Werkverschaffing Zevenaar

Zevenaar

De gemeente is genoemd naar de hoofdplaats Zevenaar. De voormalige gemeenten Zevenaar, Angerlo, Bergh en Didam (Didam en Bergh zijn opgegaan in de gemeente Montferland) 

De gemeente heeft volgende wijken:

Zevenaar 

Babberich 

Angerlo 

Giesbeek

Lathum 

De voormalige gemeente Rijnwaarden heeft volgende wijken:

Herwen en Aerdt 

Pannerden 

 

 

Zevenaar

Het voormalige werkverschaffingskamp in de gemeente Zevenaar heette Rijkswerkkamp Camphuysen. Dit kamp lag in het kerkdorp Babberich. Het werd begin jaren veertig opgezet door de Rijksdienst voor de Werkverruiming om werkloze mannen verplicht tewerk te stellen.

Werkverschaffing: De arbeiders moesten zwaar, ongeschoold handwerk verrichten. Ze hielpen onder andere bij graafwerkzaamheden en ontginning in de regio.Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het kamp onder Duits toezicht functioneren.

Direct na de oorlog in 1945 werd de locatie kortstondig gebruikt voor de opvang of internering van collaborateurs. De houten barakken van het kamp zijn na de oorlog volledig afgebroken. 

In de late herfst en winter van 1944 kreeg Zevenaar te maken met een heel andere, uiterst grimmige vorm van werkverschaffing: de Organisation Todt en de verplichte Arbeitseinsatz.

Verdedigingswerken: Duizenden Nederlandse mannen (onder wie evacuees uit Arnhem en opgepakte burgers na de razzia van Apeldoorn) werden via het grensstation Zevenaar getransporteerd of in de stad zelf ondergebracht. Zij die ouder waren dan 40 jaar moesten in Zevenaar blijven om onder dwang loopgraven, tankgrachten en verdedigingslinies langs de Rijn te graven. De jongere mannen werden doorgevoerd naar het beruchte Kamp Rees net over de Duitse grens.

De bekende Turmac-sigarettenfabriek in Zevenaar werd destijds door de Duitse bezetter gebruikt als strategische verzamel- en doorgangslocatie voor deze duizenden dwangarbeiders.

Babberich

Het voormalige werkverschaffingskamp in Babberich (gemeente Zevenaar) heette officieel Rijkswerkkamp Camphuysen. Het kamp lag nabij de Havezate Camphuysen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde dit kamp van een regulier werkverschaffingskamp in een Joods werkkamp. Het kamp werd in 1940 gebouwd door de Rijksdienst voor de Werkverruiming.

Doel: Werkloze mannen moesten hier verplicht zwaar lichamelijk werk verrichten. Projecten: De arbeiders voerden onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij onder andere landontginning uit. Ook de aanleg van de weg tussen Beek en Babberich was een bekend werkverschaffingsproject in de regio. Het kamp bood plaats aan in totaal 176 arbeiders.

De Joodse Periode en Deportatie Vanaf het begin van 1942 kreeg het kamp een andere, gedwongen functie: Inzet: De Duitse bezetter dwong Joodse mannen uit verschillende Nederlandse steden (vaak Amsterdam) om hier te werken.

Leiding: De dagelijkse leiding bleef in handen van een Nederlandse kampbeheerder, vaak met minimale bezetting zoals een kok en een nachtwaker. De ontruiming: In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (tijdens de Joodse feestdag Soekot/Jom Kipoer) werd het kamp plotseling ontruimd. Gevolgen: Onder het valse voorwendsel van gezinshereniging werden de mannen via Kamp Westerbork gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Oost-Europa.

Na de bevrijding in april 1945 is het houten barakkenkamp nog een korte tijd gebruikt voor de opvang van evacués en de legering van militairen, waarna het is afgebroken.

In de jaren 1930 werden in de regio rond Babberich en de Liemers openbare werken uitgevoerd in het kader van de werkverschaffing om de grote werkloosheid tijdens de economische crisis te bestrijden. Arbeiders verrichtten hierbij met de hand ongeschoold grond- en aanlegwerk.

In en rond Babberich en omliggende plaatsen zoals Duiven en Zevenaar werden polder-, dijk- en infrastructuurprojecten uitgevoerd.

Kamp Bruinhorst: Dit pand in de buurt werd in de oorlogstijd gebruikt als onderkomen voor de werkverschaffing en als doorvoer- of evacuatielokatie. Aanpak: Werklozen moesten zwaar fysiek werk doen (zoals spitten en graven) met schop en kruiwagen in ruil voor een sober loon of steun.

Angerlo

Er was geen werkverschaffingskamp gevestigd geweest in Angerlo.

In de voormalige gemeente Angerlo (nu onderdeel van de gemeente Zevenaar) zijn tijdens de crisisjaren in de vorige eeuw (met name tussen 1933 en 1941) verschillende werkverschaffingsprojecten uitgevoerd. De overheid zette hierbij werklozen in voor zwaar handwerk om de infrastructuur en landbouwgrond te verbeteren.

Ontginning onder Giesbeek: Tussen 1935 en 1937 werd er een groot terrein ontgonnen onder het destijds bij Angerlo horende dorp Giesbeek. Dit project werd uitgevoerd onder toezicht van de Nederlandsche Heidemaatschappij (Heidemij). Zij dregden en egaliseerden de grond met de hand (met de schop) om er vruchtbare landbouwgrond van te maken.

Wegenonderhoud: In 1933 zijn er via de werkverschaffing ook diverse stukken betreffende het onderhoud en de verbetering van buurt- en markwegen 

Giesbeek

Het voormalige werkverschaffingskamp in Giesbeek heette Rijkswerkkamp De Meente. Dit kamp werd oorspronkelijk in de jaren 30 gebouwd in het kader van de Werkverschaffing om werklozen zinvol werk te laten verrichten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de locatie een heel andere, donkere bestemming onder het Duitse regime.De geschiedenis van Kamp De Meente

Joods Werkkamp (1942): Vanaf januari 1942 richtte de Duitse bezetter de bestaande Nederlandse werkkampen in als Joodse werkkampen. Joodse mannen werden hier naartoe gestuurd om onder zware omstandigheden dwangarbeid te verrichten, zoals spit- en ontginningswerk. In augustus 1942 kregen veel Joodse mannen de oproep zich te melden voor De Meente.

De ontruiming: In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (tijdens Jom Kipoer) werden vrijwel alle Joodse werkkampen in Nederland in één gecoördineerde actie leeggehaald. Ook de mannen uit Giesbeek werden via Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork gedeporteerd naar de vernietigingskampen in het oosten.

Noodhospitaal voor Spitters (1944): Later in de oorlog, na de Razzia van Amersfoort in oktober 1944, werden duizenden Nederlandse mannen (zogenaamde spitters of gravers) gedwongen om verdedigingslinies aan te leggen langs de IJssel en de Rijn. In Giesbeek richtte de afdeling Doesburg van het Rode Kruis een speciaal noodhospitaal in om zieke en uitgeputte dwangarbeiders op te vangen.

 

Lathum

Er heeft in het dorp Lathum zelf geen werkverschaffings- of Joods werkkamp gestaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wel lag er in het direct aangrenzende tweelingdorp Giesbeek (dat destijds samen met Lathum onder de gemeente Angerlo viel) het bekende Joodse werkkamp De Meente. Daarnaast vonden er in de regio Lathum/Giesbeek in de jaren 30 diverse grote werkverschaffingsprojecten plaats.

Werkkamp De Meente (Giesbeek) Hoewel vaak in één adem genoemd met Lathum vanwege de directe nabijheid, lag dit kamp officieel op het grondgebied van Giesbeek. Het kamp werd oorspronkelijk gebouwd voor de Rijksdienst voor de Werkverschaffing. Vanaf augustus 1942 werd het door de Duitse bezetter gevorderd als Joods werkkamp. Deportatie: In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (tijdens de Joodse feestdag Jom Kipoer/Soekot) werd kamp De Meente, net als vrijwel alle andere Joodse werkkampen in Nederland, plotseling door de bezetter ontruimd. Lot van de gevangenen: De Joodse mannen werden onder het valse voorwendsel van gezinshereniging afgevoerd naar Kamp Westerbork. Vanaf daar werden zij vrijwel direct gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Centraal- en Oost-Europa.

Werkverschaffingsprojecten in Lathum en omstreken Vóór de Tweede Wereldoorlog (in de jaren 30) heerste er in Nederland een enorme werkloosheid door de economische crisis. De overheid zette werklozen destijds verplicht in voor zware handarbeid. Heidemaatschappij: Onder toezicht van de Nederlandsche Heidemaatschappij werden er in en rondom de gemeente Angerlo (waar Lathum onder viel) gronden ontgonnen. De arbeiders werden in deze regio vooral ingezet voor het ontginnen van heide- en cultuurgronden, de verbetering van de waterhuishouding (zoals de afwatering en ontsluiting van de broekgronden) en infrastructurele projecten langs de IJssel.

 

Spitterskampen (1944-1945)

 

In de herfst van 1944 en de winter van 1945 dwong de Duitse bezetter duizenden Nederlandse mannen om mee te werken aan de zogenaamde Pantherstellung, een grote verdedigingslinie langs de Rijn. De mannen die hiervoor via razzia's en de Arbeidsinzet werden opgeroepen, stonden bekend als spitters of gravers.

De locaties: Er waren circa zestig verblijfskampen (Duits: Lager). Deze bevonden zich voornamelijk in het spergebied rondom de Liemers, Arnhem, Oosterbeek, Wageningen en Rhenen.

De opvang: De mannen sliepen niet in tenten, maar werden door de bezetter massaal ondergebracht in gevorderde openbare gebouwen zoals scholen, fabriekshallen, kloosters, boerderijen en feestzalen.

De omstandigheden: De leefomstandigheden in deze kampen waren over het algemeen zeer slecht, met gebrekkige hygiëne en minimale voeding, terwijl er onder zware druk loopgraven en tankgrachten moesten worden gegraven. 

Rijnwaarden

Werkverschaffingskamp Rijnwaarden of verblijfskampen in de regio Rijnwaarden zijn twee verschillende periodes en locaties:

Huize Rijnwaarden (Heerde): Dit landgoed werd in de crisisjaren (jaren '30) door de Rijksdienst voor de Werkverschaffing geconfisqueerd en aanvankelijk gebruikt als een officieel werkverschaffingskamp.

De Liemers / Voormalige Gemeente Rijnwaarden (1944-1945): Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtten de Duitse bezetters in de dorpen van de voormalige gemeente Rijnwaarden (zoals Pannerden, Lobith, Tolkamer en Spijk) dwangarbeiderskampen op. Duizenden Nederlandse mannen moesten hier als spitters graven aan een Duitse verdedigingslinie langs de Rijn.

1. Het Werkverschaffingskamp bij Huize Rijnwaarden (Heerde) In de jaren 1930, tijdens de grote economische crisis, zette de Nederlandse overheid de Rijksdienst voor de Werkverschaffing op. Locatie: Het adellijke huis/landgoed Rijnwaarden te Heerde (samen met het nabijgelegen Vosbergen). Doel: Werkloze mannen werden hier verplicht ondergebracht om zwaar infrastructureel werk en ontginningswerk te verrichten in de regio, in ruil voor een kleine steunuitkering. Oorlogsperiode: Later in de Tweede Wereldoorlog kregen dit soort locaties vaak een andere, meer dwingende functie onder de Duitse bezetter.

2. De Verblijfskampen in de regio Rijnwaarden (1944-1945) kamp in Rijnwaarden dan gaat het om de spitterskampen in de Liemers. Na de geallieerde nederlaag bij de Slag om Arnhem (september 1944) wilden de Duitsers de Rijnlinie versterken tegen een hernieuwde aanval. De Kampen: In het Sperrgebiet van de Rijn en de Veluwezoom werden bijna zestig kampen ingericht.  Lokale scholen, steenfabrieken en boerderijen in onder andere Pannerden, Lobith, Tolkamer, Spijk en Zevenaar deden dienst als verblijfskamp voor dwangarbeiders. De Omstandigheden: Duizenden mannen uit het hele land werden via razzia's opgepakt en hierheen getransporteerd. Onder erbarmelijke, koude en gevaarlijke omstandigheden moesten zij tankgrachten, loopgraven en bunkers graven in de vuurlinie.

 

Herwen en Aerdt 

In de voormalige gemeente Herwen en Aerdt (tegenwoordig onderdeel van de gemeente Zevenaar) zijn tijdens de jaren '30 en '40 verschillende vormen van werkverschaffing, polderwerkzaamheden en oorlogsgerelateerde kampen actief geweest. Er was niet één groot, landelijk bekend Joods werkkamp zoals in andere delen van Nederland, maar de regio kende wel specifieke werkverschaffingsprojecten en kampen in de oorlogsjaren:

1. Werkverschaffing in de Jaren '30 (Crisisjaren) Polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden: Tijdens de crisisjaren zette de Nederlandse overheid grote groepen werkloze mannen in via de Rijksdienst voor de Werkverschaffing. Grootschalig grondwerk: In deze regio werd zwaar handmatig werk verricht aan de polders, de dijken en het polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden. Dit diende ter verbetering van de waterwering en de landbouwgrond.Huisvesting: Vaak kregen deze arbeiders een (beperkte) steunuitkering en werkten zij dicht bij huis, of verbleven zij in tijdelijke, eenvoudige barakkenkampen in de regio.

2. De Oorlogsjaren (1940-1945) Nederlandse Arbeidsdienst (NAD): Tijdens de bezetting nam de Nederlandse Arbeidsdienst de lopende werkverschaffingsprojecten over. Jonge mannen werden verplicht om hierin te dienen. Hoewel de NAD-kampen elders in de Liemers en Achterhoek (zoals in Lievelde) bekender waren, vonden er in de regio Herwen en Aerdt continu graafwerkzaamheden plaats aan verdedigingslinies. Gedwongen tewerkstelling (Organisation Todt): In de late oorlogsjaren (1944-1945) vaardigde de gemeente Herwen en Aerdt herhaaldelijk oproepen uit voor de Arbeidsinzet. Mannen moesten onder dwang voor de Duitse Organisation Todt militaire verdedigingswerken, zoals loopgraven en bunkers, aanleggen langs de Rijn. Evacuatie: In de winter van 1944-1945 lag Herwen en Aerdt pal in de frontlinie. Het grootste deel van de bevolking moest toen verplicht evacueren richting het noorden en oosten van het land.

Pannerden

Er was geen (Joods- of Rijks-) werkverschaffingskamp in het dorp Pannerden zelf.

Wel is de regio rondom Pannerden (De Liemers) en het nabijgelegen Fort Pannerden nauw verweven met werkverschaffingsprojecten, dwangarbeid en de Nederlandse Arbeidsdienst tijdens de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog.

1. Waterstaat- en Werkverschaffingsprojecten (Jaren '30) Tijdens de economische crisis in de jaren 30 zette de Nederlandse overheid grote groepen werklozen in voor infrastructurele projecten.In het Polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden werden in 1938 en 1939 plannen uitgewerkt voor de verbetering van de watervoorziening en ontwatering. Werklozen werden verplicht om mee te werken aan deze zware graaf- en ontginningsprojecten om hun steunuitkering te behouden. Zij verbleven dan vaak in tijdelijke barakken of nabijgelegen regionale kampen.

2. De Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) Tijdens de Duitse bezetting richtte de bezetter de Nederlandse Arbeidsdienst op. Jonge mannen moesten verplicht een half jaar arbeidsdienst plichten.Binnen de organisatie-archieven van de NAD (Kring 1, Groep 1.02 Rijnstrangen) valt Pannerden expliciet onder de administratie (als sublocatie of detachement 1.02.10). Dit betrof vaak kleinere, lokale groepen arbeiders die dichtbij de rivieren en dijken tewerkgesteld werden.

3. Gedwongen Graafwerkzaamheden (1944 )In de late oorlogsjaren (september 1944 – begin 1945) veranderde de regio rond de Rijn en de Waal in een frontlinie.De Duitse bezetter dwong duizenden Nederlandse mannen (onder andere via razzia's uit omliggende dorpen en steden zoals Apeldoorn en Haarle) om militaire verdedigingswerken te graven. Deze mannen moesten graafwerkzaamheden verrichten in Pannerden en Zevenaar (zoals loopgraven en tankgrachten). Zij werden provisorisch ondergebracht in lokale gebouwen, scholen en schuren, wat in de volksmond vaak als werkkamp werd aangeduid.