Brouwerijen

Oprichtingsjaar  Naam

 

  • 1615 - Koninklijke Grolsch Brouwerij N.V.

(1615-1850) Brouwerij De Clock
(1850-1922) Brouwerij De Klok
(1922-1954) N.V. Bierbrouwerij De Klok Enschede-Groenlo
(1954-1995) Grolsche Bierbrouwerij N.V. Enschede-Groenlo
(1995-) Koninklijke Grolsch Brouwerij N.V. 
1680 - Royal Swinkels Family Brewers

Geschiedenis

Bierbrouwerij Grolsch begint haar bedrijfsgeschiedenis met de oprichting van een brouwerij aan de Kevelderstraat in Groenlo door Willem Neerfeldt in 1615. Zijn schoonzoon, gildemeester Peter Cuyper, laat een uitgebreid archief na waarmee hij zijn naam in de Nederlandse biergeschiedenis heeft gevestigd. In de eeuwen daarna gaat de brouwerij over van vader Peter op zoon Garrit (in 1734) op zoon Harmen Jan (in 1755) op schoonzoon Gerard Harperink (in 1806) en diens zonen Petrus en Wilhelm (in 1822). Deze laatsten besluiten tot uitbreiding en bouwen in 1876 een nieuwe brouwerij aan de Eibergseweg, die in 1888 door Gerhard Harperink, de zoon van Petrus, wordt overgenomen. Het is niet duidelijk in hoeverre de brouwerij, die al rond 1850 "De Klok" werd genoemd, aan het eind van de negentiende eeuw deelnam of concurrentie ondervond van de opkomst van het bovengistende Beiersch bier. Het is wel bekend dat de omzet van de brouwerij in deze periode zeer sterk daalde.

In 1895 koopt Theodorus Johannes (Theo) de Groen brouwerij De Klok. De Groen, zoon van de Zevenaarse brouwer Theodorus Wesselus de Groen, was tot op dat moment werkzaam bij brouwerij De Boog in Utrecht. Na de eeuwwisseling wordt meer aandacht gevestigd op het merk Grolsch, onder andere met de advertentie "Grolsch bier, het bier der toekomst" en "in de verzegelde bekende halve liters (beugel)flesschen". Op 3 mei 1922 fuseert Brouwerij De Klok uit Groenlo met de Enschedesche Stoombierbrouwerij. Beide vestigingen gaan verder onder de naam "N.V. Bierbrouwerij De Klok Enschede-Groenlo" en in beide vestigingen wordt voortaan Grolsch bier gebrouwen. Ruim dertig jaar later, in 1954, wijzigt de naam opnieuw in Grolsche Bierbrouwerij N.V. Enschede-Groenlo. In de vestiging in Enschede wordt het bier voor de binnenlandse markt gebrouwen, in Groenlo dat voor de export.

Grolsch ontwikkelt zich tot een internationale onderneming met overnames van de Duitse Wickuler Groep (1990), de Britse Ruddles Brewery Ltd. (1992) en de joint venture van Grolsch (UK) Ltd. samen met BASS PLC. (1994). In 1995 wordt het Nederlandse distributiebedrijf Maes B.V. in Stamproy overgenomen, neemt Grolsch een belang van 15% in de Gulpener Bierbrouwerij en in 1999 wordt mouterij Ibis in Kloosterzande overgenomen. Bij het honderdjarig jubileum van de brouwerij, sinds de aankoop door Theo de Groen, verwerft de brouwerij in 1995 het predicaat Koninklijk en verandert de naam in Koninklijke Grolsch Brouwerij N.V.

In 2004 wordt een nieuwe brouwerij geopend aan de Brouwerslaan 1 in Enschede (op De Groote Plooy dichtbij Boekelo). De oude vestigingen in Groenlo en Enschede worden gesloten. Kort daarna, in 2008, wordt de brouwerij overgenomen door de Zuid Afrikaans-Amerikaanse Brouwerijconcern SAB Miller. Wanneer SAB Miller en AB Inbev besluiten te fuseren, moet het vanwege concurrentiebeding enkele merken afstoten en komt Grolsch opnieuw in de verkoop te staan. Vanaf oktober 2016 maakt Grolsch deel uit van de Japanse Asahi Group.

 

  • 1680 - Royal Swinkels Family Brewers

(1680-1890) Bierbrouwerij aan de Kerkdijk
(1890-1925) Bierbrouwerij De Kerkdijk
(1925-2015) Bierbrouwerij Bavaria
(2015-2019) Swinkels Family Brewers
(2019-) Royal Swinkels Family Brewers 
1757 - Dommelsche Bierbrouwerij

Geschiedenis

In 1680 was Dirck Fransen brouwer aan de Kerkdijk in Lieshout. Na diens overlijden ging de brouwerij naar zijn schoonzoon Hendrick van Moorsel, die in 1720 werd opgevolgd door zijn dochter Helena van Moorsel. Ten onrechte is aangenomen dat Laurentius Morees de oprichter van de brouwerij was. Op de etiketten is lange tijd het oprichtingsjaar 1719 vermeld. In werkelijkheid was Laurentius Morees in 1719 herbergier in Lieshout en werd hij pas in 1730 bij de brouwerij betrokken toen hij trouwde met Helena van Moorsel.

Helena van Moorsels dochter Brigitta Morees en haar echtgenoot Ambrosius Francis Swinkels namen de brouwerij in 1773 over, en lieten haar in 1805 na aan hun zoon Laurens Swinkels. Na het overlijden van Laurens Swinkels in 1840 kreeg zijn dochter Brigitta Swinkels de brouwerij door loting in haar bezit. Na zeven jaar ruilde ze haar erfdeel met haar broer Frans Swinkels.

Frans Swinkels overleed in 1867, waarna zijn echtgenote Petronella Donkers en hun drie zoons de brouwerij voortzetten. Jan Swinkels erfde de brouwerij in 1884. Carel Swinkels was toen al naar Gemert vertrokken om een eigen brouwerij op te richten en Adrianus Swinkels begon in 1889 een eigen brouwerij in Schijndel. Vanaf 1890 werd de brouwerij aangeduid als Bierbrouwerij De Kerkdijk.

Brouwerij De Kerkdijk produceerde bovengistend bier. Om de concurrentie van het in populariteit winnende ondergistende bier aan te gaan, ging Jan Swinkels zijn bier filteren en impregneren met koolzuurgas. Hierdoor werd het bier lichter van kleur en kreeg het een schuimlaag, net als het pilsener en lager bier. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog werd de bierproductie stilgelegd vanwege het gebrek aan grondstoffen. Het bedrijf schakelde over op vrachtvervoer, de productie limonade, het zogenaamde champagnepils en het drogen van groente.

In 1924 besloot Jan Swinkels een nieuwe brouwerij te bouwen die ook geschikt was voor de productie van ondergistend, Beiers, bier. Bij de oplevering een jaar later droeg hij de leiding over aan zijn drie zonen Frans, Piet en Jan jr. Onder firma Gebroeders Swinkels werd de brouwerij Bavaria genoemd, naar de Latijnse benaming van Beieren. In deze periode breidde de brouwerij haar afzetgebied uit door agentschappen aan te gaan. Ook voormalige brouwerijen waaronder Het Anker in Gemert, De Haas in Liessel en De Zwaan in Leende gingen voortaan het bier van Bavaria verkopen.

In 1930 werd de firma gewijzigd in de NV Beiersch-Bierbrouwerij Bavaria en werd het afzetgebied uitgebreid met agentschappen over heel Nederland. Daarnaast kreeg de brouwerij een groter brouwhuis en bottelarij en in 1940 werd een eigen mouterij in gebruik genomen. Tevens werden eigen cafépanden aangekocht. Na de Tweede Wereldoorlog werd de brouwerij verder uitgebreid, de
nadruk kwam meer te liggen op de productie van flessenbier en Bavaria leverde etiketbieren voor inkooporganisaties waaronder EDAH, VéGé en ETOS. Tevens werd begonnen met de productie van frisdrank onder het merk 3-ES, naar de drie gebroeders Swinkels. In 1969 werd de klandizie van brouwerij De Zwaan uit Berlicum overgenomen, Bavaria had rond 1970 een productiecapaciteit van 60 miljoen liter.

De zesde generatie Swinkels die de brouwerij leidde bestond uit 17 zonen van Frans, Pieter en Jan. Vanaf 1972 werd de brouwerij een besloten vennootschap met een raad van bestuur waarvan Toon Swinkels de eerste voorzitter was. Toen hij twee jaar later overleed nam zijn broer Jan deze functie van hem over. Al sinds de jaren 1930 werd op bescheiden schaal bier geëxporteerd, voornamelijk naar Nederlands-Indië, maar vanaf 1973 nam de export een grote vlucht. Aanvankelijk alleen naar Italië, daarna gevolgd door Frankrijk, Spanje, de Verenigde Staten en Hong Kong.

Bavaria brouwde in de jaren 1970 en 1980 voornamelijk pilsener en op kleinere schaal oud bruin, dortmunder en bokbier. Het pilsener werd door veel supermarkten onder eigen merk in de handel gebracht zoals Coop, Spar en Jac Hermans. In 1988 verscheen het alcoholvrije Bavaria Malt op de Nederlandse markt. Dit recept werd al sinds 1979 in het buitenland verkocht. Later werd het assortiment uitgebreid met Tarwebok, 8.6 en Moreeke. In 1981 bereikte de brouwerij een productie van 1 miljoen hl bier, in 1989 was dit verdubbeld en in 1995 werd de 4 miljoen behaald.

Twee jaar nadat Peter Swinkels bestuursvoorzitter werd, in 1994, werd een 50% belang genomen in brouwerij De Kroon. De brouwerij in Oirschot, die in 2000 volledig werd overgenomen, werd gebruikt voor de productie van kleinere batches. In 1999 werd een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Trappistenbrouwerij De Schaapskooi in Berkel-Enschot en in 2004 werd in Eemshaven een nieuwe mouterij in gebruik genomen. Jan-Renier Swinkels werd in 2007 de eerste vertegenwoordiger van de zevende generatie die directievoorzitter werd. Onder zijn leiding werd in 2013 een 35% belang genomen in brouwerij De Molen uit Bodegraven, in 2015 werd in Ethiopië brouwerij Habesha opgericht en in 2016 werd de Belgische brouwerij Palm overgenomen met merken als Rodenbach, Steenbrugge en Brugse Tripel. Daarnaast werden distributie-overeenkomsten gesloten met Maximus, Oersoep, Vandeoirsprong en Maallust. Vanwege deze groei werd in 2018 besloten de handelsnaam te wijzigen in Swinkels Family Brewers.

Een jaar later kreeg de brouwerij het predicaat Koninklijk, waarna de naam werd aangepast naar Royal Swinkels family brewers. In hetzelfde jaar droeg Jan-Renier de voorzittershamer over aan Peer Swinkels.

 

  • 1757 - Dommelsche Bierbrouwerij

(1757-1860) Bierbrouwerij Snieders
(1860-1930) Bierbrouwerij De Oranjeboom (Dommelen)
(1930-) Dommelsche Bierbrouwerij

Geschiedenis

Het is niet bekend hoelang er al bier wordt gebrouwen op De Berg in Dommelen. De oudste vermelding van een brouwerij is een testament uit 1703 waarin "Woonhuijs, schuijre, brouwerije, hoff ende aangelagh" werd nagelaten aan Jacob Goijaerts. Jacobs zoon Joannes Sniders kreeg in 1757 van de Raad van State der Vereenigde Nederlanden vergunning voor het op de koop brouwen van bier. Dit is voor de stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur reden om 1757 als het officiële oprichtingsjaar te hanteren.

Toen zijn vader Joannes Sniders overleed in 1772 nam Jacobus Snieders de brouwerij over en liet deze in 1801 na aan zijn zoons Joannes en Adrianus. Adriaans zoon Peer Snieders erfde de brouwerij in 1853. Onder zijn leiding kreeg de brouwerij de naam De Oranjeboom. Snieders verkocht drie soorten bier: versch, oud en dubbel-oud. Het bier werd niet alleen lokaal verkocht, maar ook in Rotterdam en Groningen. Peer Snieders overleed in 1882 waarna zijn weduwe Wilhelmina Heeren de brouwerij voortzette. Na haar overlijden 1889 ging de brouwerij naar haar twee zoons Adrianus en Wilhelmus.

Aanvankelijk had het familiebedrijf altijd bestaan uit de brouwerij en een boerderij. Tijdens de landbouwcrisis aan het einde van de 19e eeuw besloten de broers de boerderij af te stoten en zich volledig te richten op de brouwerij. In 1893 nam Adriaan Snieders de brouwerij van Antonius Hubertus van Zeeland over en vertrok naar Stratum. Willem Snieders liet naast de oude brouwerij een nieuwe brouwerij bouwen die in 1897 als stoombierbrouwerij werd geopend. In zijn briefhoofd liet hij de tekst "Opgericht vóór 1745" opnemen om aan te geven dat de brouwerij al een lange traditie had. In de jaren 1930 is 1744 gekozen als fictief oprichtingsjaar en dat is het sindsdien gebleven.

Het feit De Oranjeboom een stoombierbrouwerij was betekende niet dat er ook ondergistende bieren werden gebrouwen, zoals in vele andere stoombierbrouwerijen uit die tijd. Pas na een andere verbouwing van 1924 produceerde de brouwerij naast het dubbel oud ook pilsener, lager en bock. In 1930 werd de firma omgezet in een Naamloze Vennootschap en werd de naam gewijzigd in Dommelsche Bierbrouwerij. In de jaren daaropvolgend werd de leiding van de brouwerij overgedragen aan Willems drie zonen Joseph, Jan en Frans. Het assortiment werd verder uitgebreid met Dortmunder Münchener en tafelbier. In 1938 begon de levering van bier aan levensmiddelenbedrijf De Gruyter, die het onder eigen naam verkocht.

Na de Tweede Wereldoorlog breidde de Dommelsche Bierbrouwerij haar afzetgebied uit door de klandizie van kleinere brouwerijen, zoals Brouwerij Astein uit Asten (1947), De Duif uit Erp (1949), De Zwaan uit Valkenswaard (1951) en Brouwerij De Halve Maan uit Hulst (1955) over te nemen. In 1968 werd de brouwerij zelf overgenomen door het Belgische brouwerijconcern Artois. Samen met brouwerij De Schaapskooi en De Hengelosche Bierbrouwerij maakte Dommelsch deel uit van De Nederlandse brouwerijen Artois. Naast de eigen merken werd vanaf 1975 Stella Artois Special Dutch geïntroduceerd. Drie jaar later sloot Dommelsch een contract met groothandel De Kikvorsch uit Deest om pilsener en oud bruin onder hun merknaam Hertog Jan te brouwen.

Artois fuseerde in 1986 met Jupiler waarna het concern verder ging onder de naam Interbrew. In 1995 werden de Nederlandse brouwerijen uit Arcen en Breda van Allied breweries overgenomen. Na een fusie van Interbrew met het Braziliaanse AmBev in 2004 ontstond AmBev en vier jaar trad ook het Amerikaanse bierconcern Anheuser-Busch toe en maakt de Dommelsche brouwerij onderdeel uit van AB InBev.

 

  • 1767 - Brand Bierbrouwerij

(1767-1871) Het Panhuis (Wijlre)
(1871-1922) Bierbrouwerij De Kroon
(1922-1971) Brand's Bierbrouwerij De Kroon
(1971-1989) Koninklijke Brand Bierbrouwerij
(1989-) Brand Bierbrouwerij 
1825 - Gulpener Bierbrouwerij

Geschiedenis

Volgens een rekening uit 1485 werd destijds al bier gebrouwen in het banpanhuis in de heerlijkheid Wijlre. Het is echter niet aannemelijk dat dit dezelfde brouwerij was waarvoor Johannes Hendrikus Tack in 1767 bieraccijns betaalde. Jan Tack was herbergier en burgemeester. Het banpanhuis verhuurde hij aan diverse brouwers. Na het overlijden van Jan Tack in 1781 erfde zijn zoon Johan Peter Tack de brouwerij. Ook hij brouwde niet zelf en verhuurde de brouwerij aan anderen. Waarschijnlijk is in de periode 1796-1823 niet of nauwelijks gebrouwen. In 1823 betaalde Johan's zoon Peter namens de familie Tack belasting voor de brouwinstallatie in Het Panhuis.

In 1831 werd Carolus Josephus L'Ortije, de schoonzoon van Johan Tack, eigenaar van de brouwerij. Hij werd in 1852 opgevolgd door zijn zoon Petrus Hubertus L'Ortije. Petrus was landbouwer, herbergier, bierbrouwer en van 1854-1866 burgemeester van Wijlre. In 1871 verkocht hij "de gebouwen genaamd Het Panhuis bestaande in twee woningen, schuur stallen, bierbrouwerij en bakhuis" aan Frederik Edmond Brand.

De brouwerij werd De Kroon genoemd en onder firma F.E. Brand werd niet alleen meer voor de eigen herberg gebrouwen maar leverde ze ook aan cafés in de omgeving. Frederik Brand overleed in 1892 waarna zijn echtgenote Anna Josephina Pluymaekers het bedrijf onder firma Wed. F.E. Brand voortzette. Hun twee zoons Henri en Mathieu voltooiden hun opleiding in het brouwwezen en namen de brouwerij aan het eind van de 19e eeuw van hun moeder over.

Henri en Mathieu Brand moderniseerden het bedrijf en maakte het geschikt voor het brouwen van ondergistende bieren. Het assortiment van De kroon bestond in 1903 uit jong, oud, lager, pilsener en münchener. De productie was in dat jaar met 6100 hl bijna drie keer zo hoog als in 1880 (2150 hl). De omzetgroei was voor een belangrijk deel te danken aan de aanschaf van cafépanden waarmee de eigen afzet werd gegarandeerd. Door de vroege investeringen en vaste afzetpunten kon De Kroon de economisch zware periode van na de eerste Wereldoorlog doorstaan. In 1922 werd de firma omgezet in een naamloze vennootschap N.V. Brand's Bierbrouwerij De Kroon.

Mathieu Brand overleed in 1927 en Henri Brand in 1935. Zij werden opgevolgd door Henri's zoon Frits en Mathieu's zoons Guus en Jan. Van 1934-1937 werd de brouwerij ingrijpend verbouwd waarmee de capaciteit werd verdubbeld. Zuid-Limburg bleef het belangrijkste afzetgebied, maar er werd ook meer Brand-bier in Noord-Limburg en buiten de provinciegrenzen verkocht. Er was ook een bescheiden export naar Nederlands-Indië.

Na de Tweede Wereldoorlog introduceerde Brand verschillende nieuwe bieren Imperator (1949) Urtyp Pilsener (1952) en Ex'60 (1960). daarnaast werd de brouwerij gepromoot als kwaliteitsbrouwer met de aankoop van de betere restaurants en verhoging van de bierprijs. De brouwerij werd in de jaren 1960 verder gemoderniseerd en uitgebreid, ze kreeg het predicaat Koninklijk bij de viering van het 100-jarig bestaan in 1971. Aan het eind van de jaren 1970 had de brouwerij een productie van 300.000 hl bier en werd, onder de nieuwe directie van Guus' zoon Thijs Brand, besloten de brouwerij opnieuw uit te breiden tot een capaciteit van 1 miljoen hl.

Vanaf 1981 werd gestart met de export van Brand Holland Beer naar de Verenigde Staten en in 1983 werd een overkomst met Albert Heijn gesloten waardoor Brand bier landelijk steeds beter verkrijgbaar werd. Na de herintroductie van brand Imperator in 1977 kwamen twee nieuwe bieren Sylvester (1984) en Dubbelbock (1987) in het assortiment. Door tegenvallende resultaten op de Nederlandse en de exportmarkt werd in 1989 een overnameovereenkomst met Heineken gesloten. Met zijn afscheid in 2000 was Thijs Brand de laatste van de familie Brand in de directie van de brouwerij.

Binnen het Heineken-concern richt Brand zich, naast het eigen A-merk, op de ontwikkeling van nieuwe bieren. Vanaf 2012 organiseert de brouwerij een jaarlijkse bierbrouwwedstrijd voor hobbybrouwers. Het winnende bier wordt in het assortiment opgenomen.

Op 7 september 2020 lanceerde de brouwerij een nieuwe campagne: "Op 't goeie Leven". "Brand Bier laat in nieuwe campagne ‘Op ’t goeie leven’ zien wat er echt toe doet. De kleine oprechte momenten die het leven zo mooi maken, samen met vrienden, familie, de buren. De ongedwongen kwaliteit die in het zuiden van het land én in het bier van Brand tot leven komen. Brand ging voor de opnames van de commercial naar het zuiden, in de buurt van de brouwerij met uitzicht op het glooiende Limburgse Heuvellandschap is te zien hoe een vriendengroep onder het genot van Brand bier een nazomerse avond met elkaar beleeft"

 

  • 1825 - Gulpener Bierbrouwerij

(1825-1896) Bierbrouwerij de Gekroonde Leeuw (Gulpen)
(1896-) Gulpener Bierbrouwerij

Geschiedenis

Laurens Smeets richtte in 1825 langs den nieuwen steenweg binnen Gulpen, naast zijn boerderij, bierbrouwerij en herberg De Gekroonde Leeuw op. Na zijn overlijden in 1835 ging de brouwerij over op zijn zoon Jean Michel. Jean Michel Smeets was naast boer en brouwer ook achtereenvolgend burgemeester van Gulpen, kantonrechter en lid van Provinciale en Gedeputeerde Staten van Limburg. Onder zijn leiding werd de brouwerij in 1840 uitgebreid met een distilleerderij en een wijnhandel. Rond 1880 kwam de leiding in handen van Jean Michels zoon Edmund Smeets. Onder firma E. Smeets werd ook een azijnfabriek aan het bedrijf toegevoegd. Daarnaast bezat de firma horeca-gelegenheden in geheel Zuid Limburg en opende zij in 1887 een Gulpener-bierhalle in Rotterdam.

In 1896 ging Edmund Smeets samen met zijn broer Guillaume en zwager Jan Rutten een vennootschap aan met als doel de fabricage van bier, gedistilleerd en azijn, benevens de exploitatie van de landerijen der vennootschap. Jan Rutten was de zoon van bierbrouwer Joannes Rutten. Zijn vier broers waren eigenaar van Bierbrouwerij De Zwarte Ruiter in Maastricht. Bij het verlengen van de vennootschap in 1915 bepaalden Guillaume Smeets en Paul Rutten, Edmund Smeets was inmiddels overleden, dat Jan Ruttens zoon Paul Rutten de rol van zijn vader zou overnemen.

Paul Rutten bracht het hele bedrijf in 1931 onder in de N.V. Gulpener Bierbrouwerij, Distilleerderij en Azijnfabriek. De brouwerij produceerde destijds naast bovengistend versch en oud bier ook ondergistend pilsener, munchener en bock. Het 125-jarig bestaan van de brouwerij werd gevierd onder leiding van Paul Rutten jr, die de leiding in 1947 van zijn vader had overgenomen. In 1951 werd het Gulpener Dort ontwikkeld en samen met De Kroon uit Wylre Brand en De Leeuw uit Valkenburg werd in 1964 een frisdrankenfabriek opgericht, de N.V. Drankenindustrie Sittard. Een jaar later werd de capaciteit van de Gulpener brouwerij uitgebreid van 180 naar 480 hl per dag. Als eerste brouwerij in Nederland kon volautomatisch worden gebrouwen waarbij slechts één persoon het complete brouwhuis kon bedienen.

In 1980 werd de brouwerij opnieuw van vader Paul Rutten overgedragen op zoon Paul Rutten. Hij introduceerde het Mestreechs Aajt dat ooit door zijn familie in De Zwarte Ruiter werd gebrouwen. Het merk De Zwarte Ruiter was na de opheffing van die brouwerij in handen gekomen van vastgoedondernemer Zwolsman. Paul Rutten (II) wist het in de jaren 1960 weer in handen van de familie Rutten te brengen. De brouwerij was tot 1985 vooral gericht op de Zuid-Limburgse markt, daarna groeide het afzetgebied tot buiten de provinciegrens. In 1988 ontwikkelden de Gulpener Bierbrouwerij en Grolsch het plan om samen herbergbrouwerijen op te richten. Dit is echter maar bij één initiatief, De Peizer Hopbel, gebleven. Daarnaast zetten zij samen een handel in speciale bieren op, genaamd Beste Bier. Deze joint venture ging in 1991 op in groothandel de Bierelier dat eigendom was van de Verenigde bierbrouwerijen Breda-Rotterdam. In 1995 kocht Grolsch 15 procent van de aandelen Gulpener Bierbrouwerij.

In samenwerking met het klooster, en voormalige brouwerij, in Wittem werd vanaf 2000 een serie Gerardus kloosterbieren aan het assortiment toegevoegd. Een deel van de opbrengst is bedoeld voor de instandhouding van het klooster. In 2003 werd de directeursfunctie overgedragen aan John Halmans die toen al ruim 30 jaar aan de brouwerij verbonden was. Hij zette het beleid van duurzaamheid voort dat sinds het begin van het millennium was ingezet. De nadruk kwam te liggen op het gebruik van grondstoffen uit de regio, waarbij de hele keten van bierbrouwen is ingericht met een zo laag mogelijke belasting van het milieu. Dit beleid werd gewaardeerd met onder andere de Nationale Stimuleringsprijs voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de Limburgse Prijs voor Duurzaam Ondernemen. In 2004 werd het Milieukeur ontvangen voor de bieren: Gulpener Pilsner, Gulpener Korenwolf, Gulpener Dort, Gulpener Oud Bruin, Gulpener Lentebock, Gulpener Herfstbock, Sjoes, Chateau Neubourg, Gerardus Wittems Kloosterbier Dubbel, Gerardus Wittems Kloosterbier Blond en Witte Kerst.

In 2015 werd Jan-Paul Rutten, de zoon van Paul (III), directeur van de brouwerij. Hij opende een jaar later het Gulpener BrouwLokaal. Naast een smaakbibliotheek, biertheater, studielab, bierwinkel en café-restaurant, werd hierin ook een microbrouwerij geplaatst waarin nieuwe bieren kunnen worden ontwikkeld.

In 2020 wordt er een nieuwe brouwerij gebouwd aan de overkant van de huidige brouwerij. Het huidige brouwhuis is dan al meer dan 50 jaar in gebruik. Het nieuwe brouwhuis zorgt voor een energiereductie van 80% en is voorzien van duurzame innovaties.

 

  • 1864 - Heineken Nederland

(1864-1873) De Hooiberg (firma Heineken & Co.)
(1873-1972) Heineken's Bierbrouwerij-Maatschappij (HBM)
(1972-) Heineken Nederland 
1870 - Budelse Brouwerij

Geschiedenis

In 1868, vier jaar nadat hij eigenaar was geworden van bierbrouwerij De Hooiberg, opende Gerard Adriaan Heineken een nieuwe brouwerij aan de Buitensingel, de latere Stadhouderskade, in Amsterdam. Aanvankelijk produceerde de brouwerij voornamelijk bovengistende bieren waaronder hooibouwbier, ale, porter, faro en princessebier. Vanaf 1870 werd er ook ondergistend Beiersch, Münchener en Pilsener bier gebrouwen. Dit bier was destijds zo populair dat Heineken in 1873 besloot met de bovengistende bieren te stoppen. In datzelfde jaar werd de NV Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij (HBM) opgericht. Samen met medevennoot Willem Baartz van Brouwerij d'Oranjeboom werd in 1874 een nieuwe brouwerij aan de Crooswijkschen singel in Rotterdam geopend.

Aan het begin van jaren 1880 was de concurrentie met andere brouwers van ondergistende bieren toegenomen en besloot de HBM ook de goedkopere soorten Gerstebier en Lagerbier aan het assortiment toe te voegen. Met de ontdekking en kweek van zuivere giststammen door Hartog Elion en de plaatsing van een van de eerste koelmachines in Nederland, was de HBM in staat een constante kwaliteit te leveren. In 1889 werd het bier bekroond met de gouden medaille op de wereldtentoonstelling in Parijs. In 1893 overleed Gerard Adriaan Heineken waarna zijn weduwe Mary Tindal de leiding van het bestuur overnam.

In de loop van de 20e eeuw werden, over heel Nederland verspreid, horeca-gelegenheden opgekocht om de afzet te bevorderen. In 1914 trad Henry Pierre Heineken, Mary Tindals zoon, toe tot de directie. De HBM was destijds met 15 procent van de bierproductie uitgegroeid tot de grootste brouwerij van Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog vond een concentratie van de Nederlandse biermarkt plaats. In 1917 had Heineken al samen met De Gekroonde Valk de voorraden en clientèle van fusiebrouwerij Deli / 't Haantje overgenomen. In korte tijd werden verschillende brouwerijen overgenomen waaronder Het Schaap (1920), De Kroon (1922) en De Koninklijke Nederlandsche Beijersch Bierbrouwerij (1926) Deze brouwerijen werden allemaal gesloten. Alleen brouwerij De Zwarte Ruiter uit maastricht werd in 1920 overgenomen en voortgezet onder de naam Sint Servatius.

In 1920 was ongeveer 4 procent van de productie bestemd voor de export. Na een succesvolle introductie van Heineken's pilsener in de Verenigde Staten na de drooglegging en de deelname in beleggingsmaatschappij Cobra (Brasserie Coloniale), met belangen in brouwerijen in België, Egypte en Nigeria, was dit aandeel in 1939 gestegen tot 10 procent. Cobra had ook een belang in de Nederlands-Indische Brouwerij, die vanaf 1937 werd omgedoopt tot de Heineken's Nederlandsch-Indische Bierbrouwerij Maatschappij.

In 1941 nam de HBM samen met Amstel de aandelen van Van Vollenhoven's Bierbrouwerij over en ook na de Tweede Wereldoorlog zette de consolidatie van de Nederlandse biermarkt zicht voort met overnames van onder andere De Leeuw uit Maasniel (1950), Het Bourgogne Kruis en Brouwerij Kronenberg (1952), De Leeuw uit Vessem (1954) en De Haan uit Eijsden (1959). Bovendien groeide de HBM uit tot een drankenconcern met deelnemingen drankengroothandels, frisdrank (Vrumona) en gedistilleerd (Hoppe, Bokma). In 1958 werd in 's-Hertogenbosch een nieuwe brouwerij geopend om de bierproductie verder uit te kunnen breiden.

In 1951 nam Henry's zoon Alfred Heineken zijn vaders plaats in de raad van commissarissen over. Hij richtte in 1952 de NV Heineken's Belegging en Beheer Maatschappij (HBBM, vanaf 1972 Heineken Holding) op waarin een meerderheid van de aandelen HBM werden ondergebracht. Toen Freddy Heineken in 1964 tot de directie toetrad kreeg hij als grootste aandeelhouder en als president-directeur volledige zeggenschap over de brouwerij. De grootste fusie in de Nederlandse biergeschiedenis vond in 1968 plaats tussen Heineken en Amstel. Samen hadden deze brouwerijen meer dan 50 procent van de Nederlandse biermarkt in handen en hadden ze belangen in 42 buitenlandse brouwerijen.

Internationaal groeide het bedrijf verder door overnames van brouwerijen in Frankrijk en Italië en de uitgifte van licenties om Heineken bier te produceren in onder andere Noorwegen, Venezuela en Nigeria. In 1975 werd een nieuwe brouwerij geopend in Zoeterwoude ter vervanging van de vestiging in Rotterdam. Ook de Amsterdamse vestigingen aan de Mauritskade, in 1982, en aan de Stadhouderskade, in 1988, werden gesloten. In 1982 werd De Ridder uit Maastricht overgenomen. Tot halverwege de jaren 1980 was het assortiment van Heineken vrijwel uitsluitend beperkt tot pilsener, oud bruin en bokbier. Daarna werden met wisselend succes ook Buckler, Lingen's Blond, Dry 100, Wieckse Witte, Murphy's Irish red en stout uitgebracht. Met de overname van Brand in 1989 Brand en het Belgische Affligem in 2000 werd het assortiment verder verbreed.

Freddy Heineken overleed in 2002. Zijn dochter Charlene, die al sinds 1988 in het bedrijf werkzaam was, nam daarop zijn functie in de raad van beheer van de Heineken Holding over. Aan het begin van nieuwe millennium kreeg de consolidatie van brouwerijen een mondiaal karakter. Niet alleen werden individuele brouwerijen overgenomen, maar ook complete brouwerijconcerns. Heineken handhaafde zich in de top 5 van grootste brouwerijen in de wereld door de overname van de Oostenrijkse Brau Beteiligungs Aktiengesellschaft (2003) met belangen in Midden en Oost-Europa. Samen met het Deense Carlsberg werd in 2008 het Britse Scottish & Newcastle overgenomen, gevolgd door Femse in 2010. Femse had met het merk Sol een belangrijk aandeel op de Zuid-Amerikaanse markt. In 2012 werd Asia Pacific Breweries uit Singapore overgenomen. Heineken had in de jaren 1920 al aan de wieg gestaan bij de ontwikkeling van hun belangrijkste merk Tiger beer.

Om aan de vraag naar zogenaamde Craft beers te voldoen, nam Heineken in 2015 een deelname in het Amerikaanse Lagunitas Brewing Company, dat in 2017 volledig werd overgenomen. In 2018 werd een minderheidsbelang genomen in het Britse Beavertown Brewery en een jaar later in Oedipus Brewing uit Amsterdam. Daarnaast heeft Heineken afspraken met 't Mag, Oudaen, Van Slag Bier, Poesiat & Kater en Punt voor de distributie van hun bieren.

 

  • 1870 - Budelse Brouwerij

(1870-1964) Bierbrouwerij De Hoop (Budel)
(1964-) Budelse Brouwerij

Geschiedenis

Nadat hij vanaf 1860 het brouwersvak had geleerd bij de families Snieders in Dommelen en De Kroon in Oirschot, begon Gerard Marianus Arts op 11 september 1870 zijn eigen brouwerij in Budel. Bierbrouwerij De Hoop werd na het overlijden van Gerard Arts in 1894 voortgezet door zijn weduwe Anna Maria Maas. Toen zij vier jaar later ook overleed kwam de brouwerij in handen van hun zoon Gerard Arts jr. Naast de brouwerij bestond het familiebedrijf ook uit een boerderij en hotel Het Brouwershuis. Aan het begin van de jaren 1920 werd de boerderij afgestoten en werden de activiteiten uitgebreid met de productie van limonade onder de merknaam Favoriet.

Gerard Arts jr. overleed in 1930 waarna de brouwerij overging op zijn weduwe Bertha Gertrudis Margaretha Verlinden. Onder haar leiding behaalde het extra en donker lager bier in 1937 het Diplôme d'Excellence op het internationaal concours van dranken in Parijs. Dit resultaat werd herhaald bij de tentoonstellingen van Brussel (1937) en Amsterdam (1938). Het is niet bekend wanneer De Hoop is overgegaan op de productie van ondergistende bieren zoals Münchener, Parel-pils en Bock speciaal.

In 1942 nam Gerard Adrianus Arts de leiding over de brouwerij van zijn moeder over. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam de frontlinie in Midden-Limburg te liggen en nam De Hoop de productie van De Lindeboom uit Neer tijdelijk over. Het is niet ondenkbaar dat de verloving van Annie Arts met Wim Geenen in 1943 het contact tussen beide brouwerijen heeft versterkt. In 1964 werd de bedrijfsvorm gewijzigd in een naamloze vennootschap en veranderde de naam in Budelse Brouwerij. Acht jaar later werd de NV omgezet in een besloten vennootschap. Na het overlijden van Gerard Arts in 1981 werd zijn weduwe Mia Pijls directeur van de brouwerij. Haar kinderen Carine, Gerard en Harry vormen vanaf 1988 de directie.

Halverwege de jaren 1980 werd het assortiment van de brouwerij naast pils, oud bruin en bock, uitgebreid met Capucijn abdijbier, alt en werd de naam Parel gebruikt voor een nieuw bier met een hoger alcoholpercentage. In 1991 werd het alcoholvrije Budels Vuurtoren geïntroduceerd, later gevolgd door meibock, winterbier en amber bier onder naam Batavier. Na drie keer op rij goud te hebben behaald voor haar Budels pils, kreeg de brouwerij in 1996 de Trofee van Hoge Internationale Kwaliteit van het Instituut Monde Selection. Daarnaast werd begonnen met de productie van pilsener en honingbier met louter biologische grondstoffen onder het EKO-keurmerk.

Het assortiment werd in 2010 verder uitgebreid naar 13 verschillende bieren en groeide tot 22 bieren in 2020. Op 1 december 2011 opende de brouwerij ontvangstlokaal De Bierparel in Budel.

 

  • 1870 - Lindeboom Bierbrouwerij B.V.

(1870-1897) Bierbrouwerij W. Geenen
(1897-1961) Bierbrouwerij De Lindeboom firma W. Geenen en Zoon
(1961-1975) Lindeboom Bierbrouwerij N.V.
(1975-) Lindeboom Bierbrouwerij B.V. 
1872 - Alfa Bier

Geschiedenis

  • "Lindeboom Bierbrouwerij Cervisia Natura Protecta"
  • "Lindeboom 't Bier van Hier"
  • "Lindeboom Altijd en Overal 't Bier van Hier"

In 1870 kreeg Willem Geenen van de Gedeputeerde Staten van het Hertogdom Limburg toestemming voor de oprichting van een bierbrouwerij bij zijn huis op het Hammerveld in Neer. Het is niet bekend wanneer hij voor het eerst zijn bier ging vernoemen naar de lindeboom op zijn terrein, maar in 1884 werd het Neers Lindebier aanbevolen door de Commissie uit den Volksbond tot bevordering van het gebruik van inlandsche Bieren met een laag alcoholgehalte. Aan het eind van de 19e eeuw was Willem Geenen een van oprichters van de Nederlandsche brouwersbond. Als een van de eerste Limburgse brouwerijen werd het bier in flessen afgevuld waarmee het afzetgebied werd vergroot.

In 1897 trad Willem's zoon Bernard Geenen tot de brouwerij toe en dreven zij samen bierbrouwerij De Lindeboom onder firma W. Geenen & Zoon. Op de Voedingsmiddelententoonstelling van Amsterdam in 1902 werd de gouden medaille behaald en drie jaar later op de Wereld-Tentoonstelling in Luik de zilveren medaille. Na het overlijden van Willem Geenen in 1903 werd De Lindeboom voortgezet door Bernard en zijn zus Maria Christina Geenen. Zij moderniseerden de brouwerij waardoor De Lindeboom vanaf 1913 in staat was om naast bovengistende bieren als oud bruin en versch ook de ondergistende bieren Limburgs bruin en Limburgs blond te produceren. Halverwege de jaren 1920 werd de productie van bovengistende bieren gestaakt.

In 1938 nam Willem Geenen de brouwerij van zijn vader en tante over. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam de frontlinie in Midden-Limburg te liggen. Hierdoor werd de productie van De Lindeboom tijdelijk verplaatst naar Bierbrouwerij De Hoop in Budel. De band tussen beide brouwerijen werd verder versterkt door het huwelijk van Willem Geenen en Anna Johanna Arts, de dochter van eigenaar Gerard Arts, in 1946.

In 1961 werd de Lindeboom Bierbrouwerij N.V. opgericht met als doel de fabricage van en de handel in zwak-alcoholische, alcoholvrije en sterke dranken, het kopen, verkopen, huren en verhuren van panden bestemd voor hotel, café, restaurant of bierhuis. Willem Geenen werd benoemd tot directeur. Bij het honderdjarig bestaan van de brouwerij werd een tweede lindeboom aangeplant. Het jaar erop trad Willems zoon Ben Geenen toe als commercieel directeur. Samen met zijn broer Willem Geenen jr. leidde hij de brouwerij na het overlijden van hun vader in 1978. De naamloze vennootschap was destijds al omgezet naar een besloten vennootschap.

Aan het begin van de jaren 1980 produceerde De Lindeboom alleen nog maar pilsener, oud bruin en bock. Dit assortiment werd in 1987 uitgebreid met Lindeboom Gouverneur en twee jaar later met Meibock. In 1995 werd voor het 125 jarig bestaan het Jubileum Bock uitgebracht en verkreeg de brouwerij het predicaat Hofleverancier. Drie jaar later overleed Ben Geenen en nam Willem Geenen de algemene leiding over. Vanaf 2001 werd het Venloosch Alt aan het assortiment toegevoegd en volgde in 2003 ook het Venloosch Wit. Het oorspronkelijke Lindeboom Gouverneur verdween in 2001. Onder de merknaam Gouverneur werden sindsdien verschillende biertypen waaronder blond, dubbel en stout op de markt gebracht.

Willem Geenen overleed in 2011 waarna Paul Joosten, voordien werkzaam bij AB Inbev, werd aangesteld als algemeen directeur. Twee jaar later werd een nieuw brouwhuis geopend waarmee de capaciteit per brouwsel toenam van 65 naar 105 hl. Vanaf 2015 werd het assortiment opnieuw uitgebreid, dit keer met de alcoholarme bieren Lindeboom Radler en Lindeboom 0.5. In 2017 werd een aandeel genomen in de Amsterdamse brouwerij De Prael, waarmee Lindeboom zowel een uitbreiding van haar afzetgebied als een verdere verbreding van het assortiment beoogt.

 

  • 1872 - Alfa Bier

(1872-1953) Meens' Bierbrouwerij
(1953-) Alfa Bier

Geschiedenis

In 1870 begon Joseph Meens bij zijn boerderij in Thull een brouwerij, waarvoor twee jaar later de benodigde vergunning werd afgegeven door het ministerie van Financiën. De brouwerij hanteert 1870 als jaar van oprichting. De Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur hanteert als oprichtingsjaar van een brouwerij op haar website consequent het jaar waarop er officieel op commerciële basis bier in de markt mag worden gezet. Voor de Alfa Brouwerij is dit 1872.

Aanvankelijk werd alleen bovengistend bier gebrouwen, rond 1900 ging de brouwerij over op de productie van ondergistende Beierse bieren. Joseph Meens overleed in 1923. Zijn zoon Henri had de leiding in de brouwerij toen al enige tijd op zich genomen.

Waar andere brouwerijen in de jaren 1920 moeite hadden om het hoofd boven water te houden, beschikte Meens' Bierbrouwerij over een eigen mouterij, eigen cafés en een eigen ijsfabriek. In 1933 werd nog een tweede ijsfabriek geopend in het gehucht De Oude Pastorie bij Spaubeek.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de brouwerij gemoderniseerd en overgedragen aan de volgende generatie in de persoon van Leo Meens, bijgestaan door zijn broer Coen. In 1953 werd de opening van het nieuwe brouwhuis gevierd met een groot feest dat dagen duurde. Het bier werd sindsdien verkocht onder de merknaam Alfa. De naam van de brouwerij, Meens' Bierbrouwerij, werd in hetzelfde jaar gewijzigd in Alfa Bier en onder de naam Alfa Cash en Carry werd vanaf 1967 een keten van slijterijen opgericht.

In 1980 werd Harry Meens de opvolger van zijn vader Leo. Alfa was toen net begonnen met de export van Fresh Holland Beer naar de Verenigde Staten. Daarnaast werd geëxporteerd naar Griekenland, Italië en Engeland. Vanaf 1992 is Alfa pils ook in Duitsland verkrijgbaar, daarna volgden andere landen waaronder Rusland (1997) en China (2015). Onder Harry Meens groeide vooral de omzet voor de Nederlandse markt, van 50.000 hl bier in 1989 naar 140.000 in 2011.

De Alfa Brouwerij brouwt al sinds haar oprichting bier uit eigen bron. Deze bron werd in 1993 officieel erkend door het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur waarmee het voldoet aan de strenge bepalingen van het Natuurlijk Mineraal- en Bronwater-besluit. Het is de enige officiële bron in Nederland waarvan het water gebruikt wordt voor het brouwen van bier. Sinds december 1995 mag de Alfa Brouwerij zich hofleverancier noemen.

In 2009 overleed Maria Louiza Meens. Tante Wies verzorgde 65 jaar lang de kwaliteitscontrole door elke ochtend een glas Edel Pils te drinken. Zonder haar goedkeuring ging het bier niet de deur uit.

De brouwerij heeft met haar Alfa Edel Pils in 2019 maar liefst zes prijzen gewonnen: brons bij de Dutch Beer Challenge, zilver bij de London Beer Competition, zilver bij de USA Beer Ratings, goud bij de World Beer Awards, goud bij de Brussels Beer Challenge en zilver bij de European Beer Challenge.

Overige Producten

Alfa brengt ook likeur uit.

 

  • 1885 - Bierbrouwerij De Koningshoeven

(1885-1891) Stoombierbrouwerij der Paters Trappisten
(1891-2000) Bierbrouwerij de Schaapskooi
(2000-) Bierbrouwerij De Koningshoeven 
1981 - Hertog Jan Brouwerij

Geschiedenis

In 1881 vestigden monniken van de Franse Trappisten-orde zich in de Koningshoeven, een complex van enkele boerderijen en een schaapskooi nabij Tilburg. Na enkele jaren bleek dat zij hun opdracht van zelfvoorzienendheid niet konden volbrengen met alleen landbouw. Daarom werd in 1885 bij de gemeente Berkel vergunning werd gevraagd voor de oprichting van een brouwerij en mouterij. Een jaar later werd het eerste brouwsel opgeleverd, een donker ondergistend bier van het type Münchener.

Ondanks het protest van een groot aantal brouwers uit Tilburg en omstreken werd in 1891 een nieuwe brouwerij geopend, die De Schaapskooi werd genoemd. De brouwers vreesden concurrentie van De Schaapskooi, die geheel volgens de laatste inzichten van een stoom- en een ijsmachine was voorzien, en van "den geestelijken invloed" die de monniken vanuit het katholieke geloof op de bevolking had. Hun adres aan de paus haalde niets uit. De omzet van de brouwerij nam zelfs toe door bestellingen uit heel Nederland. Er werd ook bier geëxporteerd naar België, Engeland en Frankrijk.

In 1904 laaide het conflict met de Tilburgse brouwers opnieuw op. Als reactie op een mankement aan de ijsmachine van De Posthoorn, verhoogde De Schaapskooi de prijs van hun ijs. Dit kwam hen op een boycot te staan van de Tilburgse horecaondernemers. Het verwijt dat De Schaapskooi vrijgesteld zou zijn voor het betalen van belastingen bleek onjuist toen uitkwam dat de brouwerij niet onder een vrijgestelde stichting viel, maar het persoonlijk eigendom was van abt Willibrord Verbruggen. Als reactie op zijn weigering om afstand te doen van zijn bezit werden alle kloosterlingen in 1909 gemaand de abdij te verlaten, waarna de brouwerij geheel stil kwam te liggen. Later dat jaar deed broeder Willibrord alsnog afstand en werd de brouwerij voortgezet in
de N.V. Maatschappij tot het bebouwen en ontginnen van gronden 'De Koningshoeven' en tot het exploiteren der daarbij behorende bierbrouwerij.

Vanwege het grondstoffentekort als gevolg van de Eerste Wereldoorlog werd de brouwerij in 1918 opnieuw stilgelegd. Onder leiding van broeder Serapion werd de productie in de zomer van 1919 herstart. Met de opbrengsten van de brouwerij werd niet alleen de eigen abdij Onze Lieve Vrouwe van Koningshoeven verbouwd, maar verrees ook een nieuw klooster voor trappistinnen. Vanaf 1928 werd het assortiment uitgebreid met Trappist licht, gevolgd door Pilsener in 1931 en Dubbel Gerste in 1938.

In 1947 werd broeder Eligius benoemd tot directeur van De Schaapskooi. Hij sloot de mouterij, richtte een limonadefabriek op en moderniseerde de brouwerij. Om afzet te garanderen werden cafépanden aangekocht. Het contact voor de levering van bier voor het huismerk van De Spar in 1952 zorgde er mede voor dat De schaapskooi uitgroeide tot een grote brouwerij met een productie
van 130.000 hl. aan het eind van de jaren 1960. In 1968 produceerde de brouwerij donker, pils in twee soorten, namelijk Trappist en het wat minder bittere Tilbury, dortmunder, oud bruin, super en bock.

Met 150 man lekenpersoneel werd de brouwerij niet passend geacht aan de doelstellingen van de Trappistenorde. In 1969 werd daarom een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het Belgische brouwerijconcern Artois. Hierin werd overeen gekomen dat Artois de gebouwen van de Schaapskooi voor 10 jaren zou huren en de productie, en daarmee de werkgelegenheid, ter plaatse garandeerde. Daarnaast nam Artois alle cafés over. De Trappisten mochten onder hun eigen merk La Trappe bieren produceren, maar zouden 20 jaar afzien van de productie van pilsener. in de praktijk kwam het erop neer dat de brouwerij vooral werd gebruikt voor de productie van pils voor B-merken. Wegens overcapaciteit binnen het concern werd De Schaapskooi in 1976 voor de derde keer in haar bestaan stilgelegd.

Na tien jaar werd de samenwerkingsovereenkomst met Artois niet verlengd. Broeder Eligius nam opnieuw de leiding in handen en bracht in 1980 een nieuw bovengistend La Trappe Trappistenbier op de markt. De naam La Trappe is afkomstig van de eerste Trappistenabdij Notre Dame de la Grande Trappe in Normandië. De licentie voor het voeren van het merk La Trappe werd door De Schaapskooi verkregen van de Trappisten uit Tegelen. in 1983 werd broeder Godfried de nieuwe directeur. Hij sloot een overeenkomst met de Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam (VBBR) voor de levering van trappistenbier van het merk Koningshoeven. De VBBR produceerde Abdij Pilsener Extra voor de Schaapskooi. Daarnaast werd van 1986-1992 Chimay Wit gebrouwen voor de Belgische Trappistenbrouwerij in Scourmont.

In 1990 werd broeder Godfried opgevolgd door Peter Peeters. Naast het Trappistenbier Dubbel en Tripel introduceerde hij Quadrupel (1991) en Enkel (1992). Van 1992-1997 werd onder licentie Wieckse Witte gebrouwen. Mede door grote investeringen in de brouwerij ontstond een exploitatietekort waarna De Schaapskooi gesprekken begon met Bavaria. In 1999 volgde een overname en een jaar later werd de naam gewijzigd in Bierbrouwerij De Koningshoeven. Als eerste trappistenbrouwerij kwam De Koningshoeven in 2003 met een witbier, Witte Trappist, en volgde in 2004 de herintroductie van het bockbier. Ter ere van het 125-jarig bestaan van de abdij in 2009 werd Isid'or uitgebracht, vernoemd naar de eerste brouwer broeder Isidorus. In 2010 kwam De Koningshoeven met La Trappe Puur, een bier uit volledig biologische ingrediënten.

 

  • 1981 - Hertog Jan Brouwerij

(1981-1998) Arcense Stoombierbrouwerij B.V.
(1998-) Hertog Jan Brouwerij
1985 - Brouwerij 't IJ

Geschiedenis

Nadat de directie van Allied Breweries had besloten om de Skol-brouwerij in Arcen te sluiten, ontstond het initiatief om de brouwerij in eigen beheer voort te zetten. In 1981 tekenden Toon van de Reek, Choen Son Tan en Kees Goos een huurovereenkomst met hun voormalige werkgever en ging de Arcener Stoombierbrouwerij van start. Voor het eerst sinds de jaren 1920 werd een nieuwe Nederlandse brouwerij opgericht.

De Arcener bierbrouwerij produceerde in de beginjaren de bovengistende bieren Oud Limburgs, Tripel, Magnus en Magnus Grand Prestige. Dit assortiment werd al snel uitgebreid met Bockbier, Mei-Bock, Alt, Stout, Winterbier en Tarwebier. Een deel van de productie werd door drankenhandel De Kikvorsch uit Deest op de markt gebracht onder hun merknaam Hertog Jan bieren. Overigens kwamen niet alle Hertog jan bieren uit Arcen. Wegens concurrentieoverwegingen was contractueel overeengekomen dat de Arcener bierbrouwerij geen bieren van lage gisting mocht brouwen. Hertog Jan Pilsener, Hertog Jan Speciaal en Hertog Jan Oud Bruin kwamen van de Dommelsche Bierbrouwerij.

In 1992 was de Arcener bierbrouwerij met 6 werknemers die minder dan 9.000 hl per jaar brouwden, gegroeid naar een bedrijf met 13 werknemers en een productie van meer dan 20.000 hl. Om nieuwe investeringen te kunnen doen werd aansluiting gezocht bij de eigenaar van het pand dat ze huurden. Nog datzelfde jaar volgde de overname door de Verenigde Bierbrouwerijen Breda Rotterdam (VBBR) en werd de brouwerij opnieuw onderdeel van Allied Breweries. De productie werd in 1993 verdubbeld, o.a doordat Het Elfde Gebod en Witte Raaf voortaan in Arcen werden gebrouwen. Tevens verviel het verbod op ondergistend brouwen en waardoor men, exclusief voor Albert Heijn, Arcener Pilsener kon gaan produceren.

Drie jaar na de overname deed Allied Breweries haar Nederlandse brouwerijen over aan het Belgische brouwconcern Interbrew, waartoe de Dommelsche Bierbrouwerij en destijds ook De Kikvorsch behoorden. In 1998 werd de naam van de brouwerij gewijzigd in Hertog Jan Brouwerij. Na het vertrek van Toon van den Reek in 2000 groeide meesterbrouwer Gerard van den Broek meer en meer uit tot het gezicht van de brouwerij. Vanaf 2016 begon hij met Grand Prestige Vatgerijpt. De serie Vatgerijpt op Schotse Whiskyvaten van 2020 werd een ware hype. In een half uur werden 20.000 flessen verkocht.

 

  • 1985 - Brouwerij 't IJ

Geschiedenis

  • "Leef met je kop omhoog"

Brouwerij 't IJ werd in oktober 1985 geopend. Het bedrijf is gevestigd in het voormalige badhuis Funen in het centrum van Amsterdam. De naam funen stamt af van het Deense eiland Funen, van waaruit Michiel de Ruyter de eerste Lisdodde (Losdodde) exporteerde naar Nederland. Hieruit ontstond een oorlog met Zweden die men ook wel 'de strot voor de losdodde' noemde. Deze lisdodde tierde dan ook welig op deze kade. De gemeente sloot het badhuis nadat er sanitaire voorzieningen kwamen.

Op 7 november 1985 werd het eerste bier gepresenteerd: Zatte. De brouwerij maakte een enorme groei door. Vlak achter de brouwerij staat een karakteristieke molen (De Gooyer, ofwel de Molen van Oost geheten in de volksmond), die ook op de etiketten van de brouwerij staat afgebeeld en waar in de beginperiode van de brouwerij de mout werd gemalen. De kwaliteit bleek echter niet constant. Daarom werd een horsefriend aangeschaft, een haverpletter uit de paardenindustrie. Deze bleek prima te voldoen als schrootmolen. Een roestvrijstalen maischketel was afkomstig uit de zuivelindustrie. Brouwer was Kaspar Peterson, voortgekomen uit de rijen der amateurbrouwers. Voordat hij ging brouwen verdiende hij zijn brood in de muziek. Nadat hij voor de groep Drukwerk de hit Je loog tegen mij had geschreven, was hij in staat zich fulltime met het brouwen bezig te houden. In de beginperiode kreeg hij veel hulp van Brouwerij Slaghmuylder te Ninove (België), Brouwerijschool KIHO in Gent en het NIBEM (Nederlands Instituut voor Brouwgerst, Mout en Bier). Kaspar won in 1994 'De Zilveren Knots'. Dit is een prijs die jaarlijks door het Amsterdams Bierproeflokaal In De Wildeman wordt uitgereikt aan een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de Nederlandse biercultuur.

In 1999 werd de mout betrokken van mouterij Dingemans uit het Belgische Strabroek. De gist werd in eerste instantie betrokken van De Koninck. Toen de Antwerpse brouwerij zich echter gedwongen zag hieraan een einde te maken werd een eigen gist ontwikkeld. Per brouwsel werd er in 1999 ongeveer 21 hl geproduceerd. In 1999 werd ongeveer twee keer per week gebrouwen. De jaarproductie bedroeg toen ongeveer 1.800 hl. 90% van de productie werd in Amsterdam en directe omgeving verspreid. In 2005 werd overgeschakeld naar het gebruik van biologische grondstoffen waarmee tevens het EKO-keurmerk op de etiketten kwam te staan. In 2007 werd het proeflokaal van de brouwerij vernieuwd. De stookketel werd een verdieping hoger geplaatst, evenals het kantoor. Het proeflokaal werd hiermee een stuk groter. In 2007 werd er jaarlijks 2.000 hl gebrouwen.

In mei 2008 werd de brouwerij door Patrick Hendrikse (1971) en Bart Obertop (1972) overgenomen van Kaspar Peterson. Hendrikse is een Amsterdamse horecaondernemer die het merendeel van zijn zaken van de hand deed om zich volledig te kunnen storten op het brouwen van IJ-bier. Patrick en Bart waren al in dienst van Brouwerij 't IJ, terwijl ze tegelijkertijd samen een café hadden. Peterson bedong dat de nieuwe eigenaren de brouwerij een aantal jaren onveranderd zouden laten. In februari 2012 werd Roel Wagemans aangesteld als brouwmeester op de nieuwe locatie aan het Zeeburgerpad.

In 2012 werd op de Brau Beviale in Neurenberg een nieuwe brouwinstallatie aangeschaft, namelijk een 40 hl installatie van de Tsjechische firma MBA 21 uit Strubec. De maïsch-/brouwketel heeft een bruto-inhoud van 52 hl, de klaringskuip 55 hl en de whirlpool 44 hl. Constant Keinemans van Brouwtechniek Nederland speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van het hele project. Eind november 2012 kwamen de tanks aan op het Zeeburgerpad. De tanks werden door het dak naar binnen gehesen. Op donderdag 7 februari 2013 werd de nieuwe brouwlocatie aan het Zeeburgerpad in Amsterdam-Oost geopend door toenmalig burgemeester Eberhard van der Laan. Deze vernieuwing vereiste een investering van twee miljoen euro. Ook op de locatie aan de Funenkade, waar ook het proeflokaal is gevestigd, wordt nog steeds gebrouwen. In 2013 werd er drie keer per week 40 hl gebrouwen, hetgeen neer komt op 120 hl per week. In 2013 stonden er negen Cilindrische-Conische Tanks (CCT's) opgesteld in de brouwerij, waarin het brouwsel zowel vergist als gelagerd wordt. Al het flessenbier wordt gebrouwen op de brouwlocatie aan het Zeeburgerpad. In 2013 werd er op jaarbasis 6.000 hl flessenbier gebrouwen. Op de oude locatie aan de Funenkade wordt al het fustbier gebrouwen, alsook het bier voor het proeflokaal. In 2012 werd er - op de oude brouwlocatie - 4.000 hl gebrouwen. De maximale brouwcapaciteit bedraagt 9.000 hl per jaar.

Op 25 september 2015 werd bekend gemaakt dat Duvel Moortgat een belang nam in Brouwerij 't IJ. Duvel kan 't IJ ondersteunen met financiële slagkracht, maar ook in brouwtechniek en distributie. Hoe groot het belang is dat Duvel neemt, is niet bekend gemaakt. De "eigenheid en zelfstandigheid" van de brouwerij blijft behouden.

In februari 2018 werd bekend dat de brouwerij winnaar was geworden van een prijsvraag met betrekking tot de bestemming van de drie silo's op het Zeeburgereiland. De drie silo's op het Zeeburgereiland zouden bijna twee keer zo hoog worden. Dat bleek uit de plannen van het consortium dat de prijsvraag rond de herbestemming van de betonnen kolossen had gewonnen. Het winnende consortium, dat bestond uit architectenbureau TANK, Brouwerij 't IJ, Vink Bouw Nieuwkoop en Grayfield, had grootse plannen. Zo zou er op de bestaande betonnen silo's van 23 meter, een houten laag van 15 meter worden gebouwd. De plannen voor het interieur van de Drie Koningen, zoals het project was genoemd, was minstens zo ambitieus: zo moest er onder meer een indoor speeltuin, een sauna, een brouwerij, een foodlab, kantoorruimtes en een eenkamerhotel in komen. Het plan kwam voor wat betreft de brouwerij niet tot uitvoering, omdat de brouwerij sinds juni 2020 een tweede proeflokaal opende in het Vondelpark.

 

  • 1985 - De Friese Bierbrouwerij

Geschiedenis

De Friese Bierbrouwerij werd in 1984 door Aart van der Linde in samenwerking met een schoolvriend opgezet in het kleine Friese dorpje Uitwellingerga (Twellegea). Nadat de twee anderen zich terug getrokken hadden, bleef de geboren Limburger Aart van der Linde (1960, afgestudeerd aan de Hogere School voor Levensmiddelentechnologie in Bolsward) als enige over. Hij leerde het vak bij de Arcense Bierbrouwerij (onder Toon van den Reek) en bij Bierbrouwerij De Leeuw. Op 18 december 1985 werd het eerste brouwsel aangemeld en was de brouwerij officieel een feit. De brouwerij was oorspronkelijk gelegen in een kleine oude boerenschuur nabij het huis van de brouwer. Door de alsmaar stijgende omzet van de bieren in het Friese land en daarbuiten, werd naar een andere locatie voor de brouwerij gezocht. Samen met een drankenhandel werd in 1990 onderdak gevonden in een voormalig fabriekspand van Philips op industrieterrein Houkesloot in Sneek. De brouwerij heeft van meet af aan gestreefd naar een herkenbaar regionaal karakter om vanuit die basis het bier naar andere delen van Nederland te exporteren. Daarom werden onder meer de etiketten opgesierd met de Friese Plompebleren en was de tekst op het etiket in de Friese taal gesteld. Ook de naam Us Heit draagt bij aan het Friese karakter. Us Heit, onze vader, was de bijnaam van de populaire eerste Friese stadhouder Graaf Willem Lodewijk (1584-1620). Een standbeeld van hem is terug te vinden in het centrum van Leeuwarden en wel voor het stadhouderlijk hof. Begin augustus 1990 werd de vernieuwde en uitgebreide brouwerij ingewijd met een druk bezochte regionale beurs. Ook werd een proeflokaal geopend. De bieren van de Friese Bierbrouwerij zijn bekend onder de naam Us Heit. Door de steeds grotere belangstelling voor rondleidingen voldeed deze locatie ook niet meer aan de eisen. Ook door de toenemende vraag naar bier werd er gezocht naar een multifunctioneel pand.

In februari 1995 verhuisde de brouwerij voor de tweede keer in haar bestaan. De Hogere School voor Levensmiddelentechnologie in Bolsward, waar brouwer Aart van der Linde nog les heeft gegeven, is definitief uit Bolsward vertrokken. Aart greep zijn kans en verhuisde zijn installatie naar het nieuwe pand. In deze school was genoeg ruimte om zijn unieke collectie oude brouwerijmachines uit te stallen. Behalve dat hij nu beter en gemakkelijker kan produceren kan hij nu beschikken over een kleine proefbrouwinstallatie die de school vroeger gebruikte voor onderwijsdoeleinden. Hiernaast is het nu mogelijk het proeflokaal beter te exploiteren. De capaciteit in Bolsward bedroeg in 1996 3.000 hl waarbij een groei naar 4.000 hl tot de mogelijkheden behoort. Dit betekent een forse toename ten opzichte van de locaties in Uitwellingerga (500 hl) en Sneek (2.000 hl). Gedurende het brouwproces wordt Aart van der Linde ter zijde gestaan door brouwer Ren‚ van der Velde.

Eind 1998 werd de brouwcapaciteit vergroot van 3.000 hl naar 5.000 hl. Begin 2000 werd een nieuwe brouwinstallatie in gebruik genomen. Hiermee werd de brouwcapaciteit verdubbeld naar 20 hl per brouwsel. In 2001 werd er ongeveer drie keer per week gebrouwen, hetgeen neerkomt op 3800 hl per jaar. In 2002 werd de afvultank gemoderniseerd. De tank had een capaciteit van 2500 liter.

Tijdens de nieuwjaarsreceptie, begin 2004, van de Gemeente Bolsward werd brouwmeester Aart van der Linde uitgeroepen tot Ondernemer Van Het Jaar 2003. De trofee is een bronzen beeld van kunstenaar Frits Stoop uit Spanga. Het beeld is geplaatst in het proeflokaal.

Het brouwwater is afkomstig uit een bron bij Spannenburg. De gerst is ecologisch en wordt in Nederland geteeld. Het mouten vindt plaats bij een Duitse mouterij. De hop komt uit België (Hersbrucker en Saaz). In 2009 werd Aart van der Linde gekozen tot Held van de Smaak 2009. Naast smaak beoordeelde de jury de finalisten op ambachtelijkheid, streekgebondenheid en duurzaamheid. Aart van der Linde werd geprezen om het streekgebonden karakter van zijn producten: hij betrekt alle brouwgerst en andere granen uit de directe omgeving en heeft een eigen mouterij. Ook de verkoop vindt in de regio plaats. Er wordt gebrouwen met uitsluitend biologische grondstoffen.

In het najaar van 2013 maakte de brouwerij een aanvang met de aanleg van een hoptuin. Hiertoe werden de grote bomen die voor de brouwerij stonden gekapt. Het is de bedoeling om de hoptuin begin 2014 gereed te hebben.

Us Heit Distillery

In 2002 werd er ook een eigen distilleerderij in gebruik genomen. Uit het bier werden whisky en andere distillaten gestookt. Eind 2005 werd de eerste zelfgestookte whisky op de markt gebracht (Frysk Hynder Whisky). Frysk Hynder betekent Fries paard.

In oktober 2010 werd tijdens de viering van het 25-jarig bestaan van de brouwerij "Frysk Famke" geïntroduceerd, een koffielikeur. De eerste fles werd symbolisch overhandigt aan de burgemeester van Bolsward door een meisje op een Fries paard. De koffielikeur is gemaakt op basis van Frysk Hynder whisky spirit, Arabica koffiebonen en bruine kandijbrokken. De koffielikeur heeft een alcoholpercentage van 28%.

 

  • 1986 - Speciaalbierbrouwerij St. Christoffel

(1986-2015) Bierbrouwerij St. Christoffel
(2015-2017) Sint Christoffel Bieren
(2017-) Speciaalbierbrouwerij St. Christoffel

Geschiedenis

Bierbrouwerij Sint Christoffel begon als een kleine brouwerij en was in eerste instantie gevestigd achter een woonhuis in Roermond. Hoewel de situering anders deed vermoeden, was de brouwerij zeer professioneel opgezet en technologisch hoog ontwikkeld. Eigenaar was Ir. Leo Brand, telg uit een bekend brouwersgeslacht uit Zuid-Limburg. Zijn vader, Frits, was technisch directeur bij Brand Bierbrouwerij. Leo Brand was afgestudeerd aan de Landbouwhogeschool te Wageningen in de richting Levensmiddelentechnologie. Hij zette zijn studie voort aan de "Technische Universitat Munchen, Fakultat fur Brauwesen" in Freising-Weihenstephan. Na deze studie succesvol te hebben doorlopen wilde Brand het brouwersvak ook in de praktijk leren kennen. Hiertoe werkte hij gedurende tien jaar als bedrijfsleider bij meerdere Duitse brouwerijen en mouterijen. Hij verdiepte zich nog jaren in de geheimen van het ondergistend bier in de Schoffbrouwerij bij Würzburg. Eenmaal voldoende ervaring te hebben opgedaan begon hij, samen met zijn vrouw, een kleine brouwerij en vestigde zich in september 1986 aan de Bredeweg in Roermond. Op 2 augustus 1986 werd het eerste brouwsel gemaakt en op 26 september 1986 vond de officiële opening plaats. De brouwerij brouwde naar het Duitse Reinheitsgebot van 1516: het brouwproces verliep op geheel natuurlijke wijze en er vonden geen toevoegingen plaats. De brouwerij werd genoemd naar de patroonheilige van deze stad: Sint Christoffel. De beginjaren waren harde tijden. Er werd gewerkt met tweedehands materiaal uit Duitsland. Zo nu en dan ging er iets kapot, hetgeen dan weer eigenhandig - wegens geldgebrek - gerepareerd werd. De etiketten werden destijds met de hand op de flessen geplakt. Pas later werd een tweedehands etiketteermachine, afkomstig uit Duitsland, aangeschaft. Het sluiten van de flessen gebeurde echter nog met de hand. Later werd een halfautomatische afvulmachine aangeschaft waarmee men met twee mensen 200 flessen per uur kon vullen. In 1988 kocht men een tweede vulmachine van hetzelfde fabrikaat. Nu was de capaciteit 400 flessen per uur met drie werknemers. Nog weer later kreeg men de beschikking over een machine die 1.000 flessen afvulde per uur met vier werknemers, inclusief het spoelen van de flessen. Het sluiten van de flessen gebeurde toen halfautomatisch. De top van de productiecapaciteit was vrijwel bereikt, want niet alleen Nederland, maar ook Duitsland, België en de Verenigde Staten wisten het bier naar waarde in te schatten. Belangrijkste exportland was echter Denemarken. Bij het bottelen maakte de brouwerij gebruik van de bottellijn van de Gulpener Bierbrouwerij. In 1988 en 1989 werd het Christoffel Bier verkozen tot het beste flessenbier. De brouwerij verhuisde per 1 maart 1995 van de Bredeweg 14 naar de Metaalweg 10 op het industrieterrein Heide-Roerstreek ten oosten van Roermond. Bij de inrichting van het nieuwe gebouw werden de laatste tweedehands machines vervangen voor nieuwe machines. In oktober 1995 werd het nieuwe brouwhuis in gebruik genomen. Hier werden toen drie brouwsels van 50 hl per dag gebrouwen. Op de oude locatie had men hiervoor twee en een halve dag nodig. In 2001 werd op jaarbasis 3.000 hl bier gebrouwen. Met de toenmalige capaciteit kon er maximaal 10.000 hl op jaarbasis worden gebrouwen. Er werd dat jaar bier geëxporteerd naar Duitsland, Denemarken, Finland, Zweden, Engeland, Frankrijk, Italië, Griekenland, Canada (zowel het Engelstalige als het Franstalige gedeelte), Japan en Nieuw-Zeeland. Het afzetkanaal verliep via de groothandel en slijterijen. Met ingang van 1 december 2001 werd de brouwerij 100% eigendom van Hillenaar Outdoor Advertising uit Oegstgeest. Deze firma, met Jeroen A. Hillenaar (1964) aan het roer, werd in 1990 opgericht en maakt deel uit van een mediabedrijf. Met de overname werden alleen de verkoopactiviteiten overgebracht naar Oegstgeest. De brouwactiviteiten bleven plaatsvinden in Roermond. In Oegstgeest hield Patrick Gelauff zich als sales manager bezig met de verkoop, alwaar hij werd geassisteerd door een part-time assistente. Patrick volgde een opleiding aan de Hogere Hotelschool in Leeuwarden. Hij onderhield de contacten met de groothandels, de slijterijketens en de export. Sinds het bestaan van de brouwerij opereerde zij op de internationale biermarkt. De verschillende bieren werden tot het moment van de overname door Hillenaar zonder enige vorm van reclame aan de man gebracht. In 2002 werd gestart met een multimediale reclamecampagne met als doel Christoffel duidelijker te positioneren en actiever op de markt te zetten. De naam van de brouwerij bleef echter ongewijzigd. Oprichter en voormalig eigenaar Leo Brand bleef na de overname nog een jaar werkzaam bij de brouwerij. In 2002 nam Sander Maassen, tot dan toe brouwmeester bij de Stadsbrouwerij De Pelgrim, de roerstok over. Na de overname door Hillenaar hanteerde eerst nog de Duitser Karsten Herr de roerstok. Deze had net zijn opleiding brouwkunde aan de universiteit van Berlijn afgerond. Het eerste half jaar werd Sander Maassen in Roermond nog terzijde gestaan door een Duitse assistente. Wouter Heuvelman, eveneens oudgediende van Stadsbrouwerij De Pelgrim, volgde haar op. In 2002 bedroeg de jaarproductie 3.500 hl en de verwachting voor 2003 was op dat moment een jaarproductie van 4.000 hl. In 2003 waren er acht personen werkzaam voor de brouwerij. Terwijl in 2002 nog 30% van de omzet bestemd was voor de export, was dit percentage in 2003 al gegroeid naar 45%. In 2003 groeide de totale afzet met 32%, met name door de genoemde export-activiteiten (met name Denemarken en Amerika). De verwachtte groei voor 2004 was 30%. De belangrijkste afzetmarkten waren op dat moment Canada, Frankrijk, Denemarken en Griekenland. Nieuw-Zeeland, Japan, Finland en Zweden waren de kleinere afzetgebieden. In de brouwketel van 50 hl werd er een keer in de twee weken 200 hl gebrouwen, dit alles binnen een tijdsbestek van 14 uur. Er werd toen nog altijd gebrouwen volgens het Duitse Reinheitsgebot uit 1516. De mout was afkomstig van de firma Thywissen in Hurth, gelegen in de buurt van Keulen. Het is een kleine mouterij voor speciaalmouten. Christoffel Bier, bekend om haar karakteristieke beugelflessen, was tot 2004 voornamelijk bij de slijter en in gespecialiseerde biercafes verkrijgbaar. Om het bier breder in de Nederlandse markt te zetten, bood de brouwerij sinds 2004 haar bieren ook in vaten aan. Er werd gekozen voor 20 liter vaten om de hoogwaardige kwaliteit te waarborgen en de versheid van het bier te kunnen garanderen. De distributie van de vaten werd verzorgd door De Brouwketel in Den Bosch, gespecialiseerd in de verkoop en distributie van speciaalbier. Zij zorgde samen met de diverse drankengroothandels in Nederland voor de uitlevering van het bier aan de horeca. De vergisting bij Christoffel vindt nog altijd plaats in open gistkuipen. De twee grootste kuipen hebben elk een capaciteit van 100 hl. De bieren van Christoffel zijn ondergistend. Na de vergisting wordt het bier overgepompt naar verticale lagertanks van 50 hl. Christoffel heeft de beschikking over 16 lagertanks van elk 50 hl en 4 lagertanks van 20 hl. De brouwzaal was geleverd door Duotank uit Valkenswaard en gebouwd naar een ontwerp van Leo Brand. De brouwerij voldeed aan de HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points). Hierbij werd de hygiënecode gevolgd die in overleg met de Keuringsdienst van Waren ontwikkeld was door het Centraal Brouwerij Kantoor. Het HACCP-plan was opgesteld door een extern bedrijf. In het plan was beschreven hoe alle processen verliepen en hoe het goede verloop ervan gecontroleerd werd. Vanaf 2004 exporteerde de brouwerij bier naar Israël. De brouwerij kreeg van het opperrabbinaat het certificaat "kosjer". In 2005 werd er 5.000 hl bier geproduceerd. Per keer kan er 50 tot 55 hl worden gebrouwen. Per 1 mei 2005 legde Wouter Heuvelman de roerstok erbij neer. In de loop van 2005 kreeg brouwer Sander Maassen hulp van twee nieuwe brouwers, namelijk de van de HAS in Den Bosch afkomstige Renier Stijnen en Joop Kessels, die voorheen bij de Dommelsche Bierbrouwerij werkzaam was. Bij het verkoopkantoor in Oegstgeest werd Joyce van den Elshout, afkomstig uit het Brabantse Oosterhout, in dienst genomen om Patrick Gelauff terzijde te staan. Joyce ging studeren in Nijmegen, waar ze Steven van den Berg leerde kennen, afkomstig uit de Betuwe. Joyce was eerder werkzaam bij de speciaalbierimporteur en -verdeler Brewer's Special Beers (BSB) en in de commercie als vertegenwoordiger in Zuidwest-Nederland bij Brouwerij Palm. Joyce richtte zich op de Zuid-Nederlandse markt (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg). Patrick Gelauff houdt zich met name bezig met de export en de marketing. In 2006 werden er nieuwe lagertanks geplaatst. 1 april 2007 beëindigde Patrick zijn dienstverband bij de brouwerij en verkaste naar de Alfa Bierbrouwerij. Vanaf 1 maart 2007 hanteert Steven van den Berg de roerstok. Samen met zijn vrouw Joyce van den Elshout vormen zij het management van de brouwerij sinds 2007. Eigenaar van de brouwerij blijft Jeroen Hillenaar. Joyce is algemeen manager, onder meer belast met de marketing, verkoop, export, zakelijke leiding en productontwikkeling. De productie, techniek en inkoop zijn in handen van Steven. Steven was eerder docent aan de hogeschool voor brouwerij CTL in Gent. Steven studeerde scheikunde in Nijmegen. Vanaf 1993 studeerde hij vier jaar voor brouwingenieur aan het CTL in Gent (Hogeschool Gent), alwaar hij afstudeerde met een project over ondergisting bij de onderzoeksafdeling van Interbrew in Leuven. Zijn eerst baan was een onderzoek in Gent over gedroogde gisten, waarna hij aan de slag ging bij Brouwerij Palm als projectingenieur kwaliteit. In 2002 vertrok de professor die brouwerijlessen verzorgde aan de Hogeschool Gent (associatie Universiteit Gent). Er werd aldaar een assistent gezocht voor de proefbrouwerij en het lab: Steven werd docent aan het CTL. Dit hield hij vierenhalf jaar vol, namelijk tot eind 2006. In 2007 waren er zes personen werkzaam bij de brouwerij, waarvan een aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

In augustus 2009 werd het management van Sint Christoffel eigenaar van de brouwerij door middel van een management-buyout. Op 11 januari 2013 werd bekend dat de brouwerij failliet dreigde te gaan. Dat komt omdat investeerder Maarten Kruijtzer, sinds anderhalf jaar grootaandeelhouder, een vervangingsinvestering van € 350.000 niet meer wil doen. Kruijtzer wil echter ook geen afstand meer doen van de merknaam, waardoor een verkoop van het bedrijf niet mogelijk is. Dat zeggen bierbrouwers Joyce van den Elshout en Steven van den Berg die het bedrijf in Roermond bestieren. Maarten Kruijtzer heeft een bedrijf in de VS dat bieren exporteert en importeert. Christoffel telde op dat moment 7 fulltime medewerkers en draaide een jaaromzet van € 500.000. De brouwerij exporteerde de helft van de productie naar het buitenland. De brouwerij is inmiddels gesloten en de medewerkers zitten thuis. "We kunnen dus niet meer leveren, waardoor de schade al is aangericht. Een faillissement is een kwestie van tijd", zegt Van den Elshout. In januari 2013 ging de brouwerij failliet.

2013 - heden: Speciaalbierbrouwerij St. Christoffel

Vrij snel na de sluiting maakte de brouwerij een doorstart onder leiding van Maarten Kruijtzer. De bieren werden vanaf dat moment niet meer gebrouwen in de ketels in Roermond, maar met behulp van de brouwfaciliteiten van de Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi. In 2015 werd de naam van de brouwerij gewijzigd in Sint Christoffel Bieren en in 2017 werd het Speciaalbierbrouwerij St. Christoffel.

In 2019 verhuisde het bedrijf administratief van Breda naar Haarlem.

 

  • 1987 - Bierbrouwerij 't Kuipertje

Geschiedenis

Bierbrouwerij 't Kuipertje is begonnen in 1987, nadat Frits Kuiper bij de gemeente, waar hij werkte, nog maar voor halve dagen aan de slag kon n.a.v. een ingrijpende reorganisatie. Het eerste bier werd gebrouwen op 1 februari 1988. De hobbybrouwer besloot al snel de rest van zijn tijd aan het brouwen te besteden om uiteindelijk zijn baan als ambtenaar te laten voor wat het was en zich full-time aan zijn brouwerij toe te wijden. Hij liep een aantal stages bij andere brouwerijen (waaronder Brouwerij De Gans en Brouwerij 't IJ), maakte zijn eigen brouwinstallatie en ging van start onder de naam Gelderse Bierbrouwerij 't Kuipertje. De eerste twee jaren van haar bestaan was de brouwerij gevestigd in de zijvleugel van een voormalige school in Herwijnen, die hij moest delen met een kofferfabrikant. Nadat het pand werd verkocht vond hij in 1989 onderdak in een vleugel van een oude steenfabriek (De Koornwaard) aan de Linge te Heukelum. Ook dat duurde maar kort, want nog geen jaar later verhuisde hij naar het vroegere koetshuis van diezelfde steenfabriek. Een hele verbetering, daar hier ook onderdak was voor het proeflokaal (Het Koetshuis).

De brouwerij wordt gerund door de gehele familie Kuiper: Frits, zijn vrouw Ineke, alsook de overige gezinsleden Caroline, Jeroen en Henk. De brouwerij gebruikt directe verwarming van de brouwketel, waardoor er karamellisatie plaatsvindt tijdens het brouwen. Hierdoor krijgen de bieren toch een donkere kleur. Er worden alleen bieren van hoge gisting gebrouwen. Per week wordt er een hoeveelheid van 1200 liter bier gebrouwen. Het afvullen van de flessen geschiedt handmatig met een snelheid van 700 flessen per uur. Het kroonkurk-apparaat daterend uit 1902 kostte destijds 300 gulden en werd door Amstel voor de detailhandel aangeschaft.

In 1998 werd er drie keer per twee weken gebrouwen.

Sinds 1 januari 2000 werd Henk Kuiper, de zoon van Frits, deelgenoot van de brouwerij. Ook zijn vrouw Dio steekt haar handen uit de mouwen.

Per 1 januari 2002 verliet Frits Kuiper de brouwerij, waarna Henk de scepter zwaaide. In 2001 werd er iedere twee weken drie keer 700 liter gebrouwen. Dat jaar werd ook besloten in principe geen flessen meer af te vullen, doch alleen fusten. Later werd toch weer gewoon op flessen afgevuld.

Op 21 februari 2011 kwam de oprichter van de brouwerij, Frits Kuiper, te overlijden.

 

  • 1989 - Bierbrouwerij & Stokerij Onder De Linde

Geschiedenis

Brouwerij Onder de Linden werd in december 1989 geopend. Het bedrijf is gevestigd in een voor dat doel verbouwde voormalige schaapskooi, die behoort tot de opstallen van Café Onder de Linden. Inmiddels is de brouwerij gelegen tussen de nieuwbouw, industrie en universiteitscomplexen, maar bij de start lag het aan de rand van een uitgestrekt heidegebied. Het Café, nog ingericht zoals in de jaren 50, doet dienst als proeflokaal. Het is ook de bakermat van de brouwerij. Hans Boer, succesvol horeca-ondernemer en uitbater van Café Onder de Linden, en Leo Saaijer, succesvol amateurbrouwer zaten onder het genot van een zelfgebrouwen pint te mijmeren over een eigen brouwerij. Na lang slepende procedures tegen hun aanvraag hinderwetvergunning en een ingrijpende verbouwing van de grote schuur kon hun brouwerij dan eindelijk van start gaan. De productie-omvang van de brouwerij is vrij gering. Het grootste gedeelte van het bier verlaat de brouwerij op vat en is verkrijgbaar in de regio Wageningen.

In 2004 werd een nieuwe maisch-/kookketel (400 liter) aangeschaft, waarmee per keer 300 liter kan worden gebrouwen. De oude ketel (afkomstig van de Noorderbierbrouwerij in Alkmaar) werd vervangen door een zogenaamd éénketelsysteem. In 2004 werd er per keer 300 liter gebrouwen. De jaarproductie van 9.000 liter. Het meeste bier wordt afgezet in de regio en voor een groot deel zelfs in Wageningen. Slechts een klein deel van het bier wordt afgevuld op fust, voornamelijk voor Café Onder de Linden van uitbater Hans Boer. De rest van het bier verlaat de brouwerij in 75 cl flessen. In 2005 werd de ketel van 100 liter vervangen door een halfautomatische brouwinstallatie met een capaciteit van ruim 400 liter.

Aanvankelijk was Leo Saaijer de persoon die de roerstok hanteerde, maar steeds meer nam ook Hans Boer de roerstok ter hand.

In 2005 was de Gelderse Tripel het bekendste en meest verkochte bier. De grootste hoeveelheid bier wordt afgezet via Slijterij Woudenberg in Wageningen en vanzelfsprekend in het Café Onder de Linden. Brouwerij Onder de Linden maakt tevens gebruik van de brouwfaciliteiten van de Maasland Brouwerij.

In 2012 kwam Hans Boer te overlijden. Vanaf 2012 werd er nauwelijks meer gebrouwen. Leo Saaijer hield zich voornamelijk bezig met distilleren. In februari 2014 werd het pand overgenomen door de horeca-ondernemers Nico Jacobs en Henko Zonnenberg.

Stokerij De Onrust

In 2000 ontpopte de brouwerij zich tevens als distilleerderij. Wekelijks werden er een aantal flessen Wageningse borrel gestookt. Stokerij De Onrust stookt op kleine schaal van bierresten een oude jenever (40%), die aanvankelijk alleen in Wageningen verkrijgbaar was. Op 4 april 2005 ontving de brouwerij uit handen van de staatssecretaris een oorkonde als aanmoedigingspremie voor 'hun veelbelovende distilleerderij en bijbehorend product'. De brouwerij overweegt de huidige installatie om te distilleren te vervangen voor een exemplaar met een grotere capaciteit.

 

  • 1989 - Bierbrouwerij Oijen

(1989-2015) Speciaalbierbrouwerij Oijen
(2015-) Bierbrouwerij Oijen

Geschiedenis

D'n Osche Brouwer

Aanvankelijk opereerde de brouwerij onder de naam Bierbrouwerij D'n Osche Brouwer. De brouwerij werd opgericht op 1 mei 1991, toen nog als hobbybrouwerij. Initiatiefnemer was de uit Macharen afkomstige PietKees Roeland (1957). PietKees raakte al vrij snel besmet met het brouwvirus en hield zich hier aanvankelijk hobbymatig mee bezig. In Bolsward volgde hij de opleiding voor levensmiddelentechnologie met als specialisatie 'Drank'. Zijn enthousiasme voor het brouwersvak werd aangewakkerd door een docent die bij Heineken had gewerkt. Hij doorliep een stage bij Oranjeboom in Rotterdam. Er ging wat tijd overheen voordat hij daadwerkelijk in het brouwersvak rolde. Na de militaire dienst kwam hij in de horeca terecht. Hierna trad hij in dienst bij een Nijmeegs bedrijf in babyvoeding, alwaar hij werkzaam was als kwaliteitsinspecteur. Onder de naam 't Oske kwam het eerste commerciële bier uit de brouwketels vloeien. Het bier werd verkocht bij slijterij annex wijnhandel De Smit in Oss. Later werd Ambrosius aan het assortiment toegevoegd. De brouwerij richt zich op de regio en heeft vooralsnog niet de intentie om landelijk dekkend te worden. Het bier wordt dan ook voornamelijk afgezet bij regionale horeca-gelegenheden en drankhandels. De gewenste brouwerij in Oss, de vroegere woonplaats van PietKees, zou er uiteindelijk niet komen. De gemeente Oss zag kennelijk geen heil in de plannen. Toen PietKees nog woonachtig was in Oss brouwde hij in zijn garage. Er was toen al vraag naar rondleidingen, maar zijn kleine garage was hiervoor niet geschikt.

Speciaalbierbrouwerij Oijen

De brouwerij is gelegen op een sfeervolle locatie in het zicht van de Maas ongeveer 10 kilometer ten noorden van Oss, precies op de grens van de kerkdorpen Oijen en Macharen. De brouwerij is gevestigd in een voormalige koeienstal van een boerderij die eigendom is van brouwer PietKees Roeland, vader van drie zonen: Skip (1989), Fokke (1990) en Jop (1991). De oude drinkbakken in het proeflokaal herinneren nog aan de dorst van de koeien. De mestput is omgebouwd tot brouwruimte en een huistap verzorgt nu de dorst van de gasten.

In 2002 werd de naam veranderd in Speciaalbierbrouwerij Oijen. De professionalisering werd een feit toen de brouwerij op 17 mei 2002 officieel werd geopend door de burgemeester van Lith: mevrouw van Hoek-Martens. Op dat moment werd er op locatie aan de Oijense Bovendijk al drie jaar gebrouwen maar puur hobbymatig. Sinds 2002 wordt er 2000 liter bier per week gebrouwen. Het bier wordt getapt in het proeflokaal van de brouwerij.

Bierbrouwerij Oijen

Begin 2015 deden PietKees en Carlette (1956) Roeland de brouwerij over aan hun oudste zoon Fokke en zijn vriendin Lonneke van der Locht. De naam van de brouwerij werd gewijzigd van Speciaalbierbrouwerij Oijen naar Bierbrouwerij Oijen. In 2014 werd er 500 hl bier gebrouwen.

Vanaf 2018 produceert de brouwerij in Lith en wordt de oude mestput waar eerst werd gebrouwen nu gebruikt als distilleerderij voor Jan Limoen. Thissen's Brouwerij Lith en Bierbrouwerij Oijen brouwen gezamenlijk in dezelfde brouwerij in Lith.

 

  • 1989 - Stadsbrouwerij De Drie Ringen

Geschiedenis

In het historische hart van Amersfoort in de nabije omgeving van de Koppelpoort is sinds januari 1990 Brouwerij de Drie Ringen gehuisvest. De herbergbrouwerij is gevestigd in een gerenoveerd pand met een door een antieke gevelsteen met drie gouden ringen versierde gevel. Reeds in de zeventiende eeuw bestond er een brouwerij met dezelfde naam. Stichting De Vriendenkring Der Amersfoortsche Bierbrouwerij De Drie Ringen werd opgericht. Initiatiefnemers achter Stadsbrouwerij De Drie Ringen waren Piet de Haan en de heer Korthals Altes. Met name laatstgenoemde heeft zich met raad en daad ingezet om er de prachtige en volledig professionele herbergbrouwerij van te maken wat deze nu is. De van binnen modern en sober ingerichte brouwerij kan worden bezocht. De glazen scheidingswand maakt het mogelijk dat men de verschillende stappen van het brouwproces op de voet kan volgen. In 1994 is de brouwerij in financiële problemen geraakt. De oorzaak zou liggen in het feit dat er een zeer geringe belangstelling zou bestaan van de lokale horeca-ondernemers. Amersfoort telde in 1994 ruim 100 drinkgelegenheden, maar nog geen vijf procent promootte en verkocht het bier van Stadsbrouwerij De Drie Ringen. Ook de afzet via regionale slijterijen en afhaal bij de brouwerij bleef achter op de verwachtingen. De VVV begon met een promotie-campagne en door de "Stichting der Amersfoortsche Bierbrouwerij De Drie Ringen" werden sponsors gezocht. In maart 1994 kwam Piet de Haan in contact met Walrick Halewijn, die zelf onder andere enkele horeca-gelegenheden beheerde, waaronder ABT-Café Mariposa. Vanaf mei 1994 kwam de brouwerij onder de hoede van Walrick Halewijn en legde Piet de Haan de roerstok erbij neer. In 1996 werd de naam van de brouwerij gewijzigd van Amersfoortsche Bierbrouwerij "De Drie Ringen" naar Amersfoortsche Stadsbierbrouwerij "De Drie Ringen". De Amersfoortse Stadsbierbrouwerij "De Drie Ringen" is als proeflokaal geopend vanaf donderdag tot en met zaterdag tussen 13.00 en 19.00 uur. Voor rondleidingen dient een afspraak te worden gemaakt. Ze vinden plaats met een minimum aantal personen van tien. De prijs per persoon voor een rondleiding bedraagt acht euro, waarin een consumptie is inbegrepen. Het is ook mogelijk om bij de brouwerij bier- en/of geschenkverpakkingen te kopen. Ook kan de ruimte worden gehuurd voor een receptie, lezing et cetera. Begin 2002 nam Gerrit Hammink de roerstok over van Walrick Halewijn. Eerder al, namelijk in 1998, volgde Corry Derks Walrick Halewijn op als directielid. In 2003 hanteerden Corrie Derks en Cor Brons de roerstok.

In 2007 wordt er verbouwd en wordt het brouwhuis verplaatst om meer ruimte in het proeflokaal te creëren. In 2007 werd er wekelijks door brouwer Cor Brons 1.000 liter bier gebrouwen. Het leeuwendeel werd afgevuld op fust en een klein deel op 75 cl flessen. Het bier was in 2007 verkrijgbaar in twaalf horeca-gelegenheden in Amersfoort. Het bier dat verkocht wordt in 33 cl flesjes wordt gebrouwen bij de Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi. Per 1 mei 2011 legde Cor Brons de roerstok erbij neer. Met ingang van 1 november 2012 nam de voormalige kroegbaas en kunstschilder Gert van Reenen Brouwerij De Drie Ringen over. In maart 2013 werd bekend dat de toenmalige brouwer, Oscar Moerman, verkaste naar Brouwerij Maallust. Cor Brons nam de roerstok toen weer ter hand. In februari 2016 gooide de toen 68-jarige Cor Brons de roerstok erbij neer. Cor was 18 jaar brouwer bij Stadsbrouwerij De Drie Ringen. Cor werd gedurende die periode regelmatig terzijde gestaan door techneut Ruud van Willigenburg (1942) en oud-brouwmeester Piet de Haan (1952). Marijn Veldhuizen (1987) nam de roerstok over.

Gert van Reenen kwam op 83-jarige leeftijd te overlijden in de nacht van 20 op 21 december 2018. Gert was al enige tijd ziek.

Per 1 augustus 2020 droeg Ria Gevers de scepter over aan Toon Sterrenburg.

 

  • 1990 - Bierbrouwerij De 3 Horne

Geschiedenis

  • "Alweer een fleske van Sjefke"

Sjef Groothuis (1951), werkzaam bij het Hoogheemraadschap en afkomstig uit het Brabantse Kaatsheuvel genoot al enige tijd aanzien als amateurbrouwer. Zoals iedere amateurbrouwer droomde ook hij ervan om van zijn hobby zijn beroep te maken. Dat vergt echter een grote investering en daarom besloot hij de zaken kleinschalig aan te pakken. In 1990 werd een deel van de garage bij zijn huis in Kaatsheuvel verbouwd en als brouwerij ingericht. Op slechts zes vierkante meter wist hij de forse brouwketels met een inhoud van ongeveer 2 hl alsook een afvulmachine onder te brengen. De brouwerij werd officieel opgericht op 28 augustus 1990. In 1992 werd een aanvang gemaakt met de verbouwing van een voormalige schoenfabriek aan de Marktstraat, in het centrum van Kaatsheuvel, tot brouwerij. In 1993 werd de apparatuur geplaatst. Op de begane grond werd gebrouwen en is ook het magazijn gevestigd. Op de eerste verdieping is het proeflokaal ondergebracht. Als brouwketels werden twee oude kookketels van Hero gebruikt, waar vroeger tomatensap in werd gemaakt. In 1995 werd de ene week twee maal 700 liter gebrouwen en de andere week één maal 700 liter, daar het afvullen zoveel tijd kost. De filterbak is door Sjef zelf ontworpen en de Nilfisk-koeler (gemaakt van een stofzuigerketel) dient om de stoom af te voeren, want de brouwerij ligt in een woonwijk en heeft geen afvoer naar buiten. De kroonkurkmachine is afkomstig van Brouwerij De Kroon en kan 4.000 flesjes per uur verwerken. In 1999 werd er 60 hl per maand gebrouwen.

In 2000 speelde Sjef Groothuis met de gedachte de brouwerij te verhuizen naar een nieuwe locatie, namelijk de brandweerkazerne in het centrum van Kaatsheuvel. In de loop van 2002 werd echter duidelijk dat dit geen haalbare kaart bleek.. Reden hiervoor was het feit dat de gemeentelijke herinrichting pas vijf/zes jaar na dato gerealiseerd zou kunnen worden. Ondertussen werd de speurtocht naar een andere locatie naarstig voortgezet. Een brandweerkazerne en een pand van de plaatselijke KPJ zag hij aan zijn neus voorbij gaan, evenals de oude Brouwerij De Valk in Vlijmen en een industrieel pand in Kaatsheuvel. Later keek Sjef naar een pand in Udenhout en een pand in Waalwijk. In 2012 werd 70% van de bierproductie in opdracht gebrouwen, de overige 30% waren eigen bieren.

Winkel

Sinds augustus 2001 beschikt de brouwerij over een winkel waar attributen en grondstoffen voor het zelf brouwen van bier verkocht worden.

 

  • 1990 - Stadskasteel Oudaen

Geschiedenis

Aan de Oude Gracht, in het centrum van Utrecht, ligt Stadskasteel Oudaen. De historie van het kasteel gaat terug tot in de middeleeuwen. Na een grondige restauratie kreeg het een horecabestemming. Het werd een schitterend bedrijf met een zalencentrum, een specialiteitenrestaurant van allure, een klein theater en een zeer sfeervol proeflokaal. In deze sobere maar stemmige ruimte, in vroeger tijden de ridderzaal, was al jaren een ruim aanbod speciaalbier verkrijgbaar. Maar sinds november 1990 beschikt deze unieke horecagelegenheid ook over een eigen brouwerij. In de werfkelders onder het kasteel en direct aan de gracht staat een ultramoderne installatie opgesteld met onder andere twee, door een Belgische ketelfabriek vervaardigde, koperen ketels met een inhoud van 1000 liter. De verhitting van de ketels gebeurt met stoom, die overigens met behulp van moderne gasverwarming wordt opgewekt. De brouwerij is een huisbrouwerij, dat wil zeggen dat bijna al het geproduceerde bier wordt afgezet in het eigen proeflokaal Oudaen. Het bier wordt afgevuld op een 1000 liter ketel die rechtstreeks is aangesloten op de tap. Dit betekent een enorme besparing van flessen, kratten, bottel en transportkosten. Op 1 oktober 1995 gaf Lodewijk Swinkels de roerstok over aan Nico Derks, die tot op dat moment de roerstok hanteerde in Stadsbrouwerij Sint Martinus te Groningen. Nico Derks wordt in de brouwerij geassisteerd door Albert Veurman. Met de komst van Nico Derks is de brouwerij voor het eerst in haar bestaan over gegaan tot het bottelen van haar bier. In eerste instantie werd het Willibrord en het Ouwe Daen afgevuld op flessen van 75 cl In 1995 werd een jaaromzet behaald van 1500 hl. In 1996 werd de naam van de brouwerij gewijzigd van Utrechtse Stoombierbrouwerij Oudaen naar Utrechtse Stoombierbrouwerij. In de zomer van 1996 was er sprake van dat het Utrechtse Stadskasteel Oudaen met financiële problemen kampte. Er is toen aan enkele erbij betrokken BV's surseance van betaling verleend. Er waren problemen ontstaan doordat er diverse rechtszaken liepen die tamelijk veel geld kostten. Later stabiliseerde de situatie zich echter weer en bleek de doorstart een succes. Sinds 1 april 1997 is het bedrijf Grand Hotel Krasnapolsky de nieuwe eigenaar van de brouwerij. Hiermee werd ook het personeelsbestand overgenomen en werd geïnvesteerd in een opknapbeurt van het Stadskasteel. Grand Hotel Krasnapolsky is vooral bekend van het gelijknamige hotel aan de Amsterdamse Dam. Het bedrijf bezit hiernaast diverse hotels en restaurants in Amsterdam en Den Haag. Verder verzorgt men het management van Holiday Inn in Utrecht. Sinds mei 1999, met het vertrek van Nico Derks naar de Texelse Bierbrouwerij, wordt de roerstok gehanteerd door Joscha Schoots, de assistent van Nico Derks, en Constant Keinemans, afkomstig van het Eetcafé Bierbrouwerij het Brouwcafé. Schoots en Keinemans kwamen beiden in aanraking met het beroep van bierbrouwer tijdens hun opleiding levensmiddelentechnologie aan het Middelbaar Agrarisch Onderwijs. Schoots doorliep zijn stage bij Brouwerij De Raaf in Heumen en werkte daarna vijf maanden bij La Trappe, de trappistenbrouwerij in Tilburg. Met ingang van 1 oktober 1999 vertrekt ook Joscha Schoots naar de Texelse Bierbrouwerij. Sinds maart 2001 is het Annelies Fleerakkers, overgekomen van Bierbrouwerij het Brouw Café, die de roerstok hanteert. Vanaf 1 januari 2003 werd de roerstok overgenomen door Joppe de Bres. Annelies Fleerakkers verliet de brouwerij per 31 december 2002 voor een 'sabbatical leave' van ruim een half jaar en is voornemens na die tijd het brouwen weer voort te zetten. Joppe is woonachtig in 's-Hertogenbosch. Hij was eerder werkzaam op het laboratorium van Vrumona. Lang was hij actief als thuisbrouwer en heeft hij na zijn MAS en HAS opleidingen ook met de brouwinstallatie van Walhalla gewerkt. Joppe werd vanaf 25 november 2002 ingewerkt door Annelies Fleerakkers tot het einde van dat jaar. Op 1 mei 2003 droeg het beursgenoteerde NH Hoteles (voorheen Krasnapolsky N.V.) de exploitatie van Stadskasteel Oudaen over aan het huidige managementteam: Peter Elzendoorn en Ireen Ophof (assistent bedrijfsleider). NH Hoteles vond dat Oudaen niet thuis hoorde binnen haar kernactiviteiten. omdat het niet over hotelkamers beschikte. De exploitatie van het Stadskasteel werd vanaf dat moment voortgezet onder de naam Oudaen B.V. Daaronder vielen het restaurant, het proeflokaal, vier banquetzalen voor vergaderingen, diners en feesten en de brouwerij. Dit had geen gevolgen voor de werkgelegenheid. Peter Elzendoorn was al vanaf het begin betrokken bij Oudaen en was onder andere vestigingsmanager. Het zat Joppe de Bres niet mee. Het begon in april 2003 met een defecte turbine van de stoomketel. Die ging na 13 jaar stuk en moest worden vervangen. Een extra complicatie was dat de exploitatie van de brouwerij op 1 mei overging naar het vroegere personeel. De brouwinstallatie was eigendom van Heineken en in bruikleen afgestaan. Men werd het niet eens over wie de schade moest betalen. Pas een maand later werd een nieuwe stoomketel besteld. Een Nederlandse fabrikant kon een maatwerkketel leveren die ook nog naar binnen kon in het middeleeuwse gebouw met zijn enorm dikke muren en nauwe doorgangen. Eind augustus ging de koelinstallatie van de gist/lager tanks storingen vertonen. De verdamper bleek lek te zijn. Een week later ging hij echt stuk. Deze keer kon er sneller een nieuwe koelinstallatie worden aangeschaft, nu met een dubbele compressor. In oktober was deze in bedrijf, te laat om een eigen Oudaen bokbier te brouwen. Dit terwijl Joppe juist zulke mooie plannen had om een bokbier van eigen recept, weer met honing, te brouwen. Een huisbrouwerij als Oudaen heeft voor ongeveer een maand bier op voorraad. Er wordt niet gebotteld, dus als de tanks leeg zijn is het bier op. Gedurende de periode dat er niet gebrouwen kon worden heeft Joppe de brouwerij aan een totale revisie onderworpen. De condens- en stoomleidingen werden nagelopen, pompen op hun werking gecontroleerd. Ook de appendages van de gisttank werden vervangen. In 2004 verhuisde brouwmeester Joppe de Bres naar Brouwerij De Beyerd in Breda. De nieuwe brouwmeester werd John Mulders die hiervoor als brouwer werkzaam was bij Heineken in Den Bosch. Hiernaast is Annelies Fleerakkers voor 16 uur werkzaam als brouwmeester bij de brouwerij. Op 14 april 2008 werden er twee nieuwe biertanks, ieder met een inhoud van 1400 liter, geplaatst. Met deze uitbreiding kan de brouwcapaciteit groeien van 65.000 liter naar 90.000 liter per jaar.

Op 27 maart 2017 werd bekend gemaakt dat de toenmalige eigenaren Ireen Ophof en Peter Elzendoorn het Stadskasteel Oudaen verkopen aan de eigenaren van onder andere PK Bar & Kitchen (voorheen Café/Restaurant King Arthur), het naastgelegen restaurant. Oudaen heeft vervolgens een complete renovatie ondergaan, waarbij de authenticiteit van het gebouw bewaard is gebleven. Ook de brouwerij is compleet vernieuwd. Hier kun je lekker borrelen tussen de brouwketels, een rondleiding en een proeverij doen of bier drinken op het werfterras direct aan het water van de Oudegracht.

 

  • 1991 - Bierbrouwerij Vermeersen

(1991-1994) Zeeuwsch-Vlaamsche Bier Brouwerij B.V.
(1994-2016) Brouwerij De Halve Maan B.V.
(2016-) Bierbrouwerij Vermeersen

Geschiedenis

De brouwerij dankt haar tweede naam, De Halve Maan, aan een deel van de verdedigingswerken van Hulst. Buiten de aarden vestingwal lagen vroeger steeds tussen twee ravelijnen de zogenaamde 'halve manen'. Dit waren kleine driehoekige eilandjes in de vest, waarop enkele manschappen en een kanon geplaatst werden wanneer een vijandelijk leger de stad naderde. De brouwerij werd dicht in de buurt van de plaats waar vroeger zo'n eilandje lag gebouwd. Zoals in alle steden in de Middeleeuwen waren er ook in Hulst veel brouwerijen. De meeste brouwerijen werden die tijd vernoemd naar de brouwers. Binnen de stadswallen van Hulst was een klooster gesitueerd dat werd bewoond door Franciskaner monniken, de Minderbroeders. Het gebouw van de oude brouwerij stond op een gedeelte van dit kloosterterrein. Hulst had in het verleden al een bierbrouwerij met de naam De Halve Maan. In 1989 is men begonnen met de bouw van deze brouwerij net buiten de vesting. De laatste brouwer/eigenaar, Emiel Wauters, gaf hiertoe de aanzet en gaf toestemming voor het gebruik van de naam. Aan het begin van de Absdaalseweg, even buiten de Gentse Poort, is een uit de negentiende eeuw daterend graanpakhuis omgebouwd tot bierbrouwerij. Achter dit pand lag vroeger het station van Hulst. Tegen het einde van de vorige eeuw werd het laatst overgebleven gedeelte van de stationsgebouwen aangekocht om er een proeflokaal in te vestigen. De drijvende krachten waren toen Geert de Smet en Paul Vermeersen. Laatstgenoemde was eigenaar van de gelijknamige drankengroothandel. Geert de Smet, brouwingenieur, is bijna tien jaar werknemer geweest bij Interbrew, eerst als brouwmeester en later als troubleshooter. Het was Geert de Smet die de brouwinstallatie met veel verstand van zaken bijeenkocht uit recentelijk gesloten vestigingen van Interbrew. Zo zijn de brouwketels afkomstig van Brouwerij Artois in Leuven en de voormalige Brouwerij Martinas in Merchtem, waar eens Ginder Ale het licht zag. Eind 1991 kon het eerste brouwsel worden geproefd: Zeeuwse Witte. De huisbrouwerij werd een mini-brouwerij na inbouw van een ruimere kookketel uit Gistel. De gehele opbouw gebeurde in eigen beheer. In 1993 is Geert de Smet zich bezig gaan houden met de marketing van zijn bier en liet het brouwen over aan Chris Wisse. Chris volgde met succes een brouwopleiding in Gent en was sinds 1989 in dienst bij Huisbrouwerij Domus in Leuven. Eind 1993 werd er geinvesteerd in een afvullijn. Gedurende de winter van 1993/1994 lag de produktie stil. Een grondige verbouwing werd maart 1994 afgesloten. Geert de Smet trok zich terug en nam vervolgens de roerstok bij Brouwerij Bios-van Steenberge ter hand. In 1994 werd ook de naam van de brouwerij gewijzigd van Zeeuwsch-Vlaamsche Bier Brouwerij B.V. in Brouwerij De Halve Maan B.V. en werd besloten om het bottelen uit te besteden aan Brouwerij De Smedt in Opwijk (België) totdat de eigen bottelarij in gebruik kon worden genomen. Brouwer Chris Wisse verliet de brouwerij per 1 november 1996. Met ingang van 1 februari 1997 werden de activiteiten van Drankenhandel Vermeersen afgestoten. Hierdoor kreeg de familie Vermeersen de handen vrij om de brouwerij nieuw leven in te blazen. John Vermeersen (1968) ging zich concentreren op de eigen specialiteiten. In maart 1997 werden de brouwactiviteiten hervat. Henk Fitters was de nieuwe brouwmeester, maar werd later opgevolgd door Mark Knops. In de zomer van 2001 werd het oude stationsgebouw achter de brouwerij geopend als ontvangstruimte en proeflokaal. In 2011 werd een andere afvullijn in gebruik genomen.

Op 19 december 2016 werd bekend gemaakt de naam van de brouwerij wordt gewijzigd van Bierbrouwerij De Halve Maan in Bierbrouwerij Vermeersen. De reden hiervoor was het feit dat Brouwerij De Halve Maan uit het Belgische Brugge bezwaar maakte tegen de naam van de brouwerij uit Hulst.

 

  • 1991 - SNAB Bierbrouwers

Geschiedenis

De Stichting Noord-Hollandse Alternatieve Bierbrouwers (S.N.A.B.) werd op 24 januari 1991 opgericht door Derek Walsh, Cees van Zwam, Cor Vlietstra en Piet de Roo. De stichting ontstond uit de Noord-Hollandse Bierkring "De Herrezen Pauw". Het primaire doel van de stichting is het promoten van de biercultuur in het algemeen en het promoten van alternatieve bieren in het bijzonder. Onder alternatieve bieren worden bieren verstaan die met nieuwe grondstoffen en methodes worden gebrouwen. Om haar doelstellingen te bereiken richt de stichting haar aandacht op het ontwikkelen en commercieel exploiteren van nieuwe bieren die niet of nooit eerder in Nederland gebrouwen zijn geweest. De S.N.A.B. staat, met andere woorden, voor:

  1. CULTUUR: De (her)introductie van oude biersoorten die verloren zijn gegaan en bieren die nooit in Nederland zijn gebrouwen. 
  2. KARAKTER: Het brouwen van bieren met een eigen, herkenbare smaak. Avontuur en smaaksensatie krijgen de nadruk.
  3. CREATIVITEIT: Door gebruikmaking van natuurlijke, niet-conventionele grondstoffen gaat de S.N.A.B. een grensverleggende uitdaging aan, maar ook klassieke bieren worden gecombineerd tot nieuwe, alternatieve bieren.

Voor het brouwen van de door S.N.A.B. ontwikkelde recepten werd in de loop van de tijd bij diverse brouwerijen capaciteit ingehuurd. Sinds een aantal jaren worden de S.N.A.B.-bieren gebrouwen bij de "Proef" Brouwerij te Lochristi in België. De door de S.N.A.B. ontwikkelde bieren voldoen, volgens eigen zeggen, aan zeer hoge kwaliteitseisen en zijn vervaardigd van natuurzuivere grondstoffen, zonder chemische toevoegingen. In 2006 won de brouwerij de tweede prijs in de silver award in de Brewers Association (BA) World Beer Cup 2006. Deze grootste en meest diverse bier competitie voor brouwerijen, die bieren beoordeelt van over de hele wereld, wordt ook wel The Olympics of Beer Competitions genoemd, deze naam dankt men mede aan zijn prestigieuze prijstoekenning en panel van internationale proef experts uit o.a. de brouwerij en andere gerelateerde industrie. De SNAB heeft een silver award ontvangen in categorie 29 German-Style Strong Bock, met 27 inzendingen. De brouwers van SNAB zijn Peter Kost (voorzitter), Jaap Sulkers en Marcel Vermeulen (penningmeester). Gert Roos was brouwer, maar is in 2017 overleden.

 

  • 1994 - Bierbrouwerij Kasparus

Geschiedenis

  • "Liefde Smaakt"

Op 22 november 1994 werd Bierbrouwerij Kasparus opgericht door amateurbrouwers Kasper Katuin en Eddy Elswijk. Aanvankelijk werden in de garage van Kasper Katuin in Nagele, kleine batches gebrouwen van een breed assortiment aan bieren. Na 2000, Eddy Elswijk had de brouwerij inmiddels verlaten, werden grotere batches in Duitsland en België gebrouwen, en bij de Scheldebrouwerij in 's-Gravenpolder.

Voor de Schokkersvereniging werd het donkere Schokkers Last en het blonde Schokkers Lust ontwikkeld. Naast de meer traditionele biersoorten zoals pilsener, witbier, bokbier en tripel produceert Kasparus ook fruitbieren met o.a. aardbeien, frambozen, kersen en zwarte bessen.

Vanaf 2005 huurde Kasper Katuin een pand in de Eggestraat in Nagele, waarin de brouwerij werd ondergebracht. Tevens werd er een proeflokaal en een restaurant ingericht. Hieraan kwam in 2015 een einde toen de verhuurder besloot het pand te verkopen. Noodgedwongen verhuisden de brouwactiviteiten weer naar de installatie in de schuur.

 

  • 1994 - Huisbrouwerij Mieghelm

Geschiedenis

Brouwmeester Thijs van den Helm is telg uit een bakkersgeslacht maar hij werd smid. Jarenlang trok hij met zijn smidsvuur, aambeeld en blaasbalg langs ambachtenmarkten in heel Nederland. In verloop van tijd ontstond zo een enorme collectie oude gereedschappen en dergelijke nostalgische spullen die te maken hadden met zijn vak. Op enig moment is hij begonnen om al deze spullen uit te stallen in de boerderij (rond 1987) waar ook zijn smederij gevestigd was. Bij een boerderij hoort een bakhuisje, vond Thijs. Dat werd gebouwd met hierin een ouderwetse bakoven die met hout gestookt wordt. Iets later volgde een complete blikslagerij. De gehele verzameling groeide uit tot een ambachtencentrum waar vele mensen uit Nederland een kijkje kwamen nemen.

In de jaren 90 vroeg Thijs zich af of hij ook “koper kon kloppen”. Hij ging aan de slag en creëerde zelf van koperen platen twee brouwketels, geïnspireerd door de koperen ketels van brouwerij De Ridder in Maastricht. Toen deze klaar waren vroeg hij zich af of hij hiermee ook bier kon brouwen. Met hulp van bekenden uit het dorp heeft hij een brouwhuis gemaakt en van hen leerde hij ook brouwen. Dit werd het vierde ambacht van het ambachtencentrum. In 1994 was het eerste brouwsel klaar, Thijs werd in dat jaar 50 en zijn eerste bier noemde hij Abrahambier. Tot op de dag van vandaag wordt nog steeds dit recept gebruikt voor het brouwen van Abrahambier. Zijn brouwerij kreeg de naam Mieghelm. Dit is een samenvoeging van Sint-Michielsgestel (de woonplaats van Thijs) en zijn achternaam.

In 1999 werd er iedere twee tot drie weken 500 liter bier gebrouwen.

 

Eind 1999 namen negen bedrijven en families in de omgeving van de brouwerij een advocaat in de arm om te protesteren tegen de horecaoverlast van de brouwerij. Boze tongen beweren dat er geen vergunning zou zijn afgegeven voor het drijven van een brouwerij, een bakkerij en een ontvangstruimte.

In 2003 sloot het museum de deuren. Hoewel gesloten, bleef Thijs brouwen en kleinzoon Han (1987) raakte geïnteresseerd. Han leerde als 14-jarige jongen het brouwen van zijn opa. Nadat Thijs stierf op 16 september 2016 pakte Han het ambacht als hobby weer op en leerde zijn vader de fijne kneepjes van het vak. Han en John brouwen sindsdien met regelmaat bier. Samen hebben zij al enkele mooie nieuwe bieren aan de collectie toegevoegd. Af en toe met het nodige “gehannes”, maar vooral met veel plezier. Het bier gaat naar de plaatselijke slijter en wordt (sinds 2018 heeft het museum de deuren opnieuw geopend) gedronken door de gasten die het ambachtencentrum bezoeken.

En dat maakt dat wat ooit als een hobby van Thijs begon nu door drie generaties met passie wordt voortgezet. Ook Karin van Breugel, de vrouw van John, helpt mee in het ambachtencentrum.

De bieren die door Thijs werden gebrouwen, zijn: Abrahambier, Brabants Buikske, Mieghelm’s Tripel, Knillis en Gestels Withelm. Deze zijn allemaal nog in het assortiment en worden nog steeds gebrouwen volgens de recepten van Thijs. De Hannes is toegevoegd. In 2021 wordt een nieuw bier ontwikkeld van 9.5%. Er zijn zes verschillende bieren gebrouwen, nummer 1 is de basis, aan de nummers 2 tot en met 6 zijn andere ingrediënten toegevoegd. Het bier dat de meeste stemmen krijgt, blijft in het assortiment en de nieuwe naam wordt gekozen uit de inzendingen van de proevers.

 

  • 1994 - Jopen Bier

Geschiedenis

Eeuwenlang was Haarlem één van de grootste bierbrouwerssteden van Nederland. Brouwerijen als Het Scheepje, De Oliphant, De Drie Leliën draaiden op volle toeren en de Jopen (grote vaten, met een inhoud van 112 liter, waarin het bier werd vervoerd) lagen in grote stapels op de kade van het Spaarne te wachten op hun nieuwe eigenaar. Het was vooral de constante kwaliteit die het Haarlemse gruitbier tot ver over de landsgrenzen bekend maakte. Haarlemse Koyt was in de 15e eeuw zelfs het meest gedronken bier van Antwerpen. En dat wilde wat zeggen. Maar aan iedere roem komt een einde. In 1916 sloot de laatste Haarlemse brouwerij haar poorten. Pas in 1994 werd de oude brouwerstraditie in ere hersteld. In 1992 werd de Stichting Haarlems Biergenootschap opgericht met als doelstelling de traditionele bieren van Haarlem opnieuw op de markt te brengen en te promoten. Op 11 november 1994 werd Jopen Bier opgericht. Na twee jaar van onderzoek, mede dankzij de inspanningen van de Universiteit van Leuven en brouwer Chris Wisse, waren er twee bruikbare recepten. De recepten stammen uit de Haarlemse stadsarchieven en zijn replica's van het bier omschreven in het brouwerskeur uit 1407 (Koyt) en het brouwerskeur uit 1501 (Hoppenbier). In 1995, toen de stad Haarlem haar 750-jarig bestaan vierde werden de bieren gepresenteerd. Het bijzondere aan de bieren is dat ze gebrouwen worden met drie verschillende graansoorten; naast gerstemout en tarwemout wordt ook een aanzienlijk deel haver gebruikt. In eerste instantie werd gebruik gemaakt van de faciliteiten van Bierbrouwerij De Halve Maan B.V. Toen deze brouwerij eind 1996 te kampen kreeg met financiële problemen verhuisde de productie naar de Brouwerij De Koningshoeven in Tilburg, alwaar Chris Wisse de roerstok als gastbrouwer ter hand nam. In december 1996 werden de commerciële activiteiten van de stichting overgedragen aan Jopen BV. De bieren werden aanvankelijk in de eigen regio verkocht en daarbuiten bij gespecialiseerde slijterijen en biercafés. Eind 2001 werd de website van de brouwerij gepresenteerd: www.jopen.nl. Op vrijdag 18 november 2005 presenteerden wethouder Jur Visser en Michel Ordeman de plannen voor een Grand Café met een huisbrouwerij voor de Jopenbieren. Eind 2005 werd bekend dat het Jopenbier terug zou keren naar de stad waar het vandaan komt. De Vestekerk (ook bekend als Wijnkerk, Jacobskerk en Artellkerk) op het voormalige Raakscomplex wordt omgebouwd tot Grand Café en brouwerij. De bezoekers kunnen het gehele proces van de brouwerij volgen. De Vestekerk stond op de nominatie om te worden gesloopt, maar toen Michel Ordeman opperde om daar een Grand Café te vestigen ging de gemeente overstag. Donderdag 23 februari 2006 werd de Vestekerk door de gemeente Haarlem aan de brouwerij overgedragen. Na de overdracht is de brouwerij met buurtbewoners van de kerk op bezoek geweest bij Brouwerij De Prael in Amsterdam. Daar hebben de omwonenden uitleg gekregen over het brouwproces en inzicht gekregen in de schaalgrootte van een microbrouwerij. De rest van 2006 werd gebruikt voor het selecteren van leveranciers en het vergunningentraject. In februari 2010 werd begonnen met de eerste stap van de gehele verbouwing: de asbestsanering. Op 8 juni 2010 sloeg brouwmeester Chris Wisse de eerste paal in de kerk. Het was de eerste paal van 109 palen, noodzakelijk omdat de oude houten palen waren aangetast. De heipalen zijn enerzijds nodig om de brouwinstallatie te kunnen dragen maar ook om de functie van de bestaande fundering van de kerk en de pastorie over te nemen. Op de nieuwe locatie werd een nieuwe brouwinstallatie van Braucon geplaatst met een capaciteit van 10 hl. Begin 2009 werd bij de World Beer Championships het Jopen Extra Stout Bier bekroond met een gouden medaille. Het Jopen Vier Granen Bokbier en het Jopen Hoppenbier sleepten een zilveren medaille in de wacht. Op 17 november 2009 won de brouwerij een gouden medaille tijdens de European Beer Star 2009 verkiezing, één van 's-werelds belangrijkste bierwedstrijden: het Jopen Koyt werd de winnaar in de categorie 'herb and spice beer'. Uit 35 landen werden er 836 bieren ingezonden. Het Amsterdamse ontwerpbureau ESTIDA legde onder leiding van Michel Ruygrok de laatste hand aan de ontwerpen van de inrichting van de Jopenkerk. Het hart van de kerk wordt gevormd door het brouwblok: twee koperen brouwketels die zichtbaar achter de bar staan. De voormalige catechisatiezaal is ingericht als proeflokaal. De ontvangstzaal vertelt de rijke geschiedenis van Haarlem als brouwersstad en toont de herkomst van de bieren. In de kerkruimte werd een Grand Café en een restaurant ingericht en heeft een modern en strak interieur, waarin de kleur rood overheerst. Het restaurant bevindt zich op de eerste verdieping. In het restaurant worden vanzelfsprekend gerechten met bier gekookt. In december 2010 werd de kerk officieel in gebruik genomen. Het bottelen gebeurd niet in de Vestekerk, maar op het bedrijventerrein in de Waarderpolder. In de kerk is hiervoor onvoldoende ruimte. In 2010 kreeg brouwmeester Chris Wisse assistentie van Roel Wagemans die in Australië brouwervaring had opgedaan. In 2011 haakte Roel echter weer af.

Jopen Bier heeft in 2010 twee keer zilver en één keer brons gewonnen tijdens de BrewNZ Beer 2010-verkiezing, één van de belangrijkste internationale bierwedstrijden. De verkiezing wordt elk jaar georganiseerd door het Brewers Guild of New Zealand. Aan de competitie doen private kleine en onafhankelijke brouwerijen mee uit de hele wereld. Doel van de wedstrijd is om juist de speciale en authentieke bieren met specifieke karakters te promoten. Jopen kreeg zilver voor Jopen Hoppenbier in de categorie: European Ale Styles. In de Tripel categorie werd ook JubelJoop III Tripel met zilver bekroond. Brons was er voor een ander speciaalbier van Jopen in de categorie Russian Imperial Stout: Jopen Leibier. Begin 2016 hanteerden Tom Provo, Cor Baan, Robbert Uijleman, Daniel van der Slikke, Quentin Idrac en Chris Wisse de roerstok.

Op 11 november 2019 bestaat de brouwerij 25 jaar en wordt de nieuwe huisstijl gepresenteerd.

 

  • 1995 - Burg Bier Brouwerij

Geschiedenis

Op 11 maart 1995 werd de Burg Bier Brouwerij geopend. Sinds 16 mei 1995 brouwen de broers Jan en Aart van Wilgenburg bier voor de verkoop. Voor die tijd brouwden zij in de hobbysfeer al tien jaar bier. Jan zat in het silo-onderhoud en kwam voor zijn werk regelmatig in België, alwaar hij geconfronteerd werd met bierspeciaalzaken. Gedurende het eerste jaar van het bestaan werden de gebroeders van Wilgenburg, gedurende het brouwproces, terzijde gestaan door Sjaak Grooteboer, die zich na die tijd terugtrok. De (mobiele) brouwerij, met een capaciteit van zestig liter per brouwsel, bevindt zich in hun bierwinkel, een voormalige garage naast het bijbehorende Hazeburg Café, en beslaat vier bij vier meter. De installatie werd zelf ontworpen en gemaakt van koperen boilers. De bieren waren aanvankelijk alleen verkrijgbaar in de bierwinkel en het café. In het beginstadium had de brouwerij te kampen met (vermeende) infecties. Het brouwproces, dat oorspronkelijk in een open ketel plaats vond, is daarom herzien. In samenwerking met een leraar scheikunde is Aart aan de slag gegaan om het een en ander te verbeteren. Zo was het water iets aan de zachte kant en werd ook het vergistingsproces onder de loep genomen. In 1997 kreeg de brouwerij toestemming van de gemeente Ermelo om de brouwerij te vergroten. De bierwinkel heeft een oppervlak van 400m2 en kent een assortiment van ongeveer 750 bieren en wordt uitgebaat door Tineke, de dochter van Jan. Naast de brouwerij, de bierwinkel en het café is er nog een vierde tak: de afdeling voor de zelfbrouwer en de wijnmaker.

In 1997 kreeg de brouwerij toestemming van de gemeente Ermelo om de brouwerij te vergroten. Op 21 november 2007 werd het eerste brouwsel gebrouwen met de nieuwe installatie. De formele opening van de nieuwe brouwerij vond plaats op 15 mei 2009. De brouwinstallatie heeft een capaciteit van 600 liter per brouwsel. Op 24 oktober 2009 werd Burg Bier Brouwerij bij de Lekkerste Bockbier van Nederland verkiezing bekroond met twee prijzen. In de categorie zwaar bokbier (boven de 7%) werd de eerste plaats in de wacht gesleept met Burg Winterbok. In de categorie standaard bokbier werd de derde prijs in de wacht gesleept met Burg Herfstbok. De bieren zijn uitsluitend verkrijgbaar bij de brouwerij zelf alsook bij een aantal streekprodukten-winkels op de Veluwe en uiteraard van de tap in Café De Hazeburg in Ermelo.

 

  • 1996 - Bierbrouwerij De Pauw

Geschiedenis

Rond 1850 werd in Ommen de laatste lokale bierbrouwerij, Bierbrouwerij De Pauw, gesloten. Hierdoor waren in de omgeving Ommen, Den Ham en Hellendoorn geen brouwerijen meer te vinden.

Begin jaren 90 van de vorige eeuw hebben de oprichters van Brouwerij De Pauw, Johan Drenth (1968) en Henk Smit (1956) uit Ommen, de traditie van het lokaal brouwen weer opgepakt. Zij maakten in hun brouwerij aan de Nieuwlandstraat en later in de bovenzaal boven Café/Restaurant De Flater, vijf speciale biersoorten.

Brouwerij De Pauw had aanvankelijk de beschikking over een pand van 250 m2 op een industrieterrein in Ommen. 1 november 1997 was de brouwinstallatie klaar. Beide initiatiefnemers waren sinds 1994 actief als thuisbrouwer. Voor beiden geen onbekend terrein daar zij hun dagelijks brood in de Horeca-sector verdienden. Henk Smit was eigenaar van Café-Restaurant De Flater in Ommen en Café de Rechter in Steenwijk en Johan Drenth is als chef-kok actief bij Hotel-Restaurant De Zon in Ommen en geeft hiernaast les en neemt examens af aan een koksopleiding. Beiden volgden een opleiding in het Belgische Gent bij Professor L. van de Winkel. Hier hebben zij zich verder bekwaamd teneinde het brouwen in al haar facetten nog beter te kunnen beheersen. Na deze studie kwamen de plannen om een brouwerij op te richten in een stroomversnelling en begon steeds meer vorm aan te nemen. Op 1 december 1996 werd de brouwerij opgericht. Tijdens een gesprek met de molenaar van De Lelie bleek het mogelijk om de benodigde grondstoffen te leveren. Hiernaast werd er over het produceren van streekproducten gesproken. Een belangrijk gewas in de omgeving van Ommen is spelt

Als naam voor de brouwerij werd De Pauw gekozen. Er wordt nog altijd gepoogd om op de één of andere manier historische gegevens op te duikelen over deze voormalige brouwerij, zoals bijvoorbeeld de receptuur die werd gehanteerd. In 1751 had secretaris Jan Friesendorp aan het Kerkplein 4 een bierbrouwerij met de naam De Pauw. Later komt de naam ook nog voor in een schuldbekentenis van 15 oktober 1788, wegens door Mr. Wilhelm Blecourt geleend geld van Harm van Parel en Hendrik Nevels. Later kwam het pand in handen van de stad Ommen en werd er een school in gevestigd. In 1847 werd het een pakhuis. In 1998 was er een snoepboetiek in ondergebracht.

De brouwerij kreeg uiteindelijk een plekje in de ongebruikte ruimte boven Café De Flater. De installatie die men had gebruikt werd vervangen door een combinatieketel waarin men per keer 500 liter kon brouwen. In juni 2003 was deze verhuizing voltooid. Het gebrouwen bier werd voornamelijk afgeleverd in fusten voor de eigen cafés en enkele andere horeca-gelegenheden in de regio. Soms werd er ook afgevuld op fles, maar dat was hoofdzakelijk bedoeld voor de verkoop aan toeristen. De brouwerij werd ook gebruikt voor brouwdemonstraties voor de leerlingen van horeca-opleidingen en voor educatieve presentaties.

Overname

Begin 2007 werd door drukke werkzaamheden besloten de brouwerij en de expertise die hoort bij het brouwen van bijzondere biersoorten, over te dragen aan de gebroeders Heico en Harry Blekkenhorst, beide Ommenaren van geboorte. Inmiddels is de productie van Pauw Bier verplaatst naar een oude boerderij in Den Ham.

 

  • 1996 - Bierbrouwerij Sint Servattumus

Geschiedenis

Stichting Bierbrouwerij Sint Servattumus werd opgericht op 22 oktober 1996. De brouwerij is vernoemd naar Sint Servatius, de schutspatroon van Schijndel en tevens beschermheilige van Maastricht. Sint Servatius kwam op 13 mei 384 in Maastricht te overlijden. De drijvende krachten achter de brouwerij zijn Toon van der Heijden (1963) en zijn buurjongens Carli en Henk van den Ekart. Brouwmeester is Toon van der Heijden, in het dagelijks leven tevens werkzaam als magazijnmedewerker. Toon begon zijn brouwerscarrière als iedere brouwer begint: in de keuken. In 1992 begon hij hiermee met een brouwpan van 20 liter. In ongeveer vier jaar tijd maakte hij zich het brouwersvak meester. De 20 liter brouwpan werd een 50 liter brouwpan en hij verhuisde van de keuken naar de schuur. Toon maakte dankbaar gebruik van het feit dat hij anderhalf jaar werkzaam is geweest bij een vestiging van Heineken in Den Bosch. Carli van den Ekart volgde de studie levensmiddelentechnologie aan de HAS in Den Bosch terwijl zijn broer Henk CV-installateur is. Ook Carli en Henk waren thuisbrouwers. De stap van thuisbrouwer naar professioneel brouwer bleek een grote stap. Het duurde drie lange jaren alvorens Toon het bestemmingsplan gewijzigd kreeg, zodat hij in zijn schuur aan de slag kon gaan. Ook duurde het geruime tijd alvorens de benodigde paperassen van de douane in zijn bezit waren. Op 1 september 1997 werd een vergunning verstrekt door de Dienst der Accijnzen en mocht er gebrouwen gaan worden voor de verkoop. In eerste instantie werd er gebrouwen in een schuur achter het huis van de brouwmeester. Het was echter de bedoeling om de brouwerij te vestigen op een andere locatie. Tot dat moment werd een hoeveelheid van 75 liter bier per keer gebrouwen. In vroeger tijden werd in de omgeving van Schijndel hop geteeld. Dit was voor een aantal brouwerijen een reden om zich in Schijndel te vestigen. Net voor de tweede wereldoorlog sloot Brouwerij De Zwaan van de familie Swinkels als laatste Schijndelse brouwerij haar poorten. Er stonden ooit zeven brouwerijen in Schijndel. De financiering van de brouwersactiviteiten werden voor een deel bekostigt uit de oprichting van de Vereniging Vrienden van Bierbrouwerij Sint Servattumus. Leden betaalden per jaar een contributie van f75,00. Tevens was het mogelijk om obligatiehouder van de brouwerij te worden. De brouwactiviteiten werden verplaatst van de keuken van Toon naar de schuur achter het huis om vervolgens gebruik te maken van de brouwfaciliteiten van Bierbrouwerij De 3 Horne in Kaatsheuvel. Vanaf eind 1997 werden de bieren echter voor het grootste deel gebrouwen met de eigen brouwfaciliteiten. De distributie van het bier werd verzorgd door Slijterij De Graaf in Schijndel, waar de producten van de Schijndelse brouwerij ook voor de particulier verkrijgbaar waren. Hiernaast werd er bier afgevuld in fusten van 20 of 30 liter. Vanaf 1998 werd er hard gewerkt aan een pand gelegen aan de Ericastraat op een Schijndels bedrijventerrein. Het pand werd gekocht door Henk. Een deel van het pand werd gebruikt voor zijn eigen bedrijf terwijl het minst aantrekkelijke deel van het pand als brouwerij werd ingericht. Beneden was er 120 m2 beschikbaar en boven 60 m2. In het bovengedeelte is het kantoor en het proeflokaal gesitueerd. De brouwerij werd geopend op 3 september 2000. Henk is beheerder van het pand en verantwoordelijk voor de techniek, Carli voor het brouwen en het laboratorium en Toon eveneens voor het brouwen alsook voor de marketing. Eind 2000 kon er 1.800 liter per maand worden gebrouwen. Over het gehele jaar 2000 werd er 220 hl bier gebrouwen. In 1999 was dat nog 150 hl. Op 2 september 2001 werd op de Open Dag het nieuwe proeflokaal geopend. Eind 2002 werd een afvullijn met etiketteerder overgenomen van de Arcense Bierbrouwerij. De lijn werd in mei 2003 in gebruik genomen. Vanaf 2003 werd er naast de brouwerij ook een party-service opgezet, die echter los staat van de brouwerij. In de loop van 2003 werd tevens een aanvang gemaakt met de installatie van de brouwapparatuur en werd er een gisttank van 700 liter geplaatst. Het ging de brouwerij in 2003 voor de wind: er werd drie … vier keer per week gebrouwen en de omzet steeg ten opzichte van het jaar ervoor met 40%. In 2004 werd brouwmeester Carli van den Ekart de trotse vader van dochter Maud. In 2004 werd gebrouwen op zaterdag, maandag en woensdag. Begin 2005 werd een nieuwe brouwinstallatie in gebruik genomen. Ook werd er in 2005 een proeflokaal geopend. In 2004 werd bekend gemaakt dat de mogelijkheden worden onderzocht om in Schijndel weer hop te telen. Schijndel was in de 18e eeuw het centrum van de hopteelt in Nederland. Tientallen jaren geleden is deze kweek volledig uit het landschap verdwenen. Werkgroep Schijndels Landschap wilde met steun van de reconstructiecommissie Maas en Meierij de kweek van hop terug leven inroepen en begon in 2005 met het planten van zes verschillende rassen hop. De geteelde hop ging in het najaar van 2005 naar Bierbrouwerij Sint Servattumus die de hop verwerkte in haar bier. In 2007 ging de brouwerij verder uitbreiden. De schilder, die voorin het pand was gevestigd, vertrok. Een groot deel van de hiermee vrij gekomen ruimte werd bij de brouwerij getrokken. Deze ruimte bedroeg ongeveer 100 m2. In deze ruimte werd de nieuwe bottellijn met etiketteermachine geplaatst. Deze apparatuur werd aangeschaft in Duitsland. In november 2009 werden twee grote vergistingstanks geplaatst. In 2010 verkreeg de brouwerij een vergunning voor distilleren en werd begonnen met het distilleren van speltjenever, hetgeen voorheen gebeurde bij stokerij De Onrust in Wageningen. De brouwcapaciteit bedroeg in 2010 14 hl per week. In het voorjaar van 2010 verhuisde een gedeelte van de brouwerij naar een andere locatie, namelijk de voorraad bier die klaar is voor de verkoop en etiketteren. De vrij gekomen ruimte werd in gebruik genomen voor het distilleren en de Brouwlandwinkel.

Op 13 maart 2018 werd Toon van der Heijden getroffen door een hersenbloeding en raakte deels verlamd. In november 2019 overlijdt Henk van den Ekart.

 

  • 1996 - Brouwerij D'n Hopper

Geschiedenis

Brouwmeester Reinilde Korthout is beroepsmatig al actief bij de Gulpener Bierbrouwerij als zij in 1999 besluit haar huiselijke brouwactiviteiten uit te breiden. Het brouwen doet zij in haar vrije tijd in samenwerking met haar broer Jos (1962), wonende in Kaatsheuvel, de geboorteplaats van Jos en Reinilde. De microbrouwerij is ingericht in haar woning in Gulpen. Per keer kan er 100 liter bier worden gebrouwen. Op jaarbasis bedroeg de produktie in 2003 6hl.

Sinds 1996 brouwen Jos en Reinilde samen. De naam van de brouwerij is bedacht door de moeder van Jos en Reinilde. Op het eerste etiket stond namelijk een konijntje en zo'n konijn hopt wat af. Daarnaast is er vanzelfsprekend nog het onmisbare bier-ingrediënt hop. De bieren van de brouwerij worden eerst getest en krijgen pas daarna een naam. De initiatiefnemers doen er alles aan de brouwerij een professionele uitstraling te geven. Zo zijn er kratten, wikkels en (handgestelde) kroonkurken met het logo van de brouwerij. Het logo van de brouwerij is ontworpen door Alex Merkx, een bevriende ontwerper. Beiden zijn vooralsnog niet van plan de brouwerij groter te laten groeien.

Sinds september 2003 wordt er op beperkte schaal op commerciële basis bier gebrouwen. Het eerste commerciële brouwsel werd gebrouwen bij De Drie Horne in Kaatsheuvel.

In 2012 werd de brouwcapaciteit vergroot van 120 liter naar 200 liter.

 

  • 1996 - Stadsbrouwerij De Hemel

(1996-) Brouwerij
(1996-) Museum

Geschiedenis

Op 14 mei 1996 werd Stadsbrouwerij De Hemel officieel geopend. De brouwerij is ontstaan op initiatief van brouwer Herm Hegger, voormalig brouwer van Brouwerij de Raaf uit het Gelderse Heumen.

Herm Hegger, met een opleiding Hotelschool achter de rug, heeft niet stil gezeten. Was hij eerst jaren hobbybrouwer, sinds 1983 had hij in Heumen zijn eigen Brouwerij Raaf. In 1995 werd dat hoofdstuk afgesloten, nadat Raaf in 1991 door Oranjeboom was overgenomen. In 1994 begon Herm Hegger met de verwezenlijking van zijn nieuwe project in het toen nog leegstaande Brouwershuis.

Er is veel gebeurd in het oude pand aan de Nijmeegse Steenstraat. Het Brouwershuis, waarvan de gevel dateert uit 1621, kent een onduidelijk verleden. Het is namelijk niet zeker of het ooit echt het gildehuis is geweest van de Nijmeegse brouwers. Daar het gilde formeel nooit is opgeheven, kan het gebeuren dat Stadsbrouwerij De Hemel er als enige overgebleven Nijmeegse brouwerij lid van is. Eén van de regels van het gilde bestond eruit dat wanneer een brouwer overleden was, de weduwe aanspraak kon maken op een jaarlijkse toelage. Mocht de huidige brouwer dus iets overkomen dan kon zijn vrouw hier ook gebruik van maken. Het betrof destijds een bedrag van 200 - 300 gulden. Dit bedrag is tot op de dag van vandaag nog steeds hetzelfde. Het gilde was tot 1800 in het huidige gebouw gehuisvest. Daarna heeft het lange tijd dienst gedaan als pakhuis. Het pakhuis had waarschijnlijk deels een woonfunctie. Gedurende korte tijd deed het gebouw ook dienst als kerk. De buurt ging achteruit, hetgeen ook te herleiden was aan de namen van drie cafés: Hemel, Hel en Vagevuur. In 1950 kocht het Nijmeegse bestuur het gebouw aan. In de loop van de tijd werd er gemoderniseerd, maar met de restauratie die in 1969 werd afgerond werd er naar gestreefd het gebouw zijn oorspronkelijke uiterlijk terug te geven. Sindsdien was het pand in gebruik als woonhuis.

Rond 1525 telde Nijmegen nog 45 brouwerijen. In haar glorietijden zouden het er zelfs rond de 70 zijn geweest. Begin 20e eeuw sloot de laatste brouwer, J. Laane, zijn Brouwerij De Ster, gelegen aan de Berg en Dalseweg.

Naast een brouwerij is de Hemel tevens een 'levend' museum, waar bezoekers met eigen ogen kunnen zien hoe op ambachtelijke wijze bier wordt gebrouwen. Wat Herm Hegger echter onderscheid van andere ambachtelijke brouwers is het feit dat hij tevens bierazijn, likeur en mosterd vervaardigd. Direct onder het dak van de brouwerij is de likeurstokerij van de Nijmeegse distillateur Onstenk te bezichtigen en een groot deel van de verzameling antieke brouwspullen die door het gehele gebouw zijn te bezichtigen.

In 1996 werd er begonnen met het brouwen van één brouwsel van 10 hl maximaal twee keer per week. In 1997 werd twee keer per drie weken een hoeveelheid van 10 hl gebrouwen. In februari 1999 verhuisde de brouwerij van de Steenstraat 2 in Nijmegen naar de Franseplaats 3 in Nijmegen, alwaar het pand van het voormalig Stedelijk Museum De Commanderie van Sint-Jan werd betrokken. Deze nieuwe locatie werd op paaszaterdag 3 april 1999 officieel geopend.

In 1196 stichtten Alardus, graaf van Nijmegen, en zijn vrouw Uda een pelgrimshuis onder bescherming van Keizer Hendrik VI. In 1214 kreeg de militaire kloosterorde der Johannieters het beheer over het zogenaamde hospitium, een doorgangshuis waar pelgrims en zieken verzorgd werden. De leiding was in handen van een commandeur, vandaar de naam Commanderie van Sint-Jan. De laatste commandeur maakt in zijn testament melding van een partij hop op zolder hoewel van het gebouw geen brouwerijverleden bekend is. Wel kent het gebouw diverse andere bestemmingen. In 1576 maken Spaanse soldaten kwartier in de Commanderie. In 1582 wordt de kapel een slachthuis. De grote zaal wordt dan door de stad voor diverse doeleinden gebruikt. In 1655 neemt de Illustere School en Kwartierlijke Academie, de eerste universiteit van Nijmegen, intrek in de Commanderie. Halverwege de 17e eeuw tot 1944 zetelt de Waalse kerk in een deel van de Commanderie. Begin jaren 60 wordt de Commanderie verkocht aan de universiteit van Nijmegen. In afwachting van restauratie te behoeve van een studentensociëteit exploiteert men er een succesvol studentencafé. Eind jaren '60 zakt het traditionele studentenleven echter in. In 1971 koopt de gemeente de Commanderie om er na restauratie in 1974 het Nijmeegs museum in te vestigen.

Na vertrek van het Nijmeegs museum eind 1998 wil de gemeente het complex verkopen maar stelt als voorwaarde dat het een publieke functie moet behouden. Brouwer Herm Hegger toont belangstelling en wil er behalve De Hemel ambachtelijke bedrijfjes in onderbrengen die de toeristische uitstraling van het gebouw moeten ondersteunen. Met behulp van onder andere een subsidie van het Europees Stimuleringsfonds kan de koop gesloten worden en in iets meer dan een maand verhuist De Hemel van de Steenstraat naar de Franseplaats. Intussen kondigt Herm Hegger aan zijn distilleerderij uit te breiden en onder de naam De Geest enigszins los te koppelen van de brouwerij. In de kelder van de brouwerij is tevens een museum gevestigd.

In 2012 werd er op jaarbasis 700 hl gebrouwen. In 2015 nam Thieu Hegger de leiding over de brouwerij over van zijn vader Herm Hegger. Herm blijft eigenaar van het pand.

 

  • 1996 - Stadsbrouwerij De Pelgrim

Geschiedenis

De brouwerij, officieel geopend op donderdag 9 mei 1996, is gelegen in het Rotterdamse stadsdeel Delfshaven, direct naast de Pelgrimvaderskerk. Delfshaven diende vroeger als haven voor Delft. In die tijd werd er o.a. Delfts bier verscheept. Ook geniet Delfshaven enorme bekendheid als plaats waar in 1620 de volgelingen van dominee John Robinson -voor het merendeel Engelsen die in Nederland een goed heenkomen hadden gezocht omdat zij daar vanwege hun geloof werden vervolgd- naar de nieuwe wereld vertrokken. Eerst gingen de Pelgrimsvaders naar het Engelse Southampton en vandaar de zware toch naar Amerika. Dat is inmiddels ruim 375 jaar geleden, maar nog jaarlijks wordt de aankomst op Cape Cod herdacht. Onder andere de Amerikaanse presidenten Theodore Roosevelt en George Bush stammen af van de Pelgrimsvaders. Jaarlijks nemen vele Amerikanen dan ook een kijkje in Delfshaven. Delfshaven werd in 1811 zelfstandig en kreeg in 1825 stadsrechten. In 1836 -in een periode dat het economisch erg slecht ging met het stadje- werd het bij Rotterdam gevoegd. In dit historische deel van de stad zag horeca-ondernemer Harry van de Wiel een droom in vervulling gaan. Hij was in Rotterdamse bierkringen en daarbuiten geen onbekende. Zo was hij onder andere bekend van Rotterdams studentencafé Locus Publicus, het Doelencafé en het in de Kunsthal gesitueerde Café Domus Artis. Harry was nauw betrokken bij de oprichting van de Alliantie van Bier Tapperijen (ABT) en raakte al snel betrokken bij de ontwikkelingen van het speciaalbier in Nederland. Als brouwmeester werd de geboren Limburger Ard Janssen aangetrokken. Hij was eerder werkzaam bij Oranjeboom, Bavaria, Raaf en de Arcense Bierbrouwerij. Ook oud-brouwmeester van de voormalige Brouwerij de Raaf, Herm Hegger stak zijn handen uit de mouwen en ontwierp de nieuwe apparatuur voor de brouwerij. De brouwapparatuur werd eind maart 1996 geïnstalleerd, waarna half april het eerste brouwsel de brouwketel verliet. Voordat het pand betrokken kon worden moesten er aardig wat obstakels uit de weg worden geruimd. Daar de brouwerij gevestigd is in een historisch pand uit 1580 lagen diverse instanties, zoals bouw- en woningtoezicht, monumentenzorg en de brandweer, behoorlijk dwars. Naast de brouwerij is er in het pand tevens een museum ondergebracht, alwaar de geschiedenis van Rotterdam is te aanschouwen. Dit museum is ingericht door Jacqueline Neuteboom. De brouwerij biedt de mogelijkheid tot het voltrekken van huwelijken in de brouwerij. De Gildezaal is geschikt voor het geven van recepties, buffetten en diners tot 150 gasten. In het proeflokaal kunnen diverse brouwersgerechten a la carte worden genuttigd. In 1998 werd een kortstondig samenwerkingsverband aangegaan met de voormalige Schiedamsche Bier Brouwerij van Henk Post. Een brouwerij die nooit echt van de grond is gekomen. Per 1 januari 1999 nam Thomas Grosswald (1978), die in de loop van datzelfde jaar weer zou worden ontslagen, de roerstok over van Ard Janssen, die onverwacht naar Saoedi Arabië vertrok om aldaar een melkfabriek op te zetten voor de koning. Ard en Thomas hebben elkaar ooit ontmoet tijdens een grote horeca-beurs in Neurenberg. Thomas komt uit een klein plaatsje in de buurt van het in het zuiden van Duitsland gelegen Bamberg. Hij voerde een aantal veranderingen door op het gebied van het brouwproces. Hij volgde zijn opleiding aan de bierbrouwschool in Urilubbeck, de grootste bierbrouwschool in Duitsland. Daarna werkte hij vijf jaar bij de Scherdel Privatbrauerei in Hof. Deze brouwerij had een capaciteit van 180.000 hl per jaar. Voordat hij naar Stadsbrouwerij De Pelgrim kwam werkte hij bij een mouterij en een laboratorium. De bostel (restproducten die na het brouwen overblijven) wordt opgehaald door een boer uit Montfort, die dit als veevoer aan zijn koeien geeft. In 1998 bedroeg de jaarproductie 500 hl. In eerste instantie werd de gist betrokken van Brouwerij De Hemel uit Nijmegen. Later was de gist afkomstig van Van Nimwegen. In 1999 brouwde de brouwerij 70 hl bier per maand. Brouwers waren toen Sander Maassen, Bjorn van den Oudenhoven en Marc van der Veen. Laatstgenoemde was bedrijfsleider van De Pelgrim maar verliet de brouwerij met ingang van 1 mei 2000. In 2000 wist brouwmeester Sander Maassen zich omringd door gastvrouw Barbara, Dirk voor het horecagedeelte alsook een aantal stagiaires. De productie werd dat jaar opgevoerd van 500 hl naar 1500 hl. In 2001 verliet Dirk de brouwerij en werd Karl-Jan de Willigen de nieuwe bedrijfsleider. In 2002 verliet ook Sander Maassen de brouwerij en verkaste naar Bierbrouwerij Sint Christoffel in Roermond, alwaar hij Leo Brand opvolgde. Zijn functie werd overgenomen door Wouter Heuvelman. Vanaf 2003 nam Menno Olivier gedurende een jaar de roerstok ter hand. Menno Olivier is de initiatiefnemer achter Brouwerij De Salamander (Menno's Bieradvies). Menno was logistiek manager bij een transportbedrijf. Menno liet zich, wegens drukke werkzaamheden, weer opvolgen door Ard Zoetmeyer. Ard is in 2000 afgestudeerd aan de HAS en heeft gewerkt bij Interbrew in Breda. Begin 2006 gaf Ard Zoetmeyer de roerstok over aan Hans Bijleveld, voorheen werkzaam bij InBev. In de loop van 2006 werd de roerstok echter weer overgedragen aan Mark Raschap. Mark is Amerikaan, die in zijn vaderland een brouwerij wil opzetten en in Nederland ervaring op komt doen. Na brouwmeester Mark Raschap hebben er nog verschillende brouwers gebrouwen bij De Pelgrim toen Wesley Aarse (1990) in april 2009 de roerstok ter hand nam. Hij voerde enkele vernieuwingen en verbeteringen door in de recepten van de bieren. Wesley studeerde voedingsmiddelentechnologie aan de HAS in Den Bosch. Het brouwersvak leerde Wesley onder andere bij de Scheldebrouwerij, Heineken, Maasland Brouwerij en bij Brouwerij De Bekeerde Suster. In 2009 bedroeg de jaarproductie 150 hl. In 2011 bedroeg de jaarproductie 300 hl. Het is de bedoeling om door te groeien naar een jaarproductie van 500 hl. Op donderdag 30 december 2011 kwam Harry van de Wiel op 62-jarige leeftijd te overlijden. Zijn vrouw, Ineke Schipper neemt de dagelijkse leiding over. In de loop van 2012 staakte Wesley Aarse zijn werkzaamheden als brouwmeester. De roerstok werd overgenomen door Eric van der Lugt. In 2015 werd er 400 hl bier geproduceerd.

 

  • 1997 - Bierbrouwerij De Roos anno 1877

(1997-2016) Museumbrouwerij De Roos
(2016-) Bierbrouwerij De Roos anno 1877

Geschiedenis

Hilvarenbeek telde aan het eind van de 17e eeuw tien brouwers. Vanaf de 18e eeuw loopt het aantal brouwers snel terug. In 1792 zijn er nog drie brouwerijen over, waarvan er twee niet worden gebruikt. De teruggang gaat geleidelijk verder, in 1819 zijn er nog maar twee brouwerijen. In 1830 blijkt er volgens het kadaster nog maar één brouwerij over te zijn. De laatste twee brouwerijen die Hilvarenbeek heeft gekend, waren die van de familie Van de Poel, die de naam "de Arend" (gesticht in 1832) voerde, en "de Roos", laatstelijk van de familie De Leijer. De eerste bekende brouwer van De Roos, die in 1877 zijn brouwactiviteiten startte, was de zoon van kolonel Majoie. Omstreeks 1900 zijn burgemeester F. Verlinden en F.A. Swinkels als eigenaren bekend. Restanten uit de periode van Swinkels zijn: een brandmerk voor de vaten, een bierrijdersboekje met opdruk 'Bierbrouwerij De Roos, F.A. Swinkels' en een bierfles met hetzelfde opschrift. Omstreeks 1915 koopt Henricus Franciscus de Leijer de brouwerij van zijn voorganger F.A. Swinkels. H.F. de Leijer, afkomstig uit Boxtel, is tevens de laatste brouwer en was de oudste zoon van de brouwer van 'de Kroon' uit die plaats.

Op 14 november 1933 werden de werktuigen in de brouwerij verzegeld. De ruimten werden sindsdien weinig betreden. De uit het midden van de 19e eeuw daterende brouwinstallatie is dan ook vrijwel intact gebleven. Op 16 maart 1992 is Stichting Museumbrouwerij De Roos opgericht, teneinde verder verval van de gebouwen te voorkomen en te streven naar herstel ervan. Onder andere Harry de Leijer, kleinzoon van de laatste Beekse brouwer, heeft zitting in het Stichtingsbestuur.

In het weekend van de Open Monumentendag, op 12 en 13 september 1992, stelde de Stichting Museumbrouwerij De Roos in Hilvarenbeek de oude brouwerij open voor bezichtiging. Het brouwerijpand dateert uit 1850 en valt sinds 1993 onder de monumentenzorg. De brouwerij ligt in de noordwestelijke hoek van de Vrijthof en kan eenvoudig herkend worden aan de karakteristieke toegangspoort naar de binnenplaats. De brouwinstallatie en het authentieke interieur zijn behouden gebleven. Sinds 13 september 1997 wordt er weer bier gebrouwen in de nieuwe bierbrouwerij, die achter de museumbrouwerij verrees. In 2017 is de bierbrouwerij, na een grondige update, feestelijk ingewijd. Daarmee kan er tot 1000 liter op een dag gebrouwen worden. Het bier is bestemd voor het proeflokaal en verkoop in de museumwinkel en bij diverse horecagelegenheden in Brabant.

Eerste brouwmeester van de museumbrouwerij was Toos van Huijgevoort. Tijdens Open Monumentendag in 1993 bezocht zij voor het eerst de museumbrouwerij in haar dorp. De brouwerij bestond toen nog uit een enorme puinhoop en ze was gaarne bereid haar steentje bij te dragen aan herstel ervan. Aanvankelijk hield zij zich slechts bezig met het verzorgen van rondleidingen, maar na een jaar ging ze als brouwer aan de slag. Eerst met een huisketeltje, maar later met een grotere installatie. Ze kreeg hierbij hulp van Harry de Leijer, de kleinzoon van de laatste brouwer, en vrijwilliger Jan van Eerd. Het Bottelbier, om de restauratiekas te spekken, was haar eerste bier. Het eerste professionele bier dat ze ontwikkelde, was de Bikse Tripel, nog steeds een zeer gewaardeerd bier. De bieren werden in licentie bij andere brouwerijen gebrouwen. Bij De Roos kon er destijds slechts 250 liter worden gebrouwen. Slechts de Witte Roos werd in Hilvarenbeek gebrouwen. De Stichting krijgt van de Gemeente Hilvarenbeek drie jaar lang de monumentensubsidie die de Gemeente van het rijk krijgt. Hiernaast wordt de Stichting op tal van manieren gesteund, vooral met materiaal maar ook met donaties.

In 1999 is begonnen aan een grondige restauratie. Op vrijdag 8 september 2001 werd, voorafgaand aan het weekeinde van Open Monumentendag, de brouwerij weer heropend. Het museum en de brouwerij draaien vanaf dan jarenlang op de inzet van louter vrijwilligers. Begin 2003 besloot Toos van Huijgevoort het rustiger aan te gaan doen. Ze droeg de roerstok over aan Erik van den Nouweland en ging zich meer toeleggen op de exploitatie van de brouwerij. Sinds de grote upgrade in 2017, is Marc Vriens brouwmeester. Hij is de eerste parttime betaalde kracht in dienst van De Roos, die verder draait op de inzet van louter vrijwilligers.

Als eerste museum in Hilvarenbeek heeft Museumbrouwerij De Roos op 10 maart 2007 het predicaat Geregistreerd Museum gekregen. De Roos is nu opgenomen is het Museumregister, een landelijk instrument voor museale kwaliteitszorg. Doelstelling van het register is het zichtbaar maken, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de Nederlandse musea en daarmee het verantwoord beheer van het culturele erfgoed aan de hand van landelijk ingestelde basiseisen waaraan elk museum, groot of klein, kan voldoen.

Sindsdien is er hard gewerkt in De Roos. Het proeflokaal ontwikkelde zich tot een warm treffen onder het genot van een goed glas bier van eigen bodem. In het bierdocumentatiecentrum is informatie te vinden over de brouwhistorie sinds 1900 van alle Brabantse gemeenten. Tevens is er een bierbibliotheek samengesteld, gericht op brouwhistorie in zijn algemeenheid en die van Brabant in het bijzonder.

Jaarlijks vinden tijdens het Historisch Bierfestival op de tweede zondag van september, de prijsuitreikingen plaats in de wedstrijd om ‘Brabants Lekkerste Bier’, georganiseerd door de Brabantse kranten. Verschillende prijzen werden in de wacht gesleept: De Bikse Tripel geldt nog steeds als een van Brabants lekkerste tripels, de Herfstbock werd bekroond met zilver in de categorie Zware Herfstbockbieren en de Rooie Fik bierkaas is uitgeroepen tot de lekkerste kruidenkaas van Midden-Brabant. Achter de schermen is hard gewerkt aan de uitbreiding van de museale collectie, onder andere door de aanschaf en restauratie van een Bedford transportvrachtwagen. En in de brouwerij? Daar werkt intussen een parttime betaalde brouwer, waardoor al onze eigen vaste bieren en bieren van de wisseltap voortaan in eigen huis gebrouwen kunnen worden. De ambities zijn hoog; dat belooft nog wat voor de toekomst!

 

  • 1997 - Brouwerij De Leckere

Geschiedenis

Op 1 november 1996 werd Brouwerij De Leckere als VOF ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Initiatiefnemers waren Erik Bok, Pim Bosch, Nico Verhoog en Edo Gommers. Erik en Pim waren als keurmeester aangesloten aangesloten bij het Bier Keurmeesters Gilde. Vanaf 1996 werd er een klein jaar gewerkt aan de inrichting van de brouwerij. Op vrijdag 15 augustus 1997 kon worden begonnen met brouwen en op zondag 14 december 1997 werd de brouwerij officieel geopend. De brouwerij was toen nog gevestigd in een uithoek van het Bedrijventerrein Lage Weide in het noorden van Utrecht, achterin een loodsachtig multi-functioneel gebouwtje aan de Sophialaan 5. De brouwerij werd - gezien de geringe financiële armslag - in zijn geheel door de vier initiatiefnemers (met hulp van derden) ontworpen en gebouwd. Er werd een waterleiding aangelegd, er werden vloeren gestort en de - in eerste instantie - volkomen lege ruimte werd opgedeeld in kleinere ruimten die als brouwzaal, moutzolder, warme kamer en gistkamer dienst gingen doen. De gebruikte apparatuur was afkomstig vanuit de horeca, openbare verkopingen van boedels (waaronder de inboedel van een melkfabriek), dumphandels en vlooienmarkten. De toenmalige brouwers maakten een bewuste keus voor het brouwen van biologisch speciaalbier en brouwden daarom slechts met gecertificeerde, biologisch geteelde grondstoffen. De bieren van de brouwerij mochten dan ook het officiële EKO-keurmerk dragen van de Stichting Skal (Stichting Kontrole Alternatieve Landbouw). De Duitse firma Friedrich Weissheimer Malzfabrik (failliet in 2006) leverde de biologisch geteelde mout die voldeed aan de richtlijnen van Bioland, een Duitse vereniging van 8.000 biologische boeren, imkers en wijnboeren in Duitsland en Zuid-Tirol die werken volgens de strikte richtlijnen van Bioland. Ook de biologisch geteelde hop (Hallertau) was afkomstig uit Duitsland en voldeed aan de normen van Ökolandbau. Als bewijs hiervan werd hiervoor een keuringscertificaat afgegeven. Alle bieren werden met dezelfde gistsoort vergist die - evenals het bier zelf - regelmatig werd getest in het laboratorium van Stadsbrouwerij De Hemel in Nijmegen. Daar had men namelijk een analiste in dienst die ook voor andere brouwerijen microbiologische keuringen kon verrichten. De vergisting en lagering van het bier geschiedde in kunststof tanks - vergelijkbaar met reusachtige jerrycans - van ieder 1.000 liter. De botteling geschiedde eveneens met behulp van een zelfgebouwde installatie, waarin ventielen waren verwerkt die ook in wasautomaten werden gebruikt. De installatie kon 600 flessen per uur verwerken. Ten behoeve van de nagisting werd bij het bottelen biologische maïsmoutstroop aan de bieren toegevoegd. Alle werkzaamheden werden handmatig uitgevoerd: het bottelen, het plakken van de etiketten en het roeren met de roerstok in de maiskuipen. In de beginperiode werd er ongeveer 400 hl op jaarbasis gebrouwen. Per keer kon er maximaal 225 liter worden gebrouwen. In 1999 was de jaarproductie gegroeid naar 500 à 600 hl. Ten behoeve van de landelijke distributie van het bierassortiment werd een overeenkomst gesloten met De Nieuwe Band (sinds 2018 Odin), een grote landelijke distributeur van biologische producten. Begin 1998 werden ongeveer 140 winkels en restaurants met de bieren van de brouwerij bevoorraadt. Om de brouwerij te kunnen financieren werd een beroep gedaan op familie, vrienden en kennissen. Er werden sponsor-certificaten uitgegeven die echter niet automatisch recht gaven op een gratis hoeveelheid bier. De initiatiefnemers beloofden hun sponsoren extra in de watten te zullen leggen. Het was aanvankelijk de bedoeling om het bier de naam Okidoki te geven. Dit was ook de reden dat destijds op het etiket een mannetje was afgebeeld dat zijn duimen omhoog stak. De naam bleek echter al te bestaan en dus werd gekozen voor De Leckere.

Door privé-omstandigheden was Nico Verhoog genoodzaakt zich in de loop van het jaar 2000 terug te trekken uit de brouwerij.

In augustus 2000 werd de brouwerij tijdelijk gesloten om een verhuizing van de Sophialaan naar de Molensteyn 3 op het Bedrijventerrein Oudenrijn in De Meern te kunnen realiseren. In dit pand was hiervoor een fabrikant van kinderkleding gevestigd. Vanaf januari 2001 werd op de nieuwe locatie het brouwproces weer opgepakt. Pim, Edo en Erik gingen zich er vanaf maart 2001 fulltime bezighouden met de brouwerij. Pim werd hoofdbrouwer, Edo richtte zich vooral op de administratie en Erik deed de rest. Op 17 mei 2001 werd de brouwerij officieel heropend door de toenmalige minister van Economische Zaken Annemarie Jorritsma. De brouwerij brouwde op dat moment ongeveer 3.000 liter bier per week (er werd twee keer per week een brouwsel van 15 hl gebrouwen). Die hoeveelheid was op dat moment tevens de maximale brouwcapaciteit van de brouwerij. De jaarproductie bedroeg toen 700 hl. Het lag in de bedoeling deze capaciteit uit te breiden naar 3.500 hl op jaarbasis. Voor de nieuwe locatie liet men een nieuwe, zelf ontworpen, brouwinstallatie bouwen bij FIB Industries in Leeuwarden. Uit de omgeving van Bamberg kwam een tweedehands afvullijn voor 30cl- en 33cl-flessen. Vanaf dat moment kon er onder koolzuur worden afgevuld. De afvullijn werd later verkocht aan de Sallandse Landbier Brouwerij die de afvullijn nog gebruikte tot de verhuizing van de brouwerij van Raalte naar Albergen in het voorjaar van 2017.

In januari 2002 werd duidelijk dat het, economisch gezien, niet mogelijk bleek de brouwerij nog langer draaiende te houden. Men ging naarstig op zoek naar de laatste strohalm en er werd contact gezocht met derden. De brouwerij balanceerde in mei 2002 op het randje van een faillissement. In juni 2002 trokken Pim en Edo zich - zonder opgaaf van reden - terug uit de brouwerij. Erik Bok bleef achter, maar kreeg al snel bijval van Bert de Ruyter (eigenaar Bert's Bierhuis), Ronald de Koning (eigenaar Kafé België), Lucas Seijerlin (een horeca-ondernemer uit Harderwijk en toenmalig eigenaar van Luxembourg Events) en Bert Audenaerde (eigenaar van een etikettenfabriek in Breda). Samen hielden zij de brouwerij draaiende. In september 2002 moest echter ook Erik Bok noodgedwongen de roerstok erbij neerleggen. Sindsdien werd er bij De Leckere enige tijd niet meer gebrouwen. De nieuwe initiatiefnemers bleken niet voldoende tijd vrij te kunnen maken om de brouwerij in bedrijf te kunnen houden. In december 2002 viel het doek voor de brouwerij. De verhuizing van het kleine pand op Bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht naar de nieuwbouw op het Bedrijventerrein Oudenrijn in De Meern bracht de brouwerij in de problemen. Tijdens de verhuizing lag het brouwproces namelijk vier tot vijf maanden stil, waardoor de brouwerij een fors aantal klanten kwijt raakte. Ook de marketing was voor de brouwerij van ondergeschikt belang, waardoor er niet voldoende omzet werd gedraaid.

Begin 2003 meldden zich een aantal gegadigden om de brouwerij over te nemen. De nieuwe eigenaren van de brouwerij werden de in Montfoort woonachtige Wilfred van Schaik (eigenaar van Slijterij-Wijnhandel W. van Schaik) en Bert-Jan de Rooij (toenmalig salesmanager bij Vrumona). Wilfred hield zich bezig met de algehele leiding over de brouwerij (waaronder de financiën) en Bert-Jan hield zich bezig met de verkoop. De brouwerij behield het biologische merk De Leckere. Op 20 mei 2003 nam Jan Wolfs de roerstok ter hand in de brouwerij. Jan werkte die periode drie dagen per week in de brouwerij. De doelstelling voor 2004 was tussen de 700 en 1.000 hl op jaarbasis te brouwen. Deze hoeveelheid moest in drie jaar uitgroeien naar 1.500 hl op jaarbasis. Onder de naam Brouwerij De Leckere werden de biologische bieren in de markt gezet, terwijl onder de naam Utrechtse Speciaalbrouwerij de niet-biologische bieren werden verkocht.

In de loop van 2004 trokken Wilfred en Bert-Jan zich terug uit de onderneming, omdat de verkopen achter bleven bij hun verwachtingen. De nieuwe directie werd gevormd door de oud-studiegenoten Tjeerd de Vries (1961) en Justus Kos (1961). Justus was tussen 1995 en 1998 bij Heineken werkzaam als International Sponsorship Manage Heineken Brand, terwijl de antroposofisch opgevoede de Vries zelfstandig werkzaam was als corporate finance adviseur. Hoewel de beide heren aanvankelijk van plan waren om in 't Gooi een wasserij te kopen, om daar vervolgens de eerste biologische wasserette van Nederland van te maken, werd het uiteindelijk een brouwerij. Er werd gekozen voor een professioneler aanpak, althans in de ogen van de nieuwe eigenaren. De VOF werd in oktober 2004 omgevormd tot een BV. Jan Wolfs bleef werkzaam als brouwmeester en was er inmiddels in geslaagd het bier op een constant niveau te krijgen. De nieuwe directie had het maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel. In de praktijk werd dit duidelijk door dat voor het lopende band werk in de brouwerij een paar dagen per week een beroep te doen op werknemers van de Pauw Bedrijven, een voormalige sociale werkplaats in Breukelen. In 2005 was het bier voornamelijk verkrijgbaar in natuurwinkels, een aantal cafés en speciaalbierwinkels. Het was echter de bedoeling de jaarproductie op te voeren van ongeveer 750 hl op het moment van de overname naar 2.500 hl. In 2005 nam supermarktketen PLUS de bieren van de brouwerij in haar assortiment op. Landelijk werden de bieren gepromoot door onder andere Multi Bier en Beer & Selected Beverages. Er werd besloten om alle bieren te gaan pasteuriseren. Februari 2006 trad Mark Dignum als brouwer in dienst van de brouwerij. In 2007 verliet Mark noodgedwongen de brouwerij.

In 2007 dreigde de brouwerij opnieuw failliet te gaan. In mei 2007 werd de brouwerij echter overgenomen door een groep aandeelhouders. Eén van deze aandeelhouders is Eric Odenwald, eigenaar van Odenwald Organic Food Group). Hij brengt in Nederland, maar ook in Duitsland, Engeland en België biologisch brood, frisdrank, chocolade en ijs op de markt. Tjeerd de Vries en Justus Kos bleven als aandeelhouder verbonden aan de brouwerij. Voor het afvullen zal het bier voortaan worden gecentrifugeerd. Met deze overname trad ook weer Pim Bosch in dienst van de brouwerij. Eind 2007 werden er twee extra lagertanks geïnstalleerd met een totale capaciteit van 60 hl. Aanvankelijk werkte Pim drie dagen in de week, maar vanaf februari 2008 werden dat vier dagen per week. Daarnaast hield Richard Kuiken zich bezig met alle voorkomende werkzaamheden in de brouwerij met uitzondering van het brouwproces. Op 2 november 2009 werden er zes nieuwe lagertanks geplaatst met een gezamenlijke capaciteit van 360 hl. De totale lagercapaciteit van de brouwerij verdubbelde hiermee en kwam uit op ruim 500 hl. De brouwerij groeide hiermee uit naar een productiecapaciteit van 6.000 hl op jaarbasis. De omzet van de brouwerij steeg in 2009 ten opzichte van 2008 met 35%. In het kader van de Week van de Smaak werd Jan Wolfs in november 2009 uitgeroepen tot de Held van de Smaak van de provincie Utrecht. In januari 2010 trad Oscar Moerman als brouwer in dienst van de brouwerij. Eind december 2010 gooide hij de roerstok er weer bij neer. Na het vertrek bij de brouwerij werkte hij in 2012 nog enkele keren als oproepkracht bij de brouwerij. Carl Stapelbroek ( toenmalig eigenaar van Brouwerij Vat No. 13) trad 1 januari 2011 in dienst van de brouwerij. Per 1 november 2011 legde Jan Wolfs de roerstok erbij neer om op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging in de Nederlandse bierbranche.

In 2010 werd de brouwerij gecertificeerd door het British Retail Consortium. Het is een kwaliteitsnorm die in Engeland is ingesteld voor producenten van levensmiddelen. De norm bevat een breed pakket aan kwaliteitseisen op het gebied van voedselveiligheid, productie en omgeving.

In juni 2017 maakte de brouwerij bekend te gaan verhuizen naar een op dat moment nog leegstaande fabriekshal van de voormalige fabriek Werkspoor, de zogenaamde Werkspoorkathedraal. In het pand kwamen ook andere bedrijven alsook horeca. De brouwerij neemt de helft van het pand aan de Tractieweg in gebruik. De kantoren komen hoog in het pand, tegen het dak aan de voorzijde. De enorme brugkraan, die normaal gesproken vrij door de enorme hal kan rijden, kreeg een vaste plek aan de kant van de insteekhaven. Aan de kopse kant van de fabriekshal komt horeca. De andere helft van het pand werd opgedeeld in kleinere eenheden waar bedrijven zoals een meubelmakerij onderdak kregen. De fabriekshal is 25 meter breed en 175 meter lang. Erfgoed Werkspoor Utrecht, eigenaar van het voormalige Werkspoorcomplex, vroeg voor de verbouwing van het pand een vergunning aan. Het pand is geen gemeentelijk monument. Volgens architect Bart Kellerhuis van Zecc Architecten is het een behoorlijke opgave om het pand geschikt te maken voor bedrijven.

Op zondag 5 november 2017 werd in de Werkspoorkathedraal het nieuwe proeflokaal van de brouwerij geopend: Werkspoor Café De Leckere.

Op 7 november 2018 verhuisde de brouwerij naar het Werkspoorkwartier. De capaciteit van de brouwerij kan hiermee op termijn groeien naar een productie van 2 miljoen liter per jaar. Als eerste brouwerij van Nederland, en één van de weinige in Europa, gaat de brouwerij volledig elektrisch produceren en daarmee van het gas af. Om nog verder te verduurzamen komen er ook nog 1360 zonnepanelen op het dak en gaat de brouwerij alle warmte en koude in de fabriek hergebruiken. Op 9 september 2019 werd de nieuwe brouwerij officieel geopend.

 

  • 1997 - Brouwerij Klein Duimpje

(1997-2013) Huisbrouwerij Klein Duimpje
(2013-) Brouwerij Klein Duimpje

Geschiedenis

 

Eén van de brouwmeesters van Huisbrouwerij Klein Duimpje is Erik Bouman (1959), werkzaam in de ICT-branche. Erik is sinds 1990 actief in het maken van alcoholische dranken. In dat jaar werd hij lid van het Heemskerks Gilde, alwaar hij zich voornamelijk bezig hield met het maken van wijnen en likeuren. In 1995 kwam hij in contact met Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat en volgde daar een bierbrouwcursus. Vele brouwsels en een jaar later achtte Erik de tijd rijp om deel te nemen aan amateur-bierbrouwwedstrijden. Reeds in 1996 vielen diverse bieren in de prijzen. In januari 1997 werd het eerste Nederlandse Kampioenschap voor amateurbierbrouwers in de winterbierklasse gewonnen met het latere "Erik de Noorman". Kort daarna, in mei 1997, werd het door Erik, en zijn brouwmaat Bas van der Voort, ingezonden bier van het Engelse type "Porter" uit meer dan 400 ingezonden bieren gekozen tot het beste bier bij het dertiende Algemene Kampioenschap over alle klassen. Daarmee was Erik Nederlands Kampioen amateurbierbrouwen 1997. De etiketten van de brouwerij werden in eerste instantie ontworpen door grafisch ontwerpster Natascha van der Steen.

Zolang de brouwerij nog niet over een eigen locatie beschikt maakt Erik gebruik van de faciliteiten van de Scheldebrouwerij. In 2000 leek het er even naar dat Erik zich kon gaan vestigen in een pand in Hillegom, doch de vreugde bleek van korte duur.

Medio 2002 werd gestart met het opzetten van een certificatenregeling. Er konden deelnamebewijzen worden gekocht van € 50,00 / € 100,00 / € 200,00. De inkomsten zijn bestemd voor het uitbreiden van de brouwerij. De rente wordt dan jaarlijks, tijdens een feestelijke bijeenkomst, in natura uitgekeerd in de vorm van een uniek eenmalig bier. Hiernaast is het mogelijk om met een vaste korting bier te laten brouwen voor feesten en partijen. Vanaf juni 2003 kon men zich daadwerkelijk inschrijven voor deze certificatenregeling.

In 2002 werd de eenmanszaak omgezet in een v.o.f. en trad Louis van Velthoven, onderwijzer op een Jenaplan-basisschool in Haarlem, toe als vennoot. Louis leerde in 1998 het brouwen van Erik via een amateur bierbrouwcursus na te zijn ingeschreven door zijn zwager Herman van Assendelft. Louis en zwager Herman vonden het brouwen zo leuk dat zij al snel meegingen naar de Scheldebrouwerij als er gebrouwen of gebotteld moest worden en zo werden de fijne kneepjes van het brouwen geleerd. Louis behaalde in 1999 in Bergen op Zoom een tweede plaats tijdens het Open Nederlands Kampioenschap voor Amateur Bierbrouwers, waaruit later het Springbok ontstond. Erik en Louis zochten naar een locatie in de Bollenstreek waar zij hun eigen brouwerij konden vestigen. Een brouwerij met proeflokaal waar naast alle brouwactiviteiten op afspraak groepen bierliefhebbers ontvangen kunnen worden.

Naast het brouwen van bier houdt de brouwerij zich ook bezig met het bereiden van bierlikeur en korenwijn. Deze producten worden gedistilleerd uit bier bij de Firma Janssens in Amsterdam en afgevuld in Hillegom. Hiernaast worden ook twee bierkazen gemaakt. Bij de ene kaas, gemaakt uit koeienmelk wordt bij de bereiding Erik de Noorman gebruikt. Bij het bereiden van de andere kaas, de geitenkaas wordt door de kaasboer de Hillegomse Hangkous gebruikt. Op 30 november werd de VHKD (Vrienden van Huisbrouwerij Klein Duimpje) opgericht. Op dat moment waren er 40 leden. Met de eerste opbrengst werd een afvulmachine aangeschaft alsook een gasbrander om de brouwketel te stoken. In 2004 werd een nieuwe etiketteermachine in gebruik genomen. Hiermee konden 1200 flessen per uur van een etiket worden voorzien. Medio 2004 zette Louis van Velthoven een punt achter zijn werkzaamheden voor Huisbrouwerij Klein Duimpje. In maart 2005 werden er 1000 kratten aangeschaft. Het waren zwarte (gebruikte) kratten. Over de naam van de vorige eigenaar werd een sticker van de brouwerij geplakt. In 2005 werd tevens de 3 hl. brouwinstallatie in gebruik genomen. In augustus werd hiermee het eerste brouwsel gemaakt. In 2006 werden een aantal bieren van de brouwerij voor het eerst geschonken in Denemarken en wel in het stadje Kolding (www.denengelskepub.dk). Sinds 2006 verkoopt Erik Bouman bierkoelers die hij importeert uit Oekraïne (Wroclaw). In 2010 werd er een nieuwe bottellijn geplaatst. Sinds april 2011 is de brouwerij overgestapt naar een nieuw model krat met eigen opdruk. Er zijn 3300 kratten aangeschaft. De oude kratten met stickers zullen worden vervangen.

In 2011 werd bekend dat brouwer Erik Bouman aan de rand van Hillegom panden heeft gehuurd van een failliete bollenkweker. De koelcellen van dit bollenbedrijf werden omgebouwd tot een grote brouwzaal, proeflokaal, lagerruimtes en voorraadmagazijn. Op 21 april 2012, corsodag, werd het proeflokaal geopend. In juni 2012 werd de brouwerij in gebruik genomen. De brouwerij bestaat uit twee brouwketels van 500 en 1.000 liter. Daarnaast werd er in 2012 een volautomatische vul- en bottellijn in gebruik genomen. In 2013 werd de naam van de brouwerij gewijzigd van Huisbrouwerij Klein Duimpje naar Brouwerij Klein Duimpje. Op 2 januari 2014 werden er twee nieuwe Cilindrische-Conische Tanks (CCT's) geleverd, elk met een inhoud van 15 hl. Met deze uitbreiding van 30 hl komt de capaciteit uit op 95 hl. In 2014 kon er per keer 1.500 liter worden gebrouwen. In de loop van 2015 werd een nieuwe brouwinstallatie in gebruik genomen. De oude brouwinstallatie werd verkocht aan Kraftbier in Tilburg.

 

  • 1998 - Bierbrouwerij De Schans

Geschiedenis

Als bezitter van twee prachtige historische panden (1781) en een voorliefde voor al het culinaire kon het volgens Guus Roijen niet uitblijven dat hij op een bepaald moment de roerstok ging hanteren. In 1973 brouwde Guus, toen werkzaam bij IBM, zijn eerste bier samen met zijn buurman. Pas veel later las hij een artikel in een plaatselijk weekblad over een brouwcursus in Hoofddorp verzorgd door Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat. Toen rijpte langzaam het plan om op professionele basis te gaan brouwen. Drie jaar werd als hobbybrouwer de roerstok ter hand genomen toen het begon te kriebelen en Guus de zaken commercieel wilde aanpakken. Hij schreef een bedrijfsplan en uit dit rapport bleek dat er in Uithoorn voldoende kansen waren voor een professionele brouwerij. Vooral ook omdat Guus de plaatselijke horeca enthousiast had gemaakt voor zijn eigen bier. Hiernaast was ook de gemeente bereid alle medewerking te verlenen.. Guus heeft zelf de automatisering in de brouwerij uitgedacht. Deze kennis heeft hij te danken aan zijn technische achtergrond als ingenieur. In 1995 was hij echter als marketingmanager bij IBM werkzaam. Dit was op dat moment tevens de reden om alleen op zaterdag te brouwen. Dan kunnen ook eventuele bezoekers een kijkje nemen in de brouwerij. Naast de brouwerij runt Guus Royen een automatiseringsbedrijf. Samen met partner en compagnon Jet van Dalfsen (zij beheert de speciaalzaak die aan de brouwerij verbonden is) dacht Guus aan een wekelijkse capaciteit van 1200 liter. Dit betekent op jaarbasis zo'n 60.000 liter.

De brouwerij is vernoemd naar het stukje Uithoorn waar in de Franse tijd houten schansen stonden. Daarvoor was het een veenkolonie. In de loop van de tijd zijn de schansen verbrand en zijn op die plek monumentale panden verrezen, waarvan Guus er twee in zijn bezit heeft.

Na de brand die op 23 juli 1781 nagenoeg heel Uithoorn in de as legde verrees een huizenblok. Na vele verbouwingen door verschillende families werd in 1996 de basisrestauratie van het rijtje woningen voltooid, waarmee het complex weer werd teruggebracht tot de originele omvang. Ooit was het een groot woonhuis, met iets rechts van het midden de hoofdingang en in de steeg achter de poort links een dienstingang, waarvan nog sporen te zien zijn in de buitenmuur. Het pand is een gemeentelijke monument.

Hoewel alle benodigde vergunningen in bezit waren, maakte het kerkbestuur van de Rooms-Katholieke kerk in het Noord-Hollandse plaatsje bezwaar tegen het verlenen van een vergunning aan brouwer Guus Royen voor de tapperij annex proeflokaal. In 1990 heeft het kerkbestuur grond verkocht aan de gemeente. In die overeenkomst werd toen bepaald dat er aan De Schans, waar de brouwerij zou worden gevestigd, geen uitbreiding meer zou worden toegestaan van de horeca. De door het kerkbestuur ingeschakelde rechter was het eens met de bezwaren van het kerkbestuur en bij een kort geding in maart 1996 werd de vergunning geschorst. De uitspraak was een forse tegenvaller, zeker daar het ondernemersplan was gebaseerd op een brouwerij annex horecagelegenheid.

Vanaf dat moment was brouwer Guus Roijen op zoek naar een locatie buiten de Gemeente Uithoorn. De brouwinstallatie werd ontwikkeld in samenwerking met zuiveltechnisch bedrijf van 't Riet uit Aarlanderveen. Op 5 februari 1998 werd de brouwerij officieel geopend. In 1998 werd er 100 tot 150 liter per week gebrouwen. In 1999 werd een assistent-brouwer, Erik van Dordrecht, aangenomen voor twee dagen in de week.

In de loop van 2000 besloot Guus zich full-time met de brouwerij bezig te gaan houden en staakte, althans voorlopig, zijn werkzaamheden in de automatiseringsbranche. In 2000 werd er ongeveer 250 hl per jaar gebrouwen. Bierbrouwerij De Schans werkt samen met de "Proef" Brouwerij in het Belgische Lochristi. Seizoenbieren en nieuwe bieren worden gebrouwen in Uithoorn terwijl de grotere hoeveelheden in België worden gebrouwen.

In 2009 begon de brouwerij ook een distilleerderij om hier moutwijnen mee te maken. In 2012 werden er drie soorten moutwijnen verkocht: een rode moutwijn uit stoutbier, een blauwe moutwijn uit blond bier en een groene moutwijn uit de saison. Aan de moutwijn worden jeneverbes en kruiden toegevoegd met als resultaat een graanjenever. Deze jenever werd in 2012 in twee varianten verkocht.

Als gevolg van de toenemende afzet was de brouwerij sinds 2012 op zoek naar een andere locatie. Het was de bedoeling dat op deze nieuwe locatie ook de horeca een plek zou krijgen. Die verhuizing is er nooit gekomen.

Op 7 december 2015 overleed Guus Roijen aan kanker. Guus werd 68 jaar.

 

  • 1998 - Brouwerij Erve Kots

Geschiedenis

Sinds het najaar van 2017 werd er op het terrein van de brouwerij gewerkt aan de Brouwhoes Bier Experience: een unieke ontdekkingsreis voor jong en oud, waarin op interactieve wijze het brouwproces te ontdekken is. Op vrijdag 15 juni 2018 werd de Brouwhoes Bier Experience officieel geopend door Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik, familie van Weenink van Erve Kots. Ook wethouder Jos Hoenderboom van Oost Gelre was bij de officiële opening aanwezig.

 

  • 1999 - Stadsbrouwerij van Kollenburg

Geschiedenis

Op 4 september 2007 werd een nieuwe brouwinstallatie in gebruik genomen Begin 2013 nam, de in Nuland woonachtige, Pieter van Meel de roerstok ter hand. Voor die tijd was Pieter werkzaam bij Bierbrouwerij Het Brouw Café. Daar werd Pieter ontslagen op "economische gronden".

 

  • 1999 - Texelse Bierbrouwerij

Geschiedenis

Nadat in 1998 de Tesselse Bierbrouwerij stopte, werd er onderzocht of de brouwerij voortgezet kon worden met een nieuwe eigenaar. Die werd gevonden in de persoon van de geboren Groninger Jaap van der Weide (1961), voormalig verkoopdirecteur in de telecomsector van Siemens en afkomstig uit de wereld van de informatica. In mei 1999 nam hij de leiding van de brouwerij over en liet er geen gras over groeien: hij blies de brouwerij professioneel nieuw leven in. Feitelijk was er sprake van een compleet "nieuwe" brouwerij, hoewel de locatie van de brouwerij hetzelfde is gebleven en de naam van de brouwerij slechts een kleine verandering heeft ondergaan. Van der Weide besloot de "x" toch weer in de naam terug te brengen vanwege de "export naar het continent". Er werden nieuwe recepturen bedacht en dit leidde tot volmoutige bieren. Zijn zesjarig verblijf in München is mede de reden om te gaan brouwen volgens het Duitse Reinheitsgebot. Met een nieuw brouwteam maakte de brouwerij in 1999 een nieuwe start. Maurice Diks verkocht een deel van zijn bedrijf aan een concurrent en werd bedrijfsleider. Er werd aanvankelijk gebrouwen met een brouwinstallatie met een brouwcapaciteit van 10 hl.

Op vrijdag 16 april 1999 werd het eerste brouwsel gebrouwen en was ook het proeflokaal weer geopend. Op 1 mei 1999 werd de brouwerij met nieuw élan geopend en was de herstart een feit. Om de herkenbaarheid op fles te vergroten werden nieuwe etiketten ontwikkeld. Het eiland en de vuurtoren stonden hier centraal. Aangezien de nieuwe eigenaar de roerstok niet zelf kon en wilde hanteren werd Nico Derks naar Texel gehaald om de recepten te verbeteren en een inhaalslag te maken in de kwaliteit van de bieren. Nico Derks werd gesteund door Tom Noij. Tom was afkomstig van de Boxtelse MAS en kon bogen op een half jaar ervaring bij de Maasland Brouwerij in Oss. Jaap van der Weide beperkte zich tot de financiën en de marketing van de brouwerij. In de loop van 1999 kreeg Nico Derks hulp van Joscha Schoots, die tot die tijd werkzaam was bij de Stadskasteel Oudaen in Utrecht.

In 1999 werd er 400 hl gebrouwen. De samenwerking die de Texelse Bierbrouwerij in 1999 onder andere is aangegaan met de verkooporganisatie AB&C Global Beer en de B.S.B. in Raamsdonkveer leidde ertoe dat vanaf 2000 Texels bier van Groningen tot Maastricht en van Den Helder tot Middelburg werd verkocht in cafés en slijterijen. AB&C Global Beer is de verkooporganisatie die bestaat uit Astein en Bier & Co en een aantal kleinere bierbrouwerijen in Nederland, België en Duitsland. Ongeveer vijftien groothandels in heel Nederland verzorgen de distributie.

In 2000 werd een enorm brouwhuis met twee roodkoperen ketels van 40 hl naar het eiland verscheept. Tevens werden in 2000 drie nieuwe 10 hl tanks in gebruik genomen, waarmee de productiecapaciteit steeg naar 25 hl per week. In de loop van 2000 trok Joscha Schoots zich terug uit de brouwerij. Door de capaciteitsuitbreiding vond hij zijn nieuwe rol in de bottelhal niet meer uitdagend. Hij vond op het eiland een baan als sportinstructeur. Maurice Diks ging zich onder andere bezighouden met de logistiek en het proeflokaal en werd verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding. Wiebe de Boer kreeg de leiding in de bottelhal en het proeflokaal. In 2000 werd er meer dan 1.000 hl gebrouwen. Om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen vergrootte de Texelse Bierbrouwerij eind 2000 haar werkruimtes van 200 m2 naar 1400 m2. Er werd een nieuwe bottellijn aan de voorkant van de voormalige melkfabriek geplaatst. Vanaf januari 2001 werden hier de 30cl en 75cl flessen en kruiken afgevuld. De capaciteit van de bottellijn bedroeg op dat moment maximaal 5.000 flessen per uur.

Om de groei van de brouwerij het hoofd te bieden werd er in september 2001 een nieuw koperen brouwhuis geïnstalleerd met een brouwcapaciteit van 40 hl in gebruik genomen. Per keer werd er 20 hl gebrouwen. In 2001 werkten er zes personen full-time bij de brouwerij en werd er wederom 1.000 hl bier gebrouwen. Harrie Vermeer trad op 1 februari 2002 in dienst als brouwmeester als vervanger van de vertrekkende Nico Derks die op Texel een ambachtencentrum begon. Harrie Vermeer was eerder werkzaam bij Bierbrouwerij De Koningshoeven in Tilburg en kon op het moment van indiensttreding bogen op een ervaring van meer dan 20 jaar. Per 1 januari 2002 trad M. Middelbos in dienst als Account Manager. Middelbos had toen meer dan vijf jaar verkoopervaring in de speciaalbiermarkt. Hij richtte zich, naast AB&C Global Beer manager Pieter Beuzenberg, specifiek op de verkoop van de Texelse speciaalbieren in Noord-, West- en Midden-Nederland. In 2002 waren er zeven medewerkers in dienst, waaronder twee verkopers.

Eind 2002 werd er wederom een nieuwe etikettenlijn ingevoerd, nu ontwikkeld door een reclamebureau. Het nieuwe logo, de gestileerde vuurtoren, staat hier centraal. Het promotiemateriaal werd geleidelijk aangepast en begin 2003 was alle externe communicatie en het promotiemateriaal van het nieuwe logo voorzien. Hierbij maakte het omgekeerde anker uit de tijd van de eerste brouwer plaats voor de Texelse vuurtoren. Het "Texelgevoel" werd zo weer stevig aan het bier gekoppeld. Met succes: in 2002 werd het Texels Bock onderscheiden en vond de speciale export-doos (vijf flesjes met een speciaal Texelglas) gretig aftrek in het gehele land (in 2003 werden er 10.000 pakketten afgezet). Alle supermarkten en slijterijen op Texel hebben het bier in het assortiment. Het gezellige proeflokaal van de Texelse Bierbrouwerij, met het aangename zonneterras dat uitzicht biedt op De Hoge Berg en het dorpje Oudeschild, is het hele jaar door te bezoeken. Naast de verkoop aan slijterijen wordt er ook veel aan de horeca geleverd. Om de verkoop te ondersteunen werden er promotiemiddelen ontwikkeld, zoals tapruiters, posters, tafelkaartjes, raamstickers en bierviltjes van het eiland Texel die uitnodigen het speciaalbier te drinken.

Sinds 1 augustus 2003 gebruikt de Texelse Bierbrouwerij alleen nog maar op Texel geteelde brouwgerst. Hiernaast werkt de brouwerij samen met de mouterij van Bavaria en Agrifirm (als vertegenwoordiger van 135 Texelse graantelers). Eind 2003 werd het verkoopteam uitgebreid met de komst van Paul Snijder voor de verkoop op Texel. Derk Wagenmans vertegenwoordigde de brouwerij in het midden en zuiden van het land. Jaap van der Weide zelf bleef het noorden van het land voor zijn rekening nemen. Brouwer Harrie Vermeer verliet de brouwerij per 1 februari 2004, nadat hij eerst Maurice Diks als zijn opvolger had ingewerkt. In 2004 werd er twee dagen per week gebrouwen. Toentertijd bleef 95% van de productie op het eiland Texel. Op 10 mei 2004 deed Jaap van der Weide een stapje terug: hij verkocht de brouwerij, die inmiddels van 200 naar 1.400 vierkante meter bedrijfsruimte was gegroeid, aan zijn bedrijfsleider en drie mede-vennoten, waaronder Marten van der Loeff en Sef Brackel. Maurice Diks werd technisch directeur en Sef Brackel werd marketingdirecteur. Diks bleef eigenaar van het pand. Jaap hield nog wel een aandeel in de brouwerij.

In 2004 werden alle vloeren in onder andere de bottelhal, brouwhuis en warme kamer, lagercel en vergistingsruimte uitgevlakt en opnieuw betegeld. Om dat mogelijk te maken moest alle apparatuur met uitzondering van het brouwhuis naar buiten. Het oppervlak van de brouwerij werd vergroot van 1.400 m2 naar 2.400 m2. In 2004 werd er 1.500 hl geproduceerd, waarvan 95% het eiland Texel niet verlaat en wordt gedistribueerd door drie groothandels. Op Texel werd ongeveer 500 ton gerst verbouwd voor de brouwerij. Hiervan kreeg de brouwerij er ongeveer 60 ton aan mout voor terug. Hier werd in 2005 ongeveer 2.500 hl bier mee gebrouwen. De productie lag in dat jaar op twee brouwsels per week en soms drie. Er werden drie nieuwe gistingstanks met een capaciteit van 50 hl per stuk in gebruik genomen. In 2006 bedroeg de jaaromzet 3.000 hl. In 2010 werd een fusten- en krattenpark gebouwd. In 2012 kwam er een nieuwe flessenlijn, die tot 10.000 flesjes per uur kon verwerken. In maart 2013 werden er vier nieuwe gisttanks van 135 hl per stuk in gebruik genomen. In 2013 waren er 30 personen werkzaam in de brouwerij.

Per 1 maart 2017 stopt Maurice Diks met zijn werkzaamheden voor de brouwerij. Na zestien jaar neemt hij op eigen verzoek afscheid van zijn functie als directielid. Ted Krebbeks nam op ad-interim basis de functie van Maurice over.

In augustus 2017 werden de uitbreidingsplannen gepresenteerd voor de brouwerij. Er moet een fabriek verrijzen op een perceel van 4.5 hectare (ongeveer negen voetbalvelden), met een maximale hoogte van 15 meter (flatgebouw met 6 verdiepingen) en een maximale productie van 35 miljoen liter per jaar in de toekomst. Deze plannen zorgen voor gemengde reacties op Texel. Niet iedereen is voorstander van deze schaalvergroting.

Op woensdag 21 februari 2018 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein, vastgesteld. Hiermee komt de gewenste nieuwbouw voor de brouwerij een stuk dichterbij. Na hoofdelijke stemming werd het bestemmingsplan met dertien stemmen voor en twee stemmen tegen aangenomen. Uiteindelijk stemden alleen Jan Aris Eelman van Eiland Belang en Veronne Koot van Texels Belang (die om een hoofdelijke stemming had gevraagd) tegen het plan. Het vaststellen van het bestemmingsplan was nog geen definitief 'ja' voor de brouwerij. Hierop moest een aparte bouwaanvraag volgen die aan het bestemmingsplan getoetst moest worden.

Op 2 november 2020 werd bekend gemaakt dat Heineken de brouwerij heeft overgenomen. Hoeveel Heineken heeft betaald voor de brouwerij maakten de partijen niet bekend, maar nu de jaaromzet in 2018 ruim 11 miljoen euro bedroeg, ging het om een bedrag van tientallen miljoenen euro's. Voor dat bedrag kreeg Heineken, met het bier Skuumkoppe, één van Nederlands meest succesvolle bieren van dat moment in handen.

 

  • 2000 - Bierbrouwerij Volendam

(2000-2017) Bierbrouwerij 't Vølen
(2017-) Bierbrouwerij Volendam

Geschiedenis

Initiatiefnemers bij de oprichting van deze brouwerij waren Kees Jonk, Martin Veerman en Theo van de Voorde. Theo was destijds voorzitter van Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat. Bij een brouwcursus in Volendam leerde Theo, Kees en Martin kennen. Met een groepje uit Volendam richten ze een brouwclubje op met de naam 't Ken Net. Niemand had destijds een brouwinstallatie, maar gezamenlijk hadden ze een brouwruimte met twee brouwsets. Kees en Martin waren zeer enthousiast en speelden met de gedachten een eigen brouwerij te beginnen. Kees Jonk had een stukadoorsbedrijf en in het achterste gedeelte van zijn bedrijfspand was een afgesloten ruimte waar plaats zou zijn voor een brouwerij. Theo werd gevraagd mee te doen, maar Theo zag zijn toekomst in de oprichting van een brouwcafé in Hoofddorp. Een brouwinstallatie kon hij overnemen van de Scheldebrouwerij, maar een pand werd een groter probleem. Kees benaderde Theo opnieuw en nu hapte Theo toe en trad toe tot de VOF.

In februari 2000 werd de brouwinstallatie geleverd en geïnstalleerd door Peter van de Eijnden van de Scheldebrouwerij. De brouwerij werd officieel geopend op 15 juli 2000. De oorspronkelijke naam van de brouwerij, Bierbrouwerij 't Vølen, komt voort uit het feit dat er een veulen voorkomt in het wapen van Volendam.

In 2000 werden er 32 brouwsels van 500 liter en 10 brouwsels van 400 liter gemaakt. Een totaal van 200 hl. In 2001 groeide het volume naar ongeveer 250 hl. Theo was verantwoordelijk voor de receptuur en het brouwproces, was inkoper en deed het voorraadbeheer. Kees was de beheerder van het pand, regelde de financiën en de logistiek. Martin - in het dagelijks leven werkzaam als verkoper - deed de marketing, de PR en was verantwoordelijk voor de verkoop van het bier. De brouwerij werkte niet met een distributeur. Kees Jonk bracht de bieren met een busje rond.

In 2001 werd 50% van de brouwsels op fles afgevuld, terwijl de andere helft werd afgevuld in fusten van 20 liter. Begin 2002 trok Theo van de Voorde zich terug uit de brouwerij. Over 2004 steeg de omzet met 25% ten opzichte van 2003. In 2007 haakte Martin Veerman af. Vanaf dat moment hanteerde Kees Jonk alleen de roerstok.

 

  • 2000 - Dorpsbrouwerij de Pimpelmeesch

Geschiedenis

Dorpsbrouwerij de Pimpelmeesch is in 2000 opgericht als een van de eerste craftbrouwerijen in Nederland. Een voorloper op een trend van de laatste jaren. De brouwerij is gevestigd in het Brabantse Chaam, vlakbij de grens met België.

Brabanders zijn levensgenieters. Bourgondiërs die van gezelligheid houden. De naam van de Chaamse brouwerij speelt hier op ludieke wijze op in. Pimpelmeesch is een combinatie van pimpelen, lekker drinken, borrelen en meesch, Brabants dialect voor mens. De Pimpelmeesch is dus een vrolijke drinker! De lachende pimpelmees is een knipoog naar de blije, drinkende mens. De naam Chaam verwijst waarschijnlijk naar het middeleeuwse Latijn canaba: taveerne, drankkelder. Hieraan kan het Latijnse woord camba gekoppeld worden, wat mouterij betekent.

De plaatsnaam Chaam zou een aanduiding zijn van een plaats waar men gerst laat kiemen. Ooit kende Chaam brouwerij De Avondster. Logisch dus dat Ad Kusters, de dorpsbrouwer van Chaam, juist daar een assortiment speciaal bieren brouwt. Vanuit een passie voor creëren en met een scheikundige achtergrond is hij het brouwers vak ingerold. Zijn bieren kenmerken zich door hun toegankelijkheid en zijn gebaseerd op bekende, en daardoor herkenbare bierstijlen. Er wordt uitsluitend gebrouwen met water en diverse mout, hop en gistsoorten. Er worden geen extravagante ingrediënten of vrachtladingen aan hop gebruikt.

Het brouwen van bieren met een constante kwaliteit is de missie van Ad. De bieren van de Pimpelmeesch worden in heel Nederland verkocht. De meeste afzet is echter in Zuid Nederland en in het bijzonder in het Brabantse. De Pimpelmeesch draagt dan ook de verbondenheid met de regio graag uit.

In 2012 werd een nieuwe brouwinstallatie aangekocht bij Labu Brau uit het Oostenrijkse Ottensheim. Deze brouwinstallatie kwam op 4 februari 2013 naar Nederland en werd in de loop van 2013 in gebruik genomen.

Bij de Dorpsbrouwerij worden ook huisbieren ontwikkeld en gebrouwen voor enkele cafés en restaurants in de regio. Maar ook voor een landgoed dat de zelf verbouwde rogge terugvindt in zijn eigen unieke bier.

In het voorjaar van 2021 zou de brouwerij naar proefboerderij de Markhoeve in Strijbeek verhuizen, maar dit loopt vertraging op. Er is gedoe tussen Vereniging Markdal (initiatiefnemer), Provincie Noord-Brabant (eigenaar) en de aannemer. Daarom wordt er voorlopig gebrouwen bij andere brouwerijen (o.a. bij Weerter Stadsbrouwerij). Er is ook geschreven over brouwerij De Morgenster in Chaam, maar er is geen bewijs gevonden dat deze brouwerij daadwerkelijk heeft bestaan.

 

  • 2000 - Groningse Bierbrouwerij

Geschiedenis

De Groningse Stadsbrouwerij B.V. is in maart 2000 opgericht. In de beginfase werden de bieren gebrouwen met behulp van de brouwfaciliteiten van de Texelse Bierbrouwerij. In september 2001 is daar een nieuwe brouwinstallatie van 40 hl in gebruik genomen en het oude brouwhuis (met een capaciteit van 10 hl) werd opgeslagen om naar Groningen te worden verplaatst zodra een nieuwe locatie is gevonden voor een brouwhuis. Op 14 april 2000 werden de eerste vier bieren gelanceerd tijdens het Noordelijk Bierfestival (PUB). De brouwerij kreeg veel publiciteit van de (vak)media. Zo werd op initiatief van het Nieuwsblad van het Noorden een blinde bierproeverij georganiseerd. Het bierpanel met onder andere vertegenwoordigers van de stedelijke horeca en consumenten beoordeelde de Grunn Bieren goed tot zeer goed. In oktober 2001 behaalde het Grunn Bock zelfs de derde plaats tijdens de Nationale Bokbier Proeverij. In deze competitie werden 44 Nederlandse bokbieren getest. De Grunn Bieren worden meer en meer verkocht in de horeca en bij de slijterijen. Alle Grunn Speciaalbieren worden in flessen van 30 cl en fusten van 20 liter afgevuld. Ook werden er stenen kruiken en grote flessen met een inhoud van 75 cl gebruikt.

Initiatiefnemers achter deze brouwerij waren de uit Haren afkomstige Jaap van der Weide en Egbert Timmerman. Laatstgenoemde is eigenaar van bierenspeciaalzaak Hoppiness in Groningen, terwijl Jaap van der Weide de man is achter de Texelse Bierbrouwerij. Brouwmeester is Daan Wagter. Daan was al geruime tijd thuisbrouwer. Hiernaast liep hij stage bij de Texelse Bierbrouwerij. In Leeuwarden volgde hij een opleiding aan het Hall Instituut (Hogeschool voor voeding, milieu en landbouw) in de studierichting bier. In het verleden waren er tal van brouwerijen gevestigd aan de Groninger Diepenring. Cluynbier geldt als het oudste Groninger bier. In 1697 werd op de zilveren staf van het Groningse tappersgilde de volgende spreuk gegraveerd: "De Kluyn verheugt den man en maeckt soldaten sterck. Maeckt vree daer questie is en geeft den vijand werck". Het Groninger bier werd in grote hoeveelheden naar het westen geëxporteerd. Het brouwen van bier was alleen voorbehouden aan brouwers in stad en ommelanden; in de regio mocht dan ook alleen Groninger bier worden verkocht. Vaten met vreemd bier werden in beslag genomen of in het water geloosd. De laatste grote brouwerij in de stad, die ooit 80 brouwerijen telde, heette Keizer Barbarossa en was in Helpman gevestigd. Op de plaats waar deze brouwerij stond staan nu huizen. Met de komst van koffie en thee daalde de animo voor bier en in rap tempo sloot een aantal bierbrouwerijen. Het is de bedoeling om de brouwerij uiteindelijk te vestigen op het terrein van de voormalige Helpmancentrale in het nieuw aan te leggen Europapark in Groningen. Op het Europapark staan onder andere het voetbalstadion van FC Groningen (de Euroborg), horeca, kantoren en woningen gepland. De brouwerij zou dan de exploitatie van het horecagedeelte van dit centrum op zich kunnen nemen middels een brouwerij met proeflokaal annex grand-café. Er gaan echter nog jaren overheen voordat het zover is, zodat er nog altijd tot die tijd gezocht wordt naar een tijdelijke alternatieve locatie. Een andere optie is de brouwerij te vestigen in Nieuweschans aan de grens met Duitsland.

 

Hunebed Bieren

De Groningse Stadsbrouwerij B.V. heeft in 2001 in samenwerking met de Nationaal Hunebed Informatie Centrum uit Borger, een serie streekbieren voor Drenthe ontwikkeld, te weten de Huyne Hup Bieren. In 2003 werd overgegaan naar een nieuwe uitstraling met focus op Hunebedbier. Uit marktonderzoek bleek dat de oude naam niet voldoende aansloeg bij zowel de Drenthenaren als bij de toeristen. Ook onder de verkopende groothandels bleek de acceptatie voor Huyne Hup te gering. Met het invoeren van een nieuw logo en een nieuwe etikettenlijn verwacht men een betere positie onder de bierdrinkers te krijgen. De Hunebedbieren zijn, na de introductie op 7 mei 2001 door 'Bierkoning' Dick Wildeman, verschillende keren besproken in artikelen over de bieren of over de brouwerij in de Drentsche & Asser Courant, Dagblad van het Noorden, Metro, Zwolsche Courant en De Telegraaf. Verder heeft RTV Drenthe een reportage over de presentatie van het Hunebedbier gemaakt en besteedde Misset Horeca in de uitgave van 8 juni 2002 aandacht aan deze nieuwe bieren. In het nieuwe logo staat een oermens die een bierton op zijn schouder draagt centraal met op de achtergrond 3 hunebedden. Dit logo komt ook terug op het glaswerk en het ondersteunende promotiemateriaal. Speciaal voor slijters is er ook een sixpack ontwikkeld die met name de toeristische bezoeker van Drenthe zal aanspreken. Hunebedbier is te verkrijgen in flessen van 30 cl en 75 cl en in fusten van 20 liter. De Hunebedbieren worden steeds meer verkocht in de horeca en bij slijterijen in Drenthe. Vanaf 2003 wordt het Hunebedbier (met het nieuwe logo) ook buiten Drenthe verkocht. Met de familie van Hunebedbieren wordt verder ingespeeld op de toenemende vraag naar streekproducten in het algemeen en naar toeristische producten in het bijzonder. "Hunebedbier. Gebrouwen volgens oud-recept van de Hunebedbrouwers uit mout, hop, water en gist. Reuze lekker!". De eerste boeren in Drenthe, de hunebedbouwers, maakten gebruik van de soorten graan die in hun omgeving werden verbouwd. Hiermee werd onder andere bier gebrouwen. De hunebedbouwers brouwden ongefilterde bieren van hoge gisting. De eeuwenoude traditie van brouwen met hoge gisting wordt met deze Hunebedbieren voortgezet. De Groningse Stadsbrouwerij heeft de rechten overgenomen van Stadsbrouwerij Sint Martinus. Deze brouwerij werd in 1995 gesloten. De Grunn-, Hunebed- (behalve de EKO) en de ABnormaal-bieren worden sinds 2004 gebrouwen volgens eigen receptuur bij drie verschillende brouwerijen in België en Duitsland omdat er met drie verschillende giststammen wordt gewerkt en de smaakverschillen nu veel beter te proeven te zijn. In 2005 veranderde het (tijdelijke) adres van de Groningse Stadsbrouwerij B.V. van Osloweg 91, 9723 BK in Groningen in Beckerweg 23, 9731 AX in Groningen.

In 2006 waren er vijf personen werkzaam bij de brouwerij: Jaap van der Weide, twee verkopers, één administratief medewerker, één magazijnmedewerker en één marketing medewerker. Na overleg met de Stichting Hunebed Productiegroep in Borger werd in 2006 de slogan van de Hunebedbieren veranderd van "Een kei van een bier" naar "Een keigoed bier". In 2006 werd een droom waar voor Jaap van der Weide: "De brouwerij met een capaciteit van twee tot 30 hl per week komt in het nieuwe bioscoopcomplex MustSee in de Euroborg. Wij krijgen een ruimte van 180 vierkante meter" legt van der Weide uit. Het is niet helemaal toevallig dat Van der Weide in contact kwam met het bioscoopconcern Wolff dat de tien filmzalen vanaf medio juli 2006 gaat exploiteren. "Er is nog een tweede ruimte van 180 vierkante meter in MustSee en daarin gaan wij een themacafé beginnen. De opening van dit horecabedrijf verwachten wij na de zomer van 2006." In het laatste kwartaal van 2006 werd Brouw- en Eethuis Grunn geopend.

Op 14 september 2012 werd de Groningse Stadsbrouwerij failliet verklaard, doch het bedrijf maakte een doorstart. De reden voor het faillissement was een geschil met de Belastingdienst. Nadat twee keer een schikking werd afgewezen werd gekozen voor het doorstart-scenario. De oorzaak lag in een mislukt avontuur van een brouwhuis annex biercafé in de Mustsee-bioscoop in de Euroborg. De brouwerij heeft hiervan een jaar de exploitatie op zich genomen, maar het plan werd geen succes wegens tegenvallende bezoekersaantallen. In 2013 werd er ruim 1.800 hl verkocht. In 2014 werden de 50 hl brouwsels, zoals de Grunn- en Hunebed-bieren, naar eigen recept gebrouwen in Duitsland, terwijl de 45 hl brouwsels, zoals Kruisheren en Zeebier, naar eigen recept werden gebrouwen in België. Het biologische Dolmen wordt gebrouwen bij Brouwerij De Leckere in De Meern. De kleine brouwsels worden naar eigen recept gebrouwen bij Brouwerij De Leckere en de Sallandse Landbier Brouwerij.


Gezond bier uit Groningen
8 november 2010, De Groene Pers
Een gezond en vitaminerijk bier dat net zo lekker is als andere bieren. Dat zegt Jaap van der Weide van de Groningse Stadsbrouwerij. In Groningen kan volgens hem straks een bord in de grond worden gezet dat er tienduizend Groningse bieren op biologische wijze worden verbouwd. 

 

Zeebieren - Brandaris Bieren

Voor de waddeneilanden brouwt men diverse zeebieren (Zeekraal, Zeebaken, Zeevaarder, Zeeschuim, ...) die allemaal worden afgevuld in 25 cl flessen. Deze bieren zijn verkrijgbaar op Terschelling en Schiermonnikoog en daarnaast bij enkele bierspeciaalzaken in Nederland. Voor Terschelling is er een aparte Brandaris geschenkverpakking met 6 flesjes bier en aangepaste etiketten met de Brandaris op het etiket.

 

  • 2000 - Huttenkloas

Geschiedenis

Brouwer Ruud van de Gevel en salesmanager Johan Nijhof stelden zich in mei 2002 het doel een ambachtelijke brouwerij te stichten in Twente. Voordat het zover was maakten zij gebruik van de brouwfaciliteiten van een andere brouwerij. Ruud en Johan kenden elkaar vanaf hun periode bij de scouting. De plannen om een eigen kleinschalige Twentse brouwerij op te richten stamden uit 1998. Ruud studeerde voedingsmiddelentechnologie aan de zuivelschool in Bolsward van waaruit hij stage liep bij de Friese Bierbrouwerij. Na zijn studie in Bolsward studeerde hij parttime door aan de Industriële hogeschool van het Rijk voor Chemie-, Textiel- en Landbouw (CTL) in Gent bij professor Baetslé, een autoriteit op het gebied van bier, naast een halve baan in de zuivelindustrie. Van 1990 tot 1995 was Ruud eigenaar van Brouwerij De Teut in het Belgische Neerpelt. Ruud keerde terug naar Hengelo en ging werken in de vleeswarenindustrie.

In Johan vond hij een compagnon om met hem zijn droom te verwezenlijken. Ze besloten niet te hard van stapel te lopen. Ze namen anderhalf jaar de tijd voor de voorbereiding voordat ze in 2000 met hun eerste bier op de markt kwamen. Het werd gebrouwen met behulp van de faciliteiten van de Zuid-Duitse Schlossbrauerei gelegen in een klein plaatsje in de buurt van Ingolstadt. De eisen die de brouwerij stelde was dat er gebrouwen moest worden volgens het Reinheitsgebot (er zou dus niets aan het bier toegevoegd mogen worden) en er moest gebruik worden gemaakt van de eigen gistcultuur van de brouwerij. In 2005 produceerde de brouwerij elke drie weken 50 hl bier. Eén keer per maand werd er afgereisd naar Zuid-Duitsland om hun bier te bottelen. Het bier werd per vrachtwagen naar Twente vervoerd waar het werd opgeslagen in Rossum (bij Oldenzaal). Van daaruit vond de distributie plaats. Het was de bedoeling om uiteindelijk 1.000 tot 2.000 hl per jaar te brouwen.

De meest gevreesde en beruchte struikrover en moordenaar uit Twente was Huttenkloas. Deze schurk, geboren als Klaas Annink, woonde rond 1700 samen met zijn vrouw en zoon in het Twentse buurtschap Bentelo. Hij had het vooral gemunt op marskramers en werd beschuldigd en verdacht van een groot aantal moorden en andere delicten. Bijna iedereen in zijn omgeving had z'n vermoedens, maar hield wijselijk z'n mond. "Denk der um, oene hoes is van hoalt en streu", dreigde Kloas. Zo werd ook Willen Stint, die terugkeerde van zijn handelsreis en een aanzienlijke som geld bij zich had, door Huttenkloas gedood, uitgeschud en onder de grond gewerkt. De kleding van Stint werd netjes gewassen en werd als zondagspak door Huttenkloas gedragen. Toen de kledingstukken herkend werden door de vader van het slachtoffer, was het bewijs geleverd! Alvorens te worden gestraft, werd Huttenkloas, een grote en oersterke kerel, ruim 110 dagen in een dwangstoel vastgeklonken om vluchten te voorkomen.

De brouwerij heeft een eigen bierlijn, maar brouwt daarnaast voor verschillende brouwerijhuurders bier.

In 2021 krijgt de brouwerij een blikkenlijn. Creatievelingen werden in november 2020 uitgedaagd om het bierblik te ontwerpen en het ultieme Huttenkloas gevoel te vangen in het ontwerp.

 

  • 2002 - Bierbrouwerij De Boei

Geschiedenis

In het Ambachtscentrum Texel, tegenwoordig Landgoed de Bonte Belevenis, is Bierbrouwerij De Boei gevestigd. Aanvankelijk kreeg de brouwerij de naam Bierbrouwerij de Branding en ook de naam Brouwerij het Kompas werd overwogen. De definitieve naam werd echter Bierbrouwerij De Boei.

Bij de oprichting werd de brouwerij gerund door Nico Derks en Joscha Schoots. Nico Derks haakte later af. De brouwerij nam de oude installatie van Jantje's Bieren over. Gedurende het eerste half jaar van haar bestaan verleenden Jan Martens en Frans Schamp enige hand- en spandiensten.

De brouwerij richt zich in eerste instantie op de afzet van bier op het eiland Texel. Per jaar werd er zo'n 75 tot 100 hl gebrouwen.

 

  • 2002 - Bierbrouwerij Gerlachus

Geschiedenis

De volledige naam van deze onderneming is Gerlachus Bierbrouwerij & Whiskystokerij. Thijs Has is in zijn vrije tijd bierbrouwer èn whiskystoker maar door de week management assistent. Afgestudeerd als ingenieur Elektrotechniek vond hij in 2002 een hobby in het bierbrouwen, thuis in de keuken. Elk jaar werd het beter en meer maar ook ingewikkelder en groter. In 2013 besloot Thijs om een vergunning aan te vragen voor het brouwen en – belangrijker nog – distilleren. Na een jaar mocht hij eindelijk zijn eerste ketel bouwen.

Hij werkt met passie aan zijn producten en heeft als credo: “eerst moet het resultaat goed smaken, daarna pas ik het proces en de installatie aan op het product en niet andersom.” Zo past hij voortdurend de installaties van zijn – zelf ontworpen en samengestelde – brouwerij & stokerij aan op de wensen en mogelijkheden van het moment. Steeds beter, steeds hoger rendement maar bovenal: steeds lekkerder. Daar horen ook telkens nieuwe producten bij; sommige blijven bij een experiment en andere worden opgenomen in het assortiment.

 

  • 2002 - Brouwerij De Kemphaan

Geschiedenis

Brouwerij de Kemphaan is gevestigd in restaurant de Kemphaan op het gelijknamige stadslandgoed in Almere. De brouwerij wordt geëxploiteerd door de stichting "Vrienden van Gambrinus" Zoals de naam al doet vermoeden is deze stichting nauw verbonden met het Almeers Biergilde Gambrinus, een vereniging van hobbybrouwers en bierliefhebbers. In 2001 is door een aantal gemeenteraadsleden besloten dat Almere een eigen brouwerij moest krijgen en daarvoor werd als locatie voor stadslandgoed de Kemphaan gekozen. Er werd informatie ingewonnen bij de lokale brouwer Jan Nijboer en deze adviseerde een minibrouwerij van een bekende Duitse brouwerijfabriek uit Bambergen. Naast deze brouwerij wilde Jan Nijboer ook een proeflokaal openen en een brouwerijmuseum. Hiervoor had hij al diverse mooie oude brouwerijonderdelen op het oog. Na een poosje kregen de brouwer en de gemeenteambtenaar, die verantwoordelijk was voor het project, een verschil van mening waarna de samenwerking werd beëindigd. De brouwerij was echter al geplaatst, maar de capaciteit van deze brouwerij, 200 liter, was te klein om er commercieel mee uit de kosten te komen. Daar is een installatie van minimaal 800 tot 1000 liter voor nodig en een veel grotere lagercapaciteit dan de beschikbare 20 hl. Na Jan Nijboer werd Erik Bok de brouwer en deze gebruikte de brouwerij in deeltijd. Helaas stopte hij na 2 jaar met brouwen op de Kemphaan en stond de installatie weer stil. Ook voor hem was het financieel niet mogelijk om door te gaan.

Een tijd daarna kwam Herman den Blijker met het programma "herrie in de keuken". Het eerste wat hij vroeg, toen hij binnen kwam, was of de brouwerij bier produceerde. Zijn voorstel was om zo snel mogelijk de installatie weer bier te laten brouwen. In de lente van 2005 heeft de toenmalige manager van het restaurant contact gezocht met het Almeerse biergilde "Gambrinus". De manager had de brouwerij en "Gambrinus" had de brouwers, die er overigens geen salaris uit hoefden te halen, en de vraag was of zij elkaar niet blij konden maken. De stichting "Vrienden van Gambrinus" werd opgericht en sindsdien wordt er één weekend per maand 400 liter licht bier of 300 liter zwaar bier gebrouwen. De leden hebben allemaal een voltijds baan en doen dit als hobby er naast. De brouwers vinden het dan ook niet leuk om steeds hetzelfde te maken, maar brouwen elke maand iets anders. Omdat er geen vulmachine is, vullen ze alleen af op 75 cl flessen. Deze zijn in de landgoedwinkel op het terrein van het Kemphaan landgoed te verkrijgen en op=op. Daarnaast verkoopt de stichting het bier ook via de handelaren op de biologische markt en is het bier te verkrijgen in het restaurant van de Kemphaan.

Op 1 december 2005 heeft de rechtbank de firma Brouwerij De Kemphaan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 39078885 in staat van schuldsanering verklaard, met benoeming van mr. R.D.C. Jonker tot bewindvoerder. Het insolventienummer is R.03/50.

Op 7 juli 2011 werd bekend gemaakt dat Restaurant De Kemphaan gesloten wordt. De gemeente heeft bij de rechter ontbinding de huurovereenkomst aangevraagd vanwege huurachterstand van uitbater P4. De zaak stond bekend als behoorlijk ambitieus op culinair vlak en werd in 2005 uitgeroepen tot beste restaurant van Almere en kreeg de Horecaprijs Almere. Uitbater P4, eveneens exploitant van Kasteel Woerden en Grand Café Groeneveld in Baarn, laat via bestuurder Gert Jan Stok weten er nog een kleine kans is dat P4 terugkeert. Zij willen niet investeren in een huurpand. Maar dat is wel hard nodig gezien het achterstallig onderhoud. De gemeente laat weten dat van verkoop geen sprake kan zijn.

In september 2012 wilde de gemeente Almere, die eigenaar is van het pand en de brouwerij, de brouwerij sluiten. De brouwers van biergilde Gambrinus en een aantal andere partijen wilden de activiteiten op een andere plek op het landgoed voortzetten. Men denkt aan een gecombineerde huisvesting, met op de begane grond een aantal representatieve bedrijven en op de bovenverdieping ruimte voor kantoren en opslag. De brouwerij zou een plaats moeten krijgen op de begane grond met de brouwketels in het zicht. Men hoopt de brouwerij in 2014 in gebruik te kunnen nemen. Tot die tijd heeft de gemeente toestemming gegeven om te mogen blijven brouwen. In 2012 werd er maandelijks 400 liter gebrouwen, namelijk twee brouwsels van 200 liter.

 

  • 2002 - Brouwerij De Prael

(2002-2002) Brouwerij De Parel
(2002-) Brouwerij De Prael

Geschiedenis

Brouwerij De Parel werd officieel geopend op 17 september 2002. De naam van de brouwerij was afkomstig van de gelijknamige Amsterdamse brouwerij uit de 17e en 18e eeuw. De brouwerij was gevestigd op de eerste etage van een industriepand gevestigd in de Helicopterstraat op het Amsterdamse industrieterrein Schinkel. In 2002 werd er één keer per week een hoeveelheid van 500 liter gebrouwen. De hoeveelheid kon worden opgevoerd naar 1000 liter per week. Naast de brouwketel van 500 liter bestond de brouwinstallatie verder uit vier gisttanks van ieder 500 liter en twee lagertanks van 750 liter. De brouwinstallatie is vervaardigd door Machinefabriek De Gouwe in Gouda en verder aangevuld met apparatuur van onder andere Duotank. Fer Kok en Arno Kooy hanteerden bij toerbeurt de roerstok, waarbij zij werden bijgestaan door Theo van de Voorde, voorheen brouwmeester bij Bierbrouwerij Volendam 't Vølen uit Volendam. Fer Kok en Arno Kooy waren beiden lid van Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat, de vereniging waar Theo van de Voorde ooit voorzitter was. Arno en Fer gaven arbeidstraining aan personen die als gevolg van psychische problemen tijdelijk niet meer konden werken. Hierbij speelde de brouwerij een belangrijke rol: een deel werkt als vrijwilliger en een deel wordt betaald. In 2002 waren er 15 personen werkzaam bij de brouwerij, doch voornamelijk in deeltijd. Zo werkten er personen die door de één of andere oorzaak problemen hebben in het arbeidsproces, zoals schizofrenie of manische depressiviteit. Met uitzondering van het brouwen van bier, namen zij alle voorkomende werkzaamheden voor hun rekening, zoals etiketteren, bottelen, inpakken, vermalen van het graan tot administratieve werkzaamheden. Het bier werd aanvankelijk afgezet in de Amsterdamse horeca, maar ook in restaurants met een vergelijkbare sociale functie in Hoorn, Haarlem en Utrecht. Nog voordat de brouwerij officieel geopend was werd in de loop van 2002 duidelijk dat de naam van de brouwerij op last van de Budelse Brouwerij moest worden gewijzigd (Budels Parel!). De naam van de brouwerij werd hierop gewijzigd in Brouwerij De Prael. De brouwinstallatie wordt ook ter beschikking gesteld aan brouwerijhuurders. In de zomer van 2008 verhuisde Brouwerij De Prael van de Helicopterstraat 13-15 (1e), 1059 CE in Amsterdam naar de Oudezijds Voorburgwal 30, 1012 GD in Amsterdam. De brouwerij is gevestigd in een voormalig veilinghuis en wagenmakerij. Vanaf 2009 was er een donker kaasje te koop vervaardigd met Willy. Ook werden er vijf bierbonbons verkocht vervaardigd van Mary, Johnny, Willeke, Heintje en André. Het proeflokaal werd in de tweede helft van 2010 geopend. Tot die tijd werd een tijdelijk proeflokaal ingericht in de Warmoesstraat 15, dat eind oktober 2009 werd geopend. Aan het tijdelijke proeflokaal aan de Warmoesstraat is een werkleerschool gekoppeld, een samenwerkingsverband van De Prael, de Waterheuvel en het ROC. Deze biedt een horeca-opleiding aan mensen met een psychiatrische achtergrond. Het aantal medewerkers verbonden aan De Prael is door de diverse werkzaamheden uitgebreid van 40 naar 70 medewerkers. Het tijdelijke proeflokaal zorgt nog voor 16 extra werkplaatsen. De opslagcapaciteit in het centrum is te klein geworden. De Prael beschikt echter over een loods buiten het centrum. Twee … drie keer per week wordt er met een boot van de Stichting Cordaan gevaren tussen de brouwerij en de loods met bier en grondstoffen. Op 7 oktober 2010 won de brouwerij de Pantar Award 2010 voor de organisatie die het meest opmerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van mensen die door Pantar begeleid worden. Om betrokken te zijn bij de Stichting De Prael kan men lid worden van Het Gelagh van De Prael. Men kan kiezen uit een particulier of een bedrijfslidmaatschap, al dan niet met vijf of tien personen. Het lidmaatschap geeft recht op een eigen bierpul met de eigen voornaam erop en een proefkaart "De Prael proef ze allemaal". Op 26 mei 2011 opende de brouwerij officieel haar nieuwe proeflokaal aan de Oudezijds Armsteeg 26 in Amsterdam. Het proeflokaal is ongeveer 300 vierkante meter groot en is aan de achterkant direct met de brouwerij verbonden. Vanuit het proeflokaal zijn de brouwketels en lagertanks te zien. De brouwerij, de winkel en het proeflokaal zijn nu gevestigd op een en dezelfde locatie.

In 2018 maakten Arno Kooy en Fer Kok, de oprichters van de brouwerij, bekend dat zij Brouwerij De Prael willen uitrollen als franchisemodel. In 2018 zullen er vestigingen worden geopend in Groningen en Den Haag. Een van de redenen is dat de oprichters mensen die al veel te lang aan de zijlijn staan aan een leerbare en sociale werkplek wil helpen. De Prael is immers een sociaal bedrijf dat voornamelijk werkt met mensen met een psychische afwijking. In 2018 telde het bedrijf ongeveer 130 werknemers.

In 2019 stond er een vestiging in Utrecht gepland.

Eind 2018 kwam De Prael in financieel zwaar weer terecht. Volgens de raad van commissarissen was er na 'een verdere negatieve ontwikkeling van de financiën' onder meer bij de vestiging aan de Hemweg in Amsterdam-West, sprake van een 'financiële noodtoestand'. Uit een e-mail van een van de commissarissen aan Kooij blijkt dat het bedrijf in augustus 2018 'gezien de huidige tekorten technisch failliet' was. Om te voorkomen dat de schulden verder opliepen, zouden onmiddellijk maatregelen moeten worden getroffen. Door de situatie was ook 'een vertrouwensbreuk' ontstaan tussen de commissarissen en de directie. Na verschillende onderzoeken door externe adviseurs besloot de aandeelhoudersvergadering Kooij en Kok in april 2019 te ontslaan. Kooij pikte dat niet, en stapte naar de rechter. Als zijn gedwongen vertrek niet door de rechter ongedaan gemaakt zou worden, eist hij ontslag- en schadevergoedingen. In november 2019 verloor de oprichter zijn rechtszaak bij de Amsterdamse rechtbank, blijkt uit de uitspraak die onlangs openbaar werd.

Sinds april 2019 wordt het bedrijf tijdelijk geleid door troubleshooter Tijmen Vermaas. Dat is een bekende figuur in de Amsterdamse horecawereld, onder meer als vroegere eigenaar van Dansen bij Jansen en mede-eigenaar van de Tolhuistuin, een restaurant in Amsterdam-NoordBrouwerij de Prael, Start Foundation, 19 juli 2010, Bij brouwerij de Prael aan de Amsterdamse wallen worden bijzondere biersoorten gemaakt door bijzondere mensen. De medewerkers van de Prael kunnen vanwege hun psychiatrisch verleden niet makkelijk aan regulier werk komen.

 

  • 2002 - Brouwerij De Snaterende Arend

Geschiedenis

Brouwerij De Snaterende Arend werd opgericht op zondag 15 september 2002. De drijvende krachten achter de start van deze brouwerij zijn Marcel Snater en Peter van der Arend. In september 2003 trok Peter van der Arend zich terug uit dit brouwinitiatief.

 

  • 2002 - Brouwerij Heusden

Geschiedenis

In 2002 pakte Theo van Loon, sinds 1998 woonachtig in Heusden, het idee op een eigen brouwerij te beginnen. Theo was eigenaar van een tuincentrum in Drunen maar was toe aan iets nieuws. In de hobbysfeer experimenteerde hij al met het brouwersvak, waarbij hij de grondstoffen afnam van Brouwerij De 3 Horne in Kaatsheuvel. Hij werd lid van Amateur-Bierbrouwersvereniging "De Roerstok" en volgde een cursus onder leiding van Martin Hofhuis. Ook liep hij een dag mee met Sander Maassen, toenmalig brouwer bij Stadsbrouwerij De Pelgrim in Rotterdam. Theo brouwde in het begin kleine hoeveelheden in zijn woonhuis, zo'n 45 liter per keer. De etiketten werden ontworpen door familielid Gerdien van Loon.

Sinds 2005 brouwde Theo op een andere locatie, namelijk in Haarsteeg (gemeente Heusden), waar hij in een voormalige groentesnijderij (met koelcel) wekelijks een hoeveelheid van 250 liter bier brouwde. De installatie werd door Theo zelf ontworpen. Twee keer in de week werd er 180 liter gebrouwen.

In 2006 werd een pand, een voormalig koetshuis, aangekocht waarin de brouwerij en een proeflokaal onderdak gaan vinden. Er waren destijds ook plannen voor een biermuseum op de bovenverdieping, maar dat is er nooit gekomen. In de brouwerij op de begane grond zal er wekelijks zo'n 300 liter gebrouwen worden.

 

  • 2002 - Brouwerij Vandeoirsprong

(2002-2015) Brouwerij Oirschots Bier
(2015-) Brouwerij Vandeoirsprong

Geschiedenis

Brouwerij Oirschots Bier (2002 - 2015)

De brouwerij werd officieel geopend op 25 augustus 2002. De aloude Oirschotse brouwerij De Kroon is per 1 januari 2002 opgegaan in Bavaria. De neven Gerard en Matthieu de Kroon voerden de directie. In augustus 2002 maakte Gerard een bescheiden doorstart in de brouwerij aan de Koestraat. Bij machinefabriek De Gouwe in Gouda werden vijf tanks en een keteltje gekocht. Kroon Bier mag er niet meer worden gebrouwen, maar het maken van Oirschots bier kon niemand hem verbieden. In de oude boeken van vader Louis en oom Ad vond hij een recept voor een bovengistende 'kruising' tussen de biertypen Amber en Kölsch. Hij gebruikte hiervoor een Duitse gist. De tot Brouwerij Oirschots Bier herdoopte Brouwerij De Kroon maakt 200 liter per brouwsel. Het bier is in principe alleen beschikbaar voor bezoekers. In een deel van de gebouwen staan nog de koperen bierketel en andere benodigdheden voor het brouwproces; de lege plekken zijn opgevuld met attributen die De Kroon intussen heeft aangekocht. De wanden zijn versierd met bierreclames, foto's en krantenpublicaties uit de historie van de brouwerij. Gerard de Kroon, rechtstreekse afstammeling van grondlegger Cornelis Dielisse de Croon, kwam rond 1970 samen met zijn neef Matthieu in het bedrijf. Zijn kennis wil hij tijdens rondleidingen in het museum overdragen op bezoekers.

Brouwerij Vandeoirsprong (2015 - heden)

In 2015 werd een nieuwe brouwinstallatie geplaatst. Deze installatie werd overgenomen van Brauhaus Schillerbad die stopten met brouwen. De naam van de brouwerij werd in 2015 gewijzigd van Brouwerij Oirschots Bier naar Brouwerij Vandeoirsprong.

Gerard de Kroon, 9e generatie brouwer van familie de Kroon, is nog steeds actief betrokken bij de brouwerij. Van zijn ruime ervaring in het brouwvak wordt graag gebruik gemaakt. Sinds januari 2017 brouwt Gerard op veler verzoek ook weer kleine batches bier boven in de kleine brouwerij. Telkens een oud recept uit zijn fameuze familiereceptenboek.

 

  • 2002 - Drentsche Schans

Geschiedenis

Drentsche Schans werd opgericht op 7 september 2002. De bieren worden gebrouwen bij Brouwerij van Steenberge in het Belgische Ertvelde. Den Hool is een klein esdorpje in Zuidoost Drenthe. In dit fraaie buurtschap zijn van oudsher agrarische bedrijven gevestigd, waar de traditionele gewassen zoals gerst, tarwe, rogge, aardappelen en suikerbieten worden verbouwd. In de 17e eeuw stond hier de "Schans ten Hole", een versterking die was opgericht ter verdediging tegen plunderende Spanjaarden. De schans was omringd door een gracht, die in verbinding stond met het thans nog door Den Hool stromende "Oude Diep".

 

  • 2003 - Brouwerij De Fontein

Geschiedenis

Sinds 1915 - toen Brouwerij de Fontein haar poorten sloot - werd er in het Zuid Limburgse Stein geen bier meer gebrouwen. Op een nieuwe locatie, op een steenworp afstand van de oude, wordt de geschiedenis in 2006 weer nieuw leven ingeblazen. De historie en ambacht van de oude brouwerij leven in Brouwerij de Fontein voort in naam en traditie. Deze worden aangevuld met moderne technieken en een frisse uitstraling. Begin september 2003 ging de gemeenteraad van Stein akkoord met het plan om aan de Ondergenhousweg in Stein een bierbrouwerij met proeflokaal en een buitenterras te beginnen. De toestemming van de provincie volgde later. Stein moest het bestemmingsplan wijzigen om de brouwerij mogelijk te maken. Daarvoor was weer toestemming van de gemeente nodig. Daarna was het wachten op de monumenten-vergunning die nodig was om de hoeve te verbouwen. De brouwerij werd geopend op 20 mei 2006 door burgemeester Anton Barske van Stein.

Brouwerij De Fontein is een jonge, dynamische brouwerij. De brouwerij maakt bovengistende speciaalbieren in de breedste zin des woords. Rik Brouns (1976) en Lonneke Dings (1977) zijn de oprichters en eigenaren van de brouwerij. Beiden leerden het vak bij diverse brouwerijen zoals Brouwerij De Ridder in Maastricht en Brouwerij Sint Christoffel in Roermond. Rik studeerde levensmiddelentechnologie aan de Wageningen Universiteit, na eerst de LAS, MAS en HAS te hebben doorlopen. In juni 2003 studeerde hij af als levensmiddelentechnoloog, gespecialiseerd in de industriële microbiologie. Rik werkte aanvankelijk deeltijd als productontwikkelaar bij een snackfabrikant. Lonneke doorliep een soortgelijk traject, levensmiddelentechnologie aan de HAS en daarna Wageningen Universiteit en studeerde af in november 2004, gespecialiseerd in de levensmiddelenchemie. De brouwerij, en proeflokaal zijn gevestigd in een monumentale boerderij aan de Ondergenhousweg in Stein. Deze locatie behoorde van oudsher bij Kasteel Stein, wat gesitueerd is tegenover de brouwerij. De brouwerij is gevestigd in de oude graanschuur (1850) en het proeflokaal, met terras, is gevestigd in de voormalige dierenstal (1800). De bovenverdieping van het proeflokaal is verbouwd tot een groepsruimte die een 50-tal personen kan herbergen. Er worden alleen bovengistende speciaalbieren gebrouwen die vervolgens verkocht worden in het eigen proeflokaal. Buiten het proeflokaal worden de bieren hoofdzakelijk in de regio verkocht. Naast een aantal eigen merken produceert de brouwerij ook Bier-Op-Maat. Elk Bier-Op-Maat is uniek in samenstelling, smaak en karakter. In nauwe samenwerking met de opdrachtgever ontwikkelt de brouwerij het gewenste product.

Op 20 mei 2006 werd de brouwerij officieel geopend.

Verwijzend naar een overeenkomst uit 2005 ageerden in juni 2018 zo’n veertig omwonenden van brouwerij De Fontein in Stein tegen een uitbreidingsplan van het bedrijf. Het was destijds burgemeester Anton Barske die met brouwer Rik Brouns in een akte de vestiging van een kleinschalige brouwerij met proeflokaal en buitenterras vastlegde, in een gebied met natuur als hoofdfunctie en recreatief medegebruik en lichte horeca als ondergeschikte functies.

Brouwproces

De brouwketel is afkomstig van Spako uit Deurne en heeft een capaciteit van 5 hl. De ketel wordt zowel voor het maischen als het koken gebruikt. Na het maischen, het filteren via de filterkuip en het koken gaat de wort naar de hygiënische ruimte, waar de wort middels een platenfilter wordt gekoeld en de vergisting kan beginnen. In de koelcel bevinden zich twee lagertanks van elk 1000 liter (2 x 2 brouwsels). In het brouwerijlokaal staan er voor de klanten die een brouwsel van 5 hl willen nog twee lagertanks van 685 liter. Deze zijn afkomstig van Fullwood Packo uit het Belgische Zedelgem. De brouwerij heeft tevens de beschikking over een eigen reinigingsinstallatie voor flessen en fusten. De zolder boven het brouwerijgedeelte dient voor de opslag van mout, hop, glazen en fusten. Hier bevinden zich ook de schrootmachine en de twee warmwaterboilers. De mout wordt afgenomen van Bavaria (pilsmout) en Brouwland in het Belgische Beverlo (speciaalmouten). Er wordt gebruik gemaakt van een bovengist van Brewferm. Het brouwwater (leidingwater) ondergaat een voorbehandeling. De bieren worden afgevuld in 75 en 33 cl flessen.

 

  • 2003 - Brouwerij De Lepelaer

Geschiedenis

De initiatiefnemers achter Brouwerij De Lepelaer, Sjaak van der Lee (1960) en zijn achterneef Nico Ruyter (1956), brouwen met toegevoegde grondstoffen uit de Beemster. Zo wordt er biologische tarwe uit de Beemster gebruikt en aromahop (Saaz) en bitterhop (Northern Brewer) uit de volkstuin van Sjaak. De brouwerij is genoemd naar een watervogel uit de woonomgeving van de initiatiefnemers. In 1996 is het koppel zonder enige brouwcursus gevolgd te hebben, met brouwen gestart. Sjaak en Nico werden lid van Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat. In 1999 werd een vierde plaats behaald bij het Open Nederlands Kampioenschap (ONK) van amateur-bierbrouwers met een zelfgebrouwen tripel. Sjaak volgde in 2002 met succes een cursus bierkeurmeester bij het Bier Keurmeesters Gilde. Deze cursus werd gevolgd bij Brouwerij De Schans in Uithoorn. Zij kwamen hier in contact met brouwer Eric van Dordrecht. Daar werd de tripel, na nog vele keren zelf te hebben gebrouwen en aangepast naar hun eigen smaak, in de ketels van Guus Royen op de wereld gezet.

Sinds 1 januari 2003 is de brouwerij officieel ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. In mei 2002 werden de eerste, bij Brouwerij De Schans, gebrouwen bieren aan de eerste klant, een restaurant in de Beemster, verkocht. Al snel werden de bieren verkocht bij een vijftiental verkooppunten in de Beemster waaronder cafés, restaurants, slijterijen en bij de Beemster Wijngaard, een onderneming van de broer van Sjaak: Jos van der Lee.

In 2003 werd er een tweede plaats behaald bij het ONK met een Blondbier. Daarvoor werd Erik Bok benaderd van Brouwerij De Kemphaan in Almere. Hij ging het Beemsterblond voor Sjaak brouwen. Werd bij Brouwerij De Schans in Uithoorn alles gedaan door de brouwers aldaar, in Almere moest er mee worden gewerkt. Dus vele dagen vroeg op, helpen brouwen, bottelen, afvullen en etiketteren. Dit alles ging met veel gezelligheid gepaard en verliep heel gemoedelijk. Maar de brouwerij ging dicht, dus werd weer diverse keren naar De Proefbrouwerij in Lochristi in België uitgeweken en weer vele proefbrouwsels en proeverijen verder, mocht De Proefbrouwerij het Beemsterblond gaan brouwen.

Inmiddels groeide het klantenbestand door: er werd aan ongeveer 35 klanten geleverd. Een brouwer kan eigenlijk niet zonder een bokbier en dat lieten de klanten dan ook merken. Op de zolder van Nico werden weer druk recepten samengesteld, gebrouwen, overgeheveld, gebotteld en geproefd. Ook werd Joop Bootsman benaderd voor het brouwen van een aantal proefbrouwsels. Deze bokbieren werden door het proeversgilde van Huisbrouwerij 'De Lepelaer' geproefd op de proefavonden. Met deze gegevens is Sjaak naar België vertrokken voor een proefbrouwsel en weer waren er een achttal bieren te proeven. Met een groepje van twaalf bierproevers werd daar het uiteindelijke Beemsterbokbier uit gekozen. In de vakantie hebben Sjaak en Nico deze bieren nogmaals geproefd en de nummer één was weer de nummer één geworden. Dus dat brouwsel werd in België gebrouwen. De Beemsterbok heeft meegedaan met het lekkerste bokbier van Nederland. In een veld van 36 deelnemers werd de Beemsterbok elfde.

Inmiddels worden er 50 klanten voorzien van de Beemsterbieren. Nieuwe bieren worden ontwikkeld op de zolder van Nico Ruyter. Met veelal tweedehands apparaten werd aldaar een semi-professionele huisbrouwerij ingericht. Er word daar per jaar ongeveer acht tot tien keer gebrouwen. Donderdagavond worden de ingrediënten gewogen, vrijdagavond worden de ketels en vaten schoon gemaakt en wordt de gist opgekweekt en zaterdagochtend wordt om 6 uur begonnen met brouwen. Na een week wordt het brouwsel overgeheveld. Dat moet de weken die erop volgen nog een paar keer gebeuren. Dan wordt het bier in steriele flessen gebotteld. En dan weer lekker lang wachten voor het geproefd kan worden.

De verwachting is dat de jaarproductie in 2006 weer hoger zal zijn dan ervoor. Het is de bedoeling de jaarproductie uit te breiden naar 100 hl. Er was op het PINT Meibokfestival 2006 bij Brouwerij De Prael in Amsterdam een Beemstermeibok te proeven. Dit bier kwam als één na lekkerste meibok uit de verkiezing. Dit bier zal echter voorlopig nog niet in productie worden genomen. Aangezien de brouwerij in 1996 is gestart wordt er in december een Jubileumbier in de markt gezet. Het moet een dik bier worden van 10%. Brouwerij 'De Lepelaer': 't leven is weer waard geleefd te worden! Het merendeel van de plas bier wordt gebrouwen in de ketels van andere brouwerijen. Een deel wordt in de eigen brouwinstallatie van 120 liter gebrouwen. Het betreft hier voornamelijk brouwsels op bestelling. In 2016 werd er in de eigen installatie ongeveer 3.500 liter gebrouwen.

 

  • 2003 - Dorpsbrouwerij De Maar

Geschiedenis

De initiatiefnemers achter Brouwerij De Lepelaer, Sjaak van der Lee (1960) en zijn achterneef Nico Ruyter (1956), brouwen met toegevoegde grondstoffen uit de Beemster. Zo wordt er biologische tarwe uit de Beemster gebruikt en aromahop (Saaz) en bitterhop (Northern Brewer) uit de volkstuin van Sjaak. De brouwerij is genoemd naar een watervogel uit de woonomgeving van de initiatiefnemers. In 1996 is het koppel zonder enige brouwcursus gevolgd te hebben, met brouwen gestart. Sjaak en Nico werden lid van Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat. In 1999 werd een vierde plaats behaald bij het Open Nederlands Kampioenschap (ONK) van amateur-bierbrouwers met een zelfgebrouwen tripel. Sjaak volgde in 2002 met succes een cursus bierkeurmeester bij het Bier Keurmeesters Gilde. Deze cursus werd gevolgd bij Brouwerij De Schans in Uithoorn. Zij kwamen hier in contact met brouwer Eric van Dordrecht. Daar werd de tripel, na nog vele keren zelf te hebben gebrouwen en aangepast naar hun eigen smaak, in de ketels van Guus Royen op de wereld gezet.

Sinds 1 januari 2003 is de brouwerij officieel ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. In mei 2002 werden de eerste, bij Brouwerij De Schans, gebrouwen bieren aan de eerste klant, een restaurant in de Beemster, verkocht. Al snel werden de bieren verkocht bij een vijftiental verkooppunten in de Beemster waaronder cafés, restaurants, slijterijen en bij de Beemster Wijngaard, een onderneming van de broer van Sjaak: Jos van der Lee.

In 2003 werd er een tweede plaats behaald bij het ONK met een Blondbier. Daarvoor werd Erik Bok benaderd van Brouwerij De Kemphaan in Almere. Hij ging het Beemsterblond voor Sjaak brouwen. Werd bij Brouwerij De Schans in Uithoorn alles gedaan door de brouwers aldaar, in Almere moest er mee worden gewerkt. Dus vele dagen vroeg op, helpen brouwen, bottelen, afvullen en etiketteren. Dit alles ging met veel gezelligheid gepaard en verliep heel gemoedelijk. Maar de brouwerij ging dicht, dus werd weer diverse keren naar De Proefbrouwerij in Lochristi in België uitgeweken en weer vele proefbrouwsels en proeverijen verder, mocht De Proefbrouwerij het Beemsterblond gaan brouwen.

Inmiddels groeide het klantenbestand door: er werd aan ongeveer 35 klanten geleverd. Een brouwer kan eigenlijk niet zonder een bokbier en dat lieten de klanten dan ook merken. Op de zolder van Nico werden weer druk recepten samengesteld, gebrouwen, overgeheveld, gebotteld en geproefd. Ook werd Joop Bootsman benaderd voor het brouwen van een aantal proefbrouwsels. Deze bokbieren werden door het proeversgilde van Huisbrouwerij 'De Lepelaer' geproefd op de proefavonden. Met deze gegevens is Sjaak naar België vertrokken voor een proefbrouwsel en weer waren er een achttal bieren te proeven. Met een groepje van twaalf bierproevers werd daar het uiteindelijke Beemsterbokbier uit gekozen. In de vakantie hebben Sjaak en Nico deze bieren nogmaals geproefd en de nummer één was weer de nummer één geworden. Dus dat brouwsel werd in België gebrouwen. De Beemsterbok heeft meegedaan met het lekkerste bokbier van Nederland. In een veld van 36 deelnemers werd de Beemsterbok elfde.

Inmiddels worden er 50 klanten voorzien van de Beemsterbieren. Nieuwe bieren worden ontwikkeld op de zolder van Nico Ruyter. Met veelal tweedehands apparaten werd aldaar een semi-professionele huisbrouwerij ingericht. Er word daar per jaar ongeveer acht tot tien keer gebrouwen. Donderdagavond worden de ingrediënten gewogen, vrijdagavond worden de ketels en vaten schoon gemaakt en wordt de gist opgekweekt en zaterdagochtend wordt om 6 uur begonnen met brouwen. Na een week wordt het brouwsel overgeheveld. Dat moet de weken die erop volgen nog een paar keer gebeuren. Dan wordt het bier in steriele flessen gebotteld. En dan weer lekker lang wachten voor het geproefd kan worden.

De verwachting is dat de jaarproductie in 2006 weer hoger zal zijn dan ervoor. Het is de bedoeling de jaarproductie uit te breiden naar 100 hl. Er was op het PINT Meibokfestival 2006 bij Brouwerij De Prael in Amsterdam een Beemstermeibok te proeven. Dit bier kwam als één na lekkerste meibok uit de verkiezing. Dit bier zal echter voorlopig nog niet in productie worden genomen. Aangezien de brouwerij in 1996 is gestart wordt er in december een Jubileumbier in de markt gezet. Het moet een dik bier worden van 10%. Brouwerij 'De Lepelaer': 't leven is weer waard geleefd te worden! Het merendeel van de plas bier wordt gebrouwen in de ketels van andere brouwerijen. Een deel wordt in de eigen brouwinstallatie van 120 liter gebrouwen. Het betreft hier voornamelijk brouwsels op bestelling. In 2016 werd er in de eigen installatie ongeveer 3.500 liter gebrouwen.

 

  • 2003 - EleganT Bierbrouwerij

Geschiedenis

Sinds 2003 is de EleganT Bierbrouwerij officieel gevestigd in Leiderdorp. De brouwerij is opgericht door Erik Gallé (1954) en Cees van der Tang (1950). Erik Gallé is eigenaar van een organisatie-adviesbureau terwijl zijn compagnon Cees van der Tang lange tijd werkzaam was bij Sociale Zaken in Rijswijk. De brouwerij heeft een geringe omvang en de oprichters willen vooral een regionale brouwerij zijn. De bieren worden gebrouwen in een brouwinstallatie die naar eigen ontwerp door Burggraaff, een Bodegraafs bedrijf voor zuivelinstallaties, is gemaakt. Er wordt gebrouwen via een gesloten systeem en het bier wordt niet gefilterd of gepasteuriseerd. Hygiëne speelt dus een belangrijke rol.

Zij brouwen al sinds juni 1996 toen ze hun eerste bier produceerden bij een Russische maaltijd. Vanuit de kooktraditie van de twee vrienden om thematisch voor grote groepen te koken, is een hobby ontstaan. Na een grote mislukking om Kvas te maken bij genoemde maaltijd was hun credo "dat kunnen we beter". De brouwhobby was geboren en eerst uitgeleefd in de schuur van een van hen. Na met meerdere smaken geëxperimenteerd te hebben concentreren zij zich nu op de smaken van de vier jaargetijden. Hun hobby is uitgegroeid tot een professionele brouwerij, die voldoet aan de eisen van deze tijd op het gebied van HACCP en brouwerijencode. Van hobbybrouwers hebben zij zich ontwikkeld tot ambachtelijk brouwers. Zij koken nog steeds vaak samen, maar nu op basis van en onder het genot van bier. Doel van de brouwerij is de productie van speciaalbieren voor de liefhebber, op ambachtelijke wijze gebrouwen zonder toevoegingen en voor de lokale markt gebrouwen.

De bieren van de EleganT Bierbrouwerij staan af en toe op de tap bij biercafés in Leiden en worden ook verkocht in de grotere bierwinkels. De etiketten van de brouwerij werden ontworpen door Marco Meijer, zoon van Cees van der Tang. De EleganT Bierbrouwerij was lid van het Klein Brouwerij Collectief.

 

  • 2003 - iKi Beer

Geschiedenis

Drie jaar lang woonde bierliefhebber Arjen Hemelaar in het Tenri-Kyo klooster in Tenri-Shi in Japan. Hij raakte er geinspireerd door de locale leef- een eetgewoonten en besloot om in Europa eigenhandig een nieuw soort bovengistend bier op basis van Japanse ingredienten te creëren. Aanvankelijk werden de bieren gebrouwen bij Brouwerij De Fontein in Stein. Later werd overgestapt naar de Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi.

 

  • 2004 - Amsterdamse Stoombierbrouwerij De Bekeerde Suster

Geschiedenis

Begin 2003 kreeg de Beiaard Groep Nederland (met cafés in Amsterdam, Enschede en Hoorn) in Amsterdam de beschikking over de panden en de brouwinstallatie van de voormalige brouwerij Amsterdams Brouwhuis Maximiliaan. Op dat moment voerde De Beiaard een eigen witbier van het vat, namelijk Witte Ros. In het bokbierseizoen was er het eigen bokbier, namelijk Bockros. Voor elk bokbierseizoen werd er een brouwer aangezocht de gewenste Bockros op fust af te leveren. De Beiaard Groep ondernam enkele pogingen om in Hoorn een brouwerij van de grond te krijgen, doch deze pogingen liepen op niets uit. Ook Enkhuizen was nog enige tijd in beeld, maar ook deze plannen strandden. Na diverse constructieve overlegvormen met de Amsterdamse overheid, verklaarde de dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente geen bezwaar te hebben tegen het opstarten van het brouwproces en verklaarde de belastingdienst zich bereid in verband met de accijnzen een vergunning te verstrekken. Op woensdag 21 mei 2003 werd de brouwerij opengesteld voor publiek. Pas in 2004 zou er ook weer bier voor de verkoop worden gebrouwen in het pand. Het beheer van de brouwerij werd in een aparte stichting ondergebracht: Stichting tot Behoud Amsterdamse Brouwcultuur "De Bekeerde Suster", met als doel het in stand houden van een Amsterdamse brouwerij, het bevorderen van de kennis en interesse voor het brouwen en het ontwikkelen van speciale biersoorten. De verkoop van de bieren bleef aanvankelijk beperkt tot de, bij de Beiaard Groep Nederland, aangesloten cafébedrijven en in exclusiviteit ten behoeve van enkele andere bedrijven. De capaciteit van de brouwerij bedroeg in 2004 1.000 liter per brouwsel. De naam van de brouwerij vindt haar oorsprong in het verleden. Het klooster dat in de Middeleeuwen op dezelfde plaats stond was vernoemd naar de Heilige Maria Magdalena van Bethaniën. In dit klooster werden 'gevallen vrouwen' opgevangen. Destijds werd er al bier gebrouwen. Met ingang van 1 september 2003 werd Tom Kremers aangesteld als brouwmeester en verzorgde tevens rondleidingen in de brouwerij. Kremers genoot een opleiding dranken-productietechnologie op HAS-niveau waar het brouwmeesterschap op aansluit. Vanuit de passie voor het brouwersvak verkreeg hij via zelfstudie specialistische kennis van verschillende brouwtechnieken en hield zich bezig met verschillende projecten omtrent bier. Voordat hij in dienst trad van de brouwerij was hij actief bij de Dommelsche Bierbrouwerij, alwaar hij het gehele brouwproces, gistmanagement en filtratie verzorgde. Voordat in de brouwerij een structurele productie in gang kon worden gezet, werden er proefbrouwsels geproduceerd. Hiermee werd in oktober 2004 aangevangen. Op vrijdag 26 november 2004 werd de brouwerij officieel geopend. De brouwinstallatie van 10 hl. was anderhalf jaar buiten gebruik geweest en werd door een installateur volledig gereviseerd. De vroegere brouwer van Amsterdams Brouwhuis Maximiliaan, Albert Hoffmann, begeleidde de nieuwe brouwmeester gedurende een week in de brouwerij. In 2005 werd er één keer per week gebrouwen. De Bekeerde Suster werd toen uitgebaat door Richard van Beurden. In de loop van 2005 legde brouwmeester Tom Kremers de roerstok er weer bij neer. Harrie Vermeer nam zijn taak over. Vermeer was eerder werkzaam bij Brouwerij De Koningshoeven in Berkel Enschot en de Texelse Bierbrouwerij. Medio 2007 nam Marc de Jongh, voordien werkzaam bij Brouwerij 't IJ, de roerstok weer over.

 

  • 2004 - Brouwerij De Beyerd

Geschiedenis

Brouwerij De Beyerd werd opgericht op 9 juni 2004. Brouwerij De Beyerd startte haar brouwactiviteiten in april 2004. Voordat het zover was, moest er aardig wat gebeuren. De brouwinstallatie werd opgesteld achter het gelijknamige café, namelijk in het magazijn waar voorheen de biervoorraad werd opgeslagen. Vanuit het restaurant hebben de cafébezoekers zicht op de fraaie koperen brouwketels. Piet en zijn twee zonen Mikel (1962) en Orson (1972) de Jongh bezochten verschillende kleinere brouwerijen in Nederland en België, waaronder het Eetcafé Bierbrouwerij Het Brouw Café in Scheveningen (Den Haag), Brouwerij De Heeren van Beeck in Beek, Bierbrouwerij Sint-Servattumus in Schijndel en de Maasland Brouwerij in Oss. In mei 2002 werd gestart met de voorbereidingen. De bierkelder werd grondig gerenoveerd, waardoor aldaar de biervoorraad kon worden opgeslagen. Orson - die boven het café woonde - verhuisde en in de voormalige woonkamer werd een proeflokaal ingericht met een bierbibliotheek en fotoboeken. Ook werd hier ruimte gecreëerd voor een kantoor en de opslag van promotiematerialen en glaswerk. Toen het toenmalige Interbrew in september 2002 bekend maakte dat in 2004 de Oranjeboom Brouwerij in Breda zou worden gesloten, werd met de directie van de brouwerij een afspraak gemaakt, alwaar de plannen van Piet de Jongh en zijn beide zonen uiteen werden gezet en samenwerking en medewerking werd gevraagd voor de realisatie van een microbrouwerij in Café de Beyerd. Dit resulteerde in een blauwdruk van de locatie en de mogelijkheden van een deskundige medewerker van Interbrew, namelijk ingenieur J.C. (Cas) Meijling. Daarnaast werd er een licentie-overeenkomst gesloten voor de naam en het recept van Drie Hoefijzers Klassiek. De brouwerij kreeg onder andere de beschikking over de originele gist van het Drie Hoefijzers Klassiek bier (ITB 100). Deze gist werd jarenlang bewaard in de gistbank van Interbrew. Vanaf oktober 2002 werd een begin gemaakt met het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Mikel en Orson bezochten de Brau Beviale, een vakbeurs voor brouwers in Neurenberg om ideeën op te doen en offertes aan te vragen voor apparatuur en materialen. In de zomer van 2003 werd contact opgenomen met de Nederlandse firma Duotank uit Valkenswaard, die ook regelmatig leverde aan Interbrew. Eind oktober 2003 werd het definitieve contract voor de aankoop van een compleet nieuwe brouwinstallatie getekend. De brouwinstallatie had een capaciteit van 5 hl. Per week kan er maximaal 900 liter bier worden geproduceerd door twee batches te brouwen van 500 liter. Veel apparatuur in de brouwerij is afkomstig van de voormalige Bredase Oranjeboom Bierbrouwerij. De drie open gistbakken stonden voorheen opgesteld in de kelder waar oorspronkelijk het Drie Hoefijzers Klassiek werd gebrouwen. Daarnaast werden er zes lagertanks van ieder 1.000 liter beschikbaar gesteld. Omstreeks december 2003 werd gestart met de bouwwerkzaamheden. Deze duurden tot eind maart 2004, toen de brouwinstallatie werd afgeleverd. Op vrijdag 2 april 2004 werd, met de overdracht van een grote kolf met een caramelkleurige substantie waarop een witte laag schuim dreef, het voortbestaan van Bredaas bier verzekerd. Vanaf de brouwerij aan de Ceresstraat ging een stoet in optocht naar Café de Beyerd in de Boschstraat. Eerder werd de opening van de brouwerij uitgesteld vanwege een ontbrekend onderdeel van de brouwinstallatie. Enkele weken later werd gestart met het brouwen van proefbrouwsels. Het eerste proefbrouwsel werd gebrouwen op 21 april 2004. Op 6 mei 2004 was het eerste Drie Hoefijzers Klassiek uit het vat een feit. De officiële opening van de brouwerij en de presentatie van het eerste brouwsel Drie Hoefijzers Klassiek vond plaats op 9 juni 2004. Rond die tijd leverde ook Oranjeboom Bierbrouwerij het laatste vat bier. De brouwerij werd bij de opening ingezegend door de Bisschop van Breda, monseigneur Tiny Muskens. In vroeger eeuwen was inzegening in de zuidelijke Nederlanden gebruikelijk. De toenmalige burgemeester van Breda, Chris Rutten, verrichtte de officiële opening en tapte het eerst glas Drie Hoefijzers Klassiek. Daarnaast was ook Jack Verhoek, de toenmalige voorzitter van het Centraal Brouwerij Kantoor, aanwezig. Tijdens de openingsrituelen werd een beeldje van Sint Arnoldus, beschermheer van de brouwers, geplaatst. Het traditionele bier werd aanvankelijk alleen in het café getapt. Later was het bier ook in andere Bredase cafés verkrijgbaar, zowel op fles als op fust. Brouwmeester van Brouwerij de Beyerd is Joppe de Bres (1975), die eerder werkzaam was bij Utrechtse Stoombierbrouwerij Oudaen in Utrecht. Joppe werd geboren in Oosterhout en is woonachtig in Den Bosch, alwaar hij ook zijn HAS-opleiding voltooide. Na zijn studie ging hij werken bij de kwaliteitsbewaking van Heineken in Den Bosch. Door reorganisaties kwam hij uiteindelijk niet op de brouwerij terecht, maar bij de aan Heineken gelieerde frisdrankenfabriek Vrumona in Bunnik. In 2017 vertrekt Joppe de Bres.

 

  • 2004 - Brouwerij De Molen

Geschiedenis

Initiatiefnemer Menno Olivier (1963) hoopte eind 2003 een brouwerij annex proeflokaal te openen in zijn woonplaats Bodegraven. Menno had zijn pijlen gericht op een molen of kaaspakhuis in Bodegraven. Eerder liep hij stage bij Harry Bonne, toenmalig brouwmeester bij de Tesselse Bierbrouwerij. Menno leerde de beginselen van het brouwen in zijn eigen keuken. Na een jaar ervaring op te hebben gedaan bij een bierbrouwerij in Westmaas - die zijn bier brouwde in een brouwerij in het Vlaamse Woesten in een maïschkuip uit 1852 - en gebrouwen te hebben voor De Tesselse en De Prael in Amsterdam, besloot hij voor zichzelf te beginnen. Zo werd Oliviers Bieradvies of Menno's Bieradvies geboren. De garage naast zijn woning bouwde hij om tot microbrouwerij De Salamander met proeflokaal en zo begon hij met het geven van bierbrouwcursussen voor kleine groepen en brouwsessies voor bedrijven en andere groepen. Naast zijn functie als brouwmeester van de Rotterdamse stadsbrouwerij De Pelgrim groeide zijn eigen bedrijf al snel uit zijn voegen. De belangstelling steeg, de groepen werden groter en toen Menno naast het geven van workshops ook zijn ambachtelijk gebrouwen bier op de markt bracht, kon de stap naar de opstallen van de korenmolen niet uitblijven. Menno werd terzijde gestaan door Bram Spee (1957), ambachtsman in hart en nieren. Toen Bram Spee, timmerman van beroep, in contact kwam met een groepje amateurbrouwers uit Bodegraven kwam de ontwikkeling van zijn hobby in een stroomversnelling. Al de eerste keer dat Bram meedeed aan de Open Nederlandse Kampioenschappen won hij de tweede prijs in de vrije klasse met Smokey Christmas. Hierna volgden meerdere prijzen voor onder andere Kerstbier gerijpt op eikenhout, en Iers bok (een stevig bier met whiskey).

In de loop van 2004 werd in Bodegraven een geschikte locatie gevonden: molen De Arkduif. Die molen staat al sinds 1697 langs de Oude Rijn. In de molen werd naast de brouwerij ook een proeflokaal gevestigd. De brouwerij opende haar deuren in juli 2004. In het proeflokaal waren er in 2004 zes bieren van de tap verkrijgbaar. De brouwerij zelf was toen ondergebracht in de voormalige meelopslagplaats van de molenaar. De brouwinstallatie werd ontworpen door Menno. De spullen die hij daarvoor nodig had waren afkomstig uit de zuivelwereld. Per keer kon er 600 liter worden gebrouwen. De installatie van De Salamander bleef in bedrijf. Op vrijdag 17 september 2004 werd de brouwerij officieel geopend door acteur Bram van der Vlugt. Hij deed dit door het zogenaamde drooghoppen: het toevoegen van hop na de gisting waardoor alleen de aroma's en niet de bitterheid in het brouwsel komen. Tijdens de opening waren ook de Bodegraafse burgemeester A. Borgdorff aanwezig alsook vele gemeenteraadsleden, een select groepje brouwers, leveranciers en andere belangstellenden.

De Britse onderscheiding die bierbrouwer Menno Olivier begin juni 2006 kreeg voor zijn brouwsel Borefts Stout heeft hem geen windeieren gelegd. Zijn bierverkoop is met name net na de bekendmaking van de onderscheiding explosief gestegen. Tijdens een festival in Londen werd het Bodegraafse bier van brouwerij De Molen door tienduizenden bezoekers verkozen tot het beste ambachtelijke bier van Nederland en België. Een prijs die doorgaans is weggelegd voor een grote ambachtelijke brouwerij zoals het Belgische Palm. "De vraag naar mijn bier is direct na die uitverkiezing twee keer zo groot geworden", zegt Olivier tijdens het brouwen van meer ambachtelijk bier. Want dat brouwen moet doorgaan: "De vraag is nu al groter dan wat ik kan leveren". De Bodegraver die zijn bier produceert in een bijgebouw van molen De Arkduif aan de Overtocht wil dan ook nog in 2006 de capaciteit van zijn brouwerij uitbreiden. In 2006 waren er vijf medewerkers in dienst: een kok, twee assistenten, assistent-brouwer Patrick Breugem en dochter Wendy.

Begin 2011 nam de brouwerij een nieuwe locatie in gebruik nemen, namelijk in het voormalige bedrijfspand van Formido in Bodegraven. Begin mei 2011 werd aldaar het nieuwe brouwhuis in productie genomen. Zowel in de molen als in het nieuwe brouwhuis worden er bieren gebrouwen.

In oktober 2015 ging Brouwerij De Molen een samenwerkingsovereenkomst aan met Bavaria. Zij gaan samenwerken op het gebied van distributie. Bavaria ziet het potentieel van craft-bieren en wil die graag kunnen aanbieden aan hun bestaande klanten. Dus naast het eigen assortiment en dat van La Trappe. Voor Brouwerij De Molen betekent dit dat zij zo veel meer cafés en restaurants met de bieren van Brouwerij De Molen kan bedienen dan met de eigen distributiemethoden. Bavaria heeft geen inspraak op het beleid van De Molen.

Sinds 2015 huurt de brouwerij de ruimte waarin voorheen Formido was gevestigd.

In april 2016 werd bekend gemaakt dat Bavaria een belang van 35% nam in de brouwerij. Doel van deze samenwerking is om gebruik te kunnen maken van het distributienetwerk van Bavaria.

Op 23 juni 2020 maakte John Brus zijn afscheid bekend bij de brouwerij per 1 augustus 2020. John was sinds januari 2009 werkzaam voor de brouwerij.

Ambassadeurs van Brouwerij De Molen

Brouwerij De Molen benoemt sinds maart 2018 een groeiend aantal cafés tot ambassadeur van de brouwerij en haar bieren. De Molen herkent en erkent in de uitbaters en medewerkers van deze bezielde onderneming fantastische ambassadeurs van craft beer in het algemeen en Brouwerij De Molen in het bijzonder. Met de benoeming spreken de brouwerij en het café een aantal intenties naar elkaar toe uit. Denk aan tap takeovers, proeverijen, voorrang bij seasonals, POS materiaal, een taphandle en meer. De cafés zijn te herkennen aan het emaille buitenbord. Op 13 februari 2021 wordt ook bierwinkel Beer Dudes benoemd tot ambassadeur.

 

  • 2004 - Brouwerij Emelisse

(2004-2016) Brouwerij
(2016-) Brouwerijhuurder

Geschiedenis

Eén van de initiatiefnemers achter de oprichting van de brouwerij is Fré Buijze. In de jaren negentig volgde hij een brouwcursus. Eenmaal de smaak te pakken wilde hij het groter aanpakken en begon zijn bieren te brouwen bij Brouwerij De Halve Maan in Hulst onder de naam Emelisse Abdijbier. De naam van de brouwerij is afkomstig van een verdwenen dorp op Noord-Beveland. In de middeleeuwen bestond het huidige Noord-Beveland uit ongeveer 12 dorpen. Eén van die dorpen was Emelisse, waar ook de Cisterciënzer Abdij 'Onzer Vrouwekamer' was gevestigd. Door de aanwezigheid van het klooster groeide het dorp gestaag. Door de zwakke dijken werd in 1274 besloten de abdij te verhuizen. De beruchte Allerheiligenvloed in 1532 was fataal voor het gehele eiland en betekende het einde van het kerkdorp Emelisse, destijds gelegen tussen het huidige Kats en Kortgene. De resten van het klooster zijn er nog te vinden. De Noord-Bevelandse Stichting Emelisse wilde in Kamperland een brouwerij openen. Daartoe werd een perceel grond aangekocht naast de ijsbaan aan de noordkant van het dorp. Daarop verrees een nieuw gebouw dat de sfeer van vroeger ademt. De Stichting Emelisse is opgericht in september 1998 met als doel Noord-Beveland te promoten. De stichting tracht deze doelstellingen te verwezenlijken door het produceren en verkopen van een ambachtelijk kwaliteitsbier van duurzaam geteelde Noord-Bevelandse brouwgerst. De stichting werkt volgens het principe van ketenbenadering, namelijk de hele keten van producent tot consument wordt betrokken in het kader van de voedselveiligheid. Binnen deze benadering wordt de gehele keten, van brouwgerst tot bier, geregistreerd en gecontroleerd en is de oorsprong van grondstoffen volledig traceerbaar. De stichting wordt gevormd door zes leden vanuit landbouw, horeca, detailhandel en een amateurbrouwer. Door de landbouwers die de grondstof brouwgerst op Noord-Beveland op duurzame wijze produceren bij de stichting te betrekken, evenals de verkopers die het eindproduct op de juiste wijze aan de consument aanbieden, ontstaat een grote maatschappelijke betrokkenheid bij dit product. Het bier werd aanvankelijk gemaakt van Noord-Bevelandse gerst die in het Belgische Stabroek werd gemout en vervolgens in Hulst bij Bierbrouwerij De Halve Maan werd gebrouwen. Omdat de stichting steeds meer verzoeken kreeg van liefhebbers van het Noord-Bevelandse gerstenat die de brouwerij wilde bezoeken, besloot het bestuur er zelf één te bouwen. Om dat rendabel te maken werd de brouwerij gecombineerd met een restaurant. In het grand café staan op de menu-kaart verschillende gerechten met een groot aantal ingrediënten uit de streek, zoals Zeeuwse kruidenkaas, Zeeuwse mosselen, Zeeuws lam en vanzelfsprekend de Emelisse-bieren. Het gebouw kreeg een 'ambachtelijk-industriële' uitstraling en fungeert als vertrekpunt voor een toeristische Emelisseroute langs de akkers met brouwgerst. De stichting denkt jaarlijks minimaal tienduizend bezoekers te kunnen ontvangen. De brouwerij is het hele jaar open.

Met het ontwerp van het gebouw werd teruggegrepen op brouwerijen die in de periode 1870-1890, toen het brouwproces werd uitgevonden, werden gebouwd en die nu vaak als industrieel erfgoed te boek staan. De brouwketels kregen een centrale plek in de brouwerij en zijn ook vanuit het restaurant goed te zien. Aan de zuidkant van het gebouw kwam een groot terras met uitzicht op een waterpartij. De kosten van het bouwplan waren fors. Een deel werd gefinancierd uit subsidies (o.a. van Vitaal Platteland Zeeland). Het grootste gedeelte werd echter bij elkaar gebracht door de aandeelhouders van de BV Emelisse, die het bestuur vormen van de brouwerij. Om het bouwplan mogelijk te maken moest het bestemmingsplan Landelijk Gebied worden gewijzigd. In november 2004 werd de bouw aanvankelijk vertraagd daar er een bezwaar werd ingediend tegen de milieuvergunning wegens stankoverlast. Een herziene milieuvergunning, waar - naar verluidt - geen letter aan werd gewijzigd, werd maandag 15 november 2004 ter inzage gelegd. Het was oorspronkelijk de bedoeling de brouwerij begin april 2005 te openen. De streefdatum werd echter bijgesteld naar 1 juli 2005. Alles was rond: het bestemmingsplan werd gewijzigd, de provincie ging akkoord en zegde tevens subsidie toe. Ook de bouwvergunning was in bezit. In 2004 werd al wel een demonstratiedijk aangelegd die het brouwerijterrein van de ijsbaan scheidt. Er werd een coupure gemaakt en de dijk werd voor een deel met basaltblokken bekleed. Verder werden er ouderwetse vloedplanken van hardhout aangebracht om te laten zien hoe vroeger het water werd gekeerd. Op 13 januari 2005 werd de eerste paal geslagen van de nieuwe brouwerij. De bouw van de bierbrouwerij was enkele maanden vertraagd maar de initiatiefnemers hoopten de bouw eind juni 2005 te hebben afgerond, zodat de brouwerij nog net voor de gerstoogst van 2005 in bedrijf kon gaan. Vanaf juli 2005 moest er het Noord-Bevelands Abdijbier Emelisse worden gebrouwen. Op 13 mei 2005 werd er pannenbier geschonken: de bouw van de brouwerij bereikte haar hoogste punt. De 'Telersgroep brouwgerst' binnen Emelisse bestaat uit 15 akkerbouwers en zet zich in voor een gecontroleerde, milieubewuste teelt van het gewas. Vanaf 2004 wordt daarbij nauw samengewerkt met de coöperatie CZAV. De telersgroep produceert onder het EurepGAP-voedselveiligheidscertificaat. In 2005 nam brouwer Peter van den Eynden van de Scheldebrouwerij ook de roerstok bij Brouwerij Emelisse ter hand. De brouwerij maakte toentertijd gebruik van de door Duotank als nieuw gemaakte installatie van De Heeren van Beeck. De installatie heeft een brouwcapaciteit van 1.000 liter met daarnaast twaalf opslagtanks van bij elkaar 16.000 liter. Vanuit deze opslagtanks kan het bier rechtstreeks naar de tap worden gestuurd. De brouwerij wordt geëxploiteerd door Fré Buijze. Tom ter Horst is directeur. Er wordt nauw samen gewerkt met de Scheldebrouwerij. Zo wordt bijvoorbeeld een deel van de Emelisse-bieren afgevuld door de Scheldebrouwerij. Het fustbier en de grote flessen worden afgevuld door de brouwerij zelf. Uiteindelijk werd de brouwerij op zaterdag 29 oktober 2005 geopend door minister Karla Peijs van Verkeer en Waterstaat.

Vanaf 1 mei 2007 trok Peter van den Eijnden, ingehuurd van De Scheldebrouwerij, zich terug als brouwmeester en trad Kees Bubberman in dienst als brouwmeester. Kees is kok van beroep, doch volleerd amateurbrouwer en lid van Amateur Bierbrouwersgilde De Delta Brouwers. In 2010 bleek het zo goed te gaan met de brouwerij dat een deel van de productie werd uitbesteed aan de Belgische Proefbrouwerij in Lochristi. Het betreft hier het urtype pilsener, het witbier, de dubbel en het blond. In 2011 werd het logo van de brouwerij gewijzigd, alsook de etikettenlijn. Het bier werd vanaf 2011 voornamelijk afgevuld in 33 cl flessen met hierop een zwarte kroonkurk. In mei 2012 werden er twee extra lagertanks van 30 hl in gebruik genomen. In 2011 werd er 1.000 hl bier geproduceerd. Met de twee nieuwe tanks moet de jaarproductie voor 2012 worden opgevoerd naar 1.800 hl. In het najaar van 2012 staat de aanschaf van nog meer tanks op de planning, die een doorgroei naar 5.000 hl op jaarbasis mogelijk moet maken. In oktober legde John de Vries de roerstok erbij neer om als brouwer te starten bij Brouwerij De Molen in Bodegraven.

In oktober 2016 werd bekend gemaakt dat de merknaam van Emelisse bier is verkocht aan Jacoba van Beieren BV. Dit is de BV waaronder ook de Brouwerij Slot Oostende in Goes valt. Brouwerij Slot Oostende brouwt sindsdien de Emelisse-bieren voor brouwerijhuurder Emelisse. Ook zullen deze bieren nog worden geschonken in de voormalige Brouwerij Emelisse in Kamperland.

 

  • 2004 - Leidsche Bierbrouwerij

(2004-2009) Leidsche Bierbrouwerij De Wijde Wereld
(2009-2019) Leidsch Bier
(2019-) Leidsche Bierbrouwerij

Geschiedenis

Voordat Jan-Willem Fukkink, aanvankelijk werkzaam als IT-projectmanager, zijn eigen brouwerij begon was hij al actief als amateurbrouwer. Hij was sinds 2000 actief als hobbybrouwer en lid van Amateurbierbrouwersvereniging 't Wort Wat, alwaar hij ook als bestuurder actief was. Het plan om een eigen brouwerij te beginnen ontstond in 2003: een zelf ontwikkeld recept voor een blond bier (met de naam Slim Blondje) scoorde erg goed bij familie en vrienden.

In 2004 startte Jan-Willem Fukkink onder de naam Leidsche Bierbrouwerij De Wijde Wereld. Jan-Willem liet zijn bieren in eerste instantie brouwen bij De Proefbrouwerij in Lochristi (België). Met de introductie van Leidsch Blond (in april 2004) was de officiële start een feit. Leidsch Dubbel (het tweede bier) volgde in april 2007. In eerste instantie als eenmalig brouwsel maar later ook vast in het assortiment. Ter gelegenheid van het eerste lustrum werd in april 2009 Leidsch Weizen (het derde bier) geïntroduceerd.

Begin 2009 werd de naam gewijzigd in Leidsch Bier. Met het betrekken van een eigen bedrijfspand aan de Flevodwarsweg (medio 2010) en het verkrijgen van de brouw/accijns-vergunning (mei 2011) was er weer een echte bierbrouwerij in Leiden. Dat was eerst nog op zeer kleine schaal, want met een hoeveelheid van 1 hl per maand kun je spreken van een nano-brouwerij. Met deze faciliteiten werd het wel mogelijk om nieuwe, experimentele, en verrassende bieren te brouwen. Stapsgewijs werd de brouwcapaciteit in de jaren die volgden vergroot. Zo werden er In 2012 nieuwe gisttanks geplaatst, waardoor er 5 hl per dag kon worden gebrouwen.

Sinds 1 januari 2016 is brouwer Jan-Willem full-time werkzaam voor de brouwerij.

Op de etiketten staan schilderijen van Jan Steen afgebeeld. Jan Steen was een Leidse schilder die tevens brouwer was in Delft en in zijn schilderijen boodschappen verwerkte met een verwijzing naar bier en vrolijkheid. Het etiket van Morsporter vormt hierop een uitzondering. Op dit etiket staat een foto van de 17e eeuwse Morschpoort afgebeeld. De etikettenlijn van Leidsch Bier is ontworpen door Bob van Dijk van B71 Ontwerp.

 

  • 2004 - Mommeriete Brouwerij

Geschiedenis

Op landgoed De Groote Scheere in Holthone bevindt zich Landgoedrestaurant De Ganzenhoeve, gelegen tussen Coevorden en Gramsbergen. De eigenaren van dit restaurant hadden de beschikking over een ruimte waarvoor nog geen bestemming was gevonden. Het in Gramsbergen woonachtige paar Gert (1963) en Carina Kelder (1968) - op het moment van oprichting in 2004 - meer dan 15 jaar enthousiast hobbybrouwers, kwam dit ter ore. Na overleg met de eigenaar, Geert Rossien, namen zij deze expositieruimte in gebruik als brouwerij, waarmee een droomwens in vervulling ging. Gert werkte toen wekelijks vier dagen in de metaalindustrie en brouwde één dag in de week. Zijn vrouw Carina gaf drie dagen per week les in het vak verzorging en was twee dagen per week in de brouwerij om te brouwen, etiketten te plakken of pakketten samen te stellen. In 2002 en 2003 werden een aantal lezingen gegeven over de kunst van het bierbrouwen. Het waren leerzame avonden met een bierproeverij en veel uitleg over brouwmethoden en gebruikte materialen. In 2003 werd onder andere speciaal voor de feestweek van de stad Gramsbergen een feestbier gebrouwen, dat voorbijgangers gratis mochten proeven. Met gebruikmaking van alle reacties die op de verschillende typen "huisbrouw" bier werden gegeven, is de uiteindelijke receptuur vastgesteld voor de hoofdbieren, die door de brouwerij op ambachtelijke wijze worden gemaakt. Vaak wordt gebruik gemaakt van lokaal gevonden natuurlijke ingrediënten om een goede smaak te krijgen. Alle bieren zijn natuurlijk, ongefilterd en ongepasteuriseerd. Er werd een offerte opgevraagd voor een nieuwe brouwinstallatie bij Kaspar Schulz. De prijs was te hoog, maar gelukkig bleek een gebruikte brouwinstallatie voor handen, die op de kop werd getikt in het Duitse Steinbach, gelegen tegen de Tsjechische grens. Deze installatie werd medio april 2004 geplaatst. De installatie had een capaciteit van 200 liter per brouwsel. Er kon maximaal twee keer per dag worden gebrouwen. Gert en Carina combineren de brouwwerkzaamheden met een reguliere baan en brouwden aanvankelijk één dag, de vrijdag, in de week. Daarnaast gaven zij rondleidingen en organiseerden zij bierproefavonden en workshops bierbrouwen. Op 27 augustus 2004 werd de brouwerij officieel geopend. Dit gebeurde tegelijkertijd met de officiële opening van het complex De Ganzenhoeve waarvan de brouwerij deel uit maakte. Het bier werd aanvankelijk alleen getapt in De Ganzenhoeve, maar er bestond interesse bij horeca-gelegenheden in de omgeving. Een deel van de benodigde grondstoffen, zoals graan, werd op de bij het boerderijrestaurant behorende gronden verbouwd. Er waren plannen om een proeflokaal te openen en tevens was het de bedoeling om - in groepsverband - te kunnen brouwen. Dit gehele proces zou vier uur in beslag nemen, geïnteresseerden zou hiermee een leuke middag of avond worden geboden, waarbij naast het brouwen ook zelf de etiketten konden worden ontworpen. Zes weken later kon het bier worden afgevuld op fles, waarna het bier kon worden opgehaald.

In 2009 verhuisde de brouwerij van Landgoed De Groote Scheere in Holthone (Holthonerweg 9, 7779 DE Holthone) naar Gramsbergen. In 2010 werden er twee keer per week kleine batches gebrouwen. De bottel-apparatuur werd in 2010 tijdelijk verhuurd aan Brouwerij De Leckere in De Meern. Na afloop van het huurcontract wordt de bottel-apparatuur verplaatst naar een locatie in Veenhuizen, alwaar een nieuwe brouwerij zal verrijzen: Brouwerij Maallust. In Gramsbergen kan 450 liter worden gebrouwen terwijl in Veenhuizen 1500 liter kan worden gebrouwen.

 

  • 2005 - Bronckhorster Brewing Company

(2005-2016) Brouwerij Rodenburg
(2016-) Bronckhorster Brewing Company

Geschiedenis

De initiatiefnemer achter Brouwerij Rodenburg is de Engelsman Steve Gammage (1956), die zich in 1980 in Nederland vestigde, alwaar hij een eigen schildersbedrijf begon dat uitgroeide tot een bedrijf met acht werknemers en waar hij ook zijn vrouw Yvon leerde kennen. Steve is oorspronkelijk afkomstig uit Richmond (Noord-Yorkshire). Steve liep al jaren met plannen rond om van zijn hobby, speciaalbier, zijn werk te maken en een eigen brouwerij te beginnen.

Aanvankelijk werden de bieren van Brouwerij Rodenburg gebrouwen met behulp van de brouwinstallatie van Brouwerij De Molen in Bodegraven. Aldaar werd er een blond, een tripel en een weizen gebrouwen. In 2008 werd er gestopt met het brouwen in Bodegraven.

In 2010 kwam zijn droom uit en werd zijn eigen brouwerij geopend. De brouwerij is gelegen op een schitterende locatie met uitzicht op de omliggende landerijen. De theorie leerde hij bij de University of Sunderland (Brewlab), alwaar hij de cursussen Practical brewing en Microbiology volgde. In 2007 kregen zijn plannen verder gestalte toen hij een bezoek bracht aan de Brau Beviale in het Duitse Neurenberg. Hij wist er een tweedehands brouwinstallatie op de kop te tikken met een capaciteit van 10 hl, gemaakt door een Duits familiebedrijf in de omgeving van Trier. Pas eind 2009 kon er tot de installatie van de apparatuur worden over gegaan. Hij kreeg hierbij de hulp van BdB Bier Know How uit Duitsland. Eind maart 2010 werden de eerste proefbrouwsels gebrouwen.

Alvorens er kon worden gebrouwen moest er een grondige verbouwing plaats vinden van de grote boerenschuur die stamt uit 1952. Om deze verbouwing mogelijk te maken verkocht Steve zijn schildersbedrijf. In 2002 verkocht hij zijn woning in Steenderen om deze in te ruilen voor een riant woonhuis in het buurtschap Rha (gemeente Bronckhorst) gelegen op 1,5 hectare grond en een zeer ruime boerenschuur van 550 vierkante meter. Deze schuur, van oorsprong een binnenbak met stallen voor de werkpaarden, onderging een ingrijpende verbouwing waarbij een poging werd gedaan om zoveel mogelijk behouden te laten blijven van het oorspronkelijke karakter van het pand. Uiteindelijk verrees er een proeflokaal, vanwaar de bezoekers uitzicht hebben op twee koperen brouwketels die zich bevinden in dezelfde ruimte en eerder dienst deden bij een brouwerij in het Duitse Rheinland.

In 2012 werd het proeflokaal bezocht door 4.000 bezoekers. De zwager van Steve, Anton, geeft rondleidingen, terwijl zijn vrouw Yvon en haar zus Thea de catering verzorgen. In een aparte ruimte staan zes dubbelwandige RVS-ketels die afkomstig zijn uit de Japanse stad Kobe. Daarnaast beschikt de brouwerij over enkele ruimtes waarin onder meer een flessenafvuller en schrootmolen staan opgesteld en één die als warme kamer is ingericht. In 2011 werd er twee … drie keer per week gebrouwen. Per keer wordt er 10 hl gebrouwen. Bij het bedenken van de naam van de brouwerij liet de brouwer zich inspireren door het boek "De geschiedenis van Rhaa". Rodenburg of Vrouwe van Eltens Stede is de naam het pand aan de Rhabergseweg. Het is een zeer oude hofstede. Het pand is sinds 1600 bijna onafgebroken eigendom geweest van de familie Metz. De boerderij werd in 2003 gekocht.

Bronckhorster Blond, Angus Tripel, Herfstbok en Scrooge zijn de namen die Steve en Yvonne Gammage aan de bieren gaven die ze al sinds 2005 op de markt brengen. De Engelsman van geboorte, die al 25 jaar in Nederland woont, heeft sinds hij met zijn partner vier jaar geleden van Steenderen naar Rha verhuisde, plannen om in de boerderij en de schuur een brouwerij onder te brengen. In 2007 brengen ze jaarlijks tussen de 25.000 en 30.000 liter bier op de markt, als de eigen brouwerij eenmaal draait is het doel zo'n 50.000 liter per jaar.

Per 1 april 2016 werd de naam van de brouwerij gewijzigd van Brouwerij Rodenburg naar Bronckhorster Brewing Company. In de loop van 2017 werd er naast de brouwerij een proeflokaal gebouwd. Het bestaande gebouw werd te klein en de brouwerij wilde bovendien de proeverijen scheiden van de brouwruimte.

 

  • 2005 - De Heidebrouwerij

(2005-2015) De Veluwse Heidebrouwerij
(2015-) De Heidebrouwerij

Geschiedenis

De Veluwse Heidebrouwerij maakte aanvankelijk gebruik van de brouwfaciliteiten van de Maasland Brouwerij uit Oss en was tevens lid van de Maasland Groep. Drie lokale Edese bierbrouwers en -genieters vonden het tijd dat de Veluwe weer zijn eigen bierbrouwerij kreeg en richtten in augustus 2005 de Stichting De Veluwse Heidebrouwerij op. Het bestuur stelde dat bierbrouwen ooit een onderdeel van het dagelijkse leven was. Zo had Ede rond 1800 een eigen brouwerij, zoals zoveel dorpen en steden. Dirk de Brouwer hanteerde er de roerstok. Naast brouwer was hij ook raadslid. Dirk en zijn vader woonden in de Brouwershoeve. Tegenover de Brouwershoeve stond een pand waarin de brouwerij gevestigd was. Dat werd na sloop van de brouwerij in 1850 de tuin van de latere boekhandel Het Wapen van Ede. Doel van de stichting was de promotie van streekproducten. Het middel om dit doel te bewerkstelligen was een eigen bier met een regionaal karakter. In 1996 kwam de plaatselijke landbouwschool, het Groenland College, in het kader van een eenmalig project, met een "Parelend Honingbier van de Ginkelse heide" op de proppen. Voor Gerrit Hammink was dit een bron van inspiratie. Nog datzelfde jaar kwam het, met behulp van de brouwfaciliteiten van de Maasland Brouwerij gebrouwen, Veluws Heidebier op de markt. Dit bier werd afgezet via plaatselijke slijters in Ede. Begin 2005 speelde Gerrit, samen met Michiel van der Kaaden en Pim Hopman, met de gedachte voor zichzelf wat op te zetten. Het plan was om zoveel mogelijk gebruik te maken van producten van de Veluwe. Er werd bijvoorbeeld Edese Heidehoning afgenomen van imker Jaap Doornweert. In de loop van 2006 besloot Michiel van der Kaaden wegens tijdgebrek zijn activiteiten voor De Veluwse Heidebrouwerij tijdelijk te staken. Gerrit Hammink verzorgde, naast zijn brouwwerkzaamheden, in de avond lezingen op het gebied van bierbrouwen. Op 30 maart 2012 werd de brouwerij officieel geopend op een nieuwe locatie, namelijk in de voormalige manschappenkeuken van de Prins Mauritskazerne, een historische plek, want in de loop der jaren hebben duizenden militairen in het naastgelegen restaurant hun maaltijd genoten. De keuken werd aangepast en er werd een compleet nieuwe brouwerij/zeepmakerij aangelegd. Naast een brouwerij is er ook een zeperij gevestigd, namelijk Zeepmakerij ReginaZeep. De zeperij wordt uitgebaat door Ineke Hammink, de vrouw van Gerrit Hammink. Ineke krijgt hierbij de hulp van haar dochter Eveline. Zowel het bier als de zeep zijn streekgebonden producten. Op 1 augustus 2011 werd de nieuwe installatie in gebruik genomen. De 3 hl installatie werd gekocht in Duitsland. De filterketel is tevens ontworpen om "high-gravity" te kunnen brouwen om zo een hoger rendement in volume te kunnen verkrijgen. In de whirlpool worden de hop en de eiwitten gescheiden van de wort. In 2012 had de brouwerij de beschikking over een lagercapaciteit van 2.500-3.000 liter. Het bier wordt uitsluitend afgevuld in 75 cl flessen. Tijdens de vergisting wordt er gebruik gemaakt van korrelgist. Vader Gerrit en zoon Jaap Hammink nemen het brouwproces voor hun rekening. Naast het brouwen van bier worden er ook workshops bierbrouwen verzorgd door de brouwerij. Deze workshops vinden plaats in de kazernekeuken in de voormalige soepketels van 60 liter, waarvan er een zelfs een roerwerk heeft. De brouwerij vergist en bottelt het bier vervolgens zelf. In 2016 werd de naam van de brouwerij gewijzigd van de Veluwse Heidebrouwerij naar De Heidebrouwerij. Vanaf dat moment werd er geen bier meer gebrouwen in de brouwerij. De productie werd verplaatst naar andere brouwerijen. Het Eef Pils werd gebrouwen in het Belgische Vichte bij Verhaeghe en de andere bieren onder andere bij de Belgische brouwerij Ter Dolen en De Loonbrouwerij in Cothen. In de loop van 2017 heeft Gerrit Hammink besloten zijn activiteiten voor De Heidebrouwerij te staken en naam ook zijn brouwinstallatie mee.

Vanaf najaar 2017 wordt er ieder kwartaal een nieuw recept uitgeprobeerd naast het vaste assortiment. Deze proefbrouwsels worden in gelimiteerde batches gebrouwen. Het eerste experiment is een Winterbier. Er worden maar liefst zeven verschillende mouten verwerkt, twee hopsoorten en vijf (!) verschillende toevoegingen. Complexiteit in OPTIMA FORMA. Verkrijgbaar vanaf 2e helft december 2017.

De Heidebrouwerij kon in 2018 de nieuwe uitbater worden van de historische Korenbeurs in Arnhem. De brouwer was één van de vijf finalisten van de ideeënwedstrijd voor de nieuwe invulling van de hal in hartje Arnhem. Het ingediende concept Proeflokaal De Bekoring, een samenwerking van bakkers, brouwers en molenaars, moet ook in Ede vorm krijgen. Arnhem zocht een nieuwe uitbater voor de monumentale Korenbeurs, midden op het uitgaansplein Korenmarkt. Het pand was tot eind 2017 nog in gebruik als filmhuis, maar kwam daarna leeg te staan. De gemeente Arnhem schreef een ideeënwedstrijd uit. Achttien plannen werden er ingezonden waaruit een delegatie van ondernemers, bewoners en adviseurs vijf kansrijke concepten koos. Alle finale ideeën hadden een relatie met voeding. De Heidebrouwerij, vertegenwoordigd door HBN Holding, bedacht het Proeflokaal De Bekoring. Hiermee wil de brouwerij aansluiten bij de authentieke bestemming van de Korenbeurs, namelijk de marktplek waar boeren hun graan verhandelden aan bakkers, brouwers en molenaars. In de hal moeten verschillende ambachten elkaar weer gaan ontmoeten. Deze hebben allemaal een relatie met bier. Centraal in de Korenbeurs komt een demonstratie bierbrouwerij waar de hele dag door kleine hoeveelheden bier gebrouwen worden. Er omheen krijgen ambachtelijke toeleveranciers van de brouwerij een plekje. Denk aan producenten van hop, mout, gerst. Maar ook verwerkers van de restanten uit het brouwproces, zoals bakkers die de residu's verwerken in brood.
Het idee werd niet als beste idee gekozen. In de Korenbeurs zal een Coöperatieve Eeterij verrijzen.

 

  • 2005 - Horecabier.nl

Geschiedenis

Horecabier.nl levert, sinds 2005, bij een Nederlandse brouwerij gebrouwen categorie I pilsener, Horecabier Goud.

Horecabier.nl introduceert in 2017 Horecabier Zilver. Bij een Nederlandse brouwerij gebrouwen categorie II bier.

 

  • 2005 - Reuzenbieren

(2005-2018) Brouwerijhuurder
(2018-) Brouwerij

Geschiedenis

Toen één van de brouwers, Jos van Breda, 50 jaar werd, besloot zijn vriend Bernard Smits een brouwcursus voor hem te regelen bij De Roerstok uit Tilburg. Het vormde uiteindelijk de basis van de brouwerij. Jos had een oud varkenshok omgebouwd tot brouwerij. Aanvankelijk werd begonnen met een brouwinstallatie van 20 liter, maar op een gegeven moment stond er een installatie van 200 liter. Bernard Smits is werkzaam als directeur van een onderwijsstichting. Hij was ooit nationaal kampioen blindproeven bij een wedstrijd georganiseerd door de Alliantie van Biertapperijen. Jos van Breda is conciërge op een school. Martin op 't Hoog is werkzaam als functioneel beheerder bij een verzekeringsmaatschappij. Het begon allemaal met het idee van Bernard Smits, voormalig voorzitter van Carnavalsvereniging De Pierewaaiers uit Moergestel. Ter gelegenheid van het 44-jarig bestaan van de vereniging werd in 2004 besloten om een eigen bier te introduceren. Twee jongelui die dit project in het kader van hun studie oppakten, leverden het leeuwendeel van de voorbereidingen. Vlak voor het 44-jarig jubileum werd in september 2005 het jubileumbier, een tripel, gepresenteerd en op de markt gebracht onder de naam Ermelindis. Het bier werd vernoemd naar de parochieheilige en naar de naam van de bekende Moergestelse reuzin. Later kwamen daar de Heukelomse Mie en Peer Paorel bij, de reuzencollega's uit Heukelom en Oisterwijk. Oorspronkelijk werd Ermelindis gebrouwen met behulp van de brouwfaciliteiten van Bierbrouwerij De 3 Horne in Kaatsheuvel. Later werd het bier gebrouwen bij De Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi. In 2017 worden de bieren gebrouwen bij Brouwerij Het Nest in België en is men bezig met de bouw van een eigen brouwerij bij de kanoboerderij in Moergestel.

In 2018 is de brouwerij klaar en wil men alle bieren in de eigen ketels gaan brouwen. Het nieuwe brouwhuys is gevestigd op de bovenverdieping en in de kelder van de horecazaak van de Reuselhoeve.

 

  • 2006 - Brouwerij De 7de Hemel

Geschiedenis

Brouwerij De 7de Hemel werd officieel geopend op 14 oktober 2006. De eerste bieren - Avondrood en Zonnestraal - werden toen ten doop gehouden door Jan Duijf van Cambrinus Bierbrouwerij en Jan Fleurkens van Mongozo. Deze introductie vond plaats in Horecacentrum De Sevewaeg. Ongeveer honderd jaar geleden telde Sevenum vier brouwerijen. Met name de brouwerij van Vullinghs was in de hele regio bekend. Helaas is, zoals destijds in heel Nederland, deze brouwtraditie in Sevenum ten onder gegaan met de opmars van de grote brouwerijen die de populaire ondergistende bieren brouwden. De initiatiefnemers achter Brouwerij De 7de Hemel, Ger en Kitty Hendrix en John Raedts, zijn liefhebbers van speciaalbier. Ze gingen een aantal jaren geleden de uitdaging aan om zelf bier te gaan brouwen. Dit beviel dermate goed dat dit uitgroeide tot een uit de hand gelopen hobby. Het gebrouwen bier werd bij verjaardagen, feestjes et cetera aangeboden aan de gasten. Deze gasten waren - en zijn nog steeds - laaiend enthousiast. Daarnaast zijn de initiatiefnemers aangesloten bij een vereniging van amateurbierbrouwers en hebben ze hiervoor regelmatig brouwdemonstraties en bierproeverijen verzorgd. Met enige regelmaat werd hen destijds de vraag gesteld of ze het bier ook mochten verkopen. Dit was niet toegestaan, maar heeft hen wel aan het denken gezet. Er werd een plan gesmeed om een eigen brouwerij op te starten en zo de brouwtraditie in hun dorp weer nieuw leven in te blazen. De, volgens eigen recept, gebrouwen bieren worden inmiddels aangeboden aan slijterijen, cafés en restaurants. Kitty Hendrix is tevens werkzaam als applicatiebeheerder bij Onderwijsgenootschap Venlo en omstreken in Venlo. Ger Hendrix is vrachtwagenchauffeur. Kitty is bij de brouwerij verantwoordelijk voor de Public Relations en de commercie. De administratie en de receptontwikkeling doet Kitty. Ger is verantwoordelijk voor het brouwproces en de afzet van het bier. Daarnaast is Ger verantwoordelijk voor de logistiek en het opnemen van de bestellingen en is hij belast met de techniek. Het brouwerijlogo, de etiketten, de viltjes en de glazen van de brouwerij werden aanvankelijk ontworpen door Hint Vormgeving uit Sevenum, maar inmiddels door Jimmy, de zoon van Kitty en Ger. Proefbrouwsels worden gebrouwen met een eigen brouwinstallatie. De bieren voor de markt worden gebrouwen met behulp van de brouwfaciliteiten van de Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi. Deze eigen brouwinstallatie staat opgesteld in de garage van Ger en Kitty en bestaat uit drie omgebouwde Falda-wasmachines, een creatie van de Belg Louis Meulders: één fungeert er als beslagkuip, één als filterkuip en één als kookketel. Per brouwsel kan er vijftig liter worden gebrouwen.

 

  • 2006 - Brouwerij Eembier

(2006-2016) Bierbrouwerij De Eem
(2016-) Brouwerij Eembier

Geschiedenis

  • "Gebrouwen met passie!"

Naast Stadsbrouwerij De Drie Ringen herbergt Amersfoort sinds 18 mei 2006 een tweede brouwerij(huurder): Bierbrouwerij De Eem. Initiatiefnemers waren aanvankelijk Ruud van Moorst en Peter de Ruijter, twee vrienden die al decennia lang enthousiaste bierliefhebbers zijn. Ruud van Moorst (1963, Laren) begon in 1978 als verzamelaar van brouwerijartikelen (eerst flesjes en daarna etiketten) en is de auteur van het Nederlands Biernamen Logboek. Sinds 1998 zijn daar drie delen van verschenen. Daarnaast verzamelde hij alles van de voormalige Amersfoortse Bierbrouwerij Phoenix. Van Moorst begon zich in 1978 te interesseren voor bier. Bij zijn ouders in Laren bouwde hij al op 16-jarige leeftijd een kleine bar in zijn kamer. Na wat omzwervingen kwam Ruud in Amersfoort terecht. Daar ging hij wonen met zijn vriendin uit Soest. Lange tijd werkte hij in een supermarkt met de gedachte zelf een zaak te beginnen. Hij werd echter postbode en volgde een opleiding marketing. De twee kregen een dochter: Kim. Achttien jaar was Ruud postbode. In 2005 was er de zoveelste reorganisatie bij de post en Ruud en zijn vriend Peter de Ruijter besloten dat ze iets naast hun werk moesten beginnen. Dat werd een eigen bierbrouwerij. Ruud was een vaste bezoeker van Stadsbrouwerij De Drie Ringen. Jarenlang bezocht hij met enkele vrienden honderden brouwerijen in West-Europa. Van Moorst en De Ruijter bezochten zeer vele kleine bierbrouwerijen in de Benelux en proefden ontelbare bieren in alle variëteiten en smaken, voordat ze enkele jaren voor de oprichting van de brouwerij besloten om zelf bier te gaan brouwen. Na een stageperiode bij onder andere Brouwerij De Prael (Amsterdam) en bij de voormalige Maasland brouwerij (Oss), werd besloten om Bierbrouwerij de Eem op te richten. Sinds 18 mei 2006 staat brouwerij de Eem ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Amersfoort. Vanaf 2008 ging Ruud zich fulltime bezighouden met de brouwerij. Er werd één keer gebrouwen bij de voormalige Maasland Brouwerij in Oss. In de beginperiode werd echter voornamelijk gebruik gemaakt van de faciliteiten van Brouwerij De Prael alwaar in 2007 per maand 1.000 liter werd gebrouwen. Men was zoekende naar een geschikte locatie voor hun brouwerij met proeflokaal in de regio Amersfoort. De Eem brouwde alleen "schone" bieren, dat wil zeggen dat er geen toevoegingen worden gebruikt zoals kruiden en/of extracten. Op 16 september 2006 waren de eerste twee bieren - zonder dat daar veel ruchtbaarheid aan werd gegeven - te proeven op een klein festival in Wormerveer, namelijk Eem Blond en Eem Bitter. Dit festival was georganiseerd door biergenootschap Het Gouden Hoofd in samenwerking met Café Batavia. Op 16 februari 2007 vond de openingsplechtigheid plaats van Brouwerij De Eem. De opening werd verzorgd door Henk Westbroek, bekend geworden als zanger van Het Goede Doel. In 2007 werden de bieren voornamelijk afgezet in het Eemgebied. Hiernaast waren de bieren tevens verkrijgbaar bij enkele gespecialiseerde bierwinkels. en biercafés elders in het land.

Vanaf 2009 ging Ruud van Moorst stoken. Onder de naam Stokerij De Kachel uit Amersfoort stookte hij bij Brouwerij Onder De Linden een 100% jonge graanjenever. Het werd afgevuld in 50cl flessen en bevat 35% alcohol. In juni 2009 stapte Peter de Ruyter wegens tijdgebrek uit de brouwerij. Vanaf 2010 werden de bieren landelijk verspreid via Multibier en werd op bescheiden schaal bier geëxporteerd naar Noord-Amerika. De vraag naar de bieren was in 2010 groot. Er werd daarom gebrouwen bij de bevriende (voormalige Nederlandse) Scheldebrouwerij in het Belgische Meer. Bij de Scheldebrouwerij werd er ongeveer 3.500 liter per batch gebrouwen, waardoor de brouwerij verder kan groeien. Opdrachtbieren en speciale bieren worden gebrouwen bij Brouwerij De Praght in Dronten. In 2009 werd er 100 hl gebrouwen. In 2008 was dit nog 65 hl. In 2011 werd zowel de website als de etikettenlijn volledig vernieuwd. Op de etiketten was vanaf dat moment een kronkellijn te zien die de loop van de Eem voorstelt. Op 25 mei 2012 werd bekend dat Bierbrouwerij De Eem vanaf begin 2013 haar bier gaat brouwen in de oude houtwerkplaats van de NS op de Wagenwerkplaats in Amersfoort. Naast een sociale brouwerij, waar mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt werken, wordt er een proeflokaal en buitenterras gerealiseerd. Om één en ander te bekostigen heeft Ruud van Moorst subsidie aangevraagd en geeft hij obligaties uit. De obligatiehouders krijgen privileges en speciaal gebrouwen obligatiebier. Men kon intekenen voor B- (250,00), A- (5.000,00) en AA-obligaties (25.000,00). In 2011 maakte Bierbrouwerij De Eem gebruik van de brouwfaciliteiten van Sallandse Landbier Brouwerij. Eind 2012 werd bekend dat de droom een eigen brouwerij te beginnen op de Wagenwerkplaats in Amersfoort uiteen spatte. De financiering kon niet rond worden gekregen. In 2015 werd er 1100 hl geproduceerd. In 2016 werd de naam gewijzigd van Bierbrouwerij De Eem naar Brouwerij Eembier. De familie Vos begint aan de Havenstraat in Elburg onder de noemer Aan de Gracht een brasserie, bierbrouwerij en kunstatelier. De brouwerij moet in februari 2017 operationeel zijn. De installatie is afkomstig uit Slowakije. Alle hobby's kwamen met dit project samen. Rosalie Vis met haar zorg voor verstandelijk beperkte mensen, moeder Vos met haar kunstatelier en Ruud van Moorst en Coenraad van Bommel (zwager van Rosalie en Gerrit-Jan) met de brouwerij.

 
  • 2006 - Stadsbrouwerij Cambrinus

(2006-2013) Hanze-Stadsbrouwerij
(2013-) Stadsbrouwerij Cambrinus

Geschiedenis

Zutphen werd op 13 juni 2006 verrijkt met Brasserie Hanze-Stadsbrouwerij aan de Houtmarkt 56 in de historische binnenstad van Zutphen, waarin voorheen Mexicaans restaurant Ay Caramba zat.

Naast het cafégedeelte is er ook een authentiek middeleeuws proeflokaal en een gezellig terras. Achterin worden in de brouwinstallatie de speciaalbieren gebrouwen, voornamelijk voor het eigen café.

In Deventer en hun woonplaats Zwolle konden Gerrit (1955) en Elice Wolf (1971) hun droom niet waarmaken. Gerrit was werkzaam als facilitair directeur bij Essent. Gerrit liep in 2006 al ongeveer 25 jaar mee in de brouwwereld. Zo had hij op dat moment al veel ervaring als hobbybrouwer en was hij ook actief als keurmeester bij het Bier Keurmeester Gilde (BKG). Bij zijn speurtocht naar een geschikte locatie kon hij niet rekenen op de medewerking van de gemeente Deventer en Zwolle.

Blikvanger van de stadsbrouwerij zijn twee reusachtige koperen ketels, die fraai aangelicht in het proeflokaal staan. De brouwinstallatie is aangeschaft bij Fejes & Kaltenecker in het Hongaarse Miscolc. Op maandag 8 mei 2006 werden de ketels geplaatst. Daarnaast is een flessen- en fust-vulmachine aanwezig. Bij aanvang was het de bedoeling om twee keer per week te brouwen. Per keer kan er 5 hl worden gebrouwen.

Het echtpaar Wolf geeft tevens trainingen gemeenschappelijk bierbrouwen. Daarin staat samenwerking centraal. Tijdens het brouwproces doen zich veel momenten voor om bij te sturen, waardoor de deelnemers een brug kunnen slaan naar de praktijk, weet Wolf als ex-directeur facilitair bedrijf Essent en zelfstandig interim- en crisismanager/teambuilder uit ervaring. De training resulteert in 60 tot 80 liter ambachtelijk gemaakt bier en kan op verzoek worden voorzien van een eigen etiket.

In maart 2013 werd de naam van de Hanze-Stadsbrouwerij gewijzigd in Stadsbrouwerij Cambrinus.

 

  • 2006 - Stadsbrouwerij Dordrecht

Geschiedenis

Herman Marres, van oorsprong Limburger en afkomstig uit een bekend Maastrichts brouwersgeslacht, begon de brouwerij – met toestemming van de gemeente - in een kraakpand. Zijn succesvolle thuisbrouwactiviteiten, met onder andere het behalen van het Nederlandse Kampioenschap amateurbierbrouwen, zette hij, samen met anderen, voort in Stichting Stadsbrouwerij Dordrecht, die in 2006 werd opgericht.

De Stadsbrouwerij heeft als belangrijkste doelstelling om stageplaatsen te bieden, met name aan leerlingen van het MBO en het praktijkonderwijs. Leerlingen lopen stage onder begeleiding van vrijwilligers van de stadsbrouwerij. Voor deze leerlingen is de stage het nieuwe begin van een schoolopleiding en de eerste stap naar een volwaardige plaats in de samenleving. Door het zware accent op stageplaatsen is het brouwproces zo goed als handmatig gebleven. De goede smaak wordt ondersteund door de aangename ‘maatschappelijke bijsmaak’.

De stadsbrouwerij is daardoor uniek in Nederland: vrijwilligers en leerlingen brouwen in twee opstellingen, elk met een capaciteit van 50 liter, met als resultaat ongeveer 320 flesjes (25 cl) bier per brouwdag. Het bier wordt in de varianten Blond, Amber, Dubbel en Triepel 1433, gebrouwen en verkocht. Afnemers zijn diverse supermarkten en slijters, terwijl in een groot aantal cafés en restaurants in de Drechtsteden het bier op de kaart staat.

Hoofdbrouwer bij de oprichting was Herman Marres. In 2016 werd Sjoerd Wolting de hoofdbrouwer. Het brouwteam bestaat uit de hoofdbrouwer aangevuld met een groep brouwers die op wisselende dagen brouwen. In de loop der jaren is een grote groep vrijwilligers betrokken geweest bij het brouwen.

De Stadsbrouwerij is gevestigd in een monumentaal pand in de historische binnenstad van Dordrecht. Het pand maakte als mouthuis deel uit van Dordrechts oudste brouwerij De Sleutel, opgericht in 1433 en na overname door Heineken gestopt in 1968. In de rondleidingen laten de rondleiders zien hoe het handmatige brouwproces werkt en wat daarbij de rol is van de leerlingen en de vrijwilligers.

 

  • 2006 - Westlandse Bieren

Geschiedenis

Bart van Meurs, Jan van Staalduinen en Ton Verbraeken brachten in 2006 het streekbier Westlands Goud op de markt. Het recept van het eerste bier was van de opa van Ton, Toon Verbraeken, eigenaar van een cafe in Kwintsheul. Het bier was direct een enorm succes; in no-time gingen ruim 100.000 flessen over de toonbank. Het assortiment werd dan ook al snel uitgebreid met twee andere bieren: Dubbel Goud en Wit Goud.

In mei 2010 stappen Bart van Meurs en Jan van Staalduinen uit de onderneming.

 

  • 2007 - Bierbrouwerij Nederlands Openluchtmuseum

Geschiedenis

Deze bierbrouwerij is deel van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem.

In de aanbouw aan het authentieke brouwhuis wordt vanaf december 2007 weer bier gebrouwen. De brouwer brouwt het bier op eigentijdse wijze en vertelt vol vuur over zijn oude ambacht in een historisch gebouw dat volop biergeschiedenis ademt. In de filmzaal wordt het verhaal verteld van de sociale geschiedenis van kleine Brabantse brouwers aan de hand van het concrete voorbeeld van familie Nooren, eigenaars van de brouwerijen De Roskam en De Koe. Vroeger dronk bijna iedereen dagelijks bier. Water was immers lang niet altijd drinkbaar. Tot ongeveer 1915 had bijna elk Brabants of Limburgs dorpje minstens één kleine ambachtelijke brouwerij. Die brouwerijen brouwden bier met een laag alcoholpercentage. Brouwers combineerden hun beroep vaak met een ander beroep als boer of herbergier. Deze brouwerij hoorde bij de pleisterplaats De Roskam. De brouwer was dus tegelijkertijd herbergier.

Brouwerij 't Goeye Goet gebruikt zoveel mogelijk biologische producten. Sinds 2010 wordt er, bij wijze van proef, dan ook voor het eerst biologisch bier gebrouwen. In het eerste jaar van het bestaan van de brouwerij werd er nog 15.000 liter gebrouwen. In 2012 was dit al 40.000 liter. Met ingang van 1 maart 2013 ging Rob Meijer met pensioen en maakte hij plaats voor Patrick Leenders. Rob Meijer kwam in 2007 in dienst van de brouwerij.

De bieren worden verkocht onder het label 't Goeye Goet.

 

  • 2007 - Brouwerij Praght

Geschiedenis

Praght. Zo heet het bier dat het praktijkcentrum in Dronten (Triade) gaat brouwen. De brouwerij is vooral bedoeld als werkplek voor mensen die als gevolg van een psychiatrische handicap niet in het gewone bedrijfsleven aan de slag kunnen. Praght haakt aan bij de Amsterdamse brouwerij Prael. Praght richt zich net als Prael op mensen met een psychische handicap. Beide brouwerijen willen samenwerken. De Drontense brouwerij komt in een van de schuren van het praktijkcentrum. Daar komt dan ook een proeflokaal. In 2007 krijgt Praght € 166.000 subsidie van de provincie. Volgens initiatiefnemer Chris Burgers is daarmee het benodigde geld, € 550.000, binnen.

Op 1 september 2007 ging de brouwerij in productie met de eerste proefbrouwsels. De eerste lagertanks werden in februari 2008 geïnstalleerd. In 2008 nam Brouwerij Praght de brouwinstallatie over van van Brouwerij De Prael uit Amsterdam. Brouwmeester Maurice Bouma is op 14-jarige leeftijd gestart met het brouwen van bier met de intentie dit later professioneel op te pakken. De installatie heeft een capaciteit van 5 hl. Het bier werd in 2009 vooral afgezet in lokale slijterijen en het naastgelegen proeflokaal 't Praghthuys (Wisentweg 5). Daarnaast was het verkrijgbaar in plaatsen als Joure, Deventer, Ermelo en Almere. Er worden uitsluitend volmoutbieren gebrouwen van gerst en tarwe. In verband met het gebruik van een whirlpool worden er hoppellets gebruikt in plaats van hopbloemen.

In 2009 werd er 200 hl gebrouwen. In 2010 werd een verdubbeling van deze hoeveelheid verwacht. Er waren in 2010 verschillende brouwerijhuurders die gebruik maken van de brouwfaciliteiten van Brouwerij Praght, waaronder Bierbrouwerij De Eem, Brouwerij Florindia en de Muifelbrouwerij. Begin 2010 werd de brouwinstallatie aangepast: een groter vermogen om sneller te kunnen verhitten en een grotere diameter van de leidingen. Hiermee wordt een tijdswinst geboekt van drie uur per brouwsel, alsook een kwaliteitsverbetering van het bier. In 2010 werden er twee liggende lagertanks van 10 hl geplaatst. In 2015 werd de mogelijkheid onderzocht om de brouwerij als zelfstandige onderneming voort te zetten. Op dat moment maakte de Drontense boerderij nog onderdeel uit van de zorginstelling Triade. Sinds begin 2017 valt de brouwerij niet meer onder de zorggroep en is Maurice Bouma zelf de eigenaar van de brouwerij.

De installatie is door Maurice verbouwd naar eentje met een capaciteit van 10 hl. Bij de overname is ook een stookvergunning aangevraagd zodat er op kleine schaal gestookt kan worden. Verder is er een mouterij opgestart. Hier kunnen lokale (niet gangbare) granen worden vermout om mee te brouwen en te stoken. De mout kan ook worden gerookt met diverse houtsoorten, rookturf, etc.

In de loop van 2018 zal de brouwerij verhuizen van de boerderij aan de Wisentweg naar de Staalwijk op het bedrijventerrein. Omdat er met de boerderij andere plannen waren was brouwer Maurice Bouma genoodzaakt om op zoek te gaan naar een nieuwe locatie. De brouwerij ging hiermee ook - los van Triade - zelfstandig verder.

In 2019 komt er ook een vestiging bij de Bataviawerf in Lelystad.

 

  • 2007 - Muifelbrouwerij

(2007-2019) Brouwerijhuurder
(2019-) Brouwerij

Geschiedenis

De naam van deze Osse brouwerij is afgeleid van Megense Duivel. Toen brouwmeester/eigenaar Martin Ostendorf (1971) nog in Megen woonde brouwde hij met enige regelmaat een op Duvel gelijkend bier. Samen met zijn buren heeft hij destijds onder het genot van een zelfgebrouwen bier de samentrekking Muifel voor Megense Duivel bedacht, waarmee de naam voor de brouwerij een feit was. Martin is hobbybrouwer sinds 2002. Er werd begonnen met wat potten en pannen. In 2005 nam hij een HERMS-installatie (Heat Exchanged Recirculating Mash System) in gebruik. Deze werd geplaatst in de garage die speciaal hiervoor werd ingericht. In 2005 werden er 32 brouwsels gebrouwen. Nadat Martin jarenlang ervaring had opgedaan als hobbybrouwer, kwam hij in 2007 vanwege de toenemende vraag naar zijn bieren in de gelegenheid om de stap te maken naar professioneel brouwer. De aanleiding hiervoor was een telefonisch onderhoud in het voorjaar van 2006. Deze eerste klant, Ferme Jongu, wilde ongeveer 65 flesjes bestellen als eindejaarsgeschenk. Dit werden uiteindelijk 1,5 liter flessen. Het bleek toen niet praktisch om de gewenste hoeveelheid thuis te brouwen. In augustus 2006 schreef Martin zich in bij de Kamer van Koophandel. Omdat het eerste brouwsel in 2007 op de markt verscheen hanteert de brouwerij 2007 als oprichtingsjaar en niet het jaar van inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De proefbatch werd in juli 2006 gebrouwen en het uiteindelijke brouwsel - in een hoeveelheid van 500 liter - in november 2006. Als gist werd hiervoor een vloeibare gist van Wyeast (Belgian Abbey II) gebruikt. Medio december 2006 werd 110 liter bier afgeleverd aan de eerste klant. Dit bier, feitelijk een etiketbier, droeg de naam Ferme Jongu en was een donker bier van 10%. Nieuwe recepten worden ontwikkeld in zijn proefbrouwerij in Berghem. Hier bevond zich een kleine installatie waarmee ongeveer 25 liter bier kan worden gebrouwen. De bieren die hier werden gebrouwen, werden niet verkocht, maar vonden hun weg naar vrienden en kennissen. Wanneer een recept door de brouwmeester geschikt werd bevonden en er een realistische kans was dat het bier ook daadwerkelijk zijn weg zou vinden naar de bierliefhebbers, werd dit recept in een grotere hoeveelheid gebrouwen met behulp van de brouwfaciliteiten van de Maasland Brouwerij in Oss. In Oss kon hij batches brouwen van 300, 500, 1000 en 2000 liter. Voor de vergisting van zijn bieren werd een eigen gist gebruikt. Na de sluiting van de Maasland Brouwerij in Oss werd gebruik gemaakt van de brouwfaciliteiten van Sint Servattumus, Klein Duimpje, de Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi, De 3 Horne en Graaf van Heumen.

In 2016 werd 800 hl bier geproduceerd. In augustus 2016 werd een pand met een oppervlak van 540 m2 betrokken op het industrieterrein Danenhoef aan de Vikingenweg in Oss. Op zaterdag 3 februari 2018 werd een crowdfunding campagne gestart met als doel de aanschaf van een eigen brouwinstallatie. Binnen 48 uur werd het doelbedrag van €50.000 al met 10% overschreden. Op zaterdag 16 februari 2019 werd de brouwerij feestelijk geopend. Het deel van de ruimte waar de brouwinstallatie staat is helemaal afgeschermd als een soort clean-room (hierin herken je de farma achtergrond van Martin); zoals Martin zegt: 'wat je niet vies maakt, hoef je niet schoon te maken".

In oktober 2019 zette Martin Ostendorf na twintig jaar een punt achter zijn baan als chemicus bij Farmabedrijf Aspen.

Op 30 januari 2020 werden nieuwe vergistingstanks geleverd, waarmee de vergistingscapaciteit werd vergroot van 30 hl naar 70 hl.

In de loop van 2020 werden een aantal bieren van Jantjes Bieren onder de vlag van de Muifelbrouwerij opnieuw gebrouwen. Vanaf maart 2021 gebeurde hetzelfde met een aantal bieren van Brouwerij Emilia.

 

  • 2007 - Ramses Bier

Geschiedenis

De interesse in bier vond zijn oorsprong in Dongen, waar de moeder van Ramses Snoeij (1970) en stiefvader gasterij Den Hamse Bok uitbaatten. Als tiener ging hij naar cafés als De Beyerd en De Beurs vanwege de imposante bierkaart. Op zijn zeventiende vertrok hij naar zijn vader in Amerika. Rond 1990 werd daar het eerste Ramses Bier gebrouwen in Oregon, aan de westkust van de Verenigde Staten. Hij woonde hier in de Willamette Valley en maakte er kennis met Amerikaanse hopsoorten zoals Cascade. Deze Amerikaanse brouwroots leidde tot het gebruik van veel verse, bloemige hop. Dit geeft de bieren hun Amerikaanse, frisse en hoppige karakter. Indien voorradig worden de bieren met zelf geteelde verse hop gehopt. De bieren van Ramses Bier werden aanvankelijk gebrouwen met behulp van de brouwfaciliteiten van Bierbrouwerij De 3 Horne in Kaatsheuvel. Hier werden brouwsels gebrouwen van 700 … 800 liter. De proefbrouwsels werden in Wagenberg gebrouwen en hadden een volume van 50 … 60 liter. Ramses Snoeij was voornemens een eigen brouwerij op te zetten en was op zoek naar een brouwinstallatie en een geschikte locatie in de gemeente Drimmelen of nabije omgeving. Door het mengen van verschillende bierculturen en het gebruik van hoogwaardige ingrediënten komen verrassend mooie bieren tot stand. De bieren hebben ook een regionaal karakter. Dit komt door de kleinschaligheid, het gebruik van streekproducten zoals lokale honing en natuurlijk het toevoegen van zelfgekweekte verse hop. Ramses Snoeij was aanvankelijk werkzaam als beleidsmedewerker Natuur en Milieu Educatie bij de gemeente Schiedam. In 2007 koos hij ervoor zijn brouwhobby commercieel aan te pakken. Zijn eerste commerciële brouwsel was Willem Bever dat in 2007 werd geïntroduceerd. In februari 2013 werd een eigen bedrijfsruimte opgeleverd. De nieuwe brouwinstallatie met een brouwcapaciteit van 1.500 liter kon worden besteld.

In december 2020 was er een brand in de brouwerij met veel roetschade. De hele hal en brouwinstallatie moest worden schoongemaakt.

Bierfestivals en de hopper

Op bierfestivals brengt Ramses vaak de Hopper mee. De Hopper is bedoeld om hop of andere ingrediënten aan een bier toe te voegen tijdens het tappen. Je kunt de Hopper bijvoorbeeld vullen met bloedsinaasappel en watermeloen en sluit dan de Hopper aan het tappunt van witbier. Vervolgens gaat het bier door de cilinder met de ingrediënten en daarna in het glas.

 

  • 2007 - Stichting Heerlijk en Eerlijk (Woerkumer / Altena Bier)

Geschiedenis

Stichting Heerlijk en Eerlijk begon in 2007 met Woerkumer Bier. Heerlijk en Eerlijk is een stichting zonder winstoogmerk. Het initiatief voor het Woerkumer Bier is destijds door Joshua van Rooij en Ronald van den Ende genomen en al vrij snel door de Stichting overgenomen. De Stichting heeft zo’n 12 vaste vrijwilligers die bier bezorgen, de maandelijkse bierwandeling/proeverij in de vesting doen, en op braderieën/bierfestivals staan. Daarnaast zijn er nog een tiental vrijwilligers die regelmatig bijspringen.

Kookstudio Heerlijk en Eerlijk vormt een eenheid met de Stichting Heerlijk en Eerlijk en zet zich in voor een andere eetcultuur in Nederland. De Stichting Heerlijk en Eerlijk wil een bijdrage leveren tegen de smaak- en eetvervlakking. Naast de kookstudio zet de stichting zich in voor de productie en consumptie van eerlijk en duurzaam geproduceerd voedsel.

In 2018 introduceerde men het merk Altena Bier. Aangezien er een beperkte afzet is voor het Woerkumer Bier (ook omdat Woerkumers historisch gesproken niet zo goed liggen bij de omliggende dorpen) is er voor gekozen om naast Woerkumer een nieuwe lijn te introduceren onder een naam die bij iedereen goed ligt: Altena. Sinds 1 januari 2019 zijn de drie gemeenten op het eiland namelijk opgegaan in één nieuwe gemeente Altena.

Men heeft plannen om bier te brouwen op de zorgbrouwerij die men, samen met zorgaanbieder ’s Heeren Loo, in 2019 hoopt te realiseren op Landgoed Kraaiveld (Roef 4 te Oudendijk). Die plannen bestonden al langer, maar vanwege het eerdere faillissement van zorgboerderij Hoeve Kraaiveld heeft het allemaal langer geduurd.

Woerkumer

Onder dit merk worden de bieren sinds 2007 op de markt gezet.

Altena Bier

Sinds 2018 brengt men ook bieren uit onder het merk Altena Bier. Het idee achter het Altena Bier is dat er voor iedere kern een apart bier wordt gebrouwen met de hop die daar verbouwd gaat worden.

De vrijwilligers van de stichting zetten zich actief in om in iedere kern van de nieuwe gemeente Altena een ‘Hophof' te realiseren. Brabants Landschap heeft het project omarmt en gaat hen hierbij assisteren. De hopteelt met de zo kenmerkende metershoge hopstaken, heeft eeuwen lang een belangrijke rol in het Land van Altena gespeeld. Hop van Altena was sinds de opkomst van de steden (middeleeuwen) een gewild ingrediënt. Volgens Henry Reuchlin werd het zelfs tot in Engeland verkocht. Als dat allemaal lukt komen er ook hop fiets- en wandelroutes, hopoogst feesten etc.

 

  • 2007 - United Dutch Breweries

Geschiedenis

Er wordt gebrouwen bij zo'n 15 verschillende brouwerijen in Europa.

 

  • 2008 - Amelander Bierbrouwerij

Geschiedenis

De Amelander Bierbrouwerij is gevestigd in een boerderij vlakbij Ballum op het eiland Ameland. De boerderij is in 1956 door de opa van brouwer Doeke Visser gebouwd. Doeke is werkzaam als buschauffeur op het eiland, terwijl zijn vrouw Eva werkzaam is als onderwijzeres op een middelbare school op Ameland.

In eerste instantie werden de, door de brouwerij gebrouwen, bieren Ballumer Sap genoemd. De inwoners van Ballum worden door de andere eilandbewoners Ballumer sappen genoemd. Aanvankelijk werd er per brouwsessie ongeveer 70 liter bier gebrouwen. Tot november 2009 werd er in het woonhuis gebrouwen., daarna in de boerderij aan de Smitteweg vlakbij Ballum. De boerderij draagt de naam “Doekes hiëm”, naar de opa van Doeke die in 1958 de boerderij heeft gebouwd. De boerderij is altijd in het bezit geweest van de familie en sinds november 2009 woont er dus weer een Doeke Visser in de boerderij. De boerderij werd helemaal verbouwd. Op de plek waar vroeger de stier en de kalveren stonden, is nu de brouwerij. In het open vak waar vroeger de trekker en de paarden stonden, werd een prachtige ruimte gemaakt waar een winkel, een proeflokaal en een beerwall of fame te vinden zijn.

Op 16 juni 2011 werd een nieuwe brouwinstallatie geleverd - een Braumeister - waarmee het mogelijk werd om de productie te verhogen naar 170 liter per brouwsessie. Daarnaast werd er een vergistingsvat aangeschaft met een capaciteit van 400 liter. Vanaf dat moment werd er zowel met de oude als met de nieuwe brouwinstallatie gebrouwen. Vanaf 2017 kreeg de brouwerij de beschikking over zes vergistingsvaten.

Op 20 mei 2011 werd - op verzoek - de winkel aan huis geopend en waren de bieren alleen te koop bij enkele slijters op Ameland. In 2013 was het proeflokaal gereed en en konden de eerste gasten worden ontvangen. In 2014 werd er in de zomer één keer per week gebrouwen en in de winter twee keer per week. De bieren zijn inmiddels bij alle supermarkten en slijters op het eiland Ameland te koop, alsmede bij meerdere horecagelegenheden. De bieren zijn in principe niet te koop aan de vaste wal. De etiketten worden ontworpen door Eva. Op de etiketten prijkt het slot van de familie Van Cammingha, de voormalige eigenaren van het eiland. In 2014 werd de bieren steeds eenmalig gebrouwen en per seizoen een nieuwe soort, waardoor de bieren altijd beschikbaar kwamen in een gelimiteerde oplage, variërend van witbier tot rookstout, tripel of quadrupel. Ieder jaar weer andere soorten.

De brouwerij wekt zijn eigen elektriciteit op via een BlueGEN. Deze BlueGEN voorziet volledig in de energie, alsmede in het warm water voor de brouwerij. De BlueGEN is brandstofcel die op een zeer efficiënte wijze in staat is om van (bio)gas, waterstof en vervolgens elektriciteit en warmte te maken.

 

  • 2008 - Brouwerij Dampegheest

Geschiedenis

In 1992 kocht Kees Koot (fotograaf van beroep) bij een thuisbrouwwinkel in Zutphen zijn eerste bierbrouwset. Zijn bier viel in de smaak bij familie en vrienden. Al snel hield Kees geen bier meer over voor zichzelf, dus moest er een grotere brouwset komen. Het brouwvolume groeide gestaag en in oktober 2008 richtte Kees samen met zijn broer Rinus (leliekweker van beroep) en vriend Herman Zomerdijk (hoofd technische dienst van de Limmer Melkfabriek van beroep, † 2014) Brouwerij Dampegheest op. Er werd een ruimte gehuurd en er werd een professionele ketel van 300 liter aangeschaft. In 2009 werd er twee keer per maand 300 liter per keer gebrouwen. Het bier werd toen handmatig in flessen van 33/75 cl en op fusten afgevuld. Het handmatige afvulproces maakte echter plaats voor een afvulmachine.

De brouwerij is vernoemd naar een oude "heerlijkheid" die tegenover de brouwerij heeft gestaan maar in 1846 gesloopt is. Het pand van de brouwerij is voorheen gebruikt als kaaspakhuis voor de Melkfabriek van Limmen die een paar honderd meter verderop stond maar inmiddels gesloten en gesloopt is. Dit kaaspakhuis heeft veel voorzieningen die voor een brouwerij erg nuttig zijn, zoals krachtstroom, een waterdichte vloer en een goede afwatering.

In 2012 werd de brouwcapaciteit verhoogd naar 800 liter per brouwsel. Voordat het brouwvolume kon worden verhoogd van 300 naar 800 liter, moesten er enkele aanpassingen worden doorgevoerd. De vloer werd voorzien van een extra stevige afwerklaag, een groot deel van de wanden werd drie meter hoog betegeld en de rest van de muren werd gecoat. Het schroten van de mout gebeurt met een oude amandelpers, waarmee een gemiddelde storting van 150 tot 200 kilo in een half uur wordt geschroot, voldoende voor 800 liter wort. De maischketel heeft een capaciteit van 700 liter die wordt verwarmd door een buizenwarmtewisselaar waar het beslag in rondgepompt wordt. Deze wisselaar wordt verwarmd door middel van stoom. Hiermee kunnen de temperatuurstappen heel nauwkeurig worden geregeld. Dit proces is geheel geautomatiseerd en computergestuurd. De brouwerij beschikt over een warmwaterketel van 2000 liter, die verwarmd wordt tot 78 graden middels CV-ketel. De 700 liter maischketel werd in 2008 aangeschaft, maar was op dat moment nog te groot voor de rest van de brouwinstallatie. Later kwam er een kookketel van 900 liter. Met deze installatie kan twee keer op een dag een brouwsel gemaakt worden. De vroegere kookketel werd omgebouwd tot filterkuip. Bij de uitgang van de filterkuip kan middels een kijkglas de helderheid van het wort in de gaten worden gehouden. De brouwerij heeft de beschikking over vijf dubbelwandig, gekoelde cilinderconische gisttanks van 2.200 liter.

In oktober 2013 stopte Rinus Koot bij de brouwerij, maar als vrijwilliger blijft hij verbonden aan de brouwerij.

Op dinsdagavond 27 mei 2014 verloor Herman Zomerdijk in de brouwerij het leven bij het vervangen van een ventilator.

In maart 2019 werd er een 1.800 liter ketel aangeschaft, waardoor er geen twee brouwsels meer hoefden te worden gebrouwen om één gisttank vol te krijgen.

 

  • 2008 - Brouwerij De Gulzige Gans

(2008-2008) Huisbrouwerij 't Snatertje
(2008-) Brouwerij De Gulzige Gans

Geschiedenis

Bert Calkhoven is een enthousiaste brouwer uit Coevorden. In 2008 zette hij de stap om een officiële brouwerij te beginnen. De brouwerij is zoals zoveel brouwerijen voortgekomen uit de liefhebberij voor speciaalbier. Hij begon in 1994 als amateurbrouwer. Eerst in de keuken en tenslotte in de tot brouwerij omgebouwde schuur. Veel onderdelen van de brouwinstallatie worden met eigen hand in elkaar geknutseld: de koeler, de warmtekast, de vergistingsruimte, de maischketel, et cetera. Het brouwen was een proces van vallen en opstaan, maar er was altijd passie en plezier. Bert is lid van het Drents Amateur Bierbrouwersgilde "De Wortketel", alwaar hij veel ervaring op deed en nog altijd doet. In het dagelijks leven is Bert huissschilder. In 2013 was Bert twee dagen per week werkzaam in de brouwerij en drie dagen als huisschilder. Als amateurbrouwer won Bert in 2000 de tweede prijs klasse C op het Open Nederlands Kampioenschap met het toenmalige Snaterwater. In 2005 won hij vervolgens de eerste prijs klasse A met een Belgische Pale Ale genaamd Coevorder Vesting bier. Zijn wens om het zelfgemaakte bier aan een breder publiek dan de kennissenkring te presenteren bestond al heel lang. Dit idee begon in 2006 meer gestalte te krijgen. Door de gemeente Coevorden werd hem procedureel geen strobreed in de weg gelegd toen hij kenbaar maakte dat hij officieel - en kleinschalig - wilde gaan brouwen. Met name van Gert en Carina Kelder van brouwerij Mommeriete kreeg hij veel ondersteuning. Ook zijn grondstoffen, zoals mout van Weyermann, kan hij via Mommeriete, de dichtstbijzijnde brouwerij, betrekken. Een bevriende slijter ging echter ook mee in het enthousiasme, waardoor het idee alleen maar werd versterkt. Officieel is Bert Calkhoven sinds 1 april 2008 brouwer. Dit is de datum waarop de vergunning door de douane werd verstrekt. Aanvankelijk droeg de brouwerij de naam Huisbrouwerij 't Snatertje, een naam die al sinds 1994 werd gehanteerd. Brouwerij De Snaterende Arend uit Amsterdam maakte echter bezwaar tegen deze naam, waarna de naam gewijzigd werd in Brouwerij De Gulzige Gans. Deze naam is afkomstig uit het feit dat Coevorden bekend staat als 'ganzenstad' en bovendien het logo en de etiketten ook al gekoppeld waren aan het thema ganzen. Het logo is de afbeelding van een licht benevelde gans met een roerstok onder de vleugel. Ook de gevoerde biermerken Snaterwater en Waggel sluiten goed aan bij de naam van de brouwerij. Eén keer per twee weken wordt er 50 liter gebrouwen en soms 100 liter. Sommige bieren verwijzen naar ganzen terwijl andere bieren verwijzen naar Coevorden als vestingstad. In Coevorden staat namelijk het enige kasteel in Drenthe. Die feiten komen terug in de namen van de bieren en in de etiketten. De brouwerij vult alleen maar af op 33 cl flessen en op 75 cl champagne flessen, er wordt niets op fusten afgevuld. Vooralsnog geldt voor zijn bieren het principe 'op is op', gezien de beperkte capaciteit van de brouwerij. De brouwerij is een klein familiebedrijfje: ook de vrouw van Bert. Monique, werkt mee in de brouwerij en draagt tevens zorg voor de administratie. Martijn, de zoon van Bert en Monique Calkhoven, draagt zorg voor het ontwerp van de cartoonachtige etiketten waarin ganzen de hoofdrol vertolken en de website van de brouwerij. In 2008 was het bier verkrijgbaar bij een bevriende slijter en een café. In de toekomst probeert Bert dit uit te breiden waarbij de vraag naar het bier en de capaciteit van de brouwerij wel in de balans moeten zijn. In 2009 werd het bier van De Gulzige Gans verkozen tot het beste bier van de provincie Drenthe. Het etiket van Kachel, ontworpen door zoon Martijn, werd door een vakjury verkozen tot het mooiste etiket van het jaar. In 2010 werd de brouwcapaciteit meer dan verdubbeld, namelijk van 50 liter naar 115 liter. Er werd vanaf dat moment één keer per twee weken gebrouwen op vrijdag. In 2013 werd er 500 liter per week gebrouwen.

Brouwerij de Gulzige Gans is een kleine brouwerij in Coevorden in het zuiden van Drenthe. De stad Coevorden staat bekend als de ganzenstad en daar heeft de brouwerij dan ook haar naam aan te danken. Gulzige Gans maakt ambachtelijk bier. Bij het brouwen van dit ambachtelijk bier maakt de brouwer met opzet geen gebruik van middelen die het brouwproces standaardiseren. Dit kan op alle ingrediënten van het bier worden toegepast. Hierdoor ontstaat een natuurlijk variatie in de smaak tussen verschillende brouwsels van hetzelfde recept.

 

  • 2008 - De Zwolse Stadsbrouwerij Hettingabier

(2008-2013) Stadsbrouwerij Hettinga Bier
(2013-) De Zwolse Stadsbrouwerij Hettingabier

Geschiedenis

Hettinga Bier is in januari 2008 opgericht door Focke Hettinga en Joyce Orsel. Het initiatief is ontstaan uit de passie voor een goed en lekker bier. Hettinga Bier wordt ambachtelijk gebrouwen met gevitaliseerd water in Zwollerkerspel. Gevitaliseerd water heeft een goede invloed op de smaak en kwaliteit van het bier. Het initiatief voor het zelf brouwen van bier is mede ontstaan vanaf het moment dat zij in januari 2007 de internetwinkel de Schellerdriehoek brouwbenodigdheden (www.zelfbrouwen.nl) hebben opgericht.

Productieproces
De beslag- en kookketel hebben een inhoud van 5 hl en zijn uitgevoerd in roestvrijstaal. De beslagketel heeft een roestvrijstalen filterplaat waarmee een goede filtratie wordt verkregen. Vanuit de beslagketel wordt de wort in de kookketel gepompt waar de hop en en kruiden worden toegevoegd. De gemiddelde doorlooptijd van een brouwsel is 7 uur waarna de wort via de wort koeler zijn weg vindt naar de roestvrijstalen gisttank. Na circa 20 dagen is de wort vergist tot een bovengistend Hettinga Bier. De ambachtelijke bieren van Hettinga Bier zijn veelal van hoge gisting en worden niet gefiltreerd en gepasteuriseerd, waardoor de volle smaak van de gebruikte ingrediënten in het bier aanwezig blijft. Het leveren van kwaliteit staat bij Hettinga Bier hoog in het vaandel.

Lekker en gezond
Naast dat de bieren vooral lekker moeten zijn, streven zij ook naar een zo gezond mogelijk product. Voor het brouwen van het bier gebruiken zij gevitaliseerd water. Het brouwwater wordt voor het brouwproces door een vitaliser geleidt. De vitaliser zorgt er voor dat het water zijn oorspronkelijke structuur krijgt wat de smaak van het bier zeer ten goede komt. 

In 2009 was Brouwerij Hettinga Bier 'Held van de Smaak' van de provincie Overijssel. Op een bedrijventerrein in Zwolle kon een geschikte ruimte worden gehuurd en vanaf 2009 kon worden gestart met brouwen. Gemiddeld werd er in 2010 drie tot vier keer per maand gebrouwen. In 2009 werd er nog 50 liter per week gebrouwen. Op 16 februari 2013 werd bekend dat Hettinga Bier verhuisde van bedrijventerrein Marslanden (Voltastraat 17F) naar het voormalige Cibapgebouw in de Zwolse wijk Dieze-West. Vanaf begin maart werd de naam gewijzigd van Brouwerij Hettinga Bier in Stadsbrouwerij Hettinga Bier. Op de nieuwe locatie bevindt zich tevens een proeflokaal. De bieren van Stadsbrouwerij Hettinga Bier worden gebrouwen met brouwgerst die geteeld is op Overijsselse bodem. In 2012 werd samen met vier andere brouwers uit Overijssel en een distilleerderij/akkerbouwer een alliantie opgericht voor het gezamenlijk laten vermouten van Overijsselse brouwgerst tot pilsmout. In 2013 maakte de brouwerij een start met het verbouwen van eigen hop bij de brouwerij. De verwachting is dat deze hop in 2014 kan worden gebruikt gedurende het brouwproces. De brouwerij stelt zich ten doel om zoveel mogelijk grondstoffen uit de eigen regio te betrekken.

De brouwerij heeft de beschikking over een eigen hoptuin. Deze hoptuin is gelegen naast Kaasboerderij De Huppe aan de Kleine Veerweg 9 in Zwolle.

 

  • 2008 - Twentse Bierbrouwerij

(2008-2018) Brouwerij
(2008-) Horeca
(2018-) Brouwerijhuurder

Geschiedenis

Op 4 oktober 2008 werd de Twentse Bierbrouwerij officieel geopend. De hypermoderne brouwerij op kleine schaal zit aan een café-restaurant vast, dat uiteraard de eigen bieren schenkt. In het begin werd voor een beperkte markt gebrouwen, maar later werd een groter verspreidingsgebied aangeboord.

In februari 2018 werd bekend gemaakt dat de brouwerij gaat verhuizen van de Hazemeyer-fabriek in de binnenstad van Hengelo naar voormalig restaurant en zalencentrum (met bowlingbaan) De Zegger aan de Haaksbergerstraat in Hengelo. De Zegger is van oudsher bekend als de uitspanning van Thales. De brouwerij opende in november 2018 op de nieuwe locatie haar deuren. De brouwinstallatie verhuisde mee, al werd deze op de nieuwe locatie nooit in gebruik genomen. De afzet van Twents Premium Pils, Twents Oerbier en de speciaalbieren was dermate groot, dat het bier al sinds 2012 in België wordt gebrouwen.

Oprichter Frank Hendriks stopt per 31 december 2020 bij de Twentse Bierbrouwerij. Hij begint, samen met zijn zoon Simon, Grand Café & Boetiekhotel De Verééniging. Zijn belang in de Twentse bierbrouwerij werd overgenomen door zijn partners van Berghorst Dranken in Hengelo.

 

  • 2009 - Brouwerij Bourgogne Kruis (Oosterhout)

Geschiedenis

De brouwerij werd opgericht in juni 2009. In samenwerking met Brouwtechniek Nederland, van Constant Keinemans, wordt Brouwerij Bourgogne Kruis gerealiseerd in de Gemeente Oosterhout. De brouwerij is een opvolging van een oude familiebrouwerij uit Oudenbosch en is gevestigd in een nostalgisch bedrijfspand uit de jaren zestig van de vorige eeuw. De brouwinstallatie wordt speciaal gebouwd en krijgt een capaciteit van maximaal 1.000 liter. Er zullen twee vergistingstanks worden geplaatst en vier tot zes lagertanks.

 

  • 2009 - Brouwerij De 7 Deugden

Geschiedenis

Brouwerij De 7 Deugden werd opgericht op 14 oktober 2009. Sinds 15 oktober 2010 is de brouwerij gevestigd in een bedrijfspand aan de Osdorperweg in Amsterdam Nieuw West, gelegen achter een oude, witte boerderij. Op 5 maart 2011 werd de brouwerij officieel geopend. De missie van de brouwerij is: "Het brouwen van bier, het ontvangen van gasten in het proeflokaal en de begeleiding van medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt". In de brouwerij en in het proeflokaal werken dan ook mensen voor wie een gewone baan niet vanzelfsprekend is. Voor deze mensen is het erg belangrijk om een plek te hebben waar ze er toe doen, waar ze zich kunnen ontwikkelen en waar de sfeer veilig genoeg is om fouten te kunnen maken en daarvan te kunnen leren. Initiatiefnemer Garmt Haakma heeft al sinds zijn studententijd - hij volgde een studie Theologie - een belangstelling voor bijzondere bieren. Dit heeft ertoe geleid dat hij in de voorkamer van zijn woning zijn eigen recepten ging brouwen. Garmt is tevens werkzaam als consultant (arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid). Als Hoofd Personeelszaken kreeg Garmt te maken met een medewerker die een autistische stoornis had. Ofschoon alles in het werk werd gesteld om de medewerker te werk te stellen, kon hem geen werkplek worden aangeboden die voldoende structuur en regelmaat kende. Na negen maanden moest Garmt hem - met pijn in het hart - de deur wijzen. Dit was voor Garmt de directe aanleiding om de brouwerij op te starten. Er werd een contract afgesloten met Pantar, een organisatie die vele vormen van sociale werkvoorziening in Amsterdam coördineert.

Begin 2015 maakte de brouwerij de plannen bekend voor uitbreiding van de brouwerij op een nieuwe locatie.

Op 18 mei 2017 sloeg Garmt Haakma samen met Ko Kuiper de eerste paal van de nieuwe brouwerij, die pal naast de Molen van Sloten zal verrijzen. In de brouwerij, die banen biedt aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, werken in 2017 ongeveer 14 mensen.

De nieuwe brouwerij krijgt een capaciteit van 40.000 liter per maand. Daarnaast zal er ook een proeflokaal worden gevestigd. Als alles volgens planning verloopt zal de brouwerij in maart 2018 worden geopend. Dan is het precies zeven jaar na de opening van Brouwerij De 7 Deugden aan de Osdorperweg 578. Op de nieuwe locatie is er bijna drie keer zoveel ruimte.

 

  • 2009 - Brouwerij De Oude Rijn

Geschiedenis

Brouwer Bruno Langer (1954, Rotterdam) zette zich in 2010 en 2011 in, voor beter technisch beroepsonderwijs, als opleidingsadviseur bij Kenteq. Deze baan werd helaas weg bezuinigd. Bruno Langer was in 2010 al een jaar of twintig actief op brouwgebied. Eerst als eenling en later in twee brouwgroepen. De vrienden komen regelmatig bij elkaar om te brouwen en ervaringen uit te wisselen gebruik makend van een microbrouwerij. Eén van de groepen - onder de naam Brouwerij De Kraan - heeft zelfs de beschikking over een mobiele installatie. Om beurten heeft één van de deelnemers de brouwerij een jaar in huis. De tweede brouwerijgroep is actief als Eerste Hazerswoudse Bier Onderneming (EHBO). Eén van de deelnemers is de plaatselijke apotheker Hans Meerburg. Bruno Langer werkt samen met Fer Kok en Arno Kooy van Brouwerij De Prael. In 2009 werd er voor het eerst 1.000 liter bier gebrouwen bij Brouwerij De Prael: Rijnwouds Winterbier. De naam van de brouwerij is afgeleid van de Oude Rijn die vlak voor de woning van Bruno stroomt. In 2011 kwam de functie van Bruno te vervallen als gevolg van een reorganisatie. Bruno ging vanaf dat moment op zoek naar de mogelijkheid om zijn brouwactiviteiten een nieuwe impuls te geven. Eerst werd contact gezocht met Brouwerij De Prael, maar deze brouwerij bleek geen brouwcapaciteit meer beschikbaar te hebben. Er werd uitgeweken naar Brouwerij De Pelgrim. Eerder was al gepoogd een samenwerking op te zetten met Harrie van der Wiel, maar die poging was op niets uitgelopen. In oktober 2011 kwam Bruno in contact met de Wesley Aarse, toenmalige brouwer bij Brouwerij De Pelgrim. In samenwerking met Wesley werden er winterbieren ontwikkeld, die op advies van marketingadviesbureau Beresford Enzovoort nieuwe namen kregen, namelijk Bruno 8 en Bruno 10. De etiketten werden ontworpen door Chris Beresford. Op de etiketten staan op de achtergrond de afbeeldingen van de hoofden van Bruno en zijn vrouw Erna. Na het verschijnen van deze bieren bleef het enige tijd rustig, maar in de loop van 2012 brouwde Bruno zijn bieren weer in een schuur achter zijn huis. Bruno had toen de intentie om 50 liter bier per dag te brouwen. Vanaf dat moment brouwde hij alleen nog maar bieren met zijn eigen brouwinstallatie. In zijn tot brouwerij omgebouwde schuur brouwt hij wekelijks in een 50-liter ketel. 30 hl is het maximum wat Bruno per jaar brouwt. Inmiddels is er ook een grote koelcel, een warmtekamer en een professionele lijn van etiketten, ontworpen door het advies- en marketingbureau van Chris Bereford. In 2016 was het assortiment uitgebreid naar 9 bieren. Daarnaast brouwt Bruno kleine batches bier voor derden.

 

  • 2009 - Brouwerij Zeeburg

Geschiedenis

Brouwerij Zeeburg werd op 26 november 2009 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De oorspronkelijke initiatiefnemers achter deze brouwerij waren Jan Ronald Crans en Robert van Lil. Zij leerden elkaar in 2006 kennen. Robert van Lil, tevens werkzaam in de maritieme archeologie en hydrografie, werd in 2000 als amateurbrouwer Nederlandse kampioen bierbrouwen met een saison in de categorie C. Robert brouwde in 1986 zijn eerste brouwsel in de emaille wasketels van zijn ouders. De emaille wasketel maakte plaats voor ketels van roestvrij staal. Na de benodigde proefbrouwsels in de keuken, waagden Jan Ronald en Robert de stap en begonnen hun eigen brouwerij: Brouwerij Zeeburg.

De naam Zeeburg is ontleed aan de wijk waar ze woonden en aan de oude herberg die daar al in 1723 stond en zelfgebrouwen bier schonk. Bij de oprichting van de brouwerij waren er plannen voor een eigen brouwerij met proeflokaal in Amsterdam (Zeeburg), maar deze plannen zijn nog niet gerealiseerd.

In eerste instantie maakte de brouwerij gebruik van de brouwfaciliteiten van Brouwerij De Prael in Amsterdam, later werden de bieren gebrouwen bij De Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi. Op 19 november 2011 werd bekend gemaakt dat Jan Ronald Crans zich terugtrok uit de brouwerij, waarna op 1 december 2011 de VOF werd omgezet naar een eenmanszaak. Jan Ronald Crans: "Inmiddels zijn wij al weer twee jaar actief als Brouwerij Zeeburg. Onze bieren worden door velen gewaardeerd. Dit leek ons een goed moment om naar de toekomst te kijken. Het blijkt echter dat wij daar verschillende ideeën over hebben. In goed overleg hebben wij daarom besloten onze brouwactiviteiten niet langer gezamenlijk voort te zetten. Brouwerij Zeeburg blijft gewoon bestaan. Robert van Lil zal als eenmanszaak de brouwerij voortzetten".

 

  • 2009 - Fortbrouwerij Duits & Lauret

(2009-2015) Brouwerijhuurder
(2015-) Brouwerij

Geschiedenis

De initiatiefnemers achter deze brouwerij zijn Daniëlle Duits uit Tienhoven en Marco Lauret uit Vleuten. Marco, orofaciaal fysiotherapeut in het dagelijks leven, is al sinds zijn zeventiende actief bezig met het brouwen van bier. Van zijn ouders kreeg hij een kant en klaar brouwpakket. Vanaf 1987 ging hij zich actiever bezig houden met het brouwen van bier. Sinds 2008 werkt hij samen met zijn "brouwmaatje" Daniëlle. Daniëlle is GZ-psychologe en daarnaast ook actief op het gebied van slowfood. Daniëlle en Marco leerden elkaar kennen via hun partners. Daniëlle en Marco zijn hun brouwerij gestart omdat zij teleurgesteld zijn over het feit dat er in Nederland geen mooie bieren zijn. Met hun mobiele brouwinstallatie, met een capaciteit van 60 liter, werd er zowel in Tienhoven als Vleuten gewerkt aan de ontwikkeling van recepten.

Daniëlle heeft in Tienhoven de beschikking over een fruittuin en een kleine boomgaard met appel- en perenrassen. Het is dan ook begrijpelijk dat deze producten worden benut bij het ontwikkelen van nieuwe recepten. Daniëlle en Marco proberen koks te bewegen meer met bier te doen in de keuken. De Duits & Lauret Stout is erg lekker bij het eten van oesters of bij een chocoladedessert. De slowfood-kok Ronald Brugmans ontwikkelde een speciaal recept dat goed aansloeg.

Bij het brouwen van de bieren maakte de brouwerij initieel gebruik van de brouwfaciliteiten van de Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi.

De etiketten van de brouwerij worden ontworpen door Petra Gryson, een vriendin van Daniëlle en Marco met een grafische achtergrond. De etiketten hebben een stijlvolle uitstraling.

Op woensdag 19 november 2014 werd bekend dat Fort Everdingen, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, werd verkocht aan Duits & Lauret. In 2015 vindt de sleuteloverdracht plaats. Fort Everdingen is tussen 1841 en 1847 gebouwd langs de Lek als verdedigingswerk als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op het terrein van 12 hectare groot staan 23 gebouwen. Het fort is tijdens de Tweede Wereldoorlog nog gebruikt. Daarna gebruikte de Explosieven Opruimingsdienst Defensie het complex als trainingscentrum.

Fort Everdingen is de imposante, stoere thuishaven van brouwerij Duits & Lauret. De brouwers serveren hier hun bier aan bezoekers en bieden daarnaast een kleine menukaart aan. Het proeflokaal bevindt zich in een van de genieloodsen op het terrein, direct naast het torenfort, en wordt door een glazen tussenwand gescheiden van de brouwinstallatie. Op het fortterrein is verder een camping gesitueerd met een aparte plek voor campers en zijn faciliteiten aanwezig voor het geven van proeverijen, feesten, partijen en zakelijke bijeenkomsten. Fort Everdingen is een complex dat bestaat uit een natuurterrein van 12 hectare met daarop een aantal gebouwen van militair-historische betekenis.

In 2015 werd de naam van de brouwerij gewijzigd van Speciaalbierbrouwerij Duits & Lauret in Fortbrouwerij Duits & Lauret.

Op vrijdag 13 oktober 2017 werd de brouwerij officieel geopend door Cees-Jan Adema, directeur van Nederlandse Brouwers.

 

  • 2009 - Peelander Bieren

Geschiedenis

In 2009 verkocht Fré Buijze het merk Peelander aan de Spennekot Groep, die het merk verder wilde ontwikkelen. Hiermee kwam een einde aan Huisbrouwerij De Peelander.

Op 26 november 2010 werden de vernieuwde Peelander Bieren officieel gelanceerd op twee locaties tegelijkertijd, namelijk bij Café De Gekroonde Suikerbiet in Zierikzee en bij Café De Mug in Middelburg middels een bierproeverij. De boeren van Noord-Beveland hebben zich verenigd in een nieuwe organisatie: Zeeuws Boerenland Bier. Deze organisatie promoot en verkoopt Peelander bieren op markten.

Peelander Bieren brouwt haar bieren bij Brouwerij van Steenberge in het Belgische Ertvelde. Het is onduidelijk of Peelander Bieren haar bieren naar eigen recept laat brouwen dan wel originele bieren van van Steenberge beplakt met eigen etiketten.

 

  • 2009 - Sallandse Landbier Brouwerij

Geschiedenis

Na jaren van plannen maken en teleurstellingen hebben twee vrienden uit Hengelo, Johan Nijhof (1966) en Ruud van de Gevel (1966), dan eindelijk hun eigen brouwerij. Na tien jaar was het in 2010 dan eindelijk gelukt en konden zij aan de slag in de voormalige discotheek De Leeren Lampe in Raalte, die na twee jaar gesloten te zijn geweest haar poorten weer opende.

De naam van het Raalter horecabedrijf De Leeren Lampe (het lege glas) is al terug te vinden in 1734. Het archief van het schoutambt Raalte bevat een document uit dat jaar en spreekt over de opdracht van "huis en land, in de wandelinge genaamt de leren lampe". Als start van het bedrijf wordt 1856 aangehouden. Op Sint Crispinusdag (25 oktober) noemt de Raalter meester-schoenmaker en tapper Jan Rientjes zijn herberg aan de weg naar Almelo voor het eerst officieel De Leeren Lampe. Anderhalve eeuw later ontwikkelt De Leeren Lampe zich tot een multifunctioneel zalencentrum en één van de beroemdste disco's Van Oost-Nederland. Als het complex failliet gaat, koopt Korbeld Dranken De Leeren Lampe.

In dit zalencentrum wordt in de kelder de Sallandse Landbier Brouwerij gevestigd. Sinds 2 september 2010 wordt er weer gebrouwen. Op die dag werd de brouwerij feestelijk in gebruik genomen.

De twee geboren en getogen Hengeloërs kennen elkaar al sinds hun vroegste jeugd. Bekend zijn de twee van Brouwerij Huttenkloas, doch de werkzaamheden van de Sallandse Landbier Brouwerij staan geheel los van die onderneming. Ruud van de Gevel, levensmiddelentechnoloog, werkte eerder als brouwer bij Brouwerij De Teut uit het Belgische Neerpelt. In 1995 stopte hij met zijn werkzaamheden in Neerpelt. Hij volgde de opleiding levensmiddelentechnologie in Bolsward en de brouwopleiding in Gent. Tot 2013 werkte Ruud tevens twee dagen in de week bij Brouwerij De Leckere in De Meern. Johan Nijhof is belastingdeskundige van beroep. Geruime tijd hebben de twee initiatiefnemers gezocht naar een eigen ruimte om zelf te brouwen. In beeld kwamen een voormalige munitiebunker op het gesloten Vliegveld Twenthe, maar door alle toestanden rondom het eventueel weer openstellen voor het vliegverkeer, strandde dat plan. Ook deelname aan een project in Schalkhaar ging niet door, evenals een voormalig monumentaal voormalig fabriekspand in Hengelo verdween in de prullenmand.

Sallands Landbier is het biermerk van Drankenhandel Korbeld (Oude Linderteseweg 6, 8102 EV, Raalte), de eigenaar van De Leeren Lampe. Dankzij Korbeld beschikt de brouwerij over een distributienet in Raalte en omgeving. De andere poot van het distributienet dankt zij aan het merk Huttenkloas, dat elders in Nederland een gevestigde naam is en met behulp waarvan de brouwerij het merk Sallands Landbier verder kan opbouwen. Er wordt gebrouwen in de kelder van het ruim 150 jaar oude pand. In totaal kan er twee keer 5 hl per dag worden gebrouwen, al naar gelang de behoefte. De ruimte van de brouwerij beslaat 250 m2. De apparatuur is afkomstig van de firma Beckmann de Bassus (BdB) uit het Duitse Rhaunen en heeft een capaciteit van 7 hl. De lagertanks zijn geleverd door Duotank en hebben een inhoud van 10 hl. De brouwerij heeft de beschikking over drie gistingskuipen. In 2012 werd een nieuwe bottellijn in gebruik genomen, afkomstig van Brouwerij De Leckere uit De Meern. Tot die tijd werden de bieren gebotteld met behulp van de afvullijn van de Schlossbrauerei Sandersdorf, waar ook de Huttenkloas-bieren vandaan kwamen. In 2012 werden er één maal in de twee weken op twee opeenvolgende dagen telkens twee brouwsels gebrouwen. Dat is goed voor twee keer 10 hl. Initiatiefnemers Ruud en Johan worden bijgestaan door Robert van Dooremolen.

De Sallandse Landbier Brouwerij brouwt tevens bieren in opdracht. Zo worden er onder andere bieren gebrouwen voor Bierbrouwerij De Eem uit Amersfoort, Brouwerij Hommeles uit Houten, en het Houtens Brouw Collectief uit Houten, Bad Hair Brewing uit Kapelle en Bierbrouwerij De Volle Maat uit Amersfoort. In het voorjaar van 2017 verhuisde de brouwerij van Raalte naar Albergen. Daar vestigden ze zich in het pand van een voormalige slachterij. In 2016 werd er ongeveer 80 hl per week gebrouwen.

 

  • 2009 - Wispe Brouwerij

(2009-2020) Brouwerijhuurder
(2020-) Brouwerij

Geschiedenis

Begin 2008 bedachten de oprichters van Wispe en tevens tweelingbroers Jitze en Remko Vellenga om Weesp een typisch eigen bier te geven. Mede gevoed door hun ervaring en kennis op het gebied van bieren begon men met het opzetten van het biermerk Wispe.

Het idee ontstond toen Jitze Vellenga, als toekomstig inwoner van Weesp, zich ging verdiepen in de geschiedenis van de stad. De naam Wispe is één van de oudste benamingen voor de toeristische Vechtstad. De brouwindustrie zorgde in de Gouden Eeuw voor een grote opleving van de Weesper economie. Weesp werd tot over de landsgrenzen bekend om haar bier van uitstekende kwaliteit en leverde aan steden als Amsterdam.

Wispe maakt in het begin gebruik van de brouwfaciliteiten van Brouwerij De Leckere in De Meern. In 2013 werd 12.000 liter gebrouwen en in 2014 20.750 liter.

In september 2016 werd bekend gemaakt dat de brouwerij plannen heeft om in Weesp een eigen brouwerij met proeflokaal te starten. De brouwerij wordt gevestigd in de neogotische Laurentiuskerk in het centrum van Weesp. Het nieuwe adres wordt dan Herengracht 16, 1382 AE Weesp. Er komt een brouwinstallatie met een brouwcapaciteit van 1500 liter.

Begin 2018 bracht de brouwerij een nieuw product op de markt: Wispe Bierkaas bereid met de Wispe Tripel. De kaas werd gemaakt in samenwerking met Kaas en Zo aan het Binnenveer 1 in Weesp.

Op 8 november 2018, precies twee jaar na de grote brand in de kerk, wordt de nieuwe spits weer op de toren van de Laurentiuskerk geplaatst. Een spectaculair moment dat Wispe aangrijpt om hun crowdfundingcampagne te lanceren voor de bierbrouwerij. Met crowdfunding wil men in twee maanden € 150.000 tot € 210.000 ophalen voor financiering van een deel van de plannen. Op 10 november is al € 205.000 opgehaald. Naast drie koperen brouwketels komen in de kerk acht lagertanks en een afvullijn te staan. Wispe kan hiermee 250.000 liter bier per jaar brouwen. Verder opent men er een proeflokaal, bierwinkel en brouwlab waar nieuwe bieren worden ontwikkeld. Ook de ambachtelijke jeneverstokerij van Anker Weesp krijgt een plek in de brouwerij. Op een steenworp afstand van de kerk zal Wispe de hop gaan verbouwen voor hun bieren.

In oktober 2019 maakte de brouwerij bekend dat in het te openen proeflokaal naast de eigen bieren het pils van Brouwerij De Leckere zal worden getapt.

Op vrijdag 14 februari 2020 werd de brouwerij officieel geopend. Van binnen heeft de Laurentiuskerk een ware metamorfose ondergaan. Door de art deco stijlkenmerken waant een bezoeker zich in de de jaren ‘20 en ’30 van de vorige eeuw. Het interieur van eikenhout, marmer en staal is op maat gemaakt door talloze ambachtslieden. Veel oorspronkelijke kenmerken van de kerk zijn gerestaureerd. Maar het meest in het oog springen de drie grote koperen brouwketels, die boven de zeven meter lange bar op een speciaal daarvoor ingerichte entresol staan. Het Wispe bier stroomt uit een tapmuur die 18 kranen telt. Naast het drinken van de bieren kan er ook gegeten worden. Bij het samenstellen van de menukaart is de samenwerking gezocht met lokale leveranciers. De jenever en likeuren van Anker Weesp krijgen daarbij een speciale plek op de kaart. Verder wordt er ingezet op de nieuwe trend van beertails, cocktails met bier.

De opening van de brouwerij en het proeflokaal betekent niet dat alles klaar is. De restauratie van de toren - de entree van de brouwerij - is nog in volle gang en ook het terras moet nog meer grandeur krijgen. Later in 2020 zal ook de stokerij van Anker Weesp haar intrek in de kerk nemen. Deze grenst dan aan de brouwerij en de toekomstige bierwinkel van Wispe. Als alles af is worden er door de brouwerij en stokerij rondleidingen gegeven en kan men er terecht voor brouwworkshops en proeverijen.

 

  • 2010 - Apeldoornse Bierbrouwerij De Vlijt

(2010-2013) Brouwerij Het Achterom
(2013-) Apeldoornse Bierbrouwerij De Vlijt

Geschiedenis

Brouwerij Het Achterom was een initiatief van Vereniging Andries van Driesum. In 2010 werd begonnen met een kleine brouwerij in de Mariastraat 2H in de binnenstad van Apeldoorn. Daar werd per keer 250 liter gebrouwen, ongeveer 10.000 liter per jaar. Het bier was bestemd voor het eigen proeflokaal. De rechtsvorm was in het begin dus een vereniging. De initiatiefnemer was Jan Brouwers.

De Apeldoornse Bierbrouwerij De Vlijt is voortgekomen uit Brouwerij Het Achterom. Door de enorme belangstelling van de horeca groeide de omzet van Brouwerij Het Achterom dusdanig dat in overleg met enkele leden van de vereniging Andries van Driesum in 2013 een nieuwe brouwerij werd opgericht met een capaciteit van 1.000 liter per brouwsel. Deze brouwerij is gevestigd op een industrieterrein in Apeldoorn en heeft een BV als rechtsvorm. De directie werd in 2014 gevormd door Peter van den Heuvel, Dolf Sijbesma en Jan Brouwers. Brouwmeester is Joop de Winkel. In 2014 werd 120.000 liter gebrouwen. De brouwerij werd gevestigd in het voormalige ketelhuis van Zwitsal en werd op 9 september 2013 officieel geopend door de toenmalige Apeldoornse burgemeester John Berends. In eerste instantie werd gesproken van Bierbrouwerij Veluwse Schavuyt, doch in de loop van 2013 werd de naam Apeldoornse Bierbrouwerij De Vlijt (ABDV) in gebruik genomen. De Veluwse Schavuyt werd vanaf dat moment de merknaam. Op zondag 23 maart 2014 werd het proeflokaal officieel in gebruik genomen. In 2015 werd er 2000 hl geproduceerd.


2010 - Berghoeve Brouwerij

(2010-2012) Brouwerijhuurder
(2012-) Brouwerij

Geschiedenis

  • "Apa't mooi bier uut Twente!"

Berghoeve is een kleinschalige brouwerij die sinds 2010 werkt aan een bijzonder verhaal. De Berghoeve Brouwerij werd opgericht op 1 januari 2010 door Jurgen en Geralda Bootsveld. Beiden volgden de opleiding levensmiddelentechnologie in Bolsward. Na hun opleiding brouwden ze vanaf 2002 regelmatig bier als hobby. Aanvankelijk werd gebruik gemaakt van de brouwfaciliteiten van Brouwerij De Molen in Bodegraven. Ze gingen op zoek naar een geschikte locatie voor hun brouwerij in de omgeving van Hellendoorn/Twenterand. Deze locatie vonden zij uiteindelijk in Den Ham. In de loop van 2011 stemde de gemeente Twenterand in met de plannen een brouwerij te beginnen op deze locatie. In de loop van 2012 werden de brouwactiviteiten op deze locatie gestart. Er werd een brouwinstallatie in gebruik genomen met een capaciteit van 750 liter. De hoeve waarin de brouwerij is gevestigd was ooit een boerenbedrijf en al vanaf het jaar 1900 in familiebezit.

Het familiebedrijf wordt gerund door Jurgen en Geralda. Zij hebben er voor gekozen om de brouwerij in hun eigen tempo en financieel onafhankelijk te ontwikkelen. Qua volumegroei zijn ze niet de spectaculairste brouwerij, maar qua smaak en klantwaardering (bron: Untappd) behoren ze tot de top van Nederland. Door deze visie op groei zijn ze in staat om hun creativiteit volledig te benutten. Zij zijn namelijk niet begonnen met de brouwerij om zich te beperken tot een paar soorten bier en “big business”. Zij halen plezier uit het ontwikkelen en brouwen van bijzondere en uitgesproken bieren.

"Brouwen is voor ons een passie waarmee we kleur kunnen geven aan de dingen die wij belangrijk vinden: Samenwerking, diversiteit, kwaliteit en principes. Geduldig werken wij al ruim 11 jaar aan ons verhaal en onze bieren. Door dit geduld is onafhankelijkheid ontstaan en kunnen we bijzondere dingen doen. Zo hebben wij al meer dan 80 soorten bier uitgebracht! Bier is voor ons bij uitstek een product om van te genieten en we kunnen hier uren over vertellen."
(Jurgen en Geralda Bootsveld, 2021)

Missie: "In volledige onafhankelijkheid bijzondere bieren brouwen, innovatieve bieren die onze klanten verrassen."

 

  • 2010 - Brouwerij De Witte Leeuw (Wezep)

Geschiedenis

Initiatiefnemer achter Brouwerij De Witte Leeuw is Rowan Huigen (1965). Hij houdt zich full-time bezig met de brouwerij. Hiervoor was hij werkzaam in de ICT. Voordat de brouwer in het diepe sprong, was hij al ongeveer tien jaar actief als hobbybrouwer en was hij aangesloten bij het St. Petri Gilde in Zwolle. Met zijn amateurbrouwsels wist hij een aantal prijzen in de wacht te slepen. In zijn woning in Wezep heeft hij de beschikking over een, door hem zelf gebouwde, mini-brouwerij waar de brouwrecepten worden ontwikkeld en getest. Vervolgens wordt een proefpanel ingeschakeld, bestaande uit onder andere bevriende middenstanders die vanuit hun vakgebied ook kunnen adviseren welk bier bij welke maaltijd past.

Rowan, die jaren in Zwolle woonachtig was, kwam een eeuwen geleden bestaande brouwerij tegen en besloot zijn brouwerij de naam te geven van die brouwerij: Brouwerij De Witte Leeuw. Deze brouwerij werd al genoemd in geschriften uit 1656 en was gevestigd aan het Gasthuisplein. De kelders van deze brouwerij liepen door tot onder een nabijgelegen gebouw, waar later Café De Gezelligheid werd gevestigd. In deze kelders zou de brouwer graag zijn brouwerij vestigen, maar vooralsnog is dat niet gelukt.

In 2011 werd Rowan Huigen door de Rabobank IJsseldelta uitgeroepen tot "Startende ondernemer van de maand augustus". Sinds 25 maart 2012 heeft de brouwerij de beschikking over een proeflokaal in Café de Abdij in Zwolle.

In 2011 werd er 10 hl gebrouwen, in 2012 was dit al 230 hl. Brouwerij De Witte Leeuw maakt gebruik van de brouwfaciliteiten van Brouwerij De Praght in Dronten en de Scheldebrouwerij in het Belgische Meer.

 

  • 2010 - Brouwerij Egmond (Sancti Adalberti)

(2010-2018) Brouwerijhuurder
(2018-) Brouwerij

Geschiedenis

In 2009 is er zo'n 10.000 liter Sancti Adalberti Egmondse Tripel gebrouwen. Reden om te onderzoeken of het mogelijk is om het bier te gaan brouwen in een eigen brouwerij in Egmond-Binnen. Er zijn een aantal brainstormsessies geweest met ondernemers uit de zorg, het onderwijs en de financiële sector. Dat heeft geleid tot een positief gevoel. Op basis hiervan zijn Peter Lassooy en Ward de Groote aan de slag gegaan om de contouren van de brouwerij te schetsen. Een brouwerij volgens het PPP principe: People, Planet, Profit. Werken met mensen uit de zorg en met leerplekken. En volgens de huidige principes over duurzaamheid: geen afval produceren, voorzien in eigen energie en grondstoffen uit de omgeving. Een sociaal maatschappelijk betrokken onderneming die eco-efficiënt werkt. De lat ligt hoog, de uitdaging wordt aangegaan. Op 22 december 2010 is Stichting Brouwerij Egmond opgericht door: Meinard Carper, Ward de Groote, Peter Lassooy, Gerco Tervoort, en Jan Tervoort. In 2012 werd er 35 hl gebrouwen. Brouwerij Egmond maakt gebruik van de brouwfaciliteiten van de Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi.

In 2017 wordt de zoektocht naar investeerders met succes afgesloten. Tien aandeelhouders en acht leninggevers geloven in het verhaal van Brouwerij Egmond. De brouwerij werd besteld bij EasyBrau in Italië. Een brouwhuis van 2000 liter, tien gistingstanks en een bottelinstallatie. Capaciteit van de installatie: 300.000 liter per jaar.

Op zaterdag 17 februari 2018 opende de brouwerij haar deuren aan de Weg over de Bisschop 1B. De opening werd verricht door abt Gerard Mathijsen van de Sint Adelbertabdij en burgemeester Hetty Hafkamp van de gemeente Bergen. Het eerste bier uit eigen brouwerij is vanaf 5 juni 2018 te koop, de dag dat het precies 450 jaar geleden is dat graaf Lamoraal van Egmont werd onthoofd.

 

  • 2010 - Brouwerij Two Brew

Geschiedenis

Brouwerij Two Brew maakt gebruik van de brouwfaciliteiten van De Proefbrouwerij in het Belgische Lochristi.

 

  • 2010 - Gooische Bierbrouwerij

(2010-2017) Brouwerijhuurder
(2017-) Brouwerij

Geschiedenis

De Gooische Bierbrouwerij is opgericht door vier personen: Gijs Troost, Arjanneke van den Berg, Marcel Verhaaf en Paulien Hassink. Marcel is werkzaam als verpakkingsontwerper, Arjanneke als fotograaf en webvormgever, Paulien als grafisch vormgever en Gijs als docent geschiedenis. Marcel Verhaaf en Paulien Hassink stapten per 1 oktober 2013 uit de brouwerij. Hiervoor in de plaats kwam Guido de Wit. Guido verschoof het accent naar sociale brouwerij vanwege zijn dochter Sarah die een ontwikkelingsachterstand heeft en die hij, en haar vrienden, een werkplek wil bieden in een ‘gewoon’ bedrijf. De brouwerij heeft een regionale focus, de bieren zijn niet landelijk verkrijgbaar. Inmiddels werken Gijs en Arjanneke fulltime in de brouwerij. Sinds 2018 werkt ook Guido de Wit fulltime in de brouwerij.

Op het logo staat een chihuahua afgebeeld met vleugels. De chihuahua staat symbool voor het Gooi. Het motto (onder de chihuahua) is: Parvus sed Audens, oftewel Klein Maar Dapper.

De brouwerij maakte in eerste instantie gebruik van de brouwfaciliteiten van de Mommeriete Brouwerij. Daarna is er gebruik gemaakt van de brouwfaciliteiten van onder andere een brouwerij in Duitsland, Brouwerij Anders! in België, Brouwerij De Molen in Bodegraven en Jopen in Haarlem.

In mei 2016 werd bekend gemaakt dat de Gooische Bierbrouwerij na jaren zoeken een plek had gevonden in Hilversum. In de voormalige Eurobioscoop op het Marktplein wordt de brouwerij gevestigd. De brouwerij annex café heeft een prominente plek in het monumentale pand in het centrum, in de Foodhall van ondernemers Teus Kroon en Jerry de Vries. Mout is de naam van het horecacomplex dat in mei 2017 haar deuren opende.

In september 2016 werd gestart met de verbouwing. Aan de rechterkant van de voormalige bioscoop en autoshowroom verrees een grote glazen serre. Rondom het pand is een terras met 200 stoelen en binnen plek voor 300 mensen.

In augustus 2018 werd brouwassistent Kette vervangen door Bas Overbeeke, die z'n opleiding volgde tot brouwassistent bij Lentiz in Rotterdam, de eerste brouwopleiding in Nederland. In 2020 studeerde hij af en kreeg hij een vast contract bij de Gooische. Daarop werd Amy Dudink aangenomen als de volgende brouwer in opleiding.

In januari 2019 kwamen er nieuwe tanks bij; 4 x 20 hl. Daarmee steeg de brouwcapaciteit van 200.000 naar 300.000 hl per jaar.

Sinds 2019 is er een samenwerking met zowel Wijngaard Zonnenstraal in Hilversum, als het Betuws Wijndomein in Erichem voor het maken van de Gooische Grape Ale. Ook worden de vaten van het Betuws Wijndomein, van hun Linge Rood, gebruikt om de Gooische Barley Wine op te lageren.

In juni 2020 opende de Gooische Bierbrouwerij op het stationsplein, in een tijdelijk stadsparkje, een pop-up bar annex Jeu de Boules baan, genaamd Bar des Boules.

 

  • 2010 - JD Brewery

Geschiedenis

JD Brewery maakt gebruik van de brouwfaciliteiten van de Weerter Stadsbrouwerij. De naam van de brouwerij is afkomstig van de initialen van de oprichter Joost Domhuis.

Sinds 2017 wordt er ook cider gemaakt: Rhubarbwire, 6.8%, met rabarber.

 

  • 2010 - Raven Bone Hill Brouwers

Geschiedenis

Initiatiefnemers achter deze brouwerij zijn Joram de Raaf (Raven), Nico Bot (Bone) en Arnout Vreugdenhil (Hill).

 

  • 2011 - Beerze Brouwerij

Geschiedenis

De initiatiefnemer achter Brouwerij De Gouden Leeuw is Ivo Kaanen, die in diverse functies ongeveer 25 jaar bij Heineken werkzaam is geweest. Hij werkte onder andere bij Brouwerij De Ridder en in verschillende buitenlandse vestigingen. Door de jaren heen werden zowel uit hoofde van zijn functie, maar ook tijdens vakantie, vele brouwerijen bezocht. De brouwerij is onderdeel van Herberg/Café/Restaurant De Gouden Leeuw. Ivo ging zelf in 2008 als hobbybrouwer aan de slag. In 2007 verwierf Ivo het prachtige pand waarvan de historie terug gaat tot begin 18e eeuw. Sindsdien wordt het pand gerestaureerd op basis van tekeningen uit 1904. Het bier van Brouwerij De Gouden Leeuw wordt in opdracht gebrouwen door Brouwerij De Landtsheer in het Belgische Buggenhout.

 

  • 2011 - Bierfabriek

(2011-) Brouwerij
(2011-) Horeca

Geschiedenis

Bierfabriek werd opgericht op 8 oktober 2011. Andrea Possa, Harm van Deuren en Ronald Bolhuis realiseerden Bierfabriek; een "style venue" waar biologisch bier wordt gebrouwen en Franse boerderijkippen worden gegrild. Toen Andrea zijn Italiaanse restaurant in Amsterdam sloot, werd hij benaderd door Harm die een samenwerking wel zag zitten. Andrea had hem al eens verteld over de Italiaanse horecaformule BEFeD Brewpub, waar ambachtelijke bieren worden geproduceerd en waar een menu met boerderijkippen wordt geserveerd. De uitstraling was echter niet geschikt voor de Nederlandse markt; veel te oubollig. Samen bezochten ze een aantal van deze zaken in Italië en werkten ze aan een vertaling voor de Nederlandse markt. In 2010 werd ook Ronald bij het concept betrokken. Onderdeel van het concept zijn de pelpinda's, waarvan de doppen op de grond gegooid mogen worden.

Toen het concept eenmaal was ontwikkeld, werd er gezocht naar een geschikte locatie in Amsterdam. Het werd een voormalig pand van een verzekeringsbank, op het Rokin met tevens een doorgang aan de Neszijde. Op 21 oktober 2010 werd het huurcontract getekend.

Bierfabriek biedt in eerste instantie drie soorten bier aan, allemaal heel toegankelijk. Alfa Puur Ongefilterd is pils met een rijke smaak, gebrouwen door de Limburgse Alfa Bierbrouwerij en ontwikkeld in samenwerking met Bierfabriek. Rosso en Nero worden daadwerkelijk door Bierfabriek gebrouwen. Voor de Rode Ale is gebruik gemaakt van drie moutsoorten; pilsmout, caramout en Carared mout. Deze robijnrode Rosso is een soepel en moutig bier met enige zoetheid. Het donkere bier is een Porter die wordt gemaakt van een melange van vijf moutsoorten. Het resultaat is een donker, fruitig bier met een bite. De brouwinstallatie heeft een capaciteit van 300 liter per brouwsel. De installatie is afkomstig van de firma Flecks Brauhaus Technik uit Oostenrijk. In 2011 bedroeg de jaarproductie van 600 hl. Brouwmeester Marcel Snater brouwde toen twee keer per week. Bierfabriek brouwt voornamelijk voor eigen gebruik.

In april 2016 werd bekend gemaakt dat Bierfabriek Amsterdam in september 2016 gaat verhuizen van Rokin 75 naar Nes 67 in Amsterdam. De gemeente gaf geen vergunning meer voor het Rokin, in verband met de aanleg van de Noord-Zuid lijn. Nes 67 was het pand van Brasserie Harkema die per 1 juli 2016 haar deuren sluit. Op deze locatie wordt de brouwinstallatie vervangen door een groter exemplaar.

Tijdens de Horecava, januari 2018, maakte Bierfabriek bekend dat zij haar bieren Bianco, Rosso en Nero ook landelijk op fles ging verkopen.

 

  • 2011 - Brouwerij De Heerlijkheid

Geschiedenis

De initiatiefnemer achter Brouwerij De Heerlijkheid is de geboren en getogen Papendrechter Geert Jan Verschoor (1969). De brouwerij is gesitueerd op het terrein van de landwinkel van Jan en Esther Korteland. De landwinkel, Landwinkel de Fruitheerlijkheid (Kerkbuurt 56 in Papendrecht), is gelegen aan de dijk waar keldergewelven eeuwen geleden zijn aangelegd. De brouwerij beschikt er over een lege ruimte en maakt daarnaast gebruik van een deel van de jamkeuken van het bedrijf. De brouwer begon in 2009 met de voorbereidingen voor zijn brouwerij. Tot die tijd werkte hij als proces-operator bij Dupont in Dordrecht, alwaar hij op straat kwam te staan. Hij leerde veel van zijn oudere broer Theo, die al sinds de tachtiger jaren actief is als brouwer. Theo werd in 2007 en 2008 eerste tijdens het Nederlands kampioenschap amateurbierbrouwen in de klasse B met een Duitse alt en in 2012 werd hij Nederlands kampioen met zijn winnende bier Oktoberfest. Naast het brouwen van bier, beheerst de brouwer ook het vak van wijn maken, doch zijn voorkeur gaat uit naar bier. De brouwinstallatie komt uit België en is gekocht van de weduwe van een overleden brouwer. De brouwerij werd officieel geopend op 22 juni 2011. Een groot deel van het bier wordt verkocht via de genoemde Landwinkel van Jan en Esther Korteland. In 2012 werd er 600 liter per maand gebrouwen. De brouwerij is voornemens om de capaciteit uit te breiden naar 300 liter per week.

 

  • 2011 - Brouwerij De Markies

Geschiedenis

Het avontuur van Rik Schuurmans en Johannes Janssen begon als hobby in 2009. Beide initiatiefnemers zingen bij het koor Schola Cantorum van de Sint Jan. Via via werden de twee gevraagd om een bier te brouwen voor Restaurant Lef in Helvoirt. Om dat te kunnen doen, moest een brouwerij worden gestart. Inmiddels verkopen de twee Bosschenaren hun bier bij De Jongens van de Wit in het Paleiskwartier.

 

  • 2011 - Brouwerij De Natte Gijt

Geschiedenis

Brouwerij de Natte Gijt is opgericht door twee broers met een passie voor speciale bieren. Rudy en Marc Nordhausen, beiden werkzaam bij het RIAGG in Roermond, begonnen in 2008 de zoektocht naar lekker bier door in hun eigen schuur op kleine schaal bier te brouwen. Vele proefbrouwsels resulteerden uiteindelijk in hun eerste bier: Hop met de Gijt, waarmee op 28 mei 2011 het Open Nederlands Kampioenschap Amateur Bierbrouwen 2011 werd gewonnen in de klasse licht dikbier (lichte kleur tot 30 EBC en een begin SG van 1060 of hoger). Met hun Double/Imperial IPA werd en passant de tweede plaats in de wacht gesleept. De interesse voor het brouwersvak werd bij Marc Nordhausen gewekt toen hij voor een scheikundeproject op school een appelbier had gebrouwen. De betreffende scheikunde-docent was zelf hobbybrouwer. Bij wijze van experiment liet hij zijn leerlingen zelf bier brouwen. De helft van het brouwsel moest een regulier bier worden en aan de andere helft werd appelsap toegevoegd. Het enthousiasme voor het brouwen van bier bracht Marc over op zijn broer Rudy. Er werd begonnen met het brouwen met behulp van kant en klare pakketten. Later werd er een brouwinstallatie gebouwd met een capaciteit van 50 tot 70 liter. Deze werd geplaatst bij Marc. De vergisting en de lagering vond anderhalve kilometer verderop plaats bij Rudy. Inmiddels is Rudy de brouwer en zorgt Marc voor de verkoop.

Brouwerij De Natte Gijt presenteerde hun eerste bier, een IPA, op 10 september 2011. Dit bier droeg de originele naam Hop met de Gijt en is gebrouwen in de ketels van Brouwerij De 3 Horne in Kaatsheuvel. Per brouwsel werd er aldaar 700 liter gebrouwen.

De naam van de brouwerij vindt haar oorsprong in het Weerter dialect. Jonge meiden worden in het Weerter dialect geiten of gijten genoemd. De dellerige types heten "natte gijten". De etiketten van de brouwerij worden ontworpen door Angela Geurts, de vriendin van Rudy. De beide initiatiefnemers dromen van een eigen brouwerij. Ze zouden graag een brouwerij vestigen met een sociale inslag, een sociale werkplaats. Vergelijkbaar met onder andere Brouwerij De Prael en Brouwerij De Praght.

In november 2011 wonnen