Concentratiekampen S t/m T 1940-1945

Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'

Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.

 

Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.

 

Zie ook:

Frontstalags in Frankrijk

Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp

Kampen op alfabetische volgorde

 

S

SS-Baubrigade I

SS-Baubrigade I

 

Duitsland

De 1. SS-Baubrigade was een mobiele, ongebonden eenheid van de SS, bestaande uit ongeveer 1000 mannelijke concentratiekampgevangenen. Deze brigades werden vanaf de herfst van 1942 ingezet in zwaar gebombardeerde steden en stonden onder direct bevel van het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt. Puinruimen, herstellen van infrastructuur en het bergen van slachtoffers na geallieerde bombardementen. Later: Uitbreiding naar zware dwangarbeid in de wapenindustrie en spoorwegbouw. De groep bestond voornamelijk uit niet-Joodse gevangenen afkomstig uit de kampen Buchenwald, Neuengamme en Sachsenhausen. De eenheid opereerde initieel als een buitencommando van Buchenwald, werd later onderdeel van Mittelbau-Dora en vervolgens weer van Sachsenhausen.

SS-Baubrigade II

SS-Baubrigade II

 

Duitsland

De II. SS-Baubrigade was een mobiele dwangarbeiderseenheid van concentratiekamp Neuengamme. Vanaf oktober 1942 werden ongeveer 1.000 gevangenen ingezet om puin te ruimen, lichamen te bergen en onontplofte bommen onschadelijk te maken na geallieerde bombardementen in Noordwest-Duitsland. De brigade bestond voornamelijk uit niet-Joodse gevangenen, zoals Russen en Polen, en opereerde als een mobiel subkamp. De eenheid werd over verschillende steden verspreid: Bremen (Hoofdlocatie): Opgericht in oktober 1942. Hier werden 750 gevangenen ondergebracht voor opruimingswerkzaamheden. Osnabrück: Een nevenlocatie met 250 gevangenen die actief was van 17 oktober 1942 tot begin mei 1943.Wilhelmshaven: Een subkamp met 175 gevangenen dat van de lente tot november 1943 werd ingezet voor puinruimen en gemeentelijke bouwprojecten. Berlijn: In maart 1944 werd de eenheid (toen bestaande uit 1.055 gevangenen) tijdelijk overgeplaatst naar de wijk Moabit om zware schade door bombardementen op te ruimen.

SS-Baubrigade III

SS-Baubrigade III

 

Duitsland

De III. SS-Baubrigade was een mobiele concentratiekamp-eenheid (onderdeel van KZ Buchenwald) die vanaf september 1942 werd ingezet. Ca. 1.200 tot 3.000 gevangenen werden gedwongen tot puinruimen, het bergen van slachtoffers en het onschadelijk maken van blindgangers na geallieerde bombardementen in zwaar getroffen steden.De geschiedenis van deze brigade is opgesplitst in twee belangrijke fases

1. Inzet in het Ruhrgebied en Rijnland (september 1942 - mei 1944) Het hoofdkwartier van de III. SS-Baubrigade bevond zich in de Messehallen in Köln-Deutz Köln Messehallen - Herbert Naumann. Vanuit hier werden er dependances en subkampen opgezet in omliggende steden om puin te ruimen en gevaarlijke explosieven op te graven Köln Naast Keulen waren er onderkomens en werkkampen in onder andere Duisburg, Düsseldorf, Essen en Dortmund Köln (III. SS-Baubrigade) 

Het werk was extreem gevaarlijk en dodelijk. In juni 1943 kwamen er bijvoorbeeld vijf gevangenen om in Dortmund tijdens het ontmantelen van een tijdbom Dortmund (III. SS-Baubrigade)

2. Dwangarbeid in de Harz (mei 1944 - 1945)In mei 1944 werd de brigade overgeplaatst naar het Zuid-Harz-gebied Osterhagen (SS-Baubrigade III) - Buchenwald Subcamp. Hier werden de gevangenen ondergebracht in Wieda (nu onderdeel van Walkenried) en ingezet bij de aanleg van de Helmetalbahn, een geplande spoorlijn tussen Nordhausen en Osterhagen Osterhagen (SS-Baubrigade III) - Buchenwald Subcamp. De groep bestond voornamelijk uit politieke gevangenen en verzetsstrijders uit de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk, België en Nederland III. SS-Baubrigade. De bewaking was in handen van manschappen van de Luftwaffe, in plaats van de reguliere SS-Totenkopfverbände III. SS-Baubrigade.

SS-Baubrigade IV

SS-Baubrigade IV

 

Duitsland

SS-Baubrigade IV was een mobiele SS-bouwbrigade (een speciaal type concentratiekamp) die werd ingezet voor zware dwangarbeid. De brigade werd in augustus 1943 opgericht vanuit het concentratiekamp Buchenwald en kwam in 1944 in de regio van de Harz terecht als onderdeel van het latere concentratiekamp Mittelbau-Dora. De brigade was van mei 1944 tot april 1945 gestationeerd in Ellrich (waar de keuken en administratie waren gevestigd). Daarnaast werden tot 800 gevangenen gehuisvest in een schaapskooi in het dorp Günzerode. De gevangenen werden door de SS ingezet voor zware infrastructuurwerken en de aanleg van de Helmetalbahn, een nieuwe spoorlijn die het verkeer in de regio moest ontlasten. Het kampleven werd gekenmerkt door vernietiging door werk, ondervoeding en mishandeling. Bij de ontruiming van het kamp in april 1945 werden honderden zieke gevangenen in goederenwagons geplaatst en naar Gardelegen gestuurd, waar velen omkwamen tijdens het beruchte bloedbad. Honderden andere gevangenen werden te voet door de Harz gedreven en de overlevenden werden medio april 1945 in Güntersberge door het Amerikaanse leger bevrijd.

SS-Baubrigade V West

SS-Baubrigade V West

 

Frankrijk

De V. SS-Baubrigade (ook bekend als SS-Baubrigade West) was een mobiele dwangarbeiderseenheid van concentratiekamp Buchenwald, actief van maart tot oktober 1944 in bezet Noord-Frankrijk. Zo'n 2.500 gevangenen werden gedwongen lanceerplaatsen voor V1- en V2-raketten en bunkers te bouwen. Gevestigd in Doullens (regio Hauts-de-France).Nevenkampen: De brigade had diverse buitenkampen, onder andere in Rouen (op een voormalig renbaankamp met Hindenburg-barakken), Hesdin en Aumale. Er werden dagelijks colonnes uitgestuurd om te werken op militaire vliegvelden, zoals in Amiens en Montdidier. De groep bestond uit gevangenen die voornamelijk afkomstig waren uit Buchenwald en Neuengamme, waaronder veel politieke gevangenen en verzetsstrijders uit heel Europa. De omstandigheden waren zwaar. Velen kwamen om door allieerde bombardementen op de infrastructuur of door executies. Door de geallieerde opmars na D-Day werd de eenheid in de nazomer van 1944 geëvacueerd en ontbonden. De gevangenen werden overgeplaatst naar andere SS-bouwbrigades of het concentratiekamp Mittelbau-Dora.

SS-Baubrigade IX

SS-Baubrigade IX

 

Duitsland

SS-Baubrigade IX (SS-Eisenbahnbaubrigade IX) was een mobiel concentratiekamp onder het commando van Sachsenhausen. De brigade bestond uit ongeveer 500 gevangenen en werd eind 1944 opgericht om spoorwegschade te herstellen. Dit rollende concentratiekamp reisde per trein door Duitsland en het werd ingezet voor zware dwangarbeid. De brigade werd voornamelijk ingezet in de volgende steden en regio's: Stuttgart (eind november tot eind december 1944): De eerste inzetlocatie voor spoorwegreparaties. Offenburg (tot eind februari 1945): Werkzaamheden werden voortgezet in deze regio nabij Straatsburg. Darmstadt (maart 1945): De groep werd hier gestationeerd en verrichtte opruim- en herstelwerkzaamheden. In de nadagen van de oorlog, kort voordat de geallieerden Darmstadt binnentrokken, werd de brigade overhaast geëvacueerd. De treinreis met de gevangenen ging vervolgens in oostelijke en noordelijke richting door steden waaronder Frankfurt am Main, Würzburg, Neurenberg, Regensburg en Pilsen.

SS-Eisenbahn-Baubrigade 1 (ook als 6 bekend)

SS-Eisenbahn-Baubrigade 1 (ook als 6 bekend)

 

Duitsland

De 6. SS-Eisenbahn-Baubrigade, ook wel bekend als de 1. SS-Eisenbahn-Baubrigade, was een mobiel concentratiekamp. Deze rollende gevangenis werd opgericht in september 1944 en bestond uit ongeveer 500 krijgsgevangenen en dwangarbeiders die in goederenwagons leefden en werkten. Oprichting: 12 september 1944 in het Concentratiekamp Buchenwald. De eenheid werd in eerste instantie geformeerd als de 1. SS-Eisenbahn-Baubrigade. Later werd de nummering aangepast en stond ze officieel bekend als de 6. SS-Eisenbahn-Baubrigade. De dwangarbeiders werden gedwongen tot zware herstelwerkzaamheden aan spoorlijnen, wissels en zwaar gebombardeerde stations om de logistiek van het Derde Rijk draaiende te houden. De trein werd ingezet op verschillende locaties in Duitsland. Häftlinge werden onder andere ingezet bij het station Eifeltor in de regio Köln/Brühl en verrichtten graafwerkzaamheden rond Sangerhausen. Vanaf eind oktober 1944 werd de brigade overgedragen aan Concentratiekamp Mittelbau-Dora en vanaf januari 1945 viel het onder het Concentratiekamp Sachsenhausen.De overlevenden van deze trein werden uiteindelijk op 4 mei 1945 door geallieerde troepen in Salzburg (Oostenrijk) bevrijd.

SS-Eisenbahn-Baubrigade 2 (ook als 7 bekend)

SS-Eisenbahn-Baubrigade 2 (ook als 7 bekend)

 

Duitsland

De 7. SS-Eisenbahn-Baubrigade (oorspronkelijk opgericht als 2. SS-Eisenbahn-Baubrigade) was een mobiele dwangarbeideneenheid van de SS, bestaande uit gevangenen uit concentratiekampen. Deze eenheden werden ook wel kampen op wielen genoemd, omdat de gevangenen in goederentreinen werden gehuisvest. Oprichting: De brigade werd in september 1944 opgezet in concentratiekamp Auschwitz met ruim 500 gevangenen. De eenheid stond initieel bekend als 2. SS-Eisenbahn-Baubrigade. Kort na de overplaatsing naar het Buchenwald-complex in oktober 1944, werd de eenheid hernoemd tot 7. SS-Eisenbahn-Baubrigade (soms ook aangeduid als SS-Eisenbahnbaubrigade VII). De brigade was voornamelijk belast met het herstellen van spoorlijnen, het ruimen van puin en het ontmantelen van spoorwegsystemen die door geallieerde bombardementen waren beschadigd. De gevangenen werden ingezet in verschillende regio's. Vanaf begin 1945 viel de administratie van de brigade onder concentratiekamp Sachsenhausen. De overlevenden hebben aan het einde van de oorlog zware ontberingen en dodenmarsen moeten doorstaan.

SS-Eisenbahn-Baubrigade 8

SS-Eisenbahn-Baubrigade 8

 

Duitsland

De 8. SS-Eisenbahn-Baubrigade was een mobiele dwangarbeideenheid van de nazi's, bestaande uit ongeveer 500 concentratiekampgevangenen. Deze eenheid, opgericht in november 1944 in KZ Sachsenhausen, werd als rollend concentratiekamp in goederenwagons door Duitsland gestuurd om zwaar beschadigde spoorlijnen en emplacementen te herstellen na geallieerde bombardementen. Stuttgart (eind 1944 - begin 1945): De brigade werd samen met de 7e eenheid ingezet om het spoorwegnetwerk rond Stuttgart te herstellen. Dit netwerk was zwaar getroffen tijdens bombardementen op de vitale industrie aldaar. Kassel (januari 1945): De eenheid is in de tweede helft van januari 1945 ook ingezet voor herstelwerkzaamheden aan het spoor in Kassel. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Polen en Russen, maar er waren ook Nederlanders, Fransen, Duitsers en andere nationaliteiten aanwezig. De leef- en werkomstandigheden in de treinwagons waren erbarmelijk en de sterftecijfers onder de dwangarbeiders waren extreem hoog.

SS-Eisenbahn-Baubrigade 10

SS-Eisenbahn-Baubrigade 10

 

Duitsland

De SS-Eisenbahn-Baubrigade 10 was een mobiele dwangarbeiderseenheid onder toezicht van de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gevangenen werden ingezet voor zware herstel- en constructiewerkzaamheden aan het spoor. Administratief viel deze brigade onder het concentratiekamp Sachsenhausen, maar er was ook sterke verbinding met Buchenwald. De eenheid opereerde onder commando van de buitenpost in Hirschberg. De gevangenen werden ondergebracht in o.a. Buchwald-Hohenwiese (Neder-Silezië). De brigade was operationeel van 14 november 1944 tot en met 18 februari 1945.

SS-Eisenbahn-Baubrigade 11

SS-Eisenbahn-Baubrigade 11

 

Duitsland

De 11. SS-Eisenbahn-Baubrigade (ook bekend als SS-Eisenbahnbaubrigade XI) was een mobiele dwangarbeiderseenheid onder leiding van de SS, opgericht in februari 1945. Deze brigade bestond uit 504 gevangenen uit concentratiekamp Neuengamme en werd ingezet om spoorwegen te herstellen die door geallieerde bombardementen waren verwoest. De groep werd geformeerd op 8 februari 1945 in het concentratiekamp Neuengamme. Op 13 februari 1945 vertrok de brigade per goederentrein als een mobiel subkamp. Hun voornaamste werkgebied lag in Westfalen (regio Soest/Bad Sassendorf), waar ze werden gedwongen om zware herstelwerkzaamheden aan de spoorinfrastructuur uit te voeren. Het werk onder deze brigades was extreem zwaar en de omstandigheden waren mensonterend, waardoor een aanzienlijk deel van de gevangenen de oorlog niet overleefde.

SS-Eisenbahn-Baubrigade 12

SS-Eisenbahn-Baubrigade 12

 

Duitsland

De SS-Eisenbahn-Baubrigade 12 (ook wel SS-Eisenbahnbrigade XII genoemd) was een mobiele eenheid van de SS en een type rollend concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. De brigade bestond grotendeels uit gevangenen die werden ingezet voor zware dwangarbeid. De eenheid werd eind 1944 opgericht in concentratiekamp Sachsenhausen. Het betrof een mobiel subkamp. De gevangenen leefden in goederenwagons en werden door heel nazi-Duitsland ingezet. De voornaamste taak was het herstellen en repareren van spoorwegen, spoorwegemplacementen en infrastructuur die door geallieerde bombardementen waren verwoest. De brigade werd onder andere ingezet voor herstelwerkzaamheden in de regio rondom Frankfurt am Main, Koblenz (bijvoorbeeld in Kamp Metternich) en andere zwaar getroffen gebieden in Duitsland.

SS-Eisenbahn-Baubrigade 13

SS-Eisenbahn-Baubrigade 13

 

Duitsland

De 13. SS-Eisenbahn-Baubrigade was een mobiel concentratiekamp (een zogenoemd rollend KZ) dat in januari 1945 werd opgericht vanuit het KZ Dachau. De brigade bestond uit ongeveer 500 gevangenen die dwangarbeid moesten verrichten aan de door geallieerde bombardementen vernietigde spoorweginfrastructuur. De eenheid werd formeel geactiveerd op 18 januari 1945 en viel later onder het beheer van KZ Sachsenhausen. De gevangenen leefden en werkten vanuit goederenwagons en werden onder andere ingezet in Aumenau (Hessen) voor het herstellen van sporen en spoordijken. Eind maart 1945 werd de brigade geëvacueerd en rond 26 maart in de buurt van Wetzlar bevrijd door oprukkende geallieerde troepen.

SS Baubrigade

 

Algemeen/Duitsland

De SS-Baubrigaden (SS-Bouwbrigaden) waren mobiele werkeenheden die fungeerden als subkampen van de nationaalsocialistische concentratiekampen. Ze werden vanaf de herfst van 1942 ingezet door Nazi-Duitsland en bestonden uit duizenden dwangarbeiders.De brigades werden opgericht onder verantwoordelijkheid van het SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt (WVHA). De voornaamste taken waren: Puinhoopruiming: Het herstellen van infrastructuur en het opruimen van puin in Duitse steden na geallieerde bombardementen. Bouwwerkzaamheden: Het aanleggen van militaire verdedigingswerken, spoorwegen en ondergrondse fabrieken voor de wapenindustrie. Lijkenberging: Het bergen van slachtoffers na zware luchtaanvallen. In totaal zijn er tussen 1942 en 1944 vijf hoofdbrigades opgericht (SS-BB I tot en met SS-BB V), later aangevuld met specifieke SS-Eisenbahnbaubrigaden (spoorwegbouwbrigaden).Samenstelling: Een brigade telde vaak rond de 2.000 tot 2.500 gevangenen. Dit waren hoofdzakelijk mannelijke, niet-Joodse politieke gevangenen en dwangarbeiders uit Polen en de Sovjet-Unie. De eenheden stonden onder leiding van de SS en werden bewaakt door SS-commando's of (later in de oorlog) oudere Wehrmacht-soldaten. De inzet van de SS-Baubrigaden was de eerste keer dat het Duitse burgerbevolking op grote schaal direct in contact kwam met concentratiekampgevangenen. De uitgehongerde gevangenen moesten overdag midden in de gebombardeerde steden werken. Hoewel de overlevingskansen in deze mobiele eenheden door incidentele hulp van burgers marginaal hoger lagen dan in de vernietigingskampen, bleven de omstandigheden door het zware fysieke werk en de geallieerde bombardementen extreem gevaarlijk.

Saal a.d. Donau

Saal a.d. Donau

 

Duitsland

Aussenlager Saal a.d. Donau was van 30 november 1944 tot 20 april 1945 een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Gevangenen werden hier gedwongen om onder erbarmelijke omstandigheden tunnels te bouwen in de Ringberg voor een ondergrondse vliegtuigfabriek van Messerschmitt. Saal an der Donau, Duitsland (codenamen: Me-Ringberg, Esche I). Het kamp bood plaats aan honderden gevangenen. Eind februari 1945 werd het hoogste aantal geregistreerde gevangenen bereikt (671). Gevangenen moesten zware dwangarbeid verrichten om tunnels uit te hakken in de rotsen voor de productie van Messerschmitt-vliegtuigen onder leiding van de Organisation Todt. Op 20 april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op transport gezet in dodenmarsen.

Saalfeld 

Saalfeld 

 

Duitsland

Concentratiekamp Saalfeld, beter bekend onder de codenaam Laura, was een berucht buitenkamp van Buchenwald. Het kamp lag in de buurt van Schmiedebach en Lehesten (Thüringen) en functioneerde van september 1943 tot april 1945. Drijfkracht achter het kamp was de productie van onderdelen en raketmotoren voor de V-2 raket. De SS liet gevangenen onder zware omstandigheden werken in ondergrondse leisteengroeven om de wapenproductie te verbergen voor geallieerde bombardementen. Er zaten in totaal zo'n 2.600 gevangenen uit ruim tien landen (voornamelijk Polen, de Sovjet-Unie, Frankrijk en Italië). Door de onmenselijke dwangarbeid, ondervoeding en mishandeling stierven er minstens 560 mensen. Op 13 april 1945, vlak voor de bevrijding, werd het kamp ontruimd en werden honderden gevangenen op een dodenmars naar Dachau gestuurd. Enkele tientallen zieken werden diezelfde dag nog bevrijd door Amerikaanse troepen.

Saarburg I

Saarburg I

 

Duitsland

Saarburg I was een subkamp (Außenkommando) van het SS-Sonderlager / Concentratiekamp Hinzert. Het kamp bevond zich in het district Trier-Saarburg in de Duitse deelstaat Rijnland-Pfalz. Het fungeerde als een Arbeitseinsatzstelle (dwangarbeidskamp). De gevangenen werden door de nazi's ingezet voor zware fysieke arbeid in de regio. De administratie en bewaking stonden onder directe leiding van het hoofdkamp Hinzert. Hinzert zelf werd door de SS gebruikt om politieke gevangenen, verzetsstrijders (waaronder veel Nacht und Nebel-gevangenen) en dwangarbeiders uit heel Europa op te sluiten. Naast Saarburg I bestond er in dezelfde regio ook een tweede subkamp, aangeduid als Saarburg II.

Saarburg II

Saarburg II

 

Duitsland

Saarburg II een bijkamp (Außenkommando) van SS-Sonderlager/Concentratiekamp Hinzert en de lokale verdedigingslinie: Außenkommando Saarburg: Het hoofdkamp Hinzert lag in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts. Dit kamp zette dwangarbeiders in bij verschillende bijkampen in de regio. In en rondom de stad Saarburg bevond zich zo'n Außenkommando.Westwall en infrastructuur. De gevangenen in de regio Saarburg werden door de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid. Dit omvatte de bouw van de Westwall (Siegfriedlinie), herstelwerkzaamheden aan het spoor en infrastructurele projecten.

Saarow

Saarow

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Bad Saarow was een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp werd opgericht in 1942 en heeft bestaan tot 15 april 1945. De meer dan 2000 gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder de bouw van de geheime Bunker Fuchsbau voor de Waffen-SS in de bossen tussen Rauen en Petersdorf. Er zaten voornamelijk politieke gevangenen en verzetsstrijders uit verschillende bezette landen.

Concentratiekamp Šabac

Concentratiekamp Šabac

 

Servie

Concentratiekamp Šabac was een nazi-concentratiekamp in Servië, opgericht door de Duitse Wehrmacht op 30 september 1941. Het kamp diende als verzamel- en executieplaats voor Joden, Roma en Servische partizanen. Bijna alle gevangenen werden tussen najaar 1941 en voorjaar 1942 in de regio vermoord of doorgevoerd naar andere kampen. Geplaatst in voormalige artilleriekazernes en schuren van het Joegoslavische leger aan de oever van de rivier de Sava. Het intimideren van de lokale bevolking en het vasthouden van gijzelaars voor represailles. In oktober 1941 werden meer dan 1.000 Joodse mannen uit het kamp en de stad naar Zasavica gebracht en geëxecuteerd. In dezelfde periode werden circa 2.100 Roma eveneens doodgeschoten door de Wehrmacht. Vrouwen en kinderen werden begin 1942 overgebracht naar het Sajmište concentratiekamp, waar ze systematisch werden vermoord, onder meer in gaswagens.

Sabac = Schabatz 

Sabac = Schabatz 

 

Servie

Concentratiekamp Sabac (Servisch: Шабац / Šabac) werd door de Duitse Wehrmacht in september 1941 opgezet in de Servische stad Šabac, die destijds onder de Duitse bezetting viel. In het Duits stond het kamp historisch bekend als Schabatz. Šabac ligt in Servië, ongeveer 60 kilometer ten westen van Belgrado. Het kamp werd ook wel aangeduid als Dulag 183. Het kamp werd gebruikt om Joden, Roma en Servische partizanen/burgers gevangen te houden, te mishandelen of door te sturen naar vernietigingskampen. Veel Joodse gevangenen uit het kamp werden in oktober 1941 gefusilleerd in het nabijgelegen Zasavica.

Sabac - Senjak = Schabatz-Senjak

Sabac - Senjak = Schabatz-Senjak

 

Servie

Schabatz-Senjak (of Sabac-Senjak) was een nazi-concentratiekamp in de Servische stad Šabac. Het kamp werd eind september 1941 ingericht door de Duitse bezettingsmacht en deed tot eind maart 1942 dienst als interneringskamp voor Joden, Roma en Servische partizanen.Locatie: Šabac, Servië (Duitse benaming: Schabatz).Periode: 30 september 1941 tot 31 maart 1942. Onder de gevangenen bevonden zich honderden Joodse vluchtelingen (bekend als het zogenaamde Kladovo-transport), lokale Joden en Servische burgers. Velen van hen werden in het najaar van 1941 geëxecuteerd als represaille voor Duitse verliezen, met name bij massamoorden in het nabijgelegen Zasavica.

Sachsenburg

Concentratiekamp Sachsenburg

 

Duitsland

Concentratiekamp Sachsenburg was een van de eerste nationaalsocialistische concentratiekampen in Duitsland, operationeel van mei 1933 tot augustus 1937. Het kamp lag in de deelstaat Saksen bij de plaats Frankenberg en diende als een belangrijk proefkamp waar de SS en SA experimenteerden met bewakingstechnieken en terreurmethoden die later in grotere kampen standaard werden. Gevestigd in een voormalige textielfabriek van vier verdiepingen in Sachsenburg, nabij Frankenberg. Het gold als een opleidingsinstituut voor SS-bewakers. Beruchte kampcommandanten zoals Karl Otto Koch (later commandant van Buchenwald) deden hier ervaring op. In eerste instantie voornamelijk politieke tegenstanders van het nazi-regime, zoals communisten en sociaaldemocraten. Later sloten ook andere groepen aan. In 1937 werd het kamp gesloten. De resterende gevangenen en bewakers werden grotendeels overgeplaatst naar het nieuw geopende Concentratiekamp Buchenwald.

Concentratiekamp Sachsenhausen

 

Duitsland

Concentratiekamp Sachsenhausen was een nazi-concentratiekamp in Oranienburg, gelegen op ongeveer 35 kilometer ten noorden van Berlijn. Het kamp deed tussen 1936 en 1945 dienst als modelkamp voor de SS en hield in totaal meer dan 200.000 gevangenen vast, van wie er tienduizenden omkwamen door uitputting, ziekte, medische experimenten en executies. Modelkamp: Ontworpen door SS-architecten als het ideale kamp qua lay-out en totale controle. Trainingscentrum: Hier werden SS-bewakers en kampcommandanten opgeleid die later in andere kampen werden ingezet. Gevangenen waren onder andere politieke tegenstanders, Joden, krijgsgevangenen, Sinti en Roma, homoseksuelen en Jehovah's getuigen. Station Z: Een speciaal executiecomplex binnen het kamp, dat in 1943 werd uitgebreid met een gaskamer en crematoriumovens.

Sachsenhausen - Baubrigades

Sachsenhausen - Baubrigades

 

Duitsland/Frankrijk

De SS-Baubrigaden waren mobiele werkkampen van het concentratiekamp Sachsenhausen. Vanaf najaar 1942 werden zo'n 1000 gevangenen ingezet om in zwaar getroffen Duitse steden bomschade op te ruimen, lijken te bergen en infrastructuur te herstellen. De Baubrigades werden specifiek ingezet waar de nood voor de nazi's het hoogst was: Düsseldorf en Duisburg (1e SS Baubrigade): Werden eind 1942 vanuit Sachsenhausen samengesteld om puin te ruimen na geallieerde bombardementen. Kanaaleiland Alderney (1e SS Baubrigade): Vanaf oktober 1943 werden gevangenen hierheen gestuurd om dwangarbeid te verrichten aan de Atlantikwall. Overige eenheden: Naast bouweenheden werden er ook SS-Eisenbahnbaubrigaden geformeerd, die gespecialiseerd waren in het herstellen van gebombardeerde spoorwegen in Duitsland.

Concentratiekamp Sackenhoym

Concentratiekamp Sackenhoym

 

Polen

Kamp Sackenhoym (ook bekend onder de Poolse naam Grabówka) was een Duits dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in Silezië, in het huidige zuiden van Polen. Het functioneerde als werkkamp voor Joodse gevangenen (vaak aangeduid als Zwangsarbeitslager für Juden of ZAL f. J.) onder de vlag van de Organisatie Schmelt. Er zaten veel Joodse dwangarbeiders gevangen, waaronder grote groepen die via de Cosel-transporten uit West-Europa (waaronder Nederland) waren gedeporteerd. Het bevond zich nabij de grotere industriële nazi-complexen en andere kampen zoals Blechhammer. Gevangenen moesten vaak zware dwangarbeid verrichten in de chemische industrie of de bouw. Later in de oorlog werden veel van deze Schmelt-kampen ontbonden of administratief overgedragen aan grotere concentratiekampen, zoals Auschwitz-Birkenau of Gross-Rosen.

Sackisch 

Sackisch 

 

Polen

Concentratiekamp Sackisch was een  buitenkamp van het naziconcentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp lag in het Sudetenland, tussen Sackisch en Bad Kudowa (tegenwoordig Kudowa-Zdrój in het zuidwesten van Polen). Het kamp bood onderdak aan ongeveer 20 barakken en huisvestte honderden gevangenen. Het fungeerde vanaf eind 1944 als een extern werkkamp van Gross-Rosen. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor dwangarbeid. De gevangenen waren hoofdzakelijk Joodse vrouwen en mannen die uit andere kampen en ghetto's (waaronder Theresienstadt) hierheen werden overgebracht. Het kamp lag op drassig terrein. Gevangenen werden tewerkgesteld in lokale oorlogs- en munitie-industrieën, zoals de fabricage van onderdelen voor de nazi-oorlogsmachine. In het voorjaar van 1945 werd het kamp geëvacueerd en werden de gevangenen bevrijd of onderworpen aan dodenmarsen naarmate het Sovjetleger oprukte.

Concentratiekamp Sădăgura

Concentratiekamp Sădăgura

 

Oekraine

Het concentratiekamp in Sădăgura (ook wel Sadhora genoemd, thans Oekraïne) was een tijdelijk interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, beheerd door het Roemeense leger en de lokale autoriteiten. Het kamp fungeerde vooral in de herfst van 1941 als overgangslager voordat de gevangenen werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Transnistria. Sădăgura ligt in de regio Boekovina, ongeveer zeven kilometer ten noordoosten van Cernăuți (Tsjernivtsi). Tussen augustus en oktober 1941 werden hier circa 1.500 Joden, voornamelijk gedeporteerden uit Cernăuți, onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. Het kamp diende ook in 1942 als doorgangslamp, onder andere voor Joden die werden overgebracht vanuit andere Roemeense kampen of die werden verdacht van communistische sympathieën.Vrijwel alle overgebleven Joden uit de regio werden uiteindelijk door het Roemeense en Duitse regime op transport gezet naar de dodenkampen in Transnistria. Slechts een fractie van hen overleefde de oorlog.

Concentratiekamp Sadowa Wisznia

Concentratiekamp Sadowa Wisznia

 

Oekraine

Sadowa Wisznia (tegenwoordig Sudova Vyshnya, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een werkkamp voor Joden (een buitenkamp van de Heereskraftfahrpark en de Judenlager van Janowska). Het functioneerde als onderdeel van de Holocaust in het toenmalige district Galicië. Vóór de oorlog was Sadowa Wisznia een plaats met een aanzienlijke Joodse bevolking. Vanaf de Duitse bezetting werden Joodse mannen uit de regio ingezet als dwangarbeiders in het werkkamp. Zij werden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot zware arbeid (onder andere voor militaire logistiek en voertuigenonderhoud). In 1942 vonden er verschillende bloedige razzia's en massa-executies plaats. Arbeidsongeschikten, vrouwen en kinderen werden naar vernietigingskampen gestuurd, waaronder Belzec. De overgebleven Joden uit de regio werden eind 1942 overgebracht naar het getto van Jaworów en vervolgens grotendeels gedeporteerd naar vernietigingskampen.

Concentratiekamp Sagan

Concentratiekamp Sagan

 

Polen

Concentratiekamp Sagan verwijst naar Stalag Luft III, een Duits krijgsgevangenenkamp voor geallieerde piloten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij de stad Sagan in het oosten van nazi-Duitsland, wat tegenwoordig Żagań in Polen is. Het kamp werd wereldberoemd door de Grote Ontsnapping  in maart 1944. Gevangenen groeven in het geheim drie diepe tunnels (genaamd Tom, Dick en Harry). De ontsnapping: Op 24 maart 1944 wisten 76 geallieerde officieren via één van de tunnels te ontsnappen.De ontsnapping werd door de nazi's gezien als een enorme vernedering. Op bevel van Hitler werden 50 van de gepakte ontsnapte krijgsgevangenen door de Gestapo geëxecuteerd (bekend als de Stalag Luft III murders). In diezelfde periode lagen er in de buurt van Sagan twee grote kampen: Stalag Luft III: Uitsluitend voor Luftwaffe-vliegers (luchtmacht). Stalag VIII C: Een regulier krijgsgevangenenkamp voor manschappen en onderofficieren.

Concentratiekamp Saggraben (Bärnkopf)

Concentratiekamp Saggraben (Bärnkopf)

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Saggraben (ook wel Arbeitslager Saggraben genoemd) in Bärnkopf (Nederösterreich) was in 1944 een dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden. Het bestond uit ongeveer 67 mannen, vrouwen en kinderen die onder zware omstandigheden boswerkzaamheden moesten verrichten voor de bouwfirma Wenzl Hartl. Het kamp bevond zich in Saggraben, nabij Bärnkopf in de regio Zwettl. De gevangenen waren ondergebracht in een barak op de Prinzwiese, gelegen tussen Saggraben en Dürnberg. De groep bestond uit 17 volwassen mannen, 43 vrouwen en 17 minderjarigen. Zij werden gedeporteerd in het kader van de Holocaust in Hongarije. De dwangarbeiders werden ingezet voor zware bosbouw en houtkap. Nadat bleek dat de Joodse gevangenen niet geschikt waren voor het zware boswerk, zijn ze in augustus 1944 overgebracht naar de fabriek van Wenzl Hartl in Echsenbach om daar te werken.

Concentratiekamp Saint-Georges d'Aurac

Concentratiekamp Saint-Georges d'Aurac

 

Frankrijk

Het kamp Saint-Georges-d'Aurac in de Franse regio Auvergne was tijdens de Tweede Wereldoorlog een internerings- en werkkamp van het Vichy-regime. Het diende tussen maart 1942 en de lente van 1943 als basiskamp voor het Groupe des Travailleurs Étrangers (GTE) No. 664, waar Joodse vluchtelingen onder dwang werden tewerkgesteld. Het kamp was gelegen in het departement Haute-Loire, ongeveer 77 kilometer ten zuidoosten van Clermont-Ferrand. Het kamp fungeerde als een zogenaamd Palestijns GTE, wat betekende dat de Joodse mannen hier werden geplaatst onder het mom van de verplichte dienstplicht voor buitenlandse arbeiders. In werkelijkheid was het een manier om hen te isoleren en als dwangarbeiders in te zetten. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk. De dwangarbeiders werden verspreid over verschillende projecten in de omgeving, zoals de aanleg van wegen en werk in een arseinfabriek. Het kamp functioneerde als een wachtkamer en een bron van dwangarbeid voor de Holocaust. In augustus 1942 werden tientallen Joodse mannen en arbeiders uit Saint-Georges-d'Aurac afgevoerd en via interneringskamp Drancy gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz (onder andere met Convoi nr. 25).

Concentratiekamp Saint-Germain-les-Belles

Concentratiekamp Saint-Germain-les-Belles

 

Frankrijk

Het interneringskamp van Saint-Germain-les-Belles, vaak Bagatelle genoemd, was een Frans detentiekamp in de Haute-Vienne (Limousin-regio). Het was actief tussen februari 1940 en april 1941 en werd opgericht door de Franse autoriteiten om zogeheten ongewensten op te sluiten. Het kamp huisvestte voornamelijk buitenlanders, communisten, vakbondsleden, Spaanse republikeinse vluchtelingen, alsook Duitse en Oostenrijkse antifascisten die het naziregime waren ontvlucht. Na de wapenstilstand en het begin van het Vichy-regime werd het kamp in het voorjaar van 1941 gesloten. De gevangenen werden overgebracht naar andere kampen in de regio, zoals Nexon en Saint-Paul-d'Eyjeaux.

Concentratiekamp Saint-Maurice-aux-Riches-Hommes

Concentratiekamp Saint-Maurice-aux-Riches-Hommes

 

Frankrijk

Het interneringskamp van Saint-Maurice-aux-Riches-Hommes (departement Yonne, Frankrijk) deed tijdens de Tweede Wereldoorlog vanaf juni 1941 dienst als een doorvoerkamp voor Sinti en Roma (toen vaak nomaden genoemd). Het werd in 1937 oorspronkelijk opgericht als opvangkamp voor Spaanse vluchtelingen. Het kamp werd door de Duitse bezetters en het Vichy-regime gebruikt om Roma en Sinti te concentreren. Er hebben in totaal 342 nomaden gevangen gezeten, waarvan zo'n 90% van de Franse nationaliteit was. Het kamp bestond uit slechte barakken. Gevangenen die het kamp mochten verlaten, probeerden vaak waardevolle spullen te verkopen om in hun levensonderhoud te voorzien.

Concentratiekamp Saint-Paul-d'Eyjeaux

Concentratiekamp Saint-Paul-d'Eyjeaux

 

Frankrijk

Het interneringskamp van Saint-Paul-d'Eyjeaux lag ongeveer 20 kilometer ten zuidoosten van Limoges, Frankrijk. Tussen november 1940 en juni 1944 diende het als een Centre de Séjour Surveillé (kamp voor toezicht op verblijf) door het Vichy-regime. Het bood voornamelijk plaats aan politieke gevangenen, zoals communisten, Joden, anarchisten en verzetsstrijders. Het kamp werd in oktober 1940 opgericht door de prefectuur van Haute-Vienne. Het bestond uit meer dan dertig houten barakken en was omheind met dubbel prikkeldraad en wachttorens. De leefomstandigheden waren zwaar door overbevolking, slechte hygiëne en ondervoeding. Onder de bijna 2.000 gevangenen die in het kamp verbleven waren prominente figuren zoals wiskundige en verzetsheld Jean Cavaillès en theoloog/predikant André Trocmé (een bekende Rechtvaardige onder de Volkeren). Het kamp werd op 11 juni 1944 bevrijd door het Franse verzet. Na de oorlog werden er enige tijd Duitse krijgsgevangenen en collaborateurs vastgehouden.

Concentratiekamp Saint-Sulpice-la-Pointe

 

Frankrijk

Het concentratiekamp in Saint-Sulpice-la-Pointe (departement Tarn, regio Occitanie) was een Frans interneringskamp dat in 1939 werd geopend. Tussen januari 1941 en de bevrijding in augustus 1944 fungeerde het als een Centre de Séjour Surveillé (bewaakt verblijfscamp) onder het Vichy-regime. Het kamp werd oorspronkelijk gebouwd voor Belgische vluchtelingen en later gebruikt voor staatsvijanden. De meerderheid van de geïnterneerden bestond uit politieke gevangenen (voornamelijk communisten, vakbondsleden en anarchisten).Joodse gevangenen: Vanaf 1942 werden er ook Joodse vluchtelingen, staatlozen en gearresteerde buitenlandse Joden opgesloten. Omdat er veel intellectuelen, kunstenaars en politieke activisten zaten, organiseerden de gevangenen culturele activiteiten en een zogenaamde universiteit om kennis met elkaar te delen. Vanaf de zomer van 1942 werden gevangenen via het doorgangskamp Drancy gedeporteerd naar vernietigingskampen in Oost-Europa, zoals Auschwitz en Buchenwald. Honderden gevangenen werden in september 1942 en juli 1944 weggevoerd. Het kamp werd in augustus 1944 gesloten. 

Sainte-Marie-aux-Mines

Sainte-Marie-aux-Mines

 

Frankrijk

Concentratiekamp Sainte-Marie-aux-Mines (destijds bekend onder de Duitse naam KZ-Außenlager Markirch) was een buitenkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp lag in het Franse dorp Sainte-Marie-aux-Mines in de Elzas en was operationeel van maart 1944 tot september 1944. Het herbergen van dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. De gevangenen moesten werken in een ondergrondse fabriek in een lokale tunnel om vliegtuigonderdelen te produceren voor BMW. De gevangenen waren hoofdzakelijk buitenlandse krijgsgevangenen en politieke gevangenen, waaronder verzetsstrijders. Ook verschillende Nederlanders hebben hier vastgezeten en zijn er omgekomen. De gevangenen moesten in de beginfase hun eigen barakken bouwen bij de oostelijke ingang van de tunnel. De omstandigheden waren, net als in het hoofdkamp Struthof, extreem zwaar door uitputting, ondervoeding en mishandeling. In september 1944 werd het kamp halsoverkop ontruimd vanwege de opmars van de Amerikaanse troepen. De overlevende gevangenen werden op dodentochten gestuurd of getransporteerd naar onder andere concentratiekamp Dachau.

Concentratiekamp Sainte Marie du Zit

Concentratiekamp Sainte Marie du Zit

 

Tunesie

Het concentratiekamp Sainte Marie du Zit was een Italiaans dwangarbeiderskamp in Tunesië, in december 1942 opgezet voor Joodse gevangenen. Het kamp was gelegen op circa 50 km ten zuiden van Tunis. Zaghouan provincie, ongeveer 3 km ten noordoosten van het dorp Sainte-Marie du Zit. De ongeveer 250 Joodse gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het repareren van wegen en het onderhouden van het nabijgelegen vliegveld. Het kamp werd geopend op 11 december 1942 en door het Italiaanse leger weer gesloten op 31 december 1942.

Concentratiekamp Sakrau

 

Polen

Kamp Sakrau (tegenwoordig Zakrzów in Polen) was een naziconcentratie- en dwangarbeiderskamp onder het bewind van Organisation Schmelt. Het deed vanaf 1942 voornamelijk dienst als mannenkamp voor Joodse dwangarbeiders die bij het nabijgelegen treinstation Cosel uit transporten uit West-Europa (inclusief Nederland) werden geselecteerd. Treinen uit Westerbork en Mechelen stopten bij Cosel (ca. 80 kilometer voor Auschwitz). SS'ers haalden hier mannen tussen de 15 en 50 jaar uit de wagons voor dwangarbeid, terwijl de achterblijvers (vrouwen, kinderen en ouderen) direct naar de gaskamers van Auschwitz werden gestuurd. In Sakrau werden deze mannen onderworpen aan brute omstandigheden, honger en zware dwangarbeid in fabrieken en bij bouwprojecten. Gevangenen werden vaak na korte tijd doorgestuurd naar andere werkkampen in Silezië.

Concentratiekamp Saku

Concentratiekamp Saku

 

Estland

Concentratiekamp Saku was een nazi-werkkamp in Estland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het fungeerde als een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Vaivara. Het kamp bevond zich in de vlek Saku, net ten zuiden van de Estse hoofdstad Tallinn. Het maakte deel uit van het Vaivara-complex, een netwerk van ongeveer twintig kampen in Estland waar gevangenen (hoofdzakelijk Joden uit de Baltische staten) werden ingezet voor dwangarbeid.Functie: Gevangenen in Saku en omliggende buitenkampen werden voornamelijk gedwongen tot het aanleggen van militaire verdedigingswerken en infrastructuur voor het Duitse leger. In de zomer van 1944, toen het Sovjetleger (het Rode Leger) snel oprukte, verplaatste het nazi-kampbestuur van de regio de administratie tijdelijk naar Saku. Kort daarna, in augustus en september 1944, werd het kamp ontruimd en werden de resterende gevangenen overgebracht naar grotere verzamelkampen zoals Klooga of direct landinwaarts/per schip afgevoerd richting Stutthof.

Concentratiekamp Salaspils

Concentratiekamp Salaspils

 

Letland

Concentratiekamp Salaspils was een nazi-kamp in bezet Letland (nabij Riga), operationeel tussen 1941 en 1944. Het diende als doorgangs- en strafkamp. Het staat vooral bekend om de erbarmelijke omstandigheden en gruwelijke medische experimenten, met name op kinderen die van hun ouders waren gescheiden. Ongeveer 18 kilometer ten zuidoosten van Riga, Letland. Men schat dat er in totaal zo'n 2.000 tot 3.000 mensen direct omkwamen door ziekte, ondervoeding, dwangarbeid en executies, hoewel de schattingen over het totale aantal gevangenen sterk uiteenlopen. Het kamp berucht om zijn afgescheiden kinderafdeling. Honderden kinderen stierven er door barre omstandigheden en bloedtransfusies ten behoeve van Duitse soldaten.

Concentratiekamp Saliers

Concentratiekamp Saliers

 

Frankrijk

Concentratiekamp Saliers (Camp de Saliers) was het enige interneringskamp in het zuiden van Frankrijk dat specifiek door het Vichy-regime werd gebruikt om Sinti en Roma (toen nomaden genoemd) gevangen te houden. Het kamp lag ongeveer 14 kilometer ten zuiden van Arles in de Camargue, in het departement Bouches-du-Rhône. Het kamp werd geopend op 15 juni 1942 en gesloten op 15 oktober 1944. Er hebben in totaal ongeveer 700 Sinti en Roma gevangen gezeten, van wie het overgrote deel de Franse nationaliteit had. De Vichy-regering zette het kamp neer als een zogenaamd modeldorp in Camargue-stijl. Dit was bedoeld als propagandamiddel tegenover het buitenland om te verhullen hoe erbarmelijk de leefomstandigheden in andere kampen waren. In de praktijk was het een wreed concentratiekamp. De geïnterneerden werden gehuisvest in rieten hutten die niet bestand waren tegen het weer (zoals de harde Mistral-wind). Er was geen stromend water of elektriciteit, de hygiëne was verschrikkelijk en de voedselrantsoenen waren zwaar onvoldoende, wat leidde tot zware ondervoeding en sterfgevallen.

Concentratiekamp Saloniki

Concentratiekamp Saloniki

 

Griekenland

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het belangrijkste detentie- en deportatiecentrum in de regio Saloniki (Thessaloniki) Pavlos Melas. Kamp Pavlos Melas: Dit was de voornaamste nazi-gevangenis in de stad. Tussen 1941 en 1944 werden hier duizenden verzetsstrijders en burgers geïnterneerd. Het kamp werd voornamelijk bewaakt door Griekse collaborateurs onder toezicht van de Wehrmacht. De Joodse bevolking van de stad werd onder zware omstandigheden verzameld in de buurt van het station in het zogeheten Baron Hirsch-kamp. Vanaf hier vertrokken de transporttreinen. Saloniki had van oudsher een grote Joodse gemeenschap. In maart 1943 begonnen de nazi's met de massale deportatie van Joden naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, wat leidde tot de vernietiging van meer dan 80% van de Joodse bevolking aldaar.

Saloniki - Baron Hirsch

Saloniki - Baron Hirsch

 

Griekenland

Het Baron Hirsch-kamp (of het Baron Hirsch-getto) in Thessaloniki (Saloniki) was een Joodse woonwijk die door de nazi's in maart 1943 werd omgevormd tot een streng bewaakt doorgangskamp. Vanuit dit kamp, dat direct naast het oude treinstation lag, vonden de deportaties plaats naar de vernietigingskampen. De wijk werd eind 19e eeuw gebouwd door de Joodse filantroop Baron Maurice de Hirsch om onderdak te bieden aan Joodse vluchtelingen (o.a. na de grote stadsbrand van 1917). In februari en maart 1943 dwongen de Duitse bezetters, onder leiding van Alois Brunner en Dieter Wisliceny, de Joodse bevolking van Thessaloniki om naar de wijk te verhuizen. De nazi's kozen deze locatie vanwege de directe ligging aan de spoorlijnen. De wijk werd afgesloten met prikkeldraad en houten hekken. Op 15 maart 1943 vertrok de eerste deportatietrein vanuit het station van Thessaloniki richting Auschwitz-Birkenau. Tussen maart en augustus 1943 werden er negentien transporten georganiseerd. Ongeveer 43.000 tot 46.000 Joden werden via het Baron Hirsch-kamp naar de gaskamers gestuurd. Nadat de laatste deportatietrein in augustus 1943 was vertrokken, werd het kamp ontmanteld en werden de bouwmaterialen geveild en verkocht.

Concentratiekamp Samoluskivci

Concentratiekamp Samoluskivci

 

Oekraine

Concentratiekamp Samoluskivci (ook geschreven als Samoluskivtsi of het Poolse Samołuskowce) was een gedwongen werkkamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het gelijknamige dorp in het westen van Oekraïne (regio Ternopil, destijds historisch Galicië). Het dorp Samoluskivtsi, tegenwoordig gelegen in het rajon Chortkiv binnen de oblast Ternopil in Oekraïne. Dit was een zogenaamd Zwangsarbeitslager für Juden (ZALfJ). Dit type kamp werd door de nazi's in bezet Oost-Europa opgezet om Joodse dwangarbeiders uit te buiten voor zware fysieke arbeid, zoals wegenbouw of landbouw, voordat zij naar vernietigingskampen werden gedeporteerd. De gevangenen bestonden hoofdzakelijk uit de lokale Joodse bevolking uit de omliggende dorpen en steden in de regio Galicië.

Salza

Salza

 

Duitsland

Concentratiekamp Salza, beter bekend als Mittelbau-Dora (of Dora-Mittelbau), was een berucht naziconcentratiekamp in Duitsland nabij Nordhausen (Thüringen). Het werd in de zomer van 1943 opgericht als buitenkamp van Buchenwald. Gevangenen werden onder onmenselijke omstandigheden gedwongen om in ondergrondse tunnels te werken aan de productie van V1- en V2-raketten. Van de 60.000 gevangenen zijn er door uitputting en mishandeling zeker 20.000 omgekomen.

Salzbrunn

Salzbrunn

 

Polen

Concentratiekamp Salzbrunn (het huidige Szczawno-Zdrój, Polen) was een buitenkamp van het naziconcentratiekamp Gross-Rosen. Het werd opgericht in mei 1944 en deed dienst als dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen die werden ingezet in de bouw. Gelegen in de regio Neder-Silezië, vlakbij Wałbrzych (Waldenburg). De gevangenen werden onder zware omstandigheden ingezet bij de constructie van gebouwen en faciliteiten. Het functioneerde als satellietkamp onder de directe leiding van het hoofdkamp Gross-Rosen.

Salzburg

Salzburg

 

Oostenrijk

De regio speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog een grote rol in het nazi-regime. Er bevonden zich verschillende buitenkampen (Außenlager) van de hoofdkampen Dachau en Mauthausen, evenals een berucht dwangkamp voor Sinti en Roma. De belangrijkste kampen in de regio Salzburg zijn:

1. Buitenkampen van KZ Dachau (Stadt Salzburg) Binnen de stadsgrenzen van Salzburg functioneerden vanaf april 1944 diverse kleinere buitenkampen van Concentratiekamp Dachau. Gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeider voor de Waffen-SS en de gemeente. Ze moesten onder andere: Puinruimen na geallieerde bombardementen (Aufräumkommando). Niet-geexplodeerde bommen onschadelijk maken (Bombensuchkommando). Bouwwerkzaamheden uitvoeren bij de SS-Bauleitung op de Kapitelplatz.

2. Zwangslager Salzburg-Maxglan Dit was een specifiek dwangkamp voor Sinti en Roma dat bestond van de herfst van 1940 tot april 1943. De nazi's hielden hier honderden mensen gevangen om ze als dwangarbeider in te zetten, onder andere bij de aanleg van wegen. In 1943 werd het kamp gesloten en zijn de meeste gevangenen gedeporteerd naar de gaskamers van Auschwitz-Birkenau, waar de meesten zijn vermoord.

3. Buitenkampen in de deelstaat Salzburg In de bredere deelstaat Salzburg lagen grotere buitenkampen die onder het commando van Mauthausen of Dachau vielen: Schloss Mittersill: Een buitenkamp van Ravensbrück (later Mauthausen) waar voornamelijk vrouwelijke Jehova's getuigen dwangarbeid moesten verrichten. Hallein & St. Gilgen: Locaties waar SS-officieren gevangenen lieten werken aan privé-accommodaties en bouwprojecten.

Salzburg - Bombensuchkommando

Salzburg - Bombensuchkommando

 

Oostenrijk

Salzburg (Bombensuchkommando) was een buitenkamp (subkamp) van het concentratiekamp Dachau, gevestigd in Oostenrijk. Het werd uiterlijk eind november 1944 opgericht en liet gevangenen dwangarbeid verrichten in gevaarlijke bomopruimingsteams. Gevangenen werden ingezet om blindgangers en niet-ontplofte bommen op te ruimen die tijdens geallieerde bombardementen op Salzburg waren gevallen. Dit was extreem gevaarlijk werk met een hoog sterftecijfer. Het kamp viel onder het administratieve en wrede regime van het hoofdkamp Dachau. De SS liet de gevangenen in de stad zware opruim- en herstelwerkzaamheden uitvoeren. Het netwerk van kampen in Oostenrijk was immens. Gevangenen in dit soort commando's leden zwaar onder ondervoeding, mishandeling en de constante dreiging van ontploffingen.

Salzburg - Hellbrunner Allee

Salzburg - Hellbrunner Allee

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp aan de Hellbrunner Allee in Salzburg was een officieel buitencommando van concentratiekamp Dachau. Tussen 1 december 1944 en 14 april 1945 verbleven hier zo'n 90 tot 112 gevangenen in politiebarakken, die werden ingezet voor het ruimen van bommen en puin. Hellbrunner Allee / bij het politiebureau in de stad Salzburg. Uitsluitend mannelijke gevangenen, ingezet voor levensgevaarlijk opruim- en explosievenruimingswerk na geallieerde bombardementen.

Salzburg - Kapitelplatz 

Salzburg - Kapitelplatz 

 

Oostenrijk

Op de Kapitelplatz in het centrum van Salzburg bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Dit nazi-kamp stond officieel bekend als KZ-Außenlager SS-Oberabschnitt Alpenland. In juni 1939 nam de SS-leiding van het district Alpenland haar intrek in het Erzbischöfliches Palais (het aartsbisschoppelijk paleis) direct aan de Kapitelplatz. Vanaf waarschijnlijk 1942 werd hier een permanent buitenkamp ingericht. De eerste groep in 1942 bestond uit 25 geschoolde dwangarbeiders en ambachtslieden. De gevangenen werden ingezet voor zware bouw- en verbouwingswerkzaamheden. Ze moesten onder andere werken aan het SS-paleis zelf, het SS-casino aan de nabijgelegen Glockenspielplatz en de privé-villa van SS-kopstuk Oswald Pohl in Hellbrunn.

Salzburg - Schürich

Salzburg - Schürich

 

Oostenrijk

Salzburg (Firma Schürich) was een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau, gevestigd in Oostenrijk. Het was het allereerste satellietkamp in de regio Salzburg. Het kamp werd voor het eerst genoemd op 11 december 1942 en bestond slechts twee weken. Het werd op 28 december 1942 alweer opgeheven. De mannelijke gevangenen werden tewerkgesteld door het bouwbedrijf Firma E. Schürich.  Vermoedelijk dat de gevangenen werden ingezet voor bouwwerkzaamheden, mogelijk bij de renovatie van het aartsbisschoppelijk paleis in Salzburg.

Salzburg - Sprengkommando

Salzburg - Sprengkommando

 

Oostenrijk

Het Sprengkommando Salzburg was een berucht buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het kamp werd opgericht op 12 januari 1945 in de Oostenrijkse stad Salzburg. Gevangenen in dit commando werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid. Dit omvatte het opruimen van puin na geallieerde bombardementen, het onschadelijk maken van niet-geëxplodeerde bommen en het uitvoeren van sloopwerkzaamheden. Het werk was extreem gevaarlijk en de omstandigheden waren mensonterend. De levensverwachting was er bijzonder laag en tot op heden zijn er nauwelijks overlevenden van dit specifieke commando bekend. Op 4 mei 1945 werd Salzburg zonder gevechten overgedragen aan de geallieerden (het XV U.S. Corps), waarna de overgebleven gevangenen werden bevrijd.

Salzgitter

Salzgitter

 

Duitsland

Concentratiekamp Salzgitter verwijst naar een complex van drie subkampen (Außenlager) van concentratiekamp Neuengamme in de Duitse stad Salzgitter. Vanaf 1942 werden hier door de SS duizenden gevangenen ingezet als dwangarbeider voor de Duitse oorlogsindustrie, met name in de staal- en wapenfabrieken van de Reichswerke Hermann Göring.

Salzgitter-Drütte: Dit was het grootste subkamp van Neuengamme. Gevangenen werden direct onder de hoogovens en spoorwegviaducten van de staalfabriek gehuisvest en gedwongen om granaten te produceren.

Salzgitter-Watenstedt / Leinde: Dit kamp bood plaats aan ongeveer 2.000 mannelijke en 800 vrouwelijke gevangenen. Zij werden ingezet voor de productie van munitie onder erbarmelijke omstandigheden.

Salzgitter-Bad: Een subkamp specifiek voor vrouwelijke gevangenen. Vanaf eind 1944 moesten honderden vrouwen hier onder dwang werken aan granaathulzen.

Salzgitter - Drütte

Salzgitter - Drütte

 

Duitsland

Concentratiekamp Salzgitter-Drütte was van 13 oktober 1942 tot 7 april 1945 een belangrijk en groot buitenlager (buitenkamp) van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bevond zich direct op het fabrieksterrein van de Reichswerke Hermann Göring (het huidige Salzgitter AG) in de Duitse deelstaat Nedersaksen. De gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders voor de grootschalige productie van artilleriegranaten en bommen.  In het najaar van 1942 richtten de SS en de Reichswerke het kamp op om te voldoen aan de enorme vraag naar arbeidskrachten in de oorlogsindustrie. Gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden in ruimtes onder een verhoogde autoweg (een overkluizing) op het fabrieksterrein zelf. Het kamp groeide uit tot een van de grootste buitenkampen van Neuengamme, met op het hoogtepunt duizenden gelijktijdige gevangenen uit verschillende Europese landen. Op 7 april 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. Ongeveer 3.420 gevangenen werden in treinen gestopt. In de nacht van 8 april 1945 werd de trein op het goederenstation van Celle getroffen door Amerikaanse bommen. Honderden gevangenen kwamen om door de explosie van een nabijgelegen munitietrein. Gevangenen die de ramp overleefden en probeerden te vluchten, werden door de SS, de lokale politie, de Wehrmacht en burgers opgejaagd en standrechtelijk geëxecuteerd (bekend als de Celler Hasenjagd). De overlevenden die niet ter plekke stierven of te zwaar gewond waren, moesten te voet verder marcheren naar het Bergen-Belsen Memorial.

Salzgitter - Watenstedt

Salzgitter - Watenstedt

 

Duitsland

Het concentratiekamp Salzgitter-Watenstedt (officieel bekend als kamp Watenstedt/Leinde) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een groot buitenkamp (subkamp) van het beruchte concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag nabij het dorp Leinde in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het kamp werd in mei 1944 opgezet. Gevangenen leveren voor extreme dwangarbeid in de munitiefabrieken van de Stahlwerke Braunschweig GmbH, een dochteronderneming van de gigantische Reichswerke Hermann Göring. De gevangenen werden ondergebracht in houten en stenen barakken die eerder waren gebruikt voor civiele dwangarbeiders. Een werkkamp-detachement uit het nabijgelegen kamp Salzgitter-Drütte legde een elektrische omheining rond het complex aan. In totaal zaten er continu zo'n 3.500 gevangenen vast. Het kamp was verdeeld in twee secties: Een mannenkamp met ongeveer 2.000 gevangenen. Een vrouwenkamp (opgericht in juli 1944) met circa 800 tot 1.000 vrouwen. De grootste groepen politieke gevangenen kwamen uit Frankrijk, de Sovjet-Unie en Polen, maar er zaten ook Nederlanders gevangen. Aan het begin van 1945 werden er ook veel zieke Joodse gevangenen uit andere kampen naartoe gebracht. Gevangenen moesten in loodswijken zware fysieke arbeid verrichten tijdens diensten van 12 uur voor de productie van artilleriegranaten en bommen. De omstandigheden waren moordend. Er heersten honger en ziektes, en de SS-leiding (waaronder de beruchte Rapportführer Rowold) maakte zich schuldig aan zware mishandeling en publieke executies door ophanging op de werkvloer. In de laatste oorlogsmaanden fungeerde Watenstedt als een Auffanglager (opvangkamp) voor zieke gevangenen uit omliggende subkampen die niet meer konden werken. Op 7 april 1945 werd het kamp door de SS ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De gevangenen werden in overvolle goederenwagons gestopt. De treinen reden dagenlang doelloos door Noordoost-Duitsland en werden onderweg blootgesteld aan geallieerde bombardementen. Veel overlevenden kwamen uiteindelijk op 14 april aan in concentratiekamp Ravensbrück of kwamen via transporten om het leven in het opvangkamp Wöbbelin.

Salzungen

Salzungen

 

Duitsland

De concentratiekampen in Bad Salzungen waren twee buitenkampen van het hoofdkamp Buchenwald. Ze werden begin 1945 opgezet om Joodse mannen en krijgsgevangenen in te zetten voor zware dwangarbeid in de ondergrondse zoutmijnen en de vliegtuigmotorenproductie voor BMW. De kampen stonden onder beheer van de SS en waren operationeel van januari tot april 1945. Ze stonden bekend onder de codenamen van de bouwprojecten:

Bad Salzungen I (Ludwig Renntier): Hier werden vanaf begin januari 1945 zo'n 500 gevangenen tewerkgesteld die in de Kalischacht Kaiseroda I in Leimbach ondergebracht waren.

Bad Salzungen II (Heinrich Kalb): Dit kamp werd rond 20 januari 1945 geopend. Ongeveer 500 mannen werkten en leefden hier in de zoutmijnen in Springen (ca. 12 km ten noordwesten van Bad Salzungen), waar de omstandigheden en de hygiëne catastrofaal waren. Gevangenen moesten onder dwang tot wel 15 uur per dag zwaar beton- en graafwerk verrichten. De combinatie van zware arbeid, ondervoeding, mishandeling en de schadelijke, agressieve zoutdampen ondergronds zorgde voor veel slachtoffers en een hoog ziekteverzuim. Zieken en uitgeputte gevangenen werden periodiek teruggestuurd naar Buchenwald om plaats te maken voor nieuwe dwangarbeiders. Begin april 1945, vlak voor de bevrijding door de geallieerden, werden de kampen ontruimd. De SS dwong honderden gevangenen de dodenmars op naar het hoofdkamp Buchenwald of Flossenbürg. Velen van hen overleefden deze barre tocht niet en werden onderweg geëxecuteerd door de SS.

Salzwedel

 

Duitsland

Concentratiekamp Salzwedel was een  buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp functioneerde vanaf de zomer van 1944 tot de bevrijding op 14 april 1945. Hier werden honderden tot duizenden vrouwen, voornamelijk Joods, gedwongen tot zware dwangarbeid in de wapenindustrie. Gelegen in Saksen-Anhalt, Duitsland. Het was een van de vele subkampen van het Neuengamme-complex.Gevangenen: Het kamp bood voornamelijk plaats aan vrouwelijke gevangenen, waarvan een groot deel afkomstig was uit Hongarije, en die via Auschwitz naar Salzwedel werden gedeporteerd. Gevangenen werden tewerkgesteld in de nabijgelegen munitiefabrieken (Dürener Metallwerke) onder zware en mensonterende omstandigheden. In tegenstelling tot veel andere kampen werd Salzwedel aan het einde van de oorlog niet geëvacueerd. Het kamp was overvol met uitgeputte en zieke vrouwen toen Amerikaanse troepen (Ninth U.S. Army) het op 14 april 1945 bevrijdden.

Salzweg

Salzweg

 

Duitsland

Concentratiekamp Salzweg (officieel bekend als KZ-Außenlager Passau I - Oberilzmühle) was een nazi-buitenkamp . Het lag in de Duitse gemeente Salzweg, ongeveer vijf kilometer ten noorden van de stad Passau in Neder-Beieren  Het kamp bestond van 19 oktober 1942 tot de bevrijding door het Amerikaanse leger op 2 mei 1945  Het startte in 1942 voor één maand als buitenkamp van KZ Dachau en werd daarna overgedragen aan KZ Mauthausen. Het was een relatief klein kamp met gemiddeld 70 tot 80 gevangenen. De meesten kwamen uit Polen, maar er waren ook gevangenen uit Spanje, Tsjecho-Slowakije, de Sovjet-Unie, Duitsland en Oostenrijk De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid onder brute omstandigheden De bouw van een onderwater-waterkrachtcentrale aan het stuwmeer Oberilzmühle Werkzaamheden in de lokale houtzagerij Het opruimen van puin en het onschadelijk maken van blindgangers na geallieerde bombardementen

Samarinda

 

Indonesie

Het concentratiekamp (Jappenkamp) in Samarinda, gelegen op het oostelijke deel van Borneo (Indonesië), was van 19 maart 1942 tot juli 1945 in gebruik door de Japanse bezettingsmacht. Het fungeerde als krijgsgevangenenkamp voor voornamelijk militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië waren er in en rond Samarinda twee hoofdlocaties voor internering: Militair Kampement (KNIL-kampement): Dit was de belangrijkste locatie in Samarinda-stad, waar zo'n 864 krijgsgevangenen werden ondergebracht. Kamp Sangasanga: Eveneens een interneringskamp gelegen nabij Samarinda, dat van 25 maart 1942 tot juli 1945 in bedrijf was. De gevangenen in het kampement, inclusief de gezinnen van sommige militairen, leefden onder zware omstandigheden. De meesten waren krijgsgevangenen die eerder waren ingezet bij de strijd rond de olievelden (zoals bij Tarakan) of het vliegveld (Samarinda II). Eind juli 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werden veel van deze krijgsgevangenen door de Japanners overgebracht naar andere locaties op Borneo, zoals Batu Lintang (Kuching) of Sanga-Sanga. Velen overleefden de barre omstandigheden van de gedwongen verplaatsingen niet.

Sanciai

Sanciai

 

Litouwen

Het concentratiekamp Sanciai (ook wel bekend als Šančiai of Shantz) was een nazi-dwangarbeidskamp in de buitenwijken van Kaunas (Kauen), Litouwen, dat eind 1943 werd opgezet als satellietkamp van het Joodse getto van Kovno. Het diende als werkkamp waar duizenden Joodse gevangenen zware dwangarbeid moesten verrichten. In de zomer van 1944 werd het kamp ontruimd en werden de overgebleven gevangenen gedeporteerd naar andere concentratiekampen, zoals Stutthof. Het was gelegen nabij de rivier de Memel in het district Šančiai, ten zuidoosten van het centrum van Kaunas.

Sandbostel

Sandbostel

 

Duitsland

Sandbostel (officieel bekend als Stalag X-B) was een groot Duits krijgsgevangenen- en concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de gemeente Sandbostel in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Tussen 1939 en 1945 verbleven hier in totaal ongeveer 313.000 gevangenen uit meer dan 55 landen. Het kamp werd in september 1939 geopend als krijgsgevangenenkamp (Stalag). In eerste instantie hield het leger hier buitenlandse militairen gevangen. Sovjet-gevangenen: Met name Sovjet-soldaten stierven massaal in de winter van 1941/1942 door honger, uitputting en ziektes. In april 1945 werd Stalag X-B een opvangkamp voor duizenden uitgeputte gevangenen uit het Concentratiekamp Neuengamme en haar buitenkampen. Hierdoor kreeg het kamp de status van concentratiekamp. De omstandigheden in het kamp waren vanaf de start erg zwaar, maar verslechterden drastisch in de laatste oorlogsmaanden. Door de overbevolking in april 1945 braken er dodelijke epidemieën uit, zoals tyfus. Er vielen naar schatting tienduizenden doden in het kamp. Onder hen bevonden zich ook tientallen Nederlandse verzetsstrijders en politieke gevangenen. Britse troepen bevrijdden het kamp op 29 april 1945. De Britten troffen duizenden doodzieke gevangenen en onbegraven lichamen aan.

Sandbostel Stalag X-B

 

Duitsland

Stalag X-B Sandbostel was een groot Duits krijgsgevangenenkamp (Stammlager) tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat in de laatste oorlogsmaanden functioneerde als een overbevolkt opvangkamp en buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Nedersaksen, tussen Bremen en Hamburg. De Wehrmacht bouwde het kamp in augustus/september 1939. Miljoenen soldaten uit meer dan 55 landen passeerden het kamp. Vooral Sovjet-soldaten stierven er massaal door honger, uitputting en ziekte. Vanaf april 1945 kwamen er duizenden uitgehongerde KZ-gevangenen aan via dodenmarsen. Britse troepen bevrijdden het kamp op 29 april 1945 en troffen afschuwelijke omstandigheden aan.

Sandhofen

Sandhofen

 

Duitsland

Concentratiekamp Sandhofen (in Mannheim) was een bijkamp van Natzweiler-Struthof. Het kamp was in gebruik van september 1944 tot maart 1945 en deed dienst als gevangenis en dwangarbeiderskamp voor de Daimler-Benz fabrieken. De meeste gevangenen waren Poolse mannen uit de opstand van Warschau. Het kamp was gevestigd in een schoolgebouw in het centrum van Sandhofen (een stadsdeel van Mannheim, Duitsland). Er werden in totaal zo'n 1060 Poolse mannen vastgehouden. De gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld in de nabijgelegen Daimler-Benz motorfabrieken. Vanwege de geallieerde opmars werd het kamp in maart 1945 ontruimd en werden de gevangenen op dodenmarsen gestuurd naar andere kampen (waaronder Dachau).

Concentratiekamp San Tomaso della Fossa

Concentratiekamp San Tomaso della Fossa

 

Italie

Het concentratiekamp San Tomaso della Fossa was een interneringskamp in de provincie Reggio Emilia (Italië). Het kamp opende op 9 januari 1944 in een voormalig schoolgebouw in een klein dorpje nabij Bagnolo in Piano. Het kamp werd halsoverkop geopend nadat het vorige kamp (Montechiarugolo) en de tijdelijke locatie in Santa Croce door zware geallieerde bombardementen waren verwoest. Hier werden voornamelijk burgers uit zogenaamde vijandelijke naties vastgehouden. San Tomaso della Fossa, een klein gehucht op ca. 2 kilometer van Bagnolo in Piano en 8 kilometer ten noordoosten van Reggio nell'Emilia. Het gevangenzetten van burgers en buitenlandse staatsburgers (veelal afkomstig uit vijandige landen) onder het nazibewind. De gevangenen waren oorspronkelijk afkomstig uit het kamp in Montechiarugolo, dat door de Duitsers was gesloten. Na een zwaar geallieerd bombardement op de school in Santa Croce in de nacht van 8 januari 1944, werden de overlevenden hierheen overgebracht. Het betrof voornamelijk een burgerinterneringskamp in een bestaand gebouw, geen grootschalig vernietigingskamp.

Concentratiekamp Sandomierz

Concentratiekamp Sandomierz

 

Polen

De Duitse bezetters richtten in de Poolse stad Sandomierz een Joods getto en meerdere dwangarbeidskampen op. Deze locaties fungeerden als wrede doorvoerstations naar de beruchte vernietigingskampen. De nazi's dwongen de Joodse bevolking in mei 1942 samen in een getto. In november 1942 werd het getto heringericht om zo'n 8.000 Joden uit de omliggende regio te concentreren. De omstandigheden waren erbarmelijk door extreme overbevolking. Soms deelden twaalf mensen één kamer en de hygiëne was rampzalig. De nazi's ontruimden het getto in twee grote, gewelddadige golven: Oktober 1942: Ruim 3.200 Joden werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec, waar zij direct bij aankomst in de gaskamers werden vermoord. Januari 1943: De SS omsingelde het overgebleven getto, stak huizen in brand en deporteerde circa 7.000 Joden naar vernietigingskamp Treblinka. Honderden mensen werden tijdens de overval en de mars naar het station ter plekke doodgeschoten. In en rond Sandomierz lagen ook kleinere werkkampen (zoals het zogeheten Lyceum-kamp). Gevangenen moesten daar onder dwang zware fysieke arbeid verrichten, bijvoorbeeld aan de spoorwegen. Wie te zwak of ziek werd om te werken, werd meestal direct geëxecuteerd. In augustus 1944 werd de regio uiteindelijk door het Rode Leger bevrijd.

Concentratiekamp Sanok

Concentratiekamp Sanok

 

Polen

Concentratiekamp Sanok verwijst naar het concentratiekamp Zasław (officieel Zwangsarbeitslager Zasław), een nazi-concentratiekamp en werkkamp dat specifiek werd opgezet voor de Joodse bevolking uit de regio en het district Sanok. Het kamp lag net buiten de stad Sanok, bij het dorp Zasław (tegenwoordig onderdeel van Zagórz) in het bezette zuidoosten van Polen. Het kamp werd in 1940 opgericht, initieel als een dwangarbeiderskamp. Joden moesten hier onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten, onder andere in de lokale spoorwegindustrie en wegenbouw. Vanaf medio 1942 fungeerde Zasław als het centrale verzamel- en deportatiepunt voor de duizenden Joden uit het Ghetto van Sanok en omliggende dorpen. In september 1942 startten grootschalige deportaties vanuit dit kamp. Minstens 4.000 tot 10.000 Joden uit het kamp werden rechtstreeks op transport gezet naar het vernietigingskamp Belzec om te worden vergast. Joden die te oud, ziek of zwak waren om getransporteerd te worden, werden door de nazi's in de omliggende bossen van Zasław geëxecuteerd. Het kamp werd in 1943 geliquideerd toen de nazi's probeerden de sporen van de massamoorden uit te wissen door de lichamen van de slachtoffers op te graven en te verbranden.

Sandweier

Concentratiekamp Saouaf

Concentratiekamp Saouaf

 

Tunesie

Het concentratiekamp Saouaf (huidige spelling: Aş Şawwāf) was een Italiaans werkkamp voor Joodse dwangarbeiders in Tunesië. Het kamp werd in december 1942 opgericht door het Italiaanse leger, lag ongeveer 63 kilometer ten zuiden van Tunis, en werd op 12 januari 1943 gesloten toen de gevangenen werden overgebracht naar een ander kamp in Djougar. Aş Şawwāf, Tunesië. Operationeel in december 1942 en gesloten op 12 januari 1943. Joodse mannen uit de regio die door de nazi's en hun bondgenoten werden ingezet voor dwangarbeid. Het kamp viel onder bevel van het Italiaanse leger. De bewakers waren Italiaanse soldaten onder leiding van kolonel Impellizzeri. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten nazi-Duitsland en Italië Tunesië van november 1942 tot mei 1943. De nazi's dwongen ongeveer 5.000 Joodse mannen tot dwangarbeid in een netwerk van zo'n 40 verschillende kampen verspreid over het land. Gevangenen in deze kampen werden vaak blootgesteld aan ondervoeding, ziektes, wrede bewakers en gevaarlijke omstandigheden vlak achter de frontlinies, waaronder geallieerde bombardementen.

Sasel

Sasel

 

Duitsland

Concentratiekamp Sasel was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Tussen september 1944 en april 1945 dwongen de nazi's hier zo'n 500 Joodse vrouwen voornamelijk afkomstig uit Polen en Auschwitz tot zware dwangarbeid. De gevangenen werden ingezet voor de bouw van noodwoningen. Het kamp lag in de wijk Sasel in Hamburg.

Concentratiekamp Sárvár

Concentratiekamp Sárvár

 

Hongarije

Het concentratiekamp Sárvár in Hongarije fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog (1941-1944) als een belangrijk interneringskamp en verzamelcentrum voor politieke gevangenen, krijgsgevangenen en Joden. Het kamp werd aanvankelijk door Hongaarse fascistische autoriteiten gebruikt om Servische gevangenen en andere ongewensten op te sluiten. Honderden gevangenen kwamen hier om het leven. In april 1944 werd in een lokale steenfabriek een getto ingericht voor de Joodse bevolking. Sárvár diende als doorvoerkamp. Vanuit hier zijn in juli 1944 ongeveer 1.500 Joden gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

Saskoschin 

Saskoschin 

 

Polen

Concentratiekamp Saskoschin Saskoschin (tegenwoordig het Poolse Zakoszyn) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenlager) van het Duitse concentratiekamp Stutthof. Het kamp viel onder het commando van Concentratiekamp Stutthof. Dit lag in het toenmalige Danzig-West-Pruisen (nu Noord-Polen). Het was specifiek ingericht als een kamp voor mannelijke gevangenen (Männerlager). Het buitenkamp was operationeel van 26 september 1940 tot 25 november 1940. Geografisch lag het in de buurt van de gemeente Groß Trampken (tegenwoordig Trąbki Wielkie) in de regio Danzig.

Concentratiekamp Sasow

Concentratiekamp Sasow

 

Oekraine

Het concentratiekamp in Sasow (ook wel Sasiv genoemd, gelegen in de oblast Lviv in Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods werkkamp (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp werd opgericht in november 1941 en functioneerde tot juli 1943. Gelegen in de regio Sasow (Oekraïne), destijds onderdeel van het door nazi-Duitsland bezette gebied. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Joodse mannen die dwangarbeid moesten verrichten. Zij werden onder meer tewerkgesteld in een lokale steengroeve. De levensomstandigheden waren extreem zwaar. Het sterftecijfer lag erg hoog door uithongering, uitputting, ziekte en executies. In de zomer van 1943 werd het kamp uiteindelijk gesloten en geliquideerd.

Concentratiekamp Sassoferrato

Concentratiekamp Sassoferrato

 

Italie

Het concentratiekamp in Sassoferrato (Ancona, Italië) was een internerings- en politiek concentratiekamp van het fascistische Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was gevestigd in de middeleeuwse abdij Abbazia di Santa Croce. De Abbadia di Santa Croce, ongeveer 2,5 km buiten de stad Sassoferrato in de regio Marche. Het kamp was in werking van 25 februari 1943 tot 15 september 1943 onder het bewind van Mussolini. Na de wapenstilstand van september 1943 werd het tijdelijk gesloten, maar in februari 1944 door de fascistische republiek van Salò (RSI) heropend. Het diende voornamelijk als politiek concentratiekamp voor antifascisten en buitenlandse burgers, en werd later specifiek gebruikt als provinciale verzamelplaats voor Joden (campo di concentramento per ebrei). Omdat het in een afgelegen, heuvelachtige regio lag, waren de detentieomstandigheden zwaar, hoewel het niet te vergelijken was met de vernietigingskampen in Duitsland.

Säuferwassergraben

Säuferwassergraben

 

Polen

Säuferwassergraben was een Duits subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het maakte deel uit van het  Arbeitslager Riese-complex in Neder-Silezië (het huidige Dolny Śląsk in Polen) en bleef in gebruik tot de Duitse overgave op 8 mei 1945. Het kamp viel organisatorisch onder het Kommando Wüstegiersdorf binnen het Arbeitslager Riese-netwerk. Gelegen in het Uilenmontergte (Eulengebirge) nabij het huidige Głuszyca (toenmalig Wüstegiersdorf). Inzet van dwangarbeiders voor Project Riese, een gigantisch, geheim ondergronds nazi-bouwproject. Gevangenen in Säuferwassergraben (hoofdzakelijk Joodse gevangenen die onder andere via Auschwitz werden gedeporteerd) moesten onder erbarmelijke omstandigheden extreem zware fysieke arbeid verrichten. De werkzaamheden bestonden onder meer uit: Het graven van loopgraven en tunnels. Het sjouwen van zware boomstammen en bouwmaterialen. Grondverzet ten behoeve van de ondergrondse infrastructuur. De overlevingskans in de Riese-kampen was extreem laag door ondervoeding, ziektes, mishandeling en executies door de SS.

Saulgau 

Saulgau 

 

Duitsland

Concentratiekamp Saulgau (officieel: KZ-Außenlager Saulgau) was een buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het kamp in het Zuid-Duitse Bad Saulgau (destijds in Württemberg) was operationeel van augustus 1943 tot april 1945.De geschiedenis en details van het kamp: De gevangenen werden door de SS tewerkgesteld in de wapenindustrie. Nadat de Zeppelin-fabrieken in Friedrichshafen door geallieerde bombardementen werden verwoest, werd de productie van onderdelen voor de V2-raketten overgebracht naar het minder kwetsbare Saulgau. Er zaten doorgaans zo'n 400 gevangenen in het kamp. Dit waren politieke gevangenen en Joden, afkomstig uit verschillende bezette gebieden. De gevangenen leefden in vier houten barakken onder mensonterende omstandigheden en werden zwaar uitgebuit. In totaal stierven er 43 gevangenen in het kamp. Het grootste deel hiervan (37 personen) overleed op 5 april 1945 als gevolg van een dodelijk transport vanuit het buitenkamp Überlingen. Op 22 april 1945 werd het kamp bevrijd door het Franse leger. Omdat er in het kamp tyfus was uitgebroken, lieten de Fransen de barakken na de bevrijding afbranden.

Concentratiekamp Sawin

Concentratiekamp Sawin

 

Polen

Concentratiekamp Sawin, operationeel tussen oktober 1940 en november 1943, was een berucht nazi-dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) gelegen in het oosten van Polen. Het functioneerde als satellietkamp van vernietigingskamp Sobibór en huisvestte Joodse dwangarbeiders die werden ingezet bij zware ontginnings- en waterwerken. Gelegen in de regio Lublin in Polen, in een destijds moerasachtige en bosrijke omgeving. Dwangarbeiders moesten 8 tot 10 uur per dag onder erbarmelijke omstandigheden zware arbeid verrichten. Ze stonden vaak in natte kleding in het water zonder de mogelijkheid om zich te verschonen, en leden honger. De gevangenen bestonden uit Joden afkomstig uit verschillende delen van bezet Polen, waaronder het getto van Warschau. Velen overleefden het kamp niet vanwege uitputting, ziekte of executie. In de zomer en herfst van 1943 werd het kamp gesloten. De overgebleven gevangenen werden te voet of per wagen overgebracht naar Sobibór; velen werden tijdens deze dodenmarsen onderweg vermoord.

Schabatz

Schabatz

 

Servie

Concentratiekamp Schabatz (Duits: KL Šabac) was een internerings- en concentratiekamp dat op 30 september 1941 werd opgericht door de Duitse Wehrmacht in de Servische stad Šabac. Het kamp diende tijdens de Tweede Wereldoorlog voornamelijk voor het opsluiten, uitbuiten en vernietigen van Joden, Roma en Servische partizanen. Het kamp werd geopend na de opstand van partizanen tegen de Duitse bezettingsmacht. De Wehrmacht gebruikte het kamp als represaille. In het kamp zaten duizenden burgers en verzetsstrijders opgesloten. Daarnaast werden er honderden Joodse en Roma-mannen uit het kamp gehaald en in oktober 1941 gefusilleerd bij het nabijgelegen Zasavica. De gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden, gekenmerkt door ernstig voedseltekort, slechte hygiëne en ziektes.

Concentratiekamp Scazineţ

Concentratiekamp Scazineţ

 

Oekraine

Scazineţ (ook bekend als Skazintsy of Scaținți) was een concentratie- en transittiekamp in het door Roemenië gecontroleerde deel van Transnistrië (nu Oekraïne), gelegen op ongeveer 8 kilometer van Moghilev-Podolski. Het kamp diende tijdens de Tweede Wereldoorlog als tijdelijke opvang en doorvoerkamp voor Joden en Roma die vanuit Roemenië en Bessarabië naar vernietigingskampen en werkkampen werden gedeporteerd. Gevangenen werden vaak gedwongen om in de openlucht op kale velden te overnachten. De leefomstandigheden waren er mensonterend; er heerste extreme kou, honger en dodelijke ziektes. Velen werden blootgesteld aan willekeurige executies en mishandelingen, en grote groepen werden vanuit Scazineţ verder doorgestuurd naar andere kampen in Transnistrië, zoals Peciora, waar de overlevingskansen nihil waren.

Concentratiekamp Schaarshoek

Concentratiekamp Schaarshoek

 

Nederland

Kamp Schaarshoek was een Joods werkkamp in de buurt van het Overijsselse dorp Heino. Het kamp werd in 1933 opgericht als werkverschaffingslocatie voor werklozen. Vanaf februari 1942 werd het door de Duitse bezetter ingericht als kamp waar Joodse mannen dwangarbeid moesten verrichten.Het kamp maakte deel uit van een netwerk van tientallen Joodse werkkampen in Nederland, verspreid over verschillende provincies. Gelegen in de bossen nabij de spoorlijn Zwolle-Enschede ter hoogte van Heino/Raalte. Fungeerde van februari 1942 tot de nacht van 2 op 3 oktober 1942 als Joods werkkamp. In oktober 1942 werden alle Joodse dwangarbeiders en hun gezinnen op last van de bezetter afgevoerd naar doorgangskamp Westerbork, waarna ze grotendeels gedeporteerd werden naar vernietigingskampen.

Schafstadt

 

Duitsland

Kamp Schafstädt (officieel Arbeitserziehungslager Schafstädt) in Sachsen-Anhalt, Duitsland, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een strafkamp. Vanaf oktober 1944 werden hier zo'n 100 Nederlandse mannen, veelal slachtoffers van razzia's (zoals de Merwederazzia en de razzia van Beverwijk/Velsen), onder mensonterende omstandigheden te werk gesteld. Het betrof een Arbeitserziehungslager (AEL), een werkkamp waar gevangenen (vaak tewerkgestelden die de Arbeitseinsatz probeerden te ontvluchten) werden gestraft met uitzonderlijk zware dwangarbeid, vaak bij de aanleg van militaire infrastructuur zoals vliegvelden. De leef- en werkomstandigheden waren er extreem zwaar. De mishandelingen door de kampleiding en Nederlandse kampbewakers waren berucht. Binnen één maand na aankomst in oktober 1944 overleden er al 25 Nederlandse gevangenen aan ondervoeding, ziekte en uitputting. De Nederlandse dwangarbeiders waren afkomstig uit verschillende delen van het land, waaronder de regio's van de Merwedegijzelaars (Zuid-Holland), Beverwijk, Velsen en Groningen.

Schandelah

Schandelah

 

Duitsland

Concentratiekamp Schandelah (Schandelah-Wohld) was een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag in de buurt van Braunschweig en bestond van 8 mei 1944 tot 12 april 1945. Minstens 200 gevangenen kwamen er om het leven door zware dwangarbeid, ondervoeding en ziekte. Buitenkamp van het hoofd-concentratiekamp Neuengamme. Dwangarbeid voor de bouw van oliewinningsinstallaties en ondergrondse faciliteiten. Onder de gevangenen bevonden zich ook Belgen en Nederlanders. De overlevenden werden op 2 mei 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen.

Schanzen

Schanzen

 

Litouwen

Concentratiekamp Kauen-Schanzen (ook wel Kauen-Šančiai genoemd) was een nazi-dwangarbeiderskamp en een satellietkamp van het hoofdkamp KZ Kauen in Kaunas, Litouwen. Het kamp opereerde tussen december 1943 en juli 1944.De gevangenen, voornamelijk Joden, werden zwaar uitgebuit voor dwangarbeid ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp was gelegen in Šančiai, een wijk in de tweede stad van Litouwen, Kaunas (in het Duits historisch Kauen genoemd). In augustus 1943 werd het Joodse getto van Kaunas door de SS omgevormd tot een officieel concentratiekamp. Om de overlevenden van de Holocaust in Litouwen efficiënter in te kunnen zetten voor dwangarbeid, richtte de SS zeventien van zulke buitenkampen in rondom de stad, waaronder Kauen-Schanzen. De nazi's verhuurden de gevangenen aan economische ondernemingen die cruciaal waren voor de Duitse oorlogsmachine. Gevangenen werden ingezet in fabrieken of voor zware constructiewerkzaamheden. De leef- en werkomstandigheden in het kamp waren mensonterend. Gevangenen kregen onvoldoende te eten, werden zwaar mishandeld en leefden in overvolle, onhygiënische barakken. Met name de werkgroepen die dwangarbeid in de open lucht verrichten kregen te maken met wat nazi's vernietiging door arbeid noemden. Velen stierven door uitputting, ziekte of werden ter plaatse geëxecuteerd door de SS-bewakers. In juli 1944 naderde het Rode Leger (het Sovjetleger) in hoog tempo. De SS begon het kamp overhaast te ontruimen. Gevangenen werden weggevoerd naar andere kampen, waaronder concentratiekamp Stutthof in het huidige Polen. Tijdens deze chaotische ontruiming werden honderden gevangenen alsnog gefusilleerd of levend verbrand in hun barakken.

Schatzlar = Zacler 

Schatzlar = Zacler 

 

Tsjechie

Concentratiekamp Schatzlar was een nationaalsocialistisch werkkamp gelegen in het stadje dat tegenwoordig Žacléř heet, gesitueerd in de huidige Tsjechische Republiek. Het begon als een gedwongen werkkamp (Zwangsarbeitslager) en werd later een officieel buitenkamp (Aussenlager) van het Concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp bevond zich op het terrein van de textielfabriek Bühl und Söhne in Schatzlar (Sudetenland). Het kamp hield voornamelijk Joodse vrouwen gevangen die gedwongen werden te werken in de garenspinnerij. Het kamp was operationeel van december 1942 tot de bevrijding op 8 mei 1945.

Concentratiekamp Schattau

Concentratiekamp Schattau

 

Tsjechie

Het kamp Schattau (het huidige Šatov in Tsjechië) functioneerde in de nadagen van de oorlog (eind 1944 tot begin 1945) als dwangarbeiderskamp/woonlager voor voornamelijk Hongaarse Joden. Het dorp Schattau ligt net over de voormalige Oostenrijkse grens in de regio Zuid-Moravië, vlakbij Znojmo (Znaim). De dwangarbeiders die hier ondergebracht waren, werden door de nazi’s ingezet bij de aanleg van de zogenaamde Südostwall. Dit was een verdedigingslinie die in allerijl werd aangelegd om het oprukkende Sovjetleger tegen te houden. Het werk was extreem zwaar en de omstandigheden waren mensonterend. Velen overleden door uitputting, honger of ziekte, vooral nadat het kamp in de lente van 1945 werd ontruimd en de gevangenen op dodenmarsen werden gestuurd.

Schaulen = Siauliai 

Schaulen = Siauliai 

 

Litouwen

Concentratiekamp Schaulen was de Duitse benaming voor het kamp in de Litouwse stad Šiauliai. De stad Šiauliai staat in het Duits bekend als Schaulen, in het Jiddisch als Shavl en in het Russisch als Shavli. In juli 1941 richtten de nazi's het Šiauliai Ghetto op. Dit werd opgedeeld in twee wijken: Kawkas en Trakų. Concentratiekamp: In de herfst van 1943 nam de SS het beheer over. Het ghetto werd toen formeel omgevormd tot een concentratiekamp (een buitenkamp/subkamp van Concentratiekamp Kauen in Kaunas). Duizenden Joodse inwoners werden vanuit dit kamp gedeporteerd naar vernietigingskampen of ter plaatse vermoord. In juli 1944 werd het kamp definitief geliquideerd vlak voor de komst van het Rode Leger.

Concentratiekamp Scheglin

Concentratiekamp Scheglin

 

Polen

Kamp Scheglin (Duits: Durchgangslager Scheglin) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits doorgangs- en strafkamp in de buurt van Mogilno in het bezette Polen (tegenwoordig Szczeglin). Het kamp was operationeel van 1 oktober 1939 tot 15 november 1943. In de beginfase van de oorlog (tot september 1940) functioneerde het kamp voornamelijk als een doorgangskamp (Durchgangslager). De Duitse bezetter hield hier naar schatting 4.600 Poolse burgers gevangen. Onder hen bevonden zich veel intellectuelen en geestelijken uit het aartsbisdom Gniezno. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, hoofdzakelijk in de landbouw. Gevangenen werden vanuit Scheglin stelselmatig gedeporteerd naar grote concentratiekampen. Zo werden op 29 augustus 1940 maar liefst 188 Poolse priesters vanuit dit kamp op transport gezet naar concentratiekamp Sachsenhausen. Ongeveer 150 gevangenen werden in of rond het kamp vermoord. Een deel van de executies vond plaats in de nabijgelegen bossen van Świerkowice. Vanaf maart 1940 tot de sluiting in november 1943 werd een deel van het kamp, of een apart subkamp, specifiek ingericht als een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden). In deze periode werden hoofdzakelijk Joodse mannen gevangengehouden en ingezet voor agrarische werkzaamheden in het Reichsgau Wartheland.

Schellmühl

Schellmühl

 

Polen

Kamp Danzig-Schellmühl was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp bevond zich in de wijk Schellmühl (tegenwoordig Młyniska) in de stad Danzig (het huidige Gdańsk in Polen).Tussen 1940 en 1944 dwongen de nazi's gevangenen hier tot zware handenarbeid voor de Duitse oorlogsindustrie. Verdeelt in twee specifieke gevangenencommando's die gekoppeld waren aan lokale bedrijven: Danzig-Schellmühl: Dit subkamp leverde gevangenen voor de firma Carstens, een lokaal constructie- of industrieel bedrijf. Danzig-Schellmühl (Otto Jost): Dit commando bestond uit gevangenen die ingezet werden voor de firma Otto Jost. Dit gebeurde in twee actieve periodes: van eind december 1940 tot augustus 1941, en later opnieuw van 23 oktober tot 7 december 1944. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor industriële productie, constructiewerkzaamheden en de logistiek rondom de scheepswerven en fabrieken in de regio Danzig. De populatie bestond grotendeels uit Poolse politieke gevangenen en later in de oorlog ook uit dwangarbeiders uit andere bezette Europese landen. Hoewel het een buitenkamp was, stonden de gevangenen onder het strenge en vaak dodelijke regime van de SS-bewakers van het hoofdkamp Stutthof. Slechte voeding, uitputting en mishandeling waren aan de orde van de dag.

Scherokopas

Scherokopas

 

Polen

Concentratiekamp Scherokopas (ook bekend onder de Duitse naam Schirkenpaß of de Poolse naam Szerokopas) was een buitenkamp (Aussenarbeitslager) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het viel organisatorisch onder Concentratiekamp Stutthof. Gelegen in Szerokopas, in de historische regio Kreis Thorn / Kreis Culm (tegenwoordig Polen). Het kamp bestond van 1 augustus 1944 tot 31 januari 1945. Gevangenen in dit soort buitenkampen werden door de nazi's ingezet voor zware dwangarbeid, vaak voor de aanleg van verdedigingswerken of agrarische projecten in de regio. Het kamp werd gesloten of ontruimd eind januari 1945, toen het Rode Leger het gebied naderde tijdens het Pommerse offensief.

Schertendorf 

Schertendorf 

 

Polen

Concentratiekamp Schertendorf (Arbeitslager Schertendorf) was een buitenlkamp (Aussenkommando) van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het kamp lag in een bosgebied nabij het toenmalige Duitse Schertendorf, het huidige Przylep, een dorp vlakbij de stad Zielona Góra in het westen van Polen. Het kamp werd opgericht in oktober 1944 om te voorzien in de grote vraag naar dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. De populatie bestond uit Joodse gevangenen, voornamelijk afkomstig uit Hongarije en Polen. Het kamp herbergde jonge Joodse mannen en vrouwen. De gevangenen werden ondergebracht in houten barakken die oorspronkelijk als pakhuizen waren gebouwd. Het terrein was omheind met prikkeldraad en werd bewaakt door de SS. De gevangenen moesten werken in de nabijgelegen stad Grünberg (Zielona Góra) voor het bedrijf Beuchelt & Co.. Dit bedrijf produceerde onder andere treinwagons en infrastructuuronderdelen voor de Duitse spoorwegen. Door de nadering van het Rode Leger werd het kamp eind februari 1945 ontruimd. De overlevende gevangenen werden via dodenmarsen en treintransporten overgebracht naar het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Concentratiekamp Schidnycja

Concentratiekamp Schidnycja

 

Oekraine

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Schidnycja (Oekraïens: Skhidnytsia / Pools: Schodnica), een plaats in de buurt van Drohobytsj in de regio Galicië (Oekraïne),  een Duits dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager). Dit kamp was nauw verbonden met de lokale olie-industrie en de Holocaust in deze regio. Schidnycja en het nabijgelegen Boryslav stonden bekend om hun rijke olievelden. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941 namen de nazi's deze industrie over. Joodse inwoners uit de omgeving werden als dwangarbeiders ingezet om de olieproductie voor de Duitse oorlogsmachinerie draaiende te houden. Gevangenen in het werkkamp van Schidnycja leefden onder erbarmelijke omstandigheden, gekenmerkt door honger, uitputting en mishandeling. Toen de nazi's besloten de regio Jodenvrij te maken, werd het kamp geliquideerd. De meeste Joodse dwangwerkers uit Schidnycja werden ter plekke geëxecuteerd bij massaschietpartijen of gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Bełżec.

Schippenbeil

Schippenbeil

 

Duitsland

Concentratiekamp Schippenbeil was een buitenkamp van concentratiekamp Stutthof. Het werd in september 1944 opgericht en bevond zich in de stad Schippenbeil, destijds gelegen in Oost-Pruisen (Duitsland). Tegenwoordig staat deze plaats bekend als Sępopol en ligt het in Polen. De gevangenen werden ingezet om nabijgelegen militaire vliegvelden en infrastructuur voor de Luftwaffe uit te breiden en te versterken. Het kamp telde maximaal 1.250 gevangenen. De populatie bestond voornamelijk uit Joodse vrouwen (uit onder andere Polen, Hongarije, Oostenrijk en Duitsland) en een klein aantal Joodse mannen. Het betrof een wreed werkkamp met zware dwangarbeid, ondervoeding en erbarmelijke leefomstandigheden. In de winter van 1944 vonden veel gevangenen de dood door uitputting en ziekte. Naarmate het Sovjetleger begin 1945 oprukte, werd het kamp ontruimd en werden gevangenen gedwongen tot dodenmarsen.

Schirkenpaß - Scherokopas = Szerokopas

Schirkenpaß - Scherokopas = Szerokopas

 

Polen

Schirkenpaß (ook wel gespeld als Scherokopas of in het Pools Szerokopas) was een buitenkamp van concentratiekamp Stutthof. Het kamp was gelegen in powiat Thorn (district Thorn/Toruń) en was actief van 1 augustus 1944 tot 31 januari 1945.Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor dwangarbeid. Er zaten ongeveer 180 gevangenen.

Schirmeck - Vorbruck = Labroque 

Concentratiekamp Schirmeck-Vorbrück

 

Frankrijk

Concentratiekamp Schirmeck-Vorbrück (Duits: Sicherungslager Vorbrück-Schirmeck) was een nazi-concentratiekamp in de Elzas (La Broque, Frankrijk) dat functioneerde tussen 1940 en 1944. Het was uniek omdat het specifiek diende om weerbarstige gevangenen via terreur, repressie en dwangarbeid te breken en te heropvoeden.

Concentratiekamp Schischmaren

Concentratiekamp Schischmaren

 

Litouwen

Concentratiekamp Schischmaren (officieel een nazi-dwangarbeiderskamp of Zwangsarbeitslager) was een Duits internerings- en werkkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het stadje Žiežmariai (Duitse naam: Schischmaren) in het huidige Litouwen. Gelegen in het district Kaišiadorys, ongeveer 37 kilometer ten oostzuidoosten van de stad Kaunas. Het was ingericht als dwangwerkkamp voor Joodse gevangenen. Zij werden door de nazi-bezetter ingezet voor zware fysieke arbeid, met name voor de aanleg en het onderhoud van de strategische snelweg tussen Vilnius en Kaunas en voor houtkap ten behoeve van spoorwegen. Gevangenen (zowel mannen als vrouwen, verdeeld over aparte kampen) bestonden uit lokale Litouwse Joden en overlevenden uit omliggende, geliquideerde getto's zoals die van Kovno (Kaunas), Smorgon en Holszany. Een deel van de gevangenen werd gehuisvest in de leegstaande houten synagoge van het stadje. Tijdens de bezetting vonden er diverse selecties en deportaties plaats. Op 22 maart 1944 vond er onder andere een Kinderaktion plaats, waarbij de aanwezige kinderen hardhandig werden weggevoerd en vermoord. Bij het naderen van het Sovjetleger in 1944 werd het kamp definitief ontruimd. De resterende gevangenen die de uitputting en ziektes hadden overleefd, werden via andere werkkampen (zoals Panevėžys) gedeporteerd naar grotere concentratiekampen, waaronder Stutthof in de buurt van Danzig.

Schlachters

Schlachters

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Schlachters (ook wel bekend als KZ-Außenkommando Schlachters of Biesings) was een zeer klein buitenkamp van Concentratiekamp Dachau. Het kamp was actief tussen 5 april 1944 en april 1945 en was gevestigd in Biesings, een gehucht in het dorp Schlachters (onderdeel van de gemeente Sigmarszell, in de regio Lindau/Bodensee). Het kamp werd in het leven geroepen in samenwerking met het Ahnenerbe-instituut. Gevangenen werden ingezet voor zwaar medisch en wetenschappelijk onderzoek. SS-artsen, waaronder Kurt Plötner, voerden hier experimenten uit, onder andere met stollingsmiddelen. Er verbleven constant slechts 7 tot 8 gevangenen. De bewaking bestond uit ongeveer 4 of 5 SS'ers. De gevangenen werden ondergebracht in een houten barak/woning nabij het destijds bekende Hotel Sonne. Vanwege de minimale schaal waren de omstandigheden iets minder streng dan in het hoofdkamp. Zo zou de eigenaresse van het hotel de uitgehongerde gevangenen af en toe hebben bijgevoed met aardappelen, groenten en brood. Begin april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd en werden de overgebleven gevangenen overgebracht naar het buitenkamp in het Oostenrijkse Lochau.

Schlackenwerth = Ostrov

Schlackenwerth = Ostrov

 

Tsjechie

Concentratiekamp Schlackenwerth was een subkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, gevestigd in de Tsjechische stad Ostrov (volledige naam: Ostrov nad Ohří, destijds bekend onder de Duitse naam Schlackenwerth). Het was een buitenkamp (subcamp) waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten voor de SS. Gevangenen werden ingezet voor de renovatie van het lokale kasteel en het beheren van de SS-kledingopslag (SS-Kleiderkasse). De eerste groep gevangenen arriveerde in juni 1943. Het ging voornamelijk om politieke gevangenen. Het kamp bleef actief tot de ontruiming en bevrijding in april 1945.

Concentratiekamp Schleichenberg

Concentratiekamp Schleichenberg

 

Polen

Concentratiekamp Schleichenberg (tegenwoordig Linowiec, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Joodse vrouwen. Het viel onder het Arbeitsamt Hohensalza en de administratie van het nabijgelegen landgoed Distelberg. Het kamp was gesitueerd in Schleichenberg (huidige Linowiec), in het district Mogilno, in het bezette deel van Polen (Woiwodschap Koejavië-Pommeren). Het kamp fungeerde als een Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp werd gesloten op 29 augustus 1943. De vrouwelijke gevangenen werden tewerkgesteld op het landgoed Distelberg (tegenwoordig Trzebieltko).

Schleissheim

Schleissheim

 

Duitsland

Het concentratiekamp Schleissheim (of Aufräumungskommando Schleißheim) was een buitenkamp van Dachau. Het werd opgericht in april 1945 in het Beierse Oberschleißheim. De gevangenen werden door de SS ingezet om puin te ruimen en schade te herstellen na geallieerde bombardementen. Locatie: Oberschleißheim, net ten noorden van München, Duitsland. Buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Dwangarbeid verrichten na luchtaanvallen (opruimingswerkzaamheden).

Concentratiekamp Schleusingen

Concentratiekamp Schleusingen

 

Duitsland

Schleusingen kent twee concentratiekampen (Thüringen, Duitsland):

In het voorjaar van 1933 openden de SS en de Pruisische politie een beschermingshechtenis-kamp (Schutzhaftlager) in de districtsrechtbank van Schleusingen. Dit diende om politieke tegenstanders in de beginjaren van het naziregime op te sluiten.

Schleusingen was ook de locatie van een buitenkamp/dependance (subcamp) van het beruchte concentratiekamp Buchenwald. Gevangenen werden hier vaak tewerkgesteld als dwangarbeider in de lokale oorlogsindustrie.

Schlieben

Schlieben

 

Duitsland

Concentratiekamp Schlieben was een  Buchenwald-buitenkamp in Brandenburg, Duitsland. Het fungeerde vanaf juli 1944 als munitiefabriek (HASAG) en dwangarbeiderskamp voor honderden Joodse vrouwen (oorspronkelijk afkomstig uit Ravensbrück) en later ruim duizend mannelijke gevangenen, die onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken en stierven door uitputting en bombardementen. Het kamp lag in het stadje Schlieben en werd door de nazi's gebruikt voor de productie van munitie en explosieven om bruinkool om te zetten in brandstof. Het kamp werd aanvankelijk (juli 1944) als vrouwenkamp ingericht en later (augustus 1944) omgevormd tot mannenkamp. Gevangenen leden zwaar onder ondervoeding, ziekten, zware dwangarbeid en de nasleep van fabrieksexplosies.

Schlier Redl - Zipf

Schlier Redl - Zipf

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Redl-Zipf (codenaam Schlier) was een buitenkamp van concentratiekamp Mauthausen. Het werd in 1943 in Oostenrijk opgezet om in de kelders van een lokale bierbrouwerij een ondergrondse fabriek te bouwen voor de serieproductie van de gevreesde V-2 raketten (A4). Het kamp lag in Neukirchen an der Vöckla, tussen Vöcklabruck en Vöcklamarkt in Opper-Oostenrijk. Operationeel van september 1943 tot mei 1945. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden de productiefaciliteiten uitbreiden en motoren voor de V-2 raketten testen, wat gepaard ging met extreem gevaarlijke en giftige omstandigheden. Er verbleven destijds honderden tot soms bijna tweeduizend gevangenen tegelijk. Velen stierven door uithongering, ziekte, uitputting of executie. Vlak voor de bevrijding zijn honderden zieke gevangenen naar andere kampen gestuurd.

Schloß Dammsmühle

Schloß Dammsmühle

 

Duitsland

Schloß Dammsmühle was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenlager) van het nabijgelegen concentratiekamp Sachsenhausen. SS-leider Heinrich Himmler nam het landgoed in 1940 over en gebruikte het kasteel als zijn persoonlijke buitenverblijf en luxe gastenverblijf. Tussen januari en juli 1943 werden hier permanent 20 tot 25 gevangenen uit Sachsenhausen ingezet als dwangarbeiders voor werkzaamheden in en rondom het kasteel. De SS onteigende de joodse eigenaar van het kasteel in 1940, waarna Heinrich Himmler de controle overnam. Vanaf 2 januari 1943 werd er een officieel buitencommando (Außenkommando) ingesteld. De gevangenen moesten zware fysieke arbeid verrichten, waaronder onderhoud aan het kasteel, tuinieren en werkzaamheden op het landgoed. Het buitenkamp werd op 3 juli 1943 weer opgeheven, waarna de gevangenen werden teruggebracht naar het hoofdkamp.

Schloß Eisenberg

Schloß Eisenberg

 

Tsjechie

Schloß Eisenberg (tegenwoordig bekend als Kasteel Jezeří in Tsjechië) was van 21 juni 1943 tot 27 april 1945 een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Gelegen in het noorden van Bohemen, nabij Horní Jiřetín in Tsjechië. Een kleine groep van circa 30 mannelijke dwangarbeiders (o.a. Russen, Polen en Duitsers). Het terrein afbakenen en het kasteel verbouwen tot een speciaal kamp voor 100 tot 200 Franse officieren onder leiding van het Reichssicherheitshauptamt. Later werkten gevangenen voornamelijk in de keuken. Gevangenen werden ondergebracht in de paardenstallen en oude opslagruimtes.

Schloß Friedenthal

Schloß Friedenthal

 

Duitsland

Schloß Friedenthal functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als buitencommando van het nabijgelegen Concentratiekamp Sachsenhausen in Oranienburg, Vanaf 1943 deed het kasteel vooral dienst als geheime opleidingsschool voor SS-agenten en commando-eenheden onder leiding van Otto Skorzeny. Buitenkamp van Sachsenhausen: Gevangenen uit het hoofdkamp van Sachsenhausen werden in Friedenthal ingezet voor dwangarbeid, waaronder het uitvoeren van verbouwingen en onderhoudswerkzaamheden aan het complex. SS-Agentenschool: Vanaf april 1943 nam de beruchte SS-luitenant Otto Skorzeny het kasteel in gebruik. Het werd ingericht als trainingscentrum voor speciale operaties (zoals sabotage en spionage) en diende als opleidingsplaats voor geheime agenten die achter de vijandelijke linies werden ingezet. Het imposante gebouw, dat in 1890 door de Berlijnse bankier Josef Pinkuss werd uitgebreid tot landhuis, is in 1945 tijdens een bombardement verwoest en daarna niet meer opgebouwd.

Schloß Hartheim

Schloß Hartheim

 

Oostenrijk

Slot Hartheim, gelegen in Alkoven bij Linz (Oostenrijk), was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de zes centrale euthanasiecentra van het naziregime (Aktion T4). Tussen mei 1940 en december 1944 zijn hier naar schatting 30.000 mensen door middel van dodelijke injecties en vergassing vermoord. Het kasteel fungeerde als vernietigingsinstituut. De slachtoffers bestonden voornamelijk uit: Lichamelijk en verstandelijk beperkten. Psychiatrische patiënten en bejaardentehuisbewoners. Gevangenen en dwangarbeiders uit nabijgelegen concentratiekampen (waaronder Mauthausen, Dachau en Ravensbrück) die niet langer konden werken.

Schloss Itter

 

Oostenrijk

Kasteel Itter (Schloss Itter) in Oostenrijk deed tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst als een luxe subkamp van concentratiekamp Dachau. De nazi's gebruikten deze specifieke SS-gevangenis tussen 1943 en 1945 om prominente Franse hoogwaardigheidsbekleders en VIPs op te sluiten. Het kasteel is wereldwijd historisch uniek vanwege de Slag om Kasteel Itter op 5 mei 1945. Dit was de enige veldslag in de oorlog waarin Amerikaanse soldaten en Duitse Wehrmacht-militairen zij aan zij vochten tegen de Waffen-SS. De SS hield in het kasteel een selecte groep Franse VIPs vast. De nazi's gebruikten hen als gijzelaars om eventuele onderhandelingen met de geallieerden te beïnvloeden. Onder de gevangenen bevonden zich: Edouard Daladier: De voormalige premier van Frankrijk. Paul Reynaud: Eveneens een voormalige Franse premier. Maurice Gamelin: Oud-opperbevelhebber van het Franse leger. Maxime Weygand: Generaal tijdens de Slag om Frankrijk. Jean Borotra: Een destijds wereldberoemde Franse tennisster en politicus.

Schloß Jungfern Breschan

Schloß Jungfern Breschan

 

Tsjechie

Concentratiekamp Jungfern Breschan (gelegen bij het huidige Panenské Břežany in Tsjechië) was een buitenlager (subkamp) van het nazi-concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp was uniek omdat de gevangenen direct te werk werden gesteld op het landgoed en in het slot van de beruchte SS-leider Reinhard Heydrich en later zijn weduwe Lina Heydrich. Het complex (het Unteres Schloss) was oorspronkelijk eigendom van de Joodse suikerbaron Ferdinand Bloch-Bauer, maar werd door de nazi's geconfisqueerd. Reinhard Heydrich, de Rijksprotector van Bohemen en Moravië en organisator van de Holocaust, trok er met zijn gezin in. Vanaf 1942 (na de aanslag op Heydrich) tot mei 1945 moesten de gevangenen dwangarbeid verrichten in de land- en bosbouw en het onderhoud van het slot en de tuinen ten dienste van Lina Heydrich. Het ging om een kleine, specifieke groep van voornamelijk Jehova's getuigen. Zij werden door de nazi's als relatief betrouwbaar en niet-communistisch gezien voor werkzaamheden rondom het privédomein. Op 8 mei 1945 werd het buitenkamp door het Rode Leger bevrijd. Er hebben zich in dit specifieke buitenkamp, in tegenstelling tot het hoofdkamp Flossenbürg, geen sterfgevallen voorgedaan.

Schloß Lannach 

Schloß Lannach 

 

Oostenrijk

Schloss Lannach in Stiermarken (Oostenrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Ravensbrück (en later Mauthausen). Het kamp bestond van maart 1944 tot mei 1945 en werd gebruikt als dwangarbeidlocatie voor negen vrouwelijke gevangenen. De SS richtte in 1943 in het kasteel een Instituut voor Pflanzengenetik op. Hier werd onderzoek gedaan naar het Vavilowsche Weltsortiment, een gigantische verzameling van plantaardig genetisch materiaal dat de SS eerder had geroofd uit de Sovjet-Unie (het huidige Oekraïne en Wit-Rusland). Er werden negen vrouwelijke Jehovah's Getuigen uit het concentratiekamp Ravensbrück tewerkgesteld. Zij werden overgeplaatst vanuit een ander buitenkamp (Schloss Mittersill) om het zware werk in het instituut uit te voeren.

Schloß Lind 

Schloß Lind 

 

Oostenrijk

Een kasteel in Sankt Marein bei Neumarkt in de regio Stiermarken, Oostenrijk. Dit was vanaf 20 november 1942 een officieel buitenkamp (Aussenlager) van concentratiekamp Mauthausen. Gevangenen (aanvankelijk voornamelijk Russische en Franse krijgsgevangenen) werden hier door de SS gedwongen tot zware arbeid in de land- en bosbouw.

Schloß Mittersill

Schloß Mittersill

 

Oostenrijk

Schloß Mittersill was een officieel buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Mauthausen. Het functioneerde vanaf het voorjaar van 1944 en diende als werkkamp waar vrouwelijke gevangenen dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp was gevestigd in het gelijknamige kasteel (Schloss Mittersill) in de regio Salzburg in Oostenrijk. Het kamp werd op 24 maart 1944 geopend met de overplaatsing van 15 vrouwelijke gevangenen uit concentratiekamp Ravensbrück. De groep bestond uitsluitend uit Jehovah's Getuigen die als dwangarbeidsters werden ingezet in de huishouding en voor het onderhoud van het kasteel.Het kamp is op 3 mei 1945 opgeheven, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Schloß Neuhirschstein - Kdo. v. Dresden N 23 Bauleitung der Waffen - SS und Polizei 

Schloß Neuhirschstein - Kdo. v. Dresden N 23 Bauleitung der Waffen - SS und Polizei 

 

Duitsland

Buitenlager Neuhirschstein (ook bekend als Schloß Hirschstein) was een officieel satellietkamp van het Konzentrationslager Flossenbürg. Het kamp stond onder directe operationele leiding van de SS-bouwafdeling in Dresden, formeel aangeduid als de Bauleitung der Waffen-SS und Polizei, Dresden - N 23, Döbelnerstraße 54. Het middeleeuwse kasteel werd in oktober 1943 door de SS geconfisqueerd. Onder de codenaam Haus Elbe moest het complex onder strikte geheimhouding worden verbouwd en versterkt. De verbouwing diende om het kasteel gereed te maken als staatsgevangenis voor de belgische koning Leopold III en zijn familie. Zij werden hier na de geallieerde landingen in Normandië (juni 1944) door de nazi's geïnterneerd. Vanaf oktober 1943 werden er zo'n 150 tot 220 concentratiekampgevangenen ingezet. De eerste groepen waren voornamelijk Italiaanse gevangenen die vanuit KZ Dachau werden overgebracht. Later volgden overplaatsingen vanuit andere subkampen, zoals de SS-Pionierkaserne in Dresden. De gevangenen verrichten zware dwangarbeid onder toezicht van de Bauleitung. Ze bouwden onder andere een wachthuis voor de SS, legden verdedigingslinies en een postenpad aan rond het kasteel, en voerden herstelwerkzaamheden uit. Het buitenkamp werd bewaakt door een detachement van ongeveer 50 SS-wachters. De directe kampleider (Kommandoführer) ter plaatse was de SS-Oberscharführer Arthur (Walter) Abe (geboren op 11 mei 1915), die voorheen ook in het vernietigingskamp Auschwitz en het hoofdkamp Flossenbürg had gediend. Het buitenkamp werd op 4 maart 1944 officieel weer opgeheven toen de belangrijkste bouwwerkzaamheden voor de komst van de koninklijke familie waren afgerond.

Concentratiekamp Schmiedeberg

Concentratiekamp Schmiedeberg

 

Polen

Concentratiekamp Schmiedeberg was een buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen en onderdeel van het Schmelt-kampensysteem. Het was gevestigd in de gelijknamige plaats (tegenwoordig Kowary, Polen, destijds Silezië). Het kamp diende als dwangarbeiderskamp voor de oorlogsindustrie. Gevangenen (voornamelijk Joodse mannen en vrouwen) werden tewerkgesteld in lokale munitiefabrieken en machinefabrieken, zoals die van het bedrijf MIAG (Mühlenbau und Industrie AG). De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Als gevangenen ziek werden of door uitputting niet meer konden werken , werden ze vaak overgebracht naar Auschwitz voor vernietiging. Het kamp stond onder direct toezicht van de SS en functioneerde als satelliet van Groß-Rosen. Later, in 1945, diende de regio rond Schmiedeberg ook als eindbestemming of doorgangskamp tijdens de beruchte dodenmarsen.

Concentratiekamp Schmilau

Concentratiekamp Schmilau

 

Duitsland/Polen

De naam is in de Tweede Wereldoorlog verbonden aan verschillende locaties van nazi-kampen:

Zwangsarbeitslager für Juden Schmilau (Smiłowo, Polen): Dit was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen in het Poolse dorp Smiłowo (destijds door de Duitse bezetter omgedoopt tot Schmilau). De gevangenen werden hier ingezet voor zware arbeid voor het Duitse bedrijf Karpathen Öl AG.

Kriegsgefangenenlager Schmilau (Sleeswijk-Holstein, Duitsland): In het Duitse dorp Schmilau (nabij Ratzeburg) bevond zich een krijgsgevangenenkamp. Gevangenen in dit kamp werden voornamelijk ingezet voor dwangarbeid in de lokale landbouw. Smiłowo (Polen): Gelegen in de woiwodschap Groot-Polen. Dit kamp maakte deel uit van het uitgebreide netwerk van nazi-werkkampen waarin Joden systematisch werden uitgebuit en door de erbarmelijke omstandigheden vaak omkwamen.

Schmilau (Duitsland): Gelegen in de Kreis Herzogtum Lauenburg. Dit was een kleiner regionaal kamp (vaak onder de vlag van een groter Stalag-hoofdkamp) van waaruit krijgsgevangenen aan het werk werden gezet bij lokale boeren.

Schnarchenreuth

Schnarchenreuth

 

Duitsland

Concentratiekamp Schnarchenreuth was een nazi-werkkamp (officieel Baukommando Hof genoemd) in Beieren, Duitsland. Het kamp was operationeel van maart 1944 tot april 1945 en fungeerde als een satellietkamp of dependance onder dezelfde SS-bewaking als het kamp in Wulkow. Het lag nabij de stad Hof in de regio Beieren. Het was een dwangarbeiderskamp waar vooral Joodse gevangenen uit andere kampen en getto's (waaronder Theresienstadt) onder zware omstandigheden werden ingezet. Het kamp werd op 22 april 1945 geëvacueerd en ontbonden, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog.Documentatie: Details en overlevendenverhalen ov

Schömberg

Schömberg

 

Duitsland

Concentratiekamp Schömberg was een  buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp functioneerde van 16 december 1943 tot 17 april 1945 als onderdeel van het zogenaamde Unternehmen Wüste. Het was specifiek opgericht voor de winning van schalie-olie om zo het brandstoftekort van nazi-Duitsland te compenseren. Gelegen in Baden-Württemberg, aan de voet van de Schwäbische Alb (Zollernalbkreis). Gevangenen werden hier onder onmenselijke omstandigheden gedwongen om in de schalie-oliewinning en de aanleg van fabrieken te werken. Door honger, uitputting, ziekte en mishandeling kwamen er zeer velen om het leven. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd.

Schönau

Schönau

 

Duitsland

Concentratiekamp Schönau wordt  verwezen naar Siegmar-Schönau (een buitenkamp van Flossenbürg en Auschwitz) of Kleinschönau. Dit waren naziconcentratie- en dwangarbeidkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Siegmar-Schönau: Dit was van eind augustus tot 10 december 1944 een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg, waarvandaan gevangenen ook werden aangevoerd vanuit Auschwitz. Hier werden honderden Joodse dwangarbeiders (voornamelijk uit Polen) tewerkgesteld.

Kleinschönau: Dit was een subkamp (buitencommando) gelegen nabij Zittau. Hier werden gevangenen ingezet voor dwangarbeid in een lokale fabriek, bekend als de Zittwerke.

Schönnbrunn

Schönnbrunn

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp Schönbrunn was een satellietkamp van het  concentratiekamp Mauthausen. Het was operationeel van 27 september 1944 tot 1 april 1945. Het kamp was gevestigd in de Maria Theresien Kaserne (am Fasangarten) in Wenen. De gevangenen werden ingezet voor onderzoek naar alternatieve aandrijftechnologieën en uitvindingen van de natuurwetenschapper Viktor Schauberger. Er zaten slechts vijf gevangenen uit Mauthausen opgesloten, die specifiek geselecteerd waren vanwege hun technische vaardigheden.

Concentratiekamp Schönbühel an der Donau

Concentratiekamp Schönbühel an der Donau

 

Oostenrijk

Schönbühel an der Donau fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als satellietkamp van het concentratiekamp Mauthausen. Het nevenkamp in Schönbühel (soms aangeduid als Schönbrunn) werd in 1943 opgezet in opdracht van de SS. De SS was zeer geïnteresseerd in de alternatieve energietechnologieën en voortstuwingstechnieken van de zelfverklaarde natuurwetenschapper Viktor Schauberger. Gevangenen uit Mauthausen werden overgebracht naar het kasteel om te werken in het laboratorium van Schauberger en te assisteren bij vroege experimenten met alternatieve vliegtuigontwerpen (zoals de zogenaamde vliegende schijf) en vloeistofmechanica. Het kasteel ligt op een rots direct aan de Donau, nabij Melk (op ongeveer 70 km ten westen van Wenen).

Schönebeck - Junkerswerke

Schönebeck - Junkerswerke

 

Duitsland

Concentratiekamp Schönebeck (ook bekend onder de codenaam Julius) was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het kamp werd in maart 1943 opgericht en leverde dwangarbeiders voor de plaatselijke Junkerswerke, waar vliegtuigonderdelen en motoren werden geproduceerd. Het kamp huisvestte honderden tot enkele duizenden gevangenen, waaronder veel Joodse mannen en politieke gevangenen. Vanaf begin 1945 werden ook vele overlevenden van de dodenmarsen uit Auschwitz hierheen gestuurd. De gevangenen werden onderworpen aan extreme uitbuiting, zware lichamelijke arbeid, ondervoeding en mishandeling door de SS en fabrieksopzichters. Velen stierven door uitputting of ziekte. De dwangarbeid vond plaats in de speciaal opgezette fabriekshallen van Junkers in Schönebeck. De SS controleerde de inzet van de gevangenen, terwijl Junkers de productie beheerde. Op 13 april 1945 werd het kamp ontruimd door de nazi's, waarna de gevangenen op een dodenmars naar het zuiden werden gestuurd, net voordat Amerikaanse troepen de regio bereikten.

Schönebeck - Radiatorenwerk

Schönebeck - Radiatorenwerk

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Schönebeck - Radiatorenwerk (ook bekend als Kommando Nationale Radiator Schönebeck) was een Buchenwald-buitenlager in Schönebeck aan de Elbe, Duitsland. Het kamp bestond kortstondig vanaf begin maart 1945 tot de bevrijding op 11 of 12 april 1945. Er werden ongeveer 400 gevangenen gehuisvest, afkomstig uit concentratiekamp Buchenwald. Gevangenen werden door de SS als dwangarbeiders ingezet voor de Nationale Radiatoren AG (NARAG). Het bedrijf produceerde onderdelen voor de V-1 vliegende bommen voor Volkswagen. De productie vond plaats in een fabriek in de Paulstraße in het noorden van de stad. De gevangenen zelf werden ondergebracht in barakken bij het Lager Sportplatz Schönebeck (in de huidige Stadionstraße). Dit was een tweede, kleiner satellietkamp naast het grotere Junkers-werkkamp (Julius) dat sinds 1943 in Schönebeck actief was.

Schönefeld

Schönefeld

 

Duitsland

Leipzig-Schönefeld (ook bekend als het HASAG-buitenlager) was het grootste vrouwenbuitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Vanaf juni 1944 moesten meer dan 5.000 Joodse en andere vrouwelijke gevangenen hier onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten in de munitiefabrieken van de Hugo Schneider AG (HASAG). Het kamp was gevestigd in het oosten van Leipzig, Duitsland (rondom Kamenzer Strasse 10-12, voorheen Bautzner Strasse). Het vrouwenkamp (juni 1944 - april 1945): Dit was het eerste vrouwenbuitenkamp van Buchenwald. Het werd bevolkt door vrouwen die overgebracht waren vanuit Auschwitz en andere kampen. Ze moesten pantserfausten, antitankwapens en andere munitie produceren of de fabriek helpen herbouwen na bombardementen.

Het mannenkamp (november 1944 - april 1945): In het najaar van 1944 werd er een apart barakkenkamp voor ongeveer 700 mannen (voornamelijk Hongaarse en Poolse Joden, en Franse en Italiaanse krijgsgevangenen) ingericht. Hoge werkdruk, ondervoeding, mishandeling door de SS en blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen eisten hun tol. De arbeiders maakten extreem lange dagen en werden blootgesteld aan de gevaren van munitietests. In april 1945, vlak voor de bevrijding door de geallieerden, werden de overlevende gevangenen door de SS op dodenmarsen gestuurd.Herinnering en Bezoek

Concentratiekamp Schönfeld

Concentratiekamp Schönfeld

 

Duitsland

SWerkkamp genaamd Arbeitslager Schönfeld, dat organisatorisch onder het concentratiekamp Sachsenhausen (en deels Ravensbrück) viel. In september 1944 zijn groepen vrouwelijke gevangenen vanuit het werkkamp Barth naar dit specifieke kamp in Schönfeld werden overgebracht voor dwangarbeid.

Concentratiekamp Schönhagen

Concentratiekamp Schönhagen

 

Duitsland

Het dorp Schönhagen is tegenwoordig een officieel stadsdeel van de Duitse stad Trebbin (gelegen in de deelstaat Brandenburg, ten zuiden van Berlijn). Vlak bij deze locatie, in het naburige stadsdeel Glau, bevond zich tijdens de oorlog een buitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Sachsenhausen. De gebouwen op deze locatie behoorden oorspronkelijk toe aan een christelijke organisatie. In 1938 werden deze door de nazi's onteigend. Van 1942 tot 1945 deed het complex dienst als concentratiekamp en dwangarbeidslocatie. Gevangenen uit Sachsenhausen moesten hier onder erbarmelijke omstandigheden werken.

Schönheide

Schönheide

 

Duitsland

Concentratiekamp Schönheide was een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp opereerde van 21 februari tot 13 april 1945 in het Ertsgebergte (Saksen) en dwong ongeveer 50 gevangenen tot zware dwangarbeid en de bouw van barakken. Ondergebracht in de verlaten Schuricht-textielfabriek in Schönheide, Duitsland. Een groep van zo'n 50 mannen, voornamelijk Tsjechen, Polen en Duitsers, waarvan een deel Joods was. De gevangenen moesten een barakkenkamp voor maximaal 500 personen bouwen. Daarnaast moesten vakmensen werken voor het bedrijf R. Fuess, een producent van vliegtuigonderdelen die uit Berlijn was geëvacueerd. Het kamp werd geleid door SS-detailleider Karl Freitag en bestond uit 16 bewakers. Op 13 april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen waarschijnlijk op transport gezet.

Schönhorst 

Schönhorst 

 

Polen

Het werkkamp Schönhorst (Krasiejów)Krijgsgevangenenkamp: In het destijds Duitse dorp Krasiejów (Silezië) veranderden de nazi's in 1936 de Poolsklinkende naam naar Schönhorst. Arbeitskommando E799: Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtten de Duitsers hier een subkamp (werkkamp) op onder de naam E799. Dit kamp viel onder de administratie van het grote krijgsgevangenenkamp Stalag VIII-B / 344 Lamsdorf. In dit kamp moesten met name geallieerde krijgsgevangenen (zoals Britse militairen) onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichten. Na de oorlog werd het gebied weer Pools en kreeg het dorp zijn historische naam Krasiejów terug.

Schönsee 

Schönsee 

 

Polen

Concentratiekamp Schönsee  een voormalig buitenkamp van concentratiekamp Stutthof. Dit kamp lag in het toenmalige West-Pruisen (het huidige Kowalewo Pomorskie, Polen). Het kamp functioneerde als een dwangarbeiderskamp en viel onder het commando van Stutthof. Het huidige Kowalewo Pomorskie ligt op ongeveer 50 kilometer van de stad Toruń. Het was een zogenaamd Arbeitserziehungslager en een buitenkamp waar gevangenen, inclusief Joodse gevangenen, onder zware omstandigheden werden ingezet voor dwangarbeid. Gevangenen in dit gebied werden vaak tewerkgesteld in lokale landbouw- en bouwprojecten, of vanuit subkampen doorgezonden naar grotere vernietigingskampen in de regio (zoals het nabijgelegen Kulmhof/Chełmno).

Schönwalde

Schönwalde

 

Duitsland

Concentratiekamp Schönwalde was een klein buitenkamp van het concentratiekamp Sachsenhausen in nazi-Duitsland, gelegen in de buurt van Berlijn/Brandenburg. Het kamp werd opgericht in januari 1943 en deed dienst als dwangarbeiderskamp voor ongeveer 25 gevangenen die dwangarbeid verrichtten nabij het plaatsje Schönwalde-Glien. Buitenkamp van Sachsenhausen (Aussenlager). Nabij Berlijn en het vliegveld van Schönwalde/Dammsmühle. Operationeel van begin januari 1943 tot begin juli 1943. Het kamp huisvestte naar schatting 25 tot 27 mannelijke gevangenen, die onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten voor een officiersschool van de SS/SD.

Schönwarling 

Schönwarling 

 

Polen

Concentratiekamp Schönwarling was een buitenkamp (buitencommando) van het beruchte concentratiekamp Stutthof. Het kamp bevond zich in het huidige Skowarcz, een dorp in de provincie Pommeren in Polen, ongeveer 25 kilometer ten zuiden van Gdańsk (Danzig). Het buitenkamp was actief van 7 september 1943 tot augustus 1944. Het kampement huisvestte een klein aantal gevangenen (circa 15). De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor het bedrijf Dehier uit Danzig. Het buitenkamp werd in augustus 1944 ontbonden nadat er vijf gevangenen waren ontsnapt.

Concentratiekamp Schönwegen

Concentratiekamp Schönwegen

 

Polen

Kamp Schönwegen (officieel bekend onder de Poolse naam Rokosowo) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits nationaalsocialistisch dwangarbeiderskamp voor Joden. Gelegen in het dorp Rokosowo (door de Duitse bezetter omgedoopt tot Schönwegen), in de gemeente Poniec (Punitz), in het destijds geannexeerde Poolse gebied Wartheland. Het kamp werd geopend op 20 augustus 1941 en gesloten op 3 februari 1942. De Joodse gevangenen werden ingezet voor zware melioratiewerkzaamheden (het verbeteren van de waterhuishouding en landbouwgrond) in de regio.

Schoppinitz

 

Polen

Kamp Schöppinitz was een nazi-dwangarbeiderskamp in het huidige Polen, vlak bij Katowice. Tussen oktober 1942 en november 1943 werden hier voornamelijk Joodse mannen tewerkgesteld. Velen van hen waren afkomstig uit kamp Westerbork en werden geselecteerd via de zogenaamde Cosel-transporten. Schöppinitz (tegenwoordig Szopienice, een wijk in het Poolse Katowice), ongeveer 8 kilometer van het stadscentrum.  Gevangenen werden ingezet voor de aanleg van de Berlijn-Krakau spoorlijn in opdracht van het bouwbedrijf Haage. Het kamp werd in oktober 1942 geopend. De leef- en werkomstandigheden waren er mensonterend, waardoor veel gevangenen stierven door uitputting, ziekte en mishandeling. Op 2 november 1943 werd het kamp opgeheven. De 1.203 overgebleven gevangenen werden naar het vernietigingskamp Auschwitz gedeporteerd, waar het overgrote deel direct werd vermoord.

Schornberg

 

Polen

Schornberg een subkamp of buitenkamp (Außenlager) binnen het nazi-concentratiekampsysteem. Gevangenen in dit soort kampen werden vrijwel altijd ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie, spoorwegaanleg of ondergrondse bouwprojecten. Nederlandse gevangenen of dwangarbeiders tewerkgesteld zijn geweest.

Schörzingen

Schörzingen

 

Duitsland

Concentratiekamp Schörzingen was een nazi-concentratiekamp in Baden-Württemberg dat van 1 januari 1944 tot 17 april 1945 operationeel was. Het fungeerde als een buitenkamp (subkamp) van het grotere concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas en maakte deel uit van het beruchte Unternehmen Wüste. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog had nazi-Duitsland een enorm tekort aan brandstof. Het project Unternehmen Wüste werd opgezet om op brute wijze brandstof te winnen uit oliesalie (leisteen). De fabriek: Nabij Schörzingen werd een fabriek gebouwd om leisteenolie te produceren. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden de leisteen uithakken, transporteren en verwerken. Het rendement van de oliewinning was extreem laag, maar het project werd puur voortgezet ten koste van duizenden mensenlevens. Het regime paste hier het principe van Vernichtung durch Arbeit (vernietiging door arbeid) toe.De gevangenen in Schörzingen kwamen uit heel Europa en werden via andere kampen zoals Auschwitz getransporteerd. Het ging voornamelijk om politieke gevangenen, verzetsstrijders en Joodse dwangarbeiders. Er zijn 529  sterfgevallen van gevangenen die direct in het kamp zijn vermoord of bezweken aan ondervoeding, uitputting en mishandeling. Het werkelijke dodental ligt vermoedelijk hoger. Een deel van de slachtoffers is destijds gecremeerd in het nabijgelegen crematorium van Schwenningen.

Schoten - Schooten

Schoten - Schooten

 

?

Concentratiekamp Schrems

Concentratiekamp Schrems

 

Oostenrijk

Tijdens het nazi-regime bevond zich in de gemeente Schrems (gelegen in de regio Waldviertel in Neder-Oostenrijk) een Zwangsarbeiterlager (dwangarbeiderskamp). Dit kamp was specifiek ingericht voor Hongaarse Joden (mannen, vrouwen en kinderen) die door de nazi's waren gedeporteerd. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in de lokale steengroeve (Radebeule-Steinbruch) en voor infrastructurele werkzaamheden van de Bau- und Terrain AG.

Concentratiekamp Schudutz (Stadt Haag)

Concentratiekamp Schudutz (Stadt Haag)

 

Oostenrijk

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Schudutz (een buurtschap in de gemeente Stadt Haag, Oostenrijk) de locatie van een dwangarbeiderskamp voor Joden. Het betrof hier een dependance voor dwangarbeid. Het kamp bood onderdak aan Joodse dwangarbeiders (voornamelijk Hongaarse Joden). Gevangenen werden tewerkgesteld in de landbouw, specifiek bij boerderijen (zoals het landbouwbedrijf Schindlhuber) in de regio. De omstandigheden waren zwaar. Velen werden ingezet om dwangarbeid te verrichten in de nabije omgeving, zoals bij de lokale steenbakkerij (ziegelfabriek Penzing).

Concentratiekamp Schützenberg (Langfeld)

Concentratiekamp Schützenberg (Langfeld)

 

Oostenrijk

Het Concentratiekamp Schützenberg (Langfeld) in Oostenrijk was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden. De gevangenen werden tewerkgesteld bij het plaatselijke houtzagerijbedrijf van Ludwig Knapp. Het kamp bevond zich nabij de buurtschap Schützenberg, vallend onder Langfeld (gemeente St. Martin in het district Gmünd, Neder-Oostenrijk). In het kamp werden Joodse dwangarbeiders onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en uitgebuit. Gevangenen werden ondergebracht in barakken op het terrein van de toenmalige houtzagerij. Het kamp staat bekend om de menslievende daad van de eigenaar van de zagerij, Ludwig Knapp. Toen de nazi's in april 1945 de opdracht gaven om de Joodse arbeiders te deporteren, weigerde hij dit. Hij en zijn vrouw Maria verstopten en verzorgden de gevangenen drie weken lang op de zolder van het bedrijf tot de oorlog voorbij was. Voor deze heldendaad ontvingen zij in 1968 postuum/alsnog de hoge onderscheiding Rechtvaardigen onder de Volkeren van het Israëlische Holocaust-instituut.

Schwabing

Schwabing

 

Duitsland

München-Schwabing (ook bekend als Schwester Pia) was een berucht nevenkamp van concentratiekamp Dachau. Het was in 1933 het allereerste kamp in nazi-Duitsland waar gevangenen permanent als dwangarbeiders werden ingezet buiten het hoofdcomplex. Het kamp bevond zich in de wijk Schwabing in München. Gevangenen werden ingezet voor zware arbeid, voornamelijk bij de bouw en het onderhoud van gemeentelijke projecten (zoals de opruim- en bouwwerkzaamheden in en rondom München). In tegenstelling tot latere nevenkampen die gesloten waren en puur uit barakken bestonden, was Schwabing uniek omdat het de overgang markeerde waarin het regime begon met het structureel uitbesteden van concentratiekampgevangenen aan externe dwangarbeid. Het kamp werd kort na de oprichting in 1933 weer gesloten na voltooiing van de specifieke arbeidsprojecten, waarna de gevangenen werden teruggebracht naar het hoofdkamp Dachau.

Concentratiekamp Schwäbisch Gmünd

Concentratiekamp Schwäbisch Gmünd

 

Duitsland

Er was in Schwäbisch Gmünd in het begin van het nazi-regime (maart 1933 tot januari 1934) een vrouwenconcentratiekamp (Schutzhaftabteilung) gevestigd in de vrouwenstrafgevangenis Gotteszell. Het kamp in Gotteszell was specifiek bedoeld voor de beschermende hechtenis van politieke tegenstanders van het nazi-regime. Het was ondergebracht in het reeds bestaande kloostercomplex en de latere gevangenis Gotteszell.

Schwäbisch - Hall

Schwäbisch - Hall

 

Duitsland

Het concentratiekamp Schwäbisch Hall-Hessental (officieel KZ-Außenlager Hessental) was een nazi-buitenkamp in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Het functioneerde van zomer 1944 tot april 1945 als een satellietkamp van het grotere concentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas. Het kamp telde in totaal ongeveer 800 mannelijke gevangenen, vrijwel uitsluitend Poolse Joden. Velen kwamen oorspronkelijk uit de regio Radom en waren via Auschwitz en andere kampen hierheen getransporteerd. De gevangenen zaten dicht op elkaar gepakt in houten barakken van een voormalig kamp van de Reichsarbeitsdienst vlak bij het treinstation van Hessental. De situatie was onmenselijk door zware mishandeling door de SS, structurele hongersnood, gebrek aan schoeisel en dodelijke ziektes. De nazi's zetten de gevangenen in als slavenarbeiders voor militaire doeleinden: Fliegerhorst: Het herstellen en onderhouden van de nabijgelegen militaire vliegbasis (Fliegerhorst Hessental). Wunderwaffen: Infrastructuurwerk voor de productie van de Messerschmitt Me 262, de gloednieuwe Duitse straaljager. Spoorwegen: Zware herstelwerkzaamheden aan de omliggende spoorlijnen na geallieerde bombardementen. Lokale economie: Inzet bij lokale landbouwbedrijven, private ondernemingen en gemeentewerken in de stad Schwäbisch Hall. Toen de Amerikaanse troepen in april 1945 naderden, ontruimde de SS het kamp. Begin april moesten de verzwakte gevangenen meelopen in de Hessentaler Todesmarsch (dodenmars) richting concentratiekamp Dachau. Wie niet snel genoeg liep of omviel door uitputting, werd ter plekke door de SS doodgeschoten. In totaal zijn ruim 350 gevangenen in het kamp zelf of tijdens deze dodenmars om het leven gekomen.De Huidige Gedenkplaats

Schwabmünchen

Schwabmünchen

 

Duitsland

In Schwabmünchen was er tijdens de Tweede Wereldoorlog  een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) van de firma Gebrüder Kroen. Daarnaast was het de eindbestemming van een dodenmars uit Dachau, waarna er een noodhospitaal in het dorp werd ingericht.

1. Het dwangarbeiderskamp van de firma Kroen Tijdens de oorlog was er in Schwabmünchen een kamp gevestigd voor dwangarbeiders die werden ingezet voor de bouw en constructie. Dit kamp viel onder toezicht van de nazi-autoriteiten en huisvestte onder meer buitenlandse arbeiders, van wie de omstandigheden zwaar en mensonterend waren.

2. Evacuatiemars uit Dachau (april 1945) Tegen het einde van de oorlog, eind april 1945, werden honderden gevangenen uit het nabijgelegen concentratiekamp Dachau (en diens buitenkamp Augsburg-Pfersee) op een dodenmars gedreven. Deze uitgeputte groep werd o.a. via Bobingen en Klimmach naar de regio rond Schwabmünchen gevoerd.

3. Bevrijding en het noodhospitaal De overlevenden van deze mars werden door het Amerikaanse leger bevrijd en voor dringende medische zorg overgebracht naar het ziekenhuis in Schwabmünchen. Vanwege de extreme ontberingen en ondervoeding overleden daar alsnog tientallen gevangenen. Zij werden oorspronkelijk begraven op de zogeheten Ausländerfriedhof bij de watertoren.

Schwalbe III Jonastal

 

Duitsland

Concentratiekamp Schwalbe III was van 6 november 1944 tot begin april 1945 een satellietkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het was gevestigd in het Jonastal bij Arnstadt (Duitsland). Gevangenen werden hier gedwongen tot zware dwangarbeid voor de bouw van ondergrondse wapenfabrieken en bunkers (U-Verlagerung Olga). Het Jonastal, nabij Arnstadt, Thüringen, Duitsland. Het fungeerde voornamelijk als Buchenwald-buiten[kamp], maar werd door de SS kortstondig als een onafhankelijk kamp bestempeld. Operationeel van 6 november 1944 tot begin april 1945. De bouw van een gigantisch ondergronds complex (projectnaam S III of Olga), bedoeld als commandocentrum en wapenfabriek voor het nazi-regime. De omstandigheden in het kamp waren mensonterend. De gevangenen leefden in tunnels en onderzware dwangarbeid-omstandigheden. Velen stierven door uitputting, ondervoeding, ziekte en brute mishandelingen door de SS. Begin april 1945, vlak voor de geallieerde bevrijding, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op dodenmarsen gestuurd.

Concentratiekamp Schwaningen

Concentratiekamp Schwaningen

 

Polen

Kamp Schwaningen (officieel operationeel tussen 1941 en 1943) was een Duits nazi-dwangarbeidskamp voor Joden en Poolse gevangenen. Het kamp lag in de Poolse stad Swarzędz, die na de Duitse annexatie in 1939 was omgedoopt tot Schwaningen. Geografisch bevond het kamp zich in het district Reichsgau Wartheland, op ongeveer 10 tot 12 kilometer afstand van de grotere stad Poznań (Posen). Het functioneerde primair als een Zwangsarbeitslager (dwangarbeidskamp). De nazi's transporteerden groepen Joden uit omliggende getto's, zoals het getto van Opatówek en het getto van Kutno, naar dit kamp. Gevangenen leefden in houten barakken en moesten onder extreem zware en ijskoude winteromstandigheden dwangarbeid verrichten. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder het aanleggen van spoorlijnen voor Duitse bedrijven en het handmatig lossen van kolenwagons op het nabijgelegen spoorwegknooppunt. Het kamp maakte deel uit van de nazi-infrastructuur die uiteindelijk leidde tot vernietiging. Veel gevangenen die te zwak werden om te werken, werden vanuit Schwaningen op transport gezet naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau of Majdanek.

Naast het dwangarbeidskamp voor Joden was in Schwaningen (Poznań) ook het hoofdkwartier van Arbeitsgau III van de Reichsarbeitsdienst (RAD) gevestigd, de nazi-organisatie voor de algemene arbeidsdienstplicht.

Concentratiekamp Schwanowitz

Concentratiekamp Schwanowitz

 

Polen

Schwarzenfelde 

Schwarzenfelde 

 

Polen

Concentratiekamp Schwarzenfelde (in West-Pruisen) was een kortstondig buitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Stutthof. Het kamp bevond zich in het toenmalige West-Pruisen. Tegenwoordig ligt deze plek in Polen onder de naam Czerniec, behorend tot de gemeente Gmina Trąbki Wielkie in de woiwodschap Pommeren. Het kamp bestond officieel voor een zeer korte duur, van 23 oktober 1941 tot 10 november 1941. Gevangenen in dit soort buitenkampen van Stutthof werden vrijwel altijd ingezet voor zware dwangarbeid, zoals landbouw, bosbouw of de aanleg van infrastructuur voor de nazi's.

Schwarzenforst

Schwarzenforst

 

Duitsland

Concentratiekamp Schwarzenforst, beter bekend als Rostock-Schwarzenforst, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Ravensbrück. Het lag in de omgeving van Rostock (Duitsland) en functioneerde vanaf medio 1943 tot de bevrijding in april 1945. Gevangenen werden tewerkgesteld in de ondergrondse en bovengrondse productiefaciliteiten van de Heinkel-vliegtuigfabrieken. Het kamp huisvestte voornamelijk vrouwelijke gevangenen, waaronder Joodse vrouwen, politieke gevangenen en Sinti en Roma. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Door zware mishandeling, ondervoeding en uitputting stierven veel gevangenen.

Schwarzheide

 

Duitsland

Concentratiekamp Schwarzheide was een subkamp van concentratiekamp Sachsenhausen.  Gelegen in Duitsland, ongeveer 50 kilometer ten noorden van Dresden. Het kamp was actief van 5 juli 1944 tot 16 april 1945. Het was een van de zeven werkkampen opgezet door Brabag (Braunkohle-Benzin AG) in samenwerking met I.G. Farben. Er werden ruim 1.400 gevangenen tewerkgesteld, voornamelijk Tsjechische Joden afkomstig uit Auschwitz. Gevangenen werden zwaar uitgebuit bij de hydrogeneringsfabriek (kolenvergassing) van Brabag en bij het opruimen van puin na geallieerde bombardementen.

Schwechat

Schwechat

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp Schwechat (ook bekend als KZ-Schwechat) was een buitenkamp van concentratiekamp Mauthausen. Het kamp, gelegen nabij de huidige luchthaven van Wenen in Oostenrijk, was actief van midden 1943 tot het voorjaar van 1945. De gevangenen werden zwaar uitgebuit voor de vliegtuigproductie in de nabijgelegen Heinkel-Werke (onder meer in de faciliteiten Heidfeld en Santa).Er werd ook dwangarbeid verricht voor de Brauerei Liesing. Er waren in totaal meer dan 2.500 gevangenen gehuisvest. De omstandigheden waren mensonterend, met zware mishandeling, ondervoeding en executies. Zware zieken of verzwakte gevangenen werden soms vermoord met dodelijke injecties. In de zomer van 1944 werd het kamp zwaar gebombardeerd door de geallieerden, waarna een deel van de gevangenen werd overgeplaatst.

Schwechat II

Schwechat II

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Schwechat II (ook bekend als Schwechat Heidfeld of Santa II) was een berucht buitenkamp van het naziconcentratiekamp Mauthausen. Tussen 1943 en 1945 werden hier duizenden gevangenen en dwangarbeiders door de SS uitgebuit voor de Heinkel-vliegtuigfabrieken en de nazi-oorlogsindustrie. Het kamp lag nabij Wenen op het terrein waar tegenwoordig de internationale luchthaven van Wenen (Flughafen Wien) is gevestigd. Het kamp was direct gevestigd op het terrein van de Heinkel-vliegtuigfabrieken en de ondergrondse kelders van de lokale brouwerij. In het najaar van 1943 arriveerden de eerste 72 gevangenen uit het hoofdkamp Mauthausen in Schwechat. Dwang- en slavenarbeid voor de Duitse luchtmacht (Luftwaffe) en wapenindustrie, waaronder de productie van vliegtuigmotoren. De gevangenen leefden en werkten onder erbarmelijke omstandigheden. Velen stierven door ondervoeding, uitputting en de constante gevaarlijke werkomstandigheden in de wapenproductie. Op 13 juli 1944 werd het kamp zwaar getroffen tijdens een geallieerd bombardement. Als gevolg hiervan werd het kamp gesloten en werden de gevangenen overgebracht naar andere locaties, waaronder ondergrondse complexen in Floridsdorf.Herdenking

Schwechat III

Schwechat III

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Schwechat III, ook bekend als Wien-Floridsdorf III of onder de codenamen Santa III, was een buitenkamp van concentratiekamp Mauthausen. Gevangenen verrichtten er dwangarbeid in ondergrondse fabriekscellen (de bierkelders van Schwechat) voor de Heinkel-vliegtuigfabrieken. Schwechat, nabij Wenen in Oostenrijk (deels in de kelders van de lokale brouwerij). De productie en assemblage van vliegtuigonderdelen voor de Duitse oorlogsindustrie nadat reguliere fabrieken door geallieerde bombardementen waren verwoest. De leef- en werkomstandigheden in de kelders en omliggende kampen waren extreem zwaar, wat leidde tot hoge sterftecijfers onder de dwangarbeiders. Het kamp werd ontruimd en de gevangenen werden op dodenmarsen gestuurd of overgebracht naar andere kampen voorafgaand aan het einde van de oorlog in april 1945.

Schweidnitz 

Concentratiekamp Schweidnitz

 

Polen

Kamp Schweidnitz (tegenwoordig het Poolse Świdnica)  buitenkamp (Aussenlager) Schweidnitz, een nazi-werkkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het viel organisatorisch onder het grote concentratiekamp Gross-Rosen. Er zaten voornamelijk dwangarbeiders opgesloten, waaronder ook Nederlandse en Belgische politieke gevangenen en verzetsmensen. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken voor grote Duitse elektronicabedrijven en de oorlogsindustrie, zoals Blaupunkt en Siemens. In februari 1945 werd het kamp vanwege het oprukkende Sovjetleger ontruimd. De gevangenen moesten toen deelnemen aan beruchte dodennarren richting andere kampen in Duitsland, zoals Buchenwald en Flossenbürg.

Schwerte 

Schwerte 

 

Duitsland

Kamp Schwerte was een bijkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het was operationeel van april 1944 tot januari 1945. Gevangenen, voornamelijk Joodse dwangarbeiders, werden er zwaar uitgebuit bij spoorwegwerkzaamheden onder mensonterende omstandigheden. Schwerte-Ost, aan de rand van het Ruhrgebied in Duitsland. Dwang- en herstelarbeid voor de Deutsche Reichsbahn. Er werden in houten barakken tot wel 700 tot 710 gevangenen tegelijk vastgehouden. 7 april 1944 tot 25 januari 1945. De gevangenen in Schwerte werden voornamelijk ingezet voor het zware onderhoud en reparatiewerk aan de spoorlijnen en rangeerterreinen. De omstandigheden waren er dusdanig gruwelijk dat het kamp berucht stond om het hoge sterftecijfer.

Schwesing

Schwesing

 

Duitsland

Concentratiekamp Husum-Schwesing was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het grote concentratiekamp Neuengamme. Het kamp lag in de buurt van de Duitse stad Husum, in de wijk Engelsburg van de gemeente Schwesing (Sleeswijk-Holstein). Het heeft slechts een korte, maar uiterst dodelijke periode bestaan: van 26 september 1944 tot 29 december 1944. De gevangenen werden ingezet om de zogenaamde Friesenwall te bouwen. Dit was een enorme verdedigingslinie van antitankgrachten en fortificaties aan de Noordzeekust. De nazi's vreesden hier een geallieerde landing. De mannen moesten dagelijks 10 tot 12 uur lang onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke arbeid verrichten in de modderige moerasgrond. Het kamp bestond uit negen houten barakken en was oorspronkelijk gebouwd voor slechts 400 personen van de Rijksarbeidsdienst. Eind september bracht een eerste transport direct 1.500 gevangenen binnen. In oktober 1944 volgde een tweede transport met nog eens 1.000 mannen. In totaal werden er ruim 2.500 tot 2.600 gevangenen samengepropt. Door de combinatie van extreme kou, zware mishandeling, ondervoeding en catastrofale hygiëne braken er dodelijke ziektes uit. Officieel werden er 297 sterfgevallen geregistreerd, maar het werkelijke aantal slachtoffers ligt vermoedelijk hoger. De doden werden begraven op de Ostfriedhof in Husum. Een aanzienlijk deel van de gevangenen in Schwesing bestond uit Nederlanders. Onder hen bevond zich een grote groep mannen die in oktober 1944 was weggevoerd tijdens de beruchte Razzia van Putten. Velen van hen hebben het kamp niet overleefd.

Concentratiekamp Schwiebus

Concentratiekamp Schwiebus

 

Polen

Schwiebus (het huidige Świebodzin, Polen) bevonden zich in de directe omgeving een groot krijgsgevangenenkamp (Oflag III B) voor Belgische officieren (1940-1942), een dwangarbeiderskamp bij de Rekord-Gummiwerken (1943) en in 1945 een doorgangskamp van de Sovjet-Unie.

Oflag III B (1940-1942): Een kamp voor ongeveer 2.000 geallieerde krijgsgevangenen, voornamelijk Belgische officieren, gelegen in Tiborlager (nu Cibórz).

Arbeitslager Schwiebus (1943): Een werkkamp waar Joodse mannen werden ingezet voor dwangarbeid bij de lokale rubberfabrieken.

Schwientochlowitz = Swietochlowice

Schwientochlowitz = Swietochlowice

 

Polen

Concentratiekamp Schwientochlowitz was de Duitse naam voor het buitenkamp Eintrachthütte van Auschwitz, dat gevestigd was in de Poolse stad Świętochłowice (Duitse naam: Schwientochlowitz). Nazi-periode (1943–1945): Van 26 mei 1943 tot 23 januari 1945 fungeerde het als het Arbeitslager Eintrachthütte, een subkamp van concentratiekamp Auschwitz. De gevangenen moesten onder dwang werken in de lokale bewapeningsindustrie.

Schwindratzheim

Schwindratzheim

 

Duitsland

Schwindratzheim was een buitenkamp van het beruchte naziconcentratiekamp Natzweiler-Struthof in de Elzas. Het kamp bestond slechts kort (augustus tot oktober 1944) en werd specifiek opgezet voor zware dwangarbeid met betrekking tot de ondergrondse verplaatsing van de Junkers-fabrieken. Gelegen in de Elzas (Bas-Rhin, Frankrijk), ongeveer 81 kilometer ten noordoosten van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. Operationeel van eind augustus 1944 tot oktober 1944. Ongeveer 600 mannelijke gevangenen, gehuisvest in de ZEH gipsfabriek buiten de stad. De dwangarbeiders werden ingezet voor zwaar wegaanlegwerk en grondverzet in een voormalige gipsgroeve. Door de snelle opmars van de geallieerden werd het kamp in oktober 1944 gehaast ontruimd en werden de gevangenen overgebracht naar andere kampen, waaronder Neckargartach.

Concentratiekamp Scipione

Concentratiekamp Scipione

 

Italie

Concentratiekamp Scipione was een interneringskamp in Italië, geopend door het fascistische ministerie van Binnenlandse Zaken in juli 1940. Het kamp was gevestigd in een oud kasteel in het dorp Scipione (gemeente Salsomaggiore Terme). Het kamp werd gebruikt om (buitenlandse) Joden en politieke tegenstanders op te sluiten of te isoleren in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kasteel diende als detentiecentrum waar de omstandigheden zwaar en beperkend waren, hoewel de kampen in het zuiden en centrum van Italië in de eerste oorlogsjaren doorgaans minder gewelddadig waren dan de latere nazi-kampen. Toen de geallieerden oprukten en het fascistische regime ineenstortte, werden veel van deze zuidelijke en centrale kampen in de herfst van 1943 bevrijd of verlaten.Meer gedetailleerd historisch onderzoek e

Concentratiekamp Scuola Santa Croce

Concentratiekamp Scuola Santa Croce

 

Italie

Het concentratiekamp Scuola Santa Croce was een Italiaans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd in een basisschool aan de Via Antonio Veneri in de gemeente Reggio Emilia (regio Emilia-Romagna). Het kamp werd in september 1943 haastig opgezet na de Italiaanse wapenstilstand met de geallieerden. Gevangenen die probeerden te ontsnappen uit het nabijgelegen kamp Montechiarugolo (provincie Parma) werden door Duitse troepen en Italiaanse fascisten heroverd en naar deze school overgebracht. Vanaf 1 oktober 1943 droegen de Duitse autoriteiten de bewaking over aan de militie van de MVSN (de fascistische zwarthemden). Later viel het onder het gezag van de Italiaanse Sociale Republiek (RSI). Het kamp bood plaats aan ongeveer 53 tot 60 gevangenen. Dit waren voornamelijk buitenlandse burgers (waaronder Britten) uit landen die in oorlog waren met Italië, evenals Joodse gevangenen en Italianen. Het kamp werd op 9 januari 1944 permanent gesloten. De school was die dag het directe doelwit van een zwaar geallieerd luchtbombardement. Hoewel het gebouw zwaar beschadigd raakte, vielen er wonderbaarlijk genoeg geen slachtoffers. Na het bombardement werden alle overlevende gevangenen overgebracht naar het nabijgelegen interneringskamp San Tomaso della Fossa. Sommige gevangenen werden later via dit netwerk gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen zoals Dachau. 

Concentratiekamp Sebikotane

Concentratiekamp Sebikotane

 

Senegal

Sébikhotane, gelegen in het huidige Senegal (ca. 34 kilometer van Dakar), diende tijdens de Tweede Wereldoorlog onder het Vichy-regime als internerings- en dwangarbeiderskamp. Tussen juli en december 1941 werden er voornamelijk Belgische en Britse zeelieden vastgehouden, en later ook Joden en politieke gevangenen. Ongeveer 34 kilometer ten oosten van Dakar, in de huidige regio Rufisque. Het kamp functioneerde als interneringskamp van juli tot december 1941. Oorspronkelijk opgericht voor de internering van Britse en Belgische zeelieden. Vanaf 1941 werden er onder druk van Vichy-wetgeving ook Joden en politieke gevangenen naartoe gestuurd.Dit kamp viel onder het Frans-koloniale bestuur dat destijds loyaal was aan het Vichy-regime.

Concentratiekamp Secureni

Concentratiekamp Secureni

 

Oekraine

Concentratiekamp Secureni (tegenwoordig Sokyrjany, Oekraïne) was een transit- en concentratiekamp in het toenmalige noordelijke Bessarabië, dat in de zomer van 1941 door Roemeense troepen werd ingericht tijdens de Holocaust. Het kamp werd in juli en augustus 1941 geopend als doorvoerkamp voor tienduizenden Joden uit de regio Hotin en omliggende gebieden. In augustus zaten er meer dan 20.000 Joden onder mensonterende omstandigheden opeengepakt. In de beginfase stierven veel gevangenen door honger, kou en het eten van rauw graan. Er was een extreem hoog sterftecijfer, en vrouwen en meisjes werden blootgesteld aan grof geweld en misbruik. Het kamp werd in oktober en november 1941 geëvacueerd. Alle gevangenen werden te voet of per kar gedeporteerd naar Transnistrië. Tijdens deze dodenmarsen werden zieken en ouderen die niet meer konden lopen op brute wijze doodgeschoten of achtergelaten. Slechts een fractie van de duizenden Joden uit de regio overleefde deze periode.

Concentratiekamp Sedziejowice

Concentratiekamp Sedziejowice

 

Polen

In Sędziejowice (Polen) De nazi's gebruikten deze locatie in november 1940 voornamelijk als een dwangarbeiders- of doorgangskamp (vaak aangeduid als een Arbeitslager of Judenlager) voor Joodse gevangenen. Gevangenen werden in november 1940 vanuit onder meer het getto van Łask (Polen) hierheen gedeporteerd om dwangarbeid te verrichten.

Concentratiekamp Sędziszów

Concentratiekamp Sędziszów

 

Polen

Sędziszów de locatie van een nazikamp voor dwangarbeid bij het lokale treinstation (in het district Radom) en een getto in Sędziszów Małopolski. Joodse gevangenen werden hier zwaar mishandeld en uitgebuit onder dodelijke omstandigheden. Gevangenen werden tewerkgesteld bij zware spoorweg- en onderhoudswerkzaamheden op het emplacement van Sędziszów. Veel dwangarbeiders stierven door uithongering, zware mishandeling en ziektes. Ook werden er in de herfst van 1942 tientallen Joodse inwoners in de stad geëxecuteerd en in massagraven in de nabijgelegen bossen gedumpt. In de nabijgelegen bossen van Pustków bevond zich daarnaast een groot concentratiekamp (deels SS-oefenterrein), waar tienduizenden dwangarbeiders (waaronder Joden en krijgsgevangenen) omkwamen.

Concentratiekamp Sędziszów Małopolski

Concentratiekamp Sędziszów Małopolski

 

Polen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Sędziszów Małopolski (Polen) een open getto en een regime van gedwongen arbeid onder Duitse bezetting. De Duitse bezetter richtte in juni 1942 een open getto op in de stad. Dit omvatte de lokale Joodse bevolking en later ook Joden uit omliggende dorpen zoals Ropczyce. Op het hoogtepunt leefden er ongeveer 1.900 Joden in het getto. De Joodse inwoners werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder spoorweg- en wegwerkzaamheden. Ook werden groepen jonge Joden gedeporteerd naar het nabijgelegen werkkamp Pustków. Het getto werd op 24 juli 1942 geliquideerd. Tijdens de selectie schoten de nazi's (SS en gendarmerie) ter plekke ongeveer 400 ouderen, vrouwen en kinderen dood. De overlevenden werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec of grotere getto's in de regio.

Seehausen

Seehausen

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Seehausen (officieel: SS-Arbeitslager Seehausen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Außenlager (subkamp) van het concentratiekamp Dachau. Het kamp bestond van 1944 tot 25 april 1945 en bevond zich in de Beierse gemeente Seehausen am Staffelsee, vlakbij Murnau. Het kamp lag op het schiereiland Burg aan de Staffelsee. Het was een relatief klein kamp met een gemiddelde populatie van 30 tot 50 mannelijke gevangenen. De gevangenen werden ingezet voor bouwwerkzaamheden onder leiding van de Bauleitung der Waffen-SS und Polizei. Daarnaast moesten zij werken voor de machinefabriek van ingenieur G. Tipecska uit München. Dit bedrijf was naar Seehausen verplaatst om in het geheim te werken aan de ontwikkeling van een elektrisch luchtafweerkanon. Het kamp werd op 25 april 1945 ontruimd, vlak voor de aankomst van de geallieerde troepen.

Concentratiekamp Seehofen

Concentratiekamp Seehofen

 

Polen

Concentratiekamp Seehofen was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden) in de Tweede Wereldoorlog. Het was gelegen in het door Duitsland bezette deel van Polen (het Wartheland). Het kamp was gevestigd in Seehofen, de Duitse naam voor de huidige plaats Ziemnice. Dit dorp ligt in de gemeente Osieczna (vlakbij Leszno) in de regio Groot-Polen. Het kamp was in werking van begin 1940 tot maart 1942. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder landbouwwerkzaamheden. 

Seerappen

Seerappen

 

Rusland

Concentratiekamp Seerappen (het huidige Ljoeblino in de regio Kaliningrad, Rusland) was vanaf september 1944 een buitenkamp van het concentratiekamp Stutthof. Het fungeerde als dwangarbeiderskamp waar honderden Joodse mannen en vrouwen onder zware omstandigheden werden ingezet op een nabijgelegen vliegveld van de Luftwaffe. Ongeveer 14 kilometer ten westen van het huidige Kaliningrad. De aanleg en het onderhoud van de faciliteiten op het vliegveld van Seerappen. De populatie bestond voornamelijk uit Joodse gevangenen uit onder andere Polen, Hongarije en Slowakije. In januari 1945 werden de gevangenen geëvacueerd en gedwongen om naar de regio rond Koningsbergen en Palmnicken te marcheren, wat leidde tot dodenmarsen.

Seestadtl = Ervenice 

Seestadtl = Ervenice 

 

Tsjechie

Seestadtl is de Duitse naam voor het Tsjechische dorp Ervěnice. Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp (buitenkommando) van het concentratiekamp Flossenbürg.  Het dorp lag in Noord-Bohemen (het Sudetenland), vlakbij de steden Chomutov en Most. Het kamp was in bedrijf van 1 september 1944 tot 7 oktober 1944. Er zaten uitsluitend mannen gevangen (ongeveer 1.300) die zware dwangarbeid moesten verrichten.

Concentratiekamp Seibersdorf

 

Polen

Seibersdorf was een nazi-dwangarbeiderskamp in Polen (destijds bezet gebied) en een van de  buitenkampen van Auschwitz. Het kamp, opgericht in 1942, was onderdeel van het systeem van de zogeheten Coseltransporten, waarbij duizenden Joodse mannen uit West-Europa werden geselecteerd voor dwangarbeid. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder de bouw van een nieuw kamp en zware spoorwegwerkzaamheden. Het kamp stond bekend om Vernichtung durch Arbeit (vernietiging door werk). Velen stierven door honger, mishandeling en uitputting. Honderden Joodse mannen en jongens uit onder meer Nederland, België en Frankrijk kwamen in dit kamp om het leven. Na de liquidatie van het kamp werden de overlevenden vaak teruggebracht naar Auschwitz of doorgestuurd naar andere kampen zoals Blechhammer om in fabrieken te werken.

Seifhennersdorf

Seifhennersdorf

 

Duitsland

Concentratiekamp Seifhennersdorf was een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg. Het functioneerde van januari 1944 tot de ontruiming in mei 1945. Ongeveer 30 gevangenen werden er tewerkgesteld voor de bouw en renovatie van een SS-ziekenhuis. Januari 1944 tot mei 1945. Een kleine groep gevangenen (gemiddeld 30 personen) bestaande uit Duitsers, Polen, Joegoslaven en Russen. SS-Pionierkaserne in Seifhennersdorf. In maart 1945 werd het kamp ontruimd en werden gevangenen gedwongen te voet naar het buitenkamp Rabstein te marcheren.

Concentratiekamp Selchow

Concentratiekamp Selchow

 

Polen

Het Arbeitslager Selchow was een dwangarbeiderskamp voor Joodse gevangenen in de buurt van het gelijknamige dorp Selchow (destijds district Oststernberg in Brandenburg, thans Polen). Het kamp was actief van februari 1940 tot april 1942 en deed dienst als onderdeel van de organisatie voor de aanleg van de Reichsautobahn. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de uitbreiding van de snelweginfrastructuur. Er verbleven constant zo'n 300 tot 400 Joodse gevangenen, hoofdzakelijk afkomstig uit Polen. De omstandigheden in het kamp waren zeer zwaar en mensonterend. De dwangarbeid werd uitgevoerd voor verschillende particuliere bouwbedrijven en lokale overheden. Het kamp werd in het voorjaar van 1942 ontmanteld, waarna veel gevangenen werden overgebracht naar andere kampen in de regio (zoals Markstädt).

Concentratiekamp Selgenau

Concentratiekamp Selgenau

 

Polen

Kamp Selgenau (officieel: Zwangsarbeitslager für Juden Selgenau) was een Duits nazi-dwangarbeidskamp voor Joodse mannen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het toenmalige Duitse Selgenau (tegenwoordig het Poolse dorp Zelgniewo, nabij de stad Piła in de woiwodschap Groot-Polen). Het kamp werd geopend in oktober 1942. Het bleef in gebruik tot de latere deportaties van de gevangenen naar grotere concentratiekampen. De gevangenen bestonden uitsluitend uit Joodse mannen. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid bij het lokale landgoedbeheer (Gutsverwaltung).

Concentratiekamp Semlin

 

Servie

Concentratiekamp Semlin (ook wel bekend als Sajmište of Staro Sajmište) was het grootste nazi-concentratiekamp in Servië, gelegen in de hoofdstad Belgrado. Het kamp werd eind 1941 geopend op het terrein van een oude beurs en diende voornamelijk voor de vernietiging van de Joodse en Roma-bevolking. Gebouwd op het terrein van de voormalige Belgrado-jaarbeurs (Staro Sajmište), direct aan de overkant van de rivier de Sava vanuit het centrum van Belgrado (destijds bezet gebied). Tussen 1941 en 1944 zijn hier ongeveer 20.000 mensen omgekomen, voornamelijk Joden, Servische partizanen, politieke gevangenen en Roma. Aanvankelijk werden vooral Joodse vrouwen en kinderen systematisch vermoord in speciale mobiele gaskamers (zogenaamde Gaswagen) die tussen het kamp en de stad reden.

Semlin = Zemun

Semlin = Zemun

 

Servie

Concentratiekamp Semlin (ook bekend als Sajmište) is de Duitse naam voor het kamp dat in de buurt van de stad Zemun (Duits: Semlin) lag. Het kamp was gebouwd op het terrein van de oude beurs van Belgrado (Staro Sajmište), gelegen in de wijk Novi Beograd. Destijds lag dit pal aan de rivier de Sava tegenover Belgrado, in het gebied dat onder controle stond van de Onafhankelijke Staat Kroatië en rechtstreeks onder de Duitse militaire administratie in Servië viel. Het kamp bestond uit twee delen. Het begon als Judenlager Semlin (jodenkamp) in 1941, waar voornamelijk Joodse vrouwen, kinderen en ouderen uit Servië werden opgesloten en vermoord (onder andere met behulp van gaswagens). Later werd het Anhaltelager Semlin genoemd, een detentiekamp voor politieke gevangenen, partizanen en dwangarbeiders.

Sendling

Sendling

 

Duitsland

Concentratiekamp Sendling, beter bekend als Außenkommando München-Sendling (Architekt Bücklers), was een satellietkamp van Concentratiekamp Dachau. Het kamp was actief van 16 maart tot 1 december 1942 en huisvestte ongeveer 40 tot 50 gevangenen die dwangarbeid verrichtten in de wapenindustrie. Het kamp lag ten oosten van de München-Tegernsee spoorlijn, nabij Kopp-strasse in München-Sendling. De gevangenen werden ingezet door architect Karl Bücklers voor de constructie van fabriekshallen voor lokale bedrijven zoals de Grunow company. De gevangenen (voornamelijk Polen, Duitsers en Oostenrijkers) sliepen in houten barakken. Het kamp bestond uit een rechthoek omheind met prikkeldraad en twee wachttorens. Het kamp werd op 1 december 1942 ontmanteld, waarna alle overlevende gevangenen werden teruggestuurd naar het hoofdkamp in Dachau.

Concentratiekamp Senftenberg

 

Duitsland

Het Concentratiekamp Senftenberg was een vroege nazi-gevangenis (vroeg concentratiekamp) die in juni 1933 werd opgezet in de Duitse stad Senftenberg (Brandenburg). Het kamp deed voornamelijk dienst als detentiecentrum voor politieke tegenstanders van het regime. Het kamp was gevestigd in de gymzaal van de Volksschule I aan de Schulstraße in Senftenberg. Het kamp werd begin juni 1933 opgericht op initiatief van het stadsbestuur van Senftenberg en de plaatselijke SA. Tijdens een grote arrestatiegolf op 24 en 25 juni 1933 werden er meer dan 265 mensen vastgezet. Het ging hierbij voornamelijk om communisten, sociaaldemocraten en vakbondsleden uit de regio. Het was een typisch vroeg kamp en bestond slechts tijdelijk. Halverwege augustus 1933 werd het kamp opgeheven en werden de meeste gevangenen weer vrijgelaten.

Concentratiekamp Senigallia

Concentratiekamp Senigallia

 

Italie

Het concentratiekamp van Senigallia (Campo di concentramento di Senigallia) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Italiaans interneringskamp in de regio Marken. Het werd eind 1943 opgezet door de fascistische regering van de Italiaanse Sociale Republiek (RSI) om Joden uit de provincie Ancona te concentreren. Het kamp was ondergebracht in de voormalige UNES-kolonie (een kindervakantiekolonie). Dit gebouw lag gunstig aan zee en beschikte over een grote tuin. De locatie bood plaats aan enkele tientallen gevangenen, voornamelijk Joodse burgers en buitenlanders. Het kamp opende zijn deuren eind 1943/begin 1944.Gevangenen werden hier ondergebracht in afwachting van verdere deportatie naar gespecialiseerde Duitse concentratie- en vernietigingskampen. In mei 1944 werden de gevangenen, in de aanloop naar mogelijke deportaties, overgebracht naar andere kampen en gevangenissen, waaronder het bekende doorgangskamp Fossoli. Vanaf januari 1945 werd het kampterrein tevens getroffen door zware geallieerde bombardementen, al vielen er destijds geen slachtoffers.

Sennelager

Sennelager

 

Duitsland

Sennelager was tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) een groot en berucht Duits krijgsgevangenenkamp (Kriegsgefangenenlager), en dus geen nazi-concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog. Hoewel gevangenen en toenmalige publicaties het vanwege de erbarmelijke omstandigheden vaak een concentratiekamp noemden, was het officieel een kamp voor militaire krijgsgevangenen en geïnterneerde burgers. Het kamp lag in de regio Senne, net ten noorden van de Duitse stad Paderborn (Noordrijn-Westfalen). Het gebied werd al sinds de 19e eeuw door het Pruisische leger gebruikt als militair oefenterrein (Truppenübungsplatz). WO1-kampen: Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het terrein opgesplitst in drie grote subkampen: Senne I, II en III.  Er werden tienduizenden geallieerde militairen vastgehouden, waaronder Belgen, Britten, Fransen en Russen. Daarnaast werden er in de beginfase van de oorlog ook veel burgers geïnterneerd, zoals Britse vissers en zeevaarders, en Belgische burgers die probeerden te vluchten of de grens over te steken. In met name de winter van 1914 en het voorjaar van 1915 waren de omstandigheden in Sennelager schrikbarend slecht: In de eerste maanden sliepen veel gevangenen in de open lucht op de zandvlakte, omringd door prikkeldraad, omdat er nog geen barakken waren gebouwd. Er heerste een groot tekort aan voedsel, medische zorg en sanitaire voorzieningen, wat leidde tot veel ziektes en sterfgevallen. Veel gevangenen werden vanuit Sennelager in zogenaamde Arbeitskommandos ingezet voor zware dwangarbeid in nabijgelegen kolenmijnen, steengroeven of op het land bij lokale boeren.

Sennheim = Cernay

Sennheim = Cernay

 

Frankrijk

Concentratiekamp Sennheim (gelegen in de Elzas) is de Duitse naam voor het huidige Cernay in Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond het vooral bekend als een SS-opleidings- en trainingskamp (SS-Ausbildungslager Sennheim). Vanaf 1941 werden hier SS'ers en rekruten opgeleid, en het kamp werd later in de oorlog ook ingezet voor interneringsdoeleinden.

Concentratiekamp Septfonds

Concentratiekamp Septfonds

 

Frankrijk

Camp de Judes, beter bekend als het interneringskamp of concentratiekamp Septfonds, was een Frans opvangkamp en werkkamp nabij het Zuid-Franse dorp Septfonds (Tarn-et-Garonne) dat tussen 1939 en 1945 werd gebruikt. Hoewel het oorspronkelijk werd gebouwd voor Spaanse vluchtelingen, veranderde het onder het Vichy-regime in een doorvoerkamp van waaruit honderden Joden naar Auschwitz zijn gedeporteerd. Het kamp kende verschillende fasen tijdens zijn bestaan: Oprichting (1939): Het Franse leger richtte het kamp in februari 1939 in om Spaanse Republikeinse vluchtelingen op te vangen die na de Spaanse Burgeroorlog de grens overvluchtten. Demobilisatiekamp (1939–1940): Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog deed het tijdelijk dienst als opleidingscentrum voor buitenlandse vrijwilligers in het Franse leger. Werkkamp (1940–1942): Onder het collaborerende Vichy-regime werd Septfonds een werkkamp (GTE: Groupements de Travailleurs Étrangers) voor buitenlandse arbeiders. Deportatiekamp (1942): In augustus 1942 veranderde de functie drastisch. Het kamp werd een verzamelpunt voor Joden in de onbezette zone van Frankrijk. Op 24 augustus 1942 werden 297 Joodse mannen, vrouwen en kinderen via het doorvoerkamp Drancy naar Auschwitz gedeporteerd.

Concentratiekamp Serebria

Concentratiekamp Serebria

 

Oekraine

Het concentratiekamp Serebria (gelegen in het huidige Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdeel van het beruchte Transnistrië-netwerk onder Roemeens bestuur. Het functioneerde vanaf 1941 voornamelijk als een doorvoerkamp en selectiecentrum voor Joodse gedeporteerden. Serebriya (Serebria), een dorp in de oblast Vinnytsia in Oekraïne, ongeveer 5 kilometer ten westen van Mohyliv-Podilskyj. Het kamp werd gecontroleerd door de Roemeense Gendarmerie (onder de Transnistria Inspectorate) en bewaakt door het Moghilev Gendarmerie Legion.In tegenstelling tot de Duitse vernietigingskampen in Polen, waren de kampen in Transnistrië voornamelijk overvolle getto's en werkkampen, waar de meeste slachtoffers vielen door ziekte, ondervoeding en uitputting. De centrale activiteit in Serebria was het beroven van Joden. Gedeporteerden werden bij aankomst in het kamp grondig doorzocht en van hun bezittingen ontdaan voordat ze verder werden getransporteerd of ingezet voor dwangarbeid.

Concentratiekamp Sereď

Concentratiekamp Sereď

 

Slowakije

Concentratiekamp Sereď was een belangrijk werkkamp en nazi-transitkamp in Slowakije tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in september 1941 door de Slowaakse autoriteiten opgericht als een gedwongen werkkamp voor de Joodse bevolking. Gevangenen moesten werken in werkplaatsen voor onder andere houtbewerking, textiel en metaal. Transitkamp (1944–1945): Na de onderdrukking van de Slowaakse Nationale Opstand in 1944 nam de Duitse SS de controle over. Het veranderde in een concentratie- en doorgangskamp onder leiding van Alois Brunner. Ruim 11.500 mensen werden vanuit Sereď gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau, Bergen-Belsen en Theresienstadt.

Concentratiekamp Servigliano

Concentratiekamp Servigliano

 

Italie

Concentratiekamp Servigliano (ook bekend als Campo PG 59) was een Italiaans gevangenkamp in de regio Le Marche. Oorspronkelijk gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd het in de Tweede Wereldoorlog door het fascistische regime gebruikt als krijgsgevangenenkamp en concentratiekamp. Opgericht in 1916 om Oostenrijkse krijgsgevangenen te huisvesten. In 1940 heropend als concentratiekamp voor Joden, politieke tegenstanders en buitenlandse burgers, en later als kamp voor geallieerde krijgsgevangenen. Na de wapenstilstand in september 1943 wisten duizenden geallieerde militairen uit het kamp te ontsnappen, geholpen door de lokale bevolking.

Concentratiekamp Settat

Concentratiekamp Settat

 

Marokko

Het concentratiekamp in Settat (Marokko) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een berucht internerings- en werkkamp onder bestuur van het Vichy-regime. Het kamp fungeerde als onderdeel van de Groupe des Travailleurs Étrangers en huisvestte Joodse vluchtelingen en politieke gevangenen die dwangarbeid moesten verrichten onder erbarmelijke omstandigheden. Het kamp was gelegen in Settat, ongeveer 80 kilometer ten zuiden van Casablanca. De officiële capaciteit lag rond de 120 gevangenen, maar het kamp zat vaak overvol. In 1942 werden er bijvoorbeeld meer dan 255 mannen tegelijk vastgehouden. Gevangenen werden zwaar onder druk gezet, leden honger en werden gedwongen tot zware fysieke arbeid in de regio.

Seuferwassergraben

Seuferwassergraben

 

Polen

Tijdens Tweede Wereldoorlog moesten gevangenen uit het Strafkompanie-kamp van Auschwitz-Birkenau onder dwang werken aan een gigantisch afwateringskanaal. Dit kanaal, bedoeld om regenwater naar de Vistula-rivier te leiden, stond destijds bekend als de Königsgraben

Concentratiekamp Sforzacosta

Concentratiekamp Sforzacosta

 

Italie

Concentratiekamp Sforzacosta (ook bekend als Campo Concentramento No 53 of PG 53) was een Italiaans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd in 1942 geopend in het dorp Sforzacosta (provincie Macerata) en deed dienst als krijgsgevangenenkamp en later als doorgangskamp voor Joden. Het kamp werd in 1942 door het Italiaanse Ministerie van Oorlog opgezet. Het was gevestigd in voormalige pakhuizen van een linnenfabriek. Het diende voornamelijk om geallieerde krijgsgevangenen (veelal gevangen genomen in Noord-Afrika) te huisvesten. Doorgangskamp voor Joden: Na de Duitse bezetting van Noord- en Midden-Italië in 1943 namen de Duitsers het kamp over. Honderden Joodse gevangenen werden hier samengebracht voordat ze werden gedeporteerd naar nazi-concentratie- en vernietigingskampen.

Concentratiekamp Shestakovo

Concentratiekamp Shestakovo

 

Oekraine

Concentratiekamp Shestakovo (ook wel geschreven als Sjestakovo) was een nazi-gevangenenkamp en werkkamp in het dorp Sjestakove in de regio Charkov in Oekraïne tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd door de Duitse bezetter opgezet als een werkkamp en nazi-gevangenis. Gevangenen werden hier ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder de aanleg van infrastructuur en wegen. De bevolking van het kamp bestond voornamelijk uit Joodse inwoners uit de omliggende regio's en krijgsgevangenen. Op 15 december 1942 vond er een massamoord plaats in het kamp. De Duitse bezetters schoten op die dag 105 Joodse gevangenen in Shestakovo dood. Tegelijkertijd vond een vergelijkbare executie plaats in het nabijgelegen werkkamp Brodetskoe.

Concentratiekamp Shumen

Concentratiekamp Shumen

 

Bulgarije

Het krijgsgevangenenkamp Shumen (vaak aangeduid als POW Camp Shumen) in Bulgarije was tijdens de Tweede Wereldoorlog  een militair gevangenenkamp dat werd beheerd door het Bulgaarse leger. Het kamp was actief van 25 november 1943 tot 9 september 1944 en deed voornamelijk dienst als centrale opvanglocatie voor neergehaalde geallieerde piloten. In totaal hield het kamp 329 geallieerde militairen vast. Het overgrote deel bestond uit Amerikaanse bemanningsleden van bommenwerpers (die bijvoorbeeld waren neergehaald tijdens missies naar de Roemeense olievelden van Ploiești). Daarnaast verbleven er militairen uit onder andere Groot-Brittannië, Canada, Australië, Griekenland, Joegoslavië én twee Nederlandse broers. Het kamp bevond zich aanvankelijk in een recreatiecomplex ten westen van de stad Shumen. Vanwege overbevolking werd het in juli 1944 verplaatst naar voormalige militaire barakken op het Ilchov Bair-plateau (een heuvel die uitkijkt over de stad). Hoewel Bulgarije destijds een bondgenoot van nazi-Duitsland was, werd het kamp geleid volgens de richtlijnen van de Conventie van Genève (1929). De bewaking was relatief licht, maar de gevangenen kampten wel met slechte hygiëne, luizenplagen en strikte rantsoenering van voedsel en water. Na inspecties door het Internationale Rode Kruis en diplomatieke druk vanuit Zwitserland (dat optrad als beschermende mogendheid) verbeterden de voedselrantsoenen in de zomer van 1944.  De stad Shumen was een van de locaties waar Bulgaarse Joden naartoe werden gedeporteerd toen ze in mei 1943 uit de hoofdstad Sofia werden verdreven. Daarnaast werden Joodse mannen in de regio Shumen ingezet in Bulgaarse werkbataljons (dwangarbeid) voor de aanleg en verbetering van infrastructuur, zoals de weg tussen Gorna Oryahovitsa en Shumen. Op 8 september 1944 trok het Sovjet-leger Bulgarije binnen, waarna de Bulgaarse regering de zijde van de geallieerden koos. De geallieerde gevangenen in Shumen werden vrijgelaten en via Turkije en Egypte gerepatrieerd.

Concentratiekamp Siczki

Concentratiekamp Siczki

 

Polen

Siczki was een nazi- dwangarbeiderskamp (geen vernietigingskamp) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de bossen nabij het dorp Siczki, ongeveer 20 kilometer van de stad Radom in Polen. Gevangenen (voornamelijk lokale Joden en Polen) werden zwaar uitgebuit voor dwangarbeid, waaronder de aanleg van spoorwegen. Het kamp stond bekend om de slechte omstandigheden, mishandeling en ondervoeding. Daarnaast vonden er in de nabijgelegen bossen van Siczki en Firlej gruwelijke executies plaats van de lokale bevolking door de Gestapo.

Concentratiekamp Sidi Azaz

Concentratiekamp Sidi Azaz

 

Italie

Sidi Azaz was een Italiaans concentratie- en dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de woestijn nabij Homs in Libië en was vanaf 1942 in gebruik onder het fascistische bewind van Italië. Het kamp huisvestte voornamelijk Joodse mannen uit Tripoli, Homs en andere Libische steden. Volgens een decreet moesten Joodse mannen tussen 18 en 45 jaar dwangarbeid verrichten. De omstandigheden waren zwaar; gevangenen werden onderworpen aan uitputtende arbeid in de woestijn en leden onder honger, ziekte en mishandeling. Het kamp werd geadministreerd door Italiaanse en Duitse autoriteiten nadat de nazi's zich in 1941 met de regio bemoeiden.

Concentratiekamp Sidi El Ayachi

Concentratiekamp Sidi El Ayachi

 

Marokko

Het Sidi El Ayachi-interneingskamp was een detentiekamp in Marokko, geopend door het Vichy-regime in de herfst van 1940. Het kamp werd initieel gebruikt om Joodse vluchtelingen op te sluiten en deed later (vanaf 1941) ook dienst als interneringskamp voor geallieerde zeelieden en andere gezinnen. Het kamp lag bij Azemmour, ongeveer 76 kilometer ten zuidwesten van Casablanca, aan de rechteroever van de Oum Rabia-rivier. Het kamp werd gebruikt om Joodse vluchtelingen en andere ongewenste individuen vast te houden. Tegen augustus 1942 huisvestte het 288 personen (138 mannen en 99 vrouwen). Hoewel de omstandigheden in vergelijking met andere kampen relatief leefbaar waren, bleven de gevangenen geïnterneerd en onderworpen aan de strenge antisemitische en discriminerende wetten van het Vichy-bewind. Vanaf de zomer van 1943, nadat de geallieerden Noord-Afrika hadden bevrijd (Operatie Torch in 1942), werden de kampen in de regio ontmanteld.

Si Rengorengo

 

Sumatra

Si Rengo Rengo was een Japans interneringskamp (jappenkamp) op Sumatra tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp stond bekend als de Dodenvalei door de erbarmelijke omstandigheden, zware dwangarbeid en de extreme honger. Het kamp lag ongeveer 10 kilometer van Rantauprapat (Noord-Sumatra) en circa 300 kilometer ten zuiden van Medan. Het was compleet geïsoleerd en lag midden in de rubberbossen en moerassen langs de Bila-rivier. Het kamp werd in oktober 1944 in gebruik genomen nadat de Japanners besloten vrouwen en kinderen uit eerdere kampen verder te isoleren en te verspreiden. Het kamp bestond uit twee delen: een vrouwen/kinderenkamp en het beruchte jongenskamp. Jongens vanaf 10 jaar werden hier wreed gescheiden van hun moeders. De gevangenen werden ondergebracht in lekkende, bouwvallige en overbevolkte ataploodsen. Er was sprake van ernstige ondervoeding, tropische ziekten, een tekort aan medicijnen en zware mishandeling door de Japanse bewakers.

Siauliai

Siauliai

 

Litouwen

Concentratiekamp Šiauliai (historisch bekend onder de Jiddische naam Shavli) begon oorspronkelijk in juli 1941 als het Getto van Šiauliai in het door nazi-Duitsland bezette Litouwen. In september 1943 nam de SS het beheer over van de Litouwse bewakers, waarna het getto officieel werd hernoemd en ingericht als een formeel nazi-concentratiekamp. Direct na de Duitse invasie van Litouwen dwong de bezetter de ongeveer 8.000 Joodse inwoners van Šiauliai in twee afgesloten stadsdelen (Kaukazas en Trakai-straat). In de herfst van 1943 besloot de SS het getto om te vormen tot concentratiekamp. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders in diverse omliggende werkkampen (bijkampen), onder andere voor de oorlogsindustrie en turfwinning. De Kinderaktion (november 1943): Onder leiding van de SS vond op 5 november 1943 een van de wreedste gebeurtenissen plaats. Tijdens deze kinderactie werden 574 kinderen en meer dan 200 ouderen en zieken gedeporteerd naar Auschwitz en direct vermoord. In juli 1944, toen het Rode Leger Litouwen naderde, besloten de nazi's het kamp volledig te ontruimen. De overlevende gevangenen werden via een transport over de Oostzee gedeporteerd naar Concentratiekamp Stutthof nabij Gdańsk. De mannen werden vanuit daar vaak direct doorgevoerd naar bijkampen van Concentratiekamp Dachau (zoals Kaufering).Van de oorspronkelijke Joodse bevolking van de stad overleefden uiteindelijk slechts ongeveer 500 mensen de Holocaust.

Siblin

Siblin

 

Duitsland

Siblin was een tijdelijke stopplaats en een geïmproviseerd opvangkamp in een schuur in de buurt van het Duitse dorp Ahrensbök (Kreis Ostholstein). Het speelde een tragische rol tijdens de dodenmarsen in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog. In april 1945 ontruimden de nazi's het concentratiekamp Auschwitz-Fürstengrube en het kamp Mittelbau-Dora vanwege de naderende geallieerden. Gevangenen die de uitputtende transporten overleefden, kwamen rond 13 april 1945 aan in het kleine dorp Siblin. De meerderheid van de uitgeputte gevangenen werd door kampcommandant Max Schmidt opgesloten in een grote veldschuur (de Siblinder Feldscheune). Ongeveer 20 geprivilegieerde gevangenen, waaronder leden van het kamporkest, werden ondergebracht op de nabijgelegen boerderij van Schmidts ouders. Tijdens het verblijf in de schuur van Siblin (tussen 13 en 30 april 1945) werden diverse gevangenen door de SS standrechtelijk geëxecuteerd. Redenen hiervoor waren onder andere klachten over het weinige voedsel of het stelen van rapen om te overleven. Op 30 april 1945 moesten de overlevenden de schuur verlaten. Ze werden op dodenmars gestuurd naar de havenstad Neustadt in Holstein. Daar werden de meesten aan boord gebracht van gevangenisschepen, waaronder de Cap Arcona. Op 3 mei 1945 werd dit schip door Britse bommenwerpers aangevallen (die dachten dat er nazi-troepen op zaten), waarbij meer dan 4.000 gevangenen om het leven kwamen.

Concentratiekamp Siebenbrunn (Mitterdombach)

Concentratiekamp Siebenbrunn (Mitterdombach)

 

Oostenrijk

Kamp Siebenbrunn (Mitterdombach) was een kortdurend dwangarbeidskamp voor Hongaarse Joden in Oostenrijk, gelegen in de deelstaat Stiermarken (district Hartberg). Het kamp was operationeel van juli tot augustus 1944. Het kamp was ondergebracht bij de landbouwer Hofer in Siebenbrunn (vandaag de dag een onderdeel van de gemeente Hartberg Umgebung). De gevangenen bestonden uit Joden die werden ingezet voor de landbouw en huishoudelijke taken.

Siebenhirten

Siebenhirten

 

Oostenrijk

Het Concentratiekamp Siebenhirten was  een nazikamp voor dwangarbeid en tijdelijke opsluiting in Wenen-Liesing, Oostenrijk (tijdens de Tweede Wereldoorlog). Het functioneerde als onderdeel van een groter netwerk van nazi-dwangarbeidskampen dat rechtstreeks onder de leiding stond van Adolf Eichmann. Het kamp was gelegen in de regio Siebenhirten, behorend tot het 23e district (Liesing) van Wenen. Het diende voornamelijk als een getto-achtig opvangkamp en dwangarbeiderskamp voor Joodse arbeiders die als dwangarbeider werden ingezet in lokale industrieën of bouwprojecten in de omgeving van Wenen. Het kamp werd geopend in maart 1944 en bleef in bedrijf tot oktober 1944. Vanaf oktober 1944 werd het kamp ontruimd. De Joodse gevangenen die er verbleven werden in grote getale gedeporteerd naar vernietigingskampen, waaronder Auschwitz.

Concentratiekamp Siebenschlößchen

Concentratiekamp Siebenschlößchen

 

Polen

Siebenschlößchen (het huidige Poolse dorp Dziewoklucz) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een Duits nazi-kamp. Het was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp bevond zich in de regio Groot-Polen (destijds door nazi-Duitsland geannexeerd als onderdeel van het Reichsgau Wartheland) in het district Chodzież (Duits: Kreis Kolmar i. P.). Gevangenen in dit kamp werden door de nazi's ingezet voor gedwongen arbeid onder het lokale landgoedbeheer (Gutsverwaltung). Het dorp Dziewoklucz werd in 1939 door de Duitse bezetter ontruimd, waarbij de Poolse bevolking werd gedeporteerd. In 1943 kreeg het dorp officieel de nazi-naam Siebenschlößchen. Het dwangarbeiderskamp maakte deel uit van het uitgebreide netwerk van nazi-kampen in het bezette Polen.

Concentratiekamp Siedlce

Concentratiekamp Siedlce

 

Polen

In Siedlce was de locatie van het  krijgsgevangenkamp Stalag 366, een streng Joods getto en een doorgangsstation voor de omliggende vernietigingskampen. Stalag 366 (Krijgsgevangenkamp) Dit was een Duits krijgsgevangenkamp (Stammlager) dat functioneerde van oktober 1941 tot juli 1944. Er werden voornamelijk Sovjet-krijgsgevangenen vastgehouden onder erbarmelijke omstandigheden. Ongeveer 25.000 van hen kwamen om door honger, ziekte en executies. Daarnaast zaten er ook zo'n 2.000 Franse en Italiaanse gevangenen vast. De nazi's richtten in 1941 het Getto van Siedlce in om de grote Joodse bevolking (bijna de helft van de stad) te isoleren. In augustus 1942 dwongen de Duitsers de Joodse inwoners naar het treinstation te marcheren. Vanaf daar werden zij gedeporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Treblinka, waar de meesten direct werden vergast.Nabijgelegen Kampen

Concentratiekamp Siedliszcze

Concentratiekamp Siedliszcze

 

Polen

Siedliszcze was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi- dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) in het oosten van bezet Polen, gelegen in de buurt van Lublin. Het kamp, opgericht in 1942, huisvestte voornamelijk lokale en Tsjechische Joden die werden ingezet voor zware dwangarbeid. Gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden, uitputting en ziekte. Vanaf eind 1942 werden de gevangenen vanuit Siedliszcze gedeporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Sobibór om daar te worden vermoord. In 1943 werden er in het kamp tevens zo'n 120 mensen standrechtelijk geëxecuteerd, waaronder Joden, Roma (Zigeuners) en lokale boeren.

Siegmar - Schönau

Siegmar - Schönau

 

Duitsland

Concentratiekamp Siegmar-Schönau was van september tot december 1944 een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg en Auschwitz. Gevangenen, voornamelijk Joodse mannen uit Polen en Hongarije, werden gedwongen tot dwangarbeid in de wapenindustrie en het vervaardigen van vliegtuigonderdelen. Eind augustus/begin september 1944 tot 10 december 1944. Siegmar-Schönau (bij Chemnitz, Duitsland). Dwangbarbeid in fabrieken, georganiseerd door de nazi's. Ruim 400 Joodse gevangenen.Het kamp stond onder het centrale bestuur van Flossenbürg, maar fungeerde in de praktijk ook nauw met Auschwitz als doorvoer- en werkkamp. 

Concentratiekamp Sielec Zawonie

Concentratiekamp Sielec Zawonie

 

Oekraine

Sielec Zawonie was een dwangarbeiderskamp voor Joden, gelegen in een bosgebied nabij Lemberg (Lviv, Oekraïne). Het kamp, dat ongeveer 870 gevangenen telde, viel onder het bestuur van het hoofdkamp in Mosty Wielkie en stond onder leiding van SS-Obersturmführer Willi Schulze. De gevangenen in het kamp werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid.

Siemensstadt

Siemensstadt

 

Duitsland

Concentratiekamp Siemensstadt (officieel bekend als Austerlager Berlin-Siemensstadt of KZ Haselhorst) was een groot nazi-buitenkamp in Berlijn. Het kamp functioneerde tussen juli 1944 en april 1945 onder het beheer van concentratiekamp Sachsenhausen. Gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie van het elektronicaconcern Siemens. Gelegen in het Berlijnse stadsdeel Spandau (wijk Siemensstadt), op het kruispunt van de Gartenfelder Straße en de Paulsternstraße. Het leveren van goedkope slavenarbeid aan de Siemens-Schuckertwerke AG voor de productie van vliegtuigonderdelen en militaire kabels. Het kamp groeide uit tot het grootste binnenstedelijke buitenkamp van Berlijn. In januari 1945 bereikte de bezetting een piek van ruim 2.400 gevangenen.De populatie bestond uit zowel mannen als vrouwen uit diverse Europese landen, waaronder de Sovjet-Unie, Polen, Frankrijk en Noorwegen. Vanaf december 1944 werd er ook een grote groep Hongaarse Joden opgesloten. Begin 1945 arriveerden er bovendien overlevenden van het ontruimde subkamp Bobrek (bij Auschwitz), die de evacuatiemarsen hadden overleefd. Op 28 maart 1945 werd het barakkenkamp volledig verwoest tijdens een zwaar geallieerd bombardement op de Berlijnse oorlogsindustrie. De overlevende gevangenen werden vervolgens overgebracht naar het hoofdkamp Sachsenhausen of gedwongen deel te nemen aan de dodenmarsen, totdat het kamp officieel sloot op 10 april 1945.

(Opmerking: Dit kamp moet niet worden verward met het Siemenslager Ravensbrück. Dat was een ander specifiek dwangarbeiderskamp van Siemens dat direct naast het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück in Fürstenberg lag).

Siemianowice Slaskie = Siemianowitz 

Siemianowice Slaskie = Siemianowitz 

 

Polen

Het concentratiekamp in Siemianowice Śląskie (vroeger Siemianowitz) was werkkamp Laurahütte. Dit was een subkamp van Auschwitz dat opereerde tussen april 1944 en januari 1945, waar gevangenen werden ingezet voor de productie van luchtafweergeschut. Buitenkamp (Arbeitslager) van Auschwitz. Het kamp omvatte in januari 1945 ongeveer 937 gevangenen. Het kamp werd geëxploiteerd in opdracht van het bedrijf Berghütte (Königs- en Bismarckhütte) en Rheinmetall Borsig AG.

Concentratiekamp Sieniawa

Concentratiekamp Sieniawa

 

Polen

Sieniawa was tijdens de Tweede Wereldoorlog een stad in het bezette Polen waar de nazi's een getto vestigden en in mei 1943 een massamoord pleegden waarbij honderden Joodse inwoners werden gefusilleerd. Sieniawa werd in september 1939 kort bezet door Duitsland, waarna de Sovjets het overnamen. In 1941 werd het stadje opnieuw door de nazi's veroverd en omgevormd tot een Joods getto. De Joodse bevolking werd zwaar uitgebuit en geterroriseerd. De uiteindelijke vernietiging van de Joodse gemeenschap vond plaats in mei 1943, toen de laatste 600 Joden door de Duitsers werden doodgeschoten op de plaatselijke Joodse begraafplaats. Veel overlevenden of Joden uit de regio werden vanuit het getto gedeporteerd naar vernietigingskampen, zoals het nabijgelegen Bełżec.

Concentratiekamp Siennica Rózana

Concentratiekamp Siennica Rózana

 

Polen

In deze Poolse gemeente (gmina) in het district Krasnystaw lag een tijdelijk nazi-werkkamp en getto-locatie. Het maakte deel uit van de infrastructuur rondom Aktion Reinhardt, de systematische nazi-operatie om de Joden in het bezette Polen te vermoorden. In het voorjaar van 1942 dwong het Duitse leger Joden uit de grotere regio Krasnystaw naar Siennica Różana te verhuizen om ruimte te maken voor militaire troepen. Ongeveer 4.500 Joden die in de gmina Siennica Różana verbleven, moesten dwangarbeid verrichten. Zij werden voornamelijk ingezet in de landbouw en voor het sorteren en opruimen van bezittingen uit de omliggende getto's. Het kamp/getto fungeerde als een tussenstation. In de nazomer en herfst van 1942 stuurden de nazi's de resterende dwangarbeiders en gevangenen door naar het grotere werkkamp Trawniki of direct naar de gaskamers van vernietigingskampen zoals Bełżec en Sobibór.

Sievershausen

Sievershausen

 

Duitsland

Sievershausen twee verschillende locaties  in Duitsland

1. Krijgsgevangenen- en dwangarbeiderskamp Sievershausen (Dassel) Dit was een fysiek barakkenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het dorp Sievershausen (vandaag de dag een ortsteil van de stad Dassel, in het Landkreis Northeim, Nedersaksen). Het kamp bestond uit een houten barak aan de bosrand van de Solling, opgezet door het lokale bosbeheer (Forstamt Dassel). Er werden eerst ongeveer 30 Franse krijgsgevangenen en later 30 tot 40 Italiaanse militaire geïnterneerden (IMI) gevangen gehouden. Zij werden ingezet voor zware dwangarbeid in de bosbouw, zoals houtkap.

2. Lehrte-Sievershausen De kampen in Lehrte: Lehrte was een cruciaal spoorwegknooppunt. Hier bevond zich onder andere het gigantische Zwangsarbeiterdurchgangslager (Dulag) van de arbeidsdienst (op het huidige Miele-terrein), waar tussen 1942 en 1945 ongeveer 120.000 tot 130.000 dwangarbeiders (hoofdzakelijk uit de Oekraïne) doorheen zijn gesluisd. Ook lag hier het spoorwegkamp Ida.

Concentratiekamp Siewershausen

Concentratiekamp Siewershausen

 

Polen

Concentratiekamp Šilalė Bos

Concentratiekamp Šilalė Bos

 

Litouwen

Bij de plaats Šilalė in Litouwen het Tūbinės-bos (nabij Šilalė) een executieplaats en massagraf waar in september 1941 de Joodse bevolking systematisch is uitgemoord. Tijdens de Duitse bezetting van Litouwen vonden hier grootschalige massa-executies plaats door de Duitse Einsatzgruppen en lokale Litouwse collaborateurs. In het Tūbinės-bos liggen naar schatting 1.300 tot 1.500 Joodse slachtoffers begraven. Dit betrof voornamelijk de Joodse vrouwen, kinderen en ouderen uit Šilalė en omliggende dorpen zoals Pajūris en Kvėdarna. De slachtoffers werden in vrachtwagens naar het bos getransporteerd, gedwongen zich uit te kleden en aan de rand van vooraf gegraven kuilen doodgeschoten. De Joodse mannen uit het stadje waren kort daarvoor, in juli 1941, al op brute wijze vermoord in de lokale synagoge en op de Joodse begraafplaats.

Concentratiekamp Silec

Concentratiekamp Silec

 

?

Sint Annaberg

 

Polen

Sankt-Annaberg (tegenwoordig Góra Świętej Anny, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp in Opper-Silezië. Het functioneerde vanaf 1940 als werkkamp voor Joodse mannen, en werd in november 1942 door de nazi's aangewezen als herstelkamp (Erholungslager) voor zieke en uitgeputte dwangarbeiders. Het kamp werd in eerste instantie opgezet als een werkkamp (Reichsautobahnlager) waar Joden uit Silezië als slavenarbeiders werden ingezet voor de aanleg van de snelweg Wroclaw-Katowice. In november 1942 veranderde de functie. Het kamp werd een Erholungslager voor zieke dwangarbeiders uit omliggende fabrieken en kampen. Hoewel de naam herstelkamp positief klinkt, werden gevangenen hierheen gestuurd om weer enigszins op krachten te komen, zodat ze daarna weer gedwongen konden werken. Wie niet snel genoeg herstelde, werd alsnog gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. In januari 1945, toen het Sovjetleger oprukte, werd het kamp ontruimd. Dit ging gepaard met dodenmarsen en executies van honderden gevangenen.

Concentratiekamp Sisak I

Concentratiekamp Sisak I

 

Kroatie

Het concentratiekamp van Sisak (in Kroatië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een onderdeel van het Jasenovac-complex. Het kamp bestond uit meerdere afdelingen (Sisak I en II) en functioneerde vanaf augustus 1941. Het werd vooral bekend als wreed concentratiekamp voor Servische, Joodse en Roma kinderen. Het kamp werd aanvankelijk opgezet als vluchtelingenkamp, maar diende in de praktijk als vernietigingskamp onder het Kroatische fascistische Ustaša-regime. Het stond bekend als het Sisak Kinderconcentratiekamp (een afdeling van het grotere complex), waar duizenden kinderen onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden. Het kamp werd geopend in 1941 en in mei 1945 bevrijd door partizanen.

Concentratiekamp Sisak II

Concentratiekamp Sisak II

 

Kroatie

Concentratiekamp Sisak II was een  subkamp in de Tweede Wereldoorlog. Het werd in juli 1942 opgericht door het fascistische Ustaša-regime in Kroatië. Het kamp fungeerde specifiek als detentiecentrum voor Servische, Joodse en Roma-kinderen die van hun ouders waren gescheiden, en voor vrouwen en kinderen die ongeschikt werden geacht voor dwangarbeid. Sisak II maakte deel uit van het bredere Jasenovac-kampcomplex en stond officieel bekend onder misleidende namen als opvangkamp voor kinderen. Naar schatting hebben er zo'n 6.600 kinderen in het kamp vastgezeten. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Door zware mishandeling, uithongering en ziekten kwamen naar schatting 4.000 kinderen om het leven. Het kamp werd in mei 1945 bevrijd door Joegoslavische partizanen. 

Concentratiekamp Sisteron

Concentratiekamp Sisteron

 

Frankrijk

Het concentratiekamp Sisteron (Centre de Séjour Surveillé) was een Frans interneringskamp in de Tweede Wereldoorlog. Het was gevestigd in de historische Citadel van Sisteron in de Franse Alpen. Tijdens het Vichy-regime en de Duitse bezetting werden hier politieke gevangenen, verzetsstrijders en Joden vastgehouden. Het kamp diende als een administratief detentiecentrum. Gedurende de oorlog werden er honderden gevangenen onder mensonterende omstandigheden gehuisvest. Gevangenen werden streng bewaakt, gebruikt voor dwangarbeid, of in 1944 gebruikt als gijzelaars. Op 15 augustus 1944 werd de citadel zwaar gebombardeerd door de geallieerden om de Duitse terugtrekking te blokkeren, waarbij het kamp en de gevangenis grote schade opliepen.

Concentratiekamp Skałat

Concentratiekamp Skałat

 

Oekraine

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in het Oekraïense stadje Skałat (destijds onder nazi-Duitse bezetting)  functioneerde er vanaf 1942 een Joods dwangarbeiderskamp. Dit kamp huisvestte honderden Joden die werden ingezet voor zware dwangarbeid in de regio. Voorafgaand aan en tijdens het bestaan van het werkkamp vonden er grootschalige razzia's plaats (onder andere in oktober en november 1942). Duizenden Joden uit Skałat en omliggende plaatsen werden gedeporteerd naar het Vernietigingskamp Bełżec. In de lente en zomer van 1943 werd het getto van Skałat volledig geliquideerd. In het nabijgelegen werkkamp vormden zich verzetsgroepen. Enkele tientallen gevangenen wisten te ontsnappen naar de bossen en sloten zich aan bij de Sovjetpartizanen.

van de ongeveer 4.600 tot 5.000 Joden die in 1941 in Skałat woonden, er slechts ongeveer 160 tot 200 de oorlog hebben overleefd. De overgrote meerderheid is ter plaatse gefusilleerd of in Bełżec vermoord.

Concentratiekamp Skalbmierz

Concentratiekamp Skalbmierz

 

Polen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog dwongen de nazi's Joodse inwoners in 1942 in een getto in het centrum van de stad. De verschrikkelijke leefomstandigheden leidden in september 1942 tot de liquidatie van het getto, waarbij velen werden geëxecuteerd of gedeporteerd naar vernietigingskampen. Het getto lag rond het marktplein, was omheind met houten hekken en werd zwaarbewaakt. Meerdere Joodse families werden gedwongen de krappe en onhygiënische huizen te delen. Inwoners werden ingezet voor dwangarbeid zoals landbouw- en wegwerkzaamheden, terwijl ouderen en zieken vaak direct werden geëxecuteerd. In juni 1942 vond de eerste grote deportatie naar werkkampen plaats. De definitieve liquidatie volgde in september 1942, waarbij honderden Joden werden doodgeschoten of gedeporteerd.

Concentratiekamp Skarżysko-Kamienna

Concentratiekamp Skarżysko-Kamienna

 

Polen

Het kamp Skarżysko-Kamienna in het bezette Polen was een van de meest dodelijke Duitse dwangarbeiderskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd geëxploiteerd door de Duitse wapenfabrikant Hugo Schneider AG (HASAG) en fungeerde als een munitiefabriek waar tienduizenden Joodse gevangenen onder gruwelijke omstandigheden slavenarbeid moesten verrichten. Skarżysko-Kamienna, woiwodschap Świętokrzyskie, Polen. Augustus 1942 tot de liquidatie op 1 augustus 1944 (in januari 1944 officieel benoemd tot concentratiekamp). Naar schatting hebben 25.000 tot 30.000 Joden in het kamp gevangen gezeten. Tussen de 18.000 en 23.000 gevangenen kwamen om door uitputting, ziekte, executies of chemische vergiftiging. De bewaking was in handen van de beruchte Oekraïense fabriekspolitie (Werkschutz), die onder leiding stond van Duitse commandanten. Opbouw en structuur (De drie Werken) Het reusachtige fabriekscomplex was opgedeeld in drie subkampen (Werke), elk met een eigen barakkenkamp direct naast de productielocatie:

Werk A (Grootste subkamp): Hier produceerden gevangenen hulzen, granaten en automatische vuurwapens in non-stop ploegendiensten van 12 uur.

Werk B: Dit subkamp was verantwoordelijk voor de productie van munitie voor luchtafweergeschut. Het deelde de administratie en bewaking met Werk A.

Werk C (Het dodelijkste subkamp): Dit was de meest beruchte afdeling, waar onderwatermijnen en granaten werden gevuld met TNT en picrinezuur. De gevangenen werkten zonder enige bescherming met dit giftige zuur. Hun lichamen en kleding sloegen geel uit door de gassen (waardoor ze bekendstonden als de gele dieven of kanaries) en het gif tastte de interne organen zo hard aan dat de meeste arbeiders binnen drie maanden stierven. De omstandigheden in het kamp waren onbeschrijfelijk slecht. Er was een chronisch tekort aan voedsel en de hygiëne was nihil. Dagelijks vonden er executies plaats in de nabijgelegen bossen voor gevangenen die te zwak waren om te werken. Ondanks de extreme terreur was er sprake van cultureel en religieus leven in de barakken om de moed erin te houden. Ook was er een actieve verzetsgroep die wapens en informatie naar buiten smokkelde voor guerrillatactieken. Eind mei 1944 startten de Duitsers met de geleidelijke ontruiming van het kamp vanwege het oprukkende Rode Leger. In juli 1944 probeerde een grote groep gevangenen via een gat in het hek massaal te ontsnappen. Dit leidde tot een brute slachting in de omliggende bossen waarbij het merendeel werd vermoord. De overlevenden van de selecties werden in de zomer van 1944 gedeporteerd naar andere kampen, waaronder Buchenwald en fabrieken in Częstochowa en Leipzig.

Concentratiekamp Skawina

Concentratiekamp Skawina

 

Polen

Skawina een belangrijk dwangarbeidskamp (Arbeitslager) en een open ghetto (verzamelkamp) onder de nazi-bezetting. Joden uit de regio en andere omliggende steden werden hier geconcentreerd. Gelegen op ongeveer 20 kilometer van Krakau (en het nabijgelegen concentratiekamp KL Płaszów) en circa 50 kilometer van Auschwitz. Vanaf medio 1942 werd Skawina gebruikt als tijdelijk opvangkamp voor Joden uit omliggende gemeenten, waaronder het nabijgelegen Kalwaria Zebrzydowska. De gevangenen werden onder zware omstandigheden ingezet als dwangarbeiders. Op 29 en 30 augustus 1942 werd het kamp in Skawina door de nazi's geliquideerd. Kinderen, zieken en ouderen werden gescheiden en afgevoerd naar het nabijgelegen bos om daar te worden geëxecuteerd en in massagraven te worden gedumpt. De weerbare gevangenen werden op transport gezet naar het vernietigingskamp Bełżec of naar het werkkamp Płaszów.

Concentratiekamp Skole

Concentratiekamp Skole

 

Oekraine

Kamp Skole (gelegen in de huidige oblast Lviv in Oekraïne) fungeerde hoofdzakelijk als een nazi-dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) en verzamelkamp voor Joden. De regio Galicië, waar het stadje Skole destijds onder viel, werd in juli 1941 door nazi-Duitsland bezet. Vanaf de winter van 1941-1942 brachten de nazi's duizenden Joden uit Skole en omliggende steden (zoals Drohobytsj en Lviv) onder in lokale werkkampen. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke arbeid verrichten, met name in de lokale houtzagerij en bij de aanleg en het onderhoud van spoorwegen. Het Ghetto van Skole: Naast het werkkamp werd er in Skole een Joods getto ingericht waarin de Joodse bevolking werd geïsoleerd en uitgehongerd. In september 1942 vond er een massale deportatie plaats. Ongeveer 6.500 Joden uit de regio Skole en omliggende dorpen werden per trein getransporteerd naar het beruchte vernietigingskamp Belzec, waar zij direct in de gaskamers werden vermoord. De achtergebleven Joden die onmisbaar waren voor de dwangarbeid, werden in de zomer van 1943 (juni en augustus) ter plaatse door de nazi's geëxecuteerd, waarmee het kamp en het getto definitief werden geliquideerd.

Concentratiekamp Skorybol

Concentratiekamp Skorybol

 

Polen

Skorybol was een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het woiwodschap Lublin, in het district Puławy in Polen. Dit was een werkkamp specifiek ingericht voor de uitbuiting van de Joodse bevolking via gedwongen arbeid. Het kamp werd geopend in het voorjaar van 1940. Het kamp hield op te bestaan toen de overlevende gevangenen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Dit maakte deel uit van de bredere nazi-operatie Aktion Reinhard in de regio Lublin.

Skrirat concentratiekamp

Skrirat concentratiekamp

 

Marokko

Het kamp Skhirat (ook wel gespeld als Skrirat of Skhrirat) was een Vichy-dwangarbeidskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in het huidige Marokko was het een kamp voor buitenlandse arbeiders (Groupe des Travailleurs Étrangers, ofwel GTE) onder het Franse Vichy-regime. Strategisch gelegen op ongeveer 61 kilometer ten noordoosten van Casablanca en vlak bij de Atlantische Oceaan, gehuisvest in een oude citadel (kasbah). Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in Noord-Afrika onder het met nazi-Duitsland collaborerende Vichy-regime. Het kamp bood plaats aan groepen buitenlandse arbeiders en politieke vluchtelingen, waaronder Joodse vluchtelingen die Europa waren ontvlucht. De barakken waren uiterst eenvoudig en de hygiënische omstandigheden in dit netwerk van Noord-Afrikaanse kampen waren vaak slecht, wat leidde tot ziektes. Aan de dwangarbeid in het kamp kwam een einde na de geallieerde landingen in Noord-Afrika (Operatie Torch) in november 1942.

Skrochowitz = Skrochovice 

Skrochowitz = Skrochovice 

 

 

Concentratiekamp Skrudki

Concentratiekamp Skrudki

 

Polen

Het concentratiekamp Skrudki een Duits dwangarbeidskamp (Obóz pracy przymusowej) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het Poolse dorp Skrudki (gelegen in de gemeente Żyrzyn, in het district Puławy binnen het woiwodschap Lublin). Het werkkamp was actief van mei tot oktober 1943. Er zaten destijds hoofdzakelijk Joodse gevangenen vast ( van circa 30 Joodse dwangarbeiders). De gevangenen werden door de Duitse bezetter ingezet voor zware fysieke dwangarbeid in de lokale regio.

Skochovice (Skočovice)

Skochovice (Skočovice)

 

Tsjechie

Skochovice (Skočovice)Locatie: Gelegen nabij de stad Opava (Troppau) in het oosten van Tsjechië (historisch Tsjechisch-Silezië).Functie: Dit was een interneringskamp en doorgangskamp dat in de beginfase van de bezetting (vanaf 1939) door de nazi's werd gebruikt om politieke gevangenen en tegenstanders op te sluiten. De Gestapo bracht gevangenen hierheen voordat grotere politieke gevangenissen zoals het Kleine Fort in Theresienstadt volledig operationeel waren.

Concentratiekamp Slana

Concentratiekamp Slana

 

Kroatie

Concentratiekamp Slana (gelegen in de Slana-baai op het Kroatische eiland Pag) was een uiterst wreed concentratie- en vernietigingskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gerund door de fascistische Ustaše-beweging, de handlangers van het nazi-regime in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH).Samen met het nabijgelegen kamp voor vrouwen en kinderen in Metajna vormde het een van de eerste vernietigingskampen in Europa. Het kamp was slechts 122 dagen operationeel, van juni 1941 tot augustus 1941. Slana was specifiek een mannenkamp. De gevangenen waren voornamelijk Joden, Serviërs en Kroatische communisten/antifascisten. Men schat dat er in het Slana-kamp en het subkamp Metajna tussen de 4.000 en 12.000 mensen zijn vermoord of omgekomen. Het kamp lag in een kaal, woestijnachtig rotslandschap zonder natuurlijke schaduw. Gevangenen stierven massaal door brute mishandeling, uitputting, extreme hitte, honger en dorst, waarna de Ustaše overgingen op massale executies. Het kamp werd in augustus 1941 gedwongen gesloten door het Italiaanse leger. De Italianen waren bang dat de extreme en publieke wreedheden van de Ustaše tot massale opstanden onder de lokale bevolking zouden leiden. De overlevende gevangenen werden na de sluiting grotendeels getransporteerd naar het beruchte concentratiekamp Jasenovac.

Concentratiekamp Slavonska Požega

Concentratiekamp Slavonska Požega

 

Kroatie

Het concentratiekamp Slavonska Požega was een transitkamp (verzamelkamp) in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH). Het kamp werd in juli 1941 geopend door de fascistische Ustaše-beweging. Het kamp bevond zich in Slavonska Požega (het huidige Požega), ongeveer 143 kilometer ten zuidoosten van Zagreb. Het kamp diende voornamelijk als overgangskamp voor Servische en Sloveense gevangenen. Vanaf deze locatie werden de gevangenen doorgaans gedeporteerd naar andere, grotere vernietigings- en concentratiekampen in het Ustaše-regime, zoals het Jasenovac-complex. Het kamp was voornamelijk operationeel in de beginfase van de Tweede Wereldoorlog.

Slawentzitz = Slawencice

Slawentzitz = Slawencice

 

Polen

Slawentzitz is de voormalige Duitse naam van het dorp, dat tegenwoordig Sławięcice heet en onderdeel is van de stad Kędzierzyn-Koźle in het zuiden van Polen.Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Sławięcice de locatie van een  dwangarbeiders- en concentratiekamp, dat ook wel bekend stond als Blechhammer. Het was vanaf april 1944 een officieel buitenkamp (Arbeitslager) van het concentratiekamp Auschwitz III (Monowitz). Er zaten voornamelijk Joodse dwangarbeiders die zwaar werk moesten verrichten in de nabijgelegen synthetische brandstoffabrieken. Bij de ontruiming van het kamp op 21 januari 1945 werden honderden gevangenen direct vermoord, waarna duizenden anderen op een dodenmars naar het westen werden gestuurd.

Concentratiekamp Slivina

Concentratiekamp Slivina

 

Oekraine

Slobozia LPRS nr. 1

Slobozia LPRS nr. 1

 

Roemenie

Concentratiekamp Slobozia LPRS nr. 1Slobozia LPRS nr. 1 (voluit: Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici Nr. 1 Slobozia) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Roemeens krijgsgevangenenkamp voor Sovjetsoldaten. Het kamp werd op 1 september 1941 door het Roemeense leger opgericht vlak na de invasie van de Sovjet-Unie. Het kamp lag in een open veld op ongeveer twee kilometer afstand van de stad Slobozia (in het zuidoosten van Roemenië). Het bestond uit een voormalige cavaleriekazerne (Cazarma Negru Vodă), een landhuis (Casa Fuerea) en enkele omliggende stallen omheind met prikkeldraad. In het hoofdkamp en de bijbehorende subkampen werden tussen de 3.500 en 4.000 Sovjet-krijgsgevangenen vastgehouden. Slobozia had een streng regime en fungeerde ook als een strafkamp (lagăr disciplinar) voor gevangenen die weigerden te werken of probeerden te ontsnappen. Later in de oorlog werden hier ook enkele geallieerde (Britse en Amerikaanse) gevangenen ondergebracht. De omstandigheden in de herfst en winter van 1941-1942 waren erbarmelijk. Kamers waren overvol (tot wel 600 man per gebouw), ruiten waren kapot, er waren geen bedden en er braken dodelijke epidemieën uit zoals vlektyfus. Toen Roemenië in augustus 1944 de zijde van de Geallieerden koos, kwamen de gevangenen in opstand en vochten zij samen met het Roemeense leger tegen de terugtrekkende Duitse troepen. Begin september 1944 werden de overlevenden overgedragen aan de Sovjet-autoriteiten. De kampcommandanten werden na de oorlog door Roemeense volkstribunalen berecht wegens oorlogsmisdaden en onmenselijke behandeling. Kampcommandant Aristide Ursu werd uiteindelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar.

Concentratiekamp Slomczyn

Concentratiekamp Slomczyn

 

Polen

In het nabijgelegen Góra Kalwaria/Słomczyn vonden  massavernietigingen en executies van Joden plaats. De nazi's voerden tijdens de bezetting standrechtelijke executies uit in de regio. De Joodse bevolking uit de nabijgelegen steden werd in 1942 grotendeels gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Belzec.

Concentratiekamp Slomniki

Concentratiekamp Slomniki

 

Polen

Słomniki, functioneerde vanaf augustus 1942 als tijdelijk doorgangs- en verzamelkamp. De nazi's concentreerden hier duizenden Joden uit de regio om hen vervolgens te deporteren naar het vernietigingskamp Bełżec. In juni en augustus 1942 voerde de Duitse SS en Gestapo grootschalige acties uit. Hierbij werden duizenden Joden uit Słomniki en omliggende dorpen (zoals Miechów) bijeengedreven in weilanden en bij een molen aan de Szreniawa-rivier. De gevangenen werden dagenlang onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden voordat ze op transport werden gezet naar de gaskamers van vernietigingskamp Bełżec. Hoewel er geen officieel getto is gebouwd, werd de Joodse bevolking zwaar onderdrukt en gedwongen om in een afgesloten westelijk stadsdeel te wonen voordat ze werden afgevoerd.

Concentratiekamp Slonim

Concentratiekamp Slonim

 

Wit Rusland

Slonim Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtte de nazi-SS in juli 1941 in de Wit-Russische stad Slonim het Slonim-getto op. Dit getto fungeerde als een toevluchtsoord voor dwangarbeid en werd in 1941 en 1942 het toneel van verwoestende massamoorden. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie (Operation Barbarossa) werd het gebied bezet en werd er in juli 1941 een streng afgesloten joods getto gecreëerd. Tienduizenden Joden uit de regio werden hier samengebracht. De beruchtste executies vonden plaats in juli en november 1941 (waarbij alleen al in november duizenden mensen werden vermoord) en in juni 1942, toen het getto grotendeels werd ontruimd en afgebrand. Velen werden gedwongen tot zware dwangarbeid. Een deel van de overlevenden wist te ontsnappen naar de bossen om zich aan te sluiten bij het Joodse partizanenverzet. Niet ver van Slonim lag tevens het beruchte concentratiekamp Koldychevo, waar veel inwoners uit de omgeving en het getto gevangen werden gehouden en omkwamen.

Concentratiekamp Smederevska Palanka

Concentratiekamp Smederevska Palanka

 

Servie

Het concentratiekamp in Smederevska Palanka (Servië) werd in 1941 opgezet door de nazi's en de Servische collaboratieregering (Nedić-regime). Het functioneerde voornamelijk als een heropvoedingskamp voor jonge Serviërs (14-25 jaar) die werden verdacht van communistische sympathieën, en diende als tijdelijk detentie- en executiecentrum. Jongeren van 14 tot 25 jaar die als kwetsbaar voor linkse/communistische ideologieën werden beschouwd, evenals intellectuelen en politieke tegenstanders. Het kamp bestond uit 19 houten barakken en bood plaats aan ongeveer 500 gevangenen. Op 20 of 21 augustus 1941 werden 16 jonge partizanen blind gefusilleerd door Duitse Wehrmacht-eenheden in de barakken. Deze gebeurtenis werd destijds op foto vastgelegd. Het kamp werd in de loop van de oorlog gesloten, waarna het terrein voor andere doeleinden werd gebruikt.

Concentratiekamp Smel'chintsy

Concentratiekamp Smel'chintsy

 

Oekraine

Concentratiekamp Smel'chintsy (ook wel gespeld als Smilchyntsi) was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden, gelegen in het gelijknamige dorp in de regio Tsjerkasy in Oekraïne (destijds Reichskommissariat Ukraine). Het kamp was operationeel vanaf mei 1942 en werd gebruikt als onderdeel van een meedogenloos wegenbouwproject (bekend als SS-Strasse IV). Vrouwen en kinderen werden in mei 1942 in dit kamp samengebracht. De gevangenen werden ondergebracht in stallen en varkenshokken van een voormalige collectieve boerderij (kolchoz), omheind met prikkeldraad. Ze sliepen op blote grond en in de winter kropen ze dicht tegen elkaar aan om warm te blijven. De Joodse gevangenen moesten zeven dagen per week, onder alle weersomstandigheden, zware lichamelijke arbeid verrichten in steengroeven en langs de snelweg. In de winter moesten zij sneeuw ruimen. Het werk stond onder leiding van een Duitse civiele ingenieur en de gevangenen werden bewaakt door wrede bewakers met honden. De ouderen en zieken die niet in staat waren om te werken werden systematisch buiten het dorp omgebracht.

Concentratiekamp Smerekivka

Concentratiekamp Smerekivka

 

Oekraine

Smerekivka (voorheen bekend als Wicyń) is een dorp in de regio Lviv (Galicië, Oekraïne). In deze regio werden geregeld Joden en andere burgers in werkkampen geplaatst.

Concentratiekamp Şmerinca

Concentratiekamp Şmerinca

 

Oekraine

Het concentratie- en gettokamp in Şmerinca (ook bekend als Zhmerynka of Zjhmerinka, gelegen in Oekraïne) werd in de herfst van 1941 door Roemeense en Duitse autoriteiten opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was onderdeel van Transnistrië en diende als een van de belangrijkste overgangs- en interneringslocaties voor gedeporteerde Joden. Het kamp werd in augustus 1941 opgezet in een Joodse buurt nabij de markt in Şmerinca. Het werd afgesloten met prikkeldraad. Duizenden Joden, voornamelijk gedeporteerden uit Roemenië, arriveerden hier vanaf oktober 1941 nadat zij uit hun huizen waren verdreven. Hoewel de omstandigheden in Şmerinca vaak als minder zwaar werden omschreven dan in andere vernietigingskampen in Transnistrië, waren de leefomstandigheden alsnog erbarmelijk. Er was sprake van ernstige overbevolking (vaak zes tot vijftien mensen in één kamer) en een gebrek aan basisvoorzieningen. Gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid. Om de ontberingen te doorstaan en hoop te houden, organiseerden gevangenen in het kamp zelfs culturele initiatieven, waaronder een Joods theater. Daarnaast werden honderden Joden uit Moghilev in december 1943 naar Şmerinca gebracht om dwangarbeid te verrichten. Lokale Joden en overlevenden liepen continu gevaar. In de zomer van 1942 werden honderden ondergedoken Joden uit Brailov in het getto ontdekt en door de autoriteiten teruggestuurd om geëxecuteerd te worden.

Concentratiekamp Smil'ne

Concentratiekamp Smil'ne

 

Oekraine

Concentratiekamp Smolensk

Concentratiekamp Smolensk

 

Rusland

Tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde het gebied als een netwerk van nazi-concentratie-, krijgsgevangen- en doorgangskampen. Het bekendste hiervan was Dulag-184, een berucht doorgangskamp waar tienduizenden Sovjetsoldaten en Joden onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden en omkwamen. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste feiten rondom de kampen in Smolensk:

Doorgangskamp Dulag-184: Dit kamp was gevestigd in de stad Smolensk en huisvestte hoofdzakelijk Sovjet-krijgsgevangenen. Door honger, ziekte en mishandeling stierven hier duizenden mensen.

Getto van Smolensk: Binnen de stad richtte de Duitse bezetter een getto in voor de Joodse bevolking. Vrijwel alle Joodse inwoners werden hier samengebracht om later te worden geëxecuteerd of gedeporteerd naar vernietigingskampen.

Executies: In de regio rond Smolensk vonden grootschalige executies plaats. De beruchtste daarvan is het Bloedbad van Katyn (ongeveer 20 km ten westen van Smolensk), waar in 1940 duizenden Poolse officieren en intellectuelen in opdracht van de Sovjet-Russische geheime dienst (NKVD) werden vermoord.

Concentratiekamp Smordva

Concentratiekamp Smordva

 

Oekraine

Concentratiekamp Smordva (in de regio Wolynië, Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de eerste Joodse werkkampen in het bezette Oekraïne. Het kamp, opgericht in juli 1941, werd ondergebracht op het landgoed van een plaatselijke graaf. Aanvankelijk werden er ongeveer 200 Joodse mannen en later ook groepen Joodse vrouwen en meisjes gedwongen tot zware landbouwarbeid en het aanleggen van wegen. De omstandigheden waren extreem zwaar en wreed. Onder leiding van de etnisch-Duitse kampcommandant werden gevangenen vernederd, mishandeld met zwepen en vaak gedwongen om vernederende liederen te zingen tijdens het marcheren of zwaar werk. In oktober 1942 werd het kamp opgeheven. De Joodse gevangenen die het zware werk hadden overleefd, werden overgebracht naar het nabijgelegen ghetto van Demidivka. Daar zijn zij, samen met vele anderen, door nazi's doodgeschoten in massagraven.

Concentratiekamp Smorgonie

Concentratiekamp Smorgonie

 

Wit Rusland

Concentratiekamp Smorgonie verwijst naar de getto van Smorgonie (nu Smarhon, Wit-Rusland) en de omliggende dwangarbeiderskampen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier duizenden Joden zwaar uitgebuit en omgebracht door de nazi's. Smorgonie lag destijds in de regio Wilno (Polen, nu Wit-Rusland). Duitse troepen bezetten de stad in juni 1941. In september 1941 dwongen de Duitse autoriteiten de Joodse bevolking in twee aparte getto's te leven. De omstandigheden waren er mensonterend. Veel Joden werden ingezet als dwangarbeiders onder erbarmelijke omstandigheden, een situatie die vaak vergelijkbaar was met kleinschalige concentratiekampen. In maart 1944 schoten de nazi's meer dan duizend Joden uit de getto dood. Velen werden ook overgebracht naar andere kampen, zoals het Kovno Ghetto. Ondanks de strenge bewaking wisten sommigen te ontsnappen naar de bossen om zich bij lokale partizanen te voegen.Wilt u specifieke informatie over:

Sobibór 

 

Polen

Vernietigingskamp Sobibór was een van de meest dodelijke nazi-kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde van april 1942 tot november 1943 in het oosten van het bezette Polen. In tegenstelling tot reguliere concentratiekampen, die dienden als gevangenissen of werkkampen, was Sobibór puur gebouwd als een doodsfabriek om mensen direct bij aankomst systematisch te vermoorden. Het kamp werd opgezet als onderdeel van deze nazi-operatie, specifiek gericht op de totale vernietiging van de Joden in bezet Polen. Er zijn tussen de 170.000 en 250.000 mensen vermoord, vrijwel uitsluitend Joden. Meer dan 34.000 Nederlandse Joden werden naar Sobibór gedeporteerd en direct na aankomst vergast. Slechts achttien Nederlandse Joden overleefden de deportatie naar het kamp. Slachtoffers arriveerden per trein en werden misleid met een vriendelijk ogend perron. Binnen enkele uren werden zij in de gaskamers met motoruitlaatgassen verstikt. Op 14 oktober 1943 braken de resterende Joodse dwangarbeiders uit in een unieke, grootschalige gewapende opstand. Ongeveer 300 gevangenen wisten te ontsnappen. Kort na deze opstand braken de nazi's het kamp volledig af om alle sporen van hun misdaden uit te wissen.

Concentratiekamp Sobolew

Concentratiekamp Sobolew

 

Polen

Sobolew speelde het Poolse dorp Sobolew (gelegen in het woiwodschap Mazovië) een tragische en centrale rol nazi-ghetto, doorwerkkamp en strategisch deportatiepunt.

1. Het Ghetto van SobolewIn de loop van 1941 (mogelijk al eind 1940 als open ghetto) richtten de nazi's een Joods ghetto op in Sobolew. Hier werden ongeveer 2.000 Joden gevangengezet, waaronder de lokale Joodse bevolking en Joden die waren verdreven uit omliggende dorpen. De leefomstandigheden waren erbarmelijk en er heerste onder andere een tyfusepidemie.

2. Lokale DwangarbeidskampenRondom het ghetto functioneerden enkele kleinere nazi-werkkampen (Arbeitslager). Joodse dwangarbeiders moesten hier onder dwang zware fysieke arbeid verrichten voor de Duitse bezetter.

3. Het Deportatieknooppunt (Actie Reinhardt) Sobolew had een strategisch gelegen treinstation aan de spoorlijn tussen Warschau en Lublin. Tijdens Aktion Reinhardt (de systematische moord op de Joden in het Duitse Generaal-Gouvernement) werd Sobolew door de nazi's gebruikt als het centrale verzamel- en deportatiepunt voor de hele regio (Kreis Garwolin). Deportaties naar Sobolew: In september 1942 dreven de nazi's duizenden Joden uit omliggende getto's—zoals Żelechów, Łaskarzew, Parysów en Stoczek Łukowski te voet of per kar naar het station van Sobolew. Vanaf het station in Sobolew werden deze tienduizenden uitgeputte mensen in overvolle veewagons gepresst en direct gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka, waar vrijwel iedereen direct bij aankomst werd vergast.

In oktober 1942 werd het ghetto van Sobolew zelf, samen met de omliggende werkkampen, volledig geliquideerd. Een deel van de gevangenen werd ter plaatse geëxecuteerd en de rest werd naar Treblinka gedeporteerd. Hierna richtten de Duitsers nog een tijdelijk restghetto (szczątkowe getto) in voor de laatst overgebleven Joodse arbeiders, dat in januari 1943 definitief werd ontmanteld.

Soekamiskin

 

West Java
De Soekamiskin-gevangenis nabij Bandoeng (West-Java) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijk Japans burger- en krijgsgevangenkamp, viel Soekamiskin onder het stelsel van de Japanse interneringskampen in Nederlands-Indië. Het kamp operationeerde onder de Japanse bezetting tussen maart 1942 en september 1945.
In de eerste weken sloot de bezetter hier prominente Nederlanders en leden van de Nederlandse adel op. Later deed de locatie tevens dienst als krijgsgevangenkamp voor honderden geallieerde soldaten. Tot eind november 1942 was het een streng cellulaire gevangenis. Daarna kreeg de locatie meer het karakter van een open kamp met iets meer bewegingsvrijheid. Gevangenen leefden onder zeer erbarmelijke omstandigheden, wat leidde tot veel slachtoffers door ziekte en uitputting. Gevangenen die door de Japanse militaire politie (Kempeitai) werden verdacht van verzetswerk, werden hier of in de nabijheid zwaar gemarteld en verhoord.

Soemobito

 

Java

Kamp Soemobito was een republikeins interneringskamp (tijdens de Bersiap-periode) gevestigd in een voormalige suikerfabriek op Java. Het kamp functioneerde van 12 oktober 1945 tot maart 1947. Het bood onderdak aan duizenden Nederlandse en Indische vrouwen, kinderen en mannen die zware ontberingen leden. De suikerfabriek Soemobito lag ten zuidwesten van Modjokerto en ten noorden van de plaats Soemobito, langs de spoorlijn naar Djombang. Het lag in het oosten van Java, Indonesië. Het kamp werd op 12 oktober 1945 in gebruik genomen door Indonesische republikeinse strijdgroepen. Er zaten in totaal ongeveer 2391 gevangenen in het kamp, voornamelijk vrouwen en kinderen, maar later ook gearresteerde mannen De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Voedsel was zeer schaars; gevangenen overleefden vaak op minimale rantsoenen. Naar schatting zijn er circa 80 mensen overleden als gevolg van ondervoeding, ziekte en mishandeling. 

Soengeisengkol

 

Nederlands Indie

Concentratiekamp Soengei Sengkol was een Japans internerings- en krijgsgevangenenkamp in Nederlands-Indië, gelegen ten zuidwesten van Medan in Noord-Sumatra. Het kamp was ondergebracht in een voormalig koelie-hospitaal en deed tussen maart 1943 en begin oktober 1944 dienst als mannenkamp. Het diende voornamelijk als burgerkamp voor geïnterneerde mannen. Van 10 tot 26 oktober 1944 zijn er ook krijgsgevangenen ondergebracht die aan de beruchte Atjehweg hadden gewerkt. Zoals in veel Jappenkampen waren de omstandigheden zwaar en het onderwijs verboden. Desondanks organiseerden de geïnterneerden in het geheim een kampschooltje in de eetzaal.

Concentratiekamp Sokolyky

Concentratiekamp Sokolyky

 

Polen

Sokoliki is nauw verbonden met de  lokale getto's

1. Joodse gemeenschappen en getto's (Oost-Europa) Er bestonden voor de Tweede Wereldoorlog joodse gemeenschappen in dorpen met de naam Sokoliki (zoals Sokoliki Górskie, destijds gelegen in de Poolse regio Galicië, nu op de grens van Polen en Oekraïne).De joodse inwoners uit deze regio werden tijdens de Holocaust door de nazi's gedeporteerd naar nabijgelegen grotere getto's (zoals het getto van Mlynov of Sambor).

2. Krijgsgevangenenkampen (Stalag)

Concentratiekamp Sól

Concentratiekamp Sól

 

Polen

Concentratiekamp Soldau

 

Polen

Concentratiekamp Soldau was een nazi-Duits kamp in de Poolse stad Działdowo (Duits: Soldau) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde als doorgangskamp, werkkamp en executieplaats. Van de naar schatting 30.000 gevangenen die er werden vastgehouden, kwamen er zeker 13.000 om het leven. Het kamp werd direct na de Duitse inval in Polen in september 1939 opgericht. Het diende onder andere voor het systematisch uitschakelen van de Poolse elite, geestelijken en intellectuelen (als onderdeel van de Intelligenzaktion). Later werd het ook gebruikt voor Joodse gevangenen en psychiatrische patiënten. Gevangenen werden vaak niet in het kamp zelf, maar in de omliggende bossen geëxecuteerd. Het Rode Leger bevrijdde het kamp op 18 januari 1945. Recente ontdekking: Het massagraf van Białuty

Concentratiekamp Solec nad Wisłą

Concentratiekamp Solec nad Wisłą

 

Polen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Solec nad Wisłą (gelegen in het district Radom binnen het bezette Polen)  een Duits strafwerkkamp (Straflager of Baudienst ) een dwangarbeiders- en strafkamp. Het kamp was operationeel vanaf juni 1942. Er zaten permanent meer dan 100 Poolse dwangarbeiders gevangen, samen met een onbekend aantal Joodse gevangenen. Het ging hierbij vaak om Polen die hun verplichte werkquota of landbouwleveringen aan de bezetter niet hadden gehaald. Het kamp stond onder controle van de Duitse waterbeheerautoriteit, de Wasserwirtschaftsverwaltung. Gevangenen moesten extreem zware fysieke arbeid verrichten, voornamelijk het bouwen van rivierdijken en het reguleren van de rivier de Wisła (Weichsel). De werk- en leefomstandigheden in het kamp waren  onmenselijk zwaar. Naast het werkkamp richtten de nazi's in het dorp ook een Joodsgetto in. In 1937 woonden er zo'n 830 Joden in Solec nad Wisłą.Tijdens Aktion Reinhard in de herfst van 1942 werd de Joodse bevolking uit de regio (waaronder Solec) gedwongen verplaatst naar het doorvoerghetto in Tarłów. In oktober 1942 zijn de meesten van hen gedeporteerd en vermoord in vernietigingskamp Treblinka. 

Concentratiekamp Sollenau

Concentratiekamp Sollenau

 

Oostenrijk

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Sollenau (in Neder-Oostenrijk) de locatie van een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager), dat in de nadagen van het conflict functioneerde als een buitenkamp of satellietkamp gelieerd aan het KZ Mauthausen. Het kamp werd gebruikt voor de huisvesting van dwangarbeiders, onder wie een groot aantal Joodse mannen en vrouwen. Gevangenen werden zwaar uitgebuit voor de lokale oorlogsindustrie, waaronder werk in textielfabrieken, metaalbewerking, houtkap en bouwprojecten. Sollenau diende ook als eindpunt en plaats van overlijden voor veel slachtoffers tijdens de Holocaust en de dodenmarsen uit andere kampen naar het einde van de oorlog in april 1945.

Concentratiekamp Solofra

Concentratiekamp Solofra

 

Italie

Het concentratiekamp van Solofra was een Italiaans interneringskamp in de provincie Avellino, Campania, dat in juli 1940 door het fascistische regime werd geopend. Het deed voornamelijk dienst als vrouwenkamp voor politiek verdachten en prostituees. Het kamp was gevestigd in een privéwoning van de familie Bonanno, gelegen aan de Via Misericordia in het centrum van Solofra. Het betrof een pand met twee verdiepingen en een kleine tuin. Op de begane grond bevonden zich de kantoren, de keuken en de eetzaal. Hoewel de faciliteit oorspronkelijk was ontworpen voor Italiaanse politieke tegenstanders en vrouwen die werden beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde of de goede zeden, werden er in de loop van de oorlog ook andere groepen geïnterneerd. De bewaking werd uitgevoerd door de lokale politie onder toezicht van de hoofdcommissaris van Avellino. Het kamp bood plaats aan ongeveer 40 tot 50 vrouwen per keer. Het kamp werd in de nazomer van 1943 gesloten toen geallieerde troepen oprukten en het fascistische systeem ineenstortte. 

Concentratiekamp Soltysy

Concentratiekamp Soltysy

 

?

Sömmerda

Sömmerda

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Sömmerda was een officieel buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Buchenwald. Het functioneerde van september 1944 tot april 1945 en werd specifiek opgericht om Joodse vrouwen (voornamelijk van Hongaarse afkomst) zware dwangarbeid te laten verrichten in de wapenfabrieken van Rheinmetall-Borsig. Het kamp herbergde ongeveer 1.300 vrouwen, die via Auschwitz waren geselecteerd voor de oorlogsindustrie. De vrouwen leefden en werkten onder erbarmelijke omstandigheden. Ze maakten munitie en wapens voor de nazi-oorlogsmachine om zo zelf aan de dood te ontsnappen. Minstens negen vrouwen kwamen tijdens de dwangarbeid om het leven. Ook werden er baby's, die in het kamp werden geboren, door de SS vermoord. Begin april 1945, vlak voor de bevrijding, werden de gevangenen op een dodenmars gestuurd.

Concentratiekamp Somovit

Concentratiekamp Somovit

 

Bulgarije

Het concentratiekamp Somovit was een internerings- en dwangarbeidskamp voor Joden in Bulgarije, operationeel tijdens de Tweede Wereldoorlog (met name in 1943-1944). Het kamp viel onder de autoriteit van het Bulgaarse Commissariaat voor Joodse Zaken en diende onder meer als doorvoerkamp. Het kamp was gelegen in de regio Pleven, nabij het dorp Somovit in het noorden van Bulgarije. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om Joodse mannen uit Sofia en andere delen van Bulgarije te interneren die werden gezien als opruiend of politiek ongewenst. De omstandigheden waren zwaar. Gedetineerden werden ingezet in dwangarbeidskampen en leden onder slechte huisvesting en schaarste, wat leidde tot onrust en protesten onder de gevangenen. Het kamp in Somovit werd door de autoriteiten ook gebruikt als verzamelplaats voor Joden die gepland stonden voor deportatie naar nazi-vernietigingskampen in bezette gebieden.

Sonda

Sonda

 

Estland

Concentratiekamp Sonda was een nazi-dwangarbeiderskamp in Estland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was onderdeel van het grotere Vaivara-kampencomplex en diende voornamelijk als werkkamp voor Joodse gevangenen die werden ingezet in de plaatselijke leisteenindustrie en bosbouw. Het kamp lag in het noordoosten van Estland in de provincie Ida-Virumaa. Het Vaivara-complex (inclusief Sonda) werd in september 1943 opgericht door de Duitse bezettingsautoriteiten. Er werden duizenden Joden uit onder andere de getto's van Kaunas en Vilnius en het kamp Salaspils in Letland naartoe overgebracht om te werken onder zware omstandigheden. Naarmate het Rode Leger in de herfst van 1944 naderde, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden geëvacueerd of overgebracht naar andere kampen, zoals Stutthof.

Concentratiekamp Sondrio

Concentratiekamp Sondrio

 

Italie

Het concentratiekamp van Sondrio werd in december 1943 ingericht door de autoriteiten van de Italiaanse Sociale Republiek (RSI) in een gemeentelijk gebouw aan de Via Nazario Sauro in het centrum van Sondrio. Het diende als een provinciaal doorgangskamp om Joden te interneren en in beslag genomen bezittingen op te slaan. De prefectuur van Sondrio gaf opdracht tot het kamp na een landelijk decreet van 30 november 1943 (ondertekend door minister Buffarini-Guidi) waarin werd opgedragen alle Joden te arresteren en te interneren. Het was een provisorisch lokaal kamp. Joden uit de regio werden er tijdelijk vastgehouden voordat ze werden overgebracht naar grotere doorvoerkampen en vernietigingskampen, zoals Auschwitz. Het kamp is kortstondig in gebruik is geweest.

Sonneberg - West 

Sonneberg - West 

 

Duitsland

Concentratiekamp Sonneberg-West was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald, opgericht in september 1944. Gevangenen werden hier tewerkgesteld als dwangarbeiders voor de Firma G.E. Reinhardt Zahnradfabrik om tandwielen voor de Duitse oorlogsindustrie te produceren. Sonneberg-West lag in de Duitse deelstaat Thüringen en leverde voornamelijk arbeidskrachten voor machinefabrieken.

Sonnenburg 

Concentratiekamp Sonnenburg

 

Polen

Concentratiekamp Sonnenburg (het huidige Słońsk, Polen) was een nazi-gevangenis en concentratiekamp. Het werd in 1933 geopend als een van de eerste vroege kampen en werd later strafgevangenis en onderdeel van het Nacht und Nebel (NN)-programma. Gelegen in het dorp Sonnenburg (Słońsk) in het voormalige Duitsland, nabij de huidige Pools-Duitse grens (regio Kostrzyn nad Odrą). Functioneerde als tuchthuis, strafgevangenis en concentratiekamp. Het was een centrale plek voor politieke gevangenen en verzetsstrijders uit heel bezet Europa. Het kamp werd in april 1933 opgericht door de SA, maar in april 1934 tijdelijk gesloten. Vanaf 1939 deed het weer dienst als zwaarbewaakte strafgevangenis voor het naziregime. Vlak voor de bevrijding vond hier op 31 januari 1945 een tragische massamoord plaats waarbij honderden gevangenen (merendeels politieke gevangenen) door de Gestapo werden geëxecuteerd voordat het Rode Leger arriveerde. Het kamp werd in maart 1945 bevrijd door het Rode Leger.

Sonnenburg / Slonsk

 

Polen

Concentratiekamp Sonnenburg (het huidige Słońsk in Polen) was tussen 1933 en 1945 een Duits concentratiekamp en strafgevangenis. Het fungeerde voornamelijk als een zwaar repressief werkkamp en maakte deel uit van het gevreesde Nacht und Nebel-programma, waarbij politieke tegenstanders spoorloos moesten verdwijnen. Słońsk, Polen (vroeger Sonnenburg, Duitsland). Het complex bestond al sinds de 19e eeuw als zwaarbewaakt tuchthuis en werd in april 1933 door de Gestapo in gebruik genomen als een van de allereerste concentratiekampen van nazi-Duitsland. Het kamp huisvestte voornamelijk politieke gevangenen, verzetsstrijders, communisten en intellectuelen uit bezette gebieden, waaronder een groot aantal Nederlanders, Fransen en Belgen. Vanaf 1941 werd het een van de hoofdlocaties voor het Nacht und Nebel-lot. Gevangenen werden hier in het diepste geheim vastgehouden, zwaar mishandeld en uitgebuit zonder dat familie of instanties op de hoogte werden gebracht van hun lot. Velen stierven door uithongering, ziekte of executie. Kort voor de bevrijding, in de nacht van 30 op 31 januari 1945, pleegde de SS een massamoord op ruim 800 gevangenen in het kamp, net voordat het Rode Leger arriveerde. Het kamp werd in maart 1945 definitief bevrijd.

Sonthofen 

Sonthofen 

 

Duitsland

In de Zuid-Duitse stad Sonthofen (Beieren) was het district Sonthofen in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog de locatie van een nazi-buitenkamp en speelde de stad een prominente rol in het nazi-regime door de aanwezigheid van een opleidingsinstituut.

1. Het nazi-buitenkamp (KZ-Außenlager Kottern-Fischen) In het district (Landkreis) Sonthofen bevond zich een subkamp van het concentratiekamp Dachau. Dit kamp lag verspreid over de nabijgelegen plaatsen Kottern en Fischen im Allgäu. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie, specifiek in een fabriek van vliegtuigbouwer Messerschmitt. Onder de gevangenen die hier onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken, bevonden zich ook buitenlandse dwangarbeiders, waaronder Nederlanders.

2. de NS-Ordensburg Sonthofen. Dit was een van de drie gigantische, speciaal gebouwde elite-opleidingscentra van de NSDAP. Hier werd de toekomstige politieke en militaire top van nazi-Duitsland geïndoctrineerd in de nationaalsocialistische ideologie. In juni 1944 hield SS-leider Heinrich Himmler in deze Ordensburg zijn beruchte Sonthofen-toespraak (Sonthofener Reden) voor Wehrmacht-generaals, waarin hij openlijk de massamoord op de Joodse bevolking verdedigde en toelichtte.

Sophienwalde

Sophienwalde

 

Polen

Concentratiekamp Sophienwalde (ook bekend als Bruss-Sophienwalde) was van augustus 1944 tot februari 1945 een officieel buitenkamp van concentratiekamp Stutthof. Het was gelegen in het huidige Dziemiany, Polen. Gevangenen werden onder zware omstandigheden ingezet voor dwangarbeid en de bouw van SS-trainingsfaciliteiten. Het kamp werd op 24 augustus 1944 geopend op bevel van de commandant van Stutthof. Het stond in officiële correspondentie ook bekend als Truppenübungsplatz Bruss in Sophienwalde. De nazi's vestigden het kamp om te voldoen aan de grote vraag naar dwangarbeiders voor de bouw van een militair oefenterrein (de SS-Westpreussen) inclusief barrières, garages en infrastructuur voor de Waffen-SS en Wehrmacht. De gevangenen, voornamelijk Joden en politieke gevangenen, werden gedwongen tot uitputtende arbeid. Ze leden honger, werden mishandeld en werkten onder erbarmelijke omstandigheden. Naarmate het Sovjetleger in februari 1945 oprukte, werd het kamp ontruimd en werden de overlevende gevangenen gedwongen tot dodenmarsen.

Sopron

 

Hongarije

Sopron was tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijk doorgangs- en dwangarbeidscentrum in Hongarije. Vanuit hier werden in 1944 ruim 1.600 tot 2.000 Joodse inwoners wreed gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz. Daarnaast werden Joden in en rond de stad ingezet als dwangarbeiders. Nadat nazi-Duitsland in maart 1944 Hongarije bezette (Operatie Margarethe), werd de Joodse bevolking in Sopron geïsoleerd en overgebracht naar getto's.Vrijwel alle gedeporteerden uit Sopron zijn in vernietigingskampen zoals Auschwitz vermoord. In de nadagen van de oorlog, begin 1945, fungeerde de regio als doorgangspunt voor honderden uitgeputte gevangenen die dwangarbeid verrichtten aan de Oostenrijkse grens of werden blootgesteld aan dodenmarsen.

Sorau 

Sorau 

 

Polen

Concentratiekamp Sorau was een bijkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp bevond zich in Sorau (tegenwoordig Żary in het westen van Polen) en werd vanaf het najaar van 1944 gebruikt voor dwangarbeid. Gelegen in de regio Neder-Silezië, destijds Duitsland, thans Polen. Gevangenen in Sorau werden onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld in de lokale oorlogsindustrie, voornamelijk in de vliegtuigonderdelenproductie (onder andere voor Focke-Wulf fabrieken). Het kamp werd gekenmerkt door een extreem hard regime, ondervoeding, dwangarbeid en mishandelingen. Het kamp werd in de winter van 1945 (januari/februari) bevrijd door het oprukkende Rode Leger, waarna de overlevenden werden gerepatrieerd.

Concentratiekamp Soroca

Concentratiekamp Soroca

 

Moldavie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog  functioneerde de regio als een tijdelijk getto en een reeks brute doorgangskampen (transitkampen). Onder het dictatoriale regime van de Roemeense maarschalk Ion Antonescu, die samenwerkte met nazi-Duitsland, werd de Joodse bevolking uit de regio hier verzameld, systematisch uitgemoord of gedeporteerd naar Transnistrië. Het getto van Soroca Direct na de bezetting van Soroca door Duits-Roemeense troepen in juli 1941 begon de Jodenvervolging: Prominente Joden, waaronder de opperrabijn, werden direct standrechtelijk geexecuteerd. De overgebleven Joodse inwoners (ruim 1.200 mensen) werden samengedreven in het meest verwoeste deel van de stad, dat werd ingericht als een tijdelijk getto. Dit getto diende puur als verzamelpunt in afwachting van de deportatiemarsen.

Transitkampen in de regio Soroca Rondom de stad werden grotere regionale concentratie- en transitkampen ingericht waar tienduizenden Joden uit heel Bessrabië onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden:

Het Cosăuţi-boskamp: Dit kamp lag in het bos op slechts 5 kilometer ten noorden van Soroca, vlakbij een oversteekplaats van de Dnjestr-rivier. Joden werden hier soms wel zes weken in de open lucht vastgehouden zonder enige basisvoorzieningen, beschutting of voedsel. Het bos was tevens een executieplaats waar duizenden slachtoffers in ravijnen werden doodgeschoten.

Kamp Vertujeni (Vertuzhany): Gelegen in het district Soroca. Dit was in de zomer van 1941 een van de meest overbevolkte kampen in de regio, waar op het hoogtepunt meer dan 22.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen onder bewaking van de Roemeense gendarmerie leefden.

Kamp Mărculeşti: Een ander groot verzamelkamp in het district waar Joden werden samengebracht en beroofd van al hun bezittingen voordat ze de Dnjestr moesten oversteken.

Vanaf september 1941 begonnen de gedwongen dodenmarsen vanuit de kampen in Soroca naar de regio Transnistrië (een door Roemenië bezet deel van Oekraïne). De gevangenen moesten te voet, in de gure kou en zonder eten of drinken, kilometers ver lopen. Velen bezweken onderweg aan uitputting, honger, tyfus of werden door de bewakers doodgeschoten als ze het tempo niet konden bijbenen.

Soski

Soski

 

Estland

Concentratiekamp Soski (ook bekend als KZ Soski) was een subkamp van het nazi-concentratiekamp Vaivara in het huidige Estland. Het was actief tussen oktober 1943 en februari 1944. Het kamp lag in een zwaar bebost moerasgebied, ongeveer 60 kilometer ten zuiden van het hoofdkamp Vaivara, vlakbij de rivier de Narva en het dorp Vasknarva. Er werden ongeveer 500 dwangarbeiders vastgehouden, voornamelijk Joden uit de getto's van Litouwen. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware arbeid verrichten, zoals het lossen van vrachtschepen, het winnen van olieschalie en de aanleg van een smalspoorbaan. Vanwege het oprukken van het Rode Leger in de nazomer van 1944 werd het kampsysteem in Estland door de SS ontruimd. Veel gevangenen werden geëxecuteerd of overgebracht naar andere kampen (zoals Klooga of het vernietigingskamp Stutthof). 

Sosnowitz = Sosnowice 

Concentratiekamp Sosnowitz-Schrodula

 

Polen

Het concentratiekamp Sosnowitz-Schrodula (Środula) was een getto en dwangarbeiderskamp in de Poolse stad Sosnowiec. Tussen juni en augustus 1943 werd het overgrote deel van de Joodse bevolking (ca. 35.000 personen) gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Hierna deed het tot januari 1945 dienst als buitenkamp voor dwangarbeid. Het kamp was gevestigd in de wijk Środula in Sosnowiec (destijds onderdeel van Opper-Silezië, bezet Polen).Getto: Vanaf 1942 werd de Joodse bevolking uit de regio gedwongen in dit afgesloten gebied te wonen. In juni en augustus 1943 vonden er grootschalige razzia's plaats. De meeste gevangenen werden op transport gezet en direct na aankomst in Auschwitz vermoord. Na de liquidatie van het getto bleef er een werkkamp over dat fungeerde als officieel buitenkamp van Auschwitz. De gevangenen werden onder zware omstandigheden tewerkgesteld in lokale fabrieken, waaronder de Ost Maschinenbau (Berghüte) en de Oberschlesische Maschinen- und Waggonfabrik.

Concentratiekamp Sospello

Concentratiekamp Sospello

 

Frankrijk

Het concentratiekamp Sospello (tegenwoordig Sospel) was een interneringskamp in Zuid-Oost-Frankrijk (departement Alpes-Maritimes) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Italiaanse bezettingsautoriteiten werd geëxploiteerd. Het kamp was gevestigd in de Salel-kazerne en bood plaats aan ongeveer 450 mannen.Het kamp werd tussen eind 1942 en september 1943 door de Italianen gebruikt om gevaarlijk geachte personen op te sluiten. Het ging voornamelijk om politiek actieve Joden, politieke tegenstanders, en burgers uit geallieerde landen (zoals Britten, Amerikanen, Fransen en Belgen). Hoewel het Italiaanse bewind in Frankrijk over het algemeen minder streng was dan het Duitse naziregime, werden geïnterneerden onder zware en gecontroleerde omstandigheden vastgehouden. Sospello maakte deel uit van een reeks Italiaanse interneringskampen in de uitgebreide Franse bezettingszone, waaronder ook de kampen in Modane en Embrun. Nadat Italië in september 1943 capituleerde en de Duitsers de regio overnamen, kwam er een einde aan dit specifieke kamp onder Italiaans bestuur.

Concentratiekamp Soudeilles

Concentratiekamp Soudeilles

 

Frankrijk

Het werkkamp van Soudeilles was een Joods internerings- en werkkamp in het departement Corrèze in Frankrijk. Het was in gebruik van juni 1941 tot eind 1942 en diende exclusief voor het opsluiten van Joden van buitenlandse afkomst die illegaal in Frankrijk verbleven. Gevestigd in een stenen barak midden in het dorp Soudeilles. Het was een zogeheten GTE (Groupement de Travailleurs Étrangers). De geïnterneerden werden door het Vichy-regime gedwongen tot dwangarbeid. Het kamp bood plaats aan enkele tientallen Joden. Veel van hen werden later overgebracht naar het doorvoerkamp Drancy en uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskamp Auschwitz.

Concentratiekamp Sowliny

Concentratiekamp Sowliny

 

Polen

Het werkkamp in Sowliny (bij Limanowa, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods dwangarbeidskamp (een Julag) dat onder bewind van de nazi's viel. Gevangenen werden ingezet bij de lokale olieraffinaderij en wegenbouwprojecten. Het kamp werd in november 1942 geliquideerd toen de overgebleven gevangenen werden geëxecuteerd. Sowliny, een wijk of voormalig dorp direct ten noorden van de stad Limanowa in het zuiden van Polen. Het kamp werd in maart 1940 ingericht in de voormalige arbeidersgebouwen van een olieraffinaderij. Aanvankelijk werden hier Joodse en Poolse vluchtelingen uit Łódź ondergebracht. Vanaf juli 1942 fungeerde het uitsluitend als dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. De ongeveer 160 Joodse mannen die er in de zomer van 1942 zaten, werden gedwongen tot zware arbeid, waaronder de aanleg van wegen voor het bedrijf Vianowa.

Op 5 november 1942 werden de ongeveer 150 Joodse mannen die destijds in het kamp verbleven door de Gestapo en lokale politie naar een bos nabij Tymbark (ten westen van Limanowa) gemarcheerd en daar in een massagraf gefusilleerd.

Spaichingen

Spaichingen

 

Duitsland

Concentratiekamp Spaichingen was een  buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het functioneerde van september 1944 tot 18 april 1945.De gevangenen, voornamelijk mannen, werden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot zware dwangarbeid in lokale munitiefabrieken (waaronder de firma H. Kretz). Vlak voor het einde van de oorlog in april 1945 werd het kamp ontruimd en werden de overlevenden gedwongen tot een dodenmars richting het zuiden.

Spandau

Spandau

 

Duitsland

Spandau verwijst naar de verschillende dwangarbeiderskampen in het Berlijnse stadsdeel Spandau tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast stond er de beruchte Spandaugevangenis, die vanaf 1947 berucht werd als opsluitingsplaats voor veroordeelde nazi-kopstukken na de Processen van Neurenberg.

Belangrijkste locaties:

Dwangarbeiderskampen (Arbeitslager Spandau)Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er in de regio Spandau (Berlijn) verschillende werkkampen. Grote aantallen dwangarbeiders en krijgsgevangenen uit heel bezet Europa, waaronder Nederland en België, werden hier te werk gesteld. De barakken stonden vaak in of direct naast grote industrieterreinen zoals Pichelswerder Strasse, en bij fabrieken als AutoUnion, Siemens en DIWAG (Deutsche Industrie Werken AG) waar tanks, granaten en ander oorlogsmaterieel werd geproduceerd. De arbeiders leefden in barakken onder zware bewaking. Ze werden blootgesteld aan slechte sanitaire voorzieningen, ondervoeding en zware geallieerde bombardementen op de oorlogsindustrie van Berlijn.

Concentratiekamp Spandau verwijst ook naar de Spandaugevangenis in West-Berlijn. Deze voormalige militaire gevangenis deed direct na de machtsovername door de nazi's in 1933 dienst als een proto-concentratiekamp. De Gestapo sloot er politieke tegenstanders op en paste er op grote schaal martelingen toe. Na de Rijksdagbrand werd het gebouw door het regime misbruikt voor zogenaamde preventieve beschermende hechtenis. Het fungeerde als doorgangsstation en gevangenis voor politieke gevangenen en verzetsstrijders (waaronder veel Poolse vrouwen), van wie een groot deel ter dood werd veroordeeld.De Neurenberg-gevangenen (1947–1987): Internationaal werd de locatie pas echt bekend na de Tweede Wereldoorlog.

 

De geallieerden gebruikten de zwaarbeveiligde gevangenis om zeven prominente nazi-kopstukken op te sluiten die tijdens de Processen van Neurenberg waren veroordeeld.De zeven gevangenen van Neurenberg:

Rudolf Hess (Plaatsvervanger van Hitler – levenslang)

Albert Speer (Rijksminister van Bewapening – 20 jaar)

Baldur von Schirach (Leider van de Hitlerjugend – 20 jaar)

Walther Funk (Rijksminister van Economische Zaken – vrijgelaten in 1957)

Erich Raeder (Grootadmiraal van de Kriegsmarine – vrijgelaten in 1955)

Karl Dönitz (Grootadmiraal en Hitlers opvolger – 10 jaar)

Konstantin von Neurath (Rijksminister van Buitenlandse Zaken – vrijgelaten in 1954)

Concentratiekamp Spatenfelde

Concentratiekamp Spatenfelde

 

Polen

Concentratiekamp Spatenfelde is een Duits dwangarbeidskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp bestond van maart 1940 tot september 1941. Het kamp bevond zich in het bezette Polen. De nazi's gaven de Poolse stad Opatówek (gelegen in het district Kalisz) tijdens de bezetting van 1940 tot 1945 de Duitse naam Spatenfelde. Inwoners en gevangenen (met name de Joodse bevolking uit de omliggende getto's, zoals het getto van Koźminek) werden hier ingezet voor zware fysieke arbeid. Spatenfelde deed daarnaast deels dienst als een Umsiedlerlager. Dit was een kamp waar de lokale Poolse bevolking tijdelijk werd opgevangen nadat zij uit hun huizen waren verdreven om plaats te maken voor Duitse kolonisten. Na de opheffing van het kamp in september 1941 werden de overlevende gevangenen veelal gedeporteerd naar andere getto's of grotere concentratie- en vernietigingskampen, zoals Auschwitz-Birkenau.

Spergau

 

Duitsland

Kamp Spergau, gelegen in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, was een  buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Vanaf juli 1944 werden hier tientallen Nederlandse dwangarbeiders voornamelijk gevangenen uit razzia's tewerkgesteld bij de nabijgelegen Leuna-Werke. Velen kwamen om door bombardementen en zware omstandigheden. Ten zuiden van Merseburg, vlakbij de Leuna-fabrieken en het latere Zöschen Het functioneerde tevens als Arbeitserziehungslager (AEL), een werkkamp waarin gevangenen door middel van dwangarbeid werden heropgevoed. Het kamp eiste tientallen dodelijke slachtoffers onder de gevangenen.  Het kamp werd in april 1945 bevrijd door geallieerde troepen, waaronder de Amerikaanse 2nd Infantry Division.

Concentratiekamp Spiegelberg

Concentratiekamp Spiegelberg

 

Polen

Concentratiekamp Spindlersfelde

Concentratiekamp Spindlersfelde

 

Duitsland

Spindlersfelde was een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) in de wijk Spindlersfelde (Berlijn-Köpenick). Vanaf november 1941 tot juli 1942 werden hier Joodse dwangarbeiders ingezet bij de fabriek van de Wilhelm Spindler AG en omliggende terreinen. Spindlersfelde, in het stadsdeel Köpenick, Berlijn (Duitsland). Dwangbarakken en werkkamp specifiek voor Joodse arbeiders. November 1941 tot juli 1942. De gevangenen werden gedwongen te werken in wasserijen, ververijen (de fabriek van Wilhelm Spindler) en bij grond- en waterwerken. Velen van hen zijn later alsnog gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.

Spilwe

Spilwe

 

Letland

Concentratiekamp Spilwe (officieel bekend als Riga-Spilwe) was een nationaalsocialistisch buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Riga-Kaiserwald in Letland. Het kamp lag in de buurt van Riga en was operationeel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich nabij het vliegveld van Spilwe, ten noordwesten van de Letse hoofdstad Riga. De populatie bestond voornamelijk uit Joodse gevangenen, waaronder veel vrouwen. In de zomer van 1944 werden er onder andere ook Hongaars-Joodse vrouwen vanuit Auschwitz II-Birkenau naartoe gedeporteerd. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid onder toezicht van de Organisation Todt (OT) en de SS. De werkzaamheden bestonden hoofdzakelijk uit het herstellen en onderhouden van het strategisch belangrijke vliegveld van Spilwe en landbouwwerkzaamheden in de omgeving. Door het oprukken van het Rode Leger in de zomer en het najaar van 1944 werd het kamp door de nazi's ontruimd. De overlevende gevangenen werden veelal via het concentratiekamp Stutthof naar andere kampen in het westen getransporteerd.

Concentratiekamp Spitz an der Donau

Concentratiekamp Spitz an der Donau

 

Oostenrijk

In Spitz an der Donau was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Zwangsarbeiterlager) van het KZ Mauthausen Het kamp bood onderdak aan honderden dwangarbeiders, waaronder Joodse mannen, vrouwen en kinderen. Gevangenen werden door de lokale aannemer Fritz Steiner ingezet als dwangarbeider in de steengroeve en in een betonfabriek. Het kamp bevond zich direct op het fabrieksterrein van de firma Steiner in Spitz.

Spitzingsee

Spitzingsee

 

Duitsland

Spitzingsee was een buitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Dachau in nazi-Duitsland. Het kamp bevond zich nabij de gelijknamige bergpas en het meer Spitzingsee in de Beierse Alpen (regio Schliersee). Het kamp werd eind 1944/begin 1945 opgezet en fungeerde voornamelijk als een locatie voor dwangarbeid. Gevangenen werden ingezet bij de uitbreiding van faciliteiten en bouwwerkzaamheden in het berggebied. Net als in de rest van het Dachau-complex waren de omstandigheden in het subkamp mensonterend. De gevangenen leden zwaar onder ondervoeding, uitputting, ziektes en de strenge Alpenwinters. Het subkamp werd in de lente van 1945, vlak voor het einde van de oorlog, ontruimd naarmate de geallieerden oprukten.

Concentratiekamp Spitzwald

Concentratiekamp Spitzwald

 

Polen

Concentratiekamp Spitzwald was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in het huidige Polen (in de buurt van Dubin/Bojanowo). Het kamp viel onder het zogeheten Altreich-gebied. Een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden). Het kamp was actief en werd gebruikt voor dwangarbeid (waaronder landbouw en ontginning) tussen juni 1941 en oktober 1943. De gevangenen werden ingezet voor melioratiewerkzaamheden (verbetering van de landbouwgrond, zoals ontwatering).

Concentratiekamp Spytkowice

Concentratiekamp Spytkowice

 

Polen

Kamp Spytkowice was een  dwangarbeiderskamp (Reichsbahnlager) van de Organisation Schmelt in Polen, dat functioneerde van oktober 1942 tot januari 1943. Het kamp bood onderdak aan ongeveer 300 tot 350 Joodse mannen uit onder meer Nederland, Frankrijk en België die tijdens de zogeheten Cosel-transporten uit de treinen naar Auschwitz waren gehaald. De omstandigheden in Spytkowice waren onmenselijk en de meesten overleefden het niet. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, voornamelijk voor het aanleggen van een rangeerterrein voor de Deutsche Reichsbahn. Het kamp was uitermate primitief. Er was geen stromend water, geen elektriciteit en de gevangenen leden zwaar onder ondervoeding en de strenge winterkou. De situatie was dodelijk. Door ziekte, uitputting en mishandeling stierf ongeveer de helft van de gevangenen al in de eerste drie maanden van het bestaan van het kamp. Op 16 januari 1943 werd het kamp opgedoekt. Degenen die nog in leven waren werden overgebracht naar andere kampen.

SS-Sonderlager Hinzert

SS-Sonderlager Hinzert

 

Duitsland

Concentratiekamp SS-Sonderlager Hinzert SS-Sonderlager Hinzert was een nazi-concentratiekamp en doorgangskamp voor uitsluitend mannen, dat van 1939 tot begin 1945 in gebruik was nabij de plaats Hinzert-Pölert in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts. Gedurende zijn bestaan hebben hier meer dan 13.000 mannen uit 20 verschillende landen gevangen gezeten onder het terreurbewind van de SS. Opgericht als Polizeihaftlager (politiegevangenkamp). Het deed toen dienst als Arbeitserziehungslager (werk- en heropvoedingskamp) voor dwangarbeiders van de Organisation Todt die aan de Westwall werkten.1942: De SS nam de volledige controle over en vormde de locatie om tot een officieel en uiterst wreed concentratiekamp.1944: Het kamp verloor zijn zelfstandige status en werd vanaf 21 november een buitenkamp (bijkamp) van het grotere Concentratiekamp Buchenwald. Hoewel Hinzert geen industrieel vernietigingskamp was zoals Auschwitz, vonden er op grote schaal executies en mishandelingen plaats. Het kamp had een beruchte reputatie vanwege specifieke groepen gevangenen: Nacht und Nebel: Hinzert fungeerde als doorgangs- en executiekamp voor politieke gevangenen en verzetsstrijders die onder de Nacht und Nebel-regeling spoorloos moesten verdwijnen. In 1942 werden 20 Luxemburgse gevangenen geëxecuteerd in de nabijgelegen kwartsietgroeve na een algemene staking in hun thuisland. In 1941 werden zeker 70 Sovjet-krijgsgevangenen in het kamp vermoord door middel van dodelijke cyanide-injecties.

Concentratiekamp Stadt Haag

Concentratiekamp Stadt Haag

 

Oostenrijk

In de Oostenrijkse gemeente Stadt Haag (gelegen in de deelstaat Neder-Oostenrijk, niet ver van het beruchte concentratiekamp Mauthausen) bevond zich tijdens de oorlog een Zwangsarbeiterlager.  Dit kamp werd door de nazi's gebruikt als dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden (zowel mannen als vrouwen). De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid bij de lokale steenfabriek (Ziegelei Penzing, Firma Karl Gruber).

Stalag

 

Algemeen

Een Stalag was oorspronkelijk geen concentratiekamp, maar een Duits krijgsgevangenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam is een Duitse afkorting voor Mannschaftsstamm- und Straflager (of kortweg Stammlager). Deze kampen stonden onder het beheer van de Duitse Wehrmacht (het reguliere leger) en waren bedoeld voor manschappen en onderofficieren. Hoewel de strikte juridische en organisatorische status verschilde van de nazi-concentratiekampen (die door de SS werden geleid), vervaagde de grens in de praktijk regelmatig door de gruwelijke omstandigheden en het misbruik van gevangenen. Stalags waren primair gebouwd voor militaire krijgsgevangenen. Concentratiekampen waren bedoeld voor politieke tegenstanders, Joden, Roma en andere door de nazi's vervolgde groepen. West-Europese en Amerikaanse militairen in Stalags werden over het algemeen redelijk behandeld volgens de Conventie van Genève, al waren de omstandigheden karig. Militairen uit de Sovjet-Unie werden door de nazi's als Untermenschen gezien. In Stalags aan het oostfront stierven miljoenen Sovjet-krijgsgevangenen door bewuste uithongering, uitputting en executies. Deze kampen functioneerden feitelijk als vernietigingskampen. Aan het einde van de oorlog ontruimde de SS de concentratiekampen vanwege de naderende geallieerden. Duizenden uitgeputte concentratiekampgevangenen werden via dodenmarsen naar Stalags overgebracht.

Stalag 327 Jaroslau

 

Polen

Stalag 327 was een Duits krijgsgevangenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in juli 1941 geopend in Jaroslau (het huidige Jarosław, Polen) en huisvestte voornamelijk Sovjet-krijgsgevangenen. Eind 1941 was het kamp relatief klein en telde het enkele honderden gevangenen.De locatie van de hoofdleiding en de subkampen veranderde in de loop van de oorlog: Jaroslau (juli 1941 - 1942): Hier bevond zich het hoofdkwartier.

Sanok: Het kamp werd hierheen verplaatst en omvatte tevens verschillende bijkampen (zoals in Pikulice en Nehrybka).

Przemyśl (december 1942 - augustus 1944): Het kamp werd definitief naar Przemyśl overgebracht. Hoewel de primaire groep gevangenen bestond uit Sovjetsoldaten, hebben er ook andere nationaliteiten vastgezeten.

Stalag 352 Majukowtschina

 

Wit Rusland

Stalag 352 (ook bekend als Stalag 352 Masjukowtschina) was een Duits krijgsgevangenenkamp in de Tweede Wereldoorlog, gevestigd in Masjukowtschina nabij Minsk, Wit-Rusland. Het kamp was operationeel van juni 1941 tot juli 1944 en bestond uit een boskamp en een stadskamp. Er kwamen naar schatting 80.000 krijgsgevangenen om het leven. Het kamp was oorspronkelijk gebouwd op een militair terrein in Masjukowtschina. Het overgrote deel van de gevangenen bestond uit Sovjet-soldaten, maar er werden ook andere nationaliteiten vastgehouden, zoals Italiaanse krijgsgevangenen. Naar schatting zijn er zo'n 80.000 mensen omgekomen door uithongering, ziekte en executies. Slechts van een kleine 14.000 slachtoffers is de identiteit bekend.

Stalag 369 Kobierzyn

 

Polen

Stalag 369 Kobierzyn (ook wel Stalag Koberczyn genoemd) was een Duits krijgsgevangenenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in Kobierzyn, een wijk in het zuidwesten van de Poolse stad Krakau. Het kamp deed voornamelijk dienst als een zwaar strafkamp voor geallieerde onderofficieren en soldaten die weigerden te werken voor de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp werd officieel geopend op 3 mei 1942 en bleef in gebruik tot de ontruiming in augustus 1944 vanwege de opmars van het Rode Leger. In eerste instantie hield de Wehrmacht er Sovjet-krijgsgevangenen vast. Al snel werd het een strafkamp voor Franse en Belgische militairen die zich beriepen op de Conventie van Genève om arbeid voor het Derde Rijk te weigeren. Vanaf oktober 1943 werden er ook Nederlandse krijgsgevangenen ondergebracht. Hoewel de capaciteit van het kamp rond de 5.000 tot 6.000 man lag, hebben er in totaal naar schatting 17.000 geallieerde soldaten kortere of langere tijd gevangen gezeten. Omdat de gevangenen klaagden over het gebrek aan medische zorg, stuurden de Duitsers in maart 1944 de opgepakte Nederlandse reserveofficier van gezondheid Adriaan Erkelens naar het kamp om de circa 400 Nederlandse onderofficieren bij te staan. Eind juli en begin augustus 1944 werd het kamp ontruimd. De resterende gevangenen werden overgebracht naar grotere basiskampen in Duitsland, waaronder Stalag IV-B Mühlberg. Het kamp werd op 15 september 1944 officieel opgeheven.

Stalag 371 Stanislau

 

Oekraine

Stalag 371 Stanislau was een Duits krijgsgevangenkamp (Stammlager für kriegsgefangene Offiziere) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen augustus 1942 en begin 1944 bood het kamp onderdak aan ongeveer 2.000 Nederlandse officieren en cadetten die na de capitulatie van Nederland in mei 1940 opnieuw in krijgsgevangenschap waren genomen. De historische stad Stanislau lag destijds in de regio Galicië en is na de oorlog hernoemd naar Ivano-Frankivsk, gelegen in het westen van het huidige Oekraïne. Het kamp was gevestigd in een oude, robuuste cavaleriekazerne uit de tijd van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Het terrein was zwaar beveiligd met een vijf meter hoge muur, hoogspanningsprikkeldraad en wachttorens met mitrailleurs. Gevangenen werden strikt naar militaire rang ingedeeld in de slaapzalen; generaals kregen aparte kamers, terwijl lagere officieren en cadetten met tientallen personen in stapelbedden sliepen. Ondanks de isolatie en de strenge winterkou probeerden de Nederlandse officieren een actieve gemeenschap op te bouwen. Er werden studies georganiseerd, tentamens afgelegd, theatervoorstellingen gehouden en zelfs een eigen kamp-lied gecomponeerd (het Stanislau-lied). Een aantal gevangenen weigerde zich neer te leggen bij hun opsluiting; meerdere officieren waagden succesvolle of onsuccesvolle ontsnappingspogingen uit het kamp. Begin 1944 naderde het Rode Leger van de Sovjet-Unie de stad Stanislau. Vanwege dit oprukkende front ontruimden de nazi's het kamp in januari 1944. De Nederlandse officieren werden daarop met de trein getransporteerd naar andere Duitse kampen, voornamelijk naar Oflag XXI-C in Neubrandenburg.

Stalag IV-B

 

Duitsland

Stalag IV-B was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de grootste Duitse krijgsgevangenenkampen op Duitse bodem. Het kamp lag nabij de stad Mühlberg in de huidige deelstaat Brandenburg, ongeveer 48 kilometer ten noordoosten van Dresden. Tussen 1939 en 1945 werden hier militairen uit meer dan 30 verschillende landen opgesloten. Geopend in september 1939 om de eerste Poolse krijgsgevangenen op te vangen. Er verbleven manschappen en onderofficieren uit onder andere Frankrijk, Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie, Nederland, België en de Verenigde Staten. Ongeveer 3.000 gevangenen kwamen in het kamp om het leven door slechte levensomstandigheden en ziektes. De meesten van hen liggen begraven in het nabijgelegen Neuburxdorf. Het kamp werd op 23 april 1945 bevrijd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie.

Stalag IV-E Altenburg

 

Duitsland

Stalag IV-E Altenburg was een Duits krijgsgevangenkamp (Stammlager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag nabij de stad Altenburg in de deelstaat Thüringen, ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Leipzig. Het stond onder het bevel van Wehrkreis IV (het vierde militaire district van de Wehrmacht). Het kamp werd geopend in juni 1940 om de eerste Franse krijgsgevangenen van de Slag om Frankrijk op te vangen. De officiële administratieve registratie als Stalag IV-E vond plaats op 1 februari 1941. Op 1 juni 1942 werd het kamp organisatorisch omgedoopt tot Stalag 384. Het kamp bood plaats aan meer dan 18.000 gevangenen. Er verbleven soldaten van diverse nationaliteiten, waaronder Fransen, Polen, Belgen, Serviërs, Sovjets en Britse troepen die in Noord-Afrika waren gevangengenomen. Vrouwelijke militairen: In oktober 1944 werden enkele honderden vrouwelijke militairen van het Poolse Thuisleger (Armia Krajowa)  die hadden meegevochten in de Opstand van Warschau vanuit Stalag IV-B Mühlberg naar Altenburg overgebracht. De overgrote meerderheid van de gevangenen verbleef niet in het hoofdkamp zelf, maar werd ingezet in honderden Arbeitskommandos (werkkampen) in de regio. Zij moesten dwangarbeid verrichten in de lokale landbouw en oorlogsindustrie, waaronder de fabrieken van het HASAG-concern. Het kamp en de bijbehorende subkampen werden in midden april 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen van de 76th Infantry Division.

Stalag VII-A

 

Duitsland

Stalag VII-A (voluit Kriegsgefangenen-Mannschafts-Stammlager VII-A) net ten noorden van Moosburg an der Isar in Beieren was het grootste krijgsgevangenenkamp van nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gedurende de oorlog stroomden er meer dan 150.000 geallieerde militairen uit meer dan 70 verschillende landen doorheen. Het kamp werd geopend in september 1939 en was oorspronkelijk ontworpen voor 10.000 Poolse gevangenen. Door de opmars van de oorlog raakte het kamp extreem overbevolkt met Fransen, Sovjets, Britten en Amerikanen. Het diende zowel als permanent verblijfskamp als een belangrijk doorgangskamp. Gevangenen werden van hieruit vaak doorgestuurd naar regionale werkbataljons (Arbeitskommandos) in de landbouw en industrie in Zuid-Duitsland. De omstandigheden waren zwaar, met name voor de Sovjet-krijgsgevangenen. Zij werden vanwege nazi-ideologieën het slechtst behandeld. Van de circa 1.000 gevangenen die in het kamp overleden, waren er ruim 800 Sovjet-militair. Op 29 april 1945 werd Stalag VII-A na een kort gevecht met de SS bevrijd door de Amerikaanse 14e Pantserdivisie. Op dat moment bevonden zich tussen de 76.000 en 110.000 gevangenen in het hoofdkamp en de omliggende werkeenheden.

Stalag X-B

 

Duitsland

Stalag X-B (officieel Kriegsgefangenen-Mannschafts-Stammlager X B) was een groot  Duits krijgsgevangenen- en opvangkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Nedersaksen, nabij het dorp Sandbostel, tussen Bremen en Hamburg. Tussen 1939 en 1945 passeerden meer dan 313.000 gevangenen uit 55 landen deze locatie. Het kamp werd in augustus 1939 geopend. In de loop van de oorlog huisvestte het militairen uit onder andere Frankrijk, de Sovjet-Unie, Polen, België en Groot-Brittannië. De meeste gevangenen verbleven niet permanent in het hoofdkamp, maar werden ingezet in meer dan 1.100 Arbeitskommandos in de regio voor zware arbeid in de landbouw en de oorlogsindustrie. In april 1945, tijdens de ontruiming van concentratiekamp Neuengamme en zijn buitenkampen, misbruikte de SS Stalag X-B als opvangkamp. Ongeveer 9.500 uitgeputte concentratiekampgevangenen kwamen hier terecht. De behandeling van de gevangenen verschilde sterk per nationaliteit: Slechte behandeling: Hoewel de Wehrmacht zich bij West-Europese gevangenen oppervlakkig aan de Conventie van Genève hield, kregen Sovjet-soldaten geen enkele bescherming. Tienduizenden gevangenen stierven door systematische uithongering, uitputting, brute moord en ziektes zoals tyfus. De schattingen van het totale dodental variëren van 8.000 tot wel 50.000 slachtoffers. Onder de circa 519 geregistreerde Nederlandse gevangenen bevond zich de Surinaamse verzetsstrijder en vakbondsleider Anton de Kom, die hier op 24 april 1945 vlak voor de bevrijding aan tuberculose overleed. Op 29 april 1945 werd het kamp bevrijd door Britse troepen. Vanwege de apocalyptische omstandigheden en hopen lijken noemden de Britten Sandbostel ook wel een miniatuur-Belsen.

Stalag Luft VIII B

 

Polen

Stalag Luft VIII B was een specifiek deel van het Duitse krijgsgevangenenkamp Stalag VIII B (later omgedoopt tot Stalag 344), dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was ingericht voor geallieerd luchtmachtpersoneel. Het kamp lag nabij het dorp Lamsdorf (het huidige Łambinowice) in de historische regio Silezië, destijds Duitsland en nu Polen. Vanwege de enorme overbevolking in het bekende vliegenierskamp Stalag Luft III in Sagan werden in 1943 ongeveer 1.000 geallieerde luchtmachtmannen (voornamelijk onderofficieren) overgebracht naar Lamsdorf. Er werd een apart gedeelte met prikkeldraad afgemaakt, wat officieel Stalag Luft VIII B werd genoemd. Onder andere de legendarische Britse gevechtspiloot Douglas Bader (bekend om zijn prothesen en talloze ontsnappingspogingen) zat hier korte tijd vast voordat hij naar het streng beveiligde Slot Colditz werd gestuurd. Hoewel de winterse omstandigheden en het voedselgebrek erg zwaar waren, probeerden gevangenen de moed erin te houden. Toen het Sovjet-leger (het Rode Leger) in januari 1945 Silezië naderde, besloten de Duitsers het kamp in allerijl te ontruimen. Op 22 januari 1945 moesten alle krijgsgevangenen die fysiek in staat waren om te lopen vertrekken. Dit leidde tot de beruchte en uitputtende dodenmarsen in de bittere winterkou richting het westen (onder andere naar Duitsland en Beieren). Alleen de zieken en invaliden bleven achter in het kamphospitaal. Het kamp werd uiteindelijk op 7 maart 1945 bevrijd.

Stalag Luft XI B

 

Duitsland

Stalag Luft XI B de correcte benaming is Stalag XI-B. Dit was een van de grootste Duitse krijgsgevangenkampen (Stammlager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het een regulier legerkamp (Wehrmacht) was en geen specifiek Stalag Luft (luchtmachtkamp), werden er tegen het einde van de oorlog wel duizenden geallieerde luchtmachtmannen (Kriegies) naartoe gebracht via de beruchte evacuatiemarsen. Gelegen net ten oosten van de stad Fallingbostel in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Gedurende de oorlog stonden er op het hoogtepunt circa 95.000 gevangenen geregistreerd. De meesten hiervan werkten in externe werkkampen (Arbeitskommandos) in de regio. Het kamp was verdeeld in verschillende zones en huisvestte militairen uit diverse landen: Polen, Fransen en Belgen: De eerste grote groepen die vanaf september 1939 werden opgesloten. Sovjet-soldaten: Gehuisvest in het vreselijk slechte subkamp Stalag XI-D. Ruim 30.000 Sovjet-gevangenen kwamen hier om door uithongering en ziekte. Britten en Amerikanen: Grote groepen militairen, waaronder Britse parachutisten gevangengenomen tijdens de Slag om Arnhem (onder leiding van de bekende RSM John Lord). De verwarring met de naam Stalag Luft komt door de chaos in de winter van 1945. Toen de Sovjet-legers in het oosten oprukten, ontruimden de Duitsers de echte luchtmachtkampen (zoals Stalag Luft IV uit Polen). De gevangenispopulatie moest te voet honderden kilometers westwaarts marcheren tijdens de zogenaamde Death Marches. Duizenden overlevende vliegeniers van de RAF en USAAF kwamen zo in maart 1945 uitgeput aan in Stalag XI-B.Bevrijding Het kamp werd op 16 april 1945 bevrijd door de Britse 7e Pantserdivisie (beter bekend als de Desert Rats). 

Stalag X-B

 

Duitsland

Stalag X-B (ook bekend als Kamp Sandbostel) was een groot Duits krijgsgevangenenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de buurt van het dorp Sandbostel in de deelstaat Nedersaksen (Noordwest-Duitsland). Tussen 1939 en 1945 passeerden meer dan 313.000 gevangenen uit 55 landen deze locatie. Het kamp werd in augustus 1939 door de Wehrmacht opgericht. Gevangenen kwamen onder andere uit Frankrijk, de Sovjet-Unie, Polen, België en Joegoslavië. Met name de Sovjet-soldaten werden door de nazi's buiten het oorlogsrecht geplaatst. Zij stierven massaal aan uiterste uitputting, honger en ziektes. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, veranderde een deel van het kamp in een opvangkamp voor evacuaties uit concentratiekamp Neuengamme. Ongeveer 9.500 uitgeputte politieke gevangenen kwamen hier terecht. Onder hen was de bekende Surinaams-Nederlandse verzetsstrijder Anton de Kom, die hier in april 1945 overleed. Het Britse leger bevrijdde het kamp op 29 april 1945. De Britten troffen een humanitaire ramp aan die deed denken aan Bergen-Belsen, vol met tyfusepidemieën en massale sterfte. In de chaos en de weken direct na de bevrijding stierven alsnog duizenden mensen. Schattingen van het totale aantal doden in het kamp variëren van 8.000 tot wel 50.000 slachtoffers.

Stanley

 

Hong Kong

Het Stanley Internment Camp (vaak aangeduid als het Stanley-kamp) was een Japans interneringskamp in Hongkong tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bestond van januari 1942 tot augustus 1945. Het kamp was gevestigd op het schiereiland Stanley in het zuiden van Hongkong Island. Het maakte gebruik van de gebouwen van het Stanley St. Stephen's College en de omliggende cipierswoningen van de Stanley-gevangenis. Er werden voornamelijk geallieerde burgers vastgehouden, waaronder Britse, Amerikaanse, Nederlandse en Canadese mannen, vrouwen en kinderen. Op het hoogtepunt zaten er ongeveer 2.800 burgers opgesloten. Hoewel het geen vernietigingskamp was, waren de omstandigheden zwaar. Gevangenen kampten met ernstige voedseltekorten, slechte hygiëne en tropische ziektes zoals beriberi en cholera. Er was nauwelijks medische zorg. Gedurende de bezetting kwamen meer dan 120 burgers in het kamp om het leven door ziekte en ondervoeding. Daarnaast executeerden de Japanse bezetters enkele tientallen gevangenen die verdacht werden van spionage of het bezit van illegale radio's.Veel slachtoffers van het kamp liggen begraven op de nabijgelegen Militaire Begraafplaats van Stanley.

Stara Kuznia = Stara Kuznica

Stara Kuznia = Stara Kuznica

 

Polen

Concentratiekamp Stara Kuźnia en Stara Kuźnica Het kamp stond tijdens de Tweede Wereldoorlog bekend als KZ Althammer. Het was een subkamp (Außenlager) van het beruchte concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz III (Monowitz). Het kamp werd in september 1944 door de SS opgericht in het Poolse dorp Stara Kuźnia (tegenwoordig een stadsdeel van Ruda Śląska, nabij Katowice). De gevangenen (voornamelijk Joodse mannen uit het getto van Łódź, Hongarije, Frankrijk en Griekenland) werden ingezet als dwangarbeiders voor de bouw van een thermische elektriciteitscentrale.

Stara Wies

Stara Wies

 

Polen

Altdorf (ook bekend als Stara Wieś) was een klein Joods dwangarbeiderskamp en een officiële buitenpost (Außenlager) van concentratiekamp Auschwitz. Het kamp was gevestigd in het dorp Stara Wieś (vlakbij Pszczyna in Polen). Oktober 1942 tot het voorjaar van 1943. Het kampement huisvestte gemiddeld zo'n 10 tot 20 Joodse gevangenen. Gevangenen werden ingezet voor zware bosbouw en houtkap in opdracht van de plaatselijke bosbeheerdienst (Oberforstamt Pless). Het kamp bevond zich in de kelder van een huis in het dorp.

Stargard

Stargard

 

Polen

Stargard (vandaag de dag Stargard in Polen) het nazi-buitenkamp (Außenlager) Stargard, dat organisatorisch onder het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück viel. Daarnaast stond de locatie in de Tweede Wereldoorlog zeer bekend om het grote krijgsgevangenkamp Stalag II-D.

1. Buitenkamp Stargard (Concentratiekamp) Opgericht medio 1943 met gevangenen uit zowel het vrouwenkamp Ravensbrück als het mannenkamp Flossenbürg. Het leveren van goedkope dwangarbeiders voor de nazi-wapenindustrie, specifiek voor de fabriek Gerätewerk Pommern GmbH in Stargard. Het kamp ook wel bekend als Aussenkommando Klützow. Het werd gebouwd nabij een militair vliegveld waarbij barakken werden afgescheiden met houten schuttingen en prikkeldraad. Begin 1945 werden de overgebleven gevangenen wegens het oprukkende Rode Leger geëvacueerd en teruggebracht naar het hoofdkamp Ravensbrück.

2. Stalag II-D (Krijgsgevangenkamp) een van de grotere Duitse krijgsgevangenkampen (Stammlager). Operationeel van oktober 1939 tot april 1945. Het begon als doorgangskamp (Durchgangslager) voor Poolse militairen. Later stroomden er honderdduizenden militairen in van diverse nationaliteiten, waaronder Fransen, Sovjets, Amerikanen en Nederlanders. Na de capitulatie van Nederland in mei 1940 werden grote groepen Nederlandse militairen in veewagons naar Stalag II-D in Stargard getransporteerd. Zij werden van daaruit vaak tewerkgesteld in zogeheten Arbeitskommandos in de regio voor bosbouw of defensiewerken.

Stari Trg 

Stari Trg 

 

Kosovo/Slovenie

Stari Trg (wat letterlijk Oude Markt of Oude Plein betekent in Slavische talen) verwijst  naar twee locaties uit de Tweede

1. Het nazi-dwangarbeiderskamp bij de Trepča-mijnen (Stari Trg, Kosovo) een nazi-kamp is de Stari Trg-loodmijn, onderdeel van het enorme Trepča-mijncomplex nabij Mitrovica in het bezette Kosovo. Tijdens de Duitse bezetting van Joegoslavië was deze mijn van strategisch topniveau voor de nazi-oorlogsindustrie. Stari Trg leverde maar liefst 40 procent van het lood dat de nazi's gebruikten voor onder andere munitie en batterijen voor U-boten.Het kamp: Om deze productie te maximaliseren, hielden de Duitsers ter plekke een speciaal dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) operationeel.De omstandigheden: Servische, Montenegrijnse en lokale Albanese gevangenen werden onder gewapend Duits toezicht gedwongen tot levensgevaarlijke slavenarbeid in de mijnen. Weigering of sabotage betekende directe executie of deportatie naar vernietigingskampen.

2.  Stari Trg pri Ložu, Slovenië) in het huidige Slovenië. Dit gebied werd tijdens de Tweede Wereldoorlog niet door de Duitsers, maar door het fascistische Italiaanse leger bezet. Hoewel hier geen permanent concentratiekamp stond, voerden de Italianen in de zomer van 1942 (onder leiding van generaal Mario Roatta) een brute tactiek van de verschroeide aarde uit om Sloveense partizanen te bestrijden. Dorpen rondom Stari Trg werden omsingeld, platgebrand en willekeurige burgers werden standrechtelijk geëxecuteerd als represaille. Veel inwoners uit deze regio werden door de Italianen gedeporteerd naar het beruchte Italiaanse concentratiekamp Kamp Rab op het gelijknamige Kroatische eiland.

Starnberg

Starnberg

 

Duitsland

Starnberg en de omliggende regio (Landkreis Starnberg) waren tijdens de Tweede Wereldoorlog op verschillende manieren direct verbonden met het concentratiekamp Dachau:

1. Het Außenkommando Starnberg Starnberg had vanaf 22 januari 1945 een officieel, klein buitenkamp (Außenkommando) van Dachau. Ingezette gevangenen moesten niet-geexplodeerde geallieerde bommen opsporen en ontmantelen. Dit was een zeer klein commando van aanvankelijk zes geregistreerde gevangenen.

2. Außenlager Feldafing (Regio Starnberg) In de directe nabijheid, in de gemeente Feldafing (behorend tot het district Starnberg), lag een veel groter buitenkamp. Gevangenen moesten hier vanaf april 1942 dwangarbeid verrichten bij de bouw van de elitaire nazi-school Reichsschule der NSDAP. Dit kamp werd begin 1945 ontruimd, waarna de overlevenden werden teruggestuurd naar het hoofdkamp Dachau.

3. De Dodemarsen (Todesmärsche) Eind april 1945, vlak voor de bevrijding door de Amerikanen, ontruimde de SS de kampen rondom München. Duizenden uitgeputte gevangenen uit Dachau en de Kaufering-buitenkampen werden op dodemarsen richting het zuiden gedreven. De routes liepen rechtstreeks door de stad Starnberg en omliggende dorpen zoals Percha en Leutstetten. Velen stierven onderweg door uitputting of werden door de SS doodgeschoten. Er staan vandaag de dag bronzen herdenkingsmonumenten langs deze routes (ontworpen door Hubertus von Pilgrim).

Starogard

Starogard

 

Polen

Concentratiekamp Starogard (historisch bekend als Preussisch Stargard, tegenwoordig Starogard Gdański in Polen) was een subkamp (Aussenarbeitslager) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het kamp opereerde in ieder geval tussen maart 1942 en oktober 1942. De gevangenen werden ingezet als gedwongen arbeiders onder toezicht van de SS. Het kamp stond onder leiding van de SS-Totenkopfverbände van het hoofdkamp Stutthof. SS-Unterscharführer Gustav Eberle en Erich Jassen hielden toezicht op het werk. De gevangenen verbleven in houten barakken en moesten onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichten. In de regio rond Starogard Gdański vonden direct na de Duitse inval in 1939 ook grootschalige nazi-wreedheden plaats buiten het kampsysteem om. In het nabijgelegen Szpęgawski-bos vermoordde de Einsatzgruppe duizenden Poolse intellectuelen, geestelijken en patiënten uit de psychiatrische inrichting van Starogard. Veel overlevenden van deze vroege zuiveringen werden later gedeporteerd naar Stutthof of haar subkampen. 

Staßfurt

Staßfurt

 

Duitsland

Concentratiekamp Staßfurt (ook bekend als Neu-Stassfurt of kamp Reh) was vanaf september 1944 een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Meer dan 450 gevangenen werden er tewerkgesteld in de ondergrondse wapenindustrie. Door de mensonterende omstandigheden overleefden circa 380 van hen de dwangarbeid niet. Het kamp (codenaam Reh) lag bij het stadsdeel Atzendorf. Het was onderdeel van een netwerk om de wapenindustrie ondergronds te huisvesten. De groep gevangenen bestond voornamelijk uit mannen uit Frankrijk. Het sterftecijfer lag er extreem hoog.

Twee kampen: Naast het Buchenwald-buitenkamp was er vanaf 1940 ook een dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen (Neu-Stassfurt) en een tweede werkkamp bij het bedrijf Wälzer & Co.. Op 12 april 1945 werd Staßfurt veroverd door Amerikaanse troepen, waarna het gebied in juli onder Sovjet-gezag kwam.

Staßfurt - Wälzer & Co.

Staßfurt - Wälzer & Co.

 

Duitsland

Het concentratiekamp Staßfurt (Wälzer & Co.), ook wel Staßfurt II genoemd, was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald, opgericht in januari 1945 in Saksen-Anhalt. Hier werden honderden gevangenen zwaar gedwongen tewerkgesteld onder inhumane omstandigheden in ondergrondse fabrieken. Het kamp bevond zich in Staßfurt (ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Maagdenburg). Het barakkenkamp lag op een open veld tussen schachten VI en VII. Gevangenen verbleven hier onder bewaking van de SS en Kapo's. Het kamp werd in januari 1945 operationeel. Gevangenen werden overgebracht vanuit het reeds bestaande Staßfurt I-kamp (codenaam Reh). De dwangarbeiders werden specifiek gehuurd door het bedrijf Wälzer & Co.. In bestaande zoutmijnen werd onder leiding van het Ingenieursbureau Schlempp een ondergrondse fabriek voor vliegtuigfabrikant Heinkel aangelegd. De SS verhuurde de gevangenen aan bedrijven. De tarieven waren vastgesteld op 6 Reichsmark per dag voor een geschoolde arbeider en 4 Reichsmark voor een ongeschoolde. De omstandigheden waren desastreus uitbraken van dodelijke ziektes zoals tyfus en influenza, waarbij zieke gevangenen werden geclassificeerd als arbeitsunfähig (arbeidsongeschikt).

Stavern 

Stavern 

 

Noorwegen

Concentratiekamp Stavern (ook wel bekend als Lager Briesen) was een grote Duitse gevangenis- en doorgangskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd op het historische marine-terrein Fredriksvern Verft in het Noorse kustplaatsje Stavern. Met tot wel 1800 gevangenen tegelijkertijd was het de op twee na grootste gevangenis van Noorwegen (alleen Grini en Falstad waren groter). Het kamp werd gebruikt voor Sovjet-krijgsgevangenen (die zware dwangarbeid moesten verrichten) en diende als transitzone voor Noorse studenten en leraren die werden gedeporteerd naar concentratiekampen in Duitsland en Frankrijk. De nazi's noemden de locatie formeel Lager Briesen.

Steegen - Oberforstamt

Steegen - Oberforstamt

 

Polen

Steegen-Oberforstamt was een buitenkamp (Aussenarbeitslager) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag in het toenmalige West-Pruisen (tegenwoordig Stegna in Polen) en werd door de SS ingezet voor zware bosbouwarbeid. In dit kamp werden gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen om hout te kappen voor het Duitse staatsbosbeheer (Oberforstamt). Het kamp kende verschillende groepen gevangenen door de jaren heen. In mei 1943 werd er onder andere een speciaal vrouwelijk detachement ingezet voor houtkap. In het najaar van 1944 werden 30 Noorse politieagenten (die weigerden met de nazi's samen te werken) naar dit kamp getransporteerd. Zij werden ingedeeld in de werkgroep Forsterei I. Het gekapte hout werd via de nabijgelegen rivier de Vistula (Wijsel) getransporteerd. De nazi's gebruikten dit hout hoofdzakelijk om loopgraven en bunkers te bouwen aan het naderende Oostfront.

Steegen - Unterdeichverband

Steegen - Unterdeichverband

 

Polen

Buitenkamp van concentratiekamp Stutthof. Gevangenen werden hier seizoensgebonden ingezet voor dwangarbeid ten behoeve van de Unterdeichverband. Het betrof zwaar waterbouwkundig werk, zoals het ophogen, versterken en onderhouden van dijken en kades rond de Steegen-regio, inclusief de Wislahaf en de Nogat-rivier. Het was een klein detachement van slechts 8 gevangenen, aangevuld in periodes met ploegen van 4 tot 6 personen. De inzet was seizoensgebonden. De eerste groep werd in september en oktober 1942 ingezet. Dit werd herhaald in juni, juli en september 1943. De gevangenen werden waarschijnlijk gehuisvest in de barakken van het bosbeheer (Oberforstamt) in Steegen.

Stefanau 

Stefanau 

 

Tsjechie

Het concentratiekamp Stefanau (Duits: Lager Stefanau, tegenwoordig Štěpánov u Olomouce in Tsjechië) was een vroeg Duits concentratie- en interneringskamp dat direct na de Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije werd ingericht. Het kamp was operationeel van 15 maart 1939 tot 28 september 1939 en was gevestigd in een voormalige ijzerfabriek. Vroeg concentratiekamp (maart – september 1939): Het kamp werd direct bij de start van de bezetting opgezet om politieke gevangenen en tegenstanders van het naziregime op te sluiten. Het staat officieel geregistreerd in de Duitse wetgeving voor herstelbetalingen (Bundesentschädigungsgesetz) als een vroege detentielocatie. Aktion Albrecht (september 1939): Vanaf 1 september 1939 veranderde de functie primair in een interneringskamp. Tijdens deze nazi-operatie werden duizenden Tsjechische intellectuelen, politici en vermeende vijanden preventief gearresteerd om verzet bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog te smoren.

Steinhöring 

Steinhöring 

 

Duitsland

In Steinhöring was vanaf 1944 een buitenkamp (buitenkampencomplex) van het beruchte concentratiekamp Dachau. Het kamp werd gevestigd op het terrein van het eerste en grootste Lebensborn-tehuis van nazi-Duitsland. Het landhuis in Steinhöring diende vanaf 1936 als het modeltehuis voor de SS-organisatie Lebensborn. Deze nazi-organisatie had als doel het arische geboortecijfer te verhogen. Vrouwen die door de SS als raszuiver werden beschouwd, konden hier anoniem bevallen. In de loop van de oorlog werden er barakken rond het tehuis gebouwd om archieven te huisvesten die uit München waren geëvacueerd. Uiteindelijk fungeerden deze vanaf 1944 als buitenkamp van Dachau en deels Ravensbrück. Er werden maximaal zo'n 24 vrouwelijke gevangenen uit Ravensbrück (vaak Jehova's getuigen) en 27 mannelijke gevangenen uit Dachau ondergebracht. De meesten moesten dwangarbeid verrichten in en rond de instelling of op nabijgelegen boerderijen, het blijkt dat er ook Nederlandse vrouwen in het tehuis in Steinhöring verbleven.

Steinort

Steinort

 

Polen

Concentratiekamp Steinort (Duits: Außenlager Steinort of Groß Steinort) was  een subkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het kamp bevond zich in het voormalige Oost-Preußen bij het dorp Steinort (tegenwoordig Sztynort in Polen). Het werd door de nazi's ingezet voor de inzet van dwangarbeiders. Het kamp viel organisatorisch onder het gezag van Concentratiekamp Stutthof. De populatie bestond grotendeewel uit vrouwelijke, veelal Joodse gevangenen. Veel van deze vrouwen waren via andere kampen, zoals Auschwitz, naar Stutthof en uiteindelijk naar Steinort gedeporteerd. De gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot graafwerkzaamheden (zoals het graven van antitankgrachten en defensieve loopgraven tegen het oprukkende Rode Leger) en werk in lokale steenbakkerijen of de landbouw.  Het kamp werd begin januari 1945 ontruimd vanwege het naderende Russische leger, waarna de overlevende gevangenen op dodenmarschen werden gestuurd.

Stein - Schönau = Kamenicky-Senov

Stein - Schönau = Kamenicky-Senov

 

Tsjechie

Stein-Schönau (ook wel bekend als Steinschönau) was de Duitse naam voor het Tsjechische stadje Kamenický Šenov. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde het als een officieel buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. Kamenický Šenov, gelegen in het noorden van Tsjechië (historisch Sudetenland). Het kamp was actief van 22 september 1944 tot en met januari 1945. Een dwangarbeiderskamp waar gevangenen voornamelijk werden ingezet in de wapenindustrie en glasbewerking. Er zaten ongeveer 48 geschoolde arbeiders van verschillende nationaliteiten (waaronder Polen, Fransen, Tsjechen en Sovjet-burgers).

Stempeda

Stempeda

 

Duitsland

Concentratiekamp Stempeda, ook bekend als Kommando B-4, was een satellietkamp van Mittelbau-Dora. Gevangenen verrichtten er in 1945 dwangarbeid voor ondergrondse mijnbouw. In april 1945 werd het kamp ontruimd; de overlevenden moesten te voet naar Ellrich marcheren. Gelegen in de wijk Kummel in Stempeda (Thüringen, Duitsland). Het kamp bood onderdak aan honderden gevangenen, waaronder veel Joodse dwangarbeiders. De gevangenen werden ingezet voor zware mijnbouw- en tunnelbouwprojecten. stenen barakkenkamp 

Stephanskirchen

Stephanskirchen

 

Duitsland

Concentratiekamp Stephanskirchen was een BMW-buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Het werd eind 1944 opgericht in de huidige wijk Haidholzen (in Beieren, Duitsland) en dwong gemiddeld 250 mannelijke gevangenen om onder zware omstandigheden te werken aan vliegtuigmotoren. Het kamp was gevestigd in een voormalige Flakkazerne. Gevangenen werden ingezet voor de ringproductie van vliegtuigonderdelen voor BMW. Dit netwerk was verbonden met het grotere Außenlager München-Allach. In april 1945 werd het kamp ontruimd en de gevangenen werden naar Dachau overgebracht. 

Stettin - Stutthof

Stettin - Stutthof

 

Polen

De connectie tussen Stettin (nu Szczecin) en Stutthof (nu Sztutowo) betreft het nazi-buitenkamp Aussenlager Pölitz (vlakbij Stettin), dat administratief onder het hoofdkamp Stutthof viel.Buitenkamp Pölitz (bij Stettin) Het kamp lag in Pölitz (tegenwoordig Police, nabij Szczecin), destijds onderdeel van de Duitse regio Pommeren. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie. Ze werkten voornamelijk bij de fabriek Hydrierwerke Pölitz AG om synthetische brandstoffen te produceren. De leefomstandigheden in de overvolle barakken waren erbarmelijk. Er heerste een structureel gebrek aan voedsel en medische zorg, waardoor ziektes zich razendsnel verspreidden. Veel gevangenen bezweken aan uitputting en mishandeling.

Het Hoofdkamp Stutthof lag ten oosten van Danzig (Gdańsk). Dit was het eerste nazi-concentratiekamp buiten de vooroorlogse Duitse grenzen (geopend op 2 september 1939). Het fungeerde later in de oorlog ook als vernietigingskamp met eigen gaskamers. Stutthof werd op 9 mei 1945 door het Rode Leger bevrijd en was daarmee het laatste actieve nazi-concentratiekamp dat werd ontzet.

Stettin - Bredow

Stettin - Bredow

 

Polen

Concentratiekamp Stettin-Bredow (ook bekend als Vulkanwerft) was een van de vroege wilde concentratiekampen in nazi-Duitsland. Het kamp was tussen oktober 1933 en maart 1934 operationeel en stond berucht om de extreme wreedheid van de bewakers tegen politieke tegenstanders en Joden. Het kamp bevond zich in de kelders van de verlaten Vulkan-scheepswerf in de wijk Bredow van de stad Stettin (het huidige Szczecin in Polen). Het kamp werd opgezet op initiatief van Fritz-Karl Engel, destijds waarnemend politiepresident van Stettin. Het diende officieel als een politiedetentiecentrum voor beschermende hechtenis, maar werd in de praktijk gebruikt als martel- en interneringslocatie door de Gestapo en de SS. Het kamp was actief van oktober 1933 tot 11 maart 1934, waarna de overgebleven gevangenen werden overgebracht naar andere detentiecentra. Er zaten honderden gevangenen opgesloten, voornamelijk communisten, socialisten, vakbondsleden en Joden. De omstandigheden waren mensonterend en mishandeling was aan de orde van de dag. Het kamp kende in zijn korte bestaan drie commandanten: Otto Meier, Karl Salis en Fritz Pleines, die allen berucht waren om hun sadistische optreden.

Steyr - Münichholz 

Steyr - Münichholz 

 

Oostenrijk

Steyr-Münichholz was een nevenkamp van concentratiekamp Mauthausen, geopend in maart 1942. Gevangenen werden hier zwaar uitgebuit voor de wapenindustrie (Steyr-Daimler-Puch) en de bouw van schuilkelders om geallieerde bombardementen op te vangen.Belangrijke historische details: Dwang, wapenproductie (vliegtuigmotoren, kogellagers) en de bouw van bunkers. Honderden gevangenen bezweken door de mensonterende omstandigheden, ondervoeding en uitputting. Al in 1938 werden overledenen uit Mauthausen in het crematorium van Steyr gecremeerd.

St. Aegyd am Neuwalde

St. Aegyd am Neuwalde

 

Oostenrijk

Concentratiekamp St. Aegyd am Neuwalde (actief nov. 1944–april 1945) was een berucht buitenkamp van KZ Mauthausen in Oostenrijk. Ongeveer 500 gevangenen werden er gedwongen tot zware arbeid voor een SS-onderzoekscentrum voor tankmotoren. Door de mensonterende omstandigheden en mishandelingen kwamen daar minstens 46 gevangenen om het leven. St. Aegyd am Neuwalde, Neder-Oostenrijk. Opdrachtgever was de gemotoriseerde school van de Waffen-SS (KTL Wenen). Het kamp heette officieel Kraftfahrtechnische Versuchsanstalt der Waffen-SS (KVA). Minstens 46 van de circa 500 dwangarbeiders stierven door honger, uitputting en geweld van de SS-bewakers.

Concentratiekamp St. Annaberg

Concentratiekamp St. Annaberg

 

Polen

Kamp St. Annaberg (gelegen in het huidige Polen, toen Góra Świętej Anny) was vanaf 1940 een wreed nazi-dwangarbeiderskamp en onderdeel van Organisation Schmelt. Joodse gevangenen waaronder veel Nederlandse Joden die in Cosel uit treinen werden gehaald werden hier zwaar uitgebuit bij de aanleg van de Reichsautobahn en later ingezet als herstelkamp. Het kamp diende initieel als werkkamp (Reichsautobahnlager) voor Poolse dwangarbeiders en Joden om de snelweg tussen Breslau (Wrocław) en Katowice te bouwen. Later werden er ook Joden uit West-Europa en krijgsgevangenen ondergebracht. Doorgangs- en Herstelkamp (1942 - 1943): Vanaf eind 1942 fungeerde het als Erholungslabel (herstelkamp) voor uitgeputte en zieke dwangarbeiders. Onder erbarmelijke omstandigheden overleden hier in korte tijd tientallen gevangenen. Gevangenen die niet meer in staat waren om te werken of te herstellen, werden vaak geselecteerd voor transport naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.

St. Georgen

 

Oostenrijk

St. Georgen  was de hoofdlocatie van het beruchte concentratiekamp Gusen II (een berucht bijkamp van Mauthausen in Oostenrijk). Hier dwongen de nazi's tienduizenden gevangenen onder mensonterende omstandigheden tot dwangarbeid in enorme ondergrondse wapenfabrieken, waaronder de productie van Messerschmitt-straaljagers. Gusen II (St. Georgen) Gelegen in Oostenrijk, in de regio Opper-Oostenrijk nabij Linz. Gevangenen werden ingezet om het gigantische ondergrondse complex B8 Bergkristall uit te hakken. Deze fabriek had een oppervlakte van 50.000 vierkante meter en was 8 kilometer lang. De omstandigheden waren er extreem moorddadig. In amper 13 maanden tijd stierven er bijna 9.000 gevangenen door uitputting, honger en executies. De locatie is ook bekend vanwege omstreden speculaties over geheime naziprojecten, waaronder vermeend onderzoek naar nucleaire wapens in de laatste oorlogsmaanden.

St. Georgen - Gusen II

St. Georgen - Gusen II

 

Oostenrijk

Concentratiekamp St. Georgen - Gusen II was vanaf maart 1944 een nevenkamp van concentratiekamp Mauthausen, gelegen in Oostenrijk. Het werd opgericht als meedogenloos werkkamp om dwangarbeiders in te zetten voor de bouw van de ondergrondse vliegtuigfabriek Bergkristall. Het kamp werd in maart 1944 improvisatorisch gebouwd vlakbij Gusen I om tot 16.000 gevangenen te huisvesten. Gevangenen werden zwaar ingezet bij de aanleg van een immens ondergronds tunnelsysteem in St. Georgen voor de productie van Messerschmitt-straaljagers. Gusen II stond bekend om nog extremere omstandigheden dan het hoofdkamp Mauthausen. De levensverwachting was er extreem laag door uithongering, ziekte, executies en dodelijke dwangarbeid in de tunnels.

St. Georgenthal 

St. Georgenthal 

 

Tsjechie

St. Georgenthal (het huidige Jiřetín pod Bukovou in Tsjechië) was een satellietkamp van twee grote concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog: Flossenbürg en Gross-Rosen. Vanaf 1 oktober 1944 was hier een dependance gevestigd bij het bedrijf A. Schultze Jr. Dit bedrijf fabriceerde schroeven voor de oorlogsindustrie en was verplaatst vanuit Berlijn. Er werden 33 mannelijke dwangarbeiders (voornamelijk Polen) vastgehouden en uitgebuit. Dit kamp werd op 28 februari 1945 ontbonden. Gross-Rosen-bijkamp: Vanaf november 1944 fungeerde St. Georgenthal ook als vrouwenbijkamp van Gross-Rosen. Ongeveer 50 Joodse vrouwen werden hier tewerkgesteld via het bedrijf Sicht- und Zerlegewerk GmbH. Zij moesten in het nabijgelegen Warnsdorf neergestort materieel (zoals vliegtuigen en vrachtwagens) ontmantelen en bouw- en constructiewerkzaamheden verrichten. Hoewel het een werkkamp was onder zware omstandigheden, werd er in het Flossenbürg-bijkamp één officieel sterfgeval geregistreerd. Na een zware evacuatiemars zijn veel van de vrouwelijke gevangenen begin mei 1945 bevrijd.

St. Georgenthal = Jiretin

St. Georgenthal = Jiretin

 

Tsjechie

St. Georgenthal is de Duitse naam voor Jiřetín (volledige naam: Jiřetín pod Jedlovou). Dit was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg (en fungeerde ook deels als werkkamp onder Groß-Rosen). Het kamp werd in 1943/1944 ingericht en huisvestte voornamelijk Joodse vrouwelijke gevangenen die dwangarbeid moesten verrichten. Gelegen in het district Děčín in de regio Ústí nad Labem (Tsjechië). Gevangenen werden tewerkgesteld in de fabriek A. Schultze Jr., waar zij onderdelen van vliegtuigen en zerstörte Flugzeuge moesten demonteren. Het buitenkamp van Flossenbürg was operationeel van oktober 1944 tot februari 1945.

St. Gilgen am Wolfgangsee

St. Gilgen am Wolfgangsee

 

Oostenrijk

In St. Gilgen am Wolfgangsee  functioneerde in 1938 als een extern dwangarbeiderscommando van concentratiekamp Dachau. De SS gebruikte politieke gevangenen en Jehova's getuigen als dwangarbeiders voor de bouw van een privé-villa voor de kampcommandant. De initiatiefnemer: Hans Loritz, de beruchte commandant van concentratiekamp Dachau (en later Sachsenhausen), kocht in april 1938 een groot stuk grond in St. Gilgen. In mei 1938 werden negen Jehova's getuigen en één politieke gevangene uit Dachau naar het dorp overgebracht onder het mom van een buitendetachering. De gevangenen moesten onder zware omstandigheden bos ontginnen, stenen sjouwen en beton storten voor Loritz luxe privé-villa. Na het slavenarbeid werden de gevangenen 's nachts opgesloten in de lokale gevangenis (het cachot) van de gemeente St. Gilgen.

St. Johann 

St. Johann 

 

Oostenrijk

In en rond St. Johann in Oostenrijk bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog twee verschillende kampcomplexen. Het betrof voornamelijk een groot krijgsgevangenenkamp (Stalag XVIII C) in St. Johann im Pongau en een concentratiekamp in St. Johann in Tirol.

1. St. Johann in Tirol (Subkamp KZ Dachau) Vanaf augustus 1940 was er in St. Johann in Tirol een buitencommando van concentratiekamp Dachau actief. De gevangenen werden aanvankelijk ingezet om een boerderij om te bouwen tot een vakantieoord (Erholungsheim) voor de SS. Later werden ze tewerkgesteld in onder andere een houtzagerij. De omstandigheden in dit buitenkamp waren  minder wreed dan in de reguliere concentratiekampen, hoewel het terreurregime er onverkort gold.

2. St. Johann im Pongau (Krijgsgevangenenkamp Stalag XVIII C) In St. Johann im Pongau (tijdens de oorlog Markt Pongau genoemd) bevond zich een enorm krijgsgevangenenkamp van de Wehrmacht. Dit kamp huisvestte duizenden geallieerde krijgsgevangenen, maar werd vooral berucht om de mensonterende behandeling van met name Sovjet-krijgsgevangenen. Zij werden in het noordelijke deel van het kamp onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden, wat voor velen de dood tot gevolg had door honger en uitputting. Op de lokale kampbegraafplaats liggen duizenden oorlogsslachtoffers begraven, waaronder meer dan 3700 Sovjets.

Concentratiekamp St. Lambrecht

 

Oostenrijk

Concentratiekamp St. Lambrecht was een Oostenrijks dwangarbeiderskamp gevestigd in een in beslag genomen benedictijnenklooster. Het was actief van 1942 tot mei 1945. Het bestond uit twee gescheiden afdelingen: een mannenkamp (bijkamp van Dachau en later Mauthausen) en een vrouwenkamp (bijkamp van Ravensbrück). Het kamp bevond zich in Stiermarken, Oostenrijk. Het vrouwenkamp: Het bijkamp voor vrouwen werd in 1943 opgezet. Dit kamp bestond exclusief uit een groep van ongeveer 30 vrouwelijke Jehova's getuigen die zware dwangarbeid moesten verrichten. Het mannenkamp: Huisvestte mannelijke gevangenen, in eerste instantie als dependance van Dachau. Vanaf eind 1942 viel het onder het zware en dodelijke regime van concentratiekamp Mauthausen.

Concentratiekamp St. Leonhard am Walde

Concentratiekamp St. Leonhard am Walde

 

Oostenrijk

St. Leonhard am Walde (onderdeel van Waidhofen an der Ybbs, Oostenrijk)  fungeerde in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, in april 1945, als tijdelijke halte tijdens een van de beruchte dodenmarsen vanuit het concentratiekamp Mauthausen. In de lente van 1945 werden verschillende buitenkampen van Mauthausen ontruimd vanwege de oprukkende geallieerden. Gevangenen, waaronder veel uitgeputte Hongaarse Joden, werden te voet naar het hoofdkamp gedreven. De marsroute voerde onder meer door St. Leonhard am Walde.  Behalve de dodenmarsen was er in het gebied ook sprake van dwangarbeid, waarbij gevangenen tewerk werden gesteld in de landbouw, zoals bij lokale boeren in de omgeving.

St.-Marie-aux-Mines

St.-Marie-aux-Mines

 

Frankrijk

Concentratiekamp St.-Marie-aux-Mines (Duitse naam: Markirch) was een BMW-onderduikfabriek en een satellietkamp van het concentratiekamp Struthof (Natzweiler) in de Franse Elzas. Tussen maart en september 1944 werden hier zo'n 1.000 tot 3.000 krijgsgevangenen en politieke gevangenen zwaar uitgebuit. Gevangenen werden tewerkgesteld in de plaatselijke tunnel, die door BMW werd ingericht als ondergrondse fabriek voor vliegtuigmotoren nadat hun fabriek in Duitsland was gebombardeerd. Het subkamp werd in maart 1944 geopend. Gevangenen bouwden hun eigen barakken vlak voor de oostelijke tunnelingang. De omstandigheden waren er mensonterend. Gevangenen kwamen om door ondervoeding, uitputting en ziekte. Ook Nederlandse verzetsstrijders, zoals leden uit de groep rond Gommair van Eijsden, hebben hier vastgezeten en zijn in het kamp omgekomen. In september 1944 werd het kamp halsoverkop ontruimd vanwege de opmars van de geallieerden. De gevangenen werden op transport gezet naar concentratiekamp Dachau.

Concentratiekamp St. Michael am Bruckbach

Concentratiekamp St. Michael am Bruckbach

 

Oostenrijk

St. Michael am Bruckbach (gelegen in Neder-Oostenrijk, gemeente St. Peter in der Au) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) dat viel onder het netwerk van KZ Mauthausen. Vanaf juli 1944 werden hier ongeveer 20 Hongaarse Joden ondergebracht die te werk werden gesteld in de regio. De Bogenmühle: Een van de bekendste locaties in St. Michael am Bruckbach die als dwangarbeiderskamp diende, was de lokale Bogenmühle. Toen in april 1945 transport naar Mauthausen niet meer mogelijk was, ontvingen de kampbewaarders het bevel om de Joodse gevangenen te executeren. De molenaarsfamilie (de familie Schmid) wist de gevangenen echter te verbergen in een speciaal aangelegde ondergrondse kelder. Hierdoor overleefden zij tot de komst van de geallieerden in mei 1945.

St. Micheln - Mülsen

St. Micheln - Mülsen

 

Duitsland

Concentratiekamp Mülsen St. Micheln was een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg in Duitsland, operationeel van januari 1944 tot april 1945. Gevangenen werden hier onder onmenselijke omstandigheden gedwongen om vliegtuigonderdelen (Messerschmitt Bf 109) te produceren voor Erla Maschinenwerke. Het kamp was gevestigd in de kelder van een textielfabriek in Mülsen St. Micheln (Saksen). De omstandigheden waren er extreem donker, krap en benauwd. In de nacht van 30 april op 1 mei 1944 brak er brand uit in het kamp, naar verluidt aangestoken door Sovjet-krijgsgevangenen na beschuldigingen van sabotage en honger. De SS verhinderde dat gevangenen konden vluchten en schoot vluchtende gevangenen neer. Hierdoor kwamen 198 gevangenen om het leven en raakten minstens 60 anderen zwaargewond. Het kamp werd op 13 april 1945 ontruimd. De overlevenden werden te voet en per trein overgebracht naar Leitmeritz, waar zij door Sovjettroepen werden bevrijd.

St. Oetzen - Waldnaab

St. Oetzen - Waldnaab

 

St. Oetzen was een buitenkamp (Arbeitseinsatzstelle) van het hoofdkamp Flossenbürg. Het bevond zich in het huidige district Neustadt an der Waldnaab in Beieren, Duitsland. De gevangenen die in St. Oetzen verbleven, werden tewerkgesteld in de dwangarbeid, vermoedelijk in de lokale industrie of bij infrastructuurwerken ten behoeve van de nazi-oorlogsmachine. Moederkamp: Flossenbürg, gelegen in het noordoosten van Beieren, fungeerde als het centrale kamp waarvandaan tientallen van dit soort satellietkampen werden aangestuurd en bevoorraad. Net als in andere buitenkampen waren de leef- en werkomstandigheden in St. Oetzen mensonterend, wat leidde tot uitputting, ziekte en sterfte onder de dwangarbeiders.

Concentratiekamp St. Pölten-Viehofen

Concentratiekamp St. Pölten-Viehofen

 

Oostenrijk

Het concentratie- en dwangarbeiderskamp St. Pölten-Viehofen was een nazi-kamp in de uiterwaarden van de rivier de Traisen in Oostenrijk. Het deed dienst als satellietkamp van Mauthausen. Tussen juli 1944 en april 1945 werden er ongeveer 180 Joodse mannen, vrouwen en kinderen vastgehouden en uitgebuit als dwangarbeiders. Gevangenen (voornamelijk Hongaarse Joden) werden zwaar ingezet voor de normalisering van de Traisen en het delven van grind. Het kamp bestond uit drie barakken. Gevangenen leden onder ondervoeding, ziektes, SS-geweld en geallieerde bombardementen. Kinderen werden binnen het kamp ingezet voor allerlei fysieke taken. In april 1945 werden de overlevenden op dodenmarsen gestuurd, onder meer naar de kampen Mauthausen en Gunskirchen.

Concentratiekamp St. Ruprecht an der Raab

Concentratiekamp St. Ruprecht an der Raab

 

Oostenrijk

In St. Ruprecht an der Raab (Oostenrijk) was  in het voorjaar van 1945 een dwangarbeiderskamp waar Hongaarse Joden werden ondergebracht voor zware landbouwarbeid en de aanleg van de Südostwall. Het kamp werd in het voorjaar van 1945 opgericht tijdens de laatste maanden van de oorlog. Voornamelijk Hongaarse Joden die onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Vele Joodse dwangarbeiders in de regio kwamen om het leven door uitputting, ziekte of werden tijdens dodenmarsen (zoals in april 1945) geëxecuteerd.

St. Valentin - Amstetten

St. Valentin - Amstetten

 

Oostenrijk

St. Valentin en Amstetten waren twee  satellietkampen (buitenkampen) van het hoofdkamp Mauthausen, gesitueerd in de regio Neder-Oostenrijk. Ze werden ingezet voor zware dwangarbeid en de wapenindustrie tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog.

1. Buitenkamp St. Valentin Satellietkamp van Mauthausen. 21 augustus 1944 tot april 1945. Dwangarbeid in de nabijgelegen Nibelungenwerke (een enorme tankfabriek). Ongeveer 1.500 mannelijke gevangenen werden gedwongen om onder zware omstandigheden pantservoertuigen te produceren.

2. Buitenkamp Amstetten Satellietkamp van Mauthausen. 19 maart 1945 tot 18 april 1945. Spoorwegconstructie en herstelwerkzaamheden (Bahnbau II) na geallieerde bombardementen op het spoorwegknooppunt van Amstetten. Het kamp bestond uit circa 500 vrouwelijke gevangenen die zwaar lichamelijk werk moesten verrichten.

St. Wolfgang

St. Wolfgang

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp St. Wolfgang was een satellietkamp van het hoofdconcentratiekamp Dachau. Het was gevestigd in de Oostenrijkse regio Salzkammergut (in de deelstaat Opper-Oostenrijk). Het kamp bestond slechts kortstondig in de zomer van 1938. Het kamp was actief voor een periode van 23 dagen in de zomer van 1938. Er waren tien mannelijke gevangenen tewerkgesteld. De gevangenen werden ingezet voor voorbereidend werk en de bouw van een privéwoning voor de commandant van concentratiekamp Dachau.

Concentratiekamp Stalowa Wola

Concentratiekamp Stalowa Wola

 

Polen

Het concentratie- en werkkamp van Stalowa Wola in Polen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een door nazi-Duitsland opgezet dwangarbeiderskamp. Het was onderdeel van het uitgebreide netwerk van kampen in bezet Polen. Tijdens de Duitse bezetting van Polen vormde de locatie Stalowa Wola een belangrijk industrieel knooppunt voor de oorlogsindustrie van het Derde Rijk. De fabriek aldaar, gebouwd in de jaren '30 als onderdeel van het Centrale Industriële District (COP), werd door de Duitsers ingezet voor de productie van wapens en munitie. Het kamp diende primair als werkkamp. Gevangenen, waaronder veel Joden uit nabijgelegen getto's en Poolse dwangarbeiders, werden onder onmenselijke omstandigheden tewerkgesteld in de plaatselijke staalfabrieken en bij bouwwerkzaamheden. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Ondervoeding, ziekte en mishandeling leidden tot een zeer hoog sterftecijfer. Ook vonden er op het kampterrein en in de nabije omgeving geregeld massa-executies plaats. Het kamp werd in de loop van 1944 geleidelijk ontmanteld toen de Sovjet-troepen oprukten. In juli 1944 ontsnapte een grote groep van tientallen gevangenen, hoewel velen het kamp uiteindelijk niet overleefden.

Concentratiekamp Stangenwalde

Concentratiekamp Stangenwalde

 

Polen

Stangenwalde  twee verschillende soorten kampen:

1. Außenarbeitslager Stangenwalde (Subkamp van Stutthof) Dit was een officieel buitenkamp (Außenlager) van het  Concentratiekamp Stutthof. Stangenwalde lag in de regio Danzig (het huidige Słupnica of de directe omgeving van Wartsch / Pruszcz Gdański in Polen). Het kamp werd opgericht via een speciaal bevel van de commandant van Stutthof op 12 september 1944. Gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders voor militaire en infrastructurele doeleinden (vaak gekoppeld aan nabijgelegen vliegvelden of verdedigingswerken).

2. Zwangsarbeitslager für Juden Stangenwalde Naast het latere concentratiekamp-subkamp bestond er al vroeg in de oorlog een specifiek dwangarbeiderskamp voor Joden. Gekoppeld aan de boswachterij Nadleśnictwo Jodłowno in de regio Pommeren. Joodse mannen werden hier al vanaf december 1940 naartoe gedeporteerd. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid verrichten, met name in de bosbouw.

Concentratiekamp Stanislavcic

Concentratiekamp Stanislavcic

 

Oekraine

Het concentratiekamp Stanislavciuc (ook gespeld als Stanislavchik) was een concentratie- en werkkamp in de regio Transnistrië, Oekraïne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het vanaf 1941 door het Roemeense bewind als bondgenoot van nazi-Duitsland gebruikt om Joden uit Bessarabië en Boekovina systematisch uit te hongeren en te laten dwangarbeiden. Het kamp lag in Transnistrië (destijds onder Roemeens bestuur), een gebied tussen de rivieren de Dnjestr en de Boeg. Het was een van de vele doodskampen en getto's in de regio waar tienduizenden Joden naartoe werden gedeporteerd. In tegenstelling tot de Duitse vernietigingskampen in Polen, kende Transnistrië (inclusief Stanislavciuc) geen systematische vergassing. Het kamp werd gekenmerkt door een schrikbewind waarbij gevangenen massaal stierven door ondervoeding, vreselijke ziektes (zoals tyfus), extreme kou en uitputting. Gevangenen werden gedwongen tot dwangarbeid en de meesten overleefden de barre omstandigheden niet.Meer gedetailleerde historische documentat

Concentratiekamp Staporków

Concentratiekamp Staporków

 

Polen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Stąporków een werkkamp (Zwangsarbeitslager) en het toneel van massale pacyficaties (vernietiging van dorpen) door de Duitse bezetter. Het dorp en de omliggende regio maakten destijds deel uit van het door nazi-Duitsland bezette Polen (het Generaal-Gouvernement). De nazi's dwongen de lokale en Joodse bevolking tot zware dwangarbeid in onder meer de nabijgelegen bossen en fabrieken in het district Radom. (1940-1943): De regio rond Stąporków (inclusief naburige dorpen als Hucisko en Szałas Stary) werd zwaar getroffen door represaillemaatregelen van de SS en de Wehrmacht. De nazi's richtten bloedbaden aan onder de burgerbevolking en brandden complete dorpen plat als straf voor de aanwezigheid van Poolse partizanen (onder de vlag van majoor Henryk Dobrzański, alias Hubal).

Concentratiekamp Stara Gradiška

Concentratiekamp Stara Gradiška

 

Kroatie

Concentratiekamp Stara Gradiška was een  vernietigingskamp in de Onafhankelijke Staat Kroatië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in 1941 opgericht door het fascistische Ustaše-regime en deed dienst als het vijfde sub-kamp van het grotere Jasenovac-complex. Vrouwen en kinderen: Het kamp was specifiek ingericht voor de detentie en vernietiging van vrouwen en kinderen. De slachtoffers waren hoofdzakelijk Serviërs, Joden en Roma. Ook anti-fascistische Kroaten en Bosniakken werden hier opgesloten en vermoord. Naar schatting zijn er in dit kamp ongeveer 75.000 mensen om het leven gebracht. Het kamp was gevestigd in een oude gevangenis nabij het dorp Stara Gradiška. Het kamp is berucht vanwege vroege en wrede experimenten met gifgas op vrouwen en kinderen. Gevangenen die niet werden vergast, stierven door marteling, uithongering, executie of zware mishandeling door de Ustaše-bewakers. Het kamp werd in april 1945 bevrijd door de troepen van het Rode Leger. 

Concentratiekamp Starachowice

Concentratiekamp Starachowice

 

Polen

Het concentratie- en dwangarbeiderskamp van Starachowice in Polen was tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdeel van de Hermann Göring Werke. Gevangenen werden er onder erbarmelijke omstandigheden ingezet bij de munitieproductie en in ijzerertsmijnen. Het kamp werd in twee fasen geëxploiteerd (Julag I en Julag II) en in juli 1944 definitief geliquideerd.1939 - 1941: Na de Duitse inval in september 1939 vorderde nazi-Duitsland de lokale wapenfabrieken. Joodse mannen uit de regio (17-60 jaar) werden gedwongen hier zware dwangarbeid te verrichten voor een hongerloontje. In februari 1941 werd er een open getto opgericht. Julag I (1942): Na de liquidatie van het getto in de zomer van 1942 richtte de SS het werkkamp op. Op het hoogtepunt zaten hier ongeveer 5.000 Joodse gevangenen opgesloten. Julag II (1943 - 1944): In de zomer van 1943 werden de gevangenen overgebracht naar een nieuw kampterrein, bekend als Julag II. Het kamp werd in juli 1944 ontruimd en de overgebleven gevangenen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.

Concentratiekamp Stari Grad

Concentratiekamp Stari Grad

 

Kroatie/Servie

Stari Grad

1. Concentratiekamp Sajmište (Belgrado, Servië)n Het kamp lag aan de overkant van de rivier de Sava, pal tegenover de historische binnenstad van Belgrado, die officieel de gemeente Stari Grad (Oude Stad) heet. Geopend in december 1941 als Judenlager Semlin. Het werd door de nazi's gebruikt om tienduizenden Joden, Roma en Servische antifascisten op te sluiten en te vermoorden, onder andere met behulp van een mobiele gaskamer (een gaswagen).

2. Concentratiekamp Stara Gradiška (Kroatië) de naam wordt Stari Grad vaak verward met Stara Gradiška. Dit was een  concentratiekamp voor vrouwen en kinderen. Het fungeerde als een subkamp van het grotere vernietigingskamp Jasenovac en werd geleid door het fascistische Kroatische Ustaša-regime.

Concentratiekamp Stari Trg

Concentratiekamp Stari Trg

 

Servie

Concentratiekamp Stari Trg (officieel geregistreerd onder de Duitse naam Stari Trg/Serbien) was een Duits gedwongen werkkamp (arbeidskamp) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bestond van 1 mei 1942 tot 26 mei 1943 en was strategisch opgezet rondom de vitale Trepča-mijnen nabij Mitrovica in het bezette Servië (het huidige Kosovo). De nazi's, onder directe supervisie van Hermann Göring, namen de lood- en zinkmijnen van Stari Trg over omdat deze essentieel waren voor de Duitse oorlogsindustrie. De mijn leverde meer dan 40% van de totale Duitse behoefte aan looderts, wat onder andere werd gebruikt voor de productie van munitie en batterijen voor de Duitse onderzeebootvloot. Gevangenen in het kamp voornamelijk gedeporteerde Serviërs en Montenegrijnen, aangevuld met lokale arbeiders werden onder gewapend toezicht gedwongen tot slavenarbeid om de dagelijkse productiequota te behalen. De omstandigheden in het kamp waren uiterst zwaar en wreed. Gevangenen die weigerden te werken of verdacht werden van sabotage, werden direct geëxecuteerd of zwaar gestraft.

Concentratiekamp Starosielce

Concentratiekamp Starosielce

 

Polen

Het concentratiekamp Starosielce (tegenwoordig een wijk in Białystok, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een straf- en dwangarbeiderskamp. Het werd voornamelijk gebruikt als werkkamp waar Joodse dwangarbeiders werden ingezet voor spoorwegbouw en treinonderhoud, totdat de gevangenen in november 1942 werden gedeporteerd naar vernietigingskamp Treblinka. Driehoek tussen de spoorlijnen Białystok-Ełk en Białystok-Warszawa (nu in Starosielce). Het was een strafkamp (Arbeitserziehungslager). Daarnaast was er nabij Białystok ook een apart doorgangskamp voor dwangarbeid. De groep bestond onder meer uit Joodse mannen uit omliggende getto's (zoals Sopoćkinie) die zware lichamelijke arbeid moesten verrichten. Op 19 november 1942 werden de gevangenen uit Starosielce op transport gezet en afgevoerd naar het vernietigingskamp Treblinka, waar ze in de gaskamers werden vermoord.

Concentratiekamp Staszów

Concentratiekamp Staszów

 

Polen

Poolse stad Staszów speelde een grote rol  via het Ghetto van Staszów. Daarnaast was er in de directe omgeving (in het nabijgelegen dorp Poniatowa) een dwangarbeiderskamp waar veel Joden naartoe werden gedeporteerd. De Duitse bezetter richtte het ghetto in Staszów op in juni 1942 om de Joodse bevolking te isoleren. Duizenden Joden uit de stad en omliggende regio's werden hier samengedreven onder erbarmelijke, overbevolkte en onhygiënische omstandigheden. Op 8 november 1942 (bekend als Zwarte Zondag) ontruimden de nazi's het ghetto. Ongeveer 6.000 Joden werden direct gedeporteerd naar de vernietigingskampen Treblinka en Belzec. Een deel van de Joodse inwoners en dwangarbeiders uit Staszów werd niet direct naar vernietigingskampen gestuurd, maar ingezet als dwangarbeider in de regio of getransporteerd naar nazi-werkkampen in het district Lublin, zoals het dwangarbeiderskamp Poniatowa

Concentratiekamp Stavenshagen

Concentratiekamp Stavenshagen

 

Duitsland

Kamp Stavenhagen in en nabij de Duitse stad Reuterstadt Stavenhagen (Mecklenburg-Voor-Pommeren) krijgsgevangenenkamp (Kommando Stavenhagen – Stalag II-A) Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Stavenhagen de locatie van een Arbeitskommando (werkkamp) voor geallieerde krijgsgevangenen. Het hoofdkamp Stalag II-A (gelegen in Neubrandenburg). Het kamp hield onder andere Franse, Poolse en later Britse en Amerikaanse soldaten vast die dwangarbeid moesten verrichten houten barakken Er is in de stad ook een Sowjetischer Ehrenfriedhof (Sovjet-begraafplaats) waar overleden dwangarbeiders en krijgsgevangenen uit die periode begraven liggen.

Concentratiekamp Staw

Concentratiekamp Staw

 

Polen

Kamp Staw (officieel vaak aangeduid als Staw-Sajczyce of het Staw werkkamp) was  een Duits nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Judenlager) nabij het dorp Staw in het oosten van het bezette Polen. Het kamp stond onder het directe beheer en de logistieke invloedssfeer van het nabijgelegen vernietigingskamp Sobibór. De gevangenen (voornamelijk Joden) werden ingezet voor extreem zwaar fysiek werk, zoals het reguleren van de waterloop van lokale beken en rivieren en werkzaamheden op het land. Er was nauwelijks voedsel, kleding of medische verzorging. Het kamp was er in essentie op ingericht om de gevangenen zichzelf letterlijk dood te laten werken. Daarnaast vonden er op en rond het terrein regelmatig standrechtelijke executies plaats. In het najaar van 1942 sloten de nazi's omliggende getto's, zoals het getto van Siedliszcze. De gezonde Joden werden naar het werkkamp in Staw gestuurd. Op 21 december 1942 werd het kamp Staw volledig geliquideerd. De honderden overlevende gevangenen werden te voet of in paardenwagens direct gedeporteerd naar Sobibór, waar het overgrote deel direct bij aankomst in de gaskamers werd vermoord. 

Concentratiekamp Stawy

Concentratiekamp Stawy

 

Polen

Concentratiekamp Stawy was een satellietkamp (buitenkamp) van het  concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Het was gelegen in de onmiddellijke nabijheid van Auschwitz, in het zuiden van Polen. Het was een Arbeitslager (werkkamp). Gevangenen werden hier gedwongen te werken in de nabijgelegen visvijvers, de landbouw en het slachthuis van de SS. Het kamp lag ongeveer twee kilometer ten zuiden van het hoofdkamp Auschwitz I, in de buurt van het dorp Brzezinka (Birkenau) en het dorp Stawy. De leef- en werkomstandigheden in Stawy waren extreem zwaar. Net als in de hoofd- en andere buitenkampen was ondervoeding, uitputting door zware lichamelijke arbeid en mishandeling door de SS aan de orde van de dag. Tijdens de liquidatie van het kamp in het voorjaar van 1943 werden veel van de Joodse gevangenen die in Stawy werkten gedeporteerd naar vernietigingskamp Sobibór.

Concentratiekamp Stefanau bei Olmütz

Concentratiekamp Stefanau bei Olmütz

 

Tsjechie

Het voormalige concentratiekamp Stefanau (tegenwoordig bekend als Štěpánov) ligt in Tsjechië, ongeveer 11 kilometer ten noorden van Olomouc. Het kamp deed tussen 15 maart en 28 september 1939 kortstondig dienst als nazi-concentratiekamp en werd daarna gebruikt als interneringskamp. De Nazi-periode (1939): Vlak na de Duitse bezetting van Tsjechië werd het kamp opgericht. Vanaf september 1939 werd het voornamelijk ingezet als detentiekamp tijdens de zogenaamde Aktion Albrecht. Hier werden voornamelijk Tsjechen en politieke gevangenen opgesloten. Het kamp functioneerde tot eind september 1939.

Concentratiekamp Stefanshofen

Concentratiekamp Stefanshofen

 

Polen

Stefanshofen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden). Het kamp bevond zich in het door nazi-Duitsland geannexeerde deel van Polen, in het dorp Szczepankowo (dat door de Duitse bezetter werd omgedoopt tot Stefanshofen, gelegen in de woiwodschap Groot-Polen, district Szamotuły). Het was operationeel van medio 1940 tot de herfst van 1943 als een nazi-werkkamp voor Joodse gevangenen. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder spoorwegaanleg (Bahnbau), wegenbouw (Straßenbau), transportwerk en tuinbouwarbeid (Gärtnerarbeiten). In de herfst van 1943 werd het kamp door de nazi's opgeheven. De overlevende Joodse dwangarbeiders werden veelal gedeporteerd naar andere concentratie- of vernietigingskampen in de regio.

Concentratiekamp Steineck

Concentratiekamp Steineck

 

Polen

Arbeitslager Steineck was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was actief tussen 1941 en 1943 en was gelegen in Krzyżowniki, wat destijds een dorp was nabij de stad Poznań (Posen) in Polen en tegenwoordig een wijk van die stad is. De gevangenen werden gehuisvest in het gebouw van een school, die vlak voor de oorlog in Krzyżowniki was gebouwd (tegenwoordig een basisschool aan de ulica Leśniowolska 35). De gevangenen werden onderworpen aan zware, uitputtende dwangarbeid. Ze werden onder meer ingezet bij de aanleg van lokale wegen en de afgravingen rond het meer Rusałka. In de zomer van 1943 werd het kamp gesloopt en geliquideerd. Een deel van de Joodse gevangenen werd overgeplaatst naar andere werkkampen, terwijl velen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.

Concentratiekamp Steinhausen

Concentratiekamp Steinhausen

 

Duitsland

Twee locaties

1. Krijgsgevangenenlager Bockhorn III (Steinhausen) in de regio Friesland (Nedersaksen, Duitsland). Hier bevond zich het Krijgsgevangenenlager Bockhorn III (ook bekend als Lager Steinhausen of Ziegelei Noordendorp). Dit was een werkkamp voor krijgsgevangenen. Gevangenen werden tussen 1941 en 1945 gedwongen ingezet voor zware arbeid in de lokale steenbakkerij (Ziegelei). Het kamp werd bewaakt door het Landesschützen-Bataillon 679 en stond onder leiding van een kampcommandant genaamd Grübnau.

2. Landfahrerlager Zigeunerschlucht (München-Steinhausen) In de wijk Steinhausen in München (Beieren) lag een nazi-dwangkamp voor Sinti en Roma Officieel bekend als het Landfahrerlager Zigeunerschlucht. Dit was een internerings- en verzamelkamp dat door de nazi's werd gebruikt om de lokale Sinti- en Roma-bevolking te isoleren, te registreren en te dwingen tot dwangarbeid, voordat velen van hen werden gedeporteerd naar grotere vernietigingskampen zoals Auschwitz.

Concentratiekamp Steinhorst

Concentratiekamp Steinhorst

 

Duitsland

Tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-barakkenkamp nabij de Duitse gemeente Steinhorst (in Nedersaksen, nabij de kruising van de L282 en B244 bij Großes Kain). Het kamp werd in de jaren '30 gebouwd voor de Reichsarbeitsdienst (RAD). Dit was de verplichte civiele arbeidsdienst in nazi-Duitsland. Tijdens de oorlog deed het dienst als een lokaal werkkamp (Arbeitslager). Gevangenen deden hier onder dwang aan bosbouw en ontginningswerkzaamheden.

Concentratiekamp Steiningen

Concentratiekamp Steiningen

 

Polen

Het kamp Steiningen was een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden). Het kamp lag nabij de plaats Gola in het toenmalige bezette Polen (tegenwoordig de woiwodschap Groot-Polen, in het district Jarocin). Het was ingericht voor de inzet van Joodse dwangarbeiders. De gevangenen werden hoofdzakelijk ingezet voor Gleisbau (de aanleg en het onderhoud van spoorwegen). Het kamp werd geopend in juli 1941 en bleef operationeel tot het begin van 1942.

Concentratiekamp Stentsch

Concentratiekamp Stentsch

 

Polen

Stentsch (tegenwoordig het Poolse dorp Szczaniec) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. Het was een zogeheten Zwangsarbeitslager für Juden (ZALfJ). Het kamp was operationeel van eind 1940 tot begin 1941. De gevangenen, hoofdzakelijk gedeporteerd vanuit het getto van Łódź, werden ingezet voor zware fysieke arbeid bij de aanleg van de Reichsautobahn. Stentsch lag destijds in de Duitse provincie Brandenburg (tegenwoordig het Poolse woiwodschap Lubusz).

Concentratiekamp Stepanchi

Concentratiekamp Stepanchi

 

Oekraine

Stepanchi was een concentratie- en dwangarbeiderskamp in Transnistrië, een regio in het huidige zuidwesten van Oekraïne. Het kamp werd tijdens de Tweede Wereldoorlog beheerd door het Roemeense bewind, destijds bondgenoot van nazi-Duitsland.Het kamp maakte deel uit van het beruchte netwerk van concentratiekampen en getto's in Transnistrië. Gelegen in het district Copaigorod, in het door Roemenië bezette deel van de Sovjet-Unie. De gevangenen bestonden voornamelijk uit gedeporteerde Joden, afkomstig uit Roemeense provincies zoals Bessarabië en Boekovina. De omstandigheden in Stepanchi  net als in andere kampen in Transnistrië, zoals Bogdanovka en Domanovka waren extreem wreed. Deportés stierven er op grote schaal door ondervoeding, vreselijke hygiënische omstandigheden, uitputting en ziekten zoals tyfus.

Concentratiekamp Stephansort

Concentratiekamp Stephansort

 

Polen

Stephansort (de Duitse benaming voor het Poolse Szczepankowo) was de locatie van een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden). Het Joodse dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) Gelegen in het bezette Polen, in de regio Woiwodschap Podlachien. Het kamp werd geopend aan het einde van 1942 en officieel gesloten op 23 augustus 1943. Gevangengenomen Joden werden hier ingezet voor zware fysieke bouwwerkzaamheden onder het nazibewind. De slachtoffers stonden onder directe administratieve controle van de SS en de bezettingsautoriteiten, zonder enige vorm van rechtshulp of procesrecht.

Concentratiekamp Sternberg/Neumark

Concentratiekamp Sternberg/Neumark

 

Polen

Concentratiekamp Sternberg/Neumark, vaak aangeduid als Zwangsarbeitslager für Juden Sternberg/Neumark, was een nazi-dwangarbeiderskamp gevestigd in de huidige Poolse stad Torzym (destijds Sternberg in der Neumark, Duitsland). Het functioneerde als een werkkamp specifiek voor Joodse gevangenen. Het kamp was gelegen in de regio Brandenburg/Neumark (het huidige Torzym, Polen). Het kamp was in gebruik van december 1940 tot minstens medio 1942. Het werd beheerd in samenwerking met bouwbedrijf Otto Konrad Hoch und Tiefbau Berlin. De gevangenen werden op brute wijze ingezet als dwangarbeiders voor de aanleg van de Reichsautobahn (de huidige snelweg A2 in Polen).

De gevangenen werden blootgesteld aan ondervoeding, uitputting en zware mishandelingen, typisch voor de Zwangsarbeitslager voor Joden in die periode.

Concentratiekamp Stettin-Bredow

Concentratiekamp Stettin-Bredow

 

Polen

Concentratiekamp Stettin-Bredow, ook bekend als Vulkanwerft, was een van de vroege wilde nazi-concentratiekampen in Stettin (tegenwoordig Szczecin, Polen). Het kamp was tussen oktober 1933 en maart 1934 in bedrijf en werd berucht om de extreme wreedheid van de SS-bewakers. Gelegen in de wijk Bredow op het terrein van de voormalige Vulkan-scheepswerf. Officieel diende het als politiedetentiecentrum voor beschermende hechtenis, maar het was in de praktijk een speciale ondervragings- en interneringslocatie voor de Gestapo en de SS. Gevangenen (voornamelijk politieke tegenstanders, communisten en Joden) werden opgesloten in de kelders van de scheepswerf. Ze werden zwaar mishandeld. Het kamp werd op 11 maart 1934 gesloten en de gevangenen werden overgebracht naar andere faciliteiten.

Concentratiekamp Stezyca

Concentratiekamp Stezyca

 

Polen

Concentratiekamp Stężyca verwijst naar een dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) en een locatie waar tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende Joodse en Poolse dwangarbeiders werden ondergebracht en ingezet. Stężyca is een dorp en gemeente in het huidige district Ryki, in het woiwodschap Lublin in Polen (ongeveer 100 kilometer ten zuiden van Warszaw). Tijdens de Duitse bezetting van Polen fungeerde het kamp (rond 1943) voornamelijk als werkkamp. De gevangenen werden onder zware omstandigheden ingezet bij dwangarbeid, zoals landbouw- en infrastructuurprojecten. Het kamp bestond voornamelijk uit Joodse inwoners uit de omliggende getto's en regio's, evenals enkele lokale Polen die als dwangarbeider werden ingezet. dat er in en rondom het kamp en het dorp executies hebben plaatsgevonden en Joodse inwoners zijn gedeporteerd naar vernietigingskampen tijdens de zogenaamde Aktion Reinhardt.

Concentratiekamp Stixenstein (Sieding)

Concentratiekamp Stixenstein (Sieding)

 

Oostenrijk

Het concentratiekamp in Stixenstein (vlakbij Sieding en Ternitz in Neder-Oostenrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buiten- of dwangarbeiderskamp dat functioneerde als dependance van het beruchte concentratiekamp Mauthausen. Gelegen in de regio Neunkirchen, aan de voet van de Alpen. Gevangenen werden ondergebracht in het gebied rond de historische Burg Stixenstein en het kamp Bodenwiese (Vöstenhof). Vanaf de zomer van 1944 fungeerde het kamp als dwangarbeiderskamp specifiek voor Hongaarse Joden, waaronder mannen, vrouwen en kinderen. De gevangenen werden zwaar ingezet voor instandstellings- en bosbouwwerkzaamheden. De omstandigheden waren er mensonterend. Het kamp werd in de nazomer van 1944 ingericht, nadat gevangenen uit het nabijgelegen kamp Bodenwiese hierheen werden verplaatst.

Stocken

 

Duitsland

Kamp Hannover-Stöcken was een  buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het bestond van juli 1943 tot april 1945 in Duitsland. Gevangenen werden er zwaar uitgebuit in de wapenindustrie en bij de productie van accu's, wat leidde tot honderden doden door honger, uitputting en executies. Het kamp was gevestigd in Stöcken, een stadsdeel van Hannover. Er zijn meer dan 400 doden geregistreerd in het kamp. Veel zieke en uitgeputte gevangenen werden teruggestuurd naar het hoofdkamp Neuengamme om te worden vermoord, of stierven tijdens de dodenmarsen aan het einde van de oorlog. Er waren feitelijk twee subkampen in Stöcken: één bij de Accumulatoren-Werke en één bij de Continental bandenfabriek. Laatstgenoemde ontving in september 1944 een transport van 1.000 Joodse gevangenen uit het getto van Łódź.

Concentratiekamp Stockerau

Concentratiekamp Stockerau

 

Oostenrijk

Stockerau in of nabij deze Oostenrijkse stad waren diverse dwangarbeiderskampen gevestigd. Deze kampen huisvestten honderden gevangenen, waaronder Hongaarse Joden, die werden ingezet voor zware arbeid in lokale industrieën, zoals bij machinefabriek Held. Vanaf 1944 werden er grote groepen Joodse mannen en vrouwen uit Hongarije in Stockerau tewerkgesteld. Zij werden ondergebracht in dwangarbeiderskampen. Veel oorspronkelijke Joodse inwoners van Stockerau zijn in 1941 en 1943 weggevoerd naar vernietigingskampen in onder andere Auschwitz en Opole, waar zij tijdens de Holocaust zijn vermoord.

Stoboi = Stoboy 

Concentratiekamp Stok Ruski

Concentratiekamp Stok Ruski

 

Polen

In Stok Ruski (een dorp in het oosten van Polen) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog  een Duits dwangarbeiderskamp (Zivilarbeiterlager) een kamp was voor civiele dwangarbeiders. De nazi's dwongen hier lokale inwoners, Poolse burgers en gevangengenomen Joden tot zware fysieke arbeid, vaak in de landbouw of infrastructuur. Hoewel het geen industrieel vernietigingskamp (zoals Auschwitz of Treblinka) was, waren de leefomstandigheden in dit soort werkkampen extreem zwaar en dikwijls dodelijk dat het Duitse gezag in de regio genadeloos optrad. Zo werd in de directe omgeving een agrarisch landgoed omsingeld en in brand gestoken, waarbij de eigenaren en de Joden die zij daar probeerden te verbergen, werden neergeschoten.

Concentratiekamp Stollberg-Hoheneck

Concentratiekamp Stollberg-Hoheneck

 

Duitsland

Stollberg-Hoheneck was een middeleeuwse burcht diende in 1933 ook kort aeen vroege nazi-beschermingshechtenis. Vroege Nazitijd (1933): In maart 1933 richtte de SA hier een kamp voor beschermingshechtenis op voor politieke tegenstanders. Na korte tijd werd het complex echter gebruikt voor reguliere gevangenen en jeugddelinquenten.

Stolp 

Stolp 

 

Polen

Concentratiekamp Stolp was een buitenkamp (Außenarbeitslager) van het naziconcentratiekamp Stutthof, gelegen in het huidige Słupsk in Polen. Het kamp werd eind augustus 1944 opgericht en huisvestte ruim 600 Joodse gevangenen die dwangarbeid verrichtten in de plaatselijke spoorwegreparatiewerkplaatsen. De werkplaatsen en het kamp lagen in de toenmalige Duitse provincie Pommeren.  Het kamp werd in augustus 1944 opgezet op speciaal bevel van de commandant van Stutthof. Er werden initieel 621 Joodse gevangenen (239 vrouwen en 382 mannen) tewerkgesteld, afkomstig uit onder meer Estland, Litouwen en diverse andere Europese landen. Eind oktober 1944 volgde nog een transport met Joodse jongens uit het getto van Łódź. Gevangenen werden zwaar uitgebuit bij de Reichsbahn-reparatiewerkplaatsen. Door de combinatie van extreme dwangarbeid, ondervoeding, ziekte en mishandeling stierven honderden gevangenen. Er wordt geschat dat het kamp ongeveer 800 slachtoffers heeft geëist.

Concentratiekamp Stolpia Nowa

Concentratiekamp Stolpia Nowa

 

Polen

Nowa Słupia (vroeger ook wel Słupia Nowa genoemd), een dorp in Zuid-Centraal-Polen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigden de nazi's hier een dwangarbeiderskamp voor Joden. Het kamp werd gevestigd op de bekende Święty Krzyż-heuvel in het dorp. De kazerne van de Duitse gendarmerie bevond zich in een toeristenhostel van voor de oorlog en stond onder leiding van Hans Ritter. Het kamp werd gebruikt als dwangarbeiderskamp voor Joden uit de regio. De gevangenen werden onder zware omstandigheden tewerkgesteld. De lokale Joodse bevolking werd vanaf het begin van de bezetting geterroriseerd (onder andere door het afsnijden van baarden en grootschalige afpersing). Op Jom Kipoer in oktober 1940 werden vijf religieuze Joden in de synagoge gegrepen en kort daarna vermoord. De overlevenden en het verzet moesten niet alleen oppassen voor de Duitsers, maar ook voor lokale collaborateurs en de zogenaamde Blauwe Politie.

Concentratiekamp Stopnica

Concentratiekamp Stopnica

 

Polen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog dwong de nazi-bezetter de Joodse bevolking in een getto in Stopnica. Vanuit daar werden de meeste inwoners gedeporteerd naar vernietigingskampen (zoals Treblinka) en dwangarbeiderskampen (zoals Skarżysko-Kamienna) om daar te werken. In 1941 en 1942 werden de inwoners onderworpen aan honger, dwangarbeid en willekeurig geweld in een afgesloten getto. In oktober 1942 vond de definitieve liquidatie van het getto plaats. Ongeveer 400 Joden werden ter plekke in Stopnica vermoord en begraven. De overige Joden werden gedeporteerd naar werkkampen en vernietigingskampen. Velen overleefden de oorlog niet.

Storkow

Storkow

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Storkow (Brandenburg) was vanaf april 1944 een officieel buitenkamp van het  concentratiekamp Sachsenhausen.Het kamp huisvestte ongeveer 120 tot 250 gevangenen. Zij werden door de SS tewerkgesteld als dwangarbeiders voor de bouw van militaire en SS-faciliteiten. Het kamp lag in Storkow, in de buurt van de grotere SS-locatie in Bad Saarow. Gevangenen werden ingezet voor de bouw van communicatiebunkers (in de Rauen-bergen) en onderkomens. Ze maakten daarnaast deel uit van een uniform werkkamp'dat administratieve taken voor de SS uitvoerde. Het kamp werd in de nadagen van de oorlog, op 15 februari 1945, ontbonden.

Concentratiekamp Storojineţ

Concentratiekamp Storojineţ

 

Oekraine

Storojineţ (huidige naam: Storozhynets, Oekraïne) had een streng afgesloten getto en verzamelkamp opgezet door het Roemeense bewind onder dictator Ion Antonescu. In de herfst van 1941 werden duizenden Joodse inwoners van de regio hier verzameld en vandaaruit gedeporteerd naar vernietigingskampen in Transnistrië. Het lag in de regio Boekovina, in het noordoosten van het toenmalige Roemenië (tegenwoordig West-Oekraïne).Deportaties naar Transnistrië: Vanaf juli 1941 werd de Joodse bevolking onderworpen aan zware mishandelingen en moesten zij in een getto leven. Vanaf oktober 1941 begonnen de massale deportaties naar de beruchte vernietigings- en werkkampen in Transnistrië, waaronder het Mărculeşti-kamp en de regio Golta. De omstandigheden waren mensonterend. 

Concentratiekamp Stradomka

Concentratiekamp Stradomka

 

Polen

Het kamp Stradom (vaak aangeduid als HASAG-Apparatenbau Stradom) was een Duits dwangarbeidskamp voor Joden in de Poolse stad Częstochowa. Het kamp was gevestigd in de voorstad Stradom en maakte deel uit van het beruchte HASAG-netwerk. Joods dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager für Juden). Later in de oorlog werden nazi-arbeidskampen van HASAG organisatorisch vaak satellietkampen van Concentratiekamp Buchenwald. Stradom, een wijk/voorstad van Częstochowa, Exploitant: Hugo Schneider AG (HASAG), een particuliere Duitse munitie- en metaalfabrikant die op enorme schaal gebruikmaakte van Joodse slavenarbeid. Het kamp werd geopend op 22 september 1942, vlak voor en tijdens de liquidatie van het grote getto van Częstochowa. In totaal hebben zo'n 3.000 Joodse gevangenen in dit specifieke kamp vastgezeten. Zij waren voornamelijk afkomstig uit Polen, Duitsland en Oostenrijk. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken in de fabriek HASAG-Apparatenbau, waar militaire goederen en munitie-onderdelen werden geproduceerd. Het kamp werd opgeheven op 16 januari 1945. Dit gebeurde na het uitbreken van een tyfusepidemie en vanwege de nadering van het Rode Leger. De overlevende gevangenen werden door de nazi's gedeporteerd naar kampen dieper in het Duitse Rijk. Stradom was een van de vier grote HASAG-kampen in Częstochowa. De andere locaties waren HASAG-Pelcery (het grootste munitiekamp in de regio), HASAG-Raków (staalfabriek) en HASAG-Warta.

Concentratiekamp Strandhof

Concentratiekamp Strandhof

 

Polen

Strandhof was een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden. Het functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een buitenkamp of satellietkamp van het grotere concentratiekamp Stutthof. Het kamp was specifiek opgezet voor dwangarbeid en was actief vanaf halverwege 1943. Gevangenen werden hier onder zware omstandigheden te werk gesteld onder toezicht van de SS. Het kamp was gesitueerd in de regio Danzig (het huidige Polen). Een werkkamp voor Joodse gevangenen, ingezet voor zware fysieke arbeid. Het viel direct onder het commando van het concentratiekamp Stutthof.

Strasburg = Brodnica 

Concentratiekamp Straatsburg (Westpreußen)

 

Polen

Concentratiekamp Straatsburg (Westpreußen) was een nazi-buitenkamp dat vanaf 30 november 1944 operationeel was in de Poolse stad Brodnica (destijds door de Duitse bezetter omgedoopt tot Strasburg in Westpreußen). Het kamp stond onder de administratieve leiding van het hoofdkamp Stutthof. Gelegen in Brodnica (Woiwodschap Koejavië-Pommeren, Polen), destijds onderdeel van de nazi-regio Reichsgau Danzig-Westpreußen. Administratief viel het direct onder het Concentratiekamp Stutthof. Het fungeerde als een dwangarbeidskamp (buitenkamp of Außenlager). Daarnaast opereerde de nazi-bezetter in deze regio in de vroege oorlogsjaren ook een strafkamp onder leiding van de Einsatzgruppen en een lokaal interneringskamp van de beruchte Selbstschutz. De gevangenen bestonden voornamelijk uit joodse vrouwen en Poolse burgers die onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke dwangarbeid moesten verrichten.

Concentratiekamp Straschin-Prangschin

Concentratiekamp Straschin-Prangschin

 

Polen

Concentratiekamp Straschin-Prangschin was een subkamp van het naziconcentratiekamp Stutthof. Het kamp, gelegen in de buurt van het huidige Poolse dorp Straszyn (regio Pommeren), werd in de vroege jaren '40 opgezet. Gevangenen werden er met name ingezet bij dwangarbeid. Het kamp lag in het toenmalige district Danziger Höhe, nabij de stad Danzig (nu Gdańsk). Gevangenen werden tewerkgesteld bij infrastructuurwerken, waaronder de bouw van de zogenaamde Berlinke (een geplande snelweg) en de waterkrachtcentrale op de rivier de Radunia. Als buitenkamp van Stutthof waren de leef- en werkomstandigheden er extreem zwaar, vergelijkbaar met andere werkkampen uit die periode. Het kamp werd gebruikt voor de opsluiting van verschillende groepen dwangarbeiders. 

Concentratiekamp Sager und Wörner in Strasshof

Concentratiekamp Sager und Wörner in Strasshof

 

Oostenrijk

Het concentratie- en dwangarbeiderskamp Sager und Wörner in Strasshof (Oostenrijk) was een satellietkamp van het grotere Durchgangslager Strasshof. Het functioneerde van midden 1944 tot april 1945 als onderdeel van het nazi-dwangarbeiderssysteem. Het kamp bood onderdak aan voornamelijk Hongaarse Joden (mannen, vrouwen en kinderen) die via een beruchte overeenkomst tussen de SS (Adolf Eichmann) en Hongaarse Joodse leiders naar Oostenrijk werden gestuurd in plaats van naar Auschwitz. De gevangenen werden ondergebracht in barakken en tewerkgesteld door het bouwbedrijf Sager u. Wörner, Hoch- en Tiefbau. De dwangarbeiders werden door het bedrijf ingezet voor zware grond- en bouwwerkzaamheden, specifiek voor de aanleg van het vliegveld Strasshof-Deutsch Wagram. Het kamp werd in april 1945 ontruimd en opgeheven naarmate de geallieerde troepen naderden.

Strasdenhof

Strasdenhof

 

Letland

Concentratiekamp Strasdenhof (ook bekend als Strazdumuiža of SS-Betriebe Strasdenhof) was een nazi-bijkamp in Letland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde als een subkamp van het grotere concentratiekamp Riga-Kaiserwald en bevond zich in een buitenwijk van de hoofdstad Riga, nabij het Juglameer. Het kamp werd in de zomer van 1943 opgezet na de liquidatie en ontruiming van het getto van Riga. De nazi's brachten de gevangenen onder in en rondom het historische landgoed Strazdumuiža. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders. Een groot deel werkte in de nabijgelegen textielfabrieken om SS-uniformen te produceren. AEG/VEF: Een specifiek deel van het kamp (Riga-Strasdenhof AEG/VEF) leverde ongeveer 800 joodse vrouwen die kabels en elektronica moesten produceren voor het Duitse elektronicaconcern AEG. Dit gebeurde in de overgenomen Letse VEF-fabriek. De gevangenenpopulatie bestond voornamelijk uit Letse, Litouwse, Duitse en Hongaarse Joden. Na de definitieve liquidatie van het getto in november 1943 steeg het aantal gevangenen naar schatting tot circa 2.000 mensen, waaronder veel ouderen en kinderen. De omstandigheden in Strasdenhof waren buitengewoon zwaar en gewelddadig. Onder leiding van SS-commandanten zoals Kurt Dering en Hans Hoffmann werden gevangenen blootgesteld aan systematische mishandeling. Er werd veelvuldig gebruikgemaakt van sport een eufemisme voor dodelijke, uitputtende strafoefeningen. Gevangenen die door ondervoeding of ziekte niet meer konden werken, werden geselecteerd en in de nabijheid van het kamp (onder andere bij het spoorwegstation Jugla) geëxecuteerd. Alleen al bij deze selecties werden naar schatting 600 tot 700 mensen doodgeschoten. Toen het Sovjetleger in de zomer van 1944 Riga naderde, besloten de nazi's het kamp te ontruimen. De overlevende gevangenen werden in augustus en september 1944 per schip geëvacueerd naar andere kampen, met name naar concentratiekamp Stutthof bij Gdansk (Danzig) in Polen. Veel van hen kwamen tijdens deze transporten of de daaropvolgende dodenmarsen alsnog om het leven.

Strachowitz

Strachowitz

 

Tsjechie

werkkampen

De Duitse naam Strachowitz verwijst naar dorpen met de Tsjechische naam Strachovice. Er liggen verschillende plaatsen met deze naam in Tsjechië, zoals in de districten Rakovník, Tachov en České Budějovice

Concentratiekamp Strasshof

Concentratiekamp Strasshof

 

Oostenrijk

Strasshof (officieel: Strasshof an der Nordbahn) was een groot nazi-doorgangs- en werkkamp nabij Wenen, Oostenrijk. Het werd in 1942 opgezet om dwangarbeiders in te zetten. Het kamp staat vooral bekend om de opname van duizenden Hongaarse Joden in 1944, die daar als goedkope arbeidskrachten werden verhuurd. Het kamp werd in 1942 door de nazi's geopend. De locatie nabij Wenen en de spoorlijn (Nordbahn) maakte het ideaal voor grootschalige tewerkstelling. Hong Kong-transporten: In juni 1944 kwamen bijna 21.000 Joden uit Hongarije in Strasshof terecht. Dit was het resultaat van een beruchte deal tussen SS-officier Adolf Eichmann en de Hongaarse Joodse Raad (het Blood for Goods-voorstel). In plaats van directe deportatie naar vernietigingskampen als Auschwitz, werden zij hier op ijs gezet in afwachting van een ruil met de geallieerden, wat uiteindelijk mislukte. De gevangenen werden door de SS ondergebracht in barakken en functioneerden als een soort slavenmarkt. Oostenrijkse bedrijven en particulieren konden arbeiders huren die dringend nodig waren voor de oorlogsindustrie en landbouw. Door de inzet als dwangarbeid in plaats van directe vernietiging, overleefde een groot deel van de gevangenen in Strasshof de oorlog, in tegenstelling tot veel andere Joden die in dezelfde periode direct naar Auschwitz werden gestuurd.

Concentratiekamp Strehlen

Concentratiekamp Strehlen

 

Polen

Strehlen (tegenwoordig Strzelin in Polen). De plaats diende tijdens de Tweede Wereldoorlog als vestigingsplaats voor diverse dwangarbeiderskampen en buitenkampen, voornamelijk vallend onder de administratie van grotere kampen in de regio Silezië of als lokale werkkampen voor de nazi-oorlogsindustrie. De kampen in Strehlen fungeerden voornamelijk als werkkampen (Arbeitslager). Gevangenen werden tewerkgesteld bij lokale fabrieken, bouwprojecten en in de wapenindustrie. De regio rond het nabijgelegen Breslau (nu Wrocław) kende in de beginjaren van het naziregime (1933) ook vroege concentratiekampen, zoals het beruchte kamp Breslau-Dürrgoy, waar politieke gevangenen werden vastgehouden. Veel Joodse inwoners en politieke tegenstanders uit Strehlen werden tijdens de Holocaust gedeporteerd naar vernietigings- en concentratiekampen, zoals Auschwitz en Riga.

Strausberg

Strausberg

 

Duitsland

In de Duitse stad Strausberg (nabij Berlijn) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een Außenlager (subkamp) van het concentratiekamp Sachsenhausen. Daarnaast speelde de stad een grote rol in de Duitse oorlogsindustrie door de grootschalige inzet van buitenlandse dwangarbeiders. Het subkamp was operationeel van november 1944 tot 19 april 1945. Het kamp bood plaats aan ongeveer 150 voornamelijk Sovjet-Russische vrouwen die vanuit het hoofdkamp Sachsenhausen of Ravensbrück werden getransporteerd. De gevangenen werden ondergebracht in een voormalige schoenfabriek (Schuhfabrik Reichenwallner) aan de Hegermühlenstraße / Elisabethstraße. De vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor de nazi-wapenindustrie. Ze moesten op de begane grond van de fabriek werken voor de machinefabriek Fritz Werner AG en de munitiefabriek Märkisches Walzwerk. Naast de specifieke concentratiekampgevangenen was Strausberg een belangrijk centrum voor reguliere dwangarbeid (Arbeitseinsatz). In de munitiefabriek Märkisches Walzwerk GmbH werkten vanaf 1941 duizenden civiele dwangarbeiders en krijgsgevangenen uit heel Europa (waaronder ook Nederlanders uit Enter). Rond 1944 werkten er naar schatting 1500 dwangarbeiders aan de productie van patronen en munitie voor handvuurwapens. Op 19 april 1945 werd het subkamp ontruimd vanwege de nadering van het Rode Leger. Een dag later, op 20 april 1945, vluchtten de resterende Duitse soldaten en de SS uit Strausberg, waarna de stad door de Sovjets werd ingenomen.

Strellentin

Concentratiekamp Strellentin

 

Polen

Concentratiekamp Strellentin was een nazi-buitenkamp (Außenlager) van het grotere concentratiekamp Stutthof. Het was gelegen in de toenmalige Duitse regio Pommeren. Tegenwoordig ligt deze locatie in Polen en draagt het de Poolse naam Strzelęcino. Het kamp opende officieel in januari 1945 en werd al snel daarna gesloten op 1 maart 1945. Het functioneerde als een werkkamp (dwangarbeid). De gevangenen werden ingezet in een regio die zwaar onder druk stond door het naderende Rode Leger. Bestuurlijk viel de locatie destijds onder het district Kreis Lauenburg in Pommern. Tegenwoordig behoort het tot het Poolse woiwodschap Pommeren (landkreis Wejherowo). Door de snelle opmars van de Sovjettroepen in het voorjaar van 1945 hieven de nazi's het kamp in maart op. De overlevende gevangenen werden vaak gedwongen deel te nemen aan de beruchte dodenmarschen richting het westen of terug naar het hoofdkamp.

Strilky concentratiekamp

Strilky concentratiekamp

 

Oekraine

Er bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp voor Joden in Strilky (historisch vaak aangeduid met de Poolse naam Strzyłki of het Russische Strelki). Het Joodse dwangarbeidskamp in Strilky (Oekraïne) Het kamp bevond zich in het dorp Strilky, destijds gelegen in de regio Lwów (Galicië), tegenwoordig de regio Lviv in het westen van Oekraïne. Het was door de Duitse bezetter opgezet als een Zwangsarbeitslager (dwangarbeidskamp) voor Joodse gevangenen. Joden uit Strilky en omliggende dorpen werden door de nazi's samengedreven. Een groot deel van de Joodse bevolking uit deze regio werd in 1942 eerst naar grotere verzamelpunten of stadions gebracht (zoals in Stary Sambor en Sambor). Vanuit daar werden zij gedeporteerd naar het ghetto van Sambor of direct naar het vernietigingskamp Bełżec.

Strobl

Strobl

 

Oostenrijk

Het Außenkommando Strobl (ook wel bekend als Strobl-Gschwandt) was een klein, tijdelijk buitenkamp (Außenlager) van concentratiekamp Dachau. Het bevond zich in de Oostenrijkse gemeente Strobl, gelegen aan de Wolfgangsee in de deelstaat Salzburg.  Het kamp viel organisatorisch onder het Duitse concentratiekamp Dachau. Het kamp was slechts zeer kort operationeel in het jaar 1941. Er werden circa 24 gevangenen vastgehouden. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor bouwwerkzaamheden. Dit specifieke commando voerde werkzaamheden uit in de regio Strobl, Gschwandt en het nabijgelegen St. Wolfgang.

De locatie Strobl staat in de oorlogsgeschiedenis ook bekend om een andere gebeurtenis. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog (vanaf maart 1945) werd de Belgische koninklijke familie waaronder koning Leopold III door de nazi's onder strenge bewaking van de SS in een villa in Strobl geïnterneerd. Zij werden hier op 7 mei 1945 door het Amerikaanse leger bevrijd. Dit stond echter los van de eerdere inzet van de Dachau-gevangenen in 1941.

Concentratiekamp Struppen

Concentratiekamp Struppen

 

Duitsland

Concentratiekamp Struppen was een zogenaamd vroeg concentratiekamp (Frühkonzentrationslager) dat in maart 1933 in het Saksische Struppen (Duitsland) door de SA werd ingericht in een voormalig landhuis. Het kamp werd reeds in mei 1933 opgeheven, waarna de politieke gevangenen werden overgebracht naar Hohnstein. Struppen, Saksen (Duitsland). Maart 1933 – mei 1933.Beheerder: SA (Sturmabteilung). Het uitschakelen, intimideren en opsluiten van politieke tegenstanders van het nazi-regime (zoals communisten en sociaaldemocraten). Het kamp in Struppen maakte deel uit van de eerste golf van terreur na de machtsovername van Adolf Hitler in 1933. Omdat deze vroege kampen nog niet onder het strakke beheer van de SS en de centrale kampinspectie (zoals bij de latere grote kampen) vielen, waren de omstandigheden en het lot van de gevangenen afhankelijk van de lokale SA-leiders. De gevangenen werden na enkele maanden overgeplaatst naar andere faciliteiten, zoals het kamp in Slot Hohnstein.

Stulln 

Stulln 

 

Duitsland

Het concentratiekamp Stulln (februari tot midden oktober 1942) was het eerste officiële buitenkamp van het naziconcentratiekamp Flossenbürg. Het fungeerde als SS-proefproject voor dwangarbeid in de oorlogsindustrie, waarbij zo'n 100 gevangenen werden ingezet in de fluorietmijnen van Vereinigte Flussspatgruben Stulln GmbH. Stulln, Beieren (Duitsland). Februari 1942 tot 17 oktober 1942. De SS verhuurde de gevangenen (voornamelijk politieke gevangenen en dwangarbeiders) aan private bedrijven voor de winning van fluoriet. Dit mineraal was van vitaal belang voor de Duitse oorlogsindustrie en de chemische productie. In oktober 1942 werd het kamp opgeheven en werden de gevangenen overgeplaatst naar andere projecten en kampen onder leiding van de Waffen-SS.

Stutthof

 

Polen

Concentratiekamp Stutthof was het eerste nazi-concentratiekamp dat buiten het vooroorlogse Duitsland werd opgericht en tevens het laatste kamp dat door de geallieerden werd bevrijd. Het kamp lag 34 kilometer buiten de stad Danzig (het huidige Gdańsk in Polen) bij het dorp Sztutowo. Het deed dienst van 2 september 1939 tot de bevrijding door het Sovjetleger op 9 mei 1945. Geopend daags na de Duitse inval in Polen en pas één dag na het officiële einde van de oorlog bevrijd. Aanvankelijk opgezet om dissidente Polen te elimineren, later een integraal onderdeel van de planmatige uitroeiing van de Europese Joden. Meer dan 110.000 gevangenen uit 28 landen werden er vastgehouden. Naar schatting stierven tussen de 63.000 en 65.000 mensen door marteling, dwangarbeid, ziektes, de gaskamers en de beruchte dodenmarsen.

Concentratiekamp Stryj

Concentratiekamp Stryj

 

Oekraine

Er was geen apart, permanent concentratiekamp in Stryj. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de nazi's in en rond de stad (nu Oekraïne) een zwaarbewaakt getto en dwangarbeidskampen om de Joodse bevolking uit te buiten en vervolgens te vermoorden. In juli 1941 bezetten Duitse troepen de stad, die destijds ongeveer 12.000 Joodse inwoners telde. De Joodse bevolking werd gedwongen in een afgesloten getto in het centrum te wonen. Ze werden ingezet als slavenarbeiders in lokale fabrieken en werkplaatsen. In 1943 werden de meesten gedeporteerd of gefusilleerd. Een groot deel van de overgebleven Joden werd in juni 1943 vermoord in de bossen van Hołobutów. tussen 1941 en 1944 ongeveer 30.000 Joden uit de stad en directe omgeving zijn omgekomen.

Concentratiekamp Strzalków

Concentratiekamp Strzalków

 

Polen

Concentratiekamp Strzałkowo (gelegen in het westen van Polen) was tijdens de Eerste Wereldoorlog een groot krijgsgevangenenkamp. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het door nazi-Duitsland gebruikt als internerings- en doorvoerkamp.  onderdeel van het Duitse gevangenen- en dwangarbeidersnetwerk (Stalag) in de regio Groot-Polen. Gebouwd door het Duitse Keizerrijk en gebruikt om tienduizenden Russische, en later ook Franse en Britse krijgsgevangenen onder zware omstandigheden vast te houden. Vanaf 1939 werd het terrein opnieuw door nazi-Duitsland in gebruik genomen. Het diende voornamelijk als een Stalag (Stammlager / doorgangskamp) voor geallieerde krijgsgevangenen en als strafkamp waar dwangarbeid werd verricht.

Concentratiekamp Strzelce

Concentratiekamp Strzelce

 

Polen

Concentratiekamp Strzelce Arbeitslager Gross Strehlitz in het huidige Polen (Duits: Groß Strehlitz, Pools: Strzelce Opolskie). Dit was vanaf 1940 een nazi-dwangarbeiderskamp (onderdeel van Organisation Schmelt) en een strafgevangenis, en geen vernietigingskamp. Gelegen in Opper-Silezië, destijds Duitsland en nu Zuid-Polen (Opole-regio). Het kamp werd gehuisvest in het lokale Zuchthaus (een grote gevangenis). Gevangenen waaronder Joden, politieke gevangenen en gevangenen uit andere bezette gebieden werden zwaar uitgebuit bij dwangarbeid in de kalksteengroeves en lokale industrie. Vanaf augustus 1942 werden hier ook Joodse mannen uit West-Europa (waaronder België en Nederland) tewerkgesteld nadat zij tijdens de zogenaamde Cosel-transporten uit de treinen naar Auschwitz waren geselecteerd. De omstandigheden waren er mensonterend. Naast honger en mishandeling eiste met name een zware dysenterie-uitbraak in de zomer van 1943 tientallen levens. Het kamp functioneerde tot het in 1945 werd ontruimd en de gevangenen op dodenmarsen werden gestuurd.Meer gedetailleerde historische documentatie, getuigen

Concentratiekamp Strzelnica

Concentratiekamp Strzelnica

 

Polen

Concentratiekamp Strzelnica (gelegen in Starachowice, Polen) was een nazi-dwangarbeiderskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, opgericht in het najaar van 1942 in de buurt van een schietbaan en de munitiefabriek van de Starachowice Mining Company. Joodse gevangenen werden hier vanaf oktober 1942 op brute wijze ingezet als dwangarbeiders voor de productie van munitie onder het beheer van de Reichswerke Hermann Göring. Gevangenen leden onder zware mishandeling, ondervoeding, verschrikkelijke hygiëne en moesten slopende diensten draaien bij de ovens en in de wasserij van het complex. Het kamp werd in 1943/1944 gesloten, waarna gevangenen werden overgeplaatst naar het nabijgelegen Majówka-kamp of gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau en Treblinka.

Concentratiekamp Strzemieszyce

Concentratiekamp Strzemieszyce

 

Polen

Strzemieszyce was een getto gecreëerd door de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het deed dienst als overgangs- en dwangarbeiderskamp waar Joden uit de regio werden samengebracht voordat ze werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Het getto lag in de wijk Strzemieszyce Wielkie (tegenwoordig onderdeel van Dąbrowa Górnicza, Polen) rond de straten Długa (nu Gruszczyńskiego) en Towarowa. Het getto werd in april 1942 opgezet en definitief geliquideerd op 15 juni 1943. Het diende primair als concentratiepunt voor Joden uit Strzemieszyce, Sławków en omliggende dorpen om ze in te zetten als dwangarbeiders in kleermakerijen en bij het sorteren van schroot. Tijdens de liquidatie op 15 juni 1943 werden ongeveer 728 overgebleven Joden direct gedeporteerd naar de gaskamers van Auschwitz. Uiteindelijk hebben slechts ongeveer 70 Joden uit het gebied de oorlog overleefd.

Concentratiekamp Stupki

Concentratiekamp Stupki

 

Oekraine

Stupki was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden nabij Ternopil (destijds Tarnopol) in Oekraïne, actief tussen 1941 en 1942. Het kamp viel onder het Generalgouvernement en werd specifiek opgericht voor de aanleg van de zogenaamde Rollbahn Sued. Gelegen bij het dorp Stupki (Tarnopol) in de regio Galicië. Het was een werkkamp en niet te vergelijken met de grote vernietigingskampen. Gevangenen werden onder zwaarbewaakte en mensonterende omstandigheden te werk gesteld in onder andere steengroeven. De Joodse dwangarbeiders in het kamp leden zwaar onder ondervoeding, ziekte en mishandeling door de kampbewakers. Velen overleefden de dwangarbeid niet, en de meesten werden uiteindelijk in de loop van 1942 en 1943 afgevoerd naar vernietigingskampen (zoals Bełżec) of geëxecuteerd in nabijgelegen bossen, wat onderdeel was van de totale liquidatie van de Joodse bevolking in de regio Tarnopol.

Concentratiekamp Stuttgart

Concentratiekamp Stuttgart

 

Duitsland

De stad was het centrum van verschillende nazi-concentratiekampen (Außenlager), deportatieplaatsen. Deze subkampen vielen organisatorisch onder de hoofdconcentratiekampen Natzweiler-Struthof (in de Elzas) of Flossenbürg.

1. KZ-Außenlager Echterdingen-Bernhausen (Luchthaven Stuttgart) Direct op het terrein van de huidige Luchthaven Stuttgart. Operationeel van november 1944 tot januari 1945. Er werden 600 Joodse dwangarbeiders vastgehouden (velen overgebracht vanuit Auschwitz en Stutthof) om bombardementsschade aan de landingsbanen te herstellen. Ten minste 119 gevangenen stierven binnen twee maanden door uitputting en een vlektyfusepidemie.

2. Belangrijke subkampen in de regio Stuttgart Rondom de stad lagen grotere buitenkampen waar gevangenen onder gruwelijke omstandigheden in de wapen- en vliegtuigindustrie moesten werken: KZ- Leonberg: Gelegen net ten westen van Stuttgart. Gevangenen moesten in de oude Engelberg-autotunnel werken aan de productie van Messerschmitt-gevechtsvliegtuigen. KZ- Vaihingen Dit kamp fungeerde eerst als dwangarbeidskamp voor een ondergrondse fabriek en werd later in de oorlog een hospitaalkamp (Sanitätslager) waar ernstig zieke gevangenen uit de hele regio naartoe werden gebracht om te sterven.

Concentratiekamp Stutthof

Concentratiekamp Stutthof

 

Polen

Concentratiekamp Stutthof was het eerste nazi-concentratiekamp dat buiten het vooroorlogse Duitsland werd opgericht en het allerlaatste kamp dat door de geallieerden werd bevrijd. Het kamp lag 34 kilometer buiten Danzig (het huidige Gdańsk in Polen), nabij het dorp Sztutowo. In totaal hebben hier meer dan 110.000 mensen gevangen gezeten, van wie er naar schatting 63.000 tot 65.000 zijn omgekomen. Sztutowo, Polen (destijds de Vrije Stad Danzig). Van 2 september 1939 tot 9 mei 1945. Eerste kamp buiten Duitsland: Geopend daags na de Duitse inval in Polen. Laatste bevrijde kamp: Bevrijd door het Sovjet-leger, één dag na het officiële einde van de oorlog. Opgericht om hoofdzakelijk dissidente Polen en de intelligentsia te elimineren. Groeide uit tot een officieel Konzentrationslager en werd onderdeel van de planmatige Holocaust. Gevangenen uit 28 landen, waaronder Joden, verzetsstrijders en krijgsgevangenen. Vlak voor de bevrijding stuurde de SS de resterende gevangenen op dodelijke evacuatiewandelingen.

Concentratiekamp Sucha

Concentratiekamp Sucha

 

Polen

Sucha Beskidzka in Zuid-Polen, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een getto was gevestigd. Vanuit dit getto zijn de Joodse inwoners in 1942 gedeporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Auschwitz.  In de regio rond Sucha werden Joodse families in getto's geplaatst alvorens ze werden afgevoerd. Veel inwoners uit Sucha zijn direct na aankomst in Auschwitz-Birkenau in de gaskamers vermoord of bezweken in het kamp.

Concentratiekamp Suchowola

Concentratiekamp Suchowola

 

Polen

Poolse stad Suchowola (gelegen in het woiwodschap Podlachië) speelde een tragische rol tijdens de Holocaust door de oprichting van het Ghetto van Suchowola en de daaropvolgende deportaties naar het nabijgelegen doorgangskamp Kiełbasin. Na de Duitse inval in juni 1941 werd in de herfst van dat jaar het Ghetto van Suchowola opgericht. De nazi's dwongen niet alleen de lokale Joodse bevolking (die destijds bijna de helft van de stad besloeg) het ghetto in, maar brachten er ook Joden uit omliggende dorpen zoals Janów, Korycin en Dąbrowa Białostocka onder. In totaal leefden er ruim 5.000 mensen. De Joodse bewoners moesten onder dwang een omheining bouwen. Ze leefden in extreme overbevolking, leden honger en moesten zware dwangarbeid verrichten. In de herfst van 1942 (oktober/november) hieven de nazi's het ghetto op. De Joden moesten te voet of per kar tientallen kilometers afleggen naar het doorgangskamp Kiełbasin (nabij Grodno, het huidige Wit-Rusland). Dit transitkamp  ook wel aangeduid als het Kolbasin kamp. Vanuit dit doorgangskamp werd het overgrote deel van de Joden uit Suchowola gedeporteerd naar de vernietigingskampen Treblinka en Auschwitz, waar zij direct na aankomst zijn vermoord.

Sudelfeld

Sudelfeld

 

Duitsland

Concentratiekamp Sudelfeld (ook bekend als KZ-Außenlager SS-Berghaus Sudelfeld) was een satellietkamp van Concentratiekamp Dachau. Het kamp bestond tussen 1940 en 1945 in Beieren (Duitsland), en was opgedeeld in twee specifieke locaties rondom de bergpas Sudelfeld (vlakbij Bayrischzell).

1. Het SS-Berghaus Vanaf 1938 werd hier in opdracht van de SS gebouwd aan een luxe vakantieoord voor SS'ers. Gevangenen uit Dachau werden gedwongen de zware bouwwerkzaamheden uit te voeren. Tot 1940 werden zij dagelijks met bussen heen en weer vervoerd, waarna er een permanent buitenkamp werd opgezet. Het hoofdgebouw van dit complex functioneert tegenwoordig als jeugdherberg en wordt gemarkeerd door een gedenkplaat.

2. Het Luftwaffe-kamp Van augustus 1943 tot januari 1944 bestond er tevens een tweede buitenkamp op Sudelfeld. Hier werden specifiek elektromagnetisme-specialisten geïnterneerd. Deze gevangenen werden onder zware dwang ingezet voor geheime hoogfrequent-onderzoeksprojecten van de Luftwaffe.

Südspitze = Sydspissen 

Südspitze = Sydspissen 

 

Noorwegen

Concentratiekamp Südspitze Duitse benaming is inderdaad hetzelfde als Sydspissen. Het lag op de zuidpunt (Sydspissen) van het eiland Tromsøya in Noord-Noorwegen. Opgezet door de Duitse bezettingsautoriteiten in juni 1941. Het diende als politiek gevangenenkamp (Polizeihäftlingslager Südspitze) voor Noorse verzetsstrijders, intellectuelen, Joodse mannen en later als dwangarbeiderskamp voor Sovjetgevangenen. De omstandigheden waren er berucht zwaar. Vanwege overbevolking en wreedheden werden gevangenen al snel overgeplaatst naar het nabijgelegen kamp Tromsdalen.

Concentratiekamp Suha Balca

Concentratiekamp Suha Balca

 

Oekraine

Suha Balca (of Sukha Balka) was een Roemeens dwangarbeiders- en concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de regio Transnistrië, een gebied in het zuidwesten van het huidige Oekraïne dat destijds door Roemenië werd bezet en bestuurd onder de militaire dictatuur van Ion Antonescu. Eind oktober en begin november 1941 vormden de Roemeense autoriteiten een vervallen Sovjet-staatsboerderij (sovkhoz) om tot een overheidsonderneming genaamd Ferma de Stat Suha Balca. Het kamp werd gebruikt voor de opsluiting en uitbuiting van Joden en Roma. Er werden zowel Joden vastgehouden die uit Roemenië waren gedeporteerd, als lokale Oekraïense Joden. Daarnaast werden er meer dan 1.600 Roma naartoe gedeporteerd. Gevangenen leefden onder erbarmelijke omstandigheden in grote agrarische gebouwen waar voorheen vee en graan werden opgeslagen. Het kamp werd bewaakt door Roemeense gendarmerie. De gevangenen moesten zwaar agrarisch werk verrichten op de velden, stallen schoonmaken en de boerderij renoveren. In 1943 werden er ook winstgevende ambachtelijke werkplaatsen ingericht (zoals voor kleermakers, elektriciens en kappers) waar Joodse specialisten moesten werken. Het kamp was tevens een oord van massale wreedheden: Op 23 september 1942 werden 413 Joodse gevangenen uit Suha Balca naar het nabijgelegen Rastadt gemarcheerd. Daar werden zij door de Selbstschutz (een lokale politie-eenheid van etnische Duitsers) vermoord, waarna hun lichamen werden verbrand.Volgens schattingen  zijn er in de regio rondom Rastadt en Suha Balca in totaal zo'n 20,000 Joden vermoord en in massagraven begraven of verbrand.

Concentratiekamp Suha Verba

Concentratiekamp Suha Verba

 

Oekraine

Suha Verba was een concentratie- en werkkamp in het district Mostovoi (Transnistrië), onderdeel van het door nazi-Duitsland en Roemenië bezette gebied tijdens de Holocaust. Het kamp, gelegen nabij de gelijknamige collectieve boerderij, diende als executieplaats waar in juni 1942 naar schatting 1.200 Joden werden vermoord. Mostovoi-district, Transnistrië. Het betrof voornamelijk gedeporteerde Joden, van wie velen uit Odessa afkomstig waren. Gevangenen werden gedwongen hun eigen graf te delven, waarna ze door lokale etnische Duitsers (Volksduitsers) werden doodgeschoten.

Suhl 

Suhl 

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Suhl was een relatief klein buitenkamp van het  concentratiekamp Buchenwald. Het functioneerde slechts zeer kort, van 15 juli tot 2 oktober 1943. Het kamp werd gevestigd bij de Wilhelm-Gustloff-Werke in Suhl (Thüringen, Duitsland). De gevangenen werden door de SS ingezet voor de bouw van barakken die moesten dienen als huisvesting voor dwangarbeiders. Er zaten doorgaans tussen de 80 en 100 gevangenen in het kamp, voornamelijk politieke gevangenen uit onder andere Rusland en Polen. Het regime was zwaar. Minstens één gevangene werd na een vluchtpoging door een bewaker doodgeslagen. Begin oktober 1943 werd het kamp in Suhl alweer opgeheven. De gevangenen werden teruggestuurd naar het hoofdkamp Buchenwald en overgebracht naar de ondergrondse fabrieken van Mittelbau-Dora.

Concentratiekamp Sulejów

Concentratiekamp Sulejów

 

Polen

Het concentratiekamp in Sulejów (Polen) was een  nazi-dwangarbeidskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de SS werd gebruikt als werkkamp (buitenpost van concentratiekamp Auschwitz).  Het kamp huisvestte voornamelijk Joden. Zij werden zwaar uitgebuit bij zware dwangarbeid. In de zomer van 1944 werd het kamp abrupt geliquideerd. Gevangenen werden gefusilleerd of weggevoerd, vaak naar vernietigingskampen. Veel gevangenen werden gedwongen hun eigen massagraven te graven nabij de oude Joodse begraafplaats. Daarna werden ze daar geëxecuteerd en de begraafplaats werd vernietigd door de Duitsers om bewijzen uit te wissen.

Het stadje Sulejów werd in september 1939 al zwaar gebombardeerd door de Luftwaffe, waarbij meer dan 1000 Joodse vluchtelingen en inwoners omkwamen.

Sulza

Sulza

 

Duitsland

Concentratiekamp Bad Sulza was een vroeg naziconcentratiekamp in Thüringen (Duitsland), actief van 1933 tot 1937. Het was het eerste kamp in de regio en diende als een directe voorloper van het kamp Buchenwald. Gevestigd in een voormalig hotel in Bad Sulza. 2 november 1933 tot 15 juli 1937. Ongeveer 850 gevangenen werden er opgesloten, hoofdzakelijk politieke tegenstanders van het nazi-regime. Gevangenen werden ingezet bij zware arbeid in een nabijgelegen steengroeve. Het kamp werd in 1937 opgeheven en de gevangenen werden overgebracht naar grotere kampen, waaronder Lichtenburg en later Buchenwald.

Concentratiekamp Şumilovca

Concentratiekamp Şumilovca

 

Oekraine

Concentratiekamp Şumilovca was een door de Roemeense autoriteiten gecontroleerd kamp (en later ghetto) in Transnistrië, Oekraïne. Vanaf het najaar van 1941 werden hier voornamelijk gedeporteerde Joden uit Bessarabië en Boekovina geïnterneerd. De omstandigheden waren er mensonterend en het Rode Leger bevrijdde het kamp in maart 1944. Şumilovca (tegenwoordig Shumyliv, Oekraïne) lag in het door Roemenië bezette gebied Transnistrië. Het werd niet beheerd door nazi-Duitsland, maar door de Roemeense gendarmerie. Het kamp werd in het najaar van 1941 ingericht als een kolonie of werkkamp voor Joden die uit Roemeense provincies waren gedeporteerd. In oktober 1941 registreerde de lokale gendarmerie 174 Joodse gevangenen (59 mannen, 76 vrouwen en 39 kinderen). De gevangenen leefden in overvolle, onhygiënische barakken en leden zwaar onder honger en dwangarbeid. Het Rode Leger heroverde het gebied en bevrijdde het kamp begin maart 1944. Enkele Joden werden vervolgens ingelijfd bij het leger, terwijl andere overlevenden probeerden terug te keren naar huis.

Concentratiekamp Sumovca

Concentratiekamp Sumovca

 

Oekraine

Het concentratiekamp Sumovca (ook wel gespeld als Sumovka) was een concentratie- en dwangarbeiderskamp in het door de nazi's en Roemenen bezette gebied Transnistrië (huidig Oekraïne, regio Vinnytsia/Mykolajiv). Het maakte deel uit van een netwerk van vernietigings- en werkkampen. Het kamp was gesitueerd nabij het dorp Sumivka (Sumovka) in de huidige regio Vinnytsia, Oekraïne. Het kamp was actief tijdens de Tweede Wereldoorlog onder Roemeens bestuur (de periode 1941 - 1944). Het kamp werd gebruikt om gedeporteerde Joden en andere vervolgden op te sluiten. Deportees in dit gebied werden blootgesteld aan dwangarbeid, zware mishandelingen, ondervoeding en dodelijke ziektes zoals tyfus.

Concentratiekamp Suschen

Concentratiekamp Suschen

 

Duitsland

Concentratiekamp Suschen (officieel Arbeitserziehungslager Zöschen) wordt een berucht nazikamp uit de Tweede Wereldoorlog bedoeld. Het was vanaf de zomer van 1944 een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Honderden Nederlandse dwangarbeiders, waaronder veel Merwedegijzelaars, werden hier tewerkgesteld. Het kamp lag bij de plaats Zöschen, gelegen tussen Merseburg en Leipzig in Duitsland. Het was een Arbeitserziehungslager (AEL) van de Gestapo; een straf- en werkheropvoedingskamp. Gevangenen werden hier zwaar mishandeld en moesten dwangarbeid verrichten in de nabijgelegen Leuna-fabrieken en de bouw van de BUNA-fabrieken. Het kamp werd in de zomer van 1944 deels gebouwd door Nederlandse jongemannen en gijzelaars die bij grote represaille-razzia's (onder andere in de regio rond de Merwede) waren opgepakt. De leef- en werkomstandigheden waren erbarmelijk. Tussen september 1944 en de bevrijding op 15 april 1945 kwamen er meer dan 500 gevangenen om het leven, waaronder ongeveer 130 Nederlanders.

Concentratiekamp Suschenhof

Concentratiekamp Suschenhof

 

Letland

Suschenhof (tegenwoordig Suži genoemd) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (tevens bekend als Zwangsarbeitslager) dat in de buurt van de Letse hoofdstad Riga lag. Het functioneerde als een van de buitenkampen en subkampen van het beruchte concentratiekamp Kaiserwald in Letland.Voor de oorlog was het landgoed van Suschenhof (gelegen nabij het Meer van Ķīšezers) in gebruik als een christelijk opleidings- en zendingsinstituut, het Baltic Union School van de Zevende-dags Adventisten. Onder nazi-Duitse bezetting werd de locatie omgevormd tot een werkkamp waar Joodse gevangenen waaronder velen uit Duitsland en andere bezette gebieden onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten.

Svatava

Svatava

 

Tsjechie

Concentratiekamp Svatava (tijdens de oorlog bekend als Zwodau) was een nazi-vrouwenkamp in Tsjechië. Het fungeerde vanaf eind 1943 als Außenlager van concentratiekamp Flossenbürg. Meer dan 2000 vrouwen waaronder Joodse vrouwen en verzetsstrijders uit onder andere Nederland werden hier tewerkgesteld onder zware omstandigheden. Gelegen in Svatava (destijds Zwodau) nabij Sokolov in Tsjechië. December 1943 tot de bevrijding op 20 april 1945. Ruim 2000 vrouwen hebben er in de loop der tijd vastgezeten. In de laatste fase verbleven er ongeveer 750 vrouwen tegelijk, waaronder een aanzienlijk aantal Nederlandse gevangenen. De gevangenen werden gedwongen tot zware arbeid in de textielfabriek van Ignaz Schmieger en in de lokale vliegtuigonderdelenindustrie.

Concentratiekamp Svätý Jur

Concentratiekamp Svätý Jur

 

Slowakije

Het concentratiekamp in Svätý Jur (Slowakije) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (opgericht in juli 1943) voor Joodse mannen. Het kamp viel onder het gezag van het Slowaakse Ministerie van Defensie en werd zwaar bewaakt door de fascistische Hlinka-garde. Gevangenen werden ondergebracht in primitieve barakken en stallen buiten het dorp. Het was hen streng verboden om Svätý Jur binnen te gaan. Het kamp bood plaats aan circa 130 tot 150 dwangarbeiders. De meesten waren Joodse mannen, vaak voormalig militair personeel, die hun status als soldaat verloren en werden ingezet als dwangarbeider. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid. In mei 1943 verslechterden de omstandigheden in het kamp drastisch toen het toezicht volledig werd overgedragen aan de Hlinka-garde.

Concentratiekamp Švencionys

Concentratiekamp Švencionys

 

Litouwen

Het concentratiekamp Švencionys (Švenčionys) in Litouwen was in de Tweede Wereldoorlog een Joods getto en tijdelijk doorgangskamp. Van juli 1941 tot april 1943 werden hier zo'n 1.500 Joden vastgehouden, die later met duizenden anderen uit de regio in massamoorden in nabijgelegen bossen werden omgebracht. Het getto en de kampbarakken waren gevestigd in het centrale stadspark van Švenčionys. De nazi-bezetters en lokale collaborateurs sloten hier niet alleen de Joodse inwoners van het stadje op, maar ook duizenden Joden uit omliggende dorpen en steden in de regio. In oktober 1941 werden zo'n 8.000 Joden gedwongen onder mensonterende omstandigheden vastgehouden. Velen stierven door ontbering en marteling nog vóór ze werden weggevoerd. De gevangenen werden vervolgens in de bossen (voornamelijk bij Žeimena/Švenčionėliai en Platumai) door massale executies vermoord.

Concentratiekamp Svydova

Concentratiekamp Svydova

 

Oekraine

Svydova (Oekraïne) een nazi-werkkamp/boerderij in de buurt van Chortkiv. Het diende van eind 1942 tot 1943 als een plek voor dwangarbeid. In juni 1943 werden hier honderden Joodse burgers geëxecuteerd. Joodse inwoners uit getto’s (zoals Tsjortkiv) kochten of ruilden soms hun bezittingen om op de lijst te komen voor dit werkkamp, in de hoop aan deportatie te ontkomen. Op 24-26 juni 1943 vond er een grootschalige Aktion plaats op het landgoed nabij het naburige Tovste (Tolstoye). Hierbij zijn alleen al in Svydova ca. 435 Joodse mensen door de nazi's doodgeschoten bij een kuil. Een klein aantal wist te ontkomen en zich te verschuiven in nabijgelegen grotten tot de regio in 1944 werd bevrijd.

Concentratiekamp Swidnik

Concentratiekamp Swidnik

 

Polen

De stad Świdnik ligt in Oost-Polen, direct naast de grotere stad Lublin. een kamp in deze regio concentratie- en vernietigingskamp Majdanek (officieel Konzentrationslager Lublin). Het terrein van het voormalige kamp Majdanek ligt aan de rand van Lublin, hemelsbreed slechts enkele kilometers verwijderd van de huidige stadsgrenzen van Świdnik. Het vliegveld van Świdnik: In Świdnik lag destijds een strategisch belangrijk militair vliegveld van de Duitse Luftwaffe. Gevangenen uit Majdanek en nabijgelegen (Joodse) werkkampen werden door de nazi's ingezet als dwangarbeiders om op en rond dit vliegveld te werken. Omdat Świdnik hier direct mee verbonden. Het opende in 1941 en fungeerde zowel als krijgsgevangenenkamp, strafkamp als grootschalig vernietigingskamp met gaskamers. Er hebben naar schatting 150.000 mensen gevangen gezeten. Ongeveer 80.000 mensen zijn er omgebracht, van wie het merendeel (circa 60.000) Joods was. Majdanek werd in juli 1944 als eerste grote nazi-kamp door het Sovjet-leger (het Rode Leger) bevrijd. Omdat de Duitsers het kamp haastig moesten verlaten, bleef de infrastructuur (inclusief de gaskamers en barakken) grotendeels intact achter. 

Concentratiekamp Swidwowiec

Concentratiekamp Swidwowiec

 

Polen

Swidwowiec (vaak geschreven als Świdwowiec) was nazi-werkkamp (Arbeitslager) en de locatie van een Joodse begraafplaats waar tijdens de Tweede Wereldoorlog wreedheden hebben plaatsgevonden. Het nazi-regime zette in de regio rond Świdwowiec (nabij de plaats Trzciel) een werkkamp op. Gevangenen, voornamelijk Joden, werden hier ingezet voor zware gedwongen arbeid, zoals bosbouw en de aanleg van infrastructuur. De Joodse begraafplaats van Trzciel ligt officieel op het administratieve grondgebied van het dorp Świdwowiec. Tijdens de bezetting gebruikten de nazi's deze afgelegen bosrijke locatie voor massa-executies van lokale Joden en kampgevangenen.

Concentratiekamp Swierze

Concentratiekamp Swierze

 

Polen

Concentratiekamp Swierze (Świerże) verwijst naar een Joods getto en tijdelijk doorgangskamp dat in de lente van 1940 door de nazi's werd opgezet in het dorp Świerże (nabij Chełm in de regio Lublin, Polen). In het voorjaar van 1940 dwongen de nazi-Duitsers de Joodse bevolking van Świerże en omringende dorpen om in het getto te wonen. In december 1940 werden hier tevens zo'n 80 Joodse vluchtelingen uit Krakau naartoe gestuurd. In de periode 1941-1942 verbleven er tussen de 450 en 800 Joden in het getto, inclusief vluchtelingen uit andere omliggende regio's. Het getto van Świerże fungeerde uiteindelijk als een doorgangskamp voor vernietiging. In september 1942 werden de gevangenen gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibór, alwaar de meesten werden vermoord.

Concentratiekamp Sychevka

Concentratiekamp Sychevka

 

Rusland

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Sychevka (ook wel Sytschewka genoemd, in de oblast Smolensk, Rusland) de locatie van een Duitse militaire doorgangslager (Dulag 182) en een getto voor de Joodse bevolking. Het fungeerde niet als officieel concentratiekamp, maar als wreed interneringskamp voor krijgsgevangenen en dwangarbeiders.

Dulag 182: De Duitse Wehrmacht richtte hier een doorgangslager in voor gevangengenomen Sovjetsoldaten en burgers. De omstandigheden waren er mensonterend, met massale sterfte door honger, ziekte en zware dwangarbeid.

Getto: Na de Duitse bezetting in oktober 1941 werden de overgebleven Joodse inwoners van Sychevka geregistreerd en geïsoleerd in een getto. Ze werden ingezet als dwangarbeiders.

In de regio vonden diverse massa-executies plaats. Onder andere in januari 1942 werden Joodse inwoners door Duitse eenheden (zoals de Sonderkommando 7a) buiten het dorp Piskovo gefusilleerd. Tijdens de bloedige Slagen om Rzjev en Sychevka (waaronder Operatie Mars in 1942) was het gebied een van de zwaarst bevochten frontlinies van het Oostfront.

Sydspissen = Südspitze

Concentratiekamp Sydspissen

 

Noorwegen

Concentratiekamp Sydspissen (Duits: Polizeihäftlingslager Südspitze) was een nazi-concentratiekamp in Tromsø, Noorwegen. Het kamp werd in juni 1941 geopend en stond om zijn mensonterende omstandigheden. Honderden gevangenen, waaronder Joodse Noren, verzetsstrijders en Sovjet-krijgsgevangenen, werden er zwaar mishandeld en uitgebuit. Al in juni 1941 werden 15 Joodse mannen uit Tromsø hier opgesloten. Velen van hen werden in 1942 naar concentratiekamp Grini gestuurd en vonden uiteindelijk de dood in Auschwitz. Later fungeerde het als kamp voor Noorse leraren en verzetsstrijders die zich verzetten tegen de nazificatie van scholen, en daarna als werkkamp voor Sovjet-krijgsgevangenen. Vanwege overbevolking en slechte hygiëne werden de gevangenen overgeplaatst naar het nieuwe kamp Krøkebærsletta in Tromsdalen.

Szerokopas = Schirkenpaß

Szerokopas = Schirkenpaß

 

Polen

Szerokopas (vaak geschreven als Szeroki Pas) stond tijdens de Duitse bezetting van Polen officieel bekend onder de Duitse naam Schirkenpaß. Het kamp bevond zich in het Poolse dorp Szerokopas, gelegen in de gemeente Chełmża (district Toruń, woiwodschap Kujawië-Pommeren). Het was een nazi-buitenkamp (Außenlager) dat organisatorisch onder het grotere concentratiekamp Stutthof viel. Het fungeerde specifiek als een Zwangsarbeitslager für Juden, met name als een vrouwenkamp waar vrouwelijke gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Het buitenkamp was operationeel van 1 augustus 1944 tot 31 januari 1945.

Concentratiekamp Syrez

Concentratiekamp Syrez

 

Oekraine

Concentratiekamp Syrets (ook wel Kiev-West genoemd) was een nazi-concentratie- en werkkamp in de Oekraïense hoofdstad Kiev, dat in 1942 werd opgericht. Het kamp werd berucht doordat gevangenen werden gedwongen de massagraven van Babi Jar te ontruimen en de lichamen te verbranden om bewijzen van massamoord uit te wissen. Het kamp lag in de wijk Syrets, in het westelijke deel van Kiev. Het functioneerde als een Arbeitserziehungslager (correctiekamp). Gevangenen werden onderworpen aan zware dwangarbeid, extreme mishandeling en willekeurige executies. In de zomer en herfst van 1943 kregen de nazi's angst voor de oprukkende geallieerden en startten ze Sonderaktion 1005 om de sporen van de Holocaust in Oost-Europa uit te wissen. Honderden gevangenen uit kamp Syrets, waaronder Joodse gevangenen, werden gedwongen om de tienduizenden lijken uit het ravijn van Babi Jar op te graven en te verbranden. De overgebleven menselijke resten werden vermalen. Het doel van de nazi's was om ook deze dwangarbeiders uiteindelijk uit te moorden, zodat er geen getuigen overbleven. Enkele gevangenen wisten echter vlak voor de liquidatie te ontsnappen.

Concentratiekamp Szaflary

Concentratiekamp Szaflary

 

Polen

Szaflary werd als dorp tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s gebruikt voor dwangarbeid (wegwerkzaamheden), en vonden er deportaties en rassenselecties plaats. Veel Joodse en Poolse inwoners werden van hieruit overgebracht naar Auschwitz. In de vroege jaren van de Duitse bezetting werden ongeveer 150 werklozen (voornamelijk uit Krakau) naar de regio gestuurd om in en rond Szaflary dwangarbeid te verrichten aan de aanleg van wegen. In 1942 voerden Duitse nazi-antropologen en etnologen in Szaflary menselijke metingen en medische onderzoeken uit bij de plaatselijke Górale-bevolking. Dit gebeurde onder het mom van medisch onderzoek, maar was in werkelijkheid onderdeel van racistische assimilatieprogramma's. Szaflary diende ook als doorgangspunt en locatie van arrestaties voor de Holocaust. 

Concentratiekamp Szczeglacin

Concentratiekamp Szczeglacin

 

Polen

Het concentratiekamp Szczeglacin was een Joods dwangarbeiderskamp (Judenlager) dat tussen 1940 en 1942 door de nazi's werd geëxploiteerd in het dorp Szczeglacin (gemeente Korczew, in het oosten van Mazovië, Polen). Minstens 100 tot honderden Joden uit de getto's in de regio Sokołów-Węgrów werden hier tewerkgesteld onder onmenselijke omstandigheden. Ze moesten zware dwangarbeid verrichten om de Kołodziejka-rivier te reguleren. Het kamp werd in de ochtend van 22 oktober 1942 ontbonden en de gevangenen werden op brute wijze vermoord, vaak met knuppels.

Concentratiekamp Szczepanów

Concentratiekamp Szczepanów

 

Polen

Het concentratiekamp Szczepanów (gelegen in het gelijknamige Poolse dorp, nabij Tarnów) was tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's ingericht als dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen. Het viel onder het bestuur van het Generalgouvernement en maakte deel uit van het grotere netwerk van nazikampen in de regio. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in de omgeving. De Joodse bevolking uit nabijgelegen steden (zoals Tarnów) werd op transport gezet, waarna velen direct naar vernietigingskampen werden gestuurd of in de regio werden geëxecuteerd.

Concentratiekamp Szebnie

Concentratiekamp Szebnie

 

Polen

Concentratiekamp Szebnie was een nazi-dwangarbeiderskamp in het zuidoosten van bezet Polen. Het kamp, dat aanvankelijk in 1940 werd gebouwd als paardenstallen voor de Wehrmacht, kende een zeer gewelddadige geschiedenis. Gelegen in het district Krakau, nabij het dorpje Szebnie. Ongeveer 10 kilometer ten oosten van Jasło en 42 kilometer ten zuidwesten van Rzeszów. Het station Moderówka lag op slechts 2 kilometer afstand. Het kamp heeft door de jaren heen verschillende doelen gediend. Het was een detentie- en werkkamp waar tienduizenden mensen werden vastgehouden en gedwongen tot zware arbeid. De groep gevangenen was divers en bestond onder meer uit Joden, Polen, Sovjet-krijgsgevangenen, Oekraïners en Roma. Het kamp werd op 3 november 1943 geliquideerd door middel van massale executies van de gevangenen. Later werden de barakken verwoest. Op 8 september 1944 trokken Sovjettroepen het zwaar beschadigde en verlaten kamp binnen.

Concentratiekamp Szenejki

Concentratiekamp Szenejki

 

Polen

Concentratiekamp Szydlow

Concentratiekamp Szydlow

 

Polen

Szydłów een stad in Zuidoost-Polen waar  een getto was gevestigd. De Joodse inwoners werden in oktober 1942 gedeporteerd naar vernietigingskampen. Tijdens de Duitse bezetting van Polen vonden in Szydłów de volgende tragische gebeurtenissen plaats: In oktober 1942 werden de ongeveer 680 Joodse inwoners van Szydłów door de nazi's overgebracht naar het getto van Chmielnik. Degenen die niet in staat waren om te lopen, werden direct gefusilleerd. Vanuit Chmielnik werden de Joden uit Szydłów op transport gezet naar het vernietigingskamp Treblinka, waar ze in de gaskamers werden vermoord. Er zijn ook executies in Szydłów zelf uitgevoerd. 

Concentratiekamp Szydłowiec

Concentratiekamp Szydłowiec

 

Polen

In de Poolse stad Szydłowiec was de locatie van een groot Joods getto en een wreed nazi-dwangarbeidskamp. Het overgrote deel van de Joodse bevolking uit deze regio is via de getto's van Szydłowiec gedeporteerd en vermoord in het vernietigingskamp Treblinka. De geschiedenis van de Jodenvervolging in Szydłowiec verloopt via een aantal duidelijke fasen: Bezetting en eerste getto (1939 – september 1942) Bezetting: Het Duitse leger nam de stad op 9 september 1939 in. Direct daarna begonnen de anti-Joodse maatregelen en de inzet van Joden als dwangarbeiders. Het Eerste Getto: In de loop van 1940 en 1941 werd de Joodse bevolking (die destijds driekwart van de stad uitmaakte) geïsoleerd. Later werden hier ook Joden uit omliggende dorpen en steden naartoe gedreven, waardoor de populatie interim opliep tot meer dan 16.000 mensen. Eerste Liquidatie: Op 23 september 1942 omsingelden Duitse troepen en hulptroepen het getto. Ongeveer 10.000 tot 12.000 Joden werden te voet naar het nabijgelegen treinstation in Sadek gedreven en per veewagen gedeporteerd naar vernietigingskamp Treblinka. Velen werden tijdens de mars al doodgeschoten. Het Herstelde Getto en dwangarbeid (november 1942 – januari 1943) De Valstrik: In november 1942 richtten de nazi's een zogenaamd hersteld getto (Joodse woonwijk) in. Ze beloofden Joden die in de bossen ondergedoken zaten veiligheid en werk als ze zouden terugkeren. Ongeveer 5.000 Joden verzamelden zich in dit zwaar beschadigde, met prikkeldraad afgezette getto. Zij werden ingezet voor zware dwangarbeid in lokale werkplaatsen of geselecteerd voor nabijgelegen grotere munitiekampen (zoals het beruchte Hasag-kamp in Skarżysko-Kamienna). Op 8 januari 1943 werd ook dit tweede getto omsingeld. Op 13 januari 1943 voerden de SS en Oekraïense hulptroepen de resterende bewoners af. Na brute plunderingen en executies ter plaatse werden de laatste 5.000 Joden eveneens naar Treblinka gestuurd om te worden vergast. Hiermee hield de eeuwenoude Joodse gemeenschap van Szydłowiec op te bestaan.

Szymanów

Szymanów

 

Polen

Er heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog geen Duits concentratiekamp of dwangarbeiderskamp met de naam Szymanów bestaan. Wanneer de plaats Szymanów (gelegen nabij Warschau in Polen) in de context van de Holocaust wordt genoemd, gaat dit vrijwel altijd over de grootschalige redding van Joodse kinderen. Het klooster van Szymanów als schuilplaatsIn Szymanów bevindt zich een historisch klooster van de Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis (Siostry Niepokalanki). Tijdens de Duitse bezetting speelde dit klooster een centrale, moedige rol in het verzet: Opvang van kinderen uit het getto: In samenwerking met de Poolse ondergrondse hulporganisatie voor Joden, Żegota (waaronder de bekende verzetsstrijdster Irena Sendler), werden Joodse kinderen clandestien uit het Getto van Warschau gesmokkeld. Valse identiteiten: De nonnen vingen deze kinderen en wezen op in hun kostschool. Ze gaven hen valse katholieke identiteiten om hen te beschermen tegen de nazi's. Alle nonnen in het klooster waren op de hoogte van de situatie. Het verbergen van Joden werd door de Duitse bezetter in Polen bestraft met de doodstraf voor de helper én diens hele familie of gemeenschap. Hulp aan volwassenen: Naast kinderen bood het klooster ook tijdelijk onderdak en voedsel aan volwassen Joodse vluchtelingen.

T

Concentratiekamp Tabakova Cheshma

Concentratiekamp Tabakova Cheshma

 

Bulgarije

Tabakova Cheshma was een Joods concentratiekamp in Bulgarije, gelegen aan de rand van de stad Pleven. Het kamp functioneerde begin 1944 onder toezicht van het Commissariaat voor Joodse Zaken (KEV). Het kamp diende als strafkamp voor Joden die zich niet hielden aan de antisemitische wetgeving (zoals het negeren van avondklokken of het niet dragen van de Jodenster). Ook werden er mensen vastgehouden op verdenking van communistische sympathieën of zwarthandel. Na een brand in het kamp in het voorjaar van 1944 werden de gevangenen overgebracht naar het nabijgelegen kamp Kailŭka.

Tailfingen

Tailfingen

 

Duitsland

Concentratiekamp Hailfingen-Tailfingen was een nazi-buitenkamp (Außenlager) van het elzassische concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp bestond van november 1944 tot februari 1945 op de grens van de dorpen Hailfingen en Tailfingen in Baden-Württemberg, Duitsland. De SS bracht 601 Joodse mannen naar het kamp. Veel slachtoffers kwamen via het concentratiekamp Stutthof en Auschwitz. Dwangarbeiders sliepen op de grond in een houten vliegtuighangar. Gevangenen moesten een startbaan voor militaire nachtjagers bouwen. Zeker 75 mannen stierven direct door uitputting en mishandeling.

Taloenkamp

 

Indonesie

Onder de naam Taloenkamp (of kamp Taloen) zijn in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Bersiap-periode in voormalig Nederlands-Indië twee verschillende interneringskampen bekend:

1. Taloenkamp in Garoet (Krijgsgevangenkamp) Garoet (ten zuidoosten van Bandoeng, West-Java). Een Japans krijgsgevangenkamp dat functioneerde van maart 1942 tot juli 1942. Gevangenen werden ondergebracht in de plaatselijke Normaalschool en de aangrenzende Hollands-Inlandse School (HIS). Dit kamp werd door de Japanse bezetter specifiek gebruikt om Australische krijgsgevangenen te detineren.

2. Kamp Taloen in Blitar (Republikeins Bersiap-kamp) Taloen (ongeveer 15 kilometer ten oosten van Blitar, Oost-Java). Een Republikeins interneringskamp tijdens de Bersiap-periode, geopend vanaf januari 1946. Een groot landhuis aan de rand van het dorp zonder meubilair en elektriciteit. Circa 136 tot 140 Indo-Europese vrouwen en kinderen die eerder in kamp Slemanan vastzaten. De leefomstandigheden waren slecht; men sliep op de grond en kreeg minimale rantsoenen. 

 

Tallinn

Concentratiekamp Tallinn

 

Estland

In en en rondom de Estse hoofdstad Tallinn bestond tijdens de Duitse bezetting (1941–1944)  een netwerk van subkampen, strafkampen en executieplaatsen onder nazi-regime. De belangrijkste locaties van nazi-terreur in en nabij Tallinn zijn onder te verdelen in drie categorieën:

1. De Centrale Gevangenis van Tallinn (Patarei) De Centrale Gevangenis van Tallinn (Tallinna Keskvangla, beter bekend als Patarei) werd direct na de Duitse inval in 1941 omgevormd tot een werkkamp en gevangenis (Arbeitserziehungslager) onder leiding van de Estse Veiligheidspolitie en de SD. Hier werden politieke gevangenen, verzetsstrijders en Joden opgesloten en verhoord. Duizenden gevangenen werden vanuit deze gevangenis per vrachtwagen naar executieplaatsen buiten de stad gebracht, zoals de anti-tankgracht van Valdeku. Na de oorlog werd het complex door de Sovjet-Unie (KGB) tot 2005 gebruikt als gevangenis.

2. Concentratiekamp Klooga (38 km buiten Tallinn) Klooga was het grootste en beruchtste nazi-concentratiekamp in de nabijheid van Tallinn. Het opende in september 1943 als een subkamp van het grotere Vaivara-kampencomplex in het oosten van Estland. Een dwangarbeidskamp waar zo'n 2.000 tot 3.000 gevangenen (grotendeels Joden uit de getto's van Vilnius en Kaunas) moesten werken in de hout- en betonindustrie. De massamoord: Op 19 september 1944, toen het Rode Leger snel naderde, executeerde de SS in één dag circa 2.000 resterende gevangenen. Hun lichamen werden op grote brandstapels gegooid om het bewijs te vernietigen.

3. Jägala en de executieplaats Kalevi-Liiva (30 km buiten Tallinn)Het werkkamp Jägala bestond slechts één jaar (augustus 1942 – augustus 1943) en werd gerund door Estse collaborateurs en de SD. Het diende als doorgangs- en selectiekamp voor transporten met Joden uit onder andere Theresienstadt, Berlijn en Frankfurt. Wie niet kon werken (vooral ouderen en kinderen), werd direct naar de nabijgelegen duinen van Kalevi-Liiva gebracht en in massagraf-kuilen gefusilleerd. Naar schatting zijn op deze specifieke plek tussen de 3.000 en 6.000 mensen vermoord.

Concentratiekamp Talzaza Menaba

Concentratiekamp Talzaza Menaba

 

Algerije

Talzaza Menaba (ook gespeld als Menabba) was een berucht dwangarbeiderskamp in Algerije, dat in 1941 werd opgezet door de autoriteiten van het Vichy-regime. Het deed dienst als een strafkamp (subkamp van Colomb-Béchar). Het kamp lag in de woestijn in het noordwesten van Algerije, ongeveer 35 kilometer ten noorden van Colomb-Béchar en vlakbij de Marokkaanse grens.De gevangenen werden gedwongen tot zware steengroevearbeid. Deze stenen werden gebruikt voor de aanleg van de Trans-Sahara spoorlijn (de Méditerranée au Niger spoorlijn). Het kamp bood officieel plaats aan ongeveer 100 dwangarbeiders. Het bestond voornamelijk uit buitenlandse arbeiders en politieke gevangenen. De omstandigheden in het woestijnkamp waren zeer zwaar, wat leidde tot ernstige uitputting en ziekten onder de gevangenen.

Concentratiekamp Tamanar

Concentratiekamp Tamanar

 

Marokko

Concentratiekamp Tamanar, gelegen in het zuidwesten van Marokko (tussen Agadir en Essaouira), was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiders- en interneringskamp. Het werd vanaf juni 1940 bestuurd door het collaborerende Vichy-regime. Het kamp huisvestte voornamelijk buitenlandse arbeiders, politieke dissidenten, Joodse vrijwilligers van het Franse Vreemdelingenlegioen en Spaanse republikeinen. Het stond formeel bekend als Groupe des Travailleurs Étrangers (GTE) No. 7. Gevangenen verbleven in kleine barakken. Hoewel het geen nazi-vernietigingskamp was, werden de gevangenen blootgesteld aan zware dwangarbeid en erbarmelijke omstandigheden. Na de geallieerde landingen in Noord-Afrika (Operatie Torch in november 1942) werden de kampen onder controle van de geallieerden geplaatst en geleidelijk ontmanteld.

Tamuan

 

Thailand

Tamuan (Tamuang) was een Japans krijgsgevangenen- en hospitaalkamp in Thailand tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gelegen aan de Birmaspoorweg, diende het als opvang- en verzamelplaats voor duizenden geallieerde krijgsgevangenen, waaronder veel Nederlanders, die dwangarbeid moesten verrichten. Ongeveer 39 kilometer ten noorden van Nong Pladuk en 11 kilometer ten zuiden van Kanchanaburi. Werd in april 1944 ingericht als het grote centrale hospitaalkamp voor zieke en ondervoede dwangarbeiders. 

Tanahtinggi

 

Nieuw Guinea

Concentratiekamp Tanah Tinggi een Japans interneringskamp in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast werd het hoger gelegen deel van het Nederlandse strafkamp Boven-Digoel (Nieuw-Guinea) ook wel Tanah Tinggi genoemd.

1. Tanahtinggi (Japans Burgerkamp, Java) Dit was een burgerkamp gevestigd in de voormalige jeugdgevangenis van Tanahtinggi (Tangerang), ongeveer 20 km ten westen van Batavia en 2 km van het centrum van Tangerang. Een interneringskamp voor vrouwen en kinderen uit geheel Java. Het kamp was in gebruik van september 1943 tot maart 1944. Gevangenen werden ondergebracht in cellen en zalen rondom binnenplaatsen, omheind door prikkeldraad.

2. Tanah Tinggi (Nederlands strafkamp, Boven-Digoel) Boven-Digoel was een Nederlands interneringskamp in Nieuw-Guinea voor Indonesische politieke gevangenen (communisten en nationalisten). Binnen deze locatie bestond een tweedeling: Tanah Merah: Het hoofdkamp aan de rivier (de rode aarde) waar de gevangenen leefden. Tanah Tinggi: Het hoger gelegen kamp (de hoge aarde) waar politieke gevangenen werden geplaatst die weigerden te werken. Het kamp werd gebruikt van 1927 tot 1947. Het kamp was bedoeld als geïsoleerde verbanningsoord. Omdat het niet op een klassiek strafkamp mocht lijken, werden er scholen, winkels en andere voorzieningen nagebootst.

Tannenwald

Tannenwald

 

Duitsland

Concentratiekamp Tannenwald (officieel: KZ-Außenkommando Tannenwald) was een klein buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het kamp was gevestigd in Kransberg (nabij Bad Homburg en Usingen in de Duitse deelstaat Hessen) en functioneerde van december 1944 tot eind maart 1945. De 10 tot 42 politieke gevangenen (voornamelijk Joden uit de Sovjet-Unie en Polen) werden gedwongen tot zware dwangarbeid. Ze moesten tunnels en een ondergrondse vluchtbunker bouwen die diende als verbindingsroute tussen het kasteel en het dorp. Kasteel Kransberg diende in die periode als hoofdkwartier voor de bouwinspectie van de Waffen-SS en was gelieerd aan het nabijgelegen Führerhauptquartier Adlerhorst. Het kamp werd eind maart 1945 ontruimd in de aanloop naar de geallieerde opmars, waarbij de gevangenen op transport werden gezet.

Tannhausen

Tannhausen

 

Polen

Concentratiekamp Tannhausen (ook wel bekend als AL Tannhausen of Zentralrevier Tannhausen) was een subkamp van concentratiekamp Gross-Rosen, gevestigd in het huidige Jedlina-Zdrój (voorheen Tannhausen) in Polen. Het kamp was onderdeel van het geheime Projekt Riese en fungeerde tevens als het centrale ziekenboeg-kamp voor zieke en uitgeputte dwangarbeiders. Het kamp werd in april/mei 1944 opgezet in de leegstaande textielfabriek van Websky, Hartmann and Wiesen AG. De gevangenen werden door de Organisation Todt ingezet voor zware dwangarbeid. Dit bestond uit de bouw van een immens en geheim ondergronds tunnel- en bunkersysteem in het Uilengebergte (Projekt Riese) voor het Duitse opperbevel.Zentralrevier: Vanaf november 1944 kreeg Tannhausen een extra zware functie als Zentralrevier (centraal ziekenverblijf) voor het gehele Riese-complex. Honderden zieke, ondervoede en aan vlektyfus lijdende gevangenen uit omliggende kampen werden hierheen overgebracht. De dwangarbeiders waren voornamelijk Joodse mannen uit Hongarije, Griekenland, Polen en West-Europa. De omstandigheden in het kamp waren mensonterend. Hoewel het de functie van ziekenboeg had, waren medicijnen en voedsel er schaars en stierven velen aan de gevolgen van ziekte en extreme uitputting.

Tannroda

Tannroda

 

Duitsland

Tannroda was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald in Thüringen, Duitsland. Het werd in 1942 opgezet om dwangarbeiders te leveren aan de papierfabriek Mitteldeutsche Papierwerke. Het kamp was gevestigd in Tannroda (regio Thüringen). De gevangenen werden ingezet als ongeschoolde arbeiders in de papierindustrie.  Het viel onder het directe bewind van de SS als onderdeel van het uitgebreide Buchenwald-netwerk.

Tantoei

 

Molukken

Tantoei was een Japans kampement op het eiland Ambon (Molukken) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde tussen 1942 en 1945 als krijgsgevangenenkamp en burgerkamp, waar gevangenen leden onder zware mishandeling, uithongering en dodelijke geallieerde bombardementen. Ten noorden van Ambon-stad, aan de kust. Het kampement was opgesplitst in een krijgsgevangenenkamp (voornamelijk Australische militairen) en een burgerkamp (Nederlandse vrouwen en kinderen). 3 februari 1942 tot 10 september 1945. Van de circa 1.250 gevangenen hebben ongeveer 400 het kamp niet overleefd. Tijdens geallieerde luchtaanvallen in februari 1943 werden munitiedepots getroffen. Hierbij vielen tientallen doden onder de krijgsgevangenen en burgers.

Tarashcha concentratiekamp

Tarashcha concentratiekamp

 

Oekraine

In Tarashcha (Oekraïne) deze stad was tijdens de Tweede Wereldoorlog het toneel van de Holocaust in Oekraïne. De nazi's richtten zich hier direct op de systematische uitroeiing van de Joodse bevolking, die destijds bijna de helft van de lokale inwoners uitmaakte. In plaats van transport naar een concentratiekamp, pasten de nazi's en hun collaborateurs in Tarashcha de Holocaust door kogels toe: Inzet van de Einsatzgruppen: In de zomer en herfst van 1941 bezetten Duitse legereenheden en het beruchte Einsatzkommando 5 (onderdeel van Einsatzgruppe C) de stad. Zij vorderden een lokale school om als hun hoofdkwartier te dienen. Vrijwel de gehele Joodse gemeenschap van Tarashcha werd ter plekke vermoord. Gevangenen werden kortstondig vastgehouden in de lokale gevangenis of verzameld op centrale punten, om vervolgens in de directe omgeving te worden geëxecuteerd. Belangrijke locaties van deze massamoorden zijn de binnenplaats van de lokale gevangenis, het ravijn van Glubochek en de Joodse begraafplaats van Tarashcha.

Concentratiekamp Tarczyn

Concentratiekamp Tarczyn

 

Polen

In Tarczyn (Polen) richtten de Duitse bezetters in deze plaats een Joods getto en dwangarbeidskampen in. Het Duitse leger bezette de stad in midden september 1939. Invoering dwangarbeid: Onmiddellijk na de inval dwong de bezetter de lokale Joodse bevolking tot zware fysieke dwangarbeid.

2. Het Getto van Tarczyn (1940–1941) Omstreeks het midden van 1940 en begin 1941 werd de Joodse bevolking uit Tarczyn en de omliggende dorpen uit de regio Grójec geconcentreerd in een getto binnen de stad. Het getto huisvestte ongeveer 1.600 Joden.

3. Liquidatie en deportatie naar de vernietigingskampen Deportatie naar Warschau: Op 28 februari 1941 liquideerden de Duitsers het getto van Tarczyn. De volledige Joodse populatie werd gedwongen verhuisd naar het Getto van Warschau. Eindbestemming Treblinka: Tussen juli en september 1942 werd het overgrote deel van de uit Tarczyn afkomstige Joden vanuit Warschau gedeporteerd naar het Vernietigingskamp Treblinka, waar zij vrijwel direct na aankomst in de gaskamers werden vermoord. Slechts een heel klein aantal Joodse inwoners uit Tarczyn heeft de Holocaust overleefd, voornamelijk door onder te duiken bij de lokale Poolse bevolking.

Concentratiekamp Târgu Jiu

Concentratiekamp Târgu Jiu

 

Roemenie

Het concentratiekamp Târgu Jiu was een  detentiecentrum in West-Roemenië dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door het fascistische regime van Ion Antonescu werd gebruikt. Het kamp diende vanaf 1940 als centrale opsluitplek voor politieke gevangenen, communisten (waaronder de latere dictator Nicolae Ceaușescu) en Joden. Het complex werd oorspronkelijk gebouwd als gevangenis tussen 1888 en 1895. In 1939 werd het eerst kortstondig gebruikt om Poolse vluchtelingen op te vangen. Vanaf de zomer van 1940 werd het omgevormd tot een interneringskamp onder direct toezicht van het Roemeense Ministerie van Binnenlandse Zaken. De autoriteiten sloten er leden van verboden politieke partijen, stakende mijnwerkers en communisten op. Joodse Roemenen werden erheen gestuurd om vervolgens dwangarbeid te verrichten in nabijgelegen steengroeven (zoals in Bumbești).

Doorgangskamp: Vanaf 1941 deed het kamp vooral dienst als doorgangskamp; gevangenen werden van hieruit gedeporteerd naar concentratiekampen en getto's in het wreed bezette Transnistrië.De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk. Zo kregen de gevangenen er extreem karige rantsoenen, zoals diervoer (erwten) en met stro aangelengd brood. Dit leidde structureel tot zware ondervoeding en aandoeningen zoals verlammingen aan de ledematen.

Concentratiekamp Târgul Vertujeni

Concentratiekamp Târgul Vertujeni

 

Moldavie

Het concentratiekamp Tîrgul Vertiujeni (gelegen in het huidige Moldavië) werd in de zomer van 1941 door de Roemeense autoriteiten opgericht. Het fungeerde als een gruwelijk doorgangskamp voor duizenden Joden uit Bessarabië. Velen stierven er door honger en ziekte, of werden vanuit hier gedeporteerd naar vernietigingskampen in Transnistrië. Het kamp lag in Bessarabië, in de buurt van de rivier de Dnjestr. Tegenwoordig bevindt deze regio zich in Moldavië (Florești-district). Het kamp werd gecreëerd en bestuurd door het Roemeense leger tijdens het bewind van maarschalk Ion Antonescu, die als bondgenoot van nazi-Duitsland opereerde. Na de eerste moordgolven in omliggende provincies werden de overlevende Joden samengedreven in Vertiujeni. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk, gekenmerkt door ernstig gebrek aan voedsel en medische zorg. Gevangenen werden in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden voordat zij via deportatiemarsen (de dodenmarsen) werden overgebracht naar Transnistrië. Velen van hen overleefden deze tocht niet of vonden alsnog de dood in beruchte kampen aldaar, zoals Bogdanovka.

Concentratiekamp Tarnobrzeg

Concentratiekamp Tarnobrzeg

 

Polen

In de Poolse stad Tarnobrzeg bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager). Het kamp speelde een centrale rol in de vervolging en uitbuiting van de lokale Joodse gemeenschap. Het dwangarbeiderskamp (1940–1942) Oprichting: Het kamp werd begin 1940 door de Duitse bezetter opgezet in de gebouwen van het voormalige rabbinaat en een nabijgelegen synagoge/gebedshuis aan de Szeroka-straat.: Het kamp huisvestte permanent tussen de 40 en enkele honderden Joodse dwangarbeiders. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke arbeid verrichten. Ze werden voornamelijk ingezet voor wegenbouw en infrastructuurprojecten voor het Duitse bedrijf Bermann Company. Het kamp werd in de nazomer of het najaar van 1942 geliquideerd. De overlevende dwangarbeiders werden overgeplaatst naar grotere werkkampen in de regio, zoals het kamp in Mielec.  In de stad werd een open getto ingericht voor de Joodse bevolking. In juli 1942 omsingelden de SS en de nazi-gendarmerie de stad. De zieken en ouderen werden direct geëxecuteerd op de lokale Joodse begraafplaats. De overige Joden werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau en Bełżec.

Concentratiekamp Tarnopol

Concentratiekamp Tarnopol

 

Oekraine

Het Concentratiekamp Tarnopol (historisch bekend als het Julag Tarnopol) was een nationaalsocialistisch dwangarbeiderskamp voor Joden. Het kamp lag in de stad Tarnopol (het huidige Ternopil in West-Oekraïne). Het functioneerde als een subkamp (bijkamp) van het beruchte Janowska-concentratiekamp in Lwów (Lviv). De SS richtte het kamp op in november 1942. Dit gebeurde na grootschalige deportaties vanuit het lokale Joodse Ghetto Tarnopol naar het vernietigingskamp Bełżec. Het kamp bestond uit ongeveer 20 huizen nabij de Podolska-Nidshastraat. Het was met prikkeldraad afgescheiden van het reguliere ghetto. In het kamp werden hoofdzakelijk Joodse vaklieden en fysiek sterke mannen en vrouwen gevangengezet voor zware dwangarbeid. Zij moesten onder meer werken voor de Duitse Wehrmacht. Toen het ghetto van Tarnopol in juni 1943 volledig werd ontruimd, bleef het werkkamp nog kortstondig bestaan met zo'n 2.000 Joodse dwangarbeiders. Op 23 juli 1943 liquideerde de Gestapo samen met de Oekraïense hulppolitie het kamp. Ongeveer 1.500 Joodse gevangenen werden die dag naar het nabijgelegen dorp Petryków (Petrykiv) gebracht en daar bij massagraven geëxecuteerd. De resterende circa 100 gevangenen werden overgebracht naar het hoofdkamp Janowska, waar de meesten alsnog zijn vermoord. Van de oorspronkelijke Joodse bevolking van Tarnopol (circa 18.000 mensen voor de oorlog) overleefden uiteindelijk slechts een paar honderd mensen de Holocaust, grotendeels door onder te duiken.

Concentratiekamp Tarnow

Concentratiekamp Tarnow

 

Polen

De stad was namelijk het startpunt van het allereerste massatransport van gevangenen naar het concentratiekamp Auschwitz. Op 14 juni 1940 deporteerde de Duitse bezetter 728 Poolse politieke gevangenen vanuit de gevangenis in Tarnów naar het nieuw opgerichte concentratiekamp Auschwitz I. Deze groep bestond voornamelijk uit verzetsstrijders, studenten en intellectuelen. Deze datum markeert officieel de ingebruikname van Auschwitz als nazi-kamp. In totaal vertrokken er gedurende de oorlog zo'n 50 transporten met circa 7.000 gevangenen vanuit deze specifieke gevangenis naar Auschwitz. Naast de gevangenis richtten de nazi's in de stad het Ghetto van Tarnów in. Hier werden tienduizenden Joodse burgers onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten en gedwongen tot dwangarbeid. Toen de nazi's het getto in september 1943 definitief ontmantelden (liquideerden), werden de overlevende 10.000 Joden gedeporteerd:7.000 mensen werden direct naar de gaskamers van Auschwitz-Birkenau gestuurd.3.000 mensen werden overgebracht naar het nabijgelegen concentratiekamp Plaszów in Krakau.

Concentratiekamp Tartak

Concentratiekamp Tartak

 

Polen

Concentratiekamp Tartak een nazi-dwangarbeiderskamp (soms aangeduid als Julag II) dat in de bossen bij het Poolse stadje Starachowice (gelegen in de regio Wierzbnik) lag. Het kamp dankte zijn naam aan het Poolse woord voor zagerij, aangezien het kamp was gevestigd op het terrein van een voormalige houtzagerij. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten de nazi's Starachowice en zetten zij fabrieken en mijnen in voor de oorlogsindustrie (onder het beheer van de Hermann Göring Werke). Joden uit de regio werden hier te werk gesteld. Het kamp was berucht om zijn uitputtende omstandigheden. Gevangenen maakten lange werkdagen onder zware dwangarbeid, leden extreme honger en werden streng bewaakt door SS'ers en Oekraïense bewakers. In de zomer van 1943 werden de overlevenden uit het nabijgelegen getto van Wierzbnik hierheen overgebracht. Het kamp werd uiteindelijk in juli 1944 definitief geliquideerd, waarna de gevangenen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz en Majdanek.

Tarthun

Tarthun

 

Duitsland

Concentratiekamp Tarthun (ook bekend als Westeregeln of onder de codenaam Maulwurf) was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het kamp werd eind 1944 opgezet en dwangarbeiders werden hier uitgebuit in de lokale kalimijnen en de ondergrondse vliegtuigfabrieken van Junkers. Het kamp lag in de deelstaat Saksen-Anhalt, nabij Egeln en ongeveer 30 kilometer ten zuiden van Schönebeck. Circa 560 gevangenen werden ingezet in de Kaliwerke (schachten III en IV/VI) in Tarthun en Westeregeln. Het zware en levensgevaarlijke werk bestond uit het gereedmaken van ondergrondse ruimtes voor de Junkers Flugzeug- und Motorenwerke. De nazi's wilden hier de productie van jachtvliegtuigen onderbrengen om ze te beschermen tegen geallieerde bombardementen. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk. Gevangenen leden zwaar onder ondervoeding, uitputting, ziektes en het meedogenloze SS-regime. Velen overleefden de periode niet en bezweken aan de ontberingen, longontsteking of griep. De SS hield administratie bij van het kamp onder de dekmantel Maulwurf (Mol).

Concentratiekamp Tartu

Concentratiekamp Tartu

 

Estland

Het concentratiekamp van Tartu (opgericht medio juli 1941) was een nazi-concentratiekamp in Estland. Gevangenen, voornamelijk Joden, Roma en politieke tegenstanders, werden ondergebracht in het tentoonstellingspaviljoen van de stad. Velen werden kort daarna in massa-executies in nabijgelegen anti-tankgrachten vermoord. Het kamp werd gevestigd in het tentoonstellingspaviljoen (näituseväljak) in Tartu. Tijdens de nazibezetting (1941-1944) werden bijna alle Joden uit Tartu, samen met Roma en andere gevangenen, in de zomer en herfst van 1941 systematisch geëxecuteerd door lokale collaborateurs en de nazi's. Gevangenen werden in kleine groepen naar anti-tankgrachten langs de weg Tartu-Riga gebracht, aldaar gefusilleerd en in zand bedolven. Sovjet-periode: Eerder, in juli 1941, vond in dezelfde stad ook een massamoord plaats toen de NKVD (de Sovjet-veiligheidsdienst) tientallen politieke gevangenen in de gevangenis van Tartu executeerde voordat de Duitsers de stad innamen.

Concentratiekamp Tarutino

Concentratiekamp Tarutino

 

Oekraine

Tarutino (het huidige Tarutyne in Oekraïne, destijds gelegen in Bessarabië/Roemenië) t diende in de zomer van 1941 echter als doorgangskamp en executieplaats onder het Roemeense bewind (geallieerd met nazi-Duitsland). Nadat Duitse en Roemeense legers de stad in juli 1941 bezetten, werden Joodse eigendommen direct geplunderd door soldaten en lokale burgers. Joodse inwoners werden op een veld verzameld. Onder het voorwendsel dat zij gefotografeerd zouden worden voor identiteitskaarten, werden ze voor een met een doek bedekt machinegeweer gezet. Ze werden in koelen bloede doodgeschoten en in massagraven gedumpt. In augustus 1941 werden daarnaast ongeveer 1200 Joden uit omliggende dorpen in de stad samengeperst. Het ghetto in Tarutino werd eind 1941 opgeheven. De Joden werden te voet of via deportatietreinen via trans-Dnjestrië naar het beruchte vernietigingskamp Bogdanovka gestuurd, waar tienduizenden Joden zijn omgekomen.

Tarsao

 

Thailand

Tarsao was een Japans krijgsgevangenkamp en doorgangskamp langs de Birma-Siam-spoorweg in Thailand, gelegen op ongeveer 130 kilometer van Non Pladuk. Het deed dienst als werkkamp, bevoorradings-hub en een groot (maar uiterst primitief) hospitaalkamp voor zieken uit hoger gelegen kampen. Gelegen aan de rivier de Kwai Noi, op zo'n 130 km van het beginpunt van de spoorlijn. Het kamp functioneerde in fases als werkkamp, doorgangskamp en een massaal hospitaalkamp. De omstandigheden waren mensonterend. Door zware regenval (moesson), modder, zware dwangarbeid en een totaal gebrek aan medicijnen heersten er dodelijke ziektes als cholera en dysenterie. Vanwege de enorme aantallen doden werden er in en rond Tarsao diverse begraafplaatsen aangelegd, waaronder de bekende St. Luke's Cemetery, die in 1944 werd ingewijd.

Concentratiekamp Tătăreşti

Concentratiekamp Tătăreşti

 

Oekraine

Het concentratiekamp Tătăreşti (ook wel gespeld als Tătăraşi) was een Roemeens internerings- en executiekamp voor Joden tijdens de Holocaust. Het kamp bevond zich in de stad Tătăreşti in de regio Zuid-Bessarabia, het toenmalige Roemenië (tegenwoordig Tatarbunary in Oekraïne). Het kamp werd in de zomer van augustus 1941 geliquideerd, waarbij de achtergebleven gevangenen massaal werden geëxecuteerd. Het kamp werd door het Roemeense fascistische regime onder leiding van maarschalk Ion Antonescu gebruikt om de Joodse bevolking uit de regio te isoleren en te elimineren. Op 9 augustus 1941 kreeg de kampcommandant het bevel om het kamp op te doeken,  tijdens de liquidatie werden alle overgebleven 451 Joodse gevangenen geëxecuteerd. De executies werden geleid door de Roemeense kapitein Gh. Ion Vetu en de Duitse luitenant Heinrich Fröhlich. Na de moordpartij werden de bezittingen en kostbaarheden van de slachtoffers door de daders geroofd. Tătăreşti maakte deel uit van een netwerk van doorgangskampen en getto's in Bessarabia en Boekovina. Joden die de eerste executiegolven overleefden, werden later tijdens de dodenmarsen gedeporteerd naar de regio Transnistrië.

Taucha

Concentratiekamp Taucha

 

Duitsland

Concentratiekamp Taucha was een  buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, gelegen nabij Leipzig in Duitsland. Het kamp werd in het najaar van 1944 geopend en dwong honderden Joodse mannen en vrouwen tot zware dwangarbeid in de munitiefabrieken van de HASAG (Hugo Schneider AG). Het complex bevond zich aan de Wurzner Strasse 33 in Taucha, op ongeveer zes mijl ten oosten van Leipzig. De eerste groep van circa 100 gevangenen arriveerde in oktober 1944 vanuit Auschwitz II-Birkenau. Het kamp herbergde aparte afdelingen voor Joodse mannen en vrouwen die middels prikkeldraad van elkaar gescheiden werden. Gevangenen maakten onder mensonterende omstandigheden munitie en anti-tankwapens voor de Duitse oorlogsindustrie. Toen de geallieerde Amerikaanse troepen in april 1945 naderden, dwongen de nazi's ruim 1300 gevangenen tot een dodenmars richting Tsjechië. Hierbij kwamen velen om door honger en uitputting, hoewel enkelen wisten te ontsnappen.

Concentratiekamp Técső

Concentratiekamp Técső

 

Oekraine

Técső (tegenwoordig Tiachiv in Oekraïne)  de locatie van twee grote getto's die in april en mei 1944 door Hongaarse autoriteiten werden opgezet. Vrijwel alle 10.000 Joodse inwoners uit de regio werden vandaar gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Vanaf 16 april 1944 dwongen de Hongaarse autoriteiten de Joodse bevolking van Técső om in de joodse wijk rond de synagoge te wonen. Er werd ook een extra kamp op de stadsrand gebouwd voor Joden uit omliggende dorpen. Beide locaties waren overbevolkt en de omstandigheden waren catastrofaal. De gemeenschappelijke keuken kon massale uithongering niet voorkomen en gevangenen werden blootgesteld aan mishandeling en zware dwangarbeid. Eind mei 1944 werden alle gevangenen in veewagons gezet en gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

Tegel

Tegel

 

Duitsland

Berlijnse wijk Tegel speelde een grote rol in het nazi-systeem van dwangarbeid en gevangenschap. In Berlin-Tegel bevond zich een belangrijk subkamp (Außenlager Tegel) van het concentratiekamp Sachsenhausen, evenals een beruchte militaire gevangenis en diverse grote dwangarbeiderskampen.

Außenlager Tegel (Sachsenhausen) Een officieel subkamp (Außenlager) van het nabijgelegen concentratiekamp Sachsenhausen. Gevestigd bij de fabrieken van Borsig, een gigantische producent van locomotieven en wapens. Ongeveer 550 mannelijke en vrouwelijke gevangenen moesten hier onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichten.

Gevangenis Tegel (Gefängnis Tegel) De Justizvollzugsanstalt Tegel was (en is) een van de grootste gevangenissen van Duitsland. Tijdens het nazi-regime werden hier duizenden politieke gevangenen, verzetsstrijders en weigeraars opgesloten en ter dood veroordeeld. Veel gevangenen werden vanuit deze locatie direct gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Dachau.

NS-Zwangsarbeiterlager (Krumpuhler Weg) Dit was een van de grootste civiele dwangarbeiderskampen in Berlijn, gerund door een dochteronderneming van Borsig. Het kamp bood plaats aan ruim 1.500 buitenlandse dwang- en contractarbeiders (waaronder veel Fransen en burgers uit de Sovjet-Unie). De leefomstandigheden waren erbarmelijk.

Teichwolframsdorf 

Concentratiekamp Teichwolframsdorf

 

Duitsland

Teichwolframsdorf was een gepland buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg, maar heeft in de praktijk nooit daadwerkelijk als functionerend kamp bestaan. Het kamp bestond hoofdzakelijk op papier in de administratie van de SS. Het plan van de SS was om in Teichwolframsdorf vrouwelijke gevangenen als dwangarbeiders in te zetten voor de Landgeräte GmbH (een bedrijf nabij Werdau in Saksen).

Hoewel er geen permanent kamp was, kreeg de plaats in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog wel direct te maken met de gruwelen van de Holocaust: Op 17 april 1945 werd het nabijgelegen buitenkamp Berga/Elster (een subkamp van concentratiekamp Buchenwald) door de SS ontruimd. Een stoet van 1500 uitgeputte gevangenen werd op een dodenmars richting Theresienstadt en Dachau gedreven.Deze dodenmars liep direct door Teichwolframsdorf. Tijdens de zware tocht door de regio kwamen honderden gevangenen om door uitputting, honger of executie door de SS-bewakers.

Concentratiekamp Teiş-Târgovişte

Concentratiekamp Teiş-Târgovişte

 

Roemenie

Het concentratie- en dwangarbeidskamp Teiş-Târgovişte, gelegen in het zuiden van Roemenië, werd in juli 1941 door het Roemeense regime opgericht. Het kamp fungeerde als veiligheidsmaatregel en dwong voornamelijk Joodse mannen uit de strategische en olie-rijke regio rond Ploieşti en Târgovişte tot zware dwangarbeid. Het dorp Teiş ligt nabij Târgovişte in het district Dâmboviţa, op ongeveer 80 kilometer ten noordwesten van Boekarest. Het kamp werd in de zomer van 1941 geopend om Joodse mannen (en in sommige gevallen communisten en politieke gevangenen) uit de strategische oliewinningsregio's en Noord-Moldavië te interneren. In augustus 1941 telde het kamp meer dan 1.100 Joodse mannen, voornamelijk geëvacueerd uit Ploieşti. De gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals het repareren en schoonmaken van de straten in Târgovişte. Hoewel de omstandigheden extreem zwaar en mensonterend waren, werden er in dit specifieke kamp niet op grote schaal executies gerapporteerd zoals in andere regio's.

Concentratiekamp Telergma

Concentratiekamp Telergma

 

Algerije

Telergma (ook bekend als Telerghma) was een Frans dwangarbeiderskamp in Algerije tijdens de Tweede Wereldoorlog, opgericht in 1941 onder het Vichy-regime. Het kamp huisvestte Joodse arbeiders en politieke gevangenen die werden ingezet voor dwangarbeid onder toezicht van Franse legerofficieren. Het kamp was gelegen in Telergma, in de buurt van Constantine in het noorden van Algerije. Het diende primair als een werkkamp, specifiek voor de Groupe des Travailleurs Israélites (GTI) nummer 22 en de Groupe des Travailleurs Civils (GTC). Gevangenen werden gehuisvest in barakken. Ze werden zwaar uitgebuit bij infrastructurele projecten, waaronder de aanleg van de Trans-Sahara-spoorweg.Bevrijding: Na de geallieerde landingen in Noord-Afrika (Operatie Torch) eind 1942 en de daaropvolgende bevrijding van de regio, kwam er een einde aan het Vichy-bewind in deze kampen.

Tempelhof = Columbia

Tempelhof = Columbia

 

Duitsland

Concentratiekamp Columbia (of Columbia-Haus) was een van de eerste nazi-concentratiekampen en bevond zich in de wijk Tempelhof in Berlijn. Het kamp lag aan de noordrand van het latere vliegveld Berlin-Tempelhof. Het kamp was in gebruik van eind 1934 tot november 1936. In maart 1938 werd het gesloopt om plaats te maken voor de uitbreiding van het vliegveld. Het was het enige officiële concentratiekamp in Berlijn onder SS-bewaking. Het diende onder andere als oefenterrein en trainingscentrum voor SS'ers die later in grotere kampen door heel Europa werden ingezet.

Concentratiekamp Tence

Concentratiekamp Tence

 

Frankrijk

Tence  functioneerde in 1939-1940 als het Camp de la Papeterie. Het was een interneringskamp in de Franse regio Haute-Loire, dat eerst Spaanse vluchtelingen opving en later werd gebruikt om verdachte Duitse burgers en Joden op te sluiten onder het Franse regime. Het kamp was gevestigd in een voormalige papierfabriek (La Papeterie) in Chaumargeais, net buiten het dorpje Tence. Dit ligt op ongeveer 9 kilometer afstand van Le Chambon-sur-Lignon. Het diende als centre de rassemblement des étrangers (verzamelcentrum voor buitenlanders) en bood plaats aan ongeveer 230 personen. Het kamp werd in mei 1939 geopend en was in gebruik tot oktober 1940.

Concentratiekamp Tendrara

Concentratiekamp Tendrara

 

Marokko

Het concentratiekamp van Tendrara was een dwangarbeiderskamp uit het Vichy-tijdperk in het oosten van Marokko, nabij de Algerijnse grens. Het werd in 1941 opgericht door het Franse pro-nazi-regime om dwangarbeiders in te zetten voor de aanleg van de Trans-Sahara-spoorlijn onder extreme, onmenselijke omstandigheden. Het kamp bevond zich ongeveer 10 kilometer ten oosten van de huidige stad Tendrara in de provincie Figuig, in het oosten van Marokko. De dwangarbeiders (waaronder Joodse gevangenen, politieke tegenstanders en vluchtelingen) werden zwaar uitgebuit voor de aanleg van de Méditerranée-Niger spoorlijn.

Concentratiekamp Tenja

Concentratiekamp Tenja

 

Kroatie

Concentratiekamp Tenja, opgericht in april 1941 door de Kroatische Ustaše, was aanvankelijk bedoeld als Joodse nederzetting nabij Osijek (Kroatië). In augustus 1942 deporteerde het regime de ruim 3.000 Joodse gevangenen naar vernietigingskampen als Auschwitz en Jasenovac. Het kamp werd daarna ontmanteld. Vlakbij het dorpje Tenja, iets ten zuiden van Osijek in Kroatië. Gebouwd door de Joodse gemeenschap van Osijek, waarna het al snel werd overgenomen en omgevormd tot een concentratiekamp door de Ustaše. Transporten naar Auschwitz vonden plaats op 15 en 22 augustus 1942.Honderden vakmensen werden misleid en naar Jasenovac overgebracht, waar ze kort daarna werden vermoord.

Concentratiekamp Teplik

Concentratiekamp Teplik

 

Oekraine

Concentratiekamp Terespol

Concentratiekamp Terespol

 

Polen

Het concentratiekamp in Terespol (Polen) werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland opgezet als dwangarbeidskamp (Judenlager) en doorgangskamp voor krijgsgevangenen. De site, gelegen in de regio Lublin nabij de Wit-Russische grens, werd gebruikt om Joodse mannen en Poolse gevangenen uit tebuiten. Het kamp diende onder andere als opvangkamp voor Joodse dwangarbeiders en als doorvoerlocatie voor Poolse krijgsgevangenen. Tijdens de Duitse bezetting van 1939 tot 1944 werd het overgrote deel van de Joodse bevolking uit Terespol vermoord in het kader van de Holocaust.

Terezin = Theresienstadt

Terezin = Theresienstadt

 

Tsjechie

Concentratiekamp Terezin (Tsjechisch)  Theresienstadt (de Duitse benaming). Het was een voormalige vestingstad in Tsjechië die door de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt als getto en doorgangskamp. Het kamp bestond uit de Kleine Vesting (een Gestapo-gevangenis) en de Grote Vesting (een getto). Het werd door de nazi's gebruikt als modelkamp om de buitenwereld en het Rode Kruis te misleiden over de behandeling van Joden. Er werden winkels geopend, theatervoorstellingen georganiseerd en een propagandafilm opgenomen. Achter deze schijn van menselijkheid was het in werkelijkheid een zwaar overbevolkt getto. Van de ruim 140.000 Joden die er gevangen zaten, werden er tienduizenden doorgestuurd naar vernietigingskampen.

Ternberg

Ternberg

 

Oostenrijk

Concentratiekamp Ternberg was een officieel buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen, geopend op 15 mei 1942 in Oostenrijk. Het kamp, dat onderdeel was van het zogenaamde Wohnlager 75, huisvestte voornamelijk Spaanse republikeinen. De gevangenen werden door de nazi's ingezet als dwangarbeiders voor de bouw van waterkrachtcentrales langs de rivier de Enns. Het kamp werd geopend op 15 mei 1942. Gevangenen werden overgebracht vanuit het ontbonden werkkamp Vöcklabruck. De groep bestond in eerste instantie uitsluitend uit zogenaamde Rotspanier (Rode Spanjaarden). Dit waren Spaanse veteranen die tijdens de Spaanse Burgeroorlog tegen het regime van Franco hadden gevochten en later in Frankrijk in Duitse krijgsgevangenschap waren geraakt. Gevangenen werden zwaar uitgebuit bij de bouw van de AHI-bouwprojecten en stuwdammen van de Österreichische Kraftwerke AG.

Terningmoen 

Terningmoen 

 

Noorwegen

Terningmoen was een Noorse militaire basis in Elverum, Noorwegen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het complex door de Duitsers gebruikt als krijgsgevangenenkamp en doorgangskamp. Terningmoen is een historische militaire basis waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1657. Tijdens de oorlog werd de basis door de Duitsers gebruikt. 

Terranowa 

Terranowa 

 

?

Schip

Thalfang Hinzert

Thalfang Hinzert

 

Duitsland

Concentratiekamp Hinzert (officieel SS-Sonderlager Hinzert) was een nazi-concentratiekamp in de Duitse Hunsrück (Rijnland-Palts), nabij het dorp Hinzert en de gemeente Thalfang. Het functioneerde tussen 1939 en 1945. Het kamp lag op ongeveer 10 kilometer afstand van Thalfang. Hinzert had tijdens de oorlog diverse buitencommando's in de regio. Eén van deze werkkampen bevond zich direct in het nabijgelegen Thalfang (het Außenkommando Thalfang). Het kamp werd in 1939 initieel opgezet als politiedetentiekamp en heropvoedingskamp voor dwangarbeiders. Zij moesten werken aan de Westwall, de Duitse verdedigingslinie. Vanaf 1942 werd Hinzert onder direct gezag van de SS een volwaardig concentratiekamp. Vanaf eind 1944 diende het tevens als bijkamp van concentratiekamp Buchenwald. Er hebben in totaal meer dan 13.000 mannen uit 20 verschillende landen gevangen gezeten. De omstandigheden waren er extreem zwaar en het kamp stond bekend om zijn wreedheid. Honderden gevangenen zijn er overleden of geëxecuteerd (onder andere via cyanide-injecties en executies in nabijgelegen steengroeven).

Thalheim

Thalheim

 

Duitsland

Het buitenkamp Thalheim (Mühldorf/Dachau) Tijdens de oorlog richtten de nazi's een netwerk van subkampen op. Onder de naam Thalheim een Außenkommando (buitenkamp). Dit kamp maakte deel uit van het beruchte Mühldorf-complex, een subgroep van het Concentratiekamp Dachau in Beieren. In deze kampen werden gevangenen (veelal Hongaarse en Slowaakse Joden) via de organisatie Organisation Todt ingezet als dwangarbeiders voor de ondergrondse wapenindustrie. Veel slachtoffers die hier bezweken, zijn destijds geregistreerd in de dodenregisters van Thalheim.

Thansau

Thansau

 

Duitsland

In Thansau (een plaats in de gemeente Rohrdorf, Duitsland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog  een tijdelijk buitenkamp (een Außenkommando) van het beruchte concentratiekamp Dachau. Een landgoed in Thansau dat in 1938 werd geconfisqueerd door de nazi’s, werd in mei 1943 overgedragen aan de Organisation Todt (OT). Nadat het landgoed in december 1944 zwaar werd beschadigd door een geallieerd bombardement, werden er begin januari 1945 zo'n 40 tot 50 gevangenen uit Dachau naartoe gestuurd. Deze gevangenen werden gedwongen om puin te ruimen, schade te herstellen en gedode dieren te begraven. De gevangenen verbleven ongeveer 10 dagen op het landgoed. 

Concentratiekamp Thebe

Concentratiekamp Thebe

 

Griekenland

Concentratiekamp Thebe (Campo di concentramento provisorio di Tebe) was een provisorisch Italiaans concentratiekamp in Griekenland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag net ten oosten van de Griekse stad Thebe (Thiva) en werd eind 1942 geopend door de Italiaanse bezettingsautoriteiten. Het kamp werd door het Italiaanse leger opgezet in het kader van hun strijd tegen het Griekse verzet (counterinsurgency). Het kamp was primair bedoeld voor Griekse burgers, gijzelaars en boeren uit de omliggende regio (Roumeli) die ervan werden verdacht de partizanen of verzetsorganisaties zoals EAM-ELAS te steunen. Het kamp hield tussen de 1.500 en 2.000 gevangenen tegelijkertijd vast. De omstandigheden in het kamp waren zwaar. Het kamp bestond grotendeels uit provisorische barakken omheind met prikkeldraad. Naast de Italiaanse bewaking maakte ook de Duitse Organisation Todt (OT) gebruik van het kamp. Gevangenen (waaronder later ook groepen Joodse mannen uit Thessaloniki) werden ingezet als dwangarbeiders voor zware infrastructuurprojecten, zoals het herstellen en uitbreiden van spoorlijnen en wegen die door sabotage waren vernield. Voor een deel van de Joodse gevangenen functioneerde Thebe als een vroege halte in het deportatiesysteem, waarna zij via doorgangskampen in Centraal-Griekenland uiteindelijk naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau werden gedeporteerd.

Concentratiekamp Theimhof

Concentratiekamp Theimhof

 

Tsjechie

Theimhof ( gelegen nabij Valtice/Feldsberg in Tsjechië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeidskamp (Arbeitslager). Het functioneerde als een werkkamp waar gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in de bosbouw en landbouw. Het kamp hield onder andere gedeporteerde Joodse gezinnen gevangen. Veel van hen werden via het doorgangskamp Strasshof in Oostenrijk naar Theimhof getransporteerd. Het lag in de regio Feldsberg (nu Valtice, Tsjechië), een gebied dat na de annexatie door nazi-Duitsland onder de Rijksgouw Neder-Donau viel. Aan het einde van de oorlog (begin 1945) werden de overlevende gevangenen vaak weer teruggebracht naar grotere verzamel- of concentratiekampen, zoals het getto van Theresienstadt (Terezín), voordat ze definitief werden bevrijd.

Thekla

Thekla

 

Duitsland

Concentratiekamp Thekla (officieel Leipzig-Thekla) was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het kamp stond in de gelijknamige wijk in Leipzig, Duitsland, en werd in maart 1943 opgericht. Gevangenen werden hier als dwangarbeider ingezet in de wapenindustrie. Gevangenen werden zwaar mishandeld, leden chronisch honger en moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken voor Erla Maschinenwerk GmbH. Het Bloedbad van Abtnaundorf (18 april 1945): Toen de geallieerden naderden, sloten SS'ers en de Gestapo ruim 80 zieke en zwakke gevangenen op in barak nummer 5. De nazi's staken de barak in brand en schoten op gevangenen die probeerden te vluchten over de met prikkeldraad omheinde omheining. Minstens 80 mensen kwamen hierbij op gruwelijke wijze om het leven. Toen Amerikaanse troepen het kamp op 18 en 19 april 1945 bereikten, troffen zij een onvoorstelbare chaos aan en de verkoolde resten van de slachtoffers.

Concentratiekamp Thenneberg

Concentratiekamp Thenneberg

 

Oostenrijk

Kamp Thenneberg (officieel: Zwangsarbeitslager für ungarische Juden Thenneberg) was een nazi-dwangarbeidskamp voor Hongaarse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk, binnen de gemeente Altenmarkt an der Triesting. Thenneberg, behorend tot de regio Klein-Mariazell in Oostenrijk.Het kamp werd specifiek gebruikt voor de opsluiting en uitbuiting van mannelijke Joden die vanuit Hongarije waren gedeporteerd. Het kamp werd in april 1945 opgeheven of bevrijd door de nadering van de geallieerde troepen. In de late fase van de Tweede Wereldoorlog (1944–1945) transporteerden de nazi's honderdduizenden Hongaarse Joden naar het toenmalige Duitse Rijk (waar Oostenrijk destijds onder de naam Ostmark deel van uitmaakte). Veel van deze gevangenen werden ondergebracht in een netwerk van kleinere dwangarbeidskampen (Zwangsarbeitslager). Zij moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten voor de lokale infrastructuur, bosbouw of de oorlogsindustrie, totdat de kampen in het voorjaar van 1945 werden ontruimd vanwege het oprukkende Rode Leger.

Concentratiekamp Theresienstadt

 

Tsjechie

Concentratiekamp Theresienstadt (Tsjechisch: Terezín) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een naziconcentratiekamp en Joods getto in het bezette Tsjecho-Slowakije. De achttiende-eeuwse vestingstad functioneerde van november 1941 tot mei 1945 hoofdzakelijk als doorgangskamp (Transitghetto) naar vernietigingskampen zoals Auschwitz en Treblinka. Tegelijkertijd zette het naziregime de locatie intensief in als propagandamiddel om de buitenwereld te misleiden over de Jodenvervolging. Ruim 140.000 Joden werden naar Theresienstadt gedeporteerd. Dit betrof voornamelijk Tsjechische Joden, maar later ook groepen uit Duitsland, Oostenrijk, Nederland (bijna 5.000 mensen) en Denemarken. Ongeveer 33.000 mensen stierven in Theresienstadt zelf aan honger, vlektyfus, marteling en extreme overbevolking. Ruim 88.000 gevangenen werden op transport gezet naar de vernietigingskampen in het oosten. Slechts een klein percentage overleefde dit. Van de circa 10.500 à 15.000 kinderen die in het kamp verbleven, overleefden er respectievelijk slechts 142 de oorlog. Het Modelkamp Theresienstadt nam een unieke positie in binnen het kampsysteem vanwege de nazi-propaganda: Het bevoorrechtenkamp: De nazi's presenteerden de stad als een pensioenoord of kuuroord voor prominente Joden, kunstenaars, wetenschappers en oudere Joodse veteranen uit de Eerste Wereldoorlog. Hiermee wilden zij internationale onrust over hun verdwijning wegnemen. Het Rode Kruis-bezoek (juni 1944): Onder druk van Denemarken lieten de nazi's een delegatie van het Internationale Rode Kruis toe. Voorafgaand aan dit bezoek vond een grote verfraaiingsactie (Verschönerung) plaats. Huizen werden geverfd, nepwinkels geopend en tuinen aangelegd. Om de overbevolking te maskeren, werden voorafgaand aan de inspectie duizenden gevangenen naar Auschwitz gedeporteerd. De delegatie trapte in de misleiding. Propandafilm: Na het succesvolle bezoek dwongen de nazi's de gevangenen om mee te werken aan een propagandafilm (Theresienstadt. Ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet) om een gelukkig kampleven te tonen. Vrijwel direct na de opnames werden de acteurs en kinderen alsnog naar de gaskamers gestuurd. Ondanks de vreselijke omstandigheden behielden de gevangenen een intens en uniek cultureel leven, dat door de nazi's oogluikend werd toegestaan omdat het binnen hun propagandaplaatje paste. Er werden lezingen georganiseerd, concerten gegeven en theatervoorstellingen opgevoerd. Zeer bekend is de kinderopera Brundibár, die in het kamp tientallen keren werd uitgevoerd. De locatie was opgedeeld in twee specifieke secties: De Grote Vesting (Ghetto): De feitelijke stad waar de Joodse gevangenen onder extreem krappe omstandigheden samenleefden en dwangarbeid verrichten. De Kleine Vesting: Dit deel lag net buiten de stad en fungeerde als een beruchte en brute Gestapo-gevangenis. Hier zaten voornamelijk politieke gevangenen en verzetsstrijders vast onder een regime van zware mishandeling. Hoewel Theresienstadt geen vernietigingskamp was, bouwden de nazi's er in 1945 nog een gaskamer; deze is echter nooit in gebruik genomen. Het kamp werd op 8 mei 1945 bevrijd door het Sovjet-leger. Vlak voor de bevrijding arriveerden er nog zo'n 15.000 uitgeputte gevangenen uit andere geëvacueerde concentratiekampen, wat leidde tot een enorme uitbraak van vlektyfus. 

Concentratiekamp Theresienstadt- Festung

Concentratiekamp Theresienstadt-Festung

 

Tsjechie

Het voormalige complex van Concentratiekamp Theresienstadt (Terezín) in Tsjechië was tijdens de Tweede Wereldoorlog strikt opgedeeld in twee afzonderlijke locaties met elk een eigen gruwelijk doel:

de Grote Vesting (het Joodse getto en doorgangskamp) en de Kleine Vesting (de beruchte Gestapo-gevangenis). 

De Kleine Vesting (Kleine Festung / Malá pevnost) ligt aan de overkant van de rivier de Ohře en fungeerde onafhankelijk van het Joodse getto. Vanaf juni 1940 werd het door de Praagse Gestapo gebruikt als een zwaarbeveiligde politiegevangenis. Hier zaten voornamelijk politieke gevangenen, verzetsstrijders (waaronder helpers van de aanslag op Reinhard Heydrich), krijgsgevangenen en Joden die de gettoregels hadden overtreden. Ruim 32.000 mensen hebben hier gevangen gezeten. Ongeveer 2.600 gevangenen kwamen ter plekke om door executie, honger, ziekte of marteling. De overigen werden grotendeels gedeporteerd naar andere concentratiekampen.Kenmerk: Boven de toegangspoort van de Kleine Vesting hangt de cynische nazi-leus Arbeit macht frei.

Thil = Longwy-Thil

Thil = Longwy-Thil

 

Frankrijk

Concentratiekamp Thil beter bekend als Longwy-Thil was een buitenkamp (Arbeitskommando) van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp lag bij het Franse plaatsje Thil in het departement Meurthe-et-Moselle, dicht bij de grens met Luxemburg en vlak bij Longwy. Het kamp werd in juni 1944 opgezet, deels op initiatief van Volkswagen-topman Ferdinand Porsche. Gevangenen werden tewerkgesteld in de nabijgelegen ijzermijnen van Tiercelet (ook wel bekend als het Erz of Wüste complex) voor de productie van V1-raketten. De gevangenen, afkomstig uit heel Europa (waaronder veel Fransen, Polen en Russen), werden blootgesteld aan erbarmelijke omstandigheden, uitputting en dwangarbeid.

Thorn = Torun 

Thorn = Torun 

 

Polen

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog was Thorn de officiële Duitse naam voor de Poolse stad Toruń.In en rondom deze stad bevonden zich destijds verschillende soorten nazi-kampen:

Kampen in Thorn (Toruń) Subkampen van Concentratiekamp Stutthof: Toruń huisvestte belangrijke subkampen van het Stutthof-concentratiekamp. Hieronder vielen Thorn-Winkenau (AEG) (waar vrouwelijke Joodse gevangenen dwangarbeid verrichtten) en Baukommando Weichsel (OT Thorn), waar gevangenen antitankgrachten moesten graven.

Krijgsgevangenkampen (Stalag): De stad was ook bekend om Stalag XX-A, een groot nazi-krijgsgevangenkamp dat was ondergebracht in de historische forten van de stad.

Het Kamp Szmalcówka deed dienst als heropvoedings- en werkkamp voor verdreven Poolse burgers.

Thorn = Torun AEG-Kabel

Thorn = Torun AEG-Kabel

 

Polen

Concentratiekamp Thorn = Torun AEG-Kabel een buitenkamp (Aussenlager) van concentratiekamp Stutthof. Vanaf medio 1944 werkten gevangenen hier als dwangarbeiders voor de kabelfabriek AEG-Kabel. Het kamp werd bestuurd en bevoorraad via het hoofdkamp Stutthof. De populatie bestond voornamelijk uit (joodse) gevangenen die zware dwangarbeid moesten verrichten onder erbarmelijke omstandigheden. Het AEG-Kabelkamp in Toruń was operationeel van 1 juli 1944 tot 26 januari 1945.

Thorn = Torun Frontreparaturbetrieb

Thorn = Torun Frontreparaturbetrieb

 

Polen

Frontreparaturbetrieb vanaf 30 oktober 1944 operationeel als een officieel subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp viel onder het centrale gezag van Concentratiekamp Stutthof.Thorn is de Duitse naam voor de Poolse stad Toruń in de regio Danzig-West-Pruisen. De gevangenen werden als dwangarbeiders ingezet in een Frontreparaturbetrieb (een reparatiebedrijf voor militair materieel aan of nabij het front). Het subkamp kreeg deze specifieke status vanaf 30 oktober 1944.

Naast de Frontreparaturbetrieb waren er in Thorn/Toruń nog andere subkampen van Stutthof actief: SS-Neubauleitung und Truppenwirtschaftslager (juli 1940 – april 1941) AEG-Kabel (juli 1944 – januari 1945) OT (Organisation Todt) (augustus 1944 – januari 1945)

Thorn = Torun OT

Thorn = Torun OT

 

Polen

Concentratiekamp Thorn (OT) was een nazi-subkamp in de Poolse stad Toruń (historisch bekend onder de Duitse naam Thorn).De afkorting OT staat voor Organisation Todt, de civiele en militaire bouwonderneming van nazi-Duitsland die grootschalige dwangarbeid inzette. Het kamp stond bekend als Baukommando Weichsel (Bouwcommando Vistula). De gevangenen werden door de Organisation Todt ingezet voor de aanleg van militaire verdedigingswerken en fortificaties langs de rivier de Vistula. Het kamp werd opgericht op 24 augustus 1944 en functioneerde als een subkamp (buitenkamp) van het grotere concentratiekamp Stutthof. Het kampmanagement en de bewaking stonden onder leiding van de SS. De populatie bestond voornamelijk uit duizenden Joodse vrouwen die vanuit Stutthof naar de regio rond Thorn werden getransporteerd om onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid te verrichten.

Naast dit specifieke OT-subkamp bevonden zich in en rondom de vestingstad Toruń tijdens de Tweede Wereldoorlog ook andere nazi-kampen, waaronder het beruchte krijgsgevangenenkamp Stalag XXA en het heropvoedingswerkkamp Szmalcówka.

Concentratiekamp Ţibulovca

Concentratiekamp Ţibulovca

 

Oekraine

Het concentratiekamp Ţibulovca (ook wel gespeld als Tzibulovka) was een door Roemeense autoriteiten beheerd interneringskamp in Transnistrië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd berucht om zijn extreme omstandigheden en het hoge sterftecijfer als gevolg van uithongering en bevriezing. Het dorp Ţibulovca, gelegen in de regio Balta (tegenwoordig Oekraïne), werd medio juli 1941 bezet door Duitse en Roemeense troepen. In september van dat jaar kwam het onder Roemeens bestuur. In november 1941 werden er ongeveer 1.200 Joden opgesloten, waarvan er meer dan 1.140 stierven tijdens de strenge winter van 1941-1942. Begin 1942 waren er nog maar ongeveer 178 overlevenden, van wie velen ernstige bevriezingsverschijnselen hadden.

Tiefstack

Tiefstack

 

Duitsland

Concentratiekamp Tiefstack (officieel een buitenkamp van KZ Neuengamme) was een vrouwenkamp in Hamburg-Billbrook dat bestond van februari tot april 1945. Er werden ongeveer 500 Joodse Tsjechische vrouwen vastgehouden die zware dwangarbeid verrichtten. Het kamp was gevestigd op het terrein van de Diago-fabriek en de cementfabriek in Tiefstack (Andreas-Meyer-Straße). De gevangenen moesten betonplaten maken voor noodwoningen, puinruimen na geallieerde bombardementen en antitankgrachten graven. Op 20 maart 1945 werd het kamp grotendeels verwoest door een geallieerd bombardement, waarbij meerdere vrouwen omkwamen. De overlevenden werden op 7 april 1945 door de SS overgebracht naar concentratiekamp Bergen-Belsen.

Tiegenhagen 

Tiegenhagen 

 

Polen

Concentratiekamp Tiegenhagen (Duits: Arbeitseinsatzstelle Tiegenhagen) was een nazi-werkkamp en een officieel subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Stutthof. Het lag in het voormalige West-Pruisen, in het dorp dat tegenwoordig Cyganki heet (nabij Nowy Dwór Gdański in het huidige Polen). Het functioneerde hoofdzakelijk als een Arbeitseinsatzstelle (dwangarbeidspost). Gevangenen uit het hoofdkamp Stutthof werden hierheen getransporteerd om zware dwangarbeid te verrichten, met name in de landbouw en bij infrastructurele projecten in de regio rond het vlek Tiegenhof. De gevangenen in het Stutthof-netwerk bestonden in eerste instantie uit de Poolse intelligentsia, maar later vooral uit grote groepen Joodse gevangenen (met name vrouwen), evenals politieke gevangenen uit heel Europa. Aan het einde van de oorlog, rond januari 1945, werd het gebied ontruimd vanwege de oprukkende Sovjettroepen. Dit leidde tot de beruchte dodenmarschen waarin de verzwakte gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden te voet verder werden gedreven.

Tiegenhof 

Tiegenhof 

 

Polen

Concentratiekamp Tiegenhof verwijst naar twee verschillende locaties tijdens de Tweede Wereldoorlog:

Psychiatrisch Ziekenhuis Dziekanka (Gniezno, Polen):Tijdens de Duitse bezetting (1939-1945) werd dit ziekenhuis door de nazi's hernoemd tot Landesheil- und Pflegeanstalt Tiegenhof. Het werd een beruchte moordlocatie, gebruikt als onderdeel van het Aktion T4-euthanasieprogramma en voor zogeheten wilde euthanasie op psychiatrische patiënten.

Stutthof (huidig Sztutowo, Polen): Dit was het officiële nazi-concentratiekamp. Gevangenen arriveerden vaak per trein op het station van het nabijgelegen stadje Tiegenhof (het huidige Nowy Dwór Gdański), waarna ze via een smalspoor werden overgebracht naar het hoofdkamp van Stutthof. Het stadje Tiegenhof (Nowy Dwór Gdański) ligt ongeveer 40 kilometer ten oosten van Gdańsk en was destijds een belangrijk overslag- en doorgangspunt voor gevangenen van kamp Stutthof.

Timişoara LPRS nr. 17

Timişoara LPRS nr. 17

 

Roemenie

Timișoara LPRS nr. 17 (Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici nr. 17) was een militair detentie- en werkkamp in de Roemeense stad Timișoara tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd initieel in 1941 gebouwd in samenwerking met de Wehrmacht en huisvestte duizenden krijgsgevangenen, met name Sovjet-officieren. Het kamp diende niet als vernietigingskamp, maar als krijgsgevangenenkamp en dwangarbeidskamp. Gevangenen werden tewerkgesteld in fabrieken, bij het leger of bij andere Roemeense en Duitse ondernemingen. Het kamp lag op een terrein van circa 17 hectare, destijds eigendom van de bekende familie Neuman, in de driehoek tussen de huidige straten rond de wijk ten noorden/westen van de stad (nabij het huidige winkelcentrumcomplex aan de weg naar Arad). Hoewel officieren uit Calafat (zoals majoors en luitenants) naar LPRS nr. 17 werden overgebracht vanwege betere faciliteiten, bleven de omstandigheden zwaar. Desalniettemin kregen tewerkgestelde krijgsgevangenen via officiële regelingen rantsoenen vergelijkbaar met die van actieve Roemeense soldaten.

Timisul de Jos LPRA nr. 18

Timisul de Jos LPRA nr. 18

 

Roemenie

Timisul de Jos LPRA nr. 18 (Lagărul de Prizonieri de Război Americani, of Lagăr LPRA No. 18) was een krijgsgevangenenkamp in het Roemeense Timișu de Jos. Het werd in de lente van 1943 opgezet en huisvestte voornamelijk Amerikaanse piloten en bemanningsleden die waren neergehaald tijdens de geallieerde bombardementen op de olieraffinaderijen in Ploiești. Het kamp lag in een bergachtige regio, zo'n 9  km ten zuiden van Brașov en 134 km ten noordwesten van Boekarest. Vanwege de ligging in het dennenbos waren de leefomstandigheden en de lucht aanzienlijk beter dan in andere gevangenenkampen. Hoewel de hoofdmacht bestond uit Amerikaanse vliegeniers (met name na de grote luchtaanvallen in augustus 1943) werden er ook andere geallieerde militairen en burgers vastgehouden: Vijf Joegoslavische officieren en onderofficieren. Twee Britse onderofficieren. Twee Britse burgers (in werkelijkheid zionisten uit Palestina die met een geallieerde missie waren geparachuteerd).

De afkorting LPRS staat voor Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici (Roemeens voor Krijgsgevangenenkamp voor Sovjets). Dit waren kampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden opgezet en beheerd door het koninkrijk Roemenië, dat destijds een bondgenoot was van nazi-Duitsland. Hoewel de officiële militaire term duidt op een krijgsgevangenenkamp, functioneerden veel van deze LPRS-locaties in de praktijk als concentratie- of dwangarbeiderskampen. Hier werden naast gevangengenomen militairen van het Rode Leger vaak ook Joodse burgers en andere vervolgde groepen opgesloten en onder erbarmelijke omstandigheden aan het werk gezet.

LPRS nr. 1 (voluit Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici Nr. 1 Slobozia) was een krijgsgevangenenkamp voor Sovjetsoldaten, opgericht op 1 september 1941 door het Roemeense leger in Slobozia, Roemenië. Het kamp werd gebouwd in een open veld en bestond uit voormalige cavaleriekazernes en boerderijen, omheind met prikkeldraad.De afkorting LPRS staat voor Lagăre de Prizonieri de Război Sovietici (Sovjet Krijgsgevangenenkampen).

LPRS nr. 4 (voluit: Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici Nr. 4) was een Roemeens krijgsgevangenenkamp voor Sovjet-soldaten in de stad Vaslui tijdens de Tweede Wereldoorlog.De afkorting LPRS staat in het Roemeens voor Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici (Krijgsgevangenenkamp voor Sovjets). Roemenië vocht destijds als bondgenoot van nazi-Duitsland aan het oostfront tegen de Sovjet-Unie. Het kamp was gevestigd in de stad Vaslui, in de historische regio Moldavië (het zogenaamde Regat) in het oosten van Roemenië. Het diende als registratie- en doorgangskamp. Gevangengenomen Sovjet-militairen werden bij aankomst eerst geregistreerd in een centrum op het terrein van een grote orthodoxe kerk. De omstandigheden in het kamp waren uiterst zwaar. Door extreme vervuiling en overbevolking braken er dodelijke epidemieën uit, zoals een grote uitbraak van vlektyfus in de winter van 1941. Gevangenen werden vanuit Vaslui vaak doorgevoerd naar andere werkkampen of grotere interneringskampen binnen het Roemeense netwerk, zoals het kamp in Bolgrad (LPRS nr. 8) of Budești (LPRS nr. 7 en 13). Het kamp stond onder het uiteindelijke gezag van de Roemeense Generale Staf (Marele Stat Major). De lokale commandant van het kamp was kolonel Aliodor Ionescu.

Tiraspol LPRS nr. 5

Tiraspol LPRS nr. 5

 

Moldavie

Concentratiekamp Tiraspol LPRS nr. 5 (Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici Nr. 5) was in de herfst van 1941 door de Roemeense autoriteiten opgezet in het toenmalige door hen bezette Transnistrië. Dit kamp diende voornamelijk voor de opsluiting van krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om Sovjet-krijgsgevangenen (POWs) vast te houden en in te zetten voor dwangarbeid. Gevangenen werden in 1942 en 1943 vaak vanuit dit kamp overgebracht naar andere locaties, zoals werkkampen in Golta, om daar in de landbouw en bosbouw te werken. Het kamp stond bekend onder de afkorting LPRS nr. 5. Tegen het einde van 1943 werd de naam van dit kamp veranderd in Kamp nr. 12. De regio Transnistrië stond onder Roemeens bestuur en herbergde in deze periode meerdere kampen en getto's waar tienduizenden Joden en krijgsgevangenen onder onmenselijke omstandigheden leefden of werden omgebracht.

LPRS nr. 6 (voluit Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici Nr. 6) was een krijgsgevangenenkamp in het Roemeense Dornești (regio Suceava). Het kamp, dat viel onder het IV Territoriale Commando, werd in de zomer van 1941 opgezet en huisvestte uiteindelijk tot ongeveer 3.750 Sovjet-krijgsgevangenen.

LPRS nr. 7 (afkorting voor Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici nr. 7) was een Sovjet-krijgsgevangenenkamp in het Moldavische Bălți, dat op 20 augustus 1941 door het Roemeense leger werd opgericht. Het kamp bood plaats aan bijna 6.000 gevangenen en stond bekend om zijn barre leefomstandigheden en uitbraken van tyfus. Plaats: Bălți, Moldavië (destijds onder Roemeens bestuur). Krijgsgevangenenkamp voor Sovjet-soldaten. 20 augustus 1941. Ongeveer 5.790 tot 6.000 gevangenen. Ongeveer 1.900 werden in Bălți gehouden; de rest werd in werkkampen in de omgeving ondergebracht. In de late herfst en winter van 1941 heerste er ernstige tyfus in het kamp. Omdat er geen zeep en medische middelen waren, stierven honderden gevangenen aan ziektes en ondervoeding. Zelfs Joodse artsen die werden ingezet om te helpen, raakten besmet en overleden. Vanaf april en mei 1942 dwongen inspecties betere huisvesting en voeding af, waarna de situatie in het kamp iets verbeterde.

LPRS nr. 8 staat voor Lagăr de Prizonieri de Război Sovietici No. 8, een kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen dat in de herfst van 1941 werd opgericht in Bolgrad (destijds Roemenië, tegenwoordig Oekraïne). Het kamp lag oorspronkelijk in Bolgrad. Halverwege of eind 1942 werd het verplaatst naar Turnu Măgurele, in het zuiden van Roemenië. Het kamp viel onder het 3e Territoriale Commando, maar werd gecontroleerd door de Roemeense generale staf. De bewaking werd uitgevoerd door Roemeense gendarmes. De eerste groep bestond voornamelijk uit Sovjet-krijgsgevangenen. In oktober 1941 werden gevangenen van Roemeense afkomst (uit Bessarabië en Bukovina) vrijgelaten. Tegen augustus 1944 telde het kamp in Bolgrad 5.763 gevangenen.

LPRS nr. 10, voluit Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici nr. 10, was een werkkamp voor Sovjet-krijgsgevangenen in Corbeni (Roemenië) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp viel onder het Roemeense leger en werd in oktober 1941 opgericht. De gevangenen in LPRS nr. 10 werden gedwongen tot zware dwangarbeid. Ze moesten onder meer infrastructuur onderhouden en werken aan de bouw van een modeldorp dat was vernoemd naar de Roemeense maarschalk Ion Antonescu. Corbeni, Roemenië Huisvesting en inzet van Sovjet-krijgsgevangenen Operationeel vanaf het najaar van 1941 tot in ieder geval 1943

Tiraspol LPRS nr. 11

Tiraspol LPRS nr. 11

 

Moldavie

Tiraspol Kamp nr. 11 (LPRS nr. 11) was een groot krijgsgevangenenkamp in Transnistrië, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Roemeense leger werd beheerd. Onder leiding van luitenant-kolonel Victor Ioanid fungeerde het kamp vanaf eind 1941 tot begin 1944 als centraal overplaatsings- en werkkamp. Het hoofdkamp in Tiraspol bood initieel plaats aan meer dan 1.800 Sovjet-krijgsgevangenen. Het werd bewaakt door een Roemeense bezetting van 16 officieren, 13 onderofficieren en honderden soldaten. Vanwege de grote toestroom van gevangenen, breidde Kamp nr. 11 uit met een wijdvertakt netwerk van subkampen verspreid over de regio Transnistrië. Deze subkampen lagen onder meer in Birzula (Râbniţa), Odessa, Tighina, en Elsass.Gevangenen uit Kamp nr. 11 werden ingezet voor zware dwangarbeid in verschillende Roemeense en Duitse militaire en civiele instellingen in de regio. Het gebied rond Tiraspol werd in augustus 1941 bezet door Duitse en Roemeense troepen. Naast dit krijgsgevangenenkamp was Tiraspol ook het toneel van massale executies waarbij ongeveer 10.000 lokale Joden werden omgebracht.

LPRS Nr. 12 Het kamp was gevestigd in Maia (district Ilfov) in Roemenië. Het functioneerde specifiek als een kamp voor gevangengenomen officieren uit het Rode Leger (de Sovjet-Unie). Het kamp werd in november 1941 ingericht op een groot landgoed dat oorspronkelijk toebehoorde aan Barbu Catargiu, een voormalig premier van Roemenië. Het kamp viel onder het Roemeense Generale Staf (Marele Stat Major) en stond onder het directe commando van kapitein Ilie Constantinescu.

  1. LPRS Nr. 13 (vaak in documenten gecombineerd met Nr. 7) was een groot krijgsgevangenenkamp in Budești, Roemenië (tegenwoordig in het district Călărași), dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd beheerd door het Roemeense leger. Hoewel vaak aangeduid in de context van concentratiekampen, was het officieel een werkkamp en krijgsgevangenenkamp voor militairen van het Rode Leger van de Sovjet-Unie. Het kamp werd in eerste instantie opgericht in Bălți (Bessarabia, nu Moldavië) als LPRS Nr. 7. Later werd het kamp verplaatst naar Budești (nabij Boekarest) en kreeg het de aanduiding LPRS Nr. 7 en 13 om het te onderscheiden van de eerdere locatie. Het groeide uit tot een van de grootste Sovjet-krijgsgevangenenkampen in Roemenië. In 1943 hield het kamp ongeveer 11.200 gevangenen vast. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk. Gevangenen verbleven in houten barakken en leden massaal aan honger, uitputting en ziekten zoals tuberculose en enterocolitis. LPRS Nr. 13 registreerde het hoogste aantal sterfgevallen onder de Roemeense krijgsgevangenenkampen. Officieel werden er 938 doden geregistreerd, die in massagrafen in de buurt werden begraven.Nadat Roemenië in augustus 1944 van zijde wisselde in de oorlog, werd het kamp ontruimd. De overlevende gevangenen werden overgedragen aan de oprukkende Sovjetautoriteiten, waarna het kamp in september 1944 definitief werd gesloten.

Tjideng

 

Java

Kamp Tjideng (Cideng) was een Japans interneringskamp voor vrouwen en kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in een buitenwijk van het toenmalige Batavia (het huidige Jakarta) op Java. Tussen augustus 1942 en augustus 1945 zaten hier ruim 11.000 Europeanen, voornamelijk Nederlanders, onder mensonterende omstandigheden gevangen. De Japanse kampcommandant Kenichi Sonei voerde een schrikbewind. Hij stond bekend als extreem gewelddadig en onvoorspelbaar, en mishandelde gevangenen zwaar om willekeurige redenen. Na de oorlog is hij ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Oorspronkelijk was de wijk gebouwd voor ongeveer duizend mensen, maar uiteindelijk werden er ruim 11.000 vrouwen en kinderen opeengepakt. Hygiëne, voedsel en medische zorg waren er minimaal, en er overleden honderden gevangenen. Op 21 juli 1945 escaleerde het geweld in het kamp. Commandant Sonei liet tientallen vrouwen en meisjes mishandelen en kaalknippen. Deze gebeurtenis staat bekend als een van de meest traumatische momenten uit de geschiedenis van de kampen in Nederlands-Indië.

Tjikoedapateuh

 

Java

Concentratiekamp Tjikoedapateuh, ook bekend als het 15e Bataljon of Bunsho II Kamp 1, was een Japans internerings- en krijgsgevangenenkamp in Bandoeng (West-Java) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen maart 1942 en oktober 1945 werden hier in totaal ongeveer 10.000 tot 11.700 militairen en burgers vastgehouden. Het kamp was gevestigd in de oude KNIL-kazernes in het centrum van Bandoeng. Het terrein werd begrensd door de Kampementstraat (nu Jl. Aceh), Noorder Kampementstraat, Van Oldenbarneveltweg (nu Jl. Tongkeng) en de Noorder Magazijnstraat. Van maart 1942 tot januari 1944 diende het complex als krijgsgevangenenkamp voor geallieerde militairen (waaronder Nederlanders, Britten en Australiërs).Mannen en jongens: Vanaf januari 1944 werd het kamp ingericht als burgerkamp voor mannen en oudere jongens. Het terrein was zwaar beveiligd met prikkeldraad, wachttorens en een omheining. Vanaf juli 1944 werd er specifiek een deel van het kamp afgescheiden voor jongens en jonge mannen. Dit jongenskamp stond bekend om zijn ondergrondse scoutingactiviteiten. 

Tjimahi

 

Java

Concentratiekamp Tjimahi (ook wel Cimahi) was een van de grootste Japanse interneringscomplexen tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in de garnizoensstad Tjimahi (West-Java, Indonesië). Het fungeerde tussen april 1942 en januari 1944 als krijgsgevangenkamp en werd daarna gebruikt als groot mannenkamp voor duizenden geïnterneerden. Gelegen in het noordelijke stadsdeel van Tjimahi, nabij Bandoeng. Het was een van de grootste kampen waar meer dan 12.000 geallieerde krijgsgevangenen en (oudere) mannen verbleven. Vanaf april 1942 fungeerde het complex als krijgsgevangenkamp. Eind januari 1944 werd het omgevormd tot een burgermannenkamp in de barakken en woningen van het 4e en 9e KNIL Bataljon. Tjimahi was niet één afgesloten kamp, maar bestond uit verschillende verspreide kampementen. Naast de grote kazernes (zoals Kamp 4) omvatte het gebied andere locaties zoals de Barosweg en de Willemstraat. Daarnaast waren er werkkampen op boerderijen in de directe omgeving, waaronder Leuwigadjah en Pasir Benteng.

Tjihapit

 

Java

Tjihapit (Cihapit) was een Japans burger- en vrouwenkamp in Bandoeng (West-Java) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde van 17 november 1942 tot 23 augustus 1945. De wijk werd omheind met prikkeldraad en diende als gevangenis voor ruim 13.500 vrouwen, kinderen en enkele oude mannen. Het kamp besloeg een afgesloten woonwijk in het noordoosten van Bandoeng. Het gebied werd grofweg begrensd door de Riouwstraat (nu Jl. R.E. Martadinata), de Tjihapitweg (Jl. Cihapit), de Tjiliwoengstraat (Jl. Ciliwung), de Houtmanstraat (Jl. Supratman) en de Groote Postweg (Jl. Ahmad Yani). Gevangenen werden ondergebracht in bestaande Europese woonhuizen, die zwaar overbevolkt raakten. De wijk was afgezet met prikkeldraad en gedek (gevlochten bamboe) om pottenkijkers buiten te houden. Het kamp bood voornamelijk onderdak aan vrouwen, kinderen en oudere mannen, maar in bepaalde periodes werden er ook KNIL-militairen vastgehouden. Het was een van de grootste vrouwen- en kinderkampen in Zuidoost-Azië. De aantallen liepen op tot meer dan 13.500 personen. Door zware omstandigheden zoals ondervoeding, ziekte en gebrek aan medische zorg, zijn er in het kamp minstens 253 mensen overleden.

Tjilatjap

 

Java

Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië fungeerden er in Tjilatjap (het huidige Cilacap op Java) Infanteriekampement en andere locaties als internerings- en krijgsgevangenenkampen. Tussen 1942 en 1943 werden hier duizenden geallieerde militairen en Europeanen vastgehouden onder zware omstandigheden. In en rond Tjilatjap (het zuidelijke kustgebied van Java) waren tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende kampen actief: Infanteriekampement (Kamp 1 / Oude Kamp): Het belangrijkste kamp, gelegen in het centrum van Tjilatjap, inclusief het Militair Hospitaal. Hier werden vanaf 15 maart 1942 zo'n 2.960 KNIL-, Britse en Australische militairen opgesloten. Artilleriekampement: Was van 15 maart 1942 tot 5 februari 1943 in gebruik voor ongeveer 4.950 krijgsgevangenen. Gevangenis in Tjilatjap: Heeft in de eerste weken na de capitulatie (voorjaar 1942) kortstondig gefunctioneerd als krijgsgevangenenkamp. Het regime was streng en berucht om het harde optreden van de Japanse luitenants Hiruyama en Takita. Gevangenen werden zwaar ingezet, onder meer voor het opruimen van de gebombardeerde haven en landbouwwerkzaamheden. Door de slechte omstandigheden kwamen in de gezamenlijke kampen in Tjilatjap in totaal circa 80 krijgsgevangenen om het leven. De krijgsgevangenen werden later veelal overgebracht naar grotere kampen in Tjimahi, of als dwangarbeider via Singapore en Thailand te werk gesteld.

Tjipinang

 

Indonesie

Concentratiekamp Tjipinang (ook wel geschreven als Cipinang) was een Japans interneringskamp in het zuiden van Batavia (nu Jakarta). Het kamp was gevestigd in de Tjipinang-gevangenis, de grootste gevangenis van Nederlands-Indië, en functioneerde als burger- en politiek kamp tussen 1944 en 1945. Het binnenterrein van de Tjipinang-gevangenis, Jakarta (Indonesië). Operationeel van 1944 tot en met 1945. Mannen, jongens, vrouwen en kinderen (voornamelijk Nederlanders), evenals politieke gevangenen. De politieke gevangenen zaten op een afzonderlijke afdeling in het oostelijke puntje van het complex. Er verbleven continu duizenden gedetineerden. De leiding lag bij kampcommandant Matsuoka Takeshiro. 

Concentratiekamp Tluste

Concentratiekamp Tluste

 

Oekraine

Tluste (tegenwoordig Tovste, Oekraïne)  functioneerde de locatie achtereenvolgens als een nazi-getto en een nazi-dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager für Juden). Nazi-Duitsland nam het destijds Poolse Tłuste in 1941 in. Het viel onder het bestuur van Kreis Czortkow binnen het Distrikt Galizien. Rond maart of december 1942 richtte de Gestapo een getto in. Hier werden duizenden Joden uit Tluste en omliggende dorpen samengedreven. Het getto kende extreme overbevolking en dodelijke epidemieën zoals vlektyfus. Naast het getto openden de nazi's een werkkamp. Gevangenen (vooral vrouwen) werden ingezet op grootschalige agrarische plantages voor de kweek van kok-saghyz (een paardenbloemsoort gebruikt voor strategische Duitse synthetische rubberproductie). In de herfst van 1942 deporteerde de bezetter ruim 1.200 Joden vanuit Tluste naar het vernietigingskamp Bełżec. Op 6 juni 1943 liquideerde de Gestapo samen met de Oekraïense hulppolitie het getto definitief. Ongeveer 3.000 Joden werden opgespoord, naar de lokale Joodse begraafplaats gebracht en daar standrechtelijk geëxecuteerd. Enkel een kleine groep dwangarbeiders op de rubberplantages bleef gespaard tot de uiteindelijke bevrijding door het Rode Leger in 1944. 

Concentratiekamp Tniet-Agarev

Concentratiekamp Tniet-Agarev

 

Tunesie

Concentratiekamp Tollo

Concentratiekamp Tollo

 

Italie

Het concentratiekamp in Tollo (Italië) was een interneringskamp in de regio Abruzzo dat tussen eind 1941 en oktober 1943 voornamelijk dienstdeed als detentiecentrum voor Joegoslavische burgers en politieke dissidenten. Het kamp was ondergebracht in een particulier gebouw (eigendom van Giuseppe Foppa Pedretti) in Tollo, een klein dorp op ongeveer 13 km van Chieti en de Adriatische Zee. In tegenstelling tot zware nazi-kampen was het niet voorzien van tralies of hekken, wat leidde tot herhaalde ontsnappingen. Het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken opende het kamp eind 1941. De eerste groep arriveerde in februari 1942: 42 Dalmatiërs die werden bestempeld als gevaarlijke communisten. Het kamp had een maximale capaciteit van ongeveer 90 tot 100 personen. Vanwege de minimale beveiliging eiste de prefect van Chieti in februari 1943 de sluiting van het kamp. In mei 1943 werden de gevangenen overgeplaatst naar andere kampen, waaronder Bagno a Ripoli en Corropoli

Tölz

Tölz

 

Duitsland

Het concentratiekamp in Bad Tölz was een buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Het werd in 1942 geopend en leverde dwangarbeiders voor de plaatselijke SS-Junkerschule en de Zentralbauleitung. In mei 1945 werden de overgebleven gevangenen gedwongen tot een beruchte dodenmars richting de Oostenrijkse grens. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor dwangarbeid. De gevangenen werden tewerkgesteld bij de bouw en het onderhoud van de nabijgelegen SS-Junkerschule, de prestigieuze officiersopleiding van de Waffen-SS. Op 1 mei 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, werden de gevangenen door de SS gedwongen om mee te lopen in een dodenmars. Deze colonne sloot aan bij de evacuatiemars van het hoofdkamp Dachau en werd uiteindelijk op 2 mei 1945 door Amerikaanse troepen tegengehouden.

Concentratiekamp Tomaszów Lubelski

Concentratiekamp Tomaszów Lubelski

 

Polen

Tomaszów Lubelski speelde een centrale rol in de Holocaust. De stad ligt in het district Lublin in het zuidoosten van Polen, zeer dicht bij het beruchte vernietigingskamp Bełżec (dat op slechts 15 kilometer afstand lag).Tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden er in Tomaszów Lubelski verschillende nazi-wreedheden plaats: De nazi's richtten in de stad een open getto op voor de omvangrijke Joodse bevolking. De Joden uit de stad en de omliggende dorpen werden hier gedwongen gehuisvest en ingezet voor zware dwangarbeid. Vanaf het voorjaar van 1942 begonnen de nazi's met de systematische liquidatie van het getto als onderdeel van Aktion Reinhard. In maart 1942 werd de eerste grote groep Joden boven de 32 jaar gedeporteerd naar het nabijgelegen Vernietigingskamp Bełżec. In mei en oktober 1942 volgden de resterende transporten. Vrijwel de gehele Joodse populatie van de stad is in de gaskamers van Bełżec vermoord. Naast de deportaties vonden er in de bossen rondom Tomaszów Lubelski ook directe massa-executies plaats door de Gestapo. In de regio zijn na de oorlog verschillende Joodse oorlogsgraven en massagraven geïdentificeerd.

Concentratiekamp Tomaszow Mazowiecki

Concentratiekamp Tomaszow Mazowiecki

 

Polen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de nazi's er een getto (opgericht in 1940) en diverse dwangarbeidskampen gevestigd. Het getto werd in mei 1940 gesticht en in december 1941 volledig afgesloten. Het bood gedwongen onderdak aan circa 16.000 Joden, inclusief vluchtelingen uit omliggende dorpen. Het gebied was zwaar overbevolkt. Door honger en ziektes, zoals tyfus, stierven honderden mensen. In twee deportatierondes (eind oktober en begin november 1942) zijn ongeveer 14.000 Joden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. Na de liquidatie van het grote getto werd een kleiner deel, het zogenaamde Kleine Ghetto, omgevormd tot een werkkamp (Arbeitslager) dat tot 1943 in bedrijf was. Vrijwel de gehele Joodse bevolking van Tomaszów is omgekomen tijdens de Holocaust.

Concentratiekamp Tomaszówka

Concentratiekamp Tomaszówka

 

Wit Rusland

Het concentratiekamp van Tomaszówka was een getto en werkkamp in het gelijknamige plaatsje (tegenwoordig Wit-Rusland). Het werd vanaf de zomer van 1942 door de Duitse bezetters gebruikt om de lokale Joodse bevolking onder zware bewaking en in mensonterende omstandigheden op te sluiten en uit te buiten. Tomaszówka, gelegen in het district Brest (vlakbij de huidige grens tussen Polen, Oekraïne en Wit-Rusland). Vanaf de allereerste dagen van de bezetting werden Joden uit de omgeving door de Duitsers bijeengedreven. De gevangenen werden zwaar uitgebuit. Velen van hen zijn uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Sobibór om daar te worden vermoord.

Concentratiekamp Tombouctou

Concentratiekamp Tombouctou

 

Mali

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Tombouctou (gelegen in het huidige Mali) door het Vichy-regime gebruikt als locatie voor een internerings- en dwangarbeidkamp. Gevangenen  waaronder geallieerde zeelieden en politieke tegenstanders overleefden er zware omstandigheden. Een ommuurd complex met twee gebouwen in Tombouctou, Mali (destijds Frans-Soedan). Het kamp bood plaats aan meer dan 50 geïnterneerden. De groep bestond onder andere uit bemanningsleden van Britse koopvaardijschepen die door Vichy-Franse sloepen waren onderschept. Gevangenen maakten een uitputtende reis per trein, bus en boot over de Nigerrivier naar het kamp. De combinatie van het barre klimaat en zware arbeid had een verwoestende impact op de gezondheid van de gedetineerden.

Concentratiekamp Tonezza del Cimone

Concentratiekamp Tonezza del Cimone

 

Italie

Het concentratiekamp Tonezza del Cimone (officieel: Campo di concentramento di Tonezza del Cimone) was een provinciaal interneringskamp voor Joden in de Italiaanse Sociale Republiek (RSI) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd in de gebouwen van het Alpenvakantieoord Colonia Alpina Umberto I in de gemeente Tonezza del Cimone, in de Noord-Italiaanse provincie Vicenza. Ingesteld na Politieorder nr. 5 op 30 november 1943 door de fascistische minister Guido Buffarini Guidi. De prefect van Vicenza vorderde de Colonia Alpina Umberto I op 10 december 1943 tijdelijk op. Het kamp was actief van 20 december 1943 tot 2 februari 1944. De controle was in handen van Italiaanse fascisten onder leiding van kampcommandant majoor Silvio Toniolo. Er werden in totaal 45 Joodse mannen, vrouwen en kinderen uit de provincie ingesloten. Hun bezittingen werden direct na arrestatie geconfisqueerd. Eind januari 1944 werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden via Vicenza en Verona overgebracht naar Milaan. Op 30 januari 1944 moesten zij op transport (konvooi nr. 6) vanaf Milano Centrale. Ze kwamen op 6 februari 1944 aan in vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, waar de meesten direct werden vermoord.

Tonndorf

Tonndorf

 

Duitsland

Concentratiekamp Tonndorf (codenaam T) was een buitenkamp (Außenlager) van het grotere Duitse concentratiekamp Buchenwald. Het kamp bevond zich in de Duitse deelstaat Thüringen, ongeveer 5,5 kilometer verwijderd van de stad Bad Berka. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Bauleitung der Waffen-SS (het bouwbestuur van de Waffen-SS). Het kamp begon zeer kleinschalig met vermoedelijk slechts 6 gevangenen, mogelijk al in augustus 1941. In de periode 1944–1945 lag de gemiddelde bezetting rond de 45 gevangenen. Mogelijk datal vanaf 1938 een werkcommando (Kommando) onder deze naam actief was. Het kamp was een officieel geregistreerd subkamp binnen het netwerk van de SS. 

Topolica bei Bar

Concentratiekamp Topolica


Montenegro
Concentratiekamp Topolica, ook bekend als het Antivari-kamp, was een Italiaans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de wijk Topolica nabij de havenstad Bar (destijds Antivari genoemd) in Montenegro. Na de opstand in Montenegro in juli 1941, raakten de reeds bestaande Italiaanse kampen overbevolkt. Daarom werd dit nieuwe kamp aan de Adriatische kust geopend. Het kamp werd gebruikt om duizenden Servische en Montenegrijnse rebellen op te sluiten, evenals hun familieleden, vrouwen en kinderen. Gezien de massale opsluiting van hele families kampten de gevangenen in het kamp met ernstige tekorten aan voedsel, water en medische voorzieningen.

Concentratiekamp Topolya

Concentratiekamp Topolya

 

Servie

Het concentratiekamp in Topolya (het huidige Bačka Topola, Servië) diende in 1941–1944 eerst als Hongaars interneringskamp. Onder Duits bevel werd het in het voorjaar van 1944 een centraal verzamel- en deportatiekamp voor Joden uit Hongarije. Op 2 en 3 mei 1944 vertrokken de eerste twee treinen vanuit Topolya naar Auschwitz, met in totaal 2.000 Joodse gevangenen aan boord. Deze treinen arriveerden op de Alte Judenrampe. Meer dan 2.600 van deze eerste gedeporteerden werden direct in de gaskamers vermoord, terwijl een klein deel werd geregistreerd voor dwangarbeid.

Concentratiekamp Topovske Šupe

Concentratiekamp Topovske Šupe

 

Servie

Concentratiekamp Topovske Šupe (Duits: Konzentrationslager Kanonen-Schuppen) was een van de eerste concentratiekampen voor Joden en Roma in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag aan de rand van de Servische hoofdstad Belgrado, in de wijk Autokomanda, en was actief van augustus tot december 1941. Het werd bestuurd door nazi-Duitsland (Gestapo) met de actieve hulp van de Servische collaboratieregering van Milan Nedić. Het kamp werd ingericht in de voormalige legerkazerne en artillerieloodsen (kanonnenschuren) van het Koninklijk Servische Leger. Topovske Šupe functioneerde specifiek als een doorgangskamp voor mannelijke Joden vanaf 14 jaar en Roma. In de korte periode van het bestaan hebben er naar schatting 5.000 Joden en 1.500 Roma gevangen gezeten. De meesten kwamen uit Belgrado zelf en de regio Banat. Het kamp deed hoofdzakelijk dienst als een reservoir voor gijzelaars. Wanneer Servische partizanen Duitse soldaten aanvielen, namen de nazi's wraak volgens een strikte ratio: 100 burgers dood voor elke gedode Duitse soldaat en 50 voor elke gewonde soldaat. Er vonden in het kamp zelf nauwelijks executies plaats. De gevangenen werden onder het voorwendsel van dwangarbeid naar executieplaatsen buiten de stad gebracht (zoals Jabuka en Jajinci) en daar systematisch doodgeschoten. Vrijwel alle 6.500 gevangenen kwamen om het leven. Tegen december 1941 was de mannelijke Joodse bevolking van Belgrado nagenoeg volledig uitgeroeid, waarna het kamp werd gesloten. De vrouwen en kinderen werden vervolgens overgebracht naar het beruchte kamp Sajmište.

Concentratiekamp Topper

Concentratiekamp Topper

 

Polen

Torgau 

Torgau 

 

Duitsland

In Torgau bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een nevenvestiging (Außenlager) van het concentratiekamp Buchenwald, maar de stad is historisch gezien vooral berucht als het absolute centrum van het militaire rechtssysteem van de Wehrmacht. Hier werden duizenden deserteurs, politieke gevangenen en verzetsstrijders opgesloten. Het Nationaalsocialisme (1936–1945) Wehrmachtgevangenissen: Torgau huisvestte twee centrale legergevangenissen waar de nazi-militaire rechtspraak werd voltrokken. Dit waren het gemoderniseerde Fort Zinna (de grootste Wehrmachtgevangenis) en de Wehrmachtgevangenis Brückenkopf. Hier zaten hoofdzakelijk dienstweigeraars, deserteurs, verzetsstrijders uit heel Europa en militairen die beschuldigd werden van ondermijning van de weerkracht of spionage.

Vanaf september 1944 werd in Torgau een officieel subkamp van Concentratiekamp Buchenwald ingericht. Eerst kwamen er honderden vrouwelijke politieke gevangenen aan (veelal uit het Franse verzet) die dwangarbeid moesten verrichten in de lokale munitiefabriek, de Heeres-Munitionsanstalt. Later volgde een mannenkamp.

Concentratiekamp Tortoreto

Concentratiekamp Tortoreto

 

Italie

Het concentratiekamp van Tortoreto werd in juli 1940 door het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken opgericht in de regio Abruzzo. Het was een interneringskamp voor politieke dissidenten en buitenlandse Joden. Het kamp was verdeeld over twee niet-omheinde gebouwen die zo'n 7 kilometer uit elkaar lagen en onder één centrale leiding stonden: Villa Tonelli: Gelegen in Tortoreto Stazione (het huidige Alba Adriatica), bood plaats aan ongeveer 75 personen.

Tortoreto Alto: Gelegen in het historische centrum op de heuvel. Dit was een privéwoning van de familie De Fabritiis met een capaciteit voor ongeveer 25 gevangenen. In tegenstelling tot nazi-vernietigingskampen was dit een fascistische Italiaanse internerings- en werkkamp. Gevangenen leefden onder strenge bewaking van Carabinieri en politie, maar kenden over het algemeen dragelijker omstandigheden dan in de Duitse kampen, totdat de nazi's in 1943 Italië bezetten.

Torun

Torun

 

Polen

Het concentratiekamp in Toruń, bekend als Kamp Szmalcówka (ook wel Thorn genoemd), was een Duits werkkamp en subkamp van Lebrechtsdorf dat van 1940 tot eind juli 1943 functioneerde. Het was gevestigd in een verlaten fabriekscomplex aan de ulicy Grudziadzkiej. Het kamp werd in 1940 door de nazi's opgezet als een heropvoedings werkkamp en deed voornamelijk dienst als een plek waar verdreven Polen uit de regio Gdańsk-West-Pruisen werden vastgehouden. Door de combinatie van zware dwangarbeid, extreme honger, slechte hygiëne en wrede behandeling stierven er naar schatting 1200 van de in totaal 12.000 gevangenen (onder wie 397 kinderen). In juli 1943 werd het kamp geliquideerd en zijn de overlevenden overgebracht naar kamp Lebrechtsdorf.

Concentratiekamp Tossicia

Concentratiekamp Tossicia

 

Italie

Het concentratiekamp van Tossicia, gelegen in de provincie Teramo (Abruzzo, Italië), was een interneringskamp opgericht door het fascistische regime. Het was actief vanaf augustus 1940 tot de bevrijding in september 1943.Doel en gevangenenHet kamp diende in eerste instantie om Chinese staatsburgers, Joden, en later met name Joegoslavische Roma- en Sinti-families op te sluiten. De capaciteit bedroeg ongeveer 115 personen. Op 26 september 1943 werden de gevangenen vrijgelaten nadat zij gezamenlijk het kamp ontvluchtten om aan de nazi's te ontkomen. Het kamp werd hierna kortstondig gebruikt als opvanglocatie voor evacués uit Napels.

Concentratiekamp Traiskirchen

Concentratiekamp Traiskirchen

 

Oostenrijk

Traiskirchen sterk verbonden met verschillende soorten kampen:

Zwangsarbeiterlager (Woll- en wasdoekfabriek): Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1944–1945) exploiteerden de nazi's aan de Badener Straße 9-11 in Traiskirchen een dwangarbeiderskamp. Hier moesten buitenlandse arbeiders onder zware omstandigheden werken voor de firma Schmitt und Junk.

Militair complex onder het nazi-regime: De bekende voormalige Keizerlijke Artillerieschool in de stad werd door de nazi's overgenomen en omgevormd tot een elite-opleidingsinstituut (een zogenaamde NaPoLA-school).

Concentratiekamp Traken

Concentratiekamp Traken

 

Litouwen

Concentratiekamp Tränke

Concentratiekamp Tränke

 

Polen

Kamp Tränke was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het maakte deel uit van de zogenaamde Schmelt-organisatie (of Schmelt-archipel), een netwerk van honderden kampen in de historische regio Silezië (het huidige grensgebied van Polen en Duitsland) waar gevangenen ingezet werden voor zware slavenarbeid. Het kamp bevond zich in de buurt van de voormalige gemeente Tränke (nabij Weißwasser) in de regio Neder-Silezië / Opper-Lausitz. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid verrichten, onder andere in de lokale bosbouw en bij een houtzagerij (Sägewerk). De Cosel-transporten: Tussen augustus en december 1942 stopten verschillende deportatietreinen vanuit Kamp Westerbork (op weg naar Auschwitz) op het Poolse station Cosel. Hier werden Joodse mannen en jongens tussen de 15 en 50 jaar oud met geweld uit de treinen gesleurd om verdeeld te worden over de Schmelt-werkkampen, waaronder Kamp Tränke. In het kamp hebben honderden Joodse mannen gezeten, waaronder een grote groep Nederlandse Joden. Velen kwamen door uitputting, ziekte, mishandeling of ondervoeding om het leven. Een van de bekende Nederlandse slachtoffers is bijvoorbeeld de Amsterdamse havenarbeider Hijman Kanes, die hier in oktober 1943 bezweek. Het kamp werd eind december 1943 opgeheven. De overlevende gevangenen werden overgeplaatst naar andere concentratie- en werkkampen in de regio (zoals Gross-Rosen of Kittlitztreben).

Trawniki

 

Polen

Kamp Trawniki was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits werk- en trainingskamp van de SS in het Poolse dorp Trawniki. Het kamp is in de geschiedenis vooral bekend geworden als de centrale opleidingslocatie voor buitenlandse nazi-kampbewakers (de zogeheten Wachmänner of Trawniki-mannen), en als de locatie van een massale executie van Joodse gevangenen. Het kamp kende tussen juli 1941 en juli 1944 vier verschillende fasen met elk een eigen gruwelijk doel:

1. Krijgsgevangenkamp (Juli – September 1941) Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie (Operatie Barbarossa) richtte de SS het kamp in op het terrein van een oude Poolse suikerfabriek. Het deed aanvankelijk dienst als een kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen (POW). De omstandigheden waren erbarmelijk en veel gevangenen stierven door uithongering en ziektes.

2. De Beulenschool van de SS (September 1941 – Juli 1944) Vanaf het najaar van 1941 veranderde de hoofdfunctie van het kamp in een grootschalig trainingscentrum. De nazi's wierven anticommunistische en antisemitische burgers en krijgsgevangenen uit bezette gebieden, voornamelijk Oekraïners, Letten en Litouwers. Zij kregen de keuze: sterven van de honger in de gevangenkampen of samenwerken met de SS. De Trawniki-mannen: In totaal werden er ruim 5.000 mannen opgeleid tot hulptroepen (Hilfswilligen of Hiwi's). Deze getrainde beulsknechten werden ingezet bij Aktion Reinhard, het nazi-plan om de Joden in Polen uit te roeien. Ze bewaakten de vernietigingskampen (zoals Belzec, Sobibor en Treblinka), ontruimden Joodse getto's en voerden executies uit. Bekende Trawniki-mannen waren onder andere John Demjanjuk en Ivan Marchenko (bijgenaamd Ivan de Verschrikkelijke).

3. Joods Werkkamp (Juni 1942 – September 1943) Vanaf de zomer van 1942 fungeerde een apart deel van Trawniki als een dwangarbeiderskamp voor Joden. Complete textiel-, borstel- en bontateliers uit het getto van Warschau werden naar Trawniki verplaatst. Duizenden Joodse mannen, vrouwen en kinderen moesten hier onder dwang goederen produceren voor de Duitse oorlogsindustrie.

4. Aktion Erntefest (Bloedbad van 3 november 1943) Het dieptepunt van de wreedheid in het kamp vond plaats in het najaar van 1943. Na opstanden in de kampen Sobibor en Treblinka raakten de nazi's in paniek over mogelijk Joods verzet in de werkkampen. Onder de codenaam Aktion Erntefest (Achting Oogstfeest) besloot de SS alle overgebleven Joodse dwangarbeiders in de regio Lublin in één klap te vermoorden. Op 3 november 1943 werden in Trawniki naar schatting 6.000 tot 10.000 Joodse gevangenen in speciaal gegraven kuilen met machinegeweren doodgeschoten. Om het geluid van de schoten te overstemmen, werd er via luidsprekers marsmuziek over het kamp gedraaid. Na de massamoord bleven er nog een klein aantal niet-Joodse gevangenen in het kamp om de sporen uit te wissen. In juli 1944, toen het Rode Leger van de Sovjet-Unie snel naderde, werd het kamp definitief ontruimd en grotendeels door de nazi's vernietigd. 

Trachenberge

Trachenberge

 

Duitsland

Concentratiekamp Trachenberge (officieel KZ-Außenlager Dresden-Trachenberge) was een vroege nazi-gevangenis en later een satellietkamp van Flossenbürg. Het was gevestigd in Dresden en fungeerde voornamelijk als dwangarbeiderskamp voor de oorlogsindustrie. Vroege SS-fase (1933–1934): In de vroege jaren van het nazi-regime werd de faciliteit in Trachenberge gebruikt als onderdeel van een netwerk van vroege concentratiekampen in Saksen (zoals Chemnitz en Colditz) om politieke tegenstanders op te sluiten. Latere Oorlogsfase (Dwangbarakken): Tijdens de latere oorlogsjaren deed Trachenberge dienst als satellietkamp van concentratiekamp Flossenbürg. Gevangenen werden hier tewerkgesteld in de lokale oorlogsindustrie. Slachtoffers: De omstandigheden in deze dependances waren zwaar. Velen stierven door uitputting, ondervoeding en ziekte. 

Concentratiekamp Traunsee

Concentratiekamp Traunsee

 

Oostenrijk

Onder de naam Traunsee worden  verschillende nazi-kampen aan het Oostenrijkse meer de Traunsee verstaan: het beruchte concentratiekamp Ebensee (een subkamp van Mauthausen) en het eerdere dwangarbeidskamp Traunsee in Traunkirchen.

1. Concentratiekamp Ebensee (beter bekend als Zement) Dit was een van de zwaarste en meest dodelijke Außenlager (subkampen) van het Mauthausen Memorial. Ebensee am Traunsee, Oostenrijk. 18 november 1943 tot de bevrijding op 6 mei 1945. Het uitgraven van een gigantisch ondergronds tunnelstelsel (codenaam Zement) in de bergen. Dit was bedoeld om de raketproductie (V2) en olieraffinaderijen te beschermen tegen geallieerde bombardementen. Gevangenen: In totaal werden er 27.278 mannelijke gevangenen geregistreerd. De omstandigheden waren extreem zwaar door het slopende werk in de tunnels, mishandeling, bittere kou en systematische uithongering. Tussen de 8.500 en 11.000 mensen kwamen hier om het leven.

2. Rijksdwangarbeidskamp Traunsee (Reichsstraßenbaulager) Voordat het grote concentratiekamp in Ebensee werd gebouwd, bestond er een specifiek Joods dwangarbeidskamp op een andere plek langs het meer. Traunkirchen, aan de oever van de Traunsee. Juni 1940 tot september 1942. Gevangenen werden ingezet voor extreem zware slavenarbeid bij de aanleg van wegen (de Reichsstraße) en tunnels rondom het meer. Het kamp hield 482 Joodse mannen gevangen die waren gedeporteerd uit Wenen. Zij leefden volledig geïsoleerd van de burgerbevolking onder erbarmelijke omstandigheden. In september 1942 werd het kamp ontruimd. Vrijwel alle gevangenen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen in het oosten (zoals Minsk en Łódź) en daar vermoord; minder dan tien personen overleefden de oorlog.

Traunstein 

Traunstein 

 

Duitsland

Concentratiekamp Traunstein was een officieel buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Het kamp in de Zuidoost-Beierse plaats werd opgericht in oktober 1942 en deed dienst als herstellingsoord voor de SS, waar ongeveer twintig geselecteerde vakgevangenen dwangarbeid verrichtten. Traunstein, gelegen in Chiemgau/Opper-Beieren, ongeveer 88 kilometer ten zuidoosten van München. De SS vestigde er een ziekenhuis en rusthuis in een voormalig kuurhotel. Gevangenen (voornamelijk Duitse en Oostenrijkse mannen) werden geselecteerd op basis van hun oude beroep om er een Finse sauna te bouwen en installatiewerkzaamheden te verrichten.

Trebbin

Trebbin

 

Duitsland

Concentratiekamp Trebbin (officieel bekend als Aussenlager Glau-Trebbin) was van 23 oktober 1942 tot januari 1945 een bijkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het nazi-kamp lag in de Duitse deelstaat Brandenburg, zo'n 30 kilometer ten zuiden van Berlijn. Het kamp werd ingericht op het terrein van de Friedensstadt Weißenberg in de wijk Glau. Dit complex was in de jaren twintig gebouwd door de christelijke groepering Johannische Kirche. De nazi's verboden deze kerk, onteigenden het terrein in 1938 en droegen het over aan de SS. De SS vestigde er een artillerieopleidingsschool (SS-Artillerie-Messschule). Het kamp huisvestte permanent rond de 180 mannelijke gevangenen. Zij werden ingezet als dwangarbeiders voor de bouw en het onderhoud van SS-faciliteiten. De gevangenen bestonden uit verschillende nationaliteiten, waaronder Hongaarse Joden en politieke gevangenen. Er vonden ook executies plaats, waaronder die op Nederlandse gevangenen. Hoewel kleiner dan de grote vernietigingskampen, werd het dagelijks leven in Trebbin gekenmerkt door terreur, zware mishandeling, ondervoeding en uitputtende dwangarbeid.

Treblinka

 

Polen

Treblinka was na Auschwitz het dodelijkste vernietigingskamp van nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen juli 1942 en augustus 1943 werden hier in het bezette Polen naar schatting 900.000 tot 925.000 mensen vermoord, vrijwel uitsluitend Joden. Het complex lag in een bosrijk gebied ten noordoosten van Warschau en bestond uit twee delen:

Treblinka I (Arbeidskamp): Een straf-werkkamp dat operationeel was van de zomer van 1941 tot juli 1944. Hier zaten zowel Joden als niet-Joodse Polen onder erbarmelijke omstandigheden gevangen voor dwangarbeid.

Treblinka II (Vernietigingskamp): Dit kamp werd gebouwd in het kader van Aktion Reinhard, het nazi-plan om de Joodse bevolking in het bezette Polen systematisch en zo snel mogelijk uit te roeien. De werking van het vernietigingskampTreblinka II was puur ontworpen als een moordfabriek. In tegenstelling tot Auschwitz was het geen concentratie- of gevangenkamp; slachtoffers werden direct na aankomst naar de gaskamers geleid. De nazi's gebruikten grote verbrandingsmotoren. De giftige uitlaatgassen (koolmonoxide) werden rechtstreeks de luchtdichte kamers in gepompt. Een kleine groep Joodse gevangenen werd tijdelijk in leven gehouden om de lichamen te doorzoeken op waardevolle spullen, goudtanden te trekken en de lijken te verbranden. Opstand: Op 2 augustus 1943 brak er een gewapende opstand uit onder de resterende gevangenen. Een groep wist wapens te bemachtigen, stak kampgebouwen in brand en deed een uitbraakpoging. Enkele tientallen gevangenen overleefden de vlucht en de oorlog. Na de opstand stopten de nazi's met de massale deportaties naar het kamp. Om hun oorlogsmisdaden te verbergen, braken de nazi's het kamp eind 1943 volledig af. De grond werd omgeploegd en er werd een boerderij op gebouwd om de indruk te wekken dat er nooit iets had gestaan.

Treblinka I

Treblinka I

 

Polen

Concentratiekamp Treblinka I, operationeel van 1941 tot 1944, was een nazi-straf- en werkkamp in Noordoost-Polen. Het lag op circa 2 kilometer van het beruchte vernietigingskamp Treblinka II. Ongeveer 20.000 gevangenen werden er onder erbarmelijke omstandigheden tot dwangarbeid gedwongen, waarvan de helft stierf door honger en uitputting. Het kamp werd in de zomer van 1941 geopend door de Gestapo in Sokołów. Het voornaamste doel was het leveren van goedkope arbeidskrachten voor de nabijgelegen grindgroeve en de productie van beton. Joden, Polen uit omliggende dorpen, en in mindere mate Duitsers, Tsjechen en Franse Joden. Van de circa 20.000 gevangenen die er ooit verbleven, overleefde ongeveer de helft het niet. Executies, zware mishandeling, ondervoeding, ziekte en extreme uitputting

Treblinka II

Treblinka II

 

Polen

Vernietigingskamp Treblinka II was een van de meest dodelijke nazi-vernietigingskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar tussen juli 1942 en november 1943 naar schatting 800.000 tot 925.000 mensen, vrijwel uitsluitend Joden, systematisch zijn vermoord. Het kamp lag in het noordoosten van Polen en was, na Auschwitz-Birkenau, het kamp met de meeste slachtoffers.Treblinka II werd specifiek gebouwd voor Aktion Reinhard, het geheime nazi-plan om de Joodse bevolking in het bezette Polen (het Generaal-Gouvernement) volledig uit te roeien. In tegenstelling tot Auschwitz was Treblinka II puur een vernietigingsfabriek. Gedeporteerden werden vrijwel direct (binnen enkele uren) na aankomst vermoord.Treblinka I: Dit was een apart, nabijgelegen straf-werkkamp (opgericht in 1941) waar gevangenen dwangarbeid verrichtten in een steengroeve. Slachtoffers werden vergast met koolmonoxide afkomstig uit de uitlaatgassen van grote verbrandingsmotoren (vaak zware diesel- of tankmotoren). Dit verschilde van Auschwitz, waar Zyklon B werd gebruikt. Om paniek te voorkomen, was de aankomstlocatie ingericht als een echt treinstation met valse loketten, dienstregelingen en een stationsklok die stilstond op 18:00 uur. Een kleine groep Joodse gevangenen werd tijdelijk in leven gehouden om de lijken uit de gaskamers te halen, de bezittingen te sorteren en de lichamen later in de open lucht te verbranden. Op 2 augustus 1943 organiseerden de achtergebleven gevangenen van het Sonderkommando een gewapende opstand. Zij wisten wapens te stelen, staken kampgebouwen in brand en deden een uitbraakpoging. Ongeveer 700 tot 800 gevangenen probeerden te vluchten. De meesten werden tijdens de klopjacht doodgeschoten. Slechts ongeveer 70 gevangenen overleefden de oorlog. Na de opstand besloten de nazi's het kamp te ontmantelen om alle sporen van de massamoord uit te wissen. De gebouwen werden afgebroken, de grond werd omgeploegd en er werd een boerderij op het terrein gebouwd.

Trebnitz

Trebnitz

 

Duitsland

Concentratiekamp Trebnitz (gelegen in de Duitse deelstaat Brandenburg) was vanaf mei 1944 een buitenkamp van concentratiekamp Sachsenhausen. Het functioneerde voornamelijk als een dwangarbeiderscommando waar zo'n 120 tot 300 gevangenen werden ingezet om huisvesting te bouwen voor de SS.De geschiedenis van het kamp en de specifieke locatie zijn als volgt opgebouwd: Gevangenen in Trebnitz werden zwaar ingezet in de beboste omgeving om alternatieve faciliteiten en kantoren voor een SS-staf te construeren. Als Arbeitskommando viel het direct onder het beruchte Sachsenhausen 

Concentratiekamp Trebusa Inferiore

Concentratiekamp Trebusa Inferiore

 

Slovenie

Concentratiekamp Trebusa Inferiore was een internerings- en werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het huidige Slap ob Idrijci (Slovenië), destijds opererend onder Italiaans bestuur.: Slap ob Idrijci, Slovenië. Dit gebied viel destijds onder Italiaans grondgebied, in de buurt van Gorizia. Het diende voornamelijk als een doorvoerkamp en werkkamp.

Concentratiekamp Treia

Concentratiekamp Treia

 

Italie

Het concentratiekamp in Treia was een Italiaans interneringskamp in de regio Marche, gevestigd in de villa La Castelleta. Het werd tijdens het fascistische bewind in 1940 in gebruik genomen en bood plaats aan maximaal 40 gevangenen, voornamelijk vrouwelijke burgers van landen in oorlog met Italië en één Italiaanse Jood. Hoewel het bijna 30 kamers had en een nominale capaciteit van 100 personen, oversteeg het bevolkingsaantal nooit de 40 geïnterneerden. De populatie bestond grotendeels uit Britse en Franse vrouwen en één Joodse man. Het kamp werd in oktober 1942 gesloten, waarna de laatste 28 gevangenen werden overgeplaatst. Het kamp stond onder leiding van gepensioneerde politiecommissarissen en werd bewaakt door de Carabinieri. De omstandigheden waren er volgens historische archieven pover en de locatie werd als ongeschikt beschouwd.

Treis

Treis

 

Duitsland

Concentratiekamp Treis, officieel KZ Bruttig-Treis, was van 10 maart tot 14 september 1944 een buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Gevangenen werden zwaar mishandeld en gedwongen tot dwangarbeid in de Treisertunnel, die moest worden omgebouwd tot een ondergrondse vliegtuigonderdelenfabriek. Gelegen in Rijnland-Palts (Duitsland) tussen de plaatsen Bruttig en Treis. Drijfveer was de aanleg van de Treisertunnel, waar gevangenen onder mensonterende omstandigheden werkten aan elektronica en bougies voor de Duitse luchtvaartindustrie.Door ondervoeding, ziekte en brute mishandelingen (veelal door toedoen van de SS) overleed een groot deel van de dwangarbeiders.

Concentratiekamp Tremessen

Concentratiekamp Tremessen

 

Polen

Concentratiekamp Tremessen (officieel Judenlager Tremessen) was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse vrouwen. Het kamp was gevestigd in de Poolse stad Trzemeszno (historisch bekend als Tremessen) en heeft tussen november 1942 en 1943 gedurende enkele maanden bestaan. Het kamp fungeerde als dwangarbeiderskamp. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid. Trzemeszno ligt in de regio Groot-Polen, niet ver van Gniezno en ten oosten van Poznań. onderdeel was van het bredere netwerk van dwangarbeidskampen voor Joden in de regio.

Trepca

Concentratiekamp Trepča

 

Kosovo

Het concentratiekamp in Trepča (nabij de Kosovaarse stad Mitrovica) was tijdens de Tweede Wereldoorlog (vanaf augustus 1942) een Duits nazi-dwangarbeiderskamp. Het fungeerde als een subkamp van het concentratiekamp Sajmište in Belgrado, waarbij honderden gevangenen werden ingezet in de zware mijnbouw die cruciaal was voor de Duitse oorlogsindustrie. De mijnen van Trepča leverden destijds een aanzienlijk deel (ca. 13%) van de Duitse vraag naar oorlogsmaterialen. De arbeiders werden geselecteerd uit Sajmište en bestonden uit partizanen, Joden en politieke gevangenen. De omstandigheden in het kamp waren door ondervoeding en zware arbeid uitermate zwaar en dodelijk.

Concentratiekamp Trepcza

Concentratiekamp Trepcza

 

Polen

Het dwangarbeidskamp in Trepcza was een werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd opgericht in het gelijknamige dorp nabij de stad Sanok in Zuidoost-Polen. Het kamp werd specifiek geëxploiteerd voor arbeiders van het Duitse bedrijf Kirchoff. Honderden Joodse arbeiders uit Sanok en omliggende steden zoals Lesko en Ustrzyki werden in Trepcza tewerkgesteld. In december 1942 werd het kamp in Trepcza door de nazi's geliquideerd. Circa 700 Joodse gevangenen werden overgebracht naar het nabijgelegen concentratiekamp Zasław, waar zij de volgende dag werden geëxecuteerd.

Treskau = Owinska 

Treskau = Owinska 

 

Polen

Concentratiekamp Treskau was de Duitse nazi-naam voor het dwangarbeiderskamp dat gevestigd was in het huidige Poolse dorp Owińska. Het was een buitenkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp werd in augustus 1943 opgericht in een voormalig psychiatrisch ziekenhuis. De nazi's gebruikten het complex ook als SS-opleidingsschool (de Junkersschule SS). De gevangenen bestonden voornamelijk uit Poolse mannen, aangevuld met Russen, Tsjechen en Oekraïners. Zij moesten zware bouwwerkzaamheden verrichten voor de SS, zoals het bouwen van stallen, garages en een bioscoop. Op 20 januari 1945 werd het kamp opgeheven en werden de gevangenen gedwongen om deel te nemen aan een dodenmars.

Treuenbrietzen

Treuenbrietzen

 

Duitsland

De munitiefabrieken in Treuenbrietzen  een buitenlager (Außenlager) van het concentratiekamp Sachsenhausen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier honderden dwangarbeiders en krijgsgevangenen, waaronder veel Italianen, zwaar ingezet voor de wapenproductie.  Vanaf 1943 werden Italiaanse krijgsgevangenen gedwongen om in de plaatselijke munitiefabrieken te werken onder erbarmelijke omstandigheden. In de nadagen van de oorlog, rond 23 april 1945, was Treuenbrietzen het toneel van grote wreedheden. Duitse troepen executeerden destijds 127 Italiaanse dwangarbeiders in een bos nabij het naburige gehucht Nichel. Na de herovering en de daaropvolgende inname door het Rode Leger vonden er eveneens massamoorden plaats op honderden Duitse burgers en krijgsgevangenen.

Concentratiekamp Tribuswinkel

Concentratiekamp Tribuswinkel

 

Oostenrijk

Tribuswinkel was een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) in Oostenrijk (ongeveer 20 km ten zuiden van Wenen). Vanaf de zomer van 1944 werden hier voornamelijk Joodse mannen en vrouwen uit Hongarije (onder andere uit Szeged en Szentes) tewerkgesteld. Gevangenen werden als dwangarbeiders ingezet in lokale fabrieken. Bekende locaties waren de Treff Koffer- und Lederwarenfabrik (een koffer- en lederwarenfabriek van Felix Melchior) en het terrein van Zeidler und Wimmel K.G.. Hoewel de omstandigheden zwaar waren met lange werkdagen, ondervoeding en slechte kleding waren de ervaringen per fabriek wisselend. Het kamp in Tribuswinkel viel formeel onder het district Baden en had meerdere barakken voor zowel mannen als vrouwen. De gevangenen werden in april 1945 bevrijd door oprukkende Sovjettroepen.

Trier - Festungs-Dienststelle Hinzert 

Trier - Festungs-Dienststelle Hinzert 

 

Duitsland

De Festungs-Dienststelle Trier was een buitenkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp SS-Sonderlager / KZ Hinzert. Moederkamp: SS-Sonderlager / KZ Hinzert (dat later in 1944 organisatorisch een bijkamp van Buchenwald werd). De stad Trier, circa 30 kilometer ten noordwesten van het hoofdkamp Hinzert. Geopend op 5 november 1943 en gesloten op 13 maart 1944. Uitsluitend mannelijke gevangenen. Het gevangenencommando werd ingezet voor zware fysieke arbeid in dienst van de Festungs-Dienststelle Trier. Dit was de militaire instantie van de Wehrmacht die verantwoordelijk was voor de bouw en het onderhoud van fortificaties en verdedigingswerken in de grensregio (zoals delen van de Westwall).

Trier - Oberbauleitung

Trier - Oberbauleitung

 

Duitsland

Het concentratiekamp Trier (OT-Oberbauleitung) was een officieel buitenkamp van het SS-Sonderlager Hinzert. Het kamp bestond tussen 1940 en 1944. Gevangenen werden onder zware omstandigheden tewerkgesteld door de Organisation Todt. Het fungeerde als een werkdetachement in plaats van een volwaardig, permanent kamp. Georganiseerd vanuit Trier, opererend onder de Oberbauleitung Trier II. Het buitenkamp was actief van maart 1940 tot september 1944. Gevangenen verrichtten dwangarbeid voor de bouw- en infrastructuurprojecten van de nazi's.

Trier - Sicherungsstab

Trier - Sicherungsstab

 

Duitsland

Het concentratiekamp Trier (Sicherungsstab) was een vroeg buitenkamp van het concentratiekamp Hinzert. Het kamp was gelegen aan de Martinerfeld Strasse 61 in Trier en deed dienst vanaf eind 1944. Adres: Martinerfeld Strasse 61, Trier, Duitsland. Het fungeerde als een van de vroege buitenkampen van het hoofdkamp Concentratiekamp Hinzert. De gevangenen werden door de Sicherungsstab (Veiligheidsstaf) tewerkgesteld onder zware dwangarbeid. Gevangenen in dit subkamp werden vaak ingezet voor dwangarbeid en versterkingswerken rondom de regio Trier. Door de snelle opmars van de geallieerden werd het kamp in maart 1945 ontruimd, waarbij de gevangenen werden gedwongen tot een dodenmars richting Buchenwald.

Triest = Trieste

Triest = Trieste

 

Italie

Risiera di San Sabba was het nazi-concentratiekamp in de Italiaanse stad Triëst. Het complex was oorspronkelijk een rijstpellerij gebouwd in 1898 en werd vanaf oktober 1943 door de nazi's gebruikt als internerings- en doorgangskamp (Polizeihaftlager). Dit was het enige nazi-kamp op Italiaans grondgebied met een eigen crematoriumfaciliteit. Naar schatting hebben hier tussen de 20.000 en 25.000 mensen gevangen gezeten. Er werden 3.000 tot 5.000 mensen ter plaatse vermoord, voornamelijk gijzelaars, partizanen, politieke gevangenen en Joden. Meer dan 20.000 gevangenen werden vanuit hier gedeporteerd naar andere kampen in Duitsland en Polen, zoals Auschwitz. Vlak voor de bevrijding in april 1945 bliezen de nazi's het crematorium op om hun sporen uit te wissen.

Concentratiekamp Trikala

Concentratiekamp Trikala

 

Italie

Het concentratiekamp in Trikala was een Italiaans detentiekamp dat in september 1941 werd opgericht. Het kamp was gevestigd in de verlaten gebouwen van de Vereniging van Landbouwcoöperaties. Het werd door de gevangenen de Molens genoemd, naar de oude bloemmolens in de buurt van de rivier de Litheos. Het kamp bevond zich in de buitenwijk van Trikala, tegenover het treinstation, achter de Zoodochos Pigi-kerk en aan de oevers van de Aghia Moni (een zijrivier van de Litheos). Het kamp diende officieel als een plaats voor preventieve hechtenis (campo concentramento detenuti preventivi). Later in de oorlog werd het een verzamelpunt van waaruit Joodse inwoners werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Op 23 en 24 maart 1944 werden 139 Joodse inwoners van Trikala en Karditsa door de nazi's gearresteerd en gedeporteerd naar Concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Slechts ongeveer 10 tot 20 van hen overleefden de oorlog.

Concentratiekamp Trinec

Concentratiekamp Trinec

 

Tsjechie

Zwangsarbeitslager Trinec was een nazi-dwangarbeiderskamp in het gelijknamige Třinec (toen Tzynietz/Trinec, Tsjecho-Slowakije) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd rond 1943 geëxploiteerd door de SS en was specifiek gekoppeld aan de aldaar gevestigde staalfabrieken en hoogovens (de ijzerwerken van Třinec). Het functioneren van het kamp kenmerkte zich door de volgende feiten: Gevangenen, waaronder Joodse dwangarbeiders, werden onder strenge SS-bewaking te werk gesteld in de zware industrie. De leef- en werkomstandigheden waren er extreem zwaar en uitputtend.

Trobitz

 

Duitsland

Tröbitz was een klein dorp in de Duitse deelstaat Brandenburg verbonden met de  zogenaamde Verloren Transport vanuit het concentratiekamp Bergen-Belsen. In april 1945, toen de Britse legers concentratiekamp Bergen-Belsen naderden, besloot de SS het kamp te ontruimen. Tussen 8 en 10 april werden zo'n 7.500 Joodse gevangenen (waaronder veel Nederlandse Joden) in drie treinen geperst met als gepland doel concentratiekamp Theresienstadt. De laatste van deze drie treinen vertrok in de nacht van 9 op 10 april 1945. Deze trein raakte echter verloren: De dwaaltocht: De trein zwierf dertien dagen lang over een afstand van meer dan 600 kilometer door het nog niet bezette deel van Duitsland. De route moest constant worden aangepast wegens kapotte spoorlijnen en geallieerde bombardementen. De gevangenen zaten dicht op elkaar gepakt in vervuilde wagons zonder fatsoenlijk eten, drinken of medische zorg. Er brak een hevige vlektyfusepidemie uit onder de reeds uitgeputte mensen. Tijdens de rit kwamen al 198 inzittenden om het leven. Zij werden door de SS-bewakers provisorisch in massagraven langs het spoor begraven. Op 23 april 1945 strandde de trein definitief op een open spoorlijn nabij het dorp Tröbitz. De SS-bewakers waren er vandoor gegaan omdat de Russische troepen naderden. Soldaten van het Rode Leger troffen de trein aan en trokken zich het lot van de meer dan 2.000 doodzieke en zwaar verzwakte overlevenden aan.

Troglitz

 

Duitsland

Concentratiekamp Tröglitz (ook bekend als kamp Wille) was een buitenkamp van Buchenwald. Tussen 1944 en 1945 werden hier ongeveer 6.600 gevangenen, voornamelijk Joden, onder onmenselijke omstandigheden gedwongen tot zware dwangarbeid voor de synthetische brandstoffenfabriek van Brabag. Het kamp lag in de omgeving van Tröglitz, Rehmsdorf en Gleina (regio Saksen-Anhalt). De SS bracht vanaf september 1944 duizenden Joden, grotendeels afkomstig uit Auschwitz-Birkenau, naar Tröglitz. Dit waren voornamelijk Hongaarse Joden, onder wie zeer jonge tieners. De omstandigheden waren moordend. Bijna 3.000 gevangenen werden als arbeitsunfähig (arbeidsongeschikt) bestempeld. Zij werden teruggestuurd naar Buchenwald, direct naar Auschwitz gedeporteerd, of naar het concentratiekamp Bergen-Belsen gestuurd.

Tromsö

Tromsö

 

Noorwegen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er in de omgeving van Tromsø (Noorwegen) twee beruchte naziconcentratiekampen: Sydspissen en Tromsdalen (ook wel Krøkebærsletta genoemd). Beide dienden als wrede doorvoerkampen voor politieke gevangenen, verzetsstrijders, leraren en Joden.

1. Sydspissen detentiekamp Gelegen op de zuidpunt van het eiland Tromsø. Werd geopend in juni 1941. De omstandigheden waren er extreem zwaar en het kamp werd al snel te klein. Het kamp werd gebruikt om communisten, krijgsgevangenen en Joden op te sluiten. In april 1942 werden de eerste Joodse gevangenen, waaronder vrouwen en kinderen, via Grini naar Auschwitz gedeporteerd.

2. Tromsdalen detentiekamp (Krøkebærsletta) Gelegen net ten oosten van Tromsø, aan de overzijde van de Tromsø-brug. Werd eind 1942 in gebruik genomen ter vervanging van Sydspissen. Het functioneerde als een belangrijke Polizeihäftlingslager (politiedetentiekamp) van de Gestapo. Er hebben meer dan 2.000 geregistreerde gevangenen vastgezeten. Velen van hen werden doorgestuurd naar concentratiekampen verder naar het zuiden of direct naar nazi-Duitsland.

3. Gestapo- en SD Hoofdkwartier in de stad Naast de kampen werden in het centrum van Tromsø gevangenen verhoord en gemarteld in de kelders van het Gestapo-hoofdkwartier.

Tromsdalen 

Tromsdalen

 

Noorwegen

Het concentratiekamp Tromsdalen, ook bekend als Krøkebærsletta of onder de Duitse naam Polizeihäftlingslager Tromsdalen, was een nazi-concentratiekamp in Noorwegen, net ten oosten van Tromsø. Vanaf november 1942 fungeerde het als doorgangskamp voor ruim 2.000 gevangenen alvorens zij werden overgebracht naar andere kampen of nazi-Duitsland. Het kamp werd gebouwd als vervanging van het zwaar overvolle en erbarmelijke kamp Sydspissen. Het kamp bestond onder meer uit vijf barakken voor gevangenen. Er werden voornamelijk verzetsstrijders, krijgsgevangenen en Joden vastgehouden voordat zij via deportatieroutes, zoals de lange tocht naar Auschwitz, werden afgevoerd. Gevangenen werden gedwongen tot zware arbeid. Daarnaast werden er standrechtelijke executies uitgevoerd, waaronder de executie van 26 Joegoslavische gevangenen kort na hun aankomst 

Trostberg

Trostberg

 

Duitsland

Concentratiekamp Trostberg was een nazi-buitenlandkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het kamp lag in Opper-Beieren en bestond van het najaar van 1944 tot de bevrijding in mei 1945. Het kamp diende als een werkkamp voor de Duitse oorlogsindustrie. Gevangenen verrichtten dwangarbeid voor de fabriek van Süddeutsche Kalkstickstoff-Werke (een stikstoffabriek) en een fabriek van vliegtuigbouwer BMW. Het kamp bevond zich in de Duitse plaats Trostberg, direct ten oosten van de toenmalige stikstoffabriek nabij het landgoed Götzing. Er verbleven tussen de 650 en 700 mannelijke gevangenen uit minstens tien verschillende naties, voornamelijk uit Rusland en de Oekraïne. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar en onmenselijk. Het kamp werd voor het eerst genoemd in de administratie van Dachau op 20 oktober 1944. Het functioneerde tot het einde van de oorlog. Eind april 1945 werd een deel van de gevangenen geëvacueerd, waarbij sommigen moesten meelopen in dodenmarsen. De resterende gevangenen in het kamp werden op 4 mei 1945 bevrijd door Amerikaanse troepen.

Trostinec

Trostinec

 

Wit Rusland

Maly Trostenets (ook bekend als Trostinec) was een  naziconcentratie- en vernietigingskamp in het huidige Wit-Rusland, ongeveer 12 kilometer ten zuidoosten van Minsk. Tussen 1942 en 1944 zijn hier naar schatting 40.000 tot 65.000 mensen vermoord, waaronder vele Nederlandse Joden. Het kamp werd in het voorjaar van 1942 opgezet als een werkkamp (gevestigd op een voormalige collectieve boerderij) voor met name Russische krijgsgevangenen. Vanaf mei 1942 werd het een locatie voor massamoord. Joden uit onder andere Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Nederland werden per trein naar Minsk gedeporteerd en direct naar het kamp gebracht. De slachtoffers werden voornamelijk in het nabijgelegen Blagowschtschina-bos in grote kuilen geëxecuteerd en begraven. Later werden mobiele gaswagens gebruikt en lichamen gecremeerd om bewijzen te vernissen. Onder de slachtoffers bevonden zich ook Joden die vanuit kamp Westerbork via andere doorgangskampen naar Maly Trostenets zijn getransporteerd.

Concentratiekamp Trostineţ

Concentratiekamp Trostineţ

 

Rusland

Concentratiekamp Maly Trostineţ (ook wel bekend als Maly Trostenets) was het grootste nazi-vernietigingskamp op het grondgebied van de bezette Sovjet-Unie. Het kamp lag ongeveer 12 kilometer ten zuidoosten van de Wit-Russische hoofdstad Minsk, nabij het dorp Bolshoi Trostinec. Tussen 1942 en 1944 zijn hier naar schatting 60.000 tot meer dan 200.000 mensen systematisch vermoord. Het begon in 1941 als een werkkamp voor Russische krijgsgevangenen en een landbouwbedrijf om het Duitse leger te bevoorraden. Vanaf mei 1942 transformeerde het in een efficiënte moordlocatie. De slachtoffers waren voornamelijk Joden uit het getto van Minsk, Wit-Russische partizanen en gedeporteerde Joden uit Oostenrijk, Duitsland, Tsjechië en Polen. Wijze van Vernietiging Blagovshchina-bos: Dit nabijgelegen bos was de primaire executieplaats waar slachtoffers direct na aankomst per trein in de nek werden geschoten. Gaswagens: De nazi's maakten op grote schaal gebruik van Gaswagen (mobiele gaskamers), waarin gevangenen tijdens de rit van Minsk naar het kamp werden verstikt door uitlaatgassen. Shashkovka-bos: In 1943 bouwden de nazi's hier een crematorium in de openlucht om de lichamen van de slachtoffers te verbranden en zo de sporen van hun misdaden uit te wissen.Toen het Rode Leger in de zomer van 1944 naderde, probeerden de nazi's de bewijzen van de massamoord te vernietigen tijdens Aktion 1005. Ze groeven massagraven open en verbrandden de resterende lichamen. In de allerlaatste dagen voor de bevrijding executeerden de bewakers de resterende 6.500 gevangenen in de schuren van het kamp en staken deze vervolgens in brand. 

Concentratiekamp Troyes

Concentratiekamp Troyes

 

Frankrijk

Troyes kende tijdens de Tweede Wereldoorlog  een doorgangskamp en een gevangenis die als interneringscentrum dienden. Troyes (Frontstalag): Het kamp in Troyes werd in 1940 ingericht in twee voormalige basisscholen (Jules Ferry en Diderot) en werd gebruikt om Joden en buitenlanders op te sluiten die uit de verboden zone in het noorden waren verdreven. Later fungeerde het als doorgangskamp voor Joden uit de regio. De detentieomstandigheden waren erbarmelijk, hoewel sommige gevangenen toestemming kregen om elders in de stad tegen betaling te overnachten.

Hauts-Clos Gevangenis: Daarnaast werd de lokale gevangenis Hauts-Clos (soms aangeduid als Frontstalag 124 of Prison des Hauts-Clos) door de Duitse bezetters en het Vichy-regime gebruikt voor de internering van politieke gevangenen, verzetsstrijders en geallieerde burgers.

Gestapo-hoofdkwartier: Het voormalige muziekconservatorium (Maison Fernand Doré) in de stad diende destijds als het regionale hoofdkwartier van de Gestapo. In augustus 1944 escaleerde de situatie in en rond het interneringscentrum en de gevangenis dramatisch. Als vergelding werden tientallen gevangenen uit de gevangenis van Troyes geëxecuteerd.

Troyl

Troyl

 

Polen

Concentratiekamp Troyl, beter bekend als Danzig (Danziger-Werft) of Lager Troyl, was een buitenkamp van het concentratiekamp Stutthof. Het kamp bevond zich in Danzig (het huidige Gdańsk, Polen). Het was een werkkamp waar Joodse gevangenen en andere dwangarbeiders onder zware omstandigheden werden ingezet op de scheepswerven van Danzig. Het kamp lag in de wijk Troyl (nu Przeróbka) in Gdańsk, vlakbij de rivier de Motława. Het kamp viel direct onder de administratie van het hoofdcomplex van Stutthof.

Trunz 

Trunz 

 

Polen

Concentratiekamp Trunz, gelegen in de regio Elbing (tegenwoordig Elbląg, Polen), was een dwangarbeiderskamp en satellietkamp van het hoofdkamp Stutthof. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier voornamelijk Joodse vrouwen zwaar uitgebuit bij de aanleg van vestingwerken en in lokale fabrieken onder barre omstandigheden. Het kamp was gesitueerd in de buurt van het huidige Elbląg in Polen, destijds behorend tot Pruisen in nazi-Duitsland. Groepen gevangenen, waaronder veel Joodse vrouwen uit onder andere Litouwen, werden overgebracht naar Trunz. Ze werden gedwongen om onder de open hemel zware fysieke arbeid te verrichten, zoals het graven van loopgraven en anti-tankgrachten, vaak zeven dagen per week en in weer en wind.  Als subkamp (Arbeitslager) viel Trunz onder het centrale gezag van concentratiekamp Stutthof. Toen het Sovjetleger eind 1944 en begin 1945 oprukte, werden de gevangenen van Trunz en andere nabijgelegen kampen (zoals Lubicz en Merzen) gedwongen tot dodenmarsen. Velen kwamen hierbij om het leven door uitputting, kou of executies door SS-bewakers

Truskavec' 

Truskavec' 

 

Oekraine

Trutenau

Trutenau

 

Tsjechie

Concentratiekamp Trautenau (tegenwoordig Trutnov, Tsjechië) was een complex van dwangarbeidkampen in Sudetenland. Het functioneerde als het grootste buitenkamp van Gross-Rosen Concentration Camp (bekend als Parschnitz / Poříčí) en was specifiek ingericht voor de productie van Wehrmacht-uniformen en vliegtuigonderdelen. Dwangarbeid voor de textiel- en oorlogsindustrie (o.a. Hasse en Welzel spinnerijen). Het kamp werd gebruikt voor de tewerkstelling van zo'n 2.500 Joodse vrouwen en meisjes, afkomstig uit Polen en Hongarije. De werkkampen stonden onder direct toezicht van de SS-commandant in Trautenau. Later werd het in maart 1944 ingelijfd als een subkamp van het hoofdkamp Gross-Rosen. Het kamp werd in mei 1945 bevrijd door Sovjettroepen.Bronnen en Erfgoed

Trutzkirch

Trutzkirch

 

Duitsland
Trutzkirch is een alternatieve naam voor een satellietkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau, gelegen bij de Duitse plaats Tutzing aan de Starnberger See. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de vliegtuigfabrikant Dornier-Werke hier een productielocatie. wordt de locatie vaak aangeduid als Tutzing-Trutzkirch of foutief gespeld als Trutzkirch-Titzing. Het functioneerde als een subkamp onder de administratie van het hoofdkamp Dachau. Het leverde dwangarbeiders voor de oorlogsindustrie van Dornier. Het kamp was met name actief in de eindfase van de oorlog, rond de vroege maanden van 1945. Gevangenen en buitenlandse dwangarbeiders werden onder erbarmelijke omstandigheden ingezet voor industriële diensten en bouwwerkzaamheden.

Trzebinia

 

Polen

Het concentratiekamp Trzebinia (ook bekend als Arbeitslager Trzebinia) was een subkamp van Auschwitz. Het werd in augustus 1944 opgezet bij de Erdöl Rafinerie Trzebinia. Honderden Joodse gevangenen werden er tewerkgesteld onder zware omstandigheden, tot de evacuatie en dodenmarsen in januari 1945. Het kamp werd in augustus 1944 ingericht en bevond zich op het terrein van de plaatselijke olieraffinaderij. De gevangenen moesten de raffinaderij en de munitiefabrieken uitbreiden, wat zwaar dwangarbeidswerk betrof. Het kamp bood plaats aan ongeveer 600 tot 800 gevangenen, uitsluitend Joden afkomstig uit Hongarije en Polen. De gevangenen werden gehuisvest in zes barakken (gemaakt van golfplaat) en stonden onder zware SS-bewaking. Velen bezweken aan ondervoeding, ziekte en uitputting. In 1944 werd het werkkamp door geallieerde vliegtuigen gebombardeerd. In januari 1945, vlak voor de bevrijding, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen gedwongen om mee te lopen op de beruchte dodenmarsen richting het westen.

Tschechowitz

Tschechowitz

 

Polen

Tschechowitz was een netwerk van twee nevenkampen van Auschwitz-Birkenau. Gelegen in het Poolse stadje Czechowice-Dziedzice, bestonden de kampen uit het Tschechowitz-Bombensucherkommando (Tschechowitz I) en het Arbeitslager Tschechowitz-Vacuum (Tschechowitz II), die respectievelijk vanaf de zomer en het najaar van 1944 actief waren. Tschechowitz I (Bombensucherkommando) Het opruimen en onschadelijk maken van niet-geëxplodeerde bommen op het spoor, bij de olieraffinaderij en een lucy- en luciferfabriek. Dit kamp bestond slechts enkele weken (augustus-september 1944). De dwangarbeiders (voornamelijk Joden) werden gehuisvest in de opslagruimtes van een verlaten bierbrouwerij. Tschechowitz II (Arbeitslager Tschechowitz-Vacuum) Opgericht in september 1944 op een voormalige boerderij vlakbij het station en de raffinaderij. Bestond uit honderden Joodse mannen afkomstig uit getto's en kampen zoals Litzmannstadt en Theresienstadt. Drijvende kracht achter de wederopbouw van beschadigde fabrieken, grondwerk, wegenbouw en het herstellen van spoorlijnen. Gevangenen werden vastgehouden in een stenen stal met drielaagse stapelbedden en stonden onder zware bewaking van de SS en de Organisation Todt.

Tschechowitz - Dziedzitz

Tschechowitz - Dziedzitz

 

Polen

Concentratiekamp Tschechowitz (officieel Arbeitslager Tschechowitz-Vacuum of Tschechowitz I en II) was een berucht bijkamp van Auschwitz-Birkenau, gelegen in de moderne Poolse stad Czechowice-Dziedzice. Het kamp werd in het najaar van 1944 opgezet en diende voornamelijk als dwangarbeiderskamp voor de raffinaderij en het opruimen van niet-geëxplodeerde bommen na geallieerde luchtaanvallen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Czechowice-Dziedzice een belangrijk spoorwegknooppunt en industrieel centrum, wat het een doelwit maakte voor bombardementen. Tschechowitz II: Dit kamp werd eind september 1944 opgezet. De ongeveer 300 gevangenen (voornamelijk Joden uit het getto van Łódź en later Theresienstadt) werden ondergebracht in een grote stenen stal met driepersoonsbedden. Ze moesten zwaar lichamelijk werk verrichten, waaronder puinruimen, betonwerken en spoorwegreparaties. Tschechowitz I: Dit deelkamp werd eind 1944 opgericht en huisvestte gevangenen die in het zogenaamde Bombensucherkommando werkten. Deze groep werd ingezet om blindgangers op te sporen en onschadelijk te maken bij de olieraffinaderij, een lucifersfabriek en het station. Gevangenen werden hier gehuisvest in de koelruimtes van een verlaten bierbrouwerij. De omstandigheden waren extreem zwaar. Gevangenen stonden onder direct toezicht van de Organisation Todt en SS-bewakers. De combinatie van zware arbeid, onveilige werkomstandigheden (het onschadelijk maken van bommen) en de strenge winters leidde tot een hoog sterftecijfer. Begin september 1944 werd het kamp geëvacueerd en werden de overlevende gevangenen teruggezonden naar het hoofdkamp van Auschwitz.

Tschechowitz (II) – Vacuum September 1944 tot januari 1945. Het ruimen van puin en herstellen van de olieraffinaderij (Vacuum Oil Company). Gevangenen moesten ook wegen aanleggen en spoorlijnen repareren. Maximaal 561 Joodse gevangenen. De eerste groep kwam uit het Litzmannstadt-getto (Łódź), later volgde een transport uit het Theresienstadt-getto. Een omheinde boerderij nabij het treinstation, waar de gevangenen in een grote bakstenen stal met stapelbedden sliepen. In januari 1945 naderde het Sovjetleger. De SS ontruimde het kamp Tschechowitz II. De meeste van de 561 gevangenen moesten deelnemen aan een dodenmars naar Wodzisław Śląski. Vanaf daar werden zij per trein naar concentratiekamp Buchenwald getransporteerd. Op 21 januari 1945 vond er een massamoord plaats in het kamp zelf. De achtergebleven zieke gevangenen in de ziekenboeg kregen de opdracht een diepe kuil te graven. Korte tijd later schoten SS-bewakers iedereen dood die te zwak was om uit bed te komen. De SS-commandanten (zoals Wilhelm Claussen) die hier de leiding hadden

Tschuk

Tschuk

 

Hongarije

Concentratiekamp Tschuk was een Hongaars interneringskamp gevestigd in de opslagruimten en kelders van de Tschuk-fabriek op het eiland Csepel in Boedapest. Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt als doorgangskamp voor Joden en ontheemden alvorens zij werden gedeporteerd. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk en mensonterend. Gevangenen werden ondergebracht in kelders en opslagloodsen zonder ramen of basisvoorzieningen. De sanitaire voorzieningen waren extreem gebrekkig. Er waren slechts twee watertappunten voor de grote groep gevangenen. Vanuit kamp Tschuk werden gevangenen doorgaans doorgestuurd naar andere werkkampen (zoals de steenfabriek in Budakalász) of direct gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.

Tuchingen = Konstantynow Jugendschutzlager Litzmannstadt

Tuchingen = Konstantynow Jugendschutzlager Litzmannstadt

 

Polen

Tuchingen was de officiële Duitse bezettingsnaam voor de Poolse stad Konstantynów Łódzki vanaf mei 1943. Litzmannstadt was de Duitse bezettingsnaam voor de nabijgelegen grote stad Łódź. Het Polen-Jugendverwahrlager Litzmannstadt (officieel het Polenjugendverwahrlager der Sicherheitspolizei in Litzmannstadt) was het hoofdkamp voor Poolse kinderen en jongeren aan de Przemysłowa-straat, gelegen binnen de grenzen van het Ghetto van Łódź.In Tuchingen (Konstantynów) werd vanaf 1940 eerst een doorvoerkamp (Durchgangslager) voor de Poolse bevolking ingericht. Vanaf april 1944 werd dit omgevormd tot een specifiek preventiekamp voor kinderen en jongeren uit de bezette oostelijke gebieden, het zogenaamde Ost-Jugendverwahrlager Tuchingen.

Concentratiekamp Tulcin

Concentratiekamp Tulcin

 

Oekraine

In Tulcin (Tulchyn in Oekraïne) bevond zich een Roemeens getto en doorgangskamp binnen de bezette regio Transnistrië. De regio stond onder controle van het dictatoriale bewind van Ion Antonescu, een bondgenoot van nazi-Duitsland. Na de invasie van de Sovjet-Unie in de zomer van 1941 bezetten Duitse en Roemeense troepen de stad. In september 1941 richtten de Roemeense autoriteiten het getto van Tulcin op. In november 1941 transporteerden de autoriteiten bijna de gehele Joodse bevolking van Tulcin (ongeveer 3.200 mensen) naar het beruchte concentratiekamp Pechora (ook wel Pecioara genoemd). Alleen een kleine groep onmisbare vaklieden mocht blijven. Het getto werd daarna gebruikt als verzamel- en doorgangspunt voor Joden die vanuit de regio's Boekovina en Bessarabië naar Transnistrië waren gedeporteerd. De naar Pechora gedeporteerde Joden uit Tulcin kwamen terecht in een kamp dat bekendstond als een dodenvangnet. Duizenden stierven daar door honger, tyfus en uitputting. In het getto van Tulcin zelf heerste extreme overbevolking en braken er ziektes uit. Vanaf eind 1942 verbeterden de overlevingskansen voor de achterblijvers licht door de oprichting van gaarkeukens en werkplaatsen gefinancierd door de Joodse Centrale in Boekarest. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder bosbouw en het herstellen van infrastructuur. Sommige groepen arbeiders werden later overgedragen aan de Duitsers en executiepelotons. Het getto en de omliggende kampen in de regio werden in maart 1944 door het Rode Leger bevrijd. Ongeveer 1.300 Joden overleefden de oorlog in het getto van Tulcin.

Türkheim

Türkheim

 

Duitsland

Concentratiekamp Türkheim (officieel bekend als Kaufering VI – Türkheim) was een belangrijk buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Beieren en was actief van oktober 1944 tot de bevrijding in april 1945.Het kamp maakte deel uit van het beruchte Kaufering-complex, een netwerk van elf subkampen rondom de steden Landsberg am Lech en Kaufering. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie, specifiek voor bouwprojecten van Organisation Todt en vliegtuigfabrieken van Messerschmitt. Het kamp bood plaats aan ongeveer 2.500 gevangenen, hoofdzakelijk Joodse slachtoffers uit heel Europa. In de laatste oorlogsmaanden fungeerde het kamp ook als eindbestemming voor evacuatiemarsen vanuit andere kampen, zoals Kamp Burgau.

Concentratiekamp Turkowice

Concentratiekamp Turkowice

 

Polen

In Turkowice (nabij Hrubieszów, Polen) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp (vanaf medio 1940) en later een klooster dat als onderduikplaats diende. Het kloostercomplex staat bekend om de opvang en redding van Joodse kinderen. Vanaf het late voorjaar van 1940 moesten volwassen Joden dwangarbeid verrichten. Mannen werden opgesloten in werkkampen in de regio, waaronder Turkowice. Het lokale klooster van de Zusters Dienaren van de Heilige Maagd Maria ving in maart 1940 kinderen op die door de nazi's uit de regio Zamość waren gedeporteerd. In 1942 huisvestte het weeshuis zo'n 350 kinderen. Met behulp van het verzet, waaronder Irena Sendler en activisten van de Żegota Council, werden Joodse kinderen naar het klooster gesmokkeld. Zuster Bronisława Róża Galus en andere nonnen verstopten ongeveer 30 Joodse kinderen en namen hen op in de dagelijkse katholieke rituelen om hun identiteit te beschermen.

Concentratiekamp Turmberg

Concentratiekamp Turmberg

 

Duitsland

De Turmberg: Dit is de meest noordwestelijke heuvel van het Zwarte Woud.

Concentratiekamp Turnu Severin

Concentratiekamp Turnu Severin

 

Roemenie

Het concentratie- en interneringskamp in Drobeta-Turnu Severin (Roemenië) werd op 21 juni 1941 door het Roemeense ministerie van Binnenlandse Zaken opgericht. Het kamp diende initieel om Joden uit de regio tussen de Siret- en Prutrivieren te deporteren in het kader van het antisemitische beleid van de toenmalige fascistische regering. De stad ligt in het zuidwesten van Roemenië aan de Donau, nabij de IJzeren Poort.Slachtoffers: Het kamp in Turnu Severin functioneerde als verzamel- en doorgangskamp voor Joden uit de regio voordat ze werden gedeporteerd naar werkkampen en getto's elders.

Tutzing

Tutzing

 

Duitsland

Het dorp aan de Starnberger See was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een buitenkamp (buitenkamp Tutzing) van het concentratiekamp Dachau. Tutzing, Beieren (ongeveer 40 km ten zuidwesten van München). Het kamp diende als dwangarbeiderskamp voor de vliegtuigfabrikant Dornier-Werke GmbH. Het kamp werd eind april/begin mei 1945 bevrijd door het Amerikaanse leger.

Concentratiekamp Tychów

Concentratiekamp Tychów

 

Polen

Tychów (vandaag de dag Tychowo in Noordwest-Polen, destijds bekend onder de Duitse naam Groß Tychow)  de locatie van een krijgsgevangenenkamp (POW-kamp) genaamd Stalag Luft IV.Stalag Luft IV in Groß Tychow Het kamp was specifiek ingericht voor gevangengenomen geallieerd luchtmachtpersoneel, voornamelijk Amerikaanse en Britse vliegeniers. Krijgsgevangenenkamp (Stammlager Luft IV). Mei 1944. Hoofdzakelijk Amerikaanse onderofficieren van de US Army Air Forces, aangevuld met Britse, Canadese en andere geallieerde piloten. Op het hoogtepunt zaten er zo'n 10.000 gevangenen. Hoewel krijgsgevangenen volgens de Conventie van Genève werden behandeld, waren de omstandigheden in Groß Tychow uiterst streng, met structurele voedseltekorten en hardhandig optreden van de Duitse bewakers. De Dodenmars van 1945 Groß Tychow is  vooral bekend vanwege de ontruiming in februari 1945. Vanwege de nadering van het Rode Leger dwong de Duitse legerleiding de gevangenen te voet te evacueren naar het westen. De gevangenen moesten in de bittere winterkou een tocht van zo'n 800 kilometer afleggen door Duitsland. De mars duurde bijna 86 dagen (tot de bevrijding in mei 1945). Door bevriezing, honger, uitputting en ziektes zoals tyfus kwamen honderden geallieerde soldaten tijdens deze mars om het leven.

Concentratiekamp Tyśmienica

Concentratiekamp Tyśmienica

 

Oekraine

Tyśmienica (tegenwoordig Tysmenytsia in Oekraïne, historisch bekend als Tysmenits) had tijdens de Tweede Wereldoorlog geen opzichzelfstaand grootschalig concentratiekamp. In plaats daarvan was het de locatie van een streng afgesloten Joods getto (opgericht in het voorjaar van 1942) en werd de Joodse bevolking er onderworpen aan systematische moord en dwangarbeid. In de lente van 1942 dwong het naziregime de Joodse bevolking (en omliggende dorpen) in een strikt afgebakend gebied. Vanuit dit getto werden Joden dagelijks onder zware bewaking ingezet als dwangarbeiders. Liquidatie: SS, Gestapo en lokale Oekraïense hulppolitie liquideerden het getto in mei 1943. Huizen werden geplunderd en in brand gestoken om de ondergedoken Joden te dwingen tevoorschijn te komen. Velen werden ter plaatse of in nabijgelegen bossen geëxecuteerd, en anderen werden gedeporteerd naar grotere concentratie- en vernietigingskampen. De Joodse gemeenschap, die eeuwenlang bloeide in de regio, werd tijdens de Holocaust vrijwel volledig weggevaagd. 

Concentratiekamp Tyszowce

Concentratiekamp Tyszowce

 

Polen

Het concentratie- en dwangarbeidskamp van Tyszowce was een nazi-kamp in Polen (regio Lublin). Vanaf de zomer van 1940 werden hier 500 tot 600 Joodse gevangenen tewerkgesteld. Ze werden zwaar uitgebuit bij de regulering van de Huczwa-rivier, de aanleg van wegen en waterwerken onder mensonterende omstandigheden. Het kamp was gevestigd rond een grote, uitgebrande molen tegenover een school in Tyszowce. De dwangarbeiders kwamen oorspronkelijk uit kampen als Bełżec, en later uit steden als Warschau, Lublin, Otwock en zelfs Tsjechoslowakije. Gevangenen moesten vaak blootsvoets zwaar lichamelijk werk verrichten en urenlang in het water van de rivier staan. Het werkkamp werd in het najaar van 1941 opgeheven. De overige Joodse inwoners van het stadje werden in 1942 grotendeels gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec.