Historie dorp, stad en land W

Alfabetisch

Met minder en onbekende feiten.

 

Wierden

Wierden ontwikkelde zich rond 1400 als pleisterplaats tussen Deventer/Zwolle en Duitsland, oorspronkelijk gescheiden van Almelo door water. Na dijkaanleg in 1405 werd de Sint-Janskerk huidige NH kerk gebouwd en groeide het dorp als onderdeel van het richterambt Kedingen. Vanaf 1811 werd Wierden een zelfstandige gemeente.

Oorsprong: Wierden lag aan belangrijke middeleeuwse heirwegen. Een grote waterplas scheidde het tot circa 1405 van Almelo, waarna de aanleg van een dijk zorgde voor een vaste verbinding.
Kerk en Structuur: De Sint-Janskerk werd rond 1405 op deze nieuwe dijk gebouwd. Het centrum bevond zich bij Het Jak, waar vee werd samengedreven.


Bestuur: Tot 1811 viel Wierden onder het richterambt Kedingen (Rijssense kwartieren). In 1811 werd het een zelfstandige gemeente, inclusief omliggende buurtschappen zoals Notter, Zuna en Ypelo.

 

De vrijstaande bebouwing lag aan een aantal in- en uitvalswegen, die ook nu nog in de structuur van Wierden en met name het centrum te zien zijn. De belangrijkste wegen waren de Hexelseweg, de Vriezenveenseweg, de Nijverdalsestraat en de verbindingsweg naar Rijssen en naar Almelo.

 

Nadat in 1881 de spoorlijn Deventer-Almelo in gebruik kwam, stichtte men ten noorden van het dorp enkele textielfabrieken, waaronder die van de firma Scholten. Na de Tweede Wereldoorlog breidde het dorp zich noord- en zuidwaarts uit. De bebouwing vormde zich allereerst langs de straten zoals hierboven genoemd en vervolgens ook door bebouwing langs nieuw gerealiseerde straten en woonwijken zoals De Stouwe, De Weuste, Het Loo, De Hooilanden, Zuidbroek etcetera.

 

Steenfabriek

In de omgeving ten westen van Wierden waar later in jaren dertig werkkamp II werd gesitueerd stond een steenfabriek, deze steenfabriek heeft kort bestaan. (rond 1850-1875)

 

Werkkampen in Wierden

Zie onder WOII >> Kampen in Nederland 1930-1950 >> rubriek:

Kamp Wierden I

Kamp Wierden II

De houten barakken die in jaren dertig in Nederland werden neer gezet op locaties van werkkampen zijn allemaal gefabriceerd bij Roelofs Haasse in Rijssen.

 

Werkverschaffing in Wierden

Door de regering is de werkverschaffing, in jaren dertig, in het leven geroepen. Onder toezicht van de Heidemij worden voor de regering verschillende projecten uitgevoerd: ontginning van een deel van het Wierdense Veen, graven van het Twentekanaal en de zijtak naar Almelo, kanalisering van de Regge en andere werken zoals hand en spandiensten verrichten voor de buurtschap de Kolonie, en de boerderij van familie Denneboom. In de zomer van 1916 kocht de heer Denneboom na bezichtiging van de grond op de veiling maar liefst 110 hectare, overwegend heide, met boerderijen de Jente en het Kinkhuis. Ze bouwden op de Kolonie een huisje met paardenstallen, om de ontginning ter hand te kunnen nemen. De familie Denneboom had in Zuidoost-Twente al ervaring opgedaan met het ontginnen van heidegrond. Ze begonnen met het egaliseren van de grond met behulp van kiepkarren op smalspoor. Grondwerkers hanteerden de schop. In het voorjaar volgde het ploegen en inzaaien. Werklozen kunnen verplicht worden aan de werkverschaffing mee te doen. Doe je dat dan niet, vervalt je uitkering en moet je leven van de armenzorg. De werklozen, die ook van elders kwamen, werden ondergebracht in Kamp Wierden I of Kamp Wierden II.

De werkverruimingskampen waren in de jaren dertig door de Nederlandse Regering gebouwd om werklozen in het kader van de werkverschaffing te huisvesten. Alle barakken zijn gefabriceerd door Roelof Haasse uit Rijssen. Een aantal van deze kampen werd ontruimd om plaats te maken voor door anti-Joodse maatregelen werkloos geworden Joodse mannen.

Op 7 januari 1942 werd de Joodse Raad in Amsterdam onder druk gezet en verantwoordelijk gesteld voor het leveren van 1402 Joodse werklozen. Uiteindelijk werden er 1075 werklozen aangewezen en verzamelden zich ruim 900 mannen op 10 januari op het Amstelstation. Zij werden naar de werkkampen in de noordelijke provincies gestuurd om met name ontginningswerkzaamheden voor de Heidemij te verrichten.

Van werken kwam in de eerste maanden weinig terecht. De grond was bevroren en de verveling sloeg toe. Met het leggen van een kaartje, het schrijven van een brief, een wandeling in de omgeving of sneeuwruimen probeerden de mannen de sleur te doorbreken. Het ergste was echter dat het beloofde verlof uitbleef.

Na deze eerste groep zouden nog vele Joodse mannen uit alle delen van het land volgen. Geen was voorbereid op de omstandigheden in de werkkampen. Het zware werk op het land was de meesten volstrekt onbekend. Het thuisfront moest in de vorm van kleding, geld en eten voor de nodige aanvulling zorgen. Deze hulp kwam ook wel uit de directe omgeving, soms uit mensenliefde, maar vaak uit winstbejag.


Begin 1942 werd door de nazi’s definitief besloten tot deportatie en vernietiging van de joden. Het gevolg was dat in het voorjaar en de zomer van 1942 de omstandigheden in de werkkampen sterk veranderden. Het regime werd zwaarder en was vaak op Duitse leest geschoeid. De rantsoenen en de lonen werden minder en verlof en bezoek beperkt. Op de brieven kwam censuur en straffen werden vaker uitgevoerd.

De eerste deportaties in juli 1942 naar kamp Westerbork - en vervolgens naar Oost-Europa deden onzekerheid en angst bij de Joodse dwangarbeiders toenemen. Sommigen melden zich vrijwillig voor transport naar Westerbork, bang dat ze misschien hun familieleden zouden missen. Anderen namen de benen. De opengevallen plaatsen werden opgevuld met nieuwe arbeidskrachten die vaak nog minder geschikt voor het werk waren.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de meeste werkkampen omsingeld door de Ordnungspolizei. De volgende ochtend werden de Joodse dwangarbeiders onder bewaking van dezelfde politie te voet, per vrachtauto of per trein naar Westerbork gebracht.

Over de joodse werkkampen is weinig bekend in Nederland. Zelfs het precieze aantal is niet bekend. Er is niet alleen onduidelijkheid over het exacte aantal joodse werkkampen, maar er is ook nog niet veel bekend over de juiste locaties, het aantal dwangarbeiders per kamp en wanneer de kampen werden bewoond door joodse dwangarbeiders.

Op basis van getuigenverklaringen:
- De heer Hoop van loonbedrijf de Hoop Wierden kan worden vastgesteld dat in Kamp Wierden I en Kamp Wierden II enkele Joodse dwangarbeiders kort tijd hebben verbleven.
- Werkbaas Hendrikus Nijhuis geb. 20 september 1888 werkbaas Ned. Heide Mij. 14 oktober 1941
- In de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland tientallen dag en nacht kampen bevonden waaronder Kamp Wierden I en Kamp Wierden II. Dag en nacht kampen zijn werkkampen waar de Joodse dwangarbeiders dag en nacht verbleven. In en nabij de grote steden, zoals Amsterdam, waren ook dag kampen. Dit waren de werkkampen waar alleen overdag gewerkt werd. 's Avonds mochten de dwangarbeiders weer naar huis.

Voormalig woonwagenkamp 

Aanvankelijk werd in de wintermaanden gebivakkeerd met woonwagens in gebied waar in jaren dertig werkkamp II ten westen van Wierden werd gesitueerd, in jaren veertig gingen een aantal woonwagenbewoners zich semi of permanent vestigen iets verderop aan de Schietbaanweg links naast de schietbaan. In jaren zestig werd een ontmoedigingsbeleid gevoerd en werd deze locatie aan de Schietbaanweg eind jaren zestig langzamerhand ontmanteld. Er waren een aantal burgerwoningen beschikbaar gesteld aan deze woonwagenbewoners in Wierden te weten aan de Aanslagstraat en Aanslagdwarsstraat, een aantal leden van de familie Finke betrokken deze woningen echter merendeel van de bewoners, verkozen, ook enkele familie leden van de familie Finke (Willem) voor een andere woonplaats en trokken naar Nijverdal, familie Vinke en Wolters naar Almelo en overigen naar een woonwagenkamp o.a. familie Vinke in Hoogeveen.

 

Blekerij Salomonson / N.V. Nederlandsche Stoom-bleekerij.

Omdat KSW Nijverdal afhankelijk waren van een blekerij uit Haarlem werd in 1861 besloten om samen met M.G. van Heel een blekerij onder de naam Salomonson en van Heel op te richten. De naam werd in 1871 omgezet in N.V. Nederlandsche Stoom-Bleekerij (in de volksmond de Oale Bleeke). De NSB stond aanvankelijk in de gemeente Wierden, maar in 1955 kwam, na een grenscorrectie, het bedrijf in de gemeente Hellendoorn te liggen.

 

Exportslachterij / Vleescentrale / Coveco

  • Vanaf 1889 vonden er al slachtactiviteiten plaats achter het café van de familie Wolters. Jan Wolters, schilder koopt op 21 april 1890 een huis en erf van Goosen Klaas, tapper met uitzondering van het gebouwtje dat het eigendom is van Jan Bussink, koopman te Delden. Bussink’s beroep was bij zijn huwelijk slachter en later koopman.
  • 1901 in het Twents Dagblad Tubantia is te lezen dat er bij J. Bussink 160 varkens per week geslacht worden. De Exportslachterij werd in 1911 opgericht op een stuk grond (waar de schuurtjes stonden) achter het café van de familie Wolters.
  • 1913 de voormalige percelen van de familie Dasselaar ten westen van de Exportslachterij werden aangekocht door Marcus Zilversmit, exportslager uit Hengelo. De percelen werden ondergebracht in een nieuwe firma Zilversmit en Pinto uit Hengelo die op 19 december 1915 werd opgericht. De firmanten waren Marcus Zilversmit uit Hengelo en Maurits Pinto uit Winschoten, beide koopman van beroep. Het bedrijf vervoerde vee in het binnen- en buitenland.
  • In 1917 werd het huis gesloopt en vervangen door een werkplaats. Op het gras- en bouwland werd een schuur gebouwd. In 1917 werd de firma omgezet in een NV Zilversmit en Pinto’s Exportslagerij en veehandel N.V. uit Hengelo.
  • In 1928 vestigde de NV zich in Rotterdam en werd het onroerend goed verkocht aan de buurman de Wierdensche Exportslachterij en Veehandel N.V. Wierden. Ook had Marcus Zilversmit er een weiland ter grootte van 19 are en 70 ca bijgekocht, dat in de driehoek van de latere Aanslagstraat en Aanslagdwarsstraat lag en waar in 1951 woningen opgebouwd werden. Maurits Zilversmit, de broer van Marcus, is in 1939 heel kort eigenaar geweest van de Exportslachterij. Maurits werd op 28 februari 1881 geboren in Hengelo. Hij was sinds 1901 godsdienstonderwijzer. Hij overleed op 20 oktober 1943 in Westerbork. Marcus werd op 19 december 1983 in Hengelo geboren en overleed op 24 april 1945 in Amerika en is begraven in Ridgewood in de staat New York. Zijn partner Maurits Pinto werd geboren in Winschoten op 2 januari 1886, trouwde in 1900 in Hamburg en overleed op 12 maart 1951 in Santiago in Chili.
  • In 1918 werd de naam van de Exportslachterij veranderd in Wierdense Exportslachterij en Veehandel N.V.
  • Toen de Wierdense Exportslachterij de percelen en onroerend goed in 1928 overnam van de N.V. Zilversmit en Pinto, werd het totale grond oppervlak 60.38 are
  • Het bedrijf ging verder onder de naam Wierdense Exportslachterij en Veehandel N.V.
    In 1940 was Maurits Zilversmit, koopman uit Rotterdam eigenaar van de Export, maar na een korte tijd alweer overgegaan naar de Geldersche Overijsselsche Slachterij – GOS uit Arnhem.
  • In 1942 veranderde de naam in Coöperatieve Veeafzet en Verwerkings Centrale (verkorting Vleescentrale)
  • De exportslachterij is in de jaren van zijn bestaan diverse malen van eigenaar gewisseld. Ook de naam is een aantal keren gewijzigd. De heer Goedhart was vanaf het begin af directeur tot in de jaren 60. Hij woonde eerst in Wierden aan de Rijssensestraat en liet later een huis bouwen in Almelo aan de Wierdensestraat. Het bedrijf heeft van den beginne af onder leiding gestaan van de heer Goedhart. In September 1911 werd begonnen met 14 man personeel. De eerste keurmeester was de heer J. A. van Hessen, die als keurmeester in algemene dienst van ’s-Gravenhage naar Wierden werd overgeplaatst. Al heel spoedig werd de heer van Hessen bijgestaan door de heer M. Kammeijer.
  • Na enige jaren bleek dat er ook mogelijkheden schuilden in uitvoer van vers vlees naar Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk, zodat besloten werd tot de bouw van een runderslachterij.
  • In 1918 kwamen mede in het bedrijf de heren Zilversmit en Pinto, waarmede tot 1938, toen dezen zich om de onzekere politieke toestand moesten terugtrekken, altijd prettig is samengewerkt. Het bedrijf werd toen overgenomen door de Geldersche-Overijsselsche Slachtverkoopvereniging te Zutphen. Wijlen de heer J. W. H. Robers uit Enschede had een zeer groot aandeel in deze transactie.
  • Direct na deze overneming werd weer met uitbreiding begonnen. Er werden enige koellokalen, een afdeling voor vleeswarenfabricage, een nieuwe machinekamer en een nieuw kantoor bijgebouwd. Deze verbouwing was juist gereed, toen in 1940 de Duitsers binnenrukten.
  • Op 1 Januari 1941 werd het bedrijf het eigendom van de Coöp. Vleescentrale, waarmede de G.O.S. nauw verbonden is. Het weiland ter grootte van 19 are en 70 ca, dat in de driehoek van de latere Aanslagstraat en Aanslagdwarsstraat lag, werd 1951 verkocht aan de gemeente Wierden. Er werden woningen opgebouwd voor het personeel van de Export.
  • Coveco (ontstaan in 1969) = Coöperatieve Vereniging voor Veeafzet en Vleesverwerking De Wierdense Exportslachterij en Vleeswarenfabriek werd opgericht onder directie van J.G.Goedhart. Weer later werd het opgenomen in het landelijke Coveco verband en kreeg het complex een sterke uitbreiding. Directeuren waren D.Grotenhuis en v.d. Herberg.
  • Door reorganisatie werd Wierden in 1985 gesloten. In 1988 zijn er vergaande gesprekken tussen Gemeente en Coveco.\
  • Op 1 nov. 1990 wordt de gemeente eigenaar van het complex voor de som van 1 miljoen gulden De gebouwen werden in 1991 gesloopt en op 7 mrt 1992 laat men als laatste de schoorsteen vallen
  • Op deze grondoppervlakte verrees in 1996 het seniorencomplex De Holtinck

 

Eigenaar
1911 Rotterdam N.V. Algemene Veehandel 
1918 Goedhart Johannes Gerrit, koopman, Leiderdorp 
1918 Goedhart Gerrit Johannes, veehandelaar, Zouterwoude 
1918 Goedhart Johannnes Gerrit, koopman, Leiderdorp 
1918 Wierdensche Exportslagerij en Veehandel N.V. Wierden 
1915 Marcus Zilversmit uit Hengelo 
1915 De firma Zilversmit en Pinto uit Hengelo 
1917 Zilversmit en Pinto.s Exportslagerij en veehandel N.V. uit Hengelo 
1928 Samenvoeging verder onder de naam Wierdensche Exportslachterij en Veehandel N.V. Wierden
1940 Zilversmit Maurits, koopman, Rotterdam 
1940 N.V. Geldersch Overijsselsche Slachterij gevestigd te Arnhem (afkorting GOS) 
1942 Coöperatieve Veeafzet en Verwerkings Centrale (verkorting Vleescentrale) 
1969 Naamloose Vennootschap Coveco NV gevestigd te Arnhem Coveco staat voor Coöperatieve Vereniging voor Veeafzet en Vleesverwerking.