Werkverschaffing Zuidplas

Gemeente Zuidplas omvat:

 

Moerkapelle:

Donderdam (westelijk deel) – gelegen in de buurt Wilde Veenen (oostelijk deel ligt in de gemeente Waddinxveen)

Hollevoeterbrug – toegewezen aan de buurten Moerkapelle-West én Wilde Veenen

Zevenhuizen:

Kikkershoek – onderdeel van de buurt Oud Verlaat (echter, historisch in de buitenbuurt van Moordrecht)

Oud Verlaat – vormt een zelfstandige buurt binnen Zevenhuizen (buurt Oud Verlaat)

de Vijfhuizen – ingedeeld bij de buurten Verspreide bebouwing Eendragtspolder én Verspreide bebouwing Zuidplaspolder Zevenhuizen

Moordrecht:

Eerste Tocht – lintbebouwing gelegen in het zuidelijk buitengebied van de buurt Verspreide bebouwing Moordrecht

's-Gravenweg (oostelijk deel) – ingedeeld bij buurt Verspreide bebouwing Moordrecht

Nieuwerkerk aan den IJssel:

's-Gravenweg (westelijk deel) - behorend tot de buurt Verspreide bebouwing Essepolder

Groot Hitland – verdeeld over de buurten Verspreide bebouwing Zuidplaspolder Nieuwerkerk én Klein Hitland

Klein Hitland - vormt een aparte buurt binnen Nieuwerkerk aan den IJssel (buurt Klein Hitland)

Kortenoord – vormt een zelfstandige buurt binnen Nieuwerkerk aan den IJssel (buurt Kortenoord)

Moerkapelle

In Moerkapelle heeft tijdens de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog geen  werkverschaffingskamp (Rijkswerkkamp) gestaan. Wel werd de regio rondom de polder De Wilde Veenen en de Willem Barentszstraat in die periode gekenmerkt door grootschalige lokale werkverschaffingsprojecten.

Tijdens de crisisjaren (jaren 30) zette de Nederlandse overheid werklozen in voor zwaar handwerk via de werkverschaffing. In de omgeving van Moerkapelle en Zevenhuizen uitte zich dit voornamelijk in: Grond- en polderwerk: Het egaliseren, ontginnen en verbeteren van de omliggende veenggronden en polderwegen. Lokale inzet: In tegenstelling tot de grote Rijkswerkkampen in het noorden en oosten van het land (waar arbeiders in centrale barakken sliepen), werden hier veelal lokale werklozen ingezet die 's avonds gewoon naar hun eigen huis gingen. 

Tijdens de Duitse bezetting werden veel lopende werkverschaffingsprojecten overgenomen door de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD). De bezetter dwong jonge mannen via deze dienst om mee te werken aan landbouwprojecten en infrastructuur. Hoewel Moerkapelle zelf geen centrale kazerne of joods werkkamp had, zijn veel inwoners destijds wel elders tewerkgesteld of ingezet bij omliggende polderprojecten.

Tijdens de crisisjaren 30 van de twintigste eeuw speelde de werkverschaffing in Moerkapelle (vandaag de dag onderdeel van de Gemeente Zuidplas) een cruciale rol in het bestrijden van de massale werkloosheid. Lokale boeren en arbeiders die hun inkomsten zagen instorten, werden door de overheid verplicht ingezet voor zwaar handwerk om zo hun minimale steunuitkering te verdienen.

De economische wereldcrisis trof de agrarische sector in de regio hard. Nadat de exportwaarde van de Nederlandse zuivelindustrie rond 1933 volledig instortte, raakten veel zelfstandige boeren en landarbeiders in het Groene Hart werkloos.

Regionale samenwerking: Moerkapelle werkte destijds nauw samen met omliggende gemeenten zoals Hazerswoude, Benthuizen en Zoetermeer binnen gemeenschappelijke regelingen om de werkloosheid te inventariseren en gezamenlijke werkverschaffingsprojecten op te zetten (periode 1932–1942).

Zwaar handwerk: Machines waren destijds verboden bij deze overheidsprojecten om zoveel mogelijk mannen tegelijkertijd aan het werk te houden. Het werk werd uitgevoerd met puur handgereedschap: de spa, de schop en de kruiwagen.

Bekende Projecten in de Regio Hoewel specifieke lokale archieven uit die tijd dikwijls gecombineerd zijn met regiogebieden zoals Gouda en het Hoogheemraadschap, vallen grotere infrastructurele projecten in de directe omgeving direct te herleiden naar de inzet van deze werklozen:Grote infrastructurele waterwerken: In de nabijgelegen regio werd veel graafwerk verricht voor de afwatering van de veenpolders en de aanleg van cruciale vaarverbindingen (zoals de Julianasluis bij Gouda). Dit verbeterde de handelsroutes voor de beurtschippers die vanuit Moerkapelle en Zevenhuizen richting Rotterdam en Gouda voeren.

Ontginnen en wegenaanleg: Werklozen werden ingezet voor het egaliseren en vruchtbaar maken van woeste gronden, het uitdiepen van lokale watergangen en de aanleg van polderwegen.

 

Zevenhuizen

Over werkverschaffing in Zevenhuizen is weinig specifieks bekend

 

Moordrecht

Er was geen bekend werkkamp of Joods tewerkstellingskamp gevestigd geweest in Moordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Werkverschaffing in Moordrecht verwijst enerzijds naar de armoedebestrijding via gesubsidieerd handwerk aan het eind van de 18e eeuw en anderzijds naar de grootschalige infrastructuurprojecten tijdens de crisisjaren 30 in vorige eeuw.

1. Bestrijding van het pauperisme (Eind 18e eeuw)

Aan het eind van de 18e eeuw kampten lokale besturen in de regio met enorme werkloosheid en armoede. Om dit te bestrijden, zetten zij gesubsidieerde handwerkplaatsen op. Dit leidde in de regio uiteindelijk tot de oprichting van de Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken (KVT), die een grote fabriek openden in Moordrecht. Deze fabriek bood oorspronkelijk werk aan de lokale armen en hun kinderen om hen uit de bedeling te houden. 

2. Grote infrastructuurwerken (Crisisjaren 1930)

Tijdens de Grote Crisis in de jaren 30 werd de Rijks- en intercommunale werkverschaffing ingezet om werkloze mannen tegen een minimaal loon zware arbeid te laten verrichten. Hoewel Moordrecht zelf een klein dijkdorp was, lag het direct naast het epicentrum van een van de grootste regionale projecten: De Julianasluis en het Gouwekanaal (1927–1936): Net ten oosten van Moordrecht (richting Gouda) werd het 2,2 kilometer lange Gouwekanaal gegraven. Ongeveer 300 tot 1400 werklozen hebben hier jarenlang met de hand, de spa en de kruiwagen de drassige veengrond uitgegraven om de binnenstad van Gouda te ontlasten. Wegennetwerk: In deze periode werd de werkverschaffing ook gebruikt voor de aanleg en verbetering van secundaire wegen en fietspaden in de regio, waaronder de trajecten tussen Schoonhoven, Gouda, Moordrecht en Rotterdam. 

 

3. Landschap

Tot ver in de 20e eeuw bleven er samenwerkingsverbanden bestaan onder de noemer werkverruiming. Moordrecht maakte deel uit van de Intercommunale commissie voor werkverschaffing en werkverruiming. Samen met omliggende gemeenten zoals Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen (nu samen de gemeente Zuidplas) werden werklozen ingezet voor het vormgeven van het landschaps- en recreatieplan voor het Groene Hart. 

 

 

Nieuwerkerk aan den IJssel

Er was een houten barakkenkamp die op de grens met Nieuwerkerk, aan de voet van de IJsseldijk (ter hoogte van de huidige wijk lag. De regio speelde een belangrijke rol in de werkverschaffing van de jaren 1930.

De lokale werkverschaffingsprojecten Tijdens de crisisjaren werden werklozen uit Nieuwerkerk aan den IJssel en Rotterdam via de gemeentelijke arbeidsbeurs ingezet bij grote infrastructurele projecten in de regio. Dit gebeurde vaak onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij (Heidemij): De Julianasluis en kanalen (Gouda): Veel van het zware graafwerk voor deze sluis is in de crisistijd met de hand, spa en kruiwagen uitgevoerd door werklozen uit de regio.

Ruilverkaveling: De overheid steunde grootschalige ontginning en ruilverkaveling in de polders rondom de Hollandsche IJssel om de landbouwstructuur te verbeteren en werklozen aan te pakken.

Kampen in de directe omgeving van Nieuwerkerk aan den IJssel, gaat het om een van de volgende locaties: Kamp IJsseloord (Capelle aan den IJssel): Dit houten barakkenkamp lag direct op de grens met Nieuwerkerk, aan de voet van de IJsseldijk (ter hoogte van de huidige wijk Paradijsselpark/Oostgaarde). Hoewel het tijdens de Tweede Wereldoorlog een andere functie had, werd het vanaf maart 1958 een opvangkamp voor Molukse gezinnen.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Joodse mannen uit Nieuwerkerk aan den IJssel en Rotterdam door de bezetter opgeroepen om te gaan werken in de voormalige werkverschaffingskampen in met name Noord- en Oost-Nederland (zoals Kamp Twilhaar of kampen in Drenthe), van waaruit zij in oktober 1942 naar Kamp Westerbork zijn gedeporteerd.