Chelmno

Inhoud

  • Chelmno
  • lijst bewakers Chelmno
  • lijst kinderslachtoffers
  • bijzonderheden Chelmno

Chelmno was een nazi vernietigingskamp in Polen nabij de rivier Ner, 60 km vanaf Lodz. Het dorp Chelmno, in het district van Kolo, ligt ongeveer 14 km van de stad Kolo. De hoofdspoorlijn van Lodz naar Poznan loopt langs deze stad en is, via een zij-lijntje, met het dorp Chelmno verbonden. Lodz is op een na de grootste stad in Polen. Er woonden hier in 1939 ruim 200.000 Joden. De Duitsers gaven de stad de naam Kulmhof. Het kamp werd gebruikt voor de massamoord op Joden, die in de westelijke provincies van het door het Derde Rijk geannexeerde Polen, het Generaal Gouvernement woonden. In het begin werden hermetisch afgesloten vrachtwagens gebruikt om gevangenen met uitlaatgassen van de dieselmotor om het leven te brengen. Later werd van Zyklon B - gifgas gebruik gemaakt. Gedetineerden die het klaargespeeld hadden om aan een vernietigingskamp te ontkomen, waren de eersten die gewag maakten van het feit dat Joden op grote schaal en systematisch uitgeroeid werden. Hun verhalen van massamoord werden echter niet geloofd.

Er is heel weinig bekend geworden betreffende Chelmno ondanks het feit dat dit kamp het eerst als vernietigingskamp in gebruik werd genomen. In tegenstelling tot Belzec, Sobibor and Treblinka, maakte Chelmno geen deel uit van Aktion Reinhardt. Twee maanden voor het bijeenroepen van de Wannsee Konferenz begonnen de nazi's al met de voorbereidingen voor massamoord in Chelmno. Over het algemeen wordt Chelmno als een speerpunt beschouwd bij de implementatie van het vernietigingsplan van de Europese Joden. Het vernietigingskamp te Chelmno was een typisch dodenkamp. Een plaats uitsluitend bestemd voor het doden van de medemens, in dit geval hoofdzakelijk Joden en zigeuners. Slechts een kleine groep gevangenen werd door de nazi's aangewezen en afgezonderd om het vuile werk voor hen uit te voeren. Het geheim van Chelmno werd goed bewaard, want heel weinig mensen in Polen als in het buitenland wisten van haar bestaan af. Niemand bleek ervan op de hoogte te zijn dat massamoord het leven zou eisen van ongeveer 350.000 slachtoffers, Joodse mannen, vrouwen en kinderen, maar ook zigeuners. Deze schatting is gebaseerd op de volgende berekening. Tussen 8 december 1941 en 9 april 1943 werden ongeveer 340.000 Joden, Sinti en Roma vermoord. Na april 1943 tot de uiteindelijke opheffing van het kamp in januari 1945 kwamen 10 transporten in Chelmno aan met ongeveer 10.000 mensen die eveneens werden omgebracht. Het kamp werd gesloten en vernietigd in januari 1945.

Chelmno's eerste fase duurde van 7 december 1941 tot maart 1943. De eerste slachtoffers werden vanuit nabij gelegen plaatsen als: Babiak, Dabie, Deby Szlacheckie, Grodziec, Izbica Kujawska, Klodawa, Kolo, Kowale Panskie, Nowiny Brdowskie en Sompolno gedeporteerd. In januari begon de SS met de vernietiging van het getto van Lodz: Tussen 16 en 29 januari 1942 werden 10,003 Joden vermoord, van 22 februari - 2 april werden 34,073 Joden vermoord, van 4-15 mei 11,680 en van 5-12 september 1942 15,859. Naast de Joden uit het getto van Lodz werden, vroeg in 1943 nagenoeg alle Joden uit het Warthegau vermoord. Onder de slachtoffers in Chelmno bevonden zich ook 15,000 Joden uit Duitsland, Oostenrijk, Tsjechoslawakije en Luxemburg, 5,000 Roemenen, enkele honderden Polen, een onbekend aantal Sovjet krijgsgevangenen en 88 Tjechische kinderen uit  Lidice.

Op 7 april 1943 blies de SS het landhuis en de twee ovens op. Op deze laatste dag arriveerde, geheel onverwachts, een transport met Joden, die allen aan tyfus leden. De Duitsers waren bang om besmet te worden en dwongen de slachtoffers naar de eerste verdieping van het landhuis te gaan, waarna het gebouw, samen met de Joodse slachtoffers werd opgeblazen.

Eenmaal aangekomen op het station in Chelmno moesten de Poolse Joden overstappen van dichte veewagens in open wagons, die ze naar de plaats van hun vernietiging zou brengen.

Tijdens de tweede fase van Chelmno, in juni en juli 1944, werden ongeveer 10,000 Joden uit het getto van Lodz vermoord. Himmler en Greiser hadden besloten het getto in zijn geheel op te heffen. Om die reden werd het Sonderkommando Bothmann teruggeroepen en werd het Waldlager operationeel gemaakt en twee nieuwe crematoria gebouwd.
De Joden uit Lodz werden meestal met de trein naar Kolo gedeporteerd (soms direct per vrachtwagen naar Chelmno). Van Kolo ging het per trein naar het dorpje Chelmno. Daar brachten zij de nacht door in de kerk om de volgende dag vanaf het kerkplein in groepen van ongeveer 150 personen per vrachtwagen naar het Waldlager vervoerd te worden. 

In het Waldlager werden de mensen verdeeld over twee barakken, elk ongeveer 20 x 10 m. Elke barak had twee kamers, één voor de mannen en de andere voor de vrouwen en kinderen. De aankomst in deze barakken was slechts een list om geen paniek bij de gevangenen te veroorzaken. Beide gebouwen hadden een houten hek langs beide zijden, om de indruk te wekken, dat men in een doorgangs- of werkkamp was gearriveerd. Elk gebouw was genummerd en was aan de buitenkant voorzien van geschilderde teksten: "Naar het Bad", aan de binnenkant van de barakken stonden teksten als: "Naar de dokter, Barak Nummer…" etc. De SS probeerde de schijn tot de laatste minuut op te houden. Daarna moest men zich ontkleden, eerst de vrouwen en de kinderen, gevolgd door de mannen. Eenmaal uitgekleed ging men door een deur gemarkeerd met de tekst "Zum Bad" ("Naar het bad"). Achter deze deur bevond zich een 20 - 25 meter lange, 1,5 meter brede, met hout afgezette gang, die aan het einde een scherpe bocht maakte en op een laadperron uitkwam. Vanaf dat laadperron moesten de slachtoffers in de wachtende gaswagens klimmen. Deze methode was beproefd in de kampen Belzec en Sobibor en geperfectioneerd in Treblinka. Een simpele en kleinere uitvoering van deze methodiek was gemakkelijk te implementeren in Chelmno.

Lijst bewakers

  • El., Karl - (Politie Schupo Lodz)  Was schuldig aan transport van circa 30.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen uit het getto van Lodz naar KZ Chelmno, en deelname aan het laden van slachtoffers in vrachtwagens waarin zij werden gedood door middel van uitlaatgassen. (...) Mei 1941 – februari 1942.

 

  • Bradfisch, Otto - (Politie Gestapo Lodz)
  • Fuchs, Günter -  (Politie Gestapo Lodz)
    Waren schuldig aan deelname aan het vermoorden van de Joden uit Lodz door het hoofd van het Gestapo bureau in Lodz en het hoofd van afdeling IIB. Deportatie van vele duizenden Joden uit het getto van Lodz naar het vernietigingskamp Chelmno. Mishandeling, deels met fatale gevolgen, en het individueel doodschieten van talrijke Joden tijdens de deportaties. Het doodschieten van Joden tot tijdens de liquidatie van het getto in augustus. Vanaf 1944. Van januari 1942 tot mei 1942, in september 1942 en van juni 1944 tot augustus 1944.

 

  • B., Heinrich Walter - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • Burmeister, Walter - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • Häfele, Alois - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • Heinl, Karl - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • H., Wilhelm - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • Laabs, Gustav - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • M., Friedrich - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • Me., Anton - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • Möbius, Kurt - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • Sch., Wilhelm - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
  • S., Alexander - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
    Waren schuldig aan moord op allen tezamen tenminste 150.000 Joden (Duits, Franse, Oostenrijkse, Poolse, Tsjechische) mannen, vrouwen en kinderen, tevens op ongeveer 5.000 zigeuners, die werden gedeporteerd tijdens verschillende 'herhuisvestingsoperaties' uit het getto van Lodz en directe omgeving, naar Chelmno, waar zij werden vernietigd in 'gaswagens'. Van december 1941 tot maart 1943 en van juni tot augustus 1944.

 

  • F., Gustav Wilhelm - (Gevangenbewaker KL Chelmno)
    Schuldig aan moord op alle tezamen tenminste 145.000 Joden (Duits, Franse, Oostenrijkse, Poolse, Tsjechische) mannen, vrouwen en kinderen, die werden gedeporteerd tijdens verschillende 'herhuisvestingsoperaties' uit het getto van Lodz en directe omgeving, naar KL Chelmno, waar zij werden vernietigd in 'gaswagens'. Van maart 1942 tot maart 1943.

Namen van kinderslachtoffers Chelmno

Achternaam - Voornamen - geboortejaar

 

  1. ABEK Pinkus Juda 1934
  2. ABRAMOWICZ Gitla 1935
  3. ABRAMOWICZ Abram Lajb 1933
  4. ADLER Mendel 1937
  5. ADLER Lea 1938
  6. ADLER Towja 1932
  7. ALBEK Pinkos Juda 1934
  8. ALBEK Wolf 1931
  9. ALEKSANDROWICZ Galda Pesa1941
  10. ALTMAN Szmul 1936
  11. ALTMAN Zril 1935
  12. ALTMAN Lajzer Fiszel 1934
  13. ALTMAN Szmul 1936
  14. ALTMAN Zril 1935
  15. ALTMAN Lajzer Fiszel 1934
  16. ALTMAN Icek Izrael 1938
  17. ALTMA Ita Basza 1932
  18. ARONOWICZ Aba 1936
  19. ARUNOWICZ Icek Mendel 1934
  20. BAJGELMAN Gerzedla 1934
  21. BAJLA Reszka 1939
  22. BAUM Towia Hanon 1938
  23. BAUM Marjem Gulaw 1932
  24. BAUM Rywka Mindla 1941
  25. BAUM Scheine Zysla 1941
  26. BECZKOWSKA Sura 1934
  27. BECZKOWSKI Samuel 1939
  28. BECZKOWSKI Haim 1938
  29. BECZKOWSKI Szmul Alter 1941
  30. BELCHATOWSKA Cywia 1936
  31. BELCHATOWSKA Bajla Ruchla 1938
  32. BELCHATOWSKA Cyrla 1935
  33. BELCHATOWSKA Nacha 1932
  34. BELCHATOWSKA Bajla Ruchla 1941
  35. BELCHATOWSKI Mojsze 1936
  36. BELCHATOWSKI Dawid Hersz 1936
  37. BELCHATOWSKI Szaja Berek 1931
  38. BELCHATOWSKI Dawid Hersz 1935
  39. BELCHATOWSKI Makul Wiger 1931
  40. BELCHATOWSKI Szaja Labj 1931
  41. BENJAMIN Menachem 1936
  42. BERCHAJA Itla 1936
  43. BERGER Hana 1940
  44. BERKOWICZ Michael Izaak 1938
  45. BERKOWICZ Symcha Dawid 1933
  46. BIENENSZTOK Dawid 1936
  47. BINENSZTOK Dawid 1936
  48. BIRENCWAJG Marjem 1934
  49. BIRENZWEIG Mojsze 1941
  50. BIZENCWAJG Tobjasz 1932
  51. BJGELMAN Ajzyk 1933
  52. BOGDANSKA Halina 1940
  53. BORENSZTAJN Szymsia 1937
  54. BRAM Mordka 1936
  55. BRAM Mordka 1936
  56. BRAM Cyrla Perla 1932
  57. BRANDWAJN Mendel 1934
  58. BRANDWAJN Szmul Jakow 1932
  59. BRENER Isaak Majer 1941
  60. BRESLER Bina 1940
  61. BRILANT Hema 1937
  62. BRUM Dewora 1937
  63. BRUM Miriam 1939
  64. BUGAJSKA Idesa 1933
  65. BUGAJSKA Margula 1933
  66. BUGAJSKI Mordechaj 1935
  67. BURMAN Jachweta 1939
  68. BURSZTYN Sura 1936
  69. BURSZYTYN Szprynca 1940
  70. C0LDSZTAJN Elazer 1939
  71. CHECINSKI Rywen Boruch 1941
  72. CHOJNACKA Ruchla Laja 1941
  73. CHOJNACKI Szulim Ber 1933
  74. CHROPOD Szaja 1934
  75. CIECHANOWSKA Jacheta 1940
  76. CIECHANOWSKI Izrael 1934
  77. CIMBERKNOP Wolf 1934
  78. CIMBERKNOP Szaja Ber 1936
  79. CIMBERKNOP Jechudys 1939
  80. CIMBERKNOPF Rachel 1938
  81. CWILICH Ulka 1932
  82. CYCYNATUS Abram Idel 1941
  83. CYMBERKNOP Sura 1934
  84. CYMBERKNOP Josef 1938
  85. CYMBERKNOPF Haim 1931
  86. CYMBERKNOPF Szaja Godel 1941
  87. CYMBERKNOPP Mordechaj 1941
  88. CYMERMAN Szymon 1940
  89. CYNCYNATUS Samuel 1939
  90. CYNDLER Cyrla 1933
  91. CYNGLER Mirla 1939
  92. CYNGLER Majer 1941
  93. DAWIDOWCIZ Abram 1934
  94. DLUZNOWKI Ita 1941
  95. DOBRZYNSKA Hana Hendla 1932
  96. DOMB Szmul Schaja 1941
  97. DYCHTWALD Dobra Gitla 1931
  98. DYKIERMAN Jachuta 1936
  99. DYMAND Mendel 1932
  100. EKSZTAJN Nacha 1937
  101. ERLICH Estera 1931
  102. ERLICH
  103. Abram Dawid 1941
  104. ERZON
  105. Bencioon Nuchem 1936
  106. ERZON
  107. Beneion Nuchem 1936
  108. FAJNER Gitla 1936
  109. FAJNKIND Szymon 1936
  110. FAJWISZ Sura 1933
  111. FAJWLOWICZ Malka 1931
  112. FELD Machla 1936
  113. FELD Abram 1936
  114. FELD Bajla 1935
  115. FELD Machla 1936
  116. FELD Abram 1936
  117. FELD Bajja 1935
  118. FELD Frajdla Rywka 1935
  119. FELD Salomon Dawid 1936
  120. FELD Idesa 1938
  121. FELD Estera Golda 1937
  122. FELD Mojsze Dawid 1932
  123. FELD Abram Moszek 1932
  124. FELD Rywka 1933
  125. FELD Kalman Mendel 1941
  126. FISZLEWICZ Jankiel 1936
  127. FISZLEWICZ Jankiel 1936
  128. FORSZPAN Jehuda 1936
  129. FRAJTAG Bendet 1936
  130. FREITAG Bluma 1941
  131. FRENKIEL Jakob Moszek 1937
  132. FRNKEIL Jcek 1933
  133. FUKS Majer Hil 1934
  134. FUKS Dewora 1935
  135. FUKS Szlama Hersz 1931
  136. FUKS Kalma Bencjon 1931
  137. GELBARD Sura Frymeta 1934
  138. GELBARD Blima Cyrla 1936
  139. GELBARD Hen Icchok 1940
  140. GELBARD Szlama Luzer 1932
  141. GELBARD Hersz Ber 1941
  142. GELBRT Alte Ruchla 1938
  143. GERSZT Herszt Idel 1938
  144. GESSEN Hana 1937
  145. GEZUNDHAIT Izaak 1940
  146. GILBERG Bajla Taube 1941
  147. GIZENCWAJG Lejb 1937
  148. GLIKSMAN Szmul Seloma 1934
  149. GLIKSMAN Wolf 1934
  150. GLIKSMAN Frajdla 1936
  151. GLIKSMAN Szyja Nuta 1934
  152. GLIKSMAN Jakob Mordka 1936
  153. GLIKSMAN Frajda Rebeka 1936
  154. GLIKSMAN Hil Dawid 1932
  155. GLIKSMAN Fajga 1941
  156. GOLDBERG Haim Icek 1935
  157. GOLDBERG Szlama 1931
  158. GOLDBERG Majer 1932
  159. GOLDBERSZT Pinkus 1934
  160. GOLDBLUM Izrael Moszek 1934
  161. GOLDSZTAJN Mojsza Dawid 1935
  162. GOLDSZTAJN Michal 1938
  163. GRANAS Rywka Laja 1941
  164. GRANEK Mordechaj 1940
  165. GRINBAUM Hana Blima 1936
  166. GRINBAUM Hersz Ropel 1932
  167. GRINBERG Mendla Cyrla 1935
  168. GRINBERG Abram 1935
  169. GRINBERG Abram Idel 1937
  170. GRINBERG Mojsze Idel 1938
  171. GROSMAN Berysz 1935
  172. GROSMAN Frajdla 1932
  173. GRUNWALD Eugenja 1932
  174. GRUSZKA Haja 1935
  175. GUTENBERG Marjem 1935
  176. GUTENBERG Rachela 1937
  177. GUTERMAN Mosche Hersz 1941
  178. GUTMAN Mordka Zelman 1934
  179. HAFT Estera Malka 1938
  180. HAFT Fajga 1941
  181. HANDELSMAN Haja Taube 1935
  182. HANDELSMAN Wolf 1937
  183. HANDELSMAN geen voornaam  1941
  184. HANKO Norma 1934
  185. HARTMAN Szewa 1935
  186. HEBER Sura Mindla 1937
  187. HEBER Josef 1938
  188. HEBER Abram Dawid 1938
  189. HECHT Bajla Nacha 1934
  190. HELMAN Nacha 1935
  191. HEN Jakob Matcha 1934
  192. HENDELES Haim Josef 1931
  193. HENDELES Haja Laja 1933
  194. HERC Herszt 1935
  195. HERC Frimeta 1936
  196. HERC Laja 1932
  197. HERC Gitla 1931
  198. HERCKOWICZ Jakob Hersz 1936
  199. HERCKOWICZ Isaak 1941
  200. HERSZKOWICZ Haja Mindla 1938
  201. HERSZKOWICZ Jakow Aron 1939
  202. HERSZKOWICZ Rajza Gitla 1941
  203. HOJNACKJA Dobra 1938
  204. HOLECKONER Szlama 1934
  205. HUBERMAN Szlama Mendel 1935
  206. HUBERMAN Laja 1936
  207. HUBERMAN Ruchla 1931
  208. HUBERMAN Ruchla 1931
  209. HUBERMAN Ruchla 1931
  210. ICKOWICZ Szlama 1937
  211. ICKOWICZ Adeta 1933
  212. JABLONSKA Hawa 1941
  213. JABLONSKI Rubin 1939
  214. JACHIMOWICZ Fajwel 1935
  215. JACHIMOWICZ Haja Rajzla 1941
  216. JAKUBOWCIZ Szmul Fajwel 1935
  217. JAKUBOWICZ Perla 1935
  218. JAKUBOWICZ Idel 1935
  219. JAKUBOWICZ Haim Dawid 1935
  220. JAKUBOWICZ Szymon 1935
  221. JAKUBOWICZ Jankiel Ajzyk 1936
  222. JAKUBOWICZ Idel 1935
  223. JAKUBOWICZ Mojsze Mendel 1932
  224. JAKUBOWICZ Rachela 1934
  225. JAKUBOWICZ Frajdla 1937
  226. JAKUBOWICZ Perla 1937
  227. JAKUBOWICZ Abram Izak 1938
  228. JAKUBOWICZ Rafal 1938
  229. JAKUBOWICZ Luba Zelda 1939
  230. JAKUBOWICZ Izrael 1939
  231. JAKUBOWICZ Sara Lea 1940
  232. JAKUBOWICZ Szymsia 1940
  233. JAKUBOWICZ Masza Rajzla 1940
  234. JAKUBOWICZ Raszka 1934
  235. JAKUBOWICZ Hersz Josef 1940
  236. JAKUBOWICZ Jakob 1931
  237. JAKUBOWICZ Lisa Mirla 1932
  238. JAKUBOWICZ Laja 1932
  239. JAKUBOWICZ Feiga Ita 1941
  240. JAKUBOWICZ Rywka 1941
  241. JANOWSKI Hersz 1941
  242. JARKOWICZ Laja 1938
  243. JASKOWICZ Henoch 1941
  244. JEROZOLIMSKI Hersz Mejer 1935
  245. JEROZOLIMSKI Zalman 1938
  246. JOAB Hersz 1937
  247. JOAB Abram Bencyjon 1939
  248. JOAB Dyna 1932
  249. JOSKOWICZ Hana Rywka 1934
  250. JOSKOWICZ Josef Gutman 1932
  251. JOSKOWICZ Hena 1932
  252. JOSKOWICZ Dobra Frajdla 1933
  253. JOZEFOWICZ Gitla 1930
  254. JUDKOWICZ Juda Majer 1932
  255. KAC Sura Rojza 1931
  256. KALMA Izrael Henoch 1939
  257. KALMAN Abram Mordechaj 1940
  258. KARLSBRIN Mojsza Nechemia 1936
  259. KEPMAN Jakob Jafwel 1935
  260. KLAJN Haja Rachela 1938
  261. KLAJNPLAC Rela Diwora 1939
  262. KLAJNPLAW Alter Hersz 1931
  263. KLAMAN Rebeka 1937
  264. KLENIEWSKA Frymetav 1940
  265. KLENIEWSKI Raschka 1941
  266. KLUG Benjamin Meszaelem 1936
  267. KLUG Ojzer 1937
  268. KLUG Ruda Pesa 1937
  269. KLUG Mojsze Ruwin 1936
  270. KLUG Mindla 1931
  271. KLUG Fajda Liba 1931
  272. KLUG Hil Elieser 1941
  273. KOLTON Fajga 1938
  274. KOLTON Moszek Zurek 1941
  275. KOLTOSZ Malka 1935
  276. KONSENS Estera Hinda 1934
  277. KOPLEWICZ Idel 1931
  278. KOPLOWICZ Szaja Jonas 1939
  279. KOPLOWICZ Fajga Gitla 1933
  280. KORN Szlama Majer 1941
  281. KOZIOL Szymon 1938
  282. KOZIWODA Fajga 1937
  283. KOZIWODA Miriam 1931
  284. KOZIWODA Mojsza 1935
  285. KRISZTAL Abram Icek 1938
  286. KRIZMAN Szelig Majer 1931
  287. KRIZMAN Dewora Jehudys 1937
  288. KRYSZTAL Alta 1936
  289. KRYZMAN Dwojra Mariem 1940
  290. KRYZMAN Sura 1932
  291. KRYZMAN Rywen Hersz 1941
  292. KUCZYNSKI Salomon 1940
  293. KUCZYNSKI Abram Haim 1932
  294. KUPCZNASER Moszek Perec 1932
  295. KUPERWASCZ Hersz Icek 1935
  296. KUS Gechart 1934
  297. KUSZYNSKA Haja Sara 1938
  298. KUSZYNSKI Abram Haim 1934
  299. LABERSZTAJN Pinkus 1934
  300. LAJB Estera Hana 1936
  301. LAJB Eliasz Smul 1933
  302. LAJB Hana Golda 1930
  303. LAJB Abram 1932
  304. LAJB Sura 1931
  305. LAJB Szewa Etla 1933
  306. LAJB Abram 1932
  307. LAJB Sura 1931
  308. LAJB Szewa Etla 1933
  309. LANDSZTAJN Frymeta 1932
  310. LECHTENSZTAJN Pesa Haja 1934
  311. LEJB Bejla Jenta 1941
  312. LENSKA Estera Gitla 1938
  313. LEWENHOF Dawid Hersz 1939
  314. LEWIN Mordechaj Josef Elaz 1939
  315. LEWKOWICZ Jakob Hersz 1935
  316. LEWKOWICZ Miriam Mindla 1939
  317. LEWKOWICZ Salomon 1939
  318. LEWKOWICZ Abram Hersz 1932
  319. LEWKOWICZ Fajga Lea 1936
  320. LEWKOWICZ Michal 1939
  321. LEWKOWICZ Nuchem 1941
  322. LIBERMAN Haja Frimeta 1934
  323. LIBERMAN Iska Frymeta 1934
  324. LIBERMAN Pojra 1939
  325. LIBERMAN Frymeta 1931
  326. LIBOROWICZ Haim Elazar 1939
  327. LIBROWICZ Lajb 1934
  328. LIBROWICZ Hersz 1935
  329. LIBROWICZ Mendel 1938
  330. LIBROWICZ Miriam 1935
  331. LIBROWICZ Alter 1941
  332. LICHTENSZTEJN Ruchla 1933
  333. LIPINSKA Hena Masza 1940
  334. LIPKOWICZ Perla 1935
  335. LIPKOWICZ Hawa Ita 1939
  336. LIPSCHUTZ Nuchym 1941
  337. LIPSZYC Rudta 1936
  338. LIPSZYC Szlama 1938
  339. LITMAMOWICZ Antyl 1936
  340. LITMANOWICZ Salomon 1936
  341. LOBERSZTAJN Izrael Kaim 1931
  342. LOBERSZTAJN Brajla 1932
  343. LOBERSZTAJN Schyja 1941
  344. LOPATA Gitla 1934
  345. LOPATA Itla 1936
  346. LOPATA Aron 1938
  347. LOPATA Nuta Fajwel 1932
  348. LUSZCANOWSKA Hana Rojza 1934
  349. LUSZCZANOWSKA Sara Gitla 1938
  350. LUSZCZANOWSKI Herszel 1935
  351. LUSZCZANOWSKI Szaja 1931
  352. LUSZCZANOWSKI Huma Brucha 1941
  353. LUSZCZANOWSKI Noma Gitla 1941
  354. LUSZCZNOWSKI Masza 1941
  355. MACHABANSKA Marjem Bluma 1931
  356. MACHABANSKA Sura 1932
  357. MACHABANSKI Szmul Szlama 1934
  358. MACHABANSKI Haja Frymeta 1941
  359. MAISLER Liba Ruchla 1941
  360. MAIT Jakob Lucher 1934
  361. MARCZAK Mordka Josek 1932
  362. MARKOWICZ Moszek 1933
  363. MARKOWSKI Jakob Szaja 1938
  364. MENDLEWICZ Michal 1940
  365. MIOT Estera Jacheta 1930
  366. MONCZYK Abram Henoch 1941
  367. MORGENSZTAJN Hajwet 1931
  368. MORGENSZTEIN Haim 1934
  369. MORGENSZTERN Ezril 1934
  370. MORTENFELD Eliasch Jakob 1941
  371. MOSES Udla 1941
  372. MOSKOWICZ Hana Ruchla 1941
  373. MOSZKOWICZ Hana Mindla 1934
  374. MOSZKOWICZ Hema 1931
  375. MOSZKOWICZ Ita Basza 1938
  376. MOSZKOWICZ Rachela 1939
  377. MOSZKOWICZ Mindla 1931
  378. MOSZKOWICZ Bina 1932
  379. MOSZKOWICZ Mordka 1933
  380. MOSZKOWICZ Dwojra 1941
  381. MROWKA Estera Malka 1931
  382. MROWKA Lisa 1931
  383. MROWKA Estera Malka 1931
  384. NAJMAN Hersz Ber 1934
  385. NAJMAN Nachum Wolf 1937
  386. NAPARSTEK Szlama 1931
  387. NIWINSKI Wolf 1935
  388. NIWINSKI Szlama Mendel 1933
  389. NOWAK Mojsza 1939
  390. NOWAK Efroim 1935
  391. NOWAK Estera Szajndla 1931
  392. NOWAK Haim 1930
  393. NOWINSKA Ruchla Laja 1932
  394. NOWINSKI Sura 1941
  395. NYS Dawid 1935
  396. OBROWSKA Szajndla 1934
  397. PAKENTREGER Estera Gula 1935
  398. PASAMONIK Sura Riwka 1931
  399. PELCMAN Haim Moszek 1934
  400. PELCMAN Josef 1931
  401. PELEMAN Laja 1935
  402. PELTA Sura Hana 1941
  403. PIASKOWSKA Sara 1936
  404. PIASKOWSKI Wolf Lajb 1935
  405. PIASKOWSKI Izrael 1930
  406. PIGULA Juda 1934
  407. PIGULA Wolf 1937
  408. PIGULA Hana 1938
  409. PIK Gerszon 1938
  410. PILA Nuchem 1934
  411. PILA Sura 1935
  412. PILA Szejwa 1934
  413. PILA Hersz Dawid 1936
  414. PILA Cywia 1934
  415. PILA Bendet 1937
  416. PILA Masza 1935
  417. PILA Szaja 1938
  418. PILA Szaja Salomon 1939
  419. PILA Nuchem 1931
  420. PLCMAN Lajbus 1937
  421. PODEMSKI Israel Dawid 1941
  422. PORBORSKA Hana 1939
  423. POTRKOWSKI Icek 1941
  424. PRZEDBORSKA Estera 1936
  425. PRZEDBORSKA Malka 1931
  426. PRZEDBORSKA Icek Fajwisz 1932
  427. PRZEDBORSKI Icek Fajwisz 1931
  428. PRZEDBORSKI Szaja Majer 1933
  429. PRZEDBORSKI Abram Icek 1933
  430. PRZEDBORSKI Frajdala 1941
  431. PRZEDBRSKI Mojsza Hersz 1937
  432. PRZEMYSLAWSKI Haim Josef 1938
  433. PRZYBYLSKA Rywka 1935
  434. PRZYBYLSKA Laja 1932
  435. PRZYBYLSKI Rysel Lajb 1935
  436. PUCKACZ Szulem 1931
  437. PUTERMILCH Perla 1941
  438. RAFALOWICZ Estera Malta 1936
  439. RAFALOWICZ Rajzla 1939
  440. REICH Maria 1939
  441. RESZKA Aron Haim b1931
  442. RINBANIN Haim Jankiel 1935
  443. ROTENSZTAJN Jechuda 1932
  444. ROTMAN Henochb 1941
  445. ROTSZTAJM Marjem 1936
  446. ROTSZTAJN Haim Mojsza 1939
  447. ROTSZTAJN Salomon b1938
  448. ROTSZTAJN Berek 1931
  449. ROZEN Dawid 1935
  450. ROZEN Sura Mindla 1933
  451. ROZENBLAT Haja 1940
  452. ROZENCWAJG Pinkus 1937
  453. ROZENCWAJG Zelda 1934
  454. ROZENCWAJG Izrael Zalma 1933
  455. ROZENSZTOK Kalman Benc 1935
  456. ROZENSZTOK Modenchaj Elazar 1937
  457. ROZENTAL Sura Rywka 1934
  458. ROZENTAL Bajla Estera 1931
  459. ROZENTAT Dwojra 1932
  460. ROZENZWEIG Szmul Abram 1941
  461. ROZENZWElG'Abram Elias 1941
  462. ROZYCKI Icek 1934
  463. ROZYCKI Jakob 1937
  464. ROZYCKI Moszek Szmul 1931
  465. RSESLAWSKI Nysen Majer 1936
  466. RUBINSZTAJN Abram Mordka 1938
  467. RUBINSZTAJN Josef Lajb 1940
  468. RZESLAWSKI Dawid Majlich 1932
  469. RZETELNY Szlama Zalma 1937
  470. RZETELNY Abram 1937
  471. RZETELNY Szulim Ber 1931
  472. SAMBERG Sura Laja 1934
  473. SAMBERG Abram Moszek 1931
  474. SAMBERG Jakob Ber 1932
  475. SAMBERG Szera Laja 1934
  476. SAT Iba Malka 1938
  477. SCHWARZBERG Hersz Dawid 1941
  478. SEIDERMAN Mala Freida 1941
  479. SIERADZKI Szlama 1937
  480. SIERADZKI Cyrel Malka 1941
  481. SOSNOWSKA Estera Rajzla 1931
  482. SOSNOWSKA Estera Rajzla 1931
  483. STOBICKA Hana 1936
  484. STOBIECKA Dewora 1939
  485. STOBIECKA Touba 1931
  486. STOBIECKI Berek 1932
  487. STOBIECKI Sucher Lajb 1941
  488. SWIERCZEWSKI Hersz 1938
  489. SYNARODINA Benjamin Hersz 1936
  490. SZAJNENSZNAJDER Hersz Lajb 1939
  491. SZATJER Hema 1937
  492. SZERMAN Jehudys 1938
  493. SZMIDKE Anna Urszula 1937
  494. SZMIDKE Erika 1932
  495. SZMIDT Brajna 1935
  496. SZMIDT Josef Bencjon 1939
  497. SZMULEWICZ Sura Estera 1934
  498. SZMULEWICZ Estera 1938
  499. SZMULEWICZ Mendel 1940
  500. SZMULEWICZ Haim Bojnop 1931
  501. SZMULEWICZ Dawid 1931
  502. SZMULEWICZ Kalma 1931
  503. SZMULEWICZ Zalma Jdel 1932
  504. SZMULEWICZ Zysla 1933
  505. SZMULEWICZ Sura 1933
  506. SZNYCER Abram Aron 1936
  507. SZPIGELMAN Sara 1938
  508. SZPIGIELMAN Abram Henoch 1931
  509. SZPIRO Hinda 1938
  510. SZPIRO Dawid Haim 1940
  511. SZTAJER Dawid 1935
  512. SZTAJER Machta 1937
  513. SZTAJER Tauba 1935
  514. SZTAJER Michal Dawid 1939
  515. SZTAJER Gerszon 1932
  516. SZTAJN Marjem Gula 1938
  517. SZTAJN Izrael Mojsza 1939
  518. SZTAJN Hendla Cywia 1939
  519. SZTATLENDER Hena 1934
  520. SZTATLENDER Eta Perla 1932
  521. SZULKLAPER Szlama 1941
  522. SZWARCBERG Cymel 1937
  523. SZWARCBERG Lajbus 1932
  524. SZWINTENSTAJN Idel Pinkus 1941
  525. SZYBIR Rachmil Benejon 1936
  526. SZYLIT Frajdla 1939
  527. SZYMBOWICZ Icek 1934
  528. SZYMKIEWICZ Haja Gold 1937
  529. SZYMKOWICZ Benjamin 1935
  530. SZYMKOWICZ Berek 1935
  531. SZYMKOWICZ Icek 1934
  532. SZYMKOWICZ Icek Zalma 1937
  533. SZYMKOWICZ Icek Zalma 1930
  534. SZYMKOWICZ Haja Golda 1937
  535. SZYMKOWICZ Hana Rebeka 1931
  536. SZYMKOWICZ Frajdla Liba 1932
  537. SZYMKOWICZ Jankiel 1938
  538. SZYMKOWICZ Sara Hinda 1939
  539. SZYMKOWICZ Hana Laja 1931
  540. TAUBE Brucha 1939
  541. TAUBE Mirla 1933
  542. TCHORZEWSKI Sura Hinda 1941
  543. TENER Abram Lajzer 1936
  544. TUBE Benjamin 1935
  545. TUCHMAJER Haja 1935
  546. UNIKOWSKA Hana 1936
  547. URBACH Idesa Gitla 1935
  548. URBACH Jakob 1936
  549. WAJNBERG Laja 1941
  550. WAJNGARTEN Salomon Natau 1937
  551. WAJNTRAUB Dewora 1939
  552. WAJS Henoch 1939
  553. WAJS Golda 1939
  554. WAJS Hejnoch Jakob 1932
  555. WAJSER Sura 1935
  556. WAJSER Mendel 1937
  557. WARSZAWSKA Helan 1937
  558. WARSZAWSKI Jakob 1934
  559. WARSZAWSKI Jakob 1939
  560. WEBER Mindla 1938
  561. WEBER Mordka Mendel 1933
  562. WEISS Fajga Lira 1941
  563. WEISSER Jakob Majer 1941
  564. WENGIER Sara Perla 1937
  565. WILHELM Kalma 1934
  566. WILHELM Bajla 1932
  567. WISNLEWSKA Haja 1935
  568. WLUKA Mindla Hadesa 1939
  569. WOLFOWICZ Ruchla Krajndla 1934
  570. WOLFOWICZ Szewa 1941
  571. WWIECYNSKI Dawid Hersz 1936
  572. ZAJDA Haja Tauba 1932
  573. ZARKOWSKA Bela 1937
  574. ZARKOWSKA Adela 1938
  575. ZENDEL Mendel Wolf 1934
  576. ZENDEL Laja 1931
  577. ZENDEL Laja 1931
  578. ZILBERSZTAJN Izrael Moszek 1934
  579. ZOLTY Mojsza Haim 1938
  580. ZUCHOWSKA Frymeta 1931
  581. ZUCHOWSKASura Rojzan 1933
  582. ZUCHOWSKI Haim Josef 1934
  583. ZUCHOWSKI Dawid Ber 1941
  584. ZWIERZYNKI Hersz Dawid 1936
  585. ZWIERZYNSKI Izaak 1938
  586. ZWIERZYNSKI Szlama 1939
  587. ZYBERGLAT Mindla 1941
  588. ZYGMUNTOWICZ Rajzla 1931
  589. ZYGMUNTOWICZ Majsche 1941
  590. ZYGMUNTOWIECZ Rajzla 1931
  591. ZYRBELGLAT Sara 1931
  592. ZYSKIND Prywa 1932
  593. ZYSKIND Zelda 1934
  594. ZYSKIND Szmul Dawid 1931
  595. ZYSKIND Szmul Dawid 1931

Bijzonderheden van Chelmno

Het vernietigingskamp in Chelmno werd ingericht om de Joden uit de Warthegau (de geannexeerde Poolse provincie Poznan en delen van de gewesten Bydgoszcz, Lodz, Pomorze en Warschau) te doden. In 1939 woonden er 4.922.000 mensen in deze districten, onder wie 385.000 Joden.
Gauleiter Arthur Greiser riep de Warthegau uit tot "oefenterrein" van het nationaal-socialisme, waar de nazi bevolkingspolitiek in de praktijk werd gebracht. Polen, Joden en zigeuners (Sinti en Roma) waren bestempeld als "Untermenschen", minderwaardige wezens. Discriminatie van de Polen werd gevolgd door vervolging en tenslotte uitroeiïng van de Roma en de Joden. Zij die de eerste excessen overleefden, werden gedeporteerd naar werkkampen en getto’s, waarvan het grootste was gelegen in de stad Lodz. Gauleiter Greiser kreeg uiteindelijk Heinrich Himmler's toestemming om alle Joden te doden die niet tot dwangarbeid in staat waren.

SS Hoofdkwartier in ChelmnoDit eerste nazi vernietigingskamp lag in het Poolse dorpje Chelmno nad Nerem (Duits: Kulmhof). Chelmno ligt 60 km NW van Lodz en 14 km ZO van Kolo. Kolo is ligt aan de spoorbaan Lodz - Poznan. Al vóór WO2 waren Kolo en Chelmno met elkaar verbonden via een smalspoorbaan, die liep van Kolo naar Dabie.
De nazi’s kozen een leegstaand landhuis in Chelmno (genaamd het "Kasteel") voor de uitroeiïng. Verschillende andere gebouwen op het voormalige landgoed lagen binnen een 2.5 - 3 m hoge houten omheining en dichte bebossing. De graanschuur is heden ten dage nog te zien. Uit veiligheidsoverwegingen werd de hoofdpoort tot dit terrein gebouwd als een sluis: wanneer de wachtposten de ene poort openden, werd de andere gelijktijdig gesloten

Herbert LangeHet kamp werd ingericht in november 1941, nadat vrijwel alle bewoners uit de omgeving waren verdreven. De uitroeiïng van zigeuners en Joden werd uitgevoerd door het z.g. Sonderkommando Kulmhof, ook bekend als het Sonderkommando Lange. Deze speciale eenheid was genoemd naar haar eerste commandant, SS-Hauptsturmführer Herbert Lange. Later veranderde de naam in Sonderkommando Bothmann, naar SS-Hauptsturmführer Hans Bothmann, Lange's opvolger.
Lange had al enige ervaring opgedaan in het doden van psychiatrische patiënten in Polen tussen eind 1939 en juni 1940 met behulp van gaswagens. In Chelmno waren de Joden voorbestemd om in dergelijke gaswagens te sterven.
Bij het begin van zijn activiteiten bestond het SS-Sonderkommando Lange uit ongeveer 15 leden van de veiligheidspolitie, die alle belangrijke posities in het kamp bekleedden, en 50 - 60 politiemannen van de 1. Kompanie des Polizeibataillons Litzmannstadt (Lodz) plus enkele politiemannen van de 2e compagnie, verdeeld over de secties "Transport", "Kasteel" en "Boskamp".
Het aantal reguliere politiemensen zal later gegroeid zijn tot ongeveer 100. Deze SS- und Polizeimänner bewaakten ook de hele omgeving. Volgens getuigen bezochten Greiser en Himmler Chelmno in zijn beginperiode.

Alle medewerkers van het Sonderkommando ontvingen een speciale toeslag op hun loon. Over de hoogte van die toeslag lopen de berichten uiteen. Bruno Israel getuigde dat hij een toeslag ontving van 13 RM per dag, rechtstreeks uitbetaald door Bothmann. De vroegere chef van politie in het kamp, Alois Häfele, beweerde dat de gewone politieman een extra salaris kreeg van 12 RM per dag, en leidinggevenden 15 RM. De vrouw van Josef Peham, een politiechef, vertelde dat de toeslag variëerde van 10 - 13 RM per dag. Wat ook het juiste bedrag moge zijn, de leden van het Sonderkommando verdienden hierdoor meer dan het dubbele van hun normale loon.
Begin maart 1943, aan het eind van de eerste fase van Chelmno, arriveerde Greiser samen met enkele leden van de NSDAP. Er werd een feestje georganiseerd in de "Gaststätte Riga" in Kolo (Warthbrücken), en iedere medewerker van het Sonderkommando kreeg 500 RM van Greiser (eenmalig), met de toezegging dat ieder van hen twee weken vakantie mocht komen doorbrengen op zijn privé landgoed in Berlijn. De rekening van dit feest werd gestuurd naar de NSDAP Gauleitung Wartheland.

De opdrachten van het Kommando gingen direct uit naar een groep voormalige gevangenen (hoofdzakelijk uit Fort VII in Poznan) die waren uitgekozen tijdens de euthanasie acties. Zij werkten voornamelijk, maar niet uitsluitend, in het boskamp. Deze mannen ontvingen vele privileges, vooral na afloop van de werkdag, en zij werden niet als gevangenen behandeld. Deze speciale eenheid bestond uit Franciszek Piekarski, Henryk Mania, Kajetan Skrzypczynski, Lech Jaskolski, Stanislaw Polubinski, Henryk Maliczak, Stanislaw Szymanski en Marian Libelt. Zij werkten in Chelmno tijdens de eerste fase van het bestaan van het kamp, tot de komst van Bothmann.

OverzichtskaartDe meeste Joden werden aangevoerd per trein (gewoonlijk 1.000 personen, in 20 - 22 wagons) naar het station van Kolo. Tot midden maart 1942 werden alle aangekomenen opgesloten in de synagoge van Kolo totdat er vrachtwagens beschikbaar waren om de mensen over te brengen naar Chelmno. Omdat de Duitse plaatselijke bestuurders erover klaagden dat de Joden in het centrum van de stad werden opgesloten, veranderde men dit per medio maart. Van toen af moesten de Joden overstappen op het station van Kolo, in wagons van de smalspoorbaan, die hen 6 km verder bracht naar het dorp Powiercie. Daar stopte de trein, en de slachtoffers kregen het bevel 1.5 km door het bos te lopen tot het dorp Zawadka, waar ze in een molen werden opgesloten voor hun laatste nacht. De volgende ochtend werden ze met vrachtwagens naar Chemno gebracht. Enkele andere transporten werden direct per vrachtwagen naar Chelmno gebracht, waar de slachtoffers de nacht doorbrachten alvorens te worden vergast. Volgens getuigen bezocht Christian Wirth de locatie in het voorjaar van 1942
In de tweede fase van Chelmno (1944) werden de slachtoffers direct met de smalspoorbaan van Kolo naar Chelmno gebracht, omdat de spoorbaan was gerepareerd (de houten brug over een zijrivier van de Warta tussen Powiercie en Chelmno was vernield door Poolse troepen tijdens hun terugtocht in 1939).

Het "Kasteel"In Chelmno zelf arriveerden de mensen in het Schlosslager (kasteelkamp). Tijdens de eerste fase werden de Joden na binnenkomst toegesproken door cammandant Bothmann, soms ook door zijn plaatsvervanger SS-Untersturmführer Albert Plate, Polizei-Meister Willy Lenz, Polizei-Meister Alois Haeberle of Franciszek Piekarski, ook medewerkers van het Sonderkommando. Ze waren gekleed als de eigenaar van het landgoed: hoed met veer, chique kleren, hoge laarzen en een pijp in de mond...
Ze vertelden de Joden dat sommigen van hen zouden moeten gaan werken in Oostenrijk of verder naar het oosten, de anderen hier op het landgoed. Ze zouden netjes worden behandeld en goed te eten krijgen. Om gezondheidsredenen zouden ze eerst moeten douchen terwijl hun kleren werden ontsmet. Na deze geruststellende toespraak werden de Joden naar de kleedruimten op de eerste verdieping gebracht. Daar moesten zij zich uitkleden en hun waardevolle bezittingen afgeven. Gedurende Chelmno's tweede fase verwelkomde een SS-er de Joden, op mogelijk dezelfde manier.
Voor zover niet door SS-ers achterover gedrukt, werden de zaken van waarde gestuurd naar Pabianice bij Lodz, samen met de kleding van de slachtoffers. Daar had het bestuur van het getto van Lodz een aantal warenhuizen ingericht waar de buit werd verzameld en gesorteerd. De buitgemaakte spullen (bijv. bont) werden onderzocht en dan verstuurd naar Duitsland of verkocht aan Duitsers die woonden in de Warthegau. Op 9 september 1944 bijvoorbeeld werden 775 polshorloges en 550 zakhorloges vanuit Chelmno naar het getto van Lodz gestuurd. Veel kleding was doordrenkt met bloed en ontlasting. Soms zat de Jodenster er nog op. Velen in Duitsland moeten daarom op de hoogte zijn geweest van het lot van de Joden.

Nadat ze zich hadden uitgekleed werden de mensen weer naar beneden gebracht, naar een gang waar aan de muur bordjes hingen met teksten als "naar het bad" en "naar de dokter". Daar zeiden de SS-ers tegen de Joden dat ze in een vrachtwagen moesten stappen die hen naar de badkamers zou brengen. Ze kregen stukken zeep mee. Drie Polen, die waarschijnlijk zelf ter dood veroordeeld waren, sloegen de Joden met een zweep als ze niet snel genoeg de gaswagens in gingen. Uiteindelijk kwamen de slachtoffers door een buitendeur via een houten opstap in de gaswagens. De SS-ers sloten snel de luchtdichte deuren van de gaswagen en de chauffeur (Walter Burmeister onder anderen / "The Good Old Days" - E. Klee, W. Dreeßen, V. Riess, The Free Press, NY, 1988., p. 219 - 220) zette de motor aan, maar liet hem stationar draaien. Ondertussen sloot hij de uitlaat met een slang aan op de laadruimte van de gaswagen, zodat de uitlaatgassen zich daarin konden verspreiden. Na 5 - 10 minuten vreselijk geschreeuw waren alle mensen in de laadruimte gestikt. In Chelmno werden één grote gaswagen (waarschijnlijk van het merk Magirus, voor 150 slachtoffers) en twee kleinere (een Opel Blitz en een Diamond Reo, voor 80 – 100 slachtoffers) gebruikt. Volgens getuige Israel was er nog een vierde voor de ontsmetting van de kleding. Het Sonderkommando heeft mogelijk speciale brandstof gebruikt, vermengd met vergif. De motoren van de gaswagens liepen op benzine, niet op diesel.

Na de vergassing reed de vrachtwagen naar het Waldlager (boskamp) in het Rzuchowski Woud, circa 4 km verderop. Op zekere dag vielen, onderweg naar het Waldlager, in een bocht de deuren plotseling open en tuimelden sommige lijken naar buiten. Sindsdien noemde men die bocht de "Bocht des Doods". In het Waldlager werden de lijken uitgeladen door gevangenen van het Joodse Waldkommando (boscommando). Men liet de uitlaatgassen 10 minuten lang ontsnappen, daarna moest de laadruimte worden leeggehaald. Het Waldkommando moest de lichamen inspecteren op sieraden en gouden tanden, die werden uitgetrokken. Hoewel een onbekend aantal Joden erin slaagde te ontsnappen uit het Waldkommando, waren er maar drie die het einde van de oorlog haalden: Mordechai Podchlebnik uit de eerste fase van het kamp, Mordechai Zurawski en Simon Srebnik uit de tweede... De eerste ontsnapte gevangene uit het Waldkommando die over de toestanden in het kamp berichtte was Szlamek Bajler (ook bekend als Yakov Grojanowski), die in het getto van Warschau aan Emanuel Ringelblum vertelde wat hij had meegemaakt.

Tot het voorjaar van 1942 werden de lijken begraven in vier lange massagraven. Daarna cremeerde men ze. Twee crematoria werden gebouwd, die waarschijnlijk werden aangevuld met twee mobiele veldovens. Deze werden waarschijnlijk geïnstalleerd om hun efficiency te testen. Het was in Chelmno dat Paul Blobel voor het eerst experimenteerde met diverse methoden om van de lijken af te komen, voordat hij het systeem perfectioneerde dat in gebruik was in de andere vernietigingskampen in het oosten, met inbegrip van die van de Aktion Reinhard. Ondanks alle inspanningen zijn er nog steeds resten van menselijke botten zichtbaar.
De leden van het Waldkommando werden na korte tijd gedood en vervangen door nieuw aangekomen gevangenen. Na de oorlog bevestigden bewoners van dorpen in de buurt dat er voortdurend rook oprees uit de omgeving.

Adolf Eichmann en Rudolf Höß bezochten Chelmno in de herfst van 1942.
Verklaring van Eichmann tijdens het eerste verhoor (na zijn ontvoering) in mei 1960 voorafgaand aan zijn proces, door de Israëlische politieofficier Avner W. Less:
"Eichmann: ...Toen werd ik naar Kulmhof (Chelmno) in de Warthegau gestuurd. Ik kreeg opdracht van Müller om naar Litzmannstadt te gaan en te rapporteren wat daar gaande was. Hij zei het niet op dezelfde manier … als Heydrich … niet zo grof.
`Daar gaat een actie tegen de Joden beginnen, Eichmann. Ga eens kijken. En dan rapporteert u aan mij. ' I went to Gestapo headquarters in Litzmannstadt - Ik vertrok naar het Gestapo hoofdkwartier in Litzmannstadt, dat nu weer Lodz heet – en daar werd mij verteld dat het om een speciaal team ging, ingesteld door de Reichsführer. En ze vertelden me precies waar dit Kulmhof lag. Ik weet alleen dat ik het volgende gezien heb: een ruimte, als ik me goed herinner misschien vijf keer zo groot als deze, het kan ook vier keer zo groot geweest zijn. Daar bevonden zich Joden, die moesten zich uitkleden, en dan reed er een vrachtwagen voor, die helemaal dicht was, waar vooraan de deuren open gingen, en die reed tot zowat aan de opstapplaats. En daar moesten nu die naakte Joden naar binnen. Dan werd de wagen gesloten en reed hij weg.
Less: Hoeveel mensen zaten er in die wagen?
Eichmann: Dat kan ik niet precies zeggen. Ik heb daar niet precies op kunnen letten. Ik heb daar niet de hele tijd naar staan kijken. Dat kon ik niet, nee, het was wel genoeg. Dat schreeuwen en, en, dat heeft me veel te veel aangegrepen en zo. Dat heb ik ook geschreven in mijn bericht aan Müller. Hij heeft niet veel gedaan met mijn berichtgeving. Ik reed dan achter die vrachtwagen aan – ik denk met één van die lui daar, die er de weg kenden, en toen zag ik het meest afschuwelijke dat ik van mijn leven ooit had gezien. De vrachtwagen reed tot aan een langwerpige groeve, de deuren gingen open en daar kwamen lijken naar buiten, alsof ze nog leefden, zo beweeglijk waren de ledematen nog. Ze werden in die kuil gegooid, ik zie daar nog hoe een man in burger met een tang tanden uittrekt, en toen ben ik hem gesmeerd. Ben ingestapt en weggereden en kon geen woord meer uitbrengen... Ik kon niet meer verwerken. Ik weet nog dat een arts daar, in een wit jasje, mij zei dat ik door een kijkgaatje moest kijken hoe ze daar binnen in die vrachtwagen zaten. Daar heb ik voor bedankt. Ik kon het niet, ik kon niets meer zeggen, ik moest weg. Ik ben naar Berlijn teruggekomen, heb Gruppenführer Müller verslag gedaan. Ik heb hem precies hetzelfde verteld als wat ik hier nu zeg, meer kon ik hem niet vertellen... Verschrikkelijk, zeg ik, een inferno, kan niet, het is, ik kan dit niet, heb ik hem gezegd."

Höß over zijn bezoek aan Chelmno, op 16 september 1942:
"Gedurende mijn bezoek aan Kulmhof zag ik de vernietigingsinstallaties en de gaswagens terwijl ze werden gereed gemaakt voor het doden door uitlaatgassen. De chef van het plaatselijke commando beschreef deze methode als erg onbetrouwbaar omdat het gas met horten en stoten werd geproduceerd, en dikwijls onvoldoende was om te doden."

Deportatie uit Zychlin *Deportatie uit Wloclawek *Chelmno's eerste fase duurde van 7 december 1941 tot maart 1943. De eerste slachtoffers kwamen uit plaatsen in de buurt: Babiak, Dabie, Deby Szlacheckie, Grodziec, Izbica Kujawska, Klodawa, Kolo, Kowale Panskie, Nowiny Brdowskie en Sompolno. Midden januari begon de SS met de uitroeiïng van de Joden uit het getto van Lodz: Tussen 16 en 29 januari 1942 werden 10.003 Joden vermoord, van 22 februari - 2 april 34.073, van 4 - 15 mei 11.680 en van 5 - 12 september 1942 15.859. Behalve de Joden uit het getto van Lodz waren begin 1943 bijna alle andere Joden uit de Warthegau vermoord. Onder de slachtoffers waren 15.000 Joden uit Duitsland, Oostenrijk, Tsjechoslowakije en Luxemburg, 5.000 zigeuners, enkele honderden Polen en een onbekend aantal Sowjet krijgsgevangenen, en tenslotte 88 kinderen uit het Tsjechische Lidice.
Op 7 april 1943 blies de SS het landhuis en de twee crematoria op. Op deze dag arriveerde een laatste, onverwacht transport met Joden die leden aan typhus. De Duitsers waren bang besmet te zullen raken en gaven hen opdracht naar de eerste verdieping van het kasteel te gaan. Men plaatste dynamiet in de kelder en blies het gebouw op, samen met de Joden.
Daarna werden Bothmann en zijn Sonderkommando gestuurd naar Italië / Joegoslavië om daar de partizanen te bestrijden (SS-Division "Prinz Eugen"). Een belangrijke ontdekking is een bierfles, afkonstig uit de Dreher Brouwerij in Triëst, die tevoorschijn kwam aan de achterkant van het kasteel van Chelmno bij archeologische opgravingen. Bewezen is dat tenminste één lid van Bothmann's staf in Triëst is geweest, misschien in San Sabba. Er zijn daarna op die plaats nog enkele andere flessen gevonden.

Telex van Greiser aan HimmlerDeportatie uit Sieradz *Tijdens Chelmno's tweede fase, in juni en juli 1944, werden nog eens 10.000 Joden uit het getto van Lodz vermoord. Himmler en Greiser hadden besloten tot liquidatie van het getto. Daarom werd het Sonderkommando Bothmann teruggeroepen, het Waldlager opnieuw ingericht en werden daar twee nieuwe crematoria gebouwd.
Nu werden de Joden uit Lodz gewoonlijk per trein getransporteerd naar Kolo (soms echter ook in vrachtwagens, rechtstreeks naar Chelmno). Vanuit Kolo ging men dan met de smalspoorbaan naar het dorp Chelmno. Daar brachten zij de nacht door in de kerk. De volgende dag moesten ze wachten op het plein vóór de kerk tot ze, in groepen van meestal 150, door vrachtwagens naar het Waldlager werden gebracht.
In het Waldlager werden de mensen verdeeld over twee grote barakken, elk circa 20 x 10 m. Elke barak had twee kamers, één voor de mannen, de andere voor de vrouwen en kinderen. De aankomst in deze twee gebouwen was een list om paniek onder de slachtoffers te voorkomen. Beide schuren hadden een houten schutting aan iedere kant, zodat het leek alsof de Joden inderdaad in een doorgangs- of werkkamp waren terechtgekomen. Elk gebouw was van een nummer voorzien en bovendien waren er richtingborden op geschilderd: aan de buitenkant: "Naar de Badkamer", binnen in de barakken: "Naar de Dokter, Barak Nummer…" etc.. De SS hield deze schijn van “nieuwe vestiging” op tot de laatste minuut, wanneer de slachtoffers zich uitkleedden, eerst de vrouwen en kinderen, daarna de mannen. Eenmaal naakt gingen ze door de deur waarop stond "Zum Bad" ("Naar de Badkamer"). Achter deze deur lag een gang, 20 - 25 m lang en 1,5 m breed, eveneens afgezet met een houten wand, en met een scherpe bocht aan het eind, die uitkwam op de opstapplaats. Hier klommen de Joden in de wachtende gaswagens. Deze methode was ingevoerd, beproefd en getest in de kampen van Belzec en Sobibor. Zij werd uiteindelijk perfect in Treblinka. Het kostte weinig moeite een verkorte versie van de methode, gebruikt in de Aktion Reinhard kampen, in te voeren in Chelmno.

Hierbij moet worden opgemerkt dat de dicht gecamoufleerde omheiningen in gebruik in de Aktion Reinhard kampen, verre van "perfect" waren, totdat de laatste "gang" (Duits: Schlauch) werd gebouwd in Treblinka. De allereerste gang (genaamd Schleuse – sluis), in het vernietigingskamp Belzec van juli 1942 - december 1942 was kaarsrecht; een "misser", die werd gecorrigeerd in Sobibor door een "blinde hoek". Maar de Sobibor Schleuse was weer veel te lang; daarom had de "Weg naar de Hemel" (zoals deze gangen in alle Aktion Reinhard kampen werden genoemd) in Treblinka een bocht, maar was hij niet te lang of te kort voor zijn moorddadige doel.

De overlevenden Zurawski en Srebrnik, en de gevangen genomen politieman Israel, beschreven de voorzieningen voor de lijkverbranding als volgt:
"Ze waren diep in de grond aangelegd an staken niet boven het maaiveld uit. Ze hadden de vorm van omgekeerde kegels met een rechthoekig grondvlak. Aan de bovenkant op straatniveau hadden de ovens afmetingen van 6 x 10 m en ze waren 4 m diep. Aan de onderkant, waar de as werd verzameld, waren ze 1.5 x 2 m. Het roosterwerk was gemaakt van rails. Een luchtkanaal naar de askuil verzekerde de toevoer van lucht en maakte het afvoeren van as en beenderresten mogelijk. De zijkanten van de oven waren gemaakt van vuursteen en cement. In de oven waren kruiselings lagen brandhout en lijken: om een goede verbranding te bevorderen was er ruimte vrijgelaten tussen de lijken. De oven kon 100 lijken tegelijk verwerken, maar als de brandstapel inklinkte, werden aan de bovenkant nieuwe lijken toegevoegd. De as en beenderresten werden verwijderd uit de askuil, fijngestampt met vijzels en aanvankelijk in speciaal daarvoor gegraven greppels geworpen; maar later, vanaf 1943, werden ze in het geheim ’s nachts per kar gebracht naar Zawadka, en daar in de rivier gegooid."

Om de liquidatie van het getto van Lodz te bespoedigen, werden de daar resterende 70.000 Joden gedeporteerd naar Auschwitz.

In september 1944 werden de crematoria in het Waldlager ontmanteld. Het Sonderkommando en het Waldkommando waren nog ter plaatse, bezig met het verbranden van de lijken in de massagraven. Alle installaties werden half december 1944 gesloopt, maar Bothmann en zijn mannen waren nog in afwachting van nieuwe orders. Die kwamen echter niet, waarop Bothmann besloot zelf het Sonderkommando Kulmhof te ontbinden. Hij wilde het restant van het Waldkommando doodschieten. Toen kwamen echter de Joden, die opgesloten zaten in een graanschuur, in opstand. Twee nazi’s werden doodgeschoten en twee gevangenen (Srebrnik en Zurawski) ontsnapten. De overige Joden werden geëxecuteerd en de graanschuur werd in brand gestoken. Het gebied werd verlaten op 17 januari 1945 in verband met de nadering van het Rode Leger.

Tenminste 152.000 mensen stierven in Chelmno. Alle getuigen bevestigen dat als regel ongeveer 1.000 Joden per dag werden getransporteerd naar Chelmno, de slachtoffers die in vrachtwagens uit de directe omgeving aankwamen niet meegerekend.