Flossenburg

Inhoud:

- algemeen

- lijst Nederlandse slachtoffers

-

Algemeen

Concentratiekamp Flossenbürg was een nazi-Duitse gevangenis die in 1938 nabij Flossenbürg, in de regio Oberpfalz (Beieren), gebouwd werd. Vanaf de oprichting werd de gevangenis als een concentratiekamp volgens het Dachau-principe opgezet en diende het vooral voor gevangenen en krijgsgevangenen uit de bezette gebieden in het oosten. De eerste, hoofdzakelijk Duitse, gevangenen bouwden het kamp op. De plaats van het kamp (en van de 100 subkampen) was zo gekozen dat de gevangenen als gratis arbeiders in de plaatselijke granietgroeves en Messerschmitt-fabrieken konden worden gebruikt. Zij werden in zestien grote houten barakken ondergebracht. Het crematorium lag in de vallei achter het kamp en was voor de gevangenen niet onmiddellijk zichtbaar. De subkampen hadden een grootte van zes tot zesduizend gevangenen.

Tegen 1945 bevonden er zich 40.000 gevangenen in het Flossenbürg-complex, waarvan 11.000 vrouwen. Zij werden gebruikt in de steengroeves en in de wapenindustrie. Het relaas over Flossenbürg is net als alle andere concentratiekampen: ondervoeding, ziekte en overwerken waren schering en inslag. Daarbij kwam dan nog de hardheid van de bewakers. Dit samen kostte velen het leven. In 1944 werd Flossenbürg een opleidingskamp voor vrouwelijke bewakers van de Waffen-SS. In het totaal werden 500 vrouwen opgeleid en gebruikt, vooral in de subkampen van Flossenbürg. Enkele voorbeelden van die subkampen waren: Dresden Ilke Werke, Freiberg, Helmbrechts, Holleischen, Leitmeritz, Mehltheur, Neustadt (nabij Coburg), Nürnberg-Siemens, Oederan, en Zwodau.


Er werden tussen april 1944 en april 1945 naar schatting 1.500 doodvonnissen uitgevoerd. Op 9 april 1945 werd hier ook kerkleider, theoloog en verzetsstrijder tegen het nazisme Dietrich Bonhoeffer opgehangen. Voor al deze executies werden zes nieuwe galgen geplaatst. In de laatste maanden waren er zelfs meer doodvonnissen dan het crematorium aankon. Daarom liet de SS de lijken op hopen opstapelen en daarna verbranden. Niet alleen de doodvonnissen lagen aan de bron van de extra lijkverbrandingen. Ook de ondervoeding, het werkritme en de ziektes eisten steeds vaker hun tol. Wie tewerkgesteld werd in de steengroeve, had gemiddeld nog drie maanden te leven. Vanaf eind 1944 overleefden 1 op de 3 gevangenen hun tewerkstelling in de steengroeven en in de bosbouw niet.

Net voor de bevrijding van het concentratiekamp werden de gevangenen gedwongen te voet naar andere nog niet bevrijde concentratiekampen te marcheren. De uiteindelijke bedoeling van deze dodenmarsen was de volledige liquidatie van de overlevenden. Op die manier zouden alle sporen uitgewist worden.

Tijdens het bestaan van het concentratiekamp werden er meer dan 97.000 mensen op inhumane wijze gevangenengezet

lijst Nederlandse slachtoffers

 

  • Kornelus Baas (1893-1943)
  • Berthe Henriette Baudry (1921-1944)
  • Adolf Martinus Bloemendaal (1908-1945)
  • Diederik Bonhoeffer (1906-1945)
  • Peter van Rozières Heer van Chaumont (1906-1945)
  • Josse Borluut (1906-1945)
  • Wilhelm Franz Canaris (1887-1945)
  • Cornelis Colijn (1905-1944)
  • Albert Crommelinck (1916-1945)
  • Joannes Baptiste croons (1906-1945)
  • Jeanne Sacristain (1902-1945)
  • Paulijntje Besoet (????-????)
  • Jacobus Overduin (????-????)
  • Cornelis Willem Aerssen van Beieren-Voshol (1901-1944)
  • Bernhard Gaston Mathieu Gilbert Graaf van La Rochefoucauld (1901-1944)
  • Raoul Marc Ghislain Marie Ferdinand de Hemptinne (1884-1945)
  • Gerrit van Iterson (1888-1945)
  • Petrus Josef Janssen (1922-1945)
  • Herman Koerts (1892-1944)
  • Adrianus Hendrikus Kuijs (1923-1945)
  • Johannes Kuiper (1898-1943)
  • Oscar de Pauw (1912-1945)
  • Leendert Pinto (1910-1945)
  • Bernard de la Rochefoucauld (1901-1944)
  • Zita de la Rochefoucauld (1901-1944)
  • Janine Henriette Roberte Berthelot (1901-1944)
  • Angélique Gillier (1901-1944)
  • Eva Millier (1901-1944)
  • Bernard de la Rochefoucauld (1901-1944)
  • Marie de Sassenage (1901-1944)
  • Elisabeth Rosa Louise Heymann-Dreyhausen (1901-1944)
  • Abraham de Swaan (1906-1944)
  • Renske Jans Palma (1923-1945)
  • Jafen Hendrik Tepper (1923-1945)
  • Albert Hirsch overlijden 1-3-1945 
  • Andries Pagrach overlijden 23-2-1945 
  • Antonie Thomassen overlijden 11-1-1945 
  • Cornelis Jacobus Wels overlijden 9-12-1945 
  • Cornelis Johannes Schot overlijden 2-1-1945 
  • Eduardus Servatius Valentinus Maria Rutten overlijden 23-4-1945 
  • Gerrit Jan Klein Ganseij overlijden 6-3-1945 
  • Hermanus van Brecht overlijden 15-4-1945 
  • Hilbert Jakobus Groote overlijden 13-11-1944
  • Izrael Splitter overlijden 23-2-1945
  • Jan Christiaan Cremers overlijden 14-1-1945
  • Johannes Cornelis Paulus Huizinga overlijden 28-12-1944
  • Johannes Kuiper overlijden 5-8-1943
  • Max Flaksbaum overlijden 8-3-1945
  • Nicolaas Meijers overlijden 18-12-1944
  • Nicolaas van Dijke overlijden 7-3-1945
  • Samuel Lelijveld overlijden 16-2-1945
  • Samuel Wolf overlijden 15-4-1945 

 

Namenlijst kamppersoneel

lijst is niet compleet

 

A

  • Hans Aumeier

F

  • Karl Fritzsch‎ 

K

  • Max Koegel‎

M

  •  
  • Erich Muhsfeldt‎ 

Nevenkampen 

 

Altenhammer
Annaberg
Ansbach
Aue (Sachsen)
Bayreuth
Beneschau
Bozicany
Brüx
Chemnitz
Dresden
Eisenberg
Erbendorf
Falkenau
Flöha
Forrenbach
Freiberg
Ganacker
Giebelstadt
Grafenreuth
Graslitz
Gröditz
Gundelsdorf
Hainichen
Happurg
Heidenau
Helmbrechts (*)
Hersbruck
Hertine
Hof
Hohenstein-Ernstthal
Holleischen
Holyson
Hradischko
Hubmersberg-Hohenstadt
Janowitz
Jezeri
Johanngeorgenstadt
Jungfern-Breschan
Kaaden-Kadan
Kamenicky-Senow
Kirchham
Knellendorf
Koningstein
Krondorf
Leitmeritz
Lengenfeld
Lobositz
Mehltheuer
Meissen
Mittweida
Moickethal-Zatschke
Moschendorf
Mülsen- St. Michel
Munchberg
Neu Rohlau
Nossen
Nuremberg
Obertraubling
Oederan
Olbramowitz
Pilsen
Plattling
Plauen
Pocking
Porschdorf
Poschetzau
Pottenstein
Praha
Rathen
Rathmanndorf
Rabstein
Regensburg
Reuth
Rochlitz
Saal/Donau
Schlackenwerth
Schönheide
Seifhennersdorf
Siegmar-Schönau
Stein-Schönau
St. Georgenthal
St. Oetzen
Stulln
Theresienstadt
Venusberg
Wilischthal
Witten-Annen
Wolkenburg
Würzburg
Zatschke
Zschachwitz
Zschopau
Zwickau
Zwodau

SS-personeel

Het dagelijks leven op het kantoor van de SS-commandant werd gedomineerd door administratief werk. De medewerkers van de SS-administratie speelden een cruciale rol in de misdaden. Zij waren verantwoordelijk voor het systematische tekort aan voedsel en medicijnen voor de gevangenen. Het opleggen van de meest brute kampstraffen, de moord op gevangenen en het beheer van de doden behoorden allemaal tot hun bureaucratische routine.

 

Voor de meeste SS-mannen was het bewaken van de gevangenen onderdeel van hun dagelijkse routine. Voor de meesten vertegenwoordigden de gevangenen niets meer dan een anonieme massa. Misdaden waren aan de orde van de dag.

 

 

commandant

Jakob Weiseborn (1892–1939)

Jakob Weiseborn werd geboren in Frankfurt am Main. Hij voltooide de middelbare school zonder een vak te leren en nam deel aan de Eerste Wereldoorlog  Weiseborn trad in 1931 toe tot de SS en de nazi-partij. In de jaren na 1935 diende hij in de bewakingseenheden van de kampen Dachau, Columbia-Haus en Esterwegen. Vervolgens bekleedde hij leidinggevende posities in de concentratiekampen Dachau, Sachsenhausen en Buchenwald. In mei 1938 werd Weiseborn de eerste commandant van het concentratiekamp Flossenbürg. Er is weinig bekend over zijn activiteiten daar. De bouw van het kamp vond plaats tijdens zijn ambtsperiode. Op 20 januari 1939 overleed Weiseborn onder onduidelijke omstandigheden.

 

Karl Künstler (1901–1945)

Karl Künstler werd geboren in het district Zella/Mühlhausen in Thüringen. Na zijn schooltijd werkte hij bij de post. Op 18-jarige leeftijd trad hij in dienst bij de Reichswehr (het Duitse leger). In 1932 trad hij toe tot de SS en de nazi-partij. Vanaf 1935 was Künstler instructeur aan de SS-officiersschool in Tölz en vervolgens pelotonscommandant in de bewakingseenheden van de kampen Columbia-Haus en Dachau. In januari 1939 werd hij commandant van het concentratiekamp Flossenbürg. Hij gaf opdracht tot executies en tolereerde wreedheden. Hij verleende bewakers speciaal verlof om gevangenen neer te schieten die probeerden te ontsnappen. Künstler trok regelmatig de aandacht vanwege zijn alcoholmisbruik. Na een dronken uitspatting werd hij in september 1942 door de SS-leiding overgeplaatst naar de Balkan. Künstler sneuvelde kort voor het einde van de oorlog in de buurt van Neurenberg.

 

Egon Zill (1906–1974)

Egon Zill, afkomstig uit Plauen, leerde het bakkersvak na de basisschool. Op 17-jarige leeftijd werd hij lid van de NSDAP (Nigerian Socialist Party) en de SA. In 1926 sloot hij zich aan bij de eerste SS-eenheid in Saksen. Hij werkte als hulpkracht bij verschillende bedrijven en vervolgens als portier in een fabriek. Vanaf 1934 verbleef Zill in de concentratiekampen Hohenstein, Lichtenburg, Dachau en Ravensbrück. Na zijn periode als commandant van het concentratiekamp Natzweiler werd Zill in september 1942 commandant van het concentratiekamp Flossenbürg. Om onbekende redenen werd hij een jaar later naar het front overgeplaatst. Zill werd in 1952 gearresteerd en tot levenslange gevangenschap veroordeeld. Hij werd in 1963 vrijgelaten en woonde tot zijn dood in Dachau.

 

Max Koegel (1895–1946)

Max Koegel werd geboren in Füssen. Hij groeide als wees op bij familieleden. Hij verdiende de kost als alpenherder en berggids. Na zijn diensttijd in de Eerste Wereldoorlog bekleedde hij diverse functies. In 1932 sloot hij zich aan bij de NSDAP, de SA en de SS, en richtte hij de eerste SS-eenheid op in Füssen. Vanaf april 1933 werkte hij in het concentratiekamp Dachau. In de daaropvolgende jaren werkte hij in de kampen Columbia-Haus, Sachsenhausen, Lichtenburg, Ravensbrück en Majdanek. In mei 1943 werd Koegel commandant van het concentratiekamp Flossenbürg. Lokaal stond hij bekend als een vriendelijke man. Binnen het kamp liet hij echter gevangenen mishandelen en doden. Aan het einde van de oorlog dook hij onder. In 1946 werd Max Koegel gearresteerd en pleegde hij zelfmoord.

 

August Harbaum (1913–onbekend)

August Harbaum werd geboren in Gütersloh. Op 14-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij de extreemrechtse groepering "Jungstahlhelm" (Jonge Stalen Helm). Na het voltooien van zijn leertijd als handelaar vond hij slechts tijdelijk werk. In 1932 sloot hij zich aan bij de NSDAP (Nigerian Socialist Democratic Party) en de SS. Hij gaf een baan op om fulltime bij de SS te gaan werken. In de herfst van 1934 ging hij naar de SS-school in Wewelsburg. Vanwege disciplinaire overtredingen werd hij overgeplaatst naar het concentratiekamp Sachsenhausen voor training. Daarna werd hij ingedeeld bij de bewakingseenheid van het concentratiekamp Dachau. Vanaf maart 1939 was hij adjudant in het concentratiekamp Flossenbürg. Er is niets bekend over zijn contacten met de gevangenen. In februari 1940 werd hij overgeplaatst naar Oranienburg, waar hij leiding gaf aan de personeelsafdeling van de Inspectie van Concentratiekampen. Zijn verdere carrière is onbekend.

 

Meer weergeven 

Ludwig Baumgartner (1909–onbekend) Ludwig Baumgartner werd geboren in Nersingen, Beieren. Na zijn schooltijd werd hij bankbediende. Tot 1931 werkte hij bij de handelsbank van Ulm, daarna als handelsmedewerker bij een parfumgroothandel. Op 22-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij de NSDAP, de SA en de SS. Vanaf de zomer van 1934 werkte hij in de concentratiekampen Oranienburg en Sachsenhausen. In het voorjaar van 1940 arriveerde hij als adjudant in concentratiekamp Flossenbürg. Baumgartner was ernstig betrokken bij misdaden. Een knieblessure verhinderde hem om aan het front te dienen. Hij bleef tot het einde van de oorlog in Flossenbürg. Daarna dook hij onder en wordt sindsdien als vermist beschouwd.

 

Johanna Rautschka (1924–onbekend) Johanna Rautschka werd geboren in Ulibitz/Sudetenland. Ze ging naar de Bürgerschule (een soort middelbare school) in Bischofteinitz. Ze werd al vroeg beïnvloed door het nationalistische sentiment in het Sudetenland. Ze was lid van de Duitse Gymnastiekfederatie en de jeugdbeweging van de Sudetenduitse Partij. In Regensburg volgde ze een handelsopleiding. Daarna volgde haar verplichte dienst en de Rijksarbeidsdienst. In mei 1943 deelde de districtsbestuurder van Bischofteinitz haar mee dat ze werd opgeroepen voor de SS. In 1944 volgde ze een opleiding tot communicatiespecialist aan de SS-Rijksschool in Oberehnheim, in de Elzas. In deze hoedanigheid diende Rautschka in het concentratiekamp Auschwitz. In 1945 werd ze overgeplaatst naar de communicatieafdeling van het concentratiekamp Flossenbürg. Haar verdere lot is onbekend.

 

Wilhelm Fassbender (1892–1970) Wilhelm Faßbender, geboren in Keulen, volgde na de basisschool een opleiding tot apotheker. Van 1912 tot 1918 diende hij in het leger. Hij trad in 1922 in dienst bij de politie. In 1933 werd hij lid van de NSDAP (Nazipartij). Hij was ook korte tijd lid van de SA. In oktober 1938 werd hij als rechercheur overgeplaatst naar concentratiekamp Flossenbürg. Hij stond aan het hoofd van de politieke afdeling. De officieren van deze afdeling gebruikten marteling om bekentenissen van de gevangenen af ​​te dwingen. Fassbender werd pas in 1940 lid van de SS. In oktober 1943 werd hij teruggeplaatst naar de recherche in Keulen. Na de oorlog werkte Fassbender als privédetective in Keulen. Er werden twee onderzoeken tegen hem ingesteld, maar beide werden geseponeerd.

 

Fritz Schlundermann (1908–1989) Fritz Schlundermann werd geboren in Hagen-Haspe. Nadat hij de middelbare school had afgerond, begon hij in 1926 een stage bij de "Deutsche Bank und Diskontogesellschaft". Na een korte periode van werkloosheid in 1931 nam hij een baan aan bij de regionale administratie van het ziektekostenverzekeringsfonds Barmer in Dortmund. In 1933 werd hij lid van de nazi-partij en de SS. In februari 1941 arriveerde Schlundermann in concentratiekamp Flossenbürg voor zijn dienst. Aanvankelijk werd hij ingedeeld bij de bewakingseenheid. Eind 1942 werd hij overgeplaatst naar de politieke afdeling en van 1943 tot het einde van de oorlog stond hij aan het hoofd van het registratiekantoor van de commandant. Hij werd door de gevangenen omschreven als wreed. Na de oorlog woonde Schlundermann ongestoord, eerst in Paderborn, later in Iserlohn.

 

 

Wilhelm Stieger (1910-onbekend) Wilhelm Stieger werd geboren in Essen-Werden. Hij studeerde economie en rechten en promoveerde in beide vakgebieden. Na zijn studie werkte hij als accountant. In 1933 trad hij toe tot de SS en de nazi-partij. In september 1939 werd hij ingelijfd bij een SS-infanterieregiment en een jaar later ontslagen. In 1941 werd hij opnieuw opgeroepen voor militaire dienst, ditmaal naar het concentratiekamp Flossenbürg. Daar diende Stieger in de bewakingseenheid en op de politieke afdeling. In november 1941 werd hij overgeplaatst naar de administratieve afdeling van de SS in Berlijn. Hij was onder andere verantwoordelijk voor zaken betreffende de gezinsondersteuning van SS-leden bij het hoofdkantoor van de SS voor Ras en Nederzetting. Zijn verdere carrière is onbekend.

 

Beschermende lagergeleider

Johann Aumeier (1906–1948)

Johann Aumeier werd geboren in Amberg/Opper-Palts. Na zijn schooltijd voltooide hij een opleiding  Hij bleef tot 1929 in zijn beroep werkzaam. Daarna trad hij in dienst van de nazi-partij. Vanaf 1934 diende hij in de bewakingseenheden van de concentratiekampen Dachau, Esterwegen, Lichtenburg en Buchenwald. In mei 1938 arriveerde Aumeier in het concentratiekamp Flossenbürg als kampleider in beschermende hechtenis. Hij nam deel aan de massa-executies in het kamp. Begin 1942 werd hij overgeplaatst. Tot het einde van de oorlog bekleedde hij leidinggevende posities in de kampen Auschwitz, Vaivara, Dachau en Mysen/Oslo. Aumeier werd in 1948 in Polen berecht voor zijn misdaden. Hij werd datzelfde jaar geëxecuteerd.

 

Karl Fritzsch (1903–1945)

Karl Fritzsch werd geboren in Nassengrub/Sudetenland. Na de basisschool werkte hij als dakdekker en later in de scheepvaart op de Donau. In 1930 sloot hij zich aan bij de nazi-partij en de SS. In maart 1933 werd hij opgeroepen voor de hulppolitie in Regensburg en vervolgens overgeplaatst naar concentratiekamp Dachau. Daar werkte hij zeven jaar en bekleedde daarna een leidende positie bij de bouw van concentratiekamp Auschwitz. In januari 1942 arriveerde Fritzsch in Flossenbürg als hoofd van het detentiekamp. Hij stond bij de gevangenen bekend om zijn extreme wreedheid. Hij vermoordde op eigen gezag gevangenen in het detentieblok. In de herfst van 1944 werd hij naar het front overgebracht. Fritzsch sneuvelde in de gevechten om Berlijn.

 

 

Adolf Nies (1905–1994)

Adolf Nies werd geboren in Weilburg/Lahn. Na zijn studie werktuigbouwkunde had hij alleen maar kortstondige In 1933 trad hij toe tot de SS en de nazi-partij. Vanaf 1936 werkte hij als brandweerinspecteur. Begin 1941 trad hij toe tot de bewakingsdienst van concentratiekamp Flossenbürg. Vanaf het einde van de zomer van 1942 werd Nies ingedeeld bij het detentieblok, waar hij executies uitvoerde. Gevangenen meldden dat hij dit deed zonder enige emotie te tonen. In de herfst van 1944 werd Nies commandant van het subkamp Bayreuth. Na een ontsnappingspoging van een gevangene werd hij in dezelfde functie overgeplaatst naar het subkamp Mittweida. Na de oorlog wist Nies aanvankelijk onder te duiken. Toen zijn vrouw hem na zijn verhuizing bij de politie uitschreef, werd hij gearresteerd. In 1955 veroordeelde de regionale rechtbank van Weiden hem tot vier jaar gevangenisstraf.

 

Hildegard Kruger (1922-1994)

Hildegard Krüger, geboren in Berlijn, werkte na de basisschool als inpakster bij het bedrijf Osram in Berlijn. Daar werd ze gerekruteerd als bewaker. In de zomer van 1944 nam ze deel aan een training van de afdeling troepenwelzijn van het concentratiekamp Flossenbürg. Tijdens deze training onderging ze een politie-, medische en ideologische keuring. Vanaf september maakte ze deel uit van het gevolg van de Waffen-SS en werd ze, samen met zestien andere cursisten, overgeplaatst naar het subkamp Plauen van de Industriewerke AG (Industriële Werkplaats AG). Vanaf 25 oktober 1944 diende ze als bewaker in het subkamp Zwodau. Er is niets bekend over haar contacten met de gevangenen. Ze overleed in 1994 in Berlijn.

 

 

Rudi Schirner (1912–1978)

Rudi Schirner werd geboren in Klein-Jena, Saksen-Anhalt. Na de basisschool voltooide hij een opleiding tot monteur. Daarna was hij werkloos. In 1931 sloot hij zich aan bij de SA en de NSDAP, en een jaar later bij de SS. Vanaf september 1933 diende hij in de bewakingseenheden van de concentratiekampen Lichtenburg en Buchenwald. in juni 1938 arriveerde Schirner in Flossenbürg. Hij moedigde de brutaliteit van de kapo's aan en mishandelde gevangenen, van wie sommigen daardoor om het leven kwamen. In 1941/42 nam hij deel aan massa-executies en executies buiten het kamp. Vanaf februari 1942 stond Schirner aan het hoofd van het subkamp Stulln. Eind 1942 werd hij naar het front gestuurd. Na de oorlog werd hij herkend door een gevangene. Schirner werd veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf, maar werd in 1953 vrijgelaten. Hij woonde tot aan zijn dood in Hamburg en 

 

Hermann Kirsammer (1913–onbekend)

Hermann Kirsammer werd geboren in Magolsheim in de Zwabische Alpen. Na de basisschool voltooide hij een handelsopleiding. In 1934 trad hij toe tot de SS. Hij werd ingedeeld bij de bewakingseenheden van de concentratiekampen Columbia-Haus en Sachsenhausen. Van 1939 tot 1943 was hij de administratieve leider van een SS-gevechtseenheid aan het front. In oktober 1943 werd Kirsammer hoofd van de administratie van het concentratiekamp Flossenbürg. Hij werkte daar tot het einde van de oorlog. Er is niets bekend over zijn behandeling van de gevangenen. Na de oorlog werd Kirsammer gearresteerd en in 1947 tot levenslange gevangenschap veroordeeld. Hij werd in februari 1952 vrijgelaten wegens goed gedrag. Over zijn verdere leven is niets bekend.

 

Dr. Alfred Schnabel (1888–1955)

Alfred Schnabel werd geboren in Wünschelburg, Silezië. Na zijn studie geneeskunde werkte hij in het Universitair Ziekenhuis van Jena. Hij was een veteraan van de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog werkte hij in de kliniek van de Universiteit van Breslau en vestigde vervolgens zijn eigen praktijk als KNO-arts. In mei 1933 werd hij lid van de NSDAP en in juni van dat jaar van de SS. Vanaf 1941 werkte hij in verschillende SS-ziekenhuizen voordat hij in augustus 1942 garnizoensarts werd van het concentratiekamp Flossenbürg. Vervolgens werkte hij in het concentratiekamp Bergen-Belsen en in een Wehrmacht-ziekenhuis. In 1945 werd Schnabel door de Russen krijgsgevangene genomen, waaruit hij na drie jaar werd vrijgelaten. In 1950 opende dr. Schnabel een praktijk in Keulen.

 

Dr.Richard Trommer (1910-1945)

Richard Trommer werd geboren in Münnerstadt/Mainfranken. Hij studeerde geneeskunde aan de universiteiten van Würzburg, Kiel en Frankfurt/Main. In 1933 sloot hij zich aan bij de NSDAP, de Nationale Socialistische Duitse Studentenbond (NSDAP) en de SS. Na zijn afstuderen in 1936 werkte hij als arts-stagiair, assistent-arts en junior arts in verschillende ziekenhuizen en psychiatrische klinieken. Vanaf de herfst van 1941 was hij kamparts in de ziekenboeg van het concentratiekamp Flossenbürg. Daar vermoordde hij gevangenen door hen te vergiftigen. Later werkte hij als arts in de kampen Neuengamme en Ravensbrück. In Ravensbrück nam hij deel aan de selectie van vrouwen die vervolgens in de gaskamer werden vermoord. Kort voor het einde van de oorlog pleegde Richard Trommer zelfmoord.

 

Ludwig Buddensieg (1884-1968)

Ludwig Buddensieg werd geboren in Weißenfels/Saale. Na de middelbare school werkte hij op een scheepswerf in Kiel, waarna hij zich bij de Duitse marine aansloot en deelnam aan de Eerste Wereldoorlog  In 1919 begon hij als zelfstandig technisch vertegenwoordiger. Door de economische situatie liep de zaak slecht. Hij sloot zich in 1927 aan bij de NSDAP en in 1930 bij de SS. Vanaf 1933 werkte Buddensieg als administratief directeur bij de AOK (Algemeen Lokaal Zorgverzekeringsfonds).In augustus 1939 werd hij naar het concentratiekamp Flossenbürg gestuurd, waar hij het bevel voerde over een bewakingscompagnie. In maart 1944 verliet hij de SS onder onduidelijke omstandigheden. In 1947 werd hij veroordeeld tot levenslange gevangenschap wegens zijn medeplichtigheid aan het neerschieten van gevangenen die probeerden te ontsnappen. Hij werd in 1951 vrijgelaten.

 

Ludwig Petz (1912–onbekend)

Ludwig Petz, geboren in München, volgde een opleiding tot metselaar. In 1934 voltooide hij zijn studies als bouwmeester en architect.