Werkverschaffing Wijchen

Wijchen

De gemeente is op 1 januari in 1984 ontstaan uit de vroegere gemeenten Batenburg, Bergharen en Wijchen.

Eerder was er op 1 januari 1818 een gemeentelijke herindeling, toen Niftrik werd geannexeerd. In 1980 werd Balgoij (een deel van Overasselt) bij Wijchen gevoegd.

 

De gemeente is verdeeld in de volgende wijken:

Wijk 00 Wijchen buitengebied 

Wijk 01 Wijchen kern 

Wijk 02 Bergharen 

Wijk 03 Batenburg 

 

Een  wijk kan bestaan uit meerdere buurten. 

Alverna 

Woezik 

Niftrik 

Balgoy 

Verspreide huizen Woezik

Verspreide huizen Bullenkamp Boskant en Heivel 

Verspreide huizen Valendries en Hoogbroek 

Industrieterrein Zesweg

Verspreide huizen Lunen en Balgoy 

Verspreide huizen tussen Wijchen en Niftrik 

Centrum en Valendries 

Wijchen-Noordoost 

Homberg, Heilige Stoel en Kraaijenberg

Aalsburg en Blauwe Hof

Industrieterrein Nieuweweg 

Wijchen-Zuid 

Wijchen-Kerkeveld 

Bergharen 

Buurt Bergharen 

Hernen 

Leur 

Verspreide huizen Hernen 

Verspreide huizen Hernense Bosch en Leur

Verspreide huizen Hernen en Leur 

Verspreide huizen poldergebied Bergharen

Batenburg

Verspreide huizen op de Overwal 

Verspreide huizen poldergebied 

 

 

Wijchen

Tijdens de crisisjaren in de jaren 1930 en de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland en de regio Gelderland werkverschaffingsprojecten en werkkampen opgezet. Arbeiders en werklozen verrichtten hier zwaar handwerk.

De overheid zette werklozen in voor landaanwinning, ontginning en infrastructuur om de economie te stimuleren.

Huisvesting: Arbeiders verbleven regelmatig in sober gebouwde houten barakken op locatie nabij de werkterreinen.

Oorlogsperiode: Later werden soortgelijke kampen en barakken in de regio door de Nederlandse en bezettende autoriteiten ingezet voor onder meer tewerkstelling en kampen

Het meest prominente voorbeeld in de gemeente Wijchen was de Maaskanalisatie (Maaswerken) tussen 1936 en 1938. Hierbij werd onder andere de Maas rechtgetrokken bij de toenmalige Wijchense dorpen Balgoij en Keent.

 Werkverschaffing in Wijchen Tijdens de economische crisis in de twintigste eeuw zette de overheid werklozen in om de afvoer van de Maas te verbeteren en de scheepvaart te stimuleren.

Werkkamp Balgoij: Aan de Eindschestraat in Balgoij (gemeente Wijchen) werd destijds een speciaal Werkkamp Balgoij ingericht. Hier sliepen tewerkgestelden die voornamelijk uit Nijmegen en het westen van Nederland kwamen.

De bedding van de nieuwe Maas werd grotendeels met de schop uitgegraven. Dit zware werk leidde tot de destijds bekende uitspraak: Om de Maas recht te trekken en de rug krom.

Gevolgen voor het landschap: Door het rechttrekken van de rivierbochten veranderde de grens ingrijpend. Het Wijchense dorp Keent kwam plotseling aan de overkant van de Maas te liggen en hoort sindsdien bij de provincie Noord-Brabant.

Hoogbroek

Er was geen Rijkswerkkamp in het buurtschap Hoogbroek bij Wijchen in  kader van de crisis-werkverschaffing of de Joodse werkkampen uit de Tweede Wereldoorlog. Wel kende de regio rond Wijchen en het Rijk van Nijmegen diverse openbare werken en ontginningsprojecten in de crisisjaren.

 

 

Valendries

in Valendries was geen werkverschaffingskamp.

Balgoy

In de crisisjaren van de jaren 1930 stelde de Nederlandse overheid werkverschaffingsprojecten in. Nabij Balgoy (Balgoy) werden barakken gebouwd om werkloze mannen te huisvesten. Deze dwangarbeiders en tewerkgestelden moesten zwaar ongeschoold handwerk verrichten, zoals graaf- en kanaalwerk voor de Maaskanalisatie.

Werklozen uit onder meer Nijmegen en West-Nederland aan het werk zetten en huisvesten.

Omstandigheden: Sober en streng; de mannen verbleven in eenvoudige houten barakken op het kamp. Project: Het graven en rechtleggen van de Maas (de Maaskanalisatie) om de waterafvoer en scheepvaart te verbeteren.Controle: Weigeren betekende vaak het verlies van de wekelijkse steunuitkering.

Alverna

In Alverna (bij Wijchen) bevond zich geen  werkkamp of werkverschaffingsbarakkenkamp uit de dertiger jaren zo.

 

Woezik

Dit voormalige dorp is tegenwoordig een woonwijk in de gemeente Wijchen, maar er is geen werkverschaffingskamp bekend.

Valendries

De Valendries in Wijchen kent een rijke geschiedenis die nauw verbonden is met kleinschalige ontginningen, de bekende Wijchense aspergeteelt en grote werkverschaffingsprojecten uit de regio in de 19e en 20e eeuw.

De vroege 19e-eeuwse keuterontginningen op de Valendries zelf, en de grootschalige, verplichte crisis-werkverschaffing in de omliggende gemeente (zoals de Maasnormalisatie) in de jaren 1930.

Oorspronkelijk was de Valendries een buurtschap ten oosten van de dorpskern van Wijchen. De naam verklaart de aard van de grond: vale staat voor arme, schrale of grauwe grond, en dries duidt op hooggelegen (zand)grond. De Keuterontginningen (19e eeuw): In het laatste kwart van de 19e eeuw werden de resterende woeste gronden rond Wijchen, waaronder de Valendries, systematisch ontgonnen. Dit gebeurde voornamelijk door keuters (kleine, arme boeren) die de woeste zandgrond met de hand omspitten om er landbouwgrond van te maken. Het Aspergecentrum: Omdat de hooggelegen zandgrond ongeschikt was voor reguliere akkerbouw, bleek het de perfecte voedingsbodem voor asperges. In het begin van de 20e eeuw groeide de Valendries hierdoor uit tot het epicentrum van de Wijchense aspergeteelt.

Grote Werkverschaffing in de Regio (Jaren '30) Tijdens de economische crisis van de jaren 1930 zette de overheid werklozen in voor zware, ongeschoolde arbeid onder streng toezicht van instanties zoals de Nederlandsche Heidemaatschappij (NHM). Hoewel de Valendries in die tijd al grotendeels in cultuur was gebracht, werden arbeiders uit heel Wijchen ingezet bij grote infrastructurele projecten in de directe omgeving: Maasnormalisatie en Kanalisatie: Het bekendste lokale werkverschaffingsproject was de Maasnormalisatie bij Balgoij en Keent. Werklozen moesten met de schop en kruiwagen bochten uit de Maas graven om de waterafvoer en scheepvaart te verbeteren.

Werkkamp Balgoij: Tewerkgestelden uit de regio werden ondergebracht in het speciale Werkkamp Balgoij aan de Eindschestraat. Mensen die weigerden aan deze zware projecten deel te nemen, verloren direct hun crisisuitkering.

 

Balgoy

In de jaren 1930 (de crisistijd) en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Balgoy houten barakken geplaatst voor de werkverschaffing. Werklozen uit onder meer Nijmegen verbleven in dit werkkamp om dwangarbeid of zwaar ongeschoold handwerk te verrichten, zoals de kanalisatie van de Maas. Doel: Het dempen en rechtleggen van de Maas (de Maaskanalisatie) en het verbeteren van waterafvoer en scheepvaart. Eenvoudige houten barakken waar de arbeiders verplicht moesten wonen. Het werk was erg zwaar, er gold een strenge arbeidsplicht en weigeren betekende het verlies van de steunuitkering.

Latere periode: Tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog veranderde het karakter van dergelijke kampen onder de Nederlandse Arbeidsdienst en Duitse leiding.

 

Lunen

Werkkamp Balgoy en buurtschap Lunen

Tijdens de grote crisis in de jaren 1930 werd in het kader van de werkverschaffing de Maaskanalisatie uitgevoerd. Het kamp: Werklozen uit onder andere Nijmegen en West-Nederland werden ondergebracht in Werkkamp Balgoy (aan de Eindschestraat) en kampen bij Maasbommel.

Lunen: De arbeiders moesten met de schop en kiepkarren klei verzetten. Hierbij moesten verschillende bewoners wijken. Lokale bakker Chris van Rossum vertrok destijds vanwege de werkzaamheden specifiek naar het nabijgelegen buurtschap Lunen (gemeente Wijchen) omdat zijn oorspronkelijke huis midden in de nieuwe Maasbedding kwam te liggen.

 

Niftrik

In de regio Maas en Waal en nabij Niftrik en Balgoij waren arbeiders destijds ondergebracht of ingezet voor grootschalige waterstaatsprojecten en de Maaskanalisatie.

Huisvesting van werkloze mannen die verplicht werden om zwaar ontginnings- of graafwerk te verrichten in eenvoudige houten barakken, sober ingericht met stapelbedden (stroresten), één centrale kachel en een aparte eet- of woonruimte. Dergelijke kampen en barakken kregen in de oorlog of na de bevrijding soms een andere bestemming als werkkamp of noodwoning.

Werkverschaffing Niftrik (en het aangrenzende Balgoij en Keent) verwijst direct naar de grootschalige Maaskanalisatie tijdens de crisisjaren in de jaren dertig. Na de zware overstromingen van 1926 werd besloten om de Maas ingrijpend aan te pakken. Dit project werd een van de meest omvangrijke en productieve werkverschaffingsprojecten van Nederland.

De Maaskanalisatie (1930–1938) Het Doel: Het verbeteren van de waterafvoer en de scheepvaart door scherpe bochten in de Maas af te snijden. De Uitvoering: Tussen Grave en de Blauwe Sluis werden tien grote bochten rechtgetrokken, waardoor de rivier in totaal 19 kilometer korter werd.

Niftrik tot Keent: Aan de westkant begon het graafwerk bij Niftrik en bewoog zich richting de oostkant bij Grave. De twee gegraven geulen naderden elkaar in de loop van de maanden in het polderland.

Gevolgen voor het Landschap: Door het rechttrekken van de Maas werd het polderdorp Keent (dat destijds bij de Gelderse gemeente Balgoij hoorde) plotseling afgesneden en aan de Brabantse kant van de rivier gelegd.

Inzet van Tewerkgestelden Arbeidskrachten: Het loodzware werk werd grotendeels handmatig met de schop uitgevoerd door werkloze mannen uit het hele land. Veel arbeiders waren afkomstig uit Nijmegen en West-Nederland. Huisvesting: In 1937 werkten er ruim 1800 tewerkgestelden tegelijkertijd aan de Maaswerken. De arbeiders die niet dagelijks met de bus of fiets konden forenzen, werden ondergebracht in speciale werkkampen, waaronder het bekende Werkkamp Balgoij aan de Eindschestraat.

Toezicht: De Nederlandse Heidemaatschappij (NHM) trad namens de overheid op als de belangrijkste technische uitvoerder en toezichthouder van deze projecten.

Kerkeveld

Tijdens de latere oorlogsjaren stonden er in verschillende delen van het dorp wél militaire houten barakken van de bezetter, die na de oorlog deels hergebruikt werden voor noodwoningbouw.

Er heeft nooit een officieel werkverschaffingskamp met barakken in de moderne woonwijk Kerkeveld in Wijchen gestaan.

Tijdens de Grote Depressie in de jaren 30 werd er in de hele regio Maas en Waal grootschalige werkverschaffing ingezet. Projecten: Grote groepen werkloze mannen moesten met de schop en kruiwagen zwaar fysiek werk verrichten. Doel: In de omgeving van Wijchen en Alverna ging dit voornamelijk om het ontginnen van heidegrond, bosbouw en het graven of verbeteren van watergangen (zoals de Woezikse Leijgraaf of de Balgoysewetering). Hoewel er in Gelderland en Drenthe officiële barakkenkampen (werkkampen) voor deze arbeiders waren, sliepen lokale arbeiders in Wijchen vaak gewoon thuis of in bestaande onderkomens.

Een ander historisch feit dat vaak in één adem met Wijchense barakken wordt genoemd, stamt uit de Watersnoodramp van 1926. Nadat vrijwel heel Wijchen onder water was gelopen door een dijkdoorbraak, stuurde de overheid (en hulporganisaties) noodmaterialen. Tijdens de latere oorlogsjaren stonden er in verschillende delen van het dorp wél militaire houten barakken van de bezetter, die na de oorlog deels hergebruikt werden voor noodwoningbouw.

 

 

Bergharen

In Bergharen en de direct omliggende regio van het Land van Maas en Waal zijn de geschiedenis van de werkverschaffing, de barakken en grootschalige infrastructuurprojecten onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het meest prominente werkkamp in de directe omgeving van Bergharen was Werkkamp Balgoij, gelegen aan de Eindschestraat. Dit kamp werd in de jaren 1930 opgericht in het kader van de werkverschaffing. Arbeiders (tewerkgestelden) uit onder andere Nijmegen en West-Nederland werden hier ondergebracht. De arbeiders moesten met de hand meewerken aan de grootschalige Maaskanalisatie (1934-1940) en het verzwaren van de Maasdijken. Dit was harde noodzaak na de verwoestende watersnoodramp van 1926, die ook Bergharen zwaar had getroffen. Het kamp bestond uit houten barakken waarin de arbeiders onder uiterst sobere omstandigheden sliepen en leefden.

 

 

Hernen

Tijdens de economische crisis van de jaren 1930 en de periode van de Tweede Wereldoorlog zette de Nederlandse overheid werkverschaffingsprojecten en rijkswerkkampen op. In de regio Hernen en Wijchen werden barakken en kampen gebruikt om werklozen te huisvesten en te werk te stellen bij onder meer grond-, weg- en ontginningswerken. Door de Grote Depressie vanaf 1929 ontstane werkloosheid werd door de overheid bestreden met tewerkstelling.

Arbeiders verbleven in sober ingerichte houten barakken nabij de werklocatie.  In de voormalige gemeente Wijchen, waar Hernen onder viel, betroffen de werkzaamheden vaak landelijke verbeteringen, wegenaanleg (zoals plannen rond de wegverbindingen) en cultuurtechnische werken.

 

Leur

De arbeiders uit het kamp in Leur werden onder streng toezicht vaak geleid door de Nederlandse Heidemaatschappij (NHM) ingezet voor zwaar handwerk. In de omgeving van Leur hield dit concreet in: Het ontginnen van woeste gronden en heidevelden. Grootschalige zand- en grintafgravingen. De aanplant van nieuwe bossen (de bosrijke omgeving van Leur is deels door deze arbeiders gevormd). De aanleg en verbetering van infrastructuur, zoals sloten, weteringen en wegen. Tweede Wereldoorlog: Tijdens de Duitse bezetting werden veel van dit soort kampen door de bezetter overgenomen en omgevormd tot Rijkswerkkampen of kampen voor de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD). Na de oorlog zijn nagenoeg alle houten barakken in de regio weer afgebroken, waardoor er in het landschap (behalve de bossen zelf) weinig fysieke sporen van over zijn.

 

Hernen

Het werkkamp Hernen (gelegen in de gemeente Wijchen) was een werkverschaffingskamp uit de crisisjaren dertig, dat bestond uit eenvoudige houten barakken. Het kamp werd opgezet om werklozen uit grotere steden (zoals Nijmegen) onder te brengen en hen in te zetten voor zwaar, handmatig ontginnings- en infrastructuurwerk in de regio.

Tijdens de economische crisis van de jaren 30 lag het werkloosheidspercentage in regio's zoals Nijmegen en het Land van Maas en Waal extreem hoog. Via de Rijksdienst voor de Werkverruiming werden mannen verplicht tewerkgesteld om hun steunuitkering te behouden.

Projecten: De arbeiders in Hernen en omgeving werden ingezet voor de ontginning van woeste grond (zoals houtwallen en heide) en grote infrastructurele projecten, waaronder de kanalisering van de Maas en de aanleg van het Maas-Waalkanaal.

Arbeidsomstandigheden: Het werk was fysiek slopend en moest volledig met de hand (met de schop en kruiwagen) worden uitgevoerd. De tarieven waren laag en leidden lokaal soms tot frictie met de rijksinspectie voor de werkverschaffing wanneer arbeiders protesteerden voor betere compensatie.

Het kamp was opgebouwd volgens de destijds landelijk geldende blauwdruk voor rijkswerkkampen: Eenvoudige, houten woon- en slaapbarakken met minimale voorzieningen.Een centrale kantine en een aparte barak voor de kok-beheerder. Sanitair dat vaak bestond uit eenvoudige, open latrines of privaten achter de barakken.

De tijdelijke barakken van de werkverschaffing in de regio zijn in de loop van de jaren na de oorlog nagenoeg allemaal afgebroken of hergebruikt voor noodwoningnood (zoals het nabijgelegen complex Klein Canada in Wijchen).

 

 

Bergharen

In de gemeente Bergharen (tegenwoordig onderdeel van Wijchen) Hoewel Bergharen zelf in de crisisjaren dertig een lokaal steun- en werkverschaffingslokaal opende, stonden de grote regionale barakkenkampen voor grootschalige projecten net buiten het dorp.

1. Projecten en Lokale Werkverschaffing Tijdens de economische crisis in de jaren dertig steeg de werkloosheid in de regio Maas en Waal snel.

 De gemeente Bergharen kocht onder andere een oude bakkerij en meelopslag aan de Molenweg op om te dienen als administratie- en distributielocatie voor de lokale werkverschaffing en steunverlening.

Arbeid: Werklozen uit Bergharen werden door de overheid verplicht ingezet bij het graven van watergangen, het ontginnen van woeste heidegrond en de grootschalige ruilverkaveling in de regio.

Groot Regionaal Werkkamp: Kamp Balgoij Voor de allergrootste werkverschaffingsprojecten in de regio (zoals de Maaskanalisatie tussen 1934 en 1940) werden arbeiders uit heel Nederland en Nijmegen gehaald. Zij werden niet in Bergharen zelf, maar net ten zuiden daarvan gehuisvest in het speciaal gebouwde Werkkamp Balgoij aan de Eindschestraat. Dit kamp bestond uit de typische houten woon- en slaapbarakken, een kantine en sanitaire voorzieningen.

Noodwoningen: Na de bevrijding van het Land van Maas en Waal in september 1944 bleven er veel geallieerde legerbarakken achter. Klein Canada: Een bekende verzameling van deze achtergelaten barakken werd door de gemeente Wijchen overgenomen om de enorme woningnood op te vangen. Dit tijdelijke barakkenkamp voor vluchtelingen en dakloze gezinnen stond bekend als complex Klein Canada 

 

Batenburg

Situatie in Batenburg: In de regio Maas en Waal werden werklozen met een spade en kruiwagen ingezet bij waterstaatswerken en dijkverbeteringen, waarbij arbeiders vaak lokaal werden ingekwartierd of vanuit omliggende dorpen trokken in plaats van een permanent lokaal barakkenkamp.

 

Overwal

Tijdens de crisisjaren in de jaren 1930 en de vroege oorlogsjaren speelden barakkenkampen in de werkverschaffing een grote rol in de regio. Hoewel er in het Land van Maas en Waal diverse ontginnings- en infrastructuurprojecten met gedwongen werklozenarbeid zijn uitgevoerd, is specifieke informatie over een werkverschaffingskamp op de Overwal in Wijchen/Batenburg schaars.