Verklaring van achternamen N

N.

Na, Na. Vadersnaam. Waalse verkorte vorm van Bernard, Léonard enz.

Naafs, de Nave, Naeff, Naef, Naefgen: Beroepsnaam voor de rademaker, die naven boort. Navis, van naves, afleiding van nave.

Naaktgeboren: Re-interpretatie van Middelnederlands nageboren, Duits nagebor(e)n, Middelhoogduits nâchgeborn ‘naverwant’. Vergelijk Duitse familienaam Nagebor(e)n, Middenhoogduits nâchgeborn.

Naals: Door g-uitstoting van een klank in het midden van een woord uit Nagels?

Naas, Naase, Nasse, Nas: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Donaas. Zie Naessens.

Naastepad: Volks etymologisch uit Nissepad, een pad tussen Goes en Nisse (Zeeland).

Naaije, Naeije, Naijen: Beroepsnaam, van werkwoord naaien.

Nabbe, Nabben, Naeben: 1. Vadersnaam. Germaanse bakernaam Nabo, van de voornaam Nabout. Of vleivorm van Jakob; zie Napen. 2. Plaatsnaam Nabben in Tegelen (Nederlands-Limburg).

Naber, Nabers, Nabuurs: Nederduits naber, van nabu(h)r, Duits Nachbar ‘(na)buur’. Nachbargauer: Contaminatie van Nachbar en Nachbauer ‘buur’?

Nabilsi, Nabulsi. Arabische familienaam uit nabil, nabeel: edel.

Nabout. Vadersnaam. Germaanse voornaam Natboldus.

Nachbauer. Duitse bijnaam, zoals Nachbar, van Middenhoogduits nâchbûre: buur.

Nachet, Nachez. Nachet, afleiding van Oudfrans nache, van Latijn natica: bil? Of veeleer hypercorrect voor Nasset, van Oudfrans nés: neus. Vergelijk Neus.

Nachtegaal, Nachtegale, Nachtegaele, Nachtegael, Nachtegals, Nachtegall, Nachtergael, Nachtergaele, Nachtergaale, Nachtergale, Nachtergal, Nagtegaal, Nagtegaels, Nagtegals, de Nachtergael, Nachtegael, de Nacktergael, de Nogtergael, Nogtergal, Nactergal, Nacthergael, Nactergael, Naectergael, Nestergal, Achtergael, Achtergaele, Achtergaël, Achtergal, (van) Agtergael, Actergal, Acthergalle, Hactergal: Bijnaam naar de vogelnaam, allicht voor een goed zanger. Vergelijk Engels Nightingale.

Nacke, Nacken, Nakken, de Necke, de Neck, Necken: Middelnederlands necke: nek. Bijnaam voor iemand met een dikke nek; of veeleer voor een hardnekkige (harde nek) of halsstarrige (starre hals).

Nadar, Nadard. 1. Vadersnaam. Occidentaalse vorm voor de voornaam Noël, van Natalis. 2. Vadersnaam. Afleiding van Bernard of Gérard; vergelijk Nadard.

Nadel, Nadels, Nadelman: Duits Nadel: naald. Beroepsnaam van de naaldenmaker.

Nadenau, Nadenoen, Naedenoen: Familienaam hoofdzakelijk in Luik. Mogelijk reïnterpretatie (na de noen: na de middag) van Nadinon, afleiding van Nadin.

Nader, Naders. Beroepsnaam. Afleiding van Middenenderlands naden/naeyen: naaien. Vergelijk De Naeyer, Duits Nâther, Nat(h)er.

Nadler. Duitse beroepsnaam. Zie Naeldemaker.

Nadrin. Plaatsnaam, Luxemburg.

Naegelin, Nägel, Nägele, Naegele: Duits Negelin, afleiding van Nagel. Beroepsnaam van de nagelsmid.

Naelde, Naalden: 1. Beroepsnaam van de naaldenmaker. Vergelijk Nadel. 2. Ene Arnoldus had in 1340 in Bakel de toenaam Naelde.

Naeldemaker, de. Beroepsnaam van de naaldenmaker. Frans Aiguillier, Engels Needler, Duits Nadler.

Naels: Wellicht door g-syncope, van Nagels.

Naene, de; Denaene: 1. Middelnederlands naen, nane: dwerg. Vergelijk Frans Lenain. 2. Lees: den (H)aene. Zie (de) Haan.

Naerebout: Vadersnaam. Door verkeerde scheiding of ontleding van een naam uit (bijvoorbeeld Jan) Aerebout, Germaanse voornaam arin-balth ‘arend-moedig’: Arinbald, Arembaldus.

Naerhuysen, Naerhuyzen. Brabantse aanpassing van Neuhausen.

Naert, Nart, Naar. Vadersnaam, verkorte vorm van Bernhard.

Naesen, Naessens, Naessen, Naesens, Nasse, Naessens, Naessen, Nassen, Nassens, Nas, Noessens: Vadersnaam. 1. Naas, Naes is de korte vorm van de voornaam Donaas, van de heiligennaam Donatianus. 2. Naas, van Jonas. 3. In Poperinge werd de voornaam Naes als verkorting geïnterpreteerd zowel van Ignaes als Donaes als Thomas.

Naet, van der, Vernaet, Delnat, Delnatte, Delenatte, Delnaet, Vernaerts, Vernaert, Verneert, Vernert, Verneirt, Vernaeckt, Vernack, Vernackt, van der Nacht, Vernacht. Familienaam uit de plaatsnaam Naet: naad, scheidingslijn. Dit te Meerbeke (Oost-Vlaanderen), Dilbeek, Erps, Overheembeek, Opwijk, Anderlecht (Vlaams-Brabant) en Dentergem (West-Vlaanderen) komt in 1474 zowel de Naedt als de Nachtbuelc voor; in Waregem (West-Vlaanderen): 1572 up de noortzyde vander Naect. Vander Naert/Vernaert naar analogie van de -aert-namen. Met epenthetische stembandocclusief (> k): Vander Naect/Vernaeckt. Door reïnterpretatie Van der Nacht/Vernacht. Delnatte is vertaling. Ook de gemeentenaam Ternat (Vlaams-Brabant) heeft dezelfde betekenis.

Naets, Naetsch, Naedts, De Naet, Nads, Snaet. 1. Het Middelnederlandse naet betekent: naad, borduurwerk, gallon. Beroepsnaam voor een naaier of borduurder. 2. Zie ook Nouts.

Naeyaert, Naeyaerts, Naeijaert, Nayaert, Naya, Naiaert, Naeijaert: Afleiding van het werkwoord naaien. Beroepsnaam van de naaier, kleermaker, zie Naeyer (de).

Naeye, Naeije, Naeyé, Naye, Nay, de Naey, de Naye, de Ney: 1. Van werkwoord naaien. Beroepsnaam.

Nayeaerts, Naeyaert, Naeijaert, Nayart, Naya, Naiaert: Afleiding van naaien. Synoniem met De Naeyer.

Naeyer, de, de Naeijer, (de) Nayer, Nayyer, Danayer, de Nayre, Neier, de Neyer, De Nyer, Neyer, de Neijer, Smeijers, Sneyers,  Snayers (zoon van) de Noier, de Nooyer, de Nuyer, Nuvere, De Nuijer, Nuyers. 1. Beroepsnaam van een naaier, een kleermaker; eventueel van een dekkersknecht die riet voor de daken naaide. 2. Bijnaam van de vrouwenloper. Afleiding van naaien: neuken.

Nâf, Nâff, Nâfe. Alemannische variant van Duits Nefi(e): neef.

Nafteur, Nafteux. Beroepsnaam Naveteur, van Frans navette: schietspoel. Vervaardiger van spoelen.

Nagant. Bijnaam. Frans naguant; onhandig.

Nagel, Nagels, Naeghels, Naeghel, Naegel, De Naeghel, Naghel, Naghele, Nagiel, Nägele, Nägel, Nagle, Negel, Negels: 1. Beroepsbijnaam van de nagelsmid. 2. Volgens Hagstr. en Bahlow is Nagel een obscène toespeling op de penis, vergelijk Recknagel, Strecknagel, Spannagel.

Nagelere, de, Denanglaire, Nâgler, Nagler, Negler, Négler: Beroepsnaam van de nagelaar: nagelsmid, nagelmaker.

Nagelgast: Beroepsnaam van de nagelsmid.

Nagelhout: Beroepsbijnaam van een timmerman.

Nagelkerke: Vermoedelijk volksetymologisch vervormd uit de plaatsnaam Aagtekerke (Zeeland).

Nagelmacker, Naglemackers, Nagelmakers: Beroepsnaam van de nagelsmid.

Nagelman, Nagelmans. Beroepsnaaam van de nagelmaker.

Nagtzaam: Door verkeerde scheiding of ontleding van een naam uit Achtzaam of door wegvallen van een klank of lettergreep aan het begin van een naam uit Onachtzaam? Vergelijk Duits Achtnicht, Unacht.

Nagy. Hongaarse bijnaam, uitspraak notsj; zwart.

Naime, Naim, Neime: Vadersnaam. Korte Germaanse voornaam Naime, Neme. Naime komt voor in het Roelandslied.

Nairat. Variant van Mérat (m/ri)'?

Nairissen. Waalse aanpassing van Nelissen, met l/r- wisseling; vergelijk Nailis.

Naisy, Naizy: Plaatsnaam Naisey (Doubs)? Variant van Nas(s)y?

Naivin. Waarschijnlijk Waalse aanpassing van Neven.

Najhaber. Waarschijnlijk variant van Nienaber.

Nak, Nakken: Middelnederlands nac, nacke ‘nek’. Bijnaam voor iemand met een dikke nek; of veeleer voor een hardnekkige (harde nek) of halsstarrige (starre hals).

Nakaert, Nakaerts, Nakars, Naekaerts, Nackaert, Nackaerts, Nackart, Nackaers, Naker, nakers, Nacar, Naca. Naam uit het Middelnederlandse naken: naderen, raken, bedreigen, neuken. Wellicht bijnaam.

Naline, Nalinne, Nalinnes, Nalines, Nalin, Denalinne: Plaatsnaam Nalinnes (Henegouwen).

Namazi. 1.Naam van Iraanse origine met mogelijk als betekenis: zoon van Namaz. 2. Of uit plaatsnaam Namaz in Turkije.

Namèche, Nameche, Namêche, Namesch: Plaatsnaam, Namen.

Namen, van, (van) Naemen, van, Amen: Stad Namen (Frans Namur) in België. Maar er is ook de Polder van Namen in Hulsterambacht (Zeeuws-Vlaanderen), die in de bronnen –door verkeerde scheiding of ontleding van een naam -geregeld Polre van Amen heet.

Namenwerth. Plaatsnaam Nonnenwerth. Duitsland.

Namot, Namott, Namotte. Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Namo?

Namur, Denamur, de Namur: Plaatsnaam Namur, Nederlands Namen (Namen).

Namurois. Afkomstig van Namen, Frans Namur.

Nandancé, Nandance, Nandancee. Misschien Plaatsnaam Nédonchel (Pas-de-Calais)? Vergelijk familienaam Nedonc(h)el(le) in Pas-de-Calais.

Nandou. Vadersnaam. Germaanse voornaam Nandolf.

Nandrain, Nandrin. Plaatsnaam Nandrin, Luik.

Nanette. Bijnaam. Afleiding van nain; dwerg.

Naniot, Nagnot, Naignot, Nangniot, Naignot, Naniot, Nianot: Bijnaam. Afleiding van Frans nain: dwergVergelijk Lenain.

Nanissens. Vadersnaam. Zoon van Nanno, zie Nanne(n) 1. Vergelijk Nederlandse familienamen Nannis en Nannings

Nankman. Vaders-moedersnaam. Afleiding van Nancke.

Nannan. Bakernaam Nanon. Afleiding van een voornaam. Vergelijk Nanne(n).

Nanne, Nannen, Nannes, Nanning, Nannings, Naninck, Nanynckx, Naenen, Nancke, Nenen, nennen, Nennin, Nenin, Nanneman, Nénain, Nens, Nenningh, Nenquin, Nentjes: 1. Vadersnaam. Bakernaam: Nanno, Nennechin. In Friesland en Groningenis Nanne kindernaam voor Jan. Of van Germaans nanth-voornaam, zoals Ferdinand. 2. Moedersnaam Nanne= Adriana of Anna.

Nanninga: Friese afleiding van Nanne.

Nanoux. Moedersnaam. Waalse vleivorm van de voornaam Anne; vergelijk Nanne(n) 2.

Nanquette, Nanquez. Moeders-, vadersnaam van Anquet/Hanquet met n-anticipatie. Eventueel afleiding van Germaanse voornaam Nanno; zie Nanne 1.

Nansion. Nation, Notion: Variant van Mansion, met wisseling van de nasalen m/n.

Nanson. Vadersnaam van Anson, met n-anticipatie. Vergelijk Nanne(n) 2. en voornaam Nancy, van Anna.

Nantel. Wellicht van Nanetel, afleiding van Nanet; zie Nanette.

Nantier. Vadersnaam. Germaanse voornaam nanth-hari 'moed-leger': Nant(h)arius, Nanterus.

Naomé, Naômé, Nayomé: Plaatsnaam Naomé (Namen).

Nap, de, de Naph, Napp, Nab, Nabben: Een nap is een schotel, schaal, kom. Beroepsbijnaam van de schotelmaker, -draaier. Vergelijk Duits Napf, Napfdreher; of van de krammer.

Napbinder, de. Beroepsnaam van de krammer van vaatwerk, die gebroken aardewerk hecht door de scherven te binden.

Nap, (van der): Plaatsnaam De Nap in het Achterveen in Ede (Gelderland).

Napen. Vadersnaam. Vleivorm van Jakob.

Naples. Wel niet van de plaatsnaam Napels (Italiaans Napoli), maar reïnterpretatie van Nijpels, door Brabantse dialect uitspraak Napels.

Napoléon, Napoleone: Vadersnaam. Italiaanse voornaam.

Napoli, Napolitano, Napolitani, Napoletano, Napoletan: Familienaam van de Napolitaan, uit Napoli/Napels (Italie).

Napper, Nepper, Neppers. Beroepsnaam van de schotelmaker. Duits Napfer. Vergelijk (de) Nap.

Narbond, Narbot. Afleiding van de Germaanse voornaam Narbaldus? Of van de Franse plaats Narbonne?

Narcisse, Narcyz, Narcisi: Vadersnaam. Heiligennaam Narcissus. Mythologische naam, van Grieks narcis.

Nardin, Naarden, Narten, de Nardin: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Bernardin.

Nardo, Nardone, Nardini, Nardi: Vadersnaam. Korte vormen van Italiaanse Bernardo, Leonardo, -one, -i(ni).

Nardon. Korte vorm van Bernardon. Vadersnaam.

Nardus, Nartus. Vadersnaam. Korte vorm van Bernardus.

Naret. Variant met -et-suffix van Middenfrans nareau: snuit.

Nargaud. Misschien Frans dialect (Dauph.) nargou: spotter.

Narmon. François Narmon is de kleinzoon van Joseph Charles Narmon, die op 21 maart 1852 in Bs. te vondeling werd gelegd. Narmon is een willekeurige vondelingennaam. Op 20 april 1850 was in Bs. al de naam Marie Narmont gegeven aan een vondeling; Marie overleed evenwel in het godshuis op 31 mei 1850.

Nase, Nas, Nass, Naze: Bijnaam Duitse of Oudfranse nase: neus. Vergelijk (de) Neus.

Naser, Nasser, afleiding van Duitse plaatsnaam Nassen (Beieren, Hessen, Rijnland-Palts)

Naset, Nazet, Naze, Naze: Afleiding van Oudfrans nes, Frans nez: neus. Bijnaam. Vergelijk (de) Neus.

Nash, Nasch, Nassh: Engelse variant van Ash(e), Asch(e). Plaatsnaam: Es. Fraxinus.

Nason, Nazon: Bijnaam Augmentatief van Oudfrans nés: neus. Vergelijk Naset.

Nassaj, Nasser. Arabische naam die zoiets betekent als helper.

Nassau, van, Nassauw, van, Nassau Nasseua, Nassaux, Nassaut: Plaatsnaam Nassau (Rijnland-Palts)

Nassel. Wellicht van Van Hassel, uitspraak Vanassel.

Nassheuer, Nahsheuer: Duitse familienaam Nassauer, afleiding van plaatsnaam Nassau (Rijnland-Palts).

Nassogne. Plaatsnaam, Luxemburg.

Nassy, Nassi, Nasy, Nazy: Plaatsnaam in Lorcé.

Nast, Naster, Noster: Plaatsnaam Naast (Henegouwen).

Nastalij: Vermoedelijk contaminatie van Nastasi, van heiligennaam Anastasius en Natali, van Latijnse (dies) natalis ‘geboortedag van Christus, Kerstmis’.

Nastasi. Vadersnaam. Korte vorm van de Griekse heiligennaam Anastasius.

Nat, van der, Natte. Plaats- adresnaam.

Natan, Nathan, Natanson: Vadersnaam. Bijbelse voornaam. Soms verkorting van Jonathan of Nathanaël.

Natali, Natalis, Natale, Nathalis, Natalys: Vadersnaam. Voornaam van Latijn (dies) natalis: geboortedag van Christus, Kerstmis. Vergelijk Noël.

Nathon. Deze zeldzame familienaam komt alleen in het Gentse voor. Grafïe voor Nathan of Nothomb?

Natran. Zeldzame familienaam (alleen West-Vlaanderen). Misschien van Natan, met epenthetische r?

Natus, Natis, Nates. Vadersnaam van heiligennaam Donatus.

Nau, Naud, Nauw, Naux: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Arnaud, Renaud..

Naus, Nauws, Nous, Nouws. Vadersnaam van Nauwens of Nauts.

Naubert, Nauber. Vadersnaam. Germaanse voornaam Nodobert, Notbert. Zie Noben, Notebaert.

Naubours. Spelling voor Duitse familienaam Naubur: nieuwe boer, buur.

Naudeau. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Arnaud. Vergelijk Naudet.

Naudet, Naudé, Nautet, Nedee, Nedée, Nédée: Korte vorm van voornaam Arnaudet, Renaudet. Vergelijk Naudin.

Naudin, Noddyn, Noden: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Renaudin, Arnaudin.

Nauta, (van de) Nautena: 1. familienaam uit de voornaam Arnoud/t. 2. idem uit Nauta in de betekenis van schipper (hiervan is ook de Germaanse voornaam Naute afgeleid). De vervorming Nauta tot (Van de) Nautena is typisch voor Friesland, Nouta is een verkeerde spelling.

Nauw, de, van: 1. Vadersnaam. Reïnterpretatie van Denauw, een Vlaamse ontwikkeling van Picardisch Denau = Deneau (Daniel). Zie Daneau. 2. Bijnaam voor een enge, benauwde, bekrompene.

Nauwelaerts, Nauwelaers, Nauwelaars, Nauwelaert, Nieuwelaers, Nauwlaerts, Naulaerts, Naulaers, Naelaerts. 1. Naam uit "nieuwe laat": iemand die pas vrijgemaakt is, een vrijgelaten eigenhorige. 2. Beroepsnaam uit Nieuwelaers, uit nieuwelare: oblieverkoper, obliebakker.

Naus, Nauws, Nouws, Nous. 1. Zie Nouts. 2. Zie Noudens. 3. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Nawin.

Nauwen, Nauwens, Nouwen, Nouwens. 1. Vadersnaam van Noudens (vergelijk Koude/kouwe). 2. Zie Nauwynck.

Nauwynck, Nauwijnck, Nauwyck, Nouwynk, Nouwynck, Nouwinck, Nouwijnck, Nauwens, Nauwen, Naouwens, Nouwen: Vadersnaam. Germaanse voornaam Nawin.

Navarra, Navarro, Navarre, Navar, Navare: Plaatsnaam Navarra (Spanje).

Naveau, Naveaux, Naviaux, Navaux, Navau, Nava, Naval, Denaveaut, Denaveu: 1. Middenfrans naveau, afleiding van Latijn napus, Frans navet: raap. Vergelijk Navet. Beroepsnaam of bijnaam. 2. Eventueel Oudfrans navel: boot, schip. Beroepsnaam.

Naveld. Dialect variant van Nievelt?

Naverne: Plaatsnaam. Oude Vlaamse vorm van Auvergne, oud graafschap in Frankrijk.

Navet, Navez, Navé, Navest, Navette: Frans navet: raap; navette: raapzaad.

Navoij, van den: Plaatsnaam (Navooi, Avooi?). Er is een plaatsnaam le Pont Avoie in Sint-Omaars.

Naway. Luiks-Waals nawê, Frans noyau: kern, pit (van fruit). Bijnaam.

Nawrath, Nawrot, Navrot: Plaatsnaam Naurath (Rijnland-Palts), Naurod (Duitsland), Nauroth (Rijnland-Palts).

Nawijn: Vadersnaam. Germaanse voornaam Nawin.

Nazar, Nazard, Nasa, Nassar: Afeiding van Oudfrans nés, van Latijn nasum: neus. Vergelijk Naset. Bijnaam voor iemand met grote neus of naar de neusklank.

Nesen, Neesen, Nees, Neese, Neezen: Moedersnaam Nese, korte vorm van Agnes.

Néant, Nien: Waarschijnlijk niet van Frans néant, Oudfrans nient: niets, maar spellingvariant van Nihan(t).

Nebl, Nebel. Duits Nebel; mist. Bijnaam.

Nebe, Neeb, Neebe: Middelduitse vorm van Neffe: neef.

Nebbeling: Plaatsnaam bij Delden, Overijssel. 1346-64 een huys dat het Nytboldingh, dat licht in der kerspele to Delden. Een bewoner heette in 1485 Hinrick Nibbeltinck.

Nebenne, van, van Nébenne: Lees: Van Eben(ne). Plaatsnaam Eben(-Emael) (Luik).

Nebenzahl. Waarschijnlijk schrijffout van Duitse familienaam Rübenzahl: rapenstaart.

Nechel, van. Plaatsnaam Nechel in Oetingen, Vlaams-Brabant.

Neck, van, van Nek: 1. Zie Van (den) Hecke. 2. Plaatsnaam.

Neckelbroeck, Neckelbrouck, Neckebroeck, Neckebroek, Neckebrouck, Neckebrock, van Neckebroeck, Neckbroek, Nekkebroeck, Nekkebroek, Neekebroeck. Naam uit de plaatsnaam Nekkersbroeck; moerasland waar volgens de volksverbeelding nikkers, watergeesten verblijven. Vergelijk Neckelput. Er is een Nekkersbroek in Woumen en Wingene, en een Nekkelsbroekstraat in St.-Lievens-Esse (Oost-Vlaanderen).

Neckelput, Nechelput. Familienaam uit de plaatsnaam Nekkersput, put waar volgens de volksverbeelding nikkers, watergeesten verblijven. Er is een Nechelput in Galmaarden en Herne, een Neckersput in Grimbergen en een Nekkerspoel, Neckerspoel te Mechelen.

Neckermann. Afleiding van de riviernaam de Neckar.

Nedderhoff, Neerhof: Verspreide plaatsnaam Ne(d)erhof: de lager gelegen hoeve bij een kasteel.

Nedellec, Nedelec. Vadersnaam. Bretonse voornaam van Latijn Nataliticum. Natalis, Noël

Nedergedaelt, Nedergedaeld, Nedergedael. Reïnterpretatie van Neerdael.

Nederghem, van. Plaatsnaam Nedergem in Eppegem, Brabant.

Nederhand: Wellicht reïnterpretatie van Nederland? Of leesfout voor Nederhaud?

Nederhorst. Plaatsnaam, Noord-Holland.

Nederhoud, Nederhoed, Neerhout: Plaatsnaam Ne(d)erhout ‘laaggelegen bos’.

Nederkassel, van, van Nedercassen: Plaatsnaam Niederkassel (Duitsland).

Nederlandt, Nederlandts, Nederlands, Nederlant, Nederlangh. Verspreide plaatsnaam Nederland: laag gelegen land.

Nederlof: 1637-1720 Leendert Tijsse Boer, Sliedrecht, werd later Nederlof genoemd en is de stamvader van de naamdragers.

Nederman, Nedermann, Neerman: Bijnaam voor iemand die lager, beneden woont. Vergelijk Duits Niedermann.

Nederpel, Neders, de Nidder, de Neer, de Neire, de Neir: Bijnaam. Middelnederlands neder: laag, onaanzienlijk, nederig. Of iemand, van: plaatsnaam Neerpelt (Limburg). die lager woont, vergelijk Nedermann.

Neders, de Nidder, de Neer, Deneer, de Neir, de Neire. Bijnaam uit het Middelnederlandse neder. Dit voor iemand die ofwel lager woont, ofwel onaanzienlijk, nederig is.

Nederstigt. Plaatsnaam Nedersticht bij Utrecht.

Nederveen, (van): Plaatsnaam Nederveen in Sprang (Noord-Brabant). Of Neerven in Loenhout en Wortel (Antwerpen): laag veenland.

Nedinfur. Vergelijk Niedenzu, Hindemit 'hinten mit'. Wellicht plaatsnaam.

Née, Nee: Oudfrans née (vrouwelijk): aardig. Bijnaam.

Neeck, Neeckx, Neekxkens: vadersnaam. Of Neek als korte vorm van heiligennaam Cornélius.

Neef, (de); Neefs, (de) Neve, Neeve, Neefjes, Neven, Nefs, Nefkens, Neefkes, Neeft: Verwantschapsnaam, Middelnederlands neve ‘neef’.

Neel, Neele, Neels, Nelen, Nellen, Nel, Nels, Niel, Niels, Nil, Nils, Nehl, Nehls, Nol, Nols: 1. Vadersnaam. Korte vorm, respectievelijk vleivorm van voornaam Daneel, Daniel. 2. Vadersnaam. Van heiligennaam Cornelius of moedersnaam van heiligennaam Cornelia, vergelijk Nelis, Nelen.

Neer, van, van Neer, van Neder: Plaatsnaam Neer (Nederlands-Limburg).

Neerbeeck, van. Plaatsnaam Nederbeek in Vlezenbeek, Vlaams-Brabant.

Neerboom, van. Reïnterpretatie van Van Neerom.

Neerdael, Neerdal, Neerdaels. Plaatsnaam Neerdal in Heilissem (Waals-Brabant), Proven (West-Vlaanderen). Neerdal in Anzegem.

Neergaard. Noorse plaatsnaam Nergard.

Neerhof: Verspreide plaatsnaam Ne(d)erhof ‘de lager gelegen hoeve bij een kasteel’, bijvoorbeeld Nederhof in Wijk bij Duurstede, Nederhoven in Ouderkerk aan de Amstel, Neerhoeve, van Ne(d)erhof in Berendrecht.

Neerinck, Neerinckx, Nerinck, Nerinckx, Nerincx, Nerinksx, Nerinx, de Nering, Neirings, Neiring, Neirink, Neirinckx, Nerinck, Neirincks, Neirinckx, Neirynck, Nyrijnck, Neyrinck, Neijrinck, Neyrynck, Neiyrinck, Neiryinck, Nerrinck, Ninrick, Narings, Narinx. Familienaam uit een Germaanse nar/ner-naam; voedsel. Producent of leverancier van voedsel?

Neerstraeten, van. 1. Verspreide plaatsnaam Neerstraat: lage straat. Ook dorp in Noord-Brabant. 2. Lees : Van Heerstraeten. Zie (van) Herstraeten.

Neerveldt, van, van Nedervelde, van Nedervelden, Neervelts: Verspreide plaatsnaam Ne(d)erveld: lager veld.

Neervoort. Plaatsnaam Nedere Voorde. De Nedervoort is bijvoorbeeld een brug in Leisele

Neesen, Nesen, Nees, Neese, Neezen. Moedersnaam uit Nese, een verkorte vorm van Agnes.

Neesken, Neeskens, Neskens, Nesges, Neyskens, Nijskens, Nyskens. Moedersnaam uit de voornaam Agnes. Zie ook Agneessens, Nyskens.

Neetens, Neten, Netens: Moedersnaam Nete, korte vorm van Agnete=Agnes, van de verbogen vorm van Agnes, afleiding Agnetis. Zie ook Agnees(s)ens.

Neeteson; vadersnaam, Germaanse naam Nato, Natto, waarvan ook geslachtsnamen Nettinga, Nettema, Nettes, Netten en Nettekoven als plaatsnaam van Nettinkhoven bij Bon in Duitsland, te Antwerpen als Nettesonne.

Neeus, Nieus, Neuwels, Neuwis, Nibbes, Nibbès, Nibes, Nibus, Niebes, Neubis, Neubus, Nobis, Nobus, Novis. Brecht citeert 1497-1517 Kerstan Nobis = Noebis = Nobs = Nowes, Jena. Nobis zou een naam zijn voor de duivel. Maar de bovenstaande varianten lopen zo parallel met die van Meus, dat ze wel varianten van Meeus zijn, met de bekende wisseling van de nasalen m/n. Zie dus ook bij Meus.

Neezezoone. Moedersnaam. Zoon van Neze; Agnes.

Nefkens, Neufkens, Neffke, Neffgen, Noffke: Neefken, Afleiding van Neef. Zie De Neve.

Néfontaine. Plaatsnaam Neufontaine (Ain) of Neuffontaines (Nièvre).

Nefroot. Vadersnaam. Aanpassing van Neufroid, Romaanse vorm van Germaanse voornaam niw-frith 'nieuw-vrede': Neufred.

Neggers, Neegers, Negers. Beroepsnaam. Middelnederlands negger, variant van navegeer: grote timmermansboor.

Negleman, Négleman: Kan theoretisch een Brabantse variant zijn van Nagelman, maar is ongetwijfeld een vervorming van Negenman. Middelnederlands negenmannekin: kleine zilveren munt.

Negri, Negro, Negretti, Negrotto, Nigri, Nigro, Nigretti: Italiaanse bijnaam: zwart, en afleidingen.

Negrin, Negron, Nigrin: Occidentaalse afleidingen van Nègre: zwart. Bijnaam. Vergelijk Zwartjes, Lenoir.

Neidenbach. Duitse plaatsnaam bij Bitburg.

Neidhardt. Vadersnaam. Germaanse voornaam nîd-hard 'nijd-sterk': Nidhart.

Neige, Neiger. Neiger is een Duitse contaminatie van Nager en Neyer: naaier.

Neighbour. Engelse bijnaam; buur. Vergelijk Geboers, Voisin.

Neiherzig, Neierzug: Duits Neuherzig of Neidherzig?

Neirinckx, Neyrinckx en Neirynck zijn Vlaamse geslachtsnamen, waarschijnlijk ontleend aan het woord neier, neyer, naeyer, naaier, dat in Vlaanderen gebruikt wordt voor het hollandse woord kleermaker.

Neisius. Vadersnaam. Latinisering van Nijs, Denijs.

Neiss. Duitse variant van Neuss. Bijnaam voor een wantrouwig mens.

Nekelson. Vadersnaam. Zoon van Nikolaas. Vergelijk Nicholson.

Nekker, de, Nekkers, Neggers, Denecker, Deneker, de Neckere, de Necker, Neckers: Bijnaam. Middelnederlands necker ‘nikker, watergeest, kabouter, duivel’.

Neleman, Nelemans, Neelemans, Neelen: Vadersnaam/moedersnaam. Afleiding van Neel.

Nele, Nelen, Neele, Neelens, Neelen, Nellen, Nelles, Nellens, Nielen, Nielens, Nieles, Niellens, Niles, Nilens, Nilles, Niles, Nille. 1. Vadersnaam, knuffelvorm van de voornaam Daniel/Daneel. 2. Vadersnaam, knuffelvorm van de heiligennaam Cornelius of moedersnaam van heiligennaam Cornelia. 3. Idem van Nicolaes, Nikolaas.

Neleman, Nelemans, Nelleman, Nellemans, Neeleman, Neelemans. Vadersnaam. Afleiding van Neel.

Nelis, Nélissen, Nélis, Nelisse, Nelissen, Nelisse, Nélisse, Neles, Nélèse, Nelesen, Neelissen, Neelisen, Nelisen, Nelissenne, Nelisenne, Nailis, Nelles, Nellesse, Nellsessen, Nelissen, Nellis, Nelsen, Nilis, Nilles, Niles, Nieles, Niellissen, Nielssen, Nielsen, Nilsen: 1. Vadersnaam. Van voornaam Cornelis, van Latijnse heiligennaam Cornelius. 2. Ni(e)lsen kan uit Nielissen/ Nelissen worden verklaard, maar kan ook zoon van Niel zijn; zie Neels.

Nelken, Nelleke: Vaders-, moedersnaam van de voornaam Daneel, Corneel of Cornelia.

Nelkenbaum. Waarschijnlijk Joodse familienaam. Nelke; anjer, kruidnagel.

Nelkers. Variant van Neckers met l epenthesis.

Nell. 1. Duitse bijnaam voor een dikkop, dikhoofd. 2. Vadersnaam van Cornélius.

Nelquet, Nelcquet, Nelequet: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Daneel, Cornélius of Cornelia. Vergelijk Nelken.

Nelson, Nilsson: Iers-Engelse vadersnaam. Zoon van Nell.

Nelynck. Vadersnaam. Afleiding van Daneel of Corneel. Zie Nelen.

Nemegeer, Nemegeers, Nemegheer, Nimmegeer, Nimmegeers, Nimegeers, Immegerts, Immegeers, Niemegeerts, Niemeegeers, Niemeegerst, Niemeegeerst, Nemeghaire, Nemegaire, Neméghaire, Nemégaire. Naam uit het zinwoord: neem de ger, de speer. Bijnaam voor een soldaat, een jager.

Nemerlin. Kan blijkens de17de -eeuwse vorm Nemurlin een afleiding op -lin zijn van plaatsnaam Namur (Namen), vergelijk Hêvurlin, van Hervé.

Nemery, Neimry, Nemry. Vadersnaam, variant van Aimery. Dit is de Romaanse variant van de Germaanse voornaam Amelrijk. Of afleiding van Naimeria, Nameris.

Nemet, Nemeth, Német, Német, Némès, Nemetz, Nemee: Slavisch (Oostduits Niemetz), Pools niemiec: stomme, iemand die geen Slavisch spreekt, Duitser. Nemee is de spelling van de Waalse uitspraak.

Nempont, Nempon. 1. Plaatsnaam Nempont (Pas-de-Calais). 2. Eventueel Nampont (Somme).

Nemsdael. Ongetwijfeld van Van Hemsdael.

Nenen, Nennen. Nennin, Nenning, Nenig, Nennig. Duitse plaatsnaam Nennig.

Neomagnus. Latinisering van Van Nijmegen (Gelderland).

Nerbrugge. Plaatsnaam Neerbrugge; lage brug, bijvoorbeeld in Wervik.

Néré. 1. Zie Noiret. 2. Plaatsnaam Néré (Char.-Mar.).

Nereaux, van. Waarschijnlijk verschrijving van Romaanse uitspraak van Nérom met genasaleerde klinker.

Nerem, van, van Neerom, Nerom, van Neron, van Neroem, van Nérom, van Nerum, Nerume, van Nerun, van Nérum, van Neren, van Erum, van Erom, van Heirbom, Heirhom, van Nereaux. Familienaam uit de plaatsnaam Nerem (Vlaams-Brabant), Nerhem in Borgloon (Limburg), Nerhem in Hoegaerden (Vlaams-Brabant), Nederheem in Meldert (Vlaams-Brabant) of Neerhem bij Hoeselt (Limburg).

Nepveu, de: Hypercorrecte spelling van Frans le Neveu ‘kleinzoon, neef’. Vergelijk (de) Neef.

Neri, Nerini, Nero, Neroni. Italiaanse bijnaam Nero; zwart.

Nering, de: Met secundair, volksetymologisch lidwoord, van Nering, Nerinck. Vadersnaam. Afleiding van nar/ner-naam ‘voedsel’, zoals Nerin, Narbaldus, Neribert, Neriman, Nerolf.

Neris. Plaatsnaam Néris (Allier).

Neroven. Verspreide plaatsnaam Neerhoven in Gruitrode of Neeroeteren (Limburg), Neerove in St.-Blasius-Boekel (Oost-Vlaanderen).Vergelijk Nedderhoff.

Nerrinde. Verhaspeling van Nerrinck.

Nes, van, Nés, van, van, den, Nesse, van Denesse: 1. Plaatsnaam Nes(se) ‘landneus, landtong’. 2. Variant van van Es, door verkeerde scheiding of ontleding van een naam.

Nescher. Middenhoogduits nescher = Duits nascher: snoeper (ook seksueel).

Neser, Nezer, Niser: Duitse moedersnaam. Zoon van Nese: Agnes.

Nesle, van den: Ongetwijfeld door leesfout van van den Neste.

Nessel. 1. Duits Nessel: (brand)netel. Vergelijk Netels. 2. Zie Nestel.

Nest, van: Van Nes met paragogische t? Of variant van van den Nest.

Nestaert. Afleiding van Van den Neste.

Nest, van den, van de(n) Neste, van, de, Nesten, van, den, de, Nester, Neste, Vanneste, van Hest, van Heste, van Est, van Este, Vernest, Vernis, Dernest, Delnest, Delneste. Verspreide plaatsnaam Nest.

Nestel, Nessel, Nestlé, Nestlé: Duits en Middelnederlands nestel: veter, rijgsnoer. Beroepsnaam. Vergelijk Nestler.

Nestelaar: Beroepsnaam van de nestelman, vervaardiger van veters, rijgsnoeren. Vergelijk Duits Nestler, Nessler.

Nestler. Duitse beroepsnaam van de nestelmaker: vervaardiger van veters, rijgsnoeren. Ook Duits Nessler.

Nestor, Nestore, Nestour, Netour, Nétour, Nistor, Nitor: Vadersnaam. Griekse voornaam. Vanwege de wijsheid van de Griekse koning van Pylos, Nestor, de oudste van de Grieks vorsten, wordt de naam ook overdrachtelijk gebruikt voor de oudste van een groep.

Net: Uit van ’t Net? Bijnaam of beroepsbijnaam?

Neter, Netter. Duitse beroepsnaam Net(h)er, Nâther, Nat(h)er, Middenhoogduits nâter: naaier, kleermaker.

Netelbosch, van, Netelenbos. Plaatsnaam Netelbos in Santpoort (Noord-Holland) en Haaren (Noord-Brabant).

Netels. Bijnaam naar de netel, de plant. Vergelijk Nessel.

Nettelmann. Nederduitse afleiding van netel, de plant.

Netten, van. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Netten. Locatie helaas onbekend. Mogelijk uit Etten in de Nederlandse achterhoek. 2. Moedersnaam uit een Nette (Annette, Hannette).

Nettesheim, Nettersheim: Duitse plaatsnaam. Neu: Duitse bijnaam voor een nieuwkomer. Vergelijk Neumann.

Netzer. Duitse plaatsnaam Netz of Netze.

Neu, Neuer,. Duitse bijnaam voor iemand die 'nieuw' is.

Neucker, de, de Neuker, Deneuker, de Nucker. 1. Neuker, Middenenderlands noker: notenboom. Vergelijk Noteboom, Notelaers. 2. Variant van de Hoker: beroepsnaam van de hoeker dat is venter, kleinhandelaar. 3. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Notger (nodi of naud +ger).

Neucker, van, de, den, van de(den) Neuker, van den Eucker, van de Neuken: Plaatsnaam Noker: notenboom. Vgl. Noteboom. Plaatsnaam Nokere (Oost-Vlaanderen) en in War. (West-Vlaanderen).

Neude. Plaatsnaam in Utrecht, 1350 Noide; geul.

Neuenschwander, Neuschwander. Duits Neuschwander, van plaatsnaam Neuer Schwand. Middenhoogduits swant: rode, gerooid land (letterlijk verzwonden bos).

Neuheller, Neunheller, Neuschilling, Neunschilling. Duitse familienaam Grôschel, afleiding van Groschen, kleine munt, van Italiaans grosso.

Neuhard: Duits ook Neunhardt. Plaatsnaam Neuhart: nieuw woud.

Neuback, Nijbacker: Bijnaam voor een nieuwe bakker.

Neubauer, Neugebauer, Niebuhr, Niebur: Duitse pendant van Nieuwboer.

Neuberger, Neuberg: Verspreide Duitse plaatsnaam Neuberg, maar vaak verward met Neuburg.

Neuber, neubert, Nuber, Nubert. Neuber is een variant van Neubauer.

Neufcour, Neufcourt: Plaatsnaam Neufcourt in Beyne-Heusay (Luik).

Neuféglise: Ook neuve Eglise, Deneuféglise. Plaatsnaam Neuve-Egliseis de vertaling van Nieuwkerke (West-Vlaanderen). Ook Neuvéglise (Cantal).

Neufeld. Duitse plaatsnaam; nieuw veld.

Neuforge. Plaatsnaam Neuve-Forge in Theux (Luik): nieuwe smidse. De stichter van een smederij in Harzé (Luik) kreeg de naam De la Neuveforge, die later De Neuforge werd.

Neufort, Nefors. Plaatsnaam; nieuw fort, versterkt kasteel.

Neugarten, Neugarter. Plaatsnaam: nieuwe (boom)gaard. Vergelijk Scandinavisch Nygaard. Neugartheim (Elzas) heette oorspronkelijk Neugart.

Neugebauer, Neubauer. Pendant van Nieuwboer, vergelijk Nieboer.

Neugroschl, Neugroschl, Neugroschel: Duits Neungrôschl: negen stuivers. Vergelijk Duits Neunangster.

Neuhaus, Neuhauser, Neuhausen, Neuhäuser, Neuhauzer, Neuheuser, Neuenhaus, Neuhuys, Nijhuis, Nyenhuis, Nyhuis, Nijenhuis, Neyenhuisen, Neinhaus, Nejhaus, Nienhaus, Niehaus, Nienhuis: Erg verspreide plaatsnaam: nieuw huis. Vergelijk Nieuwenhuis.

Neuhof, Neuhoff, Neunhoeffer: Erg verspreide plaatsnaam: nieuw hof, nieuwe hoeve. Vergelijk Van Nieuwenhove. Ook Neuhofer, Neuhôffer.

Neuilly. Frequente Franse plaatsnaam (onder meer Oise, Seine).

Neujean. Bijnaam + vadersnaam Neuf Jean; nieuwe Jan. Vergelijk Duits Neuhans, Nederduits Niehans.

Neuken, van de. Waarschijnlijk is Van Neuken, is van Van Eukem. Of = Van den Neucker.

Neukerman, Neukermans, Neuckermans, Neuckerman, Nokermans, Nokerman, Nockerman, Nonckreman, Neukelmans, Neuquelman, Neuckelmance, Neukelmance, Nuckelmans, Nuchelmans, Nuggelmans, Nochelmans, Ukelmans, Okerman, Okermans, Ockerman, Ocreman. Naam afgeleid van de plaats waar okers, okkernoten of walnoten groeiden.

Neukom, Nackom: Duitse bijnaam Neukomm: nieuwkomer, nieuw aangekomen inwoner. Nackom is Brabantse uitspraak.

Neulen: Vadersnaam. Gepalataliseerde variant van Nolen, vleivorm van de Germaanse voornaam Arnold, Arnoud.

Neuleteers. Klankverandering van Neuteleers of contaminatie van Notelteers en Neuteleers.

Neumann: Bijnaam voor een nieuwkomer. Vergelijk Numan.

Neuren, van: Uit van Heuren. van van Heurne?

Neulinger. Plaatsnaam Neuling, Beieren, Neulingen, Duitsland.

Neumann, Neuman, Neumans, Neumane, Naumann, Nejman, Neyman, Neymann, Najman. Bijnaam voor een nieuwkomer. Naumann is Middelduits. Vergelijk Numans.

Neumark. Duitse plaatsnaam.

Neumuller, Neumüller: Duitse beroepsnaam: nieuwe molenaar.

Neuprez. Plaatsnaam Neupré in Plainevaux, Rotheux (Luxemburg).

Neureuther, Neurauter: Duitse fmailienaam Neureuter, Neureiter, van plaatsnaam Neureut: nieuwe rode. Vergelijk Neuroth.

Neurinck, Nierinck, Nierincks, Nierinckx, Nierynck, Nierijnck: Waarschijnlijk vadersnaam. Vergelijk Neerinck.

Neuroth. Verspreide Duitse plaatsnaam, ook Neurode, Neurath: nieuwe rode.

Neus, (de). Bijnaam naar de opvallende neus.

Neuss, van: Plaatsnaam Neuss (Noordrijn-Westfalen).

Neusinger, Neusenger: nieuwe brand. Werkwoord sengen: zengen, branden. Vergelijk Neuprandt.

Neuskens. Bijnaam. Afleiding van neus.

Neustetel. Duits Neustetter, van frequente plaatsnaam Neustadt.

Neusy, Neuzy, Nosy, Noussis, Nozy, Nozij: Plaatsnaam, dialect neùst (Borinage): notenboom.

Neut (de), (de) Neudt, de Nudt, (de) Nut, Nutte, De Noodt, De Nood, Denutte, Denuite, Denuyte. Het Middelnederlands note, neute betekent noot. Familienaam als beroepsnaam voor de notenhandelaar. Vergelijk Duits Nusser, Nuss, Nusskern.

Neute. Waarschijnlijk verkorting van Neuteleer.

Neutelings. Middelnederlands notelijc, nodelijc: kommervol, behoeftig? Vergelijk Nederduits Nôtlich.

Neutre. Wellicht Waalse aanpassing van de Neuter.

Neuve Eglise, Deneuféglise: Plaatsnaam Neuve-Eglise, vertaling van Nieuwkerke (West-Vlaanderen).

Neuville, (van), (van) Neufville, Vauneuville. Naam uit de veel voorkomende plaatsnaam (nieuwe vestigingsplaats-nieuwe stad).

Neuvroen. Vlaamse aanpassing van Nevron, waarschijnlijk van Nevelon, verbogen vorm van Germaanse voornaam Nivelo, Nevilo.

Neuwirth. Duitse bijnaam; nieuwe waard.

Neve, (de), de Neeve, (de) Nève, Denaive, Neven, Nevens, Nèves, Neves, Neuvens, de Neeff, de Neef, (de) Neffe, Nef, Neff, de Neft, de Nefves, de Nefve, Nefve, Neefe, Neef, Neefs. 1. Verwantschapsnaam die familienaam werd, uit het Middelnederlandse neve: neef. 2. De in Nederland voorkomen (Hugenoten)naam De Neve/Neve is mogelijk terug te voeren op neige (naar de plaats (in de bergen) waar veel sneeuw lag of lang bleef liggen) of zelfs op het Bretonse nevez (nieuw).

Nevejan, Nevejans, Nevejant, Neveians, Neiveyans, Neuvians, Neef Jan? Aangezien de voorbeelde vrij jong zijn, rijst de vraag of Nevejan niet een herinterpretatie is van Nievejan = Nieuwejan. Vergelijk Duits Newjahn, Nederduits Niehans ‘nieuwe Hans’ tegenover Althans/Oudejans, Frans Neujean.

Nevel,van, Nevele, van, van Hevel, van Hevele. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Nevele (Oost-Vlaanderen). 2. Of een andere plaatsnaam Nevele, in Kortrijk, Oostvleteren, Wervik.

Nevels, Nevems. Waarschijnlijk variant van Nevens.

Nevelstein, Nevelsteen, Nevelstin, Nevelstyn. Duitse plaatsnaam Nivelstein in Herzogenrath.

Nevers. Plaatsnaam (Nièvre) of variant van Nevens?

Neveu, Neveux, Nepveu, Leneveu: Verwantschapsnaam van de kleinzoon of de neef. Vergelijk (de) Neve.

Neville, Nevill. Engelse familienaam van plaatsnaam Néville (Seine-Inf.) of Neuville (Calvados).

Nevraumont. Plaatsnaam in Orgeo, Luxemburg.

New, Newman, Neeman: Engelse bijnaam van de nieuwkomer. Vergelijk Neu, Neumann, Numans.

Newbery. Plaatsnaam Newbury. Berkshire.

Neyberg, Neybergh, Meijbergh, Neijberg, Nieberg, Nyberg, Neiberg. Familienaam afgeleid van een plaatsnaam: nieuwe berg of nieuwe (ver)bergplaats. Waarschijnlijk van Neuberg; vergelijk Neumaier = Neymeyr. Nederduits nie- = Duits neu-.

Neybuch: Variant van Duits Neuburg, verspreide plaatsnaam. Voor de ey: vergelijk Neyberg(h).

Neyghem, van, van Eigem, van Heyghem, Heyghem, Heygem, van Eyghem, van Eygem, van Neyghen, van Neygen, van Nijgen, van Nygen, van Eyghen, Eygen, Van Heyghen, Heygen, van Eijgen, van Eighen, Eigen, van Egghen, van Heijghen, Heijgen, van Heghem Heghen, Hege, Hegen, Van Negen. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Neigem (Oost-Vlaanderen). 2. Of uit de plaatsnaam Eyghene in Pittem, Egem, Tielt, Wingene (Oost- Vlaanderen), Eigen in Neerijse (Vlaams-Brabant), Oud-Turnhout (Antwerpen), Zepperen (Limburg). Met dezelfde betekenis.

Neynens, Neijnens. Variant van Neyens.

Neijdt, Neijts, Neijt: Vadersnaam. Neijdt, Neijt, Neid, ontrond uit Noid, van Noud, korte vorm van Arnoud.

Neijenhof: Variant van Nijenhof, Nieuwenhof, verspreide plaatsnaam, zoals Nieuwenhove.

Nguyen, Ngu. Vietnamese bijnaam.

Nibelle. Plaatsnaam, Loiret.

Nibes, Nobis, Nobus: Nibes, Nobis, Neubis, van Neuwis, Nieus, Neeus, varianten van Meeus, van Bartholomeus.

Nica, Nicar. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Nicasius of Nicolaas.

Nicaes, Nicaese, Nicase, Nicasens, Nikaes, Nikas, Nicaisie, Nicais, Nicasie, Nicasi, Nicasy, Nicaisse, Nicaise, Nyckees, Nykees, Nijckees, Nickäs: 1. Vadersnaam van heiligennaam Nicasius, van Grieks nikao: ik overwin. 2. Soms als variant van Nicolaas beschouwd.

Nicanor. Vadersnaam. Bijbelse voornaam Nikanor.

Nichol, Nichols, Nicholls, Nicholes, Nicholson, Nicolson, Nicoll, Nicol, Nicolle, Nicolin, Nicolini, Nicoli, Nicoletti, Nicolet, Niclot, Niclet, Nicloux, Niclou, Nicoud, Nicou, Nikou: Vadersnaam. Korte vormen en vleivormen van Griekse heiligenaam Nikolaus.

Nick, Nicque, Nique, Nix, Nickson, Nicks, Niks: Vadersnaam. Korte vorm van heiligennaam Nikolaus.

Nickel, Nickell, Nickelé, Nickelt, Nikel, Nickels, Nikels, Nickers, Michels, Nieckels, Nichelson: Vadersnaam van Griekse heiligennaam Nikolaus.

Nickelmann, Nikelman, Nikelmann, Nickmann, Nickmans, Nicmans, Nekelman, Nekelmann. Vadersnaam. Afleiding van heiligennaam Nikolaus.

Nicodème. Vadersnaam. Griekse heiligennaam Nicodemus.

Nicolaas, Nicolaes, Nicolas, Nicolaers, Nicolae, Nicolais, Nicolaisen, Nicolaides, Nicolasse, Nicholas, Nicolas, Nicolaïdis, Nicolaï, Nicolle, Nikkels, Niks, Nikkel, Nikkelen Nicolaides, Nikolaidis: Griekse vadersnaam van heiligennaam Nicolaus. Nicolai is de Latijnse afleidingvorm.

Nicot, Nicod, Nico. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Nicolas.

Nieberding. Duitse afleiding van Neubert; Nederduits nie= Duits neu. Eventueel van Neuwirt.

Nièce. Verwantschapsnaam Frans nièce: nicht.

Nie, de: Vadersnaam. Nederlands spelling van Frans Denis ‘Denijs’.

Nieboer, Nijboer, Neijenbuur: Die een nieuwe boerderij begint te exploiteren. Vergelijk Duits Neubauer, Niebu(h)r.

Nied, Niedt. 1 Duitse plaatsnaam Nied. 2. Middenhoogduits niet: ijver, vlijt. Vergelijk Niedlich.

Niedecken. Duitse plaatsnaam Niedeck.

Niedenfùr. Silezische familienaam; beneden voor.

Nieder. Duitse familienaam; die lager, beneden woont.

Niederau. Verspreide Duitse plaatsnaam; lage beemd.

Niedergang. Plaatsnaam; nedere; lager, lagere gang.

Niederkirchner. Duitse plaatsnaam Niederkirchen.

Niederkorn, Niedercorn, Nidercorn, Nidercorne, Nidrecourt: Duitse plaatsnaam: laag korenveld.

Niederlender. Duits Niederländer: Nederlander. Of van plaatsnaam Niederland (Beieren).

Niedermann: Die lager, beneden woont. Vergelijk de Nederlands familienaam Neerman.

Niedermeyer, Niedermair. Beroepsnaam Ondermeier, die een lagere of lager gelegen meierij heeft, ten opzichte van Obermeier.

Niedernhuber. Bewoner van een nedere, lagere hoeve.

Niehüser: Afleiding van plaatsnaam Niehüs, dialectisch variant van Neuhaus ‘nieuw huis’. Plaatsnaam Niehues (Noordrijn-Westfalen), Niehuus (Sleeswijk-Holstein).

Niederprüm, Niederprum, Niederprun. Plaatsnaam Niederprùm bij Prüm.

Niedlich. Bijnaam. Middenhoogduits nietlich; vlijtig, ijverig.

Nijenhuis, te, Nyenhuis, Neijenhuijs, Nyenhuijs, Neijenhuizen, Neyenhuizen. Plaatsnaam, Olst.

Neijssel: Variant van Neijssen.

Niekamp, Nijkamp, Nijekamp, Nyenkamp: Plaatsnaam Nieuwkamp: nieuw veld. Plaatsnaam Nieuwkamp in Hellendoorn (Overijssel), Neukamp (Duitsland).

Niekerk. Plaatsnaam, Groningen. Vergelijk Nieuwkerk.

Niekolaas, Nikolajsen, Niclaeys, Niclaes, Niclasse, Nicolaus, Nicolau, Nicolaou, Nicolaye, Nicolay, Nicolaij, Nicolaije, Nicola, Nicolai, Nikolai, Nikolaou, Niklaus, Niklas, Ninclaus, Niclaus, Deniclaus: vadersnaam. Heiligennaam Nikolaas, Nikolaus.

Niel, van; van Hiel: Plaatsnaam Niel bij As, Sint-Truiden (Belgisch-Limburg), Boom (Provincie Antwerpen), in Vollezele (Vlaams-Brabant).

Nieman, Niemann, Niemand, Niemants, Niemans, Neman, Nemann, Néman, Némane, Némanne: 1. Bijnaam voor een onbekende, naamloze, die niemand bekend is. Vergelijk Duits Niemandsgnoss, Niemandskind, Niemands-knecht, Niemandsfreund. 2. N(i)eman(n), Néman(n)e ook wel van Neumann.

Niemantsverdriet: Bijnaam voor iemand die niemand verdriet aandoet, die geen vlieg kwaad doet. Ook herbergnaam ‘waar niemand last van heeft’. Vergelijk Duits Niemandsfreund, Niemandsnarr.

Niemarkt. Nederduitse vorm van verspreide plaatsnaam Neumarkt: nieuwe markt (bijvoorbeeld in Keulen).

Nienaber. Neederduits nûwer nabuhr 'neuer Nachbar', nieuwe (na)buur. Vergelijk Naber, Nieuwboer.

Niemegen, Nimmegen, van Nimwegen: Plaatsnaam Nijmegen (Gelderland).

Niemeijer, Nijmeijer: Ook Duits Neumaier, Niemeier ‘nieuwe meier, pachter’.

Niëns, Niens. Vadersnaam, korte vorm van de voornaam Denys (uit Dionisius). Mogelijk uit de Waalse vorm Denih, Nih, Niëg, Nies,Niëns.

Niepen, van der. Naam uit de plaatsnaam Nieppe-Niepkerke (Frans-Vlaanderen). Naam naar de vroegere beek in Nieppe: Niopa.

Nieraad. Variant van Duitse plaatsnaam Neurath; nieuwe rode. Vergelijk Neuroth.

Nierenhausen, Nerenhausen, Niernhaussen: Duitse plaatsnaam Niedernhausen.

Niermans: Wellicht = Neremans. Ne(d)erman ‘die lager woont’; vergelijk Niedermann.

Nierop, van: Plaatsnaam Niedorp (Noord-Holland). Vergelijk Nieuwdorp.

Nierijnck: Wellicht variant van vadersnaam Neerinck (zie de Nering). Of variant van vadersnaam. Neurinck.

Nierijssche: Plaatsnaam Neerijse (Vlaams-Brabant):

Niesink. Vadersnaam. Afleiding van Nijs, van Denijs.

Niesler: Duits Nissler, ontrond uit Nüss(e)ler ‘notelaar, notenhandelaar’. Vergelijk de Vlaamse Notelaers.

Niestadt. Nederduitse variant van verspreide plaatsnaam Neustadt.

Nieterbühl, Nieterbuhl. Plaatsnaam Niederbühl in Rastatt; nedere heuvel.

Niesthoven: Variant van familienaam Nysthoven, van van Nishoven, door verkeerde scheiding of ontleding van een naam uit van Ishoven. Plaatsnaam Isenhofen (Beieren).

Niet, (de): Middelnederlands (ge)niet ‘genot, voordeel, vruchtgebruik’. Bijnaam voor de vruchtgebruiker. Vergelijk Duits Niesz.

Nietveld, Nietveldt, Nietfelt, (van) Nietvelt. Naam uit een plaatsnaam in Dinklage bij Oldenburg (Nedersaksen).

Nieuboer, Nieuwboer, den Nieuwenboer, Nouboers, Noubours, Nijboer: Die een nieuwe boerderij begint te exploiteren. Vergelijk Duits Neubauer, Niebu(h)r.

Nieunez, Nenez, Neunez, Nunez, Noefnet, Neufnet: Bijnaam nieu né: nieuw, pasgeboren. Vergelijk Duits Neugeboren.

Nieus. 1. Waals nieu: nieuw. Vergelijk Neu, New. 2. Zie Neeus.

Nieuwaal, van, van Niewaal: Plaatsnaam Nieuwaal (Gelderland).

Nieuwbourg. Verschrijving voor Nieuwboer of spelling voor N(i)eubourg.

Nieuwdorp: Plaatsnaam in Borsele (Zeeland), Goes (Zeeland), Nuth (Nederlands Limburg, Wisch (Gelderland), Reeuwijk (Zuid-Holland), Stein (Nederlands Limburg), Geetbets (Vlaams-Brabant), Moerkerke (West-Vlaanderen), Peer (Belgisch-Limburg).

Nieuwelaers, Nuwelaere: Neuwelaere: 1. Beroepsnaam. Middelnederlands niewelare, nuwelare: obliebakker, oblieverkoper. 2. Zie ook Nauwelaer(t)s.

Nieuwenbergh, van, Nieuwenberg, van. 1. Plaatsnaam Nieuwenberg (Noord-Brabant). 2. Variant van Nieuwenburg(h).

Nieuwenboom: Naar de woonplaats aan een nieuwe boom.

Nieuwenbriel, van den. Plaatsnaam in Baasrode, Oost-Vlaanderen; nieuwe beemd.

Nieuwenbroeck, van den, van(den) den Nieuwenbrouck, van de(den) Nieuwenbrouck: Plaatsnaam Nieuwe Broek: nieuw broekland.

Nieuwenburg, van, Nieuwenburgh, van, van Nieuwenborg, Nieuwenborgh, van Niewenburgh, van den Nieuwenborg, van Nieuwerburgh, van Niuwenbourg, (van) Nieuwburg, van Nieuwenberg, Nieuwenberghe, van Nuwenborg, Nieborg, Niebourg, Nieuborg, Nieuwbourg, Nieuwborg, Nieuwborgh, Nieuwborght, van Iembourg, Nijburg. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Nieu(w)burg in Assenede, Berchem, Mere, Dendermonde (Oost-Vlaanderen), Oostkamp (West-Vlaanderen). 2. Uit de plaatsnaam Nuwenborch, dat is de oude naam van Stokkem. 3. Deneubourg, Dennenbourg, Denebourg, Denneubourg, Deneufbourgt, Deneufbourg, Denoeufbourg, Neubourg, Nubourgh. Nubourg komen uit de plaatsnaam Neubourg (diverse plaatsen in Frankrijk en Wallonië). Soms is er interferentie tussen Nieuwenburg, Neubourg en zelfs het Duitse Neuburg. Een Nederlandse familie van Nieuwenburg stamt van ene Heindrick Willemszoon, die geboren was in het Duitse Neuenburg en zich midden 17de eeuw in Leiden vestigde. Hij trouwde er in 1650 als Heyndrick Willemszoon van Nieuwenburg.

Nieuwendijk, van den: Verspreide plaatsnaam.

Nieuwenhoven, van, Nieuwenhove, van, van den Nieuwenhof, Nieuwenhoff, van Nienwenhove, van Niewenhove,van Nieuuvenhove, van Hieuwenhove, van Hienove, van Neijenhof, van Neuhove: Plaatsnaam Nieuwenhove (Oost-Vlaanderen); verder erg verspreid.

Nieuwenhuis, Nieuwenhuizen, Nieuwenhuijs, Nieuwenhuys, Nieuwenhuysen, Nieuwenhuyze, Nieuwenhuyzen, Nieuwenhuyse, Van Nieuwenhuise, Nieuwenhuize, Nieuwenhuyse, Nieuwenhuysse, Nieuwenhyssen, Nieuwenhuijze, Nieuwenhuijsse, Nieuwenhuijsen, Nieuwenhuijzen, van Nieuwenhuyze,vVan Nieuvenhuyse, van (den) Nieuwenhuizen, Nieuwenhuisen, Nieuwenhuysen, Nieuwenhuijzen, (van) Nieuwenhuijze, Nienhuis, Nijhuis, Nijenhuis, van Nouhuijs, Nieuwenhuyzen, van Niewenhuysen, Niewenhuyze, van Nieuwhuysen, van Nuvenhuysen, van Nimenus, Vannineuse: Erg frequente plaatsnaam Nieuwenhuis.

Nieuwenkamp, Niekamp, Nijkamp, Nykamp, Nijenkamp, Neukamp: Plaatsnaam Nieuwkamp ‘nieuw veld’. Nieuwkamp in Hellendoorn, Overijssel, Neukamp (Noordrijn-Westfalen).

Nieuwensteed. Plaatsnaam Nieuwenstede: nieuwe (hof)stede, bijvoorbeeld in Houtave (West-Vlaanderen). Of variant van Nieuwstad. Vergelijk Duits Neustadt, Neudstedt. Of verhaspeling (Henegouwen) van Nieuwensteen?

Nieuwenweg. Verspreide plaatsnaam; nieuwe weg.          

Nieuwkoop, van, Nieukoop. Plaatsnaam Nieuwkoop (Zuid-Holland).

Nieuwaert, Nieuwhart. Familienaam uit de plaatsnaam nieuw + weert (= waert).

Nieuwejaers, Nieuwjaer, Nieuwgaers, Nieuviaert, Nieuviart, Nieuviarts, Nooujaar: Bijnaam naar een persoonlijke zegswijze. Vergelijk Pincxten, Duits Neujahr, Niejahr.

Nieuwelink: Bijnaam voor een nieuweling, nieuwkomer. Vergelijk Duits Neumann.

Nieuwerleet, van der. Plaatsnaam Nieuwerleet, Frans-Vlaanderen.

Nieuwerkerk: Plaatsnaam Nieuwerkerk op Duiveland (Zeeland) en in Arnemuiden (Zeeland). Ook in Zuid-Holland).

Nieuwkerk, (van), (van) Niekerk, Nikerk, van Nieuwkerke, Niewekercken: Plaatsnaam Nieuwkerk in Goirle (Noord-Brabant), Nieuwkerke (West-Vlaanderen), Nieuwkerken-Waas (Oost-Vlaanderen), Oostnieuwkerke (West-Vlaanderen). Niekerk in Oldekerk (Groningen), Ulrum (Groningen). Eventueel Nieuwerkerk (zie op dat woord).

Nieuwesteeg, Nieuwersteeg: Naar de woonplaats in een nieuwe steeg. Vergelijk plaatsnaam Nieuwsteegse Velden in Best (Noord-Brabant).

Nieuwinckel, Nieuwienkel: Plaatsnaam Nieuwe Winkel: nieuwe hoek in Lembeek. (Vlaams-Brabant).

Nieuwhamer: Lees-of schrijffout voor Nieuwkamer.

Nieuwkamer: Volksetymologisch voor Nieuwkomer ‘nieuw aangekomen in dorp of stad’. Vergelijk Duits Neukamm = Neukomm.

Nieuwkuijk, van: Plaatsnaam Nieuwkuik in Vlijmen (Noord-Brabant).

Nieuwland, (van), Nieuwlandt, van, van Nieulande, van Nieuland, Niewland, Nieuwlands, van Niulandt, (van) Nielandt, Nieland, Nielander, Nyland, Nijland, Neilands, van Nuland, Nuelandt, Nuelant, Neulant, Nulant, Noelants, Nieuwlands, van Neulande, Nouland: Verspreide plaatsnaam Nieuwland ‘nieuw gewonnen land’, onder meer Nieuwland (Zuid-Holland), in Biervliet (Zeeland), Nijland (Friesland), Nijlande (Drenthe), Nuland (Noord-Brabant) Nieland in Watervliet, Oost-Vlaanderen, Nilant in Lebbeke, Oost-Vlaanderen. Ook in Hulst (Zeeland): De Antwerpse schilders en dichters Van Nieuwland zijn afkomstig van Den Bosch.

Nieuwmunster. Duitse plaatsnaam Nieuwmunster.

Nieuwpoort, van, de Nieuport: Plaatsnaam Nieuwpoort, (West-Vlaanderen, Zuid-Holland) en in Heiloo (Noord-Holland).

Nieuwstadt, van. Plaatsnaam Nieuwstad(t) (Nederlands-Limburg, Groningen, Gelderland, Overijssel).

Nieuwstraten: Plaatsnaam Nieuwstraat in Baaksen (Nederlands Limburg), Kerkrade (Nederlands Limburg), Gemert (Noord-Brabant) en Stramproy (Nederlands Limburg). Ook in Hulst (Zeeland):

Nieuwveld: Plaatsnaam in Beek (Noord-Brabant), Lieshout (Noord-Brabant), Maarheze (Noord-Brabant), Zeeland (Noord-Brabant).

Nieveen: Plaatsnaam Nieuwveen (Zuid-Holland).

Nievel, Nieveler: Variant (vergelijk Brabants nieve = nieuwe) van Middelnederlands niewele: oblie; respectievelijk niewelaer: obliebakker; zie Nieuwelaers.

Nievelt, van. Nijveld, Nuveld: Plaatsnaam Nie(uw) Veld. Nije Veld (Gelderland), Nyevelt (Utrecht Vergelijk Duits Neuenfeld.

Niewald, Niewold, Niewolde, Niewoudt: Verspreide Duitse plaatsnaam Neuwald: nieuw bos, nieuw woud. Groningen.

Niezen, Niesen: 1. Zie Nijssen(s). 2. Eventueel moedersnaam van de voornaam Agnes.

Niezing: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Nijs, Denijs.

Niftrik, van, van Eftrik: Plaatsnaam Niftrik in Wijchen (Gelderland). Van Eftrik door verkeerde scheiding of ontleding van een naam.

Niggemann. Duits Nigemann, van Niemann, Neumann.

Nightinghale. Engelse equivalent van nachtegaal.

Niguet. Afleiding van Nigaut.

Nigaut, Migaulx, Nigot: Bijnaam. Frans Nigaud (pas sinds 16de eeuw): domkop, uilskuiken? Of Germaanse voornaam.

Nihard, Nihar, Nihart, Nahar: Vadersnaam. Afleiding van Waals D(e)nih = Denis, vergelijk Frans Nisard.

Nihot, Nihotte, Nihoul, Nioul, Néhou, Nahoe, Nahoel, Nahoël, Nahoé, Nahooy. Waalse vadersnaam, knuffelvormen van de voornaam Den(j)s. (Waals: D(e)nih).

Nijdam, Nieuwdam. Plaatsnaam Nieuwe dam, Niedamm, Duitsland.

Nijen, van, van Nyen, van Neijen, van Neyen, van den Nijden. Moedersnaam, sterk verkorte en veranderde vorm van Vernyden, Veren Iden: vrouw Ide.

Nijhof, Nijhoff, Nyhoff. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Nijhof: nieuw hof/hoeve. Vergelijk Neuhof, Van Nieuwenhove.

Nijkerk, Nykerk: Plaatsnaam (Gelderland, Friesland). Vergelijk Niekerk.

Nijlen, van, van Nylen, van Neylen, van Eylen, van Eijlen, van Heylen, van IJlen, van Ylen, van Eyll. 1. Familienaam uit de plaatsnaam Nijlen (Antwerpen). 2. Zie ook Heylen van.

Nijpels, Nypels, Nybelen, Naepels, Niepel: Vadersnaam. Afleiding van Nip(p)o, een bakervorm van een Germaanse voornaam als Nîdbold, Nîdberht.

Nijs, Nys, Nyss, Nijst, Nyst, Niss, Nisse, Nis, Nise, Neys, Neijs, Neis, Neisse, Neyst, Nies, Niess, Nies, Niesz, Nijssen, Nijssens, Nijsen, Nysen, Nyssen, Nyssens, Nisen, Nisens, Nissen, Nissens, Nissene, Neyssen, Neyssens, Neysen, Neyses, Neissen, Neisen, Neihsen, Neyzen, Niesen, Niessen, Niessens, Niessen, Niesen, Niezen, Niehsen, Nieskens, Niesz, Niezing, Niezemuller. Vadersnaam, korte vorm van de voornaam Denys = Dionisius.

Nijsten, Nysten, Nieste, Niesten. Vadersnaam, variant van Nijssen. Zie bij Nijs.

Nijsters, Nysters: Spelling voor Neisters. Middelnederlands neister, naeister: naaister. Beroepsnaam.

Nikisch: Vadersnaam. Nickisch, Nikitsch zijn Slavische vleivormen van de voornaam Nikolaus.

Nimmegeest: Uit Nimmegees, door rs/s-assimilatie uit Nimmegeers, Nemegeers. Nemegeer is een zinwoord ‘neem de geer, de speer’.

Nimmen, van. Familienaam uit de plaatsnaam Nimmen (Limburg).

Nimeskern. Duitse familienaam Nimmsgern: neem het graag. Bijnaam voor een inhalige.

Nimmervoll, Nimmerfoll. Duitse bijnaam: nooit vol. Handelaar die nooit de volle maat geeft?

Nimwegen, van. Plaatsnaam Nijmegen, Gelderland.

Ninane, Ninanne. Plaatsnaam Ninane in Chaudfontaine (Luik).

Ninforge. Met n-epenthesis van Neuforge?

Ninin, Nining, Ninnin: Vadersnaam. Vleivorm bij de vleivorm (Jean)nin.

Ninite, Ninitte. Moedersnaam. Afleiding van een verkorte vorm van Jeannin of Simonin. Vergelijk Ninet.

Ninon, Mon, Nahon, Nihant, Nihan, Nahant, Nahan, Naon: Vadersnaam. Afleiding van Waals D(e)nih = Denis. Vergelijk Nihotte, Nihoul/Nahoel, Nison.

Ninove, van, Ninauve, Ninive: 1. Plaatsnaam Ninove (Oost-Vlaanderen). 2. Uit Nieuwenhove.

Niort. Plaatsnaam (Deux-Sèvres).

Nippen. Vadersnaam Nippe, Nibbe, bakervorm van Germaanse voornaam Nidbert, zie Nipperts. Nippo

Nipperts, Vadersnaam. Germaanse voornaam nîth-berht 'vlijt-schitterend': Nidhbret.

Niquet. Vadersnaam. Afleiding van Nique, Nicolas. Zie Nick, Nicot.

Nirenstein. Duitse plaatsnaam Nierstein.

Nis. Variant van Neis, Nijs,=Denis.

Nisbet. Moedersnaam. Variant van Lisbet, voornaam Elisabeth.

Nisenkern. Duits dialect ontrond van Nusskern: nootkern. Vergelijk Nisenbaum.

Niset, Nisez, Nizetfte, Niesetten Nisette, Niezette: 1. Vaders-, moedernaam. Afleiding van Denis. Zie Denijs. 2. Eventueel moedersnaam van de voornaam Agnes.

Nishoven, van, Nijsthoven, Nysthoven: Spellingvariant van Van Ishoven, door metanalyse.

Nisin: Vadersnaam. Vleivorm van de voornaam Denis.

Nisolle, Nisol, Nisolle, Nissolle: vadersnaam. Waalse vleivorm op -ol van Denis.

Nisot, Nison, Nizot. Vadersnaam, knuffelvormen van Denis.

Nispen, van, van Nespen, van Espen, Vannspenne, van Hespen: Plaatsnaam Nispen (Noord-Brabant).

Nistelrooij, van, Nistelrooy, van, Nisselrooy, van, Nisselrooij. Plaatsnaam Nistelrode, (Noord-Brabant) of plaatsnaam Nijsserode in Meensel, Vlaams-Brabant.

Nissink. Vadersnaam. Afleiding van Denijs.

Nisslein. Afleiding van de voornaam Dionysius.

Nitelet, Nittelet: Variant van Netelet, afleiding van Jehannet.

Nitens. Waarschijnlijk variant van Neetens.

Nitsch, Nitschke, Nietzsche, Nitsky: Vadersnaam. Oost-Duitse-Silezische vorm van de voornaam Nikolaas.

Nitzge, Nischk: Vadersnaam. Uit Nitschke, Oost-Duitse verkleinvorm van Slavische vleivorm van Nikolaus.

Nitsem, van, van Nitsen: Plaatsnaam in Herk-de-Stad en Stevoort (Limburg).

Nitte, van de. Familienaam alleen in Henegouwen en Waals-Brabant. Verhaspeling, waarschijnlijk van Van den Heede.

Nivale, Nivaille: Luiks-Waals nîvaye: sneeuw.

Nivard, Nivar, Nivart, Niwa: Vadersnaam. Germaanse voornaam niw-hard 'nieuw-sterk': Nivhard, Nivardus.

Nivarlet. Plaatsnaam in Izier, Luxemburg.

Niveau, Nivault, Nival: 1. Vadersnaam. Germaanse voornaam Niwald. 2. Uit Nivel. 3. Hypercorrect voor Nivard?

Nivel, Nivelles, Nivelle: 1. Bijnaam. Middenfrans nivelet: simpel, onnozel, dwaas. 2. Zie Denivel(le). 3. Zie ook Niveau.

Nivetfte, Nivetste, Nivette; Vaders-, moedersnaam van Nivard.

Niville: Variant van Neuville of Nevill(e).

Nizar, Nizard, Nisar, Nisa. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Denis.

Noach, Noak, Noack, Noah: 1. Vadersnaam. Bijbelse voornaam Noach; vergelijk Noe. 2. Zie Nowak.

Nobbee: Uit Obee, met n-prothesis door metanalyse.

Nobel, (de/le); Nobels,de, Noble, Nobele de, Nobbels, Lenoble: Bijnaam. Middelnederlands nobel, Frans noble, van Latijnse nobilis ‘edel, aanzienlijk, voornaam’.

Nobelen, van: Plaatsnaam Den Nobel in Hasselt, Melveren (Belgisch-Limburg), Diest, Leuven, Tienen (Vlaams-Brabant), Herzele (Oost-Vlaanderen).

Noben, Nopens, Nop, Nopp, Noppe, Noppen, Noppens. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Nobbo, Noppo (knuffelvormen van Nodobert/Notbert (Naud-berth).

Nobile, Nobilio, Nobili, Nubile: Italiaanse familienaam voor een nobel, edel man.

Noblesse. Franse bijnaam noblesse: adel. Vergelijk De Nobel.

Noblet, Noblot: Afleiding van Frans noble: edel. Bijnaam.

Noblewez, Noblué, Nobluez, Noblue, Nombluez, Mombluet: Uitspraak mâbrouwèt in Borgworm. Bijnaam. Mau brouet: slechte bouillon?

Noca, Nocart, Noka: Vadersnaam. Afleiding van Germaanse voornaam Notger. Zie Nokin.

Nocent, Nossent, Nossem, Nossin: Vadersnaam. Korte vorm van Innocent, heiligennaam Innocentius.

Nock, Nocq: Vadersnaam. 1. Bakervorm van Germaanse voornaam Notger. Zie Nocker. 2. Korte vorm van de voornaam Winnok.

Nocker, de, Nockere, de, Noecker, Nockels, Nokel: Oorspronkelijk vadersnaam. Germaanse voornaam Notger: Notkerus, Nocherus. De naam werd achteraf niet meer begrepen en werd geherinterpreteerd als een afleiding van werkwoord Nocken ‘snikken, hikken’ en kreeg zo een lidwoord.

Nocon, Nocquet: Afleiding van Germaanse voornaam Notger. Zie Nokin.

Nodel, Noudel: Hypercorrect voor Noël?

Nodelijk: Bijnaam. Middelnederlands Nodelijc ‘kommervol, behoeftig; benauwd’. Vergelijk Duits Nöthlich, Notlich.

Noe, Noé, Noë, Noët, Noëz, Noez, No, Noo, Nowe, Nowé, Noué, Nové, Noëth, Noët, Nouet, Noée: Vadersnaam. 1. Bijbelse voornaam Noach, Frans Noé. 2.Variant van de voornaam Noël, Luiks Waals nowé.

Noël, Noëlle, Noèl, Noel, Noelle, Denoël Denoëlle, Nouël, Nuël, Nuwel, Nuel. Naam uit het Franse Noël: Kerstmis. Dit zou onder andere kunnen komen van de geboortedag. Of gewoon een vadersnaam uit de gelijknamige voornaam. Of heiligennaam Natalis, zie Noe.

Noelke, Nölke, Nölken: Vadersnaam. Nederduitse afleiding van de voornaam Aarnoud. Ook Nöldeke, Nöldeken.

Noels, Nols, Nolst, Nouls: Vadersnaam. Korte afleidingvorm van Hanoul of Arnould.

Noenaert. Afleiding van Middelnederlands noene: middag(eten). Vergelijk Noens.

Noens, Noen, Noon: 1. Vadersnaam, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Noen: moedig. 2. Afleiding uit het Middelnederlandse en het West-Vlaamse noen(e): middag(maal). Vergelijk Engels Noon, Duits Vormittag, Nederlands Middag, Een soort bijnaam, een vondelingennaam (moment van vinden?) ?

Noeninckx, Noenickx, Nonnckx, Nonninckx, Noninck, Nunninck: Vadersnaam. Afleiding van een bakervorm van een Germaanse voornaam die nog voortleeft in de Friese voornaam Noen, Non. Wellicht van een nanth-naam 'moedig': Nonno = Nando. Vergelijk Friese familienaam Nonninga; Nederduits Nonnen, Nonnsen.

Noensen. Vadersnaam. Zoon van Noen.

Noerdinger. Variant van Nôrdlinger, van plaatsnaam Nôrdlingen (Beieren).

Noëson, Noeson: Vadersnaam. Waalse afleiding op -eçon van Noë: Noël.

Noest: Wellicht spelling voor Noët (vergelijk Deprest, van Depré).

Noetzel, Noez, Notzel: Duits Notz, Notzel. Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Notbert.

Noey, van. 1. Van (den) Node. Plaatsnaam Sint-Joost-ten-Node. 2. Zie Van Doyen.

Nogal, Nogales, Nogalez, Noguê, Noguet, Nogueira, Noguera, Noguer, Noger, Nogheer: Spaanse, Portugees, Catalaanse plaatsnaam, van Latijn nucarius: notenboom.

Nogaret, Nogarede, Nogarède, Nougaret, Nouguerède: Plaatsnaam Nogaret (Hte-Gar., Gers), van Nogaretum: plaats met notenbomen.

Noirclaude. Bijnaam en vadersnaam; Zwarte Claude.

Noireau, Noireaux, Noirel, Neuray, Néra, Nera, Norreel, Norrel, Noreel, Norel: Bijnaam. Afleiding van bijvoeglijk naamwoord noir: zwart; Waals nor, Luiks-Waals mûr.

Noiret, Noirret, Noret, Noré, Norré, Norrée, Norree, Norre, Neuret, Néré: Frans noiret, Waals noret, afleiding van noir: zwart. Bijnaam. Vergelijk Zwartjes.

Noirfalise, Noirfalisse, Noirfalize. Plaatsnaam Noirfalise in Forêt-lez-Chaudfontaine en Stavelot (Luik): zwarte rotshelling (Duits Fels).

Noirhomme. Bijnaam voor iemand met donker haar of donkere huid.

Noiro, Noirot, Noiron, Néro, Néron, Noiroux, Norro: Afleiding van Frans noir: zwart. Zie Noiret.

Noirsain, Noirsent, Noirsint. Plaatsnaam Noirchain, Henegouwen.

Noiseliet. Plaatsnaam. Middenfrans noisillier; notenboom.

Noiset, Noizet, Noisette, Nusette: 1. Plaatsnaam van Frans noix: noot. Noizé (Deux-Sèvres), Noizet in St-Georges-sur-Meuse (Luik), Noiseux (Namen). 2. Afleiding van Oudfrans noise: lawaai, twist.

Noisier, Noisiez, Noisy. Plaatsnaam Noisier; notenboom.

Nokerman, Nokermans. 1. Naam uit de plaatsnaam Nokere (Oost-Vlaanderen). 2. Variant van Neukerman(s). Zie daar.

Nokin, Nockin, Noquin, Neuckens, Neukens: 1. Vadersnaam. Afleiding van een bakervorm Nocko van Germaanse voornaam Notger. 2. Afleiding van Arnoud, variant van Noukens, is ook mogelijk.

Nol, Nole, Nollen: Vadersnaam. Verkort uit de voornaam Arnold.

Nolard, Nollas, Noulard: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Arno(u)ld. Vergelijk Nolet.

Nolde, Nelde, Noldé, Nolden: 1. Vadersnaam. Variant van Nolte. Nelde is dialect ontrond. 2. Beroepsnaam van Middenhoogduits nâlde: naald. Vergelijk Duits Noldemacher.

Noldus. Vadersnaam. Korte vorm van Arnoldus, latinisering van Germaanse voornaam Arnoud.

Nolet, Nolette, Nollet, Nollé, Nolle, Nollee, Noullet, Noulet, Noulez, Noulette, Denollet, Denolet, Denoulet, Desnoulet, Desnoulez: Vadersnaam. Romaans verkleinvorm op –et van de voornaam Arnould.

Nolf (de), de Nof. Vadersnaam uit Germaanse voornaam Nodolf, Odolf, (door verkeerde scheiding van de voornaam., bijvoorbeeld Jan Odolf, van Jan Nodolf).: Audulf, aud-wulf (bezit-wolf).

Nolibos, Oliebos: Plaatsnaam Nolivos: 1544 Noliboos, in Autevielle (Pyr.-Atl.). Ook familienaam Noulibos, Nolibois.

Noll, van der: Van der Nolle, van van der Nolde. Plaatsnaam Nolde in Zuidwolde (Drenthe).

Noll, Nôll, Nôlle: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Arnold.

Nollemans, Noelmans, Nolmans, Nulmans. Vadersnaam uit de Germaanse voornaam Arn-noud.

Nollen, Nollens, Nolens, Noelen, Nohlen, Nohl, Nolis, Nullens, Nulens, Nulis, Nuellens, Nuelens, Neulens. Vadersnaam, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Arnold/Arnoud (arn-wald, noud). Nolledes is de Latijnse vorm.

Nöller, Noller, Noeller: Door assimilatie van Duits Noldner, Nôllner, Duits Nadler: naaldenmaker.

Nolleveaux. Nollevaux, Nolevaux, Noleveaux: Plaatsnaam Nollevaux (Luxemburg).

Nollemont, Nollomont. Plaatsnaam Ollomont in Nadrin.

Nolte, Nolten, Nolting, Noltinck, Noltinckx, Noltincx, Nolde: Vadersnaam. Korte vormen en afleiding van de voornaam Arnold. Zie Nouts.

Nolson: Vadersnaam. Zoon van Nol, van Arnold.

Nolte, Nolthenius: Vadersnaam. Verkort uit Arnold en latinisering.

Nominé. Latijn Nomine, afleiding van Nomen: naam. Bijnaam voor een kerkzanger, naar de tekst 'In nomine Domini'.

Nona, Nonat. Vadersnaam. Luiks-Waalse variant van Monart. Vergelijk Nonet.

Noncjean. Reïnterpretatie van Monjean (m/n).

Nonclerc, Nonclercq. Nonclerq, Nonclaire, Nonglaire: Bijnaam Non Clerc: niet-klerk, geen clericus.

Nondonfaz. Plaatsnaam in Esneux, Luik.

Nonet, Nonnet: Vadersnaam. Variant van Monet (m/n.

Nonkel, Nonkels, Nonckele, Nounckele, Noncle, Nonque: Verwantschapsnaam. Frans oncle: Zuidnederlands nonkel, Nederlands oom. Vergelijk Ooms, Oncle.

Nonhebel: Duits familienaam.

Nonhof, Nonnhoff, Nonhoff: Plaatsnaam Nonnhof (Beieren).

Nonneke, Nonnekes, Nonekes: Bijnaam voor een (wellicht uitgetreden) non ‘kloosterzuster’ of voor een knecht in een nonnenklooster. Vergelijk Nonneman.

Nonon, Nonnon. Vadersnaam. Variant van Mon(n)on, van Simonon; vergelijk Nonet. Of afleiding van Jeannon.

Non, de, Nonne, de, Nonn, Nonne. 1. Bijnaam voor een non (kloosterzuster) of voor een knecht in een nonnenklooster. 2. Zie ook Denon.

Nonnekens, Nonkes; zoon van een non. Of naar de vadersnaam Nonno, Nonne, Nono, in Latijn als Nonus. Friese geslachtsnaam Nonninga, Nonia, Noneka, in Groningerland Nuninga, Nuinenga, Verder Noninckx, Noeninckx, Nuninghoff en Nunninghaven. De Nonia sate te Tonnaart (dat is Ternaard) in Dongeradeel en Nünningen is een dorp by Fallingborstel in Hanover.

Nonneman: Bijnaam voor een knecht in een nonnenklooster. Vergelijk Nonneke(n)s. De Wase familie Nonneman kreeg haar naam als exploitant van de boerderij van de nonnenabdij Rozenberg in Waasmunster. Of voor iemand die met een uitgetreden non leeft.

Nonnenberg, Nomberg: Duitse plaatsnaam Nonnenberg.

Nonnenbruch, Nonnenbroich. Duitse plaatsnaam.

Nonnewitz: Plaatsnaam Nonnewitz (Sachsen-Anhalt) of Nonnevitz (Mecklenburg-Vorpommern).

Nonweiler, Nonnweiler, Nonveiler, Nonveiller, Nonuweiler, Noumweiler: Duitse plaatsnaam Nonnenweiler.

Noo, de: Denoo is een Nederlands verschrijving voor Denaux, Deneau, van Donaux, van Daneau, Romaanse vorm van de Bijbelse voornaam Daniel.

Nood, de: Beroepsbijnaam van de notenhandelaar. Vergelijk Duits Nuss.

Nood, van: Door assimilatie rd/d < van Noord. Eventueel korte vorm voor van der Nood.

Nood, van der: Plaatsnaam Noot in Zundert (Noord-Brabant).

Noolen, van. 1. Lees: Van Olen. Plaatsnaam Olen (Antwerpen, Noord-Brabant).-2. Zie Van Holen.

Noor, de. Volksnaam van de Noor.

Noorbeeck, van, Noorbeek, van, van Norbeck: 1. Plaatsnaam Noorbeek (Nederlands-Limburg). 2. Zie van Oorbeek.

Noorbergen, van, Noorenberghe, van Oorenberghe, Norberg, Norremberg, Norrenberg, Nôrrenberg, Noorenberght: Plaatsnaam Neurenberg, Duits Nuirnberg (Beieren), door Kiliaan Norenbergh genoemd.

Noord, van, Noorden, van, (van, de) Noort, van Norden, van den Oord, van Oorden, van Orden, van Oordt, van Oort, van Hoorde, van Hoorden: 1. Naar de woonplaats ten noorden van een plaats. Het Noord was de naam van het kustland tussen Blankenberge en Breskens. 2. Plaatsnaam Noorden in Nieuwkoop (Zuid-Holland); Ten Oorden tussen Groede en Schoondijke (Zeeland). Zie Van Oorden. 3. Zie Van Hoorde(n).

Noordam, Zuidam. Plaatsnaam Noorddam, onder meer naam van een 16de eeuwse schans bij Zevenbergen.

Noordenbos: Plaatsnaam ’noordelijk bos’, bijvoorbeeld Noorderbossen in Biervliet (Zeeland).

Noordegraaf, Noordergraaf. Beroepsnaam voor een toezichter, opzichter belast met het toezicht van iets dat zich "ten noorden" bevond.

Noordennen, van. Door assimilatie nd/nn, van van Noordende. Plaatsnaam Noordeinde (Gelderland, Overijssel, Noord en Zuid-Holland, Utrecht, Zeeland), Noordende in Merkem, Wingene.

Noordende, (van ‘t): Plaatsnaam Noordeinde (Gelderland, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland, Zuid-Holland), Noordende in Merkem, Wingene (West-Vlaanderen).

Noordermeer, Noordenmeer: Plaatsnaam Noordermeer in Tietjerksteradeel. ligt ten noorden van Baarsdorpermeer. (Friesland) en Wognum (Noord-Holland).

Noordgaete, van den, van de(den) Noortgaete, Noortgate. 1. Uit Van den Oordgate. Oort/ho(o)rt: gevlochten kouterhek + gat: toegangsweg. Er was onder andere een Oortgate in St.-Lievens-Esse (Oost-Vlaanderen). 2. Mogelijk uit Moortgat: plaatsnaam in St.-Gillis (Dendermonde).

Noordhoek, Noorthoek: Heel frequente plaatsnaam onder meer in Noord-Brabant.

Noordhof, Noordhoff: Verspreide plaatsnaam.

Noordijk, Noordijke: Verspreide plaatsnaam Noord(d)ijk, onder meer in Hontenisse (Zeeland).

Noordhoff. Verspreide plaatsnaam.

Noordhuis, Noordhuizen, Oorthuijs. Plaatsnaam, noordelijk gelegen huizen. Plaatsnaam Noordhuis in Ramskapelle en Vlissegem (West-Vlaanderen). Maar waarschijnlijk van verspreide Duitse plaatsnaam Nordhausen.

Noordt, van der, van der Noot. Met r-epenthesis.

Naorduyn. Plaatsnaam Noordduin, bijvoorbeeld in Callantsoog, Noord-Holland.

Noordzij, Noordsij: Plaatsnaam Noordzijde (Bodegraven, Zuid-Holland).

Nooren: Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse nord-naam, zoals Nordbold, Nor(t)bert, Nortfridus = Norfredus, Nor(d)mannus, Nordolt.

Noorland, Noorlander: Afleiding van plaatsnaam Noorland in Zandvliet (Provincie Antwerpen of Noordland, een plaat in de Oosterschelde ten zuiden van het Westgat.

Noorloos, van: Plaatsnaam Noordeloos (Zuid-Holland).

Noortgaete, van den: Eigenlijk van den Oordgate. Oort/ho(o)rt ‘gevlochten kouterhek’ + gat ‘toegangsweg’. Plaatsnaam, 1571 hof ten Oortgate, Sint-Lievens-Esse (Oost-Vlaanderen).

Noorman, Noormans, Noreman, Noordman, Noortman, Nordman, Nodmann, (de) Norman, de Normand, Normane. 1. Bijnaam voor een Scandinaviër, een Noorman dus. 2. Ofwel iemand uit het Franse Normandië.

Noortwijk, van. Plaatsnaam Noordwijk, Zuid-Holland, Groningen.

Noorwege, van, (van) Hoorenweghe, (van) Hooreweghe, (van) Hoorewege: Afkomstig van Noorwegen.

Noos, de, Noose, de, de Nooze, Noos, Noesen. Naam uit het Middelnederlandse nose, nese, nase: neus. Bijnaam voor iemand met een opvallende neus.

Noot, van der, van (der) Not, van der Notte, Ternoot, van der Neut: Plaatsnaam Ter Noot, bijvoorbeeld in Borre (Frans-Vlaanderen). Van der Noot is evenwel een Brabantse familienaam.

Nooten: Vadersnaam. Van Middelnederlandse voornaam Notin, vleivorm van Germaans nood-naam, zoals Notebaert = Noodbert.

Nooter: Variant van de Noter. Beroepsnaam van de landbouwer. Afleiding van Middelnederlands noten‘ bebouwen’.

Noots, Noorts, Nots: 1. Varaiant van Nouts. 2. Zie Not.

Nooij, de, Noij, Nooijen, Nooyen, Nooy, Neuj, Ney, Nooi, Nooyer, Nooijer, Nooyens, Nuijens, Nuijs: Vadersnaam. Uit Noid door palatalisering van de l in Nold, korte vorm van Arn(w)old. Door palatalisering verschoof oi tot ui in Nuijens.

Nooijer, de; de Nooyer, de Noijer: Spelling van de dialectische uitspraak van de Naaier ‘kleermaker’.

Nopère, Nopere: 1. Waals no père: onze vader. 2. Waalse reïnterpretatie van Nopere; zie Nopers.

Nopers, Nopere, Nopre: Afleiding van Middelnederlands nopen: (een pand) aanslaan, beslag leggen op. Beroepsnaam van de beslaglegger.

Noppe, Noppen: Vadersnaam. Noppo, bakervorm van de Germaanse voornaam Nodobert, Notbert. Zie Notebaard.

Noppeney, Noppeneye, Noppeley, Noppenaai, zinwoord noppe-naai: die noppen naait, naaier van noplaken, laken van vlokwol.

Nopper, Nopre: Beroepsnaam van de nopper, die wol of weefsels van onzuiverheden ontdoet.

Norbert, Nober, Noebert: Vadersnaam. Germaanse voornaam north-berht 'noord-schitterend': Norbertus.

Nord, Nordt. 1. Vadersnaam. Korte vorm van een Germaanse naam met Nordo (Norbert, Nordwin). 2. Windstreek noorden; vergelijk Van Noorden.

Norden, van, Norder, Norde, Norren, van. Plaatsnaam in Nedersaksen.

Nordin, Norden, Noordin, Noordens, Noerdens, Nooren, Noerens, Noiren: Vadersnaam. Vleivorm van een Germaanse nord-naam, zoals Nordbold, Nor(t)bert, Nortfridus = Norfredus, Nor(t)gaudis, Nordman, Noreman, zie Noorman(s).

Nordlohne: Plaatsnaam Nordlohne (Nedersaksen).

Nordmann, Norman, Normann: Volksnaam Noorman ‘Scandinaviër’.

Norel, van. Plaatsnaam, Norel (Epe, Gelderland).

Nordsiek, Nordsieck: Duitse plaatsnaam. Nederduits Siek, van Oudhoogduits sik(i); ‘waterloop’ (in Westfalen).

Norga, Norgard. Germaanse voornaam north-gard. Of Deense plaatsnaan Norgârd?

Norman, Normand, Normant, Lenormand, Le Norment, Normain: 1. Naam van een Normandiër. 2. Noorman; zie Normandie: Streeknaam Normandië in Frankrijk, naar de Noormannen, die zich er ooit vestigden.

Normandin. Afleiding van Normand.

Normandie: Streeknaam Normandië in Frankrijk, naar de Noormannen, die zich er ooit vestigden.

Normond. Waarschijnlijk variant van Norman.

Norren de, de Noore: Middelnederlands norre, nomen agentis bij wwwerkwoord norren: brommen, grommen. Bijnaam voor een knorpot.

North. Engelse familienaam: noord. Naar de woonplaats. Vergelijk Van Noort.

Northam. Engelse plaatsnaam (Devonshire, Hampshire).

Northrup, Northrupp. Plaatsnaam Northorpe (Yorkshire): noorddorp.

Nortier, Nordier, Nourtier: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam north-hari‘ noord-leger’: Northerus, Nortierus.

Norton. Verspreide Engelse plaatsnaam.

Nosbusch, Nossbusch. Duitse familienaam Nussbusch: bosje hazelstruiken (notenbos). Vergelijk Duits Nussbuschel.

Noseda. Italiaanse familienaam.

Noske: Vadersnaam. Nederduitse voornaam, zoals Nuske, korte vorm van Janosek, Hannoske = Johannes.

Not, Noots, Noorts: Vadersnaam. Korte vorm van vleivorm Hannot, Annot (Annoots) etc. Vergelijk Notet.

Notable. Bijnaam voor een notabele, vooraanstaande.

Notaert, Notaerts, Notard, Nota, Nootaert, Notta: Vadersnaam. Germaanse voornaam naud-hard: Nothardus; Notardus.

Notar: Vermoedelijk niet Duits Notar ‘notaris’, maar veeleer spelling voor Frans Notard, Germaanse voornaam naud-hard.

Notaris, de, Noteris, Notéris, Notaire, Notario, Notari: Beroepsnaam van de notaris, gerechtelijk ambtenaar.

Notarnicola. Italiaans Notaro Nicola: notaris Nicolaas.

Notarrigo. Italiaans Notaro Arrigo: notaris Hendrik.

Note, Noete, Noote, Noot: Beroepsnaam van de notenhandelaar. Vergelijk (de) Neut.

Noté, Notté: Vadersnaam. Andere spelling voor Notet, verkleinvorm van Hanot(e), Ernot(e), Warnot(e).

Notebaard, Notebaart, Notebaert, Notenbaert, Notenbaert, Nottenart, Nottebaert, Nottebart, Nottebaere, Nottebar, Nattebaert, Ottebaert. Vadersnaam. Germaanse voornaam naud-berht ‘nood, gevaar-schitterend’, zoiets als ‘schitterend in het gevaar’ dus: Nodobert.

Noteboom, Notenboom, Nootenboom, Nooteboom, Neuteboom, Notteboom, Nootenboom, Nottebohm: Frequente plaatsnaam Noteboom.

Noteborn, Notteborn: Vergelijk Duitse familienaam Nussbronn, Nussborn, van plaatsnaam. Of Engelse plaatsnaam Nutbourne (Sussex)?

Noteghem, Notteghem: 1. Oude vorm van plaatsnaam Nossegem (Vlaams-Brabant): 1154 Notengem. 2. Uit Van Otegem.

Notel, Notelet, Notelé, Nolele, Nottelez, Nutelet. Vadersnaam, afgeleid van een knuffelvorm van een Germaanse;nood’' (= nood, gevaar, strijder) naam: Hannot, Ernot.

Notelaers, Noteleirs, Notelaere, Nottelaers, Neuteleers, Neuteleer, Neutelers, Neutelaers, Nutelaers: Bijnaam naar de woonplaats bij een notenboom of voor een notenverkoper. Vergelijk Noteboom, Notelteers.

Notelteers, Notelters, Notelteirs, Noteltiers. Familienaam uit het Middelnederlandse noteltere: notenboom.

Noten, Nooten, Nootens, Notten, Nottens, Neuten, Neutens, Nueten, Nuetens. 1. Vadersnaam, knuffelvorm uit een Germaanse nood-naam (bijvoorbeeld Notebaert=Noordbert). 2. Variant van Nouten.

Noten (van), van Notten, van Noote, van Nooten, van Otten, van Ooten, van Neuten, van Neutten, van Nueten. 1. Plaatsnaam wellicht afgeleid van een omgeving met veel notenbomen. Wellicht plaatsnaam Otene in Zaamslag, Zeeland. 2. Verwarring met Notten.

Noter, de, de Neuter. Beroepsnaam van de landbouwer uit Middelnederlands noten: bebouwen. 

Noterman, Notermans, Nottermans, Notterman, Nouterman, Nuijtermans, Nuytermans, Nooter, Notterman, Nattermann. Variant van Nokerman(s). Zie daar. 2. Variant van Nokermans, afleiding van noker ‘notenboom’. De grote concentratie van Notermans in de streek van Ronse, waar ook de vorm Nokerman al vroeg thuis is, wijst ook in die richting.

Noterange. Plaatsnaam Nodrenge in Marilles, Waals-Brabant.

Notet, Notez, Noté, Nottet, Notté, Nottez: Vadersnaam. Afleiding van Hanot(e), Ernot(e), Warnot(e).

Nothelier. Waalse aanpassing van Notelaers?

Nöthen: Plaatsnaam Nöthen in de Eifel.

Nothomb, Nothum: Plaatsnaam in Attert (Luxemburg).

Notiers: Misschien van Nortiers.

Notman, Nottman: Wellicht door assimilatie rt/t van Noordman.

Notre. Romaanse vorm van Germaanse voornaam naud-rêd. Of Nôtre (Frans Lenôtre) met secundair accent aigu.

Notredame, Notredaeme, Notredamme, Noterdame, Nottredaeme, Noterdame, Noterdaem, Noterdaeme, Noterdeam, Notterdam, Notterdaeme, Notterdame. Naam uit het Franse Notre Dame: Onze-Lieve-Vrouw. Erg verspreide plaats- of bijnaam voor iemand die een functie heeft in een Lievevrouwekerk.

Notschaele: Bijnaam ‘notendop’, Een klein, gedrongen, een gesloten iemand ?Engels nutshell. Duits familienaam Nußschal.

Nott, Notten, Nottens. Vadersnaam. Bakervorm van een nood-naam: Notto, Notho.

Notting, Noten, Notten. Engelse plaatsnaam Nottingham.

Notteau, Notay: Vadersnaam. Afleiding van Not. Vergelijk Notet.

Nouailles. Plaatsnaam Nouaille, Creuse.

Nouar, Nouart, Neuwar, Neuwart, Neuwaer: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germanse voornaam naud-hard; zie Noyaert(s), Notaert(s).

Noudens, Nouwen, Nouwens, Nauwen, Nauwens, Nowens, Nuewens, Neuen, Nuens, Noijdens, Nuydens, Nooijen, Nooijens, Nooyens, Noyens, Noijens, Noijen, Noyen, Noyens, Noeyens, Noijens, Noye, Nauyens, Nuydens, Nuyen, Nuyens, Nuijen, Nuijens, Nueys, Nuijes, Neujens, Neuyens, Nijdens, Nydens, Neyen, Neyens, Neijens, Neijns, Nijen, Neyns, Neins, Nyns, Nijns, Neyes, Naeye, Naeije, Naeyé, Nay, Naye, Nouten, Noutens, Noitens, Nooytens,Nuitten, Nuiten, Nuytens, Nuitin, Nuitinck, Nuijtens, Nuijten, Nuythens, Nuijttens, Nuytten, Nuyttens, Naeten, Naetens, Naten, Natens, Nuttin, Nut)in, Nuttinck, Nuttinck, Nutten, Nuttens, Nuten, Nueten, Nuetens, Neuten, Neutens. Vadersnaam uit Noudin, de Middeleeuwse knuffelvorm van Arnoud (arn: arend). De / in Arn(w)old werd gepalataliseerd van Noid; vergelijk de Middenenderlandse dichter van het Esopet: (Calfstaf ende) Noidekin. Door palatalisering en ontronding verschoof oi verder tot ui/ei (vergelijk Boudens, Boydens, Buyens, Beyens). De intervocalische d werd gesyncopeerd en werd een glijder w (Nouwens) of 'j (Neujens).

Nouil, Nouille. Vadersnaam. Verkort van Hanouille, zie Hanoulle.

Noukens, Nouwkens, Nouckens, Neycken, Neyken, Neicken, Naiken, Naaykens, Naaijkens: Vadersnaam. Middenenderlands Noudekin, afleiding van de voornaam Arnoud. Vergelijk Nuytkens, Noudens.

Noul. Vadersnaam. Korte vorm van Arnould of Hanoul.

Noulin. Vadersnaam. Verkort van Arnoulin, van Arnoul.

Nouprez, Noupré: Verspreide Waalse plaatsnaam: nieuwe wei.

Nourrisson, Nourisson. Bijnaam. Oudfrans norreçon: (op)voeding, gedrag, gezin.

Nouri, Noury, Nourry, Nury: Vadersnaam. Romaanse vorm van Germaanse voornaam naud-rîk'nood-machtig': Nodricus, Notric. 2. Bijnaam. Oudfrans norri: gevoed, van kostganger, tafelgenoot, huisgenoot.

Nourricier. Oudfrans norrecier: opvoeder, veefokker, schapenteler. Beroepsnaam.

Nouse, Noussen: Vadersnaam. Noutse(n), zoon van Nout, Arnoud.

Nout, Nouten, Noutens, Noiten, Nooytens, Nuitten, Nuiten, Nuyten, Nuytin, Nuytinck, Nuijtens, Nuijten, Nuythens, Nuijttens, Nuytten, Nuyttens, Naetens, Naeten, Naten, Natens, Nuttin, Nutin, Nuttinck, Nuttynck, Nutten, Nuten, Nueten, Nuetens, Neuten, Neutens, Nauts, Nouwt: Vadersnaam. Korte vorm van de voornaam Arnoud. Vergelijk Noudens (ook voor oi/ut). Let ook op Brabantse fl-uitspraak.

Nouters, Nater: Waarschijnlijk van Outers (bijvoorbeeld Jan Nouters is van Jan Outers). Nater met Brabantse uitspraak (vergelijk Natens).

Nouts, Naudts, Nauts, Nuydt, Nuyt, Nuyts, Nijtes, Nuijt, Naedts, Naets, Neut, Neuts, Neid, Neydt, Neut, Neuts, Neijts, Neijt, Ney, Neij, Nyd, Nay. Vadersnaam: verkorte vorm van de Germaanse voornaam Arnoud.

Nouvart: Variant van Nouart? Armeens ?

Nouvel, Le Nouvel, Nouvelle, Nouveau: Oudfrans novel: nieuw. Bijnaam voor een nieuwkomer. Vergelijk Numans, Neu, New, Leneuf.

Nouwen, Nouwens, Nauwen: Vadersnaam. Door d-uitstoting van een klank in het midden van een woord en hiaatvulling met w uit Nouden(s) van Middelnederlands Noudin, vleivorm van de voornaam Arnoud.

Nouwers. Waarschijnlijk variant van Nouwens.

Novalet. Reïnterpretatie (no valet: onze knecht) van familienaam Novelet, afleiding van No(u)vel.

Novello, Novelli, Novella, Noviello, Novielli. Italiaanse bijnaam; nieuw.

November. Naam van de maand. Vergelijk April.

Novgorodsky. Plaatsnaam Novgorod (Rusland).

Novodny, Nowodny. Duitse vorm van een Tsjechische naam uit het Poolse nowy: bijnaam voor een nieuwkomer.

Noville. Plaatsnaam Noville (Namen, Luxemburg, Luik, Waals-Brabant); zoals Neuville: nieuw dorp.

Nowak, Nowack, Noack, Noak, Nowack, Novak, Nowakowska, Nowakoski, Nowicki. Naam uit het Poolse nowak: nieuweling, nieuwkomer.

Noyaert, Noyaerts, Noya, Noyart, Noijnaert, Noynaert: Vadersnaam. 1. Afleiding van Germaanse voornaam Arnoud. Vergelijk Noyens. 2. Brabantse vorm van Nodaard = Notaert.

Noyé, Nooyens, Noyens, Noyen, Noyijen, Noijens: 1. Zie Noudens. 2. Eventueel moedersnaam van Idenoie, vleivorm van de voornaam Ida, Ide.

Noyon: Plaatsnaam Noyon (Oise).

Nozeret. Plaatsnaam; kleine notenboomgaard.

Nuenem, van, van Nunen, van Unen. Plaatsnaam Nuenen, Noord-Brabant.

Nugent. Verspreide Franse plaatsnaam Nogent.

Nugter, Nugteren, van Nugteren: Bijnaam. Middelnederlands nuchteren ‘nuchter’. Vergelijk Duits Nüchtern. De voorzetsel Van is secundair.

Nuhaan. Bijnaam nieuw + voornaam Han, Jan. Vergelijk Neujean.

Nul, de, den Hul, te Nuyl, de Nil, Tenil, Denille, Denil, Denil. 1. Moeilijk geval. Mogelijk bijnaam uit nül, nil: log mens? 2. Mogelijk afgeleid van de plaatsnaam Nil (Waals-Brabant).

Nuis, Nuus. Uit Van Nuys. Eventueel van Nuyes.

Nul, de, den Hul, te Nuyl, de Nil, Tenil, Denille, Denil, Denile, de Niel: Moeilijke naam. Vergelijk Duits Null/Nill: log, plomp mens?

Nuland, van, Nueland, Nuelandt, Nuelant, Neulant, Nulant, (van) Nieuwland, Nieuwlandt, van Nieuland, Nieulande, Niewland, Nieuwlands, van Niulandt, (van) Nieland, Nielandt, Nielander, Nyland, Nijland, Neilands, Noelants, Noelanders, Noelhans. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnamen (nieuw gewonnen land), die in het Nederlandse taalgebied heel veel voorkomen. Nulland, Nederlands-Limburg. Zie ook Van Nieuwlandt.

Nulluy. Bijnaam. Waals nullui; niemand.

Numan, Numans, Nueman, Nouman, Noeman, Nijman, Nyman, Neiman, Nejman, Najman, Noman: Afleiding van de Nuwe ‘de nieuwe’. Bijnaam van een nieuwkomer. Vergelijk Duits Neumann.

Nunez, Nunes: Spaanse afleiding van Latijse nonnus: monnik.

Nuninga, Nuininga, Nuinenga. Plaatsnaam Nüninghoff, Oost-Friesland, Nünningen, Hannover.

Nunnink, Nunninck: Vergelijk Noeninckx, Nonninckx, Noninck. Afleiding van een bakervorm van een Germaanse voornaam die nog voortleeft in de Friese voornaam Noen, Non. Wellicht uit een nanth-naam ‘moedig’: Nonno = Nando. Vergelijk de Friese familienaam Nonninga, Nederduits Nonnen, Nonsen.

Nunspeet, van. Plaatsnaam Nunspeet, Gelderland.

Nupie. Vondelingennaam in Antwerpen 1814. Nu pied: blootsvoets.

Nurnberg, Nuremberger, Nurnberger, Nurenberg, Nurberg, Nuhrenberg, Nierenberg, Nirenberg: Plaatsnaam Neurenberg, Duits Nurnberg. Ni(e)renberg is dialect ontrond. Zie ook Noorbergen.

Nusbaum, Nussbaum, Nüssbaumer, Nusenbaum, Nosbaume, Nosbonne, Nissenbaum, Nisenbaum, Nisenboom: Plaatsnaam Nussbaum. Vergelijk Noteboom.

Nus, van: Vergelijk Vlaamse Vanus, Vanuse, Vannuse door verkeerde scheiding of ontleding van een naam uit van Huus, van Huse, van Huis. Of van van Neuss?

Nüss. Duitse afleiding van Nuss; noot.

Nusgens, Nusgen, Nusken: Vadersnaam. Oude Nederduitse voornaam.

Nusselein, Nusteleyn, Nusteleijn: Duits Nùsslein. 1. Afleiding van Duits Nuss: noot. 2. Vadersnaam. Hypercorrect van

Nüssler. Duitse beroepsnaam van de notenhandelaar. Vergelijk Notelaers.

Nutal, Nutaels, Nuthals, Niethals, Nythals: Duitse plaatsnaam Neutal in Silezië.

Nuten, van. Wellicht van Van Uden.

Nut, van, van Nutte, Vannut, Vanut, Vanuyt. Familienaam uit de plaatsnaam Nuth (Nederlands-Limburg).

Nuys, van Nuijs: 1. Duitse plaatsnaam Neuss, door Kiliaan Nuys genoemd. 2. Lees Van(h)uys, van Vannuys, van Van Nuys. Plaatsnaam Nuis in Marum (Groningen).

Nuijsenburg, van: Plaatsnaam. 1493-1519 Barthout vann Nuyssenburg, Dordrecht.

Nuytemans. Vadersnaam. Afleiding van Nuyt=Nout, Arnoud.

Nuytkens, Nuytiens, Neutkens, Neuttiens, Neutiens, Neutgens, Neutjens, Nottiens: Vadersnaam. Middelnederlands Noidekin, afleiding van de voornaam Arnoud. Zie Noukens.

Nuijten, Nuijtens, Nuijtinck: Vadersnaam. uit Noiten, afleiding van Noit, Noid, van Arnoud. Vergelijk Nuijts.

Nydrop. Plaatsnaam Nieuw Dorp. Vgl, van, Nierop.

Te Nuyl, Tenuyl, te Nuijl, te Nuil, Tennulius. Familienaam uit de plaatsnaam Nuil, een buurtschap bij Pesse bij Hoogeveen.

Nuytkens, Nuytiens, Neutkens, Neuttiens, Neutiens, Neutgens, Neutjens, Nottiens. Vadersnaam, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Arnoud (=arend-heerser).

Nyckers, Nijckers, Snijckers, Snijkers, Snyckers, Snykers, Snieckers, Sniekers, Sneykers, Snickers. Familienaam afgeleid van het Middelnederlandse nicken: nijgen, buigen, bukken, knikken. Bijnaam of beroepsnaam.

Nyffels, Niffels, Nijffels, Niffle, Neuffels, Noffels: Vadersnaam. Afleiding van een Germaanse bakernaam Nifo, Nipho. Voor de ronding i/eu, o, vergelijk Neufkens.

Nuijter, Nuitermans: Vadersnaam. Afleiding van Nuit, van Arnoud. De uitgang-er is wellicht beïnvloed door Wouter, vergelijk trouwens oorspronkelijk Nuytemans.

Nuijts, Nuts: Vadersnaam. Uit Noits, van Nouts, van Arnouds. Vergelijk Neijdt.

Nije: Misschien van Nijen, Nijden, Neiden, Nouden, van Arnoud. Of Nieuwe ‘nieuwkomer’?

Nijemanting: Afleiding van Nieman(d).

Nijhof: Plaatsnaam Nijhof ‘nieuw hof’. Vergelijk plaatsnaam Nijhoven in Baarle-Nassau (Noord-Brabant); Vlaamse van Nieuwenhove.

Nijholt, Nijhout: Plaatsnaam Nijhout ‘nieuw bos’.

Nyland, Nylander. Zweedse plaatsnaam Nyland; nieuw land.

Nijnatten, van. Plaatsnaam, vermoedelijk uit Van Eynatten, bij Eupen in Luik.

Nypelseer, van Epperzeel, van Yperzeel, van Yperseele, van Ypersele, van Uperzeele, (van) Yperzeele, Yperzele, Ypersielle, Ypersiel,Yperzielle, Yppersiel, Ypersier, Ippersiel, Ipersiel, Ipercielle, Hypersiel, Hypersier: Plaatsnaam Niepenzele in Diegem (Vlaams-Brabant).

Nypen, van, van Naypen: Te lezen: Van Ypen? Vergelijk Veriepe. Of als herkomstnaam opgevat. Of vadersnaam Nijpen (zie Nippen)?

Nijpjes: Vadersnaam. Verkleinvorm van Nippe, Nibbe, bakervorm van de Germaanse voornaam Nidbert.

Nijs, de Nijs, de Neijs, Nijsen, Nijsse, Nijssen, Nijsten, Neissen, Neijssen: Vadersnaam. Verkort uit de voornaam Denijs (zie op dat woord).

Nysenholc. Duits Nüssenholz: notenhout, hazelarenbosje. Vergelijk Nissenbaum = Nussbaum.

Nijskens, Nieskens: Vadersnaam. Verkleinvorm van de voornaam Nijs, van Denijs.

Nyvel, van, van Nijvel, van Nuvel, Nuyvels: Plaatsnaam Nijvel, Frans Nivelles (Waals-Brabant).

Nyverseel, van, van Nijverseel, van Nijvelseel, van Nyvelseel, van Neijverseel, van Neyverseel, van Uverseel: Plaatsnaam Nijverzeel in Opwijk (Vlaams-Brabant).

Nijzink: Vadersnaam. Afleiding van de voornaam Nijs, van Denijs.