Concentratiekampen M t/m N 1940-1945
Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'
Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.
Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.
Zie ook:
Frontstalags in Frankrijk
Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp
Kampen op alfabetische volgorde
M
Magdeburg
Magdeburg
Duitsland
De stad huisvestte tijdens de Tweede Wereldoorlog diverse satellietkampen, waarvan Magdeburg-Rothensee (ook bekend als Magda en het kamp bij de Polte-Werke de voornaamste waren. Beide vielen onder het commando van het concentratiekamp Buchenwald.
1. Magdeburg-Rothensee (Kamp Magda) Dit kamp werd in juni 1944 opgezet door de SS in opdracht van de Braunkohle-Benzin AG (Brabag). De fabriek produceerde vliegtuigbrandstof voor de nazi-oorlogsmachine en werd regelmatig gebombardeerd door de geallieerden. Er zaten ruim 2.100 gevangenen, voornamelijk Joodse mannen en vrouwen uit Hongarije. Drijfveer voor het kamp was pure dwangarbeid. De gevangenen werden ingezet voor zwaar puinruimwerk en de bouw van luchtstortbunkers onder mensonterende omstandigheden. Minstens 550 tot 566 gevangenen kwamen hier om het leven door uitputting, ziekte en honger.
2. Buitenkamp Polte-WerkeFunctie: Een ander groot buitenkamp van Buchenwald bevond zich bij de Polte-Werke (een grote munitiefabriek in de Liebknechtstraße). Dit kamp bestond uit zowel een mannen- als een vrouwenafdeling (waarvan de laatste onder Ravensbrück viel). Ook hier werden duizenden dwangarbeiders, veelal Joden en politieke gevangenen, onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld in de wapenproductie.
Magdeburg - Brabag
Magdeburg - Brabag
Duitsland
Het concentratiekamp Magdeburg-Rothensee (SS-codenaam Magda) was een zwaar buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp bestond van 17 juni 1944 tot 9 februari 1945 en was direct opgezet voor de Duitse oorlogsindustrie. Dwangarbeid voor de BRABAG De gevangenen werden ingezet voor de Braunkohle-Benzin AG (BRABAG). Deze fabriek produceerde synthetische brandstoffen voor het Duitse leger, maar was door geallieerde bombardementen grotendeels verwoest. De gevangenen moesten onder levensgevaarlijke omstandigheden: Puin ruimen op het fabrieksterrein. Luftschutzbunkers (bunkers tegen luchtaanvallen) bouwen. Niet-geexplodeerde bommen (blindgangers) ontmantelen. In totaal hebben ongeveer 2.170 tot 2.200 mannen in het kamp gevangen gezeten. Vrijwel alle gevangenen waren Hongaarse Joden die via Auschwitz-Birkenau waren gedeporteerd. Hun leeftijden varieerden van 14 tot 65 jaar. Er was een kleine groep van 45 niet-Joodse gevangenen die als functiegewantreute (zoals kok of kapper) werkten. Het kamp was uniek en wreed door de locatie: het lag midden in een reguliere woonwijk in Magdeburg-Rothensee. Slechts een prikkeldraadomheining scheidde de vier houten barakken van de tuinen van omwonenden. De lokale bevolking zag de gevangenen dagelijks uitgehongerd en mishandeld voorbij marcheren naar de fabriek. De barakken hadden geen ramen of verwarming en de hygiënische omstandigheden waren erbarmelijk. Door de brute mishandelingen, ondervoeding en het gevaarlijke werk kwamen minstens 550 tot 566 gevangenen ter plekke om het leven. Op 9 februari 1945 werd het kamp ontruimd omdat de bunkers af waren en de fabriek opnieuw platgebombardeerd was. De resterende 465 overlevenden werden op een dodentransport per trein teruggebracht naar het hoofdkamp Buchenwald, waarbij onderweg en direct daarna nog tientallen mannen stierven.
Magdeburg - Ferngasversorgung
Magdeburg - Ferngasversorgung
Duitsland
Magdeburg-Ferngasversorgung was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, operationeel in 1943. Gevangenen werden hier zwaar ingezet als dwangarbeiders bij de aanleg van de gasinfrastructuur en distributienetwerken voor de Ferngasversorgung Provinz Sachsen-Thüringen AG in Duitsland. Het functioneerde als satellietkamp onder de administratie van het concentratiekamp Buchenwald en kende sterke banden met de omliggende industrie. Gevangenen werden niet alleen ingezet bij de regionale gasvoorziening, maar werden ook regelmatig overgebracht naar andere industriële complexen in en rond Magdeburg, zoals de Polte-Werke (munitiefabriek) en de Brabag (synthetische brandstoffen). De omstandigheden waren er mensonterend. Zieke en uitgeputte Joodse gevangenen werden naar Auschwitz gestuurd ter vernietiging.
Magdeburg (Neue Welt) concentratiekamp
Magdeburg (Neue Welt) concentratiekamp
Duitsland
Concentratiekamp Magdeburg (Neue Welt) was een vroege gevangenis voor politieke tegenstanders (1933) en een beruchte locatie van een dodenmars en bloedbad in april 1945 tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1. Vroege detentie (1933) Direct na de machtsovername door de nazi's werd het stadion Neue Welt ingericht als een vroege beschermende hechtenis kamp. Het diende als overlooplocatie voor de overvolle stadgevangenissen. Hier werden ongeveer 200 linkse politieke gevangenen (socialisten, communisten, vakbondsleden en Reichsbanner-leden) vastgehouden en mishandeld.
2. Dodenmars en Bloedbad (april 1945) Tegen het einde van de oorlog werd het sportstadion de locatie van een gruwelijk drama: Evacuatie van kamp Polte: Op 13 april 1945 dreven de SS en Volkssturmeinheden ruim 3.500 uitgeputte gevangenen (merendeels vrouwen uit het buitenkamp van Buchenwald) de stad uit op een dodenmars richting concentratiekamp Sachsenhausen en Ravensbrück.
Het bloedbad: Tijdens een rustpauze op het terrein van stadion Neue Welt raakte de colonne onder artillerievuur van oprukkende Amerikaanse troepen. In de paniek die ontstond, openden de Duitse bewakers het vuur op de schuilende gevangenen, waarbij minstens 42 doden vielen.
Magdeburg - Polte
Magdeburg - Polte
Duitsland
Concentratiekamp Magdeburg-Polte was een dwangarbeid- en subkamp van concentratiekamp Buchenwald, gevestigd in de munitiefabriek van Polte OHG in Maagdenburg (Poltestrasse). Hier werden vanaf halverwege 1944 honderden gevangenen, voornamelijk Joodse vrouwen uit onder andere Auschwitz en Bergen-Belsen, onder zware omstandigheden tewerkgesteld. Het vrouwenkamp werd op 14 juni 1944 geopend als buitenkamp van Buchenwald. In november 1944 arriveerde er ook een groep van 500 mannen uit concentratiekamp Stutthof. De gevangenen werden gedwongen zware arbeid te verrichten in de wapen- en munitiefabriek van Polte OHG, die gevestigd was op nummers 65–91 van de Poltestrasse. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Gevangenen leden honger, werden mishandeld door de SS-bewakers en maakten lange dagen onder gevaarlijke omstandigheden tijdens de munitieproductie. Het kamp werd in april 1945 ontruimd en geëvacueerd vlak voor de geallieerde troepen en het Sovjetleger de regio bereikten.
Magdeburg-Rothensee
Duitsland
Concentratiekamp Magdeburg-Rothensee (SS-codenaam Magda) was van 17 juni 1944 tot 9 februari 1945 een belangrijk buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp werd specifiek opgezet om dwangarbeiders te leveren voor de Duitse oorlogsindustrie. De gevangenen werden ingezet bij de Braunkohle-Benzin AG (BRABAG) in het stadsdeel Rothensee in Maagdenburg. Deze fabriek produceerde vitale synthetische brandstoffen voor de Wehrmacht. Nadat geallieerde bombardementen de fabriek zwaar hadden beschadigd, moesten de gevangenen puin ruimen en nieuwe luchtschutzbunkers bouwen. In tegenstelling tot veel afgelegen kampen, lag dit barakkenkamp midden in een reguliere arbeiderswoonwijk met circa 1.400 inwoners. Buurtbewoners waren hierdoor dagelijks direct getuige van de mishandelingen en de uitmergeling van de gevangenen. In totaal hebben ongeveer 2.172 gevangenen in het kamp vastgezeten. De overgrote meerderheid bestond uit Hongaarse Joden die via Auschwitz naar Buchenwald waren gedeporteerd. Daarnaast verbleven er kleinere groepen Oekraïners, Serven en niet-Joodse politieke gevangenen uit landen zoals Frankrijk, België, Tsjechië en Polen. De leefomstandigheden waren catastrofaal. De gevangenen sliepen in vier houten barakken en één grote legertent. Ze moesten onder extreme fysieke druk zware arbeid verrichten, kregen nauwelijks te eten en waren tijdens geallieerde luchtaanvallen onbeschermd aan het werk. Door uitputtingsslag, ondervoeding, ziektes en mishandelingen kwamen tijdens het korte bestaan van het kamp minstens 550 gevangenen om het leven. Gevangenen die te zwak of ziek waren om te werken, werden teruggestuurd naar Buchenwald. Vanuit daar werden alleen al in september 1944 388 mannen direct doorgestuurd naar Auschwitz-Birkenau om te worden vergast. Een andere groep zieken werd naar Bergen-Belsen getransporteerd. Na herhaaldelijke, zware bombardementen werd het kamp op 9 februari 1945 officieel ontruimd. De overgebleven 465 uitgehongerde gevangenen werden te voet en per trein teruggebracht naar Buchenwald; ten minste 19 van hen overleefden deze dodenmars niet.
Magenta concentratiekamp
Magenta concentratiekamp
Algerije
Magenta was een dwangarbeiderskamp van het Vichy-regime in Noord-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de onmenselijke en wrede omstandigheden stond het specifiek bekend als een concentratiekamp, met de angstaanjagende bijnaam de val van Magenta (piège de Magenta). Het kamp lag in het centrum van Algerije, destijds een Franse kolonie, ongeveer 412 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Algiers. Het werd opgericht na de Frans-Duitse wapenstilstand in juni 1940, toen het collaborerende Vichy-regime onder leiding van maarschalk Pétain de controle kreeg over de Franse gebieden in Noord-Afrika. In het kamp werden voornamelijk Algerijnse Joden en politieke dissidenten geïnterneerd. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder de aanleg van infrastructuur zoals spoorwegen (het Trans-Sahara spoorwegproject) en vliegvelden. Gekenmerkt door brute discipline, ondervoeding, ziektes en mishandeling. Na de geallieerde landingen in Noord-Afrika tijdens Operatie Torch (november 1942) kregen de gevangenen geleidelijk hun vrijheid terug.
Magonie concentratiekamp
Magonie concentratiekamp
Polen
Kamp Magonie was een werkkamp doorvoerkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen nabij het gelijknamige dorp Magonie in het huidige district Ostrowiecki in Polen. Tijdens de Duitse bezetting van Polen in de Tweede Wereldoorlog richtten de nazi's in de regio Święty Krzyż (Heilig Kruis) verschillende dwangarbeiders- en concentratiekampen op. Het kamp in Magonie hield verband met de exploitatie van de nabijgelegen regio en de nazi-infrastructuur.
Concentratiekamp Mährisch Schönberg
Concentratiekamp Mährisch Schönberg
Tsjechie
Mährisch Schönberg tijdens de Tweede Wereldoorlog een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden). Mährisch Schönberg is de historische Duitse naam voor de Tsjechische stad Šumperk, gelegen in de regio Olomouc aan de voet van het Altvatergebergte. Na het Verdrag van München in 1938 werd dit gebied als onderdeel van het Sudetenland door nazi-Duitsland geannexeerd. Het kamp in Mährisch Schönberg (Šumperk) Een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) specifiek ingericht voor Joodse gevangenen. Het stond administratief los van de grote concentratiekampen zoals Auschwitz of Mauthausen, hoewel veel gevangenen later naar die vernietigingskampen werden gedeporteerd. Het kamp werd geopend op 28 februari 1942 en functioneerde tot februari 1944. Het kamp bood voornamelijk plaats aan Joodse vrouwen. De vrouwen werden ingezet voor gedwongen arbeid ten behoeve van de Duitse Wehrmacht. Ze moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken in een lokale spinnerij (textielfabriek).
Maia LPRS nr. 12
Maia LPRS nr. 12
Roemenie
Kamp Maia / LPRS nr. 12 was een Roemeens krijgsgevangenekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, specifiek bedoeld voor officieren van het Sovjet-leger. De afkorting LPRS staat voor Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici (Krijgsgevangenekamp voor Sovjets). Gevestigd in het dorp Maia (regio Ilfov, destijds in het zuiden van Roemenië) op het grote landgoed van Barbu Catargiu, een voormalig premier van Roemenië. Geopend in november 1941 en opgeheven in september 1944. Het kamp stond onder controle van de Generale Staf van het Roemeense leger en werd lokaal geleid door commandant Căpitan Ilie Constantinescu. In augustus 1944 telde het kamp 5.282 gevangenen. In het kamp zaten hoofdzakelijk Sovjet-officieren en een klein aantal Servische piloten. De hoofdwoning van het landgoed werd omgebouwd tot slaapzaal. Hogere officieren (zoals majoors) sliepen in kleinere kamers met twee bedden, terwijl de lagere officieren verdeeld werden over 16 grotere kamers. Het kamp had een eigen keuken, een bakkerij en een ziekenboeg die werd gerund door gevangen artsen (later bijgestaan door een Roemeens-Joodse arts die er dwangarbeid verrichtte). Ook werd er een kleine orthodoxe kapel gebouwd waar diensten in het Russisch werden gehouden. De gevangenen moesten werken op een lokale boerderij in Maia. In tegenstelling tot Amerikaanse of Britse gevangenen kregen zij hiervoor niet betaald, omdat Roemenië en de Sovjet-Unie geen gezamenlijk verdrag hadden gesloten. Na de Roemeense staatsgreep in augustus 1944, waarbij Roemenië de zijde van de Geallieerden koos, werd het kamp in september 1944 gesloten. De gevangenen werden officieel overgedragen aan de Sovjet-autoriteiten voor repatriëring.
Mainz - Finthen
Mainz - Finthen
Duitsland
Concentratiekamp Mainz-Finthen (ook bekend als Kamp Finthen) was een buitenkamp van het SS-concentratiekamp Hinzert. Het kamp werd in de zomer van 1944 opgezet en was gevestigd op het militaire vliegveld in Finthen, net buiten de stad Mainz. De gevangenen werden door de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid, met name voor het herstellen en uitbreiden van het vliegveld en de start- en landingsbanen. Het betrof een kamp voor uitsluitend mannelijke gevangenen. De omstandigheden waren er extreem zwaar en mensonterend, zoals kenmerkend was voor het Hinzert-complex. Het kamp viel onder het bevel van de SS en stond onder directe supervisie van het hoofdkamp Hinzert.
Mainz - Weisenau
Mainz - Weisenau
Duitsland
Het concentratiekamp Mainz-Weisenau was een nazi-kamp in Duitsland dat functioneerde als een buitenpost (Außenlager) van het SS-Sonderlager/concentratiekamp Hinzert. Het kamp lag in de wijk Weisenau in Mainz, op het terrein van de lokale Portland-cementfabriek. De gevangenen werden onder levensgevaarlijke omstandigheden ingezet voor zware dwangarbeid ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp diende deels als een Arbeitserziehungslager (AEL, werkopvoedingskamp). Gevangenen werden vanuit de politiegevangenis van Mainz of rechtstreeks vanuit het hoofdkamp Hinzert hiernaartoe gestuurd. De exacte oprichtingsdatum is onduidelijk, maar het kamp werd intensief gebruikt in de herfst en winter van 1944. Tussen september 1943 en mei 1944 hebben er daarnaast al zeker 210 strafbare dwangarbeiders vastgezeten. De gevangenen moesten ondergronds tunnels graven en gangenstelsels gereedmaken voor geheime wapenproductie. Ook hielpen zij bij de bouw van een bunker voor de stadscommandant van Mainz. Het werk in de tunnels was extreem gevaarlijk door instortingen en ongelukken. Onder de dodelijke slachtoffers bevonden zich onder andere Franse, Belgische en Russische gevangenen.Tot kerstmis 1944 stond het kamp onder leiding van SS-Unterscharführer Brandenburg, die daarna werd overgeplaatst naar concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp werd in de eindfase van de oorlog ontruimd. De laatst overgebleven gevangenen werden op 22 maart 1945 bevrijd door de Amerikaanse troepen.
Majdanek
Polen
Concentratiekamp Majdanek (officieel Konzentrationslager Lublin) was een Duits nazi-concentratie- en vernietigingskamp in het bezette Polen. Het kamp lag direct aan de rand van de stad Lublin en functioneerde tussen oktober 1941 en juli 1944. Majdanek staat bekend als het eerste grote vernietigingskamp dat door de geallieerden (het Rode Leger) werd bevrijd en ontdekt. Het kamp werd oorspronkelijk gebouwd voor krijgsgevangenen, maar groeide uit tot een enorm complex van 270 hectare. Vanaf het najaar van 1942 kreeg het de functie van vernietigingskamp, uitgerust met gaskamers en een crematorium. Naar schatting hebben de nazi's hier rond de 80.000 mensen vermoord, onder wie het overgrote deel Joden, maar ook Poolse politieke gevangenen en Sovjet-krijgsgevangenen. Er bevond zich ook een klein aantal Nederlandse Joden in het kamp. Aktion Erntefest: Op 3 november 1943 vond in Majdanek een van de grootste massaslachtingen van de Holocaust plaats. Tijdens deze eendaagse nazi-operatie werden ruim 18.000 Joodse gevangenen in het kamp doodgeschoten. In juli 1944 naderde het Rode Leger de stad Lublin. De SS probeerde het kamp haastig te evacueren en bewijsmateriaal te vernietigen.
Concentratiekamp Majówka
Concentratiekamp Majówka
Polen
Concentratiekamp Majówka (soms aangeduid als concentratiekamp Majówka) was een Duits nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de buurt van de Poolse stad Starachowice (stadsdeel Wierzbnik) in het woiwodschap Świętokrzyskie. Het kamp werd in de zomer van 1943 opgericht als een subkamp of verzamelkamp. Gevangenen moesten onder dwang werken voor de nabijgelegen, vitale Duitse munitiefabriek en ijzersmelterij (Herkules-Werke / Reichswerke Hermann Göring). De gevangenen waren voornamelijk Joden uit de regio en het voormalige getto van Wierzbnik. De leefomstandigheden waren erbarmelijk en de bewakers (Duitse SS'ers en Oekraïense hulptroepen) pleegden talloze executies voor het sport of vermaak. Vlak voor de opheffing in juli 1944 planden de nazi's een massa-executie bij een massagraf. Een bekende overlevende, Guta Blass Weintraub, pleegde hier een verzetsdaad door de kampcommandant aan te vallen. Hoewel ze werd neergeschoten, overleefde ze door zich dood te houden. In juli 1944 werd het kamp geliquideerd vanwege het oprukkende Sovjetleger. De overlevende gevangenen werden via een doorgangskamp gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Makassar
Indonesie
In en rond Makassar (Zuid-Sulawesi, Indonesië) lagen tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende Japanse interneringskampen, waarvan het vrouwen- en burgerkamp Kampili het bekendst was. Daarnaast deed de locatie Kampong Makassar (op Java) dienst als krijgsgevangenenkamp en vrouwenkamp.
Kampili (vrouwen- en burgerkamp) Ongeveer 20 kilometer ten zuidoosten van Makassar, bij het huidige Soenggoeminasa. Vrouwenkamp en opvangkamp voor met name Nederlandse, Indische en Ambonese vrouwen en kinderen. Het kamp werd in maart 1943 geopend en was gevestigd in de gebouwen van een oud TBC-sanatorium en twaalf bamboeloodsen. Er verbleven ongeveer 1.600 mensen. Nadat het kamp op 17 juli 1945 zwaar werd beschadigd door geallieerde bombardementen, moesten de gevangenen verhuizen naar een noodkamp in de bossen (het Boskamp).
Concentratiekamp Maków
Concentratiekamp Maków
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtte nazi-Duitsland in de Poolse stad Maków Mazowiecki een gedwongen werkkamp en een Joods getto in.
1. Het werkkamp (1940–1944) Dit was een nazi-straf- en werkkamp (obóz pracy przymusowej). Er werden zowel Poolse burgers als mensen van Joodse afkomst vastgehouden. De gevangenen werden ondergebracht in de voormalige Joodse rituele badplaats (de mikwe) aan de Przasnyska-straat. De sanitaire voorzieningen waren erbarmelijk, waardoor er onder andere een grote tyfusepidemie uitbrak. Het kamp werd in 1944 ontmanteld. De overlevende gevangenen werden gedeporteerd naar grotere kampen in Działdowo en Gdańsk.
2. Het Getto van Maków Mazowiecki (1941–1942) In september 1941 sloten de Duitse bezetters de Joodse bevolking van de stad en omliggende dorpen op in een afgesloten getto. Er leefden op het hoogtepunt meer dan 5.500 Joden. Tussen november en december 1942 ontruimden de nazi's het getto volledig. De bewoners werden via het getto van Mława gedeporteerd naar de vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Treblinka, waar het overgrote deel direct is vermoord.
Maków Podhalański Er is in Polen nog een stad met een vergelijkbare naam: Maków Podhalański. Tijdens de bezetting voerde de Gestapo hier hevige represailles uit tegen het Poolse verzet. Gevangenen uit deze regio werden vaak via de nazi-gevangenis Palace in Zakopane naar het concentratiekamp Auschwitz gestuurd.
Concentratiekamp Maków Mazowiecki
Concentratiekamp Maków Mazowiecki
Polen
Tijdens de Duitse bezetting van Polen richtten de nazi's in de stad een Joods getto en een dwangarbeiderskamp op. De duizenden Joodse inwoners uit de stad en de omliggende regio zijn uiteindelijk via het getto van Mława gedeporteerd en grotendeels overleden in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau of Treblinka. Het Getto van Maków Mazowiecki Eind 1940 dwongen de Duitse bezetters de grote Joodse gemeenschap van de stad in een afgesloten getto. Het getto was extreem overbevolkt omdat er ook Joden uit nabijgelegen dorpen werden opgesloten. Er heersten honger, ziektes en dwangarbeid. De nazi's runden een lokaal dwangarbeiderskamp (Duits: Zwangsarbeitslager) waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden infrastructuur moesten aanleggen en fysieke arbeid moesten verrichten. In november 1942 werd het getto ontruimd. De resterende Joodse inwoners (ongeveer 5.000 mensen) werden gedeporteerd naar het getto in de nabijgelegen stad Mława.Moord in Auschwitz: Vrijwel direct daarna, in november en december 1942, zijn deze mensen op transport gezet naar Auschwitz-Birkenau. Bij aankomst werd het overgrote deel direct in de gaskamers vermoord. Een klein deel moest als dwangarbeider in het kamp werken.
Concentratiekamp Maksymowka
Concentratiekamp Maksymowka
Oekraine
Kamp Maksymowka (of obóz Maksymówka) een Duits nazi-dwangarbeidskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog operationeel was nabij het dorp Maksymivka (destijds Maksymówka, nu gelegen in de oblast Ternopil in West-Oekraïne). Het kamp lag aan de cruciale spoorlijn tussen Ternopil en Podwoloczyska en maakte deel uit van een netwerk van kampen langs de zogeheten Durchgangsstrasse IV (Transitweg IV). Dit was een strategische Duitse transportroute die dwars door Galicië naar de Oekraïense frontlinies liep. Gevangenen in het kamp werden ingezet voor extreem zware fysieke arbeid, voornamelijk voor het onderhoud en de uitbreiding van de spoorwegen en wegeninfrastructuur voor het Duitse leger. De populatie bestond grotendeels uit Joodse dwangarbeiders. In oktober 1941 selecteerde de Duitse Schupo in het nabijgelegen Skalat bijvoorbeeld de eerste groep van zo'n 200 Joodse jongeren om in Maksymowka te gaan werken. Later werden er ook grotere groepen Joden uit omliggende getto's naartoe gedeporteerd. De leef- en werkomstandigheden in Maksymowka waren berucht en onmenselijk hard. Gevangenen kregen nauwelijks voedsel, moesten zware dwangarbeid verrichten in de buitenlucht en de sterftecijfers waren schrikbarend hoog. In de beginperiode (eind 1941) slaagden sommige Joodse gemeenschappen of raden (Judenräte) er tijdelijk in om uitgeputte gevangenen met grote sommen losgeld vrij te kopen of te ruilen, waarna zij (vaak tijdelijk) mochten terugkeren naar hun getto. Dit stopte naarmate de nazi's overgingen op totale vernietiging (Aktion Reinhardt).
Concentratiekamp Malaia Viska
Concentratiekamp Malaia Viska
Oekraine
Het concentratiekamp Malaia Viska (ook gespeld als Malaja Viska of Mala Vyska) lag in de regio Kirovohrad in Oekraïne. Het werd in de herfst van 1941 door de nazi’s opgericht, aanvankelijk als getto en later als concentratiekamp/werkkamp, waar voornamelijk Joodse burgers uit de omgeving zware dwangarbeid moesten verrichten. De stad Malaia Viska werd begin augustus 1941 door Duitse troepen bezet. Het kamp was onderdeel van het vernietigingsproces in het Generaal-commissariaat Dnjepropetrovsk. De Joodse gevangenen die er werden vastgehouden stierven door honger, uitputting en massa-executies.
Concentratiekamp Malapane
Concentratiekamp Malapane
Polen
Werkkamp Malapane was een nazi-dwangarbeiderskamp in bezet Polen (huidige naam: Ozimek), ongeveer 100 kilometer ten noordwesten van Auschwitz. Het deed dienst als onderdeel van een netwerk van werkkampen onder Organisation Schmelt. Honderden Nederlandse Joodse mannen werden vanaf eind 1942 vanuit Kamp Westerbork gedeporteerd. Bij station Cosel (huidig Kędzierzyn-Koźle) werden zij bruut gescheiden van hun vrouwen en kinderen, die direct naar de gaskamers van Auschwitz werden gestuurd. De geselecteerde mannen werden in Malapane tewerkgesteld. Ze moesten onder onmenselijke omstandigheden zware dwangarbeid verrichten in onder andere de lokale staalfabrieken. Slechts een fractie van de tewerkgestelden overleefde de brute behandeling, honger, ziekten en executies. Van de tienduizenden Nederlandse mannen uit de zogenoemde Cosel-transporten overleefden minder dan 200 personen de oorlog.
Concentratiekamp Małaszewicze Duże
Concentratiekamp Małaszewicze Duże
Polen
Het concentratiekamp Małaszewicze Duże (officieel een nazi-Duits Joods werkkamp of Zwangsarbeitslager für Juden) was een dwangarbeiderskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag in het dorp Małaszewicze Duże in het oosten van het bezette Polen (district Lublin), vlak bij de huidige grens met Wit-Rusland. Het functioneerde als een dwangarbeiderskamp (vaak aangeduid als werkkamp) waar Joodse gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden uitgebuit. De nazi's transporteerden groepen Joden uit omliggende getto's en dorpen in de regio Bialka/Konstantynów naar dit kamp. Gevangenen die door de nazi's als nuttig werden beschouwd, moesten hier zware fysieke arbeid verrichten. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor de aanleg en het onderhoud van het militaire vliegveld van Małaszewicze Duże. Net als de meeste andere werkkampen in het district Lublin maakte het kamp deel uit van de bredere Holocaust-infrastructuur. Gevangenen die door uitputting, ziekte of honger niet meer konden werken, werden gedeporteerd naar vernietigingskampen of ter plekke geëxecuteerd.
Malaszewicze Male concentratiekamp
Malaszewicze Male concentratiekamp
Polen
Małaszewicze was een nazi-dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) in het oosten van Polen. Het diende primair als werkkamp voor Joodse mannen en stond onder toezicht van de Luftwaffe. Het kamp lag bij het vliegveld van Małaszewicze, ongeveer 10 kilometer ten westen van de stad Terespol en nabij de grens met Wit-Rusland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier voornamelijk Joodse mannen te werk gesteld als dwangarbeiders, vaak bij zware infrastructurele projecten en het vliegveld. Omdat het kamp onder direct toezicht van de Luftwaffe viel, overleefden hier relatief gezien meer dwangarbeiders dan in kampen die direct onder de SS vielen. Tijdens latere nazi-acties, zoals de massamoorden in het kader van Aktion Erntefest in 1943, zijn alsnog veel Joodse dwangarbeiders uit de regio omgebracht, hoewel sommigen in Małaszewicze langer werden ingezet.
Concentratiekamp Malavieille
Concentratiekamp Malavieille
Frankrijk
Concentratiekamp Malavieille was een interneringskamp in de Franse gemeente Marvejols (departement Lozère). Het kamp functioneerde in de zomer van 1942 en werd gebruikt om Joden en andere ongewensten op te sluiten in de aanloop naar deportaties tijdens de Holocaust. Gelegen bij boerderijen in de regio van Marvejols, in het zuiden van Frankrijk. Het kamp was in gebruik voor een korte periode in de zomer van 1942, specifiek tussen 6 augustus en eind september van dat jaar. Het diende als doorgangskamp voor vervolgden die vervolgens werden overgebracht naar grotere verzamel- en deportatiekampen, zoals Camp de Rivesaltes en Le Vernet.
Malchow
Duitsland
Concentratiekamp Malchow was een buitenkamp van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück in Duitsland. Het kamp deed voornamelijk dienst als werkkamp en later als doorgangskamp en was operationeel van 1 januari 1943 tot de bevrijding op 1 mei 1945. Gelegen nabij de stad Malchow in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren. Het was een zogeheten Aussenlager dat direct onder het commando van vrouwenkamp Ravensbrück viel. Gevangenen moesten onder dwang werken in de lokale oorlogsindustrie, specifiek in een munitiefabriek van Verwertchemie. In de beginperiode bestond het kamp uit circa 10 barakken waarin vrouwen onder erbarmelijke omstandigheden granaten moesten vullen met chemicaliën. Richting het einde van de oorlog veranderde Malchow in een overvol doorgangskamp. Tienduizenden vrouwen uit ontruimde kampen in het oosten, zoals Auschwitz-Birkenau, werden via slopende dodenmarsen naar Malchow gedreven. Het kamp raakte hierdoor extreem overbevolkt en de hygiëne stortte volledig in. In de laatste maanden was er vrijwel geen voedsel of medische zorg meer, waardoor dagelijks honderden vrouwen stierven door honger, uitputting en tyfus. Veel Nederlandse Joodse vrouwen die de verschrikkingen van Westerbork en Auschwitz hadden overleefd, kwamen in de laatste oorlogsmaanden in Malchow terecht. Voor velen van hen bleek dit kamp de laatste, fatale halte van de Holocaust. Bekende Nederlandse overlevenden die in Malchow werden bevrijd, zijn onder andere Carla van Lier en Selma van Hasselt. Het kamp werd op 1 mei 1945 bevrijd door het oprukkende Rode Leger van de Sovjet-Unie. De bewakers en de kampleiding waren vlak voor de aankomst van de militairen gevlucht, waardoor de uitgehongerde gevangenen aan hun lot werden overgelaten tot de daadwerkelijke aankomst van de bevrijders.
Malines
Malines
Belgie
Concentratiekamp Malines (ook bekend als Kazerne Dossin of SS-Sammellager Mechelen) was een Belgisch doorgangskamp in Mechelen. Tussen 1942 en 1944 deporteerde nazi-Duitsland vanuit deze oude kazerne ruim 25.000 Joden en Roma naar concentratie- en vernietigingskampen, voornamelijk Auschwitz-Birkenau. Gelegen in de Dossinkazerne in Mechelen, strategisch halverwege Brussel en Antwerpen. Het diende als verzamel- en doorgangskamp (geen vernietigingskamp op zichzelf). Tussen juli 1942 en juli 1944 vertrokken er 28 transporttreinen. Slechts een fractie van de gedeporteerden overleefde de oorlog.
Concentratiekamp Malkinia
Concentratiekamp Malkinia
Polen
Concentratiekamp Malkinia verwijst in de naar het beruchte vernietigingskamp Treblinka, dat gebouwd werd in de dunbevolkte streek bij Małkinia Górna. Dit Poolse dorp lag aan een belangrijk spoorwegknooppunt, waarnaar de nazi's Joden vanuit heel Europa transporteerden om ze vervolgens in het kamp te vermoorden. De geschiedenis van het gebied rond Małkinia en de kampen omvat de volgende specifieke details: Treblinka II (Vernietigingskamp): Dit was het eigenlijke vernietigingskamp. De nazi's bouwden dit in 1942, gelegen op ongeveer 4 kilometer van het dorp Treblinka en zo'n 10 kilometer van het station in Małkinia. Naar schatting werden hier tussen de 700.000 en 900.000 Joden en Roma door middel van gas omgebracht. Treblinka I (Arbeidskamp): Dit kamp werd in de zomer van 1941 geopend. Gevangenen werden hier onder brute omstandigheden gedwongen om zware arbeid te verrichten, voornamelijk in de nabijgelegen zandgroeve waarvan het zand werd verstuurd richting het station van Małkinia.
Doorgangsfunctie van Małkinia: Vanwege de ligging aan de spoorlijn Warschau - Białystok was Małkinia het overstap- en rangeerstation voor de deportatietreinen. Gevangenen werden hier vaak dagenlang in overvolle wagons vastgehouden voordat ze de laatste kilometers naar Treblinka aflegden.
Malken = Malki
Concentratiekamp Malogoszcz
Concentratiekamp Malogoszcz
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in Małogoszcz een dwangarbeiderskamp voor Joodse gevangenen. Het kamp maakte deel uit van het grootschalige tewerkstellings- en vernietigingsnetwerk van de nazi's in bezet Polen. Begin van de oorlog: In september 1939 telde Małogoszcz ongeveer 760 Joodse inwoners. Vanaf 1940 werd het leven van de Joodse bevolking zwaar ingeperkt door dwangarbeid. De nazi’s dwongen hen tot zware arbeid, onder andere in het lokale werkkamp. In augustus 1942 werd de Joodse bevolking geconcentreerd in een verzamelgetto in het nabijgelegen Jędrzejów. Vanaf september 1942 zijn de meesten van hen vanuit Jędrzejów gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. De weinige overlevenden die geschikt waren voor dwangarbeid, werden in 1944 overgebracht naar Auschwitz.
Maly - Trostinec
Maly - Trostinec
Sovjet Unie
Maly Trostinec (ook bekend als Maly Trostenets) was tijdens de Tweede Wereldoorlog het grootste nazi-vernietigingskamp op het grondgebied van de Sovjet-Unie. Het kamp lag ongeveer 12 kilometer ten zuidoosten van de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Tussen het voorjaar van 1942 en de zomer van 1944 werden hier naar schatting 60.000 tot ruim 200.000 mensen systematisch vermoord. Maly Trostinec functioneerde niet zoals de bekende vernietigingskampen in Polen (zoals Auschwitz of Treblinka) met vaste gaskamers. Het complex bestond uit drie hoofdlokaties: Het dwangarbeiderskamp: Gevestigd op een voormalige collectieve boerderij (kolchoz). Hier verbleven continu zo'n 500 tot 1000 gevangenen die ingezet werden voor landbouw en het sorteren van bezittingen van slachtoffers. Het Blagovshchina-bos: De primaire executieplaats op enkele kilometers van het kamp. Hier vonden massale schietpartijen plaats en werden mobiele gaswagens ingezet. Het Shashkovka-bos: De locatie waar vanaf 1943 een provisorisch crematorium (gemaakt van spoorstaven) werd gebouwd om de lichamen op grote schaal te verbranden. De nazi's vermoordden in Maly Trostinec diverse groep mensen, met een sterke nadruk op de Joodse bevolking. De grootste groepen slachtoffers waren: Wit-Russische Joden: Tienduizenden bewoners uit het nabijgelegen Ghetto van Minsk. Gedeporteerde West- en Centraal-Europese Joden: Joden die per trein werden aangevoerd uit onder andere Oostenrijk (Wenen), Duitsland, Tsjechië (Theresienstadt) en Polen. Ook een klein aantal Nederlandse Joden is hier omgebracht. Krijgsgevangenen en partizanen: Sovjet-soldaten, lokale verzetsstrijders en burgers die van anticommunistische of antifascististische activiteiten werden verdacht. Vrijwel alle gedeporteerde Joden uit West-Europa werden direct bij aankomst in de nabijgelegen bossen doodgeschoten of vergast; zij hebben het eigenlijke werkkamp nooit van binnen gezien.
Concentratiekamp Malszyce
Concentratiekamp Malszyce
Polen
Malszyce (vaak gespeld als Małszyce, gelegen in het huidige Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden. Het kamp viel onder het bestuur van Organisation Schmelt en deed voornamelijk dienst als werkkamp waar gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid in de regio.
Concentratiekamp Maly Trostinets
Concentratiekamp Maly Trostinets
Wit Rusland
Concentratiekamp Maly Trostenets (Wit-Russisch: Малы Трасцянец) was een nazi-vernietigingskamp en dwangarbeidskamp dat tussen het voorjaar van 1942 en de zomer van 1944 actief was nabij Minsk, in het bezette Wit-Rusland. Het geldt als de grootste nazi-moordlocatie op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie, waarbij naar schatting tussen de 60.000 en 90.000 mensen systematisch werden vermoord. Het kamp lag ongeveer 12 kilometer ten zuidoosten van de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Het werd ingericht op het terrein van een voormalige kolchoz (collectieve boerderij). In eerste instantie fungeerde het als werkkamp voor Sovjet-krijgsgevangenen en lokale Joden. Vanaf mei 1942 werd het een centraal vernietigingskamp voor gedeporteerde Joden uit West- en Centraal-Europa, waaronder Oostenrijk, Duitsland, Tsjechië, Polen en Nederland. De meeste slachtoffers werden niet langdurig in het kamp gevangengehouden. Bij aankomst op het nabijgelegen treinstation werden zij direct naar de omliggende bossen van Blagovshchina en Shashkovka gebracht. De slachtoffers werden daar in massagraven doodgeschoten of omgebracht in mobiele gaskamers (gaswagens). In de herfst van 1943 startten de nazi's met Aktion 1005. Gevangenen moesten de massagraven openen en de duizenden lijken verbranden om het bewijs van de massamoord te vernietigen. Kort voor de bevrijding door het Rode Leger in juli 1944 werden ook de laatste overlevende dwangarbeiders door de SS geëxecuteerd.
Concentratiekamp Mamula
Concentratiekamp Mamula
Italie
Concentratiekamp Mamula was een berucht Italiaans concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gevestigd in een 19e-eeuws fort op het onbewoonde eilandje Lastavica in de Baai van Kotor, Montenegro. Het fort werd in de 19e eeuw gebouwd door het Oostenrijks-Hongaarse Rijk onder leiding van generaal Lazar Mamula. Tijdens de bezetting door Benito Mussolini's fascistische Italië (1942) werd het fort ingericht als wreed concentratiekamp.Ruim 2.000 lokale burgers en partizanen werden er vastgehouden, gemarteld en uitgehongerd. Ongeveer 130 gevangenen kwamen er om het leven.
Concentratiekamp Manfredonia
Concentratiekamp Manfredonia
Italie
Het concentratiekamp van Manfredonia was een burgerinterneringskamp in de Italiaanse provincie Foggia (Puglia) dat tussen juni 1940 en september 1943 door het fascistische regime van Mussolini werd gebruikt. Het kamp was gevestigd in de toenmalige gemeentelijke slachthuis (Macello Comunale) en diende voornamelijk voor de opsluiting van politieke tegenstanders en buitenlandse Joden. Het kamp was bedoeld voor maximaal 250 personen. Omdat het ver van strategische oorlogslocaties lag, werd het als een veilig en geïsoleerd detentieoord beschouwd. Er werden in totaal zo'n 519 mensen vastgehouden, voornamelijk politiek onbetrouwbare Italianen en buitenlandse Joden uit onder andere Duitsland en Oostenrijk. Doordat het kamp vlakbij de eilandengroep Tremiti lag (waar ook een strafkamp was), diende het tevens als doorvoerkamp. Het was officieel geen vernietigingskamp. De omstandigheden waren echter zwaar en de hygiëne liet te wensen over. Van de Joodse gevangenen die er werden vastgehouden, zijn er later alsnog 9 doorverwezen naar en vermoord in Auschwitz. Nadat het fascistische bewind in september 1943 viel en de Duitsers Italië binnenvielen, liep het kamp leeg en wisten de overgebleven gevangenen te ontsnappen.
Concentratiekamp Manicovca
Concentratiekamp Manicovca
Oekraine
Manicovca was een deportatie- en concentratiekamp in Transnistrië, ingericht in de herfst van 1941 door het Roemeense regime. Het kamp diende als opvangkamp voor Joden die onder erbarmelijke omstandigheden waren gedeporteerd uit Noord-Bessarabië en Boekovina. Het kamp was gevestigd op het terrein van een lokale kolchoz (staatsboerderij) in Manicovca. Gevangenen werden ondergebracht in zwaar beschadigde varkensstallen en kippenhokken. Velen overleefden de barre winterse omstandigheden en het zware transport vooraf niet, of stierven door honger en ziekte.
Concentratiekamp Mannersdorf an der Rabnitz
Concentratiekamp Mannersdorf an der Rabnitz
Oostenrijk
Het Zwangsarbeiterlager Mannersdorf an der Rabnitz een nationaalsocialistisch dwangarbeidskamp in de Oostenrijkse deelstaat Burgenland. Het kamp werd tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog gebruikt in het kader van de Holocaust en de Duitse defensiestrategie. Het kamp bood plaats aan mannelijke en vrouwelijke Hongaarse Joden die door het nazi-regime waren gedeporteerd. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid, specifiek voor rivierregulering in de regio. Het kamp was nauw verbonden met de aanleg van de Südostwall, een haastig gebouwde militaire verdedigingslinie die nazi-Duitsland moest beschermen tegen de oprukkende Sovjettroepen. De exacte locatie van het kampterrein wijzen op een mogelijk verblijf in de zogenaamde Zinshof in Mannersdorf an der Rabnitz. De regio rond Mannersdorf an der Rabnitz (en specifiek het nabijgelegen Klostermarienberg) Op 29 maart 1945 overschreed het Rode Leger van de Sovjet-Unie hier de grens. Mannersdorf an der Rabnitz werd daarmee de allereerste plek op Oostenrijks grondgebied die door de geallieerden werd bevrijd van het nazi-regime. In een bosgebied nabij de grens bevindt zich nog altijd het graf van Juri Melnikov, de eerste Sovjetsoldaat die op Oostenrijkse bodem sneuvelde.
Mannheim - Sandhofen Hinzert
Mannheim - Sandhofen Hinzert
Duitsland
Concentratiekamp Mannheim-Sandhofen was een buitenkamp van Natzweiler. Vanaf augustus 1944 werden hier ruim 1000 dwangarbeiders onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld in lokale fabrieken. Kamp Hinzert was een wreed SS-speciaal kamp en doorgangskamp voor mannen. Beide kampen kenden nauwe banden en lieten diepe sporen na. Mannheim-Sandhofen (KZ Natzweiler) Een officieel buitenkamp (Außenlager) van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. Operationeel van 27 augustus 1944 tot maart 1945.Voornamelijk politieke gevangenen en dwangarbeiders uit bezette gebieden.Gevangenen werden onder zware dwang ingezet in de nabijgelegen fabrieken (waaronder de Heinrich Lanz AG) om de nazi-oorlogsmachine draaiende te houden. SS-Sonderlager / KZ Hinzert Begon in 1939 als politiek- en heropvoedingskamp en werd in 1942 een volwaardig concentratiekamp. Doorgangskamp voor verzetsstrijders, Joden en gevangenen uit ruim 20 landen. Hinzert fungeerde in latere fases (vanaf november 1944) als bijkamp van het beruchte concentratiekamp Buchenwald. Stond bekend om zijn extreme wreedheid. Vele gevangenen werden vanuit Hinzert doorgestuurd naar andere kampen of ter plaatse gefusilleerd
Mannheim - Sandhofen Waldhof
Mannheim - Sandhofen Waldhof
Duitsland
KZ Mannheim-Sandhofen (ook bekend als Mannheim-Waldhof) was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Natzweiler. Het kamp was actief van september 1944 tot maart 1945. Gevangenen werden hier zwaar uitgebuit en ingezet als dwangarbeiders in de lokale industrie. Het kamp was gevestigd in Sandhofen, een noordelijke buitenwijk van Mannheim. De gevangenen werden door de SS tewerkgesteld in nabijgelegen fabrieken, waaronder de grote fabrieksterreinen in het industriegebied Waldhof (zoals de fabriek van Heinrich Lanz) om puin te ruimen en wapens te produceren. Het kamp werd eind september 1944 operationeel. Er werden voornamelijk politieke gevangenen en verzetsstrijders uit verschillende bezette gebieden, waaronder een grote groep gearresteerde mannen uit Warschau, opgesloten. De leef- en werkomstandigheden waren extreem wreed. Door ondervoeding, ziekte en de zware dwangarbeid onder barre omstandigheden kwamen veel gevangenen om het leven. Vanwege de naderende geallieerde troepen werd het kamp in maart 1945 ontruimd en werden de overlevenden op dodenmarsen gestuurd
Mansfeld
Mansfeld
Duitsland
Concentratiekamp Mansfeld, ook wel bekend als Kamp Wansleben of onder de codenamen Wilhelm en Biber II, was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald in Duitsland. Het werd in januari 1944 opgericht in Wansleben am See (Saksen-Anhalt), vlakbij Halle, Eisleben en de Harz. Het kamp was ondergebracht in een verlaten kalimijn (Kaliwerk Georgi). Vanaf 1944 moesten gevangenen hier zware dwangarbeid verrichten om ondergrondse tunnels en fabriekshallen te bouwen. Deze faciliteiten werden gebruikt voor de productie van vliegtuigmotoren (Junkers) en het opslaan van archieven en kunst. De omstandigheden in de ondergrondse zoutmijnen waren mensonterend. De gevangenen leden continu honger, werkten onder gevaarlijke omstandigheden zonder bescherming, en werden blootgesteld aan zware mishandelingen door de SS. Er zaten voornamelijk politieke gevangenen uit Polen en Rusland. Op het hoogtepunt, in januari 1945, telde het kamp 1.140 gevangenen. Door de combinatie van ondervoeding, ziekte, uitputting en ongevallen tijdens de mijnbouw zijn er tientallen tot honderden gevangenen overleden in het kamp. De doden werden geregistreerd onder oorzaken als hartfalen en tuberculose. Op 12 april 1945, toen de geallieerde troepen naderden, dwong de SS de overlevenden op een dodenmars naar het oosten.
Concentratiekamp Mantua
Concentratiekamp Mantua
Italie
Het concentratiekamp in Mantua was een door fascisten en nazi's gebruikt internerings- en deportatiekamp in Noord-Italië. Het was gevestigd in het voormalige klooster van de Santa Maria del Gradaro-kerk. Het klooster ligt aan de Via Gradaro in de stad Mantua (Mantova), in de regio Lombardije. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name onder de Italiaanse Sociale Republiek (Republiek van Salò), diende het complex als doorgangskamp voor Joden en politieke gevangenen. Het kamp was onderdeel van het bredere netwerk om de Joodse bevolking te deporteren. Gevangenen werden van hieruit naar transiteringskampen (zoals Fossoli) of rechtstreeks naar vernietigingskampen in nazi-Duitsland gestuurd. In april 1944 werden de laatste tientallen gevangenen vanuit Mantua overgebracht naar het treinstation om gedeporteerd te worden. Meer informatie over de geschiedenis en de rol van het klooster kunt u lezen via de Italian Art Society.
Maoemere
Indonesie
De kampen in Maoemere (gelegen aan de noordkust van Flores, Indonesië) waren Japanse krijgsgevangenkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gevangenen werden onder onmenselijke omstandigheden gedwongen om vliegvelden en wegen aan te leggen. Rond Maoemere waren verschillende kampementen: Blomkamp (Maoemere-Oost): Het centrale werkkamp waar de enigszins inzetbare gevangenen verbleven. Reyerskamp (Maoemere-West): Een kampement vernoemd naar de kamp-oudste. Wulff-kamp: Het ziekenkamp voor ernstig zieken. Bij aankomst waren er geen faciliteiten; gevangenen moesten zelf barakken bouwen van bamboe en palmbladeren (atap), omgeven door prikkeldraad. De dwangarbeid was extreem zwaar en onvoldoende uitgerust. Er heerste een groot gebrek aan medische zorg. Door ondervoeding en tropische ziekten, met name dysenterie, stierven er veel gevangenen. Tussen april 1943 en april 1944 overleden er in de Maoemere-kampen 380 Nederlandse krijgsgevangenen.
Concentratiekamp Marcia Beach
Concentratiekamp Marcia Beach
Tunesie
Het concentratie- en dwangarbeidkamp Marcia Beach (ook bekend als Marcia Plage) lag ongeveer 20 kilometer ten west-noordwesten van Tunis in Tunesië. Het werd in juli 1942 opgericht door het Franse protectoraatsbestuur en kwam in november 1942 onder supervisie van de beruchte nazi-veiligheidsdienst (SD). Het kamp was uitsluitend bedoeld voor Joden uit Libië die naar Tunesië waren gevlucht. Gevangenen werden ondergebracht in voormalige paardenstallen. De Joodse gemeenschap uit de nabijgelegen kustplaats La Marsa (Al Marsa) probeerde in het begin voedsel te brengen omdat de Franse autoriteiten onvoldoende rantsoenen verstrekten. De Joodse mannen die in staat waren om te werken, werden door de nazi's ingezet voor zware uitgravingswerkzaamheden voor de Wehrmacht. De bewaking bestond initieel uit Franse gendarmes, maar werd al snel overgenomen door gewapende Arabieren onder direct Duits bevel.
Concentratiekamp Marcinkowice
Concentratiekamp Marcinkowice
Polen
Kamp Marcinkowice (Zwangsarbeitslager für Juden Marcinkowice) was een Duits dwangarbeiderskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het Poolse dorp Marcinkowice (nabij de stad Nowy Sącz in de woiwodschap Klein-Polen). De gevangenen waren hoofdzakelijk Joodse inwoners die vanuit het nabijgelegen Ghetto van Nowy Sącz naar het kamp werden getransporteerd. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, specifiek voor de aanleg, versterking en het onderhoud van de spoorweginfrastructuur in de regio. Het werkkamp hield op te bestaan op het moment dat het Ghetto van Nowy Sącz door de Duitse bezetter werd geliquideerd (augustus 1942), waarna de resterende gevangenen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Bełżec.
Concentratiekamp Mărculeşti
Concentratiekamp Mărculeşti
Moldavie
Het concentratiekamp Mărculeşti was een berucht doorgangskamp in Bessarabië (huidig Moldavië) dat in 1941 werd opgezet door het Roemeense leger onder leiding van dictator Ion Antonescu, in samenwerking met nazi-Duitsland. Gelegen in het huidige district Florești in het noorden van Moldavië. Vóór de Tweede Wereldoorlog was Mărculeşti een welvarende Joodse landbouwkolonie. Het kamp diende als verzamelplaats voor duizenden Joden uit de regio, waaronder de Joodse bevolking van het nabijgelegen Bălţi. Vanaf juli 1941 werden hier verschrikkelijke wreedheden begaan. Grote groepen Joden werden onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en velen werden direct geëxecuteerd in het kamp of tijdens de daaropvolgende deportatiemarsen naar Transnistrië.
Concentratiekamp Margonin
Concentratiekamp Margonin
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Margonin (destijds onderdeel van nazi-Duitsland) de locatie van een Joods dwangarbeidskamp (Duits: Arbeitslager). Het kamp stond onder controle van de nazi's en diende als reservoir voor goedkope arbeidskrachten, waarbij gevangenen onder zware omstandigheden werden ingezet voor onder meer bos-, spoor- en wegenbouw. Het kamp was gevestigd in de plaats Margonin, gelegen in het huidige westen van Polen. Tijdens de oorlog viel dit gebied onder het administratieve district Regierungsbezirk Bromberg. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Joodse dwangarbeiders die zware lichamelijke arbeid moesten verrichten. Het werkkamp was gedurende verschillende perioden actief, met een intensieve inzet van arbeiders in de periode van 1943.
Mariahütte
Mariahutte
Duitsland
Het Lager Mariahütte (gelegen in de Duitse gemeente Nonnweiler, Saarland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitencommando (Arbeitskommando / Innenkommando) van het beruchte SS-Sonderlager / concentratiekamp Hinzert. Gevangenen uit het nabijgelegen concentratiekamp Hinzert werden in Mariahütte ingezet voor zware dwangarbeid, onder andere in de lokale ijzer- en defensie-industrie (Hüttenwerk Mariahütte) en bij infrastructurele projecten.Status: geregistreerd onder nummer 911 als Mariahütte, nur Innenkdo. v. Hinzert. Het was een werkkamp (arbeidsdetachement) en geen zelfstandig hoofdkamp. De oorsprong van de locatie ligt bij het historische Hüttenwerk Mariahütte (opgericht rond 1700), destijds een belangrijke ijzergieterij.
Marienfelde
Marienfelde
Duitsland
Concentratiekamp Marienfelde (in de wijk Tempelhof-Schöneberg, Berlijn) was eind 1942 en in 1943 kortstondig in gebruik als buitenkamp (Aussenlager) van het beruchte concentratiekamp Sachsenhausen. Degenen die er gevangen zaten, werden door de SS voornamelijk ingezet als dwangarbeiders.
Marienwerder
Marienwerder
Duitsland/Polen
De naam direct verbonden met twee verschillende historische locaties en kamptypes uit de Tweede Wereldoorlog.
1. KZ-Außenlager Hannover-Stöcken (gelegen in de wijk Marienwerder, Duitsland) Dit was een officieel buitenkamp (Außenlager) van het grote concentratiekamp Neuengamme. Het kamp werd in juli 1943 opgebouwd op een braakliggend terrein tussen het Marienwerder Wald en de accufabriek AFA (de latere batterijenfabrikant Varta) in de wijk Stöcken/Marienwerder. De gevangenen (medio 1944 zo'n 1.500 mannen) werden ingezet als gedwongen dwangarbeiders voor de productie van loodaccu's voor Duitse U-boten en torpedo's. De omstandigheden waren door de blootstelling aan giftige looddampen, zware mishandelingen en zware ondervoeding moordend. Wie te ziek of te zwak werd om te werken, werd teruggebracht naar het hoofdkamp Neuengamme om te sterven.
2. Regierungsbezirk Marienwerder (Kwidzyn, destijds West-Pruisen / nu Polen)Marienwerder was destijds ook de naam van een grote administratieve regio (Regierungsbezirk Marienwerder) en een gelijknamige stad in het toenmalige nazi-Duitsland. Tegenwoordig ligt deze stad in Polen en heet Kwidzyn. Krijgsgevangenenkamp (Stalag): Vlak bij deze stad, in Littschen, lag tussen december 1939 en februari 1940 het krijgsgevangenenkamp Stalag XX B (of een sub-tak daarvan). Hier werden onder andere Poolse en Britse krijgsgevangenen vastgehouden onder toezicht van de Wehrmacht. De Gestapo en de lokale Selbstschutz (een militie van etnische Duitsers) runden in dit administratieve district diverse doorgangskampen, gevangenissen en werkkampen (Arbeitserziehungslager) waar Poolse burgers, verzetsstrijders en Joden systematisch werden opgesloten en vervolgd.
Markirch = Sainte-Marie-aux-Mines
Markirch = Sainte-Marie-aux-Mines
Frankrijk
Markirch is de Duitse naam voor deze Franse gemeente in de Elzas. Tijdens de nazi-bezetting in de Tweede Wereldoorlog richtte de SS hier een concentratiekamp op. Het was een subkamp (buitenkamp) dat organisatorisch ondergeschikt was aan het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. Het kamp operationeel van maart 1944 tot september 1944. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de nazi-oorlogsindustrie. Ze moesten een lokale tunnel uitbouwen tot een ondergrondse fabriek voor BMW, waar vliegtuigonderdelen werden geproduceerd. Er verbleven naar schatting zo'n 3.000 gevangenen in het kamp, voornamelijk politieke gevangenen uit Italië, de Sovjet-Unie en Joegoslavië. Ook enkele Nederlandse verzetsstrijders hebben hier gevangen gezeten. In september 1944 werd het kamp ontruimd vanwege de opmars van de geallieerde Amerikaanse troepen. De overlevende gevangenen werden op transport gezet naar Concentratiekamp Dachau.
Markkleeberg
Markkleeberg
Duitsland
Concentratiekamp Markkleeberg was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp werd in augustus 1944 geopend en deed dienst als dwangarbeiderskamp voor de wapenindustrie (Junkers AG). Hier werden voornamelijk honderden Hongaarse Joodse vrouwen en Franse politieke gevangenen onder mensonterende omstandigheden vastgehouden en uitgebuit. Dwangarbeid in de oorlogsindustrie van het naziregime. Gevangenen werden tewerkgesteld bij de productie van wapens en munitie.Het kamp bood plaats aan ruim 1.500 vrouwen en meisjes. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werden de gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen geëvacueerd en op dodenmarsen gestuurd.
Concentratiekamp Markowszczyzna
Concentratiekamp Markowszczyzna
Polen
Markowszczyzna (in het Jiddisch bekend als Markovtshizne) was een nazi-dwangarbeidskamp op een landgoed (boerderij) nabij Białystok in het noordoosten van Polen. Het kamp stond onder het directe beheer van de SS- und Polizeiführer (SSPF) van het district Białystok. Het kamp was gevestigd in het dorp Markowszczyzna, dat tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Turośń Kościelna in het woiwodschap Podlachië. De nazi's zetten hier honderden Joodse dwangarbeiders in. Zo werden er onder andere in november 1942 een grote groep jonge Joodse vrouwen vanuit het getto van Białystok en het nabijgelegen Wołkowysk naartoe gedeporteerd voor zware landbouwarbeid. Kampleiding, waaronder de opzichter Olnecki was extreem sadistisch. Gevangenen leden onder zware mishandelingen, honger, kou en executies.
Markt Schwaben
Markt Schwaben
Duitsland
Het concentratiekamp in Markt Schwaben was een officieel buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Dit kamp bestond van 2 september 1944 tot 23 april 1945. De gevangenen werden door de SS en de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor dwangarbeid ten behoeve van de wapenindustrie en de organisatie Todt (voor militaire constructie- en infrastructuurwerken). Het kamp was gevestigd in Markt Schwaben, een plaats in de Duitse deelstaat Beieren, ten oosten van München. Het kamp werd op 23 april 1945 ontruimd, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Marktstädt
Concentratiekamp Markstädt
Polen
Concentratiekamp Markstädt, opgericht in 1941, was een berucht nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. Het kamp lag in Silezië bij het huidige Jelcz-Laskowice (Polen). Als onderdeel van de Schmelt-kampen bood het plaats aan ongeveer 3.000 gevangenen die zware dwangarbeid verrichten. 22 kilometer ten zuidoosten van Breslau (Wrocław). Joodse mannen en jongens die werden ingezet voor zware fysieke arbeid. Het kamp stond bekend als een slaaf-arbeiderskamp. Gevangenen leden er honger en werden uitgebuit. Onderlinge steungroepen waren essentieel om te overleven in de mensonterende omstandigheden. Markstädt fungeerde als overkoepelend onderdeel voor andere werkkampen in de regio, waaronder het nabijgelegen buitenkamp Fünfteichen.
Concentratiekamp Markuszów
Concentratiekamp Markuszów
Polen
Markuszów vanaf mei 1942 was hier een Joods getto en een dwangarbeidskamp gevestigd. Hier moesten voornamelijk Joodse gevangenen zware arbeid verrichten bij de aanleg van wegen. Het werkkamp werd eind mei 1942 ingericht. Het bood plaats aan ongeveer 100 tot 150 Joodse gevangenen (voornamelijk afkomstig uit Slowakije), die in de omgeving stenen moesten delven voor lokale wegenbouwprojecten. Het kamp werd op 2 september 1943 geliquideerd. Gelijktijdig met het kamp bestond er in de stad een Joods getto. In april en mei 1942 vonden er grootschalige deportaties plaats door de nazi's. Gevangenen werden gedeporteerd en vermoord in de vernietigingskampen Sobibór en Bełżec. Veel Joden in het getto probeerden te ontsnappen naar de omliggende bossen. Enkele tientallen sloten zich aan bij Joodse partizanengroepen om tegen de bezetter te vechten.
Concentratiekamp Marrakech
Concentratiekamp Marrakech
Marokko
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich in Marrakech een dwangarbeiderskamp van het Vichy-regime. Dit kamp deed tevens dienst als strafkamp voor het 2e Regiment Marokkaanse Schutters en huisvestte onder meer Joodse vluchtelingen en politieke gevangenen die onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp werd ingesteld na de Frans-Duitse wapenstilstand in juni 1940 en bleef in gebruik tot na de geallieerde landingen (Operation Torch) in november 1942. De populatie bestond deels uit politieke tegenstanders en Joodse vluchtelingen, en diende later ook als opvang voor andere vervolgden en geïnterneerden uit de regio. Dit kamp maakte deel uit van een breder netwerk van meer dan 30 internerings- en werkkampen in Marokko en Algerije onder toezicht van de collaborerende Franse Vichy-regering.
Concentratiekamp Marseille-Le Brébant
Concentratiekamp Marseille-Le Brébant
Frankrijk
Marseille-Le Brébant was een Frans internerings- en screeningskamp (Centre de Séjour Surveillé) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd gevestigd in september 1939 in een voormalige feestzaal en theater aan de Avenue des Chartreux in Marseille. Adres: Avenue des Chartreux, Marseille (in het 4e arrondissement). Aanvankelijk werd de locatie door de Franse autoriteiten gebruikt als screening center (centre de criblage) om buitenlanders te beoordelen. CSS: Na de val van Frankrijk in 1940 werd het door het Vichy-regime omgevormd tot een streng bewaakt interneringskamp voor communisten, buitenlanders en politieke gevangenen. Net als in andere interneringskampen waren de omstandigheden in Le Brébant erbarmelijk. Er was een schrijnend gebrek aan sanitaire voorzieningen, ernstige overbevolking en gebrek aan voedsel. Duizenden mannen, waaronder veel Spaanse republikeinen en later ook Joodse vluchtelingen, passeerden het kamp. Het diende daarnaast als een strafkamp voor gevangenen die als gevaarlijk werden gezien of overgeplaatst waren uit het nabijgelegen kamp Les Milles.
Concentratiekamp Marysin
Concentratiekamp Marysin
Polen
Marysin was de noordoostelijke, landelijke sector van het getto van Łódź (Litzmannstadt) in Polen. Het gebied deed dienst als opvanglocatie voor weeshuizen, boerderijen en werkkampen, maar werd in 1942 het centrale deportatie- en verzamelpunt voor Joden die naar vernietigingskamp Chełmno werden gestuurd. In het Marysin-district lag het treinstation Radegast (Radogoszcz). Dit was de laad- en losplaats waar tienduizenden Joden uit heel Europa arriveerden en vanwaar de transporten naar de vernietigingskampen in de jaren 1942–1944 vertrokken. Kinderen en weeshuizen: In de eerste jaren functioneerde Marysin enigszins als platteland binnen het getto. Er werden opvanglocaties, zomerkampen en weeshuizen voor meer dan 100.000 kinderen en armen opgericht.Tijdens de beruchte Gehsperre-actie in september 1942 werden de weeshuizen in Marysin door de nazi's ontruimd. De kinderen, zieken en ouderen werden uit hun huizen gehaald en direct gedeporteerd naar het vernietigingskamp Chełmno om te worden vermoord.
Märzbachtal
Märzbachtal
Polen
Concentratiekamp Märzbachtal was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp maakte vanaf 1944 deel uit van het Projekt Riese, een immens ondergronds complex in het huidige Polen. Gevangenen verrichtten er onder mensonterende omstandigheden zware dwangarbeid in de bos- en houtbouw. Het kamp was gelegen in het huidige Marcowy Potok in Polen, destijds bekend als het Duitse Wüstegiersdorf (Neder-Silezië). Het functioneerde als een officieel subkamp van het hoofdconcentratiekamp Groß-Rosen. De bouw was verbonden aan Projekt Riese, een geheim netwerk van ondergrondse hoofdkwartieren voor Adolf Hitler en het nazi-regime in het Uilengebergte. De gevangenen, voornamelijk Joden uit diverse Europese landen, moesten zwaar lichamelijk werk verrichten. Dit bestond voornamelijk uit het kappen van hout en werk in een plaatselijke zagerij. De omstandigheden waren extreem zwaar, met temperaturen die ver onder het vriespunt daalden. Gevangenen leden constante honger en moesten overleven op schaarse rantsoenen en wat ze uit de grond konden graven. Ook Nederlandse Joden hebben in dit kamp gezeten
Märzdorf
Märzdorf
Polen
Concentratiekamp Merzdorf (huidige Marciszów, Polen) was vanaf de zomer van 1944 een berucht vrouwen-buitenkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. Er werden ongeveer 400 Joodse vrouwen uit onder meer Polen, Hongarije en Oostenrijk tewerkgesteld onder zware omstandigheden in de lokale linnenfabriek. Marciszów (Gelegen in de regio Neder-Silezië, Polen). Het kamp was gevestigd op de 4e verdieping van een linnenfabriek van Kramsta-Methner und Frahne AG. De gevangenen werden uitgebuit met dwangarbeid. De leefomstandigheden waren erbarmelijk, gekenmerkt door ondervoeding en mishandeling. Op 8 mei 1945 werd het kamp bevrijd door het Rode Leger, nadat de kampbewakers de dag ervoor waren gevlucht.
Masseube concentratiekamp
Masseube concentratiekamp
Frankrijk
Kamp Masseube, gelegen in het departement Gers in Zuidwest-Frankrijk (ongeveer 72 kilometer ten zuidwesten van Toulouse), was een Frans internerings- en opvangkamp dat functioneerde tussen 1943 en 1948. De barakken (de Cité) werden in het voorjaar van 1940 gebouwd voor Franse vluchtelingen uit de Elzas en Lotharingen. Joods interneringskamp: Vanaf maart 1943 werd het door het Vichy-regime (onder Duitse bezetting) in gebruik genomen als opvangkamp, in de volksmond ook wel het ouderkamp genoemd. Meer dan 80% van de gevangenen bestond uit Joden, voornamelijk oudere Duitse Joden (uit de regio's Baden en Palts). Daarnaast werden er Spaanse republikeinen en andere buitenlandse dwangarbeiders vastgehouden. Er was sprake van zware rantsoenering en een gebrek aan basisvoorzieningen. In 1943 vonden er deportaties plaats naar concentratiekampen, waarbij tientallen gevangenen uit Masseube omkwamen.
Mater Dolorosa
Indonesie
Mater Dolorosa was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Japans internerings- en ziekenhuiskamp in Nederlands-Indië. Het was gevestigd in een klooster van de Missionarissen van de Goede Herder aan de Pasarstraat in Meester Cornelis, destijds ten zuiden van Batavia (het huidige Jakarta).
Concentratiekamp Matzen
Concentratiekamp Matzen
Thailand
Kamp Matzen een Japanse krijgsgevangenenkamp Matzen (ook wel bekend als Kamp 130 km of kamp Takanun) langs de beruchte Birma-Siam spoorweg in Thailand. Het diende vanaf medio 1943 als een groot doorgangs-, werk- en hospitaalkamp. Het kamp lag op precies 130 kilometer van Nong Pladuk (het beginpunt van de spoorlijn bij km 0). Het functioneerde van juni 1943 tot april 1944 als een groot hospitaalkamp voor zieke en uitgeputte geallieerde krijgsgevangenen die in de bovenliggende kampen werkten. De omstandigheden waren er verschrikkelijk. Gevangenen leden massaal aan tropische ziekten, ondervoeding en uitputting door toedoen van de Japanse bezetter.
Matzkau
Matzkau
Polen
Concentratiekamp Danzig-Matzkau, gelegen in de huidige wijk Maćkowy in Gdańsk (Polen), fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk als burgerinterneringskamp en later als straf- en bijkamp van concentratiekamp Stutthof. Het kamp werd in het najaar van 1939 opgezet in de voormalige SS-Heimwehr-kazernes en breidde zich uit tot zo'n 45 barakken. Het diende als werkkamp, detentiekamp en strafkamp (officieel Strafvollzugslager), onder meer voor gearresteerde Polen, krijgsgevangenen en SS'ers die door eigen rechtbanken waren veroordeeld. Gevangenen werden zwaar uitgebuit en leefden onder erbarmelijke omstandigheden. Ook homoseksuele mannen werden in het kamp gedetineerd en onderworpen aan gruwelijke medische experimenten door SS-artsen. Er was een constante capaciteit van ongeveer 3.000 gevangenen.
Concentratiekamp Mauthausen
Oostenrijk
Concentratiekamp Mauthausen, gelegen in Oostenrijk nabij Linz, was van augustus 1938 tot mei 1945 een van de beruchtste en meest wrede nazi-concentratiekampen. Het kamp werd specifiek gebouwd voor dwangarbeid onder moordige omstandigheden en eiste naar schatting meer dan 95.000 levens. Mauthausen was in eerste instantie een strafkamp voor politieke tegenstanders, verzetsmensen, Joden, Sinti en Roma. Later werd het uitgebreid tot een groot complex met tientallen nevenkampen. In totaal werden er bijna 200.000 mensen opgesloten, waarvan meer dan de helft de gevangenschap niet overleefde. Velen stierven door uitputting, honger, ziekte, executies of in de gaskamers. Tussen mei 1941 en 1945 zaten er bijna 2.000 Nederlanders in Mauthausen. Ongeveer 90% van hen overleed in het kamp. Op 5 mei 1945 werd het kamp bevrijd door het Amerikaanse leger. De Steengroeve en de Trap des Doods Mauthausen stond bekend als een Stufe III-kamp, wat inhield dat het werd aangemerkt als een vernietigingskamp door middel van zware arbeid. Gevangenen moesten werken in de granietgroeve van het kamp. De SS dwong hen om zware blokken steen van soms wel 50 kilo omhoog te sjouwen via de zogenaamde Trap des Doods (186 treden). Velen stierven hier ter plekke door uitputting of werden door de bewakers de afgrond in geduwd (het zogenaamde Parachutisten-commando).
Kamp SS en bewakers
Samen met de eerste gevangenen werden in augustus 1938 ook SS-leden vanuit concentratiekamp Dachau naar Mauthausen overgebracht. Hun taak was niet alleen het bewaken van de gevangenen, maar ook het beheren van de interne organisatie van het kamp.
Aan het hoofd van het SS-kamp stond de commandant, die, op enkele uitzonderingen na, de meerdere was van al het kamppersoneel.
De eerste commandant van Mauthausen was de opgeleide timmerman Albert Sauer, die na slechts enkele maanden werd ontslagen vanwege slechte beoordelingen en frequente klachten. In februari 1939 werd hij als commandant vervangen door de voormalige beroepsmilitair Franz Ziereis. Ziereis was zes jaar lang commandant van Mauthausen, waarmee hij de langstzittende commandant van één enkel concentratiekamp werd. Aan het einde van de oorlog ontsnapte Ziereis met andere SS-leden, maar hij werd opgespoord en dodelijk verwond tijdens een vuurwissel met soldaten van het Amerikaanse leger. Vlak voor zijn dood legde hij een uitgebreide bekentenis af.
Het concentratiekamp Gusen stond ondergeschikt aan Mauthausen, maar genoot een zekere mate van autonomie. Het schrikbewind onder de kampcommandanten Karl Chmielewski en Fritz Seidler leidde soms tot een hoger sterftecijfer dan in het hoofdkamp.
De leden van de staf van de commandant waren verantwoordelijk voor de interne gang van zaken in het concentratiekamp. Deze staf bestond uit ongeveer 250 tot 350 mensen die in verschillende afdelingen werkten:
I. Kantoor van de commandant en kantoor van de adjudant
II. Politieke Afdeling (Gestapo-kamp)
III. Beschermend detentiekamp
IV. Administratie
V. Medische diensten
VI. Welzijn van de troepen en ideologische training
De bewakingseenheden, die het grootste deel van de SS in het kamp vormden, waren verantwoordelijk voor de externe beveiliging van het concentratiekamp, de werkploegen en het gevangenentransport. Terwijl in 1938 slechts enkele honderden SS-leden tot de bewakingseenheden van concentratiekamp Mauthausen behoorden, was hun totale aantal in maart 1945 opgelopen tot meer dan 5.000 in het hoofdkamp alleen, met nog eens 4.000 gestationeerd in de subkampen.
Tegen het einde van de oorlog was er nog maar weinig over van de oorspronkelijke samenstelling van de bewakers: waar aanvankelijk alleen SS-leden uit Duitsland en Oostenrijk het kamp bewaakten, werden vanaf 1941 steeds meer "etnische Duitsers" – leden van Duitstalige minderheden, voornamelijk uit Roemenië, Hongarije, Kroatië en Slowakije – gerekruteerd. Vanaf de herfst van 1943 kwamen daar Oost-Europese "hulpkrachten" bij, voornamelijk Oekraïners, die geen officiële SS-leden waren, maar wel als SS-hulpkrachten werden beschouwd. Vanaf 1944 bewaakten Wehrmacht-eenheden ook de deelkampen waar concentratiekampgevangenen gedwongen werden wapens voor de Wehrmacht te produceren.
De SS zette ook vrouwelijke bewakers in om vrouwelijke gevangenen te bewaken.
Tussen 1938 en 1945 passeerden tienduizenden SS-leden en bewakers het concentratiekampsysteem van Mauthausen/Gusen.
Mauthner concentratiekamp
Mauthner concentratiekamp
Hongarije
Concentratiekamp Mechelen
Belgie
Het voormalige concentratiekamp in Mechelen staat bekend als de Kazerne Dossin, wat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter werd ingericht als een SS-Sammellager (verzamelkamp). Het was geen vernietigingskamp, maar een streng bewaakt doorgangskamp. Tussen 1942 en 1944 brachten de nazi's hier bijna 26.000 Joden, Roma en Sinti samen. Vanuit de kazerne vertrokken 28 treintransporten, voornamelijk naar Auschwitz-Birkenau. Slechts ongeveer 5% van de gedeporteerden overleefde de Holocaust.
Concentratiekamp Mecheria
Concentratiekamp Mecheria
Algerije
Het concentratiekamp in Méchéria (Algerije) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een internerings- en strafkamp van Vichy-Frankrijk. Het fungeerde vooral als collectiekamp voor krijgsgevangenen en dwangarbeiders, waaronder gestrande Europese zeelieden (voornamelijk Noren, Belgen en Britten) en politieke gevangenen. Het kamp lag in een militaire zone in het zuidwesten van Algerije (destijds Frans-Algerije), aan de voet van de Ountal-berg aan de weg naar Colomb-Béchar. Het kamp bestond uit stenen gebouwen omgeven door een hoge muur, een diepe gracht en vier wachttorens. De omstandigheden in het kamp waren zwaar. Gevangenen leden onder ondervoeding, tropische ziekten, barre weersomstandigheden en zware arbeid onder de woestijnzon. In de vroege jaren 1900 deed Méchéria dienst als een militaire basis voor het Franse koloniale leger.
Concentratiekamp Mediouna
Concentratiekamp Mediouna
Marokko
Het concentratiekamp Mediouna lag in Marokko, ongeveer 12 kilometer ten zuidoosten van Casablanca. Het was onderdeel van een groot Frans militair kamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Vichy-regime werd gebruikt als internerings- en werkkamp (GTE-14539) voor buitenlandse dwangarbeiders, voornamelijk Spanjaarden en Italianen. Op de route naar Mediouna, Marokko. In oktober 1940 werd een deel van het Franse legerkamp omgebouwd tot interneringskamp met prikkeldraad. Later werd het gebruikt als werkkamp (Groupement de Travailleurs Étrangers). Het kamp was initieel ontworpen voor 140 tot 250 gevangenen. In juni 1943 zaten er bijvoorbeeld 65 Italiaanse geïnterneerden. Gevangenen sliepen op stromatten en kregen minimale rantsoenen. Hoewel de regio onder Frans Vichy-bestuur stond en er in de Sahara verschillende zware Joodhe werkkampen lagen, fungeerde Mediouna voornamelijk als een doorvoerkamp en barakkenlocatie voor dwangarbeiders.
Concentratiekamp Megève
Concentratiekamp Megève
Italie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde Megeve vanaf april 1943 als een interneringscentrum voor Joden onder Italiaans bewind. De Italiaanse autoriteiten dwongen ongeveer 1.000 Joodse vluchtelingen, voornamelijk afkomstig uit Nice, om in de lokale hotels van het skioord te verblijven. De situatie in het Franse bergdorp kende verschillende fasen: De Italiaanse periode (april - september 1943): Joodse vluchtelingen werden ondergebracht in hotels, bewaakt door Italiaanse Carabinieri. De omstandigheden waren relatief mild vergeleken met nazi-kampen, hoewel de bewegingsvrijheid beperkt was. Reddingsoperaties (september 1943): Toen de Italianen zich terugtrokken, organiseerde de joodse hulporganisatie OSE, onder leiding van Jacques en Nicole Salon, vanuit het lokale medisch centrum grootschalige ontsnappingen. Tientallen tot honderden Joodse kinderen werden succesvol via illegale routes naar Zwitserland gesmokkeld. Duitse bezetting (oktober 1943): Nadat de Duitsers het gebied overnamen, werden de achtergebleven Joden, voornamelijk ouderen, opgepakt door de autoriteiten en gedeporteerd.
Mehltheuer
Mehltheuer
Duitsland
Concentratiekamp Mehltheuer was van 2 december 1944 tot 16 april 1945 een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp in de gelijknamige Duitse plaats bood onderdak aan honderden gevangenen, voornamelijk Joodse vrouwen uit Polen en Hongarije, die werden ingezet voor zware dwangarbeid. Gehuisvest in een stilgelegde textielfabriek in Mehltheuer (Saksen, Duitsland). Vrouwen werden gedwongen om machineonderdelen te assembleren voor de Vogtländische Maschinenfabrik AG (VOMAG), inclusief het in elkaar zetten van pantserwagens. In maart 1945 werd het kamp uitgebreid met een groep van 146 vrouwen uit het ontbonden buitenkamp Neurenberg. Het kamp werd in april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen.
Meißen
Meißen
Duitsland
Het concentratiekamp in Meißen bestond van oktober 1943 tot maart 1944 als buitenkamp van het Concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp stond onder de codenaam Haus Elbe en was gevestigd in Schloss Neuhirschstein, gelegen in het huidige Hirschstein aan de Elbe, net buiten Meißen. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid. Ze moesten het kasteel en het omliggende terrein verbouwen en beveiligen. De SS bouwde het kasteel om tot een streng geheim onderkomen, gereedgemaakt voor de internering van de Belgische koninklijke familie. Het kamp bood plaats aan maximaal 220 tot 350 gevangenen. De meesten waren Italiaanse politieke gevangenen die waren overgebracht vanuit Concentratiekamp Dachau, aangevuld met geschoolde arbeiders en een klein aantal vrouwen uit Ravensbrück. Nadat de bouw was afgerond, werd het kamp in maart 1944 opgeheven en werden de gevangenen overgeplaatst naar andere locaties, zoals Dresden.
Concentratiekamp Melada
Concentratiekamp Melada
Kroatie
Concentratiekamp Melada (gelegen op het Kroatische eiland Molat) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht Italiaans fascistische concentratiekamp. Het werd in juni 1942 opgezet om de lokale Slavische bevolking (voornamelijk Kroaten, Slovenen en Serviërs) te isoleren en te interneren. Het eiland Molat (toen Melada genoemd door de Italianen) in de Adriatische Zee, onderdeel van de toenmalige provincie Zadar (Zara). Het kamp huisvestte burgers, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen, die werden gezien als sympathisanten van de partizanen. De omstandigheden waren mensonterend. Gevangenen werden ondergebracht in provisorische tenten en barakken, en velen kwamen om door honger, ziekte en uitputting. Het kamp werd in september 1943 opgeheven na de capitulatie van Italië.
Melk
Het subkamp Melk van concentratiekamp Mauthausen werd geleid door een kleine groep van ongeveer 30 SS-leden. Nadat SS-man Anton Streitwieser de eerste weken de leiding had gehad, werd hij in mei 1944 opgevolgd door Julius Ludolph als kampcommandant. Hij bleef in deze functie tot de evacuatie van het kamp in april 1945. Tijdens de appèl aan het begin en einde van elke werkdag werden gevangenen herhaaldelijk ernstig mishandeld door Julius Ludolph en andere SS-leden van de kampadministratie. Hoewel de kampadministratie slechts bestond uit zo'n 20 tot 30 SS-leden, waren ongeveer 500 Luftwaffe-soldaten verantwoordelijk voor de bewaking van de kampperimeter. Het was hen officieel verboden het kamp te betreden. De Wehrmacht-soldaten voerden hun bewakingstaken uit in de wachttorens rondom het kampterrein en langs de perimeterposten, maar ook bij de verschillende werkploegen. Ze begeleidden de werkploegen ook van het kamp naar hun werkplekken en terug. Tijdens deze wachtdienst vonden er regelmatig gewelddadige aanvallen of zogenaamde "schietpartijen tijdens ontsnappingspogingen" plaats, die in werkelijkheid vaak gerichte moorden waren.
Concentratiekamp Menabba
Concentratiekamp Menabba
Algerije
Concentratiekamp Menabba (ook bekend als Talzaza Menabba) was een Frans dwangarbeiderskamp in Algerije, vlak bij de Marokkaanse grens. Het kamp werd in 1941 door het Vichy-regime opgezet. Gevangenen, voornamelijk Spaanse republikeinen, verrichten hier zware arbeid onder erbarmelijke omstandigheden voor de aanleg van de Trans-Sahara spoorlijn. Het kamp lag in Algerije, hemelsbreed ongeveer 35 kilometer ten noorden van Colomb-Béchar (het huidige Béchar). Het winnen van steen en het bouwen van de spoorlijn van de Compagnie des Chemins de Fer de la Méditerranée au Niger (Mer-Niger). Het kamp had een capaciteit van circa 100 personen, die waren ingedeeld bij de Groupes de Travailleurs Étrangers (GTE), specifiek GTE nr. 3. De groep bestond voornamelijk uit Spanjaarden, aangevuld met kleine aantallen andere Europeanen. Gedetineerden leefden in tenten (later barakken) en moesten werken in de verzengende hitte. Ze hadden te maken met ondervoeding en tropische ziektes. Het Internationale Rode Kruis (ICRC) bezocht het kamp in augustus 1942 en legde de omstandigheden vast in hun rapporten. Na de geallieerde landelingen in Noord-Afrika (Operation Torch in november 1942) werden de dwangarbeiders stilaan vrijgelaten en gerehabiliteerd.
Concentratiekamp Mengoub
Concentratiekamp Mengoub
Marokko
Concentratiekamp Mengoub was een dwangarbeiderskamp in het oosten van Marokko, vlak bij de grens met Algerije. Het kamp werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door het collaborerende Vichy-Franse regime opgericht. Het kamp lag in een bergachtig gebied in de Sahara, op ongeveer 48 kilometer ten zuidwesten van de plaats Bouarfa. Gevangenen in Mengoub werden door de Vichy-autoriteiten gedwongen om onder erbarmelijke omstandigheden te werken aan de Trans-Sahara-spoorlijn. Het kampement huisvestte voornamelijk politieke gevangenen, gevluchte Joden, Spaanse republikeinen, en andere groepen die door het regime als ongewenst werden bestempeld. De leef- en werkomstandigheden in het kamp waren extreem zwaar. Gevangenen leden zwaar onder de woestijnhitte en de kou. Daarnaast werden zij geteisterd door ondervoeding, tropische ziekten en zware straffen (waaronder opsluiting in kleine, met prikkeldraad omgeven kooien).
Meppen - Neusustrum
Meppen - Neusustrum
Duitsland
Concentratiekamp Neusustrum (officieel Emslandlager V) was een van de vroege nazi-kampen vlak over de Nederlandse grens in het Duitse Emsland. Vanaf 1933 werden hier politieke tegenstanders, homoseksuelen en later ook krijgsgevangenen en Joden zwaar beproefd door middel van dwangarbeid in het veen. Geopend op 1 september 1933, initieel voor 1.000 gevangenen. Gevangenen werden zwaar geterroriseerd door SS- en SA-bewakers. Velen overleden door uitputting, honger en mishandeling. In 1942 werden grote groepen Poolse krijgsgevangenen en Joden vanuit Neusustrum gedeporteerd naar vernietigingskampen.
Meppen-Versen
Duitsland
Concentratiekamp Meppen-Versen (officieel bekend als Lager IX Versen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag in het Duitse Emsland, dicht bij de Nederlandse grens ter hoogte van Emmen. Het functioneerde als concentratiekamp van 16 november 1944 tot 25 maart 1945. Het kamp werd oorspronkelijk in 1938 gebouwd als strafkamp binnen het complex van de Emslandlager. Vanaf 1939 tot de herfst van 1944 deed het dienst als krijgsgevangenenkamp onder de naam Stalag VI B. In november 1944 nam de SS het kamp over. Er werden toen ongeveer 4.000 gevangenen uit Neuengamme ondergebracht. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden antitankgrachten en loopgraven graven voor de verdedigingslinie genaamd de Friesenwall. Door ondervoeding, ziektes en fysieke mishandeling stierven er in korte tijd minstens 566 concentratiekampgevangenen. Op 25 maart 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerden. De gevangenen moesten op een dodenmars richting het hoofdkamp Neuengamme.
Concentratiekamp Méridja
Concentratiekamp Méridja
Algerije
Concentratiekamp Méridja (ook gespeld als El Meridj) was een berucht Frans tucht- en dwangarbeiderskamp in het noordwesten van de Sahara in Algerije. Het kamp bevond zich zo'n 69 kilometer ten westen van de stad Colomb-Béchar. Het kamp werd in de vroege jaren '40, tijdens het Vichy-regime, opgericht als onderdeel van een netwerk van strafkampen in Noord-Afrika. Het werd gebruikt voor het huisvesten en bestraffen van politieke dissidenten, Spaanse republikeinen en Joodse dwangarbeiders. Gevangenen werden ingezet onder erbarmelijke omstandigheden, vaak om te werken aan de Trans-Sahara spoorlijn. De kampbewakers stonden bekend om hun extreem wrede behandeling. Gevangenen werden onderworpen aan folteringen, waaronder opsluiting in kleine leeuwenkooien of diepe kuilen in de grond. Na een ontsnappingspoging in de zomer van 1941 werden gevangenen door de bewakers dagenlang van water onthouden, ondanks de zinderende hitte. Velen bezweken aan ondervoeding, malaria of schorpioenenbeten voordat het kamp later werd gesloten of de gevangenen werden overgeplaatst naar andere kampen in Marokko.
Concentratiekamp Mérignac
Concentratiekamp Mérignac
Frankrijk
Het Interneringskamp Mérignac (vaak aangeduid als Camp de Beaudésert) was een Frans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in de wijk Beaudésert in Mérignac, nabij Bordeaux was het officieel een doorgangskamp dat onder toezicht stond van het Franse Vichy-regime en de Duitse bezetter. Het kamp werd in november 1940 geopend door het Vichy-regime om aanvankelijk ongewenste vreemdelingen en nomaden te detineren. Gedurende de bezetting hield de nazi-bezetter er uiteenlopende groepen gevangen, waaronder communisten, verzetsstrijders, Sinti en Roma, en Joden. Naar schatting hebben er in totaal zo'n 8.730 mensen vastgezeten. Hieronder waren ruim 2.000 Joden die later via Kamp Drancy naar vernietigingskampen zoals Auschwitz zijn gedeporteerd. Na de bevrijding van de regio in september 1944 werd het kamp gesloten. Later werd het nog kortstondig gebruikt om collaborateurs vast te zetten.
Merseburg
Merzdorf
Merzdorf
Concentratiekamp Merzdorf bevond zich in het voormalige Neder-Silezië. Het kamp was een buitenkamp (subkamp) van het grotere Duitse concentratiekamp Groß-Rosen. Begon in 1942 als een werkkamp voor Joodse dwangarbeiders (ZALfJ) onder toezicht van Organisation Schmelt. In augustus 1944 werd het officieel omgevormd tot een vrouwen-subkamp van concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp hield ongeveer 400 Joodse vrouwen gevangen. Ongeveer de helft kwam uit Polen, de rest uit Hongarije, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Duitsland. Velen van hen werden overgebracht vanuit Auschwitz-Birkenau. De vrouwen verbleven op de vierde verdieping van de textielfabriek Kramsta-Methner und Frahne AG in Marciszów. Zij moesten hier onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichten in de linnenproductie. Het kamp werd op 8 mei 1945 bevrijd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie, nadat de Duitse bewakers een dag eerder waren gevlucht.
Merzen = Mierzynek Kreis Lipa
Merzen = Mierzynek Kreis Lipa
Polen
Merzen (ook gespeld als Mierzyn) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag in het voormalige West-Pruisen (Kreis Lipno, destijds Kreis Lipa genoemd) in het huidige Polen. Het was een kamp voor dwangarbeid. Vanaf september 1944 tot medio januari 1945 werden hier voornamelijk Joodse vrouwen ingezet voor de aanleg van verdedigingslinies en loopgraven om de oprukkende Sovjet-troepen tegen te houden. De omstandigheden waren er mensonterend en het sterftecijfer lag erg hoog. Veel vrouwen overleefden de dwangarbeid en de daaropvolgende ontruimingen niet.
Merzhausen
Merzhausen
Duitsland
Concentratiekamp Merzhausen was een satellietkamp van het SS-concentratiekamp Hinzert, gelegen in de Duitse deelstaat Hessen. Tussen juni 1944 en maart 1945 werden hier ongeveer 30 gevangenen tewerkgesteld om dwangarbeid te verrichten op een nabijgelegen militair vliegveld in het Taunusgebergte. Het subkamp bevond zich nabij Usingen. De gevangenen werden door de Luftwaffe ingezet, onder meer voor het afhandelen van bommen en onderhoudswerkzaamheden aan het vliegveld, dat tevens diende als koeriersstation voor het nabijgelegen Führer-hoofdkwartier Adlerhorst. Het kamp bood plaats aan ongeveer 30 gevangenen, waaronder dwangarbeiders en personen die om politieke of verzetsredenen door het nazi-regime werden vastgezet. Het satellietkamp werd in maart 1945 ontruimd, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Concentratiekamp Metajna
Concentratiekamp Metajna
Kroatie
Concentratiekamp Metajna was een concentratiekamp voor Servische en Joodse vrouwen en kinderen op het Kroatische eiland Pag. Het kamp werd in juni 1941 opgericht door de fascistische Ustaše-beweging en maakte deel uit van het grotere Gospić-Jadovno-Pag-kampsysteem. Samen met het nabijgelegen mannenkamp Slana vormde het een van de eerste vernietigingslocaties in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH). Exclusief bedoeld voor vrouwen en kinderen. De gevangenen werden ondergebracht in enkele huizen aan de rand van het dorp Metajna. Het kamp was slechts kort operationeel, van 25 juni tot eind augustus 1941. Gevangenen leden onder extreme hitte, zware hongersnood, totale afwezigheid van hygiëne en medische zorg. Daarnaast vonden er op grote schaal mishandelingen, martelingen en verkrachtingen plaats door de Ustaše-bewakers.Men schat dat er in de gecombineerde kampen op Pag (Slana en Metajna) tussen de 4.000 en 12.000 mensen zijn vermoord. Velen werden ter plekke geëxecuteerd, in massagraven begraven of met stenen verzwaard in de Adriatische Zee geworpen. Eind augustus 1941 namen Italiaanse troepen de controle over het eiland over. De Italianen dwongen de sluiting van het kamp af, deels uit angst dat de extreme wreedheden van de Ustaše tot lokale opstanden zouden leiden. De overlevende vrouwen en kinderen werden overgebracht naar andere kampen, met name het Kruščica-kamp in Bosnië en het beruchte vernietigingskamp Jasenovac, waar de meesten alsnog werden vermoord. Na de sluiting groeven Italiaanse sanitaire teams honderden lichamen op uit ondiepe massagraven op het eiland om ze te cremeren.Huidige situatie
Concentratiekamp Metan
Concentratiekamp Metan
Polen
Metan was een nazi-dwangarbeiderskamp in de Poolse stad Sandomierz tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gevangenen werden hier onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld in de plaatselijke glasfabriek totdat het kamp in de zomer van 1944 werd opgeheven en de Joodse gevangenen grotendeels werden gedeporteerd. Het kamp was gevestigd in Sandomierz (Polen). Een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager), onderdeel van het nazi-kampensysteem. De arbeiders waren voornamelijk lokale Joden uit de getto van Sandomierz. In 1944 werd het kamp ontbonden. Gevangenen werden vaak overgebracht naar andere werkkampen, zoals het kamp in Skarżysko-Kamienna, of geëxecuteerd.
Mettenheim
Mettenheim
Duitsland
Concentratiekamp Mettenheim, ook bekend als Mettenheim I of Waldlager M1, was vanaf de zomer van 1944 een berucht buitenkamp van Concentratiekamp Dachau. Het maakte onderdeel uit van het Mühldorf kampencomplex, gelegen in de bossen van het Mettenheimer Hart in Beieren, Duitsland. De kampen werden opgezet om dwangarbeiders te leveren voor het gigantische nazi-wapenproject met de codenaam Weingut I. In de nabijgelegen bossen werd gebouwd aan een ondergrondse, bomvrije bunker waar Messerschmitt Me 262 straaljagers moesten worden geproduceerd. Er zijn in totaal ruim 8.000 gevangenen (voornamelijk Joodse mannen en vrouwen uit Hongarije en Griekenland) door het Mettenheim-complex gesluisd. De omstandigheden waren er extreem zwaar: gevangenen leefden in overvolle, onverwarmde barakken en werden zwaar mishandeld en uitgebuit. Door de combinatie van honger, ziekte, uitputting en executies tijdens de zware bouwwerkzaamheden zijn ongeveer 4.000 van de gevangenen in het Mühldorf-complex overleden. Toen het gebied in april 1945 door het Amerikaanse leger werd bevrijd, werden er in Mettenheim mensonterende taferelen aangetroffen met vele honderden zieke en achtergelaten gevangenen.
Metz
Metz
Frankrijk
Regio Metz De nazi's gebruikten echter Fort de Queuleu in Metz (tijdens de bezetting Feste Göben genoemd) als een berucht Gestapo- en SS-kamp. Tussen 1943 en 1944 diende dit als een doorgangskamp voor verzetsstrijders. In de nabije omgeving bevond zich het concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas, wat het enige officiële Duitse concentratiekamp op Frans grondgebied was. Tussen oktober 1943 en augustus 1944 was Barak II van het fort ingericht als een Sonderlager (speciaal kamp) onder leiding van de Gestapo. Het was primair een kamp voor arrestanten, voornamelijk Franse verzetsstrijders, politieke gevangenen en saboteurs. Er hebben in totaal tussen de 1.500 en 1.800 mensen gevangen gezeten. Velen werden zwaar gemarteld en tientallen gevangenen kwamen ter plaatse om het leven. Gevangenen werden van hieruit vaak doorgezonden naar andere concentratiekampen, zoals Natzweiler-Struthof en Dachau.
Metz - Fort Göben
Metz - Fort Göben
Frankrijk
Fort Göben (tegenwoordig bekend als Fort de Queuleu) in Metz deed tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst als SS-Sonderlager (een speciaal Gestapo-kamp). Tussen oktober 1943 en augustus 1944 werden hier zo'n 1500 tot 1800 verzetsstrijders, gijzelaars en andere gevangenen bruut behandeld en opgesloten. Het was geen vernietigingskamp, maar een wreed doorgangskamp. Gevangenen werden hier streng verhoord en geïnterneerd waarna ze werden doorgestuurd naar andere concentratiekampen (zoals Dachau en Natzweiler-Struthof) of gevangenissen. Gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden vastgehouden in donkere, overvolle en vochtige cellen zonder de mogelijkheid om zich te wassen of te bewegen. Het kamp stond onder leiding van de meedogenloze SS-commandant Georg Hempen.
Metz - SS-Sonderlager
Metz - SS-Sonderlager
Frankrijk
Het SS-Sonderlager in Metz (ook bekend als SS-Sonderlager Goben) was een wreed Gestapo- en SS-kamp gevestigd in Fort de Queuleu tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen oktober 1943 en augustus 1944 werden hier zo'n 1.500 tot 1.800 verzetsstrijders, gijzelaars en saboteurs opgesloten en zwaar gemarteld. Het voormalige militaire fort Fort de Queuleu, gelegen in het zuidoosten van Metz, Frankrijk. Het kamp diende als speciaal kamp (Sonderlager) en als ondervragingscentrum. Gevangenen werden hier bruut behandeld door de SS alvorens ze werden doorgestuurd naar concentratiekampen als Natzweiler-Struthof en Dachau. De omstandigheden in de overvolle collectieve cellen waren onmenselijk. Zeker 36 gevangenen overleefden de martelingen en ontberingen in het kamp niet.
Meuselwitz
Meuselwitz
Duitsland
Concentratiekamp Meuselwitz was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, geopend in oktober 1944. Gevangenen werden hier onder onmenselijke omstandigheden tewerkgesteld in de wapenindustrie voor de Hugo Schneider AG (HASAG), onder meer bij de productie van granaten en antitankwapens (Panzerfäuste). Vrouwenkamp: Dit deel werd in oktober 1944 opgezet met ca. 1.800 vrouwen afkomstig uit concentratiekamp Ravensbrück. Mannenkamp: Werd eind oktober 1944 toegevoegd, aanvankelijk met mannen uit Buchenwald, en bestond voornamelijk uit Joodse dwangarbeiders uit Polen. De gevangenen moesten lange dagen zware arbeid verrichten onder de strengste SS-bewaking. Tijdens een geallieerd bombardement op de fabriek in november 1944 kwamen 39 vrouwen om het leven. Overlevenden werden ingezet om puin te ruimen en kraters te vullen. Door ondervoeding, uitputting, executies en de bombardementen kwamen er minstens tientallen gevangenen om het leven. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd door de SS. De gevangenen werden gedwongen tot de beruchte dodenmarsen, waarbij velen door ontbering of executie onderweg zijn gestorven.
Mezimesti
Mezimesti
Tsjechie
Het Concentratiekamp Meziměstí (tijdens de Tweede Wereldoorlog bekend onder de Duitse naam FAL Halbstadt) was een Duits nazi-vrouwenarbeitskamp (Frauenaußenlager) in het huidige Tsjechië. Het fungeerde als een subkamp van het grotere concentratiekamp Gross-Rosen. Opgericht in oktober 1944 en bevrijd op 8 of 9 mei 1945 door het Sovjetleger. Er verbleven ongeveer 500 tot 550 Joodse vrouwen. De meesten waren Poolse Joden (afkomstig uit het getto van Łódź) en Hongaarse Joden die via Auschwitz naar het kamp werden getransporteerd. De vrouwen moesten zware dwangarbeid verrichten voor de Duitse oorlogsindustrie. De gevangenen werden ingezet bij lokale bedrijven in de regio Meziměstí (Halbstadt): MESSAP (Deutsche Mess- und Apparatebau Gesellschaft): Hier assembleerden de vrouwen meetapparatuur en tijdsontstekers voor bommen. Schroll u. Söhne: Inzet bij de productie van gasmaskers. Knopf: Werkzaamheden in de weverij van deze textielfabriek. Ondanks de erbarmelijke omstandigheden overleefden relatief veel vrouwen het kamp, mede doordat veel zussen en familieleden in dezelfde transporten zaten en elkaar hielpen te ondersteunen. Direct na de bevrijding door het Rode Leger in mei 1945 kregen de overlevenden medische hulp in de regio voordat zij repatrieerden.
Concentratiekamp Mezzo-eiland
Concentratiekamp Mezzo-eiland
Italie
Mezzo-eiland (Isola di Mezzo, het huidige Lopud) was een Italiaans interneringskamp voor Joodse vluchtelingen, gevestigd in november 1942 in opdracht van Benito Mussolini. Het kamp lag in bezet Kroatië en bood plaats aan enkele honderden Joden, gehuisvest in drie in beslag genomen hotels. Het eiland Lopud (onderdeel van de Elaphitene-eilanden), gelegen nabij Dubrovnik. November 1942 tot juni 1943. Insluiting van Joden in Italiaans-bezette gebieden. De gevangenen werden volledig geïsoleerd van de lokale bevolking gehouden. In juni 1943 werd het kamp ontmanteld door de Italiaanse autoriteiten. De 600 tot 700 gevangenen werden overgebracht naar het kamp Arbe (Rab).
Concentratiekamp Miascovca
Concentratiekamp Miascovca
Oekraine
Miascovca (tegenwoordig Horodkivka, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een getto en werkkamp in Transnistrië, onder Roemeens bestuur. Het fungeerde vanaf eind 1941 als opvangkamp voor gedeporteerde Joden, waar dwangarbeid werd gecombineerd met zware omstandigheden. Horodkivka, Oekraïne (voorheen Miascovca).Gecontroleerd door: Roemeense autoriteiten met medewerking van Duitse troepen. De Roemenen noemden de plaats soms Mișcova. Na de bezetting in juli 1941 werden Joden in de regio samengedreven. Vanaf september 1941 viel het onder Roemeens burgerbestuur. Begin 1942 zaten er circa 875 Joden in het kamp, waarvan het merendeel afkomstig was uit Bessarabië en Boekovina. Gevangenen werden zwaar uitgebuit bij de bouw en het onderhoud van wegen, de landbouw en de bouw van een spoorbrug bij Trihati. Ze ontvingen amper voedsel. In het getto werden vanaf eind 1942 kleinschalige werkateliers opgezet om de overlevingskansen te vergroten. In september 1943 waren er nog slechts 186 geregistreerde Joden over.
Michelbach
Michelbach
Duitsland
Concentratiekamp Michelbach was een buitenkamp (Außenkommando) van het beruchte concentratiekamp Hinzert. Het kamp bevond zich in de plaats Michelbach (tegenwoordig onderdeel van de gemeente Schmelz in het Saarland, Duitsland). Het kamp functioneerde vooral als werkkamp, waarbij de gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid. Het kamp viel onder het SS-Sonderlager Hinzert (in Rijnland-Palts). Het subkamp werd, net als het hoofdkamp Hinzert, in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog ontmanteld naarmate de geallieerde troepen oprukten.
Midden Europa
Algemeen
Dodenmarsen in Midden-Europa verwijzen naar de massale evacuaties van concentratiekampen in de winter van 1944-1945. Toen het Sovjetleger oprukte, dwongen nazi's tienduizenden uitgehongerde gevangenen te voet of per open goederenwagon naar kampen in Duitsland en Oostenrijk te vluchten om bewijsmateriaal te vernietigen. Belangrijke aspecten en routes: Auschwitz: De bekendste mars begon op 18 januari 1945. Bijna 60.000 gevangenen moesten in de vrieskou naar Wodzisław Śląski (Loslau) lopen, waarna ze per trein naar andere kampen gingen. Naar schatting 15.000 mensen stierven onderweg door uitputting of executie. Boedapest: In november 1944 werden tienduizenden Joodse mannen, vrouwen en kinderen gedwongen om vanuit Hongarije naar de Oostenrijkse grens en concentratiekampen te lopen. De tochten vonden plaats in bittere kou, zonder voldoende voedsel of kleding. Wie vertraagde of niet verder kon, werd direct doodgeschoten.
Concentratiekamp Miechowitz
Concentratiekamp Miechowitz
Polen
Concentratiekamp Miechowitz Arbeitslager Miechowitz (tijdens de oorlog ook bekend als Mechtal), een nazi-dwangarbeiderskamp en buitenkamp van het concentratiekampcomplex Auschwitz. Het was gelegen in het huidige Miechowice, een wijk in de Poolse stad Bytom (destijds in Duitsland). Het kamp fungeerde als een slaafse werkkamp (dwangarbeid). Gevangenen, waaronder veel Joden, werden tewerkgesteld in de elektronica-industrie en bij de Organisation Todt (o.a. in de nabijgelegen fabrieken en bunkers). Het kamp lag in Opper-Silezië, destijds een zwaarbeveiligd industrieel gebied met tal van subkampen van Auschwitz. Het complex was ondergeschikt aan het grotere Auschwitz III-Monowitz en speelde een rol in de grootschalige tewerkstelling van Joodse gevangenen in het door nazi-Duitsland bezette gebied.
Concentratiekamp Miedniewice
Concentratiekamp Miedniewice
Polen
Kamp Miedniewice (officieel een Arbeitslager of nazi-dwangarbeiderskamp) was een Duits werkkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bevond zich in het Poolse dorp Miedniewice (gelegen in het toenmalige nazi-district Warschau). Het kamp functioneerde voornamelijk als een dwang- en werkkamp (Arbeitslager). Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten, waaronder regulatiewerkzaamheden aan de rivier de Sucha en landbouwarbeid. Het kamp werd geopend op 8 mei 1941. De populatie bestond initieel grotendeels uit Joodse dwangarbeiders, onder meer gedeporteerd vanuit het Getto van Warschau. Later, rond januari 1942, werden er ook Poolse boeren uit de omliggende regio's (zoals Łowicz en Sochaczew) gevangengezet die niet voldoen aan de verplichte voedselleveringen aan de Duitse bezetter.
Concentratiekamp Miedzygórz
Concentratiekamp Miedzygórz
Polen
Het concentratiekamp Miedzygórz (Międzygórz) in Polen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp en steengroeve. Vanaf april 1941 werden hier wekelijks zo'n 60 Joodse arbeiders uit het getto van Klimontów onder zware bewaking te voet of per vrachtwagen naartoe gebracht voor uitputtende slavendarbeid. Gelegen in Międzygórz, ten noordoosten van Klimontów. Een werkkamp gekoppeld aan de Jodenvervolging. De gevangenen moesten onder zeer zware omstandigheden werken in een steengroeve. Ze verbleven daar vaak de hele week. Wekelijks werden er ongeveer 60 Joodse dwangarbeiders uit de omgeving onder strenge bewaking heengestuurd.
Concentratiekamp Miedzyrzec Podlaski
Concentratiekamp Miedzyrzec Podlaski
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Międzyrzec Podlaski in Polen een groot getto. Het functioneerde van eind 1939 tot juli 1943 als een gevangenenkamp en als berucht doorvoerkamp, van waaruit tienduizenden Joden werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. Eind 1939 door nazi-Duitsland. Het bood op het hoogtepunt onderdak aan ruim 20.000 Joden, inclusief vluchtelingen uit andere regio's. Het was primair een verzamel- en doorgangskamp. Duizenden stierven ter plaatse door honger, tyfus en executies. Tussen augustus 1942 en de liquidatie in juli 1943 werden de gevangenen in verschillende zware deportatierondes naar het vernietigingskamp Treblinka gestuurd. Op 17 juli 1943 werd het getto definitief ontbonden en werden de laatste 160 tot 200 overgebleven gevangenen ter plaatse gefusilleerd.
Concentratiekamp Mielagenai
Concentratiekamp Mielagenai
Wit Rusland
Mielagėnai (vaak gespeld als Mielagenai) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen zelfstandig concentratiekamp, maar functioneerde in 1942 en 1943 als een Joods werkkamp en een satelliet-dwangarbeidskamp. Het kamp viel destijds onder de regio van het getto van Švenčionys in het huidige Litouwen. Gelegen in het district Ignalina, nabij de huidige grens tussen Litouwen en Wit-Rusland. Het werkkamp werd eind april 1942 operationeel en werd in maart 1943 opgeheven. Joodse gevangenen werden er tewerkgesteld voor dwangarbeid, waaronder houtkap en spoorwegwerkzaamheden. Oorspronkelijk werden de Joodse arbeiders ingezet voor zwaar werk op een militair oefenterrein (Poligon). Nadat zij daar hun werk hadden afgerond, zijn ze overgebracht naar Mielagėnai. In maart 1943 werden de overgebleven gevangenen gedeporteerd naar getto's in Švenčionys en Kaunas.
Mielec bei Tarnow
Mielec bei Tarnow
Polen
Het concentratiekamp in Mielec (gelegen op ca. 50 km van Tarnów) was vanaf 1941 een berucht dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen. Gevangenen werden hier tewerkgesteld in de vliegtuigfabrieken (Flugzeugwerke Mielec) van het Duitse concern Ernst Heinkel. In 1939, direct na de Duitse inval, werd de Joodse gemeenschap van Mielec zwaar getroffen. In 1941 richtte de SS een dwangarbeidskamp op het terrein van een voormalige Poolse vliegtuigfabriek. In tegenstelling tot veel andere steden in de regio was er geen getto in Mielec zelf; Joden werden direct in het kamp geplaatst of onderworpen aan extreme dwangarbeid. Op 9 maart 1942 vond er een brute massamoord plaats waarbij een groot deel van de Joodse gemeenschap in Mielec werd vernietigd. Later dat jaar, in de zomer van 1942, vonden er grootschalige deportaties plaats naar de vernietigingskampen Bełżec en Sobibór. SS Concentratiekamp: In de latere oorlogsjaren werd het kamp onder direct gezag van de SS geplaatst en functioneerde het formeel als een SS-concentratiekamp. Honderden gevangenen zijn tijdens het bestaan van het kamp omgekomen, vaak geëxecuteerd in het nabijgelegen Berdechowski-bos. Het kamp werd uiteindelijk in 1944 geliquideerd. In Tarnów zelf was het Tarnów Ghetto gevestigd, wat in 1942 fungeerde als een verzamel- en doorgangskamp voor Joden uit de regio. Velen uit de omgeving van Tarnów werden onder dwang overgebracht naar werkkampen zoals dat in Mielec, of gedeporteerd naar vernietigingskampen.
Mielenz
Concentratiekamp Mielenz
Polen
Concentratiekamp Mielenz (tegenwoordig het Poolse Miłoradz) was een buitenkamp (Außenlager) van het nationaalsocialistische concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag in de toenmalige regio Reichsgau Danzig-Westpreußen (vlakbij de stad Malbork/Marienburg). Slaven en gevangenen stonden onder direct gezag van het Stammlager Stutthof. Het kamp werd geopend in juli 1944 en werd gesloten in oktober 1944. Het heeft dus slechts enkele maanden bestaan tijdens de late fase van de Tweede Wereldoorlog. Gevangenen in dit soort buitenkampen werden ingezet voor zware dwangarbeid, vaak voor de Duitse oorlogsindustrie, de bouw van verdedigingswerken (zoals loopgraven) of agrarische projecten in de regio. SS-Oberscharführer Franz Mielenz (geboren op 5 april 1903) was een beruchte en sadistische kampbewaker. Hij was onder andere: Kampcommandant van het buitenkamp Pröbbernau (eveneens onderdeel van Stutthof). Na de oorlog werd hij tijdens de Dachau-processen ter dood veroordeeld vanwege zijn wreedheden en overleed hij in 1947 in gevangenschap.
Concentratiekamp Mienia
Concentratiekamp Mienia
Polen
Mienia was een werkkamp (Arbeitslager) voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van het Poolse stadje Mińsk Mazowiecki. Het kamp werd gebruikt voor Joodse dwangarbeiders.
Concentratiekamp Mienie
Concentratiekamp Mienie
Polen
Mierzynek
Mierzynek
Polen
Concentratiekamp Mierzynek (ook wel bekend als Malken Mierzynek) was een berucht subkamp van concentratiekamp Stutthof. Het lag nabij Toruń in Polen en werd in augustus 1944 ingericht om duizenden Joodse vrouwen uit onder meer Lodz, Kaunas en Boedapest te huisvesten. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, voornamelijk het graven van antitankgrachten. Door ondervoeding, uitputting, kou en executies kwamen hier talloze vrouwen om het leven.
Concentratiekamp Mikulin
Concentratiekamp Mikulin
Polen
In de lente van 1940 richtte nazi-Duitsland een dwangarbeiderskamp op in Mikulin (gelegen in het huidige zuidoosten van Polen). Het kamp was onderdeel van de Holocaust en werd in eerste instantie gebruikt als werkkamp waar Joodse dwangarbeiders werden ingezet bij waterafvoer- en rivierreguleringsprojecten. De Joodse Raad in Lublin moest het kamp in Mikulin financieren. Honderden Joodse mannen uit steden als Warschau en Lublin werden hier onder zware omstandigheden te werk gesteld. Vanaf eind juni 1941 werd het kamp door de Duitsers omgevormd tot een kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen.
Concentratiekamp Milanówek
Concentratiekamp Milanówek
Polen
De nazi's exploiteerden in deze Poolse stad een kleine dwangarbeiderskamp voor Joden en de plaats speelde een cruciale rol als opvanglocatie na de Opstand van Warschau. Tijdens de Duitse bezetting richtten de nazi's in Milanówek een lokaal werkkamp (Arbeitslager) in. Dit kamp was specifiek bedoeld voor de exploitatie en opsluiting van de lokale Joodse bevolking. Gevangenen moesten onder dwang zware fysieke arbeid verrichten voor de Duitse bezetter. De meeste van dit soort kleinere werkkampen werden later in de oorlog geliquideerd, waarbij de overlevenden naar grotere vernietigingskampen in Polen werden gedeporteerd. Hoewel Milanówek zelf geen groot concentratiekamp had, werd het in het najaar van 1944 direct geconfronteerd met de nazi-terreur tegen de burgerbevolking: Na het neerslaan van de Opstand van Warschau door de Duitsers, werd de gehele burgerbevolking uit de hoofdstad verdreven. Veel van hen kwamen eerst terecht in het beruchte nabijgelegen doorgangskamp Dulag 121 in Pruszków. Duizenden van deze uitgehongerde en getraumatiseerde vluchtelingen en wezen overspoelden vervolgens Milanówek. De lokale Poolse bevolking en het verzet vingen hen daar illegaal op in villa's en scholen om te voorkomen dat ze naar Duitse concentratiekampen of werkkampen in het Derde Rijk werden gestuurd. Vanwege de massale aanwezigheid van de Poolse ondergrondse (de Armia Krajowa) en de geografische ligging, stond Milanówek tijdens de bezetting ook wel bekend onder de bijnaam Mały Londyn (Klein Londen). Het was tijdelijk het commandocentrum van de Poolse verzetsregering nadat Warschau volledig was verwoest.
Concentratiekamp Milbertshofen
Concentratiekamp Milbertshofen
Duitsland
Concentratiekamp Milbertshofen, ook bekend als Judenlager Milbertshofen, was een berucht getto en werkkamp in München (Knorrstraße) dat functioneerde als officieel buitenkamp van Dachau. Het kamp werd in maart 1941 opgezet en deed vanaf november dat jaar dienst als centraal doorgangskamp voor Joden uit München. München, Duitsland: 20 november 1941 - 19 augustus 1942 Ca. 9.000 Joden werden er vastgehouden. Gevangenen werden tewerkgesteld en vervolgens gedeporteerd naar vernietigingskampen in het oosten. Aanvankelijk moesten Joodse dwangarbeiders het kamp zelf bouwen. De leefomstandigheden waren er mensonterend. Op 20 november 1941 vertrok het eerste transport met gedeporteerden richting concentratie- en vernietigingskampen. Nadat alle gevangenen waren afgevoerd, werd het kamp in augustus 1942 opgeheven.
Mildenberg
Mildenberg
Duitsland
Het concentratiekamp Mildenberg was tijdens de Tweede Wereldoorlog een RSHA-faciliteit en een buitenkamp (Aussenlager) van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Het kamp was gevestigd in de voormalige Joodse steenfabriek H.C. Kröger & Co. in Mildenberg (Zehdenick, Brandenburg) in Duitsland. De fabriek werd in 1939 onteigend van de Joodse eigenaar Julian Prerauer. Vanaf eind 1944 werd het door de SS (als onderdeel van Ravensbrück) gebruikt als werkkamp waar gevangenen dwangarbeid verrichtten. Ook diende het als overlooplocatie voor het hoofdkantoor van de SS.
Concentratiekamp Milejów
Concentratiekamp Milejów
Polen
Het concentratie- en werkkamp Milejów lag in de regio Lublin (Polen) en functioneerde tijdens de Holocaust als onderdeel van Operatie Reinhardt. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor dwangarbeid en de vernietiging van Joodse gevangenen, inclusief een Sonderkommando dat na massamoorden de lichamen moest verbranden. Het kamp werd in de lente van 1940 door nazi-Duitsland opgezet als een werkkamp, voornamelijk in combinatie met voedselverwerkende fabrieken en zware infrastructuurprojecten. Gevangenen werden in het begin ingezet bij de aanleg van de weg tussen Milejów en Łęczna onder zeer zware omstandigheden. Functie tijdens Aktion Reinhardt (1942-1943) Vanaf juni 1942 werd het een formeel Joods werkkamp en later (tussen september 1943 en mei 1944) een buitenkamp van Majdanek. In het najaar van 1943 (rond oktober) fungeerde Milejów tevens als doorgangskamp voor Joodse gevangenen uit andere delen van Europa, zoals een groep uit Nederland. Na de massale executies in het nabijgelegen concentratiekamp Trawniki (tijdens Aktion Erntefest in november 1943) werd een speciale groep (Sonderkommando) uit Milejów overgebracht. Zij werden gedwongen om de lichamen van tienduizenden slachtoffers te verbranden en de as te verspreiden om de bewijzen van de genocide uit te wissen. Na het voltooien van deze gruwelijke taak eind 1943, zijn de gevangenen van dit Sonderkommando ter plekke geëxecuteerd en verbrand.
Concentratiekamp Milewo
Concentratiekamp Milewo
Polen
Het kamp in Milewo was een nazi-kamp in het dorp Milewo (gemeente Szczuczyn, Polen), dat functioneerde tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in het voorjaar van 1942 opgericht op bevel van de Duitse Kreiskommissar van Grajewo. Het werd opgezet als een nazi-modelboerderij (genaamd Milbo) op het landgoed van een lokale grootgrondbezitter. De bezetter transporteerde ongeveer 500 Joodse overlevenden uit omliggende getto's en dorpen naar het kamp, waaronder mensen uit Grajewo, Radziłów en Augustów. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden moordend dwangarbeid verrichten van zonsopgang tot zonsondergang. Er gold een extreem strenge discipline en de behuizing was zeer krap en provisorisch. Zelfs jonge kinderen werden ingezet voor het zware agrarische werk. Op 2 november 1942 werd het kamp in Milewo door de nazi's geliquideerd. De overlevende gevangenen werden gezamenlijk gedeporteerd naar het nabijgelegen doorgangskamp Sammellager Bogusze aan de grens met Oost-Prussen. Vanuit Bogusze zijn de meesten in de winter van 1942–1943 getransporteerd naar de vernietigingskampen Treblinka en Auschwitz-Birkenau, waar het merendeel direct bij aankomst is vergast. Slechts een zeer klein aantal personen wist te ontsnappen of de Holocaust te overleven door onder te duiken.
Concentratiekamp Milhailovca
Concentratiekamp Milhailovca
Oekraine
Het concentratiekamp Mikhailovka (Mykhailivka) in Transnistrië (Oekraïne) was een berucht nazikamp dat in 1942 en 1943 werd gebruikt voor Joodse dwangarbeiders. Gevangenen werden hier wreed uitgebuit bij de aanleg van de Durchgangsstrasse IV, een militaire weg. Het kamp kende massale executies en hongersnood. Gelegen in de regio Vinnytsia, in het door Roemenië en nazi-Duitsland bezette deel van Oekraïne (Transnistrië). Het kamp huisvestte honderden Joodse mannen, vrouwen en kinderen, voornamelijk gedeporteerd uit steden als Chernivtsi (Tsjernivtsi) en omstreken. Inwoners werden onder onmenselijke omstandigheden tewerkgesteld in steengroeven en bij de wegenbouw. Het kamp staat bekend om de meedogenloze behandeling. In april 1943 werd een grote groep van ruim 50 gevangenen in een nabijgelegen kersenboomgaard geëxecuteerd en in een massagraf gedumpt. Enkele maanden later, in de zomer van 1943, volgden verdere executies waarbij honderden anderen werden vermoord.
Concentratiekamp Milniki
Concentratiekamp Milniki
Polen
Milniki was tijdens de Tweede Wereldoorlog een klein Joods werkkamp (Judenlager) in de buurt van de stad Sieniawa in bezet Polen. Het kamp werd door nazi-Duitsland gebruikt voor de exploitatie van dwangarbeid en was nauw verbonden met de organisatie van Aktion Reinhard. Het kamp bevond zich hemelsbreed op ongeveer acht kilometer afstand van Sieniawa. In de regio rond Sieniawa en Jarosław werden door de SS meerdere van dergelijke werkkampen opgezet. Joodse gevangenen uit de omliggende getto's werden hier onder zware dwangarbeid tewerkgesteld, veelal bij zware infrastructurele en agrarische projecten. Gevangenen in deze satellietkampen en werkkampen leden onder extreme ondervoeding, mishandeling en uitputting. Velen overleefden de kampomstandigheden niet of werden uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen in het kader van de Holocaust.
Concentratiekamp Miloslalov
Concentratiekamp Miloslalov
Slowakije
Het concentratiekamp in Miloslavov (Duits: Mischdorf) fungeerde in de winter van 1938–1939 als een provisorisch tentenkamp. Het kamp werd opgericht in de nasleep van de Eerste Weense Arbitrage, waarbij grote delen van Zuid-Slowakije en sub-Karpatisch Roethenië door nazi-Duitsland en het fascistische Italië aan Hongarije werden toegewezen. Het kamp werd gebruikt om honderden Joodse vluchtelingen op te vangen en vast te houden die door de grenswijzigingen ontheemd waren geraakt. De Joden werden hier in de open lucht en in provisorische tenten onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden, blootgesteld aan de strenge winterse kou.Locatie: Miloslavov ligt in het huidige Slowakije, destijds vlakbij de nieuw gevormde grens tussen de Eerste Slowaakse Republiek en het door Hongarije geannexeerde gebied. Naast Miloslavov werden er in dezelfde regio soortgelijke tentenkampen opgezet, waaronder in Veľký Kýr en Šamorín. Dit was een van de vroege fasen van de Jodenvervolging in deze regio (vóór de grootschalige deportaties naar vernietigingskampen).
Concentratiekamp Miłosna
Concentratiekamp Miłosna
Polen
In Miłosna was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en een hiermee verbonden dwangarbeiderskamp in de Poolse plaats Miłosna (gelegen net ten oosten van Warschau). Miłosna werd op 16 september 1939 door het Duitse leger bezet. Direct na de inval werden Poolse en Joodse mannen uit hun huizen gesleurd en mishandeld. Joodse eigendommen en winkels werden geplunderd. Vanaf eind 1939 werden de Joodse inwoners verplicht om witte armbanden met een blauwe Davidster te dragen. De bezetter richtte een getto/dwangarbeiderskamp op in het dorp. Joden uit Miłosna en omliggende gebieden werden hier samengebracht om zware dwangarbeid te verrichten. Op 26 maart 1942 liquideerden de Duitsers het getto van Miłosna. De overgebleven inwoners werden in eerste instantie gedeporteerd naar het Getto van Warschau. In augustus 1942 werden de laatste Joodse dwangarbeiders die nog in de regio Miłosna, Zakręt en Wiązowna verbleven, naar het nabijgelegen Falenica overgebracht. Vanaf daar volgde transport naar de vernietigingskampen (zoals Treblinka).
Concentratiekamp Minsk
Wit Rusland
Concentratiekamp Minsk verwijst doorgaans naar het vernietigingskamp Maly Trostenets (ook wel Maly Trostinets of Maly Trastsjanets genoemd) en het bijbehorende Joodse Getto van Minsk. Dit was het grootste vernietigingskamp op Sovjet-grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag ongeveer 12 kilometer ten zuidoosten van de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Er zijn naar schatting 206.500 of meer mensen vermoord. Naast lokale Joden, partizanen en krijgsgevangenen werden er ook tienduizenden Joden uit onder andere Oostenrijk, Duitsland, Tsjechië en Polen naartoe gedeporteerd. Mensen werden geëxecuteerd door middel van vuurpelotons, vergassingswagens en door hen levend op te sluiten in barrakken die vervolgens in brand werden gestoken.
Concentratiekamp Minsk Mazowiecki
Concentratiekamp Minsk Mazowiecki
Wit Rusland
Er was in Mińsk Mazowiecki een door nazi-Duitsland opgezet getto en verschillende dwangarbeidskampen waar duizenden Joden werden geëxploiteerd en vermoord. Veel Joden uit deze regio werden in 1942 gedeporteerd naar vernietigingskamp Treblinka. Getto van Mińsk Mazowiecki: Opgezet in 1940. Hier werden ongeveer 7.000 Joden uit de stad en omliggende plaatsen onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. Er waren speciale werkkampen ingericht bij de Piłsudski-kazerne, de school aan de Siennickastraat en een fabriek in het Stankowizna-district. Hier werden Joodse mannen die gespecialiseerde beroepen hadden tewerkgesteld. In augustus 1942 begon de liquidatie van het getto. De nazi's dreven de gevangenen bijeen en voerden hen met Holocausttreinen af naar het Vernietigingskamp Treblinka. Tijdens deze deportaties werden honderden mensen ter plekke geëxecuteerd.
Concentratiekamp Miramas
Concentratiekamp Miramas
Frankrijk
Het kamp in het Franse Miramas (Bouches-du-Rhône) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen nazi-vernietigingskamp, maar functioneerde tussen 1940 en 1944 initieel als internerings-, werkkamp en doorgangskamp. Het werd tevens gebruikt als militair kamp voor de opslag van materialen. Het kamp werd in de vroege jaren '40 door de autoriteiten gebruikt om Joodse vluchtelingen, Spaanse republikeinen en dwangarbeiders (waaronder Indochinezen) te interneren. De geïnterneerden werden onder andere tewerkgesteld bij de nabijgelegen buskruitfabriek in Saint-Chamas. In augustus 1942 werden veel Joodse gevangenen uit Miramas overgebracht naar het bekendere Camp des Milles nabij Aix-en-Provence. Van daaruit werden zij gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz.
Misburg
Misburg
Duitsland
Kamp Misburg (officieel KZ-Außenlager Hannover-Misburg) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond van 26 juni 1944 tot 8 april 1945 en lag in Misburg, een stadsdeel van Hannover. De gevangenen werden ingezet voor zware opruim- en bouwwerkzaamheden bij de nabijgelegen olieraffinaderij Deutsche Erdölraffinerie (Deurag), die zwaar getroffen was door geallieerde bombardementen. Er zaten gemiddeld 1.000 tot 1.200 gevangenen gelijktijdig vast. Zij kwamen voornamelijk uit Frankrijk, Polen en de Sovjet-Unie, maar er zaten ook Nederlanders en Belgen gevangen. In het begin moesten de gevangenen in tenten of gaten in de grond slapen omdat de barakken nog niet klaar waren. Ten minste 55 gevangenen kwamen om het leven door de slechte omstandigheden en het zware werk.Vlak voor het einde van de oorlog, begin april 1945, werd het kamp ontruimd. De overlevende gevangenen moesten op dodenmars of werden getransporteerd naar het concentratiekamp Bergen-Belsen.
Concentratiekamp Misshof
Concentratiekamp Misshof
Letland
Missler
Missler concentratiekamp
Duitsland
Concentratiekamp Missler (ook bekend als Bremen-Findorff) was een van de vroege nazi-concentratiekampen in Duitsland, operationeel van maart tot september 1933. Het diende voornamelijk als een zogenaamd wild kamp voor de gevangenneming van politieke tegenstanders, met name communisten. Het kamp was gevestigd in de wijk Findorf in Bremen, Duitsland. Het kamp bestond van maart 1933 tot 13 september 1933. Er zaten in deze periode enkele honderden gevangenen (tot maximaal 600) opgesloten, die voornamelijk werden onderworpen aan zware mishandelingen en intimidatie. Het werd door de SA gebruikt als een centrum voor beschermende hechtenis om lokale politieke tegenstanders het zwijgen op te leggen.
Missour concentratiekamp
Missour concentratiekamp
Marokko
Het concentratiekamp Missour (CSS No. 3) was een detentie- en werkkamp dat door het Vichy-regime werd geopend in 1940. Het kamp lag ten zuidoosten van Fez in Marokko, vlakbij de Moulouya-rivier. Het kamp werd gebruikt als detentie- en ballingsoord. Het huisvestte voornamelijk Spaanse Republikeinen en communisten. De omstandigheden in het kamp waren erg zwaar. Het kamp bestond uit zes gebouwen omgeven door een muur. De gevangenen moesten er dwangarbeid verrichten. Het aantal gevangenen lag rond de tweehonderd. Velen van hen overleden door ondervoeding en ziekte, vooral toen er in 1942 een tyfusepidemie uitbrak.
Mistelbach a. d. Zaya
Concentratiekamp Mistelbach an der Zaya
Oostenrijk
In Mistelbach an der Zaya (Neder-Oostenrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp van KZ Mauthausen gevestigd. Gevangenen in dit kamp werden door de nazi’s gedwongen tot zware dwangarbeid in de nabijgelegen olievelden en -raffinaderijen in de regio, onder andere in Zistersdorf. Het functioneerde als een officieel buitenlager (Arbeitseinsatzstelle) van het concentratiekamp Mauthausen. De groep dwangarbeiders bestond voornamelijk uit Joodse gevangenen.
Concentratiekamp Mitki
Concentratiekamp Mitki
Moldavie
Kamp Mitki (soms geschreven als Myrtky of Mytky) was een transit- en concentratiekamp tijdens de Holocaust, gelegen in de regio Transnistrië (het door Roemenië bezette deel van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek). Het kamp werd beheerd door het Roemeense fascistische regime van dictator Ion Antonescu. Het kamp bestond als doorprikkamp en dwangarbeiderskamp van september 1941 tot de bevrijding door het Rode Leger in april 1944. Mitki deed hoofdzakelijk dienst als verzamel- en deportatiepunt voor Roemeense Joden afkomstig uit de regio's Boekovina en het noorden van Bessarabië. Het kamp was ingericht in een oude legerkazerne omringd met prikkeldraad en lag in het noordelijke deel van Transnistrië. Het fungeerde tevens als het lokale hoofdkwartier van de Roemeense gendarmerie. De omstandigheden in het kamp waren berucht en extreem zwaar. Gevangenen werden systematisch blootgesteld aan: Een chronisch gebrek aan voedsel en schoon drinkwater. Ernstige hygiënische problemen, waaronder grootschalige luizenplagen, wat leidde tot dodelijke uitbraken van vlektyfus. Dwangarbeid en regelmatige mishandelingen door Roemeense gendarmes en Oekraïense hulptroepen.
Concentratiekamp Mittelbau-Dora
Duitsland
Concentratiekamp Mittelbau-Dora was een nazi-concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog waar gevangenen onder dwang V2-raketten bouwden. Ondergrondse productie van V1- en V2-wapens. Nabij Nordhausen in de Duitse deelstaat Thüringen. Begon als subkamp van Buchenwald, later zelfstandig complex. Extreem zwaar door gebrek aan daglicht, stof en mishandeling. Ongeveer één op de drie van de 60.000 gevangenen overleefde het niet. De Ondergrondse Tunnels Kohnstein: Productie vond plaats in een gigantisch tunnelsysteem in deze berg. De ondergrondse locatie beschermde de fabriek tegen geallieerde bombardementen. Mittelwerk: Naam van de fabriek in de tunnels die door gevangenen werd uitgehakt. In april 1945 dwong de SS gevangenen op dodenmarssen. Amerikaanse troepen troffen op 11 april 1945 een bijna leeg kamp aan.
Concentratiekamp Mitterretzbach
Concentratiekamp Mitterretzbach
Oostenrijk
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Mitterretzbach de locatie van een nazi-dwangarbeiderskamp. Het kamp werd specifiek gebruikt voor Hongaarse dwangarbeiders (ongeveer 10 tot 12 mannen en vrouwen) die in een plaatselijk, onvoltooid gebouw werden gehuisvest. Het kamp was gelegen aan de Kaffeegasse 21 in Mitterretzbach (district Hollabrunn, Neder-Oostenrijk). Het betrof een specifiek kamp voor dwangarbeiders (Zwangsarbeiterlager)
Mittelsteine
Mittelsteine
Polen
Concentratiekamp Mittelsteine was een nazi-dwangarbeiderskamp en subkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp, dat in 1944 werd opgericht, bevond zich in Neder-Silezië, destijds Duitsland, en is tegenwoordig het Poolse dorpje Ścinawka Średnia.Type kamp: Arbeitslager (dwangarbeiderskamp). De populatie bestond voornamelijk uit ongeveer 400 Joodse vrouwen, afkomstig uit onder andere Polen (waaronder het getto van Łódź) en Hongarije. Gevangenen werden zwaar uitgebuit bij dwangarbeid in de lokale oorlogsindustrie, waaronder het produceren van textiel en precisie-onderdelen voor de Duitse Luftwaffe. Het regime was extreem bruut; gevangenen leden zwaar onder ondervoeding, ziektes en fysieke mishandeling door de SS-bewakers. Naarmate het Rode Leger in 1945 oprukte, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op dodenmarsen gestuurd.
Mittergars
Mittergars
Duitsland
Concentratiekamp Mittergars was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Dachau, gelegen in Beieren, Duitsland. Het kamp was vanaf eind 1944 actief en huisvestte ongeveer 350 Joodse mannen die dwangarbeid verrichtten aan de nabijgelegen spoorlijn en in de bosbouw voor de organisatie Todt. Mittergars, een dorpje in de gemeente Gars am Inn, nabij Mühldorf am Inn in Zuidoost-Beieren. Het kamp bestond uit 34 houten barakken. De gevangenen leefden er onder erbarmelijke omstandigheden, geteisterd door ondervoeding, kou en zware dwangarbeid, hoewel overlevenden aangaven dat de omstandigheden in Mittergars relatief iets minder moorddadig waren dan in het hoofdkamp in Mühldorf. Eind april 1945 werd het kamp ontruimd en bevrijd door de geallieerden (eenheid van de 14e Amerikaanse Pantserdivisie). Amerikaanse soldaten troffen destijds een massagraf aan met minstens 42 lichamen. De slachtoffers werden herbegraven op een heuvel ten zuiden van Mittergars.
Mittersill
Mittersill
Oostenrijk
Concentratiekamp Mittersill was een nazi-buitenkamp (Außenlager) in Oostenrijk dat tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde onder de vlag van achtereenvolgens Ravensbrück en Mauthausen. Het kamp bevond zich in en rondom het historische Schloss Mittersill in de deelstaat Salzburg. In Schloss Mittersill was het Sven Hedin Institut für Innerasienforschung gevestigd. Dit was een onderdeel van de SS-organisatie Ahnenerbe, die pseudo-wetenschappelijk en racistisch onderzoek uitvoerde. De gevangenen werden door de SS ingezet als huishoudelijke hulpen, landbouwarbeiders en voor onderhoudswerkzaamheden op het kasteel. Het kamp startte officieel op 24 maart 1944 met de aankomst van 15 vrouwelijke gevangenen uit Ravensbrück. Het kamp bood voornamelijk plaats aan vrouwelijke gevangenen. De groep bestond grotendeels uit Getuigen van Jehovah (destijds door de nazi's Bibelforscher genoemd). Hoewel de omstandigheden zwaar waren, overleefden de meeste vrouwen in dit specifieke buitenkamp de oorlog vanwege de aard van de werkzaamheden op het kasteel.
Mittweida
Mittweida
Duitsland
Concentratiekamp Mittweida (officieel Außenlager Mittweida) was van 9 oktober 1944 tot medio april 1945 een buitenkamp (subkamp) van het concentratiekamp Flossenbürg. Het bevond zich in de Duitse stad Mittweida in de deelstaat Saksen. Het was een vrouwenkamp. Het kamp opende op 9 oktober 1944 met de aankomst van een transport van 503 vrouwen en jonge meisjes uit het vernietigingskamp Auschwitz II-Birkenau. De gevangenen kwamen hoofdzakelijk uit de Sovjet-Unie (286 vrouwen) en Polen (177 vrouwen). Onder de Poolse vrouwen bevond zich een groep van circa 50 gevangenen die hadden meegevochten in de Opstand van Warschau. Daarnaast waren er kleinere aantallen vrouwen uit Italië, Joegoslavië, Kroatië en Duitsland. De vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor het elektronicaconcern C. Lorenz AG. Dit bedrijf was vanwege de geallieerde bombardementen vanuit Berlijn verplaatst naar een leegstaande spinnerij (Weißthaler Spinnerei) in Mittweida. De gevangenen moesten onder zware omstandigheden kunsthars- en ijzeren onderdelen persen voor de productie van radiocommunicatieapparatuur voor het Duitse leger. De vrouwen leefden in omheinde houten barakken die vlak bij de fabriek aan de Bahnhofstraße waren opgebouwd. Medio april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de nadering van de geallieerde troepen. De vrouwen werden door de SS gedwongen deel te nemen aan een dodenmars richting het zuiden. Hoewel er in het kamp zelf twee sterfgevallen officieel zijn gedocumenteerd, is het exacte aantal slachtoffers dat tijdens de dodenmars bezweek onbekend.
Mockethal - Zatzschke
Mockethal - Zatzschke
Duitsland
Mockethal-Zatzschke was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg, operationeel van januari tot april 1945. Het lag in een zandgroeve in de bossen tussen Mockethal en Zatzschke (vlakbij Pirna) en had de codenaam Dachs VII. Het kamp viel onder toezicht van de SS en huisvestte zowel mannelijke als vrouwelijke gevangenen uit verschillende vernietigde buitenkampen. Gevangenen werden hier te werk gesteld onder de leiding van de Geilenberg-Staf. Ondergrondse fabriek: Hun voornaamste taak was het aanleggen van barakken en wegen voor de bouw van een grote ondergrondse fabriek voor smeerolie, als reactie op de verwoeste brandstofindustrie. De leef- en werkomstandigheden in de zandgroeve waren mensonterend. De gevangenenpopulatie bestond uit verschillende nationaliteiten, voornamelijk Italianen, Russen en Polen, waaronder Joodse gevangenen. Medio april 1945 werd het kamp ontruimd en werden de overlevenden op dodenmarsen gestuurd richting concentratiekamp Theresienstadt.
Concentratiekamp Moczydłów
Concentratiekamp Moczydłów
Polen
Het nazi-werkkamp Moczydłów was een relatief klein dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden dat bestond in de periode 1942–1943.Het kamp lag in de buurt van het Poolse stadje Grójec (in het woiwodschap Mazovië) en maakte deel uit van een netwerk van lokale nazi-werkkampen in die regio, waartoe ook kampen in Krobów, Jasieniec en Częstoniew behoorden. Het was primair een werkkamp (en geen grootschalig vernietigings- of hoofdkoncentratiekamp zoals Auschwitz), waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten voor de Duitse bezetter. De gevangenen waren hoofdzakelijk Joden uit de omliggende regio en de lokale getto's. Het kamp is in 1943 door de nazi's geliquideerd, waarna de overlevende gevangenen meestal werden gedeporteerd naar grotere concentratiekampen of vernietigingskampen in bezet Polen.
Concentratiekamp Modane
Concentratiekamp Modane
Frankrijk
Het Italiaanse leger richtte in mei 1943 een burgerinterneringskamp op nabij Modane, in het door Italië bezette deel van Frankrijk. Het kamp, dat onderdak bood aan circa 450 personen (voornamelijk Fransen, Italianen en Joden), bevond zich feitelijk niet in Modane zelf, maar op hoogte in het nabijgelegen Fort Vittorio Emmanuel bij Aussois. Fort Vittorio Emmanuel, onderdeel van de historische Esseillon-forten in de Franse Alpen (Departement Savoie), op ongeveer 6,7 kilometer ten noordoosten van Modane. Het kamp diende als burgerinterneringskamp (campo internati civili di guerra) voor mensen die door de Italiaanse autoriteiten werden vastgehouden. Het kamp heeft relatief kort bestaan. Op 8 september 1943, toen de Italianen zich terugtrokken uit bezet Frankrijk, lieten de Italiaanse militaire autoriteiten alle geïnterneerden vrij.
Concentratiekamp Moderówka
Concentratiekamp Moderówka
Polen
Moderówka was een militair kamp en doorgangskamp van de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag in de buurt van het grotere concentratiekamp in Szebnie, in het zuidoosten van Polen. Het diende als schakel voor transporten van duizenden gevangenen naar o.a. vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp lag in het district Jasło. De SS gebruikte het gebied vanaf eind 1939, aanvankelijk als militair terrein en vanaf 1941 als krijgsgevangenenkamp (een subkamp van Stalag 327). Doorgangskamp: Tussen 1942 en 1944 fungeerde het complex als locatie waar Joden, Sovjet-krijgsgevangenen en Polen werden verzameld en vastgehouden. Velen werden gedwongen te voet naar Moderówka te lopen vanaf Szebnie, of kwamen er per goederentrein aan. Het kamp vormde een macabere wachtplaats: duizenden gevangenen werden op transport gezet naar vernietigingskampen, terwijl anderen in de nabijgelegen bossen of direct aan het station in Moderówka werden gefusilleerd door de nazi's en functionarissen van de 14e Waffen-SS.
Mödling
Mödling
Oostenrijk
Het concentratiekamp in de regio Mödling was een berucht buitenkamp van het hoofdkamp Mauthausen, gelegen in Hinterbrühl. Vanaf de herfst van 1944 moesten hier tot 1.800 gevangenen onder mensonterende omstandigheden dwangarbeid verrichten in de ondergrondse tunnels van de Seegrotte (projectnaam Languste) voor vliegtuigfabrikant Heinkel AG. Het kamp was gevestigd in Hinterbrühl, net buiten de stad Mödling (ongeveer 15 km ten zuiden van Wenen). Gevangenen werden ingezet om de plaatselijke meren en grotten leeg te pompen. Hier werd een ondergrondse fabriek gebouwd voor de productie van vliegtuigonderdelen voor de Heinkel He 162-straaljager. De omstandigheden waren extreem zwaar vanwege de kou, hoge luchtvochtigheid in de grotten en zware mishandeling door de SS. Veel gevangenen overleefden de dwangarbeid niet. Het kamp werd in mei 1945 vlak voor het einde van de oorlog ontruimd en bevrijd, waarna Sovjettroepen het gebied introkken.
Concentratiekamp Mogilew
Concentratiekamp Mogilew
Wit Rusland
Mogilev (Mogilew), gelegen in Wit-Rusland, was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen volwaardig vernietigingskamp, maar functioneerde vanaf het najaar van 1941 als een getto, gevangenenkamp en SS-werkkamp. Hier werden duizenden Joden en Sovjet-krijgsgevangenen tewerkgesteld en systematisch vermoord door de nazi’s.D Het kamp en het getto bestonden van het najaar van 1941 tot de liquidatie in september 1943. Naar schatting passeerden zo'n 4.000 mensen het kamp, waarvan de meesten de oorlog niet overleefden. De SS had in eerste instantie plannen om in Mogilev een grootschalig vernietigingskamp te bouwen. Crematoria die hiervoor bestemd waren, werden echter in 1942 doorgestuurd naar Auschwitz. In plaats van gaskamers werden er in Mogilev mobiele gaswagens ingezet (de zogeheten gas wagens). Ook vonden er grootschalige executies plaats.
Concentratiekamp Mogilno
Concentratiekamp Mogilno
Polen
Tussen 1941 en 1943 exploiteerden de nazi's een dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen in het Poolse stadje Mogilno. Dit kamp werd gebruikt voor uitbuiting en dwangarbeid, in tegenstelling tot het nabijgelegen, beruchte vernietigingskamp Chełmno (Kulmhof) waar massamoord plaatsvond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden in en rond Mogilno de volgende gebeurtenissen plaats: Executies: Al in september 1939 werden veertig Polen door Duitse troepen in de stad geëxecuteerd na het aanzetten door lokale Volksdeutsche.Intelligenzaktion: In april 1940 arresteerde de Gestapo in het kader van deze actie massaal lokale intellectuelen en leiders, die werden opgesloten en vaak naar andere kampen werden gestuurd. Dwangarbeid: Van 1941 tot 1943 functioneerde het specifieke dwangarbeiderskamp in de stad. Deportaties en onteigening: Tussen 1939 en 1941 werden honderden Poolse burgers, waaronder families van verzetsstrijders en zieken, met geweld uit hun huizen gezet en gedeporteerd, zodat hun bezittingen aan Duitsers konden worden overgedragen.
Mohammedia
Mohammedia
Marokko
Marokkaanse kuststad Mohammedia (destijds bekend onder de Franse koloniale naam Fédala) in een regio waar tijdens de Tweede Wereldoorlog ware diverse internerings- en dwangarbeidskampen actief. Het Vichy-regime in Marokko Tussen 1940 en 1942 stond Marokko onder controle van Vichy-Frankrijk, een Franse regering die collaboreerde met nazi-Duitsland. Onder dit bewind werden antisemitische wetten ingevoerd en richtten de autoriteiten in Noord-Afrika een netwerk op van meer dan 50 internerings- en dwangarbeidskampen. Kampen in de regio en de Trans-Sahara-spoorweg. Doel van de kampen: De gevangenen in de Vichy-kampen werden grotendeels ingezet als dwangarbeiders voor de aanleg van de Chemin de Fer Méditerranée-Niger (de Trans-Sahara-spoorweg). De gevangenen bestonden uit Europese (Joodse) vluchtelingen, politieke tegenstanders, Spaanse republikeinen en lokale Joden. Hoewel er vanuit Marokko en Algerije geen directe deportaties naar de vernietigingskampen in Oost-Europa hebben plaatsgevonden, waren de omstandigheden in deze Noord-Afrikaanse werkkampen door hitte, ondervoeding en mishandeling extreem zwaar. De Marokkaanse stad Mohammedia zelf speelde een grote rol bij de bevrijding van de regio. Op 8 november 1942 was het strand van Fédala een van de belangrijkste landingsplaatsen voor Amerikaanse troepen tijdens Operation Torch. Na felle gevechten met de Vichy-getrouwe Franse strijdkrachten namen de geallieerden de stad en de haven over.
Concentratiekamp Mohamedia
Concentratiekamp Mohamedia
Tunesie
Concentratiekamp Moisdon-la-Rivière
Concentratiekamp Moisdon-la-Rivière
Frankrijk
Het concentratiekamp Moisdon-la-Rivière (ook bekend als Camp de la Forge) in Frankrijk was een interneringskamp uit de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1940 en 1942 werden er voornamelijk Roma, politieke gevangenen en Joden vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden, waarna velen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Het kamp was gelegen in de regio Loire-Atlantique, op de terreinen van de historische smederij La Forge Neuve. Het werd aan één kant begrensd door de rivier de Don. Het kamp werd in november 1940 door de Franse autoriteiten in opdracht van de Duitse bezetter ingericht voor de opsluiting van zogeheten nomaden (Roma). Later werden er ook Spaanse republikeinen, politieke tegenstanders en Joden geïnterneerd. De omstandigheden waren extreem zwaar. Gevangenen leden honger en bittere kou, waarbij er in de winter zelfs vloerplanken werden opgestookt voor warmte. Ook stierven er zeer jonge kinderen door de slechte hygiënische omstandigheden. Het kamp werd in 1942 gesloten. De gevangenen werden overgebracht naar andere kampen, zoals Camp de Choisel in Châteaubriant en Montreuil-Bellay, om vervolgens via Drancy gedeporteerd te worden naar concentratie- en vernietigingskampen als Auschwitz.
Concentratiekamp Mokoszyn
Concentratiekamp Mokoszyn
Polen
Concentratiekamp Mokoszyn (gelegen in de buurt van Sandomierz, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp. Het werd vanaf de zomer van 1942 door de Duitse bezetter opgezet als onderdeel van het Holocaust-systeem. Het kamp bevond zich in Mokoszyn, net buiten de historische stad Sandomierz in het zuidoosten van Polen. Joodse gevangenen (merendeel afkomstig uit het getto van Sandomierz) werden hier te werk gesteld. De dwangarbeid bestond voornamelijk uit het slopen van boerderijen van onteigende Poolse boeren en het uitvoeren van zware landbouwwerkzaamheden. De vrijgekomen en gerenoveerde huizen werden vervolgens overgedragen aan etnische Duitsers (Volksdeutsche). De gevangenen leefden in zeer erbarmelijke omstandigheden. Vanaf de zomer van 1943 werden de meeste overlevenden vanuit Mokoszyn overgebracht naar zware wapen- en munitiefabrieken in Radom en Starachowice. De laatste Joodse werkgroep aldaar werd begin 1944 opgeheven. Het kamp stond onder leiding van de Duitse SS-officier Helmut Reinke, die berucht was om zijn wreedheid en de bloedige deportaties tijdens de liquidatie van de omliggende getto's.
Concentratiekamp Mokre
Concentratiekamp Mokre
Polen
Mokre (nabij de stad Zamość in het oosten van Polen) richtte de Bauleitung der Luftwaffe in het voorjaar van 1941 werkkampen op voor de aanleg van militaire vliegvelden. Joodse dwangarbeiders uit het getto van Zamość en de omliggende regio. Dit kamp overleefde in eerste instantie de liquidatie van het getto zelf. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke arbeid verrichten. Uiteindelijk is het kamp in 1943 geliquideerd, waarbij de resterende arbeiders zijn geëxecuteerd.
Krijgsgevangenenkamp subkamp E316 (Mokre, Opole) In het dorp Mokre, gelegen in de woiwodschap Opole (Zuidwest-Polen), runden de Duitsers een gedwongen werkkamp (subkamp E316).Dit kamp viel organisatorisch onder het grote krijgsgevangenenkamp Stalag VIII-B/344 (Lamsdorf). Hier werden voornamelijk geallieerde krijgsgevangenen vastgehouden en ingezet voor zware arbeid.
De Dodenmarsen langs Mikołów Mokre (Silezië)Mokre (onderdeel van de gemeente Mikołów in Silezië, bekend als Mokre Śląskie) ligt direct op de beruchte evacuatieroute van het concentratiekamp complex Auschwitz-Birkenau.Tijdens de Dodenmarsen in januari 1945, toen de SS duizenden uitgeputte gevangenen te voet weghaalde voor het oprukkende Rode Leger, trokken de colonnes gevangenen (onder andere vanuit het subkamp Monowitz/Auschwitz III) fysiek door Mokre heen op weg naar Gliwice (Gleiwitz). Langs deze routes werden gevangenen die het tempo niet bijhielden direct langs de weg geëxecuteerd.
Concentratiekamp Mokrovo
Concentratiekamp Mokrovo
Wit Rusland
Concentratiekamp Mokrovo (gelegen in het huidige Wit-Rusland, destijds de Sovjet-Unie) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen vernietigingskamp, maar een zogeheten Arbeitslager (dwangarbeidskamp). Het kamp werd door de nazi-bezetters gebruikt om Joodse dwangarbeiders in te zetten bij grootschalige houtkap en de aanleg van spoorwegen in de regio. Mokrovo ligt hemelsbreed ongeveer 90 kilometer ten oosten van de stad Pinsk. Gevangenen in Mokrovo werden zwaar uitgebuit onder erbarmelijke omstandigheden. Zo werden er in 1943 Joden uit het nabijgelegen kamp Ziezmariai naartoe gestuurd om bomen te kappen ter voorbereiding op spoorwegaanleg.
Concentratiekamp Moldavca
Concentratiekamp Moldavca
Oekraine
Concentratiekamp Möllersdorf
Concentratiekamp Möllersdorf
Oostenrijk
Het kamp Möllersdorf (gelegen in de Oostenrijkse gemeente Traiskirchen, ten zuiden van Wenen) staat bekend als een Anhaltelager (interneringskamp) in de jaren 30, een dwangarbeidskamp voor Hongaarse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vóór de annexatie van Oostenrijk door nazi-Duitsland (de Anschluss) werd Möllersdorf door het austro-fascistische regime gebruikt als interneringskamp. Hier werden politieke tegenstanders gevangengezet, waaronder destijds ook illegale Oostenrijkse nationaalsocialisten.
Dwangarbeiderskamp (Tweede Wereldoorlog): Tijdens de oorlogsjaren fungeerde de locatie als een Zwangsarbeiterlager (dwangarbeiderskamp). Gevangenen waaronder zowel Joodse mannen, vrouwen als jonge kinderen uit Hongarije werden hier ingezet voor zware fysieke arbeid. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken voor de lokale oorlogsindustrie, specifiek bij de fabriek Vereinigte Färbereien AG (Verenigde Ververijen). Jonge kinderen steenkool moesten scheppen van treinen naar de fabriek.
Concentratiekamp Molocnea
Concentratiekamp Molocnea
Oekraine
Het concentratiekamp Molocnea (ook wel Molochina of Moloknia genoemd) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een werkkamp en tijdelijk opvangkamp in Transnistrië, Oekraïne. Het werd beheerd door Roemeense autoriteiten. Gevangenen in dit gebied werden blootgesteld aan dwangarbeid, extreme ondervoeding en dodelijke ziektes. Het kamp was gesitueerd in de regio Transnistrië (destijds onder Roemeens bezettingsbestuur, nu in Oekraïne). Het diende als onderdeel van het netwerk van getto's en kampen waar Joden uit Bessarabië en Boekovina naartoe werden gedeporteerd. In plaats van directe vernietiging door gaskamers, stierven de meesten hier door uithongering, ziekte en zware dwangarbeid. Hoewel het aantal slachtoffers in Molocnea onderdeel is van de bredere Transnistrië-tragedie, vielen er onder de geïnterneerden grote aantallen doden als gevolg van de mensonterende omstandigheden.
Mölln
Mölln
Duitsland
Het concentratiekamp in Mölln was een officieel buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was gevestigd in de nabijgelegen plaats Breitenfelde en was actief van 10 november 1944 tot 30 april 1945. Er werden tot 20 gevangenen tewerkgesteld. De gevangenen moesten onder dwang werken in een houtzagerij (van de firma Karl Gülzow) en in munitiefabrieken in Mölln voor het SS-bouwmanagement. Op 30 april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd door de SS. De gevangenen werden op het schip Westpreussen geplaatst en naar de Baltische Zee gestuurd. Wat er precies met de dwangarbeiders is gebeurd, is onbekend; de overlevingskans werd destijds gering geacht.
Concentratiekamp Mołodeczno
Wit Rusland
Het concentratie- en werkkamp Mołodeczno (huidig Wit-Rusland) werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's opgezet. Onder leiding van de SS en de Organisation Todt werden gevangenen, waaronder veel Joodse dwangarbeiders uit de regio, gedwongen om spoorwegen aan te leggen. De verschrikkelijke leefomstandigheden leidden in 1943 tot massa-executies. Tijdens de Duitse bezetting van de Sovjet-Unie fungeerde het kamp als een Arbeitslager. Honderden mannen uit nabijgelegen getto’s (zoals Baranowicze) werden hierheen overgebracht voor dwangarbeid. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals het bouwen van een 50 kilometer lang spoorwegtraject tussen Mołodeczno en Wilejka Stary. In het najaar van 1943 wisten enkele tientallen gevangenen uit het kamp te ontsnappen. De achterblijvers werden door de nazi's geëxecuteerd en deels overgebracht naar andere moordkampen in de buurt van Baranowicze.
Concentratiekamp Mołodeczno
Concentratiekamp Moloy
Concentratiekamp Moloy
Frankrijk
Het kamp van Moloy was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Frans interneringskamp (vaak aangeduid als concentratiekamp) in de Franse regio Bourgondië-Franche-Comté. Het werd in de zomer van 1941 door het Vichy-regime opgezet en bevond zich in de gemeente Moloy (departement Côte-d'Or). Het kamp was voornamelijk ingericht voor de internering van zigeuners (Roma en Sinti, in Frankrijk destijds nomades genoemd). Daarnaast werden er twee Joodse families en enkele Spaanse republikeinen vastgehouden. Het kampement bood plaats aan ongeveer 80 tot 170 personen. De gevangenen werden onder zware omstandigheden vastgehouden in twee houten barakken, omgeven door een hoog prikkeldraadhek. In december 1942 werden veel gevangenen overgeplaatst naar andere interneringskampen, zoals het kamp in Saint-Maurice-aux-Riches-Hommes.
Concentratiekamp Monigo
Concentratiekamp Monigo
Italie
Concentratiekamp Monigo was een Italiaans fascisterend strafkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was actief tussen 1942 en 1943 en was gevestigd in de Cadorin-kazerne in de voorstad Monigo bij de Italiaanse stad Treviso. Het kamp was specifiek bedoeld voor burgers uit het bezette Joegoslavië, voornamelijk Slovenen en Kroaten. Het Italiaanse fascistische regime gebruikte het kamp om het verzet in de bezette gebieden te onderdrukken door de burgerbevolking te deporteren. Er stierven ongeveer 200 mensen in het kamp, waaronder 53 kinderen jonger dan tien jaar. De sterftes waren het gevolg van slechte hygiëne en voedseltekorten. Ondanks militaire geheimhouding hielp de lokale bevolking van Treviso de gevangenen via een netwerk van religieuze en humanitaire steun. Het kamp werd opgeheven in september 1943 na de Italiaanse capitulatie.
Concentratiekamp Monod
Concentratiekamp Monod
Marokko
Camp Monod (vaak in het Nederlands geschreven als Kamp Monod) was een historisch Frans militair kampement in Marokko. Het bevond zich in een bosrijke en droge regio op ongeveer 28 kilometer ten oosten van de hoofdstad Rabat, het kampement en de omliggende regio (zoals de nabijgelegen stad Fes) ook een rol speelden in de bredere geschiedenis van de Marokkaans-Joodse gemeenschap in de jaren 30.
Monowitz
Polen
Monowitz (ook bekend als Auschwitz III) was vanaf oktober 1942 het grootste subkamp van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Het was specifiek opgericht als dwangarbeiderskamp voor de chemiereus IG Farben en werd in januari 1945 bevrijd door het Rode Leger. Het kamp werd gebouwd op last van het Duitse chemieconcern IG Farben, dat een enorme fabriek voor synthetische rubber en brandstof (Buna-Werke) bouwde in de Poolse plaats Monowice. Gevangenen in Monowitz werden onder onmenselijke omstandigheden gedwongen om zware dwangarbeid te verrichten voor de fabrieken. Gevangenen die door uitputting of ziekte niet meer konden werken, werden geselecteerd voor de gaskamers in Auschwitz II-Birkenau. Door de combinatie van zware arbeid, ondervoeding, mishandeling en medische experimenten kwamen duizenden gevangenen om het leven. Op 27 januari 1945 werd het kamp bevrijd door Sovjettroepen.
Concentratiekamp Monsireigne
Concentratiekamp Monsireigne
Frankrijk
Het kamp van Monsireigne in de Vendée (Frankrijk) was in het najaar van 1940 een interneringskamp voor Roma en Sinti. Het werd opgericht onder het Vichy-regime en sloot na enkele weken toen de gevangenen werden overgebracht naar zwaardere kampen als Montreuil-Bellay. Op 24 oktober 1940 werd in Monsireigne in opdracht van de bezetter en de prefectuur van de Vendée een Centre de regroupement de nomades (verzamelkamp voor nomaden) geopend. Het kamp was gevestigd bij de open granietgroeves van de gemeente. Het kamp heeft slechts kort bestaan en sloot op 18 november 1940. De ongeveer honderd geïnterneerden werden op de trein gezet naar andere concentratiekampen, waaronder Montreuil-Bellay en Boussay.
Concentratiekamp Montalbano
Concentratiekamp Montalbano
Italie
Concentratiekamp Montalbano (ook bekend als Montalbano-Rovezzano) was een klein fascistisch interneringskamp in Italië, operationeel van april 1941 tot de zomer van 1944. Het was gehuisvest in het kasteel van Montalbano, gelegen in Rovezzano aan de rand van Florence in Toscane. Het kamp werd in juni 1940 door het fascistische regime van Mussolini opgezet om gevaarlijke Italianen en buitenlanders (voornamelijk Kroatische en Sloveense burgers uit voormalig Joegoslavië) vast te houden. Het had officieel 100 bedden, maar de bezetting liep soms op tot zo'n 150 gevangenen. Na de val van het fascistische bewind in september 1943 werd het tot de zomer van 1944 onder de Italiaanse Sociale Republiek gebruikt als concentratiekamp voor Italiaanse politieke gevangenen.
Concentratiekamp Montech
Concentratiekamp Montech
Frankrijk
Het Kamp van Montech (Frans: Camp de Montech) was een Frans interneringskamp en werkkamp dat bestond tussen 1939 en 1942. Het lag in de buurt van de gemeente Montech in het Zuid-Franse departement Tarn-et-Garonne. Oprichting (1939–1940): Het kamp werd vlak voor de Tweede Wereldoorlog door de Franse overheid haastig opgezet als een interneringskamp. In eerste instantie was het bedoeld voor de opvang en controle van buitenlanders, waaronder Spaanse vluchtelingen (republikeinen na de Spaanse Burgeroorlog) en later ook gedemobiliseerde militairen. Onder het Vichy-regime (1940–1942): Na de Franse nederlaag in 1940 kwam het kamp onder de controle van het collaborerende Vichy-regime. Het werd omgevormd tot een basis voor een zogeheten Groupement de Travailleurs Étrangers (G.T.E.). Dit waren groepen van buitenlandse arbeiders die gedwongen werden om zware arbeid te verrichten. De gevangenen en arbeiders (waaronder veel Spanjaarden en Italianen) werden voornamelijk ingezet voor zware bosbouw en houtkap. Dit hout werd later deels geëxporteerd om te voldoen aan de economische eisen van nazi-Duitsland. Vanaf eind 1942 hield het kamp in deze vorm op te bestaan, waarna veel buitenlandse arbeiders en Joodse vluchtelingen in de regio te maken kregen met deportaties naar grotere doorgangskampen (zoals Drancy) en uiteindelijk de vernietigingskampen in het oosten.
Montechiarugolo concentratiekamp
Montechiarugolo concentratiekamp
Italie
Het concentratiekamp Montechiarugolo, gevestigd in het gelijknamige kasteel in de provincie Parma, was een interneringskamp van het fascistische Italië. Het werd in de zomer van 1940 opgezet voor buitenlandse staatsburgers uit geallieerde landen en joden. Het kamp bleef bestaan tot oktober 1943. Het kamp werd door het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken in gebruik genomen om burgers uit vijandige naties (waaronder Britten, Fransen en Amerikanen) op te sluiten. Ondanks het feit dat het een gevangenis was, bood het kasteel de geïnterneerden relatief wat meer bewegingsvrijheid en enkele privileges, zoals een bibliotheek en een piano. Op het hoogtepunt, medio 1941, zaten er ongeveer 146 mensen gevangen. Nadat Italië in september 1943 de wapenstilstand met de geallieerden sloot, probeerden verschillende gevangenen te vluchten om Duitse gevangenneming te voorkomen. De meesten werden echter al snel opnieuw opgepakt. Hierop besloten de Duitse autoriteiten het kamp om veiligheidsredenen te sluiten en de gevangenen over te brengen naar andere detentiecentra in de provincie Reggio Emilia. In oktober 1943 werden 51 gevangenen overgedragen aan Duitse troepen, waarna velen alsnog naar concentratiekampen zoals Auschwitz zijn gedeporteerd.
Concentratiekamp Monteforte Irpino
Concentratiekamp Monteforte Irpino
Italie
Het concentratiekamp Monteforte Irpino was een interneringskamp in het gelijknamige Italiaanse dorp in de provincie Avellino. Het kamp, gevestigd in het voormalige Loffredo-weeshuis, werd in juni 1940 door het fascistische regime van Mussolini ingericht en bleef in gebruik tot augustus 1943. Het kamp was gevestigd in de voormalige Orfanotrofio Loffredo, een neogotisch gebouw dat tegenwoordig dienst doet als het gemeentehuis van het dorp. Monteforte Irpino ligt in Zuid-Italië, hemelsbreed ongeveer 37 kilometer ten oosten van Napels en 9 kilometer van Avellino. Het bood plaats aan ongeveer 170 geïnterneerden. Het kamp werd gebruikt om politieke tegenstanders van het fascisme, Joodse buitenlanders en andere door het regime als gevaarlijk bestempelde personen op te sluiten. Gevangenen leefden er in zware omstandigheden. De leiding van het kamp was in handen van de plaatselijke burgemeester (podestà), en de bewaking werd verzorgd door de Carabinieri. In augustus 1943, net voor de val van het fascistische bewind, werden de meeste politieke gevangenen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken vrijgelaten.
Concentratiekamp Montélimar
Concentratiekamp Montélimar
Frankrijk
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich in Montélimar (Frankrijk) een lokaal internerings- en werkkamp. Dit kamp werd in juli 1942 door het Vichy-regime ingericht in de faciliteiten van een voormalige leerlooierij aan de Rue Bauvais (later Rue Ducatez). Het kamp diende initieel als doorgangslocatie en dwangarbeiderskamp, onder andere voor Joodse vluchtelingen die in de regio werkten (zoals in de plaatselijke nougatindustrie). Gedurende het bestaan van het kamp werden gevangenen, waaronder Joodse gezinnen, onder zware omstandigheden vastgehouden in afwachting van deportatie naar grotere kampen zoals Drancy, om vervolgens te worden afgevoerd naar vernietigingskampen.
Concentratiekamp Montlhéry
Concentratiekamp Montlhéry
Frankrijk
Het concentratiekamp Montlhéry, officieel het kamp van Linas-Montlhéry, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Frans interneringskamp gelegen op het terrein van het bekende autocircuit in de buurt van Parijs. Vanaf 1940 werd het door het Vichy-regime en de Duitse bezetters gebruikt om voornamelijk Sinti, Roma en andere nomaden op te sluiten. Het kamp was ondergebracht op het terrein van het racecircuit van Linas-Montlhéry, ten zuiden van Parijs. Het diende voornamelijk als interneringskamp voor Sinti en Roma (toen aangeduid als nomaden). De omstandigheden waren erbarmelijk. Geinterneerden leden zware honger, kou en werden onderworpen aan strenge restricties en mishandeling door de kampbewakers. Op 21 april 1942 werd het kamp gesloten. De ongeveer 200 gevangenen werden overgebracht naar andere kampen, waaronder het interneringskamp van Mulsanne en uiteindelijk naar Montreuil-Bellay, destijds het grootste kamp voor nomaden in bezet Frankrijk.
Concentratiekamp Montmélian
Concentratiekamp Montmélian
Frankrijk
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Caserne Montfort in Montmélian (Savoie) in gebruik als internerings- en doorgangskamp. Het diende onder het Vichy-regime als opvangkamp voor buitenlandse Joodse vrouwen en kinderen, alvorens zij werden gedeporteerd naar vernietigingskampen in Oost-Europa via Drancy. Caserne Montfort, Montmélian (regio Auvergne-Rhône-Alpes). Het kamp functioneerde als een Centre d'hébergement onder toezicht van de Service social des étrangers (SSE). In augustus 1942 werden tientallen Joodse mannen uit de werkkampen (Groupements de Travailleurs Étrangers) en 65 gearresteerde Joden uit de Savoie naar Montmélian overgebracht. Vanuit daar werden ze overgebracht naar Drancy om uiteindelijk op transport te worden gezet. De omstandigheden waren zwaar. Vrouwen en kinderen leden er honger en hadden een groot gebrek aan winterkleding en schoeisel. Lokale artsen probeerden de medische zorg in het kamp te handhaven.
Concentratiekamp Montreuil-Bellay
Concentratiekamp Montreuil-Bellay
Frankrijk
Het kamp van Montreuil-Bellay was tijdens de Tweede Wereldoorlog het grootste interneringskamp in Frankrijk dat specifiek werd gebruikt voor de opsluiting van Roma en Sinti (destijds nomaden genoemd). Het kamp lag in het departement Maine-et-Loire in de regio Pays de la Loire. Het was in gebruik van november 1941 tot januari 1945. Er werden in totaal ongeveer 3.000 mensen vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden. Het kamp diende puur voor internering en dwangarbeid. Gevangenen werden van hieruit niet direct doorgestuurd naar vernietigingskampen, hoewel velen alsnog stierven door honger en ziekte.
Concentratiekamp Montsûrs
Concentratiekamp Montsûrs
Frankrijk
Het kamp van Montsûrs (ook wel la Chauvinerie genoemd) in het Franse departement Mayenne, was een interneringskamp voor Sinti en Roma (destijds nomaden genoemd). Het functioneerde van oktober 1940 tot april 1942 en werd gebruikt voor de gedwongen tewerkstelling en isolatie van in totaal 85 personen, waaronder 15 kinderen. Het kamp was gevestigd in een verlaten kalksteengroeve. Sluiting eerder kamp: Toen een soortgelijk kamp in Grez-en-Bouère eind november 1940 sloot, werden de gevangenen overgebracht naar Montsûrs. Het kamp werd in april 1942 gesloten, waarna de gevangenen grotendeels werden overgebracht naar andere kampen of overgedragen aan de nazi's.
Mosbach
Mosbach
Concentratiekamp Mosbach (beter bekend als Kamp Neckarelz) Mosbach-Neckarelz: Kamp Neckarelz (Mosbach) Het was een belangrijk Außenlager (buitenkamp) van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. In maart 1944 vorderde de SS de basisschool van de gemeente Neckarelz (tegenwoordig een stadsdeel van Mosbach) en bouwde deze om tot het kamp Neckarelz I. De gevangenen werden ingezet voor het geheime bewapeningsproject Operation Goldfish. Zij moesten ondergronds in nabijgelegen gipsmijnen (in Obrigheim) een bomvrije fabriek uithakken voor de productie van vliegtuigmotoren van Daimler-Benz. In het complex van de zogenaamde Neckarlager (waar Neckarelz het centrale kamp van was) hebben in totaal zo'n 10.000 gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verricht. Velen kwamen om door uitputting, ondervoeding en mishandeling. In maart 1945 werd het kamp vanwege de naderende geallieerde troepen door de SS ontruimd, waarna de gevangenen op dodenmarsen werden gestuurd richting concentratiekamp Dachau.
Mo(o)sbach
Mo(o)sbach
Duitsland
Er lag een buitenkamp Kottern in de buurt van het Beierse Moosbach, en is de stad Mosbach in Baden-Württemberg nauw verbonden met een berucht complex van buitenkampen van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof.
Concentratiekamp Moosbierbaum
Concentratiekamp Moosbierbaum
Oostenrijk
Het concentratiekamp Moosbierbaum was een dwangarbeiders- en subkamp van concentratiekamp Mauthausen. Het was gelegen in Oostenrijk (bij Atzenbrugg/Tulln) en werd in 1944 opgericht bij de IG Farben-raffinaderij (het Hydrierwerk). Het kamp leverde dwangarbeiders voor de uitbreiding en productie van synthetische brandstoffen. De leef- en werkomstandigheden waren er extreem zwaar en mensonterend. Duizenden Joodse, politieke en andere gevangenen werden ondergebracht in barakken op het fabrieksterrein. Velen van hen stierven als gevolg van ondervoeding, ziekte, uitputting of geallieerde bombardementen op de olieraffinaderij. Het kamp diende regelmatig als doorgangslocatie. Gevangenen die te zwak of ziek werden om te werken, werden vaak afgevoerd naar het hoofdkamp Mauthausen of vergast in het nabijgelegen kasteel Hartheim.
Morchenstern
Morchenstern
Tsjechie
Arbeitslager Morchenstern was een vrouwelijk subkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. Het was gevestigd in het huidige Tsjechische Smržovka (Duits: Morchenstern) en werd opgericht in februari 1945. Honderden Joodse vrouwen werden hier tewerkgesteld in de wapenindustrie. Smržovka (voorheen Sudetenland), nabij Jablonec nad Nisou in Tsjechië. Het kamp werd op 19 februari 1945 opgezet toen 300 vrouwen vanuit een ander Gross-Rosen-subkamp (Zillerthal-Erdmannsdorf) per transport arriveerden. Later werd de populatie uitgebreid naar ruim 1000 vrouwen uit Auschwitz. De gevangenen werden ondergebracht in de fabriekshallen van Johann Priebsch AG (ook wel Iser-Werke). Zij moesten zware dwangarbeid verrichten voor Mitteldeutsche Motorenwerke GmbH (MIMO), een dochteronderneming van Auto Union (voorloper van Audi) die vliegtuigmotoren produceerde. Op 15 maart 1945 werden de vrouwen vanuit Morchenstern opnieuw gedeporteerd, ditmaal naar concentratiekamp Mittelbau-Dora.
Concentratiekamp Mordy
Concentratiekamp Mordy
Polen
Er waren werkkampen op het landgoed Przebłucki (vlakbij Mordy) en in Bartków Nowy waar Joden onder zware omstandigheden werden ingezet voor ontwateringswerken en moerasdrainage. Het getto van Mordy: Dit was een open getto, opgericht in de zomer van 1941. Hier werden duizenden Joden uit de regio en vluchtelingen geconcentreerd. Op 22 augustus 1942 werd het getto van Mordy door de nazi's geliquideerd. De Joodse bevolking (destijds zo'n 3.500 mensen) werd te voet of via de stad Siedlce gedeporteerd naar vernietigingskamp Treblinka, waar het overgrote deel direct werd vermoord in de gaskamers.
In Mordy bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeidskamp en een Joodsgetto. Het dwangarbeidskamp werd ingericht op een nabijgelegen landgoed (het Paszblocki-landgoed) en was specifiek bedoeld voor de exploitatie van Joodse gevangenen. Gevangenen werden door de nazi's ingezet voor zware fysieke arbeid, voornamelijk het droogleggen van moerassen en waterreguleringswerkzaamheden in de regio.Het kamp hield honderden Joden gevangen. Dit waren lokale Joden uit Mordy zelf, maar ook groepen uit omliggende steden zoals Siedlce, Sokołów Podlaski en Węgrów. In het voorjaar van 1941 werden er bovendien circa 500 Joodse dwangarbeiders vanuit het getto van Warschau naartoe getransporteerd. De omstandigheden waren, net als in andere nazi-werkkampen, erbarmelijk met zware mishandeling, ondervoeding en uitputting. In januari 1942 ontsnapte een groep van 15 Joodse jongeren uit het kamp, maar zij werden na een Duitse vergeldingsactie uitgeleverd. Hun exacte lot is onbekend.
Moringen - Solling
Concentratiekamp Moringen-Solling
Duitsland
Concentratiekamp Moringen in de Duitse deelstaat Nedersaksen was één van de allereerste concentratiekampen van nazi-Duitsland. Het kamp bestond tussen 1933 en 1945 en kende een unieke geschiedenis omdat de nazi's het achtereenvolgens voor drie verschillende doelgroepen gebruikten: mannen, vrouwen en mannelijke jongeren. Het kamp werd gevestigd in een bestaand provinciaal werkhuis Mannenkamptijdperk (april 1933 – november 1933): Kort na de nazi-machtsovername opende de politie hier een kamp voor politieke tegenstanders, voornamelijk communisten en sociaaldemocraten. Vrouwenconcentratiekamp (oktober 1933 – maart 1938): Moringen werd het eerste officiële vrouwenconcentratiekamp van het nazi-regime. Hier werden onder andere politieke dissidenten, Jehova's getuigen en Joodse vrouwen gevangengezet. Na de sluiting in 1938 werden de resterende vrouwen overgebracht naar Kamp Lichtenburg en later naar Ravensbrück. Jeugdconcentratiekamp (juni 1940 – april 1945): In deze periode fungeerde Moringen als een Jugendschutzlager. Dit was een specifiek concentratiekamp voor jongens en jonge mannen (tussen de 13 en 22 jaar) die door het regime als asociaal of 'crimineel' werden bestempeld. Hieronder vielen ook jongeren die weigerden lid te worden van de Hitlerjugend, zoals leden van de Swing-Jugend. De gevangenen werden blootgesteld aan dwangarbeid, zware mishandeling en medische experimenten op basis van nazi-rassenbiologie. In april 1945 werd het kamp door de Amerikaanse troepen bevrijd.
Moringen-Solling mannenconcentratiekamp
Moringen-Solling mannenconcentratiekamp
Duitsland
Het mannenconcentratiekamp Moringen (gelegen in Moringen-Solling, Pruisisch Hannover) was een van de allereerste concentratiekampen van nazi-Duitsland. Het kamp functioneerde als mannenkamp van april 1933 tot november 1933. In deze beginperiode hield het nazi-regime in dit kamp ongeveer 1.000 mannelijke politieke gevangenen vast, voornamelijk communisten. De gevangenen werden door de SS-bewakers wreed behandeld. In juni 1933 begonnen de gevangenen nog een hongerstaking, maar deze bleef zonder resultaat. In oktober en november 1933 werden de mannelijke gevangenen overgeplaatst naar andere, grotere concentratiekampen in de regio.
Moringen-Solling vrouwenconcentratiekamp
Moringen-Solling vrouwenconcentratiekamp
Duitsland
Het concentratiekamp in Moringen (Solling, Duitsland) was in de periode van oktober 1933 tot maart 1938 een van de eerste door de nazi’s opgerichte concentratiekampen specifiek voor vrouwen. Er zaten destijds ongeveer 1.350 politieke tegenstanders, communisten en socialisten gevangen. Het kamp deed dienst als opvangkamp tot de opening van het latere, veel grotere vrouwenkamp Ravensbrück. De vrouwen werden zwaar onder druk gezet en ingezet voor dwangarbeid.
Moringen - Jugendschutzlager
Moringen - Jugendschutzlager
Duitsland
Het Jugendschutzlager Moringen (officieel het Polizeiliche Jugendschutzlager Moringen) was het eerste nationaalsocialistische concentratiekamp voor jongeren. Het kamp was actief van juni 1940 tot april 1945 in de Duitse plaats Moringen (nabij Göttingen) en was specifiek bedoeld voor de opsluiting van mannelijke jongeren tussen de 12 en 22 jaar oud. Onder de dekmantel van jeugdzorg en bescherming (Jugendschutz) fungeerde het als een volwaardig werkkamp met een regime van dwangarbeid, terreur en pseudo-medische experimenten. Jongeren werden niet opgesloten vanwege reguliere strafbare feiten, maar omdat zij niet pasten binnen de normen en de rassenideologie van het nazi-regime. Redenen voor opsluiting waren onder andere: Non-conformisme: Jongeren die weigerden lid te worden van de Hitlerjugend. Subculturen: Leden van de zogeheten Swing-Jugend (jongeren die luisterden naar verboden Amerikaanse jazz en westerse kleding droegen). Sociaal stigma: Jongeren die door de nazi's als asociaal, werksuw of moeilijk opvoedbaar werden bestempeld. Politiek en religie: Jongeren uit gezinnen die actief waren in het politieke verzet of behoorden tot de Getuigen van Jehovah. Naast Duitse jongeren werden er ook honderden jongeren uit bezette gebieden opgesloten, waaronder uit Slovenië, Polen, Luxemburg en Nederland. Pseudo-wetenschappelijke experimenten Het kamp in Moringen speelde een centrale rol in de nazi-theorieën over erfelijke biologie en rassenhygiëne. Vanaf 1941 deed het Kriminalbiologisches Institut onder leiding van nazi-arts Robert Ritter biologische experimenten op de gevangenen. Jongeren werden opgedeeld in verschillende barakken op basis van hun vermeende genetische criminele aanleg. De resultaten van deze onderzoeken werden door het regime gebruikt om te bepalen of een jongere mocht reïntegreren (vaak via militaire dienst) of moest worden onderworpen aan gedwongen sterilisatie en doorverwijzing naar vernietigingskampen. De omstandigheden in het kamp waren onmenselijk: De gevangenen moesten zware arbeid verrichten in nabijgelegen munitiefabrieken (zoals in de zoutmijn van Volpriehausen), in de landbouw of bij de herstelwerkzaamheden aan het spoor. Er heerste een streng militair regime met zware lijfstraffen en uithongering. Ten minste 56 jongeren kwamen direct in het kamp om het leven door uitputting, ziekte (zoals tuberculose) of executie. Vele anderen stierven later na te zijn gedeporteerd naar reguliere concentratiekampen zoals Neuengamme. Op 9 april 1945 werd het kamp bevrijd door het Amerikaanse leger. In totaal hebben circa 1.500 jonge mannen in het Jugendschutzlager vastgezeten. Een vrouwelijke tegenhanger van het kamp werd in 1942 opgericht: het Jugendschutzlager Uckermark voor meisjes, nabij het concentratiekamp Ravensbrück.
Moschendorf
Moschendorf
Duitsland
Concentratiekamp Moschendorf (officieel Aussenlager Hof-Moschendorf) was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, operationeel van 3 september 1944 tot 14 april 1945. Gelegen in Beieren (Duitsland), werden ruim honderd gevangenen ingezet voor dwangarbeid in de wapenindustrie. Buitenkamp van Flossenbürg. Gelegen in Hof-Moschendorf, Noordoost-Beieren, direct langs het spoorwegemplacement nabij de Saale. Dwang- en slavenarbeid voor de SS-Hauptzeugamt. Ruim 100 gevangenen uit onder meer Duitsland, Polen en Rusland. In april 1945 werd het kamp bevrijd.
Concentratiekamp Moskowitz
Concentratiekamp Moskowitz
Tsjechie
Most
Most
Tsjechie
Concentratiekamp Most (bekend onder de Duitse naam Brüx) wordt gedragen naar een tijdelijk buitenlager (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Flossenbürg. Dit kamp lag in het toenmalige Sudetenland, tegenwoordig in Tsjechië. Moederkamp: KZ Flossenbürg (bestuurlijk). Het kamp bevond zich feitelijk in het dorp Seestadtl (tegenwoordig Ervěnice), ongeveer 8 kilometer buiten de stad Most. Operationeel: Zeer kortstondig, van 1 september 1944 tot 7 oktober 1944.Gevangenen: Ongeveer 1.000 mannen, voornamelijk overgeplaatst vanuit concentratiekamp Sachsenhausen. Twee derde van hen had de Poolse nationaliteit en ruim 200 gevangenen kwamen uit de Sovjet-Unie. Het kamp werd specifiek opgezet voor economische exploitatie en de Duitse oorlogsindustrie: Bruinkoolwinning: De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders in de openmijnbouw voor de Sudetenländische Bergbau AG (SUBAG). Zij verbleven waarschijnlijk in een reeds bestaand krijgsgevangenenkamp (het zogeheten SUBAG Lager XII). De zeer korte duur van het kamp (slechts vijf weken) wijst erop dat het ging om een tijdelijke of mislukte noodoplossing voor het acute tekort aan arbeidskrachten in de regio.
Concentratiekamp Most na Ostrove
Concentratiekamp Most na Ostrove
Slowakije
Most na Ostrove (tegenwoordig bekend als Most pri Bratislave, in het Duits Eberhardt) is een dorp in Slowakije waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een gedwongen werkkamp (Duits: Zwangsarbeitslager) was gevestigd. Het kamp werd in 1941 opgezet. De nazi-autoriteiten sloten er ongeveer 40 mensen op die door het regime werden gecategoriseerd als asocialen en Roma (Cigani). De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor wegenbouwwerkzaamheden in de regio. Het dorp ligt net ten oosten van de Slowaakse hoofdstad Bratislava. In die periode maakte de regio deel uit van de Eerste Slowaakse Republiek, een satellietstaat die nauw collaboreerde met nazi-Duitsland.
Mostovoi concentratiekamp
Mostovoi concentratiekamp
Roemenie
Het kamp Mostovoi (nu Mostove, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een concentratie-, getto- en executiekamp. Het lag in het door Roemenië gecontroleerde deel van Transnistrië. Het kamp werd berucht om de massamoorden, wreedheden en seksueel geweld tegen Joodse gevangenen. Het kamp was gelegen langs de Chychykliya-rivier, ongeveer 25 kilometer ten noorden van Berezovka. Duitse en Roemeense troepen bezetten de regio op 10 augustus 1941. Vrijwel direct werden de overgebleven Joodse inwoners opgepakt. Een groot deel van de Joodse bevolking werd initieel geëxecuteerd door de Einsatzgruppe D, waarna Roemeense autoriteiten het bestuur in september 1941 overnamen. Gedurende de winter van 1941-1942 vonden er in Mostovoi grootschalige executies plaats door Roemeense soldaten, waarbij onder andere grote groepen Joden uit Odessa werden vermoord.
Mosty Wielkie concentratiekamp
Mosty Wielkie concentratiekamp
Oekraine
Mosty Wielkie (tegenwoordig Velyki Mosty in Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp en getto voor de Joodse bevolking. Het kamp werd op 1 mei 1943 geliquideerd. Het diende als Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager). Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid. Op 1 mei 1943 werden de laatst overgebleven 300 tot 400 Joodse gevangenen overgebracht naar het kamp in Rawa Ruska (ongeveer 37 kilometer ten noorden) om aldaar te worden geëxecuteerd. Het overgrote deel van de Joodse gemeenschap uit Mosty Wielkie is tijdens de Holocaust in de regio vermoord.
Motischin = Motycin
Motischin = Motycin
Tsjechie
Motischin is de Duitse benaming voor de Tsjechische plaats Motyčín (tegenwoordig een deel van de stad Kladno-Švermov).Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp/ghetto Theresienstadt. Moederkamp: Ghetto Theresienstadt. Duitse naam: Motischin. Tsjechische naam: Motyčín. Het kamp bestond van 1 maart 1942 tot 1 oktober 1942. Gevangenen (voornamelijk Joodse mannen) uit het ghetto werden hier ingezet als dwangarbeiders voor de steenkoolmijnen in de regio Kladno.
Concentratiekamp Moulay Bouazza
Concentratiekamp Moulay Bouazza
Marokko
Concentratiekamp Moulay Bouazza was een Frans internerings- en werkkamp in Marokko tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in 1941 opgezet onder het Vichy-regime en huisvestte tientallen politieke gevangenen en buitenlandse dwangarbeiders (waaronder Polen, Italianen, Spanjaarden, Belgen en Nederlanders) die onder zware omstandigheden in nabijgelegen kolenmijnen moesten werken. Het kamp lag in een heuvelachtig, afgelegen gebied, hemelsbreed ongeveer 142 kilometer ten zuidoosten van Casablanca en 60 kilometer ten noordwesten van Oued Zem. Gevangenen verbleven in tenten op een modderige, natte ondergrond. Er was sprake van bittere armoede, gebrek aan kleding, ondervoeding en slechte toegang tot medische zorg en post. Het kamp viel onder de Direction de la Production Industrielle et du Travail en was in tegenstelling tot sommige andere kampen in de regio niet specifiek bedoeld voor Joden of lokale Marokkaanse nationalisten. Het bood voornamelijk onderdak aan buitenlandse burgers, vluchtelingen, Europese zeelieden en politieke dissidenten, en telde doorgaans zo'n 56 gevangenen. Het kamp werd operationeel gehouden tot kort na de geallieerde landingen in Noord-Afrika (Operation Torch). In november 1942 werd het kamp opgeheven en werden de gevangenen geleidelijk vrijgelaten.
Concentratiekamp Mozelice
Concentratiekamp Mozelice
Duitsland
Concentratiekamp Mozelice Kamp Mozelice was een Duits dwangarbeidskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het bezette Polen, ongeveer 4 kilometer ten noordwesten van de plaats Sieciechów (regio Mazovië / district Radom) was een zogenaamd open kamp. Dit betekende dat de gevangenen (voornamelijk jonge Joodse mannen die waren opgeroepen voor de Arbeitseinsatz) het kampterrein in het begin nog tijdelijk mochten verlaten. De gevangenen werden ingezet voor zware militaire dwangarbeid in de regio, waaronder de uitbreiding van een nabijgelegen vliegveld in Dęblin. Het kamp was nauw verbonden met de omliggende getto's in de regio Radom. In augustus 1942 beval de Duitse Kreishauptmann Dr. Justus Rubehn de liquidatie van de Joodse gemeenschappen en kampen in dit gebied. De achtergebleven gevangenen en gettobewoners werden vanaf 17 augustus 1942 gedeporteerd naar vernietigingskampen (zoals Treblinka).
Concentratiekamp Mrasznica
Concentratiekamp Mrasznica
Kroatie
Concentratiekamp Mrozy
Concentratiekamp Mrozy
Polen
Mrozy was geen concentratiekamp, maar een getto. De nazi's hebben hier in november 1941 een open getto gevestigd in het district Warschau. Joden uit Mrozy en omliggende plaatsen, zoals Cegłów, werden hier geconcentreerd en gedwongen tot dwangarbeid. Het getto werd nooit omheind met prikkeldraad of muren. De grenzen werden gemarkeerd door borden die de doodstraf aankondigden voor het verlaten ervan. in de herfst van 1942 is het getto geliquideerd. De circa 1.000 Joodse inwoners werden door de lokale gendarmerie verzameld en gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka.
Concentratiekamp Mszana Dolna
Concentratiekamp Mszana Dolna
Polen
Mszana Dolna was de locatie van een berucht open getto en de plaats van een massamoord. In augustus 1942 voerden Duitse bezetters hier massale executies uit, waarbij bijna 1000 Joodse inwoners werden omgebracht. Open getto: Vanaf de lente van 1942 dwongen de nazi's Joden uit de regio in een open getto te wonen. Bewoners werden gedwongen tot dwangarbeid in steengroeven en de wegenbouw. De tragische climax vond plaats in augustus 1942. De Joodse bevolking werd naar een nabijgelegen bos gedreven, waar ze in massagraven werden geëxecuteerd.
Muck
Muck
?
Müggenhahl
Müggenhahl
Polen
Concentratiekamp Müggenhahl (het huidige Michalewo in Polen) was een satellietkamp van het beruchte concentratiekamp Stutthof. Het functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een klein dwangarbeiderskamp waar zo'n 20 gevangenen werden tewerkgesteld op lokale boerderijen. Het kamp was gesitueerd in Müggenhahl (Danzig-Land), in de buurt van de huidige stad Gdańsk in Polen. Het was een typisch agrarisch buitencommando. De gevangenen, afkomstig uit het hoofdcomplex van Stutthof, werden door de SS gedwongen tot zware dwangarbeid voor lokale boeren.
Müggelheim - SS-Baubrigade
Müggelheim - SS-Baubrigade
Duitsland
Het concentratiekamp in Berlin-Müggelheim was een berucht buitenkamp van KZ Sachsenhausen. Het diende als onderdeel van de 2. SS-Baubrigade en werd voornamelijk ingezet voor dwangarbeid rondom de Duitse hoofdstad. Het kamp lag in het bosrijke zuidoosten van Berlijn (district Treptow-Köpenick). Er was een directe functionele verbinding met het werkkamp aan de Friedrich-Krause-Ufer. De gevangenen van de SS-Baubrigade werden wreed uitgebuit voor de bouw van zogeheten Behelfsheime (noodwoningen) en infrastructuur om de zware bomschade in en rond Berlijn te herstellen. In februari 1945 werd de 2. SS-Baubrigade getransformeerd tot een SS-Eisenbahnbaubrigade. De ruim 500 gevangenen uit Müggelheim en Friedrich-Krause-Ufer werden samengebracht in Berlin-Köpenick en op transport gezet. Het kamp werd bewaakt door een SS-detachement van 60 tot 70 man, en stond vanaf februari 1945 onder leiding van SS-Obersturmführer Karl Raab.
Mühldorf
Mühldorf
Duitsland
Concentratiekamp Mühldorf was tussen juli 1944 en april 1945 één van de grootste buitenkampen van concentratiekamp Dachau. Het complex in Beieren (Duitsland) werd door de SS opgericht om dwangarbeiders in te zetten voor de bouw van een ondergrondse wapenfabriek. Gelegen in de regio Mühldorfer Hart in Beieren. Het kamp werd gebruikt als dwangarbeiderskamp voor het zware ondergrondse project Weingut I. Gevangenen leefden in mensonterende situaties in half-ondergrondse aarden barakken. Er stierven duizenden mensen door uithongering, ziekte en executies. In april 1945 zaten er nog bijna 5.000 mannen en 300 vrouwen in het kampsysteem van Mühldorf.
Muhlhausen
Duitsland
Het concentratiekamp Mühlhausen (vaak geschreven als Muhlhausen) was geen zelfstandig hoofdkamp, maar de naam van twee verschillende buitenkampen (subkampen) van grotere naziconcentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1. Buitenkampen van Buchenwald (Mühlhausen in Thüringen) In de Duitse stad Mühlhausen (Thüringen) bevonden zich vanaf 1944 subkampen die organisatorisch onder het grote concentratiekamp Buchenwald vielen. De gevangenen (waaronder een groot aandeel Joodse vrouwen) werden ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogs- en wapenindustrie. Er waren twee geregistreerde subsecties: Mühlhausen I (Gerätebau GmbH): Voor de productie van vliegtuigonderdelen en ontstekers. Mühlhausen II (Mühlenwerke AG / Junkers): Voor de productie van onderdelen voor vliegtuigmotoren van de Junkers-fabrieken. Begin 1945, toen het Rode Leger en de Amerikaanse troepen naderden, werden de kampen ontruimd en de gevangenen op dodenmarschen gestuurd naar andere kampen (zoals Bergen-Belsen).
2. Buitenkamp van Natzweiler-Struthof (Mülhausen in de Elzas) Dit was een kortstondig buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp was in gebruik van augustus 1944 tot september 1944. De dwangarbeiders werden hier voornamelijk ingezet voor de lokale (oorlogs)industrie.
Concentratiekamp Mulsanne
Concentratiekamp Mulsanne
Frankrijk
Het interneringskamp van Mulsanne (bij Le Mans, Frankrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk een Brits kamp. Vanaf 1941 werd het door de Franse autoriteiten gebruikt als interneringskamp voor Roma. Na de oorlog diende het tot augustus 1947 als krijgsgevangenenkamp voor Duitse soldaten. Het kamp in Mulsanne deed samen met het kamp in Montreuil-Bellay dienst als hoofdkamp in West-Frankrijk om Roma te concentreren. Op 3 augustus 1942 werden de 717 gevangenen van Mulsanne per trein overgebracht naar het grote Roma-kamp in Montreuil-Bellay.
Mülsen St. Micheln
Mülsen St. Micheln
Duitsland
Concentratiekamp Mülsen St. Micheln was van 27 januari 1944 tot 13 april 1945 een belangrijk buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp bevond zich in de Duitse deelstaat Saksen, waar de SS een leegstaande textielfabriek had omgebouwd tot een zwaarbewaakt dwangarbeiderscomplex. Een rüstungsfabriek (wapenindustrie) voor de vliegtuigproducent Erla Maschinenwerke uit Leipzig. Ruim 1.400 gevangenen (hoofdzakelijk uit de Sovjet-Unie, Polen en andere Europese landen) leefden hier onder erbarmelijke omstandigheden. De gevangenen moesten in ploegendiensten aan de lopende band vliegtuigvleugels produceren voor het Duitse jachtvliegtuig, de Messerschmitt Bf 109. Tot mei 1944 sliepen en leefden de gevangenen uitsluitend in de krappe, donkere kelders van de textielfabriek. De brandcatastrofe en opstand (1 mei 1944) De meest ingrijpende gebeurtenis in de geschiedenis van Mülsen St. Micheln vond plaats in de nacht van 1 mei 1944: Aanleiding: Na beschuldigingen van sabotage hield de SS-bewaking als straf structureel voedsel achter. Sovjet-gevangenen staken uit protest hun strooien slaapmatrassen aan in de kelderruimtes. De SS-bewakers weigerden de deuren te openen om de gevangenen te evacueren en hielden de opgetrommelde brandweer bewust tegen. Gevangenen die via de ramen probeerden te ontsnappen, werden direct doodgeschoten. Hierdoor wierven 198 gevangenen de dood door verstikking of verbranding, en raakten minstens 60 anderen zwaargewond. Na dit drama bouwde de SS alsnog houten barakken op het terrein om de kelders te ontlasten. Vanwege de nadering van geallieerde troepen ontruimde de SS het kamp op 13 april 1945. De overlevenden werden gedwongen tot een dodenmars richting Eibenstock. Tijdens deze tocht bezweken honderden uitgeputte gevangenen. In de plaats Bad Schlema executeerde de SS bovendien nog eens 83 zieke en slecht ter been zijnde gevangenen langs de route. De weinige overlevenden werden uiteindelijk in Leitmeritz (tegenwoordig Litoměřice in Tsjechië) door het Sovjetleger bevrijd.
München - Allach
München - Allach
Duitsland
Kamp München-Allach (ook bekend als KZ-Außenlager Allach) was van 19 maart 1943 tot 30 april 1945 het grootste buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het kamp lag in het noordwesten van München. Dwangarbeid voor BMW: Meer dan 10.000 gevangenen werden ingezet als dwangarbeider voor de productie van vliegtuigmotoren in de nabijgelegen fabriek van BMW. Porseleinfabriek Allach: Op het terrein bevond zich ook een porseleinfabriek die direct onder het bewind van de SS stond, waar de bekende Allach-porseleinproducten werden gemaakt. De populatie bestond uit duizenden joden, krijgsgevangenen en politieke gevangenen uit heel Europa, waaronder ook tientallen Nederlanders. De leefomstandigheden waren door honger, ziektes en mishandeling extreem slecht. Het kamp werd op 30 april 1945 bevrijd door het Amerikaanse leger.
München - Allach OT-Bau
München - Allach OT-Bau
Duitsland
Het concentratiekamp München-Allach (OT Bau), ook bekend als Rothschwaige, was een buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Vanaf medio 1944 moesten gevangenen hier zware dwangarbeid verrichten voor de Organisation Todt (OT), de militaire en civiele bouworganisatie van het nazi-regime. Het kamp was gelegen in de omgeving van Allach en Karlsfeld (ook wel aangeduid als Karlsfeld OT), ten noordwesten van München. De gevangenen werden ingezet voor zware constructiewerkzaamheden, waaronder houtkap, het zagen van hout in nabijgelegen zagerijen (zoals Hochhuber), en de bouw van barakken en tijdelijke woningen. Het kamp werd gekenmerkt door erbarmelijke leef- en werkomstandigheden. Veel van de gevangenen waren Joods en het kamp werd gekenmerkt door grootschalig menselijk leed. Het kamp functioneerde nauw samen met andere subkampen in de regio, zoals het grote München-Allach (BMW)-complex en het SS-Arbeits- und Krankenlager. Op 30 april 1945 werd het kamp door Amerikaanse troepen bevrijd.
München - Allach Porzellan-Manufaktur
München - Allach Porzellan-Manufaktur
Duitsland
De Porzellan Manufaktur Allach was een beruchte SS-fabriek in München-Allach die vanaf 1939/1940 werd gerund door de SS met behulp van dwangarbeid uit concentratiekampen. Oorspronkelijk gevestigd in Allach, maar verhuisde in 1937 naar het SS-trainingskamp nabij concentratiekamp Dachau. Vanaf 1940 werd de productie sterk uitgebreid met Joodse dwangarbeiders en gevangenen uit het Dachau-netwerk. De fabriek maakte luxeartikelen, nazi-symbolen, en het bekende Allach-porselein. Heinrich Himmler zag porselein als een belangrijk middel voor de Germaanse cultuur.
München - Allach BMW
München - Allach BMW
Duitsland
Concentratiekamp München-Allach, geopend in maart 1943, was het grootste buitenkamp van Dachau Concentration Camp 1933–1945. Het kamp werd specifiek opgericht om dwangarbeiders te leveren aan de nabijgelegen BMW Group vliegtuigmotorenfabriek, destijds een van de belangrijkste wapenfabrieken van het Derde Rijk. Het kamp telde duizenden gevangenen. Tegen het einde van de oorlog bestond ruim 90% van het personeel in de BMW-fabriek in Allach uit gevangenen, krijgsgevangenen en dwangarbeiders.Omstandigheden: De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Naast de vliegtuigmotorenfabriek werden gevangenen ook ingezet voor de uitbreiding van de fabriek en het bouwen van bunkers. Het kamp werd bevrijd op 30 april 1945.
München - Bartolith-Werke
München - Bartolith-Werke
Duitsland
De Bartolith-Werke in München-Freimann functioneerden van augustus 1942 tot juli 1943 als een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. De fabriek werd in 1942 opgericht door Christian Seidl voor de productie van gepatenteerde hout-cementplaten. De fabriek ontving een groot contract van de SS voor 10.000 bouwplaten voor barakken. Omdat het bedrijf slechts zes reguliere werknemers had, werd er een dependance/buitenlager van Dachau geopend. Gevangenen uit Dachau werden in München-Freimann gedwongen om onder zware omstandigheden de bouwplaten te produceren. Het buitenkamp werd in juli 1943 gesloten. Het kamp bevond zich in de Mühlenstraße 28 (huidige Floriansmühlstraße) in het noordelijke stadsdeel Freimann.
München - Bergmannschule
München - Bergmannschule
Duitsland
De Bergmannschule in München fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een officieel buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau.Tussen december 1944 en april 1945 hield de SS hier gevangenen gevangen onder erbarmelijke omstandigheden. Bergmannstraße 36 in de Münchense wijk Schwanthalerhöhe (Westend). Gevangenen: Ongeveer 10 tot 20 politieke gevangenen zaten opgesloten in een klaslokaal op de bovenste verdieping. De gevangenen vormden een zogeheten Himmelfahrtskommando. Zij moesten niet-geexplodeerde geallieerde bommen in de stad opsporen en onschadelijk maken. Het kamp werd eind april 1945 ontruimd toen de Amerikaanse troepen München naderden.
München - Bombensuchkommando
München - Bombensuchkommando
Duitsland
Het Bombensuchkommando München (ook bekend als Sprengkommando München) was een extreem gevaarlijk buitencommando (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Tussen 1942 en 1945 werden honderden gevangenen gedwongen om in de door geallieerden gebombardeerde stad München niet-geexplodeerde bommen (blindgangers) en tijdbommen op te sporen en te ontmantelen. De gevangenen moesten onder leiding van Duitse bommenexperts (Sprengmeister) levensgevaarlijk werk verrichten. Dit werk werd binnen het kampsysteem ook wel gezien als een Todeskommando (dodencommando). Valse beloftes: In het begin ronselde de SS vrijwilligers met de administratieve belofte dat ze na het succesvol ontmantelen van 10 bommen vrijgelaten zouden worden. Deze belofte werd nooit nagekomen. Toen er te weinig aanmeldingen waren, ging de kampleiding over op gedwongen aanwijzing. Huisvesting in de stad: Om snel ter plaatse te zijn, verbleven groepen gevangenen (zoals de Dachauer Hundertschaften) op locaties in München zelf, waaronder een schoolgebouw aan de Stielerstraße nabij de Theresienwiese. Talloze gevangenen kwamen om het leven of raakten zwaargewond wanneer bommen tijdens het uitgraven of ontmantelen alsnog explodeerden.
München - Chemische Werke
München - Chemische Werke
Duitsland
München (Chemische Werke) was een officieel buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het kamp, operationeel van november 1944 tot april 1945, was gevestigd in de wijk Moosach (Siemensstraße 16). Gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders bij de chemische fabriek Chemische Werke GmbH Otto Bärlocher. Siemensstraße 16, München-Moosach. 1 november 1944 – 14 april 1945.Aantal Doorgaans tussen de 26 en 32. Dwangarbeid in de productie van de chemische fabriek, die in 1938 was onteigend/geïndustrialiseerd van de oorspronkelijke eigenaar. Het kamp stond onder direct toezicht van de SS en was administratief verbonden aan het hoofdkamp Dachau.
München - Ehrengut
München - Ehrengut
Duitsland
München (Ehrengut) was een klein buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het kamp was in de Tweede Wereldoorlog actief in het centrum van München en functioneerde als een gedwongen werkkamp. Het kamp bevond zich op het terrein van de firma L. Ehrengut, een houtzagerij en timmerfabriek aan de Thalkirchnerstraße 270 in München. Het officiële buitenkamp bestond van 7 april 1942 tot 11 september 1942. Ook vóór april 1942 moesten gevangenen hier al onder dwang werken, maar toen werden zij nog dagelijks per vrachtwagen vanuit Dachau naar München gereden. Pas later in 1942 werd er een permanent buitenkamp op het fabrieksterrein zelf ingericht. Het ging om een klein commando van exact 10 gevangenen. Deze groep bestond uit vijf Duitse gevangenen in zogenaamde politieke bewaring (Schutzhaft), twee Tsjechische gevangenen en drie Poolse gevangenen. Alle gevangenen in dit commando moesten onder dwang werken als timmerman en zaagmachinebediener in de houtzagerij. Na de opheffing van het buitenkamp in september 1942 werden de gevangenen weer teruggebracht naar het hoofdkamp Dachau.
Concentratiekamp München (Ettstrasse)
Concentratiekamp München (Ettstrasse)
Duitsland
Het politiebureau en de gevangenis aan de Ettstraße 2 in München dienden in maart 1933 als een vroeg, tijdelijk concentratiekamp. Onder leiding van de SS en Beierse politie fungeerde het als doorgangscamp voor politieke gevangenen voordat zij werden overgebracht naar kamp Dachau. Het was een vroege beschermende hechtenis-locatie (Duits: Schutzhaft) voor communisten, journalisten en andere politieke tegenstanders. Het aantal gevangenen lag in het voorjaar en de zomer van 1933 tussen de 60 en 150.Belang: De locatie aan de Ettstraße in München was de plek waar de nazi-terreur en politieke vervolging kort na de machtsovername in 1933 vorm begonnen te krijgen. De gevangenis raakte al snel overvol, wat in maart 1933 leidde tot de opening van het beruchte concentratiekamp in Dachau.
München - Freimann Dykerhoff & Widmann
München - Freimann Dykerhoff & Widmann
Duitsland
München-Freimann (Dyckerhoff & Widmann) was een kortstondig buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het subkamp bestond van 19 september 1942 tot 10 december 1942 in de wijk Freimann in München, waar gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse beton- en bouwindustrie. Locatie: Freimann, München (vlakbij de SS-kazerne aan de Ingolstädter Straße).19 september 1942 – 10 december 1942. Aanvankelijk 25 man, later uitgebreid met nog eens 10 gevangenen. Onder andere Poolse, Tsjechische, Joegoslavische en Duitse gevangenen. Het bedrijf Dyckerhoff & Widmann (D&W) was destijds een van de belangrijkste betonleveranciers voor de Duitse oorlogsindustrie. In München-Freimann kreeg de firma de taak om de nabijgelegen SS-kazerne uit te breiden. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder: De productie en verwerking van beton. Bouw- en constructiewerkzaamheden op het terrein.De gevangenen sliepen in houten barakken. Hoewel de geregistreerde sterftecijfers direct in dit specifieke buitenkamp op nul stonden, was het regime zwaar. Zieke of uitgeputte gevangenen werden direct teruggestuurd naar het hoofdkamp Dachau. Het buitenkamp werd na minder dan drie maanden, in december 1942, alweer opgeheven. De resterende gevangenen werden overgeplaatst naar andere locaties of teruggestuurd naar het hoofdkamp. De toenmalige kampcommandant (Kommandoführer Neuner) werd na de oorlog tijdens de Dachau-processen ter dood veroordeeld voor zijn daden binnen het kampsysteem.
München - Freimann Ausbesserungswerk
München - Freimann Ausbesserungswerk
Duitsland
Het buitencommando München-Freimann (Reichsbahnausbesserungswerk) was een officieel subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het kamp was actief van 1944 tot 1945 en bevond zich op het terrein van de spoorwerkplaats in het stadsdeel Freimann in München. Gevangenen werden ingezet voor de Deutsche Reichsbahn. De dwangarbeiders moesten voornamelijk beschadigde locomotieven repareren. Er werden permanent tussen de 200 en 300 gevangenen vastgehouden en uitgebuit.
München - Freimann SS-Standortverwaltung
München - Freimann SS-Standortverwaltung
Duitsland
München-Freimann (SS-Standortverwaltung) was een buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau in de Duitse deelstaat Beieren. Het kleine dwangarbeiderskamp bestond van 10 november 1941 tot 25 april 1945. De gevangenen waren ondergebracht in de SS-kazerne aan de Ingolstädter Straße 193 in het stadsdeel München-Freimann. Dit complex (vroeger ook bekend als de Flak-Kaserne) huisvest tegenwoordig de Ernst-von-Bergmann-Kaserne van de Duitse Bundeswehr. Het kamp bood plaats aan een kleine, vaste groep van 27 mannelijke gevangenen. De eerste slachtoffers die hier naartoe werden gedeporteerd waren hoofdzakelijk Poolse politieke gevangenen (Schutzhäftlinge). De gevangenen werden ingezet voor administratieve, logistieke en bouwwerkzaamheden ten dienste van de SS-Standortverwaltung (het garnizoensbestuur) en de Zentralbauleitung in München. Dit was noodzakelijk omdat de SS door de vorderingen van de Tweede Wereldoorlog kampte met een groot tekort aan eigen personeel. Ongeveer 15 SS-bewakers hielden toezicht op de groep. Gevangenen stonden bloot aan mishandeling door kamppersoneel. In de zomer van 1943 werd een Russische gevangene publiekelijk opgehangen nadat hij voedsel uit een kelder had gestolen. In de derde week van april 1945 werd het buitenlager ontruimd. De resterende gevangenen moesten te voet terugmarcheren naar het hoofdkamp Dachau, waarna ze deel moesten nemen aan de dodenmarsen kort voor de bevrijding door de Amerikanen.
München - Gartenbaubetrieb Nützl
München - Gartenbaubetrieb Nützl
Duitsland
München (Gartenbaubetrieb Nützl) was een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het kamp was gevestigd in München en werd vanaf 1 september 1943 ingezet voor gedwongen arbeid. De drijvende kracht achter het kamp was de Nützl Gärtnerei (een kwekerij en groothandel in groenten en fruit). De eigenaar, Franz Nützl, exploiteerde dit bedrijf al sinds 1928. Het bedrijf en het bijbehorende werkkamp bevonden zich aan de Ludwigsfeld 9 in München. Concentratiekampgevangenen werden door de SS aan dit private bedrijf verhuurd om zware dwangarbeid te verrichten in de tuinbouw en de logistiek van de groothandel.
München - Gestapo Dachau
München - Gestapo Dachau
Duitsland
Het concentratiekamp Dachau, gelegen net ten noordwesten van München, was het eerste permanente nazi-concentratiekamp en opende op 22 maart 1933. De Gestapo (de Geheime Staatspolizei) werkte nauw samen met de SS in het kamp via de beruchte Politische Abteilung (Politieke Afdeling). Deze afdeling werd bemand door Gestapo-agenten die verantwoordelijk waren voor de registratie, verhoren en folteringen van gevangenen. Hoewel het kamp officieel werd beheerd en bewaakt door de SS (onder leiding van Heinrich Himmler en kampcommandant Theodor Eicke), lag de administratieve controle over de gevangenen bij de Gestapo. Deze samenwerking uitte zich op de volgende manieren:De Politieke Afdeling: Dit was een extern kantoor van de Gestapo binnen het kamp. Hier kwamen nieuw aangekomen gevangenen binnen voor de registratieprocedure. De Gestapo leidde de verhoren van politieke gevangenen, verzetsstrijders en dissidenten in de kampbunker, waarbij stelselmatig gebruik werd gemaakt van marteling om informatie te verkrijgen.De Gestapo bepaalde wie er speciaal behandeld (Sonderbehandeld) moest worden. Dit was de nazi-code voor executie zonder rechtszaak. Dachau fungeerde als het modelkamp voor de SS. De hier ontwikkelde wrede structuur tussen de SS-bewakers en de Gestapo-onderzoekers werd later in alle andere nazi-concentratiekampen gekopieerd.
München - Giesing Kamerawerk
München - Giesing Kamerawerk
Duitsland
Het Agfacommando (officieel bekend als München-Giesing - Agfa Kamerawerke) was een belangrijk buitencommando van het concentratiekamp Dachau. Tussen 12 september 1944 en 30 april 1945 dwongen de nazi's hier honderden vrouwelijke gevangenen tot zware dwangarbeid. De vrouwen verrichten hun dwangarbeid in de camera- en filminstallatiefabriek van Agfa Kamerawerke (onderdeel van het IG Farben-concern) aan de Tegernseer Landstraße 161 in de wijk München-Giesing. De gevangenen sliepen niet in de fabriek zelf, maar in een omheind, onafgebouwd appartementencomplex in de nabijgelegen Weißenseestraße. Dit complex was met prikkeldraad en vier wachttorens afgesloten om ontsnapping te voorkomen. Het kamp bestond uitsluitend uit vrouwen. In oktober 1944 zaten er ongeveer 500 vrouwen gevangen, voornamelijk afkomstig uit concentratiekamp Ravensbrück. De grootste groepen bestonden uit Poolse vrouwen (vaak opgepakt na de Opstand van Warschau) en een grote groep van ongeveer 250 Nederlandse verzetsvrouwen. Hoewel Agfa van oorsprong camera's maakte, was de productie volledig omgesteld naar de oorlogsindustrie. De vrouwen moesten precisieonderdelen monteren, zoals tijdontstekers voor luchtafweergranaten en onderdelen voor de V1- en V2-raketten. Ondanks de constante dreiging van de SS, pleegden de vrouwen actief verzet: De Nederlandse en Poolse vrouwen saboteerden de productie bewust door onderdelen verkeerd te monteren, waardoor veel ontstekers onbruikbaar werden. Toen de rantsoenen werden verlaagd en het werk onhaalbaar zwaar werd, weigerde een grote groep gevangenen te werken. Dit was een unieke en levensgevaarlijke daad van openlijk protest binnen het concentratiekampsysteem. De Gestapo arresteerde de vermeende leidsters, maar de staking dwong de kampleiding wel tot minieme verbeteringen in de voedselvoorziening. Op 27 april 1945, toen de Amerikaanse troepen München naderden, ontruimde de SS het kamp. De vrouwen die nog konden lopen, moesten mee op een dodenmars in de richting van Wolfratshausen. Drie dagen later, op 30 april 1945, werden de resterende vrouwen nabij de rivier de Isar bevrijd door het Amerikaanse leger.
München - Höchlstraße
München - Höchlstraße
Duitsland
In de Höchlstraße in de wijk Bogenhausen in München bevond zich in de tweede helft van 1944 een relatief klein buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau.Kerngegevens van het buitenlager. Het kamp viel organisatorisch direct onder het Concentratiekamp Dachau.Officiële benaming: München (Höchlstraße) of SS-Standortverwaltung Höchlstraße. De gevangenen die hier werden ondergebracht, werden ingezet voor gedwongen arbeid ten dienste van de SS of lokale administratieve instanties (zoals de SS-Standortverwaltung) De gevangenen in verschillende administratieve en civiele commando's in de stad moesten werken. Net als de meeste andere kleinere buitenkampen in de regio München werd het kamp aan het einde van 1944 of begin 1945 ontruimd naarmate het oorlogsfront dichterbij kwam en de logistiek van Dachau instortte.
München - Katastropheneinsatz
München - Katastropheneinsatz
Duitsland
Het subkamp München (Katastropheneinsatz) was van februari tot april 1945 een officieel buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Tot plm 85 gevangenen werden gedwongen om niet-ontplofte bommen in München te ontmantelen en puin te ruimen na geallieerde luchtaanvallen. Locatie: Onbekend, maar gevangenen werden gehuisvest in de kelders van uitgebombardeerde huizen in München. 5 februari 1945 tot 21 april 1945.Gevangenen: Tot 85 gevangenen, voornamelijk afkomstig uit Rusland, Polen en Tsjechië. De inzet was direct in opdracht van de burgemeester van München, Karl Fiehler, en werd gezien als levensgevaarlijk dwangarbeiderswerk (bekend als Bombensuchkommandos).
München - Königinstraße
München - Königinstraße
Duitsland
In de Königinstraße in München bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een officieel Außenlager (buitenlager of subkamp) van het concentratiekamp Dachau. Moederkamp: Concentratiekamp Dachau. Het kamp werd operationeel vanaf 8 november 1944. Er werden uitsluitend mannelijke gevangenen vastgehouden. De gevangenen werden ingezet voor de bunkerbouw (schuilkelders en verdedigingswerken) in de stad.Aantal gevangenen: Het exacte aantal gevangenen onbekend. De Königinstraße loopt direct langs de Englischer Garten in het centrum van München. Net als vele andere kleine buitenkampen in de stad (zoals in de Leopoldstraße of de Mathildenstraße) werd dit kamp aan het einde van de oorlog opgezet. De nazi's dwongen de gevangenen daar om onder zware omstandigheden puin te ruimen en bunkers te bouwen na de verwoestende geallieerde bombardementen op München.
München - Lebensborn
München - Lebensborn
Duitsland
Het verband tussen Concentratiekamp München (een subkamp van Dachau) en de SS-organisatie Lebensborn draait om een specifiek satellietkamp. Hoewel Lebensborn bekendstaat om haar kraamklinieken voor het Arische ras, maakte de organisatie direct gebruik van dwangarbeid door concentratiekampgevangenen. Het subkamp München (Lebensborn e.V.) Vanaf het voorjaar van 1942 was het hoofdkantoor van Lebensborn e.V. gevestigd aan de Mathildenstrasse 8–9 in München, in een pand dat de SS had geconfisqueerd van een Joods bejaardentehuis. Oprichting van het kamp: Op 15 juni 1942 richtte de SS op deze locatie een officieel subkamp (Außenkommando) van Concentratiekamp Dachau op. Het kamp startte met 20 gevangenen en groeide later uit tot zo'n 40 mannen, voornamelijk van Poolse, Tsjechische, Oostenrijkse en Duitse afkomst. Zij moesten onder zware bewaking dwangarbeid verrichten in het Lebensborn-kantoor. Dit werk bestond uit administratieve taken, onderhoud, bouwwerkzaamheden en het herstellen van bomschade. Verhuizing naar Steinhöring (Heim Hochland) In juli 1944 werd het kantoor aan de Mathildenstrasse in München verwoest door geallieerde luchtaanvallen. De Lebensborn-administratie én de gevangenen werden hierop verplaatst naar het nabijgelegen dorpje Steinhöring. In Steinhöring stond Heim Hochland, de allereerste en belangrijkste Lebensborn-kraamkliniek (geopend in 1936).Naast de mannelijke gevangenen uit Dachau werden er in Steinhöring ook vrouwelijke concentratiekampgevangenen ingezet. Dit waren vrijwel allemaal Jehovah's Getuigen, die door de SS vaak als huishoudelijk personeel in de Lebensborn-tehuizen werden misbruikt. Vlak voor het einde van de oorlog, in april 1945, werden de overgebleven gevangenen door de SS teruggeëvacueerd naar het hoofdkamp in Dachau, waarna Amerikaanse troepen de Lebensborn-locaties bevrijdden.
München - Leopoldstraße
München - Leopoldstraße
Duitsland
Het concentratiekamp München-Leopoldstraße was een klein buitenkamp (Außenlager) van het grotere concentratiekamp Dachau. De gevangenen werden ingezet als gedwongen arbeidskrachten voor de SS-Standortverwaltung (het garnizoensbestuur van de SS) aan de Leopoldstraße in München. Het ging om een klein, uitsluitend mannelijk commando. Dit specifieke buitenkamp duikt pas heel laat in de oorlog op in de administratie. Het wordt voor het eerst officieel vermeld in de documenten van Dachau in maart 1945, vlak voor de bevrijding van de regio in april 1945.
München - Loden-Frey
München - Loden-Frey
Duitsland
München - Mannschaftshäuser
München - Mannschaftshäuser
Duitsland
De beruchte SS Mannschaftshäuser in München waren geen concentratiekampen op zichzelf. In plaats daarvan waren ze onderdak voor SS-mannen, zoals de SS-kazerne in München-Freimann (later Warner-kazerne), evenals fabriekshallen waar concentratiekampgevangenen werden ondergebracht en uitgebuit als dwangarbeiders.
München - Oberbürgermeister
München - Oberbürgermeister
Algemeen
Duitsland
Tijdens het nazi-tijdperk werd München beschouwd als de hoofdstad van de beweging. Het centraal gelegen concentratiekamp Dachau (geopend in 1933) diende als prototype voor latere kampen en lag in de directe omgeving. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er ook subkampen van het concentratiekamp Dachau in München, waarvan de gevangenen dwangarbeid moesten verrichten, waaronder het kamp Milbertshofen
München - Oberföhring Bauleitung der Waffen-SS
München - Oberföhring Bauleitung der Waffen-SS
Duitsland
Het concentratiekamp München-Oberföhring (ook bekend als het bouwbeheer van de Waffen-SS) was een officieel subkamp van het concentratiekamp Dachau. Het bestond uit 11. april 1944 tot 25. april 1945 en bestond uit een kleine groep van voornamelijk ongeveer 7 mannelijke gevangenen. Het lag in de wijk Oberföhring in München. De gevangenen werden door het bouwmanagement van de Waffen-SS en de politie uitgebuit voor zware bouwwerkzaamheden. Het was een van bijna 170 subdetachementen van het Dachau-netwerk, die systematisch dienden om concentratiekampgevangenen uit te buiten.
München - Parteikanzlei
München - Parteikanzlei
Duitsland
Het subkamp München (Parteikanzlei) was een satellietkamp van concentratiekamp Dachau, dat in september 1944 werd opgericht. Gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid en gehuisvest in een achtergebouw van het toen gebombardeerde Hotel Bellevue in München. De Parteikanzlei, het centrale hoofdkwartier van de NSDAP in München, had een eigen subkamp van het concentratiekamp Dachau. De gevangenen van het München (Parteikanzlei)-commando werden ondergebracht in een achtergebouw van Hotel Bellevue. Het nevenkamp was actief vanaf september 1944. De gevangenen werden voornamelijk ingezet als dwangarbeiders voor opruim- en herstelwerkzaamheden rondom de gebouwen van de partijkanselarij die door geallieerde bombardementen waren verwoest. De centrale administratie en bewaking werden direct aangestuurd door de kampleiding van Dachau en de SS. Naast de Parteikanzlei kende München nog andere beruchte subkampen en dwangarbeiderskampen van Dachau, zoals München-Schwabing (ook wel Schwester Pia genoemd) en het kamp in Neuaubing.
München - Reichsbahn
München - Reichsbahn
Duitsland
München (Reichsbahn) was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Dachau, gelegen in München. Tussen januari en april 1945 werden hier zo'n 500 gevangenen tewerkgesteld om puin te ruimen en spoorwegschade door geallieerde bombardementen te herstellen. Het kamp was gestationeerd in München, specifiek ten westen van het Centraal Station (Hauptbahnhof) in de buurt van de Hackerbrücke en Donnersbergerbrücke. De gevangenen, die onder zware omstandigheden leefden en werkten, werden ingezet door de Deutsche Reichsbahn en vielen onder de 13e SS-Eisenbahnbaubrigade. Het werk was levensgevaarlijk door onontplofte bommen.
München - Reichsführer SS
München - Reichsführer SS
Duitsland
Het concentratiekamp München-Reichsführer SS was een specifiek buitenkamp van het hoofdkamp Dachau. Dit kamp werd opgericht in 1941 om gevangenen dwangarbeid te laten verrichten in de directe omgeving van München, onder direct beheer van de SS. Het kamp bevond zich in en rond de stad München, en opereerde onder de administratie van Dachau. De eerste gevangenen werden in 1941 ingezet. Het betrof een kleine groep van doorgaans niet meer dan 15 tot 20 gevangenen. De organisatie en het beheer lagen in handen van de beruchte SS'er Eleonore Baur (ook wel bekend als Schwester Pia). Zij was een fanatiek aanhanger van het naziregime. De gevangenen werden permanent ingezet als dwangarbeiders buiten het hoofdcomplex, wat destijds gold als een van de vroege modellen om gevangenen in de regio te exploiteren.
München - Reichsführer, SS-Adjutantur
München - Reichsführer, SS-Adjutantur
Duitsland
De aanduiding München - Reichsführer, SS-Adjutantur verwijst naar een specifieke inzet van 50 gevangenen uit Concentratiekamp Dachau op bevel van Heinrich Himmler. Een zware geallieerde luchtaanval op München Het Führerbau en het NSDAP-administratief gebouw aan de Arcisstraße in München. Heinrich Himmler gaf persoonlijk de opdracht aan zijn adjudant, Hauptscharführer Schnitzler, om 50 gevangenen in te zetten voor puinruim- en herstelwerkzaamheden. De bewaking werd geregeld via de SS-kazerne in München-Freimann.
München - Reichsführer, SS-Hauptkasse
München - Reichsführer, SS-Hauptkasse
Duitsland
De Reichsführer SS, SS-Hauptkasse had haar hoofdkwartier onder het nationaalsocialisme op Karolinenplatz 2 in München. Dit administratiegebouw huisvestte ook het beruchte SS Binnendetachement van het concentratiekamp Dachau. Karolinenplatz ligt in de directe nabijheid van het voormalige partijcentrum van de NSDAP (het Bruine Huis) en Königsplatz, waar de SS controle uitoefende over de centrale financiële en administratieve stromen.
München - Reichskriminalpolizeiamt
München - Reichskriminalpolizeiamt
Duitsland
Het Arbeitskommando Reichskriminalpolizeiamt München was een dwangarbeiderscommando dat onderdeel was van het Concentratiekamp Dachau (gelegen nabij München). Dit specifieke commando werd ingezet tijdens de laatste oorlogsmaanden, van januari tot april 1945.Het Reichskriminalpolizeiamt (RSHA Amt V) had de leiding over dit Arbeitskommando in München. Gevangenen uit Dachau werden gedwongen tot zware dwangarbeid onder directe supervisie van de criminele recherche onder de SS. Dit betrof het werkgebied van het hoofdbureau van de recherche in München, waaronder meerdere subkampen vielen.
München - Riem OT
München - Riem OT
Duitsland
München-Riem (SS-Reit- und Fahrschule) was een berucht buitenkamp van Concentratiekamp Dachau, operationeel van februari 1943 tot april 1945. Gevangenen werden door de Organisation Todt (OT) gedwongen om zware dwangarbeid te verrichten, waaronder het herstellen van start- en landingsbanen en het repareren van bomkraters op de nabijgelegen luchthaven. Het kamp was gevestigd in de paardenstallen van de SS-Reit- und Fahrschule (Rijschool) in München-Riem, ongeveer 2 kilometer van het vliegveld. Het aantal fluctueerde, maar er werden geregeld honderden tot soms wel 1.500 gevangenen ondergebracht. De gevangenen waren voornamelijk afkomstig uit Rusland, Polen, Frankrijk, Italië en Duitsland, waaronder ook circa 200 Sinti en Roma. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar, onmenselijk en gevaarlijk door de frequente geallieerde bombardementen op het vliegveld. Diefstal van brood of voedsel werd er zwaar bestraft, geregeld met de dood. Op 25 en 29 april 1945 werden de overgebleven gevangenen gedwongen tot een dodenmars richting Bad Tölz.
München - Riem SS-Reit- und Fahrschule
München - Riem SS-Reit- und Fahrschule
Duitsland
Vanaf februari 1943 was het München-Riem Subkamp (OT, SS-Reit- & Fahrschule), soms aangeduid als het München-Riem Subkamp, een van de 169 subkampen van het concentratiekamp Dachau, het op één na grootste van München. Na bombardementen moesten meestal 300 tot 600 concentratiekampgevangenen opruim- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren op de start- en landingsbanen van de luchthaven München-Riem en de werkplaatsen namens de Organisation Todt (OT). Ze werden ondergebracht in de paardenstallen van de SS Rij- en Rijschool, ongeveer twee kilometer verderop. De paardenstallen van het concentratiekamp in het oostelijke district Riem van München waren omgeven door prikkeldraadhekken en bewaakt door de SS. De gevangenen kwamen voornamelijk uit Rusland evenals uit Polen, Frankrijk, Italië en het Duitse Rijk. Ongeveer 200 Sinti en Roma behoorden tot hen, evenals een onbekend aantal Joden. De gevangenen uit de Sovjet-Unie werden Russen genoemd, ze stonden onderaan de hiërarchie qua nationaliteit en werden bijzonder hard behandeld. Zo werd een weg in hun haar gesneden als vernedering, mochten ze geen pakketten ontvangen en werden geen gevangenenfunctionarissen.
De gevangenen moesten zwaar aardwerk verrichten, maar het voedsel was onvoldoende. Naast dunne koffie was er tijdens de lunch waterige kool- of aardappelsoep, 's avonds koffie en wat brood. Daardoor werden velen verzwakt door ondervoeding en werden ze teruggebracht naar het concentratiekamp Dachau als ze niet konden werken.
Tijdens de geallieerde luchtaanvallen zocht de SS-bemanning onderdak in schuilkelders, de gevangenen waren overgeleverd aan de bombardementen. Op 9 april 1945 werden minstens 41 gewonden gedood, en op 11 april werden in totaal 94 gewonden naar het concentratiekamp Dachau gebracht. Sommige gewonden werden ook ter plekke door de SS neergeschoten.
In het voorjaar van 1945 werden 20 Russische gevangenen ter plekke in de nek geschoten bij het appelsaalgebied. De meeste ontsnappingspogingen eindigden ook op deze manier. De laatste kampleider was SS-Hauptscharführer Franz Xaver Trenkle, die gevangenen op de meest triviale gelegenheid neerschoot.
Rond de wisseling van maart/april 1945 werden honderden gevangenen uit de evacuaties van de subkampen van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof hierheen gebracht, zoals uit Neckarelz of het subdetachement concentratiekamp Neckargerach. Het vertraagde sterkterapport van 26 april 1945 vermeldde 1542 gevangenen in dit concentratiekamp subkamp. Maar op 24 en 25 april waren de Joodse gevangenen al per vrachtwagen naar het concentratiekamp Dachau vervoerd, waar ze op 29 april door het Amerikaanse leger werden bevrijd.
Dodenmars richting Bad Tölz
Op zijn vroegst op 25 april moesten ongeveer duizend concentratiekampgevangenen op pad naar Tirol gaan. Ongeveer 500 kwamen waarschijnlijk via Trudering, de anderen via Großhesselohe, Grünwald, Deiningen en Dettenhausen (Egling) via Unterleiten (Dietramszell) tot net voor Bad Tölz. In het subkamp München-Riem werden alleen de 137 daar achtergebleven gevangenen bevrijd door het Amerikaanse leger.
München - Schuhhaus Meier
München - Schuhhaus Meier
Duitsland
München - Schwabing Schwester Pia
München - Schwabing Schwester Pia
Duitsland
München-Schwabing, ook bekend als Schwester Pia, was een nevenkamp van Dachau. Het was het eerste kamp buiten het hoofdconcentratiekamp waar de gevangenen permanent als arbeidskrachten werden ingezet. In tegenstelling tot de meeste latere nevenkampen die werden gebouwd, georganiseerd en beheerd door het SS-Wirtschafts und Verwaltungshauptamt en de kampcommandant van Dachau, was de bouw, het bestuur en de organisatie van dit nevenkamp in handen van Eleonore Baur, ook bekend als Schwester Pia. Zij was een nationaalsocialiste van het eerste uur en een vriendin van Adolf Hitler.
Aanvankelijk hadden de gevangenen een of meer dagen per week dienst bij het huis van Baur. Ze keerden elke avond terug naar het concentratiekamp. Vanaf 1940 bestond er een vaste werkploeg van 12 tot 14 man. Aanvankelijk werden deze gevangenen elke dag vanuit het concentratiekamp naar hun werk gereden, later werden ze ondergebracht bij Schwester Pia en werden ze alleen in het weekend teruggebracht.
Baur had de leiding over het detachement. Ze regelde de taken en stelde de werktijden vast. Ze zou zelfs betrokken zijn geweest bij de keuze van de gevangenen. De beveiliging werd verzorgd door SS-bewakers uit Dachau. Het detachement moest hard werken, en vaak ook op zondag.
Het moment waarop het nevenkamp München-Schwabing ophield te bestaan kan niet exact worden vastgesteld. De International Tracing Service (ITS) vermeldt het kamp voor het laatst in 1942. Deze datum is waarschijnlijk te vroeg vastgesteld, aangezien er in 1944 nog verschillende gevangenen voor Schwester Pia werkten.
München - Sendling
München - Sendling
Duitsland
In München-Sendling waren tijdens de Tweede Wereldoorlog twee buitencommando’s (Außenlager) van het Concentratiekamp Dachau gevestigd. Deze kampjes bestonden voornamelijk in 1942 en huisvestten elk ongeveer 40 gevangenen die dwangarbeid verrichtten in de wapen- en bouwindustrie. De commando's waren hoofdzakelijk actief in het voorjaar en de zomer van 1942. Gevangenen werden ondergebracht in barakken (o.a. nabij de spoorlijn naar Tegernsee en in de Thalkirchner Straße). Ze werden ingezet voor de bouw van fabriekshallen en zware dwangarbeid voor het Rüstungsbetrieb Robel en lokale aannemers. De omstandigheden waren zwaar. Zo is er gedocumenteerd dat de SS in de zomer van 1942 in Sendling een gevangene in het openbaar liet ophangen wegens vermeende sabotage.
München - Sprengkommando
München - Sprengkommando
Duitsland
Het Sprengkommando München, ook bekend als het Bombensuchkommando, was een berucht buitencommando van concentratiekamp Dachau. Vanaf de zomer van 1944 werden hier honderden gevangenen ingezet om in en rond München niet-geëxplodeerde bommen op te sporen en onschadelijk te maken, en om puin te ruimen na geallieerde bombardementen. Gevangenen werkten in kleine groepen (vaak ploegen van zes man) onder toezicht van de SS en de politie. Het werk was extreem gevaarlijk; veel gevangenen kwamen om het leven door vroegtijdige detonaties. De groep was gestationeerd in München, opererend vanuit het hoofdkantoor van de politie aan de Ettstraße en andere locaties. Dit was slechts één van de vele Außenlager van Dachau in en rond de stad
München - SS-Arbeits-und Krankenlager
München - SS-Arbeits-und Krankenlager
Duitsland
Het SS-Arbeits- und Krankenlager was een subkamp van het concentratiekamp Dachau, gelegen in München-Allach. Het kamp functioneerde tussen februari 1943 en april 1945 en werd gebruikt als dwangarbeiderskamp en ziektebarak voor de BMW-fabrieken. Dit subkamp was berucht om zijn mensonterende leefomstandigheden en werd na de evacuatie van andere kampen ook gebruikt als quarantaine- en sterfkamp.
München - SS-Oberabschnitt Süd
München - SS-Oberabschnitt Süd
Duitsland
Het concentratiekamp in München was een satellietkamp van het hoofdkamp Dachau. Gedetineerden werden permanent ingezet als dwangarbeiders voor de SS-Oberabschnitt Süd. Dit externe werkkamp, gevestigd aan de Möhlstrasse (München-Bogenhausen), was operationeel vanaf eind 1944 tot april 1945. Gevangenen verbleven in München, onder de bevoegdheid van de SS-Oberabschnitt Süd. Deze divisie had administratieve en militaire controle over de regio, maar maakte voor de dwangarbeid direct gebruik van gevangenen uit het Dachau-netwerk.
München - SS-Standortkommandantur Bunkerbau
München - SS-Standortkommandantur Bunkerbau
Duitsland
Het externe magazijn München (SS-Standortkommandantur Bunkerbau) was een klein, wisselend bevel van de Concentratiekamp Dachau. Vanaf de zomer van 1944 moesten hier ongeveer 10 gevangenen dwangarbeid verrichten voor de bouw van een luchtschuilkelder, bewaakt door de SS. Vanaf juli of augustus 1944. SS-kazerne in München (het exacte adres is niet meer exact te vinden, maar gevangenen meldden bewaakte kamers op de vierde verdieping van een barak). Bouw en dwangarbeid werden gekenmerkt door extreme wreedheid en slechte omstandigheden. Gevangenen die ziek werden of in elkaar zakten, werden teruggebracht naar het hoofdkamp in Dachau voor behandeling.
München - SS-Standortkommandantur Kabelbau
München - SS-Standortkommandantur Kabelbau
Duitsland
Het concentratiekamp München - SS-Standortkommandantur Kabelbau was een officieel geregistreerd buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het was actief vanaf 1944 en diende als dwangarbeiderscommando voor kabelaanleg in de regio München onder de directie van de SS. Het fungeerde niet als een opzichzelfstaand, onafhankelijk kamp, maar als onderdeel van de uitgestrekte kampenstructuur van het concentratiekamp Dachau. De gevangenen werden door de SS ingezet voor zware fysieke arbeid, met name het leggen en onderhouden van ondergrondse kabels (Kabelbau) en infrastructurele werken. Deze externe werkkampen werden gekenmerkt door erbarmelijke omstandigheden, zware ondervoeding en mishandeling.
München - Thomae Großschlachterei
München - Thomae Großschlachterei
Duitsland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was München (Grossschlachterei Thomae) een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Gevangenen werden hier vanaf eind 1944 tot begin 1945 ingezet voor dwangarbeid bij een vleesverwerkend bedrijf. Het kamp was gevestigd in München, gekoppeld aan de grote slagerij van de familie Thomae.Aard van het werk: De dwangarbeiders werden specifiek ingezet voor zware werkzaamheden gerelateerd aan de vleesverwerking, slacht- en eventuele bouwwerkzaamheden voor het bedrijf.Hoewel het een relatief klein detachement betrof in vergelijking met de grote BMW-buitenkomplexen in München (zoals KZ Allach), leden de gevangenen onder zware mishandeling, ondervoeding en uitputting.
Concentratiekamp München-Stadelheim
Concentratiekamp München-Stadelheim
Duitsland
München-Stadelheim was in de eerste plaats een reguliere gevangenis en geen grootschalig concentratiekamp. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en het naziregime diende het complex in het district Giesing echter als detentiecentrum voor politieke gevangenen en werden er honderden executies uitgevoerd door de nazi's. Stadelheim werd gebouwd in 1894. Onder het naziregime fungeerde het als standplaats voor de Gestapo en werden er zo'n 1.000 mensen geëxecuteerd, waaronder kopstukken van de SA zoals Ernst Röhm in 1934. Bekende gevangenen: Ook Adolf Hitler heeft hier in 1923 kortstondig vastgezeten na zijn mislukte staatsgreep. Het kamp/de gevangenis was in 1933–1934 een van de plekken waar kleine groepen (ongeveer 100) politieke tegenstanders werden vastgehouden alvorens ze naar echte concentratiekampen zoals Dachau werden overgebracht.
Münichholz
Münichholz
Oostenrijk
Concentratiekamp Steyr-Münichholz was een buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen, gevestigd in Oostenrijk. Het kamp werd in maart 1942 opgezet om dwangarbeiders te leveren aan de Duitse wapenindustrie (met name kogellagers voor de Luftwaffe). Steyr, Oostenrijk (Opper-Oostenrijk). Een van de eerste en grootste buitenkampen, specifiek ingezet voor de oorlogsindustrie. Dwangarbeiders moesten onder erbarmelijke omstandigheden zwaar werk verrichten. Velen stierven door ondervoeding, uitputting en ziekte. Vlak voor het einde van de oorlog (voorjaar 1944) werden veel gevangenen overgeplaatst naar het buitenkamp Melk vanwege zware geallieerde bombardementen.
Muntok
Sumatra
De kampen in Muntok waren Japanse burger- en krijgsgevangenenkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen op het eiland Bangka (voor de oostkust van Sumatra). Ze stonden bekend om hun extreem zware omstandigheden, zoals uithongering en het onthouden van medische zorg. In Muntok hebben meerdere kampen gefunctioneerd: Gevangenis van Muntok: Deed in februari 1942 kort dienst als tijdelijk kamp. Vanaf september 1943 werd het heropend als mannenkamp voor burgergevangenen. Barakkenkamp (Banka): Gelegen op ongeveer 6 kilometer ten noorden van Muntok. Hier werden vanaf oktober 1944 circa 650 vrouwen en kinderen geïnterneerd. Door het zware regime stierven hier ongeveer 80 gevangenen. Kazerne Veldpolitie, Bioscoop en Limonadefabriek: Werden in februari 1942 gebruikt als eerste opvang- en interneringslocaties voor Britse en Nederlandse krijgsgevangenen en evacués.
Murru
Murru
Estland
Concentratiekamp Murru was een nazi-detentiekamp in bezet Estland (nabij het huidige Rummu). Tussen februari 1943 en de zomer van 1944 werd het door het nazi-regime voornamelijk gebruikt als interneringskamp voor Estlandse Roma. Het kamp maakte deel uit van het netwerk van dwangarbeid- en concentratiekampen tijdens de Holocaust in Estland. Velen die hier werden opgesloten, overleefden de oorlog niet.
Concentratiekamp Muszowice
Concentratiekamp Muszowice
Polen
Concentratiekamp Muszyna
Concentratiekamp Muszyna
Polen
De nazi's hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Zuid-Poolse Muszyna een klein dwangarbeiderskamp, ook wel bekend als het Muszyna werkkamp.Dit kamp diende voornamelijk als een doorvoerkamp en dwangarbeiderslocatie voor Joden en verzetsstrijders uit de regio. Onder erbarmelijke omstandigheden moesten gevangenen hier dwangarbeid verrichten (onder meer voor de Duitse vliegtuigindustrie, zoals Heinkel) alvorens ze werden doorgeplaatst naar andere concentratie- en vernietigingskampen, zoals KL Auschwitz en Bełżec.
Mysen
Mysen
Noorwegen
Concentratiekamp Mysen, ook bekend als kamp Momarken, was een nazi-transitkamp in Noorwegen dat in februari 1945 werd opgericht. Het kamp diende initieel om honderden Sovjet-krijgsgevangenen en andere gevangenen door te sturen. Een van de kampcommandanten was de beruchte SS-officier Hans Aumeier. Gelegen in de regio Indre Østfold, nabij de stad Mysen in Noorwegen.Functie: Gebouwd als doorgangskamp voor dwangarbeiders en krijgsgevangenen uit Noord-Noorwegen. De bouw werd abrupt gestaakt door de Duitse capitulatie in mei 1945.
Myslowitz = Myslowice
Myslowitz = Myslowice
Polen
Concentratiekamp Myslowitz is de Duitse naam (tijdens de Tweede Wereldoorlog) voor het nazi-kamp in de gelijknamige Poolse stad Mysłowice. De nazi-faciliteit in Mysłowice fungeerde voornamelijk als een politiek gevangenenkamp en doorgangskamp gelinkt aan de Gestapo. Daarnaast diende het als werkkamp (officieel Arbeitserziehungslager) en bevond zich in de buurt het subkamp Fürstengrube.
N
Nachhammer
Nachhammer
Polen
Concentratiekamp Nachhammer een buitenkamp van het concentratiekamp Auschwitz, gesitueerd in het huidige Polen. Het kamp werd halverwege de Tweede Wereldoorlog opgezet als dwangarbeiderskamp ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp lag in het dorp Stara Kuźnia (Duits: Althammer/Nachhammer), gelegen in Silezië. Het was vanaf september 1944 een officieel buitenkamp van het concentratiekamp KZ Auschwitz III Monowitz. Gevangenen in het kamp werden voornamelijk ingezet als dwangarbeiders voor de bouw van een grote elektriciteitscentrale. Het kende een zwaar regime met zware fysieke arbeid, ondervoeding, mishandeling en onhygiënische omstandigheden. Velen stierven door uitputting of werden direct naar de gaskamers van Auschwitz gestuurd wanneer ze niet langer productief waren. Het kamp werd geëvacueerd in januari 1945 voor de oprukkende Sovjet-troepen, waarna de gevangenen werden gedwongen tot dodenmarsen.
Nadonesi concentratiekamp
Nadonesi concentratiekamp
?
Nadworna
Nadworna
Oekraine
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nadworna (het huidige Nadvirna, Oekraïne) de locatie van een nazi-getto en een Joods dwangarbeiderskamp. In 1942 werden hier duizenden Joden uit de stad en omliggende dorpen opgesloten. De meesten van hen stierven door honger en ziekte, of werden naar vernietigingskampen en executieplaatsen gedeporteerd. Nadat de Duitsers de regio in september 1941 innamen, werd er een Jodenraad (Judenrat) opgelegd. Op 30 april 1942 werd het getto van Nadworna officieel afgesloten en verzegeld. Het werd opgedeeld in twee secties: één voor arbeiders met een werkvergunning (Ausweis) en één voor degenen die als niet-essentieel werden beschouwd. In de zomer van 1942 werd er tevens een dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) in de stad gevestigd. Honderden gevangenen stierven door honger en ziekte. Gevangenen werden onder meer ingezet bij massagraven buiten de stad. In het najaar van 1942 werd het getto definitief ontruimd. De inwoners werden overgebracht naar het getto van Stanislavov (het huidige Ivano-Frankivsk) en daar gefusilleerd. Anderen werden gedeporteerd naar het concentratiekamp Bełżec om daar te worden vermoord.
Nagelstal = Naguszewo
Nagelstal = Naguszewo
Polen
Concentratiekamp Nagykanizsa
Concentratiekamp Nagykanizsa
Hongarije
Het interneringskamp van Nagykanizsa in Hongarije werd tijdens de Tweede Wereldoorlog voornamelijk gebruikt door de Hongaarse autoriteiten en de Gestapo voor het opsluiten van politieke gevangenen. In het voorjaar van 1944 werd het kamp, samen met het plaatselijke getto, door de SS gebruikt als verzamelplaats voor de deportatie van duizenden Joden. Eind april 1944 werden ongeveer 3.000 Joden uit Nagykanizsa en omstreken bijeengedreven. Zij behoorden tot de allereerste groepen Hongaarse Joden die naar Auschwitz werden gedeporteerd. Op 29 april 1944 voerde de SS een beruchte selectie uit onder de geïnterneerden. Mannen in de leeftijd van 16 tot 60 jaar werden geselecteerd voor dwangarbeid. In totaal werden in mei 1944 zo'n 2.700 Joden uit de regio gedeporteerd. Velen van hen zijn direct na aankomst in Auschwitz vermoord.
Concentratiekamp Nakel
Concentratiekamp Nakel
Polen
Met Concentratiekamp Nakel wordt verwezen naar de nazi-detentiekampen en gevangenissen in en rond Nakło nad Notecią (Duits: Nakel an der Netze) in bezet Polen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier door de Selbstschutz (een paramilitaire nazimilitie) wrede kampen en massa-executies georganiseerd, vaak gelinkt aan de nabijgelegen kampen in Steinburg en Potulice. Nakel kenden een aantal specifieke kenmerken: De eerste kampen (1939): Eind september 1939 richtte de Selbstschutz detentiekampen op in de gevangenis van de rechtbank in Nakel en in een klooster. Er werden ongeveer 500 mensen, voornamelijk Poolse burgers, vastgehouden. Gevangenen uit Nakel werden gemarteld en in groten getale gefusilleerd. De slachtoffers werden begraven in massagraven in de buitenwijk Steinburg (het huidige Paterek). Kamp Potulice (1941–1945): In het nabijgelegen Potulice (destijds Lebrechtsdorf genoemd) vestigden de nazi's een groter concentratie- en verdrijfkamp (officieel UWZ Lager Lebrechtsdorf-Potulitz). Hier werden tienduizenden Polen, Joden en sovjetburgers tewerkgesteld, en stierven honderden kinderen door honger en uitputting.
Concentratiekamp Nal'chik
Concentratiekamp Nal'chik
Rusland
Het concentratiekamp (of getto) van Nal'chik werd in het najaar van 1942 door nazi-Duitsland opgezet in de Kaukasus. De nazi's sloten hier duizenden Joden op, waaronder veel lokale Berg-Joden. Velen werden onderworpen aan zware dwangarbeid en mishandeling. Nal'chik, de hoofdstad van de Kabardino-Balkarische ASSR (in het huidige Rusland). Operationeel tijdens de Duitse bezetting van oktober/november 1942 tot januari 1943. Joodse mannen werden aanvankelijk direct gemarteld en geëxecuteerd door SS-eenheden. Zowel Asjkenazische Joden als Berg-Joden werden in het getto geplaatst, dat in de wijk Kolonca Hebraica lag. Een deel van de Berg-Joodse gemeenschap wist de nazi’s ervan te overtuigen dat zij geen etnische Joden waren, maar afstamden van de Tat-bevolking. Dit, gecombineerd met de korte bezettingsduur, leidde ertoe dat een groot deel van de Berg-Joden in Nal'chik de oorlog wist te overleven.
Concentratiekamp Nałęczów
Concentratiekamp Nałęczów
Polen
In Nałęczów (Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods werkkamp (Arbeitslager). Het kamp werd geëxploiteerd door de nazi's en bood plaats aan ongeveer 400 Joodse gevangenen, afkomstig uit onder andere Slowakije en Oostenrijk. Het heeft gefunctioneerd tot november 1943. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid in de landbouw en lokale infrastructuur. In tegenstelling tot veel andere plaatsen was er in Nałęczów initieel geen afgesloten getto. De situatie veranderde in het voorjaar van 1942, toen de Duitsers meer dan 1.000 Joden uit Slowakije deponeerden in het dorp. Een deel van hen werd geselecteerd voor dwangarbeid in omliggende kampen; anderen werden vanuit Nałęczów gedeporteerd naar het getto in Opole Lubelskie.
Namslau
Namslau
Polen
Kamp Namslau (het huidige Namysłów, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een officieel buitenkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp was operationeel van 9 juni 1944 tot begin 1945 en deed voornamelijk dienst als werkkamp voor de nazi-oorlogsindustrie. Gelegen in de regio Neder-Silezië (destijds Duitsland, nu Pools grondgebied). Het was een Aussenlager (buitenkamp) van het hoofdkamp Konzentrationslager Gross-Rosen. Er werden uitsluitend mannelijke gevangenen gehuisvest. Zij werden door de SS tewerkgesteld bij lokale industriebedrijven, waaronder de fabriek van Elektroakustik KG. Het kamp werd in de loop van begin 1945 geëvacueerd, voorafgaand aan de opmars van het Rode Leger, waarna het gebied op 30 april 1945 onder Pools bestuur kwam.
Concentratiekamp Naprasnovka
Concentratiekamp Naprasnovka
Wit Rusland
Naprasnovka was een voormalige Joodse nederzetting in Wit-Rusland (huidige Naprasnaŭka). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de lokale Joodse bevolking door nazi-eenheden bijeengedreven in de regio Gorki en in maart 1942 in het Shepelevka-bos gefusilleerd en in massagraven gedumpt. De Joden in Naprasnovka vormden geen geïsoleerd kamp, maar deelden het lot van vele Joodse gemeenschappen in de Sovjet-Unie. Direct na de Duitse bezetting eind juni 1941 werden zij onderworpen aan zware dwangarbeid en strikte beperkingen. De moordpartij van maart 1942 was onderdeel van de Holocaust in deze regio. Gorki-regio, Mogilev Oblast (Wit-Rusland) Executie en massamoord op de Joodse bevolking in maart 1942 Begraven in acht massagraven ongeveer 200 meter ten westen van het dorp
Concentratiekamp Narol
Concentratiekamp Narol
Polen
In Narol (Polen) functioneerde in 1940 een Joods dwangarbeiderskamp. Dit kamp diende als onderdeel van het vernietigingskamp in Bełżec. De gevangenen werden ingezet bij de bouw van antitankgrachten langs de toenmalige Duits-Sovjetgrens. In het voorjaar van 1940 zetten de nazi's in de regio Narol en nabijgelegen Lipsko een werkkamp op. Op 18 augustus 1940 arriveerden hier 1.250 Joodse dwangarbeiders, onder wie velen die uit andere steden waren gedeporteerd. De omstandigheden waren extreem zwaar. Naar schatting zijn er in dit kamp zo'n 400 Joden overleden door honger en zware uitputting. Het kamp werd in november 1940 opgeheven. De overlevenden werden te voet naar onbekende locaties gedreven. De Joden die in 1942 nog in Narol woonden, werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec om daar te worden vermoord.
Concentratiekamp Narty
Concentratiekamp Narty
Polen
Kamp Narty was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) voor Joden, gesitueerd in het bezette Polen (distrikt Warschau / Iłów). Het kamp werd in het voorjaar van 1941 geopend en bestond tot de herfst van 1941. Joodse dwangarbeiders werden hier voornamelijk ingezet bij zware infrastructuurwerken, waaronder de aanleg van kanalen. De leef- en werkomstandigheden waren er zwaar. De Joodse gevangenen uit Narty werden uiteindelijk gedeporteerd zijn naar getto's in de regio.
Narwa = Narva
Narwa = Narva
Estland
Concentratiekamp Narwa (of Narva) was een Duits nazi-dwangarbeiderskamp in Estland. Het was géén zelfstandig hoofdkamp, maar fungeerde vanaf eind september 1943 als een subkamp (Arbeitslager) dat onderdeel uitmaakte van het veel grotere Vaivara concentration camp-netwerk. Gevangenen werden hier zwaar uitgebuit als dwangarbeider in de plaatselijke leisteenindustrie en bij de aanleg van militaire verdedigingswerken voor het Duitse leger. Het kamp werd bevolkt door duizenden Joodse gevangenen die voornamelijk gedeporteerd waren uit de getto's van Vilnius en Kaunas. Het kamp lag in de directe nabijheid van de stad Narva en het treinstation van Vaivara in het noordoosten van Estland.
Narwa - Hungerburg = Narva-Joesuu
Narwa - Hungerburg = Narva-Joesuu
Estland
Hungerburg is de oude Duitse naam voor het huidige Estse stadje Narva-Jõesuu.In deze plaats bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp (buitenkamp) van concentratiekamp Vaivara. Narva-Jõesuu (vroeger Hungerburg) ligt ongeveer 14 kilometer ten noorden van de stad Narva, aan de monding van de rivier de Narva in de Finse Golf. Kamp Vaivara: Het netwerk van kampen rond Vaivara fungeerde als dwangarbeiderskamp onder het SS-hoofdbestuur. In november 1943 werden er ongeveer 300 gevangenen tewerkgesteld in dit subkamp in Hungerburg.
Concentratiekamp Natzweiler-Struthof
Duitsland
Natzweiler-Struthof was een Duits concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het hoofdkamp lag bij de plaats Natzwiller (Duits: Natzweiler) in de Elzas. Het was het enige door de Duitsers opgezet concentratiekamp op het huidige Frans grondgebied.
Het kamp ligt circa 55 kilometer ten zuidwesten van Straatsburg, op 700 meter hoogte. De locatie werd gekozen nadat de geoloog SS-Obersturmbannführer Karl Blumberg (1889–1948) er in september 1940 een voorkomen van zeldzaam rood graniet had ontdekt. Namens Albert Speer - die het graniet wilde toepassen bij de bouw van de nieuwe hoofdstad Germania - Heinrich Himmler en Oswald Pohl werd besloten een kamp voor 4.000 gevangenen op te richten. Het hoofdkamp was van 21 mei 1941 tot 23 november 1944 in gebruik; veel nevenkampen bleven bestaan tot in 1945.
Natzweiler-Struthof had ongeveer 70 nevenkampen in de Franse regio's Elzas en Moselle en over de grens in Duitsland. Het eerste nevenkamp werd op 15 december 1942 opgericht in Obernai met dan 200 gevangenen. Bijzonder aan de nevenkampen van Natzweiler-Struthof is dat vele bleven bestaan nadat het hoofdkamp op 23 november 1944 was bevrijd. Zelfs op 1 januari 1945 werden nog twee nevenkampen geopend. De meeste nevenkampen zagen er niet uit als het hoofdkamp, met hekwerken en wachttorens, maar waren gewone gebouwen, zoals scholen of fabrieken. In de meeste nevenkampen die in 1942 werden geopend, moesten de gevangenen vooral de SS dienen, door bijvoorbeeld trainingskampen voor ze te bouwen. In de nevenkampen die vanaf 1943 werden geopend, moesten de gevangenen vooral meewerken aan de oorlogsindustrie. En in de meeste nevenkampen die in 1944 werden geopend, moesten de gevangenen andere kampen in Duitsland bouwen, omdat de geallieerden steeds verder optrokken. Ook waren er particuliere bedrijven die contracten sloten met de SS, waardoor de gevangenen ook in privéfabrieken te werk werden gesteld. In maart en april 1945 vonden vanuit verschillende nevenkampen dodenmarsen plaats, wat nog tot ongeveer 5000 doden heeft geleid.
In totaal werden 52.000 mensen (afkomstig uit Frankrijk, België, Nederland, Polen, Noorwegen, Duitsland en de Sovjet-Unie) vastgehouden in Natzweiler-Struthof, waarvan ongeveer 17.000 in het basiskamp en ongeveer 35.000 in de nevenkampen. De meeste gevangenen kwamen in 1944 aan en het overgrote deel van de gevangenen was man. Er zaten mensen van ongeveer 30 verschillende nationaliteiten. De eerste gevangenen waren vooral zogenaamde asocialen en politieke gevangenen. Al gauw kwamen daar Sovjets, Polen en mensen uit de geannexeerde gebieden bij. In 1943 kwamen er veel Luxemburgers aan en politieke gevangenen uit heel Europa (Nacht und Nebel). Vanaf 1944 werden er ook Joden gevangenen gehouden in de nevenkampen van Natzweilier-Struthof.
De gevangenen kwamen uit gevangenissen, interneringskampen of andere concentratiekampen uit heel Europa. Bij aankomst werden ze geregistreerd en van al hun persoonlijke bezittingen beroofd. Daarna werden ze ontluisd, gedesinfecteerd en gekleed in willekeurig geselecteerde kleding. Na aankomst zagen alle dagen er min of meer hetzelfde uit. Iedere dag vond minstens tweemaal buiten appèl plaats, waarbij alle gevangenen werden geteld en werk toebedeeld kregen. Er werd gewerkt in ploegendiensten van 12 uur, een dagdienst van 6 uur 's ochtends tot 6 uur 's avonds of de nachtdienst van 6 uur 's avonds tot 6 uur 's ochtends. Er werd vooral gewerkt in steengroeven en aan vliegtuigmotoren. 's Ochtends mochten de gevangenen zich wassen bij een zeer gering aantal wasbakken en kregen ze een kop koffie, een dun sneetje brood en een stukje worst. 's Middags kregen ze een kopje soep en 's avonds weer een stukje brood. Een keer per week kregen de gevangenen 50 gram jam.
De gaskamer van Natzweiler-Struthof
Er zijn ongeveer 22.000 gevangenen omgekomen in Natzweiler-Struthof. Het sterftepercentage was gemiddeld 40% en kon in sommige nevenkampen oplopen tot 80%. Natweilier-Struthof behoort dan ook tot werkkampen in de categorie drie. Er werden meestal geen mensen vergast of gefusilleerd, behalve bij poging tot ontsnappen. Toch was er wel een gaskamer in het kamp, waar mensen in vermoord werden. Ook was er een crematorium waar de lijken werden verbrand. Maar vooral de zware lichamelijke arbeid, de voedseltekorten en de matige sanitaire voorzieningen leidden tot veel slachtoffers. De nazi-anatoom August Hirt werkte in het kamp en gaf waarschijnlijk leiding aan gruwelijke experimenten. Hij verzamelde er ook skeletten van Joden om hun vermeende inferioriteit aan te tonen.
Er hebben ongeveer 590 Nederlandse verzetsmensen met uiteenlopende politieke achtergronden gevangengezeten, van wie 280 de oorlog niet overleefd hebben.
Dit kamp was net als Groß-Rosen aangewezen als Nacht und Nebel-kamp, waar mensen spoorloos moesten verdwijnen. De familie zou nooit van het overlijden op de hoogte mogen worden gesteld. In juni 1943 arriveerden de eerste Nacht und Nebel-gevangenen. De Nacht und Nebel-gevangenen moesten aan een half ondergronds betonnen gebouw werken, met als codenaam de aardappelkelders, maar tot op de dag van vandaag is niet bekend waarvoor deze gebouwen gebruikt hadden moeten worden.
Bekende gevangenen
Floris Bakels, Nederlands advocaat
Pim Boellaard, Nederlands medewerker verzekeringsmaatschappij, gewestelijk commandant van de Ordedienst
Tadeusz Borowski, Pools schrijver
Xavier van Bourbon-Parma, Frans hertog, schoonvader van prinses Irene
Trygve Bratteli, Noors politicus
W.L. Brugsma, Nederlands journalist
Jean Michel Caubo, Nederlands chef restaurateur Wagon Lits
Charles Delestraint, Frans militair
Albert Guérisse, Belgisch militair arts
Asbjørn Halvorsen, Noors voetballer
Gerard van Hamel, broer van Lodewijk van Hamel
Bib van Lanschot, Nederlands bankier
Dirk de Loos, Student Nederlands-Indisch recht, redacteur "Ik zal Handhaaven"
Jaap van Mesdag, Nederlands visserijmedewerker
Oscar Mohr, Nederlandse verzetsstrijder en cultureel diplomaat in Indonesië
Daniël Quirin Mulock Houwer, Nederlands pionier kinderbescherming en jeugdzorg
Jan de Pagter, Nederlands visserijmedewerker
Boris Pahor, Sloveens schrijver
Pim Reijntjes, Nederlands nieuwslezer
Diana Rowden, Brits SOE-agente
Joseph Schmidlin, Duits kerkhistoricus
Ernst Sillem, Nederlands student, laatste Nederlandse overlevende
Carel Steensma, Nederlands piloot
Jacques Stosskopf, Frans maritiem ingenieur
Hans Teengs Gerritsen, Nederlands KLM-medewerker, lid van de Ordedienst
Edmond Vanwaes, Belgisch roeier
Herman Bernard Wiardi Beckman, Nederlands politicus
Navahradak concentratiekamp
Navahradak concentratiekamp
Wit Rusland
Het concentratiekamp Navahrudak (ook wel Novogrudok genoemd) in het huidige Wit-Rusland was tijdens de Holocaust een berucht werkkamp en getto, ingericht door de nazi's. Het kamp werd wereldberoemd door een van de meest succesvolle en grootste ontsnappingen uit een Joods werkkamp in de Tweede Wereldoorlog: een door gevangenen gegraven tunnel. Eind 1941 stichtten de nazi's het getto van Navahrudak, nadat de stad in 1939 onder Sovjetbezetting was gevallen en in 1941 door Duitsland werd veroverd. Het getto werd in de zomer van 1942 omgevormd tot een werkkamp (Dwangbarakken), waar Joodse ambachtslieden in leven werden gehouden om dwangarbeid te verrichten. De rest van de Joodse bevolking werd in verschillende bloedbaden vermoord. De historische tunnelontsnapping In mei 1943 begonnen zo'n vijftig Joodse gevangenen in het diepste geheim aan een ontsnappingstunnel onder de barakken. Er werd in ploegendiensten aan gewerkt en de uitgegraven aarde werd zorgvuldig verstopt of verspreid. De tunnel werd uiteindelijk zo'n 250 meter lang. In de nacht van 26 september 1943 wisten 232 Joodse gevangenen via de tunnel te ontsnappen.Ongeveer 170 van de ontsnapten overleefden de oorlog, voornamelijk door zich aan te sluiten bij de bekende Bielski-partizanen in de nabijgelegen bossen.
Nawitz
Nawitz
Polen
Kamp Nawitz (tegenwoordig Nawcz, Polen) was een dwangarbeiderskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde vanaf 1944 als een buitenkamp (of Außenlager) van het hoofdkamp Concentratiekamp Stutthof. Het lag in het voormalige West-Pruisen (huidige woiwodschap Pommeren), in de buurt van Lauenburg (het huidige Lębork). In tegenstelling tot vernietigingskampen was Nawitz een werkkamp. De gevangenen werden onder zware omstandigheden tewerkgesteld, waaronder zware dwangarbeid. Gevangenen leden er honger, kou en werden blootgesteld aan mishandeling en uitputting, hetgeen kenmerkend was voor de satellietkampen van Stutthof.
Nawojowa concentratiekamp
Nawojowa concentratiekamp
Polen
In en rond Nawojowa (Zuid-Polen) herbergde een steenfabriek en houtzagerij die door de nazi-Duitse bezetter werden ingezet voor dwangarbeid. Joodse inwoners en lokale militieleden uit het nabijgelegen Nowy Sącz en omgeving werden door de Gestapo geselecteerd voor dwangarbeid. Zij moesten onder andere werken bij de steenfabriek in Nawojowa. De dwangarbeiders werden veelal gehuisvest in getto's en werkkampen in de buurt (zoals het Piekło-getto in Nowy Sącz en het werkkamp in Kurów). Vanuit hier werden zij vaak gedeporteerd naar vernietigingskampen.
Nebyliv concentratiekamp
Nebyliv concentratiekamp
Oekraine
Neckarbischofsheim
Neckarbischofsheim
Duitsland
Het concentratiekamp in Neckarbischofsheim (Duitsland) fungeerde vanaf september 1944 als een buitenkamp van het concentratiekamp Neckarelz (onderdeel van het Natzweiler-Struthof complex). De gevangenen werden tewerkgesteld als dwangarbeiders voor de Daimler-Benz vliegtuigmotorenfabriek. Deze productie was vanwege geallieerde bombardementen verplaatst naar ondergrondse mijnen in het nabijgelegen Obrigheim (Geheime projectnaam Goldfisch). In september 1944 werden er dagelijks zo'n 80 gevangenen uit Neckargerach ingezet om barakken en andere infrastructuur te bouwen in Neckarbischofsheim. De dwangarbeiders werden initieel niet permanent in Neckarbischofsheim gehuisvest, maar er 's avonds weer heengebracht. Uiteindelijk werden de commando's er permanent gevestigd. Het kamp lag ongeveer twee kilometer ten noordwesten van Neckarbischofsheim, nabij het Neckarbischofsheim North treinstation aan de Schwarzbach.
Neckarelz I
Neckarelz I
Duitsland
Concentratiekamp Neckarelz I was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Tussen maart 1944 en maart 1945 werden hier in een voormalige school tot wel 3.000 gevangenen onder mensonterende omstandigheden gehuisvest. Zij werden gedwongen tot zware dwangarbeid in het ondergrondse wapenproject Goldfish (Daimler-Benz). Buitenkamp van Natzweiler-Struthof. Gevestigd in een lokale basisschool (Clemens-Brentano-Schule). Maart 1944 tot maart 1945. Dwangarbeiders leveren voor het ondergronds maken van vliegtuigmotoren (project Goldfish) in de nabijgelegen gipsmijnen van Obrigheim. Op 25 maart 1945 werd het kamp ontruimd en werden duizenden gevangenen gedwongen tot een dodenmars richting concentratiekamp Dachau.
Neckarelz II
Neckarelz II
Duitsland
Concentratiekamp Neckarelz II was een buiten(subkamp) van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het werd in 1944 opgericht in het zuidwesten van Duitsland. Gelegen bij het oude treinstation van Neckarelz (Baden-Württemberg). Het leveren van dwangarbeid voor project Goldfisch, een ondergrondse fabriek van Daimler-Benz in een nabijgelegen gipsmijn. Actief van het voorjaar van 1944 tot de ontruiming in maart 1945. Verschil met Neckarelz I was gevestigd in een lokale basisschool (de Clemens-Brentano-Schule). Neckarelz II bestond uit een barakkenkamp dat werd gebouwd toen de school te klein werd voor de groeiende stroom gevangenen. Gevangenen moesten de gipsmijn in Obrigheim ombouwen tot een bomvrije fabriek voor vliegtuigmotoren. Op het hoogtepunt werkten er ongeveer 10.000 gevangenen in het gehele complex van Neckarkampen. Velen stierven door uitputting, ziekte en mishandeling. In maart 1945 werden de overlevenden op dodemarsen gestuurd naar onder andere Dachau.
Neckargartach - Heilbronn
Neckargartach - Heilbronn
Duitsland
Concentratiekamp Neckargartach (ook wel SS-Arbeitslager Steinbock of Eisbär genoemd) was een berucht buitenkamp van Natzweiler-Stuthof. Het kamp was actief van augustus 1944 tot april 1945. Circa 1100 tot 1800 gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden ingezet als dwangarbeiders in de ondergrondse wapenindustrie (Flugzeugbau). Het kamp bevond zich aan de rand van Neckargartach, een noordelijk stadsdeel van Heilbronn, Duitsland. De gevangenen werden tewerkgesteld om fabrieken ondergronds te brengen ter bescherming tegen geallieerde bombardementen. Velen overleefden de zware dwangarbeid, ondervoeding en ziekten niet. Eind maart 1945 werden de overlevenden op een dodenmars gestuurd.
Neckargerach
Neckargerach
Duitsland
Concentratiekamp Neckargerach was een buitenkamp (Aussenlager) van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof in de Elzas. Het kamp was operationeel van april 1944 tot maart 1945 en maakte deel uit van het zogenaamde Neckar-complex in Zuid-Duitsland. Dwangarbeid voor de Duitse oorlogsindustrie, met name voor het ondergronds verplaatsen van fabrieken naar nabijgelegen gipsmijnen (operatie Goldfisch). Gevestigd op de plek van een voormalig kamp van de Reichsarbeitsdienst (RAD) in Neckargerach, Baden. Op het hoogtepunt, vlak voor de evacuatie in maart 1945, zaten er meer dan 2.000 gevangenen. Het kamp diende vaak als opvangkamp voor zieke en uitgeputte gevangenen uit andere kampen in de regio, zoals Neckarelz.
Neckarzimmern
Neckarzimmern
Duitsland
Neckarzimmern de plaats is onlosmakelijk verbonden met het Neckarlager-complex, een groep buitenkampen van concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in de regio rond Neckarzimmern en het nabijgelegen Neckarelz gevangenen ingezet voor dwangarbeid in ondergrondse fabrieken (operatie Goldfisch). Kamp Neckarelz: Het administratieve hart van deze groep kampen. Gevangenen sliepen aanvankelijk in een basisschool. Ondergrondse productie: In nabijgelegen gipsmijnen moesten gevangenen vliegtuigmotoren voor Daimler-Benz bouwen om ze te beschermen tegen geallieerde bombardementen. Locatie van het hoofdkwartier van het kampcomplex.Obrigheim
Neesen
Neesen
Duitsland
Concentratiekamp Neesen, ook bekend als KZ-Außenlager Porta Westfalica / Lerbeck, was een satellietkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was tussen september 1944 en april 1945 actief in Neesen (thans onderdeel van Porta Westfalica in Noordrijn-Westfalen). De ongeveer 500 gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in opdracht van de SS. Ze moesten werken aan de uitbreiding van ondergrondse wapenfabrieken en het operationeel maken van een reparatiewerkplaats voor BMW-vliegtuigmotoren (tijdelijk ondergebracht in een betonfabriek onder de codenaam Bense & Co.). Het dagelijks leven in het kamp werd gekenmerkt door extreme ontberingen, zware mishandelingen en ondervoeding. Velen overleefden deze periode niet en stierven door ziekte of uitputting. Het kamp was gevestigd op het terrein van de voormalige betonfabriek Weber. De gevangenen waren ondergebracht in houten barakken aan de overzijde van het fabrieksterrein in Neesen/Lerbeck. Begin april 1945, vlak voor de bevrijding door de geallieerden, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op dodenmarsen gestuurd.
Neisse a. d. Glatzer Neisse
Neisse a. d. Glatzer Neisse
Polen
In de stad Neisse (nu het Poolse Nysa), gelegen aan de rivier de Glatzer Neisse, bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp stond bekend als Arbeitslager Neisse en was actief in de laatste fase van de oorlog. De stad Neisse in de toenmalige Duitse provincie Opper-Silezië. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse gevangenen die als dwangarbeider werden ingezet. Gevangenen werkten voor de lokale oorlogsindustrie, waaronder bedrijven als Fahrzeug- und Motorenwerke GmbH (FAMO), waar onderdelen voor voertuigen en motoren werden geproduceerd. Zoals in de meeste subkampen van Gross-Rosen waren de omstandigheden erbarmelijk, met zware fysieke arbeid, ondervoeding en mishandeling.
Concentratiekamp Nekla
Concentratiekamp Nekla
Polen
Kamp Nekla was een nazi-dwangarbeiderskamp (officieel Gemeinschaftslager der DAF Nr. 22) in het bezette Polen, gelegen nabij Poznań. Vanaf 1941 werden hier voornamelijk Joodse gevangenen tewerkgesteld. De omstandigheden waren er mensonterend: gevangenen sliepen in de open lucht en leden extreme honger. Nekla ligt in de provincie Groot-Polen, ongeveer 12 kilometer ten westen van Września en 35 kilometer ten oosten van Poznań. Het leven in het kamp werd gekenmerkt door brute behandeling, zware dwangarbeid en ondervoeding. Omdat er nauwelijks voedsel werd verstrekt, probeerden wanhopige gevangenen te overleven door insecten en wormen te eten. Veel dwangarbeiders in het kamp overleden aan uitputting en ziekte. De overlevenden werden in 1943 gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz.
Nemencine concentratiekamp
Nemencine concentratiekamp
Litouwen
Nemenčinė (ook wel gespeld als Niemenczyn) was tijdens de Tweede Wereldoorlog locatie van een Joodse gemeenschap en een massamoord in 1941. De Joodse inwoners werden opgesloten en vervolgens in het bos geëxecuteerd door nazi-eenheden en lokale medewerkers. De gebeurtenissen in Nemenčinė (gelegen vlakbij Vilnius, Litouwen) op een rij: September 1941: Op 20 september 1941 werden honderden Joodse inwoners (ongeveer 400 Joden, waaronder veel vrouwen en kinderen) bijeengedreven in de synagoge onder het mom van overplaatsing. In plaats van overplaatsing naar het getto van Vilnius, werden zij naar een nabijgelegen bos geleid en daar door een Einsatzgruppe en lokale collaborateurs doodgeschoten. In totaal werden 403 Joodse mannen, vrouwen en kinderen op gruwelijke wijze vermoord en in massagraven gedumpt.
Concentratiekamp Nemirov
Concentratiekamp Nemirov
Oekraine
Het concentratiekamp en getto in Nemirov (Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een locatie waar de Joodse bevolking zwaar werd vervolgd. Vanaf eind 1941 tot 1944 werd het gebied gebruikt voor massamoorden en dwangarbeid. De nazi's richtten in Nemirov een getto in, dat later in 1942 werd omgevormd tot een concentratiekamp voor dwangarbeid. In september en november 1941 vonden er grootschalige executies plaats waarbij duizenden Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden doodgeschoten.
Concentratiekamp Nemorozh
Concentratiekamp Nemorozh
Oekraine
Kamp Nemorozh was een nationaalsocialistisch werkkamp in Oekraïne tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gelegen in het dorp Nemorozh (Oblast Tsjerkasy, Oekraïne). Het diende als een dwangarbeidskamp voor Joden en krijgsgevangenen. Het kamp stond onder controle van de Duitse bezettingsmacht. Gevangenen werden ingezet in een steengroeve, voor houtkap en wegreparaties. In mei 1942 werden ongeveer 150-200 jonge mannen uit naburige regio's naar dit kamp gestuurd voor arbeid.
Concentratiekamp Nereto
Concentratiekamp Nereto
Italie
Het concentratiekamp van Nereto (gelegen in de provincie Teramo, Abruzzo) was een Italiaans internerings- en concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog. Het deed tussen 1940 en 1944 dienst onder het fascistische bewind en werd na de Italiaanse wapenstilstand door de Duitsers gebruikt voor de deportatie van Joden. Het kamp werd geopend in juli 1940 om politieke tegenstanders, buitenlandse Joden en Slavische vluchtelingen uit de Balkan op te sluiten. De capaciteit bedroeg ongeveer 160 personen. Fascistische periode (1940-1943): De omstandigheden in het interneringskamp waren destijds streng, maar niet te vergelijken met nazi-vernietigingskampen. Gevangenen moesten zichzelf bedruipen en waren afhankelijk van rantsoenen. Nazibezetting (december 1943 - februari 1944): Na de Duitse bezetting van Italië (september 1943) veranderde de situatie drastisch. Op 21 december 1943 werden 61 Joodse gevangenen door de carabinieri overgedragen aan de Duitse bezetters en gedeporteerd naar vernietigingskampen. Vanwege het naderende oorlogfront werd het kamp op 1 februari 1944 definitief gesloten. De overgebleven gevangenen werden overgebracht naar een ander kamp in Corropoli.
Concentratiekamp Nestervarca
Concentratiekamp Nestervarca
Oekraine
Concentratiekamp Nestervarca (Nestervarka) was een concentratie- en werkkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in de regio Vinnytsia in Oekraïne (destijds onderdeel van Transnistrië). Het kamp viel vanaf eind 1941 onder controle van de Roemeense bondgenoten van nazi-Duitsland. Grenzend aan de stad Toeltsjyn (Tul'chyn) in de regio Podolië. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om Joden uit de regio en gedeporteerden uit Roemenië (zoals Bessarabië en Boekovina) op te sluiten. Er heerste extreme honger, mishandeling en vrieskou. De gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden ingezet voor dwangarbeid, onder andere in de directe omgeving zoals op een nabijgelegen vliegveld.
Netzkater
Netzkater
Duitsland
Concentratiekamp Netzkater was een buitenkamp van het naziconcentratiekamp Mittelbau-Dora, gelegen in de Duitse Harz (Thüringen). Gevangenen werden hier vanaf 1944 ingezet als dwangarbeiders voor de aanleg van spoorwegen en tunnels voor de ondergrondse productie van de beruchte V-wapens (V1 en V2). Het kamp bevond zich nabij het plaatsje Netzkater (onderdeel van Ilfeld), aan de voet van het Kohnstein-gebergte. Netzkater was een van de vele Arbeitslager van het Mittelbau-Dora complex. De dwangarbeiders moesten hier spoorlijnen aanleggen en zware infrastructurele werken verrichten om de ondergrondse wapenfabrieken (Mittelwerk) te bevoorraden. De dwangarbeid was extreem zwaar. Gevangenen leden massaal honger, werden mishandeld en leefden in erbarmelijke hygiënische omstandigheden, wat leidde tot een zeer hoog sterftecijfer.
Neuaubing
Neuaubing
Duitsland
Concentratiekamp Neuaubing (officieel het Reichsbahnlager Neuaubing) was vanaf 1942 een van de grootste dwangarbeiderskampen in München, Duitsland. Het werd beheerd door de Duitse spoorwegen (Deutsche Reichsbahn) en huisvestte tot 1.000 gevangenen voornamelijk uit Polen en de Sovjet-Unie die zware arbeid verrichtten. Het kamp lag in het westelijke deel van München, in de wijk Neuaubing. De dwangarbeiders werden ingezet in het nabijgelegen reparatiecentrum van de spoorwegen (Reichsbahn-Ausbesserungswerk).
Concentratiekamp Neu Bentschen
Concentratiekamp Neu Bentschen
Polen
Concentratiekamp Neu Bentschen een doorgangs- en interneringskamp uit 1938-1939. Het bevond zich bij de grensovergang Neu Bentschen (het huidige Zbąszynek in Polen), nabij de stad Zbąszyń (Duits: Bentschen). Het fungeerde voornamelijk als een opvangkamp voor Joden tijdens de beruchte Polenaktion. De Polenaktion (oktober 1938): Op 27 en 28 oktober 1938 arresteerde nazi-Duitsland ongeveer 17.000 Joden met een Pools paspoort die in Duitsland woonden en deporteerde hen met geweld naar de Poolse grens. Duizenden van deze gedeporteerden werden in Neu Bentschen uit de treinen gezet en onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen naar de Poolse grens te marcheren. Omdat Polen weigerde hen direct toe te laten, ontstond er een soort niemandsland. Uiteindelijk werden duizenden van hen alsnog ondergebracht in provisorische opvangkampen en kazernes in het nabijgelegen Poolse stadje Zbąszyń. Het leven in deze kampen was mensonterend en duurde voort tot de zomer van 1939. Neu Bentschen dreef de Joodse tiener Herschel Grynszpan tot wanhoop. Zijn aanslag op een Duitse diplomaat in Parijs werd door de nazi's als voorwendsel gebruikt voor de georganiseerde pogroms tijdens de Kristallnacht in november 1938.
Neubrandenburg
Duitsland
In Neubrandenburg bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende kampen met een uiteenlopende functie, variërend van krijgsgevangenenkampen tot satellietkampen van vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Kamp Fünfeichen (Stalag II-A & Oflag 67): Dit was primair een groot krijgsgevangenenkamp op het voormalige landgoed Fünfeichen. Vanaf 1939 werden hier duizenden militairen (vooral uit de Sovjet-Unie en Polen) gevangen gehouden onder erbarmelijke omstandigheden. KZ Waldbau (Neubrandenburg): Dit was het grootste satellietkamp (Außenlager) van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück.nGevangenen moesten hier dwangarbeid verrichten in een ondergrondse fabriek voor de productie van vliegtuigonderdelen.
Neubrücke
Neubrücke
Duitsland
Concentratiekamp Neubrücke, ook bekend als Neubrücke-Hoppstädten, was een satellietkamp van het SS-concentratiekamp Hinzert. Het werd in april 1944 opgericht. In januari 1945 werd het kamp door zware bombardementen verwoest, waarna de gevangenen werden overgebracht naar Hoppstädten. Gelegen in de regio Rijnland-Palts, nabij het huidige Neubrücke (Hoppstädten-Weiersbach). Het kamp werd opgezet in een tijd dat Hinzert overvol raakte. Gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid. Na een geallieerd bombardement op 22 januari 1945 werd het kamp verplaatst naar Hoppstädten, waarna de gevangenen werden geëvacueerd.
Neuburg
Neuburg
Duitsland
Het concentratiekamp Neuburg an der Donau was een onafhankelijk buitenkamp of werkkamp van concentratiekamp Dachau, gevestigd op het lokale vliegveld van de Luftwaffe. Het werd voornamelijk gebruikt als kleine werkeenheid en niet als volwaardig concentratiekamp. Gelegen in Beieren, Duitsland. Gevangenen (meestal in groepen van 1 tot 6 personen) werden van februari tot maart 1945 ingezet voor zware arbeid, waaronder het opruimen van niet-geëxplodeerde bommen.
Neudachs = Jaworzno
Neudachs = Jaworzno
Polen
Neu-Dachs was de officiële Duitse naam voor een berucht en groot buitenkamp van concentratiekamp Auschwitz, gelegen in de Poolse plaats Jaworzno. Het kamp werd op 15 juni 1943 opgezet als dwangarbeiderskamp. De gevangenen werden doorverkocht aan en zwaar uitgebuit door het Duitse bedrijf Energie-Versorgung Oberschlesien AG (EVO). Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken in de nabijgelegen Dachsgrube-kolenmijn en bij de bouw van een energiecentrale. Er zaten continu ongeveer 5.000 gevangenen in het kamp, voornamelijk Joden uit heel Europa. Op 19 januari 1945 werd het kamp bevrijd door het Rode Leger, waarbij er nog zo'n 400 achtergelaten gevangenen werden aangetroffen.
Neudamm
Neudamm
Polen
Concentratiekamp Neudamm was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp was gevestigd in de gelijknamige stad Neudamm (tegenwoordig de Poolse stad Dębno), destijds gelegen in de toenmalige Duitse provincie Brandenburg. Het was een buitenkamp (dwangarbeiderskamp) van Sachsenhausen. Gevangenen werden door de nazi-administratie en de SS wreed ingezet als slavenarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. De groep gevangenen bestond voornamelijk uit politieke gevangenen en Joden. Velen stierven door honger, uitputting en mishandeling. Het gebied en de regio rondom de stad werden begin februari 1945 bevrijd door het oprukkende Rode Leger.
Neudorf
Concentratiekamp Neudorf (Jelenia Góra County)
Polen
In de buurt van Jelenia Góra (voorheen Hirschberg) de regio rondom het Reuzengebergte was bezaaid met subkampen van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het dorp dat historisch de naam Neudorf droeg in het district Jelenia Góra, is het huidige Radomierz. In de directe omgeving van Jelenia Góra bevonden zich diverse werkkampen en subkampen waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichtten voor de Duitse oorlogsindustrie. Bijna alle werkkampen in dit gebied vielen onder Gross-Rosen. Neudorf (nu Radomierz) ligt op korte afstand van Jelenia Góra. Dwangarbeid in de textielindustrie, mijnbouw en voor bedrijven zoals IG Farben en Phrix. Bekende subkampen: In de directe omgeving lagen beruchte kampen zoals AL Hirschberg (Jelenia Góra) en AL Bad Warmbrunn (Cieplice). Belangrijke subkampen bij Jelenia Góra Gevangenen in deze regio werden vaak ingezet voor: AL Hirschberg: Productie van kunstzijde voor de firma Phrix. AL Bad Warmbrunn: Werkzaamheden voor de machinefabriek Dorries Füllner.AL Eichberg: Dwangarbeid in de lokale industrie en landbouw.
Concentratiekamp Neudörfl
Concentratiekamp Neudörfl
Oostenrijk
Concentratiekamp NeudörflIn Neudörfl (Burgenland, Oostenrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog verbonden met de Holocaust door een ziekenhuisbarak voor dwangarbeiders en de nabijheid van subkampen van Mauthausen. Ziekenhuis voor dwangarbeiders In Neudörfl bevond zich in 1944-1945 een zogenaamd infectieziekenhuis voor dwangarbeiders. Minstens 26 Hongaarse Joodse dwangarbeiders stierven hier aan ziektes zoals vlektyfus. De slachtoffers werden aanvankelijk in Neudörfl begraven, maar in 1965 zijn hun resten herbegraven op de nieuwe Joodse begraafplaats in Eisenstadt.
Concentratiekamp Neuengamme
Duitsland
Concentratiekamp Neuengamme was het grootste concentratiekamp in Noordwest-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag 18 kilometer ten zuidoosten van Hamburg en fungeerde primair als werkkamp waar gevangenen onder gruwelijke omstandigheden dwangarbeid verrichtten. Neuengamme, nabij Hamburg. Actief van 1938 tot mei 1945. Ongeveer 106.000 mensen uit 28 landen. Ruim 42.900 mensen kwamen om het leven. Het kamp beheerde meer dan 85 satellietkampen in Noord-Duitsland. Het kamp werd in 1938 opgericht als dependance van Sachsenhausen om dwangarbeiders in te zetten bij een plaatselijke baksteenfabriek. In 1940 werd het een zelfstandig hoofdkamp. De SS gebruikte de gevangenen voor de productie van bouwmaterialen voor monumentale nazi-gebouwen en later voor de oorlogsindustrie (wapens, scheepsbouw). Nederland: Circa 6.950 Nederlanders werden hierheen gedeporteerd, waaronder de mannen die werden weggevoerd na de Razzia van Putten. België: Ongeveer 3.650 Belgen verbleven in het kamp, van wie er zeker 2.000 stierven. Kort voor de bevrijding door Britse troepen op 4 mei 1945 werd het kamp ontruimd. Veel gevangenen stierven tijdens dodenmarsen of bij het bombardement op de schepen in de Lübeckerbocht.
Het kamp SS
De commandant was verantwoordelijk voor het beheer van het hoofdkamp en de bijbehorende subkampen. Concentratiekamp Neuengamme was georganiseerd in afdelingen: het kantoor van de commandant, de politieke afdeling (Gestapo), het detentiecentrum, de afdeling voor dwangarbeid, de administratie, de kamparts en de opleiding. Daarnaast waren er de bewakers. De SS-bewakers in het gevangenenkamp werden systematisch getraind om de concentratiekampgevangenen op een onmenselijke manier te behandelen, aangezien ze beschouwd moesten worden als vijanden van de staat, criminelen en 'asocialen'. De strijd tegen 'vijanden van binnenuit' werd gelijkgesteld aan de strijd tegen 'vijanden van buitenaf'. Bijzonder brute SS-leden werden beloond met promoties. Het gevangenenkamp was omgeven door prikkeldraad, dat 's nachts onder stroom stond. Bewakingsposten hielden toezicht op het kamp en begeleidden de gevangenen tijdens hun marsen naar het werk.
Neuengamme - SS-Baubrigade I
Neuengamme - SS-Baubrigade I
Duitsland
De SS-Baubrigade I was een mobiele werkeenheid (een soort verplaatsbaar buitenkamp) van concentratiekamp Neuengamme. De brigade werd opgericht in het najaar van 1942 en bestond uit ongeveer 1000 mannelijke gevangenen, merendeels afkomstig uit Polen en de Sovjet-Unie. De inzet en geschiedenis van deze eenheid omvatten enkele specifieke fasen: Kanaaleilanden: Vanaf maart 1943 werden de gevangenen overgebracht naar het eiland Alderney. Hier werden ze door de SS (onder leiding van SS-Hauptsturmführer Maximilian List) ingezet bij de bouw van bunkers en militaire verdedigingswerken voor de Organization Todt. De omstandigheden in kamp Sylt waren extreem zwaar en kostten honderden gevangenen het leven. België: In juli en augustus 1944 werd de brigade teruggetrokken vanwege de geallieerde opmars, waarna de gevangenen dwangarbeid verrichtten in het Belgische Kortemark en Proven. Door deze overplaatsing viel de brigade administratief enige tijd onder concentratiekamp Buchenwald.
Neuengamme - SS-Baubrigade II
Neuengamme - SS-Baubrigade II
Duitsland
De II. SS-Baubrigade (SS-Bouwbrigade) was een mobiele werkeenheid van 1.000 gevangenen uit concentratiekamp Neuengamme. Deze brigade werd in oktober 1942 opgericht om puin te ruimen en infrastructuur te herstellen in zwaar gebombardeerde steden als Bremen, Wilhelmshaven, Osnabrück en Hamburg. Oprichting: Oktober 1942 in Neuengamme. Inzet in zogeheten Dode Zones (puinruimen, herstel van havens en infrastructuur na geallieerde bombardementen). De brigade was onder meer actief in: Bremen Wilhelmshaven Osnabrück Hamburg (Hammerbrook en Hamm) De gevangenen leefden in erbarmelijke omstandigheden, vaak in tijdelijke barakken of wagons, met zware dwangarbeid en zeer hoge sterftecijfers.
Neuengamme - SS-Eisenbahn-Baubrigade 11
Neuengamme - SS-Eisenbahn-Baubrigade 11
Duitsland
De SS-Eisenbahn-Baubrigade 11 (officieel SS-Eisenbahnbaubrigade XI) was een mobiel subkamp van concentratiekamp Neuengamme. Vanaf februari 1945 werden 504 gevangenen (waaronder ongeveer vijftig Nederlanders) als concentratiekamp op wielen ingezet om door geallieerde bombardementen verwoeste spoorwegen te herstellen. Oprichting: De groep werd geformeerd op 8 februari 1945 in Neuengamme. Op 13 februari 1945 werden de gevangenen in goederenwagons naar de regio Soest en Bad Sassendorf vervoerd. Ze moesten spoorlijnen herstellen voor de Deutsche Reichsbahn. De wagons deden tevens dienst als hun slaapplaatsen. Eind februari 1945 werden de wagons met gevangenen geraakt door geallieerde bommen, waarbij minstens 33 doden vielen. De ontruiming van de brigade vanaf 4 april 1945 verliep uitermate wreed. Gevangenen die niet konden meekomen tijdens de marsen (via Lippstadt en Paderborn naar Höxter) werden ter plekke doodgeschoten. De overlevenden werden in april 1945 overgebracht naar concentratiekampen als Sachsenhausen, Dachau en Mauthausen, of uiteindelijk onderweg bevrijd.
Neuenland
Neuenland
Duitsland
Kamp Neuenland (ook bekend als Bremen-Neuenland) was een subkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het lag nabij het vliegveld van Bremen en was slechts enkele maanden operationeel in 1944. Actief van 16 augustus tot eind november 1944. Gelegen in de wijk Neuenland, vlakbij de luchthaven van Bremen. Er verbleven ongeveer 1.000 mannelijke gevangenen, voornamelijk Franse en Russische verzetsstrijders of dwangarbeiders. Gevangenen werden ingezet voor de bouw van de enorme onderzeebootbunker Valentin en herstelwerkzaamheden aan de startbanen van het vliegveld na bombardementen. De gevangenen verbleven in houten barakken die oorspronkelijk voor de luchtmacht waren gebouwd. Op 28 november 1944 werd het kamp ontruimd omdat de dagelijkse marsroute naar de werkplek te gevaarlijk werd door geallieerde luchtaanvallen. De gevangenen werden overgebracht naar het kamp Bremen-Osterort.
Neufahrn
Neufahrn
Duitsland
Het voormalige KZ-Außenlager Neufahrn was een satellietkamp van concentratiekamp Dachau, opgericht in de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog. Ongeveer 500 gevangenen werden gedwongen om in de Garchinger Heide een reservevliegveld aan te leggen.
Neufahrwasser
Neufahrwasser
Polen
Kamp Neufahrwasser, Zivilgefangenenlager Neufahrwasser was een doorgangskamp dat door de nazi's werd opgezet in een voormalige kazerne in Gdańsk-Nowy Port (toen Neufahrwasser genoemd). Gevestigd in een oude kazerne nabij de haven van Danzig (Gdańsk). Het diende als doorgangskamp voor ongeveer 10.000 Poolse burgers, intellectuelen en Joden in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Vele gevangenen werden vanuit Neufahrwasser gedeporteerd naar het concentratiekamp Stutthof of direct geëxecuteerd in nabijgelegen bossen zoals Piasnica. Het kamp was actief van september 1939 tot maart 1940.
Neugraben
Neugraben
Duitsland
Kamp Neugraben was een buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme in Hamburg, actief van september 1944 tot februari 1945. Hier werden zo'n 500 Joodse vrouwen uit Tsjecho-Slowakije tewerkgesteld onder zware omstandigheden. Falkenbergsweg / Neugrabener Heideweg in Hamburg . Dwang, puinruimen en de aanleg van voorzieningen in de regio rond Hamburg.
Neuhammer
Neuhammer
Polen
Kamp Neuhammer (vandaag de dag Świętoszów in Polen) was een krijgsgevangenkamp van de Duitse Wehrmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een van de grootste trainingsgebieden van het Duitse Rijk, gebruikt voor grootschalige manoeuvres en de opleiding van divisies (waaronder de Waffen-SS).
Stalag VIII-E (308): Een krijgsgevangenkamp waar vooral Sovjet-soldaten onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden. Slag om Neuhammer: In februari 1945 vond hier een hevige strijd plaats tussen het Rode Leger en Duitse/Hongaarse eenheden. Gelegen in Silezië, nabij de rivier de Kwisa (Queis). Duizenden Sovjet-gevangenen stierven in het kamp door uithongering, ziekte en executies.
Neukirch
Polen
Kamp Neukirch was een nazi-werkkamp (Zwangsarbeitslager) nabij de stad Breslau, het huidige Wrocław in Polen. Het kamp was onderdeel van een netwerk van dwangarbeidskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gelegen in het stadsdeel Neukirch (nu Nowy Dwór) van Breslau. Inzet van gevangenen voor zware fysieke arbeid. Veel gevangenen behoorden tot de zogenaamde Kosel-groep, een groep Joodse mannen die tijdens transporten naar Auschwitz uit de trein werden gehaald om elders te werken. Het kamp heeft een specifieke betekenis in de Nederlandse geschiedenis vanwege het aantal Nederlandse Joden dat daar omkwam. Tientallen Nederlandse Joodse mannen stierven in Neukirch door uitputting, ziekte of mishandeling. Op de begraafplaats in Wrocław bevindt zich een massagraf voor Nederlandse Joodse slachtoffers uit dit kamp.
Neukölln
Neukölln
Duitsland
KZ-Außenlager Neukölln Tijdens de Tweede Wereldoorlog, van eind 1944 tot april 1945, was er in de wijk een satellietkamp van concentratiekamp Sachsenhausen gevestigd. Dit kamp lag aan de huidige Sonnenallee 187-189 (toentertijd Braunauer Straße geheten), waar zich destijds een fabriek van Krupp bevond. Het kamp deed dienst als dwangarbeiderskamp. Gevangenen werden ingezet voor de wapen- en munitieproductie.
Neumark
Neumark
Polen
Kamp Neumark / nazikamp Königsberg in der Neumark (het huidige Chojna in Polen), dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een subkamp was van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Dit kamp werd rond 20 oktober 1944 geopend. Het diende voornamelijk als werkkamp voor vrouwelijke gevangenen die vanuit Ravensbrück werden getransporteerd. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder: Het aanleggen en repareren van start- en landingsbanen voor de nabijgelegen vliegbasis van de Luftwaffe. Diverse werkzaamheden in de bosbouw en wegenbouw. De omstandigheden in Königsberg/Neumark waren extreem zwaar door het gebrek aan voedsel, medische zorg en de zware fysieke arbeid in de kou. Er verbleven honderden vrouwen van verschillende nationaliteiten, waaronder veel Poolse, Franse en Nederlandse verzetsvrouwen. Bekende slachtoffers: Een bekend Nederlands slachtoffer is de verzetsstrijdster Gabrielle Weidner, die in februari 1945 in dit kamp bezweek aan de gevolgen van ondervoeding en ziekte. Het kamp werd begin 1945 ontruimd toen het Rode Leger naderde, waarna de overgebleven gevangenen op een dodenmars werden gestuurd.
Concentratiekamp Neumarkt
Concentratiekamp Neumarkt
Duitsland/Oostenrijk
1. KZ-Außenlager Schloss Lind (St. Marein bij Neumarkt, Oostenrijk)Locatie: Een kasteel in St. Marein bij Neumarkt (Stiermarken, Oostenrijk). Een buitencommando, eerst van Dachau (vanaf juni 1942), en vanaf november 1942 een buitenkamp van het Mauthausen concentratiekamp. Ongeveer 20 tot 70 gevangenen werden hier gedwongen te werken in de bosbouw, landbouw en bij de wegenbouw voor de SS.
2. Zwangsarbeitslager Neumarkt / Neumarkt-Sankt Veit (Duitsland) Neumarkt-Sankt Veit (Beieren, Duitsland). Dichtbij de munitiefabriek Wasag AG en de kampen in het Mühldorfer Hart, lagen werkkampen. Deze locaties dienden primair als dwangarbeiderskampen (Zwangsarbeitslager) voor krijgsgevangenen en dwangarbeiders, waar de omstandigheden onmenselijk waren.
Concentratiekamp Neumühl
Concentratiekamp Neumühl
Duitsland/Oostenrijk
Neumühl (Oostenrijk / Nové Mlýny) Een subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Gelegen in Neder-Oostenrijk (destijds Reichsgau Niederdonau). Er werden voornamelijk Hongaarse Joden vastgehouden voor dwangarbeid. Gevangenen moesten vaak zwaar fysiek werk verrichten in de landbouw of bij lokale zagerijen.
Neumühl (Duisburg, Duitsland)Neumühl is een stadsdeel van Duisburg waar tijdens de Tweede Wereldoorlog veel dwangarbeid plaatsvond. Er waren verschillende Gemeinschaftslager voor civiele dwangarbeiders die werkten in de mijnbouw (zoals voor de Zeche Neumühl) en de zware industrie.
Overige locaties Sachsenhausen: Bij de bouw van het concentratiekamp Sachsenhausen wordt soms de historische naam Neumühl genoemd voor een versterkte plek aan de rivier de Havel.
Wieselburg (Oostenrijk): Hier bestond ook een werkkamp genaamd Neumühl voor Hongaarse Joden die werkten in een zagerij.
Neunkirchen
Neunkirchen in Niederdonau (Augasse 22) concentratiekamp
Oostenrijk
In Neunkirchen, op het adres Augasse 22, bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp) een werkkamp voor Hongaarse Joden onder het nazi-regime in de toenmalige Gau Niederdonau. Het kamp bood onderdak aan Hongaarse Joodse dwangarbeiders (mannen en vrouwen). Gevangenen werden ingezet voor de productie van goederen, waaronder vermoedelijk textiel of aanverwante industrieën die in die buurt gevestigd waren. Documenten maken melding van groepen van rond de 7 personen, maar grotere aantallen dwangarbeiders werden door de hele stad Neunkirchen ingezet.
Neunkirchen in Niederdonau (Daneggerstraße 4) concentratiekamp
Neunkirchen in Niederdonau (Daneggerstraße 4) concentratiekamp
Oostenrijk
Het concentratiekamp aan de Daneggerstraße 4 in Neunkirchen (Niederdonau, Oostenrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) dat functioneerde als een nevenkamp van het beruchte concentratiekamp Mauthausen. Het kamp huisvestte honderden Hongaarse Joden (zowel mannen als vrouwen). De gevangenen werden door de nazi's tewerkgesteld in de bouw- en constructiesector, specifiek voor het bouwbedrijf Rella & Neffe. De omstandigheden waren er mensonterend. De gevangenen werden onderworpen aan extreme uitbuiting, zware fysieke arbeid en zwaar ondervoed voordat ze werden ingezet in het grotere Mauthausen-systeem.
Concentratiekamp Neunkirchen in Niederdonau (Hohe Wandstraße Judentempel)
Concentratiekamp Neunkirchen in Niederdonau (Hohe Wandstraße Judentempel)
Oostenrijk
Het concentratiekamp in Neunkirchen (Hohe Wandstraße / Judentempel) was een dwangarbeidskamp voor Hongaarse Joden in Oostenrijk. Vanaf juli 1944 werden hier tientallen tot honderden Joodse mannen en vrouwen tewerkgesteld onder zware omstandigheden door het bouwbedrijf Rella u. Neffe. Hohe Wandstraße (de voormalige Joodse synagoge/Judentempel) en Daneggerstraße 4 in Neunkirchen, Neder-Oostenrijk (destijds Reichsgau Niederdonau). Het kamp werd geopend in juli 1944 en functioneerde tot april 1945. Er werden Hongaarse Joden (mannen en vrouwen) ondergebracht. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid en constructiewerken.
Neu Rohlau = Nova Role
Neu Rohlau = Nova Role
Tsjechie
Concentratiekamp Neu Rohlau was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, gevestigd in Nová Role (Tsjechië, destijds Sudetenland). Het kamp lag in Nová Role (Duits: Neu-Rohlau), ongeveer 10 kilometer ten noordwesten van Karlsbad (Karlovy Vary). Het kamp werd in december 1942 geopend in de SS-porseleinfabriek Bohemia (voorheen Joods eigendom). Het diende primair als dwangarbeiderskamp voor de nazi-oorlogsindustrie. Vanaf december 1942 werden er voornamelijk mannen tewerkgesteld. In september 1944 werd het kamp echter onder direct gezag van het concentratiekamp Flossenbürg geplaatst en werd het hoofdzakelijk een vrouwenkamp. Duizenden vrouwelijke gevangenen, waaronder velen uit het kamp Ravensbrück, moesten hier zware arbeid verrichten. De leefomstandigheden en de dwangarbeid waren extreem zwaar, en in het voorjaar van 1945 verslechterde de situatie drastisch door de komst van overvolle evacuatietransporten. Honderden gevangenen overleefden de periode niet en werden in massagraven begraven. Het kamp werd in april 1945 ontruimd en de gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd, net voordat het gebied in mei werd bevrijd.
Neusalz
Neusalz
Duitsland
Kamp Neusalz was een Duits werkkamp voor vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een buitenkamp van het grote concentratiekamp Groß-Rosen en bevond zich in de stad Neusalz an der Oder (nu Nowa Sól in Polen). De gevangenen werden als dwangarbeiders ingezet in de textielindustrie, specifiek bij de vlasspinnerij Gruschwitz Textilwerke. Het kamp bood plaats aan ongeveer 1.000 Joodse vrouwen uit verschillende Europese landen. De vrouwen moesten extreem lange dagen maken onder zware en onhygiënische omstandigheden. In januari 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende Sovjettroepen. De vrouwen werden gedwongen tot een vreselijke voettocht in de winterkou naar andere kampen, zoals Flossenbürg en Bergen-Belsen. Vele gevangenen overleefden deze mars niet door uitputting, bevriezing of executies door de bewakers.
Concentratiekamp Neu Sandez
Concentratiekamp Neu Sandez
Polen
Neu Sandez (het huidige Nowy Sącz in Polen) een cruciale locatie in het nazisysteem van Jodenvervolging. De stad fungeerde voornamelijk als een gewelddadig getto en een knooppunt voor dwangarbeid. In 1940 werd door de Duitse bezetters een getto opgericht. Ongeveer 12.000 tot 18.000 Joden werden hier samengeperst. Er was sprake van extreme honger, ziekte en overbevolking. In augustus 1942 werd het getto ontruimd. De meeste bewoners werden naar het vernietigingskamp Bełżec gestuurd. Naast het getto waren er in de regio verschillende werkkampen (Zwangsarbeitslager): Spoorwegen: Gevangenen werkten aan vitale spoorlijnen en infrastructuur. Luchtmacht: Er waren kampen verbonden aan de Luftwaffe voor constructie. Subkampen: Neu Sandez had banden met grotere netwerken van werkkampen in het bezette Polen.
Concentratiekamp Neusiedl am See
Concentratiekamp Neusiedl am See
Oostenrijk
Er heeft in Neusiedl am See in 1938, na de Anschluss, kortstondig een regionaal Anhaltelager (detentiekamp) gestaan in het nabijgelegen Frauenkirchen. Hier werden honderden Joden en politieke tegenstanders vastgehouden. Gevangenen uit de regio werden na hun detentie vaak gedeporteerd naar concentratiekampen als Mauthausen of direct naar vernietigingskamp Auschwitz.
Concentratiekamp Neustadt an der Haardt
Duitsland
Concentratiekamp Neustadt an der Haardt (tegenwoordig bekend als Neustadt an der Weinstraße) was een van de vroege concentratiekampen. Het werd op 10 maart 1933 opgericht in de voormalige Turenne-kazerne. Het kamp diende puur als intimidatie- en werkkamp voor politieke tegenstanders van het naziregime. Het kamp heeft slechts enkele weken bestaan, van maart tot juni 1933. Daarna werden gevangenen overgebracht naar grotere kampen, waaronder Concentratiekamp Dachau. Er werden ruim 500 mannen en één vrouw vastgehouden, afkomstig uit meer dan 80 gemeenten in de regio de Palts (Pfalz). De meesten waren socialisten (SPD), communisten of vakbondsleden. Gevangenen werden onder andere ingezet bij de aanleg van een nabijgelegen vliegveld in Lachen-Speyerdorf.
Neustadt - Coburg
Neustadt - Coburg
Duitsland
Het Buitenlamp Neustadt bei Coburg was een vrouwelijk buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Operationeel van september 1944 tot april 1945. Dwangarbeid voor de lokale kabelfabriek Kabel- und Leitungswerke Neustadt-Coburg AG. Ongeveer 400 Joodse vrouwen, voornamelijk uit Hongarije en Polen. De gevangenen verbleven in houten barakken in de buurt van de fabriek.
Neustadt-Glewe
Duitsland
Kamp Neustadt-Glewe was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenlager) van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Het lag in het noorden van Duitsland, nabij de stad Neustadt-Glewe in Mecklenburg-Voor-Pommeren. In gebruik van 1 september 1944 tot de bevrijding op 2 mei 1945. Er zaten ongeveer 5.000 vrouwen van diverse nationaliteiten gevangen. De gevangenen moesten werken in de lokale vliegtuigindustrie, met name voor de Dornier-fabrieken. Het kamp was berucht om de extreme overbevolking, honger en gebrek aan medische zorg, vooral in de laatste maanden van de oorlog. Kort voor de bevrijding kwamen er nog duizenden vrouwen bij door de dodemarsen vanuit andere kampen. Amerikaanse troepen bevrijdden het kamp op 2 mei 1945
Neustadt - Kreis Neustadt
Neustadt - Kreis Neustadt
Polen
Neustadt O.S. (Prudnik, Polen) Dit was een buitenkamp van Auschwitz III-Monowitz. Destijds gelegen in de Kreis Neustadt O.S. (Oberschlesien), nu Prudnik in Polen. Dwangarbeid in de textielfabrieken van Schlesische Feinweberei AG. In gebruik van september 1944 tot januari 1945.
Neustadt - Holstein
Neustadt - Holstein
Duitsland
In Neustadt in Holstein bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was actief van december 1944 tot mei 1945 en is onlosmakelijk verbonden met de tragedie in de Lübecker Bocht. Het Buitenkamp (Aussenkommando) Gevestigd in een voormalige kazerne van de Kriegsmarine. Gevangenen moesten werken aan de bouw van militaire installaties en onderzeeboot-onderdelen. Het kamp was relatief klein met ongeveer 15 tot 50 gevangenen, maar werd aan het eind van de oorlog een verzamelpunt voor duizenden anderen.
De Scheepsramp (Cap Arcona) Dit is de bekendste en meest tragische gebeurtenis in de regio: Drijvende kampen: In april 1945 werden duizenden uitgeputte gevangenen uit Neuengamme naar de haven van Neustadt gedreven. Ze werden opgesloten op de schepen Cap Arcona, Thielbek en Athen. Op 3 mei 1945 bombardeerde de Britse luchtmacht de schepen, denkend dat er Duitse troepen aan boord waren. Ongeveer 7.000 gevangenen kwamen om het leven vlak voor de bevrijding.
Neustassfurt
Neustassfurt
Duitsland
Kamp Neu-Staßfurt (ook bekend als Reh of Staßfurt I) was een berucht subkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het werd in september 1944 opgericht nabij Staßfurt in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Dwangarbeid voor de ondergrondse wapenindustrie. Grote groepen Joodse mannen en Franse verzetsstrijders. Ongeveer 30 kilometer ten zuiden van Maagdenburg. Gevangenen moesten onder zware condities werken in zoutmijnen. In april 1945, vlak voor de bevrijding door de geallieerden, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden gedwongen op een dodenmars naar het zuidwesten. Velen stierven door uitputting, honger of executie tijdens deze tocht.
Neustift
Neustift
Oostenrijk
Concentratiekamp Neustift (ook bekend als Innsbruck II) was een buitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Dachau. Gelegen in Neustift im Stubaital, Tirol (Oostenrijk). Operationeel tussen oktober 1942 en mei 1945. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor de bouw en het onderhoud van de SS-Hochgebirgsschule, een trainingscentrum voor SS-troepen in de bergen. Het kamp bood plaats aan ongeveer 20 tot 60 gevangenen, voornamelijk politieke gevangenen en getuigen van Jehova.
Neustrelitz - Fürstensee
Neustrelitz - Fürstensee
Duitsland
Concentratiekamp Neustrelitz-Fürstensee was een buitenkamp van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Het kamp was gelegen in de regio Mecklenburg-Voor-Pommeren, ongeveer 100 kilometer ten noorden van Berlijn en nabij de stad Neustrelitz. Het kamp werd in de loop van 1943 geopend en huisvestte uitsluitend mannelijke gevangenen. De gevangenen waren afkomstig uit het mannenkamp dat aan Ravensbrück was verbonden. Het aantal gevangenen was relatief klein. Historische schattingen houden het op een aantal tussen de 70 en 100 gevangenen in deze specifieke buitenpost. Er is helaas weinig bewaard gebleven over de aard van de dwangarbeid, de leefomstandigheden of de specifieke kampleiding. Het kamp werd op 30 april 1945 bevrijd door geallieerde troepen, vlak voordat de oorlog ten einde kwam.
Neusustrum
Duitsland
Kamp Neusustrum (Lager V) was een van de vijftien Emslandlager, gelegen nabij de Nederlandse grens in Nedersaksen. Het opende in 1933 als een van de eerste nationaalsocialistische concentratiekampen. Sustrumermoor, Duitsland. Geopend in september 1933 voor ongeveer 1.000 politieke gevangenen. Concentratiekamp (1933–1934): In de beginfase diende het als Staatliches Konzentrationslager voor tegenstanders van het regime.Strafkamp (1934–1945): Na 1934 viel het onder de justitiële administratie als strafkamp voor veroordeelden en later krijgsgevangenen. Het kamp werd in april 1945 bevrijd door Poolse divisies. Doelgroepen: Politieke gevangenen, homoseksuelen, en later grote groepen Poolse krijgsgevangenen. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden het veen ontginnen.
Neu-Ulm
Neu-Ulm
Oostenrijk
In Neu-Ulm zelf was geen nazi-concentratiekamp, maar direct aan de overkant van de rivier de Donau, in Ulm, lag een van de vroegste kampen van het naziregime. KZ Oberer Kuhberg (Ulm) Het belangrijkste kamp in de directe omgeving was Konzentrationslager Oberer Kuhberg. Gevestigd in een 19e-eeuws fort van de Bundesfestung Ulm.Actief van november 1933 tot juli 1935. Ongeveer 600 politieke tegenstanders van de nazi's werden hier vastgehouden.
Concentratiekamp Neuwelt
Concentratiekamp Neuwelt
Tsjechie
Kamp Neuwelt (Gablonz) Dit was een subkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen, gelegen in het huidige Tsjechië. Een werkkamp waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden ingezet voor de oorlogsindustrie. Gevangenen werkten voornamelijk aan de fabricage van onderdelen voor vliegtuigen en wapens in lokale fabrieken. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse vrouwen die dwangarbeid moesten verrichten.
Nexing concentratiekamp
Nexing concentratiekamp
Oostenrijk
Het concentratiekamp Nexing (ook bekend als Zwangsarbeitslager für ungarische Juden Nexing) was een nazi-dwangarbeiderskamp in Oostenrijk. Het fungeerde in juli en augustus 1944 als dependance voor Hongaarse Joden die dwangarbeid verrichtten. Het kamp was gevestigd in Nexing, onderdeel van de gemeente Sulz im Weinviertel in de deelstaat Neder-Oostenrijk. Het kamp was operationeel van 11 juli tot 1 augustus 1944. Het betrof een werkkamp specifiek opgezet voor Hongaarse Joodse dwangarbeiders. De gevangenen werden onder dwang ingezet voor zware landbouwwerkzaamheden op een plaatselijk landgoed.
Concentratiekamp Nexon
Concentratiekamp Nexon
Frankrijk
Concentratiekamp Nexon was een Frans internerings- en concentratiekamp in de Haute-Vienne (bij Limoges). Het werd in 1940 opgericht voor politieke gevangenen en vluchtelingen. Vanaf 1942 werd het gebruikt als doorgangskamp voor Joden, vanwaar zij via Drancy werden gedeporteerd naar nazi-vernietigingskampen. Aanvankelijk geopend voor 600 vluchtelingen, later uitgebreid naar ongeveer 1200 gevangenen. In augustus 1942 werden er honderden Joden uit de regio (inclusief kinderen) bijeengedreven om overgedragen te worden aan de nazi's. Velen vonden de dood of werden vanuit Nexon op transport gezet naar Auschwitz.
Ngawi
Nederlands Indie
Concentratiekamp Ngawi, beter bekend als Fort Van den Bosch, was een Nederlands fort in Oost-Java (Nederlands-Indië) dat door de Japanners in de Tweede Wereldoorlog en daarna tijdens de Bersiap werd gebruikt als interneringskamp. De geschiedenis van het kamp is opgedeeld in drie verschillende periodes:
1940 - 1942 (Nederlands bewind): In eerste instantie gebruikt door de Nederlandse autoriteiten als interneringskamp voor preventief gearresteerde NSB'ers en Duitsers.
Februari 1943 - Februari 1944 (Japans burgerkamp): Door de Japanse bezetter ingericht als mannenkamp. Er werden in totaal ongeveer 1580 mannen ondergebracht, deels in het fort en deels in barakken.
Januari 1945 - Augustus 1945 (Japans kamp voor Indische jongeren): Fungeerde als kamp waar ruim 700 Nederlands-Indische (veelal tieners) en andere jongens werden vastgehouden.
Nickelswalde
Nickelswalde
Polen
Concentratiekamp Nickelswalde was een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Stutthof. Het bevond zich in het huidige Mikoszewo (destijds Nickelswalde), een dorp in het noorden van Polen waar de Wisła uitmondt in de Oostzee. Het kamp werd door de nazi's gebruikt als dwangarbeiderskamp. Er werden onder andere ongeveer 120 Noren vastgehouden die dwangarbeid moesten verrichten. Daarnaast werden er geregeld zieke of uitgeputte gevangenen geselecteerd voor de gaskamers in het hoofdkamp. Het hoofdkamp van Stutthof lag op ongeveer 34 kilometer afstand, in het huidige Sztutowo.
Concentratiekamp Nicklau
Concentratiekamp Nicklau
Polen
Kamp Nicklau (tegenwoordig Nietuszkowo in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joden, gelegen in het voormalige Reichsgau Wartheland. Het kamp werd van september 1942 tot mei 1943 geëxploiteerd en viel onder het beheer van lokale landbouwinstanties. Een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp). Gevangenen werden hier uitgebuit voor zware dwangarbeid. Het huidige Nietuszkowo (vlakbij Piła/Schneidemühl), gelegen in het westen van Polen. September 1942 tot mei 1943.
Concentratiekamp Niederfladnitz
Concentratiekamp Niederfladnitz
Oostenrijk
Niederfladnitz fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeiderskamp. Het maakte deel uit van een netwerk van honderden nazi-kampen en was specifiek ingericht voor de inzet van Hongaarse Joden (mannen en vrouwen) die dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp was gesitueerd in de omgeving van Schloss Niederfladnitz en de bijbehorende landgoederen (gelegen in de huidige gemeente Hardegg, Neder-Oostenrijk). De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor landbouwwerkzaamheden en bosbouw.
Niederfuhr = Niskie Brodno
Concentratiekamp Niederfuhr
Polen
De Concentratiekamp Niederfuhr (vandaag de dag Niskie Brodno, Polen) was een subkamp van het concentratiekamp Stutthof. Het bestond van september 1944 tot januari 1945. In het kamp moesten voornamelijk Joodse vrouwen dwangarbeid verrichten, vooral bij het gravenwerk.
Niedergebra
Niedergebra
Duitsland
Kamp Niedergebra was een satelliet/buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Mittelbau-Dora (gelegen in Thüringen, Duitsland). Het functioneerde vanaf eind 1944 tot de lente van 1945 als een klein werkkamp (ook wel mikrolager) waar maximaal 60 gevangenen dwangarbeid verrichtten voor de Duitse oorlogsindustrie. De gevangenen in Niedergebra werden ingezet voor herstel- en opslagwerkzaamheden ten behoeve van de Mittelwerk GmbH (de ondergrondse raketfabriek van Mittelbau-Dora). Wereldwijd kwamen in het gehele Mittelbau-Dora complex (inclusief de buitenkampen) naar schatting 20.000 mensen om het leven door de onmenselijke omstandigheden, mishandeling en uitputting. Het kamp lag bij de plaats Niedergebra, ten noorden van Nordhausen.
Niederhagen
Concentratiekamp Niederhagen
Duitsland
Concentratiekamp Niederhagen was tijdens de Tweede Wereldoorlog het kleinste zelfstandige concentratiekamp in Duitsland. Het kamp lag in het dorp Wewelsburg (nabij Büren) en diende primair om dwangarbeiders te leveren voor de megalomane verbouwingsplannen van Heinrich Himmler voor het nabijgelegen Slot Wewelsburg. In gebruik van september 1941 tot de bevrijding op 2 april 1945. De gevangenen moesten het kasteel Wewelsburg ombouwen tot een ideologisch centrum en hogeschool voor de SS. Er zaten ongeveer 3.900 mensen gevangen, waaronder Jehovah's getuigen, politieke gevangenen, krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie en Joden. Ondanks de relatief kleine omvang was het regime wreed; minstens 1.285 gevangenen kwamen om door mishandeling, honger en uitputting.
Niederkampen
Niederkampen
Polen
Niederkampen (tegenwoordig Kępiny in Polen) verwijst historisch gezien naar een buitenkamp van het concentratiekamp Stutthof tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het stond ook bekend als Zeyersniederkampen. Gelegen in de regio West-Pruisen (nu woiwodschap Pommeren), nabij Elbląg. Het was een werkkamp waar gevangenen van Stutthof gedwongen arbeid verrichtten. Er zijn gevallen van gevangenen die probeerden te ontsnappen, wat vaak leidde tot brute executies door de bewakers. Na de oorlog werd de Duitse naam Niederkampen gewijzigd in de Poolse naam Kępiny.
Concentratiekamp Niederkirch
Concentratiekamp Niederkirch
Polen
Concentratiekamp NiederkirchNiederkirch was een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden in Silezië, gelegen in het huidige Polen (Góra Świętej Anny). Het maakte deel uit van de zogenaamde Organisatie Schmelt, een netwerk van kampen waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichtten, vaak aan de Reichsautobahn. Het kamp diende als werkkamp waar gevangenen werden ingezet voor de aanleg van wegen en infrastructuur. Gelegen bij de Annaberg (Sint-Annaberg), een strategische plek in het toenmalige Duitse Rijk. Veel gevangenen werden tussen verschillende kampen in de regio verplaatst, zoals van Annaberg naar Niederkirch en later naar Blechhammer. Onder de gevangenen bevonden zich ook veel Nederlandse Joden die via doorgangskampen naar Silezië waren gedeporteerd.
Niederoderwitz
Niederoderwitz
Duitsland
Concentratiekamp Niederoderwitz was een buitenlager (satellietkamp) van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp werd begin januari 1945 geopend in het Saksische stadje Niederoderwitz, vlakbij de Tsjechische grens, en sloot in februari 1945. De dwangarbeiders werden tewerkgesteld door het bedrijf Osram KG voor de productie van verlichtingsapparatuur en telefoonkabels. Het betrof een kamp voor mannelijke gevangenen, onder wie veel Joden. Vanwege de naderende geallieerde troepen werd het kamp eind februari 1945 ontruimd en verplaatste Osram de machines en de gevangenen naar het westen, onder andere naar het project Dogger nabij Hersbruck.
Niederorschel
Niederorschel
Duitsland
Concentratiekamp Niederorschel was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het functioneerde van september 1944 tot april 1945 in het Duitse Niederorschel. Ongeveer 700 Joodse dwangarbeiders werden er onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld door de Junkers Flugzeug- und Motorenwerke AG voor de vliegtuig- en wapenproductie. Het kamp was gevestigd op het terrein van de Mechanische Weberei AG en de Langenwerk AG aan de Bahnhofstraße in Niederorschel. De gevangenen waren voornamelijk afkomstig uit Buchenwald en Auschwitz. In totaal hebben er zo'n 734 gevangenen vastgezeten. Op 1 april 1945, vlak voor de bevrijding, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op dodenmarsen gestuurd.Herinnering en Bezoek
Niedersachswerfen = Mittelbau III
Niedersachswerfen = Mittelbau III
Duitsland
Concentratiekamp Niedersachswerfen was een van de grootste buitenkampen van het concentratiekamp Mittelbau-Dora en stond ook wel bekend onder de aanduiding Mittelbau III (of B11 / Zinnstein). Het kamp lag aan de voet van de berg Kohnstein (in de huidige gemeente Harztor in Thüringen) en was operationeel van eind 1944 tot april 1945. Gevangenen werden hier te werk gesteld in de ondergrondse rakettenfabriek (Mittelwerk) en bij de uitbreiding van de tunnelsystemen. Ook moesten zij zware arbeid verrichten voor de Ammoniakwerke Merseburg en de gips- en zwavelmijnen van WIFO. Het kamp werd voornamelijk bevolkt door mannen. In het najaar van 1944 zaten er tot 2.500 gevangenen tegelijkertijd, waaronder veel Italiaanse krijgsgevangenen. De omstandigheden in het tunnelcomplex en de kampen waren mensonterend en leidden tot massale sterfte door uitputting, ziekte en honger.
Niederschöneweide
Niederschöneweide
Duitsland
In Niederschöneweide (Berlijn) bevond zich een belangrijk dwangarbeiderskamp (GBL 75/76) en een vrouwen-buitenkamp van concentratiekamp Sachsenhausen (Pertrix).
Niehl
Niehl
Duitsland
Concentratiekamp Niehl, ook bekend als KZ-Außenlager Köln-Niehl of Köln-Ford, was een officieel buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp was vanaf 12 augustus 1944 tot 27 februari 1945 operationeel en bevond zich op het terrein van de Ford-Werke AG aan de Henry-Ford-Straße in de gelijknamige wijk in Keulen, Duitsland. Het kamp werd opgezet om de productie van vrachtwagens voor het Duitse leger (de Wehrmacht) op te schroeven. De SS verhuurde dwangarbeiders en gevangenen direct aan de fabriek; hiervoor betaalde Ford dagelijks 4 tot 6 Reichsmark per gevangene aan de SS. Het kampement bestond uit zwaar beveiligde en afgescheiden barakken nabij de fabriek. Er zaten gemiddeld ongeveer 50 gevangenen in deze specifieke dependance, die onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken in de fabriek en bij de bouw van nieuwe faciliteiten. Door de opmars van de geallieerden (Feindnähe) werd het kamp op 27 februari 1945 ontruimd en werden de gevangenen teruggedreven naar het hoofdkamp Buchenwald.
Niemegk
Niemegk
Duitsland
Niemegk was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een SS-Ausbildungslager (opleidingskamp) en een buitencommando/buitenkamp, dat viel onder het beruchte concentratiekamp Sachsenhausen in de Duitse deelstaat Brandenburg: Het Buitencommando (Aussenlager) Het kamp was ondergebracht in Niemegk. Gevangenen werden door de SS ingezet voor dwangarbeid.Slachtoffers: dat hier voornamelijk politieke gevangenen en dwangarbeiders onder mensonterende omstandigheden werden vastgehouden en uitgebuit.
Concentratiekamp Niemojki
Concentratiekamp Niemojki
Polen
Niemojki was een nazi-dwangarbeiderskamp (Arbeitslager). Het lag in het oosten van bezet Polen, nabij het stadje Łosice (district Siedlce). Het kamp werd begin jaren '40 door de Duitsers opgezet en huisvestte voornamelijk Joodse gevangenen. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid. Dit omvatte onder meer de bouw van barrakken voor de Wehrmacht en de uitbreiding van het spoorwegstation en het spoor in Niemojki. De omstandigheden waren mensonterend. De arbeiders kregen hongerrantsoenen en leefden in angst voor willekeurig geweld, mishandeling en executies door de bewakers. In de loop van de oorlog, met name tijdens de liquidatie van de getto's in de regio (onderdeel van Aktion Reinhard), werd het kamp ontruimd en werden de meeste gevangenen op transport gezet naar vernietigingskampen zoals Treblinka.
Niesky
Niesky
Duitsland
Concentratiekamp Niesky (ook bekend als Wiesengrund) was een berucht bijkamp van het nazi-concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp werd opgericht in juni 1944 in Niesky (Saksen) en hield tot 1.000 gevangenen vast die als dwangarbeiders werden ingezet in de lokale oorlogsindustrie. Het kamp werd in april 1945 ontruimd. Niesky, nabij Görlitz in de huidige deelstaat Saksen, Duitsland. Operationeel van 9 juni 1944 tot 18 april 1945.Het was een werkkamp, ondergeschikt aan het hoofdkamp KL Groß-Rosen. Er zaten voornamelijk Joodse gevangenen vast. Zij werden door de nazi's tewerkgesteld bij lokale bedrijven, waaronder de staal- en apparatenfabriek Christoph & Unmack. In het voorjaar van 1945, toen het Sovjetleger naderde, werden veel gevangenen gedwongen te voet te evacueren tijdens dodenmarsen.
Nietleben
Duitsland
Kamp Nietleben (ook bekend als Lager Nietleben) in de Oost-Duitse stad Halle (Saale) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-werkkamp dat onder militair commando van de Luftwaffe viel. Het deed dienst als dwangarbeiderskamp waar honderden gevangenen werden ingezet voor zware arbeid. Het kamp is met name in de Nederlandse geschiedenis bekend omdat er tijdens de zomer van 1944 ongeveer honderd Nederlandse Merwedegijzelaars werden geïnterneerd. Stadtteil Nietleben, in de gemeente Halle (Saksen-Anhalt, Duitsland). Het kamp stond onder direct bevel van de Luftwaffe en was operationeel verbonden met de nabijgelegen vliegvelden en industrieën. Het werd gebruikt voor de huisvesting van dwangarbeiders, krijgsgevangenen en politieke gevangenen. In juli 1944 arriveerden er circa 100 Nederlanders (afkomstig uit Kamp Schkopau). Gevangenen werden zwaar uitgebuit, voornamelijk bij uitbreidings- en constructiewerkzaamheden ten behoeve van de luchtmacht. Eind september 1944 waren de werkzaamheden in de omgeving voltooid en werden de Nederlandse gevangenen overgeplaatst naar Kamp Zöschen.
Concentratiekamp Nikolsburg
Concentratiekamp Nikolsburg
Tsjechie
Concentratiekamp Nikolsburg (tegenwoordig Mikulov in Tsjechië) fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog voornamelijk als een doorgangskamp en locatie voor dwangarbeid. Onder de nazi-bezetting vonden hier de volgende belangrijke gebeurtenissen plaats: Verdrijving van Joden: In 1938, na de annexatie van Sudetenland, kreeg de eeuwenoude Joodse gemeenschap van Nikolsburg slechts 24 uur de tijd om te vertrekken.
Deportatiecentrum: Het stadje diende als verzamelpunt van waaruit Joden, Sinti en Roma werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.
Dwangarbeidskamp: Er waren verschillende kampen voor dwangarbeiders in de omgeving, waaronder werkkampen voor Joodse gevangenen uit Hongarije die werden ingezet voor de bouw van verdedigingswerken.
Aan het einde van de oorlog in 1945 trokken groepen gevangenen uit ontruimde kampen in het oosten door Nikolsburg tijdens de beruchte dodenmarsen.
Nimptsch
Nimptsch
Polen
Concentratiekamp Nimptsch (tegenwoordig het Poolse Niemcza) was een relatief klein subkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp bestond slechts voor een zeer korte periode aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nimptsch, Neder-Silezië (nu Polen). Geopend in januari 1945. Er was één transport van ongeveer 150 mannelijke gevangenen. Werkkamp (subkamp van Groß-Rosen). De meeste gevangenen verbleven er slechts kort. Zoals bij de meeste subkampen van Groß-Rosen, werden de gevangenen waarschijnlijk ingezet voor de oorlogsindustrie of bouwprojecten in de regio. Kort na de oprichting in januari 1945 werd het kamp alweer ontruimd vanwege het naderende Rode Leger. Veel gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd naar andere kampen dieper in Duitsland.
Nis = Nisch
Nis = Nisch
Servie
Concentratiekamp Nis (vaak geschreven als Niš) is in het Duits ook wel bekend als Lager Nich. De officiële naam van dit voormalige nazi-concentratiekamp in Servië is Crveni Krst (Rode Kruis-kamp). Gelegen in de stad Niš in Servië. Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Gestapo gebruikt om Joden, Roma, Serviërs en partizanen gevangen te houden en te executeren.
Concentratiekamp Niwka
Concentratiekamp Niwka
Polen
Niwka maakte deel uit van het uitgebreide netwerk van dwangarbeiderskampen rond de industriestad Sosnowiec in Polen. Het dorp Niwka (tegenwoordig een wijk van Sosnowiec) bevatte verschillende werkkampen waar Joodse gevangenen en andere dwangarbeiders werden ingezet in de zware industrie en kolenmijnen, zoals de lokale mijn Niwka-Modrzejów. Vanaf 1941-1942 richtten de nazi's in de regio Zagłębie Dąbrowskie (waar Sosnowiec onder valt) diverse werkkampen (Arbeitslager) in. Gevangenen in Niwka werden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen te werken in de mijnbouw en industrie. De kampen in deze regio functioneerden deels als opvangkampen voor Joden uit de getto's in de omgeving. Velen werden uiteindelijk geselecteerd voor transport naar het nabijgelegen vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Niskie Brodno
Niskie Brodno
Polen
Niskie Brodno was een satellietkamp van het naziconcentratiekamp Stutthof. Het kamp, gelegen in de buurt van de Poolse stad Brodnica, werd eind augustus 1944 opgezet om ongeveer 1.700 voornamelijk Joodse vrouwen uit Hongarije te dwingen tot dwangarbeid. Het kamp lag in de omgeving van het meer Niskie Brodno (gelegen in het merengebied van Brodnica in de huidige woiwodschap Koejavië-Pommeren, Polen).Op 24 augustus 1944 richtte de commandant van het concentratiekamp Stutthof het zogeheten Vistula Bouwcommando (Baukommando Weichsel) op. Ongeveer 1.700 vrouwelijke gevangenen, hoofdzakelijk afkomstig uit Hongarije, werden hier tewerkgesteld als onderdeel van een groep van in totaal 5.000 vrouwen. De vrouwen werden ingezet voor zware grondwerkzaamheden. Ze moesten verdedigingslinies en grondverstevigingen aanleggen langs de rivier de Drwęca. In januari 1945, met de opmars van het Sovjetleger, werd het kamp geëvacueerd. De gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd.
Concentratiekamp Niznow
Concentratiekamp Niznow
Oekraine
In Niżniów (tegenwoordig Nyzhniv, Oekraïne) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden. Dit kamp viel onder het Duitse gezag in het district Galicië was Niżniów specifiek een werkkamp waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden ingezet. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware arbeid, zoals de bouw en reparatie van bruggen over de rivier de Dnjestr en wegenonderhoud. Het kamp huisvestte Joodse arbeiders uit de omliggende regio, waaronder de stad Stanisławów (nu Ivano-Frankivsk). Naast de uitputtende arbeid vonden er in en rondom Niżniów excessen plaats, waaronder pogroms en executies door de Gestapo en lokale collaborateurs. De meeste overlevenden van het kamp werden uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Belzec of ter plekke geëxecuteerd toen het front naderde in 1944.
Concentratiekamp Nižný Hrabovec
Concentratiekamp Nižný Hrabovec
Slowakije
In Nižný Hrabovec (Slowakije) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een werkkamp dat onderdeel was van een groter netwerk voor dwangarbeid. Joods werkkamp en later een kamp voor Roma. Gelegen in het oosten van Slowakije, nabij Vranov nad Topľou. De gevangenen werden ingezet voor de aanleg van een strategische spoorlijn tussen Prešov en Strážske. Voornamelijk Joden en Roma uit de omliggende regio's van de Slowaakse Staat.
Nocra concentratiekamp
Nocra concentratiekamp
Eritrea
Het concentratiekamp Nocra (of Nakura) was een berucht strafkamp op het eiland Nocra in de Dahlak-archipel (Eritrea). Het werd door het fascistische Italië gebruikt tijdens de kolonisatie van Oost-Afrika (1936-1941) om politieke tegenstanders, intellectuelen en Ethiopische geestelijken en verzetsstrijders te interneren. Het kamp stond bekend om zijn onmenselijke en dodelijke omstandigheden. Gelegen op een dorre, geïsoleerde rots in de Rode Zee. De extreme hitte, zware dwangarbeid en het gebrek aan drinkwater eisten een zware tol. Italiaanse autoriteiten sloten er voornamelijk Ethiopische en Somalische burgers op die zich verzetten tegen de bezetting. Nocra was samen met het kamp Danane in Somalië een van de belangrijkste strafkampen in Italiaans-Oost-Afrika.
Concentratiekamp Noé
Concentratiekamp Noé
Frankrijk
Concentratiekamp Noé (Camp de Noé) was een Frans interneringskamp in de regio Haute-Garonne, ongeveer 30 kilometer ten zuiden van Toulouse. Het werd in februari 1941 geopend door het Vichy-regime en diende voornamelijk als ziekenkamp voor Joodse vluchtelingen, Spaanse republikeinen en politieke gevangenen. Het kamp bestond uit tientallen barakken en werd omheind door prikkeldraad en wachttorens. De omstandigheden waren vanaf het begin mensonterend. Door ondervoeding, tuberculose en kou overleden honderden gevangenen. In de zomer van 1942 werd het kamp door de Franse autoriteiten gebruikt als verzamelplaats en doorgangskamp. Vanuit Noé werden honderden gevangenen gedeporteerd naar doorgangskamp Drancy, om vervolgens door nazi-Duitsland naar vernietigingskampen in het oosten (waaronder Auschwitz) te worden afgevoerd. In totaal hebben er tijdens de oorlog zo'n 3000 mensen vastgezeten. Ongeveer 1000 van hen werden gedeporteerd en ruim 300 gevangenen kwamen in het kamp zelf om het leven.
Concentratiekamp Nohra
Concentratiekamp Nohra
Duitsland
Concentratiekamp Nohra, geopend op 3 maart 1933 in Thüringen, was het allereerste vroege nazi-concentratiekamp in Duitsland. Het werd ingericht in een voormalige militaire school en diende voornamelijk als interneringskamp voor politieke tegenstanders, zoals communisten. Een voormalige school in het dorp Nohra (Grammetal), Duitsland. Het kamp was operationeel vanaf 3 maart 1933. Het was een van de vroege concentratiekampen en heeft slechts enkele maanden bestaan. Voornamelijk politieke gevangenen (communisten, socialisten en andere tegenstanders van het nazi-regime uit de regio).
Nonnweiler
Nonnweiler
Duitsland
Nonnweiler was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenkommando) dat onder de jurisdictie viel van het beruchte SS-Sonderlager / KZ Hinzert. Het betrof een extern werkkamp gelieerd aan het hoofdkamp Hinzert (gelegen in de Hunsrück, Rijnland-Palts). Gevangenen in Nonnweiler werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder bosbouw en de aanleg van infrastructuur nabij de bekende stuwdam (Talsperre Nonnweiler) en de Westwall. De leef- en werkomstandigheden in de Hinzert-buitenkampen waren extreem zwaar, met grove mishandelingen en ondervoeding.
Nordhausen
Nordhausen
Duitsland
Concentratiekamp Nordhausen verwijst naar Mittelbau-Dora, een berucht werkkamp waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden V2-raketten bouwden in ondergrondse tunnels. Gelegen nabij Nordhausen, in de Duitse deelstaat Thüringen. Gedwongen arbeid voor de productie van Hitler's vergeldingswapens (V1 en V2).Gevangenen leefden en werkten maandenlang ondergronds zonder daglicht of ventilatie. Van de ongeveer 60.000 gevangenen kwamen er naar schatting 20.000 om het leven.
Nordhausen-Dora
Duitsland
Concentratiekamp Nordhausen-Dora, beter bekend als Mittelbau-Dora, was een berucht nazi-concentratiekamp in de Duitse Harz. Het werd in de zomer van 1943 opgericht als onderdeel van Buchenwald om onder onmenselijke omstandigheden de beruchte V-wapens (waaronder de V2-raket) te produceren in een immens ondergronds tunnelcomplex. De Menseneter: Vanwege de afschuwelijke omstandigheden, het gebrek aan daglicht, ondervoeding en dodelijke dwangarbeid in de tunnels, kreeg het kamp onder gevangenen deze huiveringwekkende bijnaam. Er hebben tienduizenden dwangarbeiders uit heel Europa gezeten, onder wie ook veel Nederlanders. Naar schatting zijn hier door uitputting, ziekte en executie minstens 20.000 mensen omgekomen. Op 11 april 1945 werd het kamp bevrijd door Amerikaanse troepen, die er honderden zieken en stervenden aantroffen.
Nossen
Nossen
Duitsland
Buitenlager Nossen (ook bekend als Nossen/Roßwein) was van november 1944 tot 14 april 1945 een officieel bijkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp lag in de buurt van het oude Kloster Zella. Het werd opgezet aan het einde van de Tweede Wereldoorlog om te dienen als werkkamp. Er verbleven ruim 300 tot bijna 500 gevangenen, voornamelijk afkomstig uit Polen en de Sovjet-Unie. De gevangenen werden door de nazi's tewerkgesteld onder zware en onmenselijke omstandigheden.
Concentratiekamp Notaresco
Concentratiekamp Notaresco
Italie
Het concentratiekamp in Notaresco (Abruzzo, Italië) was een interneringskamp van het fascistische regime. Het bestond uit twee gebouwen in het stadscentrum, waaronder het voormalige landgoed van een markies. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor Joodse vluchtelingen en politieke gevangenen. Het kamp was gevestigd in het centrum van Notaresco, in de provincie Teramo. Het kamp werd in 1940 geopend en bleef in gebruik tot na de wapenstilstand van september 1943, hoewel veel geïnterneerden toen werden vrijgelaten. Het kamp bood onderdak aan Joodse en andere politieke gevangenen die door het regime als vijandig of ongewenst werden beschouwd.
Concentratiekamp Novaia Praga
Concentratiekamp Novaia Praga
Oekraine
Novaia Praga was een getto dat in de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd opgezet in de Oekraïense plaats Novaia Praga (momenteel Nova Praha). In september 1941 hebben de Duitsers hier 125 Joodse inwoners samengedreven en gefusilleerd. Gelegen in de oblast Kirovohrad, ongeveer 50 kilometer ten oost-noordoosten van Kirovograd. De Joodse gemeenschap van Novaia Praga.In juni 1941 werd de regio bezet, waarna een getto werd ingesteld. Bij de liquidatie in september 1941 zijn de gevangenen geëxecuteerd door Duitse troepen.
Concentratiekamp Nováky
Concentratiekamp Nováky
Slowakije
Concentratiekamp Nováky was een dwangarbeiders- en concentratiekamp in centraal Slowakije dat vanaf eind 1941 door de Slowaakse autoriteiten in samenwerking met de nazi's werd geëxploiteerd. Het diende als doorgangskamp naar vernietigingskampen en was tevens het toneel van verzetsactiviteiten, zoals Joodse en communistische cellen. Het kamp werd oorspronkelijk gebouwd voor de exploitatie van Joodse dwangarbeiders. Er werden onder meer spoorwegwagons gerepareerd en er werd textiel geproduceerd. Vanaf 1942 fungeerde het als doorvoerkamp. Tienduizenden Joden uit Nováky werden overgedragen aan de Duitse SS en gedeporteerd naar vernietigingskampen in Polen. De omstandigheden waren mensonterend door ondervoeding en ziekten. Velen kwamen om of werden afgevoerd, hoewel sommigen dankzij het harde werk of onderduiken wisten te overleven. Er was een georganiseerde verzetsbeweging binnen het kamp. Tijdens de Slowaakse Nationale Opstand (SNP) in augustus 1944 wisten veel gevangenen uit het kamp te ontsnappen of werden ze vrijgelaten.
Nova Role
Nova Role
Tsjechie
Concentratiekamp Nová Role (ook bekend als Neu-Rohlau) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp, gelegen in het huidige Tsjechië, diende voornamelijk als dwangarbeiderskamp voor honderden vrouwen uit verschillende Europese landen. Gevestigd in Nová Role (Duits: Neu-Rohlau), destijds onderdeel van Sudetenland. Vrouwelijke gevangenen werden zwaar ingezet als dwangarbeidsters, onder andere in de lokale porseleinfabrieken en munitiefabrieken om de Duitse oorlogsmachine draaiende te houden. De gevangenen bestonden uit vrouwen van verschillende nationaliteiten. Velen stierven door ondervoeding, uitputting en de mensonterende omstandigheden.
Nové Mesto nad Váhom concentratiekamp
Nové Mesto nad Váhom concentratiekamp
Slowakije
In Nové Mesto nad Váhom (Slowakije) functioneerde vanaf begin 1943 als een tijdelijk Joods werkkamp en opvangkamp. Dit kamp werd gebouwd in de tuinen en het binnenplein van een Joods bejaardentehuis. Het kamp werd op 12 februari 1943 opgezet door het Ministerie van Binnenlandse Zaken onder de officiële (lange) naam: Centraal Joods Bejaardenkamp in Nováky met tijdelijk hoofdkwartier in Nové Mesto nad Váhom. Hoewel het officieel een kamp voor ouderen was, fungeerde het in de praktijk als een werkkamp. De gevangenen werden ingezet om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, deels als poging van Joodse leiders om deportaties naar vernietigingskampen te voorkomen. Het kamp bestond initieel uit zes houten barakken. Nadat er enkele ontsnappingspogingen plaatsvonden via het hek, liet de lokale districtsadministratie het kamp extra beveiligen met stenen muren en extra prikkeldraad. De bewaking van het kamp werd verzorgd door de Slowaakse Hlinka-garde. Veel Joden uit de regio en degenen die in het kamp verbleven, zijn uiteindelijk alsnog gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in door nazi-Duitsland bezet Polen.
Concentratiekamp Novograd Volynskii
Concentratiekamp Novograd Volynskii
Oekraine
Novohrad-Volynskyi (ook bekend als Zviahel of Novograd-Volynsk) in Oekraïne werd in de stad een getto ingericht en vonden er op grote schaal massamoorden en dwangarbeid plaats onder leiding van de nazi-bezetter. In de zomer van 1941 werd er in de stad een getto gecreëerd voor de lokale Joodse bevolking. In september 1941 voerden de Einsatzgruppen en speciale SS-eenheden executies uit. Duizenden Joodse inwoners werden in en rond de stad gefusilleerd. Transitkampen voor Krijgsgevangenen: Voor en tijdens de vroege fase van de Duitse inval in de Sovjet-Unie (1941) werden in de regio ook tijdelijke faciliteiten en doorgangskampen gebruikt om Poolse en Sovjet-krijgsgevangenen onder zware omstandigheden vast te houden.
Novoselovka concentratiekamp
Novoselovka concentratiekamp
Oekraine
Het concentratiekamp in Novoselovka (nabij Kryvyi Rih, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods dwangarbeiderskamp. Vanaf 20 mei 1942 werden hier honderden jonge Joden tewerkgesteld door de nazi’s om te helpen bij de aanleg en het onderhoud van de strategische snelweg tussen Kryvyi Rih en Dnipro. Het kamp in Novoselovka was onderdeel van een netwerk van dwangarbeiderskampen in de regio Reichskommissariat Ukraine die specifiek waren opgezet voor de wegenbouw. De gevangenen werden onderworpen aan extreme leefomstandigheden, zware fysieke arbeid en ondervoeding. De meeste van deze Joodse werkkampen in de regio werden tegen het einde van 1943 geliquideerd en de gevangenen werden veelal omgebracht.
Novovitebskoe concentratiekamp
Novovitebskoe concentratiekamp
Oekraine
Novovitebskoe was een dwangarbeidskamp en getto in de regio Dnipropetrovsk (Oekraïne) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dorp Novovitebske (toen Novo-Vitebsk) in het district Stalindorf, Oekraïne. Het begon als een open getto waar de Joodse bevolking in één straat werd geïsoleerd. Vanaf april 1942 diende het als een werkkamp voor Joden die geschikt voor arbeid werden geacht. De Joodse inwoners werden bijna volledig uitgemoord, vaak op nabijgelegen executieplaatsen zoals Novo-Podolsk.
Concentratiekamp Nowe Miasto
Concentratiekamp Nowe Miasto
Polen
De stad Nowe Miasto nad Pilicą in Polen speelde een rol in de Holocaust als locatie van een getto en als doorgangspunt naar vernietigingskampen. Het Getto van Nowe Miasto. De Duitse bezetter richtte in 1940 een getto in voor de Joodse bevolking. Het getto was overbevolkt en kende een tekort aan voedsel en medische zorg. Er leefden niet alleen lokale Joden, maar ook vluchtelingen uit omliggende gebieden. In juli 1941 werden ongeveer 300 Joden vanuit Nowe Miasto naar het werkkamp Pomiechówek gestuurd, waar de overlevingskansen extreem laag waren. Veel Joden uit het getto werden uiteindelijk gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. In oktober 1942 werd het getto definitief ontruimd en werden de resterende bewoners naar het vernietigingskamp Treblinka gestuurd.
Concentratiekamp Nowogrudok
Concentratiekamp Nowogrudok
Wit Rusland
Het concentratiekamp en getto van Novogrudok (Navahrudak) in Wit-Rusland werd in 1941 door de nazi's opgericht. Het is beroemd vanwege de succesvolle ontsnapping in 1943 via een met de hand gegraven tunnel van ruim 200 meter lang. Hierdoor wisten ongeveer 250 Joodse gevangenen het kamp te ontvluchten en zich aan te sluiten bij de partizanen. Novogrudok, Wit-Rusland (tijdens WO II bezet door nazi-Duitsland). Van de oorspronkelijke Joodse bevolking van circa 11.000 personen overleefden slechts weinigen. De meesten kwamen om tijdens massamoorden in 1941 en 1942. Het werkkamp: Nadat het grootste deel van de bevolking was vermoord, bleef er een groep van ongeveer 240 Joodse dwangarbeiders over in het werkkamp (gespecialiseerd in schoenmakerij en houtbewerking).De tunnelontsnapping: Omdat de gevangenen wisten dat de nazi's het kamp wilden liquideren, groeven zij in het geheim vanuit hun barakken onder de neus van de bewakers ruim vier maanden lang een tunnel. De uitbraak: In de nacht van 26 september 1943 kropen de gevangenen door de tunnel naar de vrijheid. Meer dan 100 van hen sloten zich aan bij de Joodse partizaneneenheid van Bielski in de nabijgelegen bossen.
Concentratiekamp Nowosiolki
Concentratiekamp Nowosiolki
Polen
Nowosiolki functioneerde in de Tweede Wereldoorlog als een Joods dwangarbeiderskamp. Het was onderdeel van een netwerk van werkkampen in de moerassige omgeving van Sobibór, opgezet door de nazi's. Gelegen in de moerassige regio rondom vernietigingskamp Sobibór, in het oosten van Polen. De gevangenen werden voornamelijk ingezet bij zware dwangarbeid, zoals het reguleren van rivieren en ontginningswerkzaamheden in de omgeving. Het kamp viel onder het bredere SS-commando van het nabijgelegen vernietigingskamp Sobibór.
Concentratiekamp Nowy Dwór
Concentratiekamp Nowy Dwór
Polen
In Nowy Dwór Mazowiecki (Polen) hebben de nazi's in 1941 een streng joods getto ingericht. Veel inwoners werden uitgebuit als dwangarbeiders en gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz. Getto van Nowy Dwór: Werd in 1941 opgericht in de wijk Piaski. In november en december 1942 werden de ongeveer 4.000 Joodse inwoners per trein gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz.
Fort III in Pomiechówek: Dit nabijgelegen fort (onderdeel van de Modlin-vesting, vlakbij Nowy Dwór) werd door de Gestapo gebruikt als straf- en onderzoekskamp. Duizenden Joden en Polen werden hier mishandeld, uitgehongerd of gefusilleerd. Veel gevangenen uit de regio werden uiteindelijk overgebracht naar concentratiekamp Stutthof, gelegen ten oosten van Gdańsk.
Concentratiekamp Nowy Dzików
Concentratiekamp Nowy Dzików
Polen
In het naburige Stary Dzików werd in 1940 een Joods dwangarbeiderskamp gevestigd. Dit kamp was ondergeschikt aan het vernietigingskamp in Bełżec en diende voor de inzet van slavenarbeid. Gelegen in de regio Subkarpaten in Zuidoost-Polen (vlakbij de Oekraïense grens). Opgezet in juni 1940. Ongeveer 1.000 Joodse gevangenen werden overgebracht vanuit een eerder kamp in Cieszanów om te werken aan de zogeheten Otto-linie (verdedigingswerken). De dwangarbeiders leefden onder erbarmelijke, inhumane omstandigheden op rantsoenen die ver onder de overlevingsgrens lagen. Velen stierven door uitputting en ziektes. Het kamp stond onder bevel van de beruchte SS-officier Oskar Dirlewanger, die er berucht werd om zijn wreedheid. In november 1940 werd het kamp geliquideerd. Het merendeel van de gevangenen werd te voet afgevoerd naar onbekende bestemmingen.
Concentratiekamp Nowy Modlin
Concentratiekamp Nowy Modlin
Polen
Het concentratiekamp in Nowy Modlin was gevestigd in Fort III, onderdeel van de historische vesting van Modlin (Polen). Tussen 1940 en 1944 werd dit door de nazi’s gebruikt als strafkamp en Gestapo-gevangenis voor Poolse gevangenen. Het fort ligt in Nowy Dwór Mazowiecki, nabij Warschau en het vliegveld Warsaw Modlin. Fort III: Dit is gebouwd tussen 1883 en 1888 en maakte deel uit van de zware verdedigingsgordel rond de Modlin-vesting. Vanaf juni 1940 werd het complex door de Gestapo gebruikt als concentratiekamp. Exacte dodentallen zijn niet onomstotelijk vastgelegd, maar de omstandigheden waren er zeer zwaar.
Getto van Nowy Dwór: Naast het concentratiekamp in het fort was er ook een Joods getto in de stad zelf, waarvan de bewoners in 1942 en 1943 werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.
Concentratiekamp Nowy Wieś
Concentratiekamp Nowy Wieś
Polen
Zwangsarbeitslager Nowa Wieś (ook bekend als Nowy Wieś of onder de Duitse naam Neudorf). Dit kamp lag in de regio Oberschlesien (Oppersilezië), nabij de huidige stad Ruda Śląska in Polen. Het kamp was geen groot Stammlager zoals Auschwitz, maar een werkkamp dat gedurende de Tweede Wereldoorlog functioneerde onder de nazi-bezetting. Het was een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden). Het kamp was operationeel van ongeveer maart 1941 tot maart 1943. Gelegen bij de ijzergieterij Antonienhütte in de toenmalige gemeente Neudorf (nu Nowa Wieś, een deel van Ruda Śląska). De gevangenen, voornamelijk Joodse mannen, werden ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie, specifiek in de zware industrie en metaalbewerking.
Nowa Wieś (letterlijk: Nieuw Dorp) een zeer veel voorkomende plaatsnaam is in Polen, wordt de naam soms ook in andere contexten genoemd: Altdorf (Stara Wieś): Dit was een subkamp van Auschwitz waar gevangenen bosbouwwerkzaamheden verrichtten.
Concentratiekamp Nowyi Swershen
Concentratiekamp Nowyi Swershen
Wit Rusland
In de omgeving van Nowy Świerzeń (tegenwoordig in Wit-Rusland) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een getto en een bijbehorend dwangarbeidskamp. Het getto werd opgericht op 25 oktober 1941, nadat Duitse troepen het dorp in juni hadden bezet. Het was gelegen nabij de plaatselijke houtzagerij, waar veel gevangenen dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp diende als een centrum voor gedwongen arbeid. Joden uit omliggende dorpen zoals Mir, Turzec en Stolpce werden hierheen gebracht om te werken. Opvallend is dat het kamp onder meer werd bewaakt door eenheden van de Luftwaffe. In januari 1943 vond er een grote, georganiseerde ontsnapping plaats uit het getto en het kamp. Veel van de ontsnapten sloten zich aan bij Joodse partizaneneenheden in de nabijgelegen bossen om tegen de nazi's te vechten. Kort na de ontsnapping in 1943 werd het resterende getto geliquideerd door de nazi's.
Nürnberg
Concentratiekamp Nürnberg
Duitsland
Aussenlager Nürnberg (SS-Kaserne). Dit was een buitenkamp dat vanaf 1943 onder het gezag van het Concentratiekamp Flossenbürg viel. Belangrijke locaties in Neurenberg Aussenlager Nürnberg (SS-Kaserne): Een buitenkamp waar gevangenen dwangarbeid verrichtten voor de SS.
Nürnberg - Siemens-Schuckert-Werke
Nürnberg - Siemens-Schuckert-Werke
Duitsland
Het concentratiekamp Nürnberg (Siemens-Schuckertwerke) was een buitenkamp van het Concentratiekamp Flossenbürg dat van 18 oktober 1944 tot 6 maart 1945 bestond. Het was het enige kamp in Neurenberg dat direct in een fabriek was gevestigd en waar uitsluitend Joodse vrouwen werden ingezet voor dwangarbeid. Gevangenen: 550 Hongaars-Joodse vrouwen en meisjes (leeftijd 14–40 jaar). Zij werden in Auschwitz-Birkenau geselecteerd door vertegenwoordigers van Siemens. Productie van transformatoren en meters, en zwaar werk zoals het ontroesten van metaal. Oorspronkelijk aan de Katzwanger Straße in het zuiden van de stad. De omstandigheden in het kamp waren onmenselijk en werden gekenmerkt door honger, ontoereikende kleding en uitputtende appelrondes in de kou. Ongeveer 200 vrouwen waren op een gegeven moment te zwak of te ziek om te werken. Na een luchtbeval in februari 1945 werd het kamp verwoest. De vrouwen werden daarna verplaatst naar een schoolgebouw in de Zeltnerstraße en gedwongen om onder gevaarlijke omstandigheden puin te ruimen in de stad. Op 6 maart 1945 werd het kamp opgeheven en werden de vrouwen overgebracht naar andere buitenkampen.
Nürnberg - Chillingworth Werke
Nürnberg - Chillingworth Werke
Duitsland
Concentratiekamp Nürnberg (Chillingworth Werke) was een buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp was gevestigd in Neurenberg en bestond van september 1943 tot april 1945. Moederkamp: Concentratiekamp Flossenbürg. Geopend op 5 september 1943 en gesloten op 9 april 1945. De gevangenen werden als dwangarbeiders ingezet in de fabriek van Chillingworth Werke, die onderdelen voor de oorlogsindustrie (waaronder luchtvaartinstrumenten) produceerde. In april 1945 werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen overgebracht naar concentratiekamp Dachau.
Concentratiekamp Nurzec
Concentratiekamp Nurzec
Polen
Nurzec (Nurzec-Stacja in Oost-Polen) In de zomer van 1942 richtten de nazi's een ghetto in Nurzec op. Augustus 1942 tot november 1942. Ongeveer 200 tot 300 Joodse inwoners werden hier gevangengezet. In november 1942 werd het ghetto ontruimd. De gevangenen werden eerst naar een doorgangskamp in Bialystok of het nabijgelegen Kleszczele gestuurd en kort daarna gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka, waar zij bij aankomst werden vergast. Nurzec-Stacja was een strategisch knooppunt aan de spoorlijn.
Werkkamp: Er was sprake van gedwongen arbeid bij het treinstation en lokale landgoederen. Geen overlevenden: