Werkverschaffing Zaanstad
Zaanstad
De gemeente is in 1974 ontstaan door samenvoeging van de gemeenten Assendelft, Krommenie, Wormerveer, Westzaan, Zaandijk, Koog aan de Zaan en Zaandam.
De gemeente is verdeeld in de volgende wijken:
Wijk 11 Zaandam Zuid
Wijk 12 Poelenburg
Wijk 13 Peldersveld en Hoornseveld
Wijk 14 Rosmolenwijk
Wijk 15 Kogerveldwijk
Wijk 16 Zaandam Noord
Wijk 21 Oude Haven
Wijk 22 Zaandam West
Wijk 23 Nieuw West
Wijk 31 Oud Koog aan de Zaan
Wijk 32 Westerkoog
Wijk 41 Oud Zaandijk
Wijk 42 Rooswijk
Wijk 51 Wormerveer
Wijk 61 Krommenie-Oost
Wijk 62 Krommenie-West
Wijk 71 Assendelft-Zuid
Wijk 72 Assendelft-Noord
Wijk 81 Westzaan
Zaandam
Er was tijdens de crisisjaren of de Tweede Wereldoorlog geen werkverschaffingskamp gevestigd binnen de stadsgrenzen van Zaandam. Wel werden werkloze Zaandammers in de jaren dertig ingezet bij reguliere werkverschaffingsprojecten (zoals het dempen van waterwegen en grondwerken) of tewerkgesteld in kampen elders in het land. Na de oorlog diende Zaandam juist als interneringskamp voor politieke delinquenten en collaborateurs.
Tijdens de Grote Depressie trof een enorme werkloosheid de industriële Zaanstreek. De overheid zette grootschalige projecten op om werkloze Zaandammers bezig te houden en de infrastructuur te verbeteren: Onder leiding van de Nederlandse Heidemaatschappij legden werklozen in Zaandam straten en rioleringen aan.
Drooglegging Twiske: Het nabijgelegen natuurgebied Het Twiske werd na 1930 in het kader van de werkverschaffing droongelegd. Dit gebeurde grotendeels met de hand (met de schop). Later bleek de grond ongeschikt voor landbouw.
Tewerkstelling elders: Veel werkloze mannen uit Zaandam werden verplicht naar kampen buiten de regio gestuurd. Zo werkten Zaanse arbeiders aan projecten in Castricum en Kolhorn, wat door de zware omstandigheden en lage lonen regelmatig leidde tot felle stakingen en strubbelingen.
Stempelen: Werklozen moesten destijds tweemaal per dag een stempel halen bij de gemeente of het latere Gewestelijk Arbeidsbureau Zaandam om te bewijzen dat zij niet zwartwerkten.
Het 19e-eeuwse Werkhuis en Plaatselijk Nut Al ver voor de crisis van de jaren dertig kende Zaandam vormen van werkverschaffing om armoede te bestrijden: Zakkenweverij: De Vereniging tot Plaatselijk Nut richtte in 1841 een zakkenweverij en een touwslagerij op om behoeftige Zaandammers van werk te voorzien.
Het Werkhuis (1885–1927): Aan de Herengracht in Zaandam stond decennialang het Werkhuis. Dit was een centrale instelling waar armen en bedelaars moesten werken in ruil voor opvang en bedeling.
Koog aan de Zaan
Er was tijdens de crisistijd of de Tweede Wereldoorlog geen werkverschaffingskamp of Joods werkkamp gevestigd in Koog aan de Zaan
In Koog aan de Zaan leidde de lokale werkverschaffing in 1920 tot de zogenaamde rellen in de plakschuur. Werkloze fabrieksarbeiders moesten daar onder dwang van het armbestuur tegen een schamele vergoeding papieren zakjes plakken, wat door velen werd gezien als slecht betaald en vernederend dwangarbeid.
De Plakschuur: Een locatie in Koog aan de Zaan waar werklozen verplicht werden om eenvoudige handarbeid (zakjes plakken) te verrichten om in aanmerking te komen voor steun. De Rellen (1920): De spanningen over de lage lonen en de zware omstandigheden liepen zo hoog op dat er opstanden en rellen uitbraken, waardoor het lokale bestuur in de problemen kwam.
Hoewel de werkverschaffing vooral bekend werd door grote landelijke projecten in de crisisjaren van de jaren 1930, kende de Zaanstreek al vroeg in de jaren 1920 dit soort lokale en omstreden steunmaatregelen voor werklozen.
Tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig kende ook Koog aan de Zaan te maken met grote werkloosheid en armoede. De lokale overheid en woningcorporaties, zoals Volkshuisvesting Koog aan de Zaan, moesten ingrijpen via steunverlening en openbare aanbestedingen om de nood onder de arbeidersbevolking te lenigen. Gevolgen van de crisis in de Zaanstreek Torenhoge werkloosheid: De neergang in de industrie en handel raakte de Zaanse gemeenten hard, waardoor veel arbeiders op een karige steunuitkering of stempelcontrole waren aangewezen. Sociale en woningnood: Woningbouwprojecten en het onderhoud van de openbare ruimte kregen een sociaal karakter om deelvisserij of armoedebestrijding te ondersteunen.
Westerkoog
Er was geen werkverschaffingskamp in Westerkoog.
Zaandijk
Er heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog of de crisisjaren geen afzonderlijk groot werkverschaffings- of dwangarbeiderskamp in Zaandijk bestaan.
De vroege grondlegging voor sociale werkgelegenheid in de regio startte rond 1932 vanuit het naburige Koog aan de Zaan via de Vereniging Nazorg.
Nasleep (1945): Na de bevrijding werden in de Zaanstreek (zoals in Zaandam) wel tijdelijke interneringslocaties ingericht voor politieke delinquenten, maar wederom niet in de vorm van een werkverschaffingskamp in Zaandijk.
Tijdens de economische crisis in de jaren 1930 zette de overheid werklozen verplicht in voor zwaar handwerk. Lokale projecten: In de toenmalige gemeente Zaandijk werden werklozen ingezet voor publieke werken zoals het graven van sloten, wegonderhoud en parkaanleg.
Rooswijk
Kamp Rooswijk in Velsen-Noord heeft een gelaagde geschiedenis die nauw verweven is met de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse opbouw. Hoewel het in de volksmond of in de geschiedschrijving soms gelinkt wordt aan de huisvesting van arbeiders, was het oorspronkelijk geen officieel vooroorlogs rijks-werkverschaffingskamp zoals bijvoorbeeld Kamp Twilhaar.
De historische ontwikkeling van het kampterrein kent de volgende fasen:
1. Duitse bezetting (WOII) Het terrein was oorspronkelijk onderdeel van de buitenplaats Huis Rooswijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwde de Duitse bezetter hier een barakkenkamp voor Duitse troepen. Deze locatie was strategisch gekozen vanwege de nabijgelegen munitiebunkers op het landgoed Westerhout en de nabijheid van de Stelling van Amsterdam.
2. Naoorlogse Wederopbouw (Arbeiderskamp) Direct na de bevrijding nam het Departement van Wederopbouw en Huisvesting de houten Duitse barakken over. Het complex, bestaande uit vijf gebouwen en een kantine, werd ingezet om bouwarbeiders te huisvesten. Deze arbeiders werden ingezet voor de grootschalige woningbouw en herstelwerkzaamheden in de regio IJmond, wat de associatie met een werk- of arbeiderskamp verklaart.
3. Militair Kamp 1951 - 196?
In de jaren 30, tijdens de grote economische crisis, zette de Nederlandse overheid op grote schaal werklozen in voor zwaar handwerk buiten het normale productieproces. Dit gebeurde onder de noemer werkverschaffing.
In 1933 kocht de provincie Noord-Holland terreinen aan in het Noordelijk Duingebied voor waterleidingmaatschappij PWN.
De werkverschaffing: Grote groepen werkloze arbeiders werden ingezet om met de hand de oude grachten van het kasteelbos en de buitenplaatsen Westerwijk en Rooswijk uit te graven.
Wormerveer
Er was in de Tweede Wereldoorlog of de crisisjaren geen afzonderlijk rijkswerkkamp of werkverschaffingskamp in Wormerveer gevestigd.
Tijdens de economische crisis in de jaren 1930 werd de werkverschaffing grootschaliger en door de overheid aangestuurd om massale werkloosheid aan te pakken.
Zaanse link: De burgemeester van Wormerveer, A. Draaijer, werd in april 1936 zelfs benoemd tot Directeur-Generaal der Werkverschaffing en Steunverlening bij het Ministerie van Sociale Zaken.Infrastructuur: Lokale werklozen werden in de regio ingezet voor zwaar handwerk. Denk hierbij aan het verbreden en baggeren van sloten en kanalen, het ontginnen van grond, en het herstructureren van polders rondom het Heemraadschap Wormer, Jisp en Nek.
Wielerbaan Assendelft: In de nabije regio werd in de jaren '30 zelfs geprobeerd de afbraak en opbouw van de Zaanse wielerbaan in Assendelft via de Centrale Werkplaats uit Wormerveer en de werkverschaffing te regelen. Dit stuitte destijds op veel verzet van de bouwbonden vanwege de zeer lage lonen.
Krommenie
Er is geen bekend werkverschaffingskamp of Joods werkkamp gevestigd geweest in Krommenie.
Werkverschaffing in Krommenie verwijst naar projecten en verenigingen die tussen de 19e eeuw en de crisisjaren 30 werden opgezet om werklozen en armen aan het werk te helpen.
Het bekendste en meest tastbare resultaat hiervan is de aanleg van het Agathepark. Het Agathepark (1929–1931) Het belangrijkste werkverschaffingsproject in Krommenie was de transformatie van een stuk weiland (destijds Vlieland genoemd) tot het huidige openbare park. Het project: In het kader van de werkverschaffing tijdens de crisisjaren werd het park handmatig afgegraven en aangelegd om lokale werklozen van inkomen te voorzien. Het ontwerp werd getekend door de Nederlandse Heide Maatschappij. De financiering: Twee vermogende lokale ondernemers financierden het project grotendeelse zelf. B.J. Baars (sigarenfabrikant) schonk het startkapitaal. P.H. Kaars Sijpesteijn (eigenaar van een grote zeildoekweverij) legde het resterende tekort van 43.000 gulden bij. De naam: Het park is vernoemd naar Agathe Kaars Sijpesteijn-Crok, de echtgenote van de fabrikant, die kort voor de opening overleed. Zij had er destijds bij haar man op aangedrongen om het geld te schenken.
Naast het Agathepark kende Krommenie een langere geschiedenis van armenzorg via werk: Vereeniging tot Werkverschaffing aan Minvermogenden: Deze neutrale vereniging werd al in 1855 opgericht in Krommenie en bleef actief tot circa 1897. Het doel was om arme inwoners via lichte arbeid (zoals spinnen voor de zeildoekindustrie) uit de armoede te houden.
Assendelft
Er was geen werkverschaffingskamp in Assendelft.
Tijdens de Grote Depressie in de jaren 30 nam de rijksoverheid de werkverschaffing strakker in de hand via het Ministerie van Sociale Zaken. Lokale werklozen in Assendelft werden ingezet voor zwaar handwerk:
Polder- en waterschapswerk: Grote groepen arbeiders werden met de schop ingezet voor het verbeteren van de waterhuishouding. Dit omvatte het graven van sloten, het versterken van polderdijken en het verbeteren van landbouwgronden in en rondom de polder van Assendelft.
De Assendelver Wielerbaan (1937): Een opvallend politiek discussiepunt in de Assendelftse gemeenteraad was de opbouw van de Assendelver Wielerbaan. In eerste instantie was het de bedoeling om deze houten wielerbaan (die uit Rotterdam was overgekomen) via de werkverschaffing op te bouwen. Gemeenteraadslid Veenis protesteerde hiertegen omdat het om particulier bezit ging. Uiteindelijk werd het project gefinancierd via onder andere het Honigfonds en de Zaanse VVV, waardoor het werk buiten de officiële werkverschaffing om werd uitgevoerd.Tweede WereldoorlogTijdens de Duitse bezetting veranderde het karakter van de werkverschaffing in Nederland drastisch. Projecten werden overgenomen door de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) en later ingezet voor de gedwongen Arbeidseinsatz in Duitsland.
Westzaan
Er was in Westzaan geen barakken en/of dwangarbeiderskamp of rijkswerkkamp. Wel kende de voormalige gemeente Westzaan tijdens de crisisjaren en de vroege oorlogsjaren plaatselijke werkverschaffingsprojecten waarbij werkloze arbeiders onder lokaal gemeentelijk beheer te werk werden gesteld.
Lokaal werk: Arbeiders werden ingezet voor openbare en aardsewerken in het dorp, zoals de aanleg en het onderhoud van de plaatselijke begraafplaats of het verbeteren van wegen en waterwegen. Het ging om tientallen lokale werklozen die vanuit huis of de directe omgeving te werk werden gesteld tegen sober loon, en niet om een ingewoond kampement met barakken buiten het dorp.
Overgang naar bezettingstijd: In de eerste oorlogsjaren (rond 1940–1942) zette de gemeente deze lokale werkverschaffing tijdelijk voort, totdat de Duitse bezetter de arbeidsinzet en tewerkstelling centraliseerde en ingrijpender regeerde.