Concentratiekampen I t/m J 1940-1945
Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'
Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.
Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.
Zie ook:
Frontstalags in Frankrijk
Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp
Kampen op alfabetische volgorde
I
Iaruga concentratiekamp
Iaruga concentratiekamp
Oekraine
Iffezheim
Iffezheim
Duitsland
Het concentratiekamp in Iffezheim was een buitenkamp (Aussenlager) van het nazi-concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp bevond zich in Baden, in de nabijheid van Rastatt en Baden-Baden. Iffezheim, Baden-Württemberg, Duitsland. Buitenkamp van het hoofdcomplex Natzweiler-Struthof. Mannelijk kamp. Het kamp werd beheerd onder de SS-Business Administration Main Office (WVHA) structuur, typerend voor de subkampen van Natzweiler. Het kamp in Iffezheim was een van de vele kleinere buitenkampen die door de nazi's in de regio werden opgezet om gevangenen in te zetten voor dwangarbeid. De geschiedenis van dit kamp is nauw verbonden met de administratie van het hoofdcomplex, Natzweiler-Struthof.
Concentratiekamp Ignalina
Concentratiekamp Ignalina
Litouwen
in Ignalina was een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden) tijdens de Duitse bezetting van Litouwen in de Tweede Wereldoorlog. De Joodse gemeenschap in Ignalina werd vrijwel volledig uitgeroeid tijdens de Holocaust. De gebeurtenissen verliepen als volgt: Direct na de Duitse inval in 1941 werden Joden in Ignalina geïsoleerd en onderworpen aan dwangarbeid. Massamoorden: In september 1941 werden de meeste Joden uit Ignalina en omliggende dorpen naar het nabijgelegen bos van Švenčionėliai gebracht en daar vermoord.
Concentratiekamp Ihtiman
Concentratiekamp Ihtiman
Bulgarije
Ihtiman was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Bulgaars dwangarbeiderskamp waar voornamelijk Joodse mannen werden vastgehouden. was het officieel een werkkamp (trudovi bazi) onder het bewind van het pro-Duitse Bulgaarse regime. Gelegen nabij de stad Ihtiman, ongeveer 50 kilometer ten zuidoosten van Sofia. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, specifiek de aanleg van de strategische snelweg tussen Sofia en Plovdiv. Het kamp viel onder de Arbeidsdienst (Trudova Povinnost) en werd bemand door het 1e Joodse Arbeidsbataljon. Duizenden Bulgaarse Joden werden hier tussen 1941 en 1944 gedwongen te werken onder erbarmelijke omstandigheden. Bulgarije voerde anti-Joodse wetten in (de Wet ter Bescherming van de Natie), waardoor Joodse mannen niet meer in het reguliere leger mochten dienen. In plaats daarvan werden ze naar werkkampen zoals Ihtiman gestuurd. Gevangenen moesten met primitieve middelen wegen uitgraven en stenen breken. Slechte voeding: Er was een chronisch tekort aan voedsel en medische zorg. Wreedheden: Hoewel het geen vernietigingskamp was, stierven gevangenen door uitputting, ziekte en mishandeling door bewakers.
Concentratiekamp Ilava
Concentratiekamp Ilava
Slowakije
De gevangenis in Ilava, gelegen in Slowakije, functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name tussen 1939 en 1945, als een detentie- en concentratiekamp onder het autoritaire Slowaakse regime. Oorspronkelijk een oude gevangenis (omgebouwd in 1856), werd het in 1939 een detentiecentrum voor vijanden van de toenmalige Slowaakse staat. Het kamp huisvestte een breed scala aan mensen, waaronder Slowaakse democraten, auteurs, priesters, leraren, journalisten, politici, boeren en arbeiders. Ook Joodse gevangenen werden hier vastgehouden. Tussen maart en oktober 1942 werden gevangenen uit Ilava, samen met andere kampen zoals Sereď, gedeporteerd naar concentratiekampen, waaronder Auschwitz. Ilava is een van de oudste gevangenissen in Slowakije.
Ilfeld
Ilfeld
Duitsland
Het concentratiekamp in Ilfeld, gelegen in het Ilfelder Tal nabij de Neanderplatz, was een bijkamp van het beruchte concentratiekamp Mittelbau-Dora. Vanaf het najaar van 1943 werden er dwangarbeiders uit Dora ondergebracht. In 1945 huisvestte het kamp ongeveer 200 gevangenen. Het kamp was gesitueerd in de panden van een voormalige kloosterschool in de buurt van de papierfabriek. De gevangenen werden ingezet voor dwangarbeid, vaak gerelateerd aan de productie van wapens of infrastructuurwerkzaamheden onder de SS-leiding van Mittelbau-Dora. Ilfeld was een van de vele kleinere buitencommando's in de omgeving van Nordhausen die onder het centrale kamp Mittelbau-Dora vielen.
Concentratiekamp Illmau (Kautzen)
Concentratiekamp Illmau (Kautzen)
Oostenrijk
Het kamp in Illmau, gelegen in de gemeente Kautzen in Neder-Oostenrijk, fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog voornamelijk als een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager). Het kamp bevond zich in Schloss Illmau (kasteel Illmau) in de kadastrale gemeente Illmau (Kautzen). Het was een kamp voor dwangarbeiders, specifiek gebruikt voor Hongaarse Joden (waaronder gezinnen). Hoewel Illmau/Kautzen ook in de Eerste Wereldoorlog werd gebruikt als interneringsstation (vanaf ca. 1915), betreft de aanduiding als Joods dwangarbeiderskamp de periode 1938-1945.
Ilsenburg
Ilsenburg
Duitsland
In Ilsenburg (Harz), Duitsland, bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een subkamp van een groter concentratiekamp, vaak geassocieerd met de regio en de nabijgelegen werkkampen. Het functioneerde als een werkkamp, vergelijkbaar met andere subkampen in de Harz-regio (zoals Ellrich of Langenstein-Zwieberge). In de nabije omgeving was het Langenstein-Zwieberge kamp een bekend concentratiekamp (buitencommando van Buchenwald) in de buurt van Halberstadt/Langenstein, actief vanaf 1944.
Ilzstadt
Ilzstadt
Duitsland
Passau-Ilzstadt was tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitenkamp van het concentratiekamp Mauthausen, gelegen in de wijk Ilzstadt van de Duitse stad Passau. Het kamp bevond zich in Passau, in de wijk Ilzstadt, nabij de Oostenrijkse grens. Het diende als een van de vele buitenkampen (subkampen) van het hoofdkamp Mauthausen. Slachtoffers: dat er onder andere Nederlanders en andere dwangarbeiders/gevangenen werden vastgehouden.
Concentratiekamp Im-Fout
Concentratiekamp Im-Fout
Marokko
Im-Fout was een Frans straf- en werkkamp in Marokko tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd beheerd door het Vichy-regime en was in gebruik van 1941 tot april 1943. Gelegen aan de Oum Er-Rbia rivier. Ongeveer 95 kilometer ten zuidwesten van Casablanca. Gevangenen moesten gedwongen werken aan de bouw van een dam. Ruim 264 gevangenen in totaal. Bestond uit politieke gevangenen en gedemobiliseerde militairen. Omvatte veel Joodse vluchtelingen uit Europa. Gevangenen werden geclassificeerd als ongewenste buitenlandse arbeiders. Zeer zware leefomstandigheden in een diepe geul. Slechte hygiëne en gebrek aan fatsoenlijk voedsel. Gevangenen werden blootgesteld aan extreme hitte en ziektes. Bevrijd na de geallieerde invasie van Noord-Afrika (Operatie Torch).
Concentratiekamp Immendorf
Concentratiekamp Immendorf
Duitsland/Oostenrijk
Concentratiekamp Immouzer
Concentratiekamp Immouzer
Marokko
Het concentratiekamp Immouzer des Marmoucha (ook wel gespeld als Imouzzer) was een interneringskamp gelegen in de regio Fes, in het Midden-Atlasgebergte van Marokko. Het kamp bevond zich op een hoogte van meer dan 1.700 meter. Het was operationeel van oktober 1940 tot november 1942. Het kamp werd gebruikt tijdens de periode van het Vichy-regime in de Tweede Wereldoorlog. Gevangenen: In tegenstelling tot wat de locatie doet vermoeden, hield het kamp geen Marokkanen vast, maar was het onderdeel van het netwerk van kampen in de regio.
Independenţa LPRS nr. 16
Independenţa LPRS nr. 16
Roemenie
Het concentratie- of dwangarbeidskamp Independenţa/LPRS nr. 16 was een kamp in Roemenië tijdens de Holocaust, specifiek gelegen in de regio Covurlui. Het kamp werd in het voorjaar van 1942 geopend. Het kamp werd gebruikt voor dwangarbeidsprojecten in de landbouw. De oorspronkelijke groep bestond uit 835 gevangenen, toegewezen door het Ministerie van Militaire Zaken (MSM). Gelegen in Independența, in de voormalige provincie Covurlui, Roemenië. Soms aangeduid als Lagărul de Prizonieri de Război Sovietici No. 16 (sovjet-krijgsgevangenenkamp), wat duidt op de aard van de gevangenen die er (deels) werden vastgehouden.
Ingolstadt - Bahnbetriebswerk
Ingolstadt - Bahnbetriebswerk
Duitsland
In Ingolstadt bestond tijdens de Tweede Wereldoorlog een buitencommando (Aussenkommando) van het concentratiekamp Dachau. Dit kamp was gevestigd bij het Bahnbetriebswerk (de spoorwerkplaats) van de Deutsche Reichsbahn. De gevangenen werkten en verbleven op het terrein van de spoorwegen in Ingolstadt. Moederkamp: Het viel officieel onder het beheer van Concentratiekamp Dachau. Het kamp was actief in de laatste fase van de oorlog (circa 1944-1945).Werkzaamheden: De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor: Herstelwerkzaamheden aan het spoor na geallieerde bombardementen. Onderhoud van locomotieven en wagons in het Bahnbetriebswerk. Zwaar fysiek werk op het rangeerterrein. Het commando bestond uit diverse groepen gevangenen, waaronder politieke tegenstanders en krijgsgevangenen. Zoals bij veel buitencommando's waren de omstandigheden zwaar door gebrek aan voedsel, mishandeling en de gevaren van voortdurende luchtbombardementen op de spoorweginfrastructuur. Naast het Bahnbetriebswerk was er in Ingolstadt ook een commando actief bij de Landrat (regionale overheid), waar gevangenen eveneens dwangarbeid verrichtten.
Ingolstadt - Landrat
Ingolstadt - Landrat
Duitsland
Innsbruck - SS-Sonderlager
Innsbruck - SS-Sonderlager
Oostenrijk
Het SS-Sonderlager Innsbruck (ook bekend als Auffanglager Innsbruck-Reichenau) was een tijdelijk kamp dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt om prominente gevangenen vast te houden als gijzelaars. Het kamp was gevestigd op het terrein van het voormalige Arbeitserziehungslager (werkkamp) Reichenau aan de zuidrand van Innsbruck.Het kamp bestond slechts enkele dagen, van circa 24 tot 25 april 1945.Gevangenen: Er zaten 137 Prominenten uit 16 landen gevangen, waaronder hoge militairen, politici en hun familieleden. Doel: De SS wilde deze gijzelaars gebruiken als onderhandelingsmiddel en hen naar een schuilplaats in de Alpen overbrengen. Bekende gevangenen Onder de gevangenen bevonden zich onder meer: Kurt Schuschnigg: De voormalige bondskanselier van Oostenrijk, samen met zijn vrouw en kinderen. Léon Blum: De voormalige Franse premier. Andere VIP's: Ministers, generaals, prinsen en familieleden van vijanden van het regime (zoals familieleden van Stauffenberg). De groep werd op 25 april 1945 in bussen naar het zuiden getransporteerd richting de Brennerpas. Ze kwamen op 29 april aan bij het hotel Pragser Wildsee in Zuid-Tirol. Op 5 mei 1945 werden de gevangenen daar bevrijd door het Amerikaanse leger, nadat de SS-bewakers de benen hadden genomen door tussenkomst van de Wehrmacht.
Innsbruck II Neustift
Innsbruck II Neustift
Oostenrijk
Het concentratiekamp Neustift im Stubaital, ook bekend als Innsbruck II, was een buitenkamp van het concentratiekamp Dachau. Het kamp was gelegen in Tirol, Oostenrijk, en staat bekend als een van de meest zuidelijk gelegen buitenkampen van Dachau. Het kamp bevond zich in Neustift im Stubaital, nabij Innsbruck. Het kamp was gevestigd in een klein SS-barakkenkamp (Barackenlager) dat oorspronkelijk in 1940 was gebouwd. Het werd gebruikt voor dwangarbeid. Het viel onder de administratie van het Dachau-hoofdkamp. De SS bracht vanaf 1941/1942 steeds meer gevangenen over naar dergelijke buitenkampen in Oostenrijk, waaronder Innsbruck II.
Innsbruck - Reichsstraßenbauamt
Innsbruck - Reichsstraßenbauamt
Oostenrijk
Lager Reichenau in Innsbruck, dat nauw verbonden was met bouwprojecten van de nazi-overheid, waaronder het Reichsstraßenbauamt. Officieel het Arbeitserziehungslager (AEL) Reichenau. Gelegen in de wijk Reichenau aan de rand van Innsbruck. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor het Reichsstraßenbauamt (Rijksdienst voor Wegenbouw) en het Stadtbauamt. Het diende als werkkamp, Gestapo-gevangenis en doorgangskamp naar grotere concentratiekampen zoals Dachau. Aantal slachtoffers: Tussen 1941 en 1945 zaten er ongeveer 8.500 mensen gevangen; zeker 130 van hen overleefden het kamp niet. Bauamt en de Reichsstraß de inzet van gevangenen voor infrastructuur: Wegenbouw: Gevangenen moesten werken aan de uitbreiding van belangrijke wegen en kanalen voor de stad. Buitenpost Dachau: Een specifiek deel van de gevangenen in Innsbruck (bekend als subkamp Innsbruck I) werd direct beheerd voor werkzaamheden van het Reichsstraßenbauamt.
Bouwfirma's: Lokale bedrijven zoals Josef Retter werkten samen met het Reichsbauamt om het kamp zelf te bouwen.
Concentratiekamp Inowłódz
Concentratiekamp Inowłódz
Polen
In Inowłódz, Polen, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp voor Joden gevestigd, in plaats van een grootschalig vernietigingskamp. Dwangarbeidskamp (1940): In de loop van 1940 werkten er 26 Joden in een dwangarbeidskamp buiten het dorp.Tegen mei 1941 woonden er ongeveer 450 Joden in Inowłódz, waarvan 206 afhankelijk waren van sociale steun. De joodse bevolking van Inowłódz werd in een getto geplaatst en later grotendeels gedeporteerd naar vernietigingskampen, waaronder Auschwitz.
Ischl
Ischl
Oostenrijk
In Bad Ischl was tijdens de Tweede Wereldoorlog een kamp dat diende als Umsiedlerlager (herhuisvestingskamp) voor etnische Duitsers. Daarnaast was er sprake van een werkkamp, bekend als Bad Ischl (Sägewerk Bachmanning), dat fungeerde als een subkamp. Na de oorlog werd het een kamp voor displaced persons (DP's).Belangrijke aspecten over kampen in de regio:Umsiedlerlager Bad Ischl: Dit kamp was gelegen in de wijk Roith.Bad Ischl (Sägewerk Bachmanning): Een van de vele, vaak kleinere, (sub)kampen in de regio.Verband met Ebensee: Bad Ischl lag in de buurt van het grotere concentratiekamp Ebensee, een berucht subkamp van Mauthausen.
Concentratiekamp Isernia
Concentratiekamp Isernia
Italie
Het interneringskamp van Isernia (Campo di concentramento di Isernia) was een fascistisch interneringskamp in Italië, opgericht in juli 1940 en gelegen in een voormalig benedictijnenklooster in het historische centrum van Isernia. Het kamp was gevestigd in een voormalig klooster in de provincie Campobasso (tegenwoordig Isernia), in de regio Molise. Het was een van de vele interneringskampen die door het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken werden opgericht na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Gevangenen: Het kamp werd gebruikt voor de detentie van vijandige buitenlanders en politieke tegenstanders, waaronder veel joden en andere groepen die door het fascistische regime als gevaarlijk werden beschouwd. De omstandigheden in het kamp waren over het algemeen slecht, wat typisch was voor de Italiaanse interneringskampen voor burgers.
Isola del Gran Sasso
Isola del Gran Sasso
Italie
Het concentratiekamp in Isola del Gran Sasso (provincie Teramo, Italië) was een interneringskamp opgezet door het fascistische regime in juni 1940. Het kamp bestond uit twee locaties, waaronder een hal nabij de Basilica van S. Gabriele, en was een van de 19 kampen in de regio Abruzzo-Molise voor onder andere Chinezen en andere politieke gevangenen. Het kamp bevond zich bij de Basilica van S. Gabriele in Isola del Gran Sasso. Het diende als interneringskamp voor buitenlanders en politieke vijanden, en was specifiek bekend als een kamp waar Chinezen werden vastgehouden. Opgericht in juni 1940 en in gebruik tot de val van het fascisme, toen gevangenen in 1943 werden bevrijd.
Istonio Marina
Istonio Marina
Italie
Het concentratiekamp Istonio Marina (tegenwoordig bekend als Vasto Marina, in de regio Abruzzo) was een Italiaans interneringskamp voor burgers, opgericht door het fascistische regime in juni 1940. Het kamp was gevestigd in de plaats Istonio Marina, nu Vasto Marina. Het kamp werd in gebruik genomen rond 11-15 juni 1940. Het kamp bestond uit twee onafgemaakte gebouwen. Het was een interneringskamp voor gevaarlijke of ongewenste personen, waaronder buitenlandse Joden en politieke tegenstanders. Het was geen vernietigingskamp, maar een kamp voor gedwongen bewoning/internering. Het kamp was actief tot de zomer van 1943.Het kamp in Istonio Marina was een van de vele interneringskampen die door het bewind van Mussolini in de provincie Chieti werden opgezet.
Itter
Concentratiekamp Ivanka pri Dunaji
Concentratiekamp Ivanka pri Dunaji
Slowakije
Joodse inwoners werden vanuit deze regio gedeporteerd naar werkkampen of vernietigingskampen in bezet Polen. Er zijn Joden die in de bossen of bij lokale families rondom het dorp probeerden onder te duiken om aan de nazi's te ontsnappen. Vanwege de nabijheid van de toenmalige Hongaarse grens was de omgeving een riskante route voor mensen die illegaal de grens probeerden over te steken.
Concentratiekamp Iwonicz
Concentratiekamp Iwonicz
Polen
In Iwonicz-Zdrój bevond zich een werkkamp (Zwangsarbeitslager) en een getto. Er werd een getto opgericht voor de joodse bevolking van Iwonicz en omliggende dorpen. Zwangsarbeitslager: Er was een kamp voor dwangarbeid waar gevangenen werkten in de lokale industrie en aan infrastructuur. De meeste joden uit Iwonicz werden in 1942 gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec of via het getto van Rzeszów naar andere kampen zoals Auschwitz. In de bossen rondom Iwonicz (zoals het bos van Grabiński) vonden massale executies plaats door de Gestapo.
Concentratiekamp Izabelin
Concentratiekamp Izabelin
Wit Rusland
Izabelin (tegenwoordig in Wit-Rusland) was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een nazi-werkkamp voor jonge Joden uit de regio. De gevangenen werden daar ingezet voor zwaar dwangarbeid, met name het steken van turf. Het was primair een dwangarbeidskamp gericht op de winning van grondstoffen. De Joodse gemeenschap van Izabelin bestond voor de oorlog uit honderden mensen. Velen werden vermoord of afgevoerd. Op 2 november 1942 werden de Joden uit Izabelin verzameld. Een groot deel van de gemeenschap werd uiteindelijk gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka of het doorgangskamp in Wołkowysk. Er bevindt zich een massagraf in de buurt van Izabelin waar naar schatting 160 mannen en een onbekend aantal vrouwen en kinderen zijn geëxecuteerd door de nazi's.
Izbica
Polen
Het getto van Izbica (ook wel aangeduid als doorgangskamp Izbica) was een Joods getto in Izbica, Polen, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland werd ingericht als een centraal doorgangspunt voor de grootschalige deportatie van Joden. Het fungeerde voornamelijk als een wachtkamer voor de vernietigingskampen. Izbica functioneerde als een groot getto en doorvoerkamp (transit ghetto) waar Joden uit Polen, Duitsland, Oostenrijk en Tsjechoslowakije werden samengedreven voordat ze werden gedeporteerd. Het stadje Izbica lag in het district Lublin in het bezette Polen. Vanaf 1942 werden de meeste bewoners gedeporteerd naar vernietigingskampen, met name Sobibór en Belzec, waar ze direct werden vermoord. In totaal zijn ongeveer 26.000 Joden door het getto van Izbica getransporteerd. De omstandigheden waren er extreem wreed, en er zijn nauwelijks gevallen bekend waarbij gevangenen werden vrijgelaten; ze werden ofwel in Izbica vermoord, ofwel naar werkkampen of vernietigingskampen gestuurd. Rol van de Gestapo: Het getto stond onder direct toezicht van de Gestapo en diende als een van de belangrijkste verzamelplaatsen in de regio. Het getto werd in 1943 officieel geliquideerd nadat de meeste gevangenen waren gedeporteerd.
Concentratiekamp Izdebno
Concentratiekamp Izdebno
Polen
In Izdebno was een werkkamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden) tijdens de Duitse bezetting van Polen in de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het dorp Izdebno (onderdeel van de gemeente Kleczew), in het toenmalige district Konin (Rijksgouw Wartheland). Het was een dwangarbeiderskamp waar Joodse mannen werden ingezet voor zware fysieke arbeid. Gevangenen moesten vaak werken aan de infrastructuur, zoals de aanleg van wegen en spoorwegen, of in de landbouw en ontginning. Zoals in de meeste satelliet- en werkkampen waren de omstandigheden erbarmelijk met een gebrek aan voedsel, medische zorg en brute behandeling door de bewakers. De kampen in de regio rondom Konin en Kleczew fungeerden vaak als tussenstation. In 1941-1942 werden de meeste gevangenen uit werkkampen zoals die in Izdebno gedeporteerd naar het nabijgelegen vernietigingskamp Chełmno (Kulmhof) om daar te worden vermoord. Sommige gevangenen die arbeidsongeschikt werden bevonden, werden ter plekke geëxecuteerd in de nabijgelegen bossen (bijvoorbeeld in het bos van Kazimierz Biskupi).
J
Jablonec
Jablonec concentratiekamp
Tsjechie
In Jablonec nad Nisou (destijds Gablonz an der Neiße) bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog twee belangrijke buitenkampen (Außenlager) die onder het gezag van het hoofdkamp Gross-Rosen vielen.
1. AL Gablonz (Jablonec) Dit kamp werd opgericht in november 1944. Het kamp was gevestigd in een voormalige fabriekshal nabij de fabriek van Carl Zeiss Jena. De eerste groep bestond uit circa 500 mannen, voornamelijk Polen die gevangen waren genomen na de Opstand van Warschau. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders voor de productie van optische instrumenten en fijnmechanica voor de Duitse oorlogsindustrie. De gevangenen sliepen op de bovenverdieping van de fabriekshal, terwijl het kamppersoneel op de benedenverdieping verbleef.
2. AL Reichenau (Rychnov u Jablonce nad Nisou) Dit kamp lag ongeveer 10 km ten zuidoosten van Jablonec en was een van de wreedste subkampen in de regio. De gevangenen werkten voor de firma Getewent, die gespecialiseerd was in de ontwikkeling van geheime radar- en radiotechnologie voor U-boten en V-wapens. Na de evacuatie van Gross-Rosen in februari 1945 verhuisde de kampadministratie naar Reichenau. Ook de beruchte kamparts Josef Mengele zou hier korte tijd hebben verbleven na zijn vlucht uit Auschwitz. Gevangenen moesten een uitgebreid gangenstelsel uitgraven voor ondergrondse fabrieken.
Concentratiekamp Jabłonna
Concentratiekamp Jabłonna
Polen
Interneringskamp voor Joodse soldaten in 1920, hoewel er tijdens de Tweede Wereldoorlog ook een werkkamp in de buurt was. Interneringskamp (1920)Tijdens de Pools-Russische Oorlog (1919-1921) richtte de Poolse legerleiding in augustus 1920 een kamp in Jabłonna op. Joodse militairen, officieren en vrijwilligers uit het Poolse leger. Angst voor pro-bolsjewistische sympathieën onder Joden (Judeo-Bolsjewisme). Ongeveer 3.000 tot 17.000 mannen werden vastgehouden onder slechte omstandigheden. Het kamp was slechts ongeveer 25 dagen operationeel na felle publieke protesten.
Werkkamp (Tweede WereldoorlogTijdens de Duitse bezetting was er in de zomer van 1942 een kleiner dwangarbeidskamp in Jabłonna. Gevangenen: Circa 400 Joden uit het nabijgelegen getto van Legionowo. Zij werden ingezet voor zware arbeid aan de dijken van de rivier de Wisła. Jabłonna ligt ongeveer 20 kilometer ten noorden van het centrum van Warschau.
Concentratiekamp Jadovno
Concentratiekamp Jadovno
Kroatie
Jadovno was een berucht vernietigingskamp in Kroatië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd in mei 1941 opgericht door het fascistische Ustaša-regime, kort nadat de Onafhankelijke Staat Kroatië werd uitgeroepen. Gelegen in het Velebit-gebergte, nabij de stad Gospić. Voornamelijk Serviërs en Joden werden hier systematisch vermoord. Het kamp was slechts 122 dagen operationeel (mei – augustus 1941).Schattingen variëren, maar tienduizenden mensen kwamen hier om het leven.Methode van vernietiging Beulen bonden gevangenen aan elkaar vast. De eersten werden neergeschoten of neergeslagen, waardoor zij de rest van de rij mee het diepe ravijn in trokken. Jadovno stond bekend om zijn extreme wreedheid. De moorden werden vaak handmatig uitgevoerd met messen of hamers, in plaats van met industriële methoden zoals gaskamers.Het kamp werd in augustus 1941 gesloten toen de Italiaanse bezettingsmacht het gebied overnam. De overlevende gevangenen werden overgebracht naar het nog grotere en beruchtere concentratiekamp Jasenovac. Jadovno was het eerste kamp in de regio dat specifiek was ingericht voor de systematische uitroeiing van minderheden, nog vóór de beruchte Wannseeconferentie in Duitsland.
Concentratiekamp Jägala
Concentratiekamp Jägala
Estland
Concentratiekamp Jägala was een werkkamp in Estland dat tijdens de Tweede Wereldoorlog (1942–1943) werd beheerd door de Estse Veiligheidspolitie en de SD. Het kamp stond bekend om de grootschalige executies van Joden uit Centraal-Europa op de nabijgelegen locatie Kalevi-Liiva. Gelegen nabij het dorp Jägala, ten oosten van Tallinn. Officieel een werkkamp, maar fungeerde in de praktijk als selectie- en executieplaats. Slachtoffers: Voornamelijk Joden gedeporteerd uit Duitsland, Tsjecho-Slowakije (Theresienstadt) en Polen. De meesten werden direct na aankomst vermoord in de zandduinen van Kalevi-Liiva. Aankomst: Treintransporten kwamen aan bij het station van Raasiku.Selectie: Een kleine groep jonge vrouwen en mannen werd geselecteerd voor werk in het kamp of in Tallinn. Ongeveer 2.000 tot 3.000 mensen werden direct naar Kalevi-Liiva gebracht en doodgeschoten. Het kamp werd in september 1943 gesloten; de overlevenden werden overgebracht naar het kamp Tallinna Keskvangla.
Concentratiekamp Jagielnica
Concentratiekamp Jagielnica
Polen
Jajkowo
Jajkowo
Polen
Jajkowo was een werkkamp voor vrouwen nabij de Poolse stad Brodnica, dat onderdeel was van het grotere kampcomplex Stutthof. Het stond ook wel bekend onder de Duitse naam Außenarbeitslager Dyck, aangezien Jajkowo tijdens de Duitse bezetting van Polen werd omgedoopt tot Dyck. Gelegen in het dorp Jajkowo, onderdeel van het district Brodnica (Województwo kujawsko-pomorskie). Het diende als een Außenarbeitslager (buitenkamp) van concentratiekamp Stutthof. Het kamp werd voornamelijk bevolkt door Joodse vrouwen uit Hongarije en Polen. De vrouwen moesten zwaar dwangarbeid verrichten, zoals het graven van loopgraven en antitankgrachten ter verdediging tegen het oprukkende Rode Leger. Het kamp werd ontruimd in januari 1945 tijdens de beruchte dodenmarsen, waarbij veel gevangenen door uitputting of executie omkwamen.
Jakschitz concentratiekamp
Jakschitz concentratiekamp
Polen
Concentratiekamp Jaktoriv
Concentratiekamp Jaktoriv
Oekraine
In de buurt van Jaktoriv (ook gespeld als Jaktorów of Iaktoriv, gelegen in het huidige Oekraïne, destijds bezet gebied) bevond zich een nazi-werkkamp waar in juli 1943 duizenden Joodse gevangenen zijn doodgeschoten. Shopky, in de buurt van Jaktoriv (Oekraïne). Het betrof een werkkamp (Joodse dwangarbeiders). In juli 1943 voerden de nazi's massa-executies uit, waarbij duizenden Joodse gevangenen werden doodgeschoten.
Jamlitz
Jamlitz
Duitsland
De locatie Jamlitz in Brandenburg, Duitsland. Het diende eerst als een berucht nazi-concentratiekamp en werd na de oorlog door de Sovjet-Unie hergebruikt als strafkamp.
1. Concentratiekamp Lieberose (1943–1945)Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een van de grootste buitenkampen van KZ Sachsenhausen. Het stond destijds bekend als Arbeitslager Lieberose. Gevangenen werden ingezet als dwangarbeid voor de bouw van de SS-Truppenübungsplatz Kurmark. Er zaten ongeveer 10.000 Joodse gevangenen (voornamelijk uit Hongarije en Polen) en politieke gevangenen vast. In februari 1945, vlak voor de evacuatie, vermoordde de SS meer dan 1.300 zieke en niet-marsvaardige gevangenen. De overlevenden moesten op een dodenmars naar Sachsenhausen, waarbij velen bezweken.assagraven rondom het kamp begraven.
Concentratiekamp Janików
Concentratiekamp Janików
Polen
Concentratiekamp Janików was een werkkamp voor Joodse gevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in het huidige Polen. Hoewel het vaak minder bekend is dan de grote vernietigingskampen, speelde het een specifieke rol in de dwangarbeid onder het nazi-regime. Janików ligt nabij Kozienice, in het district Radom (onderdeel van het toenmalige Generaal-Gouvernement). Het was primair een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager). Gevangenen werden ingezet voor zware arbeid, vaak gerelateerd aan de aanleg van wegen, waterwerken of ondersteuning van de Duitse oorlogsindustrie. Het kamp huisvestte voornamelijk Joden uit omliggende getto's, zoals die van Służewo en Kozienice. In 1941 werden groepen Joodse mannen vanuit nabijgelegen dorpen gedeporteerd naar Janików om daar te werken. De omstandigheden waren, zoals in de meeste nazikampen, extreem zwaar met een gebrek aan voedsel, medische zorg en brute behandeling door de bewakers. Veel gevangenen uit dit kamp zijn uiteindelijk gedeporteerd naar grotere concentratie- of vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau of Majdanek, toen de nazi's overgingen op de systematische uitroeiing (Aktion Reinhard).
Janovska
Oekraine
Janovska (Duits: Zwangsarbeitslager Lemberg-Janowska) was tussen 1941 en 1944 een Duits werk-, concentratie- en doorgangskamp nabij de (destijds Poolse) stad Lwów. Tegenwoordig ligt deze stad in Oekraïne. Naast het getto van Lwów richtten de nazi's in het najaar van 1941 ook een werkkamp op. Officieel was dit geen concentratiekamp en viel het niet onder het Duitse toezicht op concentratiekampen. In de praktijk was het echter een hybridekamp dat de functies van meerdere soorten kampen bijeen bracht. De joden uit het getto die daartoe in staat waren, moesten in Janovska werken in de metaal- en houtverwerking. Er werden onder meer treinrails gemaakt. Het kamp was ook een doorgangskamp voor joden die op transport gingen naar de vernietigingskampen. Als personen niet fit genoeg waren om te werken, moesten ze naar Bełżec of werden ze geëxecuteerd bij het Piaskiravijn. Het kamp bestond uit drie delen. In een gedeelte stonden de gebouwen van de SS, waar ze de administratie deden en werkplaatsen waar de gevangenen moesten werken. In een ander gedeelte stonden de barakken van de gevangenen. Het laatste gedeelte waren de DAW-fabrieken (Deutsche Ausrüstungswerke), waar de gevangenen ook moesten werken. De delen waren middels een prikkeldraadhek van elkaar gescheiden. Om heel het kamp stond een dubbel prikkeldraadhek met zoeklichten, patrouillerende SS'ers en om de 50 meter een wachttoren. De eerste commandant van het kamp was Fritz Gebauer. In mei 1942 nam zijn plaatsvervanger Gustav Wilhaus dit over en werd Gebauer de commandant van de DAW-fabrieken. Er waren meestal tussen de 12 en 15 SS'ers aanwezig. Het leven in het kamp was heel zwaar. Er werd iedere ochtend begonnen met appèl, daar werden soms willekeurig gevangenen doodgeschoten. Er werd 12 uur per dag gewerkt, waarna de gevangenen naar hun barak moesten rennen. Wilhaus en zijn assistent Freidrich Warzok keken hiernaar om te kijken wie er vermoeid was en wie daar werd uitgekozen, werd opgesloten tussen prikkeldraadhekken om te sterven. In Janovska werden regelmatige willekeurige gevangenen op wrede wijze vermoord. Deze moordpartijen werden uitgevoerd onder begeleiding van muziek. Hiervoor was er een orkest met gevangenen opgericht, deze werden voor de opheffing van het kamp allemaal neergeschoten. Er was ook een liedje speciaal geschreven om de martelingen te begeleiden, de zogenaamde The Death Tango. De evacuatie van het kamp begon in november 1943. De laatste overlevenden van het kamp moesten, in het kader van Sonderaktion 1005, de massagraven heropenen om de lijken te verbranden; een poging van de nazi's om bewijsmateriaal te vernietigen. Op 19 november was er een opstand en massale vluchtpoging onder de gevangenen, maar slechts enkelen wisten aan de SS te ontsnappen. In die periode werden 6000 joden geëxecuteerd. Op 26 juli 1944 werd het kamp door Russische militairen bevrijd. Er werden 200.000 joden in Janovska tewerkgesteld. Slechts 300 gevangenen van het kamp overleefden de oorlog
Jandelsbrunn
Jandelsbrunn
Duitsland
Het concentratiekamp Jandelsbrunn (officieel een Außenlager) was een klein nevenkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het bevond zich in de buurt van de Duitse stad Passau, in de deelstaat Beieren. Het kamp was gevestigd in een textielfabriek in Jandelsbrunn. Het kamp was slechts kortstondig operationeel, van januari 1945 tot april 1945. In het kamp werden ongeveer 170 vrouwelijke gevangenen vastgehouden. De meesten van hen waren Joodse vrouwen uit Hongarije en Polen. De vrouwen werden ingezet voor de oorlogsindustrie, specifiek voor de productie van onderdelen voor de Messerschmitt-vliegtuigen voor de Luftwaffe. In april 1945, toen de geallieerden naderden, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op dodemsmarsen gestuurd richting het zuiden. Jandelsbrunn maakte deel uit van een gigantisch netwerk van bijna 90 buitenkampen van Flossenbürg. Terwijl het hoofdkamp zich richtte op de granietwinning, waren de meeste buitenkampen zoals Jandelsbrunn gericht op de productie van wapens en vliegtuigen.
Janinagrube
Janinagrube
Polen
Concentratiekamp Janinagrube (ook bekend als Arbeitslager Janinagrube) was een van de grootste buitenkampen van Auschwitz III-Monowitz. Het was gevestigd in Libiąż, Polen, en was direct verbonden met de gelijknamige kolenmijn. Libiąż, nabij Oświęcim (Auschwitz). Actief van september 1943 tot januari 1945. Dwangarbeid in de kolenmijn Janina voor de Duitse firma Fürstengrube GmbH. Maximaal ongeveer 900 gevangenen tegelijkertijd, voornamelijk Joden uit diverse Europese landen. Gevangenen moesten ondergronds kolen delven in extreem gevaarlijke en onhygiënische omstandigheden. Britse krijgsgevangenen: Voordat het een Auschwitz-subkamp werd, werden er Britse krijgsgevangenen vastgehouden. Sommigen bleven er ook na 1943 werken, maar gescheiden van de Joodse gevangenen. Velen stierven door uitputting, ondervoeding, ongelukken in de mijn of executies door de SS. In januari 1945 werd het kamp ontruimd. De gevangenen moesten te voet richting het westen trekken; velen kwamen tijdens deze mars om het leven.
Concentratiekamp Janischken
Concentratiekamp Janischken
Litouwen
Janischken (de Duitse naam voor het Litouwse Joniškis) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een locatie waar de nazi's een getto en een tijdelijk kamp inrichtten voor de Joodse bevolking. Het was geen groot vernietigingskamp zoals Auschwitz, maar fungeerde als een plek van vervolging en massamoord op lokale Joden. Gelegen in het noorden van Litouwen, in de regio Šiauliai (Duits: Schaulen).Duitse troepen bezetten de stad op 24 juni 1941, kort na de inval in de Sovjet-Unie. Direct na de bezetting werden Joden gedwongen in een afgesloten gebied (getto) te wonen. De meeste Joodse inwoners van Janischken werden in de zomer van 1941 vermoord door de Einsatzgruppen in samenwerking met lokale Litouwse collaborateurs.Viliaušiai bos: Veel slachtoffers werden doodgeschoten in het nabijgelegen bos van Viliaušiai.Tegen het einde van augustus 1941 was de Joodse gemeenschap van Janischken nagenoeg volledig uitgeroeid.
Concentratiekamp Janiszów
Concentratiekamp Janiszów
Polen
Janiszów was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, gelegen in het woiwodschap Lublin in het door de nazi's bezette Polen. Het kamp functioneerde als onderdeel van een groter netwerk van werkkampen in de regio die gericht waren op de uitbuiting van Joodse gevangenen. Gelegen in het dorp Janiszów, nabij de rivier de Vistula en de stad Zawichost. Een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) waar gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken, vaak aan irrigatieprojecten of infrastructuur. De gevangenen waren voornamelijk Joodse mannen uit nabijgelegen steden zoals Szydłowiec en de regio Lublin. Op 6 november 1942 vond er in Janiszów een gewapende opstand en massale ontsnapping plaats, waarbij gevangenen probeerden te vluchten naar de omliggende bossen. Het kamp was actief tussen 1940 en 1942.Veel gevangenen die de zware arbeid en de hongersnood overleefden, werden later getransporteerd naar andere kampen zoals Budzyń, Auschwitz of vernietigingskampen zoals Bełżec. Het kamp staat in de geschiedschrijving bekend om de actieve pogingen tot verzet door de gevangenen tegen hun bewakers.
Janovska
Janovska
Polen
bij Lemberg/Lviv Concentratiekamp Janovska (ook wel Janowska genoemd) was een berucht nazi-kamp in de buurt van Lemberg (het huidige Lviv, Oekraïne) dat fungeerde als een dodelijke combinatie van een dwangarbeidskamp, doorgangskamp en vernietigingskamp. Gelegen aan de Janowska-straat in de buitenwijken van Lemberg. Operationeel van september 1941 tot november 1943. Geschat wordt dat er tussen de 40.000 en 80.000 mensen zijn vermoord, voornamelijk Joden uit het getto van Lemberg. Gevangenen werkten in de oorlogsindustrie (zoals de D.A.W. fabrieken). Velen werden vanuit hier gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Belzec. Op de nabijgelegen zandheuvels (Piaski) vonden massale executies plaats. Het kamp was berucht omdat gevangenen moesten musiceren tijdens de executies en de dagelijkse gang naar het werk. Sonderaktion 1005: In 1943 werden gevangenen gedwongen om de lichamen van eerder vermoorde slachtoffers op te graven en te verbranden om bewijsmateriaal van de nazi-misdaden te vernietigen. Janovska-proces: Na de oorlog werden verschillende SS-beulen berecht, al ontkwamen velen aan hun straf.
Concentratiekamp Janów Lubelski
Concentratiekamp Janów Lubelski
Polen
Het kamp in Janów Lubelski was een nazi-dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) in het bezette Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was geen vernietigingskamp zoals Auschwitz, maar de omstandigheden waren er uiterst zwaar. Dwangarbeidskamp voor Joden. Gelegen in een weide nabij het bos bij Janów Lubelski. Er werkten ongeveer 1.000 Joden tegelijkertijd. Gevangenen werden ingezet voor een grootschalig irrigatieproject en waterbeheer. In mei 1941 werden Joden uit omliggende plaatsen (zoals Ulanów) naar dit kamp gedeporteerd. Er was vaak een gebrek aan zinvol werk, maar de bewakers waren wreed en de basisbehoeften minimaal. De bossen rondom Janów Lubelski waren een belangrijk gebied voor partizanen. Sommige ontsnapte Joden sloten zich bij hen aan om tegen de nazi's te vechten. De lokale Joodse begraafplaats diende als de belangrijkste begraafplaats voor slachtoffers van massa-executies in de regio.
Janowitz = Janowice
Concentratiekamp Janowice
Polen
1. Subkamp Janowitz (Janowice Wielkie) Dit was een buitenkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen, gelegen in het huidige Polen (Janowice Wielkie). Gevangenen (voornamelijk Joodse mannen) werden hier ingezet als dwangarbeider. Ze werkten voor bedrijven zoals de Organisatie Todt aan de aanleg van wegen en infrastructuur. In februari 1945 werd het kamp ontruimd en moesten de gevangenen op dodenmars richting andere kampen zoals Bergen-Belsen
.2. Doorgangskamp Janowice (regio Zamość) In de regio Zamość (Oost-Polen) richtten de nazi's tijdelijke kampen in voor de deportatie van de lokale bevolking.Context: Dit maakte deel uit van de Aktion Zamość, waarbij Polen werden verdreven om plaats te maken voor Duitse kolonisten. Vanuit het kamp in Janowice werden mensen gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Majdanek en Auschwitz.
Janowska
Janowska
Oekraine
Concentratiekamp Janowska (nabij Lviv, Oekraïne) was een unieke en beruchte nazi-instelling die functioneerde als een hybride van een werkkamp, doorgangskamp en vernietigingskamp tussen 1941 en 1944. Gelegen aan de Janowska-straat in Lviv (Lwów), destijds bezet Polen. Geschat wordt dat er tussen de 40.000 en 80.000 mensen zijn vermoord, voornamelijk Joden uit het getto van Lviv. Het diende als verzamelplaats voor deportaties naar Belzec en als plek voor directe massa-executies. Janowska stond bekend om een orkest van gevangenen dat tango-muziek moest spelen tijdens executies en martelingen. Sonderkommando 1005: Aan het eind van de oorlog moesten gevangenen de lichamen opgraven en verbranden om het bewijs van de massamoorden te vernietigen. Bekende gevangene: De beroemde nazi-jager Simon Wiesenthal was een van de gevangenen die het kamp overleefde.
Concentratiekamp Jarabá
Concentratiekamp Jarabá
Slowakije
Het concentratiekamp in Jarabá (Slowakije) was een dwangarbeidskamp voor de Roma-bevolking, actief tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de Slowaakse Republiek. Het kamp bevond zich net ten noorden van het dorp Jarabá op de hellingen van de Čertovica-berg, in het centrale deel van Slowakije. De huisvesting bestond uit drie oude houten barakken op cementfunderingen. Het kamp, dat op 3 juli 1942 begon met bewaking door zes gendarmes, was specifiek bedoeld voor Roma-dwangarbeiders. Inwoners werden ingezet voor de aanleg van een bergweg tussen Čertovica en Mýto pod Ďumbierom. Vanaf augustus 1942 kwamen er transporten met dwangarbeiders aan, waaronder een groep van 25 personen op 3 augustus 1942. Het kamp maakte deel uit van het vervolgingssysteem van de Slowaakse staat (1939-1945), waarbij verschillende werkkampen voor Roma werden opgezet, vaak in samenwerking met of onder invloed van nazi-Duitsland.
Jarak
Concentratiekamp Jarak
Servie
Concentratiekamp Jarak was een tijdelijk kamp in het dorp Jarak (Servië), opgericht door de Wehrmacht eind september 1941. Het is vooral bekend vanwege de beruchte Bloedmars vanuit het kamp Šabac. Het dorp Jarak, nabij Sremska Mitrovica in de regio Vojvodina. Oorspronkelijk bedoeld als opvangkamp voor ongeveer 5.000 Joodse mannen en Roma uit Šabac. Het kamp stond onder controle van de Duitse Wehrmacht. Op 26 september 1941 dwongen de Duitsers de gevangenen uit het kamp Šabac om 23 kilometer naar Jarak te rennen. Gevangenen die het tempo niet konden bijhouden, werden ter plekke doodgeschoten. Inwoners van Jarak probeerden de uitgeputte overlevenden water en voedsel te geven, ondanks het verbod van de bewakers. Vanwege logistieke problemen en verzet werd het kamp al na enkele dagen opgeheven. De overlevenden werden op 30 september teruggestuurd naar Šabac.
Concentratiekamp Jargeau
Concentratiekamp Jargeau
Frankrijk
Het interneringskamp (vaak aangeduid als concentratiekamp) van Jargeau was gelegen in de Franse Loiret-regio, vlakbij de stad Jargeau. Het was een van de kampen in de regio (naast Pithiviers en Beaune-la-Rolande) die een cruciale rol speelden bij de vervolging van de nazi's in Frankrijk. Het kamp werd in oktober 1940 opgericht naar aanleiding van een Duits bevel. Vanaf mei 1941 werd het kamp gebruikt als doorgangskamp voor Joden, waaronder duizenden vluchtelingen uit Duitsland en Polen. Nomaden (Sinti en Roma): Het kamp diende ook als een specifiek detentiecentrum voor Franse Sinti en Roma (aangeduid als nomaden of zigeuners). Politieke gevangenen: Later in de oorlog werden er ook politieke tegenstanders vastgehouden. Het kamp was gelegen op ongeveer 600 meter van het centrum van Jargeau, in het departement Loiret. De omstandigheden in het kamp waren erg zwaar. Gevangenen, inclusief kinderen, werden onder slechte hygiënische omstandigheden vastgehouden. Veel van de Joodse gevangenen in Jargeau werden later, via kampen als Drancy, gedeporteerd naar vernietigingskampen. Jargeau staat bekend als een van de locaties waar het lot van Franse Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog zich voltrok, een geschiedenis die lange tijd onderbelicht is gebleven.
Concentratiekamp Jaryczow Nowy
Concentratiekamp Jaryczow Nowy
Oekraine
Jaryczów Nowy (tegenwoordig Novyi Yarychiv in Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen specifiek, zelfstandig grootschalig concentratiekamp, maar eerder een plaats die onderhevig was aan de Holocaust, met een getto en nabijgelegen werkkampen onder Duits bewind. Het dorp werd op 30 juni 1941 bezet door het Duitse 17e Leger. De Joodse gemeenschap werd in een getto geplaatst en op 15-16 januari 1943 geliquideerd. Op 15-16 januari 1943 werden 1.570 Joden vermoord in een bos in de buurt van Novyi Yarychiv. Werkkampen: Tijdens 1942 werden Joden die geschikt waren om te werken vanuit Jaryczów Nowy naar werkkampen gestuurd in onder andere Winniki, Hermanów, Kurowice en Polonice.
Concentratiekamp Jasenovac I
Concentratiekamp Jasenovac I
Kroatie
Jasenovac I (Krapje) was het allereerste subkamp van het beruchte Jasenovac-complex in de Onafhankelijke Staat Kroatië (nu Kroatië). Het kamp werd in augustus 1941 opgezet door de fascistische Ustaša-beweging, maar moest in november 1941 alweer worden ontruimd en gesloten vanwege overstromingen en voortdurende aanvallen door partizanen. Het kamp was gelegen bij het dorp Krapje, ongeveer zeven kilometer ten noordwesten van de stad Jasenovac en ruim 100 kilometer ten zuidoosten van Zagreb. Het kamp was berucht om zijn brute omstandigheden. Gevangenen voornamelijk Servische burgers, Joden en Roma werden ingezet als dwangarbeider bij de aanleg van dijken en werden vaak willekeurig geëxecuteerd. Het exacte dodental in Jasenovac I is onbekend, maar de bevolking van de kampen Jasenovac I en II samen schommelde in deze periode tussen de 4.000 en 5.000 personen. Vanwege de moerassige ligging aan de rivier de Sava werd het gebied 's winters onleefbaar, wat leidde tot de sluiting in november 1941. De overlevenden werden te voet overgebracht naar het nabijgelegen kamp Jasenovac II (Bročice) of direct vermoord.
Concentratiekamp Jasenovac II
Concentratiekamp Jasenovac II
Kroatie
Concentratiekamp Jasenovac II (ook bekend als Bročice) was een van de eerste twee subkampen van het beruchte Jasenovac-complex in Kroatië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd in augustus 1941 opgezet door het fascistische Ustašaregime en was specifiek berucht om zijn extreme wreedheid. Het kamp lag ongeveer 5 kilometer ten noordoosten van het dorp Jasenovac, verscholen in het moerassige landschap van Lonjsko polje. Gevangenden werden gehuisvest in houten barakken te midden van seizoensgebonden overstromingen. De leefomstandigheden waren erbarmelijk en de bewakers voerden er op grote schaal executies uit. Het kampement werd gebruikt voor de isolatie en moord op Serviërs, Joden, Roma en politieke tegenstanders van het regime. Vanwege de overstromingen, slechte hygiëne en het risico op uitbraken werden de eerste twee kampen (Jasenovac I en II) al in november 1941, slechts enkele maanden na de opening, gesloten. Van de duizenden gevangenen die in deze beginfase in Jasenovac I en II verbleven, werd een deel overgeplaatst naar het nieuwe hoofdkamp (Jasenovac III / Ciglana), maar velen stierven ter plekke of werden geëxecuteerd.
Concentratiekamp Jasenovac III
Concentratiekamp Jasenovac III
Kroatie
Jasenovac III, ook bekend als Ciglana (de Steenbakkerij), was het centrale en grootste kamp van het Jasenovac-complex in het door de nazi's gesteunde Onafhankelijke Staat Kroatië. Gelegen in een voormalige steenfabriek nabij het dorp Jasenovac. Het werd gerund door de fascistische Ustaša-beweging, onafhankelijk van directe Duitse controle. Operationeel van november 1941 tot de vernietiging door de bewakers in april 1945. Slachtoffers: Voornamelijk Serviërs, maar ook Joden, Roma en Kroatische politieke tegenstanders. In tegenstelling tot de industriële moordmethoden (gaskamers) in Duitse kampen, werd hier vaak handmatig gemoord met messen, hamers en bijlen. Gevangenen stierven massaal door honger, uitputting en ziekten in de steenbakkerij. Op 22 april 1945 kwamen de overgebleven gevangenen in opstand; slechts een klein aantal (circa 84) wist te ontsnappen.
Concentratiekamp Jasenovac IV
Concentratiekamp Jasenovac IV
Kroatie
Jasenovac IV (ook bekend als het Kožara-kamp) was een van de vijf hoofdkampen van het Jasenovac-complex in Kroatië. Dit kamp werd beheerd door het fascistische Ustaše-regime tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een werkkamp gespecialiseerd in de productie van leer en schoenen. Gelegen in de stad Jasenovac zelf, in een voormalige leerfabriek. Huisvestte voornamelijk vakmensen en geschoolde arbeiders die essentieel waren voor de productie. Hoewel minder dodelijk dan de vernietigingsvelden van Jasenovac III, waren de leefomstandigheden ook hier wreed en mensonwaardig. Jasenovac IV was onderdeel van een groter systeem dat bekendstond als de Auschwitz van de Balkan.
Het complex bestond uit: Kamp I & II: De vroegste kampen (Krapje en Bročice).
Kamp III (Ciglana): Het grootste vernietigingskamp met de beruchte steenfabriek.
Kamp IV (Kožara): De leerfabriek.Kamp V (Stara Gradiška): Voornamelijk voor vrouwen en kinderen.
Op 22 april 1945 vond er een doorbraakpoging plaats vanuit Kamp IV. Gevangenen vielen de bewakers aan toen zij beseften dat de Ustaše het kamp wilden vernietigen om bewijs te wissen. Van de circa 167 gevangenen in Kamp IV overleefden slechts 11 mensen deze ontsnapping.
Concentratiekamp Jasieniec
Concentratiekamp Jasieniec
Polen
Concentratiekamp Jasionka
Concentratiekamp Jasionka
Polen
Concentratiekamp Jasionówka
Concentratiekamp Jasionówka
Oekraine
In Jasionówka was een Joods getto tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de Duitse inval in Polen in 1941 werd de Joodse bevolking van Jasionówka opgesloten in een getto. Direct na de aankomst van de Duitsers vond er een pogrom plaats waarbij zeker 70 Joden werden vermoord door lokale antisemieten en soldaten. In januari 1943 werd het getto ontruimd. De meeste inwoners werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka, waar zij werden vermoord.
Concentratiekamp Jasło
Concentratiekamp Jasło
Polen
Jasło had geen groot hoofdkamp onder eigen naam, maar was een cruciaal administratief centrum tijdens de Holocaust in bezet Polen. Belangrijke locaties rond Jasło Kamp Szebnie: Dit was een groot nazi-werkkamp (en later concentratiekamp) op ongeveer 10 kilometer van Jasło. Het begon in 1941 als kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen, maar werd later een plek waar duizenden Joden, Polen en Roma werden vastgehouden en vermoord.
Gestapo-gevangenis (Za Bursa-straat): In het centrum van Jasło was een Gestapo-bureau gevestigd in een gebouw dat nu als ziekenhuis dient. Veel gevangenen werden hier gemarteld voordat ze naar vernietigingskampen zoals Bełżec of Auschwitz werden gestuurd.Ghetto Jasło: In 1942 dwongen de Duitsers de Joodse bevolking in een ghetto. Bij de liquidatie in augustus 1942 werden de meeste inwoners direct naar het vernietigingskamp Bełżec gedeporteerd.
Concentratiekamp Jastków
Concentratiekamp Jastków
Polen
In de regio rond Jastków bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog diverse locaties die verbonden waren aan het systeem van dwangarbeid en deportatie: Dwangarbeid in JastkówIn was een werkkamp voor landbouwers gevestigd. Gevangenen: Voornamelijk Joodse dwangarbeiders die op de lokale landgoederen moesten werken. Begin 1943 werden veel van deze arbeiders overgebracht naar het nabijgelegen concentratiekamp Trawniki.
Jastków diende ook als een verzamelpunt of doorgangslocatie: Inwoners van Jastków en omliggende dorpen werden door de SS gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Belzec. Het dorp lag slechts 13 kilometer van Lublin, waar het beruchte concentratie- en vernietigingskamp Majdanek lag. Veel gevangenen uit de regio eindigden daar.
Concentratiekamp Jastrebarsko
Concentratiekamp Jastrebarsko
Kroatie
Concentratiekamp Jastrebarsko was een berucht kinderconcentratiekamp in de Onafhankelijke Staat Kroatië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd beheerd door de Ustaše (Kroatische fascisten) en was specifiek gericht op het interneren van hoofdzakelijk Servische kinderen. Jastrebarsko, Kroatië (toenmalig NDH). Tussen 12 juli en 26 augustus 1942.Kinderen onder de 14 jaar, merendeels van Servische afkomst, maar ook Joodse kinderen. Er werden naar schatting 3.336 kinderen gevangen gehouden. Het kamp stond bekend om de extreem wrede behandeling van minderjarigen door de Ustaše-bewakers en sommige leden van de katholieke geestelijkheid. Het kamp werd gerund door Ustaše-beambten en nonnen van de orde van de Dochters van Liefde van Sint Vincentius de Paul. Kinderen leden aan honger, ziektes (zoals vlektyfus en dysenterie) en fysieke mishandeling. Honderden kinderen stierven door verwaarlozing en geweld binnen de korte periode dat het kamp bestond. Op 26 augustus 1942 werd het kamp aangevallen en bevrijd door Joegoslavische partizanen. Zij bevrijdden honderden kinderen en voerden ze mee naar veiligere gebieden.
Jauer in concentratiekamp Sandhofen
Jauer in concentratiekamp Sandhofen
Polen
Concentratiekamp Jauer (een strafkamp in het huidige Polen) en concentratiekamp Sandhofen (een buitenkamp van Natzweiler in Mannheim) waren in de Tweede Wereldoorlog met elkaar verbonden. Honderden gevangenen uit Jauer werden overgebracht naar Sandhofen om als dwangarbeider te werken in de wapenindustrie. De Kampen Jauer: Dit was tijdens de oorlog een gevangenis (Zuchthaus) en een Arbeitserziehungslager gelegen in het huidige Jawor (Polen). Sandhofen: Dit was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Het kamp was gehuisvest in de Friedrichschule in Mannheim-Sandhofen en functioneerde van september 1944 tot maart 1945. Gevangenen uit Jauer werden onderdeel van een groot commando dat werd ingezet voor dwangarbeid in de nabijgelegen Daimler-Benz fabrieken. Een belangrijk onderdeel hiervan was het overplaatsen van grote groepen (met name Poolse) dwangarbeiders onder extreme omstandigheden.
Jawischowitz
Polen
Jawischowitz was een berucht buitenkamp van het concentratiekamp Auschwitz, gelegen in het huidige Polen (Jawiszowice). Het kamp was operationeel van augustus 1942 tot januari 1945 en herbergde honderden tot soms wel ruim 2.000 gevangenen die onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid in de steenkoolmijnen verrichtten. Het kamp werd in augustus 1942 opgezet nabij Brzeszcze, op ongeveer 8 kilometer van het hoofdkamp Auschwitz I. In tegenstelling tot veel andere buitenkampen, werden gevangenen hier niet ingezet voor landbouw of bouw, maar specifiek voor zware arbeid in de plaatselijke steenkoolmijnen (de Brzeszcze-mijn, destijds in handen van Reichswerke Hermann Göring). De gevangenen waren voornamelijk Joodse mannen uit heel Europa, waaronder ook uit Nederland en België. Door het zware fysieke werk, ondervoeding, ziekte en mishandeling door de SS en Duitse opzichters, lag het sterftecijfer er extreem hoog. Toen het Sovjetleger in januari 1945 naderde, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden gedwongen tot de beruchte dodenmarsen, waarbij velen alsnog omkwamen.
Jaworzno
Jaworzno
Polen
Het kamp in Jaworzno had een unieke en grimmige geschiedenis, omdat het zowel door de nazi's als door het communistische regime in Polen werd gebruikt. Nazi-periode: Neu-Dachs (1943–1945) Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Jaworzno een van de grootste buitenkampen van Auschwitz. SS-Dwangarbeiderskamp Neu-Dachs. Gevangenen leveren voor de lokale kolenmijnen van de Dachsgrube en de bouw van een elektriciteitscentrale. Op het hoogtepunt waren er ongeveer 5.000 gevangenen, voornamelijk Joden uit heel Europa.Op 19 januari 1945 bevrijdde het Rode Leger ongeveer 400 achtergebleven gevangenen; de rest was kort daarvoor gedwongen op een dodenmars gestuurd.
Concentratiekamp Jaworow
Concentratiekamp Jaworow
Oekraine
Concentratiekamp Jaworow (ook wel Jaworów) verwijst naar een Joods dwangarbeiderskamp en getto dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland werd opgezet in de stad Jaworow (het huidige Javoriv in het westen van Oekraïne). Het kamp maakte deel uit van het Holocaust-netwerk in het Generaal-Gouvernement. Jaworow ligt ongeveer 50 kilometer ten westen van Lviv (destijds Lwów) en ongeveer 15 kilometer van de huidige grens met Polen. Op 15 november 1942 werd het dwangarbeiderskamp gecreëerd net buiten het Joodse getto. Ongeveer 60 Joodse gevangenen werden hier tewerkgesteld voor de Duitse oorlogsindustrie en moesten dwangarbeid verrichten. Zij werden gemarkeerd met badges waarop de letter W stond. 1942 en begin 1943 vonden er diverse Aktions plaats, waarbij honderden Joden werden overgebracht naar het beruchte Janowska-kamp in Lviv. De omstandigheden in het werkkamp waren uitputtend en mensonterend. Het getto en het werkkamp van Jaworow werden uiteindelijk op 16 april 1943 geliquideerd door de Duitsers, geassisteerd door Oekraïense milities. De Joodse bevolking werd bijeengedreven, waarna velen werden gedeporteerd of direct werden vermoord.
Concentratiekamp Jedlanka
Concentratiekamp Jedlanka
Polen
Concentratiekamp Jedlanka verwijst naar een klein Duits nazi-dwangarbeiderskamp in de regio Radom in bezet Polen. Het kamp maakte destijds deel uit van een groter netwerk van werkkampen onder het Generaal-gouvernement. Het kamp werd gebruikt als dwangarbeiderskamp waar gevangenen onder mensonterende omstandigheden zware arbeid moesten verrichten. Het lag in de omgeving van Radom/Jedlińsk (provincie Mazovië, Polen). Het kamp functioneerde tijdens de Duitse bezetting van Polen in de Tweede Wereldoorlog. De omgeving rond Jedlanka staat ook in de geschiedenisboeken bekend om de actieve joodse partizanengroepen en de lokale bevolking, die ondanks de doodstraf op grote schaal hulp bood aan ondergedoken Joden en ontsnapte gevangenen uit nabijgelegen getto's en kampen.
Jedlesee
Jedlesee
Oostenrijk
Concentratiekamp Jedlesee (ook bekend als Floridsdorf II of Julius) was een berucht buitenkamp van concentratiekamp Mauthausen. Het was gevestigd in de Weense wijk Floridsdorf (Oostenrijk) en huisvestte vanaf medio 1944 bijna 2.000 gevangenen die dwangarbeid moesten verrichten voor de nazi-oorlogsindustrie. Het kamp bestond uit barakken waar gevangenen vliegtuigonderdelen produceerden voor Heinkel en werkten aan de uitbreiding van militaire verdedigingswerken. Het kamp was gesitueerd op het voormalige terrein van de St. Georg brouwerij (Prager Straße en de Hopfengasse) in Jedlesee. De kampleiding viel onder het commando van SS-Obersturmführer Anton Streitwieser. Het kamp werd opgericht in juli 1944, nadat het nabijgelegen buitenkamp Schwechat-Heidfeld werd verwoest door zware geallieerde bombardementen en moest worden geëvacueerd.Er zaten voornamelijk vrouwen en mannen uit diverse bezette landen, waaronder Joodse gevangenen die via Auschwitz waren doorgestuurd. De omstandigheden waren er mensonterend. Op 13 april 1945 werd het kamp bevrijd door het oprukkende Sovjetleger.
Concentratiekamp Jedlińsk
Concentratiekamp Jedlińsk
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Jedlińsk (Polen) geen volwaardig concentratiekamp, maar wel een getto en een nazi-dwangarbeiderskamp. Dit kamp werd in de periode 1942-1943 gebruikt om Joodse en Poolse dwangarbeiders te exploiteren, en diende als gruwelijke tussenstop voor de vernietigingskampen. Het getto van Jedlińsk (1939-1942): Na de Duitse bezetting werd eind 1940 of begin 1941 in het dorp (gelegen op zo'n 10 kilometer ten noorden van Radom) een getto ingericht. Er werden ongeveer 1.000 Joden opgesloten, inclusief bewoners uit het nabijgelegen Przytyk. In juli en augustus 1942 werd het getto door de nazi's geliquideerd. Een aantal oude en zieke Joden werd direct ter plekke vermoord. De overigen werden overgebracht naar het getto van Białobrzegi, om van daaruit gedeporteerd te worden naar vernietigingskamp Treblinka.
Het werkkamp (1942-1943): Eind 1942 vestigden de Duitsers op de locatie van een voormalig kamp voor Sovjet-krijgsgevangenen een dwangarbeiderskamp voor Polen en Joden. Veel van de gevangenen werden ingezet in omliggende fabrieken (zoals in Pionki) of bij zware dwangarbeid.
Concentratiekamp Jedrzejów
Concentratiekamp Jedrzejów
Polen
In Jędrzejów (Polen) bevond zichl een berucht Joods getto en verschillende werkkampen tijdens de Duitse bezetting. Het Getto van JędrzejówIn 1940 richtten de Duitse bezetters een getto op in Jędrzejów. Ongeveer 6.000 Joden uit de stad en omliggende dorpen werden hier opgesloten. Er was sprake van extreme honger, ziekten en overbevolking. In september 1942 werd het getto ontruimd. De meeste bewoners werden gedeporteerd naar het Vernietigingskamp Treblinka.
Naast het getto bestonden er in de regio verschillende locaties voor dwangarbeid: Werkeinsatz: Gevangenen moesten werken aan de spoorwegen en in de landbouw. De Gestapo hield huis in de stad: de wrede Gestapo-officier Helmut Kapp. In de bossen nabij dit nabijgelegen dorp hielden Joden zich schuil in holen om aan deportatie te ontsnappen.
Concentratiekamp Jeleschnia
Concentratiekamp Jeleschnia
Polen
Jeleśnia (vaak gespeld als Jelesnia) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) van nazi-Duitsland in bezet Polen. Het kamp was onderdeel van het uitgebreide netwerk van dwangarbeid in het district. Het dorp Jeleśnia ligt in het zuiden van Polen, vlakbij de huidige grens met Slowakije en op ongeveer 85 kilometer ten zuidwesten van Krakau. Joodse mannen uit de regio werden hier door de nazi-Duitsers tewerkgesteld onder zware omstandigheden. Velen van hen werden vanuit dit kamp of via doorgangskampen uiteindelijk gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau.
In 1936, nog voor de oorlog, gebruikte de Joodse gemeenschap uit Katowice de locatie in Jeleśnia ook al, maar toen als zomerkamp voor Joodse kleuters. Het jaar daarop werd het kamp door de nazi's omgevormd tot concentratiekamp, waar voornamelijk Joden werden vastgehouden.
Concentratiekamp Jelnia
Concentratiekamp Jelnia
Polen
Concentratiekamp Jelsa
Concentratiekamp Jelsa
Kroatie
Jena
Jena
Duitsland
Het concentratiekamp in Jena was een officieel buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, ook wel bekend als het KZ-Außenlager RAW Jena. Het kamp was actief van oktober 1944 tot april 1945. Het kamp bevond zich aan de Löbstedter Straße, vlakbij de Saale en het spoorwegreparatiebedrijf (Reichsbahnausbesserungswerk - RAW). Er hebben in totaal zo'n 1.000 gevangenen gezeten, voornamelijk afkomstig uit de Sovjet-Unie en Polen, maar ook uit andere Europese landen. De gevangenen werden door de SS gedwongen om zware arbeid te verrichten. Dit bestond voornamelijk uit het herstellen van beschadigde goederen- en ketelwagons voor de Deutsche Reichsbahn, evenals het ruimen van puin en het opruimen van blindgangers na bombardementen. De omstandigheden waren mensonterend. Gevangenen werden ondergebracht in zwaar overbevolkte en nauwelijks verwarmde barakken. Er zijn meerdere executies en sterfgevallen gedocumenteerd; verschillende gevangenen stierven door mishandeling, executie of zelfmoord. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd. De gevangenen werden per trein overgebracht naar Colditz, waarna ze werden gedwongen tot een beruchte dodenmars. Op 11 april 1945 trokken ongeveer 4.000 mishandelde gevangenen door de straten van Jena tijdens een van de laatste dodenmarsen, kort voordat de geallieerden de regio bereikten.
Jena Reichsbahn-Ausbesserungswerk
Jena Reichsbahn-Ausbesserungswerk
Duitsland
Het KZ-Außenlager Jena (RAW) was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald. Het was gevestigd op het terrein van het Reichsbahnausbesserungswerk (RAW) in Jena en bestond van begin oktober 1944 tot april 1945. Het kamp bevond zich aan de Löbstedter Straße 50, nabij het Saale-station in Jena. Er zaten maximaal zo'n 1.000 gevangenen vast, voornamelijk uit de Sovjet-Unie en Polen, maar ook uit Frankrijk, Tsjechië en andere landen. Gevangenen verrichtten zware dwangarbeid in het RAW: Repareren van beschadigde spoorwegwagons en locomotieven. Schilder-, metaal- en elektrowerkzaamheden. Opruimen van puin en onschadelijk maken van blindgangers in de stad na bombardementen. De gevangenen werden ondergebracht in slechts drie barakken op een terrein dat voorheen al voor civiele dwangarbeiders werd gebruikt. De omstandigheden waren erbarmelijk; er vonden executies plaats (bijvoorbeeld na ontsnappingspogingen) en vele gevangenen stierven door uitputting en ziektes. Begin april 1945 werd het kamp ontruimd. De overgebleven gevangenen werden per trein naar Colditz gebracht en moesten daarna deelnemen aan een dodelijke voettocht richting andere kampen.
Jesau
Jesau
Rusland
Concentratiekamp Jesau (tegenwoordig Joezjny in Rusland) was een berucht bijkamp (Außenlager) van het nazi-concentratiekamp Stutthof. Het werd in september 1944 opgezet op het terrein van een luchtmachtbasis (Luftwaffe) in Oost-Pruisen. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor Joodse dwangarbeiders. Het kamp lag ongeveer 20 kilometer ten zuidoosten van het huidige Kaliningrad (het voormalige Koningsberg).De gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder het uitbreiden van het vliegveld, bouwwerkzaamheden en het assisteren in de faciliteiten van de Duitse Luftwaffe. Hoewel er in het begin een eigen keuken was, verslechterden de omstandigheden dramatisch. De gevangenen leden zwaar onder ondervoeding, mishandeling door bewakers en de strenge winterse omstandigheden in dunne kleding. In januari 1945, toen het Sovjetleger oprukte, dwongen de nazi's de ruim duizend overlevende gevangenen tot een ijskoude dodenmars richting Koningsberg. Velen stierven onderweg door uitputting, honger of executie.
Jewe = Johvi
Jewe = Johvi
Estland
Concentratiekamp Jewe de Duitse benaming voor het nazi-werkkamp in Jõhvi (Estland). Dit kamp functioneerde tussen oktober 1943 en februari 1944 als een van de vele subkampen (buitenkampen) van het hoofdconcentratiekamp Vaivara. De gevangenen werden door de nazi's tewerkgesteld in de plaatselijke Estse olie-industrie (olieschalie) en ingezet bij de bouw van barakken en militaire verdedigingswerken. Het kamp bood onderdak aan honderden Joodse dwangarbeiders (voornamelijk gedeporteerd uit getto's in Litouwen en Letland) en Sovjet-krijgsgevangenen.Vanwege de oprukkende Sovjettroepen werden de overlevenden van de subkampen in Estland in 1944 geëvacueerd, vaak per schip naar concentratiekamp Stutthof (Polen) of gedwongen op dodenmarsen gestuurd.
Jezeri
Jezeri
Tsjechie
Concentratiekamp Jezeří (ook bekend onder de Duitse naam Eisenberg) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een specifiek bijkamp van het concentratiekamp Flossenbürg, gevestigd in Kasteel Jezeří in het noordwesten van Tsjechië. Het kamp deed dienst als speciaal gevangenenkamp voor hoge geallieerde officieren en dwangarbeiders. Kasteel Jezeří (Schloss Eisenberg) in het Ertsgebergte, Tsjechië 21 juni 1943 tot 27 april 1945.Het kamp fungeerde niet als typisch werkkamp of vernietigingskamp. De nazi's gebruikten het als Sonderlager (speciaal kamp) onder beheer van de Reichssicherheitshauptamt. Het kamp bood plaats aan ongeveer 30 tot 200 gevangenen, voornamelijk gijzelaars zoals Franse officieren (waaronder Pierre de Gaulle, de broer van Charles de Gaulle). De aanwezige dwangarbeiders werden ingezet voor het verbouwen van het kasteelterrein en het onderhouden van de faciliteiten voor de officieren.
Concentratiekamp Jeżewice
Concentratiekamp Jeżewice
Polen
Concentratiekamp Jeżewice was een klein, door nazi-Duitsland opgezet werkkamp in de Tweede Wereldoorlog. Het bevond zich in het gelijknamige dorp nabij Tarczyn (ten zuiden van Warschau). Het kamp werd ingericht in het begin van 1941 onder toezicht van de firma Gerhard Hunger. De ongeveer 80 Joodse gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, voornamelijk voor de aanleg en het onderhoud van de weg tussen Tarczyn en Piaseczno. Op 28 februari 1941 werd het getto van Tarczyn geëvacueerd en vond er een reorganisatie plaats. Een deel van de jonge, fitte mannen uit dit kamp werd overgebracht naar werkkampen in Częstoniew en Słomczyn (bij Grójec), om daar te werken aan de uitbreiding van een vliegveld. De gevangenen die in deze regio tewerkgesteld werden, hebben de oorlog grotendeels niet overleefd. Velen van hen werden begin 1943 geëxecuteerd en gefusilleerd in de bossen nabij Góra Kalwaria.
Concentratiekamp Jezierna
Concentratiekamp Jezierna
Oekraine
Concentratiekamp Jezierna (tegenwoordig Ozerna, Oekraïne) was een nazi-arbeidskamp in de regio Galicië. Het werd in februari 1942 opgezet als werkkamp (Arbeitslager) exclusief voor Joodse mannen en functioneerde tot het werd ontruimd en de gevangenen werden gedeporteerd. Het kamp werd uitsluitend gebruikt voor de inzet van Joodse dwangarbeiders. De gevangenen werden zwaar uitgebuit bij diverse infrastructurele en industriële projecten.Locatie: Het lag nabij het huidige Ozerna (voorheen Jezierna) in de oblast Ternopil, Oekraïne. In de loop van 1942 en 1943 werden de meeste Joodse inwoners uit de regio, inclusief de gevangenen in het kamp, slachtoffer van massa-executies of gedeporteerd naar vernietigingskampen (zoals Bełżec).
Concentratiekamp Jezierzany (Halych District)
Concentratiekamp Jezierzany (Halych District)
Oekraine
Het kamp Jezierzany (nabij Halicz/Halych, huidig Oekraïne) was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gelegen in het district Halicz (Galicië), destijds onderdeel van het door nazi-Duitsland bezette Polen (Generaal-Gouvernement).Het diende primair als werkkamp waar gevangenen onder zware omstandigheden dwangarbeid verrichtten. De gevangenen waren voornamelijk lokale Joden uit de omliggende dorpen en steden in de regio Stanislau (nu Ivano-Frankivsk). Gevangenen die niet bezweken aan uitputting of ziekte werden vaak tijdens de liquidatie van de regio gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Belzec of ter plekke geëxecuteerd door de SS en lokale hulppolitie.
Concentratiekamp Jeziorek
Concentratiekamp Jeziorek
Polen
Jeziorek verwijst naar twee verschillende, door nazi-Duitsland opgezette kampen in bezet Polen. Het was enerzijds een werkkamp voor Joden en anderzijds een concentratiekamp voor Poolse kinderen.
1. Joods Werkkamp Jeziorek (bij Kuflew)Locatie: Gelegen in de regio van het dorp Kuflew en Mrozy (Oost-Polen). Het maakte deel uit van een netwerk van werkkampen in het district Mińsk Mazowiecki. Een agrarisch en waterbouwkundig werkkamp waar ongeveer 500 Joden zware dwangarbeid moesten verrichten, zoals het graven van greppels en drainagewerkzaamheden. De gevangenen leefden in erbarmelijke omstandigheden, geteisterd door ondervoeding, ziekten en luizen. Velen stonden urenlang tot aan hun knieën in het water. Lot van de gevangenen: Hoewel het kamp wreed was, zagen veel Joden in de omgeving het verblijf in Jeziorek tijdelijk als een manier om deportatie naar vernietigingskampen (zoals Treblinka) te ontlopen. Het kamp werd uiteindelijk in de herfst van 1942 ontmanteld.
2. Kinderconcentratiekamp Jeziorek (Polenlager nr. 82) Locatie: Gelegen in Silezië, vlakbij de stad Jaworzno (Zuid-Polen). Dit kamp, ook wel bekend als Kinderlager, was onderdeel van het Polenlager-systeem. In 1943 werd het omgevormd tot het enige concentratiekamp binnen dat systeem dat exclusief voor kinderen was bestemd. Er werden zo'n 220 minderjarigen (tot 16 jaar) en 12 baby's ondergebracht. Dit waren voornamelijk kinderen van wie de ouders naar concentratiekampen waren gestuurd of waren geëxecuteerd. De kinderen leden onder zware honger, het ontbreken van medische zorg en het uitbreken van besmettelijke ziekten.
Jiretin
Jiretin
Tsjechie
Kamp Jiřetín (Duits: St. Georgenthal) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Het functioneerde als dwangarbeiderskamp van oktober 1944 tot februari 1945, gevestigd in een voormalige fabriek in het huidige Tsjechië. Jiřetín pod Bukovou (regio Liberec, nabij Jablonec nad Nisou). De gevangenen werden tewerkgesteld in de lokale fabriek, die door de nazi's was overgeschakeld op de productie van onderdelen voor militaire vliegtuigen en andere oorlogsmaterialen. Het kamp was relatief klein. Er verbleven zo'n 33 gevangenen van zes verschillende nationaliteiten, waaronder twintig Polen. Het kamp viel onder het commando van de SS en kamp Flossenbürg.
Johanngeorgenstadt
Johanngeorgenstadt
Duitsland
Concentratiekamp Johanngeorgenstadt was een berucht buitenkamp van het naziconcentratiekamp Flossenbürg. Het kamp was actief van 1 december 1943 tot 16 april 1945 in de gelijknamige Saksische plaats in het Ertsgebergte. De gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden ingezet als dwangarbeiders voor de nazi-oorlogsindustrie. Het kamp was gehuisvest in een voormalige meubelfabriek aan de Georgistraße / Eibenstocker Straße. Ongeveer 1.000 gevangenen, voor de helft afkomstig uit de Sovjet-Unie, werden tewerkgesteld door de Erla Maschinenwerk GmbH. Ze moesten onderdelen bouwen voor de Messerschmitt Bf 109 jachtvliegtuigen. Minstens vijftig gevangenen stierven door mishandeling, executie, uitputting en ziekten zoals tyfus en tuberculose. Onder hen waren 124 Sovjet-burgers. In april 1945, kort voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd en werden de gevangenen op gruwelijke dodenmarsen gestuurd.
Concentratiekamp Johannsdorf
Concentratiekamp Johannsdorf
Polen
Concentratiekamp Johannsdorf was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden in Boven-Silezië (het huidige Jaśkowice, Polen, nabij Opole). Het kamp was tussen 1940 en 1943 in bedrijf en viel onder het gezag van SS-organisatie Schmelt. Een werkkamp waar Joodse mannen uit zowel Polen als West-Europa (waaronder Nederland) zware dwangarbeid moesten verrichten. Slachtoffers en transporten: Gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld. Velen werden vanuit doorgangskampen, zoals het Nederlandse Westerbork, naar de regio gedeporteerd, waarna ze over verschillende kampen werden verspreid. Het kamp werd in het voorjaar van 1943 opgeheven, waarna de gevangenen grotendeels werden overgebracht naar andere vernietigings- en werkkampen.
Johvi
Johvi
Estland
Concentratiekamp Jöhvi (ook bekend als Jewe) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp in het noordoosten van Estland. Het functioneerde van 1943 tot 1944 als een subkamp van het hoofdkamp Vaivara, onderdeel van het netwerk van kampen in de regio. Het kamp werd door de nazi's opgezet om Joodse gevangenen, afkomstig uit heel Europa, in te zetten voor zware dwangarbeid. Gevangenen werden onder andere tewerkgesteld in de plaatselijke olie-industrie en het nabijgelegen Vaivara. Joodse vrouwen uit het kamp in Jöhvi werden ook gebruikt als schoonmaakpersoneel voor de toenmalige Duitse organisatie Organisation Todt. Toen het Sovjetleger in de herfst van 1944 naderde, werd het kamp ontruimd. De overgebleven zieke en uitgeputte gevangenen werden naar de ziekenboeg in Vaivara gestuurd. Grote groepen gevangenen werden per schip over de Oostzee naar andere concentratiekampen in Duitsland gedeporteerd, zoals het kamp Stutthof.
Jörstadmoen
Jörstadmoen
Noorwegen
Jørstadmoen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-kamp in Noorwegen, nabij Lillehammer functioneerde het primair als een groot krijgsgevangenkamp (Stalag 303) en als een interneringskamp voor Noorse burgers. Officieel bekend als Stalag 303 voor Sovjet-krijgsgevangenen.Het kamp kon ongeveer 30.000 gevangenen herbergen; naar schatting passeerden er 70.000 mensen tijdens de oorlog. In maart 1942 werden hier circa 686 Noorse leraren gevangengezet omdat zij weigerden het nazi-curriculum te onderwijzen. De condities stonden bekend als extreem slecht, met grote overbevolking, gebrekkige hygiëne en onvoldoende medische zorg. Slachtoffers: In totaal kwamen 954 gevangenen (voornamelijk Sovjets, maar ook Joegoslaven en Polen) om in het kamp.
Concentratiekamp Joslowitz
Concentratiekamp Joslowitz
Tsjechie
Kamp Joslowitz (tegenwoordig Jaroslavice) in Tsjechië
Concentratiekamp Józefów
Concentratiekamp Józefów
Polen
Józefów (nabij Biłgoraj, Polen) diende voornamelijk als een doorvoerpunt en een plek voor gedwongen arbeid voordat de Joodse bevolking werd uitgemoord. Het Bloedbad van Józefów (13 juli 1942): Leden van het Duitse Reserve-Polizeibataillon 101 schoten op één dag tussen de 1.300 en 1.500 Joden dood in de bossen bij de stad. Dwangarbeid: Voorafgaand aan de executie werden ongeveer 300 tot 400 gezonde mannen geselecteerd en afgevoerd naar werkkampen in de regio Lublin. De laatste Joden die de eerdere slachtingen overleefden, werden in november 1942 gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec.
Jugendschutzlager Berlin-Weißensee
Jugendschutzlager Berlin-Weißensee
Duitsland
Het Jeugdbeschermingskamp in Berlijn-Weißensee was een subkamp van de Moringen Jeugd Concentratiekamp. Het bestond van september 1943 tot februari 1945 en was gevestigd in het huidige Smetanastraat 53. Internering van mannelijke adolescenten die werden geclassificeerd als moeilijk op te voeden, crimineel of politiek onbetrouwbaar (bijvoorbeeld swingjongeren). Het kamp was ondergeschikt aan de Rijkspolitiebureau (RKPA). Dwangarbeid: Onder andere moesten de jongeren tuinieren voor de RKPA doen.
Jugendschutzlager Dallgow / Döberitz
Jugendschutzlager Dallgow / Döberitz
Duitsland
Tijdens het nazi-tijdperk was er een Subkamp van het Jeugdbeschermingskamp Uckermark. Achter de eufemistische term zat een concentratiekamp voor meisjes en jonge vrouwen. De term jeugdbeschermingskamp diende om het karakter van het concentratiekamp voor het publiek te verbergen. Jongeren werden gevangen gezet die als moeilijk op te voeden, asociaal of politiek onbetrouwbaar werden beschouwd (bijvoorbeeld swingjeugd). Dwangarbeid: Het kamp in Dallgow-Döberitz was nauw verbonden met het militaire oefenterrein van Döberitz. Het was organisatorisch ondergeschikt aan het concentratiekamp Ravensbrück. Het dagelijks leven werd gekenmerkt door militaire gehoorzaamheid en hard werken. De leerlingen werden voortdurend lastiggevallen door de bewakers.
Jugendschutzlager Litzmannstadt Gut Dzierzazna
Jugendschutzlager Litzmannstadt Gut Dzierzazna
Polen
Het Jugendschutzlager Litzmannstadt, ook bekend als het Polen-Jugendverwahrlager der Sicherheitspolizei in Litzmannstadt, was een Duits concentratiekamp voor Poolse kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gut Dzierzazna (Dzierżązna) diende als een belangrijk subkamp van dit hoofdkamp.Kerngegevens Gut DzierzaznaL Gelegen in Dzierżązna nabij Zgierz, ongeveer 15 km van Łódź (toen Litzmannstadt). Geopend op 12 januari 1943 en operationeel tot januari 1945. Het was een landbouwkamp waar Poolse meisjes gedwongen werden te werken op de omliggende velden. De opbrengst van het land diende om het hoofdkamp in de stad te bevoorraden. Meisjes werden hier ook klaargestoomd voor dwangarbeid op boerderijen in het Duitse Rijk.
Jugendschutzlager Litzmannstadt = Lodz
Jugendschutzlager Litzmannstadt = Lodz
Polen
Het Jugendschutzlager Litzmannstadt (officieel het Polen-Jugendverwahrlager der Sicherheitspolizei in Litzmannstadt) was een berucht concentratiekamp voor Poolse kinderen in de stad Łódź (destijds door de nazi's Litzmannstadt genoemd).Hoewel de nazi's het eufemistisch een jeugdbeschermingskamp noemden, functioneerde het als een straf- en werkkamp met een extreem regime. Het lag binnen de grenzen van het Ghetto Litzmannstadt, maar was daar fysiek van gescheiden door een hoge houten schutting. Poolse christelijke kinderen en jongeren (van 2 tot 16 jaar) die door de nazi's als crimineel, asociaal of verwaarloosd werden bestempeld. Operationeel van 1 december 1942 tot de bevrijding op 18 januari 1945. Kinderen moesten zware dwangarbeid verrichten, leden aan honger en ziektes (zoals tyfus), en werden onderworpen aan brute lijfstraffen.
Jugendschutzlager Litzmannstadt Tuchingen = Konstantynow
Jugendschutzlager Litzmannstadt Tuchingen = Konstantynow
Polen
De Oostelijk Jeugddetentiekamp van de Veiligheidspolitie in Tuchingen (Konstantynów Łódzki) was een afdeling van het beruchte concentratiekamp voor kinderen in Litzmannstadt (Łódź). In Konstantynów Łódzki (Duits: Tuchingen), ten westen van Łódź. Het werd opgericht als een filiaal in augustus 1943.Doel: Het werd specifiek gebruikt om kinderen uit Oost-Europa te interneren. Het kamp was organisatorisch vergelijkbaar met het hoofdkamp in de Przemysłowa-Straße in Litzmannstadt. Het hoofdkamp in Litzmannstadt stond officieel bekend als het Poolse Jeugddetentiekamp. Gevangenen: Kinderen van 1 tot 16 jaar die zijn geclassificeerd als verwaarloosd of crimineel. De kinderen werden gedwongen tot het zwaarste dwangarbeid en leden aan honger en ziekte. Raciale experts voerden selecties uit voor germanisering .Andere vestigingen Naast Tuchingen was er nog een filiaal voor meisjes: Lease: Een landgoed ten noorden van Łódź dat werd gebruikt voor landbouwonderwijs en bevoorrading. Het kamp Tuchingen bevond zich op de plek van een voormalig Emigrantenkamp (Transitkamp voor ontheemden) voordat het werd omgevormd tot een jeugddetentiekamp.
Jugendschutzlager Moringen
Jugendschutzlager Moringen
Duitsland
De Jeugdbeschermingskamp Moringen (ook bekend als het Moringen Jeugd Concentratiekamp) was het eerste concentratiekamp voor mannelijke adolescenten onder het nationaalsocialisme. Het bestond van juni 1940 tot april 1945 in Moringen, Nedersaksen. Het kamp bevond zich in een voormalig armenhuis in het midden van de stad. Mannelijke adolescenten tussen 13 en 22 jaar die niet aan het nazi-ideaal voldeden, werden gevangengezet: Swingjeugd: Jonge mensen die naar jazz en swing luisterden of westerse kleding droegen. Criminelen/antisocialen: kleine criminelen of jongeren uit gebroken gezinnen. Politiek ongewenst: Leden van oppositiegroepen of bezwaarden .Religieus vervolgd: Onder andere Jehova's Getuigen. Het regime streefde naar het doel van heropvoeding via draconische methoden: Dwangarbeid: Gebruikt in de wapenindustrie (munitie) en in de wegenbouw. Militaire Exercis: Strikte gehoorzaamheid en lijfstraffen. Rasrapport: SS-psychologen voerden pseudowetenschappelijk onderzoek uit om de educatie te testen. Tekort aan aanvoer: Honger en ziekte kwamen veel voor door slechte hygiënische omstandigheden. Kort voor het einde van de oorlog werden meer dan 500 jongeren op een evacuatiemars naar het Harzgebergte gestuurd. Op 9 april 1945 bevrijdden Amerikaanse troepen de overgebleven gevangenen in Moringen.Volgens schattingen zijn er tijdens de hele detentie ongeveer 60 tot 80 jongeren overleden als gevolg van de gevangenisomstandigheden. Opmerking: Moringen was de voorloper van de 1942 Jeugdbeschermingskamp Uckermark, de tegenhanger voor vrouwelijke adolescenten
Jugendschutzlager Volpriehausen
Jugendschutzlager Volpriehausen
Duitsland
De Jeugdbeschermingskamp Volpriehausen (nabij Uslar) was een externe detachement van de Moringen Jeugd Concentratiekamp. Tijdens het nazi-tijdperk werden dergelijke kampen eufemistisch aangeduid als jeugdbeschermingskampen, maar werden ze in werkelijkheid gebruikt voor de internering en dwangarbeid van jongeren die niet voldeden aan de nazi-ideologie. Subkamp van het eerste jongerenconcentratiekamp voor jongeren, Moringen. Gemiddeld 60 tot 100 mannelijke adolescenten tussen ongeveer 13 en 22 jaar oud. Gehuisvest op de bovenverdieping van een pakhuis van de Leger-munitieinstituut (Muna) Volpriehausen. De jongeren werden onder catastrofale omstandigheden gevangen gezet: Ze moesten wel tien uur dwangarbeid uitvoeren. Taken: Productie, verpakking en transport van munitie, evenals het riskante ontploffen van defecte voorraad. Aanvoer: De gevangenen waren zwaar ondervoed; af en toe gaven burgerarbeiders hen stiekem eten. De operatie en het dagelijkse transport van Moringen naar Volpriehausen vonden plaats onder strenge SS-bewaking.
Jugendschutzlager Uckermark
Jugendschutzlager Uckermark
Duitsland
De Jeugdbeschermingskamp Uckermark was een nazi-jeugdconcentratiekamp voor meisjes en jonge vrouwen tussen de 13 en 21 jaar. Het bestond tussen 1942 en 1945 en lag in de directe nabijheid van de Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. De SS en politie camoufleerden het kamp onder de eufemistische naam Jeugdbeschermingskamp om de gevangenneming van jongeren als educatieve maatregel te legitimeren. Meisjes die werden bestempeld als moeilijk op te voeden, asociaal of werkverlegen. Redenen voor gevangenschap: Deze omvatten non-conformistisch gedrag, behorend tot subculturen (zoals de Swing Jeugd) of de weigering om lid te worden van de Bund Deutscher Mädel (BDM). Ongeveer 1.200 meisjes en jonge vrouwen werden daar onder extreme omstandigheden gevangen gezet. Het dagelijks leven werd gekenmerkt door geweld, systematische vernedering en zwaar fysiek werk.De gevangenen moesten werken in wapenfabrieken (bijv. Siemens) of in de landbouw.Pseudogeneeskunde: Verplichte examens en enkele medische experimenten werden uitgevoerd. Geseling, voedselontbering en donkere arrestatie waren de orde van de dag. De laatste fase: vernietigingskamp Vanaf januari 1945 veranderde de functie van het kamp radicaal. Selectielocatie: Uckermark werd een doods- en vernietigingskamp voor zieke en niet meer in staat om te werken vrouwen uit Ravensbrück. Duizenden vrouwen werden in deze periode vermoord door uithongering, ziekte, schietpartij of in de gaskamer van Ravensbrück.
Jumpravmuiza
Jumpravmuiza
Letland
Concentratiekamp Jumpravmuiža (ook bekend als Jungfernhof) was een provisorisch concentratiekamp in Letland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was gevestigd op een voormalig landgoed nabij Riga. Ongeveer 5 kilometer buiten Riga. Opvangkamp voor gedeporteerde Joden uit het Duitse Rijk. Er verbleven op het hoogtepunt circa 4.000 mensen. Extreem slecht, met grote sterfte door kou en honger. Eind 1941 om de overloop van het getto van Riga op te vangen.Het kamp werd in 1942 grotendeels ontruimd. In maart 1942 werden circa 2.000 gevangenen vermoord tijdens de Aktion Dünamünde. Het kamp was oorspronkelijk een landbouwbedrijf dat toebehoorde aan een Duitse baron voordat de nazi's het confisqueerden.
Concentratiekamp Jungfernhof
Concentratiekamp Jungfernhof
Letland
Concentratiekamp Jungfernhof was een berucht naziconcentratiekamp nabij Riga (Letland). Het werd eind 1941 ingericht in verlaten landhuisgebouwen om te dienen als overloopkamp voor duizenden gedeporteerde Joden uit Duitsland en Oostenrijk. Het kamp kende onmenselijke omstandigheden; bijna alle ongeveer 4.000 gevangenen kwamen er om door honger, dwangarbeid of massa-executies. Het kamp was gesitueerd op het terrein van het voormalige landgoed Mazjumpravas muiža, vlakbij het Šķirotava-treinstation in het zuidoosten van Riga. Het was het eerste concentratiekamp in de regio en fungeerde als opvanglocatie voor Joden die onder het mom van herhuisvesting naar het Oosten werden gestuurd. De gevangenen leefden in zwaar vervallen, onverwarmde boerderijgebouwen. Velen werden overgebracht naar de bossen van Biķernieki en daar gefusilleerd. Slechts een zeer klein aantal gevangenen overleefde de oorlog.
Jungfern Breschan = Panenske Brezany
Jungfern Breschan = Panenske Brezany
Tsjechie
Jungfern Breschan is de Duitse naam voor het Tsjechische dorp Panenské Břežany. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich hier een werkkamp op het landgoed van de familie Heydrich. Ongeveer 20 kilometer ten noorden van Praag. Het was een buitenkamp (Aussenlager) van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp bevond zich op het terrein van het Benedenslot (Dolní zámek). Bewoners: Lina Heydrich, de weduwe van SS-kopstuk Reinhard Heydrich, woonde hier tot 1945. Aanvankelijk Joodse gevangenen uit Theresienstadt. Vanaf februari 1944 ongeveer 15 Jehova's Getuigen uit Sachsenhausen, waaronder Nederlanders De gevangenen werden ingezet voor zware arbeid in de tuinbouw, bosbouw en onderhoud aan het kasteel.
Jungfern Breschan
Jungfern Breschan
Tsjechie
Jungfern-Breschan (nu Panenské Břežany, Tsjechië) was een van de kleinste buitenkampen van het concentratiekamp Flossenbürg. Het diende als het privédomein van de familie Heydrich. Ongeveer 15 kilometer ten noorden van Praag. Het was een landgoed met een kasteel (het Bovenkasteel) waar de weduwe van Reinhard Heydrich, Lina Heydrich, tot 1945 woonde. Gevangenen: Er werkten ongeveer 30 tot 120 Joodse gevangenen en Jehovah's Getuigen als dwangarbeiders. De gevangenen werden ingezet voor onderhoud aan de tuin en het landgoed van de familie.Het domein van de Slager van Praag Na de moord op Reinhard Heydrich in 1942 bleef zijn vrouw Lina op het landgoed wonen. Om het enorme terrein te onderhouden, liet zij een officieel buitenkamp van Flossenbürg inrichten. In tegenstelling tot de grote vernietigingskampen, was Jungfern-Breschan een werkkamp gericht op de persoonlijke luxe van de nazi-elite. Lina Heydrich werd na de oorlog nooit veroordeeld voor het gebruik van deze dwangarbeiders; ze ontving zelfs een pensioen als weduwe van een gesneuvelde generaal.
Jungfernhof = Jumpravmuiza
Jungfernhof = Jumpravmuiza
Letland
Jungfernhof was de Duitse naam voor het concentratiekamp dat was gevestigd op het terrein van het landgoed Jumpravmuiža (vandaag de dag bekend als Mazjumpravas muiža) nabij Riga, Letland. Gelegen in Jumpravmuiza, ongeveer 3-4 kilometer van Riga. Een voormalig staatslandgoed dat door de SS werd geconfisqueerd. Actief van december 1941 tot maart 1942. Er zaten bijna 4.000 Joden uit Duitsland en Oostenrijk gevangen. Het diende als tijdelijk geïmproviseerd kamp voor transporten die oorspronkelijk naar Minsk zouden gaan.Leefomstandigheden: Extreem slecht; de meeste gevangenen stierven door honger, kou of werden geëxecuteerd.