Bewoners boerderijen Overijssel

Inhoud

- Boerderijen in Overijssel

- Lijst boerderijen Almelo en hun eigenaren/bewoners 

- Lijst boerderijen Diepenheim en hun eigenaren/bewoners 

- Lijst boerderijen Vriezenveen en hun eigenaren/bewoners 

- Lijst boerderijen Wierden

- Boerderijen Avereest / Reestdal en hun eigenaren/bewoners

- Lijst plaatsen en buurtschappen in Overijssel

- Gebouwd in ....

Boerderijen in Overijssel

Boerderijen in Overijssel vroeger kenmerkten zich door typen als het Los Hoes (een-onder-één-dak hallehuisboerderij, vooral in Twente) met hoge daken en vakwerk, en diverse vormen binnen de hallehuisgroep waar wonen en werken samengingen, vaak met lage zijgevels, terwijl buitenplaatsen een rijkdom aan pachtboerderijen voortbrachten die het agrarische landschap vormden, vaak met eigen unieke kenmerken door streekinvloeden en de behoefte aan berging. 

Kenmerken van oude Overijsselse Boerderijen:

  • Los Hoes (Hallenhuis): Een veelvoorkomend type, vooral in Twente en Drenthe, waarbij woon- en bedrijfsgedeelte onder één hoog dak samengebracht waren (een hallehuisboerderij).
  • Hoog Zadeldak: Twentse boerderijen hadden vaak een hoog zadeldak met grote, gesloten vlakken en kenmerkende rode pannen, geïntroduceerd vanuit het Munsterland om meer oogst te bergen.
  • Vakwerk en Topgevels: Vakwerk in de wanden en houten topgevels waren gebruikelijk, vooral in de grensstreek.
  • Aangebouwde Kamers: Vanaf de 18e eeuw werden vaak aangebouwde kamers toegevoegd voor ouders die zich terugtrokken uit het bedrijf, een ontwikkeling die de boerderijen uitbreidde.
  • Streekeigen Variaties: In het Reestdal en langs de Reest waren er boerderijen met specifieke indelingen (bijvoorbeeld zijbeuken, bultruggen) passend bij de smalle percelen en waterwegen, met hooi op de middenbeuk (hooitas) of in losse schuren.
  • Pachtboerderijen: Veel boerderijen waren oorspronkelijk pachtboerderijen van buitenplaatsen, die de kern vormden van het cultiveren van het land en daardoor goed behouden bleven.

Ontwikkeling van diverse typen boerderijen in het Land van Vollenhove (tot ca 1970)
Het Land van Vollenhove telt vele historische en karakteristieke boerderijen. Vaak rietgedekt, sommige met een kamelenrug, andere met van die grote baander deuren aan de zijkant, vaak met een zandloper erop geschilderd. Soms grote boerderijen, maar ook kleinere zoals de vervenershuizen en de plaatsjes voor de land- en veenarbeiders (waar vroeger vaak een koe of varken in de schuur stond).

Die boerderijen bepalen sterk het gezicht van deze streek, ook als ze al lang niet meer in agrarisch gebruik zijn. Veel van deze boerderijen zijn in de loop van de tijd verbouwd en voor bewoning of ander gebruik geschikt gemaakt.

 

In het Land van Vollenhove zijn meerdere boerderijtypes te onderscheiden, in verschijningsvorm buitenkant en in opbouw lees binnenkant. Dat komt door de verschillen in bedrijfsvoering en de periode waarin deze boerderijen werden gebouwd overeenkomstig het gebruik in die tijd, de kenmerken van het gebied waarin ze ontstonden en ander factoren onder andere ruilverkavelingsboerderijen en wederopbouw boerderijen na W.O.II

 

De historische basis voor de meeste boerderijen in het Land van Vollenhove wordt gevormd door het driebeukige hallehuis  Aanvankelijk was het één ruimte waar mens en dier beiden onderdak vonden. Vanaf ca 1350 zou men het woongedeelte gaan afscheiden met een gevlochten of houten wand. De vuurplaats bleef nog lange tijd op de deel omdat de rook het daarboven opgeslagen ongedorste graan beschermde tegen schimmel en dergelijke. De toepassing van het ankerbalkgebinte, waarbij de dwarsbalken dóór de stijlen werden gestoken en met een klamp aan de achterzijde vastgezet, werd kenmerkend voor dit type boerderijen. Het geheel van stijlen en dwarsbalken vormden het vierkant werk, een structuur die eeuwenlang de basis voor de boerderijen hier zou vormen. De stijlen stonden op een kei (later een vierkant stenen muurtje: poeren) en boven op de stijl lag een horizontale balk (de plaat), waarop de sporen van het dak rustten. Het middenlangsdeel type werd gekenmerkt door een brede deel die in het midden van voor naar achter liep met in de achterwand schuurdeuren om wagens met oogst en voer naar binnen te kunnen rijden.



De koeien stonden in potstallen in de twee zijbeuken met de kop naar de deel, vastgebonden aan palen. Als de potstal leeg was, was die ca 75 cm diep. In de zijbeuken vaak ook een varkensstal, turfhok en paardenstal.
Direct achter het woongedeelte werd de deel gebruikt voor dorsen, karnen, de pomp, het schoonmaken van het melkgerei en andere activiteiten.

Rond 1600 bestond het vierkante werk veelal uit zes stel stijlen, verbonden door dwarsbalken, waarvan de eerste en laatste stijl in de voor- resp. achterwand waren opgenomen. In latere jaren zouden aan de achterzijde paren stijlen worden toegevoegd, of werd aan de voorkant een nieuw woongedeelte gebouwd (na 1750 vaak in steen), zodat de boerderij langer werd en er meer stal- en deelruimte ontstond. De vuurplaats werd nu in het woonvertrek ingebouwd aanvankelijke met een houten schouw en later een hoog opgemetselde schoorsteen aan de voorzijde .

 

Van de oorspronkelijke indeling van het middenlangsdeel type boerderij zijn geen gave voorbeelden meer te vinden in het Land van Vollenhove. Het woongedeelte kende vaak in de éne zijbeuk een melkkelder met daarboven een opkamertje en/of kast en bedstede en in de andere zijbeuk de bedsteden en een kast. In het middengedeelte werd gewoond, gekookt, gegeten en werden andere bezigheden verricht zoals spinnen, weven, e.d.

In het Land van Vollenhove waren overwegend gemengde bedrijven (met vee en akkerbouw). Het ongedorste graan werd bewaard op lange boomstammetjes (slieten) die over de dwarsbalken boven de deel waren gelegd. Het hooi werd bewaard in een kapberg, schuur of mijt op het erf. Vaak stond er nu een bakhuisje naast de boerderij en losse schuren voor werktuigen, varkens en (waar nog heide was) de schapen.

 

Naarmate in de loop van de achttiende eeuw de bedrijfsomstandigheden verbeterden en men meer vee kreeg, werd het te veel werk om het hooi steeds van buiten naar binnen te slepen. Ook het toenemend belang van de veeteelt ten opzichte van de akkerbouw op het gemengde bedrijf speelde hierbij een rol. Men ging nu in de boerderij het achterste vak van de middenlangsdeel gebruiken om hooi op te slaan. Maar daardoor werd de achterdeur geblokkeerd, waardoor men de deeldeuren verplaatste naar de zijkant ter hoogte van het nog vrije voorste deel van de deel, die nu een dwarsdeel was geworden, waar gedorst en gekarnd werd. Om de hoge hooiwagens toe te kunnen laten tot de deel, lichtte men het dak, waar de zijdeuren (baander) moesten komen, wat op, zodat er hogere deuren in de zijmuur geplaatst konden worden. De potstal verhuisde van de zijbeuken naar de vroegere middenlangsdeel, door een paadje gescheiden van het hooivak en omgeven door een hek. Die verhuizing was niet alleen om plaats te maken voor zijdeuren/dwarsdeel, maar ook omdat men zo een grotere potstal verkreeg waar men meer vee kon houden en waar meer mest werd geproduceerd (dus kon men meer graan verbouwen!).



Hallehuis met zijschuur

Later zouden de hooiopbrengsten en het aantal koeien zo groot worden dat men nog meer ruimte zocht. Naast meer plek voor de dieren en het hooi, had men ook meer ruimte nodig voor de karnmolen aangedreven door een paard (rosmolen) of een hond (lopend in een verticaal rad). Op het hoge deel van het Land van Vollenhove koos men er dan vaak voor om een zijschuur aan de boerderij te bouwen, waarin behalve hooivakken ook de karnmolen en jongvee of varkens een plek vonden. Dat soort zijschuren zag je al eerder in Drenthe en de Stellingwerven voordat het hier werd toegepast.

Nadat de potstal zijn functie verloor, doordat men in het laatste kwart van de 19e eeuw ook andere meststoffen (stadsvuil/paardenmest, beendermeel, kainiet, e.d.) dan de eigen koeienmest ging gebruiken, en later ook kunstmest, zouden veel potstallen op de middendeel geleidelijk aan vervangen worden door een grupstal in de zijbeuk, waarbij de koeien met de koppen naar de deel stonden. Achter de koeien was een smal melkgangetje en mestdeurtjes in de zijmuur, waardoor de koeienmest kon worden verwijderd. Later zou hier een mestgoot worden gemaakt met aan het eind een deur in de achtergevel, zodat de mest hierdoor naar buiten kon worden gekruid. Maar bij veel boeren bleef het jongvee nog lang in een potstalletje staan.

Na de komst van de melkfabriek begin 20ste eeuw en de opkomst van het inkuilen zijn veel van de zijschuren weer afgebroken daar er minder ruimte nodig was voor karnen en hooiopslag, zo’n schuur veel onderhoud vergde en het gebinte elders weer gebruikt konden worden. Vaak was er vóór op de deel een pomp, de spoelruimte en daarnaast een afgescheiden karnruimte. Bij de grotere boerderijen bevond zich hier ook vaak een knechtenkamertje.

 

Dwarsdeeltype verlengd en met twee stel baanders

Andere boeren (vooral de wat grotere boeren op het hoge deel van het Land van Vollenhove) kozen ervoor om de boerderij te verlengen door aan de achterzijde van de schuur één of meer vakken (de ruimte tussen twee stel spijlen) toe te voegen zodat men meer hooivakken achter elkaar kon zetten. Vaak kwam er dan een stel baanderdeuren en een dwarsdeel direct achter het woonhuis en tweede baander/dwarsdeel achterin net een ruimte overlatend voor een rij varkenshokken of stalruime voor het jongvee. Met de komst van dergelijke grote boerderijen en toenemende specialisatie op veeteelt verdwenen daar geleidelijk aan oudere bijgebouwen als hooiberg, varkensschuur, e.d.

 

Dwarsdeeltype met bultrug / Vervenershuis
Langs de kleine Leeuwte vestigden zich in de 17e en 18e eeuw veel turfboeren. Deze turfboeren hadden vaak een aantal turfmakers in vaste dienst die elk met een ploeg seizoenarbeiders -ook hannekemaaiers uit Duitsland- stukken land uitbaggerden en tot turf verwerkten. Vaak zullen ze al wat vee gehouden hebben, maar toen eind 18e eeuw het veen hier opraakte gingen zij -als ze niet vertrokken naar Drenthe of Friesland- zich meer richten op de veeteelt. Dat werd rond 1900 ook makkelijker omdat toen de melkfabrieken het karnen van de boeren overnamen wat arbeiders en veenboeren altijd een rem op het vergroten van het aantal koeien betekende bij gebrek aan ruimte en arbeidskracht.
Om meer hooi te kunnen bergen, zouden velen de schuur van hun vervenershuis verbreden door de spijlen in de breedte verder uit elkaar te zetten waardoor ze de schuur ook konden verhogen. Hierdoor ontstonden de typische kamelen-rug boerderijtjes met een hoge schuur, vaak met één zijbaander, en een smaller en lager voorhuis 

Deze bouwwijze was niet beperkt tot de turfboeren, ook andere kleinbehuisde boeren en zelfs bij een enkele grotere boerderij koos men ervoor om niet een zijschuur bij te bouwen of de schuur te verlengen, maar om het schuurgedeelte te verbreden en te verhogen.

 

Het voorhuis staat hier dwars op de schuur. De achtergrond hiervan is waarschijnlijk de behoefte aan meer woonruimte/kamers en meer licht in het woonhuis, maar mogelijk ook de behoefte aan meer ruimte voor graanopslag op de zolder boven het woongedeelte in de periode dat de akkerbouw nog van grote betekenis was. Soms ontstond zo’n dwarsvoorhuis doordat men aan één of beide zijden de zijmuur verder naar buiten plaatste en hoger optrok en het voorhuis een dwarskapje gaf. Maar men bouwde het voorhuis ook wel nieuw zo voor de oude boerderij. Daar men het voorhuis nu in steen bouwde en balken op de stenen zijmuren kon laten rusten, hoefde men zich in het woongedeelte niet meer aan de driebeukige opzet van het hallehuis te houden. Mogelijk invloed van de IJsselstreek?



Dwarsdeeltype met hoog voorhuis

Als verdere ontwikkeling van de grote boerderijen met twee zijbaanders werden er In de tweede helft van de 19e eeuw diverse boerderijen gebouwd (aan de Leeuwte, Barsbeek, Oppen Swolle) met een brede opzet en een hoog opgetrokken voorgevel die het mogelijk maakte om de zolder boven het voorhuis bij de woning te betrekken als slaapkamers en met meer lichtinval door de grotere ramen. Die zolder, waar voorheen het gedorste graan werd opgeslagen, verloor vanaf midden 19e eeuw aan betekenis als opslagruimte daar er nu veel minder graan werd verbouwd (nu vooral nog als veevoer).


In dergelijke grote boerderijen zou in de 19e eeuw vaak het voorheen multifunctionele woongedeelte opgesplitst worden in een woonkeuken en de pronkkamer (vaak ook winterverblijf). Ook kwam er toen vaak een gang achter de voordeur. Vroeger kwam de voordeur direct in de woonkamer uit, maar dat gaf niet omdat men deze deur vrijwel nooit gebruikte (alleen voor trouwerij, begrafenis, e.d.) en iedereen door de schuur naar binnen kwam. Onder invloed van stedelijke woonwijzen, ging men nu meer de voordeur gebruiken en weerde men kou en tocht door een gang tussen de kamers te maken.

 

Hallehuis met Friese invloeden

Op de zandopduikingen langs de zeedijk richting Blokzijl (de Duin en de Hazebrinken) waren duidelijk Friese invloeden. De boerderij lijkt op een Friese stelpboerderij met de inrit aan de voorkant, uleboerden op het dak en een dekbalk gebinte zoals in Friesland werd toegepast (in plaats van het hier gebruikelijke ankerbalkgebinte). Toch waren deze  boerderijen oorspronkelijk niet als stelp gebouwd maar een oud hallehuis dat later in de richting van een stelp werd aangepast. Boerderijen met name ten noorden van Blokzijl hebben duidelijk de Friese stelp als voorbeeld gehad.


In de veengebieden die het hoge deel van het Land van Vollenhove omringen volgde de boerderijbouw in grote lijnen het pad van de boerderijen op het hoge land. Maar in de lage gebieden van Jonen, Wanneperveen, Belt -Schutsloot en Giethoorn waren de boerderijen vaak kleiner dan op het hoge land en langs de kust. De veehouderij werd lange tijd beperkt door de slechte waterhuishouding. In deze gebieden was men dan ook gewoon om een deel van het hooi te verkopen in plaats van het als wintervoer voor het vee op te slaan. Daarom zijn de boerderijen hier over het algemeen minder hoog/breed/lang dan op het hoge land.


De percelen waren vaak smal waardoor de dwarsdeeldeuren soms schuin in de boerderij werden gezet. Ook werden de baanderdeuren hier vaak achteruit tussen de stijlen gezet (in plaats van in de zijmuur met opgelicht dak, zoals op het hoge land).
Waar men het hooi varend aanvoerde waren de zijdeuren vaak lager en kleiner, want er hoefde dan geen hoog opgeladen hooiwagen door. De veestalling was veelal in de zijbeuken en de hooitas in de middenbeuk, net als op het hoge land.

Op heel smalle percelen kwamen hier ook boerderijen voor waar zijbaanders ontbraken en men een zijbeuk verbrede en deuren aan de voor- en achterzijde van de zijbeuk aan bracht, waardoor een zijlangsdeel ontstond en men aan de ene kant naar binnen en aan het andere kant er weer uit kon rijden. Er zijn in Giethoorn en Dwarsgracht ook diverse boerderijen waarbij het hooi door deuren in het midden van de achterwand naar binnen werd gebracht.

Nam de behoefte aan hooiberging verder toe dan werd er vaak een losse hooischuur met overhangende kap aan de vaart gezet, zodat het hooi zo uit de bok of praam in de hooischuur kon worden gebracht. Maar er zijn ook veel boerderijtjes waar men met een verhoging van de schuur (bultrug) het probleem oploste.

 

Een aparte categorie vormen de tientallen stadsboerderijen die lange tijd bestonden in de stadjes Vollenhove, Blokzijl en Zwartsluis tot deze in het kader van de ruilverkaveling in de zestiger jaren werden gesaneerd en afgebroken of omgezet in woonhuis.
Vroeger graasden de koeien ’s zomers veelal op de dijken tussen Zwartsluis en Blokzijl onder toezicht van een oppasser. Kinderen brachten de koeien ’s morgens en ’s avonds van huis naar de dijk. De stadsboerderijen schiepen vaak een onhygiënische toestand met de mestvaalt vlak bij een drinkwaterput, veel vliegen, kadavers aan de weg e.d. De koeienmest werd naar de bouwlandjes rondom de stad gebracht of verkocht.



Landarbeiders-boerderijtjes

In de Landarbeiderswet van 1918 werd geregeld dat landarbeiders bij de gemeente een renteloze lening konden verkrijgen om de bouw van een plaatsje (een eenvoudige woning met een schuur en een stuk grond) te kunnen laten bouwen, om hun woonsituatie te verbeteren en de mogelijkheid te geven wat te verbouwen voor eigen voedsel. In 1920 wordt de Vereniging ter bevordering van de Verkrijging van Onroerend Goed voor Landarbeiders Arbeid Adelt te Ambt Vollenhove opgericht om landarbeiders te helpen een aanvraag in te dienen. Ook de lokale Boerenleenbank zou aan Arbeid Adelt kredieten gaan verlenen om woningen te bouwen voor deze groep. Zo kwam een vijftigtal plaatsjes tot stand in de Moespot, de Leeuwte, Drostenbos, Bergkampen, Halleweg en Zuurbeek. Vaak werd in de schuur een koe en/of een paar varkens of geiten gehouden. Een beperkt aantal plaatsjes zouden uitgroeien tot keuterboertjes met 3 – 6 koeien, vaak door het vergroten van de schuur achter het huis.


Ontginningsboerderijen in de herontginningsgebieden

Ten tijde van de ontginning van de Giethoornse polder en de polders Halfweg, Gelderingen en Wetering Oost werden eind dertiger jaren en begin vijftiger jaren van de vorige eeuw in totaal 103 nieuwe boerderijen gebouwd door de Dienst der Domeinen.

Veel van deze ontginningsboerderijen werden ontworpen door de technici van de Dienst der Domeinen. Deze boerderijen worden gekenmerkt door hoge, steile zadeldaken, soms met wolfseind en soms met een houten topgevel. Bij deze boerderijen hoorden grote zwarte halfopen kapschuren, waarvan de grootte werd gekoppeld aan het aantal hectares van het bedrijf. Een deel van deze bedrijven waren aanvankelijk akkerbouw bedrijven, later zouden de meesten veeteeltbedrijven worden.

 

In de oorlog brandden een aantal boerderijen aan de Barsbeek af die vervolgens werden herbouwd, vaak met een ontwerp dat doet denken aan de modellen met een mixture van traditioneel-lokaal en modern-Hollands die door Bureau Wederopbouw Boerderijen werd gebruikt om in de oorlog beschadigde boerderijen te herbouwen.


Ruilverkavelingsboerderijen in de Heven, de Bente en in de Blokzijler uiterdijken.

In door de ruilverkaveling Vollenhove-Blokzijl beter ontsloten en ontwaterde gebieden verrezen in totaal 53 nieuwe boerderijen. De voorlichters van de Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst begeleiden de plannenmakerij (technische inrichting, kosten/baten berekening) maar de keuze van type boerderij, architect en aannemer beruste bij de boer/boerin. Een verplaatste boer kreeg veelal 15 hectare toebedeeld, want volgens berekening van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) kon een boerderij van die grootte met 20 tot 22 koeien gerund worden door één boer met hulp van zijn zoon of de loonwerker. Er waren ook een paar grotere boerderijen tot wel 35 hectare. Verplaatste boeren bouwden doorgaans een voor die tijd moderne boerderij met een Hollandse grupstal voorzien van automatische drinkbakjes en voergoot, een aparte ruimte voor de melkkoeling, een brandvrije zoldervloer van holle baksteen, meer ramen en aparte ruimtes voor machines, trekker en de opslag van kunstmest.

 

Lijst Boerderijen Almelo en hun eigenaren/bewoners 

 

  • Erve Prinsen(boer)

eig. Klooster Almelo <1748-1804

 

  • Erve Hagedoorn

eig. Klooster Almelo <1644-1804
eig. Jan Oothmar ten Cate 1804 >1832

 

  • Erve de Croese / Croesenhuis

eig. Huis Bellinckhof <1601-1762
eig. Chr. Nieuwenhuis cons. vanaf 1762
eig. wed. Arie Kroese 1832

 

  • Erve Janmaat

eig. Huis Bellinckhof <1601-1762
eig. Chr. Nieuwenhuis cons. vanaf 1762
eig. Chr. Antoon Kock 1832

 

  • Erve Oosterhof

eig. Huis Almelo <1466 <1600

 

  • Erve Bouhuis

eig. Huis Almelo <1485 >2000

 

  • Erve Weerman / de Weer

eig. Vicarie Almelo 1484 >1601

 

  • Erve Ruinks / Rudink

eig. Huis Almelo <1483 <1965

 

  • Erve Krommendijk

eig. de bewoners zelf <1576 >1601

 

  • Erve Kluppelshuis

borgleen Huis Almelo <1460 >1564
eig. de bewoners zelf <1564 >1601

 

  • Erve Bokhove

eig. Huis Almelo <1470 >1965

 

  • Erve Schapendijk

eig. Huis Almelo <1470 >1965

 

  • Katerstede Heilenhuis

eig. Huis Almelo <1561 >

 

  • Schuttenpol

 

  • Katerstede Meulenbelt

eig. Huis Almelo <1561-1691
eig. Herman ten Cate vanaf 1691

 

  • Erve Schelfhorst

eig. burgers Almelo <1601>1832

 

  • Erve Grobben / Grubbe

eig. Klooster Almelo <1539-1735

 

  • Erve Langkamp

eig. Huis Almelo -1430
eig. Johan Andriessen 1430 >1440
eig. Huis Almelo <1533 >1965
eig. fam. van Peyse <1430-1470
eig. O.L.Vr. Vicarie Almelo 1470 >1567

 

  • Erve Rensink (gesplitst in Rensink en de Brander)

eig. Huis Almelo <1409>1965

 

  • Erve Abbink

eig. Huis Almelo <1456 <1484

 

  • Erve Volkerink

eig. Vicarie Almelo 1601>1758
eig. Huis Almelo 1832

 

  • Erve Vrielink

eig. Huis Almelo <1470>1832

 

  • Erve Vellekate

eig. fam. van Gelre <1482-
eig. Evert Hylbing -1494
eig. Geert Wyfferink 1494-1500
eig. Kerk te Almelo 1500 >1601

 

  • Erve Rotman

eig. Huis Almelo <1561>1965

 

  • Klein Hag

eig. Huis Almelo <1601 >1965

 

  • Erve Groot Hag

eig. Huis Almelo <1601 >1965

 

  • Erve Tijhof

eig. Huis Almelo <1429>1832

 

  • Erve Rengerink

eig. Huis Almelo -1455
eig. Klooster Albergen 1455>1470
eig. Hendrik van Schwam 1601
eig. de bewoners zelf 1832

 

  • Erve Noordik / Noordink / Nortwyck

leen St. Mauritius Munster <1445-1569
eig. Huis Almelo <1445>1900

 

  • Erve Hemmink / Frerikshuis

leen Overijssel <1400-1800
eig. fam. van Langen -1400
eig. fam. van Bevervoorde 1400-1531
eig. fam. van Esschede 1531-1590
eig. fam. van Lintelo 1590-1652
eig. Huis Almelo <1652 >2000

 

  • Erve Hemmink / Weidehuis

leen Overijssel <1400-1800
eig. fam. van Langen -1400
eig. fam. van Bevervoorde 1400-1531
eig. fam. van Esschede 1531-1590
eig. fam. van Lintelo 1590-1652
eig. Huis Almelo 1652>2000

 

  • Katerstede Grimberg

borgleen Huis Almelo
eig. fam. van Bevervoorde <1484-1485
eig. Geert Wyfferink 1485-1500
eig. Vicarie te Almelo 1500 >1601

 

  • Katerstede Exoo

borgleen Huis Almelo
eig. Huis Bellinckhof 1601
eig. fam. Bus te Coesfeld -1710
eig. Huis Almelo 1710 <1965

 

  • Katerstede Reuvekamp

eig. Huis Almelo <1601 <1965

 

  • Erve Kolthof

eig. Huis Almelo <1470>1832

 

  • Erve Krabshuis

eig. burgers Almelo <1563-1713
Half eig. Huis Almelo 1713-1965

 

  • Erve Rohof / Ruhof

eig. Huis Almelo <1470<1533
in pandschap aan Reynold Hake <1470<1533
eig. Huis Almelo <1533>1832

 

  • Erve Bruggink

eig. Huis Almelo <1424 >1832

 

  • Erve Aalderink

eig. Huis Almelo <1429>1950

 

  • Erve Boshoeve / Bulshoeve

eig. Huis Almelo <1561-1965

 

  • Dat Veer / Verenhuis

eig. Huis Almelo <1561-1965

 

  • Erve Hammink

eig. Huis Almelo <1470
eig. Johan van Morbeke <1470
eig. fam. ten Broeke <1473~1500
eig. Adriaan van Rede ~1500-1544
eig. Huis Almelo 1544-1965

 

  • Katerstede Maathuis

eig. de bewoners zelf <1601-1641
eig. Huis Almelo 1641-1965

 

  • de Schuilenborg (in de Wierdense Weuste)

waterburcht van voor het jaar 1000
eig. fam. van Reede <1601-1655
eig. Huis Almelo 1655 >2000

 

  • Erve Schuilenborg

eig. fam. van Reede <1601-1655
eig. Huis Almelo 1655 >1965

 

  • Erve Pezie

borgleen Huis Almelo
eig. Huis Bellinckhof <1601-1762
eig. Chr. Nieuwenhuis cons. vanaf 1762
eig. Chr. Antoon Kock 1832

 

  • Gravenhuis

eig. Huis Almelo <1601>2000

 

  • Erve Stokkelaar / Stokkeler / Vonkenhuis

eig. de bewoners zelf <1578-1715
eig. Huis Almelo 1715 >

 

  • Hinsenveld

eig. Huis Bellinckhof <1601-1762
eig. Chr. Nieuwenhuis cons. vanaf 1762
eig. Jannes Vonken 1832

 

  • Erve Schutte / Schutteman / Schuttenhuis

eig. Huis Almelo <1533>1832

 

  • Erve Joosten / Josink / Tyosse / Joosteman

eig. Klooster Almelo 1533-1812
eig. Mozes Salomonson 1812 >1832

 

  • Erve Braakman

eig. Henrick Krull 1601

 

  • Erve Soetenhuis / Soeteman

eig. Kerk Almelo 1601
eig. J.H. Warnaars -1843
eig. Huis Almelo 1843<1965

 

  • Erve Wonde

eig. Pastorie Almelo 1601

 

  • Erve Witvoet

eig. Klooster Almelo <1567-1804

 

  • Erve Goossenshuis / ter Mollen / Mommenhuis / Knoopshofte

borgleen Huis Almelo <1503-1800
eig. fam. van Bermentlo <1503-1529
eig. de bewoners zelf vanaf 1529

 

  • Erve Huiskes

eig. Klooster Almelo <1601>1664

 

  • Erve Hondebrink

eig. Huis Almelo <1470 >1832

 

  • de Weide

eig. Huis Almelo <1601 >1832

 

  • Erve Vicarie

eig. Kerkeringsvicarie 1601

 

  • Erve Lambert Derriks

eig. Gasthuis Almelo 1601

 

  • Steeghuis

eig. Klooster Almelo <1601-1664

 

  • Erve Gladbeek / Reigershöfte

borgleen Huis Almelo <1366-1800
eig. fam. van Gladbeke -1366
eig. fam. de Reiger 1559-1700
eig. fam. Schuitemaker 1700-1732
eig. fam. Bruins 1732 >1800

 

  • Erve Boomshuis

eig. Vicarie Almelo <1476>1601
eig. Huis Almelo 1832 <1965

 

  • Erve Drieneman

eig. Huis Almelo <1601 >

 

  • Erve de Riet

eig. fam. de Reiger 1601

 

  • Erve de Voelen

eig. Huis Almelo <1832 >

 

  • Erve Nijrees / Nijreest

eig. Huis Almelo <1561 >

 

  • Katerstede Nijland

eig. de bewoners zelf 1601

 

  • Katerstede Peppelman

eig. fam. van Tusveld 1569
eig. Jan Holtman 1601
eig. de bewoners zelf -1651
eig. Huis Almelo 1651>1832

 

  • Erve Reefman / dat Reve

leen Huis Almelo <1505-1800
eig. de Reiger tot Gladbeke 1559-1688
eig. fam. van der Horst 1692-1761
eig. fam. Hesselink Wierden 1761 >1800
eig. Huis Almelo <1832 >

 

  • Tusveld

eig. de bewoners zelf 1601
eig. Huis Almelo <1832<1965

 

  • Erve Kleissen

eig. Huis Almelo -1451
eig. fam. van Hulscher 1451-1484
eig. Vicarie Almelo 1484>1601
eig. Huis Almelo >1601 <1965

 

  • Erve Vreman / het Vrede

eig. Huis Almelo -1454
eig. Hendrik van Rede 1454-1544
eig. Huis Almelo 1544 >

 

  • Katerstede Uilenreef

eig. Jan Brandlicht <1601-1619
eig. Huis Almelo 1619 >1965

 

  • Erve Grever / Schrevershuis

eig. Klooster Almelo <1601-1808
eig. Mozes Salomonson 1808 >1832

 

  • Brinkshuis

eig. Huis Almelo <1601 >

 

  • Erve Bullick / Bolkshuis

eig. de bewoners zelf <1601-1623
eig. Huis Almelo 1623 >

 

  • Altena

eig. Huis Almelo <1601 >1832

 

  • Konings

eig. Huis Almelo <1561 >1832

 

  • Erve Holsbrink / Hulsbrink

eig. Johannes Tusveld, pr. -1470
eig. O.L.Vr. Vicarie Almelo 1470>1601
eig. Huis Almelo <1832 >

 

  • Schotveld

eig. Huis Almelo <1601>1832

 

  • Erve Hofstede

eig. Huis Almelo -1454
eig. Hendrik van Rede 1454-1544
eig. Huis Almelo 1544-1553
eig. Dederick van Bedtber 1553-1563
eig. Huis Almelo 1563 >
eig. Huis Weemselo <1400-1693

 

  • Erve Knoef

eig. Huis Almelo <1484 

 

  • Erve Heetbrink

eig. Klooster Almelo 1450-1808
eig. de bewoners zelf vanaf 1808

 

  • Kater bij Heetbrink / Klein Ibbenhorst

eig. Klooster Almelo 1557>1748
eig. de bewoners zelf -1874
eig. Huis Almelo 1874>

 

  • Erve Hinneveld

eig. Huis Almelo <1456

 

  • Veldhuis

eig. Huis Almelo <1601

 

  • Erve Robbenhaar

eig. Huis Almelo -1470

eig. Klooster Albergen 1470-1756

eig. fam. Coster Almelo 1756>

 

  • Erve Klein Getkate

eig. Huis Almelo -1455

eig, Klooster Albergen 1455-1706

eig. Huis Almelo 1706 >

 

  • Erve Groot Getkate / Boershuis

eig. Huis Almelo -1455
eig, Klooster Albergen 1455-1716
eig. Huis Almelo 1716>

 

  • Erve Ibbenhorst

eig. Klooster Oldenzaal <1569-1808
eig. de bewoners zelf vanaf 1808

 

 

Lijst boerderijen Diepenheim en hun eigenaren/bewoners 

 

  • Erve Nieuwe Sluis

erve, gesticht circa 1615
eig. Roelof ten Cate 1832<1853
eig. fam. Temmink <1853>1897

 

  • Erve Oude Sluis

erve, gesticht circa 1611
eig. fam. van der Sluis -1741
eig. Herv. Diaconie Haaksb. 1741-1909
erve versplinterd in 1909
huisperceel eig. Hermannus Nijenhuis vanaf 1909

 

  • Erve Roesink

eig. Jan Koster 1832

 

  • Erve Oosterkamp

eig. fam. Roesink <1832>1878

 

  • Erve Schoman

eig. fam. Schoman <1829>1865

 

  • Erve Breuker

eig. Huis Pekkedam <1811-1815
eig. Huis Nijenhuis 1815>2000

 

  • Erve Bekkenkamp

eig. Huis Pekkedam <1811-1815
eig. Huis Nijenhuis vanaf 1815

 

  • Erve Wolbers

 

  • Erve de Helle

leen Overijssel 1442-1800
eig. fam. van Warmelo 1442-1620
eig. Huis Warmelo 1620-1640
eig. Joan Sluijse 1640>1667
eig. Arend Scholten 1832
eig. Jan Vruwink -1847
eig. Huis Warmelo 1847>1858
eig. Huis Diepenheim <1965>2000

 

  • Erve Broekkamp

 

  • Erve de Haar

 

  • Katerstede de Wezel

eig. Gerrit Jan Berendsen 1832

 

  • Erve Plasman

 

  • Erve het Venne

leen Overijssel 1401-1800
eig. fam. ten Tye 1401-1447
eig. fam. van Brantlicht 1447-1484
achterleen Huis Saasveld 1484-1800
eig. Huis Warmelo <1547-1637
eig. Gerrit Mariënborch Dev. vanaf 1637
½ eig. Hendrik ten Donkelaar <1832-1849
½ eig. Engbertus ten Raa <1832-1849
geheel eig. Engbert B. ten Raa vanaf 1849
eig. Huis Nijenhuis <1965>2000

 

  • Erve Berendsen aan de Schipbeek

eig. fam. Berendsen <1817>1872

 

  • Erve Broekhuis aan de Schipbeek

 

  • Erve Zweerink / Swerink

eig. David Berck 1601
¾ eig. Huis Pekkedam <1811-1816
¼ eig. fam. Kuiper <1811-1816
geheel eig. fam. Kuiper 1816-1826
¼ eig. fam. Kuiper 1826-1845
verkoop na beslaglegging ¾ eig. Euphemia M.H. Tenk Old. 1826-1844
¾ eig. Huis Warmelo 1844-1845
geheel eig. Huis Warmelo 1845-1872

 

  • Erve Riethorst

eig. Adolf Berck 1601
eig. Huis Diepenheim <1800-1815
eig. fam. ten Brummelaar 1815>1887
eig. Huis Westervlier >1887>2000

 

  • Katerstede Wanink

eig. fam. ten Zeldam <1825-1852
eig. Jan Harm Leferink 1852-1856
eig. Huis Westervlier 1856>2000

 

  • Erve de Hemmel / Hemmelman

eig. Huis Warmelo <1832-1872

 

  • Erve Wilgenman / de Wilgen

eig. Huis Warmelo <1832-1839
eig. Huis Diepenheim 1839-1867
eig. Arend Jan Elderink vanaf 1867

 

  • Erve ter Maat / Maatman

leen Overijssel <1379-1709
eig. Huis Nijenhuis <1379-1444
eig. Huis Weldam 1444>1709
leen Overijssel 1716-1800
eig. Huis Nijenhuis <1716>1800

 

  • Erve Keuzenkamp

leen Overijssel 1716-1800
eig. Huis Nijenhuis <1716 >

 

  • Erve Hogelaar

leen Huis Almelo <1679-1800
eig. Huis Diepenheim <1679-1816
eig. fam. Dikkers Borne 1816-1857
eig. Huis Diepenheim 1857 >

 

  • Erve de Schelve / Schelfer

leen Overijssel 1442-1800
eig. fam. van Warmelo 1442-1557
eig. fam. van Heerdt 1557-1620
eig. Huis Warmelo 1620-1872

 

  • Erve Elferink

leen Overijssel <1379-1800
eig. Huis Warmelo 1417>1800

 

  • Erve Donkelaar / Donkelman

eig. graaf van Dalen tot 1331
eig. bisschop van Utrecht vanaf 1331
eig. Kerk te Diepenheim 1601
eig. Huis Pekkedam -1815
eig. Gerrit Kremers vanaf 1815
eig. Hendrik ten Donkelaar <1832-1854
eig. fam. Kremers 1854>1900

 

  • Erve ter Bornt

½ eig. Huis Pekkedam 1601
½ eig. Willem Clophouwer 1601

 

Erve Blokhorst Middendorp

Groot Blokhorst eig. Hendrikus Blokhorst <1832<1854
eig. Arend Jan Blokhorst <1854-1896
eig. Hermannus Blokhorst vanaf 1896
Klein Blokhorst  eig. Hermanus Blokhorst <1832-1852
eig. Gerhardus Joh. Blokhorst 1862>1886

 

  • Erve Bekkedam Negenhuizen

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. Scholte Kagelink
eig. Jannes Bouwmeester 1829-1838
eig. Jan Hendrik Brummelaar 1838>1850
tienden leen Overijssel <1379-1800
eig. fam. ter Maet <1379-1415
eig. Huis Weldam 1539-1613
eig. fam. Peckedam/Marcklof 1613-1720
eig. fam. Wiedenbroek 1720>1841

 

  • Hof Kagelink / erve Scholte Kagelink / Negenhuizen

leen bisdom Munster <1311>1379
borgleen Nienborg (Westf.)
eig. graaf van Dalen 1311-1331
eig. bisschop van Utrecht vanaf 1331
landsheerlijk hoofdhof 1311-1800
hofh. Hof Kagelink 1311-1829
eig. Jannes Bouwmeester 1829-1838
eig. Jan Hendrik Brummelaar 1839-1891
eig. Bernardus Gerh. Eysink vanaf 1891
tienden, later uitgang ƒ 60,-- leen Overijssel <1379-1800
eig. fam. ter Maet <1379-1415
eig. Huis Weldam 1539-1613
eig. fam. Peckedam/Marcklof 1613-1720
eig. fam. Wiedenbroek 1720>1841

 

  • Erve Haghuis Negenhuizen

hofh. Hof Kagelink <1311-1556
in pandschap gegeven aan Berent Weynckens vanaf 1556 en niet weer ingelost

eig. fam. ten Haghuis <1832-1856
eig. fam. Eeftink 1856>1893

 

  • Erve Ensink / Wiedenbroek / Negenhuizen

eig. fam. Peckedam <1601-1664
eig. fam. Marckloff 1664-1720
eig. fam. Wiedenbroek 1720-1841
erve in twee delen gesplitst in 1841
½ perceelsgewijs verkocht in 1841
½ eig. fam. Wiedenbroek 1841-1889
½ eig. Herm. J. ten Brummelaar vanaf 1889

 

  • Erve Geesink Negenhuizen

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. de bewoners zelf vanaf 1829

 

  • Erve Leusink / Loesink / Middendorp

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. erven Jan Luesink 1829
erve perceelsgewijs verkocht in 1829
koper ruim 13 ha. eig. Arend Luesink 1829<1851
eig. fam. Rot <1851>1906

 

 

  • erve Brummelaar / Brummelman / Middendorp

leen Overijssel 1452-1800
eig. fam. Overhagen v.Twickelo <1601-1668
eig. Jan Mulert tot Voorst 1668-1704
eig. de bewoners zelf 1704>1906

 

  • Erve Boerman / Buurman / Middendorp

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. wed. Jannes Boerman vanaf 1829

 

  • Erve Reimelink Middendorp

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. Egbert Reimelink vanaf 1829

 

  • Erve Teutelink Middendorp

leen Overijssel <1382-1801
eig. de bewoners zelf <1382-1475
eig. Huis Weldam 1475>2000
tienden eig. Klooster ter Hunnepe <1500-1621

 

  • Erve Relleker / Relker / Middendorp

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. Gerrit Relker 1829-1845
eig. fam. Vunderink 1845>1883

 

  • Erve Varenbrink Negenhuizen

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. fam. Varenbrink 1829-1861
eig. Dominico B. Mazzoli 1861-1889
eig. Arend D.J.Th. Meijjes vanaf 1889
tienden leen Overijssel <1379-1800
eig. fam. ter Maet <1379-1415
eig. Huis Weldam 1539-1613
eig. fam. Peckedam/Marcklof 1613-1720
eig. fam. Wiedenbroek 1720-1863
eig. Dominico B. Mazzoli vanaf 1863

 

  • Erve Kamphuis / Seckencamp / Negenhuizen

hofh. Hof Kagelink <1311-1829
eig. Jan Hendrik Kamphuis 1829-1860
eig. Anthony Groothedde 1860-1891
eig. RK Kerk te Wegdam vanaf 1891
tienden leen Overijssel <1379-1800
eig. fam. ter Maet <1379-1415
eig. Huis Weldam 1539-1613
eig. fam. Peckedam/Marcklof 1613-1720
eig. fam. Wiedenbroek 1720-1781
eig. de bewoners zelf vanaf 1781

 

  • Erve Morshuis / Marshuis / Negenhuizen

leen Overijssel <1379-1800
eig. Ludolph van Achtevelt <1601-1614
eig. Gerrit Jan Gesink vanaf 1794

 

  • Erve Nijhof Negenhuizen

eig. graaf van Dalen 1311-1331
eig. bisschop van Utrecht vanaf 1331
hofh. Hof Kagelink <1311-1829
in pandschap aan Johan Nijland 1601
eig. wed. Gerrit Nijhof 1829-1847
eig. Jan Lambert Nijhof 1847>1873

 

  • Erve Leppink (Noordijk gem. Neede)

leen Keulen <1289-
eig. Klooster ter Hunnepe 1289-1813
eig. fam. Leppink <1832>1871

 

  • Erve Rypinchorst

eig. Klooster ter Hunnepe 1386-

 

  • Erve Nijenhuis

eig. Klooster ter Hunnepe 1289-

 

  • Erve de Muller / Boevink / Achterveld

eig. Klooster ter Hunnepe <1452-1813
eig. Gerrit Jan Hartgerink 1813-1845
gesplitst door boedeldeling in 1845
eig. Jan Hartgerink 1845-1849
eig. Jan Roelof ten Hoopen 1849>1869

 

  • Erve Scholten Achterveld

eig. Klooster ter Hunnepe 1235-1813
eig. Gerrit Scholten vanaf 1813

 

  • Erve Bonkink / Bunkink / Achterveld

leen Overijssel 1382
eig. Rolof van den Damme 1382
eig. Klooster ter Hunnepe 1405-1813
eig. Gerrit Jan Bonkink 1813-1820
eig. Gerrit Ooink of Odink 1820>1849
eig. erven Odink <1859>1870

 

  • Erve Dammink / Damme / Achterveld

leen Overijssel <1379-1800
6 eeig. fam. van Warmelo <1379-1460
eig. Klooster ter Hunnepe 1460-1813
eig. Jannes Boerman vanaf 1813

 

  • Erve Hennink / Hannink / Achterveld

leen Overijssel tot 1277
eig. Klooster ter Hunnepe 1277-1813
eig. Albert Hennink vanaf 1813

 

  • Erve Bispelink / Bisperink / Bispink / Achterveld

eig. Klooster ter Hunnepe <1719-1813
eig. wed. Berend Bispelink vanaf 1813

 

  • Erve Botterhuis / Boterhuis / Achterveld

eig. Klooster ter Hunnepe 1437-1813
eig. Arend Botterhuis vanaf 1813
eig. fam. Huinink 1902

 

  • Derick Saegeschnieders
  • Wessell Petersenn
  • Wolbert Jansen
  • Herman ther Achter
  • Geerlich van den Ham
  • Berent Kruger
  • Juncker Ruloeff von Beverfoorden
  • Arent Schulten
  • Johan Bruinss
  • Geert Kuipper
  • Hendrick Boemkamp
  • Die Bauwmeister
  • Hendrick Kremer
  • Deryck Schluitter
  • Buschoff
  • Juffer Elisabeth
  • Die Raemacker.
  • Bruin Leisingk
  • Berent ther Flutter
  • Johan Broecken den Oldenn.
  • Die Muller
  • Hermann vonn Delden
  • Claess Sageschnieders
  • Wolter Elvering
  • Hendryck Tybringk
  • Lammert Hemelmahns
  • Johan nieuwe Meyer
  • Johann Boegeholt
  • Tessemacker
  • Berent Berentzen
  • Berent ther Ravenshorst
  • Johan Timmermahns
  • Engbert Tyess
  • Juncker Alert von Beverfoorden in die Rees
  • Hase Broeck
  • Geert Leysing.
  • Geert then Nienhuiss
  • Steven Kremer
  • Johan Schultenn
  • Freryck Jansenn
  • Johann Broecker 
  • Johan van Laer 
  • Johann Bloett
  • Wessell Timmermahns

 

Lijst boerderijen Vriezenveen en hun eigenaren/bewoners

 

  • Hermen Jacopss
  • Hermen Lukens
  • Hermen Johanss
  • Johan Wolters
  • Ffreryck Freryckes
  • Luken Gerdes
  • Wyllem Jacops
  • Johan Jacopss
  • Johan des Voren
  • Lubbert Hermes
  • Berendt Wichers
  • Gerrydt Koesters / Wyllem Lubbers
  • Wicher Henryckes
  • Jans Henryckes
  • Johan Henryckes
  • Johan Hermes
  • Egbert Berteldes
  • Johan Hermes van Geesteren
  • Johan Evers
  • Gerdt Egbers
  • Johan Lubbers (oude)
  • (jonge) Johan Lubbers
  • Johan Albers
  • Johan Hermes Kleyn
  • Hermen Lubbers
  • Clas Johan Senderynck
  • Henryck Hermes
  • Luken Hermes
  • Henryck Berteldes
  • Joan Johanss Uterdt
  • Berendt Egbers
  • Gerdt Pouwells
  • Egberdt Arenss
  • Gerdt Henryckes
  • Johan dye Roever
  • Gerdt Freryckes
  • Henryck Johan Berendes
  • Johan Grubben
  • Wolter Gerdes
  • Wycher Hermes
  • Peter Egbers
  • Henryck Schutman
  • Johan Hermes
  • Ffreryck Werners
  • Berendt Hermes
  • Berteldt Roleffss
  • Gerdt Johanss
  • Gerdt Freryckes Westerdt
  • Luken Jochems
  • Johan Berendes
  • Johan Lukens
  • Egbert Lukens
  • Peter Egbers Vos,
  • Johan Smyt
  • Berendt Johanss
  • Effse Johanss
  • Henryck Gerdes
  • Ffreryck Johanss
  • Johan Gymynck
  • Luken Hermes
  • Egbert Mertens
  • Cordt Johanss
  • Johan Albers
  • Johan Roleffs
  • Hermen Lubbers
  • Hoeve op het Vriezenveen

eig. de bewoners zelf 1601

  • Jacop Johanss
  • Werner Hermenss
  • Johan Roleffs
  • Henryck Goesen
  • Otte Gerdes
  • Gerdt Hermes
  • Johan Lubbers Bruneman
  • Henryck Grubben
  • Johan Schoemaker
  • Hermen Jacopss
  • Hermen Lukens
  • Hermen Johanss
  • Johan Wolters
  • Ffreryck Freryckes
  • Luken Gerdes
  • Wyllem Jacops
  • Johan Jacopss
  • Johan des Voren
  • Lubbert Hermes
  • Berendt Wichers
  • Henryck Jochemsen
  • Johan Gerrytss
  • Effse Lukens
  • Sunte Annenvicarie
  • Gerdt Hermes Schroer
  • Luken Johanss
  • Henryck Eskens
  • Jenne Johanss
  • Henryck Tonnyss Schulte
  • Wicher Johanss
  • Aa-boer

eig. Huis Saasveld 1601

  • Henryck Heryckes
  • Hermen Albers
  • Roleff Johanss
  • Egbert Berendes
  • Hermen Berendes
  • Henryck Johanss
  • Derck Berendes
  • Pouwell Egbers
  • Johan Werners
  • Clas Engelbers
  • Pouwell Gerdes
  • Gerdt Lukens
  • Johan Gerdes
  • Johan Hermen Ffreryckes
  • Herman Egbers
  • Henryck Johan Schulten
  • Lubbert Johanss
  • Albert Roevers
  • Hofmansgoed (west)

eig. Klooster Sibculo 1495-1717
eig. Rutger Berents vanaf 1717

  • Hofmansgoed (west midden)

eig. Klooster Sibculo 1495-1717
eig. Lucas Herms vanaf 1717

  • Hofmansgoed (oost midden)

eig. Klooster Sibculo 1495-1717
eig. Jan Berents Hoffman vanaf 1717

  • Hofmansgoed (oost)

eig. Klooster Sibculo 1495-1716
eig. wed. Berent Claassen vanaf 1716

  • Henryck Gerdes
  • Clas Johanss

 

  • Berend Claassens (midden)

eig. Klooster Sibculo <1716-1717
eig. Jan Hesselink vanaf 1717

  • Berend Claassens (oost)

eig. Klooster Sibculo <1716-1717
eig. Berent Gerrits Cate vanaf 1717

  • Hermen Gerrits (west)

eig. Klooster Sibculo <1716-1717
eig. Gerrit Herms Smelt vanaf 1717

  • Wysse Engelbers

eig. Klooster Sibculo <1601-1717

  • Berendt Johanns
  • Erve Brinkhuis

eig. Klooster Sibculo 1492-1762

halve erve Brinkhuis eig. Jan Jansen Jonkman vanaf 1762

eig. Klooster Sibculo 1492-1762

in pandschap aan Berend Jan Warnders 1593-1634

aan burgemeester Nijkercken 1635-1654

tiendvrij erve eig. Klooster Sibculo

halve erve Brinkhuis eig. Gerrit Jan Jansen vanaf 1762

  • Johan ten Cruveler
  • Henryck Henryckes
  • Johan ten Katte
  • Clas Lambers
  • Cop Henryckes
  • Freryck Rotgers
  • Gerdt Johanss
  • Johan Pouwells
  • Wyllem Rotgers
  • Henryck Copes
  • Johan Arens / Hermen Johanss
  • Esken Arendes
  • Henryck Werners
  • Jasper Albers
  • Johan Hermes Grubbe
  • Henryck Berendes
  • Gerdt Hermes
  • Ffreryck EngeIbers
  • Wycher Albers
  • Berendt Kluppell
  • Schouten / Schulten

eig. Klooster Sibculo 1495-1756

  • Luchien Frerix (west)

eig. Klooster Sibculo 1519-1717
eig. Jan Jansen Onweer vanaf 1717

  • Luchien Frerix (oost)

eig. Klooster Sibculo 1519-1716
eig. Geert Herms Holst vanaf 1716

  • Berend Gerrits nu Albert Janssen

eig. Klooster Sibculo 1495-1762
eig. Albert Janssen vanaf 1762

  • Hans Berendes / Frerik Luikenserve

eig. Klooster Sibculo 1495-1762

  • Cordt Wolters
  • Rolef Henryckes
  • Berendt Berychoff

Lijst boerderijen Wierden

 

  • De Schutte 1924 Notter

 

  • Eertink 1933  Notter

 

  • Erve Rhee Hallehuistype 1849 Zuna

 

  • Erve t’ Heerdink Hallehuistype 1444 't Loo

 

  • Erve Ten Hove Hallehuistype 1900 Hoge Hexel

 

  • Erve Woolderink Hallenhuis 1798 Wierden

 

  • Erve Zuid (voorheen Staman boerderij) Hallehuistype 1750 Wierden

Boerderijen Avereest / Reestdal en hun eigenaren/bewoners

 

Voordat de grootschalige ontginningen van het veengebied in het zuiden van Drenthe en het noorden van Overijssel plaatsvonden, ontsprong het riviertje de Reest in het uitgestrekte veengebied rondom de huidige plaats Lutten ten oosten van Dedemsvaart. Van daar slingerde het riviertje zich meer dan 30 kilometer lang richting Meppel waar het uitmondde in het Meppelerdiep.

 

Rond het jaar 1000 zullen de eerste boeren zich in het vrij smalle Reestdal hebben gevestigd. Het eerste bronmateriaal waarin bewoning langs de Reest wordt vermeld dateert uit het jaar 1176, waarin gesproken wordt over een vijftal hoeven langs de beek die Reest heet. In de eeuwen daarna nam het aantal boerderijen langs de Reest langzaam toe. In het jaar 1236 werd daarop de kerk van het latere IJhorst gesticht, en aan het einde van de 13e eeuw de kerk van Avereest.

De kerkelijke gemeente Avereest, die de bovenloop van het riviertje omvatte, komen daar zo rond het jaar 1600 de volgende buurtschappen/boerderijen voor.

Van west naar oost aan Overijsselse zijde:

  • Groot Oever
  • Klein (of Lutten) Oever
  • Den Westerhuis
  • De Wheem/de kerk4
  • Den Huizen
  • Den Kaat
  • Den Oosterhuis

En aan Drentse zijde:

  • De Stapel
  • Bloemberg
  • Pieperij
  • Wildenberg
  • Schrapveen

 

In later eeuwen werden meer gronden ontgonnen en in gebruik genomen. Zo ontstond aan het eind van de 17e eeuw de buurschap De Mulderij of De Veldhoek ten oosten van Den Oosterhuis, bestaande uit de boerderijen De Mulderij, Vogelzang en Spijker. Aan de overzijde van de Reest ging het om een aantal boerderijen in de Paardelanden, zoals de Geezenkamp, Tente en Kiefte. In de 17e en 18e eeuw werden op de zandruggen in het zuidwesten van de gemeente boerderijtjes op de Kievitshaar en de Haar gesticht.

Vanaf het jaar 1811 bracht het kanaal de Dedemsvaart grote veranderingen in deze streek teweeg. Rondom de brug van Balkbrug ontstond steeds grotere bedrijvigheid mede vanwege de nabijheid van de Ommerschans. En meer naar het oosten nam de veenkolonie langs de ‘Nieuwe Vaart’ steeds grotere vormen aan en ontstond de plaats Dedemsvaart.

 

  • De Wildenberg

De Wildenberg komt voor in de oudste leenregister van de bisschoppen van Utrecht. In 1379 wordt Arend Huys, heer van Ruinen, onder meer beleend met Die guede geheten toe Weestersche toe Wildenberghe, als die gelegen syn, mit alle hoeren tobehoeren in den kerspel van Averriesen. In datzelfde register wordt Jan Rutgherssoen vermeld als leenman die is beleend met dien tienden, die gheleghen is ter Overreesten over die drie Westerste Huyse.

Aan het einde veertiende eeuw waren er dus drie Westerse huisen, waarvan de Wildenberg er één was. De twee andere kennen we vandaag de dag nog steeds als de buurtschap Den Westerhuis. Daarmee behoorde De Wildenberg samen met Den Westerhuis tot de oudste erven langs de Reest.

In de eeuwen die volgen worden de opeenvolgende heren van Ruinen telkens beleend met de Wildenberg. Deze beleningen vonden plaats door de bisschoppen van Utrecht, en na de reformatie door de Staten van Overijssel als leenheer. Achtereenvolgens gaat het om:

  • Arend Huys van Ruinen (1379, 1393)
  • Johan van Ruinen, zoon van Arend Huys (1397)
  • Johanna van Ruinen, dochter van Johan van Ruinen en vrouw van Berend van Munster (ca. 1411, 1434, 1444, 1457, 1465)
  • Hendrik van Munster, zoon van Berend van Munster (1478, 1497),
  • Berend van Munster, zoon van Hendrik van Munster (1510, 1517)
  • Hendrik van Munster, zoon van Berend van Munster (1545, 1556)
  • Hendrik van Munster, zoon van Hendrik van Munster (1603)
  • Hendrik Munster Wilhelm van Bernsau, kleinzoon van Hendrik van Munster (1635, 1651)
  • Margaretha Geertruid Maria Bernsau, dochter van Hendrik Munster Wilhelm van Bernsau en gehuwd met Frans Caspar Adriaan graaf van Schellard tot Obbendorf (1681)
  • Willem Adriaan markies van en tot Hoensbroek, mede namens zijn vrouw Elisabeth Henriette gravin van Schellard, dochter van Frans Caspar Adriaan graaf van Schellard tot Obbendorf heer van Ruinen (1704)
  • Frans Arnold markies van en tot Hoensbroek, zoon van Willem Adriaan markies van en tot Hoensbroek (1740)
  • Lotharius Fransciscus markies van en tot Hoensbroek, zoon van Frans Arnold markies van en tot Hoensbroek (1760)
    In 1768 werd de heerlijkheid Ruinen verkocht en komt De Wildenberg niet langer voor in de leenregisters.

Eigenaren van de Wildenberg

  • De heren van Ruinen hielden de Wildenberg in leen van de Utrechtse bisschoppen, maar op haar beurt gaven zij de Wildenberg weer uit in achterleen aan leden van de familie Van den Clooster die als feitelijk eigenaar optraden.
  • 10-3-1465 Roloff van Laer heer te Ruynen en Johanna vrouwe van Ruynen verklaren, Johan van den Cloester te hebben beleend met de erven to den Wildenborge en de Bullinge, 1 hoeve land op Suytwolde in den Erlle, eene rente van 18 mudden rogge uit een erf op de Oeverrieste, bewoond door Johan Ffocken, en voorts met alle goederen die Reynolt van den Cloester van hem in leen hield.
  • Reinold van den Clooster tot de Havehorst (ovl. voor 1465) wordt in 1448 en 1458 samen met zijn broer Roelof vermeld als heer van de Havixhorst. Na zijn overlijden wordt zijn zoon Johan van den Clooster tot de Havehorst (1415-1490) dus beleend met de Wildenberg. Johan van den Clooster had waarschijnlijk geen kinderen en zijn bezittingen gingen over aan zijn jongste broer Herman.

In de periode 15e eeuw tot 1630 waren achtereenvolgens de volgende leden van de familie Van den Clooster tot de Havixhorst eigenaar van de Wildenberg, als leen van de heren van Ruinen en als achterleen van de bisschoppen van Utrecht resp. de provincie Overijssel.

  • Herman van den Clooster tot de Havehorst, (ca. 1440- ca. 1495), vermeld 1461-1491
  • Reinold van den Clooster tot de Havehorst (ca. 1475-ca. 1552)
  • Johan van den Clooster ter Havehorst ovl. ca. 1588, vermeld 1550-1586
  • Reinold van den Clooster ter Haverhorst, ovl. 1621, vermeld 1580-1618
  • Reinold van den Clooster ter Haverhorst, ovl. 1627, vermeld 1604-1625
  • Agnes van den Clooster gehuwd met Herman van Munster (ca. 1575-ca. 1639)
  • Reinolt van Munster ter Havixhorst (ca. 1620- na 1667)

 

Uit register van de grondschatting blijkt dat in 1630 de Wildenberg nog steeds in het bezit is van de eigenaren van de Havixhorst. Op dat moment is dat Herman van Munster tot de Havixhorst (ca. 1575-ca. 1639) weduwnaar van Agnes van den Clooster (ca. 1575- ca. 1628) .
Hij heeft rond die tijd financiële problemen, en daarom vraagt hij in 1631 toestemming aan de Etstoel van Drenthe bezittingen van hem en zijn minderjarige kinderen te mogen verkopen: Harmen van Munster ter Havixhorst, versoekende authorisatie, om te mogen vercopen eenige ongelegene, ende minst profijt doende goederen, om daermede de Havixhorst ende d’andere principaele ende best gelegenste goederen te vrijen. De Etstoel gaat daarmee akkoord. Waarschijnlijk is in deze periode ook De Wildenberg verkocht.

1649 Akte van belening door Henrick Munster Wilhelm van Bernsaw, heer van Ruinen, van Reinolt van Munster tot de Havixhorst met het erve Braemscamp vóór de Havixhorst in plaats van een deel van het erve Wildenberg; 1649

In het midden van de 17e eeuw werd de Wildenberg verkocht. Het is niet precies duidelijk door wie (de familie Van den Clooster of de heren Van Ruinen) en aan wie (de familie Nijsingh of aan de Landschap Drenthe). In ieder geval treedt Lucas Nijsingh (1645-1720), landschrijver en secretaris van de Landschap Drenthe in 1679 op als verkoper van de Wildenberg. Hij kan de Wildenberg in privé bezit hebben gehad, maar het is ook mogelijk dat hij optrad namens de Landschap Drenthe.

  • 1679 Roelof Steenbergen brouwer op Zuidwolde koopt het erf op 10 maart 1679 van de provincie Drenthe. Als stoklegger namens de verkopende partij treedt Lucas Nijsingh op.

 

Anno 1681 den 15 augusti heeft de heer secretaris Nijsingh den stock gelegt aen Roeloff Steenbergen brouwer op Suitwolde van seecker erve ende goet genaemt den Wildenberch. Ingevolgde de mijncedule daer van sijnde in dato den 10 martij 1679 voor de schultus Willem Camerlingh ende twie erffbuiren de waren Jan Lefferts Santinge ende Coop ten Heuvel tot Steenberch ende an denselve daerunder transport ende overdracht gedaen. Actum Suitwolde ut supra. /was gerekent/

  • Roelof Steenbergen (ca. 1630-voor 1714), brouwer op Zuidwolde, gehuwd met Margje Willems.
  • 1681 Roelof Steenbergen, brouwer op Zuidwolde (Etstoel 24/357)
  • Roelof Steenbergen (ca. 1660- voor 1701), woont op Zuidwolde, gehuwd met Annigje Alberts ten Heuvel (overleden na 1731). Hij koopt in 1697 ook het erf Rabbinge. Annigje Alberts ten Heuvel verzoekt in 1712 aan de Etstoel om een molen nabij de Wildenberg te mogen bouwen, hetgeen wordt afgewezen.


Verzoeker: weduwe van jonge Roeloff Steenbargen
Onderwerp: timmeren van een molen
Inhoud: verzoek toestemming tot timmeren van een molen aan de Reest omtrent de Wildenberg op Drentse bodem. Hiertegen komt verzet van Geert Arents, mulder te Zuidwolde die denkt grote schade hiervan te ondervinden. Zijn vader was in de oorlogsjaren de molen al afgebrand en nu zou er voor de tweede maal inkomsten verdwijnen. Ook de molenaar van de Dickninger molen heeft bezwaren.
Bijzonderheden: Niet toegestaan

  • Willem Roelofs Steenbergen (ca. 1690-na 1734), gehuwd met Femmigje Willems, woont vanaf zijn huwelijk in 1714 op de Veldkamp in De Wijk.
  • 1752 Schulte Roelof Steenbergen van Havelte wordt vermeld als (mede) eigenaar van de Wildenberg. Hij is een broer van Willem Roelofs Steenbergen op de Veldkamp.
  • Roelof Willems Steenbergen (1729-1804) gehuwd met Karsje Meeuwes, woont op de Veldkamp. Na zijn dood is De Wildenberg eigendom van zijn erfgenamen: Femmigje Jans Schiphorst, weduwe van Willem Roelofs Steenbergen en hertrouwd met Jan Lucas Steenbergen; Arend Koops Schoonvelde, weduwnaar van Femmigje Roelofs Steenbergen en Meeuwes Roelofs Steenbergen.
  • Mewes Roelof Steenbergen en consorten op de Veldkamp, eigenaren huis en hof bouwland aan de oostkant van het huis bouwland aan de westkant van het huis de boekweiten kamp het sijtmaatjen de stalmaat de heurink de grote weyde de guste weyde de koeweyde 1/3 van twee waardelen in de markte van Rabberinge en de Wildenberg
  • Bij de verdeling van deze boedel zal het erve Wildenberg zijn toebedeeld aan Arend Koops Schoonvelde (1754-1822) weduwnaar van Femmigje Roelofs Steenbergen (1761-ca. 1793) en hun dochter Klaasje Arends Schoonvelde.
  • 1812 Bij akte op 4 februari 1812 voor notaris L. Vos te Meppel verleden wordt er door de weduwe Lammigje Jans Steenbergen-Nijsingh i.v.m. haar hertrouwen met Pieter Berghuis (1759-1838) een inventaris van de bezittingen opgemaakt, waartoe behoort het aandeel in de boerderij op de Wildenberg.
  • 1832 Hendrik Jacobs Brouwer (1790-1864), gehuwd met Klaasje Arends Schoonvelde (1791-1867)
  • Karsje Brouwer (1829-1919), dochter van Hendrik Jacobs Brouwer, gehuwd met Egbert Kornelis Derks (1826-1894).
  • 1920 De erven wed. E.C. Derks te Ruinerwold veilen het erf in het voorjaar van 1920. Het erf de Wildenberg wordt dan gekocht door de pachter Albert Zantinge (1849-1933). De heidevelden rondom de Wildenberg worden aangekocht door de familie Ter Kuile.

 

eigenaren vanaf 1920:

  • Albert Zanting (1849-1933)
  • Geert Zanting (1881-1952)
  • Albert Zanting (1920-2015)
  • Henk Zanting (1954). Hij verkoopt de boerderij in 1999 aan het Drentse Landschap en verhuist naar Fort.

 

Bewoners van de Wildenberg

Tot 1920 werd de Wildenberg door de eigenaren – die het erf op hun beurt in leen en achterleen hielden verpacht aan de bewoners van het erf. Zij waren het die het boerenbedrijf op de Wildenberg uitoefenden, sommigen voor kortere tijd, maar anderen meerdere generaties lang.
De eerste bewoner van de Wildenberg treffen we aan in het midden van de 15e eeuw.

1446 In den jaer ons heren dusent vierhundert sess ende viertich des donresdaghes nae onser liever Vruwendach assumptio (19 augustus 1446).
Johanna van Runen, met Roloff van den Laer, haar man, als haar momber, verklaart in aanwezigheid van Roleff Wildenberch, Johan ten Ulen en Albert Bijsuden als buren van Drucht in Zuetwolde, dat zij aan de prior en het convent van het regulierenklooster to Belheem in Zwolle hebben verkocht:

– 1/3 van 3 ongescheiden hoeven vrij eigen land, die zij van haar moeder geërfd heeft, waarvan de overige 2/3 aan Steven van Runen toebehoren en die de erfgenamen van Rolef Dunnyng in pacht hebben en die in de marke van Drucht in het kerspel van Zuutwoelde gelegen zijn.

– 1/3 van een jaarlijkse pacht van 11 mud rogge, die ieder jaar door Johan ten Stapel opgebracht dient te worden voor het vrij eigen en goed, Venyngh genaamd, dat bij Echtenerbroke in de marke van Drucht in het kerspel van Zuutwolde gelegen is en waarvan de resterende 2/3 eveneens aan Steven van Runen haar oom, toebehoren en die verhaald kunnen worden op het erve en goe van Johan ten Stapel, ten Stapel genaamd, dat in het kerspel van Averreest in Drenthe gelegen is.

In deze akte treedt Roelof Wildenberg op als een van de getuigen bij de verkoop van onroerend goed door Johanna van Runen.

1575 Goesprake geholden tho Beylen opten vii Martii Anno 1575
Zuytwolde Zuydtende
Dat verbot van Jan van Steenwyck an Henrick ten Wildenberch in mueden gebleven etc.

Een goorspraak kan worden gezien als rechtbank in eerste aanleg, die gehouden werd in een buurtschap en waarbij de buren onderling rechtspreken en beroep mogelijk was op de Etstoel van Drenthe. Uit deze summiere aantekening in de registers van de goorspraken van Drenthe wordt niet duidelijk waar deze zaak inhoudelijk betrekking op heeft. Kennelijk is er eerder een uitspraak geweest waarin Jan van Steenwijk aan Hendrik ten Wildenberg iets heeft laten verbieden. Dat verbod blijft in kracht.
Jan van Steenwijk (ca. 1532-1610) woonde op de Groote Scheere tussen Gramsbergen en Coevorden. Hij bezat veel onroerend goed in Drenthe en Overijssel, waaronder een erf en tienden in de buurtschap Den Huizen onder Avereest.

1577 Goespraecke geholden tot Beylen opten xxien junii Anno 1577
Zuytwolde Zuytende

Jan Gheerts then Olde claecht over Henrick then Willebarch und Wolter toe Rabberinge, dat sie den waterloep und waterwech dammen, hoer marcke daermet beschedigen, dat men daer oick niet doer kan koemen. De beklaechden absent, elck op XV marck. De buiren van Wisser vertuigen de beklaechden op eenen gewalt, soe vaecke als sie de wateringe dammen oft stoppen, oft sullen bewysen, als lantrecht is, dat de wateringe daer niet hen en hoert; alsdan de claegers op eene onrechte clachte.

Jan Geerts van Nolde klaagt dat Hendrik ten Wildenberg en Wolter toe Rabberinge een waterloop afdammen, waardoor de gebruikers van de marke van Nolde schade ondervinden. De beklaagden zijn absent en krijgen daarom ieder een boete van 15 mark. De buren van Wijster – die in deze zaak rechtspreken – beslissen dat het afdammen niet is toegestaan, behalve als bewijs geleverd kan worden dat het water niet behoort te lopen zoals de eiser stelt.
De waterloop die hier wordt genoemd moet de Reest wel zijn. Bij het afdammen van de Reest ter hoogte van Rabbinge en de Wildenberg ontstaat er bovenstrooms wateroverlast, en aan Drentse zijde behoren die gronden toe aan de bewoners van Nolde. De meest logische verklaring voor het afdammen van de Reest is dat Rabbinge en de Wildenberg een aalstal in de Reest hadden aangebracht. Een aalstal is een houten constructie om paling te kunnen vangen, maar waardoor ook het water enigszins wordt opgestuwd.

De mogelijke locatie van deze aalstal is door gebruik te maken van een tweetal bronnen te traceren. In de eerste plaats laat het kadastrale minuutplan van 1832 bij de Wildenberg een opvallende ‘uitstulping’ in de Reest zien, die gelet op de vorm duidelijk door menselijke invloed is ontstaan.



Uit 1648 kennen we een lijst met hooilanden langs de Reest en hun namen. Het perceel dat grenst aan deze locatie kent het toponiem Stalmaat Een meer dan duidelijke verwijzing naar een aalstal op deze locatie!
1612 Register van de bezaaide landen, Zuidwolde:
Jan ten Wildenbarch, 12 mud

1630 Hoofdgeld (impost op gemaal) Zuidwolde:
Albert ten Wijldenberg, 9 personen, ƒ 3-12-0
1630 Grondschatting Zuidwolde 
Albert ten Wildenbarch als meijer van sijn erve toebehoerende ter Haverhorst op 3000 dall. ƒ 15-0-0
1632 Albert ten Wildenberg (Etstoel)



Eiser: Claes Colck burger te Hasselt

Verweerder: Harmen ten Heuvel, Roelof te Nolde, Arent Veeninge, Roelof Santinge,

Albert ten Wildenberch, Geert in de Druchte en Willem Steenberge als olde

gezworenen te Zuidwolde

Onderwerp: afschutten

Inhoud: eiser zou zijn afgeschut van zijn erf te Veeninge. Hij wil terugbetaling van

zijn schutgeld. Eiser krijgt gelijk.

 

De noordelijke Wildenberger es heeft in 1640 een grootte van 10 mud, 3 schepel en 1 ½ spint en is dus 3.91.30 hectare groot. De zuidelijke es heeft een oppervlakte van 12 mud, 3 schepen 2 spint = 4.64.59 hectare.

 


De noordelijke es komt nagenoeg overeen met het bouwland dat ook nu nog net ten noorden van de Wildenberg aanwezig is. De es was in de 17e eeuw wel wat groter dan nu, zowel een stukje groenland ten noorden als ten zuiden van het bouwland maakten er destijds deel van uit.
De zuidelijke es ligt ten zuiden van het kerkpad en sloot aan op de es van Rabbinge. Het grootste deel ervan bestaat tegenwoordig uit bos. Waarschijnlijk is dit deel van de es in de tweede helft van de 19e eeuw bebost. In die periode werd in zuid-west Drenthe op redelijke schaal bouwland omgezet in  met name  eikenhakhout. De schors van het eikenhout werd gebruikt om looizuur uit te winnen ten behoeve van de leerlooierij.

Het kleine perceeltje op de es naast het kerkpad dat niet tot de Wildeberg behoorde werd gebruikt door de predikant van Avereest. Het werd destijds aangeduid als papenland. Ook dit perceeltje bestaat tegenwoordig uit bos.

 

1641 Grondschatting Zuidwolde
Albert ten Wilden Barge

Albert ten Wilden Barge 4-2-1 ½ 19-0-2-2

(woest: mud-schepel-spint) (gesaeij: mud-schepel-spint-voet)

 

1642 Grondschatting Zuidwolde 23 maart 1642:
Albert ten Wildenberch

Albert ten Wildenberch 19 mud gesaeijs, 760-0-0
waeronder de pastor van Overeest 3 schepels heeft 67-0-0
4 ½ mudde woest
7 ¼ dachmaat hoijland 942-0-0
Een halve opslach schapedrift, 4 peerden en seven koijen weijden 1310-0-0
huis ende hoff 500-0-0

 

1645 Grondschatting Zuidwolde, hooi- en groenlanden, 7 februari 1645 
Albert ten Wildenberghe

Albert ten Wildenberghe 7 ¼ dachwerk hoijlant op de Rieste gelegen als oock het Rabberinge


1645 Grondschatting Zuidwolde, 8 juni 1645:
Albert ten Wildenbergh

Albert ten Wildenberch huijs
7 gebint 24 voet wijt
schuijre ende schot 5 gebint sonder
hoff geestimeert op 625-0-0

 

1646 Grondschatting Zuidwolde, 19 januari 1646 
Albert ten Wildenbarch

Albert ten Wildenbarch 19 mud gesaeij 1013-0-0
waer onder den pastor van Overeest 3 schepel heeft 120-0-0
4 ½ mud woest
De halve opslach Schapedrift, 4 peerden
ende 7 koeijen weijden 1834-0-0
7 ¼ dachwerk hoijlant 1450-0-0
huis en hoff 216-0-0

 

1646 Grondschatting Zuidwolde, huizen en hoven, 19 mei 1646 
Albert ten Wildenbergh

Albert ten Wildenbergh huijs 7 gebint 210-0-0

gooren 0-0-2 6-0-0

heeft geen hoff

216-0-0

 

1648 Grondschatting Zuidwolde, hooilanden, 1648 
Albert Jans Wildenberch

Albert Jans Wildenberch (dachmaet, roeden, 1/10)
no. 87 d sijmaet hoijlant 1-70-0
no. 90 d stalmaet 2-40-0
no. 91 d nuerden 1 ¼ -52-3
no. 92 groote weijde 1 ¼ -41-7

Verder nog als groenland bij de Wildenberg:
no. 88 pastorijen lant tot Oofriest ¾ – 67 – 8

no .89 Jan Harmen op Oofriest
meijer van den pastoor,

d drentsche maechien 1-12-5
no. 92 Wolter t Rabbrijnge d groote weijde 1 ¼ – 41 – 7
no. 92 Dirck t Rabbrijnge d groote weijde 1 ¼ – 41 – 7



1654 Grondschatting Zuidwolde 

Albert ten Wildenbarch 18 ¼ mud gesaij 997
3 ½ mud woest 94
6 dachwerk hoijlant aldaer 1200
½ opslach schaep drift 4 peerd en 7 koyen weyde 1834
huys en hoff 216

4341

 

Albert Jans Wildenberg die wordt vermeld in de periode 1612-1654 moet wel een zoon zijn van Jan Wildenberg die in 1612 wordt genoemd. Hij is nog in leven in 1668/1669 want in het trouwboek van IJhorst vinden we het huwelijk van zijn zonen Cornelis en Jan:

1668 den 14 maart, Cornelis Alberts J.G. soon van Albert Jans op den Wildenberch op de Overreest met Aeltjen Berents, J.D. van Berent Henricks in de IJhorst. Cop. in Ihorst den 5 aprilis.

1669 den 27 november. Jan Alberts, J.G. soon van Albert Janss op den Wildenberch met Grietjen Henricks, wed. van wijlen Derck Jans op de Averlanckhorst. Cop. den 19 december in IJhorst

Drie jaar later woont hij niet meer op de Wildenberg, want dan vinden we:

1672 Haardstedengeld Zuidwolde:
Jan Pieters Wildenberg, ½ erf

Jan Pieters Wildenberg (ca. 1640-voor 1692). Hij heeft ten minste drie kinderen:
– Grietje Jans, die in 1692 trouwt met Frens Jans uit Havelte;
– Margje Jans, trouwt in 1702 in IJhorst met Paul Willems Maneveld;

– Jacob Jans, trouwt in 1716 in IJhorst met Grietje Hendriks.

Mogelijk is ook Roelof Jans die vanaf 1742 op de Wildenberg wordt vermeld een zoon van hem.
1679 Albert Peters ten Wildenberg en Jan Peters ten Wildenberg (Etstoel, faillissement)
tevens genoemd als crediteur: Jan Alberts Wildenbarch

Debiteur: Albert Peters ten Wildenbarch en Jan Peters ten Wildenbarch

Crediteuren: advocaat Luininck en Peter Budde 12-12-0 (kosten boedel); schatbeurder

op Zuidwolde ?; Albert Hindricks 39-0-0 (jaar dienstbodenloon); Luichien Everts 40-10-0 (jaar dienstbodenloon); Luichien Everts 86-3-8 (1½ jaar dienstbodenloon); Jan Alberts Wildenbarch 20-8-0 (verdiend loon); kinderen van Claes Jannes van der Veen als erfgenamen van Albert Claes Ymker 100-0-0 (restant van een obligatie d.d. 17-5-1657 met 18-0-0 rente); Jan Geerts van Echten 500 goudgulden of 700-0-0 (obligatie d.d. 34-5-1664 met 84-0-0 rente); Jan Roeloffs wever 400-0-0 (obligatie d.d. 11-11-1664 met 48-0-0 rente); erfgenamen van secretaris Waeteram 2000-0-0 (obligatie d.d. 13-6-1670 met 360-0-0 rente); de weduwe van Roeloff Jans Eppinge 100 goudgulden als restant van een groter bedrag (obligatie d.d. 14-5-1664 met 18-18-0 rente); erfgenamen van Albert Claes Ymker 50 goudgulden of 70-0-0 (obligatie d.d. 7-7-1656, zijnde ouderlijke lasten); weduwe van Jan Puister te Meppel 100 goudgulden of 140-0-0 (obligatie d.d. mei 1669); Koop Schonevelde 230 goudgulden of 322-0-0 (obligatie d.d. 4-1-1675)

Onderwerp: grasvellige boedel

Albert Peters ten Wildeberg en Jan Peters ten Wildenberch – waarschijnlijk broers – worden failliet verklaard waarbij een lijst met crediteure wordt opgemaakt. Opvallend is dat de vorige bewoner van de Wildenberg Jan Alberts een vordering op hen heeft van 20 gulden en 8 stuivers wegens verdiend loon.

1691-1694 Jan ten Wildenberg, 3 peerden

1695 Onderwerp: boedelbeschrijvingen
Inhoud: er zijn boedelbeschrijvingen gedaan van: o.a. Wildenbarch te Zuidwolde.

Boedelbeschrijvingen werden doorgaans gemaakt als iemand kwam te overlijden en wilde hertrouwen terwijl er nog minderjarige kinderen waren. Jan Pieters ten Wildenberg of zijn vrouw zal dus in 1695 zijn overleden.

1711 Erfgenamen Jan Pieters ten Wildenberg

Eiser: Harm Ybinge
Verweerder: erfgenamen Jan Pieters ten Wildenberg
Onderwerp: panding
Inhoud: 27-0-0, zijnde drie jaar rente over een bedrag van 200-0-0 volgens obligatie van 10-3-1682
Andere namen: Albert Jacobs en zijn vrouw Trijntien Harms Ibinge, wonend in een huis aan de Kerkstege [te Hoogeveen].

1742 Haardstedengeld Zuidwolde:
Roelof Wildenberg, ½ schapendrift, heeft nu 5 paarden

Roelof Jans Wildenberg trouwt op 9 april 1718 in IJhorst met Trijntje Arents (geboren 1688), dochter van Arend Berends en Grietje Roelofs van de Hoogenkamp in IJhorst. Bij zijn huwelijk wordt Roelof Jans aangeduid als jongeman van de Oshaar.
Van hen zijn twee dochters bekend:

– Grietje Roelofs, trouwt in maart 1749 met Albert Berends Donker(broek), broer van Evert Berends Donker schoolmeester in Avereest

– Aaltje Roelofs, verneld in 1752.

Mogelijk is ook Annigje Roelofs, man van de Hendrik Jacobs die vanaf 1753 op de Wildenberg woont, een dochter van hen.

1752 Roelof Jans op den Wildenbarg

Eiser: Albert Berents te Avereest op Rabberinge, weduwnaar van Grietijn Roelofs, dochter van Roelof Jans op den Wildenbarg en diens vrouw Trijntijn Arens
Verweerder: Roelof Jans op den Wildenbarg en namens zijn vrouw Trijntijn Arens
Onderwerp: betaling 150-0-0
Inhoud: wegens huwelijkscontract d.d. 22-3-1749

Eiser: Albert Berents op Rabberinge
Verweerder: Roelof Jans op de Wildenbergh
Onderwerp: accoord in geschil
Inhoud: Roelof Jans zal betalen 175-0-0 en de eisen van verweerders dochter Aaltien Roelofs tegen eiser worden teruggetrokken
Andere namen: commissie: Jan Tijmens, Jan Eltinge, R. Lamberts, Albert Steenbergen. J. Kymmel

Eiser: Eevert Berents, koster en schoolmeester te Avereest
Verweerder: Aaltijn Roelofs, thans meerderjarige dochter van Roelof Jans en Trijntijn Arents op den Wildenborgh onder Zuidwolde
Onderwerp: trouwbeloften
Inhoud: Volgens eiser was het huwelijk nog niet gesloten wegens het overlijden van de zuster van verweerder. Verweerder krijgt gelijk.
Andere namen: advocaat Toppinga namens eiser

Hendrik Jacobs (1724-ca. 1795) uit de Oosterwijk (De Wijk) trouwt circa 1753 met Annigje Roelofs (ca. 1722-na 1797) – mogelijk dochter van Roelof Jans Wildenberg – en woont vanaf zijn huwelijk op De Wildenberg. Zij krijgen samen zes kinderen: Grietje (1756), Femmigje (1758), Jacob (1760), Annigje (1763), Roelofje (1766) en Jantje (1769).
Hij komt nog voor in her haardstedenregister van 1794, terwijl zijn vrouw in 1797 als 75-jarige weduwe wordt vermeld. Hendrik Jacobs is dus rond 1795 overleden.

 

1754 Haardstedengeld Zuidwolde:
Hendrik Jacobs te Wildenberg houdende 2 paarden heeft ½ schaapdrift int velt

1764 Haardstedengeld Zuidwolde:
Hendrik Jacobs op den Wildenberg, houdende 2 peerden, is groot in ‘t veld ½ schapendrift
(in de marge:) NB. De schapendrift wort gesegt in plaats van waardeel.

1774 Hendrik Jacobs van den Wildenberg

 

Onderwerp: goedkeuring afkoop
Inhoud: Jan Roelofs Pander hoofdmomber, Hendrik Jacobs van den Wildenberg, Jan Jans ter Haar medemombers over de minderjarige Jantien Arents dochter van wijlen Arent Roelofs en Trijntien Jans in de Broekhuisen verzoeken om goedkeuring van een afkoop contract tussen hun en Femmegijen Arents ter ener en de moeder ter andere zijde.

1774 Hendrik Jacobs op den Wildenberg

Hendrik Jacobs Wildenberg is in 1776 167 gulden schuldig aan de erfgenamen van de overleden schatbeurder Willem Willems Steenbergen wegens achterstallige schatting en haardstedengeld.

1779 Hendrik Jacobs

Hendrik Jacobs verklaart op 17 oktober 1779 dat het pastoriehuis van Avereest altijd door de gemeente is onderhouden.

1784 Haardstedengeld Zuidwolde:
Hendrik Jacobs Wildenberg

1794 Haardstedengeld Zuidwolde:
Hendrik Jacobs Wildenberg

Jacob Hendriks Wildenberg (1760-1838) zoon van Hendrik Jacobs en Annigje Roelofs, trouwt op 20 november 1791 te Avereest met Jantje Hendriks Jonker (1770-)1821. Hun eerste vier kinderen Annigje (1793), Margje (1795), Hendrik (1797) en Hendrikje (1801) worden nog op de Wildenberg geboren. Hun jongste dochter Femmigje wordt in 1804 geboren op de Uitschotenhaar bij Den Huizen. En vanaf 1811 komen komen we Jacob Hendriks Wildenberg tegen als tapper in de gemeente Stad Ommen, waar zijn vrouw in 1821 en hij in 1838 ook overlijden.
1797 Bevolkingsregister Zuidwolde, erf. no. 99 (Wildenberg)

Annegien Roelofs 75 jaar, weduwe Hendrik Jacobs

Jacop Hendriks 36 jaar, boerkeri, gehuwd

Andries Takken (1764-1844) komt in 1802 of 1803 met zijn vrouw Aaltje Roelofs Veldman (ca. 1770-1835) en hun kinderen Roelofje (1785), Roelof (1789) en Jan (1791) van de Haalweide naar de Wildenberg. Zij worden op 15 maart 1803 met attestatie van IJhorst ingeschreven als lidmaat te Avereest.
Dit echtpaar pacht na het vertrek van Jacob Hendriks Wildenberg het erf Wildenberg van de eigenaar Roelof Willem Steenbergen. Hun pacht zal zijn ingegaan per 1 mei 1802 of 1 mei 1803.


1804 Haardstedengeld Zuidwolde:
Andries Takking Wildenberg

 

1830 Volkstelling Zuidwolde, erf. nr: 99 – buurtschap: Wildenberg

Andries Jans Takke – (geh) – 65 jaren oud, geboren te Staphorst.
Aaltien Roelofs – (geh) – 61 jaren oud, geboren te De Wijk.
Roelof Andries Takke – (wed) – 40 jaren oud, geboren te De Wijk.
Aaltien Pouwels Rozenboom – (ong) – 30 jaren oud, geboren te Staphorst.
Klaas Hendriks Koekoek – (ong) – 21 jaren oud, geboren te Hoogeveen.
Jentien Willems Drogt – (ong) – 17 jaren oud, geboren te Zuidwolde.
Berend Jans Scheper – (ong) – 16 jaren oud, geboren te Zuidwolde.
Andries Roelofs Takke – (ong) – 9 jaren oud, geboren te Zuidwolde.
Berend Roelofs Takke – (ong) – 4 jaren oud, geboren te Zuidwolde.

Roelof Andries Takken (1789-1841), zoon van Andries Jans Takken en Aaltje Roelofs Veldman, woont vanaf het moment dat hij met zijn ouders in 1803 op De Wildenberg komt wonen tot zijn dood op dit erf. Hij trouwt in 1816 met Gerritdina Berendina Holsman (ca. 1786-1827) uit Hellendoorn. Bij haar krijgt hij vijf kinderen: Aaltje (1818, jong overleden), Andries (1820), Berend (1821, jong overleden), Aaltje (1823, jong overleden) en Berend (1825).
Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwt hij in 1836 met Maria Alberts Paasman (1810-1880) uit Staphorst. Uit dat huwelijk worden nog drie kinderen geboren: Aaltje (1836), Albert (1837) en Geesje (1840).


De gronden zijn dan eigendom van Hendrik Jacobs Brouwer (1790-1862) uit Ruinerwold.
geel – hooiland

lichtgroen – weiland

bruin – bouwland

donker groen – bos

paars – veldgrond

donker paars – veengrond

rood – huis en erf

1849 Bevolkingsregister Zuidwolde, huisnummer 189, erf Wildenberg
Margje Alberts Paasman, 37 jaar, weduwe
Andries Roelofs Takken, 29 jaar, ongehuwd
Berend Roelofs Takken, 24 jaar, ongehuwd
Albert Roelofs Takken, 12 jaar, ongehuwd
Aaltje Roelofs Takken, 13 jaar, ongehuwd
Geesje Roelofs Takken, 9 jaar, ongehuwd
Jan Klaas Mennink, 20 jaar, ongehuwd (knecht)
Jan Jans Dekker, 17 jaar, ongehuwd (knecht)
Klaas Jans Poolman, 14 jaar, ongehuwd (knecht)
Hendrikje Jans Spijker, 19 jaar, ongehuwd (meid)

Na het overlijden van Roelof Andries Takken in 1841 wordt het bedrijf dus voortgezet door zijn weduwe Margje Alberts Paasman, en zijn twee oudste zonen Andries en Berend die bij het overlijden van hun vader resp. 20 en 17 jaar oud waren.
Jongste zoon Berend Roelofs Takken (1825-1881) trouwt in 1852 met Niesje van Dijk, weduwe van Evert Jans ten Oever en verhuist naar Groot Oever. Oudste zoon Andries Roelofs Takken (1820-1863) blijft ongehuwd.
1862 Albert Piel schrijft in Feiten uit het verleden van Avereest:
Het was September 1862. Ds. de Koning, gebruiker van de Drentsche Maat, het Reestenland gelegen aan de Drentsche zijde van de Reest had zijn etgardenhooi droog op het land staan. Dit hooi moest worden binnengehaald en zoals gebruikelijk begaven de arbeiders van de dominee zich met paard en wagen op weg naar het hooiland. Zij volgden de gebruikelijke weg, over de Westerhuis en over de Wildenberg. Zo was het altijd gegaan, maar dit keer ging het niet zo vlot.
Bij de boerderij de Wildenberg gekomen, stond de bewoner Andries Takken, hun op te wachten. En wat nimmer was gebeurd, gebeurde nu, de weg naar de Drentsche Maat werd aan Ds. de Koning verboden. Ook was de weg onbruikbaar gemaakt, zodat, al zou Ds.de Koning het verbod hebben willen negéren, wat zeer zeker van hem verwacht kon worden, hij toch niet over die weg bij zijn land kon komen.
De arbeiders van de Dominee konden onverrichter zake terugkeren. Ds. de Koning gaf onmiddelijk van dit incident kennis aan de Kerkvoogden, die op 15 September 1862 in spoedvergadering bijeen kwamen. Het besluit in deze vergadering genomen om met Andries Takken te gaan praten werd direct ten uitvoer gebracht.
De Kerkvoogden vroegen aan Andries Takken om voor deze keer over de weg te mogen gaan, wijl het hooi droog in het land stond. Takken verklaarde daartoe geen recht te hebben, daar het hem door sijn landheer, H. Bouwer te Ruinerwold, was verboden.
De kerkvoogden besloten toen om twee daghuurders te bestellen om het hooi over de Reest te dragen en daarna met H. Brouwer zelf te spreken. Op deze wijze kreeg Ds. de Koning zijn hooi in de schuur.
In de volgende vergadering op 7 October 1862 behandelden Kerkvoogden en notabelen de schriftelijke klagte van Ds. G. de Koning, wegens de verboden uitweg. Ds. de Koning was er nu juist de man niet naar om zich bij zo iets voetstoots neer te leggen.
Hij schreef aan de Kerkeraad (Kerkvoogden), dat Andries Takken, bewoner van de Wildenberg, hem de uitweg van het Drenthsche land, langs de zoogenaamde doodenweg had belet en verzocht de Kerkvoogden hierin hun regt te zoeken. Kerkvoogden en notabelen besloten een commissie te benoemen om met H. Brouwer de zaak te bespreken. Deze commissie bestond uit, R.W. ten Kate als kerkvoogd en H. Timmerman, als notabel. Op 9 October 1862 had deze commissie met H. Brouwer, eigenaar van de Landhoeve de Wildenberg in Meppel een bespreking, evenwel zonder resultaat. Op voorstel van H.Brouwer werd echter besloten een samenkomst te hebben op het terrein bij de Wildenberg.
Op 15 October had deze samenkomst plaats tussen genoemde Commissieladen met de President-Kerkvoogd van Avereest en genoemde H. Brouwer, vergezeld van zijn schoonzoon Jan Derks, terwijl voor Avereest mede tegenwoordig was, J.L. Westerhuis.Brouwer wilde van Kerkvoogden en notabelen een bewijs zien, dat het Drentsche kerkenland recht van uitweg had over de weg bijlangs de Wildenberg. De Commissie antwoordde, dat ze niet bij magte was zoo’n bewijs te toonen, maar dat zij van oordeel was, daar de weg toch voor een doodenweg moest blijven en er ook het hooi langs vervoerd is geworden, zoo zulks nodig was, zij meenen, die weg voor uitweg te moeten houden, maar om alle onaangenaamheden voor te komen willen kerkvoogden de weg voor hun rekening in orde maken en de boomen op te snoeien.
Brouwer heeft hierna zijn schoonzoon geraadpleegd en deelde daarna de Commissie mede, dat voortaan de weg door de meier (huurder) Andries Takken in orde zou worden gebragt, dat er behoorlijk met een voer hooi langs kon worden gereden en dan verder te laten zoo als het is.
Genoemde landheer toonde hiermede een ruim standpunt in te kunnen nemen en begrip te hebben voor de moeilijkheden van de tegenpartij.Ook zal zeer zeker bij Brouwer en diens schoonzoon Jan Derks, van geboorte en afkomst Drenthen, gesproken hebben het begrip “doodenweg”. Deze wegen, de aangewezen wegen, waarover men de dooden naar hun laatste rustplaats bracht, moesten volgens het oude Drentsche Landrecht zo blijven bestaan, men mocht ze niet verleggen of vergraven, men moest ze goede toestand onderhouden, enz. enz. Deze bepalingen, neergelegd in de eeuwenoude Drentsche landrechten, ze waren de geboren Drent heilig en dit zal voor Brouwer en Derks zeer zeker de doorslag hebben gegeven voor het nemen van de genoemde beslissing in het geschil.”
Het bedrijf op de Wildenberg wordt uiteindelijk voortgezet door zoon de jongste zoon Albert Roelofs Takken (1837-1919). Hij trouwt in 1869 met Derkje Eekhof (1836-1873) uit De Wijk.
In het jaar 1873 slaat het noodlot toe op De Wildenberg, want in dat jaar overlijden kort na elkaar vier leden van de familie: op 26 februari Derkje Eekhof 36 jaar oud, op 7 maart haar pas geboren zoontje Albert, op 20 maart haar tweejarig zoontje en op 4 mei van datzelfde jaar de ongetrouwde Andries Roelofs 52 jaar oud. Zeker is het niet, maar het is goed mogelijk dat zij overleden zijn aan de pokken die in die jaren heerste.

Albert Roelofs Takken hertrouwt in 1878 met Hendrikje Snijder (1849-1933) bij wie hij zes kinderen krijgt die allen op De Wildenberg worden geboren: Roelof (1879), Arend (1881), levenloos kind (1883), Andries (1886), Annigje (1889) en Margje (1891).
Volgens overlevering is de familie Takken uiteindelijk vertrokken van de Wildenberg omdat de veestapel getroffen werd door miltvuur. Dat blijkt te kloppen getuige een aantal krantenberichten uit die tijd: Drentsche Courant, 2 juli 1889 Drentsche Courant, 11 juli 1889

Drentsche Courant, 6 augustus 1889

Na het vertrek van de Wildenberg vestigt de familie Takken zich vanaf mei 1893 in Dedemsvaart. Albert overlijdt in 1919 en wordt begraven op de begraafplaats Achterveld.

 

1892 Na het vertrek van de familie Takken wordt de Wildenberg verhuurt aan de familie Albert Zantinge, die tot dan toe een boerderij op Steenbergen huurden. Albert Zantinge (1849-1933) vestigt zich met zijn vrouw en kinderen per mei 1892 of 1893 op De Wildenberg. Hij is in 1874 gehuwd met Jentje Woltinge (1846-1917) en heeft drie kinderen: Harm (1875-1924), Hilligje (1879-1969) en Geert (1881-1952). Oudste zoon Harm blijft ongehuwd en overlijdt in 1924 op De Wildenberg.

 

Het bedrijf wordt voortgezet door Geert Zanting (1881-1952). Opmerkelijk is dat zijn achternaam in tegenstelling dat die van zijn vader zonder -e wordt geschreven. Ook zijn zuster Hilligje gaat als Zanting door het leven. Zijn broer Harm staat in zijn geboorte- en overlijdensakte als Zantinge vermeld, maar op diens grafsteen heet het weer Zanting.

 

Geert Zanting trouwt op 29 april 1910 met Albertje Prins (1887-1980), dochter van Jan Prins en Trijntje Holterman van Groot Oever. Samen krijgen ze drie kinderen, waarvan de oudste dochter in 1918 overlijdt aan de Spaanse griep: Jentje (1911-1918), Trijntje (1915-2001) en Albert (1921-2015).

 

In het voorjaar van 1920 laten de erfgenamen van de weduwe Egbert Cornelis Derks uit Ruinerwold het erf De Wildenberg met ruim 32 hectare grond veilen. De familie Zanting(e) weet het erf De Wildenberg te kopen, de omliggende heidevelden worden aangekocht door de familie Ter Kuile.

In juni 1938 overlijdt in Nieuwleusen Hilligje Prins, schoonzuster van Albertje Prins, kort na de geboorte van haar zoontje Jan Prins (1938-2008). Haar man Harm Prins besluit zijn zoontje bij zijn zuster op De Wildenberg onder te brengen, waar hij de rest van zijn leven zal blijven wonen.
Albert Zanting (1921-2015) gehuwd met Jantje Dekker (1921-2003). Kinderen: Geert (1950) en Henk (1954).


De boerderij De Wildenberg begrenzing gebaseerd op kadastrale kaart en boedelscheiding uit 1972. De totale oppervlakte bedraagt dan 31.81.20 hectare, waarvan 5.70.90 hectare bos.

Henk Zanting (1954) in 1978 gehuwd met Ans Klein.
Zij verkopen de boerderij in 1999 aan het Drents Landschap en verhuizen naar Fort.

Vanaf 2001 in gebruik als vakantieverblijf De Wildenberg door de familie Blanksma

 

Lijst plaatsen en buurtschappen in Overijssel

Alfabetisch

 

A
Aadorp 
Achterhoek (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Agelo (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Albergen
Almelo 
Ane 
Anerveen (gehucht in de gemeente Hardenberg)
Anevelde (gehucht in de gemeente Hardenberg)
Ankum (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Apenhuizen (gehucht in de gemeente Deventer)
Archem (buurtschap in de gemeente Ommen)
Arriën (buurtschap in de gemeente Ommen)
Arriërveld (buurtschap in de gemeente Ommen)
Averlo (buurtschap in de gemeente Deventer)
Azelo (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
B
Baarlo (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Baarlo (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Baars (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
Balkbrug 
Barsbeek (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
Basse (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Basserveld (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Bathmen
Bavinkel (buurtschap in de gemeente Almelo)
Beckum
Beekdorp (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Beerze (buurtschap in de gemeente Ommen)
Beerzerveld 
Belt-Schutsloot 
Benedenvaart (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Bentelo 
Bergentheim 
Berghuizen (buurtschap in de gemeente Oldenzaal)
Berghum (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
't Bergje (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Besthmen (buurtschap in de gemeente Ommen)
Beuningen 
Beusbergen (gehucht in de gemeente Hof van Twente)
Beuseberg 
Bisschopswetering (buurtschap in de gemeente Kampen)
Blankenham
Blauwe Hand (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Blokzijl
Boekelo 
Boekelo (buurtschap in de gemeente Haaksbergen)
Boerhaar 
Borkeld (buurtschap in de gemeente Rijssen-Holten)
Borne 
Bornerbroek 
Boskamp 
Braamberg (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Brammelo (gehucht in de gemeente Haaksbergen)
Breklenkamp (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Brinkhoek (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Broekheurne (buurtschap in de gemeente Enschede)
Broekhuizen (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Broekland 
Brucht (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Bruchterveld 
Bruggenhoek (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Bruinehaar (buurtschap in de gemeente Twenterand)
Buurse 
C
Cellemuiden (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Collendoorn (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Collendoornerveen (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Colmschate 
D
Daarle 
Daarlerveen 
Dalfsen
Dalfserveld (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Dalmsholte (buurtschap in de gemeentes Dalfsen en Ommen)
De Belt (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Bult (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
De Garstelanden (buurtschap in de gemeente Twenterand)
De Haandrik (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Haar (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Heuvels (buurtschap in de gemeente Kampen)
De Hooge Wegen (buurtschap in de gemeente Raalte)
De Klosse (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
De Kolk (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
De Kolonie (buurtschap in de gemeente Wierden)
De Krieger (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
De Krim 
De Leijen (buurtschap in de gemeente Staphorst)
De Lichtmis (buurtschap in de gemeenten Staphorst en Zwolle)
De Lutte
De Maat (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Marshoek (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
De Meele (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
De Meene (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Mulderij (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Pol (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Pol (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
De Pollen 
De Schans (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
De Velde (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
De Zande (buurtschap in de gemeente Kampen)
Dedemsvaart 
Delden 
Deldenerbroek (buurtschap in de gemeente Hof van Twente en Almelo)
Deldeneresch (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Den Braam (gehucht in de gemeente Haaksbergen)
Den Ham 
Den Huizen (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Den Hulst (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Den Kaat (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Den Nul 
Den Oosterhuis (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Den Velde (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Den Westerhuis (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Denekamp (hoofdplaats van de gemeente Dinkelland)
Deurningen 
Deventer (stad en hoofdplaats van de gemeente Deventer)
Diepenheim 
Diepenveen 
Diffelen (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Dijkerhoek (buurtschap in de gemeente Rijssen-Holten)
Doosje (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
Dortherhoek 
Dulder (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Duur (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Dwarsgracht (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
E
Ebbenbroek 
Eelen (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Eerde (buurtschap in de gemeente Ommen)
Eese (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Eesveen 
Egede (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Eikelhof (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Elsen (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Elsenerbroek (gehucht in de gemeente Hof van Twente)
Elshof (gehucht in de gemeente Olst-Wijhe)
Emmen (gehucht in de gemeente Dalfsen)
Emsland (buurtschap in de gemeente Ommen)
Engeland (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Engeland (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Enschede 
Enter 
Enterbroek (buurtschap in de gemeente Wierden)
Eppenzolder (buurtschap in de gemeente Haaksbergen)
Espelo (buurtschap in de gemeente Rijssen-Holten)
F
Fleringen 
Fortmond (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Frankhuis (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Frieswijk (buurtschap in de gemeente Deventer)
G
Gammelke (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Geerdijk 
Geesteren 
Genemuiden 
Genne (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Genne-Overwaters (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Gerner (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Giethmen (buurtschap in de gemeente Ommen)
Giethoorn 
Glane 
Glane-Beekhoek (buurtschap in de gemeente Losser)
Glanerbrug
Goor 
Gouden Ploeg (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Grafhorst 
Gramsbergen 
Groot Agelo (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Groot-Oever (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
H
Haaksbergen 
't Haantje (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Hanekamp (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Haarle (Hellendoorn) 
Haarle (buurtschap in de gemeente Tubbergen)
Haerst (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Halfweg (buurtschap in de gemeente Staphorst)
Hallerhoek (buurtschap in de gemeente Twenterand)
Hamingen (buurtschap in de gemeente Staphorst)
Hankate (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Harbrinkhoek
Harculo (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Hardenberg 
Harmöle (buurtschap in de gemeente Haaksbergen)
Hasselo (voormalige buurtschap in de gemeente Hengelo)
Hasselt 
Heemse
Heemserveen (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
's-Heerenbroek 
Heeten
Heetveld
Heino
Hellendoorn 
Hengelo 
Hengevelde 
Hengforden (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Herfte (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Herike (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Hertme 
Herxen (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Hessum (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Het Loo (buurtschap in de gemeente Wierden)
Het Stift 
Hexel (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Hezingen (buurtschap in de gemeente Tubbergen)
Hoge Hexel (buurtschap in de gemeente Wierden)
Holt (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Holten 
Holten (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Holterbroek (buurtschap in de gemeente Rijssen-Holten)
Holtheme (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Holthone (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Honesch (buurtschap in de gemeente Haaksbergen)
Hoogengraven (buurtschap in de gemeente Ommen)
Hoogenweg (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Hoog Zuthem (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Hoonhorst
Hulsen 
Huurne (buurtschap in de gemeente Wierden)
I
IJhorst 
IJsselham 
IJsselmuiden 
J
Jonen (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
Junne (buurtschap in de gemeente Ommen)
K
Kadoelen (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Kalenberg 
Kallenkote
Kampen
Kamperveen 
Kamperzeedijk-Oost (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Kamperzeedijk-West (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Katerveer (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Keiendorp (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Kerspel Goor (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Kievitsnest (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Klein Agelo (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Kloosterhaar 
Klossehoek (buurtschap in de gemeente Tubbergen)
Kuinre 
L
Laag Zuthem 
Langelo (buurtschap in de gemeente Haaksbergen)
Langenholte (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Langeveen 
Lankhorst (buurtschap in de gemeente Staphorst)
Lattrop 
Leeuwte (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Lemele 
Lemelerveld 
Lemselo (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Lenthe (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Lettele 
Lierderholthuis 
Ligtenberg (buurtschap in de gemeente Rijssen-Holten)
Linde (buurtschap in de gemeente Deventer)
Linte (buurtschap in de gemeente Twenterand)
Lonneker 
Loo (buurtschap in de gemeente Deventer)
Look (buurtschap in de gemeente Rijssen-Holten)
Loozen (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Losser 
Lutten
Luttenberg 
Lutten-Oever (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Lutterhartje (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
M
Magele (buurtschap in de gemeente Twenterand)
Mander (buurtschap in de gemeente Tubbergen)
Manderveen 
Mariaparochie 
Mariënberg 
Mariënheem 
Marijenkampen 
Markelo 
Markelosebroek (gehucht in de gemeente Hof van Twente)
Markvelde (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Marle (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Marle (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Mastenbroek (polder in de gemeente Zwartewaterland)
Mataram (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Meer (buurtschap in de gemeente Twenterand)
Mekkelhorst (buurtschap in de gemeente Losser)
Middel (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Millingen (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Moespot (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Molenbelt (buurtschap in de gemeente Deventer)
Molenhoek (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Muggenbeet (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
N
Nederland (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Neerdorp (buurtschap in de gemeente Rijssen-Holten)
Nieuw Heeten 
Nieuwebrug (buurtschap in de gemeente Ommen)
Nieuwe Wetering (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Nieuwleusen 
Nijverdal 
Noetsele (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Noordijk (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Noord Deurningen 
Noord-Meer (buurtschap in de gemeente Twenterand)
Noord-Stegeren (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Notter (buurtschap in de gemeente Wierden)
Nutter (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
O
Oele (buurtschap in de gemeente Hengelo)
Okkenbroek 
Oldemarkt 
Oldeneel (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Oldenzaal 
Olst 
Ommen 
Ommerbosch (buurtschap in de gemeente Ommen)
Ommerschans (buurtschap in de gemeente Ommen)
Ommerveld (buurtschap in de gemeente Ommen)
Onna
Ooster-Dalfsen (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Oosterholt (buurtschap in de gemeente Kampen)
Ootmarsum 
Ossenzijl 
Oudleusen 
Oudleusenerveld (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Oud Avereest 
Oud-Bergentheim (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Oud-Lutten (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Oude Molen (buurtschap in de gemeente Deventer)
Oud Ootmarsum (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Overdinkel 
Overwater (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Oxe (buurtschap in de gemeente Deventer)
P
Paasloo 
Pieriksmars (buurtschap in de gemeente Deventer)
Piksen (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Poepershoek (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Pothoek (gehucht in de gemeente Hof van Twente)
Punthorst
Q
R
Raalte 
Radewijk (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Rande (buurtschap in de gemeente Deventer)
Rechteren (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Rectum (buurtschap in de gemeente Wierden)
Reutum 
Rhaan (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Rheeze (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Rheezerveen (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Rijssen 
Roebolligehoek (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Roekebosch (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
Ronduite (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
Rosengaarde (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Rossum
Rotbrink (buurtschap in de gemeente Ommen)
Rouveen 
Ruitenveen (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Rutbeek (buurtschap in de gemeente Enschede)
S
Saasveld 
Schalkhaar 
Scheerwolde 
Schelle (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Schoolbuurt (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Schuilenburg (buurtschap in de gemeente Hellendoorn)
Schuinesloot 
Sibculo 
Sint Isidorushoeve
Sint Jansklooster 
Slagharen 
Slennebroek (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Sluis 7 (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Snipperling (buurtschap in de gemeente Deventer)
Sponturfwijk (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Spoolde (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Staphorst 
Steenwijk 
Steenwijkerwold 
Stegeren (buurtschap in de gemeente Ommen)
Stegerveld (buurtschap in de gemeente Ommen)
Stepelo (buurtschap in de gemeente Haaksbergen)
Stokkum (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Strenkhaar (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Streukel (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Strooiendorp (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
T
Thij (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Tilligte 
Tjoene (buurtschap in de gemeente Deventer)
Tubbergen 
Tuk (dorp in de gemeente Steenwijkerland)
Tusveld (buurtschap in de gemeente Almelo)
Twekkelo (buurtschap in de gemeente Enschede)
U
Usselo (dorp in de gemeente Enschede)
V
Varsen (buurtschap in de gemeente Ommen)
Vasse 
Veecaten (buurtschap in de gemeente Kampen)
Veldhoek (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Venebrugge (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Vennenberg (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Vilsteren
Vinkenbuurt (buurtschap in de gemeente Ommen)
Vollenhove 
Volthe (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Vriezenveen 
Vroomshoop 
W
Wanneperveen 
Weerselo 
Weitemanslanden (buurtschap in de gemeente Twenterand)
Welsum (buurtschap in de gemeente Dalfsen)
Welsum 
Welsumerveld (buurtschap in de gemeente Olst-Wijhe)
Wesepe 
Westeinde (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Westerhaar-Vriezenveensewijk 
Westerhoeven 
Westerhuizingerveld (buurtschap in de gemeenten Hardenberg en Staphorst)
West-Geesteren (buurtschap in de gemeente Tubbergen)
Wetering 
Wiene (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Wierden 
Wijhe 
Wijthmen (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Willemsoord 
Wilsum
Windesheim 
Witharen (buurtschap in de gemeente Ommen)
Witman (buurtschap in de gemeente Hardenberg)
Witte Paarden (gehucht in de gemeente Steenwijkerland)
X
Y
IJpelo (buurtschap in de gemeente Wierden)
Z
Zalk 
Zalné (buurtschap in de gemeente Zwolle)
Zeesse (buurtschap in de gemeente Ommen)
Zeldam (buurtschap in de gemeente Hof van Twente)
Zenderen 
Zoeke (buurtschap in de gemeente Dinkelland)
Zuideinde (buurtschap in de gemeente Kampen)
Zuideinde (buurtschap in de gemeente Steenwijkerland)
Zuidloo (buurtschap in de gemeente Deventer)
Zuidveen 
Zuna (buurtschap in de gemeente Wierden)
Zwartewatersklooster (buurtschap in de gemeente Zwartewaterland)
Zwartsluis 
Zwolle

 

Gebouwd in ....

Enkele Twentse boerderijen

 

  • 1334 Het Volmerinck
    Plaats: Tubbergen
  • 1444 erve t’ Heerdink
    Plaats: 't Loo
  • 1475 De Scholten / De Hoff
    Plaats: Breckelenkamp
  • 1600 Erve De Zeilker
    Plaats: Zenderen
  • 1600 Erve Nevenzel
    Plaats: Den Ham
  • 1650 Erve Ligtenberg
    Plaats: Rossum
  • 1650 Erve Senkeldam
    Plaats: Markelo
  • 1650 De Snieder
    Plaats: De Lutte
  • 1700 Erve Kleinsman
    Plaats: Haaksbergen
  • 1715 Erve Broekhuis
    Plaats: Hertme
  • 1730 De Brager
    Plaats: Geesteren
  • 1750 Erve Ribbert
    Plaats: Ootmarsum
  • 1750 Olde Geerts
    Plaats: Breckelenkamp
  • 1750 de Tibbe
    Plaats: Ambt Delden
  • 1750 Erve Zuid (voorheen Staman boerderij)
    Plaats: Wierden
  • 1755 Hellen
    Plaats: Markelo
  • 1770 Hagenvoort
    Plaats: Harbrinkhoek
  • 1795 Erve Smidboer
    Plaats: Hezingen
  • 1798 Erve Woolderink
    Plaats: Wierden
  • 17e eeuw Peddemorsboerderij
    Plaats: Vriezenveen
  • 1800 Erve Meerbekke
    Plaats: Hezingen
  • 1819 Bomhof
    Plaats: Ambt Delden
  • 1821 Erve Meijer
    Plaats: Geesteren
  • 1833 Timmerman
    Plaats: Diepenheim
  • 1840 Eve Odink
    Plaats: Markelo
  • 1845 Erve Asbroek
    Plaats: Hengelo
  • 1849 Erve Rhee
    Plaats: Zuna
  • 1850 Boerderij De Grooten
    Plaats: Vriezenveen
  • 1850 Erve de Keite
    Plaats: Markelo
  • 1850 erve Geerdink
    Plaats: Vasse
  • 1850 Schuur Weusthuis
    Plaats: Tubbergen
  • 1860 Erve de Haar
    Plaats: Ambt-Delden
  • 1865 Erve Scholten
    Plaats: Hezingen
  • 1865 Dalewijk
    Plaats: Markelo
  • 1874 Erve Helleman
    Plaats: Markelo
  • 1880 De Hamersboer
    Plaats: Geesteren
  • 1881 Boerderij Het Stroot
    Plaats: Enschede
  • 1883 erve Smeenk
    Plaats: Hellendoorn
  • 1890 Erve Mol Markvelde
    Plaats: Diepenheim
  • 1893 erve Geesum
    Plaats: Vasse
  • 1900 De Zee
    Plaats: Ambt Delden
  • 1900 Klein Soestdijk
    Plaats: Buurse
  • 1900 erve Ten Hove
    Plaats: Hoge Hexel
  • 1904 Boerderij Pertjaja
    Plaats: Vroomshoop
  • 1907 Erve Huiskes
    Plaats: Deurningen
  • 1909 Erve Den Dam
    Plaats: Goor
  • 1911 Wielheesen
    Plaats: Geesteren
  • 1912 Erve Nieuwe Haghuis
    Plaats: Diepenheim
  • 1913 Erve Wilmink
    Plaats: Ambt-Delden
  • 1914 Erve Geerlink
    Plaats: Albergen
  • 1917 Erve Heege Sander (Twickel)
    Plaats: Delden
  • 1924 De Schutte
    Plaats: Notter
  • 1932 De Braak
    Plaats: Ambt Delden
  • 1933 Eertink
    Plaats: Notter
  • 1938 Het Groeneveld
    Plaats: Almelo
  • 1940 erve Hams
    Plaats: Tubbergen
  • 1957 Lochjan
    Plaats: Markelo
  • 1970 ’n Kaps
    Plaats: Tubbergen