Hausraterfassungsstelle

Afdeling van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. Deze afdeling was belast met de registratie van eigendommen die achterbleven in woningen van joden nadat de bewoners waren opgepakt en gedeporteerd, onder dwang verhuisd of ondergedoken.

 

 

In 1942 werd de Hausraterfassungsstelle door de bezetter opgericht. Doel van deze organisatie was de inventarisatie van de inboedels van alle Joodse inwoners. Deze woningen werden geïnventariseerd nadat de bewoners waren weggevoerd en voordat een verhuisbedrijf kwam. Op deze wijze wist men wat wegvoerd werd wanneer de vrachtwagens vertrokken, want inmiddels was in de volksmond het “pulsen”* al een synoniem geworden voor beroven. Aangezien die ‘klacht’ niet van de eigenaren kon komen was het wel heel erg wanneer het zelfs bij omstanders opviel.

Alle bezit werd vastgelegd en de opgestelde lijsten gingen in kopie naar de Zentralstelle, naar Lippmann-Rosenthal op de Sarphatistraat en naar de Einsatzstab Rosenberg. De laatstgenoemde organisatie had ten doel om de geroofde goederen te transporteren naar Duitsland voor de herinrichting van gebombardeerde huizen en kantoren.

Goederen die door Joden in bewaring waren gegeven aan bekenden waren ook niet veilig, daarvoor werd de Colonne Harmans opgericht, met als doel deze goederen op te sporen. Willi Lages merkte echter dat onder Harmans veel verdween voor Puls zijn werk kon doen en Harmans werd vervangen door Henneicke, vanaf dat moment heette het de Colonne Henneicke.

Deze Colonne verlegde haar werkterrein van het opsporen van goederen naar het opsporen van ondergedoken Joden aangezien de premie (kopgeld) aanzienlijk meer opbracht, ƒ 7,50 per persoon. De Colonne spoorde in Amsterdam in een aantal maanden 8500 Joden op, leverde hen af bij de Hollandse Schouwburg en incasseerde het kopgeld.

De Joodse bevolking werd beroofd van het leven en alle eigendommen, en velen hebben zich persoonlijk verrijkt.

   

 

 * Pulsen

Puls was eigenaar van een verhuisbedrijf, dat gevestigd was aan Kerkstraat 303-305 in Amsterdam. Naast dat zijn bedrijf daar was woonde hij daar ook en het pand viel op door de grote opslagruimtes op de begane grond.  Het uiterlijk van het pand bleef zo tot 2010, daarna is het pand verbouwd tot appartementen.

Abraham Puls was een gewone Amsterdamse volksjongen en hij klom op tot eigenaar van een verhuis- en transportonderneming met 14 vrachtauto’s en 60 man personeel. Hij wordt omschreven als een onaangenaam, egoïstisch en ruw persoon.

In 1935 werd Puls lid van de NSB en zijn drie kinderen werden lid van de Jeugdstorm. Het lidmaatschap van de NSB leverde hem in de oorlog de opdracht van de bezetter op om de Joodse inboedels met zijn verhuiswagens op te halen en af te leveren aan de Oostelijke Handelskade, in het pakhuis Argentinië (is afgebroken). Daar werden de inboedels opgeslagen om later met vrachtschepen naar Duitsland vervoerd te worden en daar verdeeld te worden als ‘Liebesgaben’ onder de Duitsers die door bombardementen hun inboedels hadden verloren.

 

Loe de Jong heeft na de oorlog berekend dat Puls ca. 29.000 Joodse woningen in Amsterdam, Het Gooi en omgeving heeft leeggehaald.

 

Voor Puls en zijn trawanten bleef er voldoende aan de strijkstok hangen. Puls werd op 7 mei 1945 gearresteerd door de Binnenlandse Strijdkrachten en opgesloten in de gevangenis op de Weteringschans. Er werd toen bij hem thuis een vrachtwagen vol met gestolen spullen opgehaald. In zijn geldkist zat ƒ 19.089,45 en RM 3.289,00 en zijn bankrekening liet zien dat zijn vermogen van ƒ 35.000 in 1942 naar ƒ 300.000 in 1945 gestegen was. Dat betrof dan alleen Puls zelf, ook veel van zijn medewerkers hebben zich persoonlijk verrijkt.

 

Tijdens de oorlog heeft Puls het pand op de Ceintuurbaan 366hs gebruikt als prive-politiebureau.

 

Op 4 juni 1947 werd de doodstraf tegen Puls uitgesproken, niet alleen vanwege zijn praktijken rond het stelen van Joodse eigendommen, maar ook omdat hij zelf ook Joden was gaan aanhouden om ze aan de Sicherheitspolizei over te dragen. In 1949 werd de doodstraf omgezet in levenslang en op 25 mei 1959 werd deze straf, na een verzoek van Puls, omgezet in een straf van 24 jaar.

 

De grote dief in dit alles was natuurlijk de bezetter, die de inboedels liet transporteren naar de Heimat. De dief werd dus zelf ook bestolen en of dit nu bij de bezetter bekend was of niet, men besloot een administratie op te zetten rond de inboedels van de weggevoerde mensen.