Werkverschaffing Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede
De gemeente is verdeeld in de volgende wijken:
Wijk 00 Wijk bij Duurstede
Wijk 01 Landelijk gebied
Wijk 02 Cothen
Wijk 03 Langbroek
Een wijk kan bestaan uit meerdere buurten
Wijk bij Duurstede
Gebied ten zuiden van Amsterdam-Rijnkanaal
Verspreide huizen
Cothen
Verspreide huizen Cothen
Nederlangbroek
Nederlangbroek West- en Oostzijde
Overlangbroek
Verspreide huizen Langbroek
Wijk bij Duurstede
Er was tijdens of voor de Tweede Wereldoorlog geen werkverschaffings- of werkkamp gevestigd in Wijk bij Duurstede
Tijdens de economische crisis van de jaren 1930 zette de Nederlandse overheid werklozen verplicht in voor zwaar, ongeschoold handwerk met een minimaal loon. In de regio Wijk bij Duurstede zijn hier tastbare historische voorbeelden van: Aanleg Amsterdam-Rijnkanaal: Het belangrijkste regionale werkverschaffingsproject was het graven van het tracé Utrecht Wijk bij Duurstede Tiel voor het Amsterdam-Rijnkanaal. Vele tientallen werkloze mannen uit Wijk bij Duurstede en omgeving moesten hier met enkel een schop en kruiwagen aan meewerken.
Werkverschaffingsprojecten. Archeologische opgravingen: Al in de winter van 1879–1880 werd door een lokale armoedecommissie een vroege vorm van werkverschaffing opgezet. Werkloze inwoners werden ingezet om botten en antiquiteiten op te graven bij de historische vindplaatsen van Dorestad, wat later de basis legde voor grootschalige onderzoeken
Cothen
Er was geen werkverschaffingskamp in Cothen
Tijdens de economische crisis in de jaren dertig werd de werkverschaffing ook in het Kromme-Rijngebied en nabije dorpen zoals Cothen en Langbroek ingezet. Werkloze arbeiders kregen daarin zwaar grond- en ontginningswerk zoals het diepspitten van weilanden of het verleggen van sloten in ruil voor een sober loon of steunuitkering.
Nederlangbroek
In de crisisjaren van de vorige eeuw was de werkverschaffing in Nederlangbroek (gemeente Langbroek) met name gericht op kleinschalige, zware infrastructurele projecten en agrarische ontginningen op het lokale platteland. Terwijl grotere steden grootschalige projecten opzetten, regelde de toenmalige gemeente Langbroek aanvankelijk weinig tot niets centraal. Pas later in de jaren dertig kwam de lokale werkverschaffing echt op gang. De lokale projecten in de regio Werkloze arbeiders uit Nederlangbroek en omgeving werden in de jaren 30 ingezet voor zwaar handwerk. Lokale landgoederen en polders speelden hierbij een centrale rol: Omleggen van sloten: Diverse watergangen en sloten in de polders werden handmatig verlegd om lokale wegen te kunnen verbreden. Diepspitten van landbouwgrond: Weilanden en grienden van lokale grootgrondbezitters (zoals de adellijke families rond de kastelen en landgoederen) werden met de hand diep gespit. Wegverbetering: Er werd gewerkt aan de infrastructuur rondom de Langbroekerwetering en aangrenzende polderwegen.
Omstandigheden en de rol van de elite De werkverschaffing in deze agrarische gemeente kende een unieke dynamiek vergeleken met de landelijke projecten: Sociale ongelijkheid: De arbeiders woonden destijds voornamelijk geclusterd in de buurtschap De Steenen Brug. Zij hadden geen stem in het gemeentebestuur, dat volledig werd gedomineerd door de lokale elite en grootgrondbezitters (zoals de familie Kneppelhout en dokter Burck).
Loonsubsidies: De rijke landeigenaren profiteerden sterk van de regelingen; zij kregen tot wel 60% loonsubsidie van de overheid om hun gronden door werklozen te laten verbeteren.Arbeidsvoorwaarden: Het werk werd omschreven als erg zwaar en smerig. Arbeiders ontvingen een schraal loon van ongeveer fl. 2,- per dag. Om misbruik te voorkomen en de arbeiders prikkelbaar te houden voor de reguliere arbeidsmarkt, kregen ze het werk vaak telkens voor slechts een paar weken achter elkaar toegewezen.
Overlangbroek
In Overlangbroek (gemeente Langbroek, tegenwoordig Wijk bij Duurstede) werden tijdens de economische crisis van de jaren 1930 ingrijpende projecten uitgevoerd in het kader van de werkverschaffing. Werkloze arbeiders werden onder zware omstandigheden verplicht ingezet voor zwaar handwerk om aanspraak te kunnen maken van steun.
Kenmerken van de werkverschaffing in Overlangbroek Grienden en weilanden diepspitten: Grote delen van het agrarische landschap en de lokale snij- en hakgrienden van grootgrondbezitters (zoals rond Landgoed Sandenburg) werden met 60% loonsubsidie handmatig omgespit.
Infrastructuur en waterwegen: Sloten langs de Langbroekerwetering werden handmatig verlegd om lokale wegen te kunnen verbreden. Lage lonen en zwaar werk: Arbeiders moesten dit zware fysieke werk verrichten voor een schamel loon van slechts fl. 2,- per dag. Het werd vaak bewust voor slechts enkele weken achter elkaar aangeboden om de arbeiders te stimuleren zelf elders vast werk te zoeken. Armoede: De vergoedingen waren nauwelijks voldoende om gezinnen te onderhouden, wat in de regio leidde tot pure armoede en een sterke afhankelijkheid van de lokale diaconie en gemeentelijke bedeling.
Langbroek
Er heeft in Langbroek geen Rijks- of Joods werkkamp in het kader van de Werkverschaffing bestaan. Wel kende het gebied rond Langbroek (en het Kromme Rijngebied) in de jaren 30 en 40 veel landarbeid zoals griendcultuur en werkverschaffingsprojecten plaats.
Belangrijkste projecten en sectoren in Langbroek Griendcultuur: De teelt en het onderhoud van wilgenhakhout (grienden) was een grote bron van werkgelegenheid. Om grienden aan te leggen moest de grond handmatig tot wel 50 centimeter diep omgespit worden (zinken), een zware klus waarvoor werklozen via de werkverschaffing werden ingezet.
Landgoederen en bossen: In de omgeving van de Utrechtse Heuvelrug en de lokale landgoederen, zoals Landgoed Sandenburg bij Langbroek, werden werklozen ingezet voor de kap, het onderhoud van bossen en de aanleg van wegen.
Regionale waterwerken: Grote projecten in de nabije regio, zoals de verbreding van De Grift tot het Valleikanaal, trokken eveneens arbeiders uit de omliggende omgeving aan.