Werkverschaffing Wijdemeren
Wijdemeren
De gemeente is ontstaan op 1 januari 2002 uit een fusie van de gemeenten Loosdrecht (dat tot dat moment in de provincie Utrecht lag), 's-Graveland en Nederhorst den Berg.
De gemeente Wijdemeren bestaat uit een zestal dorpskernen: Ankeveen, Breukeleveen, 's-Graveland, Kortenhoef, Loosdrecht en Nederhorst den Berg.
De gemeente is verdeeld in de volgende wijken:
Wijk 00 's-Graveland
Wijk 01 Kortenhoef
Wijk 02 Ankeveen
Wijk 03 Loosdrecht
Wijk 04 Nederhorst den Berg
Een wijk kan bestaan uit meerdere buurten.
's-Graveland
Oud-Kortenhoef
Rade, Oranjebuurt, Munniksveen en omgeving
Moleneind
Kromme Rade
Ankeveen
Ankeveense Rade
Hollandsch Ankeveen
Oud-Loosdrecht
Oud-Loosdrecht-Oost
Nieuw-Loosdrechtsedijk (gedeeltelijk)
Verspreide huizen in het Zuiden
Muijeveld
Nieuw-Loosdrecht
Verspreide huizen in het Noorden
Loosdrechtse Plassen en Breukeleveen
Overmeer
Horn- en Kuijerpolder
Blijkpolder
Centrum
Hinderdam
Horstermeer
Wijdemeren
In de huidige gemeente Wijdemeren (in gebieden zoals Nederhorst den Berg, Kortenhoef en 's-Graveland) werden tijdens de crisisjaren van de jaren 1930 en de Tweede Wereldoorlog diverse projecten in het kader van de werkverschaffing uitgevoerd, met eenvoudige barakken en kampen in de nabije regio zoals het Gooi (bijvoorbeeld nabij Crailo/Laren
In het Gooi (nabij de huidige gemeente Wijdemeren en Gooise Meren) bestonden jeugdwerkkampen en werkverschaffingsprojecten, zoals het kamp bij Crailo.
Werkverschaffing in Wijdemeren verwijst naar openbare werken uit de crisisjaren (zoals de aanleg van water- en groenvoorzieningen in de voormalige kernen 's-Graveland, Kortenhoef en Loosdrecht).
Breukeleveen
In en rondom Breukeleveen (en de direct aangrenzende gebieden Muyeveld en Loosdrecht) hebben de werkverschaffing in de jaren 1930 gestaan.
Tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig moesten werklozen uit de omliggende gemeenten (zoals Breukelen en Maarssen) verplicht zware handarbeid verrichten om hun wekelijkse steunuitkering te behouden.
Landaanwinning en afwatering: In de moerassoige veengebieden van het Groenewoud en t Hol werden sloten gegraven voor de afwatering. Met de hand omhooggehaalde bagger en turf werden gebruikt om de omliggende gronden op te hogen tot vruchtbare akkers en weidegrond.
Grote infrastructuur: Werklozen uit de regio werden onder andere ingezet bij de eerste grondwerkzaamheden voor de aanleg van de rijksweg A2 (het afgraven van veen) en het uitbaggeren van delen van de Vecht.
Hilversums Kanaal: Een groot nabijgelegen werkverschaffingsproject in de crisisjaren was het graven van het Hilversums Kanaal om de haven van Hilversum een betere verbinding te geven met de Utrechtse Vecht.
De barakken in Breukeleveen en Muyeveld refereren hoofdzakelijk naar de militaire barakken uit de mobilisatieperiode (1939-1940) en het gebruik daarvan tijdens de Tweede Wereldoorlog Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werden in de strategische waterrijke regio (onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) houten legeringsbarakken gebouwd voor Nederlandse militairen die de inundatiekanalen en verdedigingswerken moesten bewaken.
Kortenhoef
In Kortenhoef stonden tijdens de crisisjaren van de jaren 30 barakken die gebouwd waren voor de werkverschaffing. Deze eenvoudige houten onderkomens boden onderdak aan werkloze arbeiders die door de overheid verplicht werden ingezet bij grootschalige grond- en ontginningswerkzaamheden.
De Werkverschaffing in Kortenhoef Tijdens de Grote Depressie in de jaren 30 steeg de werkloosheid in Nederland explosief. Om werklozen (met name uit de omliggende steden zoals Amsterdam en Hilversum) niet steunbedreigd thuis te laten zitten, zette de overheid hen in voor zwaar handwerk.
Het Werk: In de regio Kortenhoef en de omliggende polders bestonden de werkzaamheden voornamelijk uit het graven van sloten, het aanleggen van kades en het verbeteren van de waterhuishouding. Veel van dit zware spitwerk werd puur met de hand (met de schop) uitgevoerd om zoveel mogelijk arbeiders bezig te houden.
De Barakken: Om de grote groepen arbeiders (vaak duwers genoemd die op de fiets kwamen of mannen die van verder kwamen) te huisvesten of te voorzien van een schaft- en reparatieplaats, werden er tijdelijke houten barakkenkampen opgericht. De leefomstandigheden in dit soort barakken waren karig, met strikte regels en lange werkdagen.Hoewel de bedoeling van de overheid was om het land hiermee droger en beter bruikbaar te maken, pakte dat lokaal anders uit.
Nederhorst den Berg
In de crisisjaren van de jaren 1930 en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog kende Nederhorst den Berg diverse projecten in het kader van de werkverschaffing, waarbij vaak sober werd gewerkt en soms barakken of kampen werden ingezet voor de huisvesting van arbeiders of militairen van het defensievak.
Lokale en regionale werkzaamheden stonden onder meer in het teken van grond-, dijk- en weerbare verdedigingswerken.
Tijdens de Grote Depressie moesten werklozen verplicht deelnemen aan sober handenarbeid-projecten om hun steunuitkering te behouden.
Vak Nederhorst den Berg: Dit was een specifiek verdedigingsvak (Vak A) binnen de Groep Nieuwersluis voor de landsverdediging waarvoor men infrastructurele en militaire werken aanlegde.
's-Graveland
Tijdens de crisisjaren van de jaren 1930 werden in 's-Graveland en de omliggende Gooise natuur- en veengebieden werkverschaffingsprojecten georganiseerd. Arbeiders werden ingezet voor landarbeid, bosaanplant en infrastructuur, vaak ondergebracht in eenvoudige houten barakken of kampen in de regio om ver weg gelegen werklocaties te bereiken.
Grote werkloosheid leidde tot aangescherpte Rijksprogramma's voor werklozen. Aard van het werk: Handmatig grondverzet, bosarbeid en natuurbeheer op de lokale landgoederen en heidegronden.
Barakken en kampen: Sober onderkomen voor arbeiders die ver van huis moesten werken in Noord-Holland en het Gooi.
Munniksveen
De naam Munniksveen (of Munnikeveen) hoort oorspronkelijk bij de oude veen- en moerasgebieden rondom Kortenhoef. Ontginning: In de jaren 20 en 30 zijn grote delen van de omliggende plassengebieden en polders door arbeiders uit de werkverschaffing handmatig ontgonnen en verbeterd. De lokale werklozen kregen hiervoor een minimaal loon om hun gezinnen te onderhouden. In de omgeving van Loosdrecht en Kortenhoef waar later onder meer de wijk Munniksveen ontstond werden werklozen tewerkgesteld voor zware land- en veengrondontginningen.
Werklozen moesten verplicht zwaar handwerk verrichten om hun uitkering te behouden.De Heidemij: Veel van deze projecten stonden onder streng toezicht van de Nederlandse Heidemaatschappij (tegenwoordig Arcadis).
Barakken: De arbeiders verbleven doordeweeks vaak in sober gebouwde barakken nabij de werklocaties in het veen- en plassengebied.Munniksveen: Dit gebied bij Kortenhoef/Loosdrecht werd pas later (rond 1958) bebouwd als woonwijk, lang na het verdwijnen van de vroege werkverschaffingskampen.
Oranjebuurt
De Crisisjaren en Werkverschaffing (Jaren '30) Aanleg infrastructuur: Tijdens de Grote Depressie in de jaren 1930 zette de Nederlandse overheid grote groepen werklozen in via de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Doel in Loosdrecht: In de omgeving van Loosdrecht en de Rading werd deze gedwongen arbeid onder andere ingezet voor het graven van grachten, het ontginnen van grond en de aanleg van infrastructuur rondom de Stelling van Amsterdam en de Waterlinie.
Huisvesting: Om de arbeiders dicht bij het zware handwerk te huisvesten, werden er ook in deze regio eenvoudige houten barakkenkampen opgebouwd.
Rade
Het Paviljoen Loosdrechtse Rade was in de jaren 1930 en tijdens de Tweede Wereldoorlog een opvang- en opleidingslocatie aan de Rading in Loosdrecht. Het bood onderdak aan jonge Joodse vluchtelingen, en de huisvesting bestond uit eenvoudige houten barakken. Eigendom van de Joodse familie Deutsch.
Doelgroep: Voornamelijk jonge vluchtelingen (16-17 jaar) uit Duitsland en Oostenrijk die vanaf 1938 naar Nederland kwamen.
Doel: Voorbereiding op een toekomst en pioniersleven in Palestina (zionistische jeugdorganisatie).
Oorlogsjaren Bezetting: In 1940 woonden er ongeveer zeventig mensen. De situatie veranderde ingrijpend onder het Duitse bezettingsregime, dat arbeidsinzet en kampen inrichtte.
Lot van bewoners: Van de 99 geregistreerde personen die er in totaal verbleven, hebben 54 de oorlog overleefd en kwamen 28 om het
Kromme Rade
De barakken aan de Kromme Rade (bij de Raaibrug in Kortenhoef) werden in 1941 gebouwd in het kader van de Rijksdienst voor de Werkverruiming (werkverschaffing). Hoewel oorspronkelijk bedoeld voor de huisvesting van werkloze arbeiders die zware handarbeid verrichtten, kregen de barakken tijdens en na de Tweede Wereldoorlog diverse andere functies.
De houten barakken werden vlakbij de Raaibrug neergezet. Werklozen moesten hier onder sobere omstandigheden handmatig infrastructuur- of ontginningswerkzaamheden uitvoeren om hun steunuitkering te behouden.
Tweede Wereldoorlog (Evacués): Al snel na de bouw kregen de barakken een noodbestemming. Ze werden intensief gebruikt om oorlogsevacués op te vangen die wegens het oorlogsgeweld elders hun huis moesten ontvluchten.
Moleneind
Dit gebied lag op de provinciegrens van Utrecht. Hier werd in het kader van de werkverschaffing onder andere gewerkt aan de aanleg van volkstuinen en veenontginning langs de polderkades.
Ankeveen
In de jaren 1930 (de crisisjaren) speelde de werkverschaffing in en rondom Ankeveen een grote rol bij de aanleg van infrastructuur, sportvoorzieningen en landbouwprojecten. Omdat Ankeveen destijds een zelfstandige gemeente was met veel werkloosheid onder veenarbeiders, zette de overheid (vaak via de Nederlandsche Heide Maatschappij) grote groepen werklozen in voor zwaar handwerk. Belangrijke projecten rond Ankeveen Hilversumskanaal en Sporthaven: De sporthaven en het roeihuis van roeivereniging Cornelis Tromp (nabij de grens met Kortenhoef en 's-Graveland) zijn via de werkverschaffing aangelegd.
Horstermeerpolder: De direct aangrenzende Horstermeerpolder werd in deze periode grootschalig gesaneerd. Sloten werden uitgebaggerd en 200 hectare grond werd handmatig herverkaveld voor de landbouw.
Vliegveld Hilversum: Vlakbij Ankeveen hielpen in 1938/1939 zo'n 100 werklozen mee om weiland en heide om te vormen tot een vliegveld.
Volkstuinen: In het grensgebied tussen Kortenhoef en Ankeveen werden door de werkverschaffing ook lokale volkstuinen aangelegd.
Oud Loosdrecht
In en rond Loosdrecht en Oud Loosdrecht werden werkkampen ingericht die onder meer vielen onder landelijke of regionale werkverruimings- en tewerkstellingsregelingen.
Muijeveld (Muyeveld)
Een kleine buurtschap en polder gelegen aan de Loosdrechtse Plassen, tegenwoordig in de gemeente Wijdemeren. In dit gebied was er vroeger wel sprake van werkverschaffing en armenzorg gericht op het verheffen van de lokale bevolking, maar dit was geen groot barakkenkamp zoals bekend uit de crisistijd elders in het land.
Loosdrecht
De geschiedenis van de werkverschaffing, barakken en kampen in Loosdrecht kent verschillende lagen.
Werkverschaffing en de aanleg van Vliegveld Hilversum Tijdens de Grote Depressie in de jaren 30 zette de Nederlandse overheid grote groepen werklozen verplicht aan het werk via de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Het project: In 1938 werd besloten om de heidegronden nabij de Loosdrechtseweg te ontginnen voor de aanleg van Vliegveld Hilversum. De uitvoering: Honderden werklozen moesten hier in het kader van de werkverschaffing met de hand (met schop en kruiwagen) de grond egaliseren en klaarmaken. Voor dit soort projecten werden in de regio tijdelijke houten schuilketen en werkbarakken geplaatst.
De barakken van Landgoed Zonnestraal (Pampahoeve) Direct grenzend aan het veengebied van Loosdrecht ligt Sanatorium Zonnestraal.Arbeidstherapie en werkverschaffing: De beplanting en bospaden van dit terrein zijn in de jaren 20 en 30 deels aangelegd als vorm van werkverschaffing en arbeidstherapie. De barakken: Op het landgoed (bij de Pampahoeve) stonden houten barakken. Deze barakken vormden later een gemeenschappelijke tuin en leefomgeving die direct verbonden was met de grens van Loosdrecht.
Het Joodse jeugdtehuis in Loosdrecht (WOII) Hoewel dit strikt genomen geen overheidswerkkamp was, speelden houten barakken en werk een grote rol bij het Paviljoen Loosdrechtse Rade. Hier zaten vanaf 1939 tientallen jonge Joodse vluchtelingen (Palestina-pioniers of Chaloetsim) die een landbouwopleiding kregen om te emigreren. Toen zij in 1942 gedeporteerd dreigden te worden, wist de verzetsgroep Westerweel bijna de hele groep te laten onderduiken en te redden.
Horn- en Kuijerpolder
Tijdens de crisisjaren van de 20e eeuw werden in het kader van de werkverschaffing barakken ingericht voor tewerkgestelde arbeiders. De Horn- en Kuijerpolde is een polder en wijk in Nederhorst den Berg (gemeente Stichtse Vecht),
Kenmerken van de Werkverschaffing Arbeidsomstandigheden: Grond- en ontginningswerk vonden voornamelijk plaats met handkracht (schop en kruiwagen).
Huisvesting: Werklozen en arbeiders werden gehuisvest in eenvoudige houten barakken of kampen in de nabijheid van de werkterreinen. Poldergebieden zoals de Horn- en Kuijerpolder kenden in latere decennia vooral comités en volksinrichtingen (zoals speeltuin- en buurtcomités) die voortkwamen uit de gemeenschap van deze ontginnings- en poldergebieden.
In de jaren 1930 werd in de Horn- en Kuijerpolder bij Nederhorst den Berg een groot werkverschaffingsproject gestart. Met een krediet van 65.000 gulden en een vastgesteld uurloon van 0,38 gulden moesten werklozen de polder ontginnen en ontwateren. Dit graafwerk pakte echter verkeerd uit: door te grote percelen werd het land niet droger, maar juist natter. Doel: Het ontginnen, verbeteren en beter bewerkbaar maken van de natte veengronden in de crisisjaren. Uitvoering: Arbeidsintensief handwerk door tewerkgestelde werklozen uit de omgeving. Praktijk: Er waren zelfs speciale duwers aanwezig om de fietsen van de gravers te repareren als die pech kregen onderweg naar het werk in de polder. Resultaat: De waterhuishouding verbeterde niet zoals gehoopt; de percelen bleken te groot waardoor de grond natter in plaats van droger werd
Blijkpolder
De geschiedenis van de werkverschaffing in de Blijkpolder en de omliggende Horstermeerpolder (Nederhorst den Berg) is direct verbonden met de grote economische crisis van de jaren 1930. Tijdens deze periode zette de Nederlandse overheid werklozen gedwongen in voor grootschalige ontginnings- en herstelprojecten.
Grootschalige sanering: De Nederlandsche Heide Maatschappij leidde de projecten in de Blijkpolder en de Horstermeerpolder om de bodem weer geschikt te maken voor land- en tuinbouw. Mislukte grondbewerking: Arbeiders moesten de maagdelijke veenbodem diep omspitten met de hand. Dit ondeskundige graafwerk pakte echter verkeerd uit: de kavels werden te groot gemaakt, waardoor het land natter werd in plaats van droger.
Zandwinning: In latere decennia veranderde het landschap van de Blijkpolder volledig door diepe zandwinning, wat resulteerde in de huidige Spiegel- en Blijkpolderplassen.
Leefomstandigheden en Barakken Eenvoudige barakkenkampen: De arbeiders in de werkverschaffing werden vaak verplicht ondergebracht in provisorische, houten barakken. Zwaar en sober: Het werk in de polder was fysiek slopend en de leefomstandigheden in de werkkampen waren karig en tochtig. De mannen werkten lange weken voor een minimaal loon dat net genoeg was om te overleven.
Hinderdam
Tijdens de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland werkkampen gebouwd. Bij locaties zoals Hinderdam (gelegen bij de Vecht en de sluizen nabij Nigtevecht en Nederhorst den Berg) vonden in de jaren 30 en tijdens de oorlog diverse militaire en civiele werkzaamheden plaats, waarbij soms barakken en tijdelijke kampen werden ingezet voor de werkverschaffing.
Werkverschaffing: Werkloze mannen werden door de overheid verplicht te werk gesteld aan grondverzet, versterkingen of waterwerken.
Hinderdam: Dit gebied rond de Vecht en de sluizen had een strategische en waterbouwkundige functie.
Barakken: In de nabijheid van dit soort water- en defensiewerken stonden houten barakken om arbeiders of militairen te huisvesten.
Horstmeer
In de jaren dertig werden in de zuidoostelijke hoek van de Horstermeerpolder (Horstmeer) grootschalige ontginningswerken gestart in het kader van de Rijkswerkverschaffing. Werklozen verrichtten hier zwaar handwerk en verbleven vaak in eenvoudige houten woonbarakken in de polder, totdat de ontginning in 1940 werd gestaakt door de inundatie bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
De Ontginning: Vanaf 1936 moesten werklozen uit de regio en daarbuiten de natte gronden in de zuidoosthoek van de polder geschikt maken voor landbouw door sloten te graven en eilanden te vormen. De Leefomstandigheden: Net als bij andere werkverschaffings- en rijkswerkkampen uit die tijd, bestond de huisvesting uit sober gebouwde houten barakken voor de arbeiders in het veld.
Einde van het Project: Het project liep in mei 1940 spaak toen de Horstermeer op last van het Nederlandse leger onder water werd gezet (inundatie) ter verdediging. De drassige grond werd later (na de oorlog) gebruikt voor de bouw van het innovatieve PTT-radiostation NERA vanwege de specifieke bodemgesteldheid.