Concentratiekampen K t/m L 1940-1945
Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'
Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.
Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.
Zie ook:
Frontstalags in Frankrijk
Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp
Kampen op alfabetische volgorde
K
Kaaden
Kaaden
Tsjechie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Kaaden (tegenwoordig het Tsjechische Kadaň) geen zelfstandig concentratiekamp, maar de locatie van verschillende nazi-faciliteiten: Kriegsgefangenen-Arbeitskommando 7006: Dit was een werkkamp voor geallieerde krijgsgevangenen. Buitencommando (Außenlager): Vanaf eind 1944 tot de lente van 1945 fungeerde de regio ook kortstondig als nevenkamp van concentratiekamp Flossenbürg. In de buurt van Kaaden en het nabijgelegen Krondorf moesten gevangenen dwangarbeid verrichten.
Concentratiekamp Kabanovka
Concentratiekamp Kabanovka
Wit Rusland
Kabanovka was een wreed werkkamp in Wit-Rusland (nabij Homel). Tijdens de Tweede Wereldoorlog lieten de nazi's en hun handlangers daar honderden Joodse gevangenen uit getto's onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten in de turfwinning, waarbij velen stierven door uitputting en executies. Het kamp was gevestigd in Kabanovka, gelegen in de regio Homel in Wit-Rusland. Het functioneerde als een streng dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen. Zij werden hier naartoe overgebracht vanuit detentiecentra en omliggende getto's in de regio (waaronder de stad Homel). Gevangenen werden ingezet voor zware en dodelijke turf- en veenwinning. De combinatie van zware fysieke arbeid, ondervoeding, mishandeling en blootstelling aan het zware klimaat eiste honderden levens. Het overgrote deel van de gevangenen bestond uit Joodse mannen, vrouwen en kinderen die door het naziregime waren vervolgd en van hun vrijheid beroofd.
Concentratiekamp Kacprowice
Concentratiekamp Kacprowice
Polen
Concentratiekamp Kacprowice (ook wel aangeduid als Arbeitslager Kacprowice) was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden. Het kamp werd in het voorjaar van 1940 opgericht nabij Radom (in het huidige Polen, Woiwodschap Mazovië). Het kamp werd in de lente van 1940 door de Duitse bezettingsautoriteiten opgezet. Het was specifiek bedoeld voor Joodse mannen. De gevangenen werden zwaar uitgebuit en moesten dwangarbeid verrichten in de landbouw en bij de aanleg van wegen. Kacprowice functioneerde, samen met vergelijkbare werkkampen in de regio (zoals Chruślice, Kruszyn en Jedlanka), onder het districtsbestuur van Radom. De gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden vastgehouden totdat het kamp in de daaropvolgende jaren werd geliquideerd, waarbij veel van de overgebleven gevangenen uiteindelijk werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.
Concentratiekamp Kailŭka
Concentratiekamp Kailŭka
Bulgarije
Concentratiekamp Kailŭka (Kaylaka) was een detentiekamp voor Joden en familieleden van partizanen. Het kamp werd in 1944 opgericht door het pro-Duitse Bulgaarse regime aan de rand van de stad Pleven. Het kamp werd in het voorjaar van 1944 opgezet nadat gevangenen uit het noordelijker gelegen kamp Somovit (aan de Donau) naar het zuiden werden overgebracht. Het kamp bood onderdak aan Joodse dwangarbeiders en diende tevens als interneringskamp voor familieleden van Bulgaarse partizanen. In 1944 (juni/juli) werd een deel van het kamp, dat uit houten barakken bestond, door fascistische organisaties in brand gestoken. Hierbij kwamen zeker tien tot twaalf Joodse gevangenen om het leven, waaronder ouderen die niet tijdig wisten te ontsnappen.
Kaisiadorys
Kaisiadorys
Litouwen
Concentratiekamp Kaišiadorys (in Jiddisch: Koshedar) in Litouwen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een getto (augustus 1941) en later een werkkamp (1943–1944) dat fungeerde als satellietkamp van concentratiekamp Kaunas (Kovno). Het kamp werd gebruikt voor zware dwangarbeid, zoals turfsteken en houtkap. In augustus 1941 sloten de nazi's, geholpen door lokale Litouwse collaborateurs, Joodse inwoners van Kaišiadorys en omliggende plaatsen (zoals Žiežmariai) op in het getto. Op 26 en 29 augustus werden ongeveer 2.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen naar het Strošiūnai-bos geleid en daar door Einsatzkommando 3 gefusilleerd en in massagraven gedumpt.
Werkkamp (1943–1944): Tussen de zomer van 1943 en april 1944 werd er opnieuw een werkkamp ingericht in Kaišiadorys, waar honderden Joodse dwangarbeiders onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden en tewerkgesteld. Op 11 april 1944 wisten 44 gevangenen te ontsnappen om zich aan te sluiten bij Sovjetpartizanen in de bossen. Kort daarna werd het kamp ontmanteld en werden de overgebleven gevangenen overgebracht naar werkkampen in Kaunas (Kovno).
Concentratiekamp Kalavryta
Concentratiekamp Kalavryta
Griekenland
De stad is de plek van een van de grootste nazi-wreedheden in Griekenland: het Bloedbad van Kalavryta. Op 13 december 1943 roeiden Duitse troepen bijna de gehele mannelijke bevolking uit. De Gebeurtenissen (13 december 1943) De actie was een strafmaatregel (Operatie Kalavryta) na de executie van 78 Duitse soldaten door Griekse verzetsstrijders. De Slachting: Alle mannen en jongens vanaf 12 jaar werden naar een heuvel (Kapi-heuvel) buiten de stad gedreven en met machinegeweren geëxecuteerd. Vrouwen en kinderen: Zij werden opgesloten in de plaatselijke basisschool terwijl de stad in brand werd gestoken. Zij wisten ternauwernood te ontsnappen. Dodental: Er vielen naar schatting 460 tot bijna 700 doden in de stad zelf; in de hele regio werden meer dan 25 dorpen en kloosters vernietigd.
Concentratiekamp Kalinovka
Concentratiekamp Kalinovka
Oekraine
De naam verwijst naar een beruchte executieplaats en een mijnschacht (Mijnschacht 4/4-bis) nabij de wijk Kalinovka in de stad Stalino (nu Donetsk, Oekraïne).Tussen 1941 en 1943 werden hier door de nazi-bezetters tienduizenden mensen vermoord en in de diepe mijnschacht geworpen. Donetsk (voorheen Stalino), Oekraïne. Executieplaats en massagraf (geen kamp met barakken). Slachtoffers: Geschat tussen de 75.000 en 100.000 mensen. Joden, verzetsstrijders en Sovjet-krijgsgevangenen.
Mijnschacht 4/4-bis De mijnschacht in Kalinovka is na Babi Jar de grootste massamoordlocatie in de voormalige Sovjet-Unie. Slachtoffers werden vaak levend of na executie in de 365 meter diepe schacht gegooid. De Duitsers gebruikten bijtende stoffen (zoals ongebluste kalk) om de lichamen sneller te laten ontbinden en de geur te maskeren.
Let op: Er zijn meerdere dorpen in Oekraïne met de naam Kalinovka. In sommige van deze dorpen vonden ook executies plaats door de Einsatzgruppen, zoals een massa-executie van ongeveer 4.000 Joden in de regio Vinnytsja.
Concentratiekamp Kalisz
Concentratiekamp Kalisz
Polen
Kalisz, de stad diende tijdens de Tweede Wereldoorlog als een knooppunt voor deportaties naar vernietigingskampen en kende een wreed getto. Er is echter een belangrijke link tussen Kalisz en het concentratiekamp Dachau.
Het Joodse Getto en de Zwarte Vrachtwagens Tussen 1939 en 1942 vond in Kalisz de systematische uitroeiing van de Joodse gemeenschap plaats: Deportaties: In oktober 1941 werden ouderen en zieken uit het Joodse verzorgingstehuis weggevoerd in mysterieuze zwarte vrachtwagens (gaswagens) onder het voorwendsel van herstel. Het getto werd definitief geliquideerd in juli 1942, waarna de overgebleven bewoners naar het getto van Łódź of vernietigingskampen werden gestuurd. Slachtoffers: Van de ruim 30.000 Joodse inwoners van voor de oorlog keerden er slechts enkelen terug. Nabijgelegen Kampen: Vernietigingskamp Chełmno (Kulmhof): Gelegen op ongeveer 70 km van Kalisz. Dit was de plek waar veel inwoners van Kalisz en omgeving direct naartoe werden gedeporteerd om te worden vermoord.
Concentratiekamp Auschwitz-Birkenau: Hoewel verder weg (ca. 3,5 uur rijden), werden ook vanuit Kalisz grote groepen Polen en Joden hierheen gedeporteerd.
Kallies
Kallies
Polen
Concentratiekamp Kallies was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp van concentratiekamp Ravensbrück. Het kamp was gevestigd in Kallies, het huidige Kalisz Pomorski in Polen. Het kamp werd halverwege 1944 opgezet. Het diende als dwangarbeiderskamp om goedkope arbeidskrachten te leveren voor het nabijgelegen Gerätewerk Pommern, een fabriek voor de wapenindustrie. Het kamp bood plaats aan ongeveer 500 tot 1.000 gevangenen tegelijk. In tegenstelling tot het hoofdkamp van Ravensbrück, dat voornamelijk voor vrouwen was, zaten in Kallies voornamelijk mannelijke gevangenen die uit andere kampen waren overgebracht. Begin 1945, naarmate de geallieerden en het Rode Leger oprukten, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen te voet teruggestuurd naar het hoofdkamp van Ravensbrück
Concentratiekamp Kalleten
Concentratiekamp Kalleten
Letland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Kalleten (het huidige Kaleti in Letland) een dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. Gevangenen werden er onder extreem zware omstandigheden tewerkgesteld door de nazi's. KaletiRegio: Letland (historische regio Koerland / district Liepāja)Doel: Het kamp fungeerde primair als werkkamp, waarbij gevangenen dwangarbeid moesten. Het kamp had een zeer hoog sterftecijfer door ondervoeding, ziekte en executies.
Concentratiekamp Kalnica
Concentratiekamp Kalnica
Polen
Concentratiekamp Kalnica, ook bekend als Zwangsarbeitslager für Juden Kalnica, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen, gelegen in het gelijknamige dorp Kalnica bij Baligród, in het district Lesko in het huidige zuidoosten van Polen (destijds in het door nazi-Duitsland bezette Generaal-Gouvernement). Joodse gevangenen in het kamp werden voornamelijk ingezet voor dwangarbeid. De mannen werden door de nazi’s gedwongen tot zware weg- en constructiewerkzaamheden in de bosrijke omgeving van de Bieszczady-bergen. Vanaf het voorjaar van 1942 escaleerden de deportaties en wreedheden. Gevangenen werden streng bewaakt en velen zijn gestorven door honger, uitputting of executie. Vele Joodse inwoners uit de omliggende regio die in de kampen werden geplaatst, werden uiteindelijk overgebracht naar vernietigingskampen (waaronder Auschwitz-Birkenau) of gefusilleerd tijdens liquidaties van Joodse raden (Judenräte) in de herfst van 1942.
Kaltenbrunn
Kaltenbrunn
Duitsland
Kaltenkirchen
Kaltenkirchen
Duitsland
Concentratiekamp Kaltenkirchen was van augustus 1944 tot april 1945 een berucht buitenkamp van Concentratiekamp Neuengamme. Gelegen in het Duitse Springhirsch (vlakbij Hamburg), werden zo'n 500 gevangenen gedwongen tot zware dwangarbeid onder mensonterende omstandigheden, wat voor velen de dood tot gevolg had. Gevangenen moesten er zware grondwerken uitvoeren en start- en landingsbanen aanleggen. De combinatie van ondervoeding, ziektes, mishandeling en uitputting zorgde voor een hoog sterftecijfer. Het kamp werd op 16 april 1945 ontruimd, waarna de overlevenden op dodenmarsen werden gestuurd
Kalthof
Concentratiekamp Kalthof
Polen
Concentratiekamp Kalthof was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het Duitse concentratiekamp Stutthof. Het kamp bevond zich in de buurt van de stad Danzig (het huidige Gdańsk, Polen) en was voornamelijk ingericht als werkkamp waar dwangarbeid werd verricht. Kalthof was een van de vele satellietkampen en werkkampen rondom het hoofdkamp Stutthof. Dit gebied maakte destijds deel uit van de zogeheten Vrije Stad Danzig en werd tijdens de oorlog door nazi-Duitsland bezet en bestuurd. Gevangenen werden vanuit Kalthof voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid. Vaak werden zij tewerkgesteld in lokale oorlogs- en wapenindustrieën, landbouwprojecten of bouwbedrijven die onder controle stonden van de SS. Net als in het hoofdcomplex waren de omstandigheden in het buitenkamp onmenselijk. De gevangenen leefden in overvolle barakken, leden chronisch honger, kampten met zware uitputting en waren blootgesteld aan de willekeur en wreedheid van de bewakers.
Kaltwasser
Kaltwasser
Polen
Concentratiekamp Kaltwasser (officieel Arbeitslager Kaltwasser) was een berucht naziconcentratiekamp en dwangarbeiderskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gelegen in het huidige Polen (destijds Silezië, Duitsland) en functioneerde als een van de dertien beruchte buitenkampen van het hoofd-concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp werd eind augustus 1944 opgericht op de berghellingen van Wüstegiersdorf (tegenwoordig Głuszyca, Polen), vlakbij het dorpje Kaltwasser (nu Zimna Woda) in het Uilengebergte. Het kamp maakte deel uit van het beruchte en megalomane Projekt Riese. De gevangenen werden hier te werk gesteld om uitgestrekte ondergrondse tunnelsystemen, rioleringen en barakken te bouwen, die in opdracht van de nazi-top moesten dienen als een geheim hoofdkwartier voor Adolf Hitler. De barakken van Kaltwasser boden plaats aan ongeveer 2000 Joodse mannen. Het overgrote deel van deze gevangenen was afkomstig uit Polen en was via deportatietreinen via vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau hierheen overgebracht. De leef- en werkomstandigheden waren extreem wreed. De dwangarbeid bestond onder meer uit zware bosbouw en constructiewerk in de vrieskou. Eind december 1944 werd het kamp ontruimd en werden de overlevende gevangenen overgebracht naar het nabijgelegen buitenkamp AL Lärche.
Concentratiekamp Kałuszyn
Concentratiekamp Kałuszyn
Polen
In Kałuszyn, de stad was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een berucht Joods getto en een dwangarbeidskamp. De meeste gevangenen uit dit getto werden uiteindelijk gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. Slag om Kałuszyn: In september 1939 vond er een hevige strijd plaats tussen Poolse en Duitse troepen, waarbij de stad grotendeels werd verwoest. In de zomer van 1940 richtten de nazi's een getto op in Kałuszyn, waar ongeveer 4.000 tot 6.000 Joden onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden. Het getto functioneerde feitelijk als een werkkamp waar gevangenen gedwongen werden tot zware arbeid, zoals wegenbouw en landbouw. Op de nieuwe Joodse begraafplaats in Kałuszyn vonden op grote schaal executies plaats. In de herfst van 1942 werden hier minstens 1.000 Joden door Duitse politie-eenheden doodgeschoten. Het getto werd in november en december 1942 geliquideerd. De overgebleven bewoners werden naar het nabijgelegen treinstation in Mrozy gemarcheerd en gedeporteerd naar Treblinka om daar direct te worden vermoord.
Voor de oorlog was Kałuszyn een belangrijk centrum van Joods leven; ongeveer 80% van de bevolking was Joods.
Kamenicky Senov
Kamenicky Senov
Tsjechie
Kamenický Šenov (tijdens de oorlog bekend onder de Duitse naam Steinschönau) was geen zelfstandig concentratiekamp, maar een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Flossenbürg in Duitsland. Het kamp was operationeel van september 1944 tot januari 1945. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid in de oorlogsindustrie, specifiek voor de productie van componenten voor de Luftwaffe (de Duitse luchtmacht). Het kamp huisvestte een kleine groep van 48 geschoolde arbeiders. Deze groep bestond uit 25 Polen, 10 Sovjet-burgers, 7 Fransen, 3 Tsjechen, 2 Italianen en 1 Duitser. Het subkamp werd op 27 januari 1945 ontruimd, waarna de gevangenen waarschijnlijk zijn overgebracht naar andere kampen of op dodenmarsen zijn gestuurd.
Kamenz
Kamenz
Duitsland
Concentratiekamp Kamenz, ook wel bekend als KZ-Außenlager Kamenz-Herrental, was een berucht bijkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp was gevestigd in een voormalige textielfabriek in de Duitse stad Kamenz (Saksen) en deed vanaf eind 1944 dienst als dwangarbeiderskamp voor de nazi-oorlogsindustrie. Het kamp werd in oktober 1944 ingericht. De ongeveer 1.000 gevangenen uit 21 Europese landen werden zwaar uitgebuit als dwangarbeiders voor de Elster GmbH, een dochteronderneming van Daimler-Benz. Onder de gevangenen bevonden zich veel Fransen die via zogenaamde Nacht und Nebel-acties waren opgepakt. Door de onmenselijke omstandigheden mishandeling, ondervoeding en uitputting kwamen minstens 182 gevangenen om het leven. In maart 1945, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd het kamp ontruimd en werden de overlevende gevangenen via de Reichsbahn geëvacueerd naar concentratiekampen in Mauthausen en Dachau.
Kamioka
Japan
Kamp Kamioka was een berucht Japans krijgsgevangenenkamp (officieel Nagoya POW Camp #1-B) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was gelegen in de Japanse Alpen nabij de stad Hida. Honderden geallieerde krijgsgevangenen, waaronder veel Nederlanders, werden hier onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot zware dwangarbeid in lood- en zinkmijnen. Het kamp lag hoog in de bergen, op zo'n 1600 meter hoogte, op ongeveer 150 kilometer ten noorden van Nagoya. Vanwege de hoge ligging waren de winters er extreem koud. Gevangenen werden tewerkgesteld door de Mitsui Zinc and Lead Mining Company. De combinatie van zware mijnbouw, ondervoeding, bittere kou en mishandeling zorgde voor mensonterende leefomstandigheden. Een groot deel van de gevangenen in Kamioka bestond uit Nederlandse militairen en KNIL-soldaten die na de val van Nederlands-Indië door de Japanners waren gevangengenomen. Zij werden eind 1942 en in 1944 vanuit Zuidoost-Azië per gevreesd transportschip (hell ship) naar Japan overgebracht om daar als dwangarbeider te worden ingezet. Velen overleefden de zware mishandelingen en het uitputtende werk niet. Verschillende gevangenen stierven aan ondervoeding, uitputting of longziekten kort vóór of zelfs vlak na de Japanse capitulatie in augustus 1945.
Kam'janka-Buz'ka concentratiekamp
Kam'janka-Buz'ka concentratiekamp
Oekraine
In Kamianka-Buzka (vroeger bekend als Kamionka Strumiłowa) was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en een nazi-dwangarbeiderskamp. De stad ligt in het westen van Oekraïne, ongeveer 40 kilometer ten noordoosten van Lviv. Duitse troepen bezetten de stad eind juni 1941. Al snel volgden er brute acties en massamoorden tegen de Joodse bevolking. Eind september 1942 werd er in de stad een open getto opgericht. Dit werd in oktober 1942 alweer geliquideerd toen meer dan 1.000 Joden werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec.
Het Dwangarbeiderskamp in omgeving gevestigd, dat onderdeel was van het netwerk van kampen langs de zogenaamde Durchgangsstrasse IV. Dit kamp werd voor 10 juli 1943 geliquideerd door de nazi’s. De gevangenen werden systematisch vermoord. Slechts een zeer klein aantal wist te ontsnappen en de oorlog te overleven, vaak door onder te duiken bij lokale Poolse families.
Concentratiekamp Kamenets-Podolskii
Concentratiekamp Kamenets-Podolskii
Oekraine
Kamenets-Podolskii was de locatie van een van de eerste grootschalige massamoorden van de Holocaust. Tussen 27 en 29 augustus 1941 werden hier ongeveer 23.600 Joden vermoord door de SS en de Duitse politie, ondersteund door lokale hulptroepen. Slachtoffers: Ongeveer 14.000 uit Hongarije gedeporteerde Joden en 10.000 lokale Oekraïense Joden. Daders: Eenheden onder leiding van SS-Obergruppenführer Friedrich Jeckeln. Het markeerde de overgang naar de Endlösung, waarbij hele Joodse gemeenschappen systematisch werden uitgeroeid. De Hongaarse autoriteiten hadden Joden zonder staatsburgerschap naar dit door Duitsland bezette gebied gedeporteerd. De executies vonden plaats in bomkraters en ravijnen buiten de stad Kamianets-Podilskyi in het huidige Oekraïne.
Concentratiekamp Kamien
Concentratiekamp Kamien
Duitsland/Polen
Werkkamp Skarżysko-Kamienna in Polen of het vroege concentratiekamp Kemna in Wuppertal, Duitsland.
1. Werkkamp Skarżysko-Kamienna (Polen) Tijdens de Tweede Wereldoorlog zetten de nazi's in 1942 een berucht dwangarbeiders- en vernietigingskamp op in een munitiefabriek in de stad Skarżysko-Kamienna. Doel: Joodse dwangarbeiders werden onder mensonterende omstandigheden ingezet voor de munitieproductie. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Honderden gevangenen stierven door honger, uitputting of willekeurige executies. In mei 1944 begonnen de nazi's met de liquidatie van het kamp. Na een opstand in juli 1944 werd een groot deel van de overgebleven gevangenen afgeslacht en werden de laatsten naar Buchenwald gedeporteerd.
2. Concentratiekamp Kemna (Duitsland) gelegen in het stadsdeel Barmen in Wuppertal. Dit was een van de vroege concentratiekampen van het Derde Rijk (operationeel van juli 1933 tot januari 1934). Het kamp werd gebruikt om politieke tegenstanders van het naziregime, met name communisten en sociaaldemocraten, op te sluiten en te mishandelen. Het kamp was gevestigd in een voormalige textielfabriek.
Kamionki
Kamionki
Oekraine/Polen
Aangezien de naam door de Duitsers in verschillende bezette gebieden werd gebruikt, zijn dit de belangrijkste historische locaties:
1. Kamionki I en II (nabij Ternopil, Oekraïne) Dit waren twee zware dwangarbeiderskampen (respectievelijk Kamionki I en Kamionki II) voor Joodse gevangenen. Ze maakten deel uit van het netwerk van werkkampen langs de Durchgangsstrasse IV, een grote transportroute aangelegd door de nazi's in Galicië. Duizenden Joodse dwangarbeiders werden hier uit de wijde omgeving ondergebracht om te werken aan de weg. De omstandigheden waren er mensonterend en de sterfte door uitputting en executies was enorm. Slechts een fractie van de gevangenen overleefde de oorlog.
2. Kamionka Strumiłowa (Kamianka-Boeska, Oekraïne) Gelegen in de regio Lviv. Dit was oorspronkelijk een getto. Nadat de Duitsers de stad in juni 1941 bezetten, werd er een Jodenraad ingesteld. In het najaar van 1942 vonden er grootschalige razzia's plaats waarbij duizenden Joden werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec, of ter plaatse werden doodgeschoten.
3. Kamionka Getto / Kamp in Będzin (Polen) Een getto en dwangarbeiderskamp in het Zaglebie-district in Zuidwest-Polen.Geschiedenis: In het voorjaar van 1943 werden de overgebleven Joden uit Będzin, Sosnowiec en Dąbrowa Górnicza hier samengebracht. Op 1 augustus 1943 begonnen de nazi's met de liquidatie van het getto. Dit leidde tot tweewekelijks gewapend verzet door Joodse ondergrondse strijders. Uiteindelijk werden alle overlevenden alsnog gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Kamp Schoorl
Kamp Schoorl
Nederland
Kamp Schoorl was het eerste concentratiekamp dat de Duitse bezetter in Nederland inrichtte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de duinen van Schoorl. Begon in 1939 als Nederlandse legerkazerne en werd vanaf februari 1941 door de nazi's gebruikt als doorgangs- en concentratiekamp. In oktober 1941 werd het kamp gesloten omdat het te klein was en te ver van het spoor lag. Ongeveer 1.900 mensen zaten hier vast, waaronder de 427 Joodse mannen die na de Februaristaking in Amsterdam waren opgepakt. Na de sluiting werden de meeste gevangenen overgebracht naar Kamp Amersfoort of direct naar kampen in Duitsland en Oostenrijk.
Concentratiekamp Kampinos
Concentratiekamp Kampinos
Polen
Concentratiekamp Kampinos" verwijst naar de gruweldaden die tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden in het Kampinos-bos (nabij Warschau, Polen), specifiek de executieplaats Palmiry. Er was geen groot officieel Concentratiekamp Kampinos, maar het gebied diende als een massale executieplek en locatie voor diverse kleinere werkkampen. De meest beruchte plek in het Kampinos-bos is het dorpje Palmiry. Hier voerden de nazi's tussen 1939 en 1941 geheime massa-executies uit als onderdeel van de Aktion AB, gericht op het uitroeien van de Poolse intelligentsia.Geschat op meer dan 1.700 mensen, waaronder politici, wetenschappers en sporters. De nazi's probeerden de executiekuilen te verbergen door er dennenbomen op te planten, maar Poolse boswachters markeerden de locaties stiekem. Naast de executieplaatsen waren er in het gebied rond het Kampinos-bos verschillende kleinere (dwang)werkkampen, vaak aangeduid als subkampen of lokale werkkampen (Arbeitslager). Deze kampen werden gebruikt voor dwangarbeid, zoals waterbeheer, landbouw en wegenbouw in en rond het huidige Kampinos Nationaal Park. Gevangenen: Bestonden voornamelijk uit Poolse burgers en Joden uit de omliggende getto's. Het bos was ook de thuisbasis van de Kampinos-groep (Grupa Kampinos), een grote eenheid van het Poolse binnenlandse leger (Armia Krajowa). Zij boden felle weerstand tijdens de Opstand van Warschau in 1944. Schuilplaats: Dankzij het onherbergzame moeras- en boslandschap konden duizenden verzetsstrijders zich hier effectief verbergen en operaties uitvoeren tegen de Duitse bezetter.
Kanie concentratiekamp
Kanie concentratiekamp
Polen
Concentratiekamp Kankan
Concentratiekamp Kankan
Guinee
Het interneringskamp Kankan bevond zich in Guinee (Frans-West-Afrika) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd beheerd door het Vichy-regime, dat collaboreerde met nazi-Duitsland. Het kamp lag bij Bordo, een agrarisch station ongeveer 4 kilometer buiten de stad Kankan. Het diende voor het opsluiten van geallieerde krijgsgevangenen, voornamelijk vliegeniers en matrozen (zoals Britten en Noren) die in West-Afrika strandden. Omdat Vichy officieel neutraal was, kregen de gevangenen de status van geinterneerden in plaats van krijgsgevangenen. Het kamp was relatief nieuw maar miste basisvoorzieningen zoals stromend water, elektriciteit en toiletten. Het kamp maakte deel uit van een netwerk van interneringskampen in Frans-West-Afrika (AOF), waaronder ook locaties in Conakry en Timboektoe. Deze kampen stonden onder direct bevel van de Vichy-gouverneur-generaal Pierre Boisson.
Concentratiekamp Kapitula
Concentratiekamp Kapitula
Slowakije
Concentratiekamp Karachev
Concentratiekamp Karachev
Rusland
In Karatsjev (Rusland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een door de nazi's opgezet getto en een locatie voor massa-executies. De stad in de regio Brjansk werd op 5 oktober 1941 bezet door de Duitse Wehrmacht.Het Getto: Kort na de bezetting dwongen de Duitsers de Joodse bevolking in een getto. In het voorjaar van 1942 werden de meeste inwoners van het getto vermoord door de Einsatzgruppen. Executies vonden plaats nabij een ziekenhuisterrein langs de weg van Brjansk naar Karatsjev.
Er was een kamp voor Russische krijgsgevangenen en burgers die werden ingezet voor dwangarbeid. Bij de aftocht van de Duitsers in augustus 1943 werd de stad vrijwel volledig verwoest. Het Rode Leger bevrijdde de ruïnes van Karatsjev op 15 augustus 1943 tijdens de Operatie Koetoezov.
Karaganda
Kazachstan
Het concentratiekamp bij Karaganda staat officieel bekend als Karlag (Karaganda Corrective Labor Camp). Het was een van de grootste dwangarbeidskampen binnen het Sovjet-systeem van de Goelag. Regio Karaganda in het huidige Kazachstan. Het besloeg een gebied ter grootte van Frankrijk. Actief van 1931 tot 1959.Doel: Exploitatie van grondstoffen (vooral steenkool en landbouw) door gevangenen. Administratief centrum: Het hoofdkwartier bevond zich in het dorp Dolinka. Gevangenen: Intellectuelen, politieke tegenstanders, vijanden van het volk en hun families (zoals in het beruchte ALZHIR-kamp voor vrouwen). Omstandigheden: Extreme kou, hongersnood en uitputtende dwangarbeid waren de dagelijkse realiteit. Er zaten ook Nederlanders vast in de Kazachse Goelags.
Concentratiekamp Karczew
Concentratiekamp Karczew
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het kamp in Karczew (Polen) een nazi-dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen. Het kamp werd opgericht in het voorjaar van 1942 en deed dienst als werkkamp waar de omstandigheden mensonterend waren. Honderden dwangarbeiders werden gedwongen tot zware fysieke arbeid, zoals het graven van waterkanalen en baggerwerkzaamheden. Het kamp lag in en nabij Karczew (in de buurt van Otwock en Warschau, Polen). Gevangenen werden onder andere gehuisvest in de buurt van een voormalige molen. In april 1942 deporteerde de nazi-bezetter ongeveer 400 Joden uit de getto's in de regio (waaronder Otwock) naar het speciaal opgezette kamp in Karczew. De gevangenen moesten zwaar werk verrichten in de moerassen en langs de rivier. Velen overleden als gevolg van ondervoeding, ziekte, uitputting of directe executie. Het kamp werd in fases geëxploiteerd. De eerste grote groep arbeiders werd eind 1942 gedeporteerd of geliquideerd (onder meer rond december 1942), maar delen van het kamp bleven daarna nog bestaan. In mei 1943 vonden er nog ontsnappingen plaats en het kamp bleef vermoedelijk tot minstens september 1943 actief.
Karees
West Java
Kamp Kareës (ook wel geschreven als Kareës) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Japans burger- en opvangkamp in Bandoeng, West-Java. Het deed vanaf december 1942 dienst als interneringskamp voor Nederlandse vrouwen, kinderen en oudere mannen. Het kamp was gevestigd in een woonwijk in het zuidoosten van Bandoeng. Het werd grofweg begrensd door de Papandajanlaan, Tangkoeban Prahoelaan, Windoestraat en de Javalaan. In tegenstelling tot veel andere kampen was Kareës niet omheind door prikkeldraad of muren, maar bestond het uit een afgesloten woonwijk waar de bewoners onder zware restricties leefden. De omstandigheden in het kamp waren zwaar. De geïnterneerden leden onder grote overbevolking, een ernstig gebrek aan voedsel en medicijnen, en slechte hygiënische voorzieningen. Doordat het kamp in een gewone wijk lag, waren de huizen vaak overvol met meerdere gezinnen per woning. Na verloop van tijd werd Kareës gebruikt als doorgangskamp. Veel van de vrouwen en kinderen die in Kareës zaten, werden later overgeplaatst naar andere interneringskampen in Nederlands-Indië, waaronder de kampen in Banjoe Biroe en Tjideng.
Karlsfeld
Karlsfeld
Duitsland
Concentratiekamp Karlsfeld, operationeel tussen 1943 en 1945, was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het stond ook bekend als kamp Allach-Karlsfeld. Duizenden gevangenen, voornamelijk Joodse dwangarbeiders, werden er onder onmenselijke omstandigheden tewerkgesteld in de nabijgelegen oorlogsindustrie. Het kamp diende als dwangarbeiderskamp. Gevangenen werden ondergebracht in het OT-Lager Karlsfeld (beheerd door de Organisation Todt) en moesten zware arbeid verrichten voor onder andere de BMW-fabrieken in de buurt. Er was een constante dreiging van uithongering, ziekte (waaronder tyfus) en executies. De overlevingskansen waren er nihil. Op 30 april 1945 werd het kamp bevrijd door geallieerde troepen (het Amerikaanse leger). Het kamp lag in het gebied tussen het huidige Allach (een stadsdeel in het noorden van München) en Karlsfeld in Beieren.
Karlshagen
Karlshagen
Duitsland
Concentratiekamp Karlshagen (ook wel Karlshagen I) was een subkamp van het concentratiekamp Ravensbrück. Het was gevestigd in Karlshagen op het eiland Usedom en diende als werkkamp voor de productie van V-wapens in het nabijgelegen Peenemünde. Actief van mei 1943 tot april 1945. Leveren van dwangarbeiders voor de nazi-raketbasis (onder andere voor de V-2 raketten). Voornamelijk mannelijke gevangenen uit Ravensbrück en later ook uit Buchenwald.
Karolina
Karolina
Polen
Concentratiekamp Karlsrode
Concentratiekamp Karlsrode
Polen
Concentratiekamp Karniew
Concentratiekamp Karniew
Polen
Karolew concentratiekamp
Karolew concentratiekamp
Polen
De nazi-bezetting in Polen kende twee verschillende plaatsen met de naam Karolew die een rol speelden in het kampennetwerk van het Derde Rijk.
1. Karolew (bij Bydgoszcz/Bromberg) Doorgangs- en interneringskamp (Duits: Sammellager). Gelegen in het district Sępolno (Pommeren). Dit kamp werd in september 1939 door de Duitsers ingericht voor de lokale Poolse intellectuelen, leraren en Joden tijdens de massale arrestaties aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het diende tevens als verzamelplaats van waaruit gevangenen werden gedeporteerd of overgebracht naar andere kampen, waaronder doorgangslager Dulag E in Gross Born (het huidige Borne Sulinowo).
2. Karolew (Łódź) Internerings- en uitzettingskamp. Een wijk in het westen van de stad Łódź (tijdens de oorlog Litzmannstadt genoemd). In januari 1940 werd dit kamp door de Duitse bezetters opgezet als doorgangskamp. Het kamp werd voornamelijk gebruikt als tijdelijke verblijfplaats voor Poolse families die door de nazi's bruut uit hun huizen werden gezet om plaats te maken voor Duitse kolonisten (als onderdeel van de Lebensraum-politiek). De gedeporteerden werden hier vaak geregistreerd, beroofd van hun bezittingen en vervolgens verder getransporteerd of ingezet als dwangarbeiders.
Concentratiekamp Karviná
Concentratiekamp Karviná
Tsjechie
In en rond de huidige stad Karviná (Tsjechië) bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer 60 nazi-dwangarbeidskampen. De vier grootste kampen waren specifiek ingericht voor Joodse gevangenen, Sovjet-krijgsgevangenen en Italiaanse dwangarbeiders die zware arbeid in de lokale mijnbouw en industrie moesten verrichten. De kampen dienden voornamelijk als werkkampen voor de nazi-oorlogseconomie. Er waren aparte kampen voor Joodse vrouwen, Sovjet-krijgsgevangenen (bij de Jan-Karel mijn) en Italiaanse krijgsgevangenen.
Concentratiekamp Kasbah Tadla
Concentratiekamp Kasbah Tadla
Marokko
Het kamp bij Kasba Tadla was een straf- en interneringskamp in Marokko tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd beheerd door het Franse Vichy-regime na de wapenstilstand van juni 1940. Een Camp de Discipline (strafkamp) voor dwangarbeid. Gevestigd in een oude Kasbah (vesting) in de regio Tadla.Voornamelijk buitenlandse legionairs en ongewenste personen. Berucht om de extreem zware fysieke omstandigheden en mishandeling.Na de val van Frankrijk richtte het Vichy-regime diverse kampen op in Noord-Afrika. Kasba Tadla was specifiek bedoeld voor militairen en burgers die als politiek onbetrouwbaar werden gezien door de pro-Duitse Franse regering. Veel gevangenen werden ingezet voor de bouw van de Trans-Sahara spoorweg.
Käsemark
Käsemark
Polen
Het concentratiekamp Käsemark (ook wel Kiezmark genoemd) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp van het concentratiekamp Stutthof. Het lag in het toenmalige West-Pruisen, ongeveer 26 kilometer ten zuidoosten van Danzig (het huidige Gdańsk in Polen). Het kamp was actief van oktober 1939 tot oktober 1941. Het kamp werd in eerste instantie opgezet als een werkkamp waar gevangenen, voornamelijk Polen, werden ondergebracht om dwangarbeid te verrichten op lokale boerderijen. In het begin viel het kamp onder de civiele autoriteiten van Danzig. Nadat die specifieke eenheid werd gesloten, kwam het onder direct bevel van het concentratiekamp Stutthof. Op 25 oktober 1941 werd het kamp opgeheven en werden de overgebleven gevangenen veelal overgebracht naar het hoofdkamp van Stutthof om daar verder te worden ingezet.
Kassel
Kassel
Duitsland
In de stad Kassel zelf lag geen groot concentratiekamp, maar in de directe omgeving en in de stad zelf waren wel verschillende nazi-gevangenissen en werkkampen. De belangrijkste locatie is het nabijgelegen Kamp Breitenau (Guxhagen): Dit was een heropvoedingskamp en concentratiekamp in een voormalig klooster, ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Kassel. Het functioneerde van 1933 tot 1934 voor politieke gevangenen en later van 1940 tot 1945 als strafkamp voor dwangarbeiders.
Werkkamp Kassel: In de stad zelf was vanaf 1943 een werkkamp gevestigd voor Tsjechoslowaakse dwangarbeiders die werden ingezet voor herstelwerkzaamheden na bombardementen.
Station Kassel (De Rampe): Vanaf hier werden duizenden Joden en andere vervolgden gedeporteerd naar vernietigingskampen in het oosten.
Kassel - Druseltal
Kassel - Druseltal
Duitsland
Kassel-Druseltal was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, geopend in juli 1943. De gevangenen, meestal politieke gevangenen uit onder meer Polen, Rusland en Nederland, werden gedwongen tot zware dwangarbeid voor de SS. Het kamp werd in maart 1945 ontruimd. Het kamp was gevestigd in de wijk Druseltal, ten westen van het centrum van Kassel aan de weg naar Habichtswald-Ehlen. De SS huurde een voormalig pension en herberg. Omdat het gebouw eerder diende als kamp voor Franse krijgsgevangenen, waren prikkeldraad en tralies al aanwezig. Er zijn in totaal 288 gevangenen geregistreerd. Het aantal varieerde per periode, met gemiddeld zo'n 120 tot 190 gevangenen tegelijkertijd. Nationaliteiten: Ongeveer een derde was Pools, een derde Russisch. De overige gevangenen kwamen uit Duitsland, Tsjechië, Frankrijk, Italië, België en Nederland (ten minste vier geregistreerde Nederlandse gevangenen). De gevangenen werden door de SS ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder vaak sloop-, bouw- en herstelwerkzaamheden in de zwaar gebombardeerde stad Kassel. Het dagelijks leven in het kamp werd gekenmerkt door brute behandeling door de SS-bewakers, ondervoeding en slechte sanitaire voorzieningen.
Concentratiekamp Kasten (Lunz am See)
Concentratiekamp Kasten (Lunz am See)
Oostenrijk
Het kamp in Kasten was een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was gevestigd in Kasten, een gehucht in de Oostenrijkse gemeente Lunz am See (Neder-Oostenrijk), en werd gebruikt om dwangarbeid uit te voeren voor de firma Zuegg & Co. Het kamp bood voornamelijk onderdak aan Joodse dwangarbeiders uit Hongarije. De gevangenen werden te werk gesteld in de directe omgeving, vermoedelijk gerelateerd aan de bouw- of industriële projecten van Zuegg & Co.Locatie: De precieze locatie van het kamp binnen de kadastrale gemeente Lunzdorf is tegenwoordig onduidelijk. Lunz am See was tijdens het naziregime sterk bezet en werd destijds niet alleen voor dwangarbeid gebruikt, maar huisvestte ook aanzienlijke faciliteiten zoals kampen voor de Hitlerjugend.
Concentratiekamp Katharinenhof (Wien-Schwechat)
Concentratiekamp Katharinenhof (Wien-Schwechat)
Oostenrijk
Concentratiekamp Katharinenhof (Wien-Schwechat) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp en een satellietkamp van het concentratiekamp Mauthausen. Het kamp was specifiek opgezet om Joodse dwangarbeiders uit Hongarije tewerk te stellen in de landbouw. Het kamp was gevestigd op het terrein van de Gut Katharinenhof in Mannswörth, behorend tot de gemeente Schwechat. Tijdens de nazi-periode maakte Schwechat tijdelijk deel uit van Groß-Wien. Het kamp bood onderdak aan Hongaarse Joden inclusief mannen, vrouwen en kinderen. De gevangenen werden onder zware omstandigheden ingezet voor zware landbouwwerkzaamheden op het landgoed en de omliggende velden.
Concentratiekamp Katherinenhof
Concentratiekamp Katherinenhof
Duitsland/Oostenrijk
Er zijn twee locaties die verbonden zijn met de naam Katharinenhof tijdens het nazi-regime.
1. Zwangsarbeiderskamp Schwechat (Wenen) Dit was een werkkamp (Zwangsarbeiterlager) in Schwechat, nabij Wenen. Huisvesting van dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie. In 1944 werden hier 43 Hongaars-Joodse dwangarbeiders vastgehouden, waaronder mannen, vrouwen en kinderen.Zij werden ingezet voor zware arbeid in de regio.
2. Instelling Katharinenhof (Großhennersdorf) Dit was een verpleeginrichting in Saksen die een duistere rol speelde in het euthanasieprogramma Aktion T4. Het was een tussenstation voor patiënten die als ongewenst werden beschouwd. Ongeveer 700 kinderen en jongeren uit deze instelling werden vermoord. De slachtoffers werden meestal overgebracht naar het Euthanasiecentrum Sonnenstein om daar te worden vergast.
Kattowitz = Katowice
Kattowitz = Katowice
Polen
Kattowitz is de Duitse naam voor de Poolse stad Katowice. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich hier een klein, specifiek subkamp van Auschwitz. Dit was het kleinste subkamp van Auschwitz. Het bouwen van een luchtschuilkelder en barakken voor de Gestapo. Slechts 10 tot 11 gevangenen werkten hier. De gevangenen verbleven in de kelder van het Gestapo-hoofdkwartier aan de Strasse der SA (nu ulica Powstańców 31). Operationeel van januari 1944 tot januari 1945. Katowice was de hoofdstad van de nazi-provincie Opper-Silezië. Veel Poolse gevangenen werden via de gevangenis in Katowice naar Auschwitz gedeporteerd. In januari 1945 werd de stad een opvangplaats voor overlevenden van de dodenmarsen uit Auschwitz
Concentratiekamp Katouna
Concentratiekamp Katouna
Griekenland
Het concentratiekamp Katouna was een Italiaans interneringskamp in Griekenland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd eind 1942 opgezet in een gevorderde school in het gelijknamige dorp en deed dienst als gevangenis voor ongeveer 200 Griekse politieke gevangenen, afkomstig uit het beruchte kamp Akronafplia. Katouna ligt in de regio Aetolia-Acarnania in West-Griekenland (ongeveer 200 kilometer ten noordwesten van Nafplio en 246 kilometer van Athene). Het kamp werd gevestigd op het terrein van een school, omheind met prikkeldraad, en werd bewaakt door Italiaanse troepen. De geïnterneerden werden door medegevangenen Akronafpliotes genoemd. Eind november 1942 arriveerden zij in twee groepen van elk honderd man. De eerste groep werd op de bovenverdieping geplaatst, de tweede in de donkere ruimtes op de begane grond. Vanwege vermeende veiligheidsredenen en dreigementen van de Italiaanse kampleiding (reserve-kapitein Ruggero Giannelli) dat de gevangenen als gijzelaars elk moment geëxecuteerd konden worden, werden zij op 20 maart 1943 onder zware bewaking overgebracht naar een ander kamp in de vlakte van Vonitsa.
Concentratiekamp Kattau
Concentratiekamp Kattau
Oostenrijk
Kamp Kattau (gevestigd in Schloss Kattau, Oostenrijk) functioneerde als een dwangarbeiderskamp. Het diende onder beheer van de Wehrmacht en de SS voornamelijk als werkkamp waar Joodse gevangenen zware landbouwwerkzaamheden verrichtten. Het kamp was ondergebracht in Schloss Kattau, een kasteel in de deelstaat Neder-Oostenrijk. Vanaf de lente van 1944 werden er grote groepen Hongaarse Joden (mannen en vrouwen) naartoe gedeporteerd om dwangarbeid uit te voeren. Gevangenen werden ingezet voor zware landbouw- en bosbouwtaken, waaronder het bewerken van de lokale landerijen (het zogeheten Wehrmachtslehrgut Kattau). De omstandigheden waren er zwaar en de uitputting en ondervoeding onder de dwangarbeiders waren immens.
Concentratiekamp Kattowitz-Idaweiche
Concentratiekamp Kattowitz-Idaweiche
Polen
Kattowitz-Idaweiche was een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden en maakte deel uit van een bredere reeks kampen in Silezië (Polen). Het kamp lag in de wijk Brynów van de huidige stad Katowice (destijds geannexeerd door nazi-Duitsland als Kattowitz).Het kamp was specifiek ingericht voor Joodse mannen en functioneerde van juli 1942 tot juli 1943. De gevangenen werden hier hoofdzakelijk tewerkgesteld in de textielindustrie en sorteerwerkzaamheden, zoals het sorteren van in beslag genomen kleding. Het was een zogenaamd Zwangsarbeitslager für Juden. De omstandigheden in deze door de SS en Gestapo gecontroleerde kampen waren zwaar en mensonterend, hoewel het geen vernietigingskamp betrof. De regio rond Katowice en Auschwitz was tijdens de Tweede Wereldoorlog het toneel van tientallen van dit soort werkkampen en subkampen.
Concentratiekamp Kattowitz-Rosdzien-Schoppinitz
Concentratiekamp Kattowitz-Rosdzien-Schoppinitz
Polen
Het werkkamp Kattowitz-Rosdzien-Schoppinitz was een nazi-dwangarbeiderskamp in het huidige Polen, nabij Katowice. Het functioneerde vanaf het najaar van 1942 en werd gebruikt voor Joodse mannen en jongens die door de SS geselecteerd waren tijdens transporten. Onder erbarmelijke omstandigheden moesten zij slavenarbeid verrichten. Gelegen in Opper-Silezië, destijds geannexeerd door nazi-Duitsland. Het kamp bestond uit verschillende secties verspreid over de districten Rosdzin (Roździeń) en Schoppinitz (Szopienice), vlakbij de stad Katowice. Het kamp ontstond uit de zogenaamde Cosel-transporten. Tussen augustus en december 1942 werden achttien deportatietreinen uit Kamp Westerbork onderweg naar Auschwitz gestopt in het plaatsje Kosel. Alle Joodse mannen en jongens in de leeftijd van ongeveer 15 tot 50 jaar werden hier uit de trein gehaald om te worden ingezet in diverse werkkampen in de regio, waaronder Schöppinitz. De gevangenen werden zwaar uitgebuit. Ze werden onder andere te werk gesteld in de kolenmijnen en bij de aanleg van de spoorlijn Berlijn-Krakau voor bouwbedrijf Haage. De omstandigheden waren extreem wreed. De bewakers stonden bekend om hun sadisme en mishandelingen. Door het zware werk, de honger, kou en ziekten stierven er dagelijks mensen. Gevangenen die niet meer konden werken of ziek werden, werden periodiek geselecteerd en afgevoerd naar de gaskamers van Auschwitz. Het kamp werd eind 1943 gesloten. Gevangenen die de periode in het kamp overleefden, werden alsnog grotendeels overgebracht naar andere concentratiekampen, zoals Auschwitz of Gross-Rosen.
Kauen = Kaunas
Concentratiekamp Kauen
Litouwen
Concentratiekamp Kauen (Duits: Konzentrationslager Kauen, ook wel bekend als KZ Kaunas of Kovno) was een nazi-concentratiekamp in en rond het voormalige getto van Kovno in het huidige Litouwen. Het kamp werd opgericht op 15 september 1943 en bestond tot 14 juli 1944. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 werd de Joodse bevolking van Kaunas (Kovno) al snel onderworpen aan extreme vervolging. Tienduizenden Joden werden in 1941 geëxecuteerd, onder meer bij het beruchte Negende Fort. De overlevenden werden gedwongen in het Getto van Kovno. In het najaar van 1943 werd het getto door de SS omgevormd tot een officieel concentratiekamp onder leiding van SS-Obersturmbannführer Wilhelm Göcke. Het kamp telde zeventien satellietkampen en werkkampen. Inwoners werden gedwongen tot zware dwangarbeid, onder andere op het vliegveld van Aleksotas en bij de bouw van militaire infrastructuur. Toen het Rode Leger in de zomer van 1944 naderde, liquideerden de nazi's het kamp. Hierbij werd het getto met explosieven en granaten grotendeels verwoest en in brand gestoken. De achtergebleven Joden werden gedeporteerd naar andere concentratiekampen in nazi-Duitsland, waaronder Dachau en Stutthof.
Kauen - Alexoten = Kaunas-Aleksotas
Kauen - Alexoten = Kaunas-Aleksotas
Litouwen
Kaunas-Aleksotas (ook bekend als Aleksotas) was een van de grotere buitenkampen van het concentratiekamp KZ Kauen (Kaunas) in Litouwen. Het kamp bevond zich in de wijk Aleksotas, nabij het vliegveld van Kaunas. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse luchtmacht (Luftwaffe). Ze werkten voornamelijk aan de bouw van startbanen en hangars. Het kamp huisvestte vooral Joden uit het getto van Kaunas. In de zomer van 1944 werd het kamp ontruimd vanwege het naderende Rode Leger; gevangenen werden gedeporteerd naar kampen als Dachau en Stutthof.
Kauen - Schanzen = Kaunas-Sanciai
Kauen - Schanzen = Kaunas-Sanciai
Litouwen
Schanzen (of Schanze) was de Duitse naam voor de wijk Šančiai in de Litouwse stad Kaunas. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een belangrijk onderdeel van het kampcomplex rondom Kaunas. Het kamp bevond zich in de wijk Žemieji Šančiai (Laag-Šančiai). Het was een van de grootste buitenkampen (Aussenlager) van het Concentratiekamp Kaunas (Kauen). Er zaten voornamelijk Joodse mannen en vrouwen die dwangarbeid verrichtten. Gevangenen werden ingezet voor zwaar werk bij de spoorwegen en in militaire werkplaatsen van de Wehrmacht. Het hoofdkamp van Kauen was gevestigd in het Negende Fort, terwijl de verschillende Aussenlager verspreid over de stad lagen om arbeiders dicht bij de industrie te hebben.
Kaufbeuren
Kaufbeuren
Duitsland
Concentratiekamp Kaufbeuren was een berucht buitenkamp van het naziconcentratiekamp Dachau, actief van mei 1944 tot april 1945. Het kamp in de Duitse regio Beieren werd berucht door de inzet van dwangarbeiders voor de vliegtuigindustrie en de gruwelijke kindereuthanasie.
1. Dwangarbeid en de Oorlogsindustrie De gevangenen werden voornamelijk ingezet in de wapen- en vliegtuigindustrie. Zo moesten zij werken voor BMW en vliegtuigonderdelen produceren voor de Messerschmitt-fabrieken. Het kamp bood doorgaans plaats aan zo'n 600 mannen. Naast mannen werden er ook andere dwangarbeiders en gevangenen ingezet. Het kamp was gevestigd in en rond de plaats Kaufbeuren in de Allgäu (Beieren, Zuid-Duitsland).
2. Euthanasieprogramma (Aktion T4) Kaufbeuren is internationaal berucht geworden als onderdeel van de nazieuthanasieprogramma's, zoals Aktion T4.In de lokale Heil- und Pflegeanstalt (psychiatrisch ziekenhuis) werden patiënten, waaronder honderden kinderen (de zogenaamde Kinderfachabteilung), systematisch vermoord door middel van dodelijke injecties of verhongering. Zelfs in de nadagen van de oorlog, kort voor de bevrijding, werden hier nog systematisch moorden gepleegd.
Kaufering
Duitsland
Concentratiekamp Kaufering was een complex van 11 subkampen van Dachau nabij Landsberg am Lech. Het was tussen juni 1944 en april 1945 een van de dodelijkste locaties van het naziregime. De bouw van drie enorme ondergrondse bunkers voor de productie van de Messerschmitt Me 262, een straaljager. Dit stond bekend onder de codenaam Ringeltaube. Aantal gevangenen: Ongeveer 30.000 mensen, hoofdzakelijk Joodse mannen en vrouwen uit Litouwen, Polen en Hongarije. Naar schatting stierven 14.500 gevangenen door uitputting, ziekte en honger binnen slechts 10 maanden. Gevangenen sliepen in half ondergrondse aarden hutten die vochtig, koud en vergeven van ongedierte waren. De SS dwong gevangenen tot loodzware fysieke arbeid met minimaal voedsel. Tyfus-epidemieën teisterden de kampen door het totale gebrek aan hygiëne. Amerikaanse troepen, waaronder de 101st Airborne Division, bevrijdden de kampen eind april 1945.Vlak voor de aankomst van de geallieerden werden duizenden gevangenen op dodenmarsen gestuurd richting het zuiden.
Kaufering Lager I
Kaufering Lager I
Duitsland
Kaufering Lager I was een van de elf subkampen van het concentratiekamp Dachau, gelegen nabij de stad Landsberg am Lech in Beieren. Het was een belangrijk onderdeel van het Project Ringeltaube, een grootschalig nazi-bouwproject voor ondergrondse fabrieken voor de productie van Messerschmitt Me 262 straaljagers. Het kamp bevond zich in Landsberg am Lech. Dwangarbeid voor de bouw van enorme, bomvrije bunkers die als vliegtuigfabrieken moesten dienen. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse gevangenen, van wie velen vanuit Auschwitz naar Kaufering werden gedeporteerd. Levensomstandigheden: Extreem zwaar; gevangenen sliepen vaak in zogenaamde Erdhütten (grondhutten), wat leidde tot massale sterfte door ziekte, honger en uitputting.
Kaufering Lager II
Kaufering Lager II
Duitsland
Kaufering II (ook bekend als Igling of Stoffersberg) was een van de 11 subkampen van het concentratiekamp Dachau. Het kamp was operationeel van 24 augustus 1944 tot 27 april 1945 in de buurt van Landsberg am Lech, Beieren. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor project Ringeltaube, bedoeld om bomvrije ondergrondse fabrieken te bouwen voor de productie van het Messerschmitt Me 262 straalvliegtuig. Het kamp hield ongeveer 1.200 mannen en vrouwen gevangen, voornamelijk Joodse gevangenen uit Litouwen en later uit Auschwitz. Gevangenen leefden in primitieve, half-ondergrondse aarden hutten of tenten die nauwelijks bescherming boden tegen de kou en regen. Op 27 april 1945 werd het gebied bevrijd door Amerikaanse troepen (onder andere de 12e Armored Division).
Kaufering Lager III
Kaufering Lager III
Duitsland
Kaufering Lager III was een van de elf subkampen van het concentratiekamp Dachau, nabij de stad Landsberg am Lech in Beieren. Het kamp was operationeel van juni 1944 tot de bevrijding door Amerikaanse troepen op 27 april 1945. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor project Ringeltaube, de bouw van de gigantische ondergrondse bunker Weingut II voor de productie van Messerschmitt Me 262 straaljagers. Vanaf september 1944 diende Kaufering III als het administratieve hoofdkwartier van het gehele Kaufering-kampencomplex. Het kamp huisvestte tussen de 2.000 en 5.000 mannen en later ook honderden vrouwen, voornamelijk Joodse gevangenen uit Hongarije en Litouwen. De gevangenen leefden in Erdhütten (half-ondergrondse aarden hutten) onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden, wat leidde tot massale sterfte door uithongering, uitputting en ziekten zoals tyfus.
Kaufering Lager IV
Kaufering Lager IV
Duitsland
Kaufering Lager IV was een van de grootste buitenkampen van het concentratiekamp Dachau en stond bekend om zijn gruwelijke omstandigheden. Het kamp lag bij Hurlach en was onderdeel van een complex van 11 kampen rond Landsberg am Lech. Dwangarbeid voor het project Ringeltaube, de bouw van een gigantische ondergrondse fabriek voor Messerschmitt Me 262 straaljagers. Gevangenen sliepen in halfondergrondse aarden hutten met een extreem slecht klimaat, wat leidde tot massale sterfte door tyfus en uitputting. In de laatste maanden fungeerde Lager IV officieel als ziekenkamp voor het hele Kaufering-complex, waar nauwelijks medische zorg was. Op 27 april 1945 werd het kamp bevrijd door de Amerikaanse 12th Armored Division. De SS had vlak voor de aankomst van de bevrijders de barakken met de zieke gevangenen in brand gestoken.
Kaufering Lager V
Kaufering Lager V
Duitsland
Kaufering Lager V was een van de 11 subkampen van het concentratiekamp Dachau, gelegen nabij het dorp Utting am Ammersee in Beieren. Het kamp stond bekend om zijn onmenselijke leefomstandigheden en werd tussen de nazomer van 1944 en april 1945 gebruikt voor dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie. Utting am Ammersee (nabij de huidige Schönbachstraße). Gevangenen werden ingezet voor de bouw van ondergrondse bunkers en fabrieken (project Ringeltaube) voor de productie van gevechtsvliegtuigen zoals de Messerschmitt Me 262. De gevangenen werkten voornamelijk voor het bouwbedrijf Dyckerhoff & Widmann en een lokale leerlooierij. Ongeveer 500 tot 600 Joodse mannen werden er vastgehouden, velen afkomstig uit Litouwen (Siauliai) en later Auschwitz. Het kampsysteem van Kaufering was berucht om zijn extreme wreedheid. Gevangenen sliepen in half-ondergrondse aarden hutten die slecht geventileerd, koud en vochtig waren. Door ondervoeding, vlektyfus en uitputting was het sterftecijfer extreem hoog. Kaufering wordt vaak Vernichtung durch Arbeit (vernietiging door werk) genoemd. Het kamp werd eind april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen (o.a. de 12th Armored Division en 101st Airborne Division). Vlak voor de aankomst van de Amerikanen werden veel gevangenen op dodenmarsen gestuurd.
Kaufering Lager VI
Kaufering Lager VI
Duitsland
Kaufering VI (ook wel Türkheim genoemd) was een van de elf subkampen van concentratiekamp Dachau. Het lag nabij de plaats Türkheim in Beieren en was operationeel van oktober 1944 tot april 1945. Gelegen aan de Dr.-Viktor-Frankl-Weg 6 in Türkheim. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de nazi-oorlogsindustrie, met name voor de bouw van ondergrondse vliegtuigfabrieken (Project Ringeltaube). Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse gevangenen uit Auschwitz en andere kampen in Oost-Europa. Berucht om de extreem slechte hygiëne en ziektes zoals tyfus; gevangenen sliepen vaak in half-ondergrondse aarden hutten
Kaufering Lager VII
Kaufering Lager VII
Duitsland
Kaufering Lager VII was een van de 11 buitenkampen van het concentratiekamp Dachau, nabij Landsberg am Lech in Beieren. Gevangenen moesten onder dwang enorme ondergrondse bunkers bouwen voor de productie van Messerschmitt Me 262 straaljagers (project Ringeltaube). De gevangenen leefden in primitieve, half-ondergrondse aardhutten (Erdhütten) om detectie vanuit de lucht te voorkomen. Het kamp huisvestte tot 2.000 mensen, voornamelijk Joodse gevangenen. In januari 1945 werd het een infirmeriekamp waar zieke gevangenen aan hun lot werden overgelaten.Op 27 april 1945 werd het complex bevrijd door het Amerikaanse leger.
Kaufering Lager VIII
Kaufering Lager VIII
Duitsland
Kaufering Lager VIII was een van de elf subkampen van het concentratiekamp Dachau in de buurt van Landsberg am Lech, Beieren. Het werd in de zomer van 1944 opgericht om dwangarbeiders in te zetten voor de bouw van gigantische ondergrondse bunkers voor de Duitse vliegtuigindustrie (project Ringeltaube). Gelegen nabij de dorpen Seestall en Epfach, ten zuiden van Landsberg. Gevangenen moesten werken aan de bouw van de bunker Diana II en andere faciliteiten voor de productie van Messerschmitt Me 262 gevechtsvliegtuigen. Gevangenen sliepen in halfondergrondse aarden hutten met minimale ventilatie en hygiëne. Het kampcomplex Kaufering had een extreem hoog sterftecijfer door uithongering, ziekte (zoals tyfus) en uitputtende arbeid. Het was het grootste subkampsysteem van Dachau met in totaal ongeveer 30.000 gevangenen.Bevolking: De overgrote meerderheid van de gevangenen bestond uit Joden uit heel Europa, velen overgebracht vanuit Auschwitz. Amerikaanse troepen, waaronder de 12e Pantserdivisie en de 101e Luchtlandingsdivisie, bevrijdden de Kaufering-kampen eind april 1945.
Kaufering Lager IX
Kaufering Lager IX
Duitsland
Kaufering Lager IX was een van de elf subkampen van het concentratiekamp Dachau, gelegen nabij de stad Landsberg am Lech in Beieren. Dit kampensysteem was berucht om de extreem wrede omstandigheden en was specifiek opgezet voor de bouw van ondergrondse bunkerfaciliteiten voor de Duitse vliegtuigindustrie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Gelegen nabij de spoorlijn tussen Landsberg en Kaufering. Dwangarbeid voor de bouw van gigantische bunkers (project Ringeltaube) om de productie van straaljagers te beschermen tegen geallieerde bombardementen. De meerderheid van de gevangenen bestond uit Joden uit Litouwen, Hongarije en Polen. Gevangenen verbleven vaak in zogenaamde Erdhütten (half-ondergrondse hutten bedekt met aarde), die onhygiënisch en ijskoud waren. De sterftecijfers waren enorm hoog door uithongering, tyfus en de loodzware arbeid. Het Kaufering-complex werd eind april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen (waaronder de 12e Pantserdivisie en de 101e Luchtlandingsdivisie).
Kaufering Lager X
Kaufering Lager X
Duitsland
Kaufering Lager X (ook wel Utting) was een van de elf subkampen van het concentratiekamp Dachau. Het kamp lag in het dorp Utting am Ammersee in Beieren. Gevangenen werkten aan de bouw van enorme ondergrondse bunkers. De bunkers waren bedoeld voor de productie van Messerschmitt Me 262 jagers. De faciliteiten moesten bestand zijn tegen geallieerde bombardementen. In Utting werkten gevangenen onder andere bij het bedrijf Dyckerhoff & Widmann. Gevangenen sliepen in half ondergrondse, aarden hutten ter camouflage. Er was een extreem tekort aan voedsel, medische zorg en sanitaire voorzieningen. Honger en ziektes zoals tyfus eisten duizenden slachtoffers.Vernietiging door arbeid: Het regime was gericht op uitputting van de gevangenen. Het Amerikaanse leger bevrijdde het Kaufering-complex eind april 1945. Vlak voor de bevrijding werden veel gevangenen gedwongen op dodenmars naar Dachau.
Kaufering Lager XI
Kaufering Lager XI
Duitsland
Kaufering Lager XI was de laatste van 11 subkampen van het concentratiekamp Dachau, nabij Landsberg am Lech in Beieren. Het kamp opende rond januari 1945 om de extreme overbevolking in Kaufering I en III te verlichten. Dwangarbeid voor het Project Ringeltaube, de bouw van gigantische ondergrondse bunkers voor de productie van Messerschmitt Me 262 straaljagers. Het kamp hield tussen de 2.000 en 5.000 gevangenen vast, vrijwel uitsluitend Joden uit Hongarije en Litouwen. Gevangenen sliepen in aardhutten (halfbovengrondse barakken bedekt met aarde) om ze te camoufleren voor geallieerde luchtaanvallen. De Zwangerschapsgroep Lager XI: Een groep van zeven Hongaars-Joodse vrouwen werd hierheen gebracht. Zij waren zwanger geraakt vóór hun deportatie naar Auschwitz. Tegen de nazi-ideologie in mochten zij hun kinderen in het kamp ter wereld brengen en in leven blijven. Alle zeven moeders en hun baby's overleefden de oorlog en werden bevrijd. Het kamp werd op 27 april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen (waaronder de 12e Pantserdivisie en de 101e Luchtlandingsdivisie).
Kaufering Lager Türkheim = Kaufering VI
Kaufering Lager Türkheim = Kaufering VI
Duitsland
Van Kaufering VI concentratiekamp Subkamp – Türkheim was een van de grootste subkampen van de Concentratiekamp Dachau. Het lag nabij het station van Türkheim en maakte deel uit van het uitgebreide Kaufering-complex, dat in totaal uit elf lager bestond.
Kaunas
Kaunas
Litouwen
Concentratiekamp Kaunas (ook wel KZ Kauen) was een nazi-concentratiekamp in Litouwen dat bestond van september 1943 tot juli 1944. Het kamp ontstond uit het Getto van Kovno en diende als een centraal punt voor dwangarbeid en de systematische uitroeiing van de Joodse bevolking. Gevestigd in de wijk Slobodka (Vilijampolė), een voormalige Joodse wijk van Kaunas. Het hoofdkamp had zeker 17 subkampen in en rond de stad voor diverse vormen van dwangarbeid. In de herfst van 1943 nam de SS het beheer over van de civiele autoriteiten en veranderde het getto officieel in een concentratiekamp. Kaunas was omringd door een ring van 19e-eeuwse forten die door de nazi's en hun lokale collaborateurs werden gebruikt als executieplaatsen:
Negende Fort (IX): De beruchtste locatie waar naar schatting 30.000 tot 50.000 mensen zijn vermoord, voornamelijk Joden uit Kaunas en gedeporteerden uit West-Europa.
Zevende Fort (VII): Gebruikt voor de eerste massamoorden in juni 1941, direct na de Duitse inval.
Vierde Fort (IV): Eveneens een locatie voor massale executies van Joodse mannen, vrouwen en kinderen.
Grote Actie (oktober 1941): Ruim 9.200 inwoners van het getto werden op één dag geselecteerd en vermoord in het Negende Fort.
De Ontsnapping (december 1943): Een groep van 64 gevangenen (het Burners' Brigade), die lijken moesten opgraven en verbranden om bewijsmateriaal te vernietigen, wist te ontsnappen uit het Negende Fort.
Liquidatie (juli 1944): Bij de nadering van het Rode Leger bliezen de nazi's het kamp op. Ongeveer 2.000 mensen kwamen om in de vlammen of werden neergeschoten; de rest werd gedeporteerd naar kampen als Stutthof en Dachau.
Slachtoffers: Van de oorspronkelijke 35.000 à 40.000 Joden in Kaunas overleefden er minder dan 2.500 de oorlog.
Kawasaki
Japan
In Kawasaki bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere Japanse krijgsgevangenkampen (POW-kampen), waar geallieerde militairen onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichtten waren dit formeel werkkampen voor krijgsgevangenen onder beheer van het Japanse leger.
Belangrijkste kampen in Kawasaki
Tokyo 2B (Kawasaki Camp #2): Geopend op 12 september 1942. Hier zaten onder andere Amerikanen en Britten die werkten voor bedrijven als Nippon Kokan (staal) en Mitsui.
Kawasaki #1-B (Tokyo 1B): Een kamp waar onder meer overlevenden van het schip SS Kirkpool werden vastgehouden. Locatie: Deze kampen lagen aan de Baai van Tokio, strategisch gelegen tussen Tokio en Yokohama voor de oorlogsindustrie. Gevangenen werden ingezet in scheepswerven, staalfabrieken en bij de spoorwegen. Veel kampen in Kawasaki raakten beschadigd of werden vernietigd door geallieerde luchtaanvallen in 1944 en 1945.De meeste kampen in deze regio werden in augustus of september 1945 bevrijd na de Japanse capitulatie
Er was ook een kleiner kamp bij het dorp Kawasaki nabij de stad Kobe, bekend als kamp Kawasaki (Kobe).
Kaunas
Kaunas
Litouwen
Concentratiekamp Kaunas (ook wel KZ Kauen genoemd) was een nazi-concentratiekamp in de Litouwse stad Kaunas. Het ontstond in september 1943 toen het bestaande Ghetto van Kovno werd omgevormd tot een officieel concentratiekamp onder toezicht van de SS. Gelegen in de wijk Vilijampolė (Slabodka), ten noordoosten van Kaunas. Actief als concentratiekamp van 15 september 1943 tot de liquidatie in juli 1944. Van de oorspronkelijke 30.000 tot 40.000 Joodse inwoners van Kaunas overleefden er slechts ongeveer 2.000 à 2.500 de oorlog.
Concentratiekamp Kavajë
Concentratiekamp Kavajë
Albanie
Het concentratiekamp Kavajë was een interneringskamp in de gelijknamige Albanese stad, opgezet tijdens de Italiaanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Het kamp diende voornamelijk om Joodse vluchtelingen en politieke tegenstanders gevangen te houden, hoewel de leefomstandigheden er relatief mild waren. Het kamp werd gebruikt door het Italiaanse leger om Joodse vluchtelingen (onder andere afkomstig uit Joegoslavië en Griekenstland) en ongewenste Kosovaren vast te houden. Er werden naar schatting zo'n 200 tot 500 Joodse vluchtelingen geïnterneerd in de kampen in Kavajë, Hoewel de omstandigheden in het kamp zwaar waren, kregen de gevangenen in Kavajë de toestemming om overdag het kamp te verlaten. Veel Joden wisten uiteindelijk uit het kamp te ontsnappen of werden door lokale Albanese families in huis genomen en verborgen voor de fascisten.
Concentratiekamp Kaweczyn
Concentratiekamp Kaweczyn
Polen
Er was in Kawczyn een berucht nazi-dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) voor zowel Joodse gevangenen als Poolse burgers. Het kamp bevond zich destijds in of nabij het dorp Kawęczyn (in het huidige woiwodschap Mazovië, district Iłżecki). Het moet niet worden verward met de gelijknamige gemeente in Groot-Polen. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om arbeiders te dwingen tot dwangarbeid. De gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden en werden vaak ingezet voor zware landbouw- en infrastructurele projecten. Door de uitputting, ondervoeding en mishandeling door de kampbewakers (inclusief Oekraïense SS-eenheden) lieten veel gevangenen het leven. De bewaking was streng, hoewel sommige gevangenen er in slaagden te ontsnappen of door omkoping wisten te ontkomen.
Concentratiekamp Kazatin
Concentratiekamp Kazatin
Oekraine
Er was in Kazatin een getto en werkkamp in. Kazatin (tegenwoordig Koziatyn, gelegen in de regio Vinnytsia, Oekraïne). Duitse troepen bezetten Kazatin op 14 juli 1941. Destijds had de stad een aanzienlijke Joodse gemeenschap van ongeveer 1.800 personen. De bezetter dwong de Joodse bevolking om in een afgesloten getto te leven en stelde hen tewerk bij lokale fabrieken en het spoorwegknooppunt. Op 4 juni 1942 voerden de nazi's en lokale politie een massamoord uit waarbij 508 Joden werden doodgeschoten. In juli van datzelfde jaar werden er nog eens 250 Joden vermoord. De overgebleven Joodse dwangarbeiders werden in het najaar van 1942 en in januari 1943 geëxecuteerd.
Concentratiekamp Kazimierz Dolny
Concentratiekamp Kazimierz Dolny
Polen
In Kazimierz Dolny was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp en een getto. Veel gevangenen werden uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Bełżec. Dwangarbeidskamp (1940-1943): Gevestigd in een voormalige brouwerij aan de Puławska-straat. Hier werkten ruim 100 gevangenen in steengroeven en aan wegen. In het voorjaar van 1940 brachten de nazi's ongeveer 2.000 Joden samen in een getto rond de Kleine Markt. In maart 1942 werden de inwoners van het getto gedeporteerd naar Opole Lubelskie en van daaruit naar Bełżec om te worden vermoord.
Kazlu Ruda
Kazlu Ruda
Litouwen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Kazlu Ruda (Kazlų Rūda) in Litouwen de locatie van een Joods dwangarbeidkamp. Het diende als een satellietkamp van het concentratiekamp Kauen (Kaunas). Het kamp werd in de zomer van 1943 ingericht en fungeerde als werkkamp. In de zomer van 1944 werden er onder meer gevangenen ingezet voor zware bos- en turfwerkzaamheden. Er zijn geen precieze cijfers, maar getuigenissen schatten dat er in de zomer van 1943 ongeveer vijfhonderd Joden werden vastgehouden. Er is relatief weinig documentatie over de precieze werkomstandigheden en het dagelijks leven in het kamp bewaard gebleven. In de omliggende regio en dorpen vond in de nazomer van 1941 tevens grootschalige executie van de Joodse bevolking plaats door nazi-eenheden en lokale collaborateurs.
Kedahnen = Kedainiai
Kedahnen = Kedainiai
Litouwen
Tijdens de Duitse bezetting van Litouwen in de Tweede Wereldoorlog was er in Kėdainiai (in het Duits: Kedahnen) sprake van gruweldaden en een tijdelijk werkkamp. Een stad in centraal Litouwen. Op 28 augustus 1941 werden ruim 2.000 Joodse inwoners uit de stad en omliggende dorpen geëxecuteerd door de Einsatzgruppen en lokale collaborateurs. De Duitsers gebruikten het lokale vliegveld als steunpunt voor de Luftwaffe. Er was een werkkamp (Aussenkommando) waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken aan de infrastructuur en het vliegveld.
Kedoengabadak
Nederlands Indie
Kedoengbadak (ook wel Gedong-Badak) was een Japans burger- en concentratiekamp op Java tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag ongeveer 3 kilometer ten noorden van Buitenzorg (het huidige Bogor) en bestond uit een landhuis van een rubberonderneming (het zogeheten House of Lords) en enkele barakken. Twee periodes als kampHet kamp heeft in twee verschillende fasen
Mannenkamp: Van september 1942 tot 11 februari 1944. Hier zaten ongeveer 1200 mannen gevangen. Minstens 18 van hen kwamen in deze periode om het leven.
Vrouwenkamp: Na een korte sluiting fungeerde het complex van maart tot oktober 1944 en van november 1944 tot maart 1945 als vrouwenkamp. Hier werden zo'n 1265 vrouwen en kinderen geïnterneerd.
De omstandigheden in het kamp waren zwaar, mede door overbevolking en minimale voorzieningen. De Japanse leiding stond onder bevel van kampcommandant Matsuoka. De geïnterneerden leden onder voedseltekorten, ziekten en een gebrek aan medische zorg.
Kelbra
Kelbra
Duitsland
Het concentratiekamp in Kelbra was een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Mittelbau-Dora. Ongeveer 60 gevangenen werden er in 1944 en 1945 tewerkgesteld in ondergrondse fabrieken voor de wapenproductie (Mittelwerk GmbH), gehuisvest in het lokale restaurant Sängerhalle. Lange Straße, Kelbra (Thüringen). Buitenkommando van Mittelbau-Dora. Het kamp bood onderdak aan ongeveer 60 gevangenen. De gevangenen werden gedwongen tot dwangarbeid in de nabijgelegen wapenindustrie en ondergrondse fabrieken van de Mittelwerk GmbH.
Concentratiekamp Kelmė
Concentratiekamp Kelmė
Litouwen
Er was in Kelmė een getto en een locatie voor massa-executies. Tijdens de Holocaust werd bijna de volledige Joodse bevolking van het stadje in de zomer van 1941 vermoord door de nazi's en lokale collaborateurs. Duitse troepen namen Kelmė in op 26 juni 1941. In juli 1941 werden de Joden gedwongen zich te verzamelen in een geïmproviseerd getto bij een lokale boerderij en graanschuur. De grootste executies vonden plaats op 29 juli en 22 augustus 1941. De moorden gebeurden in het bos van Graižvaldis, vlakbij de stad. Naar schatting werden meer dan 2.000 Joden uit Kelmė en omliggende dorpen geëxecuteerd.
Kemna
Duitsland
Concentratiekamp Kemna was een van de eerste nazi-concentratiekampen in Duitsland, gevestigd in Wuppertal-Barmen. Het kamp functioneerde van juli 1933 tot januari 1934 en werd voornamelijk gebruikt voor de wrede mishandeling en opsluiting van politieke tegenstanders en communisten. Het kamp was ondergebracht in een voormalige textielfabriek van Putzwoll in Wuppertal. Er zijn in totaal enkele honderden tot duizenden gevangenen doorheen gegaan.De bewaking en leiding waren in handen van de SA (Sturmabteilung), die berucht stond om de extreme martelingen en mishandeling van gevangenen.
Kempten
Kempten
Duitsland
In Kempten bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog het KZ-Außenlager Kempten, een subkamp (dependance) van het concentratiekamp Dachau.Kerngegevens van het kamp. Actief van 15 september 1943 tot 25 april 1945. Gevestigd in de gebouwen van de voormalige spinnerij Helmuth Sachse KG aan de Keselstraße in Kempten. Er werden meer dan 650 gevangenen vastgehouden, voornamelijk uit de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk, Italië en Nederland. Sommige bronnen spreken zelfs over een capaciteit tot 1500 personen.Het kamp diende als bron voor dwangarbeid in de lokale oorlogsindustrie. Gevangenen werkten aan onderdelen voor BMW-vliegtuigmotoren en bij de firma Helmuth Sachse. De gevangenen werden gehuisvest in de bovenverdiepingen van de fabriek, wat ongebruikelijk was vergeleken met de standaard barakkenkampen.
Concentratiekamp Kenadsa
Concentratiekamp Kenadsa
Algerije
Het concentratiekamp in Kenadsa (Algerije) was een berucht dwangarbeiderskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opgezet door het Franse Vichy-regime. Het kamp, gelegen in de steenkoolregio van westelijk Algerije, werd voornamelijk gebruikt voor de exploitatie van kolenmijnen en de bouw van de Trans-Sahara spoorlijn. Het kamp fungeerde als onderdeel van een netwerk van internerings- en werkkampen in Noord-Afrika onder het Vichy-regime. Het werd ingezet voor de Groupe des Travailleurs Étrangers (GTE), specifiek GTE nr. 2. De populatie bestond grotendeels uit Joodse vluchtelingen, buitenlandse vrijwilligers van het Franse Vreemdelingenlegioen, Spaanse republikeinen en politieke dissidenten. In het kamp heersten onmenselijke omstandigheden. Gevangenen werden zwaar uitgebuit in de steenkoolmijnen en leden onder ondervoeding, ziekte en zware mishandeling door de kampbewakers.
Concentratiekamp Kerestinec
Concentratiekamp Kerestinec
Kroatie
Concentratiekamp Kerestinec was een berucht detentie- en concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd in april 1941 door het fascistische Ustaša-regime ingericht in het gelijknamige kasteel Erdödy in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH), ongeveer 15 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Zagreb. Het kamp diende in de eerste plaats voor de opsluiting en vervolging van politieke tegenstanders. Gevangenen werden strikt gescheiden naar etniciteit en politieke overtuiging. De gevangenispopulatie bestond voornamelijk uit drie groepen: Links-georiënteerde intellectuelen, communisten en intellectuelen Servische burgers en ambtenaren Joodse advocaten, artsen en andere prominente Joden uit Zagreb. De leefomstandigheden waren zwaar en onmenselijk. De ontsnappingspoging in 1941. Vanwege het dreigende lot om als politieke gevangenen te worden geëxecuteerd door de Ustaša, organiseerden tientallen communistische gevangenen in juli 1941 een gewapende opstand en een poging tot uitbraak. Deze poging mislukte. De meeste gevangenen werden gepakt, waarna de Ustaša als represaille meer dan 80 intellectuelen en politieke gevangenen op 17 juli 1941 executeerde op het executieveld in Dotršćina bij Zagreb. Kort hierna, medio juli 1941, werd het kamp gesloten.
Kerestowo
Kerestowo
Rusland
Concentratiekamp Kerestowo (ook wel bekend als Karstala) was een nazi-dwangarbeiderskamp in het huidige Leningrad-district in Rusland. Vanaf september 1943 functioneerde het als een van de meer dan twintig satellietkampen van het centrale concentratiekamp Vaivara in Estland. Het kamp werd opgericht om dwangarbeid te leveren, voornamelijk in de houtkap en bosbouw. Gevangenen werden uitgebuit en leefden in erbarmelijke omstandigheden. Ze hadden te kampen met zware mishandeling, ondervoeding, ziekte en uitputting.De meesten die in Kerestowo verbleven waren Joden, afkomstig uit de getto's van onder meer Vilnius en Kaunas.Kerestowo maakte deel uit van een groter netwerk. De nazi’s bouwden deze kampen in Estland voornamelijk om strategische redenen; de winning van schalie-olie was van cruciaal belang voor de Duitse oorlogseconomie. De kampen in deze regio stonden onder het commando van de SS.
Concentratiekamp Kersas
Concentratiekamp Kersas
Algerije
Concentratiekamp Kerstenhof
Concentratiekamp Kerstenhof
Estland
Kesilir
Nederlands Indie
Kamp Kesilir was een berucht Japans interneringskamp (burgerkamp) in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bevond zich aan de zuidkust, in een afgelegen en moerassig gebied nabij de meest oostelijke punt van Java. Het kamp werd op 6 juli 1942 door de Japanse bezetter opgezet als een experimenteel landbouwkolonisatieproject. Het had een gigantische oppervlakte van ongeveer 40 vierkante kilometer en was volledig omheind met prikkeldraad. De Japanners wilden dat de geïnterneerden hier in hun eigen levensonderhoud zouden voorzien en bouwden het op met de intentie er uiteindelijk (70.000) mensen onder te brengen. De gevangenen: Er werden zo'n (3.000\) mannen geïnterneerd, waarvan ongeveer 70% bestond uit Europeanen (vooral Nederlanders) en 30% uit Indo-Europeanen. De gevangenen moesten hun eigen barakken en onderkomens bouwen in een onherbergzame omgeving. Het kamp was zwaar en de leefomstandigheden waren erbarmelijk. De mannen moesten zware dwangarbeid verrichten om moerasland te ontginnen. Het project was gedoemd te mislukken door een gebrek aan landbouwgereedschap, goede zaden en agrarische ervaring. Bovendien eisten tropische ziekten, ondervoeding en het zware klimaat hun tol. Vanwege het uitblijven van succes werd het kamp in juni 1943 opgeheven en ontruimd, waarna de gevangenen naar andere kampen werden overgebracht.
Concentratiekamp Ketsch
Concentratiekamp Ketsch
Duitsland
Ketsch in Baden-Württemberg (Duitsland), waar tijdens de Tweede Wereldoorlog slachtoffers van de Holocaust vandaan kwamen en waar dwangarbeid plaatsvond, maar er was geen hoofdkamp of groot subkamp gevestigd. Diverse Joodse inwoners van Ketsch werden gedeporteerd naar kampen zoals Auschwitz of Gurs. Dichtbijgelegen kampen: Ketsch ligt in de buurt van Mannheim en Heidelberg. In die regio waren wel verschillende subkampen (Außenlager) van grotere concentratiekampen zoals Natzweiler-Struthof gevestigd (bijvoorbeeld in Mannheim-Sandhofen of Neckarelz). Dwangarbeid: Zoals in veel Duitse dorpen en steden in die tijd, werden er in de omgeving dwangarbeiders ingezet in de landbouw of lokale industrie
Concentratiekamp Khenchela
Concentratiekamp Khenchela
Algerije
Het concentratiekamp Khenchela was een Frans internerings- en dwangarbeiderskamp in Noordoost-Algerije, opgericht door het Vichy-regime. Het kamp fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als opvang- en werkkamp voor onder meer Joodse vrijwilligers van het Franse Vreemdelingenlegioen, Spaanse republikeinen en politieke dissidenten. Het kamp lag in het noordoosten van Algerije, hemelsbreed ongeveer 397 kilometer ten zuidoosten van Algiers en 114 kilometer ten zuidoosten van Constantine. Het kamp diende als vluchtelingencentrum en onderdeel van de Vichy-dwangarbeidskampen in Noord-Afrika na de Frans-Duitse wapenstilstand van juni 1940. Per 1 april 1941 waren er 379 buitenlandse arbeiders ondergebracht. De groep bestond uit nationaliteiten zoals Joodse Legionairs, Spaanse vluchtelingen die voor Frankrijk hadden gevochten, en politieke ongewensten. In 1941 werd het kamp tevens gebruikt om specifiek Spaanse deserteurs uit het Sovjet Rode Leger te huisvesten. In vergelijking tot andere beruchte woestijnkampen in de regio (zoals de kampen verder zuidelijk of in de Sahara) hadden de gevangenen in Khenchela relatief meer bewegingsvrijheid. De leefomstandigheden waren redelijk hygiënisch, de slaapplaatsen waren normaal en er was voldoende voedsel. Verschillende gevangenen kregen zelfs toestemming om in het nabijgelegen stadje te werken of werden ingezet in de garnizoensdienst.Na de geallieerde landingen (Operation Torch) in november 1942 werden de gedetineerden in Khenchela geleidelijk teruggebracht naar het burgerleven. Pas tegen het einde van 1943 waren de laatste groepen buitenlandse arbeiders daar grotendeels weg.
Khmelnik concentratiekamp
Khmelnik concentratiekamp
Oekraine
In Khmelnik (Chmielnik) was een getto en een werkkamp in Oekraïne (destijds bezet door nazi-Duitsland). Tijdens de Holocaust zijn bijna alle Joodse inwoners van Khmelnik wreed uitgemoord door de nazi’s en lokale medestanders, voornamelijk via massale executies in plaats van in gaskamers. Getto van Khmelnik: In januari 1942 dwongen de Duitsers de Joodse bevolking en gevluchte Joden in een streng bewaakt getto te wonen. Kort na de oprichting van het getto begonnen de massamoorden. Op 9 januari 1942 werden in de buurt van Khmelnik duizenden Joden, waaronder vrouwen, kinderen en ouderen, bijeengedreven en gefusilleerd door speciale Duitse doodseskaders (Einsatzgruppen). In de maanden erna vonden er herhaaldelijk nieuwe Aktions en executies plaats. Werkkamp (1943): Bij de formele liquidatie van het getto op 3 maart 1943 werden opnieuw zo'n 1.300 mensen doodgeschoten. Een kleine groep van ongeveer 135 Joodse vakmensen en ambachtslieden werd tijdelijk in leven gehouden in een speciaal werkkamp (gevestigd in een voormalig schoolgebouw) om te werken en Oekraïners op te leiden ter vervanging. De overgebleven ambachtslieden en hun gezinnen werden in juni 1943 alsnog de bossen in geleid en omgebracht.
Let op: De naam Khmelnik wordt soms ook verward met de stad Chmielnik in Polen (in het district Kielce), waar eveneens een berucht Joods getto was gevestigd dat in 1942 werd leeggehaald, waarna de bewoners naar het vernietigingskamp Treblinka werden gestuurd.
Kiel
Kiel
Duitsland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Kiel een berucht Gestapo-strafkamp: het Arbeitserziehungslager (AEL) Nordmark. Daarnaast fungeerde de stad als locatie voor een tijdelijk buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Arbeitserziehungslager Nordmark (1944–1945)Dit kamp werd in juni 1944 door de Gestapo opgezet aan de rand van Kiel (bij het meer de Russee). Het diende primair als strafkamp om buitenlandse dwangarbeiders, krijgsgevangenen en politieke gevangenen te disciplineren. De omstandigheden waren extreem bruut. Gevangenen werden zwaar mishandeld, zwaar ondervoed en moesten onder dwang extreem zware arbeid verrichten in de wapenindustrie en op de scheepswerven.: Tussen mei 1944 en het einde van de oorlog in mei 1945 kwamen hier zeker 500 mensen om het leven. Kort voor de bevrijding vonden er bovendien systematische executies plaats in het kamp.
In de zomer van 1944 werd er in Kiel tevens een satellietkamp van concentratiekamp Neuengamme opgericht. Hier werden circa 50 mannelijke gevangenen tewerkgesteld in de haven en industrie.
Concentratiekamp Kiełbasin
Concentratiekamp Kiełbasin
Wit Rusland
Kiełbasin (ook wel Kiełbasino) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-kamp nabij Grodno (Wit-Rusland). Het diende aanvankelijk als krijgsgevangenenkamp voor Sovjetsoldaten en werd vanaf 1942 door de nazi's gebruikt als wreed doorgangskamp voor tienduizenden Joden. Het kamp fungeerde als verzamelplaats voor Joden uit 22 omliggende steden en dorpen (zoals Grodno, Sokółka en Krynki) in aanloop naar deportatie. In november 1942 zaten er naar schatting 22.000 tot 28.000 Joden opeengepakt onder erbarmelijke omstandigheden. Vanuit Kiełbasin werden gevangenen gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz en Treblinka. Velen werden direct na aankomst vermoord.
Concentratiekamp Kielce
Concentratiekamp Kielce
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de nazi-bezetter in en rond de Poolse stad Kielce een Joods getto en verschillende dwangarbeiderskampen. Daarnaast was er een verzamelkamp (Sammellager) gevestigd in voormalige legerbarakken voor Sovjet-krijgsgevangenen. De belangrijkste locaties in Kielce tijdens de Holocaust waren: Het Getto van Kielce: Ingericht in april 1941. Het getto werd in augustus 1942 door de SS geliquideerd. Van de ruim 21.000 Joodse inwoners werden de meesten gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka.
Dwangarbeiderskamp Ludwików: Dit kamp werd medio 1943 ingericht op het terrein van de staalfabriek aan de Zagnańskastraat. Honderden Joodse dwangarbeiders (uit Polen, Tsjecho-Slowakije, Oostenrijk en Duitsland) werden hier onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld, waarbij standrechtelijke executies veelvuldig plaatsvonden.
Concentratiekamp Kielce Stolarskastrasse
Concentratiekamp Kielce Stolarskastrasse
Polen
Het concentratiekamp aan de Stolarskastrasse (ulica Stolarska) in Kielce, Polen, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een wreed dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) van de nazi's. Toen de nazi's in augustus 1942 het Joodse getto van Kielce begonnen te ontruimen, werden de meeste Joden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. Ongeveer 2.000 geschoolde arbeiders werden in leven gehouden en ondergebracht in werkkampen, waaronder in de barakken aan de Stolarska- en Jasnastraat. De gevangenen in het kamp werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het leegmaken van de voormalige Joodse woningen, schoonmaakwerkzaamheden voor de SS, en werk in plaatselijke fabrieken (zoals de nabijgelegen Ludwików-staalfabriek aan de Zagnańskastraat). Toen de nazi's doorkregen dat er nog Joodse kinderen verborgen zaten bij hun werkende ouders in de kampen (waaronder aan de Stolarskastrasse), werden 45 kinderen tussen de 15 maanden en 15 jaar oud bijeengedreven en geëxecuteerd op de Pakosz-begraafplaats in Kielce. Het werkkamp aan de Stolarskastrasse functioneerde tot de zomer van 1944. In augustus van dat jaar werden de overgebleven gevangenen gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz.
Concentratiekamp Kielce-HASAG
Concentratiekamp Kielce-HASAG
Polen
Het concentratiekamp Kielce-HASAG was een berucht dwangarbeiderskamp en subkamp van concentratiekamp Majdanek, gevestigd in Kielce, Polen. Het kamp was actief van september 1942 tot augustus 1944. Het kamp was verbonden aan de plaatselijke munitiefabriek van de Duitse firma Hugo Anton Schneider AG (HASAG), beter bekend als de Granat-fabriek in Kielce. Er waren ongeveer 500 tot 2.000 Joodse dwangarbeiders tewerkgesteld, waaronder veel gevangenen die na de grote deportaties uit het getto van Kielce overbleven. Onder leiding van de Duitse fabrieksdirecteur Axel Schlicht en bewakers van de SS werden gevangenen gedwongen om onder zware en gevaarlijke omstandigheden munitie te produceren. In augustus 1944, naarmate het Sovjetleger naderde, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden op transport gezet naar andere concentratie- en vernietigingskampen, zoals Buchenwald en Auschwitz.
Concentratiekamp Kielce-Henryków
Concentratiekamp Kielce-Henryków
Polen
Het concentratiekamp Kielce-Henryków was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeidskamp in de Poolse stad Kielce, gevestigd bij de voormalige Henryków-meubelfabriek aan de Młynarska-straat 133 (tegenwoordig Mielczarskiego-straat).Hier werden honderden Joodse dwangarbeiders tot medio 1944 onder zware omstandigheden ingezet voor de productie van onder meer wagens voor het Duitse leger. Het kamp werd na de liquidatie van het getto van Kielce in de herfst van 1942 opgezet om de overgebleven, nog valide Joodse bevolking uit te buiten voor dwangarbeid. Gevangenen produceerden en repareerden houten wagens en wagenwielen voor de Duitse troepen aan het oostfront. In de zomer van 1944, naarmate het Oostfront naderde, werd het kamp ontruimd. De meeste gevangenen werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Concentratiekamp Kielce-Ludwigshütte
Concentratiekamp Kielce-Ludwigshütte
Polen
Concentratiekamp Kielce-Ludwigshütte, ook bekend als het Huta Ludwików werkkamp, was een nazi-dwangarbeiderskamp in het Poolse Kielce. Het functioneerde van 1 juni 1943 tot augustus 1944 en bood plaats aan enkele honderden Joodse dwangarbeiders die werden ingezet in de gelijknamige munitiefabriek. Het kamp was gevestigd op het terrein en binnen de muren van de Huta Ludwików (ijzergieterij en machinefabriek) in Kielce. Het kamp werd geopend op 1 juni 1943, na de liquidatie van het getto van Kielce. Het kamp werd in de zomer (augustus) van 1944 opgeheven. Er verbleven constant zo'n 200 tot 330 gevangenen in het kamp. Gevangenen woonden direct in of bij de fabriek onder zware omstandigheden. Ze werden zwaar uitgebuit bij de productie van wapens en munitie voor de Duitse oorlogsmachine. In augustus 1944, toen het Sovjetleger naderde, werd het kamp gesloten en werden de gevangenen gedeporteerd, vaak naar andere werkkampen in de regio (zoals Częstochowa) of naar vernietigingskampen.
Concentratiekamp Kiena
Concentratiekamp Kiena
?
Kienberg (Gaming) concentratiekamp
Kienberg (Gaming) concentratiekamp
Oostenrijk
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Kienberg (onderdeel van de Oostenrijkse gemeente Gaming) de locatie van een dwangarbeiderskamp. Dit kamp was specifiek ingericht voor Joodse mannen, vrouwen en kinderen die dwangarbeid moesten verrichten in de nabijgelegen munitiefabriek van Josef Heiser. Buitenkamp / dwangarbeiderskamp voor de oorlogsindustrie. Honderden Hongaarse Joden (mannen, vrouwen en kinderen). De gevangenen werden zwaar uitgebuit in de munitieproductie. De fabriek stond lokaal bekend onder de naam van eigenaar Josef Heiser. Hoewel de exacte barakkenlocatie van het kamp onduidelijk is, bevond de industriële locatie zich waarschijnlijk nabij het huidige fabrieksterrein.
Kiesgrube
Kiesgrube
Algemeen
Er bestaat geen hoofdkamp met de naam Kiesgrube. De term Kiesgrube (Duits voor grindgroeve) verwijst naar een berucht type werkcommando binnen nazi-concentratiekampen, in het bijzonder in Auschwitz. Het werkcommando KiesgrubeIn deze grindgroeven moesten gevangenen onder extreem zware omstandigheden dwangarbeid verrichten. Het werk bestond uit het met de hand afgraven van grind, het laden van zware karren en het verharden van wegen.
Bekende Kiesgruben bevonden zich bij Auschwitz I en Auschwitz-Birkenau. Bekende gevangenen: Onder andere Otto Frank (de vader van Anne Frank) werkte in dit commando. Strafkamp: Vaak werd dit werk als extra straf opgelegd of diende het om gevangenen fysiek volledig uit te putten (Vernichtung durch Arbeit).Vergelijkbare locaties
Soms wordt Kiesgrube verward met andere kampen of groeven met een soortgelijke naam of functie: Fürstengrube: Een groot buitenkamp van Auschwitz dat gericht was op de kolenmijnbouw. Janinagrube: Een ander subkamp van Auschwitz (bij Libiąż) waar gevangenen in mijnen werkten. Steengroeve Flossenbürg: Een concentratiekamp dat specifiek werd gebouwd nabij granietgroeves voor dwangarbeid.
Kiev
Kiev
Oekraine
Met Concentratiekamp Kiev worden twee specifieke nazi-kampen bedoeld die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Oekraïense hoofdstad lagen: Syrets en Darnytsia.
Syrets (Kiev-West) Dit was een werkkamp (Arbeitserziehungslager) dat in 1942 werd opgericht nabij het ravijn van Babi Jar. Internering van Joden, verzetsstrijders en krijgsgevangenen. Gevangenen leefden in holen onder de grond; tienduizenden mensen kwamen hier om. In 1943 werden gevangenen gedwongen om lijken in Babi Jar op te graven en te verbranden om sporen van nazi-misdaden uit te wissen.
Darnytsia Dit kamp lag in het oosten van de stad en was een van de grootste kampen voor Sovjet-krijgsgevangenen. Opgericht in 1941 om de enorme stroom krijgsgevangenen te verwerken. Naar schatting stierven hier ongeveer 68.000 mensen door uithongering en executies.
Concentratiekamp Kindia
Concentratiekamp Kindia
Guinee
Het concentratiekamp in Kindia (Guinee) was een internerings- en krijgsgevangenenkamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Vichy-regime werd opgezet. Het kamp werd gebruikt om geallieerde krijgsgevangenen en politieke tegenstanders vast te houden. Kindia, gelegen in het toenmalige Frans-West-Afrika (hedendaags Guinee).Doel: Het kamp diende primair als interneringskamp voor gevangen genomen geallieerde militairen (onder andere Britten, Nederlanders en Grieken) en rebellen tegen het Franse koloniale bestuur. Omdat het Vichy-regime officieel neutraal was in de oorlog (maar collaboreerde met nazi-Duitsland), kregen de gevangenen officieel de status van geïnterneerden in plaats van krijgsgevangenen. Naast Kindia had het Vichy-regime in Frans-Guinee ook interneringskampen in Conakry en Kankan.
de Kippe
Duitsland
Kamp De Kippe (ook bekend als Lager De Kippe of Höhensonne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-Arbeidserziehungslager (werkkamp) in Lippendorf-Kieritzsch, ongeveer 24 kilometer ten zuiden van Leipzig in Duitsland. Het stond bekend om de extreem zware dwangarbeid en erbarmelijke omstandigheden. Het kamp was bedoeld voor de gedwongen tewerkstelling van mannen. Veel gevangenen werden ingezet in nabijgelegen fabrieken en industrieën. Het kamp werd berucht in Nederland omdat er grote groepen Nederlandse mannen werden vastgehouden. Er zaten onder meer gevangenen van de Merwedegijzelaars en de Groninger Gijzelaars. Ook deden veel jongens en mannen uit Beverwijk en Velsen-Noord er dwangarbeid. Door overbevolking en ziekte werden in oktober 1944 honderden gevangenen te voet overgebracht naar het nabijgelegen Kamp Alpenrose in Peres.
Concentratiekamp Királyerdő
Concentratiekamp Királyerdő
Hongarije
Királyerdő is een wijk in Csepel (Boedapest). Tijdens de Duitse bezetting van Hongarije in 1944 vonden hier de volgende gebeurtenissen plaats: Er was een internerings- of verzamelkamp in Csepel-Királyerdő voor Joodse inwoners en politieke gevangenen. In mei 1944 werd in Csepel een ghetto ingericht waar duizenden Joden werden samengedreven voordat zij werden gedeporteerd. De gevangenen uit deze kampen werden meestal via de baksteenfabriek van Budakalász naar Auschwitz gedeporteerd.
Kirchham bij Pocking
Kirchham bij Pocking
Duitsland
Concentratiekamp Kirchham (ook bekend als Pocking-Waldstadt) was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp werd op 6 maart 1945 opgericht in Beieren, nabij Pocking. Hier werden ongeveer 400 gevangenen, voornamelijk Joden uit Polen en de Sovjet-Unie, tewerkgesteld in mensonterende omstandigheden. Nabij Pocking, in de regio Neder-Beieren (Duitsland), ongeveer 25 kilometer ten zuidwesten van Passau. De gevangenen werden waarschijnlijk te voet hierheen gebracht en moesten dwangarbeid verrichten. Overlevenden beschreven de leef- en werkomstandigheden in Kirchham als extreem zwaar, vaak nog gruwelijker dan in de vernietigingskampen waar ze eerder verbleven. De kampbewaking bestond slechts uit een handjevol SS'ers. Het kamp werd op 2 mei 1945 bevrijd door het Amerikaanse leger.
Kirkenes
Kirkenes
Noorwegen
Hoewel Kirkenes zelf geen groot nazi-concentratiekamp was zoals Auschwitz, was het tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de meest gemilitariseerde plekken in Europa met talloze dwangarbeiderskampen en gevangenissen. De nazi's gebruikten Kirkenes als strategische uitvalsbasis voor hun aanval op de Sovjet-Unie (Operatie Barbarossa). Er waren tot wel 150.000 Duitse soldaten gestationeerd op slechts 10.000 inwoners. Er bevonden zich meer dan 60 kampen in de omgeving voor Russische krijgsgevangenen en politieke gevangenen. Vanwege de ijsvrije haven en de nabijheid van de Russische grens was het een constant doelwit voor bombardementen.
Kislau
Concentratiekamp Kislau
Duitsland
Concentratiekamp Kislau was een van de eerste nationaalsocialistische concentratiekampen in Duitsland. Het was gevestigd in een historisch jachtslot in Bad Schönborn (nabij Karlsruhe) en fungeerde als een modelkamp om een schijn van orde en menselijkheid naar de buitenwereld op te houden. Schloss Kislau, Bad Schönborn, Duitsland. Operationeel van 21 april 1933 tot 1 april 1939.Primair bedoeld voor politieke tegenstanders van het nazi-regime uit de regio Baden, zoals communisten en sociaaldemocraten. De nazi's gebruikten Kislau om aan te tonen dat gevangenen humaan werden behandeld en heropgevoed. In tegenstelling tot latere kampen werd Kislau bewaakt door de politie van Baden, niet direct door de SS (tot de latere jaren). Bekende gevangenen waren onder meer de sociaaldemocratische politicus Ludwig Marum, die daar in 1934 door de SS werd vermoord.In 1939 werd het kamp gesloten als concentratiekamp. Het complex bleef echter in gebruik als strafinrichting en werkkamp gedurende de rest van de Tweede Wereldoorlog.
Kistarcsa concentratiekamp
Kistarcsa concentratiekamp
Hongarije
Het kamp in Kistarcsa (Hongarije) diende tijdens de Tweede Wereldoorlog als een cruciaal doorgangskamp voor de deportatie van Hongaarse Joden naar vernietigingskampen. Gelegen nabij Boedapest, ongeveer 15 kilometer naar het noordwesten. Het was oorspronkelijk een kazerne, maar werd door de Hongaarse autoriteiten en later de Nazi-bezetters gebruikt als internerings- en doorgangskamp. Op 28 april 1944 vertrok vanuit Kistarcsa het eerste transport met Hongaarse Joden naar Auschwitz. Adolf Eichmann hield persoonlijk toezicht op de operaties in dit kamp om de massale deportaties te versnellen.
Kittlitztreben
Kittlitztreben
Polen
Concentratiekamp Kittlitztreben (ook bekend als Kretschamberg) was een werkkamp voor Joden in Neder-Silezië. Het was een belangrijk subkamp (Außenlager) van het hoofdkamp Gross-Rosen en lag nabij het huidige Poolse dorp Trzebień. Toentertijd gelegen in Kreis Bunzlau (Duitsland), nu Kotlicki Trebin/Trzebień in Polen. Actief vanaf eind februari/begin maart 1944 tot de evacuatie in februari 1945. Ongeveer 1.700 tot 1.800 Joodse mannen, voornamelijk uit Polen en Hongarije. Gedwongen arbeid in de lokale oorlogsindustrie en het bouwen van barakken. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor verschillende Duitse bedrijven en projecten: Wapens en munitie: Arbeid in fabrieken rond Bunzlau en Kittlitztreben. Bouwwerkzaamheden: Het bouwen van houten barakken voor de Wehrmacht of SS. Luchtmacht: Werk aan installaties voor de Luftwaffe op het nabijgelegen vliegveld. Vanwege het oprukkende Sovjetleger werd het kamp op 9 februari 1945 geëvacueerd. De gevangenen werden gedwongen op een dodenmars te gaan:
Kiviöli
Kiviöli
Estland
Concentratiekamp Kiviöli was een berucht naziconcentratie- en dwangarbeiderskamp in het noordoosten van Estland. Het functioneerde vanaf het najaar van 1943 als een satellietkamp van het hoofdcomplex Vaivara. Het kamp was opgezet in het mijnbouwgebied van Kiviöli, waar destijds olieschalie werd gewonnen. Deze delfstof werd door de nazi's gebruikt als synthetische brandstof. De dwangarbeiders bestonden grotendeels uit Joden die eerder in 1943 waren gedeporteerd en geëvacueerd uit de getto's van Vilnius en Kaunas. De omstandigheden in het mijnbouwkamp waren extreem zwaar en mensonterend. In de zomer van 1944 rukte het Sovjet-leger op richting Estland. Hierop begonnen de nazi's het kamp te ontruimen. De gevangenen werden gedwongen tot zware dodenmarsen richting het westen, of per schip over de Oostzee gedeporteerd naar andere kampen, zoals Stutthof in Polen.
Klagenfurt
Klagenfurt
Duitsland
In Klagenfurt bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog het concentratiekamp Klagenfurt-Lendorf. Dit kamp functioneerde van 19 november 1943 tot 8 mei 1945 en was een officieel buitenkamp (subkamp) van het beruchte concentratiekamp Mauthausen. Het kamp was gehuisvest op het terrein van de voormalige SS-kazerne (tegenwoordig de gebouwen van de SS-Junkerschule) in de wijk Lendorf. De gevangenen werden voornamelijk ingezet als dwangarbeiders voor de bouw van de SS-kazerne, uitbreidingswerken en algemene onderhoudswerkzaamheden voor de SS. Het kampement huisvestte doorgaans tussen de 80 en 130 gevangenen tegelijkertijd. Andere nazi-locaties in Klagenfurt. Naast het werkkamp vonden in de stad zelf andere vormen van nazi-terreur plaats: Alten Burg: Dit middeleeuwse kasteel in het centrum van de stad deed dienst als het regionale hoofdkwartier van de Gestapo, inclusief verhoorkamers en cellen.
Kladno
Kladno
Tsjechie
In Kladno de stad speelde een centrale rol in de naziterreur in het toenmalige Protectoraat Bohemen en Moravië. Kladno diende voornamelijk als een verzamelpunt en doorgangslocatie voor deportaties naar kampen elders. Joodse inwoners uit Kladno en de omliggende regio werden in 1942 verzameld en via transporten (zoals Transport Y en Transport Z) naar het getto/concentratiekamp Theresienstadt (Terezín) gedeporteerd. Na de aanslag op Reinhard Heydrich in 1942 was de Gestapo in Kladno direct verantwoordelijk voor de verwoesting van het nabijgelegen dorp Lidice. De mannen werden ter plekke vermoord, terwijl de vrouwen en kinderen via Kladno naar kampen zoals Ravensbrück en Chełmno werden gestuurd. Gestapo-hoofdkwartier: De lokale Gestapo in Kladno was berucht om de harde repressie tegen het Tsjechische verzet en de Joodse gemeenschap. Gevangenis: Er werden arrestanten vastgehouden in lokale faciliteiten voordat ze naar grotere concentratiekampen zoals Auschwitz-Birkenau werden getransporteerd.
Concentratiekamp Klaj
Concentratiekamp Klaj
Polen
Klaj was een Joods dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) en munitiekamp in de Tweede Wereldoorlog. Het was gelegen in het gelijknamige plaatsje Kłaj in Zuid-Polen, ongeveer 12 kilometer ten westen van Bochnia. Het kamp werd eind 1940 ingericht als dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen uit de regio. De gevangenen werden onder zware omstandigheden ingezet voor munitieopslag en het bouwen van wegen. Vanaf eind 1942 en gedurende 1943 werden veel gevangenen van Klaj overgeplaatst naar het beruchte concentratiekamp Płaszów bij Krakau en later naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. Het kamp is onder meer bekend door Holocaust-overlevende Henry Wermuth. Hij zat hier met zijn vader gevangen en pleegde in 1942 een mislukte sabotagedaad op de spoorlijnen in een poging de trein van Adolf Hitler te laten ontsporen.
Concentratiekamp Klausenburg
Concentratiekamp Klausenburg
Roemenie
Klausenburg (het huidige Cluj-Napoca in Roemenië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een groot en berucht doorstroomgetto. In de vroege zomer van 1944 verzamelden de nazi's en hun Hongaarse bondgenoten hier de Joodse bevolking uit de regio voor deportatie naar de vernietigingskampen. Het Ghetto van KlausenburgIn mei 1944 werd de Joodse bevolking van Klausenburg en omstreken gedwongen zich te vestigen in een afgesloten gebied. Het ghetto was gevestigd in de baksteenfabriek Iris aan de noordkant van de stad. Er was vrijwel geen sanitair, stromend water of beschutting tegen de elementen voor de ruim 18.000 gevangenen. Het diende als verzamelpunt (een doorgangskamp) om de transporten naar Auschwitz-Birkenau efficiënt te organiseren. Tussen 25 mei en 9 juni 1944 vonden de deportaties plaats: In totaal vertrokken er zes treinen vanuit Klausenburg. Ruim 16.000 Joden werden in veewagons gedeporteerd. De overgrote meerderheid werd direct bij aankomst in Auschwitz vermoord.
Kleefelde = Koniczynka
Kleefelde = Koniczynka
Polen
Kleefelde is de voormalige Duitse naam voor het huidige Poolse dorp Koniczynka. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit de locatie van een berucht nazi-concentratiekamp dat fungeerde als buitenkamp. Het was een buitenkamp (of vrouwenkamp) dat onder andere ondergeschikt was aan concentratiekamp Sachsenhausen. Het lag in het district Thorn (Toruń) in de voormalige provincie Danzig-West-Pruisen (het huidige Polen). Tegen het einde van de oorlog (rond 1 januari 1945) werden de gevangenen overgebracht naar concentratiekamp Stutthof.
Kleinbodungen
Kleinbodungen
Duitsland
Concentratiekamp Kleinbodungen (ook bekend als Werk III of Emmi) was een berucht buitenkamp van het naziconcentratiekamp Mittelbau-Dora. Gevangenen werden hier vanaf oktober 1944 tot april 1945 onder mensonterende omstandigheden gedwongen om V2-raketten te repareren en op te slaan voor de Duitse oorlogsindustrie. Buitenkamp van Mittelbau-Dora (regio Thüringen/Harz). Ondergebracht in een voormalige kalimijn in Kleinbodungen, Duitsland. Reparatie en opslag van A4 (V2) raketten voor Mittelwerk GmbH. Er zaten gemiddeld ongeveer 620 mannelijke gevangenen, waaronder veel Nederlanders, Belgen, Polen en Sovjet-krijgsgevangenen. Het kamp had tevens twee kleinere onderafdelingen: Kommando 48 in Bischofferode en Kommando 48a in Niedergebra. De werkomstandigheden in de mijnen waren extreem zwaar. De behandeling door de SS was wreed, met zware mishandelingen en standrechtelijke executies.Toen de geallieerden naderden in april 1945, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden op een brute dodenmars gestuurd in de richting van het concentratiekamp Bergen-Belsen. Velen overleefden deze tocht niet door uitputting, ziekte of executies door de SS-bewakers.
Klein Machnow
Klein Machnow
Duitsland
Concentratiekamp Kleinmachnow was een buitenkamp (Außenlager) van het hoofdkamp Sachsenhausen. Het was een werkkamp waar voornamelijk vrouwen werden ingezet als dwangarbeider. Kleinmachnow, een gemeente net buiten Berlijn in de deelstaat Brandenburg. Het kamp werd geopend in de zomer van 1944. Gevangen genomen vrouwen die onder zware omstandigheden moesten werken. In tegenstelling tot vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau, lag de focus in Kleinmachnow op de oorlogsindustrie. De gevangenen werkten voor de firma Dreilinden Maschinenbau GmbH, een dochteronderneming van Robert Bosch GmbH. Zij produceerden onderdelen voor vliegtuigmotoren en accessoires voor de Luftwaffe. De vrouwen leefden in houten barakken en kampten met uithongering, ziekte en mishandeling.
Concentratiekamp Klein Mangersdorf
Concentratiekamp Klein Mangersdorf
Polen
Concentratiekamp Klein Mangersdorf (tegenwoordig Magnuszowiczki, Polen) was tussen 1940 en 1944 een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden en Polen. Het viel onder SS-organisatie Schmelt. De gevangenen werden zwaar uitgebuit en mishandeld, voornamelijk bij de aanleg van de Reichsautobahn. Opper-Silezië, destijds geannexeerd gebied, nabij Niemodlin. Werkkamp, tevens gebruikt als doorgangskamp. Het kamp werd gecontroleerd door de beruchte Organisation Schmelt. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten aan de bouw van de Reichsautobahn. Mishandelingen, uithongering en uitputting waren aan de orde van de dag. Velen werden na verloop van tijd doorgestuurd naar andere werkkampen of vernietigingskampen in de regio (zoals Blechhammer) of direct naar Auschwitz-Birkenau.
Concentratiekamp Kleinmariazell
Concentratiekamp Kleinmariazell
Oostenrijk
Kleinmariazell was een dwangarbeiderskamp voor Joodse vrouwen in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp, gelegen in de buurt van Altenmarkt an der Triesting in Oostenrijk, viel onder de naziregimes en was onderdeel van een uitgebreider netwerk van dwangarbeid. Het kamp bood onderdak aan voornamelijk Hongaarse Joodse vrouwen. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder boswerkzaamheden en het reguleren van de plaatselijke beek. Het kamp lag bij het voormalige klooster van Kleinmariazell.
Kleinmünchen-Ebelsberg
Kleinmünchen-Ebelsberg
Oostenrijk
Het concentratiekamp Kleinmünchen-Ebelsberg was een berucht subkamp van het concentratiekamp Mauthausen, gelegen in het zuiden van Linz, Oostenrijk. Vanaf eind 1944 tot de bevrijding in mei 1945 werden hier honderden gevangenen tewerkgesteld in de oorlogsindustrie en bij het opruimen van puin na geallieerde bombardementen. Het kamp bevond zich in de huidige wijken Kleinmünchen en Ebelsberg, behorend tot de Oostenrijkse stad Linz. Het maakte deel uit van een groter netwerk van kampen rond de Hermann-Göring-Werke (de huidige VÖEST staalfabrieken). Het was een extern commando (Außenlager) dat viel onder het centrale concentratiekamp Mauthausen (gelinkt aan het Mauthausen-subkamp Linz III). De gevangenen, afkomstig uit heel bezet Europa, werden gedwongen tot zware dwangarbeid voor de Duitse oorlogsindustrie en infrastructurele werken. De omstandigheden waren er mensonterend. Door ondervoeding, ziektes, mishandeling en de fysiek uitputtende dwangarbeid kwamen veel gevangenen om het leven. Tegen het einde van de oorlog in april 1945 werd het kamp ontruimd en vonden er vanuit de regio Linz vreselijke dodenmarsen plaats richting andere kampen, zoals Ebensee en Gunskirchen, waarbij nog eens honderden gevangenen stierven.
Klein Radisch
Klein Radisch
Duitsland
Klein Radisch was een buitenwerkkamp (Aussenkommando) dat viel onder de administratie van het hoofdkamp Gross-Rosen. Het bevond zich in de buurt van Klitten (tegenwoordig onderdeel van de gemeente Boxberg) in de regio Saksen, Duitsland. Gelegen in het dorp Klein Radisch, nabij de stad Niesky. Het was een subkamp van KL Gross-Rosen. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, vaak gerelateerd aan infrastructuur of industrie in de regio. Het kamp maakte deel uit van het uitgebreide netwerk van honderden subkampen van Gross-Rosen die over heel Silezië en aangrenzende regio's verspreid lagen.
Klein Trostinetz
Wit Rusland
Concentratiekamp Klein Trostinetz (ook wel Maly Trostenets genoemd) was een berucht nazi-vernietigingskamp in Wit-Rusland, ongeveer 12 kilometer ten zuidoosten van Minsk. Het was een van de grootste vernietigingskampen van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in 1941 opgezet als werkkamp en werd vanaf mei 1942 een volwaardig vernietigingskamp. Naar schatting zijn er tussen de 40.000 en 200.000 mensen vermoord. De meesten waren Joden uit de Sovjet-Unie, Duitsland, Oostenrijk, Polen en Tsjecho-Slowakije. Gevangenen werden vaak direct na aankomst in de nabijgelegen bossen (zoals het Blagovsjtsjina-bos) doodgeschoten of omgebracht in mobiele gaskamers (Gaswagen).Hoewel de meeste transporten vanuit West-Europa naar andere kampen gingen, zijn er ook Joden uit Nederland via doorgangskampen (zoals Theresienstadt) naar Klein Trostinetz gedeporteerd en daar omgebracht.
Concentratiekamp Kleinweikersdorf
Concentratiekamp Kleinweikersdorf
Oostenrijk
Kleinweikersdorf was een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp, gelegen in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk (regio Weinviertel), maakte deel uit van het uitgebreide netwerk van nazi-dwangarbeid. Het kamp bood voornamelijk onderdak aan Joodse dwangarbeiders uit Hongarije. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid, waaronder kanalisatie- en planningswerken. In de nadagen van de oorlog, in 1944 en 1945, werden er in de regio Hollabrunn (waaronder Kleinweikersdorf) verspreid verschillende van dergelijke kampen opgericht. De Hongaarse Joden werden massaal ingezet voor infrastructurele en agrarische projecten om de Duitse oorlogseconomie draaiende te houden.
Concentratiekamp Klemensów
Concentratiekamp Klemensów
Polen
Het concentratiekamp Klemensów, gelegen nabij Zamość in het zuidoosten van Polen, was geen regulier vernietigingskamp, maar functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een wreed Joods dwangarbeiderskamp (Arbeitslager). Vanaf eind 1940 werden enkele honderden Joden uit de omgeving gedwongen tot zware dwangarbeid voor de Duitse luchtmacht (de Luftwaffe). Zij moesten aanleg- en constructiewerkzaamheden verrichten aan nabijgelegen vliegvelden. Vanaf mei 1941 escaleerden de nazi's deze operatie aanzienlijk. Duizenden Joden en christenen uit de omliggende gemeenten werden door hen ingezet in Klemensów voor grootschalige waterregelings- en bouwwerkzaamheden. De dwangarbeiders werden blootgesteld aan uitputting, zware ondervoeding en mishandeling door de kampbewakers. De erbarmelijke sanitaire omstandigheden en het gebrek aan medische zorg leidden in de herfst van 1941 en begin 1942 tot zware tyfusepidemieën in het kamp. Omdat het kamp in eerste instantie geen gesloten getto was, keerden sommige Joden overdag terug naar hun huizen of wisten ze lokaal aan schamel voedsel te komen, hoewel de meesten van hen uiteindelijk als dwangarbeider zijn bezweken of tijdens latere deportaties naar de vernietigingskampen zijn vermoord. Het kamp was gevestigd op het terrein van het voormalige Zamoyski-landgoed. Na de oorlog is het landgoed, net als andere in de regio, getransformeerd.
Concentratiekamp Klettendorf
Concentratiekamp Klettendorf
Polen
Kamp Klettendorf was een nazi-dwangarbeiderskamp in Silezië, gelegen in Breslau (het huidige Wrocław, Polen). Het kamp werd voor het eerst genoemd in augustus 1940 en huisvestte gevangenen die zware dwangarbeid verrichtten voor verschillende regionale bedrijven, waaronder de aanleg van de snelweg. Het kamp diende als dwangarbeiderskamp, vaak aangeduid als een werkkamp, waar Joodse en andere gevangenen onder mensonterende omstandigheden moesten werken. Het kamp bevond zich in Klettendorf, een buitenwijk van Breslau (huidig Wrocław). Gevangenen werden onder andere ingezet voor sneeuwruimen en zware grondwerken, zoals de aanleg van de snelweg tussen Breslau en Wenen. Gevangenen in Klettendorf werden door verschillende bedrijven in de regio uitgebuit. In latere fases van de oorlog werden veel gevangenen vanuit dit kamp doorgestuurd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.
Concentratiekamp Kleve
Concentratiekamp Kleve
Duitsland
Kleve (Kleef) speelde een rol in het nazisysteem van gevangenschap en deportatie. Direct na de machtsovername door de nazi's in 1933 werd de bestaande gevangenis in Kleve tijdelijk gebruikt als een zogenaamd Schutzhaftlager (bewaringskamp) voor politieke tegenstanders. Het Judenhaus: Vanaf 1941 werd het voormalige gebouw van de belastingdienst aan de Kavarinerstrasse gebruikt als verzamelplaats voor Joden voordat zij naar vernietigingskampen in het oosten werden gedeporteerd. Haftanstalt Kleve: De lokale gevangenis werd tijdens de oorlog intensief gebruikt voor het opsluiten van onder meer verzetsstrijders, politieke gevangenen en mensen die probeerden de grens met Nederland over te steken.
Concentratiekamp Klimonty
Concentratiekamp Klimonty
Polen
In Klimonty (tegenwoordig Klimontów, gelegen in het zuiden van Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en functioneerde het gebied als dwangarbeiderskamp onder het naziregime. Getto van Klimontów: In juni 1940 dwongen de nazi's de lokale Joodse bevolking, aangevuld met Joden uit andere regio's (waaronder vrouwen uit Wenen), om in een afgesloten getto in de stad te wonen. De Joodse inwoners werden ingezet voor zware dwangarbeid. Op 29 oktober 1942 werd het getto ontbonden. De inwoners werden in colonnes naar het station van Sandomierz gedreven. Onderweg werden velen van hen al doodgeschoten. Degenen die de mars overleefden, werden op transport gezet naar het vernietigingskamp Treblinka.
Concentratiekamp Kłobuck
Concentratiekamp Kłobuck
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Kłobuck (Polen) in en rondom de stad wel verschillende dwangarbeidskampen (inclusief het nabijgelegen kamp Zagórz) en een Joodse woonwijk (getto) ingericht. Inwoners werden hier tewerkgesteld of overgebracht naar vernietigingskampen.
Dwangarbeidskampen in de regio
Kamp Zagórz: Dit was een van de bekendste en meest beruchte werkkampen in de buurt van Kłobuck. Het werd eind 1941 opgezet als een zogenaamd vrijwillig werkkamp, waar honderden Joden dwangarbeid verrichtten zoals huizen slopen en stenen breken. Hoewel de omstandigheden zwaar waren, zochten veel Joden uit andere regio's hier hun toevlucht, omdat de leefomstandigheden er aanvankelijk beter leken dan in andere kampen.
Arbeitslager Kłobuck: Net buiten de stad was een werkkamp specifiek voor jonge Joodse mannen, die door de Wehrmacht werden ingezet voor bouw- en constructiewerkzaamheden. Dit kamp heeft tot 1943 bestaan.Getto en DeportatiesTegen eind 1941 dwongen de Duitse bezetters de ongeveer 4.000 Joodse inwoners van Kłobuck om in een Joodse woonwijk (open getto) te wonen.Vanaf 1942 werden de Joden via nabijgelegen verzamelpunten (zoals de synagoge in Kuźnica) gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen, waaronder Auschwitz. De meesten van hen overleefden de oorlog niet.
Concentratiekamp Kłoda
Concentratiekamp Kłoda
Polen
Concentratiekamp Kłoda was een klein werkkamp in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het diende voornamelijk als een doorstroom- of werkkamp voor Joodse gevangenen die werden ingezet voor dwangarbeid in de nabijgelegen regio. Het kamp bevond zich nabij het dorp Kłoda in het district Puławy (regio Lublin). Het was een dwangarbeidskamp waar gevangenen vaak werkten aan infrastructuur of in de landbouw. De populatie bestond grotendeels uit Joodse inwoners uit de omliggende dorpen en getto's, zoals die van Markuszów en Kurów. Veel gevangenen uit Kłoda werden uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Sobibór of ter plekke vermoord tijdens de liquidatie van de kampen in 1942 en 1943.
Klooga
Klooga
Estland
Concentratiekamp Klooga was een nazi-dwangarbeidskamp in Estland (onderdeel van het Vaivara-complex), opgericht in september 1943. Het kamp staat bekend om de tragische gebeurtenissen van 19 september 1944, toen de SS'ers vlak voor de bevrijding door Sovjettroepen honderden Joodse gevangenen executeerden en hun lichamen op brandstapels verbrandden. Joodse gevangenen werden er uitgebuit in de houtkap, betonproductie en voor de Organisatie Todt.Tijdens het bloedbad op 19 september 1944 werden naar schatting 2000 tot 3000 gevangenen vermoord. Slechts een handjevol wist te ontsnappen door zich te verstoppen.
Concentratiekamp Kloosterhaar
Concentratiekamp Kloosterhaar
Nederland
Kamp Kloosterhaar was een Joods werkkamp aan de Groenendijk in Kloosterhaar. Het werd in 1938 geopend voor werklozen en functioneerde van juli tot oktober 1942 als dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. Op 3 oktober 1942 zijn alle gevangenen naar Kamp Westerbork overgebracht en afgevoerd. Werkkamp voor Joodse dwangarbeiders die ontginningswerkzaamheden moesten verrichten voor de Nederlandse Heidemaatschappij. Er was plaats voor 96 mannen, verdeeld over twee barakken. Op 3 oktober 1942 werd het kamp door de bezetter ontruimd. De mannen werden overgebracht naar Kamp Westerbork en kwamen uiteindelijk terecht in vernietigingskampen, waar velen de dood vonden
Concentratiekamp Klos
Concentratiekamp Klos
Albanie
Het concentratiekamp Klos was een interneringskamp in het gelijknamige stadje Klos in centraal/noordoost-Albanië, dat in de zomer van 1941 werd geopend onder Italiaans militair bewind. Het fungeerde oorspronkelijk als krijgsgevangenenkamp en werd later gebruikt voor de opsluiting van burgers en politieke tegenstanders. Gelegen in de regio rond Klos, Albanië. Het kamp diende voornamelijk als interneringskamp voor Montenegrijnen, Servische Kosovaren, Joegoslavische partizanen, Joden en soldaten van het voormalige Koninklijke Joegoslavische Leger. Het was geen nazi-vernietigingskamp, maar een Italiaans detentiekamp waar gevangenen onder zware en onvrijwillige omstandigheden werden vastgehouden. Gevangenen werden er ingedeeld in categorieën als ongewenst, gevaarlijk, gijzelaar of rebel. In de beginperiode zaten er ongeveer 2.000 gevangenen in de barakken.
Klützow
Klützow
Polen
Concentratiekamp Klützow (tegenwoordig Kluczewo, Polen) was een berucht buitenkamp van het naziconcentratiekamp Buchenwald. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier Joodse en andere gevangenen zware dwangarbeid verricht in lokale industrieën en de landbouw. Klützow was een Außenlager (buitenlager) van concentratiekamp Buchenwald. Het werd voornamelijk gebruikt als werkkamp om gevangenen uit te buiten voor de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp lag in het toenmalige nazi-Duitsland, in de regio Pommeren (het huidige Kluczewo, een stadsdeel van Stargard in Polen). Regelmatig werden er transporten georganiseerd vanuit Buchenwald naar Klützow, met groepen van 50 tot 100 gevangenen tegelijk. De gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden. Ze werden zwaar mishandeld, leden chronisch honger en werden blootgesteld aan ziektes en uitputting door overmatige dwangarbeid.
Knast concentratiekamp
Knast concentratiekamp
Tsjechie
Knast
Knast
Algemeen
Er is geen nazi-concentratiekamp bekend onder de naam Knast. Het woord Knast is namelijk een informele, Duitse term voor gevangenis (vergelijkbaar met het Nederlandse bajes of petoet).Omdat de term vaak gebruikt wordt in de context van opsluiting. Mogelijke
De Oude Gevangenis Brandenburg: Dit was een van de eerste concentratiekampen in Nazi-Duitsland en werd vaak simpelweg als gevangenis aangeduid
Algemene term: Gevangenen in concentratiekampen gebruikten soms eigen jargon; Knast kan in getuigenissen voorkomen als verwijzing naar de strafcellen of de gevangenisbarakken binnen een groter kamp zoals Dachau of Sachsenhausen.
Politiegevangenissen: Sommige beruchte nazi-gevangenissen (zoals Het Oranjehotel in Scheveningen) werden door de bezetter gebruikt als doorgangskamp of plek voor verhoor, maar worden officieel niet altijd als concentratiekamp geclassificeerd.
Knellendorf
Knellendorf
Duitsland
Concentratiekamp Knellendorf was een Aussenlager (buitenkamp) van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp was gelegen in de buurt van Kronach in Beieren, Duitsland, en werkte nauw samen met het nabijgelegen kamp Gundelsdorf. Het kamp was operationeel van 12 september 1944 tot 13 april 1945. Er verbleven voornamelijk Poolse Joodse vrouwen die vanuit het kamp Krakau-Plaszow waren overgebracht. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid voor het bedrijf Luftfahrtgerätewerk (LGW), een dochteronderneming van Siemens, waar zij onderdelen voor de luchtmacht produceerden. Het kamp bevond zich in een voormalige textielfabriek in Knellendorf. In april 1945 werden de gevangenen geëvacueerd op een dodemars richting het zuiden voordat de Amerikaanse troepen het gebied bevrijdden.
Concentratiekamp Knjahinin
Concentratiekamp Knjahinin
Oekraine /Wit Rusland
Knjahinin (ook wel gespeld als Knyahinin of Knyahynyn)
De naam verwijst naar de wijk Knyahynyn in de stad Ivano-Frankivsk (destijds Stanisławów), gelegen in het huidige Oekraïne.
Knjaže
Knjaže
Algemeen
De term komt voor in documentatie over lokale kampen en detentieplekken in het voormalige Joegoslavië (met name in Servië).
Concentratiekamp Kobelwitz
Concentratiekamp Kobelwitz
Polen
Kobier = Kobior
Kobier = Kobior
Polen
Het was een subkamp van Auschwitz, gelegen in het dorp Kobiór (bij Pszczyna in Polen). In officiële Duitse documenten uit die tijd werd het kamp vaak aangeduid als Kobier. Een subkamp (Aussenkommando) van Auschwitz-Birkenau. Actief van de herfst van 1942 tot september/november 1943.Ongeveer 150 gevangenen, voornamelijk Joden uit Polen en Frankrijk. De gevangenen werden ingezet voor zwaar bosbouwwerk in de lokale bossen. Het hout werd naar Auschwitz-Birkenau getransporteerd voor de bouw van het kamp en voor het verbranden van lichamen. Kobiór ligt ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Auschwitz.
Koblenz
Koblenz
Duitsland
De stad was een centraal knooppunt voor transporten naar vernietigingskampen en huisvestte verschillende nevenkampen en gevangenissen.
Belangrijke locaties Hinzert (SS-Sonderlager): Het dichtstbijzijnde grotere kamp was Hinzert, gelegen nabij Trier. Veel gevangenen uit de regio Koblenz werden hierheen gestuurd.
Buitenposten (Aussenlager): Er waren in de omgeving van Koblenz kleine werkkampen die ondergeschikt waren aan grotere kampen zoals Buchenwald.
Koblenz-Lützel: Dit treinstation diende als verzamel- en deportatiepunt voor Joden en Roma uit de regio naar kampen in het oosten, zoals Trawniki.
Gestapo-gevangenis: De lokale Gestapo gebruikte kelders en gevangenissen in de stad voor verhoor en marteling van politieke tegenstanders.
Concentratiekamp Kobylany
Concentratiekamp Kobylany
Polen
Het concentratie- en werkkamp Kobylany werd in de herfst van 1942 door nazi-Duitsland opgezet in het gelijknamige dorp in Oost-Polen, vlakbij de Wit-Russische grens. Het kamp fungeerde als dwangarbeiderskamp voor Joden uit Tsjecho-Slowakije en omliggende getto's. Het dorp Kobylany, in het district Gmina Terespol (Lublin-regio, Polen). Operationeel van de herfst van 1942 tot februari 1944. Joodse gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders, onder meer bij het nabijgelegen werkkamp Małaszewicze en bij spoorwegwerkzaamheden.Het kamp was berucht om zijn brute omstandigheden en massa-executies. Gevangenen die door de SS te zwak of ongeschikt voor zware arbeid werden geacht, werden niet in het kamp gehouden. In het bos nabij het kamp, specifiek in de buurt van het plaatselijke fort, werden honderden Joden doodgeschoten in en dat hier alleen al meer dan 800 Joden uit het naburige Małaszewicze zijn geëxecuteerd.
Kochanowitz concentratiekamp
Kochanowitz concentratiekamp
Polen
Kochem = Cochem-Bruttig
Kochem = Cochem-Bruttig
Duitsland
Concentratiekamp Cochem is een buitenkamp Bruttig-Treis (ook wel Cochem-Bruttig genoemd), een berucht subkamp van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. Gelegen tussen de dorpen Bruttig en Treis aan de Moezel, nabij Cochem. In gebruik van 10 maart 1944 tot 14 september 1944. Het project stond bekend onder de naam Zeisig. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in de Treis-Kochem spoorwegtunnel, die werd omgebouwd tot een ondergrondse fabriek voor de productie van elektronische componenten voor de V-wapens (Wernher von Braun). Het kamp stond bekend om zijn extreme wreedheid en slechte hygiëne; veel gevangenen stierven door uitputting, mishandeling en ziekte.
Kochendorf
Duitsland
Concentratiekamp Kochendorf, ook bekend als Eisbär, was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het functioneerde van september 1944 tot april 1945 in Bad Friedrichshall (Duitsland). Gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden ingezet als dwangarbeiders in de ondergrondse wapenindustrie. Bad Friedrichshall, Baden-Württemberg (Duitsland). Het kamp was ondergebracht in een zoutmijn. De nazi's lieten gevangenen zware ondergrondse bunkers bouwen en wapenonderdelen produceren voor vliegtuigen en onderzeeboten. Er zaten in totaal zo'n 1800 mensen opgesloten. Door de combinatie van extreme dwangarbeid, ondervoeding, ziekte en mishandeling hebben honderden gevangenen het kamp niet overleefd.
Concentratiekamp Kock
Concentratiekamp Kock
Polen
Kock is een stad in Oost-Polen waar tijdens de Holocaust verschrikkelijke gebeurtenissen plaatsvonden. Op verschillende plekken rond Kock vonden executies plaats door de nazi's. Er zijn meer dan 150 Joden vermoord. Ghetto: De stad diende als verzamelpunt voor de Joodse bevolking voordat zij naar vernietigingskampen werden gestuurd.
Kohling
Kohling
Algemeen
Polen/Duitsland
De schrijfwijze lijkt sterk op Kauhling (een van de beruchte Emslandkampen in Duitsland)
Kokoschken - Kokoszki
Kokoschken - Kokoszki
Polen
Concentratiekamp Danzig-Kokoschken (tegenwoordig Kokoszki) was een berucht bijkamp van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp was gevestigd in de wijk Kokoszki in Gdańsk (Danzig) in Polen. Het kamp was een Aussenarbeitslager (buitenkamp) van het hoofdconcentratiekamp Stutthof. Het kamp werd strategisch aangelegd direct naast het toenmalige treinstation Danzig-Kokoschken, wat logistiek gezien handig was voor de nazi's. De gevangenen, onder wie veel Joodse dwangarbeiders, werden door de SS en de Gestapo zwaar ingezet bij dwangarbeid onder mensonterende omstandigheden.
Concentratiekamp Kołbiel
Concentratiekamp Kołbiel
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Kołbiel (gelegen in het district Warschau) de locatie van een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse gevangenen. Het kamp maakte deel uit van een Duits programma voor rivierregulering en landbouw, waarbij gevangenen werden ingezet voor zware arbeid. De nazi-autoriteiten vestigden het dwangarbeiderskamp in Kołbiel, waar de gevangenen werden gedwongen om de Świder-rivier te reguleren. Het was een van de vele waterbeheersingskampen in het Generaal-Gouvernement. Naast het werkkamp stelden de Duitsers in 1941 ook een getto in Kołbiel in. Het werd overbevolkt door Joodse inwoners uit de stad en vluchtelingen uit nabijgelegen plaatsen. Alle Joodse mannen ouder dan 15 jaar werden onderworpen aan dwangarbeid. In november 1942 werd het kamp en het getto in Kołbiel geliquideerd. Een grote groep gevangenen werd vanuit de regio naar Warschau gestuurd om daar te worden ingezet in de oorlogsindustrie, waarna velen alsnog gedeporteerd werden naar vernietigingskampen.
Concentratiekamp Kolbuszowa
Concentratiekamp Kolbuszowa
Polen
Er was tijdens de Tweede Wereldoorlog wel een berucht getto en werd gebruikt als verzamelplaats voor de nazi's. Joodse inwoners werden vanuit hier ingezet als dwangarbeider of gedeporteerd naar vernietigingskampen. Het Getto van Kolbuszowa: In de nazomer van 1941 werd er in Kolbuszowa een getto ingericht door de Duitse bezetters. Het bood onderdak aan de Joodse bevolking van de stad, evenals aan Joden die uit omliggende dorpen en steden waren verdreven. Joden uit het getto werden onder zware omstandigheden tewerkgesteld, onder andere in het nabijgelegen werkkamp Pustków en bij het ontmantelen van hun eigen getto. In het najaar van 1942 werd het getto van Kolbuszowa in fases ontruimd en gesloopt. De meeste inwoners werden gedeporteerd naar vernietigingskampen, zoals Auschwitz, om daar te worden vermoord. Velen vonden ook direct de dood in nabijgelegen bossen tijdens razzia's.
Concentratiekamp Koldichevo
Concentratiekamp Koldichevo
Wit Rusland
Concentratiekamp Koldichevo (ook wel Koldychevo) was een berucht nazi-concentratie- en werkkamp in het huidige Belarus, 16 kilometer ten noorden van Baranovichi. Tussen 1942 en 1944 werden hier zo'n 22.000 mensen voornamelijk Joden, maar ook partizanen en krijgsgevangenen gemarteld en vermoord. Gebouwd op een voormalige boerderij in de regio Baranavichy. Joden uit omliggende getto's (waaronder Novogrudok en Slonim), Sovjet-krijgsgevangenen, en Poolse en Belarussische verzetsstrijders. Gevangenen werden ondergebracht in vervallen stallen en barakken. Ze werden zwaar uitgebuit bij de turfwinning en blootgesteld aan willekeurige executies en folteringen. Het kamp was berucht om zijn strenge bewaking. In juni 1944 werd het kamp vlak voor de opmars van het Sovjetleger geliquideerd.
Koldychevo
Wit Rusland
Concentratiekamp Koldychevo (ook wel Koldyczewo of Kaldyčava) was een nazi-concentratie- en vernietigingskamp in het huidige Wit-Rusland, gelegen op ongeveer 16 kilometer ten noorden van Baranovichi. Het kamp werd eind 1941 door de Duitsers opgezet en eiste tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven van naar schatting tienduizenden Joden, Polen, Wit-Russen en Sovjet-krijgsgevangenen. Het kamp fungeerde primair als dwangarbeiderskamp. De gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld in de landbouw, de houtkap en in diverse werkplaatsen. Tienduizenden mensen werden in het kamp opgesloten en geëxecuteerd. Velen kwamen om door honger, ziekte of werden gefusilleerd in nabijgelegen bossen. In november 1942 lieten de nazi's een crematorium op het kampterrein bouwen om de grote aantallen lijken te verbergen en te verbranden.
Concentratiekamp Kolady
Concentratiekamp Kolady
Wit Rusland
Concentratiekamp Kolady (beter bekend als Koldychevo of Kołdyczewo) was een berucht nazi-dwangarbeiders- en concentratiekamp in Wit-Rusland, gelegen op ongeveer 16 kilometer ten noorden van Baranovichi. Het werd eind 1941 ingericht en eiste tussen 1942 en 1944 het leven van ruim 22.000 mensen. Het kamp was in eerste instantie een werkkamp. Later werd het een vernietigingskamp waar voornamelijk Joden uit omliggende getto's (zoals Baranavičy, Navahrodek en Slonim) werden vastgehouden en omgebracht. Ook werden er Russische krijgsgevangenen en leden van de Poolse en Wit-Russische ondergrondse geïnterneerd. De gevangenen werden onderworpen aan zware dwangarbeid. Vanaf november 1942 beschikte het kamp over een eigen crematorium. In totaal zijn er naar schatting meer dan 22.000 mensen vermoord, waarvan de meesten Joods zijn. De slachtoffers werden begraven in tientallen massagraven in en rond het kamp. Het kamp werd op 29 juni 1944, vlak voor de opmars van het Sovjetleger, geliquideerd.
Kolkau
Kolkau
Duitsland
Concentratiekamp Kolmar = Colmar
Concentratiekamp Kolmar = Colmar
Frankrijk
In de buurt van de stad Colmar (in de Elzas, destijds door nazi-Duitsland geannexeerd) bevonden zich kleine subkampen of werkkampen die vielen onder het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. Colmar en omliggende dorpen zoals Urbès. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie, vaak in ondergrondse fabrieken of bij de aanleg van verdedigingswerken. Veelal politieke gevangenen en verzetsmensen uit heel Europa.
Concentratiekamp Köln (Bonner Wall)
Concentratiekamp Köln (Bonner Wall)
Duitsland
Het politiebureau aan de Bonner Wall (nummers 108–120) in Keulen deed in 1933 dienst als een wild concentratiekamp. Leden van de SA sloten er politieke tegenstanders op. Het diende als doorgangskamp vanwaar gevangenen werden gedeporteerd naar officiële concentratiekampen in het Emsland (zoals Börgermoor en Esterwegen). Het gebouw aan de Bonner Wall maakte oorspronkelijk deel uit van een negentiende-eeuws Pruisisch fort (Fort III). Na de Eerste Wereldoorlog werd het gebruikt als militaire gevangenis en in de jaren 20 stond het grotendeels leeg. Direct na de nazi-machtsovername in maart 1933 nam de SA het complex in gebruik als een onofficieel (wild) concentratiekamp voor Schutzhaft (beschermende hechtenis). Het functioneerde als verzamelplaats voor de regio Keulen. Gevangenen voornamelijk communisten, socialisten en andere politieke tegenstanders werden hier onder zware omstandigheden vastgehouden en gemarteld. Velen van hen werden vervolgens afgevoerd naar vroege concentratiekampen zoals Brauweiler of kampen in het Emsland.
Köln - Deutz Westwaggon
Köln - Deutz Westwaggon
Duitsland
Het concentratiekamp Köln-Deutz (Westwaggon) was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp bestond van september 1944 tot begin 1945 en was direct verbonden aan de fabriek van de Vereinigte Westdeutsche Waggonfabriken AG. De fabriek stond in de wijk Deutz in Keulen, aan de oostkant van de Rijn. Buchenwald Subcamp Actief van 27 september 1944 tot ongeveer maart 1945. Ongeveer 200 mannen (voornamelijk politieke gevangenen en 'asocialen') uit Buchenwald. Gedwongen arbeid bij de productie van oorlogsmateriaal. Oorlogsindustrie: Westwaggon produceerde spoorwegwagons, maar tijdens de oorlog ook onderdelen voor tanks en onderzeeërs. De gevangenen sliepen direct op het fabrieksterrein, vaak in kelders of provisorische barakken. Keulen werd zwaar gebombardeerd; gevangenen moesten puin ruimen en reparaties uitvoeren onder levensgevaarlijke omstandigheden.Toen de geallieerden Keulen naderden in het voorjaar van 1945, werd het kamp ontruimd. De overgebleven gevangenen werden op dodentreinstochten teruggestuurd naar Buchenwald of andere kampen dieper in Duitsland.
Concentratiekamp Köln (Klingelpütz)
Concentratiekamp Köln (Klingelpütz)
Duitsland
Klingelpütz was in de eerste plaats de centrale gevangenis van Keulen, maar speelde tijdens het naziregime (1933-1945) een gruwelijke rol als executieplaats en detentiecentrum voor politieke gevangenen. Hoewel het technisch gezien geen hoofdconcentratiekamp (stamkamp) was, fungeerde het als een sleutelplek in het naziterreursysteem. Gelegen in de wijk Altstadt-Nord in Keulen; tegenwoordig is op die plek het Klingelpützpark. Gebruikt door de Gestapo en speciale rechtshoven voor het opsluiten van tienduizenden politieke tegenstanders, verzetsmensen en dwangarbeiders. Meer dan 1000 mensen werden hier tijdens de nazitijd geëxecuteerd.
Concentratiekamp Köln (Mozartstrasse)
Concentratiekamp Köln (Mozartstrasse)
Duitsland
Het concentratiekamp in de Mozartstraße 28 in Keulen, ook wel het Braunes Haus genoemd, was een van de vroege, provisorische concentratiekampen (zogeheten wilde kampen) die direct na de machtsovername door de nazi's in 1933 werden opgezet. Het pand aan de Mozartstraße 28 diende als het hoofdkwartier van de NSDAP-Gauleitung Köln-Aachen. In de zomer van 1933 werd de kelder gebruikt als detentie- en martelcentrum voor politieke tegenstanders. Het kamp werd bewaakt door de 1e Compagnie van de Keulse SS (1. SS-Sturm Köln). Gevangenen waren voornamelijk communisten (KPD), sociaaldemocraten (SPD) en andere actieve tegenstanders van het nazi-regime. Hoewel het vaak een vroeg concentratiekamp wordt genoemd, was het in de praktijk een plek voor brute verhoren en martelingen voordat gevangenen werden doorgevoerd naar grotere kampen of gevangenissen.
Köln - Niehl Fordwerke
Köln - Niehl Fordwerke
Duitsland
Het buitenkamp Köln-Niehl (Ford-Werke) was een satellietkamp van het concentratiekamp Buchenwald. In dit kamp werden gevangenen ingezet als slavenarbeiders voor de productie van militair materieel voor de Wehrmacht. Het kamp bevond zich op of direct naast het fabrieksterrein van Ford-Werke AG in de wijk Niehl in Keulen. Het kamp werd opgericht op 12 augustus 1944 en bleef in gebruik tot februari 1945. Er verbleven constant ongeveer 50 mannelijke gevangenen. De groep bestond voornamelijk uit Sovjetburgers (35), Tsjechen (10), Polen (2) en Duitsers (2).Gevangenen werkten in 12-uursdiensten aan de lopende band voor de productie van militaire vrachtwagens. Hoewel het specifieke concentratiekamp (buitenlager) relatief klein was, maakte Ford op veel grotere schaal gebruik van dwangarbeid: In 1943 was ongeveer de helft van de 5.000 werknemers in de fabriek in Keulen dwangarbeider of krijgsgevangene uit bezette gebieden (voornamelijk de Sovjet-Unie, Oekraïne, Frankrijk en Italië). Deze duizenden arbeiders leefden in aparte barakkenkampen in de buurt van de fabriek onder erbarmelijke omstandigheden.
Köln - Stadt
Köln - Stadt
Duitsland
Köln-Stadt was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Buchenwald dat tussen augustus en oktober 1944 in de stad Keulen bestond. Het kamp huisvestte ongeveer 300 gevangenen, voornamelijk uit Oost-Europa, die onder dwang werden ingezet voor gevaarlijk werk na geallieerde bombardementen. Het kamp was gevestigd in een barakkencomplex op het terrein van de Kölner Messe (beursgebouwen) in de wijk Deutz. Gevangenen moesten puin ruimen en blindgangers (niet-ontplofte bommen) onschadelijk maken in de stad. Eind oktober 1944 werd het kamp opgeheven nadat de barakken zelf door luchtaanvallen waren verwoest. De overlevenden werden teruggebracht naar Buchenwald.
Andere kampen in Keulen
Naast het specifieke kamp Köln-Stadt waren er op het beursterrein en elders in Keulen meer kampfaciliteiten:
Messelager Keulen: Een groot complex waar ook de III. SS-Baubrigade gehuisvest was (september 1942 – mei 1944). Hier werkten ruim 1.300 gevangenen aan het herstel van spoorwegen en puinruimen.
Kamp Müngersdorf: Een doorgangskamp van waaruit duizenden Joodse inwoners van Keulen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen.
EL-DE-Haus: Het voormalige hoofdkwartier van de Gestapo met een gevangenis in de kelder. Tegenwoordig is hier het NS-Dokumentationszentrum der Stadt Köln gevestigd, het grootste lokale herdenkingscentrum voor nazi-slachtoffers in Duitsland.
Concentratiekamp Kolonjë
Concentratiekamp Kolonjë
Albanie
Het concentratiekamp Kolonjë (in Zuid-Albanië) was in de Tweede Wereldoorlog een Italiaans internerings- en krijgsgevangenenkamp. Het kamp werd eind 1941 ingericht en huisvestte onder meer politieke gevangenen en Servische burgers, maar werd in het voorjaar van 1942 gesloten vanwege verwaarlozing en overstromingen. Het kamp werd eind augustus 1941 door de Italiaanse bezettingsmacht in gebruik genomen om krijgsgevangenen en politieke tegenstanders in op te sluiten. De groep bestond voornamelijk uit Servische, Montenegrijnse en Kosovaarse gevangenen, evenals enkele politieke activisten. Vanwege de vervallen staat van de gebouwen en frequente overstromingen van het terrein, werden de gevangenen in februari 1942 overgebracht naar een ander kamp in het nabijgelegen Fier.
Kolpin
Kolpin
Duitsland
Kolpin (ook bekend als Arbeitslager Kolpin) was een satellietkamp van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp lag in Duitsland, nabij Bad Saarow en Fürstenwalde in de deelstaat Brandenburg Het kamp was actief vanaf mei 1944. De kampleider was SS-Unterscharführer Karl Jüngling. Gevangenen in Kolpin werden door de SS ingezet voor dwangarbeid, voornamelijk voor de bouw van militaire faciliteiten en infrastructuur in de omgeving (onderdeel van het zogenoemde bouwproject Kurmark). Eind januari en begin februari 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. Tijdens de dodenmarsen van dit satellietkamp terug naar het hoofdkamp Sachsenhausen, werden veel gevangenen die niet meer konden lopen onderweg doodgeschoten.
Concentratiekamp Kolumna
Concentratiekamp Kolumna
Polen
Concentratiekamp Kolumna (ook wel bekend als Waldhorst) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden in Polen. Het kamp lag in het district Łask, nabij de stad Łódź. Het diende voornamelijk als werkkamp waar Joodse gevangenen onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichtten. Het kamp was gericht op exploitatie en uitbuiting via arbeid. Verschillende transporten werden vanuit het getto van Łódź naar Kolumna gestuurd. Het kamp werd in de nazomer van 1942, specifiek rond 30 augustus 1942, opgeheven.
Concentratiekamp Komárom
Concentratiekamp Komárom
Hongarije
Concentratiekamp Komárom (ook wel Kamp Komárom) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht verzamel- en interneringskamp in de Hongaarse stad Komárom. Het kamp was gevestigd in de zwaarbeveiligde forten van het plaatselijke militaire vestingstelsel, waaronder Fort Monostor en Fort Csillag (ook bekend als het Sterrenfort). Doorgangskamp voor Joden (voorjaar en zomer 1944): In de lente en zomer van 1944 gebruikten Hongaarse autoriteiten Fort Monostor om duizenden Joden op te sluiten. Vanuit hier werden zij gedeporteerd naar vernietigingskampen, met name Auschwitz-Birkenau. Verzamelkamp voor Roma en Sinti (najaar 1944 - 1945): Vanaf november 1944 werd Fort Csillag het centrale verzamelkamp voor de Roma-bevolking in Hongarije. Duizenden Roma werden onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden in afwachting van deportatie naar concentratiekampen in nazi-Duitsland voor dwangarbeid. Honderden gevangenen stierven hier ter plaatse door honger, uitputting en mishandeling. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd door de SS. Gevangenen werden te voet op dodenmarsen gestuurd naar andere kampen zoals Mauthausen, Dachau of Theresienstadt. Velen overleefden deze barre tochten niet en werden onderweg doodgeschoten.
Concentratiekamp Komorowo
Concentratiekamp Komorowo
Polen
Het kamp bij Komorowo (nabij Ostrów Mazowiecka in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlogbeen berucht Duits krijgsgevangenkamp genaamd Stalag 333. Het kampsysteem in deze regio bestond uit twee hoofdonderdelen die nauw met elkaar verbonden waren: Stalag 333 (Komorowo): In gebruik van 1941 tot september 1943. Het was gevestigd in de vooroorlogse Poolse legerkazerne. Stalag 324 (Grądy): Een nabijgelegen kamp waar de omstandigheden nog gruwelijker waren; gevangenen sliepen hier vaak in de open lucht of in zelfgegraven kuilen in de grond. De omstandigheden in Komorowo waren onmenselijk, vooral voor de Sovjet-krijgsgevangenen die door de nazi's niet volgens de Conventie van Genève werden behandeld: Massagraven in Komorowo met de resten van naar schatting 24.000 gevangenen. Totaal dodental: In de gecombineerde kampen (Komorowo en Grądy) kwamen volgens schattingen tussen de 80.000 en 90.000 mensen om het leven door executies, honger en ziekte. Het kamp huisvestte voornamelijk Russische en Poolse soldaten.
Concentratiekamp Kondas
Concentratiekamp Kondas
Tunesie
Concentratiekamp Kondas (tegenwoordig Kondar) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Italiaans dwangarbeiders- en tentenkamp voor Joodse mannen in Tunesië. Het kamp werd begin 1943 opgezet nadat gevangenen uit het nabijgelegen Enfidaville hierheen waren overgebracht en functioneerde tot april 1943. Het kamp was gesitueerd in Kondas (tegenwoordig bekend als Kondar), in het oosten van Tunesië. Dit ligt ongeveer 24 kilometer ten zuidwesten van Enfidaville en 76 kilometer ten zuidoosten van Tunis. Het kamp stond onder controle en toezicht van het Italiaanse leger, dat onderdeel was van de Eerste Bergdivisie. Het kamp bood onderdak aan Joodse dwangarbeiders die door de Italiaanse en Duitse bezettingsmachten in Noord-Afrika werden ingezet om dwangarbeid te verrichten, onder andere voor militaire en infrastructurele projecten. Het kamp werd vermoedelijk rond april 1943 gesloten in aanloop naar de geallieerde overwinning in de Tunesië-campagne in mei 1943, waarna de gevangenen geleidelijk konden terugkeren naar hun burgerleven.
Konigsberg
Rusland
In en rond het huidige Kaliningrad (het voormalige Duitse Königsberg) zijn er verschillende dwangarbeiders- en buitenkampen geweest, waaronder een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Stutthof en een werkkamp gelieerd aan Ravensbrück. Buitenkamp van Stutthof: Vanaf augustus 1944 exploiteerde de SS een buitenkamp van het concentratiekamp Stutthof bij de Schichau Werke in Königsberg. Hier werden circa 500 Joodse gevangenen, voornamelijk afkomstig uit Riga en Kaunas, tewerkgesteld als dwangarbeider in de scheepsbouw.
Buitenkamp van Ravensbrück: Vanaf oktober 1944 werd een buitenkamp van vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück geopend in Königsberg (Neumark, thans Chojna in Polen). Honderden vrouwelijke gevangenen moesten hier dwangarbeid verrichten. Toen het Sovjetleger in januari 1945 naderde, werden de kampen in allerijl geëvacueerd. Duizenden uitgeputte Joodse gevangenen werden op dodenmarsen gedreven richting het stadje Palmnicken (het huidige Jantarny) aan de Oostzeekust. Honderden van hen werden op de stranden afgeslacht door de SS.
Concentratiekamp Königsberg-Metgethen
Concentratiekamp Königsberg-Metgethen
Rusland
Königsberg-Metgethen was niet één van de belangrijkste vernietigingskampen, maar fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeiderskamp onder het naziregime. Metgethen is bekend geworden door het bloedbad dat er aan het einde van de oorlog heeft plaatsgevonden.
1. Het concentratie- en dwangarbeiderskamp Vanaf ongeveer 1940 exploiteerden de nazi's in Metgethen, destijds een idyllisch westelijk resort en buitenwijk van Königsberg (het huidige Kaliningrad, Rusland), een dwangarbeiderskamp. Dit kamp was voornamelijk bedoeld voor Joodse mannen die daar onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten voor de Duitse oorlogsindustrie. Later werd dit kamp ook ingezet als onderdeel van de uitbreiding van kamp Stutthof in de regio.
2. Het bloedbad van Metgethen (1945) Toen het Rode Leger in januari en februari 1945 oprukte naar Oost-Pruisen, vonden in Metgethen op grote schaal wreedheden plaats tegen Duitse burgers en vluchtelingen. Volgens Duitse militaire rapporten uit die tijd troffen oprukkende Duitse eenheden, die het gebied tijdelijk heroverden, honderden dode en vaak gemutileerde Duitse burgers aan in de wijk. Vrouwen werden stelselmatig verkracht en er was sprake van zware fysieke mishandeling. Propaganda vs. Historie: Destijds werd het bloedbad door het naziregime breed uitgemeten in de propaganda om de Duitse bevolking aan te sporen tot het bittere einde door te vechten tegen de Sovjets. Hedendaagse historici erkennen de wreedheden tegen burgers aldaar, hoewel de precieze aantallen slachtoffers en de details van de gebeurtenissen door de mist van oorlogspropaganda soms lastig te verifiëren zijn.
Concentratiekamp Königsbrück bei Dresden
Concentratiekamp Königsbrück bei Dresden
Duitsland
Königsbrück bij Dresden was geen groot hoofdkamp, maar huisvestte een van de zogenaamde vroege concentratiekampen (frühe Konzentrationslager) in 1933. Deze kampen werden direct na de machtsovername door de nazi's opgezet om politieke tegenstanders uit te schakelen. Het kamp was ondergebracht in Hostel Stenz in Königsbrück. Het bestond slechts korte tijd in de begindagen van het Derde Rijk en werd gesloten op 28 mei 1933. Bij de sluiting werden de resterende 71 gevangenen overgebracht naar Hohnstein, een veel groter vroeg concentratiekamp in de regio. Net als in andere vroege kampen zaten hier vooral lokale politieke vijanden van het regime, zoals communisten (KPD) en sociaaldemocraten (SPD).
Concentratiekamp Königshof
Concentratiekamp Königshof
Tsjechie
Het Zwangsarbeitslager Königshof (ook wel bekend als Králův Dvůr in Tsjechië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joden. Het kamp werd opgericht in oktober 1942 en deed dienst tot augustus 1943. De gevangenen werden destijds tewerkgesteld bij de aanleg van de Reichsautobahn. Het kamp was gesitueerd in Königshof (tegenwoordig Králův Dvůr, nabij de stad Beroun) in de regio Midden-Bohemen (Tsjechië). De gevangenen bestonden voornamelijk uit Joodse dwangarbeiders die werden ingezet voor infrastructuurwerken. Velen van hen hebben de oorlog niet overleefd en werden in 1943 overgebracht naar concentratiekamp Auschwitz.
Königssee
Königssee
Duitsland
Concentratiekamp Königssee was een klein buitenkamp (Außenlager) van het hoofdkamp Dachau. Het bevond zich in de buurt van Berchtesgaden in de Beierse Alpen en bestond uit een commando van gevangenen die dwangarbeid moesten verrichten voor de nazi-top. Het kamp lag bij de Königssee, nabij de Obersalzberg (het vakantieoord van Hitler). Het was actief vanaf de zomer/herfst van 1944 tot de bevrijding in mei 1945. De gevangenen werden ingezet voor bouwprojecten van de SS, waaronder: De bouw van verblijven voor Heinrich Himmler en Karl Dönitz. Het graven van bunkers en schuilplaatsen in de rotsen. Het ging om een relatief kleine groep mannelijke gevangenen (vaak tussen de 10 en 20 personen) die onder zware omstandigheden in de bergen moesten werken.
Königstein
Concentratiekamp Königstein
Duitsland
Concentratiekamp Königstein (officieel Aussenlager Königstein) was een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het was actief van 17 november 1944 tot 17 maart 1945 en bood onderdak aan bijna 1.000 gevangenen. Gelegen in de buurt van de beroemde Vesting Königstein in Saksen, Duitsland. Bijna 1.000 gevangenen werden overgebracht vanuit het buitenkamp Böhlen (onderdeel van Buchenwald). De gevangenen werden ingezet voor de bouw van ondergrondse faciliteiten (codenaam Schwalbe II) in de nabijgelegen zandsteengroeven voor de brandstofindustrie. SA-kamp (1933): Al in maart 1933 richtte de lokale SA een kortstondig vroeg concentratiekamp in bij een natuurhuis aan de Elbe.
Königstein (Krijgsgevangenkamp) De bekende vesting bovenop de tafelberg diende tijdens de Tweede Wereldoorlog niet als concentratiekamp, maar als Oflag IV-B, een kamp voor krijgsgevangen officieren. Hier werden voornamelijk Franse, Poolse en Nederlandse officieren vastgehouden.
Königs Wusterhausen
Königs Wusterhausen
Duitsland
Het concentratiekamp in Königs Wusterhausen was een satellietkamp van het beruchte concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp werd rond februari 1943 opgericht en diende voornamelijk als werkkamp. Gevangenen, waaronder veel Joden en Polen, moesten onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichten in de oorlogsindustrie en de bouw. Het kamp bevond zich in het oostelijke deel van Königs Wusterhausen (in de deelstaat Brandenburg, vlakbij Berlijn). De dwangarbeiders werden onder andere ingezet bij militaire bouwprojecten, het onderhoud van legergebouwen en bij bedrijven als Krupp. De gevangenen leefden in mensonterende omstandigheden, waarbij de honger, uitputting en mishandeling eisten. Op 22 april 1945 vluchtten de bewakers, waarna het kamp op 26 april 1945 officieel werd bevrijd door het Rode Leger.
Königszelt
Königszelt
Polen
Concentratiekamp Königszelt was een buitenkamp van het naziconcentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp was gevestigd in Königszelt, het huidige Jaworzyna Śląska (in het zuidwesten van Polen). Jaworzyna Śląska (Neder-Silezië, Polen). Buitenlager (subkamp) van het hoofdkamp Groß-Rosen. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor lokale oorlogsindustrieën en bouwprojecten in de regio.Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de nazi's een uitgebreid netwerk van buitenkampen (of nevenkampen) opgezet rondom het centrale concentratiekamp Groß-Rosen. De gevangenen in deze buitenkampen, waaronder Königszelt, werden vaak zwaar uitgebuit in fabrieken en bij infrastructurele werken. De omstandigheden waren er mensonterend.
Concentratiekamp Konin
Concentratiekamp Konin
Polen
Concentratiekamp Konin (officieel een Joods dwangarbeiderskamp in Konin-Czarków) was een nazi-werkkamp in centraal Polen. Het kamp was actief van 2 maart 1942 tot 28 augustus 1943. Het kamp bevond zich in de regio Warthegau. De gevangenen werden door de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder de aanleg van een spoorlijn. Al vanaf eind 1939 werden Joden uit de stad gedeporteerd. Velen van de dwangarbeiders uit het kamp in Konin vonden uiteindelijk de dood in het nabijgelegen vernietigingskamp Chełmno (Kulmhof). Ondanks de zware omstandigheden vonden er onder de gevangenen verzetsacties plaats
Konskie concentratiekamp
Konskie concentratiekamp
Polen
In Końskie (Polen) was een berucht getto en een werkkamp (Zwangsarbeitslager) tijdens de Duitse bezetting. In 1940 richtten de nazi's het Końskie getto op, waar ongeveer 9.000 Joden werden opgesloten. Al in september 1939 vond het Bloedbad van Końskie plaats, waarbij Duitse soldaten Joodse burgers executeerden. In november 1942 werd het getto ontruimd. De meeste bewoners werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka om te worden vermoord. Er bleef een klein werkkamp achter voor dwangarbeid, dat in 1944 definitief werd opgeheven. Końskie ligt in het woiwodschap Święty Krzyż in centraal-Polen. Tijdens de oorlog maakte het deel uit van het zogenaamde Generaal-Gouvernement.
Concentratiekamp Końskowola
Concentratiekamp Końskowola
Polen
Het concentratie- en werkkamp van Końskowola werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland opgezet in het gelijknamige dorp in het oosten van Polen. Het kamp diende initieel als dwangarbeiderskamp voor Joodse krijgsgevangenen en breidde later uit tot een getto, dat uiteindelijk als doorgangslocatie naar vernietigingskampen werd gebruikt. Końskowola ligt in de provincie Lublin, ongeveer 42 kilometer ten noordwesten van Lublin en 6 kilometer van Puławy. De nazi's vestigden hier in mei 1941 een werkkamp voor voornamelijk Joodse gevangenen. De gevangenen werden op brute wijze ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder het bouwen van wegen, spoorwegen en schuilplaatsen. De omstandigheden waren onmenselijk. Gevangenen werden ondervoed, gemarteld en bij ontsnappingspogingen of overtredingen direct geëxecuteerd. In het najaar van 1940 werd er in Końskowola tevens een Joods getto ingesteld. Later werd het kamp ook gebruikt om Joodse vluchtelingen uit andere regio's, zoals Slowakije, onder te brengen. In het voorjaar van 1942 werden de overlevenden uit het werkkamp en het getto overgebracht naar andere werkkampen in de regio, zoals het kamp Budzyn, waar zij onder andere in de Heinkel-vliegtuigfabrieken moesten werken. Uiteindelijk zijn de meesten van hen tijdens de Holocaust omgekomen, vaak door deportatie naar vernietigingskampen in het kader van acties zoals Operatie Erntefest.
Konstantynow
Konstantynow
Polen
Konstantynów in Polen. Duitse bezetters hebben in of nabij een kampen en getto ingericht:
1. Het getto en de dwangarbeiderskampen (Konstantynów nad Bugiem)In de regio Lublin werd eind 1940 door de Duitsers in het dorp Konstantynów (nabij Biała Podlaska en de rivier de Bug) een getto ingesteld.Joodse raad: De plaatselijke Judenrat en Joodse gemeenschap werden gedwongen tot dwangarbeid in landbouwprojecten, waterwerken en bosbouw. In september 1942 werden de ongeveer 3.000 Joodse inwoners van Konstantynów en omliggende dorpen bijeengedreven. Velen werden direct of na doorgang naar getto's in de buurt (zoals het doorgangskamp in Miedzyrzec Podlaski) gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka.
2. Het jeugdconcentratiekamp en doorgangskamp (Konstantynów ŁódzkiIn de buurt van de stad Łódz (destijds Litzmannstadt) bevond zich de plaats Konstantynów Łódzki.De nazi's gebruikten deze locatie als doorgangskamp (Durchgangslager) en functioneerde tevens als een dependance (subkamp) voor jongeren (Schutz-Jugend-Lager).
Kopalnia Fürsten
Kopalnia Fürsten
Polen
Concentratiekamp Kopalnia Fürsten, ook wel bekend als Arbeitslager Fürstengrube of Lager Süd, was een berucht buitenkamp van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp bevond zich in Wesoła (vlakbij Mysłowice), op ongeveer 30 kilometer afstand van het hoofdkamp van Auschwitz.1. Het kamp werd in september 1943 opgezet ten behoeve van de gelijknamige steenkolenmijn, eigendom van het bedrijf Fürstengrube GmbH (waarvan IG Farben een meerderheidsbelang had). Er zaten ruim 1.200 gevangenen, van wie de meesten Joods waren uit landen als Polen, België, Frankrijk en Hongarije. De gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden ingezet in de mijnbouw (zowel in de oude als in een nieuwe, nog te bouwen mijnschacht). De dwangarbeid was moordend en de productiequota waren onrealistisch hoog, wat leidde tot zware mishandelingen en uitputting. Regelmatig werden er door de SS selecties gehouden. Gevangenen die door ziekte of uitputting niet meer in staat waren om te werken, werden teruggestuurd naar Auschwitz om daar in de gaskamers te worden vermoord. Ontsnappingspogingen werden zwaar gestraft. Zo schoot de eerste kampcommandant, SS-Hauptscharführer Otto Moll, na een ontsnapping willekeurig een groep medegevangenen dood als afschrikwekkend voorbeeld.Toen het Sovjetleger in januari 1945 oprukte, begon de SS het kamp te ontruimen. Op 19 januari 1945 werden ongeveer 1.000 gevangenen gedwongen tot een dodenmars naar buitenkamp Gliwice, vanwaar ze per open treinwagons naar andere kampen (waaronder Mauthausen en Mittelbau-Dora) werden gestuurd. De achtergebleven, zieke of uitgeputte gevangenen werden op 27 januari 1945 door SS'ers op brute wijze geëxecuteerd: ze werden neergeschoten of levend verbrand in de barakken. Slechts een twintigtal gevangenen overleed dit bloedbad doordat Sovjettroepen plotseling arriveerden en de SS dwongen te vluchten. Onder de slachtoffers van deze executie bevond zich onder andere de bekende Nederlandse componist Daniël Belinfante.
Concentratiekamp Kopani
Concentratiekamp Kopani
Oekraine
Oekraïense plaats Velyki Kopani (regio Cherson)
Köpenick
Köpenick
Duitsland
Hoewel Köpenick (Berlijn) geen groot centraal concentratiekamp was zoals Dachau, vonden er in de vroege en late fasen van het nazi-regime gruwelijke gebeurtenissen plaats in lokale kampen en gevangenissen. De bekendste hiervan zijn de tijdelijke martelkampen tijdens de Köpenicker Blutwoche en een later buitenkamp van Sachsenhausen. In de zomer van 1933 gebruikten de nazi's (voornamelijk de SA) lokale gebouwen als provisorische concentratiekampen om politieke tegenstanders uit te schakelen. Ten minste 24 mensen werden vermoord, honderden werden gemarteld. De martelingen vonden plaats in de voormalige rechtbankgevangenis, het gebouw van de Amtsgericht en lokale SA-steunpunten. Leden van de SPD, de KPD en Joodse burgers.Buitenkamp Berlijn-Köpenick (1944–1945) Later in de oorlog werd er een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Sachsenhausen gevestigd. Een kamp specifiek voor vrouwelijke gevangenen. De vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie in Berlijn.
Korben = Chorabie
Korben = Chorabie
Polen
Concentratiekamp Korben is de Duitse naam voor het kamp dat in het Pools Chorabie wordt genoemd. Het was een berucht subkamp van het concentratiekamp Stutthof, gelegen in het huidige Polen (in de toenmalige regio Danzig-West-Pruisen). Het was een werkkamp en constructiekamp dat deel uitmaakte van de Organisation Todt (Baukommando Weichsel). Het kamp werd in de nazomer van 1944 opgezet en huisvestte duizenden Joodse vrouwen uit heel Europa (waaronder Hongarije, Tsjechië, Letland en Slowakije). De gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden ingezet voor zware dwangarbeid. Toen het Sovjetleger in januari 1945 naderde, werden de vrouwen gedwongen tot een brute dodenmars. Velen van hen overleefden de barre tocht en de daaropvolgende executies niet.
Concentratiekamp Korczew
Concentratiekamp Korczew
Polen
Concentratiekamp Korczew een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden in de gemeente Korczew (in het dorp Szczeglacin) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd geëxploiteerd tussen 1940 en 1942 en dwong honderden Joodse mannen tot zware slavenarbeid. Het kamp bevond zich nabij het dorp Szczeglacin (in de regio Mazovië), onderdeel van de gemeente Korczew. Tussen de 400 en 600 Joodse gevangenen, onder wie veel Joden uit de stad Mordy, werden ingezet voor zware grond- en waterwerken (zoals het reguleren van de rivier de Bug). In oktober 1942 werd het kamp ontmanteld. De gevangenen werden op gruwelijke wijze vermoord door de nazi's, waarna de sporen van de massagraven werden uitgewist.
Concentratiekamp Korma
Concentratiekamp Korma
Wit Rusland
Het concentratiekamp van Korma (in het huidige Wit-Rusland) was een getto en concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, opgezet door de nazi-bezetters. Het kamp diende als verzamelplaats en gevangenis voor de lokale en Joodse bevolking, uitmondend in de systematische moord op honderden Joden eind 1941.Tijdens de Duitse bezetting van Wit-Rusland (destijds Sovjet-Unie) in 1941, richtten de autoriteiten een getto, een gevangenis en een concentratiekamp in voor de niet-Joodse en Joodse bevolking in het plaatsje Korma (gelegen in de regio Gomel). De kampleiding werd door de Duitsers in handen gelegd van een lokale collaborateur, Aleksandr Stsepuro, al bleef de militaire commandant van het gebied de eindverantwoordelijkheid dragen. De faciliteiten in Korma waren niet bedoeld voor economische uitbuiting, maar dienden voornamelijk om mensen bijeen te drijven en hen te beletten te ontsnappen voorafgaand aan de geplande moordpartijen. De omstandigheden in en rond de kampen en getto's in deze regio waren mensonterend en leken sterk op die van andere reguliere concentratiekampen. De systematische massamoorden op de Joodse gevangenen in Korma begonnen in de late herfst van 1941. Op 6 november 1941 werden de Joden uit Korma, samen met Joden uit het nabijgelegen Gomel, in één grote actie door de nazi-eenheden (Einsatzgruppen) geëxecuteerd. Hierbij kwamen meer dan 2.000 Joodse inwoners om het leven.
Concentratiekamp Korolivka
Concentratiekamp Korolivka
Oekraine
Er was in de plaats Korolivka (ook wel gespeld als Korolówka, thans onderdeel van Oekraïne) tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (vaak een Arbeitslager genoemd). Dwangarbeiderskamp: In de omgeving van Korolivka werden Joodse mannen en vrouwen door het naziregime tewerkgesteld als dwangarbeider. De omstandigheden in deze kampen waren mensonterend en stonden in het teken van uitputting, mishandeling en ondervoeding.
Getto van Borshchiv: Het overgrote deel van de Joodse bevolking uit Korolivka werd in de herfst van 1942 door de Gestapo en lokale collaborateurs uit hun huizen verdreven en gedwongen naar het nabijgelegen Getto van Borshchiv. Vanuit daar werden honderden Joden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec of geëxecuteerd.
De Grotten van Korolivka: Het dorp is wereldberoemd geworden door een groep Joodse families (waaronder de familie Stermer). Om te ontkomen aan deportatie naar de kampen, doken 38 Joodse inwoners in de herfst van 1942 onder in de nabijgelegen grotten van West-Oekraïne (zoals de Verteba-grot en Priest's Cave / Ozerna). Zij wisten hier bijna anderhalf jaar onder de grond te overleven tot de regio in 1944 werd bevrijd.
Concentratiekamp Kortatycz
Concentratiekamp Kortatycz
Polen
Koschedaren = Kaisiadorys
Koschedaren = Kaisiadorys
Litouwen
Koschedaren is de Duitse naam voor de Litouwse stad Kaišiadorys. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier een werkkamp gevestigd dat fungeerde als een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Kauen (Kaunas). Kaišiadorys, Litouwen. Dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager).Onderdeel van: Concentratiekamp Kauen (ook wel bekend als het getto van Kaunas/Kovno). Actief tussen 1943 en juli 1944. Gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware arbeid, zoals het kappen van hout en werkzaamheden in de lokale turfwinning. Kaišiadorys was een strategisch knooppunt vanwege de spoorverbinding tussen Kaunas en Vilnius. De nazi-bezetters gebruikten de Joodse bevolking uit de omliggende regio en het getto van Kaunas als dwangarbeiders in dit kamp voordat het in de zomer van 1944 werd ontruimd vanwege het oprukkende Rode Leger.
Concentratiekamp Kosiv
Concentratiekamp Kosiv
Oekraine
In de Tweede Wereldoorlog was Kosiv (destijds Kosów geheten, gelegen in de huidige Oekraïense oblast Ivano-Frankivsk) de locatie van een berucht getto en een werkkamp (dwangarbeidskamp) onder nazi-Duitse bezetting.Vanaf de nazi-inval in de zomer van 1941 werden de Joodse inwoners van Kosiv en omliggende dorpen onderworpen aan zware dwangarbeid. Er werd een getto en een omsloten werkkamp ingericht. Veel Joden werden hier tewerkgesteld en stierven door honger, uitputting en ziekte. In het najaar van 1941 en in de loop van 1942 werden duizenden Joden uit Kosiv gedeporteerd of geëxecuteerd in nabijgelegen bossen en heuvels, zoals op de Zamkova-berg. Velen werden ook overgebracht naar vernietigingskampen in de regio.
Concentratiekamp Kostolná pri Trenčíne
Concentratiekamp Kostolná pri Trenčíne
Slowakije
Het kamp in Kostolná pri Trenčíne was een joods dwangarbeidskamp in Slowakije dat tijdens de Tweede Wereldoorlog (1944) werd opgericht, was de officiële status een werkcentrum (pracovné stredisko). Opgericht rond februari 1944 na een overeenkomst tussen het Slowaakse Ministerie van Binnenlandse Zaken en twee bouwbedrijven: Tatra uit Bratislava en Tatranská uit Poprad. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor grote bouwprojecten in de regio, met name voor de aanleg van kanalen en infrastructuur. Het kamp lag net buiten het dorp Kostolná pri Trenčíne. De gevangenen hadden strikt verbod op contact met de lokale bevolking. Het kamp werd bewaakt door de Hlinka-garde (de paramilitaire vleugel van de Slowaakse Volkspartij). Joodse Raad: Er was een interne Joodse Raad (Židovská rada) die toezicht hield op de arbeid, sociale zaken en medische zorg binnen het kamp. Het kamp bood ruimte aan joodse mannen die door de Slowaakse staat uit het economische leven waren gestoten. In juli 1944 werden de eerste 50 arbeiders overgeplaatst naar het kamp in Dubnica nad Váhom. Op 3 augustus 1944 werden de resterende gevangenen overgebracht naar het dwangarbeidskamp in Jablonica, waarna de barakken in Kostolná werden ontruimd.
Concentratiekamp Kostopol
Concentratiekamp Kostopol
Oekraine
Concentratiekamp Kostopol (tegenwoordig Kostopil in Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen regulier vernietigingskamp, maar een Duits concentratie- en werkkamp voor dwangarbeid. Het kamp maakte in de regio deel uit van een meedogenloos netwerk van Joodse getto's en werkkampen. Kostopol ligt in de regio Wolynië (destijds Oost-Polen, nu Oekraïne). Het gebied werd in juli 1941 door het Duitse leger bezet. De nazi's dwongen de Joodse bevolking uit de stad en omliggende gebieden (zoals Rivne) in een streng afgesloten getto. Daarnaast werden er werkkampen ingericht. In de zomer van 1942 vond de grootschalige liquidatie plaats. Duizenden Joden uit Kostopol en de nabijgelegen stad Rivne werden op transport gezet of te voet naar de bossen bij Kostopol geleid. In de bossen rond Kostopol zijn naar schatting meer dan 5.000 tot 13.000 Joden uit de regio in massagraven geëxecuteerd door Einsatzgruppen. Slechts een fractie van de oorspronkelijke Joodse bevolking overleefde de oorlog.
Kottern
Duitsland
Concentratiekamp Kottern (ook bekend als Kottern-Weidach) was een belangrijk buitenkamp van Dachau. Het lag in de buurt van Kempten (Beieren) en diende primair als werkkamp voor de Duitse oorlogsindustrie. Operationeel van 1 oktober 1943 tot de bevrijding op 27 april 1945. Er verbleven gelijktijdig tot circa 1.500 gevangenen. Dwangarbeid in de fabriek van Messerschmitt. Gevangenen produceerden onderdelen voor nazi-gevechtsvliegtuigen. Het kamp was gevestigd in een voormalige textielfabriek in de wijk Kottern-Weidach. De populatie was internationaal, waaronder veel politieke gevangenen uit Nederland en andere bezette gebieden. Gevangenen leden onder zware arbeid, ondervoeding en mishandeling door de SS-bewakers. Amerikaanse troepen bevrijdden het kamp eind april 1945, vlak voor de capitulatie van Duitsland.
Concentratiekamp Kötting
Concentratiekamp Kötting
Oostenrijk
Koty concentratiekamp
Koty concentratiekamp
Wit Rusland
Koty (Landgoed): nazi-wreedheden op het landgoed Koty in de buurt van Pruzhany (Wit-Rusland), waar tijdens de oorlog executies plaatsvonden door de SS.
Concentratiekamp Kotzenau
Concentratiekamp Kotzenau
Polen
RAD-Lagers Kotzenau
Er waren in Kotzenau kampen van de Reichsarbeitsdienst (RAD). Dit waren geen concentratiekampen, maar werkkampen voor de Duitse arbeidsdienst. Er zijn minstens drie afdelingen bekend die in de stad gevestigd waren:
Afdeling 2/107 en 6/107: Gevestigd bij het voormalige leerlingenhuis van de Marienhütte.
Afdeling 4/102: Gelegen op het terrein van de Marienhütte zelf.
Zwangsarbeiterlager Raupenau-Kotzenau Er bestond ook een kamp voor dwangarbeiders (Zwangsarbeiterlager) in de wijk Raupenau. Dit type kamp werd gebruikt om gevangenen of burgerarbeiders onder dwang in de lokale industrie te laten werken, zoals bij de ijzergieterij Marienhütte.
In de regio Silezië, waar Kotzenau lag, waren veel kleinere werkkampen voor Joden onder de Organisatie Schmelt. Deze kampen werden vaak later overgenomen door het concentratiekamp Gross-Rosen als buitenkampen.
Chocianów ligt in het huidige woiwodschap Neder-Silezië in Polen.
Concentratiekamp Koulikoro
Concentratiekamp Koulikoro
Mali
Het concentratiekamp van Koulikoro was een militair interneringskamp in de huidige republiek Mali (toen Frans-Soedan). Het kamp werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Vichy-regime opgezet om voornamelijk geallieerde krijgsgevangenen en opvarenden van Britse, Nederlandse, Griekse en Deense koopvaardijschepen op te sluiten. Het kamp lag in het zuidwesten van Mali, ongeveer 53 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bamako. Omdat het Vichy-regime destijds formeel neutraal was, kregen de gevangenen de status van geïnterneerden in plaats van traditionele krijgsgevangenen. De omstandigheden in het kamp waren zwaar, met temperaturen die in de regio extreem hoog konden oplopen, vergelijkbaar met andere kampen in West-Afrika (zoals in het huidige Guinee en Senegal).Gerelateerde Bronnen
Concentratiekamp Kozaki
Concentratiekamp Kozaki
Oekraine
Kozaki was een nazi-dwangarbeiderskamp tijdens de Holocaust, gelegen nabij Brody en Złoczów in het huidige westen van Oekraïne (destijds door Duitsland bezet Polen). Het kamp werd eind 1941 ingericht en functioneerde als een werkkamp waar Joodse mannen uit de regio onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp bevond zich in de buurt van het dorp Kozaki, vlakbij de steden Brody en Złoczów. Het diende primair als werkkamp. Joodse mannen uit de omringende getto's, zoals Złoczów, werden hier naartoe gestuurd om dwangarbeid te verrichten. Vanaf eind 1941 en gedurende 1942 werden de gevangenen uit dit kamp en andere omliggende werkkampen vaak gedeporteerd naar vernietigingskampen, waaronder het vernietigingskamp Bełżec.
Concentratiekamp Kozia Góra
Concentratiekamp Kozia Góra
Polen
Kozia Góra (Bielsko-Biała) Dit is een heuvel in het zuiden van Polen.
Concentratiekamp Kozienice
Concentratiekamp Kozienice
Polen
Kozienice, fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als getto en doorvoerkamp. De Joodse bevolking werd vanaf 1940 opgesloten in een streng bewaakt getto. In september 1942 werd het getto ontruimd en werden de meeste Joden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. Tijdens de Duitse bezetting van Polen (1939-1945) werd in het najaar van 1940 een Joods getto ingericht in het centrum van Kozienice. De Joden werden hier zwaar uitgebuit en ingezet als dwangarbeiders voor onder andere de afwatering van moerassen in de omgeving. Op 27 september 1942 voerden SS-eenheden en Oekraïense hulptroepen de liquidatie van het getto uit. Circa 8.000 Joden uit Kozienice en omliggende plaatsen werden onder erbarmelijke omstandigheden bijeengedreven en gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka om te worden vermoord. Een kleine groep dwangarbeiders werd tijdelijk in leven gehouden om te werk te worden gesteld in andere kampen, zoals Pionki.
Concentratiekamp Kozova
Concentratiekamp Kozova
Oekraine
Tijdens de Holocaust werd de stad in 1941 bezet door nazi-Duitsland en functioneerde er een getto. De lokale Joodse bevolking werd stelselmatig uitgemoord door middel van massa-executies in de Joodse begraafplaats en deportaties naar vernietigingskamp Bełżec. Op 3 juli 1941 namen de nazi's het plaatsje (toenmalig Polen, tegenwoordig Oekraïne) in. Er werd een getto ingericht. Honderden Joden werden gedwongen te werken in lokale dwangarbeiderskampen (vaak onder de noemer van werkkampen of kampen onder SS-beheer). Velen stierven hier door uitputting of werden direct geëxecuteerd. In 1943 werden duizenden Joden uit de regio Kozova gefusilleerd of gedeporteerd naar Bełżec. In totaal kwamen er meer dan 4.500 Joden om het leven.
Concentratiekamp Krakau-Kostrze
Concentratiekamp Krakau-Kostrze
Polen
Krakau-Kostrze was een subkamp (Aussenlager) van het beruchte concentratiekamp Płaszów. Het lag in de wijk Kostrze in Krakau en diende voornamelijk als werkkamp voor gevangenen die werden ingezet voor zware arbeid. Gelegen in de zuidwestelijke wijk Kostrze van Krakau. Het was ondergeschikt aan KL Płaszów. Actief tijdens de nazi-bezetting van Polen (ca. 1943-1944).Gevangenen werden ingezet voor de aanleg van wegen, waterwerken en fortificaties rondom Krakau. De populatie bestond grotendeels uit Joodse gevangenen en Poolse politieke gevangenen. Net als in Płaszów waren de omstandigheden onmenselijk, met een gebrek aan voedsel, medische zorg en constante terreur door de SS-bewakers.
Concentratiekamp Krakau-Mogila
Concentratiekamp Krakau-Mogila
Polen
Zwangsarbeitslager Mogiła (Subkamp)In de wijk Mogiła (tegenwoordig onderdeel van Nowa Huta) bevond zich een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager). Gevangenen moesten werken voor de Luftwaffe. Het kamp was gevestigd nabij Fort 49 ½ Mogiła, een oud Oostenrijks fort dat door de nazi's als opslagplaats werd gebruikt. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse gevangenen die onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken aan de infrastructuur en logistiek van de Duitse luchtmacht.
Krakau - Plaszow
Krakau - Plaszow
Polen
Concentratiekamp Płaszów was een nazi-concentratiekamp in de buitenwijken van Krakau (Polen). Begon eind 1942 als werkkamp op de plek van twee Joodse begraafplaatsen. Amon Göth: De beruchte en wrede commandant die gevangenen vaak willekeurig vanaf zijn balkon neerschoot. Ruim 35.000 mensen werden hier gevangen gehouden; naar schatting zijn er 6.000 tot 8.000 vermoord. Veel van de Joodse arbeiders op de lijst van Oskar Schindler zaten in dit kamp gevangen voordat ze in zijn fabriek konden werken.
Krakau - Plaszow Buitenkommando
Krakau - Plaszow Buitenkommando
Polen
Concentratiekamp Krakau-Płaszów had verschillende buitencommando's (subkampen) waar gevangenen gedwongen werden te werken voor de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp zelf begon in 1942 als dwangarbeiderskamp en werd in 1944 officieel een concentratiekamp.
Belangrijkste Buitencommando's
Zabłocie (Deutsche Emailwarenfabrik): De beroemde emailfabriek van Oskar Schindler, waar ongeveer 1.200 Joodse gevangenen werkten en werden beschermd tegen de ergste wreedheden.
Kraków Prokocim (Julag II): Gevestigd bij de voormalige Kabel-fabriek.
Kraków Bieżanów (Julag III): Een werkkamp dat ook onderdeel was van het complex.
Mielec: Een subkamp gericht op de vliegtuigindustrie.
Wieliczka: Gevangenen werkten hier in de beruchte zoutmijnen.
Zakopane: Een kleiner buitencommando in de bergen.
Kenmerken van het hoofdkamp: Gebouwd op de resten van twee Joodse begraafplaatsen in de wijk Podgórze. Geleid door de beruchte en wrede Amon Göth. Gevangenen moesten werken in steengroeven (zoals de Liban-groeve) en wapenfabrieken. Naar schatting stierven er tussen de 8.000 en 10.000 mensen door executies, honger en ziekte.
Kraliky
Kraliky
Tsjechie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het huidige Tsjechische stadje Králíky (Duits: Grulich) de locatie van een berucht subkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het was een buitenkamp (buitenkamp Grulich) van het concentratiekamp Groß-Rosen. Gelegen in het uiterste noordoosten van Bohemen, nabij de huidige Pools-Tsjechische grens. Destijds viel het bestuurlijk onder het Duitse Sudetenland. Het kamp was operationeel van 1944 tot 1945. De groep bestond voornamelijk uit Poolse en Russische gevangenen. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders. Ze werden voornamelijk ingezet in de wapenindustrie, textielsector en bij de bouw van militaire verdedigingswerken in de regio.
Concentratiekamp Kral'ovany
Concentratiekamp Kral'ovany
Slowakije
Het concentratiekamp Kraľovany (gelegen in het huidige Slowakije) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods dwangarbeiderskamp. Het kamp werd eind 1943 en begin 1944 geëxploiteerd als onderdeel van de Holocaust in Slowakije onder het fascistische regime van Jozef Tiso. Na de sluiting van het dwangarbeiderskamp in Zohor werden de Joodse gevangenen overgebracht naar Kraľovany. Op 3 februari 1944 werd het kamp officieel geopend middels een contract tussen het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken en een lokaal bouwbedrijf. De ongeveer 100 Joodse gevangenen in Kraľovany werden ingezet voor zware dwangarbeid. Ze moesten beton storten en leggen voor een tweede spoorlijn. Deze spoorlijn diende als verbinding met de grote tweesporige spoortunnel die destijds in Poprad werd gebouwd. Gevangenen leefden in primitieve, tijdelijke barakken. Omdat Joodse arbeiders volgens de antisemitische rassenwetten van het Slowaakse regime geen recht hadden op de nationale ziektekostenverzekering, was het bouwbedrijf verplicht om hun medische zorg te betalen.
Kramatorsk concentratiekamp
Kramatorsk concentratiekamp
Oekraine
In Kramatorsk is tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland een concentratiekamp ingericht voor de lokale bevolking en krijgsgevangenen. Tijdens de Duitse bezetting van Kramatorsk (van oktober 1941 tot september 1943) vonden er gruwelijkheden plaats.
Er was een kamp gevestigd in een krijtmijn nabij de stad waar duizenden burgers en militairen werden vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden.
Executieplaatsen: Op locaties zoals de Krijtberg (Melovaya Gora) werden duizenden mensen geëxecuteerd door de Einsatzgruppen, waaronder een groot deel van de Joodse gemeenschap.
Kranichfeld
Kranichfeld
Duitsland
Kranichfeld was niet een zelfstandig concentratiekamp, maar functioneerde vanaf eind 1941 tot maart 1945 als een officieel buitenkamp (Aussenlager) van het beruchte concentratiekamp Buchenwald. Het kamp bevond zich in de stad Kranichfeld in Thüringen (Duitsland), ongeveer 25 kilometer ten zuiden van Weimar. Het subkamp werd opgericht om politieke gevangenen en dwangarbeiders in te zetten bij de restauratie van het Oberschloss Kranichfeld. Dit kasteel was in 1934 door brand verwoest en kwam in handen van Heinrich Himmlers SS. Er werden minstens 50 gevangenen vanuit Buchenwald naar Kranichfeld gedeporteerd om onder zware omstandigheden dwangarbeid te verrichten. In april 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, speelde Kranichfeld een rol tijdens de beruchte dodenmarsen. Gevangenen uit het subkamp Ohrdruf werden te voet door de regio geleid en kwamen via Kranichfeld terug richting het hoofdkamp Buchenwald.
Concentratiekamp Kranichshöhe
Concentratiekamp Kranichshöhe
Polen
Kraslice
Kraslice
Tsjechie
Het concentratiekamp in Kraslice (Duits: Graslitz) was van 7 augustus 1944 tot 15 april 1945 een officieel buitenkamp van het naziconcentratiekamp Flossenbürg. Honderden gevangengenomen vrouwen werden hier gedwongen tot zware industriële arbeid voor de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp was gevestigd in een stilgelegde textielfabriek in Kraslice (in het huidige Tsjechië, vlak bij de Duitse grens). De gevangenen moesten precisiewerk verrichten en vliegtuigonderdelen assembleren voor Luftfahrtgerätewerk Hakenfelde GmbH (LGW), een dochteronderneming van Siemens. De vrouwen werden gehuisvest op de bovenverdiepingen van de fabrieksgebouwen. Deze ruimtes waren ontoereikend geventileerd, streng afgesloten met prikkeldraad en de hygiënische omstandigheden waren erbarmelijk.Het aantal vrouwelijke gevangenen schommelde in de loop van de tijd; eind 1944 waren het er ongeveer 470, wat in april 1945 opliep tot ruim 870. De groep bestond uit een opvallend groot deel vrouwen die door het naziregime als Sinti en Roma werden vervolgd, aangevuld met Joodse, Duitse, Poolse en Tsjechische vrouwen. Ze waren veelal overgebracht vanuit concentratiekamp Ravensbrück en het kamp Rochlitz. Op 15 april 1945 werd het kamp ontruimd en werden de vrouwen gedwongen te voet richting Mariënbad (Mariánské Lázně) te marcheren. Tijdens deze dodenmars werden verschillende gevangenen doodgeschoten. De overlevenden werden eind april 1945 bevrijd door oprukkende Amerikaanse troepen.
Concentratiekamp Krasne
Concentratiekamp Krasne
Wit Rusland
Krasne (bij Molodechno) diende als verzamelpunt voor Joden uit de omliggende regio. Het Getto van Krasne. Ongeveer 50 kilometer ten noordwesten van Minsk. Voor de oorlog woonden er zo'n 350 Joden; dit aantal groeide door vluchtelingen en deportaties uit nabijgelegen dorpen. Het fungeerde als een getto waar Joden werden onderworpen aan dwangarbeid.
Concentratiekamp Krasnik
Concentratiekamp Krasnik
Polen
Het concentratiekamp Kraśnik, vaak aangeduid als Kamp Budzyń, was een Duits werkkamp nabij de stad Kraśnik in het district Lublin, Polen. Het kamp was operationeel tussen 1942 en 1944 en stond bekend om zijn extreem wrede omstandigheden voor Joodse gevangenen. Gelegen in Budzyń, ongeveer 5 kilometer ten noordwesten van Kraśnik. Begonnen als een werkkamp voor de vliegtuigindustrie (Heinkel-Werke) en later een subkamp van Majdanek. Er zaten constant tussen de 800 en 3.000 gevangenen vast. Het kamp werd in juli 1944 bevrijd door het Sovjetleger. Gevangenen moesten werken aan de bouw van vliegvelden en in de munitiefabriek van de Heinkel-vliegtuigfabrieken. De bewakers, waaronder Oekraïense Trawniki-mannen, stonden bekend om hun brute geweld en willekeurige executies. Tyfus en uithongering zorgden voor een enorm sterftecijfer onder de gedeporteerden uit omliggende getto's. In maart 1944 werd het kamp officieel een buitenkamp (Aussenlager) van concentratiekamp Majdanek. Veel gevangenen werden aan het einde van de oorlog gedeporteerd naar andere kampen zoals Płaszów, Mauthausen of Auschwitz voordat het Rode Leger arriveerde.
Concentratiekamp Krasnoje
Concentratiekamp Krasnoje
Wit Rusland
Het concentratiekamp in Krasnoje (ook gespeld als Krasnoye of Krasnaja) was een nazi-werkkamp in Wit-Rusland (regio Minsk/Vileyka) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp diende als een gruwelijk toevluchtsoord en dwangarbeiderskamp voor Joden die de slachtingen in omliggende steden hadden overleefd. Het kamp lag in de buurt van de steden Volozhin en Rakov in het toenmalige bezette Wit-Rusland. Het kamp werd door de nazi’s gebruikt voor de concentratie van Joden en als werkkamp. Inwoners uit omringende sjtetls (Joodse dorpen) werden hierheen gedreven. De gevangenen leefden er onder mensonterende omstandigheden en werden gedwongen tot zware dwangarbeid. Ondanks de zware bewaking en terreur slaagden sommigen erin om vanuit het kamp te ontsnappen en zich aan te sluiten bij de lokale partizanen in de bossen.
Concentratiekamp Krasnyi
Concentratiekamp Krasnyi
Oekraine
Concentratiekamp Krasnyi (ook wel bekend als Kamp Krasny, Russisch: концлагерь Красный) was het grootste nazi-vernietigingskamp op de Krim tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd eind 1941 opgezet op het terrein van de voormalige staatsboerderij Krasnyi, vlakbij het dorp Mirnoje in de buurt van Simferopol. Het kamp stond onder bevel van de Duitse bezettingsmacht (Einsatzgruppe D) en lokale collaborateurs. Het functioneerde als een wreed folter- en vernietigingskamp in plaats van een traditioneel werkkamp. Naar schatting vonden er meer dan 15.000 mensen de dood. De slachtoffers waren voornamelijk Joden, krijgsgevangenen van het Rode Leger, partizanen, zigeuners en burgers die zich verzetten tegen de nazi's. Gevangenen werden stelselmatig gemarteld, uitgehongerd of levend verbrand. Velen werden gedood door middel van vergassingswagens of geëxecuteerd in nabijgelegen antitankgrachten. Het kamp werd in april 1944 door het Rode Leger bevrijd, waarna de nazi's het complex grotendeels ontmantelden om hun misdaden te verhullen.
De naam Krasnyi (Russisch voor rood) wordt soms ook geassocieerd met andere (kleinere) moordlocaties, zoals het concentratiekamp Krasnystaw in Polen of specifieke locaties in Rusland en Wit-Rusland (zoals Krasny Bereg).
Krasny Bereg
Krasny Bereg
Wit Rusland
Concentratiekamp Krasnystaw
Concentratiekamp Krasnystaw
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Krasnystaw (Polen) geen zelfstandig vernietigingskamp. Wel had de stad in de woiwodschap Lublin een Joodse getto en een dwangarbeiderskamp (bij het Borek-bos) dat in 1941 werd ingericht en fungeerde als werkkamp voor de Wehrmacht. Joodse gevangenen waaronder ook gedeporteerden uit Centraal-Europa werden hier zwaar uitgebuit bij de munitieopslagplaats (Heeresmunitionslager) en tijdens bouwprojecten. Vanaf april 1942 begonnen de nazi's het getto en het werkkamp stelselmatig te ontruimen. Duizenden Joden werden op transport gezet naar vernietigingskampen zoals Belzec en Sobibór, of overgebracht naar het transittempo in het nabijgelegen Izbica. Velen vonden de dood tijdens executies in het nabijgelegen bos.
Kratzau I = Chrastava
Kratzau I = Chrastava
Tsjechie
Kratzau I was de Duitse naam voor een dwangarbeidskamp in en rond het huidige Tsjechische stadje Chrastava. Het kamp werd halverwege 1943 opgericht onder toezicht van Organisation Schmelt en functioneerde later als een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Gross-Rosen. Gevangenen (vrijwel uitsluitend vrouwen) werden hier tewerkgesteld in de textielfabrieken van de Tannwald Textile Works en moesten daarnaast munitie, zoals granaten, produceren. Het kamp bood plaats aan duizenden vrouwen uit heel Europa, die onder zeer zware omstandigheden leefden en dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp werd op 8 mei 1945 bevrijd door het Sovjetleger.
Kratzau II = Chrastava
Kratzau II = Chrastava
Tsjechie
Kratzau is de Duitse naam voor de Tsjechische stad Chrastava. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevonden zich hier werkkampen die fungeerden als buitenkampen van het concentratiekamp Gross-Rosen. Gelegen in de regio Liberec, in het huidige Tsjechië. Het was een werkkamp (Zwangsarbeitslager) voor vrouwen. Opgericht in 1943 door Organisation Schmelt en later (oktober 1944) een subkamp van Gross-Rosen. Veelal Joodse vrouwen uit Polen, Hongarije en Nederland (waaronder bekenden van Anne Frank). Gevangenen moesten werken in de munitie- en textielfabrieken, zoals de Tannwald Textile Works. Het kamp werd op 8 mei 1945 bevrijd door het Sovjetleger. Judy Salomon-de Winter, een vriendin van Anne Frank uit het kamp, overleefde Kratzau en werd daar in mei 1945 bevrijd.
Concentratiekamp Kreising
Concentratiekamp Kreising
Polen
Kreising (Pools: Krzesiny) was een Duits dwangarbeiderskamp en subkamp in de buurt van Poznań, Polen, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd gebruikt. Het kamp lag in Krzesiny, een dorp dat destijds door de Duitse bezetters bij de stad Posen (Poznań) was ingelijfd. Het was oorspronkelijk een Arbeitslager (dwangarbeiderskamp), specifiek voor Joodse gevangenen. Gevangenen moesten extreem zwaar werk verrichten voor: De bouw van de Reichsautobahn (de snelweg tussen Frankfurt an der Oder en Poznań). De nabijgelegen militaire luchthaven en de Focke-Wulf vliegtuigfabrieken. Het kamp bestond uit stenen barakken en bood plaats aan tussen de 700 en 3.000 gevangenen. In augustus 1943 werden de overgebleven gevangenen gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Krenau = Chrzanow
Krenau = Chrzanow
Polen
Krenau is de Duitse naam (tijdens de Tweede Wereldoorlog) voor de Poolse stad Chrzanów.Tijdens de bezetting werd er in en rond de stad een getto gecreëerd en werden er verschillende dwangarbeidskampen en subkampen ondergebracht die dienden als uitbuitingslocaties voor de nazi-oorlogsindustrie. De stad Chrzanów ligt in het zuiden van Polen, hemelsbreed zo'n 25 kilometer ten oosten van Auschwitz. Tijdens de annexatie door nazi-Duitsland werd de regio en de stad hernoemd naar Krenau. Vanaf 1941 werd er een streng afgesloten getto ingericht voor de grote Joodse gemeenschap. De meesten zijn later gedeporteerd naar vernietigingskampen in de regio. In het gebied functioneerden diverse werkkampen (dwangarbeid), en het gebied fungeerde ook als een belangrijke verzamelplaats waar dwangarbeiders werden ingezet in omliggende industrieën.
Concentratiekamp Krestopole
Concentratiekamp Krestopole
Bulgarije
Concentratiekamp Krestopole (ook wel Krustopole of Enikyoy genoemd) was een Bulgaars concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij het dorp Enikyoy in de regio Xanthi, in het door Bulgarije geannexeerde deel van Grieks-Macedonië en Thracië. Gelegen in het noordoosten van het huidige Griekenland (destijds onder Bulgaars bestuur). Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor het gevangen zetten van politieke tegenstanders (communisten) en later ook voor de isolatie van de Joodse bevolking uit Bulgarije en de bezette gebieden. Het diende als een interneringskamp waar gevangenen onder zware omstandigheden werden vastgehouden. Krestopole wordt vaak in één adem genoemd met andere Bulgaarse kampen zoals Gondavoda en Sveti Nikola (St. Nicholas).
Kretinga
Kretinga
Litouwen
In Kretinga (Litouwen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen groot, permanent concentratiekamp zoals Auschwitz of Dachau. Wel was het de locatie van een van de eerste systematische massamoorden op de Joodse bevolking door de nazi's en hun lokale collaborateurs kort na de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941. Reeds op de eerste dagen van de bezetting werden Joodse mannen verzameld op het marktplein. Circa 340 Joodse mannen werden tussen juni en juli 1941 vermoord in de buurt van het stadje. Veel slachtoffers werden doodgeschoten in het bos van Joskaudai of nabij de plaatselijke begraafplaats. Later in de zomer van 1941 werden ook de Joodse vrouwen en kinderen uit Kretinga en omliggende dorpen zoals Darbėnai vermoord.
Kretschamberg
Kretschamberg
Polen
Concentratiekamp Kretschamberg, ook bekend als Kittlitztreben, was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp lag in Kreis Bunzlau (het huidige Trzebień, Polen) en werd voornamelijk gebruikt als werkkamp waar gevangenen dwangarbeid verrichtten. Het kamp was gesitueerd in Kittlitztreben (tegenwoordig Trzebień in het zuidwesten van Polen). Het fungeerde als een subkamp (buitenkamp) van het hoofdcomplex Gross-Rosen. Toen het Sovjetleger in begin 1945 oprukte, dwongen de nazi's de gevangenen tot een dodenmars om het kamp te ontruimen.
Krivoklat
Krivoklat
Tsjechie
Krivoklat (Křivoklát) was geen zelfstandig concentratiekamp, maar functioneerde in de lente van 1942 als een tijdelijk buitenkamp (Außenkommando Pürglitz) van het concentratiekamp Theresienstadt (Terezin).In deze periode, tussen april en juni 1942, werden ongeveer 1.000 Joodse vrouwen uit Theresienstadt overgebracht naar de beboste heuvels rond Krivoklat. Ze werden daar zwaar ingezet voor dwangarbeid, voornamelijk voor het kappen van bossen en het planten van jonge bomen in het kader van een herbebossingsproject. Křivoklát is een historisch koninklijk kasteel in Midden-Bohemen, Tsjechië, gelegen op ongeveer 54 kilometer ten westen van Praag. De vrouwen werkten onder erbarmelijke omstandigheden. Velen van hen overleefden deze periode niet, of werden kort na de werkzaamheden door de nazi's gedeporteerd naar vernietigingskampen in het oosten.
Krobia
Krobia
Polen
Er was in de Tweede Wereldoorlog geen groot concentratiekamp in het Poolse Krobia. Wel was er in de directe omgeving, tussen april en september 1943, een Joods werkkamp gevestigd in het nabijgelegen dorp Dzięczynie. Daarnaast bevond zich in 1940-1941 in Krobia zelf een klein werkkamp voor krijgsgevangenen
Werkkamp Dzięczynie (1943): Dit kamp lag ongeveer 250 meter van het dorp (ongeveer 8 kilometer ten noorden van Krobia). Ongeveer 150 Joodse dwangarbeiders werden hier vastgehouden om te werken aan de aanleg van het spoor op het traject Krobia-Pawłowice.
Krijgsgevangenenkamp Krobia (1940-1941): Tijdens de beginjaren van de Duitse bezetting was er in Krobia een werkkamp voor zo'n 150 krijgsgevangenen. Hier zaten met name Fransen, Joegoslaven en enkele Duitsers gevangen.
Concentratiekamp Krobów
Concentratiekamp Krobów
Polen
Concentratiekamp Krøkebærsletta
Concentratiekamp Krøkebærsletta
Noorwegen
Krøkebærsletta (officieel: Polizeihäftlingslager Tromsdalen) was een Duits concentratiekamp nabij Tromsø, Noorwegen, tijdens de Tweede Wereldoorlog.Het kamp diende tussen november 1942 en mei 1945 voornamelijk als doorvoerkamp voor gevangenen die op weg waren naar grotere kampen zoals Falstad, Grini of kampen in Duitsland. Tromsdalen, direct ten oosten van de stad Tromsø. Gedurende de oorlog werden er meer dan 2.500 gevangenen geregistreerd. Het vasthouden van politieke gevangenen en leden van het Noorse verzet in Noord-Noorwegen. Het kamp stond onder toezicht van de Sicherheitspolizei (Sipo) en de Sicherheitsdienst (SD). Het kamp verving het eerdere kamp Sydspissen op het zuidpunt van het eiland Tromsøya, dat te klein was geworden. Hoewel de meerderheid Noors was, werden er ook buitenlandse krijgsgevangenen, waaronder Sovjets, vastgehouden. Krøkebærsletta stond bekend om de harde discipline en mishandelingen door kampbewakers. Bij de capitulatie van Duitsland in mei 1945 werden de overgebleven gevangenen vrijgelaten.
Concentratiekamp Kröllendorf
Concentratiekamp Kröllendorf
Oostenrijk
Concentratiekamp Kröllendorf (soms aangeduid als Zwangsarbeitslager Kröllendorf) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp in Oostenrijk. Het was gevestigd in het dorp Kröllendorf, onderdeel van de gemeente Allhartsberg (deelstaat Neder-Oostenrijk, district Amstetten). Het kamp deed in de nadagen van de oorlog dienst als dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden. De dwangarbeiders (vaak een klein aantal tot enkele tientallen) werden te werk gesteld in de lokale Gutsverwaltung (het landgoed) van Otto Gutschmied. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid onder mensonterende omstandigheden, typisch voor de nazi-dwangarbeidskampen in de regio in de nadagen van het regime.
Krondorf
Krondorf
Tsjechie
Krondorf-Sauerbrunn (het huidige Korunní in Tsjechië) was een officieel buitenkamp van het naziconcentratiekamp Flossenbürg. Het kamp was operationeel van 19 augustus 1942 tot 15 juli 1944 en huisvestte doorgaans tussen de 50 en 100 gevangenen, waaronder Duitsers, Oostenrijkers en Tsjechen. De gevangenen werden zwaar uitgebuit voor dwangarbeid ten behoeve van de SS en particuliere bedrijven. De werkzaamheden bestonden voornamelijk uit: De bouw van een wateropvang voor een mineraalbron in opdracht van het SS-bedrijf Sudetenquell GmbH. Het verbeteren en onderhouden van spoorweglijnen voor de lokale drankenfabrikant. In tegenstelling tot vernietigingskampen had Krondorf-Sauerbrunn vooral het karakter van een straf- en werkkamp. De gevangenen werden ingedeeld in specifieke categorieën, waaronder politieke gevangenen, asocialen en Jehovah's getuigen.
Concentratiekamp Krosna
Concentratiekamp Krosna
Polen
In de stad Krosno (Polen) bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog diverse nazi-instellingen voor vervolging en dwangarbeid:
Het Getto van Krosno: Opgericht in 1942, waar duizenden Joden werden opgesloten voordat ze naar vernietigingskamp Belzec werden gedeporteerd.
Er waren werkkampen in de buurt van het vliegveld van Krosno (Fliegerhorst) waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werkten voor de Luftwaffe.
Gestapo-gevangenis: Een beruchte gevangenis aan de Czajkowskiego-straat waar verzetsstrijders en Joden werden gemarteld en geëxecuteerd.
Concentratiekamp Krośniewice
Concentratiekamp Krośniewice
Polen
Krośniewice fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een plek van brute vervolging via een getto en een doorvoerpunt voor dwangarbeid.
Het Getto van Krośniewice Geïnstalleerd op 10 mei 1940 door de Duitse bezetters in het geannexeerde gebied Wartheland.Het besloeg ongeveer 10.000 m² rondom de Kutnowskastraat, inclusief de plaatselijke synagoge. Er werden circa 1.500 tot 2.000 Joden samengeperst, zowel lokale inwoners als vluchtelingen uit omliggende dorpen. Extreme overbevolking (soms 50 personen in één klein huisje), permanente honger en mishandeling door de Duitse politie en de Judenrat. Tussen 1941 en begin 1942 werden honderden mannen vanuit het getto gedeporteerd naar dwangarbeidskampen elders in het Wartheland. Het getto werd tussen 1 en 3 maart 1942 definitief ontruimd. De resterende gevangenen werden afgevoerd naar het vernietigingskamp Chelmno (Kulmhof), waar zij vrijwel allemaal direct werden vermoord in mobiele gaskamers.
Concentratiekamp Krosno
Concentratiekamp Krosno
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Krosno (Polen) een getto en een dwangarbeiderskamp (Arbeitslager). De nazi's gebruikten deze faciliteiten om Joodse inwoners uit te buiten voor dwangarbeid in lokale fabrieken en militaire projecten. In mei 1942 richtte de Gestapo een getto op in Krosno waar ongeveer 4.000 Joden werden samengebracht. De omstandigheden waren er mensonterend en overbevolkt. Honderden gevangenen werden tewerkgesteld in lokale fabrieken of steengroeven. Vanaf de zomer van 1942 werden de Joden uit de regio gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Bełżec, of overgebracht naar het beruchte dwangarbeiderskamp in Szebnie. Het getto werd in december 1942 definitief ontruimd. De overgebleven Joodse bevolking werd overgebracht naar het getto van Rzeszów. Degenen die zich verstopten of onderdoken, werden ter plaatse geëxecuteerd.
Krottingen = Kretinga
Krottingen = Kretinga
Litouwen
,Krottingen is de historische Duitse naam voor de huidige Litouwse stad Kretinga. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier geen groot centraal concentratiekamp (zoals Auschwitz of Dachau), maar vonden er wel gruwelijke gebeurtenissen plaats onder het nazi-regime. Direct na de Duitse inval in 1941 was Kretinga een van de eerste plaatsen waar de Einsatzgruppen massale executies uitvoerden op de Joodse bevolking. Er bevond zich een werkkamp voor dwangarbeiders waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken. Gelegen in het westen van Litouwen, nabij de grens met het toenmalige Oost-Pruisen (Memelland). In juni 1941 werden honderden Joodse mannen uit de stad vermoord in het nabijgelegen bos van Palanga en op lokale begraafplaatsen.
Krowica concentratiekamp
Krowica concentratiekamp
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Krowica (specifiek Krowica Hołodowska en Krowica Lasowa) in het huidige Zuidoost-Polen de locatie van een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager). Het kamp werd in 1941 opgezet door de Duitse bezettingsautoriteiten en diende voornamelijk als werkkamp voor Joodse gevangenen. Gevangenen werden ingezet bij zware dwangarbeid, waaronder bosbouw en landbouwprojecten in de regio. Het gebied lag destijds in het district Krakau (Generaal-Gouvernement), nabij Lubaczów. In 1942 werden de meeste overlevende Joodse dwangarbeiders uit dit kamp gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec, wat onderdeel was van Operatie Reinhard.
Krücklham
Krücklham
Duitsland
Concentratiekamp Krücklham (vaak aangeduid als KZ Mittergars of Krücklham) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg, gelegen in het Opper-Beierse Mühldorfer Hart. Het fungeerde als dwangarbeiderskamp waar gevangenen onder mensonterende omstandigheden werden ingezet. Het subkamp lag in het gehucht Krücklham (onderdeel van Mittergars), langs de spoorlijn tussen Mühldorf en Rosenheim. Het kamp bestond initieel uit tenten, die later werden vervangen door 34 kleine, lage, stalachtige houten barakken. Ongeveer 300 gevangenen leefden er opeengepakt achter prikkeldraad en onder strenge bewaking, in erbarmelijke omstandigheden. Het kamp werd in het voorjaar van 1945 opgericht om dwangarbeiders te leveren voor de nazi-oorlogsindustrie, met name voor de aanleg van een start- en landingsbaan (rolbaan) voor de nabijgelegen vliegbasis (Fliegerhorst). De gevangenen bestonden uit een gemêleerde groep van voornamelijk Joodse en niet-Joodse Poolse mannen, Russen, Hongaarse Joden en gevangenen uit diverse andere Europese landen.
Concentratiekamp Kruja
Concentratiekamp Kruja
Albanie
Het concentratiekamp van Krujë in Albanië werd in 1940/1941 door de Italiaanse bezetters gebruikt als interneringskamp voor Joden en politieke tegenstanders. Italiaanse en Duitse bezetting (1941–1943) Tijdens de Tweede Wereldoorlog openden de Italiaanse autoriteiten nabij de stad Krujë het Campo di concentramento internati di Kruja. Het kamp werd gebruikt om raciale redenen en politieke gronden. Het zat voornamelijk vol met Joden, criminelen en Montenegrijnse rebellen.Nadat de Italianen in maart 1942 het kamp omsingelden en arresteerden, werden 51 Joodse gevangenen overgedragen aan de Duitse nazi's. Zij werden vervolgens overgebracht naar het concentratiekamp Sajmište in het huidige Kroatië en daar omgebracht.
Krumau = Krzemieniewo
Krumau = Krzemieniewo
Polen
Krzemieniewo is de Poolse naam voor de plaats die tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd omgedoopt tot Krumau (ook wel Krummau genoemd).De verbinding tussen Krumau en KrzemieniewoIn de regio rondom Krzemieniewo (nabij Gostyń in het district Groot-Polen) bevond zich een systeem van dwangarbeid en kampen: Krzemieniewo (Krumau): Tijdens de oorlog was dit een Aussenkommando of een dependance van grotere kampsystemen, waaronder het concentratiekamp Stutthof. Het wordt vaak geclassificeerd als een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp) of een Gefängnis (gevangenis) voor Joodse gevangenen en Poolse burgers. Gevangenen in dit gebied werden vaak ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals infrastructuurprojecten, werk op het landgoed of in lokale industrieën onder beheer van de SS.
Concentratiekamp Krupina
Concentratiekamp Krupina
Slowakije
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad en de directe omgeving werden gebruikt als verzamel- en doorgangslocatie voor Joodse en Roma-inwoners. Lokale nazi-milities hielden er arrestaties, detenties en executies uit. Op 17 november 1944 arresteerden leden van de Hlinka-garde (een fascistische paramilitaire organisatie) tientallen Roma-mannen en -jongens uit de omgeving. Deze mannen werden overgebracht en uiteindelijk op 20 november 1944 omgebracht bij een massaal executie-oord in Kremnička. Tijdens de eerste deportaties in 1942 en opnieuw in 1944 werden Joodse inwoners uit Krupina, net als elders in Slowakije, geconcentreerd in werkkampen of gedeporteerd naar vernietigingskampen.
Concentratiekamp Kruppamühle
Concentratiekamp Kruppamühle
Polen
Kruppamühle (tegenwoordig Krupski Młyn in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). De gevangenen werden hier vanaf circa 1940 tewerkgesteld in de plaatselijke munitiefabriek van het nazi-regime. Het kamp was gelegen in Opper-Silezië, in het huidige Zuid-Polen (dicht bij de stad Tarnowskie Góry). Een specifiek dwangarbeiderskamp. Het functioneerde als onderdeel van het tewerkstellingssysteem in de regio, waarbij Joodse gevangenen onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. De gevangenen werden voornamelijk ingezet in de munitieproductie. Dit maakte deel uit van de Duitse oorlogsindustrie waarin bedrijven op grote schaal gebruikmaakten van slavenarbeid.
Concentratiekamp Kruščica
Concentratiekamp Kruščica
Kroatie
Concentratiekamp Kruščica was een detentie-, verzamel- en doorvoerkamp in de Onafhankelijke Staat Kroatië (het huidige Bosnië en Herzegovina). Het werd in 1941 door het Ustaša-regime opgericht nabij Vitez. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor de opsluiting van Servische en Joodse burgers. Naar schatting zijn er ongeveer 5.000 mensen door het kamp gegaan.Vrouwen en kinderen uit andere kampen werden vaak naar Kruščica overgebracht. Van de gevangenen zijn er naar schatting 3.000 om het leven gebracht, hetzij direct in Kruščica, hetzij na verdere deportatie naar andere vernietigingskampen zoals Jasenovac.
Krusevac
Concentratiekamp Kruševac
Servie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich in de Servische stad Kruševac een interneringskamp dat werd beheerd door de Duitse bezetter. Het kamp was gevestigd in de plaatselijke gevangenis en stond bekend als een doorvoerkamp en executieplaats. De gebouwen van de toenmalige strafgevangenis van Kruševac. Actief tussen 1941 en 1944. Voornamelijk gevangen partizanen, communisten, gijzelaars en Joden. Naar schatting werden er ongeveer 1.650 mensen geëxecuteerd door de nazi's.
Concentratiekamp Kruszyna
Concentratiekamp Kruszyna
Polen
Het concentratiekamp in Kruszyna (Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) voor Joodse gevangenen. Het kamp, opgericht door nazi-Duitsland rond 1940/1941, maakte deel uit van het netwerk rond de stad Radom. De gevangenen werden ondergebracht in houten barakken. Velen waren afkomstig uit omringende getto’s, waaronder het getto van Jedlińsk. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals het bouwen van spoorwegen en zware infrastructurele projecten. Hongerrantsoenen, zware mishandelingen en uitputting waren aan de orde van de dag, waardoor het sterftecijfer onder de dwangarbeiders extreem hoog was. Het kamp staat bekend om het gewapende verzet dat er heeft plaatsgevonden. Toen gevangenen in juli 1942 lucht kregen van de op handen zijnde deportaties naar vernietigingskampen, organiseerden zij een opstand en trachtten zij te ontsnappen om zich aan te sluiten bij partizanen.
Concentratiekamp Krychow
Concentratiekamp Krychow
Slowakije
Joden uit Slowakije die werden gedeporteerd naar het Rejowiec-getto en daarna naar het Krychow-kamp
Concentratiekamp Krzczonów
Concentratiekamp Krzczonów
Polen
Krzczonów is een dorp in de buurt van Lublin, Polen. In deze regio bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog honderden kleinere werkkampen en doorgangskampen die ondergeschikt waren aan grotere centra. Dwangarbeid en vervolging In Krzczonów en omliggende dorpen waren vaak tijdelijke werkkampen voor Joodse dwangarbeiders. Deze kampen werden opgezet voor landbouw of infrastructuurprojecten De regio viel onder het beheer van de SS-leider Odilo Globocnik, de architect van Aktion Reinhard (de systematische moord op Poolse Joden). De Joodse inwoners van Krzczonów werden meestal eerst geconcentreerd in lokale getto's en later gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Bełżec of het nabijgelegen Majdanek. Door de bosrijke omgeving rond Krzczonów was het ook een gebied waar Joden probeerden onder te duiken of zich aan te sluiten bij partizanengroepen.
Concentratiekamp Krzesk
Concentratiekamp Krzesk
Polen
Krzesk is een plaatsje gelegen in de Poolse gemeente Zbuczyn, vlakbij de stad Siedlce. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden in deze regio zware deportaties plaats naar het nabijgelegen vernietigingskamp Treblinka, dat berucht werd als onderdeel van Aktion Reinhard.
Krzemieniewo
Krzemieniewo
Polen
In Krzemieniewo (Polen) lag er in deze regio tijdens de nazibezetting een buitenkamp van concentratiekamp Stutthof (ook wel bekend onder de Duitse naam Krumau in de buurt van het huidige Czarne). Gelegen in de regio West-Pruisen (huidig Woiwodschap Pommeren). Het betrof een subkamp van Stutthof, het beruchte nazi-concentratiekamp in Noord-Polen. Het kamp was operationeel van het najaar van 1944 tot begin 1945. Gevangenen (voornamelijk vrouwen) werden door de SS ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het uitgraven van antitankgrachten.
Ksabi concentratiekamp
Ksabi concentratiekamp
Algerije
Concentratiekamp Ksabi (El Ksabi) was een Frans disciplinair internerings- en dwangarbeiderskamp in de Sahara in Algerije tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd bestuurd door de autoriteiten van Vichy-Frankrijk. Het kamp lag in de woestijn, zo'n 985 kilometer ten zuidwesten van Algiers en 384 kilometer ten zuidoosten van Abadla. De omstandigheden waren extreem zwaar door de brandende hitte in de Sahara. Gevangenen leefden in traditionele grote tenten (marabouts) en werden gedwongen om barakken te bouwen. De geïnterneerden in Ksabi maakten deel uit van de zogeheten Groupes de Travailleurs Démobilisés (GTD). Dit waren voornamelijk:Spaanse republikeinse vluchtelingen die de Spaanse Burgeroorlog waren ontvlucht. Joodse vrijwilligers en politieke dissidenten die in het Franse Vreemdelingenlegioen hadden gediend. Andere buitenlandse dwangarbeiders uit verschillende Europese landen. Een groot deel van de gevangenen in Ksabi was eerder ondergebracht in het nabijgelegen kamp Kersas. Nadat dat kamp overstroomde door overstromingen van de Saoura-rivier, werden de dwangarbeiders naar Ksabi overgebracht. Het kamp functioneerde formeel als strafkamp. Gevangenen moesten er zware dwangarbeid verrichten. Daarnaast werden er politieke tegenstanders en ongewensten vastgehouden.
Concentratiekamp Ksawerów
Concentratiekamp Ksawerów
Polen
In Ksawerów was een Joods werkkamp (dwangarbeidskamp) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij Łódź in het bezette Polen en was nauw verbonden met de aanleg van verdedigingslinies en infrastructuur. Het diende als werkkamp waar Joodse gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten. Het dorp Ksawerów ligt in het woiwodschap Łódź, nabij de steden Pabianice en Łódź. Veel gevangenen uit omliggende getto's werden hierheen getransporteerd. Tijdens deportatiemarsen (dodennarsen) door Ksawerów werden zieke of zwakke gevangenen vaak ter plekke door de politie-escorte doodgeschoten.
Kschepenitz
Kschepenitz
Tsjechie
Was een berucht buitenkamp (of Außenlager) van het naziconcentratiekamp Flossenbürg. De gevangenen, hoofdzakelijk dwangarbeiders, werden er in erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld en moesten onder meer bouwwerkzaamheden verrichten voor een SS-school en in de landbouw werken. Het kamp was oorspronkelijk ondergebracht in barakken in de buurt van Janowitz (het huidige Vrchotovy Janovice, Tsjechië). Na een tyfusepidemie in de winter van 1944-1945 werd een deel van de gevangenen overgebracht naar een boerderij in Kschepenitz. Er heerste extreme wreedheid. Gevangenen werden stelselmatig mishandeld door het SS-bewakingspersoneel en leden honger. Naast zware dwangarbeid maakte vooral de uitbraak van tyfus onder de geïsoleerde omstandigheden in de boerderij in Kschepenitz vele slachtoffers. Dit buitenkamp viel onder het commando van het hoofdkamp Flossenbürg in Duitsland. Dit netwerk van honderden buitenkampen was er specifiek op gericht om de dwangarbeid van gevangenen maximaal uit te buiten voor de Duitse oorlogsindustrie en bouwprojecten.
Ksiazeca bei Myslowitz
Ksiazeca bei Myslowitz
Polen
Concentratiekamp Książęca bei Myslowitz (beter bekend als Arbeitslager Fürstengrube) was een berucht buitenkamp van het naziconcentratiekamp Auschwitz. Het kamp was gevestigd in Wesoła, ongeveer vijf kilometer ten zuidwesten van de stad Mysłowice in Polen, en werd in september 1943 geopend. Gevangenen werden hier als dwangarbeiders te werk gesteld in de nabijgelegen kolenmijnen. Wesoła, nabij Mysłowice, Polen. Een buitenkamp (Arbeitslager) dat onder de administratie van Auschwitz III (Monowitz) viel. September 1943 tot januari 1945.SS-Hauptscharführer Otto Moll was de eerste kampcommandant. Hij werd later opgevolgd door SS-Oberscharführer Max Schmidt. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Joden uit verschillende Europese landen en enkele honderden Sovjet-krijgsgevangenen. Zij werden zwaar uitgebuit bij de kolenwinning en de uitgraving van een nieuwe mijnschacht. De arbeidsomstandigheden waren extreem zwaar en dodelijk. Regelmatig werden uitgeputte of zieke gevangenen, die niet langer geschikt werden geacht voor de dwangarbeid, door de SS geselecteerd en teruggebracht naar Auschwitz om aldaar te worden vermoord. Tijdens de evacuatie van het kamp in januari 1945 werden gevangenen gedwongen tot dodenmarsen. De zieke of te zwakke gevangenen die in het kamp achterbleven, werden op 27 januari 1945 door de SS op brute wijze geëxecuteerd of levend verbrand in hun barakken, vlak voordat het kamp door het Rode Leger werd bevrijd.
Concentratiekamp Kudlaczewo
Concentratiekamp Kudlaczewo
Polen
In Kudlaczewo was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Auschwitz. Het kamp was gelegen in het noordoosten van Polen (regio Podlachië, gemeente Wąsosz). Het was een werkkamp dat onder het bestuur van het grote Auschwitz-complex viel. Gevangenen werden hier vaak onder zware omstandigheden ingezet voor dwangarbeid.
Ksabi concentratiekamp
Ksabi concentratiekamp
Algerije
Concentratiekamp Ksabi, beter bekend als Kamp Ksabi, was een straf- en dwangarbeidskamp in de Sahara in Algerije. Het kamp werd tijdens de Tweede Wereldoorlog opgezet door het Vichy-regime, de collaborerende Franse regering onder leiding van maarschalk Pétain. Het kamp lag zeer afgelegen in de woestijn in het zuidwesten van Algerije, ongeveer 985 kilometer ten zuidwesten van Algiers. Ksabi was een disciplinair strafkamp. Gevangenen werden er tewerkgesteld onder zware dwangarbeid, vaak in verband met het ambitieuze maar onvoltooide trans-Sahara spoorwegproject (de Méditerranée-Niger spoorlijn). Het kampement werd bevolkt door een diverse groep mensen die door het Vichy-regime als ongewenst werden beschouwd. Dit waren onder meer Joodse dwangarbeiders (vaak afkomstig uit andere nabijgelegen werkkampen), politieke dissidenten, Spaanse republikeinen en gedemobiliseerde buitenlandse arbeiders. De omstandigheden waren er mensonterend. Gevangenen verbleven in grote stoffen tenten. Ze hadden te kampen met zware mishandeling, ondervoeding, extreme temperaturen en ziektes. Daarnaast werden er wrede straffen toegepast, zoals opsluiting in het graf (een gat in de grond) of in de leeuwenkooi.
Concentratiekamp Ksawerów
Concentratiekamp Ksawerów
Polen
Ksawerów, nabij Łódź in Polen. Dit kamp functioneerde als werkkamp, strafkamp of doorgangskamp. Het gebied rond Łódź (toen Wartheland) kende verschillende van zulke kampen waar dwangarbeid werd verricht, onder andere door Joden en door de lokale Poolse bevolking, voordat zij werden doorgestuurd naar vernietigingskampen
Concentratiekamp Kudlaczewo
Concentratiekamp Kudlaczewo
Polen
Kudlaczewo was een nazi-werkkamp in het noordoosten van het bezette Polen (woiwodschap Podlachië) tijdens de Tweede Wereldoorlog, een Arbeitslager (werkkamp). Gelegen in de gemeente Wąsosz, in het district Grajewski. Het fungeerde als een buitenkamp of subkamp, vergelijkbaar met de vele satellietkampen van grote complexen zoals Auschwitz. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid, vaak onder erbarmelijke omstandigheden en met minimale rantsoenen.
Kudowa
Kudowa
Polen
In Kudowa-Zdrój (toen Bad Kudowa) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog het concentratiekamp Kudowa-Sackisch. Dit was een subkamp (Außenlager) van het grote concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp was een werkkamp voor uitsluitend Joodse vrouwen uit landen als Polen, Hongarije en Tsjechië. Er zaten naar schatting zo'n 950 tot 1000 vrouwen vast. De vrouwen werden ingezet als slavenarbeiders in de vliegtuigindustrie voor het bedrijf Vereinigte Deutsche Metallwerke (VDM). Het kamp lag in de wijk Zakrze (destijds Sackisch) langs de weg tussen Sackisch en Bad Kudowa.Het kamp bleef in gebruik tot de bevrijding in mei 1945. De omstandigheden in het kamp waren zwaar: Vrouwen werkten in ploegendiensten van 12 uur. De barakken stonden op drassige grond en waren vaak onverwarmd. Naast het Joodse vrouwenkamp waren er in de directe omgeving ook kampen voor Russische en Italiaanse krijgsgevangenen.
Concentratiekamp Kudupe
Concentratiekamp Kudupe
Letland
Concentratiekamp Kūdupe (ook wel gespeld als Kudupe) was een nazi-dwangarbeidskamp in het noorden van Letland, nabij de Estse grens. Het kamp functioneerde eind 1943 en begin 1944 als een satellietkamp van het grotere hoofdkamp Vaivara in het bezette Estland. Kūdupe was voornamelijk een werkkamp (Zwangsarbeitslager) dat onder de Organisatie Todt viel. Joodse gevangenen werden er tewerkgesteld onder zware omstandigheden. In januari 1944 werden verschillende kleinere werkkampen in Estland gesloten en werden honderden gevangenen overgebracht naar Kūdupe, evenals naar andere kampen zoals Petseri en Ülenurme. De gevangenen in Kūdupe waren veelal Joodse vrouwen en enkele mannen. Tegen het einde van de oorlog, toen de Sovjettroepen oprukten, werden de gevangenen geëvacueerd en doorgestuurd naar andere kampen zoals het concentratiekamp Kaiserwald in Letland.
Kuflew concentratiekamp
Kuflew concentratiekamp
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Kuflów (vlakbij Mińsk Mazowiecki in Polen) een concentratiekamp. Het functioneerde als een dwangarbeiderskamp waar Joodse gevangenen uit omliggende getto's onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp in Kuflów was specifiek een Joods werkkamp (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp was gevestigd op een lokaal landgoed (het Kuflów-landgoed). Inwoners uit nabijgelegen plaatsen (zoals Cegłów) werden hier te werk gesteld. Ze maakten zware dagen en moesten vaak dagelijks afstanden van kilometers lopen om de dwangarbeid uit te voeren. De vergoeding die de dwangarbeiders kregen was minimaal.
Kuhberg
Kuhberg
Duitsland
Concentratiekamp Oberer Kuhberg was een vroeg nazi-kamp nabij Ulm, in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Het diende vooral voor de opsluiting van politieke tegenstanders van het nazi-regime in de beginjaren van het Derde Rijk. Gevestigd in een 19e-eeuws fort van de Federale Vesting Ulm. Van november 1933 tot juli 1935. Ongeveer 600 mensen, voornamelijk communisten, socialisten en vakbondsleiders. Het kamp was specifiek bedoeld om de oppositie van de socialistische arbeidersbeweging in de regio Württemberg uit te schakelen. In tegenstelling tot latere kampen met barakken, werden gevangenen hier vastgehouden in de koude, vochtige ondergrondse ruimtes en kazematten van het fort.
Concentratiekamp Kuhlen
Duitsland
Concentratiekamp Kuhlen was een vroeg naziconcentratiekamp (ook wel een 'wild' kamp genoemd) in Sleeswijk-Holstein. Het was actief van juli tot oktober 1933. Het kamp werd gevestigd op het terrein van een protestantse zorginstelling, waardoor het ook wel bekend stond als het KZ van de kerk. Kuhlen, nabij Rickling (in de regio Kreis Segeberg, Duitsland). 18 juli 1933 tot 27 oktober 1933. Het kamp bood plaats aan ongeveer 189 tot 200 gevangenen. Het betrof voornamelijk politieke tegenstanders van het naziregime, zoals communisten en sociaaldemocraten. De gevangenen werden dagelijks ingezet voor elf uur dwangarbeid, voornamelijk in de landbouw en het onderhoud van de zorginstelling.
Concentratiekamp Kukës
Concentratiekamp Kukës
Albanie
Kukës (een stad in het noordoosten van Albanië) met Italiaanse interneringskamp (Tweede Wereldoorlog) Tijdens de Italiaanse bezetting van Albanië (1939-1943) hebben de fascistische autoriteiten in Kukës een kamp ingericht voor burgerdetenties. Dit kamp werd voornamelijk gebruikt om Montenegrijnse en Servische burgers, alsook krijgsgevangenen en politieke tegenstanders, vast te houden. De faciliteit fungeerde langs een keten van soortgelijke kampen in Noord- en Noordoost-Albanië (zoals in Pukë en Shkodër).
Concentratiekamp Kulików
Concentratiekamp Kulików
Oekraine
Concentratiekamp Kulików (ook bekend als Kulykiv) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp in het huidige westen van Oekraïne, destijds het bezette district Galicië. Het kamp vormde in 1942 een schakel in Aktion Reinhardt en de Jodenvervolging. Het kamp werd voornamelijk gebruikt als dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen en vrouwen uit de regio, onder andere ingezet bij lokale infrastructurele projecten en dwangarbeid. Gevangenen werden niet alleen uit Kulików zelf gehaald, maar ook uit omliggende plaatsen in de buurt van Żółkiew (Zhovkva). In het najaar van 1942, specifiek in november, werden honderden gevangenen uit Kulików overgebracht naar nabijgelegen getto's of direct gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec, alwaar zij in gaskamers werden vermoord.
Kulmhof a. d. Neer = Chelmno
Kulmhof a. d. Neer = Chelmno
Polen
Kulmhof an der Nehr (Pools: Chełmno nad Nerem) was het allereerste nazi-vernietigingskamp waar op grote schaal gifgas werd gebruikt. Het kamp lag in het door Duitsland geannexeerde deel van Polen, ongeveer 70 kilometer ten noordwesten van de stad Łódź. Operationeel van december 1941 tot april 1943 en opnieuw in de zomer van 1944. Slachtoffers werden vermoord met koolmonoxide in speciale gaswagens (mobiele gaskamers). Naar schatting werden hier tussen de 150.000 en 200.000 mensen vermoord. De meerderheid bestond uit Joden uit het getto van Łódź en de regio Warthegau. Daarnaast werden er duizenden Roma en Sinti, Poolse gevangenen en Sovjet-krijgsgevangenen omgebracht. Het kamp bestond uit twee delen: het Schlosslager (een landhuis in het dorp) en het Waldlager (een bosgebied 4 km verderop waar de lichamen werden begraven en later verbrand).
Kunda
Kunda
Estland
Concentratiekamp Port Kunda was een subkamp van het naziconcentratiekamp Vaivara, gelegen in het noorden van Estland. Het werd in het najaar van 1943 opgezet om Joodse gevangenen, afkomstig uit onder andere Litouwen en Letland, dwangarbeid te laten verrichten in de lokale cementfabriek. Het kamp was gevestigd in Kunda (destijds Port Kunda genoemd), een havenplaats in Estland. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de cementproductie en de bijbehorende havenwerkzaamheden. Het viel onder het commando van het hoofdkamp Vaivara. Gevangenen werden streng bewaakt en moesten onder zware, mensonterende omstandigheden werken. Naarmate het Sovjetleger in 1944 oprukte, werden de subkampen in Estland gesloopt en geëvacueerd. Veel gevangenen werden overgebracht naar andere kampen, zoals Klooga, of geëvacueerd per schip richting Duitsland.
Concentratiekamp Kunfelde
Concentratiekamp Kunfelde
Polen
Concentratiekamp Kunfelde was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen in het huidige Polen (destijds ingelijfd gebied). Het kamp, gelegen in de omgeving van de huidige plaats Konin pod Pniewami, was operationeel van oktober 1941 tot 28 augustus 1943.De locatie en omstandigheden van het kamp waren zwaar: De naam Kunfelde is de door de nazi's verduitste naam voor de locatie rond Konin/Podpniewki in de toenmalige Warthegau. Het lag in het district Szamotuły. De gevangenen werden uitsluitend ingezet als dwangarbeiders voor landbouw- en domeinbeheer (Gutsverwaltung).Op 28 augustus 1943 werd het kamp gesloten. De overlevenden werden in de periode daarna overgebracht naar andere kampen, waaronder Inowrocław en uiteindelijk naar vernietigingskamp Auschwitz.
Concentratiekamp Kunów
Concentratiekamp Kunów
Polen
Er was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een getto en werden Joodse inwoners vanaf 1940 ingezet voor dwangarbeid in en rond het stadje. Vanaf 1942 werden de meesten gedeporteerd naar vernietigingskampen. Enkele dagen na de Duitse bezetting van Kunów in september 1939 werden Joodse mannen al gedwongen tot dwangarbeid. In 1940 of 1941 werd er in het stadje een Joods getto ingericht. Joden uit Kunów werden te werk gesteld in lokale steengroeven, de bosbouw, de wegenbouw en bij landgoederen in de buurt van het stadje. Ook werden jongeren overgeplaatst naar werkkampen in de nabijgelegen plaatsen, zoals Bodzechów. Op 1 juni 1942 dwongen de nazi's Joden uit de regio zich te concentreren in specifieke locaties, waaronder Kunów. Niet lang daarna, in de zomer en herfst van 1942, werd het getto van Kunów grotendeels ontruimd. De inwoners werden naar het grotere getto van Ostrowiec Świętokrzyski gestuurd of gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Treblinka.Deportaties naar Auschwitz: Degenen die in de regio en in nabijgelegen werkkampen (zoals in Ostrowiec) dwangarbeid verrichtten, werden in de zomer van 1944 uiteindelijk overgebracht naar het vernietigingskamp Auschwitz.
Kurben = Kurbe
Kurben = Kurbe
Letland
Kurben is hetzelfde als Kurbe. Het was een wreed subkamp van het concentratiekamp Riga-Kaiserwald in Letland. De naam is afgeleid van de nabijgelegen gelijknamige plaats in de regio Koerland (Kurzeme). Het functioneerde als een dwangarbeiderskamp en was onderdeel van het Seelager Dondangen-complex (Dundaga). Het stond bekend als een van de zwaarste kampen in de regio. Gevangenen (voornamelijk Joodse vrouwen uit o.a. Hongarije en Letland) werden ingezet voor zware bosbouw, het kappen van bomen en het aanleggen van wegen. In plaats van barakken verbleven de gevangenen in primitieve Finse tenten.
Kuremaa
Kuremaa
Estland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Kuremaa (gelegen in het oosten van Estland) een van de vele dwangarbeiderskampen die deel uitmaakten van het uitgebreide Vaivara concentratiekampsysteem. Dit netwerk werd in augustus 1943 door de Duitse bezettingsmacht en Organisation Todt opgezet. In tegenstelling tot andere kampen in de regio die zich richtten op de olieschalie-industrie, werden de gevangenen in Kuremaa en vergelijkbare subkampen vooral ingezet voor houtkap, landbouw (zoals turfsteken) en andere militaire dwangarbeid. Het merendeel van de gevangenen in dit kampencomplex bestond uit Joden die vanuit getto's in Litouwen (zoals Vilna en Kovno) en andere delen van bezet Europa naar Estland waren gedeporteerd. De leiding van het gehele Vaivara-complex was in handen van de SS, met kampcommandanten als Hans Aumeier (voormalig stafofficier in Auschwitz). In de herfst van 1944, toen het Sovjetleger oprukte, werden de overgebleven gevangenen massaal geëvacueerd naar concentratiekampen in Polen, of in de laatste dagen voor de bevrijding op brute wijze geëxecuteerd.
Concentratiekamp Kurów
Concentratiekamp Kurów
Polen
In Kurów was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en een dwangarbeiderskamp / Arbeitslager. Joodse gemeenschap: Voor de oorlog bestond de bevolking van het plaatsje Kurów (gelegen in de provincie Lublin in Oost-Polen) voor een groot deel uit Joden. Tijdens de Duitse bezetting werd in juni 1941 een gesloten getto ingesteld waarin Joden werden opgesloten. De nazi's vestigden in Kurów ook een werkkamp waarin Joden werden uitgebuit, onder andere in een lokale leerlooierij. De omstandigheden waren er mensonterend en er vonden regelmatig executies plaats. In april of mei 1942 werd het getto van Kurów door de SS en Oekraïense hulptroepen geliquideerd. De meeste Joodse inwoners werden in eerste instantie te voet naar Końskowola gedreven. Van daaruit werden zij gedeporteerd naar de vernietigingskampen Sobibór en Bełżec. Een kleine groep van ongeveer 30 tot 32 Joodse dwangarbeiders werd aanvankelijk in Kurów achtergehouden om te werken in de looierij. In november en december 1942 werden ook zij geëxecuteerd of gedeporteerd naar Sobibór.
Concentratiekamp Kurowice
Concentratiekamp Kurowice
Oekraine
Concentratiekamp Kurowice, gelegen in het huidige Oekraïne (destijds Oost-Galicië, nabij Lviv), was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht nazi-dwangarbeiderskamp. Het maakte deel uit van een netwerk van werkkampen langs de Durchgangsstrasse IV (een belangrijke militaire transitsnelweg). Het was een Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager). Gevangenen werden tewerkgesteld bij zware infrastructuurwerken, wegenbouw en de landbouw in de regio. Kurowice (ook gespeld als Kurovice of Kurovychi) ligt in de regio Lviv in Oekraïne. De omstandigheden in het kamp waren uitputtend. Gevangenen leden honger en werden onderworpen aan mishandeling, marteling en willekeurige executies door de SS en hun collaborateurs. In 1943 gaven de nazi's het bevel tot liquidatie van het kamp. Vlak voordat de SS het kamp kon uitmoorden, vernam de lokale landeigenaar de plannen. Hij waarschuwde de gevangenen in de velden, waardoor een aantal van hen tijdig kon vluchten en onderduiken. Anderen werden overgebracht naar andere kampen of kwamen om het leven.
Kurzbach bei Oppeln
Kurzbach bei Oppeln
Polen
Kurzbach bei Oppeln was een berucht nazi-dwangarbeiderskamp (officieel Frauen-Arbeitslager Kurzbach) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het fungeerde als een buitenkamp van concentratiekamp Groß-Rosen en lag in het huidige Polen, nabij het plaatsje Żmigród (vroeger Trachenberg). De aanduiding bei Oppeln/Oberschlesien is historisch, omdat het destijds tot dezelfde administratieve regio behoorde. Tegenwoordig ligt de locatie in de regio Neder-Silezië. De Duitse naam voor de locatie van het vrouwenkamp is Kurzbach-Grüntal.2. Het was specifiek een werkkamp (buitenkamp) voor Joodse vrouwen. De omstandigheden waren er extreem zwaar. Honderden vrouwen werden in de ijskoude winter van 1944-1945 gedwongen om zware grondwerken uit te voeren, zoals het graven van antitankgrachten, loopgraven en schietplatforms ter verdediging tegen het oprukkende Rode Leger. Naarmate het Oostfront begin 1945 dichterbij kwam, werden de vrouwen die nog in staat waren om te lopen op dodenmarsen gestuurd. Het is onbekend hoeveel vrouwen deze evacuatie naar andere kampen hebben overleefd. Het kamp functioneerde tot uiterlijk 21 januari 1945.
Concentratiekamp Kurzheim
Concentratiekamp Kurzheim
Polen
Kusch concentratiekamp
Kusch concentratiekamp
Litouwen
Küstrin
Küstrin
Polen
Stad Küstrin (nu Kostrzyn nad Odrą) was een cruciaal knooppunt in het nazi-kampsysteem. Met drie specifieke locaties:
1. Concentratiekamp Sonnenburg (Słońsk) Dit kamp gelegen in Sonnenburg, ongeveer 10-15 kilometer ten oosten van Küstrin.: Een van de eerste nazi-concentratiekampen (opgericht april 1933). Bekend om de brute behandeling van politieke tegenstanders, waaronder verzetsstrijders uit Nederland en België. Vlak voor de bevrijding in 1945 executeerde de SS hier ruim 800 gevangenen.
Küstrin had ook een eigen buitenkamp (Außenlager) dat administratief onder Concentratiekamp Sachsenhausen viel. Actief van 16 mei 1943 tot 30 april 1945.Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie en de bouw van verdedigingswerken rond de stad.
In de stad zelf bevond zich een werkkamp voor Joodse gevangenen. Veel Joden uit Poolse getto's (zoals Poznań) werden hierheen gedeporteerd. In augustus 1943 werden de overgebleven gevangenen vanuit Küstrin naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd.
Concentratiekamp Küstrin-Neustadt
Concentratiekamp Küstrin-Neustadt
Polen
Dit was een buitenkamp van Auschwitz. Hier werkten ongeveer 400 vrouwelijke gevangenen (voornamelijk Hongaarse Jodinnen) in een textielfabriek van Schlesische Feinweberei AG tussen september 1944 en januari 1945.
Kyffhäuser
Kyffhäuser
Duitsland
De heuvelrug Kyffhäuser ligt nabij Concentratiekamp Mittelbau-Dora (ook bekend als Dora-Nordhausen) in de Duitse Harz. Dit kamp werd in 1943 gebouwd voor de ondergrondse productie van V-1 en V-2 raketten. Het was aanvankelijk een buitenkamp van Buchenwald. Gevangenen moesten onder mensonterende omstandigheden het gigantische tunnelcomplex in de berg uithakken. Ongeveer een derde van de 60.000 gevangenen overleefde het kamp niet.
L
Concentratiekamp La Guiche
Concentratiekamp La Guiche
Frankrijk
La Guiche (gelegen in het departement Saône-et-Loire in Frankrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen regulier concentratiekamp, maar functioneerde van 1942 tot 1944 als een bewaakt sanatorium (Centre Sanitaire Surveillé) onder het Vichy-regime. Het kamp was specifiek ingericht voor zieke geïnterneerden (voornamelijk tuberculosepatiënten) die uit andere kampen in Frankrijk werden overgebracht. Er verbleven gemiddeld zo'n 200 gevangenen tegelijk. De populatie was divers en bestond uit buitenlanders, Fransen, Joden, verzetsstrijders, staatlozen en politieke gevangenen.
Concentratiekamp La Lande-à-Monts
Concentratiekamp La Lande-à-Monts
Frankrijk
Het Camp de la Lande de Monts (vaak kortweg La Lande genoemd) was een Frans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag in de gemeente Monts, in het departement Indre-et-Loire, nabij de stad Tours. Oorspronkelijk gebouwd om arbeiders van de nabijgelegen kruitfabriek Le Ripault te huisvesten. Joods interneringskamp (1940–1942): Vanaf november 1940 werd het door de Duitsers (Gestapo) gebruikt om Joden vast te zetten, voornamelijk Poolse Joden die uit de regio Moezel waren geëvacueerd.
Vrouwenkamp (1942–1944): Na de deportatie van de Joodse gevangenen werd het vanaf oktober 1942 een kamp voor vrouwelijke politieke gevangenen, vooral communisten, en prostituees. Het kamp besloeg ongeveer 7,5 hectare. Eind september 1942 werden minstens 603 Joodse mannen, vrouwen en kinderen via het doorgangskamp Drancy naar Auschwitz gedeporteerd. Slechts 14 van hen overleefden de oorlog. Er werden circa 298 communistische vrouwen vastgehouden onder slechte omstandigheden (ondervoeding en dysenterie).
Concentratiekamp La Meyze
Concentratiekamp La Meyze
Frankrijk
Kamp La Meyze (officieel CSE nr. 12) was een Frans interneringskamp in La Meyze, Haute-Vienne, dat operationeel was van april 1940 tot juli 1946. Aanvankelijk hield het buitenlandse mannen vast, maar later werden Joodse vrouwen vastgehouden en dienden als vluchtelingencentrum na een nabijgelegen explosie. Het dorp La Meyze ligt in de regio Nouvelle-Aquitaine in het departement Haute-Vienne (midden-Frankrijk). Het ligt ongeveer 30 kilometer ten zuiden van Limoges. Het kamp stond officieel bekend als een Centrum voor de Sociale Controle van Buitenlanders (CSE No. 12). Dit type kampen werd in eerste instantie gebruikt door de Franse autoriteiten en later gehandhaafd onder het Vichy-regime om ongewenste vreemdelingen en later ook politieke tegenstanders en Joden te interneren. Het kamp functioneerde van eind 1942 tot begin 1944 voornamelijk als detentiekamp voor Joodse en andere buitenlandse vrouwen. Ook diende het tijdelijk als toevluchtsoord voor slachtoffers en vluchtelingen van een nabijgelegen explosie. In vergelijking met andere interneringskampen in de regio (zoals Sereilhac) waren de regels en de straffen in La Meyze over het algemeen wat milder, hoewel de vrijheid van de geïnterneerden uiteraard zwaar was ingeperkt.
Concentratiekamp La Morellerie
Concentratiekamp La Morellerie
Frankrijk
Concentratiekamp La Morellerie, ook bekend als Camp d'Avrillé, was een Frans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in Avrillé-les-Ponceaux (Indre-et-Loire), op ongeveer 40 kilometer ten westen van Tours. Het werd door de bezetter en de Franse autoriteiten voornamelijk gebruikt om Roma, Sinti en communisten op te sluiten. Het kamp was in gebruik van december 1940 tot november 1941. De Roma werden onder dwang in hun eigen wagens op het terrein geplaatst en moesten zware landarbeid verrichten. In totaal zijn er honderden Roma en Sinti geïnterneerd. Omdat de winter van 1941 te streng werd voor de primitieve omstandigheden, zijn de Roma op 8 november 1941 overgebracht naar het grotere en beruchte interneringskamp Montreuil-Bellay. Nadat de Roma vertrokken waren, werd het kamp tijdelijk gebruikt als detentiecentrum voor ongeveer 25 communisten. Deze groep werd in november 1941 overgebracht naar een kamp in Rouillé.
Concentratiekamp Laa an der Thaya
Concentratiekamp Laa an der Thaya
Oostenrijk
Laa an der Thaya was geen zelfstandig concentratiekamp, maar de locatie van verschillende dwangarbeidskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf juli 1944 werden hier honderden Joodse mannen, vrouwen en kinderen uit onder andere Hongarije, Polen en Oekraïne tewerkgesteld. Het betrof voornamelijk zogeheten Zwangsarbeitslager onder bewind van de nazi's. De gevangenen werden zwaar uitgebuit en ingezet voor fysieke arbeid in de landbouw en lokale industrie. Gevangenen moesten zware arbeid verrichten voor de steenfabriek Rudolf Schreiner. Zij waren ondergebracht in de voormalige paardenstallen en de tuin van de plaatselijke pastorie (Kirchenplatz 18).Blaustaudenhof: Op deze lokale boerderij werden eveneens Joodse dwangarbeiders vastgehouden. De kampen bleven in gebruik tot april 1945. Velen kwamen om het leven door uitputting of werden op dodenmarsen naar grotere concentratiekampen (zoals Mauthausen) gestuurd.
Laagberg
Laagberg
Duitsland
Concentratiekamp Laagberg (ook bekend als Fallersleben-Laagberg) was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het werd in mei 1944 opgezet in Wolfsburg en diende voornamelijk als dwangarbeiderskamp voor de nabijgelegen Volkswagenfabriek. Wolfsburg, Duitsland (vlakbij de Volkswagen-fabriek). Gevangenen werden zwaar ingezet voor de bouw en de productie van de fabriek. Het kamp huisvestte honderden mannen (en later ook vrouwen) die onder onmenselijke omstandigheden leefden. Velen stierven door uitputting, honger en ziekte. Vlak voor het einde van de oorlog werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd, waarna velen alsnog terechtkwamen in het kamp Wöbbelin en daar begin mei 1945 werden bevrijd.
Concentratiekamp Láb
Concentratiekamp Láb
Slowakije
Het concentratiekamp in Láb was een Joods dwangarbeiderskamp in Slowakije, operationeel in de tweede helft van 1943. Het kamp, gelegen nabij Bratislava, huisvestte ongeveer 100 tot 200 Joodse mannen die werden ingezet bij grootschalige waterstaatkundige werken en rivierregulering in de regio. Het kamp werd in juni 1943 opgericht na een overeenkomst tussen het Slowaakse Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Slowaakse Laag-Moravische Wateragentschap. De dwangarbeiders werden gehuisvest in barakken en moesten zwaar fysiek werk verrichten, zoals het rechttrekken van de Malina-stroom en het bouwen van een kanaal. De bewaking werd uitgevoerd door de Hlinka-garde (de paramilitaire vleugel van de regerende Slowaakse Volkspartij). In december 1943 werden de dwangarbeiders overgeplaatst naar een ander werkkamp in Kostolná, waarna het kamp in Láb werd gesloten.
Labroque
Labroque
Frankrijk
Met Concentratiekamp Labroque (officieel: Sicherungs- en heropvoedingskamp Schirmeck-Vorbruck) wordt een berucht nazi-kamp in de Elzas (Frankrijk) bedoeld. Het deed vanaf de zomer van 1940 tot eind 1944 dienst als repressie- en doorgangskamp om tegenstanders van het naziregime hardhandig te breken. Het kamp lag bij het plaatsje La Broque (Duits: Vorbruck) en de gemeente Schirmeck. Het was oorspronkelijk door de Franse autoriteiten in 1939 gebouwd als tijdelijke opvang voor vluchtelingen. Nadat nazi-Duitsland de Elzas annexeerde, werd het kamp in augustus 1940 ingericht om ongewenste elementen en verzetstegenstanders op te sluiten. Het diende als een Sicherungslager (beveiligingskamp) en heropvoedingskamp (ook wel aangeduid als strafkamp). Onder leiding van de sadistische SS-kampcommandant Karl Buck stond het kamp bekend om mishandeling, ondervoeding en zware dwangarbeid. Gevangenen die zich verzetten of onverbeterlijk werden geacht, werden vanuit hier doorgestuurd naar het beruchte concentratiekamp Natzweiler-Struthof.Naar schatting hebben er zo'n 25.000 tot 28.000 mensen in het kamp vastgezeten. Hoewel het in eerste instantie bedoeld was voor politieke tegenstanders, verzetsstrijders en dienstweigeraars uit de Elzas en Lotharingen, werden er ook Joden, Roma, Sinti en homoseksuelen geïnterneerd. Honderden gevangenen overleefden de zware omstandigheden in het kamp niet.
Concentratiekamp Łabunie
Concentratiekamp Łabunie
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Łabunie (in het district Zamość, Polen) de locatie van een Duits Joods werkkamp en een militaire luchtmachtbasis. Het kamp, dat opereerde onder toezicht van de Bauleitung der Luftwaffe, werd in 1943 geliquideerd. Vanaf 1941 werden Joden (uit onder andere Zamość en omliggende getto's zoals Komarów) door de nazi's en Tsjechische bouwbedrijven ingezet als dwangarbeiders voor de aanleg van een vliegveld voor de Duitse luchtmacht (Luftwaffe) in Łabunie. In 1942 werd het aantal Joodse dwangarbeiders in het kamp vergroot. Het kamp werd in 1943 uiteindelijk ontruimd en de gevangenen werden door de nazi's geëxecuteerd. Er zijn in de omgeving diverse massagraven en executieplaatsen gedocumenteerd waar Joden en Poolse burgers door de SS zijn vermoord.
Concentratiekamp Lachowitz
Concentratiekamp Lachowitz
Polen
Concentratiekamp Lachowitz, beter bekend onder de Duitse naam Jawischowitz, was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Auschwitz, gelegen in het Poolse dorp Jawiszowice. Het kamp was actief van augustus 1942 tot januari 1945 en was berucht om de slopende dwangarbeid in de steenkoolmijnen. Werkkamp en buitenkamp (subkamp) van Auschwitz III (Monowitz). Jawiszowice (Polen), vlakbij de stad Brzeszcze. 15 augustus 1942 tot 19 januari 1945. Gevangenen werden gedwongen te werken in de nabijgelegen Brzeszcze-steenkoolmijnen, die in handen waren van de Reichswerke Hermann Göring.Uniek feit: Dit was het allereerste concentratiekamp in de geschiedenis waar gevangenen werden ingezet voor ondergrondse mijnbouw. De werkomstandigheden waren extreem zwaar, de mishandelingen door de SS waren wreed en de rantsoenen waren hongerrantsoenen. Gevangenen die niet meer in staat waren om ondergronds te werken, werden teruggestuurd naar Auschwitz om te worden vermoord. Het kamp groeide uit tot een van de grootste buitenkampen van Auschwitz. In de zomer van 1944 zaten er ongeveer 2.500 gevangenen. De gevangenen waren voornamelijk Joden, afkomstig uit onder andere Nederland, Frankrijk, Polen, Duitsland en Hongarije. Toen het Sovjetleger in januari 1945 naderde, werd het kamp ontruimd. De nog levende gevangenen werden gedwongen tot een brute dodenmars, waarna velen alsnog stierven.
Concentratiekamp Lacka Wola
Concentratiekamp Lacka Wola
Oekraine
in Lacka Wola (nabij Trzciniec, in het huidige Oekraïne) lag een Duits werkkamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lacka Wola, gelegen bij de stad Mościska (nu Moshchyska, Oekraïne), destijds onderdeel van het bezette Polen (Generaal-Gouvernement). Voornamelijk lokale Joden uit de omliggende dorpen en steden. Veel gevangenen die niet bezweken aan de zware arbeid, werden later gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Belzec.
Concentratiekamp Lackie Wielkie
Concentratiekamp Lackie Wielkie
Polen
Concentratiekamp Lackie Wielkie was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was gelegen in het toenmalige Polen (District Galicië, nabij Złoczów en Lwów, het huidige Oekraïne). Het kamp functioneerde als wreed dwangarbeidscentrum en doorvoerkamp tijdens de Holocaust. Het kamp werd eind 1941/begin 1942 opgericht door de nazi-autoriteiten om honderden Joodse mannen en vrouwen uit de omliggende regio dwangarbeid te laten verrichten. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Er heerste structureel honger en er braken dodelijke tyfusepidemieën uit. Veel gevangenen stierven door ziekte, uitputting of werden geëxecuteerd. Gevangenen uit Lackie Wielkie werden geregeld geselecteerd voor transporten naar vernietigingskampen, met name het vernietigingskamp Bełżec. In de zomer van 1943 werden de kampen in de regio (waaronder Lackie Wielkie) definitief geliquideerd door de SS.
Ladelund
Duitsland
Concentratiekamp Ladelund was een satellietkamp van Neuengamme, gelegen in Noord-Duitsland vlak bij de Deense grens. Het kamp bestond slechts zes weken (van 1 november tot 16 december 1944), maar de omstandigheden waren er extreem zwaar. Er overleden 301 gevangenen in korte tijd door uitputting, honger en mishandeling. Het kamp is in Nederland vooral bekend omdat 110 mannen uit Putten hier omkwamen na de razzia van oktober 1944. De ruim 2000 gevangenen moesten onder barre omstandigheden antitankgrachten graven voor de zogenaamde Friesenwall.
Concentratiekamp Ladendorf
Concentratiekamp Ladendorf
Oostenrijk
Er was geen zelfstandig concentratiekamp in Ladendorf. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich in Schloss Ladendorf (in Neder-Oostenrijk) een dwangarbeiderskamp en krijgsgevangenenkamp dat functioneerde onder het naziregime. Het complex kende verschillende fasen:1939 - 1944: Het kasteel werd in eerste instantie gebruikt als krijgsgevangenenkamp voor ongeveer 70 Poolse militairen, en later ook voor vluchtelingen. Juni 1944 - April 1945: Het kamp werd omgevormd tot een dwangarbeiderskamp waar voornamelijk Hongaarse Joden werden vastgehouden en tewerkgesteld bij de lokale landgoederen en nabijgelegen olievelden.
Concentratiekamp Ladijin
Concentratiekamp Ladijin
Oekraine
Ladijin (ook bekend als Cariera de Piatra of steengroevekamp) was een concentratiekamp in Transnistrië, nabij het huidige Ladyzhyn in Oekraïne. Het kamp werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Roemeense bezettingsmacht bestuurd en werd gebruikt om Joden uit Bessarabië, Boekovina en Oekraïne op te sluiten. Noordoostelijk deel van Transnistrië, in het district Tulcin (huidige Ladyzhyn, Oekraïne). Het kamp was gevestigd in een steengroeve. Gevangenen werden hier ondergebracht onder zware dwangarbeid- en klimaatomstandigheden. Het kamp was berucht vanwege ernstige overbevolking, extreme uitputting, honger en ziekte. Veel van de gedeporteerde Joden kwamen door deze mensonterende omstandigheden om het leven, hoewel sommigen de verschrikkingen wisten te overleven.
Lagedi
Lagedi
Estland
Concentratiekamp Lagedi was een berucht naziconcentratie- en werkkamp in Estland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp, dat diende als subkamp van het hoofdkamp Vaivara, werd in 1943 opgezet nabij de stad Tallinn. Het kamp bevond zich in Lagedi, in de buurt van Reval (Tallinn), dicht bij de spoorlijn. Gevangenen werden aanvankelijk gedwongen om in de openlucht te leven en moesten pas later zelf tijdelijke onderkomens bouwen. Het kamp huisvestte doorgaans zo'n 2.000 tot 3.000 gevangenen, voornamelijk Joden die onder zware dwangarbeid moesten werken in de kampen. Het kamp was onderdeel van een netwerk van 22 concentratiekampen in Estland. In Lagedi hebben ernstige mishandelingen en massamoorden plaatsgevonden. Vlak voor de bevrijding in september 1944 werden veel gevangenen van Lagedi, samen met die uit andere Estlandse kampen, overgebracht naar het nabijgelegen kamp Klooga. Vrijwel alle achterblijvers aldaar werden op 19 september 1944 door de nazi's geëxecuteerd.
Concentratiekamp Ladijin Quarry
Concentratiekamp Ladijin Quarry
Roemenie
Het Ladijin Quarry (ook bekend als Lagărul Cariera de Piatră Ladejin) was een concentratie- en werkkamp in het noordoosten van het door Roemenië gecontroleerde Transnistrië, vlakbij het huidige Ladyzhyn in Oekraïne. Het kamp lag in een steengroeve in de buurt van Ladijin (destijds onderdeel van het district Tulcin), een gebied dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door Roemeense troepen werd bestuurd. Het kamp diende voornamelijk als werkkamp waar Joodse gevangenen zware dwangarbeid moesten verrichten. De omstandigheden waren er mensonterend en het kamp werd gekenmerkt door zware overbevolking en ernstig voedseltekort. Gevangenen werden blootgesteld aan uitputting, ziekte en mishandeling. Velen overleefden de barre omstandigheden in de steengroeve niet. Het kamp viel onder het Roemeense Holocaust-regime onder leiding van Ion Antonescu. Transnistrië werd door de Roemenen gebruikt als een groot gebied voor de deportatie en vernietiging van de Joodse bevolking uit Roemenië en de bezette gebieden.
Concentratiekamp Laghouat
Concentratiekamp Laghouat
Lagiewniki Slaskie
Lagiewniki Slaskie
Polen
Concentratiekamp Lagiewniki Slaskie (historisch bekend als Arbeitslager Hohenlinde of Hubertushütte) was een buitenkamp van het nazivernietigingskamp Auschwitz. Het kamp werd eind december 1944 opgericht en functioneerde tot de ontruiming op 19 januari 1945. Het kamp lag in Łagiewniki Śląskie, destijds een buitenwijk van het Duitse Beuthen, tegenwoordig een wijk van de Poolse stad Bytom (gelegen in de regio Silezië). Gevangenen werden tewerkgesteld in de nabijgelegen Hubertus-staalfabriek (onderdeel van het Berghütte-concern) voor zwaar lichamelijk werk. Dit betrof onder meer het laden en lossen van kolen en cokes, spoorwegonderhoud en algemeen opruimwerk. Het kamp stond onder leiding van de Duitse SS-Unterscharführer Josef Eckhart. De groep bestond uit ongeveer 200 mannelijke Joodse gevangenen. Op 19 januari 1945, toen het Sovjetleger naderde, werd het kamp ontruimd. Gevangenen werden op transport gezet, waarna velen via andere kampen (waaronder het Gleiwitz II-subkamp en uiteindelijk Bergen-Belsen) het einde van de oorlog niet hebben gehaald.
Lagischa
Lagischa
Polen
Een subkamp werd begin september 1943 opgericht in Łagisza (Lagischa in het Duits) nabij Będzin, waar de Duitse Energie-Versorgung Oberschlesien (EVO) onderneming zich voorbereidde op de bouw van een elektriciteitscentrale. De gevangenen, aanvankelijk 300 en later 500, werden ondergebracht in vier barakken; Binnen het hek bevonden zich ook een polikliniekgebouw, een ziekenboeg en drie barakken die als opslag werden gebruikt. De gevangenen verrichtten zwaar werk aan het bouwen van een spoorwegspoor dat naar de bouwplaats leidde, sleurde huizen en bijgebouwen af, groeven greppels en losten machineonderdelen en bouwmateriaal. SS-Unterscharführer Horst Czerwinski was de directeur. Volgens gevangenenverslagen waren de SS-bewakers in Lagischa uitzonderlijk wreed. Er zijn herhaalde beschrijvingen van gevangenen die met stokken en geweerkolven werden geslagen en in het water werden gedwongen bij het brandpreventiereservoir op het appelplein; Degenen die probeerden eruit te klimmen, werden teruggeduwd. Het garnizoen telde meer dan 30 SS-manschappen. De piek van gevangenenpopulatie, 725, vond plaats in augustus 1944. Eind september werden de plannen om de elektriciteitscentrale te bouwen opzij gezet en het subkamp werd opgeheven, waarbij enkele gevangenen werden overgebracht naar Sosnowitz en Neu-Dachs, en de rest naar Auschwitz I.
Concentratiekamp Lama dei Peligni
Concentratiekamp Lama dei Peligni
Italie
Het concentratiekamp Lama dei Peligni was een klein interneringskamp (een sorteerkamp) van het fascistische Italië. Het functioneerde tussen juni 1940 en september 1943 in de gelijknamige Italiaanse berggemeente (in de provincie Chieti, regio Abruzzo). Het kamp was gevestigd in een particuliere woning (het huis van de weduwe Camilla Borrelli) aan de hoofdstraat van het dorp. Officieel was er plaats voor ongeveer 60 tot 65 gevangenen. Gemiddeld verbleven er echter minder mensen. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse vluchtelingen, staatlozen en politieke tegenstanders of buitenlanders uit voormalig Joegoslavië. In vergelijking met nazi-kampen was het regime hier relatief mild. Gevangenen stonden onder direct toezicht van de plaatselijke politie, maar genoten redelijk wat bewegingsvrijheid overdag en mochten zich door het dorp begeven. Er waren regelmatig spanningen. In april 1942 voerden de geïnterneerden een hongerstaking uit uit protest tegen de slechte kwaliteit en de hoge prijzen van het voedsel. De aanstichters werden overgeplaatst naar andere strafkampen. Uit inspectierapporten van het Rode Kruis in september 1942 bleek dat gevangenen klaagden over voedseltekorten, gebrek aan medicijnen en te weinig sanitaire voorzieningen. Het kamp in Lama dei Peligni werd ontmanteld en gesloten na de val van het fascistische regime en de geallieerde invasie in september 1943. De regio Abruzzo was destijds de thuisbasis voor het hoogste aantal interneringskampen van Italië omdat de Italiaanse overheid de ontoegankelijke bergdorpjes geschikt vond om mensen te isoleren en controleren.
Lambrecht = St. Lambrecht
Lambrecht = St. Lambrecht
Oostenrijk
Concentratiekamp Lambrecht is St. Lambrecht (of Sankt Lambrecht). Dit was een nazi-concentratiekamp gevestigd in het voormalige klooster Stift Sankt Lambrecht in Oostenrijk. Het kamp functioneerde als een zogenaamd buitenlager (nevenkamp) en kende verschillende fasen: Vanaf maart/mei 1942: Het werd eerst een buitenkamp van concentratiekamp Dachau (voor mannen). Vanaf begin 1943: Het vrouwenkamp werd een buitenkamp van concentratiekamp Ravensbrück. Latere fase: Later in de oorlog werd het ook een buitenkamp van het Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen. De gevangenen, waaronder veel vrouwelijke Jehova's Getuigen, werden door de SS tewerkgesteld in de bosbouw en de houtindustrie.
Concentratiekamp Lamotte-Beuvron
Concentratiekamp Lamotte-Beuvron
Frankrijk
Het concentratiekamp Lamotte-Beuvron was een Frans interneringskamp in de regio Sologne (departement Loir-et-Cher). Gevestigd in het voormalig sanatorium Sanatorium des Pins, werd het van juni 1940 tot november 1942 gebruikt door het Vichy-regime, voornamelijk voor de opsluiting en deportatie van Joodse vluchtelingen. Oorspronkelijk deed het sanatorium dienst als opvangplek voor Spaanse vluchtelingen. Joods interneringskamp (1942): Vanaf maart 1942 werden er 105 Joodse mannen, vrouwen en kinderen, merendeels afkomstig uit Polen en geïnterneerd via Poitiers, vastgehouden in het kamp. In de zomer van 1942 werden de gevangenen overgebracht naar het kamp in Pithiviers en vandaaruit gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz. Van de groep van 105 overleefde bijna niemand de oorlog; de meesten werden direct na aankomst in Auschwitz vergast.
Concentratiekamp Lanciano
Concentratiekamp Lanciano
Italie
Het concentratiekamp van Lanciano was een Italiaans interneringskamp in de regio Abruzzo, dat door het fascistische regime van Mussolini in juni 1940 werd opgezet. Het kamp was gevestigd in Villa Sorge, een privéwoning, en diende voornamelijk als vrouwenkamp. Het kamp was in eerste instantie bedoeld voor de opsluiting van buitenlandse Joden. Vanaf februari 1942 werden er ook Slavische nationalisten en communisten geïnterneerd. De gevangenen leefden onder strenge beperkingen. Het kamp stond bekend als een plek van psychologische isolatie (Kafkaësk) en kleine ontberingen, ver weg van de reguliere wreedheden van de latere nazi-kampen, maar desalniettemin een gevangenis. De eerste fase van het kamp, als vrouwengevangenis, eindigde in februari 1942. Toen werden ongeveer 60 geïnterneerden overgeplaatst naar het Pollenza-kamp in Macerata.
Concentratiekamp Landau
Concentratiekamp Landau
Duitsland
Er bestond een vroege vorm van een concentratiekamp in Landau in der Pfalz, Duitsland. Dit kamp, bekend als het Schutzhaftlager in de Landauer Fortkaserne, was een van de eerste kampen die kort na de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933 werden opgericht. Het kamp werd geopend in maart 1933, direct nadat de nazi's aan de macht kwamen. Het was gevestigd in de Fortkaserne (een oude kazerne) in de stad Landau. Het diende als een zogenaamd Schutzhaftlager (beschermingskamp), waar politieke tegenstanders van het regime zonder proces werden opgesloten. De gevangenen waren voornamelijk lokale communisten, sociaaldemocraten en andere critici van het nieuwe bewind.
Lampersari
Java
Lampersari (ook bekend als Lampersari-Sompok) was een Japans burgerinterneringskamp in Semarang (Java) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen oktober 1942 en de bevrijding werden er ruim 8000 vrouwen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. Het kamp bevond zich in het zuidoosten van Semarang, aan weerszijden van de Lampersari-weg en in de wijk Sompok. Het was opgezet in zogeheten modelkampongs en bestond uit een groot aantal kamponghuisjes en een school. De bewoners leefden in overbevolkte, krappe en onhygiënische omstandigheden. Er was sprake van ernstige voedselschaarste en mishandeling door de Japanse bewakers.
Landeshut
Landeshut
Polen
Concentratiekamp Landeshut (nu Kamienna Góra in Polen) was een subkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp was operationeel van juli 1944 tot de bevrijding in mei 1945. Het diende hoofdzakelijk als werkkamp voor de Duitse oorlogsindustrie. Gelegen in Neder-Silezië, tussen een spoorlijn en de rivier de Bóbr. Voornamelijk mannen uit Polen, maar ook uit de Sovjet-Unie, Tsjechië en Duitsland. Gevangenen moesten werken in de fabrieken van FAG Kugelfischer, waar kogellagers werden geproduceerd. Hoge sterftecijfers: Hoewel exacte cijfers ontbreken, waren de leefomstandigheden extreem zwaar door uitputting en ziektes. Voorafgaand aan de status als subkamp van Groß-Rosen heerste er in het gebied een tyfusepidemie in een werkkamp voor Joden (ZALfJ). Er kwamen groepen gevangenen uit onder andere de Pawiak-gevangenis in Warschau en zelfs een groep kinderen uit Auschwitz. Het kamp werd op 8 of 9 mei 1945 bevrijd door het Sovjetleger.
Landsberg
Concentratiekamp Landsberg-Dynamit AG
Duitsland
Het concentratiekamp Landsberg-Dynamit AG was een satellietkamp van het hoofdconcentratiekamp Dachau. Het betrof twee afzonderlijke detachementen (een mannen- en een vrouwenkamp) in Landsberg am Lech, Beieren, waar gevangenen vanaf begin 1945 dwangarbeid verrichten voor het chemie- en munitiebedrijf Dynamit AG. Hoofdkamp: Dachau Regio: Landsberg am Lech, Duitsland Dwang- en slavenarbeid voor het Duitse munitie- en explosievenbedrijf Dynamit AG Vrouwenkamp: Dit kamp werd voor het eerst genoemd op 11 februari 1945. De precieze grootte van het vrouwen-subkamp is onbekend. Mannen- en Vrouwenkamp: Beide locaties zijn voor het laatst in documenten vermeld op 25 april 1945, vlak voor de bevrijding. De regio Landsberg am Lech kende tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog een groot netwerk aan werkkampen. In tegenstelling tot de grotere kampen uit het nabijgelegen Kaufering-complex (een ander subkampennetwerk rond Landsberg), waren de Dynamit AG detachementen direct verbonden aan de industriële productie in Landsberg.
Landshut
Landshut
Duitsland
Het concentratiekamp Landshut was een berucht buitenkamp van het hoofdkamp Dachau in het Duitse Beieren. Het kamp werd in september 1944 opgezet en dwong honderden gevangenen tot slavenarbeid in de plaatselijke wapen- en oorlogsindustrie voor de Organisation Todt. Het kamp bestond uit golfplaten barakken en lag tussen de Dieselstrasse en Siemensstrasse in Landshut. Het stond onder direct bevel van de SS en functioneerde als satellietkamp van Dachau. De gevangenen verrichtten zware dwangarbeid. Door de uitputtende omstandigheden, honger, ziekte en zware geallieerde bombardementen zijn er minstens 83 gevangenen overleden. Zij werden begraven in massagraven op de begraafplaats in Achdorf. Het kamp werd door Amerikaanse troepen bevrijd op 29 april 1945.
Concentratiekamp Langenlebarn
Concentratiekamp Langenlebarn
Oostenrijk
Langenlebarn, gelegen nabij Tulln in Oostenrijk, was tijdens de Tweede Wereldoorlog complex van dwangarbeid- en gevangenenkampen. Het was nauw verbonden met de lokale militaire infrastructuur en de oorlogsindustrie. RAD-Lager: Er bevond zich een kamp van de Reichsarbeitsdienst (RAD). Vanaf 1942 werden hier Franse, Russische en Hongaarse gevangenen vastgehouden voor dwangarbeid. Vliegbasis: Het kamp was direct verbonden met de bouw en exploitatie van de vliegbasis Langenlebarn (tegenwoordig Fliegerhorst Brumowski). De populatie bestond uit krijgsgevangenen en burgers die gedwongen tewerkgesteld werden in de landbouw en bij defensieprojecten. Langenlebarn ligt ongeveer 25 kilometer ten noordwesten van Wenen aan de Donau.
Concentratiekamp Langenlois
Concentratiekamp Langenlois
Oostenrijk
Langenlois lag nabij een van de grootste nazi-kampen van de regio, het hoofdkamp Stalag XVII B Krems-Gneixendorf. Krijgsgevangenen: Vanaf 1939 werden er in de regio (onder andere bij Schloss Haindorf) honderden geallieerde krijgsgevangenen ondergebracht. Zwangsarbeiders: Er waren burgerarbeiders en gevangenen tewerkgesteld in de lokale landbouw, de wijnbouw en bij infrastructurele werken (zoals herstelwerkzaamheden aan de Loisbach). Joodse dwangarbeiders werden ingezet, onder andere bij lokale steenfabrieken.
Concentratiekamp Langgühle
Concentratiekamp Langgühle
Polen
Langlütjen
Langlütjen
Duitsland
Concentratiekamp Langlütjen was een berucht, vroeg naziconcentratiekamp op het kunstmatige waddeneiland Langlütjen II in de monding van de Wezer, nabij Bremerhaven/Nordenham in Duitsland. Het werd tussen september 1933 en januari 1934 door de Bremer SA gebruikt als zwaarbeveiligd beschermingskamp voor politieke tegenstanders. Het fort werd in de 19e eeuw gebouwd ter verdediging van de Bremer havens. Omdat het concentratiekamp Mißler in Bremen overvol raakte, werden zo'n 100 gevangenen overgebracht naar Langlütjen. De extreem afgelegen ligging maakte ontsnapping onmogelijk en hield pottenkijkers buiten. Gevangenen werden opgesloten in vochtige, donkere kazematten (bunkers) die bij vloed deels onder water stonden. Mishandeling was er aan de orde van de dag, waardoor het eiland in de volksmond de Duivelsinsel werd genoemd. Vanwege de logistieke problemen en de hoge kosten om troepen en gevangenen per schip te bevoorraden, werd het kamp al in januari 1934 gesloten.
Concentratiekamp Langlütjen II
Concentratiekamp Langlütjen II
Duitsland
Concentratiekamp Langlütjen II was een van de eerste, vroege concentratiekampen in nazi-Duitsland. Het kamp werd van september 1933 tot januari 1934 door de SA uitgebaat op een kunstmatig aangelegde waddeneiland in de Wezer, nabij Bremerhaven. Door de mensonterende omstandigheden en mishandelingen stond het in de volksmond bekend als het KZ onder de zee of Duivelseiland.Een kunstmatig aangelegd waddeneiland (gecreëerd tussen 1872 en 1880) in de buiten-Wezer, ten noorden van het vasteland ter hoogte van Nordenham. Het was alleen per boot bereikbaar. Oorspronkelijk gebouwd als een Pruisisch marinefort ter bescherming van de havens van Bremen en Bremerhaven. Periode als Concentratiekamp (1933–1934) Het kamp diende als overloop voor het overvolle, provisorische concentratiekamp in Bremen (Mißler). Er werden ongeveer 100 politieke gevangenen en tegenstanders van het nazi-regime vastgehouden. De gevangenen werden er zwaar mishandeld en gemarteld. De schreeuwen van de slachtoffers zouden tot aan de kust te horen zijn geweest. Omdat het eiland zeer afgelegen lag en door de SA streng werd bewaakt (onbevoegden werden onmiddellijk beschoten), konden de bewakers ongestoord hun gang gaan. Vanwege de hoge kosten en de moeizame bevoorrading van het eiland werd het kamp op 25 januari 1934 gesloten en werden de gevangenen overgeplaatst.
Langenbielau
Polen
Concentratiekamp Langenbielau (het huidige Bielawa in Polen) was een netwerk van dwangarbeiderskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde voornamelijk als een belangrijk nevenkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. Het huidige Bielawa, gelegen in de regio Neder-Silezië (Polen). Een werkkamp. De gevangenen werden veelal ingezet in de lokale textielindustrie en bij de bouw. Langenbielau I: Ook wel bekend als het Sportschule-kamp. Dit kamp werd in 1942 opgezet en huisvestte hoofdzakelijk Joodse mannen. Langenbielau II: Een berucht nevenkamp van Gross-Rosen dat specifiek was ingericht voor vrouwelijke gevangenen. Hoewel Langenbielau niet direct een vernietigingskamp was, waren de omstandigheden er zwaar. Gevangenen leden honger, leefden in overvolle ruimtes en werden uitgebuit onder zware dwangarbeid. Het kamp werd in mei 1945 bevrijd.
Langendiebach
Langendiebach
Duitsland
Concentratiekamp Langendiebach was een belangrijk buitenkamp van het SS-Sonderlager Hinzert, gelegen in het huidige Erlensee (nabij Hanau in de Duitse deelstaat Hessen). Tussen juni 1944 en maart 1945 werden hier zo'n 100 tot 120 dwangarbeiders ingezet voor zware arbeid op het militaire vliegveld (de Fliegerhorst). Het kamp was opgericht omdat het vliegveld van Langendiebach (tegenwoordig deels een bedrijventerrein) herhaaldelijk doelwit was van geallieerde bombardementen. De gevangenen werden zwaar uitgebuit: ze moesten bomkraters dichten, blindgangers ruimen, schade herstellen en terrein bouwrijp maken. De groep dwangarbeiders bestond uit een mix van nationaliteiten. Ruim een derde van de gevangenen was afkomstig uit Luxemburg. Daarnaast werden er Nederlanders, Polen, Belgen, Fransen, Grieken en Sovjet-krijgsgevangenen tewerkgesteld. Door het oprukken van de geallieerden werd het kamp op 25 maart 1945 ontruimd. De 117 overgebleven gevangenen werden op een dodenmars gestuurd, maar wisten op 31 maart 1945 hun vrijheid terug te krijgen toen ze Amerikaanse troepen tegenkwamen. Er zijn meldingen van gewelddadige sterfgevallen tijdens het bestaan van het kamp en de daaropvolgende dodenmars
Langenhagen
Langenhagen
Duitsland
Concentratiekamp Hannover-Langenhagen was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het functioneerde van 2 oktober 1944 tot begin januari 1945 en was uitsluitend bestemd voor ongeveer 500 Joodse vrouwen die dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp lag in Langenhagen, destijds een belangrijk industriegebied nabij Hannover. De gevangenen bestonden uit circa 500 vrouwen, voornamelijk van Joodse afkomst. De vrouwen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het opruimen van puin na geallieerde bombardementen en het uitvoeren van bouwwerkzaamheden, specifiek voor de Brummi-Triebwerkswerke (vliegtuigmotorenfabriek). Door de oprukkende geallieerden werd het kamp op 6 januari 1945 ontruimd en werden de gevangenen overgebracht naar het buitenkamp Hannover-Limmer.
Langenhorn
Langenhorn
Duitsland
Concentratiekamp Langenhorn (ook bekend als Ochsenzoll) was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Het bevond zich in de wijk Langenhorn in Hamburg en was specifiek een kamp voor vrouwen dat bestond van september 1944 tot april 1945. Ongeveer 500 Joodse vrouwen uit Litouwen, Polen (Lodz), Tsjecho-Slowakije en Hongarije. De vrouwen kwamen grotendeels aan via het getto van Kaunas en het vernietigingskamp Stutthof. Het kamp was gevestigd in barakken aan de Essener Straße, die eerder werden gebruikt voor dwangarbeiders uit het oosten (Ostarbeiter). De vrouwen werden ingezet voor zware arbeid in de Duitse oorlogsindustrie: Wapenproductie: Werk bij de nabijgelegen fabrieken van Hanseatische Kettenwerk (Hak) en Deutsche Messapparate GmbH (Messap). Het produceren en assembleren van munitie en ontstekers. Constructie: Bouwwerkzaamheden en het puinruimen in de stad Hamburg na bombardementen.
Langensalza
Langensalza
Duitsland
Concentratiekamp Langensalza, gelegen in het Duitse Bad Langensalza, was van oktober 1944 tot april 1945 een officieel buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Ruim 1.000 gevangenen werden er zwaar uitgebuit door dwangarbeid voor de Junkers-vliegtuigfabrieken. In april 1945 werden de overlevenden op een dodenmars gedreven. Het kamp lag aan de westelijke rand van de stad Bad Langensalza (in de deelstaat Thüringen).Het functioneerde als satellietkamp onder de centrale leiding van het hoofdkamp Buchenwald. De gevangenen werden geëxploiteerd door de Junkers Flugzeug- und Motorenwerke AG voor de productie van vliegtuigonderdelen. Naast reguliere dwangarbeid diende het kamp ook als centraal strafkamp voor ontsnapte en opnieuw opgepakte gevangenen uit andere kampen. De omstandigheden waren mensonterend; minstens 22 gevangenen kwamen tijdens deze periode om het leven. Op 1 april 1945, kort voor de bevrijding door de geallieerden, begon de SS met de ontruiming van het kamp. De gevangenen werden gedwongen om via een dodenmars terug te lopen naar Buchenwald.
Langenstein
Langenstein
Duitsland
Concentratiekamp Langenstein-Zwieberge was een berucht buitenkamp (Aussenlager) van Buchenwald, gelegen nabij Halberstadt in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Het kamp bestond slechts één jaar, van april 1944 tot april 1945, maar kende een extreem hoog sterftecijfer door de onmenselijke werkomstandigheden. Dwangarbeid voor het project Malachit, de aanleg van een enorm ondergronds tunnelsysteem (ca. 10 kilometer) voor de productie van wapens en vliegtuigonderdelen. Ruim 7.000 gevangenen uit meer dan 20 landen werden hier vastgehouden onder brute omstandigheden. In het korte bestaan van het kamp kwamen naar schatting 1.800 tot 2.000 mensen om het leven door uitputting, ziekte, mishandeling en ondervoeding. Vlak voor de bevrijding door Amerikaanse troepen werden de overgebleven gevangenen op een dodenmars gestuurd, waarbij nog eens honderden mensen stierven.
Langenstein-Zwieberge
Duitsland
Concentratiekamp Langenstein-Zwieberge was een berucht subkamp van Buchenwald in de buurt van Halberstadt (Saksen-Anhalt). Het kamp was slechts één jaar operationeel, van april 1944 tot april 1945, maar stond bekend om zijn extreem zware omstandigheden. Dwangarbeid voor het uithakken van een ondergronds tunnelsysteem voor wapenproductie. Meer dan 7.000 gevangenen uit 23 verschillende landen. Bijna 2.000 mensen stierven binnen een jaar door uitputting, ziekte en mishandeling. Het kamp werd op 11 april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen.
Langfuhr
Langfuhr
Polen
Langfuhr (tegenwoordig Gdańsk-Wrzeszcz) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen zelfstandig concentratiekamp, maar de locatie van een berucht buitenkamp (Aussenlager) van concentratiekamp Stutthof. Het kamp werd opgericht in januari 1940 en huisvestte ruim 100 tot 120 gevangenen die dwangarbeid verrichtten. Het buitenkamp was actief van 2 januari 1940 tot 2 december 1941. Het kamp bevond zich in de wijk Langfuhr in Danzig (huidig Gdańsk, Polen). Gevangenen werden door de politie ingezet voor de bouw van barakken voor een politieschool (Führerschule der Waffen-SS). Het was ondergeschikt aan het hoofdkamp Stutthof, dat ongeveer 34 kilometer buiten de stad lag.
Lannach
Lannach
Oostenrijk
Concentratiekamp Lannach (ook bekend als Schloss Lannach) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen (en deels Ravensbrück). Het kamp was gevestigd in Schloss Lannach, nabij Graz in Oostenrijk. Het kamp werd vanaf 1943 door de SS gebruikt als een Instituut voor Plantengenetica. Gevangenen werden hier ingezet voor zware dwangarbeid en landbouwexperimenten. Het betrof een klein werkkamp. De groep bestond onder andere uit negen vrouwelijke Jehovah's Getuigen en zeventien krijgsgevangenen. Het kamp deed dienst tot het einde van de oorlog in 1945
Laoküla
Laoküla
Estland
Concentratiekamp Laoküla was een berucht subkamp van het naziconcentratiekamp Vaivara, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in bezet Estland lag. Het kamp diende van 1943 tot 1944 als werkkamp (ook wel bekend als Aussenkommando onder kamp Klooga) waar gevangenen zware dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp was gesitueerd nabij het dorp Laoküla in het noorden van Estland. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het bouwen en uitbreiden van militaire infrastructuur (zoals vliegvelden) en bosbouw. Hoofdkamp: Laoküla viel onder direct bevel van het hoofdkamp Vaivara (gelegen in het noordoosten van Estland). Het administratieve beheer werd gedeeld met het nabijgelegen kamp Klooga. De gevangenenpopulatie in Laoküla bestond voornamelijk uit Joodse dwangarbeiders die uit andere delen van bezet Europa waren gedeporteerd en ingezet voor de oorlogsindustrie van het Derde Rijk.
Langovka concentratiekamp
Langovka concentratiekamp
Oekraine
Langovka was een nazi-dwangarbeiderskamp in Oekraïne, gevestigd in de buurt van het gelijknamige dorp. Het kamp werd door de Duitse bezetters ingericht in stallen, vanwaar Joodse gevangenen zware dwangarbeid moesten verrichten voor de aanleg van de strategische snelweg Durchgangsstrasse IV tussen Kryvy Rih en Dnipro. Het kamp bestond voornamelijk als werkkamp (Zwangsarbeitslager) en werd door de nazi-autoriteiten geëxploiteerd om Joodse dwangarbeiders uit te buiten voor de infrastructuur. Het lag nabij de rivier de Ingoelets (ook bekend als Gar Shefer of Shirokaia) en maakte deel uit van een groter netwerk van werkkampen in deze Oekraïense regio.
Concentratiekamp Łapiguz
Concentratiekamp Łapiguz
Polen
Łapiguz was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen zelfstandig concentratiekamp, maar een locatie die door de SS werd gebruikt in het kader van grootschalige etnische zuiveringen in de regio Zamość (Polen). Het dorp Łapiguz, gelegen in de buurt van de stad Zamość in het district Lublin, Polen. Tijdens Operatie Zamość (onder leiding van SS-commandant Odilo Globocnik) werden duizenden Poolse en Oekraïense boeren uit hun dorpen verdreven om plaats te maken voor Duitse kolonisten. Łapiguz diende als basis en doorgangslocatie, van waaruit lokale bewoners werden gedeporteerd of tewerkgesteld in werkkampen in de regio. De SS gebruikte de infrastructuur in en rond het bos van Łapiguz, breidde spoorlijnen uit en bouwde er onder andere kazernes en geheime wapenopslagplaatsen. De ontvolking en Duitsers (Germanisering) van de regio Zamość waren onderdeel van het zogenaamde Generalplan Ost.
Lärche bij Lehmwasser
Lärche bij Lehmwasser
Polen
Concentratiekamp Lärche (ook bekend als Lärche bei Lehmwasser) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht bijkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp maakte deel uit van het beruchte Arbeitslager Riese (Project Riese). Het kamp was gelegen bij het dorpje Lehmwasser (het huidige Glinica) in het district Waldenburg in Neder-Silezië (Polen). De gevangenen, voornamelijk Joodse mannen, werden door de SS ingezet als dwangarbeiders. Ze moesten zware lichamelijke arbeid verrichten voor infrastructurele werken en ondergrondse tunnelconstructies in het Uilengebergte (Góry Sowie). Het kamp Lärche bei Lehmwasser heeft bestaan tot het einde van de oorlog in mei 1945.
Concentratiekamp Larissa
Concentratiekamp Larissa
Italie
Het Concentratiekamp van Larissa was het belangrijkste en grootste detentiekamp in de door Italië bezette zone van Griekenland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp in de stad Larissa (regio Thessalië) werd in de periode 1941–1944 gebruikt door de Italiaanse, en later Duitse bezetters. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor Griekse politieke gevangenen (voornamelijk communisten en verzetsstrijders van de EAM/ELAS), Joodse burgers, en geallieerde krijgsgevangenen. Tot de Italiaanse capitulatie in september 1943 stond het kamp onder Italiaans militair bewind. Hierna namen de Duitsers de controle over en werden veel gevangenen overgebracht naar het beruchte concentratiekamp Haidari in Athene. Het kamp werd door de bezetters gebruikt als bron voor gijzelaars. Bij verzetsdaden in de regio werden geregeld tientallen gevangenen uit het kamp gefusilleerd als represaille. Toen de nazi's in 1944 de Joodse bevolking van Larissa begonnen te deporteren, werd een groot deel van de Joodse gemeenschap (ongeveer 950 van de 1.175 mensen) gered doordat ze naar de bergen konden vluchten om zich bij het verzet aan te sluiten.
La Risiera
La Risiera
Italie
Risiera di San Sabba was een concentratiekamp van de nazi's in de Italiaanse stad Triëst. Het is uniek omdat het het enige kamp op Italiaans grondgebied was met een eigen crematorium. Oorspronkelijk was het complex een rijstpelmolen (gebouwd rond 1898), maar na de Italiaanse overgave in 1943 namen de Duitsers het in gebruik als gevangenis en deportatiecentrum. Het diende als transitkamp voor Joden die naar Auschwitz werden gestuurd en als vernietigingsplaats voor partizanen en politieke tegenstanders. Naar schatting zaten er 20.000 tot 25.000 mensen gevangen; tussen de 3.000 en 5.000 mensen werden ter plekke vermoord. Slachtoffers werden vaak doodgeslagen, neergeschoten of vergast met uitlaatgassen van vrachtwagens.
Concentratiekamp Las
Concentratiekamp Las
Polen
Las Harras
Las Harras
Frankrijk
Las Harras nabij Perpignan, waar Spaanse vluchtelingen in 1939 na de Spaanse Burgeroorlog werden vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden.
Concentratiekamp Laszki
Concentratiekamp Laszki
Oekraine
Laszki (ook wel Laszki Murowane genoemd) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een wreed Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) opgezet door nazi-Duitsland. Het lag in het toenmalige bezette Polen (tegenwoordig regio Lviv in Oekraïne). Joodse mannen en vrouwen werden hier zwaar uitgebuit bij dwangarbeid, vaak in de landbouw of wegenbouw. De leefomstandigheden waren erbarmelijk en er vonden stelselmatig executies plaats. Velen werden gedwongen tewerkgesteld of overgebracht naar andere kampen in de regio, zoals het werkkamp in Jaktorów.
Concentratiekamp Laszki Murowane
Concentratiekamp Laszki Murowane
Oekraine
Laszki Murowane was een nazi-dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) gelegen in de buurt van Lwów (huidig Lviv, Oekraïne). Het werd door de bezetter opgericht in de winter van 1941-1942 en deed voornamelijk dienst als vernietigings- en werkkamp voor Joodse dwangarbeiders uit het Getto van Lwów. Nadat de nazi's in het najaar van 1941 het Joodse Getto van Lwów instelden, begonnen zij in de daaropvolgende winter tienduizenden Joden te deporteren. Velen van hen werden overgebracht naar werkkampen in de regio, waaronder Laszki Murowane. De dwangarbeiders in het kamp leefden onder mensonterende omstandigheden. Ze werden ingezet voor zware fysieke arbeid. Veel van de gedeporteerden stierven door ondervoeding, ziekte, uitputting of executie. Kampen in deze regio dienden vaak als methode om Joden uit te dunnen nog voordat de grootschalige vernietigingskampen (zoals Bełżec) volledig operationeel waren.
Lathen
Lathen
Duitsland
De regio maakt deel uit van het beruchte complex van de Emslandkampen. Dit waren 15 nazi-kampen verspreid over het Emsland en Graafschap Bentheim, net over de grens bij onder andere Drenthe en Groningen. De Samtgemeinde Lathen omvat wel locaties van enkele van deze voormalige kampen: Kampen nabij Lathen
Kamp Neusustrum (Lager V): Dit kamp lag direct nabij het dorp Neusustrum, wat thans onder de gemeente Lathen valt. Gevangenen moesten hier vanaf 1934 dwangarbeid verrichten in het veen.
Kamp Oberlangen (Lager VI): Dit kamp lag op korte afstand van Lathen. Het werd in de oorlog gebruikt als krijgsgevangenenkamp (Stalag VI C) en is met name bekend vanwege de bevrijding door de Poolse 1e Pantserdivisie in 1945.
De kampen werden vanaf 1933 opgericht door het naziregime. In eerste instantie werden politieke tegenstanders opgesloten, maar later werden er ook verzetsstrijders, Joden en krijgsgevangenen (waaronder veel Sovjet-soldaten en Nederlandse militairen) geïnterneerd. Er hebben naar schatting tussen de 100.000 en 180.000 gevangenen gezeten. Door het moorddadige regime van dwangarbeid, ondervoeding en mishandeling zijn er ongeveer 38.000 mensen omgekomen.
Lauenburg
Lauenburg
Polen
Lauenburg (tegenwoordig Lębork, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Stutthof en kortstondig verbonden aan Buchenwald. Het kamp speelde een tragische rol tijdens de dodenmarsen in de winter van 1945. Gelegen in het toenmalige Achter-Pommeren (nu Noord-Polen). Het diende voornamelijk als een werkkamp voor gevangenen die werden ingezet voor de bouw van een SS-opleidingsschool (SS-Nachrichtenschule). In februari 1945 kwamen tienduizenden uitgeputte gevangenen uit Stutthof aan in Lauenburg na een dodelijke tocht door de vrieskou. Het kamp en de stad werden op 10 maart 1945 bevrijd door het Rode Leger.
Lauingen II
Lauingen II
Duitsland
Concentratiekamp Lauingen II, gelegen in het Zuid-Duitse Lauingen aan de Donau, was een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Dachau. Vanaf augustus 1944 dwongen de nazi's hier honderden gevangenen tot zware dwangarbeid voor de Duitse vliegtuigindustrie (Messerschmitt). Lauingen (Beieren), Duitsland. Buitenkamp van concentratiekamp Dachau (onderdeel van het KZ-Außenlagerkomplex). Opgericht in augustus 1944. Gevangenen (voornamelijk Russen en Polen) werden tewerkgesteld in de fabriek van Ludwigsau Feller & Co. en produceerden hier vliegtuigonderdelen. In tegenstelling tot andere kampen in de regio, waren de huisvestingsomstandigheden in dit specifieke kamp (Lauingen II) relatief dragelijk, mede doordat het in een textielfabriek was gevestigd. De gevangenen werden later overgebracht naar het Birkackerhof-kampcomplex. Het kamp werd in april 1945 bevrijd door geallieerde (Amerikaanse) troepen, die aan het einde van de oorlog de regio bereikten.
Laura
Duitsland
Concentratiekamp Laura (bij Lehesten/Schmiedebach) was een berucht buitenkamp van KZ Buchenwald. Tussen september 1943 en april 1945 dwongen de nazi's er zo'n 2600 gevangenen uit 15 landen tot zware dwangarbeid in ondergrondse fabrieken voor V2-raketmotoren. Door de onmenselijke omstandigheden kwamen minstens 550 gevangenen om het leven. Het kamp werd in 1943 opgezet onder de codenaam Laura om een ondergrondse productiefaciliteit (Oertelsbruch) te realiseren voor de Duitse raketbewapening. Gevangenen verbleven in onverwarmde tenten en houten barakken. Ze stierven massaal aan ondervoeding, uitputting en ziekte. Op 13 april 1945 evacueerde de SS het kamp en werden de meeste overgebleven gevangenen op dodenmarsen gestuurd.
Laurahutte
Polen
Laurahütte was een berucht subkamp van Auschwitz dat functioneerde van april 1944 tot januari 1945. Het was gevestigd in Siemianowice Śląskie (Polen), destijds gelegen in Silezië. Het kamp lag ongeveer 40 kilometer van Auschwitz. De gevangenen werden tewerkgesteld in de plaatselijke Laura-fabriek (onderdeel van het Duitse Rheinmetall Borsig AG) voor de productie van luchtafweergeschut. Administratie: Laurahütte viel onder de administratieve leiding van Auschwitz III-Monowitz. Het kamp bood plaats aan honderden gevangenen. Op 17 januari 1945 zaten er 937 mannelijke gevangenen, bewaakt door een kleine groep SS’ers en Duitse mariniers. Eind januari 1945, vlak voordat de sovjettroepen het gebied naderden, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen gedwongen tot een dodenmars.
Concentratiekamp Laurana
Concentratiekamp Laurana
Kroatie
Het concentratiekamp in Laurana (het huidige Lovran, Kroatië) was een Italiaans interneringskamp dat in april 1941 werd geopend in opdracht van Temistocle Testa, de prefect van Fiume. De Italiaanse autoriteiten gebruikten het kamp voornamelijk om familieleden van Joegoslavische communistische partizanen in gijzeling te houden. Het Al Parco Hotel in Laurana, destijds een provincie van het Koninkrijk Italië. Het gebouw was in beslag genomen van zijn Joodse eigenaren. Het dwingen van partizanen tot overgave door hun familieleden waaronder veel vrouwen en kinderen als gijzelaars op te sluiten. In april 1942 zaten er nog 172 geïnterneerden vast. Rond mei 1942 liep dit aantal op tot ongeveer 300 gedetineerden. Vanwege slechte sanitaire voorzieningen werd het merendeel van de gevangenen in mei 1942 overgebracht naar de provincie Vercelli. Het kamp werd begin 1943 definitief gesloten.
Concentratiekamp Lauria
Concentratiekamp Lauria
Italie
In het Zuid-Italiaanse stadje Lauria (regio Basilicata) bevond zich tijdens het fascistische bewind van Mussolini een interneringskamp. Het kamp diende vanaf april 1943 tot februari 1944 voornamelijk als opvang- en detentieplek voor Joodse vluchtelingen en buitenlandse Joden die eerder naar Italië waren gevlucht (onder wie velen uit Duitsland, Oostenrijk en Polen).
Lauta (Vereinigten Aluminium-Werken) concentratiekamp
Lauta (Vereinigten Aluminium-Werken) concentratiekamp
Duitsland
Het concentratiekamp in Lauta was geen officieel zelfstandig concentratiekamp, maar een complex van zwaar beveiligde dwangarbeiderskampen en een officieel buitenkamp. Het was gekoppeld aan de immense Vereinigten Aluminium-Werke AG (VAW), ook bekend als het Lautawerk in Saksen. Het Lautawerk was tijdens de oorlog de grootste producent van aluminium en de bijbehorende grondstoffen (zoals tonerde) in Europa. Aangezien aluminium essentieel was voor de Duitse oorlogsindustrie (met name voor de luchtmacht/Luftwaffe), werd het fabrieksterrein tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de belangrijkste locaties voor grootschalige dwangarbeid. Er werden duizenden mensen te werk gesteld. De dwangarbeiders in Lauta bestonden uit verschillende groepen. Naast krijgsgevangenen (voornamelijk uit de Sovjet-Unie) werden er ook grote aantallen burger-dwangarbeiders en buitenlandse arbeiders uit bezette gebieden ingezet. Vanaf de latere oorlogsjaren, toen de geallieerde bombardementen op de industrie toenamen, werden er ook specifieke groepen gevangenen uit concentratiekampen (waaronder Joodse gevangenen) en de Gestapo ondergebracht in streng bewaakte barakkenkampen op het fabrieksterrein. De omstandigheden in de kampen rond het Lautawerk waren mensonterend en extreem zwaar. Gevangenen werden blootgesteld aan ondervoeding, ziekten, onhygiënische omstandigheden en het werken met gevaarlijke chemische stoffen. Geringe overtredingen van de strenge arbeidsregels werden drakonisch bestraft. Het aantal doden onder de dwangarbeiders was schrikbarend hoog. De doodsoorzaken waren vaak ondervoeding (geanonimiseerd als algemene lichaamzwakte), ongevallen met de fabriekstrein en mishandeling.
Concentratiekamp Le Barcarès
Concentratiekamp Le Barcarès
Frankrijk
Het concentratiekamp van Le Barcarès, in 1939 gebouwd op de zandstranden van de Roussillon, was een Frans interneringskamp. Het werd voornamelijk gebruikt om tienduizenden Spaanse republikeinse vluchtelingen (de Retirada) en later, onder het Vichy-regime, Joden, communisten en Roma op te sluiten in mensonterende omstandigheden. Gelegen aan de Middellandse Zeekust, ongeveer 22 kilometer ten noorden van Perpignan in het departement Pyrénées-Orientales. Geopend op 18 januari 1939 als derde kamp in de regio (na Argelès-sur-Mer en Saint-Cyprien). Ontworpen om de enorme stroom gevluchte Spanjaarden op te vangen. In de piekperioden verbleven er tot wel 70.000 mensen. De situatie was schrijnend. De vluchtelingen moesten zelf barakken bouwen op het kale zand en leefden in extreme kou, wind en met zware rantsoenen. Er was een groot tekort aan water en sanitaire voorzieningen, wat leidde tot ziektes en hoge sterftecijfers.
Leau
Leau
Duitsland
Concentratiekamp Leau (ook bekend als Plömnitz of Leopard) was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp werd in 1944 opgericht in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Gevangenen werden hier door de nazi's zwaar uitgebuit voor ondergrondse wapenproductie en mijnbouw. Nabij Bernburg, Köthen en Plömnitz. Buitenkamp (Arbeitslager) van Buchenwald. Het kamp werd geopend in de zomer van 1944. Ruim 1.500 tot 2.000 gevangenen werden gedwongen ondergrondse faciliteiten en tunnels te creëren voor de Duitse oorlogsindustrie, specifiek rondom chemische projecten en vliegtuigonderdelen. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar, wat leidde tot een zeer hoog sterftecijfer door ondervoeding, ziekte en uitputting.
Lechfeld Lager IV
Lechfeld Lager IV
Duitsland
Concentratiekamp Lechfeld Lager IV, beter bekend als KZ-Außenlager Kaufering IV - Hurlach, was een berucht subkamp van concentratiekamp Dachau. Het maakte deel uit van het beruchte Kaufering-complex nabij Landsberg am Lech (Beieren). Het kamp werd in september 1944 opgericht. Het was initieel een werkkamp, maar veranderde eind 1944 in een ziekenkamp oftewel vernietigingskamp. Gevangenen (voornamelijk Joodse mannen en vrouwen) werden gedwongen in de ijskoude, half-ondergrondse aarden hutten te leven. Ze werkten aan de aanleg van de nabijgelegen vliegbasis Lagerlechfeld en ondergrondse bunkers voor de Messerschmitt Me 262 straaljagers. De omstandigheden waren mensonterend. Er heerste zware ondervoeding en dodelijke tyfus-epidemieën. Artsen onder de gevangenen hadden geen medicijnen. Gevangenen die niet meer konden werken, werden naar Kaufering IV gestuurd om te sterven.Op 27 april 1945, vlak voor de komst van het Amerikaanse leger, probeerden de SS-bewakers de sporen van hun gruweldaden uit te wissen. Ze staken de barakken in brand met honderden doodzieke en niet-mobiele gevangenen er nog in. Toen Amerikaanse troepen van de 12th Armored Division en de 101st Airborne Division het kamp diezelfde dag en de dag erna bereikten, troffen ze een hels tafereel aan met honderden lijken en smeulende resten.
Le Cheylard concentratiekamp
Le Cheylard concentratiekamp
Frankrijk
Le Cheylard diende tijdens de Tweede Wereldoorlog als een Frans interneringskamp. Het lag in de regio Rhône-Alpes (departement Ardèche). Het kamp werd in de zomer van 1940 door de Franse autoriteiten onder het Vichy-regime gebruikt om zogeheten vijandelijke buitenlanders en politieke tegenstanders vast te houden. Het kamp in Le Cheylard fungeerde voornamelijk als tijdelijk toevluchtsoord en gevangenis voor vluchtelingen en andere ongewenste vreemdelingen tijdens het begin van de oorlog. Net als bij andere interneringskampen in Frankrijk waren de omstandigheden zwaar door slechte hygiëne, ondervoeding en onvoldoende leefruimte. De bewaking in het relatief kleinschalige kamp in de Ardèche was vaak minder streng dan in grote doorgangskampen. Er zijn gevallen van gevangenen die wisten te ontsnappen, soms na gedwongen marsen door de regio.
Concentratiekamp Leczna
Concentratiekamp Leczna
Polen
Łęczna was een door nazi-Duitsland gecontroleerd dwangarbeiderskamp en getto in het oosten van bezet Polen. Het kamp in Łęczna bestond tussen 1940 en april 1943 en werd door de SS en Oekraïense bewakers gebruikt om Joden te concentreren voor dwangarbeid. De nazi-bezetters dwongen Joden in 1940 om in een afgesloten, met prikkeldraad omheind gebied op Partyzancka-straat te wonen. Het aantal gevangenen varieerde van 1.200 tot 1.500. Dit waren oorspronkelijke Joodse inwoners van Łęczna, Joden die uit nabijgelegen plaatsen naar de stad waren gevlucht en een aantal gedeporteerde Joodse families uit Wenen. De gevangenen werden onder zeer zware omstandigheden tewerkgesteld, waaronder bij landbouwwerkzaamheden op het landgoed Podzamcze. Het kamp werd twee keer ingrijpend ontruimd, waarbij honderden mensen de dood vonden: November 1942: Op 11 november 1942 werd het kamp door de SS en Oekraïense hulptroepen geliquideerd. Tussen de 970 en 1.200 Joden werden gefusilleerd in het ravijn bij de synagoge. De achtergebleven of ondergedoken Joden werden de dagen erna in hun schuilplaatsen doodgeschoten. April 1943: Na de eerste liquidatie groeide het aantal gevangenen weer tot 300 door overlevenden uit andere kampen. Op 29 april 1943 volgde de definitieve liquidatie. Een deel van de groep werd overgebracht naar het nabijgelegen werkkamp Trawniki, terwijl de rest werd afgevoerd naar vernietigingskamp Sobibór om daar te worden vermoord.
Concentratiekamp Le Fraschette di Altari
Concentratiekamp Le Fraschette di Altari
Italie
Het concentratiekamp Le Fraschette di Alatri (gelegen in de provincie Frosinone, Italië) was een groot Italiaans interneringskamp dat in 1942 door het fascistische regime werd geopend. Het kamp werd in oktober 1942 in gebruik genomen om burgers uit bezette gebieden en (later) krijgsgevangenen te interneren, met name afkomstig uit de Balkan. Onder slechte omstandigheden verbleven hier duizenden gevangenen, van wie er tientallen door ziekte en ontbering omkwamen. Het kamp besloeg een terrein van 24 hectare en bestond uit ongeveer 177 houten barakken en loodsen. Het was ontworpen om plaats te bieden aan ongeveer 7.000 mensen.
Concentratiekamp Leg Tarnowski
Concentratiekamp Leg Tarnowski
Polen
Stad Tarnów in Polen, die een centrale en tragische rol speelde in de Holocaust. Tarnów was de stad van waaruit het allereerste transport van politieke gevangenen naar Auschwitz-Birkenau vertrok op 14 juni 1940. In 1942 richtten de nazi's een ghetto in waar tienduizenden Joden werden opgesloten voordat ze naar vernietigingskampen werden gestuurd. Nabijgelegen Kampen Veel gevangenen uit de regio Tarnów werden gedeporteerd naar: Belzec: Het primaire vernietigingskamp voor Joden uit dit district. Płaszów: Een berucht dwangarbeid- en concentratiekamp nabij Krakau. Auschwitz: Voor zowel politieke gevangenen als Joodse slachtoffers. Het Bloedbad in het Bos van Buczyna. In het nabijgelegen bos van Zbylitowska Góra. Hier werden tussen 1942 en 1943 ongeveer 10.000 mensen uit Tarnów geëxecuteerd, waaronder 800 kinderen.
Concentratiekamp Legionowo
Concentratiekamp Legionowo
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Legionowo (Polen) een afdeling (buitencommando) van krijgsgevangenenkamp Stalag 368 in het nabijgelegen Beniaminów, en vanaf eind 1940 een getto. Het getto van Legionowo. Het isoleren en uitbuiten van de Joodse bevolking uit de regio. Het getto werd in december 1940 ingericht in de wijk Ludwisin. Op 4 oktober 1942 werd het getto, net als veel andere getto’s in de regio, door de nazi’s abrupt geliquideerd. Het overgrote deel van de Joodse bewoners werd gedeporteerd naar vernietigingskampen om daar te worden vermoord.
Stalag 368 (Krijgsgevangenenkamp) Het vasthouden van geallieerde krijgsgevangenen. Het kamp was gevestigd in de oude militaire barakken in de regio. De hoofdlocatie bevond zich in Beniaminów, maar er was ook een specifieke afdeling van dit kamp in Legionowo ingericht.
Lehesten
Lehesten
Duitsland
Het concentratiekamp in Lehesten (Thüringen) stond bekend onder de codenaam Laura. Het was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald en speelde een cruciale rol in de Duitse wapenindustrie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gevangenen moesten de leisteengroeve Oertelsbruch uitbreiden tot een ondergrondse fabriek voor de productie en het testen van V2-raketten. Het kamp bestond van september 1943 tot 13 april 1945. In totaal werden meer dan 2.600 mannen uit 15 verschillende Europese landen (waaronder veel Belgen en Fransen) hier gevangen gehouden. Minstens 560 gevangenen kwamen om door de loodzware dwangarbeid onder de grond, mishandeling en ondervoeding.
Concentratiekamp Lehmfeld
Concentratiekamp Lehmfeld
Polen
Dit was een specifiek dwangarbeiderskamp onder toezicht van de SS en politie, gelegen in de regio van het huidige Września in Polen (historische regio Wartheland). Het kamp was actief van maart 1940 tot april 1943. Het werd uitsluitend gebruikt voor Joodse dwangarbeiders (Zwangs-AL f. Juden). De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid bij de Reichsbahn (de Duitse spoorwegen). Velen van hen werden in augustus 1943 overgebracht naar concentratiekamp Auschwitz.
Leibisch = Lubicz
Leibisch = Lubicz
Polen
Concentratiekamp Leibisch is de Duitse naam voor het concentratiekamp dat in of nabij het Poolse dorp Lubicz (gelegen in de buurt van Toruń) lag. Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen zelfstandig kamp, maar een buitenkamp van concentratiekamp Stutthof. Het was een dwangarbeiderskamp (slavenarbeid). Vrouwelijke gevangenen werden er onder erbarmelijke omstandigheden te werk gesteld. Het lag in de toenmalige Duitse regio Reichsgau Danzig-Westpreussen, vlakbij de stad Toruń in Polen. Het kamp werd vooral in de latere fase van de oorlog (eind 1944 tot begin 1945) gebruikt, waarna de gevangenen begin 1945 werden bevrijd door het Sovjetleger.
Leibnitz
Leibnitz
Oostenrijk
Het concentratiekamp in de regio Leibnitz (officieel buitenkamp Graz-Leibnitz of KZ-Aflenz) was een berucht satellietkamp van het Concentratiekamp Mauthausen. Het functioneerde van 9 februari 1944 tot begin april 1945 in het plaatsje Aflenz an der Sulm (vlakbij Leibnitz) in de Oostenrijkse deelstaat Stiermarken. Het kamp werd opgericht om dwangarbeiders in te zetten voor de oorlogsindustrie. Door geallieerde bombardementen op nazi-fabrieken in Graz was men genoodzaakt de productie van vliegtuigmotoren ondergronds te verplaatsen. Gevangenen werden zwaar mishandeld en uitgebuit bij het uitgraven van tunnels in een kalksteen- en Romeinse steengroeve (Kalksteinwerke) voor de Steyr-Daimler-Puch AG. Er zaten maximaal zo'n 700 tot 711 gevangenen tegelijkertijd in het kamp. In totaal zijn er honderden gevangenen door honger, uitputting en executies omgekomen. Vanwege de oprukkende geallieerden werd het kamp eind maart of begin april 1945 ontruimd. Een deel van de nog levende gevangenen werd op dodenmarsen gestuurd of teruggevoerd naar het hoofdkamp Mauthausen.
Leimbach
Leimbach
Duitsland
Concentratiekamp Leimbach wordt gerefereerd aan KZ-Außenlager Bad Salzungen II (codenaam Ludwig Renntier), een berucht buitenkamp van KZ Buchenwald. Het kamp was gelegen bij het Kalischacht I (Kaiseroda) in Leimbach, in de Duitse deelstaat Thüringen, ongeveer 3 km ten westen van Bad Salzungen. Het kamp werd geopend op 5 januari 1945 en geëvacueerd op 6 april 1945.De gevangenen werden door de SS en de Organisation Todt ingezet voor zware dwangarbeid om een fabriek voor vliegtuigmotoren van BMW ondergronds te realiseren. De gevangenen werden gedwongen tot werkdagen tot 15 uur. Een groot deel van hen verbleef permanent in de schacht op 400 meter diepte, waar de leefomstandigheden en de agressieve, zoute lucht desastreus waren voor de gezondheid. Er zaten honderden gevangenen, voornamelijk uit de Sovjet-Unie, Polen en Joegoslavië. Er zijn tijdens het bestaan van het kamp minstens 23 doden geregistreerd.
Concentratiekamp Leimnitz
Concentratiekamp Leimnitz
Duitsland
Het Zwangsarbeitslager Leimnitz was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joden in nazi-Duitsland. Het kamp werd eind april 1940 geopend in de toenmalige Duitse gemeente Leimnitz (regio Neumark, tegenwoordig Lipnica in Polen). Het kamp werd geclassificeerd als een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager für Juden) en stond onder toezicht van de nazi-autoriteiten. Gelegen in het huidige Polen, vlakbij de rivier de Oder. Destijds viel dit onder de administratieve regio Frankfurt (Oder) in de provincie Brandenburg. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders onder zware omstandigheden.
Leipzig - Schönefeld Hasag
Concentratiekamp Leipzig-Schönefeld
Duitsland
HASAG in Leipzig-Schönefeld was de hoofdvestiging van de Hugo Schneider AG, een van de grootste wapenfabrikanten in nazi-Duitsland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier een berucht buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald gevestigd, waar op enorme schaal dwangarbeid werd verricht. De fabriek maakte munitie en de bekende Panzerfaust (antitankwapen). Het was het grootste vrouwenbuitenkamp van Buchenwald, met ruim 5.000 vrouwen uit 28 landen. In het najaar van 1944 werd er ook een mannenkamp met zo'n 700 gevangenen ingericht. Ten minste 136 Nederlanders werden hier tewerkgesteld.
Leipzig - Firma Mansfeld
Leipzig - Firma Mansfeld
Duitsland
Het concentratiekamp in Leipzig dat gelinkt is aan de firma Christian Mansfeld GmbH was een officieel buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het werd ingezet voor de productie van wapenonderdelen. Firma: Christian Mansfeld GmbH was oorspronkelijk een fabrikant van schoen- en zadelaarsmachines, maar werd in de Tweede Wereldoorlog omgevormd tot toeleverancier voor de nazi-oorlogsindustrie. Het fabrieksterrein (inclusief het kamp) bevond zich in de wijk Engelsdorf in Leipzig, aan de Riesaer Straße. Het buitenkamp was operationeel van mei 1944 tot november 1944. Het kamp bood plaats aan ongeveer 350 mannelijke gevangenen. De gevangenen werden door de fabriek ingezet en opgeleid om onderdelen voor vliegtuigen en later de beruchte \(V2\)-raket te produceren. Het kamp in Engelsdorf diende grotendeels als opleidingscentrum. Na enkele maanden werden de meeste gevangenen overgebracht naar andere nevenkampen, waaronder het kamp in Wansleben, om daar verder te werken aan de wapenproductie.
Leipzig - Schönau
Leipzig - Schönau
Duitsland
Leipzig-Schönau (ATG) was een officieel buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Vanaf augustus 1944 moesten hier ongeveer 500 Joodse vrouwen dwangarbeid verrichten in de vliegtuigfabriek van de Allgemeine Transportanlagen-Gesellschaft (ATG). Het kamp bevond zich in de wijk Schönau in het westen van Leipzig, nabij de Schönauer Straße 101 (tussen de Lindenallee, het huidige Robert-Koch-Park). De vrouwen en meisjes, afkomstig uit onder andere Auschwitz en Stutthof, werden tewerkgesteld bij de productie van militaire vliegtuigen en bommenwerpers (zoals de Ju 88). Op 13 april 1945 werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden gedwongen tot een dodenmars richting de Elbe, waar de overlevenden uiteindelijk door Amerikaanse troepen werden bevrijd.
Leipzig - Thekla
Leipzig - Thekla
Duitsland
Het concentratiekamp Leipzig-Thekla was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Buchenwald. Het bestond van maart 1943 tot april 1945 en stond bekend onder de codenaam Emil. Het kamp was berucht vanwege het brute bloedbad van Abtnaundorf vlak voor de bevrijding. Leveren van dwangarbeid voor de vliegtuigindustrie, specifiek de Erla-Maschinenwerke. Ongeveer 1.450 mannen verbleven in het kamp op het hoogtepunt in maart 1945. Het kamp bestond uit drie verschillende locaties in de wijken Abtnaundorf, Heiterblick en Thekla. Minstens 109 gevangenen stierven door de onmenselijke omstandigheden en mishandeling. Het Bloedbad van Abtnaundorf Op 18 april 1945, terwijl Amerikaanse troepen Leipzig naderden, begingen de SS-bewakers een oorlogsmisdaad: Ongeveer 300 zieke en zwakke gevangenen werden achtergelaten tijdens de evacuatie. De bewakers sloten hen op in barak nummer 5. Ze overgoten het gebouw met benzine en staken het in brand. Gevangenen die probeerden te ontsnappen via de ramen of het prikkeldraad werden neergeschoten. Minstens 84 gevangenen kwamen hierbij om het leven.
Leitmeritz
Tsjechie
Concentratiekamp Leitmeritz (nu Litoměřice, Tsjechië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog het grootste buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp bestond van 24 maart 1944 tot 8 mei 1945 en was een cruciaal onderdeel van de Duitse oorlogsindustrie. De bouw van een gigantisch ondergronds fabriekscomplex met de codenaam Richard. In totaal verbleven er ruim 18.000 gevangenen uit heel Europa, waaronder Polen, Russen, Fransen en Nederlanders. Ongeveer 4.500 mensen kwamen om het leven door uitputting, ziekte (tyfus), ondervoeding en geweld. Gelegen nabij de stad Litoměřice, op slechts enkele kilometers van Theresienstadt.
Dwangarbeid in Richard. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden tunnels graven in kalksteengroeves voor de productie van wapens en motoren
Richard I: Productie van Maybach-panzermotoren voor de firma Elsabe AG (onderdeel van Auto Union/Audi).
Richard II: Voorbereidingen voor de productie van wolfraam en molybdeen door Osram. Hygiëne: De omstandigheden waren zo slecht dat de nazi's begin 1945 een eigen crematorium bouwden omdat ze het aantal doden niet meer konden verwerken.
Leitmeritz - Elsabe
Leitmeritz - Elsabe
Tsjechie
Leitmeritz was het grootste buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg. De naam Elsabe (of Elsabe AG) was de deknaam voor een specifiek onderdeel van dit kamp en de bijbehorende ondergrondse fabriek. Nabij Litoměřice (toen Leitmeritz), in het huidige Tsjechië. Actief van 24 maart 1944 tot de bevrijding op 8 mei 1945. Ongeveer 18.000 mensen uit heel Europa verbleven in het kamp. Circa 4.500 gevangenen kwamen om door uitputting, ziekte en mishandeling. Het Project Richard en Elsabe De gevangenen werden ingezet voor het Richard-project, een gigantisch ondergronds stelsel in een voormalige kalkmijn. Elsabe AG: Dit was de tarnfirma (mantelorganisatie) van Auto Union (het huidige Audi). In de gangen van Richard I moesten gevangenen Maybach HL230 motoren voor tanks bouwen. De arbeid was extreem zwaar. Gevangenen werkten in vochtige, slecht geventileerde tunnels, wat leidde tot veel longziektes en dodelijke ongevallen. De grootste groepen waren Polen en Russen, maar er zaten ook Nederlanders en Belgen. Hoewel het voornamelijk een mannenkamp was, verbleven er ook ongeveer 700 vrouwen.
Leitmeritz = Richard II = Litomerice
Leitmeritz = Richard II = Litomerice
Tsjechie
Litoměřice: De huidige Tsjechische naam van de stad (voorheen Sudetenland). Leitmeritz: De Duitse naam voor de stad en het kamp. Richard: De codenaam voor het enorme ondergrondse fabriekscomplex. Het was het grootste subkamp van Concentratiekamp Flossenbürg. Ondergrondse industrie: Gevangenen groeven in kalksteenmijnen om fabrieken te bouwen, beschermd tegen geallieerde bombardementen. Richardprojecten: Richard I: Productie van Maybach-tankmotoren voor Auto Union. Richard II: Bedoeld voor Osram (gloeidraadproductie), maar nooit volledig afgemaakt. Van de ca. 18.000 gevangenen kwamen er naar schatting 4.500 om door uitputting, ziekte en mishandeling.
Leitmeritz = Litomerice SS-Kdo B 5
Leitmeritz = Litomerice SS-Kdo B 5
Tsjechie
SS-Kommando B 5 (of voluit de SS-Führungsstab Kommando B 5) was de officiële administratieve aanduiding voor het concentratiekamp Litoměřice (Leitmeritz) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gelegen bij Litoměřice in het huidige Tsjechië (toen het Sudetenland). Het was het grootste buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. De bouw en exploitatie van de ondergrondse fabrieken Richard I en II. Gevangenen produceerden hier Maybach-tankmotoren (voor Auto Union) en onderdelen voor Osram. Meer dan 18.000 mensen uit heel Europa (voornamelijk Polen, Russen en Fransen) werden hier als dwangarbeider ingezet. Ongeveer 4.500 gevangenen kwamen om door ziekte (tyfus), uithongering en ongelukken in de mijnen.
Het kamp stond onder direct toezicht van de SS-Führungsstab, die rapporteerde aan Hans Kammler van het SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt (WVHA).
Le Kef concentratiekamp
Le Kef concentratiekamp
Tunesie
Kamp Le Kef was een Frans interneringskamp (een zogeheten centre de séjour surveillé) in de Tweede Wereldoorlog, gelegen in het noorden van Tunesië. Het werd vanaf 1940 door het Vichy-regime gebruikt om politieke dissidenten, gestrande Britse militairen en buitenlandse vrijwilligers op te sluiten. De stad El Kef in het noorden van Tunesië. Het kamp werd in april 1940 opgezet door de Vichy-Franse militaire autoriteiten. Het kamp werd in 1943 bevrijd na de geallieerde landingen in Noord-Afrika (Operatie Torch). Het kamp had een capaciteit van ongeveer 300 personen en huisvestte een diverse groep geïnterneerden: Oostenrijkse en Duitse vluchtelingen: Velen van hen hadden gediend in het Franse Vreemdelingenlegioen. Geallieerde militairen: Er zaten ruim 100 Britse officieren en zeelieden opgesloten, evenals geallieerde piloten. Politieke dissidenten: Franse communisten, vakbondsleden en leden van de Tunesische nationalistische partij (Neo-Destour). De gevangenen leefden onder sobere en zware omstandigheden. Het kamp bood nagenoeg geen voorzieningen en de gevangenen werden 's avonds strikt in hun barakken opgesloten.
Concentratiekamp Leki
Concentratiekamp Leki
Polen
Leki een klein dorpje in Polen (vlakbij het vernietigingskamp Treblinka). Tijdens de Holocaust werd er een werkkamp opgericht. In de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog wordt Leki (vaak gespeld als Kosów Lacki of Kosow Lacki). In de regio rond het Poolse dorp Kosów Lacki dwongen de nazi's Joodse inwoners uit omliggende getto's tot zware dwangarbeid via een speciaal opgericht Werkcomité. Het dorp lag op korte afstand van het beruchte vernietigingskamp Treblinka. Dwang- en werkkampen in deze regio (zoals Treblinka I) werden ingezet om Joden uit omliggende getto's en andere gevangenen uit te buiten. De Joodse Raad in Leki probeerde quota's voor dwangarbeiders te vervullen om deportatie naar de vernietigingskampen te voorkomen.
Concentratiekamp Lemberg (Karpathen Öl AG)
Concentratiekamp Lemberg (Karpathen Öl AG)
Oekraine
Karpathen-Öl AG was geen opzichzelfstaand concentratiekamp, maar een grootschalig Duits oliebedrijf dat tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Joodse dwangarbeiders inzetwinningskampen in Galicië (huidig Oekraïne) tewerkstelde. De hoofdzetel van het bedrijf bevond zich in Lemberg (Lviv). Het bedrijf exploiteerde oliebronnen en raffinaderijen in onder meer Drohobycz en Boryslaw. Arbeiders in deze kampen werden onder zware omstandigheden gedwongen om te boren naar olie voor de Duitse oorlogsindustrie. Verbinding met Lemberg: Gevangenen die door de SS in Lemberg als onmisbaar werden bestempeld, werden ingedeeld bij de zware arbeidsprogramma's van Karpathen-Öl om zo (tijdelijk) aan deportatie naar vernietigingskampen te ontkomen. Vanaf 1943 werden veel Joodse arbeiders van de raffinaderijen en boorlocaties alsnog door de nazi's vermoord in het kader van de Aktion Erntefest.De latere Duitse topman Berthold Beitz werkte in deze periode als commercieel directeur bij de Karpathen-Öl AG in Boryslaw. Hij wist honderden Joodse dwangarbeiders te redden van deportatie door hen op de werkvloer aan te wijzen als 'essentiële vakmensen'.
Lemberg = Lwow Deutsche Ausrüstungs GmbH.
Lemberg = Lwow Deutsche Ausrüstungs GmbH.
Oekraine
Het concentratiekamp in Lemberg (het huidige Lviv, Oekraïne) dat direct verbonden was met de Deutsche Ausrüstungs-Werke (DAW) staat vooral bekend als Kamp Janowska. De DAW was eigendom van de SS en exploiteerde werkplaatsen voor hout- en metaalbewerking. De fabrieken bevonden zich aan de Janowska-straat (ul. Janowska 134). Joodse gevangenen uit het Getto van Lemberg werden hier als dwangarbeiders ingezet. In september 1941 begon het als een puur werkkamp (Zwangsarbeitslager). Het ontwikkelde zich tot een concentratiekamp waar ook selecties voor de gaskamers (vooral naar Bełżec) plaatsvonden. Het kamp was berucht om de extreme wreedheid van de SS-bewakers en de executies in de nabijgelegen zandheuvels (Piaski).
Concentratiekamp Lemberg-Bahnhofstraße
Concentratiekamp Lemberg-Bahnhofstraße
Oekraine
De SS verdeelde de dwangarbeid in verschillende commando's. Kampen nabij spoorlijnen, zoals de Bahnhofstraße, werden vaak direct door de Deutsche Reichsbahn of de SS gebruikt.
Concentratiekamp Lemberg-Czwartakowstraße
Concentratiekamp Lemberg-Czwartakowstraße
Oekraine
Het concentratiekamp Lemberg-Czwartakowstraße (gelegen in het huidige Lviv, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden. Het functioneerde als onderdeel van het SS- en politiecomplex in het district Galicië en werd gebruikt voor slavenarbeid en opslag van geroofde goederen. Het kamp was gevestigd in de Czwartakowstraße in Lemberg (destijds bezet Polen, nu Lviv, Oekraïne). Het was een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp). Het kamp was actief vanaf medio 1942 tot het werd geliquideerd in de tweede helft van 1943. Gevangenen werden ingezet voor diverse dwangarbeid, voornamelijk binnen het SS- en politiedistrict. De locatie in de Czwartakowstraße diende tevens als een speciale opslagplaats voor de SS waar geld, goud en andere waardevolle bezittingen werden verzameld die systematisch waren afgenomen van vermoorde Joodse slachtoffers.
Concentratiekamp Lemberg-Persenkowka
Concentratiekamp Lemberg-Persenkowka
Oekraine
Concentratiekamp Lemberg-Persenkowka (ook bekend als Zwangsarbeitslager Lemberg-Persenkówka) was een nazi-werkkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog in de wijk Persenkivka van Lviv (destijds Lemberg genoemd, gelegen in het door Duitsland bezette Oekraïne). Het kamp was specifiek ingericht voor de uitbuiting van Joodse dwangarbeiders en diende tevens als overslag- en verzamelplaats. Het kamp lag aan de zuidoostelijke rand van Lviv, dicht bij het treinstation van Persenkivka. Dit maakte het logistiek gunstig voor de nazi's tijdens de Holocaust in het Distrikt Galizien. Het was primair een dwangarbeiderskamp. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder sorteerwerkzaamheden, het opknappen van spoorwegen en logistieke taken voor de SS en lokale Duitse bedrijven. Verbinding met Janovska: Persenkivka fungeerde deels als een satellietkamp of dependance van het beruchte concentratie- en werkkamp Janovska (gelegen in hetzelfde gebied). Beide kampen stonden onder direct toezicht van de SS.Lot van de gevangenen: De leef- en werkomstandigheden waren mensonterend. Het overgrote deel van de gevangenen in Lemberg-Persenkowka is uiteindelijk omgekomen door ondervoeding, ziekte, executies, of is gedeporteerd naar vernietigingskampen in de regio (zoals Bełżec).
Concentratiekamp Lemberg-Rzesna Polska
Concentratiekamp Lemberg-Rzesna Polska
Oekraine
Concentratiekamp Lemberg-Rzesna Polska een beruchte naziconcentratie- en werkkamp Janowska (ook wel Zwangsarbeitslager Lemberg-Janowska genoemd) in het toenmalige Polen. Het lag net buiten Lemberg (het huidige Lviv, Oekraïne) in de wijk Rzęsna Polska. Rzęsna Polska (tegenwoordig Ryasne, een wijk in het westen van Lviv, Oekraïne). Operationeel van november 1941 tot juli 1944. Het kamp werd opgericht door de Duitse SS. Het was initieel een werkkamp voor Joodse dwangarbeiders uit het getto van Lemberg, maar functioneerde al snel als een wreed doorvoerkamp en vernietigingslocatie. Naar schatting hebben er tot 200.000 mensen in het kamp gezeten. Tienduizenden gevangenen werden in de directe omgeving, waaronder het nabijgelegen ravijn Piaski, gefusilleerd en begraven. Het kamp leverde dwangarbeiders aan de nabijgelegen militaire spoorwegwerkplaatsen in Rzesna Polska en de fabriek Ostindustrie. Gevangenen werden tevens ingezet om de sporen en massagraven van het Getto van Lemberg op te ruimen. Het kamp werd in juli 1944 ontruimd en ontmanteld door de nazi's vlak voordat het Sovjetleger (het Rode Leger) de stad Lviv bereikte.
Lendzin
Lendzin
Polen
Concentratiekamp Lendzin, ook bekend als KZ Günthergrube, was een berucht bijkamp van het concentratiekamp Auschwitz, gelegen in het huidige Zuid-Polen (Lędziny). Het kamp werd in februari 1944 opgezet om gevangenen dwangarbeid te laten verrichten in de lokale steenkoolmijnen. Het kamp lag ongeveer 24 kilometer van het hoofdkamp van Auschwitz. Het gebied viel tijdens de Tweede Wereldoorlog onder nazi-Duitsland. De gevangenen werden door de nazi's ingezet voor zware lichamelijke arbeid bij de kolenwinning in de Piast-mijn en de aanleg van de Günther-schacht. De gewonnen kolen waren voornamelijk bestemd voor de IG Farben-fabriek in Monowitz. Het kamp stond onder direct bevel van het hoofdkamp Auschwitz III-Monowitz. Er verbleven doorgaans enkele honderden tot maximaal zeshonderd gevangenen. In januari 1945, toen het Sovjetleger (het Rode Leger) naderde, werd het kamp door de SS geëvacueerd. De nog levende gevangenen werden gedwongen tot een brute dodenmars richting Gliwice, waarna velen op open goederenwagons werden gezet.
Lengenfeld
Lengenfeld
Duitsland
Concentratiekamp Lengenfeld was een buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. Het was gevestigd in de stad Lengenfeld, in de Duitse deelstaat Saksen, en bestond van oktober 1944 tot april 1945. Dwangarbeidskamp voor de oorlogsindustrie. Ongeveer 1.000 gevangenen uit 11 verschillende landen. De gevangenen moesten werken voor de Junkers-Werke, een belangrijke vliegtuigfabrikant voor de Luftwaffe. Gevestigd in een voormalige textielfabriek en omliggende barakken aan de Walkmühlenweg. In april 1945, toen de geallieerde troepen naderden, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden op een dodenmars gestuurd richting het zuiden. Velen kwamen om door uitputting, ziekte of executie tijdens deze marsen.
Lengerich
Lengerich
Duitsland
Het voormalige concentratiekamp in Lengerich (Duitsland), met de codenaam Rebhuhn, was tussen 18 maart 1944 en 1 april 1945 een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Ongeveer 200 gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen om in een oude spoorwegtunnel (de Lengericher Tunnel) vliegtuigonderdelen te produceren. De tunnel ligt aan de spoorlijn tussen Münster en Osnabrück, net buiten het centrum van Lengerich. Het kamp opereerde in het geheim. Gevangenen werden tewerkgesteld voor de Vereinigte Leichtmetallwerke Hannover, aangestuurd door de Organisation Todt. De dwangarbeiders leefden in zeer zware omstandigheden. Naast fysieke uitputting en ondervoeding werden ontsnappingspogingen zwaar gestraft. Veel gevangenen overleefden de periode niet.
Lengkong
Nederlands Indie
Het Lengkong-kamp was een Japans interneringskamp (burgerkamp) in Bandoeng, Nederlands-Indië, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was specifiek bedoeld voor Britse en Amerikaanse vrouwen en kinderen. Een vervallen schoolgebouw aan de Kleine Lengkongweg in Bandoeng-Zuid. In gebruik van oktober 1942 tot 8 september 1943. Voornamelijk Britse en Amerikaanse burgers. Het gebouw had slechts 6 kamers van 6x6 meter. De gevangenen leefden zeer dicht op elkaar in een klein aantal lokalen. Zoals in veel Jappenkampen was het voedsel eenzijdig en minimaal. Strenge regels: Vanaf medio 1943 werden de regels aangescherpt met prikkeldraad, appèls en zware straffen.
Lenta
Lenta
Letland
Concentratiekamp Lenta, ook wel bekend als SD-Werkstätte Lenta, was een berucht dwangarbeiderskamp en subkamp van het hoofdkamp Riga-Kaiserwald in Letland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was operationeel van 1943 tot de herfst van 1944. Het kamp was gevestigd in een industrieel pand in de stad Riga. In tegenstelling tot de meeste kampen, die in barakken buiten de stad lagen, huisvestte Lenta Joodse dwangarbeiders die direct onder toezicht stonden van de Sicherheitsdienst (SD). De gevangenen werden voornamelijk ingezet in werkplaatsen. Ze moesten kleding en uniformen sorteren, repareren en produceren die door de Duitsers in beslag waren genomen of werden gebruikt aan het Oostfront. Hoewel de dwangarbeiders hierdoor tijdelijk een grotere overlevingskans hadden dan in vernietigingskampen, waren de omstandigheden zwaar. De gevangenen leefden onder strenge bewaking, leden honger en werden geconfronteerd met willekeurige executies en mishandeling. Toen het Sovjetleger (het Rode Leger) in de zomer en herfst van 1944 oprukte, ontmantelden de nazi's het kamp. De gevangenen werden overgebracht naar concentratiekamp Stutthof in het huidige Polen, of op transport gezet.
Lenzing
Concentratiekamp Lenzingen
Oostenrijk
Concentratiekamp Lenzing (vaak gespeld als Lenzing, soms foutief Lenzingen genoemd) was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Het kamp werd opgericht op 30 oktober 1944 en bestond tot aan de bevrijding op 5 mei 1945. Het kamp was gevestigd in Lenzing-Pettighofen (Opper-Oostenrijk). De vrouwelijke gevangenen werden gedwongen tot zware dwangarbeid in de lokale fabriek van Lenzinger Zellwolle AG, waar ze synthetische vezels (rayon) produceerden voor het Duitse leger. Het kamp huisvestte uitsluitend vrouwen. In totaal hebben er zo'n 577 vrouwelijke gevangenen gezeten, voornamelijk Joodse vrouwen die via concentratiekamp Auschwitz naar Oostenrijk waren gestuurd. De omstandigheden waren mensonterend. Gevangenen hadden te lijden onder zware ondervoeding, ziekten, kou en mishandeling door SS-bewakers. De vrouwen moesten dagelijks te voet zo'n vijf kilometer afleggen naar de fabriek. Op 4 mei 1945 sloegen de SS-bewakers op de vlucht. Een dag later, op 5 mei 1945, werd het kamp bevrijd door troepen van de Amerikaanse 80e Infanteriedivisie.
Leonberg
Duitsland
Concentratiekamp Leonberg was een buitenkamp (Aussenlager) van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. Het was in gebruik van de lente van 1944 tot april 1945 en diende primair als bron voor dwangarbeid in de oorlogsindustrie. In de stad Leonberg (Baden-Württemberg), nabij Stuttgart. Dwangarbeid voor de productie van de Messerschmitt Me 262, het eerste operationele straalvliegtuig. De gevangenen werkten in de oude Engelbergtunnel, die was omgebouwd tot een ondergrondse fabriek om beschermd te zijn tegen luchtaanvallen. Ongeveer 3.000 mensen uit heel Europa verbleven in het kamp; zeker 374 van hen kwamen om door de erbarmelijke omstandigheden.
Leopoldshall
Leopoldshall
Duitsland
Concentratiekamp Leopoldshall (codenamen Ju en Lh) was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp werd eind december 1944 opgericht in de wijk Leopoldshall in het Duitse Staßfurt (Saksen-Anhalt). De gevangenen werden door de SS tewerkgesteld in de plaatselijke Junkers Flugzeug- und Motorenwerke, waar ze dwangarbeid verrichtten in de vliegtuigproductie. Het kamp bestond vanaf 28 december 1944. De SS selecteerde in Buchenwald aanvankelijk 106 mannen. Uiteindelijk varieerde het aantal gevangenen tussen de 150 en 163 personen. Gevangenen werden ingezet voor de opbouw van het kamp, het delven van schachten en de assemblagelijn voor de vliegtuigonderdelen. De omstandigheden waren extreem zwaar door zware lichamelijke arbeid, ondervoeding en mishandeling. Op 11 april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werden de overlevenden door de SS op een brute dodenmars gedreven. De overlevenden bereikten pas een maand later, halverwege mei 1945, het plaatsje Annaberg.
Concentratiekamp Lepoglava
Concentratiekamp Lepoglava
Kroatie
Concentratiekamp Lepoglava was een berucht strafkamp in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd beheerd door de fascistische Ustaša-beweging en was gevestigd in een voormalig klooster dat al sinds 1854 als gevangenis diende. Ongeveer 25 km ten zuidwesten van Varaždin, Noord-Kroatië. Actief als concentratiekamp tussen 1941 en 1945. Naar schatting stierven er ongeveer 1.000 tot 2.000 mensen. Voornamelijk communisten, intellectuelen en politieke tegenstanders. Het complex begon als een Paulinerklooster voordat het in de 19e eeuw door de Oostenrijks-Hongaarse autoriteiten werd omgebouwd tot gevangenis. Tijdens de oorlog fungeerde het als een verzamelpunt voor gevangenen die later vaak werden gedeporteerd naar grotere vernietigingskampen zoals Jasenovac. In de laatste fase van de oorlog, rond 1944-1945, vonden er massale executies plaats toen de Ustaša het kamp ontruimden voor de naderende partizanen.
Concentratiekamp Lenzingen
Concentratiekamp Lenzingen
Oostenrijk
Concentratiekamp Lenzing (vaak gespeld als Lenzingen) was een vrouwenbuitenlager van het beruchte concentratiekamp Mauthausen. Het kamp in Oostenrijk was operationeel van eind 1944 tot de bevrijding in mei 1945. Het kamp was gevestigd in een voormalige papierfabriek in Lenzing-Pettighofen (Opper-Oostenrijk) Actief van 3 november 1944 tot 4 mei 1945. Het was een satellietkamp van het hoofdkamp Mauthausen. Het betrof een specifiek vrouwenkamp waar bijna 600 gevangenen werden ondergebracht. Velen van hen waren afkomstig uit Auschwitz-Birkenau en arriveerden via Mauthausen in Lenzing. De vrouwen werden door de nazi's ingezet voor dwangarbeid ten behoeve van de Lenzinger Zellwolle- und Papierfabrik AG. Ze moesten hier onder zware omstandigheden synthetische vezels (cellwolle) produceren, die onder meer werden gebruikt voor Wehrmacht-uniformen. De fabriek was oorspronkelijk Joods bezit, maar werd na de Anschluss geconfisqueerd en gearyaniseerd. De omstandigheden in het kamp waren uitputtend. Hoewel er geen grootschalige executies in het kamp zelf zijn gedocumenteerd, overleden er toch vrouwen door ziekte, ondervoeding en uitputting. Daarnaast vond er in januari 1945 een tragisch ongeluk plaats toen de bewakers de gevangenen luidkeels over een nabijgelegen spoorwegovergang joegen. Een naderende trein reed in de marskolonie, waarbij vijf vrouwen direct om het leven kwamen. Op 5 mei 1945 werd het kamp bevrijd door oprukkende Amerikaanse troepen.
Concentratiekamp Lepoglava
Concentratiekamp Lepoglava
Kroatie
Concentratiekamp Lepoglava was een wreed detentiekamp in Kroatië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd beheerd door de Ustaša, het regime van de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH), die collaboreerde met nazi-Duitsland. Gelegen in Noord-Kroatië, circa 25 km ten zuidwesten van Varaždin. Het complex was van oorsprong een klooster dat in 1854 werd omgebouwd tot gevangenis. Er werden voornamelijk communisten, intellectuelen en andere politieke tegenstanders vastgehouden. Naar schatting stierven er tussen 1941 en 1945 zeker 1.000 tot 2.000 mensen door executies, marteling en ziekte. Vóór de oorlog zaten hier zowel communisten als Ustaša-aanhangers gevangen onder het Joegoslavische koninkrijk.Tijdens de oorlog fungeerde het als een doorgangskamp naar grotere vernietigingskampen zoals Jasenovac. In april 1945, vlak voor de bevrijding, voerde de Ustaša massale executies uit onder de resterende gevangenen.
Concentratiekamp Les Alliers
Concentratiekamp Les Alliers
Frankrijk
Camp des Alliers was een Frans interneringskamp in de wijk Rabion in Angoulême (Charente). Het kamp werd in 1938 geopend en diende als opvangkamp voor Spaanse vluchtelingen. Vanaf eind 1940 werd het door het Vichy-regime gebruikt als het belangrijkste concentratie- en interneringskamp voor Franse Sinti en Roma. Het was berucht omdat het tot mei 1946 openbleef veruit het langst van alle Franse kampen. Oorspronkelijk opgericht als doorgangskamp.1939 - 1940: Diende als opvangkamp voor zo'n 800 Spaanse republikeinse vluchtelingen. Honderden van hen werden in augustus 1940 gedeporteerd naar het concentratiekamp Mauthausen. November 1940: Het kamp werd ingericht als nomadenkamp. Gehele Roma- en Sinti-families (waarvan ongeveer 60% minderjarig was) uit Lotharingen, Charente en Charente-Maritime werden hier door de Franse politie onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. Augustus 1944: Angoulême werd bevrijd door de geallieerden. Het kamp lag in Rabion, aan de rand van de spoorlijn Parijs-Bordeaux, in het zuiden van de stad Angoulême. Het kamp bestond uit 11 erg vervallen houten barakken omheind met prikkeldraad. Het ontbrak er aan basisvoorzieningen, stromend water, verwarming en er was schrikbarend weinig voedsel. Het kamp bood plaats aan ongeveer 450 personen tegelijkertijd, hoewel het gemiddelde rond de 350 lag.
Concentratiekamp Les Milles
Concentratiekamp Les Milles
Frankrijk
Camp des Milles was een Frans internerings- en deportatiekamp nabij Aix-en-Provence, gevestigd in een voormalige tegelfabriek. Geopend door de Franse autoriteiten om vijandelijke vreemdelingen (voornamelijk Duitsers en Oostenrijkers die het nazisme waren ontvlucht) op te sluiten. Onder het Vichy-bewind (1940-1942): Het kamp werd gebruikt om Joden, communisten en andere tegenstanders van het nazi-regime te interneren. Deportaties (1942): In augustus en september 1942 werden meer dan 2.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen vanuit dit kamp via Drancy naar Auschwitz gedeporteerd. Ook eenheden van het Vreemdelingenlegioen waren hier tijdelijk gestationeerd tijdens de oorlogsjaren.
Concentratiekamp Leschwitz bei Görlitz
Concentratiekamp Leschwitz bei Görlitz
Duitsland
Concentratiekamp Leschwitz (ook bekend als KZ Leschwitz of Weinhübel) was een van de vroege concentratiekampen in nazi-Duitsland. Het werd al in maart 1933 opgericht in het dorp Posottendorf-Leschwitz, nabij Görlitz. Vroeg concentratiekamp (Wilde KZ). Voormalige textielfabriek Hossner in Weinhübel (toen Leschwitz), Görlitz. Het kamp werd gecontroleerd door de plaatselijke SA (Sturmabteilung). Voornamelijk politieke tegenstanders, zoals SPD-leden en vakbondslieden uit de regio Görlitz. Het kamp diende om de politieke oppositie direct na de nazi-machtsovername uit te schakelen. In tegenstelling tot latere grote kampen zoals Auschwitz, was dit een lokaal beschermingskamp waar gevangenen vaak op brute wijze werden verhoord en gemarteld in geïmproviseerde ruimtes.
Lerbeck
Lerbeck
Duitsland
Concentratiekamp Lerbeck was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Het lag in Porta Westfalica, Duitsland, en was actief van oktober 1944 tot april 1945. Ongeveer 500 mannen, voornamelijk uit de Sovjet-Unie, Polen en Nederland. De gevangenen werden ondergebracht in de feestzaal van een restaurant (hotel Kaiserhof) in Lerbeck. Zij moesten vliegtuigmotoren van de firma Klöckner-Humboldt-Deutz (KHD) repareren. De hygiëne was slecht en er braken epidemieën uit, zoals dysenterie. Op 1 april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerden. Gevangenen werden in goederenwagons naar het opvangkamp Wöbbelin getransporteerd. De overlevenden werden daar in mei 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen.
Concentratiekamp Lesina
Concentratiekamp Lesina
Kroatie
Het concentratiekamp op het eiland Lesina (het huidige Hvar, Kroatië) werd in november 1942 opgezet door het Italiaanse Tweede Leger. Het kamp was specifiek bedoeld voor de internering van Joodse vluchtelingen uit door Italië bezet Kroatië en was ontworpen om circa 500 gevangenen te huisvesten. Na een bevel van Benito Mussolini eind 1942 moesten Joden worden geïnterneerd op verschillende locaties op de Adriatische eilanden, waaronder Lesina. Hoewel de omstandigheden in de Italiaanse kampen over het algemeen minder gruwelijk waren dan in de door nazi-Duitsland of de Ustašhe bestuurde kampen, waren de faciliteiten op Lesina zeer primitief. De gevangenen leden onder slechte huisvesting, kou en ontoereikende rantsoenen. Na de val van het fascistische regime in Italië en de Italiaanse capitulatie in september 1943 werd het kamp op Lesina ontmanteld. Veel van de Joodse gevangenen wisten te ontsnappen en sloten zich aan bij Joegoslavische partizanen of werden geëvacueerd, hoewel velen alsnog het slachtoffer werden van latere deportaties.
Concentratiekamp Lesiów
Concentratiekamp Lesiów
Polen
Het werkkamp in Lesiów (Duits: Zwangsarbeitslager für Juden Lesiów) was een nazi-dwangarbeiderskamp in de buurt van Radom, Polen. Het werd opgericht in 1942 en maakte deel uit van het Generalteint-gouvernement. Duizenden Joden werden hier ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder landbouwwerk en de bouw van militaire infrastructuur (zoals de nabijgelegen SS- en Wehrmacht-trainingsfaciliteiten in Jedlnia en de Otto-linie).Het kamp in Lesiów bleef actief tot januari 1945. De meeste Joodse gevangenen die het zware regime en de executies overleefden, werden uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen in de buurt of naar andere concentratiekampen in het Derde Rijk.
Leske
Leske
?
Concentratiekamp Lesna Podlaska
Concentratiekamp Lesna Podlaska
Polen
Het kamp in Leśna Podlaska was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp (Duits: Zwangsarbeitslager) voor Joden. Het dorp ligt in de regio Biała Podlaska, in het oosten van Polen. In 1940 werden ongeveer 2.400 Joden vanuit het getto van Międzyrzec Podlaski naar diverse werkkampen in de regio gestuurd, waaronder Leśna Podlaska. Het was een kamp waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten voor de Duitse bezetter. Op 13 maart 1943 vond er in Leśna een bloedbad plaats waarbij ongeveer 70 Joodse slachtoffers vielen. De meeste Joodse gevangenen in deze regio werden uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Treblinka of ter plekke geëxecuteerd tijdens de liquidatie van de kleinere werkkampen.
Concentratiekamp Leszniów
Concentratiekamp Leszniów
Oekraine
Tijdens de Holocaust functioneerde Leszniów (Leshniv) tijdens de Duitse bezetting van Oekraïne als een getto en een werkkamp. Het viel onder het district Galicië en de regio Brody. Veel Joodse inwoners werden uitgebuit als dwangarbeiders voordat ze in 1943 werden vermoord. Een voormalig Joods sjtetl (dorp) in de huidige oblast Lviv in Oekraïne, vlakbij de stad Brody. Vóór de Tweede Wereldoorlog had Leszniów een bloeiende Joodse gemeenschap die terugging tot de 17e eeuw. Velen werden gedwongen te werken of werden vastgehouden in werkkampen in deze regio (zoals in nabijgelegen steden als Brody en Złoczów). In het eerste halfjaar van 1943 werden de overlevenden van deze kampen en de omliggende getto's in Oost-Galicië door de nazi’s (SSPF Katzmann) en lokale handlangers op brute wijze geëxecuteerd door middel van massale schietpartijen.
Concentratiekamp Leszno
Concentratiekamp Leszno
Polen
Er was bij de stad Leszno tijdens de Tweede Wereldoorlog in het nabijgelegen Gronówko een nazi-werkkamp (Arbeitslager) dat vaak met Leszno in verband wordt gebracht. Het werkkamp lag ongeveer 3 kilometer van Leszno, bij het landgoed Gronówko. Het kamp functioneerde als een dwangarbeiderskamp waar gevangenen werden ingezet voor landbouwwerkzaamheden en in werkateliers. Het kamp werd gebruikt om de lokale Poolse bevolking uit de regio te onderdrukken en uit te buiten. Daarnaast werden er Joodse gevangenen tewerkgesteld. Direct aan het begin van de oorlog (oktober 1939) vonden er in Leszno zelf massale executies van Poolse burgers en intellectuelen plaats door de nazi's.
Concentratiekamp Letichev
Concentratiekamp Letichev
Oekraine
Concentratiekamp Letichev (ook bekend als Letychiv, gelegen in de regio Chmelnytsky, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een gecombineerd getto en een slavenarbeiderskamp voor Joden, gevestigd in een dominicaner klooster en de historische burcht. Het kamp werd in de zomer van 1942 door de nazi's (Einsatzgruppen) opgezet om dwangarbeiders te leveren voor de aanleg van een strategische weg. Het huidige Letychiv, Oekraïne (destijds Podolië). Drijvende kracht achter de beruchte Durchgangsstraße IV-wegbouwprojecten, beheerd in samenwerking met de Organisation Todt. De gevangenen werden zwaar uitgebuit en leefden op rantsoenen van slechts 200 gram brood per dag. In september en november 1942 werden de meeste Joden uit het getto geëxecuteerd in massagraven in Zaletichevka, aan de rand van Letichev. In november 1943 werd het slavenarbeiderskamp zelf geliquideerd en werden de laatste 200 gevangenen binnen de muren gefusilleerd. In totaal zijn er in het district rond Letichev ongeveer 7.200 mensen, voornamelijk Joden, omgebracht.
Lety concentratiekamp
Tsjechie
Concentratiekamp Lety (Lety u Písku) was een berucht interneringskamp in het zuiden van Bohemen (Tsjechië). Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s en Tsjechische autoriteiten gebruikt om de Roma- en Sinti-bevolking gevangen te houden, te mishandelen en door te sturen naar vernietigingskampen. Ongeveer 30 kilometer ten noorden van Písek in Tsjechië, niet ver van het stuwmeer van Orlík. Het kamp werd in 1940 opgericht als werkkamp, maar functioneerde tussen 1942 en 1943 specifiek als zigeunerkamp. Er werden ruim 1.300 Roma en Sinti vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden. Velen stierven ter plekke aan ziekte of uitputting. De meesten van hen werden in 1943 gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Leuwigadjah
West Java
Concentratiekamp Leuwigajah (ook wel Leuwigadjah) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht Japans burgerkamp op West-Java, Indonesië, gelegen op de boerderij Vredesteijn nabij Bandoeng. Het kamp diende tijdens de Japanse bezetting als interneringskamp voor Nederlandse burgers en militairen. De gevangenen leefden er onder mensonterende omstandigheden. Velen stierven door ondervoeding, ziekte en uitputting.
Concentratiekamp Le Vernet d'Ariège
Concentratiekamp Le Vernet d'Ariège
Frankrijk
Het concentratiekamp Le Vernet d'Ariège in Zuid-Frankrijk was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de strengste en meest beruchte interneringskampen van het Vichy-regime. Oorspronkelijk gebouwd voor militairen, huisvestte het later tienduizenden vluchtelingen, politieke gevangenen en Joden. Gebouwd als kazerne voor koloniale troepen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Diende als opvangkamp voor zo'n 12.000 Spaanse Republikeinse vluchtelingen die de grens overstaken. Repressief kamp (1940-1944): Onder de Vichy-regering werd het een strafkamp voor ongewenste buitenlanders en antifascistische intellectuelen. Doorgangskamp (1942-1944): Joden werden vanuit hier gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. In totaal zaten er circa 40.000 mensen van meer dan 50 verschillende nationaliteiten gevangen. Het kamp stond bekend om extreme kou, honger en een ijzeren discipline. In juni 1944 werden de laatste gevangenen afgevoerd met de beruchte Spooktrein naar Dachau.
Concentratiekamp Leznevo
Concentratiekamp Leznevo
Oekraine
Kamp Leznevo (ook wel gespeld als Lesnewo) was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden en Sovjet-krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag nabij de stad Proskoerov (tegenwoordig Chmelnytsky) in het westen van Oekraïne. In eerste instantie een kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen (POW), later een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden. Gevestigd in voormalige paardenstallen van een kolchoz (collectieve boerderij), ongeveer 3 tot 6 kilometer ten noordoosten van Proskoerov. Actief van mei 1942 tot de liquidatie eind november of begin december 1942. Gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden en werden ingezet voor zware fysieke arbeid: Wegenbouw: Veel gevangenen werkten aan de aanleg en reparatie van de strategische Durchgangsstrasse IV. Werkzaamheden in steengroeven en het transport van zand. Wie te zwak of te ziek was om te werken, werd ter plekke doodgeschoten. In het najaar van 1942 besloten de nazi's het kamp en het nabijgelegen getto van Proskoerov te liquideren: De gevangenen werden naar nabijgelegen kuilen gedreven en daar doodgeschoten. Deze executies vonden vaak plaats op het terrein van een lokale groentedrogerij in het dorp Leznevo. Na deze operatie werd de regio door de nazi's Judenfrei verklaard.
Liang
Indonesie
Het kampement Liang was een Japans krijgsgevangenkamp op het eiland Ambon (Molukken) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het stond bekend als een van de zwaarste kampen in de regio vanwege de brute werkomstandigheden. Noordkust van Ambon, Nederlands-Indië. Mei 1943 tot augustus 1944. De aanleg van een strategisch vliegveld voor de Japanse luchtmacht. Voornamelijk Britse en Nederlandse krijgsgevangenen (onderdeel van de Java-groepen). Extreem hoog sterftecijfer Gevangenen moesten met primitieve middelen koraalrotsen uitgraven. Er was een chronisch gebrek aan voedsel en medicijnen. Ziektes zoals beriberi, dysenterie en malaria eisten vele levens. Mishandeling door Japanse bewakers en Koreaanse opzieners was aan de orde van de dag. In augustus 1944 werd het kamp ontruimd. De overlevenden werden per schip (de beruchte Hellships) getransporteerd naar andere locaties, zoals de Pakanbaroe-spoorweg op Sumatra. Veel gevangenen kwamen tijdens deze zeereizen om door geallieerde torpederingen of uitputting.
Libau
Polen
Concentratiekamp Libau (ook wel kamp Liebau) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp van het beruchte concentratiekamp Gross-Rosen. Het lag in Neder-Silezië, nabij het huidige Poolse stadje Lubawka. Het kamp stond vooral bekend als dwangarbeidkamp voor de oorlogsindustrie, waaronder de productie van vliegtuigonderdelen en sneeuwkettingen voor het Duitse leger. Dwang- en slavenarbeid voor de nazi-oorlogsmachine. In het najaar van 1944 werden 52 Joodse vrouwen uit Nederland, na selectie in Auschwitz door kamparts Josef Mengele, naar Liebau overgebracht om daar te werken. Hoewel Liebau niet gold als vernietigingskamp, waren de omstandigheden onmenselijk. Vrouwen maakten 12-urige ploegendiensten, zes dagen per week, en kampten met zware ondervoeding en uitputting. Het kamp en de overgebleven gevangenen werden in mei 1945 bevrijd door het Rode Leger.
Libiaz Maly
Libiaz Maly
Polen
Concentratiekamp Libiąż Mały (vaak aangeduid als Janinagrube) was een buitenkamp van het beruchte concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp was gevestigd in Libiąż, een stad in Zuid-Polen, en deed dienst als dwangarbeiderskamp ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Buitenkamp (Aussenlager) van Auschwitz. Het kamp werd in september 1943 opgericht.Locatie: Libiąż, op ongeveer 20 kilometer afstand van het hoofdkamp van Auschwitz. De gevangenen werden tewerkgesteld in de nabijgelegen Janina-steenkoolmijn, die eigendom was van de IG Farben. Er verbleven gemiddeld zo'n 500 tot 900 gevangenen, voornamelijk Joodse mannen uit verschillende Europese landen. Zij werden blootgesteld aan zware mishandeling, ondervoeding en uitputting door het zware ondergrondse mijnwerk. In januari 1944 werd het kamp geëvacueerd vanwege de oprukkende geallieerden, wat resulteerde in een dodenmars voor veel van de overgebleven gevangenen.
Concentratiekamp Lichtenburg (1933-1939)
Duitsland
Concentratiekamp Lichtenburg was een van de eerste en belangrijkste nazi-concentratiekampen in Duitsland. Het was gevestigd in een 16e-eeuws slot in Prettin (Saksen). Het kamp kende twee duidelijke periodes:1933–1937: Een mannenkamp voor politieke tegenstanders (communisten, socialisten) en later ook homoseksuelen en asocialen.1937–1939: Het eerste centrale vrouwenkamp voor het hele Derde Rijk. Sluiting: In mei 1939 werd het kamp opgeheven; de vrouwelijke gevangenen werden overgebracht naar het nieuwe kamp Ravensbrück. Lichtenburg was essentieel voor de ontwikkeling van de SS-terreur: Trainingsplek: Het diende als kweekvijver voor beruchte SS-beulen zoals Theodor Eicke. Hoewel gepland voor 1000 personen, zaten er in 1933 al ruim 2000 gevangenen onder slechte hygiënische omstandigheden. Later gebruik: Na 1939 werd het slot een basis voor de SS-Totenkopfverbände en tussen 1941-1945 een buitenkamp van KZ Sachsenhausen. Verschillende prominente nazi-tegenstanders zaten hier vast:Friedrich Ebert jr.: Zoon van de eerste Rijkspresident van de Weimarrepubliek. Hans Litten: De jurist die Hitler ooit in de rechtbank het vuur aan de schenen legde. Lina Haag: Een bekende pacifiste en verzetsstrijdster.
Concentratiekamp Lichtenhain
Concentratiekamp Lichtenhain
Polen
Lichtenrade
Lichtenrade
Duitsland
Concentratiekamp Lichtenrade was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het bevond zich in de wijk Lichtenrade in het zuiden van Berlijn (tussen de Bornhagenweg en de Pechsteinstraße) en was operationeel van 1943 tot 1945. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in de stad Berlijn. Het puinruimen na geallieerde bombardementen, het bouwen van schuilkelders en het aanleggen van blusvijvers. Er zaten ongeveer 500 mannen vast uit diverse landen, waaronder de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk, Nederland en Noorwegen. De gevangenen sliepen in negen barakken op een terrein dat was omheind met prikkeldraad en wachttorens. De voeding was minimaal: meestal alleen watersoep van koolraap.
Concentratiekamp Lichtenwörth
Concentratiekamp Lichtenwörth
Oostenrijk
Concentratiekamp Lichtenwörth was een berucht subkamp van het concentratiekamp Mauthausen, gelegen in de buurt van Wiener Neustadt in Oostenrijk. Het kamp werd voornamelijk gebruikt als slavenarbeidkamp voor Hongaarse Joden die eind 1944 via dodenmarsen werden getransporteerd. Inwoners werden blootgesteld aan brute omstandigheden. Ongeveer 1 kilometer ten noordoosten van Wiener Neustadt en op een uur reizen van Wenen. Het kamp was gehuisvest in een voormalig fabrieksgebouw (onderdeel van de Nadelburg-fabrieken) en diende als werkkamp. In het kamp overleden honderden gevangenen door zware mishandeling, ondervoeding, vlektyfus en systematische uithongering.
Lichterfelde
Lichterfelde
Duitsland
Concentratiekamp Lichterfelde, gelegen in Berlijn, was tussen juni 1942 en april 1945 een belangrijk buitenkamp van Concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp bood onderdak aan 1.000 tot 1.500 gevangenen, waaronder Nederlanders, die door de SS werden ingezet voor dwangarbeid in de regio Berlijn. Het kamp bevond zich in Berlijn-Lichterfelde aan de Wismarer Straße 26-36, vlakbij het Teltowkanaal. Gevangenen werden verdeeld over meer dan 40 verschillende werkeenheden. Ze verrichtten voornamelijk zware dwangarbeid voor het SS-bouwbestuur en werkten aan SS-administratiegebouwen. Hoewel het zwaar was, werd Lichterfelde door gevangenen soms als een relatief bevoorrecht buitenkamp gezien. Door de vele verspreide werkeenheden hadden gevangenen enig contact met de buitenwereld, wat soms resulteerde in ontsnappingspogingen met hulp van burgers.
Lichtewerden = Lichtvard
Lichtewerden = Lichtvard
Tsjechie
Lichtewerden was de Duitse naam voor de Tsjechische plaats Světlá (tegenwoordig Světlá Hora) en in kampadministraties werd dit subkamp ook wel aangeduid als Lichtvard. Het lag in Tsjechisch Silezië, destijds geannexeerd door nazi-Duitsland als onderdeel van Sudetenland. Het was een buitenlager (subkamp) van het concentratiekamp Auschwitz. Het kamp was operationeel van 11 november 1944 tot 6 mei 1945. Er zaten ongeveer 300 Joodse vrouwen vast, voornamelijk van Poolse, Tsjechische en Slowaakse afkomst, die vanuit Birkenau waren gedeporteerd. De vrouwen moesten werken in de garenfabriek van de firma G.A. Buhl und Sohn.
Concentratiekamp Lida
Concentratiekamp Lida
Wit Rusland
Concentratiekamp Lida (gelegen in het huidige Wit-Rusland) was in werkelijkheid een getto en werkkamp in plaats van een traditioneel vernietigingskamp. Tussen 1941 en 1943 sloten de nazi's hier ruim 8.000 Joden op. Duizenden Joden werden er geëxecuteerd, dwangarbeid verricht of gedeporteerd naar vernietigingskampen. Op 28 juni 1941 werd Lida bezet door Duitse troepen. Al snel begonnen de nazi's met massale executies, gericht op intellectuelen en Joodse inwoners. Vanaf september 1941 werden duizenden Joden gedwongen in overvolle, afgesloten wijken te wonen. Dit was een van de grootste getto's in de Sovjet-Unie. Op 8 mei 1942 vond er een gruwelijke slachting plaats waarbij bijna 5.700 onschuldige Joodse burgers werden omgebracht. In september 1943 werd het getto definitief geliquideerd. De meeste overgebleven bewoners werden naar vernietigingskampen zoals Sobibór en Majdanek gestuurd. Enkelen wisten te ontsnappen naar de bossen om zich bij de Joodse partizanen (zoals de Bielski-groep) aan te sluiten.
Liebau
Liebau
Polen
Concentratiekamp Liebau was een nazi-werkkamp (buitenlager van Groß-Rosen) in het huidige Polen, opgericht in september 1944. Het diende als dwangarbeiderskamp voor de oorlogsindustrie. Het kamp is met name bekend vanwege een groep van ruim vijftig Joodse vrouwen uit Nederland die vanuit Auschwitz hierheen werden overgebracht en de oorlog overleefden. Een werkkamp voor vrouwen uit de oorlogsindustrie. Het kamp was gevestigd in Liebau (tegenwoordig Lubawka, Polen). Ingericht in september 1944 als satellietkamp (buitencommando) van het beruchte concentratiekamp Groß-Rosen. Een groep van 51 of 52 Joodse vrouwen uit Nederland overleefde hier de verschrikkingen nadat zij geselecteerd waren in Auschwitz.
Concentratiekamp Liebenau bei Schwiebus
Polen
Liebenau bei Schwiebus (het huidige Lubrza, Polen, nabij Świebodzin) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen regulier concentratiekamp, maar een stelsel van dwangarbeiderskampen (aangeduid als Liebenau I en II) voor Joodse mannen. De kampen waren actief vanaf april/mei 1940 tot ten minste eind 1942. Het betrof uitsluitend Joodse mannen uit Duitsland en andere bezette gebieden die werden ingezet als dwangarbeider. In april 1942 zaten er bijvoorbeeld 175 Joodse mannen in Liebenau I. De gevangenen werden onder zware omstandigheden tewerkgesteld in de bouw en infrastructuur. De werkzaamheden werden onder andere uitgevoerd in opdracht van het bouwbedrijf Fa. Karl Bartel Hoch. De omstandigheden in het kamp waren onmenselijk. Velen stierven als gevolg van ondervoeding, ziekte en uitputting door de zware dwangarbeid.
Lieberose
Duitsland
Lieberose was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Sachsenhausen. Het lag in het dorp Jamlitz (Brandenburg, Duitsland) en was actief van december 1943 tot februari 1945. Als een van de grootste subkampen, werd het voornamelijk gebruikt voor dwangarbeid en als doorgangskamp. Gevangenen (voornamelijk Joodse mannen) werden zwaar ingezet bij de aanleg van infrastructuur voor de SS, zoals wegen, spoorwegen en schietbanen. Tussen juni en december 1944 werden er duizenden gevangenen vanuit Auschwitz naartoe gestuurd. De omstandigheden waren er extreem moorddadig. Vlak voor het einde van de oorlog werden gevangenen op dodenmarsen gestuurd. Honderden slachtoffers werden vlakbij het kamp in massagraven gedumpt.
Liebhof
Liebhof
Duitsland
Concentratiekamp Liebhof was een dwangarbeiderskamp in de landbouw, in 1939 door de SS verworven en in gebruik genomen. Het landgoed lag in de omgeving van Dachau, Duitsland (Würmstraße/Sudetenlandstraße) bevindt. Ongeveer 800 gevangenen moesten er onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten. Vanwege de onmenselijke behandeling en uitputting overleefden velen het niet. Titus Brandsma: De bekende Nederlandse priester en verzetsman Titus Brandsma werd hier in 1942 door de nazi's tewerkgesteld. Hij werd er zwaar mishandeld en maakte er een zware periode door.
Liepaja
Liepaja
Letland
In de Letse havenstad Liepāja voltrok grootschalige massa-executies (de bloedbaden van Liepāja) en was een afgesloten getto. Pas bij de ontbinding van dit getto in oktober 1943 werden de overlevenden gedeporteerd naar het nabijgelegen concentratiekamp Kaiserwald bij Riga. Direct na de Duitse inval op 29 juni 1941 begonnen de nazi's (Einsatzgruppen en SD) samen met Letse collaborateurs met politieke arrestaties en executies. De massa-executies (1941): In plaats van opsluiting in kampen werd het merendeel van de Joodse bevolking direct geëxecuteerd in de open lucht. In juli 1941 werden circa 1.200 Joden doodgeschoten bij de vuurtoren. Het dieptepunt vond plaats tussen 15 en 17 december 1941 in de duinen van Šķēde (net noordelijk van de stad), waar ruim 2.730 Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord. Het Getto van Liepāja (1942–1943): Op 1 juli 1942 werd voor de resterende plm. 820 Joden een getto opgericht. Zij moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten. Deportatie naar Kaiserwald (oktober 1943): Op 8 oktober 1943 werd het getto definitief geliquideerd. De overlevenden werden getransporteerd naar het concentratiekamp Kaiserwald. Velen van hen zijn later alsnog in Auschwitz vermoord. Toen het Rode Leger de stad in mei 1945 bevrijdde, waren er van de oorspronkelijke Joodse populatie van meer dan 7.000 mensen slechts zo'n 20 tot 30 overlevenden in de stad achtergebleven.
Concentratiekamp Limanowa
Concentratiekamp Limanowa
Polen
In juni 1942 richtten de nazi's een getto op in het Poolse Limanowa. Dit was geen officieel concentratiekamp, maar een doorvoerkamp. Hier werden bijna 2000 Joden uit de stad en omliggende dorpen samengeperst tot de liquidatie in het najaar van 1942, waarna ze werden omgebracht of gedeporteerd naar vernietigingskampen. In juni 1942 dwongen de bezetters bijna 2000 Joden om in het zogenaamde Kamieniec-gebied bij de Mordarka-stroom te wonen. Het was een open getto, maar het verlaten ervan stond gelijk aan de doodstraf. Er heerste extreme honger. In juli 1942 voerde de Gestapo en lokale gendarmerie meerdere executies uit. Zo werden er tientallen Joodse inwoners gefusilleerd als vergelding of om losgeld (contributies) af te dwingen. Het getto werd in het najaar van 1942 op gruwelijke wijze ontruimd: Circa 200 mannen werden gedwongen te werk gesteld in een nabijgelegen werkkamp en later geëxecuteerd. Zieken en ouderen werden naar het nabijgelegen Stara Wieś gebracht en daar vermoord. De overige Joden werden te voet afgevoerd naar Nowy Sącz en vervolgens gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec.
Limmer
Limmer
Duitsland
Concentratiekamp Hannover-Limmer was een satellietkamp van Concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag in Hannover (Duitsland) aan de Wunstorfer Straße en was van juni 1944 tot april 1945 in bedrijf. Het kamp huisvestte uitsluitend vrouwen. Er zaten ongeveer 1.050 vrouwen gevangen, voornamelijk afkomstig uit Frankrijk en de Sovjet-Unie. De gevangenen werden zwaar uitgebuit door de Continental-Gummiwerke AG en moesten daar onder onmenselijke omstandigheden gasmaskers produceren. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd.
Linde
Linde
Nederland
Kamp Linde was een Nederlands werkkamp in het dorp Linde. Het werd oorspronkelijk in 1940 gebouwd voor de werkverschaffing, maar kreeg tijdens de Tweede Wereldoorlog een gitzwarte rol als Joods werkkamp. Gebouwd als werkkamp in de Linderdennen. Werkloze arbeiders moesten hier woeste gronden ontginnen en geschikt maken voor landbouw. Januari 1942 (Joods werkkamp): De Duitse bezetter claimde het kamp. Het werd een dwangarbeidkamp voor Joodse mannen uit grotere Nederlandse steden. Het regime was zwaar en de leefomstandigheden waren slecht.3 oktober 1942 (De ontruiming): In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werd Kamp Linde, net als de andere Joodse werkkampen in Noord-Nederland, omsingeld en leeggehaald. Alle Joodse mannen werden afgevoerd naar Kamp Westerbork en van daaruit gedeporteerd naar vernietigingskampen.1943 en daarna Vanaf 1943 werd het kamp gebruikt om evacués uit het westen van Nederland op te vangen.
Lindau
Lindau
Duitsland
Er was tijdens de Tweede Wereldoorlog van april 1944 tot april 1945 een klein subkamp van Concentratiekamp Dachau, genaamd KZ-Außenkommando Schlachters. Dit kamp bevond zich in Schlachters (destijds vallend onder de gemeente Sigmarszell), vlakbij de stad Lindau aan de Bodensee. De gevangenen werden gehuisvest in een houten huis nabij Hotel Sonne aan de huidige Bundesstraße. Het was een erg klein commando bestaande uit slechts zeven of acht gevangenen en vier of vijf SS-bewakers. De gevangenen werden ingezet voor toegepast wetenschappelijk onderzoek. Gevangenen werden onderworpen aan bloedstollende experimenten met medicatie die bloedverlies bij gewonde soldaten moest tegengaan. Naast het werkkamp werden in het gemeentelijk crematorium van Lindau ook lichamen gecremeerd van gevangenen afkomstig uit andere Dachau-buitenkampen (zoals Friedrichshafen). Op de begraafplaats van Lindau-Aeschach is een massagraf
Linden
Linden
Duitsland
Concentratiekamp Linden (ook bekend als Hannover-Mühlenberg of Hanomag) was een satellietkamp van Neuengamme in de Duitse stad Hannover. Tussen februari en april 1945 dwong de SS hier zo'n 500 Joodse gevangenen tot zware dwangarbeid voor de wapenindustrie. Velen stierven door honger en uitputting. Hannover-Mühlenberg / Linden, Nedersaksen (Duitsland). 3 februari 1945 – 6 april 1945. Buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Circa 500 Joodse mannen, voornamelijk afkomstig uit Polen en Hongarije, die eerder in Auschwitz-Monowitz en Laurahütte waren geïnterneerd. De gevangenen werden ingezet voor de Hannoverschen Motoren AG (Hanomag). Ze produceerden luchtdoelgeschut in twee gehuurde fabriekshallen. Toen de geallieerde troepen in april 1945 naderden, werd het kamp door de SS ontruimd. Ruim 600 gevangenen werden gedwongen tot een dodenmars naar het beruchte concentratiekamp Bergen-Belsen. Honderden stierven alsnog tijdens deze tocht of in de weken erna.
Concentratiekamp Lindenhain
Concentratiekamp Lindenhain
Polen
Concentratiekamp Lindenhain een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen, gelegen in het historische Opper-Silezië (nabij het huidige Kozłów in Polen). Het functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van het beruchte systeem van Cosel. Het kamp lag in het toenmalige Duitse gebied nabij Gleiwitz (het huidige Gliwice, Polen). Het maakte deel uit van een groter netwerk van werkkampen in de regio (zoals Eichtal, Sakrau en Ottmuth) die in 1940 werden opgezet. De gevangenen werden hier tewerkgesteld onder zware omstandigheden. Selectie via Cosel. Lindenhain is vooral bekend in de geschiedenis van de Jodenvervolging in West-Europa. Vanaf de zomer van 1942 werden er transporten met Joodse mannen uit Nederland, Frankrijk en Duitsland georganiseerd. Bij het Tussenstation Cosel werden de weerbare mannen uit deze treinen geselecteerd voor dwangarbeid, waarna zij onder andere naar kamp Lindenhain werden gestuurd.
Lindloh
Lindloh
Duitsland
Kamp Lindloh was een buitenkamp (Unterkommando) van nazi-kamp Lager V Neusustrum, dat deel uitmaakte van de beruchte Emslandlager. Het kamp lag net over de Nederlandse grens bij Ter Apel en Drenthe, in het Duitse dorp Lindloh (tegenwoordig onderdeel van de stad Haren (Ems)). Moederkamp: Lager V Neusustrum. Het buitenkamp Lindloh was in de oorlogsjaren specifiek actief als geregistreerd nevenkamp van 19 april 1940 tot 8 mei 1940. De gevangenen in de Emslandlager, waaronder Lindloh, werden ingezet voor extreem zware dwangarbeid. Dit bestond hoofdzakelijk uit het ontginnen van het metersdikke, ontoegankelijke veen- en moerasgebied langs de Nederlands-Duitse grens. De Emslandlager begonnen in 1933 als concentratiekampen voor politieke tegenstanders van het nazi-regime. Later veranderde de functie grotendeels in strafgevangenenkampen (onder het ministerie van Justitie) en militaire strafkampen. Er zaten ook veel buitenlandse dwang- en verzetarbeiders gevangen. Het netwerk bestond in totaal uit 15 kampen. Vanwege de geografische ligging vlak aan de grens speelden deze kampen destijds een grote rol in de smokkel- en vluchtroutes van en naar Nederland. De leef- en werkomstandigheden in de veenkolonies waren berucht en de kampen stonden destijds ook wel bekend als de Hölle im Moor (de hel in het veen).
Lingen
Lingen
Duitsland
Rondom de Duitse stad Lingen (gelegen in het Emsland vlak over de Nederlandse grens bij Overijssel en Drenthe) was de regio de thuisbasis van de beruchte Emslandlager (Emslandkampen): een netwerk van 15 concentratie-, straf- en krijgsgevangenenkampen die tussen 1933 en 1945 door de nazi's werden gebruikt. Verschillende van deze kampen lagen in de directe omgeving van Lingen en de lokale infrastructuur speelde een centrale rol in het nazi-gevangenissysteem. Van de 15 Emslandkampen lagen er drie specifiek in de regio of de toenmalige landkreis van Lingen: Kamp Dalum (Lager XII): Gelegen nabij Geeste, tussen Lingen en Meppen. Dit kamp fungeerde onder andere als een buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Gevangenen moesten hier onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten in het veen en bij de oliewinning. Kamp Wietmarschen (Lager XIII): Dit kamp lag ten westen van Lingen (richting Nordhorn). Het werd net als Dalum in de latere oorlogsjaren ingezet voor zware dwangarbeid. Kamp Groß-Hesepe (Lager XI): Gelegen ten noordwesten van Lingen. Dit was voornamelijk een krijgsgevangenenkamp waar met name Sovjet- en Italiaanse soldaten massaal stierven door honger, uitputting en ziekte. Binnen de stad Lingen zelf speelde de lokale gevangenis (Haftanstalt / Zuchthaus Lingen) een grimmige rol. Tijdens het nazi-regime deed deze gevangenis dienst als een belangrijk doorgangshuis en tuchthuis. Gevangenen uit heel Europa werden hier tijdelijk vastgezet voordat zij naar de omliggende Emslandkampen werden getransporteerd. In 1943 en 1944 werden hier bijvoorbeeld twaalf leden van de bekende Belgische verzetsgroep De Zwarte Hand opgesloten, van wie er meerdere in Lingen zijn geëxecuteerd.
Concentratiekamp Linkaiciai
Concentratiekamp Linkaiciai
Litouwen
Kamp Linkaičiai (ook bekend als Linkaiciai) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeidskamp in Litouwen. Het kamp, dat in september 1942 werd opgezet bij een wapen- en munitiefabriek van de Wehrmacht, fungeerde als een buitenkamp van het getto van Šiauliai (Sjtsjaulen). Gelegen in het noorden van-centraal Litouwen, ongeveer 23 kilometer ten noorden/noordoosten van Šiauliai. Joodse gevangenen werden hier ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het uitladen van munitie, werken in munitiedepots en het uitvoeren van onderhoud aan militaire wapens. Er verbleven constant tussen de 80 en 250 Joodse mannen en vrouwen. Hoewel de leefomstandigheden en rantsoenen door de militaire aard van het werk aanvankelijk iets draaglijker waren dan in andere werkkampen, werd de Joodse bevolking uitgebuit. In juli 1944, toen het Rode Leger oprukte, werd het kamp gesloten. De overlevenden werden gedeporteerd naar het concentratiekamp Stutthof (nabij Gdańsk, Polen).
Concentratiekamp Linkmenys
Concentratiekamp Linkmenys
Litouwen
Litouwse plaats Linkmenys (historisch ook bekend onder de Jiddische naam Ligmiyan of Ligmian) was in 1941 het toneel van de systematische vervolging en massamoord op de Joodse bevolking tijdens de Holocaust in Litouwen.En verwijst naar de tijdelijke verzamelplaats, het getto of de executiesite die door de nazi's en hun lokale collaborateurs werd opgezet. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 bezetten nazi-troepen al snel Litouwen. Lokale Litouwse nationalisten en collaborateurs namen direct de leiding in het registreren en terroriseren van de Joodse inwoners. De razzia's: De Joden uit Linkmenys en omliggende dorpen werden bijeengedreven. Een deel van de bevolking werd direct ter plaatse in de bossen rondom het dorp geëxecuteerd. Het bloedbad van Švenčionėliai: De overlevende Joden uit Linkmenys werden in de herfst van 1941 getransporteerd naar grotere verzamelpunten en getto's in de regio, met name naar Švenčionys. Tussen 8 en 10 oktober 1941 werden de Joden uit de hele regio waaronder die uit Linkmenys massaal geëxecuteerd in de bossen bij Švenčionėliai. Hierbij kwamen duizenden mensen om het leven.
Litomerice
Tsjechie
Concentratiekamp Litomerice (Duits: Leitmeritz) was het grootste buitenkamp van het nazi-concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp lag in het toenmalige Sudetenland (nu Tsjechië) en was actief van 24 maart 1944 tot 8 mei 1945. Gevangenen moesten de ondergrondse kalksteenmijnen Richard I en Richard II ombouwen tot bomvrije productiefaciliteiten. In deze gangenstelsels produceerde de nazi-industrie onderdelen voor tankmotoren van Maybach en radiolampen voor Osram. De gevangenen verrichtten extreem zwaar fysiek werk onder levensgevaarlijke omstandigheden in de mijnen. In totaal zijn er ruim 18.000 gevangenen in het kamp geregistreerd. Zeker 4.500 mensen kwamen hier om het leven door uitputting, ondervoeding, ziekten (zoals een tyfusepidemie) en geweld. De gevangenen kwamen uit heel Europa, waaronder een grote groep Joodse gevangenen en verzetsstrijders. Ook zaten er Nederlandse gevangenen vast.Het kamp lag net buiten de stad Litoměřice. Vanwege de enorme hoeveelheid doden bouwden de nazi's ter plekke een eigen crematorium. Crematorium Richard.
Linz Aufräumungskommando
Linz Aufräumungskommando
Oostenrijk
De Opruimteam Linz (ook Opruimploeg Linz) was een Externe Afdeling van het concentratiekamp Mauthausen in Opper-Oostenrijk. Het commando bestond officieel in de zomer van 1940 (vanaf de 9 juli 1940 tot 17 juli 1940). Later werden de grotere, permanente subkampen Linz I, II en III in Linz gebouwd. De gevangenen van deze mobiele of tijdelijke detachement werden door de SS ingezet voor zware lichamelijke dwangarbeid, voornamelijk voor Opruim- en bouwwerkzaamheden in stedelijke gebieden of op industriële terreinen. In de verdere loop van de Tweede Wereldoorlog (vooral na de geallieerde luchtaanvallen op de Reichswerke Hermann Göring, nu Voestalpine), werden concentratiekampgevangenen spontaan gevormd tot zogenaamde opruimdetachementen om niet-ontplofte munitie te bergen en puin uit de fabrieksfaciliteiten te verwijderen.
Linz I
Linz I
Oostenrijk
Concentratiekamp Linz I was een bijkamp van het concentratiekamp Mauthausen. Het kamp werd eind 1942 opgericht en huisvestte maximaal duizend gevangenen die dwangarbeid verrichtten voor de oorlogsindustrie. Het kamp bevond zich in de Oostenrijkse stad Linz, onderdeel van een netwerk van drie subkampen (Linz I, II en III). Eind 1942 werden de eerste gevangenen (dagelijks zo'n 30 man) vanuit Mauthausen overgebracht om de kampinfrastructuur op te bouwen. De gevangenen werden ingezet voor zware arbeid, waaronder de verwerking van slakken uit hoogovens en de productie van vliegtuigen en luchtafweergeschut.
Linz II
Linz II
Oostenrijk
Concentratiekamp Linz II was een subkamp van concentratiekamp Mauthausen, gelegen in het centrum van Linz (Oostenrijk) aan de voet van de Bauernberg. Het kamp bestond van 21 februari 1944 tot mei 1945. De ongeveer 285 gevangenen werden door de nazi's ingezet als dwangarbeiders voor het uitgraven van ondergrondse schuilkelders (de zogenaamde Märzenkeller of Limonikeller) ter bescherming tegen geallieerde bombardementen op de zware industrie in Linz. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware mijnbouw- en constructiewerkzaamheden verrichten voor de Wehrmacht en de lokale nazi-autoriteiten. In totaal werden er 380 gevangenen in het kamp geregistreerd, van wie er acht direct in het kamp stierven. Bijna de helft van de gevangenen werd wegens ziekte of algehele uitputting teruggestuurd naar het hoofdkamp Mauthausen of concentratiekamp Gusen. Het ondergrondse gangenstelsel bevond zich bij het begin van de Bockgasse.
Linz III
Linz III
Oostenrijk
Concentratiekamp Linz III was een buitenkamp van het hoofdkamp Mauthausen, geopend op 26 mei 1944. Het kamp was gevestigd in Oostenrijk en werd ingezet voor dwangarbeid in de oorlogsindustrie. De dwangarbeiders werden voornamelijk tewerkgesteld bij Eisenwerke Oberdonau voor de productie van vliegtuigen en luchtafweergeschut. Het kamp groeide snel en bereikte op 6 oktober 1944 de maximale capaciteit van 5.600 mannelijke gevangenen. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Door honger, uitputting en mishandeling zijn er in Linz III minstens 701 gevangenen omgekomen.
Concentratiekamp Lipari-eiland
Concentratiekamp Lipari-eiland
Italie
Het concentratiekamp op het Italiaanse eiland Lipari, onderdeel van de Eolische Eilanden, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Italiaans interneringskamp. Het werd geopend in 1940 en diende voornamelijk voor het opsluiten van Kroaten, Albanezen, Slovenen en Montenegrijnen, evenals Italiaanse politieke gevangenen. Vanaf 1934 diende het eiland als trainingskamp voor Kroatische Ustaša-strijders. In oktober 1941 werd het officieel omgevormd tot een interneringskamp voor burgers. Het aantal gevangenen varieerde sterk, van ongeveer 260 in de beginfase tot gemiddeld zo'n 300 tot 400 gedetineerden. Onder hen bevonden zich ook intellectuelen en politieke tegenstanders van het fascisme. Het was geen vernietigingskamp in nazi-stijl. Gedetineerden kregen een kleine dagelijkse toelage voor voedsel en mochten overdag de stad in, hoewel ze 's avonds in hun kwartieren moesten verblijven. Door het naderende einde van de oorlog in Italië werden veel gevangenen eind 1942 en begin 1943 overgeplaatst naar andere kampen op het vasteland. De laatste gevangenen werden op 17 augustus 1943 bevrijd toen een Amerikaanse marine-expeditie op het eiland landde.
Concentratiekamp Lipie
Concentratiekamp Lipie
Polen
Arbeitslager Lipie was een nazi-dwangarbeidskamp in de buurt van Nowy Sącz in het zuiden van Polen. Het werd in de zomer van 1940 opgericht en bood plaats aan enkele honderden Joodse dwangarbeiders die zwaar lichamelijk werk moesten verrichten bij de aanleg van wegen en infrastructuur. Ongeveer 30 kilometer van Nowy Sącz, in het district Krakau (Generaal-Gouvernement). Het kamp diende als een Arbeitslager (dwangarbeiderskamp). De gevangenen werden door de Duitse SS en politie ingezet voor de oorlogsindustrie en bouwprojecten. Hoewel de gevangenen achter prikkeldraad in barakken leefden, waren de hygiënische omstandigheden en de voedselrantsoenen in de beginfase relatief gezien iets draaglijker dan in andere kampen, mede door strenge maatregelingen tegen luizen en ziektes. Desondanks bleef het zware dwangarbeid onder mensonterende omstandigheden.
Concentratiekamp Lipie (Nowy Sącz County)
Concentratiekamp Lipie (Nowy Sącz County)
Polen
Concentratiekamp Lipie (ook bekend als Arbeitslager Lipie) was een nazi-dwangarbeiderskamp in het district Nowy Sącz in Zuid-Polen. Het kamp werd halverwege 1940 opgericht, ongeveer 30 kilometer buiten Nowy Sącz nabij Gródek nad Dunajcem. Het kamp werd door de Duitsers opgezet om honderden Joodse dwangarbeiders in te zetten voor zware infrastructuurprojecten. Gevangenen werden met name gedwongen om te werken aan de bouw van wegen en het creëren van een dam in de nabijgelegen rivier bij Rożnów. De gevangenen leefden en werkten in het kamp onder bijzonder zware, uitputtende omstandigheden. Het kamp deed dienst tijdens de eerste jaren van de Holocaust, voordat de overgebleven Joodse bevolking in de regio in de zomer van 1942 werd gedeporteerd naar vernietigingskamp Bełżec.
Concentratiekamp Lipnik
Concentratiekamp Lipnik
Tsjechie
Lipník nad Bečvou (Tsjechië) Onder het nazi-regime (in het Protectoraat Bohemen en Moravië) fungeerde Lipník nad Bečvou als een verzamelplaats voor de lokale Joodse bevolking. In juni 1942 werd de Joodse gemeenschap via transport AAs gedeporteerd naar het doorgangskamp/ghetto Theresienstadt (Terezín). Van daaruit zijn de meesten doorgestuurd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau. In totaal zijn 164 Joden uit Lipník tijdens de Holocaust vermoord. Bij de oude synagoge in de stad bevindt zich tegenwoordig een Holocaust-monument.
Concentratiekamp Lipnik
Concentratiekamp Lipnik
Oekraine
Kamionka-Lipnik (Oekraïne) In het destijds bezette Polen (tegenwoordig Oekraïne, nabij Lviv/Lemberg) bestond er een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden) genaamd Kamionka-Lipnik. Dit was een specifiek vrouwenkamp waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten voor Duitse bedrijven.
Concentratiekamp Lipnik
Concentratiekamp Lipnik
Polen
Lipnik bij Bielsko-Biała (Polen)Lipnik is ook een stadsdeel van de Poolse stad Bielsko-Biała. Tijdens de nazi-bezetting werd de Joodse bevolking uit deze regio (inclusief Lipnik) samengedreven in het Ghetto van textielstad Biała. Later zijn zij nagenoeg allemaal gedeporteerd en omgebracht in de nabijgelegen concentratie- en vernietigingskampen.
Het bloedbad van Lipnik en Wiśniowa (Polen)In de buurt van het Poolse Lipnik (regio Małopolska) vond in de herfst van 1944 een brute vergeldingsactie plaats door de SS en nazi-collaborateurs. Nadat partizanen in de omliggende bossen actief waren geweest, brandden de nazi's dorpen plat en vermoordden zij honderden burgers.
Concentratiekamp Lipníky
Concentratiekamp Lipníky
Slowakije
Concentratiekamp Lipníky was een concentratie- en dwangarbeidskamp in Slowakije, gelegen nabij de gelijknamige gemeente in de regio Prešov. Het kamp werd op 1 juli 1941 geopend door het fascistische Slowaakse regime. Het kamp diende als een afgelegen werkkamp. In tegenstelling tot veel andere kampen was ongeveer 90% van de gevangenen niet-Joods. Het betrof voornamelijk lokale Roma die door het regime werden ingezet voor dwangarbeid, waaronder bosbouw en de aanleg van infrastructuur. De gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden. Ze hadden te kampen met ernstige honger, zware fysieke arbeid en stelselmatige mishandelingen door de bewakers van de Hlinka-garde. Het kamp was relatief kort in bedrijf en werd op 10 december 1941 tijdelijk gesloten.
Concentratiekamp Lipowa
Concentratiekamp Lipowa
Polen
Concentratiekamp Lipowa (officieel Lindenstraße 7 Lager) was een nazi-dwangarbeid- en strafkamp gevestigd aan de Lipowastraat in Lublin, Polen. Het kamp werd in december 1939 door de SS opgericht en fungeerde voornamelijk als werkkamp voor Joodse gevangenen en Poolse krijgsgevangenen. Het kamp opende in december 1939 als werkkamp. Gevangenen werden tewerkgesteld in SS-werkplaatsen (zoals kleermakerijen en schoenmakerijen) en dienden als dwangarbeiders in de regio Lublin. Direct na de Duitse invasie van Polen in september 1939 fungeerde de locatie als detentiecentrum voor Joodse soldaten uit het Poolse leger. In november 1943 vond Operatie Erntefest plaats. Tijdens deze massamoord werden alle overgebleven Joodse gevangenen in het kamp en het nabijgelegen Majdanek door de SS gefusilleerd.
Lippstadt I
Lippstadt I
Duitsland
Het KZ-Außenlager Lippstadt I (ook bekend als SS-Kommando Lippstadt I) was een nazi-buitenkamp dat in juli 1944 werd opgericht op het terrein van de Lippstädter Eisen- und Metallwerke GmbH (LEM) in Duitsland. Het kamp fungeerde als een dwangarbeidskamp voor vrouwen en viel organisatorisch onder de concentratiekampen Auschwitz en later Buchenwald. Het kamp opende op 31 juli 1944 met de aankomst van 530 Hongaars-Joodse vrouwen die vanuit Auschwitz waren gedeporteerd. Later groeide het aantal gevangenen uit tot maximaal 832 vrouwen. De vrouwen moesten in de fabrieken van de LEM onder zware omstandigheden werken in de wapenindustrie. Ze produceerden onder andere handgranaten, munitie en onderdelen voor militaire vliegtuigen. De bewaking bestond uit een SS-Kommandoführer, 12 SS-bewakers en een aantal vrouwelijke SS-opzichters (SS-Helferinnen) die waren opgeleid in Ravensbrück. Zwangere vrouwen en zieke gevangenen werden in de beginperiode teruggestuurd naar Auschwitz. Vlak voor het einde van de oorlog, toen er door een gebrek aan grondstoffen minder werk was bij de LEM, werden 72 zieke en zwangere vrouwen overgebracht naar Bergen-Belsen. Op 29 maart 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De vrouwen werden door de SS op een dodenmars richting Bergen-Belsen gedreven. Op 1 april 1945 werden de overlevenden in de buurt van Kaunitz bevrijd door het Amerikaanse leger.
Lippstadt - Lippstädter Eisen- und Metallwerke
Lippstadt - Lippstädter Eisen- und Metallwerke
Duitsland
De Lippstädter Eisen- und Metallwerke GmbH (LEM) was een belangrijke Duitse defensiefabriek in Lippstadt die tijdens de Tweede Wereldoorlog berucht werd als locatie van het concentratiekamp-buitenlager Lippstadt I. De fabriek werd in 1937 opgericht tussen Lippstadt en de buurgemeente Cappel. Het bedrijf was een dochteronderneming van de Dortmund-Hörder-Hüttenkonsum (later onderdeel van de staalindustrie).Als pure wapenfabriek richtte de LEM zich volledig op de Duitse oorlogsindustrie. Er werden onder andere vliegtuigonderdelen, handgranaten en munitie geproduceerd.Om aan de grote vraag naar arbeiders te voldoen, zette de SS in samenwerking met het bedrijf grootschalige dwangarbeid in. Eind juli 1944 richtte de SS op het fabrieksterrein (aan de huidige Beckumer Straße) een buitenlager in. Dit kamp viel onder de administratie van het KZ Buchenwald. De eerste groep bestond uit 530 Hongaars-Joodse vrouwen die vanuit Auschwitz naar Lippstadt werden gedeporteerd. Later volgden transporten met vrouwen uit onder andere Slowakije, Polen en Frankrijk, waardoor het aantal opliep tot 832 gevangenen. De vrouwen moesten in zware dag- en nachtdiensten in de fabriek werken. Zieke en zwangere vrouwen die niet meer konden werken, werden door de SS teruggestuurd naar Auschwitz of naar Bergen-Belsen. Vanwege een tekort aan grondstoffen viel de productie begin 1945 herhaaldelijk stil. Op 29 maart 1945, vlak voor de komst van de geallieerden, ontruimde de SS het kamp. De vrouwen werden op een dodemars richting Bergen-Belsen gedreven. Op 1 april 1945 werden de overlevende vrouwen in Kaunitz bevrijd door het Amerikaanse leger.
Lippstadt -Westfälische Metall-Industrie AG
Lippstadt -Westfälische Metall-Industrie AG
Duitsland
De Westfälische Metall-Industrie AG (WMI), opgericht in Lippstadt in 1899, is de historische voorloper van de wereldwijde automotive-toeleverancier HELLA (tegenwoordig FORVIA HELLA)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zette de WMI op grote schaal dwangarbeiders en vrouwelijke gevangenen uit een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald (Lippstadt II) in voor de wapenproductie.
Concentratiekamp Lipsko
Concentratiekamp Lipsko
Polen
In Lipsko hebben de Nazis in de Tweede Wereldoorlog in 1940 een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) gevestigd. Later fungeerde de stad als verzamelplaats voor de deportatie van Joden naar de vernietigingskampen. Het kamp was gesitueerd in Lipsko, een stad in het zuidoosten van Polen (ongeveer 50 kilometer ten zuidoosten van Radom). Het kamp werd in de zomer/herfst van 1940 opgericht als onderdeel van een groter netwerk van werkkampen nabij de grens met de Sovjet-Unie (het zogeheten Otto-liniesysteem). De gevangenen werden ondergebracht in leegstaande pakhuizen en barakken. De Joodse gevangenen werden gedwongen om onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke arbeid te verrichten, zoals het graven van antitankgrachten, het reguleren van rivieren en het bouwen van andere militaire verdedigingswerken. Het kamp in Lipsko viel onder het overkoepelende commando van SS-Sturmbannführer Hermann Dölp. De Joodse bevolking van Lipsko werd uiteindelijk in het najaar van 1942 in getto’s geplaatst. Op 17 oktober 1942 werd het getto van Lipsko door Duitse en Oekraïense eenheden omsingeld. Gezonde, jonge Joden (tot 30 jaar) werden op transport gezet naar het beruchte werkkamp in Skarżysko-Kamienna. De rest van de Joodse bevolking uit de regio werd gedeporteerd, voornamelijk naar het vernietigingskamp Treblinka om daar te worden vermoord.
Lissa
Concentratiekamp Lissa
Polen
1. Concentratiekamp Breslau-Lissa (Leśnica) Dit was een officieel nazi-concentratiekamp en fungeerde als een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp bevond zich in Lissa (tegenwoordig Leśnica, een wijk in het westen van de Poolse stad Wrocław, destijds Breslau genoemd). Het kamp werd al in 1942 opgezet bij een kazerne van de SS-Ersatzbataillon. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor bouwwerkzaamheden en de nazi-oorlogsindustrie. Er zaten voornamelijk mannelijke politieke gevangenen en dwangarbeiders uit verschillende Europese landen (zoals Polen, Russen en Fransen). De leefomstandigheden waren erbarmelijk en het sterftecijfer lag erg hoog. Het kamp is begin 1945 ontruimd via dodemarsen toen het Sovjetleger naderde.
2. Krijgsgevangenenkamp Grüne bei Lissa (Oflag XXI C/Z) stad Leszno (historisch Duits: Lissa) in de provincie Groot-Polen een Duits krijgsgevangenenkamp (Offizierslager). Gelegen in Gronówko, vlak bij Leszno. Dit kamp is met name bekend in de Nederlandse geschiedenis omdat er tijdens de Tweede Wereldoorlog Nederlandse en Noorse officieren gevangen werden gehouden. Nederlandse militairen die weigerden de erewoordverklaring te tekenen of probeerden te ontsnappen, werden hier naartoe getransporteerd.
Concentratiekamp Litin
Concentratiekamp Litin
Oekraine
Concentratiekamp Litin (ook bekend als Lityn) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en dwangarbeiderskamp in de regio Vinnytsia (Oekraïne). Het kamp, dat Joden en Roemeense Joden dwangarbeid liet verrichten aan de Durchgangsstrasse IV, werd in het najaar van 1942 door de nazi’s geliquideerd waarbij alle gevangenen werden gefusilleerd. Litin is een stad in de Oekraïense oblast Vinnytsia. Voor de Tweede Wereldoorlog had de stad een grote Joodse gemeenschap. Toen de nazi's de stad op 17 juli 1941 bezetten, dwongen zij de Joodse bevolking in afgesloten Joodse wijken (het getto) te wonen. In 1942 werd er een werkkamp (arbeidsgevangenis) opgericht op het terrein van een lokale militaire basis. De nazi’s deporteerde hierheen voornamelijk Joden en Roemeense Joden (uit Bukovina). De gevangenen werden door de Organisation Todt ingezet voor de aanleg van Durchgangsstrasse IV, een grote doorvoerweg van Polen naar de Noord-Kaukasus. Ongeveer 1.000 mannen werden gedwongen de weg aan te leggen. Circa 250 vrouwen moesten in een steengroeve werken om materiaal te hakken. In september 1942 werd het werkkamp door de nazi’s geliquideerd. Op 12 september werden 580 mensen doodgeschoten. De overige 520 gevangenen werden kort daarna, tussen 20 en 26 september, vermoord. Slechts enkele tientallen Joden uit Litin wisten de oorlog te overleven door tijdig te vluchten of zich bij partizanen aan te sluiten. Er zijn in de stad twee massagraven waarin de ruim 3.900 Joodse slachtoffers uit de omgeving zijn begraven.
Litomerice
Litomerice
Tsjechie
Concentratiekamp Litoměřice (ook bekend als Arbeitslager Leitmeritz) was van maart 1944 tot mei 1945 het grootste buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg in Tsjechië. Meer dan 18.000 gevangenen werden er gedwongen tot zware arbeid in ondergrondse wapenfabrieken, waarbij ruim 4.300 mensen omkwamen door uitputting en ziekte. Het kamp lag in Litoměřice, Bohemen (destijds Sudetenland). De nazi's noemden het officieel Arbeitslager Leitmeritz of SS Kommando B 5. De SS dwong gevangenen om de ondergrondse complexen (codenaam Richard) te bouwen voor de productie van onderdelen voor de nazi-oorlogsindustrie, waaronder raketmotoren. Door ondervoeding, dwangarbeid onder barre omstandigheden en wrede behandeling stierven duizenden gevangenen. In 1945 werd er door de nazi's een crematorium gebouwd om de vele doden te verwerken. Relatie met Theresienstadt: Het kamp lag ongeveer zeven kilometer van het bekendere concentratiekamp Terezín (Theresienstadt) vandaan. Gevangenen uit Litoměřice die te ziek of zwak waren om te werken, werden vaak overgebracht naar Terezín.
Concentratiekamp Litschau
Concentratiekamp Litschau
Oostenrijk
De stad Litschau (gelegen in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk) diende na de Tweede Wereldoorlog kort als opvang- en doorgangsgebied voor ontheemden en verdrevenen uit de regio,
Concentratiekamp Litzmannstadt-Wiskitno
Concentratiekamp Litzmannstadt-Wiskitno
Polen
Concentratiekamp Litzmannstadt-Wiskitno verwijst naar twee afzonderlijke, maar gerelateerde nazi-locaties in en rond het huidige Łódź (tijdens de oorlog door Duitsers omgedoopt tot Litzmannstadt): het beruchte getto in de stad en een specifiek werkkamp voor Poolse kinderen
1. Getto Litzmannstadt (Getto van Łódź)Locatie: Gevestigd in de arme wijk Bałuty en de oude binnenstad van Łódź, Polen. Opgericht in februari 1940. Dit was het op een na grootste Joodse getto in bezet Europa (na Warschau). Het diende als een enorm getto waar Joden en Roma werden samengebracht en ingezet als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie van nazi-Duitsland.Lot van de gevangenen: Tienduizenden gevangenen zijn vanuit dit getto gedeporteerd naar het vernietigingskamp Chełmno (Kulmhof) en in de zomer van 1944 naar Auschwitz.
2. Kinderconcentratiekamp (Polen-Jugendverwahrlager Litzmannstadt) Dit specifieke kamp lag binnen de grenzen van het getto van Łódź, specifiek ingeklemd tussen de huidige Bracka-, Emilii Plater-, Górnicza- en Zagajnikowastraat (hoofdingang aan de Przemysłowastraat). Dit concentratiekamp (operationeel van december 1942 tot 1945) was uitsluitend bestemd voor Poolse kinderen en tieners tussen de 8 en 16 jaar (soms vanaf 2 jaar). De nazi's sloten hier kinderen op van verzetsstrijders, kinderen die als crimineel werden gezien, of wezen van wie de ouders waren vermoord. De leefomstandigheden waren er extreem zwaar, met zware dwangarbeid, zware mishandeling, ondervoeding en hoge sterftecijfers.
Litzmannstadt - Jugendschutzlager
Litzmannstadt - Jugendschutzlager
Polen
De zogenaamde Polen Jeugddetentiekamp Litzmannstadt (Officieel: Polen Jeugddetentiekamp van de Veiligheidspolitie in Litzmannstadt) was een nazi-concentratiekamp voor kinderen en adolescenten in het bezette Łódź (hernoemd tot Litzmannstadt), Polen. Het werd opgericht op 1 december 1942 en bestond tot de bevrijding op 18 januari 1945. Het kamp werd gebruikt om Poolse kinderen en adolescenten (van 2 tot 16 jaar) vast te houden. Officieel vermomd als een jeugdbeschermingskamp, was het voornamelijk gericht tegen kinderen van leden van de Poolse verzetsbeweging, gearresteerden of dwangarbeiders. Het lag apart binnen het getto van Litzmannstadt in de huidige Przemysłowa-straat. De gevangenen leden onder wrede leefomstandigheden, extreme ondervoeding, dwangarbeid, ziekte en mishandeling. Honderden kinderen stierven of werden vermoord als gevolg van de onmenselijke gevangenisomstandigheden.
Concentratiekamp Liubaşevca
Concentratiekamp Liubaşevca
Oekraine
Het concentratiekamp Liubaşevca (tegenwoordig Lyubashivka in de oblast Odessa, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp en getto onder Roemeens bestuur in het bezette Transnistrië. Vanaf eind 1941 werden hier duizenden Joodse en Roma-gedeporteerden vastgehouden. Het kamp huisvestte Joden uit Bessarabië, Boekovina en Odessa, evenals tienduizenden Roma (zigeuners) die door het Roemeense regime als etnisch afval werden gedeporteerd. De omstandigheden waren mensonterend. De gevangenen werden beroofd van hun bezittingen en leefden in extreme kou en honger. Velen stierven aan ondervoeding en tyfus. Sommigen wisten te overleven door landbouwarbeid te verrichten of door klusjes te doen op het lokale treinstation in ruil voor voedsel. Gevangenen vormden er onderling hulpincomités om de gezondheid en hygiëne zo goed mogelijk te bewaken en het weinige voedsel eerlijk te verdelen. In het voorjaar van 1944 werd het gebied rond de rivier de Boeg genaderd door het Rode Leger, waarna de Roemeense autoriteiten vluchtten en de overlevenden werden bevrijd.
Concentratiekamp Löbau
Concentratiekamp Löbau
Duitsland
Concentratiekamp Löbau een vroeg nazi-concentratiekamp en folterplaats dat in de lente van 1933 werd ingericht in het Braune Haus in de Saksische stad Löbau (Duitsland). Het diende destijds vooral als tijdelijke gevangenis en folterlocatie voor politieke tegenstanders van het naziregime. Het kamp werd gevestigd in het Braune Haus in Löbau. Het was actief in de beginperiode van de nazidictatuur, van begin maart tot april 1933. Er zijn minstens zeshonderd gevangenen (politieke tegenstanders) met naam en toenaam geregistreerd. Zij waren afkomstig uit Löbau en omstreken, waaronder Amtsgerichtsgevangenissen in Ebersbach, Neusalza-Spremberg en Herrnhut. Dit kamp maakte deel uit van de zogeheten wilde kampen in de vroege fase van het Derde Rijk. Het werd gebruikt om tegenstanders van het naziregime op brute wijze het zwijgen op te leggen, te intimideren en te folteren.
Concentratiekamp Loborgrad
Concentratiekamp Loborgrad
Kroatie
Loborgrad was een concentratie- en vernietigingskamp in de Onafhankelijke Staat Kroatië, dat in de herfst van 1941 werd opgericht. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor de opsluiting van Servische en Joodse vrouwen en kinderen. Het kamp bood plaats aan Joodse en Servische vrouwen en kinderen. Het kamp was gevestigd in een voormalig klooster in Lobor, nabij de stad Zlatar in Kroatië. Het kamp werd geëxploiteerd door de Ustaša, het fascistische bewind van Kroatië. Er hebben in totaal meer dan 2.000 mensen gevangengezeten. Minstens 200 van hen overleden in het kamp zelf door honger, kou en ziekte. Eind 1942 werden de overlevende vrouwen en kinderen gedeporteerd naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz.
Lobositz = Lovosice
Lobositz = Lovosice
Tsjechie
Concentratiekamp Lobositz is de Duitse naam voor het Tsjechische Lovosice. Het was een officieel buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg. Lovosice, Tsjechië 20 mei 1944 tot 7 mei 1945 Gevangenen (ook bekend als Kommando Radio Lobositz) werden hier onder dwang tewerkgesteld als radiotechnici en ingezet bij infrastructurele en ondergrondse bouwwerken in de regio.
Lochau
Lochau
Oostenrijk
Concentratiekamp Lochau (KZ-Außenlager Lochau) was een officieel buitenkamp van concentratiekamp Dachau, gevestigd in Vorarlberg, Oostenrijk. Het kamp was gehuisvest in de voormalige brouwerij Reiner en werd officieel geopend op 7 april 1945, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het kamp had als hoofddoel het voortzetten van medisch onderzoek dat eerder in het hoofdkamp van Dachau werd uitgevoerd. Apparatuur enzovoort werden overgebracht om het bloedstelpend middel Polygal uit bietenresten te vervaardigen en op mensen te testen. Het kamp heeft slechts kort gefunctioneerd, naar schatting zo'n drie weken. Er zaten ongeveer twintig gevangenen, voornamelijk mannen die als Schutzhäftlinge (politieke gevangenen) waren geïnterneerd. Voordat er daadwerkelijk grootschalige medische experimenten op de gevangenen konden plaatsvinden in Lochau, bereikten Franse geallieerde troepen op 27 april 1945 het kamp en werden de gevangenen bevrijd.
Lochhausen
Lochhausen
Duitsland
Lochhausen een werklocatie die officieel viel onder het KZ-Außenlagerkomplex München-Allach (BMW), het grootste buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Moederkamp: Concentratiekamp Dachau. Gevangenen werden vanuit het nabijgelegen kamp in Allach ingezet voor zware dwangarbeid in Lochhausen. Ondergrondse wapenproductie en infrastructuur voor de nazi-oorlogsindustrie. In Lochhausen (een stadsdeel in het westen van München) bevond zich een bunker- en grottensysteem. De gevangenen werden hier onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot: Stollenbau: Het graven en uitbouwen van ondergrondse gangenstelsels en bunkers. Fabrieksarbeid: Productie voor de vliegtuigmotorenfabriek van BMW en toeleveranciers zoals Pumpel & Co. Infrastructuur: Bouwwerkzaamheden voor de paramilitair-economische Organisation Todt. De omstandigheden in het Allach-Lochhausen complex waren extreem zwaar. Door ondervoeding, gebrekkige hygiëne en het brute regime van de SS-bewakers braken er voortdurend epidemieën uit zoals tyfus en tuberculose. In het totale Allach-complex hebben minstens 1.800 gevangenen het leven verloren.
Lodensee = Laoküla
Lodensee = Laoküla
Estland
Lodensee is de Duitse nazi-naam voor Laoküla, een plaats in Estland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een werkkamp (buitenkamp). Het kamp lag in Laoküla in de provincie Harjumaa. Het was een buitenkamp (Aussenkommando) van het concentratiekamp Klooga. Het kamp viel onder het overkoepelende Vaivara-complex, dat door de nazi's in Estland was opgezet.
Lodz
Polen
Poolse stad Łódź (door de nazi's hernoemd tot Litzmannstadt) kende tijdens de Tweede Wereldoorlog hoofdzakelijk twee beruchte nazi-instellingen: het gigantische Getto van Łódź (dat fungeerde als een grootschalig dwangarbeiderskamp) en het Jugendverwahrlager Litzmannstadt, een specifiek concentratiekamp voor Poolse kinderen.
Het Getto van Łódź (Ghetto Litzmannstadt) Dit was het op één na grootste getto in door nazi-Duitsland bezet Europa. Hoewel het formeel een getto was, transformeerde het nazi-bestuur het al snel in een hermetisch afgesloten dwangarbeiderskamp voor de Duitse oorlogseconomie. Geïsoleerd en volledig afgesloten, in april 1940.Inwoners: Ruim 200.000 Joden (voornamelijk uit Polen, maar ook gedeporteerd uit Centraal-Europa) en circa 5.000 Roma en Sinti werden hier samengeperst. Extreem erbarmelijk. Er was geen stromend water of riolering. Meer dan 20% van de gevangenen stierf direct in het getto door honger, vrieskou en epidemieën zoals tyfus. Vanaf begin 1942 begonnen de nazi's met grootschalige transporten naar het nabijgelegen Vernietigingskamp Chełmno, waar slachtoffers in gaswagens werden vermoord. Het getto bleef vanwege zijn enorme textielproductie het langst van alle Poolse getto's bestaan. In augustus 1944 werd het definitief geliquideerd. De resterende 75.000 Joden werden grotendeels gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Minder dan 1.000 mensen overleefden de bezetting in de stad zelf.
2. Jugendverwahrlager Litzmannstadt (Kinderconcentratiekamp) Binnen de grenzen van het getto, maar fysiek daarvan afgescheiden door een hoge houten schutting, richtten de nazi's in december 1942 een officieel concentratiekamp voor kinderen in aan de Przemysłowa-straat. Poolse kinderen en baby's tot 16 jaar oud. Dit betrof onder meer wezen, kinderen van wie de ouders in het verzet zaten, of kinderen die weigerden mee te werken aan germanisering. Duizenden jonge gevangenen werden onder brute omstandigheden gedwongen tot zware arbeid. Velen stierven door mishandeling, ondervoeding en ziektes.
Lodz Jugendschutzlager Litzmannstadtusen
Lodz Jugendschutzlager Litzmannstadtusen
Polen
Polen-Jugendverwahrlager Litzmannstadt, een nationaalsocialistisch concentratiekamp voor Poolse kinderen en jongeren in de Poolse stad Łódź (tijdens de bezetting hernoemd naar Litzmannstadt). Dzieci z zielonego autobusu (De kinderen van de groene bus). Dit refereert aan de bussen waarmee gevangen Poolse kinderen naar het kamp aan de Przemysłowa-straat werden getransporteerd of naderhand werden weggevoerd. Het was het enige officiële concentratiekamp voor kinderen en tieners (in de leeftijd van enkele maanden tot 16 jaar) in het bezette Europa. Opgericht op 1 december 1942 binnen de grenzen van het Joodse Ghetto Litzmannstadt aan de Przemysłowa-straat. Naar schatting hebben tussen de 12.000 en 13.000 Poolse kinderen in het kamp gevangen gezeten. Zij werden tewerkgesteld onder erbarmelijke hygiënische omstandigheden, mishandeld en uitgehongerd. Veel kinderen stierven aan ziektes zoals tyfus. Kinderen die door de SS als raszuiver werden beoordeeld, werden vanuit dit kamp via speciale instellingen naar nazi-Duitsland gestuurd voor gedwongen adoptie (germanisering).
Lohausen
Lohausen
Duitsland
Concentratiekamp Lohausen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Sprengkommando) van KZ Buchenwald. Het kamp was gevestigd in de wijk Lohausen in Düsseldorf (Leuchtenberger Kirchweg) en functioneerde van 23 november 1944 tot 28 februari 1945. Er zaten ongeveer 40 mannen gevangen. De gevangenen werden zwaar mishandeld en door de SS gedwongen tot gevaarlijke ruimings- en explosiewerkzaamheden op het nabijgelegen vliegveld van Düsseldorf. Eind februari 1945, vlak voor de geallieerde opmars, is het kamp ontruimd en zijn de overlevende gevangenen terug gedeporteerd naar het concentratiekamp Buchenwald.
Concentratiekamp Lohdorf
Concentratiekamp Lohdorf
Polen
Concentratiekamp Lohdorf (ook bekend als Zwangsarbeitslager Lohdorf) was een nazi-dwangarbeiderskamp in het district Inowrocław (Hohensalza) in de huidige regio Kujavië-Pommeren, Polen. Het kamp werd geopend in augustus 1941 en werd specifiek gebruikt om Joodse mannen zware dwangarbeid te laten verrichten, onder andere voor de firma P. Gatz.In augustus 1943 werden de overgebleven Joodse gevangenen overgebracht naar andere werkkampen toen alle overgebleven Joodse werkkampen in de Warthegau werden gesloten. Het lot van veel van deze dwangarbeiders is onlosmakelijk verbonden met de latere deportaties en vernietigingskampen. Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) Huidige Lojewo, in de buurt van Inowrocław (Polen) Augustus 1941 tot eind augustus 1943
Lohof
Lohof
Duitsland
Concentratiekamp Lohof, Flachsröste Lohhof, een nazi-dwangarbeiderskamp in Lohof, onderdeel van Unterschleißheim (nabij München, Duitsland). Het was in bedrijf van juni 1941 tot eind 1942 en deed dienst als een zware dwangarbeiderslocatie (het zogenaamde Jüdische Arbeitskommando). Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) Voornamelijk Joodse meisjes en vrouwen uit München en omstreken tussen de 14 en 70 jaar, aangevuld met dwangarbeiders uit Polen, België en Oekraïne. Onder erbarmelijke omstandigheden moesten zij zware landbouwarbeid verrichten in de brandende zon en werken in de verwerkingsfabriek (vezels winnen uit vlas voor textiel ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie). Voor het overgrote deel van de vrouwen was het kamp slechts een gruwelijke tussenstop. Vanaf november 1942 zijn zij gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen in onder andere Auschwitz, Theresienstadt, Kaunas en Piaski. Slechts een zeer klein aantal overleefde de Holocaust.
Loibl - Paß
Loibl - Paß
Oostenrijk/Slovenie
Concentratiekamp Loibl-Pass (Ljubelj) was een berucht subkamp van Mauthausen. Tussen juni 1943 en april 1945 dwong de SS hier zo'n 1800 krijgsgevangenen en politieke gevangenen om onder mensonterende omstandigheden een 1570 meter lange berg- en grenstunnel aan te leggen. De Twee Kampen: Het complex bestond uit een noordelijk kamp (Oostenrijk) en een zuidelijk kamp (Slovenië) aan weerszijden van de Loiblpas. Door de combinatie van extreme kou, ondervoeding, uitputting en mishandeling kwamen honderden dwangarbeiders om het leven. Op 15 april 1945 werd het kamp geëvacueerd en begon een dodenmars. Kort daarna, op 7 mei 1945, werden de overlevenden bevrijd.
Concentratiekamp Łojewo
Concentratiekamp Łojewo
Polen
Concentratiekamp Łojewo was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods dwangarbeiderskamp in het district Inowrocław (Wartheland), gevestigd in de herfst van 1940. Joodse gevangenen uit omliggende getto's werden er zwaar uitgebuit bij de ontginning van land en infrastructuur. Het kamp kende door mishandeling, uitputting en executies vrijwel geen overlevenden. Het kamp lag nabij het dorp Łojewo, in de huidige woiwodschap Koejavië-Pommeren in Polen. Het diende als onderdeel van het nazi-dwangarbeidssysteem in de regio Wartheland. Grote groepen Joodse mannen en vrouwen uit nabijgelegen plaatsen (waaronder Radziejów, Koło en Przedecz) werden via razzia's naar Łojewo gestuurd. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals het bouwrijp maken van grond en landbouw. De omstandigheden waren extreem zwaar, kampcommandanten en de SS maakten zich regelmatig schuldig aan willekeurige executies en moorden. Het lot van de dwangarbeiders was in veel gevallen dodelijk. Omdat het sterftecijfer zo hoog was en velen alsnog naar vernietigingskampen werden gedeporteerd of ter plaatse werden geëxecuteerd, is bekend dat bijna niemand dit kamp heeft overleefd.
Concentratiekamp Lopatin
Concentratiekamp Lopatin
Oekraine
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Joodse inwoners uit het dorpje Lopatyn (Lopatin, Oekraïne) in oktober 1942 gedeporteerd naar het Sokal-getto en vervolgens naar het vernietigingskamp Bełżec.
Concentratiekamp Łopatki
Concentratiekamp Łopatki
Polen
Concentratiekamp Łopatki was een naziconcentratie- en executiekamp in de buurt van het Poolse stadje Wąbrzeźno (destijds Briesen). Het fungeerde in het najaar van 1939 als massamoord- en doorgangskamp. Het kamp was ondergebracht in een voormalige fabriek en werd gebruikt voor de opsluiting van intellectuelen, verzetsstrijders, Joden en andere burgers. Tussen oktober en december 1939 werden hier door de Duitse Selbstschutz naar schatting meer dan 2.000 tot 2.500 Polen en Joden systematisch geëxecuteerd in een nabijgelegen zandgroeve. Het kamp en de executieplaats bevinden zich in het huidige woiwodschap Koejavië-Pommeren, ongeveer 11 kilometer ten noordoosten van Wąbrzeźno. Eind 1944 begonnen de nazi's, om bewijsmateriaal te vernietigen, met het opgraven en verbranden van de lichamen.
Lörenskog
Lörenskog
Noorwegen
Concentratiekamp Loriol
Concentratiekamp Loriol
Frankrijk
Concentratiekamp Loriol (officieel een internerings- en doorvoerkamp) was een Frans detentiekamp in Loriol-sur-Drôme (tussen Valence en Montélimar). Tussen 1939 en 1941 werden hier door de Derde Republiek en later het Vichy-regime zo'n 500 ongewensten vastgezet, waaronder Joden, communisten, intellectuelen en antinazi-Duitsers. Gehuisvest in een verlaten chemische fabriek van Serre/Poulenc. De omstandigheden waren er erbarmelijk. Periode 1: Actief van september 1939 tot juni 1940. Hier zaten voornamelijk staatsburgers van vijandige mogendheden, zoals gevluchte Duitse antinazi's. Periode 2: Na een evacuatie heropend van 20 augustus 1940 tot 5 maart 1941. Het werd gebruikt om buitenlanders, Spaanse republikeinen, communisten en vakbondsleden te interneren.
Lovosice
Concentratiekamp Louviers
Concentratiekamp Louviers
Frankrijk
Het kamp van Louviers was een Frans interneringskamp in het departement Eure in Normandië, dat voornamelijk werd gebruikt voor het opsluiten van Roma en Sinti (destijds nomaden genoemd). Het kamp was in gebruik van november 1940 tot mei 1941, waarna de gevangenen werden overgebracht naar andere kampen. Het kamp was gevestigd in een voormalige steengroeve aan de route d'Elbeuf (Carrière Plumet) in Louviers. Op bevel van de prefect van het departement Eure diende het kamp specifiek als interneringsplaats voor de rondtrekkende bevolking. De omstandigheden waren mensonterend. De ongeveer 100 tot 200 gevangenen waaronder veel kinderen werden onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en leden honger en kou in tenten en primitieve barakken. Op 7 mei 1941 werd het kamp gesloten. De meeste gevangenen werden toen overgebracht naar het interneringskamp in Jargeau (Loiret). Velen van hen werden van daaruit later gedeporteerd naar nazi-concentratie- en vernietigingskampen, of pas eind 1945 vrijgelaten.
Lowitz = Lowitsch
Concentratiekamp Lowitz = Lowitsch
Polen
Concentratiekamp Lowitsch (ook bekend als Lowitz) was een tijdelijk buitenkamp van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag in het toenmalige Pommeren (huidig Polen) en deed van februari tot maart 1945 dienst als opvangkamp voor gevangenen van evacuatietransporten Lowitz (Lowcz). Buitenkamp / Auffanglager Lowitz (Lowcz) Regio Lauenburg, Pommern (Polen) Lowitz (Lowcz) Februari 1945 tot 10 maart 1945 Lowitz (Lowcz) Opvang en tijdelijke huisvesting van geëvacueerde mannelijke gevangenen uit het hoofd- en vernietigingskamp Stutthof Lowitz (Lowcz)
Concentratiekamp Lozova
Concentratiekamp Lozova
Oekraine
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevonden zich in Lozova (Oekraïne) twee concentratiekampen voor Sovjet-krijgsgevangenen, opgericht tijdens de Duitse bezetting. De leefomstandigheden waren er mensonterend; in de winter liep het sterftecijfer op tot ongeveer 100 personen per dag als gevolg van honger, kou en ziekte. De nazi-bezetters hielden in de stad twee kampen in stand speciaal bestemd voor gevangen genomen Sovjet-soldaten. Deze kampen werden gekenmerkt door extreme verwaarlozing en zeer hoge sterftecijfers.
Getto van Lozova: Naast de krijgsgevangenenkampen werd in december 1941 in de stad ook een getto gecreëerd voor Joodse gedeporteerden, voornamelijk afkomstig uit Bukovina. Inwoners leden zwaar onder tyfus, kou en honger, en werden daarnaast vaak beroofd door rondtrekkende Duitse troepen.
Concentratiekamp Lubaczów
Concentratiekamp Lubaczów
Polen
Lubaczów (Polen) De stad had wel een getto en in de directe regio waren diverse werkkampen en doorgangskampen actief, waarvan de gevangenen deels tewerkgesteld werden in of nabij Lubaczów. Getto van Lubaczów: In het kader van de Holocaust dwong het nazi-regime de Joodse bevolking van de stad in een afgesloten getto. De meesten van hen werden in 1942 en 1943 gedeporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Bełżec om daar te worden vermoord.
Werkkampen in de regio: Lokale Joden en dwangarbeiders werden ook ondergebracht in of doorgestuurd naar omliggende werkkampen, zoals de kampen in het nabijgelegen Rawa Ruska of het Janowski-kamp. Velen stierven daar door uitputting en executies. De Duitse Kripo en Gendarmerie hielden er in de omgeving zware standrechtelijke executies op na. Verscheidene Joden probeerden aan de kampen en getto's te ontkomen door in de bossen rond Lubaczów te vluchten en zich aan te sluiten bij partizaneneenheden.
Lübben
Lübben
Duitsland
Het concentratiekamp in Lübben was vanaf april 1944 een officieel buitenkamp (Aussenlager) van het beruchte concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp lag nabij de Spiegelberge in Ostergrund en werd gebruikt voor zware dwangarbeid. Gevangenen werden ingezet voor zware bouw- en betonwerkzaamheden ten behoeve van de Wehrmacht. Ze moesten bunkers bouwen voor uitwijkbases van het hoofdkwartier in de bossen en heuvels rondom de stad.
Lübberstedt
Lübberstedt
Duitsland
Concentratiekamp Lübberstedt (officieel Lübberstedt-Bilohe) was een vrouwenbuitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was in gebruik van augustus 1944 tot 29 april 1945 en bevond zich in Nedersaksen, tussen de dorpen Axstedt en Lübberstedt. Het kamp bood plaats aan ongeveer 500 Joodse vrouwen. De meesten van hen waren via Auschwitz gedeporteerd uit Hongarije. De vrouwen moesten werken in een munitiefabriek in het bos (de Lufthauptmunitionsanstalt Lübberstedt). Ze hielden zich bezig met de productie van bommen en het transporteren van munitie. Eind april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerden. De vrouwen werden in goederenwagons gezet voor een dodenmars per trein. Deze trein werd begin mei 1945 door Britse troepen bevrijd in de buurt van Plön.
Lubicz
Lubicz
Polen
Concentratiekamp Lubicz (ook bekend als het dwangarbeiderskamp Leibisch) was een nazi-werkkamp in het Poolse dorp Lubicz. Hoewel het formeel werd opgericht als een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) Het kamp diende onder andere als een subkamp (buitenkamp) van het concentratiekamp Stutthof. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid, zoals de aanleg van infrastructuur en defensieve graafwerkzaamheden. De nazi's deporteerden voornamelijk Joodse vrouwen naar dit kamp. Veel van hen waren overlevenden van de geliquideerde getto's in de Baltische staten, zoals het gettoe van Kovno in Litouwen, die via Stutthof naar Lubicz werden getransporteerd. In januari 1945, toen het Rode Leger naderde, ontruimden de nazi's het kamp. De gevangenen werden op een dodenmars gestuurd richting Danzig (het huidige Gdańsk). Op 21 januari 1945 werden de overlevenden in de buurt van Danzig door Sovjetsoldaten bevrijd.
Lublin
Polen
Concentratiekamp Lublin, beter bekend als Majdanek, was een berucht nazi-Duits concentratie- en vernietigingskamp in Oost-Polen. Het kamp lag op slechts vier kilometer van het centrum van Lublin. Het heeft bestaan van oktober 1941 tot juli 1944 en werd volledig ingericht voor dwangarbeid en massavernietiging. Zowel een concentratiekamp als een vernietigingskamp met gaskamers. Met 270 hectare was het na Auschwitz het grootste concentratiekamp in Europa. Er kwamen tienduizenden mensen om door uitputting, ziekte, executies en vergassing. Op 22 juli 1944 werd het kamp als eerste grote concentratiekamp door Sovjettroepen ontdekt.
Lublin Alter Flughafen
Concentratiekamp Lublin Alter Flughafen
Polen
Het concentratie- en werkkamp Alter Flughafen (ook bekend als Alter Flugplatz of Lublin Old Airfield) was een berucht nazikamp aan de rand van Lublin, Polen. Het werd in de zomer van 1940 aangelegd en fungeerde later als centraal punt voor de beruchte Aktion Reinhard. Het kamp werd in de zomer van 1940 onder dwang gebouwd door Joodse arbeiders op de locatie van een voormalig vliegveld van vliegtuigfabrikant Plage i Laśkiewicz. Het diende als dwangarbeiderskamp en sorteercentrum. Bezittingen van Joden die in vernietigingskampen (zoals Sobibór en Bełżec) waren vermoord, werden hierheen gebracht om te worden gesorteerd en opgeslagen. Er zaten voornamelijk Joodse mannen en vrouwen uit verschillende landen gevangen, alsook een groep niet-Joodse Poolse vrouwen. Het kamp werd tevens gebruikt als verzamelplaats waar geselecteerd werd: gevangenen die nog konden werken werden hier gehouden, terwijl anderen direct werden doorgestuurd naar de gaskamers.
Concentratiekamp Lublin-Krochmalnastraße
Concentratiekamp Lublin-Krochmalnastraße
Polen
Het concentratiekamp Lublin-Krochmalnastraße was een dwangarbeidskamp en een officieel subkamp (buitenlager) van concentratiekamp Lublin-Majdanek. Het was gevestigd in de stad Lublin, Polen. Gelegen aan de Krochmalnastraße in Lublin. Dit bevond zich nabij het spoorwegemplacement, wat logistiek gezien ideaal was voor de nazi's. Het kamp diende als een werkkamp (dwangarbeid) waar gevangenen zware arbeid moesten verrichten. De gevangenen werden onder meer ingezet voor spoorwegbouw, rangeerwerkzaamheden en andere opdrachten in opdracht van de plaatselijke Eisenbahndirektion en aannemersbedrijven. Oorspronkelijk opgericht als zelfstandig werkkamp (rond oktober 1941), werd het vanaf eind oktober 1943 voortgezet als een buitenkamp (Außenlager) van het hoofdkamp Lublin-Majdanek.
Concentratiekamp Lublin-Lipowastrasse 7
Concentratiekamp Lublin-Lipowastrasse 7
Polen
Het kamp Lipowa 7 (Duits: Lindenstraße 7 Lager) in Lublin, Polen, was een belangrijk nazi-dwangarbeidskamp dat functioneerde van december 1939 tot juli 1944. Het begon als een zelfstandig kamp onder leiding van de SS, maar werd in de laatste fase een officieel subkamp van het nabijgelegen concentratiekamp Majdanek (KL Lublin). Het kamp werd in december 1939 opgericht op initiatief van Odilo Globocnik, de SS- en politiechef van het district Lublin. Ongeveer 200 Joden moesten een voormalig sportveld aan de Lipowastraat ombouwen tot een kamp met barakken. Vanaf de winter van 1940/1941 werden er grote groepen Joods-Aziatische krijgsgevangenen uit het Poolse leger opgesloten. Naast hen werkten er Joodse burgers en ambachtslieden uit Lublin en omliggende getto's. Duitse Uitrustingsfabrieken (DAW): De werkplaatsen in het kamp werden overgenomen door de SS-onderneming Deutsches Ausrüstungswerke (DAW). Gevangenen moesten onder dwang meubels maken, kleding herstellen, schoenen sorteren en bouwwerkzaamheden verrichten (waaronder het aanleggen van de omheining van Majdanek). Op 3 november 1943 vond de bloedige ontknoping plaats voor de Joodse gevangenen. Tijdens de nazi-operatie Aktion Erntefest (Oogstfeest) werden de resterende 2.500 tot 3.000 Joodse gevangenen uit het kamp Lipowa in een mars naar Majdanek gedreven. Daar zijn zij, samen met duizenden andere Joden, op één dag fysiek geliquideerd en doodgeschoten in executiekuilen. Na de moord op de Joodse gevangenen stond het kamp kort leeg. In januari 1944 werd het heropend als een officieel subkamp (buitencommando) van concentratiekamp Majdanek. Ditmaal werden er ongeveer 700 niet-Joodse dwangarbeiders uit verschillende Europese landen opgesloten. Op 22 juli 1944, vlak voor de komst van het Rode Leger, werd het kamp definitief ontruimd; de laatste gevangenen werden naar Auschwitz gedeporteerd.
Lublin Deutsche Ausrüstungswerke
Lublin Deutsche Ausrüstungswerke
Polen
De Deutsche Ausrüstungswerke GmbH (DAW) dat volledig eigendom was van de SS. In Lublin exploiteerde de DAW een van haar belangrijkste en beruchtste vestigingen, die nauw verweven was met de Jodenvervolging en de Holocaust in bezet Polen. Het Kamp aan de LipowastraatIn december 1939 richtte de SS- und Polizeiführer van het district Lublin, Odilo Globocnik, een gedwongen arbeidskamp op aan de Ulica Lipowa 7 in het centrum van Lublin. Dit kamp vormde de operationele basis voor de lokale DAW-fabrieken. Aanvankelijk werden er Poolse burgers ingezet, maar al snel werd het een kamp voor Pools-Joodse krijgsgevangenen (soldaten uit het Poolse leger) en Joden uit het getto van Lublin. De gevangenen moesten onder dwang werken in diverse werkplaatsen, waaronder houtbewerking (schrijnwerkerij), metaalbewerking, kledingproductie en schoenmakerijen. Deze goederen waren direct bestemd voor de Duitse oorlogsindustrie en de SS. De DAW-vestiging in Lublin speelde een centrale rol in de economische uitbuiting van Joden tijdens Aktion Reinhard (de systematische moord op de Joden in het Duitse Generalgouvernement). Sorteercentrum: Naast productie fungeerde het complex als opslag- en sorteerplaats voor de bezittingen en kleding die waren geroofd van de slachtoffers in de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka. In de loop van 1943 werd het kamp aan de Lipowastraat officieel een buitenlandkamp (subkamp) van het concentratiekamp Majdanek (KL Lublin). Het einde van de Joodse dwangarbeiders bij de DAW in Lublin voltrok zich op een van de bloedigste dagen van de Holocaust: Op 3 november 1943 startte de SS de massamoord genaamd Aktion Erntefest (Actie Oogstfeest).Op die dag werden alle overgebleven Joodse gevangenen uit het Lipowa-kamp (ongeveer 2.500 tot 3.000 mensen) naar Majdanek gedeporteerd en daar ter plekke binnen één dag doodgeschoten. Na deze slachting werd het kamp herbevolkt met niet-Joodse gevangenen (vooral katholieke Polen en Sovjet-gevangenen) om de productie tot de nadering van het Rode Leger in juli 1944 voort te zetten.
Lublin-Majdanek concentratiekamp
Lublin-Majdanek concentratiekamp
Polen
Concentratiekamp Majdanek (officieel Konzentrationslager Lublin) was een van de grootste Duitse nazi-concentratie- en vernietigingskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp ligt direct aan de rand van de Poolse stad Lublin en onderscheidt zich van andere kampen omdat het nazi-regime het voor de bevrijding niet volledig kon vernietigen. Gebouwd in oktober 1941 in opdracht van Heinrich Himmler, aanvankelijk als werkkamp voor Sovjet-krijgsgevangenen. Vanaf het najaar van 1942 kreeg het een dubbelfunctie als concentratiekamp en vernietigingskamp binnen Aktion Reinhardt. Gedurende het bestaan passeerden naar schatting 300.000 tot 500.000 gevangenen het kamp. Ongeveer 80.000 mensen werden hier systematisch vermoord, onder wie het merendeel Joden, gevolgd door politieke gevangenen en Polen. Gevangenen stierven door uitputtende dwangarbeid, honger en ziekte, of werden vermoord in de gaskamers (met Zyklon B en koolmonoxide) en via massa-executies per vuurpeloton.Op 22-24 juli 1944 bereikte het Sovjet-leger het kamp. Omdat de SS-bewakers halsoverkop moesten vluchten, was Majdanek het eerste grote nazi-kamp dat nagenoeg intact door de geallieerden werd ontdekt.
Concentratiekamp Lubycza Krolewska
Concentratiekamp Lubycza Krolewska
Polen
Plaats Lubycza Królewska speelde een cruciale rol bij de bouw en werking van het nabijgelegen vernietigingskamp Bełżec.
Lubycza Królewska is een plaats in het zuidoosten van Polen die op slechts een aantal kilometer afstand ligt van het beruchte nazi-vernietigingskamp Bełżec. De gebeurtenissen in het dorp hangen direct samen met de Holocaust: Gedwongen arbeid voor de bouw: Eind december 1941 pakten de Duitse bezetters een groep van ongeveer 120 tot 150 Joodse inwoners uit Lubycza Królewska op. Zij werden gedwongen om de laatste hand te leggen aan de constructie van het kamp Bełżec, waaronder het kappen van bomen en het bouwen van barakken. De eerste testvergassingen: In februari of begin maart 1942 was de bouw van de stationaire gaskamers voltooid. Deze dwangarbeiders uit Lubycza Królewska werden vervolgens als test als allereerste slachtoffers in de gaskamers van Bełżec vermoord. Later in het jaar, rond oktober 1942, werden de resterende honderden Joodse inwoners uit het dorp bijeengedreven en direct naar het SS-Sonderkommando Bełżec gedeporteerd om te worden vergast. Na een vermeende brandstichting in het kamp voerden de nazi's een vergeldingsactie uit waarbij tientallen Poolse en Oekraïense gijzelaars uit onder andere Lubycza Królewska standrechtelijk werden geëxecuteerd.
Luc'k concentratiekamp
Luc'k concentratiekamp
Oekraine
Het nazi-kamp in de stad Luc'k (vaak geschreven als Łuck in het Pools of Lutsk in het Oekraïens) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp en getto. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941 richtte de SS in december 1941 het Getto van Luc'k op. Hier werden ruim 15.000 tot 20.000 Joden onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten. De liquidatie (1942): In augustus en september 1942 ontmantelden de nazi’s het getto. Ruim 25.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen uit de stad en de omliggende regio werden door de Ordnungspolizei en Oekraïense hulptroepen geëxecuteerd bij de heuvels van Gurka Polonka. Bolesław Chrobry-kamp: Naast het getto gebruiktes de nazi's een nabijgelegen werkkamp (gevestigd in een voormalige school) waar ongeveer 500 Joodse vaklieden en handwerkers als slaaf moesten werken. Toen de Duitsers op 12 december 1942 dit werkkamp wilden liquideren, stuitten zij op een zeldzame, felle gewapende opstand. De 500 gevangenen hadden zich bewapend met bijlen, messen en een klein aantal vuurwapens. De nazi's moesten uiteindelijk artillerie en zware granaten inzetten om het verzet na twaalf uur vechten te breken. Vrijwel alle arbeiders kwamen om of pleegden zelfmoord om niet in handen van de SS te vallen. Toen het Rode Leger de stad in februari 1944 bevrijdde, waren er van de grote Joodse gemeenschap in Luc'k nog maar zo'n 150 overlevenden in leven.
Concentratiekamp Lucineţ
Concentratiekamp Lucineţ
Oekraine
Concentratiekamp Lucineţ (tegenwoordig gespeld als Luchynets) was een getto en interneringskamp in het door de nazi's en Roemenen gecontroleerde Transnistrië (nu onderdeel van Oekraïne). Het kamp werd in november 1941 door het Roemeense bestuur opgericht en diende als opvangkamp voor Joden die uit Bessarabië en Boekovina waren gedeporteerd. Het kamp lag ongeveer 28 kilometer ten noorden van Moghilev-Podolsk. De woningen waarin de gevangenen werden geplaatst, stonden in het dorp en waren omheind met prikkeldraad. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Meerdere families werden opeengepakt in kleine kamers van lokale Oekraïense Joden. Ze moesten doorgaans op de kale planken slapen. Door extreme kou, honger en uitbraken van dodelijke epidemieën als gevolg van de slechte sanitaire omstandigheden, lag het sterftecijfer onder de gedeporteerden onvoorstelbaar hoog. De groep bestond uit Joden van allerlei achtergronden, variërend van voormalig ambtenaren tot gedecoreerde veteranen uit de Eerste Wereldoorlog.
Concentratiekamp Luckland
Concentratiekamp Luckland
Polen
Ludwigsdorf
Ludwigsdorf
Polen
Concentratiekamp Ludwigsdorf (tegenwoordig Ludwikowice Kłodzkie, Polen) was een subkamp van het naziconcentratiekamp Groß-Rosen. Het functioneerde vanaf de zomer van 1944 als subkamp, maar was daarvoor, vanaf 1942, al een werkkamp onder Organisation Schmelt. Het kamp werd gebruikt voor dwangarbeid in nabijgelegen munitiefabrieken, waaronder die van IG Farben. Gevangenen moesten er onder erbarmelijke omstandigheden zwaar werk verrichten. Het kamp werd bevolkt door Joodse mannen en vrouwen, waaronder veel Joden uit Polen en Nederland die via doorgangskampen (zoals Westerbork en Mechelen) waren gedeporteerd. Gevangenen werden geregeld onderworpen aan strenge selecties, waarbij velen naar vernietigingskampen (zoals Auschwitz) werden gestuurd.
Ludwigslust
Duitsland
Met het Concentratiekamp Ludwigslust wordt concentratiekamp Wöbbelin bedoeld. Dit kamp lag vlakbij de stad Ludwigslust in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren. Subkamp van Neuengamme: Het kamp werd geopend op 12 februari 1945 als een satellietkamp van het grotere concentratiekamp Neuengamme. Het diende in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog voornamelijk als opvangkamp voor geëvacueerde gevangenen uit andere concentratiekampen die moesten wijken voor de oprukkende geallieerden. Door extreme overbevolking, hongersnood, ziektes en een totaal gebrek aan medische verzorging kwamen er in korte tijd duizenden gevangenen om het leven. Op 2 mei 1945 werd het kamp bevrijd door de Amerikaanse 82e Parachutistendivisie. De Amerikanen troffen er duizenden lichamen en zwaar verzwakte overlevenden aan.
Concentratiekamp Lugoj
Concentratiekamp Lugoj
Roemenie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het concentratiekamp in Lugoj, Roemenië, een internerings- en dwangarbeidskamp. Het kamp werd in de zomer van 1941 door het Roemeense regime opgezet en huisvestte honderden Joodse vrouwen en kinderen uit de regio Dorohoi. Gelegen in de stad Lugoj in het zuidwesten van Roemenië, ten zuidoosten van Timișoara. In augustus 1941 bestond de gevangenenpopulatie uit 499 Joden. Dit waren voornamelijk 261 volwassen vrouwen en 238 kinderen onder de 18 jaar. De bewaking werd uitgevoerd door het plaatselijke militaire garnizoen van Lugoj, geassisteerd door de gendarmerie en de lokale politie. Lot van de gevangenen: In tegenstelling tot de vernietigingskampen en zware werkkampen in Transnistrië, werden de Joodse vrouwen en kinderen in Lugoj eind 1941 en begin 1942 grotendeels teruggestuurd naar hun thuisregio in Dorohoi. Niemand van de kampbewakers of het personeel is destijds voor deze acties vervolgd.
Lui concentratiekamp
Lui concentratiekamp
Polen
Concentratiekamp Luisenhain
Concentratiekamp Luisenhain
Polen
Luisenhain (vanaf mei 1943 officieel bekend als Posen-Luisenhain, tegenwoordig de wijk Starołęka in de Poolse stad Poznań) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-Zwangarbeitslager für Juden (ZAL f. Juden). Het kamp was specifiek ingericht voor de inzet van Joodse dwangarbeiders. De gevangenen in het kamp werden door de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid ten behoeve van de infrastructuur, specifiek voor de spoorwegenbouw (Bahnbau) rondom het strategische spoorwegknooppunt van Poznań. Het kamp was in elk geval actief tussen mei 1942 en september 1942. Het kamp bevond zich in het toenmalige rijksgouw Wartheland. De naam Luisenhain verwees in die tijd ook naar het lokale treinstation en de nabijgelegen militaire versterkingen (zoals onderdelen van de Festung Posen). Het kamp maakte deel uit van een omvangrijk netwerk van tientallen gedwongen werkkampen voor Joden in en rond de stad Posen (Poznań), waartoe ook kampen zoals Posen-Stadion en Posen-Steineck behoorden
Concentratiekamp Luisenheim
Concentratiekamp Luisenheim
Polen
Luisenheim was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was opgezet in het geannexeerde West-Polen, destijds door de nazi's het Reichsgau Wartheland genoemd. Het kamp stond onder leiding van de nazi-autoriteiten en fungeerde als een satellietlocatie waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden slavenarbeid moesten verrichten. Gevangenen in Luisenheim werden ingezet voor zware fysieke arbeid onder andere dat gevangenen werkten voor het Duitse bouwbedrijf Firma Holzmann in Żurczyn (district Szubin). Daarnaast werd er in de omliggende regio's bosbouw en landbouw/landgoedbeheer (Gutsverwaltung) uitgevoerd. Veel van de Joodse gevangenen die in Luisenheim terechtkwamen, waren afkomstig uit het beruchte Ghetto Litzmannstadt (Łódź). Gevangenen die het werk in Luisenheim overleefden, werden in de zomer van 1943 (vaak rond augustus) direct gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Lukow
Lukow
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Łuków (Polen) de locatie van een getto en verschillende dwangarbeidskampen. Vanaf 1940 dwong de SS de Joodse raad (Judenrat) tot zware arbeid. In oktober 1941 werd er een werkkamp ingericht waar de Joodse bevolking onder erbarmelijke omstandigheden werd uitgebuit. Het kamp en het getto bevonden zich in en rond de stad Łuków in het oosten van Polen. De dwangarbeiders bestonden voornamelijk uit Joodse inwoners van de stad, maar ook uit niet-Joodse Polen en verzetsstrijders. De SS en Gestapo gebruikten de dwangarbeiders voor lokale projecten en de industrie. De brute SS'er Josef Bürger stond bekend als de beul van Łuków. In oktober en november 1942 werden de meeste gevangenen vanuit het getto en de werkkampen gedeporteerd naar het Vernietigingskamp Treblinka, waar ze werden vermoord.
Lulkau = Lulkowo
Lulkau = Lulkowo
Polen
Lukow (Jiddisch: Lukov) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een groot Joods getto en een wreed nazi-dwangarbeiderskamp (werkkamp). Het lag in het district Lublin in het bezette Polen. In mei 1941 richtten de Duitse bezetters het Getto van Łuków op. De nazi's propten hier uiteindelijk bijna 12.000 lokale en gedeporteerde Joden samen. Vanaf het begin (al in 1940) moesten Joodse inwoners tussen de 16 en 60 jaar zich melden voor zware dwangarbeid, onder meer in magazijnen van de Gestapo. In het najaar van 1942 begonnen de nazi's met de systematische ontruiming van het getto: In oktober en november 1942 voerden de Duitse politieeenheden (waaronder het beruchte Reserve-Polizeibataillon 101) grote deportaties uit. Ongeveer 9.000 Joden werden op de trein gezet en rechtstreeks vermoord in het Vernietigingskamp Treblinka. Ruim 2.200 Joden werden ter plekke in Łuków doodgeschoten in executiekuilen, waaronder de patiënten en het personeel van het Joodse ziekenhuis. Transformatie tot Dwangwerkkamp (1942–1943) Na de grote deportatiegolven bleef een kleiner, afgesloten deel van het getto over. Dit fungeerde puur als een slavenarbeidskamp. Enkele duizenden overgebleven Joodse arbeiders moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken voor Duitse bedrijven en de Gestapo. In december 1942 executeerden de nazi's nog eens 500 van deze arbeiders. Op 2 mei 1943 werd het kamp definitief geliquideerd. De resterende 3.000 tot 4.000 Joodse dwangarbeiders werden naar de gaskamers van Treblinka getransporteerd. Van de bloeiende Joodse gemeenschap in Łuków die voor de oorlog uit duizenden mensen bestond hebben slechts ongeveer 150 Joden de Holocaust overleefd, voornamelijk door naar de Sovjet-Unie te vluchten of onder te duiken.
Lulkowo
Lulkowo
Polen
Lulkowo (Duits: Lulkau) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een locatie die nauw verbonden was met de nazi-terreur in Polen. Het fungeerde voornamelijk als een executieplaats en een satellietkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Stutthof. Lulkowo ligt in de huidige woiwodschap Koejavië-Pommeren (destijds Danzig-West-Pruisen) in Polen, vlakbij de stad Toruń. In de bossen bij Lulkowo voerde de Duitse Selbstschutz in het najaar van 1939 (tijdens de zogeheten Pommerse Misdaden) executies uit op de lokale Poolse bevolking en intellectuelen. Tegen het einde van de oorlog, vanaf januari 1945, diende Lulkowo als een Außenlager (buitenkamp) onder het commando van het concentratiekamp Stutthof.
Lungitz = Gusen III
Lungitz = Gusen III
Oostenrijk
Kamp Gusen III was een satellietkamp van het concentratiekamp Mauthausen, gelegen bij het Oostenrijkse dorp Lungitz. Het kamp was gevestigd in Lungitz, nabij St. Georgen aan de Gusen. Het diende voornamelijk als dwangarbeiderskamp. Zo moesten gevangenen zware arbeid verrichten bij de uitbreiding van de infrastructuur en was het kamp direct verbonden aan een grote SS-bakkerij die brood leverde aan het gehele Mauthausen-complex. Het kamp was operationeel van december 1944 tot de bevrijding op 5 mei 1945.
Concentratiekamp Lusdorf
Concentratiekamp Lusdorf
Roemenie
Kamp Lusdorf (vaak geschreven als Lustdorf) was een Roemeens internerings- en dwangarbeiderskamp aan de rand van de Oekraïense havenstad Odesa. Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel deze regio onder het door Roemenië bezette Transnistrië. Het kamp is met name bekend als een van de locaties waar in oktober 1941 de bloedbaden van Odesa plaatsvonden. Het kamp was gevestigd aan de Lusdorf Way No. 11 (Lustdorf-weg) in een buitenwijk van Odesa. Oorspronkelijk was Lustdorf een Duitse immigrantenkolonie aan de Zwarte Zee. Het fungeerde hoofdzakelijk als een disciplinair- en werkkamp van de Roemeense autoriteiten. Burgers uit Odesa die verdacht werden van subversieve activiteiten of communistische sympathieën werden hier opgesloten. Het kamp stond onder leiding van de Roemeense commandant Grigore Colos. Gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en structureel mishandeld. Het bloedbad van oktober 1941 Lusdorf is onlosmakelijk verbonden met de Holocaust in Oekraïne. Nadat op 22 oktober 1941 het Roemeense hoofdkwartier in Odesa door een Sovjet-mijn ontplofte, volgden er direct zware vergeldingsmaatregelen tegen de Joodse bevolking. Ongeveer 2.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden naar een grote munitieloods aan de Lusdorf-weg gedreven. Roemeense militairen goten benzine over het gebouw en staken het in brand. Mensen die probeerden te ontsnappen via de ramen werden met machinegeweren doodgeschoten. In de directe omgeving langs de Lusdorf-weg en in nabijgelegen artilleriedepots (zoals in Dalnyk) werden in diezelfde week tienduizenden Joden geëxecuteerd of levend verbrand.
Concentratiekamp Luta
Concentratiekamp Luta
Polen
Kamp Luta was geen zelfstandig concentratiekamp, maar een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager) in het oosten van Polen. Het kamp lag in het gelijknamige dorp Luta en fungeerde als een satellietkamp in de directe nabijheid van het beruchte vernietigingskamp Sobibór. Het kamp werd in 1940 opgezet door de nazi-autoriteiten (onder leiding van de Wasserwirtschaftsinspektion). Joodse gevangenen, voornamelijk afkomstig uit de regio's Lublin en Warschau (en later ook transporten uit Slowakije), moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten. De arbeid bestond hoofdzakelijk uit landverbetering, zoals het graven van kanalen en het droogleggen van de omliggende moerassen. Gevangenen leefden in overvolle houten barakken, leden onder zware mishandelingen en kregen nauwelijks te eten. Wie te zwak of te ziek werd om te werken, werd direct overgebracht naar de gaskamers van het nabijgelegen Sobibór. Luta was vermoedelijk het allerlaatste werkkamp in de regio dat werd ontmanteld. Het kamp bleef bestaan tot 14 oktober 1943.
Lütjenburg
Lütjenburg
Duitsland
Concentratiekamp Lütjenburg (officieel bekend als Lütjenburg-Hohwacht) was een buitenkamp (Außenlager) van het grote concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, vlak bij de Oostzee. Het kamp werd opgericht in november of december 1944 en bleef bestaan tot de ontruiming op 25 maart 1945. Er verbleven ongeveer 200 tot 300 mannelijke gevangenen, voornamelijk afkomstig uit de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk en Nederland. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid voor het bedrijf Anschütz & Co., dat naar deze regio was uitgeweken vanwege de geallieerde bombardementen. Ze moesten onderdelen maken voor navigatie-instrumenten en besturingssystemen van de V2-raketten. De omstandigheden waren bar slecht. De gevangenen leden onder zware mishandeling door de SS, ondervoeding, ziektes en de extreme winterkou aan de kust. Vanwege de nadering van de geallieerde troepen ontruimde de SS het kamp eind maart 1945. De gevangenen moesten een dodentocht te voet afleggen via Rathmannsdorf richting Kiel en Neumünster. Velen overleefden deze laatste transporten niet.
Lützelhöhe Amtshauptmannschaft Flöha
Lützelhöhe Amtshauptmannschaft Flöha
Duitsland
Lützelhöhe (Amtshauptmannschaft Flöha) was in de vroege nazi-periode een specifiek buitencommando (Innenkommando) dat viel onder het vroege concentratiekamp Sachsenburg. Het kamp was operationeel van 19 april 1934 tot 16 augustus 1934. Het fungeerde als een Innenkommando (intern werkcommando) van KL Sachsenburg. Sachsenburg was een van de eerste vroege concentratiekampen in de deelstaat Saksen, dat later model stond voor de opzet van grotere kampen zoals Sachsenhausen. De Lützelhöhe is een heuvelgebied nabij Frankenberg/Sachsen, destijds gelegen binnen de bestuurlijke regio Amtshauptmannschaft Flöha. Gevangenen uit Sachsenburg werden hier ingezet voor onder andere dwangarbeid en herinrichtingsprojecten. De regio Flöha speelde later in de Tweede Wereldoorlog opnieuw een rol in het kampsysteem. Van maart 1944 tot april 1945 bestond er in de stad Flöha zelf een groter buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. In dit latere kamp moesten honderden gevangenen (voornamelijk uit Rusland, Frankrijk en Polen) in een textielfabriek onderdelen maken voor Messerschmitt-gevechtsvliegtuigen
Lützkendorf
Lützkendorf
Duitsland
Concentratiekamp Lützkendorf was een satellietkamp van KZ Buchenwald, gelegen in Krumpa (tegenwoordig Braunsbedra). Het werd in juli 1944 opgericht door de SS. De gevangenen werden door de SS verhuurd aan de Wintershall AG om puin te ruimen en herstelwerkzaamheden uit te voeren nadat de synthetische olieraffinaderij zwaar was gebombardeerd door de geallieerden. De fabriek betaalde de SS 4 Reichsmark per ongeschoolde arbeider per dag. Het kamp telde maximaal 924 gevangenen. Onder hen waren voornamelijk Joodse, politieke en Russische dwangarbeiders. Ze werkten er onder onmenselijke omstandigheden en minstens 29 van hen kwamen in Lützkendorf om het leven door ondervoeding, ziekte en uitputting. In januari 1945 werden de overlevende gevangenen overgeplaatst naar het KZ Mittelbau, waarna het kamp in Lützkendorf werd gesloten.
Concentratiekamp Lužky
Concentratiekamp Lužky
Wit Rusland
Lužky is een dorp in de huidige Wit-Russische regio Vitebsk (vóór 1939 behoorde het tot Polen). Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie bezetten de nazi's het dorp in juli 1941. In de herfst van 1941 richtten zij er een afgesloten getto op voor de Joodse bevolking. Er werden ongeveer 1.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen in het getto opgesloten. Zij moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten. Op 1 juni of 7 juli 1942 werd het getto volledig geliquideerd. Een eenheid van de Duitse Sicherheitsdienst (SD), bijgestaan door lokale collaborerende Wit-Russische politieagenten, dreef de Joden bijeen. Vrijwel de gehele Joodse populatie werd net buiten het stadje geëxecuteerd en in massagraven begraven.
Lwow
Lwow
Oekraine
Het nazi-concentratiekamp in Lwów (het huidige Lviv in Oekraïne) heette concentratiekamp Janovska (ook wel Janowska genoemd). Dit kamp werd in november 1941 opgericht door nazi-Duitsland en bleef in gebruik tot de sluiting op 26 juli 1944. Het kamp had een uniek en gruwelijk karakter door de combinatie van verschillende functies: Drievoudige functie: Janovska diende tegelijkertijd als een dwangarbeidskamp, een doorgangskamp én een vernietigingskamp. Directe link met het getto: Het kamp lag aan de rand van de stad en was nauw verbonden met het Getto van Lemberg (de toenmalige Duitse naam voor Lwów). Joden uit het getto werden hierheen gestuurd voor slavenarbeid of executie. Tienduizenden gevangenen (voornamelijk Joden) werden ter plekke geëxecuteerd in de nabijgelegen zandheuvels (Piaski), of gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec. Sonderkommando 1005: In 1943 moesten gevangenen de massagraven openen en de lijken verbranden om de sporen van de nazi-misdaden uit te wissen. Daarna werden deze gevangenen vaak zelf vermoord.
Lyceum
Lyceum
Algemeen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verschillende Nederlandse lycea en hun Joodse leerlingen zwaar getroffen. Joodse leerlingen werden in 1941 door de bezetter van school gestuurd en vervolgens vaak via kampen gedeporteerd. In sommige gevallen diende het schoolgebouw zelf als verzamelplaats voor razzia's. Het Amsterdams Lyceum: Rector H.J. Gunning protesteerde fel tegen de anti-Joodse maatregelen en organiseerde een emotionele afscheidsbijeenkomst in 1941. Hijzelf werd later gevangengezet in Kamp Amersfoort. Vele Joodse leerlingen overleefden de oorlog niet.
Gemeentelijk Lyceum Enschede: Tijdens de Razzia van Twente in september 1941 werden hier Joodse mannen opgepakt en vanuit het lyceum direct afgevoerd naar concentratiekamp Mauthausen.
Titus Brandsma Lyceum (Oss): Twaalf Joodse leerlingen van deze school werden in de oorlog afgevoerd naar Duitse vernietigingskampen.
Concentratiekamp Łyntupy
Concentratiekamp Łyntupy
Wit Rusland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Łyntupy (destijds bezet door nazi-Duitsland, nu Wit-Rusland) de locatie van een getto en een werkkamp voor de Joodse bevolking. Het kamp en het getto werden in december 1941 ingericht door de bezettingsautoriteiten. De Joodse inwoners werden hier onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en gedwongen tot dwangarbeid. In december 1942 werd het kamp in Łyntupy grotendeels opgeheven en zijn de overgebleven gevangenen overgebracht naar het getto van Święciany (nu Švenčionys in Litouwen) en daar of ter plaatse vermoord.
Concentratiekamp Lypnyk
Concentratiekamp Lypnyk
Oekraine
Concentratiekamp Lypnyk (ook gespeld als Lipnyk) was een Duits nazi-kamp in Oekraïne (destijds geannexeerd onder het Reichskommissariat Ukraine) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij Rawa-Ruska en fungeerde als dwangarbeiderskamp en executieplaats voor Joden uit de regio. Het kamp lag ongeveer tien kilometer ten zuidoosten van Rawa-Ruska in de richting van Lviv (Lemberg). Het kamp werd gebruikt voor Joodse dwangarbeiders. Er verbleven naar schatting 1.500 Joden. In juni 1943 werden de gevangenen, na voorafgaande beloftes dat ze hun vrijheid konden kopen, alsnog weggevoerd en gefusilleerd in de bossen van het nabijgelegen Siedliska.
Concentratiekamp Lysakow
Concentratiekamp Lysakow
Polen
Kamp Łysaków was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp bevond zich in de buurt van de Poolse stad Kraśnik (in het district Lublin). Het functioneerde als een werkkamp waar Joodse mannen werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid. Er verbleven gemiddeld zo'n 500 gevangenen. De nazi's stuurden onder andere arbeidsgeschikte mannen uit omliggende getto's naar Łysaków. O.a. Joodse gedeporteerden uit Wenen die in het getto van Modliborzyce terechtkwamen, hiernaartoe werden gebracht om te werken. Ook vanuit het getto van Annopol werden mensen naar dit kamp getransporteerd. Net als in andere nazi-werkkampen in de regio waren de omstandigheden onmenselijk, gekenmerkt door brute mishandeling, zware ondervoeding, ziektes en een zeer hoge mortaliteit.
Concentratiekamp Lysivci
Concentratiekamp Lysivci
Polen
Lysivci (ook bekend onder de Poolse naam Lisowce) was een nazi-dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het toenmalige district Galicië (tegenwoordig de regio Ternopil in West-Oekraïne), vlakbij het stadje Tovste (Tluste). Het kamp werd in de lente of zomer van 1942 door de Duitse bezetter opgezet. Het diende als een van de agrarische werkkampen in de regio Tarnopol. De gevangenen waren voornamelijk Joden die de eerste liquidaties en razzia's (Aktionen) in de omliggende getto's, zoals die van Horodenka en Tłuste, hadden overleefd. Gevangenen moesten onder zware omstandigheden op het land werken. Een specifieke taak voor veel Joodse vrouwen in het kamp was de cultivatie van kok-saghyz (een soort paardenbloem), een plant die door de nazi's werd gebruikt om synthetisch rubber te produceren. Hoewel overlevenden in getuigenissen melden dat de lokale kampleider (een Duitser genaamd Frank of Fati) relatief menselijker was dan commandanten in andere kampen, bleef het regime streng en het werk fysiek uitputtend. Omdat het werk grotendeels in open velden plaatsvond, slaagden sommige gevangenen erin rauwe groenten te vinden om hun honger te stillen. Gedurende 1943 verslechterde de situatie drastisch. Het kamp kreeg te maken met gewelddadige overvallen door Oekraïense nationalistische groeperingen (zoals de Banderovtsy) en de lokale bevolking, waarbij gevangenen werden vermoord. aan het einde van 1943 voerden de nazi's en de lokale hulppolitie brute zuiveringen uit. Zieke gevangenen (met name die leden aan tyfus) en grote groepen gezonde Joden werden ter plekke geëxecuteerd. Een klein aantal gevangenen wist te ontsnappen of overleefde in kampen in de buurt tot de regio in het voorjaar van 1944 werd bevrijd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie.
Concentratiekamp Lyszkowice
Concentratiekamp Lyszkowice
Polen
In het Poolse stadje Łyszkowice (gelegen in het district Łowicz) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en een dwangarbeiderssysteem. Veel kleinere nazi-kampen en getto's waar dwangarbeid werd verricht. Het getto en de dwangarbeid in Łyszkowice. Duitse troepen bezetten Łyszkowice in september 1939. Direct daarna voerden de nazi's anti-Joodse maatregelen in, waaronder de verplichting tot het dragen van de Jodenster en de oprichting van een Joodse Raad (Judenrat). In mei 1940 werd het getto van Łyszkowice officieel opgericht op bevel van de Duitse Kreishauptmann van Łowicz. Naast de lokale Joodse bevolking werden hier ook honderden Joodse vluchtelingen uit omliggende steden zoals Łódź en Brzeziny in ondergebracht. Het werkkamp (Arbeitsabteilung): Binnen het getto werd een speciale werkafdeling opgezet. Ongeveer 60 procent van de mannen werd ingezet voor zware nazi-dwangarbeid in de regio. In maart 1941 ontruimden de nazi's het getto volledig. De overgebleven Joodse inwoners werden weggestuurd naar het Getto van Warschau. Een klein aantal bleef kort achter om Joodse bezittingen te sorteren en de huizen te desinfecteren voor de Duitse bezetter. De Joden die vanuit Łyszkowice naar Warschau waren gedeporteerd, kwamen daar terecht in overvolle vluchtelingenverblijven. Velen stierven ter plekke door honger en tyfus. De overlevenden van deze groep werden in de zomer van 1942 tijdens de grote nazi-deportaties (Aktion) naar het vernietigingskamp Treblinka getransporteerd en daar vermoord.