Werkverschaffing Westerwolde

De gemeente Westerwolde telt 19 dorpen:

Bellingwolde
Blijham
Bourtange
Jipsingboertange
Klein-Ulsda
Morige
Oudeschans
Over de Dijk
Rhederbrug
Sellingen
Ter Apel
Ter Apelkanaal
Veelerveen
Vlagtwedde
Vriescheloo
Wedde
Wedderheide
Wedderveer
Zandberg (deels)

 

Westerwolde

In Westerwolde waren meerdere werkverschaffingsbarakken gevestigd, met name in Kamp De Beetse bij Sellingen en in de omgeving van Jipsinghuizen. Deze barakken maken deel uit van een belangrijk hoofdstuk in de regio’s geschiedenis: de werkverschaffing vanaf 1935.

Kamp De Beetse – Sellingen
Kamp De Beetse werd in 1935 aangelegd als werkverschaffingskamp voor werkloze mannen die verplicht werden te werken aan de ontginning van woeste gronden in Oost‑Groningen. Overdag werkten zij op het land, ’s avonds en ’s nachts in houten barakken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en na de oorlog veranderde de functie meerdere keren: onderdak voor Joodse burgers, Arbeitseinsatz‑werkers, NSB‑vrouwen en kinderen, en later als interneringskamp voor politieke delinquenten 

Na de sluiting in 1948 werden bijna alle 23 barakken gesloopt, behalve één originele 

Werkkampen werden gebouwd in de buurt van de projecten, waar de arbeiders woonden; vrijaf was alleen op zaterdagavond en zondag 

Voorbeelden in Westerwolde
Wedderveer: eerste project van de N.V. Vereenigde Groninger Gemeenten, met intensieve veenontginning en staking in 1925 onder leiding van het Heidebloempje

Zandberg: deels in Westerwolde gelegen, met zandkoppen en veenontginning; ook hier werkten duizenden mannen in werkploegen 

Bellingwolde

Bellingwolde was al in de middeleeuwen een hoogveenontginning vanaf de rivier de Westerwoldsche Aa Wikipedia. In de 19e en begin 20e eeuw werd het gebied intensief ontgonnen, wat leidde tot grote landschapsveranderingen en economische afhankelijkheid van deze projecten


Werkverschaffing in Bellingwolde was een reactie op hoge werkloosheid en een manier om werklozen te bezighouden met nuttige, maar zware arbeid Hoewel de omstandigheden vaak moeilijk waren, was het werk een belangrijke bron van inkomen en sociale zekerheid voor veel arbeiders

In de regio Bellingwolde (gemeente Westerwolde) ligt Kamp De Beetse bij Sellingerbeetse, een voormalig werkverschaffingskamp dat in 1935 werd aangelegd voor werkloze mannen Westerwolde  Het kamp bestond uit houten barakken, waarin ongeveer vijftig mannen per barak verbleven. De bewoners werkten overdag bij de ontginning van woeste gronden in Oost‑Groningen, en verbleven ’s avonds en ’s nachts in de barakken 

Geschiedenis van Kamp De Beetse
1935: Opgezet als werkverschaffingskamp voor werkloze mannen uit heel Nederland 

1939–1942: Overgenomen door de Rijksdienst voor de Werkverruiming; werklozen ontginnen heidegebieden, bouwen wegen, bos en helpen bij aardappeloogst 

1942: Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kamp gebruikt als buffer voor Kamp Westerbork; ca. 400 Joodse mannen uit Amsterdam woonden hier als arbeiders 

1944–1945: Gebruikt voor doorstroom naar Arbeitseinsatz in Duitsland en opvang van NSB‑vrouwen en -kinderen 

Na 1948: Vrijwel alle 23 barakken werden gesloopt; slechts één originele barak bleef behouden

 

Blijham

In de regio Blijham (gemeente Westerwolde) was er geen direct aangetoond werkverschaffingsproject met barakken

Blijham, gelegen in de gemeente Westerwolde (Groningen), was historisch een veenontginningsdorp tussen de Pekel A en de Westerwoldse Aa Wikipedia. In de 19e en begin 20e eeuw was veenontginning een centrale activiteit, wat vaak in het kader van werkverschaffing werd uitgevoerd. Werklozen werden ingezet voor het ontginnen van hoogveengebieden, het graven van kanalen en het aanleggen van wegen 
Hoewel er geen specifieke documentatie in de huidige resultaten over Blijham als werkverschaffingslocatie is, past het dorp binnen de bredere context van veenontginningsprojecten in Overijssel en Groningen, die vaak onder de werkverschaffing vielen.

Bourtange

Er is geen directe historische aanwijzing dat werkverschaffingsprojecten  bij de vesting Bourtange zijn uitgevoerd.

Jipsingboertange

Jipsingboertange is een langgerekt dorp in de gemeente Westerwolde (Groningen) dat vanaf de jaren dertig sterk werd gevormd door werkverschaffingsprojecten. Het dorp ontstond op een zandrug (tange) tussen Jipsinghuizen en Mussel, waar vroeger woeste veen- en heidegronden lagen 


In de jaren 1920–1930 werd door de N.V. Ontginningsmaatschappij De Vereenigde Groninger Gemeenten grote delen van het Jipsinghuizerveld in cultuur gebracht. De beste gronden werden omgezet in akkerland, minder geschikte percelen werden bebost groningen. Dit was een vorm van werkverschaffing: werklozen kregen werk tegen een lage loon, vaak met de drempel van armenzorg als alternatief


Tussen 1924 en de late jaren 30 kwamen honderden arbeiders, vaak vanuit de hele provincie, naar Westerwolde De Verhalen van Groningen. Ze werkten in barakken (20 stuken, elk met 30 bedden) onder leiding van een keetvrouw, die voor hygiëne, voedsel en orde zorgde De Verhalen van Groningen. De loonopbrengst was laag (7–15 gulden per week) en de omstandigheden werden beschreven als erbarmelijk. Er was weinig infrastructuur: geen arts in de buurt, geen verbandtrommel, en ontspanningscentra pas vanaf 1932 


Vanaf de jaren 30 werd het dorp aangelegd met arbeidershuizen, boerderijen en burgerhuizen, vaak in het Delfts Rood Er stonden ook voorzieningen als een kerk (later school) en een dorpshuis De bossen rondom de Jipsingboertangerweg zijn een direct gevolg van de bosbouw tijdens de werkverschaffing 


Tegen het einde van de jaren 30 was er al duizenden hectare in cultuur gebracht, waarna de focus naar inpolderen van de Waddenzee ging Barakken en ontspanningscentra werden verkocht of gesloopt

Werkverschaffing in Jipsingboertange was een groot, georganiseerd project om woeste veen- en heidegronden in cultuur te brengen, waarbij werklozen onder strenge en lage loonvoorwaarden werden ingezet. Het heeft de huidige bebouwing, landschap en erfgoed van het dorp sterk gevormd.

Klein-Ulsda

Er is geen bewijs in de huidige bronnen dat Klein-Ulsda een werkverschaffingskamp met barakken had. Wel is het in de regio gebruikelijk dat werkverschaffingsprojecten en barakken zijn gebruikt, zoals in andere dorpen.

In Westerwolde, waar ook Klein-Ulsda ligt, werd vanaf eind 19e eeuw veen afgegraven. Duizenden mannen werkten in werkploegen om duizenden hectaren veen te ontginnen. Het veen werd gebruikt als brandstof en voor bodemverbetering
Een bekend voorbeeld is Wedderveer, een deel van het Weenderveld, dat als eerste project van de N.V. Vereenigde Groninger Gemeenten ontgonnen werd. In 1925 kwam er tijdens deze ontginning tot een staking onder leiding van het Comité van Tewerkgestelden, bekend als het Heidebloempje, wat een kenmerkend moment was in de geschiedenis van werkverschaffing in de regio

Morige

In Wedderveer (deels in Westerwolde) werd in het kader van werkverschaffing veen ontgonnen als eerste project van de N.V. Vereenigde Groninger Gemeenten. Hoewel Morige zelf geen apart project had, lag het in hetzelfde landschappelijke en economische kader: een randveenontginningsgebied waar arbeiders in werkploegen tewerkgesteld werden. De ontginning veranderde het landschap en de lokale economie aanzienlijk, en het veen werd gebruikt als brandstof en voor bodemverbetering 

Oudeschans

Oudeschans is een vestingdorp in Westerwolde, ontstaan in 1593 als schans rond een zijl in de Westerwoldse Aa. Het dorp heeft een rijke militaire geschiedenis, met name tijdens de 80-jarige Oorlog met Spanje en de Hollandse Oorlog. Hoewel de vesting zelf geen directe rol speelde in de werkverschaffing, ligt het in een gebied waar veenontginning en werkverschaffingsprojecten een belangrijke economische factor waren

Over de Dijk

Over de Dijk zelf geen aparte administratieve eenheid was, hoorde het gebied bij Weststellingwerf en was het onderdeel van de regionale werkverschaffingsactiviteiten. De lokale geschiedenis is sterk verbonden met de ontginnings- en infrastructuurprojecten die in het kader van werkverschaffing werden uitgevoerd

Rhederbrug

De Rhederbrug ligt in het Westerwoldegebied, een streek die tot in de jaren 20 van de 20e eeuw woeste grond was. In het oostelijk deel van Westerwolde werd door B.L. Tijdens de Vereeniging ter bevordering der kanalisatie van Westerwolde opgericht om overstromingen te voorkomen en de welvaart te verbeteren
In 1905 startte de kanalisatie, met als resultaat het B.L. Tijdens-kanaal (15,5 km lang), aangelegd in 1911. Deze kanalisatie was ook een vorm van werkverschaffing, waarbij arbeiders in werkploegen werkten aan het graven van kanalen.

In de regio rond Rhederbrug (gemeente Weststellingwerf) kwam in het verleden werkverschaffing tot uiting in grote openbare werken en in de bouw van DUW‑barakken voor de huisvesting van tewerkgestelden 


Werkverschaffing was in Nederland vanaf de jaren 1920 een systeem waarbij werklozen door de overheid werden tewerkgesteld in grootschalige projecten, zoals heideontginning, kanaalgraving of parkenrealisatie In Weststellingwerf was dit onder meer het park De Nieuwe Aanleg in Wolvega, grotendeels gerealiseerd door werklozen in de 19e eeuw, en de kanalisatie van de Linde (Lende) tussen 1922 en 1927. Deze projecten werden vaak uitgevoerd door werkploegen in zogenaamde werkkampen.


Voor de huisvesting van arbeiders werden door de overheid en de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij) DUW‑barakken gebouwd  Deze barakken waren speciaal ontworpen voor werkkampen: ze hadden een centrale keuken, een woning voor de kampbeheerder, en kenmerken zoals markante schoorstenen, grote licht- en luchtkap en uitgifteloket. In de regio Weststellingwerf, zoals in Kamp Wolvega (NAD‑kamp 213), werden dergelijke barakken gebruikt voor de huisvesting van arbeiders in het kader van werkverschaffing 


Kamp Wolvega was oorspronkelijk een kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD‑kamp 213) en later een interneringskamp voor collaboratieverdachten (1945–1948). De barakken en werkplaatsen waren direct gerelateerd aan werkverschaffingsprojecten, zoals de ontginning van heide en de aanleg van openbare werken.


In de omgeving van Rhederbrug en Wolvega werden in het verleden werkkampen gebouwd met DUW‑barakken voor de huisvesting van arbeiders in het kader van werkverschaffing. Deze barakken waren functioneel gericht op de uitvoering van grote openbare werken, zoals parken en kanaalgravingen, en maken deel uit van de lokale geschiedenis van de regio 

Sellingen

In Sellingen staat het voormalige Kamp De Beetse


Kamp De Beetse werd in 1935 ingericht als werkverschaffingskamp voor werkloze mannen uit heel Nederland. Zij moesten de onvruchtbare gronden in Oost-Groningen ontginnen Westerwolde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde de functie meerdere keren:

1935: Het kamp werd gebouwd nabij Sellingerbeetse als werkverschaffingskamp voor werkloze mannen in de crisisjaren. Zij werden ingezet bij ontginning van heide- en veengronden 

1939–1942: De Rijksdienst voor de Werkverruiming nam het kamp over; werklozen werden tewerkgesteld bij weg- en bosbouw en aardappeloogst 

1942: Vanaf januari werden ca. 400–500 Joodse mannen uit Amsterdam als dwangarbeiders ingezet. Op 3 oktober 1942 werden ze naar Kamp Westerbork gedeporteerd en vervolgens naar vernietigingskampen 

1944–1945: Na het vertrek van de Joodse arbeiders werd het kamp gebruikt voor doorstroom naar Duitsland, en later voor opvang van NSB-vrouwen en kinderen na Dolle Dinsdag 

1945: Na de bevrijding werd het kamp omgevormd tot interneringskamp voor politieke delinquenten, waaronder NSB’ers en SS’ers 

1948: Definitieve sluiting; de barakken werden afgebroken, behalve één die later werd gerestaureerd 

Ter Apel

Ter Apel maakt deel uit van de gemeente Westerwolde, die in het verleden intensief gebruikmaakte van werkverschaffing. In de eerste helft van de 20e eeuw werd hier, net als in andere delen van Westerwolde, veen ontgonnen. Dit was een overheidsgestuurde tewerkstellingsvorm waarbij werklozen in grote werkploegen ongeschoold werk uitvoerden, zoals het afgraven van duizenden hectaren veen 

De gemeente Weststellingwerf, met Wolvega als hoofdplaats, kende in de 19e en 20e eeuw diverse werkverschaffingsprojecten. Een bekend voorbeeld is Kamp Wolvega (NAD-kamp 213), ook bekend als kamp Lindenoord. Dit was een kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) dat later als interneringskamp werd gebruikt. Het gebied werd gebruikt voor arbeidsinzet, onder meer bij het ontginnen van hoogveen en heide, en bij grootschalige infrastructuurprojecten zoals de kanalisatie van de Linde (1922–1927) en de aanleg van het park De Nieuwe Aanleg

Ter Apelkanaal

In de regio Ter Apelkanaal, in de provincie Groningen, was de werkverschaffing in de jaren 1930 een belangrijk onderdeel van de economische beleidsvoering. Tijdens de Grote Depressie richtte de Nederlandse overheid en maatschappelijke organisaties werkkampen in voor werklozen. Deze kampen bestonden uit eenvoudige houten barakken en dienden als woon- en werklocaties voor arbeiders


Barakken waren typisch voor werkkampen: kleine, meestal één verdieping tellende houtgebouwen, soms met stenen fundament, bedoeld voor tijdelijke of semi-permanente huisvesting. In de jaren 1930 werden ze gebouwd voor grootschalige projecten, zoals grondexploitatie, kanaalgravingen en andere openbare werken. In de regio Westerwolde en Jipsinghuizen, dicht bij het Ter Apelkanaal, zijn er bijvoorbeeld kampen zoals Kamp Sellinger Beetse ontstaan, waar arbeiders in barakken woonden en werkten 


De werkverschaffing in deze gebieden was vaak gekoppeld aan infrastructuurprojecten. Bijvoorbeeld in Westerwolde werden gronden ontdaan van moeras, kanaalgraven en wegen aangelegd, wat leidde tot de bouw van barakken voor de arbeiders In andere delen van Nederland, zoals Wolvega, speelde de werkverschaffing ook een rol bij parken en kanalisatieprojecten 


Deze barakken waren niet alleen woonruimte, maar ook een onderdeel van de sociale en economische herstructurering. Ze vormden een tijdelijke, maar soms langdurige, nederzetting voor arbeiders en waren een zichtbaar symbool van de werkverschaffingspolitiek 

Veelerveen

In Veelerveen, een ontginningsnederzetting in Westerwolde (Groningen), was er in de jaren 1920–1922 sprake van werkverschaffingsprojecten die direct verband hielden met de aanleg van arbeiderswoningen en de ontwikkeling van de nederzetting


Werkverschaffing was in Nederland vanaf de jaren 1920 een systeem waarbij werklozen via de overheid of organisaties als de Nederlandse Heidemaatschappij werden tewerkgesteld voor grootschalige projecten, zoals veenontginning, kanaalgraving en infrastructuur. Deze projecten werden vaak uitgevoerd in zogenaamde werkkampen of barakken, waar de arbeiders tijdelijk woonden.

In Veelerveen was de aanleg van de nederzetting zelf een resultaat van deze werkverschaffing: de Verbindingsweg en de Nieuwe Veendijk werden ontwikkeld door werklozen, die in barakken of werkkampen werden ondergebracht tijdens de bouw.


De arbeiderswoningen aan de Verbindingsweg in Veelerveen, ontworpen door Marinus Jan Granpré Molière, zijn een uniek voorbeeld van volkshuisvesting uit die periode. Hoewel de woningen zelf niet barakken waren, waren ze het resultaat van werkverschaffingsprojecten: de arbeiders die hier woonden, waren vaak in de eerste fase in barakken of werkkampen ondergebracht tijdens de bouw.

Deze woningen hebben een opvallende vorm (ongeveer 15 m breed, 5 m diep) en zijn gebouwd om maximale licht- en luchttoelating te bereiken. Ze zijn in opdracht van de woningbouwvereniging Bellingwolde aangelegd als voorbeeldcomplex voor kinderrijke gezinnen van veenarbeiders.


1920–1922: Werkverschaffingsprojecten in Veelerveen, met barakken voor arbeiders tijdens de aanleg van de nederzetting

Na de bouw: De arbeiderswoningen vervangen de barakken

 

Vlagtwedde

In Vlagtwedde en de omliggende Westerwolde-regio speelde werkverschaffing in de eerste helft van de 20e eeuw een belangrijke rol als overheidsgestuurde tewerkstelling van werklozen 


Vanaf eind 19e eeuw en in de jaren 20–30 werd in Westerwolde, inclusief Vlagtwedde, intensief veen ontgonnen. Dit was een vorm van werkverschaffing waarbij werklozen in grote werkploegen ongeschoold, zwaar werk uitvoerden, zoals het afgraven van hoogveengebieden. Het veen werd gebruikt als brandstof en voor bodemverbetering. De ontginning was een kerncomponent van de lokale economie en een bron van inkomen voor arbeiders en hun families.


In 1924 richtte Jan Buiskool, burgemeester van Vlagtwedde en later Rijksinspecteur der Werkverschaffing en Steunverlening, de NV Vereenigde Groninger Gemeenten op. Deze maatschappij organiseerde de werkverschaffing in de hele provincie, met projecten zoals de ontginning van heidegrond in de omgeving van Jipsinghuizen en Vlagtwedde.

Werkvorm en omstandigheden

Werkweken: ca. 50–55 uur per week 

Lonen: in de jaren 30 rond de 14–17,50 gulden per week

Werk: ongeschoold, zwaar lichamelijk werk (veenafgraving, heideontginning) 

Werkkampen: overheid bouwde barakken of werkkampen nabij de projecten; vrijaf alleen zaterdagavond en zondag 

Toezicht: opzichters (genoemd stoklopers) hielden toezicht en gaven orders 


De arbeiders werden vaak als uitgebuit ervaren. Bijvoorbeeld in Jipsinghuizen leidde een staking in 1925 tot een beroemde opstand onder leiding van het Heidebloempje. Buiskool werd door arbeiders de wreker genoemd vanwege zijn strenge beleid 


Werkverschaffing was een overheidsgestuurde vorm van tewerkstelling voor werklozen, vaak in ongeschoold, zwaar werk. In Vlagtwedde en Westerwolde was het een combinatie van economische noodzaak, landbouwwerk en sociale politiek. Hoewel het leidde tot nieuwe landbouwgronden, was het ook een vorm van uitbuiting, met strenge werktijden, laag loon en slechte omstandigheden 

De arbeiders werden ondergebracht in barakken nabij het tramstation van Jipsinghuizen.

Vriescheloo

In Vriescheloo was werkverschaffing omstreeks 1930 een onderdeel van de veenontginningen, waarbij werklozen werden tewerkgesteld voor ongeschoold werk zoals het ontginnen van hoogveen, en waarbij de J. Buiskoolweg werd aangelegd als onderdeel van de infrastructuur 


Werkverschaffing was in Nederland vanaf de jaren 1920 een overheidsgestuurde vorm van tewerkstelling voor werklozen, vooral tijdens de crisisjaren 1930–1940. Het ging om projecten zoals het ontginnen van hoogveengebieden, kanaalgraven of andere ongeschoold werk, vaak met schop, kruiwagen en kiepkar. De overheid bepaalde projecten, werktijden en lonen; de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij) hield toezicht en stuurde de arbeiders 


In Vriescheloo, in de gemeente Westerwolde, werd omstreeks 1930 het Rhederveld ontgonnen in het kader van werkverschaffing. Om dit gebied te ontsluiten werd de J. Buiskoolweg aangelegd. Uniek was dat deze weg niet met traditionele boomsoorten werd beplant, maar met een experimentele mix van struiken en bomen zoals hulst, rododendrons, taxus, berken, wilgen, esdoorns en sneeuwbes.
Langs de weg werden ontginningsboerderijen gebouwd in opdracht van de N.V. Ontginnings Maatschappij de Vereenigde Groninger Gemeenten, waaronder de boerderij aan J. Buiskoolweg 12, opgetrokken in Interbellum-architectuur rond 1936.

In de regio Vriescheloo (gemeente Weststellingwerf) was werkverschaffing een belangrijk onderdeel van de economische en sociale beleid in de eerste helft van de 20e eeuw. Werkverschaffing was het organiseren van grootschalige, vaak zware projecten voor werklozen, zoals het ontginnen van hoogveengebieden, het graven van kanalen of het aanleggen van parken. In Weststellingwerf was Kamp Wolvega (ook bekend als Kamp Lindenoord) een voorbeeld van een werkverschaffingslocatie. Dit was een kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD-kamp 213) dat later als interneringskamp werd gebruikt 


Bij werkverschaffingsprojecten werden vaak werkkampen gebouwd waar de tewerkgestelden woonden. Deze kampen bestonden uit houten barakken, vaak met 20–30 bedden per barak. De barakken waren bedoeld als tijdelijke huisvesting, maar in de praktijk werden ze langdurig gebruikt. In Jipsinghuizen bijvoorbeeld werden 20 barakken gebouwd voor honderden arbeiders; de zorg voor de barakken lag bij de keetvrouw, die ook voor hygiëne, voedsel en orde zorgde.

Wedde

In Wedde en de omliggende dorpen van Westerwolde was werkverschaffing in het verleden een overheidsgestuurde vorm van tewerkstelling voor werklozen, voornamelijk in zwaar ongeschoold werk zoals veenontginning 


Westerwolde telt 19 dorpen, waaronder Wedde, Wedderveer en Veelerveen. In het Weenderveld een streek die tot in de jaren 20 van de 20e eeuw woeste grond was werd vanaf eind 19e eeuw en in de eerste helft van de 20e eeuw intensief veen afgegraven als werkverschaffingsproject.
De N.V. Vereenigde Groninger Gemeenten en later de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij) organiseerden deze projecten. Duizenden hectaren veen werden ontgonnen, gebruikt als brandstof en voor bodemverbetering


Werktype: geen echte baan, maar verplichte arbeid in grote werkploegen 

Werkweken: ca. 50 uur per week 

Lonen: in de jaren 30 rond de 14–17,50 gulden per week 

Werkkampen: overheid bouwde barakken/werkkampen; vrijaf alleen zaterdagavond en zondag 

Omstandigheden: zwaar, vaak in slechte omstandigheden; arbeiders kwamen uit de hele provincie 

In 1925 kwam er tijdens deze ontginning tot een staking onder leiding van het Comité van Tewerkgestelden, bekend als het Heidebloempje, een kenmerkend moment in de lokale werkverschaffingsgeschiedenis 


Werkverschaffing was een crisisreactie op grote werkloosheid, vooral in de jaren 1930. Het was omstreden: socialistische kringen zagen het als uitbuiting, maar voor veel arbeiders was het een noodzakelijke inkomstenbron.
In Westerwolde en Zandberg (deels in Wedde) was het een kerncomponent van de lokale economie en een belangrijke bron van inkomsten voor arbeiders en hun families

Wedderveen

In Wedderveen (gemeente Westerwolde) speelde werkverschaffing in het verleden een belangrijke rol, met name tijdens de economische crisisjaren en de jaren 1930. Het gebied maakt deel uit van het Weenderveld, een streek die tot in de jaren 20 van de 20e eeuw woeste grond was. Hier werd vanaf eind 19e eeuw en in de eerste helft van de 20e eeuw intensief veen ontgonnen als werkverschaffingsproject 


Werkverschaffing was een overheidsgestuurde vorm van tewerkstelling voor werklozen. Er werd geen echte baan aangeboden, maar in grote werkploegen ongeschoold, zwaar werk uitgevoerd, zoals veenontginning, kanaalgraving of landbouwontginning

Werkweken: ca. 50 uur per week

Lonen: in de jaren 30 rond de 14–17,50 gulden per week

Werkkampen: overheid bouwde werkkampen waar de tewerkgestelden woonden; vrijaf alleen op zaterdagavond en zondag 

Het veen werd gebruikt als brandstof en voor bodemverbetering. Deze ontginning was een kerncomponent van de werkverschaffing in de regio en vormde een belangrijke bron van inkomsten voor arbeiders en hun families 


De barakken waren de huisvesting voor de tewerkgestelden in deze werkkampen. Volgens bronnen werden er in de jaren 30 barakken gebouwd in de buurt van de werkprojecten, zoals in kamp Sellinger Beetse Deze barakken waren vaak houten, een- of tweeverdiepingen, en bedoeld voor tijdelijke huisvesting van grote arbeidersgroepen 
In de regio werden deze barakken soms gebruikt als werkkampen voor veenontginning, met strenge werktijden en laag loon, en waren ze een kenmerkend element van de werkverschaffingsstructuur

Wedderveer

In Wedderveer (gemeente Westerwolde) werd in het verleden veenontginning uitgevoerd als werkverschaffingsproject, waarbij werklozen in grote werkploegen ongeschoold werk uitvoerden, zoals het ontginnen van hoogveengebieden.


Wedderveer maakt deel uit van het Weenderveld, een streek in Westerwolde die tot in de jaren 20 van de 20e eeuw woeste grond was. Dit gebied werd als eerste project van de N.V. Vereenigde Groninger Gemeenten ontgonnen in het kader van werkverschaffing.
Tijdens deze ontginning werden duizenden hectaren veen afgegraven, wat leidde tot een aanzienlijke verandering in het landschap en de lokale economie. Het veen werd gebruikt als brandstof en voor bodemverbetering 

In 1925 kwam er tijdens deze ontginning tot een staking onder leiding van het Comité van Tewerkgestelden, bekend als het Heidebloempje, wat een kenmerkend moment was in de geschiedenis van werkverschaffing in de regio 


Werkverschaffing was een overheidsgestuurde vorm van tewerkstelling voor werklozen, vaak in ongeschoold, zwaar werk zoals veenontginning, kanaalgraving of landbouwontginning 

Werkvorm: geen echte baan, maar verplichte arbeid in grote werkploegen.

Werkweken: ca. 50 uur per week, vaak in slechte omstandigheden.

Lonen: in de jaren 30 rond de 14–17,50 gulden per week 

Werkkampen: overheid bouwde werkkampen waar de tewerkgestelden woonden; vrijaf alleen op zaterdagavond en zondag

 

Zandberg
In Zandberg (Groningen-Drenthe) en de omliggende Westerwolde-regio speelde werkverschaffing in het verleden een belangrijke rol bij het ontginnen van veen- en zandgebieden.

De projecten werden vaak uitgevoerd door de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij), met strenge werktijden (ca. 50 uur/week) en laag loon. Werkkampen werden gebouwd in de buurt van de projecten, waar de arbeiders woonden.

Werkverschaffing in Westerwolde en Zandberg
In Westerwolde, waar Zandberg deels ligt, werd vanaf eind 19e eeuw en in de eerste helft van de 20e eeuw intensief veen afgegraven. Duizenden mannen werkten in werkploegen om duizenden hectaren veen te ontginnen. Het veen werd gebruikt als brandstof en om bodem te verbeteren. Deze ontginning was een kerncomponent van de werkverschaffing in de regio en vormde een belangrijke bron van inkomsten voor arbeiders en hun families

Zandberg zelf, een klein dorp op de grens van Westerwolde en Borger-Odoorn, had een zandkop (ook de Schaapsberg genoemd) die in het verleden werd gebruikt voor weiden. In de periode 1924–1935 lag er een spoorwegstopplaats in de regio, wat ook verband hield met de economische activiteiten en de mobiliteit van arbeiders.