Douwe Egberts plaatjesalbums

Douwe Egberts is met 15 grote albums en 7 kinderalbums de derde grootste albumuitgever in Nederland. Daarnaast heeft Douwe Egberts 11 kleurboeken uitgegeven. Zoals veel koffie- en theebedrijven heeft Douwe Egberts aan het begin van de eeuw ook series kleine chromo’s zonder album uitgegeven. 

Helaas heeft het bedrijf pas laat “het licht gezien”, anders zou er ongetwijfeld een mooie reeks klassieke albums van Douwe Egberts gelegen hebben. Het eerste grote album Groeien en bloeien door eigen bemoeien, over planten uitgebracht in 1938, is onmiskenbaar nog een echt klassiek album, inclusief de fraaie “Verkadeplaatjes”, al is het met het romanformaat wat onder de maat. 

De 14 volgende reisalbums, waarmee begonnen werd in 1948, zijn “modern” in die zin dat de inplakplaatjes en -platen kleurenfoto’s zijn op dun papier. Maar het zijn wel ingebonden boeken van kwartoformaat met stijve kaft en met een consequente uitvoering, en daarmee steekt Douwe Egberts met kop en schouders uit boven de meeste andere naoorlogse albumuitgevers. 

Douwe Egberts begon echter al veel eerder met plaatjesalbums, in de tweede helft van de twintiger jaren toen de stroom albums na de Eerste Wereldoorlog weer op gang was. Maar eerst werden de kinderen aan het kleuren gezet. Kleurboeken voor de kinderen Het bedrijf startte in 1924 het geschenkenspaarsysteem dat nu nog bestaat. Bij de eerste geschenken werd het voorbeeld gevolgd van de grootste concurrent Van Nelle, die vanaf 1922 veel succes had met de kinderalbums over kabouter Piggelmee. Douwe Egberts richtte zich ook op kinderen, met kleurboeken met verhalen over de twee honden Flip en Flap die samen allerlei avonturen beleven. Voorjaar 1925 worden tegelijk twee genummerde deeltjes uitgebracht, getekend en geschreven door K. Berghegge, reclametekenaar bij Douwe Egberts . De schrijver van Piggelmee haalde zijn inspiratie bij een oud sprookje. Berghegge ontleende het idee voor zijn verhalen waarschijnlijk aan een enkele jaren eerder in Oostenrijk uitgegeven prentenboek van Robert Wagner, “Flip und Flap. Ein lustiges Hunde-bilderbuch”, waarvan hiernaast een pagina is afgebeeld. De dunne gekartonneerde boeken van 16 pagina’s van circa A4 formaat hebben bovenaan elke pagina een grote gekleurde plaat en onderaan dezelfde plaat getekend om in te kleuren. Tussen de twee platen staat steeds een stukje van het verhaal in handgeschreven letters. Deze kleurboeken met uniforme omslag die een goede pers krijgen, worden verstrekt voor 50 spaarpunten van de tabak. Als er kort daarna ook spaarpunten op de koffie en thee komen worden de kleurboeken een groot succes. 

Er komt nog een derde deeltje bij van Berg-hegge, die kort daarna overlijdt. In 1926 volgen nog drie delen, van de hand van een van de eerste Nederlandse striptekenaars, Daan Hoeksema (1879-1935) die in 1917 had meegewerkt aan het grote Honig-album Nijver Nederland. Het eerste plaatjesalbum wordt een fiasco Enkele jaren later besluit Douwe Egberts om van de kleurboeken plaatjesalbums te maken. De twee eerste deeltjes worden samengebracht in één groot kwartoboek en de ruimte voor de gekleurde platen wordt blanco gelaten. De 32 platen kunnen nu los bij elkaar gespaard worden. Dit plak- en kleuralbum met volgletter A, met dezelfde voorkant als de kleurboeken, is uitgevoerd zoals de grote prentenboeken (25 x 35 cm) van Philips Reclamehandel getekend door Jo Spier, geniet met een dunne, geverniste kaft. Het noodlot slaat echter toe: De drukker heeft voor de binnenkant van de voorkaft de afbeelding genomen van een van de latere deeltjes waarin staat “Teekeningen en tekst van DAAN HOEKSEMA”. Het boek wordt haastig teruggetrokken. 

Dan volgt de crisis en een tweede poging blijft uit. Kleurboeken, leesboeken en plaatjesboeken In 1930 worden de kleurboeken opnieuw uitgebracht met een modernere omslag. Maar in de grote recessie worden ze nauwelijks afgenomen. In 1933 lijkt de crisis af te zwakken, en Douwe Egberts komt met een nieuw geschenkenaanbod. Een grote plaats daarin wordt ingenomen door de zogenaamde “kwartjes-boeken”, goedkope leesboeken met slappe kaft van Uitgeverij Helmond voor de jeugd en voor volwassenen, waarvan Douwe Egberts er een groot aantal in het aanbod opneemt. Ook aan de kleintjes wordt gedacht. Er wordt een reeks grote “sprookjeskleurboeken” gemaakt, geschreven door de bekende prentenboekenschrijfster Antoinette van Dijk en geïllustreerd door de befaamde reclametekenaar Matthieu Güthschmidt, die onder andere de series “stripplaatjes” met het verhaaltje op de plaatjes maakte voor Haust. Er worden tegelijk 5 delen uitgebracht: Klein Duimpje, Sneeuwwitje, De gelaarsde kat, Roodkapje en Asschepoester. Ook deze krijgen een goede pers, ondanks dat de prijs gestegen is naar 100 punten, en ze worden uitgegeven tot in de vijftiger jaren. 

De goedkope leesboeken worden gretig afgenomen, maar plaatjesboeken trekken toch het meest. Bij het nieuwe aanbod in 1933 komt Douwe Egberts ook met een eigen fotoboek gewijd aan de Nederlandse luchtvaart, die in die tijd zeer populair is. Dit boek getiteld “De wereld van boven” is geschreven door de beroemde piloot en schrijver Adriaan Viruly. Het boek bevat veel luchtfoto’s en foto’s van het luchtvaartbedrijf, geleverd door onze nationale trots de K.L.M. Na de befaamde kerstvlucht naar Indië in december 1933 komt er een aangevulde 2 e druk, en na de start van de geregelde lijnvluchten naar Indië in 1935 komt er een opnieuw aangevulde 3e druk. Dit boek bereikt de ongekende totaaloplage van 200.000 stuks. Het eerste klassieke plaatjesalbum 

Als in 1938 het dieptepunt van de recessie achter de rug is, zijn de meeste bedrijven gestopt met het uitgeven van plaatjesalbums. Douwe Egberts komt nu echter met zijn eerste “volwassen” plaatjesalbum, Groeien en bloeien door eigen bemoeien; een handleiding over bloemen, planten, groenten en vruchten. Dit album haakt feitelijk aan bij de populariteit van de plantenalbums van Verkade van 1928 – 1932 maar het is veel kleiner, van romanformaat (20 x 26 cm) en het gaat niet over het houden van kamerplanten zoals de albums van Verkade, maar als welkome aanvulling daarop over de tuin. 

Douwe Egberts krijgt uiteraard ook te maken met de ineenstorting van de koffie- , thee- en tabaksfabricage in de oorlog, maar het bedrijf blijft adverteren met het oog op de toekomst. Dat heeft effect. Douwe Egberts komt na de oorlog sterk terug en wordt het grootste bedrijf in deze sector. Het spaarsysteem waarmee direct weer vervolgd wordt en dat tot de dag van vandaag is blijven bestaan draagt daar zeker aan bij. Daar horen ook de zeer bekende plaatjesalbums nieuwe stijl bij die Douwe Egberts vanaf 1948 begint te produceren. We beginnen de bespreking van de Douwe Egberts albums met De Wereld van boven, een boek met vaste fotoplaten, met het excuus dat het een bijzonder mooi “prentenboek” voor volwassenen is, waarop volgens het bedrijf het eerste naoorlogse album Kleurenvlucht een vervolg is.

 

  • Douwe Egberts 00 De wereld van boven De Wereld van Boven. Door A. Viruly, Piloot K.L.M. Uitgave van Douwe Egberts Koffiebranderijen, Theehandel, Tabaksfabriek N.V. Joure (Friesland) – Utrecht, opgericht 1753. (1933) Fotoboek. Omslagontwerp en pentekeningen in de tekst van T. Leeser. 54 pagina’s. 2 e aangevulde druk, 58 pagina’s, 1934 3 e opnieuw aangevulde druk, 58 + 4 pagina’s, 1935 Totale oplage circa 200.000; prijs 200 punten  
    Kenmerken Dit verhalenboek over de Nederlandse luchtvaart, geschreven door de populaire piloot en schrijver Adriaan Viruly, is uitgevoerd als een klein formaat (23,7 x 29,7 cm) klassiek album met stijve kaft en linnen rug zonder titelopdruk. De achterzijde is blanco. Het boek is rijk geïllustreerd met zwart-wit pentekeningen en met foto’s afkomstig van de KLM. De drie drukken zijn uiterlijk gelijk. Na de beroemde kerstpostvlucht Amsterdam – Batavia v.v. in december 1933, is in de tweede druk het hoofdstuk “Onze Pelikaan” toegevoegd (pag. 51 – 54) vóór het laatste hoofdstuk, waarvan de paginanummering is aangepast. Na het van start gaan van de lijnvluchten op Indië is in de derde druk het hoofdstuk “In 50 uur naar Indië !“ toegevoegd, weer vóór het laatste hoofdstuk. Deze vier pagina’s zijn ongenummerd en het zetsel van het laatste hoofdstuk van de tweede druk is niet gewijzigd, zodat ook de derde druk eindigt met pagina 58 maar in werkelijkheid 62 pagina’s heeft.

 

  • Douwe Egberts 01  De Avonturen van Flip en Flap. Deel A. Uitgave van Douwe Egberts Tabaksfabrieken Koffiebranderijen Theehandel.(circa 1928) 32 ongenummerde pagina’s met 32 platen om in te plakken, 1 per pagina. Prijs: 50 bons. Op de binnenkant van de omslag staat Teekeningen en tekst van DAAN HOEKSEMA. Dit is echter de samenvoeging van de eerste twee Flip en Flap kleurboeken gemaakt door K. Berghegge. Zie de inleiding. Kenmerken Gekartonneerd album van groot kwartoformaat (25 x 35 cm), dat tot de twintiger jaren wel vaker gebruikt werd voor prentenboeken en kleurboeken ondanks dat ze hierdoor extra kwetsbaar zijn. De uitgave is vermeld op de binnenkant van het voorplat en de uitgifte van de plaatjes op de binnenkant van het achterplat. Bovenaan elke pagina moet de grote kleurenplaat geplakt worden en onderaan is de plaat getekend met alleen zwarte lijntjes om in te kleuren met de plakplaat als voorbeeld. Tussen de twee platen is op elke pagina een kort verhaaltje gedrukt in sierlijke geschreven letters. Alle platen van 12 x 10 cm zijn rechtsonder gesigneerd K.B. Alleen voor op het album is dat voluit. Inhoud Het prentenboek begint met de eerste ontmoeting van de slimme en slinkse takshond Flip met de goedige buldog Flap. Allebei weggelopen gaan ze samen op pad door de wereld, waarbij ze vele “avonturen” beleven. In de meeste verhaaltjes moet de goedige buldog het zwaar bezuren en Flip trekt doorgaans aan het langste eind.

 

  • Douwe Egberts 02 Groeien en bloeien door eigen bemoeien; een handleiding over bloemen, planten, groenten en vruchten. Door S.S. Lantinga met teekeningen van A.J. Meijer-Smetz en A. Funke. Uitgave van Douwe Egberts Koffiebranderijen, Theehandel, Tabaksfabriek N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (1938) 100 genummerde tekstpagina’s, inclusief titelpagina, inleiding en inhoudsoverzicht voorin, en 4 pagina’s register achterin. Op de tekstpagina’s is ruimte om 100 kleurenplaatjes in te plakken, en er zijn 10 meegenummerde pagina’s voor een paginagrote plaat. Prijs: Het boek met 1 grote en 5 kleine plaatjes ingeplakt 150 punten; twee zakjes plaatjes A en B elk 125 punten. Kenmerken Album van romanformaat (20 x 26 cm), met beplakt voor- en achterplat en linnen rug met rugtitel. De voorzijde heeft een gesigneerde illustratie van A. Meijer-Smetz. De tekstopmaak is net zo onelegant als bij het Verkade-album Kamerplanten: volle pagina’s zonder witregels of paragrafenindeling, met (sub)paragrafen / onderwerpenaanduiding door kapitale letters op de tekstregel. De plaatjes van stevig, dik papier zijn iets groter (55 x 94 mm) dan de Verkade plaatjes van Kamerplanten (52 x 88 mm). De plaatjes zijn waterverfschilderingen. Ze zijn aan de voorzijde genummerd en zijn alle opgenomen in het register. De kleine plaatjes zijn bloemen en planten, de grote platen zijn impressies van binnen en buiten het huis met planten en bloemen. Alle plaatjes zijn gesigneerd, afwisselend A.J.S. en AF. De kleine plaatjes zijn genummerd van 1 tot 100. De grote platen hebben een merkwaardige nummering, namelijk het nummer van het eerstvolgende kleine plaatje gevolgd door de letter G van “groot”. Inhoud De behandelde onderwerpen in tien ongenummerde hoofdstukken zijn breed: praktische wenken voor de tuin – grondbewerking, planten etc. – bloemen voor de tuin, bloembakken, verzorging van kamerplanten, kamerplanten, snijbloemen, groenten, vruchten en twee maandkalenders.

 

  • De reisalbums 1948 – 1965 Na de oorlog komt de productie van albums slechts aarzelend weer op gang. In 1947 verschijnt één klassiek album, van Niemeijer koffie en thee met zwartwit foto’s. In 1948 komt Bussink nog uit met het derde deel van Het Verkeer, dat in 1940 had moeten uitkomen, en Tiktak – een van de weinige andere koffie- en theebedrijven die de oorlog overleefd hebben – brengt een vervolg op de vooroorlogse natuuralbums uit. In hetzelfde jaar produceert Douwe Egberts zijn eerste grote album; dit blijkt de proloog te zijn op een ononderbroken reeks van 14 reisalbums, die doorloopt tot midden zestiger jaren als er verder geen enkel ander klassiek album meer geproduceerd wordt. Alle albums van deze reeks hebben dezelfde uiterlijke kenmerken. Het zijn grote kwartoalbums (25 x 32 cm), met beplakt voor- en achterplat en linnen rug met titelopdruk. Er is echter ook een aanmerkelijk verschil met de grote klassieke albums van voor de oorlog: De platen en plaatjes zijn niet gedrukt op karton, maar op dun, slap papier. Bovendien zijn alle plaatjes kleurenfoto’s. Dat is in 1948 een novum, waarmee D•E een trend zet. Alle 14 albums zijn vormgegeven door de reclameontwerper van D•E zelf, de heer F. ten Have. Gestimuleerd door de directie deed Ten Have onderzoek naar de mogelijkheden om een vervolg op de markt te brengen op het fotoboek De Wereld van Boven (1933), dat met een oplage van 200.000 een ongekend succes was dat zelfs de Verkade-albums verre overtrof. Dit resulteerde uiteindelijk in het eerste album Kleurenvlucht. Ten Have maakte zelf de omslagontwerpen en de tekeningen in de albums. Voor de illustratie van het voorplat van alle albums met uitzondering van Bali in kleuren, is hetzelfde concept aangehouden, een kleine afbeelding gerelateerd aan het betreffende land of werelddeel in een soort medaillon. Het eerste album is nog geen echt “reisalbum”. Vanaf het tweede album is steeds voorin, op de binnenzijde van de kaft en het schutblad een grote door Ten Have getekende topografische kaart opgenomen. In de albums is verder – aansluitend op de oude albumtraditie – boven de hoofdstukken een pentekening opgenomen. Dit zijn echter niet de gebruikelijke realistische tekeningen, maar meer gestileerde impressies of collages. Karakteristiek voor deze albums en trendsettend in die tijd is ook dat de koptekeningen niet in zwart, maar in een steunkleur gedrukt zijn. De tekst is in alle albums in twee kolommen gezet. Dit werd ook voor de oorlog al wel gedaan bij uitgaven met een meer documentair karakter, ook in albums zoals van Dobbelmann en Droste met fotoplaatjes, maar de meeste uitgevers van de klassieke albums hebben niet aan deze inbreuk op het klassieke boek gewild. In het eerste album komen alleen grote platen voor, op aparte pagina’s. Vanaf het tweede album zijn er diverse formaten plaatjes, en aparte plaatjes-pagina’s komen niet meer voor. De platen en plaatjes staan in een gereserveerde ruimte op de tekstpagina’s en bij elke plaat is een beschrijvende tekst opgenomen. Met het inpassen van de plaatjes in de tekst is helaas ergens in het productieproces slordig omgesprongen. Met name bij de halve paginagrote platen komen nogal eens maatverschillen voor, waardoor deze soms de beschrijvende tekst overlappen. Dit is opmerkelijk gezien de zorgvuldige wijze waarop de productie volgens Ten Have zelf werd opgezet. De albums worden geleverd met de eerste 5 à 10 foto’s ingeplakt, voor ƒ 2,40 of 200 spaarpunten. De overige plaatjes werden geleverd tegen inlevering van een aantal spaarpunten. Een halfponds pak koffie kostte indertijd ƒ 2,- en daar zaten 10 punten op. Om het sparen en het vullen van de albums niet al te uitzichtloos te maken worden de plaatjes aanvankelijk geleverd in een aantal series per album, die afzonderlijk besteld kunnen worden. Bijvoorbeeld voor het album Naar de Tropen waren de 45 in te plakken foto’s verdeeld in 3 series van 15, te verkrijgen voor 75 punten per serie.Vanaf 1956 is het verboden om de boeken op spaarpunten te leveren en kunnen ze alleen nog tegen betaling van ƒ 2,40 verkregen worden. Vanaf het zevende deel is gestopt met de indeling in series, en konden de plaatjes alleen nog verkregen worden in één pakket. Vóór in de albums was een bestelbon geplakt die bestond uit een af te scheuren deel per serie. Daarom is er in de gevulde albums altijd een plakstrookje achtergebleven Alle platen en plaatjes hebben op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer, en bij de niet ingeplakt meegeleverde plaatjes van de eerste zeven albums ook het serienummer. Over de productie van de albums Bij het maken van een nieuw album werd een vast procédé gevolgd. Nadat de keuze van het land was bepaald, werd contact gelegd met de ambassade van dat land om medewerking te verkrijgen. Vervolgens vonden er besprekingen plaats met het hoofd van het verkeersbureau van dat land. Daar beschikt men namelijk over het benodigde kleurendiamateriaal. Na een selectie uit dit materiaal maakte Ten Have een dummy, een album met de dia’s in zwart-wit. Hierdoor ontstond er een basis waardoor de auteur een inzicht kreeg in de aard van de foto’s, terwijl hij tevens het tekstvolume kon bepalen. Aan de hand van de dummy konden de formaten van de kleurenreproducties worden vastgesteld en begon het voorbereidende werk voor de reproductie-inrichting en de drukkerij. Na bestudering van alle gegevens kreeg Ten Have inzicht in de cultuur, zeden en landschap en kon hij overgaan tot het maken van een schets. Ook de illustraties boven de hoofdstukken werden door Ten Have gemaakt en vormden als regel net dat wat de foto’s niet konden weergeven, zoals historische gebeurtenissen, folklore of bepaalde sfeerweergaven welke de auteur in de teksten accentueerde. (Bron: Bedrijfshistorisch Centrum Sara Lee/D.E.) De auteurs Douwe Egberts legt niet alleen hoge standaards aan voor de vormgeving van de albums, maar ook voor de schrijvers. Alle albums worden geschreven door bekende auteurs of journalisten. Het eerste eigen boek in 1933 was geschreven door de KLM-piloot Adriaan Viruly, die al grote faam als schrijver had verworven met populaire boeken over de luchtvaart. Hij krijgt na 15 jaar het verzoek om een nieuwe, modernere versie van dit eerste boek te schrijven. Het wordt geen leesboek over de luchtvaart zoals zijn bekende boeken uit de dertiger jaren. Viruly schrijft 32 korte stukjes die steeds met een foto geïllustreerd worden. Het boek van 1933 leunde zwaar op de vluchten naar Indië. In Kleurenvlucht weidt Viruly weliswaar hier en daar uit over ervaringen in het buitenland, maar het album is in wezen beperkt tot Nederland. In het volgende jaar wordt als het ware voortgebouwd op de voorgaande boeken, door een reis naar Indië – “de Tropen” – te maken. Hiervoor wordt als auteur de koloniale journalist W.G.N. de Keizer aangeworven. Het volgende album, dat met enige vertraging tot stand komt, is geschreven door Piet Bakker, pseudoniem van Pieter Oege (1897 – 1960). Bakker was een journalist, redacteur en schrijver, die nu nog grote bekendheid geniet als de schrijver van de Ciske de Rat trilogie. Als journalist maakte hij veel reisverslagen en buitenlandse reportages. Deze combinatie van reisjournalist en schrijver maakt hem de ideale persoon voor deze reisalbums, waarvan hij er negen schrijft, van Bali in kleuren (1951) tot Oostenrijk (1960) dat na zijn dood verschijnt. Een goede vervanger voor Bakker is niet eenvoudig te vinden. Het volgende album België en Luxemburg, dat toch al direct het volgende jaar verschijnt, moet gezien worden als een intermezzo. Dit boek dat is samengesteld door Jan Brusse, een bekende buitenlandse correspondent van diverse bladen en radio, verschilt inhoudelijk sterk van de overige. Brusse, die dan in België gestationeerd is, heeft vijf bekende Vlaamse auteurs elk een hoofdstuk laten schrijven. Er wordt vervolgens een nieuwe auteur gevonden, Jan Derks, die de reeks op de oude voet zal gaan voortzetten. Maar de reeks blijft door tegenslagen achtervolgd worden. Als eerste door Jan Derks geschreven album Spanje twee jaar later verschijnt, is de auteur reeds door een auto-ongeluk om het leven gekomen. Douwe Egberts komt twee jaar later nog eenmaal terug met het album Griekenland, geschreven door de Griekenland-kenner Henrik Scholte, voormalig secretaris van de KLM en bureaucollega van Viruly, die drie luchtvaartalbums heeft geschreven voor Van Dijk en Crescent en diverse boeken over Griekenland. Dan stoppen de albumuitgaven van Douwe Egberts definitief. Drie reeksen De gehele serie naoorlogse albums wordt door Douwe Egberts zelf bestempeld als “reisalbums”. De echte reisalbums beginnen echter pas na het eerste deel, Kleurenvlucht. Hierin kunnen drie reeksen worden onderscheiden: - De eerste reeks van drie delen heeft betrekking op de koloniën, “de Oost” en “de West”. - De tweede reeks van twee delen heeft betrekking op de nieuwe emigratiebestemmingen van de vijftiger jaren, Australië en Canada. - De derde reeks behandelt acht Europese landen, de in opkomst komende vakantiebestemmingen van die jaren. De Indië-albums zijn direct herkenbaar aan de bruine ruggen. De volgende albums zijn bekende verschijningen voor alle verzamelaars vanwege de kleurige ruggen. Voor de eerste vier albums wordt nog niet gebruik gemaakt van fotomateriaal van verkeersbureaus, maar worden de foto’s voor een groot deel geleverd door Wim Berssenbrugge (1918-2007). Berssenbrugge is bekend geworden als deskundige op het gebied van stereofotografie en als reisfotograaf. Stereofotografie is een techniek waarmee het mogelijk is foto’s een driedimensionaal effect te geven. Als fotograaf bij de KLM verzorgde hij direct na de oorlog vele stereoprojecties. In de hongerwinter werkte hij ook als fotograaf en verslaggever voor een spionagegroep. Hij maakte unieke beelden van opstijgende V2 raketten in Den Haag, die van grote waarde waren voor de inlichtingendienst in Londen.

 

  • Oplages De oplages van de eerste albums zijn hoog voor Nederlandse begrippen. Het eerste deel behaalt al een oplage van 139.00. Dit is bijzonder hoog als we bedenken dat dit kort na de oorlog is, een tijd met nog veel tekorten. Het tweede deel komt nog iets hoger uit. Dit benadert de omzet van de zeer populaire Artisalbums van Verkade kort voor de oorlog. Maar bij het derde album – Bali in kleuren, het enige album waarin de drukken vermeld zijn – begint de omzet al duidelijk terug te lopen. De twee “emigratiealbums” doen het nog wat slechter; de omzet hiervan blijft in de tachtigduizend hangen. Als begonnen wordt aan de populaire Europese vakantiebestemmingen, volgt met Zwitserland weer een kortstondige opleving; de omzet hiervan komt net boven honderdduizend uit. Bij de volgende delen zakt de omzet echter weer snel terug, om met enkele sprongen uiteindelijk uit te komen op nog maar 14.000 bij het achtste en laatste deel. Aanvankelijk verschijnt er nagenoeg elk jaar een nieuw album. Alleen de productie van het derde album, dat Indië had moeten worden maar werd beperkt tot Bali, liep een jaar vertraging op. Na afsluiting van de koloniale reeks volgt er een jaar waarin gezocht wordt naar nieuwe bestemmingen. Daarna wordt de regelmaat van één uitgave per jaar zeven albums lang volgehouden, tot de auteur Piet Bakker in 1960 overlijdt en er het jaar daarop een inhoudelijk afwijkend album wordt ingelast. Twee jaar later verschijnt er dan weer een album met een andere auteur, die ten tijde van het verschijnen echter al overleden is. Twee jaar later verschijnt er nog één album met een ander auteur, en dat is de laatste albumuitgave van Douwe Egberts
    Het totaaloverzicht van de reisalbums is als volgt.
          1948 Kleurenvlucht 139.000 
          Tropenalbums 
          1949 Naar de Tropen 144.000 
          1951 Bali in kleuren 127.000 
          1952 Naar „de West” 90.000 
 
          Emigratielanden 
          1954 Australië 82.000 
          1955 Canada 87.000 
 
          Vakantielanden 
          1956 Zwitserland 104.000 
          1957 Italië 85.000 
          1958 Frankrijk 91.000 
          1959 Groot-Brittanië 61.000 
          1960 Oostenrijk 64.000 
          1961 België en Luxemburg 43.000 
          1963 Spanje 25.000 
          1965 Griekenland 14.000

Terwijl de reeks grote albums voor de oudere jeugd en volwassenen op gang komt worden ook de kleintjes niet vergeten. In 1950 – 1952 laat Douwe Egberts door de reclamestudio Geesink 4 nieuwe Flip en Flap boekjes met plakplaatjes maken. In 1958 en 1959 maakt Geesink tenslotte nog twee sprookjesboeken met plakplaatjes, Roodkapje en Assepoester, die zich beide onderscheiden door een grote zgn. pop-up plaat in het midden, waardoor ze nu nog steeds populair zijn.

 

 

  • Douwe Egberts 03 Kleurenvlucht Vervolg op „De wereld van boven” , geschreven door A. Viruly. Kleurenfoto’s van Wim Berssenbrugge, omslag en illustraties F. ten Have. Uitgave van Douwe Egberts N.V., Joure (Fr.) en Utrecht.(november 1948) 71 pagina’s, inclusief titelpagina en een Ten Geleide voorin. Het album bevat alleen 32 grote (lucht)foto’s in kleur op aparte pagina’s. Prijs: boek met 5 foto’s ingeplakt ƒ 2,40 of 200 punten. Overige platen 3 series van 9 à 75 punten. Oplage: 139.000 “ALS VERVOLG OP ONZE UITGAVE „DE WERELD VAN BOVEN”, die vóór de oorlog een zo verheugend succes mocht behalen, zij wij dankbaar het toen genomen initiatief thans te kunnen voortzetten met dit boekwerk „Kleurenvlucht”. TOEN nog gebonden aan een sobere, doch smaakvolle zwart-wit fotografie, betreden wij met „Kleurenvlucht” opnieuw die wonderlijke wereld der vliegerij, THANS echter met de volle rijkdom van het kleurgevoelige camera-oog. Kenmerken Dit eerste naoorlogse album is net als de volgende 13 een groot klassiek album (25 x 32 cm), met beplakt voor- en achterplat en linnen rug met rugtitel. Het medaillon op de voorzijde bevat een nagetekend fragment van een van de foto’s (Muiderslot). De opzet van dit album is opmerkelijk en doet in dit opzicht sterk aan de voorganger De Wereld van Boven denken. De eigenlijke teksten van Viruly bestaan uit 32 korte stukjes die telkens op de linkerpagina afgedrukt zijn, met boven elk stukje een pentekening. Op de rechterpagina bevindt zich steeds een paginagrote foto met alleen een onderschrift of een foto van een halve pagina met daaronder een kort stuk tekst bij de foto. Hoewel de scherpte en de afdrukkwaliteit hier en daar te wensen overlaat, zijn de foto’s indrukwekkend. Onder elke foto is de techniek vermeld, en op de laatste twee pagina’s van het boek gaat de fotograaf uitgebreid in op de opnames. Dit maakt dit album tot een aardig historisch document voor liefhebbers van fotografie.

 

  • Douwe Egberts 04  Naar de Tropen, geschreven door W.G.N. de Keizer, kleurenfoto’s van Wim Berssenbrugge en Mr A. Hustinx, aangevuld met fotomateriaal van de Stoomvaartmij „Nederland” en Holland Afrikalijn. Omslag, routekaart, illustraties en lay-out F. ten Have. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht, Opgericht 1753. (1949) 74 pagina’s met 53 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken. 1 e druk, november 1949 2 e gewijzigde druk, 1951 Prijs: boek met de eerste 8 foto’s ingeplakt ƒ 2,40 of 450 punten. Overige foto’s in 3 series van 15 à 75 punten. Oplage 144.000 De druk en het jaar van uitgave zijn niet vermeld. De twee drukken zijn zowel uiterlijk als in de tekst van elkaar te onderscheiden. Bij de 2e druk is de linnen rug donkerder van kleur en staat de daarop gedrukte titel hoger. Ook zijn er verschillen in de binding en in de papierkwaliteit. Het wat mindere kwaliteit papier van de tweede druk is doorzichtiger. Er zijn diverse kleine tekstverschillen. Zo is in de tweede druk op het titelblad en in het “Ten geleide” achter de naam ten Have de afkorting “v.r.i.” (Vereniging van Reclameontwerpers en Illustratoren) toegevoegd. Verder wordt in de laatste alinea van het Ten geleide aangekondigd dat alweer een nieuw werk op stapel staat “dat u door de schoonheden van Indonesië zal leiden”; in de tweede druk is “Indonesië” vervangen door “Bali”. Kennelijk was niet op de noodzaak van een tweede druk gerekend en is de hele inhoud opnieuw gezet, waardoor zetverschillen (en foutjes) zijn ontstaan. Het meest opvallende verschil is, dat in de reclametekst voor de albums op de laatste pagina in de eerste druk vermeld wordt: “Eerder verscheen reeds KLEURENVLUCHT waarin de vlieger-schrijver A. Viruly ……”. In de tweede druk is dit vervangen door: “Verschenen is verder het album BALI in kleuren waarin Piet Bakker …….” Verder is de kleur van de tekeningen bij de hoofdstukkoppen verschillend. Ook in de bedrukking van de plaatjes is er verschil. In de eerste druk is op de achterzijde van de plaatjes alleen de naam van het album en het bladzijdenummer aangegeven. In de herdruk is daar de Serie aan toegevoegd (3 series). Tenslotte zijn er aanzienlijke kleurverschillen in de plaatjes. Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in 9 hoofdstukken, de meeste met een pentekening onder de hoofdstuktitel. Naast de paginagrote en halve pagina platen zijn er vanaf dit album ook kleine plaatjes. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Net als bij het vorige album zijn er maatverschillen in de hoogte van de halve pagina platen, waardoor deze soms met de beschrijvende tekst overlappen. Inhoud Dit album beschrijft de reisroute naar Indonesië, dat bij het maken van het album nog Indië heette. In het inleidende hoofdstukje “Aan het begin van onze reis” wordt een overzicht gegeven van de volken die in twee millennia naar “Oost-Indië” reisden. De kolonisatie door de Nederlanders was in die roerige tijd van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd een heikel onderwerp, waar de reactionaire schrijver De Keizer – “tropenkenner bij uitstek en een van de kundigste Nederlandse journalisten” – duidelijk mee geworsteld heeft. Aan het einde van de inleiding schrijft hij al over “de Indonesische samenleving” en over Indonesië; Maar op dezelfde pagina vergist hij (of de corrector ?) zich en is twee keer “Indië” blijven staan. Dat is in de tweede druk gecorrigeerd. Met de nodige omzichtigheid – niettemin blijk gevend van een verstokt kolonialisme, dat ondanks de recente bevrijding van de Duitse bezetters in Nederland in die dagen nog wijdverbreid was – werd aangegeven dat “de Indonesische samenleving”, die op dat moment weinig vriendelijk gestemd was tegenover de vroegere overheersers, veel te danken had aan de Nederlanders, en daarom zeker tot inkeer zou komen: En zij kwam van verre . . . . Zij kwam uit Voor-Indië, gelijk die vroege volken, die de Archipel bevolkten, diep uit Azië kwamen . . . . De Arabieren kwamen uit het Midden-Oosten en brachten de Islam . . . . De Nederlanders kwamen uit West-Europa en zij brachten, in de twintigste eeuw, een staatkundige, maatschappelijke en economische ontwikkeling, zoals Indonesië nog nimmer had gekend. De moeite en de zorgen en de strijd, waarmede die ontwikkeling thans gepaard gaat, zijn door de gevolgen van de wereldoorlog verergerd, daar zij de.harmonische groei verstoorden. Nochtans staat boven alles vast dat zowel in Nederland als in Indonesië bij alle volken het verlangen leeft, om in de toekomst in vrijheid samen te leven en samen te werken. Zij zullen, als alle strijd en alle twisten tot rust gekomen zijn, voor die samenwerking mede een grondslag vinden in alles, wat in Indië gebracht is. Gebracht door al die reizigers en al die volken, die lang voor onze tijd die verre reis gemaakt hebben, die reis „Naar de Tropen”, waarvan in dit boek een aantal impressies wordt gegeven. De reis per schip en over land, waarvan voorin het boek een routekaart is opgenomen, voert hoofdstukgewijs langs Kaap de Goede Hoop – “de oude zeeweg” – over de Alpen – over land en door de lucht – langs de Rivièra per moderne lijnboot naar de havenstad Genua, weer door de lucht naar Rome, met uitstapjes naar Pompeï, Napels en Capri, langs Egypte naar het Suezkanaal, weer afgewisseld met de luchtroute die langs het Land van Euphraat en Tigris (nu Irak) en over Jodhpoer (Jodhpur) in het noorden van India voert, wat de introductie vormt voor een heel hoofdstuk over India en Maleisië, om tenslotte uit te komen in Indonesië. Dit korte laatste hoofdstuk vormde de introductie op het volgende album dat geheel gewijd zou zijn aan Indonesië, maar uiteindelijk beperkt werd tot Bali. Een prachtige kleurenfoto van een Balinese danseres besluit het boek. “Men kon, tot 1942, als Nederlander alleen door Java lopen en door ieder ander eiland. …. En als het avond was en in de kampong vertelde een dalang bij het wajangspel zijn kleurige verhalen, dan werd de vreemde gast gaarne een plaats ingeruimd en men bracht hem thee en zoetigheden. Zo was het. Er was geen haat. Er groeide zelfbewustzijn, doch geen vijandschap en geen vervreemding. De Nederlander was in Indonesië, omdat hij er woonde en thuis hoorde. Hem hebben, tot 1942, nimmer vijandige gevoelens omgeven.”

 

  • Douwe Egberts 05 Bali in kleuren Bali in kleuren geschreven door Piet Bakker, kleurenfoto’s van Wim Berssenbrugge, omslag, kaart van Bali, illustraties en lay-out F. ten Have V.R.I., illustratief materiaal voor het omslag van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (1951) 72 pagina’s met 65 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken. 1 e druk (ongenummerd) november 1951 2 e – 10e genummerde druk 1951 – 1957 Prijs: Boek met de eerste 8 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. 3 series van 19 foto’s à 75 punten. Oplage 127.000 In de eerste druk is de druk niet vermeld. De inhoud is in de volgende drukken slechts minimaal gewijzigd. Het zetsel is echter niet identiek, met de bekende zetfouten tot gevolg. Bij de eerste druk staat op de titelpagina de laatste regel Opgericht 1753 te hoog. Dit is in latere drukken gecorrigeerd. Verder is in de laatste drukken onder het Ten Geleide aan Tabaksfabriek Koffiebranderijen – Theehandel N.V. het predicaat “Koninklijke” toegevoegd. Op pagina 25 is boven de foto de tekst: “…. de Vlaamse schilder Le Mayeur, die reeds 20 jaar op Bali woont” gewijzigd in “die meer dan 20 jaar op Bali heeft gewoond. In 1957 is hij, teruggekeerd in België, daar overleden.” Op pagina 52 is “vijfenveertig jaar” vervangen door “ruim vijftig jaar”. Ook zijn er bij dit album weer aanzienlijke kleurverschillen in de plaatjes, en er zijn plaatjes met en zonder serienummer. De twee plaatjes op pagina 46 komen met “boven” en “onder” verwisseld voor. Kenmerken Dit album is van vorm gelijk aan de andere 13 reisalbums, maar het wijkt in uiterlijk af van de overige doordat het gehele voorplat en achterplat geïllustreerd zijn, met een reproductie van een schilderij van een Balinese schilder. Het album is ingedeeld in acht hoofdstukken met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album het serienummer en het paginanummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. In dit album staat het verhaal over de foto’s niet achterin, maar direct na de inleiding. Het beeldhouwwerk waarvan de volgende foto’s zulk een overtuigende voorstelling bieden, is het product van hoog vakmanschap. De bekwaamsten voor dit werk worden door de desa vrijgehouden. Zij zijn de kunstenaars van de Balische gemeenschap. Doch zo zeer is kunst een organisch onderdeel van het maatschappelijk leven, dat beeldhouwers, schilders en houtsnijders geen afzonderlijke groep vormen gelijk dit in Europa het geval is. Voor “kunst” is zelfs geen woord in de taal van Bali aanwezig. De man die men hier bezig ziet, is waarschijnlijk een eenvoudige boer. Het hoofdstuk “Er woonde eens op Bali”, waarin een beschrijving wordt gegeven van de ontstellende slachting die in 1906 door de Nederlanders met artillerie en machinegeweren is aangericht naar aanleiding van een beweerde diefstal van 2.000 dollars, wordt besloten met een alinea die na de bloedige aanslagen van Moslimterroristen in de afgelopen jaren een cynische lading heeft gekregen: “Snel gaat de geschiedenis. Sinds 1906 zijn ruim vijftig jaren verstreken. En hoe gans anders is de situatie in Indonesië. Hoe het Hinduse Bali zich zal voegen in het geheel van de Mohammedaanse wereld, is een vraag, die thans nog niet kan worden beantwoord.”

 

  • Douwe Egberts 06 Naar „de West” geschreven door Piet Bakker, kleurenfoto’s van Wim Berssenbrugge, Mr. A. Hustinx, K.L.M., Koninklijke Nederl. Stoomboot Mij, A. Fisher, Curaçao, omslag, grote kaart van Caraïbisch gebied, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (november 1952) Vanaf dit album zijn geen drukken meer vermeld. 73 genummerde pagina’s met 63 kleurenfoto’s en 7 landkaartjes van verschillende formaten op dun papier om in te plakken, en een pagina met reclame voor de albums achterin. Prijs: boek met de eerste 10 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. 3 series van 20 foto’s à 75 punten. Oplage 90.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken van dit album zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in zeven hoofdstukken met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer en na de meegeleverde plaatjes het serienummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven, en nu vanwege de verschillende bronnen van de plaatjes ook vermelding van de fotograaf. Ook in dit album komt overlap van een veel te grote foto met het onderschrift voor. Inhoud Dit album beschrijft in de zeven hoofdstukken de zeven onderdelen van “de West-Indische bezittingen van Nederland”, Suriname, Curaçao, Bonaire, Aruba, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius. Vooraan in elk hoofdstuk is een plaatje met een landkaartje van het betreffende gebied opgenomen, ontleend aan de grote Elsevier atlas. De landkaartjes van de zes eilanden hebben een Romeins volgnummer in rood; de volgorde daarvan komt niet overeen met de volgorde in het album. De tekst is gebaseerd op een reis die Bakker in 1948 maakt in “de West”.

 

  • Douwe Egberts 07 Australië, bewerkt door Piet Bakker, materiaal van de informatie-afdeling van de Australische ambassade; omslag, kaart van Australië, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Frielsland) en Utrecht. Opgericht 1753. (nov. 1954) 79 genummerde pagina’s met 57 kleurenfoto’s op dun papier om in te plakken, en een pagina met reclame voor de albums achterin. Prijs: boek met de eerste 9 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. 3 series van 16 foto’s à 75 punten. Oplage 82.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in 13 hoofdstukken met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer en na de mee geleverde plaatjes het serienummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Het lijkt erop dat de opmaker bij dit vijfde album eindelijk wakker geworden is. Overlap van een veel te grote foto met het onderschrift komt niet meer voor. Wel passen sommige foto’s niet goed in de bladspiegel, en op pagina 71 is de ruimte voor de plaat te groot. Het album, dat voor u ligt, behandelt dat enorme eiland en werelddeel tegelijk: Australië. Eens werden de kusten van deze groene wereld door Nederlanders ontdekt …. thans zijn het vele Nederlanders die in Australië een nieuw vaderland vinden. Inhoud Dit boek is gebaseerd op materiaal afkomstig van de Australische ambassade. Het heeft daarom niets van een reisalbum, maar is sterk documentair van karakter. Het lijkt er op dat D•E bij dit album ervoor gekozen heeft om een brede voorlichting te geven over dit nieuwe emigratieland, voor zowel (toekomstige) landverhuizers als achterblijvers. Na een inleiding, waarin uitvoerig wordt geschreven over het leven van twee landverhuizers uit Nederland en hun familie, volgen: Een vluchtige indruk van het land, De ontdekking en het aandeel der Nederlanders daarin, Hoe zijn de Australiërs, De grond en zijn bewerking, Flora en fauna, Sport en tijdverdrijf, De Australiërs op reis, Onderwijs voor iedereen, De staathuishoudkunde, Bestuur, Watervoorziening en Plannen voor de toekomst. Ondanks dat de informatie is bewerkt door een journalist, is de burgerlijk betuttelende toon die zo kenmerkend is voor de vijftiger jaren ook hier te horen, bijvoorbeeld: “Over het algemeen zijn de Australiërs heus een net volkje, dat de wetten eerbiedigt.” (pag. 31) Australië blijft niet achter bij de mechanisering van de landbouw. Een tractor, oorspronkelijk voor de tarwebouw gemaakt, kan met een kleine wijziging ook dienstbaar zijn bij de rijstaanplant. De ruitvormige rijstvelden worden mechanisch aangelegd en ook bij het ploegen, bebouwen en oogsten is de handarbeid niet meer noemenswaard. Een hectare kan van 8 tot 16 ton rijst opleveren.

 

  • Douwe Egberts 08 Canada, geschreven door Piet Bakker, materiaal beschikbaar gesteld door de informatie-afdeling van de Canadese ambassade; omslag, kaart van Canada, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (november 1955) 57 genummerde pagina’s met 48 kleurenfoto’s op dun papier om in te plakken, en een pagina met reclame voor de albums achterin. Prijs: boek met de eerste 6 foto’s ingeplakt ƒ2,40. 3 series van 14 foto’s à 75 punten. Oplage 87.000 kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in vijf hoofdstukken met een pentekening boven de hoofdstuktitel en een aantal paragrafen. Na de meegeleverde hebben de platen en plaatjes op de achterzijde de titel van het album, het serienummer en het paginanummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven en de bron is erbij vermeld. In dit album komen toch weer foto’s voor die overlappen met de tekst. De Atlantische oceaan, een eeuw geleden nog een waterwoestenij, welke men met een benauwd hart overstak, is een plasje geworden, waarvan men de andere oever in luttele uren kan bereiken. In tijdsverhoudingen gesproken, ligt Canada „naast de deur”. De paar honderdduizend Nederlanders, die er een ruimer vaderland vonden, wonen geen etmaal van ons af, dus – wat de tijd betreft – alweer dichterbij dan eertijds een Amsterdammer en een Arnhemmer. Mocht dit album – doch nu naar de geest – deze afstand nóg iets kleiner maken, dan lijkt ons de uitgave daarvan zeker gerechtvaardigd. inhoud Dit album heeft aanzienlijk minder pagina’s dan de voorgaande en de tekstomvang bedraagt slechts circa de helft daarvan. Daarom zijn er in verhouding veel grote platen opgenomen. Kennelijk viel er over Canada niet zo veel te vertellen. De hoofdstukken beschrijven Land en Volk, Arbeidsimport – met de opmerkelijke paragrafen “Wat is slagen” en “Naastenliefde” – Een land in opkomst, Het Noorden roept – “de durvende mens”, “go North, young man”, “De eskimo’s” en “De oudste rechten” (over de indianen) – en “Wij en Canada” (over de wederzijdse banden en emigranten). De schrijver is zich duidelijk bewust geweest van de beperkte omvang: “Wie ons onvolledigheid mocht verwijten, heeft onze doelstelling waarschijnlijk wat overschat. Bij ons zat slechts de behoefte voor iets meer bekendheid te verlenen aan een land, dat voor ons nationaal leven van een steeds toenemende betekenis is.”

 

  • Douwe Egberts 09  Zwitserland, geschreven door Piet Bakker, materiaal van het Nationaal Zwitsers Verkeersbureau en de Firma Conzett & Huber, Zurich; omslag, kaart van Zwitserland, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (november 1956) 58 pagina’s met 53 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken. Prijs boek met 9 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. Overige 44 foto’s in één pakket voor 225 punten. Oplage 104.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in slechts vier hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel, en paragrafen. De platen en plaatjes hebben op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer. Ze komen voor met en zonder Serie 1 erop. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Er zijn zetverschillen tussen de verschillende drukken en een plaat die overlapte met de tekst is gecorrigeerd. De vele verzamelaars van onze albums weten, dat daarin wordt getracht landen en volken nader te brengen tot de lezer, op een manier, die afwijkt van een al te oppervlakkig toeristisch overzicht. Piet Bakker beschrijft niet het Zwitserland van de souvenirs of de bosjes Edelweiss. Maar hij onthult u vooral iets van de achtergronden, die het leven en het landschap van deze merkwaardigste republiek in de wereld beheersen. Een land waar wèl industrie is, maar geen industrieplaatsen…. waar eenheid heerst zonder landstaal…. en waar het geluk begon, toen men zich terugtrok uit de wereldgeschiedenis. inhoud De hoofdstukken en paragrafen zijn getiteld: Het land van Wilhelm Tell – Vluchtheuvel in Europa; Door een eed verbonden; Cultureel centrum – Land van traditie – Eén en toch verschillend; Vier talen, één volk; Vredige schoonheid – Een bastion van ijs – En hoe het verdedigd wordt; De gletsjer; Contrasten (Alpen en weiden) – Een boeiend toeristenland – De keuken, folklore en variatie; Perfect spoorwegnet; Weg met de winter ! De grote tien (plaatsen). Inderdaad breed, maar niet meer dan de gemiddelde toeristengids van tegenwoordig.

 

  • Douwe Egberts 10  Italië, geschreven door Piet Bakker, kleurenfoto’s van het Italiaans Cultureel Instituut en het Italiaans Verkeersbureau, aangevuld met materiaal van J. Alpherts e.a.; omslag, kaart van Italië, illustraties en layout F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. (november 1957) 73 pagina’s met 61 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken, en een pagina reclame voor de albums achterin. Prijs: boek met de eerste 12 foto’s ingeplakt ƒ 2.40. Overige 49 foto’s in één pakket voor 225 punten. Oplage 85.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Met dit album is weer teruggekeerd naar de omvang in aantal pagina’s van de eerste albums. Het album is ingedeeld in acht hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer en soms Serie 1. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Inhoud Na een inleidend hoofdstuk worden uiteraard de beroemde plaatsen aangedaan: Milaan, Assissi, Venetië, Genua, Florence, Siena, Verona, Pisa, Rome, Pompeï en de eilanden Capri en Sardinië. Sicilië, dat tegenwoordig in trek is bij toeristen, maar in de vijftiger jaren nog een slechte roep had, is “vergeten”; alleen de foto op de laatste pagina stamt uit Palermo. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan een typisch klein Italiaans stadje, waarvoor Volterra gekozen is. Zoals voor vele van de oudere albums geldt, staat er een enkel plaatje in dat de toerist van vandaag niet meer zal tegenkomen.

 

  • Douwe Egberts 11 Frankrijk. Geschreven door Piet Bakker, kleurenfoto’s van het Nationaal Frans Verkeersbureau. Omslag, kaart van Frankrijk, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (november 1958) 72 pagina’s met 48 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken, en een pagina reclame voor de albums achterin. Prijs: boek met de eerste 14 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. Overige 34 foto’s in één pakket voor 225 punten. Oplage 91.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in tien hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer (geen serienummer). Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Inhoud Dit album is geschreven in een tijd dat de dubieuze rol van Frankrijk in de oorlog nog vers in het geheugen lag, de gruwelijke Algerijnse oorlog zich voltrok en het ene kabinet over het andere buitelde. De tekst is hier en daar aanmerkelijk kritischer dan in de voorgaande ‘toeristische’ albums van deze reeks, wat dit album veel interessanter maakt. … de schrijver verdiept zich ook in het karakter van het Franse volk, dat negen maal vergissingen begaat en de tiende maal een verbazingwekkende prestatie levert. “En dit is nu ons relaas over Frankrijk, dat ons ondanks alles zo dierbaar is.” Na een inleiding met een beknopte terugblik in de roerige geschiedenis, volgen hoofdstukken over het Loire-gebied, de grote kathedralen, drie wijngebieden, de Vogezen, Normandië en Bretagne, Zwerven door Frankrijk, het “gezegende” zuiden en Corsica. Grote stukken worden overgeslagen, zoals de schrijver zelf erkent, ook het dan nog weinig bekende centrale Dordognegebied dat later de meest populaire vakantiebestemming van Nederlanders zal worden. Daarentegen is er wel ruime aandacht voor een gebied dat toeristen nu doorgaans links laten liggen, de Languedoc, met de indrukwekkende vestingstad Carcassonne.

 

  • Douwe Egberts 12  Groot-Breittanië. Geschreven door Piet Bakker, kleurenfoto’s van de British Travel Association. Omslag, kaart van Groot-Brittannië, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (november 1959) 73 pagina’s met 49 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken, en een pagina reclame voor de albums achterin. Prijs: boek met de eerste 12 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. Een mapje met de overige 37 foto’s voor 225 punten. Oplage 61.000 Vanaf dit album staat de naam van de auteur niet meer onder de tekst op de laatste pagina. Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in zeven hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Inhoud Je zou verwachten dat er over Groot-Brittannië aanzienlijk minder te vertellen is dan over Frankrijk, zeker als je er geen toeristische gids van maakt en interessante gebieden als Wales en Schotland nauwelijks aandacht geeft. Dit boek is dan ook geen rondreis. Buiten een lang hoofdstuk over Londen en een over Eton is het zeer algemeen gehouden. Er is een hoofdstuk over ‘the country’ – het platteland –, over de Royal Navy, een brede verkenning van het land in het hoofdstuk De lappendeken Engeland, en tenslotte ‘To be or not to be’ over politiek en volksaard.

 

  • Douwe Egberts 13 Oostenrijk. Geschreven door Piet Bakker, kleurenfoto’s van het Oostenrijks Toeristenverkeersbureau. Omslag, kaart van Oostenrijk, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (november 1960) 66 pagina’s met 44 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken, en een pagina reclame voor de albums achterin. Prijs boek met 12 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. Een mapje met de overige 32 foto’s 225 punten. Oplage 64.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Dit album is echter iets dunner, met name door het ontbreken van een voorwoord en nawoord. Het album is ingedeeld in zeven hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Inhoud Dit album is verschenen na het overlijden van de auteur. Dit verklaart mogelijk het ontbreken van het gebruikelijke voorwoord en nawoord. Naast een lang algemeen hoofdstuk met veel aandacht voor de geschiedenis en een lang hoofdstuk over Wenen, zijn er hoofdstukken over Salzburg de “Stad van muziek”, de Oostenrijkse keuken, Tirol en “andere gebieden”. In het “Ten geleide” voor in het album meldt D•E dat Piet Bakker, de auteur van een lange reeks D•E albums, kort na het gereedkomen van het manuscript voor dit album is overleden. “Ook in dit album vindt U zijn heldere trant terug, zijn begrip van de samenhang tussen volk, land en historie.” Dan volgt een citaat in de lyrische stijl van Bakker. Oostenrijk ! Eens de ziel van het machtigste rijk op aarde en beschermer van de Christenheid . . . nu een kleine bufferstaat tussen twee levensopvattingen . . . land van muziek en welige barok . . . nog steeds zo mooi, dat het alleen schoonheid kan scheppen !

 

  • Douwe Egberts 14 België en Luxemburg. Samengesteld door Jan Brusse, kleurenfoto’s van het Nationaal Belgisch Verkeersbureau en Nationaal Luxemburgs Verkeersbureau. Omslag, kaart van België en Luxemburg, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (november 1961) 74 pagina’s met 51 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken, en een pagina reclame voor de albums achterin. Prijs boek met ?? foto’s ingeplakt ƒ 2,40. Een mapje met de overige foto’s voor 225 punten. Oplage 43.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in zeven hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer en serienummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Inhoud De samensteller van dit album Jan Brusse is vele jaren correspondent in Parijs geweest voor radio en TV en diverse kranten. Hij overleed in 1996 op zijn 75e verjaardag. De eerste zes hoofdstukken gaan over België en het laatste hoofdstuk over Luxemburg. Alleen het eerste en het laatste hoofdstuk zijn geschreven door Jan Brusse, de andere vijf door bekende Vlamingen, de schrijvers Jan Walravens, Raymond Brulez, Gaston Durnez en de culinair specialist Jan Lambin. Deze literaire inbreng heeft van dit album nog minder een toeristengids gemaakt dan de voorgaande, en veel meer een plezierig leesboek over de rijke cultuur en de eigen geaardheid van onze bijna landgenoten.

 

  • Douwe Egberts 15 Spanje. Geschreven door Jan Derks en L.J. Bubenik, kleurenfoto’s van het Spaans Nationaal Bureau voor Vreemdelingenverkeer e.a.. Omslag, kaart van Spanje, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (1963) 70 pagina’s met 49 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken, en een pagina reclame voor de albums achterin. Prijs boek met 9 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. Een mapje met de overige 40 foto’s 225 punten. Oplage 25.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Het album is ingedeeld in negen hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Inhoud Het lijkt op de vloek van de farao’s: Piet Bakker, die negen van de reisalbums schreef, overleed voor het verschijnen van het laatste. Na een intermezzo door Jan Brusse en vrienden kreeg Jan Derkse de opdracht weer een echte zwerftocht te gaan maken; hij verongelukte voor de voltooiing van dit boek. Zijn mederedacteur Laszlo Bubenik voltooide het. Weer neemt D•E bepaald geen blad voor de mond: Voor ons Noorderlingen is Spanje een moeilijk te begrijpen land. Het herbergt de stralendste voorbeelden van menselijk scheppingsvermogen. Toch leeft de Spanjaard volkomen dogmatisch. Voor de Hollandse toeristen die heden ten dage de Spaanse Costa’s overspoelen, zijn deze woorden misschien onherkenbaar. Ze zijn dan ook geschreven in de dagen van het Franco bewind. Ook dit boek verkent Spanje in den brede. Naast hoofdstukken over Madrid, Barcelona en de Canarische eilanden is er veel aandacht voor de cultuur, kunst en geschiedenis van Spanje. Natuurlijk ontbreekt ook het stierenvechten niet. De auteur besteedt er zelfs een heel hoofdstuk aan, wat culmineert in de verzuchting: “Nee, ik ben van het stierenvechten in één keer bekomen.”

 

  • Douwe Egberts 16  Griekenland. Geschreven door Mr. Henrik Scholte, kleurenfoto’s van het Office National du Tourisme Hellénique Brussel e.a. Omslag, kaart van Griekenland, illustraties en lay-out F. ten Have v.r.i. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure (Friesland) en Utrecht. Opgericht 1753. (1965) 77 pagina’s met 50 kleurenfoto’s van verschillende formaten op dun papier om in te plakken. Prijs boek met 8 foto’s ingeplakt ƒ 2,40. Een mapje met de overige 42 foto’s voor 220 punten. Oplage 14.000 Kenmerken De uiterlijke kenmerken zijn gelijk aan de andere 13 reisalbums. Dit laatste album met het grootste aantal pagina’s bevat geen reclame voor de albums meer. Het album is ingedeeld in zeven hoofdstukken, met een pentekening boven de hoofdstuktitel. De platen en plaatjes hebben weer op de achterzijde de titel van het album en het paginanummer. Bij elke foto is een korte beschrijving gegeven. Inhoud Het laatste toeristenland van Europa dat in deze reeks aan de orde komt wordt beschreven door Henrik Scholte, een staffunctionaris van de KLM die in de vijftiger jaren drie luchtvaartalbums schreef, maar die vooral bekend is van een aantal boeken over Griekenland, de architectuur en de cultuur. Dit laatste album, van weer een andere schrijver, kenmerkt zich toch ook weer door breedheid en diepgang. Naast het obligate hoofdstuk over Athene – dat “het waterhoofd” van Griekenland wordt genoemd – en algemene beschrijvende hoofdstukken over het vaste land en de eilanden, is er veel aandacht voor de Griekse oudheid en de cultuur. Van de schatkamer aan eilanden is het weinig bekende Hydra als voorbeeld genomen voor het laatste hoofdstuk van dit laatste boek van de laatste reeks grote Nederlandse albums.

 

  • Douwe Egberts 17 – 20 De Avonturen van Flip en Flap 1 t/m 4 Verteld door Han Hoekstra. Tekeningen van Studio Joop Geesink, 1950-1952.In november 1950 verschijnt het eerste deel van een compleet vernieuwde heruitgave van de avonturen van de hondjes Flip en Flap, waarvan de eerste uitgave in 1924 verscheen. Deel II en III volgen in juni en november 1951 en deel IV tenslotte een jaar later in november 1952. De boekjes worden zeer populair. Ze worden uitgegeven tot 1966 en bereiken oplages van een kwart miljoen. Alle 4 deeltjes: 32 pagina’s inhoud, met 5 plaatjes ingeplakt meegeleverd en 24 plaatjes om zelf in te plakken, 1 op elke pagina van het verhaal. Kenmerken Gekartonneerde plakboeken van 19,5 x 26,3 cm. De boekjes beginnen met een titelpagina en het verhaal begint direct op pagina 2. In het vierde boekje is echter een fout gemaakt; in dit deel is de nummering op de achterkant van de titelpagina begonnen met 1. Bij de eerste twee boekjes is pagina 31 een “uitsmijter” waarin het volgende boekje aangekondigd wordt. In de volgende twee deeltjes is het laatste blad helemaal blanco. De teksten zijn een stuk uitgebreider dan in de oude boeken. Het zijn geen eenvoudige versjes meer, maar echte verhaaltjes waarbij elke pagina een afgerond geheel is met als extraatje een vierregelig versje erbij, zoals in de twee grote albums van Langejan van Ten Have in de dertiger jaren. De 29 plaatjes per boekje van 80 x 110 mm zijn afwisselend liggend en staand. De eerste 5 plaatjes werden ingeplakt in het boekje meegeleverd. Voor in elk boekje waren afscheurbonnen geplakt waarmee de overige 24 plaatjes besteld konden worden op de spaarpunten van de pakken koffie en thee. In deel 1 zaten 2 bonnen elk voor 12 plaatjes aangeduid met serie 1 en serie 2 voor 40 spaarpunten per serie. In de volgende 3 boekjes zat maar 1 bon voor alle 24 plaatjes ineens voor 80 punten. Omdat de plaatjes in pakjes per post geleverd werden komen er in principe geen ontbrekende plaatjes voor en zijn er geen zwervende plaatjes op de markt. Evenwel staat op de achterkant van de plaatjes voor welk deel ze zijn en het nummer en paginanummer. Verder staat er achterop elk plaatje een omvangrijk tekstfragment uit het verhaaltje waar het plaatje bij hoort. Joop Geesink (1913-1984) begon in 1942 samen met Marten Toonder met de productie van poppenfilms voor Philips en de N.S. In 1946 begon hij de Dollywood filmstudio en in 1955 Starfilm (documentaires, reclame- en instructiefilms). Zijn bekendste creatie is Loekie de Leeuw voor de Ster reclame, die in 1972 van start ging. Geesink heeft de stijl “gemoderniseerd”, wat bepaald geen pluspunt is ten opzichte van de plaatjes van Berghegge en Hoeksema. Han Hoekstra (1906-1988), onderwijzer en schrijver, is vooral bekend van het boek “Rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos” dat 16 drukken kreeg. Hij schreef een groot aantal kinderboekjes en deed wat reclamewerk, onder andere de hervertelling van Piggelmee en de wonderschelp voor een grammofoonplaatje van Van Nelle. Als onderwijzer wist hij hoe te schrijven voor kinderen, in korte zinnen met weinig bijzinnen. Uiteraard zijn de boekjes gedateerd, maar toch nog steeds (voor)leesbaar.

 

  • Douwe Egberts 21  Roodkapje. Verteld door Han Hoekstra met tekeningen van Joop Geesink. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure – Utrecht (1958) 10 pagina’s inclusief de binnenkanten van de omslag met 11 platen van verschillende afmetingen om in te plakken, plus een toegevoegd dubbel middenblad met ingeplakt meegeleverde “pop-up”. Kenmerken van deze twee albums Gekartonneerd kwartoboek van 22 x ca. 30,2 cm. Geen titelblad etc. De tekst begint zonder kop op de binnenkant van het voorplat (pag. 1) en loopt ononderbroken door tot op de binnenkant van het achterplat (pag. 10). Op de voorzijde is alleen de titel van het sprookje vermeld. Op de achterkant staan de verdere gegevens, maar merkwaardigerwijs is de verteller op het tweede boek niet vermeld. Het bijzondere aan deze twee dunne kinderboeken met de bekende sprookjes zijn de middenbladen. Op deze dubbele ongenummerde dikke bladen met blanco buitenkanten is een grote pop-up met een scène uit het sprookje opgenomen. Vanwege deze pop-ups worden deze plakboeken nog steeds verzameld. De platen werden in één pakketje geleverd op spaarpunten. Het nummer van de plaat staat op de achterkant in de linker onderhoek. Er staat geen albumtitel op. DOUW22 Assepoester Assepoester. Met tekeningen van Joop Geesink. Uitgave van Douwe Egberts N.V. Joure – Utrecht (1959) 10 pagina’s inclusief de binnenkanten van de omslag met 12 platen van verschillende afmetingen om in te plakken, plus een toegevoegd dubbel middenblad met ingeplakt meegeleverde “pop-up”.