Concentratiekampen G t/m H 1940-1945

Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'

Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.

 

Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.

 

Zie ook:

Frontstalags in Frankrijk

Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp

Kampen op alfabetische volgorde

 

G

Gabersdorf

Gabersdorf

 

Tsjechie

Concentratiekamp Gabersdorf (tegenwoordig Libeč in Tsjechië) was een dwangarbeiderskamp voor Joodse vrouwen dat tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde als onderdeel van het nazi-concentratiekampsysteem. Het kamp lag in het toenmalige Sudetenland, nabij de stad Trautenau (vandaag Trutnov) in Tsjechoslowakije. Het kamp werd in januari 1941 geopend onder de Organisation Schmelt. In 1944 werd het officieel een subkamp (buitenkamp) van het concentratiekamp Gross-Rosen. De populatie bestond voornamelijk uit Joodse meisjes en jonge vrouwen tussen de 15 en 30 jaar, velen afkomstig uit Polen (zoals Zawiercie). Zij moesten dwangarbeid verrichten in de lokale textielindustrie voor bedrijven als Vereinigte Textilwerke en Etrich. De vrouwen werkten onder zware omstandigheden in fabrieken.

Concentratiekamp Gabès

Concentratiekamp Gabès

 

Tunesie

In Gabès, een stad in het zuiden van Tunesië, bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een interneringskamp. Dit kamp werd in juli 1942 opgericht in opdracht van het Franse Vichy-bewind. Het kamp werd gebruikt om verschillende groepen vast te zetten die door het Vichy-regime als ongewenst werden beschouwd. Hoewel het kamp werd opgezet onder Frans bestuur, kwam Tunesië in november 1942 onder rechtstreekse nazi-Duitse bezetting. Al vóór de volledige Duitse bezetting was er sprake van geweld. In mei 1941 vond in Gabès een gewelddadige pogrom plaats waarbij zeven Joodse inwoners werden gedood en vele anderen gewond raakten. Nadat de Duitsers de macht overnamen in november 1942, werden Joodse mannen in Tunesië op grote schaal opgeroepen voor dwangarbeid. Er werden werkkampen opgezet in de buurt van de frontlinies, waar gevangenen onder zware omstandigheden moesten werken aan verdedigingswerken voor de Wehrmacht. Het kamp in Gabès maakte deel uit van een breder netwerk van kampen in de Maghreb-regio, zoals het beruchte werkkamp Giado in Libië, waar de omstandigheden vaak dodelijk waren door honger en ziekte.

Gablingen

Gablingen

 

Duitsland

Kamp Gablingen was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het bevond zich op een vliegveld nabij de Duitse plaats Gablingen, ongeveer 10 kilometer ten noorden van Augsburg. Het kamp diende als werkkamp waar gevangenen dwangarbeid verrichtten voor de Duitse oorlogsindustrie, met name voor de vliegtuigfabrieken van Messerschmitt AG. Op 21 februari 1944 waren er 352 gevangenen aanwezig. Dit aantal groeide aanzienlijk; in april 1944 werden er nog eens 600 gevangenen naartoe gestuurd. Het kamp was direct gevestigd op het terrein van de Fliegerhorst (vliegbasis) Gablingen. Gablingen was een van de vele subkampen die vanuit het hoofdkamp Dachau werden beheerd om gevangenen dichter bij industriële locaties in te zetten.

Gablonz = Jablonec nad Nisou 

Gablonz = Jablonec nad Nisou 

 

Tsjechie

Jablonec nad Nisou (Duits: Gablonz an der Neiße) in het huidige Tsjechië bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp was gevestigd in een voormalige fabriekshal aan de huidige Jiráskova-straat, vlakbij de fabriek van Carl Zeiss Jena. Het subkamp werd opgericht in november 1944. De eerste groep bestond uit ongeveer 500 mannen, van wie velen naar Groß-Rosen waren gestuurd na de Opstand van Warschau. Daarnaast was er een aangrenzend gebouw voor vrouwelijke gevangenen, voornamelijk Joodse vrouwen. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeider voor de nazi-oorlogsindustrie, specifiek in fabrieken die gelieerd waren aan de optische en fijnmechanische industrie (zoals Zeiss). De commandant van het kamp (Lagerführer) was Otto Saenger

Gaggenau 

Gaggenau 

 

Duitsland

Met Concentratiekamp Gaggenau wordt  het Sicherungslager Rotenfels bedoeld, dat van september 1944 tot april 1945 in Gaggenau (Baden-Württemberg) lag. Hoewel het formeel een beveiligingskamp was, fungeerde het als een subkamp van het beruchte concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp diende als vervanging voor het ontruimde kamp Schirmeck-La Broque. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders, voornamelijk in de fabrieken van Daimler-Benz. Er zaten ongeveer 1.600 mannen en vrouwen gevangen onder erbarmelijke omstandigheden in zes barakken. In november 1944 werden in het nabijgelegen bos bij Erlich 27 gevangenen (26 mannen en 1 vrouw) geëxecuteerd door de nazi's. Gaggenau-proces: Na de oorlog hield een Brits militair gerechtshof in Wuppertal het Gaggenau-proces (mei 1946). Tien beklaagden werden schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden, waaronder kampcommandant Heinrich Neuschwanger, die de doodstraf kreeg en werd geëxecuteerd.

Concentratiekamp Gaillac

Concentratiekamp Gaillac

 

Frankrijk

In de stad Gaillac was een gevangenis en een nabijgelegen interneringskamp genaamd Camp de Brens. Dit kamp lag direct tegenover Gaillac aan de andere kant van de rivier de Tarn. Het was oorspronkelijk een vluchtelingenkamp dat onder het Vichy-regime werd omgevormd tot een interneringskamp voor ongewenste personen. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor de internering van vrouwen, waaronder buitenlandse Joodse vrouwen en politieke tegenstanders (zoals communisten en verzetsstrijders).In 1942 en 1944 werden vanuit dit kamp tientallen Joodse vrouwen gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. Naast het kamp in Brens was er in Gaillac zelf een gevangenis die administratief verbonden was met het grotere kamp van Saint-Sulpice-la-Pointe. Op 13 juni 1944 voerde het Franse verzet (de FFI) een aanval uit op de gevangenis van Gaillac om gevangenen te bevrijden. Tijdens deze bevrijdingsactie ontstond grote verwarring, waarbij een aantal gevangenen wist te ontsnappen.

Concentratiekamp Gaillon

Concentratiekamp Gaillon

 

Frankrijk

Het kamp van Gaillon (Eure, Frankrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een interneringskamp onder het Vichy-regime, officieel aangeduid als een Centre de Séjour Surveillé (CSS). Het kamp was gehuisvest in het historische Château de Gaillon, dat in die tijd als gevangenis fungeerde. Het werd voornamelijk gebruikt voor de opsluiting van ongewenste personen, waaronder communisten, politieke gevangenen en verzetsstrijders. In februari 1942 zaten er ongeveer 109 gevangenen, hoewel de geschatte capaciteit rond de 120 lag.Veel gevangenen werden vanuit Gaillon overgebracht naar andere kampen. Zo vond er op 4 mei 1942 een groot transport plaats naar het kamp van Voves. Vanuit daar werden velen uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. Het kamp stond onder Frans toezicht (Vichy-autoriteiten), maar werkte nauw samen met de Duitse bezetter voor het uitleveren van gevangenen

Concentratiekamp Gaisin

Concentratiekamp Gaisin

 

Oekraine

Gaisin (vandaag de dag Haisyn, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een nazi-werkkamp en een subkamp van Stalag 348. In tegenstelling tot de grote vernietigingskampen, fungeerde Gaisin primair als een doorgangs- en werkkamp waar dwangarbeiders werden ingezet voor de aanleg van strategische wegen.Gaisin was een knooppunt voor dwangarbeid in de regio Transnistrië. Gevangenen, waaronder veel Joden uit de regio en gedeporteerden uit Roemenië, werden gedwongen om de hoofdweg tussen Gaisin en Uman te repareren en aan te leggen. Stalag 348: In maart 1943 nam het personeel van het krijgsgevangenkamp Stalag 348 een klein kamp in Gaisin over dat op dat moment ongeveer 700 tot 800 gevangenen vasthield.

Concentratiekamp Gaiwitz

Concentratiekamp Gaiwitz

 

Tsjechie

Concentratiekamp Galaţi

Concentratiekamp Galaţi

 

Roemenie

In Galați (Roemenië) in de stad was de locatie van Lager nr. 8 waar Joden werden geïnterneerd.

Ganacker

Ganacker

 

Duitsland

Het concentratiekamp Ganacker (ook wel Aussenlager Ganacker) was een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp was gevestigd op de Fliegerhorst (vliegveld) Ganacker bij Wallersdorf in Duitsland. Het kamp bestond van 20 februari 1945 tot 24 april 1945. Er zaten ongeveer 500 gevangenen, voornamelijk Joodse mannen uit Polen, Hongarije, Frankrijk en Griekenland. Daarnaast waren er ook Russische, Belgische, Tsjechische en Duitse gevangenen. De gevangenen werden ingezet voor werkzaamheden op het vliegveld, waaronder bouwwerkzaamheden. Tussen 2 maart en 23 april 1945 zijn er in het kamp 149 gevangenen omgekomen. De omgekomen gevangenen werden begraven bij de St. Sebastian kerk in Wallersdorf. Het kamp werd in april 1945 ontruimd en bevrijd door de geallieerden, waarbij het kampterrein op 16 april 1945 werd gebombardeerd door P-51 Mustangs.

Gandersheim

 

Duitsland

Concentratiekamp Gandersheim (ook bekend als Außenlager Bad Gandersheim) was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald in Duitsland. Het kamp was gevestigd in de gebouwen van het voormalige klooster Brunshausen in de stad Bad Gandersheim (Nedersaksen). Het was actief van oktober 1944 tot april 1945. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeider voor de productie van vliegtuigonderdelen in een fabriek van Heinkel-Werke. Het dagelijks leven was extreem zwaar door lange werkdagen, een gebrek aan voedsel, bittere kou en mishandeling. In april 1945 werd het kamp ontruimd. De overgebleven gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd richting Dachau, waarbij velen om het leven kwamen.

Gans 

Gans 

 

?

Concentratiekamp Gara Bov

Concentratiekamp Gara Bov

 

Bulgarije

Het kamp in Gara Bov, gelegen in Bulgarije (ongeveer 36-40 km ten noorden/noordoosten van Sofia), functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog (1941-1944) als een dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. Het kamp was onderdeel van het Bulgaarse systeem van dwangarbeid voor Joden, onder toezicht van de 1e Arbeidsbataljon. De dwangarbeiders droegen standaard werksoldatenuniformen en werden ingezet in een bergachtige omgeving.Het kamp bevond zich in de buurt van Lakatnik, Tserovo en Rebrovo.

Concentratiekamp Garany

Concentratiekamp Garany

 

Slowakije

Garczyn

Garczyn

 

Polen

Het kamp in Garczyn was een buitencommando (Außenkommando) van het concentratiekamp Stutthof. Het fungeerde als een satellietkamp waar gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid. Het bevindt zich in de regio Pommeren, ten westen van Gdańsk.

Garmisch-Partenkirchen 

Garmisch-Partenkirchen 

 

Duitsland

De stad huisvestte een buitenlager (subkamp) van het concentratiekamp Dachau. Dit specifieke kamp was gevestigd in het voormalige hotel Sonnenbichl. In tegenstelling tot veel andere buitenkampen die gericht waren op zware industriële dwangarbeid, diende het kamp in Garmisch-Partenkirchen als een hospitaal en herstellingsoord voor leden van de SS. Het buitenlager werd officieel opgericht op 9 december 1944 en bleef in gebruik tot aan de bevrijding door Amerikaanse troepen eind april 1945. Er was een klein commando van gevangenen (meestal tussen de 10 en 20 personen) aanwezig om ondersteunende werkzaamheden in het hospitaal te verrichten.

De locatie was verbonden met het SS-systeem.

SS-ziekenhuis: Op 9 december 1944 werd in het voormalige hotel Sonnenbichl een SS-ziekenhuis (hospital) ingericht. Dit gebouw deed dienst voor het behandelen van gewonde SS-leden en bevond zich aan de rand van het dal.

Olympische stad: Garmisch-Partenkirchen stond in de nazitijd vooral bekend als de locatie van de Olympische Winterspelen van 1936 en als demonstratieproject van de nazi-eenheid.

Concentratiekamp Garno

Concentratiekamp Garno

 

Polen

In het dorp Garno, gelegen in de gemeente Wolanów nabij de Poolse stad Radom, bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een werkkamp voor Joden. Het was een werkkamp waar gevangenen onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Gevangenen, voornamelijk Joden, werden hier waarschijnlijk vanaf 1940 vastgehouden. Het kamp was gesitueerd in het dorp Garno, onderdeel van het district Radom in het woiwodschap Mazovië

Gartschin = Garczyn

Gartschin = Garczyn

 

 

 

Gartschin is de Duitse (genazificeerde) naam voor Garczyn. Garczyn (Gartschin) ligt in de buurt van Koscierzyna (Berent), in het voormalige Polen (bezet gebied). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier een buitenkamp (Außenkommando) gevestigd dat onder de administratie van het concentratiekamp Stutthof viel. In gebruik van 1 september 1939 tot 8 mei 1945.

Concentratiekamp Gąsew

Concentratiekamp Gąsew

 

Polen

:Het betrof een dwangarbeidskamp (Arbeitslager)  Gąsew is een dorp in de buurt van Maków Mazowiecki in centraal-Polen. Dit gebied viel tijdens de bezetting onder het nazi-bestuur van Regierungsbezirk Zichenau. In nabijgelegen plaatsen zoals Maków Mazowiecki werden getto's ingericht van waaruit mensen vaak naar nabijgelegen werkkampen of vernietigingskampen werden getransporteerd.

Gassen

Gassen

 

Algemeen

In de context van de Tweede Wereldoorlog verwijst Gassen naar de methode die de nazi's gebruikten om op grote schaal mensen te vermoorden in gaskamers. Deze kamers waren afgesloten ruimtes waar slachtoffers, vaak onder het voorwendsel dat ze gingen douchen, werden blootgesteld aan dodelijke gassen. De nazi's maakten gebruik van verschillende soorten gifgas:

Zyklon B (Blauwzuurgas): Dit was een op waterstofcyanide gebaseerd bestrijdingsmiddel. Het werd op grote schaal gebruikt in Auschwitz-Birkenau en Majdanek.

Koolmonoxide (Uitlaatgassen): In kampen zoals Sobibór, Treblinka en Belzec werden dieselmotoren gebruikt om koolmonoxide de gaskamers in te leiden.

Gaswagens: In Chełmno werden mobiele gaskamers (vrachtwagens) ingezet waarbij de uitlaatgassen direct in de laadruimte werden gepompt.

Niet elk concentratiekamp was een vernietigingskamp met gaskamers. De belangrijkste kampen waar structureel gaskamers werden ingezet voor massamoord waren: Auschwitz-Birkenau (Polen) Treblinka (Polen) Sobibór (Polen) Belzec (Polen) Majdanek (Polen) Chełmno (Polen) Daarnaast waren er ook gaskamers in sommige concentratiekampen in Duitsland en Oostenrijk, zoals Mauthausen en Dachau, hoewel deze op kleinere schaal werden gebruikt.

Concentratiekamp Gatterschlag

Concentratiekamp Gatterschlag

 

Tsjechie

Gatterschlag (tegenwoordig Kačlehy, Tsjechië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) voor voornamelijk Hongaarse Joden waar gevangenen onder zware omstandigheden werden ingezet voor infrastructuur en industrie. Het kamp lag in het toenmalige Sudetenland (nu Tsjechië), in het district Neubistritz. De gevangenen werden gedwongen tot zwaar fysiek werk, waaronder bosbouw, het graven van kanalen en werk in de steengroeve. Het kamp werd in de late fase van de oorlog (circa 1944-1945) gebruikt voor de internering van Joodse dwangarbeiders. Veel overlevenden van dergelijke satellietkampen werden tegen het einde van de oorlog op dodemarsen gestuurd of overgebracht naar grotere kampen zoals Theresienstadt

Concentratiekamp Gawartowa Wola

Concentratiekamp Gawartowa Wola

 

Polen

Gawartowa Wola een bestaand dorp in Polen is (gelegen in de gemeente Leszno), KL Warschau & Wola: In het stadsdeel Wola van Warschau vond in augustus 1944 het beruchte bloedbad van Wola plaats, waarbij tienduizenden burgers werden vermoord door de nazi's. Nabij dit gebied lag ook het concentratiekamp Warschau (ook bekend als Gęsiówka).

Gawesen concentratiekamp

Gawesen concentratiekamp

 

Letland

Gawesen (ook wel gespeld als Gavieze of Gaviezes) is de historische Duitse naam voor een landgoed en plaats in Letland. Het is gelegen in de regio Koerland, nabij de stad Liepāja.Het was een privédomein (privātmuiža) dat eigendom was van de Baltisch-Duitse adel, zoals de families von Keyserling en von Kleist. Gedurende de Duitse bezetting van Letland bevond zich in Gawesen een werkkamp voor Joodse gevangenen (het Männerlager Gawesen), dat operationeel was in 1943.

Gdingen = Gdynia

Gdingen = Gdynia

 

 

Gebhardsdorf

Gebhardsdorf

 

Polen

Gebhardsdorf (tegenwoordig Giebułtów in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-concentratiekamp en bijkamp in Neder-Silezië. Het kamp stond ook bekend onder de naam Friedeberg. Het kamp was gelegen in Neder-Silezië, destijds Pruisen, Duitsland. Gebhardsdorf fungeerde als een bijkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp hield mannelijke gevangenen vast, waaronder velen die waren geëvacueerd uit Auschwitz. Ook  vrouwelijke Hongaarse Joden. Werkzaamheden bestonden onder meer uit dwangarbeid, waarbij steengroeven vaak een belangrijke rol speelden in de regio.

Gedangan

 

Midden Java

Gedangan was tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog een vrouwenconcentratiekamp (burgerkamp) in Semarang op Midden-Java. Het kamp was gevestigd in een kloostercomplex van de Zusters Franciscanessen van Heythuysen en stond ook wel bekend als het Kloosterkamp. Het kamp bevond zich in een klooster, meisjesweeshuis en schoolinternaat in Semarang.Functie: Vanaf oktober 1943 diende het als een verzamelkamp voor vrouwen en kinderen.In het kamp zaten naar schatting 2200 mensen opgesloten. Het kamp viel onder het bewind van Japanse kampcommandanten, waaronder Hasegawa (april 1944 - oktober 1944) en Nagata. In oktober 1943 werden veel geïnterneerden naar dit kamp overgebracht.

Geilenberg

Geilenberg

 

Duitsland

Het kamp Hamburg-Geilenberg (ook bekend als Dessauer Ufer) was een concentratiekamp in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in Hamburg, specifiek in het district Hamburg-Mitte aan de Dessauer Ufer. Het diende als een buitenkamp voor dwangarbeid. Vrouwelijke gevangenen, velen gedeporteerd vanuit Auschwitz, werden hier vastgehouden van juli tot september 1944 om dwangarbeid te verrichten. De naam is verbonden aan Edmund Geilenberg, een Duitse ambtenaar die in 1944 verantwoordelijk was voor een noodprogramma om de brandstofvoorziening veilig te stellen na geallieerde bombardementen. Naast de vrouwelijke gevangenen, werd het pakhuis op deze locatie ook gebruikt om meer dan 1.000 Tsjechische en Hongaarse Joodse mannen gevangen te houden, die als dwangarbeiders werden ingezet.

Geisenheim 

Geisenheim 

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Geisenheim, gelegen in de voormalige Pruisische provincie Hessen-Nassau, was een buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Geisenheim functioneerde als een buitenkamp (buitenkamp) voor vrouwelijke gevangenen. Het was een van de vele satellietkampen die onder het toezicht van het hoofd-concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Vogezen vielen. 

Geislingen an der Steige

Geislingen an der Steige

 

Duitsland

Het KZ-Außenlager Geislingen was een buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Zuid-Duitse stad Geislingen an der Steige. Het kamp was van februari 1944 tot april 1945 in gebruik als werkkamp voor de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp bood plaats aan ongeveer 800 Joodse vrouwen en meisjes, voornamelijk afkomstig uit Hongarije. Veel van hen werden via Auschwitz-Birkenau naar Geislingen getransporteerd.De gevangenen moesten werken voor de Württembergische Metallwarenfabrik (WMF). Ze produceerden militaire goederen in een voormalige fabriek voor bestek en kookgerei, waarbij ze vaak 12-urige diensten draaiden.De vrouwen verbleven in een afgezet gedeelte van een barakkenkamp voor dwangarbeiders aan de Heidenheimer Straße. De omstandigheden waren zwaar door voedseltekorten, gebrek aan hygiëne en mishandeling. Vrouwen die te ziek of te zwak waren om te werken, werden teruggestuurd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.In april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerden. De gevangenen werden per trein naar het kamp Allach (een buitenkamp van Dachau) getransporteerd. De overlevenden werden uiteindelijk op 29 of 30 april 1945 door Amerikaanse troepen bevrijd in de buurt van de Starnberger See

Concentratiekamp Gellenau

Concentratiekamp Gellenau

 

Polen

Concentratiekamp Gellenau (vandaag het Poolse Jeleniów) was een subkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het diende voornamelijk als een werkkamp voor Joodse gevangenen (ZAL Gellenau) en werd later onderdeel van de organisatie Schmelt. Het kamp was operationeel van februari 1943 tot de evacuatie in 1945. De meerderheid van de gevangenen bestond uit Joodse vrouwen, waaronder veel tieners en jonge volwassenen tussen de 13 en 23 jaar oud.De gevangenen werden ingezet als slavenarbeiders in de lokale industrie, waaronder textielfabrieken. Gellenau lag in de regio Silezië (toen Duitsland, nu Polen), nabij de stad Glatz (nu Kłodzko).

Gelnhausen

Gelnhausen

 

Duitsland

In de buurt van Gelnhausen, specifiek in Rothenbergen (nabij Gelnhausen), bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een kleiner kamp voor dwangarbeid. Het betrof een kamp waar ongeveer 80 mannelijke gevangenen dwangarbeid verrichtten, waaronder het aanleggen van mijnschachten. Het kamp stond bekend als Gelnhausen (aka Rothenbergen bei...) Joodse inwoners uit de districten Hanau, Gelnhausen en Schlüchtern werden via het station van Hanau gedeporteerd naar vernietigingskampen.

Gelsenkirchen - Horst

Gelsenkirchen - Horst

 

Duitsland

Het Gelsenberg-kamp was een subkamp van het concentratiekamp Buchenwald in Gelsenkirchen-Horst, waar Joodse vrouwen uit Oost-Europa van juli tot september 1944 werden vastgehouden. Zij werden gedwongen tot dwangarbeid in de Ruhrindustrie. Minstens 150 van hen kwamen om bij bombardementen op 11 september 1944, omdat ze geen schuilplaatsen mochten gebruiken.

Het kamp, opgericht in de zomer van 1944, bevond zich in een open veld ten oosten van de hydrogeneringsinstallatie van Gelsenberg Benzin AG, nabij het goederenterrein van de Hugo-mijn in Sutum. Het bestond uit legertenten en werd omgeven door een prikkeldraadhek en wachttorens.

In juli 1944 werden ongeveer 2.000 Hongaarse en Transsylvanische Joodse vrouwen uit het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau ondergebracht in het kamp Gelsenberg. De dwangarbeiders zouden worden ingezet om puin te ruimen en de hydrogeneringsinstallatie te herbouwen, die recentelijk zwaar was beschadigd door geallieerde luchtaanvallen en niet langer operationeel was. Ze verrichtten ook dwangarbeid voor de Organisation Todt in Essen-Kupferdreh en in de haven van Gelsenkirchen. In augustus 1944 werden 520 vrouwen overgebracht naar het Humboldtstrasse-subkamp van het concentratiekamp in Essen, waar zij werkten voor het bedrijf Friedrich Krupp AG.

Gendorf

Gendorf

 

Duitsland

Het concentratiekamp Gendorf (ook bekend als Emmerting of Burgkirchen) was een buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het kamp werd in oktober 1943 opgericht in de buurt van Emmerting (nabij Burgkirchen an der Alz) in Beieren, Duitsland. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid in de nabijgelegen Anorgana-fabriek. Tegen augustus 1943 werkten er al zo'n 3.000 mensen in de Anorgana-fabriek, waaronder Duitse burgers, buitenlandse arbeiders en dwangarbeiders. De omstandigheden waren zwaar. De Anorgana-fabriek in Gendorf speelde een rol in de productie van chemische stoffen, en van de productie van Zyklon B, het gas dat in gaskamers werd gebruikt. Als officieel buitenkamp (Außenlager) viel Gendorf direct onder het administratieve toezicht van het hoofdconcentratiekamp Dachau.

Genshagen

Genshagen

 

Duitsland

Concentratiekamp Genshagen (ook wel bekend als Außenlager Genshagen) was een vrouwenkamp dat als buitenkamp van het concentratiekamp Sachsenhausen fungeerde. Het was gelegen bij Ludwigsfelde, ten zuiden van Berlijn. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Daimler-Benz fabriek in Genshagen, waar vliegtuigmotoren voor de Luftwaffe werden geproduceerd. Het kamp bestond voornamelijk uit vrouwelijke gevangenen van verschillende nationaliteiten, waaronder veel vrouwen uit de Sovjet-Unie, Polen en West-Europese landen die via het kamp Ravensbrück of direct vanuit Sachsenhausen naar Genshagen werden getransporteerd.Het kamp was operationeel van de herfst van 1944 tot de ontruiming in april 1945, toen de gevangenen op dodenmarsen werden gestuurd voorafgaand aan de komst van het Rode Leger. De vrouwen verbleven in houten barakken onder zware omstandigheden. Hoewel het geen vernietigingskamp was, zorgden ondervoeding, mishandeling en de uitputting door de zware fabriekswerkzaamheden voor vele slachtoffers. Naast het concentratiekamp bevond zich in Genshagen ook een vakantiekamp voor krijgsgevangenen, dat later werd gebruikt voor de werving van het British Free Corps, een eenheid van de Waffen-SS bestaande uit Britse krijgsgevangenen.

Genthin bei Magdeburg

Genthin bei Magdeburg

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Genthin, gelegen nabij Magdeburg, was een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Ravensbrück.  Het kamp bevond zich in Genthin-Wald, ten noordoosten van Maagdenburg. Het was een buitenkamp (Außenlager) van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Het kamp was in bedrijf van 16 maart 1943 tot mei 1945. De gevangenen, grotendeels vrouwen, werden gedwongen tot zware arbeid, met name de productie van munitie voor tanks en luchtafweergeschut. In het laatste oorlogsjaar werd het kamp een plaats van intense uitbuiting van vrouwelijke gevangenen die vanuit Ravensbrück waren overgebracht.

Geppersdorf

Geppersdorf

 

Polen

Het concentratiekamp Geppersdorf (tegenwoordig Milęcice in Polen) was een nazikamp dat eind januari of begin februari 1945 werd opgericht. Het fungeerde als een buitenkamp (subkamp) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp lag in de buurt van Lwówek Śląski (destijds Geppersdorf in Duitsland) en huisvestte mannelijke gevangenen die waren geëvacueerd uit het vernietigingskamp Auschwitz. Geppersdorf was een van de vele kampen die door nazi-Duitsland werden opgezet als onderdeel van het systeem van vervolging en genocide tijdens de Holocaust. De locatie is verbonden met de dodenmarsen uit Auschwitz, waarbij overlevenden na een barre tocht in Geppersdorf terechtkwamen.

Gerdauen 

Gerdauen 

 

Rusland

Gerdauen (Außenarbeitslager Gerdauen) was een nazi-concentratiekamp, specifiek een subkamp (buitencommando) van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp was gelegen in het huidige Zheleznodorozhny in de oblast Kaliningrad. Het kamp werd op 21 september 1944 opgericht en was gevestigd bij Luftwaffe-vliegvelden in Oost-Pruisen. Gerdauen was een van de subkampen die werkten voor de Duitse oorlogsindustrie, vergelijkbaar met andere subkampen in de regio zoals Heiligenbeil, Jesau, Schippenbeil en Seerappen. In tegenstelling tot veel andere subkampen die tot januari 1945 operationeel bleven, werd het kamp in Gerdauen al in december 1944 geëvacueerd. Kampcommandanten: Het kamp kende verschillende SS-commandanten, waaronder SS-Unterscharführer Friedrich Marzan, SS-Hauptscharführer Hans

Concentratiekamp Gërman

Concentratiekamp Gërman

 

Albanie

Het concentratiekamp Gërman (ook wel Ghermani of Germani) was een interneringskamp gelegen in de buurt van het gelijknamige dorp in Albanië, in het huidige district Mat. Het kamp lag in de buurt van Komsi in Albanië en werd tussen 1941 en 1943 gebruikt door Italiaanse en Albanese autoriteiten. Het kamp diende voor de detentie van Montenegrijnen, Serviërs en Bulgaren.

Germering

Concentratiekamp Geruliai

Concentratiekamp Geruliai

 

Litouwen

Het concentratiekamp Geruliai (soms gespeld als Giruliai) was een nazi-werkkamp en moordlocatie in Litouwen, vlakbij Telšiai (Telz) in de regio Samogitië. Het kamp speelde een rol in de grootschalige vernietiging van de Joodse gemeenschap in die regio tijdens de Holocaust. Geruliai was een van de werkkampen waar Joden uit de omgeving (waaronder uit de getto's van Telšiai, Varniai, Laukuva, Luokė en Alsedžiai) werden samengebracht en vastgehouden voordat ze werden vermoord. Op 30 augustus 1941 werden vele Joodse vrouwen en kinderen uit omliggende steden naar het bos van Geruliai/Telšiai gebracht en daar door lokale Litouwse collaborateurs en nazisoldaten doodgeschoten.

Concentratiekamp Giado

Concentratiekamp Giado

 

Libie

Concentratiekamp Giado (tegenwoordig Jadu) was het grootste en meest beruchte concentratiekamp in Libië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd in 1942 opgericht door de Italiaanse fascistische autoriteiten onder leiding van Benito Mussolini om de Joodse bevolking uit de regio Cyrenaica te interneren. Het kamp lag in een onherbergzaam woestijngebied, ongeveer 150 tot 180 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Tripoli. Tussen mei 1942 en januari 1943 werden ongeveer 2.600 tot 3.000 Joden (voornamelijk uit Benghazi) naar het kamp gedeporteerd. Dit omvatte Libische en Italiaanse Joden, maar ook Joden met Britse of Franse paspoorten. De omstandigheden waren extreem zwaar. Er was sprake van ernstige overbevolking, een gebrek aan voedsel en water, en gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid. Ruim 500 tot 600 mensen kwamen om in het kamp. De voornaamste doodsoorzaken waren honger, uitputting en een uitbraak van vlektyfus in december 1942. Het kamp werd in januari 1943 bevrijd door Britse troepen.

Giebelstadt 

Giebelstadt 

 

Duitsland

Vliegbasis (Fliegerhorst): Tijdens de oorlog was er een belangrijke Luftwaffe-vliegbasis gevestigd waar onder andere de eerste straaljagers (Me 262) en raketaangedreven vliegtuigen (Me 163) werden getest. Er was een subkamp van het concentratiekamp Flossenbürg in de nabijheid van Giebelstadt. Gevangenen uit dit kamp werden als dwangarbeiders ingezet op de vliegbasis om schade door bombardementen te herstellen en startbanen te onderhouden. Na de bevrijding in 1945 werd de vliegbasis door de Amerikaanse bezettingsmacht gebruikt als een Displaced Persons kamp. In dit kamp werden duizenden overlevenden van de Holocaust opgevangen, velen van hen waren afkomstig uit het concentratiekamp Theresienstadt, in afwachting van hun emigratie naar landen als de Verenigde Staten of het toenmalige Palestina

Concentratiekamp Gielniów

Concentratiekamp Gielniów

 

Polen

Joods Ghetto: Na de Duitse bezetting op 9 september 1939 werd de joodse gemeenschap van Gielniów (ongeveer 56 families) zwaar getroffen. De synagoge werd verbrand en er werd een ghetto ingericht. De inwoners van het ghetto werden ingezet voor dwangarbeid. In 1942 werden de joodse bewoners gedeporteerd naar vernietigingskampen, waarschijnlijk via nabijgelegen verzamelpunten zoals Opoczno of direct naar Treblinka.

Concentratiekamp Gierlachów

Concentratiekamp Gierlachów

 

Polen

Gierlachów was een nazi-concentratiekamp en dwangarbeidskamp in het bezette Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het minder bekend is dan grote kampen zoals Auschwitz of Majdanek, was het een specifieke locatie waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden voor gedwongen arbeid. Het kamp was gelegen nabij de stad Sandomierz in het zuidoosten van Polen.Het functioneerde primair als een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden en Poolse burgers.

Gießen

Gießen

 

Duitsland

In Gießen huisvestte vanaf eind maart 1944 een subkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Dit subkamp was gevestigd in de Heil- und Pflegeanstalt aan de Licher Straße. Op 22 maart 1944 werden de eerste 50 gevangenen vanuit het hoofdkamp Buchenwald naar Gießen overgebracht. Vanuit de regio Gießen vonden deportaties plaats van onder andere Sinti en Roma naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.

Concentratiekamp Gioia del Colle

Concentratiekamp Gioia del Colle

 

Italie

Het concentratiekamp (of interneringskamp) in Gioia del Colle, gelegen in de provincie Bari in Zuid-Italië, was een van de vele kampen die door het fascistische regime van Mussolini tijdens de Tweede Wereldoorlog werden opgezet. Het kamp was gevestigd in Gioia del Colle, Puglia. Het interneringskamp ging open in juli 1940. In tegenstelling tot sommige andere kampen die een gemengde populatie hadden, was het kamp in Gioia del Colle specifiek gericht op de detentie van Joden. Het gemiddelde aantal gedetineerden schommelde rond de 50 personen.

Glasau 

Glasau 

 

Duitsland

Concentratiekamp Glasau (of Sarau) was een buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. Het kamp bestond slechts een korte periode aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, van 29 maart 1945 tot 5 mei 1945.bHet kamp was gevestigd nabij het gehucht Sarau in de gemeente Glasau, ongeveer 27 kilometer ten noorden van Lübeck. Gevangenen werden ondergebracht in een grote schuur op het landgoed Gut Glasau. Het kamp fungeerde vooral als tussenstation voor gevangenen van dodennarchen uit andere kampen, zoals Fürstengrube (een subkamp van Auschwitz) en Mittelbau-Dora. Er verbleven ongeveer 466 gevangenen. De omstandigheden waren erbarmelijk. Door ondervoeding, uitputting en het gebrek aan medische zorg stierven veel gevangenen, waaronder ten minste 18 Belgen. Sommige gevangenen moesten werken op de boerderij van het landgoed of bij boeren in de omgeving. Op 30 april 1945 werden de West-Europese gevangenen (waaronder Fransen, Belgen en Nederlanders) uit de schuur in Glasau gered door het Zweedse Rode Kruis als onderdeel van de actie met de Witte Bussen onder leiding van graaf Folke Bernadotte. Zij werden via Lübeck naar Zweden gebracht

Glau - Trebbin

Glau - Trebbin

 

Duitsland

Het concentratiekamp Glau-Trebbin was een buitenkamp (subkamp) van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp was gelegen bij Glau, in de buurt van Trebbin, ten zuidwesten van Berlijn in de Duitse deelstaat Brandenburg. Vanaf december 1941 werd het kamp gebruikt door de Waffen-SS voor dwangarbeid door gevangenen. Het kamp bevond zich in de buurt van Trebbin.

Gleina

Gleina

 

Duitsland

Gleina, vaak aangeduid als onderdeel van het Wille-kampcomplex (ook bekend als Tröglitz of Rehmsdorf), was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, gelegen in de buurt van Zeitz in Duitsland. Het kamp functioneerde vanaf eind 1944 als een buitenkamp (buitencommando) van Buchenwald. Het kamp was verbonden met de locaties Rehmsdorf en Tröglitz in de regio Saksen-Anhalt. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid (Arbeitskommando), vaak onder zeer zware omstandigheden. In februari 1945 werden honderden gevangenen vanuit Buchenwald naar dit gebied gedeporteerd, wat wijst op een toename van activiteiten en dwangarbeid in die periode. Het kamp Wille (Gleina/Rehmsdorf) was een van de vele subkampen die in de laatste fase van de oorlog werden gebruikt voor de Duitse oorlogsindustrie.

Concentratiekamp Gleiss

Concentratiekamp Gleiss

 

Oostenrijk

Gleiwitz

 

Polen

Concentratiekamp Gleiwitz (tegenwoordig het Poolse Gliwice) bestond feitelijk uit een complex van vier buitenkampen van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Deze kampen, aangeduid als Gleiwitz I tot en met IV, werden tussen 1944 en begin 1945 gebruikt voor dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie.

Gleiwitz I: Geopend in maart 1944 bij een werkplaats voor spoorwegmaterieel. Gevangenen werkten hier aan de reparatie van treinwagons.

Gleiwitz II: Bestond van mei 1944 tot januari 1945. Hier werden gevangenen (waaronder veel Joodse vrouwen) ingezet bij de fabriek Deutsche Gasrußwerke voor de productie van roet, een essentieel onderdeel voor de rubberindustrie.

Gleiwitz III: Gevestigd bij de fabriek Gleiwitzer Hütte. Gevangenen moesten hier werken in de staalindustrie en bij de productie van wapens.

Gleiwitz IV: Dit kamp werd gebruikt voor de bouw van kazernes en het herstellen van militaire voertuigen.

De kampen waren primair gericht op dwangarbeid ter ondersteuning van de Duitse economie tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. De leefomstandigheden waren erbarmelijk, met zware straffen voor de kleinste vergrijpen en een gebrek aan basisrechten voor de gevangenen. In januari 1945 werden de kampen ontruimd vanwege het naderende Rode Leger. Veel gevangenen kwamen om tijdens de beruchte dodenmarsen naar andere kampen dieper in het Duitse Rijk.

Gleiwitz I

Gleiwitz I

 

Polen

Concentratiekamp Gleiwitz I was een van de vier subkampen van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, gelegen in de stad Gliwice (Duits: Gleiwitz) in het huidige Polen. Het kamp werd in maart 1944 opgericht ten behoeve van dwangarbeid. Het kamp werd opgericht op initiatief van de Reichsbahnausbesserungswerk (reparatiewerkplaatsen van de spoorwegen). De barakken stonden aan de Am Werkgraben Strasse (tegenwoordig ulica Przewozowa). De gevangenen werkten voornamelijk in de Wagenwerk railroad shop, die ongeveer twee kilometer van het kamp verwijderd was. Kampcommandanten: De eerste leider van het subkamp was SS-Hauptscharführer Otto Moll. Andere leiders waren SS-Oberscharführer Jansen en SS-Oberscharführer Richard Stolten. Het kamp was omgeven door een muur van betonplaten met prikkeldraad en was bedoeld voor de huisvesting van dwangarbeiders.

Gleiwitz II 

Gleiwitz II 

 

Polen

Concentratiekamp Gleiwitz II was een van de vier subkampen van Auschwitz in de stad Gliwice (toenmalig Duitsland, nu Polen). Het kamp bestond officieel van mei 1944 tot januari 1945 en was gevestigd op het terrein van de fabriek Deutsche Gasrusswerke GmbH. Gevangenen werden ingezet voor zware slavenarbeid. Vrouwen werkten voornamelijk bij de productie van roet (lampzwart), wat extreem ongezond was door giftige dampen en hoge temperaturen. Mannen werden ingezet voor de uitbreiding van de fabriek en reparatiewerkzaamheden aan machines. Het kamp huisvestte zowel mannen als vrouwen, voornamelijk Joden uit Polen, Hongarije en ook Nederland. In december 1944 waren er ongeveer 1.100 gevangenen aanwezig. De gevangenen verbleven in zeven houten barakken, omringd door prikkeldraad en zes wachttorens. De omstandigheden waren gruwelijk; velen stierven door uitputting, mishandeling of de gevaarlijke werkomstandigheden in de fabriek.Op 18 januari 1945, vlak voor de komst van het Rode Leger, werd het kamp ontruimd. De mannen werden op een dodenmars gestuurd naar Sachsenhausen, terwijl de vrouwen naar Ravensbrück werden getransporteerd

Gleiwitz  III

Gleiwitz  III

 

Polen

Concentratiekamp Gleiwitz III (ook bekend als Arbeitslager Gleiwitz III) was een van de ongeveer veertig subkampen van het concentratiekamp Auschwitz. Het kamp was operationeel van juli 1944 tot 19 januari 1945 en bevond zich in de stad Gleiwitz (tegenwoordig Gliwice in Polen). De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de firma Zieleniewski-Maschinen und Waggonbau GmbH. Hun taken omvatte de renovatie van de fabriek Glewitzer Hütte en de productie van wapens, munitie, treinwielen en onderdelen voor luchtafweergeschut (flak). Het kamp huisvestte gemiddeld 450 tot 600 gevangenen. Hoewel de leefomstandigheden in de stenen gebouwen soms iets beter leken dan in het hoofdkamp Auschwitz-Birkenau, bleven het voedsel en de behandeling door de SS-bewakers wreed en ontoereikend. Leiding: De kampcommandant was SS-Hauptscharführer Karl Spieker. Op 19 januari 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende Sovjet-troepen. De gevangenen werden op een dodenmars gestuurd richting concentratiekamp Gross-Rosen

Gleiwitz IV

Gleiwitz IV

 

Polen

Gleiwitz IV was een van de vier subkampen van concentratiekamp Auschwitz in de stad Gleiwitz (tegenwoordig Gliwice, Polen). Het kamp bestond van juni 1944 tot januari 1945 en diende primair als werkkamp voor dwangarbeid. Het kamp lag aan de rand van de stad bij militaire barakken van de Wehrmacht. De leiding was in handen van SS-Unterscharführer Otto Lätsch. Aanvankelijk bestond de populatie uit ongeveer 80 Russische en Poolse gevangenen uit Monowitz. Later werden zij vervangen door een grotere groep van honderden Joodse gevangenen (voornamelijk uit Hongarije en Polen). Op het hoogtepunt waren er zo'n 700 tot 800 gevangenen, maar vlak voor de evacuatie in januari 1945 waren er nog 444 over.De gevangenen moesten zwaar fysiek werk verrichten, waaronder: Het bouwen en uitbreiden van het kamp zelf (barakken en omheining). Het ombouwen van vrachtwagenmotoren voor het gebruik van houtgas voor het bedrijf Zieleniewski Maschinen und Waggonbau GmbH. Werkzaamheden bij de haven aan het Gliwice-kanaal en op het plaatselijke vliegveld. Tijdens de ontruiming in januari 1945 werden de meeste gevangenen op een dodenmars gestuurd. In de ziekenboeg bleven 57 zieke gevangenen achter; de SS stak het gebouw in brand en schoot op degenen die probeerden te ontsnappen. Slechts twee gevangenen overleefden dit door zich tussen de lijken te verstoppen.

Glewe

Glewe

 

Duitsland

Het concentratiekamp Neustadt-Glewe was een belangrijk buitenkamp (Außenlager) van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Het was gelegen in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren en functioneerde van 1 september 1944 tot 2 mei 1945. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de productie van gevechtsvliegtuigen in de plaatselijke Dornier-fabrieken en op het nabijgelegen vliegveld. Het kamp bood aanvankelijk plaats aan zo'n 900 vrouwen, voornamelijk Poolse Jodinnen. Tegen het einde van de oorlog zwol dit aantal op tot circa 5.000 gevangenen door de aankomst van dodenmarsen uit andere kampen zoals Auschwitz. Door de enorme overbevolking in de laatste maanden waren de omstandigheden erbarmelijk. Er was een extreem gebrek aan voedsel en medische zorg, wat leidde tot hongersnood en de uitbraak van tyfus. Op 2 mei 1945 werd het kamp bevrijd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie. Tegenwoordig herinneren diverse monumenten op de locatie aan de slachtoffers:

Głęboczek Wielki

Głęboczek Wielki

 

Oekraine

Głęboczek Wielki was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) gelegen nabij Tarnopol, in het huidige Oekraïne (destijds Galicië). Het fungeerde primair als een werkkamp voor Joodse gevangenen. Gelegen nabij de stad Tarnopol (nu Ternopil). Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder landbouw en infrastructuur. Veel Joden uit omliggende plaatsen zoals Brodnica en Kopychintsy werden hierheen gedeporteerd. Zoals in de meeste dwangarbeidskampen waren de omstandigheden wreed, met een gebrek aan voedsel en medische zorg. Veel gevangenen die niet langer konden werken, werden ter plaatse geëxecuteerd of gedeporteerd naar vernietigingskampen.

Głęboczek

Głęboczek

 

Polen

Głęboczek nabij Brodnica (Polen) waar tijdens de oorlog vrouwenkampen waren gevestigd.

Gloegoer

 

Sumatra

Gloegoer (of Glugur) was een complex van Japanse interneringskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen ten noorden van Medan op Sumatra (Nederlands-Indië). Het bestond uit twee afzonderlijke delen, Gloegoer I en II, die in verschillende periodes dienst deden als burgerkamp en krijgsgevangenkamp.

Gloegoer I (Vrouwenkamp): Dit kamp functioneerde van 12 april 1942 tot 29 mei 1942 en was gevestigd in voormalige koeliebarakken. Het diende als kamp voor ongeveer 600 vrouwen en kinderen voordat het werd ontruimd.

Gloegoer II (Krijgsgevangen- en Burgerkamp):Krijgsgevangenkamp: Van 26 juni 1942 tot 25 juni 1944 was dit een kamp voor krijgsgevangenen. Een bekende groep dwangarbeiders uit dit kamp was de 'Atjey Party' (306 Nederlanders, 194 Britten/Australiërs).

Burgerkamp: Van 6 juli 1944 tot 17 juni 1945 deed dit deel dienst als burgerkamp.

De kampen lagen ten noorden van Medan aan de weg naar de havenstad Belawan. De kampen in Gloegoer maakten deel uit van het uitgebreide Japanse systeem van internering in Nederlands-Indië, waarbij Nederlanders en geallieerden werden vastgehouden onder vaak zeer barre omstandigheden.

Concentratiekamp Gloggnitz

Concentratiekamp Gloggnitz

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Głogów Malopolski

Concentratiekamp Głogów Malopolski

 

Polen

In Głogów Małopolski bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp voor Joden en een nabijgelegen executieplaats in het Bór-bos. Dwangarbeidskamp: In juni 1941 werd op het terrein van de lokale school een werkkamp ingericht voor ongeveer 100 Joden. De gevangenen moesten werken in de bosbouw, landbouw en aan het onderhoud van wegen.

Het Getto: In het voorjaar van 1942 richtten de nazi's een getto in waar de Joodse bevolking van Głogów en omliggende dorpen werd samengedreven. Op het hoogtepunt woonden hier circa 1.800 mensen. In de zomer van 1942 werd het getto geliquideerd en de bewoners werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec.

Executieplaats Bór-bos: Het bos nabij Głogów Małopolski was een beruchte executieplaats. Hier zijn tussen de 2.500 en 6.000 mensen vermoord door de nazi's, voornamelijk Joden uit het getto van Rzeszów en Poolse verzetsstrijders van het Home Army (AK).

Concentratiekamp Głowaczów

Concentratiekamp Głowaczów

 

Polen

In Głowaczów bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een getto en een bijbehorend dwangarbeidskamp. Het Getto: In Głowaczów woonden voor de oorlog ongeveer 1400 Joden, meer dan de helft van de totale bevolking. Na de Duitse invasie werd hier in 1940 een getto opgericht. Nabij het getto werkten Joodse gevangenen als dwangarbeiders, onder andere in een houtzagerij onder Duits toezicht. Ook werden mannen uit het getto geselecteerd voor transport naar nabijgelegen werkkampen, zoals het kamp Kruszyna. Het getto werd in fasen ontruimd. In 1941 werden veel inwoners gedeporteerd naar nabijgelegen plaatsen zoals Mariampol en Magnuszew. De definitieve liquidatie vond plaats in de nazomer van 1942, waarbij de resterende Joden via het getto van Kozienice naar het vernietigingskamp Treblinka werden gedeporteerd om daar te worden vermoord

Glöwen 

Concentratiekamp Glückstadt

Concentratiekamp Glückstadt

 

Duitsland

In Glückstadt (Sleeswijk-Holstein) bestond tussen 1933 en 1934 een vroeg concentratiekamp, gevestigd in een voormalig werkhuis (Landesarbeitsanstalt) midden in de stad. Het kamp werd in 1933 door de nazi's ingericht voor politieke tegenstanders en in 1934 weer opgeheven. Gevangenen werden onderworpen aan heropvoeding door dwangarbeid (zoals het vlechten van netten) en nazi-propaganda. In tegenstelling tot latere vernietigingskampen zijn er in deze vroege fase voor zover bekend geen doden gevallen in dit specifieke kamp. Van 1939 tot 1943 diende het gebouw als dwangarbeiderskamp. Vanaf 1943 werd het een Arbeitserziehungslager voor jongeren.

Concentratiekamp Glusk

Concentratiekamp Glusk

 

Polen / Rusland

Concentratiekamp GluskIn de context van de Holocaust verwijst Glusk (ook gespeld als Głusk of Glussk) naar twee locaties waar Joodse gemeenschappen werden vervolgd: een getto en deportatieoord in het oosten van Polen (nabij Lublin) en een getto met bijbehorende executieplaats in Wit-Rusland.

1. Głusk (Lublin, Polen) In dit dorp, dat tegenwoordig een wijk van Lublin is, richtten de Duitsers in 1941 een getto in. In februari 1940 werden Joden uit het Duitse Stettin (Szczecin) naar Głusk gedeporteerd. Het getto was overbevolkt en kende erbarmelijke hygiënische omstandigheden.In 1942 werden de bewoners van het getto gedeporteerd naar vernietigingskampen, voornamelijk naar Bełżec.

2. Glussk (Mogilev-regio, Wit-Rusland)In deze plaats bevond zich eveneens een getto waar de lokale Joodse bevolking systematisch werd uitgemoord. Op 2 december 1941 werden de Joden van Glussk verzameld en naar de nabijgelegen Myslotino-heuvel gedreven, waar zij door een Einsatzgruppe werden gefusilleerd.

Gmund am Tegernsee 

Gmund am Tegernsee 

 

Duitsland

In Gmund am Tegernsee, was  een klein Außenkommando (subkamp) van het concentratiekamp Dachau. Dit kampje in Gmund am Tegernsee bestond van ongeveer maart 1944 tot februari 1945.  Het was een zeer klein commando met gemiddeld slechts zo'n 15 gevangenen. De gevangenen werden ingezet voor de Bauleitung der Waffen-SS und Polizei. Hun voornaamste taak was de bouw van tunnels (Stollenbau) in de regio.De regio rond de Tegernsee was populair bij de nazi-top; onder anderen Heinrich Himmler had daar een huis.

Concentratiekamp Gnadenfrei

Concentratiekamp Gnadenfrei

 

Polen

Gnadenfrei (tegenwoordig Pilawa Górna in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog in de regio Silezië  een locatie waar dwangarbeid werd verricht. Gnadenfrei lag in Neder-Silezië (destijds Duitsland, nu Polen). De regio Silezië herbergde een groot netwerk van werkkampen en subkampen van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het betrof een dwangarbeiderskamp waar Joodse mannen en andere dwangarbeiders werden tewerkgesteld. Dit maakte deel uit van het systeem van Tussenstation Cosel, waarbij Joodse mannen uit West-Europa werden geselecteerd voor dwangarbeid in Silezië in plaats van direct naar vernietigingskampen te worden gestuurd. Veel kampen in deze regio waren buitenkampen (Aussenlager) van het hoofdconcentratiekamp Groß-Rosen.Gnadenfrei staat bekend als een van de vele locaties in Silezië waar dwangarbeid werd ingezet ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie

Concentratiekamp Gnesen

Concentratiekamp Gnesen

 

Polen

Gnesen is de Duitse naam voor de Poolse stad Gniezno.

Gniewkowo

Gniewkowo

 

Polen

Het concentratiekamp in Gniewkowo (tijdens de bezetting bekend onder de Duitse naam Argenau) was een plek waar tijdens de Tweede Wereldoorlog op grote schaal wreedheden plaatsvonden door nazi-Duitsland. Hoewel het vaak wordt geassocieerd met het grotere systeem van kampen in bezet Polen, stond het lokaal vooral bekend als een executieplaats en een gedwongen werkkamp. In de bossen rondom Gniewkowo bevindt zich een massagraf met de overblijfselen van ongeveer 4.000 Polen. Deze burgers werden tussen 1939 en 1943 door de Duitsers geëxecuteerd als onderdeel van de pogingen om de Poolse intelligentia en verzetsgeest te vernietigen. Gniewkowo fungeerde ook als een kamp voor gedwongen arbeid (vaak aangeduid als een Arbeitslager). Gevangenen werden hier onder erbarmelijke omstandigheden ingezet voor diverse werkzaamheden, waaronder bouwprojecten en werk op sportvelden die op voormalige begraafplaatsen waren aangelegd. Het kamp in Argenau (Gniewkowo) stond onder leiding van SS-officieren, waaronder SS-Hauptsturmführer Hans Jacobi en later SS-Sturmscharführer Wilhelm Anton. De slachtoffers waren voornamelijk Poolse burgers uit de omliggende regio (zoals Inowrocław), maar de stad was ook een geboorte- of verblijfplaats voor Joodse slachtoffers die later naar grotere vernietigingskampen zoals Bergen-Belsen werden gedeporteerd.

Gnojau

Gnojau

 

Polen

De naam Gnojau verwijst naar het dorp Gnojewo (vroeger het Duitse Gnojau) in het noorden van Polen. Dit dorp lag in de buurt van het beruchte concentratiekamp Stutthof. In de aanloop naar de Holocaust en tijdens de oorlog vonden in en rondom Gnojau specifieke vervolgingen plaats. Al in 1937 was er sprake van lokale nazi-propaganda waarin werd geëist dat Joodse boeren in Gnojau hun land zouden afstaan aan Duitse handen. Stutthof had een uitgebreid netwerk van honderden subkampen (Aussenlager) en werkcommando's in de regio Danzig-West-Pruisen. In Gnojewo was een klein werkcommando of tijdelijke verblijfplaats voor gevangenen  onder toezicht van kamp Stutthof. Aan het einde van de oorlog werd in Gnojau een eenheid van de Volkssturm opgericht voor de verdediging tegen het oprukkende Rode Leger.

Göben

Göben

 

?

Goddentow

Goddentow

 

Polen

Concentratiekamp Goddentow was een buitencommando (subkamp) van het concentratiekamp Stutthof. Het was gelegen in het toenmalige Duitse dorp Goddentow, tegenwoordig bekend als het Poolse dorp Godętowo. Het fungeerde als een werkkamp voor dwangarbeiders. In het kamp werden voornamelijk vrouwen vastgehouden (waaronder veel Joodse vrouwen uit Hongarije en Polen) die gedwongen werden tot zware arbeid in de landbouw op het lokale landgoed. Het kamp was operationeel in de latere jaren van de Tweede Wereldoorlog, specifiek rond 1944 en begin 1945. Begin 1945, toen het Rode Leger naderde, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden gedwongen op een dodenmars te gaan richting de kust of andere subkampen van Stutthof onder erbarmelijke omstandigheden, waarbij velen omkwamen door uitputting, honger of executie.

Godesberg

Godesberg

 

Duitsland

Er bestond in Bad Godesberg (een stadsdeel van Bonn, Duitsland) een Arbeitserziehungslager (AEL). Dit was een werkkamp (letterlijk arbeidsopvoedingskamp) dat onder de jurisdictie van de Gestapo viel. Dergelijke kampen waren bedoeld om dwangarbeiders te straffen voor vermeende disciplinaire overtredingen, zoals luiheid of vluchtpogingen, waarna ze vaak weer naar hun oorspronkelijke werkplek werden gestuurd of gedeporteerd naar grotere concentratiekampen.

Hotel Dreesen: Bad Godesberg was een belangrijke plek voor de nazi-top. Hitler verbleef regelmatig in het Hotel Dreesen, waar hij onder andere onderhandelde met de Britse premier Neville Chamberlain in de aanloop naar het Verdrag van München in 1938.

Net als in de rest van Duitsland werden Joodse inwoners uit Bad Godesberg vervolgd en gedeporteerd.

In tegenstelling tot veel andere Duitse steden werd Bad Godesberg in 1945 zonder strijd overgedragen aan de Geallieerden.

Concentratiekamp Gogolin

Concentratiekamp Gogolin

 

Polen

Het kamp in Gogolin (Opper-Silezië) was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden dat bestond tussen 1940 en 1944. In tegenstelling tot de grote vernietigingskampen zoals Auschwitz, was Gogolin een zogenaamd Zwangsarbeitslager für Juden (ZAL) waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden ingezet voor zware fysieke arbeid. Het kamp was onderdeel van een netwerk langs de geplande Reichsautobahn (nu de A4 in Polen). Gevangenen moesten werken aan de aanleg van deze snelweg en in nabijgelegen fabrieken en steengroeven. Gogolin was een van de bestemmingen van de zogenaamde Cosel-transporten uit 1942. Hierbij werden Joodse mannen uit Nederland, België en Frankrijk in het station van Cosel uit de treinen naar Auschwitz gehaald om als dwangarbeider te werken in de regio. De gevangenen leden onder zware mishandeling, honger en ziekte. Hoewel het geen vernietigingskamp was, was het sterftecijfer door uitputting en executies zeer hoog. Het kamp lag ongeveer 30 kilometer ten zuidoosten van Opole (Oppeln). Gevangenen die niet meer konden werken (Muselmänner), werden vaak alsnog gedeporteerd naar nabijgelegen vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.

Concentratiekamp Gołąb

Concentratiekamp Gołąb

 

Polen

Dorp Gołąb in de Poolse woiwodschap Lublin. Hoewel dit in een regio ligt waar veel kampen (zoals Sobibor en Majdanek) gevestigd waren, was het dorp zelf geen concentratiekamp.

Concentratiekamp Goldau

Concentratiekamp Goldau

 

Polen

Goldfields

Goldfields

 

Estland

Het Goldfields concentratiekamp (ook bekend als Goldfeld) was een van de satellietkampen van het grotere Vaivara concentratiekamp in het door nazi-Duitsland bezette Estland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gelegen in de buurt van Kohtla en Kohtla-Nõmme in Estland. Goldfields fungeerde als een dwangarbeidskamp. In maart 1944 werden gevangenen uit het geëvacueerde kamp Kuremäe naar Goldfields overgebracht. Kampcommandant: Fritz Stiewitz, afkomstig uit Frankfurt, was de kampcommandant. Het maakte deel uit van een netwerk van ongeveer 22 kampen onder het bestuur van het centrale concentratiekamp Vaivara, dat in de herfst van 1943 werd opgezet om dwangarbeid (voornamelijk in de olieschalie-industrie) te exploiteren.Gevangenen: Het kamp huisvestte Joodse gevangenen die uit verschillende Europese landen waren gedeporteerd.

Golleschau

 

Polen

Golleschau was een buitenkamp van Auschwitz, gelegen nabij het huidige Goleszów in Polen, dat tussen 15 juli 1942 en 21 januari 1945 werd gebruikt voor dwangarbeid in een cementfabriek. Het kamp werd opgericht om de SS-bedrijfseigendom Golleschauer Portland-Zement AG te voorzien van arbeidskrachten en was daarmee een van de eerste buitenkampen van het Auschwitz-systeem. Het kamp bevond zich op het terrein van een steengroeve en cementfabriek. In werking van 15 juli 1942 tot 21 januari 1945. Het kamp huisvestte voornamelijk Poolse en Joodse mannen. Op 17 januari 1945 waren er 1.008 gevangenen geregistreerd. Gevangenen werden gedwongen tot zware arbeid voor de Ostdeutsche Baustoffwerke GmbH.

Concentratiekamp Gołków

Concentratiekamp Gołków

 

Polen

Het kamp in Gołków was een van de werkkampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de Duitse bezetting van Polen opereerden. Gołków, gelegen in het district Grójec (Kreis Grojec), in het toenmalige Distrikt Warschau. Het was een werkkamp (arbejdskamp) dat administratief viel onder het Wegenbouwbureau (Strasseabteilung) van de gouverneur van het district Warschau. Gevangenen in dit kamp werden ingezet voor dwangarbeid, vaak gerelateerd aan infrastructuurprojecten.

Gollnow 

Concentratiekamp Gollnow

 

Polen

Het concentratiekamp Gollnow, gelegen in het huidige Polen (destijds Pommeren, Duitsland), was een van de vroege nazi-kampen die in 1933 werden opgericht, voornamelijk om politieke tegenstanders te detineren. Het kamp was gevestigd in de centrale gevangenis van Gollnow (Zentralgefängnis Gollnow), nabij Stettin. Vanaf april 1933 werden hier communisten en andere beschermingsgevangenen (Schutzhäftlinge) opgesloten, vaak als tussenoplossing voor de intensieve zoektocht naar een permanente locatie voor een Pommeren concentratiekamp. Hoewel het begon als een vroege gevangenis voor politieke gevangenen, maakte het deel uit van het vroege kampensysteem.

Gollnow & Sohn (Rebstock): Er was ook een gerelateerde werkkamp-situatie waarbij het bedrijf Gollnow & Sohn in de herfst van 1944 honderden gevangenen van het Buchenwald-buitenkamp Rebstock als slavenarbeid gebruikte.

Concentratiekamp Golta

Concentratiekamp Golta

 

Oekraine

Het concentratiekamp in de regio Golta (in het huidige Oekraïne) was een berucht onderdeel van het Transnistrië-complex, waar tijdens in de herfst en winter van 1941-1942 tienduizenden Joden zijn omgekomen. Het gebied viel onder Roemeens bestuur, bondgenoten van nazi-Duitsland. Golta was een districtscentrum in Transnistrië waar de Roemeense autoriteiten Joden uit Bessarabië en Boekovina naartoe deporteerde. Het stond bekend om zijn meedogenloze werkkampen en getto's. In de winter van 1941-1942 was de regio een doodszone. Tienduizenden Joodse gevangenen stierven door honger, kou, ziekte (zoals vlektyfus) en directe executies door zowel Roemeense als Duitse troepen. Kampen in de omgeving: Naast Golta zelf, bevonden zich in de directe omgeving andere beruchte plaatsen, zoals de getto's en kampen in Bogdanovka, Domanevka en Akhmetchetka. Hoewel het merendeel van de gedeporteerden direct werd vermoord, waren er in 1943 nog steeds Joodse dwangarbeiders in het gebied waaronder groepen uit Boekovina, Bessarabië en zelfs uit Boekarest (Roemenië).

Concentratiekamp Gomel

Concentratiekamp Gomel

 

Wit Rusland

Gomel (in het huidige Wit-Rusland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde als een cruciaal centrum van nazi-vervolging via getto's en krijgsgevangenkampen. Na de Duitse bezetting in augustus 1941 werden er in Gomel vier getto's opgericht waar de Joodse bevolking werd opgesloten:

Bikhovski-straat Monastyrek Novo-Lynbenski-straat Novo-Belitsa 

In december 1941 werden de getto's geliquideerd. Naar schatting werden 3.000 tot 4.000 Joden uit Gomel vermoord, vaak op locaties zoals de weg naar Tsjernihiv. Dulag 121: Gomel was de locatie van een berucht doorgangskamp voor Sovjet-krijgsgevangen (Durchgangslager), genaamd Dulag 121. In dit kamp stierven tienduizenden gevangenen door uithongering, ziekte en executies. Ozarichi (regio Gomel): In de bredere regio Gomel lag het kampencomplex Ozarichi. Dit was een verzameling openluchtkampen waar de Wehrmacht in 1944 tienduizenden burgers (voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen) vasthield onder erbarmelijke omstandigheden als menselijk schild tegen het Rode Leger.

Concentratiekamp Gonars

Concentratiekamp Gonars

 

Italie

Concentratiekamp Gonars was het grootste Italiaanse fascistische interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag nabij de stad Gonars, in de noordoostelijke provincie Udine. Geopend op 23 februari 1942 en operationeel tot 19 oktober 1943. In het kamp werden voornamelijk burgers uit de bezette gebieden van Joegoslavië vastgehouden, met name Slovenen en Kroaten. Op het hoogtepunt huisvestte het kamp tussen de 5.100 en 6.500 personen in houten barakken. Het kamp bestond uit twee sectoren: Sector A: Een repressief gedeelte. Sector B: Een beschermend gedeelte voor vrouwen en kinderen.O Hoewel het geen vernietigingskamp was zoals de nazi-kampen, waren de omstandigheden erbarmelijk door overbevolking, honger en ziekten. Naar schatting kwamen er minstens 450 mensen om het leven.

Concentratiekamp Gonda Voda

Concentratiekamp Gonda Voda

 

Bulgarije

Het interneringskamp Gonda Voda (Bulgaars: Гонда вода) was een concentratiekamp in Bulgarije, actief tussen 1941 en 1943. Het kamp bevond zich in de buurt van Asenovgrad in het Rodopegebergte. Het kamp werd gebruikt voor de opsluiting van politieke gevangenen, met name anti-regeringsstrijders en mensen die als een risico voor de staatsveiligheid werden beschouwd door de fascistische Bulgaarse regering. Gevangenen in Gonda Voda werden ingezet bij dwangarbeid, waaronder de aanleg van wegen in het heuvelachtige terrein rondom het kamp. Het kamp stond bekend om zijn barre omstandigheden en was een van de locaties waar communisten en andere tegenstanders van het regime werden vastgehouden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gonda Voda wordt vaak genoemd in de context van andere Bulgaarse interneringskampen uit die periode, zoals Sveti Nikola en Enikyoi.

Concentratiekamp Gorai

Concentratiekamp Gorai

 

Oekraine

Gorai was een werkkamp en concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in de regio Transnistrië (destijds onder Roemeens bestuur, in het huidige Oekraïne). Het kamp maakte deel uit van een netwerk van locaties waar Joden uit Bessarabië en Boekovina door het Roemeense regime van Ion Antonescu naartoe werden gedeporteerd. Gelegen in het dorp Gorai (tegenwoordig Horai) in het district Copaigorod. Het kamp stond onder controle van de Roemeense autoriteiten die collaboreerden met nazi-Duitsland. Gevangenen leefden in extreme armoede en werden gedwongen tot zware arbeid. Velen stierven door uithongering, ziekten (zoals tyfus) en de barre winteromstandigheden in de regio.

Concentratiekamp Görchen

Concentratiekamp Görchen

 

Polen

Concentratiekamp Görchen (tegenwoordig Miejska Górka in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden), fungeerde het specifiek als een werkkamp waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp lag in het toenmalige district Wartheland (Landkreis Rawitsch), een gebied in Polen dat door nazi-Duitsland was geannexeerd. Het diende als een satellietlocatie of werkkamp gelieerd aan grotere structuren zoals de gevangenis van Rawitsch (Zuchthaus Rawitsch). De populatie bestond voornamelijk uit Joodse dwangarbeiders die werden ingezet voor diverse werkprojecten in de regio.

Concentratiekamp Gordievca

Concentratiekamp Gordievca

 

Oekraine

De Gordievca-ghetto (tegenwoordig Hordiivka, Oekraïne) was een concentratie- en detentieplaats in de regio Transnistrië, gebruikt tijdens in 1941-1944. Het stond onder Roemeens bestuur. Belangrijke details over dit getto: Locatie: Gordievca (Gordievka, Hordiivka) bevond zich in de oblast Vinnytsja.Bestuur: Het maakte deel uit van de regio Transnistrië, een gebied dat Roemenië bezette en gebruikte voor het deporteren en opsluiten van Joden uit Bessarabië en Boekovina.Omstandigheden: Er is weinig gedetailleerde informatie beschikbaar  Documenten tonen aan dat er in mei 1943 kleine bedragen aan hulp werden gestuurd door familieleden vanuit Roemenië, gesluisd via de Centrala Evreilor din România (CER) en de Joodse Raad van Moghilev. Net als in andere getto's in Transnistrië verbood een verordening uit 1942 Joden om het kamp te verlaten zonder vergunning. Het ongeoorloofd verlaten van het kamp werd beschouwd als spionage, met de doodstraf tot gevolg.

Gorlitz

 

Duitsland
Het concentratiekamp in Görlitz, officieel bekend als KZ-Außenlager Görlitz (of in de volksmond Biesnitzer Grund), was een buitenkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp bestond van augustus 1944 tot aan de bevrijding op 8 mei 1945. Het kamp was gevestigd in de wijk Biesnitz (Görlitz), op het terrein van een voormalige steenfabriek aan de Biesnitzer Straße. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse mannen uit Hongarije, de voormalige Sovjet-Unie, Polen, Tsjecho-Slowakije, Nederland, Griekenland en Italië. In totaal zaten er ongeveer 1.300 tot 1.500 gevangenen. De gevangenen werden als slavenarbeiders ingezet in de rüstungsindustrie, specifiek voor de Waggon- und Maschinenbau AG (WUMAG). Er zijn minstens 323 slachtoffers bekend die op de Joodse begraafplaats van Görlitz in een massagraf rusten. De doodsoorzaken waren vaak uitputting, honger, ziekte of geweld door de SS

Concentratiekamp Gorna Dzhumaya

Concentratiekamp Gorna Dzhumaya

 

Bulgarije

Het kamp in Gorna Dzhumaya (het huidige Blagoevgrad in Bulgarije) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een transitkamp voor Joden. Het werd in maart 1943 opgezet door de Bulgaarse Commissie voor Joodse Zaken (KEV) om deportaties naar vernietigingskampen in nazi-Duitsland te faciliteren. Het kamp diende als verzamelpunt voor Joden uit de door Bulgarije bezette gebieden in Griekenland (West-Thrakië) en Servië (Pirot). De gevangenen werden ondergebracht in een groot tabaksmagazijn en twee schoolgebouwen. Onder leiding van de Bulgaarse officier Ivan Tepavski waren de omstandigheden erbarmelijk. Gevangenen kregen slechts eenmaal per dag een karig rantsoen van brood en bonensoep. In maart 1943 werden ongeveer 2.500 Joden via dit kamp afgevoerd. Zij werden per trein naar de havenstad Lom aan de Donau gebracht en vervolgens gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka in bezet Polen, waar de meesten direct na aankomst werden vermoord.

Concentratiekamp Gorna Oryahovitsa

Concentratiekamp Gorna Oryahovitsa

 

Bulgarije

De kampen in Gorna Oryahovitsa en het nabijgelegen Dolna Oryahovitsa waren werkkampen in Noord-Centraal Bulgarije (oblast Pleven) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze maakten deel uit van het Bulgaarse systeem van dwangarbeid voor Joodse mannen en politieke tegenstanders, opererend onder het pro-nazi regime. De kampen lagen aan de noord- en zuidoever van de rivier de Jantra in de regio Gorna/Dolna Oryahovitsa.Werkbataljons: Het waren werkkampen (arbeidsbataljons) waar dwangarbeid werd verricht, vaak in slechte omstandigheden.

Concentratiekamp Gornja Rijeka

Concentratiekamp Gornja Rijeka

 

Kroatie

Concentratiekamp Gornja Rijeka was een concentratiekamp in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd in een kasteel op de berg Kalnik en stond onder toezicht van de fascistische Ustaša-beweging.Het diende aanvankelijk als opvangkamp voor een overschot aan gevangenen uit het nabijgelegen Loborgrad concentration camp, voornamelijk Servische en Joodse vrouwen en kinderen. Kinderkamp: Vanaf juni 1942 werd het officieel een kamp voor Servische weeskinderen uit de Kozara-regio, onder de naam Tehuis voor vluchtelingenkinderen. Het doel was om deze kinderen in de geest van de Ustaša op te voeden. Leefomstandigheden: De omstandigheden waren erbarmelijk door een ernstig tekort aan voedsel en gebrekkige sanitaire voorzieningen. Sluiting: Door een uitbraak van vlektyfus, waarbij ongeveer 140 kinderen stierven, werd het kamp in augustus 1942 ontruimd. De overlevende kinderen werden door het Rode Kruis overgebracht naar ziekenhuizen in Zagreb en naar het Jastrebarsko children's camp.

Concentratiekamp Górno

Concentratiekamp Górno

 

Polen

In Górno, gelegen in de buurt van Sokołów Małopolski in Polen, werd in 1940-1941 door de nazi's een dwangarbeiderskamp opgezet voor lokale Joden. Deze gevangenen werden gedwongen arbeid te verrichten bij de bouw van militaire faciliteiten en een oefenterrein voor de Luftwaffe. Het betrof een dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) verbonden aan Luftwaffe-barakken, niet een vernietigingskamp. Gevangenen: In mei 1942 werkten er dagelijks ongeveer 800 Joden.Op 27 april 1942 werden de werkzaamheden en de positie van de Joodse arbeiders verder onderdrukt. Het kamp in Górno maakte deel uit van het bredere netwerk van dwangarbeidkampen in de regio Sokołów Małopolski tijdens de Duitse bezetting van Polen in de Tweede Wereldoorlog.

Gorsk

Gorsk

 

Polen

Concentratiekamp Gościeradów

Concentratiekamp Gościeradów

 

Polen

Het concentratiekamp (of werkkamp) in Gościeradów was een nazi-werkkamp voor Joden, gelegen in de buurt van Kraśnik in de regio Lublin in bezet Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Locatie: Gościeradów, gelegen in het district Kraśnik (Lublin Voivodeship). Het kamp fungeerde als een arbeidskamp waar Joodse dwangarbeiders werden vastgehouden en tewerkgesteld. Het kamp telde ongeveer 200 gevangenen. Het kamp was in ieder geval actief in 1942, in de periode rond de grootschalige liquidaties van Joodse gemeenschappen in de regio (oktober 1942). De omstandigheden waren zeer slecht. Gevangenen werden onderworpen aan brute behandelingen door Duitse politiefunctionarissen. Gevangenen uit Gościeradów werden later overgebracht naar andere kampen, waaronder het kamp in Budzyń.Beheer: Het kamp viel onder het bredere systeem van werkkampen in de regio die werden gecontroleerd door de SS en Politiecommandant Odilo Globocnik.Het kamp in Gościeradów was een van de vele kleinere dwangarbeiderskampen in de regio (naast Janiszów, Łysaków en Rachów) die werden gebruikt om de Joodse bevolking uit te buiten voordat ze grotendeels werden vermoord tijdens Operatie Reinhard.

Goslar

Goslar

 

Duitsland

In de stad Goslar, gelegen in de Duitse deelstaat Nedersaksen, bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp (Außenkommando) van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp stond ook bekend als de SS-Bauleitung Goslar. Het was een werkkamp waar gevangenen van verschillende nationaliteiten werden vastgehouden. De gevangenen werden waarschijnlijk ingezet voor kantoorwerk in de barakken van de SS Nachrichten-, Ersatz- und Ausbildungsabteilung III. Hoewel Goslar een SS-officierenschool en een militair vliegveld (Fliegerhorst) huisvestte, was dit specifieke satellietkamp relatief klein met ongeveer 15 gevangenen. Het kamp werd op 25 maart 1945 geëvacueerd, kort voordat de stad op een vreedzame manier aan de Amerikaanse troepen werd overgedragen.

Concentratiekamp Gospić (Pag-eiland)

Concentratiekamp Gospić (Pag-eiland)

 

Kroatie

Het concentratiekampcomplex Gospić-Jadovno-Pag was het eerste grootschalige vernietigingssysteem van de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH), beheerd door de fascistische Ustaše-beweging in de zomer van 1941. Het systeem bestond uit verschillende locaties die fungeerden als doorgangskamp of executieplaats:Gospić (Hoofdkwartier): Een voormalige gevangenis in de stad die diende als centraal verzamelpunt voor gevangenen.Jadovno (Velebit-gebergte): Een vernietigingskamp op de berg Velebit waar slachtoffers massaal in diepe ravijnen en putten werden gegooid. Pag-eiland (Slana en Metajna): Kampen op de rotsachtige, onherbergzame delen van het eiland.

Kamp Slana: Bestemd voor Servische en Joodse mannen.

Kamp Metajna: Een kamp specifiek voor vrouwen en kinderen.Belangrijkste kenmerken

Het complex was slechts 122 dagen operationeel, van mei tot augustus 1941.Slachtoffers: De meerderheid van de gevangenen bestond uit Serviërs en Joden, maar ook Kroatische communisten en antifascisten werden er vastgehouden. Sluiting: In augustus 1941 werd het complex gesloten toen het Italiaanse leger de controle over de zone overnam. De overgebleven gevangenen werden getransporteerd naar het beruchte Jasenovac-kamp. Schattingen variëren sterk, van 10.000 tot wel 70.000 doden voor het gehele complex. Op Pag alleen vielen naar schatting 4.000 tot 12.000 slachtoffers.

Concentratiekamp Gospić

Concentratiekamp Gospić

 

Kroatie

Het concentratiekamp Gospić was een berucht kampcomplex in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was actief tussen juni en augustus 1941 en diende als het centrum van een netwerk van kampen, waaronder het vernietigingskamp Jadovno. Het kamp lag in de buurt van de stad Gospić en was in de zomer van 1941 in gebruik. Het werd beheerd door de Ustaša, een Kroatische fascistische organisatie die samenwerkte met de nazi's. Gospić fungeerde als verzamelkamp. Vanaf daar werden gevangenen, waaronder Serviërs, Joden en Kroatische tegenstanders, vaak overgebracht naar subkampen zoals Jadovno en Pag voor executie. Het kamp Jadovno, gelegen in het Velebit-gebergte, was een van de eerste vernietigingskampen van het regime. Slachtoffers: Tienduizenden mensen zijn in dit kampcomplex omgebracht voordat het gebied werd overgenomen door de Italianen.

Concentratiekamp Gostingen

Concentratiekamp Gostingen

 

Polen

Direct na de Duitse inval in 1939 vonden in Gostyń openbare executies plaats van burgers, ambtenaren en verzetsstrijders door de SS. In de stad was een kantoor van de Gestapo gevestigd en er vonden grootschalige deportaties van de Poolse bevolking plaats. Ghetto van Gostynin: In de nabijgelegen stad Gostynin werd een ghetto ingericht waar de Joodse bevolking onder erbarmelijke omstandigheden gevangen werd gehouden voordat zij in 1942 werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Chelmno.

Concentratiekamp Göstling an der Ybbs

Concentratiekamp Göstling an der Ybbs

 

Oostenrijk

Göstling an der Ybbs, gelegen in Neder-Oostenrijk, was tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog de locatie van een dwangarbeiderskamp (vaak aangeduid als een subkamp of werkkamp) waar met name Hongaarse Joden werden vastgehouden. In 1944 werden vele Hongaarse Joden, na de Duitse bezetting van Hongarije, gedeporteerd. Velen kwamen via het concentratiekamp Strasshof in Oostenrijk terecht in lokale werkkampen.: In Göstling an der Ybbs werden dwangarbeiders ingezet, onder andere voor werkzaamheden in de omgeving. Het kamp wordt in bronnen omschreven als een werkkamp, gelinkt aan de kampleiding van Strasshof. Massamoord april 1945: Vlak voor het einde van de oorlog, rond 13-15 april 1945, vond er een wreed bloedbad plaats. SS'ers en lokale Hitlerjugendleden vermoordden tientallen Joodse dwangarbeiders (sommige bronnen spreken van 76, andere over in totaal bijna 180 slachtoffers in de regio Randegg/Göstling) met handgranaten, panzerfäusten en machinegeweren. Slachtoffers: Onder de slachtoffers bevonden zich hele gezinnen. 

Gotenhafen

 

Polen

Het concentratiekamp Gotenhafen (nu Gdynia, Polen) was een belangrijk Duits dwangarbeiderskamp en subkamp van Stutthof. Vanaf 1939 werden hier gevangenen ingezet, en eind 1944 werkten zo'n 7.000 mensen, waaronder Stutthof-gevangenen en krijgsgevangenen, bij de lokale scheepswerven en Duitse bedrijven. Gotenhafen (tijdens de oorlog de Duitse naam voor het Poolse Gdynia). Het functioneerde als een werkkamp (buitencommando van Stutthof) en stond ook bekend als Deutsche Werke Sonderlager.Activiteiten: Gevangenen verrichtten dwangarbeid in de scheepsbouw en voor andere Duitse instellingen.Tussen 1939 en 1941 waren er al werkgroepen; op 16 oktober 1944 werd formeel een Stutthof-subkamp opgericht bij de scheepswerf.

Gotenhafen - Deutsche Werke

Gotenhafen - Deutsche Werke

 

Polen

Deutsche Werke Gotenhafen was een strategisch cruciale scheepswerf en nevenvestiging van de Duitse scheepsbouwlocatie Deutsche Werke Kiel tijdens de Tweede Wereldoorlog. De werf speelde een sleutelrol in de militaire productie van de Kriegsmarine. Gevestigd in de bezette Poolse havenstad Gdynia, die door de Duitse bezetter werd omgedoopt tot Gotenhafen.Na de invasie van Polen in 1939 kreeg de firma Deutsche Werke AG in 1940 de opdracht om de bestaande Poolse havenfaciliteiten om te bouwen tot een moderne scheepsreparatiewerf. Gotenhafen diende als een veilige, ijsvrije haven buiten het directe bereik van de vroege geallieerde bombardementen, ideaal voor de training en reparatie van grote Duitse oorlogsschepen en onderzeeboten. Vanaf 1944 schakelde de werf over op de massaproductie van cruciale onderdelen (secties IV, VI en VII) voor de geavanceerde Type XXI U-boten. Eind 1944 werkten er ongeveer 7.000 mensen op de werf, waaronder een groot aandeel krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Sonderlager: Op 16 oktober 1944 werd op het terrein een officieel subkamp van het concentratiekamp Stutthof opgericht, bekend als het Deutsche-Werke Sonderlager in Gotenhafen. Gevangenen: Ruim 800 gevangenen (onder wie transporten uit Stutthof en Dachau) leefden hier onder erbarmelijke omstandigheden om de productiecapaciteit voor de oorlogsindustrie te maximaliseren. Het Toen het Rode Leger in maart 1945 Gotenhafen naderde, ontruimden de Duitsers de faciliteiten. Om de haveningang voor de Sovjet-Unie te blokkeren, brachten terugtrekkende Duitse troepen op 27 maart 1945 het zwaar beschadigde slagschip Gneisenau bij de haveningang gecontroleerd tot zinken. Na de oorlog werd de stad weer hernoemd naar Gdynia en werd de infrastructuur overgedragen aan de Poolse autoriteiten.

Concentratiekamp Gotteszell

Concentratiekamp Gotteszell

 

Duitsland

Het concentratiekamp Gotteszell (ook wel bekend als KZ Gotteszell) was een van de vroege naziconcentratiekampen, gelegen in Schwäbisch Gmünd, Württemberg, Duitsland. Het was specifiek een kamp voor vrouwen dat bestond tussen maart 1933 en januari 1934. Het kamp was gevestigd in een voormalig klooster dat in 1808 was omgebouwd tot een vrouwengevangenis. Tijdens de beginperiode van het naziregime werd het gebruikt voor de detentie van politieke vrouwelijke gevangenen. Gotteszell is een voorbeeld van de vele vroege kampen die door de nazi's werden opgezet vlak na de machtsovername in 1933.

Göttingen 

Göttingen 

 

Duitsland

In Göttingen bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog het buitenkamp Göttingen (Aussenlager Göttingen), dat organisatorisch onder het nazi-concentratiekamp Buchenwald viel. Het kamp lag in de wijk Weende en was operationeel van mei 1944 tot begin april 1945. Een kazernecomplex van de Wehrmacht aan de Kasseler Landstraße (stadsdeel Weende). Ongeveer 30 tot 50 mannelijke SS-gevangenen, voornamelijk vakmensen zoals elektriciens, loodgieters en timmerlieden. De gevangenen moesten onder dwang herstel- en bouwwerkzaamheden uitvoeren aan de militaire voertuigen en de infrastructuur van de lokale SS-Cavalerieschool (SS-Kavallerieschule). Begin april 1945 werd het buitenkamp ontruimd vanwege de nadering van de geallieerde troepen. De gevangenen werden teruggebracht naar het hoofdkamp Buchenwald. Naast het specifieke buitenkamp van Buchenwald, kent de directe omgeving van Göttingen andere beruchte historische detentielocaties: Krijgsgevangenenkamp Göttingen (Eerste Wereldoorlog): Tussen 1914 und 1918 lag in het Ebertal een groot krijgsgevangenenkamp voor tienduizenden geallieerde soldaten. Concentratiekamp Moringen (Tweede Wereldoorlog): Gelegen op zo'n 20 kilometer ten noorden van Göttingen. Dit kamp deed achtereenvolgens dienst als een van de eerste concentratiekampen voor politieke gevangenen (1933), een vrouwenkamp (1933–1938) en een speciaal concentratiekamp voor mannelijke jongeren (Jugendschutzlager, 1940–1945). 

Gräben

Gräben

 

Polen

Concentratiekamp Gräben (gelegen in het huidige Grabina, een stadsdeel van Strzegom in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits buitenkamp (Aussenlager) voor vrouwen dat onder het commando van Concentratiekamp Groß-Rosen viel. Het kamp begon in maart 1943 als een dwangarbeiderskamp voor Joden (ZALfJ) onder toezicht van de nazi-organisatie Schmelt. Overname door de SS: Rond mei/juni 1944 nam de SS het kamp officieel over, waarna het een officieel subkamp (Frauenarbeitslager) van KL Groß-Rosen werd. Er verbleven constant ongeveer 500 Joodse vrouwen. In het begin waren dit vooral Poolse meisjes, maar later werden er ook vrouwen uit Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Frankrijk, België en Nederland geïnterneerd. De vrouwen moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken als vlassers en textielbewerkers in de nabijgelegen textielfabrieken van de firma Falke (voorheen Rüffel u. Deutsch en Vige).Kampleiding: Het kamp stond onder leiding van een vrouwelijke commandant (Lagerführerin) en SS-bewakers, waaronder Aufseherin Katharina Reimann.In februari 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de nadering van het Rode Leger. De uitgeputte vrouwen werden op een dodenmars gestuurd. Een deel van de overlevenden werd naderhand per trein getransporteerd naar andere concentratiekampen dieper in het Duitse Rijk, zoals Bergen-Belsen.

Concentratiekamp Grabivţi

Concentratiekamp Grabivţi

 

Oekraine

Het concentratiekamp Grabivţi (ook bekend als getto Grabivţi of Chervona) was een provisorisch kamp in het dorp Grabivţi (tegenwoordig Hrabivtsi in de oblast Vinnitsja, Oekraïne). Het werd in november 1941 opgericht onder Roemeens bestuur in de bezette regio Transnistrië. Gelegen in het voormalige Copaigorod-rayon, ongeveer 50 kilometer van Mogilev-Podolski. Het dorp werd op 20 juli 1941 door Duitse troepen bezet en in september 1941 overgedragen aan de Roemeense bondgenoten. Joodse gedeporteerden uit de regio's Bessarabië en Boekovina.Geïmproviseerde houten barakken nabij een groot bos aan de rand van het dorp.De oprichting was niet gepland. Joodse transporten waren onderweg naar grotere knooppunten zoals Şmerinca of Cazaciovca. Door logistieke problemen of capaciteitstekorten werden groepen gedeporteerden halverwege achtergelaten in kleinere plaatsen zoals Grabivţi.

Concentratiekamp Grabowce

Concentratiekamp Grabowce

 

Polen

Het Getto van Grabowiec: In 1941 richtten de Duitse bezetters een getto op in het dorp. Hier werden ruim 2.000 Joodse inwoners uit Grabowiec en omliggende dorpen samengedreven onder erbarmelijke omstandigheden.

Het Dwangarbeidskamp: Ongeveer 10 kilometer buiten het dorp richtten de nazi's een gedwongen werkkamp (arbeidskamp) op. Jonge Joden uit het getto werden hierheen gestuurd om zware dwangarbeid te verrichten.Deportatie naar Sobibór: Het getto werd in 1942 geliquideerd. In juni en oktober 1942 transporteerden de nazi's de Joodse bevolking van Grabowiec naar het vernietigingskamp Sobibór, waar vrijwel iedereen direct in de gaskamers werd vermoord.

Begin 1943 startten de Duitsers een etnische zuivering in de regio. De Poolse inwoners van Grabowiec werden met geweld verdreven en naar een doorgangskamp (transitkamp) in Zamość gestuurd. Hun huizen werden weggegeven aan Oekraïense kolonisten.

Concentratiekamp Grabowiec

Concentratiekamp Grabowiec

 

Polen

Het Getto van GrabowiecOprichting: De nazi's richtten in 1941 een getto op in Grabowiec. Er werden ongeveer 2000 Joden in een paar straten samengepropt. Dit betrof de lokale Joodse bevolking en Joden uit omliggende dorpen. De Duitsers activeerden een gedwongen werkkamp op ongeveer 10 kilometer afstand van het dorp. Joden uit het getto werden hier ingezet voor zware slavenarbeid. Eerste deportatie: Op 8 juni 1942 dreven de nazi's de Joden bijeen op het marktplein. Ongeveer 1200 Joden werden via het treinstation in Miączyn gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibór. In oktober 1942 volgde de definitieve liquidatie van het getto. De resterende Joden werden via het getto van Hrubieszów eveneens naar Sobibór gestuurd en daar vermoord. In februari 1943 ontruimden de nazi's het complete dorp in het kader van grootschalige polonofobe deportaties in de regio Zamość. De Poolse inwoners moesten naar een doorgangskamp in Zamość. Hun huizen werden daarna overgedragen aan Oekraïense kolonisten.

Grabowiec

Grabowiec

 

Oekraine

Een dorp genaamd Grabowiec in West-Oekraïne (regio Ternopil) waar de Duitsers tussen juni 1942 en juli 1943 een lokaal werkkamp exploiteerden.

Concentratiekamp Gräditz

Concentratiekamp Gräditz

 

Polen

Gräditz (tegenwoordig het Poolse Grodziszcze, gelegen in Neder-Silezië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods werkkamp en een subkamp/buitenkamp dat deel uitmaakte van het systeem van de Organisation Schmelt. Het kamp werd in 1941 opgezet als een werkkamp voor Joodse dwangarbeiders. Gevangenen werden ingezet voor bodemverbetering, de bouw van barakken en werkzaamheden in de lokale industrie. Het kamp was gelegen in Neder-Silezië, in de buurt van Świdnica (Schweidnitz). Een vier verdiepingen tellend gebouw, een voormalige suikerfabriek, deed dienst als kampgebouw. De omstandigheden in Gräditz waren extreem zwaar, gekenmerkt door ernstige honger en uitbuiting. Tussen oktober 1943 en mei 1944 werd een deel van het kamp gebruikt als ziekenhuis voor tyfuspatiënten. Veel gevangenen in Gräditz waren afkomstig uit de zogenaamde Cosel-transporten. Dit waren treinen vanuit Westerbork richting Auschwitz, waarbij mannen in de leeftijd van 15 tot 55 jaar bij het plaatsje Cosel uit de trein werden gehaald voor dwangarbeid in Silezië. Het kamp eiste vele levens door de barre werkomstandigheden en ondervoeding. Een bekende Nederlandse gevangene die in dit kamp omkwam, was de schaakgrootmeester Salo Landau in maart 1944.

Gräflich Röhrsdorf

Gräflich Röhrsdorf

 

Duitsland /Polen

Gräflich Röhrsdorf (tegenwoordig Skarbków genoemd) is een voormalig Duits dorp en landgoed in Neder-Silezië. Het is tegenwoordig een officieel stadsdeel van de Poolse stad Mirsk (voorheen Friedeberg). Gelegen in het Poolse woiwodschap Neder-Silezië, vlak bij de grens met Tsjechië en direct naast het stadje Mirsk.Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier een Arbeidskamp voor Joden (ZAL) en later het vrouwenwerkkamp Gräflich-Röhrsdorf, een subkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. De gevangenen moesten gedwongen werken in de lokale textielfabriek van Teichgräber. Naamsverandering: Na de grensverschuivingen van 1945 werd het gebied Pools en kreeg het de naam Skarbków.

Grafenberg

Grafenberg

 

Duitsland

Het concentratiekamp Düsseldorf-Grafenberg (soms aangeduid als BA of Borsig) was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, gelegen in Düsseldorf-Grafenberg. Het kamp werd in de Tweede Wereldoorlog opgezet om dwangarbeiders te leveren voor de Duitse industrie, in het bijzonder voor Rheinmetall-Borsig.Locatie: Het was een van de diverse satellietkampen (buitenkampen) van het hoofdconcentratiekamp Buchenwald in de regio Düsseldorf.Duitse concentratiekampen: Dit kamp viel onder het systeem van nazi-concentratiekampen en stond onder beheer van de SS. Daarnaast was er in Düsseldorf-Grafenberg ook een inrichting die werd gebruikt voor deportaties (Sammelanstalt), waarvandaan joodse patiënten werden gedeporteerd, onder andere naar Hadamar.

Concentratiekamp Gräfenhainichen

Concentratiekamp Gräfenhainichen

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Gräfenhainichen was een van de vroege nazi-concentratiekampen, opgericht in 1933. Het kamp werd in 1933 gevormd door de SA in de toen verlaten Stolzenberg-fabriek in Gräfenhainichen, in de regio Pruisisch Saksen. Het diende als een beschermende hechtenis kamp (Schutzhaftlager) voor politieke tegenstanders van het nazi-regime.Sluiting: In augustus 1933 werd dit kamp gesloten en werden de gevangenen overgebracht naar het grotere vroege concentratiekamp Lichtenburg.

Grafenort

Grafenort

 

Polen

Concentratiekamp Grafenort was een subkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp lag in het voormalige Duitse Grafenort, het huidige Gorzanów in het zuidwesten van Polen.Kerngegevens van het kamp Gevestigd in een groot bakstenen gebouw van meerdere verdiepingen aan de rand van de stad. Dit week af van de typische barakkenkampen. Opgericht rond maart/april 1944. Het kamp bleef actief tot de bevrijding in mei 1945. Gevangenen: Voornamelijk Joodse vrouwen uit onder andere Polen en Hongarije, die via Auschwitz naar Grafenort werden getransporteerd.De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder graafwerkzaamheden en de productie van munitie. Het kamp werd op 8 mei 1945 bevrijd door het Sovjet-leger (Rode Leger).

Grafenreuth 

Grafenreuth 

 

Duitsland

Concentratiekamp Grafenreuth (vaak geschreven als Gravenreuth) was een buitenlager (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Beieren, op ongeveer 20 kilometer afstand van het hoofdkamp. Het kamp bestond van eind juni 1943 tot april 1945. Het diende als een SS-Wirtschaftslager. De gevangenen moesten een kledingdepot voor de SS bouwen en spoorweginfrastructuur aanleggen. Het kamp bood plaats aan maximaal 150 mannelijke gevangenen tegelijkertijd. Dit waren voornamelijk Duitsers, Polen, Russen en Fransen. De gevangenen leefden in houten barakken omringd door prikkeldraad en wachttorens. SS-Leiding: Kampcommandant (Kommandoführer) Kübler stond bekend om zijn extreme wreedheid. Hij beulde gevangenen af en hield voedselrantsoenen achter voor eigen gebruik. Zijn opvolger Voigt verbeterde de rantsoenen later enigszins. In augustus 1943 vond er een executie plaats van drie gevangenen (waaronder twee Sovjet-gevangenen). Zover bekend werd er ook één gevangene tijdens een vluchtpoging doodgeschoten. Zieke gevangenen werden systematisch teruggestuurd naar het hoofdkamp Flossenbürg. In april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De overgebleven gevangenen werden gedwongen deel te nemen aan een dodenmars. 

Grasleben

Grasleben

 

Duitsland

De locatie is historisch zeer nauw verbonden met het NS-concentratiekampsysteem en grootschalige dwangarbeid. De situatie in Grasleben (Nedersaksen) kenmerkte zich door de volgende elementen: Ondergrondse wapenfabriek en de zoutmijn. Vanwege de hevige geallieerde bombardementen verplaatste de Duitse vrachtwagen- en motorenfabrikant Büssing NAG een deel van haar productie naar Grasleben. Mijngangen: De productie werd ondergebracht in de zoutmijn (met name Schacht Marie) op 360 meter diepte en in bovengrondse hallen. Dit project stond bekend onder de codenaam Flumo. Dwangarbeiders moesten hier onder zware omstandigheden onderdelen maken voor vliegtuig-, onderzeeboot- en speedbootmotoren. Gevangenen en kampen in de directe omgeving Buchenwald (Gazelle) gekoppeld aan het Concentratiekamp Buchenwald. Dit duidt op de inzet van KZ-gevangenen voor deze specifieke ondergrondse operatie. Vlakbij Grasleben lagen de beruchte subkampen van Concentratiekamp Neuengamme, genaamd Helmstedt-Beendorf (zowel een mannen- als vrouwenkamp). De gevangenen uit Beendorf werkten in aangrenzende schachten van ditzelfde ondergrondse mijnenstelsel.  Naast concentratiekampgevangenen werden honderden Nederlandse mannen uit de Razzia van Beverwijk en de Merwedegijzelaars via Kamp Amersfoort naar dit gebied getransporteerd. Zij sliepen vaak in nabijgelegen dorpen (zoals Walbeck en Weferlingen) en liepen dagelijks naar de mijn in Grasleben om te werken. De zoutmijn en de omliggende kampen werden in april 1945 door het Amerikaanse leger (onder andere de 30th Infantry Division) bevrijd.

Graslitz = Kraslice 

Graslitz = Kraslice 

 

Tsjechie

Graslitz lag in de Tsjechische stad Kraslice.Type kamp: Het was een Aussenlager (buitenkamp) van het Duitse concentratiekamp Flossenbürg. Graslitz is de Duitse naam voor de Tsjechische stad Kraslice. Het kamp was operationeel van 7 augustus 1944 tot 15 april 1945. De bevolking bestond volledig uit vrouwelijke gevangenen, voornamelijk Joodse vrouwen die via Auschwitz waren getransporteerd.De vrouwen moesten werken in de lokale fabriek van Luftfahrtgerätewerk Graslitz GmbH voor de productie van vliegtuigonderdelen

Graudenz = Grudziadz 

Graudenz = Grudziadz 

 

Polen

Concentratiekamp Graudenz is de Duitse benaming voor het kamp dat lag in de Poolse stad Grudziądz. Het was een Aussenarbeitslager (subkamp) van het grotere concentratiekamp Stutthof. Gevangenen in dit kamp werden door de Duitse bezetter ingezet als gedwongen arbeidskrachten, onder andere bij de lokale defensie-infrastructuur (Festung Graudenz) en de lokale vliegtuigindustrie (Graudenz Flugzeugwerke).

Concentratiekamp Gravosa

Concentratiekamp Gravosa

 

Kroatie

Concentratiekamp Gravosa (gelegen in de huidige wijk Gruž in Dubrovnik, Kroatië) was een Italiaans interneringskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in november 1942 opgericht op bevel van Benito Mussolini en stond onder leiding van het Italiaanse Tweede Leger. In tegenstelling tot de beruchte vernietigingskampen van de Kroatische Ustaše, diende dit kamp primair om Joodse vluchtelingen te isoleren en te beschermen tegen deportatie door de nazi's en de Ustaše. Het kamp was gevestigd in de gevorderde hotels Vreg en Petak in de havenbuurt Gravosa (Gruž). Het kamp bood plaats aan circa 80 tot 200 gevangenen. Het overgrote deel bestond uit Joodse vluchtelingen uit Dubrovnik en Bosnië-Herzegovina, aangevuld met kleine groepen katholieken en orthodoxe christenen. De bewaking was in handen van Italiaanse carabinieri. Hoewel de gevangenen strikt geïsoleerd werden van de lokale bevolking, waren de omstandigheden relatief humaan. Gevangenen legden geld bij elkaar om via het Italiaanse leger extra voedsel te kopen. Ook ontvingen zij hulppakketten van de Joodse gemeenschap in Dubrovnik. Het kamp werd in juni 1943 door de Italianen opgeheven. De overgebleven gevangenen werden overgebracht naar het nabijgelegen kamp op Lopud (Mezzo Island) en vervolgens getransporteerd naar het grotere kamp Kampor op het eiland Rab.

Graz 

Graz 

 

Oostenrijk 
Het belangrijkste nazi-kamp in de omgeving van Graz was Graz-Liebenau, een groot dwangarbeidskamp dat fungeerde als tussenstation voor Hongaarse Joden en capaciteit had voor ongeveer 5.000 dwangarbeiders. Het was geen vernietigingskamp, maar een plek van extreme uitbuiting en wreedheid, met name in de eindfase van de oorlog in 1945. Het grootste kamp binnen de stadsgrenzen, bekend geworden door de dodenmarsen en de inzet van dwangarbeiders. Andere kampen/locaties: Naast Liebenau waren er subkampen, zoals Leibnitz-Graz (Aflenz), dat in 1944 honderden gevangenen huisvestte. Ook de SS-kazerne in Graz werd gebruikt voor de opsluiting van soldaten. Joodse dwangarbeid: In april 1945 was Graz-Liebenau een cruciale plek voor de evacuatie en de wrede behandeling van Hongaarse Joden

Grebinerfeld 

Grebinerfeld 

 

Polen

Concentratiekamp Grebinerfeld was een nazi-buitenkamp (Außenkommando) voor mannen dat onder het beheer viel van het grotere concentratiekamp Stutthof. Het kamp bevond zich in de regio Danzig-West-Pruisen (het huidige noorden van Polen). Grebinerfeld (tegenwoordig Grabinplon of nabij Grabiny-Zameczek) lag in het poldergebied van de Danziger Niederung. Het was ingericht als een werkkamp voor mannelijke gevangenen. Zij werden door de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder zeer waarschijnlijk landbouw-, drainage- of infrastructurele werkzaamheden in de regio. Het kamp werd officieel opgeheven op 21 december 1939. Daarmee behoort het tot de zeer vroege kampen die direct na de Duitse inval in Polen (september 1939) werden opgezet en al snel weer werden ontmanteld of samengevoegd met het hoofdkamp Stutthof.

Grein 

Grein 

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Grein (ook wel Außenlager Grein genoemd) was een kortstondig buitenkamp van het Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen. Het kamp was gelegen in de gemeente Grein (Opper-Oostenrijk) en deed in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog dienst als dwangarbeidskamp voor de Duitse oorlogsindustrie. Gevangenen moesten de kelders van het lokale kasteel Greinburg ombouwen tot machinehallen en prefab-barakken monteren. De firma Voigt & Haeffner AG gebruikte de kelders onder de codenaam Fa. Leopold Freundlich AG voor de productie van elektronische schakelapparatuur voor de Duitse luchtmacht (Luftwaffe). Het officiële satellietkamp was slechts 17 dagen actief, van 2 februari 1945 tot 19 of 20 februari 1945. Waarschijnlijk was het een voortzetting van een eerdere arbeidskamp die op dezelfde locatie actief was tussen maart en november 1944. Gevangenen: Het kamp bood plaats aan maximaal 120 mannelijke gevangenen tegelijk. Dit waren voornamelijk politieke gevangenen (Sicherheitshäftlinge) uit Italië en dwangarbeiders of krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie.

Grenzdorf bei Danzig

Grenzdorf bei Danzig

 

Polen

Concentratiekamp Grenzdorf (tegenwoordig Graniczna Wieś in Polen) was een nazi-gevangenenkamp nabij de stad Danzig (Gdańsk) dat functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het begon als een zelfstandig kamp en werd later een subkamp van concentratiekamp Stutthof. De locatie werd in oktober 1938 door de toenmalige Vrije Stad Danzig opgericht als een strafkamp voor criminelen en asocialen. Nazi-overname: Direct na de Duitse inval in Polen, tussen 10 en 13 september 1939, arriveerde het eerste transport met ongeveer 70 Poolse gevangenen uit de Viktoria Schule in Danzig.Tot 31 maart 1940 viel het onder het commando van de gevangenissen in Danzig. Vanaf 1 april 1940 werd het officieel een subkamp (Aussenarbeitslager) van het grotere Concentratiekamp Stutthof.

Concentratiekamp Grez-en-Bouère

Concentratiekamp Grez-en-Bouère

 

Frankrijk

Het concentratiekamp Grez-en-Bouère was een interneringskamp voor Roma (destijds vaak zigeuners of nomaden genoemd) in het departement Mayenne in West-Frankrijk, actief tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1940 en eind november 1940 werden Roma uit de regio in dit kamp opgesloten, evenals in het nabijgelegen kamp Montsûrs. Slachtoffers: In totaal werden 85 Roma, waaronder 15 kinderen, in het kamp vastgehouden. Het kamp werd eind november 1940 gesloten.

Grini 

Grini 

 

Noorwegen

Concentratiekamp Grini (Duits: Polizeihäftlingslager Grini) was het grootste Duitse gevangenen- en concentratiekamp in Noorwegen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de gemeente Bærum, een voorstad ten zuidwesten van Oslo. Het was operationeel van 14 juni 1941 tot 7 mei 1945. Gevangenen: In totaal hebben bijna 20.000 mensen in Grini vastgezeten. Het kamp was hoofdzakelijk bedoeld voor Noorse politieke gevangenen en verzetsstrijders. Doorgangskamp: Grini fungeerde vaak als doorgangskamp. Veel gevangenen werden vanuit hier gedeporteerd naar kampen in Duitsland en Polen. Executies: Hoewel het geen vernietigingskamp was, zijn er minstens 8 mensen geëxecuteerd op het terrein zelf. Vele anderen stierven door mishandeling of ziekte.

Concentratiekamp Gródek Jagielloński

Concentratiekamp Gródek Jagielloński

 

Oekraine

Het Duitse dwangarbeiderskamp Gródek Jagielloński (tegenwoordig Horodok in Oekraïne) was een nationaalsocialistisch werkkamp voor Joden in het District Galicië. Het kamp speelde een specifieke rol binnen de Holocaust in het bezette Polen en de Oekraïense grensregio. Het was een Zwangsarbeitslager für Juden (ZALfJ) en geen formeel zelfstandig hoofdconcentratiekamp. Gelegen in Gródek Jagielloński, ongeveer 26 kilometer ten zuidwesten van Lwów (Lviv). Het lag strategisch aan de cruciale militaire Durchgangsstrasse IV (Transitweg IV). Het specifieke werkkamp functioneerde intensief in de eerste helft van 1943. Het was nauw verweven met het lokale getto van Gródek, dat eind 1942 was afgegrendeld. Uitbuiting van Joodse gevangenen via zware dwangarbeid in lokale fabrieken en werkplaatsen die door Duitse bedrijven werden geëxploiteerd.

Gröditz

Gröditz

 

Duitsland

Gröditz (bij Riesa, Saksen), hier was een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg 

Groden = Grodno

Groden = Grodno

 

Polen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Groden de Duitse benaming voor het Poolse/Wit-Russische Grodno. De nazi's gebruikten de naam Groden voor de stad Grodno. Groden (Grodno) functioneerde als een Außenlager (subkamp) van het grotere concentratiekamp Stutthof. Dit specifieke kamp was gevestigd in het woiwodschap Kujavië-Pommeren in het huidige Polen, nabij Toruń (Thorn). Het kamp werd geopend in het jaar 1944. Gevangenen werden hier ingezet voor zware dwangarbeid onder toezicht van de Organisation Todt.

Gröditz

Gröditz

 

Duitsland

Concentratiekamp Gröditz (Aussenlager Gröditz) was van 27 september 1944 tot 17 april 1945 een operationeel buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Saksen, dichtbij de stad Riesa. Gröditz (Saksen, Duitsland) Bijna 1.000 mannen, waarvan ongeveer een kwart Joods. Gedwongen arbeid in de oorlogsindustrie. De gevangenen moesten werken in een machinehal van de staalfabriek Gröditz Hendrik Hubert Balter. Deze fabriek (Mitteldeutsche Stahlwerke) behoorde tot het Flick Montan-concern Hendrik Hubert Balter. De gevangenen produceerden voornamelijk luchtafweergeschut voor de Kriegsmarine Hendrik Hubert Balter. Gevangenentransporten en omstandigheden Gusen: In februari 1945 kwamen er nog 300 à 331 Joodse mannen aan via een transport uit het buitenkamp Gusen (Mauthausen) Onder de gevangenen bevonden zich diverse nationaliteiten, waaronder ook Nederlandse verzetsstrijders die via andere kampen hiernaartoe waren gedeporteerd Sluiting: Het kamp werd op 17 april 1945 ontruimd vanwege de nadering van het Rode Leger Flossenbürg

Concentratiekamp Grodziec

Concentratiekamp Grodziec

 

Polen

1. Het Joodse plattelandsghetto (Grodziec, district Konin)In de zomer van 1940 richtten de Duitse bezetters in het dorp Grodziec (regio Wartheland) een zogenaamd plattelandsghetto op. Doel: Joden uit de omliggende steden en dorpen (zoals Konin, Skulsk en Slesin) werden hier geïsoleerd en geconcentreerd. Inwoners: Het aantal gevangenen liep op tot ongeveer 2.000 mensen. Deportatie en liquidatie: Op 23 september 1941 werd het ghetto ontruimd. De nazi's misleidden de resterende 1.600 Joden met de belofte van een transport naar een werkkamp. In werkelijkheid werden zij weggevoerd naar nabijgelegen executieplaatsen (zoals de bossen bij Niesłusz-Rudzica) en later direct vermoord in het Vernietigingskamp Chelmno.

2. Krijgsgevangenkamp E385 (Grodziec, Silezië)In een ander Pools dorp genaamd Grodziec (Duitse naam: Friedrichsgrätz, in de gemeente Ozimek) exploiteerden de Duitsers een gedwongen werkkamp. Dit was een subkamp (arbeidscommando E385) dat organisatorisch viel onder het grote krijgsgevangenkamp Stalag VIII-B/344 in Lamsdorf.Functie: Gevangenen in dit kamp werden ingezet voor zware dwangarbeid in de lokale industrie en infrastructuur.

Concentratiekamp Grodzietz

Concentratiekamp Grodzietz

 

Polen

Grogol

 

Java

Grogol was een Japans burgerinterneringskamp (vrouwen- en later mannenkamp) tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in een psychiatrische inrichting nabij Batavia (Jakarta) op Java. Het kamp functioneerde als vrouwenkamp van 1 juli 1943 tot 29 augustus 1944, waarna het een mannenkamp werd. Het kamp was gehuisvest in het voormalige doorgangshuis voor geesteszieken in Grogol, ongeveer 3 km ten noordwesten van de wijk Tjideng. Vrouwenkamp (1943-1944): Tussen 1 juli 1943 en 29 augustus 1944 zaten hier ongeveer 900 vrouwen en kinderen vast. Tijdens deze periode zijn zeker 8 mensen omgekomen. Mannenkamp (vanaf 1944): Na augustus 1944 werd Grogol een kamp voor mannen. Bestuur: Het beheer was in handen van Japanse burgers, totdat het op 1 april 1944 werd overgedragen aan het Japanse militaire bestuur. De omstandigheden waren zwaar. Er waren nauwe verbindingen met het nabijgelegen, beruchte kamp Tjideng; mensen werden soms tussen deze kampen verplaatst, bijvoorbeeld in april/mei 1945.Japanse kampcommandanten waren onder meer: Miyakawa, Ogata, Shijo, Tanaka en Matsuyama.

Concentratiekamp Grójec

Concentratiekamp Grójec

 

Polen

In de Poolse stad Grójec en de omliggende regio bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en een netwerk van nazi-dwangarbeidskampen. De nazi-infrastructuur in en rond Grójec bestond uit de volgende elementen: Het Getto van Grójec. De nazi's richtten het getto in juli 1940 op.Er werden bijna 6.000 Joodse inwoners uit Grójec en omliggende dorpen opgesloten. In februari 1941 werd het getto geliquideerd. De nazi's deporteerden de Joden naar het Getto van Warschau, van waaruit zij later grotendeels naar het vernietigingskamp Treblinka zijn gestuurd.

De Dwangarbeidskampen (Arbeitslager) Rondom Grójec zetten de nazi's een netwerk van werkkampen op waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten:Kamp Grójec: Huisvestte zo'n 400 dwangarbeiders. Gevangenen werden ook verdeeld over omliggende dorpen zoals Krobów (300 gevangenen), Częstoniew (70 gevangenen) en Jasieniec (70 gevangenen). Werkzaamheden: De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals landbouw, bosbouw en de aanleg van infrastructuur voor de bezetter

Gross Beeren

 

Duitsland

Kamp Großbeeren was officieel geen concentratiekamp, maar een nazi-Arbeitserziehungslager (werkkamp van de Gestapo) in Brandenburg. Het kamp was actief tussen september 1942 en april 1945 vlak bij Berlijn. Er hebben in totaal ongeveer 45.000 gevangenen vastgezeten, waaronder veel buitenlandse dwangarbeiders. Bestraffen van dwangarbeiders wegens werkweigering, vluchtpogingen of sabotage. Gevangenen: Ruim 45.000 mensen uit 25 verschillende landen. Slachtoffers: Minstens 1.289 gevangenen stierven door uitputting, honger en mishandeling. Tientallen Nederlandse dwangarbeiders kwamen hier om het leven.

Gross Betschkerek

Gross Betschkerek

 

Servie

Op 20 juli 1942 werd er een kamp opgericht in Petrovgrad/Gross Betschkerek (tegenwoordig Zrenjanin in Servië) voor de regio Banat. Dit kamp maakte deel uit van een reeks kleinere en tijdelijke kampen in de regio tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in Petrovgrad, het huidige Zrenjanin in Servië.Regio: Het kamp was bedoeld voor de regio Banat. In augustus 1941 begonnen de Duitsers met het massaal opsluiten van Joodse mannen in heel Servië, waarbij de mannen uit het noorden van Servië vaak in dergelijke regionale kampen terechtkwamen

Gross Hesepe

 

Duitsland

Kamp Groß Hesepe (Duits: Lager XI Groß Hesepe) was het elfde van de vijftien Emslandlager. Lager XI was gelegen nabij het dorp Groß Hesepe, bij Nordhorn, ongeveer twintig kilometer ten noordoosten van Oldenzaal. Het kamp werd in de zomer van 1938 in opdracht van de Reichsarbeitsdienst gebouwd. Aanvankelijk zaten er werkelozen, die stukken van het Emsland in cultuur brachten. Na het verdwijnen van de Reichsarbeitsdienst nam justitie het kamp over. Zij wilden er een strafkamp voor 1.000 gevangenen van maken. Maar het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) verplaatste direct daarna 7 barakken naar de zogenaamde Westwall en nam in september 1939 het kamp over. Direct na deze verbouwing werd een deel van het kamp afgebroken en verplaatst naar de Westwall. In september 1939 werd het kamp weer in oorspronkelijke staat hersteld en toegevoegd aan Stalag VI B Meppen-Versen. Kamp Groß Hesepe staat in de officiële Duitse lijst van concentratiekampen vermeld onder nr. 504. Bij de Emslandlager wordt het kamp Lager XI Groß Hesepe genoemd. In 1939 was Groß Hesepe een doorgangskamp voor Poolse krijgsgevangenen. In de zomer van 1940 werden Franse krijgsgevangen in dit kamp opgesloten. Na de Duitse opmars naar de Sovjet-Unie kwamen daar de Sovjet-krijgsgevangen soldaten bij. In september waren ca. 1.500 krijgsgevangenen in het kamp. Na 1943 kwamen daar 2.175 Italiaanse krijgsgevangenen bij. Volgens het in de oorlog geldende Volkenrecht moesten krijgsgevangenen netjes en gelijk behandeld worden. De nationaalsocialisten zagen de Sovjet-krijgsgevangenen echter als Bolsjewieken en rekenden hen tot hun aartsvijanden. Vanuit die gedachtegang eigenden de bewakers zich het recht toe om deze krijgsgevangenen zwaar te mishandelen en liefst te doden. De Sovjet-soldaten kregen dan ook geen onderkomen en sliepen doorgaans in de openlucht, zomer en winter. Zij kregen ook geen gereedschap om bijvoorbeeld holen te graven en geen eten of nauwelijks voldoende voeding. Wel werd van hen verwacht, dat zij zware arbeid in het veen verrichtten. Velen van hen vielen dan ook van de honger of uitputting neer. De bewakers schoten veel van deze dwangarbeiders uit de Sovjet-Unie onder de ogen van de lokale bevolking, tot diens ontzetting, dood. De doodgeschoten krijgsgevangenen werden vaak als oud vuil achtergelaten. Van hogerhand was het bevel: Hoe meer Russen er sterven, hoe beter voor het nationaalsocialisme. In Groß Hesepe zijn maar 872 sterfgevallen geregistreerd, waaronder zeventien Fransen, zes Polen, drie Belgen, drie Joegoslaven en een Griek. De daadwerkelijke aantallen moeten wel veel hoger zijn. Ongeveer 750 Italianen zijn in eerste instantie begraven in Fullen. De slachtoffers uit de Sovjet-Unie werden in Dalum begraven. Hun aantal ligt naar schatting tussen 8.000 en 16.000. De Sovjet-krijgsgevangenen waren voor de nazi's nog niet waard, dat men hun aantal bijhield. In de vijftien Emslandlager hebben naar schatting 100.000 krijgsgevangenen en 80.000 politieke- en strafgevangenen moeten verblijven. Naar schatting zijn 30.000 van deze gevangenen in de Emslandlager vermoord. Voor het merendeel zijn dat Sovjet-krijgsgevangenen geweest. Deze liggen op negen begraafplaatsen en in massagraven begraven. Per kamp kan zowel qua inwonertal als ten aanzien van het dodental niets specifieks met zekerheid worden gezegd. Van de begraafplaatsen is voor een deel van de gevallen wel bekend hoeveel mensen er liggen en welke nationaliteit deze mensen hadden. Hoeveel van de 180.000 kamp bewoners de oorlog hebben overleefd is onbekend. Velen zijn later in andere kampen vermoord.


Soms moesten de gevangenen op enkele honderden meters van de Nederlandse grens werken. Regelmatig trachten de gevangenen de Nederlandse grens over te vluchten. Bij die vluchtpogingen werd er gericht op de gevangenen geschoten. Toch zijn er enige tientallen ontsnappingen gelukt. Maar Nederland stuurde de asielzoekers in de meeste gevallen terug. 

Gross Koschen 

Gross Koschen 

 

Duitsland

Gross-Koschen was een buitencommando (Außenlager) van het Duitse concentratiekamp Groß-Rosen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Brandenburg, nabij de stad Senftenberg. Gevangenen verrichtten zware dwangarbeid in een lokale grindgroeve en bij de spoorwegen. Het barakkenkamp werd in de nazomer van 1944 opgebouwd door een eerste groep van 200 gevangenen uit Groß-Rosen. De populatie bestond uit honderden mannelijke gevangenen van diverse nationaliteiten. Op 1 januari 1945 arriveerde er nog een groot transport van 431 gevangenen rechtstreeks vanuit Auschwitz. Gevangenen leden onder extreme uitputting, ondervoeding, mishandeling en fatale ziektes, vergelijkbaar met het regime in het hoofdkamp.

Begin 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de nadering van het Rode Leger, waarna gevangenen op dodenmarsen werden gestuurd

Gross Lesewitz 

Gross Lesewitz 

 

Polen

Concentratiekamp Gross Lesewitz (tegenwoordig Lasowice Wielkie in Polen) was een buitenkamp (Aussenarbeitslager) van concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag in de buurt van Marienburg (Malbork) in de regio Danzig. De eerste vermeldingen van gevangenenarbeid op deze locatie stammen uit begin 1940. In de herfst van 1944 werd er opnieuw een vaste groep gevangenen gestationeerd. Het kamp werd eind november 1944 opgeheven, waarna de overlevende gevangenen werden teruggestuurd naar het hoofdkamp Stutthof. De eerste groepen in 1940 bestonden uit ongeveer 40 Poolse gevangenen. Later werden er grotere detachementen vanuit Stutthof naartoe gestuurd. Gevangenen verbleven onder zware omstandigheden in lokale boerderijen in Gross Lesewitz en het nabijgelegen Klein Lesewitz (Lasowice Małe). De gevangenen werden ingezet voor agrarische dwangarbeid op de omliggende boerderijen en voor industrieel werk in de lokale suikerfabriek, een filiaal van de suikerfabriek in Marienburg.

Gross Mausdorf 

Gross Mausdorf 

 

Polen

Groß Mausdorf was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Außenlager (bijkamp) van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag in het toenmalige nazi-Duitsland (Danzig-West-Pruisen), op de locatie van het huidige Poolse dorp Myszewo. Het kamp was slechts een zeer korte periode geopend, van 22 april 1940 tot 24 juni 1940. Het bijkamp bood uitsluitend plaats aan mannelijke gevangenen. De gevangenen werden door de nazi's ingezet voor gedwongen dwangarbeid in de regio. Omdat het een Außenlager was, viel het volledig onder het administratieve en dictatoriale beheer van het nabijgelegen Stammlager Stutthof.

Gross Montau 

Gross Montau 

 

Polen

Groß Montau (tegenwoordig Mątowy Wielkie in Polen) was geen zelfstandig concentratiekamp, maar functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog voor een zeer korte periode als buitenkamp (Außenlager of Arbeitskommando) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het stond onder de administratie en het commando van Concentratiekamp Stutthof. Het kamp was slechts 11 dagen geopend, van 11 augustus 1941 tot 22 augustus 1941. Er werden uitsluitend mannelijke gevangenen ondergebracht. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor lokale (landbouw)projecten of infrastructuur in de regio West-Pruisen.

Gross Raming

Gross Raming

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Großraming (ook wel geschreven als Grossraming of bekend onder de naam Aschau) was van 14 januari 1943 tot 29 augustus 1944 een satellietkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Het kamp werd door de SS opgezet als onderdeel van het Gemeinschaftslager Ennskraftwerkbau. Waterkrachtcentrale: De gevangenen werden ingezet als slavenarbeiders voor de bouw van een grote waterkrachtcentrale in de rivier de Enns. Dit moest de energievoorziening voor de oorlogsindustrie in Opper-Oostenrijk garanderen. Zware omstandigheden: Bedrijven zoals Rella & Co en Kunz & Co gebruikten de gevangenen voor extreem zwaar grond- en steenwerk. De gevangenen moesten dit werk vaak doen met primitieve middelen zoals kruiwagens en eenvoudige schoppen. Gevangenen Aantallen: Het kamp bood plaats aan maximaal 1.013 gevangenen tegelijk. Nationaliteiten: De grootste groep gevangenen bestond uit Joegoslaven (veelal politieke gevangenen). Daarnaast zaten er onder andere Duitsers, Polen, Russen, Tsjechen, Spanjaarden en Roma. Er bevonden zich vrijwel geen Joodse gevangenen in Großraming. Subcommando's: Vanuit Großraming werden drie kleinere werkeenheden (Kommandos) aangestuurd: Weyr, Dippoldsau en Bachmanning. Hoge sterfte: Vooral tussen januari en juli 1943 lag het sterftecijfer onder de gevangenen extreem hoog door ondervoeding, mishandeling en uitputting. Sluiting: Op 29 augustus 1944 werd het kamp opgeheven. De nazi's gaven op dat moment prioriteit aan werkzaamheden die direct bijdroegen aan de wapenindustrie. De overlevende gevangenen werden teruggestuurd naar het hoofdkamp Mauthausen. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, passeerden colonnes met evacuerende Hongaars-Joodse gevangenen het dorp Großraming tijdens hun dodenmarsen. Zij kregen toen tijdelijk voedsel bij de inmiddels voltooide elektriciteitscentrale.

Gross Rosen

 

Duitsland

Groß-Rosen was een Duits concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het ligt in de regio Neder-Silezië bij het huidige Poolse stadje Rogoźnica. In dit kamp en de bijbehorende buitenkampen hebben circa 125.000 gevangenen vastgezeten, van wie er ongeveer 40.000 zijn omgekomen. Begon in de zomer van 1940 als een satellietkamp van Sachsenhausen. Het werd in 1941 een zelfstandig concentratiekamp. Gevangenen moesten extreme dwangarbeid verrichten in de nabijgelegen granietgroeve. Dit gebeurde onder het nazi-motto Vernichtung durch Arbeit (Vernietiging door werk). Vanaf 1942 fungeerde het als een Nacht und Nebel-kamp. Verzetsstrijders moesten hier spoorloos verdwijnen. Vanaf 1944 werkten gevangenen als slavenarbeiders in de Duitse oorlogsindustrie voor bedrijven zoals Siemens & Halske. Het kamp was onderdeel van Hitlers geheime bouwproject Project Riese. De gevangenen waren hoofdzakelijk Joden, Polen, Russen en politieke gevangenen. Er waren geen gaskamers aanwezig, maar wel een crematorium. Executies vonden plaats via ophanging, fusillering of dodelijke injecties. Het Sovjet-leger (Rode Leger) bevrijdde het nazi-complex op 13 of 14 februari 1945. Vlak voor de bevrijding ontruimden de Duitsers het kamp tijdens dodenmarsen.

Gross Saalau

Gross Saalau

 

Polen

Concentratiekamp Gross Saalau (Duits: Groß Saalau) was een kortstondig buitencommando (Außenkommando/Außenlager) van concentratiekamp Stutthof. Het kamp was specifiek ingericht voor mannelijke gevangenen en bevond zich in de toenmalige regio Danzig-West-Pruisen. De historische locatie ligt tegenwoordig in Polen en draagt de Poolse naam Żuława, gelegen binnen de landgemeente Pruszcz Gdański. Moederkamp: Stutthof. Het kamp kende een zeer korte bestaansduur in de beginfase van de Tweede Wereldoorlog. Volgens officiële Duitse registers was het geopend van 31 oktober 1939 tot 18 november 1939.Het kamp bood uitsluitend onderdak aan mannelijke gevangenen die werden ingezet voor gedwongen arbeid. Gross Saalau is officieel opgenomen onder nummer 508a in de Duitse wettelijke index van nazi-concentratiekampen (Sechste Verordnung zur Durchführung des Bundesentschädigungsgesetzes).

Gross Sachsenheim

Gross Sachsenheim

 

Duitsland

Het nazi-concentratiekamp bij Gross-Sachsenheim (tegenwoordig Sachsenheim, Baden-Württemberg) was een buitencommando (Außenlager) dat onder het hoofdkamp Natzweiler-Struthof viel. De gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders onder het regime van Vernichtung durch Arbeit (vernietiging door werk). Het kamp was organisatorisch nauw verbonden met het nabijgelegen kamp Unterriexingen, dat fungeerde als een subkamp van het grotere Kamp Vaihingen. De bewaking van de gevangenen in deze regio was in handen van de 6. Waffen-SS-Wachkompanie. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zwaar fysiek werk verrichten op het militaire vliegveld Gross-Sachsenheim (Einsatzhafen/Fliegerhorst). De taken bestonden hoofdzakelijk uit graaf-, drainage- en egalisatiewerkzaamheden aan de startbanen. Daarnaast werkten gevangenen in de lokale steengroeve en aan het bouwen van barakken.L Gevangenen moesten vaak in de stromende regen werken en sliepen zonder matrassen of dekens in de barakken. Binnen korte tijd bezweken tientallen gevangenen aan ziektes zoals longontsteking. In de lente van april 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De resterende gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd richting het hoofdkamp Vaihingen en uiteindelijk verder getransporteerd naar concentratiekamp Dachau.

Gross Strehlitz

 

Polen

Gross-Strehlitz (tegenwoordig het Poolse Strzelce Opolskie) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen officieel concentratiekamp, maar een beruchte nazi-strafgevangenis (Zuchthaus) en tuchthuis in Opper-Silezië. De locatie fungeerde als een cruciaal en angstaanjagend doorgangsstation binnen het nazi-kampsysteem. De gevangenis werd intensief gebruikt voor de detentie van politieke gevangenen en verzetsstrijders uit bezet Europa (waaronder veel Belgen en Nederlandser). Gross-Strehlitz gold als een belangrijk steunpunt voor Nacht und Nebel-gevangenen (NN). Dit waren verzetsmensen die spoorloos moesten verdwijnen zonder dat de buitenwereld of familie ooit nog iets van hen hoorde. Hoewel het formeel een gevangenis was, waren de omstandigheden vergelijkbaar met een concentratiekamp. Gevangenen leden onder extreme uithongering, dwangarbeid in kalksteenmijnen, mishandeling en dodelijke ziektes zoals tuberculose. Gross-Strehlitz was direct verbonden met het netwerk van de grotere concentratiekampen. Gevangenen volgden vaak een vaste, beruchte transportroute: Aankomst: Veel gevangenen kwamen via lokale gevangenissen eerst terecht in de Emslandlager, zoals Kamp Esterwegen. Gross-Strehlitz: Vanaf maart 1943 werden grote groepen NN-gevangenen vanuit Esterwegen naar Gross-Strehlitz overgebracht. Verder transport: Wie de ontberingen overleefde, werd later op transport gezet naar omliggende concentratiekampen zoals Gross-Rosen (voor zware arbeid in steengroeven), Mauthausen of Mittelbau-Dora. In de directe omgeving van de stad lagen ook drie Durchgangslager (doorgangskampen voor Joodse dwangarbeiders): Niederkirch, Sankt-Annaberg en Sakrau. De slachtoffers uit deze kampen liggen in een groot massagraf op de Joodse begraafplaats van Gross-Strehlitz.

Gross Werther

Gross Werther

 

Duitsland

Groß-Werther was een nazi-buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Mittelbau-Dora. Het was uniek omdat het de enige specifieke locatie binnen dit kampcomplex was die uitsluitend bestemd was voor vrouwelijke, Joodse gevangenen. Het kamp bevond zich in het dorp Großwerther (tegenwoordig onderdeel van de gemeente Werther) nabij de stad Nordhausen in de Duitse deelstaat Thüringen. Het fungeerde als een satellietkamp (Frauenaußenlager) onder het beheer van de SS voor het hoofdkamp Mittelbau-Dora. Het kamp bood plaats aan uitsluitend Joodse vrouwen. Volgens transportdocumenten werden er medio maart 1945 ongeveer 300 tot 400 vrouwen naartoe overgebracht. De gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden ondergebracht in de zaal van de lokale dorpsherberg, het voormalige restaurant Zur Weintraube. Het buitenlager werd zeer laat in de Tweede Wereldoorlog opgericht, specifiek rond 15 maart 1945. Het bestond slechts enkele weken tot de ontruiming en bevrijding in april 1945.

Concentratiekamp Groß Betschkerek

Concentratiekamp Groß Betschkerek

 

Servie

Het concentratiekamp Groß Betschkerek (vandaag de dag Zrenjanin in Vojvodina, Servië).

Het nazi-concentratiekamp (1941–1944) Tijdens de Duitse bezetting van Joegoslavië lag Groß Betschkerek in het door Volksduitsers bestuurde Banaat. In eerste instantie de lokale Joodse bevolking, later Servische partizanen en politieke gevangenen.Jodenvervolging (1941): In de vroege zomer van 1941 richtte de bezetter een verzamelkamp in binnen een verwaarloosde legerkazerne. Hier werden ongeveer 1.350 Joden uit het centrale Banaat opgesloten onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden. Op 18 augustus 1941 volgde de massale deportatie naar Belgrado, waar de mannen in kamp Topovske Šupe werden geëxecuteerd en de vrouwen en kinderen later in gaswagens bij kamp Sajmište werden vermoord. Polizeihaftlager (1942–1944): Op 20 juli 1942 werd het kamp officieel heropend als een Polizeihaftlager onder bevel van de Duitse Befehlshaber der Sicherheitspolizei (BdS) in Belgrado. Gevangenen werden ondergebracht in een oude meelfabriek (de Ölmühle). Dit kamp diende als het centrale detentie- en verhoorcentrum voor de regio. Er vonden meerdere massa-executies plaats als vergeldingsmaatregel tegen het Servische verzet. Het kamp werd op 2 oktober 1944 door het Rode Leger en Joegoslavische partizanen bevrijd.

Concentratiekamp Groß Dombrowka

Concentratiekamp Groß Dombrowka

 

Polen

Het Kamp Groß Dombrowka (vandaag bekend als Dąbrówka Wielka in de Poolse woiwodschap Silezië)  Tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde de locatie specifiek als een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden) onder het nazi-regime. Groß Dombrowka lag in de regio Silezië (destijds nabij Beuthen, Duitsland/Polen). Tegenwoordig is het een stadsdeel van de Poolse stad Piekary Śląskie. Het dwangarbeiderskamp werd geopend in maart 1942 en werd gesloten in september 1942. Het kamp was specifiek ingericht voor de detentie en uitbuiting van de Joodse bevolking uit de omliggende regio. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in het Silezische industriegebied, waarna de overlevenden bij de sluiting vaak naar grotere concentratie- of vernietigingskampen werden gedeporteerd.

Concentratiekamp Groß Kruscha

Concentratiekamp Groß Kruscha

 

Polen

Groß Kruscha (het huidige Krusza Wielka in Polen) was een nazi-dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het stond onder direct toezicht van de SS en de lokale politieleiding. Het kamp functioneerde primair als werkkamp voor de inzet van Joodse dwangarbeiders. Gelegen in de regio Łódź/Inowrocław (Duits: Hohensalza) in het destijds door nazi-Duitsland geannexeerde deel van Polen (Reichsgau Wartheland). Deportaties:  transport aan op 18 oktober 1940, waarbij Joodse gevangenen vanuit het nabijgelegen Kłodawa naar het kamp in Groß Kruscha werden overgebracht.

Groß Paniow

Groß Paniow 

 

Polen

Groß Pankow, een gemeente in de regio Prignitz in Brandenburg, lag op de evacuatieroute van verschillende subkampen toen de geallieerde troepen in april 1945 oprukten. Gevangenen uit satellietkampen (zoals het Buchenwald-subkamp Leopoldshall, codenaam Ju of Lh) werden door de SS gedwongen te voet te evacueren. Groß Kruscha (ook wel geschreven als Gros Kruscha of Krusza Wielka) is een locatie in Polen, in de regio rond Klodawa, Kolo en Lodz.

 

Groß Sarne 

Groß Sarne 

 

Polen

Het concentratiekamp Groß Sarne (officieel: Zwangsarbeitslager für Juden Groß Sarne) was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden. Het kamp lag in het toenmalige Duitse Silezië, tegenwoordig het dorp Sarny Wielkie in het zuidwesten van Polen. Het kamp opende in februari 1940 als een van de veertien oorspronkelijke kampen langs het traject van de geplande Reichsautobahn. Het viel onder de Organisatie Schmelt, een SS-orgaan geleid door Albrecht Schmelt. Dit netwerk beheerde Joodse dwangarbeid in Silezië buiten het officiële stelsel van de hoofdconcentratiekampen om. Het kamp werd in september 1943 opgeheven toen de Organisatie Schmelt werd ontmanteld. Veel gevangenen werden overgebracht naar andere kampen of direct naar de gaskamers van Auschwitz-Birkenau gedeporteerd.

Groß Sporwitten 

Groß Sporwitten 

 

Polen

Het concentratiekamp Groß Sporwitten (historisch aangeduid als Groß Sporwitten concentration camp) was een nazi-gevangenenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog.  Het kamp bevond zich in de voormalige Duitse regio Oost-Pruisen. De historische plaats Groß Sporwitten (ook bekend als Gut Groß Sporwitten) behoort tegenwoordig tot de Russische exclave Kaliningrad onder de naam Poddubnoje (district Prawdinsk). Het kamp functioneerde binnen het nazi-netwerk in Oost-Pruisen en de aangrenzende bezette Poolse gebieden. Militair gebruik: Naast de gevangenenkampen stond Groß Sporwitten in de oorlogsjaren ook bekend als locatie voor een Wehrertüchtigungslager (WEL) van de Hitlerjugend (WEL Groß Sporwitten, HJ-Gebiet 1 Ostpreußen), waar jongeren militair werden klaargestoomd voor de Wehrmacht.

Groß Strehlitz

Groß Strehlitz

 

Polen

Gross-Strehlitz (tegenwoordig Strzelce Opolskie in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog primair een strafgevangenis (Zuchthaus) en een dwangarbeidskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager), en niet een klassiek vernietigingskamp. Het fungeerde als een centrale plek voor deportaties naar concentratiekampen zoals Gross-Rosen. Gelegen in Opper-Silezië, Duitsland (nu Polen). Het diende als strafgevangenis en huisvestte dwangarbeiders.Regelmatige transporten vonden plaats naar kampen zoals Gross-Rosen. Er waren nauwe banden met de organisatie van nazikampen; gevangenen werden ook overgebracht naar kampen als Buchenwald en Mauthausen. Op de Joodse begraafplaats van Gross-Strehlitz bevindt zich een massagraf met doden uit omliggende doorvoerkampen (Durchgangslager). Vanaf begin 1945 werden gevangenen uit de gevangenis van Gross-Strehlitz geëvacueerd, bijvoorbeeld naar het concentratiekamp Buchenwald.

Groß-Siegharts 

Groß-Siegharts 

 

Oostenrijk

Groß-Siegharts was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen officieel nazi-concentratiekamp (KZ), maar de locatie van een dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden.Het betrof een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp). Hoewel dit type kamp in de volksmond soms onterecht als concentratiekamp wordt aangeduid, viel het organisatorisch niet onder de SS-inspectie voor concentratiekampen (zoals het nabijgelegen Mauthausen). Het kamp bood plaats aan ongeveer 150 Hongaars-Joodse mannen, vrouwen en kinderen. Zij werden vanaf juli 1944 in gezinsverband gevangengehouden. De gevangenen werden als goedkope slavenarbeiders ingezet in de lokale Oostenrijkse textielindustrie. Ze moesten werken in de fabrieken van Josef Adensamer & Cie en de Groß-Siegharts Teppich- und Möbelstoffwerke (een tapijtfabriek). Ook werden er gevangenen ingezet voor de firma Siemens. De gevangenen sliepen direct op het fabrieksterrein of in aangrenzende barakken, onder andere aan de Rudolf Hohenberg-Gasse in Groß-Siegharts. In april 1945, vlak voor de komst van de geallieerde troepen, werd het kamp ontruimd. De overlevende nazi-slachtoffers werden door de SS gedeporteerd naar het Ghetto Theresienstadt. Andere nazi-geschiedenis in Groß-Siegharts Naast het Joodse dwangarbeiderskamp huisvestte de gemeente ook een afdeling van de Reichsarbeitsdienst (RAD-Lager 3/201) voor jonge vrouwen in de voormalige Villa Wolff. 

Grossendorf 

Grossendorf 

 

Duitsland

In Großendorf aan de Oostzee richtte SS-officier Rolf Engel de SS-Versuchsanstalt Großendorf op. Deze onderzoeksinstelling hield zich bezig met de ontwikkeling van vastebrandstofraketten (zoals de SS-Salvenwerfer). Voor de bouw en tests werden gevangenen uit omliggende concentratiekampen waarschijnlijk uit het nabijgelegen concentratiekamp Stutthof  misbruikt als dwangarbeiders voor wapenonderzoek.

Großgarten 

Großgarten 

 

Polen

Feldkommandostelle Hochwald (bij Großgarten): Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het operationele veldhoofdkwartier van SS-leider Heinrich Himmler (genaamd Hochwald) in de bossen bij de Oost-Pruisische plaats Großgarten (tegenwoordig Pozezdrze in Polen). Dit was geen concentratiekamp, maar een streng beveiligd militair bunkercomplex van de SS, niet ver van Hitlers Wolfsschanze.

Großharras 

Großharras 

 

Oostenrijk

In Großharras (Neder-Oostenrijk) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog geen officieel hoofdkoncentratiekamp, maar een Zwangsarbeiterlager (dwangarbeiderskamp) voor Hongaarse Joden. Het kamp operationeel van juni 1944 tot eind juli 1944. Het kamp bood plaats aan een groep van 31 Hongaars-Joodse mannen en vrouwen. Zij waren via het Durchgangslager Strasshof gedeporteerd. De gevangenen moesten zware landbouwarbeid verrichten op het landgoed van de lokale grootgrondbezitters Erwin en Wilhelm Riedl.Nadat het landbouwwerk na enkele weken was afgerond, zijn de gevangenen eind juli 1944 waarschijnlijk weer teruggebracht naar kamp Strasshof.

Grosskadolz 

Grosskadolz 

 

Oostenrijk

In Großkadolz (onderdeel van de huidige gemeente Seefeld-Kadolz in Neder-Oostenrijk) lag tijdens de Tweede Wereldoorlog geen officieel hoofdfunctie-concentratiekamp, maar een nationaalsocialistisch Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp) voor Hongaarse Joden. Het kamp werd geopend op 30 juni 1944 en bleef operationeel tot de evacuatie in april 1945 vanwege de nadering van het Rode Leger. De gevangenen waren zowel Joodse mannen als vrouwen die vanuit Hongarije waren gedeporteerd.De gevangenen werden ingezet voor zware landbouwarbeid. Ze moesten werken op de landgoederen en bezittingen van de lokale grootgrondbezitter, graaf dr. Johann Hardegg (Gut Hardegg). Gevangenen verbleven onder erbarmelijke omstandigheden op provisorische locaties. Een groep gevangenen werd ondergebracht op de koude en vochtige zolder van een lokale molen. Einde van het kamp: In april 1945, vlak voor de bevrijding, werden de overlevende Joodse dwangarbeiders via verzamelpunten zoals Hollabrunn op transport gezet (vaak in open goederenwagons) naar het concentratiekamp Theresienstadt, waar een deel van hen uiteindelijk werd bevrijd. Dit kamp maakte deel uit van een omvangrijk netwerk van honderden kleinere agrarische en industriële dwangarbeiderskampen in de regio Niederdonau (het huidige Neder-Oostenrijk). Hier werden in de late fase van de oorlog systematisch tienduizenden Hongaarse Joden uitgebuit voor de Duitse oorlogseconomie

Großpogel 

Großpogel 

 

Polen

Kamp Großpogel (officieel: Zwangsarbeitslager für Juden Großpogel) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nationaalsocialistisch dwangarbeiderskamp voor Joden. Het kamp lag in het toenmalige Neder-Silezië (Duitsland), in het dorp Groß Pogel dat tegenwoordig Pogalewo Wielkie heet en in Polen ligt. Het kamp fungeerde hoofdzakelijk als een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp) waar Joodse gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden uitgebuit. Het kamp werd geopend in september 1942 en bleef operationeel tot eind 1944. De gevangenen waren uitsluitend mannen. Er bestond in de nabije omgeving ook een apart vrouwenkamp. De gevangenen werden gedwongen ingezet voor zware fysieke arbeid in de plaatselijke steenfabriek (ziegelei). Aan het einde van 1944 werd het kamp ontruimd. De overlevende gevangenen werden overgedragen aan het concentratiekamp Groß-Rosen, specifiek naar het buitencommando Kittlitztreben.Het kamp maakte deel uit van het uitgebreide netwerk van werkkampen in Silezië die door de nazi's werden gebruikt om de Duitse (oorlogs)industrie van gratis en dodelijke dwangarbeid te voorzien.

Grosulovo 

Grosulovo 

 

Oekraine

Kamp Grosulovo was een Roemeens concentratiekamp en ghetto tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag in de door Roemenië bezette regio Transnistrië (tegenwoordig Oekraïne). Het kamp diende als doorvoerkamp en dwangarbeidskamp voor voornamelijk Joodse gevangenen en politieke gevangenen (zoals communisten). Het kamp werd in de herfst van 1941 opgezet in een vervallen tabaksdepot in het centrum van de plaats Grosulovo. Joden uit Bessarabië, Boekovina en lokale Oekraïense Joden werden hier opgesloten. Het merendeel werd al snel dieper Transnistrië in gedreven naar de rivier de Boeg, op een klein aantal specialisten na. Overplaatsing uit Vapniarka (1943): Grosulovo kreeg een cruciale rol toen het beruchte concentratiekamp Vapniarka in oktober 1943 werd ontmanteld. Meer dan 560 overgebleven politieke en Joodse gevangenen uit Vapniarka werden per trein naar Grosulovo getransporteerd. Repatriëring en overleving: Tussen december 1943 en januari 1944 werd een deel van de gevangenen vanuit Grosulovo gerepatrieerd naar Roemenië. De rest bleef tot begin maart 1944 in het kamp. De redding door commandant Motora: De Roemeense luitenant-kolonel Savin Motora, die gold als een menselijke kampleider, behoedde de resterende 563 gevangenen in maart 1944 voor executie door de terugtrekkende Duitse SS. Hij marcheerde de groep op tijd over de rivier de Dnjestr naar Bessarabië om ze in veiligheid te brengen. 

Concentratiekamp Grozdovca

Concentratiekamp Grozdovca

 

Oekraine

Concentratiekamp Gruden

Concentratiekamp Gruden

 

Polen

Concentratiekamp Grudusk

Concentratiekamp Grudusk

 

Polen

Grudusk is een dorp en gemeente in het Poolse woiwodschap Mazovië.

Grudziadz

Grudziadz

 

Polen

In de Poolse stad Grudziądz (Duits: Graudenz) vonden tijdens de Tweede Wereldoorlog grootschalige nazi-repressies plaats en fungeerde de stad als locatie voor verschillende typen nazi-kampen en gevangenissen: Doorgangskamp (Transitlager): Direct na de Duitse inval in september 1939 richtte de lokale etnisch-Duitse Selbstschutz een doorgangskamp op in het Kresy-internaat. Dit kamp bleef actief tot 1942. Ongeveer 4.000 gevangenen (voornamelijk Poolse intellectuelen) passeerden dit kamp. Velen werden ter plekke geëxecuteerd of gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Stutthof.Bijkamp (Aussenarbeitslager): Grudziądz fungeerde later in de oorlog als een werkkamp/bijkamp dat administratief onder het grotere concentratiekamp Stutthof viel. Gevangenen moesten hier dwangarbeid verrichten. Krijgsgevangenenkamp (Oflag/Stalag): De nazi's gebruikten de historische Citadel van Grudziądz (Festung Graudenz) en omliggende forten als nazi-gevangenis en detentielocatie voor geallieerde krijgsgevangenen. Gestapo-gevangenis: De stad huisvestte een beruchte Gestapo-gevangenis (Gestapo-Gefängnis Graudenz) waarvandaan gevangenen na verhoor naar vernietigingskampen werden gestuurd.

Grulich = Kraliky

Grulich = Kraliky

 

Tsjechie

Concentratiekamp Grulich was de Duitse benaming voor het kamp dat lag bij de Tsjechische stad Králíky (destijds onderdeel van het Sudetenland). Het was een subkamp (Aussenlager) van het grote Duitse concentratiekamp Groß-Rosen. Gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. Krijgsgevangenen: De locatie deed daarnaast ook dienst als werkkamp voor geallieerde krijgsgevangenen (Stalag)

Concentratiekamp Grunow bei Wutschdorf

Concentratiekamp Grunow bei Wutschdorf

 

Polen

Grunow bei Wutschdorf was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen officieel hoofdconcentratiekamp, maar een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden).Kerngegevens van het kampType kamp: Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager für Juden) onder toezicht van de Reichsautobahnbehörde. Het kamp lag in de provincie Brandenburg (destijds de regio Kreis Oststernberg). Tegenwoordig ligt deze locatie in het Poolse woiwodschap Lubuskie en draagt het dorp de naam Gronów. Geopend in augustus 1940 en gesloten in augustus 1943. Er zaten continu tussen de 200 en 600 Joodse gevangenen vast (voornamelijk Poolse Joden). De gevangenen werden door de firma Hermann Klammt ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals de aanleg van de Reichsautobahn (de snelweg tussen Frankfurt aan de Oder en Poznań) en zwaar veldwerk.

Grünberg

 

Polen

Concentratiekamp Grünberg (gelegen in de Silezische stad Grünberg, nu Zielona Góra in Polen) was een berucht buitenkamp (subcamp) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp bestond feitelijk uit twee afzonderlijke locaties (Grünberg I en Grünberg II) en fungeerde hoofdzakelijk als een werkkamp voor dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie.

Grünberg I (Vrouwenkamp): Dit kamp werd in 1944 officieel overgenomen door de SS als buitenkamp van Gross-Rosen. Hier werden ongeveer 1.300 Joodse vrouwen gevangen gehouden. Zij moesten onder erbarmelijke omstandigheden slavenarbeid verrichten in de nabijgelegen textielfabriek van de Deutsche Wollenwaren Manufaktur AG.

Grünberg II (Mannenkamp): Opgericht in oktober 1944. Dit kleinere kamp bood plaats aan honderden Hongaars-Joodse mannen die vanuit Auschwitz naar Grünberg werden getransporteerd. Ook zij werden ingezet voor zware industriële dwangarbeid. De Dodenmarsen: In januari 1945, toen het Rode Leger naderde, ontruimde de SS het kamp. De gevangenen werden gedwongen tot uitputtende dodenmarsen in de bittere kou. Een grote groep vrouwen werd onder andere naar het kamp Helmbrechts (een subcamp van Flossenbürg) gedreven. Velen overleefden deze tochten niet door uitputting, honger of executie.

Grünberg I

Grünberg I

 

Polen

Concentratiekamp Grünberg I was een nazi-buitenkamp (Aussenlager) van het grote concentratiekampcomplex Groß-Rosen. Het kamp lag in de Silezische stad Grünberg in Schlesien (tegenwoordig het Poolse Zielona Góra) en fungeerde hoofdzakelijk als een dwangarbeidskamp voor Joodse vrouwen. Moederkamp: Groß-Rosen. Het kamp werd in 1944 officieel overgenomen van de Organisation Schmelt. Vrouwelijke gevangenen, voornamelijk Joodse vrouwen uit Centraal- en Oost-Europa. Gevestigd aan de toenmalige Breslauer Straße 33 in Grünberg. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten voor de textiel- en munitieproducent Deutsche Wollenwaren Manufaktur AG. Er werden militaire goederen gemaakt zoals uniformstoffen, soldatenjassen, dekens en parachutes. Gevangenen sliepen in grote productiehallen van de fabriek zelf.Medische zorg ontbrak vrijwel volledig. Elke drie maanden vonden er selecties plaats, waarbij zieke en verzwakte vrouwen werden afgevoerd naar Auschwitz. Begin 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de opmars van het Rode Leger. De Dodenmars: De vrouwen werden gedwongen tot een beruchte, honderden kilometers lange dodenmars richting het westen. Velen kwamen onderweg om door uitputting, bevriezing of executie.

Grünberg II

Grünberg II

 

Polen

Concentratiekamp Grünberg II was een kortstondig nazi-buitenkamp (Außenlager) van het grotere concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp bevond zich in de stad Grünberg in Silezië (tegenwoordig de Poolse stad Zielona Góra). Oktober 1944. Moederkamp: Groß-Rosen. Gevangenen: Uitsluitend Hongaars-Joodse mannen. Dwangarbeid in de textielindustrie. De gevangenen werden vanuit het vernietigingskamp Auschwitz naar Grünberg II getransporteerd. De 180 mannen werden geregistreerd onder de kampnummers 73751 tot en met 73800, en 76001 tot en met 76130. Zij moesten dwangarbeid verrichten voor de fabriek Deutsche Wollenwaren Manufaktur AG. In ditzelfde textielbedrijf moesten ook de vrouwelijke gevangenen van het nabijgelegen kamp Grünberg I werken.

Concentratiekamp Grüntal

Concentratiekamp Grüntal

 

Duitsland/Polen

Grüntal was de naam van verschillende nazi-kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Meestal verwijst de term naar het Zwangsarbeitslager Grüntal (Duitsland/Polen), een werkkamp en geen officieel hoofdkamp (Stammlager) zoals Auschwitz.

1. Zwangsarbeitslager für Juden Grüntal (Glinno Wielkie, Polen) Dit was een gedwongen werkkamp voor Joden in het bezette Polen. Gelegen bij Glinno Wielkie (door de nazi's Grüntal genoemd) in het district Kujawië-Pomeranië. Het kamp stond ook bekend onder de namen Starkrode of Stockrode. Gevangenen (onder wie veel Joden uit het nabijgelegen getto van Kłodawa) moesten hier zware dwangarbeid verrichten. Gevangenen deden onder andere aan landbouwarbeid voor de firma R. Lautrich. Veel gevangenen die hier de ontberingen overleefden, werden later gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.

2. Dwangwerkkamp Grüntal voor Mischlinge (Duitsland) Er bestond ook een werkkamp Grüntal binnen het Duitse Rijk (onderdeel van een netwerk van meer dan 100 kampen). Dit kamp werd in de nazistische administratie gebruikt voor de internering en inzet van zogenaamde Mischlinge (mensen van gemengde Joods-christelijke afkomst) en partners uit gemengde huwelijken. Gevangenen werden vanaf de nazomer van 1944 ingezet voor het graven van loopgraven en defensieve linies. Begin 1945 werden de overlevenden uit dit kamp gedwongen tot een dodenmars om te ontsnappen aan de oprukkende geallieerde legers.

Concentratiekamp Grünweiler

Concentratiekamp Grünweiler

 

Polen

Grünweiler was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen regulier concentratiekamp (KL), maar een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden). Het kamp was actief van juli 1941 tot augustus 1943. Het kamp bevond zich in de regio Wartheland (het geannexeerde deel van West-Polen). De Duitse bezetter gebruikte de naam Grünweiler voor het Poolse dorp Nadstaw. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid onder het toezicht van de Wasserwirtschaftsinspektion (de Duitse inspectie voor waterbeheer). De populatie bestond uitsluitend uit Joodse dwangarbeiders. Zij leefden onder erbarmelijke omstandigheden, gekenmerkt door ondervoeding, ziekte en mishandeling. Bij de opheffing in augustus 1943 werden de overlevende gevangenen overgebracht naar andere kampen, of rechtstreeks gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau om te worden vermoord.

Concentratiekamp Grusbach

Concentratiekamp Grusbach

 

Tsjechie

Het Concentratiekamp Grusbach (tegenwoordig Hrušovany nad Jevišovkou in Tsjechië) was een nazi-kamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde als een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp)  Het kamp was operationeel van juni 1944 tot de ontruiming op 12 april 1945. Slachtoffers: Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor de opsluiting van Hongaarse Joden (zowel mannen als vrouwen in aparte kampgedeelten). Daarnaast zaten er geallieerde dwangsarbeiders gevangen, waaronder Fransen. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid in de lokale suikerfabriek, cementfabriek en de landbouw op het omliggende domein. Vlak voor de bevrijding door het Rode Leger in april 1945 werden de overlevende gevangenen overgebracht naar andere locaties, waaronder het Ghetto Theresienstadt, waar een deel uiteindelijk is bevrijd.

Guben

Guben

 

Polen

Concentratiekamp Guben (officieel bekend als Außenlager Guben) was een nazi-dwangarbeidskamp en een subkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp was actief van de zomer van 1944 tot februari 1945. Het kamp lag in het bos aan de oostkant van de rivier de Neisse. Dit gebied behoort tegenwoordig tot de Poolse stad Gubin, terwijl de gevangenen moesten werken in het Duitse deel, Guben. Gemeinschaftslager: Het kamp maakte deel uit van het grotere kampcomplex Königspark. Het kamp bood plaats aan ongeveer 1.000 Joodse vrouwen en meisjes. De eerste grote groep bestond uit circa 600 Hongaarse Jodinnen die rechtstreeks vanuit Auschwitz-Birkenau werden gedeporteerd. Later volgden transporten uit andere regio's, waaronder het getto van Łódź. De vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor het elektronicabedrijf C. Lorenz AG. Dit bedrijf had haar productie vanuit Berlijn naar Guben verplaatst om buiten het bereik van geallieerde bombardementen radio- en vliegtuigonderdelen te produceren. In februari 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de opmars van het Rode Leger. De overlevende vrouwen werden op dodemarsen gestuurd naar andere kampen diep in het Duitse Rijk, zoals Bergen-Belsen.

Concentratiekamp Gudogaj

Concentratiekamp Gudogaj

 

Wit Rusland

Het Gudogaj-kamp (vaak aangeduid als het ghetto of werkkamp van Gudogaj) was een kleinschalige Joodse gevangenenlocatie en dwangarbeiderskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bevond zich in het dorp Gudogaj (tegenwoordig gelegen in Wit-Rusland, destijds behorend tot het Poolse woiwodschap Wilno). Het kamp functioneerde primair als een geïmproviseerd, kleinschalig regionaal ghetto en dwangarbeiderskamp. Gevangenen werden door de Duitse bezetter en lokale collaborateurs ingezet voor zware fysieke arbeid. Gudogaj lag op ongeveer 45 kilometer ten zuidoosten van Vilnius (Wilno). Het kamp lag strategisch nabij een klein treinstation.  In oktober 1942 gaven de Duitse autoriteiten in het Generalkommissariat Litauen het bevel om kleinere ghetto's in de regio rond Vilnius op te heffen. De overlevende Joodse inwoners werden gecentraliseerd in grotere verzamelghetto's in de regio, waaronder Oszmiana en Michaliszki. De liquidatie (1943): In april 1943 werd de Joodse bevolking uit de regio definitief gedeporteerd. Gevangenen afkomstig uit Gudogaj werden samen met groepen uit omliggende kampen op transport gezet. Hoewel de gevangenen werd verteld dat ze naar Kaunas gingen, stopte de trein in Ponary (Paneriai). Hier zijn naar schatting 2.500 Joden uit de regio, inclusief de resterende gevangenen uit Gudogaj, door de nazi's en Litouwse collaborateurs geëxecuteerd.

Concentratiekamp Gumpertshof

Concentratiekamp Gumpertshof

 

Duitsland

Concentratiekamp Gumpertshof was een van de vroege, provisorische concentratiekampen (wilde Lager) die kort na de machtsovername door de nazi's in Duitsland werden opgericht. Het kamp werd in oktober 1933 opgezet door de districtsbestuurder van Merker-Meseritz. Het kamp was specifiek bedoeld voor de opsluiting en disciplinering van rondtrekkende Duitsers en daklozen (itinerant Germans). Het bevond zich in de regio Berlijn / Brandenburg.

Gundelsdorf

Gundelsdorf

 

Duitsland

Concentratiekamp Gundelsdorf (officieel KZ-Außenlager Gundelsdorf) was van 12 september 1944 tot 13 april 1945 een subkamp van het Concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp bevond zich in de Duitse plaats Gundelsdorf, tegenwoordig een stadsdeel van Kronach in Opper-Franken. De populatie bestond initieel uit 100 Poolse Joodse vrouwen. Later kwamen daar 21 Poolse Joodse mannen bij. De gevangenen werkten eerst in het dwangarbeiderskamp Krakau-Płaszów. Vanwege het oprukkende Rode Leger werden zij via Auschwitz-Birkenau naar Gundelsdorf gedeporteerd.De meeste gevangenen waren jonge vrouwen en meisjes, de jongste was slechts 15 jaar oud. Bij aankomst moesten de gevangenen hun eigen barakken opbouwen. Luftwaffe: De gevangenen deden zwaar fysiek werk in het nabijgelegen bevoorradingskamp van de Luftwaffe bij het treinstation. Zij moesten treinen in- en uitladen. Ongeveer 20 vrouwen werden ingezet bij de firma Wiedemann & Co in het naburige Knellendorf om Wehrmacht-uniformen te naaien. Het kamp stond onder leiding van Luftwaffe-Hauptmann Friedrich Fischer. De bewaking werd uitgevoerd door vrouwelijke SS-opzichters. Het kamp werd op 13 april 1945 opgedoekt vanwege de naderende Amerikaanse troepen. De gevangenen werden op een dodenmars gestuurd richting het zuiden. Een deel van de colonne werd uiteindelijk in april 1945 door geallieerde troepen bevrijd.

Gunskirchen

 

Oostenrijk

Gunskirchen, volledige naam KZ-Außenlager Gunskirchen en ook bekend als Wels, Wels I, Notbehelfsheimbau en SS-Arbeitslager Gunskirchen, was een concentratiekamp bij Gunskirchen. Het kamp werd eind 1944 op de gemeentegrens van Gunskirchen en Edt bei Lambach als Außenlager van het grotere concentratiekamp Mauthausen in gebruikgenomen. Vanaf maart 1945 werden in het kamp grote aantallen Hongaarse Joden ondergebracht, waarvan er velen om het leven kwamen.

Günthergrube

Günthergrube

 

Polen

Concentratiekamp Günthergrube was een belangrijk Duits buitenkamp van Auschwitz, actief van februari 1944 tot januari 1945. Het kamp lag in de Poolse plaats Lędziny en diende als dwangarbeidskamp voor de kolenmijnindustrie. Moederkamp: Auschwitz III-Monowitz. Locatie: Lędziny (Silezië, Polen), nabij de Günther-kolenmijn. Alternatieve namen: Lager Heimat en Lager Günther III. Kampcommandant: SS-Unterscharführer Alois Wedelin Frey. Sluiting: 18 januari 1945, geëvacueerd via een dodenmars.D Gevangenen moesten steenkool winnen in de bestaande Piast-mijn. Arbeiders bouwden mee aan de nieuwe Günther-mijn. De mijnen vielen onder het Duitse bedrijf Fürstlich Plessische Bergwerks AG. Gemiddeld verbleven er zo'n 300 tot 600 Joodse gevangenen. Huisvesting: Eerst in een lokale school, later in speciaal gebouwde barakken. Slechte condities: Gevangenen leden onder zware mishandeling, ondervoeding en gevaarlijk mijnwerk. Wie niet meer kon werken, werd teruggestuurd naar de gaskamers van Auschwitz-Birkenau.

Concentratiekamp Guntersdorf

Concentratiekamp Guntersdorf

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Guntersdorf was een nazi-werkkamp in de Oostenrijkse gemeente Guntersdorf (Neder-Oostenrijk) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het fungeerde hoofdzakelijk als een subkamp of satellietkamp van het grotere doorgangs- en werkkamp Strasshof. Gelegen in Guntersdorf, Oostenrijk, destijds onderdeel van het nazi-district Niederdonau. Een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeiterlager) waar gevangenen onder zware omstandigheden tewerkgesteld werden. Gevangenen bestonden voor een groot deel uit Hongaarse Joden die in 1944 via het doorgangskamp Strasshof naar Oostenrijk waren gedeporteerd voor dwangarbeid.

Concentratiekamp Gurs

Concentratiekamp Gurs

 

Frankrijk

Camp de Gurs was een van de eerste en grootste interneringskampen in Frankrijk. Het lag in het zuidwesten van Frankrijk, vlakbij het dorp Gurs aan de voet van de Pyreneeën. Gebouwd in april 1939 door de Franse regering. Eerste doel: Opvang en controle van Spaanse republikeinse vluchtelingen na de val van Catalonië. Internationale Brigaden: Ook buitenlandse strijders uit de Spaanse Burgeroorlog werden hier opgesloten. Na de Franse capitulatie in 1940 kwam het kamp onder controle van het collaborerende Vichy-regime.Het werd getransformeerd tot een interneringskamp voor ongewenste vreemdelingen, voornamelijk Joden. In oktober 1940 deporteerde de nazi-regering ruim 6.500 Joden uit Baden en de Saarpfalz rechtstreeks naar Gurs. Leefomstandigheden: Extreem primitief met slechte sanitaire voorzieningen, constante modder, honger en kou. Sterfte ter plaatse: Meer dan 1.100 gevangenen kwamen om in het kamp zelf door ziekte en uitputting. Doorgangskamp: Vanaf de zomer van 1942 fungeerde Gurs als doorgangskamp. Deportatie naar het oosten: Duizenden Joden werden via kamp Drancy gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau en daar vermoord. Het kamp werd in 1944 bevrijd.

Gurske = Gorsk 

Gurske = Gorsk 

 

Polen

Concentratiekamp Gusen

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Gusen was een groot en uiterst wreed Oostenrijks dwangarbeidskamp dat fungeerde als het belangrijkste nevenkamp van concentratiekamp Mauthausen. Het kamp lag tussen de dorpen Sankt Georgen an der Gusen en Langenstein. Tussen de oprichting in december 1939 en de bevrijding op 5 mei 1945 overleefden tienduizenden gevangenen de onmenselijke omstandigheden niet. Gusen bestond uit drie operationele secties, aangeduid als Gusen I, Gusen II en Gusen III. Het kamp groeide uit tot een omvang die groter was dan het hoofdkamp Mauthausen zelf. In februari 1945 bereikte de populatie een piek van 26.311 gevangenen. Gevangenen werden aanvankelijk ingezet in nabijgelegen steengroeven van de SS om graniet te winnen voor nazi-bouwprojecten. Wapenindustrie: Vanaf 1943 verschoof de focus naar de productie van gevechtsvliegtuigen (Messerschmitt) en wapens in ondergrondse tunnels. In totaal stierven er naar schatting meer dan 35.000 tot 40.000 mensen in het Gusen-complex. Alleen al tussen januari en mei 1945 kwamen meer dan 10.000 gevangenen om.De gevangenen kwamen uit heel Europa, met grote groepen Poolse intellectuelen, Sovjet-krijgsgevangenen, Spaanse republikeinen en gevangenen uit Auschwitz. Ook tientallen Nederlanders hebben hier gevangen gezeten. Wreedheid: Het regime behoorde tot categorie III (Stufe III), het zwaarste kampsysteem van de nazi's bedoeld voor onverbeterlijke politieke vijanden, waar overlevingskansen minimaal waren.

Gusterath

Gusterath

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Gusterath was geen zelfstandig hoofdkamp, maar een subkamp (Außenkommando) van het SS-Sonderlager Hinzert. Dit nazi-concentratiekamp lag in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts. Inzet van gevangenen als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie en infrastructuur. De gemeente Gusterath, gelegen in de regio Trier-Saarburg. Het hoofdkamp Hinzert functioneerde tussen 1939 en 1945 hoofdzakelijk als doorgangskamp en werkkamp voor politieke gevangenen uit onder andere Luxemburg, België, Nederland en Frankrijk. Om aan de vraag naar dwangarbeid te voldoen, richtte de SS op verschillende locaties in de regio satellietkampen op, waaronder het Außenkommando Gusterath. De gevangenen in deze buitencommando's moesten onder erbarmelijke omstandigheden zwaar fysiek werk verrichten.

Gut Dzierzazna

Gut Dzierzazna

 

Polen

Gut Dzierżązna (officieel: Polen-Jugendverwahrlager Litzmannstadt Arbeitsbetrieb Dzierzazna) was een agrarisch nevenkamp van het Duitse concentratiekamp voor Poolse kinderen in Łódź (Kinder-KZ Litzmannstadt). Het kamp opereerde tussen 12 januari 1943 en 31 juli 1944 in het Poolse dorp Dzierżązna. Doel: Voedsel produceren voor het hoofdkamp in Łódź om dit onafhankelijk te maken van externe leveranties. Ongeveer 200 Poolse meisjes in de leeftijd van 8 tot 16 jaar. Leiding: Lagerleiter Hans Heinrich Fuge, de plaatsvervanger van de kamppandcommandant van Łódź. De jonge meisjes moesten extreem zwaar landbouwwerk verrichten, zoals het bewerken van de akkers, het verzorgen van vee en het oogsten.Regime: Gevangenen leefden onder constante dreiging van honger, mishandeling, isolatie en zware lijfstraffen. Rassenselectie: Sommige kinderen met specifieke uiterlijke kenmerken (zoals blond haar en blauwe ogen) werden hier onderworpen aan raciale selectie voor het Duitse Lebensborn-programma.Het kamp werd op 31 juli 1944 gesloten vanwege het naderende Rode Leger, waarna de resterende gevangenen werden weggestuurd.

Concentratiekamp Gutenbrunn

Concentratiekamp Gutenbrunn

 

Polen

Concentratiekamp Gutenbrunn (ook bekend als Gutenbrunn bei Posen) was een nazi-werkkamp gelegen in het bezette Polen (Posen, tegenwoordig Poznań). Het kamp was gehuisvest in een voormalige bierbrouwerij. Dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals het aanleggen van spoorlijnen.De leefomstandigheden waren erbarmelijk; veel gevangenen werden later gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz.

Guttau = Gutowo

Guttau = Gutowo

 

Polen

Duitse naam: Kamp Guttau was de Duitse benaming tijdens de Tweede Wereldoorlog Guttau (Gutowo). Poolse naam: De huidige Poolse naam van deze locatie is Gutowo  Het was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Stutthof Gutowo - Wikipedia. Het kamp was operationeel van september 1944 tot de evacuatie op 15 januari 1945 Guttau (Gutowo). Ongeveer 1.000 tot 1.200 Joodse vrouwen moesten hier onder dwang verdedigingswerken graven langs de rivier de Drwęca 

Guttenbach

Guttenbach

 

Duitsland

Concentratiekamp Guttenbach (vaak geschreven als Gutenbach) was geen zelfstandig hoofdkamp, maar een strategisch belangrijk buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. De Kommandantur: Vanaf september 1944 fungeerde Guttenbach (gelegen aan de Neckar in Baden-Württemberg) als de nieuwe zetel van de kampcommandant en de administratie van het SS-hoofdkamp Natzweiler-Struthof. De evacuatie: Toen de geallieerde troepen in het najaar van 1944 de Elzas naderden, ontruimde de SS het hoofdlager Struthof. De gevangenen werden naar kampen dieper in Duitsland getransporteerd. Verplaatsing van de macht: Op 11 november 1944 werd de complete administratie officieel overgeplaatst naar het buitenkamp in Guttenbach. Hoewel het geografische hoofdkamp in de Elzas leeg was en op 23 november 1944 door de Amerikanen werd ontdekt, bleef het concentratiekamp Natzweiler organisatorisch voortbestaan. De SS stuurde de resterende buitenkampen aan de oostzijde van de Rijn aan vanuit de regio Guttenbach. Einde van het kamp: Pas in het voorjaar van 1945, toen de geallieerden ook dit gebied innamen, vluchtte de SS-staf richting Stuttgart en hield de administratieve structuur definitief op te bestaan.

Concentratiekamp Gutfeld

Concentratiekamp Gutfeld

 

Polen

Gwizdziny

Gwizdziny

 

Polen

Het concentratiekamp Gwizdziny (Duitse naam: Aussenlager Quesendorf) was een nationaalsocialistisch werkkamp en een officieel subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag in het Poolse dorp Gwiździny (gmina Nowe Miasto Lubawskie). Het functioneerde als een dwangarbeiderskamp onder toezicht van de Organisation Todt (Baukommando Ostland). Het kamp was actief van 28 augustus 1944 tot 15 januari 1945. De populatie bestond volledig uit vrouwen. Ongeveer 400 tot 700 Joodse vrouwen uit voornamelijk Polen en Litouwen werden vanuit het hoofdkamp Stutthof naar deze locatie gedeporteerd. De gevangenen leefden in een tentenkamp op een terrein achter een lokaal landgoed. Door extreme kou, honger en uitputtingsziekten kwamen tientallen vrouwen in het kamp om het leven. De vrouwen werden ingezet voor extreem zware fysieke arbeid, specifiek voor het graven van loopgraven en antitankgrachten (Schützen- und Panzergräben) om de oprukkende Sovjettroepen tegen te houden. Het kamp werd op 15 januari 1945 ontruimd vanwege de nadering van het Rode Leger. Een deel van de vrouwen werd geëvacueerd via dodenmarsen, terwijl anderen in de regio werden bevrijd.

H

Concentratiekamp Haag Dorf

Concentratiekamp Haag Dorf

 

Oostenrijk

Haag Dorf was een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was operationeel in de late fase van de oorlog en werd specifiek ingericht voor de inzet van Joodse dwangarbeiders. De buurtschap Haag Dorf, tegenwoordig onderdeel van de gemeente Winklarn, in het district Amstetten in de deelstaat Neder-Oostenrijk. Het kamp fungeerde specifiek als een Zwangsarbeitslager für ungarische Juden (dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden). De gevangenen werden als dwangarbeider ingezet in de landbouw, specifiek bij de lokale landwerker/boer Mayer (Landwirt Mayer). Het kamp werd geopend op 19 september 1944. De sluiting vond plaats in de eindfase van de oorlog (voorjaar 1945), toen de regio werd bevrijd of de gevangenen verder werden geëvacueerd.

Hadmersleben

Hadmersleben

 

Duitsland

Concentratiekamp Hadmersleben (codenaam HS) was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het dwangarbeiderskamp lag in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt en was actief van 13 maart 1944 tot 10 april 1945. Inzet van gevangenen als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. Werkzaamheden: Constructie van ondergrondse productiefaciliteiten en de productie van vliegtuigonderdelen. Moederkamp: Buchenwald, met administratieve links naar Mittelbau-Dora. Ontruimd in april 1945 via dodemarsen vanwege de naderende geallieerde troepen.

Concentratiekamp Hadjerat M'Guil

Concentratiekamp Hadjerat M'Guil

 

Algerije

Hadjerat M'Guil was een berucht Vichy-dwangarbeidskamp en strafkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag in het zuidwesten van Algerije, aan de noordwestelijke rand van de Sahara (regio Ain Sefra, nabij Colomb-Béchar). Het fungeerde als een disciplinair straf- en isolatiekamp onder het Franse Vichy-regime, dat collaboreerde met nazi-Duitsland. Er zaten ongeveer 170 tot 200 gevangenen vast. Dit waren voornamelijk politieke dissidenten, Joden, vluchtelingen en ex-leden van het Franse Vreemdelingenlegioen die weigerden te collaboreren. Gevangenen werden ingezet als slavenarbeiders voor de aanleg van de Trans-Sahara spoorweg. Het regime was extreem wreed, gekenmerkt door marteling, uithongering en executies door sadistische kampbeulen. Berechting van de daders Na de bevrijding van Noord-Afrika door de Geallieerden kwamen de gruweldaden aan het licht. Het Franse militaire tribunaal in Algiers startte in 1944 een proces tegen de kampleiding: Vier commandanten en bewakers (waaronder luitenant Santucci) kregen de doodstraf en werden geëxecuteerd. Andere kampbeulen kregen levenslange of langdurige dwangarbeid opgelegd voor hun wreedheden.

Haidari

Concentratiekamp Haidari

 

Griekenland

Kamp Chaïdari (of Haidari) was het grootste en meest beruchte nazi-concentratiekamp in Griekenland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in een buitenwijk ten westen van Athene en functioneerde van september 1943 tot september 1944 onder het beheer van de SS. Het deed voornamelijk dienst als doorgangskamp (Durchgangslager) voor politieke gevangenen, verzetsstrijders en Joden. Oorspronkelijk Griekse legerbarakken in Chaïdari, ongeveer 9 kilometer van het centrum van Athene. Aantal gevangenen: In totaal werden er ongeveer 21.000 mensen opgesloten tijdens het eenjarige bestaan. Minstens 1.800 gevangenen werden geexecuteerd op de nabijgelegen executieplaats Kaisariani. Vele anderen stierven door marteling en honger. Het kamp was het centrale verzamelpunt voor de deportatie van Griekse Joden naar vernietigingskampen in Centraal-Europa, waaronder groepen uit Athene, Ioannina en Rhodos. De nazi's sloten verschillende groepen op in de barakken van het Concentratiekamp Chaidari: Verzetsstrijders: Leden van het Griekse verzet (EAM/ELAS) werden hier ondervraagd, gemarteld en vastgehouden in de beruchte Blok 15. Joodse bevolking: Duizenden Joden werden via Chaïdari per trein gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Gijzelaars: Burgers werden willekeurig opgepakt om als vergelding te dienen voor acties van het Griekse verzet. Het kamp werd in september 1944 ontruimd toen de Duitse troepen zich terugtrokken uit Griekenland.

Haidfeld = Heidfeld

Haidfeld = Heidfeld

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Schwechat-Heidfeld (ook bekend als Schwechat II) was een belangrijk subkamp van het concentratiekamp Mauthausen. Het kamp lag ten zuidoosten van Wenen, op het terrein van de huidige Luchthaven Wenen-Schwechat. Operationeel van 30 augustus 1943 tot 13 juli 1944. Inzet van dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie, specifiek voor de Heinkel-Werke. De populatie piekte in het voorjaar van 1944 met 2.665 gevangenen. Kampcommandant: SS-Hauptsturmführer Anton Streitwieser. De gevangenen moesten onderdelen bouwen voor gevechtsvliegtuigen. Het ging met name om de romp- en vleugelonderdelen voor de Heinkel He 219 en de He 162 Volksjäger. Werkomstandigheden: Gevangenen maakten extreem lange werkdagen van 12 uur per dag onder zware omstandigheden. Ze werkten door tijdens geallieerde bombardementen. Nationaliteiten: De eerste groep bestond uit Spaanse republikeinen. Later volgden gevangenen uit de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk, Hongarije en andere bezette gebieden. Op 13 juli 1944 verwoestte een zwaar geallieerd luchtbombardement het kamp en de fabrieken grotendeels.Direct na de aanval werd het kamp ontruimd. De overlevende gevangenen werden overgebracht naar omliggende subkampen zoals Wien-Floridsdorf, Hinterbrühl en Schwechat Santa.

Hailfingen

Hailfingen

 

Duitsland

Concentratiekamp Hailfingen (officieel bekend als het buitenkamp Hailfingen/Tailfingen) was van november 1944 tot februari 1945 een buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp werd door de nazi's opgezet in de buurt van een militair vliegveld in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. De gevangenen werden hier onder erbarmelijke omstandigheden ingezet voor zware dwangarbeid. Een werkkamp waar 601 Joodse gevangenen naartoe werden getransporteerd vanuit het concentratiekamp Stutthof. Het uitbreiden en repareren van het nabijgelegen vliegveld van de Luftwaffe zodat dit geschikt werd voor nachtjagers. De omstandigheden waren extreem zwaar. Minstens 186 gevangenen kwamen in het kamp zelf om het leven door uitputting, ziekte en mishandeling. Gevangenen die te zwak waren om te werken, werden gedeporteerd naar andere kampen zoals Vaihingen of Bergen-Belsen. Nederlandse slachtoffers: Onder de gevangenen bevonden zich ook ongeveer 30 Nederlandse Joden die op het vliegveld moesten werken. Onder hen waren onder andere Richard Weisz en David Franschman.

Hainewalde 

Concentratiekamp Hainewalde

 

Duitsland

Concentratiekamp Hainewalde (of KZ Hainewalde) was een van de vroegste nazi-concentratiekampen, in maart 1933 ingericht als een zogenaamd Schutzhaftlager. Het kamp was gevestigd in het barokke slot van het Saksische dorp Hainewalde. Het kamp functioneerde van 27 maart 1933 tot 10 augustus 1933. De bewaking en leiding lagen in handen van de paramilitair-politieke Sturmabteilung (SA). Ongeveer 150 nazi-bewakers stonden onder leiding van kampcommandant SA-Sturmbannführer Müller. In totaal hebben er ongeveer 1000 gevangenen vastgezeten. De bezetting steeg snel van 259 personen in april naar een piek van bijna 400 gelijktijdige gevangenen. De nazi's sloten hier hoofdzakelijk politieke tegenstanders op, specifiek communisten en sociaaldemocraten. Het kamp was expliciet bedoeld om deze groepen met geweld te breken en te heropvoeden. Gevangenen werden stelselmatig zwaar mishandeld, getrapt en geslagen tijdens verhoren.De SA dwong gevangenen dagelijks wonderolie te drinken om het marxisme eruit te schijten. Na de sluiting in augustus 1933 fungeerde het kasteel tot het einde van de Tweede Wereldoorlog als een militair trainingskamp (Wehrertüchtigungslager).

Hainichen

Concentratiekamp Hainichen (Öderanstrasse)

 

Duitsland

Aan de Öderaner Strasse in Hainichen (Saksen) hebben in de nazi-periode twee verschillende kampen gezeten: een vroeg concentratiekamp (vroeg arbeidskamp) in 1933 en een buitenkamp van Flossenbürg in 1944–1945.

1. Het vroege concentratiekamp (1933)  Opgericht op 4 april 1933 op bevel van de Amtshauptmann van Döbeln. Het kamp was gevestigd in een sport- en gemeenschapscentrum aan de Öderaner Strasse. Het opsluiten van politieke tegenstanders (vooral communisten en sociaaldemocraten). Gevangenen sliepen onder erbarmelijke omstandigheden op een vuilnishoop. Na de opheffing later dat jaar werden de gevangenen overgebracht naar grotere vroege kampen zoals Slot Colditz en Gedenkstätte Sachsenburg.

2. Het Flossenbürg Buitenkamp (1944–1945) Actief van 2 september 1944 tot medio april 1945. Gevangenen zaten in een voormalige naaldenfabriek aan de Öderaner Strasse, omringd door prikkeldraad en twee wachtorens. Ongeveer 500 Joodse vrouwen die via Auschwitz werden gedeporteerd (eerst 150 Poolse, daarna 350 Hongaarse vrouwen). De vrouwen moesten metaalbewerking (frezen en slijpen) verrichten voor de Framo-Werke GmbH, die wapenonderdelen (machinegeweren en granaatwerpers) produceerde. Het fabrieksterrein lag ongeveer één kilometer van hun verblijf vandaan. In april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerden.

Hajduki Wielkie

Hajduki Wielkie

 

Polen

Concentratiekamp Hajduki Wielkie, beter bekend onder de Duitse naam Auschwitz-subkamp Bismarckhütte, was een werkkamp in de Poolse stad Chorzów (stadsdeel Chorzów-Batory, historisch Hajduki Wielkie). Het functioneerde als een satellietkamp van het beruchte concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Actief van september 1944 tot 17 januari 1945.Ongeveer 200 Joodse mannen uit diverse bezette Europese landen. Kampcommandant: SS-Oberscharführer Hermann Kleemann. Gelegen bij de Bismarckhütte-staalfabriek in Opper-Silezië. De gevangenen werden ingezet als slavenarbeiders voor het Duitse industrieconcern Berghütte (Königs- und Bismarckhütte AG). Zij moesten onder zware en gevaarlijke omstandigheden werken in de staalfabriek. De productie was volledig gericht op de Duitse oorlogsindustrie en omvatte: Het fabriceren van kanonnen. Het bouwen van pantserwagens. Het uitbreiden en onderhouden van de kampinfrastructuur zelf. Vanwege de nadering van het Rode Leger ontruimde de SS het kamp op 17 en 18 januari 1945. De overlevende gevangenen werden op een dodenmars gestuurd richting Gliwice (Gleiwitz), waarna ze verder landinwaarts naar andere concentratiekampen in het Duitse Rijk werden getransporteerd.

Concentratiekamp Hajnówka

Concentratiekamp Hajnówka

 

Polen

Hajnówka een nazi-kamplocatie. Het betrof een lokaal dwangarbeiderskamp en detentiecentrum onder leiding van de nazi-autoriteiten.  In 1941 en 1942 brachten de Duitsers Joodse inwoners uit Hajnówka en omliggende dorpen samen. De mannelijke Joodse bevolking werd veelal gedwongen tot zware arbeid in en rond de bossen. Later zijn zij gedeporteerd naar grotere getto's in de regio (zoals het getto van Kobryn en Prużany) en uiteindelijk vermoord in vernietigingskampen zoals Auschwitz en Treblinka. Niet-Joodse inwoners, waaronder leraren en overheidsmedewerkers die verdacht werden van verzetsactiviteiten of het geven van geheime lessen, werden in Hajnówka gearresteerd en gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Ravensbrück en Stutthof.

Hakenfelde

Hakenfelde

 

Duitsland

Concentratiekamp Hakenfelde (officieel Außenlager Berlin-Hakenfelde) was een buitenkamp van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp lag in het stadsdeel Spandau in Berlijn en werd in juli 1943 door de SS opgericht om te voorzien in gedwongen arbeid. Het kamp bood plaats aan ongeveer 1.000 vrouwelijke gevangenen. De houten barakken stonden aan de Streitstraße 5–10 in Berlijn-Hakenfelde. De vrouwen moesten werken in de tegenovergelegen fabriek van het Luftfahrtgerätewerk Hakenfelde (LGW). Dit was een dochteronderneming van het Siemens-concern (Siemens-Schuckert Werke en Siemens & Halske). De gevangenen produceerden cruciale luchtvaartapparatuur en navigatie-instrumenten (zoals automatische piloten en gyroscopen) voor de Duitse oorlogsindustrie. Het werk en het kamp stonden onder toezicht van zowel civiel personeel van Siemens als vrouwelijke SS-opzichters (SS-Aufseherinnen). Gevangenen in dit kamp moesten onder erbarmelijke omstandigheden extreem lange dagen maken met minimale hoeveelheden voedsel en rust.

Halbau 

Halbau 

 

Polen

Concentratiekamp Halbau (Arbeitslager Halbau) was een buitenkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp lag in de Duitse plaats Halbau, wat tegenwoordig de Poolse stad Iłowa is (nabij Żagań in Neder-Silezië). Het kamp werd opgericht op of rond 15 juli 1944 op een locatie waar eerder Sovjet-krijgsgevangenen waren opgesloten. Er zaten in totaal ongeveer 1.050 mannelijke gevangenen. De grootste groep bestond uit Polen (ca. 75%), gevolgd door Russen (ca. 20%). Daarnaast waren er Tsjechen, Italianen, Grieken, Joegoslaven, Duitsers en enkele Nederlanders geïnterneerd.Gevangenen die gekwalificeerd waren als metaalbewerker of automonteur moesten gedwongen werken in de Winkler-fabriek. Hier produceerden zij houten en metalen propellers voor militaire vliegtuigen van de Luftwaffe. Er werd gewerkt in loodzware ploegendiensten van 12 uur per dag, met slechts een half uur pauze voor een schrale lunch op het fabrieksterrein.Begin februari 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de opmars van het Sovjet-leger. De gevangenen werden tijdens een brute dodenmars te voet geëvacueerd naar andere kampen dieper in het Duitse Rijk. Velen kwamen door uitputting, bevriezing of executie om het leven.

Halberstadt - Junkerswerke 

Halberstadt - Junkerswerke 

 

Duitsland

Concentratiekamp Halberstadt - Junkerswerke (code-naam Kommando Juha) was een nazi-buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Buchenwald. Het werd eind juli 1944 opgericht in de Duitse stad Halberstadt. Het doel was de inzet van dwangarbeiders voor de vliegtuigproducent Junkers Flugzeug- und Motorenwerke AG (JFM). Juli 1944 tot de ontruiming op 8 april 1945. Op het fabrieksterrein van de Junkers-vestiging aan de Klusstraße 38 in Halberstadt (Saksen-Anhalt). De bezetting varieerde en bereikte medio december 1944 een hoogtepunt van 944 mannelijke gevangenen. Voornamelijk politieke gevangenen uit Frankrijk, Polen en de Sovjet-Unie, met kleinere groepen uit onder andere Nederland, België en Duitsland. Het moederbedrijf van Junkers lag in Dessau, maar Halberstadt gold als een cruciale nevenvestiging voor de oorlogsindustrie. Gevangenen moesten in de fabriekshallen onderdelen assembleren, met name vliegtuigvleugels voor de gevechtsvliegtuigen Ju 88 en Ju 162. Vanwege de hevige geallieerde bombardementen moesten de gevangenen ook helpen bij het verplaatsen van de productielijnen naar ondergrondse tunnelsystemen in de nabijgelegen Klusbergen. Deze ondergrondse locaties stonden bekend onder de codenamen Makrele I en Makrele II. Financieel gewin: Junkers huurde de gevangenen van de SS via het SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt (WVHA). De firma betaalde 6 Reichsmark per dag voor een geschoolde arbeider en 4 Reichsmark voor een ongeschoolde arbeider.

Halberstadt - Malachit

Halberstadt - Malachit

 

Duitsland

Het complex Malachit (officieel U-Verlagerung Malachit) was een grootschalige ondergrondse fabriek in Halberstadt. Het was direct gekoppeld aan het nazi-concentratiekamp Langenstein-Zwieberge, een belangrijk buitenkamp (Außenlager) van KZ Buchenwald. De nazi's bouwden het stelsel om de vitale oorlogsindustrie te beschermen tegen geallieerde bombardementen. Junkers-vliegtuigen: In de tunnels moesten onderdelen voor gevechtsvliegtuigen van Junkers Flugzeug- und Motorenwerke worden geproduceerd. Gevangenen groeven tussen april 1944 en april 1945 handmatig een gigantisch gangenstelsel van kilometers lang in de Zwieberge-heuvels. Het kamp Langenstein-Zwieberge was ontworpen voor 2.000 gevangenen, maar hield er op het hoogtepunt meer dan 5.000 vast. Gevangenen stierven gemiddeld binnen zes weken door zware fysieke arbeid, ondervoeding en mishandeling. Er vielen dagelijks 30 tot 40 doden. In totaal hebben circa 8.000 tot 10.000 gevangenen uit meer dan 23 landen in het kamp gezeten. Ongeveer 60% overleefde de ontberingen niet. Op 9 april 1945 ontruimde de SS het kamp vanwege de naderende geallieerden. Ruim 3.000 gevangenen moesten meelopen op een dodenmars; slechts 500 overleefden dit. Amerikaanse troepen bevrijdden het kamp op 11 april 1945 en troffen 1.500 doodzieke overlevenden aan.

Halberstadt - Zwieberge Malachit AG

Halberstadt - Zwieberge Malachit AG

 

Duitsland

Concentratiekamp Halberstadt-Langenstein-Zwieberge (codenaam B2 of Malachit) was een berucht subkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp lag nabij het dorp Langenstein en de stad Halberstadt in Duitsland. Het bestond van april 1944 tot april 1945. Ondergrondse wapenproductie: Vanwege de hevige geallieerde bombardementen moesten de nazi's hun oorlogsindustrie ondergronds verplaatsen. Malachit AG: Dit was een speciaal opgericht dekmantelbedrijf, waarin de Hermann Göring Reichswerke en Junkers Flugzeugwerke samenwerkten.Tunnelcomplex: Gevangenen moesten met primitieve middelen een gigantisch gangenstelsel van zo'records 13 tot 17 kilometer lang uithakken in de zandsteenbergen (de Thekenberge). De ruimtes waren bedoeld voor de productie van gevechtsvliegtuigen en de V2-raket. Het kamp was gebouwd voor ongeveer 2.000 gevangenen, maar hield er uiteindelijk ruim 7.000 vast uit meer dan 23 verschillende landen. De gevangenen maakten slopende ploegendiensten van 12 uur in het ijskoude en stoffige tunnelcomplex. Velen sliepen zonder bedden of matrassen direct op de grond. Honger, dysenterie, mishandeling en de kou zorgden voor een extreem hoog sterftecijfer. Meer dan 1.700 tot 2.000 gevangenen kwamen om het leven in het kamp zelf. Begin april 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de naderende Amerikaanse troepen. Zo'n 3.000 uitgeputte gevangenen werden op een dodenmars van 330 kilometer gestuurd. De meerderheid overleefde deze tocht niet. Op 11 april 1945 bevrijdden Amerikaanse troepen de achtergebleven doodzieke gevangenen in het kamp.

Halberstadt - Zwieberge Maifisch

Halberstadt - Zwieberge Maifisch

 

Duitsland

Het concentratiekamp Langenstein-Zwieberge bij Halberstadt (een subkamp van Buchenwald) is direct verbonden met de geheime, ondergrondse nazi-bouwprojecten Malachit en Maifisch. In de eindfase van de Tweede Wereldoorlog moesten duizenden dwangarbeiders hier onder erbarmelijke omstandigheden tunnels in de rotsen graven om de Duitse oorlogsindustrie te beschermen tegen geallieerde bombardementen. Het tunnelcomplex: Project Malachit & Maifisch. De grootschalige graafwerkzaamheden vonden plaats in de zandsteenformaties van de Thekenberge en de nabijgelegen Hoppelbergen ten zuiden van Halberstadt. Project Malachit (B2): Dit was het hoofdfproject in de Thekenberge. Het doel was de realisatie van een gangenstelsel van ruim 13 tot 15 kilometer. Hier moesten ondergrondse fabrieken komen voor de productie van Junkers-straalmotoren en onderdelen voor de V2-raket.

Project Maifisch: Dit specifieke project werd enkele honderden meters verderop in de Hoppelbergen uitgevoerd door de gevangenen. Deze tunnels waren bedoeld om de productie van geschorsten en geschutslopen van de Krupp-Gruson-Werke uit Maagdenburg ondergronds te huisvesten. Bouwstop Maifisch: Onder leiding van de militair gestructureerde Organisation Todt (OT) werd er aan de tunnels gewerkt, maar de werkzaamheden aan het Maifisch-project werden in november 1944 gestaakt. Het Rijksministerie voor Bewapening nam het complex uiteindelijk niet op in de officiële productieplanning. De menselijke tol in het kamp Ruim 7.000 gevangenen uit meer dan 23 landen werden tussen april 1944 en april 1945 in het kamp opgesloten. Gevangenen moesten in ploegendiensten van 12 uur handmatig en met zware machines de tunnels in de bergen uithakken. Door ondervoeding, ziektes (zoals dysenterie) en de loodzware fysieke arbeid stierven minstens 1.800 gevangenen ter plekke in het kamp.Vlak voor de bevrijding door de Amerikaanse troepen in april 1945 ontruimde de SS het kamp. Ongeveer 3.000 gevangenen werden op een dodenmars gestuurd, waarbij nog eens zo'n 2.500 mensen om het leven kwamen.

Halbstadt = Mezimesti

Halbstadt = Mezimesti

 

Tsjechie

Concentratiekamp Halbstadt bevond zich in de Tsjechische stad die tegenwoordig Meziměstí heet. Het was een vrouwenbuitenkamp (Frauenarbeitslager) van het grote concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp werd opgericht in oktober 1944. Er verbleven ongeveer 500 Joodse vrouwen uit Polen, die voornamelijk werden gedeporteerd vanuit het Ghetto van Łódź. Duitse naam: Halbstadt was de Duitse naam voor de Tsjechische grensplaats tijdens de bezetting.

Halensee

Halensee

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Halensee (officieel bekend als Außenkommando Berlin-Halensee) was een subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp bevond zich in de Berlijnse wijk Charlottenburg-Wilmersdorf (stadsdeel Halensee). Geopend op 2 januari 1943 en gesloten op 3 juli 1943.Aantal gevangenen: Ongeveer 200 mannelijke gevangenen. Inzet voor dwangarbeid bij het Duitse defensie- en machinebouwbedrijf DEMAG (Deutsche Maschinenfabrik AG). Het kamp in Halensee was een van de vele honderden satellietkampen die rondom Berlijn werden opgezet om gevangenen als goedkope dwangarbeiders in te zetten voor de Duitse oorlogsindustrie. Vanwege de korte operationele duur van slechts zes maanden behoort het tot de kleinere en minder bekende buitenkampen van het Sachsenhausen-netwerk.

Halfing

Halfing

 

Duitsland

Halfing, soms aangeduid als Brüningsau, was een klein buitenkamp of nevenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het kamp bevond zich in de buurt van Halfing in de regio Chiemgau in Beieren, Duitsland. Het kamp was actief aan het einde van de oorlog, begin april 1945.Gevangenen: Begin april 1945 werden zeven gevangenen uit Dachau naar Halfing overgebracht: drie Polen, één Rus en drie Duitsers. Halfing/Brüningsau is een van de vele honderden subkampen die deel uitmaakten van het Dachau-systeem, dat de nazi's in de laatste fase van de oorlog nog overal in Zuid-Duitsland hadden opgezet.

Halle 

Halle 

 

Duitsland

Het concentratiekamp Halle (officieel bekend als Lager Birkhahn-Mötzlich) was een buitenkamp (Außenlager) van het grote nazi-concentratiekamp Buchenwald. Het kamp lag in Mötzlich, nabij de Duitse stad Halle (Saale), en bestond voornamelijk tussen 1 augustus 1944 en maart 1945. Het kamp werd door de nazi's opgezet als een werkkamp om te voorzien in de enorme vraag naar dwangarbeid voor de Duitse oorlogsindustrie.  De gevangenen werden ingezet bij de Siebel Flugzeugwerke, een belangrijke vliegtuigfabrikant voor de Luftwaffe. Gevangenen moesten onder zware en gevaarlijke omstandigheden gevechtsvliegtuigen bouwen, onderdelen monteren en herstelwerkzaamheden uitvoeren na geallieerde bombardementen. De gevangenen sliepen in een speciaal barakkenkamp aan de Goldberg. Het kamp huisvestte honderden politieke gevangenen en dwangarbeiders uit verschillende bezette Europese landen, waaronder Frankrijk, Polen, de Sovjet-Unie en Nederland. Vrouwenkamp: Naast mannelijke gevangenen werd er later ook een afdeling voor vrouwelijke gevangenen ingericht. Zoals in alle nazi-buitenkampen leden de gevangenen onder zware ondervoeding, mishandeling door de SS, uitputting en ziektes. In maart en begin april 1945, toen de geallieerde troepen de stad Halle naderden, ontruimde de SS het kamp. De gevangenen die nog konden lopen, werden door de SS op brute dodenmarschen gestuurd richting andere kampen om te voorkomen dat zij door de Amerikanen zouden worden bevrijd. Veel gevangenen kwamen hierbij door uitputting of executie om het leven.

Concentratiekamp Halle (Merseburger en Paracelciusstrasse)

Concentratiekamp Halle (Merseburger en Paracelciusstrasse)

 

Duitsland

Het voormalige concentratiekamp Halle (bekend onder de codenaam Lager Birkhahn) was een belangrijk buitenlager van het concentratiekamp Buchenwald. De dwangarbeiders uit dit kamp werden hoofdzakelijk ingezet voor de oorlogsindustrie van de Siebel-Flugzeugwerke. Merseburger Straße / Paracelsusstraße: Dit kruispunt en de omliggende zones in Halle (Saale) vormden de logistieke en industriële as waarlangs verschillende dwangarbeiderskampen en productiefaciliteiten van de nazi's lagen. Hoofdkamp Mötzlich: Het eigenlijke barakkencomplex van het KZ-buitenlager bevond zich aan de nabijgelegen Goldberg in de wijk Mötzlich. Fabriekslocaties: De gevangenen moesten dagelijks onder zware bewaking naar de fabriekshallen van Siebel lopen of werden per trein vervoerd via spoorlijnen die de Merseburger Straße kruisten. Het buitenlager functioneerde van 1 augustus 1944 tot 31 maart 1945.Doel: Produceren en repareren van gevechtsvliegtuigen voor de Duitse Luftwaffe. Op het hoogtepunt in september 1944 zaten er 1.025 gevangenen vast. Dit waren voornamelijk politieke gevangenen en dwangarbeiders uit de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk en Tsjecho-Slowakije. Extreem zwaar werk, ondervoeding en constante geallieerde bombardementen op de fabrieken kostten honderden gevangenen het leven.

Hallein 

Hallein 

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Hallein (officieel Außenkommando Hallein) was een subkamp (Außenlager) van het beruchte concentratiekamp Dachau. Het werkkamp lag in de Oostenrijkse stad Hallein, nabij Salzburg. Het kamp diende als werkkamp waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten. Actief vanaf juni of september 1943 tot aan de bevrijding in mei 1945. Gevangenen verbleven in houten barakken bij een lokale steengroeve. De eerste groep bestond uit ongeveer 30 mannelijke gevangenen uit Dachau. Dit aantal groeide later onder het strenge regime van de SS. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid in de steengroeve en bij de bouw van infrastructuur voor de SS.

Halmaheira

 

Midden Java

Kamp Halmaheira was een Japans interneringskamp (burgerkamp) tijdens de Tweede Wereldoorlog en aansluitend een opvangkamp tijdens de Bersiap-periode. Het kamp bevond zich in het zuidoosten van de stad Semarang op Midden-Java, Indonesië. Ongeveer 100 woningen aan weerszijden van de Halmaheirastraat en rondom het Halmaheiraplein. De woonwijk was volledig afgesloten met een omheining van prikkeldraad en gedek (gevlochten bamboe). Japanse bezetting (tot augustus 1945): Het fungeerde hoofdzakelijk als vrouwenkamp voor vrouwen en jonge kinderen. Later in de oorlog deed het ook dienst als burgermannenkamp en jongenskamp.

Hambühren 

Hambühren 

 

Duitsland

Concentratiekamp Hambühren (ook bekend als Hambühren-Ovelgönne of Waldeslust) was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Bergen-Belsen. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het functioneerde als een dwangarbeiderskamp. De populatie bestond grotendeels uit Joodse vrouwen. Zij werden voornamelijk getransporteerd vanuit Auschwitz-Birkenau. Gevangenen moesten zware slavenarbeid verrichten. Dit gebeurde vaak in ondergrondse zoutmijnen of bij bouwprojecten. Het buitenkamp werd ontruimd rond 4 februari 1945. De overlevenden werden teruggebracht naar het hoofdkamp Bergen-Belsen.

Hamburg - Blohm und Voss

Hamburg - Blohm und Voss

 

Duitsland

Het buitenkamp Hamburg-Steinwerder (Blohm & Voss) was van oktober 1944 tot april 1945 een officieel mannen-buitenkamp van Concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bevond zich direct op het terrein van de grote scheepswerf en machinefabriek Blohm & Voss in de haven van Hamburg. Ongeveer 600 mannelijke gevangenen werden hier onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. Gevangenen werden rechtstreeks ingezet voor de Duitse wapenproductie op de scheepswerf en moesten daarnaast puin ruimen en schade door geallieerde bombardementen herstellen. Het kamp kende een extreem hoog sterftecijfer. Zieke en niet langer arbeidsgeschikte gevangenen werden systematisch teruggetransporteerd naar het hoofdkamp Neuengamme. In april 1945 werd het buitenkamp door de SS ontruimd vanwege de nadering van geallieerde troepen. De overlevende gevangenen werden teruggebracht naar het hoofdkamp.

Hamburg - Bombensuchkommando

Hamburg - Bombensuchkommando

 

Duitsland

Het Bombensuchkommando Hamburg-Hammerbrook was een uiterst gevaarlijk buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. De gevangenen in dit commando werden gedwongen om in de door bombardementen verwoeste stad Hamburg te zoeken naar onontplofte bommen (blindgangers) en deze te ontmantelen. Vanaf medio 1944 permanent gehuisvest in de volksschool aan de Brackdamm in de wijk Hamburg-Hammerbrook. Ongeveer 35 mannelijke gevangenen. Midden 1944 tot circa eind maart 1945. De gevangenen moesten de levensgevaarlijke blindgangers bergen en ontmantelen zonder enige voorafgaande training of bescherming. Naast het specifieke kamp aan de Brackdamm werden na de zware geallieerde bombardementen (Operation Gomorrha in 1943) grotere groepen gevangenen vanuit het hoofdkamp ingezet in Hamburg-Oost voor puinruimen, lijken bergen en bommen zoeken. Vóór medio 1944 keerden de bommenruimers dagelijks terug naar het hoofdkamp Neuengamme of sliepen ze in wisselende openbare gebouwen vlakbij de inslaglocaties. Pas daarna werd de school aan de Brackdamm een vast satellietkamp om de reistijd te verkorten. Het exacte aantal gevangenen dat tijdens dit werk door explosies om het leven is gekomen, is onbekend, maar de overlevingskans bij dit type dwangarbeid was extreem laag.

Hamburg - Bullenhuserdamm

Hamburg - Bullenhuserdamm

 

Duitsland

Bullenhuser Damm in Hamburg was een satellietkamp van het Concentratiekamp Neuengamme. De locatie, gevestigd in een voormalig schoolgebouw aan de Bullenhuser Damm 92-94, werd berucht door de gruwelijke massamoord op 20 Joodse kinderen en 28 volwassenen in de nacht van 20 april 1945. Met deze moord probeerde de SS de sporen van illegale medische experimenten te wissen vlak voor de komst van de geallieerden. Vanaf oktober 1944 gebruikt om gevangenen te huisvesten die puin moesten ruimen na geallieerde bombardementen. Medische experimenten: SS-arts Kurt Heißmeyer misbruikte twintig Joodse kinderen (tien jongens en tien meisjes tussen de 5 en 12 jaar oud) in Neuengamme voor pseudomedische experimenten met tuberculosebacteriën. De kinderen waren afkomstig uit Polen, Frankrijk, Italië, Slowakije en Nederland. Onder de slachtoffers waren twee Nederlandse kinderen: Lexje Hornemann (8) en zijn broer Eduard Hornemann (12). Toen de Britse troepen Hamburg naderden, gaf de SS bevel de kinderen en hun begeleiders te doden om het bewijs van de experimenten te vernietigen. De executie: In de kelder van de school kregen de kinderen eerst morfine ingespoten, waarna ze slapend werden opgehangen. Diezelfde nacht vermoordde de SS ook de vier volwassen begeleiders van de kinderen (twee Franse artsen en twee Nederlandse verplegers) en minstens 24 Sovjet-krijgsgevangenen.

Hamburg - Eidelstedt

Hamburg - Eidelstedt

 

Duitsland

Concentratiekamp Hamburg-Eidelstedt was een vrouwenkamp en een buitenkamp (Aussenlager) van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond van 27 september 1944 tot begin mei 1945. Het was gelegen aan de Friedrichshulder Weg in het huidige stadsdeel Hamburg-Lurup. Het kamp bood plaats aan ongeveer 500 Joodse vrouwen uit Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Deze vrouwen werden via Auschwitz-Birkenau naar Hamburg getransporteerd voor dwangarbeid. De gevangenen werden door de stad Hamburg ingezet voor puinruimen en bouwactiviteiten. Ze moesten onder andere houten prefab-woningen bouwen voor dakloze burgers na bombardementen. Het kamp bestond uit houten barakken vlak naast de spoorlijn. De vrouwen kampten met extreme kou, honger en zwaar fysiek werk in de sneeuw tijdens de laatste oorlogsmaanden. Begin april 1945 nam het Rode Kruis een deel van de vrouwen over. De overgebleven gevangenen werden begin mei 1945 door Britse troepen bevrijd.

Hamburg - Finkenwerder

Hamburg - Finkenwerder

 

Duitsland

Het Außenlager Hamburg-Finkenwerder was een belangrijk buitenkamp (satellietkamp) van het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Het kamp opereerde tijdens de Tweede Wereldoorlog in de haven van Hamburg om te voorzien in de acute behoefte aan dwangarbeiders voor de nazi-oorlogsindustrie. Het kamp bestond uit een barakkencomplex op het terrein van de scheepswerf Deutsche Werft in het stadsdeel Hamburg-Finkenwerder. Het buitenkamp werd operationeel in oktober 1944. Er zaten constant tussen de 300 en ruim 600 mannelijke gevangenen vast. Zij waren voornamelijk afkomstig uit de Sovjet-Unie, Polen, België, Frankrijk en Denemarken, maar er zaten ook Nederlandse dwangarbeiders tussen. Gevangenen werden ingezet als lassers, metaalbewerkers en elektriciens voor de productie van marineschepen en onderzeeboten. Naast het fabriekswerk moesten de gevangenen zware, gevaarlijke herstel- en opruimwerkzaamheden uitvoeren op het door geallieerde bombardementen getroffen werfterrein. De leefomstandigheden waren, net als in het hoofdkamp Neuengamme, extreem zwaar door ondervoeding, mishandeling en uitputtend werk. In het voorjaar van 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De overlevenden werden op dodenmarsen gestuurd of overgebracht naar andere (interne) kampen.

Hamburg - Fuhlsbüttel

Hamburg - Fuhlsbüttel

 

Duitsland

Concentratiekamp Hamburg-Fuhlsbüttel, in de volksmond bekend als Kola-Fu, was van september 1933 tot april 1945 een van de meest beruchte nazi-terrorinstellingen in Noord-Duitsland. Het complex fungeerde achtereenvolgens als vroege concentratiekamplocatie, Gestapo-politiegevangenis en buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Kort na de machtsovername door de nazi's werd een deel van het bestaande gevangeniscomplex in maart 1933 ingericht voor politieke gevangenen. Op 4 september 1933 kwam de bewaking officieel in handen van de SS en kreeg het formeel de status van concentratiekamp. Gestapo-politiegevangenis (1936–1945): Vanaf medio 1936 werd het kamp omgedoopt tot Polizeigefängnis onder direct gezag van de Gestapo. Het diende als doorgangskamp; gevangenen werden na verloop van tijd systematisch gedeporteerd naar grotere concentratiekampen zoals Neuengamme, Buchenwald of Sachsenhausen. Van 26 oktober 1944 tot 15 februari 1945 richtte de SS twee blokken (A en B) in als officieel satellietkamp (Außenlager) van Neuengamme. Hier werden ruim 1.300 mannelijke gevangenen gehuisvest die na bombardementen waren overgeplaatst uit het kamp Hamburg-Veddel om gedwongen arbeid te verrichten. In de beginjaren zaten er voornamelijk communisten, socialisten en andere politieke tegenstanders van het regime. Later sloot de Gestapo er ook Joden, Jehova's getuigen, verzetsstrijders, dwangarbeiders en jongeren uit de Swing-Jugend op. Tussen 1933 en 1945 zijn aantoonbaar bijna 500 personen omgekomen in het complex als direct gevolg van zware mishandeling, marteling, moord of executie. Vlak voor de bevrijding, in april 1945, ontruimde de Gestapo de gevangenis. Een groep van 71 politieke gevangenen werd toen vlak voor de aankomst van de geallieerden overgebracht naar Neuengamme en daar alsnog geexecuteerd.

Hamburg - Geilenberg

Hamburg - Geilenberg

 

Duitsland

Concentratiekamp Hamburg-Geilenberg (officieel bekend als satellietkamp Dessauer Ufer of Hamburg-Veddel) was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme.Het kamp was direct gekoppeld aan het Geilenberg-programm, een noodprogramma van het Nazi-regime om de vitale Duitse aardolie-industrie te herstellen en te beschermen na zware geallieerde bombardementen. Het kamp was gevestigd in een bakstenen pakhuis (Gasspeicher) aan de haven van Hamburg op de Kleiner Grasbrook in Veddel. Vrouwenkamp (juli – september 1944): De eerste groep gevangenen bestond uit ongeveer 1.500 Joodse vrouwen. Zij waren via Auschwitz gedeporteerd vanuit Hongarije en Tsjechië. Zij moesten zwaar dwangarbeid verrichten in de olieraffinaderijen van Hamburg en puin ruimen. Mannenkamp (september 1944 – april 1945): Nadat de vrouwen naar andere kampen werden verplaatst, bracht de SS er 2.000 mannelijke gevangenen onder. Dit waren voornamelijk politieke gevangenen en verzetsstrijders uit Nederland, België, Frankrijk en de Sovjet-Unie. De gevangenen werden ingezet voor oliebedrijven zoals Rhenania-Ossag (Shell), Ebano-Asphalt en Jung-Öl. Ze moesten bommenkraters opvullen, spoorlijnen repareren en puin ruimen onder levensgevaarlijke omstandigheden.In maart en april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerden. De overlevenden werden op dodenmarsen gestuurd of overgebracht naar het hoofdkamp Neuengamme en het kamp Fuhlsbüttel.

Hamburg - Howaldtwerke 

Hamburg - Howaldtwerke 

 

Duitsland

Het buitenkamp Hamburg (Howaldtswerke) was een van de meer dan 85 satellietkampen (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Neuengamme. Het kamp leverde dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie in de haven van Hamburg. Het kamp stond onder het directe beheer van het hoofd-concentratiekamp KZ Neuengamme, dat ten zuidoosten van Hamburg lag. De scheepswerf: Howaldtswerke Hamburg AG was een grote scheepswerf die tijdens de Tweede Wereldoorlog cruciaal was voor de Duitse oorlogsmarine (Kriegsmarine). De werf bouwde onder andere tientallen U-boten (onderzeeërs).De reden: Door de intensieve geallieerde bombardementen en een acuut tekort aan geschoolde arbeiders in 1944 sloot de SS een overeenkomst met de scheepsbouwindustrie. Concentratiekampgevangenen werden grootschalig ingezet als goedkope dwangarbeiders. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden extreem zwaar fysiek werk verrichten. Dit bestond uit het lassen van scheepsonderdelen, transport van zware materialen en het opruimen van puin na bombardementen. Huisvesting (Kamp Langer Morgen): Veel van de arbeiders die bij de Howaldtswerke werkten, zaten gevangen in het nabijgelegen kamp Langer Morgen in Hamburg-Wilhelmsburg. Bombardement: In de nacht van 22 op 23 maart 1945 voerde de Britse Royal Air Force een zwaar bombardement uit op de haven van Hamburg en Wilhelmsburg. Het kamp Langer Morgen werd hierbij vrijwel volledig met de grond gelijkgemaakt. Zeker 90 dwangarbeiders kwamen direct om het leven tijdens deze aanval, waaronder ook diverse Nederlandse gevangenen.

Hamburg - Langenhorn

Hamburg - Langenhorn

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hamburg-Langenhorn was een belangrijk vrouwenbuitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was actief tijdens de Tweede Wereldoorlog en bevond zich aan de Essener Straße in het noordelijke stadsdeel Langenhorn in Hamburg. Het was een kamp uitsluitend voor vrouwelijke gevangenen.Gevangenen: In september 1944 kwamen de eerste 500 Joodse vrouwen aan in het kamp. Zij waren voornamelijk afkomstig uit Litouwen, Polen, Tsjecho-Slowakije en Hongarije. Later werden er ook niet-Joodse Sinti en Roma en politieke gevangenen ondergebracht. De vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. Ze moesten werken in de nabijgelegen munitiefabriek van de firma Hanseatische Kettenwerk (Hak). Hier produceerden zij hulzen voor granaten. Ook voerden ze bouwwerkzaamheden uit voor de herontwikkeling van woningen in Hamburg. De omstandigheden waren erbarmelijk. De vrouwen maakten lange werkdagen van 12 uur, kregen amper te eten en werden blootgesteld aan zware mishandeling door de SS-bewakers. In april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De overlevende vrouwen werden door de SS op transport gezet naar het concentratiekamp Bergen-Belsen of overgebracht naar andere subkampen.

Hamburg - Neugraben

Hamburg - Neugraben

 

Duitsland

Het buitenkamp Hamburg-Neugraben (Außenlager Hamburg-Neugraben) was van 13 september 1944 tot 8 februari 1945 een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het barakkenkamp was specifiek ingericht voor vrouwelijke gevangenen en lag aan de Falkenbergsweg in het zuiden van Hamburg. Het kamp bood plaats aan 500 Joodse vrouwen die oorspronkelijk uit Tsjecho-Slowakije stammen. Deze vrouwen waren via het getto van Theresienstadt naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Daar selecteerde de SS hen voor zware dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie. Voordat zij in september naar Neugraben werden overgebracht, verbleven zij vanaf medio juli 1944 eerst kort in het buitenkamp Hamburg-Dessauer Ufer in de haven. De vrouwen werden onder toezicht van de SS verhuurd aan lokale bouwbedrijven (zoals de firma's Prien, Wesseloh en Malo). Hun werkzaamheden bestonden uit: Het bouwen van noodwoningen (Behelfsheimen) in de Falkenbergsiedlung. Het aanleggen van waterleidingen en straten. De productie van geprefabriceerde betonnen bouwelementen. Gevaarlijk opruimwerk in de haven en bij de olie-industrie in Hamburg-Harburg na geallieerde bombardementen. Wegens het naderen van het front werd het kamp op 8 februari 1945 ontruimd. De 500 vrouwen werden te voet of per vrachtwagen overgebracht naar het buitenkamp Hamburg-Tiefstack. Begin april 1945 volgde hun definitieve deportatie naar het beruchte concentratiekamp Bergen-Belsen, waar de overlevenden uiteindelijk door Britse troepen werden bevrijd.

Hamburg - Sasel

Hamburg - Sasel

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hamburg-Sasel was tijdens de Tweede Wereldoorlog een vrouwenbuitenkamp (KZ-Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond van september 1944 tot april 1945 en bevond zich in de wijk Sasel in het noordoosten van Hamburg. Het kamp bood plaats aan ongeveer 500 vrouwelijke gevangenen. De overgrote meerderheid bestond uit Joodse vrouwen uit Polen. Zij waren via het getto van Łódź (Litzmannstadt) en het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau naar Hamburg getransporteerd. Daarnaast verbleven er enkele Sinti en politieke gevangenen. De vrouwen werden onder erbarmelijke omstandigheden ingezet voor zware fysieke arbeid in de door bombardementen getroffen stad: Puinruimen: Het herstellen van straten en spoorwegen en het opruimen van puin in het centrum van Hamburg. Huizenbouw: Het produceren en monteren van prefab-betonelementen (Plattenhäuser) in de nabijgelegen wijk Poppenbüttel. Deze noodwoningen dienden als onderkomen voor dakloze Hamburgers. Bedrijven: Ze werden uitgebuit door private bouwbedrijven zoals Wayss & Freytag en Möller. Hoewel de vrouwen zwaar ondervoed, verzwakt en ziek waren, dwong de SS hen tot uitputtend werk. Dit leidde tot talrijke doden door uitputting en mishandeling. Op 7 april 1945 ontruimde de SS het kamp vanwege de naderende geallieerden. De resterende vrouwen werden per trein gedeporteerd naar het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Hamburg - Spaldingstraße

Hamburg - Spaldingstraße

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hamburg-Spaldingstraße was een groot buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was operationeel van oktober 1944 tot april 1945 en bevond zich midden in de Duitse stad Hamburg.

1. Locatie en HuisvestingAdres: Het kamp was gevestigd aan de Spaldingstraße 156-158 in de wijk Hamburg-Hammerbrook. De gevangenen werden ondergebracht in St. Georgsburg, een zeven verdiepingen tellend voormalig kantoorgebouw en tabakspakhuis. Dit gebouw had de geallieerde bombardementen van 1943 (Operatie Gomorrha) grotendeels overleefd, terwijl de omliggende wijk volledig was verwoest. Het gold als het grootste buitenkamp in Hamburg en diende als het administratieve hoofdkwartier voor alle overige buitenkampen in de stad.

2. Gevangenen Er zaten constant zo'n 2.000 mannelijke gevangenen opgesloten. Nationaliteiten: De gevangenen kwamen uit heel Europa, waaronder Nederland (zoals slachtoffers van de Razzia van Putten), België, Frankrijk, Polen, Italië en de Sovjet-Unie. De hygiënische omstandigheden in het overbevolkte gebouw waren rampzalig. Dit leidde tot grootschalige uitbraken van dodelijke ziektes zoals vlektyfus.

3. Dwangarbeid De gevangenen werden door het stadsbestuur van Hamburg ingezet als dwangarbeiders voor zware en levensgevaarlijke taken: Het puinruimen in de verwoeste stadswijken. Het bergen van lijken na nieuwe luchtaanvallen. Het opsporen en onschadelijk maken van blindgangers (niet-ontplofte bommen). Het herstellen van spoorlijnen voor de Reichsbahn en het graven van kabelgoten.

4. Slachtoffers en Ontruiming Door de combinatie van ondervoeding, ziektes en de gevaren van het werk zijn er in dit kamp minstens 800 gevangenen omgekomen. Begin april 1945 werd het kamp wegens de nadering van de geallieerden ontruimd. De overlevenden werden op dodemarsen gestuurd naar onder andere het krijgsgevangenenkamp Sandbostel. Executie: Op 20 april 1945 werden 24 achtergebleven Sovjet-gevangenen uit de Spaldingstraße overgebracht naar de school aan de Bullenhuser Damm en daar door de SS opgehangen, vlak nadat daar ook 20 Joodse kinderen waren vermoord.

Concentratiekamp Hamburg (Stadthaus und Untersuchungsgefängnis)

Concentratiekamp Hamburg (Stadthaus und Untersuchungsgefängnis)

 

Duitsland

Het Stadthaus en het nabijgelegen Untersuchungsgefängnis (Huis van Bewaring) aan het Holstenglacis in Hamburg waren geen zelfstandige concentratiekampen, maar vormden tussen 1933 en 1943 het centrale zenuwcentrum van de nazi-terreur in Hamburg en Noord-Duitsland. Vanuit deze locaties coördineerden de Gestapo en de politie de vervolging, marteling en deportatie van duizenden slachtoffers naar echte concentratiekampen zoals Neuengamme en Fuhlsbüttel. Het Stadthaus: Hoofdkwartier van de Gestapo Het Stadthaus deed dienst als het officiële hoofdbureau van de Hamburgse politie en als de Staatspolizeileitstelle van de Gestapo.Gevangenen werden in de kelders opgesloten en tijdens verhoren op brute wijze gemarteld om bekentenissen af te dwingen.

Seufzergang: Via deze afgesloten, historische gang der zuchten boven het Bleichenfleet werden gevangenen onzichtbaar voor het publiek van de cellen naar de verhoorkamers gebracht. Deportaties: Vanuit dit gebouw organiseerde de nazi-leiding de massale deportatie van Joden, Sinti, Roma en politieke tegenstanders.

Het Untersuchungsgefängnis (Holstenglacis) Dit justitiële Huis van Bewaring werkte nauw samen met het nazi-apparaat. Duizenden burgers die door de nazi-rechtbanken (zoals het Sondergericht) werden veroordeeld, zaten hier gevangen in afwachting van hun straf of transport. Het complex beschikte over een executieplaats waar honderden nazi-tegenstanders en verzetsstrijders met de guillotine zijn onthoofd.

Hamburg - Stülckenwerft

Hamburg - Stülckenwerft

 

Duitsland

Concentratiekamp Hamburg-Steinwerder (Stülckenwerft) was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Het operationele kamp bestond van november 1944 tot 21 april 1945 op het terrein van de scheepswerf. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid en het opruimen van oorlogsschade. De SS richtte het kamp op in samenwerking met de directie van de Stülckenwerft (H.C. Stülcken Sohn). Gevangenen moesten in dag- en nachtdiensten puin ruimen na geallieerde bombardementen en herstelwerkzaamheden uitvoeren op de werf. Het kamp huisvestte ongeveer 250 mannelijke gevangenen. Dit waren vrijwel uitsluitend Hongaarse Joden. De bewakers (Kapos) die het toezicht hielden waren voornamelijk van Duitse en Nederlandse afkomst. De gevangenen verbleven onder erbarmelijke omstandigheden direct op het werfterrein. Ze werden opgesloten op de vierde verdieping van de kesselsmederij (de zogeheten Schnürboden). Slachtoffers: Door ondervoeding, ziektes, mishandeling en de zware arbeid kwamen ten minste 79 gevangenen om het leven op het terrein van de Stülckenwerft. Op 21 april 1945 ontruimde de SS het kamp vanwege de naderende geallieerde troepen. De overlevenden werden via een dodenmars of transport overgebracht naar andere locaties, waaronder het opvangkamp Sandbostel.

Hamburg - Tiefstack

Hamburg - Tiefstack

 

Duitsland

Concentratiekamp Hamburg-Tiefstack was een buitenkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag in het havengebied van Hamburg en bestond uitsluitend uit vrouwelijke gevangenen. Het kamp bestond zeer kort, van begin februari 1945 tot begin april 1945. Ongeveer 500 Joodse vrouwen uit Tsjecho-Slowakije werden hier vastgehouden. Zij werden overgeplaatst vanuit het buitenkamp Hamburg-Neugraben. Kampleider: De leiding was in handen van SS-Hauptscharführer Friedrich-Wilhelm Kliem. De vrouwen moesten zwaar fysiek werk verrichten voor de oorlogsindustrie en het herstellen van de infrastructuur in het havengebied. Begin april 1945 werd het kamp ontruimd. De overlevende vrouwen werden getransporteerd naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Het  kampterrein lag aan een kanaal in de wijk Tiefstack. Het was gebouwd op grondgebied van twee private bedrijven.

Hamburg - Wandsbek

Hamburg - Wandsbek

 

Duitsland

Concentratiekamp Hamburg-Wandsbek was een buitencommando (Aussenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Dit kamp lag aan de Ahrensburger Straße 162 in het stadsdeel Wandsbek in Hamburg en functioneerde specifiek als een dwangarbeidskamp voor vrouwen tussen de zomer van 1944 en mei 1945. Het kamp bood uitsluitend plaats aan vrouwelijke gevangenen. In juni 1944 arriveerde het eerste transport met ongeveer 500 vrouwen vanuit concentratiekamp Ravensbrück. De gevangenen werden ingezet voor oorlogsgerelateerde productie. Ze moesten onder zware omstandigheden gasmaskers produceren voor het bedrijf Drägerwerk AG.Het kamp werd in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog ontruimd bij de nadering van de geallieerde troepen.

Hamburg - Wilhelmsburg

Hamburg - Wilhelmsburg

 

Duitsland

Arbeitserziehungslager (AEL) Langer Morgen (ook wel bekend als AEL Wilhelmsburg). Hoewel de nazi-termen verschilden, functioneerde dit kamp in de praktijk onder net zo gruwelijke omstandigheden als een concentratiekamp. Langer Morgen Het was een disciplineringskamp dat niet onder de SS viel, maar direct onder de regionale nazi-geheime politie, de Gestapo Hamburg. Het kamp bevond zich tussen april 1943 en maart 1945 in het havengebied aan de Blumensand op de Hohe Schaar in Hamburg-Wilhelmsburg. Het kamp was primair bedoeld om (buitenlandse) dwangarbeiders te disciplineren. Arbeiders die door nazi-bedrijven werden beschuldigd van werkweigering, luidruchtig gedrag of pogingen tot vluchten, werden hier opgesloten. Duur van de opsluiting: In theorie was de detentie beperkt tot maximaal 56 dagen. Het doel was om gevangenen fysiek en mentaal te breken, waarna zij als gediplomeerd en afgeschrikt terug moesten keren naar hun oorspronkelijke fabriek om daar de rest van de arbeiders te intimideren. Slachtoffers: In totaal hebben circa 5.000 gevangenen in Wilhelmsburg vastgezeten. Velen overleefden de brute mishandelingen, het hongerrantsoen en de zware dwangarbeid niet. Ten minste honderden gevangenen zijn ter plekke omgekomen of direct doorgeplaatst naar concentratiekamp Neuengamme.

Hammerbrook

 

Duitsland

Kamp Hammerbrook (officieel Außenlager Hamburg-Hammerbrook of Spaldingstraße) was van oktober 1944 tot april 1945 het grootste buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme.  De gevangenen zaten in het gebouw Georgsburg aan de Spaldingstraße 152-162.Inrichting: Dit was een voormalig pakhuis voor tabak. De SS huisvestte ruim 2.000 gevangenen verdeeld over zeven etages. Het centrum van de wijk Hamburg-Hammerbrook was door zware geallieerde bombardementen in juli 1943 volledig verwoest en tot Sperrgebiet verklaard. De gevangenen hadden diverse nationaliteiten, waaronder veel Nederlanders. Gevangenen deden zwaar en gevaarlijk werk in opdracht van de stad Hamburg. Taken: Ze moesten puin ruimen, spoorwegen herstellen en niet-ontplofte bommen opgraven. De omstandigheden waren erbarmelijk door honger, mishandeling en ziektes, waardoor honderden gevangenen stierven. In april 1945 ontruimde de SS het kamp vanwege de naderende geallieerden. Gevangenen werden overgebracht naar het hoofdkamp Neuengamme of direct op dodenmarsen gestuurd.

Concentratiekamp Hammerstein

 

Polen

Concentratiekamp Hammerstein was een van de vroege nazi-concentratiekampen, opgericht in maart 1933 in de toenmalige Duitse provincie Pommeren (tegenwoordig Czarne in Polen). Het kamp werd officieel erkend en gefinancierd door het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken om politieke tegenstanders van het nazi-regime op te sluiten. Opgezet direct na de machtsovername door Adolf Hitler. Het diende voor de detentie van voornamelijk Duitse communisten en socialisten. Het vroege concentratiekamp werd na enkele maanden alweer gesloten. Het terrein bleef wel in militair gebruik. Stalag II-B (1939–1945): Bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog werd de locatie omgevormd tot het grote krijgsgevangenkamp Stalag II-B. Gevangenen tijdens de Tweede WereldoorlogNa de transformatie tot Stalag II-B hield het Duitse leger hier honderdduizenden krijgsgevangenen vast: Poolse militairen: De eerste grote groep gevangenen na de invasie van Polen in september 1939. Hieronder bevonden zich ook veel Joodse soldaten uit het Poolse leger. Franse en Belgische soldaten: Gevangengenomen tijdens de West-Europese campagne in 1940. Sovjet-soldaten: Vanaf 1941 werden grote aantallen militairen van het Rode Leger onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. De sterftecijfers onder deze groep waren extreem hoog door honger en ziekte. Amerikaanse soldaten: In de latere oorlogsjaren werden ook veel Amerikaanse militairen in het kamp ondergebracht. Het kamp werd in februari 1945 ontruimd en bevrijd door het oprukkende Rode Leger.

Concentratiekamp Hancewicze

Concentratiekamp Hancewicze

 

Wit Rusland

Kamp Hancewicze (tegenwoordig Hantsavichy in Wit-Rusland) was geen regulier concentratiekamp, maar een Duits dwangarbeidskamp voor Joden dat bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in de herfst van 1941 door de nazi-bezetter opgericht. De gevangenen waren voornamelijk jonge Joodse mannen en tieners tussen de 14 en 60 jaar oud. Zij werden gedeporteerd uit omliggende steden en getto's in de regio, zoals Lenin, Mikaszewicze, Łachwa en Pohost Zahorodski. Gevangenen moesten onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichten in een legerkamp van de Duitse Wehrmacht en aan de lokale infrastructuur.  Grote groepen Joden uit het kamp en de directe omgeving zijn door de nazi's (waaronder eenheden van de Security Police en de SD uit Pińsk) geëxecuteerd in de omliggende bossen, onder andere bij de Yasinskaya-open plek en de Piaski-vlakte. De massale wreedheden en de uitroeiing van Joden in deze regio drongen al vroeg in de oorlog door tot de geallieerden. Op 26 juni 1942 noemde de BBC-radio vanuit Londen specifiek Hancewicze in een uitzending over de massale vernietiging van Joden op Pools en Russisch grondgebied.

Hannover - Ahlem

Hannover - Ahlem

 

Duitsland

Concentratiekamp Hannover-Ahlem was een wreed nationaalsocialistisch buitenkamp (A 12) van het hoofdconcentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond van 30 november 1944 tot 6 april 1945 in het stadsdeel Ahlem in Hannover, Duitsland. Inzet van dwangarbeiders voor de ondergrondse oorlogsindustrie. Gevangenen: Ongeveer 1.500 mannen, hoofdzakelijk Joodse gevangenen uit Polen (oorspronkelijk uit het getto van Łódź en Auschwitz), later aangevuld met Sovjet-krijgsgevangenen en andere nationaliteiten. Slachtofferaantal: Tussen de 230 en 850 gevangenen kwamen om het leven door de extreme omstandigheden. Gevangenen moesten ondergronds gangenstelsels en tunnels graven in de lokale asfaltmijnen. Dit gebeurde onder de dekmantel Project A 12. De ruimtes waren bedoeld om de productie van bedrijven zoals Continental Gummi-Werke AG (rubber en banden) en Maschinenfabrik Niedersachsen Hannover te beschermen tegen geallieerde bombardementen. Het werk in de koude, vochtige tunnels was levensgevaarlijk. Gevangenen leden aan zware mishandeling door kapo's en SS-bewakers, acute hongersnood, bevriezing en besmettelijke ziektes.Vanwege de naderende geallieerden ontruimde de SS het kamp op 6 april 1945. Ruim 600 gevangenen die nog konden lopen, werden op een dodenmars naar concentratiekamp Bergen-Belsen gestuurd.De achtergebleven zieke en stervende gevangenen in Ahlem werden op 10 april 1945 bevrijd door de 84e Infanteriedivisie van het Amerikaanse leger. Onder de Amerikaanse militairen die hierbij aanwezig waren, bevond zich de latere minister Henry Kissinger.

Hannover - Langenhagen

Hannover - Langenhagen

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hannover-Langenhagen was een bijkamp van het concentratiekamp Neuengamme dat functioneerde van 2 oktober 1944 tot 6 januari 1945. Het kamp lag in de buurt van Hannover en bood uitsluitend plaats aan vrouwelijke gevangenen die werden ingezet als dwangarbeidsters in de lokale oorlogsindustrie voornamelijk Poolse en Russische vrouwen. Veel vrouwen werden via de opstand van Warschau en de kampen Auschwitz en Stutthof naar Langenhagen getransporteerd. De vrouwen werkten in de fabrieken van Brinker Eisenwerk voor de productie van vliegtuigonderdelen en munitie. Een geallieerd bombardement vernietigde het kamp begin januari 1945. De overlevende vrouwen werden overgebracht naar het bijkamp Hannover-Limmer.

Hannover - Limmer

Hannover - Limmer

 

Duitsland

Concentratiekamp Hannover-Limmer was tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijk vrouwenbuitenkamp (satellietkamp) van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond van einde augustus 1944 tot 6 april 1945 en was gevestigd aan de Wunstorfer Straße in Hannover, direct naast de Continental-rubberfabriek. Het kamp startte officieel onder het beheer van concentratiekamp Ravensbrück toen op 24 juni 1944 een transport met 266 vrouwen (voornamelijk Franse en Russische verzetsstrijders) arriveerde. Op 1 september 1944 droeg Ravensbrück de leiding over aan concentratiekamp Neuengamme. Ontworpen voor circa 300 personen, groeide de populatie begin 1945 uit tot meer dan 1.000 vrouwen. Dit kwam door de toestroom van gevangenen uit andere kampen en de evacuatie van het gebombardeerde kamp Hannover-Langenhagen. De nieuwe groepen bestonden grotendeels uit Poolse vrouwen die waren opgepakt tijdens de Opstand van Warschau. De vrouwen werden onder zware omstandigheden ingezet voor de Duitse oorlogseconomie: Gasmaskers: Productie en reparatie van volksgasmaskers voor het Brandt-Geräte-Programm in de Continental-fabriek. Munitie en Vliegtuigen: Productie van munitie en vliegtuigonderdelen bij de Brinker Eisenwerke. Puinruimen: Het rücksichtslos opruimen van geallieerd bommenpuin in de zwaar getroffen binnenstad van Hannover. Op 6 april 1945 ontruimde de SS, onder leiding van kampcommandant Otto Thümmel, het kamp vanwege de naderende geallieerde troepen. De vrouwen moesten te voet op een dodenmars naar Bergen-Belsen vertrekken, waar zij op 8 april aankwamen. Velen stierven daar vlak voor of na de bevrijding door uitputting en ziektes. Achterblijvers: Ongeveer 80 zieke vrouwen die niet konden lopen bleven achter in Limmer. Zij werden op 10 april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen.

Hannover - Linden

Hannover - Linden

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Hannover-Linden (officieel bekend als Hannover-Mühlenberg) was een nazi-buitenkamp (Außenlager) van het Concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond slechts twee maanden, van 3 februari tot 6 april 1945, in het stadsdeel Oberricklingen in Hannover. Het kamp fungeerde als opvangkamp voor 500 Joodse mannen (hoofdzakelijk uit Polen en Hongarije). Zij werden hierheen getransporteerd na de ontruiming van het kamp Laurahütte, een buitenkamp van Auschwitz-Monowitz. Bij aankomst waren de gevangenen door een barre transporttocht van zes dagen al extreem verzwakt. De gevangenen moesten in loodsen werken voor de Hannoversche Motoren AG (Hanomag). In loodsen op het fabrieksterrein produceerden zij in zware 12-uursploegendiensten luchtafweerkanonnen. De gevangenen sliepen in vier houten barakken. Deze barakken misten vaak ramen en deuren en de sanitaire voorzieningen waren kapot. Dit leidde, in combinatie met systematische ondervoeding, tot een extreem hoog sterftecijfer. Minstens 79 gevangenen stierven in deze korte periode door uitputting en mishandeling. Toen de geallieerden Hannover naderden, ontruimde de SS het kamp op 6 april 1945:Dodenmars: Gevangenen die nog konden lopen, werden op een dodenmars gestuurd naar het Concentratiekamp Bergen-Belsen. Gevangenen die tijdens de tocht instortten, werden direct door SS-bewakers doodgeschoten. Zij bereikten Bergen-Belsen op 8 april. Ongeveer 50 doodzieke gevangenen bleven achter in de ziekenboeg. Zij werden op de dag van de ontruiming door terugkerende SS-ers met een nekschot vermoord. Ongeveer 100 andere verzwakte gevangenen overleefden en werden op 10 april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen.

Hannover - Misburg

Hannover - Misburg

 

Duitsland

Concentratiekamp Hannover-Misburg was een nationaalsocialistisch buitenkamp van het Concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was in gebruik van 26 juni 1944 tot 8 april 1945 en lag in Hannover, Duitsland. Gevangenen verrichtten zware dwangarbeid voor het opruimen en herstellen van de olieraffinaderij Deutsche Erdölraffinerie (Deurag-Nerag) na geallieerde bombardementen. Het kamp huisvestte gemiddeld 1000 tot 1200 mannelijke gevangenen van verschillende nationaliteiten. De leefomstandigheden waren extreem slecht door ondervoeding, ziektes en zwaar fysiek werk in de gevaarlijke puinhopen. Vlak voor de bevrijding stuurde de SS de gevangenen op een dodenmars richting het hoofdkamp of Bergen-Belsen.

Hannover - Stöcken Accumulatorenwerk

Hannover - Stöcken Accumulatorenwerk

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Hannover-Stöcken (Accumulatoren-Fabrik) was een belangrijk nazi-buitenkamp (Außenlager) van het Concentratiekamp Neuengamme. Het operationele kamp bestond van 19 juli 1943 tot 8 april 1945. Gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeider onder extreem zware en giftige omstandigheden. Dwangarbeid voor de Accumulatoren-Fabrik AG (AFA), de voorloper van de bekende batterijfabrikant VARTA. Productie: Fabricage van loodaccu's voor Duitse onderzeeërs (U-boten) en militaire voertuigen.Ongeveer 1.500 mannelijke gevangenen uit onder andere Frankrijk, Polen, de Sovjet-Unie, België en Denemarken. Extreem dodelijk door constante blootstelling aan giftige looddampen en zwavelzuur, zonder enige bescherming. Bij de nadering van geallieerde troepen in april 1945 werd het kamp ontruimd. De uitgeputte gevangenen moesten lopen naar Bergen-Belsen, wat velen niet overleefden.

Hannover - Stöcken Continental-Werke

Hannover - Stöcken Continental-Werke

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hannover-Stöcken (Continental) was een wreed mannenbuitenkamp van het Concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond voor een korte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gevangenen werden ingezet als slavenarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp bestond van 7 september 1944 tot 30 november 1944.Locatie: Het kamp lag in het stadsdeel Stöcken in Hannover, direct ten westen van de Stelinger Straße. Het bevond zich direct naast de fabriek Continental-Werke Nordhafen. Het werd gebouwd op de plek van een voormalig barakkenkamp voor buitenlandse dwangarbeiders. De bouwafdeling van Continental AG ontwierp de plannen voor het kamp. In nauwe samenwerking met de SS werd er een drie meter hoog elektrisch hek en een zichtscherm omheen gebouwd. Op 7 en 8 september 1944 kwamen er ongeveer 1.000 Joodse mannen aan. Zij waren afkomstig uit het getto van Łódź (Litzmannstadt) en via het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau geselecteerd voor dwangarbeid. De reeds verzwakte mannen moesten in slopende dag- en nachtdiensten van 12 uur werken. Zij produceerden rubber voor auto- en vliegtuigbanden ten behoeve van de Duitse Wehrmacht. Zeker 55 gevangenen stierven direct in het kamp door uitputting, mishandeling en de inhumane omstandigheden. Gevangenen die te ziek of te zwak waren om te werken, werden teruggestuurd naar het hoofdkamp Neuengamme. Ongeveer 85 van hen hebben dat transport niet overleefd. De leiding lag in handen van SS-Unterscharführer Otto Tull Harder. Hij was voor de oorlog een bekende en populaire voetballer bij Hamburger SV. Bewaking: Harder voerde het bevel over circa 60 SS'ers die verantwoordelijk waren voor de brute mishandelingen. Daarnaast hielpen beruchte Kapo's (gevangenen die toezicht hielden) mee aan het handhaven van het terreurregime. Op 30 november 1944 werd het kamp gesloten. De overlevende gevangenen moesten een circa 5 kilometer lange mars lopen naar het nieuw opgerichte buitenkamp Hannover-Ahlem (A 12). Daar moesten ze ondergronds verder werken aan de productie van vliegtuig- en tankonderdelen voor Continental. Ook kampcommandant Harder en zijn bewakers verhuisden mee naar Ahlem.

Concentratiekamp Hannsdorf

Concentratiekamp Hannsdorf

 

Tsjechie

Concentratiekamp Hannsdorf (vandaag de dag Hanušovice in Tsjechië) was een nazi-dwangarbeidskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde als een subkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Gevangenen in Hannsdorf werden primair ingezet als dwangarbeiders in de lokale textielindustrie, waaronder een grote katoenspinnerij en textielfabriek. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse gevangenen, waaronder veel jonge vrouwen die vanuit getto's in bezet Polen (zoals het getto van Sosnowiec of Będzin) werden gedeporteerd omdat zij fysiek in staat werden geacht om zwaar fabriekswerk te verrichten. Voordat het officieel onder het beheer van het Concentratiekamp Gross-Rosen viel, was het weefsel van dergelijke werkkampen in deze regio (Silezië en het Sudetenland) vaak verbonden aan de Dienststelle Schmelt (Organisatie Schmelt), die Joodse dwangarbeid exploiteerde voor Duitse bedrijven. Gedurende 1943 en 1944, toen de nazi's kampen begonnen te reorganiseren en ontruimen, werden veel gevangenen vanuit Hannsdorf overgeplaatst naar nabijgelegen subkampen van Gross-Rosen, zoals Parschnitz, Bernsdorf of Ober Altstadt. Het gebied werd uiteindelijk in mei 1945 door het Rode Leger bevrijd.

Concentratiekamp Hansewitsche

Concentratiekamp Hansewitsche

 

Wit Rusland

Kamp Hansewitsche (Duitse spelling voor het Wit-Russische/Poolse Hancewicze of Hantsavichy) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp lag in het toenmalige Generalkommissariat Weissruthenien (het door nazi-Duitsland bezette Wit-Rusland, destijds behorend tot het Poolse district Polesie). Het kamp werd in het najaar van 1941 of april 1942 opgericht door de Duitse bezetter. Het deed voornamelijk dienst als werkkamp waar gevangenen zware dwangarbeid moesten verrichten voor het Duitse leger, waaronder het aanleggen van wegen door moerasgebieden en spoorwegarbeid. De populatie bestond grotendeels uit jonge Joodse mannen en tieners die waren gedeporteerd uit omliggende getto's en dorpen, zoals Lenin, Pohost Zahorodzki en Deniskowicze. De opstand en vlucht (14 augustus 1942): Het kamp is historisch met name bekend vanwege een grote, gecoördineerde opstand. Toen de gevangenen hoorden dat ze geliquideerd zouden worden, ontsnapten ruim 300 Joodse dwangarbeiders massaal uit het kamp richting de omliggende bossen. Velen van hen sloten zich naderhand aan bij de Sovjet-partizanen. Degenen die achterblijven of tijdens de vlucht werden gepakt, werden door de SS en lokale hulptroepen ter plekke doodgeschoten. Na de opstand en opeenvolgende moordpartijen bleef het kamp in afgeslankte vorm of onder directe legercontrole bestaan tot de definitieve sluiting in juni 1944, toen het Rode Leger het gebied heroverde.

Concentratiekamp Hańsk

Concentratiekamp Hańsk

 

Polen

Het nazi-dwangarbeidskamp Hańsk (vaak aangeduid als kamp Hańsk of Hańsk-Dwór) was een Duits werkkamp in de Poolse woiwodschap Lublin dat operationeel was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het maakte deel uit van een groter netwerk van dwangarbeidskampen in de regio rondom de gemeente Gmina Hańsk, waaronder het nabijgelegen hoofdwerkkamp Krychów, Osowa en Ujazdów. Het kamp werd in het voorjaar van 1940 geopend door de Duitse civiele administratie. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid in het kader van het nazi-kolonisatieproject Generalplan Ost. De gevangenen moesten voornamelijk moerassen droogleggen, irrigatiekanalen graven en rivieren reguleren in de regio. De populatie bestond grotendeels uit Joden uit Polen (onder andere uit het Getto van Warschau), Slowakije, Duitsland en Tsjechië. Ook Roma en lokale Poolse boeren werden er gevangen gehouden. De omstandigheden waren erbarmelijk. Er heerste hongersnood, mishandeling en dodelijke ziektes zoals vlektyfus. Gevangenen die door uitputting of ziekte niet meer konden werken, werden direct afgevoerd. In de zomer en het najaar van 1943 werd het kamp definitief geliquideerd. De overlevenden van het kamp werden grotendeels te voet of per kar getransporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Sobibór om daar in de gaskamers te worden vermoord.

Concentratiekamp Hanušovce nad Topľou

Concentratiekamp Hanušovce nad Topľou

 

Slowakije

Hanušovce nad Topľou was een Slovaaks dwangarbeiderskamp dat tussen 1941 en 8 november 1943 functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp stond onder leiding van de met nazi-Duitsland collaborerende Eerste Slowaakse Republiek. Het was geen vernietigingskamp, maar een werkkamp dat specifiek was opgezet voor de vervolging en uitbuiting van minderheden, hoofdzakelijk van de Roma-bevolking. Van de ongeveer 750 gevangenen bestond 95 procent uit Roma (met name mannen). Daarnaast zaten er Joodse gevangenen en politieke tegenstanders geïnterneerd. De gevangenen werden ingezet voor de zware fysieke aanleg van de strategische spoorlijn tussen Prešov en Strážske en infrastructurele wegenbouw. Het kamp stond bekend als een van de locaties met de slechtste levensomstandigheden in Slowakije. Ongeveer 90 procent van de arbeiders had geen ondergoed, 70 procent liep op blote voeten en het eten was structureel ontoereikend. Het kamp werd officieel op 8 november 1943 gesloten nadat de lokale infrastructuurprojecten waren afgerond. Veel overlevenden werden daarna naar andere kampen verplaatst of bleven het doelwit van de latere deportaties.

Hardehausen

Hardehausen

 

Duitsland

Concentratiekamp Hardehausen was geen zelfstandig hoofdcomplex, maar een Außenlager (buitencommando) van het concentratiekamp Buchenwald. Het subkamp bestond van december 1944 tot eind maart 1945 in het voormalige cisterciënzerklooster Kloster Hardehausen, gelegen nabij Warburg in Noordrijn-Westfalen. Het nazi-elite-internaat Nationalpolitische Erziehungsanstalt (Napola) Bensberg moest in november 1944 vluchten voor oprukkende geallieerde troepen. De nazi's verplaatsten deze school inclusief het bijbehorende gevangenencommando naar Kloster Hardehausen. Aanvankelijk startte het commando met 10 dwangarbeiders. In februari 1945 groeide dit aantal naar 40 man. De populatie bestond hoofdzakelijk uit Tsjechische en Russische gevangenen. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid op het kloosterterrein ten dienste van de nazi-elite-school. Het kamp was strikt afgesloten door een twee meter hoge stenen kloostermuur. De gevangenen sliepen op de bovenste verdieping van een graanschuur, waar de nazi's de ruimtes met metalen deuren hadden beveiligd. De kampleiding kortte de voedselrantsoenen systematisch in en mishandelde de gevangenen. Eind maart 1945 dreef de SS de overlevende gevangenen tijdens een dodenmars terug naar het hoofdkamp Buchenwald.

Concentratiekamp Hardt

Concentratiekamp Hardt

 

Polen

Kamp Hardt (ook bekend als Camp Hardt) was een nazi-werkkamp nabij Poznań (Posen) in het bezette Polen. Het functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een vroeg dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen. In het voorjaar van 1941 (rond april) startte de grootschalige deportatie van Joodse mannen vanuit nabijgelegen getto's, zoals het Krosniewice-getto, per veewagons naar dit kamp. Hoewel de houten barakken destijds nieuw oogden, waren de omstandigheden extreem zwaar. Gevangenen kregen nauwelijks voedsel, werden sadistisch mishandeld door de SS en bezweken massaal aan uitputting en de vrieskou door een gebrek aan brandstof. Het kamp diende puur voor uitbuiting via dwangarbeid. Gevangenen moesten non-stop fysiek zwaar werk verrichten om te overleven. Veel overlevenden van Kamp Hardt werden begin 1942 (rond februari) doorgevoerd naar grotere concentratiekampen zoals Gross-Rosen en uiteindelijk Auschwitz. Het kamp staat bekend als de eerste harde introductie in het nazi-kampsysteem voor Joden uit die regio.

Harima

 

Japan

Kamp Harima (officieel bekend als Osaka 7D) was een Japans krijgsgevangenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de plaats Aioi in de Japanse prefectuur Hyōgo. Krijgsgevangenkamp voor geallieerde militairen. Locatie: Aioi, nabij de stad Osaka op het Japanse hoofdeiland. Operationeel: Van 8 december 1942 tot 20 mei 1945.Andere aanduidingen: Begon als Harima Branch camp, later hernoemd naar Osaka 6B, Osaka 6D en uiteindelijk Osaka 7D. Ongeveer 400 Nederlandse krijgsgevangenen, voornamelijk militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), die na de val van Nederlands-Indië naar Japan werden getransporteerd. De gevangenen verbleven eerst in een bakstenen gebouw van twee verdiepingen. Later verhuisden zij naar houten barakken die zeer tochtig en koud waren. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeider op de lokale scheepswerf van de Harima Shipbuilding Company. Net als in andere Japanse kampen leden de gevangenen onder zware fysieke arbeid, ondervoeding, ziektes en een gebrek aan medische verzorging. Dit leidde tot diverse sterfgevallen onder de gevangenen.

Hark

Hark

 

Algemeen

HARK was een organisatie die in het najaar van 1944 werd opgericht in het bevrijde zuiden van Nederland om hulp te bieden aan de bevolking. Doel: De organisatie hield zich bezig met het inzamelen van kleding, schoeisel en gereedschap voor de wederopbouw en het lenigen van de nood.

Concentratiekamp Harmanschlag

Concentratiekamp Harmanschlag

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Harmanschlag (officieel een Zwangsarbeitslager für ungarische Juden) was een nazi-dwangarbeidskamp in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk. Het kamp bevond zich in het dorp Harmanschlag, dat tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Sankt Martin in het district Gmünd, vlak bij de Tsjechische grens. Het was specifiek ingericht als een dwangarbeidskamp voor Hongaarse Joden (Zwangsarbeitslager für ungarische Juden). Vanaf 1944 werden tienduizenden Hongaarse Joden naar het toenmalige Duitse Rijk (inclusief Oostenrijk) gedeporteerd om onder erbarmelijke omstandigheden te worden ingezet voor zware fysieke arbeid. De gevangenen bezweken vaak aan uitputting, ondervoeding en medische verwaarlozing. Een bekend slachtoffer dat hier stierf en in de herfst van 1944 in Harmanschlag werd begraven, was de orthodoxe rabbijn Yitzchak (Ignatz) Rosenberg.

Harmense = Harmeze

Harmense = Harmeze

 

Polen

Geflügelfarm Harmense was een buitenkamp van Auschwitz gelegen in het Poolse dorp Harmęże. Het kamp, dat actief was van december 1941 tot januari 1945, lag ongeveer 2 km van Birkenau en werd gebruikt als SS-landbouwbedrijf (pluimvee, konijnen, vissen).Harmęże (Duitse benaming: Harmense) nabij Oświęcim.Type: Buitenkamp (Aussenlager) van Auschwitz I. Landbouw- en kippenboerderij van de SS, vaak aangeduid als Geflügelfarm Harmense. Ongeveer 70 tot 150 gevangenen, waaronder vrouwen.

Haroekoe

 

Molukken

Het kamp op Haroekoe was een berucht Japans krijgsgevangenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij het dorp Pelauw op het Molukse eiland Haroekoe. Het kamp bestond van 5 mei 1943 tot 1 augustus 1944. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden een militair vliegveld aanleggen. Het eiland Haroekoe, gelegen ten oosten van Ambon in Nederlands-Indië. Dwangarbeid voor de aanleg van een Japanse startbaan. Ongeveer 3.000 Britse en Nederlandse krijgsgevangenen. Slachtoffers: Ruim 1.000 gevangenen stierven door uitputting, mishandeling en ziektes zoals dysenterie en beriberi. De omstandigheden in het kamp behoorden tot de slechtste van de Indische archipel. Er was een structureel tekort aan voedsel, schoon drinkwater en medische verzorging. De Japanse kampleiding en Koreaanse bewakers pasten zware fysieke mishandelingen toe bij de dwangarbeid.

Hartheim

Hartheim

 

Oostenrijk

Euthanasiecentrum Hartheim (gevestigd in Slot Hartheim te Alkoven, Oostenrijk) was officieel geen zelfstandig concentratiekamp, maar een nazi-vernietigingsinstituut en een van de beruchtste locaties voor de uitvoering van het nazi-euthanasieprogramma Aktion T4. Tussen 1940 en 1944 werden hier ruim 30.000 mensen systematisch vermoord door vergassing. In de eerste fase (1940-1941) diende het kasteel als een van de zes centrale moordlocaties voor lichamelijk en geestelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten en bewoners van verpleeghuizen. Aktion 14f13: Vanaf 1941 werd het instituut ingezet om zieke, uitgeputte of als arbeidsongeschikt beschouwde gevangenen uit omliggende concentratiekampen te elimineren. Slachtofferstromen: Gevangenen werden met bussen aangevoerd vanuit kampen zoals Mauthausen, Gusen, Ravensbrück en Dachau. Nederlandse slachtoffers Razzia's van 1941: Meer dan honderd Joodse mannen die in februari 1941 in Amsterdam waren opgepakt (wat leidde tot de Februaristaking), zijn via de kampen Buchenwald en Mauthausen naar Hartheim getransporteerd. Moordmethode: Zij werden direct na aankomst in de gaskamer van het slot omgebracht.

Schloss Hartheim

 

Oostenrijk

Euthanasiecentrum Hartheim (gevestigd in Slot Hartheim te Alkoven, Oostenrijk) was officieel geen zelfstandig concentratiekamp, maar een nazi-vernietigingsinstituut en een van de beruchtste locaties voor de uitvoering van het nazi-euthanasieprogramma Aktion T4. Tussen 1940 en 1944 werden hier ruim 30.000 mensen systematisch vermoord door vergassing. In de eerste fase (1940-1941) diende het kasteel als een van de zes centrale moordlocaties voor lichamelijk en geestelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten en bewoners van verpleeghuizen. Aktion 14f13: Vanaf 1941 werd het instituut ingezet om zieke, uitgeputte of als arbeidsongeschikt beschouwde gevangenen uit omliggende concentratiekampen te elimineren. Slachtofferstromen: Gevangenen werden met bussen aangevoerd vanuit kampen zoals Mauthausen, Gusen, Ravensbrück en Dachau. Nederlandse slachtoffers Razzia's van 1941: Meer dan honderd Joodse mannen die in februari 1941 in Amsterdam waren opgepakt (wat leidde tot de Februaristaking), zijn via de kampen Buchenwald en Mauthausen naar Hartheim getransporteerd. Moordmethode: Zij werden direct na aankomst in de gaskamer van het slot omgebracht.

Hartmannsdorf

Hartmannsdorf

 

Duitsland/Polen

Onder de naam Hartmannsdorf bestonden tijdens de Tweede Wereldoorlog twee belangrijke Duitse kamplocaties: een subkamp van concentratiekamp Gross-Rosen en een groot krijgsgevangenenkamp (Stalag IV-F).

1. Concentratiekamp Hartmannsdorf (Subkamp Gross-Rosen) Dit was een officieel nazi-concentratiekamp. Moederkamp: Het maakte als buitenkamp (Aussenlager) deel uit van het grote Concentratiekamp Gross-Rosen. Locatie: Gelegen in Hartmannsdorf bij de textielfabriek (het huidige Miłoszów in Polen, vlak bij de Tsjechische grens).Periode: Geopend in april 1944.Gevangenen: Er verbleven ongeveer 1.000 mannelijke gevangenen, voornamelijk Polen, Sovjets en Tsjechen. Er zat ook een kleinere groep Fransen, Italianen en Nederlanders. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeider voor de bouw van het kamp en de lokale oorlogsindustrie.

2. Stalag IV-F Hartmannsdorf (Krijgsgevangenenkamp) Vaak wordt de naam Hartmannsdorf in historische bronnen ook gekoppeld aan dit grote kamp van de Wehrmacht. Type kamp: Een Mannschaftsstammlager (Stalag) voor krijgsgevangenen, niet voor politieke of raciale deportaties. Gelegen in de gemeente Hartmannsdorf in Saksen, Duitsland (nabij Chemnitz). Dit was een zeer groot kamp dat in juni 1944 meer dan 48.000 gevangenen huisvestte. Hoofdzakelijk Franse en Sovjet-militairen. Er verbleven ook Nederlandse militairen.

Harzungen

 

Duitsland

Concentratiekamp Harzungen (codenaam Hans) was een nazi-buitenkamp in het Duitse dorp Harzungen. Het was actief tussen 1 april 1944 en 4 april 1945. Het kamp functioneerde eerst als buitenkamp van Buchenwald. Later werd het het op twee na grootste buitenkamp van het zelfstandige complex Mittelbau-Dora. Gebouwd als huisvesting voor Duitse civiele arbeiders. Direct omgevormd tot een met prikkeldraad omringd barakkenkamp voor gevangenen. Project B-3a: Gevangenen groeven tunnels onder de Himmelsberg nabij Woffleben. Dit diende voor de ondergrondse verplaatsing van de Duitse oorlogsindustrie. De dwangarbeiders werden ingezet voor onder andere de wapenfabriek Junkers Flugzeug- und Motorenwerke AG. Het kamp herbergde gedurende zijn bestaan rond de 4.000 tot 5.000 gevangenen. Nationaliteiten: De meerderheid bestond uit politieke gevangenen uit Rusland, Polen, Frankrijk en België. Er verbleven naar schatting 750 Belgische gevangenen. Zeker 556 gevangenen kwamen om in het kamp. Dit was het directe gevolg van de brute omstandigheden en het zware werk in de tunnels. Op 4 april 1945 ontruimde de SS het kamp wegens de naderende geallieerden. Ongeveer 4.500 gevangenen werden per trein naar Bergen-Belsen getransporteerd. Een groep van 2.000 gevangenen moest een dodenmars over de Harz afleggen. De uiteindelijke bevrijding volgde medio april 1945 door Britse en Amerikaanse troepen.

Concentratiekamp Hasenheide

Concentratiekamp Hasenheide

 

Polen

Hasenheide

Concentratiekamp Hasenheide

 

Duitsland

Hasenheide de term is nauw verbonden met KZ Columbia (ook bekend als KZ Columbia-Haus), een van de eerste en beruchtste vroege nazi-concentratiekampen in Berlijn. Het kamp lag aan de Columbiadamm in de wijk Tempelhof-Kreuzberg, direct aan de noordkant van het vliegveld Tempelhof en grenzend aan het Volkspark Hasenheide. Vanwege deze directe ligging aan de Hasenheide werd de locatie in de volksmond of in vroege getuigenissen soms met deze naam aangeduid. Oprichting (1933): Het gebouw werd oorspronkelijk in 1896 gebouwd als een militaire gevangenis. In het voorjaar van 1933 nam de Gestapo het complex in gebruik als gevangenis en martellocatie voor politieke tegenstanders. Erkenning als KZ (1934): Vanaf december 1934 werd het officieel een concentratiekamp onder het beheer van de SS. Het diende onder andere als opleidingsinstituut voor SS-kampbewakers die later in grotere kampen werden ingezet.Sluiting (1936): Het kamp werd in 1936 gesloten en afgebroken om ruimte te maken voor de grootschalige nieuwbouw van de Luchthaven Tempelhof. De overgebleven gevangenen werden overgebracht naar het nieuw gebouwde Concentratiekamp Sachsenhausen. In het kamp werden voornamelijk communisten, sociaaldemocraten, joden en queer personen gevangengezet en zwaar mishandeld

Haslach

Haslach

 

Duitsland

De concentratiekampen in Haslach im Kinzigtal (Zwarte Woud) waren drie subkampen van Natzweiler-Struthof, opgericht in september 1944 voor de ondergrondse verplaatsing van wapenfabrieken. Ongeveer 1700 gevangenen uit 20 landen werden hier gedwongen tewerkgesteld. De drie kampen waren bekend als Sportplatz, Kinzigdamm en Vulkan (gevestigd in een mijnschacht). Gedwongen arbeid (dwangarbeid) in het kader van de U-Verlagerung (ondergrondse verplaatsing van de industrie) in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. Gevangenen werden wreed behandeld en velen stierven door de erbarmelijke omstandigheden.

Concentratiekamp Hassenberg

Concentratiekamp Hassenberg

 

Duitsland

Concentratiekamp Hassenberg (officieel een Schutzhaftlager of beschermend bewaringskamp) was een vroeg nazi-concentratiekamp dat bestond van 13 april tot 10 juli 1933. Het kamp lag in het dorp Hassenberg, nabij de stad Neustadt bei Coburg in het noorden van Beieren. Het kamp werd direct na de machtsovername door de nazi's opgezet om politieke tegenstanders uit te schakelen. Dit waren voornamelijk communisten, sociaaldemocraten en vakbondsleiders uit de regio Neustadt en Coburg. Het was een kleinschalig, lokaal kamp waar enkele tientallen gevangenen tegelijkertijd werden opgesloten en mishandeld. Gevangenen werden onderworpen aan zware intimidatie, slechte hygiënische omstandigheden en dwangarbeid.Opheffing: Op 10 juli 1933 werd het kamp officieel gesloten. De gevangenen die door de nazi's als het meest gevaarlijk werden beschouwd, werden overgebracht naar het grotere Concentratiekamp Dachau in Zuid-Duitsland. De overige zes gevangenen werden onder strikte verblijfsvoorwaarden vrijgelaten.

Hasserode

Hasserode

 

Duitsland

Concentratiekamp Hasserode (ook bekend als Steinerne Renne) was een buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp lag in de wijk Hasserode in de stad Wernigerode, gelegen in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Opgezet in november 1944 bij de natuurlijke kloof Steinerne Renne. Het leveren van gedwongen arbeiders voor de nazi-oorlogsindustrie. De gevangenen moesten werken in de fabriekshallen van de voormalige chocoladefabriek Agenta. Deze hallen werden gebruikt door de Wernig-Werke voor de productie van vliegtuigonderdelen. Vanaf januari 1945 maakten zij hier onderdelen voor de JUMO 4-straalmotoren van de Messerschmitt Me 262 straaljager. Eind december 1944 werden er 500 gevangenen vanuit het hoofdkamp of omliggende werkkampen naar deze locatie overgebracht. Later groeide dit aantal naar ongeveer 800 gevangenen. Nationaliteiten: De gevangenen hadden minstens acht verschillende nationaliteiten, waaronder een aanzienlijk aantal Nederlanders en Fransen. Gevangenen leden onder zware dwangarbeid, ondervoeding, mishandeling en uitputting.

Haunstetten 

Haunstetten 

 

Duitsland

Kamp Haunstetten (ook bekend als KZ-Außenlager Haunstetten) was van 9 februari 1943 tot 13 april 1944 een van de grootste buitenkampen (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het bevond zich in de Duitse plaats Haunstetten, tegenwoordig een stadsdeel van Augsburg in Beieren. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie, voornamelijk in de vliegtuigfabrieken van Messerschmitt AG en de machinefabriek MAN. Het kamp telde op het hoogtepunt ongeveer 2.700 gevangenen en bestond uit 22 houten barakken. De eerste gevangenen werden overgebracht vanuit concentratiekamp Mauthausen, waarna de aanvoer hoofdzakelijk vanuit Dachau kwam. Het kamp was ingericht in een voormalige grindgroeve en omheind met prikkeldraad en vier wachttorens. Rietmatten moesten het zicht voor omwonenden ontnemen. Zeker 400 gevangenen kwamen in het kamp om het leven door executies, mishandeling, ondervoeding en de zware werkomstandigheden. Bombardement: Op 13 april 1944 voerden de geallieerden een zware luchtaanval uit op de Messerschmitt-fabrieken en de omliggende regio. Hierbij werd ook het kamp Haunstetten volledig verwoest, waarbij veel gevangenen omkwamen. De overlevende gevangenen werden na de vernietiging direct overgebracht naar andere Dachau-buitenkampen in de regio, zoals Kamp Gablingen en Kamp Augsburg-Pfersee. De regio en de resterende subkampen werden eind april 1945 bevrijd door de 4th Infantry Division van het Amerikaanse leger.

Hausberge a. d. Porta

Hausberge a. d. Porta

 

Duitsland

Concentratiekamp Hausberge (gelegen aan de Frettholzweg in Hausberge, Porta Westfalica) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond specifiek als een vrouwenkamp van medio februari 1945 tot 1 april 1945. Er zaten ongeveer 1.000 Joodse vrouwen geïnterneerd. De meesten van hen waren afkomstig uit Nederland en Hongarije. Zij waren via transporten uit Auschwitz, het vrouwenkamp Horneburg (Neuengamme) en Reichenbach (Groß-Rosen) naar Hausberge gebracht. De vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor het Nederlandse elektronicabedrijf Philips (en diens dochteronderneming Valvo). De werkzaamheden vonden plaats in de bovenste tunnels van de nabijgelegen Jakobsberg (de tunnelstelsels stonden bekend als Stöhr 1). De nazi's verplaatsten deze kriegswichtige productie ondergronds om het te beschermen tegen geallieerde bombardementen. De vrouwen moesten er radiobuizen en zendapparatuur voor de Wehrmacht produceren. De omstandigheden in het kamp waren zwaar. De vrouwen leden onder ernstige voedseltekorten, slechte hygiëne en mishandeling door de vrouwelijke SS-bewakers. Wel liep de productie tegen het einde van de oorlog snel spaak door een gebrek aan nieuwe materialen en logistieke chaos. Op 1 april 1945 werd het kamp Hausberge ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De vrouwen werden op een dodelijke transporttrein gezet richting andere kampen, waaronder Fallersleben en Salzgitter.

Concentratiekamp Hausbrunn

Concentratiekamp Hausbrunn

 

Oostenrijk

In Hausbrunn (Neder-Oostenrijk) bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog een NS-Zwangsarbeiterlager (dwangarbeiderskamp). Het kamp in Hausbrunn deed in de eindfase van de oorlog dienst als detentielocatie voor Hongaarse Joden, onder wie mannen, vrouwen en kinderen. Het kamp bood plaats aan ongeveer 30 tot 60 gedeporteerde Hongaarse Joden. De gevangenen werden vanaf november 1944 ingezet voor zware dwangarbeid in de infrastructuur (Künettenarbeiten), specifiek voor grond- en rioleringswerkzaamheden in het dorpscentrum. De onderkomens van het dwangarbeiderskamp bevonden zich in het centrum van de gemeente Hausbrunn (kavelnummers 361/1 en 362). In de omliggende regio (het zogeheten Dreiländereck nabij Altlichtenwarth) werden destijds veel Joodse dwangarbeiders ook gedwongen om loopgraven en tankgrachten te graven tegen de opmars van het Rode Leger.

Hausdorf 

Hausdorf / Hausdorff

 

Algemeen

De bekende Rotterdamse orthodox-Joodse huisarts Dr. David Hausdorff speelde een cruciale, tragische rol tijdens de bezetting. Hij werd door de nazi's gedwongen om in Loods 24 (de Rotterdamse verzamelplaats) keuringen te verrichten. Hij probeerde hierbij zoveel mogelijk zieken van de transportlijsten naar Kamp Westerbork te schrappen.

Hausham

Concentratiekamp Hausham

 

Duitsland

Concentratiekamp Hausham in Opper-Beieren was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau dat bestond uit twee aparte locaties: één voor mannen en één voor vrouwen. Het kamp was operationeel van 9 juli 1942 tot 25 april 1945.

Het mannenkamp deed dienst als een SS-Kameradschaftsheim (recreatieverblijf voor SS-personeel) genaamd Vordereckart. Er verbleven continu tussen de 4 en 14 mannelijke gevangenen uit Dachau. Werkzaamheden: De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid, waaronder landbouw, constructie- en onderhoudswerkzaamheden aan het SS-verblijf.

Het vrouwenkamp een apart buitenkamp dat specifiek vrouwelijke gevangenen huisvestte

Hauskirchen

Hauskirchen

 

Oostenrijk

Het nazi-kamp in Hauskirchen (Neder-Oostenrijk) was een grootschalig Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp) dat functioneerde van februari 1943 tot april 1945. Het kamp was direct gekoppeld aan de oorlogsindustrie van het Derde Rijk. Het huisvesten van duizenden dwang- en contractarbeiders. De aardolie-industrie (Mineralölwirtschaft), die van cruciaal strategisch belang was voor de Duitse Wehrmacht. Gevangenen werden ingezet voor de winning van ruwe olie en de bouw van infrastructuur voor de oliesector in de regio. Het kamp bood plaats aan meerdere duizenden gevangenen tegelijkertijd. De populatie bestond uit buitenlandse civiele arbeiders, krijgsgevangenen en politieke gevangenen uit verschillende bezette Europese landen. Hoewel het administratief verschilde van een SS-concentratiekamp, waren de leefomstandigheden zwaar, gekenmerkt door ondervoeding, uitputting door zware fysieke arbeid en harde disciplinaire maatregelen.

Concentratiekamp Hausmening

Concentratiekamp Hausmening

 

Oostenrijk

In Hausmening (een plaats in de gemeente Amstetten in Oostenrijk) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden. Het was een zogeheten Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp). De slachtoffers werden ingezet voor zware arbeid in de lokale industrie.Het kamp werd geopend op 28 augustus 1944. De gevangenen waren voornamelijk Joodse mannen en vrouwen die vanuit Hongarije waren gedeporteerd. De gevangenen moesten onder meer dwangarbeid verrichten voor de firma Rauscher u. Söhne en de papierfabriek Neusiedler AG. Hoewel kleine dwangarbeiderskampen zoals die in Hausmening administratief en organisatorisch vaak gekoppeld waren aan het grotere nazi-kampsysteem (zoals het nabijgelegen concentratiekamp Mauthausen), functioneerde het specifiek als een kamp voor de uitbuiting van Hongaars-Joodse dwangarbeiders in de regio.

Concentratiekamp Havelberg

Concentratiekamp Havelberg

 

Duitsland

Vlakbij Havelberg (bij de grens tussen Brandenburg en Saksen-Anhalt) lag het KZ-Außenlager Glöwen.Dit was een officieel buitenkamp (Außenlager) van het grotere Concentratiekamp Sachsenhausen. Gevangenen in dit kamp werden als dwangarbeiders ingezet in de lokale oorlogs- en defensie-industrie, waaronder bij een textiel- en matrassenfabriek (Beutelager) voor het Duitse leger. In april 1945, vlak voor de instorting van het nazi-regime, ontruimde de SS het hoofdkamp Sachsenhausen. Tienduizenden verzwakte gevangenen werden gedwongen op een dodenmars in noordwestelijke richting te lopen om uit handen van het naderende Rode Leger te blijven. Voor veel gevangenen eindigde deze gruwelijke tocht in de regio rondom Havelberg, waar zij uiteindelijk door geallieerde troepen werden bevrijd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1917-1918) werd een locatie in Havelberg gebruikt als krijgsgevangenenkamp.

Hayingen

Hayingen

 

Duitsland

Het kamp  wordt soms aangeduid als Ebingen of Hayingen, en was een buitenkamp (Arbeitslager) dat op 24 augustus 1944 werd geopend. Ongeveer 500 vrouwen arriveerden op 28 augustus 1944 in het kamp. Zij werden tewerkgesteld door Hüttenwerkverwaltung Westmark GmbH in een fabriek van de Hermann Göring Reichs in Ebingen. Het kamp was slechts kort in gebruik. Op 11 september 1944 werden de gevangenen te voet via Saarlautern overgebracht naar het concentratiekamp Ravensbrück. De omstandigheden waren zwaar. Van de 500 vrouwen die in Hayingen/Ebingen begonnen, kwamen er op 29 september 1944 slechts 363 aan in Ravensbrück.

Hecht

 

Duitsland

Concentratiekamp Hecht (officieel bekend als SS-Kommando Hecht of het KZ-Außenlager Holzen) was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp bestond van september 1944 tot april 1945 bij de Duitse plaats Holzen (nabij Eschershausen) in Nedersaksen. Holzen / Eschershausen, Duitsland (heuvelrug de Hils) Operationeel September 1944 – April 1945 Aantal gevangenen Tussen de 1.100 en 2.000 mannenOndergrondse dwangarbeid voor de nazi-wapenindustrie (Untertageverlagerung) Geheime wapenproductie: De nazi's verplaatsten de oorlogsindustrie ondergronds om deze te beschermen tegen geallieerde bombardementen. Asfaltmijnen: Gevangenen moesten bestaande asfaltmijnen in de Hils-heuvelrug handmatig uitgraven tot gangenstelsels. Opdrachtgevers: Het werk werd uitgevoerd voor Organisation Todt en de Volkswagenwerk GmbH (onder de dekmantel Minette GmbH). Het kamp begon provisorisch als een omheind tentenkamp van de Hitlerjugend, met desastreuze hygiënische omstandigheden. Gevangenen verrichten extreem zwaar fysiek werk met primitieve middelen. Doden: Minstens 34 mannen stierven direct in het kamp door uitputting, ziekte en mishandeling. Evacuatie: Begin april 1945 naderden Amerikaanse troepen het kamp. De SS ontruimde het kamp halsoverkop. Gevangenen werden in goederenwagons geperst en op transport gezet naar Buchenwald en Bergen-Belsen. Op 8 april 1945 werd een transporttrein in Celle geraakt door een geallieerd bombardement. Gevangenen die probeerden te vluchten, werden door de SS, de lokale Hitlerjugend en burgers opgejaagd en doodgeschoten tijdens het beruchte bloedbad de Celler Hasenjagd.

Hecklingen

Hecklingen

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hecklingen (ook bekend als Hecklingen bij Staßfurt) was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, opgericht op 12 oktober 1944 ten oosten van Halberstadt. Het kamp werd opgericht in het kader van een SS-programma om bewapening- en vliegtuigproductie te verplaatsen naar ondergrondse locaties. Het viel onder het complex van Buchenwald/Halberstadt-Langenstein-Zwieberge (Malachit). Het kamp was slechts zeer kort in bedrijf en sloot op 10 november 1944.

Heidenau

Concentratiekamp Heidenau

 

Duitsland

Gepland buitenkamp van Flossenbürg: De nazi-leiding was van plan om in Heidenau een officieel buitenkamp (Außenlager) van het Concentratiekamp Flossenbürg in te richten. Dit kamp had dwangarbeiders moeten leveren voor de fabriek van de Elbtalwerke AG. Door het verloop van de oorlog is deze specifieke locatie nooit volledig operationeel geworden. Onderdeel van Außenlager Dresden-Zschachwitz: Gevangenen uit de regio, waaronder Heidenau, werden in plaats daarvan vaak ondergebracht in het nabijgelegen buitenkamp Dresden-Zschachwitz. Zij moesten daar werken in de runder- en pantserfabrieken van de MIAG (Mühlenbau und Industrie AG).

Krijgsgevangenenkamp: Naast de plannen voor het concentratiekamp bestond er in het district Pirna (waar Heidenau onder viel) ook een kamp voor krijgsgevangenen (POW Camp / Lager Heidenau). Dit kamp hield administratief verband met de concentratiekampen Buchenwald en Ravensbrück.

Officiële erkenning: Ondanks dat het kamp nooit volledig is uitgebouwd, staat Heidenau (Kreis Pirna) onder nummer 591 officieel geregistreerd in het Duitse Verzeichnis der Konzentrationslager und ihrer Außenkommandos (de wettelijke lijst van concentratiekampen voor herstelbetalingen).

Heidenheim 

Heidenheim 

 

Duitsland

In Heidenheim an der Brenz (Duitsland) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog geen groot zelfstandig concentratiekamp, maar de locatie deed wel dienst als buitenkamp (Außenlager) voor de concentratiekampen Dachau en Natzweiler-Struthof.

1. Buitenkamp van Concentratiekamp Dachau (1941–1942) Opgericht op het terrein van de Polizeischule (politieschool) in Heidenheim. Vanaf oktober 1941 werd hier een werkcommando van ongeveer 50 gevangenen uit het Concentratiekamp Dachau gestationeerd. Werkzaamheden: De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid ten behoeve van de politieschool en lokale infrastructuur. Het kamp werd in de loop van 1942 weer gesloten.

2. Buitenkamp van Concentratiekamp Natzweiler-Struthof (1944–1945) In december 1944 werd op dezelfde locatie opnieuw een buitenkamp ingericht, ditmaal onder het commando van Concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp bood onderdak aan een groep van ongeveer 20 gevangenen die waren overgeplaatst samen met de SS-Nachrichtenhelferinnen-Schule (een opleidingsinstituut voor vrouwelijke SS-radioassistenten) uit de Elzas. Gevangenen verrichtten ondersteunende diensten en onderhoudswerk voor deze SS-school. Het buitenkamp bleef actief tot de ontruiming in april 1945.

Concentratiekamp Heidenreichstein

Concentratiekamp Heidenreichstein

 

Oostenrijk

Kamp Heidenreichstein was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazidwangsarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) in de Oostenrijkse plaats Heidenreichstein (Neder-Oostenrijk) was het functioneel ingericht voor de uitbuiting van Hongaarse Joden. Het kamp opende op 7 juli 1944 en bleef in gebruik tot de ontruiming in april 1945.Doelgroep: De gevangenen waren hoofdzakelijk Hongaars-Joodse gezinnen, bestaande uit mannen, vrouwen en kinderen. Zij werden via het doorgangskamp Strasshof naar deze regio gedeporteerd. De gevangenen zaten verspreid over meerdere provisorische locaties, groepen verbleven in een grote schuur bij de stadsinval, een herberg op de Margithöhe en in barakken aan de Färbereiweg. Gevangenen moesten onder zware omstandigheden werken voor lokale bedrijven. De belangrijkste inzetlocaties waren de textielfabriek Strumpffabrik Patria, een lokale cementfabriek en een nabijgelegen steengroeve. Het regime werd gekenmerkt door ondervoeding, uitputting en mishandeling. Wie te zwak werd om te werken, liep het risico op transport te worden gezet naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. Gevangenen die het kamp overleefden, werden later in de winter van 1944-1945 vaak verder getransporteerd naar kampen zoals Bergen-Belsen.

Heilbronn

Heilbronn

 

Duitsland

Het concentratiekamp Heilbronn, officieel bekend als KZ-Außenlager Heilbronn-Neckargartach (codenaam Steinbock), was een buitenlandkamp (Außenlager) van het elzassische concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp lag in Neckargartach, een noordelijk stadsdeel van de Duitse stad Heilbronn, en was operationeel van begin september 1944 tot 1 april 1945. De gevangenen moesten de nabijgelegen zoutmijnen tussen Kochendorf en Heilbronn uitbouwen tot bomvrije ondergrondse fabriekshallen. Dit gebeurde in opdracht van de SS en IT-gigant I.G. Farben AG voor de oorlogsindustrie. Naast het mijnwerk werden gevangenen ingezet voor zware opruim- en bergingswerkzaamheden in de stad Heilbronn na de verwoestende geallieerde luchtbombardementen. Het kamp bood plaats aan wisselende groepen van honderden dwangarbeiders uit heel Europa, waaronder veel politieke gevangenen en verzetsstrijders. De leefomstandigheden in de barakken op de zogenaamde Ochsenweide waren erbarmelijk. Door ondervoeding, zware fysieke mishandeling en de gevaarlijke arbeid in de mijnen stierven honderden gevangenen. Eind maart en begin april 1945, vlak voor de komst van het Amerikaanse leger, ontruimde de SS het kamp. De verzwakte gevangenen werden te voet op brute dodenmarsen gestuurd richting het zuiden, onder andere naar concentratiekamp Dachau. Velen kwamen onderweg door uitputting of executie om het leven.

Heiligenbeil

Heiligenbeil

 

Polen

Concentratiekamp Heiligenbeil was een nazi-buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag net buiten de toenmalige Oost-Pruisische stad Heiligenbeil, het huidige Mamonovo in de Russische exclave Kaliningrad. Dwangarbeidkamp voor de aanleg van wegen naar een nabijgelegen vliegveld. Geopend op 21 september 1944 en ontruimd rond 20 januari 1945 vanwege het oprukkende Rode Leger. Ongeveer 1.200 Joodse gevangenen, bestaande uit circa 1.100 vrouwen uit Polen en Hongarije en 100 Litouwse mannen. Gevangenen verbleven in circa 20 provisorische barakken en leden onder zware mishandeling, ondervoeding, gebrek aan medicijnen en bittere kou. Bij de nadering van Sovjettroepen in januari 1945 ontruimde de SS het kamp. Ongeveer 1.100 overlevende gevangenen werden op een dodenmars richting Koningsbergen (het huidige Kaliningrad) gestuurd. Na een kort verblijf in een fabriek aldaar volgde een tweede dodenmars richting Palmnicken, waar velen van hen aan de kust zijn vermoord.

Concentratiekamp Heilig Kreuz

Concentratiekamp Heilig Kreuz

 

Polen

Concentratiekamp Heiligenkreuz im Lafnitztal

Concentratiekamp Heiligenkreuz im Lafnitztal

 

Oostenrijk

In Heiligenkreuz im Lafnitztal bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog geen officieel hoofdniveau-concentratiekamp, maar een nazi-dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden (Zwangsarbeiterlager für ungarische Juden). De gevangenen werden hier ingezet voor de aanleg van de Südostwall, een militaire verdedigingslinie van het Duitse Rijk. Dwangarbeid voor de bouw van de Südostwall (versterkingen en antitankgrachten). Ongeveer 100 tot 200 Hongaars-Joodse dwangarbeiders. De gemeente Heiligenkreuz im Lafnitztal in de Oostenrijkse deelstaat Burgenland, vlak bij de grens met Hongarije. Het kamp werd eind maart 1945 ontruimd vanwege de nadering van het Rode Leger.

Concentratiekamp Heimdorf

Concentratiekamp Heimdorf

 

Polen

Concentratiekamp Heimdorf (historisch bekend onder de Poolse naam Siedlec) was een nationaalsocialistisch Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in de provincie Groot-Polen, in het district Wolsztyn (Siedlec). Het kamp werd geopend in 1941. Gevangenen werden door de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid onder een onmenselijk regime. Het kamp werd uiteindelijk gesloten toen de overlevende gevangenen werden gedeporteerd naar andere kampen.

Heinersdorf

Concentratiekamp Heinersdorf

 

Polen

Concentratiekamp Heinersdorf was een van de allereerste, provisorische nazi-concentratiekampen (een zogenaamd frühes Konzentrationslager). Het werd in begin april 1933 opgericht, direct na de machtsovername door Adolf Hitler. Het kamp was gehuisvest in een voormalige sportschool bij het Slot Heinersdorf (Heinersdorf Castle) in de toenmalige Pruisische regio Liegnitz (het huidige Silezië in Polen). De leiding en bewaking van het kamp waren volledig in handen van de SA (Sturmabteilung). Het kamp werd gebruikt om linkse politieke tegenstanders op te sluiten, met name lokale functionarissen en leden van de sociaaldemocratische partij (SPD) en de vakbonden (ADGB). Het kamp stond bekend om de gewelddadige behandeling van gevangenen. Al op 6 april 1933 stuurde de vakbondsleider David Grausurt een officiële protestbrief naar de toenmalige Rijkspresident Paul von Hindenburg. Hierin beklaagde hij zich over de brutale mishandelingen waaraan de weerloze politieke gevangenen in de nacht van 5 op 6 april door de SA-bewakers waren blootgesteld.

Concentratiekamp Heinrichswerder

Concentratiekamp Heinrichswerder

 

Polen

Kamp Heinrichswerder (officieel het Zwangsarbeitslager für Juden Heinrichswerder) was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden. Het kamp lag in het bezette Polen (destijds geannexeerd als het Duitse Warthegau) in de plaats Gruszczyn (door de nazi's hernoemd naar Heinrichswerder), gelegen in de gemeente Swarzędz nabij de stad Poznań (Posen). Het was een Judenlager (kamp specifiek voor Joodse gevangenen) vallend onder het gezag van het Arbeitsamt Posen. Het kamp werd geopend op 1 april 1942 en werd gesloten op 25 augustus 1943. De hoofdzakelijk mannelijke gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor het Duitse bedrijf Firma A. Neugebauer. Na de opheffing van het kamp in augustus 1943 werden de overlevende gevangenen gedeporteerd, veelal naar het vernietigingskamp Auschwitz of naar het getto van Litzmannstadt (Łódź).

Concentratiekamp Helenów

Concentratiekamp Helenów

 

Polen

1. Het nazi-rasverbeteringskamp (Lebensborn) in HelenówDe nazi's exploiteerden een Lebensborn-kamp in Helenów (nabij Łódź). Doel: Dit kamp was specifiek ingericht als een nazi-kamp voor rasverbetering (Helenowski obóz poprawy rasy). Tientallen jonge Poolse vrouwen en meisjes die door de nazi's als raciaal waardevol (Arisch) werden beschouwd, werden hierheen gebracht. Ze werden gedwongen om zwanger te worden van SS-officieren om zo kinderen voor het Derde Rijk te baren. De locatie maakte deel uit van de Lebensborn-instellingen in het bezette Polen.

2. Het Joodse weeshuis Helenówek (Łódź-getto)Vaak wordt de naam verward met Helenówek, een wijk in het noorden van de stad Łódź. Het weeshuis: Voor de oorlog lag hier een bekend Joods weeshuis en internaat  Tijdens de bezetting en de inrichting van het Łódź-getto (Litzmannstadt) kwam dit weeshuis onder controle te staan van de Joodse Raad onder leiding van Chaim Rumkowski. In september 1942, tijdens de beruchte Wielka Szpera (de grote razzia), werd het weeshuis door de nazi's volledig ontruimd. De honderden Joodse kinderen werden gedeporteerd naar het Vernietigingskamp Chełmno en daar direct in gaswagens vermoord.

3. Zwangsarbeitslager Helenów-Janków Er bestond daarnaast een kleiner nazi-werkkamp, het Zwangsarbeitslager für Juden Helenów-Janków, gelegen in het district Lublin. Dit was een werkkamp voor Joodse dwangarbeiders en geen grootschalig concentratiekamp.

Helmbrechts bei Hof

Helmbrechts bei Hof

 

Duitsland

Het concentratiekamp Helmbrechts (Aussenlager Helmbrechts) was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, gelegen in de buurt van de stad Hof in Beieren, Duitsland. Het kamp functioneerde van 14 juli 1944 tot 13 april 1945 en was specifiek bedoeld voor vrouwelijke gevangenen. Het kamp was in eerste instantie bedoeld voor politieke gevangenen uit het concentratiekamp Ravensbrück. Later werden er ook Joodse gevangenen naartoe gebracht. In totaal hebben er ongeveer 680 niet-Joodse vrouwelijke gevangenen uit Ravensbrück in dit kamp gezeten. De vrouwen werden ingezet voor dwangarbeid, met name voor de productie van onderdelen voor de nazi-oorlogsindustrie. Kampcommandant: De leiding van het kamp was in handen van SS-Unterscharführer Alois Dörr, een figuur die bekend stond om zijn wreedheid. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werden de vrouwelijke gevangenen gedwongen tot een dodenmars, die bekend is geworden als de Dodenmars naar Volary. Velen stierven tijdens deze tocht door uitputting, honger of executie.

Helmstedt - Beendorf

Helmstedt - Beendorf

 

Duitsland

Concentratiekamp Helmstedt-Beendorf (ook bekend als SS-Arbeitslager A3) was een berucht dubbel buitenkamp van de concentratiekampen Neuengamme en Ravensbrück. Het kamp bestond uit een mannen- en een vrouwenafdeling en was van augustus 1944 tot april 1945 actief in de Duitse plaatsen Beendorf en Helmstedt. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid onder extreem zware omstandigheden in ondergrondse zoutmijnen. Neuengamme (voor de mannen) en Ravensbrück (voor de vrouwen, later overgedragen aan Neuengamme).De grensregio van Nedersaksen en Saksen-Anhalt. Ondergrondse munitie- en vliegtuigproductie, beschermd tegen geallieerde bombardementen. Aantal gevangenen: Circa 3.000 vrouwen en minstens 750 mannen. Dwangarbeid in de zoutmijnen De gevangenen moesten werken in de schachten van de zoutmijnen Marie en Bartensleben. Op een diepte van 400 tot 450 meter richtte de SS ondergrondse fabriekshallen in. Onderdelen voor de Luftwaffe, waaronder de Messerschmitt-jagers en de V1- en V2-raketten.Opdrachtgevers: Grote Duitse industriebedrijven zoals Askania en de Lufthansa. Slechte ventilatie, verstikkend zoutstof, constant gebrek aan drinkwater en brute mishandelingen door de SS-bewakers. De gevangenen kwamen uit heel Europa en bestonden uit politieke gevangenen, Joden en verzetsstrijders

Vrouwenkamp: Grote groepen Poolse, Russische, Franse en Hongaarse vrouwen. Er zaten ook tientallen Nederlandse vrouwen gevangen.

Mannenkamp: Voornamelijk gevangenen uit de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk en Duitsland.

In april 1945 naderden de geallieerde troepen het kamp. De SS besloot het kamp te ontruimen om de sporen uit te wissen

Transport: Gevangenen werden in overvolle goederenwagons geperst zonder voedsel of water. De treinen reden dagenlang doelloos door Duitsland en werden herhaaldelijk door geallieerde vliegtuigen beschoten. Honderden gevangenen stierven tijdens deze evacuatie door uitputting, verstikking of de beschietingen. De overlevende vrouwen werden uiteindelijk eind april bevrijd in de buurt van Hamburg of overgebracht naar kampen zoals Wöbbelin en Bergen-Belsen.

Hennigsdorf 

Hennigsdorf 

 

Duitsland

In de Duitse stad Hennigsdorf (nabij Berlijn) bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog geen zelfstandig hoofdconcentratiekamp, maar wel een belangrijk netwerk van satellietkampen (Außenlager) en vroege nazikampen. De gevangenen werden hier op brute wijze ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie.

Hennigsdorf omvatte destijds de volgende kampen:

1. KZ-Außenlager Hennigsdorf (Sachsenhausen)Type: Dit was een officieel satellietkamp van het nabijgelegen Concentratiekamp Sachsenhausen.Gevangenen: Het kamp was verdeeld in een mannenkamp (circa 150 gevangenen) en een vrouwenkamp. In oktober 1944 werden hier onder andere 650 Poolse vrouwen naartoe gedeporteerd. De gevangenen moesten onder onmenselijke omstandigheden 12-urige ploegendiensten draaien. Zij werkten hoofdzakelijk in de fabrieken van de AEG (voor de montage van vliegtuigmotoren) en de Hennigsdorfer Stahl- und Walzwerke.Sluiting: Het kamp werd in april 1945 ontruimd, waarna de SS de overlevenden op een dodenmars dreef.

2. Vroeg concentratiekamp: KZ Meissnershof Een zogenaamd wild of vroeg concentratiekamp dat al in 1933 door de SA werd opgezet in een voormalige herberg. Hier werden voornamelijk politieke tegenstanders van het naziregime opgesloten, zoals lokale communisten (KPD), sociaaldemocraten (SPD) en vakbondsleden. De minstens 60 gevangenen werden zwaar mishandeld en gemarteld. Meerdere gevangenen overleefden dit kamp niet. Het kamp werd later gesloten toen het nazi-regime de kampsystemen centraliseerde.

3. Vrouwenkamp (Ravensbrück)In de stad bevond zich naast de buitenpost van Sachsenhausen ook een buitenpost gekoppeld aan het vrouwenconcentratiekamp KZ Ravensbrück.

Concentratiekamp Henrykow

Concentratiekamp Henrykow

 

Polen

Kamp Henryków (officieel het Arbeitslager Henryków) was een Duits nazi-dwangarbeidskamp voor Joden in de Poolse stad Kielce. Het kamp werd opgericht in september 1942. Dit gebeurde direct na de bloedige liquidatie van het Ghetto van Kielce, waarbij circa 20.000 Joden naar het vernietigingskamp Treblinka werden gedeporteerd. Ongeveer 500 gezonde Joodse dwangarbeiders werden gespaard om te werken in de lokale houtverwerkingsfabriek Henryków aan de Młynarska-straat. De gevangenen moesten houten onderdelen en frames produceren voor paardenwagens ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Hoewel de omstandigheden in het begin relatief draaglijker waren dan in andere kampen, verslechterde de situatie snel. De nazi's voerden regelmatig executies uit door ophanging of ophanging bij vermoeden van ontsnappingsplannen. In augustus 1944, toen het Sovjetleger de regio Kielce naderde, ontruimden de Duitsers het kamphaastig. De overlevende gevangenen werden op transport gezet naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

Heppenheim

Heppenheim

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Heppenheim (gelegen in Hessen, Duitsland) was een subkamp (Außenlager) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog achtereenvolgens onder de concentratiekampen Dachau en Natzweiler-Struthof viel. Het kamp bestond uit twee actieve periodes en was direct gekoppeld aan de voedselproductie voor de SS.

Eerste periode (Mei 1942 – December 1942): Opgericht als buitenkamp van Concentratiekamp Dachau. Ongeveer 60 gevangenen moesten hier dwangarbeid verrichten. Dit kamp werd eind 1942 tijdelijk gesloten.

Tweede periode (Juni 1943 – Maart 1945): Heropend als buitenkamp onder het commando van Concentratiekamp Natzweiler-Struthof. In de herfst van 1944 schommelde het aantal gevangenen rond de 60 tot 65 personen. Het kamp was gevestigd op het terrein van een voormalige steenslijperij in de buurt van het treinstation van Heppenheim.SS-Wirtschaftsbetrieb: De gevangenen werkten voor de Deutsche Versuchsanstalt für Ernährung und Verpflegung (DVA). Dit was een SS-onderneming gericht op biologische landbouw en de kweek van geneeskrachtige kruiden. In Heppenheim stond dit project lokaal bekend onder de naam Paprika.Trokofa: Gevangenen moesten de fabriek Trokofa (Trockenkonservenfabrik) opbouwen. Onder erbarmelijke en onverwarmde omstandigheden sorteerden, wasten en verwerkten zij hier groenten voor het Duitse leger. Andere taken: Gevangenen werden incidenteel ook ingezet in een nabijgelegen kwekerij en in de steengroeven van Schriesheim. Vanwege de nadering van de Amerikaanse troepen ontruimde de SS het kamp op 22 en 23 maart 1945.  De gevangenen moesten te voet marcheren naar het subkamp Neckarelz. Vanuit daar werden ze op 31 maart per trein gedeporteerd naar het hoofdkamp Dachau. Meerdere gevangenen overleefden deze transporten niet. De achtergebleven (vaak zieke) gevangenen in Heppenheim werden op 27 maart 1945 door het Amerikaanse leger bevrijd, de dag dat Heppenheim officieel werd ingenomen.

Heringen

Heringen

 

Duitsland

Concentratiekamp Heringen was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Mittelbau-Dora. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Thüringen en was operationeel in de latere jaren van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp viel organisatorisch onder het grotere Mittelbau-Dora complex, dat oorspronkelijk begon als een dependance van concentratiekamp Buchenwald. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid onder het nazi-regime. Een specifieke groep van 180 gevangenen werd naar Heringen gestuurd om te dienen in de geplande SS-Eisenbahnbaubrigade III, een mobiele eenheid voor het herstellen van gebombardeerde spoorwegen, hoewel deze specifieke brigade uiteindelijk niet officieel werd gevormd. Gevangenen in het Heringen-netwerk werden vaak ondergebracht in provisorische barakken nabij bouwlocaties of spoorlijnen. Naast het buitenkamp zelf bevond zich in Heringen ook een gevangenis waar ontsnapte gevangenen uit de regio werden opgesloten. In de regio rondom Heringen en het nabijgelegen Nordhausen werden tienduizenden dwangarbeiders en gevangenen ingezet. Zij werkten onder inhumane omstandigheden in ondergrondse tunnels en aan de infrastructuur voor de Duitse oorlogsindustrie, waaronder de productie van V2-raketten. In april 1945 werd de regio, inclusief de resterende gevangenen in Heringen, bevrijd door de Amerikaanse troepen.

Concentratiekamp Hermanów

Concentratiekamp Hermanów

 

Oekraine

Kamp Hermanów (gelegen in het huidige Tarasivka, Oekraïne) was een Duits dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) tijdens de Tweede Wereldoorlog, en geen formeel concentratiekamp. Het kamp lag ten oosten van Lwów (Lviv) in het toenmalige district Galicië. De gevangenen werden ingezet voor zware wegenbouw en het breken van stenen. Dit gebeurde onder toezicht van Duitse bouwbedrijven, in het bijzonder voor de aanleg van strategische wegen (zoals Durchgangsstraße IV). De populatie bestond primair uit Joodse dwangarbeiders uit het getto van Lwów en omliggende dorpen zoals Jaryczów Nowy. Daarnaast fungeerde het tijdelijk als werkkamp voor Poolse krijgsgevangenen. De gevangenen sliepen in varkensstallen en schuren. Er heerste extreme honger, mishandeling en executies door de kampleiding. Het kamp was operationeel tussen eind 1940 en medio 1942. In de winter van 1941–1942 werden duizenden Joden vanuit Lwów naar Hermanów gedeporteerd. Het kamp heeft slechts korte tijd zelfstandig bestaan. Medio 1942 werden de overlevenden overgeplaatst naar grotere kampen in de regio (zoals Janowska of Kurowice) of gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec.

Hermeskeil

Hermeskeil

 

Duitsland

Kamp Hermeskeil was een zogeheten Außenkommando (subkamp) van het SS-Sonderlager/KZ Hinzert, gelegen nabij de Duitse stad Hermeskeil in de deelstaat Rijnland-Palts. Het kamp fungeerde niet als een groot vernietigingskamp, maar als een lokaal dwangarbeidskamp onder direct bewind van de SS. Een bijkamp (Außenkommando) dat organisatorisch direct onder het hoofdkamp Hinzert viel. Gelegen op slechts enkele kilometers afstand van het hoofdkamp Hinzert, strategisch gepositioneerd voor lokale infrastructuurprojecten. Inzet van gevangenen voor zware fysieke dwangarbeid in de regio, waaronder de bosbouw, wegenbouw en militaire constructies. De gevangenen waren afkomstig uit diverse Europese landen. Ze leefden onder het terreurregime van de SS en kampten met zware ondervoeding en mishandeling. In het najaar van 1944 verloor het hoofdkamp Hinzert zijn zelfstandigheid en werd het, inclusief de bijkampen zoals Hermeskeil, administratief overgedragen aan het grotere concentratiekamp Buchenwald.

Concentratiekamp Herminamajor

Concentratiekamp Herminamajor

 

Hongarije

Herminamajor (Kamp V) was een kleinschalig Hongaars interneringskamp en satellietkamp op het eiland Csepel nabij Boedapest, Hongarije, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde onder het repressieve regime. Het kamp hield voornamelijk Joodse gevangenen en politieke gedetineerden vast in de zomer van 1944. Gelegen in de regio Herminamajor op het strategisch belangrijke industriële eiland Csepel. Het vormde een subkamp binnen het grotere netwerk van het interneringscomplex Horthyliget. Het was een van de kleinste hulplocaties. Juni 1944 telde het kamp een maximum van 53 gevangenen. Gevangenen werden ingezet voor gedwongen arbeid onder het bewind van de Hongarische autoriteiten en de Duitse bezetter. Dit gebeurde vaak in de nabijgelegen fabrieken van het industriecomplex Manfréd Weiss.

Concentratiekamp Herrmannsdorf

Concentratiekamp Herrmannsdorf

 

Polen

Concentratiekamp Herrmannsdorf (vandaag de dag Jerzmanowo, een wijk in Wrocław, Polen) was een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden) in de provincie Neder-Silezië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd geopend op 20 april 1940 en werd gesloten op 15 februari 1942. Het kamp was specifiek opgezet voor de exploitatie en opsluiting van de Joodse bevolking uit de regio. De historische regio Neder-Silezië kende destijds een dicht netwerk van kampen. In de latere oorlogsjaren vielen veel van de overgebleven werkkampen in deze regio onder het commando van het centrale Concentratiekamp Gross-Rosen.

Hersbruck

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hersbruck was het op één na grootste buitenkamp van KZ Flossenbürg. Het kamp was operationeel van mei 1944 tot april 1945 en was bedoeld voor de aanleg van een ondergronds tunnelstelsel voor de nazi-wapenindustrie. Er werden ongeveer 10.000 gevangenen vastgehouden; ruim 4.000 van hen overleefden het niet. Dwangarbeid voor de bouw van de Dogger tunnels in de nabijgelegen Houbirg-berg. Extreem zwaar door loodzware arbeid, ondervoeding en mishandeling door circa 400 bewakers. Gelegen in Hersbruck en het naburige Happurg, nabij Neurenberg in Beieren.

Hertine = Rtyne

Hertine = Rtyne

 

Tsjechie

Concentratiekamp Hertine was een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, gelegen in het huidige Rtyně nad Bílinou in Tsjechië. Operationeel van 10 oktober 1944 tot medio april 1945. Het kamp bood plaats aan ongeveer 600 Hongaars-Joodse vrouwen die vanuit Auschwitz werden getransporteerd. De vrouwen moesten werken voor de Fabrik zur Verwertung chemischer Erzeugnisse (een dochteronderneming van Dynamit Nobel AG). Het vullen van granaathulzen met buskruit en fosfor voor munitieproductie.

Concentratiekamp Herzogenburg

Concentratiekamp Herzogenburg

 

Oostenrijk

Herzogenburg is een stad in de buurt van Sankt Pölten in Oostenrijk.

Concentratiekamp Herzogenbusch

Concentratiekamp Herzogenbusch

 

Nederland

Concentratiekamp Herzogenbusch, beter bekend als Kamp Vught, was het enige SS-concentratiekamp buiten het toenmalige nazi-Duitsland en de geannexeerde gebieden. Gelegen in de bossen bij Vught  In gebruik van januari 1943 tot september 1944. Ruim 32.000 mensen zaten hier vast, waaronder Joden, verzetsstrijders, gijzelaars en Jehova's getuigen. Minstens 749 mensen kwamen in het kamp zelf om het leven door honger, ziekte, mishandeling of executie.De nazi's presenteerden het aanvankelijk als een humaan kamp om onrust in Nederland te voorkomen. Philips-commando: In het kamp was een speciale werkplaats van Philips waar gevangenen onder relatief betere omstandigheden werkten. Kindertransporten: In juni 1943 werden ruim 1.200 Joodse kinderen vanuit Vught naar vernietigingskamp Sobibór gedeporteerd. Bunker-drama: In 1944 werden 74 vrouwen opgesloten in een cel van 9m², waarbij 10 vrouwen door verstikking omkwamen.

Hesepe

Hesepe

 

Duitsland

Kamp Groß Hesepe (Lager XI) was een van de vijftien beruchte Emslandlager in Duitsland, gelegen vlak over de grens bij Emmen en Ter Apel. Het diende tijdens de Tweede Wereldoorlog achtereenvolgens als strafkamp, krijgsgevangenenkamp en buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Nabij het dorp Groß Hesepe (gemeente Geeste), Nedersaksen. Begon als strafkamp (1938), werd later een kamp voor Russische en Italiaanse krijgsgevangenen. Vanaf november 1944 werd het een officieel Außenlager (buitenkamp) van concentratiekamp Neuengamme. Ruimte voor circa 1.000 tot 1.200 gevangenen; in werkelijkheid vaak zwaar overbevolkt.

Hessental

Hessental

 

Duitsland

Concentratiekamp Hessental was een buitenkamp (Außenlager) van het beruchte kamp Natzweiler-Struthof. Het lag in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, vlakbij Schwäbisch Hall. Operationeel van de zomer van 1944 tot april 1945. Bij het treinstation van Hessental. Voornamelijk Joodse gevangenen uit Polen, Hongarije en de Baltische staten. Ten minste 182 gevangenen stierven door de erbarmelijke omstandigheden. Het kamp diende als bron voor dwangarbeid. Gevangenen moesten onder zware omstandigheden werken voor de nazi-oorlogsmachine: Herstellen van de nabijgelegen vliegbasis (Fliegerhorst) na bombardementen. Werkzaamheden aan spoorwegen en lokale industrie. Zieke gevangenen die niet meer konden werken, werden gedeporteerd naar het hospitaalkamp Vaihingen.

Hessisch - Lichtenau / Fürstenhagen

Hessisch - Lichtenau / Fürstenhagen

 

Duitsland

Hessisch Lichtenau (vlakbij Fürstenhagen) was een belangrijk buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Tussen augustus 1944 en maart 1945 werden hier ongeveer 1.000 Joodse vrouwen (voornamelijk uit Hongarije) vastgehouden voor dwangarbeid in de nabijgelegen munitie- en springstoffabriek. De vrouwen werden ingezet in de Sprengstofffabrik Hessisch Lichtenau (codenaam Friedland), een van de grootste munitiefabrieken van het Derde Rijk. De gevangenen verbleven in het Lager Vereinshaus, een barakkenkamp aan de zuidrand van de stad. De omstandigheden waren erbarmelijk. Er waren slechts 700 slaapplaatsen voor 1.000 vrouwen, waardoor zij bedden moesten delen in ploegendiensten. De vrouwen moesten dagelijks ongeveer 12 kilometer lopen van het kamp naar de fabriek in Hirschhagen om daar te werken met gevaarlijke stoffen zoals TNT. In oktober 1944 werden 206 vrouwen die te ziek of zwak waren om te werken teruggestuurd naar Auschwitz, waar zij vermoedelijk zijn vermoord. De fabriek (Hirschhagen) was eigendom van een dochteronderneming van Dynamit Nobel AG. Het complex was extreem goed gecamoufleerd met bomen op de daken om ontdekking door geallieerde verkenningsvliegtuigen te voorkomen.

Heuberg

Heuberg bei Stetten am kalten Markt concentratiekamp

 

Duitsland

Concentratiekamp Heuberg was een van de eerste nationaalsocialistische kampen in Duitsland. Het was actief van maart tot december 1933. Stetten am kalten Markt (Baden-Württemberg).Een vroeg concentratiekamp voor politieke tegenstanders. Er werden in totaal ongeveer 3.000 tot 3.400 gevangenen vastgehouden. Oorspronkelijk onder de politie van Württemberg, later bewaakt door de SA en SS.Doelgroep: Voornamelijk communisten (KPD) en sociaaldemocraten (SPD).

Concentratiekamp Heydebreck-Cosel

Concentratiekamp Heydebreck-Cosel

 

Polen

Het gebied rond Heydebreck en Cosel (tegenwoordig Kędzierzyn-Koźle in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijk centrum voor dwangarbeid en nazi-faciliteiten. Er waren kampen voor krijgsgevangenen, een subkamp van Auschwitz III (Monowitz) en tussen 1942 en 1944 selecteerde de SS duizenden joodse mannen uit transporten (waaronder uit Nederland) voor dwangarbeid in chemische fabrieken, bekend als Vernichtung durch Arbeit. Het gebied in Opper-Silezië was strategisch vanwege de chemische industrie van IG Farben, die synthetische brandstoffen produceerde. Selecties (1942): Tussen 28 augustus en 12 december 1942 werden ongeveer 9.600 Joodse mannen uit deportatietreinen uit West-Europa (inclusief Nederland) bij het treinstation van Cosel gehaald voor dwangarbeid. Hun gezinnen werden direct doorvervoerd naar Auschwitz-Birkenau. Auschwitz-subkamp: In de regio bevond zich een subkamp van Auschwitz III (Monowitz), dat opereerde van 1 april 1944 tot 26 januari 1945. DWK/BAB Kampen: Naast het Auschwitz-subkamp waren er werkkampen zoals Bau und Arbeits (BAB) camp 20 (later E794) en Arbeitskommando E711A. De dwangarbeiders leefden en werkten onder erbarmelijke omstandigheden in de chemische fabrieken, waaronder die bij Blechhammer. De kampen in deze regio, vaak aangeduid met Blechhammer of Heydebreck, waren onderdeel van een groot netwerk gericht op industriële exploitatie en uitroeiing door arbeid.

Concentratiekamp Heydekrug

Concentratiekamp Heydekrug

 

Litouwen

Heydekrug (het huidige Šilutė in Litouwen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een locatie met meerdere Duitse kampen, waaronder een concentratiekamp/dwangarbeiderskamp voor Joden en het krijgsgevangenenkamp Stalag Luft 6. Gelegen in het Memelland, nabij de Oostzee, ten zuiden van Klaipėda in Litouwen. Joods Dwangarbeiderskamp (1941-1943): Vanaf 1941 werden hier Joodse dwangarbeiders vastgehouden. Zij ervoeren gruwelijkheden, mishandelingen en selecties. In de zomer van 1943 werden deze kampen ontbonden en de gevangenen gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau.

Stalag Luft 6 (1943-1944): De Luftwaffe vestigde hier op 5 maart 1943 Stalag Luft 6. Dit was een krijgsgevangenenkamp specifiek voor geallieerd luchtmachtpersoneel, met name Britse onderofficieren. Ontruiming: Toen het Rode Leger in 1944 naderde, werd het kamp ontruimd.

Concentratiekamp Hiadel'

Concentratiekamp Hiadel'

 

Slowakije

Het Concentratiekamp Hiadel was een dwangarbeidskamp voor Joden, gelegen in Slowakije tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd in de buurt van het dorp Hiadeľ in Slowakije en was een van de eerste arbeidskampen die door het Slowaakse Ministerie van Binnenlandse Zaken werden opgericht voor specifieke bouwwerkzaamheden. Joden werden hier tewerkgesteld en moesten zwaar fysiek werk verrichten. Het kamp diende tevens als overplaatsingslocatie voor personen die geen militaire training hadden. Het kamp maakte deel uit van het Slowaakse fascistische repressiesysteem tegen de Joodse bevolking. Het kamp bevond zich in de regio van de Lage Tatra, in de buurt van de plaatsen Kozí Chrbát en Prašiva.

Hildesheim

Hildesheim

 

Duitsland

In Hildesheim bestond aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Dit kamp werd opgericht in maart 1945 en was slechts enkele weken in gebruik. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid na de verwoestende geallieerde bombardementen op de stad. Er verbleven ongeveer 500 Joodse mannen in het kamp. De gevangenen moesten puin ruimen en reparatiewerkzaamheden uitvoeren aan het spoor en in de stad na de luchtaanval van 22 februari 1945. De gevangenen werden ondergebracht in een loods van een transportbedrijf aan de Senkingstraße. Het kamp werd begin april 1945 ontruimd toen de Amerikaanse troepen naderden. De overlevenden werden op een dodenmars gestuurd richting andere kampen, zoals Bergen-Belsen. Naast dit specifieke buitenkamp waren er in en nabij Hildesheim andere locaties van nazi-vervolging en dwangarbeid: Politieschool Hildesheim: Diende als verzamelpunt voor de deportatie van Joodse inwoners uit de wijde omtrek naar vernietigingskampen in het oosten. Hildesheimer Wald (Bosch/ELFI): Een verborgen fabriek waar ruim 3000 dwangarbeiders werkten aan elektronica voor de oorlogvoering. Bergen-Belsen: Dit grote concentratiekamp ligt ongeveer 60-70 kilometer ten noorden van Hildesheim

Concentratiekamp Hilm

Concentratiekamp Hilm

 

Oostenrijk

Hindenburg 

Hindenburg 

 

Polen

Concentratiekamp Hindenburg was een subkamp van het vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp lag in de Poolse stad Zabrze (toen Hindenburg genoemd) en was operationeel van augustus 1944 tot januari 1945. Dwangarbeid voor de Duitse oorlogsindustrie, specifiek bij de Donnersmarck-ijzersmelterij. Gevangenen: Er zaten voornamelijk Joodse vrouwen uit Polen en Hongarije, en een kleinere groep Joodse mannen uit Tsjechië. Aantal: Ongeveer 450 tot 500 vrouwen en circa 70 mannen. De gevangenen produceerden munitie, granaten en lasten bommenkarren. Het kamp bestond uit houten barakken die omringd waren door prikkeldraad onder hoogspanning en vier wachttorens. Directeur: SS-Unterscharführer Adolf Taube leidde het kamp. De bewaking bestond uit SS'ers en soldaten van de Wehrmacht. In januari 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende Russische troepen. De gevangenen werden op een dodentocht gestuurd richting concentratiekamp Gross-Rosen.

Concentratiekamp Hindenburg-Nordost

Concentratiekamp Hindenburg-Nordost

 

Polen

Concentratiekamp Hindenburg was een subkamp van het vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp lag in de Poolse stad Zabrze (toen Hindenburg genoemd) en was operationeel van augustus 1944 tot januari 1945. Dwangarbeid voor de Duitse oorlogsindustrie, specifiek bij de Donnersmarck-ijzersmelterij. Gevangenen: Er zaten voornamelijk Joodse vrouwen uit Polen en Hongarije, en een kleinere groep Joodse mannen uit Tsjechië. Aantal: Ongeveer 450 tot 500 vrouwen en circa 70 mannen. De gevangenen produceerden munitie, granaten en lasten bommenkarren. Het kamp bestond uit houten barakken die omringd waren door prikkeldraad onder hoogspanning en vier wachttorens. Directeur: SS-Unterscharführer Adolf Taube leidde het kamp. De bewaking bestond uit SS'ers en soldaten van de Wehrmacht. In januari 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende Russische troepen. De gevangenen werden op een dodentocht gestuurd richting concentratiekamp Gross-Rosen.

Hinterbrühl

Hinterbrühl

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp Hinterbrühl, ook bekend als Arbeitslager Wien-Hinterbrühl, was een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Mauthausen. Het kamp was actief van 4 augustus 1943 tot vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gelegen in Hinterbrühl, Oostenrijk, en maakte deel uit van het Floridsdorf-kampcomplex, dat bestond uit verschillende kampen voor de Heinkel-fabrieken in de regio Wenen.Doel: Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de vliegtuigproductie, specifiek in de heinkel-fabrieken. Het kamp was een plek waar dwangarbeiders werden uitgebuit en velen omkwamen door slechte omstandigheden en mishandeling.

Concentratiekamp Hinterwalden

Concentratiekamp Hinterwalden

 

Polen

Concentratiekamp Hirschberg im Riesengebirge

Concentratiekamp Hirschberg im Riesengebirge

 

Polen

Het concentratiekamp Hirschberg im Riesengebirge was een buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen, gelegen in de gelijknamige stad in Neder-Silezië, het huidige Jelenia Góra in Polen. Het kamp was actief tussen 1942 en februari 1945. Het kamp diende voornamelijk als werkkamp voor Joodse mannen uit heel bezet Europa. Gevangenen verrichtten dwangarbeid in de chemische afdeling van een rayonfabriek, met name voor de Schlesische Zellwolle AG – Hirschberg. De werkomstandigheden waren extreem gevaarlijk, wat vaak leidde tot het verlies van vingers of handen door de machines. Door de locatie in de bergen waren de temperaturen erg laag, terwijl de gevangenen urenlang buiten moesten staan voor appèl. Vanaf maart 1944 werd het officieel een subkamp van Groß-Rosen. In februari 1945 werd het kamp ontruimd, vlak voor de bevrijding door het Rode Leger. Naast het werkkamp was er ook de Landgerichtsgefängnis Hirschberg, een staatsrechtbankgevangenis die door de nazi's werd gebruikt.

Concentratiekamp Hirschfelde

Concentratiekamp Hirschfelde

 

Duitsland

Hirschfelde (bij Zittau) bevond tijdens de Tweede Wereldoorlog een subkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Daarnaast was er een werkkamp voor krijgsgevangenen (Arbeitskommando) gevestigd. In Hirschfelde was een buitenkamp (Aussenlager) van Gross-Rosen gevestigd waar gevangenen gedwongen werden te werken in de lokale industrie. Arbeitskommando: Er was een werkkamp (waarschijnlijk verbonden aan Stalag VIII-B Lamsdorf) waar Britse en andere geallieerde krijgsgevangenen dwangarbeid verrichtten. Industrie: Gevangenen werden ingezet in de vlasspinnerij (Flachsspinnerei Hirschfelde) en de energiecentrale. Begin 1945 kwamen groepen gevangenen door of uit Hirschfelde tijdens de beruchte dodenmarsen, toen de nazi's de kampen voor het oprukkende Rode Leger ontruimden. Hirschfelde ligt tegenwoordig in de Duitse deelstaat Saksen, vlakbij het drielandenpunt met Polen en Tsjechië.

Hinzert

 

Duitsland

Concentratiekamp Hinzert (officieel SS-Sonderlager Hinzert) was een gevangenis- en doorgangskamp in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag nabij de stad Trier en speelde een specifieke rol in het onderdrukken van het verzet in bezette gebieden, waaronder de Benelux en Frankrijk. Hinzert-Pölert, Rijnland-Palts (nabij de grens met Luxemburg). Periode: Actief van 1939 tot januari 1945. Begon als kamp voor dwangarbeiders (Westwall), werd in 1940 een speciaal SS-kamp en in 1944 een bijkamp van Buchenwald. Slachtoffers: Ruim 13.000 mannen uit meer dan 20 landen werden hier vastgehouden; zeker 321 gevangenen kwamen om het leven.Hinzert functioneerde vooral als heropvoedingskamp en doorgangskamp voor politieke gevangenen. Veel verzetsstrijders werden hier onder het Nacht und Nebel-decreet vastgehouden om hen spoorloos te laten verdwijnen. Nationaliteiten: Het merendeel van de gevangenen kwam uit Luxemburg, Frankrijk, België en Nederland.

Hirschberg

Hirschberg

 

Polen

Buitenkamp Hirschberg (nu Jelenia Góra, Polen) was een subkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen, operationeel van 1942 tot februari 1945. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse mannen die dwangarbeid verrichtten in de chemische afdeling van de lokale rayonfabriek (Schlesische Zellwolle AG). Hirschberg im Riesengebirge (Neder-Silezië, toen Duitsland, nu Polen). Officieel een Arbeitskommando (arbeidskommando) en subkamp van het Gross-Rosen concentratiekamp (vanaf maart 1944). Gevangenen werkten onder zeer gevaarlijke omstandigheden in de chemische industrie, vaak met handletsels tot gevolg. Het kamp stond bekend om de extreem lage temperaturen en lange appèls in de open lucht. Het kamp werd in februari 1945 bevrijd door het Rode Leger. Het kamp wordt ook wel aangeduid als Hirschberg in Schlesien.

Hinterbrühl

Hinterbrühl

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp Hinterbrühl, ook bekend als Arbeitslager Wien-Hinterbrühl, was een buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen. Het kamp was actief van 4 augustus 1943 tot vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gelegen in Hinterbrühl, Oostenrijk, en maakte deel uit van het Floridsdorf-kampcomplex, dat bestond uit verschillende kampen die waren opgezet voor de Heinkel-fabrieken in de omgeving van Wenen. Het diende als werkkamp waar gevangenen dwangarbeid verrichtten.Gevangenen werkten in de productie voor de vliegtuigfabrieken (Heinkel).Onderdeel van Mauthausen: Als buitenkamp van Mauthausen maakte het deel uit van het uitgebreide SS-systeem van werkkampen.

Hirtenberg 

Hirtenberg 

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp Hirtenberg (ook bekend als Waffen-SS-Arbeitslager Hirtenberg of Gustloff-Werke) was een buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen, gelegen in Neder-Oostenrijk. Het kamp werd opgericht op 28 september 1944.Functie: Het diende als dwangarbeidskamp voor een munitiefabriek van de Gustloff-Werke. Op 28 september 1944 arriveerde het eerste transport, bestaande uit 391 vrouwen die via Mauthausen uit Auschwitz kwamen.Tegen het einde van de oorlog werd het kamp ontruimd. Het kamp viel onder het beheer van de SS-WVHA (SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt) als een van de vele subkampen van Mauthausen.

Concentratiekamp Hluboczek Wielkj

Concentratiekamp Hluboczek Wielkj

 

Oekraine

Concentratiekamp Hlybocok

Concentratiekamp Hlybocok

 

Wit Rusland

Het kamp in Hlyboke (Wit-Rusland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht getto en een locatie voor een krijgsgevangenkamp (Stalag 351/363). Het staat bekend om de massale moord op de Joodse bevolking en de verschrikkelijke omstandigheden voor Sovjet-krijgsgevangenen. Het Getto: Opgericht door de nazi's in 1941; hier werden duizenden Joden uit de regio opgesloten onder erbarmelijke omstandigheden. In augustus 1943 werd het getto gewelddadig ontruimd. De bewoners werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Majdanek of ter plekke geëxecuteerd. Joods Verzet: Tijdens de liquidatie vond er een gewapende opstand plaats in het getto, waarbij gevangenen met zelfgemaakte wapens vochten tegen de SS. Krijgsgevangenen: In de buurt lag een kamp voor Sovjet-soldaten waar tienduizenden mensen stierven door uithongering, ziekte en executie.

Hochweiler

Hochweiler

 

Polen

Concentratiekamp Hochweiler was een nevenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het lag in de buurt van het huidige Poolse dorp Wierzchowice (toen Hochweiler genoemd) in Neder-Silezië. Gevestigd op het terrein van een voormalige steenfabriek. Operationeel van oktober 1944 tot januari 1945. Ongeveer 1.000 Joodse vrouwen, die op 20 oktober 1944 vanuit Auschwitz-Birkenau werden getransporteerd. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid als onderdeel van Operatie Barthold, een plan om verdedigingswerken (zoals loopgraven en anti-tankgrachten) aan te leggen tegen het oprukkende Sovjetleger.

Hof - Moschendorf

Hof - Moschendorf

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hof-Moschendorf was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. Het was gevestigd in een wijk van de stad Hof, in Beieren, en was actief in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bestond van 3 september 1944 tot 14 april 1945. Gevestigd in de leegstaande porseleinfabriek Reincke in de wijk Moschendorf. Er verbleven ongeveer 100 mannelijke gevangenen, voornamelijk uit Duitsland, Polen en de Sovjet-Unie. De gevangenen werden ingezet voor het repareren van wapens voor het SS-Hauptzeugamt (hoofdkwartier voor bewapening).

Concentratiekamp Hoffnungsthal

Concentratiekamp Hoffnungsthal

 

Polen

Concentratiekamp Hoffnungsthal was een relatief klein buitenkamp (subkamp) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het was gevestigd in de buurt van de toenmalige Duitse stad Liegnitz (nu Legnica in Polen). Hoewel het minder bekend is dan de grote vernietigingskampen, maakte het deel uit van het uitgebreide netwerk van dwangarbeidskampen in Silezië. In de nabijheid van Hoffnungsthal (het huidige Gierałtów), nabij Bolesławiec (Bunzlau). Dwangarbeid voor de Duitse oorlogsindustrie. Gevangenen: Bestond voornamelijk uit mannelijke gevangenen, waaronder veel Polen en burgers uit de Sovjet-Unie. Het kamp Hoffnungsthal werd in de latere oorlogsjaren opgericht om te voorzien in de behoefte aan goedkope arbeidskrachten. Gevangenen werden tewerkgesteld bij lokale bedrijven en infrastructurele projecten. Net als in andere kampen van Gross-Rosen waren de omstandigheden extreem zwaar, met structurele ondervoeding, ziekte en mishandeling. In het voorjaar van 1945 werd het kamp ontruimd vanwege het naderende Rode Leger. De gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd naar andere kampen dieper in Duitsland.

Concentratiekamp Hohenau

Concentratiekamp Hohenau

 

Oostenrijk

Hohenbruch 

Hohenbruch 

 

Rusland

Het concentratiekamp Hohenbruch (Duits: Konzentrationslager Hohenbruch) was een nazi-kamp in Oost-Pruisen, gelegen in het moerasgebied Großes Moosbruch nabij het Koerse Haf (het huidige Gromovo in Rusland, voorheen Lauknen). Het kamp was een van de kampen die werden geëxploiteerd in de regio Oost-Pruisen, vaak gebruikt voor de opsluiting van Polen, communisten, sociaaldemocraten en Joden uit de regio. Hohenbruch diende als een kamp van de Gestapo Königsberg, specifiek bedoeld voor tegenstanders en slachtoffers van het naziregime in Oost-Pruisen. Het functioneerde tevens als een Arbeitserziehungslager (arbeidsopvoedingskamp). Het kamp was gelegen bij het toenmalige Hohenbruch (tot 1938 Lauknen) in de regio Königsberg. Vanaf september 1939 werden er naast Poolse gevangenen ook ongeveer honderd Duitse communisten, sociaaldemocraten en Joden uit Oost-Pruisen vastgehouden. Het kamp werd gebruikt om ongewenste personen uit de regio te isoleren, aangezien er in de directe omgeving van Oost-Pruisen aanvankelijk geen grote concentratiekampen waren.

Hoheneck  

Hoheneck 

 

Duitsland

Concentratiekamp Hoheneck bevond zich in Stollberg (Saksen, Duitsland). Het was \vooral berucht als de grootste vrouwengevangenis van de DDR. Een kasteel in Stollberg, nabij Chemnitz (Saksen). Gebouwd voor 600, maar vaak bezet door meer dan 1.600 vrouwen. Zowel criminele als politieke gevangenen

Hohenelbe

Hohenelbe

 

Tsjechie

Het concentratiekamp Ober-Hohenelbe was een buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen en bevond zich in de huidige plaats Hořejší Vrchlabí in Tsjechië. Hořejší Vrchlabí (destijds Ober-Hohenelbe, gelegen in het Sudetenland). Het kamp was een buitenkamp van het grotere Groß-Rosen-netwerk. Het kamp werd waarschijnlijk op 12 september 1944 opgericht. Het kamp werd bevrijd op 9 mei 1945. De gevangenen werden aan het einde van de oorlog niet geëvacueerd.

Hohenlinde = Lagiewniki Slaskie

Hohenlinde = Lagiewniki Slaskie

 

Polen

Concentratiekamp Hohenlinde was een subkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Auschwitz. Het lag in Hohenlinde, de toenmalige Duitse naam voor de wijk Łagiewniki in de stad Bytom (Silezië, Polen). Het was operationeel van december 1944 tot januari 1945. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Hubertushütte (een staalfabriek). Er verbleven ongeveer 200 tot 300 Joodse mannen. In januari 1945 werd het kamp ontruimd vanwege het oprukkende Rode Leger; de gevangenen moesten deelnemen aan de beruchte dodenmarsen.

Hohenlychen

Hohenlychen

 

Duitsland

De Heilanstalten Hohenlychen, gelegen in de buurt van Berlijn, fungeerden tijdens de Tweede Wereldoorlog als een SS-sanatorium en medisch onderzoekscentrum onder leiding van dr. Karl Gebhardt. Het complex stond bekend om de gruwelijke medische experimenten die er op concentratiekampgevangenen werden uitgevoerd. Gelegen in Lychen, Uckermark, ongeveer ten noorden van Berlijn en ten noordoosten van het concentratiekamp Ravensbrück. Oorspronkelijk een sanatorium voor tuberculosepatiënten (vanaf 1902), werd het tijdens de oorlog een SS-ziekenhuis. Medische Experimenten: Er werden experimenten uitgevoerd op gevangenen, waaronder die uit het nabijgelegen vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück.Dr. Karl Gebhardt, lijfarts van Heinrich Himmler, leidde de instelling, die nauw verbonden was met de medische misdaden van de SS. In februari 1945 probeerde het Zweedse Rode Kruis nog gevangenen te redden uit het complex.

Concentratiekamp Hohensalza

Concentratiekamp Hohensalza

 

Polen

Hohensalza (het huidige Inowrocław in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijk nazi-administratief centrum waar meerdere kampen en detentiecentra gevestigd waren. Hoewel concentratiekamp Hohensalza vaak als verzamelnaam wordt gebruikt, bestond het complex uit verschillende faciliteiten met elk een eigen doel. Belangrijkste kampen in Hohensalza

Übergangslager (Doorgangskamp): Opgericht direct na de Duitse inval in 1939. Het diende voor de tijdelijke detentie van de Poolse elite, intellectuelen en geestelijken voordat zij werden geëxecuteerd of naar grotere kampen werden gestuurd.

Arbeits- und Erziehungslager (AEL): Een werkkamp van de SS waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichtten, vaak aan spoorwegen of in de landbouw.

Heilag Montwy (Hohensalza-Montwy): Een kamp van de Wehrmacht (Heimkehrerlager) dat tussen 1941 en 1943 functioneerde in het nabijgelegen dorp Mątwy.

Joods Ghetto & Zwangsarbeitslager: Er was een getto voor de Joodse bevolking, van waaruit velen in 1942 naar het vernietigingskamp Chełmno werden gedeporteerd.

Concentratiekamp Hohensalza-Montwy

Concentratiekamp Hohensalza-Montwy

 

Polen

Heilag Montwy (ook bekend als Hohensalza-Montwy) was een kamp dat op 13 mei 1941 door de Duitse Wehrmacht werd opgericht in het dorp Mątwy, in de buurt van Inowrocław (Hohensalza) in Polen. Het functioneerde tot 28 november 1943. Het was een Heimkehrerlager (Heilag), een kamp voor krijgsgevangenen uit westerse landen die in aanmerking kwamen voor vrijlating en repatriëring. Het kamp was gelegen in Mątwy, wat deel uitmaakte van het door Duitsland bezette gebied (Wartheland).

Hohenstein - Ernstthal

Concentratiekamp Hohnstein

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hohenstein-Ernstthal was een buitenkamp van het naziconcentratiekamp Flossenbürg, actief van 10 december 1944 tot medio april 1945. Het kamp huisvestte ongeveer 400 tot 440 Joodse mannen, voornamelijk uit Polen, die werden ingezet voor dwangarbeid. Gelegen in de Duitse stad Hohenstein-Ernstthal (Saksen).Het werd beschouwd als een streng bewaakt kamp, maar er waren in de loop van de tijd tientallen succesvolle ontsnappingspogingen. Medio april 1945 werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op een dodenmars richting het Sudetenland gestuurd. Een groep gevangenen werd op 7 mei 1945 bevrijd door Sovjettroepen tijdens een dodenmars in de richting van Flossenbürg.

Hohenthan 

Hohenthan 

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hohenthan was een buitencommando (Außenlager) van het grotere nazi-concentratiekamp Flossenbürg. Dit kamp was actief in de laatste fase van de oorlog, met name vanaf februari 1945. Hohenthan, Duitsland (regio Beieren). De gevangenen in dit kamp, voornamelijk Jehovah's Getuigen (destijds Bibelforscher genoemd), werden ingezet voor dwangarbeid in een bakkerij die brood leverde aan het hoofd-kamp Flossenbürg. Het kamp werd op 22 april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen. Het maakte deel uit van het uitgebreide netwerk van satellietkampen van Flossenbürg, dat werd gebruikt om de nazi-oorlogsmachine te ondersteunen door middel van dwangarbeid.

Hohenwiese

Hohenwiese

 

Polen

Het kamp Hohenwiese (volledige naam: Buchwald-Hohenwiese) was een subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het lag in het huidige Polen, nabij de plaatsen Bukowiec (Buchwald) en Kowary (Hohenwiese) in Neder-Silezië. Actief van april 1944 tot de bevrijding op 9 mei 1945. Gelegen in de buurt van Hirschberg (nu Jelenia Góra) in het Reuzengebergte. Het kamp bood plaats aan ongeveer 500 tot 600 mannelijke gevangenen, voornamelijk Joden uit Polen, Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Gevangenen werden ingezet voor de oorlogsindustrie, specifiek voor de firma Deutsche Arbeitsfront (DAF) en bouwprojecten van de SS. De gevangenen moesten werken aan de bouw van een groot sanatorium of rusthuis (het huidige Wojków).De omstandigheden waren zwaar door het bergachtige terrein, ondervoeding en mishandeling door de bewakers. Tegen het einde van de oorlog diende het kamp ook als doorgangslocatie voor gevangenen die tijdens de dodennarsen werden geëvacueerd uit kampen verder naar het oosten.

Hohlstedt

Hohlstedt

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hohlstedt was een buitenkamp (Aussenlager) van het grotere kampcomplex Mittelbau-Dora. Het kamp was operationeel van oktober 1944 tot april 1945 en werd bevolkt door ongeveer 200 tot 500 gevangenen. Het kamp viel onder de SS-Baubrigade I, een eenheid die gespecialiseerd was in bouw- en herstelwerkzaamheden onder dwang. De eerste gevangenen moesten in bunkers in het bos slapen totdat ze hun eigen barakken hadden gebouwd. Gevangenen: De groep bestond uit diverse nationaliteiten, waaronder een opmerkelijk groot aantal voormalige leden van de Wehrmacht die wegens politieke redenen of desertie waren gevangengezet. De gevangenen in Hohlstedt werden voornamelijk ingezet als dwangarbeiders voor de Deutsche Reichsbahn. Ze werkten bij het nabijgelegen spoorwegknooppunt van Sangerhausen. Bombardementen: Hun taak was het herstellen van rails en infrastructuur die door geallieerde bombardementen waren verwoest. Bewaking: Naast de SS werden de gevangenen ook bewaakt door gewapend personeel van de Duitse spoorwegen zelf. In april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende Amerikaanse troepen. De gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd of in treinen weggevoerd naar andere kampen, zoals Mauthausen.

Hohnstein

 

Duitsland

Het concentratiekamp Hohnstein, gelegen in de burcht Hohnstein in Saksen (Duitsland), was een van de vroege nazi-kampen die actief waren van maart 1933 tot augustus 1934. Het diende voornamelijk voor het vasthouden van politieke tegenstanders, met name communisten, en had in augustus 1933 ongeveer 600 gevangenen. De 15e-eeuwse burcht (Burg Hohnstein) in de Sächsische Schweiz. Het was een van de vroege wilde kampen (KZ Hohnstein) van het nazi-regime, gebruikt voor het opsluiten van politieke tegenstanders (o.a.communisten). Periode: Het kamp was in bedrijf van maart 1933 tot augustus 1934. Aantallen: Tegen augustus 1934 waren er in totaal ongeveer 5.600 gevangenen geregistreerd. Later, van 1939 tot 1940, werd de locatie gebruikt als krijgsgevangenkamp, bekend als Oflag IV-A.

Hohwacht

Hohwacht

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Hohwacht, vaak aangeduid als het Lütjenburg-Hohwacht buitenkamp, was een satellietkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het werd in november 1944 opgericht in Hohwacht, gelegen aan de Oostzee bij Lütjenburg in Noord-Duitsland. Het kamp werd opgericht in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog en huisvestte ongeveer 200 gevangenen. Gelegen in de regio Lütjenburg-Hohwacht, een gebied destijds gebruikt voor het detineren van dwangarbeiders.

Concentratiekamp Holeszów

Concentratiekamp Holeszów

 

Tsjechie

Holleschau (Holešov) Ghetto/Kamp: Tijdens de oorlog fungeerde Holešov niet als een groot officieel concentratiekamp, maar de Joodse bevolking werd er verzameld en gedeporteerd naar kampen zoals Theresienstadt.  Er was een doorgangspunt voor transporten.

Holleischen = Holysov 

Holleischen = Holysov 

 

Tsjechie

Concentratiekamp Holleischen is de Duitse naam voor het werkkamp en buitenkamp in het huidige Tsjechische Holýšov. Holleischen (Holýšov) was gelegen in het Sudetenland (bezet Tsjecho-Slowakije) en fungeerde vanaf 1 september 1944 als een buitenkamp van [KZ Flossenbürg]. Het kamp bestond uit een vrouwen- en een mannenkamp. Gevangenen werden tewerkgesteld in de munitiefabrieken van de Metallwerke Holleischen GmbH. Gevangenen: Vanaf april 1944 werden er honderden vrouwen vastgehouden (waaronder Joodse vrouwen uit Auschwitz en [Aussenlager Nürnberg]). Vanaf augustus 1944 werkten er ook mannen (Polen, Russen, Tsjechen).Het kamp werd op 5 mei 1945 bevrijd door de [Heilige Kruis Brigade] van de Poolse Nationale Strijdkrachten (NSZ).Het kamp stond ook bekend als een opleidingskamp voor vrouwelijk bewakingspersoneel (SS-Aufseherinnen) voor andere buitenkampen van Flossenbürg.

Hollenstein a. d. Ybbs

Hollenstein a. d. Ybbs

 

Oostenrijk

In Hollenstein an der Ybbs bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Mauthausen. Het was officieel onderdeel van het Mauthausen-complex, het grootste concentratiekamp in Oostenrijk.Gelegen in de gemeente Hollenstein an der Ybbs, in het district Amstetten (Neder-Oostenrijk). Gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware fysieke arbeid. De werkzaamheden richtten zich vaak op infrastructuur, zoals wegenbouw of werk in de lokale industrie en mijnbouw in de Ybbstaler Alpen. Net als in andere buitenkampen van Mauthausen waren de omstandigheden vaak erbarmelijk, met een gebrek aan voedsel en medische zorg.

Holm

Holm

 

Duitsland

regio Sleeswijk-Holstein

Concentratiekamp Holovcynci

Concentratiekamp Holovcynci

 

Oekraine

Holovchyntsi (of Golovchintsy) in de regio Chmelnytsky (Oekraïne)

Concentratiekamp Holowuck Wielki

Concentratiekamp Holowuck Wielki

 

Polen/Oekraine

Holowuck Wielki, een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp) in het toenmalige district Galicië (nu Polen/Oekraïne).In tegenstelling tot grote vernietigingskampen zoals Auschwitz, was dit een kleiner werkkamp dat begin 1942 werd opgezet. Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp voor Joden). Periode: Actief vanaf begin 1942.

Holstendorf 

Holstendorf 

 

Duitsland

Concentratiekamp Ahrensbök-Holstendorf was een van de eerste concentratiekampen in nazi-Duitsland, gevestigd in een voormalige suikerfabriek in de buurt van Lübeck. Holstendorf, in de gemeente Ahrensbök (Sleeswijk-Holstein). Het kamp was in gebruik van 3 oktober 1933 tot 9 mei 1934.Het opsluiten van politieke tegenstanders, voornamelijk communisten en sociaaldemocraten. Er werden ongeveer 300 gevangenen vastgehouden onder zware omstandigheden. Het behoorde tot de zogenoemde wilde of vroege kampen, die werden opgericht direct nadat de nazi's de macht grepen in 1933. Gevangenen werden ingezet voor zware arbeid, zoals wegenbouw in de omgeving.Na de centralisatie van het kampsysteem door de SS (onder leiding van Himmler) werd het kamp gesloten en de gevangenen overgeplaatst.

Holysov

Holysov

 

Tsjechie

Concentratiekamp Holýšov (Duits: Holleischen) was een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg in het huidige Tsjechië. Het diende van april 1944 tot mei 1945 voornamelijk als werkkamp voor vrouwen die munitie produceerden voor de Duitse oorlogsmachine. Holýšov, ongeveer 25 km ten zuidwesten van Pilsen. Een Aussenlager (subkamp), eerst onder het bevel van Ravensbrück en vanaf september 1944 onder Flossenbürg. Gevangenen: Grotendeels vrouwen (circa 1.000) uit Frankrijk, Polen, de Sovjet-Unie en Hongarije, waaronder veel Joodse vrouwen. Gedwongen arbeid in de metaal- en munitiefabriek van Metallwerke Holleischen GmbH (onderdeel van de Skoda-fabrieken).Het kamp is bekend vanwege de unieke wijze van bevrijding: Datum: 5 mei 1945. Bevrijders: De Poolse Heilig Kruis Brigade (Brygada Świętokrzyska), een eenheid van de Poolse Nationale Strijdkrachten (NSZ). Zij bevrijdden circa 700 tot 1.000 vrouwen en voorkwam dat de SS-bewakers de barakken in brand staken.

Holzen

Concentratiekamp Holzen

 

Duitsland

Het concentratiekamp Holzen (bij Eschershausen) was een buitenkamp van Buchenwald en Neuengamme, actief van september 1944 tot 7 april 1945. Het kamp, gelegen in de Duitse bergrug Hils, huisvestte 1100 tot 2000 gevangenen die dwangarbeid verrichtten in ondergrondse fabrieken, onder beheer van de SS. Het kamp bevond zich in de buurt van Eschershausen/Holzen. Gevangenen werden ingezet voor zware arbeid, grotendeels ondergronds. Het stond ook wel bekend onder de codenamen Hecht of Stein. Het kamp was in gebruik in de laatste fase van de oorlog, van september 1944 tot begin april 1945. De omstandigheden waren zeer zwaar, zoals gebruikelijk in de nazi-concentratie- en subkampen.

Hopehill

Hopehill

 

Polen

Concentratiekamp Hopehill (ook bekend als Reimannsfelde of in het Pools: Nadbrzeże) was een buitenkamp (Aussenstelle) van het concentratiekamp Stutthof. Het bevond zich nabij Elbing (tegenwoordig Elbląg in Polen) en was operationeel van 29 mei 1942 tot januari 1945. Het was een werkkamp waar gevangenen dwangarbeid verrichtten in een lokale steenfabriek. Gevangenen: Het aantal gevangenen steeg van ongeveer 40 bij de opening tot circa 300 à 400 op het hoogtepunt. De leefomstandigheden waren zeer slecht; gevangenen leden onder zwaar werk (kleiwinning), honger en ziektes zoals tyfus. Overleden gevangenen werden tijdelijk in een zolderruimte bewaard voordat ze elke 10 dagen naar het crematorium van het hoofdkamp Stutthof werden vervoerd. Het kamp werd op 19 en 20 januari 1945 ontruimd vanwege de naderende Sovjettroepen, waarna de gevangenen terug naar Stutthof werden gestuurd De Duitse bewakers in Hopehill stonden bekend om hun extreme wreedheid, terwijl de Kroatische en Poolse SS-bewakers in dit specifieke kamp gevangenen soms iets milder behandelden.

Hoppstädten

Hoppstädten

 

Duitsland

Er bestond in Hoppstädten (nabij Neubrücke, Rijnland-Palts) een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Hinzert. Het was een subkamp (Außenlager) onder het beheer van SS-Sonderlager Hinzert. Gelegen in de gemeente Hoppstädten-Weiersbach. Actief in de laatste fase van de oorlog; in januari 1945 werd een nabijgelegen kamp uit Neubrücke naar Hoppstädten verplaatst. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid onder toezicht van de SS.  Het dorp had voor de oorlog een actieve Joodse gemeenschap met een eigen synagoge en begraafplaats. Veel Joodse inwoners uit Hoppstädten werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.

Horejsi Stare Mesto

Horejsi Stare Mesto

 

Tsjechie

Oberaltstadt (Horejsi Staré Mesto) was een nazi-arbeidskamp en een buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen, gelegen in de buurt van Trutnov (Trautenau) in het Sudetenland (tegenwoordig Tsjechië). Arbeidskamp/buitenkamp voor Joodse vrouwen.Oberaltstadt (Horejsi Staré Mesto), gelegen in het Sudetenland, vlakbij Trutnov. Ongeveer 500 Joodse vrouwen werden hier vastgehouden en dwangarbeid verricht in de vlasfabrieken van de firma's Ignaz Etrich en J.A. Kluge, evenals bij de Siemens Motorenwerke in Jungbuch. Het kamp werd geopend in maart 1944 en bevrijd op 5 mei 1945. Het kamp stond in de regio bekend als een locatie waar gevangenen werkten onder zware omstandigheden, onder het bestuur van Groß-Rosen.

Horgau

Horgau

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Horgau, vaak aangeduid als een buitenkamp (Aussenlager) van Dachau of verbonden aan Messerschmitt (Horgau-Pfersee), was een dwangarbeiderskamp dat eind 1944 tot begin 1945 actief was in de bossen bij Horgau, Duitsland. Het kamp werd opgezet om dwangarbeiders te huisvesten voor de productie van onderdelen voor de Messerschmitt Me 262 straaljager, als onderdeel van de verplaatsing van de wapenproductie naar verborgen locaties vanwege geallieerde bombardementen. Het kamp bevond zich ten noordoosten van het station (Bahnhof) van Horgau, in het bosgebied. Het kamp was slechts zeer kort actief, waarschijnlijk intensief gebruikt tussen maart en april 1945. Documenten wijzen erop dat toestemming voor de bouw van 5 barakken, bewakersbarakken en een hekwerk op 5 februari 1945 werd gegeven. Er was sprake van transporten van gevangenen, waaronder joodse dwangarbeiders, die vaak in erbarmelijke omstandigheden arriveerden.

Horneburg

Horneburg

 

Duitsland

Het concentratiekamp Horneburg was een buitenkamp van het naziconcentratiekamp Neuengamme. Het kamp bevond zich in Duitsland en was actief aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was waarschijnlijk actief van eind oktober 1944 tot eind april 1945 in Horneburg, Nedersaksen. Tussen oktober 1944 en februari 1945 werden ongeveer 200 Hongaarse Joodse vrouwen en 50 Nederlandse vrouwen gedwongen tot het produceren van radio-onderdelen. Herkomst gevangenen: De Hongaarse Joodse vrouwen waren via Auschwitz-Birkenau naar Horneburg gebracht, terwijl de Nederlandse vrouwen via concentratiekamp Ravensbrück kwamen. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid in de telecommunicatie- en klepjesproductie.

Concentratiekamp Horodenka

Concentratiekamp Horodenka

 

Oekraine

Concentratiekamp HorodenkaIn Horodenka (Oekraïne) bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog geen groot concentratiekamp zoals Auschwitz, maar de stad was wel de locatie van een berucht Joods getto en grootschalige nazi-executies.  In juli 1941 werd de stad bezet door Hongaarse troepen, gevolgd door Duitse troepen in augustus. Het Getto: De nazi's richtten in 1941 een getto in waar de Joodse bevolking onder erbarmelijke omstandigheden werd opgesloten. De Bloedbaden (Aktions): December 1941: Ongeveer 2.500 Joden werden onder het voorwendsel van werk naar een nabijgelegen bos (Siemakowce) gebracht en daar doodgeschoten. April 1942: Een tweede grote actie vond plaats, waarbij ongeveer 1.500 Joden werden vermoord of gedeporteerd naar het vernietigingskamp Belzec. In september 1942 werd het getto definitief geliquideerd. De resterende Joden werden gedeporteerd of ter plekke vermoord.

Concentratiekamp Horodyszcze

Concentratiekamp Horodyszcze

 

Wit Rusland

Horodyszcze, in het huidige Wit-Rusland (toen bezet Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog het toneel van nazi-gruweldaden. De plek staat vooral bekend om het Ghetto van Horodyszcze en de nabijheid van het beruchte dwangarbeid- en concentratiekamp Kołdyczewo. Het Ghetto van Horodyszcze. Kort na de Duitse inval in de Sovjet-Unie (zomer 1941) werd een getto opgericht voor de Joodse bevolking. In oktober 1941 vond een massale slachting plaats waarbij honderden Joden werden vermoord in nabijgelegen bossen. Het getto werd definitief geliquideerd in 1942. De overgebleven specialisten en arbeiders werden later alsnog geëxecuteerd of gedeporteerd.

Concentratiekamp Horodživ

Concentratiekamp Horodživ

 

Oekraine

Horserod 

Kamp Horserød

 

Denemarken

Kamp Horserød was een gevangenkamp in Denemarken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij Helsingør en diende als een van de weinige plekken in Denemarken waar politieke gevangenen en Joden werden vastgehouden onder het Duitse bewind. Horserød, ongeveer 7 kilometer van Helsingør. Actief als gevangenkamp tussen 1940 en 1944. Gebouwd in 1917 als kamp voor krijgsgevangenen uit de Eerste Wereldoorlog. Gebruikt voor Deense communisten, verzetsstrijders en later Joodse gevangenen. Belangrijke gebeurtenissen Augustus 1943: De Duitsers namen het directe bestuur over na het opstappen van de Deense regering.  Ondanks bewaking slaagden gevangenen er soms in te vluchten voor deportatie. In oktober 1943 werden veel Joodse gevangenen vanuit Horserød gedeporteerd naar Theresienstadt.

Horst

Horst

 

Duitsland

Het was een buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Buchenwald. Gelsenkirchen, Duitsland. Ongeveer 2000 Joodse vrouwen uit Hongarije. Gedwongen arbeid bij de olieraffinaderij Gelsenberg Benzin AG. Bij een geallieerd bombardement in september 1944 kwamen zo'n 150 vrouwen om het leven omdat zij niet de schuilkelders in mochten.

Concentratiekamp Horthyliget

Concentratiekamp Horthyliget

 

Hongarije

Horthyliget was een Hongaars internerings- en doorgangskamp op het eiland Csepel (nabij Szigetszentmiklós) dat bestond van maart tot augustus 1944. Het kamp was uniek omdat het specifiek was opgezet voor de Joodse intellectuele en culturele elite van Boedapest, waaronder bekende journalisten, schrijvers en advocaten.Gelegen op het terrein van de gebombardeerde vliegtuigfabriek van de Weiss Manfréd-fabrieken. Slachtoffers: In totaal werden er ongeveer 700 mensen vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden. Gevangenen: Bekende figuren zoals schrijver Török Sándor en journalist Fóthy János. Deportaties: In juli 1944 werden ongeveer 200 gevangenen vanuit dit kamp rechtstreeks gedeporteerd naar Auschwitz. Het kamp werd in augustus 1944 gesloten nadat de overgebleven gevangenen elders waren ondergebracht of gedeporteerd.

Concentratiekamp Hoszcza

Concentratiekamp Hoszcza

 

Oekraine

In Hoszcza (tegenwoordig Hoshcha, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen groot concentratiekamp zoals Auschwitz, maar wel een getto en een dwangarbeidskamp. De geschiedenis van deze plek is een tragisch voorbeeld van de Holocaust door kogels in Oost-Europa. Belangrijke feiten over Hoszcza (1941-1943) Bezetting: Op 4 juli 1941 trokken de Duitse troepen de stad binnen.Joden werden direct gedwongen tot zwaar werk, zoals het schoonmaken van straten en het bouwen van een brug. Er was een specifiek werkkamp voor krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Het Getto: Kort na een grote executie in mei 1942 werd er een getto opgericht waar ook Joden uit omliggende dorpen naartoe werden gebracht. Massamoorden:20 mei 1942: Ongeveer 670 Joden werden doodgeschoten door de SD en Oekraïense politie. September 1942: Liquidatie van het getto, waarbij nog eens circa 500 mensen werden vermoord. 14 november 1942: Een laatste groep van 123 overlevenden werd geëxecuteerd.

Concentratiekamp Hôtel de Bompard

Concentratiekamp Hôtel de Bompard

 

Frankrijk

Het Hôtel de Bompard in Marseille functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog, tussen de zomer van 1940 en november 1942, als een interneringscentrum voor met name joodse vrouwen en kinderen. Het was een van de hotels in Marseille die werden gebruikt als transietkampen, ondergeschikt aan het grotere kamp Les Milles. Het diende als een supervised stay plaats voor vrouwen en kinderen, beheerd door de administratie van het kamp Les Milles, dat zo'n 30 kilometer ten noorden van Marseille lag. Het was een interneringscentrum, specifiek gericht op vrouwen. Ook joodse vluchtelingenkinderen werden er vastgehouden. Deportaties: In augustus 1942 werd het hotel gesloten. Ongeveer 250 gedetineerden werden via Les Milles en Drancy gedeporteerd naar Auschwitz. Aantallen: In totaal zijn er naar schatting 910 vrouwen en kinderen door het Hôtel Bompard gepasseerd. Het Hôtel Bompard maakte deel uit van een netwerk van hotels (samen met Hôtel Terminus) die fungeerden als de maritieme of stedelijke uitbreiding van de interneringskampen in de regio.

Concentratiekamp Hôtel le Terminus du Port

Concentratiekamp Hôtel le Terminus du Port

 

Frankrijk

Het Hôtel le Terminus du Port in Marseille functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name vanaf september 1939, als een van de vele geïmproviseerde interneringskampen en bijgebouwen van het nabijgelegen kamp Les Milles in de Bouches-du-Rhône. Het diende als een inschepingskamp (camp d'embarquement) waar voornamelijk Joodse vluchtelingen van Duitse oorsprong werden vastgehouden. Het werd beschreven als een bouwvallige (ramshackle) locatie waar in mei 1942 ongeveer 90 volwassenen en 13 kinderen verbleven. De voorzieningen waren slecht en onvoldoende. Bewaking: De gedetineerden stonden onder politietoezicht, maar hadden een zekere mate van bewegingsvrijheid in de stad, en er was soms toestemming om 's nachts niet in het hotel te verblijven. Het hotel was gelegen in Marseille, nabij de oude haven. Rol van de Rode Kruis: Het Franse Rode Kruis verleende hulp aan de Joodse gevangenen in dit kamp, evenals in de kampen Hôtel de Bompard en Les Milles.In september en oktober 1942 werden de resterende gedetineerden vaak overgebracht naar andere kampen in Marseille, waaronder het Hôtel de Bompard

Hoten krijgsgevangenenkamp

Hoten krijgsgevangenenkamp

 

China

Krijgsgevangenenkamp Hoten (ook bekend als Camp Mukden of Hoten POW Camp) was een Japans kamp voor geallieerde krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij de stad Mukden, het huidige Shenyang in de Chinese provincie Liaoning (toen Mansjoerije). Opgericht op 11 november 1942 en bevrijd op 15 augustus 1945 door het Sovjetleger. Er zaten ongeveer 2.000 krijgsgevangenen vast, waaronder Amerikanen, Britten, Australiërs en ook Nederlanders. Hoge rangen: Het kamp was berucht omdat hier veel officieren met een hoge rang werden vastgehouden om hen als ruilmiddel te gebruiken. Gevangenen moesten onder zware winterse kou dwangarbeid verrichten in fabrieken (zoals MKK) en leden aan ondervoeding en mishandeling. Unit 731: Er zijn sterke aanwijzingen dat gevangenen in Hoten werden onderworpen aan medische experimenten door de beruchte Japanse bacteriologische eenheid Unit 731.

Hradischko a. d. Moldau = Hradistko

Hradischko a. d. Moldau = Hradistko

 

Tsjechie

Hradischko (ook wel Hradischko an der Moldau) is de Duitstalige naam voor het Tsjechische dorp Hradištko.Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier een berucht buitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Flossenbürg gevestigd. Gelegen ten zuiden van Praag, bij de samenvloeiing van de Moldau en de Sázava. Het kamp was operationeel van november 1943 tot april 1945.De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de SS-Pionierschule (genietroepen). Er zaten veel politieke gevangenen uit bezet Europa, waaronder een aanzienlijke groep uit Frankrijk en Nederland. Hradištko is in Nederland vooral bekend door de Groep van 48. Dit was een groep Nederlandse politieke gevangenen die in de laatste dagen van de oorlog in dit kamp werden geëxecuteerd door de SS.

Concentratiekamp Hrinovca

Concentratiekamp Hrinovca

 

Transnistrië

Hrinovca (Transnistrië): In oktober 1941 vestigden de Roemeense autoriteiten een getto in Hrinovca (ook gespeld als Hrinivca, Hrinova, of Khrenovka) voor Bessarabische en Bukovijnse Joden die naar Transnistrië waren gedeporteerd.

Concentratiekamp Hrubieszów

Concentratiekamp Hrubieszów

 

Polen

In Hrubieszów was een berucht getto en een reeks werkkampen. De stad was tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijk doorgangspunt voor deportaties naar vernietigingskampen. Het Getto van Hrubieszów In juni 1940 richtten de Duitse bezetters een getto op in Hrubieszów. Er werden ongeveer 7.000 tot 10.000 Joden gevangen gehouden. Bewoners werden gedwongen tot slavenarbeid in nabijgelegen kampen. In 1942 vonden grootschalige deportaties plaats naar het vernietigingskamp Sobibór. In september 1943 werd het getto definitief geliquideerd; de laatste gevangenen werden vermoord of gedeporteerd naar Majdanek en Budzyn.

Hubertushütte

Hubertushütte

 

Polen

Het concentratiekamp Hubertushütte (ook bekend als Arbeitslager Hohenlinde of Lager Nr. 4923/1028) was een bijkamp van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp was gelegen in Łagiewniki Śląskie, vlakbij Bytom (Beuthen) in Opper-Silezië, Polen.  Het kamp werd in de tweede helft van december 1944 opgericht. Het was een dwangarbeidskamp (Arbeitslager) verbonden aan de Hubertus-ijzerfabriek, onderdeel van de Berghütte-maatschappij. Het kamp bestond uit ongeveer 200 mannelijke joodse gevangenen, van wie velen in 1943 en 1944 via de Reichssicherheitshauptamt (RSHA) naar Auschwitz waren getransporteerd. In januari 1945 werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen geëvacueerd, waarbij velen omkwamen door uitputting, kou of executie tijdens de dodenmarsen. In documenten wordt het kamp ook wel aangeduid als Gemeinschaftslager Steinhof. Hubertushütte was een van de vele subkampen die in de laatste fase van de oorlog in de buurt van de industriële complexen in Silezië werden opgezet om gevangenen in te zetten voor de nazi-oorlogsindustrie.

Concentratiekamp Hügelhausen

Concentratiekamp Hügelhausen

 

Polen

Concentratiekamp Hulievca

Concentratiekamp Hulievca

 

Oekraine

Hulievca (ook gespeld als Hulyaivka of Gulaievca) was een concentratie- en werkkamp gelegen in de regio Odessa in Oekraïne tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in de regio Odessa, meer specifiek in een gebied dat onder Roemeens bestuur viel (Transnistrië). Het was een van de geïmproviseerde kampen waar gedeporteerde Joden uit Odessa en omgeving werden vastgehouden in dorpen die oorspronkelijk door etnische Duitsers (Volksdeutsche) werden bewoond.

Hundsfeld

Hundsfeld

 

Polen

Het concentratiekamp Breslau-Hundsfeld was een buitenkamp van het naziconcentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp was gelegen in de wijk Hundsfeld in Breslau (tegenwoordig Psie Pole in Wrocław, Polen). Het kamp werd waarschijnlijk in juli 1944 opgericht. Het diende als dwangarbeiderskamp. Gevangenen, waaronder Joodse vrouwen, moesten werken in een lokale kogel- of munitiefabriek. Vanwege de nadering van het Sovjetleger werd het kamp ontruimd, vaak gevolgd door dodenmarsen naar andere kampen, zoals Bergen-Belsen.

Hurlach Lager IV

Hurlach Lager IV

 

Duitsland

Hurlach Lager IV was een van de elf subkampen van het Kaufering-complex, dat onderdeel was van concentratiekamp Dachau. Gelegen nabij Hurlach in de Duitse deelstaat Beieren. Aanvankelijk een werkamp voor project Ringeltaube (bouw van ondergrondse bunkers voor de productie van Messerschmitt Me 262 straaljagers). Ziekenkamp: Vanaf eind 1944 werd het omgevormd tot een Krankenlager (ziekenkamp) voor uitgeputte en zieke gevangenen uit het hele complex. De gevangenen leefden in half-ondergrondse aarden hutten met extreem slechte hygiëne, wat leidde tot massale sterfte door vlektyfus en honger.  27 april 1945. Moordpartij: Vlak voor de komst van de Amerikaanse troepen staken de SS-bewakers de barakken in brand, waarbij honderden gevangenen die te zwak waren om te vluchten levend verbrandden. Bevrijders: Soldaten van de Amerikaanse 12th Armored Division ontdekten de rokende puinhopen en honderden lijken. De Amerikanen dwongen burgers uit de omgeving van Hurlach om de slachtoffers te begraven en de gruweldaden met eigen ogen te zien. Op de plek van het voormalige kamp bevindt zich nu een begraafplaats waar de slachtoffers in massagraven rusten.

Husum-Schwesing

 

Duitsland

Het kamp Husum-Schwesing (Duits: Konzentrationslager Husum-Schwesing) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp Husum-Schwesing lag in Noord-Friesland, in het toenmalige Engelsburg (tegenwoordig een deel van Schwesing) en op ca. 5 kilometer ten noordoosten van Husum. Het kamp werd op 26 september 1944 in gebruik genomen als onderdeel van een veel grootschaligere fortificatie, bekend als de Friesenwall. Het kamp bestond uit negen barakken, waarvan er een voor de verzorging van zieken bestemd was. Het kamp heeft slechts drie maanden bestaan. Gedurende de herfst van 1944 hebben er in totaal 2.500 mensen uit 14 landen gevangengezeten, van wie tussen de 300 en 500 dit verblijf niet overleefden. Het overgrote deel van de slachtoffers was Nederlander, onder wie Willy Dols, een uit Sittard afkomstige taalkundige. Op 25 september werden ca. 1500 gevangenen met veewagons van de Deutsche Reichsbahn vanuit Neuengamme hierheen gebracht, op 20 oktober volgden nog eens 1000 gevangenen afkomstig uit Neuengamme. Het kamp stond van september tot november 1944 onder leiding van Hans Hermann Griem, een SS-Untersturmführer. De gevangenen moesten in het moerassige gebied onder toezicht van de kapo's allerlei werkzaamheden ten behoeve van het Duitse leger verrichten, zoals het graven van tankgrachten. Ze stonden daarbij de hele dag in het koude water. 's Morgens en 's avonds werden ze door de straten van Husum gedreven. De inwoners van Husum moesten ook lijken naar het kerkhof brengen. In december 1944 was de Friesenwall als gevolg van de nieuwe militaire situatie nutteloos geworden, waarop het kamp Husum-Schwesing werd opgedoekt. Alle overlevenden werden teruggebracht naar Neuengamme.

Huta

Concentratiekamp Huta

 

Polen

1. Huta Komorowska (Dwangarbeidskamp) Dit was een Duits werkkamp nabij Majdan Królewski in Polen. Gevangenen (voornamelijk Joden) moesten hier extreem zwaar werk verrichten in de bosbouw en houtverwerking voor de Duitse oorlogsindustrie. Slachtoffers: In de lente van 1943 zaten er ongeveer 400 gevangenen. Velen stierven door uitputting of werden later gedeporteerd naar vernietigingskampen.

2. Huta Ludwików (Kielce) Een werkkamp gevestigd bij de Ludwików staalfabriek in de stad Kielce. Operationeel van juni 1943 tot augustus 1944. Gevangenen: Na de liquidatie van het getto van Kielce werden hier ongeveer 330 Joodse arbeiders vastgehouden om te werken in de wapenindustrie.

3. Huta Pieniacka (Massamoord) is de naam bekend vanwege de massamoord op 28 februari 1944. Het volledige Poolse dorp werd uitgemoord door een eenheid van de SS (Division Galizien) en Oekraïense hulptroepen. Slachtoffers: Tussen de 600 en 1.200 inwoners kwamen om het leven.

Concentratiekamp Huta Komorowska

Concentratiekamp Huta Komorowska

 

Polen

Het werkkamp Huta Komorowska (gelegen in de bossen nabij het gelijknamige dorp in het zuidoosten van Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-kamp voor dwangarbeid, specifiek gericht op houtkap. Het kamp functioneerde in de lente van 1943 als een beruchte plek waar honderden Joodse gevangenen onder mensonterende omstandigheden werden vastgehouden. Het kamp bestond uit houten barakken met een zeer lage overlevingskans. Gevangenen sliepen op houten britsen met weinig stro, en het kamp was vergeven van ongedierte en ziektes zoals tyfus. Dwangarbeid: De gevangenen, waaronder vrouwen, werden dagelijks ingezet om in de omliggende bossen beukenbomen te kappen. Leiding: Het kamp werd gecontroleerd door de SS, met brutale commandanten zoals Johann Robert Schmidt, opgevolgd door Kopf en Nickel. In de lente van 1943 huisvestte het kamp ongeveer vierhonderd gevangenen, waaronder een groep overgebracht uit Żyznia.

Huta Ksiazeca

Huta Ksiazeca

 

Polen

Huta Ksiazeca een van de werkkampen bij de vele Poolse staalfabrieken (Huta)

Huta Ludwików

Huta Ludwików

 

 

Polen

een dwangarbeiderskamp in Polen.