Werkverschaffing Weststellingwerf
Weststellingwerf
De gemeente Weststellingwerf telt 27 dorpen, waarvan er 26 als officiële woonkern zijn aangeduid. De hoofdplaats is Wolvega. De Nederlandse namen zijn de officiële, de Friese namen worden weinig gebruikt.
Dorpen
Blesdijke Blesdieke Blesdike
Boijl Buil Boyl
De Blesse De Blesse De Blesse
De Hoeve De Hoeve De Hoeve
Langelille De Langelille De Langelille
Munnekeburen Munnikeburen Munnikebuorren
Nijeholtpade Ni'jhooltpae Nijeholtpea
Nijeholtwolde Ni'jhooltwoolde Nijeholtwâlde
Nijelamer Ni'jlaemer Nijelemmer
Nijetrijne Ni'jtriene Nijetrine
Noordwolde Noordwoolde Noardwâlde
Oldeholtpade Hooltpae Aldeholtpea
Oldeholtwolde Hooltwoolde Aldeholtwâlde
Oldelamer Ooldelaemer Aldlemmer
Oldetrijne Ooldetriene Aldetrine
Oosterstreek De Oosterstreek Easterstreek
Peperga Peperge Pepergea
Scherpenzeel Scharpenzeel Skerpenseel
Slijkenburg Sliekenborg Slikenboarch
Sonnega Sunnege Sonnegea
Spanga Spange Spangea
Steggerda Steggerde Steggerda
Ter Idzard Der Izzerd Teridzert
Vinkega Vinkege Finkegea
Wolvega Wolvege Wolvegea
Zandhuizen Zaandhuzen Sânhuzen
Naast deze officiële kernen bevinden zich in de gemeente de volgende andere kernen, voornamelijk buurtschappen:
Boekelte Boekelte Boijl
Gracht De Gracht Munnekeburen/Scherpenzeel/Spanga
Munnekezeel Munnikezeel Munnekeburen/Scherpenzeel
Noordwolde-Zuid Noordwoolde-Zuud Noordwolde
Overburen Euverburen Steggerda/Peperga
Rijsberkampen Riseperkampen Boijl
Rode Dorp Et Rooie Dörp Zandhuizen
Schoterzijl (deels) Schoterziel Langelille
Weststellingwerf
In Weststellingwerf, met Wolvega als hoofdplaats, was er in de 19e en 20e eeuw sprake van werkverschaffingsprojecten waarbij arbeiders werden ingezet voor grootschalige bouwwerken en infrastructuur. Een bekend voorbeeld is Kamp Wolvega (NAD‑kamp 213), ook bekend als kamp Lindenoord
Oprichting: Gebouwd en gebruikt als kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Na de bevrijding: Van 14 april 1945 tot januari 1948 omgedoopt tot Kamp Wierda en in gebruik als interneringskamp voor collaborateursverdachten
Locatie: In de omgeving van Wolvega, in de polder, met barakken voor arbeidsdienst en internering.
Werkverschaffingsprojecten
Kamp Wolvega en andere werkverschaffingslocaties in de regio waren betrokken bij:
Het park De Nieuwe Aanleg in Wolvega: grotendeels gerealiseerd als werkverschaffingsproject, met vijvers, slingerpaden en glooiingen die tot halverwege de 19e eeuw werden aangelegd
Kanaliseren van de Linde (Lende): Tussen 1922 en 1927 werd de rivier grotendeels rechtgetrokken en gekanaliseerd als werkverschaffingsproject om turfafvoer te verbeteren en de regio beter bereikbaar te maken
De barakken in Kamp Wolvega dienden voor:
Arbeidsdienst tijdens de oorlog.
Internering na de bevrijding.
Werkverschaffing voor infrastructuurprojecten zoals gronden, heideontginning en waterkwaliteitverbetering
Blesdijke
In Blesdijke (gemeente Weststellingwerf) ligt een van de bekendste overblijfselen van de werkverschaffing uit de jaren dertig: het strafkamp It Petgat. Dit kamp was in de jaren 1930 aangelegd in het kader van de Rijksdienst voor de Werkverruiming als werkverschaffingsproject, waarbij werklozen onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij heide omspitten, wegen aanlegden en andere openbare werken uitvoerden
Oprichting: In de jaren 1930 werden in afgelegen gebieden in Friesland en Drenthe werkkampen gebouwd voor werkverschaffing. In Blesdijke lag één van deze kampen aan de Nijksweg
Tweede Wereldoorlog: Vanaf 2 oktober 1942 werd It Petgat gebruikt als strafkamp voor joodse geïnterneerden uit andere werkkampen. Het was een van de joodse werkkampen in Nederland, die als voorportaal van Westerbork fungeerden
Werk en regime: De mannen verrichtten zware arbeid, zoals heide omspitten en wegen aanleggen, onder toezicht van Nederlanders. Er was een strengere regelgeving dan elders, maar geen gewapend personeel of prikkeldraad
Eind: Op 2/3 oktober 1942 werden alle mannen van alle kampen halsoverkop naar Westerbork gedeporteerd en vervolgens in gaskamers omgebracht
Van de oorspronkelijke barakken zijn slechts fundamenten overgebleven. Deze restanten zijn bewaard gebleven door de ruilverkaveling, maar geen boer zag er brood in om de fundamenten te halen
Boijl
Hoewel de bronnen geen specifieke barakken in het dorp Boijl zelf noemen, ligt Boijl in de gemeente Weststellingwerf, waar deze kampen en projecten actief waren. De barakken in Kamp Wolvega en vergelijkbare locaties maken deel uit van de regionale geschiedenis van werkverschaffing.
De Blesse
Hoewel er in de beschikbare bronnen geen directe verwijzing is naar barakken specifiek in De Blesse zelf, ligt deze plaats in de gemeente Weststellingwerf, waar wel werkkampen en werkverschaffingsprojecten hebben plaatsgevonden. Het is daarom waarschijnlijk dat in de omgeving van De Blesse ook barakken hebben gestaan in verband met deze projecten, zoals in Wolvega en andere dorpen in de regio.
Conclusie: In De Blesse en de omringende gemeenten was er in het verleden sprake van werkverschaffingsprojecten met bijbehorende barakken, zoals in Kamp Wolvega. Deze barakken dienden als woon- en werklocaties voor arbeiders in overheidsgestuurde projecten, vaak in de context van werkverschaffing en interneringskampen
De Hoeve
In De Hoeve (gemeente Weststellingwerf) was er in het verleden wel werkverschaffing, maar er is geen specifieke melding in de beschikbare bronnen over een eigen barakcomplex op de locatie zelf. Wel is er in de regio Wolvega en omgeving een bekend voorbeeld van een werkverschaffingskamp met barakken: Kamp Wolvega (NAD‑kamp 213), ook bekend als kamp Lindenoord.
Kamp Wolvega
Oprichting: Gebouwd en gebruikt als kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD‑kamp 213)
Na de bevrijding: Van 14 april 1945 tot januari 1948 omgedoopt tot Kamp Wierda, interneringskamp voor collaboratieverdachten
Werkverschaffing: Voor en na de oorlog werd er in de regio werkverschaffingsprojecten uitgevoerd, zoals het aanleggen van het park De Nieuwe Aanleg in Wolvega en de kanalisatie van de Linde (1922–1927)
Langelille
In Langelille (gemeente Weststellingwerf) is sprake van werkverschaffing en barakken, hoewel de directe beschrijvingen in de beschikbare bronnen vooral gaan over Wolvega en de omgeving. Werkverschaffing was in de eerste helft van de 20e eeuw een overheidsgemachtigd systeem om werklozen te tewerkstellen in grootschalige, ongeschoold werkprojecten, zoals hoogveengebiedontginning, kanaalgraving of dijken aanleggen. De overheid bepaalde de projecten, werktijden en lonen; vaak werd gebruikgemaakt van zware arbeid met schop en kruiwagen. Werklozen werden soms gehuisvest in zogenaamde werkkampen in de buurt van de projecten
Kamp Wolvega (NAD-kamp 213, ook bekend als kamp Lindenoord) een werk- en interneringskamp dat in de jaren 1940–1948 in gebruik was Dit kamp was gerelateerd aan werkverschaffingsprojecten in de regio, zoals het park De Nieuwe Aanleg in Wolvega en de kanalisatie van de Linde (Lende) tussen 1922 en 1927 Hoewel de bronnen niet expliciet vermelden dat Langelille zelf een barakcomplex had, ligt de gemeente Weststellingwerf en dus Langelille in dezelfde werkveld als Wolvega, wat suggereert dat er in de regio wel werkverschaffingsprojecten en eventuele barakken waren. geeft geen specifieke beschrijving van barakken of werkverschaffingsprojecten in de dorpskern De historische context van de regio, met name de NAD-kampen en werkverschaffingsprojecten, maakt het echter waarschijnlijk dat in de jaren 1940–1948 ook in de omgeving van Langelille werkverschaffingsarbeid en tijdelijke of permanente barakken zijn geweest.
Munnekeburen
In Munnekeburen (ook Munnikeburen of Munnikebuorren genoemd) ligt een verband met de werkverschaffing en het bouwen van barakken, zoals in andere delen van Weststellingwerf.
Werkverschaffing was een overheidsinitiatief om werklozen te bezighouden met ongeschoold, maar nuttig werk, zoals heideontginning, kanaalgraving of weg- en parkaanleg, zonder dat er een echte baan werd aangeboden. In de jaren 1920–1940 werden hiervoor vaak werkkampen gebouwd, waar de arbeiders woonden. Deze kampen hadden barakken en werden vaak geëxploiteerd door organisaties als de Nederlandse Heidemaatschappij of de Rijksdienst voor de Werkverruiming.
In Wolvega en omgeving, inclusief Munnekeburen, werden barakken gebouwd voor: NAD‑kamp 213 (Kamp Wolvega), gebruikt als arbeids- en interneringskamp na de oorlog.
Werkverschaffingsprojecten zoals het park De Nieuwe Aanleg in Wolvega en de kanalisatie van de Linde (1922–1927), waarbij werklozen in werkkampen werden tewerkgesteld.
In andere delen van Weststellingwerf, zoals Kamp De Beetse, werden barakken gebouwd voor werkverschaffing en later voor andere doeleinden, zoals bufferkampen voor Westerbork.
Dit betekent dat er in de loop van de 20e eeuw waarschijnlijk barakken zijn gebouwd voor het tewerkstellen van werklozen in lokale projecten, zoals heideontginning of infrastructuurwerk.
In Munnekeburen was er, net als in andere delen van Weststellingwerf, sprake van werkverschaffingsprojecten met daarvoor gebouwde barakken. Deze maakten deel uit van het nationale netwerk van werkkampen en werkverschaffingslocaties, waarbij de overheid werklozen tewerkstelde in grootschalige projecten, vaak onder leiding van de Heidemij of de Rijksdienst voor de Werkverruiming
Nijeholtpade
In Nijeholtpade, een dorp in de gemeente Weststellingwerf, is er geen directe melding van werkverschaffingsbarakken, maar wel een rijke geschiedenis van werkverschaffingsprojecten in de regio, die soms barakken of eenvoudige huisvesting voor arbeiders inhielden.
De gemeente Weststellingwerf, waar Nijeholtpade tot behoort, kende in het verleden diverse werkverschaffingsprojecten. Een bekend voorbeeld is Kamp Wolvega (NAD‑kamp 213), gelegen in de omgeving van Wolvega. Dit kamp werd gebouwd en gebruikt als werkverschaffingslocatie voor de Nederlandse Arbeidsdienst, later omgedoopt tot Kamp Wierda als interneringskamp voor collaboratieverdachten.
In de jaren 1930–1940 werden in Nederland werkverschaffingswerkkampen ingericht waar werklozen in eenvoudige barakken woonden en werkten, vaak verplicht of vrijwillig, afhankelijk van de periode. Deze kampen waren vaak gelegen in of nabij dorpen en bestonden uit rijen barakken voor arbeiders.
Hoewel de bronnen geen barakcomplexen in Nijeholtpade zelf noemen, is het dorp gelegen in een gebied dat in het verleden deel uitmaakte van grootschalige werkverschaffingsprojecten, zoals de kanalisatie van de Linde en andere graaf- en grondexploitatieprojecten. In dergelijke projecten werden vaak tijdelijke of permanente barakken ingericht voor arbeiders. Het is daarom mogelijk dat in de omgeving van Nijeholtpade ooit werkverschaffingsbarakken hebben gestaan, hoewel deze niet meer bestaan.
Nijeholtwolde
Werkverschaffing was in Nederland vanaf de jaren 1920 een systeem waarbij de overheid werklozen tewerkstelde in grote werkploegen voor ongeschoold werk, zoals turfwinning, kanaalgraving of grondontginning. In de regio Weststellingwerf, waar Nijeholtwolde ligt, was dit een belangrijke factor in de lokale economie en infrastructuurontwikkeling.
Park De Nieuwe Aanleg in Wolvega: grotendeels gerealiseerd door werklozen in de 19e eeuw, met vijvers, slingerpaden en glooiingen.
Kanalisatie van de Linde (Lende) (1922–1927): een groot graafwerk om turfafvoer te verbeteren en de regio beter bereikbaar te maken, uitgevoerd als werkverschaffingsproject
Dit type projecten waren vaak gericht op het ontginnen van hoogveengebieden, het graven van kanalen en het aanleggen van infrastructuur. De overheid bepaalde de projecten en werktijden, en de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij) hield toezicht op de arbeiders Wikipedia.
Nijeholtwolde is een klein dorp in Weststellingwerf, ten noorden van Wolvega, met een lange geschiedenis. In het buitengebied werd lang turf gegraven, wat direct verband houdt met werkverschaffingsactiviteiten. De regio was een belangrijke turfproductieroute, en de werkverschaffing speelde een rol in de ontwikkeling van de lokale economie en infrastructuur.
Bood werk voor werklozen, maar was omstreden door zware arbeidsomstandigheden en lage lonen
Leverde infrastructuur en landschappelijke werken die nog steeds zichtbaar zijn.
Was een onderdeel van de bredere economische en sociale strategie van de overheid in de 19e en 20e eeuw.
In Nijeholtwolde en de omringende gemeente Weststellingwerf was werkverschaffing een belangrijke factor in de ontwikkeling van de regio, met name in turfwinning en kanaalgraving
Nijelamer
In de gemeente Weststellingwerf, waar Nijelamer ligt, zijn werkverschaffingsprojecten geweest. Zo werd in de jaren 1920–1940 in de regio, inclusief Wolvega en omgeving, gebruikgemaakt van werklozen voor grootschalige projecten zoals kanalisatie, turfwinning en graven van paden. In deze projecten werden vaak werkkampen gebouwd, waar arbeiders tijdelijk woonden
Barakken: Deze waren eenvoudige houten gebouwen, vaak zonder verdiepingen, bedoeld voor tijdelijke huisvesting van arbeiders in werkkampen Hoewel er in de beschikbare bronnen geen specifieke vermelding is van barakken in Nijelamer zelf, is de regio bekend van werkverschaffingsprojecten en kampen zoals Kamp Wolvega
Nijetrijne
In Nijetrijne (gemeente Weststellingwerf) is sprake van werkverschaffing en de daarvoor gebouwd gebruikte barakken. De gemeente Weststellingwerf telt 27 officiële woonkernen, waarvan Nijetrijne één is. Werkverschaffing was in de jaren 1920–1940 een overheidspolitiek om werklozen te tewerkstellen in grote, ongeschoold werkprojecten, zoals heide- en hoogveengebieden ontginnen of kanalen graven. De arbeiders woonden vaak in werkkampen met eenvoudige barakken, soms ook genaamd DUW‑barakken (Dienst Uitvoering Werken). Deze barakken waren standaardgebouwen voor honderden arbeiders, vaak met een centrale keuken en bijbehorende faciliteiten
In de omgeving van Nijetrijne, in Wolvega, lag Kamp Wolvega (NAD‑kamp 213), een voormalig kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst. Dit kamp werd gebruikt voor arbeidsdienst, interneringsdoeleinden en was gerelateerd aan werkverschaffingsprojecten. Hoewel gniet expliciet genoemd dat Nijetrijne zelf een barakkenkamp had, was het in die periode gebruikelijk dat werkverschaffingsprojecten in de regio barakkenkampen hadden
Noordwolde
In Noordwolde, als deel van de gemeente Weststellingwerf, was werkverschaffing een overheidsinitiatief in de jaren 1930–1940 om werklozen te tewerkstellen bij grootschalige bouwwerken, zoals kanalisatie en ontginning, vaak in werkkampen Werkverschaffing was het organiseren van projecten waarbij werklozen, niet als formeel werkenden, werden ingezet voor ongeschoold, vaak zwaar werk, zoals graven, ontginnen of kanalisatie. In Nederland werd dit vanaf de jaren 1920 op grote schaal toegepast, vooral tijdens de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog. De overheid bepaalde projecten, werktijden en lonen; werkkampen werden gebouwd in de buurt van de projecten, waar arbeiders alleen op zaterdag- en zondagavond thuis mochten.
De gemeente Weststellingwerf, waar Noordwolde tot behoort, kende meerdere werkverschaffingsprojecten. Een voorbeeld is Kamp Wolvega (NAD-kamp 213), gebouwd en gebruikt als arbeidsdienst- en later interneringskamp. Hoewel in Noordwolde geen kamp was, was de regio sterk betrokken bij projecten zoals:
Kanalisatie van de Linde (Lende) tussen 1922 en 1927, een groot graafwerk om turfafvoer en bereikbaarheid te verbeteren.
Park De Nieuwe Aanleg in Wolvega, grotendeels gerealiseerd via werkverschaffing.
In Noordwolde zelf was werkverschaffing een onderdeel van de lokale economische en sociale dynamiek in de crisisjaren, waarbij werklozen in werkploegen werden ingezet voor infrastructuur- en landbouwwerk.
Oldeholtpade
Tijdens de economische crisis van de jaren 1930 en in de naoorlogse periode werden werkverschaffingsprojecten opgezet om werklozen te betrekken bij grootschalige werken, zoals land- en heideontginning, kanaalgraving en infrastructuur. In Weststellingwerf, waaronder Oldeholtpade, werden hiervoor houten barakken gebouwd voor de opvang van werkende mannen. Deze barakken waren tijdelijke, eenvoudige gebouwen, vaak zonder verdiepingen, bedoeld voor huisvesting in werkkampen of op werkkamp-terreinen Wikipedia.
Jaren 1930: Jeugd- en werkkampen voor werklozen, soms met barakken als slaap- en werkverblijf, werden georganiseerd door maatschappelijke organisaties en soms met overheidssubsidie
Oldeholtwolde
De gemeente Weststellingwerf, met Oldeholtwolde als een van de dorpen, kende in de 19e en 20e eeuw diverse werkverschaffingsprojecten. Dit waren grootschalige, vaak ongeschoold werken voor werklozen, zoals ontginning van hoogveengebieden, graven van kanalen en polderontginning
In Wolvega (ook in de regio) stond Kamp Wolvega (NAD-kamp 213) als werk- en interneringskamp, en werd het park De Nieuwe Aanleg grotendeels gerealiseerd in het kader van werkverschaffing
Oldelamer
In Oldelamer was werkverschaffing een reële werkelijkheid in de jaren 1920–1940, toen grote groepen werklozen door de overheid werden tewerkgesteld voor zwaar grondwerk
Na de beurkrach in 1929 was de economische crisis in Nederland en vooral in Noord-Nederland extreem. In Oldelamer werden werkloze mannen vaak door de diaconieën of gemeenten verplicht om zes dagen per week voor een laag loon (ca. 11 gulden) te werken
Het werk bestond voornamelijk uit grondwerk: afgraven, bermen maken, kanalisaties aanleggen en andere onbewoonde terreinen ruimen. De arbeiders werkten met schop en kruiwagen, zonder moderne machines
Deze vorm van werkverschaffing was een combinatie van armenzorg en werkverschaffing: het moest werklozen een nuttige bezigheid geven, maar ook de kosten van uitkeringen verlagen
Hoewel er in Oldelamer zelf geen barakkencomplex was, was barakkenbouw een standaardmaatregel bij werkverschaffingsprojecten.
Oldetrijne
In de omgeving van Oldetrijne (gemeente Weststellingwerf) zijn tijdens de crisisjaren in de jaren 30 grote projecten in het kader van de werkverschaffing uitgevoerd. De barakken en werkkampen in deze specifieke regio dienden om grote groepen werkloze mannen te huisvesten die zwaar handwerk moesten verrichten. Grote projecten en de Heidemaatschappij Veel werklozen uit grotere steden (zoals Leeuwarden) werden verplicht tewerkgesteld in de regio Weststellingwerf. Onder leiding van de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij) moesten zij met schop en kruiwagen woeste gronden ontginnen en de infrastructuur verbeteren. De belangrijkste ingrepen rond Oldetrijne waren: Kanalisatie en verbetering van de Linde: Het kanaliseren van de nabijgelegen rivier de Linde om de waterhuishouding in de regio te reguleren. Aanleg van wegen: Het omzetten van zand- en sintelpaden naar functionele wegen (zoals de verbinding Oldetrijne–Spanga).
Ontginning van de Lindepolder: Het droogleggen en in cultuur brengen van grote delen moeras- en veengrond rondom de dorpen.Huisvesting in barakken en werkkampen Omdat de arbeiders vaak ver van huis waren en niet dagelijks konden reizen, verbleven zij doordeweeks in speciaal gebouwde houten barakkenkampen. Dit regime was sober en streng; weigering of het niet volhouden van het zware werk betekende direct het stopzetten van de steunuitkering. Hoewel de projecten zich over het hele stroomgebied van de Linde en de Scheene uitstrekten, lag een van de meest bekende en nabijgelegen grote werkverschaffingslocaties net ten oosten van Oldetrijne, in de polders bij Oldelamer en Nijeholtwolde. Deze projecten waren destijds zo omvangrijk dat ze in 1934 zelfs werden bezocht door Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana.
Oosterstreek
Hoewel er in Oosterstreek zelf geen barakkenkamp stond, speelde de werkverschaffing een enorme rol in de ontginning van het omliggende landschap en lagen de beruchte barakkenkampen direct over de gemeentegrens.
Werkverschaffing en Ontginning in Weststellingwerf Tijdens de Grote Depressie in de jaren 30 zette de Nederlandse overheid grote groepen werklozen verplicht in voor zwaar grondwerk. Heideontginning: Grote delen van het heide- en moeraslandschap rondom Oosterstreek, Noordwolde en Boijl werden in het kader van de werkverschaffing handmatig omgespit en omgevormd tot landbouwgrond of bossen. Rond 1932 werd bijvoorbeeld nabijgelegen terrein door de werkverschaffing omgetoverd tot weiland.
Peperga
In de jaren 1930 (de Grote Depressie) werden in de gemeente Weststellingwerf, net als elders in Noord-Nederland, eenvoudige barakken en werkkampen ingericht voor de werkverschaffing. Plekken zoals Peperga, Noordwolde en Sonnega dienden als locaties waar werklozen verplicht tewerk werden gesteld voor zwaar grond- en ontginningswerk.
Scherpenzeel
Tijdens de crisisjaren van de jaren 1930 zette de overheid in het kader van de werkverschaffing werkkampen op. In de gemeente Weststellingwerf (nabij plaatsen als Scherpenzeel en Spanga) verbleven arbeiders in eenvoudige barakken om zwaar grond- en ontginningswerk uit te voeren.
Slijkenburg
Rond 1927–1928 stonden er in Slijkenburg (gemeente Weststellingwerf) werken gepland in het kader van de werkverschaffing, waarbij onder meer plannen bestonden voor de bouw van barakken of keten om arbeiders te huisvesten die werkten aan lokale infrastructurele- of waterbouwkundige werkzaamheden
Eind jaren 1920 (rond 1927–1928), een tijd waarin de overheid vaker werkverschaffingsprojecten opzette om werkloosheid te bestrijden en landaanwinning of kanaalverbeteringen uit te voeren (zoals de kanalisatie van de Linde).
Barakken: Eenvoudige houten keten of barakken dienden alsTijdelijk onderkomen voor arbeiders die van ver moesten komen en niet dagelijks op en neer konden reizen.
Sonnega
In de gemeente Weststellingwerf (waar Sonnega en Wolvega onder vallen) werden lokale infrastructurele werken verricht. Soms maakte men daarbij gebruik van eenvoudige barakken als tijdelijke onderkomens voor werkploegen.
Spanga
Er is geen werkkamp of werkverschaffing met barakken direct in Spanga geweest.
In de gemeente Weststellingwerf (Friesland) werd de werkverschaffing in de jaren 1920 en 1930 ingezet voor openbare werken in dorpen zoals Spanga, waaronder het verharden van wegen (zoals het omzetten naar basaltslagwegen) en landschappelijke of polderprojecten in de omgeving van de Linde en de Skaopenpolder.
Steggerda
In de gemeente Weststellingwerf (waar Steggerda onder valt) leidde de grote economische crisis van de jaren dertig tot ernstige werkloosheid, met name onder land- en veenarbeiders uit dorpen zoals Noordwolde, Blesdijke en Steggerda. Zij werden destijds vaak verplicht tewerkgesteld in de werkverschaffing voor grond-, ontginnings- en waterstaatswerken in de regionen van Friesland en Drenthe.
Vanaf 1931–1932 liep de werkloosheid in Weststellingwerf sterk op (met honderden werklozen), wat de overheid dwong om grootschalige werkverschaffingsprojecten te starten via de Heidemaatschappij.
De arbeiders moesten zwaar ongeschoold handwerk verrichten, zoals het graven en verbreden van vaarten en sloten, het afgraven van bermen en het ontginnen van woeste gronden (zoals heide en veen) met niet meer dan een schep en kruiwagen.
Barakkenkampen: Voor arbeiders die van verder moesten komen werden tijdelijke barakkenkampen ingericht, waar de arbeiders onder sober en vaak armoedig waren gehuisvest. Lokale arbeiders uit dorpen als Steggerda probeerden indien mogelijk 's avonds naar huis te gaan.
Ter Idzard
In het Friese dorp Ter Idzard (gemeente Weststellingwerf) stonden tijdens de crisisjaren '30 en de Tweede Wereldoorlog barakken ten behoeve van de werkverschaffing. Deze barakken maakten deel uit van de grootschalige ontginningsprojecten in de regio, waarbij werklozen verplicht werden ingezet voor zwaar handwerk.
Vanwege de Grote Depressie richtte de Nederlandse overheid de Rijksdienst voor de Werkverruiming op. Werklozen moesten, met behoud van een minimale uitkering, woeste gronden ontginnen. Rondom Ter Idzard ging dit vooral om het ontginnen van heide- en veengronden in de zuidelijke Tjongervallei.
Om de arbeiders van buiten de regio te huisvesten, werden er in de regio Stellingwerven sobere houten barakkenkampen gebouwd. Dit waren vaak de typische V-vormige kampen met slaapzalen, een kantine en een beheerderswoning.
De projecten in deze regio werden grotendeels technisch geleid door de Nederlandsche Heidemaatschappij (Heidemij) in samenwerking met de N.V. Ontginningsmaatschappij De Drie Provinciën.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde de functie van veel van deze werkverschaffingskampen ingrijpend:De NAD: De Duitse bezetter nam de kampen over en plaatste ze onder de vlag van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD)
Vinkega
In de geschiedenis van Vinkega (gemeente Weststellingwerf, Friesland) hebben barakken en werkverschaffingsprojecten een belangrijke rol gespeeld, met name tijdens de crisisjaren 1930 en de Tweede Wereldoorlog.
Ontginning en wegenaanleg: In de jaren 1930 zette de overheid werklozen gedwongen in bij grootschalige projecten om de regio te ontwikkelen. In de omgeving van Vinkega, Noordwolde en Steggerda werden destijds woeste gronden en heidevelden ontgonnen.
Lokale projecten uit de periode 1935-1936 omvatten onder andere de aanleg en verbetering van wegen in het kader van de werkverschaffing. Hieronder viel ook het werk aan wegen tussen Vinkega en omliggende dorpen.
Dit werk werd gecoördineerd door instanties zoals de Nederlandsche Heidemaatschappij (Heidemij). Het werk moest verplicht met de hand (met de schop) worden uitgevoerd om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden.
Het barakkenkamp aan de Zuiderweg Duits barakkenkamp: Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond er een Duits barakkenkamp aan de Zuiderweg in Vinkega.
Dit kamp was strategisch verbonden met het nabijgelegen Duitse vliegveld in Havelte en het munitiedepot op landgoed De Eese. De barakken boden onderdak aan Duitse militairen die in de regio gestationeerd waren.Het einde in 1945: Op de dag van de bevrijding trok een groep van ongeveer 25 Duitse soldaten, vermoedelijk afkomstig uit dit barakkenkamp, via Vinkega en de Turfhoekweg richting het noorden. Zij raakten daar in een vuurgevecht met Canadese troepen, waarbij hun bus in brand werd geschoten.
Wolvega
Kamp Wolvega, ook bekend als kamp Lindenoord of NAD-kamp 213, was een kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) met barakken in Wolvega. Het diende achtereenvolgens voor de arbeidsdienst, als Kamp Wolvega werk- en interneringskamp na de oorlog, en speelde een rol in de lokale grond- en heideontginning.
Geschiedenis van Kamp Wolvega Oprichting: Gebouwd en gebruikt als kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD-kamp 213).
Locatie & Naam: Stond ook bekend als kamp Lindenoord in de omgeving van Wolvega.
Na de Bevrijding: Vanaf 14 april 1945 tot januari 1948 omgedoopt tot Kamp Wierda en in gebruik als interneringskamp voor collaboratieverdachten.
Belangrijke projecten en locaties Het park De Nieuwe Aanleg: Dit bekende park aan de Steenwijkerweg in Wolvega, gelegen op een voormalig zandgat (het Galgeveld), werd oorspronkelijk grotendeels gerealiseerd in het kader van de werkverschaffing. Werklozen legden hier tot halverwege de 19e eeuw de vijvers, slingerpaden en glooiingen aan die vandaag de dag nog steeds zichtbaar zijn.
Kanalisatie van de Linde (Lende): Tussen 1922 en 1927 werd de rivier de Linde, die ten zuiden van Wolvega stroomt, grotendeels rechtgetrokken en gekanaliseerd. Dit grootschalige graafwerk werd uitgevoerd als werkverschaffingsproject om de afvoer van turf te verbeteren en de regio beter bereikbaar te maken voor vrachtschepen.
Ontginning van de Lendevallei: Na de intensieve turfwinning in het laagveengebied werden grote delen van de petgaten en gronden via de werkverschaffing handmatig dichtgegooid en vlak gemaakt. Hierdoor werden de woeste gronden bruikbaar gemaakt voor de reguliere landbouw.
Zandhuizen
In het Friese dorp Zandhuizen (gemeente Weststellingwerf) hebben tijdens de crisisjaren in de vorige eeuw en de Tweede Wereldoorlog projecten in het kader van de werkverschaffing plaatsgevonden. Hoewel Zandhuizen zelf destijds een kleine buurtschap onder Noordwolde was, speelde de regio een actieve rol in de grootschalige ontginningen.
In de periode 1927-1929 werden er in en rondom Zandhuizen specifieke percelen aangekocht om wegen aan te leggen en te verbeteren via de werkverschaffing. Handarbeid: Werklozen moesten met basishulpmiddelen zoals schoppen, kruiwagens en kiepkarren woeste gronden en heidevelden ontginnen. Ook het nabijgelegen riviertje De Lende is in die tijd volledig met de hand uitgegraven en gekanaliseerd.
Er stond in Zandhuizen zelf geen barakken. Er vonden echter wel twee andere ontwikkelingen plaats wat betreft huisvesting en barakken in de directe omgeving: Lokale onderkomens: Omdat arbeiders vaak van heinde en verre moesten komen om de Fries-Drentse heide te ontginnen, werden er in de regio tijdelijke, eenvoudige houten schaftketen en noodbarakken gebruikt voor de dagelijkse opvang en gereedschapsopslag.
Nabijgelegen Werkkampen: Grote, permanente barakkenkampen stonden net over de grens of in de buurgemeenten. Bekende voorbeelden vlakbij zijn Kamp Vledder (net over de Drentse grens) en Kamp De Landweer bij Elsloo. Deze barakken werden in 1942 door de Duitse bezetter getransformeerd tot Joodse werkkampen.
Boekelte
Bij het buurtschap Boekelte (gelegen in de gemeente Weststellingwerf, Friesland) hebben in de jaren '30 werkzaamheden in het kader van de werkverschaffing plaatsgevonden. Dit betrof voornamelijk grootschalige ontginnings- en wegenprojecten.Hoewel er in de regio diverse barakkenkampen (rijkswerkkampen) stonden, stond er in Boekelte zelf géén permanent barakkenkamp
Spanga
In het Friese dorp Spanga (gemeente Weststellingwerf) heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog een werkkamp met barakken gestaan. Dit kamp werd, net als veel andere kampen in de regio, oorspronkelijk in de jaren 30 of vroege jaren 40 opgebouwd in het kader van de werkverschaffing (Rijksdienst voor de Werkverruiming) om werkloze mannen in te zetten bij zware ontginnings- en graafwerkzaamheden.
De geheime barak: In historische documenten over de regio Weststellingwerf in oorlogstijd wordt specifiek gesproken over De geheime, groene barak in Spanga.
Werkzaamheden: De arbeiders in en rond Spanga werden ingezet voor de ontginning van het omliggende veen- en moerasgebied. Er werden onder andere grote grachten en watergangen gegraven voor de waterafvoer. Dit gebeurde vaak onder toezicht van de Nederlandse Heidemaatschappij.
Tijdens de bezetting veranderde de functie van dit soort werkverschaffingskampen. De Duitse bezetter en collaborerende instanties (zoals de Landwacht) gebruikten de administratie en de locaties intensief voor de verplichte tewerkstelling (Arbeitseinsatz). In de directe omgeving van Spanga (zoals in Wolvega) vonden destijds regelmatig razzia's plaats om mannen op te pakken voor dwangarbeid.
Scherpenzeel
In de jaren dertig en rond de Tweede Wereldoorlog werden in de gemeente Weststellingwerf (waar Munnekeburen Scherpenzeel onder valt) barakkenkampen ingericht voor de werkverschaffing. Arbeiders verrichtten hier zwaar handwerk, zoals ontginnings- en infrastructuurprojecten in de veengebieden.
Munnekezeel
In de omgeving van Munnekezijl (Friesland/Groningen) en omliggende veengebieden werden destijds wel vaker landarbeiders en werklozen tewerkgesteld aan ontginningsprojecten, vaak onder beheer van de Nederlandsche Heidemaatschappij
Werklozen kregen verplicht ongeschoold werk zoals heide ontginnen of graven om hun uitkering te behouden. Arbeiders verbleven in sober gebouwde houten barakken omdat de werklocaties te ver weg lagen om iedere dag vanuit huis te reizen.
Oorlogsperiode: Vanaf 1940 nam de Duitse bezetter dergelijke kampen over, waarna het regime veranderde en er een strenge arbeidsplicht kwam.
Munnekeburen
In de crisisjaren van de jaren 1930 en tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de werkverschaffing een grote rol in de regio rond Munnekeburen (gemeente Weststellingwerf). Hoewel grote centrale barakkenkampen (zoals Rijkswerkkampen) vooral bekend zijn uit Drenthe en Groningen, stonden er in deze Friese laagveengebied-regio (vaak gekoppeld aan het nabijgelegen Oldelamer) ook barakken en keten om arbeiders op te vangen voor zware ontginnings- en infrastructuurprojecten.
Het werk in de regio Munnekeburen De regio rond Munnekeburen en de Rottige Meente bestond destijds uit onbegaanbare petgaten, moerasland en overstroomde veenpolders. De werkverschaffing werd hier grootschalig ingezet voor:Ruilverkaveling: Het herindelen en begaanbaar maken van de versnipperde landbouwgrond. Grondwerk en ontginning: Het dempen van petgaten, egaliseren van woeste grond en graven van wijken (kanalen).
Infrastructuur: De aanleg en verbetering van wegen zoals de Grindweg en de verbindingen richting Schoterzijl.
De functie van de barakken Omdat lokale arbeiders en werklozen uit grotere omliggende plaatsen niet altijd dagelijks op en neer konden reizen, werden er op strategische plekken nabij de werkobjecten houten werkketen en barakken geplaatst. Schuil- en opslagplaats: Ze dienden primair als schaftkeet en opslag voor het handgereedschap (zoals de onafscheidelijke spaden en kruiwagens). Huisvesting: Soms boden grotere barakken tijdelijk onderdak aan groepen arbeiders die van verder weg (zoals de grotere steden) gedwongen tewerkgesteld werden.
Koninklijk bezoek: Het project in deze specifieke polder was zo omvangrijk dat Koningin Wilhelmina op vrijdag 8 juni 1934 persoonlijk een bezoek bracht aan de werkverschaffing te Oldelamer en Munnekeburen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog liepen de projecten onder Duits toezicht door. Veel lokale mannen uit Munnekeburen probeerden via dit zware polder- en rietwerk de Arbeidseinsatz in Duitsland te ontlopen. De afgelegen barakken, de dichte rietvelden en de verspreid liggende boerderijtjes in het moerasgebied bleken later een ideale schuilplaats voor onderduikers en verzetsactiviteiten.
Noorwolde
In de crisistijden van de jaren 1930 en de vroege jaren 1940 kende de regio Noordwolde in Weststellingwerf werkverschaffing en barakkenkampen voor werklozen en ontginningswerkzaamheden. Hoewel er nabij Friese en Drentse enclaves (zoals nabij Fochteloo en Elsloo) Rijkswerkkampen in barakken stonden, was de werkloosheid in Noordwolde zelf in die periode ook sterk verweven met de lokale rietvlecht- en stoelenindustrie.
Tijdens de Grote Depressie moesten werkloze mannen uit Noordwolde en omliggende dorpen zoals Steggerda en Blesdijke verplicht arbeidsinzet verrichten om hun steunuitkering te behouden.
Overburen
In de buurtschap Overburen (gelegen tussen Peperga en Steggerda in de gemeente Weststellingwerf) waren echter geen )Rijks-) werkverschaffingskampen met barakken gevestigd zoals elders
Steggerda
In de jaren dertig van de twintigste eeuw werden in de gemeente Weststellingwerf in het kader van de werkverschaffing barakken en werkkampen geplaatst. Deze dienden als sober onderkomen voor werkloze arbeiders die verplicht werden om zwaar grond- en ontginningswerk te verrichten, zoals werkzaamheden rond de Turfhoek en Steggerda.
Steggerda / Turfhoek: Arbeiders werden lokaal tewerkgesteld voor landarbeid, ontginning en infrastructurele werkzaamheden in de omgeving van Steggerda. Omdat de reisafstanden te groot waren of het werk afgelegen lag, bouwde of gebruikte men tijdelijke barakken als huisvesting op locatie.
Rijsberkampen
Rijsberkampen is een kleine buurtschap in de gemeente Weststellingwerf (Friesland), gelegen in het dorpsgebied van Boijl. In de crisis van de jaren 1930 en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in deze regio net als elders in Nederland rijkswerkkampen en barakken ingezet voor de werkverschaffing en grondontginning.
Doel: Werklozen werden door de overheid verplicht of via steunverlening ingezet voor zwaar ongeschoold buitenwerk, zoals woeste grond ontginnen, heide bewerken en de waterhuishouding verbeteren.
Huisvesting: Arbeiders verbleven in eenvoudige houten barakken nabij de werklocatie in de ruige veen- en bosrijke omgeving.
.
Rode Dorp
Het Rode Dorp in Zandhuizen (gemeente Weststellingwerf) is rond 1920 gesticht door de woningstichting om arme mensen uit vervallen plaggenhutten fatsoenlijke volkswoningen van rode steen te bieden. Werkverschaffing speelde in de regio destijds vooral in de vorm van grond- en ontginningswerken (zoals de kanalisatie van de Linde), maar het Rode Dorp zelf was een sociaal woningbouwproject.
Doel: Bestrijding van grote armoede en krottenwoningen (plaggenhutten) in de Stellingwerven.
Naam: Ontstaan door de uniforme rode bakstenen en rode dakpannen van de woningen.
Verband met werkverschaffing: Overheidsmaatregelen en infrastructurele arbeidersprojecten hingen in die tijd nauw samen met de verbetering van de leefomstandigheden en de bouw van degelijke arbeiderscomplexen.
Schoterzijl
In de crisisjaren van de jaren 1930 werden in en rond Schoterzijl en omliggende veen- en poldergebieden in Friesland en Overijssel (zoals nabij Oldelamer en Weststellingwerf) werkverschaffingsprojecten uitgevoerd. Arbeiders verrichtten zwaar grond- en kanaalwerk en verbleven in eenvoudige houten barakken of werkkamp wanneer de werklocatie te ver van huis was.
Het werk: Het uitbaggeren van vaarten (zoals de Jonkers- of Helomavaart), graven, en het ontginnen van grond met niet meer dan een schop en kruiwagen.
Omstandigheden: Lange werkweken van vaak vijftig uur onder strenge begeleiding, onder andere van de Nederlandse Heidemaatschappij.
Omdat arbeiders van verder weg kwamen of langere aaneengesloten perioden in het veld moesten werken, bouwde men eenvoudige houten barakken als tijdelijk onderkomen.