Concentratiekampen O t/m P 1940-1945

Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'

Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.

 

Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.

Zie ook:

Frontstalags in Frankrijk

Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp

Kampen op alfabetische volgorde

 

O

Ober Altstadt = Horejsi Stare Mesto

Ober Altstadt = Horejsi Stare Mesto

 

Tsjechie

Ober Altstadt is de Duitse naam voor het Tsjechische Horní Staré Město (soms gespeld als Horejsi Stare Mesto).Dit concentratiekamp was een buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen.  Het kamp was gevestigd in Horní Staré Město, tegenwoordig een district van de stad Trutnov in Tsjechië. Het functioneerde vanaf maart 1944 als werkkamp. Gevangenen (voornamelijk Joodse vrouwen) werden zwaar uitgebuit in de textiel- en wapenindustrie, waaronder bij Siemens en de linnenfabrieken van Ignaz Etrich en J.A. Kluge. Het kamp werd op 5 mei 1945 bevrijd.

Concentratiekamp Oberberg

Concentratiekamp Oberberg

 

Polen

Oberdorf

Oberdorf

 

Oostenrijk

Oberehnheim = Obernai 

Oberehnheim = Obernai 

 

Frankrijk

Concentratiekamp Oberehnheim is de Duitse benaming voor het buitenkamp (Außenlager) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog gevestigd was in de Franse stad Obernai in de Elzas. Het was een subkamp (buitenkamp) van het hoofdkamp Natzweiler-Struthof. Het kamp werd geopend in december 1942. Gevangenen werden hier voornamelijk ingezet als dwangarbeider voor de bouw van een SS-radioschool (SS-Nachrichtenschule).

Oberföhring

Oberföhring

 

Duitsland

Concentratiekamp München-Oberföhring was een officieel geregistreerd buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Het stond onder het bewind van de Bauleitung der Waffen-SS en deed voornamelijk dienst als een dwangarbeiderskamp (kommando) voor gevangenen die werden ingezet bij bouw- en constructiewerkzaamheden. Het kamp was gesitueerd in de wijk Oberföhring in het noordoosten van München, Duitsland. Gevangenen in Oberföhring werden geëxploiteerd voor de centrale bouwleiding van de Waffen-SS in de regio München. Het betrof een relatief klein werkkamp, blijkt dat hier tegen het einde van de oorlog, in april 1945, nog een kleine groep van ongeveer vijf gevangenen onder dwang verbleef.

Concentratiekamp Oberhof

Concentratiekamp Oberhof

 

Duitsland

Außenlager Oberhof (Ohrdruf)  was een subkamp van het grote concentratiekamp Buchenwald. Gelegen nabij de stad Oberhof in de Duitse deelstaat Thüringen. Gevangenen werden hier ingezet voor de bouw van ondergrondse tunnels en bunkers (zoals Project S III). De dwangarbeid was extreem zwaar en de levensomstandigheden waren erbarmelijk.

Ober - Hohenelbe

Ober - Hohenelbe

 

Tsjechie

Concentratiekamp Ober-Hohenelbe (tegenwoordig Hořejší Vrchlabí in Tsjechië) was een buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een dwangarbeidskamp voor Joodse vrouwen. Gelegen in het toenmalige Sudetenland (nu Tsjechië), in het noordelijke deel van de stad Ober-Hohenelbe, langs de weg naar Špindlerův Mlýn. Het kamp werd opgericht op 12 september 1944 en bleef operationeel tot de bevrijding op 8 mei 1945. De populatie bestond uit ongeveer 400 Joodse vrouwen. De eerste groep van 250 vrouwen (voornamelijk van Hongaarse afkomst) werd rechtstreeks vanuit kamp Auschwitz overgebracht. Later volgden nog transporten met vrouwen uit Slowakije. Het kamp maakte deel uit van de zogenaamde Trautenau-ring. Dit was een netwerk van subkampen onder de centrale leiding van SS-officier Fritz Ritterbusch en Else Hawlik. De directe kampleidster (Kommandoführerin) was Irmgard Hoffmann. De vrouwen werden ingezet als dwangarbeiders voor het Duitse technologiebedrijf Lorenz AG. In deze fabriek moesten zij in dag- en nachtdiensten radio-onderdelen en munitie produceren. Hoewel er weinig exacte sterftecijfers bekend zijn, waren de leefomstandigheden zwaar en leden erg veel gevangenen aan tuberculose door uitputting en ondervoeding. Het weinige medische toezicht voor zwangere vrouwen werd soms uitbesteed aan grotere centrale ziekenboegen in de regio.

Oberilzmühle

Oberilzmühle

 

Duitsland

Concentratiekamp Oberilzmühle (ook bekend als KZ-Außenlager Passau I) was een satellietkamp in het Duitse Passau. Het fungeerde vanaf oktober 1942 als buitenkamp van Dachau en vanaf november 1942 tot mei 1945 van Mauthausen. Gevangenen werden hier gedwongen te werken aan een onderwaterkrachtcentrale. Ongeveer 5 kilometer ten noorden van Passau (Beieren) bij het stuwmeer van de rivier de Ilz. Het leveren van dwangarbeiders aan de Arno Fischer Forschungsstätte voor de bouw van een onderwaterkrachtcentrale. Het kamp telde doorgaans zo'n 70 gevangenen. In de regio waren er in totaal drie Mauthausen-buitenkampen in Passau (naast Oberilzmühle ook Passau II en III) die samen honderden gevangenen huisvestten. Het zware dwangarbeidwerk en de erbarmelijke leefomstandigheden eisten een zware tol onder de gevangenen.

Oberlangen

 

Duitsland

Concentratiekamp Oberlangen (Lager VI) was een nazi-straf- en krijgsgevangenenkamp in het Emsland, net over de grens bij Emmen. Het maakte deel uit van de beruchte Emslandkampen. Vanaf 1944 werd het gebruikt als kamp voor ruim 1.700 vrouwelijke Poolse krijgsgevangenen, die in april 1945 werden bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisie.

Oprichting & Dwangarbeid (1933-1939): Het kamp werd in 1933 gebouwd. Aanvankelijk werden er politieke tegenstanders, Joden en andere vervolgden van het nazi-regime opgesloten. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten in het veen. Krijgsgevangenenkamp (1940-1945): In de oorlog werd het omgevormd tot krijgsgevangenenkamp voor eerst Poolse, later Russische en Italiaanse militairen. Velen stierven door honger, kou en ziektes.

Poolse Vrouwen (1944-1945): Vanaf december 1944 werden er ruim 1.500 vrouwelijke soldaten (van het Poolse Binnenlandse Leger) geïnterneerd, die hadden deelgenomen aan de Opstand van Warschau. Op 12 april 1945 werd het kamp bevrijd door Poolse troepen, waarbij de vrouwelijke gevangenen werden herenigd met hun landgenoten.

Concentratiekamp Ober Lazisk

Concentratiekamp Ober Lazisk

 

Polen

Ober Lazisk (tegenwoordig Łaziska Górne in Polen) was een werkkamp voor krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het stond bekend als een Arbeitskommando (werkkamp), specifiek aangeduid als E742.Onderdeel van: Het kamp viel onder de administratie van Stalag VIII-B (later hernoemd naar Stalag 344), dat gevestigd was in Lamsdorf. Er werden voornamelijk Britse en andere geallieerde krijgsgevangenen vastgehouden en tewerkgesteld. De gevangenen in de regio Opper-Silezië werden vaak ingezet in de zware industrie, zoals de nabijgelegen kolenmijnen of staalfabrieken. Ober Lazisk lag in Opper-Silezië, een gebied dat tijdens de oorlog door nazi-Duitsland was geannexeerd. In ditzelfde district bevonden zich ook kampen voor Joodse dwangarbeiders onder de zogenaamde Organisation Schmelt.

Obernai

Obernai

 

Frankrijk

Het Concentratiekamp Obernai (tijdens de bezetting bekend onder de Duitse naam Außenkommando Oberehnheim) was het allereerste buitenkamp (subkamp) van het nazi-concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp lag in het Franse Obernai (Elzas) en bestond van december 1942 tot 22 november 1944.Doel en FunctieBouw nazi-instituut: In februari 1942 gaf Heinrich Himmler bevel tot de oprichting van de SS-Nachrichtenhelferinnenschule. Dit was een elite-opleidingsinstituut voor vrouwelijke communicatie-assistenten van de SS. Dwangovername: De SS confisqueerde hiervoor onder andere het historische landgoed Schloss Oberkirch.  Gevangenen uit het hoofdkamp Natzweiler werden naar Obernai gebracht om de gebouwen te renoveren, nieuwe barakken op te zetten en zware infrastructurele werkzaamheden uit te voeren. Er zaten constant tot ongeveer 200 mannelijke gevangenen tegelijk in het kamp. De gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest in een paardenstal en een tuinhuisje op het terrein van het geconfisqueerde landgoed. De gevangenen verrichtten onder toezicht van de Waffen-SS dwangarbeid onder barre omstandigheden. Vanwege de naderende geallieerde troepen werd het buitenkamp op 22 november 1944 ontruimd. De overgebleven gevangenen en de SS-school werden via Geislingen an der Steige geëvacueerd naar Heidenheim in Duitsland.

Oberndorf

Oberndorf 

 

Duitsland

Arbeitserziehungslager (AEL) Oberndorf-Aistaig, een straf- en werkkamp van de Gestapo/SS uit de Tweede Wereldoorlog. Er is ook een kleiner KZ Oberndorf geweest, een buitenkamp van Buchenwald.

Oberndorf:1. Arbeitserziehungslager Oberndorf-Aistaig (Zuidwest-Duitsland) Gelegen in het Lautenbachtal bij Oberndorf am Neckar (Baden-Württemberg). Een heropvoedingskamp waar dwangarbeiders (voornamelijk uit Nederland, Duitsland, Polen en Rusland) onder zware omstandigheden werden vastgezet. Gevangenen werden zwaar ingezet in nabijgelegen wapenfabrieken, zoals de bekende Mauser-Werke. Het kamp functioneerde van september 1941 tot de bevrijding op 18 april 1945. Er hebben meer dan 4.400 mensen gezeten. Door honger, uitputting en mishandeling kwamen er zeker 308 dwangarbeiders om het leven.

2. KZ Oberndorf (Thüringen, Midden-Duitsland) Dit was een kleiner buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. In de regio Saale-Holzland-Kreis, nabij Hermsdorf. Het kamp was actief van 19 november 1944 tot februari 1945. Ongeveer 200 gevangenen werden gedwongen tot zware arbeid in de Luftmunitionsanstalt (het verplaatsen en stapelen van bommen).

Concentratiekamp Oberndorf am Neckar

Concentratiekamp Oberndorf am Neckar

 

Duitsland

Bij Oberndorf am Neckar lag tijdens de Tweede Wereldoorlog het Arbeitserziehungslager (AEL) Oberndorf-Aistaig, een specifiek type nazi-strafkamp dat functioneerde als een werkkamp en dikwijls met een concentratiekamp wordt gelijkgesteld. Het kamp werd tussen september en oktober 1941 opgebouwd en bleef operationeel tot aan de bevrijding in april 1945. Het kamp was bedoeld voor buitenlandse arbeiders van de Arbeitseinsatz die wegens werkweigering, luiheid of pogingen tot vluchten waren opgepakt. De nazi's noemden dit een heropvoedingskamp, maar in de praktijk was het een regime van zware mishandeling, ondervoeding en uitputting. Gevangenen werden als dwangarbeider ingezet in de nabijgelegen, vitale Duitse wapenfabrieken (zoals de bekende Mauser-fabriek in Oberndorf) en lokale mijnen. Onder de duizenden gevangenen bevonden zich veel Nederlandse mannen die weigerden voor de bezetter te werken.

    Obernheide 

    Obernheide 

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Bremen-Obernheide was een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Het kamp was actief van eind september 1944 tot begin april 1945 en deed dienst als dwangarbeiderskamp voor ongeveer 800 Joodse vrouwen, voornamelijk afkomstig uit Hongarije en Polen. De vrouwen werden tewerkgesteld om puin te ruimen in het zwaar gebombardeerde Bremen en moesten zware graafwerkzaamheden verrichten. De omstandigheden waren mensonterend. Veel vrouwen stierven door ondervoeding, ziekte en uitputting. Toen de geallieerden in april 1945 naderden, werden de gevangenen op dodenmars gestuurd via Kamp Bergen-Belsen.

    Concentratiekamp Obernigk

    Concentratiekamp Obernigk

     

    Polen

    Het concentratiekamp Obernigk, gelegen in het huidige Oborniki Śląskie (Polen), was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp en subkamp. Het fungeerde voornamelijk als een werkkamp (Zwangsarbeitslager) en opvanglocatie, onder meer voor Joodse arbeiders en vrouwen. Het kamp diende als onderdeel van de nazi-dwangarbeid in Silezië. Vele gevangenen werden ingezet voor de oorlogsindustrie en dwangarbeid. Tegen het einde van de oorlog, begin 1945, werden de overgebleven gevangenen vanuit Silezië (waaronder Obernigk) geëvacueerd en gedwongen tot dodenmarsen naar andere regio's, zoals Beieren. Huidige naam: Oborniki Śląskie, gelegen in Neder-Silezië, Polen.

    Concentratiekamp Obersiebenbrunn

    Concentratiekamp Obersiebenbrunn

     

    Oostenrijk

    Obersiebenbrunn was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager). Het was gelegen in Oostenrijk (in de regio Neder-Oostenrijk), nabij Wenen. Het kamp werd voornamelijk gebruikt als dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen en vrouwen die dwangarbeid moesten verrichten. De dwangarbeid vond o.a. plaats op landbouwgrond (het zogeheten Mensalgut) van de toenmalige aartsbisschop van Wenen, kardinaal Theodor Innitzer.  Het kamp werd onder andere ingezet voor Hongaarse Joden die werden ingezet voor zware landbouwwerkzaamheden.

    Obersitz = Obrzycko 

    Obersitz = Obrzycko 

     

    Polen

    Kamp Obersitz was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-concentratiekamp (een buitenkamp of Außenlager) in de Poolse stad Obrzycko. De nazi's gaven de Poolse stad Obrzycko de Duitse naam Obersitz. Het lag in het destijds geannexeerde gebied Reichsgau Wartheland. Moederkamp Stutthof:  was het kamp vanaf 15 maart 1942 operationeel als een buitenkamp van het Concentratiekamp Stutthof. Het functioneerde als een dwangarbeiderskamp waar gevangenen onder zware omstandigheden moesten werken. 

    Oberstdorf

    Oberstdorf

     

    Duitsland

    Een buitenkamp (bekend als Birgsau) van het Concentratiekamp Dachau. Dit kamp werd in de zomer van 1943 opgericht om de Waffen-SS op te leiden in alpiene oorlogsvoering. Dwangarbeiders werden ingezet voor de bouw van trainingsfaciliteiten voor de SS. Het kamp bood plaats aan ongeveer 12 tot 30 gevangenen uit Dachau. Ze werden gehuisvest in de kelders van voormalige douanekantoren. Actief van de zomer van 1943 tot ongeveer januari 1945.

    Concentratiekamp Obersteinabrunn

    Concentratiekamp Obersteinabrunn

     

    Oostenrijk

    Concentratiekamp Obersteinabrunn was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp in het Oostenrijkse Obersteinabrunn (destijds Reichsgau Niederdonau). Het kamp deed dienst als onderdeel van de Holocaust en verschafte goedkope arbeidskrachten. Het kamp werd gebruikt voor Hongaarse Joden, in het bijzonder Joodse vrouwen. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware landarbeid en werk op lokale boerderijen. Het kamp bevond zich in Obersteinabrunn, een klein dorp in de huidige gemeente Grabern (regio Weinviertel in Neder-Oostenrijk).

    Obertaufkirchen

    Obertaufkirchen

     

    Duitsland

    Obertaufkirchen was de locatie van het KZ-buitenlager Thalham, een satellietkamp van concentratiekamp Dachau. Vanaf juli 1944 werden hier dwangarbeiders (voornamelijk Joodse gevangenen) ondergebracht in barakken. Zij werden door de Organisation Todt ingezet voor de bouw van ondergrondse wapenfabrieken in de regio Mühldorf am Inn. Thalham, onderdeel van de gemeente Obertaufkirchen in Beieren, Duitsland. Onderdeel van het beruchte buitencommando Mühldorf. Dwang, met name voor de bouw van de nooit voltooide Weingut I en Weingut II bunkers, die moesten dienen als productiefaciliteit voor Messerschmitt Me 262 straaljagers.

    Obertrauling

    Obertrauling

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Obertraubling was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, actief van februari tot april 1945. Ongeveer 600 gevangenen, voor de helft Joden, werden er tewerkgesteld om het zwaar gebombardeerde vliegveld van Obertraubling op te ruimen en uit te breiden. Periode: 20 februari 1945 tot 16 april 1945. Gelegen in Beieren, Duitsland, vlakbij Regensburg. Gevangenen werden gedwongen puin te ruimen en startbanen te bouwen voor de Messerschmitt Me 262 straaljagers. De werkomstandigheden waren extreem zwaar en de meesten waren afkomstig uit recent ontbonden concentratiekampen. Het kamp werd geëvacueerd in april 1945 vlak voor de bevrijding door geallieerde troepen, waarbij veel gevangenen stierven tijdens de dodenmarsen.

    Concentratiekamp Oberwalden

    Concentratiekamp Oberwalden

     

    ?

    Concentratiekamp Oberwaltersdorf

    Concentratiekamp Oberwaltersdorf

     

    Oostenrijk

    Vanaf juli 1944 was er in het Oostenrijkse Oberwaltersdorf  een dwangarbeidskamp (als onderdeel van Groß-Rosen/Niederdonau) in bedrijf voor Hongaars-Joodse mannen. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders en werden gedeeld met het nabijgelegen kamp in het Oostenrijkse Maria Lanzendorf. Deze inzet van Hongaarse Joden maakte deel uit van de laatste deportatiefase waarin tienduizenden Joden werden ingezet voor dwangarbeid.

    Oberwustegiersdorf

     

    Polen

    Concentratiekamp Ober Wüstegiersdorf (het huidige Głuszyca Górna, Polen) was in de Tweede Wereldoorlog een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Groß-Rosen. Het maakte deel uit van het beruchte Arbeitslager Riese, waar duizenden Joodse dwangarbeiders werden ingezet voor de bouw van een ondergronds complex voor Adolf Hitler. Het kamp was gelegen in de bergen van Neder-Silezië, nabij het stadje Wüstegiersdorf (nu Głuszyca, Polen). Het kamp werd in mei 1944 operationeel en diende voornamelijk als werkkamp. De gevangenen werden door de Organisation Todt gedwongen tot zware fysieke arbeid. Ze moesten tunnels en ondergrondse bunkers bouwen, wegen aanleggen en bossen kappen. De leef- en werkomstandigheden waren extreem wreed. Duizenden gevangenen stierven door ondervoeding, uitputting, ziekte en executies.

    Concentratiekamp Obodovca

    Concentratiekamp Obodovca

     

    Oekraine

    Het concentratiekamp (of getto) van Obodovca (tegenwoordig Obodivka, Oekraïne) was een detentie- en werkkamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opgezet in de door Roemenië gecontroleerde regio Transnistria. Vanaf oktober en november 1941 werden duizenden Joden uit Roemenië, Bessarabië en Boekovina hierheen gedeporteerd. Dit kamp in Transnistria kende een gruwelijke geschiedenis die gekenmerkt werd door mensonterende omstandigheden. Het kamp werd gevestigd in de vernielde stallen van een lokale kolchoz (collectieve boerderij). De grote koeienstallen boden nauwelijks beschutting en de meesten werden hier met duizenden tegelijk samengepropt. Op het hoogtepunt zaten er naar schatting 9.000 tot 10.000 Joden bijeengepakt in het kamp. In plaats van directe vergassing werden de gevangenen in Obodovca blootgesteld aan extreme honger, vriestemperaturen en dodelijke ziektes. Hierdoor is het overgrote deel van de gevangenen overleden aan ondervoeding en tyfus. Hoewel de situatie uitzichtloos was, probeerden lokale comité's en Joodse hulporganisaties uit Boekarest de situatie enigszins te verbeteren door het smokkelen van geld, kleding en medicijnen. Ook werden sommige geschoolde arbeiders (zoals kleermakers) tewerkgesteld, wat hun overlevingskansen iets vergrootte.

    Obrigheim

    Obrigheim

     

    Duitsland

    In Obrigheim (Duitsland) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog het concentratiekamp Neckarelz II, een belangrijk buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp maakte deel uit van het zogenaamde Neckarlager-complex en was direct gekoppeld aan de ondergrondse nazi-wapenfabriek Goldfisch. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de nazi-oorlogsindustrie. Zij moesten een lokale gipsmijn in Obrigheim ombouwen tot een bomvrije, ondergrondse fabriek voor vliegtuigmotoren van Daimler-Benz. Het oorspronkelijke kamp (Neckarelz I) zat in een schoolgebouw in het naburige Neckarelz. Vanwege de uitbreiding van de werkzaamheden werd in december 1944 Neckarelz II gebouwd, direct naast de ingang van de mijn in Obrigheim. In het gehele Neckarlager werkten in totaal zo'n 10.000 gevangenen uit heel Europa onder erbarmelijke omstandigheden. Velen stierven door uitputting, ondervoeding en mishandeling.

    Concentratiekamp Obrowiec

    Concentratiekamp Obrowiec

     

    Polen

    Kamp Obrowiec was een nazi-werkkamp (Zwangsarbeitslager) voor Joodse gevangenen in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het dorp Obrowiec, vlakbij de stad Hrubieszów in het woiwodschap Lublin. Het kamp werd door de Duitse bezetter opgezet in de zomer van 1940. Joodse mannen en vrouwen uit de regio en uit het nabijgelegen Ghetto van Hrubieszów werden hierheen gedeporteerd om dwangarbeid te verrichten. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals: Het aanleggen en verbeteren van wegen en infrastructuur. Werkzaamheden in de landbouw op geconfisqueerde landgoederen. Regulatie- en graafwerkzaamheden aan nabijgelegen waterwegen. De omstandigheden in het kamp waren, net als in andere nazi-werkkampen in deze regio, extreem zwaar. Gevangenen leden aan zware ondervoeding, uitputting en mishandeling door de kampleiding. In de loop van 1942 werd het kamp door de nazi's geliquideerd als onderdeel van Aktion Reinhard, de systematische vernietiging van de Joodse bevolking in het Generaal-Gouvernement. De overlevende gevangenen uit Obrowiec werden overgebracht naar het ghetto van Hrubieszów of direct gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibór of Belzec.

    Obrzycko 

    Obrzycko 

     

    Polen

    Obrzycko (tijdens de oorlog Obersitzko genoemd) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp (Arbeitslager) en een buitencommando (buitenkamp) dat onder het beheer stond van het Concentratiekamp Stutthof. Het kamp was gevestigd in Obrzycko, een plaats in het westen van Polen (destijds geannexeerd door nazi-Duitsland als onderdeel van de Wartheland), ongeveer 50 kilometer ten noordwesten van Poznań. Gevangenen werden hier vooral ingezet als dwangarbeiders. Ze werden uitgebuit bij zware dwangarbeid, zoals landbouwwerk, houtkap of de aanleg van infrastructuur in de regio. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Joodse mannen en vrouwen, maar ook uit niet-Joodse Polen. Velen van hen overleefden de barre omstandigheden, honger en ziekten niet, of werden uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen.

    Ochtumsand 

    Ochtumsand

     

    Duitsland

    Het concentratiekamp Ochtumsand was een vroeg naziconcentratiekamp (1933-1934) nabij Bremen. Het was zeer ongebruikelijk omdat het was gevestigd op een oude, aangespoelde binnenschip (de Ochtumsand) in de monding van de rivier de Ochtum. Het kamp diende als overgangslocatie voor politieke gevangenen. Gelegen in de wateren nabij Altenesch/Lemwerder, ten zuidwesten van Bremen. Het kamp werd geopend in september 1933. Het verving destijds het overvolle kamp Mißler. Op 15 mei 1934 werd het kamp gesloten. Het kamp bood plaats aan ongeveer 100 gevangenen tegelijk. Dit waren voornamelijk communisten, sociaaldemocraten, vakbondsleden en andere politieke tegenstanders van het naziregime. De gevangenen werden ondergedekt in koude, vochtige en onverwarmde voormalige laadruimen. Ze werden streng bewaakt en herhaaldelijk mishandeld door de SA (Sturmabteilung).

    Očová 

    Očová 

     

    Slowakije

    Het concentratiekamp in Očová was een dwangarbeiderskamp in Slowakije, opgericht op 26 mei 1941 door het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken. Het fungeerde als een werkeenheid (pracovný útvar) waar aanvankelijk niet-Joden en later ook Roma werden geïnterneerd en te werk werden gesteld. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid voor het directoraat van de Staatsbossen in Žarnovica. Het kamp bood plaats aan ongeveer 20 tot 700 gevangenen in verschillende periodes. Dit specifieke kamp in Očová werd al op 20 november 1941 geliquideerd.

    Oderberg

    Oderberg

     

    Tsjechie

    Concentratiekamp Oderberg (gelegen in het huidige Bohumín, Tsjechië) was vanaf mei 1942 een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. De gevangenen werden door de Duitse Reichsbahn ingezet voor zware bouw- en bunkerwerkzaamheden. Vanaf begin 1944 moesten zij dwangarbeid verrichten in nabijgelegen chemische fabrieken. Oderberg lag in het huidige Moravisch-Silezische gebied in Tsjechië, vlakbij de Poolse grens. Het kamp werd in april 1944 ontmanteld. Veel van de gevangenen werden toen overgebracht naar andere kampen, zoals Auschwitz. Nederlandse connectie: Veel Joodse gevangenen die in Oderberg en omliggende werkkampen (zoals het nabijgelegen St. Annaberg) te werk werden gesteld, waren afkomstig uit de beruchte Cosel-transporten uit Nederland en andere West-Europese landen.

    Odessa 

    Odessa 

     

    Oekraine

    Odessa en de omliggende regio stonden  centraal in een van de grootste en gruwelijkste massamoorden van de Holocaust. Nadat Roemeense en Duitse troepen (bondgenoten van nazi-Duitsland) de stad in oktober 1941 bezetten, veranderden zij de regio in een gigantisch moeras van getto's en vernietigingskampen.

    Het bloedbad van Odessa (oktober 1941) Direct na de bezetting op 16 oktober 1941 begon de systematische vervolging van de Joodse inwoners, die destijds een van de grootste Joodse gemeenschappen in Oost-Europa vormden. Na een bomaanslag van het Rode Leger op het Roemeense hoofdkwartier, gaven de bezetters bevel tot brute vergeldingsacties. Binnen enkele dagen werden tussen de 25.000 en 35.000 Joden in de stad zelf standrechtelijk geëxecuteerd, opgehangen of levend verbrand in pakhuizen.

    Het getto van SlobodkaIn januari 1942 richtten de Roemeense autoriteiten een getto in in de wijk Slobodka, net buiten het centrum van Odessa. Dit getto fungeerde voornamelijk als een tijdelijk doorgangskamp. Ongeveer 40.000 Joden werden hier onder erbarmelijke omstandigheden, in de vrieskou en zonder voedsel, samengedreven in afwachting van hun deportatie.

    De beruchte dodenkampen rondom Odessa De overlevenden uit de stad en de omliggende regio Transnistrië werden via dodenmarsen gedeporteerd naar provisorische concentratie- en vernietigingskampen in de nabijgelegen districten. De beruchtste kampen die specifiek voor de Joden uit Odessa werden opgezet waren: Bogdanovka: Dit was het grootste en dodelijkste kamp in de regio. Eind 1941 zaten hier ruim 54.000 Joden opgesloten in voormalige varkensstallen. Toen er vlektyfus uitbrak, besloten de Roemeense en Duitse autoriteiten alle gevangenen te vermoorden. Tijdens het bloedbad van Bogdanovka (startend op 21 december 1941) werden tienduizenden mensen doodgeschoten of levend verbrand in de stallen.

    Domanevka & Akhmetchetka: Joden die de eerste transporten overleefden, werden naar deze nabijgelegen kampen gestuurd. Ook hier stierven tienduizenden mensen door executies, uithongering en extreme kou.Men schat dat in de regio Odessa in totaal ongeveer 240.000 Joden zijn vermoord. Slechts zo'n 600 Joodse inwoners die oorspronkelijk in de stad woonden, overleefden de oorlog, vaak door zich te verstoppen in de uitgestrekte catacomben van Odessa.

    Odessa 

    Odessa 

     

    Algemeen

    ODESSA: Het geheime netwerkSoms wordt de term verward met de afkorting O.D.E.S.S.A. (Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen). Dit was een geheim ondergronds netwerk dat na de Tweede Wereldoorlog hielp om nazi-oorlogsmisdadigers (zoals Adolf Eichmann en Josef Mengele) te laten ontsnappen naar Zuid-Amerika.

    Oederan

    Oederan

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Oederan was een  vrouwenkamp en een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg. Het was actief van september 1944 tot april 1945. De gevangenen, voornamelijk Joodse vrouwen uit Auschwitz, werden tewerkgesteld in de munitieproductie in een textielfabriek. Een Außenlager (buitencommando) dat munitie produceerde in twee ploegendiensten voor de Deutsche Kühl- und Kraftmaschinen GmbH. Het kamp bood plaats aan ruim 500 tot 700 vrouwen die in drie transporten vanuit Auschwitz hierheen werden gedeporteerd. De gevangenen werden ondergebracht op de bovenste verdiepingen van de fabriek waar ze moesten werken, waardoor er sprake was van zware uitbuiting en erbarmelijke omstandigheden.

    Oelsnitz im Erzgebirge 

    Oelsnitz im Erzgebirge 

     

    Duitsland

    Het Concentratiekamp Oelsnitz im Erzgebirge was een zogenaamd vroeg of wild concentratiekamp (Frühes Konzentrationslager) dat in het voorjaar van 1933 door de nazi's werd opgezet. Het kamp bestond van begin maart 1933 tot juni 1933. De gevangenen werden opgesloten in de arrestcellen onder het toenmalige gebouw van de Sparkasse aan de Markt in Oelsnitz. Het kamp was specifiek bedoeld voor het uitschakelen van politieke tegenstanders van het nationaalsocialisme, met name communisten (KPD) en sociaaldemocraten (SPD). Er hebben aantoonbaar 74 gevangenen vastgezeten, van wie er 42 officieel bij naam bekend zijn. De bewaking en de brute mishandelingen werden uitgevoerd door leden van de SA-Standarte 183.Direct na de machtsovername door Adolf Hitler in 1933 richtten de SA en SS overal in Duitsland dit soort provisorische kampen op om de politieke oppositie de kop in te drukken. In juni 1933 werd het kamp in Oelsnitz gesloten. De overgebleven gevangenen werden overgebracht naar grotere, centralere kampen in de regio Saksen, met name naar Concentratiekamp Sachsenburg.

    Oertelsbruch

    Oertelsbruch

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Oertelsbruch, beter bekend als KZ Laura, was een buitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het was gevestigd in een leisteengroeve in Lehesten (Thüringen). Vanaf eind 1943 werden hier gevangenen gedwongen tot zware dwangarbeid voor de productie en het testen van de V2-raketten. De gevangenen moesten de ondergrondse tunnelsystemen uitbreiden, bekend onder de codenamen Vorwerk Mitte en Oertelsbruch. Hier werden onder andere de vloeibare zuurstof en motoren voor de V2-raketten getest. Het werk was extreem zwaar en dodelijk. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk, met zware ondervoeding en mishandeling door de SS. In totaal zijn er tijdens het bestaan van het kamp minstens 560 gevangenen omgekomen. Op 13 april 1945 werd het kamp door de SS geëvacueerd, vlak voordat de geallieerden arriveerden.

    Oetztal = Ötztal

    Oetztal - Ötztal

     

    Oostenrijk

    Het concentratiekamp Ötztal (officieel bekend als Außenlager Ötztal) was een zeer laat opgericht buitenkamp van concentratiekamp Dachau in Oostenrijk. Het kamp bestond pas in de allerlaatste dagen van de Tweede Wereldoorlog (van 1 mei tot 4 mei 1945). Daarnaast was het Ötztal het einddoel van de beruchte dodenmarsen vanuit Dachau. Het kamp lag bij het treinstation Ötztal (Ötztal Bahnhof) in de Oostenrijkse deelstaat Tirol. De nazi's richtten het kamp op onder de deknaam Bauvorhaben 101 Messerschmitt München. Het doel was om gevangenen in te zetten voor de bouw van een gigantische windtunnel voor de luchtvaartfabriek. Door de snelle opmars van de geallieerden is de geplande uitbreiding van het barakkenkamp nooit volledig uitgevoerd. Eind april 1945 raakte het hoofdkamp Dachau ontruimd vanwege de naderende Amerikaanse troepen. De SS dwong circa 10.000 gevangenen op een dodenmars in zuidelijke richting, met het Ötztal als officieel einddoel. Veel gevangenen overleefden deze barre tocht vol ontberingen en executies niet. Op 4 mei 1945 bereikte het Amerikaanse leger het Ötztal. Zij troffen ter plekke ongeveer 300 achtergebleven en uitgeputte concentratiekampgevangenen aan en hebben hen direct bevrijd. De meesten van hen waren kort daarvoor met vroege evacuatieritme via het spoor of te voet gearriveerd.

    Offenburg 

    Offenburg 

     

    Duitsland

    Het concentratiekamp in Offenburg was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Außenlager) van het  concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp werd opgericht in maart 1945 en bestond slechts kort, tot het midden van april 1945. De ongeveer 600 gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid op het spoorwegemplacement. Ze moesten puinruimen en de sporen herstellen na zware geallieerde bombardementen. Toen het kamp op 12 april 1945 werd ontruimd, pleegde de SS vlak voor de bevrijding een gruwelijke oorlogsmisdaad. Ongeveer 40 zieke en niet-transportfähige gevangenen werden ter plekke door bewakers doodgeslagen of geëxecuteerd. De gevangenen waren veelal Joodse dwangarbeiders en politieke gevangenen die eerder in andere kampen (zoals Auschwitz, Flossenbürg en Majdanek) gevangen zaten.

    Oflag XII-B

     

    Duitsland

    Oflag XII-B was een Duits krijgsgevangenkamp voor officieren (Offizierlager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd in de citadel van Mainz, Duitsland. Opvang van gevangengenomen geallieerde officieren. Britse, Belgische, Franse en Nederlandse officieren. Actief van juni 1940 tot juni 1942. Na de Val van Frankrijk in juni 1940 brachten de Duitsers de eerste grote groepen officieren naar Mainz. Onder hen bevonden zich ook Nederlandse militairen die na de capitulatie in mei 1940 krijgsgevangen waren gemaakt. In juni 1942 werd de locatie in Mainz gesloten. Alle overgebleven gevangenen werden toen overgebracht naar Oflag XII-A in Hadamar. Die locatie kreeg vanaf dat moment de naam Oflag XII-B overgedragen.

    Oflag XXI-B

     

    Polen

    Oflag XXI-B was een Duits krijgsgevangenenkamp voor officieren (Offizierslager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het Poolse stadje Szubin (destijds door de nazi's geannexeerd en Schubin genoemd), ten zuiden van Bydgoszcz. De Wehrmacht richtte de locatie in september 1940 op rondom een voormalige Poolse jongensschool. Dit werd uitgebreid met barakken en prikkeldraad. In het begin deed het kort dienst als Stalag XXI-B voor Poolse soldaten, waarna het in december 1940 officieel Oflag XXI-B werd. Aanvankelijk zaten er tussen de 600 en 1.500 Franse officieren vast. Vanaf september 1942 werd het door de Duitsers gebruikt als een speciaal, strenger bewaakt kamp voor Britse en Gemenebest-officieren (veelal RAF-piloten) die elders al vluchtpogingen hadden gedaan. Ook een kleine groep Amerikaanse en Sovjet-officieren verbleef hier.

    Oflag XXI-C/Z Grune bei Lissa

     

    Polen

    Concentratiekamp Oflag XXI-C/Z Grune bei LissaOflag XXI-C/Z Grüne bei Lissa was  een Duits krijgsgevangenenkamp (Offizierslager) dat specifiek bedoeld was voor geallieerde militairen. Dit kamp fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een subkamp (Zweiglager) van het grotere hoofdkamp Oflag XXI-C (Schildberg). Gelegen in Gronówko, vlak bij de stad Leszno (destijds door de Duitse bezetter omgedoopt tot Grüne bei Lissa) in de historische Poolse regio Wartheland. Actief van september 1943 tot januari 1945. Het kamp bood onderdak aan voornamelijk Nederlandse en Noorse officieren die weigerden de Duitse erewoordverklaring te tekenen.

    Oflag V A Weinsberg

     

    Duitsland

    Oflag V-A Weinsberg was een Duits krijgsgevangenenkamp (Offizierlager) voor geallieerde officieren en onderofficieren, operationeel tussen 1940 en 1945. Het was strikt genomen geen concentratiekamp voor burgers, maar functioneerde onder het gezag van de Wehrmacht. Het kamp bevond zich in Weinsberg, nabij Heilbronn (Duitsland). Het bood voornamelijk onderdak aan krijgsgevangen officieren en onderofficieren van verschillende nationaliteiten.

    Oggau 

    Oggau 

     

    Oostenrijk

    Oggau am Neusiedler See in Oostenrijk  fungeerde vanaf eind 1944 als een dwangarbeiderskamp voor Hongaarse Joden. De nazi's zetten hen in bij de bouw van de zogeheten Südostwall, een verdedigingslinie tegen het oprukkende Rode Leger. Vanaf november 1944 werden tienduizenden Hongaarse Joden door de SS overgebracht naar de Oostenrijks-Hongaarse grens. In Oggau en de nabijgelegen regio (zoals Rust en het nabijgelegen kamp in Rechnitz) werden deze dwangarbeiders ondergebracht in primitieve omstandigheden en gedwongen tot zware graafwerkzaamheden. Het werk ging gepaard met brute mishandelingen en uitputting. Velen stierven ter plekke door ziekte (zoals vlektyfus), honger of executies. De massagraven en kampen in deze regio behoren tot de beruchte Holocaust-locaties in Burgenland.

    Ohrbeck

     

    Duitsland

    Kamp Ohrbeck, officieel het Arbeitserziehungslager (AEL) Ohrbeck, was een nazi-werkkamp net ten zuidwesten van Osnabrück (Hasbergen) dat begin 1944 door de Gestapo Osnabrück werd opgericht. Hoewel het formeel geen SS-concentratiekamp was maar een werkopvoedingskamp, waren de leefomstandigheden even onmenselijk en levensbedreigend. Er hebben door de tijd heen meer dan 2.000 gevangenen vastgezeten, waarvan een zeer groot deel uit Nederlanders bestond. Gevestigd in een voormalig pompstation van de ijzerertsmijn de Augustaschacht in Hasbergen-Ohrbeck. Hoofdzakelijk bedoeld voor mannen die weigerden te werken voor de Duitse Arbeitseinsatz (dwangarbeid) of die probeerden te vluchten. Er was gelijktijdig plaats voor ongeveer 250 gevangenen. Gevangenen moesten onder dwang werken in de nabijgelegen Klöckner-staalfabriek, in de mijnbouw, of puinruimen in de gebombardeerde stad Osnabrück. Hoewel Ohrbeck geen vernietigingskamp was, stierven veel gevangenen door de bewuste terreur van het nazi-regime: Structurele uithongering en gebrek aan drinkwater. Dagelijkse mishandelingen, afranselingen en psychologische treiterijen door de bewakers. Zware, uitputtende fysieke arbeid onder levensgevaarlijke omstandigheden. Slechte hygiëne waardoor dodelijke ziektes vrij spel hadden.

    Ohrdurf

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Ohrdruf was een nazi-dwangarbeiderskamp nabij Ohrdruf in Thüringen en het allereerste concentratiekamp dat door het Amerikaanse leger werd bevrijd. Het kamp werd opgericht in november 1944 als een subkamp van het grotere Concentratiekamp Buchenwald. In de weken voor de bevrijding herbergde het kamp meer dan 10.000 gevangenen die onder gruwelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid. Ze moesten spoorlijnen aanleggen en tunnels graven voor een gepland ondergronds militair communicatiecentrum. De gevangenen kwamen uit heel Europa. Onder hen bevonden zich veel Joden, politieke gevangenen en krijgsgevangenen. De omstandigheden waren extreem slecht. Gevangenen stierven massaal door ondervoeding, uitputting, ziektes en de brute mishandelingen door de SS-bewakers. Eind maart en begin april 1945 naderden de Amerikaanse troepen het kamp. De SS besloot daarop het kamp te ontruimen: Bijna alle gevangenen werden op dodenmarsen richting Buchenwald gestuurd. Velen overleefden deze tochten niet.Gevangenen die te ziek of te zwak waren om te lopen, werden vlak voor de evacuatie door de SS-bewakers in het kamp doodgeschoten. Op 4 april 1945 bereikten eenheden van het Amerikaanse Derde Leger het kamp. Amerikaanse soldaten troffen een gruwelijk tafereel aan met honderden onbegraven lichamen en massagraven. De nazi's hadden nog geprobeerd de bewijzen te vernietigen door lichamen op grote brandstapels van spoorstaven te verbranden. Op 12 april 1945 bezochten de generaals Dwight D. Eisenhower, George S. Patton en Omar Bradley het kamp. Eisenhower was zo geschokt dat hij media en politici opriep om het kamp te bezoeken, zodat niemand ooit zou kunnen ontkennen wat er was gebeurd.

    Concentratiekamp Oismühle

    Concentratiekamp Oismühle

     

    Oostenrijk

    Kamp Oismühle (gelegen in Biberach, Neder-Oostenrijk) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joodse gevangenen. Het kamp werd rond juli 1944 geopend en de gevangenen werden ingezet in lokale vezel- en kartonfabrieken. Het kamp was gesitueerd nabij Biberach / Sonntagberg in het district Amstetten. Vanaf juli 1944 werden hier voornamelijk Hongaarse Joden ondergebracht die zware dwangarbeid moesten verrichten. Gevangenen leefden er onder zware nazi-omstandigheden. Het kamp werd gebruikt als onderdeel van een groter netwerk van dwangarbeiderskampen in de regio Amstetten.

    Concentratiekamp Oivari

    Concentratiekamp Oivari

     

    Kroatie

    Concentratiekamp Ojsz

    Concentratiekamp Ojsz

     

    Polen

    Concentratiekamp Okecie

    Concentratiekamp Okecie

     

    Polen

    Concentratiekamp Okęcie een werkkamp en een executieplaats in de wijk Okęcie in Warschau (Polen) tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat onderdeel was van het bredere KL Warschau-complex. Het kamp werd in de zomer van 1943 opgezet door de nazi's. Het kamp was gevestigd in de zuidwestelijke wijk Okęcie, nabij de huidige luchthaven Warschau Frédéric Chopin (Lotnisko Chopina). Gevangenen (hoornamelijk Joodse dwangarbeiders en opgepakte Polen) werden hier zwaar ingezet voor dwangarbeid, waaronder het opruimen van de puinhopen in het nabijgelegen, verwoeste getto van Warschau en werkzaamheden aan het vliegveld. Het kamp diende tevens als executieplaats voor politieke gevangenen en Joden die opdoken aan de Arische zijde. Naar schatting zijn er tijdens het bestaan van het gehele KL Warschau-complex in totaal 4.000 tot 5.000 gevangenen gestorven door honger, uitputting en executies.

    Concentratiekamp Oldenburg

    Oldenburg

     

    Duitsland

    Oldenburg (in de Duitse deelstaat Nedersaksen) speelde de stad een centrale en vaak vergeten rol binnen het nazi-systeem van kampen, vervolging en dwangarbeid: Het vroege kamp Oldenburg (1933): Direct na de machtsovername door de nazi's in 1933 richtte de SA in de stad een zogeheten wild of vroeg concentratiekamp op in een voormalige kazerne. Hier werden in de eerste maanden van het regime voornamelijk politieke tegenstanders, zoals communisten en sociaaldemocraten, opgesloten en mishandeld voordat het formele SS-kampensysteem (zoals Dachau en Sachsenhausen) werd uitgerold. De Emslandlager (nabij Oldenburg): In de regio rondom Oldenburg (het Emsland) lag een groot complex van 15 straf- en gevangenenkampen, beter bekend als de Emslandlager. Het bekendste hiervan is Kamp Esterwegen, dat tussen 1933 en 1936 daadwerkelijk de officiële status van concentratiekamp (KZ) had. De administratie en juridische vervolging van gevangenen in deze regio liepen veelal via de instanties in de stad Oldenburg. Deportatiepunt: Tijdens de Kristallnacht in november 1938 werden de Joodse inwoners van Oldenburg samengedreven. Zij werden vervolgens vanuit de stad rechtstreeks gedeporteerd naar Concentratiekamp Sachsenhausen. Dwangarbeiders- en DP-kampen (Lager Ohmstede): Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevonden zich in de stad diverse grote kampen voor buitenlandse civiele dwangarbeiders (Zivilarbeiterlager). 

    Oldendorf

    Oldendorf

     

    Duitsland

    In de Duitse plaats Preußisch Oldendorf (gelegen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen) bevond zich een officieel nazi-buitenkamp (kampnummer 1175). Dit kamp viel onder de administratie van het nabijgelegen Kamp Esterwegen, dat vlak bij de Nederlandse grens lag.

    Concentratiekamp Oleaniţa

    Concentratiekamp Oleaniţa

     

    Oekraine

    Het concentratiekamp Oleaniţa (Olyanytsya) was een doorgangs- en dwangarbeiderskamp in Transnistrië, Oekraïne. Het werd in 1942 door het Roemeense leger ingericht voor Joodse gedeporteerden. In augustus 1942 droeg Roemenië honderden Joden over aan de Duitse Organisation Todt voor slavenarbeid, waarna de meesten door mishandeling en uitputting omkwamen. Gelegen in de regio Tulcin (Vinnytsia Oblast, Oekraïne) nabij de rivier de Boeg. De geïnterneerden waren voornamelijk Joden afkomstig uit Boekovina en Dorohoi in Roemenië. Gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden vastgehouden in de stallen van een voormalige collectieve boerderij. Op 19 augustus 1942 leverden de Roemenen 522 Joden uit aan de Duitse Organisation Todt (OT) voor de aanleg van Highway IV. De meesten stierven als gevolg van de zware dwangarbeid.

    Concentratiekamp Olejów

    Concentratiekamp Olejów

     

    Oekraine

    Het concentratie- en dwangarbeidskamp in Olejów (huidig Oekraïne) was een werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd eind 1942 opgezet als een bijkamp (zogeheten Zwangsarbeitslager für Juden) van het kamp in Zborów. In oktober 1942 zaten er 420 Joodse gevangenen opgesloten in het kamp. De eerste commandant van het kamp was SS-Schütze Erich Klaus. Gevangenen werden op brute wijze ingezet voor dwangarbeid, waaronder in de landbouw en bij wegenbouw. Degenen die niet meer in staat waren om te werken werden geëxecuteerd of gedeporteerd naar vernietigingskampen.

    Oliva

    Oliva

     

    Polen

    Concentratiekamp Oliva (officieel bekend als Danzig-Oliva) was een subkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het bevond zich in de wijk Oliwa (Duits: Oliva) in de Poolse stad Gdańsk (destijds de Vrije Stad Danzig).Er hebben in Oliva feitelijk twee verschillende operationele subkampen/werkkampen bestaan onder de vlag van Stutthof:

    1. Danzig-Oliva (Reitschule) Dit was een vroeg werkkamp waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten. Operationeel van 16 juli 1940 tot 21 juni 1941.Werkzaamheden: De gevangenen werden door de nazi's gehuurd en ingezet op de lokale rijschool (Huth-Reitschule), hoofdzakelijk om het terrein en de stallen schoon te maken en te onderhouden.

    2. Danzig-Oliva (Firma Boetzel) Dit was een later subkamp dat specifiek was ingericht voor de Duitse oorlogsindustrie. Gevangenen werden hier als dwangarbeiders ingezet voor de firma Boetzel.

    Concentratiekamp Olkieniki

    Concentratiekamp Olkieniki

     

    Litouwen

    Concentratiekamp Olkieniki (officieel Valkininkai in het Litouws) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods dwangarbeiderskamp en doorgangskamp in Litouwen. Het kamp werd door de nazi’s gebruikt om de Joodse bevolking van het stadje Olkieniki en omliggende dorpen te concentreren voor dwangarbeid en latere massamoord. De Joodse gemeenschap in het toenmalige Poolse (nu Litouwse) Olkieniki had een eeuwenoude geschiedenis. Tijdens de Holocaust werd het lot van het stadje en zijn inwoners als volgt bezegeld: Insluiting (zomer 1941): Nadat Duitse troepen in juni 1941 het gebied binnenvielen, werden honderden Joodse inwoners van Olkieniki door Litouwse collaborateurs bijeengedreven. Ze werden vastgezet in de lokale synagogen en omliggende gebouwen. Dwangarbeiderskamp: Een deel van de Joodse bevolking, met name degenen die geschikt waren voor zware arbeid, werd kort daarna gedeporteerd naar werkkampen in de regio, waaronder het kamp in Olkieniki zelf en nabijgelegen kampen zoals in Varena. In september 1941 werden de Joodse inwoners van Olkieniki en omliggende plaatsen (vaak via kampen of het nabijgelegen Ejszyszki) overgebracht naar de bossen en massaal geëxecuteerd door Duitse Einsatzkommando's en lokale handlangers, een tragedie die bekendstaat als de Holocaust door kogels. Degenen die als dwangarbeiders in de kampen in de regio werden gehouden, ondergingen in de jaren 1942 en 1943 alsnog hetzelfde lot; de meesten werden overgebracht naar het getto van Vilnius of direct naar executieplaatsen zoals Ponary om vermoord te worden.

    Concentratiekamp Olsza

    Concentratiekamp Olsza

     

    Polen

    Concentratiekamp Oneștii-Noi

    Concentratiekamp Oneștii-Noi

     

    Roemenie

    Het kamp Oneștii-Noi (ook bekend als lagărul de la Oneștii-Noi) was een Roemeens internerings- en werkkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag in het dorp Oneștii Noi, destijds gelegen in de provincie Lăpușna in Bessarabië (tegenwoordig in het district Hîncești in Moldavië). Het kamp werd door het dictatoriale bewind van maarschalk Ion Antonescu, een bondgenoot van nazi-Duitsland, gebruikt om specifieke groepen te isoleren die als ongewenst of gevaarlijk voor de staatsveiligheid werden beschouwd. In tegenstelling tot de grote vernietigingskampen in bezet Polen, functioneerde Oneștii-Noi primair als een lokaal internerings- en dwangarbeidskamp. De gevangenen bestonden voornamelijk uit: Religieuze minderheden: Grote groepen baptisten, evangelicalen en leden van de Inochentistische sekte (een lokale mystieke orthodoxe beweging) werden hier opgesloten. Zij weigerden de staatsreligie (de Roemeens-Orthodoxe Kerk) te erkennen en werden beschuldigd van anti-religieuze of communistische propaganda. Joodse burgers die niet in aanmerking kwamen voor specifieke uitzonderingen van de overheid en daarom naar het kamp in Oneștii-Noi moesten worden gedeporteerd. Politieke dissidenten: Personen die ervan werden verdacht communistische sympathieën te hebben of de Roemeense oorlogsinspanningen te ondermijnen. Het Roemeense regime probeerde de religieuze minderheden in het kamp met harde hand te heropvoeden en te bekeren tot de Roemeens-Orthodoxe Kerk. Dit gebeurde onder meer door het verplicht laten zingen in kerkkoren en het wekelijks bijwonen van theologische gesprekken op zondag.

    Concentratiekamp Opatów

    Concentratiekamp Opatów

     

    Polen

    Opatów was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een Joods getto en een nazi-systeem van dwangarbeid. Het getto in deze Poolse stad fungeerde als een belangrijk verzamel- en doorgangspunt (transit) voor de systematische uitroeiing van Joden in bezet Polen. Het getto werd in het voorjaar van 1941 officieel opgericht door de Duitse bezetter. Er werden ongeveer 10.000 Joden opgesloten. Dit betrof de lokale Joodse bevolking en gedeporteerde Joden uit onder andere Oostenrijk (Wenen) en Tsjechië. Hoewel het getto aanvankelijk open was (zonder fysieke hekken), heersten er honger en dodelijke tyfusuitbraken door extreme overbevolking. In mei 1942 werd het getto volledig van de buitenwereld afgesloten. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid in de directe omgeving, zoals bij de wegenbouw en in steengroeven. Vanaf januari 1942 voerde de SS grootschalige schietacties uit op de lokale Joodse begraafplaats. Honderden slachtoffers werden daar in massagraven begraven. De Liquidatie (Oktober 1942) Deportatie: Tussen 20 en 22 oktober 1942 ontmantelden de SS, de Duitse politie en Oekraïense hulptroepen het getto met geweld. Ruim 6.500 tot 7.000 Joden moesten te voet 18 kilometer marcheren naar het treinstation van Jasice. Wie niet kon meekomen, werd onderweg doodgeschoten. Vanaf Jasice werden zij in overvolle veewagons gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka, waar zij direct na aankomst in de gaskamers werden vermoord. Een kleinere groep gezonde mannen en vrouwen werd geselecteerd voor het nabijgelegen nazi-werkkamp Skarżysko-Kamienna. Ongeveer 100 Joden moesten achterblijven om de bezittingen in het getto te sorteren. Nadat dit werk klaar was, werden ook zij op de begraafplaats geëxecuteerd. Slechts ongeveer 300 Joden uit Opatów overleefden de Holocaust, voornamelijk omdat zij in de Duitse werkkampen tewerkgesteld waren. 

    Concentratiekamp Opatówek

    Concentratiekamp Opatówek

     

    Polen

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Opatówek (gelegen in de buurt van Kalisz in centraal-Polen) de locatie van een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse gevangenen. Het werd specifiek aangeduid als een burgerkamp voor dwangarbeid (Zwangsarbeitslager). Het kamp lag op ongeveer 11 kilometer afstand van de stad Kalisz. De regio werd tijdens de oorlog door nazi-Duitsland ingelijfd bij het zogeheten Wartheland. Gevangenen maakten dagen van 12 uur en werden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals het lossen van kolen, het graven en schoonmaken van sloten, wegenbouw en werk in nabijgelegen fabrieken. Het kamp stond onder streng toezicht en werd regelmatig bevoorraad met Joodse dwangarbeiders uit omliggende getto's, zoals uit het nabijgelegen Koźminek. In het voorjaar van 1941 werden honderden mannen uit Opatówek naar de regio Poznań gestuurd voor zware landbouwarbeid. In de loop van 1942 en 1943 werden veel van de overgebleven gevangenen uit deze regio gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz. Slechts een zeer klein percentage van hen overleefde de oorlog.

    Concentratiekamp Opory

    Concentratiekamp Opory

     

    Oekraine

    Opory (gelegen in de huidige oblast Lviv in Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een Duits werkkamp en maakte deel uit van het netwerk van kampen in Galicië, in de praktijk voornamelijk als een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager). De nazi's zetten hier gevangenen in voor zware fysieke arbeid. Het dorp Opory ligt in de historische regio Galicië, destijds bezet door nazi-Duitsland en tegenwoordig gesitueerd in het westen van Oekraïne (regio Lviv). De gevangenen bestonden grotendeels uit de lokale Joodse bevolking en andere vervolgde groepen uit de regio die niet direct naar de grote vernietigingskampen (zoals Bełżec) werden gedeporteerd.

    Concentratiekamp Oppeln

    Concentratiekamp Oppeln

     

    Polen

    Oppeln was de hoofdstad van de regio Regierungsbezirk Oppeln in Opper-Silezië. De lokale Gestapo-afdeling in Oppeln organiseerde vanaf 1942 de systematische deportatie van de Joodse bevolking uit de regio. Deze transporten (zoals transport XVIII/5) gaven Oppeln als vertrekpunt aan en reden rechtstreeks naar vernietigingskampen zoals Auschwitz of getto's zoals Theresienstadt. Hoewel er in de stad zelf geen groot concentratiekamp was, lagen in de directe nabijheid van Oppeln wel beruchte nazi-kampen:Stalag VIII-B (later Stalag 344) in Lamsdorf: Dit was een van de grootste krijgsgevangenenkampen van het Duitse Rijk, gelegen in het district Oppeln. Hier stierven tienduizenden (voornamelijk Sovjet) soldaten. Gevangenis Oppeln: De strafgevangenis in de stad zelf werd door de nazi's gebruikt om politieke gevangenen, verzetsstrijders (waaronder Nacht und Nebel-gevangenen) en buitenlandse burgers op te sluiten alvorens ze naar concentratiekampen zoals Gross-Rosen werden gestuurd.

    Oppeln

    Oppeln

     

    Algemeen

    Treinwagons van het type Oppeln  De term duikt in Nederland en België vaak op vanwege de goederenwagons type Oppeln. Dit type overdekte goederenwagon werd door de Deutsche Reichsbahn op grote schaal geproduceerd. De nazi's zetten exact dit type wagon intensief in voor de deportaties van Joden, Sinti en Roma naar de concentratiekampen. Twee originele wagons van dit type staan als monument opgesteld bij Nationaal Monument Kamp Vught.

    Concentratiekamp Oranienburg

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Oranienburg verwijst  naar twee verschillende locaties in de Duitse stad Oranienburg, ten noorden van Berlijn: het vroege Kamp Oranienburg (1933-1934) en het latere, grotere Concentratiekamp Sachsenhausen (1936-1945). Het vroege Kamp Oranienburg (1933–1934) Dit was een van de allereerste concentratiekampen in nazi-Duitsland, opgericht in maart 1933 door de SA. Het kamp werd gevestigd in een leegstaande bierbrouwerij, midden in het centrum van de stad Oranienburg. Het diende primair om politieke tegenstanders van het naziregime, zoals communisten en sociaaldemocraten, op te sluiten en te intimideren.Na de Nacht van de Lange Messen in juli 1934 nam de SS de controle over en werd het kamp al snel gesloten.

    Concentratiekamp Sachsenhausen (1936–1945) Omdat de naam Oranienburg nauw verbonden bleef met de regio, wordt het grotere kamp dat in 1936 in de wijk Sachsenhausen werd gebouwd, vaak ook kamp Oranienburg of Oranienburg-Sachsenhausen genoemd. Sachsenhausen werd ontworpen als het ideale modelkamp en deed dienst als trainingscentrum voor SS-bewakers. Er hebben hier meer dan 200.000 mensen gevangen gezeten, waaronder ook veel Nederlandse verzetsstrijders en politiek gevangenen. Naar schatting kwamen tot 50.000 mensen om door uitputting, ziekte, medische experimenten en executies.

    Concentratiekamp Oranjekanaal

    Concentratiekamp Oranjekanaal

     

    Nederland

    Kamp Oranjekanaal was tijdens de Tweede Wereldoorlog  een Joods werkkamp in het Drentse streekdorp Oranje. Het kamp bestond uit een grote, verbouwde boerenschuur op het terrein van een lokale aardappelfabriek. Het kamp functioneerde van augustus 1942 tot 3 oktober 1942. Joodse mannen werden ingezet als dwangarbeiders voor zware graaf- en grondwerkzaamheden in de regio. Er verbleven voornamelijk zo'n 80 Joodse mannen afkomstig uit Den Haag. Het kamp werd in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (tijdens Jom Kippoer) plotseling ontruimd door de Duitse bezetter. Alle dwangarbeiders werden te voet naar het nabijgelegen doorgangskamp Westerbork getransporteerd. Vanuit daar zijn zij vrijwel direct gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Centraal- en Oost-Europa, zoals Auschwitz en Sobibor.

    Concentratiekamp Orlintsy

    Concentratiekamp Orlintsy

     

    Oekraine

    Orlintsy (Orlynchi) was een nazi-werkkamp  nabij Antoniny in de Oekraïne, ingericht in mei 1942. Het kamp werd gevestigd in de stallen van het dorp en fungeerde als een gruwelijke dwangarbeiders- en vernietigingslocatie voor Joodse inwoners uit nabijgelegen getto's. Joden uit de getto's van omliggende plaatsen zoals Krasilov en Kulchiny. Mensen werden gehuisvest in zware, overvolle stallen. Velen stierven door honger, uitputting en ziekte. Gevangenen werden zwaar ingezet, onder meer voor het repareren van lokale wegen. In de zomer van 1942 werden de gevangenen vanuit Orlintsy overgebracht naar executieplaatsen, zoals de massagraven in het nabijgelegen Manivtsi, waar ze door de nazi's en lokale politie werden gefusilleerd.

    Orlowo

    Orlowo

     

    Polen

    In Gdynia-Orłowo (destijds Adlershorst) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een SS-opleidingskamp (een barakkenkamp van de Ordnungspolizei) en een arbeidskommando. Dit kamp fungeerde als satelliet/onderdeel van het beruchte concentratiekamp Stutthof. Gevangenen werden in 1940 en 1941 ingezet bij lokale bouwwerkzaamheden en betonfabrieken. Dwangarbeid voor SS-kopstukken: Een groep van 20 gevangenen werd in 1941 in Orłowo gehuisvest om de villa van de beruchte Stutthof-kampcommandant, SS-Sturmbannführer Max Pauly, te bouwen. Ook rekruten van de SS-Totenkopf werden in Orłowo getraind als bewakers voor Stutthof. Het kamp was in de jaren 1941–1942 operationeel in de wijk Orłowo van de Poolse havenstad Gdynia. Het kamp bevond zich in Orłowo, een stadsdeel van Gdynia in het noorden van Polen (destijds door nazi-Duitsland geannexeerd als onderdeel van de regio Danzig-West-Pruisen). Al vroeg in de oorlog, op 12 oktober 1939, was Orłowo de eerste wijk in Gdynia waaruit de nazi's op grote schaal de Poolse bevolking verdreven. Ongeveer 4.000 Polen (waaronder 1.300 kinderen) werden gedwongen hun huizen te verlaten om plaats te maken voor Duitse kolonisten (Lebensraum). Het subkamp werd ingericht om gevangenen in te zetten als dwangarbeiders voor lokale Duitse bouwprojecten, infrastructuur of de oorlogsindustrie, onder direct toezicht van de SS-leiding van Stutthof.

    Concentratiekamp Ornontowitz

    Concentratiekamp Ornontowitz

     

    Polen

    Kamp Ornontowice verwijst naar een  locatie in het Poolse dorp Ornontowice (Woiwodschap Silezië), waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits krijgsgevangenenkamp en werkkamp was gevestigd. Krijgsgevangenen en Dwangearbeid Arbeitskommando 35: Onder de Duitse bezetting (toen de plaats Ornontowitz werd genoemd) functioneerde er een extern werkkamp onder de naam Arbeitskommando 35. Dit werkkamp was administratief gekoppeld aan het grote krijgsgevangenenkamp Stalag VIII-E (308) Neuhammer (gelegen in het huidige Świętoszów). Gevangenen in dit kamp  waaronder veel Sovjet-krijgsgevangenen en Poolse gevangenen werden gedwongen tot zware fysieke arbeid in de regio Silezië, met name in de lokale industrie en mijnbouw. De regio rondom Ornontowice staat ook bekend om de brute start van de Duitse invasie. Al op 1 september 1939, de allereerste dag van de Tweede Wereldoorlog, executeerden soldaten van de Duitse Wehrmacht op diverse plekken in deze regio waaronder in Ornontowice, Czuchów en Gierałtowice  Poolse krijgsgevangenen en burgers in strijd met het oorlogsrecht.

    Concentratiekamp Ortel Ksiazecy

    Concentratiekamp Ortel Ksiazecy

     

    Polen

    Ortel Książęcy was een nazi-arbeidskamp (Zwangsarbeitslager). Het maakte tijdens de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog onderdeel uit van een netwerk van werkkampen in de regio Biała Podlaska in het huidige Polen. De nazi's sloten hier ongeveer 300 Joodse gevangenen op. Zij werden gedwongen tot zware dwangarbeid, waaronder het ontginnen van moerassen, landbouwwerkzaamheden en het sieren van rivieren en dijken. Het kamp lag in een netwerk van vergelijkbare kampen in de buurt (zoals in Małaszewiczach, Rossosz en Leśna Podlaska), omdat het gebied destijds veel uitgestrekte weilanden en moerassen kende. De omstandigheden in het kamp waren slopend. De dwangarbeid, gecombineerd met ondervoeding en ziekte, eiste een zware tol onder de Joodse bevolking.

    Concentratiekamp Osievca

    Concentratiekamp Osievca

     

    Oekraine

    Kamp Osievca (tegenwoordig bekend als Osiivka in de oblast Vinnytsia, Oekraïne) was een Roemeens concentratiekamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de oostelijke regio van Transnistrië, een gebied in de Oekraïne dat destijds door Nazi-Duitsland onder Roemeens bestuur was gesteld. Het kamp werd in de winter van 1941-1942 opgezet in een vervallen kolchoz (een voormalige Sovjet-collectieve boerderij) in het dorp Osievca. In officiële Roemeense documenten werd de locatie soms ook aangeduid als een kolonie. De bevolking van het kamp bestond voornamelijk uit Joden die door het Roemeense regime waren gedeporteerd uit de regio's Bessarabië en Boekovina. In het voorjaar van 1942 leefden er onder erbarmelijke omstandigheden nog zo'n 132 tot 520 Joden in het kamp. Net als in de omliggende kampen in het Berşad-district heerste er extreme honger, kou en uitbuiting door dwangarbeid. Mede hierdoor braken er dodelijke epidemieën uit, zoals vlektyfus.

    Oslawan = Oslavany

    Oslawan = Oslavany

     

    Tsjechie

    Kamp Oslawan is de (Duitse) benaming voor het werkkamp in de Tsjechische stad Oslavany. Oslavany is een stad in de regio Zuid-Moravië, ten zuidwesten van Brno. In het Duits staat deze plaats bekend als Oslawan.Tijdens de Tweede Wereldoorlog (vanaf het voorjaar van 1942) fungeerde het kasteel en de omliggende regio van Oslavany als een Aussenkommando (buitenkamp/werkkamp) van het concentratiekamp Theresienstadt. Mannelijke Joodse gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders, voornamelijk voor zwaar werk in de lokale steenkolenmijnen.

    Osnabrück 

    Osnabrück 

     

    Duitsland

    Arbeitserziehungslager (AEL) Ohrbeck, ook wel aangeduid als het dwangarbeiderskamp Augustaschacht.een werkovoedingskamp onder leiding van de Gestapo, heersten er eveneens levensbedreigende en onmenselijke omstandigheden. Daarnaast fungeerde Osnabrück vanaf oktober 1942 tijdelijk als locatie voor een subkamp (Satellietkamp) van de 2e SS-Bouwbrigade, waarin gevangenen uit reguliere concentratiekampen zoals Neuengamme werden ingezet.

    Werkkamp Ohrbeck.Opgericht begin 1944 bij een oude mijnschacht door de Gestapo. Er hebben in totaal zo'n 2.000 gevangenen vastgezeten, waarvan de grootste groep uit Nederlanders bestond.

    Gestapokeller: De kelder van het kasteel van Osnabrück diende als gevangenis en martellocatie van de Gestapo. Gevangenen werden hier verhoord voordat ze naar kampen zoals Ohrbeck werden getransporteerd.

    Concentratiekamp Ossowa

    Concentratiekamp Ossowa

     

    Polen

    Ossowa (ook wel gespeld als Osowa) was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden nabij het dorpje Ossowa (regio Radzyń Podlaski / Parczew in het woiwodschap Lublin, Polen) dat nauw verbonden was met de Holocaust en de nabijgelegen vernietigingskampen. Het kamp werd in september 1940 opgericht door de Duitse bezetter. Gevangenen (voornamelijk Joden uit omliggende getto's zoals Parczew, maar later ook gedeporteerden uit West- en Centraal-Europa) werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid. De gevangenen moesten voornamelijk moerassen droogleggen, irrigatiekanalen graven en landbouwwerkzaamheden verrichten. De naam Ossowa duikt vaak op in transportlijsten van de Holocaust, met name vanuit het getto van Theresienstadt (Terezín). Op 9 mei 1942 vertrok bijvoorbeeld Transport Ax vanuit Theresienstadt met de bestemming Sobibór, Ossowa. Een deel van de gezonde mannen uit deze transporten werd bij aankomst geselecteerd voor de slopende dwangarbeid in het kamp Ossowa. De overige gedeporteerden (vrouwen, kinderen en ouderen) werden direct in de gaskamers van het nabijgelegen vernietigingskamp Sobibór vermoord. Wie de omstandigheden in kamp Ossowa niet overleefde of te zwak werd, werd alsnog naar Sobibór of concentratiekamp Majdanek gestuurd om te worden vergast. Kamp Ossowa speelde indirect een cruciale rol bij de bekende gevangenenopstand in Sobibór op 14 oktober 1943. De opstand stond oorspronkelijk gepland voor 13 oktober. De Joodse verzetsgroep moest de ontsnapping echter met 24 uur uitstellen, omdat er die dag onverwacht een contingent Duitse SS-troepen uit het werkkamp Ossowa in Sobibór arriveerde. Dit verhoogde de bewaking tijdelijk, waardoor het plan pas een dag later kon worden uitgevoerd. Net als de meeste dwangarbeiderskampen in de regio Lublin werd het kamp in de loop van 1943 geliquideerd in het kader van Aktion Erntefest of wegens het naderen van het Rode Leger, waarbij de resterende gevangenen werden geëxecuteerd of naar grotere vernietigingskampen werden overgebracht.

    Osterode - Heber

    Osterode - Heber

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Osterode-Freiheit (Firma Curt Heber) was een buitenkamp van het concentratiekamp Mittelbau-Dora in de Duitse Harz. Het kamp, operationeel van september 1944 tot april 1945, werd specifiek opgezet om gevangenen dwangarbeid te laten verrichten in de nabijgelegen machinefabriek van Curt Heber. Adres: Baumhofstraße, Osterode-Freiheit (ongeveer 50 km van het hoofdkamp Mittelbau-Dora). Het kamp was gevestigd in de noordwestelijke hoek van een reeds bestaand Zwangsarbeiterlager (dwangarbeiderskamp). Het kamp had geen zichtbare afscheidingen zoals prikkeldraad. Doordat het opging in de normale bebouwing, voelden gevangenen zich ontheemd tussen de lokale bevolking, wat diende als psychologische isolatie. Aantal gevangenen: Er werden ongeveer 150 tot 300 gevangenen tewerkgesteld. Gevangenen maakten voornamelijk onderdelen voor de bewapeningsindustrie (communicatieapparatuur) in de fabriek van Curt Heber en moesten timmerwerk verrichten. De leef- en werkomstandigheden waren zwaar en onmenselijk, met doden tot gevolg, waaronder door uitputting en ziekte.

    Osterode - Dachs 4

    Osterode - Dachs 4

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Osterode (buitenkamp Dachs IV) was een satellietkamp van het concentratiekamp Mittelbau-Dora. Het kamp lag in Petershütte (Osterode am Harz, Duitsland) en huisvestte vanaf eind 1944 honderden gevangenen, voornamelijk Joden. In tegenstelling tot andere kampen hoefden gevangenen hier geen raketten te bouwen, maar moesten ze zware arbeid verrichten in een gipgroeve voor de aanleg van een ondergrondse olieraffinaderij (dekkarakter: Dachs IV) van het bedrijf Rhenania-Ossag. Het kamp bevond zich in de wijk Petershütte in Osterode am Harz. Eind 1944 overgebracht van Buchenwald naar het SS-complex van Mittelbau. Het aantal dwangarbeiders varieerde, maar in februari 1945 arriveerde een groep van meer dan 400 gevangenen, voornamelijk Joodse mannen uit Auschwitz. Het uitbreken van ziektes werd verergerd door slechte rantsoenen en wreed SS-kampbeheer. Eind maart 1945 werden tientallen verzwakte gevangenen afgevoerd naar de ziekenbarakken in Mittelbau-Dora. Op 5 april 1945 werd het kamp geëvacueerd en werden de gevangenen gedwongen tot een dodenmars naar het noorden.

    Osterort

    Osterort

     

    Duitsland

    Kamp Bremen-Osterort (ook bekend onder de namen Hornisse, Riespott of Bremen-Kriegsmarine) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Aussenlager) van het nazi-concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bestond van 28 november 1944 tot 6 april 1945 en bood onderdak aan ongeveer 1.000 mannelijke gevangenen. De gevangenen zaten aanvankelijk in het buitenkamp Bremen-Neuenland. De dagelijkse marsroute van Neuenland naar hun werkplek was echter lang en door de constante geallieerde bombardementen levensgevaarlijk. Daarom besloot de SS om de gevangenen eind november 1944 te verhuizen naar Osterort, dichter bij de bouwlocaties. De gevangenen werden gehuisvest in de barakken van een voormalig kamp voor krijgsgevangenen. Dit terrein lag op de grond van het staalbedrijf Norddeutsche Hütte AG, dat destijds deel uitmaakte van het Krupp-concern. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid verrichten voor de Duitse oorlogsindustrie: U-bootbunker Hornisse: Het overgrote deel werkte aan de bouw van deze enorme onderzeebootbunker in opdracht van de Marineoberbauleitung en scheepswerf Deschimag. Hoogovens en puinruimen: Anderen moesten werken bij de hoogovens van Krupp of puinruimen in de door bommen getroffen stad Bremen. De kampleider was SS-Obersturmführer Hugo Benedict, die tevens de leiding had over alle satellietkampen van Neuengamme in de regio Bremen. Op 6 april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De gevangenen moesten te voet op een dodenmars naar het verzamelkamp Bremen-Farge. Vanuit daar werden ze grotendeels per trein of te voet verder getransporteerd naar het opvangkamp Stalag X B Sandbostel of teruggestuurd naar het hoofdkamp Neuengamme. Joodse gevangenen werden overgebracht naar concentratiekamp Bergen-Belsen. Velen overleefden deze evacuaties en de brute omstandigheden in de laatste oorlogsweken niet.

    Concentratiekamp Osthofen

    Osthofen

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Osthofen was een van de allereerste nazi-concentratiekampen in Duitsland, gelegen in de buurt van Worms en in gebruik van maart 1933 tot juli 1934. Het kamp werd ingericht in een leegstaande, voormalige papierfabriek en diende als het centrale kamp voor de toenmalige Volksstaat Hessen. Het kamp werd direct na de nazi-machtsovername geopend om politieke tegenstanders uit te schakelen. De gevangenen waren hoofdzakelijk communisten (KPD) en sociaaldemocraten (SPD), maar ook vakbondsleiders, Jehova's getuigen en Joden. Uniek aan Osthofen is dat er gedurende het 14-maandelijkse bestaan geen gevangenen zijn vermoord of omgekomen. Wel stonden de naar schatting 3.000 gevangenen bloot aan zware mishandeling, dwangarbeid, vernederingen en slechte hygiënische omstandigheden. De bewaking was in de eerste maanden in handen van de SA, maar werd later volledig overgenomen door de SS. In de zomer van 1934 werd het kamp opgedoekt bij de centralisatie en herstructurering van het Duitse kampsysteem. Veel voormalige gevangenen werden daarna alsnog naar andere, beruchtere kampen (zoals Dachau) gedeporteerd, waar velen later zijn omgekomen.

    Concentratiekamp Ostriv

    Concentratiekamp Ostriv

     

    Oekraine

    De nazi's hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog in en rond het dorp Ostriv (ook wel Ostrov of Chornyi Ostrov genoemd, in de regio Chmelnytsky) in Oekraïne wel een Joods getto en nabijgelegen werkkampen opgezet. Getto van Ostriv: Na de Duitse bezetting van het gebied op 7 juli 1941 werd de lokale en gevluchte Joodse bevolking gedwongen in een geïsoleerd getto te leven. In mei 1942 werden ongeveer 100 Joodse inwoners geselecteerd voor dwangarbeid in een werkkamp in nabijgelegen paardenstallen (Leznevo). Op 12 september 1942 werd het getto door Duitse en Oekraïense politiediensten geliquideerd. De achtergebleven honderden Joden werden naar een bosgebied gebracht en geëxecuteerd.

    Concentratiekamp Ostrołęka

    Concentratiekamp Ostrołęka

     

    Polen

    In de Poolse stad Ostrołęka vonden er onder de Duitse bezetting zware wreedheden plaats, kende de stad werkkampen en werd de lokale bevolking gedeporteerd naar omliggende vernietigingskampen. De Duitsers vielen Ostrołęka binnen op 8 september 1939. De stad werd direct geannexeerd door nazi-Duitsland en omgedoopt tot Scharfenwiese. Vóór de oorlog had Ostrołęka een grote Joodse minderheid. Kort na de bezetting werd een groot deel van hen door de nazi's over de nabijgelegen grens naar Sovjet-territorium gedreven. De Joden die achterblijven of later in de regio werden gevangen, zijn grotendeels gedeporteerd en vermoord in het Treblinka-vernietigingskamp en Auschwitz-Birkenau. In en rondom de stad werden door de nazi's kleinere werkkampen (Arbeitslager) opgezet waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Ongeveer 1000 niet-Joodse Poolse inwoners van de stad werden tijdens de bezetting ter plekke geëxecuteerd of stierven door de terreur.

    Ostrov

    Ostrov

     

    Tsjechie/Rusland

    Tijdens de bezetting van Tsjechië door nazi-Duitsland werd een kasteel in het plaatsje Ostrov (Duits: Schlackenwerth) in gebruik genomen als nazi-concentratiekamp. Het diende als een buitenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Polen en Russen die dwangarbeid moesten verrichten. In april 1945 werden de meeste gevangenen door de nazi's overgebracht naar het concentratiekamp Leitmeritz

    Rondom de stad Ostrov in Wit-Rusland (Regio Brest) en in de buurt van Pskov (Rusland) vonden in 1942 en 1943 massamoorden en executies van Joodse inwoners plaats door Duitse Einsatzgruppen. De slachtoffers werden vaak direct uit gevangenissen naar bossen gebracht en daar omgebracht.

    Sovjet-dwangarbeidskamp (GULAG) Het woord Ostrov betekent eiland in het Russisch.  Strafkampen op de Solovetski-eilanden (Solovki), ook wel de Solovetsky Special Purpose Camp (SLON) genoemd. Dit was een van de belangrijkste en meest wrede kampen in het vroege Goelag-systeem, waar politieke tegenstanders werden geïsoleerd.

    Concentratiekamp Ostrovacka Ada

    Ostrovacka Ada

     

    Servie

    Concentratiekamp Ostrovačka Ada was een dwangarbeiderskamp en satellietkamp van het grotere concentratiekamp Sajmište in Belgrado. Het kamp werd opgericht in augustus 1942. Het kamp bevond zich op een riviereiland (Ada) in de Donau, in de buurt van Dubovac, ten oosten van Belgrado. Het werd geëxploiteerd door de Organisation Todt. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het kappen van bomen en houtkap. Het kamp bestond voornamelijk uit drie groepen: smokkelaars, politieke gevangenen, en partizanen/burgers uit de regio Kozara in Bosnië. De groep Bosniërs telde ongeveer 800 gevangenen die in augustus 1942 uit Sajmište werden overgebracht. De omstandigheden waren extreem zwaar. Honderden gevangenen stierven door uithongering, difterie, uitputting en executies. Gevangenen die niet stierven aan de erbarmelijke omstandigheden, werden door SS-bewakers vermoord. Van de transporten naar Ostrovačka Ada heeft slechts een fractie (schattingen lopen van 86 tot circa 200 personen) het overleefd. Na ongeveer een maand werd het kamp wegens de massale sterfte gesloten.

    Concentratiekamp Ostrowiec

    Concentratiekamp Ostrowiec

     

    Polen

    Het concentratiekamp Ostrowiec (ook wel bekend als Judenlager) in Polen was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden, opgericht in oktober 1942 en actief tot augustus 1944. Gevangenen werden er zwaar uitgebuit in de lokale staalfabriek. In augustus 1944 werd het kamp geliquideerd en zijn de overlevenden afgevoerd naar Auschwitz. Oktober 1942: Nadat het grote getto van Ostrowiec Świętokrzyski werd opgeheven en duizenden Joden naar vernietigingskamp Treblinka werden gestuurd, werd het overblijvende deel van het getto omgevormd tot een werkkamp. April 1943: Het kamp werd geherorganiseerd en ondergebracht in barakken bij de lokale staalfabriek (voorheen onderdeel van de Hermann Göring Werke). Gevangenen uit o.a. Oostenrijk, de Sovjet-Unie en andere Poolse kampen werden hierheen gehaald. Augustus 1944: Het kamp werd definitief ontbonden. De nog levende dwangarbeiders werden op transport gezet naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. De omstandigheden in Ostrowiec waren mensonterend. Gevangenen maakten lange dagen van 12 uur met zware lichamelijke arbeid. De rantsoenen waren extreem schaars (veelal slechts 180 gram brood en wat dunne soep per dag) en er was geen medische zorg, wat leidde tot hoge sterftecijfers door ondervoeding, mishandeling en ziekten.

    Concentratiekamp Ostrowiec Świętokrzyski

    Concentratiekamp Ostrowiec Świętokrzyski

     

    Polen

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond er in Ostrowiec Świętokrzyski (Polen)  een grootschalig Duits-nazistisch dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager). Dit kamp hing nauw samen met de lokale staalindustrie en de vernietiging van het getto. De geschiedenis van de Jodenvervolging en de kampen in Ostrowiec Świętokrzyski verloopt via een aantal duidelijke fasen:1. Het getto van Ostrowiec (1941–1942) In het voorjaar van 1941 richtten de Duitsers het getto van Ostrowiec Świętokrzyski in. Door de komst van duizenden Joodse vluchtelingen uit onder andere Wenen en andere Poolse steden, zwol de Joodse bevolking in de stad aan tot circa 15.000 à 16,000 mensen.De liquidatie: In oktober 1942 werd het getto grotendeels geliquideerd. Naar schatting 11.000 tot 12.000 Joden werden in veewagens gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka en daar direct vermoord. Ongeveer 2.000 Joden werden ter plekke in de stad geëxecuteerd. 2. Het dwangarbeiderskamp (1942–1944) Een groep van ongeveer 3.000 Joden die fysiek in staat waren om zwaar werk te verrichten, werd geselecteerd om te blijven. Zij werden aanvankelijk ondergebracht in een klein getto en moesten als slavenarbeiders werken in de lokale staalfabriek, de Huta Ostrowiec. In 1943 werd dit officieel omgevormd tot een afgesloten dwangarbeiderskamp aan de ulica Szkolna (Szkolnastraat) De bewaking was in handen van de SS, Oekraïense hulptroepen en de Joodse ordedienst. De omstandigheden waren erbarmelijk. Gevangenen leden aan honger en ziektes (zoals vlektyfus) en stonden constant bloot aan brute mishandelingen en willekeurige executies. Productie: De gevangenen werden ingezet voor de Duitse oorlogsindustrie, met name voor de productie van staalcomponenten en munitie in de fabriek. 3. De liquidatie en deportatie naar Auschwitz (1944) Toen het Rode Leger in de zomer van 1944 de regio naderde, besloten de nazi's alle werkkampen in de omgeving te ontruimen. Op 3 augustus 1944 werd het kamp in Ostrowiec definitief geliquideerd. De overgebleven gevangenen (waaronder ruim 300 vrouwen en kinderen) werden op transport gezet naar Concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Wie daar de selecties overleefde, werd later diep Duitsland in gestuurd naar andere kampen. Slechts een klein aantal overleefde de oorlog.

    Concentratiekamp Osveia

    Concentratiekamp Osveia

     

    Wit Rusland

    Osveia (vandaag de dag Asvyeya in Wit-Rusland genoemd) was tijdens de Tweede Wereldoorlog  een verzamelplaats en de locatie van een bloedig getto. De regio staat bekend om de Tragedie van Osveia (onderdeel van Operatie Winterzauber). Tijdens deze grootschalige nazi-strafexpeditie in 1943 werd de lokale bevolking op brute wijze vermoord of weggevoerd. Kort na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juli 1941 bezetten de nazi's Osveia. De joodse inwoners van het stadje werden opgesloten in een afgesloten getto. Dit diende puur als tijdelijk verzamelpunt. In 1942 werd het getto volledig geliquideerd. Ongeveer 650 joodse mannen, vrouwen en kinderen werden door de nazi's en lokale collaborateurs buiten het stadje doodgeschoten en in een massagraf begraven. De Tragedie van Osveia: Operatie Winterzauber (1943) In februari en maart 1943 voerden Duitse SS-troepen en Baltische collaborateurs (voornamelijk Letse politie-bataljons) een nietsontziende anti-partizanenoperatie uit, genaamd Operation Winterzauber. Het doel was om langs de Wit-Russisch-Letse grens een volledig onbewoonde bufferzone te creëren. In de regio Osveia alleen al werden 183 dorpen platgebrand. Ruim 11.000 burgers werden ter plekke vermoord, vaak door hen levend te verbranden in hun eigen huizen of schuren. Meer dan 14.000 overlevenden werden uit de regio weggevoerd. De volwassenen moesten als dwangarbeider naar Duitsland. De kinderen werden systematisch gescheiden van hun moeders en naar het beruchte Concentratiekamp Salaspils (nabij Riga, Letland) getransporteerd.

    Oswiecim

    Oswiecim

     

    Polen

    Concentratiekamp Oświęcim is de Poolse naam voor het beruchte Duitse vernietigingskamp Auschwitz, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland werd opgezet in het bezette Polen. Het kampcomplex ligt bij de stad Oświęcim (ongeveer 50 kilometer ten westen van Krakau) en staat symbool voor de Holocaust en de massamoord op miljoenen mensen, voornamelijk Joden. Het complex bestond uit drie grote hoofdkampen en tientallen subkampen:

    Auschwitz I (Stammlager): Het oorspronkelijke concentratiekamp, opgezet in voormalige Poolse legerkazernes. Hier bevindt zich de beruchte toegangspoort met de tekst Arbeit macht frei.

    Auschwitz II (Birkenau): Het gigantische vernietigingskamp met de spoorlijn die rechtstreeks het kamp binnenliep. Hier vonden de grootschalige vergassingen plaats in de gaskamers

    Auschwitz III (Monowitz): Een werkkamp dat diende als dwangarbeidskamp voor het Duitse chemieconcern IG Farben.

    Concentratiekamp Oszczów-Waręż

    Concentratiekamp Oszczów-Waręż

     

    Polen

    Het Arbeitslager Oszczów-Waręż (vaak aangeduid als werkkamp Oszczów) was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het district Lublin in het bezette Polen, nabij de dorpen Oszczów en Waręż (tegenwoordig nabij de grens met Oekraïne). Gevangenen in het kamp werden ingezet voor zware fysieke arbeid, voornamelijk voor de aanleg en uitbreiding van de strategische hoofdweg van Chełm naar Sokal. Ook werd er drainagearbeid verricht, in het kamp blijkt dat gevangenen om 04:00 uur moesten opstaan, van 06:00 uur tot 16:00 uur onafgebroken werkten, en moesten overleven op een dieet van zwarte suikerloze koffie en een half kilo brood per dag. In augustus 1940 werden de eerste grote groepen Joden (waaronder circa 450 personen uit de regio Końskie) naar het kamp gedeporteerd. Later, in november 1941, werd onder meer de gehele Joodse bevolking van Wysokie naar Oszczów verdreven. Het kamp werd opgezet door de lokale Duitse Kreishauptmann van Hrubieszów. In de zomer van 1941 werd de kampingrijpende infrastructuur en de resterende gevangenen grotendeels verplaatst naar het nabijgelegen Werbkowice. Gevangenen die de ontberingen overleefden, zijn in de latere fasen van de Holocaust (Operation Reinhard) grotendeels gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Treblinka.

    Concentratiekamp Oszmiana

    Concentratiekamp Oszmiana

     

    Wit Rusland

    Het concentratiekamp van Oszmiana (ook bekend als Ashmiany of Oshmene) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-getto en dwangarbeiderskamp in de stad Oszmiana (Wit-Rusland), dat fungeerde als concentratiepunt voor de Joodse bevolking in de regio. In de zomer van 1941, kort na de Duitse bezetting van de Sovjet-Unie, werd de Joodse bevolking door de nazi-autoriteiten gedwongen in een afgesloten ghetto rond de synagoge te wonen. In de herfst van 1942 werd het gebied een definitief afgesloten werkkamp. De nazi's dwongen Joden uit omliggende steden en dorpen zoals Krewo, Holszany en Smorgonie om naar Oszmiana te verhuizen. Hierdoor liep de populatie op tot ongeveer 4.000 mensen. Er was sprake van zware overbevolking. Gevangenen werden stelselmatig ingezet voor zware dwangarbeid en leden aan zware ondervoeding. In maart en april 1943 werd het kamp geliquideerd. Grote groepen gevangenen werden naar het concentratiekamp in Wilno (Vilnius) gestuurd of gedeporteerd naar het vernietigingskamp Ponary.

    Concentratiekamp Otoschno

    Concentratiekamp Otoschno

     

    Polen

    Concentratiekamp Otoschno (soms geschreven als Otoczno) was een Duits nazi-werkkamp (arbeidskamp) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd gerund door de SS en lag in het westen van Polen, in de buurt van de stad Poznań.Het kamp stond bekend om zijn extreem wrede regime en het nagenoeg afwezige overlevingspercentage. De gevangenen, voornamelijk Joodse mannen en jongens, werden ingezet als slavenarbeiders. Hun hoofdfunctie was de aanleg en uitbreiding van het spoorwegnetwerk voor het Duitse Rijk. Er was een extreem tekort aan voedsel en water. De sanitaire voorzieningen waren erbarmelijk en er heerste constante mishandeling door de SS-bewakers. Het kamp functioneerde in de praktijk als een vernietigingskamp door werk en uitputting. na een periode van 18 maanden slechts 11 van de oorspronkelijke 2500 gevangenen nog in leven waren.

    Concentratiekamp Ottmut

    Concentratiekamp Ottmut

     

    Polen

    Kamp Ottmuth (gelegen in het huidige Otmęt in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden), dat onder het bewind stond van de nazi-organisatie Organisation Schmelt. Later in de oorlog fungeerde het als een satellietkamp of subkamp binnen het grotere netwerk van concentratiekampen zoals Auschwitz of Gross-Rosen. Gevangenen in Ottmuth werden ingezet voor zware dwangarbeid. Het grootste deel van de gevangenen moest werken in de lokale schoenenfabriek (Ota, Schlesische Schuhwerke Ottmuth AG). Het kamp hield voornamelijk Joodse gevangenen vast. Hiertoe behoorden grote groepen Joden uit Silezië en naderhand ook gevangenen uit West-Europa, waaronder Nederlandse Joden die via  transporten vanuit Westerbork in de regio tewerkgesteld werden. In de loop van 1943 en 1944 werd het kamp ontruimd en werden de resterende gevangenen overgebracht naar andere (concentratie)kampen in de regio, zoals Blechhammer of Graditz.

    Concentratiekamp Ottmuth

    Concentratiekamp Ottmuth

     

    Polen

    Concentratiekamp Ottmuth was een nazi-dwangarbeiderskamp in Opper-Silezië, destijds Duitsland en tegenwoordig Otmęt in Polen. Het kamp deed vanaf eind 1942 dienst als dependance (Arbeitslager) van Auschwitz. Honderden Joodse mannen, onder andere geselecteerd tijdens de beruchte Cosel-transporten vanuit kamp Westerbork, werden hier zwaar uitgebuit. In het najaar van 1942 stopten achttien treinen uit Westerbork niet bij het einddoel Auschwitz, maar op het goederenstation in Cosel (Kędzierzyn-Koźle). Alle mannen tussen de vijftien en vijftig jaar werden hier uit de trein gehaald en ingezet als dwangarbeider. Velen van hen, waaronder een groot aantal Nederlandse Joden, werden overgebracht naar Ottmuth om er onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid te verrichten, onder andere in lokale schoenenfabrieken (de Bata-fabrieken). De omstandigheden in Ottmuth waren moordgevend. Gevangenen maakten lange werkdagen en kregen extreem weinig te eten, waardoor velen stierven aan uitputting, ziekte of mishandeling. Later in de oorlog, toen het Sovjetleger oprukte, werden de overlevenden gedwongen tot dodenmarsen naar andere kampen, zoals Blechhammer en Buchenwald.

    Ottobrunn

    Ottobrunn

     

    Duitsland

    Ottobrunn was een buitenkamp van het  concentratiekamp Dachau, opgericht in de lente van 1944. Gevangenen in dit kamp werden door de nazi’s zwaar ingezet als dwangarbeiders voor de bouw van de Luftfahrtforschungsanstalt München (LFM), een belangrijk luchtvaartonderzoeksinstituut. Het kamp was administratief ondergebracht bij Dachau, het allereerste grootschalige concentratiekamp van de SS. De dwangarbeid vond voornamelijk plaats ten behoeve van de luchtvaartindustrie en het Duitse onderzoek.

    Concentratiekamp Oued Akreuch

    Concentratiekamp Oued Akreuch

     

    Marokko

    Het concentratiekamp van Oued Akreuch (tegenwoordig Akrach) was een internerings- en werkkamp in Marokko tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag ongeveer 9,8 kilometer ten zuidoosten van Rabat aan de oevers van de rivier de Akreuch. Het kamp werd na de wapenstilstand van juni 1940 opgericht onder het Franse Vichy-regime. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om politieke gevangenen en buitenlandse vluchtelingen (waaronder veel Spaanse Republikeinen die Franco waren ontvlucht) vast te houden. Gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid, voornamelijk de aanleg van wegen. Hoewel ze werden uitbetaald en in de rivier konden baden, waren de leefomstandigheden zwaar met onvoldoende medicatie, slechte kleding en blootstelling aan ziektes. Het kamp werd op 27 mei 1941 gesloten, waarna de gevangenen werden overgebracht naar het Monod-kamp.

    Concentratiekamp Oued Djerch

    Concentratiekamp Oued Djerch

     

    Algerije

    Oued Djerch (ook wel gespeld als Oued-Djerch) was een berucht disciplinair dwangarbeiderskamp en concentratiekamp. Het kamp werd na juni 1940 opgericht door het Vichy-regime in Algerije, als onderdeel van een uitgebreid netwerk van strafkampen in Noord-Afrika. Het kamp lag in het departement Algiers, ongeveer 68 kilometer ten zuidwesten van Algiers, 31 kilometer ten noordwesten van Médéa en 34 kilometer ten zuidoosten van Cherchel. Oued Djerch fungeerde in de praktijk als concentratiekamp waar met name Joodse dwangarbeiders werden ondergebracht. De gevangenen werden geëxploiteerd voor openbare werken, zoals opgravings- en fortificatiewerkzaamheden. Ze werden verhuurd aan aannemers en behandeld als criminelen. De omstandigheden in het kamp waren berucht en extreem inhumaan. Gevangenen werden zwaar mishandeld en onderworpen aan gruwelijke straffen, waaronder isolatie in het graf (een ondiepe greppel waar men wekenlang in moest liggen zonder te bewegen) en de leeuwenkooi. Daarnaast leden de dwangarbeiders honger en stierven velen door ziekten of extreme weersomstandigheden. Na de geallieerde landingen in Noord-Afrika (Operatie Torch) in november 1942, werden de gevangenen in Oued Djerch geleidelijk vrijgelaten en keerden zij terug naar het burgerleven.

    Concentratiekamp Oued Zem

    Concentratiekamp Oued Zem

     

    Marokko

    Het interneringskamp van Oued Zem (Marokko) was een detentiecentrum en doorgangskamp dat vanaf oktober 1940 door het Vichy-regime werd geëxploiteerd. Het kamp sloot na de geallieerde landingen in november 1942. Oorspronkelijk was het een Frans militair kamp dat in 1940 werd omgebouwd tot een Camp de Séjour Surveillé (een kamp voor politieke gevangenen en ongewensten). Het kamp huisvestte duizenden vluchtelingen, waaronder Joodse Europeanen (vaak voormalige vrijwilligers van het Vreemdelingenlegioen), Spaanse republikeinen en politieke dissidenten. Hoewel er geen sprake was van massamoord, waren de levensomstandigheden door ondervoeding, dwangarbeid en barre leefomstandigheden in de woestijn/het binnenland zwaar.

    Concentratiekamp Oued-Zenati-Bone

    Concentratiekamp Oued-Zenati-Bone

     

    Algerije

    Het concentratiekamp Oued-Zenati-Bone (soms Oued-Zeni genoemd) was een dwangarbeiderskamp van het Franse Vichy-regime in Algerije. Het kamp, opgericht na de wapenstilstand van juni 1940, lag ruim 49 kilometer ten oosten van Constantine. In dit kamp werden voornamelijk dwangarbeiders ondergebracht. Noordoost-Algerije, nabij de stad Oued-Zenati. Het kamp deed dienst als basis voor de Groupe des Travailleurs Étrangers (GTE) nr. 22. Dit was onderdeel van de travailleurs démobilisés (gedemobiliseerde dwangarbeiders). Het kamp bood op enig moment plaats aan ongeveer 250 gevangenen. Tegen augustus 1942 bestond de populatie uit zo'n 220 inheemse dwangarbeiders en een klein aantal Franse dwangarbeiders. Na Operatie Torch de geallieerde landingen in Marokko en Algerije op 8 november 1942 werd het kamp langzaam bevrijd en keerden de gevangenen terug naar het burgerleven.

    Owinska

    Owinska

     

    Polen

    Een psychiatrische inrichting in Polen die door de nazi's werd gebruikt voor massamoord. Vanaf oktober 1939 werden ruim 1.000 patiënten vergast in het nabijgelegen Fort VII, waarmee dit de eerste locatie in het Derde Rijk was waar gaskamers werden ingezet voor massamoord op burgers. Owińska ligt ongeveer 10 kilometer ten noorden van Poznań (Polen). Het was de oudste psychiatrische inrichting van de regio Wielkopolska. In september 1939 werd het complex door de Duitse bezetters geconfisqueerd. De patiënten werden niet direct ter plaatse gedood. Ze werden overgebracht naar Fort VII in Poznań, wat door de SS werd bestempeld als concentratiekamp. In oktober 1939 werden de patiënten uit Owińska hier door middel van gas en uitlaatgassen vermoord. Dit was een van de vroegste experimenten van nazi-Duitsland met massaal vergassen.

    Concentratiekamp Ozarichi

    Concentratiekamp Ozarichi

     

    Wit Rusland

    Het concentratiekamp Ozarichi was een berucht complex van drie vernietigingskampen in Wit-Rusland, in maart 1944 opgezet door de Wehrmacht. Het kamp diende als menselijk schild en biologisch wapen. Binnen twee weken werden er ongeveer 20.000 burgers vermoord door hen bloot te stellen aan zware kou en tyfus. De nazi's dreven tienduizenden burgers, voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen, bijeen in moerassig gebied. Ze werden doelbewust besmet met tyfus om de oprukkende Sovjetlegers te vertragen en ziek te maken. Het kamp bestond slechts van 12 maart tot 19 maart 1944, waarna de overlevenden door het Rode Leger werden bevrijd. Door de combinatie van ondervoeding, ziekte en de barre weersomstandigheden kwamen er naar schatting 20.000 mensen om het leven.

    Concentratiekamp Ozarinţi

    Concentratiekamp Ozarinţi

     

    Oekraine

    Het concentratiekamp (of ghetto) van Ozarinţi (nu Ozaryntsi, Oekraïne) werd in de herfst van 1941 opgericht door het Roemeense bewind in Transnistrië. Het kamp fungeerde vooral als doorgangskamp en opsluitplaats voor tienduizenden Joden die door Roemeense troepen uit Bessarabië en Boekovina waren gedeporteerd. De omstandigheden in Ozarinţi waren mensonterend: Gevluchte en gedeporteerde Joden werden samengepropt in de huizen van de lokale Joodse bevolking. Meerdere gezinnen deelden één enkele kamer en overleefden voornamelijk op bedelen, ruilhandel en giften. Ziektes: In de winter van 1941–1942 stierven velen aan ondervoeding en tyfus. De lijken bleven soms onbegraven liggen. Ondanks het hoge sterftecijfer wisten honderden gevangenen de oorlog te overleven dankzij de lokale Joodse raad en sporadische tewerkstelling.

    Concentratiekamp Ozerjany

    Concentratiekamp Ozerjany

     

    Oekraine

    Concentratiekamp Ozerjany verwijst naar een concentratiekamp en nazi-getto in het gelijknamige dorp in Oekraïne (destijds Galicië). Het diende als onderdeel van de Holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 19 maart 1943 vond hier een massamoord plaats waarbij honderden burgers werden omgebracht. Het kamp en het getto in Ozerjany werden door het nazi-regime gebruikt om Joodse inwoners uit de regio te concentreren en te isoleren. Op 19 maart 1943 werden er 267 burgers levend verbrand of geëxecuteerd in het dorp.

    Concentratiekamp Ozorków

    Concentratiekamp Ozorków

     

    Polen

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Ozorków (Polen)  een Joods getto en een dwangarbeiderskamp. De nazi's sloten hier duizenden Joden op, waarna de meesten in 1942 werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Chełmno (Kulmhof) om te worden vermoord. In de zomer van 1941 werd in de armste wijk van Ozorków een open getto ingericht voor de lokale Joodse bevolking en Joden uit omliggende steden zoals Kalisz en Zgierz. Later werd dit getto afgesloten en zwaar bewaakt. Veel jonge Joden en mannen werden ingezet als dwangarbeider. Ze werden te werk gesteld in de directe omgeving, onder meer bij de aanleg van de Reichsautobahn. In de lente van 1942 selecteerden de nazi's de zieken, ouderen en Joden die niet in staat waren om te werken. Zij werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Chełmno, waar ze in gaskamers werden vermoord. De overgebleven, nog werkzame Joden uit Ozorków werden in de lente van 1942 overgebracht naar het nabijgelegen Getto van Łódź. Toen het getto van Łódź in de zomer van 1944 werd geliquideerd, werden de overlevenden uit Ozorków op transport gezet naar vernietigingskampen, met name Auschwitz-Birkenau.

    P

    Concentratiekamp Pabenschwandt

    Pabenschwand 

     

    Oostenrijk

    Concentratiekamp Pabenschwandt (ook bekend als Außenlager Plainfeld-Pabenschwandt) was een satellietkamp van concentratiekamp Dachau. Het kamp was gelegen bij het landgoed Gut Pabenschwandt in Plainfeld (Salzburg, Oostenrijk) en functioneerde van het voorjaar van 1943 tot 25 april 1945. Het landgoed diende als een SS-onderzoekscentrum, vaak in verband gebracht met landbouwkundige experimenten (zoals het kweken van rubberplanten) onder leiding van SS-artsen. Het kamp bood plaats aan ongeveer 9 tot 15 vrouwelijke gevangenen, voornamelijk afkomstig uit concentratiekamp Ravensbrück. Ook werden er in een eerdere fase Jehova's getuigen ingezet voor dwangarbeid. Heinrich Himmler bezocht het landgoed regelmatig. De gevangenen werden onderworpen aan zware dwangarbeid en verbleven in erbarmelijke omstandigheden.

    Concentratiekamp Pabianitz

    Concentratiekamp Pabianitz

     

    Polen

    Concentratiekamp Pabianice (ook bekend als Pabianitz) was een nazi-dwangarbeidskamp in de gelijknamige Poolse stad. Het kamp werd in februari 1940 ingericht als Joods getto en functioneerde vanaf 1942 voornamelijk als een Arbeitslager en sorteercentrum voor Wehrmacht-uniformen en de bezittingen van slachtoffers uit vernietigingskampen. De Duitsers sloten circa 8.500 tot 9.000 Joden op in een streng bewaakt getto. Zij werden gedwongen tot dwangarbeid in fabrieken, onder andere voor de productie van textiel en militaire uniformen. In het voorjaar van 1942 werd het getto geliquideerd. Duizenden Joden werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Chełmno of overgebracht naar het getto van Łódź. Er bleef een afgesloten werkkamp achter op het fabrieksterrein aan de Warszawska-straat, waar honderden Joodse arbeiders werden ingezet om de bezittingen en kleding van vermoorde Joden te sorteren.bIn oktober 1943 werd het kamp definitief ontruimd. De overgebleven gevangenen werden veelal doorgestuurd naar andere concentratiekampen, waaronder Auschwitz.

    Padang

     

    Sumatra

    Het concentratiekamp in Padang (Sumatra) was een reeks Japanse interneringskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De hoofdlocatie, de Nieuwe Gevangenis (De Boei), deed dienst als mannen-, vrouwen- en krijgsgevangenkamp. De omstandigheden waren er zwaar en de overlevingskansen werden bedreigd door ondervoeding en overbevolking. Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werden meerdere locaties in en rond Padang ingericht om Europeanen, geallieerde militairen en Molukkers op te sluiten. De belangrijkste kamp: De Nieuwe Gevangenis (De Boei): Dit gebouw, gelegen aan Moeara Goeroen, was oorspronkelijk gebouwd voor 500 personen. Tussen april 1942 en oktober 1943 zat het overvol met ongeveer 1000 mannen. Daarna diende het kort als vrouwenkamp en in 1944 kort als doorgangskamp voor krijgsgevangenen die naar de spoorwegen in Pakanbaroe moesten. Andere locaties: Behalve de gevangenis werden ook andere gebouwen, zoals kazernes (het KNIL-kampement) en scholen, gebruikt voor het interneren van burgers en militairen. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Door overbevolking, gebrek aan hygiëne en slechte voedselvoorziening overleden er tientallen gevangenen, hoewel artsen en zusters ter plaatse probeerden te helpen. Eind 1943 werden de meeste vrouwen en kinderen uit de burgerkampen in Padang overgebracht naar het grotere kamp in Bangkinang, dat verder landinwaarts lag.

    Padangpandjang

     

    Nederlands Indie

    Concentratiekamp Padang Pandjang (ook bekend als Padangpanjang) was een Japans burgerkamp in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd in een voormalige KNIL-kazerne in het oosten van de stad Padang Pandjang op Sumatra en was operationeel van 2 april 1942 tot 30 juni 1942. Ongeveer 70 km ten noorden van Padang, aan de weg naar Fort de Kock. Burgerkamp, specifiek ingericht voor krijgsgevangenen en geïnterneerden. Het kamp werd kort gebruikt in de lente en vroege zomer van 1942. De Japanse interneringskampen stonden bekend om hun wrede behandeling en het structureel onthouden van basisbehoeften als voedsel, water en medicijnen.

    Concentratiekamp Pajuostė

    Concentratiekamp Pajuostė

     

    Litouwen

    Het bos van Pajuostė (gelegen bij Panevėžys, Litouwen) was in de zomer van 1941 een vernietigingslocatie. Tussen augustus en september 1941 vermoordden nazi-eenheden, waaronder Einsatzkommando 3a, hier ongeveer 7.500 Joden uit het getto van Panevėžys en omgeving. In de tweede helft van augustus 1941 werd het getto van Panevėžys vakkundig geliquideerd. De Joodse inwoners werden in groepen naar het nabijgelegen Pajuostė-bos gemarcheerd, alwaar ze werden gedwongen om plaats te nemen bij massagraven voordat ze in koelen bloede werden doodgeschoten. 

    Concentratiekamp Pakosch

    Concentratiekamp Pakosch

     

    Polen

    Concentratiekamp Pakosch (Duits: Arbeitslager Pakosch, Pools: Pakość) was een  Duits nazi-dwangarbeidskamp gelegen nabij de Poolse stad Pakość (destijds geannexeerd door nazi-Duitsland onder de naam Pakosch). Het kamp functioneerde voornamelijk als een werkkamp waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Het kamp werd door de Duitse bezetter ingezet voor zware fysieke dwangarbeid. De populatie bestond voornamelijk uit Joodse gevangenen uit omliggende getto's en Poolse dwangarbeiders. Ook bevonden zich er overlevenden en slachtoffers uit andere delen van Europa die via transporten in de regio terechtkwamen. Veel gevangenen die de ontberingen, honger en mishandelingen in Pakosch overleefden, werden later gedeporteerd naar grotere vernietigingskampen. Zo werden gevangenen onder andere doorgestuurd naar grotere complexen zoals het Concentratiekamp Mauthausen of het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

    Palemonas 

    Palemonas 

     

    Litouwen

    Het concentratiekamp Palemonas was een satellietkamp van het concentratiekamp Kauen (Kaunas) in Litouwen. Tijdens de nazi-bezetting in de Tweede Wereldoorlog werden hier Joodse gevangenen tewerkgesteld in de bosbouw, turfwinning, de spoorwegbouw en een lokale steenfabriek onder zware en dodelijke omstandigheden. Palemonas, een district in de stad Kaunas, Litouwen. Het functioneerde als een dwangarbeiderskamp (ZALfJ) en later als satellietkamp. Gevangenen verrichtten zware lichamelijke arbeid; honderden Joden werden bijvoorbeeld ingezet in de lokale steenfabriek. Het regime was zwaar en wreed; gevangenen werden gemarteld en velen overleefden de periode niet of werden vanuit hier doorgestuurd naar andere vernietigingskampen zoals Stutthof.

    Pancevo

    Pancevo

     

    Servie

    In de Servische stad Pančevo ( regio Banaat) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog het naziconcentratiekamp Svilara, gevestigd in een voormalige zijdefabriek. Daarnaast stond de regio bekend om de nabijgelegen massale executieplaats Stratište bij het dorp Jabuka.

    1. Concentratiekamp Svilara Het kamp werd in juni 1941 door de lokale nazi-Duitse bevolking (de Volksdeutsche) opgezet. Het diende primair als detentie- en martelcentrum voor communisten, partizanen, Servische nationalisten en Joden. Vanwege de angst voor opstanden onder de lokale bevolking werd het kamp in november 1941 gesloten. De Joodse gevangenen werden vervolgens overgebracht naar concentratiekampen in Belgrado (zoals Topovske Šupe en Sajmište).

    2. Executieplaats Stratište (Jabuka) Massa-executies: Langs de Tamiš-rivier nabij het dorp Jabuka (ongeveer 6 kilometer van Pančevo) schoot de Duitse bezettingsmacht tussen 1941 en 1944 naar schatting 10.000 tot 12.000 mensen dood, voornamelijk Serven, Joden en Roma.

    3. Het Bloedbad van Pančevo (april 1941) Pančevo represailleactie die al in april 1941 plaatsvond, uitgevoerd door het (Grossdeutschland)-regiment.Als vergelding voor de dood van vier Duitse soldaten werden op 21 en 22 april 36 Servische burgers opgehangen of doodgeschoten bij de Oude Orthodoxe Begraafplaats. Dit bloedbad is destijds uitvoerig gedocumenteerd en gefotografeerd door nazi-oorlogsfotografen.

    Panenske Brezany

    Panenske Brezany

     

    Tsjechie

    Panenské Břežany (Jungfern Breschan) was tijdens de Tweede Wereldoorlog het landgoed van de beruchte nazi Reinhard Heydrich. In de kasteeltuin richtte zijn vrouw Lina een kleinschalig dwangarbeiderskamp in voor Joodse arbeiders. Het was een wrede satellietlocatie waar gevangenen dwangarbeid verrichten. Het kamp was in eerste instantie een buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg (van februari 1944 tot mei 1945). Er werden ongeveer 30 Joodse gevangenen uit het getto van Theresienstadt tewerkgesteld. Later werd dit overgenomen door 15 Jehova's Getuigen, waaronder Nederlandse gevangenen. De leiding: Lina Heydrich, de vrouw van de Slager van Praag, woonde in het bijbehorende kasteel. Ze dwong de arbeiders en dorpelingen tot zware landbouw- en bosarbeid en eiste onder strenge straffen dat iedereen haar de Hitlergroet bracht. In mei 1942 vertrok Reinhard Heydrich vanuit Panenské Břežany naar Praag, waar hij door Tsjechische verzetsstrijders in een hinderlaag werd gelokt en overleed.

    Concentratiekamp Pancsova

    Concentratiekamp Pancsova

     

    Servie

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Pancevo (Servisch: Pančevo), gelegen in de regio Banat (Servië), het toneel van twee beruchte nazikampen. Het eerste kamp, Svilara, was een voormalige zijdefabriek. Later werden de massale executies voornamelijk uitgevoerd op de executieplaats Stratište bij het dorp Jabuka.

    Svilara-kamp: Dit was het eerste nazi-concentratiekamp in de regio Banat, operationeel vanaf juni 1941. Het werd door lokale Duitsers (Volksduitsers) opgericht in een voormalige zijdefabriek. Hier werden voornamelijk communisten, partizanen en Joden opgesloten en gemarteld. Het kamp werd in november 1941 gesloten uit angst voor represailles van de lokale bevolking.

    Stratište executieplaats: Gelegen op 6 kilometer van Pancevo aan de weg naar Jabuka, was dit een van de grootste executieplaatsen in het land. Tussen oktober 1941 en 1944 zijn hier door de bezetters naar schatting 10.000 tot 12.000 Joden, Serviërs en Roma omgebracht en begraven.

    Papenburg

     

    Duitsland

    In en rond Papenburg bevonden zich in de Tweede Wereldoorlog meerdere nazi-concentratiekampen, onderdeel van de beruchte Emslandkampen. Het meest beruchte kamp in de directe omgeving is Kamp Esterwegen (Lager II), dat in 1933 werd opgericht. Daarnaast lag Kamp Börgermoor (Lager I) vlakbij Papenburg. De Emslandkampen: In totaal waren er 15 van deze kampen. Gevangenen werden hier zwaar mishandeld en moesten onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid verrichten (voornamelijk veenontginning). Kamp Esterwegen: Dit was vanaf 1933 een van de grootste concentratiekampen van het Duitse Rijk, na Dachau. Tijdens de oorlog zaten hier onder andere veel verzetsstrijders vast, waaronder de zogenaamde Nacht und Nebel gevangenen. Kamp Börgermoor: Het eerste kamp in de reeks, gebouwd in 1933. Hier ontstond in 1933 het wereldberoemde verzetslied Die Moorsoldaten.

    Concentratiekamp Pappenheim bei Oschatz

    Concentratiekamp Pappenheim bei Oschatz

     

    Duitsland

    Het concentratiekamp Pappenheim bei Oschatz was een van de eerste Nazikampen in de Duitse staat Saksen. Gevestigd in een voormalig schoolvakantiekoloniehuis in het gehucht Pappenheim (nabij Oschatz, Saksen). Het kamp was operationeel van 8 april 1933 tot mei 1933. Het werd gerund en bewaakt door de Sturmabteilung (SA). Het kamp diende voornamelijk voor de detentie van politieke tegenstanders, communisten, sociaaldemocraten en Joden uit de regio.

    Paprotnik

    Paprotnik

     

    Slovenie

    Concentratiekamp Parchanie

    Concentratiekamp Parchanie

     

    Polen

    Kamp Parchanie een nazi-werkkamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter werd opgezet in het Poolse dorp Parchanie (regio Koejavië-Pommeren) een kamp voor Joden van Poolse afkomst. Lokale geestelijken en inwoners uit de parochie Parchanie werden eveneens vervolgd en kwamen via doorgangskampen vaak in grotere concentratiekampen zoals Dachau en Sachsenhausen terecht.

    Parepare

     

    Celebes

    Concentratiekamp Parepare (ook wel Pare-Pare) was een Japans interneringskamp voor Nederlandse mannen en jongens tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag op het Indonesische eiland Celebes (het huidige Sulawesi), ongeveer 130 tot 150 kilometer ten noorden van Makassar. Het kamp was gevestigd in een bestaand militair infanteriekampement, omheind door een hoge schutting. Het kamp was operationeel van september 1942 tot 22 oktober 1944. De geïnterneerden bestonden voornamelijk uit Europese (veelal Nederlandse) mannen en jongens, waaronder militairen, ambtenaren en geestelijken. Eind 1944 werd het kamp gesloopt en werden de krijgsgevangenen overgebracht naar Makassar. Tussen oktober 1944 en juni 1945 werd er in de buurt van Parepare, bij de Bojo-rivier, een burgerkamp ingericht.

    Paris

    Paris

     

    Frankrijk

    Het bekendste en belangrijkste nazi-kamp in de buurt van Parijs was Kamp Drancy, een groot internerings- en doorgangskamp (Durchgangslager) net ten noorden van de Franse hoofdstad. Hoewel het officieel geen nazi-hoofdconcentratiekamp was (zoals Natzweiler-Struthof in de Elzas), fungeerde het als het centrale verzamelpunt voor de deportatie van Joden uit Frankrijk naar de vernietigingskampen in het oosten. Kamp Drancy: Gevestigd in een U-vormig, onvoltooid huizencomplex in de voorstad Drancy. Van hieruit zijn tussen 1941 en 1944 circa 63.000 tot 70.000 Joden gedeporteerd, voornamelijk naar Auschwitz.

    Vélodrome d'Hiver (Vél d'Hiv): Een voormalig overdekt wielerstadion in het centrum van Parijs. Tijdens de beruchte Razzia van Vél d'Hiv in juli 1942 sloot de Franse politie hier ruim 13.000 Joden dagenlang op onder mensonterende omstandigheden, voordat ze via Drancy werden gedeporteerd.

    Paris - Camp du Quai de Berey 

    Paris - Camp du Quai de Berey 

     

    Frankrijk

    Camp du Quai de Bercy (vaak aangeduid als Camp de l'avenue de Bercy) was een satellietkamp (bijkamp) van het beruchte doorgangskamp Drancy in Parijs. Het deed tijdens de Tweede Wereldoorlog van 1943 tot 1944 dienst als werkkamp onder direct bevel van de nazi-SS. In tegenstelling tot de grote vernietigingskampen in Oost-Europa was dit een specifiek werkkamp. Gevangenen (voornamelijk Joodse Parijzenaars) werden hier ingezet voor het sorteren, herstellen en inpakken van goederen die door de nazi's waren geroofd uit Joodse woningen in Parijs (de zogeheten Aktion Möbel). Het kamp bevond zich aan de Quai de Bercy in het 12e arrondissement van Parijs, langs de Seine. Dit gebied stond destijds bekend om de grote wijnpakhuizen en spoorwegemplacementen, wat het logistiek makkelijk maakte om geroofde spullen naar Duitsland te transporteren. Samen met het Camp de Levallois en het Camp d'Austerlitz vormde Bercy de drie belangrijkste Parijse annexe" van Kamp Drancy. De leiding was in handen van de SS (onder commando van Alois Brunner vanuit Drancy), maar de buitenbewaking werd vaak uitgevoerd door Franse politieagenten. Het kamp bleef operationeel tot kort voor de bevrijding van Parijs in augustus 1944. De overlevende gevangenen werden toen overgebracht naar Drancy of direct gedeporteerd.

    Paris - Hotel de Cahen d'Anvers rue Bassano

    Paris - Hotel de Cahen d'Anvers rue Bassano

     

    Frankrijk

    Camp Bassano was een nazi-dwangarbeidskamp in het centrum van Parijs, gevestigd in het statige herenhuis Hôtel Cahen d'Anvers aan de 2 rue de Bassano (16e arrondissement). Het functioneerde tussen maart en augustus 1944 als een van de drie Parijse buitenkampen (satellietkampen) van het beruchte verzamelkamp Drancy. De inbeslagname: Het luxueuze stadspaleis was eigendom van de Joodse bankiersfamilie Cahen d'Anvers. In 1942 werd het gebouw door de Duitse bezetter geconfisqueerd (gearyaniseerd). Het kamp: Vanaf 15 maart 1944 werd het ingericht als Camp Bassano. Er verbleven constant rond de 50 Joodse gevangenen.Het werk: In tegenstelling tot de andere twee Parijse buitenkampen (Lévitan en Austerlitz, waar meubels uit leeggehaalde Joodse huizen werden gesorteerd), deed Bassano hoofdzakelijk dienst als atelier voor haute couture en bontkleding. Gevangenen moesten hier luxe kleding en uniformen maken voor hoge SS-officieren. De gevangenen in Camp Bassano waren veelal Joden die destijds als niet-deporteerbaar werden beschouwd volgens de regels van Vichy-Frankrijk, zoals Joden die getrouwd waren met een niet-Joodse partner (ariër) of familieleden van krijgsgevangenen. Hoewel hun levensomstandigheden en voedselvoorziening in de praktijk beter waren dan in Drancy of de vernietigingskampen in het oosten, bleven zij gevangenen onder constante nazi-dreiging. In augustus 1944, vlak voor de bevrijding van Parijs, werd het kamp ontruimd. De resterende gevangenen werden teruggebracht naar Drancy om met de allerlaatste treinen te worden gedeporteerd. Een groot deel van hen wist de deportatie op het nippertje te overleven omdat de spoorwegen werden geblokkeerd door het oprukkende geallieerde leger.

    Paris - Lager Ost rue du Faubourg St. Martin 85-87

    Paris - Lager Ost rue du Faubourg St. Martin 85-87

     

    Frankrijk

    Lager Ost, beter bekend als Camp Lévitan, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp en een satellietkamp van interneringskamp Drancy. Het was gevestigd op Rue du Faubourg Saint-Martin 85-87 in het 10e arrondissement van Parijs. Van juli 1943 tot augustus 1944 werden hier honderden Joodse gevangenen tewerkgesteld. Ze werden gedwongen om de meubels en bezittingen te sorteren, repareren en verpakken die door de nazi's (tijdens de zogeheten Möbel Aktion) waren gestolen uit de in beslag genomen woningen van gevluchte of gedeporteerde Joden. De goederen werden vervolgens naar Duitsland gestuurd. De naam Lager Ost betekent letterlijk Kamp Oost. De toevoeging Lévitan komt van de oorspronkelijke eigenaar, Wolf Lévitan, wiens meubelmagazijn hier gevestigd was voordat het in 1941 door het Vichy-regime werd geconfisqueerd. Hoewel het formeel een werkkamp was, vonden er regelmatig selecties plaats. Veel van de gevangenen zijn uiteindelijk gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen, zoals Auschwitz en Bergen-Belsen.

    Paris - Magazin de Meubles Levitan

    Paris - Magazin de Meubles Levitan

     

    Frankrijk

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Joodse meubelmagazijn Magasin de Meubles Lévitan in Parijs door de nazi's (als onderdeel van de zogenaamde M-Aktion) omgevormd tot een dwangarbeiderskamp en opslagplaats voor geroofde Joodse bezittingen. Het pand was gevestigd aan de Boulevard de Magenta in het 10e arrondissement van Parijs.Functie: Het kamp diende als opslag, reparatiewerkplaats en showroom voor gestolen meubels en huishoudelijke artikelen uit tienduizenden geplunderde Joodse huizen. Vanaf juli 1943 werden hier ongeveer 800 Joodse gevangenen tewerkgesteld. Zij moesten de geroofde goederen uitzoeken, opknappen en klaarmaken voor verkoop. De verkoop in de winkel was exclusief bedoeld voor nazi-partijfunctionarissen, SS'ers en Duitse officieren.

    Concentratiekamp Parijs-Tourelles

    Concentratiekamp Parijs-Tourelles

     

    Frankrijk

    Het concentratie- en interneringskamp Parijs-Tourelles (gevestigd in de Caserne des Tourelles aan de Boulevard Mortier in het 20e arrondissement) was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige officiële interneringskamp binnen de stadsgrenzen van Parijs. Het kamp werd in oktober 1940 door de Franse politie geopend. Adres: 141-163 Boulevard Mortier, nabij de Porte des Lilas. Oorspronkelijk een kazerne voor koloniale infanterie, werd het gebruikt om buitenlandse Joden, communisten, politieke gevangenen en vrouwen die zich verzetten tegen de nazi's op te sluiten.

    Concentratiekamp Parkwiese

    Concentratiekamp Parkwiese

     

    Polen

    Een dwangarbeidskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp was gevestigd in Dabrówka Kujawska (Duitse naam: Parkwiese). Dit ligt in het huidige Polen, in de regio die de nazi's destijds hadden geannexeerd als het Reichsgau Wartheland. Het kamp werd geopend op 20 september 1942 en werd een paar maanden later, op 30 december 1942, alweer gesloten. De Joodse gevangenen in dit kamp werden ingezet voor dwangarbeid onder het gezag van de lokale nazi-bestuurder (Landrat) van Hohensalza (het huidige Inowrocław).

    Concentratiekamp Pärnu

    Concentratiekamp Pärnu

     

    Estland

    Het concentratiekamp in Pärnu (Estland) werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's en lokale handlangers opgezet in een voormalig pakhuis, lokaal bekend als Beti Ait (Bett's Barn). Het kamp deed vanaf juli 1941 dienst als politiedetentiecentrum voor voornamelijk lokale Joden en Roma. Het kamp was gevestigd in een voormalige graanschuur aan de Vana-Sauga-straat 2 in Pärnu. Het kamp werd gebruikt als gevangenis voor zogenaamde politieke gevangenen. In de praktijk waren dit bijna uitsluitend lokale Joodse inwoners en Roma-families uit de regio. Het werd bestuurd door de lokale Estse hulppolitie, de Omakaitse, en stond onder toezicht van de Duitse nazi-autoriteiten. Vanaf juli 1941 werden Joden en Roma onder het mom van ondervraging opgesloten. Ze werden beroofd van hun bezittingen en leefden in erbarmelijke omstandigheden. Het kamp functioneerde in de praktijk als doorgangshuis naar de dood. Tussen juli en november 1941 werden de gevangenen in groepen afgevoerd en in en rond Pärnu gefusilleerd (onder meer bij het Reiu-bos, Rae-bos en station Papiniidu). In totaal werden er 137 Joden en een onbekend aantal Roma in en vanuit Pärnu vermoord.

    Parschnitz = Porici, Kreis Trautenau

    Parschnitz = Porici, Kreis Trautenau

     

    Polen

    Parschnitz is de Duitse naam voor Poříčí. Dit dorp ligt in de regio Kreis Trautenau (het huidige Trutnov) in het noordoosten van Tsjechië. Poříčí (vroeger Parschnitz genoemd) is tegenwoordig een stadsdeel van de Tsjechische stad Trutnov, gelegen in de regio Hradec Králové. Het concentratiekamp was vanaf maart 1944 een berucht buitenkamp van het Duitse concentratiekamp Groß-Rosen. Het was het grootste kamp in de regio Trautenau. Er werden voornamelijk ongeveer 2.500 Joodse vrouwen gevangengehouden (afkomstig uit Polen en Hongarije). De gevangenen werden zwaar uitgebuit als dwangarbeidsters in de lokale textielfabrieken van Hasse en Welzel en bij AEG, waar ze uniformen en gasmaskeronderdelen voor het Duitse leger (Wehrmacht) moesten produceren. Het kamp werd op 8 mei 1945 bevrijd door het Rode Leger.

    Concentratiekamp Parzymiechy

    Concentratiekamp Parzymiechy

    Polen

    Concentratiekamp Parzymiechy was een nazi-dwangarbeiderskamp (officieel: Zwangsarbeitslager). Het kamp werd in 1942 geopend in het voormalige landgoed van de familie Potocki. Het leveren van dwangarbeid voor de bouw- en landbouwprojecten van de SS en lokale industrie. Het viel onder het toezicht van SS- Brigadeführer Otto Schmelt. Er verbleven ongeveer 500 gevangenen tegelijk. Het overgrote deel bestond uit Joden uit Silezië en het Zagłębie-gebied, aangevuld met andere dwangarbeiders waaronder Polen. De omstandigheden in het kamp waren zeer zwaar. Gevangenen werden stelselmatig mishandeld, uitgehongerd en aan uitputtende arbeid onderworpen.

    Concentratiekamp Paulhof

    Concentratiekamp Paulhof

     

    Duitsland

    Kamp Paulhof was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden).Het kamp lag bij een gelijknamig landgoed (Gut of Meierhof) en functioneerde als een zeer klein werkkamp. Het kamp werd door de nazi's ingezet voor dwangarbeid in de landbouw (beheerd door een Gutsverwaltung). Het was een uiterst klein kamp; melden dat er slechts ongeveer 20 gevangenen tegelijkertijd vastzaten.Het kamp was actief in de zomer van 1943 (specifiek vermeld in augustus 1943).

    Concentratiekamp Paulseck

    Concentratiekamp Paulseck

     

    Polen

    Concentratiekamp Paulseck (Duits: Zwangsarbeitslager Paulseck) was een Joods dwangarbeiderskamp in het voormalige Wartheland in nazi-gebeid. Het werd geopend in juni 1941 en gesloten in augustus 1943. Gevangenen werden er onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld door het lokale waterschap.Het kamp lag in het gebied dat destijds bekend stond als Pawlowo (huidige Polen, nabij Rawicz). Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp). Uitbuiting van Joodse dwangarbeiders voor ontginnings- en waterstaatkundige projecten. De omstandigheden waren zwaar en veel gevangenen stierven door uitputting, ziekte of werden in het kamp vermoord. Degenen die het overleefden werden later vaak gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz of Kulmhof.

    Passau I - Oberilzmühle

    Passau I - Oberilzmühle

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Passau I - Oberilzmühle was een nazi-buitenkamp (Außenlager) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog actief was nabij de Duitse stad Passau. Het kamp werd opgericht op 19 oktober 1942 en functioneerde tot de bevrijding begin mei 1945. Het kamp werd oorspronkelijk geopend als een buitenkamp van Concentratiekamp Dachau. Precies een maand later, op 20 november 1942, nam de administratie van Concentratiekamp Mauthausen het beheer over. De gevangenen werden ingezet voor de bouw van een experimentele, bomvrije onderwater-waterkrachtcentrale in de rivier de Ilz, geleid door het Arno Fischer Research Institute. De eerste groep bestond uit 24 politieke gevangenen uit Dachau. In 1943 werd dit aantal uitgebreid naar 70 tot 80 gevangenen uit Mauthausen, voornamelijk afkomstig uit Polen, Spanje, Tsjecho-Slowakije, Duitsland en de Sovjet-Unie. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. De gevangenen moesten verschillende vormen van dwangarbeid verrichten: Het uitgraven en bouwen van de waterkrachtcentrale. Werkzaamheden in een lokale houtzagerij (Upper Ilz Mill). Zwaar werk in steengroeven en bij de aanleg van wegen. Het opruimen van puin in de stad Passau na geallieerde luchtaanvallen. In maart 1945 werd er nog een klein bijkamp opgericht, bekend als Passau III, dat waarschijnlijk onder de administratie van Passau I viel. Rond 2 mei 1945 werd het kamp definitief gesloten en geëvacueerd. 

    Passau II - Waldwerke 

    Passau II - Waldwerke

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Passau II - Waldwerke was een buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen, gevestigd in Passau (Duitsland). Het kamp werd opgericht in maart 1944 om dwangarbeiders in te zetten voor de productie van tanksversnellingsbakken en bunkeronderdelen voor de Waldwerke GmbH (een dochteronderneming van ZF). Het kamp en de productiefaciliteit bevonden zich nabij de rivier de Donau (in de wijk Passau-Grubweg). Het kamp bood plaats aan gemiddeld 300 tot maximaal 350 gevangenen tegelijk. In totaal zijn er 353 gevangenen tewerkgesteld in Passau II. Het kamp werd op 7 november 1944 gesloten, waarna de productie werd gestaakt of verplaatst.

    Passau III - Jandelsbrunn

    Passau III - Jandelsbrunn

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Passau III - Jandelsbrunn was een buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen, dat in maart 1945 werd geopend. Het detachement telde tussen de 18 en 50 gevangenen en werd voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het lossen van schepen. Passau III opereerde waarschijnlijk als een subcommando van het hoofdbuiten-kamp Passau I (Oberilzmühle). Het kamp lag bij Jandelsbrunn (regio Neder-Beieren, Duitsland) en strekte zich uit richting de waterkracht- en haveninfrastructuur bij Passau, waar gevangenen onder zware omstandigheden werkten voor de firma Bayerischer Lloyd. Het nevenkamp heeft slechts kort bestaan, van maart 1945 tot de bevrijding eind april/mei 1945.

    Concentratiekamp Pavlograd

    Concentratiekamp Pavlograd

     

    Oekraine

    In Pavlograd (het huidige Pavlohrad in Oekraïne) de nazi's richtten er specifieke dwangarbeidkampen, een getto en krijgsgevangenenkampen in. Tijdens de bezetting van 1941 tot 1943 vonden hier grootschalige wreedheden plaats:

    1. Het Joodse gevangenkamp (Getto) In het voorjaar van 1942 richtten de Duitse autoriteiten een Joods gevangenkamp of getto op. Dit gebeurde op het terrein van fabriek nr. 359. Lokale Joden uit Pavlograd en omliggende gebieden werden hier opgesloten, gedwongen tot zware arbeid en systematisch vermoord.

    2. Krijgsgevangenenkamp (Stalag 348) Pavlograd huisvestte een belangrijk bijkamp (Zweiglager) van Stalag 348 (Mannschaftsstammlager), een nazi-kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen (POW's). Het bijkamp in Pavlograd hield gemiddeld 2.000 tot 3.000 gevangenen vast. De omstandigheden waren onmenselijk. Door extreme overbevolking, ondervoeding, ziektes en mishandeling was het sterftecijfer gigantisch. Gevangenen werden systematisch gescreend; Joden en communisten werden direct door de nazi's of de Sicherheitsdienst (SD) geëxecuteerd. Begin februari 1943 werd het kamp hals over kop gesloten en werden de overlevende gevangenen naar het westen afgevoerd vanwege het naderende Rode Leger.

    3. Doorgangskamp (Dulag 201) Naast de Stalag deed Pavlograd rond de zomer van 1943 ook tijdelijk dienst als locatie voor het doorgangskamp Dulag 201, waar gevangenen werden verzameld voor transport naar andere kampen in Centraal-Europa.

    Concentratiekamp Pawentsch

    Concentratiekamp Pawentsch

     

    Litouwen

    Pawentsch (tegenwoordig bekend als Pavenčiai in het Litouws) was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp lag in het bezette Litouwen (destijds onderdeel van het Reichskommissariat Ostland) nabij de stad Kuršėnai en deed dienst als een buitenkamp van het Ghetto van Šiauliai (Schaulen). Het kamp was direct gekoppeld aan een grote suikerfabriek. Gevangenen moesten hier onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid verrichten, zoals het lossen van wagons met suikerbieten. De populatie bestond voornamelijk uit Joodse mannen, vrouwen en kinderen die vanuit het nabijgelegen Ghetto van Šiauliai (met name uit de Kawkas-wijk) naar Pawentsch werden gedeporteerd, vermelden dat er onder andere een vaste groep van 260 à 300 Joden werd gehuisvest in barakken op het fabrieksterrein. Ondanks de strenge bewaking door de SS (onder leiding van de beruchte Hauptsturmführer Albert Forster) ontstond er in het kamp een ondergrondse samenwerking tussen zionistische groepen en communisten. Het lukte het verzet om enkele kinderen het kamp uit te smokkelen en in veiligheid te brengen bij Litouwse dorpelingen. Toen het Rode Leger in de zomer van 1944 Litouwen naderde, ontruimden de nazi's het kamp. De overlevende gevangenen werden overgebracht naar andere werkkampen (zoals Daugailiai) of dieper het Duitse Rijk in gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Stutthof en Dachau.

    Concentratiekamp Pawłowice

    Concentratiekamp Pawłowice

     

    Silezie

    Speelde het Poolse dorp Pawłowice (gelegen in Silezië) een tragische rol in de geschiedenis van de Holocaust, specifiek als locatie tijdens de dodenmarsen vanuit het nabijgelegen Auschwitz-Birkenau. Tussenstation tijdens de dodenmarsen: Toen de nazi's in januari 1945 het Auschwitz-complex ontruimden vanwege de naderende Sovjet-troepen, werden tienduizenden uitgeputte gevangenen te voet naar het westen gedreven. Pawłowice lag op een van deze routes.Slachtoffers: Volgens documenten werden onderweg tussen Pawłowice en Jastrzębie-Zdrój minstens 11 geëvacueerde gevangenen door de nazi's vermoord of bezweken zij aan de ontberingen. Tijdens deze dodenmarsen fungeerden schuren, openbare gebouwen en lokale faciliteiten in Pawłowice en omliggende steden als brute, provisorische overnachtingsplekken voor de gevangenen

    Concentratiekamp Pecioara

    Concentratiekamp Pecioara

     

    Oekraine

    Concentratiekamp Pecioara (vaak geschreven als Pechora of Pechioara) was een concentratie- en werkkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd beheerd door het Roemeense leger en was operationeel in het huidige Oekraïne. Het kamp was gelegen aan de westoever van de rivier de Boeg, ongeveer 22 kilometer ten noordwesten van de stad Tulchyn (Tulcin). Het stond onder direct bevel van de Roemeense autoriteiten, hoewel het gebied tijdens de oorlog was bezet door zowel Duitse als Roemeense troepen. Vanaf november 1941 werden duizenden Joden, onder andere afkomstig uit Tulchyn, gedeporteerd naar Pecioara. Onder de gevangenen heerste extreme honger, ziekte en mishandeling.

    Concentratiekamp Pecory

    Concentratiekamp Pecory

     

    Oekraine

    Concentratiekamp Pecory (in het Duits: Zwangsarbeitslager für Juden Pecory; tegenwoordig bekend onder de Russische naam Pechory of de Estse naam Petseri) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden. Het kamp lag in een historisch grensgebied tussen Estland en Rusland. De stad: Pecory (Pechory) maakte destijds deel uit van Estland (onder de naam Petseri). Vandaag de dag ligt de stad in de Russische oblast Pskov, vlak bij de grens met Estland. Voordat de nazi's het gebied bezetten, lag op deze plek sinds 1926 het legendarische Pechory Northern Camp, een zomers trainingskamp van het Estse leger. Het Nazi-kamp (1943–1944)Type kamp: een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden) onder het Duitse gezag. De regio werd op 10 juli 1941 door de Wehrmacht bezet en viel onder het Reichskommissariat Ostland. Het specifieke dwangskamp was operationeel in de jaren 1943 en 1944.Sluiting: Aan de dwangarbeid kwam in augustus 1944 een einde toen het Rode Leger het gebied heroverde.

    Peenemünde

    Peenemünde

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Peenemünde (officieel bekend als de buitenkampen Karlshagen I en II) was een complex van nazi-dwangarbeiderskampen op het Duitse eiland Usedom. Tussen mei 1943 en april 1945 werden hier duizenden gevangenen onder gruwelijke omstandigheden ingezet voor de ontwikkeling en productie van de beruchte V1- en V2-raketten. Dit gebeurde onder leiding van de technische directeur en nazi-raketgeleerde Wernher von Braun. Het complex bestond uit twee satellietkampen die administratief onder het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück vielen:

    Karlshagen I: Opgericht in mei 1943 voor de Luftwaffe. De gevangenen (voornamelijk uit de Sovjet-Unie, Polen en Frankrijk) moesten startbanen aanleggen, vliegtuigen voltanken en neergekomen testraketten en zware zuigers uit de omliggende moerassen bergen.

    Karlshagen II: Opgericht in juni 1943 voor het leger (Heereswaffenamt). Deze gevangenen werden direct ingezet in de fabriekshallen voor de assemblage van de V2-raket. De gevangenen leefden in houten barakken omringd door prikkeldraad en wachttorens. De omstandigheden waren deerniswekkend: zware mishandeling, ondervoeding en gevaarlijk werk eisten honderden levens. Tijdens het geallieerde bombardement in de nacht van 17 op 18 augustus 1943 (Operation Hydra) werden de kampen zwaar getroffen. Honderden dwangarbeiders kwamen hierbij om het leven omdat zij, in tegenstelling tot de Duitse wetenschappers, geen toegang hadden tot schuilbunkers. Na deze aanval besloten de nazi's om de raketproductie te verplaatsen naar ondergrondse gangenstelsels, wat leidde tot de oprichting van het beruchte concentratiekamp Mittelbau-Dora. In april 1945 werden de kampen ontruimd. De overlevende gevangenen werden op dodenmars gestuurd of per trein getransporteerd naar andere kampen, waaronder Mittelbau-Dora.

    Peggau 

    Peggau 

     

    Oostenrijk

    Concentratiekamp Peggau, gelegen nabij Graz, was vanaf augustus 1944 tot april 1945 een berucht buitenkamp van Concentratiekamp Mauthausen. Het kamp, opererend onder de codenaam Projekt Marmor, dwong gevangenen onder onmenselijke omstandigheden tot zware tunnelbouw om de nazi-oorlogsproductie te beveiligen. Peggau/Hinterberg, ten noorden van Graz (Oostenrijk). 17 augustus 1944 tot begin april 1945. Het was het grootste buitenkamp van Mauthausen in de regio Stiermarken, waar honderden gevangenen werden ondergebracht. Gevangenen moesten gedurende 8 maanden ongeveer 900 meter aan tunnels uit de rotsen blazen.

    Concentratiekamp Peinstett

    Concentratiekamp Peinstett

     

    Polen

    Concentratiekamp Peinstett een Joods dwangarbeiderskamp en een getto in de Poolse stad Pajęczno, die tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd omgedoopt tot Peinstett (en later Pfeilstätt). een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeiderskamp voor Joden) en een getto binnen het geannexeerde gebied Reichsgau Wartheland. Pajęczno (Duitse naam: Peinstett), gelegen in het huidige Poolse woiwodschap Łódź. Het getto en het dwangarbeiderskamp functioneerden van 1 april 1941 tot 1 augustus 1943. De Joodse gevangenen werden door de nazi-bezetter ingezet voor zware fysieke arbeid, met name voor Meliorationsarbeiten (grondverbetering, drainage en waterbeheer). Op 1 augustus 1943 werd het kamp/getto door de nazi's geliquideerd. De overlevende Joodse gevangenen werden gedeporteerd naar grotere getto's en vernietigingskampen, waaronder het Getto van Łódź.

    Concentratiekamp Peiskretscham

    Concentratiekamp Peiskretscham

     

    Polen

    Concentratiekamp Peiskretscham (het huidige Pyskowice, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog (1942-1944) een Silezisch dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen. Het viel onder de beruchte organisatie Organisation Schmelt en fungeerde tevens als een buitenkamp van Auschwitz. Gelegen in Opper-Silezië, destijds Duitsland, tegenwoordig Zuid-Polen. Het kamp was actief tussen 1942 en 1944. De gevangenen werden zwaar uitgebuit bij dwangarbeid. Velen stierven door uitputting, ziekte of werden afgevoerd naar de gaskamers van Auschwitz-Birkenau. Gevangenen maakten ook deel uit van transporten vanuit West-Europa, waaronder kamp Westerbork in Nederland. Bij de nadering van het Sovjetleger in januari 1945 werden de overgebleven gevangenen op dodenmarsen naar andere kampen in Duitsland gestuurd.

    Concentratiekamp Peisterwitz

    Concentratiekamp Peisterwitz

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Peisterwitz, gelegen in het voormalige Neder-Silezië (Duitsland), was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden. Het bestond feitelijk uit twee delen: een vrouwenkamp (geopend in de herfst van 1941) en een mannenkamp (geopend in 1943). De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor zware dwangarbeid in een lokale conservenfabriek. Voormalig Pruisen, provincie Neder-Silezië Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) Het vrouwenkamp werd in juli 1944 gesloten

    Concentratiekamp Pełkinie

    Concentratiekamp Pełkinie

     

    Polen

    Concentratiekamp Pełkinie (gelegen in de buurt van Jarosław en Przeworsk in het zuidoosten van Polen) functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog initieel als krijgsgevangenenkamp (Stalag) voor Sovjetsoldaten. Vanaf de zomer van 1942 werd het door de nazi's gebruikt als een transit- en werkkamp (Arbeitslager) voor de Joodse bevolking. Gevangenen werden in de open lucht gehouden, vaak in antitankgrachten omringd door prikkeldraad. Er waren geen barakken, waardoor ze direct werden blootgesteld aan de zware weersomstandigheden en massale uithongering. Duizenden Joden uit omliggende getto's (waaronder Łańcut, Rzeszów en Markowa) werden hier tijdelijk bijeengebracht. Vanuit Pełkinie werden de gevangenen per trein gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec, of werden ouderen en zieken de nabijgelegen bossen in geleid en daar geëxecuteerd. Daarnaast werden de meest vitale gevangenen geselecteerd voor dwangarbeid in andere werkkampen.

    Pelplin = Pomorskie 

    Pelplin = Pomorskie 

     

    Polen

    Pelplin ligt in de regio Pomorskie (Pommeren) in Polen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in 1940 een buitenkamp (Aussenkommando) van het concentratiekamp Stutthof gevestigd in het plaatselijke seminarie. In deze periode werd het complex door de nazi's gebruikt als een Hilfspolizeischule. De gevangenen, hoofdzakelijk Polen, werden ingezet voor zware dwangarbeid zoals de aanleg van wegen. Het hoofdkamp betrof Stutthof, dat in 1945 werd bevrijd.

    Pelters = Peltre 

    Pelters = Peltre

    Frankrijk

    Pelters is de Duitse naam (tijdens de annexatie in de Tweede Wereldoorlog) voor het huidige Franse dorp Peltre. Het was een buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler. Peltre (in het departement Moselle, vlakbij Metz, Frankrijk). Operationeel van 20 maart 1942 tot eind augustus 1944. Er zaten gemiddeld 50 tot 60 gevangenen. Gevangenen werden ingezet voor de verzorging van paarden van de SS-Cavalry Remount School, algemene bouwklussen en grondwerken.

    Pematangsiantar

     

    Indonesie

    Het kamp Pematangsiantar (gelegen op Sumatra, Indonesië) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Japans interneringskamp voor Europese en geallieerde burgers. Het kamp was gevestigd in de plaatselijke gevangenis en diende als tijdelijk opvangkamp voor geïnterneerden. Het kamp bevond zich in een gevangenis op de hoek van de voormalige Wilhelminastraat en Cantonstraat, in de stad Pematang Siantar (circa 120 kilometer ten zuiden van Medan). Het diende als burgerkamp voor geïnterneerden, ook wel bekend als een interneringskamp voor vijandelijke burgers. De gevangenis deed vaak dienst als centrale verzamel- en selectieplaats alvorens gevangenen werden overgebracht naar grotere, meer permanente kampen elders.

    Penig

    Penig

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Penig was een  vrouwenbuitenkamp van concentratiekamp Buchenwald. Het kamp werd begin 1945 opgericht in de regio West-Saksen en was specifiek bedoeld voor dwangarbeid. Penig, Saksen (Duitsland). Januari 1945 tot april 1945.Voornamelijk jonge Hongaarse vrouwen en Joodse gevangenen. Gevangenen werden tewerkgesteld in de Max-Gehrt-Werken, een fabriek waar onderdelen voor de oorlogsindustrie (de zogeheten Penig box) werden gefabriceerd onder zware en mensonterende omstandigheden. Het kamp werd in april 1945 bevrijd door de geallieerden.

    Concentratiekamp Peqin

    Concentratiekamp Peqin

     

    Albanie

    Het concentratiekamp Peqin verwijst naar  het Italiaanse interneringskamp Al in 1941 richtten de Italiaanse bezettingsautoriteiten in Peqin een internerings- en concentratiekamp op. Het kamp werd gebruikt om politieke gevangenen, burgers uit conflictgebieden en vermeende tegenstanders van het Italiaanse fascisme op te sluiten. Vanwege de ongunstige omstandigheden en militaire dreiging zijn veel gevangenen in de eerste vier maanden van 1942 overgeplaatst naar andere kampen, zoals Fier. 

    Concentratiekamp Pereverediv

    Concentratiekamp Pereverediv

     

    Oekraine

    Perg 

    Concentratiekamp Perleberg

    Concentratiekamp Perleberg

     

    Duitsland

    Het concentratiekamp in Perleberg was een zogenaamd vroeg concentratiekamp in nazi-Duitsland. Het kamp werd opgericht in mei 1933 en was slechts enkele weken in gebruik, tot eind juni 1933. Het kamp was actief van 29 mei tot 28 juni 1933. Het was gehuisvest in de voormalige wagenhuizen van een artilleriedepot (gebouwd in 1893) aan de Feldstraße in Perleberg, in de toenmalige provincie Brandenburg. Het kamp werd gebruikt om politieke tegenstanders van het naziregime op te sluiten, met name leden van de communistische partij (KPD) en de sociaaldemocratische partij (SPD).

    Op 28 juni 1933 werd het kamp alweer opgeheven. De gevangenen werden overgebracht naar het grotere Concentratiekamp Oranienburg.

    Concentratiekamp Persenbeug

    Concentratiekamp Persenbeug

     

    Oostenrijk

    In Persenbeug (Oostenrijk) vond aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in de nacht van 2 op 3 mei 1945, een tragisch bloedbad plaats. Honderden Hongaarse Joodse dwangarbeiders werden hier, op de vlucht voor het naderende front, door de SS vermoord. Een groep van ongeveer 228 tot 229 uitgeputte Joodse dwangarbeiders strandde in Persenbeug tijdens een dodenmars richting concentratiekamp Mauthausen. De moordpartij vond plaats in het nabijgelegen Hofamt Priel. De slachtoffers werden op brute wijze omgebracht en later herbegraven.

    Het nazi-kamp in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog werd het kamp gebruikt voor de huisvesting van dwangarbeiders en krijgsgevangenen. Zij werden ingezet voor de voorbereidende werkzaamheden aan de grote waterkrachtcentrale Ybbs-Persenbeug. Het bloedbad van Hofamt Priel: In de nacht van 2 op 3 mei 1945 (slechts enkele dagen voor het einde van de oorlog) pleegden SS-ers een massamoord in het opvang- en doorgangskamp in het naburige Hofamt Priel bij Persenbeug.Hierbij werden 228 Hongaars-Joodse dwangarbeiders (waaronder mannen, vrouwen en kinderen) op brute wijze doodgeschoten. De daders zijn nooit geïdentificeerd of gestraft. De lichamen zijn in 1964 herbegraven op de Joodse begraafplaats in St. Pölten

    Concentratiekamp Petersdorf

    Concentratiekamp Petersdorf

     

    Polen

    Met de naam Concentratiekamp Petersdorf worden twee specifieke locaties  subkampen uit de Tweede Wereldoorlog bedoeld

    1. KZ-Außenlager Fuchsbau (bij Petersdorf, Brandenburg) Dit was een subkamp (Außenlager) van concentratiekamp Sachsenhausen. Gelegen in de bossen tussen Fürstenwalde, Rauen en het dorp Petersdorf (tegenwoordig onderdeel van Bad Saarow in de Duitse deelstaat Brandenburg).Vanaf 1942/1943 moesten gevangenen hier onder dwang graven en bouwen aan een enorm ondergronds bunkercomplex (Fuchsbau) voor de Waffen-SS.

    2. Polenlager Gleiwitz-Petersdorf (Silezië, huidige Polen) In de destijds Duitse stad Gleiwitz (nu Gliwice in Polen) lag de wijk Petersdorf (tegenwoordig Szobiszowice). Dit was een zogeheten Polenlager (een gedwongen werkkamp specifiek voor Poolse burgers) en later een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden). Daarnaast stonden in Gleiwitz diverse beruchte subkampen van concentratiekamp Auschwitz (Gleiwitz I t/m IV).

    Petershagen

    Petershagen

     

    Duitsland

    In Petershagen (Noordrijn-Westfalen, Duitsland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Arbeitserziehungslager (AEL) Lahde en eisten de mensonterende omstandigheden er tussen mei 1943 en april 1945 aan bijna 800 gevangenen het leven. Het kamp werd door de Gestapo opgezet om dwangarbeiders in te zetten voor de bouw van de stuwdam in de Wezer en het latste Kraftwerk Heyden. De circa 600 tot 800 gevangenen waren voornamelijk dwangarbeiders uit de Sovjet-Unie en Polen. Ook zaten er veel Nederlanders, Fransen en Duitsers vast. Door de combinatie van extreme dwangarbeid, ondervoeding, mishandeling en executies stierven er gemiddeld twee tot drie mensen per dag.

    Concentratiekamp Petershagen-Lahde

    Concentratiekamp Petershagen-Lahde

     

    Duitsland

    Het Arbeitserziehungslager (AEL) Lahde (gelegen in de huidige gemeente Petershagen, Duitsland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een SS-werkkamp en heropvoedingskamp onder beheer van de Gestapo. Gevangenen werden er zwaar mishandeld en te werk gesteld. Het kamp werd in 1943 opgezet als straf- en werkkamp. De gevangenen bestonden voornamelijk uit buitenlandse dwangarbeiders waaronder veel Nederlanders en Belgen maar ook uit Duitsers. De meesten werden hierheen gestuurd wegens ondisciplinair gedrag, zoals het weigeren van werk, sabotage, of het plegen van verzet. Het kamp bestond uit houten barakken en bood plaats aan maximaal zo'n 1.000 gevangenen. De omstandigheden waren mensonterend; dwangarbeiders leden structureel honger, werden zwaar mishandeld door de SS en maakten lange werkdagen onder dwang. De gevangenen werden hoofdzakelijk ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals de bouw van de nabijgelegen elektriciteitscentrale Kraftwerk Heyden. Velen overleefden het kamp niet. De doodsoorzaken waren voornamelijk uitputting, ondervoeding, dysenterie en longontsteking. Ook vonden er executies plaats, bijvoorbeeld wanneer gevangenen in opstand kwamen tegen de bewakers.Tegen het einde van de oorlog werd het kamp ontruimd, wat leidde tot dodenmarsen waarbij nog meer gevangenen omkwamen.

    Peterswaldau

    Peterswaldau

     

    Polen

    Concentratiekamp Peterswaldau, gelegen in het huidige Pieszyce (Polen), was een nazi-dwangarbeidskamp voor vrouwen, opgericht in 1942 en later een subkamp van Groß-Rosen. Gevangenen werden er zwaar ingezet in de textielindustrie en munitieproductie. Het kamp bevond zich in Peterswaldau in Neder-Silezië (huidig Polen). Het was voornamelijk een werkkamp voor Joodse vrouwen, van wie velen na selectie in vernietigingskampen zoals Auschwitz hierheen werden overgebracht. De omstandigheden waren uitputtend, met lange werkdagen in fabrieken, waaronder de firma Christian Dierig AG. Het kamp werd op 8 mei 1945 bevrijd door het Sovjetleger.

    Concentratiekamp Petič

    Concentratiekamp Petič

     

    Slowakije

    Het concentratiekamp Petič was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeiderskamp in het oosten van Slowakije, gelegen nabij het dorp Chmeľov (regio Prešov). Het fungeerde tussen 1942 en 1943 als een nevenkamp van het grotere werkkamp in Hanušovce nad Topľou. Het kamp werd voornamelijk gebruikt door de autoriteiten van de Eerste Slowaakse Republiek om Roma-mannen en Joden te huisvesten en te exploiteren. Gevangenen werden ingezet voor de aanleg van een strategische spoorlijn tussen Prešov en Strážske. De leef- en werkomstandigheden waren uitermate zwaar, gekenmerkt door ondervoeding en onhygiënische barakken. Nadat het kamp in Petič werd gesloten, werden veel gevangenen overgeplaatst naar andere werkkampen of gedeporteerd naar vernietigingskampen.

    Petrikau (1.-Mai-Straße) concentratiekamp

    Petrikau (1.-Mai-Straße) concentratiekamp

     

    Polen

    Dwangarbeiderskamp in Piotrków Trybunalski (Duits: Petrikau), gelegen aan de 1-Maja-Straße. Dit kamp maakte deel uit van het getto van Piotrków en werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi-Duitsers gebruikt om Joodse gevangenen tewerk te stellen in de glasfabriek (Hortensja) en houtindustrie. Maja (1-Mai-Straße) in Piotrków Trybunalski was specifiek het vrouwenkamp, onderdeel van het Joodse dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager für Juden) aldaar. De kampen in Piotrków Trybunalski werden in de zomer van 1944 grotendeels ontruimd en de gevangenen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.Als u meer wilt weten over de ges

    Petriolo concentratiekamp

    Petriolo concentratiekamp

     

    Italie

    Het concentratiekamp Petriolo was een interneringskamp in de provincie Macerata, Italië. Het werd in de Tweede Wereldoorlog door het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken gebruikt om buitenlandse Joden en vrouwelijke staatsburgers uit landen in oorlog met Italië op te sluiten. Een kleine, geïsoleerde gemeente in de regio Marche, ongeveer 167 kilometer ten noordoosten van Rome. Voornamelijk vrouwen en Joden. De gevangenen leefden er onder strenge bewaking en zware omstandigheden. Het kamp werd opgezet en bestuurd door het fascistische regime van Italië, en later (na de val van Mussolini) gebruikt onder de Italiaanse Sociale Republiek.

    Petrovgrad = Groß Betschkerek = Veliki Beckerek

    Petrovgrad = Groß Betschkerek = Veliki Beckerek

     

    Servie

    Petrovgrad, Groß Betschkerek en Veliki Bečkerek zijn allemaal namen voor dezelfde stad, het huidige Zrenjanin in de Servische regio Vojvodina. De naam van deze locatie werd in de twintigste eeuw afhankelijk van het regime of de periode gewijzigd: Veliki Bečkerek: De Servische en Hongaarse naam die tot 1918 (tijdens de Oostenrijks-Hongaarse periode) werd gebruikt. Petrovgrad: De naam die de stad in het Koninkrijk Joegoslavië kreeg in 1935 (genoemd naar Koning Peter I).Groß Betschkerek: De Duitse naam die tijdens de nazi-bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt.

    Het Joodse interneringskamp (1941): In mei 1941 richtten de Duitsers een kamp in in een voormalige legerkazerne aan de Makedonska-straat. Hier werd de gehele Joodse bevolking van de stad en omliggende dorpen opgesloten onder erbarmelijke omstandigheden. In augustus 1941 werden de gevangenen gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Topovske Šupe en Sajmište in Belgrado.

    Het concentratiekamp voor partizanen (1942–1944): Vanaf juli 1942 richtte de bezetter een officieel concentratiekamp in (vaak gevestigd in een oude molen, de Alte Mühle). Dit kamp was bedoeld voor Servische partizanen, verzetsstrijders en burgers uit de Banat-regio die zich tegen de bezetting verzetten.

    Pfaffenhofen 

    Pfaffenhofen 

    Duitsland

    Vlak bij de stad Pfaffenhofen, in het nabijgelegen dorp Eschelbach (gemeente Wolnzach), werd op 12 december 1944 een officieel buitenkamp van Dachau opgericht. Het kamp werd ingericht in een met prikkeldraad omheinde barak op de binnenplaats van het lokale Kloster Eschelbach. Er zaten ongeveer 40 mannelijke gevangenen vast uit verschillende landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, Polen, Servië en Nederland. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke arbeid verrichten. Hun hoofdtaak was het graven en leggen van ondergrondse telefoon- en telegrafiekabels in de richting van Pfaffenhofen. Het buitenkamp werd op 4 april 1945 opgeheven, waarna de overlevende gevangenen werden teruggestuurd naar het hoofdkamp Dachau.

    Concentratiekamp Pfaffensee

    Concentratiekamp Pfaffensee

     

    Polen

    Concentratiekamp Pfaffensee een Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp was van november 1942 tot juni 1943 actief in het toenmalige Reichsgau Wartheland (in het huidige Polen, destijds Dobrojewo) en viel onder het bestuur van de SS. Het betrof een specifiek werkkamp voor Joodse dwangarbeiders, geen vernietigingskamp. De gevangenen werden door de nazi’s ingezet voor landbouwwerkzaamheden en het beheer van lokale landgoederen (Gutsverwaltung). Het kamp lag in het toenmalige Wartheland. Dit gebied werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland geannexeerd.

    Pfersee

    Pfersee

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Augsburg-Pfersee (officieel bekend als SS-Arbeitslager Augsburg-Pfersee) was een belangrijk buitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Dachau. Het lag in de Duitse deelstaat Beieren en functioneerde van 27 april 1944 tot april 1945. Het diende als het centrale hoofdbuitenkamp voor de regio Augsburg. Het verving eerdere buitenkampen zoals Haunstetten. Gevangenen moesten onder dwang werken in de oorlogsindustrie, met name voor vliegtuigfabrikant Messerschmitt AG. Gehuisvest in de voormalige Sheridan-Kaserne (Halle 116) in de wijk Pfersee. Het kamp bood plaats aan duizenden mannelijke gevangenen uit verschillende Europese landen, waaronder ook verzetsstrijders en politieke gevangenen. Eind april 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende Amerikaanse troepen. De gevangenen werden op een dodenmars richting het zuiden gestuurd. 

    Concentratiekamp Pholegandros

    Concentratiekamp Pholegandros

     

    Griekenland

    Het Griekse eiland Folegandros  ballingsoord voor politieke gevangenen Het was echter geen grootschalig vernietigingskamp; het was een afgelegen locatie voor interne ballingschap.  Hoewel er strenge regels golden en de lokale bevolking geïsoleerd leefde, werden de bannelingen (die vaak geen gevangeniscellen hadden maar in kleine huizen of kampementen woonden) veelal ingezet voor lokale arbeid. 

    Piaski

     

    Polen

    Het Kamp Piaski verwijst naar het Getto van Piaski, een naziconcentratie- en doorgangskamp in het gelijknamige stadje in het oosten van Polen. Het werd door de nazi's gebruikt als verzamelplaats voor tienduizenden Joden uit heel Europa voordat ze werden doorgestuurd naar de vernietigingskampen. Piaski, een plaats in de buurt van Lublin (Polen). Aanvankelijk werd in het voorjaar van 1940 een afgesloten Joodse wijk (getto) ingesteld. Vanaf 1942 fungeerde het complex als doorgangskamp (transit ghetto) voor Joden uit onder andere Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Overbevolking, zware dwangarbeid, uithongering en ziektes eisten duizenden levens. In de loop van 1942 en 1943 werden de meeste gevangenen vanuit Piaski gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Belzec, Sobibor en Majdanek. Velen werden ter plaatse geëxecuteerd in het lokale Joodse bos en op de begraafplaats.

    Pidkamin' concentratiekamp

    Pidkamin' concentratiekamp

     

    Oekraine

    Het concentratiekamp in Pidkamin (regio Lviv, Oekraïne) refereert naar het dominicanenklooster aldaar als detentie- en concentratiekamp. Tijdens de Duitse bezetting diende het zwaar versterkte klooster als toevluchtsoord voor honderden gevluchte Polen, hoewel het gebied ook het toneel was van zeer bloedige massamoorden op de Poolse bevolking.

    Concentratiekamp Piekielko

    Concentratiekamp Piekielko

     

    Duitsland

    Kamp Piekiełko was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in de historische nederzetting Piekiełko, wat tegenwoordig deel uitmaakt van de wijk Białołęka in Warschau, Polen. Het kamp werd door de Duitse bezetter gebruikt voor waterbeheerprojecten. De gevangenen moesten onder dwang een antioverstromingsdijk langs de rivier de Wisła bouwen. Het kamp was actief van 1940 tot november 1942 (sommige executies liepen door tot mei 1943). Er verbleven honderden Joden, voornamelijk afkomstig uit de nabijgelegen gemeente Jabłonna en omliggende gebieden. Hoewel het officieel als een kamp voor loonarbeid werd gepresenteerd, kregen de arbeiders nooit betaald. De omstandigheden waren nielandelijk en brutaal. De nazi-bewakers mishandelden de gevangenen op grote schaal, waardoor velen stierven door uitputting en ziekte. In november 1942 werd het kamp officieel geliquideerd. Het grootste deel van de overlevende dwangarbeiders werd gedeporteerd naar het Getto van Warschau. Een achtergebleven groep Joden werd in mei 1943 ter plekke door de Duitse gendarmerie met machinegeweren geëxecuteerd. In januari 1949 zijn de lichamen van tachtig slachtoffers opgegraven en herbegraven op de Joodse begraafplaats aan de Okopowa-straat in Warschau.

    Concentratiekamp Pieklo

    Concentratiekamp Pieklo

     

    Polen

    Piekło (het Poolse woord voor Hel)

    De granietgroeve van Concentratiekamp Gross-Rosen, gelegen in het huidige Rogoźnica (Polen). Deze beruchte steengroeve stond onder gevangenen bekend als het Kamienne Piekło (de stenen hel).De omstandigheden: Gevangenen moesten hier onder brute omstandigheden en met minimaal voedsel loodzware blokken graniet uithakken en omhoog slepen.

    Concentratiekamp Pietrafitta-Tavernelle

    Concentratiekamp Pietrafitta-Tavernelle

     

    Italie

    Het concentratiekamp Pietrafitta-Tavernelle in Umbrië (Italië) was een van de burger- en dwangarbeiderskampen van het fascistische Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp, dat vanaf de herfst van 1942 en begin 1943 actief was, diende voornamelijk voor de opsluiting en uitbuiting van Slavische burgers (voornamelijk Slovenen). Het kamp was verspreid over verschillende locaties langs het traject van de (destijds in aanbouw zijnde) spoorlijn tussen Ellera en Tavernelle, gelegen in de moderne gemeenten Piegaro en Panicale (nabij Perugia). Honderden gevangenen werden overgebracht vanuit beruchte Italiaanse concentratiekampen in het noordoosten (zoals het kamp in Gonars) om te worden ingezet als dwangarbeider. De gevangenen werden gebruikt voor zware grondwerken, zoals het graven en verleggen van land om de spoorlijn en nabijgelegen bruinkoolmijnen (de lignietmijnen van Pietrafitta) uit te breiden. De omstandigheden waren zwaar door ondervoeding en slechte huisvesting.

    Concentratiekamp Pietrasze

    Concentratiekamp Pietrasze

     

    Polen

    Het concentratiekamp Pietrasze was een  doorgangs- en executiekamp in het bos van Pietrasze aan de noordelijke rand van Białystok, Polen. Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland gebruikt, voornamelijk als verzamel- en executieplaats tijdens de liquidatie van het getto van Białystok in 1943. In juli 1941 executeerden nazi-eenheden (waaronder Polizeibataillon 316 en 322) hier ongeveer 4.000 Joodse mannen uit de regio. Tijdens de vernietiging van het getto van Białystok in november 1943 werden duizenden Joden naar de open velden van Pietrasze gedreven. Het kamp diende als brute selectieplaats. Vanuit Pietrasze werden gevangenen op transport gezet naar vernietigingskampen en concentratiekampen, waaronder Majdanek en Treblinka.

    Concentratiekamp Pinne

    Concentratiekamp Pinne

     

    Polen

    Het nazi-arbeidskamp in Pinne (Pniewy) Pinne is de Duitse naam voor de Poolse stad Pniewy, gelegen in de regio Groot-Polen (destijds door de bezetter omgedoopt tot het Warthegau). In deze plaats richtten de nazi's tijdens de bezetting een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) of werkkamp in voor Joodse gevangenen. 

    Concentratiekamp Pinnow

    Concentratiekamp Pinnow

     

    Polen

    Lager Pinnow (als onderdeel van het beruchte KZ Lieberose) in het huidige Polen  een dwangarbeiderskamp. Lager Pinnow lag in de buurt van Pinnow, nabij Lieberose in de huidige Poolse provincie Lubusz (destijds onderdeel van nazi-Duitsland). Het kamp functioneerde tussen eind 1940 en halverwege 1942. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Joodse mannen. Ze werden onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld als dwangarbeider bij de bouw en aanleg van de zogenaamde Reichsautobahn (snelwegen). Vanaf medio 1942 werden de meeste overgebleven gevangenen overgebracht naar andere werkkampen of vernietigingskampen, waaronder Auschwitz.

    Concentratiekamp Pionki

    Concentratiekamp Pionki

     

    Polen

    Concentratiekamp Pionki was een nazi-dwangarbeiderskamp en munitiefabriek in Polen. Gevangenen werden hier vanaf 1942 onder mensonterende omstandigheden zwaar uitgebuit bij de productie van explosieven en munitie. Het kamp staat bekend om zijn extreme dwangarbeid en gevaarlijke werkomstandigheden. Pionki (Polen). Productie van munitie, buskruit en explosieven voor het Duitse leger. Extreem zwaar, onveilig werk met hoge sterftecijfers door ondervoeding, mishandeling en ziekte.

    Concentratiekamp Piotrków Trybunalski

    Concentratiekamp Piotrków Trybunalski

     

    Polen

    In Piotrków Trybunalski de stad speelde een cruciale en gruwelijke rol. Het was de locatie van het allereerste nazi-getto in bezet Europa. Daarnaast functioneerden er na de ontruiming van dit getto verschillende dwangarbeidskampen die later direct verbonden werden met de grote concentratiekampen.

    1. Het Getto van Piotrków Trybunalski (1939–1942) Het getto werd al op 8 oktober 1939 opgericht door de Duitse bezetter, slechts 38 dagen na de invasie van Polen. Het diende als het nazi-proefproject voor de massale isolatie van Joden. In een verarmd stadsdeel dat bedoeld was voor 6.000 mensen, werden uiteindelijk 25.000 tot 28.000 Joden samengepropt. Er waren in het begin geen fysieke muren, maar de grenzen werden gemarkeerd met borden met doodskoppen. Wie de zone zonder toestemming verliet, werd geëxecuteerd.Tussen 14 en 21 oktober 1942 werd het getto geliquideerd. Ongeveer 22.000 Joden werden in veewagons gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka en daar direct vergast.

    2. De Dwangarbeidskampen (1942–1944) Na de grote deportatie in 1942 bleven zo'n 2.000 tot 3.500 Joodse gevangenen achter als slavenarbeiders. Het restant van het getto werd omgevormd tot een streng bewaakt werkkamp. Fabrieken: De gevangenen moesten werken in lokale houtzagerijen (Bugaj) en glasfabrieken (Kara en Hortensja). Zelfs binnen deze kampen vonden regelmatig massa-executies plaats. De Grote Synagoge van de stad werd door de nazi's ontheiligd en gebruikt als gevangenis en executieplaats.

    3. Deportatie naar de Concentratiekampen (1944) Toen het Sovjetleger in november 1944 de stad naderde, ontruimden de nazi's de resterende arbeidskampen volledig. De laatste Joodse gevangenen uit Piotrków Trybunalski werden op transport gezet naar de officiële concentratiekampen in het Duitse Rijk: De mannen werden grotendeels gedeporteerd naar Concentratiekamp Buchenwald en de HASAG-fabrieken in Częstochowa. De vrouwen en kinderen werden naar Concentratiekamp Ravensbrück gestuurd (en later deels doorgevoerd naar Bergen-Belsen). Slechts zo'n 1.400 Joden uit Piotrków Trybunalski overleefden de verschrikkingen van de kampen of de oorlogsjaren in de bossen. 

    Concentratiekamp Piotrowicze

    Concentratiekamp Piotrowicze

     

    Polen

    Kamp Piotrowicze was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) gelegen in het toenmalige door Duitsland bezette Polen (tegenwoordig regio Wit-Rusland). Het functioneerde voornamelijk als een werkkamp waar Joodse gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid moesten verrichten. Gevangenen werden door de bezetter ingezet voor de aanleg van wegen en grootschalige houtkap in de omliggende bossen. Veel van de dwangarbeiders waren jonge Joden die afkomstig waren uit nabijgelegen getto's, zoals het getto van Drohiczyn. Zij ontvingen vanuit die getto's in het geheim wekelijkse voedselpakketten om te kunnen overleven. De geschiedschrijving meldt dat er onder de jonge gevangenen in het kamp een kampopstand is georganiseerd om aan de nazi-terreur te ontsnappen. Een deel van de overlevenden wist zich daarna aan te sluiten bij partizanengroepen in de bossen.

    Piratenconcentratiekamp

    Piratenconcentratiekamp

     

    Duitsland

    De term Piraten Concentratiekamp verwijst  naar de vervolging van de Edelweißpiraten. Dit was een losvaste verzetsbeweging van anti-nazi-jongeren in nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Omdat zij weigerden zich aan te sluiten bij de Hitlerjugend en sabotage pleegden, stuurde de Gestapo honderden van deze piraten naar gevangenissen en concentratiekampen. Meestal jongeren tussen de 14 en 17 jaar oud. Kleding en stijl: Lange haren, kleurrijke kleding en een speldje van een edelweissbloem. Ideologie: Geen strakke politieke visie, maar een sterke behoefte aan vrijheid en afkeer van de nazi-discipline. Hun verzet en de kampen Acties: Ze zongen verboden liedjes, bevochten de Hitlerjugend, hielpen deserteurs en verspreidden geallieerde pamfletten. Arrestaties: De nazi-top (waaronder Heinrich Himmler) zag hen als een groot gevaar. Velen werden opgepakt, kaalgeschoren of gemarteld. Concentratiekampen: Grote groepen jongeren werden zonder proces opgesloten in speciale jeugdkampen (zoals Jugendschutzlager Moringen) of reguliere concentratiekampen. Op 10 november 1944 werden 13 leden van de Ehrenfeld-groep (een tak van de piraten) in Keulen in het openbaar opgehangen zonder enige vorm van proces.

    Concentratiekamp Pischelsdorf (Zwentendorf an der Donau)

    Concentratiekamp Pischelsdorf (Zwentendorf an der Donau)

     

    Oostenrijk

    Het kamp in Pischelsdorf (gemeente Zwentendorf an der Donau) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een complex van dwangarbeiders- en strafkampen dat sterk verbonden was met de oorlogsindustrie in de regio Moosbierbaum en Dürnrohr. Het kamp bood onderdak aan krijgsgevangenen en dwangarbeiders die zware arbeid moesten verrichten in de nabijgelegen olieraffinaderijen van de Ostmarkländische Mineralölwerke (Moosbierbaum) en bij de Schuchertwerke/Siemens AG. De groep gevangenen was divers: van krijgsgevangenen uit Polen en de Sovjet-Unie tot Hongaarse Joden en westerse dwangarbeiders. Arbeitserziehungslager (AEL): Binnen het complex functioneerde ook een Arbeitserziehungslager (AEL). Dit waren strafkampen van de Gestapo waar dwangarbeiders door middel van extreme mishandeling en uitputting gedisciplineerd werden. De omstandigheden waren mensonterend. Velen stierven door ondervoeding, ziekten of de gevaarlijke werkomstandigheden in de chemische industrie. Het gebied rond Pischelsdorf en Moosbierbaum was destijds een belangrijk industrieel doelwit, wat ook zware bombardementen tot gevolg had. 

    Concentratiekamp Pisticci

    Concentratiekamp Pisticci

     

    Italie

    Het concentratiekamp van Pisticci, gelegen in de regio Basilicata in Zuid-Italië (provincie Matera), was een van de eerste en grootste door het fascistische regime gebouwde interneringskampen. Het kamp werd in 1939 door het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken opgezet als werkkamp (centro di lavoro agricolo) in het gebied Camporotondo. Na de Italiaanse oorlogsverklaring in juni 1940 werd het omgevormd tot een officieel concentratiekamp voor de opsluiting van politieke tegenstanders, Joodse burgers, buitenlanders en andere ongewensten. De populatie bestond uitsluitend uit mannen. In het kamp zaten honderden gevangenen, waaronder Joden, en Joegoslavische, Poolse en Franse vrijheidsstrijders. Gevangenen werden onder zware politieke bewaking geplaatst en moesten dwangarbeid verrichten, zoals landontginning en landbouw. Ze leefden in militaire barakken achter prikkeldraad en wachttorens onder slechte hygiënische omstandigheden. In september 1943 voerde de Britse Special Air Service (SAS), versterkt met Franse commando's, een gedurfde en onverwachte treinraid uit op het kamp. Ze wisten de bewakers te overmeesteren en bevrijdden honderden gevangenen, net voordat de nazi's hen naar Duitsland wilden deporteren.

    Concentratiekamp Pithiviers

    Pithiviers

     

    Frankrijk

    Concentratiekamp Pithiviers (gelegen in de Franse gemeente Pithiviers) was een doorgangskamp in het door nazi-Duitsland bezette Vichy-Frankrijk. Het kamp speelde een centrale en inktzwarte rol bij de deportatie van duizenden Joden naar de vernietigingskampen in Oost-Europa. Het kamp werd oorspronkelijk in 1939 gebouwd om Duitse krijgsgevangenen in op te vangen. Vanaf mei 1941 werd het door de met de nazi's collaborerende Franse Vichy-regering omgevormd tot een internerings- en concentratiekamp voor Joden. De eerste grote groep gevangenen bestond uit duizenden in Parijs opgepakte buitenlandse Joden. Rafte van Vel d'Hiv Het kamp kreeg een beruchte status na de massale razzia van Vélodrome d'Hiver in juli 1942. Duizenden Joodse gezinnen werden in Parijs gearresteerd en naar Pithiviers en het nabijgelegen kamp Beaune-la-Rolande overgebracht. Hier werden ouders onder dwang en met veel geweld gescheiden van hun jonge kinderen. De volwassenen werden direct gedeporteerd, terwijl de kinderen getraumatiseerd achterbleven en later eveneens op transport werden gezet. Deportaties naar Auschwitz Zes transporten: Tussen juni en september 1942 vertrokken er zes grote transporten rechtstreeks vanuit het station van Pithiviers. In totaal werden via deze konvooien 6.079 Joden rechtstreeks naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts 115 mensen van deze transporten overleefden de Holocaust. Nadat de meeste Joodse gevangenen waren gedeporteerd, deed het kamp vanaf 1943 tot de bevrijding in 1944 dienst als interneringskamp voor politieke gevangenen.

    Pladjoe

     

    Nederlands Indie

    Pladjoe (ook wel gespeld als Plaju) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Japans burgerkamp in Nederlands-Indië, gelegen op het terrein van de BPM-olieraffinaderij ten oosten van Palembang (Sumatra). Het kamp was operationeel van 15 maart 1942 tot april 1943. Het kamp was ondergebracht in een kantoor van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM). Tussen april 1942 en begin 1943 werden zo'n 150 mannelijke werknemers van de olieraffinaderij vastgehouden en gedwongen om door te werken. In april 1943 werden de geïnterneerden overgebracht naar andere kampen.

    Concentratiekamp Plansee

    Plansee

     

    Oostenrijk

    Concentratiekamp Plansee (ook bekend als Füssen-Plansee of Breitenwang) was een satellietkamp van Concentratiekamp Dachau. Het kamp was gevestigd in het Forelle Hotel in het Tiroolse stadje Plansee (Oostenrijk) en huisvestte voornamelijk vooraanstaande politieke en maatschappelijke gevangenen. Plansee/Breitenwang, Oostenrijk (vlakbij de Duitse grens). Satellietkamp (buitencommando) van het hoofdkamp Dachau. Het kamp werd specifiek gebruikt om zogenaamde prominente gevangenen (Ehrenhäftlinge) vast te houden. Dit waren hoge politici, officieren en buitenlandse kopstukken die als gijzelaar werden gebruikt. Omdat het kamp in een voormalig hotel was gevestigd, waren de fysieke omstandigheden er minder zwaar dan in de reguliere vernietigingskampen, al bleef het onder zware SS-bewaking staan.In Plansee werden verschillende bekende persoonlijkheden vastgehouden. Een van de bekendste groepen die hier verbleef bestond uit Hongaarse vrouwen, waaronder prominente politieke figuren, die in april 1945 via Garmisch-Partenkirchen naar het kamp werden overgebracht. Daarnaast werden er diverse Europese politieke kopstukken vastgehouden die dienden als ruilmiddel in de nadagen van de oorlog.

    Plantlünne 

    Plantlünne 

     

    Duitsland

    Fliegerhorst Plantlünne (gelegen bij Lingen, net over de grens bij Twente) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen opzichzelfstaand concentratiekamp, maar een militair vliegveld van de Duitse Luftwaffe. Tussen 1943 en 1945 werden er wel honderden gevangenen, waaronder joodse dwangarbeiders uit Kamp Vught, tewerkgesteld. Vanaf augustus 1943 werden joodse gevangenen uit Kamp Vught overgebracht om dwangarbeid te verrichten op het vliegveld (uitbreiding en onderhoud). Later werden zij vervangen door niet-joodse dwangarbeiders. De omstandigheden waren er mensonterend. Op 3 mei 1945 stegen Britse Typhoon-jachtbommenwerpers op vanaf deze basis voor een aanval op de Lübecker Bocht. Zij vielen daar per abuis de schepen Cap Arcona en Thielbeck aan, in de veronderstelling dat het nazi-troepentransportschepen waren. Aan boord bevonden zich echter duizenden concentratiekampgevangenen (afkomstig uit Neuengamme), van wie er ruim 7.000 omkwamen.

    Concentratiekamp Plaszow

    Plaszow

     

    Polen

    Concentratiekamp Płaszów was van oktober 1942 tot januari 1945 een nazi-concentratiekamp nabij de Poolse stad Krakau. SS-commandant Amon Göth. De nazi's richtten het kamp in oktober 1942 op als dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager). Het werd gebouwd op het terrein van twee Joodse begraafplaatsen in de wijken Podgórze en Wola Duchacka. Gevangenen, voornamelijk Joden uit het nabijgelegen Getto van Krakau, moesten hier zware dwangarbeid verrichten. In januari 1944 kreeg Płaszów officieel de status van concentratiekamp (Konzentrationslager). Kampcommandant Amon Göth. Hij schoot regelmatig vanaf het balkon van zijn villa willekeurig gevangenen dood. In het kamp werden tienduizenden mensen gevangengezet en vonden massale executies plaats op de nabijgelegen heuvels. Oskar Schindler redde uiteindelijk meer dan duizend Joodse dwangarbeiders uit dit kamp door ze op zijn beroemde lijst te zetten voor werk in zijn emaillefabriek.

    Plattenwald

    Plattenwald

     

    Duitsland

    Het Concentratiekamp Plattenwald is de  lokale benaming voor het nazi-buitenkamp KZ Kochendorf, dat van september 1944 tot maart 1945 operationeel was. Het kamp lag in het bosgebied Plattenwald in de huidige Duitse gemeente Bad Friedrichshall (Baden-Württemberg). Het was een officieel buitenkamp (Außenlager) van het grotere concentratiekamp Natzweiler-Struthof. De SS en de Organisation Todt bouwden het kamp vanaf augustus 1944 op de akkers en in de bossen onder het huidige ziekenhuis van Plattenwald. Het leveren van dwangarbeiders voor de nazi-wapenindustrie. De gevangenen moesten onder extreem zware omstandigheden werken in de nabijgelegen zoutmijn van Kochendorf. Deze mijn werd omgebouwd tot een bomvrije, ondergrondse fabriek voor de productie van vliegtuigonderdelen. Er zaten voornamelijk politieke gevangenen en dwangarbeiders uit zo'n 20 verschillende Europese landen opgesloten. Door ondervoeding, mishandeling en het loodzware werk in de mijnen kwamen honderden gevangenen ter plekke om het leven. Eind maart 1945 werd het kamp ontruimd vanwege de naderende geallieerden. De gevangenen moesten te voet op een dodenmars richting het Concentratiekamp Dachau. In totaal kwamen tijdens het bestaan van het kamp en de dodenmars minstens 447 gevangenen om het leven.

    Plattling 

    Plattling 

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Plattling was een  buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg in Beieren. Het functioneerde van februari tot april 1945. Gevangenen werden er zwaar uitgebuit voor de bouw van militaire infrastructuur (waaronder een vliegveld). Gelegen nabij Deggendorf aan de rivier de Isar, Beieren. Honderden gevangenen stierven door uithongering, ziekte en executies. Na de bevrijding werden tientallen Joodse slachtoffers door de geallieerden en lokale burgers herbegraven. Op 24 april 1945 werd het kamp geëvacueerd, maar de achtergebleven zieke gevangenen werden op 1 mei bevrijd door Amerikaanse troepen.

    Concentratiekamp Plaue bei Flöha

    Concentratiekamp Plaue bei Flöha

     

    Duitsland

    Het concentratiekamp Plaue bei Flöha was een van de eerste vroege naziconcentratiekampen in Duitsland. Het werd op 8 maart 1933 opgericht door de SA en was gevestigd in een arbeidersgymnastiekzaal in Plaue, nabij de stad Flöha in de deelstaat Saksen. Het was het eerste concentratiekamp in Saksen en na Nohra (Thüringen) het tweede in heel nazi-Duitsland. Het kamp werd gecategoriseerd als een arbeidersdienstkamp. Er zaten voornamelijk politieke tegenstanders en communisten vast. Op 12 april 1933 waren er 174 gevangenen. De SA vernederde hen op wrede wijze, zoals door hakenkruizen in hun haren te scheren. De meeste gevangenen moesten dwangarbeid verrichten in de landbouw. Op 19 april 1933 werden veertig gevangenen overgeplaatst om te helpen bij de bouw van het veel grotere vroege concentratiekamp Sachsenburg. Het kamp in Plaue werd op 10 juni 1933 ontbonden en de overgebleven gevangenen werden overgebracht naar het kamp in Sachsenburg.

    Plauen - Horn GmbH

    Plauen - Horn GmbH

     

    Duitsland

    Het concentratiekamp Plauen (Horn GmbH) was een buitenkamp van het  concentratiekamp Flossenbürg in Duitsland. Het functioneerde als dwangarbeiderskamp waar gevangenen onder mensonterende omstandigheden werden ingezet voor de oorlogsindustrie van het Derde Rijk. Gevangenen (voornamelijk mannen) werden tewerkgesteld bij het bedrijf Dr. Th. Horn, een fabrikant die onderdelen leverde voor de Duitse oorlogs- en luchtvaartindustrie. De groep bestond in december 1944 uit ongeveer 35 gevangenen die werden ingezet als geschoolde arbeiders. In totaal hebben er tijdens het bestaan van het kamp tientallen gevangenen vastgezeten. De dwangarbeiders leefden in zware omstandigheden. Hoewel de aantallen door ziekte en uitputting fluctueerden en daalden, hebben de meesten zwaar fysiek werk moeten verrichten vergelijkbaar met de situatie in andere Flossenbürg-buitenkampen.

    Plauen - Industriewerke AG

    Plauen - Industriewerke AG

     

    Duitsland

    Het buitenkamp Plauen (Industriewerke AG) in Duitsland was van september 1944 tot 14 april 1945 een satellietkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Honderden dwangarbeidsters werden er ingezet voor de oorlogsindustrie. Plauen, Saksen (Duitsland). Het voormalige fabrieksgebouw is in 2022 gesloopt. Het kamp bestond voornamelijk uit ongeveer 300 vrouwen die uit andere werkkampen in Berlijn hierheen werden gebracht. De gevangenen verrichtten zware dwangarbeid voor de Industriewerke AG. Het kamp werd geëvacueerd op 14 april 1945, vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog.

    Plauen - Plauener Baumwollspinnerei AG

    Plauen - Plauener Baumwollspinnerei AG

     

    Duitsland

    Het Plauen-nevenkamp in de katoenspinnerij was een nevenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg dat bestond van september 1944 tot 14 april 1945. Het was gevestigd aan de Hans-Sachs-Straße 15/17, waar ongeveer 300 vrouwelijke gevangenen gedwongen werden te werken voor wapenfabrieken. In september 1944 werd het kamp opgezet in een gebouw van de Plauener Baumwollspinnerei AG. Er waren ongeveer 300 vrouwen die eerder gevangen zaten in het concentratiekamp Auschwitz. De groep bestond voornamelijk uit Polen, Russen, Italianen en enkele Joegoslaven. Na hun aankomst in Plauen werden de vrouwen aanvankelijk drie weken in quarantaine geplaatst vanwege vermoedelijke tyfus. Na de quarantaine moesten de vrouwen werken in de wapenproductie, waar ze verschillende soorten lampen produceerden voor een lokaal wapenbedrijf.

    Plawy

    Plawy

     

    Polen

    Concentratiekamp Pławy (ook bekend als Wirtschaftshof Plawy of Gut Plawy) was een buitenkamp van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp lag op ongeveer 2 kilometer afstand van Auschwitz II-Birkenau in het Poolse dorp Pławy. Vanaf het voorjaar van 1942 werden er regelmatig groepen gevangenen uit Birkenau te voet naar Pławy gebracht om dwangarbeid te verrichten op de grote boerderijen en landerijen die in handen waren van de SS. Eind 1944 werd Pławy officieel aangewezen als satellietkamp van Auschwitz. Er verbleven destijds ongeveer 200 gevangenen (voornamelijk vrouwen). Het werk bestond uit zware agrarische taken, zoals het verzorgen van vee en het verbouwen van gewassen, bedoeld om de SS-kampbewakers en onderzoekers van voedsel te voorzien.

    Concentratiekamp Pleißing

    Concentratiekamp Pleißing

     

    Oostenrijk

    Concentratiekamp Pleißing (gelegen in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk) diende tijdens de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeiders- of doorgangskamp. Velen die hier werden vastgehouden, kwamen in de lente om via deportatietransporten naar Theresienstadt. Pleißing, een dorp in de gemeente Hardegg nabij de Tsjechische grens. Het diende voornamelijk als werkkamp en tijdelijke opvang waar Joodse en andere vervolgden werden ondergebracht voordat ze werden gedeporteerd.

    Concentratiekamp Plénée-Jugon

    Concentratiekamp Plénée-Jugon

     

    Frankrijk

    Het concentratiekamp van Plénée-Jugon (ook bekend als kamp Villeneuve-Sainte-Odile) was een Frans interneringskamp in Bretagne dat eind 1940 werd gebruikt om Roma en nomaden op te sluiten. Het werd opgezet in opdracht van het Franse Vichy-regime en de Duitse bezetter. Het kamp bevond zich op het landgoed van het verlaten kasteel Villeneuve-Sainte-Odile. Het ligt in het departement Côtes-d'Armor in Bretagne, ten zuidoosten van Saint-Brieuc. Tussen oktober en november 1940 werden er circa 40 Roma-families vastgehouden in erbarmelijke omstandigheden. Velen van hen werden later overgebracht naar andere interneringskampen, zoals het kamp Coudrecieux in Sarthe.

    Concentratiekamp Pleskau

    Concentratiekamp Pleskau

     

    Rusland

    Met Concentratiekamp Pleskau Stalag 372, een  Duits krijgsgevangenenkamp in de Russische stad Pskov (Pleskau). Het kamp werd in augustus 1941 opgericht en huisvestte tienduizenden Sovjetsoldaten en burgers in de stallen van het 5e Omsk Infanterieregiment. Het kamp stond bekend om zijn onmenselijke omstandigheden, waarbij gevangenen systematisch werden uitgemoord door honger, mishandeling en ziekte, schatten dat er in Stalag 372 minstens 75.000 krijgsgevangenen en burgers zijn omgekomen. Het kampterrein ligt nabij de Jubelejnaja-straat in Pskov.

    Concentratiekamp Plömnitz

    Plömnitz

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Plömnitz (ook bekend als Leopard of Leau) was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het lag in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, tussen Bernburg en Köthen. Het kamp werd in de lente en zomer van 1944 opgericht en functioneerde tot het einde van de oorlog in 1945. Er zaten ongeveer 1.500 mannen. Gevangenen werden zwaar ingezet om ondergrondse faciliteiten (zoutmijnen) en tunnelsystemen gereed te maken voor de nazi-wapenindustrie. De omstandigheden waren extreem zwaar, gekenmerkt door uitputting, ondervoeding, ziekte en het meedogenloze geweld van de SS.

    Concentratiekamp Ploskie Glowne

    Concentratiekamp Ploskie Glowne

     

    Polen

    Ploskie Główne was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) in het door nazi-Duitsland bezette Polen. Het kamp viel onder het Generalgouvernement (District Lublin) en werd eind juni 1941 ingericht. De gevangenen, uitsluitend Joodse mannen, werden door de nazi’s ingezet voor zware verlaadwerkzaamheden. District Lublin, Polen.30 juni 1941.

    Concentratiekamp Pluhiv

    Concentratiekamp Pluhiv

     

    Oekraine

    Kamp Pluhiv (of kamp Płuhów) was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het dorp Pluhiv (Pools: Płuhów), gelegen in de huidige Oekraïense oblast Lviv (toenmalig Galicië).Het stond onder de overlevenden bekend als een extreem wreed kamp met de status van een vernietigingskamp door arbeid, waar de meesten binnen enkele weken of maanden stierven. Gevangenen in het kamp werden ingezet voor extreem zware fysieke arbeid, voornamelijk voor de aanleg, verharding en verbreding van de strategische wegen tussen Zloczow en Skalat. Vanaf het najaar van 1941 en in 1942 werden er duizenden Joden naartoe gedeporteerd uit omliggende getto's en dorpen, waaronder uit Brody, Jaworów, Sasów en Radziechów. De gevangenen leefden in zwaar vervuilde barakken achter prikkeldraad. Het kamp stond onder leiding van de Gestapo en werd bewaakt door de Oekraïense hulppolitie. Wie niet meer kon werken, werd ter plekke doodgeschoten. Tijdens de uiteindelijke liquidatie van het kamp werden de resterende dwangarbeiders naakt naar massagrafkuilen geleid en met machinegeweren geëxecuteerd. Lokale bewoners werden naderhand gedwongen de kuilen dicht te gooien.

    Pluwig

    Pluwig

     

    Duitsland

    Pluwig fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als een buitenkamp (Außenkommando) van het SS-Sonderlager/KZ Hinzert. Gevangenen uit dit kamp werden ingezet voor dwangarbeid in en rondom de gemeente Pluwig. Hoofdkamp: SS-Sonderlager Hinzert (gelegen in de Hunsrück, Rijnland-Palts, ongeveer 30 kilometer van de Luxemburgse grens). Het kamp diende in eerste instantie voor Westwall-arbeiders, maar werd later een doorgangskamp voor politieke gevangenen en verzetsstrijders uit onder andere Nederland, België en Luxemburg. Velen werden vanuit hier doorgestuurd naar grotere concentratiekampen zoals Buchenwald, Dachau of Natzweiler-Struthof.

    Pocking

    Pocking

     

    Duitsland

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Pocking (gelegen in Neder-Beieren) de locatie van het meest zuidelijke buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg (ook wel Pocking/Waldstadt genoemd). Het kamp werd in 1942 opgezet als werkkamp voor Sovjet-krijgsgevangenen en deed vanaf maart 1945 dienst als officiële buitenpost van het concentratiekamp Flossenbürg. Er werden ongeveer 400 Joodse gevangenen gehuisvest in houten barakken van een nabijgelegen militaire vliegbasis (Flugschule No. 3 op het terrein van Alter Horst/Kirchham). De gevangenen werden gedwongen tot zware dwangarbeid, zoals het aanleggen van een landingsbaan voor de Luftwaffe. Velen kwamen om door ziekte, ondervoeding en uitputting tijdens transporten. Het kamp werd op 2 mei 1945 bevrijd.

    Concentratiekamp Podbrodzie

    Concentratiekamp Podbrodzie

     

    Litouwen

    Concentratiekamp Podbrodzie (nu bekend als Pabradė, gelegen in het huidige Litouwen) was een dwangarbeiderskamp dat in mei 1942 door de nazi's werd opgezet. Er werden ongeveer 400 Joden uit het getto van Wilno (Vilnius) heengebracht om dwangarbeid te verrichten aan de spoorlijn en in de turfwinning. Dit werkkamp fungeerde destijds als een satelliet-/arbeidskamp in de regio rond Vilnius en maakte deel uit van het netwerk van tewerkstelling in de Holocaust.

    Concentratiekamp Podul Iloaiei

    Concentratiekamp Podul Iloaiei

     

    Roemenie

    Het concentratiekamp (of getto) van Podu Iloaiei in Roemenië was de eindbestemming van de beruchte dodentreinen die eind juni 1941 vertrokken na de Pogrom van Iași. Van de bijna 1.900 Joodse gevangenen die in verzegelde goederenwagons werden gepropt, overleefden er slechts ongeveer 700 de dagenlange reis. Het stadje Podul Iloaiei ligt in Noordoost-Roemenië, ongeveer 26 kilometer ten westen van de stad Iași. Tijdens de reis in bloedhete, overvolle wagons stierf het merendeel van de gedeporteerden door uitdroging, verstikking en geweld. Bij aankomst op 30 juni 1941 waren de overlevenden er extreem slecht aan toe. De overlevenden werden in de stad opgesloten in synagogen of ondergebracht in de lokale Joodse getto. Velen moesten onder dwang massagraven graven voor de slachtoffers die onderweg waren gestorven.

    Concentratiekamp Podwołoczyska

    Concentratiekamp Podwołoczyska

     

    Oekraine

    Podwołoczyska (het huidige Pidvolotsjysk in Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een getto en werkkamp. Tijdens de Holocaust werd de plaatselijke Joodse bevolking door het nazi-regime gedwongen tewerkgesteld. Een nederzetting in de regio Ternopil, West-Oekraïne (destijds Galicië, bezet door nazi-Duitsland). Vanaf de Duitse bezetting in 1941 werden Joden in het gebied blootgesteld aan zware dwangarbeid. Het getto en werkkamp van Podwołoczyska fungeerde als een plek van uitbuiting en ontbering, voorafgaand aan deportaties. De Joodse gemeenschap in het gebied werd grotendeels uitgeroeid, waarbij velen omkwamen door honger, ziekte, executies of deportaties naar vernietigingskampen.

    Poelaubrajan

     

    Noord Sumatra

    Concentratiekamp Poelau Brajan (officieel bekend als Poeloe Brayan) was een groot Japans burgerinterneringskamp (jappenkamp) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag op Noord-Sumatra, ongeveer 6 kilometer ten noorden van het centrum van Medan. Samen met kamp Brastagi was dit het grootste interneringskamp voor vrouwen en kinderen aan de Oostkust van Sumatra. De locatie was een woonwijk met werkplaatsen voor het personeel van de Deli Spoorweg Maatschappij (DSM). Er vond normaal gesproken onderhoud aan treinen en locomotieven plaats. De Japanners isoleerden de wijk door er hoge schuttingen en prikkeldraad omheen te plaatsen. Het kamp werd gebruikt van begin 1942 tot de ontruiming in de zomer van 1945. Het kamp was opgedeeld in vijf verschillende secties: Blok A, B en C: Kleinere stenen woningen die oorspronkelijk bedoeld waren voor het lagere spoorwegpersoneel. Blok D (Helvetia): Dit deel lag op het terrein van de nabijgelegen tabaksonderneming Helvetia. Blok E: Een apart gedeelte dat later in de oorlog werd toegevoegd bij de uitbreidingen van het kamp. Het kamp bood plaats aan duizenden burgers, voornamelijk Nederlandse vrouwen en kinderen. Naarmate de oorlog vorderde, werd het kamp steeds voller door de aanvoer van gevangenen uit andere delen van Sumatra. Gevangenen moesten zwaar corvee verrichten en kampdiensten draaien onder streng toezicht van Japanse bewakers.  In de loop van 1945, vlak voor het einde van de oorlog, zijn veel bewoners onder erbarmelijke omstandigheden overgebracht naar het beruchte kamp Aek Pamienke. 

    Poerok Tjahoe

     

    Indonesie

    Kamp Poeroek Tjahoe (ook wel gespeld als Poeroektjau) was een Japans interneringskamp in het binnenland van Borneo (het huidige Indonesië) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag zeer afgelegen in Midden-Kalimantan, ongeveer 300 kilometer ten noorden van Samarinda. Het kamp diende als burgerkamp en werd gebruikt voor de internering van Nederlandse mannen en militairen door de Japanse bezettingsmacht. Vanwege de afgelegen ligging in de jungle waren de omstandigheden en de bevoorrading zwaar. Het kamp bestond voornamelijk uit barakken.

    Poerworedjo

     

    Indonesie

    Concentratiekamp Poerworedjo verwijst naar de interneringskampen en Republikeinse kampen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode (1942-1946) in het huidige Purworejo op Midden-Java, Indonesië. Poerworedjo: Japans Burgerkamp (1942 en 1943):Het militair kampement aan de zuidrand van de stad diende als burgerkamp in november-december 1942 en augustus 1943. Opvangkamp (1942):In het klooster van de Missionarissen van het Heilig Hart van Jezus werden behoeftige inheemse en Indo-Europese vrouwen en kinderen ondergebracht.

    Concentratiekamp Poggenburg

    Concentratiekamp Poggenburg

     

    Polen

    Concentratiekamp Poggenburg is de Duitse benaming voor het nazi-kamp Żabikowo. Dit kamp lag ten zuiden van de Poolse stad Poznań (Posen) en fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog achtereenvolgens als dwangarbeiderskamp en als nazi-strafkamp. Reichsautobahnlager (1940-1943): Het kamp werd in 1940 oorspronkelijk opgezet als het Reichsautobahnlager Poggenburg. Joodse dwangarbeiders werden hier gevangengezet om te werken aan de aanleg van een Duitse snelweg. Polizeigefängnis (1943-1945): Nadat het Joodse werkkamp was geliquideerd, namen de nazi's de houten barakken in gebruik als vervanging voor het beruchte Fort VII in Poznań. Vanaf 1943 werd het officieel een straf- en doorgangskamp van de Gestapo (Polizeigefängnis der Sicherheitspolizei und Arbeitserziehungslager). Het kamp was hoofdzakelijk bedoeld voor Poolse burgers. Daarnaast zaten er Sovjet-krijgsgevangenen, gevluchte dwangarbeiders en deserteurs uit de Wehrmacht vast. Zondagsgevangenen: Een specifieke groep waren de zogeheten Sonntagsgefangene. Dit waren burgers die na een verklikkersactie op vrijdagavond werden opgesloten en op maandagochtend weer vrijkwamen, nadat ze een weekend lang waren gemarteld. De gevangenen werden blootgesteld aan extreme honger, zware dwangarbeid, sadistische lijfstraffen en executies. In januari 1945, vlak voor de komst van het Rode Leger, hebben de nazi's het kamp ontruimd. Om de sporen van hun misdaden uit te wissen, staken de bewakers de barakken met daarin de zieke en achtergebleven gevangenen levend in brand.

    Concentratiekamp Poggio Terza Armata

    Concentratiekamp Poggio Terza Armata

     

    Italie

    Het concentratiekamp Poggio Terza Armata (ook bekend als Sdraussina of Zdravščina) was een door Italië gerund internerings- en transитkamp in de buurt van Gorizia, vlakbij de Sloveense grens. Het werd in het najaar van 1942 door het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken geopend in een verlaten textielfabriek en had een capaciteit van ongeveer 3.000 gevangenen. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor de Slavische minderheid (etnische Slovenen en Kroaten), Italiaanse antifascisten en verzetsstrijders. De omstandigheden waren extreem zwaar en wreed. Er was sprake van ernstig voedseltekort, slechte gezondheidszorg en een gebrek aan basisvoorzieningen. Gevangenen zaten langdurig opgesloten in hun cellen en kregen vaak maar één uur per dag luchttuin. Het kamp diende als wacht- en distributiecentrum. Vanuit Poggio Terza Armata werden gevangenen vaak doorgestuurd naar andere vernietigings- of werkkampen (zoals het nabijgelegen werkkamp Fossalon) of overgebracht naar gevangenissen in Triëst voor verhoor en marteling door de speciale fascistische politie. Na de wapenstilstand van september 1943 werden de gevangenen vrijgelaten en sloten velen zich aan bij de partizanen.

    Concentratiekamp Pohrlitz

    Concentratiekamp Pohrlitz

     

    Tsjechie

    Concentratiekamp Pohrlitz (het huidige Pohořelice, Tsjechië) was een interneringskamp voor etnische Duitsers dat in de zomer van 1945 werd opgericht tijdens de zogenaamde Brünner Todesmarsch (Brno-Dodenmars). Na de Tweede Wereldoorlog werden zo'n 20.000 Duitstalige inwoners voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen uit de stad Brno gedreven.Tijdens de chaotische nasleep van de oorlog werd deze groep mensen gedwongen te voet de Oostenrijkse grens te bereiken. Toen hen de toegang tot Oostenrijk werd geweigerd, werden ze geïnterneerd in een provisorisch kamp in Pohrlitz. Het kamp werd geplaagd door ondervoeding en zware ziekte-uitbraken, zoals dysenterie. Naar schatting stierven honderden tot meer dan duizend mensen in het kamp zelf en tijdens de tocht.

    Concentratiekamp Poitiers

    Concentratiekamp Poitiers

     

    Frankrijk

    Het concentratiekamp van Poitiers, officieel het Camp de la route de Limoges, was een Frans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in 1939 geopend voor Spaanse vluchtelingen, maar werd vanaf 1940 onder Duits toezicht gebruikt als doorgangskamp voor de opsluiting en deportatie van Joden, Roma en andere ongewensten. Het kamp lag aan de Route de Limoges in de stad Poitiers (departement Vienne). Tussen 1940 en 1944 werden er honderden Roma (destijds nomaden genoemd) en bijna 2.000 Joden vastgehouden. Hoewel de administratie in Franse handen bleef, werd het kamp streng gecontroleerd door de Duitse bezetter. Het diende als een gruwelijke springplank naar vernietigingskampen; vele honderden gevangenen werden vanuit Poitiers gedeporteerd naar Auschwitz en andere concentratiekampen.

    Concentratiekamp Poizdów

    Concentratiekamp Poizdów

     

    Polen

    Concentratiekamp Poizdów was een nazi-dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) in het dorp Poizdów (nabij Lublin, Polen) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gevestigd bij een zagerij en deed voornamelijk dienst als werkkamp voor Joden uit de regio. Het kamp lag in de districten van Gmina Kock en Lublin in oostelijk Polen. In het najaar van 1942 werden Joodse inwoners uit het nabijgelegen stadje Kock in verschillende fasen gedeporteerd. Een groep van circa 200 Joden werd gespaard en tewerkgesteld in de plaatselijke zagerij van Poizdów. Gevangenen werden gedwongen om 12 tot 14 uur per dag zware fysieke arbeid te verrichten onder onmenselijke omstandigheden. Op 30 november 1942 werden de ongeveer 200 Joodse dwangarbeiders uit de zagerij van Poizdów geëxecuteerd door de nazi's. Vrijwel alle Joden uit de regio Kock en Poizdów zijn tijdens de Holocaust vermoord.

    Concentratiekamp Poligon

    Concentratiekamp Poligon

     

    Polen

    Concentratiekamp Poligon een nazikamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de SS werd geëxploiteerd in bezet Polen (nabij Pustków). Het was onderdeel van het gigantische militaire complex SS-Truppenübungsplatz Heidelager. Het kamp werd voornamelijk gebruikt als dwangarbeiderskamp. De gevangenen, waaronder veel Joodse dwangarbeiders en krijgsgevangenen, werden op brute wijze ingezet bij de bouw van militaire faciliteiten. Daarnaast vonden er in en rondom het kamp op grote schaal executies en zogenaamde Selektionen plaats. Het gebied werd door de nazi's ook gebruikt als testlocatie voor het geheime V-2 raketprogramma.

    Concentratiekamp Polikany

    Concentratiekamp Polikany

     

    Litouwen

    Polikany (Litouws: Pelikonys). Dit dorp lag voor de Tweede Wereldoorlog in Polen (binnen het historische woiwodschap Wilno) en bevindt zich tegenwoordig in het district Vilnius in Litouwen. Werkkamp

    Pölitz 

    Pölitz

    Polen

    Concentratiekamp Pölitz (tegenwoordig Police in Polen) was een nazi-dwangarbeidcomplex. Vanaf juni 1944 diende het als officieel buitenkamp van concentratiekamp Sachsenhausen (en later Stutthof en Ravensbrück). Gevangenen werden hier zwaar uitgebuit bij de productie van synthetische brandstof voor de Duitse oorlogsmachine.Het kamp en de omliggende industrie boden werk aan tienduizenden dwangarbeiders en concentratiekampgevangenen, van wie er naar schatting 13.000 omkwamen door honger, ziekte, uitputting en zware geallieerde bombardementen. Het voormalige complex bevindt zich in Police, vlakbij Szczecin (Stettin). De fabriek, de Hydrierwerke Pölitz, was destijds eigendom van onder meer IG Farben en een dochteronderneming van Standard Oil. De faciliteit produceerde een groot deel van de Duitse synthetische brandstof. De leef- en werkomstandigheden waren extreem zwaar. Gevangenen leefden in verschillende kampen rondom het terrein (waaronder het Tobruklager en Pommernlager).

    Concentratiekamp Pollau

    Concentratiekamp Pollau

     

    Oostenrijk/Tsjechie 

    Concentratiekamp Pollau verwijst  naar het dwangarbeidskamp voor Joden in het Tsjechische Pollau (tegenwoordig Pavlov), of naar het kamp in het Oostenrijkse Pöllauberg (lokaal soms Pollau genoemd).

    Pollau/Pavlov (Tsjechië): Tijdens de Tweede Wereldoorlog functioneerde hier onder het naziregime een dwangarbeidskamp voor Joodse gevangenen (Zwangsarbeitslager für Juden).

    Pöllauberg/Pollau (Oostenrijk): In deze regio in Stiermarken bevonden zich tijdens de oorlog diverse kampen en subkampen waar dwangarbeid werd verricht, vaak in combinatie met werkkampen.

    Concentratiekamp Pollenza

    Concentratiekamp Pollenza

     

    Italie

    Concentratiekamp Pollenza was een Italiaans interneringskamp voor vrouwen, gevestigd in Villa Lauri in de regio Macerata. Het kamp werd in juni 1940 door het fascistische regime geopend en diende voornamelijk voor de opsluiting van Joodse, buitenlandse en Italiaanse politieke gevangenen. Het kamp was specifiek bedoeld om vrouwen vast te zetten die door het fascistische regime als gevaarlijk, ongewenst of van dubieuze moraal werden beschouwd. Er zaten vrouwen uit uiteenlopende landen, waaronder Joegoslavië, Griekenland, Rusland, Frankrijk en Engeland. Ook Italiaanse Joden en politieke tegenstanders werden er opgesloten. Na de val van Mussolini en de Duitse bezetting van Italië (september 1943), namen de Duitsers de controle over. Veel vrouwen werden overgebracht naar andere kampen, zoals Sforzacosta, Fossoli en uiteindelijk vernietigingskamp Auschwitz.

    Pöllert

    Pöllert

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Pöllert was  een Arbeitseinsatzstelle (dwangarbeidspost) die onder de administratie en het commando van SS-Sonderlager Hinzert viel. Het was officieel geregistreerd als een externe werklocatie (Arbeitseinsatzstelle). Gevangenen werden vanuit het hoofdkamp ingezet voor zware fysieke arbeid in de directe omgeving. Pöllert (tegenwoordig onderdeel van de Duitse gemeente Hinzert-Pölert) ligt in de deelstaat Rijnland-Palts, in de buurt van Trier en de Luxemburgse grens. SS-Sonderlager Hinzert fungeerde oorspronkelijk als een heropvoedingskamp en doorgangskamp, maar werd later een bijkamp van het beruchte concentratiekamp Buchenwald. In Hinzert en de bijbehorende buitenposten zoals Pöllert werden voornamelijk politieke gevangenen, dwangarbeiders en verzetsstrijders uit onder andere Luxemburg, Frankrijk en België gevangengezet en tewerkgesteld.

    Pollnhof

    Pollnhof

     

    ?

    Concentratiekamp Pollsfelde

    Concentratiekamp Pollsfelde

     

    Polen

    Pollsfelde was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag in het Poolse dorp Samoklęski Duże. Dit gebied behoorde destijds tot het door nazi-Duitsland geannexeerde Reichsgau Wartheland (district Altburgund/Szubin). Duitse naam: De bezetter hernoemde het dorp tussen 1940 en 1945 naar Pollsfelde, waar het kamp zijn naam aan ontleende. Het kamp werd door de nazi's opgezet om Joodse mannen als dwangarbeiders in te zetten. Zij werden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot zware fysieke arbeid, vaak gerelateerd aan infrastructuur, landbouw of lokale nazi-bouwprojecten in de regio Wartheland.

    Polte

    Polte

     

    Duitsland

    Met kamp Polte wordt vrijwel altijd verwezen naar de buitenkampen (Aussenlager) van nationaalsocialistische concentratiekampen die direct gekoppeld waren aan de fabrieken van de Polte-Werke. Dit was een van de grootste producenten van munitie en vuurwapens in nazi-Duitsland. Gevangenen werden in deze kampen onder erbarmelijke omstandigheden ingezet voor zware dwangarbeid. Er zijn verschillende locaties die aan de Polte-Werke verbonden waren:

    1. Maagdenburg (Magdeburg-Polte) Dit is het meest bekende kamp Polte. Het lag in Maagdenburg aan de Poltestraße en was onderverdeeld in aparte kampen voor mannen en vrouwen. Vrouwenkamp: Opgericht in juni 1944, oorspronkelijk als buitenkamp van Ravensbrück, vanaf september 1944 overgenomen door Buchenwald. Er verbleven zo'n 3000 voornamelijk Joodse vrouwen (uit Hongarije en Polen) en niet-Joodse vrouwen uit de Sovjet-Unie. Mannenkamp: Opgericht in november 1944 onder het beheer van Buchenwald. Hier moesten gemiddeld 500 tot 600 Joodse mannen dwangarbeid verrichten.

    2. Duderstadt Dit was een buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Gevangenen in dit kamp verrichten eveneens dwangarbeid in een lokale fabriek van de Polte-Werke voor de productie van wapens en munitie. Vlak voor de bevrijding in 1945 werd dit kamp ontruimd en moesten de gevangenen op een dodenmars naar Theresienstadt.

    3. Salzwedel Dit was een vrouwenbuitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. De Polte-Werke hadden hier een nevenvestiging onder de naam Draht- und Metallfabrik Salzwedel. Ruim 1500 Joodse vrouwen uit onder andere Auschwitz-Birkenau produceerden hier infanterie- en luchtafweermunitie.

    4. Genthin In Genthin stond een munitiefabriek genaamd Silva Metallwerke, een dochteronderneming van de Polte-Werke. Dit was een buitenkamp van Ravensbrück. Vrouwelijke gevangenen, waaronder veel Jodinnen, maakten hier luchtafweermunitie onder mensonterende omstandigheden.

    Concentratiekamp Polusz

    Concentratiekamp Polusz

     

    Polen

    Zwangsarbeitslager für Juden (Polusz). Dit was een dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen in het door nazi-Duitsland bezette Polen (destijds geclassificeerd onder het Reichsgau Wartheland). Het kamp werd specifiek opgezet voor Joodse dwangarbeiders die tewerkgesteld werden bij de waterstaat (Wasserwirtschaftsamt). Het kamp was operationeel van 25 september 1942 tot 28 augustus 1943.Het kamp was ondergebracht in Polusz, onderdeel van de regio Posen (Poznań) in het huidige Polen.

    Concentratiekamp Pomiechówek

    Concentratiekamp Pomiechówek

     

    Polen

    Concentratiekamp Pomiechówek (ook bekend als Fort III in de vesting Modlin, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-gevangenenkamp en executieplaats. Naar schatting zijn hier door de Gestapo tot 15.000 mensen vermoord, waaronder verzetsstrijders, Joden, geestelijken en complete gezinnen uit nabijgelegen dorpen. Het fort werd eind 19e eeuw gebouwd door het Russische Rijk als onderdeel van de verdedigingsgordel rond Modlin. tijdens WO II: Vanaf 1940 gebruikten de nazi's het complex als strafgevangenis, doorgangskamp en getto. Het stond bekend om de mensonterende omstandigheden en massale executies. Het betrof voornamelijk Poolse burgers (waaronder de elite en intellectuelen), lokale Joodse gemeenschappen en in de latere fase ook Sovjet-krijgsgevangenen en Duitse deserteurs.

    Concentratiekamp Ponewesch

    Concentratiekamp Ponewesch

     

    Polen

    Het Concentratiekamp Ponewesch (ook bekend als Ponevezh of Panevėžys) was  een berucht Joods getto en een executieplaats in de Litouwse stad Panevėžys tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nazi's sloten er in de zomer van 1941 duizenden Joden op voordat ze hen in nabijgelegen bossen vermoordden. Getto van Ponewesch: In juli 1941, kort na de Duitse bezetting van Litouwen, dwongen nazi-eenheden en lokale medestanders de Joodse bevolking van Panevėžys om in een afgesloten wijk te leven. Het getto telde duizenden inwoners. Executies in Pajuoste en Kurganava: De omstandigheden waren mensonterend en het getto bestond slechts ongeveer 40 dagen. Tussen augustus en september 1941 werden de Joodse inwoners in groepen naar de bossen van Pajuoste en Kurganava geleid. Daar werden naar schatting 7.000 tot 8.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen op gruwelijke wijze doodgeschoten.

    Concentratiekamp Pontivy

    Concentratiekamp Pontivy

     

    Frankrijk

    Pontivy was tijdens de Tweede Wereldoorlog  de locatie van een tijdelijk interneringskamp voor nomaden (Tziganes/Roms). Het kamp lag in de wijk/het gebied Toulboubou en werd in 1940 onder druk van de Duitse bezetter door de prefectuur van Morbihan ingericht. Tijdens deze donkere periode vonden in en rond Pontivy de volgende gebeurtenissen en ontwikkelingen plaats: Het Nomadenkamp (1940): Vanaf medio 1940 werden ten minste 108 nomaden, waaronder complete gezinnen met baby's, in het kamp in Toulboubou opgesloten. Het kamp was slechts enkele maanden in gebruik. In november 1940 werden de gevangenen overgebracht naar andere kampen, waaronder het kamp in Moisdon-la-Rivière. Uiteindelijk kwamen velen terecht in grotere kampen zoals Montreuil-Bellay. Duits hoofdkwartier: Later in de oorlog werd het Saint-Ivy Lyceum (Lycée Jeanne d'Arc Saint Ivy) door de Duitsers gevorderd om dienst te doen als het hoofdkwartier van het 25e Duitse legerkorps.

    Concentratiekamp Ponza

    Concentratiekamp Ponza

     

    Italie

    Het concentratiekamp op het Italiaanse eiland Ponza (in de Tyrreense Zee) diende tijdens het fascistische bewind van Mussolini initieel als strafkolonie voor politieke tegenstanders (1928-1939). In 1941 werd het heropend als interneringskamp voor burgers uit de bezette Balkan. De geschiedenis van het kamp is op te delen in twee belangrijke fasen: Politieke gevangenen (1928-1939): Het kamp werd in 1928 geopend om Italiaanse antifascisten, communisten en democraten het zwijgen op te leggen. Bekende gevangenen waren onder andere Sandro Pertini (later president van Italië), Umberto Terracini en Camilla Ravera. De leefomstandigheden waren zwaar en het regime was streng. Balkanoorlogen (1941-1943): Na de sluiting in 1939 werd het complex in de zomer van 1941 door het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken heropend. Het werd specifiek ingericht om burgers op te sluiten die gearresteerd waren tijdens Italiaanse militaire operaties in Joegoslavië. De capaciteit bedroeg ongeveer 800 personen. Ironisch genoeg werd Benito Mussolini zelf in juli en augustus 1943 enige tijd op Ponza vastgehouden nadat hij was afgezet. Hij werd vervolgens overgebracht naar de Gran Sasso.

    Pools Jeugdgevangeniskamp van de Veiligheidspolitie Litzmannstadt

    Pools Jeugdgevangeniskamp van de Veiligheidspolitie Litzmannstadt

     

    Polen

    Het Pools Jeugdgevangeniskamp van de Veiligheidspolitie Litzmannstadt (Duits: Polen-Jugendverwahrlager der Sicherheitspolizei in Litzmannstadt) was een nazi-concentratiekamp voor Poolse kinderen. Het kamp was uniek binnen het nazi-systeem omdat het specifiek en uitsluitend was ingericht voor minderjarigen van 2 tot 16 jaar oud. Het was operationeel van december 1942 tot januari 1945 in de Poolse stad Łódź (door de bezetter Litzmannstadt genoemd). Het kamp lag op een volledig afgesloten terrein binnen de grenzen van het Getto van Łódź. Het was met hoge schuttingen en wachttorens afgescheiden van de Joodse gettobevolking.  De hoofdingang lag aan de Przemysłowastraat. In de volksmond en de Poolse geschiedschrijving staat het daarom bekend als Obóz przy ulicy Przemysłowej (Het kamp aan de Przemysłowastraat). Nevenvestiging: Er was ook een agrarisch subkamp voor meisjes in het nabijgelegen Dzierżązna, waar de kinderen op het land moesten werken. Redenen voor opsluiting De nazi's gebruikten een bureaucratische en eufemistische taal om de opsluiting te rechtvaardigen. Kinderen werden gecategoriseerd als: Verwaarloosd of crimineel: Kinderen die betrapt waren op kleine diefstallen, illegale handel in voedsel of bedelarij nadat hun ouders waren weggevoerd. Kinderen van verzetsstrijders: Minderjarigen van wie de ouders waren geëxecuteerd of naar andere concentratiekampen waren gestuurd. Weigeren van germanisering: Kinderen die weigerden Duits te spreken of zich aan te passen aan de bezetter. Hoewel de nazi-propaganda het profileerde als een heropvoedingsgesticht, waren de omstandigheden identiek aan die in reguliere concentratiekampen: Zware arbeid: Kinderen vanaf 8 jaar (en soms jonger) moesten dagenlang dwangarbeid verrichten. Ze maakten onder andere uniformen, vlochten legerlaarzen van stro en herstelden rugzakken voor de Wehrmacht. Er heerste een regime van brute fysieke mishandeling, extreem zware lijfstraffen en uiterst minimale voedselstrantsoenen. Germanisatieselectie: Rassenexperts van het Rasse- und Siedlungshauptamt (RuSHA) bezochten het kamp regelmatig. Kinderen met Arische uiterlijke kenmerken werden gescheiden, kregen een valse Duitse identiteit en werden gedwongen afgestaan voor adoptie aan Duitse gezinnen. Aantal gevangenen: Naar schatting hebben tussen de 3.000 en 4.000 Poolse kinderen in het kamp gevangen gezeten. Minstens 500 kinderen overleefden het kamp niet. Zij stierven door honger, vlektyfus, uitputting, onderkoeling of directe mishandeling door de bewakers. Op 18 januari 1945 vluchtten de Duitse bewakers voor het oprukkende Rode Leger. Ze lieten een paar honderd doodzieke en uitgehongerde kinderen achter in het ijskoude kamp.

    Pomorskie

    Pomorskie

     

    Polen

    Bekendste concentratiekamp in het Poolse woiwodschap Pommeren (Pomorskie) is Concentratiekamp Stutthof, gelegen nabij het dorp Sztutowo op ongeveer 34 kilometer ten oosten van Gdańsk. Eerste kamp buiten Duitsland: Geopend op 2 september 1939, direct na de Duitse inval in Polen. Laatste bevrijde kamp: Pas op 10 mei 1945 bevrijd door het Sovjetleger, twee dagen na de officiële Duitse capitulatie. Van de circa 110.000 gevangenen kwamen er naar schatting 65.000 om het leven door dwangarbeid, uithongering, ziekte en executies. Het kamp beschikte over dertig barakken, een crematorium en een gaskamer waar vanaf 1944 op grote schaal mensen werden vermoord met Zyklon B.

    Poniatowa - Kreishauptmannschaft Pulawy

    Poniatowa - Kreishauptmannschaft Pulawy 

     

    Polen

    Concentratiekamp Poniatowa was een  nazi-kamp in Polen (gelegen binnen de toenmalige Kreishauptmannschaft Pulawy in het Generaal-Gouvernement). Het fungeerde in de oorlog achtereenvolgens als wreed krijgsgevangenenkamp voor Sovjetsoldaten (Stalag 359) en als SS-dwangarbeiderskamp voor tienduizenden Joden.De geschiedenis en de locatie in de regio worden gekenmerkt door de volgende specifieke feiten:

    1. Locatie en AdministratieRegio: Poniatowa ligt in het huidige Polen. Het viel onder het district Lublin binnen het Generaal-Gouvernement, specifiek vallend onder de Kreishauptmannschaft Pulawy (Landkreis Pulawy).

    2. Fasen van het Kamp Fase 1: Stalag 359 (1941-1942): Opgezet als kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen. Door honger, ziekte en executies kwamen hier naar schatting 20.000 tot 24.000 Sovjetsoldaten om het leven. Fase 2: SS-Werklager (1942-1943): Het complex werd overgedragen aan de SS. De bestaande fabrieksgebouwen werden ingezet voor de SS-onderneming Ostindustrie (Osti). Joden uit o.a. Warschau en de regio werden hierheen gedeporteerd om onder dwang te werken in textiel- en borstelfabrieken.

    3. Sluiting en Liquidatie (1943)Tijdens Operatie Erntefest (november 1943) werd het kamp door de nazi's geliquideerd en werden bijna alle Joodse gevangenen in het kamp in de aangrenzende ravijnen gefusilleerd.

    Concentratiekamp Popiele

    Concentratiekamp Popiele

     

    Oekraine

    Kamp Popiele was een nazi-werkkamp (Zwangsarbeitslager) voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij de oliestad Boryslaw (destijds Polen, tegenwoordig Popeli in Oekraïne) en deed ook dienst als een nazi-landgoed (SS-Gut). Het kamp werd in 1942 door de nazi's opgezet als een werkkamp voor Joodse dwangarbeiders. De gevangenen werden onder zware omstandigheden ingezet voor de lokale olie-industrie, landbouw en infrastructuur. Gevangenen leden onder extreme honger en tyfusepidemieën. Wie niet meer kon werken of uitgehongerd raakte (Muselmänner), werd ter plekke door de SS of de Gestapo geselecteerd voor executie. Het nazi-landgoed Popiele en de omliggende bossen werden door de Gestapo gebruikt als een vaste executieplaats voor Joden die ongeschikt werden geacht voor werk. Joden die niet in Popiele of de omliggende werkkampen van Boryslaw en Stryj geplaatst konden worden, zijn grotendeels gedeporteerd naar het vernietigingskamp Belzec om te worden vermoord.

    Poperwahlen = Popervale

    Poperwahlen = Popervale

     

    Letland

    Concentratiekamp Poperwahlen is hetzelfde als Popervale. Poperwahlen is de Duitse naam voor het Letse dorp Popervāle, de locatie van het nazi-buitenkamp Dondangen II tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde als een buitenkamp (Nebenlager) van het concentratiekamp Riga-Kaiserwald. In nazi-documenten stond het bekend als Dondangen II of KZ-Lager Poperwahlen. Gelegen in de gemeente Talsi in de Letse regio Kurzeme (Koerland). Het kamp was operationeel van het najaar van 1943 tot juni 1944. Er zaten voornamelijk Joodse dwangarbeiders uit Letland, Litouwen, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Frankrijk, evenals Sovjet-krijgsgevangenen. Gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden moerassen droogleggen voor de bouw van een militair vliegveld. Ongeveer 1.000 mensen kwamen om het leven door executies en de catastrofale leefomstandigheden.

    Poppenbüttel - Sasel

    Poppenbüttel - Sasel

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Hamburg-Sasel (vaak in één adem genoemd met het aangrenzende Poppenbüttel) was van september 1944 tot mei 1945 een vrouwenbuitenkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Neuengamme. Het kamp bevond zich in de wijk Sasel in het noordoosten van Hamburg. De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder de bouw van prefabwoningen in het nabijgelegen Poppenbüttel. Het kamp huisvestte permanent ongeveer 500 Joodse vrouwen, voornamelijk afkomstig uit het getto van Łódź (Litzmannstadt) in Polen. Zij waren via het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau naar Hamburg gedeporteerd. Ook een kleiner aantal Sinti en politieke gevangenen verbleef in het kamp. De vrouwen werden ondergebracht in houten barakken nabij de Mellingburger Schleuse in Sasel, op een terrein dat eerder als krijgsgevangenenkamp was gebruikt. De uitgehongerde en verzwakte vrouwen moesten onder extreem zware omstandigheden fysieke dwangarbeid verrichten. Velen stierven aan de gevolgen van uitputting, ondervoeding en mishandeling. De gevangenen werden op verschillende plekken in en rond Hamburg ingezet: Bouw in Poppenbüttel: De vrouwen moesten terreinen egaliseren en meebouwen aan een nederzetting van zogeheten Plattenhäuser (prefabwoningen) in Poppenbüttel. Deze noodwoningen waren bedoeld voor inwoners van Hamburg die door geallieerde bombardementen dakloos waren geworden. De betonnen elementen hiervoor werden geproduceerd in de steenfabriek van het hoofdkamp Neuengamme. Puinruimen: Een deel van de vrouwen werd naar de binnenstad van Hamburg getransporteerd om bommenpuin te ruimen en herstelwerkzaamheden uit te voeren bij spoorwegstations (zoals station Rübenkamp). Eerste ontruiming: Op 7 april 1945 liet de SS het kamp grotendeels ontruimen. De resterende vrouwen werden op transport gezet naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Tussenstation: Kort daarna werd het kamp Sasel tijdelijk opnieuw gebruikt om honderden doodzieke en uitgeputte vrouwen op te vangen uit andere ontruimde buitenkampen (zoals Helmstedt-Beendorf). Begin mei 1945 werd een groot deel van deze vrouwen gered door het Zweedse Rode Kruis via de actie met de Witte Bussen, waarmee ze via Denemarken naar Zweden werden geëvacueerd.

    Concentratiekamp Poprad

    Concentratiekamp Poprad

     

    Slowakije

    Het concentratiekamp in Poprad (Slowakije) was in het voorjaar van 1942 een verzamel- en doorgangskamp (transittkamp) voor Joden. Het is vooral de geschiedenis ingegaan als het vertrekpunt van de allereerste officiële, door nazi-Duitsland georganiseerde Jodendeportatietrein naar het vernietigingskamp Auschwitz. Het kamp was gevestigd in een militair complex (Pod Gerlachom) in de regio Poprad. Het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken richtte het kamp in maart 1942 op. Slowakije was destijds een vazalstaat van nazi-Duitsland en betaalde de nazi's een vergoeding om de Joodse bevolking te deporteren. In eerste instantie werden er Joodse vrouwen tussen de 16 en 45 jaar geïnterneerd. Later werden er ook hele gezinnen en kinderen vastgehouden. In totaal zijn er ongeveer 7.000 Joden via Poprad gedeporteerd. De Eerste Deportatietrein Datum: Op 25 maart 1942 vertrok de allereerste trein met gedeporteerden uit Poprad. De trein vervoerde 999 jonge, ongehuwde Joodse meisjes en vrouwen uit verschillende delen van Slowakije. Op de ochtend van 26 maart 1942 arriveerde deze trein in concentratiekamp Auschwitz. Dit was de allereerste geregistreerde Jodendeportatie die door het hoofdbureau van de SS (RSHA) onder leiding van Adolf Eichmann naar Auschwitz werd gestuurd.

    Concentratiekamp Porczyny

    Concentratiekamp Porczyny

     

    Polen

    Concentratiekamp Porczyny Het kamp in Porczyny was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden). Het kamp bevond zich in het dorp Porczyny, gelegen in de regio Reichsgau Wartheland in het door nazi-Duitsland bezette Polen. Het kamp was operationeel van september 1940 tot maart 1941. De nazi's sloten hier uitsluitend Joodse mannen op om gedwongen arbeid te verrichten.

    Porici

    Porici

     

    Tsjechie

    Het concentratiekamp in Poříčí (tegenwoordig onderdeel van Trutnov, Tsjechië) was een berucht bijkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Vanaf 1944 fungeerde het als een werkkamp voor honderden Joodse vrouwen die dwangarbeid verrichtten in de lokale textielindustrie en voor het AEG-concern. Het kamp was gevestigd in een voormalige textielfabriek in Poříčí (noordelijke rand van de gemeente). De gevangenen bestonden voornamelijk uit Poolse (ca. 60%) en Hongaarse (ca. 40%) vrouwen. De omstandigheden waren mensonterend. De vrouwen werden gehuisvest op overvolle stapelbedden in fabriekshallen. Ze werkten zes dagen per week shiften van 10,5 uur en kregen chronisch ondervoedende rantsoenen die tegen het einde van de oorlog nog verder werden ingekort. Honderden vrouwen kwamen om het leven door uitputting, ziekte of honger. Velen van hen vonden een onwaardig graf in de buurt van het kamp.

    Porschdorf über Bad Schandau

    Porschdorf über Bad Schandau

     

    Duitsland

    De Porschdorf Subcamp was een subkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, dat van februari tot april 1945 werd geëxploiteerd in een verlaten zandsteengroeve tegenover station Porschdorf nabij Bad Schandau. Ongeveer 250 gevangenen werden gedwongen daar onder onmenselijke omstandigheden te werken. Slechts twee maanden (februari tot half april 1945). Gevangenen werkten in een wapenfabriek van de Universele Werken Dresden. Minstens 13 gevangenen stierven in het kamp door de verschrikkelijke leefomstandigheden; anderen stierven tijdens de daaropvolgende dodenmarsen.

    Porta - Westfalica 

    Porta - Westfalica 

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Porta Westfalica was een complex van drie buitenkampen (Außenlager) van het grote Duitse concentratiekamp Neuengamme. De kampen lagen verspreid rond de Duitse stad Porta Westfalica in de deelstaat Noordrijn-Westfalen en waren actief tussen maart 1944 en april 1945. De gevangenen werden hier ingezet voor zware dwangarbeid om de Duitse oorlogsindustrie ondergronds voort te zetten. De drie buitenkampen Barkhausen (Mannen): Dit eerste kamp werd in maart 1944 geopend in de feestzaal van het voormalige hotel Kaiserhof. De gevangenen moesten ondergrondse productieruimtes uithakken in de nabijgelegen Jakobsberg. Hausberge (Vrouwen): Geopend vanaf medio februari 1945. Dit kamp huisvestte ongeveer 1.000 vrouwelijke gevangenen, voornamelijk Joodse vrouwen uit Hongarije en Nederland. Zij moesten onder erbarmelijke omstandigheden radiobuizen produceren voor het elektronicabedrijf Philips. Lerbeck (Mannen): Een ander mannenkamp in de directe omgeving dat werd ingezet voor de productie van vliegtuigonderdelen. Het beschermen van de Duitse wapenproductie tegen geallieerde bombardementen door fabrieken ondergronds te verplaatsen (U-Verlagerung). Gevangenen kampten met ondervoeding, mishandeling en gevaarlijk werk in de mijngangen. Dit leidde tot honderden doden door uitputting en ziektes. In april 1945 werden de kampen ontruimd vanwege de naderende geallieerde troepen. De gevangenen moesten mee op dodenmarsen naar andere kampen.

    Concentratiekamp Porto Re

    Concentratiekamp Porto Re

     

    Kroatie

    Het concentratiekamp Porto Re (Kroatisch: Kraljevica) was een Italiaans interneringskamp in het door Mussolini bezette Kroatië, actief van augustus 1942 tot september 1943. Het kamp diende initieel voor Kroatische partizanen, maar bood vanaf november 1942 onderdak aan honderden Joodse vluchtelingen uit Joegoslavië. Gelegen in de Kroatische kustplaats Kraljevica (destijds Porto Re genoemd in Italiaanse documenten),  ten zuidwesten van Zagreb. Kampleiding: Onder militair bevel van het Italiaanse  Leger, specifiek geleid door de antisemitische generaal Renato Coturri. Het kamp huisvestte Joodse vrouwen, kinderen en ouderen. De populatie groeide gestaag; in het voorjaar van 1943 zaten er ruim 800 tot 900 gevangenen. Gevangenen werden ondergebracht in houten barakken en voormalige paardenstallen die zwaar overbevolkt waren. Hoewel het kamp omheind was met prikkeldraad en wachttorens, was de behandeling door de Italianen over het algemeen menselijker dan in de Duitse kampen. Ze werden door het Italiaanse leger beschermd tegen uitlevering aan de nazi's. Na de val van het fascistische bewind in Italië en de daaropvolgende wapenstilstand in september 1943, werd het kamp ontmanteld. Veel Joodse gevangenen wisten te vluchten en werden geëvacueerd, onder meer naar het eiland Rab of per boot naar het geallieerde zuiden van Italië.

    Concentratiekamp Porubanek

    Concentratiekamp Porubanek

     

    Polen

    Concentratiekamp Porubanek was een nazi-kamp in de buurt van het vliegveld van Porubanek (het huidige Paneriai/Panar), gelegen op ongeveer 4 kilometer van Vilnius (destijds Wilno). Het kamp diende als onderdeel van de massamoorden op tienduizenden Joden en Poolse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie was oorspronkelijk een brandstofdepot dat in 1940 door het Rode Leger was aangelegd. Hiervoor waren grote kuilen in het zand gegraven. Exterminatie (1941-1944): Nadat de nazi's het gebied in juni 1941 bezetten, werden deze lege opslagkuilen door Einsatzgruppen en lokale collaborateurs gebruikt als massagraven voor executies door middel van fusillade. Het nabijgelegen Vliegveld: De locatie wordt vaak in verband gebracht met de Poolse militaire basis/vliegveld Porubanek, dat in de jaren 30 werd gebouwd en gebruikt als dwangarbeiders- en opslagfaciliteit.

    Concentratiekamp Porz

    Concentratiekamp Porz

     

    Duitsland

    Concentratiekamp PorzIn de Duitse plaats Köln-Porz (Keulen) de locatie is in de geschiedschrijving wel bekend om twee specifieke typen nazi-kampen: een vroeg wild concentratiekamp uit 1933 en meerdere latere kampen voor dwangarbeiders.

    1. Het vroege SA-Schutzhaftlager Am Hochkreuz (1933) Vlak na de machtsovername door de nazi's in 1933 richtte de Sturmabteilung (SA) door heel Duitsland zogenaamde vroege of wilde concentratiekampen in. Dit kamp, gelegen in de wijk Porz-Eil / Gremberghoven aan de Frankfurter Straße, werd in juli 1933 geopend. Het deed dienst als een lokaal folter- en detentiecentrum van de SA-Brigade 71. Er werden voornamelijk politieke tegenstanders, zoals communisten, socialisten en vakbondsleden uit de regio vastgezet en systematisch mishandeld. Er zaten gemiddeld 40 tot 50 gevangenen tegelijkertijd vast.

    2. Zwangsarbeitslager (Dwangarbeiderskampen 1939–1945) Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Porz een belangrijk knooppunt voor nazi-dwangarbeid. in het stadsdeel honderden dwangarbeiders en krijgsgevangenen leefden. In 1944 leefden er ruim 2.000 geregistreerde civiele dwangarbeiders en nog eens circa 2.000 krijgsgevangenen in Porz. Zij waren voornamelijk afkomstig uit de Sovjet-Unie (Oekraïne en Rusland), Polen en Italië. Ze werden onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden in subkampen en barakken (zoals Lager Gremberghoven en Lager Aero-Stahl). Ze moesten zwaar werk verrichten op het rangeerstation van de Reichsbahn, in de lokale defensie-industrie en in de wegenbouw. Op de begraafplaatsen van Porz en Urbach liggen nog altijd erevelden voor de vele Sovjet-slachtoffers die hier door uitputting, mishandeling of geallieerde bombardementen omkwamen.

    Concentratiekamp Posada Dolna

    Concentratiekamp Posada Dolna

     

    Polen

    Het kamp in Posada Dolna (gelegen bij Rymanów in Polen) was een speciaal door de nazi's opgezet Joods dwangarbeiderskamp en getto dat begin 1942 (of eind 1941) werd opgericht. Het kamp bevond zich in het dorp Posada Dolna, net onder de stad Rymanów in het zuidoosten van Polen. Het functioneerde als een afgesloten Joods kamp en getto waarbinnen de Joodse bevolking uit Rymanów en omliggende dorpen (zoals Kreis Krosno) gedwongen werd geregistreerd en gehuisvest. In juli 1942 brachten de Duitsers nog eens 600 Joden naar het kamp, wat leidde tot extreme overbevolking en een acuut tekort aan basisvoorzieningen. Medio augustus 1942 werd het getto ontruimd en de Joodse bevolking grotendeels gedeporteerd naar vernietigingskampen. Na de grote deportatie bleef een groep van ongeveer honderd Joodse mannen achter in het lokale montagegebouw van Posada Dolna voor dwangarbeid (bouw- en herstelwerkzaamheden). Deze overlevenden werden later alsnog getransporteerd naar het beruchte concentratiekamp Płaszów in Krakau of het getto van Rzeszów.

    Concentratiekamp Poschetzau

    Poschetzau = Bozicany

     

    Tsjechie

    Concentratiekamp Poschetzau (tegenwoordig Božíčany, Tsjechië) was een officieel buitenkamp van het naziconcentratiekamp Flossenbürg. Vanaf augustus 1944 dwongen de nazi's hier dwangarbeiders (voornamelijk gevangenen uit Ravensbrück en Flossenbürg) tot zware arbeid, waaronder de bouw van een apparatenmagazijn voor de SS. Gelegen in de regio Karlsbad (nabij het huidige Božíčany in Tsjechië). Het diende primair als werkkamp en SS-onderkomen. De gevangenen werden onder zware omstandigheden tewerkgesteld. Het kamp stond onder direct bevel van de kampcommandantuur van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp werd geëvacueerd en ontbonden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in april 1945.

    Concentratiekamp Posen-Eichwald

    Concentratiekamp Posen-Eichwald

     

    Polen

    Concentratiekamp Posen-Eichwald (gevestigd in het huidige Poznań, Polen) is historisch beter bekend als Fort VII. Het fungeerde vanaf oktober 1939 als eerste nazi-concentratiekamp en Gestapo-gevangenis op Pools grondgebied. Naar schatting zijn er zo'n 15.000 mensen om het leven gekomen. Het kamp was gehuisvest in het 19e-eeuwse fort Fort VII in Poznań (destijds Posen genoemd). Het diende als Gestapo-gevangenis, doorgangskamp en vernietigingskamp. Het waren voornamelijk Poolse intellectuelen, verzetsstrijders, Joden en geesteszieken die hier werden vastgehouden en vermoord. Experimenten met gifgas: In de herfst van 1939 vonden hier enkele van de allereerste massamoorden van de nazi's plaats door middel van gifgas, uitgevoerd in een speciaal daarvoor ingerichte bunker (bunker nr. 17). Veel gevangenen werden gefusilleerd bij de zogeheten Muur van de Dood. In 1944 werden er honderden patiënten uit psychiatrische inrichtingen in het kamp vermoord.

    Concentratiekamp Posen-Golecin

    Concentratiekamp Posen-Golecin

     

    Polen

    Concentratiekamp Posen-Golecin (vaak aangeduid als Fort VII, gelegen in de wijk Golęcin in Poznań) was het allereerste nazi-concentratiekamp op Pools grondgebied. Het werd in oktober 1939 geopend in een 19e-eeuws fort en diende tot 1944 als doorgangskamp, Gestapo-gevangenis en vernietigingskamp. Naar schatting zijn er tussen de 4.500 en 20.000 mensen omgekomen, voornamelijk leden van de Poolse intellectuele elite, verzetsstrijders en psychiatrische patiënten. Het kamp werd berucht om zijn mensonterende omstandigheden, mishandelingen (zoals de beruchte Stairs of Death en executies. In Fort VII vonden de allereerste experimenten van de nazi's plaats met massamoord door middel van gifgas in speciaal ingerichte bunkers.

    Concentratiekamp Posen-Malta

    Concentratiekamp Posen-Malta

     

    Polen

    Posen-Malta verwijst naar een van de satelliet- en dwangarbeiderskampen (gelegen in de buurt van de huidige Maltasee) waar Joodse gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden. Het kamp bij Malta maakte deel uit van een groter netwerk van dwangarbeiderskampen in en rond Poznań. Gevangenen werden hier ingezet voor zware openbare werken, bouwprojecten en transport.

    Concentratiekamp Posen-Ost (Elektro-Mühle)

    Concentratiekamp Posen-Ost (Elektro-Mühle)

     

    Polen

    Concentratiekamp Posen-Ost, ook bekend als Lager Elektro-Mühle of Frauenlager Posen-Ost, was een nazi-dwangarbeidskamp specifiek voor Joodse vrouwen in de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was operationeel van september 1941 tot 5 oktober 1943 en bevond zich in Poznań aan de ul. Gnieźnieńska 47. Joodse vrouwen die dwangarbeid verrichtten. Het kamp werd op 5 oktober 1943 opgeheven. Het kamp was gevestigd in een voormalige elektriciteitsfabriek (Elektro-Mühle).

    Concentratiekamp Posen-Sedan

    Concentratiekamp Posen-Sedan

     

    Polen

    Posen-Sedan (gelegen in het huidige Strzeszyn, een wijk van Poznań in Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden) een werkkamp dat onder het hoofdkamp voor dwangarbeid in Poznań viel. Het kamp lag in het stadsdeel Strzeszyn, dat door de nazi's tijdens de bezetting werd omgedoopt tot Sedan (later officieel Posen-Sedan). Het kamp werd geopend in juli 1941 en werd begin 1944 definitief geliquideerd. Er werden in totaal ongeveer 500 Joodse mannen en vrouwen gevangengezet. Het vrouwenkamp werd al in augustus 1943 opgeheven. De gevangenen moesten extreem zwaar fysiek werk verrichten, waaronder bosbouw (herbebossing), grond- en graafwerkzaamheden, landbouw en ambachtelijk werk. In augustus 1943 werd een groot deel van de overlevende gevangenen gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz.

    Potsdam - Babelsberg

    Potsdam - Babelsberg

     

    Duitsland

    Potsdam-Babelsberg was een buitenkamp van het beruchte concentratiekamp Sachsenhausen. Het kamp was actief van augustus 1944 tot april 1945. Er zaten doorgaans zo'n 80 tot 100 gevangenen, hoewel sommige schattingen oplopen tot 200. Het kamp bevond zich op het terrein van het depot van het Duitse Rode Kruis (DRK). Dit was gesitueerd nabij de kruising van de spoorlijnen naar Berlijn-Potsdam en Wetzlar. De gevangenen werden tewerkgesteld door particuliere aannemers en de SS. Ze moesten bunkers bouwen voor het Rode Kruis en werkten in de bekende Ufa-filmstudio's in Babelsberg. Het betrof voornamelijk dwangarbeid. Verzwakte gevangenen werden regelmatig geruild voor sterkere arbeiders.

    Concentratiekamp Pottendorf

    Concentratiekamp Pottendorf

     

    Oostenrijk

    In het dorp was tijdens de nazitijd een locatie voor dwangarbeid. In de lokale Pottendorf-Felixdorfer Spinnerei en omliggende barakken werden gevangenen uit het Concentratiekamp Mauthausen tewerkgesteld. De dwangarbeiders werden ingezet voor de bouw van kampinfrastructuur en moesten zware lichamelijke arbeid verrichten. Zuidoostwal: Gevangenen uit de regio, waaronder Joodse dwangarbeiders en politieke gevangenen, werden geregeld ingezet bij de constructie van de zogeheten Südostwall. In de nabije omgeving bevonden zich diverse andere zware buitenkampen van Mauthausen, zoals het KZ-Außenlager Hirtenberg en het kamp in Wiener Neustadt.

    Pottenstein

    Pottenstein

     

    Duitsland

    Concentratiekamp Pottenstein was een officieel buitenkamp van concentratiekamp Flossenbürg, actief van eind 1942 tot april 1945. Ongeveer 700 gevangenen (voornamelijk Polen en Sovjets) verrichtten hier zware dwangarbeid onder de SS, inclusief de uitbreiding van het grottenstelsel Teufelshöhle en puinruimen in Neurenberg. Gelegen in de regio Opper-Franken in Beieren, Duitsland. Gevangenen werden ondergebracht in een jeugdherberg en later in een schuur van een lokale brouwerij. De omstandigheden waren er extreem zwaar door uithongering, kou en mishandeling.

    Concentratiekamp Potulice

    Concentratiekamp Potulice

     

    Polen

    Concentratiekamp Potulice (tijdens de oorlog ook bekend als Lebrechtsdorf) was een nazi-concentratiekamp in het gelijknamige dorp in bezet Polen. Het werd in 1941 opgezet als doorvoerkamp, maar groeide uit tot een berucht dwangarbeiders- en vernietigingskamp waar tienduizenden Polen, waaronder veel kinderen, werden vastgehouden en uitgebuit. Gesticht door nazi-Duitsland in 1941 om verdreven Polen te interneren en in te zetten als dwangarbeiders. Ongeveer 25.000 Polen zijn door het kamp gegaan, waaronder duizenden kinderen. Velen stierven door uithongering, ziekte en mishandeling.

    Concentratiekamp Potylicz

    Concentratiekamp Potylicz

     

    Oekraine

    Het concentratie- en werkkamp van Potylicz (ook bekend als Potelych) in Oekraïne was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-werkkamp, gelieerd aan het getto van Rawa-Ruska. Gevangenen voornamelijk Joodse burgers uit de regio werden er zwaar uitgebuit en velen kwamen om door honger, uitputting en executies in omliggende bossen. Het kamp diende als een dwangarbeiderskamp. Gevangenen werden ingezet voor zware arbeid. Het kamp lag nabij het dorp Potylicz (tegenwoordig Potelych), op slechts enkele kilometers van de stad Rawa-Ruska in de regio Lviv. In het najaar van 1942 werden Joden uit omliggende dorpen (zoals Lubycza Królewska, Niemirow en Magierow) naar de regio overgebracht en in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. In juni 1943 misleidde de Duitse bezetter de overgebleven Joden door hen te beloven dat ze naar het werkkamp van Potylicz zouden worden overgebracht. In plaats daarvan werden zij in het bos nabij Borowe massaal geëxecuteerd.

    Prag = Praha

    Prag = Praha

     

    Tsjechie

    Als mensen spreken over het concentratiekamp van Praag, bedoelen ze vrijwel altijd Theresienstadt (Terezín). Dit beruchte nazi-doorgangskamp en getto ligt ongeveer 50 kilometer ten noorden van de stad Praag.

    Concentratiekamp Pramsen

    Concentratiekamp Pramsen

     

    Polen

    Kamp Pramsen (gelegen in het toenmalige Duitse Silezië) was  een nationaalsocialistisch Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden). Het kamp was operationeel van november 1941 tot augustus 1942 en viel onder de regio Wehrkreis VIII (Breslau). Zwangsarbeitslager für Juden (ZAL f. Juden). Dit waren kampen waar Joodse gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid. Pramsen (historisch gelegen in Silezië, destijds Duitsland; tegenwoordig ligt dit gebied in het zuiden van Polen, in de woiwodschap Opole). Het kamp bestond relatief kort, van november 1941 tot augustus 1942. In de zomer van 1942 werden de meeste van dit soort Joodse dwangarbeidskampen in de regio Silezië door de nazi's geliquideerd. De overlevende gevangenen werden destijds massaal gedeporteerd naar de vernietigingskampen, met name naar Auschwitz-Birkenau.

    Concentratiekamp Prausken

    Concentratiekamp Prausken

     

    Polen

    Concentratiekamp Prausken een nazi-werkkamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was gevestigd in het dorp Borowe (tegenwoordig gelegen in de Poolse woiwodschap Ermland-Mazurië). Het kamp kreeg de naam Prausken omdat de Duitse bezetter het oorspronkelijke Poolse dorp Borowen (later Borowe) hernoemde naar Prausken. Dit paste binnen een grootschalige nazi-campagne om Poolse en Mazurische plaatsnamen te germaniseren.

    Praust 

    Praust 

     

    Rusland

    Sovjet-gevangenenkamp

    Concentratiekamp Pravieniškės

    Concentratiekamp Pravieniškės

     

    Litouwen

    Het concentratiekamp Pravieniškės, gelegen in centraal Litouwen, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-werkkamp dat vanaf 1943 diende als dependance van het concentratiekamp Kaunas.  Ongeveer 25 kilometer ten zuidoosten van Kaunas. Oorspronkelijk opgericht in 1863 als gevangenis en later als correctie- en werkkamp door de Republiek Litouwen. Sovjet-bezetting: In juni 1941, vlak voor de Duitse inval, vond hier een bloedbad plaats waarbij Sovjet-troepen en NKVD-agenten vele gevangenen executeerden. Nazikamp (1941-1944): In augustus 1941 richtten de nazi's het kamp in als overgangs- en dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager). Het kamp bood plaats aan ongeveer 1.000 gevangenen tegelijk. Ongeveer 60% van de gevangenen was Litouws, aangevuld met Joden (voornamelijk uit het getto van Kaunas), Polen, Russen en Roma. Midden 1944, toen het Sovjetleger oprukte, werd het kamp door de nazi's ontruimd en werd het terrein opnieuw door de Sovjets gebruikt om onder meer politieke tegenstanders te detineren.

    Prawienischken = Pravieniskis 

    Prawienischken = Pravieniskis

    Litouwen

    Prawienischken is de historische Duitse of verduitste naam die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi-bezetters werd gebruikt. Pravieniškės is de oorspronkelijke en huidige Litouwse naam van de plaats Het kamp lag in het gelijknamige dorp Pravieniškės in Litouwen, ten oosten van de stad Kaunas. Oorspronkelijk was het een dwangarbeidskamp voor de winning van turf. Later functioneerde het als een subkamp van het grotere concentratiekamp Kaunas (Kauen). In het kamp werden duizenden gevangenen opgesloten en vermoord, waaronder Litouwse Joden, politieke gevangenen, krijgsgevangenen en Franse Joodse gedeporteerden. Vlak voor de aankomst van het Rode Leger in de zomer van 1944 hebben de nazi's vrijwel alle resterende gevangenen en Litouwse bewakers in het kamp geëxecuteerd.

    Präzifix

    Präzifix

     

    Duitsland

    Präzifix (voluit Präzifix GmbH) was een buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Het was gevestigd in Dachau zelf en functioneerde als dwangarbeiderskamp ten behoeve van een particuliere schroevenfabriek. De Präzifix GmbH werd in 1933 opgericht door Ludwig Nachtmann als fabriek voor het maken van schroeven en werd in 1940 overgenomen door Gustav Adolf Heyer. Vanaf eind 1941 werd de fabriek een belangrijke toeleverancier voor de vliegtuigindustrie (Messerschmitt) en BMW. Om de productie op te schalen en arbeiders dichtbij te hebben, verrees er een satellietkamp op het fabrieksterrein aan de Flosslände. Het kamp bood plaats aan honderden gevangenen. Hoewel de omstandigheden en bewaking (door SS'ers en burgers) zwaar waren bood het soms ietwat soulaas. Het kamp was actief van februari 1943 tot de bevrijding op 26 april 1945.

    Concentratiekamp Prémol

    Concentratiekamp Prémol

     

    Frankrijk

    Het kamp van Prémol was een Frans interneringskamp in de Franse Alpen (departement Isère), gelegen nabij Vaulnaveys-le-Haut en Uriage. Het functioneerde als werkkamp en opvangkamp voor politieke dissidenten (voornamelijk communisten) en vakbondsleden tijdens de Tweede Wereldoorlog onder het Vichy-regime. Het kamp lag op ongeveer 700 meter hoogte aan de voet van de Franse Alpen, niet ver van Grenoble. Het kamp werd in de vroege jaren '40 gebruikt als interneringskamp voor zogenaamde staatsvijanden. Dit waren hoofdzakelijk politieke gevangenen voornamelijk communisten en vakbondsleden die door de Vichy-regering en de autoriteiten werden gezien als ongewenste elementen. Hoewel het zware omstandigheden waren in de bergen, werden de geïnterneerden soms ingezet voor bosbouw en houtkap als dwangarbeid.

    Prenen concentratiekamp

    Prenen concentratiekamp

     

    Polen

    Concentratiekamp Prenen (ook bekend als Fort VII - Concentratiekamp Posen) was het allereerste nazi-concentratiekamp op Pools grondgebied, geopend in oktober 1939 nabij Poznań. Het deed dienst als Gestapo-gevangenis en vernietigingskamp, waar naar schatting 15.000 mensen door executies en primitieve gaskamers werden vermoord. Het kamp was gevestigd in Fort VII, een negentiende-eeuws fort in de Poolse stad Poznań. Het betrof voornamelijk Poolse intellectuelen, verzetsstrijders, geestelijken en Joden. Het kamp staat bekend als de locatie waar de nazi's in de herfst van 1939 de eerste experimenten uitvoerden met massamoord door middel van gifgas.

    Prenzlau 

    Prenzlau 

     

    Duitsland

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich in Prenzlau (Brandenburg, Duitsland) twee nazi-detentielocaties: een buitenkamp van Ravensbrück en een krijgsgevangenenkamp.

    1. Buitenkamp Prenzlau-Kleine Heide In de late zomer van 1943 werd een buitenkamp (of Außenlager) van het concentratiekamp Ravensbrück opgezet in de buurt van Prenzlau. Ongeveer 30 tot soms meer gevangenen werden hier ingezet als dwangarbeiders. Het kamp was tijdelijk en verplaatste zich later naar Hindenburg (het huidige Lindenhagen), waar gevangenen in een windmolen, circuswagens en barakken werden ondergebracht.

    2. Oflag II-A (Krijgsgevangenenkamp) Aan de zuidkant van Prenzlau, langs de hoofdweg naar Berlijn, lag tijdens de oorlog een groot krijgsgevangenenkamp voor officieren: Oflag II-A. Dit kamp bood voornamelijk plaats aan Poolse en Belgische officieren. In juni 1943 werden de Belgische reserve-officieren overgebracht naar een ander kamp (Oflag X-D) in de buurt van Hamburg.

    Concentratiekamp Pressbaum

    Concentratiekamp Pressbaum

     

    Oostenrijk

    In de Oostenrijkse plaats Pressbaum (nabij Wenen) heeft geen officieel hoofdocconcentratiekamp (Stammlager) van de nazi's gestaan. Wel vonden er tijdens het nationaalsocialisme op deze locatie ernstige nazi-misdaden plaats via twee specifieke instellingen:

    1. Het Spezialkinderheim Pressbaum (Euthanasieprogramma) In het gebouw van de school van het klooster Sacré Cœur in Pressbaum richtten de nazi's een zogenaamd Spezialkinderheim in. Dit tehuis was bedoeld voor kinderen die door het regime werden bestempeld als zwakzinnig, onopvoedbaar of psychisch ziek. Kinderen uit dit tehuis werden stelselmatig overgebracht naar de beruchte kliniek Am Spiegelgrund in Wenen. Dit was een centrale behandellocatie binnen het nazi-euthanasieprogramma (Aktion T4) voor kinderen, waar zij door medische verwaarlozing, mishandeling of dodelijke injecties om het leven werden gebracht.

    2. Zwangsarbeiterlager Pressbaum (Dwangarbeid) een Zwangsarbeiterlager. Dit kamp werd gebruikt om Hongaars-Joodse vrouwen gevangen te houden. De gevangengenomen vrouwen werden ingezet voor zware bosbouwwerkzaamheden (Waldarbeiten) in de regio.

    Prettin

    Prettin

     

    Duitsland

    Het concentratiekamp in Prettin stond bekend als Concentratiekamp Lichtenburg. Het was een vroeg naziconcentratiekamp gevestigd in een Renaissancekasteel. Het fungeerde tussen 1933 en 1937 als mannenkamp en werd daarna tot 1939 gebruikt als een van de eerste concentratiekampen specifiek voor vrouwen. Het kamp was gehuisvest in Slot Lichtenburg, gelegen in het stadje Prettin (nabij Wittenberg en de rivier de Elbe) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Vanaf juni 1933 werden hier voornamelijk mannelijke politieke gevangenen en tegenstanders van het regime vastgehouden in zogeheten beschermende hechtenis

    Vanaf december 1937 werden er vrouwelijke gevangenen overgebracht, waaronder politieke gevangenen en later ook Joodse vrouwen. Het kamp werd in mei 1939 gesloten, waarna de vrouwelijke gevangenen en het SS-personeel werden overgebracht naar het nieuwe vrouwenkamp Ravensbrück.

    Preußisch Oldendorf 

    Preußisch Oldendorf 

     

    Duitsland

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in de stad (op het terrein van de voormalige Lufttanklager Preußisch Oldendorf) een buitenkamp (Außenlager) van het  concentratiekamp Esterwegen. Het kamp was in werking van 1938 tot begin 1944. Gevangenen werden hier zwaar ingezet. Minstens 24 Joodse burgers uit Preußisch Oldendorf en omgeving kwamen om in concentratie- en vernietigingskampen.

    Preußisch Stargard = Starogard 

    Preußisch Stargard = Starogard

    Polen

    Preußisch Stargard is de Duitse naam voor Starogard Gdański (Polen). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit gebied door nazi-Duitsland geannexeerd. Het betrof hier specifiek een buitenkamp van concentratiekamp Stutthof. Buitenkamp (Aussenlager) van KL Stutthof. Maart tot ten minste oktober 1942. Dwang, tewerkstelling en exploitatie van gevangenen.

    Concentratiekamp Prevlaka

    Concentratiekamp Prevlaka

     

    Italie

    Het concentratiekamp op het schiereiland Prevlaka was een Italiaans interneringskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd begin 1942 opgezet en was operationeel vanaf maart 1942. Het deed dienst als gevangenkamp voor Slavische anti-fascisten en burgers.Het kamp lag in het uiterste zuiden van Kroatië, vlakbij de grens met Montenegro en de ingang van de Baai van Kotor. De locatie was nauw verbonden met het nabijgelegen eiland Mamula, dat eveneens als beruchte Italiaanse gevangenis diende. Het concentratiekamp stond bekend om zijn strenge omstandigheden, mishandeling en isolatie.

    Concentratiekamp Prezë

    Concentratiekamp Prezë

     

    Albanie

    Het concentratiekamp van Prezë was een interneringskamp in Albanië, opgezet in juli 1941 door het Italiaanse bezettingsleger. Het kamp, dat diende als krijgsgevangenenkamp nr. 120, huisvestte Servische en Montenegrijnse rebellen, politieke tegenstanders, Joodse vluchtelingen en Kosovaren. Het kamp was gesitueerd in het dorp Prezë, op ongeveer 16 kilometer ten noordwesten van de Albanese hoofdstad Tirana. Oorspronkelijk werd het in de zomer van 1941 ingericht om gijzelaars en rebellen uit Montenegro op te sluiten na een opstand tegen de Italiaanse autoriteiten. Gedurende het bestaan van het kamp passeerden er honderden mensen, voornamelijk: Joodse vluchtelingen: In juli 1941 werd het kamp gebruikt om ongeveer 100 Joodse vluchtelingen te interneren die uit Joegoslavië (regio Kotor) waren gevlucht. Politieke gevangenen en rebellen: Het kamp werd later, vanaf de late zomer van 1942, uitgebreid tot een noodkamp voor politieke tegenstanders, communisten, opstandelingen (waaronder Kosovaren) en Orthodoxe geestelijken. De gevangenen leefden er onder slechte omstandigheden met een gebrek aan goede huisvesting en voedsel. Regelmatig werden gevangenen vanuit Prezë gedeporteerd naar Italië om ruimte te maken terwille van veiligheidsredenen. Na de val van het fascistische regime in Italië werd het kamp vermoedelijk in de tweede helft van 1943 gesloten.

    Concentratiekamp Prignano sulla Secchia

    Concentratiekamp Prignano sulla Secchia

     

    Italie

    Het concentratiekamp van Prignano sulla Secchia (in de provincie Modena, Italië) was tussen 1940 en 1943 een Italiaans interneringskamp specifiek voor Roma en Sinti. Het kamp vormde een belangrijk onderdeel van de destijds door het fascistische regime doorgevoerde vervolging. Het kamp was gevestigd in de gemeente Prignano sulla Secchia, nabij Modena. Er werden ongeveer 70 tot 80 Italiaanse Roma en Sinti gevangengezet (artiesten, ambulanten en kermisexploitanten). Ze werden door het fascistische regime als sociaal gevaarlijk bestempeld. De omstandigheden waren zwaar. Gezinnen met woonwagens werden op het plaatselijke sportveld geplaatst, terwijl anderen in een nabijgelegen huis werden ondergebracht. De locatie werd bewaakt en afgesloten met prikkeldraad. Na de val van het fascisme in september 1943 wisten veel geïnterneerden uit het kamp in Prignano te ontsnappen. Ze sloten zich massaal aan bij het Italiaanse verzet en richtten in de regio Mantua een exclusieve partizaneneenheid op die bekend stond als de Leoni di Breda Solini

    Primstal

    Primstal

     

    Duitsland

    Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp (Arbeitseinsatzstelle) van het SS-Sonderlager Hinzert, dat viel onder de administratie van het Concentratiekamp Hinzert in Rijnland-Palts. Het kamp in Primstal (gelegen in de huidige Duitse deelstaat Saarland) fungeerde als dwangarbeiderskamp. Gevangenen werden hier hoofdzakelijk ingezet voor zware waterbouw- en grondwerken (specifiek aangeduid als Flusstauung. De arbeiders bestonden voornamelijk uit politieke gevangenen en dwangarbeiders die onder mensonterende omstandigheden werden vastgehouden en uitgebuit.

    Concentratiekamp Pristina

    Concentratiekamp Pristina

     

    Kosovo

    Het concentratiekamp in Pristina was tijdens de Tweede Wereldoorlog een interneringskamp (vaak georganiseerd in een leegstaande school en later in de plaatselijke gevangenis) dat vanaf april 1941 werd opgezet door Italiaanse bezettingsmachten in Kosovo. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om Joodse vluchtelingen, lokale Joden en politieke tegenstanders uit de regio gevangen te houden. Hoewel de Italiaanse autoriteiten de Joodse gevangenen aanvankelijk relatief goed behandelden, escaleerde de situatie snel door Duitse druk. In de lente van 1942 leverden de Italianen 51 Joodse vluchtelingen uit aan de nazi's, die hen vervolgens ombrachten. Om verdere executies te voorkomen en de gevangenen uit handen van de Duitsers te houden, lieten de Italianen later honderden Joden overbrengen naar veiligere gebieden in het binnenland van Albanië. In de loop van de oorlog (onder meer in mei 1944) werden alsnog honderden Joden uit de regio door de nazi's gedeporteerd naar het concentratiekamp Bergen-Belsen, waar velen van hen omkwamen.

    Pröbbernau 

    Pröbbernau

    Polen

    Concentratiekamp Pröbbernau (tegenwoordig Przebrno in Polen) was een buitenkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het kamp lag op de Galliërs- of Vistula-schoor (Mierzeja Wiślana) en was operationeel van het najaar van 1939 tot 1944. Het werd specifiek opgericht om gevangenen in te zetten als dwangarbeiders voor zware infrastructurele projecten in de regio. De gevangenen werden voornamelijk ingezet voor de bouw van een drie kilometer lange dijk aan de kant van de Wislastad (Vistula Bay) om omliggende dorpen te beschermen. Daarnaast moesten zij werken aan de aanleg van een smalspoorbaan. De eerste registraties van gevangenen stammen uit 31 oktober 1939. De populatie bestond in de beginfase hoofdzakelijk uit Poolse burgergevangenen die door de Gestapo uit Danzig (Gdańsk) waren weggestuurd. De omstandigheden in het kamp waren uiterst zwaar wegens het slopende fysieke werk in de modder en de kou. Er vonden regelmatig vluchtpogingen plaats. Gevangenen die werden gepakt, werden zwaar gestraft of geëxecuteerd. De eerste commandant van het kamp was een SS'er genaamd Lenau. Hij werd later wegens alcoholmisbruik en corruptie vervangen door de aanzienlijk brutalere commandant Görke.

    Concentratiekamp Probitz

    Concentratiekamp Probitz

     

    Tsjechie

    Concentratiekamp Prokocim

    Concentratiekamp Prokocim

     

    Polen

    Kamp Prokocim (officieel bekend als Julag II) was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden in de wijk Prokocim in Krakau, Polen. Het kamp was operationeel tussen 1942 en 1943 en fungeerde later als een subkamp van het grotere en beruchte concentratiekamp Plaszow. Het kamp werd in 1942 door de Duitse bezetter opgezet als een Judenlager of Julag (dwangarbeidskamp voor Joden). Het was een van de drie kleinere Julags in de regio Krakau (samen met Julag I in Plaszow en Julag III in Bieżanów). Tijdens de gewelddadige acties in het Ghetto van Krakau (zoals Aktion Krakau in 1942) werd het treinstation van Prokocim intensief gebruikt als verzamel- en doorvoerlocatie. Vanaf dit station werden duizenden Joden in veewagons gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec. De leef- en werkomstandigheden in Julag II waren erbarmelijk. Gevangenen moesten zware dwangarbeid verrichten en stonden bloot aan willekeurig geweld en executies door de SS. In maart 1943, rond de definitieve liquidatie van het ghetto van Krakau, werd het kamp Prokocim ontmanteld. De resterende gevangenen die nog stand konden houden, werden overgebracht naar het centrale Concentratiekamp Plaszow onder leiding van de beruchte Amon Göth. Giechelende of zieke gevangenen werden ter plekke geëxecuteerd tijdens de liquidatie van het kamp.

    Concentratiekamp Proskurov

    Concentratiekamp Proskurov

     

    Oekraine

    Proskurov (tegenwoordig Chmelnytsky) is een stad in Oekraïne die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd bezet. In mei 1942 vestigden de Duitse autoriteiten hier een getto en een werkkamp (ZALfJ) voor Joden. In het nabijgelegen Lesnewo werd tevens een afzonderlijk dwangarbeiderskamp ingericht. Inwoners werden onder zware omstandigheden ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals wegenbouw, zandtransport en in steengroeven. Zieke of uitgeputte dwangarbeiders werden direct geëxecuteerd. In het najaar (eind november/begin december 1942) werd het Proskurov-getto, samen met het kamp in Lesnewo, geliquideerd. De Joodse gevangenen werden naar massagraven gedreven en gefusilleerd. Een klein deel van de Joodse bevolking wist tijdig te vluchten naar Transnistrië of overleefde onderduik bij de lokale bevolking.

    Concentratiekamp Proszowice

    Concentratiekamp Proszowice

     

    Polen

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden er in het stadje voornamelijk Joden. De Joodse gemeenschap werd op 29 augustus 1942 bijeengedreven en gedeporteerd naar een nabijgelegen doorgangskamp in Słomniki. Vanuit daar zijn de meesten doorgestuurd naar het vernietigingskamp Bełżec. Op 29 augustus 1942 dwongen de nazi's de Joodse inwoners van Proszowice te verhuizen naar het transitskamp in Słomniki. Het merendeel van de gedeporteerden uit Proszowice en Słomniki is vervolgens op transport gezet naar het vernietigingskamp Bełżec om aldaar te worden vermoord. Enkele tientallen Joodse inwoners die in de omgeving ondergedoken zaten of dwangarbeid verrichtten, zijn in de periode 1942-1943 alsnog door de nazi's geëxecuteerd (onder meer nabij de lokale begraafplaats).

    Concentratiekamp Pruszkow

    Concentratiekamp Pruszkow

     

    Polen

    Concentratiekamp Pruszkow, historisch bekend als Durchgangslager 121 (Dulag 121), was tijdens de Tweede Wereldoorlog het grootste nazidoorgangskamp voor burgers die tijdens en na de Opstand van Warschau in 1944 uit hun huizen werden verdreven. Het kamp was gevestigd in een voormalige spoorwegwerkplaats in Pruszków, Polen. Het kamp diende als verzamelplaats voor honderdduizenden Poolse burgers uit Warschau en omliggende gebieden. De gevangenen werden gesorteerd; een deel werd gedwongen tewerkgesteld in Duitsland, anderen werden naar concentratiekampen (zoals Auschwitz) gestuurd, en weer anderen werden vrijgelaten of naar andere delen van bezet Polen getransporteerd. De omstandigheden waren mensonterend, met zware overbevolking, honger en een gebrek aan medische voorzieningen.

    Puck

    Puck

     

    Polen

    De nazi's gebruikten het stadje in de herfst van 1939 en in 1940 als doorgangskamp (onder meer in een lokale brouwerij) voor massadeportaties, rassen-selectie en dwangarbeid. De nazi's gebruikten het kamp in Puck vooral om Poolse intellectuelen, geestelijken, ambtenaren en Joodse inwoners uit de regio vast te zetten. Gevangenen uit Puck werden vaak na hun arrestatie overgebracht naar de nabijgelegen bossen, waar ze onderdeel werden van de tragische Piaśnica-moordpartijen. Hierbij zijn naar schatting 12.000 tot 16.000 mensen vermoord. Lokale Poolse families werden uit hun huizen gezet. De raszuur geachte personen werden gedeporteerd naar werkkampen.

    Pulawy

    Pulawy

     

    Polen

    Concentratiekamp Puławy (of Judenlager Puławy) was een nazi-dwangarbeiderskamp en later een satellietkamp van het concentratiekamp Majdanek, gevestigd in de Poolse stad Puławy. Het kamp en het bijbehorende getto werden tijdens de Holocaust ingezet voor de brute exploitatie en uiteindelijke vernietiging van de Joodse bevolking. Eind 1939 dwongen de Duitsers de Joodse inwoners van Puławy in een overbevolkt en onhygiënisch getto. Dit getto was een van de eerste in het Lublin-district dat werd geliquideerd. Op 27 december 1939 werden de bijna 4.000 Joodse inwoners onder zware mishandelingen uit hun huizen gejaagd en gedeporteerd naar omliggende plaatsen zoals Opole Lubelskie. Dwangbarakken (1940 - 1942): Na de deportatie bleven er enkele honderden Joodse mannen achter in werkkampen (Judenlager). Zij werden ingezet als dwangarbeiders voor wegenbouw, spoorwegreparaties en het kappen van hout bij een lokale houtzagerij. Satellietkamp van Majdanek (1943): In de zomer van 1943 werd de houtzagerij door de SS ingericht als een officieel subkamp van concentratiekamp Majdanek. Er werden zo'n 400 tot 500 Joodse dwangarbeiders tewerkgesteld onder leiding van de SS.

    Pürglitz = Krivoklat 

    Pürglitz = Krivoklat 

     

    Tsjechie

    Pürglitz is de Duitse naam voor de Tsjechische plaats en burcht Křivoklát. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hier een kamp gevestigd. Het was een buitenkamp (Außenkommando) dat organisatorisch onder de controle van het concentratiekamp/ghetto Theresienstadt (Terezin) viel.  Het betrof een werkkamp voor uitsluitend Joodse vrouwen. Het kamp bestond van 10 april 1942 tot vermoedelijk de herfst van 1942. De gevangenen werden ingezet voor zware bosbouwwerkzaamheden (Waldarbeiten) in de omliggende bossen van de regio Midden-Bohemen.

    Pürschkau 

    Pürschkau 

     

    Polen

    Concentratiekamp Pürschkau, ook bekend als Schlesiersee II, was een subkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp was vanaf oktober 1944 gevestigd nabij Pürschkau (het huidige Przybyszów in Polen). Het kamp werd opgezet om Joodse vrouwen, voornamelijk afkomstig uit Polen en Hongarije, in te zetten voor dwangarbeid. De vrouwen moesten onder erbarmelijke omstandigheden antitankgrachten en andere verdedigingswerken graven. Er zaten naar schatting 500 tot 1000 vrouwen tegelijkertijd. Velen van hen stierven door ondervoeding, ziekte en uitputting nog voordat de beruchte dodenmarsen begonnen. Op 21 januari 1945 werd het kamp gesloten toen het Sovjetleger naderde. De gevangenen werden gedwongen te voet geëvacueerd naar Grünberg en vervolgens per trein overgebracht naar het concentratiekamp Bergen-Belsen, waar ze eind februari 1945 aankwamen.

    Pustkow

    Pustkow

     

    Polen

    Kamp Pustków (gelegen in het zuidoosten van Polen, nabij Dębica) was een berucht nazi-werkkamp en krijgsgevangenenkamp dat functioneerde tussen 1940 en 1944. Gevangenen voornamelijk Joden en Sovjet-krijgsgevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen tot zware dwangarbeid voor de bouw en uitbreiding van de nabijgelegen SS-militair oefenterrein (Heidelager). Het kamp bestond grofweg uit twee delen: het Joodse werkkamp (gestart in 1940) en het kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen (gebouwd in 1941). Naar schatting zijn er in Kamp Pustków zo'n 15.000 mensen omgekomen, waaronder circa 7.500 Joden, alsook duizenden Russische gevangenen en andere dwangarbeiders. De nabijgelegen executie- en massabegraafplaats staat in de volksmond bekend als Góra Śmierci (de Berg des Doods).

    Putki 

    Putki

    Polen

    Concentratiekamp Putki (vaak gespeld als Pustków) was een nazi-werkkamp en SS-trainingskamp in bezet Polen (huidige woiwodschap Subkarpaten), onderdeel van het militaire complex SS-Truppenübungsplatz Heidelager. Het kamp was in gebruik tussen 1940 en 1944. Doel: Dwang, constructie en militaire training. Minstens 15.000 doden, voornamelijk Joden, Russische krijgsgevangenen en Polen. Gekenmerkt door extreme wreedheid, zware dwangarbeid en executies. Het kampterrein werd ook wel Góra Śmierci (Berg des Doods) genoemd en is in feite één groot massagraf.

    Putzig = Puck 

    Putzig = Puck 

     

    Polen

    Putzig is de Duitse naam voor de stad die tegenwoordig Puck heet en in het noorden van Polen ligt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit gebied door nazi-Duitsland geannexeerd. De locatie deed dienst als gevangenis en als buitenkamp (Arbeitslager) dat onder het beruchte concentratiekamp Stutthof viel. Gevangenen werden hier hoofdzakelijk ingezet voor dwangarbeid, waaronder werkzaamheden voor de Duitse oorlogsindustrie en bewakingsdiensten in de regio. Net als bij andere Stutthof-buitenkampen waren de leefomstandigheden erbarmelijk en stierven veel gevangenen door uithongering, mishandeling en ziekte.

    Concentratiekamp Pryluczna

    Concentratiekamp Pryluczna

     

    Polen

    Concentratiekamp Pryluczna (ook bekend als Prilutchnaya) was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joodse mannen en vrouwen, gevestigd in de regio Białystok. Het kamp was operationeel van juni tot augustus 1944. Het kamp was onderdeel van het Bezirk Bialystok, dat destijds onder bestuur van de provincie Oost-Pruisen viel. Er waren zowel aparte afdelingen voor mannen als voor vrouwen. Het kamp werd in de zomer van 1944 opgeheven, vermoedelijk in de aanloop naar de opmars van het Sovjetleger tijdens Operatie Bagration.

    Concentratiekamp Przebłucki-landgoed

    Concentratiekamp Przebłucki-landgoed

     

    Polen

    Het kamp Przebłucki-landgoed was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in de buurt van de Poolse stad Mordy in het woiwodschap Mazovië. Het kamp werd in de zomer van 1941 in gebruik genomen. De lokale Joodse Raad (Judenrat) uit het ghetto van Mordy werd door de Duitse bezetter gedwongen om quota aan arbeiders te leveren voor dit kamp. De gevangenen op het landgoed moesten zware fysieke dwangarbeid verrichten, met name het graven en onderhouden van afwateringskanalen en drainage. Veel arbeiders uit dit kamp en de omliggende regio werden later in 1942 overgebracht naar grotere werkkampen of rechtstreeks gedeporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Treblinka.

    Concentratiekamp Przedbórz

    Concentratiekamp Przedbórz

     

    Polen

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de nazi's er in 1940 een getto en een dwangarbeidskamp gevestigd, waarna de Joodse bevolking in 1942 is gedeporteerd. In maart 1940 werd door de bezetter een getto in Przedbórz ingericht, waar op het hoogtepunt circa 3.100 tot 5.000 Joden woonden. Vanuit het getto werden Joden vanaf augustus 1940 ingezet bij dwangarbeidskampen in de regio, zoals in het nabijgelegen Zagacie. In oktober 1942 werd het getto in Przedbórz ontruimd. De nazi's deporteerde de gevangenen in veewagons naar vernietigingskampen, waaronder Treblinka en Bełżec, waar het overgrote deel van de gemeenschap werd vermoord.

    Concentratiekamp Przedmość

    Concentratiekamp Przedmość

     

    Polen

    Het werkkamp Przedmość (in het Duits: Arbeitslager Przedmość) was een nazi-dwangarbeiderskamp in de Tweede Wereldoorlog. Het lag in het gelijknamige dorp Przedmość, vlakbij de stad Praszka in de huidige provincie Opole (Zuid-Polen). Het kamp werd in de winter van 1941 ingericht door de nazi's. Ongeveer 500 Joodse inwoners uit het getto van Praszka werden gedwongen naar dit werkkamp overgebracht. Later werden er ook Joden uit andere omliggende dorpen tewerkgesteld. De gevangenen werden ingezet bij zware, uitputtende dwangarbeid. De omstandigheden waren mensonterend: ze werden blootgesteld aan ondervoeding, mishandeling en ziekte. Gevangenen die door uitputting niet meer konden werken, werden naar vernietigingskampen gestuurd.

    Concentratiekamp Przemysl

    Concentratiekamp Przemysl

     

    Polen

    De stad werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's gebruikt als locatie voor een getto, een dwangarbeiderskamp en het krijgsgevangenenkamp Stalag 315. Het Getto van Przemyśl: Opgericht in juli 1942. Hier werden circa 22.000 Joden uit de regio samengedreven. Vanaf juli 1942 begonnen grootschalige deportaties, waarbij duizenden Joden naar het vernietigingskamp Bełżec werden gestuurd.

    Dwangarbeiderskamp: In of nabij het getto werd rond 1943 een dwangarbeiderskamp ingericht. Hier werden Joodse gevangenen tewerkgesteld. In september 1943 werden hieruit circa 3.500 mensen gedeporteerd naar Auschwitz.

    Stalag 315: Een Duits krijgsgevangenenkamp in Przemyśl. Dit kamp was onder andere in maart 1944 in gebruik.

    Concentratiekamp Przemyślany

    Concentratiekamp Przemyślany

     

    Oekraine

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Przemyślany (het huidige Peremyshliany, Oekraïne) vanaf 1942 een getto en vanaf maart 1943 een Joods werkkamp (Arbeitslager). De gevangenen werden zwaar uitgebuit bij de wegenbouw en in steengroeven, totdat de nazi's het kamp in de zomer van 1943 liquideerden. De geschiedenis van de Joodse gemeenschap en de dwangarbeid in Przemyślany kent de volgende fasen: De Duitse bezetting: Op 1 juli 1941 werd de stad ingenomen. Vrijwel direct werd de Joodse bevolking gedwongen om dwangarbeid te verrichten en zich te melden bij een Judenrat. In december 1942 werd een streng afgesloten getto gecreëerd. Tijdens eerdere en latere acties (waaronder december 1942 en de definitieve liquidatie in juni 1943) werden duizenden Joden op gruwelijke wijze geëxecuteerd in en rond de stad, of gedeporteerd naar vernietigingskamp Bełżec.

    Het werkkamp: Op 21 maart 1943 werd er specifiek een Joods werkkamp in de stad opgericht. De gevangenen verbleven in barakken en werden ingezet voor zware fysieke arbeid. Op 28 juni 1943 werd het werkkamp door de nazi's gesloten en de resterende gevangenen werden vermoord.

    Concentratiekamp Przylek

    Concentratiekamp Przylek

     

    Polen

    Het concentratiekamp in Przyłęk (ook bekend als Arbeitserziehungslager Przylek of Bobrówka) was een nazi-werkkamp in Polen dat in de jaren 1941-1942 functioneerde. Het was gesitueerd in de voormalige molennederzetting Bobrówka bij het dorp Przyłęk (district Nowy Tomyśl), gelegen in het westen van Polen. Het was een strafkamp voor dwangarbeid. De Joodse gevangenen werden ingezet voor zware grondwerkzaamheden, zoals het graven en verplaatsen van zand voor de aanleg van de Reichsautobahn (de snelweg). De gevangenen leefden in erbarmelijke omstandigheden. Ze hadden te maken met hongerrantsoenen en werden zwaar mishandeld. Het kamp werd in het najaar van 1942 geliquideerd.

    Concentratiekamp Przyrow

    Concentratiekamp Przyrow

     

    Polen

    Het stadje werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's gebruikt als verzamelplaats en doorgangskamp voor Joodse inwoners uit de regio. De Joodse bevolking werd in getto’s geplaatst en uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen. In het najaar van 1942 voerden de Duitse bezetters grootschalige razzia's en deportaties uit, waarbij de Joodse bevolking van Przyrów en omgeving werd overgebracht naar vernietigingskampen zoals Treblinka. Velen uit de regio werden via kampen doorgestuurd naar het nabijgelegen Getto van Częstochowa, waar tienduizenden Joden werden gedwongen tot dwangarbeid.

    Concentratiekamp Pudlau

    Concentratiekamp Pudlau

     

    Tsjechie

    Concentratiekamp Pudlau (ook wel Zwangsarbeitslager Pudlov genoemd) was een nazi-dwangarbeiderskamp in Pudlov, een wijk in het Tsjechische Bohumín (destijds onderdeel van Opper-Silezië). Het kamp was actief van juli 1942 tot juli 1944. Het was een Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager für Juden). Er zaten zowel Joodse mannen als vrouwen gevangen. De gevangenen werden door de nazi’s ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder de aanleg van spoorwegen in het nabijgelegen Neu-Oderberg. In juli 1944 werd het kamp gesloten. De overlevende gevangenen werden overgebracht naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

    Concentratiekamp Pukë

    Concentratiekamp Pukë

     

    Albanie

    Concentratiekamp Pukë was een internerings- en werkkamp in het gelijknamige district Pukë in Noord-Albanië, opgezet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd begin jaren '40 gecontroleerd door Italiaanse bezettingsmachten. Gelegen in Noord-Albanië, ongeveer 32 kilometer ten oosten van de stad Shkodër. Het kamp werd voornamelijk gebruikt door Italiaanse en Albanese autoriteiten om Montenegrijnen, Serviërs en Bulgaren op te sluiten. Het diende onder meer als krijgsgevangenenkamp en om albanisering in de bezette gebieden door te drukken.

    Concentratiekamp Puski

    Concentratiekamp Puski

     

    Estland

    Concentratiekamp Pustków

    Concentratiekamp Pustków

     

    Polen

    Concentratiekamp Pustków was een naziconcentratie- en werkkamp in Polen, gelegen nabij de stad Dębica. Het kamp was tussen 1940 en 1944 operationeel en diende als dwangarbeiderskamp voor Joden, krijgsgevangenen en als opleidingscentrum voor de SS. Door de verschrikkelijke omstandigheden verloren duizenden gevangenen er het leven. Eerste kamp (1940-1941): Opgezet als werkkamp voor vooral Poolse Joden. Tweede kamp (1941-1944): Uitgebreid tot een groot militair complex van de SS (het SS-Truppenübungsplatz Heidelager). Er werd een tweede sectie gebouwd voor Sovjet-krijgsgevangenen, en het kamp werd ook een verzamelplaats voor dwangarbeiders die werden ingezet in de wapenindustrie. De omstandigheden in Pustków waren onmenselijk. Gevangenen werden zwaar mishandeld, leden chronisch honger en werden gedwongen tot uitputtende arbeid. De doden werden begraven in de directe omgeving, waaronder op de zogenaamde Góra Śmierci (Berg des Doods). Het gebied werd één groot massagraf waar naar schatting 15.000 tot 20.000 mensen omkwamen door ziekte, executies en uitputting. In de zomer van 1944 werd het kamp ontruimd door de nazi's naarmate het Rode Leger oprukte. De overgebleven gevangenen werden onder zware condities geëvacueerd, onder andere naar concentratiekamp Auschwitz. 

    Concentratiekamp Pustkowice

    Concentratiekamp Pustkowice

     

    Polen

    Pustków was een nazi-werkkamp en krijgsgevangenenkamp in het zuiden van Polen. Het kamp lag nabij het dorp Pustków en maakte deel uit van een enorm SS-militair oefenterrein genaamd SS-Truppenübungsplatz Heidelager. Tussen 1940 en 1944 kwamen hier naar schatting 15.000 mensen om het leven. Het kampcomplex was opgesplitst op basis van de etniciteit en status van de gevangenen: Joods werkkamp: Het eerste kampdeel opende in 1940 voor Joodse dwangarbeiders. Krijgsgevangenenkamp: Vanaf 1941 werden hier duizenden Sovjet-soldaten opgesloten en uitgehongerd. Pools werkkamp: Vanaf 1942 dwongen de nazi's ook Poolse burgers tot zware arbeid. Gevangenen werden ingezet voor de opbouw van het militaire oefenterrein en de infrastructuur. De belangrijkste en meest geheime taak was de ontwikkeling en het testen van de beruchte V-1 en V-2 raketten. De leefomstandigheden waren erbarmelijk, gekenmerkt door zware mishandeling, ondervoeding en executies.

    Concentratiekamp Puszcza Kampinowska

    Concentratiekamp Puszcza Kampinowska

     

    Polen

    Puszcza Kampinoska (het Kampinos-woud) in Polen was de locatie van grootschalige, geheime massa-executies door de nazi's tussen 1939 en 1943. Het bos diende als moordplaats voor de uitroeiing van de Poolse intellectuele en politieke elite. Het bos ligt in de Puszcza Kampinoska, ongeveer 30 kilometer ten noordwesten van Warschau. De nazi's voerden hier de zogenaamde AB-Aktion uit. Het doel was het systematisch elimineren van de Poolse intelligentsia, politici, atleten en verzetsstrijders om de bevolking van haar leiders te beroven. Gevangenen (voornamelijk afkomstig uit de beruchte Pawiak-gevangenis in Warschau) werden in het geheim naar het bos getransporteerd en gefusilleerd. Er zijn naar schatting meer dan 2.000 mensen vermoord.