Namenlijst Joodse begraafplaats Workum

Net buiten de stad Workum ligt bij de sluis de oudste Joodse begraafplaats van Fryslân. Op 29 augustus 1664, geven de 'Burgemeesteren Schepenen en Raedt der stede Worckum' aan 'de Eersamen David Salemons Jode althans geoctroyeerde Taeffelholder van de banck van Leninge' te Workum een hoekje grond van 30 'vijercante voeten' in pacht op de 'Stadts Camp leggende achter de Sijll aen de wijckgrachtswall' . Het wordt toegestaan, dat David Salomons, zijn familieleden en geloofsgenoten hier begraven worden. Per begrafenis moet dan 20 Caroli gulden aan de stad worden betaald. David mag het stuk grond zelf afgraven, 'affstecken ofte met hage rondtsom tot bevrijdinge van hetselve beplanten.'

Veel Joodse bewoners heeft Workum nooit gehad. In Hindeloopen is tot 1862 een kleine geloofsgemeenschap met een eigen synagoge. Op de begraafplaats liggen 6 grafstenen. Waarschijnlijk liggen er meer personen, niet iedereen kon een eigen stenen grafzerk betalen. 

1. Kendel, dochter van Jehuda, echtgenote van David Workum, overleden Rotterdam 8 Aw 5474 (20 juli 1714);

2. David, zoon van Salomo, overleden 20 Tammoez 5450 (27 juni 1690)

3. Benjamin, zoon van Jehuda Sarlouwin, overleden 19 Ijar 5436 (2 mei 1676), begraven 28 Ijar (11 mei) (oudste Joodse grafsteen van Fryslân);

4. Izak, zoon van Eliëzer, overleden ?? Adar ???? (februari/maart)

5. Eliëzer, geliefd kind, zoon van Joseph Izak, overleden 13 Ijar 5437 (4/5 mei 1697);

6. Rachel, ongehuwd dochter van Benjamin Wolf, overleden 25 Tewet 5467 (30 december 1706).

 

Niet iedereen kon zich een grafsteen permiteren. We weten dat er in totaal 12 Joden in Workum zijn overleden (de laatste in 1856). In Hindeloopen zijn 38 Joden overleden, waarvan er één in Leeuwarden is begraven. In totaal zouden hier 50 Joden begraven kunnen zijn.

In het jaar 5474 (1714) wordt, voor zover bekend, de laatste persoon begraven. Vijftig jaar later is de toestand van de begraafplaats zo verslechterd, dat de stad Workum een advertentie plaatst in de Leeuwarden Courant van 1 september 1764:

'Aangezien 't JOODEN KERKHOF tot Workum zeer vervallen is, zoo is 't dat de Ed. Agtb. Magistraat van voornoemde Stad een iegelyk adverteert, dat die zegt van Eigendom aan 't zelve prætendeeren te hebben, zig zal hebben te adresseeren aan haar Agtbaarheeden voor den eersten November naastkomende, by poene dat de Graven zullen vervallen aan de Stad, om te vergoeden de reparatie onkosten.'

De Joodse Gemeente te Leeuwarden onderneemt actie, om de onkosten van de reparatie te bekostigen. De ingang wordt afgesloten met een deur met slot, waarvan de secretaris van Workum de sleutel heeft.

Ook in 1785 is het opknappen weer noodzakelijk. In 1817 valt de begraafplaats onder de Joodse Gemeente te Hindeloopen en in 1832 onder die van Bolsward.

In de Workumer krant Friso van 5 april 1899 schrijft de Doopsgezinde dominee T.H. Siemelink over het 'Jodenkerkhof':

Vreemd, ik heb er varkens op zien loopen. Wat houdt de levensstrijd zich op met gemoedsbezwaren, en dat nog wel van doode menschen!

Het was er een wildernis. Ik heb gegluurd door haag en stek; grafsteenen lagen er; mijn nieuwsgierigheid was opgewekt en, ik ben ingebroken, niet met geweld, zeer vredig door een opening ten koste van mijn kleeren.

Het is reeds eenige jaren geleden, naar ik hoop dus verjaard. Enkele der steenen, zoo ik mij wel herinner, waren onder aarde en gras bijna geheel bedolven, een slechts was nog zoo dat men een gedeelte van het opschrift lezen kon. Ik meen dat in de hebreeuwsche letterteekens de naam van David Salomons verborgen was.

 

David Salomons heeft geen sloot gegraven, geen stek geslagen, maar een haag geplant. Dezelfde haag die als een wildernis, tot voor korten tijd het stille oord omringde, 235 jaren oud, en nog zag men in het voorjaar de kinderen rukken en scheuren aan de takken en rijk beladen met welriekende hagendoorn huiswaarts keeren; meer dan 200 jaren is die haag ter roof geweest; uw vader, groot-, over- en betovergrootvader zij hebben staan te trekken aan die twijgen waarnaar nu uwe kinderen reikten, de witte bloesems hebben hun moeders kamer reeds versierd en begeurd.

Begrijpt ge nu waarom die schijnbare wildernis eene beteekenis had?

Had zeg ik want - zij is niet meer. Hoe vraagt ge? Ga zien, zooals ik zag. In plaats van die oude, eerwaarde meidoorn-haag - een spiksplinternieuwe omrastering van meer dan twintigvoudig puntdraad - de oude struiken zijn tot op den grond gekort - geen oud eerwaardig uitzien meer.

Ja, toch wat!

Midden op het voormalig doodenbed staat een gloednieuw zerkje en op dat zerkje met, voor velen kabalistische, teekenen een op schrift.

Wat zou het zijn?

S.d.h. m.l.(a). k.b.r.j.t. aldus staat er ongeveer, maar in hebreeuwsche letters.

Een plechtig opschrift: woorden overeenstemmende met de plechtige omgeving! Ge zoudt het denken.

"Sade malee kebaroot", aldus vulde ik voor zoover mijn kennis van het joodsch ging, de teekens aan.

"Het doodenveld is vol."

Vol! - en ik had er nooit meer dan een drietal graven gezien.

Vol! - de geschiedenis van Workum heeft niet veel joodsche gezinnen aan te wijzen buiten dat van David Salomons. Och wellicht hebben de kinderen van David hier slechts hunnen vader begraven met enkele der hunnen, zijn toen verstoven, schoon zij het graf te Workum niet vergeten hebben.

Of het geslacht is uitgestorven, ik weet het niet…

 

 

In de Leeuwarder Courant van 9 december 1933 schrijft de Workumer schoolmeester Jelle Boonstra:

Ik herinner het mij nog zeer goed, dat al het geboomte en struikgewas werd uitgeroeid. De haag werd vervangen door een staketsel met wel 10-voudig prikkeldraad. Het oude eerwaardige uitzien ging verloren. Wel schoten hier en daar weer de struiken op, maar het stille oord had bij deze verandering alle schoonheid ingeboet.

Voor eenige jaren is het puntdraad door de Joodsche gemeente van Leeuwarden weer weggenomen en de geheele begraafplaats werd aan het oog onttrokken door eene dichte plankenschutting van meer dan manshoogte boven een laag steenen grondvlak. Het viel mij moeilijk nog een kijkje op den doodenakker te nemen.

Groot was mijne verbazing, toen ik de wildernis aanschouwde, die er van deze rustplaats was geworden. Alles stond vol verdord riet en struikgewas. De eerzame familie David Salemons Jode en hare geloofsgenooten blijken geheel vergeten te zijn.

In de zomer van 1938 wordt de houten omheining vervangen door de huidige betonnen muur, gefabriceerd door de Workumer betonfabriek van de firma S.S. Hobma

 

Na de Tweede Wereldoorlog komt de begraafplaats in handen van het Nederlands Israëlisch Kerkgenootschap. Het onderhoud blijft weer achter. Binnen de betonnen muren groeien de brandnetels weelderig en de ruimte buiten de muren dient als opslag voor de omliggende bedrijven.

Workum wordt groter. Een nieuwbouwwijk verrijst in de buurt van de begraafplaats en een weg die deze wijk ontsluit wordt aangelegd.

De Joodse begraafplaats van Workum (gemeente Súdwest-Fryslân) is de oudste van de Nederlandse provincie Friesland. De grond werd in 1664 door ene David Salomons aangekocht om zichzelf en zijn familie daar te kunnen laten begraven. Op de begraafplaats zijn zes grafstenen uit de laat-zeventiende en vroeg-achttiende eeuw (1676, 1690, 1697, 1706 en 1714) bewaard gebleven. Zij behoren daarmee tot de oudste Joodse grafstenen van Nederland. Voor zover na te gaan is, betreft het inderdaad de graven van David Salomons en zijn verwanten. In de jaren 30 van de 20ste eeuw werd de begraafplaats ommuurd. Sinds 1999 is het een rijksmonument.

In 1832 heeft het perceel de kadastrale aanduiding Workum A 1123.

 

Namenlijst Joodse begraafplaats Workum

 

  1. Kendel, dochter van Jehuda, echtgenote van David Workum, overleden Rotterdam 8 Aw 5474 (20 juli 1714);
  2. David, zoon van Salomo, overleden 20 Tammoez 5450 (27 juni 1690)
  3. Benjamin, zoon van Jehuda Sarlouwin, overleden 19 Ijar 5436 (2 mei 1676), begraven 28 Ijar (11 mei) (oudste Joodse grafsteen van Fryslân);
  4. Izak, zoon van Eliëzer, overleden ?? Adar ???? (februari/maart)
  5. Eliëzer, geliefd kind, zoon van Joseph Izak, overleden 13 Ijar 5437 (4/5 mei 1697);
  6. Rachel, ongehuwd dochter van Benjamin Wolf, overleden 25 Tewet 5467 (30 december 1706).