Verklaring van achternamen Z

Z.

Zaadnoordijk: Wellicht dubbele toenaam Zaad/Saat, van van der Sate en Noorddijk, plaatsnaam (Groningen).

Zaaier, de, de Zaayer, de Zayer, de Saeuere, de Saeyer, (de) Sayer. Beroepsnaam van de zaaier.

Zaalberg, Salberg: Moedersnaam. Germaanse voornaam Salaberga.

Zaamslacht, van: Plaatsnaam Zaamslag (Terneuzen, Zeeland).

Zaaijer, Zaje: Beroepsnaam van de zaaier.

Zabé. Moedersnaam. Korte vorm van Ysabé.

Zabeau, Zabel, Sabel, Sebel, Sabeau, Sabaux, Sabau, Sabaut, Sabiau, Sabay, Sabbia, Sabia. Moedersnaam, verkorte vorm van Ysabel, Ysabeau. Zie ook Sabel.

Zabot. Verschrijving voor Zabeau?

Zach, Zack: 1. Vadersnaam. Korte vorm van Zacharias. 2. Zie Zack.

Zachariasse, Zacharia, Zacharias, Zacarias, Zaccaria, Zagaria, Zacharie, Zachary, Zakeriesen, Zacherl, Zacher, Sachers, Sacher, Sacréas, Sacreas: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Zacharias.

Zachée, Zacheo, Zaccheo: Vadersnaam. Bijbelse voornaam Zacheus.

Zack, Zaks, Zak, Sack, Sak, Sach, Sac, Zach: 1. Beroepsnaam voor de werkman die graan (zout..) in de zakken schept of voor de zakkendrager. Vergelijk Saktreger.

Zadeleere, de, de Zadeleir, de Zadeleere, de Zadalere, de Saedelaer, de Saedelaere, de Sadelaer, de Sadelaere, Sadeleer, Sadeler, Sadeleer, Sadeleir, Sadeleire, (de) Sadeler, de Seddeler, Desadeller, de Saeldeler, de Saldeler. Beroepsnaam voor de zadelmaker.

Zadelhoff, van. Duitse plaatsnaam Sadelhof.

Zaegher, Zaeger, de; de Saegher, Sagher, Zagers, de Zaecher, de Zächger: Beroepsnaam van de houtzager.

Zaelen, van, Zaal, Zalen, (van), van Saelen, van Salen: Plaatsnaam Zaal ‘woonplaats, woning, kasteel’.

Zahn, Zahnen: Duitse bijnaam Zahn: tand. Vergelijk Tant.

Zaidenband, Zajdband, Zajdenband: Duits Seidenband. Beroepsnaam van de wever van zijden linten. Duits ook Seidenbânder, Seidenbinder.

Zaidman, Zaidmann, Zajdman, Zajderman, Zajtman, Zajtmann, Zeydmann: Duits Seidemann. Beroepsnaam van de zijdewever. Vgl. Zaidenband.

Zajac. Poolse familienaam = Russisch Zaitsev, van Zayats: haas. Bijnaam.

Zalm, Salm: Bijnaam naar de visnaam, de zalm. Vaak huisnaam.

Zalm, van (der); van der Salm: 1. Plaatsnaam Zalm (Nederlands Limburg. 2. Eventueel plaatsnaam Vielsalm (Provincie Luxemburg) of de riviernaam Salm (Provincie Luik, Provincie Luxemburg).

Zaltbommel, (van): Plaatsnaam Zaltbommel (Gelderland).

Zaman, Saman, Saaman: Beroepsnaam van de zaaiman ‘zaaier’.

Zambon, Zamboni, Zambonini: Italiaanse vadersnaam van Zanni, Giovanni + bijvoeglijk naamwoord bono: goed.

Zampedri, Zamperini, Zampieri, Zampieron, Zampiero: Italiaanse vadersnaam Zanni/Giovanni + Pedri/Pieri, pendant van Jean Pierre.

Zan, van. Variant van Van Zand of van Zaen,

Zanardo, Zanardi, Zanardini, Zanardelli: Italiaanse vadersnaam. Afleiding van Zanni/Giovanni.

Zanatta, Zanattini, Zanatello: Vaders-, moedersnaam van Zanni/Giovanni.

Zand (van), van (der) Zanden, Zande, (van) Sand, van Sanden, van Sande, Zandt, (van) Sandt, Sant, van der Sandt, van San, van Sam, van de(der, den) Sanden, Sande, van (de) Zante, van de(den) Zande, van 't Zant, Sante. Familienaam naar de plaatsnaam Zand die op diverse plaatsen in Vlaanderen en Nederland voorkomt. Plaatsnaam Zande (West-Vlaanderen), te Zande in Woumen (West-Vlaanderen), Destelbergen (Oost-Vlaanderen) of een andere Zand-top.

Zandberg, Zandbergen, van Zandberghe, (van) Sandbergen, Santbergen, (van) Santberghen, Santberghe, Santberge, Santbergen, Zandberg, Zancberg, Sandberg, (van) Sanberg, Van Samberg, van Semberg, van Santberghem, van Zemberg, van Zembergh: Plaatsnaam Zandbergen (Oost-Vlaanderen), Zandberg(Drenthe, Groningen, Nederlands-Limburg, Oost-Vlaanderen, Zeeland).

Zandboer: Beroepsnaam van de zandboer, die zand verkoopt? Of veeleer volksetymologisch van Sambour, van plaatsnaam Chambourg (Indre-et-Loire).

Zandijcke, van, van Zandycke, Zandyck, Zanddijk, Sanddijck, Sanddijk, Sandyck: 1. Plaatsnaam Zanddijk in Vere (Zeeland). 2. Plaatsnaam in Bredene (West-Vlaanderen) en Brèmes (Pas-de-Calais).

Zandburg: Aangezien burg-en berg-namen vaak verward werden, is Zandburg vermoedelijk uit Zandberg te verklaren.

Zande, van de(r); van den Zande, van de(r) Sande, (van het) Zand, van ’t Sant, van (der) Zanden: Plaatsnaam Zande (West-Vlaanderen), in Kamperveen, Overijssel, te Zande of een van de vele plaatsnamen Zand.

Zandjans: Vermoedelijk volksetymologisch uit de Vlaamse familienaam van Sint Jans.

Zandstra, Sanstra: Friese afleiding van een Zand-toponiem, Fries sân.

Zandvliet, van, van Zantvliet, van Santvliet, van Santfliet, van Zanduliet, van Samuliet, van Sammilette, van Samilliette, van Samiliette, van Samillette, Samillet, Vasamuliette, Vasamuliet, Vasamillette, Vasamillet, Vasamilete, Vasamiliette, Vasamiliet, Vashamilette, Vassamillet, Vassamilet, Vassamiliet, Vassanillet, van Silliette, van Siliette, van Silette, van Zillette, van Sihette, Wasamutiat: Plaatsnaam Zandvliet (Provincie Antwerpen) en in Lisse (Zuid-Holland). Let op de talrijke Waalse aanpsssingen.

Zandvoort, van, van Zantvoort, van Santvoort, van Santfoort, van Santfort, van Santvoet, van Sandvoet. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Zandvoort (diverse plaatsen in Nederland).

Zandweghe, van, Zandweghe, van: Verspreide plaatsnaam Zandweg.

Zandwijk, van: 1. Plaatsnaam in Tiel (Gelderland). 2. Plaatsnaam Sandwich (Kent): 993 Sandwic.

Zandijk, (van) Sandijk, Sandijck, (van) Sandick: Plaatsnaam Zanddijk in Veere (Zeeland).

Zanello, Zanelli, Zanella, Zanellata, Zanetti: Vadersnaam. Italiaanse afleiding van Zanni/Giovanni.

Zanet, Zanette. Variant van Jeannet of Zanetti.

Zang. Duits Zange; tang; beroepsnaam van de smid. Vergelijk Tange.

Zanger, de Zangre, Dezangré, Sangers, Sanger, de Sanghere, Sänger, Saenger, de Sander, Zengers, Zenger, Sengers, Senger, Sänger, Sangster. Beroepsnaam voor de zanger, koorzanger. De vorm Sander is wellicht afkomstig uit het Kust Vlaamse wangelen; wandelen.

Zängerle, Zangerle, Zanguerle, Zangerlé, Zengerle, Zengerling, Zengerli, Zingerlé: Bijnaam. Middenhoogduits zanger: fris, monter, levendig.

Zanini, Zaninotti, Zaninotto, Zannini, Zannin: Italiaanse vadersnaam. Afleiding van Zanni/Giovanni.

Zankaert. Variant van Zwan(c)kaert, door het Waals-Vlaams wegvallen van w voor een achterklinker (vergelijk Waals-Vlaams kodipre voor Kwaadieper/Quaedypre in Frans-Vlaanderen). Zie Swanckaert en let erop dat de twee naamvormen in twee buurdorpen voorkwamen (Egem en Wingene).

Zanker. Zänker, Zenker, Cenker, Zeniger: Duitse bijnaam voor een twistzoeker, ruziemaker.

Zannier: Aanpassing van Sannier, van Sagnier, van Saunier. Beroepsnaam van de zouter, zoutzieder, zouthandelaar.

Zanoni, Zanon, Zannoni, Zanotti, Zanot, Zanotto: Italiaanse vadersnaam van Zanni/Giovanni.

Zantbeek, van: Plaatsnaam Sambeek (Noord-Brabant).

Zantboer. Beroepsnaam van de zandboer, die zand verkoopt of op zand werkt? Waarschijnlijk volksetymologisch van Sambourg.

Zantinge, Zanting, Zantinghe, Zantingha, Zantinga, Zantenga. Friese vadersnaam uit de voornaam Sander, Sante, de verkorte vorm van de Griekse voornaam Alexander (: beschermer).

Zanten, van, Plaatsnaam Xanten.

Zantvoorde, van. 1. plaatsnaam Zandvoorde bij Oostende (West-Vlaanderen). 2. Plaatsnaam Zandvoorde bij Wervik (West-Vlaanderen). 3. Verspreide Plaatsnaam, onder meer in Tielt, zie van Zandvoort.

Zanvit. Plaatsnaam Sankt Vith, Luik.

Zappeij: Italiaans Zappi, van Zappa ‘houweel’?

Zaragoza. Spaanse stad, Aragon.

Zarren, van. Plaatsnaam Zarren, West-Vlaanderen.

Zarzycki, Zarzyczny: Poolse familienaam Zarzecki: aan de overkant van de rivier.

Zastrow, Zastrau: Slavische plaatsnaam (Pommeren).

Zaudig. Slavische familienaam Czudek, afleiding van de voornaam Czudemar.

Zaufke. Moedersnaam. Variant van Söffke, afleiding van de voornaam Sofie.

Zawadszki: Afleiding van Pools zawada ‘moeilijkheid, hindernis’. Bijnaam.

Zäuner, Zeuner: Afleiding van Duits Zaun, Middenenderlands tuun, omheining. Beroepsnaam van de maker van omheiningen, vlechter van afsluitingen.

Zavelaer, de. Beroepsnaam van de zandverkoper of de man die zand strooit op de aarden vloer.

Zdunczijk: Afleiding van Pools zdun ‘pottenbakker’. Beroepsnaam.

Zébier, Zebiere, Zebier, Zébière: 1. Plaatsnaam Zebier in Gouy (Henegouwen). 2. Frans Gibier, Romaanse vorm van Germaanse voornaam geb-hari 'gave-léger': Giverius.

Zebouds, Ziboud, Sybout, Sibout, Sybouts, Sijbout, Seybold, Sybolts, Sibolts, Sibbald, Sibal, Sigbaldi. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam sig-balth; zege-moedig. Sigabold; Sigeboldus; Sibaldus.

Zee, (van), van de(der) Zee, bij de Zee, Verzee: Plaatsnaam ter Zee. Of naar de herkomst van de kust of de woonplaats aan zee. Ook huisnaam.

Zeeberg, Zeberg: 1. Verspreide Duitse plaatsnam. De Antwerpse familie Zeberg komt uit Denemarken. 2. Variant van Syberg; zie Sebrechts.

Zeebroeck, (van) Zeebroek (van), (van) Zeebrouck, van Sebroeck. Naam uit de plaatsnaam Zegebroek uit sigen: doorzijgen, afvloeien. Er is een Zeebroek in Ieper, Langemark, Pittem (West-Vlaanderen), Lebbeke (Oost-Vlaanderen). Zie ook Zegbroek.

Zeeland, van: Zeeland, streek-en provincienaam in Nederland. ‘Ridder Wulfaerd van Zeeland, heer van der Maelstede,…. noemde zich Wulfaerd van Zeeland, omdat hij belangrijke goederen op Zuid-Beveland bezat en wellicht ook daar vaak vertoefde’.

Zeelander, de: Afkomstig van Zeeland, Zeeuw.

Zeelt. Naam naar de gelijknamige vis voor een verkoper of kweker van vis.

Zeeman, Zeman, Zemann, Zéman. 1. Beroepsnaam voor een zeeman of bijnaam voor wie aan zee woont. Of afleiding van Van der Zee. 2. Vadersnaam uit Zigeman of wellicht uit een Nederduitse-Friese vorm van Simon.

Zeeuw, de: Volksnaam van de Zeeuw, uit Zeeland.

Zeeuws, Seeuws, Zeeuwts, Zeuwts. Vadersnaam uit Sieuw, Sieuwerd (dit uit het Germaanse Sigi-ward). Of mogelijk uit het Griekse Zeus.

Zeevaard, Zeevaart: Vadersnaam. Volks etymologische vorm voor Sevard, Sivert, Sievert. Germaanse voornaam sigi-frith ‘zege-vrede’: Sigifridus, Sigefrid. Duits Siegfried.

Zeevaarder: Volksetymologische afleiding van Zeevaard.

Zeeveld: Wellicht vervormd uit Zeevaard? Of plaatsnaam Zegveld (Utrecht)?

Zeeven: Vadersnaam. Ook Sevens, Zeven. Vleivorm van Sievert (zie Zeevaard).

Zegbroek, van, van Zegenbroeck, van Zegebroeck, van Zeghbroeck, van Zegbroeck, van Seghbroeck, van Segbroeck. Naam uit de plaatsnaam Zegbroek (moeras met zegge, rietgras). Onder andere in Vorselaar en Duffel (Antwerpen).

Zegelaer, Segelaer, Zegels, Segels. Beroepsbijnaam van de zegelaar of zegelsnijder.

Zegen, van der: Plaatsnaam. 17de eeuw van der Segen, Lekkerkerk.

Zegerman: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Zeger; zie Zegers.

Zegers, Seghers, Segers, Zeegers, Zeijger, Seegers, Siegers: Vadersnaam. Germaanse voornaam sigi-hari ‘zege-leger’: Siger, Sigiheri, Sigerus, Segarius.

Zegwaard: Vadersnaam. Germaanse voornaam Sigiward.

Zeilmaker, Zeijlemaker; Beroepsnaam van de zeilenmaker.

Zeilstra: Fries Zeilstra, Zylstra, afleiding van plaatsnaam Syl, Zijl ‘sluis, uitwateringssluis, afwateringskanaal’.

Zeinstra, Seinstra, Zijnstra, Zein. Plaatsnaam.

Zekveld: Plaatsnaam Zekvelt in Zandvoort (Noord-Holland) of Zegveld Utrecht).

Zel, van der, Zele, Zelen, Van, Van Sele, Van Zeele, Zele, Van der Seelen, Verselle, Versele, Verzeele, Verzel, Verzelen, Verzele, Varezeele, Varezele. Naam uit de plaatsnaam Zele of uit Ter Zele (veel voorkomend): uit één ruimte bestaand gebouw.

Zeldenrust: Bijnaam voor een rusteloze. Durk Fokkes zou in 1811 met deze naam zijn bestaan als arbeider te kennen hebben gegeven.

Zeldenthuis: Bijnaam voor iemand die vaak uithuizig is? Vermoedelijk een jonge familienaam.

Zelderloo. Plaatsnaam Tessenderlo, Limburg, of Sledderlo, Limburg?

Zelders, Selder, Selders. Middelhoogduits Selder ‘bewoner van een boerenwoning, hoevetje, hut’.

Zele, van, van Zeele, van Sele, van Zeele, Zèle, van der Seelen, Verselle, Versele, Verzeele, Verzel, Verzeen, Verzele, Varezeele, Varezele: Plaatsnaam Zèle, Zele (Oost-Vlanderen) of ter Zele: uit één ruimte bestaand gebouw. Middelnederlands saele, sele.

Zeligman. Duits Seligmann. Bijnaam: gelukkig, zalig.

Zeligzon. Duits Seligsohn, zoon van Selig: gelukkig. Vergelijk Zeligman.

Zellenrath: Plaatsnaam Sellenrade (Noordrijn-Westfalen).

Zell, Zelle. Heel frequente Duitse plaatsnaam, (klooster)cel, bijhuis van een klooster.

Zelle, van, van Selle: Plaatsnaam Zelle in Herenthout (Antwerpen).

Zeller. Afleiding van Duitse plaatsnaam Zelle.

Zellien. 1. Moedersnaam. Verbogen vorm van Zelle = Celie. 2. Duitse plaatsnaam Zellin (Silezië, Pommeren).

Zelst, van, van Selst, van Celst. Familienaam uit de plaatsnaam Zeelst (Noord-Brabant).

Zelzate, van: Plaatsnaam Zelzate (Oost-Vlaanderen).

Zembsch: Plaatsnaam Zembschen (Saksen-Anhalt).

Zemel: Plaatsnaam Semel (Utrecht).

Zeneberg, Zeneberght, Zeneberght, Zeenebergh, Zienebergh: Moedersnaam. Germaanse voornaam sini-berg 'oud-bescherming': Seneperga, Senberga.

Zenner, Zenere: 1. Wellicht Nederduitse spelling van Duits Senner ‘alpenherder, veehoeder, melker, kaasbereider’. 2. Mogelijk kan Zenner ook een variant zijn van Zanner: iemand met blikkerende tanden: een bijnaam dus.

Zennevort. Familienaam in Noord Frankrijk. Waarschijnlijk van (van) Zandvoort.

Zenobi: Vaders-, moedersnaam. Griekse voornaam Zenobius, Zenobia; die door Zeus het leven geschonken is'.

Zenon, Zeno, Zénou, Zénoun, Zenoni: Vadersnaam. Griekse voornaam Zeno, van Zentefis: Van Griekse oorsprong.

Zenodotos. Zenodoros 'geschenk van Zeus' of van Zenobios.

Zenthner, Zentner. I. synoniem met Zentgraf. 2. Beroepsnaam Tiendenaar, inner van tienden; zie Zehn(d)er.

Zentelin. Uit Italiaanse Centolina. Wellicht afleiding van plaatsnaam Cintello.

Zentgraf. Duitse beroepsnaam Zentgraaf: centgraaf, centenarius, honderdman.

Zenz, Zens, Zentzis: Vadersnaam. Verkort uit Vinzenzis, van Latijnse heiligennaam Vincentius.

Zéphirin, Zephirin, Séfrin: Vadersnaam. Heiligennaam Zephyrinus, van Grieks zefuros '(god van de) stormwind'? Maar dat was een ongebruikelijke voornaam. Daarom veeleer reïnterpretatie van heiligennaam Severinus. Vergelijk Severijns, Duits Sef(f)rin.

Zepp: Variant van Middelduits Zapp, Nederduits Tappe. Beroepsnaam van de biertapper.

Zeppenfeld. Plaatsnaam. Noordrijn-Westfalen.

Zerck, Zerk, Serck, Serckx, Serk, Zerghe, Zerque: 1. Middenenderlands serc, sarc, zarch: steenblok, grafsteen, zerk. Beroepsnaam van de steenhouwer, Middenenderlands sarchouwer. 2. Plaatsnaam Zercq in Virginal (Waals-Brabant).

Zethoven. Spelling voor dialect uitspraak van plaatsnaam Zuidhoven (Zuid-Holland). Vergelijk Zuithoff, Zuethoff, Zethof, Zijthoff.

Zerouali. Berbernaam uit Marokko en Algerije voor iemand met blauwe ogen.

Zestig: Ook Sestig, Sestigh, Tsestigh. Plaatsnaam Sistig in Kall (Noordrijn-Westfalen). De Leuvense humanist Sexagius heette Van Tsestich en woonde in het huis met Romeinse cijfers (provincie Luxemburg).

Zetten, van: Plaatsnaam Zetten (Gelderland).

Zetzsche. 1. Slavische plaatsnaam Zetscha of Zschetsch. 2. Vadersnaam. Korte vorm van de Slavische voornaam Ceslav 'eer'.

Zevenbergen, van. Plaatsnaam Zevenbergen (Noord-Brabant).

Zevenboom: Plaatsnaam. Vergelijk Duits Siebenbäumen.

Zeuderick, Suederick, Zuederick, Suerickx, Surixs, Zouteriks. 1. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Soederic. 2. Zie ook Zurings.

Zuelevoet. Middelnederlands sole, dialect zeule: (schoen)zool, sandaal. Bijnaam: die sandalen aan de voeten draagt.

Zevenberghen, van, Zevenberghen, van, van Sevenberg)en, van Sevenberghen: Plaatsnaam Zevenbergen (Noord-Brabant, Nederlands-Limburg) of in Ranst (Antwerpen).

Zeveren, van, van Sever, van Severen: Plaatsnaam Zeveren (Oost-Vlaanderen).

Zevenhuizen: Plaatsnaam Zevenhuizen (Zuid-Holland), maar verder erg verspreid. Ook Zevenhuis (Zeeland).

Zeventer: Plaatsnaam Zevender in Schoonhoven (Zuid-Holland).

Zeveren Van, Van Sever, Van Severen. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Zeveren in Oost-Vlaanderen.

Zeijler: Bijnaam voor een zeiler of zeilmaker?

Zhang. Chinese naam.

Zian, Ziani, Ziane, Zianne, Zians, Ziant: Italiaanse plaatsnaam Ziàno di Fiemme.

Zicherman. Duits Zickermann, van plaatsnaam Zicker in Rugen.

Zichet. Vadersnaam. Afleiding van Sichard, Franse vorm voor Zegaard.

Ziegeler, Ziegler. 1. Duits Ziegel: tegel. Beroepsnaam van de tegeldekker of tegelbakker. 2. Spelling voor Siegel(s).

Ziegelshiffer. Duits Segelschiffer: schipper op een zeilschip.

Zieger, Ziger: 1. Middenhoogduits ziger: kaas, kwark. Beroepsnaam. 2. Ook mogelijk afleiding van Duits Ziege: geit. Beroepsnaam van de geitenhoeder. Vergelijk De Geitere. 3. Eentueel spelling voor Siéger.

Ziekenoppaser. Beroepsnaam. Willekeurige Nederlandse familienaam uit 1811?

Zieleghem (van), (van) Sieleghem, Sielegem, (van) Sileghem, Silegem, Silighem, van Seeleghem. Familienaam afgeleid van plaatsnaam Zildegem in Kruishoutem. Oost-Vlaanderen

Zielen, Zielens, Sielen, Sielens. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Seolo, Silo, Silhard; of van Sigilo, afleiding van een sigi-naam.

Zielinska, Zielinski, Zielona, Zielona, Zielonko, Zielony. Poolse afleiding van zielony ‘groen’.

Zielke, Zilliken, Zilgens: Vadersnaam. Afleiding van oude voornaam; zie Zielen(s), Siels. Of afleiding van Slavisch Ziele, van Zielzlaff, Ziloslaw. Of afleiding van Slavisch Sulimir.

Zier, van: Plaatsnaam Zier bij Aken (Noordrijn-Westfalen).

Zierikzee, Zirkzee: Plaatsnaam Zierikzee (Zeeland).

Ziervogel. Duitse bijnaam; siervogel.

Zietse: Vadersnaam. Germaanse voornaam Zizo, so-verkleinvorm bij een tîd-naam. Vergelijk Duits Zitzmann, Fries Sietse, Sytse,  waarvan Sytsema, Zytze.

Ziff: Variant van de Joodse familienaam Seef, Sieff, van Jiddisch Zev, Hebreeuws Zeev ‘wolf’.

Zigrand. Vadersnaam. Germaanse voornaam sigi-hrabn 'zege-raaf: Sigiram, Sigrannus.

Zijde, Zyde. Beroepsnaam van de zijdewever.

Zijderveld. Plaatsnaam, Zuid-Holland.

Zijlstra, Zylstra, Zeijistra, Zeyistra: Friese afleiding van plaatsnaam Zijl; zie van der Zijl.

Zijl, van der, van der Zyl, Vvn der Zielen, van der Ziell, van der Ziel, Ziel, de, Zielman, Zieltjens, Oldenziel, Siehl, van Zijl, van Zeyl, van Zyl, Verzijl.

Naam naar woonplaats bij een (Middelnederlandse) sijl, zijl: waterleiding, waterloop.

Zijlmans, Zijlman, Zylmans, Zyltman. Afleiding van Van der Zijl.

Zijtregtop. Bijnaam: wees rechtop, wees eerlijk. Misschien wel een reïnterpretatie (van een plaatsnaam op -trop, -torp?).

Zikken: Vadersnaam. Verbogen vorm van Sicke, van Sicco, bakervorm van een Germaans sigi-naam. Sifridus cognomento Sicco.

Ziltz, Zilz, Zils, Zilles: Vadersnaam. Korte vorm van heiligennaam Cyriacus, als Duitse familienaam Ziliacks.

Zilberlicht. Duits-Joodse bijnaam Silberlicht; zilverlicht.

Zimmerman, Zimmermann: Duits Beroepsnaam Zimmermann ‘timmerman’.

Zilt, van. Plaatsnaam Zelt, Noord-Brabant.

Zilverberg, Silverberg: Verspreide plaatsnaam.

Zilverschoon. Reïnterpretatie van Zilverschoen. Bijnaam naar de mooie verzilverde schoenen. Vergelijk Duits Güldenschuh.

Zimmerman, Zimermann, Zimmermann, Zimermans, Cimmermans: Duitse beroepsnaam Zimmermann: timmerman.

Zimmer, Zimmerli, Zimerle, Zimer: Duits Zimmer: houten gebouw. Beroepsnaam van de timmerman. Vergelijk Timmers.

Zimmermeyer. Waarschijnlijk reïnterpretatie van Zimmermeister: timmermeester.

Zink, Zinke, Zinken, Zinck, Zincq, Zinque, Sincq, Sinck, Sinke, Sijnke: 1. Middelnederlands sinke, Middelhoogduits zinke ‘trompet, hoorn, schalmei’. Beroepsbijnaam van de muzikant. Vergelijk Duits Zinkenblaser. 2. Plaatsnaam Zinnich in Teuven, Limburg.

Zinn, Zinner. Duitse beroepsnaam; tingieter.

Zinnen, van. 1. Duitse plaatsnaam Zinnen in Neurburg. 2. Van Sennen=van Santen.

Zintz, Zintzen, Zinzen, Sintzen, Zins: Vadersnaam van de voornaam Vinzenz; vergelijk Zenz.

Zippel, Zipfel: Middenhoogduits zipfel, Nederduits zippel: punt, tip, spits uiteinde. Bijnaam, wellicht naar de puntmuts (Zipfelmûtze).

Zirbes, Zirbs, Zirvès: Vadersnaam. Zirbes, Zirwes, Rijnlands voor Servatius.

Zito, Zitolo, Zitelli, Zitello: Italiaans dialect zito: jonge ridder, edelknaap.

Zitteren, van: Waarschijnlijk plaatsnaam Sittard (Nederlands-Limburg, Noordrijn-Westfalen), Zittard (Provincie Antwerpen Noord-Brabant, Nederlands Limburg), Zittert (Noord-Brabant, Nederlands Limburg), Zittert(-Lumen) (Vlaams-Brabant).

Zoelen, van: Plaatsnaam Zoelen (Gelderland).

Zoetaert, Zoetaerdt, Zoetard, Zoetardt, Soetaaert, Soetart, Soetaerd, Soetaerts, Soetaers, Soetarte, Soethaert, Zoeter, Soeter, Soeters, de Soetaert, Sotaers, Soutaer, Zoutaert, Zoutard, (de) Zoete, (de) Soete, Soete, Soet, Zoet, Zoute, Soute : Vadersnaam. Germaanse voornaam swôt-hard‘zoet-sterk’: Sut(h)ardus. Maar aangezien de meeste zoet-namen vrouwennamen zijn, zal Zoetaert veeleer een aard-afleiding zijn van de meisjesnaam Zoete.

Zoetbrood. Waarschijnlijk reïnterpretatie van plaatsnaam Sourbrod; zie Zourbroude.

Zoete (de), (de) Soet, Soete, Zoet, Zoute, Soute. Moedersnaam uit de korte Germaanse voornaam swôtja 'zoet, lieflijk' of korte vorm van Avezoete, Bertezoete, Heilzoete, Immezoete. Toen de voornaam in onbruik raakte, werd de familienaam als een bijnaam opgevat en kreeg het een lidwoord.

Zoetemelk. Zoetemelk is volle melk, in tegenstelling tot karnemelk. Beroepsnaam voor de melkboer, melkman.

Zoetemond. Bijnaam voor een lekkerbek, Waals-Vlaams zoetemond(je). Vergelijk Nederduits Sôtemund.

Zoeten, Zoetens, Soeten, Soetens, Suetens, Sutens, Seutens, Soetes: Moedersnaam, meisjesnaam Zoete, korte vorm naast Avezoete, Heilzoete, Immezoete, Marzoete.

Zoeteweg: Vermoedelijk volks etymologisch uit Zuidweg, vanwege oostelijke oe-uitspraak; vergelijk Zuidweij.

Zoetewei, Zoeterweij, Zoeteweij: Bijnaam. Zoete wei. Wei ‘wei, hui van de melk’. Bijnaam voor de melkboer. Vergelijk Zoetemelk.

Zol, Zoll. Beroepsnaam van de tollenaar, de inner van tol.

Zoldermans. Afleiding van zolder. Bijnaam voor iemand die op zolder woont of beroepsnaam voor de maker van zolderingen.

Zole, Sole: Plaatsnaam Zole: sloot, kuil; bijvoorbeeld in Landrethun (Pas-de-Calais).

Zolemans. Afleiding van Van der Zole.

Zoller, Zoler, Zollaire, Zôllner, Zollman, Zollmman: Duits Zoller: tollenaar, inner van tol. Vergelijk De Tollenaere.

Zollikofer. Plaatsnaam Zollikofen, Bern, Zwitserland.

Zombeck, Zsombik: Middenduits Zombeck = Nederduits Tombeck = Duits Zumbach: ter Beke.

Zomer, (de), (de) Somer, Somers, Sommer, de Soomer, Soomers: Bijnaam naar het jaargetijde, de zomer. Vergelijk De Winter.

Zomerdijk, Sommerdijk, ook Winterdijk. Plaatsnaam.

Zomeren, van, van Zoomeren, van Sommeren, van Someren, van Sumere, van Sumer, van Summeren, van Zummeren. Familienaam uit de plaatsnaam Someren (Noord-Brabant).

Zomerghem, van, van Somergem, van Somerghem: Plaatsnaam Zomergem (Oost-Vlaanderen).

Zomerplaag. Nederlands-Joodse familienaam.

Zomersztajn. Duitse plaatsnaam Sommerstein.

Zomerveld, Sommerfeld, Zomerfeld. Familienaam uit een verspreide plaatsnaam in Duitsland.

Zonderland. Bijnaam voor een arme boer, zonder land. Vergelijk Duits Ohnacker, Ohneboden, Frans Sansterre.

Zonderman. Bijnaam voor een bijzonder man? Vergelijk Duits Sondermann, Sundermann.

Zondervan, Sondervan: Zonder van, dat is zonder achternaam.

Zone, (de). 1. Plaatsnaam Zone in Gozée (Henegouwen). Ook Zone van des Aunes. 2. Zie Zoon(s).

Zon, van, Zonne, Son, Soleil. Plaatsnaam.

Zonhoven, van, van Sonhoven: Plaatsnaam Zonhoven (Limburg).

Zonis. Plaatsnaam Sonnis in Helchteren, Limburg.

Zonnekein: Vadersnaam. Zonnekein, van Zonnequin, Zannequin, van Jeannequin, Janquin, Middelnederlands Jannekin ’Jantje’. Herkomstig uit Frans Vlaanderen en West-Vlaanderen.

Zonnemare, van: Plaatsnaam Zonnemaire (Brouwershaven, Zeeland).

Zonestand, Zonnenstand. Bijnaam naar de huisnaam, wellicht een huis met zonnewijzer.

Zonne, de. 1. Bijnaam naar het uithangbord 'In de Zon'. 2. Spellingvariant van De Zone.

Zonneveld, (van), Sonneveldt, Sonneveld, Sonneveldt, Sonnenfeld, Sonne: Plaatsnaam Zonneveld bij Valkenburg (Zuid-Holland). Vergelijk Duits Sonnenfeld.

Zons, Zuns, Zunz: 1. Plaatsnaam Zons (Keulen). 2. Zie ook Zoons.

Zonruiter: Wellicht Duits Sonnreuter, van de plaatsnaam Sonnenreuth (Beieren).

Zoom, (van), van Som, van Soom.: Plaatsnaam Zoom ‘zoom, rand’. Bergen-op-Zoom (Noord-Brabant). De Zoom is de heuvelrand tussen Harderwijk en Elburg (Gelderland) en een buurt in Nunspeet (Gelderland). Plaatsnaam ten Zo(e)me in Deurne en Borsbeek (Antwerpen).

Zoons, Soons, Zoon, (de) Zone, Zons, Soons, Soens, Soen, de Seune, de Suenne, Seunes, Suen: Verwantschapsnaam voor de zoon; vergelijk Lefils, Fieuws.

Zordan, Zordanello. Variant en afleiding van Italiaanse Giordano. Zie Jordaens.

Zorgdrager, Sorgedrager: Bijnaam voor een zorgvuldige, die zorg draagt.

Zorge, Bijnaam voor wie zorgvuldig, bezorgd is.

Zorge, van; van Sorgen, van Sorge: Plaatsnaam, vergelijk de Hooge Zorge in Gendringen (Gelderland). Wellicht vernederlandst uit Duits Zarge, dat is Middelnederlands targe ‘schild’., van ‘rand, grens’ ook ‘heuvel’.

Zorgman. Bijnaam voor iemand die zorgvuldig of bezorgd is, die voor anderen zorgt. Vergelijk Sorg.

Zorn. Duits Zorn; toorn, woede. Bijnaam.

Zorzetti, Zorzetto, Zorzi, Zorzini, Zorza, Zorzan, Zorzitto, Zorzenoni, Zorzenon: Vadersnaam. Italiaanse variant van Giorgi.

Zotteghem, van, van Sotteghem: Plaatsnaam Zottegem (Oost-Vlaanderen).

Zoude. Zou een Ierse familienaam zijn? Waarschijnlijk veeleer variant van Zoute.

Zourbroude. Plaatsnaam Sourbrod in Robertville, Luik.

Zoutberg. Plaatsnaam. Vergelijk Duits Salzberg.

Zoutendijk: Plaatsnaam Zoutendijk (Noord-Brabant).

Zoutewelle: Plaatsnaam Southwell (Nottinghamshire)?

Zoutman: Beroepsnaam van de zoutzieder of zouthandelaar. Vergelijk Duits Salzmann.

Zouwen, van der: Plaatsnaam. Middelnederlands zuwe, zauw, sauwe ‘sloot, gracht, greppel, goot, afwateringssloot’.

Zuber: Middelhoogduits zûber ‘houten vat’. Duitse beroepsbijnaam voor de kuiper.

Zucker. 1. Middenhoogduits zucker: rover. 2. Beropsnaam van de suikerbakker; vergelijk Zuckermann.

Zuckerman, Zuckermann, Zouckerman, Zukerman: Duitse beroepsnaam van de suikerbakker.

Zuckerberg. Duitse plaatsnaam.

Zuen, van, van Zeune, van Zieune: Plaatsnaam Zuun in St.-Pieters-Leeuw (Vlaams-Brabant).

Zuidema: Friese vadersnaam. Germaanse voornaam Suder, swinth-man ‘sterk, hevig-man’. Zie bij Suur.

Zuiden, van, van Zuijen, van Zuydt, van Zuyt, van Suyt, van Zut: Plaatsnaam Zuid, een zuidelijk gelegen plaats.

Zuidervaart: Plaatsnaam Zuidervaart in Het Bildt (Friesland) en Wieringerwaard (Noord-Holland).

Zuiderveld: Plaatsnaam Zuiderveld in Odoorn (Drenthe), Bemmel (Gelderland), Putten (Gelderland). Zie ook Zuurveld.

Zuiderwijk: Plaatsnaam Zuiderwijk in Veendam (Groningen) en Westerbork (Drenthe).

Zuidgeest: Plaatsnaam Zuidgeest in Woensdrecht (Noord-Brabant).

Zuidhof, Zuidhoff, Zuyderhoff, Zuijderhoff, Zuiderhof: Plaatsnaam in Ambt Delden: 1383 Suuthof, in Tubbergen: 1381-83 Zuethof. Vergelijk Südhof (Hessen, Sleeswijk-Holstein), Zuidhoven (Zuid-Holland).

Zuidhoorn: Plaatsnaam Zuidhorn (Groningen).

Zuidinga. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse swinth-naam; vergelijk Zuidema.

Zuidland, van: Plaatsnaam Zuidland (Zuid-Holland), in Kerkwerve (Zeeland) en in Retranchement (Sluis, Zeeland): 1435 Zuutland.

Zuidweg, Zuidwegt, Zuideweg, Zuijdeweg, Zuijdwegh, Zuijdweg, Zuijdwegt: Verspreide plaatsnaam.

Zuidweij: Volks etymologisch uit Zoetewei.

Zuien, van; van Zuijen: Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit van Zuiden. Naar de zuidelijk gelegen woonplaats.

Zuijdendorp. Familienaam uit de plaatsnaam Zuidendorp, die wellicht op diverse plaatsen voorkomt. Onder andere Zuiddorpe bij Terneuzen.

Zuilekom, van; Zuijlekom, van; van Suijlekom: Plaatsnaam Zuilichem (Gelderland): 1203 Sulenkem.

Zuilen, van, van Zuijlen, Suijlen, Suylen, Zuylen, Zuil, Zuelen, Suijling, Suyling : Plaatsnaam Zuilen (Utrecht).

Zuiver. Bijnaam zuiver, onbedorven, kuis. Vergelijk Duits Sauber.

Zülke, Zülcke, Zulke, Zuhlke: Vadersnaam. Oost-Duitse afleiding van Slavische voornaam Zulimir, Zulislaw. Vergelijk Zielke.

Zulauf. Bijnaam voor een nieuwsgierige, die steeds toegelopen komt.

Zulian, Zuliani. Vadersnaam. Italiaanse variant van Giuliani; Julianus.

Zulte, van. Plaatsnaam Zulte, Oost-Vlaanderen.

Zumbrink. Duitse variant van 'Van dede Brink'.

Zunderen, (van); van Sunderen: Plaatsnaam ‘afgezonderde plaats’. Of variant van van Zundert?

Zundert, van, van Sundert, van Seinderd, van Zunderd: Plaatsnaam Zundert (Noord-Brabant).

Zune. Familienaam in Luxemburg. Wellicht aangepaste spelling van Duits Sonne, (ouder ook) Sunne. Vergelijk Sonnen.

Zurcher Zùrcher: Duits Zür(i)cher, afkomstig van het Zwitserse Zürich.

Zurhaar, Zürhaar: Duitse plaatsnaam Zur Haar. Plaatsnaam Haar (Beieren, Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen). Middennoordduits hâr ‘slijk’ of Middennoordduits hare ‘hoogte, droge plaats in moeras’.

Zur Nedden. Naar de woonplaats in de laagte, beneden.

Zureck, Zurek. Zur Ecke; op de Hoek.

Zurings, Zurinckx, Surings, Suring, Surinx, Surixs, Seurinck, Seurynck, Seurijnck, Suerink, Seurijnxk, Suerinck, Suerickx: 1. Afleiding van bijvoeglijk naamwoord, zuur. Bijnaam voor iemand met een zuur, onvriendelijk karakter. 3. Zie ook Zeuderick. 2.Vadersnaam. Wellicht oorspronkelijk Germaanse voornaam, vergelijk Fries Suringa.

Zurmühle. Duitse plaatsnaam Zur Mühle: ter Meulen.

Zurpele, van, de Zurpele, van Zulpele, van Zulpere, Vanzulpere, van Surpele. Familienaam uit de plaatsnaam Zurpele in Zelem (Limburg).

Zurrer. Waarschijnlijk door assimilatie van Zilrner: toornig, opvliegend mens.

Zurstrassen. Plaatsnaam Zur Strasse: ter Strate. Vergelijk Van der Straeten.

Zutendaal. Zeer jonge naam, bewust gekozen, die zoveel betekent als "het zoete dal".

Zutphen, van: Plaatsnaam Zutphen (Gelderland).

Zutter, de/du, Zuttere, de Sutter, Suter, de Suttersm, de Zeutter, de Seuter, de Zeustre, de Zitter, de Zittere, de Sitter, de Sittere, de Ziter, de Citer, de Sieter, de Zetter, Sitters, Siters, Citter, Citters, Cieters, Cyter: Beroepsnaam. Middelnederlands sutter, van Latijnse sutor ‘naaier, kleermaker, schoenmaker’. De Sitter is een ontronde vorm. Zie ook Lesueur, Leseurre, Schoesetters.

Zutterman, Zuttermans, Sutterman, Siterman, Cyterman: Beroepsnaam van de zutter; zie de Zutter(e).

Zuur, Zuure, Zuuren, Suurs, de Seure, Deseure, de Zeure, Soer, Zoer, Zoerink: Bijnaam voor iemand met een zuur karakter, een zuurmuil. Vergelijk Duits Sauer.

Zuurbier, Schuurbiers, Scuerbiers, Schuerbier: Bijnaam voor de brouwer van zuur hier of voor een waard die zuur bier verkoopt. Duits Sauerbier.

Zuuren, van: Plaatsnaam (Hoog-of Laag-) Soeren (Gelderland).

Zuurhout. Plaatsnaam. Vergelijk Nederduits Surholt, van Suderholt: Zuiderhout. Maar vergelijk ook Sussholz, Soethoudt.

Zuurmond, Suurmond: 1. Bijnaam voor een ‘zuurmuil, zuurkijker’. Vergelijk Duits Sauermund. 2. Eventueel volks etymologisch uit Surmont ‘Op den Berg’.

Zuurveld, Zeurveld: Zuurveld door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Zuderveld.

Zuweveld: Vervormd uit Zuurveld, vanwege afwijkende articulatie van de r.

Zuijddijk, Zuidijk: Plaatsnaam Zuiddijk in Groede, Sluis en IJzendijke-Ambacht (Zeeland): 1450 upden Zuutdyc streckende duer Ysendyc ambocht, ook in Dubbeldam (Zuid-Holland).

Zuijderdorp: Plaatsnaam Zuiddorpe in Axel (Terneuzen, Zeeland), Zuiderdorp in Koekelare (West-Vlaanderen).

Zuijderduijn: Plaatsnaam Zuiderduintjes op Rottumeroog (Groningen).

Zuyderhoff, Zuijderhoff, Zuiderhof. Zeldzame Belgisch-Nederlandse naam uit de plaatsnaam zuyden-hof(f). Locatie nog onbekend.

Zuyderhoudt, Suyderhoud: Plaatsnaam: zuidelijk bos. Plaatsnaam in de Haarlemmerhout. Vergelijk Bezuidenhout (Den Haag), Zuurhout.

Zuydkerke, van. Plaatsnaam op Schouwen (Zeeland) of Zutkerque (Pas-de-Calais).

Zuydlandt, van. Plaatsnaam in Kerkwerve, Zeeland.

Zwaagman. Afleiding van der Zwaag.

Zwaal; van Swaal: Afleiding van de Waal.

Zwaan, Swaan, Swaen: 1. Bijnaam voor iemand met een lange hals, zoals een zwaan. 2. Huisnaam. 3. Moedersnaam Germaans meisjesnaam Swane ‘zwaan’: Svana). 1393 Zwanen Spotters, Kortrijk; Zwane, Zwaenkin komt er in 1350-1400 negenmaal als voornaam voor.

Zwaan, van der, van de (der, den) Zwan, van der Zwaen: Huisnaam, zie Swaene 2.

Zwaard: Beroepsnaam van de wapensmid. Vergelijk Zwertvagher en Nederlandse familienaam Zwaardemaker.

Zwaenepoel, Zwanepoel, Swaenepoel: Plaatsnaam Zwanepoel in Beernem en Vladslo (West-Vlaanderen).

Zwaag, van der, Swaag, Zwaagstra, Zwaga, Swaagstra. Zie volgende.

Zwaga: Friese familienaam Swaga, afleiding van plaatsnaam Zwaag (Noord-Holland) of Boornzwaag, Beetsterzwaag, Snikzwaag, Kollumerzwaag (Friesland).

Zwaef, de, de Swaef, de Swaaf: Volksnaam van de Zwaaf, Duits Schwabe, afkomstig van Zwaben, Duis Schwaben.

Zwager: Verwantschapsnaam zwager ‘schoonzoon, schoonvader, aanverwante’.

Zwagerman: Afleiding van Zwager.

Zwakenberg: Plaatsnaam Zwakenberg bij Wijhe en Olst, Overijssel.

Zwakhals. Middelnederlands swac: buigzaam; vergelijk Waals-Vlaams zwak: lenig. Bijnaam voor iemand die zijn hals veel beweegt, schudt. Vergelijk Nederduits Schûddekopp.

Zwakhoven, Swackhofen: Limburgse familienaam die in 1860 in Opglabbeek voorkomt en uit Nederland komt. Wellicht plaatsnaam Schweighofen bij Landau (Rijnland-Palts). Vergelijk Schwaighofen (BeierenI), Schwaghof (Noordrijn-Westfalen). Of een Groningse plaatsnaam?

Zwalmen, van der, van der Zwalm, van (der) Zwaelmen, van de(der) Swalme, van Zwalmen, van Swalm, van der Swaelm, van der Swaelmen, van der Swalm, van der Swalmen, Verzwalm, Verswalm. Familienaam uit de plaatsnamen Munkzwalm of Nederzwalm (Oost-Vlaanderen), het gebied waar de Zwalm-rivier doorstroomt.

Zwama, Swama. Friese vadersnaam uit de voornaam Zwaan/Swaan.

Zwam, van: Door assimilatie lm/m uit van Zwalm. Plaatsnaam Munkzwalm of Nederzwalm, Overijssel.

Zwan, van der. Plaatsnaam.

Zwanenbeek: Plaatsnaam. Vergelijk Duits Schwanbeck (Mecklenburg-Vorpommern), Schwanebeck (Brandenburg, Saksen-Anhalt), Schwanenbach (Baden-Württemberg).

Zwanenburg: Plaatsnaam Zwanenburg in Haarlemmermeer (Noord-Holland) en Kapelle (Zeeland).

Zwaneveld, Swaneveld, Zwaaneveld. Plaatsnaam.

Zwanepoel, Zwaenepoel, Swaenepoel: Plaatsnaam in Beernem en Vladslo.

Zwanink: Vadersnaam. Germaanse voornaam, afleiding Van Swana ‘zwaan’.

Zwart, de Zwarte, de Zwart, de Swarte, de Swart, Sewarte, de Zwarte, Zwarts, de Swaerte, (de) Swart, de Swaert, de Zwert, de Swerdt, de Swert, (de) Sweert, de Zweert, Swarten, Swerten, (de) Swerts, Sweerts, Zweerts, Zwerts, Zwarts, Zwart, Swaerts, Swarts: Bijnaam naar het zwarte haar of de donkere huidskleur.

Zwartbol. Bijnaam voor iemand met een zwart hoofd, een zwartharige. Vergelijk Wittebolle, Duits Schwarzkopf.

Zwartjes, Swartjes. Afleiding van (de) Zwart.

Zwartepoort, Zwartepoorte: Wellicht de plaatsnaam Zwartepaard in Lienden (Gelderland) en Wymbritseradiel (Friesland).

Zwarts. 1. Zie (de) Zwart. 2. Kan ook variant zijn van Swerts, Sweerts; zie de Weerdt.

Zweber, Zwéber: Waarschijnlijk aanpassing en afleiding van Duits Schwäbe, Schwabe. Vergelijk Bohemer, van Duits Böhme.

Zweed, de, Zuède: Volksnaam van de Zweed.

Zweden, van; van Zweeden, de Sweeden: Herkomstig van Zweden.

Zweedijk: Plaatsnaam, 1630 Cornelis Jobsen Sweedijck, Yerseke.

Zweekhorst: Plaatsnaam Zweekhorst in Zevenaar (Gelderland). Familienaam uit de eigennaam Sweeck (Knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Switger; swinth + ger) =horst.

Zweels. Middelnederlands suwel(e): priem. Bijnaam of beroepsnaam.

Zweep, van der: Plaatsnaam de Zweep in Adegem (Oost-Vlaanderen), Dikkebus, Oostkamp, Torhout (West-Vlaanderen).

Zweeris. Vadersnaam. Voornaam Swerus, korte vorm van de Bijbelse voornaam Ahasvérus. Maar wellicht oorspronkelijk de Germaanse voornaam swinth-hari: Sweder.

Zwegers, Zweegers, Swegers: 1. Middelnederlands zweger ‘schoonmoeder’. 2. Zie Swiggers.

Zweig. Duitse bijnaam; twijg, spruit, loot.

Zweiphenning: Duits Zweipfennig ‘twee penningen’.

Zwemer, (de), de Sweemer, de Zweemer, Zwemmer, de Zueemer, de Zwiemer: Afleiding van Middelnederlands swe(i)men ‘slepen, zweven’. Bijnaam voor iemand die alsmaar rondzwerft, rondhangt, rondloopt. Vergelijk Duits Schweimer.

Zwernen: Vermoedelijk door leesfout voor Zwennen, afleiding van de Wenne, zie (de) Winne.

Zwertvaegher, Zwertvagher, Zweertvaegher, Zweetvaegher, Swertvaegher, Swertvagher, Swerdtfegers, (de) Swartvaegher, Swartvaeger, Swartvagher, Swartvager, Swartvaegher, Swartfagher, Zwartvaegher, Zwartvagher, de Svartvaegher, Zweegers, Zwegers, Sweegers, Swegers. Beroepsnaam van de zwaardveger: de wapensmid. De twee laatste varianten zijn typisch voor de Belgisch-Nederlandse grens en wellicht uit één variant ontstaan (uit Gerrit Swerdevegers die leefde rond 1700).

Zwerver, Zwerwer. Familienaam die duidelijk zegt waarover het gaat. De voorouder was een zwerver.

Zwetsloot, Zwitserlood, Zwet, van der. Plaatsnaam Zwetsloot; grenssloot.

Zweveghem, van, van Sweveghem: Plaatsnaam Zwevegem (West-Vlaanderen).

Zwevesele, van. Plaatsnaam Zwevezele, West-Vlaanderen.

Zwick, Zwikel, Zwickel: Variant van Duitse familienaam Zweck; Middenhoogduits zwëc: pin, paaltje, wig. Beroepsnaam maar ook plaatsnaam (veldnaam: wigvormig stuk land).

Zwiekhorst. Zweekhorst. Familienaam uit de plaatsnaam Zweekhorst in Zevenaar (Gelderland).

Zwienen, van: plaatsnaam, wellicht het Zwin.

Zwiep: Aanpassing van Duits Schwibb, Schwipp, van Nederduits swip ‘leep, handig’.

Zwierink: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Zwier, zie Zwier(s).

Zwier, Zwiers, Swiers, Swier, Zweers, Sweers, Zwerus, Zwerink: Vadersnaam. Germaanse voornaam Sweder, Sweer, Swier, Zwier, namelijk swi(n)th-hari ‘sterk-leger’. Later opgevat als Assuerus/Ahasverus.

Zwieten, van, van Sieten, Zuyten, Zwijten: Plaatsnaam Zwieten (Zuid-Holland).

Zwigtman: Afleiding van Middelnederlands swichten ‘bedaren, wijken’?

Zwinderman: Afleiding van Plaatsnaam Zwinderen in Oosterhesselen (Drenthe).

Zwijgenhoven, van, van Zwygenhoven, van Swijgenhoven, van Swygenhoven, van Swegenoven: Plaatsnaam in Zepperen (Limburg).

Zwol, van; Zwolle: Plaatsnaam Zwolle (Ooverijssel, Gelderland).

Zwijgers, Swijgers uit Swiggers. Vadersnaam. Germaanse voornaam Swidger, achteraf opgevat als bijnaam voor een zwijger. Vergelijk Duits Schweiger.

Zwijndrecht, van: Plaatsnaam Zwijndrecht (Zuid-Holland).

Zwijnenberg, Zwijnenburg: Wellicht hypercorrect voor plaatsnaam Zwanenburg, Zwanenberg in Gendringen (Gelderland).

Zwijnsvoorde, van, Zwynsvoorde, Zwynwoorde, Zuynsvoorde, Swinvort, van Swynsvoorde: Plaatsnaam Zwijnvoorde in Deerlijk.

Zwinger, Zwingers. Duitse familienaam naar de woonplaats aan de Zwinger: ruimte tussen stadsmuur en stadsgracht. Maar veeleer Duits Zwinger, Middenhoogduits twinger: Middenenderlands dwinger, dwingeland, heerser.

Zwisselberger. Plaatsnaam Zwiselsberg, Beieren.

Zwol, van, van Swol. Plaatsnaam Zwolle, Overijssel.

Zwolleman, Zwolsman. Zwollenaar, van Zwolle.

Zwyns, Swyns, Swijns: 1. Bijnaam naar het zwijn, varken; voor een onfatsoenlijk mens, een varken. 2. Zie de Win(ne).

Zijl, van (der); van Zijll, Verzijl: Waternaam. Middelnederlands sijl, zijl ‘waterleiding, waterloop’.

Zylberg, Zijlbergh. Familienaam uit de plaatsnaam Zeilberg in Deurne (Noord-Brabant).

Zylbergeld. Duits Silbergeld; zilvergeld.

Zylberminc, Silberminz, ontrond van Duits Silbermùnz(e): zilvermunt. Vergelijk Zylbergeld.

Zylberszlak. Duits Silberschlag, beroepsnaam van de munter. Zilverslag betekent muntslag.

Zijlmans, Zielman: Afleiding van van (der) Zijl.

Zijlstra: Friese afleiding van van (der) Zijl.

Zype, van (de), van (de) Zijpe, Zijp, (van), van (de(den) Sype, van de(den) Sijpe van der Zypen, van der Zype, van der Zijpe, van der Zijpen, van der Zyppe, van der Zyp, van der Zijp, van der Zijppe, van der Ziepe, van der Zippe, van der Sypen, van der Sype, van der Sijpe, van der Sijpen, van der Syppe, Van der Syp, van der Sijppe, van der Sijp, van der Sijpt, Van (der) Sippe, van der Zeypen, Van der Zeyp, Van der Zeijpen, van der Seypen, van der Seype, van der Seijpen, van der Seijpe, van der Zeyepen, van der Zeypin, van der Zijpt, van der Sypt, van der Sijpt, Verzijp, Verzyp, Versijpt, Versijp, van Verzypen: Verspreide waternaam Zijp(e) ‘afwatering’. De Zijp (Gelderland), Zijp (Noord-Brabant), Zijpe (Zeeland), De Zijpe (Noord-Holland), De Zijpte (Kortrijk, West-Vlaanderen), Zijpt (Lichtaart, Provincie Antwerpen).

Zypman. Afleiding van Van de Zype.

Zysberg. Plaatsnaam Süssberg (Beieren).

Zysblat. Duits-Joodse familienaam Süssblatt.

Zysmilch. Duits Süssmilch: zoete melk. Vergelijk Zoetemelk.

Zijta: De naam ziet er Fries uit, hoewel hij in Friesland niet voorkomt. Vergelijk Fries Site, Syte, Sytinga, Sytema, Sytma.

Zijtveld, van: Plaatsnaam Zijderveld (Zuid-Holland).