Lijst Joodse gemeenschap in: plaatsnaam beginnend met M

 

Maarssen

 

In de zeventiende eeuw vestigden zich enige Amsterdamse Portugese joden in Maarssen. Een deel van hen was betrokken bij de tabakscultuur rond Amersfoort, anderen deden tevergeefs een poging een zijde-industrie in de plaats op te richten.
Aanvankelijk vonden de godsdienstoefeningen plaats in één van de buitenplaatsen die de Portugese joden langs de Vecht bouwden. In 1720 werd in Maarssen de Portugese synagoge Neveh Shalom gebouwd, ondanks tegenstand uit kerkelijke kringen. In 1749 werd in het nabijgelegen Tienhoven op een privé-terrein eenbegraafplaats aangekocht, die tot in de twintigste eeuw in gebruik is geweest.

De Hoogduitse joden vestigden zich op de andere oever van de rivier de Vecht in Maarsseveen. Ze hielden hun diensten aanvankelijk eveneens in een privé-woning, maar in 1759 kregen ook zij toestemming voor de bouw van een synagoge, aan de Diependaalsedijk.

Volgens sommige overleveringen vormden de joden op een bepaald moment in de eerste helft van de achttiende eeuw een meerderheid onder de plaatselijke inwoners, zonder overigens gelijke rechten te hebben.
De neergang van de Portugese gemeente begon in het midden van de achttiende eeuw en in 1839 had zij daadwerkelijk opgehouden te bestaan. In dat jaar werd de synagoge verkocht en afgebroken. De terugloop van de Hoogduitse gemeente in Maarssen en Maarsseveen begon in 1789, toen de stad Utrecht haar poorten voor joden moest openen. Uiteindelijk werd de Hoogduitse gemeente in 1923 bij die van Utrecht gevoegd. In 1927 werd ook de Hoogduitse synagoge verkocht en afgebroken. Onder het woonhuis, dat enige jaren later op die plek verrees, werd in 2002 een mikwe uitgegraven. In een pand aan de Breedstraat bevindt zich een koepelgewelf, mogelijk een restant van een Portugese huissynagoge.

De als het 'Jodenbosje' bekend staande begraafplaats in Tienhoven verkeert in zwaar vervallen toestand. In april 2004 werd door Landschapsbeheer Utrecht een plan geopperd voor een grondige restauratie.
In het nabijgelegen Kamerik werd in mei 1999 op de begraafplaats een gedenkplaat onthuld ter nagedachtenis aan twee joodse onderduiksters, die in dat dorp opgepakt werden.

Aantal joden in Maarssen en omgeving:

1809   217

1840   130

1869   103

1899     43

1930     38

 

Maassluis

 

Uit documenten daterend uit de twintiger jaren van de achttiende eeuw blijkt dat er in die tijd al joden in Maassluis verbleven. In de jaren zestig van dezelfde eeuw was de joodse gemeenschap zodanig in omvang toegenomen dat men bij het stadsbestuur een verzoek indiende om een synagoge te mogen bouwen. In 1769 werd toestemming verkregen om een gebedshuis neer te zetten aan de Nieuwe Goudsteen of Bonestraat. Een jaar later werden de statuten van de joodse gemeente door het stadsbestuur goedgekeurd en kon de synagoge ingewijd worden.

Gedurende de negentiende eeuw bleef het ledental van de joodse gemeente schommelen rond de negentig. De synagoge werd eerst in 1831 gerestaureerd maar in 1858 vervangen door een nieuw gebouw aan de Groen van Prinstererkade. De school en woning voor de godsdienstleraar, die tevens voorzanger was, waren in een belendend perceel gevestigd. De begraafplaats in de Kapelpolder was al vóór 1829 in gebruik.

Gedurende de negentiende eeuw waren er zowel conflicten binnen de joodse gemeente, als met het centrale bestuur van hetNederlands Isralitisch Kerkgenootschap in Den Haag en met de plaatselijke overheid. Naar aanleiding daarvan werden de parnassijns ontslagen. Naast het kerkbestuur was een penningmeester voor het Heilige Land werkzaam. Een vrouwenvereniging hield zich bezig met het onderhoud van het synagoge-interieur.

In de twintigste eeuw daalde het aantal leden van de joodse gemeente snel. Reeds vanaf 1920 werd er gesproken over een samengaan met de joodse gemeente van Rotterdam; in 1940 had de gemeente Maassluis in feite opgehouden te bestaan.
In oktober 1942 werden de nog in Maassluis verblijvende joden opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen is teruggekeerd. Na de oorlog is het joodse leven niet hervat. De synagoge, die in zeer slechte staat verkeerde, is gesloopt. In 1947 werd Maassluis bij het gebied van de joodse gemeente Rotterdam gevoegd. De begraafplaats werd in 1950 geruimd; de stoffelijke resten werden overgebracht naar een apart deel van de Algemene Begraafplaats bij de Prinses Julianalaan in Maassluis. De grafstenen op deze begraafplaats zijn geïnventariseerd in het Stenen Archief.

Aantal joden in Maassluis:

1809  95

1840  94

1869  97

1899  57

1930  18

 

Maastricht

 

De eerste berichten omtrent joods leven in en rond Maastricht dateren uit de dertiende eeuw. Deze in omvang aanzienlijke gemeenschap werd in de eerste helft van de veertiende eeuw, toen een periode van vervolgingen de streek teisterde, vernietigd.
Tot de burgerlijke gelijkstelling van 1796 liet het stadsbestuur van Maastricht alleen joden toe die economisch voordeel brachten. De minder kapitaalkrachtigen vestigden zich in het nabijgelegen dorp Eijsden.

Ondanks tegenwerking op velerlei gebied groeide de joodse bevolking van Maastricht zodanig, dat in 1782 de eerste openbare synagogedienst gehouden kon worden in een privé-woning aan de Markt. Nadat de Fransen in 1794 het land binnengetrokken waren werd de joodse gemeente officieel erkend. Men kreeg toestemming om synagogediensten te houden in een privé-woning achter het stadhuis tussen de Hoenderstraat en de Koeslingestraat.

In het begin van de negentiende eeuw groeide de joodse gemeente van Maastricht bijzonder snel. Daarom was het al in 1809 noodzakelijk om voor de godsdienstoefeningen een pand te huren aan de Kleine Gracht. De meeste joden woonden in de directe omgeving van dit nieuwesynagogegebouw. De gemeente had nauwe banden met joodse gemeenten in Duitsland. Aanvankelijk was Maastricht onder Frans bestuur ingedeeld bij het Consistorie van Krefeld. Bij de ressortale herindeling werd Maastricht echter aangewezen als residentie van de opperrabbijn van Limburg, Luik en Luxemburg, met inbegrip van Brussel. De slechte economische omstandigheden en de streng orthodoxe opvattingen droegen er toe bij dat er tot 1860 een zeer frequente wisseling van (opper)rabbijnen was. Het eerste reglement van de joodse gemeente, dat dateerde uit 1816, werd in 1861 vervangen door een modernere versie.

Met financiële steun van de stedelijke autoriteiten, de rijksoverheid en koning Willem I werd in 1839 aangevangen met de bouw van een imposante synagoge in de Capucijnengang bij de Bogaardenstraat. Het gebouwencomplex, dat tevens het rituele bad, de school en de kosterswoning omvatte, werd in augustus 1840 ingewijd. De joodse school was al in 1833 opgericht.

Tot 1812 werden de doden op de begraafplaats aan de Maagdendries begraven. Daarna werd een joodse begraafplaats in gebruik genomen aan de Tongerseweg in het dorp Wolder, dat deel uitmaakte van de gemeente Oud-Vroenhoven. Aan het einde van negentiende eeuw bestonden er in Maastricht naast een kerkbestuur en een kerkenraad de volgende verenigingen: een armbestuur, een vrouwengenootschap voor steun aan arme kraamvrouwen, een genootschap tot hulp aan reizigers en passanten en een vereniging voor het bezoeken van zieken en het organiseren van de jaarlijkse diensten op sterfdagen.

Tegen het einde van de negentiende eeuw begon, net als in de rest van Limburg, het ledental van de joodse gemeente Maastricht terug te lopen. Toch bleef de joodse gemeente van Maastricht aanzienlijk van omvang, in de jaren dertig bloeide ze zelfs op door de komst van een groot aantal joodse vluchtelingen uit Oost-Europa en Duitsland. Tussen 1900 en 1940 zijn er in de stad nog een gezelligheidsvereniging, een begrafenisgenootschap en een jeugdvereniging opgericht. De meeste joden waren werkzaam in de handel of hadden een winkel, daarnaast waren er enige handwerkslieden en fabrikanten.

Aan het begin van de bezetting onstond er in Maastricht nog een zionistische jongerenorganisatie. Aanvankelijk genoten de joodse inwoners van de stad de bescherming van de plaatselijke politie en van een deel van hun stadgenoten. In september 1941, toen de joodse kinderen werden uitgesloten van openbaar onderwijs, werd in Maastricht een joodse lagere school opgericht, die tot aan het eind van de deportaties gefunctioneerd heeft. Tussen juni 1942 en april 1943 werd het grootste deel van joodse bevolking van Maastricht opgepakt, gedeporteerd en vervolgens omgebracht. In de omgeving van Maastricht dook een aanzienlijk aantal joden, voornamelijk afkomstig uit het noorden van het land, onder. Door verraad werden veel joden, die zich vanuit Maastricht via België in veiligheid trachtten te brengen, opgepakt.

Gedurende de bezetting is de synagoge geplunderd en gebruikt als opslagplaats. Het meubilair werd zwaar beschadigd, de rituele voorwerpen werden gered. In 1965 bleek alsnog dat het archief van de joodse gemeente Maastricht behouden was.
Na de bevrijding werd het joodse leven in Maastricht hervat en in 1952 werd de synagoge weer in gebruik genomen. In de zestiger jaren vond er een restauratie plaats en werd de synagoge opnieuw ingericht met meubilair uit de synagoge van Meerssen.

In 1986 fuseerden de joodse gemeenten van Heerlen, Maastricht en Roermond tot de NIHS Limburg. Bij de herdenking van het honderdvijftigjarig bestaan van de synagoge in 1990 werd een plaquette onthuld. Sinds september 2001 functioneert Ya'akov Shapiro als rabbijn van de NIHS Limburg.
De joodse begraafplaats in Maastricht werd in 1996 door vrijwilligers opgeknapt. Op 30 oktober 2005 werd er op de joodse begraafplaats een gedenksteen onthuld voor de ruim 45 joodse kinderen uit Maastricht die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog.

Aantal joden in Maastricht en omgeving:

1782        8

1794      22

1809    207

1840    375

1869    429

1899    405

1930    247

1951    115

1998      61

 

Medemblik

 

Vrij vroeg in de achttiende eeuw vestigden zich joodse kooplieden in de steden rond de Zuiderzee, waaronder Medemblik. In 1765 werd aan de Oude Haven, hoek Bangert, een begraafplaats gekocht. De synagoge aan de Gedempte Achterom dateert uit 1808. In deze periode braken er in de joodse gemeente van Medemblik conflicten uit. Deze liepen zo hoog op dat het stadsbestuur dreigde met sluiting van de synagoge. Uiteindelijk wist het Consistorie van de Zuiderzee de orde te herstellen.

 

Gedurende de negentiende eeuw nam het aantal joden in Medemblik niet toe en in de tweede helft van de eeuw viel er zelfs een teruggang te bespeuren. Toch had de joodse gemeente in die tijd nog een voorzanger en een godsdienstonderwijzer. In 1867 bleek het noodzakelijk de ernstig verwaarloosde synagoge te herstellen. Het gebouw werd uiteindelijk in 1926 verkocht.

In de periode van het interbellum verhuisden de meeste joden uit Medemblik naar elders.
Tijdens de bezetting werd in april 1942 het merendeel der nog in Medemblik wonende joden gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Vandaar zijn zij naar het oosten gedeporteerd, waar zij in de kampen omkwamen. Een enkeling wist onder te duiken. Ook de joodse patiënten van het Provinciale Ziekenhuis werden in april 1944 gearresteerd en vermoord.

In 1950 is de joodse gemeente van Medemblik opgeheven en bij die van Enkhuizen gevoegd. De voormalige synagoge werd in 1976 door de gemeente aangekocht en is, na een grondige restauratie, eerst als wijkcentrum en later als expositieruimte gebruikt. Er bestaan vergevorderde plannen om de voormalige synagoge over te dragen aan de speciaal hiervoor opgerichte Stichting Synagoge Medemblik. In de toekomst zou het gebouw een (joods) culturele functie moeten vervullen met de mogelijkheid voor sjoeldiensten.
De plaatselijke overheid onderhoudt de joodse begraafplaats. Deze werd in 1985 gerestaureerd.
 

In de Wieringermeerpolder werd in Nieuwesluis, ten noordwesten van Medemblik niet ver van Slootdorp, begin 1934 een 'werkdorp' opgericht. Het diende voor de landbouw- en vakopleiding van joodse jongeren uit Duitsland, die zich voorbereidden op emigratie naar het toenmalige Palestina. In dit voormalige Joodse Werkdorp herinnert een monument aan de leerlingen die in juni 1941 door de SD gearresteerd zijn en daarna in Mauthausen omgebracht zijn.

In het gemeentehuis van het dorp Andijk werd een monument geplaatst als blijk van dank voor de hulp, die de bevolking van de Kop van Noord-Holland aan de onderduikers geboden heeft.

 

Aantal joden in Medemblik:

1809  58

1840  53

1869  18

1899  45

1930  10

 

Meerssen

 

Vanaf het einde van de zeventiende eeuw wordt melding gemaakt van joodse inwoners te Meerssen. Bij het plaatsje Geulbrugge, langs de weg van Meerssen naar Rothem, werd in 1715 een joodse begraafplaats in gebruik genomen. Bij het Haasdal in Schimmert bevindt zich een zeer oude privé-begraafplaats. Van een vaste joodse gemeenschap is pas sprake in de zeventiger jaren van de achttiende eeuw, wanneer er godsdienstoefeningen gehouden worden in een huissynagoge op de hoek van de Kerkstraat en de Beekstraat. In 1796 werd er voor dit doel gebruik gemaakt van een lokaal in de Steegstraat. Gedurende deze periode werd de streek rond Meerssen onveilig gemaakt door een roversbende, die voor het overgrote deel uit joden bestond.

Bij de ressortale herindeling viel de joodse gemeente van Meerssen als Ringsynagoge onder Maastricht. Tot ver in de negentiende eeuw bleef het aantal joodse inwoners van Meerssen vrijwel constant. In 1853 werd een nieuwe synagoge ingewijd aan de Kuileneindestraat. Naast het kerkbestuur was er in de joodse gemeenschap een vrouwenvereniging actief. Ook het joodse onderwijs was goed georganiseerd.
Het hoogtepunt van haar bloei bereikte de joodse gemeente van Meerssen in het laatste kwart van de negentiende eeuw, daarna begon de leegloop naar het westen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog was de gemeente al zo klein dat zij in feite niet meer functioneerde.

Gedurende de bezetting zijn vrijwel alle joodse inwoners van Meerssen gedeporteerd en vermoord. Slechts een enkeling wist door onder te duiken te overleven. De synagoge bleef ongeschonden, het interieur werd deels geroofd, deels bewaard. In 1946 werd de synagoge verkocht en werd wat over was van het interieur naar de synagoge van Maastricht overgebracht.

In 1947 is de joodse gemeente Meerssen officieel opgeheven en bij de gemeente van Maastricht gevoegd. De synagoge kreeg diverse bestemmingen en werd in 1977 bij een brand zwaar beschadigd. Dankzij de Kring van Vrienden van de Synagoge Meerssen werd het gebouw gerestaureerd, waarna het sinds 1989 in gebruik is als sociaal-cultureel ontmoetingscentrum. Een oorspronkelijk uit Meerssen afkomstige Tora-rol met bijbehorende mantel werd in 1996 door het Joods Historisch Museum aan de synagoge terug gegeven.

Ook de joodse begraafplaats, die op de monumentenlijst staat, werd in de afgelopen jaren gerestaureerd. Het onderhoud ligt tegenwoordig in handen van de plaatselijke overheid. De grafstenen op de familiebegraafplaats in Schimmert zijn geïnventariseerd in het Stenen Archief.

Aantal joden in Meerssen en omgeving:

1809   64

1840   92

1869 125

1899   85

1930   22

 

Meppel

 

Vóór 1700 wordt er zeer incidenteel melding gemaakt van joodse inwoners van Meppel. Vanaf de dertiger jaren van de achttiende eeuw vestigen zich vaker joden in de stad. Dit is voor de plaatselijke autoriteiten aanleiding om de komst van nieuwkomers aan strenge regels te onderwerpen. Pogingen om de toestroom van joden te beperken werden tot het einde der achttiende eeuw ondernomen, maar sorteerden weinig effect.

Tot 1767 begroeven de joden van Meppel hun doden in Zwartsluis. In dat jaar werd, bij de oprichting van de joodse gemeente Meppel, een begraafplaats aankocht op het Boddenkampje. Dit stukje grond (gelegen op de plaats van de huidige Burgemeester Knoppersbrug) werd korte tijd later verruild voor een terrein aan de Zomerdijk in Nijeveen. De statuten van de joodse gemeente dateren uit 1772. De godsdienstoefeningen werden in die periode nog in privé-woningen gehouden. Er was een voorzanger, die tegelijk als onderwijzer en ritueel slachter functioneerde.

 

Vanaf het einde van de achttiende eeuw groeide de joodse gemeente van Meppel zo snel, dat aan de Touwstraat een openbare synagoge gesticht kon worden. Toen dit gebouw in het midden van de negentiende eeuw te klein dreigde te worden, is het in 1865 gerenoveerd en vergroot. Ook de in 1819 aangelegde tweede begraafplaats van de joodse gemeente, aan de Steenwijkerstraatweg te Meppel was spoedig te klein en werd daarom in 1850 uitgebreid.
Bij de reorganisatie van de joodse gemeenten onder koning Lodewijk Napoleon in 1808 werd Meppel aangewezen als Hoofdsynagoge van het ressort. Na de oprichting van het NIK door koning Willem I was Meppel aanvankelijk ingedeeld bij het ambtsgebied van het opperrabbinaat van Overijssel en Zwolle, maar in 1853 werd de stad de residentie van het opperrabbinaat van Drenthe. De joodse gemeente Meppel werd geconfronteerd met vele conflicten, zowel intern als met het opperrabbinaat van Zwolle. Ten gevolge hiervan ontstond in 1875 een scheuring.

Naast de kerkenraad en het kerkbestuur was er in Meppel een penningmeester voor het Heilige Land. Een Armbestuur droeg zorg voor de vele armlastigen. Ook kende de joodse gemeenschap een groot aantal genootschappen die zich bezig hielden met het begrafeniswezen, hulp aan ouden van dagen en aan wezen en het onderhoud van de synagoge en haar inboedel. Daarnaast was er een vrouwengenootschap en een Vereniging ter Beoefening van Welsprekendheid. In de zeventiger jaren van de negentiende eeuw werden een toneelvereniging en een dameszangvereniging opgericht, die slechts een kort leven beschoren waren. Ook de Maatschappij tot Nut der Israëlieten, de Alliance Israélite Universelle en de Nederlandse Zionisten Bond hadden een afdeling in de stad.

De in 1817 in Meppel opgezette joodse school kwam pas enige decennia later goed op gang. Het schoolgebouw stond tegenover de synagoge. Gedurende de jaren 1853 en 1854 kwam in Meppel het traditioneel-joodse weekblad De Israëliet uit, dat gericht was tegen het hervormingsgezinde Amsterdamse Israëlietisch Weekblad. In de tweede helft van de negentiende eeuw waren joden zeer actief in economische, sociale en politieke organisaties, waaronder de gemeenteraad.

Ondanks een sterke teruggang van het ledental in de twintiger en dertiger jaren van de twintigste eeuw, was Meppel aan de vooravond van de Duitse inval een middelgrote joodse gemeente. De meeste joden woonden in de belangrijkste winkelstraten en waren werkzaam in de handel en industrie. Uit hun midden werden enige wethouders, gemeenteraadsleden en loco-burgemeesters gekozen. In de dertiger jaren verwierf Meppel de bijnaam 'Klein Rotterdam', dankzij de grote economische activiteit. Naast een zionistische jeugdbeweging werden er in de vooroorlogse jaren ook nog een literaire damesclub en een jongeren- en studievereniging opgericht.

Vanaf augustus 1942 werden joodse jongemannen uit Meppel overgebracht naar werkkampen en vonden tevens de eerste deportaties naar Westerbork plaats. Het merendeel van de joodse inwoners van Meppel werd begin oktober 1942, op Grote Verzoendag, met medewerking van de Nederlandse politie opgepakt en gedeporteerd. Hun huizen werden leeggehaald en het meubilair werd opgeslagen in de synagoge. Slechts een tiende van de Meppelse joden overleefde door onder te duiken de vervolgingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de omgeving van de stad doken ook enkele tientallen joden uit andere plaatsen onder.
Tijdens de bezetting is het interieur van de synagoge zwaar beschadigd. De Heilige Ark werd volledig vernield, een deel van deTora-rollen werd overgebracht naar Amsterdam, de overigen zijn verloren gegaan. De rituele voorwerpen bleven behouden en zijn na de oorlog aan de synagoge van Eindhoven geschonken. In 1944 werden de kinderen van gemengd gehuwden tewerkgesteld in het nabijgelegen Havelte.

Na de oorlog keerden slechts enkele joden naar Meppel terug. De joodse gemeente is in 1964 officieel opgeheven en bij die van Zwolle gevoegd. De synagoge, die kort na de oorlog verkocht was, is in 1960 in het kader van een stadsvernieuwing afgebroken, net als de joodse school in de Touwstraat. In 1970 werd in het Slotplantsoen een monument onthuld ter nagedachtenis aan de vermoorde joodse inwoners van Meppel. Sinds eind september 1997 is dit monument, gemaakt door Onno de Ruijter, geïntegreerd in een grotere gedenkplaats op dezelfde plek.

De joodse begraafplaats wordt tegenwoordig onderhouden door de plaatselijke overheid, de toegangspoort werd in 1974 met steun van Monumentenzorg gerestaureerd, een tweede opknapbeurt vond in 2002 plaats. De restauratie van de begraafplaats zelf werd in 1998 aangevangen en in 2001 voltooid. In 2004 is een Digitaal Joods Monument van de joodse gemeente Meppel gemaakt.
In november 2010 werd op de hoek van de Synagogestraat en de Touwstraat een schilderij aangebracht, met het interieur van de in 1960 gesloopte synagoge, geschilderd door Mark Lisser.

Aantal joden in Meppel en omgeving:

1767       12 gezinnen

1791     120

1809    200

1840    390

1869    585

1899    544

1930    304

1951      30

 

Middelburg

 

In archiefstukken uit de vijftiende en zestiende eeuw wordt melding gemaakt van uit Spanje en Portugal afkomstige joden, die zich in Middelburg bekeerd hadden tot het christendom. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw konden enige Portugees joodse handelaren en hun gezinnen zich blijvend in de stad vestigen, ondanks tegenstand van de plaatselijke protestantse geestelijkheid.

Voor hun godsdienstoefeningen maakten zij vanaf 1641 gebruik van het huis 'St. Pieter' aan de Rouaanse Kade 17. Een aanzienlijke toename van het ledental van de gemeente vond plaats in 1654, toen een groot aantal Portugese joden uit Brazilië terugkeerde en zich in Middelburg vestigde. Een jaar later mochten de joden een begraafplaats pachten buiten de Seispoort, de z.g. Jodengang. Ondanks alle bezwaren van de kant van de leden van de gereformeerde kerkenraad verleende het stadsbestuur in 1700 de joden alle veiligheid en vrijheid die op dat moment ook in sommige steden elders in de Nederlanden gewaarborgd was. Inmiddels was de Portugees joodse gemeenschap over haar hoogtepunt heen en was de leegloop naar Amsterdam en Den Haag begonnen. In 1725 voegden de laatste Portugezen zich bij de inmiddels ontstane gremeente van Hoogduitse joden.

 

Vanaf het einde van de zeventiende eeuw hadden zich ook Hoogduitse joden in Middelburg gevestigd. In 1704 kregen zij een eigen begraafplaats toegewezen aan het Seisbolwerk. Een jaar later werd de synagoge aan de Herenstraat ingewijd. Ook de Hoogduitse joden waren voornamelijk werkzaam in de handel. Aanvankelijk was er sprake van enige wrijving tussen beide joodse gemeenten.
De toename van het aantal joodse bedelaars en behoeftigen bracht de joodse autoriteiten er toe rond het midden van de achttiende eeuw een beperkt toelatingsbeleid te voeren. Ook de stedelijke overheid mengde zich in deze periode in interne joodse aangelegenheden en twisten.

In de eerste helft van de negentiende eeuw groeide de joodse gemeente in Middelburg en omliggende gemeenten aanzienlijk. Zowel in het stadje Zierikzee als in Middelburg droeg een katoenweverij van joodse eigenaars bij tot toename van de werkgelegenheid. In het begin van de negentiende eeuw werd een joodse school opgericht, waar zowel algemeen als joods onderwijs werd gegeven. In 1906 werd een nieuw schoolgebouw ingewijd aan de Lange Delft. Aan het einde van de negentiende eeuw was er in Middelburg naast de kerkenraad en het kerkbestuur, dat tevens dienst deed als armbestuur, ook een penningmeester voor het Heilige Land actief. Bovendien was er een aantal genootschappen, die zich bezig hielden met begrafenissen en ziekenzorg en het onderhoud van het synagoge-interieur. Andere verenigingen bevorderden studie en kennis van het jodendom en van de Tora en het uitoefenen van ambachten en handwerken. In de zestiger jaren van de negentiende eeuw bestond er een Middelburgse afdeling van de Maatschappij tot Nut der Israëlieten.

In de eerste helft van de twintigste eeuw liep het aantal leden van de joodse gemeente van Middelburg en de omringende plaatsen sterk terug. In de dertiger jaren waren er twee joodse gemeenteraadsleden in de stad. Tijdens de bezetting zijn bijna alle joden uit Zeeland in maart 1942 naar Amsterdam geëvacueerd en vervolgens naar het oosten gedeporteerd. Geen van hen is teruggekeerd. Een klein deel van de joodse bevolking wist onder te duiken en aldus te overleven.
Al in 1940 plunderden NSB-ers de synagoge. Een klein deel van de gebruiksvoorwerpen was op tijd verborgen en is na de oorlog aan de gemeente Oss geschonken. Een aantal textiele voorwerpen bevindt zich in het Joods Historisch Museum te Amsterdam. Het synagogegebouw werd bij de bevrijding van Walcheren in 1944 door een granaatinslag vrijwel geheel verwoest.

Na de bevrijding is een klein aantal joden naar Middelburg teruggekeerd. Op de joodse begraafplaats bij de Walensingel staat een monument voor alle uit Zeeland gedeporteerde joden. De stedelijke autoriteiten dragen zorg voor het onderhoud van de beide joodse begraafplaatsen. De Portugese begraafplaats staat op de monumentenlijst en werd in 1997-1998 gerestaureerd.
Ook de synagoge is gerestaureerd en werd in november 1994 heringewijd. Op 30 juni 2004 werd in de synagoge Middelburg voor het eerst sinds de oorlog weer een joods huwelijk voltrokken. Er is een hechte joodse gemeenschap, de Joodse Gemeente Zeeland, waar enkele tientallen mensen bij aangesloten zijn. De Stichting Synagoge Middelburg is eigenaar en beheerder van de synagoge en verzorgt er culturele activiteiten.
Naast de joodse gemeente is ook de Stichting Joods Maatschappelijk Werk en de Federatie Joodse Bejaardenzorg in Middelburg actief.

Op 28 december 2006 is in de synagoge aan de Herenstraat de nieuwe parochet onthuld. De parochet is in opdracht van de Stichting Synagoge gemaakt door Jet Naftaniël-Joëls.

Aantal joden in Middelburg en omgeving:

1705       13 gezinnen

1809     245

1840     425

1869     305

1899     241

1930     131

1951       20

1971       32

1998       35

 

Middelharnis

 

In de tweede helft van de achttiende eeuw vestigden zich joden in verscheidene dorpen op Goeree en Overflakkee. Rond 1800 vormde zich een joodse gemeente in Middelharnis en Sommelsdijk, die aanvankelijk haar godsdienstoefeningen hield in een huissynagoge in Sommelsdijk. Later werd in Middelharnis een kamer gehuurd die als synagoge ingericht werd.
In 1821 werd een pand aangekocht aan de Achterweg dat een kleine twintig jaar dienst gedaan heeft als synagoge. De definitieve behuizing van de joodse gemeente, de nieuwe synagoge aan het Zandpad van Middelharnis naar Sommelsdijk, dateert uit 1840. Dit gebouw heeft na een restauratie in 1904 tot de Tweede Wereldoorlog als synagoge dienst gedaan.

De joodse gemeente had de beschikking over drie begraafplaatsen, waarvan de oudste op de Oost Havendijk in Dirksland dateert uit 1847. De begraafplaats aan de Hobbemastraat in Middelharnis werd in 1865 aangelegd, daarnaast werd er tot 1870 aan de Mariadijk in Goedereede begraven.

De joodse gemeente werd geleid door een kerkenraad, waarvan ook de penningmeester voor het Heilige Land deel uitmaakte, en een kerkbestuur. De joodse kinderen kregen les in een godsdienstschool in Middelharnis, waar ook de kinderen uit Oude Tonge en Dirksland heen kwamen. Er waren twee genootschappen, één voor de studie van de Tora en verscheidene publieke aangelegenheden, een ander voor het onderhoud van het synagogegebouw en de rituele voorwerpen.

Gedurende de Duitse bezetting zijn alle joodse inwoners van Middelharnis, met uitzondering van een handvol onderduikers, weggevoerd en vermoord. De grootste deportatie vond begin november 1942 plaats.
De synagoge werd na de oorlog verkocht en kreeg nadien diverse bestemmingen. In 1995 is er aan het gebouw een plaquette aangebracht, ter herinnering aan de vermoorde joodse medeburgers. De joodse gemeente werd in 1947 officieel bij die van Rotterdam gevoegd. De plaatselijke besturen van Dirksland, Goedereede en Middelharnis dragen zorg voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De grafstenen op de begraafplaats in Dirksland zijn geïnventariseerd in het Stenen Archief.

Aantal joden in Middelharnis en omgeving:

1809    56

1840  102

1869  152

1899  101

1930    70

 

Mijdrecht

 

Van omstreeks 1835 tot 1906 was Mijdrecht een zelfstandige joodse gemeente. Het joodse leven was nauw verbonden met dat van Uithoorn.

Aantal joden in Mijdrecht:

1809  41

1840  62

1869  71

1899  41

1930  10

 

Monnickendam

 

Uit enige keuren van het einde van de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende eeuw blijkt, dat zich in die tijd reeds enkele joden in Monnickendam bevonden. Rond 1720 bleef een poging van de stad om, net als in andere steden gebeurde,Portugees-joodse handelaars aan te trekken zonder succes.

De joodse gemeente organiseerde zich waarschijnlijk rond 1787. De economische situatie in Monnickendam was erg slecht; er was dan ook geen geld om een godsdienstonderwijzer aan te stellen. De synagoge, die in 1814 ingewijd werd, ging in 1894 in vlammen op. In hetzelfde jaar werd een nieuwe synagoge in gebruik genomen. Er was een kerkbestuur van twee leden, waarvan er één ook als penningmeester voor het Heilige Land fungeerde.
Al in 1677 hadden de joden een begraafplaats toegewezen gekregen aan de westkant van de Zuiderpoort aan de Stadswal.

In de eerste decennia van de twintigste eeuw liep de joodse bevolking van Monnickendam zodanig terug dat er vanaf 1932 alleen nog op de Hoge Feestdagen diensten in de synagoge gehouden werden. De Torarollen werden daarom in bruikleen gegeven aan de joodse gemeente van Zandvoort, later gingen deToramantels en de rituele voorwerpen naar de joodse gemeente van Alkmaar.

Tijdens de bezetting werden de joden van Monnickendam gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Vervolgens zijn zij naar het oosten gedeporteerd en daar vermoord. Slechts een enkeling wist de verschrikkingen van de kampen te overleven of kon onderduiken. Een monument tegenover de Grote Kerk vermeldt de namen van alle vermoorde Monnickendamse joden.

De joodse gemeente is in 1950 bij die van Amsterdam gevoegd. De synagoge aan de Havenstraat is na de oorlog verkocht en huisvestte jarenlang een bar-discotheek, en daarna een restaurant. Vanaf november 2007 is er een café gevestigd. De plaatselijke overheid onderhoudt de begraafplaats.

Aan het pand Kerkstraat 12, waar tijdens de bezetting vijf joodse onderduikers verborgen zaten, werd in 1947 ter herinnering hieraan een gevelsteen aangebracht. In het kader van een restauratieproject van gevelstenen in Monnickendam is deze steen wegens verregaand verval in het najaar van 2002 vervangen door een nieuw exemplaar.
In 2005 werd een gedenksteen van de hand van Herman van Elteren, onthuld in de Nieuwe Steeg bij het Noordeinde (plaatselijk bekend als Jodensteeg) ter herdenking van de deportatie van de Monnickendamse joden op 2 mei 1942.

Aantal joden in Monnickendam en omgeving

1809  37

1840  54

1869  60

1899  62

1930  25