Duitse militaire formaties en eenheden tot 1945
Landmacht
Inhoud
- Algemeen
- Tijden de oorlog
- 1919
- Legeronderdelen
- Legergroep A
- Legergroep C
- Legergroep E
Algemeen
Heer was de Duitse landmacht binnen de Wehrmacht die werd opgericht op 16 maart 1935 door Adolf Hitler nadat deze de Wet op de Herinrichting van de Nationale Defensie liet goedkeuren en zo de militaire beperkingen van het Verdrag van Versailles naast zich neerlegde.
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd aan Duitsland beperkingen opgelegd door het Verdrag van Versailles. Een van deze beperkingen was dat de Weimarrepubliek slechts een klein defensief leger, de Reichswehr, mocht bezitten. De grootte en indeling van de Reichswehr werd gecontroleerd en klein gehouden door de geallieerden in de hoop dat ze hiermee een herhaling van de Eerste Wereldoorlog zouden vermijden. De Reichswehr bestond uit 100.000 manschappen en werden verdeeld over een kleine landmacht (Reichsheer) en een kleine zeemacht (Reichsmarine).
In 1933 kwam de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) aan de macht waarmee de aanzet tot het Derde Rijk was gezet. Twee jaar later, in 1935 werd het Verdrag van Versailles nietig verklaard door Adolf Hitler via een wet die de Reichswehr omvormde in een volwaardig leger, de Wehrmacht. De Wehrmacht bestond nog steeds uit de landmacht (Heer) en zeemacht (Kriegsmarine) en de luchtmacht (Luftwaffe) werd eraan toegevoegd.
Het Heer bestond tijdens zijn oprichting in 1935 uit 21 divisies en een aantal kleinere formaties die op hun beurt werden ingedeeld in 3 Legergroepen. Tussen 1935 en 1945 groeide de strijdmacht tot meer dan honderd divisies, een dozijn legergroepen en meer dan duizend ondersteuningseenheden. In september 1939 werd het Heer geleid door het Oberkommando des Heeres (OKH), een militaire bevelhebbing dat ondergeschikt was aan het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) en dus aan Generaloberst Wilhelm Keitel. In de praktijk stond het echter onder de directe leiding van Adolf Hitler. In 1939 was nazi-Duitsland opgedeeld in 15 districten, de zogenaamde Wehrkreise waarin bij aanvang van Duitse mobilisatie in totaal 51 divisies werden opgericht (39 infanterie, 5 Panzer, 4 lichte en 3 berg divisies). Na de mobilisatie, werd het aantal divisies uitgebreid met 16 reserve-, 21 territoriale- (de zogenaamde Landswehr) en 14 Ergänzungsdivisies. Het aantal pantserdivisies werd voor de invasie in het Westen verdubbeld tot 10.
Ter voorbereiding van de invasie in Polen (Fall Weiss) werden twee legergroepen opgericht; Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Süd. Heeresgruppe Nord bevatte twee legers drie korpsen elk en zou de beschikking hebben over een pantserdivisie, een gemengde Heerse/SS pantserdivisie, twee gemotoriseerde divisies, 16 infanteriedivisies en een cavaleriebrigade. Heeresgruppe Süd bestond uit drie legers met in totaal 10 korpsen en had vier pantserdivisies, vier Lichte divisies, 21 infanteriedivisies en drie bergdivisies. In de aanvang naar de Tweede Wereldoorlog kende de Heer vijf soorten divisies; Infanterie-, Gemotoriseerde infanterie-, Panzer-, Lichte- en Bergjagerdivisies.
Tijdens de invasies in het Westen (mei 1940), telde het Heer 129 infanteriedivisies, vier gemotoriseerde infanteriedivisies, vier lichte divisies, tien pantserdivisies, drie Bergjagerdivisies en één cavaleriedivisie. Parallel aan het Heer had men de beschikking over de SS-Verfügungstruppe, die vanaf april 1940 werd omgezet in de Waffen-SS. Ter voorbereiding van de invasie in het Westen werd het Heer in drie legergroepen georganiseerd; Heeresgruppe A, met 45½ divisies inclusief 7 pantserdivisies, Heeresgruppe B met 29½ divisies waarvan 3 pantserdivisies en Heeresgruppe C met 19 divisies. Gedurende de resterende tijd van de Tweede Wereldoorlog werd nagenoeg niets veranderd aan de basis van deze organisatie. Alleen aan de top (bevelhebbing) werd afhankelijk van de te voeren operatie eenheden verschoven. Het moet wel gezegd dat alhoewel de samenstelling van een divisie of regiment nauwelijks wijzigde, het aantal soldaten binnen de eenheden wel danig kon wijzigen. De redenen waren omdat het aantal beschikbare soldaten, naarmate de oorlog vorderde, danig slonk en vanuit propagandistisch oogpunt het aantal divisies bleven bestaan ondanks de samenstelling ervan nog maar moeilijk een divisie waard was.
De infanteriedivisies van het Heer werden opgebouwd in zogenaamde Welle. Iedere Welle had z'n eigen indeling van grootte, organisatie en taak. Met de eerste Welle werden ongeveer 18.000 man opgeroepen. De daaropvolgende Wellen bestonden uit ca. 15.000 manschappen. De divisies die uit de 3e en 4e Welle werden opgebouwd, telden aanzienlijk minder artilleristen dan de eerste twee Wellen. Een standaard infanteriedivisie bestond uit drie regimenten, met elk ongeveer 3000 manschappen, een artillerie regiment en een aantal ondersteunende eenheden zoals een geniebataljon en een verkenningsafdeling (abteilung). De genie- en verkenningseenheden bij het Duitse Heer waren volwaardige gevechtseenheden met vlammenwerpers en pantserafweerwapens waardoor ze eveneens aan de frontlijn vochten.
Elk infanterieregiment had een eigen hoofdkwartier inclusief staf, een verbindingseenheid, een fiets- en een geniepeloton. In een regiment waren drie infanteriebataljons te vinden waarbij elk bataljon weer drie infanteriecompagnies had. Elk compagnie bestond uit 180 manschappen, een antitankgeweereenheid, een compagnie MG machinegeweren (drie pelotons) en een mortierpeloton met drie secties. Met deze indeling had ieder infanterieregiment haar eigen ondersteuning met zware wapens en artillerie. Het standaard infanteriewapen zou de gehele Tweede Wereldoorlog ongewijzigd blijven en was de 7,92 mm Mauser Karabiner 98k. Officieren, machinegeweer schutters, chauffeurs en alle andere militairen die geen Mauser hadden, droegen het Luger 08 pistool.
Het binnen de infanteriedivisie aanwezige artillerieregiment, werd verdeeld in drie artillerie abteilungen met elk drie batterijen. Elke batterij had vier 10,5 cm houwitsers. In het verloop van de oorlog werd nog een vierde artillerie abteilung daaraan toegevoegd met drie batterijen van elk vier 15 cm houwitsers. Afhankelijk van de gevechtstaak van de infanteriedivisie, kon de artillerie variëren van de 8,8 cm FlaK/Antitank tot de enorme 60 cm "Karl-Gerät" houwitser. Afhankelijk van de aard van de te voeren operatie, konden aan een infanteriedivisie ook nog zware luchtafweer batterijen van de Luftwaffe worden toegevoegd.
Aanvankelijk bestond de pantserdivisie uit één infanterieregiment, twee pantserregimenten en een gemotoriseerd artillerieregiment. Na de invasie van Polen, werden de lichte divisies omgebouwd tot panzer-divisionen omdat de lichte divisies niet opgewassen bleken te zijn tegen zelfs de meest armoedig uitgeruste Poolse troepen.
De standaard pantserdivisies waren tijdens de veldtochten tegen polen en het westen (1939/1940) opgebouwd uit 2 tankregimenten, elk bestaande uit 2 bataljons met elk 4 compagnies aan 32 tanks, 1 volledig gemotoriseerd infanterieregiment die later de benaming Panzergrenadiere zouden krijgen, een verkenningsbataljon met pantserwagens en motoren, een verbindingsbataljon en ondersteunende eenheden.
De latere pantserdivisies (1941/1945) waren opgebouwd uit 1 tankregiment met 2 bataljons en als het om een SS-pantserdivisie ging soms 3 (tussen 40 en 100 tanks per bataljon, afhangende van het jaar), 2 gedeeltelijk gemechaniseerde, gedeeltelijk gemotoriseerde infanterieregimenten (2 bataljons, 3 bij de Waffen-SS), een gemotoriseerd artillerieregiment (2 bataljons, 3 bij de Waffen-SS), een verkenningsafdeling, een gemechaniseerd pionierbataljon (genietroepen), een verkenningsafdeling, een tankjagerafdeling en ondersteunende eenheden.
Uiteraard kon de organisatie verschillen van divisie tot divisie, zo hadden in 1942 de Panzer-Divisionen van Heeresgruppe Süd, later Heeresgruppe A en Heeresgruppe B, 3 bataljons per tankregiment. Terwijl de Panzer-Divisionen van Heeresgruppe Mitte vaak slechts 1 tankbataljon hadden.
Dit was de meest prestigieuze elite-eenheid van het Duitse leger. De Fallschirmjäger (Jager is de Duitse term voor lichtbewapende infanterie) waren gespecialiseerd in verrassingsaanvallen ver achter de vijandelijke linies. Deze aanvallen werden altijd uitgevoerd vanuit de lucht met behulp van parachutes en zweefvliegtuigen. De Fallschirmjäger kwamen vooral veel in actie bij de zogeheten Blitzkrieg-invasies: de jagers sprongen ver achter de vijandelijke linies uit hun vliegtuigen en namen belangrijke strategische doelen in waarna het voor de andere infanteriedivisies makkelijker was om het gebied te veroveren. De jagers kwamen voor het eerst in actie in Polen in 1939. In mei 1940 speelden ze een grote rol bij de verovering van Nederland, België en Frankrijk. In 1941 bij de verovering van het eiland Kreta. De jagers werden ook sporadisch ingezet bij de invasie van Rusland. In de rest van de oorlog nam het aantal invasies van het Duitse leger af waardoor de jagers eigenlijk een beetje overbodig werden. De falschrimjagers vochten toen eigenlijk alleen nog maar als ondersteunende infanterie, met name in 1944 bij het verdedigen van het Franse stadje Carentan, in Italië in Monte Cassino en bij het Ardennen-offensief.
Omdat de jagers-parachutisten eenheden gebruik maakten van vliegtuigen, waren ze al voor de oorlog onderdeel geworden van de Luftwaffe en niet meer van het Heer; dit was ook de reden waarom de Jagers Luftwaffe-uniformen droegen. De Jagers hadden extreem dure, lichtgewicht wapens die speciaal ontworpen waren voor parachutesprongen. Vanwege de hoge prijs werden deze wapens alleen in beperkte oplage geproduceerd en waren ze alleen bestemd voor de jagers.
Er waren vijf divisies van Fallschirmjäger en het totale aantal bedroeg 35.000 man. Het concept van de Fallschirmjäger heeft grote invloed gehad op de techniek van oorlog voeren in het algemeen.
Later in de oorlog, vooral in de slag om de Ardennen en kort daarna werd de term Fallschirmjäger ook gebruikt om "bij elkaar geraapte" troepen aan te duiden. Van de oorspronkelijke elitetroepen was behalve de reputatie niet veel meer over. Omdat de Duitsers steeds moeilijker aan vervanging van manschappen en materieel konden komen werden nieuwe Fallschirmjägerregimenten samengesteld. In werkelijkheid waren dit alleen nog in naam Fallschirmjägerregimenten, omdat ze in het geheel niet over vliegtuigen of ander zwaar materieel beschikten, slechts over allerlei handvuurwapens en granaten.
Om de pantserdivisies tijdens hun snelle acties te kunnen ondersteunen, werden gemotoriseerde infanteriedivisies in het leven geroepen. Veelal werden ook motorfietsen met zijspan ingezet om de infanterie te verplaatsen. De gemotoriseerde divisies waren opgebouwd uit 3 gemotoriseerde infanterieregimenten, een tankjagerafdeling en ondersteunende eenheden. Later in de oorlog, zo rond 1943-1944, werden de gemotoriseerde infanteriedivisies hernoemd naar Panzergrenadier-Divisionen, waardoor enkele de beschikking kregen over een tankbataljon tevens werden de regimenten teruggebracht tot 2 infanterieregimenten, waarvan een gedeelte in halfrupsvoertuigen werd vervoerd (sd.Kf.z251).
De lichte divisie was in feite de moderne versie van de oude cavalerie. Het waren dan ook gemotoriseerde cavaleristen. De samenstelling kon nog al eens variëren en was veelal opgebouwd met een licht tankbataljon, één of twee cavalerieregimenten (infanteristen), een gemotoriseerd artillerieregiment, een antitankbataljon, verkenningsbataljons of regimenten met pantserwagens. Na de strijd in Polen werden de meeste lichte divisies al snel omgevormd tot pantserdivisies.
De drie Bergjagerdivisies die het Duitse Heer telde, leken qua indeling veel op een infanteriedivisies. Ze waren echter uitgerust met veel lichtere bewapening en uitrusting, om de mobiliteit van deze divisies te verhogen en als elite-eenheden in te zetten, al of niet bij acties in berggebieden.
Ook dit was een elite-eenheid van de Duitse landmacht maar dan gespecialiseerd voor gevechten op sneeuw en ijsvlaktes. Het alpenkorps bestond uit 3 divisies en werd getraind in Oostenrijk. Het Alpenkorps was gespecialiseerd in het overbruggen van lange afstanden door onherbergzame gebieden en was uitgerust met sneeuwkleding en ski's. Het alpenkorps kwam vooral in actie bij de invasie van Noorwegen in 1940 en vocht tijdens de winter van 1941 tegen de Russische legers in het Kaukasus gebergte.
Deze elite-eenheid van Duitse landmacht werd pas in 1941 opgericht na de Italiaanse mislukking om Egypte en het Suezkanaal te veroveren. Het Afrika korps bestond uit 2 (15e panzer en 5e lichte, later omgevormd tot 21e panzer) divisies, later 3. Zij vormden de kern van het Panzerarmee Afrika vanaf 1942 (Duits-Italiaanse troepen). De soldaten van korps waren gekleed in zandkleurige tropenkleding. De leider van het korps was generaal en later generaal-veldmaarschalk Erwin Rommel. Deze eenheid hield op te bestaan na de Anglo-Amerikaanse verovering van Noord-Afrika in mei 1943.
Militaire rangen. De laagste in rang staat eerst vermeld:
Grenadier
Obergrenadier
Gefreiter
Obergefreiter
Stabsgefreiter
Unteroffizier
Unterfeldwebel
Fähnrich
Feldwebel
Oberfeldwebel
Hauptfeldwebel
Oberfähnrich
Stabsfeldwebel
Leutnant
Oberleutnant
Hauptmann
Major
Oberstleutnant
Oberst
Generalmajor
Generalleutnant
General (per wapenvak)
Generaloberst
Generalfeldmarschall (bevelhebber van een gehele legereenheid)
Tussen 1939 en 1945 dienden bijna 13 miljoen manschappen in het Heer. Meer dan 3 miljoen manschappen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gedood en meer dan 4,1 miljoen gewond. Van de 7361 mannen die de hoogste Duitse militaire onderscheiding tijdens de Tweede Wereldoorlog (het Ridderkruis) ontvingen, waren er 4777 van het Heer (65% van het totaal). Het Heer werd verslagen na de Duitse capitulatie op 8 mei 1945, met uitzondering van enkele eenheden van de Heeresgruppe Kurland in de Baltische staten, die nog een paar dagen verder vochten tegen de Russen, maar zich uiteindelijk op 11 mei 1945 ook moesten overgeven. De Geallieerde Raad ontbond de Deutsche Wehrmacht op 20 augustus 1946.
Tijdens de oorlog
Tijdens de oorlog werden in totaal vijftien legergroepen gevormd, waarvan sommige meerdere keren werden hernoemd. Sommige aanduidingen werden op verschillende tijdstippen door verschillende legergroepen gedragen. De termen Legergroep Zuid of Legergroep Noord verwijzen naar volledig verschillende legergroepen, afhankelijk van de tijd. Aan het begin van de oorlog bestonden legergroepen Noord en Zuid aan de Duitse oostgrens voor de invasie van Polen en Legergroep C als dekkingsgroep aan de Duitse westgrens. Aan het begin van de Westelijke Campagne bestonden legergroepen A, B en C, allemaal in het Westen. Aan het begin van de Russische campagne waren Legergroepen Noord, Centrum en Zuid in het oosten ingezet, terwijl Legergroep D in het westen bleef.
Legergroep A
Legergroep Afrika
Legergroep B
Legergroep C
Legergroep D
Legergroep Don
Legergroep E
Legergroep F
Legergroep G
Legergroep H
Legergroep Koerland
Legergroep Centraal
Legergroep Noord
Legergroep Noord-Oekraïne
Legergroep Bovenrijn
Legergroep Ostmark
Legergroep Zuid-Oekraïne
Legergroep Wisla
Legergroep Z.b.V.
1919
Op 6 maart 1919 nam de Rijksdag de wet aan over de vorming van een voorlopige Reichswehr (Legerverordening Gazette 387/19). Het voorzag nog niet in een specifieke sterkte, maar liet in de uitvoeringsvoorschriften de opstelling van een begroting over aan de Rijksminister van de Strijdkrachten. De uitvoeringsregels van de Reichswehr-minister van 31.3.1919 (AVB1 486/19) bepaalden de vorming van grote Reichswehrbrigades van 12227 man en kleine Reichswehrbrigades van 7203 man. Daarnaast waren er doorgaans 1000 man per brigade gepland die werden geaffilieerd aan de Volkswehr of andere eenheden, die aanvankelijk alleen bedoeld waren voor de lokale bescherming van het vaderland. Verzoeken van de Generale Commando's om in plaats van de Volkswehr verdere Reichswehr-eenheden op te richten, werden meestal ingewilligd door het Reichswehrcomité zoals gepland.
Naast de Grenswacht Oost zouden de volgende worden opgericht:
a) bij het Algemeen Commando Lüttwitz (Garde, III, IV, XVI, XXI)*)3,
later 6 Grote Brigades (3, 4, 15, 16, 30, 40) 73.362 man
2 Kleine Brigades (25, 31) 14.406 man
Volksmilitie 6000 man
b) in het gebied van de Algemene Commando's VII, IX, X (met VIII), XI (met XV), XII (met XIX), XIII, XIV en XVIII:
2 Grote Brigades (9, 12) 24.454 man
7 Kleine Brigades (7, 10, 11, 13, 14, 18, 19) 50.421 man
Volksmilitie 8000 man
c) in Beieren:
1 Grote Brigade (21) 12.227 man
3 Kleine Brigades (22, 23, 24) 21.609 man Volksmilitie 3000 man *)
(d) Er moest een speciaal bevel worden uitgevaardigd voor de reorganisatie van de vrijwillige verenigingen die aan de oostelijke grens werkten.
14 grote brigades (1, 2, 5, 6, 8, 17, 20, 27, 28, 29, 33, 34, 37, 38) 171178 man
5 kleine brigades (26, 32, 35, 36, 39) 36.015 man
militie (op 1, 6, 17, 20) 5000 man
In totaal ontstond hiermee een kader van 40 brigades met 425652 man.
In mei/juni 1919 waren de volgende personen beschikbaar
voor integratie in de Reichswehr (tussen haakjes: officieren / manschappen):
Grenswacht Oost
Opperlegercommando (GFM von Hindenburg) in Kolberg
Freikorps Feldm. Hindenburg (1-2-1)
Legerhoofdcommando Noord (General der Infanterie von Quast) in Bartenstein
, Algemeen Commando VI Reservecorps in Mitau
, Brigade Koerland in Mitau (730 / 15200), zou de Reichswehrbrigade, 35e IJzeren Divisie,
Baltische Landeswehr,
2e Infanteriebrigade in Groß Piaton vormen
.
De Schaulen Brigade in Schaulen (230 / 5900) zou de Reichswehr Brigade 36 vormen
Algemeen commando Vrijwilligersreservekorps in Kovno
Brigade Noord-Litouwen (6-1-8), gedetacheerd bij Schwetz/West-Pruisen (210 / 4660), zou de Reichswehrbrigade 37 vormen
De Zuid-Litouwse Brigade in Kovno (134 / 5833) zou de Reichswehr Brigade 28 vormen
Brigade Olita detacheerde naar Arys/Oost-Pruisen
Brigade Grodno in Suwalki (360 / 9000) zou de Reichswehrbrigade 38 vormen
Algemeen commando I. Legerkorps in Königsberg
, 1e Infanteriedivisie in Heinrichswalde zou Reichswehrbrigade 1 vormen
, 2e Infanteriedivisie in Insterburg zou Reichswehrbrigade 33 vormen
Tijdens de herschikking van de troepen van het Algemeen Commando van Lüttwitz werd al snel duidelijk dat het kader niet toereikend was na de sterke uitbreiding van het Garde Cavalerie Geweerkorps en dat de 30e en 40e als grote brigade moesten worden voorzien en de 31e als kleine brigade (de 31e in plaats van de 16e werd de Grote Brigade).
Legeronderdelen
Reichswehrbrigade 1
Reichswehrbrigade 2
Reichswehrbrigade 3
Reichswehrbrigade 4
Reichswehrbrigade 5
Reichswehrbrigade 6
Reichswehrbrigade 7
Reichswehrbrigade 8
Reichswehrbrigade 9
Reichswehrbrigade 10
Reichswehrbrigade 11
Reichswehrbrigade 12
Reichswehrbrigade 13
Reichswehrbrigade 14
Reichswehrbrigade 15
Reichswehrbrigade 16
Reichswehrbrigade 17
Reichswehrbrigade 18
Reichswehrbrigade 19
Reichswehrbrigade 20
Reichswehrbrigade 21
Reichswehrbrigade 21
- De Reichswehrbrigade 21 werd opgericht op 1 juni 1919 in München. De troepen van de brigade kwamen voornamelijk uit het Beierse Schutterskorps, dat ook wel Freikorps Epp werd genoemd, onder het algemeen commando I Beierse Legerkorps. Het was een grote brigade. Na de oprichting werd de brigade ondergeschikt gemaakt aan het Reichswehr Group Command 4 in München. Naast de twee geweerregimenten 41 en 42, het Reichswehr Cavalerie Regiment 21 en het Reichswehr Artillerieregiment 21, behoorde ook de 1e Beierse Zware Artilleriedivisie 21 tot de brigade. Dit werd opgericht door de vrijwilligersbatterij van het 3e Koninklijke Beierse Voetartillerieregiment in Ingolstadt. Daarnaast was er het Beierse Reichswehr Jägerbataljon 21, dat in Freising werd opgericht uit het Jägerbataljon van het Freikorps Epp. Bij bevel van 17 augustus 1919 werd de brigade samengevoegd met de Reichswehr Brigade 22 met ingang van 1 oktober 1919. De nieuwe Reichswehr Brigade 21 bleef ook ondergeschikt aan het Reichswehr Groepscommando 4. Vanaf april 1920 was de brigade ondergeschikt aan het Wehrkreiskommando VII. In mei 1920 voegde het Reichswehr Cavalerieregiment 21 zich bij het Cavalerieregiment 17 en verliet daarmee de brigade. Toen het 100.000 man tellende leger van de Reichswehr werd gevormd, werd de brigade op 1 oktober 1920 ontbonden en gebruikt om de eenheden van de 7e Divisie van de Reichswehr te vormen.
- 2. Commandanten: Kolonel Franz Ritter von Epp
- Juni 1919 1e Beierse Reichswehr Geweerregiment 41 2e Beierse Reichswehr Geweerregiment 42 Beierse Reichswehr Jägerbataljon 21 (majoor Josef Ritter von Reiss) Beierse Reichswehr Cavalerie Regiment 21 1e Beierse Lichte Artillerie Regiment 21 1e Beierse Zware Artilleriedivisie 21
- Oktober 1919 Infanterieleider 21 (Luitenant-kolonel Philipp Aschauer) Reichswehr Geweerregiment 41 Reichswehr Geweerregiment 42 Reichswehr Cavalerie Regiment 21 Artillerieleider 21 (luitenant-kolonel Erich Freiherr von Botzheim) Lichte Reichswehr Artillerieregiment 21 Eskadron 21 werd op 1 oktober 1919 opgericht door het Overgangsleger van de Reichswehr. Het personeel was gevestigd in München. De staf was ook verantwoordelijk voor Veldkolonne 81 en Veldkolonne 82 in München en Veldkolonne 83 in Augsburg. Na de oprichting werd de staf ondergeschikt aan de Reichswehrbrigade 21. In 1920 werden de staf en haar eenheden gereorganiseerd tot Fahrabteilung 21. De afdeling bleef ondergeschikt aan die van de Reichswehrbrigade 21. Toen het 100.000 man tellende leger van de Reichswehr werd gevormd, werd het departement opgeheven en gebruikt om het 7e (Beierse) Rijdepartement te vormen. Commandanten: Major Eichenauer (1919) Major Franz Deuringer Aufstellung - (1920) Reichswehr Pioniersbataljon 21 Motorvoertuigafdeling 21 Nieuwsafdeling 21
-
Mei 1920 Commandant van de Infanterie (luitenant-kolonel Philipp Aschauer) Reichswehr-Schützen-Regiment 41 Reichswehr-Schützen-Regiment 42 Bevelvoerder Artillerie (Oberstleutnant Erich Freiherr von Botzheim) Reichswehr-Artillerie-Regiment 21 Fahrabteilung 21 Nachrichten-Abteilung 21 Reichswehr-Pionier-Bataillon 21 Eisenbahn-Kompanie Kraftfahr-Abteilung 21 Leichte Kraftwagen-Kolonne 7
Reichswehrbrigade 22
- De Reichswehrbrigade 22 werd op 1 juni 1919 in Augsburg gevormd door diverse kleine Freikorps-eenheden uit de Vrijstaat Beieren. De troepen van de brigade bestonden voornamelijk uit vrijwillige eenheden van het I Beierse Legerkorps. Het was een kleine brigade. Na de oprichting werd de brigade ondergeschikt gemaakt aan het Reichswehr Group Command 4 in München. Naast de twee infanterieregimenten 43 en 44 en het 22e Artillerieregiment behoorde ook de 2e Beierse Zware Artilleriedivisie 22 tot de brigade. Deze was opgericht door de vrijwilligersbatterij van het 1e Koninklijke Beierse Voetartillerieregiment in Neu-Ulm. Daarnaast was er het 1e Beierse Reichswehr Eskadron 122 in Augsburg, dat werd gevormd uit de vrijwillige eskadorn Hartlieb, die zelf was voortgekomen uit het Koninklijk Beierse 4e Chevauleger Regiment "König". Bij bevel van 17 augustus 1919 werd de brigade samengevoegd met de Reichswehr Brigade 21 en ontbonden met ingang van 1 oktober 1919.
- Commandanten: Generalmajor Alfons Ritter von Bram mei 1919 - oktober 1919
- Overzicht: Juni 1919 1e Beierse Reichswehr Infanterieregiment 432e Beierse Reichswehr Infanterieregiment 44 1e Beierse Reichswehr Eskadron 122 2e Beierse Lichte Artillerie Regiment 22 2e Beierse Zware Artilleriedivisie 22
Reichswehrbrigade 23
- De Reichswehrbrigade 23 werd op 1 juni 1919 in Würzburg gevormd door diverse kleine Freikorps-eenheden uit de Vrijstaat Beieren. De troepen van de brigade bestonden voornamelijk uit vrijwilligers- en beveiligingseenheden van het II Beierse Legerkorps. Het was een kleine brigade. Na de oprichting werd de brigade ondergeschikt gemaakt aan het Reichswehr Group Command 4 in München. Naast de twee infanterieregimenten 45 en 46 en het Reichswehr Artillerieregiment 23, behoorde ook de 3e Beierse Zware Artilleriedivisie 23 tot de brigade. Dit was opgericht door de vrijwilligersbatterij van het 2e Koninklijke Beierse Voetartillerieregiment in Neu-Ulm. Daarnaast was er het 2e Beierse Reichswehr Eskadron 123 in Bamberg, dat werd gevormd uit de vrijwillige eskadorn Schätzler, die zelf was voortgekomen uit het Koninklijk Beierse 1e Ulanenregiment "Kaiser Wilhelm II, koning van Pruisen". Met ingang van 1 oktober 1919 werd de brigade vrijwel ongewijzigd overgeplaatst naar het overgangsleger. De nieuwe Reichswehr Brigade 23 bleef ook ondergeschikt aan het Reichswehr Groepscommando 4. Vanaf april 1920 was de brigade ondergeschikt aan het Wehrkreiskommando VII. In mei 1920 voegde het Reichswehr Cavalerie Regiment 23 zich bij het Cavalerie Regiment 17 en verliet daarmee de brigade. Toen het 100.000 man tellende leger van de Reichswehr werd gevormd, werd de brigade op 1 oktober 1920 ontbonden en gebruikt om de eenheden van de 7e Divisie van de Reichswehr te vormen.
- Commandanten: Generalleutnant Julius Ritter en Edler von Braun - 18 oktober 1919 Generaal-majoor Otto Ritter von Hübner 18 oktober 1919 - 30 september 1920
- Overzicht: Juni 1919 3e Beierse Reichswehr Infanterieregiment 45 4e Beierse Reichswehr Infanterieregiment 46 2e Beierse Reichswehr Eskadron 123 3e Beierse Lichte Reichswehr Artillerieregiment 23 3e Beierse Zware Artilleriedivisie 23 Oktober 1919 Infanterieführer 23 (Kolonel von Haasy) Reichswehr Infanterieregiment 45 Reichswehr Infanterieregiment 46 Reichswehr Cavalerie Regiment 2 Artillerieleider 23 (luitenant-kolonel von Oelhafen) Lichte Reichswehr Artillerieregiment 23 Baton 23 Reichswehr Pioniersbataljon 23 Motorvoertuigafdeling 23 Nieuwsdivisie 23 Mei 1920 Commandant van de infanterie (kolonel von Haasy) Reichswehr Infanterieregiment 45 Reichswehr Infanterieregiment 46 Commandant van de artillerie (luitenant-kolonel von Oelhafen) Reichswehr Artillerieregiment 23 Rijafdeling 23 Reichswehr Pioniersbataljon 23 Nieuwsdivisie 23 Motorvoertuigafdeling 23
Reichswehrbrigade 24
- De Reichswehr Brigade 24 werd op 1 juni 1919 in Neurenberg gevormd door verschillende kleine Freikorps-eenheden uit de Vrijstaat Beieren. De troepen van de brigade bestonden voornamelijk uit vrijwilligers- en beveiligingseenheden van het III Beierse Legerkorps. Het was een kleine brigade. Na de oprichting werd de brigade ondergeschikt gemaakt aan het Reichswehr Group Command 4 in München. Naast de twee infanterieregimenten 47 en 48 en het Reichswehr Artillerieregiment 24, behoorde ook de 4e Beierse Zware Artilleriedivisie 24 tot de brigade. Daarnaast was er het 3e Beierse Reichswehr Cavalerieskadron 124 in Neurenberg-Fürth, dat werd gevormd uit het Leoprechting Vrijwilligerseskadron, dat zelf was voortgekomen uit het Koninklijk Beierse 2e Ulanenregiment "König". Met ingang van 1 oktober 1919 werd de brigade vrijwel ongewijzigd overgeplaatst naar het overgangsleger. Echter, er werd nu een Reichswehr Cavalerie Regiment 24 gevormd in Ansbach. De nieuwe Reichswehr Brigade 24 bleef ook ondergeschikt aan het Reichswehr Groepscommando 4. Vanaf april 1920 was de brigade ondergeschikt aan het Wehrkreiskommando VII. In mei 1920 voegde het Reichswehr Cavalerieregiment 24 zich bij het Cavalerieregiment 17 en verliet daarmee de brigade. Toen het 100.000 man tellende leger van de Reichswehr werd gevormd, werd de brigade op 1 oktober 1920 ontbonden en gebruikt om de eenheden van de 7e Divisie van de Reichswehr te vormen.
- Commandanten: Generalmajor Jakob Ritter von Danner - 30 september 1920
- Overzicht: Juni 1919 5e Beierse Reichswehr Infanterieregiment 47 6e Beierse Reichswehr Infanterieregiment 48 3e Beierse Reichswehr Cavalerie Eskadron 124 4e Beierse Lichte Reichswehr Artillerieregiment 24 4e Beierse Zware Artilleriedivisie 24 Oktober 1919 Commandant van de Infanterie (luitenant-kolonel Alfred Popp) Reichswehr Infanterieregiment 47 Reichswehr Infanterieregiment 48 Reichswehr Cavalerie Regiment 2 Commandant van de artillerie (luitenant-kolonel Georg Freiherr Loeffelholz von Colberg) Lichte Reichswehr Artillerieregiment 24 Stok 24 Reichswehr Pioniersbataljon 24 Nieuwsafdeling 24 Motorvoertuigafdeling 24 Medische Compagnie 24 (München) Mei 1920 Commandant van de Infanterie (luitenant-kolonel Alfred Popp) Reichswehr Infanterieregiment 47 Reichswehr Infanterieregiment 48 Commandant van de artillerie (luitenant-kolonel Georg Freiherr Loeffelholz von Colberg) Reichswehr Artillerieregiment 24 Rijafdeling 24 Reichswehr Pioniersbataljon 24 Nieuwsafdeling 24 Motorvoertuigafdeling 24
Reichswehrbrigade 25
Reichswehrbrigade 26
Reichswehrbrigade 27
Reichswehrbrigade 28
Reichswehrbrigade 29
Reichswehrbrigade 30
Reichswehrbrigade 31
Reichswehrbrigade 32
Reichswehrbrigade 333
Reichswehrbrigade 34
Reichswehrbrigade 35
Reichswehrbrigade 36
Reichswehrbrigade 37
Reichswehrbrigade 38
Reichswehrbrigade 39
Reichswehrbrigade 40
Reichswehrbrigade 41
Reichswehrbrigade 42
Reichswehrbrigade z.b.V. 50
Brigades van het Overgangsleger (oktober 1919):
Reichswehrbrigade 1
Reichswehrbrigade 2
Reichswehrbrigade 3
Reichswehrbrigade 4
Reichswehrbrigade 5
Reichswehrbrigade 6
Reichswehrbrigade 7
Reichswehrbrigade 8
Reichswehrbrigade 9
Reichswehrbrigade 10
Reichswehrbrigade 11
Reichswehrbrigade 12
Reichswehrbrigade 13
Reichswehrbrigade 15
Reichswehrbrigade 16
Reichswehrbrigade 17
Reichswehrbrigade 18
Reichswehrbrigade 19
Reichswehrbrigade 20
Reichswehrbrigade 21
Reichswehrbrigade 23
Reichswehrbrigade 24
Reichswehrbrigade 27
Reichswehrbrigade 29
Reichswehrbrigade 31
Reichswehrbrigade 32
Reichswehrbrigade 35
Reichswehrbrigade 37
Reichswehrbrigade 38
Reichswehrbrigade 40
Reichswehrbrigade 41
Reichswehrbrigade 42
Reichswehrbrigade 43
Brigades van het 200.000 man tellende overgangsleger (mei 1920):
Reichswehrbrigade 1
Reichswehrbrigade 2
Reichswehrbrigade 3
Reichswehrbrigade 4
Reichswehrbrigade 5
Reichswehrbrigade 6
Reichswehrbrigade 7
Reichswehrbrigade 8
Reichswehrbrigade 9
Reichswehrbrigade 10
Reichswehrbrigade 11
Reichswehrbrigade 12
Reichswehrbrigade 13
Reichswehrbrigade 15
Reichswehrbrigade 16
Reichswehrbrigade 18
Reichswehrbrigade 19
Reichswehrbrigade 20
Reichswehrbrigade 21
Reichswehrbrigade 23
Reichswehrbrigade 24
Legergroep A
Legergroep A werd voor het eerst gevormd op 26 oktober 1939 in de Eifel. De staf werd gevormd door Legergroep Zuid van Polen te hernoemen en nam het commando over de Duitse eenheden die aan de Belgische en Luxemburgse grenzen waren ingezet (12e en 16e Leger, vanaf 8 maart daarnaast het 4e Leger). De Legergroep werd in mei 1940 ingezet midden in de Duitse aanval op Frankrijk. De legers van de legergroep staken de Ardennen over, vervolgens de Maas en bereikten uiteindelijk de monding van de Somme. Met haar pantser- en gemotoriseerde eenheden kon de Legergroep de geallieerde troepen in Noord-Frankrijk en België afsnijden en vervolgens de meeste vernietigen. Voor de tweede fase van de Franse campagne vanaf 5 juni 1940 werd de Legergroep gereorganiseerd en heringezet als de Middelgrote Legergroep aan de Somme. Vanuit hun posities ten noorden van de Aisne vielen de eenheden van Legergroep Reims aan, braken door de Franse verdedigingsposities en rukten vervolgens ver naar het zuiden en zuidoosten op. Hierdoor konden de Franse troepen in de Maginotlinie worden afgesneden en omsingeld. Na de Franse campagne fungeerde de Staf van Legergroep vanaf 30 oktober 1940 ook als opperbevelhebber West. Op 15 maart 1941 werden de officiële taken van Commander-in-Chief West overgedragen aan het Opperbevel van Legergroep D. Vanaf 1 april 1941 verhuisde het Legergroepcommando naar het oosten. Aanvankelijk werd het de Winter Section Staff genoemd voor camouflage, later de Sileza Section Staff. Tijdens de aanval op de Sovjet-Unie werd Legergroep officieel hernoemd tot Legergroep Zuid op 22 juni 1941.
Het Legergroepcommando werd op 24 april 1942 in Duitsland gereorganiseerd onder de codenaam "Stab Anton". Vanaf 22 mei 1942 werd het Legergroepcommando aangeduid als de "Küstenstab Asow". Als Legergroep A nam het commando op 7 juli 1942 het zuidelijke deel van Legergroep Zuid over voor het komende zomeroffensief richting de Kaukasus en Stalingrad. De Legergroep, samen met het ondergeschikte 1e Pantserleger en het 17e Leger, viel de Kaukasus en de olieregio van Baku aan vanuit het gebied van de benedenloop van de Don. Dit offensief kwam in november 1942 tot stilstand door gebrek aan kracht en door het toenemende Russische verzet op de noordelijke helling van de Kaukasus en voor Grozny. De focus van het Duitse zomeroffensief lag op Legergroep B in het gebied rond Stalingrad. De Legergroep bleef op haar posities tot december 1942, hoewel de ramp van Stalingrad in haar achterhoede dreigde. Pas op 1 februari 1943 werd het 1e Pantserleger overgedragen aan Legergroep Don en begon het zijn terugtocht richting de beneden-Don. Het resterende 17e Leger van Legergroep A trok zich begin 1943 terug naar het Kuban-bruggenhoofd. Hier kon de frontlinie voorlopig worden gestabiliseerd. In september 1943 werd het 17e Leger overgeplaatst naar de Krim. Op 17 september 1943 werd het nieuw gevormde 6e Leger ondergeschikt gemaakt aan Legergroep A, waarmee het de Nogae-steppe tussen de Dnjepr en de Zee van Azov verdedigde. In november 1943 werd het 6e Leger teruggetrokken achter de benedenloop van de Dnjepr. Het 17e Leger was daardoor geïsoleerd in de Krim en werd daar in mei 1944 vernietigd. Op 30 maart 1944 werd de Legergroep hernoemd tot Legergroep Zuid-Oekraïne.
Legergroep A werd op 23 september 1944 gereorganiseerd in Zuid-Polen en de Karpatenregio door Legergroep Noord-Oekraïne te hernoemen. De Legergroep werd ingezet om Zuid-Polen en Slowakije te verdedigen. Het was verantwoordelijk voor het 9e Leger, het 4e Pantserleger en het nieuw gevormde 17e Leger, evenals het 1e Pantserleger. Na de doorbraak van het Rode Leger bij Baranov aan de Wisła trok de Legergroep zich vanaf 12 januari 1945 met zware verliezen terug naar de Oder. Op 25 januari 1945 werd het hernoemd tot Legergroep Centrum.
Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt
Na de heroprichting in 1942: Veldmaarschalk Wilhelm List 10 juli 1942 - 10 september 1942 direct ondergeschikt aan het OKH 10 september 1942 - 22 november 1942
Veldmaarschalk Ewald von Kleist 22 november 1942
Na de heroprichting in 1944: Generaloberst Josef Harpe Heroprichting - 17 januari 1944 Kolonel-generaal Ferdinand Schörner 17 januari 1945
Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Erich von Manstein Formatie - 1 februari 1940
General der Infanterie Georg von Sodenstern 6 februari 1940 -
Na de heroprichting in 1942: Generalleutnant Hans von Greiffenberg Oprichting - 23 februari 1943
Generalleutnant Alfred Gause 23 februari 1943 - 13 mei 1943
Generalleutnant Hans von Greiffenberg 13 mei 1943 - 16 juli 1943
Generaal-majoor Hans Röttiger 16 juli 1943 - 24 maart 1944
Generalleutnant Walther Wenck 24 maart 1944
Na de heroprichting in 1944: Generalleutnant Wolfdietrich von Xylander
1e Stafofficier: Kolonel (b.d.) Günther von Blumentritt - 1 maart 1940
Luitenant-kolonel (b.d.) Henning von Treskow 1 maart 1940 - eind oktober 1940
Kolonel i.G. August Winter 31 oktober 1940
Na de heroprichting in 1942: Kolonel (b.d.) Heinz von Gyldenfeldt 1 mei 1942 - juni 1943
Kolonel (gepensioneerd) Freiherr von Ledebur juli 1943 - maart 1944
Na de heroprichting in 1944: Kolonel (b.d.) Georg Freiherr von Weitershausen Heroprichting - oktober 1944
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Hans-Jürgen Bennecke (november 1944)
Kolonel (gepensioneerd) Georg Freiherr von Weitershausen december 1944
Legeronderdelen
Legergroep Inlichtingenregiment 570 (1e formatie)
Legergroep Inlichtingenregiment 530 (2e formatie)
Legergroep Inlichtingenregiment 558 (3e formatie)
Ondergeschikte grote eenheden:
November 1939 16e Leger, 12e Leger
Mei 1940 16e Leger, 12e Leger, 4e Leger, 2e Leger
Juni 1940 16e Leger, 12e Leger, 2e Leger, Groep Guderian
Juli 1940 6e Leger, 16e Leger, 9e Leger
Augustus 1940 9e Leger, 16e Leger
September 1940 9e Leger, 16e Leger, Commandant van de Duitse troepen in Nederland
November 1940 9e Leger, 16e Leger
Januari 1941 9e Leger, 16e Leger
Mei 1941 6e Leger, 17e Leger
Na hervorming 1942:
Augustus 1942 1e Tankleger, Legergroep Ruoff, 11e Leger
September 1942 1e Tankleger, Legergroep Ruoff, Commandant van de Krim
Januari 1943 1e Tankleger, 17e Leger, Commandant van de Krim
Februari 1943 17e Leger, Commandant van de Krim Februari 1943 17e Leger, Commandant van de Krim
Maart 1943 17e Leger, Commandant van de Krim, Commandant van de Straat van Kertsj
Oktober 1943 6e Leger, 17e Leger
Januari 1944 3e Roemeense Leger, 17e Leger, Commandant van Duitse troepen in Transnistrië.
Maart 1944 6e Leger, 3e Roemeense Leger, 17e Leger
Na hervorming 1944:
Oktober 1944 4e Tankleger, 17e Leger, Legergroep Heinrici
November 1944 4e Tankleger, 17e Leger, 1e Tankleger
December 1944 9e Leger, 4e Tankleger, 17e Leger, 1e Tankleger
Januari 1945 9e Leger, 4e Tankleger, 17e Leger, Legergroep Heinrici
Legergroep B.
Legergroep C
Legergroep C werd gevormd tijdens de mobilisatie op 26 augustus 1939 in Frankfurt am Main, in Wehrkreis IX. De staf werd gevormd uit het Legergroep Commando 2. Aanvankelijk leidde de Legergroep alle troepen van het Westfront. Na het einde van de Poolse campagne en de vorming van Legergroepen A en B werd het operatiegebied van Legergroep C beperkt tot het zuidelijke deel van het Westfront tegenover de Maginotlinie. In juni 1940 brak Legergroep C frontaal door de Maginotlinie en kon zich vervolgens verenigen met de troepen van Legergroep A in de achterhoede van de Maginotlinie. Na de Franse campagne werd het legergroepcommando naar huis overgeplaatst. Daar werd het Legergroepcommando gebruikt om de troepen van het Veldleger die daarheen waren overgeplaatst te trainen. Op 20 april 1941 werd het Legergroepcommando overgeplaatst naar Oost-Pruisen onder de codenaam Sektionsstab Ostpreußen. Op 22 juni 1941 werd de Legergroep hernoemd tot Legergroep Noord.
Legergroep C werd op 26 november 1943 gereorganiseerd. Het nieuwe Legergroepcommando werd gevormd uit het staf van de Commandant-in-Chief South (Luchtmacht) en ingezet in Italië. Hij was ook opperbevelhebber Zuidoost. De legergroep leidde de gevechten om Italië tot het einde van de oorlog. Op 2 mei 1945 (in feite was de capitulatie al ondertekend op 29 april 1945 – dus vóór Hitlers zelfmoord op 30 april – door kolonel-generaal von Vietinghoff zonder toestemming van het opperbevel van de Wehrmacht (OKW) en daarom aanvankelijk geheim gehouden), was Legergroep C de eerste grote eenheid van het Duitse leger die zich gedurende een heel oorlogsgebied capituleerde en zo een einde maakte aan de gevechten in Italië.
Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Wilhelm Ritter von Leeb 26 augustus 1939
Na de heroprichting in 1943: Veldmaarschalk Albert Kesselring 21 november 1943 - 10 maart 1945
Kolonel-generaal Heinrich von Vietinghoff 10 maart 1945 - 29 april 1945
General der Infanterie Friedrich Schulz 30 april 1945 - 1 mei 1945
General der Panzertruppe Hans Röttiger 1 mei 1945 - Overgave
Chef van de Generale Staf:
Generalleutnant Georg von Sodenstern opstelling - 6 februari 1940
Generalleutnant Hans Felber 15 februari 1940 - 24 oktober 1940
Generalleutnant Kurt Brennecke 1 november 1940 - hernoemd tot
Na de heroprichting in 1943: Generalleutnant Siegfried Westphal Heroprichting - 9 september 1944
General der Panzertruppe Hans Röttiger 5 juni 1944 - 1 mei 1945
1e Stafofficier: Kolonel (b.d.) Vinzenz Müller Oprichting - december 1940
Luitenant-kolonel (b.d.) Paul Hermann 1 januari 1941 - hernoemd tot
Na de heroprichting in 1943: Kolonel (gepensioneerd) Dietrich Beelitz 1 december 1943 - 30 november 1944
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Josef Moll 30 november 1944 - april 1945
Majoor I.G. Kurt Schuster april 1945 - Capitulatie
Legergroep-troepen:
Legergroep Nieuwsregiment 639 (1e formatie)
Legergroep Nieuwsregiment 598 (2e formatie)
Ondergeschikte grote eenheden:
September 1939 7e Leger, 1e Leger, 5e Leger, Legerdepartement A
Oktober 1939 7e Leger, 1e Leger
Januari 1940 7e Leger, 1e Leger
Juli 1940 1e Leger, 12e Leger, 2e Leger
September 1940 7e Leger, 6e Leger, 2e Leger. 1e Leger
November 1940 2e Leger, 11e Leger
December 1940 2e Leger, 11e Leger, Panzergruppe 3
Januari 1941 2e Leger, 11e Leger, Panzergruppe 3
April 1941 11e Leger, Panzergruppe 3
Mei 1941 18e Leger, 16e Leger, Panzergruppe 4
Na hervorming 1943:
December 1943 10e Leger, 14e Leger
Januari 1944 10e Leger, 14e Leger
April 1944 10e Leger, 10e Leger, 14e Leger, Legerdivisie van Pincers
Augustus 1944 10e Leger, 14e Leger, Leger Ligurië
November 1944 10e Leger, Legergroep Ligurië
Januari 1945 10e Leger, Legergroep Ligurië
Maart 1945 10e Leger, 14e Leger, Leger Ligurië
Legergroep D
Legergroep D werd op 26 oktober 1940 in Frankrijk gevormd. De staf bestond uit delen van het Opperbevel van Legergroep C. Vanaf 15 april 1941 fungeerde het Legergroepcommando ook als opperbevelhebber West. Het was nu direct ondergeschikt aan het Opperbevel van de Wehrmacht (in plaats van het OKH) en droeg de officiële aanduiding OB West (Heeresgruppenkommando D). De OB West was verantwoordelijk voor de troepen van de Duitse Wehrmacht in de bezette gebieden, namelijk Nederland, België en het bezette deel van Frankrijk, met uitzondering van de gebieden Elzas, Lotharingen en Luxemburg, die onder het bestuur van de CdZ vielen. De Lord Mayor West was niet verantwoordelijk voor de bezettingsadministratie; de bevoegdheid om bevelen uit te vaardigen aan de civiele autoriteiten lag bij een zogenaamde "zuivere" militaire administratie onder de militaire commandant Frankrijk, die ondergeschikt was aan het OKH. Deze vorm van bezettingsbestuur bleek echter niet succesvol en werd opnieuw verlaten. Op 10/11 november 1942, met de uitvoering van Operatie Anton, de bezetting van het voorheen onbezette Frankrijk door eenheden ondergeschikt aan de Lord Mayor West, werd het verantwoordelijkheidsgebied van laatstgenoemde over heel Frankrijk uitgebreid. Toen Legergroep B werd opgevolgd door een andere Legergroep, Legergroep G, werd de toevoeging van "Legergroep Commando D" vanaf 10 september afgeschaft 1944.In
om Britse luchtaanvallen af te slaan, was het enige noemenswaardige gevecht in het gebied van OB West een Brits-Canadese landingspoging nabij Dieppe in augustus 1942, die werd afgeslagen. Dit veranderde met de succesvolle landing van de Westelijke Geallieerden in Normandië in juni 1944. In afwachting hiervan waren de eenheden die ondergeschikt waren aan de OB West al versterkt tot bijna twee volledige legergroepen, en dit was formeel het geval met de hernoeming van Legergroep G naar Legergroep G op 12 september 1944. Op 11 november 1944 werd het nieuw gevormde Legergroep H ook ondergeschikt gemaakt aan de OB West.
Met uitzondering van de ondergeschiktheid van de troepen aan de Bovenrijn van 2 december 1944 tot 24 januari 1945 onder de Reichsführer SS in de functie van OB Oberrhein, behield de OB West het opperbevel over het gehele westfront, zelfs toen het achter de Rijksgrens lag, tot aan de doorbraak. Na de ontmoeting van Amerikaanse en Sovjettroepen nabij Torgau op 25 april 1945 werd de OB West hernoemd tot Opperbevelhebber Zuid met het opperbevel in Zuid-Duitsland, inclusief het Oostfront.
Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Erwin von Witzleben - 15 maart 1942
Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt 15 maart 1942 - 2 juli 1944
Veldmaarschalk Günther von Kluge 2 juli 1944 - 16 augustus 1944
Generalfeldmarschall Walter Model 17. Augustus 1944 - 3. September 1944
Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt 3 september 1944 - 11 maart 1945
Veldmaarschalk Albert Kesselring 11 maart - 22 april 1945
Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Carl Hilpert Oprichting - 1 april 1942
Generaal-majoor Kurt Zeitzler 1 april 1942 - 24 september 1942
General der Infanterie Günther Blumentritt 24 september 1942 - 9 september 1944
General der Kavallerie Siegfried Westphal 10 september 1944 22 april 1945
1e Generale Staf Officier
Kolonel. z.V. Bodo Zimmermann Bezetting - Hernoeming
Legergroep-troepen:
Legergroep Inlichtingendivisie 603
Ondergeschikte grote eenheden:
Datum Eenheden
November 1940 7e Leger, 6e Leger, 1e Leger
Januari 1941 7e Leger, 6e Leger, 1e Leger
Mei 1941 7e Leger, 1e Leger, 15e Leger, Commandant van de Duitse Troepen in Nederland
Juni 1942 1e Leger, 7e Leger, Legergroep Felber, 15e Leger, Commandant van de Duitse Troepen in Nederland
Mei 1943 Legergroep Felber, 1e Leger, 7e Leger, 15e Leger, Commandant van de Duitse troepen in Nederland
Juni 1943 Legergroep Felber, 1e Leger, 7e Leger, 15e Leger, Wehrmacht-commandant Nederland
September 1943 19e Leger, 1e Leger, 7e Leger, 15e Leger, Wehrmacht-commandant Nederland
Mei 1944 Legergroep G, Legergroep B, Tankgroep West, 1e Parachutistenleger
Augustus 1944 Legergroep G, Legergroep B
Oktober 1944 Legergroep G, Legergroep B, XXV Legerkorps
December 1944 Legergroep G, Legergroep B, Legergroep H, 6e Tankleger
april 1945 19e Leger, Legergroep G, 11e Leger, 24e Leger
Het Infanterievervangingsbataljon 80, later Grenadier Vervangingsbataljon 80, was verantwoordelijk voor het vervangen van de staf.
Legergroep E
Legergroep E werd op 1 januari 1943 op de Balkan gevormd. Het Legergroepcommando werd gevormd uit het vorige AOK 12. De staf was ook Opperbevelhebber Zuidoost tot 26 augustus 1943. De Legergroep was verantwoordelijk voor het commando over de Duitse eenheden die in de Middellandse Zee (behalve Noord-Afrika) en de Balkan waren ingezet. Dit omvatte Servië, Kroatië, Griekenland en Kreta. Na de oprichting van Legergroep F werd Legergroep E aan deze ondergeschiktheid ondergeschikt. In september 1943, na de Italiaanse overgave, nam de Legergroep de volledige verantwoordelijkheid voor het beveiligen van bezet Griekenland op zich. Daarbij vocht het tegen het communistische Volksbevrijdingsleger ELAS en tegen nationaal-monarchistische opstandelingen. Toen de gevechten in Roemenië in de zomer van 1944 uitmondden in een Duitse nederlaag, begon Legergroep E zich terug te trekken van de Griekse eilanden en het vasteland. De terugtrekking uit de zuidelijke Balkan was succesvol. Eind 1944 slaagde de Legergroep erin de aanvallen van Sovjet- en Bulgaarse troepen evenals het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger af te slaan. De Legergroep slaagde erin een stabiele verdedigingspositie aan de Bosnisch-Macedonische grens te vestigen. Na het Russische offensief in de herfst van 1944, waarbij het Centraal-Servië veroverde met het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger, kon Legergroep E via zuidwestelijk Servië, noordelijk Montenegro en zuidoostelijk Bosnië naar Kroatië ontsnappen. In de daaropvolgende maanden probeerde de Legergroep Kroatië te verdedigen tegen het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger. Op 25 maart 1945, na de ontbinding van Legergroep F, werd de functie van opperbevelhebber Zuidoost opnieuw overgedragen aan de opperbevelhebber van de legergroep. Een offensief van het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger, dat begon op 12 april 1945, dwong de eenheden van de Legergroep zich terug te trekken naar het Sloveens-Oostenrijkse grensgebied. Slechts enkele eenheden konden hun weg vinden naar de Britse frontlinies en capituleerden aan hen. De massa's van de Duitse eenheden werden gevangen genomen door Joegoslaven.
Commandanten: Kolonel-generaal Alexander Löhr Opstelling - Overgave
Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Hermann Foertsch Formatie - 23 augustus 1943
Generalmajor August winter 23 augustus 1943 - 15 maart 1944
Generaal-majoor Erich Schmidt-Richberg 15 maart 1944 - Overgave
1e Generale Staf Officier
Kolonel (gepensioneerd) Hans-Joachim Schipp von Barnitz Oprichting - december 1943
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Maximilian Leyherr december 1943 - 2 september 1944
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Simoneit 2 september - 25 september 1944
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Oswald Resseguir 28 september 1944 - 30 maart 1945
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Duensing 30 maart 1945 - 30 maart 1945 (verwijderd, niet van kracht)
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Oswald Resseguir 1 april 1945 - Overgave
Legergroep-troepen:
Legergroep News Regiment 521 (tot 26 augustus 1943)
Legergroep Nieuwsregiment 518 (vanaf 1 mei 1944)
Ondergeschikte eenheden:
Datum Plaats / Legerkorps Ondergeschikte Divisies
Februari 1943 Kreta 22e ID, Vestinggebied Kreta, 11e Luchtmacht Velddivisie, Italiaanse Divisie Siena
Servië 704e ID, I. Bulgaars OKK
Kroatië 714e ID, 717e ID, 718e ID, SS Bergdivisie Prins Eugene, 369e ID, 373e ID, 187e ID
Mei 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Siena
Zuid-Griekenland 11e Luchtmacht Velddivisie
Servië 104e JD, 1e Bergdivisie, I. Bulg. OCK
Kroatië 114e JD, 118e ID, SS Bergdivisie Prins Eugenius, 369e ID, 373e ID, 187e ID
Juni 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Siena
Zuid-Griekenland 11e Luchtmacht Velddivisie Servië
104e JD, 1e Bergdivisie, I. Bulg. OCK
Kroatië 100e JD, 114e JD, 118e ID, SS-Bergs-Divisie Prinz Eugen, 369e ID, 373e ID, 187e ID
z. Vfg. 117e JD, 1e Pantserdivisie, LXVIII
Juli 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Sienna
LXVIII 1e Pantserdivisie, 117e JD
Zuid-Griekenland 11e Luchtvelddivisie, 104e JD
Thessaloniki 1e Bergdivisie Servië
297e ID, 7e bulg. Divisie, 9. Divisie, 21. Divisie Kroatië
100e JD, 114e JD, 118e ID, SS-Gebirgs-Divisie Prinz Eugen, 369e ID, 187e ID, 373e ID
z. Vfg. Sturmdivisie Rhodos
Augustus 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Siena
LXVIII, 1e Pantserdivisie, 117e JD
Zuid-Griekenland 11e Luchtmacht Velddivisie, 104e JD
Thessaloniki 1e Bergdivisie, 7e bulg. Afdeling Servië
118e ID, 297e ID, I. Bulg.
AK Kroatië 114e JD, SS-Gebirgs-Divisie Prinz Eugen, 369e ID, 373e ID, 187e ID
z. Vfg. Sturm Divisie Rhodos, 100e JD
September 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Ital. Divisie Sienna
Saloniki 7. Divisie
z. Vfg. XXII. AK, Sturmdivisie Rhodos, 11. Leger
Oktober 1943 Gebied Fort Kreta, Kreta, 22e ID
Saloniki 7. Divisie LXVIII
117e JD, 1e Pantserdivisie
XXII 104e JD, 1e Bergdivisiez. Vfg. 114e JD, 11e Luchtmacht Velddivisie, Divisie Brandenburg
November 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID
Saloniki 7e bulg. Divisie LXVIII
Divisie Brandenburg, 11e Luchtmacht Velddivisie, 117e JD
XXII 104e JD, 1e Bergdivisie
z. Vfg. Sturm Divisie Rhodos
December 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID
Saloniki 7e bulg. Divisie, 4e SS Politiedivisie
LXVIII Divisie Brandenburg, 11e Luchtmacht Velddivisie, 117e JD
XXII, 104e JD, 1e Bergdivisie
z. Vfg. Aanvalsdivisie Rhodos
Januari 1944 geen informatie
april 1944 Kreta 22e ID, 133e ID
LXVIII 41e ID, 117e JD, 11e Luchtmacht Velddivisie
II. AK 28. Bulg. Divisie, 16. Divisie, 7. Divisie Vfg
. Sturmdivisie Rhodos, 4e SS Politiedivisie, 104e JD
Augustus 1944 Kreta 22e ID, 133e ID
LXVII 41e ID, 117e JD, 11e Luchtmacht Velddivisie
LXXXXI Vestingbrigade 963
XXII Vestingbrigade 1017, Vestingbrigade 966, 4e SS Politiedivisie, 104e JD
z. Vfg. Sturm Divisie Rhodos, Vestingbrigade 967, Vestingbrigade 968, Fortbrigade 939
September 1944 Kreta 22e ID, 133e ID
Oost-Egeïsche Vestingbrigade 938, Fortbrigade 967, Vestingbrigade 939, Aanvalsdivisie
Rhodos LXVIII 41e ID, 117e JD
XXII Vestingbrigade 1017, Fortbrigade 966, 104e JD
LXXXXI Vestingbrigade 968
XXI 21e SS Waffen Bergdivisie, 181e ID, 297e ID
Wehrmacht Commandant Macedonië 11e Luchtmacht Velddivisie
Oktober 1944 Kreta 133e ID Oost-Egeïsche
Vestingbrigade 938, Vestingbrigade 967, Vestingbrigade 939, Aanvalsdivisie Rhodes
LXVIII 41e ID
XXII Vestingbrigade 1017, Vestingbrigade 966, 104e JD
LXXXXI
Fortbrigade 968
XXI, 21e SS Waffen-Bergdivisie, 181e ID, 297e ID
Wehrmacht Commandant Macedonië 22e ID, 11e Luchtmacht Velddivisie
November 1944 Müller 7e SS Bergdivisie, 104e JD
LXXXXI Schuster-Woldan, Scholz
XXII Vestingbrigade 963, Vestingbrigade 966, Vestingbrigade 966, Vestingbrigade 967, Fortbrigade 969, 41e ID, 11e Luchtmacht Velddivisie, 22e ID
Oost-Egeïsche Vestingbrigade 939, Vestingbrigade 968
Kreta 113e ID
XXI Vestingbrigade 964, Vestingbrigade 1017 21e SS Waffen Bergdivisie, 181e ID, 297e ID
Januari 1945 XXXIV 11e Luchtmacht Velddivisie, 104e JD, 7e SS Bergdivisie
XXI 104e JD, Fortbrigade 967, Vestingbrigade 969, 41e ID
LXXXXI 369e ID, 22e ID, Vestingbrigade 966, Vestingbrigade 964, Fortbrigade 1077, 297e ID, 181e ID
XV 264e ID, 373e ID, 392e ID
Kreta 133e ID
East Aegean Fortress Brigade 939, Fort Brigade 968
z. Vfg. V. SS
Februari 1945 LXXXXI 11th Air Force Field Division, Fischer, 297th ID, 7th SS Mountain Division, 104th JD, Fortress Brigade 967
XXXIV 117th JD, 41st ID
XXI 22nd ID, 181st ID, 369th ID, Fortress Brigade 964
XV 373rd ID, 392nd ID
Maart 1945 LXXXXI Fischer, 297th ID, 11th Air Force Field Division, 104th JD, Fortress Brigade 967
XXXXIV 181e ID, 369e ID, Vestingbrigade 964, 7e SS Bergdivisie
XV 373e ID, 392e ID
April 1945 LXIX Fischer
XV Kozakken 1e Kozakkendivisie, 2e Kozakkendivisie
LXXXXI 11e Luchtmacht Velddivisie, Fortbrigade 967
XXXIV 41e ID, 22e ID, Fortbrigade 963
XXI 7e SS Bergdivisie, 369e ID, 181e ID, Fortbrigade 969, Fortbrigade 966, Fortbrigade 966, Vestingbrigade 964, V 1017
XV 373e ID, 104e JD, 392e ID
LXXXXVII 237e ID, 188e ID
Mei 1945 2e Pantserleger
XV SS Kozakkencavalerie 1e Kozakkendivisie, 2e Kozakkendivisie, 11e Luchtmacht Velddivisie, 22e ID
XXI 1e Kroat. Aanvalsdivisie, 369e ID, 9e Kroat. Afdeling
LXIX 7. Bergdivisie, 8e Kroatisch. Bergdivisie, 181e ID, 3e Kroatisch. Divisie
XV 41e ID, 373e ID, 15e Kroatisch. Divisie
LXXXXI, 4e Kroatisch. Divisie, 13. Divisie, 104e JD, Staf Servisch Vrijwilligerskorps
LXXXXVII 392e ID, 188e ID, 237e ID
XXXIV
Legergroep F
Legergroep F werd gevormd op 12 augustus 1943 in Wehrkreis XIII. Het personeel werd gevormd met behulp van de Oberquartiermeister-Stab z.b.V. Vanaf 26 augustus 1943 nam veldmaarschalk Maximilian Freiherr von Weichs het commando over het gehele Zuidoostelijke Operatiegebied over als opperbevelhebber van Legergroep F met basis in Belgrado. Tegelijkertijd werd het legergroepcommando benoemd tot opperbevelhebber Zuidoost. Op 25 maart 1945 werd Legergroep F ontbonden en werden de taken van de opperbevelhebber Zuidoost teruggegeven aan Legergroep E.
Commandanten: Veldmaarschalk Maximilian Freiherr von Weichs 26 augustus 1943 -
Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Hermann Foertsch Formatie - 15 maart 1944
Generalleutnant augustus winter 15 maart 1944 - 15 oktober 1944
Luitenant-generaal Heinz von Gyldenfeldt 15 oktober 1944 -
1e Generale Staf Officier
Kolonel i.G. Josef Selmayr
Legergroep-troepen:
Legergroep Nieuwsregiment 521
Ondergeschikte grote eenheden:
Datum Eenheden
September 1943 Legergroep E, 2e Tankleger, Militair Commandant Zuidoost
Januari 1944 Legergroep E, 2e Tankleger, Militair Commandant Zuidoost
Oktober 1944 Legerdivisie Servië, Legergroep E, 2e Tankleger
November 1944 2e Tankleger, Legergroep E
Januari 1945 Legergroep E
Februari 1945 LXIX. AK, Legergroep E, Commandant Kreta, Commandant Oost-Egeïsche Zee
Het Grenadier Replacement Battalion 42 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.
Legergroep H
Legergroep H werd opgericht op 11 november 1944 in Nederland. Het Legergroepcommando werd opgericht met het personeel van het Legerdepartement Kleffel en delen van het Legerdepartement Servië. De Duitse legertroepen die in Nederland en in het huidige Noordrijn-Westfalen waren ingezet, waren eraan ondergeschikt. Op 7 april 1945 werd de staf hernoemd tot Commander-in-Chief Northwest.
Opperbevelhebber: Generaloberst Kurt Studentenopleiding - 28 januari 1945
Generaloberst Johannes Blaskowitz 28 januari 1945 - 6 april 1945
Veldmaarschalk Ernst Busch 6 april 1945 - Hernoeming
Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Rudolf Hofmann Bezetting - naamswijziging
1e Generale Staf Officier
Oberstleutnant i.G. Horst von Trotha Formatie - 28 november 1944
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Erich Vorwerck 28 november 1944 - 20 maart 1945
Kolonel (gepensioneerd) Rolf Geyer 20 maart 1945 - Hernoeming
Legergroep-troepen:
Legergroep Nieuwsregiment 607
Legergroep Afrika
Legergroep Afrika werd in Afrika gevormd op 22 februari 1943. Het Groepscommando werd gevormd uit het Opperbevel van het Duits-Italiaanse Tankleger en de Tunesië Organisatiestaf. De Legergroep bundelde de Duitse en Italiaanse troepen die in Noord-Afrika waren ingezet (1e Italiaanse Leger en Duitse 5e Pantserleger) voor de laatste gevechten in Tunesië. Na het verlies van de Kasserinepas en het laatste vruchteloze Duitse offensief ("Operatie Capri") tussen Medenine en de Marethlinie, gaf veldmaarschalk Rommel de Slag om Tunesië op en verliet het oorlogsgebied. Zijn opvolger was kolonel-generaal von Arnim, die het bevel voerde over de laatste verdedigingsvelden van de Legergroep. Van 9 mei tot 13 mei 1943 capituleerden de afzonderlijke eenheden van Legergroep Afrika. Het Italiaanse 1e Leger was de laatste grote eenheid die capituleerde. Er vond geen totale capitulatie plaats; von Arnim ging alleen persoonlijk in gevangenschap met zijn commandostaf. Op 13 mei 1943 werd de Legergroep ontbonden na de overgave van de Duitse troepen in Afrika.
Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Erwin Rommel Formatie - 9 maart 1943
Kolonel-generaal Hans-Jürgen von Arnim 10 maart 1943
Chef van de Generale Staf: Kolonel (gepensioneerd) Fritz Bayerlein Formatie - 1 maart 1943
Generalleutnant Alfred Gause 1 maart 1943 - 7 mei 1943
1e Generale Staf Officier
Kolonel (gepensioneerd) Heinz Pomtow maart 1943 - mei 1943
Legergroep-troepen:
Legergroep Nieuwsregiment 504
Ondergeschikte grote eenheden:
Datum Eenheden
Maart 1943 1e Italiaanse Leger, 5e Tankleger
De Panzer-Ersatz-Abteilung 5 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.
Legergroep Koerland
Bij bevel van 19 januari 1945 werd Legergroep Noord op 25 januari 1945 hernoemd tot Legergroep Koerland:
OKH/GenStdH/Op.Abt/Org.Abt. Nr. II/80094/45 g.Kdos. van 19-1-1945
Aan
Ob.Kdo. H.Gr. Nord
Ob.Kdo. H.Gr. Center
Ob.Kdo. H.Gr. Een
Ob.Kdo. H.Gr. Zuid
1.) Het volgende zal worden hernoemd:
a) Ob.Kdo. H.Gr. Nord in "Ob.Kdo. H.Gr. Koerland"
b) Ob.Kdo. H.Gr. Mitte in "Ob.Kdo. H.Gr. Nord"
c) Ob.Kdo. H.Gr. A in "Ob.Kdo. H.Gr. Mitte".
2.) De naamswijziging gaat in op 25-1-1945 00 uur.
Wenck
Gen.Lt. en Hoofd van de Leiderschapsgroep
De Legergroep was ingesloten in Koerland sinds de opmars van het Rode Leger naar de Oostzeekust bij Memel op 20 oktober 1944. Op 24 januari 1945 nam het Rode Leger deel aan de 4e Slag om Koerland. De aanvallen aan beide zijden van Prekuln, gevolgd door verdere aanvallen tussen Frauenburg en Tukkum, toonden de nieuwe Russische tactiek van het tegelijkertijd aanvallen op meerdere punten en zo de reserves van de vijand verspreiden. De 30e Infanteriedivisie en de SS-divisie "Nordland" verdedigden het hoofdpunt. De posities aan de Vartaja moesten worden opgegeven. Nadat interventiereserves onderweg waren, braken verdere Russische aanvallen uit op de 205e en 215e Infanteriedivisies nabij Frauenburg, evenals op de 122e Infanteriedivisie. De felle aanvallen werden verstikt in sneeuw en modder na verliezen aan beide zijden. De 5e Slag om Koerland begon op 20 februari 1945 met een zwaar Russisch spervuur en aanvallen van aanvalsvliegtuigen op de Duitse posities. De daaropvolgende zware gevechten brachten geen significante successen voor de Russische aanvallers. Alleen het dorp Džūkste ging verloren. De dooi die op 11 maart begon, veranderde alle onverharde wegen in modder en belemmerde alle beweging. De 6e Slag om Koerland duurde van 18 maart tot 31 maart 1945. Het bracht het Rode Leger geen territoriale winst. Het was de laatste Slag om Koerland tot het einde van de oorlog. Legergroep Koerland werd op 8 mei 1945 in Russische gevangenschap genomen. Delen van de legergroep konden nog steeds via de Oostzee naar het westen worden ontruimd.
Opperbevelhebber:
Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic Formatie - 26 januari 1945
Kolonel-generaal Carl Hilpert, 26 april 1864. Januari 1945 - 30. Januari 1945 m.st.F.b.
Generaloberst Heinrich von Vietinghoff 30 januari 1945 - 10 maart 1945
Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic 10 maart 1945 - 24 maart 1945
Kolonel-generaal Carl Hilpert 25 maart 1945 - Overgave
Chef van de Generale Staf:
Luitenant-generaal Friedrich Foertsch Opstelling - Overgave
1e Generale Staf Officier
Kolonel (gepensioneerd) Werner Richter Opstelling - Capitulatie
Overzicht:
a) Legergroep-troepen:
Legergroep Nieuwsregiment 639
ondergeschikte grote eenheden:
Datum eenheden
februari 1945 16e Leger, 18e Leger
Vervanging:
Het Grenadier Replacement Battalion 81 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.
Legergroep Noord
Legergroep Noord werd opgericht op 2 september 1939 voor de Poolse campagne. De staf werd gevormd door de herschikking van AOK 2, dat al vanaf 26 augustus 1939 als de Legergroepstaf had gefunctioneerd. Legergroep Noord was de eerste die de Poolse troepen in de Poolse corridor vernietigde om een verbinding te creëren tussen Oost-Pruisen en het hoofdgebied van het Duitse Rijk. Daarna moest het rechtstreeks op Warschau afgaan om de hoofdaanval te ontzetten, die in Zuid-Polen zou plaatsvinden. De aanval van Legergroep Noord verliep volgens plan in de eerste dagen, althans in het gebied van het 4e Leger. In de corridor werden delen van het Poolse leger Pomerellen ingesloten en verwoest tijdens de Slag op de Tuchola-heide nabij Graudenz. Slechts twee van hun divisies ontsnapten aan de nederlaag en sloten zich aan bij het leger van Poznań. Tegelijkertijd stokte de aanval van het 3e Leger voor de positie van Glawa. Het leger van Modlin, dat daar vocht, trok zich pas terug nadat de Duitse troepen de rechterflank hadden omzeild. Toch verzamelde het zich opnieuw in het fort van Modlin en bij de Bug. Legergroep Noord stond nu ten oosten van de Wisła aan de Narew en moest, overeenkomstig het omsingelingsbevel van het OKH, grote delen van het 4e Leger via Oost-Pruisen naar zijn linkerflank verplaatsen, wat enkele dagen duurde. Daarna omsingelde het op 9 september het fort Modlin en Warschau vanuit het noorden. Het XIX Legerkorps (onderdeel van Legergroep Noord) brak door de Poolse verdedigingslinie aan de rivier de Narew na gevechten bij Wizna, rukte met sterke tanktroepen zuidoostelijk van de Bug op en begon op 14 september de aanval op het fort Brest, dat na drie dagen viel. Na afloop van de campagne werd het Legergroepcommando van Polen naar het westen overgeplaatst, waar het op 10 oktober 1939 werd hernoemd tot Legergroep B.
Legergroep Noord werd op 22 juni 1941 gereorganiseerd aan het begin van de Russische campagne. De staf werd opgericht door de naam te hernoemen tot Legergroep C. De Legergroep bestond uit het 18e en 16e Leger evenals Panzergroep 4, in totaal 16 infanterie-, drie gemotoriseerde en drie tankdivisies. Het zou over de Memel in het noordoosten aanvallen en de Daugava bereiken tussen Jakobstadt en Daugavag. Het langetermijndoel was Leningrad. Al op 23 juni braken zware tankgevechten uit bij Tauroggen – Schaulen, dat de Duitse XXXXI mot. Legerkorps gedurende enkele dagen, terwijl verder naar het zuiden het LVI. mot. Het legerkorps rukte snel op naar Jakobstadt. Op 28 juni kon het XXVI Legerkorps, dat onafhankelijk opereerde aan de Baltische kust, de havenstad Libau veroveren. Midden juli 1941 kon Panzergruppe 4 het Peipusmeer bereiken. Op 10 augustus vond de eerste aanval op Leningrad plaats, maar deze slaagde niet omdat deze zonder infanteriesteun moest worden uitgevoerd. Eind augustus 1941 wist het 18e Leger de Estse hoofdstad Tallinn te veroveren en volgde de tankeenheden naar het beleg van Leningrad in september. Vanwege de hardnekkige Russische verdediging van Leningrad en het ontbreken van een Finse aanval vanuit het noorden, werd de verovering van Leningrad uitgesteld en ging Legergroep Noord over naar het beleg van de stad. Hierop volgden loopgravengevechten voor Leningrad en aanvallen om Leningrad af te snijden. Eind november 1941 werd de Duitse XXXXI. mot. Het legerkorps slaagde er niet in de laatste open verbinding van Leningrad naar het oosten over het Ladogameer af te snijden door op Tikhvin op te rukken. In juli 1942 slaagde het 18e Leger erin de Duitse linies van het Russische 2e Shockleger te vernietigen in een pocketgevecht en het Duitse front te stabiliseren dat door het winteroffensief van de Sovjets was opengescheurd. Na de verovering van het schiereiland Krim werd het 11e Leger, dat vrij was geworden, overgeplaatst naar de Legergroep, en zijn eenheden kwamen net op tijd om de Sovjet-tegenoffensieven op de Volkhov en nabij Luga te onderscheppen. 1943 was een jaar van zware loopgravenoorlog, maar zonder veel veranderingen aan het front. Pas eind juni 1944, tijdens de ramp bij Legergroep Centrum, begon de frontlinie van Legergroep Noord weer te bewegen. De zuidelijke flank van Legergroep nabij Polotsk werd niet beschermd door de vernietiging van Legergroep Centrum, waardoor Legergroep Noord zich met het 16e Leger moest terugtrekken naar Riga. Het tegenoffensief van het Leningradfront in januari 1944 had het 18e Leger ook teruggedrongen naar Narva, en in juli trokken het 16e en 18e Leger zich via Riga terug naar Koerland, waar ze werden afgesneden. Op 25 januari 1945 werd de staf hernoemd tot Legergroep Koerland.
Bij bevel van 19 januari 1945 werd Legergroep Centraal op 25 januari 1945 hernoemd tot Legergroep Noord:
OKH/GenStdH/Op.Abt/Org.Abt. Nr. II/80094/45 g.Kdos. van 19-1-1945
Aan
Ob.Kdo. H.Gr. Nord
Ob.Kdo. H.Gr. Center
Ob.Kdo. H.Gr. Een
Ob.Kdo. H.Gr. Zuid
Hernoemd:
Ob.Kdo. H.Gr. Nord in "Ob.Kdo. H.Gr. Koerland"
Ob.Kdo. H.Gr. Mitte in "Ob.Kdo. H.Gr. Nord"
Ob.Kdo. H.Gr. A in "Ob.Kdo. H.Gr. Mitte".
De naamswijziging gaat in op 25-1-1945
De Legergroep was verdeeld in het 3e Pantserleger, het 2e Leger en het 4e Leger. Nadat de Russische aanvalsleiders deze legergroep eind januari 1945 opnieuw hadden gesplitst, vocht de rest van het 4e Leger zich een weg terug naar Königsberg en werd in maart in het gebied van de Heiligenbeiler Kessel uitgeroeid. Ondertussen vochten de eenheden van het 2e Leger zich terug naar Danzig en het Hela-schiereiland, waar het Oost-Pruisische legeroppercommando werd gevestigd, waarvan de troepen standhielden tot mei 1945. Al op 8 april 1945 werd het Legergroep Commando Noord ontbonden en vormde het AOK 12 in het Rijk.
Opperbevelhebber: Generaloberst Fedor von Bock Sterrenbeeld
Na heroprichting in 1941:
Veldmaarschalk Wilhelm Ritter von Leeb
Veldmaarschalk Georg von Küchler, 17 januari 1942 -
Veldmaarschalk Walter Model 9 januari 1944 -
Kolonel-generaal Georg Lindemann 31 maart 1944 -
Kolonel-generaal Johannes Frießner 4 juli 1944 -
Kolonel-generaal Ferdinand Schörner 25 juli 1944 -
Na de heroprichting in 1945:
Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic 27 januari 1945 -
Kolonel-generaal Walter Weiss 12 maart 1945 -
Chef van de Generale Staf: Generalmajor Hans von Salmuth-formatie - naamswijziging
Na heroprichting in 1941:
Generalleutnant Kurt Brennecke oprichting - 17 januari 1942
Generalleutnant Wilhelm Hasse 25 januari 1942 - 22 januari 1943
Generalleutnant Eberhard Kinzel 22 januari 1943 - 18 juli 1944
Generalmajor Oldwig von Natzmer 19 juli 1944 - Hernoeming
Na de heroprichting in 1945:
Kolonel i.G. von Varnbühler von und zu Hemmingen Formatie - Ontbinding
1e Stafofficier:
Kolonel i.G. Wilhelm Hasse Opstelling - naamswijziging
Na heroprichting in 1941:
Kolonel (gepensioneerd) Paul Herrmann Oprichting - 1 juli 1943
Kolonel (b.d.) Carl-Ulrich von Gersdorff 1 juli 1943 - 30 oktober 1944
Kolonel (b.d.) Werner Richter 1 november 1944 - naamswijziging
Na de heroprichting in 1945:
Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Albert Schindler Line-up - ontbinding
Legergroep-troepen:
Legergroep Nieuwsregiment 537
Legergroep Nieuwsregiment 639 (2e formatie)
Legergroep Nieuwsregiment 537
Ondergeschikte grote eenheden:
Datum Eenheden
September 1939 3e Leger, 4e Leger
Oktober 1939 6e Leger, 4e Leger
Na hervorming 1941:
Juni 1941 18e Leger, 16e Leger, Panzergruppe 4
Oktober 1941 18e Leger, 16e Leger
Januari 1942 18e Leger, 16e Leger
September 1942 18e Leger, 16e Leger
December 1942 18e Leger, 16e Leger
Maart 1944 Legerafdeling Narva, 18e Leger, 16e Leger
Mei 1944 Wehrmacht-commandant Ostland, Legerafdeling Narva, 18e Leger, 16e Leger
Oktober 1944 16e Leger, Legerafdeling Grasser, 18e Leger
November 1944 16e Leger, Legerafdeling Kleffel, 18e Leger
December 1944 16e Leger, 18e Leger
Januari 1945 16e Leger, 18e Leger 1945 16e Leger, 18e Leger
Na hervorming 1945:
Februari 1945 Legerafdeling Samland, 4e Leger
Het Infanterievervangingsbataljon 67 was verantwoordelijk voor het vervangen van de eerste staf. Na de heroprichting nam het Infanterievervangingsbataljon 81, later Grenadiervervangingsbataljon 81, deze taak over. Toen het in 1945 werd heropgericht, nam het Grenadier Replacement Battalion 67 deze taak over.
Legergroep Ostmark
Legergroep Ostmark werd gevormd op 30 april 1945 door de hernoeming tot Legergroep Zuid. Met de oprichting werd het commando over de Legergroep ook overgenomen door kolonel-generaal Lothar Rendulic. Het hoofdkwartier van de Legergroep was het Rothschild-kasteel Waidhofen an der Ybbs. Hier onderhandelde Rendulic op 6 mei 1945 over de voorwaarden van de wapenstilstand met Amerikaanse onderhandelaars, die op 7 mei in Steyr werd ondertekend met de opperbevelhebber van het Derde Amerikaanse Leger.
Opperbevelhebber: Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic
Chef van de Generale Staf: Luitenant-generaal Heinz von Gyldenfeldt
1e Stafofficier:
Luitenant-kolonel i.G. Bang Opstelling
Legergroep-troepen:
Legergroep Nieuwsregiment 530
Ondergeschikte grote eenheden:
Datum Eenheden
Mei 1945 8e Leger, 6e Tankleger, 6e Leger
Het Grenadier Replacement Battalion 67 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.
Legergroep Weichsel.
Legergroep Weichsel werd op 24 januari 1945 gevormd uit de opperbevelhebber van de Bovenrijnstaf. Ondergeschikt aan deze groep waren de overblijfselen van het 2e Leger, het 9e Leger en het nieuw gevormde 11e Pantserleger. Ten tijde van de vorming liep de frontlinie van de Legergroep tussen Glogau en Elbing. De Legergroep was in een gestage terugtocht naar het westen. In februari 1945 voerde het "Operatie Solstice" uit, met als doel het fort Küstrin te ontzetten. Het bedrijf ging echter failliet na aanvankelijke successen. Het 2e Leger werd vervolgens afgesneden van de Legergroep tijdens de Slag om Oost-Pommeren in het Danzig-gebied en direct onder het OKH geplaatst. Op 21 maart 1945 werd de opperbevelhebber, Reichsführer-SS Heinrich Himmler, wegens onbekwaamheid ontheven en vervangen door kolonel-generaal Gotthard Henrici. Hij slaagde erin het Rode Leger uit Küstrin tegen te houden dat het westelijke bruggenhoofd in de Oderbruch vormde totdat het werd geëvacueerd. In april 1945 werd het front van de Legergroep doorbroken tijdens de Slag bij de Seelowhoogten en werd de Legergroep in twee delen gesplitst. Het 3e Pantserleger trok zich met het 21e Leger terug naar Mecklenburg. Het 9e Leger werd vernietigd in de Slag om Berlijn. Op 3 mei 1945 slaagden de overgebleven leden van de Legergroep erin naar het westen te ontsnappen en werden daar gevangen genomen.
Opperbevelhebber: Reichsführer-SS Heinrich Himmler Opstelling - 20 maart 1945
Kolonel-generaal Gotthard Heinrici 21 maart 1945 - 29 april 1945
Generaloberst Kurt Student 30. April 1945 - mei 1945
Chef van de Generale Staf:
Generalmajor der Waffen-SS Heinz Lammerding Formatie - 21 maart 1945
General der Infanterie Eberhard Kinzel 21 maart 1945 - 22 april 1945
Generaal-majoor Evo-Thilo von Trotha 22 april 1945 - 28. April 1945
Generaal-majoor Erich Dethleffsen 28. April 1945 - mei 1945
1e Stafofficier:
Kolonel (b.d.) Hans-Georg Eismann Opstelling - mei 1945
Legergroep-troepen:
SS-Führungs-Nachrichten-Regiment 500
Ondergeschikte grote eenheden:
Datum Eenheden
Februari 1945 2e Leger, 11e Leger, 9e Leger
Maart 1945 2e Leger, 3e Tankleger, 9e Leger, z.Vfg. 11e Leger
April 1945 3e Tankleger, 9e Leger
Snelle Troepen / Tanktroepen
Aan het begin van de oorlog omvatte de term "Snelle Troepen" niet alleen de tanktroepen, maar ook de gemotoriseerde infanterie, de tankjagers, de cavalerie en de verkenningseenheden. Op 1 april 1943 werd de tak "Panzertroepen" opgericht met de ontbinding van de wapenklasse "Snelle Truppen". De cavalerie- en cycling-eenheden die voorheen tot de "Snelle Troepen" behoorden, werden op 1 april 1943 overgeplaatst naar de "infanterie"-tak van de strijdkrachten. De wapenkleur blijft "goudgeel". Voor de duidelijkheid worden deze associaties hier ook vermeld.
I. Tankinfanterie:
Divisies, Brigades, Regimenten, Bataljonnen
, Panzergrenadierdivisies, Panzergrenadierbrigades, Panzergrenadierregimenten, Panzergrenadierbataljonen
, Geweerbrigades, Geweerregimenten, Motorfietsbataljons
II.
Divisies Brigades Regimentsdivisies / Compagnieën
Tankdivisies Tankbrigades Tankregimenten Tankdivisies
Lichte Divisies Lichte Brigades Afrika Divisies Aanvalstankdivisies
Tankdivisies (Fkl) en Tankcompagnieën (Fkl)
Tankdivisies (Panthers)
Zware Tankdivisies (Tiger)Aanvalsmortiercompagnieën (Sturmtiger)
Gevangen Tankcompagnieën Tankgevechtsvoertuig
Werkplaatscompagnieën (Spoorweg)
Pantsermunitie Tractor Compagnieën
III.
Brigades / Divisies Regimentsdivisies
Snelle Brigades Antitankdivisies
Bergantitankdivisies Positie
Antitankdivisie
Vesting Antitankdivisies
Tankjagerdivisies Tankjagerregiment Tankjagerdivisies
HJ Bergtankjagerdivisies
Zware Tankjagerdivisies
Tankvernietigerdivisies (Sfl)
Tankvernietiger- en Verkenningsdivisies
Snelle Detachementen
Leger Tankvernietigerdivisies
Leger Tankjagerdivisies (8,8 cm)Tankjagerbrigades
Tankjagerdivisies
Hogere Vesting Luchtafweerofficier Vesting Antitankeenheden
IV.
Brigades Regimentsdivisies / Bataljons Compagnieën
, Tankverkenningsregiment, Tankverkenningsdivisies,
Tankverkenningscompagnieën, Verkenningsregimenten, Verkenningsdetachementen,
Bergverkenningsdetachementen,
Fietsverkenningsbrigade, Fietsverkenningsregimenten, Fietsdivisies en Bataljons
, Fusilierregimenten, Fusilierbataljonen
, Motorfietsbataljons
, V Cavalerie.
Divisies Brigades Regimenten Detachementen
Cavaleriedivisies Cavaleriebrigades Cavalerieregimenten Zware cavalerie Detachementen
Cavaleriebrigades Cavalerie Regimenten
Cavalerie Geweerregimenten
Kozakkendivisie
Artillerie
Artillerie in het algemeen:
Artilleriecommandanten Korps Brigades
Artilleriegeneraal z.b.V.
Hogere artilleriecommandanten (Höh. Arko)
Artilleriecommandanten (Arko)
Artillerieleiders
Artilleriestaf, bijv.
Artillerieleiders van het Reichswehr
, Artilleriekorps, Artilleriebrigades
, Volksartilleriekorps, Volksartilleriekorps.
Divisies Regimenten Divisies Batterijen
Artilleriedivisies Artillerieregimenten Lichte Artilleriedivisies
Divisie z.V. (als vergelding) Zware artilleriedivisies
Legerartilleriedivisies Legerartilleriebatterijen
Oostelijke artilleriedivisies
Artillerieregimenten van de Reichswehr
Artillerieopleidingsregimenten
Bergartillerieregimenten
Artillerieregimenten (L)
Gemotoriseerde artillerie:
Divisies Regimenten Divisies
Tankartillerie Regimenten
Pantserartillerieregimenten Tankartilleriedivisies
Cavalerie-artillerie:
Divisies Regimenten Detachementen
Bereden Artillerie Regimenten Gepaard Artilleriedivisies Kozakkenartillerieregimenten
Aanvalsgeweer-eenheden:
Brigadedetachementen, batterijen
, aanvalsbrigades, aanvalsgeweerdivisies, aanvalsbatterijen,
legerbrigades, leger
, luchtafweerartillerie:
Brigades Regimentsdivisies / Bataljons Batterijen
Leger Luchtafweerartillerie brigade Leger luchtafweerartillerie regimenten Leger luchtafweerartillerie divisies Leger luchtafweerbatterijen
Leger luchtafweerbataljons (infanterie)
Vesting luchtafweerbataljons (infanterie)
Vestingartillerie:
Staf, Regimenten Divisies
Fortartilleriecommandanten Vestingartillerieregimenten Fortartilleriedivisies Vestingartilleriedivisies Vestingartilleriepersoneel
Fortstam Artillerieregimenten Fortstamartilleriedivisies Artilleriedetachementen
Loopgravenartilleriedivisies Loopgravenartilleriedivisies
Loopgravenartilleriedivisies
Schutters / Landwehr:
Staf Regimenten Afdelingen
Landwehr Artillerie Regimenten Landwehr Artillerieafdeling
Staats Geweerartillerie Regiment
Stationaire Artillerie:
Staf Regimenten Divisies Batterijen
Hogere Kustartillerie Commandant Leger
Kustartillerie Commandant
Senior Officier van het leger Kustartillerie
Leger Kustartillerie Regimenten Leger Kustartillerie Detachementen Leger Kustartillerie Batterijen Grensartillerie Regiment
Grensartilleriedivisie
Andere Artillerie-eenheden:
Regimentsdivisies:
Diverse Spoorwegartillerie, Regimentsstaf, Spoorwegartilleriedivisies, Spoorwegbatterijen,
Lichte Kanonnidivisies, Lichte Kanonbatterijen
, Weersrichtingspeilingen / Treinen
Vo-meetsquads / Vo-observatieartillerie:
Afdelingen: Batterijen
, observatieafdelingen
, lichte observatieafdelingen
, bergobservatieafdelingen
, lichtbergobservatieafdelingen,
positiewaarnemingsafdelingen, observatieafdelingen
(tbew)
Vuurleidingsbatterijen
Reserve- en reserveonderdelen voor troepen:
Regimentsdivisies/bataljons
Artillerievervangingsregimenten Artillerievervangingsdivisies Reserveartillerieregimenten
Reserveartilleriedivisies
Observatievervangingsdivisies Luchtafweervervangingsbataljons
Legerafweer, luchtafweerartillerievervangingsdivisies Reserveleger
, Luchtafweerdivisies
Aanvalskanonvervangingsdivisies
Misttroopers
De Nebelttruppe was de Chemische Gevechtsmacht van het leger. Deze groep was een van de jongste binnen de Wehrmacht, ze ontstond pas na de Wehrmacht. De wapenkleur van de mistgroep was Bordeauxrood. Aan het begin van de bouw van de Nebelwaffe, naast lopende tests door het Army Ordnance Office (WaPrf 5), werd rookpelotons ingezet door de infanterie- en cavaleriedivisies van de Reichswehr voor testen en gebruik in grotere oefeningen. De ervaring leerde dat een echt succes van het nieuwe wapen alleen kon worden bereikt met speciale troepen. In deze context werd medio 1929 de 2e / Driving Department 4 in Dresden ingezet om de ontwikkeling van mist en mistapparaten op te nemen en hun gebruik te testen. Door deze nieuwe opdracht gaf het 2e Eskadron al haar paarden en voertuigen op om volledig gemotoriseerd te zijn. In de daaropvolgende periode werden de bestaande mistagenten en mistapparaten (mistblik, mistkaars en de mistverstuiver) gebruikt. Als gevolg van de moeilijkheden bij het gebruik en de volledige afhankelijkheid van de wind werd al snel duidelijk dat de bestaande mistapparaten slechts beperkt van nut zouden zijn in een moderne bewegingsoorlog. In de zomer van 1933 werd de 4e / Fahr Divisie 4 naar Königsbrück verplaatst naar de Prinz Georg-kazerne en werden de voormalige artilleriekazerne aanzienlijk vergroot. Op 1 oktober 1934 werd de 4e / Fahr Divisie 4 hernoemd tot Artilleriedivisie Königsbrück. Het detachement bestond nu uit een staf en twee batterijen. De troepen ontvingen de nieuw ontwikkelde 10-cm Nebelwerfer 35 voor rookschieten. In de herfst van 1935 werd het detachement verdeeld: de 2e batterij en delen van de staf bleven in Königsbrück en vormden Nebelabteilung 1. De 1e batterij en de rest van de staf verhuisden naar Hamburg en vormden Nebelabteilung 2 met honderd staatsagenten uit Hamburg. Deze werd verdeeld in twee batterijen, waarbij de 1e batterij alle vuurtests en het testen van nieuwe apparaten uitvoerde, terwijl de 2e batterij experimenten uitvoerde met de- en vergiftiging. In mei 1937 verhuisde de afdeling Onderwijs en Testen van Nebel naar Celle. In Celle werd de 15 cm "Do" lanceerder getest door de 3e batterij en ontwikkeld tot een buizenbundel van 6 buizen op een spreiderbevestiging. Tot het begin van de oorlog bestond de mistgroep uit de mistafdeling 1, de mistafdeling 2, de mistafdeling 5 en de mistonderwijs- en experimentele afdeling.
De Nebelttruppe had een generaal in wapens bij de Generale Staf van het Leger (Generaal van de Nebelttrue) en een eigen wapenafdeling bij het General Army Office (Inspectie van de Nebelttruppe en Gasverdediging in 9) onder de Inspecteur van de Nebeltruppe en Gasverdediging. Daarnaast moeten ook de afdelingen van het Army Ordnance Office, die nauw samenwerkten met de Inspectie, worden genoemd, met name Wa Prf. 9 (Afdeling Gasbescherming).
De Nebeltruppe had twee taken:
1. Training in de verdediging tegen vijandelijke chemische oorlogsvoering 2
. Het gebruik van rook, gas en hoogwaardige explosieve munitie uit lanceerinrichtingen van verschillende types en kalibers.
Werpploeg:
Staf:
Commandanten van de Misttroepen
, Werpbrigades,
Volkswerperbrigades
, Positielanceerbrigades,
Regimentsstafen van de Misttroepen, bijvoorbeeld V.Regimenten,
Detachementen
, Zware Werperregimenten, Zware Werperdetachementen
, Bergwerperdetachementen
, Mistdetachementen
, Lanceerdetachementen, Lanceerdetachementen
, Nebelwerperdetachementen, Nebelwerperdetachementen, Nebelwerperdetachementen, Nebelwerperdetachementen
Positielanceerregimenten Zware Positielanceerafdelingen
Lanceer- / Misttrainingsregimenten Opleidingsafdelingen
Decontaminatie-eenheden:
Detoxificatieafdelingen
Road Detoxification Detachments
Vervangingstroepen:
Regimentsdivisies
Nebel Vervangingsregimenten Mistvervangingsdivisies
Lanceervervangingsdivisies
Nebelwerfer Vervangingsdivisies Nebelwerfer Vervangingsdivisies
Pioniers
Pioniers in het algemeen:
Brigades Regimenten Bataljons Compagnieë
Genie Brigades Genie Regimenten Genie Bataljons
Barrrage Brigades Tank
Genie Regimenten Tank Genie Bataljons
Berggenie Regimenten Berggenie Bataljons
Aanvalsgenie Brigades Genie Genie Regimenten Aanvalsgenie Bataljons Tanksapper Compagnieën G / Goliath Compagnieën
Landwehr Pionierbataljons
Grens Genie Bataljons
Oostelijke Pionierbataljons
Skipionierbataljons
Pionierbataljons Pionierbataljons (L)
Kozakkenpionierbataljons
Home Guard Pioniersbataljons
Mijnenveger Genie Bataljons
Grenswacht Pioniersbataljons
Landingspioniers:
Brigades / Staf Regimenten Bataljons Compagnieën
Hogere Landing Pionier Leider Landingsgenie Regimentsstafen Ferry Bataljon
Landing Genie Taakgroepen Pionier Landingsbataljons Landingsgenie Compagniecompagnieën Pionier
Archipel Bataljons
Pionier Scheepswerf Bataljon
Genie Aanvalsboot Bataljon Genie Aanvalsboot Commando's Landing
Schipwerf Pionier Werf Bataljon
Landing Genie Brugcompagnieën
Pioniers van bladmijnbouw
Stafbataljons Compagnieën Minion
Pionierbataljons Pionier Minion Compagnieën, Pionierbataljons
bijv. Pioneer Horch en mijnwerkerscompagnieën Brugpioniers
:
Staf Bataljons Overige
Bruggenbouw Staf Brugbouwbataljons
Genie Brugbataljons
Spoorbrug Bataljons
Oost Pionier Brugbataljons
Brugkolommen Eskadron Staf Brugkolommen (Brüko) B Brugkolommen (Brüko) G
Brugkolommen (Brüko) K
Brugkolommen (Brüko) T
Zware Tankbrugkolommen (Schw. Pz. Brüko)
Escortecommando's voor Pioniers in
brugkolombouw:
Staf/Brigades Bataljons Compagniecommandanten
van Bouwtroepen Bouwbataljons
Leger Bouw Pionierbrigades Bouw Genie Bataljons
Bouw Pionierbrigades
Senior Bouwstaf Lichte Bouw Pioniersbataljons
Sectie Bouwstaf Lichte Fietsen Bouw Pioniersbataljons
Vrijwillige Constructiebataljon
Positionering Bouwstaf Positionering Bouw Bouw Pionier Bataljons Loopgravenbouw Pioniersbataljons
Loopgraaf Bouw Ingenieur Staf Houding Constructie Frame Bataljons
Lichte Wegbouwbataljons
Wegbouwbataljons
Rotsboorcompagnieën Oorlogsgevangenenbouw
en Arbeidsbataljons Krijgsgevangenendok
Arbeidsafdelingen
Oorlogsgevangenendakdekkersbataljons Krijgsgevangenenbataljons
Glazier Bataljons Oorlogsgevangenenarbeidsbataljons
Krijgsgevangenenarbeidsbataljons Oorlogsgevangenenarbeidsbataljons Oorlogsgevangenenarbeidsbataljons
(Pi)
Constructiebataljons (K)
Bouwingenieursbataljons (K)
Fortpioniers:
Stafbataljons/Divisies Compagnieën Fort
Pionier Commandanten Fortbouw Bataljons
Fort Pionier Commandos
Fort Pioneer Staf Fort Pioneer Bataljons Pionier Bataljons
Fort Pioneer Speciale Staven
Fort Pionier Loot Staven
Fort Ontmanteling Commando
Fort Ontmantelingsstaven
Pionier Barrel Rods Barrel Bataljons
Pioneer Barrel Eenheden Barrel Engineer Bataljons Pioneer Barrier Compagnies, Pioneer
Ice Barrier Bataljon
, Pioneer Special Staffs,
Mountain Pioneer Special Staffs,
Instructieafdelingen
, Pioneer Park Bataljons
, Pioneer Uitrusting en Machineafdelingen
, Fortinstallatiecommando's,
Staatspioniers (Stroomnood):
Staf, Regimenten, Bataljons
, Commandanten van de Brug, Wachtcompagniën
, Commandanten van de Power Backup-compagniën, Power Backup-regimenten, Power Backup-bataljons
, State Pioneer Regiments State Pioneer Battaljons
, Technische Troepen:
Commandanten Divisies Bataljons Compagnieën, Technische
Commandanten, Technische Eenheden Technische Afdelingen Technische Bataljons Technische Compagnieën, Sneeuwruimingseenheden
:
Regimentsbataljons
/ divisies Sneeuwruimregiment Sneeuwruimafdelingen
Sneeuwruimbataljons
Opleiding, vervangings-, reserve- en opleidingseenheden:
Regimenten Bataljons
Genieopleiding Regimenten Genie Opleidingsbataljons
Genie Vervangingsbataljons
Tank Genie Vervangingsbataljons
Berggenie Vervangingsbataljons
Genie Opleidingsregimenten Genie Opleidingsbataljons
Tank Genie Opleidingsbataljons
Berggenie Opleidingsbataljons
Reserve Genie Bataljons
Reserve Tank Genie Bataljons Bataljons
Reserve Bergingenieursbataljons
Bouwvervangingsbataljons
Brugbouw Vervangingsbataljons
Spoorweggenie Vervangingsbataljons
Spoorwegpioniers en vervoer
Spoorwegpioniers in het algemeen
Brigades / stafen Regimenten Bataljons Compagnieën/colonnes / squads Spoorwegpionierbrigades
Spoorwegingenieursregimenten Spoorwegingenieursbataljons Spoorwegingenieursbataljons Spoorwegingenieurscompagnieën
, Spoorwegingenieursregimenten Staf, bijv. Spoorwegpionieropleidingsbataljons, Spoorwegbouwcompagnieën, Spoorwegingenieursbataljons
, Staf, bijv. Spoorwegbouwbataljons, Spoorwegseinhuiscompagnieën.
Spoorwegbouwpersoneel Spoorbrugconstructiebataljons Spoorwegwaterstationbedrijven Spoorwegingenieur
Bovenbouwpersoneel Spoorwegexploitatiebedrijven Spoorwegingenieur
Stavines Spoorweg Pfeilgrund Bedrijven
Veldspoorwegpersoneel Veldspoorwegmaatschappijen Veldspoorwegbataljons
Veldspoorwegwerkplaats Bedrijven Spoorwegpionierparkbedrijven
Kodeis / Grukodeis Spoorwegpionier Zijparkparken
Spoorwegpionier Motorvoertuigkolommen Spoorwegonderwatersneigploegen
Kabeltramcommando's
/ Kabelkar Troep
Pionier Machinetreinen
Veldspoorwegexploitatie-eenheden (voormalige grijze spoorwegarbeiders):
Spoorwegoperatietroepen en veldwaterwegeenheden
Directies / Commando's Kantoren / Afdelingen Compagnieën Veldspoorwegdirectionen
/ Veldspoorwegcommando's Veldspoorwegoperatiekantoren / afdelingen Veldspoorwegoperatiebedrijven Veldspoorwegmachinebureaus
/ afdelingen Veldspoorwegmachinebedrijven
Veldspoorwegwerkplaatsen / afdelingen Waterwegvrijmaking
Commando Veldwaterwegafdelingen / Veldwaterwegvrijmaak-eenheden
Vervoer:
Militair transport - en het hoofd van transport
Staf / Chef Transport Wehrmacht Transportlijnen / Spoorwegtransportlijnen Stationscommando's / Stationsofficieren
Chefsgroep / Gevolmachtigd Algemeen Wehrmacht Verkeersdirecties Ontladingscommissarissen Veldvervoersmanagers
Directeuren van Transport Directeuren van Transport Vervoersbureaus
Planningsafdeling Gevolmachtigden Transportofficieren Duitse Transport Gevolmachtigden
Transportafdeling Transportcommando's / Transportgroepen Transportverbindingskantoren Personeelsafdeling
Inlichtingenofficier bij de staf van de chef van transport Liaisonofficieren
van en naar de Chef Transport
Binnenlandse Transportcommando / Wehrmacht Transportcommando Centraal
Gevolmachtigde Generaal van de Chef Transport Commandant
van Spoorwegeenheden (Bedeis)
Opleidings- en transportschool in transport
Inlichtingendiensten van de Wehrmacht
De inlichtingendiensten van de Wehrmacht
Communicatiestaven
Legergroep Inlichtingenleiders Legerinlichtingenleiders
Hogere Inlichtingenleiders Wehrmacht-inlichtingencommando's
Inlichtingenleiders naar Wehrmacht- en Militaire Commandanten Veldinlichtingencommando's Veldwisseling
van afdelingen Veldcommando's
Inlichtingeneenheden
Regimentsdivisies
Commando Inlichtingenregimenten
Inlichtingenregimenten bijv.
Legerinlichtingenregimenten
Legergroep Inlichtingenregimenten Legergroep Inlichtingendivisies Legerinlichtingenregimenten
Legerinlichtingenafdelingen
Legergroep Inlichtingendivisies Tankleger Inlichtingenregimenten
Tankleger Leger Inlichtingendivisie
Tankgroep Inlichtingenregimenten Tankgroep Inlichtingendivisies Korpsinlichtingendivisies
Tankkorpsinlichtingendivisies
Bergkorps Inlichtingendivisies
Cavaleriekorps Inlichtingendivisies
Bergdivisie Inlichtingendivisies Inlichtingendivisies Inlichtingendivisies Inlichtingendivisies
Panzergrenadierdivisie Inlichtingendivisies
Jägerdivisie Inlichtingendivisies
Aanvalsdivisie Inlichtingenafdeling
Kozakken Inlichtingenafdelingen
Onafhankelijke inlichtingenbedrijven en -afdelingen
Afdelingen: Compagnieën
, Onafhankelijke Communicatieafdelingen, bijvoorbeeld V. Telefoononderhoudsbedrijven, Grenswachtcommunicatiebedrijven
,
Decimeter- / Radiorelaisbedrijven,
Carrierfrequentiebedrijven, Transitschakelbedrijven
,
Onafhankelijke Radiobedrijven
, Onafhankelijke Radiobedrijven, Onafhankelijke Radioteletypebedrijven.
Spoorwegnieuwsunits
Regimentsdivisies Compagnieën, spoorweginlichtingenregimenten
, spoorweginlichtingenafdelingen, zware (spoorweg) kaal draadbedrijven, spoorwegtelefoonbedrijven
(bouw) bedrijven,
telefoononderhoudsbedrijven,
grenswachten, communicatiebedrijven,
decimeter-/radiorelaisbedrijven,
carrierfrequentiebedrijven, transitwisselingsbedrijven
, zelfstandig ondernemer Radiobedrijven
Onafhankelijke Radio Teletype Compagnies, Fortress
Intelligence Commandeurs, Fortress News Staffs, Fortress News Companies
Stronghold Inlichtingeneenheden
Regimentsdivisies Compagnieën Fortinlichtingencommandanten
Vestinginlichtingenstafen Vestinginlichtingencompagnieën Vestinginlichtingencompagnieën
Vervangingseenheden van de inlichtingendiensten
Stafdivisies
Commandanten van de inlichtingenmacht Berginlichtingenvervangingsdivisies
Berginlichtingenopleidingsdivisies
Inlichtingenvervangingsafdelingen
Inlichtingenopleidingsafdelingen Tankinlichtingenvervangingsdivisies Tankinlichtingenopleidingsafdelingen
Tankinlichtingenopleidingsafdelingen
Bevoorradingseenheden en bevoorradingstroepen
Bevoorradingseenheden:
De bevoorradingstroepen waren ondergeschikt aan de Generaal van de Bevoorradingstroepen bij de Quartermaster General en werden vertegenwoordigd in het General Army Office (AHA) door Inspectie (In) 8. In de herfst van 1942 werden de Bevoorradingsleiders van Legergroep, Leger, Korps en Divisie (DiNafü) hernoemd tot Commandanten van de Bevoorradingstroepen en, voor het gebied van de Legergroep, Hogere Commandanten van de Bevoorradingstroepen. De bevoorradingstroepen omvatten ook de bevoorradingsstaf met laad-, lossen- en afhandelingsstaf, de bevoorradingskolonnedivisies, later hernoemd tot motorvoertuig- en rijafdelingen, evenals de bevoorradingsbataljons en bevoorradingscompagnieën. De motorvoertuigtransportregimenten waren bedoeld voor grote transporttaken, maar werden meestal door de afdeling gebruikt en werden in 1943/44 hernoemd tot afdelingen motorvoertuigtransport. Een speciale groep werd gevormd door de Economic Transport Units, die in 1943/44 werden ingezet als onderdeel van de Economic Road Transport Service East en aangeduid werden als Economic Road Transport Districts. De veldwaterwegdetachementen werden ook toegewezen aan de bevoorradingstroepen als transporteenheden. Een groot deel van het wegvervoer werd verzorgd door de eenheden van het civiele (NSKK) transportkorps Speer.
Staf, Bataljons/Divisies Transport
Generaals Infanteriedivisie, Bevoorradingstroepen,
Gevolmachtigden, Transportofficieren, Bergdivisie, Bevoorradingstroepen,
Duitse Transportgevolmachtigden, Bevoorradingsbataljons
, Legerbevoorradingsleiders, Bevoorradingskolonnen, Detachementen
Ontlading, Commissarissen Bergbevoorradingskolom, Divisies Generaal
van Bevoorradingstroepen, Bergdragerbataljons
.Legerbevoorradingsfasenbeheerders Veldspoorwegoperatieafdelingen *
Senior Bevoorradingsleider Veldspoorweglocomotivisies *
Legergroepbevoorradingsleider Veldspoorwegmotorcompagnieën *
Hogere Commandant van Bevoorradingstroepen Veldspoorwegwerkplaatsafdelingen *
Legerbevoorradingsleider Veldwaterwegafdelingen *
Tankgroep Bevoorradingsleider Waterwegruimingscommando's *
Tankleger Bevoorradingsleider Spoorwegkeuken Wagendetachementen
Commandant van de legerbevoorradingstroepen
Commandant van de Tankleger
Bevoorradingsgroep Bevoorradingsleider
Korps Bevoorradingsleider
Commandant van Korps Bevoorradingstroepen
Bevoorradingsregimentsstaf
Bevoorradingsstaven
Vestingbevoorradingsstaf
Wehrmacht Transportlijnen
Voorspitspunten
Transport Commands Loden
Commissarissen
Station Commands
Veldspoorwegdivisies
* Vanaf 1 november 1943 met de Genie-troepen
Motorvoertuigtroepen en motorvoertuigvloottroepen:
In het vaderland waren er home motor districts in de militaire districten, die vanaf december 1942 commandanten van de motorvoertuigparktroepen werden genoemd. In het veld waren de commandanten (in het Oosten de hogere commandanten) ondergeschikt aan de Algemene Commissarissen voor Motorvoertuigen (Zentrakraft) Oost en West. De Army Motor Districts in de bezette gebieden werden in 1943/44 hernoemd tot Motor Vehicle Repair Regiments. Afdelingen voor motorvoertuigreparaties (staf) en bedrijven waren al opgericht voor de oorlog tegen de Sovjet-Unie. De tankonderhoudseenheden (zonder de tankbergingseenheden) werden op 1 april 1943 overgedragen aan de nieuwe pantsertroepen. Naast de bandenreconstructie- en reparatiesquadrons, omvatten de motorvloottroepen ook de bevoorradingseskaders voor banden en tenslotte ook eenheden voor de productie van technische gassen.
Stafbrigades / Regimenten Eenheden
Commandanten van het Motorvoertuigpark Troepen Motorvoertuigtransport Regimenten Afdelingen
Motorvoertuigtransport Technische Toezichtstaf Motorvoertuigregimenten Motorvoertuig Detachementen
Rijafdelingen
Leger Motorvoertuig Districten
Economische Motortransportbrigade
Economische Wegvervoerbrigades
Regimenten voor Bedrijfsmotorvoertuigen Economisch Voertuigvervoer Afdelingen
Economisch Wegvervoer Gebieden
Economische Wegvervoerdistricten
Regimenten Motorvoertuigreparatie Afdelingen Motorvoertuigreparatie Afdelingen
Velduitrustingseenheden:
In de herfst van 1942 werden de Feldzeugtruppen gescheiden van de bevoorradingsdiensten met de onderhoudsdiensten (Kraftfahrparktruppen) en werden ze een aparte tak van de strijdkrachten, die in het Algemeen Legerbureau (AHA) werd vertegenwoordigd door de Feldzeuginspektion (FzIn).
Stafbataljons Overige
Velduitrusting Stagemanagers Velduitrusting Bataljons
Velduitrustingsgroepen Oostelijke Velduitrusting Bataljons
Velduitrusting Commando's Velduitrusting Park Bataljons
Senior Veldwapens
Militaire Staven
Horlogemakersdetachementen
De medische en veterinaire eenheden van het leger
De zorg voor gewonden in de Wehrmacht
Medische troepen
Voor het begin van de oorlog stond de divisiearts van elke divisie in vredestijd al onder bevel van een medische afdeling. Hun soldaten dienden in de medische eskaders, die het militaire medisch personeel van de ziekenhuizen van grote garnizoenen en de militaire ziekenboegwoningen combineerden. Het materiaal voor de gemobiliseerde divisiemedische afdeling met twee medische afdelingen, een veldhospitaal en twee ambulancetreinen werd opgeslagen. Voor trainingsdoeleinden werden medische compagnies samengesteld uit het bestaande personeel en de uitrusting, per geval. De medische faciliteiten van het leger en de legertroepen werden tijdens de mobilisatie gereorganiseerd.
Commandoautoriteiten / Kantoren Troependokters Overige Medische Eenheden Wehrmacht Medisch Inspecteur
Legergroep Artsen Leger Medische Afdelingen Leger
Medische Inspecteur Leger Medisch Inspecteur Leger Artsen Leger Veldhospitalen
Leger Artsenkorps Ambulance Traint
Divisie Artsen Infanteriedivisies Medische Parken
Afdeling Pantserdivisies Oorlogshospitaal Afdelingen
Divisie Dokters Pantserinfanteriedivisies Ambulanceafdelingen Troepontgiftingsbedrijven
Veldhospitalen
Medische
Compagnies
, Medische Afdelingen, Ziekenhuistraining
,
Reserveziekenhuizen
Het Veterinaire Team
In tegenstelling tot de medische dienst had de veterinaire dienst aan het begin van de oorlog geen getrainde raamwerkunits tot haar beschikking. In vredestijd werd de uitgebreide paardenpopulatie van het leger verzorgd door dierenartsen en regelmatige beslaan. Veterinaire officieren behoorden tot alle eenheden die niet volledig gemotoriseerd waren. De infanterie- en bergdivisies kregen tijdens de mobilisatie een veterinaire compagnie. Verpleegkundigen van de troepenziekenziekenhuizen en de militaire paardenziekenhuizen verzorgden het personeel, terwijl de veterinaire parken van het militaire district het materiaal voor deze eenheden leverden, dat ondersteund kon worden door andere veterinaire diensten binnen het leger.
Commandoautoriteiten / kantoren Veterinaire Dienst in het Veld Leger / Veterinaire Troepen Militaire Veterinaire Dienst
Leger Veterinaire Compagnieën Legergroep
Dierenartsen Leger Paardenhospitalen
Leger Dierenartsen Leger Paardenparken
Korps Dierenartsen Veterinaire Examencentra
Divisie Veterinaire Parken Paardentransporteenheden
Vervangende eenheden van de medische troepen
Afdelingen
Medische Vervangingsafdelingen
Vervangingseenheden van de Veterinaire Troepen
Veterinaire Troepen in het Vervangingsleger
Veterinaire diensten in de reserve Legerafdelingen en compagnieën
Militair District Dierenartsen Veterinaire Vervangingsafdelingen
Leger Veterinaire Academie Onderwijs en Experimenteel Veterinaire Compagnie Leger
Veterinair Examenbureau
Leger Training Smederijen
Leger Hoofdveterinaire Parken
Onderwijs- en Experimenteel Paardenziekenhuis
Thuis Paardenziekenhuizen
Militair District Veterinaire Examencentra
Thuis Veterinaire
ParkenThuispaardenparken
Beveiligingstroepen en staatsschutters:
Verschillende infanterie-eenheden van het Wehrmacht-leger werden Landesschützen genoemd, die voornamelijk bestonden uit dienstplichtigen van de Landwehr (35–45 jaar, d.w.z. geboren tussen 1894 en 1904 aan het begin van de oorlog) en de Landsturm (ouder dan 45 jaar, d.w.z. geboren in 1894 en lager aan het begin van de oorlog): "De Landwehr omvat dienstplichtigen vanaf 1 april van het kalenderjaar waarin zij de leeftijd van 35 bereiken, tot 31 maart na het bereiken van de leeftijd van 45 jaar." (§ 11 van de Wet op de Strijdkrachten). Als nuchtere eenheden werden staatsgeweerregimenten en bataljons meestal ingezet voor bezettings- en beveiligingstaken, en de uitrusting en training waren dienovereenkomstig onvoldoende. Hun taken omvatten ook het bewaken van krijgsgevangenenkampen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de veiligheidstroepen van het Duitse leger verantwoordelijk voor het beveiligen van het achterste legergebied. De veiligheidstroepen werden begin 1941 als infanteriedivisies opgericht, vóór de Duitse aanval op Rusland. De eenheden werden deels opgebouwd door de bestaande divisies van de derde golf (informeel aangeduid als "Landwehrdivisies") te hernoemen. Hun taak was het beveiligen van het achterste legergebied. Zij waren ondergeschikt aan de commandant van het achterste legergebied. Begin en midden 1942 werden de Landesschützen-Bataillon toegewezen aan de veiligheidstroepen, hernoemd tot Sicherungs-Bataillon en later grotendeels geïntegreerd in Sicherungs-Divisions.
Staf: Regimenten Bataljons/Divisies Beveiligingsdivisies
Beveiligingsregimenten Beveiligingsbataljons
Beveiligingsbrigades Fietsbeveiligingsregimenten Oost Völkisches Sicherungs-Bataillon
Infanterie-Sicherheits-Regiments Infanterie-Sicherheits-Bataillon
Transport-Sicherheits-Regimenten Westheer-Sicherheits-Bataillons
Transport-Begleit-Regiments Fietser-Sicherheits-Bataillons Westheer-Sicherheits-Bataillons
Transportbeveiligingsbataljons
Transportescortebataljons
Spoorwegbeveiligingssectie Stafen Spoorwegpantsertreinregimenten Spoorwegbeveiligingsbataljons
Veiligheidsverkenningsafdelingen
Estlandse Veiligheidsafdelingen Finse
Veiligheidsafdelingen Russische
Veiligheidsafdelingen
Donaubeveiliging
Nationale Garde:
Stafonderdelen Staatsgeweerdivisies
Staats Geweerregimenten
Staats Geweercommandanten Staats Geweerbataljons
Opleidings-, vervangings- en opleidingseenheden:
Regimentsdivisies/bataljons
Vervangende Geweerregimenten Vervangingsinfanteriebataljons
Reserve Geweerbataljons
Opleidingsbataljons Krijgsgevangenen
Het krijgsgevangenensysteem van de Wehrmacht
Commandoautoriteiten Gevangenenkampen
Commandanten van krijgsgevangenen in het Militair District Officierskamp (Oflag)
Commandanten van krijgsgevangenen in het operatiegebied Hoofdkamp (Stalag)Commandanten
van krijgsgevangenen Frontstalag
Transitkamp (Dulag)
Thuiskomstkamp (Heilag)
Interneringskamp (Ilag)
Aanvullende eenheden
De aanvullende eenheden werden voor het eerst opgericht eind 1934 en begin 1935. Ze waren bedoeld voor de training van de zogenaamde "witte leeftijdsgroepen". Aanvankelijk werden aanvullende bataljons 1-58 opgericht, die eenvoudig achtereenvolgens werden genummerd, zonder enige vermelding van het superieure regiment. Verdere aanvullende compagnieën of batterijen werden gevormd onder de genie, artillerie, mortieren en inlichtingentroepen. Later werden aanvullende compagnieën toegevoegd aan de antitanktroepen.
In 1938 namen alle aanvullende eenheden sterk toe. Bij de mobilisatie in 1939 vormden de aanvullende eenheden de 14 infanteriedivisies van de 4e golf. Dit geldt echter niet voor de Oost-Pruisische aanvullende eenheden die in 1939 bestonden. Deze eenheden bleven bestaan en waren ondergeschikt aan verschillende grenswacht- en fortificatiecommando's tijdens de Poolse campagne (bijvoorbeeld commandanten van de vestingwerken bij Lötzen). Na de Poolse campagne werden ze gebruikt om divisies van de 5e en 6e golf te vormen of omgevormd tot vervangingseenheden.
Tot het begin van de oorlog droegen de aanvullende eenheden de uniformen van de voormalige kazerne staatspolitie, en in veel gevallen ook de oude grote Reichswehr-stalen helmen. Ten minste tot de zomer van 1938 werd de training vaak uitgevoerd met het lange karabijn 98 b van de Reichswehr, evenals met de lichte MG's 13 of 08/15 en met de MG 08 als zwaar MG.
Aanvullende bataljons 1935/36 Aanvullende bataljons/infanterieregimenten Aanvullende bataljons/berginfanterieregimenten Aanvullende bataljons/grensinfanterieregimenten
Aanvullende bataljons/geweerregimenten Artillerie-eenheden van de mortieren Aanvullende eenheden van het inlichtingencorps
Aanvullende eenheden van de antitanktroepen Aanvullende eenheden van de genie
Het Reserveleger van de Wehrmacht
Algemene ontwikkeling:
Aan het begin van de Duitse mobilisatie werden delen van het General Army Office (AHA) gebruikt om het kantoor van de commandant van het reserveleger op te richten. De commandant van het Reserveleger (B.d.E.) was ondergeschikt aan het Reserveleger. In overeenstemming met de instructies van de opperbevelhebber van het leger gaf hij leiding aan de opleiding, aanvulling en bewapening van het leger op personeels-, materieel- en financieel vlak (met uitzondering van de toevoeging van officieren, wat de taak was van het Personeelsbureau van het leger), de ontwikkeling, aanschaf en acceptatie van wapens, munitie en oorlogsuitrusting en alle gebieden van de legeradministratie. Sommige van de aan hem ondergeschikte functies moesten tegelijkertijd taken uitvoeren voor de gehele Wehrmacht of voor het veldleger.
Overzicht aan het begin van de oorlog:
Kantoren Direct / direct ondergeschikt
aan de Chef van HRüst en BdE Algemeen Legerbureau (AHA) Stafchef H.Rüst en B.d.E. Legermunitiebureau
(WaA) Inspecteur van officiersopleidingen
Legeradministratie (VA) Inspecteurs van de Strijdkrachten
Inspecteurs van de Legermedische en Veterinaire Diensten
Voor het begin van de oorlog werd generaal van de infanterie Joachim von Stülpnagel, die sinds 1932 met pensioen was maar nu weer is geactiveerd, benoemd tot commandant van de Vervangingsleger. Hij begon zijn taken op 27 augustus 1939. Al op 31 augustus 1939 vertelde de opperbevelhebber van het leger, kolonel-generaal von Brauchitsch, hem dat hij was vrijgelaten op persoonlijke instructies van Adolf Hitler. De nieuwe commandant van het Reserveleger was nu het hoofd van het General Army Office en het hoofd van de Armaments, General of Artillery Fromm.
De vereniging van deze twee functies werd permanent gemaakt op 21 november 1939 toen het kantoor van de B.d.E. werd hernoemd: Chef van de Legerbewapening en Commandant van het Reserveleger (kort: Chef H. Rüst. u. BdE). De taken van het personeel werden overgenomen door het nauwere personeel van de AHA. (Fromm bleef aanvankelijk hoofd van de AHA, maar droeg deze functie op 15 februari 1940 over aan General der Infanterie Olbricht.)
Generaal Fromm combineerde nu als chef van de legerbewapening en commandant van het reserveleger twee verschillende rollen: als commandant van het reserveleger was hij verantwoordelijk voor het vervangen van personeel voor de gehele Wehrmacht en leidde hij de troepen die in het Rijk gestationeerd waren. Als chef van de legerbewapening was hij feitelijk verantwoordelijk voor de materiële uitrusting van de gehele Wehrmacht. Zo leek aan het begin van de oorlog eindelijk de juiste gelijkheid van operationeel en logistiek management te zijn bereikt.
Aan het begin van de oorlog was de commandant van het reserveleger en chef van de legerbewapening direct ondergeschikt aan de opperbevelhebber van het leger. Op 19 december 1941 nam Adolf Hitler het opperbevel over het leger over en werd OBdH. Dit zou betekenen dat generaal Fromm Adolf Hitler direct had kunnen presenteren. Om dit te voorkomen plaatste zijn rivaal, veldmaarschalk Keitel, Fromm of de diensten van de chef H. Rüst en B.d.E. onder het opperbevel van de Wehrmacht (oftewel Keitel zelf). Wat formeel een hogere positie betekende, was een bewuste buitenspel van Fromm. De eerste verzwakking van het ambt van Chief H.Rüst en B.d.E. vond al plaats in maart 1940, toen de controle over de productie van wapens, munitie en oorlogsmaterieel werd overgedragen aan het nieuw opgerichte Ministerie van Bewapening en Munitie. In april 1942 belemmerde de overdracht van het grondstoffenbeheer voor wapens, munitie en gepantserde gevechtsvoertuigen van het OKW aan het Ministerie van Bewapening en Munitie niet alleen de invloed van het OKW, maar ook van Chief H. Rüst en B.d.E. op de bewapeningsbases. In maart 1943 beperkte de oprichting van de Inspecteur-Generaal van de Pantserstrijdkrachten zijn bevoegdheden verder over de pantservervangende troepen en de ontwikkeling van wapens en uitrusting voor de pantserstrijdkrachten. In de herfst van 1943 verloren Chief H. Rüst en B.d.E. de verantwoordelijkheid voor de legerwapenfabrieken en invloed op de productiedoelen en de ontwikkeling van wapens en uitrusting door de uitbreiding van de bevoegdheden van de Rijksminister voor Bewapening en Oorlogsproductie. De bekwaamheid en invloed van de dienst op de bewapening van het leger was dus uiteindelijk ontaard tot een lege huls.
Na de mislukte aanslag op Adolf Hitler op 20 juli 1944 werd generaal Fromm op 20 juli 1944 gearresteerd en later geëxecuteerd. Zijn opvolger als commandant van het vervangende leger en chef van de legerbewapening was de Reichsführer-SS Heinrich Himmler, die nu verantwoordelijk was voor de Duitse politie en de SS evenals de vervangende eenheden van de Wehrmacht. Tegen het einde van 1944 werd de verantwoordelijkheid van de B.d.E. voor de opleiding van het Reserveleger verder beperkt door de gedeeltelijke ondergeschiktheid van de wapeninspecteurs van het Reserveleger aan de Waffengenerale in het OKW. In januari 1945 werden de overblijfselen van die ambten, die betrekking hadden op de functie van de B.D.E. in zijn voormalige hoedanigheid als Chief H. Rüst, ontbonden en toegevoegd aan het OKW aan de Chief of the Army Staff onder de Chief of the OKW.
De militaire districten De alarmeenheden van het reserveleger De eenheden van de commandanten van het reserveleger
:
27 augustus 1939 General der Infanterie Joachim von Stülpnagel
31 augustus 1939 General der Artillerie Fromm
21 juli 1944 Reichsführer-SS Heinrich Himmler
Veldvervangings- en veldtrainingsverenigingen
Commandanten van de reservetroepen
Veldopleidingsdivisies
Veldvervangingsdivisies
Veldvervangingsregimenten
Tankveldvervangingsregimenten
Veldvervangingsbataljons
Commandant van de Vervangingstroepen
Tijdens de mobilisatie eind augustus 1939 werd voor elk van de plaatsvervangende generale commando's (Wehrkreiskommandos) een "Commandant van de Vervangende Troepen in het Militair District" aangesteld. De bestaande vervangende en trainingsunits waren aan hem ondergeschikt. Na de Poolse campagne werd een tweede dergelijke staf gevormd in afzonderlijke militaire districten. Deze kreeg de titel "Commandant van de Vervangende Troepen 2 in het Militair District". Eind 1939 werden de commandanten van de vervangende troepen hernoemd tot Divisie nr.
Commandant van Vervangingstroepen I
Commandant van Vervangingstroepen II
Commandant van Vervangingstroepen III
Commandant van Vervangingstroepen IV
Commandant van Vervangingstroepen V
Commandant van Vervangingstroepen VI
Commandant van Vervangingstroepen VIII
Commandant van Vervangingstroepen IX
Commandant van Vervangingstroepen X
Commandant van Vervangingstroepen XII
Commandant van Vervangingstroepen XII
Commandant van Vervangingstroepen XIII
Commandant van Vervangingstroepen XVII
Commandant van Vervangingstroepen XVIII
Commandant van Vervangingstroepen 2./V
Commandant van Vervangingstroepen 2./VI
Commandant van Vervangingstroepen 2./VIII
Commandant van Vervangingstroepen 2./X
Commandant van Vervangingstroepen 2./XII
Commandant van Vervangingstroepen 2./XIII
Commandant van Vervangingstroepen 2./XVII
Commandant van Vervangingstroepen 100
Commandant van Vervangingstroepen 200
Commandant van de Vervangingstroepen 300
Commandant van de Vervangingstroepen 400
De Veldopleidingsdivisies van de Wehrmacht
Veldopleidingsdivisies werden voor het eerst opgericht in de late zomer van 1942 om vervangende bemanningen op te leiden in het gebied van de Legergroepen van het Oostfront.
Zij voerden de trainingsmissie uit in het achtergebied van de legergroepen, deels ook in het legergebied. Deze indelingen waren volledige herindelingen.
In de praktijk werden de veldopleidingsdivisies ook gebruikt voor beveiligingstaken, soms zelfs als frontlinie-troepen. Daarom moest de 382e Veldopleidingsdivisie in februari 1943 opnieuw worden ontbonden vanwege zware verliezen aan de Don tijdens de stabilisatie van het front naar Stalingrad.
52e Veldopleidingsdivisie,
149e Veldtrainingsdivisie,
150e Veldopleidingsdivisie,
151e Veldopleidingsdivisie,
152e Veldopleidingsdivisie,
153e Veldopleidingsdivisie,
154e Veldopleidingsdivisie,
155e Veldtrainingsdivisie,
156e Veldopleidingsdivisie,
158ste Veldopleidingsdivisie,
381e Veldopleidingsdivisie,
382e Veldopleidingsdivisie,
388ste Veldopleidingsdivisie,
390e Veldopleidingsdivisie,
391e Veldopleidingsdivisie.
Veldopleidingsdivisie,
394e Veldopleidingsdivisie,
Veldopleidingsdivisie Noord
Veldvervangingsdivisies
De Veldvervangingsdivisies werden in augustus 1941 gevormd (Divisies A - E) om zich aan te sluiten bij het Veldleger met meer dan 100 Veldvervangingsbataljons. Hiervoor werden Field Replacement Division Staffs gevormd door Command, waaraan de Field Replacement Regiment Staffs, die ook door Command werden gevormd, ondergeschikt waren. Deze leidden vervolgens de vervangingsbataljons voor het veld dat bedoeld waren voor de veldeenheden die in het oosten waren ingezet. De enige taak van deze "divisies" was het overplaatsen van de vervangingsbataljons naar het Oostfront. Daar werden de Field Replacement Division Staffs en Regiment Staffs opnieuw ontbonden en werden de Field Replacement Battalions verdeeld over de veldeenheden.
In januari 1942 werden opnieuw zes vervangende velddivisies (divisies A - F) gevormd. Opnieuw was het enige doel om veldvervangingsbataljons naar het Oostfront te sturen. Vervolgens werden ook deze stafen van de Field Replacement Division opnieuw ontbonden.
Veldvervangingsdivisie A
Veldvervangingsdivisie B
Veldvervangingsdivisie C
Veldvervangingsdivisie D
Veldvervangende Divisie E
Veldvervangingsdivisie F
Veldvervangingsregimenten
De Field Replacement Regiments werden in augustus 1941 gevormd om het Field Army te voorzien van meer dan 100 Field Replacement Bataljons. Hiervoor werden Field Replacement Division Staffs gevormd door Command, waaraan de Field Replacement Regiment Staffs, die ook door Command werden gevormd, ondergeschikt waren. Deze leidden vervolgens de vervangingsbataljons voor het veld dat bedoeld waren voor de veldeenheden die in het oosten waren ingezet. De enige taak van deze "divisies" en "regimenten" was het overplaatsen van de veldvervangingsbataljons naar het Oostfront. Daar werden de Field Replacement Division Staffs en Regiment Staffs opnieuw ontbonden en werden de Field Replacement Battalions verdeeld over de veldeenheden.
In januari 1942 werden opnieuw zes veldvervangingsdivisies (Divisies A - F) gevormd met de bijbehorende veldvervangingsregimenten. Opnieuw was het enige doel om veldvervangingsbataljons naar het Oostfront te sturen. Vervolgens werden ook deze vervangende regimentsstafen opnieuw ontbonden.
Veldvervangingsregiment A/1
Veldvervangingsregiment A/2
Veldvervangingsregiment A/3
Veldvervangingsregiment A/4
Veldvervangingsregiment A/5
Veldvervangingsregiment B/1
Veldvervangingsregiment B/2
Veldvervangingsregiment B/3
Veldvervangingsregiment B/4
Veldvervangingsregiment C/1
Veldvervangingsregiment C/2
Veldvervangingsregiment C/3
Veldvervangingsregiment C/4
Veldvervangingsregiment C/5
Veldvervangingsregiment D/1
Veldvervangingsregiment D/2
Veldvervangingsregiment D/3
Veldvervangingsregiment D/ 4
Veldvervangingsregiment E/1
Veldvervangingsregiment E/2
Veldvervangingsregiment E/3
Veldvervangingsregiment E/4
Veldvervangingsregiment F/1
Veldvervangingsregiment F/2
Veldvervangingsregiment F/3
Veldvervangingsregiment PAOK 1
Tankveldvervangingsregimenten
Panzer-Feldersatz-Regiment 63
Tankveldvervangingsregiment 500
Panzer-Feldersatz-Regiment 63
Veldpostnummers vanaf 19 maart 1945: De eenheden werden als onderdeel van het Panzer-Feldersatz-Regiment 63 ingeschreven in het veldpostoverzicht. Het 1e Bataljon was alleen als staflid geregistreerd. Het 2e Bataljon werd geregistreerd als staf en eenheid.
Eenheid Veldpostnummer
Regimentsstaf 05586
Staf I Bataljon 37137
Staf II Bataljon 35878 A
1e Compagnie 35878 B
2e Compagnie 35878 C 35878 D
4e
Compagnie 35878 E Het
Panzer Field Replacement Regiment 63 werd opgericht in december 1944. Het regiment werd gevormd tijdens de reorganisatie van het XXIV Pantserkorps. De staf werd gevormd uit de staf van het 63e Pantsergrenadierregiment, en het 1e Bataljon van het regiment werd gevormd uit het 16e Veldvervangingsbataljon van de 16e Pantserdivisie. Het 2e Bataljon van het Regiment werd gevormd uit het Veldvervangingsbataljon 27 van de 17e Pantserdivisie. Na de oprichting werd het regiment ondergeschikt gemaakt aan het XXIV Pantserkorps. Aanvankelijk was het regiment ingezet bij het bruggenhoofd van de Baranov. In het voorjaar van 1945 werd het regiment ingezet in Silezië. Toen de 16e Pantserdivisie en 17e Pantserdivisie afzonderlijk werden herverdeeld, bleef het regiment bij de 17e Pantserdivisie.
Commandanten:
Tankveldvervangingsregiment 500
Veldpostnummers: Het regiment werd niet vermeld in het overzicht van de veldposten.
Het Panzer-Feldersatz-Regiment 500 werd opgericht op 20 december 1944. Het regiment werd gevormd uit het Veldvervangingsbataljon Groot-Duitsland en het Veldvervangingsbataljon Brandenburg met twee bataljons van elk 5 compagnies. Na de oprichting werd het regiment ondergeschikt gemaakt aan het Panzerkorps Großdeutschland.
Commandanten:
Reserve-troepen van het leger
Vervangende infanterie-eenheden
Staf, Divisie, Commandant
van Vervangingstroepen, Divisie Nr.
Vervangingsbrigades, Reservedivisies,
Opleidingsdivisies, Vrijwillige
Reguliere Divisie.
Regimenten Bataljons/Divisies
Veldrekruten Infanterieregimenten Veldrekrutenbataljons
Infanterievervangingsregimenten Infanterievervangingsbataljons
Reserve Infanterieregimenten Reserve Infanteriebataljonen
Infanterievervangingsregimenten (Gemotoriseerd) Gemotoriseerde Infanterievervangingsbataljons
Infanterievervangingsbataljons (Landwehr)
Grensinfanterievervangingsregimenten Grensinfanterievervangingsbataljons
Grenadiervervangingsregimenten Grenadiervervangingsbataljons Grenadiervervangingsregimenten
(Gemotoriseerd)
Grenadiervervangingsbataljons Reserve Grenadierregimenten Reserve Grenadierbataljonen
Fusiliervervangingsbataljons
Reserve Fusilierbataljonen
Jägervervangingsregimenten Jägervervangingsbataljonen
Reserve Jägervervangingsregimenten Reserve Jägerregimenten Rijgerregimenten Reserve Jägerregimenten Reserve Infanteriebataljons
Berginfanterie Vervangingsregimenten Berginfanterie Vervangingsbataljons
Reserve Berginfanterie Regimenten Reserve Berginfanteriebataljons
Vervangingsbataljons (M) en (o)
Reserve Bataljons (M) en (o)
MG Vervangingsbataljons
Reserve Mitrailleurbataljons
Granaatwerper Vervangingsbataljons
Fla Vervangingsbataljons
Infanterie Cavalerie Vervangingsdivisies
Vrijwillige regimenten
School voor officierskandidaten van de infanteriescholen voor vaandrig officieren van het infanterieleger
onderofficiersscholen voor infanterieleger onderofficieren voorbereidingsscholen van de infanterieleger-onderofficiersschool
voor bergtroepen
Vervangende eenheden van de snelle troepen
Staf, Divisiecommandanten
van Snelle Troepen, Reserve Tankdivisies, Commandanten
van Tanktroepen
Regimenten Bataljons/Divisies
Tankvervangingsdivisies
Reserve Tankdivisies
Tanktrainingsdivisies
Geweervervangingsregimenten Geweervervangingsbataljons
Panzergrenadiervervangingsregimenten Panzergrenadiervervangingsbataljons
Reserve Panzergrenadierregimenten Reserve Panzergrenadierbataljonen
Antitankvervangingsdivisies
Tankvernietigervervangingsdivisies
Reserve Tankvernietigerdivisies Cavalerie
Vervangingsregimenten Cavalerie Vervangingsdivisies
Kozakken Vervangende Regimenten
Tankverkenningsvervangingsdivisies Vervangingsdivisies
Vervangende Divisies f. mot. Verkenningseenheden
Reserve Fietsregimenten Fietsvervangingsdetachementen
Verkenningsvervangingsdetachementen
Motorfietsvervangingsbataljons
Pantserscholen Oberfähnrichscholen van de pantsertroepen Fahnenjunkerscholen
van de pantsertroepen Officiersaanvragersscholen voor pantserinfanteristen
Legeronderofficiersscholen voor pantsertroepen
Vervangende artillerie-eenheden
Regimentsdivisies
Artillerievervangingsregimenten Artillerievervangingsdivisies
Reserveartillerieregimenten Reserveartilleriedivisies
Vervangingsdivisies Aanvalskanonvervangingsdivisies
Legerluchtafweerartillerievervangingsdivisies Reserveleger
Luchtafweerartilleriedivisies Mistvervangingsregimenten
Mistvervangingsdivisies Nebelvervangings-
en Opleidingsdivisies Lanceerwerpervervangings- en Opleidingsdivisies
Opleidingsafdelingen
Observatievervangingsafdelingen
Vervangende Eenheden van Genie, Spoorwegtroepen en Technische Troepen
Regimenten Bataljons
Genieopleiding Regimenten Genie Opleidingsbataljons
Genie Vervangingsbataljons
Tank Genie Vervangingsbataljons
Berggenie Vervangingsbataljons
Genie Opleidingsregimenten Genie Opleidingsbataljons
Tank Genie Opleidingsbataljons
Berggenie Opleidingsbataljons
Reserve Genie Bataljons
Reserve Tank Genie Bataljons Bataljons
Reserve berggeniebataljons
Bouwvervangingsbataljons
Brugbouw Vervangingsbataljons
Spoorwegingenieur Vervangingsbataljons
Technische Vervangingsbataljons
Technische Reservebataljons
Vervangingsinlichtingen-eenheden
Stafdivisies
Commandanten van de Inlichtingenmacht Berginlichtingenvervangingsdivisies
Berginlichtingenopleidingsdivisies
Inlichtingenvervangingsafdelingen
Inlichtingenopleidingsafdelingen
Tankinlichtingenvervangingsafdelingen
Tankinlichtingeninlichtingenopleidingsafdelingen
Vervangende Troepen Bevoorradingseenheden
Stafafdelingen Commandanten
van het Motorvoertuigpark Troepen Afdelingen
Motorvoertuigvervanging Afdelingen
Afdelingen Vervanging van Motorvoertuigen Vervangingsafdelingen
Afdelingen Vervanging van Voertuigen Vervangingsafdelingen Vervangende Eenheden
van de Beveiligings- en Ordetroepen
Regimentsdetachementen/bataljons
Veldgendarmerie Vervangingsregimenten Veldgendarmerie Vervangingsdivisies
Legerondersteuning Vervangingsafdeling
Staatsgeweervervangingsregimenten Staatsgeweervervangingsbataljons
Reserve Geweerbataljons
Nationale Geweertrainingsbataljons
Vervangende Medische Eenheden
Afdelingen
Medische Vervangingsafdelingen
Veterinaire Vervangingsafdelingen
Vervangende Eenheden van de Administratieve Eenheden
Afdelingen
Administratieve Vervangingsafdelingen Economische
Vervangingsafdelingen
Veldpostvervangingsafdelingen
Ordetroepen:
Stafcommandanten
Achterlegergebied (Korück)
Oberfeldkommandanturen (OFK)
Feldkommandanturen (FK)
Kreiskommandanturen (KK)
Ortskommandanturen (OK)
Hauptverbindungsstaben (HVS)
Verbindungsstaben (VS)
Wacheinheiten:
Staf-/Regimentsbataljons
Garderegimenten Gardebataljons
Oostwachtbataljons
Fietswachtbataljons
Opleidingsstaf van de Vlaamse en Waalse Gardeafdelingen
Veldgendarmerie:
Bataljons/Divisies
Verkeersleidingsbataljons
Veldgendarmeriedivisies
Feldjäger-eenheden:
Stafeenheden
Feldjäger Commando's Feldjäger Bataljons
Feldjäger Regimenten
Geheime Veldpolitie:
Eenhedengroepen
Geheime Veldpolitiepatrouillediensten
:
Staf/Regimenten Bataljons
Commandanten van de patrouilledienst in de WK
Commandantengroep Legerpatrouillediensten Groepen Wehrmacht-patrouilledienst
Wehrmacht-patrouillegroepen
Stationswacht en patrouilleafdelingen
Commandanten voor feestdagbewaking Treinwachtafdelingen
Ondersteuningseenheden:
Wehrmacht-ondersteuningsafdeling
Legerondersteuningsafdelingen
Gevangeniseenheden:
Veldgevangenendivisies Speciale Afdelingen
van de Reserve Leger
Veldgevangenenkampscholen
:
Feldgendarmerieschool
Onderwijs-, vervangings- en opleidingseenheden:
Regimenten, detacheringen/bataljons
, veldgendarmerie, vervangende regimenten, veldgendarmerie, vervangingsdivisies,
legerondersteuningsvervangingsdivisie,
Legerfaciliteiten
Bevoorradingsfaciliteiten:
Legermunitiefabrieken Legerhulpmunitiekantoren
Legeruitrustingskantoren Legermaterieelkantoren
Legermaterieelkantoren
Krijgsgevangenenkampen:
Officierskamp (Oflag)
Hoofdkamp (Stalag)
Frontstalag
Transitkamp (Dulag)
Terugkamp (Heilag)
Interneringskamp (Ilag)