Lijst Joodse gemeenschap in: plaatsnaam beginnend met T

 

Ter Apel

 

Vanaf het begin van de negentiende eeuw hebben er joden in Ter Apel gewoond. Een georganiseerde joodse gemeente ontstond rond 1875 en werd in 1885 als zelfstandige gemeente erkend.

Aanvankelijk vonden de godsdienstoefeningen plaats in een gehuurde kamer aan de Boetseweg in het dorp Roswinkel. In 1881 werd Ter Apel het centrum van joods leven van de buurtschap, waartoe ook de joden van Roswinkel, Sellingen en Munnikemoer behoorden. Twee jaar later werd een synagoge ingewijd.
 

Er waren in de regio drie joodse begraafplaatsen: de eerste bij de Roswinkelstraatweg in Roswinkel, die tot 1886 in gebruik is geweest, de tweede in De Maten, in gebruik tot 1870, en de laatste in Ter Apel, waar vanaf 1886 is begraven.
Het kerkbestuur bestond uit drie leden. De kinderen kregen joodse les van een godsdienstonderwijzer. De enige joodse vereniging in Ter Apel was het begrafenisgenootschap, opgericht in 1902. Deze vereniging droeg tevens zorg voor ziekenbezoek en organiseerde leeravonden.

Tijdens de bezetting werd in 1942 nabij Sellingen het joodse werkkamp Sellingerbeetse opgezet. De rond 300 dwangarbeiders die daar in september 1942 verbleven zijn later via Westerbork naar de vernietigingskampen gedeporteerd. Ook vrijwel alle joden uit Ter Apel zijn gedeporteerd en vermoord. Een enkeling slaagde erin de oorlogsjaren te overleven door onder te duiken.

In 1948 werd de joodse gemeente Ter Apel opgeheven en bij die van Stadskanaal gevoegd. De synagoge was in de oorlogsjaren geplunderd. In 1949 is het gebouw aan de gemeente Vlagtwedde verkocht en later gesloopt. De begraafplaatsen in Ter Apel en De Maten worden onderhouden door de gemeente Vlagtwedde, die te Roswinkel door de gemeente Emmen. In 1998 werd de begraafplaats te Roswinkel opgeknapt door de Stichting Landschapsbeheer Drenthe.

In 2004 werd op de hoek van de Oosterstraat en de Schotslaan, op de plek waar vroeger de synagoge stond, een monument onthuld dat herinnert aan de 49 joden uit Ter Apel die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen.

Aantal joden in Ter Apel en omgeving:

1849    5

1911  71

1924  60

 

Terborg

 

Vermoedelijk hebben er al in de middeleeuwen joden in Terborg gewoond, die na de pestepidemie in 1349 en de daaruit voorgekomen vervolgingen uit de plaats verdwenen zijn.

In het begin van de achttiende eeuw vestigden zich opnieuw enige joodse families in Terborg. Een georganiseerde joodse gemeente ontstond waarschijnlijk al in de tweede helft van de achttiende eeuw. Aanvankelijk was deze verbonden met de joodse gemeente Doetinchem.

De eerste synagoge was vanaf 1808 gevestigd in een particulier huis aan de Hoofdstraat in Terborg. In de loop van de negentiende eeuw groeide de joodse gemeenschap zodanig dat er in 1840 een nieuwe synagoge aan de Dorpsstraat in gebruik genomen kon worden. Enkele jaren later werd Terborg een zelfstandige gemeente, los van Doetinchem. De synagoge werd in 1901 vervangen door een nieuw en groter gebouw aan de Silvoldseweg.

De joodse gemeente had drie begraafplaatsen, waarvan één in Varsseveld en twee aan de Silvoldseweg in Terborg. De oudste van deze twee, 'de Jodenberg', dateert uit 1742, de nieuwere begraafplaats is in 1928 in gebruik genomen en ligt ertegenover.

Naast een kerkbestuur, dat bestond uit drie leden, waren er in Terborg een studiegenootschap en een vrouwenvereniging. Voor de oorlog maakte een lid van de joodse gemeente Terborg enige jaren deel uit van de gemeenteraad van het naburige Wisch.

Tijdens de bezetting werden in Terborg in september 1941, als uitvloeisel van de anti-joodse maatregelen, de joodse kinderen uitgesloten van het openbare onderwijs. In Doetinchem werd in deze periode een joodse school opgericht. Het grootste deel van de joodse bevolking werd in de jaren 1942-'43 opgepakt, gedeporteerd en omgebracht. Een veertigtal onderduikers uit Terborg en van elders overleefde in de plaats de bezetting. Het synagogegebouw raakte in 1945 tijdens een bombardement zwaar beschadigd en werd later afgebroken. Het interieur was al eerder geroofd, de Torarollen waren op tijd naar Amsterdam overgebracht en bleven ten dele behouden.

Na de oorlog keerde een aantal joden naar Terborg terug. In 1959 werd een gemeenschapscentrum, dat tevens als synagoge diende, ingewijd. In hetzelfde jaar werd bij de ingang van de nieuwe begraafplaats aan de Silvoldseweg een gedenkteken voor de joodse slachtoffers van de bezetting onthuld. In november 1987 werden de joodse gemeente van Terborg en van Doetinchem als zelfstandige gemeenten opgeheven, hetgeen tot een ernstig conflict leidde. Uiteindelijk vormden beide gemeenten samen de NIG-Achterhoek.
In 2002 heeft de gemeente Wisch de zorg voor de nieuwe joodse begraafplaats aan de Silvoldseweg over genomen.

In het halverwege Terborg en Aalten gelegen Varsseveld woonden reeds in de tweede helft van de achttiende eeuw enige joodse gezinnen. Rond 1800 gebruikten zij een huiskamer als synagogeruimte. Hoewel de joodse gemeenschap altijd zeer klein is gebleven was er vanaf 1830 een joodse begraafplaats in gebruik, gelegen aan de Spiekersweg.
Tijdens de bezetting wist een aantal van de joden van Varsseveld onder te duiken. De overigen zijn gedeporteerd.

Aantal joden in Terborg en omgeving:

1806   20

1809   41

1840   51

1869   79

1899 102

1930   66

1951   31

1971   18

 

Tiel

 

Al in de Middeleeuwen hebben er joden in Tiel gewoond. Tegen het eind van de zestiende eeuw verdwenen de joodse bewoners uit de plaats, als gevolg van een verordening van de Spaanse landvoogd.
Halverwege de zeventiende eeuw vestigde zich opnieuw een joodse familie in Tiel, die echter in 1719 tot het christendom overging. In de loop van de achttiende eeuw arriveerde er nog een aantal joodse families in Tiel, die rond 1800 een georganiseerde joodse gemeente vormden. De eerste godsdienstoefeningen werden gehouden in gehuurde kamers, waarvan er één aan de Westluidensestraat lag.

In de eerste helft van de negentiende eeuw groeide de joodse gemeente van Tiel snel, geheel in overeenstemming met de economische ontwikkeling van de stad. Ze werd één van de grootste van de provincie Gelderland. In1828 werd een begraafplaatsaangekocht in Zandwijk, daarvóór werden de doden in Culemborg of Buren begraven. Een nieuwe begraafplaats, achter de oude gelegen, werd in 1877 in gebruik genomen. Op een vrijgekomen terrein van het voormalige St. Agnietenklooster, in de St. Agnietenstraat, werd in 1839 een synagoge ingewijd.
 

Jacob Elburg, rabbijn en voorzanger in Tiel, ca. 1920-1940 (collectie JHM, F001915)

Aanvankelijk kregen de kinderen privé-onderwijs; in 1841 werd een armenschool opgericht, die tien jaar later in een nieuw klaslokaal gehuisvest. Naast een kerkbestuur en een kerkenraad waren er in Tiel verscheidene genootschappen actief: voor begrafenissen, talmoedstudie, liefdadigheid, hulp en steun aan zieken en het onderhoud van de synagoge. Daarnaast bestond de Joodsch Litteraire Club.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd de joodse gemeente kleiner. Aan de vooravond van de oorlog was Tiel nog een middelgrote joodse gemeente.

Tijdens de bezetting werden in Tiel dezelfde anti-joodse maatregelen van kracht als in de rest van Nederland. Vanuit de plaatselijke bevolking is hier enige malen tegen geprotesteerd. Ongeveer de helft van de joodse bevolking van Tiel werd gedeporteerd en vermoord. De anderen slaagden erin onder te duiken. De synagoge viel ten prooi aan vernielingen door de Duitsers en werd in de oorlogsjaren als pakhuis gebruikt. De meeste Torarollen zijn bewaard gebleven en na de oorlog aan de joodse gemeente van Arnhem gegeven.

Het synagogegebouw werd na de oorlog verkocht en kreeg uiteindelijk in 1976 de bestemming van moskee. Diverse joodse elementen van het gebouw gingen naar het Streekmuseum De Groote Sociëteit te Tiel. In 1950 werd bij de begraafplaats een monument opgericht met de namen van de joodse slachtoffers van de oorlog en bezetting.
De joodse gemeente van Tiel is in 1987 opgeheven en bij die van Arnhem gevoegd. Het Jodenstraatje in het centrum herinnert nog aan de joodse bewoners.

In het nabijgelegen Ophemert woonden in de negentiende eeuw een aantal joodse gezinnen, die godsdienstoefeningen hielden in een privé-huis. Van 1875 tot 1920 stond er aan de dijk langs de Waal een synagoge. Er was in dit dorp een vrouwenvereniging die zorg droeg voor het synagoge-interieur.
Een joodse privébegraafplaats te Geldermalsen, die uit 1885 dateert, werd in 1935 overgedragen aan de joodse gemeente Tiel. Tegenwoordig wordt deze begraafplaats door de plaatselijke overheid van Geldermalsen onderhouden.

Aantal joden in Tiel:

1809  173

1840  304

1869  386

1899  210

1930    75

1951    23

1971    17

 

Tilburg

 

In 1767 kreeg een joodse inwoner van Oisterwijk van de Provinciale Staten toestemming zich in Tilburg te vestigen, ondanks tegenstand van de stadsraad. In 1791 vonden opnieuw enkele joodse gezinnen onder druk van de Statenvergadering in de stad een woonplaats.

De opkomst van de industrie in het begin van de negentiende eeuw deed de joden uit het nabij gelegen Oisterwijk allengs naar Tilburg verhuizen. Tussen 1814 en 1819 werden er al synagogediensten gehouden in diverse gehuurde ruimtes. In 1820 werd een pand aan het Piusplein aangekocht en als synagoge ingericht. De joodse gemeente bleef echter snel groeien, wat leidde tot de verhuizing van de synagoge naar een pand aan de Zomerstraat. Uiteindelijk is in de jaren 1873-'74 een synagoge gebouwd aan de Comediestraat, de huidige Willem II-straat.

De Tilburgse joden waren vooral werkzaam in de handel, de textielindustrie en de vleeshouwerij. De joodse gemeente werd bestuurd door een kerkenraad en een kerkbestuur dat tevens dienst deed als armbestuur. Over het onderwijs is weinig bekend, maar in de negentiende eeuw bestond er geen joodse school.

Aanvankelijk werden de doden begraven op de joodse begraafplaats in Oisterwijk. In 1855 werd een nieuwe begraafplaats ingewijd langs de Bredaseweg in Tilburg.
Vanaf 1874 verscheen een mededelingenblad van de joodse gemeente van Tilburg, onder de naam Kadima.

Ook in de twintigste eeuw bleef het ledental van de joodse gemeente Tilburg stabiel. De oorzaak hiervan lag in gunstige economisch toestand van de stad. De bloei van de joodse gemeente kwam tot uitdrukking in de oprichting van tal van culturele en maatschappelijke organisaties.

In de jaren dertig vestigden zich vele vluchtelingen uit Duitsland in de plaats. Tijdens de bezetting werd na de uitsluiting van joodse leerlingen uit het openbare onderwijs in september 1941 een joodse school opgericht. Deze heeft tot april 1943 bestaan. In de zomer 1942 werd in Tilburg een vertegenwoordiging van de Joodse Raad gevestigd.
Tussen augustus 1942 en eind april 1943 werd ongeveer 40% van de joodse bevolking van Tilburg gedeporteerd. Van hen overleefde een klein deel de oorlog. Het merendeel van de Tilburgse joden overleefde de oorlog door onder te duiken. Ook joden van elders vonden in en om de stad een schuilplaats.

Het interieur van de synagoge aan de Willem II-straat in Tilburg werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield. Op advies van de Joodse Raad waren eerder al veel kostbaarheden, als Torarollen, sieraden en een groot deel van de inventaris, in Amsterdam in veiligheid gebracht. De synagoge werd na de oorlog gerestaureerd en in 1949 opnieuw ingewijd en in gebruik genomen.
In 2008 werd naast de synagoge een tuin ingericht ter nagedachtenis aan Helga Deen en alle andere Tilburgse slachtoffers van de jodenvervolging.
Een korte film, die in het archief wordt bewaard, geeft een impressie van deze Tilburgse joodse geschiedenis.

 

Na de oorlog werd het joodse leven in Tilburg hervat. In september 1948 werd op de joodse begraafplaats een gedenksteen onthuld voor de slachtoffers van de Nazi-terreur. Een jaar later werd de synagoge opnieuw ingewijd. In 1976 werd het gebouw overgedragen aan de plaatselijke overheid, die het voor sociale en culturele doeleinden bestemde. Tegenwoordig biedt het gebouw aan de Willem II-straat onderdak aan de Liberaal Joodse Gemeente Brabant. Als zodanig werd het gebouw in 1998 ingewijd.
De NIG Tilburg zal wegens het afnemen van het aantal leden in de nabije toekomst fuseren met de NIG Breda.

In 1989 is aan de Centrumschool in de Korte Schijfstraat een plaquette onthuld ter nagedachtenis aan de gedeporteerde joodse medeleerlingen.
De begraafplaats aan de Bredaseweg wordt sinds 1973 onderhouden door de plaatselijke overheid. De restauratie van hetmetaheerhuisje op de begraafplaats werd in mei 2005 voltooid.

Aantal joden in Tilburg:

1809    26

1840  126

1869  112

1899  142

1930  171

1951  120

1971    45

1998    13