Concentratiekampen U t/m V 1940-1945
Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'
Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.
Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.
Zie ook:
Frontstalags in Frankrijk
Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp
Kampen op alfabetische volgorde
U
Überlingen
Überlingen
Duitsland
Het Concentratiekamp Überlingen (officieel KZ-Außenlager Überlingen-Aufkirch) was een buitenkamp van concentratiekamp Dachau dat bestond van september 1944 tot april 1945. Gemiddeld verbleven er 700 tot 800 gevangenen die onder onmenselijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Zij groeven de Goldbacher Stollen, een ondergronds tunnelstelsel van bijna 4 kilometer lang, bedoeld om de nazi-wapenindustrie te beschermen tegen geallieerde bombardementen. Minstens 170 gevangenen overleefden de ontberingen en het geweld niet. Wapenindustrie onder de grond: Na zware bombardementen op de nabijgelegen industriestad Friedrichshafen besloten de nazi's de productie van wapens (zoals onderdelen voor V2-raketten) ondergronds voort te zetten.Project Magnesiet: Dit was de dekmantelnaam voor het graven in de zachte molasserotsen van Überlingen, omdat dit gesteente makkelijk te bewerken was maar wel bescherming bood tegen bommen. Gevangenen moesten in de herfst van 1944 eerst hun eigen kamp opbouwen bij het dorpje Aufkirch, net ten noordwesten van Überlingen. De gevangenen werkten in twee slopende ploegendiensten van 12 uur. Ze boorden gaten voor explosieven en voerden het puin af in kiepkarren. Er waren geen veiligheidsmaatregelen bij de explosies, waardoor veel slachtoffers vielen door instortingen. Het kamp stond onder leiding van SS-kampcommandant Georg Grünberg, bijgestaan door zo'n 25 SS-bewakers en honden. Binnen het kamp hielden zogeheten Kapos (gevangenen die meewerkten met de nazi's) het toezicht.
Übermark
Übermark
?
Überlingen
Überlingen
Duitsland
Het Concentratiekamp Überlingen-Aufkirch was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau, gelegen in het zuiden van Duitsland nabij de Bodensee. Het kamp bestond van september 1944 tot april 1945 en werd specifiek opgericht voor de bouw van de Goldbacher Stollen, een ondergronds tunnelstelsel bedoeld voor de oorlogsindustrie. Na zware geallieerde bombardementen op de nabijgelegen industriestad Friedrichshafen besloten de nazi's de productie van wapens en vliegtuigonderdelen ondergronds voort te zetten. Onder de codenaam Magnesiet moesten gevangenen een tunnelstelsel van bijna vier kilometer lang uithakken in de zachte molasserotsen van Überlingen. Gemiddeld verbleven er 700 tot 800 gevangenen in het kamp, waaronder politieke gevangenen, dwangarbeiders en criminelen uit heel Europa. Er werd gewerkt in twee ploegen van twaalf uur. Gevangenen moesten met dynamiet gaten boren en het puin handmatig afvoeren. Dit gebeurde zonder enige veiligheidsmaatregelen. Ten minste 170 gevangenen kwamen om het leven door de onmenselijke omstandigheden, uitputting, ziektes of fatale ongelukken tijdens de explosies.
Uckermark
Uckermark
Duitsland
Kamp Uckermark. Dit was een Duits nazi-concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag vlak naast het bekende vrouwenkamp Ravensbrück. Gelegen in de regio Uckermark, ten noorden van Berlijn. (1942–1944): Geopend als een Jugendschutzlager (meisjes-interneringskamp). Hier hield de nazi-overheid ongeveer 1.000 jonge vrouwen en meisjes (16 tot 21 jaar) gevangen die als asociaal of delinquent werden bestempeld. (januari–maart 1945): In de laatste maanden van de oorlog werd het omgevormd tot een vernietigingskamp. Zieke, oude en zogenaamd arbeidsongeschikte vrouwen uit Ravensbrück werden hiernaartoe gebracht en in provisorische gaskamers vermoord. In de korte periode als vernietigingskamp zijn er naar schatting 5.000 tot 6.000 vrouwen vermoord.
Uelzen
Uelzen
Duitsland
Het buitenkamp Uelzen was een satellietkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het werd eind 1944 opgericht en huisvestte aanvankelijk ongeveer 100 gevangenen die dwangarbeid verrichtten. Gevangenen werden door de Reichsbahn ingezet voor opruimingswerkzaamheden en spoorwegbouw. Na zware geallieerde bombardementen op het station van Uelzen op 22 februari 1945, werd het kamp uitgebreid tot 500 gevangenen om bomschade te herstellen. De groep bestond voornamelijk uit dwangarbeiders uit de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk, België en Nederland. Eind maart 1945 werden er extra Nederlandse gevangenen vanuit het hoofdkamp naar Uelzen overgebracht.
Uffing - Muck
Uffing - Muck
Duitsland
Concentratiekamp Uffing - Muck het buitenkamp Seehausen/Uffing, een satellietkamp van Concentratiekamp Dachau in Duitsland, gecombineerd met de locatie van een nazi-onderneming en huishoudelijke dwangarbeid. Het kamp was gelegen in de plaats Seehausen/Uffing (bij de Staffelsee in Opper-Beieren). Het fungeerde als een subkamp van Dachau. Unternehmen Muck: Gevangenen uit het kamp werden hier te werk gesteld. In tegenstelling tot veel andere kampen, de behandeling hier als relatief draaglijk. Er zijn geen geregistreerde gevallen van geweld of doden in dit subkamp. Gevangenen verbleven in barakken en kregen voldoende te eten. In het vroege voorjaar van 1945 ontvingen ze zelfs voedselpakketten van het Nederlandse Rode Kruis. Naast het werken voor de onderneming Muck, werkten sommige gevangenen in de huishouding en tuinen, of bij militaire gerechtshoven in de buurt. Het kamp werd op 25 april 1945 bevrijd door het Amerikaanse leger.
Uffing - Seehausen
Uffing - Seehausen
Duitsland
Concentratiekamp Uffing-Seehausen was een satellietkamp (buitenkamp) van concentratiekamp Dachau. Het kamp werd halverwege 1944 opgezet in Seehausen am Staffelsee nabij Uffing in Beieren. Gevangenen werden hier tewerkgesteld voor het bedrijf Feinmechanische Werkstätten Ing. G. Tipecska, dat was overgeplaatst vanuit München. De gevangenen moesten werken aan de ontwikkeling van een geheim wapen, namelijk een elektrisch luchtafweergeschut. Het kamp huisvestte meestal 20 tot 25 gevangenen, hoewel dit aantal in bepaalde periodes kon oplopen tot ongeveer 65. De groep bestond voornamelijk uit politieke gevangenen van diverse nationaliteiten, waaronder Polen, Tsjechen, Fransen, Italianen en Sovjets.
Concentratiekamp Ugartsthal
Concentratiekamp Ugartsthal
Oekraine
Concentratiekamp Ugartsthal was een nazi-kamp in het door Duitsland bezette Polen (tegenwoordig gesitueerd in West-Oekraïne). Ugartsthal was oorspronkelijk een achttiende-eeuwse nederzetting van protestantse Duitse kolonisten in Galicië, gelegen in het district Kałusz nabij Stanislawów. Vandaag de dag heet dit dorp Hrabivka (Грабівка) in de Oekraïense oblast Ivano-Frankivsk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtte het nazi-regime in of nabij dit dorp een kamp in.
Concentratiekamp Ugliano
Concentratiekamp Ugliano
Kroatie
Concentratiekamp Ugliano (gelegen op het Kroatische eiland Ugljan) was een interneringskamp van het fascistische Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in de lente van 1942 opgezet voor de opsluiting van Dalmatische Joden, maar bood uiteindelijk heel kort plaats aan zo'n 300 gevangenen in de nazomer van 1943.De Italiaanse overheid keurt de fondsen goed voor de bouw van een concentratiekamp op het eiland Ugliano. Augustus 1943: Ongeveer 300 gevangenen arriveren in het kamp. September 1943: Na de wapenstilstand van 8 september (waarbij Italië capituleerde) lieten de Italianen het kamp direct leeglopen. Er zijn geen bewakers of gevangenisdirecteuren toegewezen in de tussentijd.
Concentratiekamp Uhryniv
Concentratiekamp Uhryniv
Oekraine
In het district Senkevychivka liggen dorpen zoals Uhryniv. In de zomer van 1942 Joodse inwoners uit de omgeving (waaronder Uhryniv) werden samengedreven in lokale getto's. Gevangenen dwangarbeid moesten verrichten, zoals het graven van diepe greppels. In het najaar van 1942 op deze locaties executies zijn uitgevoerd door de Duitse bezetter en lokale collaborateurs.
Ujazdow
Polen
Concentratiekamp Ujazdow (in het district Lublin, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-werkkamp. Het is vooral berucht vanwege het straf-transport (Transport AaH) dat op 10 juni 1942 uit Praag vertrok. De gedeporteerden werden waarschijnlijk direct doorgestuurd naar vernietigingskamp Belzec. Het Transport: Op 9 juni 1942 vertrok een trein met ongeveer 1.000 Joodse gevangenen vanuit Praag onder het nummer AaH – Attentat aus Heydrich. Dit was een wraakactie van de nazi’s voor de moord op SS-leider Reinhard Heydrich. Officieel was de bestemming het werkkamp Ujazdow, dat het transport als vernietigingstransport diende en dat de gevangenen kort na aankomst in het nabijgelegen vernietigingskamp Belzec zijn vermoord.
Ujscie
Ujscie
Polen
In of rond Ujście (historisch bekend als Usch in het Reichsgau Wartheland) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joden en een kamp voor burgergevangenen. Het was een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden) dat viel onder het lokale stadsbestuur (Stadtverwaltung) van Usch. Joodse gevangenen werden hier onder zware omstandigheden tewerkgesteld, waarna velen van hen via deportaties naar grotere vernietigingskampen (zoals Auschwitz) zijn omgekomen. Tevens is bekend dat er in de regio sprake was van een interneringskamp voor burgergevangenen, lokaal ook wel bekend als Albatros (gelegen nabij het huidige Piła).
Újvidék
Újvidék
Servie
Újvidék (de Hongaarse naam voor Novi Sad, Servië) werd tijdens de Tweede Wereldoorlog bezet door Hongaarse troepen. Het was het toneel van twee grote tragedies: het Bloedbad van Novi Sad in januari 1942 en grootschalige deportaties naar concentratiekampen in 1944.Het Bloedbad van Novi Sad (januari 1942) Tijdens de zogeheten Razzia van Zuid-Bačka omsingelden Hongaarse bezettingstroepen de stad tussen 21 en 23 januari. Onder het mom van een zoektocht naar partizanen richtten zij een slachting aan. Ruim 1.200 tot 1.300 burgers, voornamelijk Joden en Serviërs. Slachtoffers werden in hun huizen opgepakt en doodgeschoten of naar de oevers van de bevroren Donau geleid om in het ijs te worden gegooid. Vanaf april 1944 begonnen de nazi-autoriteiten de overgebleven Joodse bevolking van Újvidék definitief te deporteren. De Joodse inwoners werden eerst bijeengedreven in lokale fabrieken, zoals de Upper Bácska Mill (interneringskampen in onder meer Bačka Topola), waarna ze werden overgebracht naar getto's in Szeged. Vanaf mei 1944 vonden de transporten plaats naar Auschwitz en andere concentratie- en werkkampen, waar de meesten het leven lieten.
Concentratiekamp Ulan
Concentratiekamp Ulan
Polen
Ülenurme
Ülenurme
Estland
Concentratiekamp Ülenurme was een Joods dwangarbeiderskamp in Estland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde van eind 1943 tot maart 1944 als onderdeel van het Vaivara concentratiekampcomplex. De gevangenen werden ingezet voor spoorwegarbeid in de buurt van Tartu (Dorpat). Het kamp lag nabij het huidige Ülenurme en huisvestte begin 1944 ongeveer 127 gevangenen. Omdat het kamp ver verwijderd was van het hoofdkwartier in Vaivara, stond het onder medisch en administratief toezicht van SS-officier Karl Theiner. In maart 1944 werden ruim 500 gevangenen uit de regio (inclusief Ülenurme, Petseri en Kulupe) weggevoerd en overgebracht naar het kamp Riga-Kaiserwald.
Ulm
Ulm
Duitsland
werkkampen
Concentratiekamp Ulm-Oberer Kuhberg
Concentratiekamp Ulm-Oberer Kuhberg
Duitsland
Concentratiekamp Ulm-Oberer Kuhberg was een vroeg nazi-concentratiekamp in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg dat bestond van november 1933 tot juli 1935. Het kamp was ondergebracht in een 19e-eeuws militair fort (Fort Oberer Kuhberg), dat deel uitmaakte van de historische Bundesfestung Ulm. Het diende als het centrale kamp voor de regio Württemberg om politieke en ideologische tegenstanders van het nazi-regime op te sluiten en te terroriseren. Hoofdzakelijk politieke gevangenen, waaronder communisten (KPD) en sociaaldemocraten (SPD). Later werden er ook religieuze opposanten, zoals katholieke priesters, en zogenaamde asocialen opgesloten. In totaal hebben er ongeveer 600 mannen gevangen gezeten. Het breken van de wil en overtuiging van politieke tegenstanders door middel van dwangarbeid, intimidatie en slechte leefomstandigheden. Het diende ook als afschrikking voor de rest van de bevolking. In juli 1935 werd het kamp opgeheven. Een deel van de resterende gevangenen werd aansluitend overgebracht naar Concentratiekamp Dachau.
Concentratiekamp Ulrichskirchen
Concentratiekamp Ulrichskirchen
Oostenrijk
Het concentratie- en werkkamp Ulrichskirchen was een nazi-werkkamp gevestigd in het gelijknamige Oostenrijkse plaatsje, ongeveer 25 kilometer ten noorden van Wenen. Het kamp deed voornamelijk dienst als een satelliet-/doorvoerkamp binnen het netwerk dat gelieerd was aan de grotere kampen in de regio, zoals Strasshof en Mauthausen. Het kamp in Ulrichskirchen werd onderdeel van een gedwongen tewerkstellingsprogramma. Gevangenen, veelal Hongaarse en Joegoslavische Joden, werden hierheen gestuurd in plaats van direct naar vernietigingskampen. Dit maakte deel uit van een omstreden overeenkomst, de zogenaamde bloed voor goederen-onderhandelingen tussen SS'er Adolf Eichmann en de Hongaarse zionist Rezső Kasztner. Hoewel het niet direct diende als grootschalig vernietigingskamp (in tegenstelling tot kampen als Auschwitz), was het leven in Ulrichskirchen zwaar. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders en leden onder slechte omstandigheden. Het kamp werd in de lente van 1945 bevrijd door het oprukkende Rode Leger.
Ulven
Concentratiekamp Ulven
Noorwegen
Concentratiekamp Ulven (Duits: Polizeihäftlingslager Ulven) was het eerste nazi-detentiekamp in Noorwegen, operationeel van augustus 1940 tot september 1943. Het kamp lag in het toenmalige Os (nu Bjørnafjorden) in Hordaland, ongeveer 30 kilometer ten zuiden van de stad Bergen. Het kamp werd in de zomer van 1940 gevestigd in de reeds bestaande militaire barakken van Ulven. Het viel onder het bewind van de nazi-Veiligheidspolitie (SIPO) en werd gebruikt om communisten, Joden en andere vervolgden gevangen te houden. De omstandigheden in het kamp waren aanvankelijk relatief mild. Dit veranderde dramatisch in 1942 toen Untersturmführer Otmar Holenia, bijgenaamd The Storm, de leiding overnam en de omstandigheden aanzienlijk verslechterde. In september 1943 werd het kamp gesloten. Veel van de gevangenen werden overgebracht naar het nabijgelegen concentratiekamp Espeland, of doorgestuurd naar andere kampen.
Unna
Unna
Duitsland
Concentratiekamp Unna was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het kamp was operationeel van eind juli 1943 tot begin maart 1944. Hier verbleven gemiddeld vijftig politieke gevangenen die zware dwangarbeid moesten verrichten. Gevangenen werden waarschijnlijk ondergebracht in een oude steenfabriek in de buurt van de toenmalige SS-kazerne aan de Iserlohner Strasse. De circa 50 gevangenen bestonden grotendeels uit Poolse mannen en een klein aantal als asociaal bestempelde personen. Zij werden ingezet voor bouw- en constructiewerkzaamheden op het kazerneterrein en in de binnenstad.
Concentratiekamp Unterberg
Concentratiekamp Unterberg
Polen
Er heeft in het door de nazi's bezette Polen (het oorlogsdistrict Warthegau) een Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager of ZAL) bestaan dat in documenten wordt aangeduid als Unterberg. In augustus 1943 is dit kamp ontruimd en zijn de overlevende gevangenen gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Unterlüß
Unterlüß
Duitsland
Unterlüß (ook wel Tannenberg genoemd) was een subkamp van de Concentratiekamp Bergen-Belsen in Unterlüß in Nedersaksen. Ongeveer 900 Joodse vrouwen werden gedwongen daar onder onmenselijke omstandigheden te werken voor de Rheinmetall-Borsig AG Het kamp lag ongeveer 30 kilometer van het hoofdkamp Bergen-Belsen. De accommodatie vond plaats in het dorp Altensothrieth. Vanaf eind augustus 1944 arriveerden transporten met maximaal 900 Joodse vrouwen en meisjes. De meesten van hen kwamen uit Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Roemenië. De gevangenen waren werkzaam bij weg- en spoorbouw, evenals direct in de munitiefabrieken van de Rheinmetall-Borsig AG Naast het vrouwensubkamp was er een sterk vertakt systeem van 21 andere kampen in Unterlüß via de wapenfabriek daar en de Lüneburger Heide. Minstens 5.000 dwangarbeiders, krijgsgevangenen en Italiaanse militaire geïnterneerden werden daar ondergebracht. Kort voor de bevrijding van het hoofdkamp Bergen-Belsen medio april 1945 werd het kamp geëvacueerd.
Concentratiekamp Untermwalde
Concentratiekamp Untermwalde
Polen
Kamp Untermwalde (tegenwoordig Podlaski in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. Het kamp werd geopend in juni 1942. Het kamp was destijds gesitueerd in het voormalige district Wartheland. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid en landbouwprojecten in de regio.
Concentratiekamp Untersiebenbrunn
Concentratiekamp Untersiebenbrunn
Oostenrijk
Untersiebenbrunn fungeerde in 1938 kortstondig als agrarisch opleidingskamp (Hachshara) voor zionistische pioniers. Later in de oorlog werd het in de volksmond aangeduid als werkkamp, waar voornamelijk Hongaars-Joodse dwangarbeiders werden ingezet in de landbouw bij lokale boeren. Opleidingskamp (HeChalutz) In de zomer van 1938 organiseerde de Joodse beweging HeChalutz er agrarische trainingen voor Joodse jongeren die zich voorbereidden op emigratie naar Palestina. Velen van hen, onder wie Bertha Eltes-Rosenberg, vluchtten hierna naar Nederland, waarna ze alsnog via Kamp Westerbork werden gedeporteerd. In de latere oorlogsjaren (ca. 1944–1945) werden op het landgoed van boer Matthias Schirmbeck in Untersiebenbrunn (Neder-Oostenrijk) tientallen tot honderden Joodse dwangarbeiders ondergebracht. Het betrof hier onvrijwillige arbeid. De omstandigheden waren zwaar en de gevangenen werden ingezet voor zware landbouwwerkzaamheden, vaak in afwachting van verdere deportatie of transport naar doorgangskampen.
Concentratiekamp Unterthemenau
Concentratiekamp Unterthemenau
Tsjechie
Unterthemenau (tegenwoordig bekend als het Tsjechische dorp Podivín) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidkamp in het door nazi-Duitsland bezette protectoraat Bohemen en Moravië. Het kamp fungeerde primair als een satelliet- of doorgangskamp, onder andere gelieerd aan het Terezín in Theresienstadt. Gevangenen waaronder veel Joden en politieke gevangenen werden in het kamp ondergebracht voor dwangarbeid. Gelegen in de regio Moravië, ten noorden van de huidige Oostenrijks-Tsjechische grens, dichtbij de stad Břeclav. Deze waren mensonterend. Gevangenen leden zware honger, werden mishandeld en liepen dodelijke ziekten op. Aan het einde van de oorlog zijn veel gevangenen via dodenmarsen overgebracht naar andere kampen, zoals Bergen-Belsen of Theresienstadt.
Unterriexingen - Kdo. v. Vaihingen
Unterriexingen - Kdo. v. Vaihingen
Duitsland
Concentratiekamp Unterriexingen was een bijkamp (Außenkommando) van het grotere satellietkamp KZ Vaihingen (ook bekend als Kamp Wiesengrund). Beide kampen vielen organisatorisch onder het hoofdconcentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas. Unterriexingen (tegenwoordig een stadsdeel van Markgröningen), in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Van oktober/november 1944 tot maart/mei 1945. Inzet van dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. In de zomer van 1944 werd hoofdkamp Vaihingen opgericht om in de nabijgelegen steengroeve een ondergrondse fabriek te bouwen voor Messerschmitt-vliegtuigonderdelen. Toen die bouwwerkzaamheden door geallieerde bombardementen stopten, werd de productie verplaatst naar tunnels in de wijngaarden aan de overkant van de rivier de Enz, vlakbij Unterriexingen. Gevangenen moesten hier onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten voor Daimler-Benz Mannheim en meewerken aan de ondergrondse stollenbouw. Terwijl Vaihingen vanaf december 1944 veranderde in een berucht SS-Krankenlager (sterfkamp voor zieke gevangenen), bleef Unterriexingen functioneren als werkkamp. Het kamp bood plaats aan ongeveer 500 gevangenen. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Ongeveer 250 gevangenen (de helft van het totale aantal) kwamen in de korte tijd dat het kamp bestond om het leven. De slachtoffers liggen begraven op de Kampbegraafplaats Unterriexingen aan de Brunnenstraße
Unterschleißheim
Unterschleißheim
Duitsland
In Unterschleißheim (nabij München) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp (Außenlager) dat organisatorisch onder het nabijgelegen Concentratiekamp Dachau viel. Daarnaast stond de locatie destijds met name bekend om het beruchte Judenlager Lohhof (Flachsröste Lohhof). Flachsröste Lohhof (Judenlager) Het belangrijkste kampcomplex in Unterschleißheim-Lohhof was de Flachsröste Lohhof. Gevangenen moesten hier onder dwang extreme fysieke arbeid verrichten bij het verwerken van vlas (flachs) tot linnen voor het Duitse leger. Vanaf 1941 werd het een dwangarbeiderskamp voor met name Joodse vrouwen en meisjes tussen de 14 en 70 jaar uit de regio München. Zij leefden in houten barakken onder erbarmelijke omstandigheden. Later in de oorlog werden hier ook niet-Joodse dwangarbeiders uit onder andere Polen, de Sovjet-Unie, Frankrijk en België vastgehouden. Voor veel Joodse vrouwen was Lohhof het laatste station in hun eigen regio voordat zij werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen in het oosten, zoals Auschwitz. Subkamp van Dachau
Unterschwarzach
Unterschwarzach
Duitsland
Het concentratiekamp in Unterschwarzach was een officieel bijkamp (Außenlager) van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. In plaats van een traditioneel werkkamp, fungeerde het vanaf 1944 als een hulphospitaal en sterfkamp voor uitgeputte en zieke gevangenen die niet meer in staat waren om dwangarbeid te verrichten. Het kamp was gevestigd in de Schwarzacher Hof in Unterschwarzach (onderdeel van Neckar-Odenwald-Kreis in Duitsland). Oorspronkelijk was dit een instelling voor geestelijk gehandicapten, die in de vroege zomer van 1944 door de SS werd geëvacueerd en overgedragen aan Daimler-Benz. Het diende specifiek voor de huisvesting van gevangenen die door ziekte of uitputting niet langer productief waren. Het complex diende als hulpplaats (Hilfskrankenhaus) in het kader van project Goldfisch. Dit was de codenaam voor de ondergrondse verplaatsing van de vliegtuigmotorenproductie van Daimler-Benz. De bewaking en leiding werden geleverd door de SS en de Organisation Todt. De subkampen van Natzweiler hadden doorgaans geen eigen commandokantoor om kosten te besparen.
Concentratiekamp Unterwaltersdorf
Concentratiekamp Unterwaltersdorf
Oostenrijk
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Unterwaltersdorf (Neder-Oostenrijk) een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) voor Hongaarse Joden. Deze gevangenen werden ingezet voor zware landarbeid op lokale staatslandgoederen en mogelijk ook bij de bouw van de Südostwall. Het kamp bevond zich destijds in het Reichsgau Niederdonau. Het kamp bood onderdak aan Joodse mannen, vrouwen en kinderen die uit Hongarije waren gedeporteerd en onder dwang moesten werken. De inzet van deze dwangarbeiders in Unterwaltersdorf en omliggende plaatsen (zoals Ebreichsdorf) maakte deel uit van de nazi-dwangarbeidsprogramma's aan het einde van de oorlog.
Concentratiekamp Upadowa
Concentratiekamp Upadowa
Polen
Kamp Upadowa (soms aangeduid als Upadowa) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager für Juden) in het voormalige Pruisische gebied (tegenwoordig onderdeel van Polen en de regio Turów/Urbach). Het kamp was specifiek ingericht voor Joodse vrouwelijke gevangenen en deed dienst van mei tot september 1942. Dwangarbeiderskamp voor Joden (Z.A.L.) Opper-Silezië (destijds Pruisen), in de buurt van Unterwaltersdorf en Urbach (het huidige Turów, Polen) Mei 1942 tot september 1942 Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders, waaronder specifiek werk in een mijn of groeve
Concentratiekamp Urbach
Concentratiekamp Urbach
Polen
Concentratiekamp Urbisaglia
Concentratiekamp Urbisaglia
Italie
Het concentratiekamp van Urbisaglia, geopend in juni 1940, was een Italiaans interneringskamp voor mannen in de regio Le Marche. Het was gevestigd in de Villa Giustiniani Bandini nabij de abdij van Chiaravalle di Fiastra. Er werden in totaal zo'n 400 Joden, politieke tegenstanders en geallieerden gevangengehouden. De Villa Giustiniani Bandini, ongeveer 1 kilometer buiten het stadscentrum van Urbisaglia, grenzend aan de abdij van Fiastra. Italiaanse antifascisten, buitenlandse Joden (voornamelijk Duits, Pools en Oostenrijks) en Slavische krijgsgevangenen. Het pand werd tijdens de Eerste Wereldoorlog ook al gebruikt als krijgsgevangenenkamp. Het kamp werd later ontmanteld; de meesten van de overgebleven Joodse gevangenen werden overgebracht naar andere Italiaanse kampen (zoals die in Ferramonti) of overgedragen aan nazi-Duitsland en gedeporteerd.
Uphusen
Uphusen
Duitsland
Concentratiekamp Uphusen was een Joods vrouwenbuitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het bestond van februari tot april 1945 aan de Bruchweg in Uphusen (Duitsland). De ongeveer 100 gevangengenomen vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor de bouw van noodwoningen in het verwoeste Bremen. Het kamp werd in februari 1945 ingericht. Het doel was om de reistijd van dwangarbeidsters uit een ander kamp te verkorten, zodat ze sneller te werk gesteld konden worden aan projecten voor de stad Bremen. Begin april 1945 werd het kamp ontruimd. De vrouwen werden te voet naar Uesen gemarcheerd en daarna in open goederenwagons geplaatst. Na een gruwelijke reis kwamen zij begin april 1945 aan in Concentratiekamp Bergen-Belsen.
Concentratiekamp Uša
Concentratiekamp Uša
Wit Rusland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Uša (ook geschreven als Uscha) in Wit-Rusland de locatie van een Arbeitskommando en doorgangskamp. Het fungeerde in de regio als satellietonderdeel onder het grotere kampsysteem van Stalag 342 (gevestigd in het nabijgelegen Maladzečna). Hier waren voornamelijk krijgsgevangenen en Joodse dwangarbeiders ondergebracht in erbarmelijke omstandigheden, waarbij velen het leven lieten door uitputting, ziekte en executies.
Concentratiekamp Uściług
Concentratiekamp Uściług
Oekraine
Uściług (tegenwoordig Ustyluh in Oekraïne) De stad werd door de nazi’s gebruikt als locatie voor een getto en een wreed werkkamp voor de lokale en gevluchte Joodse bevolking Getto van Uściług: Als onderdeel van de Endlösung werd de Joodse bevolking gedwongen om onder zware omstandigheden in een afgesloten getto in de stad te leven. Lokale Joodse mannen werden al snel vanaf de zomer van 1941 onderworpen aan arrestaties en executies. Op 1 september 1942 werd het getto omsingeld door Duitse eenheden (Security Police en SD) uit Łuck, geassisteerd door de gendarmerie en lokale Oekraïense hulppolitie. De bewoners van het getto werden op vrachtwagens geladen naar de nabijgelegen stad Włodzimierz Wołyński (huidige Volodymyr-Volynskyi) gebracht. Samen met de Joden uit die stad werden ze naar speciaal gegraven kuilen in de buurt van het dorp Piatydni gebracht en aldaar gefusilleerd.
Usedom
Usedom
Duitsland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevonden zich op het Duitse eiland Usedom twee beruchte concentratiekampen/dwangarbeiderskampen: KZ Karlshagen I en Karlshagen II. Deze kampen onderdeel van het grotere complex van de Heeresversuchsanstalt, waar de nazi's hun beruchte V-1 en V-2 raketten ontwikkelden en bouwden. De kampen stonden nabij de locaties van de huidige plaats Karlshagen en Peenemünde. De kampen werden vanaf mei 1943 opgezet als buitenkampen van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Er zaten in totaal ongeveer 1.540 gevangenen, voornamelijk uit de Sovjet-Unie, Polen en Frankrijk. Dwangarbeiders moesten onder onmenselijke omstandigheden werken in de wapenproductie. Karlshagen I en II stonden bekend als enkele van de zwaarste buitenkampen voor mannen. Honderden gevangenen kwamen om door uitputting, executie of geallieerde bombardementen.
Concentratiekamp Ustia
Concentratiekamp Ustia
Oekraine
Het concentratiekamp in Ustia (tegenwoordig Ustya, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een door de nazi's en Roemeense autoriteiten beheerd getto en werkkamp in Transnistrië. Tussen oktober en november 1941 werden er zo'n 2.500 Joden, voornamelijk gedeporteerden uit Bessarabië en Boekovina, onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. Gelegen in het Berşad-district (Balta-regio). Het werd in de herfst van 1941 door het Roemeense bestuur opgezet na de bezetting van de regio. De gevangenen leden extreme honger. In de winter van 1941 brak er een dodelijke tyfusepidemie uit. Alleen al tijdens deze uitbraak kwamen naar schatting 1.600 Joodse gevangenen om het leven. De sterfte was zo hoog dat de slachtoffers in massagraven werden begraven.
Concentratiekamp Ustianowa
Concentratiekamp Ustianowa
Polen
De locatie is verbonden met een Duits krijgsgevangenenkamp (Kriegsgefangenenlager) en dwangarbeid. Ustianowa (tegenwoordig Ustjanowa Górna en Dolna in het zuidoosten van Polen) Het krijgsgevangenenkamp (POW-kamp) Bouw door Joodse dwangarbeiders: In de winter van 1941-1942 dwong de Duitse bezetter de Joodse bevolking uit het nabijgelegen Ustrzyki Dolne om in Ustianowa een kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen te bouwen. De arbeiders moesten onder erbarmelijke omstandigheden en in extreme kou urenlang doorwerken met minimale voedselrantsoenen. Na die specifieke winter werd dit provisorische kamp door de nazi's weer afgebroken.
Concentratiekamp Ustica-eiland
Concentratiekamp Ustica-eiland
Italie
Het concentratiekamp op het eiland Ustica was een Italiaans gevangenis- en interneringskamp dat tijdens het fascistische regime van Benito Mussolini werd gebruikt voor politieke tegenstanders en buitenlandse burgers. Het vulkanische eiland, gelegen in de Tyrreense Zee ten noorden van Sicilië, deed achtereenvolgens dienst als verbanningsoord en als officieel concentratiekamp. Fascistisch verbanningsoord (1926–1940): Na de invoering van de fascistische Uitzonderingswetten in november 1926 werd Ustica ingericht als een colonia di confino (verbanningskolonie). Prominente Italiaanse antifascisten en communisten werden hier gedwongen geïsoleerd. Concentratiekamp (1940–1943): Vlak voor de Italiaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog veranderde de status van de locatie in een officieel concentratiekamp (campo di concentramento). Het werd gebruikt om personen op te sluiten die door het regime als gevaarlijk of ongewenst werden beschouwd. Prominente intellectuelen: In de vroege jaren van het regime zaten hier bekende Italiaanse denkers en politici vast, waaronder de marxistische filosoof Antonio Gramsci en medeoprichter van de communistische partij Amadeo Bordiga. Vanaf 1941 steeg het aantal gevangenen fors. Het regime deporteerde grote groepen Joegoslaven (voornamelijk Slovenen en Kroaten) uit de door Italië bezette Balkangebieden naar het eiland. In maart 1941 zaten er nog 318 mensen, maar op 1 november 1942 was dit aantal gegroeid naar 2.065 gevangenen. Slechte omstandigheden: Hoewel Ustica (net als de meeste Italiaanse kampen) geen nazi-vernietigingskamp was, waren de hygiënische en sanitaire voorzieningen erbarmelijk. Gevangenen leden onder zware overbevolking en een gebrek aan medische zorg. In juni 1943, kort voor de geallieerde landing op Sicilië en de voorlopige val van Mussolini, werd het kamp ontruimd. De overgebleven Joegoslavische gevangenen werden overgebracht naar interneringskampen op het Italiaanse vasteland, zoals Le Fraschette di Alatri en Renicci.
Ústie nad concentratiekamp Oravou
Ústie nad concentratiekamp Oravou
Slowakije
Ústie nad Oravou (historisch vaak aangeduid als Ústí nad Oravou) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een dwangarbeidskamp in het huidige Slowakije. Het kamp werd initieel in de zomer van 1942 en 1943 opgezet voor de grootschalige constructie van de nabijgelegen Oravadam. Het kamp ontstond door een staatscontract met het ingenieursbureau Bugan & Danišovič, dat honderden arbeiders nodig had voor de bouw van de stuwdam. In de oorlogsjaren werd de locatie ingezet door de Slowaakse Staatsveiligheidsdienst (ÚŠB) om onder andere gearresteerde Oekraïense burgers, Roma en andere ongewenste elementen te interneren en in te zetten als dwangarbeiders.
Utting
Utting
Duitsland
Het concentratiekamp in Utting, beter bekend als het KZ-Außenlager Kaufering X (onderdeel van het Concentratiekamp Dachau), was een nazikamp in Beieren, Duitsland. Vanaf de zomer van 1944 werden hier voornamelijk Joodse gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot zware dwangarbeid in de ondergrondse wapenindustrie en betonbouw. Het kamp bevond zich aan de zuidwestelijke rand van Utting am Ammersee (ongeveer 50 kilometer ten zuidwesten van München). De gevangenen werden ingezet voor de Organisation Todt. Ze moesten werken in een ondergrondse betonfabriek van de firma Dyckerhoff & Widmann en meewerken aan de bouw van de enorme, ondergrondse vliegtuigbunker met de codenaam Weingut II. De gevangenen werden gehuisvest in primitieve, onverwarmde barakken of in zogeheten Erdhütten (half in de grond gegraven hutten). Velen stierven door extreme honger, ziekte en uitputting.
Concentratiekamp Užventis
Concentratiekamp Užventis
Litouwen
Užventis was een concentratie- en dwangarbeidsplaats in Litouwen. Tijdens de Holocaust in 1941 werden lokale Joden door nazi's en Litouwse collaborateurs samengedreven, waarna ze onder zware omstandigheden werden vastgehouden en uiteindelijk geëxecuteerd. Een dorp in het noorden van Litouwen, ongeveer 45 kilometer ten zuidwesten van Šiauliai. Voor de Tweede Wereldoorlog had Užventis een bloeiende Joodse gemeenschap. In de zomer van 1941 werden de Joodse inwoners van het dorp en omliggende gebieden geïsoleerd in de aanloop naar hun uitroeiing.
V
Concentratiekamp Vaihingen
Duitsland
Kamp Vaihingen (officieel KZ-Außenlager Vaihingen, door de lokale bevolking ook wel Kamp Wiesengrund genoemd) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een bijkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp lag nabij de Duitse stad Vaihingen an der Enz in de deelstaat Baden-Württemberg. Het functioneerde van augustus 1944 tot 16 april 1945 en kende door extreme onmenselijkheid een van de hoogste sterftecijfers onder de nazi-bijkampen. De geschiedenis van Kamp Vaihingen laat zich opdelen in twee verschillende periodes:
Fase 1: Het werkkamp (augustus 1944 – november 1944) Het kamp werd door de Organisation Todt gebouwd in een steengroeve. Het was onderdeel van het geheime project Stoffel, bedoeld om de productie van Messerschmitt-vliegtuigen ondergronds voort te zetten na geallieerde bombardementen. De eerste gevangenen waren voornamelijk Joden uit het Poolse getto van Radom. Zij moesten onder slopende omstandigheden dwangarbeid verrichten via het principe Vernichtung durch Arbeit (vernietiging door werk).
Fase 2: Het ziekenkamp (december 1944 – april 1945) Nadat geallieerde bombardementen de bouw stillegden, veranderde de functie officieel in een SS-Lazarett (herstel- en ziekenkamp) voor zieke gevangenen uit omliggende kampen. In de praktijk deed de SS niets om de zieken te verzorgen. Het kamp veranderde in een sterfkamp. Gevangenen bezweken massaal aan uitputting, honger, vlektyfus en de ijskoude winter. In totaal hebben circa 5.000 gevangenen van tientallen verschillende nationaliteiten (waaronder Joden, Polen, Russen, Fransen en Nederlanders) in het kamp gezeten. Ruim 1.700 mensen kwamen om het leven. Op 7 april 1945 evacueerde de SS de overlevenden die nog konden lopen naar andere kampen (zoals Dachau). Toen Franse troepen het kamp op 16 april 1945 definitief bevrijdden, troffen zij nog enkele honderden doodzieke achtergebleven gevangenen aan.
Vaivara
Concentratiekamp Vaivara
Estland
Concentratiekamp Vaivara was het grootste nazi-concentratiekamp in Estland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp functioneerde tussen augustus 1943 en februari 1944 zowel als een concentratiekamp als een transitkamp (doorgangskamp). Het kamp werd opgericht in opdracht van SS-leider Heinrich Himmler om te voorzien in de dringende behoefte aan dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. Door Duitse verliezen aan het oostfront verloren de nazi's de toegang tot oliebronnen. Gevangenen moesten onder dwang werken in de Estse olie-industrie. Dit gebeurde onder andere voor Baltöl, een dochteronderneming van het Duitse chemieconcern IG Farben. Andere werkzaamheden: Gevangenen verrichtten zware arbeid in de houtkap, steengroeven, teerproductie en de bouw. Ongeveer 20.000 Joodse gevangenen passeerden de poorten van het kampcomplex. Het kamp zelf huisvestte zo'n 1.300 gevangenen tegelijkertijd. De meeste gevangenen werden gedeporteerd uit de Joodse getto's van Vilnius en Kaunas (Litouwen) en uit Letland. Daarnaast zaten er kleinere groepen Russen en ook Nederlanders gevangenen. Omdat er een groot tekort aan arbeiders was, was de medische zorg relatief beter dan in andere kampen. Het sterftecijfer door ziekte en uitputting lag hierdoor vermoedelijk onder de 15%. Het kamp in Vaivara fungeerde als het hoofdkamp van een netwerk van ongeveer 20 dwangarbeiderskampen verspreid over Estland. De bekendste subkampen waren:
Klooga: Dit was een subkamp waar op 19 september 1944, vlak voor de komst van het Rode Leger, een brute massamoord plaatsvond. Ongeveer 2.000 tot 2.400 gevangenen werden doodgeschoten en op brandstapels verbrand. Slechts 85 gevangenen overleefden deze slachting. Ereda en Lagedi: Ook in deze subkampen vonden op grote schaal executies en massamoorden plaats toen het kampcomplex werd ontruimd. Door de snelle opmars van het Sovjet-leger in 1944 ontruimden de nazi's het kampcomplex in allerijl. De overlevende gevangenen die niet direct werden vermoord, werden op dodemarsen gestuurd of per schip gedeporteerd naar het Concentratiekamp Stutthof in Polen.
Valepp
Valepp
Duitsland
Concentratiekamp Valepp (ook bekend als Bauleitung der Waffen-SS und Polizei of Schliersee) was een ongewoon nevenkamp van concentratiekamp Dachau in de Beierse Alpen. Tussen november 1942 en oktober 1944 werd het kamp gebruikt om dwangarbeiders in te zetten voor het onderhoud en de uitbreiding van Heinrich Himmlers persoonlijke jachtverblijven. In plaats van een permanent werkkamp functioneerde Valepp op afroep. Gevangenen werden ingezet om de voormalige Oostenrijks-Duitse grensposten in het Valepp-dal (nabij Schliersee) om te bouwen en te onderhouden voor de privé-activiteiten van SS-leider Heinrich Himmler. Het kamp werd op 30 oktober 1944 opgeheven.
Valepp - Bauleitung
Valepp - Bauleitung
Duitsland
Concentratiekamp Valepp, ook bekend als het Schliersee buitenkamp, was een dependance van Dachau Het werd bestuurd onder de BAULEITUNG DER WAFFEN-SS UND POLIZEI en fungeerde als dwangarbeiderskamp voor de bouw en het onderhoud van jacht- en recreatielodges voor SS-officieren. Vanaf november 1942 werden de eerste gevangenen (voornamelijk timmerlieden en bouwvakkers) vanuit Dachau hierheen gestuurd voor renovatiewerkzaamheden. Deze eerste detachementen keerden tussen november en december terug. Zomer 1943: Tussen juni en augustus 1943 werd een tweede groep van 20 politieke gevangenen in Valepp tewerkgesteld.
Concentratiekamp Vallecrosia
Concentratiekamp Vallecrosia
Italie
Het concentratiekamp van Vallecrosia was een Italiaans detentiekamp in de provincie Imperia (Ligurië), opgericht in 1944 onder het bewind van de fascistische Sociale Republiek van Salò. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor politieke gevangenen en dwangarbeiders. Vallecrosia, een kustplaats in de provincie Imperia, nabij Sanremo en Ventimiglia. Het kamp diende initieel niet als doorgangskamp voor Joden, omdat de overgrote meerderheid van de Joodse bevolking in die regio al eerder was opgepakt en gedeporteerd tijdens razzia's in 1943. Er verbleven voornamelijk politieke gevangenen en Franse krijgsgevangenen. Naar verluidt werden Franse gevangenen door de nazi's periodiek uit het kamp gehaald om onontplofte bommen te ruimen. Slechts vijf Joodse vrouwen zijn er gedocumenteerd als gevangene. Op 4 september 1944 namen Duitse autoriteiten de controle over de detenties in het kamp en werden de Franse gedetineerden in hechtenis genomen.
Vapniarka concentratiekamp
Vapniarka concentratiekamp
Oekraine
Het concentratiekamp Vapniarka was een detentiekamp in het door Roemenië bezette Transnistrië (Oekraïne) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het stond bekend om zijn meedogenloze regime van uitputting. Het kamp lag in de Oekraïense stad Vapniarka, die tijdens de oorlog aan het Transnistrië-gouvernement werd toegevoegd. Het kamp werd gecontroleerd en beheerd door de Roemeense autoriteiten. Het kamp werd in oktober 1941 opgezet. De eerste gevangenen waren Joden uit Odessa. Eind 1942 werd Vapniarka een concentratiekamp onder direct toezicht van de Roemeense regering, uitsluitend bestemd voor Joden die werden beschuldigd van communistische activiteiten. Ongeveer 1.200 politieke gevangenen en geïnterneerden (voornamelijk Joden) werden in september 1942 overgebracht vanuit het kamp Târgu Jiu. In totaal hebben er ongeveer 1.179 Joden (waaronder 107 vrouwen) verbleven. Gevangenen kregen giftig voedsel (peulvruchten) toegediend, waardoor meer dan de helft van de overlevenden blijvende verlammingen of handicaps opliep. Door zware omstandigheden en het ontbreken van medische zorg brak er in december 1941 tyfus uit, wat leidde tot een groot aantal sterfgevallen. Gevangenen wisten uiteindelijk tyfus te overwinnen door onderlinge samenwerking en de oprichting van een kampcomité en een ondergrondse beweging. Desondanks wist de gemeenschap in het kamp elkaar te steunen, en er zijn zelfs verhalen van hoop, zoals de geboorte van het enige kind in het kamp.
Concentratiekamp Varena
Concentratiekamp Varena
Litouwen
Varėna een stad in het zuiden van Litouwen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich hier een dwangarbeiderskamp en vond er een van de vele massamoorden op de Joodse bevolking plaats. In de zomer van 1941 werd een deel van de jonge Joodse bevolking uit de regio door de nazi's tewerkgesteld in een dwangarbeiderskamp in Varėna. Op 22 september 1941 (de eerste dag van het Joodse nieuwjaar) werden de overige bewoners uit het getto, 831 Joodse mannen, vrouwen en kinderen, naar de bossen bij de dorpen Inkakliai en Raudiskiai gedreven en daar in een massagraf geëxecuteerd door vuurpelotons.
Concentratiekamp Varjaž
Concentratiekamp Varjaž
Oekraine
Varjaž (Oekraïens: Варяж; Pools: Waręż) is een dorp in de regio Lviv in het westen van Oekraïne, vlak bij de Poolse grens.Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezette nazi-Duitsland deze regio. vonden er in deze regio (Galicië) op grote schaal wreedheden, razzia's en deportaties plaats door de nazi's en de Ukrajinska upornišká vojska (UPA). Joodse inwoners uit deze omgeving werden vaak gedeporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Bełżec.
Vaslui LPRS nr. 4
Vaslui LPRS nr. 4
Roemenie
LPRS nr. 4 (Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici Nr. 4) was een Sovjet-krijgsgevangenenkamp in de Roemeense stad Vaslui. Het kamp werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Roemeense autoriteiten geëxploiteerd. Vaslui, Roemenië. Gevangenen werden initieel geregistreerd op het terrein van een grote Orthodoxe kerk in de stad.Het kamp diende als een centrale plek waar krijgsgevangenen werden vastgehouden en verwerkt, waarna velen werden doorgeplaatst naar andere kampen (zoals Bolgrad). De omstandigheden waren zwaar door overbevolking en slechte hygiëne. In november 1941 brak er in het kamp een tyfusepidemie uit.De uiteindelijke autoriteit lag bij de Roemeense Generale Staf, terwijl lokaal het III Territoriaal Commando de leiding had onder leiding van kolonel Aliodor Ionescu.
Concentratiekamp Vazdovca
Concentratiekamp Vazdovca
Oekraine
Vazdovca was een provisorisch transi- en concentratiekamp op een collectieve boerderij (kolkhoz) nabij de plaats Gvozdavka (Oblast Odessa, Oekraïne). Het diende in het najaar en de winter van 1941 als doorgangskamp voor zo'n 15.000 Joodse gedeporteerden uit Bessarabië onder Roemeens en nazi-Duits bewind. De accommodaties waren totaal ontoereikend. Gevangenen moesten zich in stallen, kelders en op zolders persen. Velen sliepen in de openlucht. Door ondervoeding en erbarmelijke hygiëne brak er tyfus uit, waaraan ongeveer 8.000 gevangenen stierven. Omdat de autoriteiten bang waren voor de verspreiding van ziektes, werden overlevenden op brute dwangmarsen gestuurd naar andere kampen, met name naar het kamp Bogdanovka.
Vechelde - Braunschweig
Vechelde - Braunschweig
Duitsland
Concentratiekamp Vechelde (ook bekend als Außenkommando Vechelde) was van september 1944 tot februari/maart 1945 een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag nabij de stad Braunschweig in de Duitse deelstaat Nedersaksen en diende specifiek voor de inzet van dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie. Het kamp werd ingericht op het terrein van een voormalige jutespinnerij aan de Aue, opgericht door de Joodse ondernemer Julius Spiegelberg. De locatie lag ongeveer tien kilometer buiten Vechelde. Gevangenen leefden in twee grote hallen op het fabrieksterrein. De gevangenen moesten vrachtwagens en reserveonderdelen produceren voor de firma Büssing-NAG, een belangrijke leverancier voor de Wehrmacht. Het kamp bood plaats aan zo'n 200 tot 400 gevangenen. Vrijwel alle gevangenen waren Poolse Joden die het getto van Litzmannstadt (Łódź) hadden overleefd en via Auschwitz naar Braunschweig waren getransporteerd. Gevangenen moesten dagelijks zware, 12 uur durende werkshifts draaien. Slechte voeding, gebrek aan medische zorg, uitputting en gewelddadig optreden van de SS leidden ertoe dat velen het kamp niet overleefden.Tussen februari en maart 1945 werd de productie stilgelegd. De overlevende gevangenen werden teruggebracht naar het hoofdkamp in Braunschweig (Schillstraße) of direct naar Neuengamme getransporteerd.
Concentratiekamp Vechta
Duitsland
Gevangenis Vechta was een combinatie van een reguliere strafinrichting en een concentratiekamp in Duitsland (Nedersaksen). Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's gebruikt als werkkamp voor vrouwelijke gevangenen uit Nederland, België en Frankrijk. Vroege jaren (1933-1935): Tussen 10 juli 1933 en 1 april 1935 werd de gevangenis door de SA en SS ingezet als concentratiekamp voor politieke gevangenen, voornamelijk communisten. Hierna werd het weer een reguliere gevangenis. Tijdens de oorlog fungeerde Vechta opnieuw als concentratiekamp en werkkamp, specifiek voor vrouwen. Er werden onder andere vrouwelijke dwangarbeiders uit Nederland tewerkgesteld.
Vegesack
Vegesack
Duitsland
Concentratiekamp Vegesack (officieel Bremen-Vegesack) was een buitenkamp van het Concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was actief van juli tot september 1944 in het stadsdeel Vegesack in Bremen, Duitsland.Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier tot 500 vrouwelijke gevangenen tewerkgesteld. Zij werden direct vanuit andere vernietigingskampen, zoals Auschwitz, overgebracht en moesten puinruimen in de zwaar gebombardeerde havenstad. Het kamp stond symbool voor dwangarbeid en de vernietiging door werk, waarbij de vrouwen onder mensonterende omstandigheden leefden en werkten.
Veliki Beckerek
Veliki Beckerek
Servie
Concentratiekamp Veliki Beckerek (ook bekend onder de Duitse naam Groß Betschkerek) was een nazi-concentratie- en verzamelkamp gevestigd in de gelijknamige stad (tegenwoordig Zrenjanin, Servië) in de historische regio Banat. Het kamp speelde een gruwelijke rol in de vernietiging van de lokale Joodse en Roma-bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de Duitse invasie van Joegoslavië in april 1941 werd de regio Banat direct onder militair bestuur van het Derde Rijk geplaatst. De stad werd gebruikt als het regionale militaire hoofdkwartier. Het kamp in Veliki Beckerek diende als verzamel- en detentieplaats, voornamelijk voor Joodse mannen en later ook voor Joodse vrouwen, kinderen en Roma. Vanaf augustus 1941 werden Joodse mannen uit de regio opgesloten in Veliki Beckerek en vervolgens overgebracht naar andere kampen in Belgrado, zoals het Topovske Šupe concentratiekamp, waar ze door fusillades om het leven kwamen. Vanaf eind 1941 werden Joodse vrouwen en kinderen gedeporteerd naar het Staro Sajmište kamp (ook bekend als Semlin) in Belgrado. Velen van hen werden daar in 1942 vermoord in mobiele gaskamers. Uiteindelijk werd het gebied in augustus 1942 door de nazi’s uitgeroepen tot judenrein (jodenvrij).Veel van de Joodse inwoners uit de omgeving (zoals destijds Veliki Beckerek, Yugoslavia genoemd) hebben de Holocaust niet overleefd.
Concentratiekamp Velký Kýr
Concentratiekamp Velký Kýr
Slowakije
Het concentratiekamp in Veľký Kýr (Slowakije) was een provisorisch tentenkamp dat eind 1938 werd opgericht tijdens de eerste fase van de Holocaust in Slowakije. Het kamp ving honderden Joodse vluchtelingen op die door Slowaakse en Hongaarse autoriteiten naar het niemandsland langs de nieuwe grens waren gedeporteerd. Het kamp werd eind 1938 in gebruik genomen. Op 21 februari 1939 de eerste 158 Joden. De leefomstandigheden waren mensonterend. Er was geen beschutting tegen het koude en regenachtige weer, wat vooral voor ouderen en kinderen leidde tot ziekte en uitputting. De deportaties vonden plaats nadat Slowakije in oktober 1938 autonomie had verkregen en Hongarije gebieden had geannexeerd.
Velten
Velten
Duitsland
Het KZ-Außenlager Velten was een concentratiekamp en vrouwen-buitenkamp in de Duitse plaats Velten (net boven Berlijn). Tussen maart 1943 en april 1945 moesten honderden vrouwen hier dwangarbeid verrichten in de wapenindustrie. Het kamp lag aan de Berliner Straße 8d in Velten. Het diende als satellietkamp voor KZ Ravensbrück en werd later overgedragen aan KZ Sachsenhausen. De gevangenen werden tewerkgesteld bij de Veltener Maschinenbau GmbH / Ikaria, een belangrijke toeleverancier voor de Heinkel-Werke. Het kamp huisvestte tijdens de piek zo'n 722 vrouwelijke dwangarbeiders. Velen van hen stierven door ondervoeding, uitputting en de mensonterende omstandigheden waaronder ze moesten werken.
Concentratiekamp Ventotene
Concentratiekamp Ventotene
Italie
Het concentratiekamp van Ventotene was een Italiaanse strafkolonie op het gelijknamige vulkanische eiland. In 1939 bouwde het fascistische regime van Mussolini hier een kamp om politieke tegenstanders te isoleren. Het werd ongewild een intellectueel broeinest waar het fundament voor een verenigd Europa werd gelegd.De gevangenis op Ventotene kende een aantal belangrijke historische en ideologische pijlers: De Gevangenen: Het kamp huisvestte honderden antifascisten, waaronder prominente intellectuelen en politici zoals Altiero Spinelli en Ernesto Rossi. Het Ventotene Manifest: In 1941 schreven Spinelli en Rossi in het kamp het illegale document Voor een Vrij en Verenigd Europa, dat bekend staat als het Ventotene Manifesto. Dit manifest pleitte voor een federale Europese regering en vormde de blauwdruk voor de moderne Europese Unie.
Venusberg
Venusberg
Duitsland
Concentratiekamp Venusberg was een buitenkamp van het naziconcentratiekamp Flossenbürg. Het kamp lag in Saksen, Duitsland, en was actief van januari tot april 1945. De gevangenen werden door de nazi's tewerkgesteld in de dwangarbeid voor de vliegtuigindustrie. Gelegen in Venusberg (onderdeel van Drebach), in het Ertsgebergte nabij de Tsjechische grens. Het kamp diende als locatie voor wapenproductie. Delen van de Junkers vliegtuigmotorenfabriek uit Kassel waren hierheen verplaatst onder de codenaam Venuswerke. Het betrof uitsluitend vrouwen en meisjes. De eerste groep van 500 vrouwen arriveerde in januari 1945 vanuit Ravensbrück. Later arriveerden er nog eens 500 vrouwen uit Auschwitz en honderden vrouwen uit Bergen-Belsen. Deze vrouwen waren afkomstig uit heel Europa, waaronder Hongarije, Griekenland, Polen en Nederland. Het kamp werd in april 1945 ontruimd vanwege de naderende geallieerden, wat leidde tot dodenmarsen.
Concentratiekamp Verchnje Sin'ovydne
Concentratiekamp Verchnje Sin'ovydne
Polen
Het concentratiekamp Verchnje Sin'ovydne (vandaag bekend als Verkhnye Synovydne in Oekraïne en destijds historisch aangeduid als Synowódzko Wyżne in Polen) was een nazi-werkkamp (Zwangsarbeitslager) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde onder het Duitse bezettingsregime. Het kamp lag in het historische district Galicië. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941 (Operatie Barbarossa) werd deze regio door nazi-Duitsland georganiseerd als het Distrikt Galizien, onderdeel van het Rijkscommissariaat. was het specifiek een gedwongen werkkamp (arbeidskamp). De gevangenen bestonden hoofdzakelijk uit de lokale Joodse bevolking uit de omliggende dorpen en steden (zoals Skole en Stryi). Zij werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder werk in de lokale houtzagerijen en aan de infrastructuur (zoals de bosspoorwegen). De meeste Joodse gevangenen die de erbarmelijke omstandigheden en de dwangsarbeid in dit kamp overleefden, werden uiteindelijk in de loop van 1942 en 1943 gedeporteerd naar het nabijgelegen getto van Skole, of direct naar het vernietigingskamp Belzec waar zij werden vermoord.
Verden
Verden
Duitsland
Concentratiekamp Verden was een kortstondig buitenkamp (Aussenlager) van het grote Duitse concentratiekamp Neuengamme. Het subkamp bestond slechts enkele maanden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, van januari 1945 tot april 1945, in de Duitse stad Verden an der Aller. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor bouw- en herstelwerkzaamheden ten behoeve van de SS. De gevangenen moesten werken voor de SS-Bauleitung Verden (het centrale bouwbureau van de SS).Project: Ze werden gedwongen om mee te bouwen aan de SS-Schulungsstätte Sachsenhain, een trainingsinstituut voor de SS. Het kamp was uiterst klein. Documenten van de SS-kamparts Dr. Trzebinski tonen aan dat er op 25 maart 1945 slechts 8 mannelijke gevangenen
Concentratiekamp Verhovca
Concentratiekamp Verhovca
Oekraine
Concentratiekamp Verhovca (tegenwoordig Verkhivka in de regio Obodivka, Oekraïne) was een Roemeens dwangarbeid- en transitkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het district Balta binnen de historische regio Transnistrië, een gebied dat destijds door nazi-Duitsland onder Roemeens burgerlijk bestuur was geplaatst. Vanaf het najaar van 1941 deed het dorp Verhovca (door de Roemenen geromaniseerd van Verkhivka) dienst als doorgangslocatie voor massale deportatieconvooien van Joden uit Roemenië. In oktober 1941 werden hier al zo'n 1200 Roemeense Joden naartoe gedeporteerd. In maart 1943 gaven de Roemeense autoriteiten opdracht om lokale boerderijen om te bouwen tot disciplinaire werkkampen. Dit gebeurde in Verhovca en het nabijgelegen Dubina. Hoewel er onafhankelijke Joodse dwangarbeiderskampen direct naast deze boerderijen bestonden, waren de hoofdfaciliteiten in opzet bedoeld voor de algemene lokale bevolking die door de autoriteiten als ongewenst werd beschouwd. Gedeporteerde Joden moesten er wel dwangarbeid verrichten, bijvoorbeeld in administratieve functies zoals boekhouder.
Concentratiekamp Verona
Concentratiekamp Verona
Italie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Verona (Italië) vanaf eind 1943 een eigen concentratiekamp en diverse doorgangslocaties voor Joden en politieke gevangenen. Gevangenen werden vanuit hier op transport gezet naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. Via del Pallone: Dit was de locatie van het provinciale concentratiekamp voor Joden, opgezet in december 1943 na het decreet van de Italiaanse Sociale Republiek. Montorio: Een dorp nabij Verona waar in 1944 een detentiekamp was gevestigd voor politieke gevangenen. Ongeveer 60 Joodse gevangenen werden van hieruit overgebracht naar het doorgangskamp Fossoli en vervolgens naar Auschwitz.
Concentratiekamp Verchnje Sin'ovydne
Concentratiekamp Verchnje Sin'ovydne
Oekraine
Verchnje Sin'ovydne (ook geschreven als Verkhnye Synovydnye of Synowódzko Wyżne) was een Duits dwangarbeiderskamp en concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie ligt in de huidige oblast Lviv in het westen van Oekraïne (destijds behoorde deze regio tot het bezette Poolse grondgebied, het zogeheten Generaal-Gouvernement). Het begon primair als een werkkamp (Zwangsarbeitslager) waar Joden en lokale bewoners onder erbarmelijke omstandigheden werden ingezet voor zware fysieke arbeid. De gevangenen werden voornamelijk gedwongen te werken in de lokale houtindustrie (zoals een grote zagerij) en bij de aanleg en het onderhoud van de bosspoorwegen in de regio. De populatie bestond grotendeels uit de Joodse bevolking uit de omliggende dorpen en steden in de regio Stryi en Bolechiv. Veel van de gevangenen die de uitputting en ziektes in het kamp overleefden, zijn in een latere fase van de Holocaust gedeporteerd naar vernietigingskampen.
Concentratiekamp Verhovca
Concentratiekamp Verhovca
Oekraine
Concentratiekamp Verhovca (tegenwoordig Verkhivka, Oekraïne) was een disciplinair werkkamp en doorgangskamp in Transnistrië. Het kamp werd vanaf najaar 1941 door het Roemeense bestuur gebruikt voor de deportatie van Joden en later als strafarbeidskamp voor de algemene bevolking. Zuidoostelijk van Tulcin in het district Balta (regio Obodovca). Oorspronkelijk een boerderij, door de Roemeense autoriteiten in maart 1943 omgevormd tot een werkkamp voor ongewensten in de eigen gemeenschap. In de herfst en winter van 1941 fungeerde de locatie als Verhovca Transit Point voor duizenden gedeporteerde Roemeense Joden. Hoewel Joden er aanvankelijk als administratief personeel werkten en soms ingezet werden, bestonden er direct naast het werkkamp aparte dwangarbeidskampen exclusief voor Joodse gevangenen.
Concentratiekamp Verona
Concentratiekamp Verona
Italie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Verona een eigen provinciaal concentratiekamp voor Joden en politieke gevangenen, gevestigd aan de Pallone Street. Daarnaast was er begin 1944 een detentiekamp in Montorio, vanwaar Joodse gevangenen naar doorgangskamp Fossoli werden getransporteerd om vervolgens naar vernietigingskampen te worden gedeporteerd.
Pallone Street: Opgericht eind 1943 na het uitvaardigen van Politiebevel nr. 5. Het diende als lokaal concentratiekamp voordat gevangenen werden overgebracht.
Montorio: Een detentiekamp in een nabijgelegen dorp. Hier zaten tientallen Joden en politieke gevangenen vast. Veel gevangenen uit Verona zijn via transporten weggevoerd, onder meer naar Auschwitz.
Versen - Meppen-Versen
Duitsland
Concentratiekamp Versen (ook bekend als Stalag VI B Versen of Emslandlager IX) was een nazikamp in Nedersaksen, vlakbij de Nederlandse grens (ca. 15 km ten oosten van Emmen). Het maakte deel uit van de Emslandkampen. Vanaf eind 1944 diende het als buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. De geschiedenis en het erfgoed van het kamp omvatten de volgende belangrijke details: 1933–1939: Het kamp werd in eerste instantie gebruikt als strafkamp waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten in het veen.1939–1944: Het deed dienst als krijgsgevangenenkamp voor o.a. Nederlandse, Belgische, Franse en Poolse militairen, en later Italiaanse militairen. November 1944 – Maart 1945: Het werd een officieel buitenkamp van Neuengamme. Gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden ingezet bij de aanleg van de Friesenwall (verdedigingslinie). Maart 1945: Het kamp werd ontruimd en de gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd. Gevangenen, waaronder veel Denen en Nederlanders, werden uitgemergeld door zware fysieke arbeid in de modder en het veen. Alleen al in de eerste weken na aankomst van de Neuengamme-gevangenen werden bijna 200 sterfgevallen geregistreerd. In totaal zijn er in Versen ongeveer 566 concentratiekampgevangenen omgekomen.
Concentratiekamp Videle
Concentratiekamp Videle
Roemenie
Het interneingskamp van Videle (in het Roemeens: Lagărul de la Videle) was een detentiekamp in het district Teleorman in Roemenië. Het kamp werd in juni 1941 geopend en deed dienst als tijdelijke gevangenis en strafkamp tijdens het regime van maarschalk Ion Antonescu. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust functioneerde het kamp voornamelijk als een faciliteit voor de opsluiting van: Joden: In juni 1941 werden hier Joodse mannen uit diverse regio's (waaronder Boekovina) geïnterneerd. Velen werden later onder zware omstandigheden doorgezonden naar werkkampen in Transnistrië. Politieke dissidenten: Het kamp werd gebruikt om personen op te sluiten die verdacht werden van communistische sympathieën of anti-regeringsactiviteiten. Tegen het midden van 1942 was het aantal gevangenen in Videle aanzienlijk uitgedund doordat velen werden overgeplaatst, onder andere naar een strafkamp in Sădăgura.
Concentratiekamp Vidukle
Concentratiekamp Vidukle
Litouwen
Het concentratiekamp van Viduklė (ook bekend als Zwangsarbeitslager für Juden Vidukle) was een nazi-werkkamp in de buurt van het gelijknamige stadje in Litouwen tijdens de Holocaust. Het kamp werd opgericht in 1941, kort na de Duitse bezetting, en vormde een gruwelijke schakel in de vernietiging van de lokale Joodse bevolking. De plaats Viduklė (in het Jiddisch Vidukele) ligt zo'n 15 kilometer van Raseiniai en 64 kilometer ten zuidwesten van Šiauliai. Vóór de Tweede Wereldoorlog leefden er ongeveer 160 Joodse families in het stadje, goed voor zo'n 32% van de bevolking. Na de Duitse inval op 22 juni 1941 konden de Joodse inwoners nauwelijks vluchten door de snelle opmars. Het kamp in Viduklė diende als werkkamp waar Joodse gevangenen zware dwangarbeid moesten verrichten onder erbarmelijke omstandigheden. In de zomer en herfst van 1941 werden de Joden uit het gebied (inclusief zij die in het werkkamp waren ondergebracht) systematisch gefusilleerd door Duitse eenheden en lokale Litouwse collaborateurs, een periode die bekendstaat als de Holocaust door kogels.
Concentratiekamp Viešvenai
Concentratiekamp Viešvenai
Litouwen
Het concentratiekamp in Viešvenai (gelegen in de regio Telšiai, Litouwen) was in de zomer van 1941 een kamp waar Joodse mannen uit de nabijgelegen getto's en dorpen gevangen werden gehouden. Het kamp werd na de Duitse inval gebruikt als gruwelijke tussenstop. Na slechts enkele dagen in het getto van Alsėdžiai te hebben verbleven, werden Joden uit de omgeving overgebracht naar de kampen van Viešvenai en Rainiai (nabij Telšiai). Executies op 16 juli 1941: Op 15 en 16 juli 1941 werden alle Joodse mannen uit Viešvenai gehaald. Na mishandeld en gedwongen te zijn tot uitputtende oefeningen, werden ze op 16 juli in hun geheel doodgeschoten. Lot van vrouwen en kinderen: Vrouwen en kinderen werden in eerste instantie overgebracht naar het nabijgelegen kamp Geruliai. Eind augustus 1941 werden hieruit 400 jonge vrouwen geselecteerd voor het getto van Telšiai, waarna de Litouwse politie alle overige vrouwen en kinderen heeft geëxecuteerd.
Concentratiekamp Vievis
Concentratiekamp Vievis
Litouwen
Het Vievis werkkamp (ook wel Jewje genoemd) was een nazi-arbeidskamp in de Litouwse stad Vievis, operationeel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp diende als dwangarbeiderslocatie waar gevangenen, voornamelijk Joden uit omliggende getto's, zware bosbouwarbeid moesten verrichten. Kort na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941, vormden lokale Litouwse nationalisten een militie die overging tot de vervolging en moord op Joden in de regio. De meeste Joodse inwoners van Vievis werden in oktober 1941 omgebracht, nadat ze tijdelijk waren ondergebracht in nabijgelegen getto's, zoals dat in Semeliškės. Het werkkamp: Vanaf 1943 werden overlevende Joden uit onder andere het getto van Vilnius (Vilna) en het Kailis-werkkamp overgebracht naar Vievis om te werken. De omstandigheden waren er mensonterend
Concentratiekamp Vigoda
Concentratiekamp Vigoda
Oekraine
Vigoda (huidig Vyhoda, Oekraïne) was =r een plaats in Transnistria dat tijdens de Holocaust door Roemeense troepen werd gebruikt als deportatie- en werkkamp voor Joden. Het gebied werd in oktober 1941 bezet en omgedoopt. Ongeveer 30 kilometer ten noordwesten van Odessa in het door Roemenië gecontroleerde Transnistria. Het diende als een agrarisch werkkamp en doorgangskamp waar gedeporteerde Joden dwangarbeid moesten verrichten op staatsboerderijen. Gevangenen leefden in zware omstandigheden; velen werden vanuit Vigoda doorgestuurd naar beruchte vernietigingskampen in de regio, zoals Bogdanovka.
Concentratiekamp Viivikonna
Concentratiekamp Viivikonna
Estland
Concentratiekamp Viivikonna was een berucht subkamp van het naziconcentratiekamp Vaivara in bezet Estland 1943-1944. Het kamp bestond uit twee delen, huisvestte ongeveer 900 Joodse gevangenen en dwong hen tot zware arbeid in de mijnen en de bosbouw Bubnys Lithuanian Jews in Klooga 1943-1944. Gelegen in Estland, nabij het huidige Sillamäe en Vaivara Er waren in totaal zo'n 900 gevangenen verdeeld over het Eerste en Tweede Viivikonna-kamp, bestaande uit 600 mannen en 300 vrouwen De meesten waren afkomstig uit de getto's van Vilnius en Kaunas Bubnys Gevangenen werden gehuisvest in Finse barakken waar telkens veertig personen op de harde grond moesten slapen Het zware werk omvatte wegenaanbouw, mijnwerk en werkzaamheden bij een olieraffinaderij in Sillamäe Toen het Rode Leger begin 1944 oprukte, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen te voet of per trein geëvacueerd naar andere kampen in de regio (waaronder Goldfields) of naar andere concentratiekampen in Europa
Concentratiekamp Vijniţa
Concentratiekamp Vijniţa
Oekraine
Het concentratiekamp Vijniţa (lagărul Vijniţa) was een tijdelijk interneringskamp in de regio Boekovina, nabij de Karpaten (in het huidige Oekraïne). Het werd in de zomer van 1941 opgezet door Roemeense militaire autoriteiten en diende als verzamelplaats voor ongeveer 1.820 Joodse inwoners uit de omliggende regio. De gevangenen werden onder zware restricties gehouden, waaronder een avondklok. In augustus 1941 werden de overlevenden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen te voet naar het kamp in Edineţi te marcheren. Velen bezweken op deze dodenmarsen door honger, dorst en ziekte. De overlevenden werden in september 1941 verder gedeporteerd naar kampen en getto's in Transnistrië. De vervolging in deze regio was onderdeel van het bredere, door antisemitisme gedreven beleid onder het Roemeense bewind van die tijd, waarin tienduizenden Joden werden gemarteld of vermoord.
Concentratiekamp Villa Lauri
Concentratiekamp Villa Lauri
Italie
Concentratiekamp Villa Lauri een burgerinterneringskamp (officieel Campo di internamento civile) dat in juni 1940 door het fascistische regime in Italië werd geopend in Pollenza, in de provincie Macerata. Het kamp was specifiek bedoeld voor de opsluiting van buitenlandse en Italiaanse vrouwen (voornamelijk Joden en staatlozen). Er werden vooral Slavische, Griekse, Franse en Poolse vrouwen geïnterneerd. Het was gevestigd in een landelijke villa (Contrada Santa Lucia) met een groot park van zo'n 6 hectare. De capaciteit lag aanvankelijk rond de 100 tot 150 personen. In vergelijking met nazi-kampen waren de omstandigheden in Villa Lauri relatief draaglijk. De vrouwen hoefden niet te dwangarbeiden, kregen beddengoed en mochten wandelen in het park.
Concentratiekamp Villa Shiroka
Concentratiekamp Villa Shiroka
Italie
Concentratiekamp Villa Shiroka (officieel: Campo di concentramento sudditi greci Shiroka) was een Italiaans concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd in een koninklijke villa in Shirokë, een dorp in de buurt van de stad Shkodër in het noordwesten van Albanië, vlak bij de grens met Montenegro. De villa lag in de heuvels boven het Meer van Shkodra. Het complex was oorspronkelijk eigendom van de Albanese koning Zog. Na de Italiaanse bezetting van Albanië werd het gevorderd. Het kamp werd geopend rond oktober of november 1940. Dit gebeurde ongeveer vijf maanden nadat Italië actiever ging deelnemen aan de Tweede Wereldoorlog en startte met de invasie van Griekenland. Het kamp was specifiek bedoeld voor Griekse burgers die door het fascistische regime van Benito Mussolini als gevaarlijk of politiek onbetrouwbaar werden beschouwd. Aanvankelijk werden er Grieken opgesloten die al in Albanië woonden. Later stuurde het Italiaanse leger ook tientallen gezinnen door die in bezet Grieks gebied achter de linies waren opgepakt. Onder de gedeporteerden bevonden zich ook Joodse Grieken, onder andere uit de stad Gjirokastër. De maximale capaciteit van het kamp lag rond de 140 personen. Eind november 1940 zaten er zo'n 110 Grieken gevangen (waaronder 4 vrouwen). Kort daarna werd de groep uitgebreid met nog eens 60 gezinnen (ongeveer 198 personen), waardoor het kamp overbezet raakte.
Villingendorf
Villingendorf
Duitsland
In Villingendorf (Baden-Württemberg, Duitsland) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp dat organisatorisch verbonden was met het beruchte Sicherungslager Schirmeck-Vorbruck in de Elzas. Dit kamp bestond officieel van 1 november 1944 tot 20 april 1945. Het kamp in Villingendorf fungeerde als een zogeheten Kommando (subkamp of buitencommando). Hoewel gevangenen de leefomstandigheden vaak als die van een concentratiekamp ervoeren, viel het administratief onder de nazi-dienstlocatie in Gaggenau en het hoofdkamp Schirmeck-Vorbruck. Tegen het einde van de oorlog, toen de geallieerden de Elzas naderden, werd de nazi-kampleiding uit Schirmeck geëvacueerd. Een klein commando van gevangenen werd meegenomen naar Villingendorf om deze geëvacueerde kampleiding te faciliteren. Naast dit specifieke politieke commando was er in Villingendorf ook een werkkamp voor Franse krijgsgevangenen. Zij werden ondergebracht in een lokaal kampement en moesten onder dwang werken voor lokale boeren en bedrijven in de regio.
Villingendorf ligt in de regio Rottweil. In ditzelfde district bevond zich een groter en berucht netwerk van echte concentratiekampen (buitenkampen van Natzweiler-Struthof), bekend onder de naam KZ-Komplex Schörzingen-Rottweil-Zepfenhan. Deze kampen maakten deel uit van Unternehmen Wüste, een wanhopig nazi-project om aan het einde van de oorlog olie te winnen uit olieschalie.
Concentratiekamp Vin'kovtsy
Concentratiekamp Vin'kovtsy
Oekraine
Het concentratiekamp Vin'kovtsy (ook bekend als het Vinkovtsy Ghetto of kamp Vin'kivtsi) was een kleinschalige Joodse gevangenenlocatie en een getto in de oblast Chmelnytskyi in Oekraïne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtten de Duitse bezetters hier een open getto en werkkamp in om de lokale Joodse bevolking te isoleren en te dwingen tot dwangarbeid, waarna ze systematisch werden vermoord. De Joodse gemeenschap: Vóór de Duitse inval in de Sovjet-Unie vormden Joden een groot deel van de lokale bevolking. In 1939 woonden er 2.251 Joden in Vin'kovtsy, wat neerkwam op ongeveer 52 procent van de totale bevolking. Na de bezetting door Nazi-Duitsland werd de Joodse bevolking gedwongen om in een afgesloten, overbevolkt deel van het stadje te wonen. Volgens getuigen bestond het getto op het dieptepunt uit slechts vijf of zes huizen waarin honderden mensen werden samengepropt. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden, met minimale voedselrantsoenen.
Concentratiekamp Vinchiaturo
Concentratiekamp Vinchiaturo
Italie
Het concentratiekamp van Vinchiaturo was een Italiaans interneringskamp in de gelijknamige gemeente in de provincie Campobasso (regio Molise). Het was tussen juni 1940 en september 1943 in gebruik onder het fascistische bewind van Mussolini. Het kamp werd exclusief gebruikt voor de detentie van zowel Italiaanse als buitenlandse vrouwen (enkelen van Joodse afkomst of als gevaarlijk beschouwd voor de oorlogsinspanning). Er zaten doorgaans tussen de 40 en 50 vrouwen opgesloten. Het kamp was gehuisvest in een eenvoudig gebouw in het centrum van de gemeente Vinchiaturo, dat beschikte over slechts negen slaapkamers en zeer beperkte sanitaire voorzieningen. Het Rode Kruis rapporteerde in juni 1943 overbevolking en ontoereikende rantsoenen in het kamp. Na de val van het fascistische regime in september 1943 werden alle geïnterneerden op bevel van de nieuwe premier Pietro Badoglio vrijgelaten.
Concentratiekamp Vindiceni
Concentratiekamp Vindiceni
Oekraine
Vindiceni (vaak gespeld als Vindiceni) was een getto en interneringskamp in Transnistrië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit gebied werd destijds gecontroleerd door het bondgenootschappelijke Roemeense regime dat, geheel zelfstandig, een genocidecampagne tegen Joden voerde. Het kamp was specifiek gelegen in een dorp in de regio Mohilev-Podolsk (destijds in het district Jarisjev, Oekraïne). In de jaren 1941-1944 diende het als barre opvang- en detentieplek voor tienduizenden gedeporteerde Joden, voornamelijk afkomstig uit Roemenië, Bessarabië en Boekovina. De omstandigheden in en rond Vindiceni waren extreem mensonterend, met massaal sterven tot gevolg door honger, vrieskou en uitbraken van dodelijke ziekten.
Visco concentratiekamp
Visco concentratiekamp
Italie
Concentratiekamp Visco was een interneringskamp voor burgers in Italië, gebouwd door het fascistische regime in 1943. Het kamp werd gebruikt om Kroaten en Slovenen gevangen te houden, maar werd na de Italiaanse wapenstilstand in september 1943 alweer gesloten. Gevestigd in de voormalige Luigi Sbaiz-kazerne (toen Borgo Piave-kazerne) in Visco, vlakbij de vestingstad Palmanova in de provincie Udine. Het kamp werd in januari 1943 aangelegd in aanloop naar een offensief tegen de Joegoslavische bevrijdingsbeweging. Oorspronkelijk was het bedoeld voor tienduizend gevangenen, maar dit werd nooit volledig gerealiseerd. In februari 1943 arriveerden de eerste 300 gevangenen vanuit onder meer het beruchte Italiaanse kamp Kampor (op het eiland Rab). Het ging voornamelijk om Slavische burgers, waaronder ook vrouwen en kinderen.
Concentratiekamp Vittel
Concentratiekamp Vittel
Frankrijk
Het concentratie- en interneringskamp in het Franse kuuroord Vittel (Vogezen) werd in 1940 door de nazi's ingericht. Het diende als 'modelkamp' en tijdelijk onderkomen voor gevallenen met Britse, Amerikaanse en andere nationaliteiten, bedoeld om te worden uitgewisseld tegen Duitse krijgsgevangenen. In tegenstelling tot reguliere concentratiekampen waren de gevangenen gehuisvest in de leegstaande, luxehotels (zoals het Grand Hôtel) en villa’s, omringd door een park. Aan de buitenwereld werd getoond hoe goed de kampbewoners het hadden. Hoewel er niet werd gewerkt in dwangarbeidkampen, was het kamp wel degelijk omheind met drie rijen prikkeldraad en zwaar bewaakt. Het kamp huisvestte voornamelijk Britse en Amerikaanse burgers, maar er zaten ook Joden uit bezette gebieden, waaronder Nederland en België. Een bekende groep bestond uit gevangenen die in het bezit waren van paspoorten of visa van Zuid-Amerikaanse landen. De Duitsers zagen hen initieel als waardevolle ruilobjecten. In januari 1944 stuurde de Berlijnse SS een delegatie om de echtheid van de Zuid-Amerikaanse documenten te controleren. Velen werden vals bevonden. Als gevolg hiervan werden in het voorjaar van 1944 honderden Joden vanuit Vittel via Drancy overgebracht naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau. Gevangenen met erkende Britse of Amerikaanse nationaliteiten bleven vaak in Vittel totdat het kamp in mei 1944 of later door de geallieerden werd bevrijd. Gevangenen uit Westerbork die als ruilmiddel dienden (zoals op transporten van maart 1944) hebben in veel gevallen de oorlog overleefd.
Vivikonie
Vivikonie
Estland
Concentratiekamp Vivikonie (vaker geschreven als Vivikoni of Viivikonna) was een Duits buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Vaivara in het door de nazi's bezette Estland. Het kamp was operationeel van 15 september 1943 tot 29 februari 1944. Gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid, met name in de oliesalie-mijnen en zware steengroeven van de regio. Het kamp stond ook bekend als Werk IV Sillamäe. De populatie bestond uit zowel joodse mannen als vrouwen. Velen van hen waren gedeporteerd uit de getto's van Vilnius (Vilna) en Kaunas in Litouwen. De omstandigheden in het kamp waren barbaars, gekenmerkt door extreme kou, ondervoeding, zware mishandeling en uitputtende arbeid. Regelmatig vonden er Aktions (selecties) plaats waarbij zieke of verzwakte gevangenen werden geselecteerd voor liquidatie. Toen het Rode Leger in het voorjaar van 1944 dichterbij kwam, ontruimden de Duitsers het kamp. De overlevende gevangenen werden overgebracht naar andere kampen, zoals Narva, Kiviõli of Stutthof.
Vlădeni-Homorod LPRS nr. 2
Vlădeni-Homorod LPRS nr. 2
Roemenie
Vlădeni-Homorod LPRS nr. 2 (Lagărul nr. 2) was een Roemeens concentratie- en werkkamp voor Sovjet-krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd op 3 augustus 1941 geopend en lag in de regio tussen Vlădeni en Homorod. Het kamp werd in juli 1941 opgericht in Vaslui en werd in augustus verplaatst naar Vlădeni-Homorod. Gevangenen werden ingezet voor zware infrastructuurprojecten, waaronder het vernieuwen van spoorlijnen en de bouw van een spoortunnel nabij Perșani. Daarnaast leverden zij landbouwarbeid en werkten ze in lokale industrieën. In augustus 1941 telde het kamp 2.556 Sovjet-gevangenen. Het kamp stond onder bevel van luitenant-kolonel Cândea en werd bewaakt door 256 gendarmes en enkele stafofficieren
Vöcklabruck
Vöcklabruck
Oostenrijk
Het concentratiekamp in Vöcklabruck was een subkamp van KZ Mauthausen. Het kamp opende in juni 1941 in de wijk Wagrain als het derde buitenkamp. Zo'n 300 gevangenen werden er zwaar ingezet voor wegenbouw en de SS-firma DESt. Wegenbouw en arbeid in opdracht van de SS-onderneming Deutsche Erd- und Steinwerke. Wagrain, Vöcklabruck. De eerste groep bestond voornamelijk uit zogeheten politieke gevangenen (vaak aangeduid als Rode Driehoek).In de nabije omgeving waren bovendien andere zware dwangarbeidskampen actief: KZ Redl-Zipf: Een nabijgelegen buitenkamp, ook bekend onder de codenaam Schlier, waar Häftlinge in de voormalige brouwerij onder mensonterende omstandigheden werden ingezet voor de productie en het testen van V2-rakettendrijfwerken. KZ Lenzing: Een vrouwenkamp met gevangenen uit Auschwitz die moesten werken in de papierfabriek.
Vöcklabruck - Redl-Zipf
Vöcklabruck - Redl-Zipf
Oostenrijk
Het concentratiekamp Redl-Zipf (codenaam Schlier) was een buitenkamp van KZ Mauthausen, gelegen in Neukirchen an der Vöckla nabij Vöcklabruck in Oostenrijk. Het kamp functioneerde vanaf eind 1943 tot 1945 voornamelijk als ondergrondse productielocatie voor V2-raketmotoren. Om de kwetsbare raketsystemen uit Wiener Neustadt te beschermen tegen geallieerde bombardementen, werden de kelders van een lokale bierbrouwerij omgebouwd tot ondergrondse fabriek. Gevangenen moesten hier V2-motoren testen en vloeibare zuurstof produceren. Aktion Bernhard: In 1945 werd het geldfälscherkommando (vervalsingsteam) van de SS naar Redl-Zipf overgebracht om vanuit hier geallieerd geld na te maken. Duizenden gevangenen uit onder meer Frankrijk, Italië, Polen en de Sovjet-Unie werden gedwongen onder mensonterende omstandigheden te werken. Alleen al bij het geschikt maken van de fabriekskelders in december 1943 kwamen 93 gevangenen om het leven door honger, uitputting en ongevallen.
Concentratiekamp Voitovca
Concentratiekamp Voitovca
Oekraine
Concentratiekamp Voitovca was een interneringskamp (kolkhoz) in het najaar van 1941 opgezet in het huidige Viitivka (Oekraïne) door Roemeense en Duitse bezetters. Het kamp was specifiek bedoeld voor Joodse gedeporteerden uit Bessarabië en Boekovina. De gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden. Honger, extreme kou, uitputting en dodelijke ziektes zoals tyfus eisten direct tijdens de eerste jaren (1941–1942) de meeste levens. Schat dat ongeveer 2.500 mensen in het kamp zijn omgekomen. Het kamp werd streng bewaakt door Roemeense gendarmes en lokale Oekraïense milities. Gevangenen mochten het terrein niet verlaten en waren verplicht een gele ster te dragen.
Volpriehausen - Jugendschutzlager Volpriehausen
Volpriehausen - Jugendschutzlager Volpriehausen
Duitsland
Het Jugendschutzlager Volpriehausen (gelegen in de Duitse deelstaat Nedersaksen) was een subkamp (Außenlager) van het grotere Jugendschutzlager Moringen. Dit type kamp stond bekend als een Jugend-Konzentrationslager (jeugd-concentratiekamp). In augustus 1940 richtte het nazi-regime in Moringen het eerste politiële jeugdbeschermingskamp op voor mannelijke jongeren van circa 13 tot 22 jaar. Jongeren die niet pasten binnen de nationaalsocialistische normen zoals de zogenaamde Swing-Jugend, politieke tegenstanders, weigeraars of jongeren die als asociaal of crimineel werden bestempeld werden hier opgesloten. Vanwege de totale oorlogsvoering zocht het regime vanaf 1942 naar veilige, ondergrondse locaties voor de oorlogsindustrie en munitieopslag. De Heeresmunitionsanstalt Volpriehausen (de militaire munitiefabriek in Volpriehausen) maakte hiervoor gebruik van een leeggehaalde kalimijn (Kaliwerk Preußen). Het Subkamp in Volpriehausen Om te voorzien in dwangarbeiders voor de munitieproductie en het zware werk onder de grond, werd in mei 1944 een permanent buitenkamp (subkamp) in Volpriehausen opgezet. Groepen jonge gevangenen uit het hoofdkamp Moringen werden naar Volpriehausen getransporteerd. Zij moesten onder gevaarlijke en onmenselijke omstandigheden diep in de zoutmijnen werken aan het opslaan, transporteren en assembleren van munitie. Begin april 1945, toen de Amerikaanse troepen naderden, ontruimde de SS het kamp. De uitgeputte jongeren werden gedwongen deel te nemen aan dodenmarsen richting het oosten. Kort daarna, in mei 1945, vond er in de ondergrondse gangen van Volpriehausen een gigantische explosie plaats waarbij de munitievoorraden ontploften en de fysieke resten van de fabriek grotendeels instortten.
Concentratiekamp Vonitsa
Concentratiekamp Vonitsa
Griekenland
Het concentratiekamp Vonitsa was een detentiekamp in het westen van Griekenland, gebouwd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd in maart 1943 geopend door het Italiaanse bezettingsleger, nadat een groep Griekse politieke gevangenen (de zogeheten Akronafpliotes) vanuit de gevangenis van Akronauplia via het kamp Katouna naar de vlakte van Vonitsa werd overgebracht. Gelegen in de regio West-Griekenland, specifiek in de vlakte nabij het gelijknamige stadje Vonitsa aan de Amvrakische Golf. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om Griekse politieke gevangenen en communisten vast te houden. Er was geen vaste gevangenisinfrastructuur. De gevangenen werden gedwongen om de barakken en het kamp grotendeels zelf te bouwen en in te richten onder zware bewaking
Vorbruck - Schirmeck = Schirmeck-Vorbruck
Vorbruck - Schirmeck = Schirmeck-Vorbruck
Frankrijk
Sicherungslager Vorbruck-Schirmeck (ook bekend als Schirmeck-Vorbruck) was een nazi-concentratie- en interneringskamp in de Elzas. Het kamp dankt zijn naam aan het feit dat de nazi's de destijds gescheiden gemeenten Schirmeck en La Broque (Duitstalig: Vorbruck) samenvoegden. Het fungeerde tussen augustus 1940 en november 1944 als strafkamp. Het kamp werd door de Duitse politie opgericht om tegenstanders van het naziregime uit de Elzas en Moselle te intimideren en controleren. Daarnaast werden er Sinti, Roma, Joden en verzetsstrijders opgesloten of gedeporteerd. In totaal zijn er naar schatting 10.000 tot 15.000 gevangenen door het kamp gegaan, waaronder ook vervolgden vanwege homoseksualiteit.
Vorderkampen
Vorderkampen
Polen
Vorderkampen (of Zeyersvorderkampen) is de voormalige Duitse naam van een dorp in West-Pruisen (het huidige Kępiny Małe in Polen).
Concentratiekamp Vorobljacyn
Concentratiekamp Vorobljacyn
Oekraine
Het kamp Vorobljacyn (Oekraïens: Вороблячин, Vorobljačyn) was een nazi-werkkamp/concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het toenmalige district Javoriv (Oblast Lviv), in het westen van het huidige Oekraïne. Gelegen nabij het grensdorp Vorobljacyn (aan de huidige grens tussen Polen en Oekraïne). Het gebied viel tijdens de bezetting onder het nazi-bestuurde Galicië (onderdeel van het Generaal-Gouvernement). Gevangenen (hoofdzakelijk de lokale Joodse bevolking en andere vervolgde groepen uit de regio) werden hier ingezet voor zware dwangarbeid onder erbarmelijke omstandigheden.
Concentratiekamp Voronovitsa
Concentratiekamp Voronovitsa
Oekraine
Kamp Voronovitsa het getto van Voronovitsa (ook bekend als concentratiekamp of werkkamp) in de regio Vinnytsia, Oekraïne. Dit kamp werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's geëxploiteerd voor de lokale Joodse bevolking en dwangarbeiders. Voronovitsa, Oblast Vinnytsia, Oekraïne. Het kamp en het bijbehorende getto werden gebruikt als onderdeel van de Holocaust in Oost-Europa. De Joodse inwoners van het gebied werden hier onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en tewerkgesteld alvorens ze in 1941 en 1942 werden weggevoerd of vermoord.
Concentratiekamp Vo' Vecchio
Concentratiekamp Vo' Vecchio
Italie
Het concentratiekamp Vo' Vecchio (gevestigd in de provincie Padua, Italië) was het eerste provinciale concentratiekamp voor Joden in de Italiaanse Sociale Republic. Het kamp, geopend op 3 december 1943, werd geëxploiteerd door het fascistische regime en was gevestigd in de historische Villa Contarini Giovanelli Venier. Het kamp werd gehaast opgezet na het uitvaardigen van Politiebevel nr. 5. Het diende als doorgangskamp voor Joden uit Padua en omstreken. Er was een ernstig gebrek aan basisvoorzieningen, zoals bedden, dekens en kookgerei. Op 17 juli 1944 werd het kamp ontruimd en zijn de gevangenen, op enkele uitzonderingen na, gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz.
Concentratiekamp Voves
Concentratiekamp Voves
Frankrijk
Concentratiekamp Voves (officieel: Centre de séjour surveillé de Voves) was een Frans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het departement Eure-et-Loir, ongeveer 25 kilometer ten zuidoosten van Chartres. werd bestuurd door het Franse Vichy-regime en niet direct door de nazi's. Geopend in 1939 als een Frans militair trainingscentrum voor luchtverdediging. Door het Duitse leger gebruikt als Frontstalag 240 voor Franse krijgsgevangenen (1940–1941). Politiek kamp: Vanaf januari 1942 door de Franse autoriteiten ingericht voor politieke gevangenen, voornamelijk communisten en verzetsstrijders. Er verbleven constant rond de 800 tot 900 gevangenen; in totaal hebben er ruim 1500 mensen vastgezeten. Het kamp staat historisch vooral bekend om de spectaculaire ontsnapping in de nacht van 5 op 6 mei 1944.Gevangenen (waaronder ervaren mijnwerkers) groeven vanaf de douchebarak een tunnel van 148 meter lang. Via deze tunnel wisten 42 politieke gevangenen te ontsnappen onder de neus van de Franse bewakers.De massale ontsnapping was voor de Duitse bezetter de druppel. De SS nam direct het bevel over van de Fransen en zette het kamp stop. Op 9 mei 1944 werden de resterende 407 gevangenen in veewagons geladen en gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Buchenwald en Neuengamme. In totaal zijn ruim 600 gevangenen uit Voves gedeporteerd, waarvan slechts een klein deel de oorlog overleefde.
Vrchlabi
Vrchlabi
Tsjechie
Het concentratiekamp in Vrchlabí (destijds bekend onder de Duitse naam Ober-Hohenelbe of Hohenlelbe) was een satellietkamp van het concentratiekamp Auschwitz. Het werd opgericht in september 1944 en deed dienst als dwangarbeiderskamp voor vrouwen. Het kamp was specifiek gevestigd in de wijk Hořejší Vrchlabí. Het kamp bood voornamelijk plaats aan Hongaarse Joodse vrouwen die vanuit Auschwitz naar het Sudetenland werden overgebracht. De gevangenen werden tewerkgesteld in de lokale Lorenz-fabriek, waar onderdelen voor de oorlogsindustrie werden geproduceerd. Naast het werkkamp was er in de stad ook een Gestapo-gevangenis gevestigd. Veel Joodse inwoners uit de regio werden vanuit hier in eerste instantie gedeporteerd naar het Getto van Terezín.
Vrchotovy Janovice = Janowitz
Vrchotovy Janovice = Janowitz
Tsjechie
Janowitz was de Duitse naam voor het buitenkamp Janowitz (gelegen in het huidige Tsjechische stadje Vrchotovy Janovice). Het was een satellietkamp van het Concentratiekamp Flossenbürg. Ongeveer 65 kilometer ten zuiden van Praag. Het kamp was operationeel van 24 juli 1944 tot eind maart 1945. Er zaten ongeveer 200 mannen gevangen, voornamelijk Russen, Fransen en Polen. Gevangenen werden gedwongen tot zware dwangarbeid, waaronder werk in een steengroeve, wegenaanleg, en het uitbreiden van spoorwegen voor de SS-Sturmgeschützschule. Na een zware tyfus-epidemie werden de gevangenen verplaatst naar een boerderij in het nabijgelegen Křepenice.
Concentratiekamp Vyhne
Concentratiekamp Vyhne
Slowakije
Het concentratiekamp Vyhne was een dwangarbeiders- en interneringskamp in Slowakije (geopend van begin 1940 tot eind 1944) dat in eerste instantie diende als toevluchtsoord voor Joodse vluchtelingen, maar later door de Slowaakse autoriteiten werd ingezet als werkkamp om deportaties naar nazi-kampen tijdelijk te voorkomen. Vroege fase (1940-1942): Het kamp werd begin 1940 opgezet in een kuuroord in het stadje Vyhne, gelegen op ongeveer 140 kilometer ten noordoosten van Bratislava. Het bood initieel onderdak aan 326 Joodse vluchtelingen uit het door Duitsland bezette gebied (afkomstig uit Praag en Polen).Transformatie tot werkkamp (1942-1944): Nadat nazi-Duitsland in maart 1942 begon met massale deportaties van Slowaakse Joden, wisten Joodse organisaties (waaronder het Joodse Centrum) de Slowaakse regering over te halen om lokale werkkampen op te richten. Vyhne werd, samen met de kampen in Nováky en Sereď, omgevormd tot een werkkamp om Joodse arbeiders en hun gezinnen een mate van bescherming te bieden. De gevangenen in Vyhne werden gedwongen tot zware dwangarbeid, maar het werkkamp stond erom bekend dat er relatief meer ruimte was voor gezinnen. Het kamp werd operationeel gehouden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en bood soms bescherming aan kwetsbare groepen, waaronder Joden met een Arische echtgenoot. De relatieve bescherming van het kamp kwam definitief ten einde in het najaar van 1944. Na de uitbraak van de Slowaakse Nationale Opstand tegen de nazi's werd Slowakije rechtstreeks bezet door Duitse troepen en de SS.Als gevolg hiervan werd het kamp in Vyhne ontruimd en werden de Joodse gevangenen alsnog gedeporteerd naar vernietigingskampen, met name naar Auschwitz.