Duitse militaire formaties en eenheden tot 1945

Landmacht

Inhoud

- Algemeen

- Tijden de oorlog 

- 1919

-  Legeronderdelen

- Legergroep A

- Legergroep C

- Legergroep E

 

Algemeen

Heer was de Duitse landmacht binnen de Wehrmacht die werd opgericht op 16 maart 1935 door Adolf Hitler nadat deze de Wet op de Herinrichting van de Nationale Defensie liet goedkeuren en zo de militaire beperkingen van het Verdrag van Versailles naast zich neerlegde.


Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd aan Duitsland beperkingen opgelegd door het Verdrag van Versailles. Een van deze beperkingen was dat de Weimarrepubliek slechts een klein defensief leger, de Reichswehr, mocht bezitten. De grootte en indeling van de Reichswehr werd gecontroleerd en klein gehouden door de geallieerden in de hoop dat ze hiermee een herhaling van de Eerste Wereldoorlog zouden vermijden. De Reichswehr bestond uit 100.000 manschappen en werden verdeeld over een kleine landmacht (Reichsheer) en een kleine zeemacht (Reichsmarine).

In 1933 kwam de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) aan de macht waarmee de aanzet tot het Derde Rijk was gezet. Twee jaar later, in 1935 werd het Verdrag van Versailles nietig verklaard door Adolf Hitler via een wet die de Reichswehr omvormde in een volwaardig leger, de Wehrmacht. De Wehrmacht bestond nog steeds uit de landmacht (Heer) en zeemacht (Kriegsmarine) en de luchtmacht (Luftwaffe) werd eraan toegevoegd.

Het Heer bestond tijdens zijn oprichting in 1935 uit 21 divisies en een aantal kleinere formaties die op hun beurt werden ingedeeld in 3 Legergroepen. Tussen 1935 en 1945 groeide de strijdmacht tot meer dan honderd divisies, een dozijn legergroepen en meer dan duizend ondersteuningseenheden. In september 1939 werd het Heer geleid door het Oberkommando des Heeres (OKH), een militaire bevelhebbing dat ondergeschikt was aan het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) en dus aan Generaloberst Wilhelm Keitel. In de praktijk stond het echter onder de directe leiding van Adolf Hitler. In 1939 was nazi-Duitsland opgedeeld in 15 districten, de zogenaamde Wehrkreise waarin bij aanvang van Duitse mobilisatie in totaal 51 divisies werden opgericht (39 infanterie, 5 Panzer, 4 lichte en 3 berg divisies). Na de mobilisatie, werd het aantal divisies uitgebreid met 16 reserve-, 21 territoriale- (de zogenaamde Landswehr) en 14 Ergänzungsdivisies. Het aantal pantserdivisies werd voor de invasie in het Westen verdubbeld tot 10.

Ter voorbereiding van de invasie in Polen (Fall Weiss) werden twee legergroepen opgericht; Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Süd. Heeresgruppe Nord bevatte twee legers drie korpsen elk en zou de beschikking hebben over een pantserdivisie, een gemengde Heerse/SS pantserdivisie, twee gemotoriseerde divisies, 16 infanteriedivisies en een cavaleriebrigade. Heeresgruppe Süd bestond uit drie legers met in totaal 10 korpsen en had vier pantserdivisies, vier Lichte divisies, 21 infanteriedivisies en drie bergdivisies. In de aanvang naar de Tweede Wereldoorlog kende de Heer vijf soorten divisies; Infanterie-, Gemotoriseerde infanterie-, Panzer-, Lichte- en Bergjagerdivisies.

Tijdens de invasies in het Westen (mei 1940), telde het Heer 129 infanteriedivisies, vier gemotoriseerde infanteriedivisies, vier lichte divisies, tien pantserdivisies, drie Bergjagerdivisies en één cavaleriedivisie. Parallel aan het Heer had men de beschikking over de SS-Verfügungstruppe, die vanaf april 1940 werd omgezet in de Waffen-SS. Ter voorbereiding van de invasie in het Westen werd het Heer in drie legergroepen georganiseerd; Heeresgruppe A, met 45½ divisies inclusief 7 pantserdivisies, Heeresgruppe B met 29½ divisies waarvan 3 pantserdivisies en Heeresgruppe C met 19 divisies. Gedurende de resterende tijd van de Tweede Wereldoorlog werd nagenoeg niets veranderd aan de basis van deze organisatie. Alleen aan de top (bevelhebbing) werd afhankelijk van de te voeren operatie eenheden verschoven. Het moet wel gezegd dat alhoewel de samenstelling van een divisie of regiment nauwelijks wijzigde, het aantal soldaten binnen de eenheden wel danig kon wijzigen. De redenen waren omdat het aantal beschikbare soldaten, naarmate de oorlog vorderde, danig slonk en vanuit propagandistisch oogpunt het aantal divisies bleven bestaan ondanks de samenstelling ervan nog maar moeilijk een divisie waard was.

De infanteriedivisies van het Heer werden opgebouwd in zogenaamde Welle. Iedere Welle had z'n eigen indeling van grootte, organisatie en taak. Met de eerste Welle werden ongeveer 18.000 man opgeroepen. De daaropvolgende Wellen bestonden uit ca. 15.000 manschappen. De divisies die uit de 3e en 4e Welle werden opgebouwd, telden aanzienlijk minder artilleristen dan de eerste twee Wellen. Een standaard infanteriedivisie bestond uit drie regimenten, met elk ongeveer 3000 manschappen, een artillerie regiment en een aantal ondersteunende eenheden zoals een geniebataljon en een verkenningsafdeling (abteilung). De genie- en verkenningseenheden bij het Duitse Heer waren volwaardige gevechtseenheden met vlammenwerpers en pantserafweerwapens waardoor ze eveneens aan de frontlijn vochten.

Elk infanterieregiment had een eigen hoofdkwartier inclusief staf, een verbindingseenheid, een fiets- en een geniepeloton. In een regiment waren drie infanteriebataljons te vinden waarbij elk bataljon weer drie infanteriecompagnies had. Elk compagnie bestond uit 180 manschappen, een antitankgeweereenheid, een compagnie MG machinegeweren (drie pelotons) en een mortierpeloton met drie secties. Met deze indeling had ieder infanterieregiment haar eigen ondersteuning met zware wapens en artillerie. Het standaard infanteriewapen zou de gehele Tweede Wereldoorlog ongewijzigd blijven en was de 7,92 mm Mauser Karabiner 98k. Officieren, machinegeweer schutters, chauffeurs en alle andere militairen die geen Mauser hadden, droegen het Luger 08 pistool.

Het binnen de infanteriedivisie aanwezige artillerieregiment, werd verdeeld in drie artillerie abteilungen met elk drie batterijen. Elke batterij had vier 10,5 cm houwitsers. In het verloop van de oorlog werd nog een vierde artillerie abteilung daaraan toegevoegd met drie batterijen van elk vier 15 cm houwitsers. Afhankelijk van de gevechtstaak van de infanteriedivisie, kon de artillerie variëren van de 8,8 cm FlaK/Antitank tot de enorme 60 cm "Karl-Gerät" houwitser. Afhankelijk van de aard van de te voeren operatie, konden aan een infanteriedivisie ook nog zware luchtafweer batterijen van de Luftwaffe worden toegevoegd.

Aanvankelijk bestond de pantserdivisie uit één infanterieregiment, twee pantserregimenten en een gemotoriseerd artillerieregiment. Na de invasie van Polen, werden de lichte divisies omgebouwd tot panzer-divisionen omdat de lichte divisies niet opgewassen bleken te zijn tegen zelfs de meest armoedig uitgeruste Poolse troepen.

De standaard pantserdivisies waren tijdens de veldtochten tegen polen en het westen (1939/1940) opgebouwd uit 2 tankregimenten, elk bestaande uit 2 bataljons met elk 4 compagnies aan 32 tanks, 1 volledig gemotoriseerd infanterieregiment die later de benaming Panzergrenadiere zouden krijgen, een verkenningsbataljon met pantserwagens en motoren, een verbindingsbataljon en ondersteunende eenheden.

De latere pantserdivisies (1941/1945) waren opgebouwd uit 1 tankregiment met 2 bataljons en als het om een SS-pantserdivisie ging soms 3 (tussen 40 en 100 tanks per bataljon, afhangende van het jaar), 2 gedeeltelijk gemechaniseerde, gedeeltelijk gemotoriseerde infanterieregimenten (2 bataljons, 3 bij de Waffen-SS), een gemotoriseerd artillerieregiment (2 bataljons, 3 bij de Waffen-SS), een verkenningsafdeling, een gemechaniseerd pionierbataljon (genietroepen), een verkenningsafdeling, een tankjagerafdeling en ondersteunende eenheden.

Uiteraard kon de organisatie verschillen van divisie tot divisie, zo hadden in 1942 de Panzer-Divisionen van Heeresgruppe Süd, later Heeresgruppe A en Heeresgruppe B, 3 bataljons per tankregiment. Terwijl de Panzer-Divisionen van Heeresgruppe Mitte vaak slechts 1 tankbataljon hadden.

Dit was de meest prestigieuze elite-eenheid van het Duitse leger. De Fallschirmjäger (Jager is de Duitse term voor lichtbewapende infanterie) waren gespecialiseerd in verrassingsaanvallen ver achter de vijandelijke linies. Deze aanvallen werden altijd uitgevoerd vanuit de lucht met behulp van parachutes en zweefvliegtuigen. De Fallschirmjäger kwamen vooral veel in actie bij de zogeheten Blitzkrieg-invasies: de jagers sprongen ver achter de vijandelijke linies uit hun vliegtuigen en namen belangrijke strategische doelen in waarna het voor de andere infanteriedivisies makkelijker was om het gebied te veroveren. De jagers kwamen voor het eerst in actie in Polen in 1939. In mei 1940 speelden ze een grote rol bij de verovering van Nederland, België en Frankrijk. In 1941 bij de verovering van het eiland Kreta. De jagers werden ook sporadisch ingezet bij de invasie van Rusland. In de rest van de oorlog nam het aantal invasies van het Duitse leger af waardoor de jagers eigenlijk een beetje overbodig werden. De falschrimjagers vochten toen eigenlijk alleen nog maar als ondersteunende infanterie, met name in 1944 bij het verdedigen van het Franse stadje Carentan, in Italië in Monte Cassino en bij het Ardennen-offensief.

Omdat de jagers-parachutisten eenheden gebruik maakten van vliegtuigen, waren ze al voor de oorlog onderdeel geworden van de Luftwaffe en niet meer van het Heer; dit was ook de reden waarom de Jagers Luftwaffe-uniformen droegen. De Jagers hadden extreem dure, lichtgewicht wapens die speciaal ontworpen waren voor parachutesprongen. Vanwege de hoge prijs werden deze wapens alleen in beperkte oplage geproduceerd en waren ze alleen bestemd voor de jagers.

Er waren vijf divisies van Fallschirmjäger en het totale aantal bedroeg 35.000 man. Het concept van de Fallschirmjäger heeft grote invloed gehad op de techniek van oorlog voeren in het algemeen.

Later in de oorlog, vooral in de slag om de Ardennen en kort daarna werd de term Fallschirmjäger ook gebruikt om "bij elkaar geraapte" troepen aan te duiden. Van de oorspronkelijke elitetroepen was behalve de reputatie niet veel meer over. Omdat de Duitsers steeds moeilijker aan vervanging van manschappen en materieel konden komen werden nieuwe Fallschirmjägerregimenten samengesteld. In werkelijkheid waren dit alleen nog in naam Fallschirmjägerregimenten, omdat ze in het geheel niet over vliegtuigen of ander zwaar materieel beschikten, slechts over allerlei handvuurwapens en granaten.

Om de pantserdivisies tijdens hun snelle acties te kunnen ondersteunen, werden gemotoriseerde infanteriedivisies in het leven geroepen. Veelal werden ook motorfietsen met zijspan ingezet om de infanterie te verplaatsen. De gemotoriseerde divisies waren opgebouwd uit 3 gemotoriseerde infanterieregimenten, een tankjagerafdeling en ondersteunende eenheden. Later in de oorlog, zo rond 1943-1944, werden de gemotoriseerde infanteriedivisies hernoemd naar Panzergrenadier-Divisionen, waardoor enkele de beschikking kregen over een tankbataljon tevens werden de regimenten teruggebracht tot 2 infanterieregimenten, waarvan een gedeelte in halfrupsvoertuigen werd vervoerd (sd.Kf.z251).

De lichte divisie was in feite de moderne versie van de oude cavalerie. Het waren dan ook gemotoriseerde cavaleristen. De samenstelling kon nog al eens variëren en was veelal opgebouwd met een licht tankbataljon, één of twee cavalerieregimenten (infanteristen), een gemotoriseerd artillerieregiment, een antitankbataljon, verkenningsbataljons of regimenten met pantserwagens. Na de strijd in Polen werden de meeste lichte divisies al snel omgevormd tot pantserdivisies.

De drie Bergjagerdivisies die het Duitse Heer telde, leken qua indeling veel op een infanteriedivisies. Ze waren echter uitgerust met veel lichtere bewapening en uitrusting, om de mobiliteit van deze divisies te verhogen en als elite-eenheden in te zetten, al of niet bij acties in berggebieden.

Ook dit was een elite-eenheid van de Duitse landmacht maar dan gespecialiseerd voor gevechten op sneeuw en ijsvlaktes. Het alpenkorps bestond uit 3 divisies en werd getraind in Oostenrijk. Het Alpenkorps was gespecialiseerd in het overbruggen van lange afstanden door onherbergzame gebieden en was uitgerust met sneeuwkleding en ski's. Het alpenkorps kwam vooral in actie bij de invasie van Noorwegen in 1940 en vocht tijdens de winter van 1941 tegen de Russische legers in het Kaukasus gebergte.

Deze elite-eenheid van Duitse landmacht werd pas in 1941 opgericht na de Italiaanse mislukking om Egypte en het Suezkanaal te veroveren. Het Afrika korps bestond uit 2 (15e panzer en 5e lichte, later omgevormd tot 21e panzer) divisies, later 3. Zij vormden de kern van het Panzerarmee Afrika vanaf 1942 (Duits-Italiaanse troepen). De soldaten van korps waren gekleed in zandkleurige tropenkleding. De leider van het korps was generaal en later generaal-veldmaarschalk Erwin Rommel. Deze eenheid hield op te bestaan na de Anglo-Amerikaanse verovering van Noord-Afrika in mei 1943.

Militaire rangen. De laagste in rang staat eerst vermeld:

Grenadier
Obergrenadier
Gefreiter
Obergefreiter
Stabsgefreiter
Unteroffizier
Unterfeldwebel
Fähnrich
Feldwebel
Oberfeldwebel
Hauptfeldwebel
Oberfähnrich
Stabsfeldwebel
Leutnant
Oberleutnant
Hauptmann
Major
Oberstleutnant
Oberst
Generalmajor
Generalleutnant
General (per wapenvak)
Generaloberst
Generalfeldmarschall (bevelhebber van een gehele legereenheid)

Tussen 1939 en 1945 dienden bijna 13 miljoen manschappen in het Heer. Meer dan 3 miljoen manschappen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gedood en meer dan 4,1 miljoen gewond. Van de 7361 mannen die de hoogste Duitse militaire onderscheiding tijdens de Tweede Wereldoorlog (het Ridderkruis) ontvingen, waren er 4777 van het Heer (65% van het totaal). Het Heer werd verslagen na de Duitse capitulatie op 8 mei 1945, met uitzondering van enkele eenheden van de Heeresgruppe Kurland in de Baltische staten, die nog een paar dagen verder vochten tegen de Russen, maar zich uiteindelijk op 11 mei 1945 ook moesten overgeven. De Geallieerde Raad ontbond de Deutsche Wehrmacht op 20 augustus 1946.

 

Tijdens de oorlog

Tijdens de oorlog werden in totaal vijftien legergroepen gevormd, waarvan sommige meerdere keren werden hernoemd. Sommige aanduidingen werden op verschillende tijdstippen door verschillende legergroepen gedragen. De termen Legergroep Zuid of Legergroep Noord verwijzen naar volledig verschillende legergroepen, afhankelijk van de tijd. Aan het begin van de oorlog bestonden legergroepen Noord en Zuid aan de Duitse oostgrens voor de invasie van Polen en Legergroep C als dekkingsgroep aan de Duitse westgrens. Aan het begin van de Westelijke Campagne bestonden legergroepen A, B en C, allemaal in het Westen. Aan het begin van de Russische campagne waren Legergroepen Noord, Centrum en Zuid in het oosten ingezet, terwijl Legergroep D in het westen bleef.

Legergroep A

Legergroep Afrika

Legergroep B

Legergroep C

Legergroep D

Legergroep Don

Legergroep E

Legergroep F

Legergroep G

Legergroep H

Legergroep Koerland

Legergroep Centraal

Legergroep Noord

Legergroep Noord-Oekraïne

Legergroep Bovenrijn

Legergroep Ostmark

Legergroep Zuid-Oekraïne

Legergroep Wisla

Legergroep Z.b.V.

1919

Op 6 maart 1919 nam de Rijksdag de wet aan over de vorming van een voorlopige Reichswehr (Legerverordening Gazette 387/19). Het voorzag nog niet in een specifieke sterkte, maar liet in de uitvoeringsvoorschriften de opstelling van een begroting over aan de Rijksminister van de Strijdkrachten. De uitvoeringsregels van de Reichswehr-minister van 31.3.1919 (AVB1 486/19) bepaalden de vorming van grote Reichswehrbrigades van 12227 man en kleine Reichswehrbrigades van 7203 man. Daarnaast waren er doorgaans 1000 man per brigade gepland die werden geaffilieerd aan de Volkswehr of andere eenheden, die aanvankelijk alleen bedoeld waren voor de lokale bescherming van het vaderland. Verzoeken van de Generale Commando's om in plaats van de Volkswehr verdere Reichswehr-eenheden op te richten, werden meestal ingewilligd door het Reichswehrcomité zoals gepland.

Naast de Grenswacht Oost zouden de volgende worden opgericht:

a) bij het Algemeen Commando Lüttwitz (Garde, III, IV, XVI, XXI)*)3,
later 6 Grote Brigades (3, 4, 15, 16, 30, 40) 73.362 man
2 Kleine Brigades (25, 31) 14.406 man
Volksmilitie 6000 man

b) in het gebied van de Algemene Commando's VII, IX, X (met VIII), XI (met XV), XII (met XIX), XIII, XIV en XVIII:
2 Grote Brigades (9, 12) 24.454 man
7 Kleine Brigades (7, 10, 11, 13, 14, 18, 19) 50.421 man
Volksmilitie 8000 man

c) in Beieren:
1 Grote Brigade (21) 12.227 man
3 Kleine Brigades (22, 23, 24) 21.609 man Volksmilitie 3000 man *)

(d) Er moest een speciaal bevel worden uitgevaardigd voor de reorganisatie van de vrijwillige verenigingen die aan de oostelijke grens werkten.
14 grote brigades (1, 2, 5, 6, 8, 17, 20, 27, 28, 29, 33, 34, 37, 38) 171178 man
5 kleine brigades (26, 32, 35, 36, 39) 36.015 man
militie (op 1, 6, 17, 20) 5000 man

In totaal ontstond hiermee een kader van 40 brigades met 425652 man.

In mei/juni 1919 waren de volgende personen beschikbaar
voor integratie in de Reichswehr (tussen haakjes: officieren / manschappen):

Grenswacht Oost

Opperlegercommando (GFM von Hindenburg) in Kolberg
Freikorps Feldm. Hindenburg (1-2-1)

Legerhoofdcommando Noord (General der Infanterie von Quast) in Bartenstein

, Algemeen Commando VI Reservecorps in Mitau
, Brigade Koerland in Mitau (730 / 15200), zou de Reichswehrbrigade, 35e IJzeren Divisie,
Baltische Landeswehr,
2e Infanteriebrigade in Groß Piaton vormen
.

De Schaulen Brigade in Schaulen (230 / 5900) zou de Reichswehr Brigade 36 vormen

Algemeen commando Vrijwilligersreservekorps in Kovno
Brigade Noord-Litouwen (6-1-8), gedetacheerd bij Schwetz/West-Pruisen (210 / 4660), zou de Reichswehrbrigade 37 vormen

De Zuid-Litouwse Brigade in Kovno (134 / 5833) zou de Reichswehr Brigade 28 vormen

Brigade Olita detacheerde naar Arys/Oost-Pruisen
Brigade Grodno in Suwalki (360 / 9000) zou de Reichswehrbrigade 38 vormen

Algemeen commando I. Legerkorps in Königsberg
, 1e Infanteriedivisie in Heinrichswalde zou Reichswehrbrigade 1 vormen
, 2e Infanteriedivisie in Insterburg zou Reichswehrbrigade 33 vormen

Tijdens de herschikking van de troepen van het Algemeen Commando van Lüttwitz werd al snel duidelijk dat het kader niet toereikend was na de sterke uitbreiding van het Garde Cavalerie Geweerkorps en dat de 30e en 40e als grote brigade moesten worden voorzien en de 31e als kleine brigade (de 31e in plaats van de 16e werd de Grote Brigade).

Legeronderdelen

Reichswehrbrigade 1

Reichswehrbrigade 2

Reichswehrbrigade 3

Reichswehrbrigade 4

Reichswehrbrigade 5

Reichswehrbrigade 6

Reichswehrbrigade 7

Reichswehrbrigade 8

Reichswehrbrigade 9

Reichswehrbrigade 10

Reichswehrbrigade 11

Reichswehrbrigade 12

Reichswehrbrigade 13

Reichswehrbrigade 14

Reichswehrbrigade 15

Reichswehrbrigade 16

Reichswehrbrigade 17

Reichswehrbrigade 18

Reichswehrbrigade 19

Reichswehrbrigade 20

Reichswehrbrigade 21

Reichswehrbrigade 21

  • De Reichswehrbrigade 21 werd opgericht op 1 juni 1919 in München. De troepen van de brigade kwamen voornamelijk uit het Beierse Schutterskorps, dat ook wel Freikorps Epp werd genoemd, onder het algemeen commando I Beierse Legerkorps. Het was een grote brigade. Na de oprichting werd de brigade ondergeschikt gemaakt aan het Reichswehr Group Command 4 in München. Naast de twee geweerregimenten 41 en 42, het Reichswehr Cavalerie Regiment 21 en het Reichswehr Artillerieregiment 21, behoorde ook de 1e Beierse Zware Artilleriedivisie 21 tot de brigade. Dit werd opgericht door de vrijwilligersbatterij van het 3e Koninklijke Beierse Voetartillerieregiment in Ingolstadt. Daarnaast was er het Beierse Reichswehr Jägerbataljon 21, dat in Freising werd opgericht uit het Jägerbataljon van het Freikorps Epp. Bij bevel van 17 augustus 1919 werd de brigade samengevoegd met de Reichswehr Brigade 22 met ingang van 1 oktober 1919. De nieuwe Reichswehr Brigade 21 bleef ook ondergeschikt aan het Reichswehr Groepscommando 4. Vanaf april 1920 was de brigade ondergeschikt aan het Wehrkreiskommando VII. In mei 1920 voegde het Reichswehr Cavalerieregiment 21 zich bij het Cavalerieregiment 17 en verliet daarmee de brigade. Toen het 100.000 man tellende leger van de Reichswehr werd gevormd, werd de brigade op 1 oktober 1920 ontbonden en gebruikt om de eenheden van de 7e Divisie van de Reichswehr te vormen.
  • 2. Commandanten: Kolonel Franz Ritter von Epp 
  • Juni 1919  1e Beierse Reichswehr Geweerregiment 41 2e Beierse Reichswehr Geweerregiment 42 Beierse Reichswehr Jägerbataljon 21 (majoor Josef Ritter von Reiss) Beierse Reichswehr Cavalerie Regiment 21 1e Beierse Lichte Artillerie Regiment 21 1e Beierse Zware Artilleriedivisie 21
  • Oktober 1919 Infanterieleider 21 (Luitenant-kolonel Philipp Aschauer) Reichswehr Geweerregiment 41 Reichswehr Geweerregiment 42 Reichswehr Cavalerie Regiment 21 Artillerieleider 21 (luitenant-kolonel Erich Freiherr von Botzheim) Lichte Reichswehr Artillerieregiment 21 Eskadron 21 werd op 1 oktober 1919 opgericht door het Overgangsleger van de Reichswehr. Het personeel was gevestigd in München. De staf was ook verantwoordelijk voor Veldkolonne 81 en Veldkolonne 82 in München en Veldkolonne 83 in Augsburg. Na de oprichting werd de staf ondergeschikt aan de Reichswehrbrigade 21. In 1920 werden de staf en haar eenheden gereorganiseerd tot Fahrabteilung 21. De afdeling bleef ondergeschikt aan die van de Reichswehrbrigade 21. Toen het 100.000 man tellende leger van de Reichswehr werd gevormd, werd het departement opgeheven en gebruikt om het 7e (Beierse) Rijdepartement te vormen. Commandanten: Major Eichenauer (1919) Major Franz Deuringer Aufstellung - (1920) Reichswehr Pioniersbataljon 21 Motorvoertuigafdeling 21 Nieuwsafdeling 21
  • Mei 1920 Commandant van de Infanterie (luitenant-kolonel Philipp Aschauer) Reichswehr-Schützen-Regiment 41 Reichswehr-Schützen-Regiment 42 Bevelvoerder Artillerie (Oberstleutnant Erich Freiherr von Botzheim) Reichswehr-Artillerie-Regiment 21 Fahrabteilung 21 Nachrichten-Abteilung 21 Reichswehr-Pionier-Bataillon 21 Eisenbahn-Kompanie Kraftfahr-Abteilung 21 Leichte Kraftwagen-Kolonne 7

Reichswehrbrigade 22

Reichswehrbrigade 23

Reichswehrbrigade 24

Reichswehrbrigade 25

Reichswehrbrigade 26

Reichswehrbrigade 27

Reichswehrbrigade 28

Reichswehrbrigade 29

Reichswehrbrigade 30

Reichswehrbrigade 31

Reichswehrbrigade 32

Reichswehrbrigade 333

Reichswehrbrigade 34

Reichswehrbrigade 35

Reichswehrbrigade 36

Reichswehrbrigade 37

Reichswehrbrigade 38

Reichswehrbrigade 39

Reichswehrbrigade 40

Reichswehrbrigade 41

Reichswehrbrigade 42

Reichswehrbrigade z.b.V. 50

 

Brigades van het Overgangsleger (oktober 1919):

Reichswehrbrigade 1

Reichswehrbrigade 2

Reichswehrbrigade 3

Reichswehrbrigade 4

Reichswehrbrigade 5

Reichswehrbrigade 6

Reichswehrbrigade 7

Reichswehrbrigade 8

Reichswehrbrigade 9

Reichswehrbrigade 10

Reichswehrbrigade 11

Reichswehrbrigade 12

Reichswehrbrigade 13

Reichswehrbrigade 15

Reichswehrbrigade 16

Reichswehrbrigade 17

Reichswehrbrigade 18

Reichswehrbrigade 19

Reichswehrbrigade 20

Reichswehrbrigade 21

Reichswehrbrigade 23

Reichswehrbrigade 24

Reichswehrbrigade 27

Reichswehrbrigade 29

Reichswehrbrigade 31

Reichswehrbrigade 32

Reichswehrbrigade 35

Reichswehrbrigade 37

Reichswehrbrigade 38

Reichswehrbrigade 40

Reichswehrbrigade 41

Reichswehrbrigade 42

Reichswehrbrigade 43

 

Brigades van het 200.000 man tellende overgangsleger (mei 1920):

Reichswehrbrigade 1

Reichswehrbrigade 2

Reichswehrbrigade 3

Reichswehrbrigade 4

Reichswehrbrigade 5

Reichswehrbrigade 6

Reichswehrbrigade 7

Reichswehrbrigade 8

Reichswehrbrigade 9

Reichswehrbrigade 10

Reichswehrbrigade 11

Reichswehrbrigade 12

Reichswehrbrigade 13

Reichswehrbrigade 15

Reichswehrbrigade 16

Reichswehrbrigade 18

Reichswehrbrigade 19

Reichswehrbrigade 20

Reichswehrbrigade 21

Reichswehrbrigade 23

Reichswehrbrigade 24

Legergroep A

Legergroep A werd voor het eerst gevormd op 26 oktober 1939 in de Eifel. De staf werd gevormd door Legergroep Zuid van Polen te hernoemen en nam het commando over de Duitse eenheden die aan de Belgische en Luxemburgse grenzen waren ingezet (12e en 16e Leger, vanaf 8 maart daarnaast het 4e Leger). De Legergroep werd in mei 1940 ingezet midden in de Duitse aanval op Frankrijk. De legers van de legergroep staken de Ardennen over, vervolgens de Maas en bereikten uiteindelijk de monding van de Somme. Met haar pantser- en gemotoriseerde eenheden kon de Legergroep de geallieerde troepen in Noord-Frankrijk en België afsnijden en vervolgens de meeste vernietigen. Voor de tweede fase van de Franse campagne vanaf 5 juni 1940 werd de Legergroep gereorganiseerd en heringezet als de Middelgrote Legergroep aan de Somme. Vanuit hun posities ten noorden van de Aisne vielen de eenheden van Legergroep Reims aan, braken door de Franse verdedigingsposities en rukten vervolgens ver naar het zuiden en zuidoosten op. Hierdoor konden de Franse troepen in de Maginotlinie worden afgesneden en omsingeld. Na de Franse campagne fungeerde de Staf van Legergroep vanaf 30 oktober 1940 ook als opperbevelhebber West. Op 15 maart 1941 werden de officiële taken van Commander-in-Chief West overgedragen aan het Opperbevel van Legergroep D. Vanaf 1 april 1941 verhuisde het Legergroepcommando naar het oosten. Aanvankelijk werd het de Winter Section Staff genoemd voor camouflage, later de Sileza Section Staff. Tijdens de aanval op de Sovjet-Unie werd Legergroep officieel hernoemd tot Legergroep Zuid op 22 juni 1941.

Het Legergroepcommando werd op 24 april 1942 in Duitsland gereorganiseerd onder de codenaam "Stab Anton". Vanaf 22 mei 1942 werd het Legergroepcommando aangeduid als de "Küstenstab Asow". Als Legergroep A nam het commando op 7 juli 1942 het zuidelijke deel van Legergroep Zuid over voor het komende zomeroffensief richting de Kaukasus en Stalingrad. De Legergroep, samen met het ondergeschikte 1e Pantserleger en het 17e Leger, viel de Kaukasus en de olieregio van Baku aan vanuit het gebied van de benedenloop van de Don. Dit offensief kwam in november 1942 tot stilstand door gebrek aan kracht en door het toenemende Russische verzet op de noordelijke helling van de Kaukasus en voor Grozny. De focus van het Duitse zomeroffensief lag op Legergroep B in het gebied rond Stalingrad. De Legergroep bleef op haar posities tot december 1942, hoewel de ramp van Stalingrad in haar achterhoede dreigde. Pas op 1 februari 1943 werd het 1e Pantserleger overgedragen aan Legergroep Don en begon het zijn terugtocht richting de beneden-Don. Het resterende 17e Leger van Legergroep A trok zich begin 1943 terug naar het Kuban-bruggenhoofd. Hier kon de frontlinie voorlopig worden gestabiliseerd. In september 1943 werd het 17e Leger overgeplaatst naar de Krim. Op 17 september 1943 werd het nieuw gevormde 6e Leger ondergeschikt gemaakt aan Legergroep A, waarmee het de Nogae-steppe tussen de Dnjepr en de Zee van Azov verdedigde. In november 1943 werd het 6e Leger teruggetrokken achter de benedenloop van de Dnjepr. Het 17e Leger was daardoor geïsoleerd in de Krim en werd daar in mei 1944 vernietigd. Op 30 maart 1944 werd de Legergroep hernoemd tot Legergroep Zuid-Oekraïne.

Legergroep A werd op 23 september 1944 gereorganiseerd in Zuid-Polen en de Karpatenregio door Legergroep Noord-Oekraïne te hernoemen. De Legergroep werd ingezet om Zuid-Polen en Slowakije te verdedigen. Het was verantwoordelijk voor het 9e Leger, het 4e Pantserleger en het nieuw gevormde 17e Leger, evenals het 1e Pantserleger. Na de doorbraak van het Rode Leger bij Baranov aan de Wisła trok de Legergroep zich vanaf 12 januari 1945 met zware verliezen terug naar de Oder. Op 25 januari 1945 werd het hernoemd tot Legergroep Centrum.

 

Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt  

Na de heroprichting in 1942: Veldmaarschalk Wilhelm List 10 juli 1942 - 10 september 1942 direct ondergeschikt aan het OKH 10 september 1942 - 22 november 1942

Veldmaarschalk Ewald von Kleist 22 november 1942 

Na de heroprichting in 1944: Generaloberst Josef Harpe Heroprichting - 17 januari 1944 Kolonel-generaal Ferdinand Schörner 17 januari 1945 

 

Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Erich von Manstein Formatie - 1 februari 1940

General der Infanterie Georg von Sodenstern 6 februari 1940 -

Na de heroprichting in 1942: Generalleutnant Hans von Greiffenberg Oprichting - 23 februari 1943

Generalleutnant Alfred Gause 23 februari 1943 - 13 mei 1943

Generalleutnant Hans von Greiffenberg 13 mei 1943 - 16 juli 1943

Generaal-majoor Hans Röttiger 16 juli 1943 - 24 maart 1944

Generalleutnant Walther Wenck 24 maart 1944 

Na de heroprichting in 1944: Generalleutnant Wolfdietrich von Xylander 

 

1e Stafofficier: Kolonel (b.d.) Günther von Blumentritt - 1 maart 1940

Luitenant-kolonel (b.d.) Henning von Treskow 1 maart 1940 - eind oktober 1940

Kolonel i.G. August Winter 31 oktober 1940

Na de heroprichting in 1942: Kolonel (b.d.) Heinz von Gyldenfeldt 1 mei 1942 - juni 1943

Kolonel (gepensioneerd) Freiherr von Ledebur juli 1943 - maart 1944

Na de heroprichting in 1944: Kolonel (b.d.) Georg Freiherr von Weitershausen Heroprichting - oktober 1944

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Hans-Jürgen Bennecke (november 1944)

Kolonel (gepensioneerd) Georg Freiherr von Weitershausen december 1944 

 

 

Legeronderdelen

Legergroep Inlichtingenregiment 570 (1e formatie)

Legergroep Inlichtingenregiment 530 (2e formatie)

Legergroep Inlichtingenregiment 558 (3e formatie)

 

Ondergeschikte grote eenheden:

November 1939 16e Leger, 12e Leger
Mei 1940 16e Leger, 12e Leger, 4e Leger, 2e Leger
Juni 1940 16e Leger, 12e Leger, 2e Leger, Groep Guderian
Juli 1940 6e Leger, 16e Leger, 9e Leger
Augustus 1940 9e Leger, 16e Leger
September 1940 9e Leger, 16e Leger, Commandant van de Duitse troepen in Nederland
November 1940 9e Leger, 16e Leger
Januari 1941 9e Leger, 16e Leger
Mei 1941 6e Leger, 17e Leger


Na hervorming 1942:
Augustus 1942 1e Tankleger, Legergroep Ruoff, 11e Leger
September 1942 1e Tankleger, Legergroep Ruoff, Commandant van de Krim
Januari 1943 1e Tankleger, 17e Leger, Commandant van de Krim
Februari 1943 17e Leger, Commandant van de Krim Februari 1943 17e Leger, Commandant van de Krim
Maart 1943 17e Leger, Commandant van de Krim, Commandant van de Straat van Kertsj
Oktober 1943 6e Leger, 17e Leger
Januari 1944 3e Roemeense Leger, 17e Leger, Commandant van Duitse troepen in Transnistrië.
Maart 1944 6e Leger, 3e Roemeense Leger, 17e Leger


Na hervorming 1944:
Oktober 1944 4e Tankleger, 17e Leger, Legergroep Heinrici
November 1944 4e Tankleger, 17e Leger, 1e Tankleger
December 1944 9e Leger, 4e Tankleger, 17e Leger, 1e Tankleger
Januari 1945 9e Leger, 4e Tankleger, 17e Leger, Legergroep Heinrici

 

Legergroep B.

 

 

Legergroep C

Legergroep C werd gevormd tijdens de mobilisatie op 26 augustus 1939 in Frankfurt am Main, in Wehrkreis IX. De staf werd gevormd uit het Legergroep Commando 2. Aanvankelijk leidde de Legergroep alle troepen van het Westfront. Na het einde van de Poolse campagne en de vorming van Legergroepen A en B werd het operatiegebied van Legergroep C beperkt tot het zuidelijke deel van het Westfront tegenover de Maginotlinie. In juni 1940 brak Legergroep C frontaal door de Maginotlinie en kon zich vervolgens verenigen met de troepen van Legergroep A in de achterhoede van de Maginotlinie. Na de Franse campagne werd het legergroepcommando naar huis overgeplaatst. Daar werd het Legergroepcommando gebruikt om de troepen van het Veldleger die daarheen waren overgeplaatst te trainen. Op 20 april 1941 werd het Legergroepcommando overgeplaatst naar Oost-Pruisen onder de codenaam Sektionsstab Ostpreußen. Op 22 juni 1941 werd de Legergroep hernoemd tot Legergroep Noord.

Legergroep C werd op 26 november 1943 gereorganiseerd. Het nieuwe Legergroepcommando werd gevormd uit het staf van de Commandant-in-Chief South (Luchtmacht) en ingezet in Italië. Hij was ook opperbevelhebber Zuidoost. De legergroep leidde de gevechten om Italië tot het einde van de oorlog. Op 2 mei 1945 (in feite was de capitulatie al ondertekend op 29 april 1945 – dus vóór Hitlers zelfmoord op 30 april – door kolonel-generaal von Vietinghoff zonder toestemming van het opperbevel van de Wehrmacht (OKW) en daarom aanvankelijk geheim gehouden), was Legergroep C de eerste grote eenheid van het Duitse leger die zich gedurende een heel oorlogsgebied capituleerde en zo een einde maakte aan de gevechten in Italië.

Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Wilhelm Ritter von Leeb 26 augustus 1939 

 

Na de heroprichting in 1943:  Veldmaarschalk Albert Kesselring 21 november 1943 - 10 maart 1945

Kolonel-generaal Heinrich von Vietinghoff 10 maart 1945 - 29 april 1945

General der Infanterie Friedrich Schulz 30 april 1945 - 1 mei 1945

General der Panzertruppe Hans Röttiger 1 mei 1945 - Overgave

 

Chef van de Generale Staf:

Generalleutnant Georg von Sodenstern opstelling - 6 februari 1940

Generalleutnant Hans Felber 15 februari 1940 - 24 oktober 1940

Generalleutnant Kurt Brennecke 1 november 1940 - hernoemd tot

 

Na de heroprichting in 1943: Generalleutnant Siegfried Westphal Heroprichting - 9 september 1944

General der Panzertruppe Hans Röttiger 5 juni 1944 - 1 mei 1945

 

1e Stafofficier: Kolonel (b.d.) Vinzenz Müller Oprichting - december 1940

Luitenant-kolonel (b.d.) Paul Hermann 1 januari 1941 - hernoemd tot

 

Na de heroprichting in 1943: Kolonel (gepensioneerd) Dietrich Beelitz 1 december 1943 - 30 november 1944

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Josef Moll 30 november 1944 - april 1945

Majoor I.G. Kurt Schuster april 1945 - Capitulatie

 

Legergroep-troepen:

Legergroep Nieuwsregiment 639 (1e formatie)

Legergroep Nieuwsregiment 598 (2e formatie)

 

Ondergeschikte grote eenheden:

September 1939 7e Leger, 1e Leger, 5e Leger, Legerdepartement A
Oktober 1939 7e Leger, 1e Leger
Januari 1940 7e Leger, 1e Leger
Juli 1940 1e Leger, 12e Leger, 2e Leger
September 1940 7e Leger, 6e Leger, 2e Leger. 1e Leger
November 1940 2e Leger, 11e Leger
December 1940 2e Leger, 11e Leger, Panzergruppe 3
Januari 1941 2e Leger, 11e Leger, Panzergruppe 3
April 1941 11e Leger, Panzergruppe 3
Mei 1941 18e Leger, 16e Leger, Panzergruppe 4


Na hervorming 1943:
December 1943 10e Leger, 14e Leger
Januari 1944 10e Leger, 14e Leger
April 1944 10e Leger, 10e Leger, 14e Leger, Legerdivisie van Pincers
Augustus 1944 10e Leger, 14e Leger, Leger Ligurië
November 1944 10e Leger, Legergroep Ligurië
Januari 1945 10e Leger, Legergroep Ligurië
Maart 1945 10e Leger, 14e Leger, Leger Ligurië 

 

Legergroep D

 

Legergroep D werd op 26 oktober 1940 in Frankrijk gevormd. De staf bestond uit delen van het Opperbevel van Legergroep C. Vanaf 15 april 1941 fungeerde het Legergroepcommando ook als opperbevelhebber West. Het was nu direct ondergeschikt aan het Opperbevel van de Wehrmacht (in plaats van het OKH) en droeg de officiële aanduiding OB West (Heeresgruppenkommando D). De OB West was verantwoordelijk voor de troepen van de Duitse Wehrmacht in de bezette gebieden, namelijk Nederland, België en het bezette deel van Frankrijk, met uitzondering van de gebieden Elzas, Lotharingen en Luxemburg, die onder het bestuur van de CdZ vielen. De Lord Mayor West was niet verantwoordelijk voor de bezettingsadministratie; de bevoegdheid om bevelen uit te vaardigen aan de civiele autoriteiten lag bij een zogenaamde "zuivere" militaire administratie onder de militaire commandant Frankrijk, die ondergeschikt was aan het OKH. Deze vorm van bezettingsbestuur bleek echter niet succesvol en werd opnieuw verlaten. Op 10/11 november 1942, met de uitvoering van Operatie Anton, de bezetting van het voorheen onbezette Frankrijk door eenheden ondergeschikt aan de Lord Mayor West, werd het verantwoordelijkheidsgebied van laatstgenoemde over heel Frankrijk uitgebreid. Toen Legergroep B werd opgevolgd door een andere Legergroep, Legergroep G, werd de toevoeging van "Legergroep Commando D" vanaf 10 september afgeschaft 1944.In
om Britse luchtaanvallen af te slaan, was het enige noemenswaardige gevecht in het gebied van OB West een Brits-Canadese landingspoging nabij Dieppe in augustus 1942, die werd afgeslagen. Dit veranderde met de succesvolle landing van de Westelijke Geallieerden in Normandië in juni 1944. In afwachting hiervan waren de eenheden die ondergeschikt waren aan de OB West al versterkt tot bijna twee volledige legergroepen, en dit was formeel het geval met de hernoeming van Legergroep G naar Legergroep G op 12 september 1944. Op 11 november 1944 werd het nieuw gevormde Legergroep H ook ondergeschikt gemaakt aan de OB West.
Met uitzondering van de ondergeschiktheid van de troepen aan de Bovenrijn van 2 december 1944 tot 24 januari 1945 onder de Reichsführer SS in de functie van OB Oberrhein, behield de OB West het opperbevel over het gehele westfront, zelfs toen het achter de Rijksgrens lag, tot aan de doorbraak. Na de ontmoeting van Amerikaanse en Sovjettroepen nabij Torgau op 25 april 1945 werd de OB West hernoemd tot Opperbevelhebber Zuid met het opperbevel in Zuid-Duitsland, inclusief het Oostfront.

 

Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Erwin von Witzleben - 15 maart 1942

Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt 15 maart 1942 - 2 juli 1944

Veldmaarschalk Günther von Kluge 2 juli 1944 - 16 augustus 1944

Generalfeldmarschall Walter Model 17. Augustus 1944 - 3. September 1944

Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt 3 september 1944 - 11 maart 1945

Veldmaarschalk Albert Kesselring 11 maart - 22 april 1945

 

Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Carl Hilpert Oprichting - 1 april 1942

Generaal-majoor Kurt Zeitzler 1 april 1942 - 24 september 1942

General der Infanterie Günther Blumentritt 24 september 1942 - 9 september 1944

General der Kavallerie Siegfried Westphal 10 september 1944 22 april 1945

 

1e Generale Staf Officier

Kolonel. z.V. Bodo Zimmermann Bezetting - Hernoeming

 

Legergroep-troepen:

Legergroep Inlichtingendivisie 603

 

Ondergeschikte grote eenheden:

Datum Eenheden
November 1940 7e Leger, 6e Leger, 1e Leger
Januari 1941 7e Leger, 6e Leger, 1e Leger
Mei 1941 7e Leger, 1e Leger, 15e Leger, Commandant van de Duitse Troepen in Nederland
Juni 1942 1e Leger, 7e Leger, Legergroep Felber, 15e Leger, Commandant van de Duitse Troepen in Nederland
Mei 1943 Legergroep Felber, 1e Leger, 7e Leger, 15e Leger, Commandant van de Duitse troepen in Nederland
Juni 1943 Legergroep Felber, 1e Leger, 7e Leger, 15e Leger, Wehrmacht-commandant Nederland
September 1943 19e Leger, 1e Leger, 7e Leger, 15e Leger, Wehrmacht-commandant Nederland
Mei 1944 Legergroep G, Legergroep B, Tankgroep West, 1e Parachutistenleger
Augustus 1944 Legergroep G, Legergroep B
Oktober 1944 Legergroep G, Legergroep B, XXV Legerkorps
December 1944 Legergroep G, Legergroep B, Legergroep H, 6e Tankleger
april 1945 19e Leger, Legergroep G, 11e Leger, 24e Leger

 

Het Infanterievervangingsbataljon 80, later Grenadier Vervangingsbataljon 80, was verantwoordelijk voor het vervangen van de staf.

 

Legergroep E

 

Legergroep E werd op 1 januari 1943 op de Balkan gevormd. Het Legergroepcommando werd gevormd uit het vorige AOK 12. De staf was ook Opperbevelhebber Zuidoost tot 26 augustus 1943. De Legergroep was verantwoordelijk voor het commando over de Duitse eenheden die in de Middellandse Zee (behalve Noord-Afrika) en de Balkan waren ingezet. Dit omvatte Servië, Kroatië, Griekenland en Kreta. Na de oprichting van Legergroep F werd Legergroep E aan deze ondergeschiktheid ondergeschikt. In september 1943, na de Italiaanse overgave, nam de Legergroep de volledige verantwoordelijkheid voor het beveiligen van bezet Griekenland op zich. Daarbij vocht het tegen het communistische Volksbevrijdingsleger ELAS en tegen nationaal-monarchistische opstandelingen. Toen de gevechten in Roemenië in de zomer van 1944 uitmondden in een Duitse nederlaag, begon Legergroep E zich terug te trekken van de Griekse eilanden en het vasteland. De terugtrekking uit de zuidelijke Balkan was succesvol. Eind 1944 slaagde de Legergroep erin de aanvallen van Sovjet- en Bulgaarse troepen evenals het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger af te slaan. De Legergroep slaagde erin een stabiele verdedigingspositie aan de Bosnisch-Macedonische grens te vestigen. Na het Russische offensief in de herfst van 1944, waarbij het Centraal-Servië veroverde met het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger, kon Legergroep E via zuidwestelijk Servië, noordelijk Montenegro en zuidoostelijk Bosnië naar Kroatië ontsnappen. In de daaropvolgende maanden probeerde de Legergroep Kroatië te verdedigen tegen het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger. Op 25 maart 1945, na de ontbinding van Legergroep F, werd de functie van opperbevelhebber Zuidoost opnieuw overgedragen aan de opperbevelhebber van de legergroep. Een offensief van het Joegoslavische Volksbevrijdingsleger, dat begon op 12 april 1945, dwong de eenheden van de Legergroep zich terug te trekken naar het Sloveens-Oostenrijkse grensgebied. Slechts enkele eenheden konden hun weg vinden naar de Britse frontlinies en capituleerden aan hen. De massa's van de Duitse eenheden werden gevangen genomen door Joegoslaven.

 

Commandanten: Kolonel-generaal Alexander Löhr Opstelling - Overgave

Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Hermann Foertsch Formatie - 23 augustus 1943

Generalmajor August winter 23 augustus 1943 - 15 maart 1944

Generaal-majoor Erich Schmidt-Richberg 15 maart 1944 - Overgave

 

1e Generale Staf Officier 

Kolonel (gepensioneerd) Hans-Joachim Schipp von Barnitz Oprichting - december 1943

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Maximilian Leyherr december 1943 - 2 september 1944

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Simoneit 2 september - 25 september 1944

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Oswald Resseguir 28 september 1944 - 30 maart 1945

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Duensing 30 maart 1945 - 30 maart 1945 (verwijderd, niet van kracht)

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Oswald Resseguir 1 april 1945 - Overgave

 

Legergroep-troepen:

Legergroep News Regiment 521 (tot 26 augustus 1943)

Legergroep Nieuwsregiment 518 (vanaf 1 mei 1944)

 

Ondergeschikte eenheden:

Datum Plaats / Legerkorps Ondergeschikte Divisies

Februari 1943 Kreta 22e ID, Vestinggebied Kreta, 11e Luchtmacht Velddivisie, Italiaanse Divisie Siena
Servië 704e ID, I. Bulgaars OKK
Kroatië 714e ID, 717e ID, 718e ID, SS Bergdivisie Prins Eugene, 369e ID, 373e ID, 187e ID


Mei 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Siena
Zuid-Griekenland 11e Luchtmacht Velddivisie
Servië 104e JD, 1e Bergdivisie, I. Bulg. OCK
Kroatië 114e JD, 118e ID, SS Bergdivisie Prins Eugenius, 369e ID, 373e ID, 187e ID
Juni 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Siena
Zuid-Griekenland 11e Luchtmacht Velddivisie Servië
104e JD, 1e Bergdivisie, I. Bulg. OCK
Kroatië 100e JD, 114e JD, 118e ID, SS-Bergs-Divisie Prinz Eugen, 369e ID, 373e ID, 187e ID
z. Vfg. 117e JD, 1e Pantserdivisie, LXVIII


Juli 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Sienna
LXVIII 1e Pantserdivisie, 117e JD
Zuid-Griekenland 11e Luchtvelddivisie, 104e JD
Thessaloniki 1e Bergdivisie Servië
297e ID, 7e bulg. Divisie, 9. Divisie, 21. Divisie Kroatië
100e JD, 114e JD, 118e ID, SS-Gebirgs-Divisie Prinz Eugen, 369e ID, 187e ID, 373e ID
z. Vfg. Sturmdivisie Rhodos


Augustus 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Italiaanse Divisie Siena
LXVIII, 1e Pantserdivisie, 117e JD
Zuid-Griekenland 11e Luchtmacht Velddivisie, 104e JD
Thessaloniki 1e Bergdivisie, 7e bulg. Afdeling Servië
118e ID, 297e ID, I. Bulg.
AK Kroatië 114e JD, SS-Gebirgs-Divisie Prinz Eugen, 369e ID, 373e ID, 187e ID
z. Vfg. Sturm Divisie Rhodos, 100e JD


September 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID, Ital. Divisie Sienna
Saloniki 7. Divisie
z. Vfg. XXII. AK, Sturmdivisie Rhodos, 11. Leger


Oktober 1943 Gebied Fort Kreta, Kreta, 22e ID
Saloniki 7. Divisie LXVIII
117e JD, 1e Pantserdivisie
XXII 104e JD, 1e Bergdivisiez. Vfg. 114e JD, 11e Luchtmacht Velddivisie, Divisie Brandenburg


November 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID
Saloniki 7e bulg. Divisie LXVIII
Divisie Brandenburg, 11e Luchtmacht Velddivisie, 117e JD
XXII 104e JD, 1e Bergdivisie
z. Vfg. Sturm Divisie Rhodos


December 1943 Kreta Vestinggebied Kreta, 22e ID
Saloniki 7e bulg. Divisie, 4e SS Politiedivisie
LXVIII Divisie Brandenburg, 11e Luchtmacht Velddivisie, 117e JD
XXII, 104e JD, 1e Bergdivisie
z. Vfg. Aanvalsdivisie Rhodos


Januari 1944 geen informatie
april 1944 Kreta 22e ID, 133e ID
LXVIII 41e ID, 117e JD, 11e Luchtmacht Velddivisie
II. AK 28. Bulg. Divisie, 16. Divisie, 7. Divisie Vfg
. Sturmdivisie Rhodos, 4e SS Politiedivisie, 104e JD


Augustus 1944 Kreta 22e ID, 133e ID
LXVII 41e ID, 117e JD, 11e Luchtmacht Velddivisie
LXXXXI Vestingbrigade 963
XXII Vestingbrigade 1017, Vestingbrigade 966, 4e SS Politiedivisie, 104e JD
z. Vfg. Sturm Divisie Rhodos, Vestingbrigade 967, Vestingbrigade 968, Fortbrigade 939


September 1944 Kreta 22e ID, 133e ID
Oost-Egeïsche Vestingbrigade 938, Fortbrigade 967, Vestingbrigade 939, Aanvalsdivisie
Rhodos LXVIII 41e ID, 117e JD
XXII Vestingbrigade 1017, Fortbrigade 966, 104e JD
LXXXXI Vestingbrigade 968
XXI 21e SS Waffen Bergdivisie, 181e ID, 297e ID
Wehrmacht Commandant Macedonië 11e Luchtmacht Velddivisie


Oktober 1944 Kreta 133e ID Oost-Egeïsche
Vestingbrigade 938, Vestingbrigade 967, Vestingbrigade 939, Aanvalsdivisie Rhodes
LXVIII 41e ID
XXII Vestingbrigade 1017, Vestingbrigade 966, 104e JD

LXXXXI

Fortbrigade 968
XXI, 21e SS Waffen-Bergdivisie, 181e ID, 297e ID
Wehrmacht Commandant Macedonië 22e ID, 11e Luchtmacht Velddivisie


November 1944 Müller 7e SS Bergdivisie, 104e JD
LXXXXI Schuster-Woldan, Scholz
XXII Vestingbrigade 963, Vestingbrigade 966, Vestingbrigade 966, Vestingbrigade 967, Fortbrigade 969, 41e ID, 11e Luchtmacht Velddivisie, 22e ID
Oost-Egeïsche Vestingbrigade 939, Vestingbrigade 968
Kreta 113e ID
XXI Vestingbrigade 964, Vestingbrigade 1017 21e SS Waffen Bergdivisie, 181e ID, 297e ID


Januari 1945 XXXIV 11e Luchtmacht Velddivisie, 104e JD, 7e SS Bergdivisie
XXI 104e JD, Fortbrigade 967, Vestingbrigade 969, 41e ID
LXXXXI 369e ID, 22e ID, Vestingbrigade 966, Vestingbrigade 964, Fortbrigade 1077, 297e ID, 181e ID
XV 264e ID, 373e ID, 392e ID
Kreta 133e ID
East Aegean Fortress Brigade 939, Fort Brigade 968
z. Vfg. V. SS


Februari 1945 LXXXXI 11th Air Force Field Division, Fischer, 297th ID, 7th SS Mountain Division, 104th JD, Fortress Brigade 967
XXXIV 117th JD, 41st ID
XXI 22nd ID, 181st ID, 369th ID, Fortress Brigade 964
XV 373rd ID, 392nd ID


Maart 1945 LXXXXI Fischer, 297th ID, 11th Air Force Field Division, 104th JD, Fortress Brigade 967
XXXXIV 181e ID, 369e ID, Vestingbrigade 964, 7e SS Bergdivisie
XV 373e ID, 392e ID


April 1945 LXIX Fischer
XV Kozakken 1e Kozakkendivisie, 2e Kozakkendivisie
LXXXXI 11e Luchtmacht Velddivisie, Fortbrigade 967
XXXIV 41e ID, 22e ID, Fortbrigade 963
XXI 7e SS Bergdivisie, 369e ID, 181e ID, Fortbrigade 969, Fortbrigade 966, Fortbrigade 966, Vestingbrigade 964, V 1017
XV 373e ID, 104e JD, 392e ID
LXXXXVII 237e ID, 188e ID


Mei 1945 2e Pantserleger
XV SS Kozakkencavalerie 1e Kozakkendivisie, 2e Kozakkendivisie, 11e Luchtmacht Velddivisie, 22e ID
XXI 1e Kroat. Aanvalsdivisie, 369e ID, 9e Kroat. Afdeling
LXIX 7. Bergdivisie, 8e Kroatisch. Bergdivisie, 181e ID, 3e Kroatisch. Divisie
XV 41e ID, 373e ID, 15e Kroatisch. Divisie
LXXXXI, 4e Kroatisch. Divisie, 13. Divisie, 104e JD, Staf Servisch Vrijwilligerskorps
LXXXXVII 392e ID, 188e ID, 237e ID
XXXIV

Legergroep F

 

Legergroep F werd gevormd op 12 augustus 1943 in Wehrkreis XIII. Het personeel werd gevormd met behulp van de Oberquartiermeister-Stab z.b.V. Vanaf 26 augustus 1943 nam veldmaarschalk Maximilian Freiherr von Weichs het commando over het gehele Zuidoostelijke Operatiegebied over als opperbevelhebber van Legergroep F met basis in Belgrado. Tegelijkertijd werd het legergroepcommando benoemd tot opperbevelhebber Zuidoost. Op 25 maart 1945 werd Legergroep F ontbonden en werden de taken van de opperbevelhebber Zuidoost teruggegeven aan Legergroep E.

 

Commandanten: Veldmaarschalk Maximilian Freiherr von Weichs 26 augustus 1943 -

 

Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Hermann Foertsch Formatie - 15 maart 1944

Generalleutnant augustus winter 15 maart 1944 - 15 oktober 1944

Luitenant-generaal Heinz von Gyldenfeldt 15 oktober 1944 -

 

1e Generale Staf Officier 

Kolonel i.G. Josef Selmayr 

 

Legergroep-troepen:

Legergroep Nieuwsregiment 521

 

Ondergeschikte grote eenheden:

Datum Eenheden
September 1943 Legergroep E, 2e Tankleger, Militair Commandant Zuidoost
Januari 1944 Legergroep E, 2e Tankleger, Militair Commandant Zuidoost
Oktober 1944 Legerdivisie Servië, Legergroep E, 2e Tankleger
November 1944 2e Tankleger, Legergroep E
Januari 1945 Legergroep E
Februari 1945 LXIX. AK, Legergroep E, Commandant Kreta, Commandant Oost-Egeïsche Zee

 

Het Grenadier Replacement Battalion 42 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.

 

Legergroep H

 

Legergroep H werd opgericht op 11 november 1944 in Nederland. Het Legergroepcommando werd opgericht met het personeel van het Legerdepartement Kleffel en delen van het Legerdepartement Servië. De Duitse legertroepen die in Nederland en in het huidige Noordrijn-Westfalen waren ingezet, waren eraan ondergeschikt. Op 7 april 1945 werd de staf hernoemd tot Commander-in-Chief Northwest.

 

Opperbevelhebber: Generaloberst Kurt Studentenopleiding - 28 januari 1945

Generaloberst Johannes Blaskowitz 28 januari 1945 - 6 april 1945

Veldmaarschalk Ernst Busch 6 april 1945 - Hernoeming

 

Chef van de Generale Staf: Generalleutnant Rudolf Hofmann Bezetting - naamswijziging

 

1e Generale Staf Officier 

Oberstleutnant i.G. Horst von Trotha Formatie - 28 november 1944

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Erich Vorwerck 28 november 1944 - 20 maart 1945

Kolonel (gepensioneerd) Rolf Geyer 20 maart 1945 - Hernoeming

 

Legergroep-troepen:

Legergroep Nieuwsregiment 607

 

Legergroep Afrika

 

Legergroep Afrika werd in Afrika gevormd op 22 februari 1943. Het Groepscommando werd gevormd uit het Opperbevel van het Duits-Italiaanse Tankleger en de Tunesië Organisatiestaf. De Legergroep bundelde de Duitse en Italiaanse troepen die in Noord-Afrika waren ingezet (1e Italiaanse Leger en Duitse 5e Pantserleger) voor de laatste gevechten in Tunesië. Na het verlies van de Kasserinepas en het laatste vruchteloze Duitse offensief ("Operatie Capri") tussen Medenine en de Marethlinie, gaf veldmaarschalk Rommel de Slag om Tunesië op en verliet het oorlogsgebied. Zijn opvolger was kolonel-generaal von Arnim, die het bevel voerde over de laatste verdedigingsvelden van de Legergroep. Van 9 mei tot 13 mei 1943 capituleerden de afzonderlijke eenheden van Legergroep Afrika. Het Italiaanse 1e Leger was de laatste grote eenheid die capituleerde. Er vond geen totale capitulatie plaats; von Arnim ging alleen persoonlijk in gevangenschap met zijn commandostaf. Op 13 mei 1943 werd de Legergroep ontbonden na de overgave van de Duitse troepen in Afrika.

 

Opperbevelhebber: Veldmaarschalk Erwin Rommel Formatie - 9 maart 1943

Kolonel-generaal Hans-Jürgen von Arnim 10 maart 1943

 

Chef van de Generale Staf: Kolonel (gepensioneerd) Fritz Bayerlein Formatie - 1 maart 1943

Generalleutnant Alfred Gause 1 maart 1943 - 7 mei 1943

 

1e Generale Staf Officier 

Kolonel (gepensioneerd) Heinz Pomtow maart 1943 - mei 1943

 

Legergroep-troepen:

Legergroep Nieuwsregiment 504

 

Ondergeschikte grote eenheden:

Datum Eenheden
Maart 1943 1e Italiaanse Leger, 5e Tankleger

 

De Panzer-Ersatz-Abteilung 5 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.

 

Legergroep Koerland

Bij bevel van 19 januari 1945 werd Legergroep Noord op 25 januari 1945 hernoemd tot Legergroep Koerland:
OKH/GenStdH/Op.Abt/Org.Abt. Nr. II/80094/45 g.Kdos. van 19-1-1945
Aan
Ob.Kdo. H.Gr. Nord
Ob.Kdo. H.Gr. Center
Ob.Kdo. H.Gr. Een
Ob.Kdo. H.Gr. Zuid
1.) Het volgende zal worden hernoemd:
a) Ob.Kdo. H.Gr. Nord in "Ob.Kdo. H.Gr. Koerland"
b) Ob.Kdo. H.Gr. Mitte in "Ob.Kdo. H.Gr. Nord"
c) Ob.Kdo. H.Gr. A in "Ob.Kdo. H.Gr. Mitte".
2.) De naamswijziging gaat in op 25-1-1945 00 uur.

Wenck
Gen.Lt. en Hoofd van de Leiderschapsgroep

De Legergroep was ingesloten in Koerland sinds de opmars van het Rode Leger naar de Oostzeekust bij Memel op 20 oktober 1944. Op 24 januari 1945 nam het Rode Leger deel aan de 4e Slag om Koerland. De aanvallen aan beide zijden van Prekuln, gevolgd door verdere aanvallen tussen Frauenburg en Tukkum, toonden de nieuwe Russische tactiek van het tegelijkertijd aanvallen op meerdere punten en zo de reserves van de vijand verspreiden. De 30e Infanteriedivisie en de SS-divisie "Nordland" verdedigden het hoofdpunt. De posities aan de Vartaja moesten worden opgegeven. Nadat interventiereserves onderweg waren, braken verdere Russische aanvallen uit op de 205e en 215e Infanteriedivisies nabij Frauenburg, evenals op de 122e Infanteriedivisie. De felle aanvallen werden verstikt in sneeuw en modder na verliezen aan beide zijden. De 5e Slag om Koerland begon op 20 februari 1945 met een zwaar Russisch spervuur en aanvallen van aanvalsvliegtuigen op de Duitse posities. De daaropvolgende zware gevechten brachten geen significante successen voor de Russische aanvallers. Alleen het dorp Džūkste ging verloren. De dooi die op 11 maart begon, veranderde alle onverharde wegen in modder en belemmerde alle beweging. De 6e Slag om Koerland duurde van 18 maart tot 31 maart 1945. Het bracht het Rode Leger geen territoriale winst. Het was de laatste Slag om Koerland tot het einde van de oorlog. Legergroep Koerland werd op 8 mei 1945 in Russische gevangenschap genomen. Delen van de legergroep konden nog steeds via de Oostzee naar het westen worden ontruimd.

 

2. Opperbevelhebber:

Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic Formatie - 26 januari 1945

Kolonel-generaal Carl Hilpert, 26 april 1864. Januari 1945 - 30. Januari 1945 m.st.F.b.

Generaloberst Heinrich von Vietinghoff 30 januari 1945 - 10 maart 1945

Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic 10 maart 1945 - 24 maart 1945

Kolonel-generaal Carl Hilpert 25 maart 1945 - Overgave

 

Chef van de Generale Staf:

Luitenant-generaal Friedrich Foertsch Opstelling - Overgave

 

1e Generale Staf Officier (Ia)

Kolonel (gepensioneerd) Werner Richter Opstelling - Capitulatie

 

3. Overzicht:

a) Legergroep-troepen:

Legergroep Nieuwsregiment 639

 

b) ondergeschikte grote eenheden:

Datum Eenheden
februari 1945 16e Leger, 18e Leger

4. Vervanging:

Het Grenadier Replacement Battalion 81 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.

Legergroep Noord

 

Legergroep Noord werd opgericht op 2 september 1939 voor de Poolse campagne. De staf werd gevormd door de herschikking van AOK 2, dat al vanaf 26 augustus 1939 als de Legergroepstaf had gefunctioneerd. Legergroep Noord was de eerste die de Poolse troepen in de Poolse corridor vernietigde om een verbinding te creëren tussen Oost-Pruisen en het hoofdgebied van het Duitse Rijk. Daarna moest het rechtstreeks op Warschau afgaan om de hoofdaanval te ontzetten, die in Zuid-Polen zou plaatsvinden. De aanval van Legergroep Noord verliep volgens plan in de eerste dagen, althans in het gebied van het 4e Leger. In de corridor werden delen van het Poolse leger Pomerellen ingesloten en verwoest tijdens de Slag op de Tuchola-heide nabij Graudenz. Slechts twee van hun divisies ontsnapten aan de nederlaag en sloten zich aan bij het leger van Poznań. Tegelijkertijd stokte de aanval van het 3e Leger voor de positie van Glawa. Het leger van Modlin, dat daar vocht, trok zich pas terug nadat de Duitse troepen de rechterflank hadden omzeild. Toch verzamelde het zich opnieuw in het fort van Modlin en bij de Bug. Legergroep Noord stond nu ten oosten van de Wisła aan de Narew en moest, overeenkomstig het omsingelingsbevel van het OKH, grote delen van het 4e Leger via Oost-Pruisen naar zijn linkerflank verplaatsen, wat enkele dagen duurde. Daarna omsingelde het op 9 september het fort Modlin en Warschau vanuit het noorden. Het XIX Legerkorps (onderdeel van Legergroep Noord) brak door de Poolse verdedigingslinie aan de rivier de Narew na gevechten bij Wizna, rukte met sterke tanktroepen zuidoostelijk van de Bug op en begon op 14 september de aanval op het fort Brest, dat na drie dagen viel. Na afloop van de campagne werd het Legergroepcommando van Polen naar het westen overgeplaatst, waar het op 10 oktober 1939 werd hernoemd tot Legergroep B.

Legergroep Noord werd op 22 juni 1941 gereorganiseerd aan het begin van de Russische campagne. De staf werd opgericht door de naam te hernoemen tot Legergroep C. De Legergroep bestond uit het 18e en 16e Leger evenals Panzergroep 4, in totaal 16 infanterie-, drie gemotoriseerde en drie tankdivisies. Het zou over de Memel in het noordoosten aanvallen en de Daugava bereiken tussen Jakobstadt en Daugavag. Het langetermijndoel was Leningrad. Al op 23 juni braken zware tankgevechten uit bij Tauroggen – Schaulen, dat de Duitse XXXXI mot. Legerkorps gedurende enkele dagen, terwijl verder naar het zuiden het LVI. mot. Het legerkorps rukte snel op naar Jakobstadt. Op 28 juni kon het XXVI Legerkorps, dat onafhankelijk opereerde aan de Baltische kust, de havenstad Libau veroveren. Midden juli 1941 kon Panzergruppe 4 het Peipusmeer bereiken. Op 10 augustus vond de eerste aanval op Leningrad plaats, maar deze slaagde niet omdat deze zonder infanteriesteun moest worden uitgevoerd. Eind augustus 1941 wist het 18e Leger de Estse hoofdstad Tallinn te veroveren en volgde de tankeenheden naar het beleg van Leningrad in september. Vanwege de hardnekkige Russische verdediging van Leningrad en het ontbreken van een Finse aanval vanuit het noorden, werd de verovering van Leningrad uitgesteld en ging Legergroep Noord over naar het beleg van de stad. Hierop volgden loopgravengevechten voor Leningrad en aanvallen om Leningrad af te snijden. Eind november 1941 werd de Duitse XXXXI. mot. Het legerkorps slaagde er niet in de laatste open verbinding van Leningrad naar het oosten over het Ladogameer af te snijden door op Tikhvin op te rukken. In juli 1942 slaagde het 18e Leger erin de Duitse linies van het Russische 2e Shockleger te vernietigen in een pocketgevecht en het Duitse front te stabiliseren dat door het winteroffensief van de Sovjets was opengescheurd. Na de verovering van het schiereiland Krim werd het 11e Leger, dat vrij was geworden, overgeplaatst naar de Legergroep, en zijn eenheden kwamen net op tijd om de Sovjet-tegenoffensieven op de Volkhov en nabij Luga te onderscheppen. 1943 was een jaar van zware loopgravenoorlog, maar zonder veel veranderingen aan het front. Pas eind juni 1944, tijdens de ramp bij Legergroep Centrum, begon de frontlinie van Legergroep Noord weer te bewegen. De zuidelijke flank van Legergroep nabij Polotsk werd niet beschermd door de vernietiging van Legergroep Centrum, waardoor Legergroep Noord zich met het 16e Leger moest terugtrekken naar Riga. Het tegenoffensief van het Leningradfront in januari 1944 had het 18e Leger ook teruggedrongen naar Narva, en in juli trokken het 16e en 18e Leger zich via Riga terug naar Koerland, waar ze werden afgesneden. Op 25 januari 1945 werd de staf hernoemd tot Legergroep Koerland.

Bij bevel van 19 januari 1945 werd Legergroep Centraal op 25 januari 1945 hernoemd tot Legergroep Noord:
OKH/GenStdH/Op.Abt/Org.Abt. Nr. II/80094/45 g.Kdos. van 19-1-1945
Aan
Ob.Kdo. H.Gr. Nord
Ob.Kdo. H.Gr. Center
Ob.Kdo. H.Gr. Een
Ob.Kdo. H.Gr. Zuid


Hernoemd:
Ob.Kdo. H.Gr. Nord in "Ob.Kdo. H.Gr. Koerland"
Ob.Kdo. H.Gr. Mitte in "Ob.Kdo. H.Gr. Nord"
Ob.Kdo. H.Gr. A in "Ob.Kdo. H.Gr. Mitte".
De naamswijziging gaat in op 25-1-1945 


De Legergroep was verdeeld in het 3e Pantserleger, het 2e Leger en het 4e Leger. Nadat de Russische aanvalsleiders deze legergroep eind januari 1945 opnieuw hadden gesplitst, vocht de rest van het 4e Leger zich een weg terug naar Königsberg en werd in maart in het gebied van de Heiligenbeiler Kessel uitgeroeid. Ondertussen vochten de eenheden van het 2e Leger zich terug naar Danzig en het Hela-schiereiland, waar het Oost-Pruisische legeroppercommando werd gevestigd, waarvan de troepen standhielden tot mei 1945. Al op 8 april 1945 werd het Legergroep Commando Noord ontbonden en vormde het AOK 12 in het Rijk.

Opperbevelhebber: Generaloberst Fedor von Bock Sterrenbeeld

 

Na heroprichting in 1941:

Veldmaarschalk Wilhelm Ritter von Leeb 

Veldmaarschalk Georg von Küchler, 17 januari 1942 -

Veldmaarschalk Walter Model 9 januari 1944 -

Kolonel-generaal Georg Lindemann 31 maart 1944 -

Kolonel-generaal Johannes Frießner 4 juli 1944 -

Kolonel-generaal Ferdinand Schörner 25 juli 1944 -

 

Na de heroprichting in 1945:

Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic 27 januari 1945 -

Kolonel-generaal Walter Weiss 12 maart 1945 -

 

Chef van de Generale Staf: Generalmajor Hans von Salmuth-formatie - naamswijziging

 

Na heroprichting in 1941:

Generalleutnant Kurt Brennecke oprichting - 17 januari 1942

Generalleutnant Wilhelm Hasse 25 januari 1942 - 22 januari 1943

Generalleutnant Eberhard Kinzel 22 januari 1943 - 18 juli 1944

Generalmajor Oldwig von Natzmer 19 juli 1944 - Hernoeming

 

Na de heroprichting in 1945:

Kolonel i.G. von Varnbühler von und zu Hemmingen Formatie - Ontbinding

 

1e Stafofficier:

Kolonel i.G. Wilhelm Hasse Opstelling - naamswijziging

 

Na heroprichting in 1941:

Kolonel (gepensioneerd) Paul Herrmann Oprichting - 1 juli 1943

Kolonel (b.d.) Carl-Ulrich von Gersdorff 1 juli 1943 - 30 oktober 1944

Kolonel (b.d.) Werner Richter 1 november 1944 - naamswijziging

 

Na de heroprichting in 1945:

Luitenant-kolonel (gepensioneerd) Albert Schindler Line-up - ontbinding

 

Legergroep-troepen:

Legergroep Nieuwsregiment 537

Legergroep Nieuwsregiment 639 (2e formatie)

Legergroep Nieuwsregiment 537

 

Ondergeschikte grote eenheden:

Datum Eenheden
September 1939 3e Leger, 4e Leger
Oktober 1939 6e Leger, 4e Leger


Na hervorming 1941:
Juni 1941 18e Leger, 16e Leger, Panzergruppe 4
Oktober 1941 18e Leger, 16e Leger
Januari 1942 18e Leger, 16e Leger
September 1942 18e Leger, 16e Leger
December 1942 18e Leger, 16e Leger
Maart 1944 Legerafdeling Narva, 18e Leger, 16e Leger
Mei 1944 Wehrmacht-commandant Ostland, Legerafdeling Narva, 18e Leger, 16e Leger
Oktober 1944 16e Leger, Legerafdeling Grasser, 18e Leger
November 1944 16e Leger, Legerafdeling Kleffel, 18e Leger
December 1944 16e Leger, 18e Leger
Januari 1945 16e Leger, 18e Leger 1945 16e Leger, 18e Leger


Na hervorming 1945:
Februari 1945 Legerafdeling Samland, 4e Leger

Het Infanterievervangingsbataljon 67 was verantwoordelijk voor het vervangen van de eerste staf. Na de heroprichting nam het Infanterievervangingsbataljon 81, later Grenadiervervangingsbataljon 81, deze taak over. Toen het in 1945 werd heropgericht, nam het Grenadier Replacement Battalion 67 deze taak over.

 

Legergroep Ostmark

 

Legergroep Ostmark werd gevormd op 30 april 1945 door de hernoeming tot Legergroep Zuid. Met de oprichting werd het commando over de Legergroep ook overgenomen door kolonel-generaal Lothar Rendulic. Het hoofdkwartier van de Legergroep was het Rothschild-kasteel Waidhofen an der Ybbs. Hier onderhandelde Rendulic op 6 mei 1945 over de voorwaarden van de wapenstilstand met Amerikaanse onderhandelaars, die op 7 mei in Steyr werd ondertekend met de opperbevelhebber van het Derde Amerikaanse Leger.

 

Opperbevelhebber: Kolonel-generaal Dr. Lothar Rendulic 

 

Chef van de Generale Staf: Luitenant-generaal Heinz von Gyldenfeldt 

 

1e Stafofficier:

Luitenant-kolonel i.G. Bang Opstelling

 

Legergroep-troepen:

Legergroep Nieuwsregiment 530

 

Ondergeschikte grote eenheden:

Datum Eenheden
Mei 1945 8e Leger, 6e Tankleger, 6e Leger

 

Het Grenadier Replacement Battalion 67 was verantwoordelijk voor de vervanging van de staf.

Legergroep Weichsel.

 

Legergroep Weichsel werd op 24 januari 1945 gevormd uit de opperbevelhebber van de Bovenrijnstaf. Ondergeschikt aan deze groep waren de overblijfselen van het 2e Leger, het 9e Leger en het nieuw gevormde 11e Pantserleger. Ten tijde van de vorming liep de frontlinie van de Legergroep tussen Glogau en Elbing. De Legergroep was in een gestage terugtocht naar het westen. In februari 1945 voerde het "Operatie Solstice" uit, met als doel het fort Küstrin te ontzetten. Het bedrijf ging echter failliet na aanvankelijke successen. Het 2e Leger werd vervolgens afgesneden van de Legergroep tijdens de Slag om Oost-Pommeren in het Danzig-gebied en direct onder het OKH geplaatst. Op 21 maart 1945 werd de opperbevelhebber, Reichsführer-SS Heinrich Himmler, wegens onbekwaamheid ontheven en vervangen door kolonel-generaal Gotthard Henrici. Hij slaagde erin het Rode Leger uit Küstrin tegen te houden dat het westelijke bruggenhoofd in de Oderbruch vormde totdat het werd geëvacueerd. In april 1945 werd het front van de Legergroep doorbroken tijdens de Slag bij de Seelowhoogten en werd de Legergroep in twee delen gesplitst. Het 3e Pantserleger trok zich met het 21e Leger terug naar Mecklenburg. Het 9e Leger werd vernietigd in de Slag om Berlijn. Op 3 mei 1945 slaagden de overgebleven leden van de Legergroep erin naar het westen te ontsnappen en werden daar gevangen genomen.

 

Opperbevelhebber: Reichsführer-SS Heinrich Himmler Opstelling - 20 maart 1945

Kolonel-generaal Gotthard Heinrici 21 maart 1945 - 29 april 1945

Generaloberst Kurt Student 30. April 1945 - mei 1945

 

Chef van de Generale Staf:

Generalmajor der Waffen-SS Heinz Lammerding Formatie - 21 maart 1945

General der Infanterie Eberhard Kinzel 21 maart 1945 - 22 april 1945

Generaal-majoor Evo-Thilo von Trotha 22 april 1945 - 28. April 1945

Generaal-majoor Erich Dethleffsen 28. April 1945 - mei 1945

 

1e Stafofficier:

Kolonel (b.d.) Hans-Georg Eismann Opstelling - mei 1945

 

Legergroep-troepen:

SS-Führungs-Nachrichten-Regiment 500

 

Ondergeschikte grote eenheden:

Datum Eenheden
Februari 1945 2e Leger, 11e Leger, 9e Leger
Maart 1945 2e Leger, 3e Tankleger, 9e Leger, z.Vfg. 11e Leger
April 1945 3e Tankleger, 9e Leger