Zeelandse achternamen

Patronymica op -se zijn voor Zeeland kenmerkend, b.v. Aarnoudse, Adriaanse, Davidse, Gideonse, Hubregtse, Jobse, Karelse, Leendertse, Matthijsse. Daaronder zijn er verscheidene, die van elders ongebruikelijke mansnamen zijn afgeleid, als Alewijnse, Boudewijnse, Faasse (van Faas, Bonifacius), Lievense, Kruysse, Giljamse, Willeboordse.

Tengevolge van de immigratie der Vlamingen en Brabanders, vooral in de tweede helft der zestiende eeuw, vindt men hier bovendien vele geslachtsnamen, die in vorm en spelling Vlaams aandoen; b.v. D'Hondt of Dhont, Bruynooghe, Snouck, van Waesberghe, van Renterghem, Schuurbecque, Verhaegen.