Namenlijst Landstorm en Militie

Inhoud

-

- Reglement van Algemene Volksbewapening

- Namenlijst Landstorm en Militie Haren Groningen

 

Reglement van Algemene Volksbewapening

In Nederland werd in 1811 onder de Franse overheersing de nationale dienstplicht ingevoerd. Ook wel aangeduid als conscriptie . Na de onafhankelijkheid werd bij Souverein Besluit van 20 december 1813 het Reglement van Algemene Volksbewapening vastgesteld. Dit reglement regelde in het eerste hoofdstuk de instelling van een landstorm en in het tweede hoofdstuk de instelling van een landmilitie. Een omstreden beslissing, want de dienstplicht (conscriptie) werd om met het lid van de Tweede Kamer Lodewijk Caspar Luzac (1786-1861) bij de behandeling van de grondwet in 1840 te spreken ervaren als een der wrangste en bitterste vruchten der vreemde overheersching. En nu begon de net aangetreden Souverein (de latere Koning Willem I) met (wederom volgens Luzac) “t geen men in de eerste oogenblikken van enthusiasmus, gewaand had voor altoos te hebben zien verdwijnen; met datgeen waarvan de niet invoering aan de Franschen Koning Lodewijk eenige populariteit gegeven had, met eene gedwongene militaire dienst. Maar erkende ook Luzac in 1840 de vaststelling van het reglement in 1813 was een dure noodzakelijkheid. 

Willem I had haast met de opbouw van een eigen leger. Hij wilde een rol spelen bij de strijd tegen Napoleon, die in Nederland en elders in Europa nog gaande was. Dit zou hem naar zijn verwachting na de capitulatie van Napoleon een sterkere positie aan de onderhandelingstafel verschaffen. De loting voor de militie vond daarom al begin januari 1814 plaats. Vervolgens ontstond een uitvoerige correspondentie over vrijstellingen, broederdienst en plaatsvervanging (remplacanten).

De combinatie landstorm/landmilitie heeft slechts korte tijd bestaan. Op basis van de Grondwet 1814 werd in februari 1815 de eerste Militiewet vastgesteld. De landmilitie werd toen omgevormd tot nationale militie. 
De Landstorm bestond uit alle weerbare mannen van zeventien tot vijftig jaar. Dit betekent dat alle mannen geboren voor 1765 niet in het register voorkomen.

Artikel 3 van het reglement bepaalde dat iedere man tot de Landstorm behorende, die zelf een geweer of ganzenroer bezat, zich daarmee moest bewapenen. We zien dat in de lijst terug als vermelding draagt een geweer bij de Landstorm.


Volgens artikel 5 van het reglement moesten alle overige leden van de Landstorm bewapend worden met een piek.

Daarover bepaalde artikel 6: De vervaardiging der pieken geschiedt in elke gemeente op hare kosten. De meeste leden van de Landstorm vielen in deze categorie (piekenier bij de Landstorm).


Ieder zondag moest de Landstorm een oefening houden tusschen den ochtend kerktijd en dien van den namiddag. Die oefeningen moesten worden geleid door gepensioneerde officieren, onderofficieren of soldaten, die in de gemeente woonden.


Het spreekt voor zich dat de gemeente er streng op moest toezien, dat niemand buiten wettige redenen verzuimde de exercitiën en optogten van de Landstorm bij te wonen.

De taak van de Landstorm werd geregeld in artikel 21 van het reglement: De Landstorm van ieder kwartier is bestemd tot het bezetten van de naast bij gelegene vestingen en andere posten, zoodra zulks noodzakelijk of raadzaam geoordeeld wordt; tot het insluiten en blokkeren dier vestingen en posten, zoo lang dezelvezich bevinden inde magt des vijands, en eindelijk om, wanneer de aannadering van den vijand, door het luiden der allarmklok wordt kenbaar gemaakt, zich onverwijld op het bedreigde punt vereenigen.


Behalve de dragers van een geweer en de piekeniers omvatte de Landstorm ook enige korporaals, sergeants, eerste en tweede luitenants en kapiteins.

Iedere compagnie werd geleid door een kapitein. 


Artikel 30 het Reglement van Algemene Volksbewapening bepaalde, dat uit de leden van de Landstorm een Landmilitie moest worden gevormd voornamelijk
bestemd tot verdrijving van den vijand en tot verdere bescherming van den Vaderlandsche grond.

De Landmilitie moest bestaan uit 16.000 man infanterie en 4.000 man artillerie. Per departement (de provincies moesten nog gevormd worden) werd bepaald hoeveel manschappen geleverd moesten worden.

Uitgangspunt was dat de militie zou bestaan uit vrijwilligers, maar als er niet voldoende vrijwilligers waren , moest de bezetting worden aangevuld door loting uit de leden van de Landstorm. Dat wil zeggen (artikel 35) uit de leden die op den eerste januari 1814 den vollen leeftijd van zeventien jaren bereikt zullen hebben en hun zesenveertigste jaar nog niet zullen zijn ingetreden. De leeftijdsgrens lag dus vijf jaar lager dan bij de Landstorm. In de lijst wordt bij deze personen vermeld boven de jaaren voor de landmilitie.

In artikel 45 van het reglement waren een aantal (opsomming is niet compleet) vrijstellingen opgenomen:
1. Degenen die kleinder zijn dan 4 voet 10 duim rhijnische maat
2. De zieken of gebrekkigen volgens de bijzondere instructiën die deswegens zal worden uitgevaardigd onbruikbaar wegens ligchaamsgebrek
3. Alle militairen ter zee en te land, voorzien van aanstellingen van een vroegeren datum dan dit besluit
4. De geestelijken van alle gezindheden en de schoolhouders
5. Alle degenen, die gehuwd zijn voor den datum van dit besluit” (deze vrijstelling komt als gehuwd vrij van de landmilitie veelvuldig voor. 
Ook vrijstelling wegens broederdienst was mogelijk. Deze vrijstelling wordt in het register niet specifiek vermeld, maar valt onder de algemene aanduiding
vrijgesteld. 


Degenen die wel de klos waren moesten loten. Het reglement bevat daarover uitvoerige voorschriften. Zo moest de loting geschieden in tegenwoordigheid van het grootst mogelijke aantal belanghebbenden. Men kon zelf een nummer trekken, maar als men afwezig was en men ook niemand anders had gemachtigd, gebeurde dat door de president van het bestuur van de woongemeente. De loting moest plaats vinden in de hoofdplaats van het kwartier van de woonplaats uiterlijk op 10 januari 1814. Als je slecht had geloot, bestond er de mogelijkheid om een ander uiteraard tegen betaling de dienstplicht te laten vervullen. Een dergelijke vervanger heette een remplaçant en degene, die zo vervangen werd, kwam op de lijst als geremplaceerd. 


Op basis van artikel 52 mocht je ook zelf een uniform aanschaffen mits alsmede overeenkomstig het model.

Artikel 53 bepaalde vervolgens, dat nog het nodige nader moest worden bepaald, zoals de dag waarop men moest verzamelen, de verdeling der manschappen over de infanterie en de artillerie, de bepaling van het garnizoen van legering, de dag van de afmars naar de garnizoenen.


Onduidelijk blijft wat de indeling bij de Landmilitie voor de betrokkenen nu precies voor gevolgen heeft gehad. Is er werkelijk sprake geweest van het
afmarcheren naar garnizoensplaatsen en voor hoe lang dan? Er hebben wel een aantal milities meegedaan aan de slag bij Waterloo. In latere jaren komen er wel overlijdens voor van jonge mannen als militair in een garnizoen elders in Nederland.

In de lijst wordt soms ook iets vermeld over de gezondheidstoestand van de betrokken personen. Bij de Landmilitie is dit aantal vermeldingen zeer beperkt, maar de vermeldingen bij de Landstorm zijn talrijker.

 

Namenlijst Landstorm en Militie Haren Groningen

Naam - geboortedatum
Beroep of
qualiteit
Bijzondere
omschrijving
van zijne
woonplaats
Wanneer
binnen de
gemeente
gekomen is
Plaats uit
welke
gekomen
is
Relatie tot de
land-militie of de
krijgsdienst
Relatie tot den
landstorm of
schutterij
Veranderingen
van woonplaats
binnen de
gemeente en
vertrek uit
dezelve
Opmerkingen
Plaats Wijk Nr

 

Poppe Popkes
Molema
Boerenknegt ?? Gem. Hogezand

September Windeweer
gem. Hogezand
Als schutter gediend in de gemeente Hogezand
Bij de heer C. van Hasselt te Noordlaren

468 Hendrik
Ferdinand Trip
Zonder beroep Hoornschedijk 1 oktober 1824 Groningen


469 Lamberts Gepensioneerde
sergeant
Aan de Oosterweg te
Haren
Groningen


470 Stephanus
Willems
Stoelwinner Noordlaren Delfzijl Gepensioneerd bij acte
van den minister van
oorlog den 8 december
1824 no 9 van de 3e
Komp garde ??????


471 Johan Fridrich
Brinkman
Gepensioneerde Aan de Oosterweg te
Haren
maart 1825 Groningen 2e regiment Kurassiers

Vertrokken naar
Groningen.
Overleden te
Groningen maart
1826

472 Berend Schultz oud 51 jaren Arbeider Te Onnen 1824 Norden in
Hannover


473 Pieter ???ens oud 53 Gepensioneerde Hoornschedijk


474 Jan Wiekens

Haren bij ???? Groningen


475 Hendrik Freerk
Engbers


Tuinman bij H. Nap Helpman


476 Frederick
Willem
Steinhorst
10 april 1799 Wever Haren 6 april 1827

Haren
477 Gerrit Kerdijk 18 december
1799
Wever Haren 6 april 1827

Haren B 27
478 Stoffer Limpert 8 maart 1806 Wever Haren 6 april 1827


479 Marten Tulp

Smid

Mei 1827

Haren B 5