voorwerpsvorm van korte voornaam Talo. 13de eeuw Gerars Talon, Laon.

Talma, Talmas, Talmat, Talmasse: Plaatsnaam Talmas (Somme).

Talluma. Friese afleiding van de plaatsnaam Tallum in Tjum (Friesland).

Talmon: Wellicht uit Ta(a)lman.

Talon, Tallon, Tallonneau, Talloen, Taloen: Vadersnaam. Romaanse vleivorm van een Germaanse voornaam zoals Talbod of Talbert. Of voorwerpsvorm (cas-régime) van korte voornaam Talo.

Talpaert. Hypercorrecte vorm voor Stalpaert, omdat de s als een afleiding -s werd opgevat.

Talpe, Tolpe. Naam uit het Westvlaamse talpe: spitsmuis. Bijnaam naar één of andere eigenschap. Eigenlijk hetzelfde woord als Frans taupe: mol. Vandaar Middelnederlands talpe: graafwerktuig.

Talsma: Zoals Talma 2, afleiding van plaatsnaam Tallum.

Tama, Tamens, Tameris, Tamminga: Vadersnaam. Fries-Groningse voornaam Tame, korte vorm van bijvoorbeeld de Germaanse voornaam Dankmar. Tamme = Tankmarus.

Tamboise, Tombois, Tomboy.Tombuyses: Oudfrans tambois: lawaai, muziekinstrument, trommel. Bijnam voor lawaaimaker of trommelaar. Vergelijk Tambuyser.

Tambour, Tamboer, Tamboers, Tembour, Tamboryn, Tamborijn, Tamburin, Tabourin, Tambrun, Tabruyn, Tabruijn. Naam uit het Franse tambour: trommel en lawaai. Bijnaam voor de trommelaar of de lawaaimaker.

Tambrun, Tabruyn, Tabuijn: Hypercorrect voor Tambourin. Tabruyn is de Vlaamse aanpassing van de variant Tabourin.

Tambuyser, Tambuijser, Tambuyzer, Tembuyse, Tembuyser, Tembuyzer, Tombuyses, Tambryser. Familienaam uit het Middelnederlandse tambuser: trommel, tamboer. Naam voor de trommelaar.

Tamine, Tamines, Taminne, Tamenne: 1. Plaatsnaam Tamines (Namen). 2. Oudfrans estamine, Luiks-Waals tamène: zeef. Beroepsnaam. Vergelijk Taminiau(x).

Taminiaux, Taminiaux, Taminau, Tamiaux, Tamineau, Tamineaux, Tamigneau, Tamigneaux, Tamignau, Tamignia, Tamigniaux: afleiding van Oudfrans estamine, Frans étamine: stamijn, zeef(doek). Beroepsnaam van de zevenmaker of zever.

Tamise, Tamiset, Tamisé: afleiding van Frans tamis: zeef. Beroepsnaam van de zevenmaker. Vergelijk Taminiaux.

Tammaecker, de. Verkeerde lezing (Nord, Frans-Vlaanderen) van de Cammaecker. Zie de Kammaker.

Tamsin, Tamsyn, Tamijn, Tansens : 1. Aanpassing van de Engelse Thomlinson, Tomlinson: zoon van Thom(e)lin, afleiding van de voornaam Thomas. Tamsin wordt nu Tanssen uitgesproken. 2. Zie Thomsin.

Tamson; zoon van Tamme, Tammo, Friese namen waarvan ook Tamminga, Tammes en Tamming.

Tan: Variant van Tand of Tang?, beter van looien van leer, Engels tannian, Frnas tanner.

Tan, Tang, Altan, Tan Tian Nio, Aktan, Taen. De familienaam Tan is ondermeer afkomstig uit Indonesië, Nederlands-Indië, Turkije, Singapore, Malakka en China. Bijnaam, betekent gast families.

Tand, Tandt, (de), (de) Tant, de Tande, den Tandt, den Tand, den Tant, Dantand, Thandt, Thant, Thans, Tans, Thaens, Taens, Taems, Stans. Bijnaam naar een opvallende of vooruitspringende tand(en).

Tanenbaum, Tannenbaum, Tenenbaum: Duits Joodse familienaam: dennenboom.

Tanier, Tannier. Beroepsnaam. Onderwerpsvorm (cas-sujet) naast Frans tanneur: leerlooier. 2. Zie Tasnier.

Tanas, Tanase. Vadersnaam. Korte vorm van Griekse heiligennaam Athanasius.

Tanchon. Variant van Tanson. Zie Thompson 2.

Tancman. Verschrijving van Duitz Tanzmann; danser.

Taneré, Tancre, Tancrez, Tanckeré, Tankeré, Tanckere, Tancere, Tankrey, Tancredi: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam thank-rêd 'gedachte, dank - raad': T(h)ancradus, Tancredus.

Taneré, Tanret, Tanrez, Tenret: Beroepsnaam. Afleiding van Oudfrans Taneret, van Oudfrans tanner, variant (cas-sujet) van tanneur: leerlooier. Zie ook Tannier.

Tang, Tange, Tanghes, Tanghe, Tangue, Thanghe, Thange, De Tangh, Détang. 1. Beroepsnaam voor iemand die beroepshalve een tang hanteert: smid, timmerman. 2. In de 18de eeuw is de naam Tange ook ontstaan uit de vreemde naam Tahon. Waals-Vlaamse uitspraak taong.

Tangel: Vervorming van Tange? Of van Tangle, van Tangre ‘verlangend, ongeduldig’?

Tangeman: Beroepsnaam van de smid of timmerman. Vergelijk Tange.

Tangle. Wellicht variant van Tangre.

Tanis: Variant van Danis, van Denijs?

Tanguy. Bretonse familienaam Tangui Vurige hond, van vurige strijder'.

Tanja. Vadersnaam of moedersnaam uit de verkorte vorm van de Germaanse Tane/Tanne: geest, gedachte. Wellicht een van oorsprong Friese familienaam.

Tanke. Vadersnaam. Korte Germaanse thank-naam: Dancho, Thancho of verkorting van Dankraad, Dankaard.

Tanner. Deze familienaam kan de onderwerpsvorm (cas-sujet) zijn van Frans Tanneur, maar ook Middelnederlands taenre, met zelfde betekenis: (leer)looier. Tannere. Beroepsnaam.

Tanneur, Letenneur: Beoepsnaam. Oudfrans taneur, Frans tanneur: leerlooier.

Tanton, Taunton: Plaatsnaam Tanton in Vonêche (Namen). 2. Zie Tantôt.

Tantôt, Tantost, Tantôt, Tanton: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Tando, Tanto. Tanton kan ook de voorwerpsvorm zijn van Tanto.

Tänzer, Tenzer, Tenter, Tanzer, Tancer: Duitse familienaam Tànzer: danser.

Taon, Taont, Tahon, Thaon. Familienaam uit het Franse taon: horzel, daas, paardenvlieg. Bijnaam voor een vervelende, lastige kerel. Op het wapen van Tahon (Blangies, Wihéries) staan drie horzels.

Taormina. Plaatsnaam in Sicilië.

Tapai, Tapay: Luiks-Waalse afleiding van tape: klap?

Tap, Tapper: Beroepsnaam van de bier-of wijntapper.

Tapis, Tapie: Frans tapis, Middelnederlands en Nederlands tapijt: vloerkleed, tapijtwerk, behangsel. Beroepsnaam van de tapijtwever.

Tapperwijn: Beroepsnaam van de wijntapper.

Tapproge. Zoals Nederduits Clopprogge beroepsnaam van de roggedorser.

Taquin, Tacquin: Vadersnaam. Vleivorm van Germaanse dag-naam; vergelijk Tacken.

Tarallo. Bijnaam. Italiaanse naam van een gebak.

Tarbe, Tarbes. Plaatsnaam Tarbes (Htes-Pyr.).

Tarchamp, Tarchamps. Duitse plaatsnaam Tarchamps.

Tardif, Tardivaud, Tardieu, Tardier, Tardie, Tardy: Oudfrans tardif: laat, traag. Bijnaam.

Targe, Targez. Verschrijving voor Target. Beroepsnaam voor de schilddrager of schildenmaker. Vergelijk De Beukelaar.

Targe, Tersi, Tersy, Targé, Targez: Oudfrans targe, waaruit Middelnederlands targ(i)e, tarse, tergie: schild.

Targnion. Plaatsnaam Targnon in Stoumont, Francorchamps, Lorcé, Fraipont (Luik).

Tarin. Oudfrans tarin: gouden munt. Beroepsnaam van een wisselaar.

Tarlier, Tarlet: Afleiding van Oudfrans tarele, Frans tarière: avegaar (boor). Beroepsnaam.

Tarnaud. Variant van Franse familienaam Ternault, van Oudfrans ternal: wijnmaat. Beroepsnaam.

Tarry. Wellicht variant van Terry.

Tart, Tarte. Bijnaam voor een taartenbakker.

Tartar, Tartare, Tartari, Tartarro, Tartorrelli: Volksnaam van de Tartaar. Of bijnaam naar de donkere huidskleur.

Tartarin. Oudfranse volksnaam van de Tartaar.

Tartavel. Oudfrans tartevele: ratel, klepper waarmee een melaatse zijn komst meldde. Bijnaam.

Tartière, Tartiere: Beroepsnaam van de taartenbakker.

Tartwijk, van. Plaatsnaam in Schijndel en Sint-Oedenrode (Noord-Brabant): 1341 Tartwyck.

Tas, Tasch, Tass, Tasse, Tassche, Tesche, Tesch, Thas. 1. Beroepsnaam voor een tassenmaker. 2. Er is ook een kleine kans dat Tas afkomstig is uit de Italiaanse familienaam Tasso.

Taschereau. Afleiding van Oudfrans taschier: aannemer die een aanbesteed werk uitvoert, Middelnederlands tas(ch)werk.

Taskin, Tasquin, Tosquin, Tosquinet. Vadersnaam uit de voornaam Istas, dit komt uit de heiligennaam Eustachius.

Tasniers, Tannier, Tanier, Tanniere, Tannièrre, Tannière, Thénières, Teniers, Theuniers. Plaatsnaam. Oudfrans tanier, ta(i)snière, tesnière, tanière, tesnier: dassenhol. Plaatsnaam in Hove (Henegouwen), Galmaarden, Heikruis (Vlaams-Brabant). Dassenhol. Plaatsnaam in Hove (Henegouwen), Galmaarden en Heikruis (Vlaams-Brabant). De schilder David Teniers de oude (1582-1649) is de kleinzoon van Joachim Taynière en de achterkleinzoon van Thomas Taynière uit Aat.

Tassaert, Tassart, Tassard: 1. Middelnederlands tassaert: gierigaard, potter. 2. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Eustachius.

Tasschaert. Afleiding van Middelnederlands tassche; tas, zak. Beroepsnaam.

Tasseel, Tassel, Tastiel, Tassiaux, Tassaux, Tasiaux, Tasia, Thasiaux, Tasiat, Taziaux, Tausia, Thésias, Thésia, Thesias, Thézia, Thezia: Vadersnaam. Romaanse afleiding van heiligennaam Eustachius.

Tassel, van. Plaatsnaam Tessel, Texel, Noord-Holland.

Tasseny, Tacheny: Variant van Tasnier.

Tasseroul. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Eustache.

Tasset, Tasté, Taste, Tessé: Vadersnaam. Vleivorm op-et van Istace, heiligennaam Eustachius.

Tassier, Tassiers. Beroepsnaam van de maker of handelaar in beurzen, tassen.

Tassigny. Plaatsnaam Tassigny, Ardeche.

Tassignon, Tassinon, Tassenin, Tasenin, Tastnon, Tassenoe, Tassenoey, Tassenoy, Tastenoe, Tastenhoy, Tastenhoye, Tastenoy, Tastenoye. Vadersnaam, Romaanse knuffelvorm van Istace, Eustace, Eustachius.

Tassin, Tassain, Tassijns, Tassyns, Tassens, Tassent, Tessin, Tesin, Tesens. Vadersnaam of moedersnaam van de voornaam Istace, uit de Griekse heiligennaam Eustachius.

Tassini, Tassone, Tassoni. Italiaanse vadersnaam. Afleiding van Tasso (wellicht) Germaanse naam.

Tasson, Tasso, Tassot, Tassoul, Tassou: Vadersnaam. Romaanse vleivormen op -on, -ot en -oui van Istace, heiligennaam Eustachius.

Tastenoe, Tastenhoye, Tastenoye, Tastenoy. Vadersnaam. Romaanse vleivorm van de voornaam Istace, Eustache, heiligennaam Eustachius. Vergelijk Tassin.

Taszman. Beroepsnaam van de tassenmaker, beurzenmaker.

Tatar, Tatard, Tatas. Volksnaam van de Tartaar.

Tate, Tates: Engels familienaam Tate(s). Oudengels tât, sterke vorm naast Tâta, in plaatsnamen.

Tatenhove, (van), van Tatenhoven: Plaatsnaam vergelijk Tatendorf, Tatenhorst (Nedersaksen), Tatenberg (Duitsland), Tatenhausen (Noordrijn-Westfalen).

Tater, Taterman. Wellicht Duitse familienaam Tatter: Tatar, dat is Tartaar, ook zigeuner.

Taton. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Dado, Tato.

Taub, Taubman: Duits Taubmann, bijnaam voor een dove.

Taubenblat, Taubenblatt: Duits, Joodse familienaam.

Tauber, Taubert, Teuber, Teubner: Muddenhoogduits taüber: doffer. Beroepsnaam van de duivenhandelaar. Vergelijk Duyver.

Taufstein, Taustein. Duits Taufstein; doopvont.

Taupe, Taupin, Taupinart: Frans taupe: mol. Bijnaam, wellicht voor een blinde, of naar de grijze kleur. Vergelijk Talpe, de Mol.

Taurin. Latijnse heiligennaam Taurinus? Waarschijnlijk veeleer variant van Thurin, Thourin.

Tausig, Taussig, Tausic: Waarschijnlijk Slavische familienaam. Misschien afleiding van plaatsnaam Taus in Bohemen.

Tauwenberg. Verspreide Duitse plaatsnaam Taubenberg.

Tavano, Tavani. Italiaanse bijnaam Tafani, van tafano; horzel.

Tavares. Veel voorkomende Portugees-Spaanse naam die ondertussen in de ganse wereld voorkomt: 1. Naam uit de plaatsnaam Tavares (diverse in Portugal) en Tabara (Spanje). 2. Bijnaam voor iemand die in afzondering leefde: een heremiet. 3. Er bestaat ook een Aramese naam Tavares (uit tavor: tegenslag, pechvogel).

Tavel, Taveau, Taviau, Taviaux. 1. Oudfrans tavel: lint, passementwerk, galon. Beroepsnaam of bijnaam. 2. Plaatsnaam Tavel (Gard) of Tavaux (Aisne).

Taverne, Tavernier, Tavenier, Taveirne, Taffeirne, Taffeiren, Tavergne, Tavernel, Tavenaux, Taverna, Tavernini: Beroepsnaam van de tavernier die een taveerne heeft; ‘herbergier, kastelein, waard’.

Tavernier, de, (de) Taevernier, de Taevenier, (de) Tavenier, de Tavernier, Taverniers, Tafniez: Beroepsnaam van de tavernier: herbergier, kastelein, waard.

Tavier. 1. Plaatsnaam Tavier, Luik. 2. Plaatsnaam Taviers, Namen.

Taviet. Plaatsnaam in Achêne (Namen).

Tavlet. Afleiding van Tavel 1.

Taxquet, Tahet, Taxhet: Waalse variant van Franse familienaam Tasquet, afleiding van tasque, tasche: beurs, tas. Beroepsnaam. Vergelijk Tachelet, Beurskens.

Tayenne. Plaatsnaam Tayenne in Beausaint (Luxemburg) en Biesme (Namen).

Taylor, Tayler: Engelse beroepsnaam van de kleermaker, van Oudfrans tailleor, Frans tailleur, Engels tailor.

Tazelaar, Taselaar: 1. Beroepsnaam van de (wol)kaarder, afleiding van Oudengels tæsel, Engels teasel. 2. Meertens verklaart de Zeeuwse familienaam Tazelaar uit ’t Hazelaar ‘hazelaarbosje’. In 1736 werd de naam in Oosterland Thaselaar gespeld.

Te Brake, Ter Braak, Ter Braake: Plaatsnaam Braak: braakland.

Te Dune. Waarschijnlijk Ten Dune, ten Duine; op het Duin.

Te Dunne. Waarschijnlijk Ten Dune, ten Duine; op het Duin.

Téatin, Teatin: Vadersnaam. Variant van de Franse familienaam Théaudin, vleivorm van Théaud, Germaanse voornaam theud-wald.

Tebaldi. Vadersnaam. Italiaanse vorm van Germaanse voornaam Dieboud, Dibboud.

Techel, Téchel: Vadersnaam? Afleiding op -ilo van Germaanse dag-naam (Dacco, Dacho, Techo): Dacilus, Dahilo.

Têcheur, Tècheur, Técheur, Techeur, Thécheur, Thechuer, Teheux, Thehu, Técher, Techer: Beroepsnaam. Waals techeu(r), teheux: wever.

Téchy, Techy, Tichy: Beroepsnaam. Waals téchi: wever. Vergelijk Tussier. Zie ook Tency.

Teck, Theck, Theeck, Theek: Vadersnaam. Bakernaam, vergelijk Dacco, Tacco, Teccho. Kan een verscherpte vorm zijn naast Nederduits Deck voor Diederik. Of Fries Theeck, van Thedeke, afleiding van een diet-naam, zoals Diederik.

Teckmans, Tecqmenne: Tuckman, afleiding van Tuck.

Tedaidi. Vadersnaam. Italiaanse vorm van Germaanse voornaam theud-wald.

Tedde. Vadersnaam. Bakervorm van een Germaanse theud-naam. Tedo.

Teding: Vadersnaam. Afleiding van Germaans theud-naam. De mansnaam Tede, waar de geslachtsnaam Teding van is afgeleid, is nog heden, met de bijvormen Tade, Teade, Tete, Tate, enz. in Friesland in volle gebruik. Met Teding zijn van deze oude mansnaam nog afkomstig de volgende geslachts- en plaatsnamen: Tedinga, Thedinga, Thedema en Tedema. Van Tedinga zijn de geslachtsnamen Theenga en, in de tweede naamval, Teengs weer versleten vormen, evenals Thema van Thedema. Thedinga was de naam van een oud, aanzienlijk klooster bij Nüttermoor in Oost-Friesland, maar dat in de 16de eeuw opgeheven werd. De naam is nog gebleven aan een gehucht dat heden ten dage de plaats van dat klooster inneemt. De bijzondere naamoorsprong van dit klooster is bekend en bewaard gebleven. Thedinga-klooster namelijk heette oorspronkelijk en eigenlijk Syna. Het werd door een rijke Groninger, Hatebrand geheten, in ’t jaar 793 reeds gesticht, en de eerste abt die het bestuur er over uitoefende, heette Theda. In 1479 waren beide namen, Syna en Thedinga, nog in gebruik; want de abt Sibrant, die toen leefde, tekent zich: »ghekoren Abbet to Tedingen, anders gheheyten Syna.”3 De naam Thedinga-monniken wil dus zeggen: monniken van Theda, en het patroniem Thedinga is hier gebruikt in overdrachtelijke zin, terwijl men de monniken wel de naam van zonen of kinderen van de abt geeft. Nog andere plaatsnamen van de man voornaam Tede (Thedo) en van ’t patroniem Teding afgeleid, zijn: Thedingweert, een landgoed te Kapel-Avezaath in de Betuwe; Thedinghaus, een stadje aan de Weser boven Bremen; Thedafeld, een sate bij Grootkerk of Hohenkirchen, zoals dat dorp nu Hoogduits heet, in Wrangerland (Oldenburger Friesland); Thedema- of Thema-burcht te Noordwolde, en Thema-heert, een sate te Pieterburen, beide in Hunsingo (Groningerland); Tedema-state te Roden in Drente; eindelijk nog Dedesdorf, oudtijds Thedestorpe, een vlek in ’t Land Wührden (Oldenburger Friesland).

Tedesco, Tedeschi, Todesco, Todisco, Todeschi: Italiaanse volksnaam van de Duitser.

Teeffelen, van: Plaatsnaam Teeffelen in Lith (Noord-Brabant).

Teege. Nederduitse familienaam Teege = Tegede: tiend. Beroepsnaam van de tiendinner. Vergelijk Tindemans.

Teekamp. Verschrijving voor Nederduitse familienaam Te Kamp. Plaatsnaam Kamp: afgesloten veld.

Teekema, Teekens: Vadersnaam. Afleiding van Teeke, van Tedeke, verkleinvorm van Germaans theud-‘diet, volk’-naam, zoals Diederik.

Teekens. Misschien afleiding van tee: teen. Vergelijk De Teen. Of = Teeukens; zie Theeuwkens (vergelijk Thees = Theeus).

Teen, de. Bijnaam naar een opvallende teen.

Teerds: Misschien, van Teers. Middelnederlands teers ‘penis’.

Teering: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Diederik.

Teerlingh, Teerlinck, Teerlincks, Teerlijnck, Teerlinck, Terlinck, Teerlink, Teerlynck, Terlynck, Terlin, Terlingen, Terlinck, Teirlinckx, Teirlinck, Teirleng, Teirlynck, Teirlijnck, Ternynck, Theerlynck, Theirlynck: Bijnaam voor de dobbelaar, die met teerlingen of dobbelstenen speelt. Of beroepsbijnaam voor de maker van dobbelstenen.

Teeseling, van. Plaatsnaam Teeselink in Neede (Gelderland).

Teeten, Theeten, Theetten, Theite, Teite, Tête, Teiten: Verkorte vorm van Schouteten.

Teetz, Teetzmann. Vadersnaam. afleiding op -mann van Germaanse theud-naam, zoals Dietrich. Vergelijk Dietz, Tietz.

Tefnin. Vadersnaam. Spelling voor Thévenin. Zie Thévenard.

Tegelaere (de), Tegeler, Tegelaars, Tegelaar, Teegelers, Teigeler, Tighelaar, Tegeler, Tegelaers, Teegelaar. Beroepsnaam van de tegelbakker, steen of pannenbakker.

Tegelbeckers, Tichelbacker: Beroepsnaam van de tegelbakker, de steen- of pannenbakker.

Tegels. Beroepsnaam van de tegelbakker.

Tegenbos, Tegenbosch. Naar de woonplaats tegenover een bos. Plaatsnaam Tegenbosch bij Eindhoven, grenzend aan de Strijpse heide. Vergelijk Duits Gegenwasser.

Tegethoff. Nederduits Tegethoff: tiendhof, hof waar tienden geïnd worden.

Tegtmeyer. Westfaalse familienaam Teg(e)tmeyer, Techtmeyer, zoals Tegtmann een inner van tienden.

Teich, Taich, Tajch, Teichert, Teicher, Teucher, Teichmann, Teichman, Tajchman, Teichner: Beroepsnaam (of woonplaats Teich) en beroepsnaam van de dijker, dijkmeester, dijkgraaf. bosje. In 1736 werd de naam in Oosterland Thaselaar gespeld.

Teinturier, Tinturier: Beroepsnaam van de (laken)verver. Vergelijk Taintegnier.

Teirbroodt, Teirbrood, Terrebrood, Terebrood. Zinwoord teer-brood. Dit voor iemand die brood teert, eet: een broodeter dus.

Teeuw, Teeuwen: Vadersnaam. Korte vorm en afleiding van de naam van de evangelist Mattheus. Vergelijk Theewis.

Teixeira. Galicische beroepsnaam van de wever.

Telder, de, Telder, Tellers: Beroepsnaam van de teller, de beambte die de waren natelt op de markt.

Telemans, Teleman, Telerman, Thelman: Variant van Tielemans, afleiding van Germaanse voornaam Theudilo. Zie ook Telen.

Telen, Teelen, Telens, Teelen, Teles, Thelen, Theelen, Thélen, Thel, Thelle, Telle, Tel, Tellin, Tellings, Telling, Thellin: Vaders-, moedersnaam Telin is een variant van Tielin, vleivorm van Theudilo; zie Thiel(e). Noord-Limburgs Theelen staat bij Thielen elders.

Telg, Telgmann. Nederduitse plaatsnaam Telge: grond beplant met jonge scheuten of boompjes.

Telgenhof: Plaatsnaam ‘hof bij een telgenbosje, bosje jonge eiken’.

Telgenkamp, Telkamp: Plaatsnaam 1571 Telgenkamp in Losser ,Overijssel; 1720 Tellegencamp in Mander, Overijssel. Telgen zijn jonge eiken; een telgenkamp was een boomkwekerij.

Tellegen: Plaatsnaam Telgt in Ermelo (Gelderland). Of Telling bij Drempt, Hummelo en Keppel (Gelderland): 1445 Telgen, 1466 Telligen.

Telleman, Tel, Telle, Tijl, Tyl, Tell, Telman: Vadersnaam. Variant van Teleman, Tieleman, afleiding van Germaanse voornaam Theudilo.

Telleir. Oostvlaamse familienaam. Waarschijnlijk weergave van Waalse uitspraak van Teller.

Telle, Tellen, Tel: Vadersnaam. uit Middelnederlands Telin, Tielin, vleivorm van Theudilo.

Telleneer. Middelnederlands tellenaer: teller. Zie de Telder. Beroepsnaam.

Tellier, Telliez, Telliet, Telier, Letellier, Letelier, Leteiller, Lettelier, Latelier, Thellier, Thelier, Thelliez, Theliez, Thélie, Thély, Teillier, Teiller, Teilliez, Theiler, Theillier, Tillie, Tillier, Tielie, Tielier, Thilliez, Thilie, Teljeur : Beroepsnaam Oudfrans telier‘ lakenwever’. Variant van Dutellier, maar zonder aanloop (zie i.v.). Sommige vormen kunnen ook afleiding zijn van Oudfrans til: linde.

Tellingen, van. Mogelijk variant van plaatsnaam Tardinghen, Pas-de-Calais. Waarschijnlijk ook Nederduitse of Gelderse plaatsnaam.

Temme, Temmink, Temming, Temminck, Demmink: Vadersnaam. 1. Bakervorm van een Germaans diet-naam met een tweede lid dat met m begint, zoals Dietmar. 2. Plaatsnaam Temmink in Brammelo; erve van Temmo of Tammo

Temmerier. Vermoedelijk een reïnterpretatie van Tremerie.

Tempel, Tempels, Temple. Bijnaam voor iemand die in enig dienstverband stond met de tempelorde, de ridderorde van de tempeliers. Vergelijk Tempelaars, Templeman. Of korte vorm voor Van den Tempel.

Tempel, (van den, der): Plaatsnaam tempel ‘tempel, godshuis’. Plaatsnaam De Tempel in Beveren, Borre (Frans-Vlaanderen), Otegem, Winnezele (Frans-Vlaanderen), Wissant (Pas-de-Calais) en Ieper.

Tempelaars, Tempelaere, Tempelers, Templer: Bijnaam voor een tempelier of tempelridder. Frans templier, Engels Templar, TemplerIn Nuenen (Noord-Brabant) was al voor 1421 Johannes Tempelers eigenaar van een stuk grond den Tempel. Vergelijk ook 1641 Adriaen Cornelisz Tempelaer = Aryen Cornelisz Bergwerff wonende in Vlaardingerbroek op den Tempel.

Tempelhof. Plaatsnaam Tempelhof, meestal een hoeve van de tempeliers, in Brugge, Borre (Frans-Vlaanderen), Gistel, Komen, Koolkerke, Ruiselede, Slijpe, Westvleteren.

Tempelman, Tempelmans, Tempemann, Temmelman. Geeft aan dat de eerste generatie op een plek of in een huis (een boerderij) woonde die bekend stond als De Tempel of Tempelman.

Temper, Tempere, Tempère, Tempére, Tampere, Tampère, Tampére. Naam uit het Oudfranse tempre: tijdig, vroeg, vlug. Bijnaam.

Temperville. Franse familienaam Dembreville. Plaatsnaam Embreville, Somme.

Tempier. Oudfrans tempier: storm, lawaai, tumult,verwarring, twist. Bijnaam.

Templeman, Templement. Bijnaam voor iemand die in dienstverband stond met de tempeliers. 2. Variant van Timperman.

Templeton. Engelse plaatsnaam (Berkshire, Devonshire).

Templin: Afleiding van temple: tempel? Bijnaam voor een tempelier?

Temsche, van, van Teemsche, van Theemsche, van Themsche, van Theemshe, van Theemst. Familienaam uit de plaatsnaam Temse (Oost-Vlaanderen).

Temst, (den) (den) Tempst, Tempts, den Trempst: Middelnederlands tems: zeef, teems. Beroepsnaam van de zevenmaker.

Tenaerts, Thenaerts, Thenaers, Theenaert, Thenaerts, Thenaers, Thénaers, Tena, Thienaert, Tina, Tinard. Vadersnaam uit de Etienne, de Franse vorm van Stephanus. Frans Thenard.

Ten Berge. Plaatsnaam. Zie Van den Berg.

Ten Broek. Plaatsnaam Broek, zie van den Broek.

Te Catejen Kate, Te Kath, Te Kaath: Plaatsnaam Kat: kade, aarden wal; Kate: kleine boerenwoning, hut, huisje.

Ten Grootenhuyse, ten Grootehuysen, Grootehuyzen. Plaatsnaam of woonplaats; Groot Huis, zie ook Groothuis.

Ten Haaf, Tenhaeff, Ten Haaft, en Have, Verhaaf: Nederduitse en Nederrijnse variant van Tenhoff, Ten Hove.

Ten Harkel. Plaatsnaam Harkel: hark? Of hypercorrect voor platsnaam Arkel? Vergelijk Van Arckels.

Tenan, Tenant, Tennant, Tinant. Franse beroepsnaam, synoniem met tenancier: pachter. 2. Eventueel vadersnaam. Germaanse voornaam theud-nanth: Deotnand.

Tenckinck komt van Tenke, Tenco, Tinco, en dit is weer een verkleinvorm van Tenno, welke mannenvoornaam in de de achtste eeuw voorkomt, en oorspronkelijk slechts een bijvorm is van Tanno. Van dit Tanno is weer de Friese geslachtsnaam Tanninga afgeleid, die meest in versletenen form als Tania, Tanja, Tanje, en zelfs verfranst als Tanjé voorkomt.  Pieter Tania of Tanje, te Bolswart geboren in 1706, was een beroemd plaatsnyder (graveur). Hij vestigde zich in Holland en droeg daar den naam van Tanjé!

Tency, Tensy, Tensi, Tincy, Thinsy, Tinsy, Tinsi, Tinchi, Tainsy: Variant van Techy/Tichy met epenthetische n.

Tender, de, den Tenter: Afleiding van Middelnederlands werkwoord tennen ‘tergen, kwellen’. Vergelijk Duits Zanner.

Tenderloo, van, Tendeloo, van: Plaatsnaam Tenderlo(o) in Balen (Provincie Antwerpen).

Tengler, Tengeler, Tangelder: Opperduitse variant van Dengler. Beroepsnaam die de zeisen wet door te kloppen, hameren’.

Tenhagen. Plaatsnaam Ten Hagen; haag, heg.

Tenhuijze: Plaatsnaam ten Huize.

Tennstedt. Plaatsnaam Denstedt in Thuringen.

Tenret. Afleiding van Waals tinre, Frans tendre: teer. Vergelijk Frans Tendret. 2. Zie Taneré.

Tensen, Tent. 1. Geeft aan waar de eerste naamdrager woonde, te weten in 'De Vlaemsche Tent' te Andijk. "Die naam kan er op wijzen dat het een polderkeet was, waar gehuurde Vlaamse dijkwerkers hebben gebivakkeerd in de periode van dijkherstel na de stormvloeden van 1675." Jan Sijmensz (Wervershoof 1659-Andijk 1723) woonde hier omstreeks 1680-90 en hij werd daarom Jan Tent genoemd. Nakomelingen kregen de achternaam Tentsz, die vervolgens evolueerde tot Tensen. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam, afleiding van Tenzo.

Tente, van, Tenten, van, Tenten, Vertenten, Vertente. Familienaam uit de plaatsnaam tente, tent. Dit naar de plaats waar meiers en schepenen zitting hadden bij hun driejaarlijkse openbare rechtszittingen en waarbij ze van dorp naar dorp trokken. De betekenis van het voorwerp ging op een paar plaatsen over op de locatie, het gehucht. Dit onder andere ergens in het Waasland.

Tentelen, van. Plaatsnaam Tenderlo, lokale uitspraak Tentel(o)e.

Tepe, Teppe. Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse voornaam Dieboud of Diebrecht. Zie Tibbe.

Tepper, Teppers, Teper, Tepfer. Beroepsnaam van de tapper, biertapper; ook iemand die in net klein verkoopt. 2. Beroepsnaam van de pottenbakker. Ontrond van Nederduits Tôpper, Duits Tôpfer.

Ter Bruggen. Plaatsnaam Ter Bruge(n). Zie Van der Brugghen.

Ter Haak, Ten Haken. Plaatsnaam Haak; haakvormig perceel.

Ter Haar. Plaatsnaam; zandige heuvelrug, vooral in Gelderland, Groningen, Overijssel en Westfalen.

Tercken, Terken. Afleiding van volksnaam Turk?

Terclaevers, Terclavers, Tercalavres: Plaatsnaam: plaats waar klaver groeit?

Terdeckt: Plaatsnaam Terdeck in Overijse (Vlaams-Brabant).

Tercaefs, Tercafs. Metathesis van Limburgse familienaam Treka(e)fs. Zinwoord trek af, synoniem met Middelnederlands aftrecker: afzetter, rover, die iets afhandig maakt.

Tercelin. Oudfrans tiercelin: raaf. Vergelijk Tiercelet: valk.

Terelle. Picardisch terelle; avegaar, boor. Beroepsnaam.

Terf, Terfve, Terve. 1. Middelnederlands terf: turf. Beroepsnaam? 2. Oudfrans terve: spleet?

Terhart, Ter Heerdt. Plaatsnaam Ter Hard: bos, beboste hoogte. Nederduits ook Terhardt, Uterhardt.

Terlaak, Terlaeken: Plaatsnaam ter Laak/Lake ‘poel, plas, waterloop in moerassig terrein’. Laak (Drenthe, Gelderland, Nederlands-Limburg, Overijssel).

Terlet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thierry, Therry.

Terlier, Terly: Franse beroepsnaam terrelier: grondwerker, rooier

Terlin, Terlijn, Terlyn. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thierry.

Terlinden, (van). Plaatsnaam Ter Linde. Zie Van der Linden. Terlinden in Gulpen en Margraten (Nederlands-Limburg).

Terloo. Plaatsnaam. Zie van der Loo.

Term, van. Plaatsnaam Termes, Luxemburg.

Terlouw: Plaatsnaam. Vergelijk Van der Lauw, Verlouw.

Termate, Termaten, Termaat: Plaatsnaam ter Maat ‘made, weiland, maailand’, bij Doetinchem (Gelderland), Steenwijkerwold, Lemselo, Overijssel. Vergelijk van de(r) Made.

Termolen, Termeulen, Termolle, Termol, Thermolle, Thermol, Taeremol, Taremol, Toiremol: Plaatsnaam Ter Molen. Vergelijk Van der Molen.

Termond, Termont, Termon: Plaatsnaam Termonde, van Dermonde, van Denremonde ‘Dendermonde’ (Oost-Vlaanderen).

Termonia. 1. Plaatsnaam Termogne in Celles (Luxemburg). 2. Latijnse vorm voor Dortmund (Noordrijn-Westfalen): 1153 Tremonia.

Termote: Plaatsnaam ter Mote ‘hoogte, heuveltje, vaak met kasteel of molen erop’.

Terness, Ternest: Duits Ternes, van de voornaam Maternus? Of plaatsnaam Ter Nesse: landtong? Of uit Dernest, van Delneste?

Ternet, Ternez, Trenet: Plaatsnaam. Afleiding van terne: hoogte, heuvel.

Terneusen. Eventueel plaatsnaam Terneuzen (Zeeland), maar misschien wel reïnterpretade van Terneus.

Terneuzen: Plaatsnaam Terneuzen (Zeeand).

Terneven, Ternéven: Naar de woonplaats: daarneven. Vergelijk Nederduits Ternedde, Terboven, Teroverst.

Ternier, Terny: 1. Plaatsnaam Tergnier (Aisne). 2. Verdoft (our/er) van Tournier.

Ternisien, Ternizien: Inwoner van Ternois, de streek van Terwaan.

Ternois, Ternoy, Ternoey, Terneyen, Ternoot, Terneus, Terneu, Ternus. Familienaam uit de plaatsnaam Ternois: de streek van Terwaan. (Thérouanne, Pas-de-Calais). Ternus, Terneus is ook de Vlaamse aanpassing van Tournois.

Terpstra: Friese afleiding van de plaatsnaam Terp ‘kleine hoogte in laagland, vluchtheuvel’. Of afleiding van Ureterp (Opsterland, Friesland) of Raarderterp (Hantumeruitburen, Friesland).

Terrard, Terrade. Variant van Frans Thierrard, afleiding van de voornaam Thierry.

Terras, Terrasse, Terrace, Terracné, Térasse, Térache, Terasse, Terache, Théraces, Thérace, Therace, Theraces, Thérache, Thérasse, Thérase, Therase, Tirache, Tiérache, Tierache, Tijeras, Tarras, Traast, Traas, Traest, Traës, Tras: De familienaam Traas(t) was eerder nog Terraes. Hij verhuisde omstreeks 1650 van Izegem naar Zuid-Beveland. 1. Frans terrasse: terras, aarden wal. Beroepsnaam van de grondwerker. Vergelijk Terrassier. 2. Plaatsnaam Thiérache: 1143 Teraciam, 1172 Therasia, streek in Noord-Frankrijk.

Terrassier. Beroepsnaam van de grondwerker.

Terrasson. Afleiding van Terrasse 1.

Terrier, Terrie, Terry, Therry, Thery, Théry, Terriere, Terrière: Oudfrans terrier: heer, landheer, grondbezitter.

Terrijn, Terryn, Terrin, Terrain, Terrien, Terrens, Terren, Terres, Tiérin, Terin, Thérain, Thérin, Theerens, Therens. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Diederik of uit Frans Thierry, de Romaanse vorm er van.

Terrisse, Térisse: Plaatsnaam. Afleiding op -iciu van terre: land, grond.

Terroir. Frans terroir; streek?

Tersago. Plaatsnaam Trezzano (van Tricianum) = 1060 Terciago = 1168 Tersago/Terzago (ten noorden van Milaan).

Terseleer. Afleiding van Middelnederlands tersel: mannetjesvalk. Vergelijk Valkenaar, Tercelin.

Tersin, Therssen, Theerssen, Theirssen, Thersen: Vadersnaam. Vleivorm op -sin van Diederik. De vormen op -sen kunnen ook van -zoon worden verklaard (vergelijk Tierssoone).

Tersmeden. Plaatsnaam Ter Smede; aan de Smisse.

Terstegen, Tersteegen, Ter stegen. Aan/in de steeg. Vgl Indesteeg, vander Stegen.

Tertholen, Tertolen, Tertoolen: Plaatsnaam Tholen (Zeeland).

Terteaux. Plaatsnaam, Oisne.

Tertoog. Vervorming van Tertooy of Tetteroo?

Tertooy: Wellicht aanpassing van Tourtois, afleiding van Frans tourte ‘taart’.

Teruel. Wellicht oude spelling voor Tervel=Terville?

Tervill, Therville. Plaatsnaam, Moselle.

Tervoort, Tervoert, Tervooren: Plaatsnaam Tervoort (Nieuw-Ginniken, Noord-Brabant). Zie ook Van der Voorde.

Terwagne, de Terwagne, de Terwangne, Terwaigne, Terwoigne: Plaatsnaam Terwagne (Luik).

Terwal: Plaatsnaam ter Wal. Vergelijk van der Wal.

Terwiel: Aanpassing van de plaatsnaam Terville (departement Moselle).

Terwisga, van: Plaatsnaam Terwisscha in Ooststellingwerf (Friesland).

Terwecoren. Middelnederlands tarwencorn: tarwekorrel. Beroepsnaam. Vergelijk Duits Weizenkorn.

Terwinghe, Terwingen, van Terwyngene, vanTerwyngen, van Terwijngen: Plaatsnaam ter Winge, Terwinge in Holsbeek (Vlaams-Brabant).

Terwoert: Plaatsnaam, zie van de Woerdt.

Tescher, Tesser: Duitse beroepsnaam Tâscher: tassenmaker.

Teschner, Tesner. Beroepsnaam; tassenmaker. Ook Taschner.

Teschke, Teske: Spelling voor Teschke, verkleinvorm van Tesch, Tasche ‘tas’.

Tesler. Duitse beroepsnaam Teschler, Tachler; tassenmaker.

Tesmoingt. Oudfrans tesmoin; getuige. Frans Temoin.

Tesse, Thesse: Korte vorm van heiligennaam Istace, Eustachius. Vergelijk Tassens/Tessens.

Tesselaar: Afkomstig van Texel (Noord-Holland), uitspraak Tessel.

Tessely, Tissaly: Stamvader is Pieter Thessaly/Tesselli, afkomstig van Ravenna, die omstreeks 1707 met de keizerlijke troepen naar ons land kwam. De familienaam is wellicht een verhaspeling van de Itialiaanse familienaam Tasselli, afleiding van Tasso, van Latijn taxus (boom), of van Toselli, afleiding van Latijn tonsus: geschoren.

Tessenaere. Beroepsnaam van de tassenmaker.

Tessers: Tesser is een spelling voor Duits Tescher, Täscher ‘tassenmaker’.

Tesseur, Tisseur: Beroepsnaam Tesseur, Frans tisseur, van Latijn textor: wever. Zie ook Têcheur.

Tesson, Tasson: 1. Waals tasson, tesson: das (dier), lomperd. 2. Zie Tasson.

Testaert, Testar, Testard, Tesdar, Tesdard, Tesda, Tesdas, Tistaert, Tetard, Theetaert, Teeltaert, Tetaert, Tettard, Tetart, Tietaert, Tietart, Tita,

Titart. 1. Bijnaam uit het Oudfranse testart: koppig. 2. Of vadersnaam uit de vroeger bestaande voornaam Testard (die wellicht uit dezelfde bron komt).

Testelin, Testolin, Tetelain, Tettelin: Afleiding van Oudfrans teste, Frans tête: hoofd. Bijnaam. Vergelijk Hooft. Zie ook Tassignon.

Testelmans, Testerman. Afleiding van Van Testelt.

Testelt, van. Naam uit de plaatsnaam Testelt (Vlaams-Brabant).

Tester, den; Testers: Variant van Tessers, met t-invoeging.

Teston. Afleiding van Oudfrans teste; hoofd.

Testu, Têtu, Letestu: Bijnaam. Oudfrans testu, Frans têtu: met groot hoofd, koppig.

Tête. Franse bijnaam Tête: hoofd. Vergelijk Hooft. Zie Testu. 2. Zie Teeten.

Tetenburg: Plaatsnaam. Duitse plaatsnaam Dietenberg (Baden-Württemberg)?

Teteghem, van. Plaatsnaam Tetegem, Frans-Vlaanderen.

Tetering, van: Plaatsnaam Teteringen (Noord-Brabant).

Tetsch. Duitse vleivorm van Dietrich.

Tettero, Tetteroo, (van) Tetterode, Tétrode, Tetrode, Tettenroo. Familienaam uit de plaatsnaam Tetterode, dit is de oude naam van Overveen (Noord-Holland).

Tetzchner, Tetzner. Afleiding van de plaatsnaam Tetschen.

Teuben, Töben, Teubel, Teubner. Vadersnaam. Zie volgende.

Teuber: Duitse familienaam Teuber, Täuber, Tauber, Middelhoogduits tûber ‘doffer, mannetjesduif’. Beroepsnaam van de duivenhandelaar.

Teuchie, Teuchies, Teuchy: Beroepsnaam. Waalse variant van Tessier, Têcheur: wever.

Teugels, Teughels: Beroepsbijnaam van de teugelmaker of voor de voerman.

Teugeman, Teujeman: Duits Tuchmann ‘lakenhandelaar’?

Teuling, Teulings, den Teuling, Teulinkx, Teulingx, Teulinghx: 1. Vadersnaam. Palatale variant naast Middelnederlands Tollin, bij de Friese voornaam Tolle, van Folkert of vleivorm bij Bertold. 2. Naam uit de plaatsnaam Tolinc. Zie ook Tollens, Teurlings.

Teune, Theune, Theuns: Vadersnaam. Teun = Toon, korte vorm van de voornaam Anto(o)n, van de heiligennaam Antonius.

Teuninck, Theuninck, Theunijnck, Theunynck, Theninck,Tunyck: Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Antonius.

Teunis, Teunisse, Teunissen, Theunis, Theunisse, Theunissen: Vadersnaam. Korte vorm van Anteunis, van Antonis, de heiligennaam Antonius.

Teunkens, Teunkens, Theunkens, Theunckens, Teuninck, Thùngen, Thungen, Thünchen: Vadersnaam, afleiding van Teun = Toon, verkort van Antonis/Anteunis, heiligennaam Atonius.

Teurlings: Variant van Tuerlings, Tur(e)linckx, met epenthetische r uit Nederlands familienaam Tulling, Teuling (zie op dat woord).

Teuscher, Teuschler. Middenhoogduits tiuschaere: ruiler, handelaar, bedrieger. Duits Tauscher. Vergelijk Middelnederlands tuusscher.

Tevels, Tevel, Tevelle, Thevel, Thevelle, Thévelle: Vadersnaam. Verkleinvorm van Etève, Estève, Franse dialectisch vorm van Etienne. Of van een plaatsnaam.

Texmunt. Dominicus Texmunt werd op 18 november 1854 in Antwerpen te vondeling gelegd.

Textor, Textoris, Dextor. Beroepsnaam. Latijn textor; wever.

Teygeman. Aanpassing van Duits Teichmann.

Teylaert, Theylaert, Theijlaert. 1. Afleiding uit het Oudfranse 'teil' : linde. Plaats waar een linde groeit. 2. Uit het Franse Taillard. Zie daar.

Teijlingen, van; van Teeling: Plaatsnaam Teijlingen, Teylingen, in Voorhout (Zuid-Holland). Of Slot Teilingen, Teylingen, bij Sassenheim in Warmond.

Teyssêdre, Teyssedre. Beroepsnaam. Variant van Teyssaire: wever.

 Tfelt, 't Felt, T'Felt: Naar de woonplaats op of bij het veld. Zie VandeVelde.

Thabert. 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Tagabert, Tagebertus? 2. Uitspraak Tabbert; zie Tabart?

Thal, Thlaer, Thaller, Taller. Duitse familienaam. Afleiding van plaatsnaam Thal, Tal; dal.

Thavoy, Thavoye. Zinwoord Taut/Tolt voie: die de weg afsluit, straatrover, straatschender. Taut, van werkwoord toldre, tolir. 2. Plaatsnaam Tonvoie in Olne (Luik).

Theatre, Theate, Théate, Théatre, Teatre, Teate: Reïnterpretatie van Duitse familienaam T(h)aeter = Dather, Deter, Diet(h)er. Vadersnaam.

Theberath, Théberath: Plaatsnaam in Heinsberg (Noordrijn-Westfalen).

Theeboom. Nederduitse plaatsnaam: Boom op de Tie: verzamelplaats van de dorpsgemeenschap. Boom waaronder het dorp samenkomt. Vergelijk Boereboom.

Theenaert: Vadersnaam. Frans Thenard, afleiding van de voornaam Etienne, van de heiligennaam Stephanus.

Theeuwissen, Theewis, Tewes, Teuwissen, Teuwissen, Teuwisse, Teuwissen, Theewissen, Thewissen, Thewis, Théwissen, Tewissen, Thewijs, Thewys, Théwys, Thewes, Theiwis, Thyvis, Thieuwis, Thiewissen, Thiwissen, Thywissen, Tivisse, Theuwissen, Theuwisse, Theuwis, Teuwissen, Theuws, Thews, Tews, Theyus, Theus, Tevesz, Theves, Thèves, Thues, Thuwis, Thuys, Tuys, Thuijs, Thevissen, Thevis, Thévissen, Teeuw, Theuwns, Theeuw, Teeuws, Teeus, Thees, Theeuwes, Theewens, Theewe, Teeuwens, Teeuwen, Theewen, Theuwens, Theuwens, Teuwen, Teuwens, Teven: Vadersnaam. Verkorte vorm en afleidingen van de naam van de evangelist Mattheus.

Theeuwkens, Teuwkens, Theuwkens: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Mattheus.

Thelinge. Plaatsnaam, wellicht Teylingen in Voorhout (Zuid-Holland). Vergelijk ook van Tellingen.

Thelismaer, Thelismar. Gasconse familienaam Thélismard.

Themelin, Themlin, Thémelin, Temlin: Vadersnaam. Afleiding van Thiem(e).

Themon, Themont, Thémon, Thémont) Vadersnaam. Germaanse voornaam theud-mund 'diet-bescherming': Theotmund, Teutmundus

Thénevin. Vadersnaam. Metathesis van Thévenin.

Thenier, Theny, Thény: Oudfrans tanier, Middenfrans tesnier, tainier: dassenhol. Zie Tasnier.

Theobald, Théobald: Vadersnaam. Archaïsche vorm van de Germaanse voornaam Dieboud. Zie Dibbaut.

Théodor, Théodore, Theodor, Theodore, Theodorou, Theodoro, Theodory: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Theodorus 'geschenk van God'.

Théonville, Theonville: Plaatsnaam Thionville, Franse naam van Diedenhofen (Lotharingen, Moselle).

Thérenin. Lees- of schrijffout voor Thévenin.

Thérèse, Therese. Moedersnaam? Deze naam kwam al vrij vroeg in Spanje voor, maar werd als voornaam populair na de heiligverklaring van Theresa van Avila (1515-82) Of vadersnaam?

Thesin, Thésin, Tesain: Plaatsnaam Thesin in Vloesberg (Henegouwen).

Theuerkauff. Duitse bijnaam Teuerkauf: duurkoop.

Theunkens: Vadersnaam. Verkleinvorm van Teune, Anton.

Theus. 1. Vadersnaam. Korte vorm van Mattheus. Zie Theeuwissen. 2. Zie Toen.

Thève, Theve, Theves, Thèves: Vadersnaam. 1. Variant van Etève, van Oudfrans Estève, Romaanse variant van E(s)tienne. 2. Eventueel van Mathieu (vergelijk Mathevet).

Thevelin, Thevelein, Thyvelin, Thyvelen, Tyvelein: Vadersnaam. Romaanse afleiding van heiligennaam Stefanus, Oudfrans Estève. Variant van Thévenin. Vergelijk Stevenin = Stevelinck.

Thévenard, Theveneau, Thévenet, Theuvenet, Thévenin, Thénevin, Tefnin, Thévenon, Thévenot, Thévenoud, Thevenoud, Thouvenin, Thoevenot: Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Stefanus. Vergelijk Stevenin, Thevelin, Stevenot.

Thèves, Theves. Variant van T(h)ewis. Zie Theeuwissen. 2. Zie Thève.

Thibeaumont, Thibaumont, Thiebeaumont, Thybeaumont: Plaatsnaam Thibaumont in Thynes (Namen) of Tibaumont in Cornesse (Luik).

Thibaudeau, Thibodaux, Thibodeaux, Tibodo: Vadersnaam. Afleiding van Thibaud.

Theijlaert: 1. Afleiding van Oudfransteil, til ‘linde’. Plaatsnaam: plaats waar een linde groeit. Frans Teillard, Occitaans Teilhard. 2. Frans Taillard, afleiding van Frans tailler ‘snijden, houwen’. Beroepsnaam van de kleermaker of de steenhouwer.

Thiberge, Tyberg, Tybjerg. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam theud-berg; diet; volks-bescherming, Teudeberga, Titberga, Teoberga.

Thibergijn, Thiberghuin, Tiberghien,Thieberghien, Thiebergien, Tibergijn, Tibergyn, Tiberghien, Tiberghin, Tiberghein, Tiebergijn, Tiebergyn, Tiberghien, Tiebergien, Thybergin, Thyberghien, Thijbergin, Thijberghien, Tybergin, Tyberghien, Tyberghein, Tijberghien, Tijberghein. Moedersnaam, Romaanse knuffelvorm van de Thiberge, romaniserend als -ghien (-gem) opgevat. Zie ook Petitberghien.

Thibessart, Thibesart, Thibessard: Plaatsnaam Thibes(s)art in Mellier (Luxemburg).

Theite. Variant van: 1. Tiete(ns), zie onderaan deze pagina. 2. Of van Heits.

Thibonne. Moedersnaam. Afleiding van Thibert of Thibaud.

Thiecke, Tieke, Titsing, Titzing, Teikink, Tikink. Vadersnaam uit Thideke, Thiedske, knuffelvormen van een diet-naam (onder andere Diederik). De twee laatste zijn Saksische vormen.

Thieffry, Thiefry, Thiéfry, Thiéf(fry, Thieffy, Tiéfry, Tiefry, Tieufri, Dethieffris: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam theud-frith 'diet-vrede': Theodefredus, Thiodfred, Tefridus, Tyefridus. 2. Plaatsnaam?

Thiel, Thiele, Thielé, Thiels, Tiels, Thils, Thil, Tils, Thille, Thill, Till, Tille, Thielens, Thielen, Tielens, Tielen, Thillen, Tillen, Thylens, Thylen, Tylens, Thillen, Thillens, Tillen, Tillens, Tielenius. Vadersnaam, knuffelvorm van Diederik (met verscherping d/t en r/z-wisseling, vergelijk Tierens, Tielemans) of uit van -ilo (-el) van welke Germ.aanse diet-naam ook (Tijl).

Thielland, Thieland, Tieland, Thieulent, Thieuland, Thiulants, Thiolants, Tioulants, Tioulants, Tialans, Tialans, Toelants, Thoilants, Stoilants, Sioulants. 1. Voorvadernaam (vadersnaam) van de Germaanse voornaam theudo-landa = diet-land (diet betekent volk of iemand uit het volk). 2. Moederrnaam van de Germaanse voornaam theud-lind = diet-linde. Theodlin, Tietlint.

Thiemann. Duitse vadersnaam uit de Germaanse diet-man voornaam.

Thiemen, van: Plaatsnaam? Wellicht de vadersnaam. Thieme met secundair voorzetsel. Of uit van T(h)ienen?

Thierens: Vadersnaam. Afleiding van de Germaanse voornaam Diederik.

Thiermann: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Diederik. Vergelijk Diermans.

Thierry, Thiery, Thierie, Tierie, Thirij, Theri, Thièrie, Thieri, Thièry, Tierrie, Thiri, Thiry, Tiry, Tiri, Tyry, Therry, Thery, Terry, Terrie: Vadersnaam. Franse vorm van de Germaanse voornaam Diederik.

Thierfeldt, Thierfelder. Plaatsnaam Thierfelden.

Thiernagand, Thiernagant. Plaatsnaam Thier-Nagant in Battice en Julémont (Luik).

Thiernesse, Tiernes, Tiernesse. Plaatsnaam in Angleur, Luxemburg.

Thiers, Tiers. De Waals-Vlaamse famille Thiers stamt van: 1560 Guillebert le Tiers, Har. Zie Letier. 2. Zie Tierens.

Thies. 1. Zie Tijs. 2. Vadersnaam van theud-so, Germaanse voornaam Tiozo, Teozo.

Thieullet, Thieulet. Waarschijnlijk variant van Tillet, Teillet.

Thiessard, Thiessart, Thiéchard, Thiechard: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Thiezo, Theudizo.

Thieulin. Plaatsnaam (Eure-et-Loir) of Thieulain (Henegouwen).

Thijssing, Thiesing, Tissing, Tissinck, Tussing: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Tiezo, -so-afleiding van diet-naam.

Thillart, van den: Plaatsnaam Tillaar in Veghel (Noord-Brabant).

Thily, Thilly, Tily, Tilly, Tillij, Tillie, Tilli, Thilie, Tielie, Thillies: Plaatsnaam Tilly (Waals-Brabant, Pas-de-Calais, Eure, Seine-et-Oise, Meuse, Calvados). 2. Dialect variant van Tillier.

Thillo, van, van Tillo. Naam uit de plaatsnaam 't Hillo (1502 opt Hilloe) in Wuustwezel (Antwerpen). Begin 1600 kwam Jan, zoon van Adriaen Steven Dierck Scheyven uit Tilburg (Noord-Brabant) naar Wuustwezel. Naar zijn woonplaats op het gehucht 't Hillo werd hij Opt Hillo genoemd.

Thillot, Tilot, Tilliot, Tillot. Vadersnaam. Afleiding van Til, Tijl; zie Thiel(e). 2. Afleiding van Oudfrans til: linde.

Thimister. Plaatsnaam. Luxemburg.

Thimmesch, Thimm, Thimus: Vadersnaam. Bakervorm van Germaanse diet-naam waarvan het tweede lid met een m begint, bijvoorbeeld Tiedeman, Dietmar (Diemer). Thiadmar.

Thint. Leesfout voor Tkint.

Thio, Thiot, Thyo, Tio: Vadersnaam. Afleiding van Thion of Thioux.

Thiolon. Plaatsnaam in Mainvault, Henegouwen.

Thion. Vadersnaam. Romaanse verbogen vorm van Germaanse voornaam Theudo: Thiedo. 2. Variant van Tihon.

Thiou, Thioux, Thyoux, Tyou, Théoux: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam theud-wulf 'diet-wolf : Theudulf, Tiulfus. 2. Waals tiyou: linde.

Thiré, Thirez, Thiret, Tiré, Tire, Tirez, Thyré, Théré, Théret, Theré, There, Tiérez, Tairez, Tairaix: 1. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam theud-rêd: 'volk-raad': Theodradus, Tedradus, Didrad, Tierradus. 2. Afleiding van Thi(er)ry.

Thiriart, Thiria, Thiriar, Thirriard, Tirriard, Thiriard, Thirard, Tyriard, Thuriart, Tirard, Tira: Vadersnaam. afleiding van Thiry.

Thiriaux, Thirault, Tiriau, Thuriaux: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thiry.

Thiriet, Thérie, Thériez: Vadersnaam. Afleiding van Thiry.

Thirifays, Thirifay, Thirifayt, Thirifahy, Thirifahys, Thiryfais, Thirfayt, Tirifays, Tirifahy, Tirifhay: Plaatsmaam Thirifays in Chênée (Luik), Chiny (Luxemburg), Sorée (Namen): beukenbos van Thiry.

Thirimont. Plaatsnaam, Henegouwen, en in Waimes, Luik.

Thirion, Thirions, Thirionnet, Thirionet, Thirrion, Thiron, Tirrion, Thiryon, Tirions, Tirion, Tirionet, Tirion, Thyrionet, Thyrion, Tyrions, Thiérion, Thurion, Turrion, Turion, Turillon: vadersnaam. Romaanse vleivormen van de voornaam Thiry, Thierry ‘Diederik’.

Thiriot, Thiériot, Thiriot, Tirot, Thuriot: Vadersnaam. Afleiding van Thiry.

Thivart, Thyvaert, Tyvaert, Thivaert, Thyvaert, Tyvaert, Tijvaert. 1. Vadersnaam uit Etève: Estève: Etienne, vergelijk Frans Thevard, of van Mathieu, vergelijk mathivat. 2. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam theud-frith: volk-vrede. Thietfridus.

Thoen, Toen: 1. Bijnaam. Thoen = ’t Hoen. 2. Vadersnaam. Korte vorm van Antoen, Antonius.

Tholen, van (der), Tolen: Plaatsnaam Tholen (Zeeland).

Tholen, Tholema, Tholing, Tolings, Tolens, Tjaden. Van oud-Friese mannenvoornaam Thode of Tode, Thole of Tole, Thiad of Thiado, (door de Friezen als Tjaad uitgesproken). Van Thiado, Tjaad kwam Thiadama en Tyadana.

Tholenaar, Tholenaer, Tolenaers, Thoolnaar: 1. Afkomstig van het eiland Tholen (Zeeland). 2. Variant van Tollenaar.

Tholomé, Tholome, Tholomier: Vadersnaam van Bartholomé, Frans voor heiligennaam Bartholomeus.

Thom, Thoms, Thommen, Thomm, Tommen, Tom, Toemen, Tommes, Tomme, Tomes: Vadersnaam. Verkort van de voornaam Thomas.

Thomaere, Thomart, Tamar: Variant van de Germaanse voornaam Omaar, met t-prothesis.

Thoman, Thomanne, Tornan, Tornann, Thomann: Vadersnaam. Thoman, Thomann is een Opper Duitse vorm voor Thomas.

Thomas, Thomaes, Thomaese, Thoma, Thomä, Thomma, Toma, Tomas, Toemaes, Thoumas, Touman, De Thomaz, Thumas, Tuma, Tamas, Thomassen, Thomasen, Tomassen, Thomahsen, Thommes, Thommès, Thommis, Thomis, Tommis, Thomessen, Thommehsen, Thommissen, Thommisse, Thommmissen, Tommmissen: Vadersnaam. De apostelnaam Thomas komt al in de 12de eeuw voor. De vorm Thomaes, met gerekte a, wijst op Franse klemtoon.

Thomasczik, Tomaszczyk, Tomasszek, Tomaszewska, Tomaszewski, Thomassette, Thomassett, Tomasetti, Tomassetti, Tomasseti, Tommasetti, Tomasetti, Tomasetto, Tomassini, Tomasini, Tomasino, Tommasone, Tommasoni, Tomassi, Tomasi, Tamasi, Tamassy: Vadersnaam, vleivormen van Thomas.

Thomassin, Thomassint, Thomason, Thomasson, Tomasson, Thomasset: Vadersnaam. Franse vleivormen van heiligennaam Thomas.

Thomé, Thomée, Thome, Thomee, Thômé, Thomez, Tome, Tome, Tome: Vadersnaam. Thomé is de oude Franse volkse vorm van de heiligennaam Thomas.

Thomir, Thoumire, Thoumère, Thomeer: Voornaam Thomyris van de beroemde koningin van de Scythen?

Thômke, Thompkin: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Thomas.

Thompson, Tompson, Tomson, Thomson, Toumson, Thomsen, Tanson, Tamson, Tanchon, Tumpson, Tumson, Tumsonnet, Tumsonet: 1. Engelse vadersnaam.: zoon van Thomas. 2. T(h)omson, van Thomesson, Thomeçpn, afleiding op -eçon van Thomas. Voor Tanson, vergelijk Tansens.

Thomsin, Thomsen, Tomsin, Thoumsin,Toumpsin, Toumsin, Tomsen, Tamsin, Tamsijn, Tamsyn, Tansens: Vadersnaam. Vleivorm op -sin, verdoft tot -sen, van Thomas. Ook wel van Thomassin. De a in Tamsin door voortonige versterking; de n in Tansens door assimilatie. (vergelijk Lansens van Lamsens).

Thonet, Thonnet, Tonnet, Thoné, Tonné: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Antonius.

Thonne, Tonne: 1. Plaatsnaam Thonne (Meuse). 2. Zie Toen.

Thoonen, Toonen, Thoonsen, Thonen, Theunen, Theunens, Teunen, Teunens, Thenen. Vadersnaam uit de heiligennaam Antonius.

Thoor, Thore, Torre: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Victor of Hector.

Thoor, de, Dethor, Dethoor: Wellicht vertaald van Frans Letort, Letord. Oudfrans tors: mismaakt. Bijnaam.

Thormann. Duitse familienaam Tormann; deurwachter.

Thorne, Thorn. Plaatsnaam. Nederduits Thorn, Duits Turm: toren. Thorn in Kreuzweiler (Rijnland-Palts), Thorn (Nederlands-Limburg).

Thornton. Engelse plaatsnaam (Buckinghamshire).

Thorp, Thorpe: Engels familienaam Thorp(e). Verspreide plaatsnaam ‘dorp’. Vergelijk van Dorpe.

Thory, Tory, Torry, Thury: Vadersnaam. Deense voornaam van Oudnoors/Ouddeens Thorir. Tory door Anglo-Normandische uitspraak in Engeland.

Thoset, Thozet, Touzet, Touzé, Tousez, Tousset: Oudfrans toset: kaalgeschoren. Bijnaam voor een gewezen monnik? Vergelijk Duits Beschorner.

Thoumieux. Vadersnaam. Korte vorm van Occidentaals Bartoumieu : Bartholomeus.

Thouroude, Troude. Vadersnaam. Germaanse voornaam Thorwald. Vergelijk Engelse familienaam Thorold, Thourault, Torode. 2. Zie Van Torhout.

Thoutenhoofd, Toutenhoofd: Bijnaam naar het uithangbord ’t Houten Hoofd.

Thouwoye. Wellicht een bijnaam afgeleid van 'tou' = touw of werk en 'wayen' = door de wind meegevoerd worden, met de leden zwaaien, winden laten. Een lenig of onberekenbaar iemand. Of van iemand die voor werk van hier naar daar trok.

Thiegem (van), (van) Tighem, van Tyghem, van Tijghem, van Thieghem, van Thyghem, van Tiechem, van Techem, van Teighem, van Teghem. Familienaam uit de plaatsnaam Tiegem (West-Vlaanderen).

Thibessart, Tibesart, Thibessard, Tibesar. Naam uit de plaatsnaam Thibesart (Thibault+ sarwa) onder andere in België (Mellier) en het Groothertogdom Luxemburg (bij Birkenhaff).

Threinen, Treinen, Treigner: Moedersnaam. Korte vormen van Katreinen, heiligennaam Catharina. Treigner is een Waalse aanpassing.

Threis, Treis: Vadersnaam. Luxxemburgse Waalse aanpassing van Duits Dreiss, korte vorm van de voornaam Andreas.

Threry: Vadersnaam. Schrijffout met anticipatie van de r, van Thery.

Thubeauville, Thubauville. Plaatsnaam Thibouville, Eure.

Thuer. Duits Tür: deur. Plaatsnaam.

Thuillier: Franse beroepsnaam Tuilier‘ tegelbakker, steenbakker; tegeldekker, stratenmaker’.

Thuillies, Thuyllie, Thuylie. 1. Plaatsnaam Thuillies, Henegouwen. 2. Zie Tuilier.

Thull, van, van Thol, van Tol. Plaatsnaam Thull (Nederlands-Limburg). 2. Plaatsnaam Thol in Broekerke (Frans-Vlaanderen)?

Thuis, Thuijs: Achterhoekse familienaam uit Te Huis, namelijk het kasteel ’t Huijs Berghin ’s-Heerenberg (Gelderland).

Thuret, Turet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Arthur. Of=Thiré.

Thuriaux. Vadersnaam Thureau, Thuriau kan theoretisch wel een korte vorm zijn van Arthureau, afleiding van Arthur, maar is veeleer een variant van Thiriaux (vergelijk Thuriart).

Thuring. Duitse volksnaam van de Thuringer, ook voornaam.

Thuron, Thoron, Thouron, Touron: Vadersnaam. Korte vorm van Arthuron, vleivorm van Arthur. Of = Thiron.

Thurwachter, Thurwâchter. Duitse beroepsnaam; deurwachter.

Thijbaert: Vadersnaam. Germaanse voornaam Tybaert; denk aan Tijbaert de kat in de Reinaert. Germaans theud-berht ‘volk-schitterend’: Thietbertus, Titbertus.

Thygersen. Vadersnaam. Zoon vanTijger: Germaanse voornaam theudger 'diet-speer': Titgerus, Tigerius.

Tibalt, Tiboldi, Tibollo: Vadersnaam. Germaanse voornaam theud-balth. Zie Dibbaut.

Thijs, Thijsse, Thijssen, Tijssens, Theissen: Vadersnaam. Korte vorm en afleiding van de voornaam Mathijs, Matthias.

Thijsebaard, Thijsebaert, Thuijsbaert: Deze familienaam is vooral geconcentreerd in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen), dat aan Zeeuws-Vlaanderen grenst. Zinwoord met als eerste lid de stam van het werkwoord tesen, teisen ‘plukken, rafelen’. Bijnaam voor iemand die vaak aan zijn baard plukt.

Tibbe, Thibe, Thibé, Theben, Thebe, Thében, Thébé. Vadersnaam. Bakervormen van Germaanse voornaam Dieboud of Diebert. Vergelijk Nederduitse familienaam Tebbe(n) en Friese voornaam Tibbe: Tebbe, van Diebrecht. De vormen op -é zijn waarschijnlijk secundair, maar kunnen eventuleel varianten of afleidingen van Thibert zijn. 2. Ene Vincent Tibbe ("1817 Nieuwmunster) was de zoon van Vincent Stubbe.

Tiberius, Tiberi, Tiberio: Latijnse voornaam, afleiding van de riviernaam Tiber. Tiberius kwam als voornaam in de Renaissance in gebruik, onder meer bij de Friese adel als verlatijnsing van Tiepke. De familie stamt uit de streek van Tilburg (Noord-Brabant).

Tibbertsma: Vadersnaam. Friese afleiding van de Germaanse voornaam Tibbert, zie Thijbaert.

Tibermont, Thibermont, Tibiémont, Tibiemont, Tubiermont, Timbermont, Timbremont: Plaatsnaam Tibermont, Waals Tibiémont in Modave en Clavier (Luxemburg).

Tibesar, Tibesart, Tibésar: Plaatsnaam Thibessart in Mellier (Luxemburg).

Tibo, Tibos, Tibou, Tibout, Tiebout, Tijbout: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam theud-balth ‘volk-moedig’: Thietbaldus, Tieboldus, Tebaudus. De normale Nederlands variant is Dibboud, Debbou(d)t, de beginklank-t van Tibout is Romaans. 2. Maar Tibos zou wel een plaatsnaam kunnen zijn.

Tichel, van, van Tichelen, van Tigchelt, van Tichelt, van Tiggelen, van Tiggel, van Tiggelt, Vertichelen, Vertechel, Vertyghelt: Plaatsnaam: steenbakkerij, afleiding van tichel, tegel: baksteen, tegel, dakpan. Tiggelt/Tichelt (Noord-Brabant); Tegelen: 1294 Tigelen (Nederlands-Limburg).

Tichelaar, Tichelaer, Ticheler, Tiggelaar, Tiggelaars, Tigelaar, Tigglers: Beroepsnaam van de tegelbakker, steenbakker.

Tichelman, Tichelmans: 1. Beroepsnaam van de tegelbakker of tegeldekker. 2. Afleiding van Van Tichel.

Tichem: Wellicht de West-Vlaamse plaatsnaam Tiegem, want naast van Tieg(h)em komt ook de variant van Tiechem voor.

Tichoux, Tichou. Afleiding van petit; klein?

Tiddens: Vadersnaam. Variant van Diddens, Diedens, vleivorm van Germaans diet-naam (theud ‘volk’), zoals Diederik.

Tidman, Tijdeman, Tittman, Timan, Timans: Vadersnaam. Variant van Tiedeman, Thiedemann, Tieman, Tiemans, Thiemann, Titnman, Tyman, Teman, Theymans, Temans, Tmans, Thémans, Tittmann, Tittman. Germaanse voornaam theud-man ‘volk-man’: Teutmannus, Tietmannus.

Tiefenbrunner. Plaatsnaam Tiefenbrunn, Beieren, Saksen.

Tieghem, (van), (van) Tighem, van Tyghem, van Tygem, van Tijghem, van Thieghem, van Thyghem, van Tiechem, van Techem, van Teighem, van Teghem: Plaatsnaam Tiegem (West-Vlaanderen).

Tieke. Vadersnaam van Thideke, afleiding van een diet-naam, bijvoorbeeld Diederik.

Tiekstra: Variant van Dijkstra. Of afleiding van plaatsnaam De Tike (Smallingerland, Friesland).

Tiel, Thiel, Thielens: Vadersnaam. Zoals Tijl uit Theudilo, een verkleinvorm op –ilo van een theud-, diet-naam, zoals Diederic.

Tiel, van, van Thiel, van Til: 1. Plaatsnaam Tiel (Gelderland). 2. Plaatsnaam Til in Celles (Namen) of Sart-Dame-Aveline (Waals-Brabant).

Tieleman, Tielemans, Thielemans, Thieleman, Thielmans, Thielman, Tielmans, Tielman, Thielmanns, Thielmann, Tielmann, Tielmance, Tiereman, Thilemans, Thileman, Thillemans, Thilleman, Tilleman, Tillemans, Tillema, Tillaman, Thilmanns, Thillmann, Thilmany, Tillmans, Tillmans, Tillmann, Thilmanne, Thilmann, Thilmans, Thilmant, Thilmany, Thilmanij, Thilmont, Tillemant, Tillement, Tillemont, Tilman, Tilans, Tilmann, Tilmanne, Tilmann, Tilmant, Tilmont, Tilmon, Tylleman, Tylmans: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Diederik of van Tiel/Tijl.

Tielen, van, van Thielen. Familienaam uit de plaatsnaam Tielen (Antwerpen).

Tielraden, van. Plaatsnaam Tielrode (Oost-Vlaanderen)? Maar radenamen zijn Limburgs!

Tiehuis, Tijhuis, Tijhof, Tyhof, Tijink. Bewoner van een boerderij genaamd Tijhuis, dat zijn naam te danken heeft aan de ligging bij een tij = 'gerechtsplaats'; uit een onderstaande 14de eeuwse vermelding blijkt nog het verband met het werkwoord tijgen, dat we hedentendage nog in het werkwoord aantijgen (= aanklagen) terugvinden.

Tielkemeijer: Beroepsnaam. Een meier met de voornaam Tielke. Vergelijk Duits Clausmeier, Hanslmeier, Jürgensmeier, Petermeier.

Tielrooij, Tilro, Tilroe, van Tielraden: Plaatsnaam Tielrode (Oost-Vlaanderen), maar rade-namen zijn eigenlijk Limburgs.

Tielt, van, (van) Thielt, van Tilt, van Thilt. Familienaam uit de plaatsnaam Tielt (West-Vlaanderen) of Onze Lieve Vrouwe Tielt (Winge -Vlaams Brabant).

Tiemens, Thieme, Tijms: Vadersnaam. Tieme is een bakervorm van Germaans diet-naam waarvan het tweede lid met een m begint, bijvoorbeeld Tiedeman, Dietmar (Diemer).

Tiemensma: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Tieme, van Thiadmar. .

Tiemersma, Tymersma: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Tiemer, Diemer, dat is Dietmar, van theud-mêr. Of variant van Tiemensma. Van dezelfde naam stammen ook de geslachtsnamen  Tiadmersna, Tiedmers, en misschien ook Diemer en Diemers met Dethmers (van Dietmar, den Nederduitse vorm) af. En verder de plaatsnamen Tjamsweer (samengetrokken uit Tiadmerswere, zoals het in middeleeuwse oorkonden heet), een dorp in Fivelgo by Appingedam; Tiedmerswarfe, een gehucht bij het dorp Tettens in Wrangerland (Oldenburger-Friesland); Tjummarum, een dorp in Barradeel, Friesland, welke naam oudtijds als Tiedmarum (dat is, Tiedmare-heim, Thiadmara-heim, Thiadmars woonplaats) geschreven werd; Timertsma-state te Idaart, enz.

Tiemeijer: Duits Beroepsnaam: meier met de voornaam Dieme, Tieme.

Tien, Tiene, Thiene: 1. Vadersnaam. Frans Tienne van Etienne. 2. Plaatsnaam Tienne: heuvel. Zie Détienne.

Tienemans. Variant van Tinnemans=Tindemans.

Tienen, van, van Thienen: Plaatsnaam Tienen (Vlaams-Brabant en Frans-Vlaanderen).

Tienpont, Tienpond, Tienponte, Thienpond, Thienpondt, Tienpont, Tienpoent, Thiempondt, Thiempont, Thimpont. Bijnaam of beroepsnaam (geldwisselaar) naar het gewicht- of de muntnaam: tien pond.

Tienstra: Friese afleiding van de plaatsnaam de Tijen in Drachten (Friesland).

Tiérache, Tierache. Zie Terras(se) 2. 2. Plaatsnaam Thiérache in Momignies (Henegouwen).

Tiercet, Tierce. Afleiding van Oudfrans tierce: derde. Derde kind? Maatnaam?

Tierens, Thieren, Thierens, Thiryn, Thiers, Thier, Tiers. Vadersnaam. Knuffelvorm van de Germaanse voornaam Dierik.

Tierentijn, Tierentyn, Tierenteyn, Thierentyn, Tirtaine: Oudfrans tiretaine ‘dure stof’. Laat Middelnederlands tiereteyn ‘kledingstuk van linnen en wol, linnen stof’. Bijnaam of beroepsbijnaam.

Tierney. Ierse familienaam O Tierney, van O Tighearnaigh: little lord.

Tiersoone, Tierssoone, Tiersen: Vadersnaam. Zoals Tierssoone, zoon van Tier, van Die(de)rik.

Tiesema: Vadersnaam. Friese afleiding van de Friese voornaam Tiese, Tieze, Tjesse, Tsjesse.

Tiesters, Thiesters: Wellicht van Oudfrans tistre, van Latijn textor: wever.

Tietens, Tiete, Tyttens, Tytens. Vadersnaam uit een Germaanse theud- voornaam. Variant van Dietens.

Tiesta. Verdwenen familienaam uit het Oudfranse tistre, het Latijn textor: wever. Beroepsnaam.

Tiger, Tygier: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Tijger. Zie Thygersen.

Tiggele, van, Tiggelen, van; van Tigchelen, van Tiggelle, van Tichelle: Plaatsnaam Tichelt ‘plaats waar tegels worden gevonden of gebakken; steenbakkerij’. Afleiding van tichel, tegel ‘baksteen, tegel, dakpan’. Plaatsnaam Tiggelt/Tichelt in Rijsbergen (Noord-Brabant), Tegelen (Nederlands Limburg.

Tiggelhoven, van: Lees: van Tiggeloven ‘tegeloven, oven waarin aarden tegels, bakstenen gebakken worden’.

Tiggelkamp. Plaatsnaam: veld waar tegelaarde gegraven werd of waar tegels te drogen gezet werden. Vergelijk Tichelveld in Rijsen (Overijssel); Tegelstuk in West-Vlaanderen.

Tiggelovend, Tegeloven: oven waarin aarden tegels, bakstenen gebakken worden. Plaatsnaam of beroepsnaam.

Tigges. Tigge kan een bakervorm zijn van de Germaanse voornaam Dietger. Vergelijk Thygersen.

Tignée, Tignee, Tigner, Teigne. Plaatsnaam Tignée (Luik).

Tignol. Oudfrans tignolle; hoofdzeer.

Tihange, Tiange, Thiange, Thianche, Thyange: Plaatsnaam Tihange (Luik).

Tijck, Tyc, Tyckens, Tyck, Teyck, Tique: Vadersnaam van diet-naam (bijvoorbeeld Diederik); vergelijk Friese voornaam Tike. Zie ook Tieke.

Tijl. Vadersnaam uit de gelijknamige voornaam. Deze voornaam ontstond uit Dietelo, een knuffelvorm van een Germaanse diet-naam.

Tijn, den, den Tyn, Thijn: Waarschijnlijk Vlaamse aanpassing van Dentinne of Dethinne.

Tijs, Tys, Tyst, Tijst, Tijs, Tisse, Tis, Thise, This, Tize, Thiesse, Thiese, Thies, Thisse, Tiest, Theyse, Theys, Theisse, Theise, Theis, Theijs, Teys, Teise, Teiss, Thuys, Tuys, Tijssens, Tijssen, Tijsen, Tyssens, Tyssen, Thijssens, Thijssen, Thijs, Thijsen Thyssen, Thyssens, Thysen, Thysens, Thys, Thijssen, Thijssens, Thyssens, Thyssen, Tysen, Thyshen, Tissens, Tissen, Thissens, Thissen, Thisens, Thies, Thiesen, Thiessen, Tiessen, Theissen, Theisen, Theiszen, Theizen, Teysen, Teyssens, Teyssen, Teijssen, Teijsen, Theyssens, Theijssens, Taice, Thaise, Thays, Thayse, Tayzen. Vadersnaam: verkorte vormen en afleidingen van de voornaam Mathijs, Matthias. (Thijssen: Tijs' zoon).

Tijsbaert, (de) Thysebaert, Tysebaert, Tysbaert, Thijsebaert, Thijsbaert, Thijsebaerdt, Thisbaert, Theysbaert, Thuysbaert. Familienaam uit een zinwoord: tesen, teisen (plukken-rafelen) en baard. Bijnaam voor iemand die aan zijn baard plukt.

Tijskens, Thijskens, Thyskens, Tyskens, Theyskens, Theiskes, Thisquenne, Thisquen, Theisgen, Theysgens. Vadersnaam uit T(h)ijsekin, dit is een knuffelvorm van Tijs, dit komt dan weer van Mathijs, Matthias. 2. Een bijnaam met de betekenis 'tijd Gods', dat is; verkwist de tijd van God niet berust wsch. op reïnterpretatie.

Tijsman, Tijsmans, Thijsmans, Thijsman, Thysmans, Tysmans, Theysmans, Theisman, Theismann. Vadersnaam, uit de voor naam Tijs.

Tijtgat, Tijtgadt, Tytgadt, Tytgat, Tytgath, Tijdgat, Tydgadt, Tydgat, Tydtgat, Titgat, Tyteca, Titecat, Titeca, Thiteca, Titeka. 1. Vadersnaam, afgeleid van de Germaanse naam theudo-gauto (volk-Goot (stam): Teutgaud, Thietgaud, Theudigotho, Teutgaudus.

Tilouche, Tillouche. Tunesische familienaam? Variant van de Franse familienaam Tillous: knoestig? Of van Tilloux?

Til, van, van der, Tel, Tilman, Tille. 1. Vadersnaam uit Tijl, dit dan weer uit Diederik. Dit uit theud-rik. Een til was ook een brug, dan plaatsnaam, Groningen, beroepsnaam. 2. Oude naamvorm van Thys, Luik. Zie van Tiel.

Tilburg, van, Tilburgh, van, (van) Tilburgh, Tilburghs, van Tilbeurgh, (van) Tilborg, Tilborgh, van Tilborght, van Tilborgt, van Thilborgh, van Tilbourg, Tilborghs, Tilborgs, Tilburgs, Tilburck, Tulburch: Plaatsnaam Tilburg (Noord-Brabant).

Tilcke, van, van Tielcke: Plaatsnaam Tilques (Pas-de-Calais).

Tietsema; vadersnaam Tiete.

Tilemart. Verschrijving voor Delmar? Of variant van Timar met epenthetische 1?

Tilgenkamp. Wellicht metathesis van Tegelenkamp; vergelijk Tiggelkamp.

Tilkens, Telkens, Telkes, Tilk, Tilkin, Tilquint, Tilquin, Thilique, Thilgen, Thilges, Tillges, Thieltgen, Thielges, Thiltgen, Thiltges, Thiltgès, Tiltges. 1. Vadersnaam uit Tijl, dit dan weer uit Diederik. Dit uit; theud-rik. 2. Sommige vormen kunnen ontstaan zijn uit Dieltjens. Zie bij Dieltje.

Tillaart, van den. Plaatsnaam Tillaard in Veghel, Noord-Brabant.

Tillack. Sorbische afleiding van de voornaam Thilo, van Diederik (Duden). 2. Plaatsnaam Tillac (Gers, Charente).

Tillard, Tillaerts, Tilliard. 1. Naam uit het Oudfranse til: linde (plaats waar linde groeit). 2. Of variant van Taillard. Zie ook daar.

Tillemont, Tilmon, Tilmont, Thilmont, Telmon. Plaatsnaam Tillemont (Pas-de-Calais). 2. Variant van Tirlemont, Romaanse vorm van Tienen (Vlaams-Brabant): 1217 Tillemunt. 3. Eventueel reïnterpretatie van Tilleman.

Tillekaerts. Waarschijnlijk verhaspeling van Delagarde = familienaam afgeleid van de plaatsnaam 'La Garde' (: wachtpost).

Tillerot, Tilleroux: Afleiding van Tillier/Tellier?

Tillet, Tillé, Tillez, Tilley, Tilliet, Thillet, Theillet. Naam uit het Oudfranse til, teil: linde. Er is een plaatsnaam Tillet (Provincie Luxemburg en Oise), Tillé (Oise), Teillet (Tarn, Allier).

Tilleul, Tilleux, Tilleuil, Tillieul, Tillieu, Tillieut, Tillieux, Tilloux, Tielliu, Teilleux, Thieuleux, Lethielleux, Dutilleul, Dutilleux, Dutillieut, Dutilleu, Dutilleut, Dutilieux, Dutilloeil, Dutillieul, Dutilloeuil Dutilloeul, Duthilleul, Detilleul, Detilleux, Detillieu, Detillieu, Detilloux, Dettilleux, Ditillieu, Ditilieu, Ditilyeu, Dittellieu, Dittelieu: Verspreide plaatsnaam Tilleul: linde.

Tillière, Tilliere. 1. Vrouwelijk van Tellier. 2. Afleiding van til: linde. Plaats waar linden groeien. Plaatsnaam Tillières (Maine-et-Loire, Eure).

Tilekink is niet van de mannennaam in de oorspronkelijke vorm afgeleid, maar van verkleinvormen en wel Tileke, in deze vormen, en ook in de oorspronkelijke vormen Tijl, enz. bekende, meest Friese mannenvoornamen.

Tillitse. Deense plaatsnaam Tillitse bij Nakskov.

Tillon, Thillion, Thilion. Afleiding van Oudfrans til; linde. Plaatsnaam.

Tilloy, Thilloy, Thillois, Thillaye, Tilley, Theloy, Thelohi. Plaatsnaam. Oudfrans tilloi(t): plaats waar linden groeien. 2. Soms vadersnaam. Afleiding van Til, Tijl, Tiel, zie Thiel(e).

Tilschner. Variant van Thielsch(n)er, een Silezische afleiding van Thiel, afleiding van Dietrich

Tilsley. Variant van Engelse familienaam Tildesley. Plaatsnaam Tyldesley in Lancashire.

Timbreur. Afleiding van Oudfrans timbrer: trommelen. Trommelaar.

Timmerhans, Timmerjans, van een Hans of Jan die timmerleiden waren.

Timmerman (de), de Temmerman, Timmermans, Timmermann, Timmermanns, Timermans, Timberman, Temmerman, Temmermans, Temmermann, Timperman, Temperman, Tembremande, Templeman, Tepermann, Tiepermann, Tibermans: Beroepsnaam van de timmerman.

Timmer, Timmers, Timers, Timper, Tummer, Tummers, Tümmers, Tommers: Middelnederlands timmer ‘(houten) gebouw’, Duits Zimmer. Beroepsbijnaam van de timmerman.

Timmerhand. Verhaspeling van Timmermans.

Timothée, Thimothée: Vadersnaam. Griekse heiligennaam Timotheus 'eer God'.

Timson, Timsonet, Timsonnet, Tinsonnet: Vadersnaam. Variant van Tumson, van de voornaam Thomas/Thumas.

Tinbergen, Te Idenbergen. Plaatsnaam Idenberg in Asse (Vlaams-Brabant).

Tinck, Tincke, Tyncke. Familienaam uit de plaatsnaam Tinques (Pas-de Calais).

Tindemans, Tinnemans, Tienemans: Middelnederlands tinde =tiende. Beroepsnaam van de tiendenaar of tiendheffer.

Tinel. Naam uit het Oudfranse tinel: stok, wapenknots, knuppel. Beroepsbijnaam.

Tinet, Tiné, Tinè, Tine: Pair. Verkort van Martinet.

Tinga. Friese vadersnaam op -a/-inga. Afgeleid van de voornaam Tine: afkorting van Martinus (de krijgshaftige). Mogelijk is de naam ook afgeleid van een plaats: de plaats waar Tine woonde.

Tinion: vadersnaam. Spelling voor Frans Tignon, korte vorm van Martignon, vleivorm van de voornaam Martin.

Tinkelenberg: Plaatsnaam. 1797 Tinkelberg, Tenkelenburg, Hoorn.

Tinkl, Tinkel, verscherpt van Duits Dinkel: spelt. Beroepsnaam.

Tinlot. Plaatsnaam in Soheit, Luik.

Tinneveld. 1612 Teenenvelt, 1624 Theenvelt: veld met tenen, wilgentwijgen, Wilrijk.

Tino, Tinot. Vadersnaam, korte vorm van Martinet.

Tinteler, Tintilaire, Tintel: Variant van Duits Tintler, Tintener, Tintner, beroepsnaam voor de vervaardiger van inkt, Duits Tinte. Tintilaire geeft de verwaalste uitspraak weer.

Tinter, Tintel: Duitse beroepsnaam voor de vervaardiger van inkt, Duits Tinte. Tintel door r//-wisseling.

Tintinger. Inwoner van Tintingen, Frans Tintange (Luxemburg). 2. Verschrijving voor Tintigner.

Tintner. Beroepsnaam van de vervaardiger van inkt, Duits Tinte.

Tinus: Vadersnaam. Verkort uit de heiligennaam Martinus.

Tiquet, Ticket, Tycket, Teket: Frans tiquet: deurklink. Vergelijk Klinck(e).

Tiran, Tirant, Tyran(t), Tyran, Thirant, Thyrand, Thyrant: Oudfrans tiran(t): tiran, beul; (ook) koppig.

Tireur, Tireux, Thireur, Terreur, Tereur, Thereur, Théreur, Thérer, Therere, Therer: Beroepsnaam. Oudfrans tireur: werkman die de draden op het weefgetouw plaatst of trekt (trekwerk). Het Middenfranse woord tireur: schutter, is jong.

Tirlemont, Tirmont: Plaatsnaam. Frans voor Tienen (Vlaams-Brabant).

Tirleroux,. Variant van Tilleroux.

Tirlo, Tirloit, Tirlon: Vadersnaam. Afleiding van Thiry.

Tirlocq. Zinwoord tire loquet: die aan de klink trekt.

Tiroul, Tirou, Tirol,Thiroux, Thirou, Tyroux, Tyrou. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam Dierolf: tiur-wulf' dierbaar-wolf: Dirolfus. 2. Eventueel Waalse vleivorm op -oui van Thiry.

Tismeer: Misschien verhaspeld uit Duits Tischner, variant van Tischler ‘meubelmaker, timmerman’;

Tisserand: Franse beroepsnaam Tisserand ‘wever’.

Tirselle. Spelling voor Tercel, Oudfrans tiercel. Zie Tirtia(t).

Tirtia, Tirtiat, Tirtiaux. Waalse vorm van Oudfrans tiercel: valk; wijnmaat. Franse familienaam Terceau.

Tis. 1. Zie Tijs. 2. Waalse vorm van Tiste. Zie Letiste.

Tisseghem, Tiseghem. Plaatsnaam Diesegem in Mortsel (Antwerpen): 868 Thisingheim.

Tischler, Tisler, Tysler, Tislaire, Tislair, Thislaire, Titselaer, Titselar: Duitse beroepsnaam Tischler en aaanpassingen: meubelmaker, timmerman.

Tissaen, Tyssaen: Italiaanse familienaam Tizzano, Tiziano, van Latijn Titianus, afleiding van Titus, Titius.

Tissandier, Teyssandier: Beroepsnaam van de wever.

Tisserand, Tisserant, Tisserandot, Tisseron. Beroepsnaam. Frans tisserand; wever.

Tisseyre. Zoals Teyssaire, Teusseire: wever. Beroepsnaam.

Tissier, Tissiere, Autissier, Tixier, Tessier, Teyssier, Teyssié, Texier, Texhy, Letexier: Beroepsnaam. Frans tissier: wever.

Tissing, Tissink: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Tiezo,-so- afleiding van diet-naam. Of afleiding van Tijs, van Mathijs.

Tisson, Tissons, Tisont, Tison, Tyson. 1. Volksnaam, variant van Tichon, Letihon, uit het Oudfranse tison: Diets(er). 2. Vadersnaam, Franse vorm van de Germaanse voornaam Tedzo, Tezo (so- afleiding van theud- naam). 3. Of vadersnaam uit de voornaam Matis, Mathijs.

Tissot. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Matis. 2. Beroepsnaam. Oudfrans tissot: wever

Tist, Tiste. 1. Zie Letiste. 2. Variant van Tis/Tijs.

Tishoud, Tisthoudt, Tisthout. Deze familienaam komt vooral in Henegouwen voor. Waarschijnlijk een reïnterpretatie van Testaert/Tistaert.

Titellion, Titelion, Titeljon, Titiljon, Titteljon, Tittillion: Waarschijnlijk een variant van Pétillon met t-anticipatie.

Titel, Titelmans, Tittel. Vadersnaam. Variant van Dietel (en afleiding op -man), afleiding van een diet-naam (Diederik).

Titeux, Thiteux. Verkort van Petiteux, afleiding van Petit: klein. 2. Vadersnaam. Variant van Viteux, dialect vorm van de voornaam Victor, met t-anticipatie.

Titon. Bijnaam van Petiton, afleiding van Petit.

Titran, Titrent. Beroepsnaam. Variant van Tisserand; wever, van werkwoord tistre.

Titulaer: Afleiding van Middelnederlands tutelen, frequentatief van tuten. Bijnaam voor een vleier. Middelhoogduits tütelaere ‘vleier’, Laat Middelnederlands tuyteler ‘ruilhandelaar’. Deze betekenis komt voort uit de betekenis ‘onwaar spreken, (zijn waar) leugenachtig aanprijzen’. Voor hetzelfde semantische verband, vergelijk Middelnederlands Tuusschen ‘ruilen, bedriegen’ en Duits tauschen, täuschen ‘ruilen, bedriegen’. Duitse familienaam Tüttler, Tittler.

T’Jaeckx, 't Jaeckx, 't Jaeckx, t'Jaekens: Vadersnaam. Afleiding van Jaak, heiligennaam Jacobus, via Frans Jacques.

Tjaarda, Tjarts: Vadersnaam. Friese voornaam, van Germaans theud-hard ‘volk-sterk’.

Tjalma, Tjallema, Tjalsma. Friese vadersnaam uit de Friese voornaam Tjalle.

T’Jampens, Tjampens, 't Jampens: Vadersnaam. Middenvlaams Sampin, vleivorm van Sam(p)son.

T’Jau. Waarschijnlijk verkeerde verschrijving voor T’Jan.

Tjean, T'Jean, T'Jan, Tschan: Vadersnaam. Dialect variant van Frans Jean, wellicht via de Rijnlands-Limburgse uitspraak Schang. Tschan is Opperduits.

Tjarks: Vadersnaam. Friese voornaam Tjark, van Diederik.

Tjebbes: Vadersnaam. Friese voornaam Tjebbe, van Germaanse voornaam Diebrecht of Dibboud.

Tjeenk, Tjaden, Tjading, Tjäding, Tjeding, Tjedink.  Tjeenk is mogelijk een samentrekking van Tjedink, en dit weer een door klankwijziging veranderde vorm van Tjadink, Tjading, Thiading, Thiadinga, de Friese vadersnaam van de oude Friese naam Thiad, die door de Friezen als Tjaad, Tjade wordt uitgesproken. Deze naam Tjaad, Tjade moet niet verward worden met de eveneens nog zeer gebruikelijke Friese mansnaam Tjaard (ook wel Tjeerd), die door de Friezen ook zonder r, als Tjaad wordt uitgesproken, maar oorspronkelijk een andere naam is, een samentrekking van de samengestelde voornaam Tjadert, Thiadhart.

Tjoelker: Afleiding van plaatsnaam de Tsjoele in Augustinusga (Friesland).

Tjomsma: Vadersnaam. Friese afleiding van de voornaam Tjomme, Friese vorm voor Tieme.

Tjepkema, Tjeppema, Tsepma. Friese vadersnaam ut Tjebke, Tjebbe.

Tjittes. Vadersnaam, Friese knuffelvorm van een Germaanse diet (:volk)-naam.

Tjonck,Tjoonk, T'Joncke, t'Joncke, 'T Joncke, 't Joncke, 't Joncké, t'Jonck, ’t Joncke, 't Jonck, t'Jonck, Tjong, t'Iong, Tioncke, Sioncke. Bijnaam ’t Jonck om de jonge (met meestal dezelfde voornaam) te onderscheiden van de oude (vader of grootvader).

Tjaberings, oude Friese voornaam Thiadbern.

Tobback, Tobbackx, Tubbax, Tubax, Tibackx, Tibacx, Tibax, Tiebackx, Tiebax, Tubbeckx, Tobbach, Toeback, Toebak, Tobac, Touback, Toubac, Toubast, Toubhans, Toebat, Toebaert, Tabak, Tabacs, Tabac. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse zinwoord tuc-bake: trekken/slaan-varken. Beroepsbijnaam van de (varkens)slager of varkensfokker (vergelijk Duits Viehzucht, Schweinezucht). 2. Wellicht zijn een aantal jongere vormen terug te voeren op het kweken of verhandelen van tabak. 3. Zie ook Toebast.

Tobel, de, de Tober, Thobel: Wellicht Duitse familienaam. Plaatsnaam Tobel: ravijn, afgrond. Ook Tobler.

Toben, Thoben, Tobes, Tobben, Tob, Tobin, Tobing, Tubens, Tubes, Thuben, Tubben, Tuybens, Tuijbens, Tuypens, Tuijpens, Stuypens. Vadersnaam uit Tobin, knuffelvorm van de Bijbelse voornaam Tobias.

Tobias, Tobia, Tobie, Thobie, Toby, Tobiesen, Tobé, Tobée, Tobe, Tube, Tubée, Tubé, Tube, Tubee, Tubbe, Tubez, Thubet, Thubé: Vadersnaam. Tobias is de Grieks-Latijnse vorm van de Bijbelse voornaam Tobia. Hebreeuws Tobiah 'mijn god is jahweh'. ± 1300 voornaam Tobias in Frans en West-Vlaanderen.

Tobler. Afleiding van plaatsnaam Tobel; ravijn, diep bebost dal.

Toch, Tock. Vadersnaam, knuffelvorm van een Germaanse voornaam Dod-Ger?

Tock: Vadersnaam.? Bakernaam vaan een Germaanse voornaam Dodger?

Todd, Todde, Todts, Todt, Tudts, Tutt, Tuts, Tuit, Tooth, Toth, Töth, Tôth. 1. Vadersnaam, uit de Germaanse knuffelvorm Dodo, Dodto, Toto, Tuto. In het Nederduits-Fries is de voornaam Thode een variant van Thede, Thade, een theud-diet naam. 2. Tod(d) is ook een Engelse familienaam uit het Middelengelse tod(de): vos.

Todtenhaupt. Duits Totenhaupt: doodskop. Bijnaam voor iemand die er als magere Hein uitziet.

Toebaert, Tuba, Tubaert: 1. Variant van Tabart (onvaste voortonige vocaal). 2. Variant van Toeback (zie Tobbackx), via de variant Toebat, die een analogische -aert-uitgang kan krijgen. 3. Vadersnaam. Germaanse voornaam Dotbert.

Toebast, Toubast. 1. Mogelijk naam uit het Middelnederlandse toebassen: toeroepen, toeblaffen, toeschreeuwen: bijnaam. 2. Zie ook Tobback(x).

Toebosch: Zoals Nederduitse familienaam Tobusch, dat is to Busch ‘ten Bos’. Of een inheemse plaatsnaam Toe Bos? 1696 het Toebosken, Lede.

Toebinte, Toebente: Ongetwijfeld een reïnterpretatie, misschien wel van Toebat. De naam Toebint komt vanaf 1669 in Cent voor.

Toeburg, Touburg: Misschien de Deense plaatsnaam Tuborg. Maar veeleer is toe het voorzetsel ‘te’, dus te Burg. 1748 Tuburg, Middelburg.

Toelen, Toelens, Toëlen, Toëll, Tool, Tolen, Thoolen, Thoul, Thoulen, Tull, Tulle, Thulle, Thull, Thülle, Thoelen, Thole, Tholen Thullen, Tullen, Teule, Theulen, Tulkens, Tulleken, Tullekens, Thulke. Moedersnaam: een korte vorm van Bertoele of Matoele, dit zijn Waalse knuffelvormen Van Berta en Mathilde.

Toen, Thoen, Thoon, Thoene, Toëne, Thoune, Thoun, Tounes, Toune, Toint, Tong, Ton, Thonne, Tonne, Thone, Thon, Thöne, Thône, Thöni, Thun, Thung, Tung, Tonneus, Tonnus, Thonus, Tonus, Thoenes, Thones, Theunis, Teunis, Theunisz, Tönnes, Thönnes, Thenis, Thénis, Thuns, Thun, Tuns, Theune, Theunen, Theunens, Theuns, Teuns, Tuijns, Tuijn, Thuijns, Thuijn, Thuyns, Tuyns, Thuyn, Tuyn, Thuys, Tuys, Theus, Thunis, Thunus, Thünüs, Thonnissen, Thonissen, Theunisse, Teunisse, Theunsissens, Theunissen, Teunissen, Teunissens, Teunesen, Theunssens, Thönnessen, Thönniszen, Thönnissen, Thönissen, Tunessen, Thunnissen, Thunissen, Thünissen. Vadersnaam, verkorte vorm van Toon, Teun, Teunis en samenstellingen, Teunossen, van Teuniszoon, uit de heiligennaam Antonius.

Toenbrekers. Zoals Duits Zaunbrecher, Limburgse bijnaam voor de inbreker, die de tuin 'afsluiting, omheining' breekt.

Toer, van. Variant van Van Toer of van Tours.

Toerse: Plaatsnaam Tours (Idre-et-Loire).

Toest, van, van Thoest, van Thuyst: Variant van plaatsnaam (ter) Doest in Lissewege (West-Vlaanderen)?

Toffanin. Vadersnaam. Italiaanse variant van Toffanini, afleiding van Tof(f)ano, van Cristofano, van Christophorus.

Toffart, Tofa, Tofas, Toeffaert, Toefaert. Afleiding van Frans toffe; pluk (haar), toefje. Bijnaam.

Toffeleit. Waarschijnlijk aanpassing van Italiaans Toffoletti, afleiding van Toffoli.

Toffoli, franse familienaam Tougard., Toffoletti: Vadersnaam. Korte vorm van de Italiaanse voornaam Cristòfolo, heiligennaam Christophorus.

Togaert, Toegaert, Toegers. Moedersnaam uit de Germaanse voornaam Dotgerdis(theud-gard). Franse familienaam Tougard.

Togni, Tognazzo, Tognetti, Tognetto, Tognocchi, Tognolli, Tognoli, Tognolo, Tognolini, Tognon, Tognoni: Italiaanse vadersnaam van Antoni(o) en afleidingen.

Tohogne. Plaatsnaam, Luxemburg.

Toia, Touya. Variant van de Franse familienaam To(u)ya (Béarn, Pyreneeën): steekbrem, gaspeldoorn. 2. Dial.ectvorm van Toiard, afleiding van Oudfrans toie, van Latijn theca: schede, foedraal. Beroepsnaam van de schede-maker. 3. Waalse variant van Touillard; zie Touil.

Toilier, Toilliez: Beroepsnaam Toilier, Oudfrans telier: lakenwever. ciplet plaats

Toillon. Afleiding van toile; laken. Beroepsnaam van de lakenwever of lakenhandelaar.

Toisoul, Toisoulle. Familienaam uit de plaatsnaam Toisoul in St.-Gérard (Namen).

Toison. Frans toison: vacht. Beroepsnaam van de vachtkoper of-ploter. Vergelijk De Vacht.

Toisoul, Toisoulle. Plaatsnaam Toisoul in St-Gérard (Namen).

Toitgans. Bijnaam Gans met een tuit (Middelnederlands toot, toit). Naar de gelijkenis van de mond met een ganzenbek of figuurlijk voor iemand die snatert als een gans. Vergelijk Duits Snatergans.

Tol: Toile, Toilé: 1. Beroepsnaam van de tollenaar. 2. Of moedersnaam. Zie Toelen(s).

Tol, van (den): Beroepsnaam van de tollenaar?

Tolboom, Tollenboom. 1. Variant van Talboom. 2. Eventueel plaatsnaam Tolboom: slagboom waar tol geheven wordt.

Toledo, van: Spaanse plaatsnaam.

Tolet, Tollet, Tolley, Thollet, Tholet, Thôlet, Taulet, Thaulez, Toullet, Toulet. Vadersnaam, verkorte vorm van de voornaam Bertolet of Matholet.

Tolhoek: Veldnaam (Zeeland).

Tolhuizen, van, Tolhuyzen, van, van Tolhuysen: Familienaam uit de plaatsnaam Tolhuis in Baal, Betekom (Vlaams-Brabant), Schelle, Tongerlo (Antwerpen) en Nijmegen (Gelderland). Veeleer plaatsnaam Toloysen, verdwenen nederzetting in de Grote Waard, Biesbosch (Zuid-Holland).

Tôlier, Tolier, Tolner: Nederduitse beroepsnaam: tollenaar.

Tollebeeck, Tollebeek, Tollebeck, Tollebeke, Thollebeek, Thollebeke, Tollenbeeck, Tollembeck, Thollembeeck, Thollem-beck, Tolbecq, Tholbecq: Plaatsnaam Tollembeek (Vlaams-Brabant).

Tollemans, Tolleman, Toleman, Tolman, Tollmann: Beroepsnaam ‘inner van de tol’, Duits Zollmann. Vergelijk Tollenaere.

Tollenaar, (de), de Tollenaer, de, Tollenaere, de Tollenar, Tolleneire, Tollenaars, Tollenaers, Tolleneer, Tolenaers, Tulleneers, Tulleners, de Taellenaere: Beroepsnaam van de tollenaar ‘belastinginner, ontvanger’.

Tollens, Tholens, Toolens Tullen, Teulings, Teulinkx, Teulinghx: Vadersnaam. Misschien vleivorm bij de Friese voornaam Tolle of bij Bertold.

Tolliers. Variant van Toiler.

Tolomei, Tolomeo. Vadersnaam. Griekse voornaam Ptolemaeus, van Grieks p(t)olemos 'oorlog' of heiligennaam Bartholomeus.

Tolsma: 1. Vadersnaam. Friese afleiding van de Friese voornaam Tolle, van Folkert. 2. Friese afleiding van eeplaatsnaam Tol, Tolhek. 2. Hypercorrecte vorm voor Talsma.

Tom: Vadersnaam. Zoals Thom verkort uit de voornaam Thomas.

Toma: Vadersnaam. Voornaam Thomas.

Tomaballle, Tombale, Tombal, Timbal: Plaatsnaam Tomballein Geten (Waals-Brabant).

Tombelle. Verspreide plaatsnaam Tombel(le): grafmonument, grafheuvel, heuveltje, afleiding van Oudfrans tombe, van Latijn tumba.

Tomberg. Plaatsnaam Tomberg in Zegelsem, Oost-Vlaanderen, Desselgem, West-Vlaanderen en Wormersdorf, Noordrijn-Westfalen.

Tombeur, Tombeux, Tambeur. 1. Naam uit het Oudfranse tombeor, tombeur: acrobaat, kunstenmaker. 2. Of naam uit de plaatsnaam Tombeux in Andrimont, Vivegnies, Hognoul (Luik).

Tombois, Tomboy. Verspreide Waalse plaatsnaam.

Tombu, Tombus. Plaatsnaam Tombu in Ciplet (Luik). 2. Oudfrans tambut: lawaai, (waarschijnlijk ook) trommel; vergelijk Middelnederlands tambuse: trommel. Vergelijk Tambuyse, Tamboise, Tambour.

Tomeij: Vadersnaam. Frans Thomé, de oude volkse vorm van de heiligennaam Thomas.

Tomme (van), van Thomme, van der Thommen, van der Tommen, Vertommen, Vertomme. Familienaam uit de plaatsnaam Tomme: graf of grafheuvel.

Tommel: Plaatsnaam. 1294 Tommele bij Sittard (Nederlands Limburg), de Tommel bij Baarle (Noord-Brabant) ‘grafheuvel’, van Latijnse tumulus. Vergelijk de familienaam Tombelle.

Tommelin, Tommelein, Tommeleyn, Tommeleijen, Tomelin, Tomlin, Tomlinson. Knuffelvorm van het Franse Thomelin, een voornaam afgeleid van heiligennaam Thomas. Een vadersnaam dus.

Tompot: Variant van de familienaam van Tomputte. Plaatsnaam. Wellicht is het voorzetsel Van overvloedig, als Tomputte = tom Putte, ten Putte.

Tonelle, Tonnelle. Plaatsnaam Thonnelle bij Montmédy (Meuse). 2. Zie Tonneau(x).

Ton, van (der), van Derton: Van Derton komt hoofdzakelijk in Henegouwen voor. Van Ton in Waals en Vlaams-Brabant. Waarschijnlijk van Van (der) Tomme.

Ton, Toonen: Vadersnaam. Korte vorm en vleivorm van de voornaam Anton, de heiligennaam Antonius.

Tonda, Tondat. Familienaam van Italiaanse herkomst. Mischien van Tondo, van Rotondo, Rotonda; rond.

Tondelier, Tondellier. Beroepsnaam Tonnelier met d-epenthesis. Tondel(l)ier is fréeuent in Pas-de-Calais in 1820.

Tondelaer, Tondeleir, Tondeleïr: Afleiding van tondel. Beroepsnaam voor de maker of verkoper van tondels, vuurmaker, vuurman. Vergelijk Duits Zundler, Zündler.

Tondereau, Tondreau, Tondreaux, Tondriaux, Tondriau: Afleiding van tonder, de onderwerpsvorm van Frans tondeur: scheerder, lakenscheerder, ook schapenscheerder. Beroepsnaam.

Tondeur, Tondeurs, Tonder. Frans tondeur. Beroepsnaam van de (laken)scheerder, wolscheerder.

Tondu, Tondus. Bijnaam voor iemand met gladgeschoren schedel, of voor een ex-geestelijke, die de kruinschering (tonsuur) heeft gehad. Vergelijk Duits Beschorner.

Tonet, Tonnet, Thonnet, Thonet, Thoné: Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Antonius.

Tongel, van, Tongele, van, van Tongelen. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Tongerlo (Antwerpen), naar de lokale uitspraak Tongel. 2. Variant van Van Tongeren (Limburg), naar de gelijknamige plaatsnaam.

Tongeren, van, Tongern: Plaatsnaam Tongeren (Limburg, Gelderland, Overijssel).

Tongerlo, van, van Tongerloo, van Tongerlooy. Familienaam uit de plaatsnaam Tongerlo (Antwerpen, Limburg en Nederlands-Limburg).

Tongermans. Afleiding op -man van Vertongen. Van de tien kinderen van Joannes Vertonghen (Steenhuffel) werden er zeven opgeschreven als Tongermans en drie als Vertonghen.

Tonglet. Vadersnaam. Metathesis van Gontelet, afleiding van Gonthier.

Tonkes: Vadersnaam. Verkleinvorm van de voornaam Anton. Vergelijk Teunkens.

Toni, Toninato, Tonini, Toniolo, Toniotti, Toniutti: Vadersnaam. Italiaanse korte vorm van Antoni en afleidingen.

Tonin. Vadersnaam. Vleivorm van heiligennaam Antonius.

Tonnar, Tonnard, Thonard, Thonar, Thonart, Thonnard, Thonnar, Thonnart, Tonnaer, Toennaer, Tona. Vadersnaam afgeleid van de heiligennaam Antonius.

Tonneau, Tonneaux, Tonnau, Thonnaux, Tonnelle, Tonnele, Tonel, Tonneel: 1. Frans tonneau, Oudfrans tonnel: vat, ton. Beroepsnaam van de kuiper, of bijnaam. 2. Zie Antonneau.

Tonnelier, Tonnellier. Beroepsnaam van de kuiper.

Tonnemans. Beroepsnaam van de kuiper.

Tonnere. Bijnaam. Frans tonnerre; donder.

Tonnoeyer, Tonnoeyr, Tonnoir: Beroepsnaam Tonnoier, door assimilatie (nl/nri)van Oudfrans tonloier: tollenaar. Vergelijk Tollenaar.

Vergelijk tonniu = tonliu, tonlieu: toi.

Tonon, Thonnon, Thonon, Tonnon, Tonon, Tunon, Toinon. Vadersnaam: vlei- of knuffelvorm (-on wijst op een vleivorm in het Frans) afgeleid van de heiligennaam Antonius.

Toom, den, Tom, Toemen, Tooms. Beroepsnaam?

Toonder, den: Beroepsnaam. Middelnederlands tooner ‘advocaat’.

Toorenaar: Beroepsnaam van de torenwachter. Vergelijk Duits Türmer, Turner.

Toorn, van (den); van Toren, van Torre, Vertooren, Torn, van Toor, Tor, den Toorn: Verspreide plaatsnaam Toren, Toorn.

Tonteling. Andere vorm voor plaatsnaam Tontel, Frans Tontelange, Luxemburg.

Top, Tops, Topp: Middelnederlands top, Middennoordduits topp ‘kruin van het hoofd, hoofdhaar, haarvlecht, lok, kuif, staart’, Duits Zopf. Bijnaam nar de haardracht.

Topa, Topart. Afleiding van Oudfrans top, van Oudnelderlands top: lok, haarvlecht. Vergelijk Top. Bijnaam naar de haardracht.

Topbag. Niet van Tobback, maar migrantennaam.

Topelen. Nederduitse familienaam Tope(h)len, dat is te Peel, in de Peel, in het moeras, het ven.

Topet, Toppet, Toppets, Toupet. Naam uit het Franse toupet (afgeleid uit top: (haar)hoofd). Bijnaam naar beroep of haartooi.

Topff. Duits Topf: pot. Beroepsnaam van de pottenbakker. Zie Topper.

Tôpke. Nederduitse afleiding van Top.

Töpper, Topper, Töpfer, Tüpper: Nederduitse en Duitse beroepsnaam van de pottenbakker, Duits Töpfer.

Torbijn: Vadersnaam. Torbein, van Saint Orbain, Saint Urbain, vergelijk Duits Turbanstag = Urbanstag.

Torchet, Torché, Torche: Afleiding van Oudfrans torche: toorts. Beroepsnaam van de toortsenmaker.

Torchon. Afleiding van torche; toorts.

Tordoff: Wellicht een Duitse plaatsnaam op -dorf?

Torel, Toreel, Thorelle, Thorel, Torreele, Torelle, Taurel, Taureau, Thoreau, Thora. 1. Naam uit het Oudfranse torel, Frans taureau: stier. Bijnaam naar lichaamskracht, bouw. 2. Of uit het Oudfranse thorel, Frans tourelle: torentje. Naar woonplaats of eigendom ?

Toren, van, van (der) Toorn, van (der) Torre, Vantorre, van Thorre, van Thor, van Thoor, van Toor, van Tour, vanden Torren, van den Thooren, van den Thoren, van (den) Tooren. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Tor(e)n: toren.

Torenburg, van, van Thorenburg, Thorenburge: Plaatsnaam Torenburg, naam van een kasteel bij Alkmaar (Noord-Holland), in het bezit van de familie Van Torenburg.

Torhout, van, van Thourout, van Thourhout, van Touroute, van Tourout, (van) Torhoudt, van Torhondt, Terhout, Vamtourout, van Touroux, Thorrout, Thouroude: Plaatsnaam Torhout (West-Vlaanderen). Zie ook Van Turnhout 2.

Torensma: Vadersnaam. Friese afleiding van de mansnaam Tore.

Torenvliet, Torenvlied: Plaatsnaam Torenvliet in Gouderak (Zuid-Holland) en bij Valkenburg (Zuid-Holland), Toornvliet op Walcheren.

Toris, Thoris, Thooris, Thores, Torris, Torres, Torissen, Taurissen: Vadersnaam. Korte vorm van Hectoris of Victoris, van Latijn Hectorius, Victorius

Torjemane. Verschrijving voor Tordj(e)man(n), verfranst Tourgeman, Torgemane, Arabische naam turjumân: tolk.

Tormo: Catalaanse plaatsnaam Tormo ‘steile rots’.

Tornel, Tournel, Tournelle: Middenenderlands torneel, Oudfrans tornele: torentje, borstwering. Plaatsnaam La Tournelle in Montdidier (Somme). Tornga: Friese familienaam Torenga, afleiding van de mansnaam Tore.

Torreborre. 1. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in St.-Pieters-Kapelle (bij Edingen). 2. Of verhaspeling van een Engelse familienaam: Thorburn, Thurban.

Torrekens, Teurrekens, Turrekens, Torkens: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hector of Victor.

Torremans, Tormans, Thoremans, Toremans, Toorman. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Hector of Victor. Zie Torrekens. 2. Afleiding van Van den Torre.

Torresan, Torisaen, Thorisaen: Italiaanse familienaam, afleiding van Italiaans torre: toren.

Torsy. Plaatsnaam Torcy (Pas-de-Calais, Saône-et-Loire, Seine-et-Marne, Aisne, Côte-d'Or, Aube, Seine-Mar.).

Tortelboom, (van) Toortelboom, (van) Turtelboom, Tullelboom, Turkelboom, (van) Tittelboom, Teitelbaum. Familienaam uit de plaatsnaam Tortelboom (boom met wellicht veel tortels (duiven) in Aspelare (Oost-Vlaanderen).

Torton. Oudfrans torton: molensteen. Beroepsnaam voor een molenaar of een molensteenslijper.

Toscan, Toscano, Tuscano: Afkomstig van Toscane.

Tostain, Totin, Toutain, Toutin,Tutin: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam thor-stain 'Thor-steen'.

Totaert, Totta, Tota. 1. Naam uit het Middelnederlandse en West-Vlaamse tote: tuit, punt, ook mond, muil. Bijnaam. 2. Leopoldus Totaert was een vondeling in Gent in 1852. Werd zijn naam toevallig gegeven of heeft hij te maken met punt 1 ? 3. Zie ook Tote.

Tote, Totte, Tooten, Totta, Tota. 1. Naam uit het Middelnederlandse en West-Vlaamse tote: tuit, punt, spits vrouwenhoofddeksel. Ook vulgair voor: mond, muil. Bijnaam. 2. Mogelijk ook een vadersnaam uit een Germaanse Dodo-naam (=theud).

Toté, Totté,Tote. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse tote: tuit, punt, ook volks voor mond. Bijnaam. 2. Familienaam afgeleid uit het Oudfranse tost, Frans tôt: vroeg(tijdig)(bijnaam?). 3. Vadersnaam, knuffelvorm uit een Germaanse Dodo-naam (=theud).

Toth, Toet: Vadersnaam. Germaans bakernaam Dodo, Dodto, Toto, Tuto.

Totelet, Totelin: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Toto, zoals Tote.

Totereau. Frans tourtereau, afleiding van Latijn turtur: tortelduif.

Totin. Zie Tostin. Tjechische familienaam?

Toton, Totot: Vadersnaam. Verbogen vorm en afleiding van Germaanse voornaam Dodo.

Totté: 1. Verkleinvorm van Oudfrans tost, Frans tôt ‘vroeg(tijdig)’. Bijnaam. 2.Vadersnaam. Verkleinvorm van Germaanse voornaam Dodo, Toto.

Toubeau, Toubeaux. Bijnaam Tout beau: heel mooi. Of evenwel reïnterpretatie van Thibeau(x); bevorderd door klinkerronding voor de b.

Toubia. Familenaam uit Syrie en Libanon. Vermoedelijk Bijbelse voornaam Tobia(s).

Toubon. Bijnaam Tout bon: heel goed. Maar misschien wel reïnterpretatie van Thibon, van Thibert of Thibaud; vergelijk Toubeau.

Touchant, Touchard. Naam uit het Oudfranse tochier, Frans toucher; raken, stoten. Bijnaam voor iemand met een kort lontje. Soms verward met één of andere vorm van Decham(s).

Touchèque. Afkomstig uit Praag. Tsjechische familienaam Tusek, vleivorm van een naam als Dobrotuch, Milotuch, Tuchomir, Tuchorad, waarin tuch Voelen, vermoeden'. Aangezien de Tsjechische stemhebbende d bij ontlening in niet-Slavische talen vaak stemloos wordt, kan de naam ook op Dusek teruggaan, vleivorm van Duchoslav, Duchomir, Duchorad enz.

Toudy. Waals toudi; altijd. Vgl, Toujours.

Touil, Touillard, Touijar, Touilleaux, Touillaux, Touillet: Bijnaam. Oudfrans tooil: bloedig handgemeen, bloedbad, beroering, oproer, twist: tooillier: bevuilen, mengen, schudden, verstoren, in de war sturen.

Toujour, Toujours. Frans toujours: altijd. Bijnaam naar een vaak in de mond genomen zegswijze.

Toulemonde, Toutlemonde, Toulmonde, Toulmond, Toulmand: Bijnaam Tout le monde: de hele wereld, iedereen. Bijnaam naar een zegswijze. Vergelijk Alderwereld.

Toulon. Plaatsnaam. (Var).

Toulouse, Toulouze, Tourlouse, Tourlousse, Tourlos, Toeloose: Plaatsnaam Toulouse (Hte-Gar.).

Tounquet. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Antonius.

Toupy, Toupier: Familiemaam vooral in Verviers (Luik). Toupy is de Romaanse vorm van de plaatsnaam Zulpich (Noordrijn-Westfalen).

Touquet. Picardisch vorm van Oudfrans tochet: hoek, uiteinde. Plaatsnaam Le Touquet (Pas-de-Calais).

Touraile, Tourailles, Toureille: Plaatsnaam Tourailles (Loir-et-Cher, Orne, Meuse).

Tourain, Touraine, Tourenne: Plaatsnaam Touraine, de streek van Tours (Indre-et-Loire).

Tourault, Touray, Tourauo. Uit Oudfrans torel: torentje. Plaatsnaam (Seine-et-Oise). Zie ook Torel 2.

Tourbier, Turbier, Turby, Terby: Beroepsnaam van de turfsteker.

Touret, Tourret, Tourré, Touré, Touray, Thouret, Toret, Torette, Torrez, Torez, Torré, Torre, Thorez, Thoret, Thorey, Thoré, Thore, Thorrée, Thorré, Thorree, Thorrez, Toorré. Naam uit het Franse tour: toren (naar woonplaats bij of in). 2. Vadersnaam uit een knuffelvorm van Victor.

Touriaen, Touriany, Turian, Turien: Vadersnaam. Italiaans Toriani, van Vittoriani, Latijnse heiligennaam Victorianus.

Tourigny. Plaatsnaam Torigni. Manche.

Tourment. Oudfrans tourment, Middelnederlands torment: foltering, folterwerktuig. Beroepsnaam van de folteraar?

Tournadre, Tournade. Occidentaals tournade, Frans tournée: terugkeer, tocht.

Tournant. Frequente plaatsnaam in Wallonie.

Tournay, Tournai, Tournaye, Tornay, Torney: 1. Zie Detournay. 2. Eventueel Luiks-Waals voor Tourneau of verschrijving voor Tournet.

Tourne, Tournet, Tournez, Tourné, Tournee, Tournée, Toerne, Tornet, Torney, Torné, Tornée, Tornee, Torne, Tornéee: 1. Verkleinvorm van Oudfrans tor(n), Latijnse tornum ‘draaibank, draaischijf van pottenbakker, instrument van de metaal-of houtdraaier’. beroepsbijnaam. 2. Spelling voor Tournai, Tournay, plaatsnaam (Henegouwen).

Tourneboeuf. Bijnaam voor een koewachter. Zinwoord met Frans dialect tourner (les vaches): uit de stal leiden, naar de wei terugbrengen.

Tournemine, Tournemenne, Tournemaine, Tournemire, Tournémy, Tourlamain, Tourlemain, Toulmain, Touremine, Turmaine, Turmine, Turmen, Turmin: Bijnaam Tournemine: qui tourne la mine. Mine kan een term zijn uit het dobbelspel, wellicht de beker voor de dobbelstenen. Vergelijk Hocedez. Ofwel Oudfrans mine: korenmaat. Bijnaam voor de korenmeter.

Tournemire. Plaatsnaam Tournemire (Aveyron, Cantal). 2. Zie Tournemine.

Tourneur, Tourneux, Letourneur: Beroepsnaam van de houtdraaier.

Tournicourt, Tournecourt: Plaatsnaam Thoricourt (Henegouwen).

Tournier, Tourny, Tournis, Ternier, Terny: Beroepsnaam. Variant van Tourneur: houtdraaier.

Tournois, Tournoi, Tournoy, Tournoys, Tournoeij, Tournoij: 1. Tournois was de naam van een munt, een penning die in Tours geslagen werd (livretournois).2. Of naam voor iemand uit Tours.

Tours, van. Plaatsnaam Tours (Indre-et-Loire).

Tourte. Oudfrans torte, Frans tourte: rond gebak, taart. Beroepsnaam.

Tourteau. Afleiding van Tourte ? beroepsnaam.

Tourtier. Beroepsnaam van de taartenbakker.

Tourtois, Tertooy: Afleiding van Tourte. Vergelijk Tourteau.

Toury, Touri. Plaatsnaam Toury (Eure-et-Loir, Saône-et-Loire, Nièvre). 2. Variant van Thory.

Touseul: Vermoedelijk niet van Frans tout seul ‘helemaal alleen’, maar volks etymologisch, misschien voor Toussaint.

Toussaert, Toussart, Tossart, Tousaert, Toussaere: Afleiding van Frans tousser: hoesten? Of variant van Touchard?

Toussaint, Thoussaint, Thouhsaint, Toufsaint, Toussain, Tousain, Toussin, Toussyn, Toussein, Tousseyn, Toussieng, Tossaint, Tossein, Tosseyn, Tossens, Tosses, Tossyn, Tossijn, Tossings, Tossins, Tossengs, Tesijn, Torsin, Tursijn, Turcijn, Tussijn, Tousent, Tonsent, Toesseint: Frans Toussaint ‘Allerheiligen’, vroeger ook als voornaam, vergelijk Duits Allerheiligen, Seelentag. Of naam uit de plaatsnaam Toussaint, (in de buurt van Le Havre)

Toutenel, Toetenel, Tutenel: Frans Toutinel, verkleinvorm van Toutin, van Tostin, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam thor-stain ‘Thor-steen’.

Toutenhoofd. Bijnaam naar het uithangbord, vergelijk Houthoofd(t).

Touw: Beroepsbijnaam van de touwslager.

Touwaide. Plaatsnaam Touwaide in Xhendelesse (Luik).

Touwslager: Beroepsnaam van de touwslager.

Toxopeus: Graecisme voor de ‘boogmaker, boogman’. Grieks toxopoios ‘die een boog op pijl maakt’.

Toye, Toy, Thoyé, Thoeye: Oudfrans toie, van Latijn theca: schede, foedraal, étui. Beroepsnaam van de sche(d)emaker. Zie Toia 2.

Traen, Traens, Tran. Bijnaam voor iemand met een treurige (tranige) gemoedsgesteltenis, iemand die snel weent.

Traas, Traast: 1. Frans Terrasse ‘terras, aarden wal’. Beroepsbijnaam van de grondwerker. 2. Plaatsnaam Thiérache, een streek in Noord-Frankrijk.

Traban, Traband. Duitse beroepsnaam Trabant, oorspronkelijk Draban, Middenhoogduits drabant: soldaat te voet, infanterist.

Tragnée, Traignée, Traginee. Wellicht plaatsnaam Trahegnies in Henegouwen.

Traber, Trabert. Duitse bijnaam Traber: draver, loper. Trabert door verwaalste uitspraak.

Tracet, Tracé, Trachet, Traché, Treche, Trachez, Trachait: Afleiding van Oudfrans trace: pad, wegel, spoor. Pllaatsnaam. Vergelijk Middenvlaamse familienaam Padelin.

Trach, Trachte. Duitse plaatsnaam.

Tracts. Uit Tsraets, afleiding van de Raet.

Traen, Traens, Tran. Bijnaam naar iemands tranerige gemoedsgesteldheid. Vergelijk Duits Trân.

Träger, Treger: Duitse beroepsnaam Trâger: drager.

Trahé. Afleiding van Oudfrans traire, van Latijn trahere: trekken (vele betekenissen).

Trahin, Plaatsnaam Trehet in Warisoulx (Namen): Tréhain.

Traina, Trainar. Afleiding van werkwoord traîner: slepen. Dus: sleper.

Traisnel, Traîneau, Traneeuw: Oudfrans trainel, Frans traineau: slee. Beroepsnaam.

Trajman. Ontrond van Duits Treumann: trouwe man.

Trajn: Moedersnaam. Verschrijving voor Trein, korte vorrn van Katrein: Catharina. Zie Threinen.

Traks, Trags: Waarschijnlijk afleiding van Duits Track, Drack, Drache: draak. Bijnaam, huisnaam. Vergelijk Draeck(x).

Tralbaut. Vadersnaam. Germaanse voornaam op –boud?

Tram. Vadersnaam. 1. Korte vorm van Tristram, variant van Tristan. 2. Korte vorm van Germaanse voornaam Bertram.

Tramasure, Tramaseur, Detramasure, Tramaseur, Tramacere: Plaatsnaam Tramasure in Opzullik (Henegouwen) ‘voorbij het huis’.

Tramcourt, Trancourt: Plaatsnaam Tramecourt (Pas-de-Calais).

Tramet. Bijnaam. Afleiding van plaatsnaam Tramerie.

Trancart, Tranchard, Trensaert: Afleiding van Picardisch tranquer, Frans trancher: snijden. Beroepsnaam.

Tranchant, Trenchant, Letranchant: Afleiding van werkwoord trancher: snijden. Beroepsnaam De Snijder.

Tranchet, Tranchez, Trancez, Transé, Trangez. Afleiding van tranche: snee, moot, plak. Beroepsbijnaam voor iemand die sneed.

Trancheur. Afleiding van trancher; snijden. Beroepsnaam.

Tranchon, Transon, Trenson, Trinson, Trancoen, Traccoen, Trackoen. 1. Naam uit het Oudfranse trancon: snee, moot, stuk. Of uit het Middelnederlandse trensoen: stuk, splinter. Bijnaam of beroepsbijnaam. 2. Eventueel uit de plaatsnaam Trenchon in Esplechin (Henegouwen). 3. Sommige vormen kunnen op Tronçon teruggaan.

Trap (de), Trapp, Trapps, Trappens, Trappen, Straps, Trappers. Bijnaam of beroepsbijnaam voor iemand die trapt, stampt. Ook beroepshalve kan dat (bijvoorbeeld leerlooiers).

Trantes. Frans trente; dertig? Vergelijk Duits Dreisziger.

Trapeniers, Trappeniers. Middenenderlands drapeniere, trapeniere: lakenwever. Vergelijk Drappier.

Trap, de, Trapp, Trapps, Trappens, Trappen, Straps: Bijnaam voor iemand die trapt, stampt? Vergelijk Trappers.

Trapenard. Afleiding van Frans trape: val, valstrik. Beroepsnaam voor de maker ervan, iemand die valstrikken legt.

Trapman, Trapmann: Afleiding van Trap. Bijnaam voor iemand die trapt, stampt.

Trappeer, van: Verschrijving van van Trappen?

Trappen, van (der), Trappe, van, Tertrap, Wantrappe: Plaatsnaam ‘plaats met trappen’.

Trappeniers, Trapeniers. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse drapeniere, trapeniere: lakenwever.

Trappers. Bijnaam voor een trapper, die trapt, stampt.

Trasenster. Plaatsnaam in Fraipont, Luxemburg.

Tratsaert, Trassaert, Trassard, Trassart, Trasschaert, Stratsaert. Naam uit het Middelnederlandse traetsen: dansen. Of uit het Oudfranse tracier, Picardisch tracher, Frans tracer: dwalen, dolen, trekken, reizen. Bijnaam.

Traub, Traube. Duits Traube: druif. Vaak huisnaam.

Traufetter. Duitse familienaam Trautvetter: lieve neef. Bijnaam.

Trauttmansdorff. Plaatsnaam Trautmannsdorf in Stiermarken.

Trautwein. Duitse vadersnaam uit het Germaanse thrûth + win.

Trautzsch. Vadersnaam, Oost-Duitse, Slavische vorm van een Germaanse thrûth-naam, Duits Traut-.

Travers. Oudfrans travers: oversteekplaats, doorgang, recht van overpad. Plaatsnaam of beroepsnaam voor de inner van het doorgangsgeld. Vergelijk Traversier, Traversin. Oudfrans traversier: inner van het doorgangsgeld. Vergelijk Travers.

Traweels. Middenenderlands truweel, trouweel: troffel. Beroepsnaam van de metselaar. Vergelijk Franse familienaam Truel(le).

Treber, Trebert, Tréberft: Afleiding van de Duitse plaatsnaam Treben.

Trebisch. Slavische plaatsnaam Trebitz (Duitsland), Trebiz (Tsjechië), Trebitsch.

Tredé, Trede, Tredez, Trédez: Wellicht variant van de Franse familienaam Tridet: kleine lijster.

Treeck, van, Treek van. Familienaam uit de plaatsnaam Den Treek in Henschoten (Utrecht).

Treeftman. Beroepsnaam van de treeftmaker, de smid die de ijzeren drievoet voor de haard of de keuken smeedde.

Treels. Aanpassing van Treilles.

Treep: Middelnederlands trippe ‘muil met houten zool’? Of Middelnederlands tripe ‘ingewanden van dier, pens’?

Treffers, Treffer: Duitse bijnaam voor een vaardig vakman, die de spijker op de kop treft, die trefzeker is. Vergelijk Duits Treffeisen.

Tréfois Trefois, Treffot, Triffois, Dutrifoy, Dutfoy, Triffoy, Trifoy, : Plaatsnaam Triffois/Trifoy in Roy (Provincie Luxemburg), Trifois in Marchin (Provincie Luik), Triffoid/Trifois in Vierset (Provincie Luik), Tréfois (Marne).

Tréguier, Treguïer, Tregier: Plaatsnaam Tréguier (Côtes-du-Nord).

Tréhout, Tréhou, Tréhoux, Tréhourd, Trehout, Trehourd, Thréhout, Trihou, Trijho, Tryho, Tryhou, Trioux. Familienaam uit de plaatsnaam Tréhout in Vitry-en Artois (Pas-de Calais).

Trei, Treis, Treye: Wellicht Oudfrans treie: lijster. Bijnaam.

Treiber, Trajber: Duitse beroepsnaam van de veedrijver, varkenshoeder.

Treibich, Treibick, Treibic, Trebic. Variant van Trebitsch.

Treier. Variant van Duits Dreier, Drayer, Dreher. Beroepsnaam van de houtdraaier.

Treille, Treilles. Oudfrans treille: traliewerk, latwerk, omheining. Plaatsnaam Treille (Bouches-du-Rhône), Treilles (Aude, Loiret). Vergelijk Detrille.

Treize, Treizons, Troison, Troisier, Troisi, Troïzi: Frans treize, dialect treize en afleiding.: dertien. Vergelijk Duits Dreizehn(er). Lid van een groep of gild van 13.

Trekels, Triekels, Treckels, Trickels: Middelnederlands trekel: pin van eg of sleep. Beroepsnaam voor de maker van trekels.

Trekker, Trecker. Middelnederlands trecker: die (een wapen) trekt, baggerman, dief, die de wol over de kaarde trekt, wolkammer. Vondelingennaam uit Brussel. Gevonden 06.05.1788 met briefje Germain Joseph, opgevoed in Neerijse.

Tremmerie, Tremerie, Tremmery, Trémérie, Tréméric, Detremmerie, Detremerie, Trameri. Naam uit de plaatsnaam Trémery (Moselle), Tramery (Marne) of La Tramerie in Busnes en Robecq (Pas-de-Calais). Tremmerie in Moeskroen. Zie ook Tramet.

Tréma, Trémeau: Wellicht van Oudfrans? tremeler: frauderen, knoeien, bedriegen. Bijnaam.

Trembloy, Tremblay, Tremblé, Tremblez, Trombloy: Verspreide Franse plaatsnaam Tremblay en Tremblois, van Latijn tremuletum: plaats waar ratelpopulieren, espen groeien.

Tremea. Italiaanse familienaam? Of Naams voor Trémeau, zie Trémault.

Tremiseau, Tremiseaut, Tremiseaux, Trémiseau, Trémiseaut, Trémiseaux: Waarschijnlijk vervorming van Trensaux, Trentesaux.

Trémont, Tremont: Plaatsnaam Trémont (Maine-et-Loire, Orne, Meuse) en in Noyales (Aisne).

Trémouroux, Tremouroux: Plaatsnaam Tremouroux in Franière (Namen).

Trenchard: Frans familienaam Tranchard, afleiding van Frans trancher ‘snijden’.

Trenet. Vadersnaam. Wellicht afleiding van Germaanse tragin-naam, zoals Traginardus. 2. Metathesis van Ternet.

Trenkel. Duits Tränkle, afleiding van Trank. Bijnaam voor een drinkebroer.

Trenoye, Detrenoye: Plaatsnaam Trenoy in Itter (Waals-Brabant), St-Denis (Namen).

Trenson: 1. Ook Transon, van Frans Tranchon, Oudfrans tranchon, trançon ‘snee, moot, stuk’, van Middelnederlands trensoen, trenchoen ‘stuk, splinter’. Bijnaam of beroepsbijnaam. 2. Eventueel plaatsnaam Trenchon in Esplechin (Henegouwen).

Trenteler, Trentler, Trinteler: Bijnaam, Duits Trendler, Nederlands drentelaar: treuzelaar.

Trentels. Wellicht Duitse familienaam Trendel, Tri(e)ndel: drentelaar, treuzelaar. Of Middenenderlands, Nederduits trendel: schijf, pannenkoek, eierkoek.

Trentesaux, Trenteseau, Trenteseaux, Trentesaus, Transaux, Trantesaux: Trente sous: dertig schellingen. Vergelijk Frans Trentelivres, Duits Dreissigmark.

Trentin. Afleiding van Frans trente; dertig. Vergelijk Trantes.

Tres: Frans familienaam Treize ‘dertien’. Lid van een groep of gilde van 13. Vergelijk Duits Dreizehn(er).

Trépagne, Trepagne, Trépant, Trepant: Bijnaam voor een lawaai- of ruziemaker, van Oudfrans trepignier: lawaai maken; trepaignon: gekrakeel, lawaai.

Tréselle, Tréselle, Treizel: 1. Oudfrans tresel: onderdeel van een ons; soort ton. Beroepsnaam. 2. Plaatsnaam Trézelles (Allier).

Tresonie, Tréseni, Trésignie, Trésignies, van plaatsnaam Trazegnies (Henegouwen).

Trespeuch, Trespure: Plaatsnaam in Saint-Chamant (Corrèze): drie heuveltjes, drie putten.

Tresy. Plaatsnaam Treuzy (Seine-et-Marne)? Of van Trésini?

Treur: Bijnaam voor iemand die treurt. Vergelijk Duits Traurig.

Treure. 1. Naam uit het Duitse treu: trouw (bijnaam). 2. Variant van Detroy(e).

Treurniet: Bijnaam ‘die niet treurt’. Vergelijk Duits Trauernicht.

Treutenaere. Familienaam in Frans Vlaanderen. Afleiding van Waals-Vlaams treutelen: treuzelen, traag werken. Bijnaam.

Treve, Treves, Trêve, Trève, Tréve, Trives, Trief, Trif, de Trift, de Trif, de Trèfleµ de Trèfle 1. Familienaam uit de plaatsnaam Trève (dit uit het Latijnse trivium): driesprong. 2. Of uit Franse Trêves, naam van het Duitse Trier. De Trèfle is hypercorrect.

Tréville, Treville. Plaatsnaam, Aisne.

Treijen, van; van Trijen: Plaatsnaam Treijen, van ter Heijden ‘op de heide’.

Trial, Triau: Stel schoven? Plaatsnaam Triaut in Arc-Ainières (Henegouwen).

Triangle, Triangel: Frans triangle: driehoek. Plaatsnaam (Seine-et-Marne), in Killem (Frans-Vlaanderen) en Moeskroen (Henegouwen).

Tribeche. Familienaam uit Maghreb.

Tribel, Tribels, Triebels, Trevels: Oudfrans trible, treble: (muziek) in drie stemmen, van Waals-Vlaams trebbel, tribbel: gelui van drie klokken.

Triboullier, Tribouilloy, Triboulois. Afleiding van Oudfrans triboler: kwellen, pijnigen. Bijnaam voor een twistzoeker. Vergelijk Tribout. 2. Ook klokkenspeler.

Tribout, Tribou, Triboux, Triboult, Triboul, Trybou, Tribot, Trybus, Triboulet, Tribolet. Oudfrans tribol: pijniging, kwelling, tegenspoed. Vergelijk Tribouillier.

Tricart, Tricat, Trécat, Trecat, Trichard: Oudfrans trichard, tricat, Picardisch tricard: Frans tricheur, Nederlands bedrieger, valsspeler.

Trice, Vertryce: Moedersnaam. Korte vorm van de voornaam Béatrice. Ver Tryce: vrouw Trice.

Tricht, van, van Trigt, Vertregt: 1. Plaatsnaam. Korte en oude vorm van Maastricht (Nederlands Limburg). 2. Plaatsnaam Tricht (Gelderland) of Utrecht (Utrecht).

Trichtveldt, van, Trichveldt, van. Plaatsnaam. Bijvoorbeeld Trichterfeldt in Veldwezelt, Limburg.

Trico, Tricot, Tricotet, Tricottet, Tricoté, Trichot: Oudfrans tricot: stok, afleiding van trique, van estrique, van Middenenderlands striker: strijkstok. Beroepsnaam van de strijker, koren- of lakenmeter. Vergelijk Triquet

Tricout, Tricoux, Tricour, Tricourt. Afleiding van trique, zie Triquet, Tricot?

Triebels. 1. Zie Tribel(s). 2. Duitse familienaam Triebel, ontrond van Trübel: Traubel: druifje. Huisnaam.

Trieller: Duitse familienaam Triller, met verschillende verklaringsmogelijkheden.

Trielles. Waarschijnlijk variant van Treilles.

Trienekens. Moedersnaam. Afleiding van Triene, van Catharina.

Trier, van, Thrier: 1. Plaatsnaam Trier (Rijnland-Palts). 2. Plaatsnaam in Poppel (Antwerpen).
Trierweiler. Plaatsnaam, Rijnland-Palts.

Triest, Tries, Triest, Triste, Trist, van (der) Triest, Verthriest, Vertriest, de Triest: Frequente plaatsnaam (ter) Triest, Driest ‘onbebouwd land’.

Triffet. Afleiding van Triffaut.

Trigaut, Trigaux, Trgo, Trigo, Trigallet, Trigalet, Trigalez. Oudfrans trigaud: onvrije. 2. Middenfrans trigaud, van Middnehoogduits triegolf: bedrieger, van Oudfrans trigaler: losbandig leven.

Trihou, Triou: Plaatsnaam Tréhout in Vitry-en-Artois (Pas-de-Calais, Oost-Vlaanderen).

Trillet. Afleiding van Frans trille, treille; tralie. Zie Treille.

Trilling, Trillen, Trillens: Wellicht Duits Drilling: drieling; een derde? Maar de uitgang -en(s), -ing doet aan een vadersnaam denken.

Trimbach: Plaatsnaam Trimbach (Hessen).

Trimborn. Plaatsnaam in de Eifel.

Trimbos. Waarschijnlijk reïnterpretatie van Trybus, Tribout, met epenthetische nasaal.

Trimmel, Trimpel: Ontrond van Duits Trilmmle, afleiding van Middenhoogduits trum: korte houtklomp. Bijnaam voor een lomperd.

Trimpe, Trempe: Met tussengevoegde nasaal, van Middelnederlands trippe ‘muil met houten zool’. Beroepsbijnaam.

Trimpe Burger, Trimpenburger: Dubbele toenaam.

Trimpondt (van), Trimpont (van), (van) Trienpont, (van) Triempont, van Trimponte, (van) Trempent, Trempon, Trampont: Plaatsnaam Trimpont, 1228 Thiripont, Everbeek (Oost-Vlaanderen); 1275 Terinpont, 1364 Tripont, 1373 Trimpont, Papignies (Henegouwen). Let op de epenthetische nasaal.

Trina, Trinaux. Moedersnaam. Korte vorm van Catherinaux, afleiding van de voornaam Catherine. 2. Plaatsnaam Trinal in Beffe (Luxemburg).

Trion, Trioen, Tryhoen. Vadersnaam, samentrekking van Thirion.

Trinder. E.ngelse familienaam. Oudengels trendan: rollen, wentelen. Beroepsnaam van een vlechter?

Trine, Trines. Moedersnaam. Korte vorm van Catherine.

Trinel, Trinell, Trinez, Trines: Moedersnaam. Verkort van Catharinel, Catharinet, afleiding van de voornaam Catharina.

Trinidad, Trinité: Plaatsnaam, eiland in de Antillen. Trinité is de Franse vertaling. Maar Trinité kan al een oude bijnaam zijn: drievuldigheid. Ook naam van een klooster en broederschap in Atrecht.

Trink. Duitse bijnaam voor een drinker.

Trinon, Trignon. Moedersnaam. Vleivorm van de voornaam Catherine.

Trinquart, Trinca, Trinquet, Trinco, Trinko: Variant van respectievelijk Tricart, Triquet, Trico(t), met n-epenthesis. Trinquet kan eveventueel van plaatsnaam Trinquet in Rumes (Henegouwen) zijn.

Trio, Tryo, Tryho, Trijho: Vadersnaam. Samentrekking van Thiriot; vergelijk Trion

Triolet. Naam van een dans; bijnaam voor een danser.

Trion, Trioen, Tryhoen: Vadersnaam. Samentrekking van Tirion.

Tripels, Triepels. Bijnaam voor iemand die trippelt.

Trip, Trippe, Triep, Tripmaker, Trimp. Patijn. Adresnaam, zie volgende.

Trippaer, Trippaerts, Trippas, Trippa, Tripa. Familienaam uit het Oudfranse triper: stampen, dansen, springen. Een bijnaam naar één of ander gedrag.

Trippert: Variant van Trippaert. Afleiding van Oudfrans triper ‘stampen, springen, dansen’.

Tripet: 1. Afleiding van Oudfrans tripe: ingewand, darmen van geslachte dieren, pens. Beroepsnaam voor een trijpverkoper. 2. Afleiding van Oudfrans tripe: trijp, fluweelachtig weefsel. Beroepsnaam. 3. Plaatsnaam Tripet in Hem (Nord). 4. Vadersnaam?

Triplet, Triplot. Afleiding van Tripe, zie Tripet.

Tripneaux, Tripnaux. Samentrekking van Triponeau, variant van de Franse familienaam Triponel, afleiding van Tripon: trippelaar, trappelaar, springer, danser.

Trippelsdorf. Plaatsnaam in Sechtem. Noordrijn-Westfalen.

Trippier. Beroepsnaam. Frans tripier, trijpverkoper. Zie Tripet.

Trips. Plaatsnaam in Geilenkirchen. Noordrijn-Westfalen.

Triquenaux, Triqueneaux, Tricqueneaux, Tricniaux, Tricnaux, Triquenon, Tricnont, Tricnon, Tricknot, Tricnot: Afleiding (op -inel/-ineau, -inon, -inot) van Trique. Zie Triquet, Tricot.

Triquet, Tricquet, Trické, Tricke, Trichet: Afleiding van Middenfrans trique, van estrique, van Middenenderlands streke, strijc: het strijken, strijkstok. Beroepsnaam van de strijker, laken-of korenmeter.

Triquoit. Metathesis van volksnaam Turquois: Turks.

Tristan, Tristant, Tristram, Tristrant, Trystram: Vadersnaam van de voornaam Tristan uit de Brits-Keltische romans, bekend uit 'Tristan en Isolde'. De variant Tristram was heel verspreid en is te verklaren door perseveratie van de anlaut-tr (zie ook Tram).

Tritz. Vadersnaam. Duitse vleivorm van thrûth-naam.

Trivière, Trivières, Triviere, Trivieres, Trivièr, Trivier: Plaatsnaam Trivières (Henegouwen).

Trogh, (de), Trog, (de), de Troch, de Trock, Trochs, Trochts, Troch, Trocq: Middelnederlands troch: trog, houten bak voor water, voeder. Beroepsnaam voor de bakker? Of voor de paardenknecht? Of voor de maker van troggen?

Trochon. Afleiding van Oudfrans troche: hoorn van een hert. Vergelijk Troclet.

Troclet, Trocquenet: Afleiding van Oudfrans troche, Picardisch troque: hoorn van een hert. Huisnaam. Zie ook Troquette.

Trocmé, Trocmée, Trocmee, Trokmez. Zinwoord: Frans troquer, van Middenlatijn trocare: (ver)ruilen, verhandelen + me, mers, van Latijn merx: koopwaar. Beroepsnaam: ruilhandelaar, koopman.

Trodet. Vadersnaam. Afleiding van Trodoux.

Trodoux. Vadersnaam. Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Trudolfus, veeleer dan bijnaam Trop Doux.

Troetsel, de. Bijnaam afgeleid van het Middelnederlandse truut of druut = vriend, beminde. Of Metathesis van De Troester (trooster)?

Troeye, de, (de) Troy(e), de troije, de Troij. 1. Zie Detroy(e). 2. Middenenderlands troye: trui, wambuis. Bijnaam of beroepsnaam. Vergelijk de Troeyer.

Troffaes. Uit Troffaers, Troffaerts. Afleiding van Oudfrans trufer: bedriegen. Bijnaam Trufard. Middenenderlands trufelaer: bedrieger.

Trog, Beroepsnaam voor de maker van troggen; vergelijk Troch.

Trogh, van: Plaatsnaam Trocht in Ronse (Oost-Vlaanderen)?

Troger, Tröger: 1. Afleiding van Duitse plaatsnaam Trogen (Saksen, Voigtland) 2. Of veeleer afleiding van Middenhoogduits troc, Duits Trud, Truk.

Trognon, Tronion, Tronnion: Frans trognon: stronk. Bijnaam voor iemand met gedrongen gestalte. Vergelijk Stubbe.

Troian, Troiani, Troiano, Trojan, Trojanowski: Vadersnaam. Slavische voornaam van heiligennaam Trojanus, afleiding van plaatsnaam Troje.

Troisfontaine, Troisfontaines. Plaatsnaam Trois-Fontaines (Moselle, Marne, Hte-Marne) en in Sart, Trembleur (Luik), Weris (Luxemburg), Baincthun, Capécure, Pernes (Pas-de-Calais).

Troisième. Bijnaam; de derde (geboren).

Troislouche, Troislouches. Reïnterpretatie van Troue louche: die een gat maakt in de grote scheplepel, die schept met een lepel met een gat. Bijnaam voor een frauduleuze handelaar.

Troispont, Troisponts. Plaatsnaam Trois-Ponts in Amberloup, Luxemburg, Fosse en Wanne, Luik.

Trokay, Troquay. 1. plaatsnaam Le Trokay in Chokier (Luxemburg), Trocquay in Horion (Luik). 2. Spellingvariant van Troquet/Troket.

Trollé, Trolle, Trollin, Trolin: Afleiding van trole: pers, staak. Of bij werkwoord troller: rondlopen?

Trom, Tromme, Tromm, Trumm, Trum, Trumpf, Trump: Bijnaam voor een trommelaar.

Trommelen: Oorspronkelijk Schotse familienaam.

Trommelmans. Beroepsnaam; trommelaar.

Trommer, Trummer. Beroepsnaam van de trommelaar.

Tromont. Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam thrûth-mund 'macht-bescherming': Trudmundus, Thrudmunt.

Tromp: Bijnaam voor de tromper, trompetter, bazuinblazer. Eventueel trommelaar.

Trompenaars, Trompenaers, Trompeneers, Trompeners, Trumpeneers, Trumpener, Trümpener, Trimpeneers. 1. Beroepsbijnaam uit Middenenderlands trompenaer, trumpenaer: trompetter, 2. Of uit het Middelhoogduits trumpen: trommelen, van trommelaer.

Trompertz, Tromper, Tramper: Beroepsnaam van de tromper, bazuinblazer, trompetter’ of trommelaar. Vergelijk Nederduitse Trumper, Trümper.

Trompet, Trompette, Trompeter, Trompetter, Trumpaitist: Beroepsnaam van de trompetter.

Trompler, Trumpeler: Duits Trumpler, Trûmpler: trommelaar. Zie ook Trompenaars.

Tron. 1. Zie Dutron. 2. Verkort van Catheron, vleivorm van Catherine.

Tronche, Tronché, Tronchet. Familienaam uit het Oudfranse tronche en afleiding tronchet: boomstronk, boomstomp. Bijnaam voor iemand met een gedrongen gestalte.

Tronçon, Troncon, Tronson: Oudfrans tronçon: (langwerpig) stuk hout, van Middenenderlands tronsoen: stuk bout. Bijnaam. Zie ook Tranchon.

Tronquay, Troncquay, Tronquaij, Tronckay: Plaatsnaam Tronquay: plaats waar boomstronken staan, zoals Tronquoy. Plaatsnaam Tronquay (Eure, Calvados).

Troonbeeckx. Plaatsnaam Trombeek in of bij Louvain.

Trooskens. Afleiding van Troost.

Troost, van. Reïnterpretatie van Van Troos. 2. Zie Van (den) Troost.

Trooster, Troosters, Troost, Trost, Troest, den Trooster, Trooster, Tröster, Troester: Bijnaam voor iemand die troost, aanmoedigt, hoop geeft, moed schenkt, steunt, helpt.

Troost, van. Reïnterpretatie van Van Troos. 2. Zie Van (den) Troost.

Troost, van, (den), Vertroost: Plaatsnaam De Troost in Kaaskerke, Oekene, Westkerke (West-Vlaanderen), Everberg (Vlaams-Brabant) en Schaarbeek.

Troostenberghe, Troostenbergh, de Troostenbergh, de Troostembergh: Plaatsnaam in Halen (Limburg) en Herent (Vaals-Brabant).

Troije, de: Detroye, van plaatsnaam Troyes (Aube).

Trop, Tropman, Troppmann. Het Nederduitse Tropp en het Duitse Tropf betekenen: simpele, eenvoudige kerel. Een bijnaam dus.

Troquette, Troquet, Trooquette, Trouquette, Troket, Troxquet: Afleiding van Picardisch troque: hoorn van een hert. Huisnaam.

Trosien. ± 1650 Anna Trosien, geboren in Trosienen (Friedland- Oost-Pruisen)

Trost, Trausch, Trauscht. Duitse bijnaam voor een trooster. Vergelijk Troost. Traust is Schwâbisch; de sch geeft de Opperduitse uitspraak weer van st als sjt.

Trottin, Trotin, Trottein, Trotteyn: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse thrûth- naam, zoals Trudo, Trudgaudus, Thrudboldus, Trotfredus, Trotrandus enz.

Trotoir. Afleiding van Oudfrans troter, Frans trotter: lopen. Beroepsnaam van een loper, bode.

Trotta. Waalse vorm voor Trottard, synoniem met Trotteur.

Trotteur, Trotti, Trottier: Afleiding van Oudfrans troter, Frans trotter: lopen. Beroepsnaam: loper, bode.

Troubat. Occidentaals voor trouvé: vondeling.

Troublein, Troubleyn, Troubleijn, Turblin: Frans Trublin, afleiding van Frans trouble, van Latijn turbulus: troebel. Vergelijk Franse familienaam Troublé.

Troucheau, Trouchau, Tropchaud: 1. Afleiding van Oudfrans croche, zoals Troquette? 2. Hypercorrect voor Trousseau; zie Troussel.

Trouet. Afleiding van Frans trou, trau; opening. Plaatsnaam?

Trouillard. Afleiding van Oudfrans troille: bedrog, list. Bijnaam voor een bedrieger.

Trouillet, Truillet, Trouilliez, Trouillez, Troullier, Trouilhet: Afleiding van Oudfrans troille: bedrog. Bijnaam voor een bedrieger. Vergelijk Trouillard.

Troupeau, Tropea, Trupia, Troupée, Troupee: Oudfrans tropel, Frans troupeau: kudde. Beroepsnaam van de herder, koewachter.

Troussart, Troussard, Troessaert, Trossaert, Trossart, Trossard, Trosschaert, Trussart, Trussard, Truchart. Afleiding van Oudfrans trousser, tresser: laden, pakken. Beroepsnaam voor een lader, pakker, sjouwer. Vergelijk Trousse. 2. Uit Trochard, van troche: hoorn van een hert. Vergelijk Troquette. 3. Sommige vormen kunnen varianten zijn van Trassaert.

Trousse. Oudfrans trosse, Frans trousse; pak, bundel. Beroepsnaam.

Troussel, Trossel, Trousselot, Trousset, Trousson: Oudfrans trossel, torsel: stuk stof, pak, bundel, bos. Hieruit Frans trousseau en Franse familienaam Trousseau. Ook Trousset en Trousson zijn afleidingen van Oudfrans torse, trosse: pak, bundel. Beroepsnaam: pakker, lader.

Trouvain. Franse familienaam Trouvin; vondeling.

Trouvé. Gevonden, vondeling.

Trouveroy. Samengetrokken van De Rouvroy.

Trouvilliers. Samengetrokken van De Rouvillers. Plaatsnaam, Oise.

Trouw, Trouwborst, Trouborst, Trouwgod. Bijnaam voor een goedaardig iemand.

Trouwaen, Trauwaen: 1. Samentrekking van de plaatsnaam Thérouanne (Pas-de-Calais), Nederlands. Terwaan. 2. Zie Truwant.

Trouwaert, Trauwaert: Aanpassing van Drouart; zie Druard, Truyaert.

Troyer, de, de Troijer, de Troeyer, de Truyer, Truyers, Truijers, Trouwers. 1. Afleiding van het Middelnederlandse troye: trui, wambuis. Beroepsnaam voor de truienwever of de verkoper. 2. De afleiding vormen kunnen een vadersnaam zijn: Germaanse voornaam thrûth-hari 'macht-leger': Trudharius.

Troykens, Troyekens, Troyckens, Trouwkens, Troukens, Trauwkens, Truckens. Moedersnaam uit de voornaam Geertrui.

Truffaut, Truffaux, Truyyffaut, Tryffaut, Triffault, Triffaut, Triffaux, Trifaux, Triffoux, Trefaut. Familienaam uit het Oudfranse trufos: bedrieger. Bijnaam dus.

Truffin, Trufin, Triffin, Trifin. Bijnaam uit het Oudfranse trufe (= bedrog): bedrieger.

Truwant, Truant, Triaen, Trauwaen, Trouwaen, Trouwae. 1. Naam uit het Middelnederlandse tru(w)ant, triwant, trouwant, trauwant: bedelaar, vagebond, landloper. 2. Of uit de plaatsnaam Truant in Arc-Ainières (Henegouwen).

Trubert. Vadersnaam. Germaanse voornaam thrûth-berht 'macht-schitterend': Thrudbertus, Trubertus.

Truchet. Variant van Trochet of Trousset.

Truck, (de), Metathesis voor De Turck. 2. Variant van Detru.

Trude, Truy, Truye, Truije, Troye, Troy, Trau, Truyens, Truyen, Truijens, Truijen, Truiyen, Treuen, Troyen, Truyts, Trouw, Trouwen. 1. Moedersnaam, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Geertrui (ger, truth). 2. Zie ook Van Truyen. 3. Eventueel vadersnaam van Germaanse voornaam Trudo.

Trufin, Truffin, Trifin, Triffin: Afleiding van Oudfrans trufe: bedrog. Bijnaam voor een bedrieger. Vergelijk Truffaut.

Truffaut, Truffaux, Tryffaut, Truyffaut, Triffau, Truffaux, Triffoux, Trefaut: Oudfrans trufos: bedrieger. Bijnaam.

Truggelaar. Middelnederlands troggelaer, trugler; bedelaar.

Trullemans, Trulemans. Afleiding van trulle: mannelijk lid, penis. Figuurlijk dwaas, treuzelaar. Vergelijk kul, kloot.

Truyen Van, Vertruyen, Vertroyen, Van Troyen, Vantroyen. Familienaam uit de plaatsnaam Sint-Truiden.

Trumeau. Oudfrans trumeau; kuit. Bijnaam.

Trunk. Duitse bijnaam voor een drinkebroer.

Truttens, Treuttens: Vadersnaam van Germaanse thrûth-naam, zoals Trutbert, Trutmund, Trutmar.

Truijman: 1. Moedersnaam. Afleiding van Trui, van Geertrui. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam thrûth-man ‘macht-man’: Drudman.

Truy, Truye, Truije, Troye, Troy, Trau, Truyens, Truyen, Truijens, Truijen, Truiyen, Treuen, Troyen, Truyts, Trouwen, Trouw: 1. Moedersnaam. Korte vorm van Germaanse voronaam Geertrui(de); zie Van Geertruyde(n). Eventueel vadersnaam van Germaanse voornaam Trudo. Truyts, van Geertruids. Truye, Troye, van Trude. Trau is een Brabantse verschrijving voor de dialect uitspraak (vergelijk Trauwkens). 2. Truyen, van van Truyen.

Truyaert. Aanpassing van Druard.

Truyen, van. Verkort uit van Sint-Truien. Plaatsnaam Sint-Truiden (Limburg).

Truyman, Truman, Troumann. 1. Moedersnaam. Afleiding vanTrui (Geertrui). Zie Truye. 2. Vadersnaam. Germaanse voornaam thrûth-man 'macht-man': Drudman.

Truyts. 1. Familienaam uit het Middelnederlandse trute, truyt(e), Frans truite: forel. Bijnaam of beroepsnaam. 2. Middenenderlands truut-druut, zie ook Druits. 3. Zie ook Truye.

Truyzelaere. Geronde vorm van treizelaar, Middenenderlands dreselaer, Nederduits Dreisler, Duits Drechsler. Beroepsnaam van de houtdraaier. Vergelijk Dresseleer(s).

Tryp, van, van Trijp: Plaatsnaam Trijp in St.-Goriks-Oudenhove (Vlaams-Brabant).

Trijselaar: Afleiding van Middelnederlands triselen ‘draaien, wentelen’.

Tryssesoone, Trijssesoone: Moedersnaam. Zoon van Trysse, korte vorm van Beatrijsse, Beatrix. Zie Trice.

T’Scharnier. Wellicht Duitse familienaam Scharner: eigenaar van een (Middenhoogduits) scharne: vleesbank, slager. Of eventueel van Duits Tscherner, van plaatsnaam Tscherna bij Brunn.

Tscherni: Aangepaste spelling van Czerny. Bijnaam. Tsjechisch cerny, Pools czarny ‘zwart’.

Tscherwjakowa: Vrouwelijke vorm bij Russisch Chernyakov, afleiding van de bijnaam Cherniak ‘zwartharig, donkerhuidig’. Vergelijk Tscherni.

T'Siobbel, Tsiobbel, T'Siobel, Tsobbel, T'Sobbel, Sobbel, Sobel. Bijnaam uit het Westvlaamse tsobbelen: struikelen, het Middelnederlandse sobbelen: waggelen, wankelen, struikelen. Het is verwant aan schobben: schuren, wrijven.

Tuck, Tuk, Tukk, Tück, Tuuk, Tucker, Tukker. 1. Bijnaam uit het Middelnederlandse tuuc wat zowel knecht als lichtekooi betekent. 2. Of mogelijk ook bijnaam uit het Middelnederlandse tuc: stoot, trek, ruk, Duits Zuck, Middelnederlands tucken, Duits zucken. Nederduitse familienaam Tcuk, Tucker, beantwoordt aan Duits Zuck(er). Bijnaam voor iemand die makkelijk het zwaard of het mes trekt, vechtersbaas.

Tuaux, Tuyau: Oudfrans tuel (afleiding van Oudnederlands thuta: buis, hoorn, tuithoorn): buis, hoorn. Vergelijk Buyse.

Tubeke, Tubeeckx, Tubbeckx, Tubex: Plaatsnaam Tubeke (Frans Tubize, Waals-Brabant). Meestal evenwel reïnterpretatie van Tobback(x).

Tubergen, van. Plaatsnaam Tubbergen, Overijssel.

Tubier. Vadersnaam. Variant van Picardisch Tibiert = Tibert, zie Tybaert.

Tuboville. Plaatsnaam Thibouville, Eure.

Tuch, Tuchman,Tuchmann: Duitse beroepsnaam van de lakenwever, lakenhandelaar of lakenmeter.

Tuchsznajder. Duits Tuchschneider: lakensnijder.

Tuel, van. Variant van Van Tuyl of Van Thull.

Tuerlings, Tuerlinck, Tuerlinckx, Tuerlinx, Turelinckx, Turelincx, Turlinckx, Turlinkx, Teurelincx, Tuerelinckx, Tuerelinck, Thuerelinckx, Teurlings, Teurlinckx, Teurlincx, Tierlick, Tierelinckx. Vadersnaam, afgeleid van de Nederduitse voornaam Tulling, afleiding van Germaanse bakernaam, vergelijk Tollens.

Tueux. Picardisch voor Tueur; doder, slachter.

Tuffreau. Metathesis van Truffaud.

Tugendhaft. Duitse bijnaam; deugdzaam.

Tuil, (van), van Tuijl: Plaatsnaam Tuil (Gelderland, Utrecht).

Tuillier, Tuilier, Tuiliez, Tuily, Thullier, Thulliez, Thulier, Thulie, Thuilier, Thuillier, Thuilliez, Thuillez, Thuilles, Thuyllie, Thuylie, Lethuillier: Beroepsnaam. Frans tuilier: tegelbakker, steenbakker; ook tegeldekker, stratenmaker.

Tuinder, Tunders, Tuinderman, Tuinman,: 1. Bewoner van een tuin ‘omheinde plaats’. Of beroepsnaam voor de maker of vlechter van omheiningen, afsluitingen. Middelnederlands tuun, Duits Zaun ‘omtuining, heining’. 2. Afleiding van Van Tuyne.

Tuinen, van, Tuinstra, Tuininga, Tuinsma: Plaatsnaam Tuin ‘omheinig, afsluiting, omsloten ruimte, erf’. De Tunen, Tuinen is een buurt in Leeuwarden, Franeker en Hindeloopen (Friesland).

Tuinhof: Plaatsnaam, ‘omtuinde hof’.

Tuinier: Beroepsnaam van een tuinier? Of variant voor Tuinder?

Tuinman, Tuijnman: Afleiding van van Tuine. Of synoniem met Tuinder.

Tuinstra. Friese afleiding van plaatsnaam Tuin.

Tuite, Tuiten, Tuijte, Tuijten, Tuijtjens: Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Dod, oude bakernaam. Dodinus, Dotinus, Dutinus, Tutinus.

Tukker: Afleiding van Middelnederlands tucken ‘trekken’, Duits zucken. De Nederduits familienaam Tuck(er) beantwoordt aan Duits Zuck(er). Bijnaam voor iemand die makkelijk het zwaard of het mes trekt, vechtersbaas.

Tulckens: Variant van Tulkens, Tullekens. Moedersnaam. Verkleinvorm van Tule = Toele, korte vorm van de voornaam Bertoelen of Matoele, Waalse vleivormen van Berta, Matilde. Maar de Middelburgse familie Tulleken16de eeuw) is afkomstig uit Gelderland.

Tulder, van, van Tulden. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Tuldel in Poppel (provincie Antwerpen). Hilvarenbeek, Noord-Brabant.

Tuleau. Wellicht van Tuleu, Tuloup, dat is tue loup: wolvendoder.

Tulfer. Engelse familienaam Telfer, Tolver, Tulliver, aanpassing van Frans Taillefer.

Tulip, Tulipp, Tulippe, Tulype: Reïnterpretatie? De tulp (Frans tulipe) werd namelijk pas in de 16de eeuw uit Turkije ingevoerd.

Tulkens, Tulleken, Tullekens, Thulke: Moedersnaam. Afleiding vanTule = Toele. Zie Toelen(s).

Tullemans, Tulmans. Afleiding van Tulle, zie Toelen.

Tulp, van der. Huis-, adresnaam.

Tulpin, Tulpinck, Tuplin. Vadersnam Tulpin, van Turpin, Turpijn. Heiligennaam Turpinus.

Tumerelle, Thumerelle: Oudfrans tumerel: valstrik; (ook) blijde, ballista, katapult. Beroepsnaam.

Tummeleer, Tumeleer, Tumelaire, Tumilaire, Thumeleer, Thumelaire, Thumélaire, Thumilaire, Thumilair, Thumulaire, Thummler, Tummler. Beroepsnaam van de tuimelaar, de acrobaat die buitelingen maakt. 2. Middenenderlands tumelaer: oorlogswerktuig, slingerwerktuig. Beroepsnaam van de bediener van de katapult.

Tuninga: Friese afleiding vanplaatsnaam Tuin.

Tunk, Tunc, Tuncki, Tuncky: Middenhoogduits tune: onderaards vertrek (met mest bedekt) als winterwoning, als werkplaats van een wever of voor het bewaren van de veldvruchten. Beroepsnaam.

Tuntelder, Tunteler. Afkomstig van de plaatsnaam Tuntel, Duitsland.

Tupfman, Tupman. Beroepsnaam van de pottenbakker. Vergelijk Topper.

Tuppenney. Variant van Engels Turnpenn(e)y: die zijn penning een paar keer omkeert voor hij hem uitgeeft. Bijnaam voor een zuinig, krenterig mens.

Turbang, Turban, Torbeyns, Torbeijns, Torben, Durban. Vadersnaam, variant van Urban, Orban. De T komt wellicht van (Saint, Sanckt) Saint-Orban. Torbeyn, van Saint-Orbain. Duits ook Turban = Durban. Vergelijk Duits Turbanstag = Urbanstag.

Turbet, Turbé: Vadersnaam Turbert, Germaanse berht-naam. Of afleiding van Turbaud.

Turby. 1. Zie Tourbier. 2. Plaatsnaam.

Turcksin. Vondelingnaam. De stamvader was Henricus Teurfsin, op 8 april 1729 gevonden op het Teurfsin in de Pastoirstmetjen; dat was een plaats waar turf gestoken werd aan de linkeroever van de Zenne in Brussel, nu de Zwarte-Lievevrouwestraat.

Tureluren, Turlur, Turlure, Tierelieren, Tireliren, Tirelir, Tiereliers, Tierliers: Turelure, van Oudfrans turelure, een klanknabootsend woord: deuntje, liedje, fabeltje, beuzelpraatje; ook doedelzak, van bedrogen echtgenoot.

Turenhout, van: Plaatsnaam Turnhout (Provincie Antwerpen).

Turf, Turfs, Torfs, Torf, Teurfs. Beroepsbijnaam voor de turfsteker, veenboer, turfhandelaar.

Tufkruyer, Turfkruijer, Turfkruiyer, Turfreyer: Beroesnaam van de turfkruier, die turf met de kruiwagen vervoert.

Turin, Turrin, Turyn, Thourin, Thurin, Turine, van Turijn, Torrijn. 1. Vadersnaam, verkorte vorm van bijvoorbeeld Arthurin, Mathurin of Victorin. 2. Familienaam uit de plaatsnaam Tourinne(s) (Luik, Waals-Brabant). 3. Mogelijk ook uit de plaatsnaam Turijn (Italië).

Turine. Familienaam uit de plaatsnaam Tourinne(s) (Luik, Waals-Brabant).

Turk, den, Turken, Turkstra, Türk, Turc, Turck, Turek, de(den) Turck, (de) Turcq, (den) Turckx, (de) Torck, Torcq, Tork, Torcque, Torq, Teurcq, Teucq, Leturq, Leturc, Leturque, Turcksin. 1. Als volksnaam voor een Turk of als afleiding van een huisnaam overgedragen op de afstammelingen die hier als vrijen of als slaven kwamen. 2. Het Middelnederlandse torke of turke betekent ook: fakkel en haarwrong. In dit geval zou het bijvoorbeeld een naam kunnen zijn van een handige fakkelmaker of verkoper. Of eventueel iemand met een opvallende haarwrong.

Turkenburg: Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam. (wellicht in Zuid-Holland). Turk of torke verwijst mogelijk naar andersgelovige of fakkel, burg verwijst wellicht naar versterkte hoeve.

Turkery, Turkry, Turcry: Plaatsnaam Turquerie, zoals in Kales in 1774.

Turki, Turci, Turchi: Latinisering van de volksnaam Turk.

Turksma: Deze Friese familienaam zou volgens Winkler geen afleiding zijn van de Friese voornaam Ture, Torke, maar zou volgens de overlevering gegeven zijn aan een Turkse zwerver.

Turlot, Turloot, Turlotte, Turlutte: Vleivorm van de Brits-Keltische voornaam Arthur.

Turman, Thurman: Turreman, afleiding van Middelnederlands turre, torre: toren. Zie Torremans, Van Torre.

Turnbull. Engels zinwoord Turn bull: stierencastreerder? Maar vergelijk Tourneboeuf.

Turner, Turneer: Beroepsnaam van de houtdraaier. Zie Tourneur.

Turnhout, van, van Turenhoudt, van Turenhout, van Turehoudt, van Turehout, van Thurenhout, van Thurnhout, van Tuerenhout, van Theurenhout, van Teurenhout, van Tornhaut, van Tornhout, van Tornout, van Thornhout, van Tournhout, van Tournout, Tournhoudt, van Thournhout, Vanthournout, Vanthournhoud, Vanthournoudt, van Thournout, van Thourenhout. Familienaam uit ofwel de plaatsnaam Turnhout (Antwerpen) of Torhout (West-Vlaanderen). Het zijn vooral de vormen met T(h)o(u)r die wellicht uit Torhout afkomstig zijn.

Turpin, Turpyn, Turpijn, Turpain, Turpein, Thurpin, Troupin, Trupin, Trappens: Vadersnaam. Latijnse heiligennaam Turpinus, die als voornaam bekend raakte door het Chanson de Roland.

Turquet, Turchet: afleiding van Turc: Turk.

Tûske, Tuske: Vadersnaam. Waarschijnlijk geronde vorm van Tyske, afleiding van Tijs.

Tusschans. Zinwoord tuusch-gans: ganzenverkoper. Vergelijk Middelnederlands rostuuscher, gansmenger, gansecoeper.

Tussenbroek, van. Plaastnaam Tüschenbroich in Wegberg en Grevenbroich (Noordrijn-Westfalen).

Tusset. Wellicht variant van Tousset.

Tussing. Waarschijnlijk een variant van Tossing, van Toussaint. 2. Eventueel = Thijssing.

Tutte, van de. Verhaspeling van Van de Putte.

Tuttman. Vadersnaam. Afleiding van Tut, zie Todde.

Tuvache. Beroepsnaam van de runderslachter, die 'de koe doodt'.

Tuykom, van, van Tuykon, van Tuyckom, van Tuycom: Plaatsnaam Tudekem bij Herent (Vlaams-Brabant).

Tuyl, van, van Tuijl, van Tuil. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Tuil (Gelderland en Utrecht) of Tuilt in Kuringen. Limburg.

Tuyls. Moedersnaam. Afleiding van Toele = Tule? Zie Toelen(s).2. Verkorte afleiding van Van Tuyl?

Tuyn, van, Tuyne, van, van Thuynen, van Thuyne, van Thuijne, van (der) Tuijn, van Tuinen, van der Tuin. Familienaam uit de plaatsnaam Tuin/Tuine: omheining, afsluiting, omsloten ruimte.

Tuyst, van. Plaatsnaam Twist in Vierlingsbeek, Noord-Brabant?

Tuyten, Tuyttens, Tuytten, Tuyten, Tuytens, Tuytte, Tuyte, Thuytten, Tuijtens, Tuijttens, Tuijtten, Tuiten, Tuitens, Tuttens. Vadersnaam, oude knuffelvorm van de Germaanse voornaam Dodinus, Dutinus.

Tuytelaars, Tuytelaers, Tuyteleers, Tuijtelaars, Tuijtelaers, Tutelaars, Tutelaers, Tuteleers, Tutelaire, Tutélaire, Titulaer, Tittelaar: Afleiding van werkwoord tu(i)telen, frequentatief van tu(i)ten. Bijnaam voor een vicier. Middenhoogduits tùtelaere: vleier. Middenenderlands tuyteler: ruilhandelaar van betekenis onwaar spreken, (zijn waar) leugenachtig aanprijzen. Vergelijk hetzelfde semantisch verband tussen Middelnederlands tusschen en Duits tauschen/tàuschen: ruilen/ bedriegen. Duitse familienaam Tuttler, Tittler.

Tuijter, Tuijtel: Beroepsnaam. Middelnederlands tuter, tuyter ‘hoornblazer, trompetter’.

Twee, van der. Reïnterpretatie van Van der Wee?

Tweebeeke: Misschien een herinterpretatie van de familienaam van Twembeke. Plaatsnaam Twembeke bij Geraardsbergen (Oost-Vlaanderen).

Tweedale. Engelse plaatsnaam. Dal van de Tweed.

Tweedij: Misschien verhaspeling van de Engelse familienaam Tweedale ‘dal van de Tweed’.

Tweelings, Tweelinckx. Bijnaam; tweeling.

Tweepeninckx, Tweepenninckx. Bijnaam voor een cijnsontvanger. Of voor iemand die twee penningen moest betalen ? Of voor een arme die slechts twee penningen had ? De Duitse variant is Zweipfennig.

Twembeke, van, van Twembecke, van Twenbeke. Naam uit de plaatsnaam Twembeke bij Geraardsbergen (Oost-Vlaanderen).

Twesten. Duitse familienaam. Wellicht plaatsnaam Twiste in Hessen of Twistern (Nedersaksen).

Twiesselman, Twiesselmann: Afleiding van plaatsnaam Twiessel a.d. Hase.

Twyffels, Twijffels: Bijnaam voor een twijfelaar, onzeker mens. Vergelijk Duits Zweifel, Nederduits Twiefel.

Twigt: Misschien door onzorgvuldige articulatie van de r uit (van) Trigt. Of de Duitse bijnaam Wicht: Middelhoogduits Wiht ‘kabouter, dwerg’.

Twist, van: Plaatsnaam Twist in Vierlingsbeek en Sambeek (Noord-Brabant). Of Duitse plaatsnaam Twiste in Hessen.

Tybaert, Thybaert, Thijbaert, Thibert, Tibert, Tiberti, Theybaert, Theybers, Theijbers. Vadersnaam uit het Germaanse theud + berth; volk-schitterend.

Tyckaert, Tijckaert, Teykaerts. Beroepsnaam van de tijkwever. 2. Afleiding van Tijck.

Tyffers, Tievers: Wellicht verdoft van Tyvaers, afleiding van Tyvaert; zie Thivart.

Tyrolien. Duits Tiroler, afkomstig van Tirol.

Tyrrell. Engelse familienaam Tirrell, van Oudfrans Tirel, afleiding van de voornaam Thiry, Thierry; zie Thiriaux