Kamp Wierden I

Kamp Vossebosch / Hoge Hexel

Officieel: kamp Wierden I

Wierden

Zie ook:

 

 

Op 19 februari 1941 werd aan het hoofd van de Rijksgebouwendienst meegedeeld dat de nieuwe kampen gepland waren in de plaatsen: Liessel en Wierden en in Weert zelfs twee kampen. Het gemeentebestuur van Opsterland had geweigerd, maar dat had niet geholpen. De commandant van de Opbouwdienst keurde in een brief de tekeningen en de plannen goed voor andere kampen: Annen, Gasselte, Pesse en Ten Arlo. Daarna werd een rondrit door Nederland gemaakt en werden de volgende kampen vastgesteld:

  • Regio Assen waaronder Hemrik, Annen, Roden.
  • Regio Meppel waaronder Wolvega en Staphorst.
  • Regio Zutphen waaronder Wierden, Lochem, Heemse en Bergentheim.
  • Regio Eindhoven waaronder Valkenswaard, Venray, Hilvarenbeek en Weert.

 

Kamp Vossenbosch …Dit kamp was tijdens de Tweede Wereldoorlog  mogelijk een joods werkkamp. Of na de bevrijding NSB-ers, landwachters, voormalige SS-ers en SD-ers geïnterneerd werden is feitelijk in archieven onbekend. Daarna is het kamp nog enige tijd een verblijf geweest voor Molukkers.

 

Geruchten gaan dat in begin jaren veertig ook enkele Joodse mannen in kamp Wierden I te werk zijn gesteld, dezelfde geruchten spreken van mannen die uit het westen kwamen, echter voor een korte periode.

 

Herman van der Elst, directeur-eigenaar van een grote wasserij aan de Rijssenseweg in Wierden, was in de dertiger jaren van de twintigste eeuw de eigenaar van een perceel bosgrond tussen het dorp Wierden en de buurtschap Hoge Hexel. Het perceel lag aan de Bruinehoops- en de Oude Zwolseweg.

 

Van der Elst kapte het hout, verkocht het als mijnhout aan de staatsmijnen in Limburg en deed vervolgens de kale grond van de hand aan de Nederlandse Staat, afdeling Domeinen. Direct na het uitbreken van de oorlog in mei 1940, bouwde aannemersbedrijf Bruns en Bonke uit Almelo er een paar barakken op. Dit was het begin van een groot aantal barakken dat in de loop van de jaren zou volgen.

 

De eerste bewoners van dit barakkenkamp waren gedemobiliseerde Nederlandse soldaten die in de meidagen van 1940 gevochten hadden tegen de Duitsers. Het heette toen de Opbouwdienst. In plaats van een geweer kregen de soldaten een schop en werden ze in de naaste omgeving aan het werk gezet om heidegrond te ontginnen en er cultuurgrond van te maken. Dit duurde een half jaar. Van het werk kwam door gebrek aan ervaring weinig terecht. De grondwerkers zwaaiden af en gingen naar huis.


Hierna kwamen Duitse militairen, hoofdzakelijk gelegen in Almelo, die er in de omgeving een militair oefenterrein van maakten, met loopgraven, houten bunkers, uitkijktorens et cetera. Dagelijks werden er compleet nagemaakte oorlogen gevoerd, als oefening voor de invasie van Engeland, die er nooit gekomen is. De Duitsers verbleven er ongeveer een jaar.

 

Inmiddels was de zogenaamde Arbeidsdienst opgericht. Een verplichte NSB-organisatie voor jongeren tussen de twintig en vierentwintig jaar, een soort dienstplicht. Deze jongeren werden hier ook tewerkgesteld. Het Staatsbos aan de Bruinehoopsweg in het Wierdenseveen is door deze dienst bijvoorbeeld aangelegd. Verder hield men zich bezig met ontginningen en soortgelijk werk en veel sport. Aan het werkkamp werd toen de naam Vossenbos gegeven. Dit ten onrechte, de officiële Vossenbosch ligt aan de Oude Zwolseweg. De naam rust op het landgoed en niet op het barakkenkamp. Het einde van de periode Arbeidsdienst kwam in de bekende septemberdagen in 1944. De leiding, die bestond uit NSB-ers, sloeg op de vlucht.

 

 


Na de Arbeidsdienst kwam de Deutsche Bundesbahn. Dit waren Duitse werknemers van de spoorwegen. Mensen, die van de oorlog niets moesten hebben. Ze reden met grote vrachtauto’s, want treinen reden er nauwelijks meer. Deze mensen hebben zelfs bij de treinbeschieting in Wierden, op Eerste Kerstdag 1944, de uit de trein gevluchte gevangenen geholpen te verdwijnen naar veiliger plekken, of weer terug naar huis. De spoorwegmensen verbleven twee à drie maanden in het barakkenkamp.

 

Vervolgens nam de Hermann Göring divisie het kamp over. Dit waren zwaar bewapende SS-militairen. De soldaten woonden in de barakken, de officieren werden in Huis de Vossenbosch ingekwartierd, met schildwachten dag en nacht om de woning. Geallieerde vliegtuigen hebben het barakkenkamp toen diverse keren beschoten vanuit de lucht, waarbij een aantal Duitse militairen om het leven is gekomen. Deze divisie bleef hier tot aan de bevrijding in april 1945. Het barakkenkamp lag twee dagen in de vuurlinie, Canadese tanks beschoten vanaf Hoge Hexel (ter hoogte van het pompstation en bakkerij Roeloffzen) het kamp en de omgeving.

 

Na de bevrijding kwamen er Franse militairen. Enorme tenten werden opgezet. Zij regelden het terugbrengen van mensen die in Duitsland verplicht tewerkgesteld waren gedurende de bezettingstijd. Deze mensen verbleven meestal twee dagen in het kamp. Ze werden eerst in de zogenaamde Entlausungsanstalt aan de Violenhoeksweg (een overblijfsel van de Duitse bezetters) gewassen en van nieuwe kleren voorzien. Daarna werden ze teruggebracht naar het land of de plaats van bestemming. Vele nationaliteiten verbleven hier toen in het barakken- en tentenkamp. Deze periode duurde ongeveer een maand. Weer daarna kwamen de militairen van het zo bekende Algonquin Regiment, die, toen de oorlog in Europa afgelopen was, wachtten op terugkeer naar Ontario, Canada. Eerst in augustus, september 1945 vond hun terugkeer daadwerkelijk plaats.

 

Het barakkenkamp heeft vervolgens een aantal jaren leeggestaan, tot het begin van de jaren ’50. Toen kwamen de Ambonezen. Vele barakken werden bijgebouwd, zodat er een compleet houten dorp ontstond. De Ambonezen woonden hier vele jaren, tot er woningen voor ze gebouwd werden in het dorp Wierden en in Almelo. Na hun vertrek zijn de woonbarakken gesloopt.

 

De gemeente Wierden heeft de grond aangekocht van Domeinen en er trimbanen en wandelpaden aangelegd. Daarna is het geleidelijk aan door de ruitervereniging de Eschruiters en de ruiterclub het Molenbelt een hippisch centrum geworden.

 

 

Bewoners:

  • Tewerkgestelden bij Heidemij voor ontginning  voor de oorlog en begin WOII
  • In de loop van 1942 werden in de NAD-kampen werkeloze joodse mannen ondergebracht, waarbij zij dezelfde werkzaamheden als de Nederlandse ex-militairen voor hen dienden te verrichten. Hun verblijf was slechts van korte duur. Vanaf begin oktober 1942 werden deze bewoners afgevoerd naar kamp Westerbork en/of kamp Vught om van daaruit naar de vernietigingskampen getransporteerd te worden.
  • Na het vertrek van de joodse arbeiders werden de kampen weer bevolkt door niet joodse
    Nederlanders, hiertoe aangewezen door de bezetters. In september 1944 kozen veel NSB-ers vaak hals over kop het hazenpad (dolle dinsdag) en kwam er een einde aan de NAD, waarna de te werk gestelde mensen de benen namen. Vaak doken zij eerst onder in de omgeving van de kampen, om later terug te keren naar hun woonplaatsen. Twee NAD-werkkampen lagen bij Wierden, één ten noorden (De Vossenbosch), het tweede bevond zich ten westen van hetdorp aan de spoorlijn Wierden-Zwolle, ongeveer vijfhonderd meter na de splitsing spoorlijn richting Deventer.
  • De Vossenbosch. Na de Nederlandse capitulatie op 15 mei 1940 bouwde aannemersbedrijf Bruns en Bonke uit Almelo een paar barakken op een terrein aan de Bruinehoopsweg en Oude Zwolseweg. Aanvankelijk werden hier Duitse militairen gelegerd die in de omgeving een militair oefenterrein aanlegden. Na ongeveer een jaar nam de NAD het kamp over en begon het fors uit te breiden, met als eerste bewoners gedemobiliseerde Nederlandse soldaten die de ontginningswerkzaamheden dienden aan te pakken. Hun inzet duurde meestal een half jaar, waarna zij afzwaaiden om vervangen te worden door een nieuwe ploeg.
  • Een paar maanden later namen parachutisten van de Hermann Göring Divisie (belast met de verdediging van Wierden) er hun intrek, met de officieren in huize de Vossenbosch. Na vijf dagen strijd trokken zij zich in de nacht van 8 op 9 april 1945 terug en werd Wierden op 9 april bevrijd.
  • Hierna werden er Franse militairen gelegerd die gedurende ongeveer een maand
    de repatriatie van mensen, die in Duitsland verplicht te werk waren gesteld (Arbeitseinsatz), regelden.
  • Na de capitulatie van nazi-Duitsland op 7 mei 1945 kwam er het Canadese Algonquin
    Regiment (de bevrijders van Wierden). Met andere in de omgeving gelegerde Canadese
    eenheden wachtten zij hier op terugkeer naar hun vaderland, hetgeen vanaf augustus 1945 geleidelijk plaatsvond.
  • Het barakkenkamp heeft vervolgens een aantal jaren leeggestaan, tot i n 1951 de eerste gerepatrieerde Molukse (vaak Ambonese) gezinnen er hun intrek namen. Er
    werd veel bijgebouwd, zodat er een compleet houten dorp ontstond.

 

Het voetbalteam van Kamp Wierden I of Kamp Wierden II.

Lichting juli - december 1943.

 

Waarschijnlijk Kamp Wierden I