Concentratiekampen Y t/m Z 1940-1945
Nazi's hadden heel veel 'concentratiekampen'
Kampen en kampjes, variërend van massale kampen voor dwangarbeid in fabrieken tot een klein groepje Joodse gevangenen die onder bewaking het huis van een hoge nazi aan kant moesten houden. Er zaten Joden maar ook andere minderheden gevangen. Verder zijn ook de talloze overvolle getto’s, afgesloten stadsdelen voor joden, in Oost-Europa meegenomen in onze opsomming.
Uiteindelijk tellen wij dan ruim 40.000 kampen.
Zie ook:
Frontstalags in Frankrijk
Elk buitenkamp, nevenkamp of buitencommando was administratief ondergeschikt aan een concentratiekamp
Kampen op alfabetische volgorde
Y
Concentratiekamp Ybbsitz
Concentratiekamp Ybbsitz
Oostenrijk
Ybbsitz was een dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeiterlager) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het deed dienst als satelliet- of bijkamp waar gevangenen onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Het was een kamp specifiek voor Hongaarse Joden, voornamelijk vrouwen, die als dwangarbeider werden ingezet. De gevangenen werden ondergebracht in Ybbsitz en voerden zware grondwerken en bouwwerkzaamheden uit, onder andere voor de opbouw van de lokale infrastructuur.
Yessentuki concentratiekamp
Yessentuki concentratiekamp
Rusland
Tijdens de Duitse bezetting van augustus 1942 tot januari 1943 fungeerde de stad als een toevluchtsoord voor Joodse evacués. In plaats van een kamp, dwongen de nazi's Joden tot registratie en dwangarbeid, waarna de meesten in nabijgelegen gebieden werden geëxecuteerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de situatie in deze Zuid-Russische plaats (regio Stavropol) zich als volgt af: Het Duitse leger (Wehrmacht) bezette Yessentuki in augustus 1942. De plaatselijke commandant (Ortskommandant) stelde een Joodse Raad in. Hierdoor moesten meer dan 2.000 Joden oorspronkelijke bewoners en vluchtelingen uit het westen zich registreren. In september 1942 begon de beruchte Einsatzgruppe D met de moordpartijen. Omdat er in Yessentuki zelf geen kamp was ingericht, werden de Joden afgevoerd en vermoord bij nabijgelegen locaties, waaronder in gaswagens bij een glasfabriek nabij Mineralnye Vody en in steengroeven in Pyatigorsk.Overlevenden: Een klein deel van de Joodse bevolking overleefde de oorlog door onder te duiken of door de snelle opmars van het Rode Leger in januari 1943.
Jeugdbeschermingskamp Moringen
Jeugdbeschermingskamp Moringen
Duitsland
Jeugdbescherming Kamp Moringen verwijst naar het nationaalsocialistische Jugendschutzlager Moringen. Dit was een jeugdconcentratiekamp voor jongens dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd gebruikt om jongeren die niet in het regime pasten op te sluiten. De term Jugendschutz (jeugdbescherming) werd door de nazi's misbruikt als eufemisme; in werkelijkheid was het een hard en dodelijk werkkamp. Het kamp lag in Moringen (Nedersaksen) en fungeerde tussen 1940 en 1945 specifiek als Jugendschutzlager voor mannelijke jongeren van 13 tot 22 jaar. Er werden ruim 1.400 jongens opgesloten. Dit waren vaak jongeren die weigerden lid te worden van de Hitlerjugend, zogenaamde asocialen, of leden van alternatieve subculturen zoals de Swing Kids (jongeren die van Amerikaanse jazz en swing hielden). Het regime wilde deze jongeren door middel van dwangarbeid, extreme fysieke training, uithongering en zware mishandeling heropvoeden of isoleren. Minstens 89 jongens overleefden het kamp aantoonbaar niet. Het kamp stond onder leiding van de criminele politie (RKPA) en de SS. Jongeren werden onderworpen aan pseudowetenschappelijke rassenbiologische onderzoeken om te bepalen of ze nog heropvoedbaar waren.
Jeugdbeschermingskamp Uckermark
Jeugdbeschermingskamp Uckermark
Duitsland
Kamp Uckermark (officieel het Jugendschutzlager Uckermark) was een nationaalsocialistisch concentratiekamp voor jonge vrouwen en meisjes, dat later in de Tweede Wereldoorlog functioneerde als vernietigingskamp. Het kamp lag in de buurt van het grotere vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück in Duitsland. Opzet als Jeugdbeschermingskamp'(1942 – 1944) Officiële naam: Jugendschutzlager Uckermark (vrij vertaald: Jeugdbeschermingskamp Uckermark). De nazi-propaganda gebruikte deze eufemistische term om de ware, gewelddadige aard van het kamp te maskeren. Het kamp werd geopend op 1 juni 1942. Het stond onder leiding van de Kriminalpolizei (Kripo), terwijl de dwangarbeid werd aangestuurd door de SS. Het kamp was bedoeld voor jonge vrouwen en meisjes in de leeftijd van 16 tot 21 jaar. De nazi's sloten hier meisjes op die zij bestempelden als asociaal of moeilijk opvoedbaar. Dit omvatte onder andere jonge vrouwen die zich niet wilden aanpassen aan de nazi-ideologie, politiek actieve meisjes, of slachtoffers van raciale vervolging. Zodra gevangenen de leeftijdsgrens van 21 jaar overschreden, werden zij vaak overgeplaatst naar het aangrenzende Concentratiekamp Ravensbrück. Transformatie tot Vernietigingskamp (1945) De wending: In januari 1945 werd het jeugdkamp officieel opgeheven. De infrastructuur kreeg onmiddellijk een nieuwe, nog dodelijker functie: het werd een vernietigingskamp. In de maanden januari tot en met maart 1945 deed het kamp dienst als selectie- en moordlocatie voor zieke, zwakke en oudere vrouwen uit Ravensbrück. Naar schatting zijn er in deze korte periode ruim 5.000 vrouwen en kinderen omgebracht in provisorische gaskamers of door middel van executies en uithongering. In de nacht van 29 op 30 april 1945 werd het kamp bevrijd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie. Slechts ongeveer 500 overlevenden werden in het kamp aangetroffen.
Z
Zabawa concentratiekamp
Zabawa concentratiekamp
Polen
Dit was een nazi-werkkamp (buitencommando). Gevangenen werden hier ingezet voor zware fysieke dwangarbeid, vaak gerelateerd aan infrastructuur, landbouw of de nabijgelegen spoorwegen.
Zablocie
Zablocie
Polen
Het Zablocie-subkamp (Zabłocie) in Krakau, Polen, was een dwangarbeiderskamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het fungeerde als een cruciaal onderdeel van het nabijgelegen concentratiekamp Płaszów en is wereldwijd bekend geworden als de locatie van de emaillefabriek van Oskar Schindler. Gelegen in de industriële wijk Zabłocie in Krakau, op korte afstand van het getto van Krakau. Joodse gevangenen uit het getto werden hier tewerkgesteld in verschillende fabrieken, waaronder de Deutsche Emailwarenfabrik (DEF) van Oskar Schindler. Onderdeel van Płaszów: Vanaf begin 1944 werd Zablocie officieel aangemerkt als een van de drie subkampen van het concentratiekamp Płaszów. Eind 1944, naarmate het Sovjetleger naderde, werden de machines verplaatst naar Brünnlitz (Tsjechië) en werd het subkamp volledig geliquideerd. Gevangenen werden teruggebracht naar Płaszów of gedeporteerd naar andere kampen, waaronder Auschwitz. De fabriek in Zabłocie is beroemd geworden door de redding van ongeveer 1.200 Joodse gevangenen, de Schindlerjuden.
Zabjelo
Zabjelo concentratiekamp
Montenegro
Het concentratiekamp in Zabjelo (een wijk in de stad Podgorica, Montenegro) was een detentie- en interneringskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opgezet door de Italiaanse bezettingsmacht. Het kamp werd voornamelijk gebruikt om politieke gevangenen en partizanen onder zware omstandigheden vast te houden en te ondervragen. Het kamp diende als locatie voor gevangenneming en brute verhoren. Gevangenen werden in de kampomtrek mishandeld en soms zwaar toegetakeld teruggebracht naar hun tenten. Het viel onder het Italiaanse fascistische bestuur dat destijds grote delen van Montenegro had geannexeerd of bezet.
Concentratiekamp Żabinka
Concentratiekamp Żabinka
Wit Rusland
Żabinka (tegenwoordig gelegen in Wit-Rusland) maakte deel uit van het nazi-programma. Getto van Żabinka: Eind 1941 werd er in het dorp Żabinka, dat zo'n 20 kilometer ten oosten van Brest ligt, een getto opgericht. Joden werden gedwongen hier te wonen, dwangarbeid te verrichten en kostbaarheden in te leveren. De Joden uit het getto, veelal vrouwen en kinderen, werden op 21 oktober 1942 bijeengedreven en in een bosrijke omgeving (bekend als Muchnia Jama) door politiebataljons geëxecuteerd.
Zabjelo concentratiekamp
Zabjelo concentratiekamp
Montenegro
Het concentratiekamp Zabjelo (lokaal bekend als Logor na Zabjelu) was een internerings- en strafkamp in Podgorica (Montenegro) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd opgezet en geëxploiteerd onder het regime van de Italiaanse bezettingsmacht. Het kamp bevond zich in de huidige wijk Zabjelo in de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica. Het werd beheerd door de Italiaanse fascisten na de invasie en opsplitsing van het Koninkrijk Joegoslavië in 1941. Het diende primair als doorgangskamp, interneringskamp en strafkamp voor politieke gevangenen, partizanen en burgers die verdacht werden van samenwerking met het anti-fascistische verzet. Gevangenen werden vanuit Zabjelo vaak doorgevoerd naar andere beruchte detentiecentra in de regio, zoals de Jusovača-gevangenis in Podgorica, het eilandkamp Mamula of grotere kampen in Italië en Albanië.
Zaborów concentratiekamp
Zaborów concentratiekamp
Polen
Zborów (Zboriv): Een stad in het voormalige Oost-Polen (tegenwoordig Oekraïne) waar de nazi's een Joods getto inrichtten. In Getto Zborów werden duizenden Joden ter plekke geëxecuteerd of gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec.
Zacler
Zacler
Tsjechie
Concentratiekamp Žacléř, bekend als Schatzlar, was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp. Het functioneerde als een buitenkamp van het concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp werd voornamelijk gebruikt voor de tewerkstelling van Joodse vrouwen in de lokale oorlogsindustrie. Žacléř is een Tsjechisch stadje in het Reuzengebergte, in de regio Noordoost-Bohemen. In 1938 werd dit geannexeerd door nazi-Duitsland. Het was geen vernietigingskamp, maar een zwaar werkkamp. Gevangenen werden er zwaar uitgebuit en moesten werken in erbarmelijke omstandigheden. Het kamp bood huisvesting aan honderden gevangenen, hoofdzakelijk Joodse vrouwen en meisjes die vanuit andere kampen, zoals Wiesau en elders, hiernaartoe werden overgebracht. De gevangenen werden ingezet in de lokale industrie en moesten zware dwangarbeid verrichten. In januari 1945, naarmate de geallieerde troepen naderden, werden de gevangenen te voet op dodenmarsen gestuurd naar het hoofdkamp Gross-Rosen.
Zaczepka concentratiekamp
Zaczepka concentratiekamp
Polen
Zaczepka was een Duits dwangarbeidskamp voor Joden (Zwangsarbeitslager für Juden) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp bevond zich in het zogenaamde Generalgouvernement, specifiek binnen het district Radom in het bezette Polen. Het was een Zwangsarbeitslager. Gevangenen werden hier onder uiterst brute omstandigheden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid ten behoeve van de Duitse (oorlogs)industrie of infrastructuur. Gelegen in het district Radom, een van de administratieve regio's die de nazi's in Centraal-Polen hadden opgericht. Het kamp was specifiek ingericht voor de systematische uitbuiting en opsluiting van de Joodse bevolking uit de regio.
Concentratiekamp Zagacie
Concentratiekamp Zagacie
Polen
Concentratiekamp Zagacie was een Joods dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) dat functioneerde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was gesitueerd in de buurt van Przedbórz (circa 14 kilometer daarvandaan) en Końskie in Polen. Joodse gevangenen werden ingezet voor zware fysieke arbeid, specifiek het afvoeren van water en ontginningswerkzaamheden langs de rivier de Czarna. Vanaf augustus 1940 werden er honderden jonge Joden en Joodse intelligentsia uit omliggende steden zoals Przedbórz en Końskie naar het kamp gestuurd. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk. Gevangenen kregen onvoldoende voedsel en er was geen beddengoed beschikbaar. De Joodse raad (Judenrat) van Przedbórz werd destijds gedwongen om voedsel voor de dwangarbeiders te leveren. Het kamp werd geopend in 1940 en in verschillende fasen gebruikt. Het werd definitief ontbonden en gesloten op 9 juli 1941.
Concentratiekamp Zaghouan
Concentratiekamp Zaghouan
Tunesie
Het concentratiekamp Zaghouan was een Joods dwangarbeiderskamp in Tunesië, opgericht in december 1942. Het kamp bevond zich in onoverdekte gebouwen circa 45 kilometer ten zuiden van Tunis. Onder Italiaans militair toezicht werden 345 Joodse gevangenen ingezet voor zware dwangarbeid, zoals de aanleg en het onderhoud van wegen. De geschiedenis van het kamp kenmerkte zich door de volgende specifieke details: Het kamp lag in Zaghouan. Er werden 345 Joodse mannen vastgehouden, die onder zware omstandigheden werden bewaakt door soldaten van het Italiaanse leger onder leiding van kolonel Impellizzeri. Lokaal werd er door de Joodse gemeenschap getracht de situatie te verbeteren. Zo wist een plaatselijke vertegenwoordiger, Robert Bellaïche, via onderhandelingen verbeteringen af te dwingen.
Concentratiekamp Zagnansk
Concentratiekamp Zagnansk
Polen
Kamp Zagnańsk was een nazi-dwangarbeidskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bevond zich in de Poolse gemeente Zagnańsk, gelegen in het woiwodschap Świętokrzyskie nabij de stad Kielce. Het functioneerde primair als een dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager für Juden) EHRI Camps en was geen grootschalig vernietigingskamp zoals Auschwitz of Treblinka De populatie bestond hoofdzakelijk uit Joodse dwangarbeiders uit de omliggende regio en nabijgelegen getto's. Gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden ingezet voor zware fysieke arbeid. Dit omvatte onder andere werk in lokale steengroeven, bosbouw en de aanleg of het onderhoud van de lokale smalspoorbaan Rond het najaar van 1942 en begin 1943 intensiveerden de nazi's de ontruiming van de kleinere kampen en getto's in het district Radom De overlevende Joodse gevangenen uit Zagnańsk werden grotendeels gedeporteerd naar grotere nazi-kampen Veel van hen werden overgebracht naar het beruchte dwangarbeidskamp Hasag in Skarżysko-Kamienna of direct naar de vernietigingskampen gestuurd.
Concentratiekamp Zagórz
Concentratiekamp Zagórz
Polen
Het concentratiekamp in Zagórz (ook bekend als Zasław of Zwangsarbeitslager Zaslaw) was een nazi-werkkamp in bezet Polen, operationeel tussen 1940 en 1943. Het kamp was gesitueerd in de wijk Zasław (nabij de stad Sanok) en werd voornamelijk gebruikt voor de uitbuiting en concentratie van Joodse dwangarbeiders voordat zij werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Het kamp was gebouwd op het terrein van oude cellulosefabrieken in de wijk Zasław, nabij Zagórz in de Subkarpaten (Zuid-Polen). De nazi's vestigden het kamp in 1940. Aanvankelijk werd het opgezet als een werkkamp, waar Joden uit de getto's in de regio (zoals Sanok en Klobuck) werden ingezet voor zware arbeid, zoals wegenbouw, steenbrekerij en landbouw. Het kamp huisvestte gemiddeld 1.200 tot 1.800 gevangenen tegelijk. Door de constante aan- en afvoer van dwangarbeiders zijn er naar schatting in totaal ongeveer 15.000 mensen door het kamp gegaan. Naast de zware omstandigheden (uitputting, ondervoeding en ziekte) werden er op het kampterrein ook grootschalige executies uitgevoerd. In het najaar van 1943 werd het kamp geliquideerd. De nog levende Joodse dwangarbeiders werden per transport overgebracht naar het vernietigingskamp Bełżec om daar te worden vermoord.
Concentratiekamp Zagorze
Concentratiekamp Zagorze
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er in het door nazi-Duitsland bezette Polen twee verschillende locaties met de naam Zagórze (of Zagórz) waar Joodse dwangarbeidskampen werden ingericht.
1. Werkkamp Zagórz (nabij Kłobucko) Dit kamp stond in de regio Silezië Een Zwangsarbeitslager für Juden (dwangarbeidskamp voor Joden) dat in de herfst van 1941 werd opgericht. De illusie van een veilige haven: In de beginperiode gold het kamp onder Joden uit de omliggende getto's (zoals Kłobucko en Zabrze) vreemd genoeg als een relatief veilige plek. Omdat men dacht dat nuttige arbeiders gespaard zouden worden, meldden veel Joden zich aanvankelijk vrijwillig aan om aan deportatie naar de vernietigingskampen te ontkomen. De gevangenen moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware dwangarbeid verrichten. Dit bestond hoofdzakelijk uit het breken van stenen, wegenbouw en het slopen of bouwen van huizen. De hoop op overleving bleek tevergeefs. Het kamp werd later door de nazi's geliquideerd, waarna de overlevende gevangenen alsnog naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau zijn gedeporteerd.
2. Zwangsarbeitslager Zasław / Zagórz (Sanok-regio) In het uiterste zuidoosten van Polen (in de buurt van de stad Sanok) lag een ander berucht dwangarbeidskamp dat sterk verbonden is met de plaatsnaam Zagórz. Dit kamp, officieel Zwangsarbeitslager Zasław, lag op de grens van de dorpen Zasław en Zagórz. Het kamp werd in 1940 gebouwd op het terrein van een voormalige Poolse kazerne en een houtzagerij. Er werden duizenden Joden uit de hele regio Sanok opgesloten. Naast de brute dwangarbeid in de bosbouw en wegenbouw, was Zasław/Zagórz een directe executieplaats. Duizenden Joden werden in de nabijgelegen bossen geëxecuteerd of via het lokale treinstation rechtstreeks gedeporteerd naar het vernietigingskamp Belzec. Het kamp werd in januari 1944 definitief gesloten.
Zahariovca concentratiekamp
Zahariovca concentratiekamp
Transnistrie
Concentratiekamp Zahariovka (ook wel gespeld als Zahariovca) was een concentratie- en interneringskamp in het gebied Transnistrië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp werd gebruikt door het Roemeense bewind om Joden en andere gedeporteerden in de openlucht en onder erbarmelijke omstandigheden vast te houden. Het kamp lag in het district Golta binnen Transnistrië, een gebied dat destijds onder Roemeens bestuur en bezetting viel. Het diende als een transitt- en werkkamp. Gevangenen, voornamelijk gedeporteerde Joden uit Bessarabië en Boekovina, werden er in mensonterende omstandigheden geplaatst; velen overleden er door honger, vrieskou en ziekten. Zahariovka maakte deel uit van het grootschalige systeem van getto's en kampen in Transnistrië waar tienduizenden Joden omkwamen.
Zajecar
Zaječar concentratiekamp
Servie
Het concentratiekamp Zaječar was een detentiekamp in de Servische stad Zaječar dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi-bezetters werd gebruikt. Het kamp werd in 1941 opgezet na de invasie en opdeling van Joegoslavië door nazi-Duitsland en diens bondgenoten. Het deed voornamelijk dienst als interneringskamp voor politieke gevangenen, Servische partizanen, Joden, Roma en Sloveense gedeporteerden. Veel gevangenen werden van hieruit doorgevoerd naar grotere kampen of ingezet als dwangarbeider. Dwangabeid in de regio: Zaječar werkte nauw samen met nabijgelegen locaties voor dwangarbeid, in het bijzonder de beruchte kopermijnen in het 30 kilometer noordwestelijker gelegen Bor.
Zaklikow concentratiekamp
Zaklikow concentratiekamp
Polen
Zaklików in Polen een doorgangsghetto en een concentratie- en dwangarbeiderskamp (vaak in de nabijgelegen bossen bij Łysiaków). De nazi's gebruikten het als een verzamelplaats voor Joden uit de regio, waarna velen werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. De nazi's bezetten Zaklików in september 1939, staken Joodse woonwijken in brand en dwongen de Joodse bevolking tot dwangarbeid. Doorgangsghetto: In 1941 werd het stadje door de SS aangewezen als een tijdelijk getto. Duizenden Joden uit omliggende plaatsen (zoals Kraśnik en Modliborzyce) werden hier samengebracht onder mensonterende omstandigheden. Op 15 oktober 1942 en begin november 1942 voerden Duitse SS-eenheden en Oekraïense collaborateurs de zogenaamde Aktion Reinhardt uit in Zaklików. Honderden zieken, ouderen en kinderen werden ter plaatse in het stadje en op de Joodse begraafplaats doodgeschoten. Minstens 1.000 Joden uit het getto werden op veewagens gezet en gedeporteerd naar het Bełżec, waar ze direct werden vergast. Een kleine groep werd geselecteerd voor dwangarbeid in het werkkamp Budzyń. Naast het hoofddorp was er ook een specifiek dwangarbeiderskamp in de nederzetting Łysiaków, waar Joden en Polen onder zware omstandigheden werden uitgebuit.
Zakopane
Zakopane
Polen
De Poolse stad Zakopane en de directe omgeving speelden tijdens de Tweede Wereldoorlog echter wel een belangrijke en wrede rol binnen het nazi-regime. Tussen 1943 en het voorjaar van 1944 lag in de nabijgelegen wijk Olcza een subkamp van concentratiekamp Kraków-Płaszów. Ongeveer 150 Joodse gevangenen werden hier gehuisvest in Villa Prymułka en ingezet als dwangarbeiders voor de bouw van een waterkrachtcentrale. Daarnaast werkten er tussen 1942 en 1943 zo'n 1.000 gevangenen uit Płaszów in een lokale steengroeve. Het Palace Hotel (Gestapo-hoofdkwartier) De meest beruchte nazi-locatie in het centrum van Zakopane zelf was het Palace Hotel. Dit voormalige pension werd direct na de invasie door de nazi's omgevormd tot het regionale hoofdkwartier van de Gestapo. De Martelkamer van Podhale: Het gebouw kreeg deze angstaanjagende bijnaam vanwege de brute martelingen die plaatsvonden tijdens verhoren in de keldercellen. Duizenden Polen en Joden werden hier gevangen gehouden. Honderden mensen zijn ter plekke vermoord of vanuit hier gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz. Zakopane was eind 1939 en begin 1940 ook de locatie van geheime Gestapo-NKVD conferenties. In onder andere Villa Tadeusz kwamen nazi-Duitse en Sovjet-officieren samen om de gezamenlijke onderdrukking en pacificatie van het Poolse verzet te coördineren.
Concentratiekamp Zakrzówek
Concentratiekamp Zakrzówek
Polen
Zakrzówek was tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een beruchte kalksteengroeve en dwangarbeiderslocatie in Krakau, Polen. De groeve was nauw verbonden met het nabijgelegen, wrede nazi-concentratiekamp Kraków-Płaszów. De kalksteengroeve (toen eigendom van de Solvay-fabriek) werd door de nazi-bezetters geëxploiteerd. Gevangenen uit het Joodse getto van Krakau en later uit het kamp Płaszów moesten hier onder erbarmelijke omstandigheden loodzware fysieke arbeid verrichten.
Karol Wojtyła: de latere Paus Johannes Paulus II (Karol Wojtyła) van de herfst van 1940 tot 1944 in deze specifieke groeve werkte. Dit werk behoedde hem destijds voor deportatie naar werkkampen in Duitsland.
Concentratiekamp Zakręt
Concentratiekamp Zakręt
Polen
Zakręt was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits nazi-werkkamp en een klein restghetto in het bezette Polen. De locatie is vernoemd naar het Poolse dorp Zakręt, dat tegenwoordig net ten oosten van de hoofdstad Warschau ligt. Het kamp deed voornamelijk dienst als dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) voor Joodse gevangenen. Zij werden door de Duitse bezetter ingezet voor zware arbeid in de regio. Het kamp maakte deel uit van een netwerk van kleinere werkkampen en getto's in de buurt van Warschau, waaronder Miłosna en Wiązowna. Het bestaan van het kamp en getto in Zakręt kwam in de zomer van 1942 gewelddadig ten einde: Op 17 augustus 1942 ontruimden de nazi's het kamp. De Joodse gevangenen uit Zakręt werden overgebracht naar het nabijgelegen Getto van Falenica. Slechts enkele dagen later, rond 20 augustus 1942, werd ook het getto van Falenica geliquideerd. Vrijwel alle gevangenen inclusief de groep uit Zakręt werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka en daar direct in de gaskamers vermoord.
Zalesie concentratiekamp
Zalesie concentratiekamp
Polen
Zalesie een Duits dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) Het nazi-dwangarbeiderskamp (Arbeitslager) Zalesie Tijdens de Duitse bezetting van Polen richtten de nazi's honderden kleinere werkkampen op. Dit kamp werd opgericht rond 23 oktober 1940. De gevangenen (voornamelijk Poolse Joden en dwangarbeiders) werden hier ingezet voor zware fysieke arbeid, zoals infrastructuurprojecten of landbouw.
Concentratiekamp Zalozce
Concentratiekamp Zalozce
Oekraine
Zalosce (tegenwoordig Zaliztsi in West-Oekraïne) huisvestte een Duits dwangarbeidskamp (Zwangsarbeitslager) Duitse troepen bezetten het stadje op 9 juli 1941. Direct daarna vonden de eerste moordpartijen en plunderingen plaats. In de dorpen Zalosce en Olejów richtte de bezetter werkkampen op. In oktober 1942 zaten er ongeveer 420 Joodse gevangenen in het kamp van Zalosce. De gevangenen werden onder uiterst brute omstandigheden ingezet voor zware fysieke arbeid, voornamelijk voor de aanleg en reparatie van de strategische weg tussen Lwów (Lviv) en Kiev. Het kamp stond aanvankelijk onder leiding van SS-Schütze Erich Klaus en later, van augustus tot november 1942, onder leiding van SS-man Hans Sobotta. In oktober 1942 werd het grootste deel van de overblijvende Joodse bevolking van Zalosce die niet in het kamp zat, gedwongen overgebracht naar het ghetto van Zborów. Het werkkamp in Zalosce bleef nog iets langer bestaan, maar werd op 23 juli 1943 volledig geliquideerd. Alle overgebleven gevangenen werden ter plekke door de SS doodgeschoten. De weinige overlevenden van de regio werden later gedeporteerd naar het vernietigingskamp Belzec of stierven tijdens massa-executies in Zborów. Slechts een klein aantal Joden overleefde de oorlog door ondergronds te schuilen in de nabijgelegen bossen.
Concentratiekamp Zambrów
Concentratiekamp Zambrów
Polen
Het concentratiekamp van Zambrów (gelegen in Noordoost-Polen) diende tijdens de Tweede Wereldoorlog eerst als een tijdelijk krijgsgevangenenkamp voor het Duitse leger en werd later door de nazi's gebruikt als een groot doorgangskamp voor Joden uit de regio. Tijdens de Duitse invasie van Polen werd een provisorisch kamp ingericht. In de nacht van 13 op 14 september vond hier het bloedbad van Zambrów plaats, waarbij zo'n 200 Poolse soldaten door Duitse bewakers werden doodgeschoten. Het kamp werd door de SS ingericht als doorgangskamp. Ongeveer 20.000 Joden uit de stad en de omliggende dorpen werden hier samengebracht onder mensonterende omstandigheden. Januari 1943 Tussen 10 en 12 januari begonnen de nazi's met de liquidatie van het kamp. Duizenden gevangenen werden te voet naar het treinstation van Czyżewo gedreven en in transporten van 2.000 personen per nacht naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Honderden zieken en ouderen werden ter plekke gedood. De meesten die in Auschwitz arriveerden werden direct vergast. Slechts een zeer kleine groep werd geselecteerd voor dwangarbeid, en slechts weinigen overleefden de oorlog.
Zamość (woiwodschap Lublin) concentratiekamp
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Zamość (in de woiwodschap Lublin) functioneerde de stad en de regio als een wreed netwerk van doorvoerkampen (waaronder het UWZ-Lager) en executieplaatsen onder leiding van de nazi's. De belangrijkste en meest beruchte locaties waren: Obóz przesiedleńczy w Zamościu (Het Doorgangskamp): Dit kamp werd in november 1942 opgericht aan de huidige kruising van de straten Piłsudskiego en Okrzei. Het diende primair voor de etnische zuivering van de regio (Aktion Zamość) waarbij complete Poolse dorpen werden leeggeroofd om plaats te maken voor Duitse kolonisten. Tienduizenden burgers, waaronder duizenden kinderen, werden hier opgesloten en onderworpen aan brute raciale selectie. De Rotunda van Zamość: Dit historische fort werd door de Gestapo gebruikt als gevangenis, martelkamer en executieplaats. Naar schatting zijn hier ongeveer 8.000 mensen om het leven gebracht. Kinderen die door de nazi's als raszuiver werden gezien, werden ontvoerd voor germanisering. Kinderen die ongeschikt werden geacht, werden geëxecuteerd of naar concentratiekampen gestuurd. In april 1941 werd er tevens een getto opgericht voor de Joodse bevolking. Vanaf april 1942 werden de Joden vanuit dit getto gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec. de gevangenen uit Zamość werden vaak doorgestuurd naar grote kampen in de buurt, waaronder kamp Majdanek en de Zamosc
Concentratiekamp Zamoyski Woud concentratiekamp
Concentratiekamp Zamoyski Woud concentratiekamp
Polen
Concentratiekamp Zamoyski Woud historisch gezien niet bestaat, verwijst uw zoekopdracht naar een zeer specifieke en tragische nazi-operatie in Polen: de Aktion Zamość (de etnische zuivering van de regio Zamość) en het nabijgelegen doorgangskamp Zwierzyniec, dat midden in de uitgestrekte bossen (het historische Zamoyski-landgoed) lag. De regio rond de stad Zamość in Zuidoost-Polen bestond historisch uit de gigantische landgoederen van de adellijke familie Zamoyski. Midden in dit woud ligt het dorp Zwierzyniec, destijds het bestuurscentrum van het Zamoyski-landgoed. Het nazi-doorgangskamp in het bos (Zwierzyniec)In Zwierzyniec, omgeven door de bossen, richtte de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog een moord- en doorgangskamp op (Umsiedlungslager). Dit kamp werd gebruikt om de Poolse bevolking uit de omliggende dorpen te deporteren in het kader van Generalplan Ost. Het nazi-regime wilde van de regio Zamość een puur Duitse kolonie maken (Aktion Zamość). Gevangenen in dit boskamp werden na een wrede selectie door de Gestapo gedeporteerd naar vernietigingskampen zoals Auschwitz-Birkenau en Majdanek, of gedwongen tot slavenarbeid in Duitsland. Naast het kamp in de bossen bij Zwierzyniec gebruikten de nazi's ook een historisch 19e-eeuws verdedigingswerk vlak bij de stad zelf: De Rotunda te Zamość. Dit deed dienst als doorgangskamp en brute executieplaats waar duizenden intellectuelen, verzetsstrijders en burgers uit de regio werden gefusilleerd.
Zangberg
Zangberg
Duitsland
Concentratiekamp Zangberg was een verborgen, SS-geleid buitenkamp in het Beierse Zangberg (vlakbij Mühldorf am Inn). In tegenstelling tot wat de misleidende naam SS-Weingut-Betriebs-GmbH deed vermoeden, werd er geen wijn geproduceerd. Het diende vanaf 1944 als dekmantel en coördinatiecentrum voor de productie van de Messerschmitt Me 262 straaljager.De faciliteit was gevestigd in een voormalig klooster. Het werd geleid door Martin Weiss, een voormalig commandant van de concentratiekampen Dachau, Neuengamme en Majdanek. Er werden ongeveer 60 gevangenen tewerkgesteld. Dit kamp was onderdeel van een groter netwerk van 42 samenwerkende bedrijven waaronder giganten als Siemens, AEG en Carl Zeiss om onderdelen te produceren voor de Messerschmitt-straaljager.
Concentratiekamp Zarębice
Concentratiekamp Zarębice
Polen
Zarębice was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits werkkamp (arbeidskamp). Het kamp lag in het Poolse dorp Zarębice, vlakbij Przyrów in het district Częstochowa. Vanaf het najaar van 1939 zetten de Duitse bezetters hier Joodse gevangenen in voor dwangarbeid. De gevangenen moesten zwaar fysiek werk verrichten, met name irrigatie- en kanalisatiewerkzaamheden langs de rivierbedding. De populatie bestond grotendeels uit Joden uit de omliggende regio, waaronder de nabijgelegen plaats Koniecpol. De omstandigheden waren erbarmelijk. Tegen juni 1940 brak er een tyfusepidemie uit onder de gevangenen, terwijl het voor niet-Joodse artsen streng verboden was om hen te behandelen. Het kamp werd beheerst door een Joodse raad (Judenrat) onder leiding van Abram Kornberg.
Zareby Koscielne concentratiekamp
Zareby Koscielne concentratiekamp
Polen
In Zaręby Kościelne (een dorp in het noordoosten van Polen) het toneel van gruwelijke nazi-wreedheden en de nagenoeg volledige vernietiging van de lokale Joodse gemeenschap. De geschiedenis van Zaręby Kościelne (in het Jiddisch bekend als Zaromb) tijdens de Holocaust verliep als volgt: Vluchtelingenoord (1939): Na de invasie van Polen in 1939 lag het dorp pal op de grens van het door Duitsland en het door de Sovjet-Unie bezette gebied. Het lag net in de Sovjet-zone en werd een belangrijk knooppunt voor duizenden Joodse vluchtelingen die nazi-Polen probeerden te ontvluchten. Duitse bezetting en getto (1941): In juni 1941, na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, bezetten de nazi's het dorp. Zij dwongen de Joodse inwoners zich te verzamelen. In tegenstelling tot grote steden werd hier geen permanent ommuurd getto gebouwd; de nazi's maakten in plaats daarvan bekend dat de Joden moesten verhuizen naar het nabijgelegen grotere getto in Czyżew. De massamoord (augustus 1941): De Joodse bevolking van Zaręby Kościelne is nooit in een concentratiekamp overleden, maar is ter plaatse of in de directe omgeving geëxecuteerd. In augustus 1941 dreven de Duitsers (ondersteund door de Gestapo) de Joden uit Zaręby Kościelne en omliggende dorpen bijeen. Het overgrote deel van hen werd naar nabijgelegen bossen (zoals bij Szumowo en Mianówek) gebracht en daar in massagrafen en antitankgrachten doodgeschoten. Duizenden Joden kwamen hierbij om het leven. De weinige overlevenden die aanvankelijk als dwangarbeider werden gespaard, zijn later alsnog gedeporteerd en vermoord in het nabijgelegen vernietigingskamp Treblinka.
Concentratiekamp Zarvanycja
Concentratiekamp Zarvanycja
Oekraine
Concentratiekamp ZarvanycjaHet concentratiekamp Zarvanycja (of Zarvanytsia) was een nazi-dwangarbeidskamp dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was opgezet in het huidige Oekraïne. Herbergde het tijdens de Duitse bezetting een nazi-werkkamp. Het kamp bevond zich in het dorp Zarvanytsia, gelegen in de oblast Ternopil in de historische regio Galicië (West-Oegraine). Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie (Operatie Barbarossa) in 1941, werd dit gebied ingelijfd bij het Distrikt Galizien, een onderdeel van het Duitse Generaal-gouvernement. De gevangenen bestonden hoofdzakelijk uit de lokale Joodse bevolking uit de regio Ternopil en omliggende dorpen. Gevangenen werden ingezet voor zware fysieke dwangarbeid, waaronder landbouwprojecten, infrastructuur- en bosbouwwerkzaamheden onder erbarmelijke, dodelijke omstandigheden. De meeste van dit soort satelliet- en werkkampen in Galicië werden tussen 1942 en 1943 geliquideerd, waarbij de overlevenden werden gedeporteerd naar vernietigingskampen of ter plaatse werden geëxecuteerd tijdens de Holocaust
Zaryte concentratiekamp
Zaryte concentratiekamp
Polen
Het concentratiekamp in Zaryte was een nazi-arbeitslager (werkkamp) in de Poolse plaats Zaryte, gelegen nabij Rabka-Zdrój. Het kamp werd in mei 1942 door de SS opgericht en fungeerde tevens als Joods getto en als onderdeel van het opleidingscentrum voor de SS en Gestapo (gevestigd in de nabijgelegen villa Tereska). Het kamp lag in het district Nowy Sącz. De gevangenen werden ondergebracht in villa's in Zaryte en ingezet als slavenarbeid. De Joodse dwangarbeiders werden zwaar uitgebuit. Ze moesten werken in een steengroeve in Zaryte en werden ingezet bij de aanleg van wegen en de bouw van trainingsbunkers voor de SS. Vanaf mei 1942 werden er meerdere transporten georganiseerd door het Arbeidsbureau van Nowy Sącz om Joden naar dit kamp te deporteren voor dwangarbeid. Het kamp werd geleid door de beruchte SS-commandant Wilhelm Rosenbaum. De leefomstandigheden waren mensonterend en de gevangenen werden blootgesteld aan willekeurige executies, mishandelingen en moord.
Concentratiekamp Zarzec Ulański
Concentratiekamp Zarzec Ulański
Polen
Het kamp Zarzec Ulański ( soms aangeduid als het Zarzec Ulański) was een Duits dwangarbeiderskamp voor Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lag nabij het gelijknamige Poolse dorp Zarzec Ulański in de regio Lublin (district Radzyń Podlaski) een werkkamp voor waterregulatie en irrigatie. In het voorjaar van 1941 werden er, samen met het nabijgelegen kamp in Rogoźnica, in totaal zo'n 1.500 Joodse gevangenen tewerkgesteld. De gevangenen waren hoofdzakelijk afkomstig uit omliggende getto's, waaronder het getto van Łuków. Gevangenen moesten onder dwang zwaar fysiek werk verrichten aan waterwegen en irrigatiesystemen. Ze kregen hiervoor een symbolische, schandalig lage vergoeding die volstrekt onvoldoende was om zelfs maar een brood van te kopen, waardoor hongersnood en uitputting aan de orde van de dag waren. Het kamp maakte deel uit van het grotere netwerk van Joodse dwangarbeiderskampen in het Lublin-district. Vrijwel al deze kampen werden in de loop van 1942 en 1943 geliquideerd in het kader van Aktion Reinhard (de nazi-operatie om de Joodse bevolking in het bezette Polen systematisch uit te roeien). De overlevende gevangenen zijn destijds gedeporteerd naar vernietigingskampen, met name naar Bełżec of Treblinka.
Concentratiekamp Zarzecze
Concentratiekamp Zarzecze
Polen
Kamp Zarzecze was een naziconcentratie- en werkkamp nabij het Poolse dorp Zarzecze (vlakbij Nisko aan de rivier de San). Het kamp werd eind 1939 door de nazi's opgezet als onderdeel van het zogenaamde Nisko-plan. Het was een van de allereerste locaties voor grootschalige massadeportaties van Joden in Europa. In oktober 1939 selecteerde Adolf Eichmann de omgeving van Nisko en Zarzecze als testlocatie voor een geplande Joodse staat of reservaat binnen het door nazi-Duitsland bezette Polen. De eerste transporten bestonden voornamelijk uit Joodse mannen uit Wenen, Ostrava en Kattowice (Katowice). Zij werden gedwongen om de barakken van het kamp zelf te bouwen. Het kamp was berucht om zijn brute omstandigheden. Het plan mislukte en werd in april 1940 stopgezet. Een deel van de gevangenen werd vrijgelaten (en later alsnog naar vernietigingskampen gestuurd), terwijl anderen door de SS werden gedwongen de Sovjetgrens over te vluchten.
Zasavica
Zasavica concentratiekamp
Servie
Zasavica was de locatie nabij Šabac (Servië) waar de nazi's in oktober 1941 ruim 1.200 Joodse en Roma-gevangenen (waaronder 800 Weense Joden) in koelen bloede executeerden. De slachtoffers waren afkomstig uit het nabijgelegen tijdelijke kamp van Šabac en maakten deel uit van het gestrande Kladovo-transport. De gebeurtenissen in Zasavica omvatten een aantal specifieke details: Datum van de executie: Midden oktober 1941 (grotendeels op 12 oktober). 1.057 Joden en ongeveer 160 Roma werden die dag door Duitse troepen in een veld doodgeschoten. Het Kladovo-transport: De Joodse gevangenen behoorden grotendeels tot een groep vluchtelingen uit Oostenrijk en Duitsland die in 1939 probeerden via de Donau naar Palestina te vluchten, maar in Servië strandden. De vrouwen en kinderen van dit transport werden aanvankelijk vastgehouden in het Šabac-kamp, later overgebracht naar het Judenlager Semlin (Sajmište), en kwamen in 1942 om het leven in mobiele gaskamers.
Concentratiekamp Zasław
Concentratiekamp Zasław
Polen
Concentratiekamp Zasław (officieel: Zwangsarbeitslager Zaslaw) was een nazi-Duits dwangarbeiders- en concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp lag nabij het Poolse dorp Zasław (tegenwoordig onderdeel van Zagórz), op korte afstand van de industriestad Sanok. Het kamp werd in 1940 ( eind 1939) opgericht op het terrein van een voormalige cellulosefabriek. Het initiatief lag deels bij de lokale Judenrat van Sanok om Joden uit de regio Bieszczady en omliggende gebieden centraal te huisvesten. In de praktijk fungeerde het als een wreed werkkamp onder nazi-toezicht. Gemiddeld verbleven er tussen de 1.200 en 1.800 gevangenen tegelijkertijd in het kamp. Door constante rotatie hebben in totaal ongeveer 15.000 mensen in het kamp gevangen gezeten. De gevangenen waren voornamelijk Joden uit de districten Sanok en Lesko, aangevuld met gedeporteerden uit Slowakije. Gevangenen werden ingezet voor zware dwangarbeid, waaronder wegenbouw, werk in steengroeven, landbouw en in werkplaatsen die produceerden voor de Waffen-SS. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Brutaliteit, honger en ziektes eisten dagelijks vele levens. Zasław deed niet alleen dienst als werkkamp, maar was ook een executieplaats. Op het kampterrein en in de directe omgeving vonden grootschalige massa-executies plaats. In het najaar van 1943 werd het kamp definitief geliquideerd. De overgebleven gevangenen en dwangarbeiders werden getransporteerd naar het Vernietigingskamp Bełżec om te worden vermoord.
Zasole, zie Auschwitz
Zasole, zie Auschwitz
Polen
Zasole is een wijk in de Poolse stad Oświęcim (door de Duitse bezetter omgedoopt tot Auschwitz) waar de nazi's in 1940 begonnen met de bouw van het beruchte concentratiekamp Auschwitz I. De oorspronkelijke Poolse inwoners van deze wijk werden destijds door de SS gedwongen geëvacueerd om plaats te maken voor het kampcomplex. Gelegen ten westen van de rivier de Soła in Oświęcim. De nazi's gebruikten bestaande Poolse legerkazernes in deze wijk om het hoofdkamp (Stammlager) Auschwitz I op te zetten. Later werd het complex enorm uitgebreid met onder andere Auschwitz II (Birkenau) in het nabijgelegen dorp Brzezinka.
Zawada concentratiekamp
Zawada concentratiekamp
Polen
Het dwangarbeidskamp Zawada (Tomaszów Mazowiecki) Een nazi-dwangarbeidskamp (Arbeitslager) dat in 1941 werd opgericht. Gelegen in het dorp Zawada, ongeveer 6 kilometer buiten de stad Tomaszów Mazowiecki (district Radom/Brzeziny). Ongeveer 300 tot 400 Joodse dwangarbeiders uit de omliggende getto's werden hier vastgehouden.: De omstandigheden waren onmenselijk. Gevangenen moesten onder dwang rivierkanalisatiewerkzaamheden uitvoeren en greppels graven. De hygiëne was zo slecht dat er een enorme tyfusepidemie uitbrak. Zieke gevangenen werden teruggestuurd naar het getto van Tomaszów Mazowiecki, waardoor de dodelijke ziekte zich daar razendsnel verspreidde.
Deportatiestation Zawada (Zamość) het dorp Zawada nabij de stad Zamość (regio Lublin).Dit was een belangrijk spoorwegknooppunt. Vanaf het station in Zawada reden nazi-deportatietreinen vol Joodse slachtoffers rechtstreeks naar het nabijgelegen vernietigingskamp Bełżec. In de geschiedschrijving staat dit station bekend om de talloze wanhopige pogingen van gevangenen om uit de rijdende treinen te springen. Daarnaast zijn de weinige Joodse inwoners van het dorp zelf in 1942 weggevoerd en geëxecuteerd.
Zawadowka concentratiekamp
Zawadowka concentratiekamp
Polen
Zawadówka was tijdens de Tweede Wereldoorlog een nazi-dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) in het oosten van Polen, nabij de stad Chełm. De gevangenen in het kamp, voornamelijk Joden uit het nabijgelegen Getto van Chełm, moesten onder erbarmelijke omstandigheden zware fysieke arbeid verrichten. Ze werden ingezet in een lokale zagerij, bij de bosbouw en bij de aanleg van wegen en spoorwegen voor grote Duitse bedrijven. Het kamp staat in historische bronnen ook bekend vanwege een specifiek incident kort na de opstand in vernietigingskamp Sobibór. De beruchte SS-er Herbert Floss, die in Sobibór verantwoordelijk was voor de lijkverbranding, begeleidde een groep Oekraïense bewakers in een trein nabij Chełm. Tijdens een muiterij van deze bewakers werd Floss op 22 oktober 1943 met zijn eigen machinepistool doodgeschoten en vervolgens begraven op de nazi-begraafplaats in Zawadówka. Het kamp maakte deel uit van het grotere netwerk van werkkampen in het Lublin-district. De meeste van deze kampen werden eind 1943 geliquideerd tijdens Aktion Erntefest (Operatie Oogstfeest), waarbij de overgebleven Joodse gevangenen massaal werden vermoord in grotere kampen zoals Majdanek en Sobibór.
Concentratiekamp Zbaraz
Concentratiekamp Zbaraz
Oekraine
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond er in Zbaraz (Oekraïens: Zbarazh) een bezettingstribunaal, nazi-getto en dwangarbeiderskampen. De nazi's hebben de Joodse gemeenschap van deze historische stad in Galicië destijds vrijwel volledig uitgemoord. Duitse bezetting (4 juli 1941): Direct na de inval van de Duitse troepen startten de gruwelijkheden. Lokale collaborateurs en de Duitse Sicherheitspolizei vermoordden direct tientallen Joodse intellectuelen en leiders in de nabijgelegen Lubianka-bossen. Vroege dwangarbeid (1941–1942): Joodse mannen werden opgesloten in lokale barakken en ingezet als dwangarbeiders. Zij moesten onder zware omstandigheden spoorlijnen aanpassen en wegen aanleggen. Deportaties (herfst 1942): In de tweede helft van 1942 vonden er massale deportaties plaats. Duizenden Joden uit Zbaraz werden via de stad Tarnopol (Ternopil) op transport gezet naar het vernietigingskamp Bełżec, of overgebracht naar het beruchte Janowska-kamp in Lviv. Oprichting van het Getto (25 oktober 1942): Nadat een groot deel van de bevolking al was gedeporteerd, propten de nazi's de resterende 2.000 Joden uit Zbaraz en omliggende dorpen samen in een afgesloten getto. De omstandigheden waren erbarmelijk: ziektes, hongersnood en extreme kou eisten in de winter van 1942-1943 honderden levens. De totale liquidatie (juni-juli 1943): Het getto en de werkkampen werden definitief geliquideerd. De nazi's dwongen de laatste grote groep overlevenden (ruim 2.000 mensen) naar een nabijgelegen oliedepot te marcheren. Daar werden zij doodgeschoten en in massagraven gedumpt. Slechts enkele tientallen Joden uit Zbaraz overleefden de oorlog, veelal door onder te duiken of te ontsnappen naar de bossen om zich aan te sluiten bij de partizanen.
Concentratiekamp Zborow
Concentratiekamp Zborow
Oekraine
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Zborow (momenteel Zboriv, Oekraïne) de locatie van een Joods dwangarbeiderskamp en een getto. Het kamp maakte deel uit van een netwerk van dwangarbeiderskampen langs de zogenaamde Durchgangsstrasse IV. De stad ligt in de regio Tarnopol (destijds Oost-Polen, nu Oekraïne). Het werd op 4 juli 1941 door de nazi’s bezet. In het voorjaar van 1942 werd er een werkkamp ingericht voor valide Joden. De gevangenen werden zwaar uitgebuit voor de aanleg en reparatie van wegen. Het kamp werd op 23 juli 1943 geliquideerd. De ongeveer 500 overgebleven gevangenen werden toen gefusilleerd. Eerder, in april 1943, vonden er al grootschalige executies plaats waarbij duizenden Joden werden omgebracht en gedwongen werden hun eigen graf te graven. Slechts een klein aantal Joden wist de verschrikkingen te overleven door onderduik.
Concentratiekamp Zbroje
Concentratiekamp Zbroje
Polen
Concentratiekamp Zdanów
Concentratiekamp Zdanów
Polen
Zdanów (een dorp nabij Zamość, Polen). Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende de locatie als doorgangskamp en dwangarbeiderskamp onder het beruchte Aktion Zamość-programma. Het kamp werd gevestigd op de gronden van de boerderij in Zdanów. De Duitsers sloten hier gevangen genomen Poolse gezinnen en Oekraïners achter prikkeldraad op voordat ze werden gedeporteerd.Er was sprake van ernstige honger, slechte hygiënische omstandigheden en een hoog sterftecijfer, vergelijkbaar met andere lokale kampen in de regio zoals dat van Zwierzyniec. Gezinnen en gevangenen uit Zdanów werden vervolgens massaal gedeporteerd naar andere kampen. Velen kwamen terecht in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, terwijl anderen naar Majdanek werden gestuurd.
Concentratiekamp Żerań
Concentratiekamp Żerań
Polen
In Żerań (een noordelijke wijk van Warschau) bevond zich tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joods dwangarbeidskamp (Duits: Zwangsarbeitslager). Het kamp functioneerde in de vroege zomer van 1941. Het was gevestigd in een gebouw aan de Modlińska-straat 14 (tegenover de huidige Elektrownia Żerań). De gevangenen werden door de nazi’s ingezet voor zware fysieke arbeid, waaronder het versterken van dijken en waterwerken. Het kamp werd in de loop van 1941/1942 gesloten en de gevangenen werden overgebracht naar omliggende getto's, zoals het Getto van Warschau, waar velen van hen werden geëxecuteerd of gedeporteerd naar vernietigingskampen.
Concentratiekamp Zgnila Struga
Concentratiekamp Zgnila Struga
Polen
Het dorp Zgniła Struga ligt hemelsbreed zeer dicht bij de plaats Trawniki. In Trawniki bevond zich het Dwangarbeidskamp Trawniki, dat tevens fungeerde als een nazi-trainingskamp voor SS-hulpwachtsubers (de zogeheten Trawniki-mannen).
Concentratiekamp Zhitomir
Concentratiekamp Zhitomir
Oekraine
In Zhitomir (tegenwoordig Zjytomyr in Oekraïne) de regio was een centrum van nazi-terreur. De nazi's richtten er specifieke gevangenissen, een nazi-kolonie en een gigantisch krijgsgevangenenkamp in. De belangrijkste nazi-faciliteiten en terreurlocaties in en rond Zhitomir waren:
Stalag 358 (Krijgsgevangenenkamp) Het beruchtste kamp in de stad was Stalag 358, een groot Duits krijgsgevangenenkamp (Mannschaftsstammlager) dat operationeel was van 1941 tot november 1943. In dit kamp zijn naar schatting 110.000 Sovjet-krijgsgevangenen omgekomen door systematische uithongering, vlektyfus, mishandeling en ijskoude winters. Gevangenen die door de Sicherheitsdienst (SD) als Joods of communistisch werden geïdentificeerd, werden direct van de rest gescheiden en in de omliggende bossen geëxecuteerd.
Het Ghetto van Zhitomir Direct na de Duitse inval in juli 1941 werd de grote Joodse gemeenschap van de stad samengedreven in een afgesloten ghetto. Dit ghetto fungeerde als een tijdelijk verzamel- en dwangarbeiderskamp. Op 19 september 1941 werd het ghetto definitief geliquideerd. Duitse eenheden en lokale hulptroepen schoten die dag ruim 5.000 Joden dood in nabijgelegen massagraf-kuilen.
In de hele regio Zhitomir werden minstens 55.000 Joodse burgers vermoord.
Gestapo-gevangenis: In een voormalig 18e-eeuws klooster aan de Chernyakhovskoho-straat hield de Gestapo tussen 1941 en 1943 honderden verzetsstrijders en burgers gevangen en gemateld.
Net buiten de stad lag Hegewald, een persoonlijk veldhoofdkwartier van SS-leider Heinrich Himmler. Rond dit hoofdkwartier werd een wreed kolonisatieproject gestart waarbij de lokale Oekraïense bevolking werd verdreven of vermoord om plaats te maken voor Volksduitsers.
Concentratiekamp Zichenau-Bielin
Concentratiekamp Zichenau-Bielin
Polen
Concentratiekamp Zichenau-Bielin was een nazi-dwangarbeiderskamp voor Joden, gelegen in de regio Mazovië in Polen. Het kamp werd geopend in november 1939 en opereerde onder het gezag van de firma Wünsche totdat het in oktober 1942 werd gesloten en de gevangenen werden gedeporteerd. Ciechanów / Bielin, Polen. November 1939 - Oktober 1942. Dwangarbeiderskamp / Concentratiekamp voor Joden. Beheer: Firma Wünsche.
Ziekenzorg
Java
Concentratiekamp Ziekenzorg Japanse burgerinterneringskamp Ziekenzorg (ook bekend als Kamp Solo) in Soerakarta op Midden-Java tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kamp was ondergebracht in de ommuurde paviljoens van het destijds bestaande ziekenhuis Ziekenzorg in de wijk Mangkoeboemen in Soerakarta (Solo). Boemikamp: Direct naast het ziekenhuis lag een kazerne die dienstdeed als het Boemikamp. Vanaf november 1944 werden beide locaties samengevoegd tot één groot kampcomplex. Mannenkamp (1942): Vanaf maart 1942 functioneerde een deel van het ziekenhuis kortstondig als interneringskamp voor circa 145 mannen. Ongeveer 50 van hen kwamen hier om het leven. Vrouwen- en kinderenkamp (1943–1945): Vanaf november 1943 werd Ziekenzorg een permanent interneringskamp voor vrouwen en kinderen, die voornamelijk werden overgebracht uit Oost-Java. Het kamp raakte in de loop van 1944 extreem overbevolkt, mede door de toevloed van geïnterneerden uit andere regio's. Dit dwong de Japanse legerleiding om het naastgelegen Boemikamp erbij te trekken.Het kamp deed dienst tot de ontruiming en verplaatsing van de gevangenen in de zomer (juni) van 1945.
Concentratiekamp Zielona
Concentratiekamp Zielona
Polen
Concentratiekamp Zielona Arbeitslager Grünberg, de nazi-concentratiekampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevestigd waren in het huidige Zielona Góra (Polen). Deze kampen fungeerden als satellietkampen (buitenkampen) van het concentratiekamp Groß-Rosen. De kampen in Zielona Góra werden in respectievelijk 1941 (Grünberg I) en eind 1944 (Grünberg II) opgericht. Er werden voornamelijk Joodse vrouwen en enkele mannen vastgehouden, afkomstig uit onder andere Auschwitz.Gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden gedwongen te werken in de bewapeningsindustrie en de textielindustrie van de Deutsche Wollenwaren Manufaktur AG. In januari 1945, toen het Sovjetleger naderde, werden duizenden gevangenen gedwongen om te voet te evacueren tijdens beruchte dodenmarsen. Honderden vrouwen kwamen hierbij om het leven door de vrieskou en uitputting.
Concentratiekamp Zigeunerwald
Concentratiekamp Zigeunerwald
Polen
Concentratiekamp Zigeunerwald was een ZAL-kamp (Zwangsarbeitslager für Juden of jodenwerkkamp) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd geëxploiteerd in de regio Neder-Silezië operationeel tussen 1940 en september 1943 een specifiek dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager).
Concentratiekamp Ẑilina
Concentratiekamp Ẑilina
Slowakije
Het concentratiekamp in Žilina (Slowakije) tijdens de Tweede Wereldoorlog een verzamel- en doorgangskamp voor Joden. Het kamp was gevestigd in militaire barakken en werd in het voorjaar van 1942 door het collaborerende Slowaakse regime gebruikt om Joden bijeen te drijven voor deportatie. Het kamp diende als een centrale plek waarvandaan duizenden Joden uit Bratislava en omstreken per trein werden gedeporteerd. Vanuit Žilina werden de gevangenen voornamelijk naar vernietigingskampen gestuurd, waaronder Auschwitz-Birkenau.
Zillerthal - Erdmannsdorf
Zillerthal - Erdmannsdorf
Polen
Concentratiekamp Zillertal-Erdmannsdorf was een Joods dwangarbeiderskamp (Zwangsarbeitslager) en vanaf mei 1944 een buitenkamp van concentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp, gevestigd in Mysłakowice (het voormalige Zillerthal-Erdmannsdorf in Silezië), dwong voornamelijk jonge Joodse vrouwen tot zware arbeid in een textielfabriek. Mysłakowice, Polen bekend als Zillerthal-Erdmannsdorf, gelegen in het Reuzengebergte). De dwangarbeidsters (in de leeftijd van 13 tot 25 jaar) werden ingezet voor het textielbedrijf Erdmannsdorfer Leinenfabrik. De gevangenen leefden in twee niet-verwarmde barakken. Het rantsoen was zeer karig en de fysieke omstandigheden waren zwaar. Herfst 1940: Het kamp werd aanvankelijk opgericht als een onafhankelijk dwangarbeiderskamp voor Joden. Eind mei/begin juni 1944: Het kamp werd omgevormd tot een officieel buitenkamp van het naziconcentratiekamp Gross-Rosen. Het kamp werd uiteindelijk ontruimd naarmate het einde van de Tweede Wereldoorlog naderde.
Zistersdorf
Zistersdorf
Oostenrijk
In Zistersdorf (Oostenrijk) was een Außenkommando (subkamp) onder de grotere regio Mistelbach. Zistersdorf speelde een strategische rol in de nazi-oorlogsindustrie en was daarnaast een locatie waar zware oorlogsmisdrijven hebben plaatsgevonden. De olievelden: Zistersdorf en het omliggende Weinvierteled-gebied vormden destijds het belangrijkste binnenlandse aardoliegebied van nazi-Duitsland. Om de brandstofproductie ondanks hevige geallieerde bombardementen op gang te houden, zette het nazi-regime op grote schaal dwangarbeiders en gevangenen in voor de bouw en het herstel van installaties. Dit gebeurde onder het zogeheten Geilenberg-Programm.Hongaarse Joden: In de eindfase van de oorlog (voorjaar 1945) trokken verschillende dodenmarsen door het gebied. Joodse gevangenen die te zwak waren om te lopen, werden door de SS of lokale eenheden langs de route vermoord. In Zistersdorf werden slachtoffers van deze dodenmarsen in een massagraf op de lokale begraafplaats begraven. Het oliegebied en de omliggende kampen werden in april 1945 door het oprukkende Sovjet-leger (het Rode Leger) ingenomen en bevrijd. Hierdoor verloor nazi-Duitsland direct zijn allerlaatste operationele olievoorraden.
Zittau i.d. Lausitz
Zittau i.d. Lausitz
Polen
Concentratiekamp Zittau (ook bekend als kamp Klein-Schönau) in de regio Lausitz was een subkamp (Außenlager) van het concentratiekamp Gross-Rosen. Dit nazi-dwangarbeidskamp was actief tussen oktober 1944 en mei 1945. De gevangenen werden ingezet als goedkope dwangarbeiders in de lokale oorlogsindustrie. Ze moesten met name werken in de munitie- en wapenfabrieken van de Zittwerke (onderdeel van Junkers) en de firma Dörries-Fuller. Het kamp begon op 28 oktober 1944 als een vrouwenkamp met een transport van Joodse vrouwen en meisjes uit Auschwitz, voornamelijk afkomstig uit Hongarije. Op 27 januari 1945 werd er ook een mannenafdeling opgericht met gevangenen uit Buchenwald. De leefomstandigheden in het kamp waren vreselijk. Er heerste onder andere een zware tyfusepidemie, waardoor het sterftecijfer erg hoog lag. Volgens schattingen kwamen honderden gevangenen om het leven door uitputting, ziekte en mishandeling. Onder de slachtoffers bevonden zich ook Nederlandse Joodse vrouwen. In de jaren vijftig werden de stoffelijke resten van twee Nederlandse vrouwen overgebracht van een massagraf op het voormalige kampterrein naar de erebegraafplaats in Zittau. Het kamp werd niet geëvacueerd via een dodenmars, waardoor de resterende gevangenen op 8 mei 1945 rechtstreeks door het Sovjetleger (het Rode Leger) werden bevrijd.
Concentratiekamp Zlabings
Concentratiekamp Zlabings
Tsjechie
Zlabings (Slavonice in het huidige Tsjechië) tijdens de Tweede Wereldoorlog de locatie van een nazi-werkkamp of subkamp, Zlabings ligt in Zuid-Moravië. Na de annexatie van het Sudetenland en de vorming van de Gau Niederdonau viel de regio direct onder het nazi-bestuur. Het kamp functioneerde primair als een dwangarbeiderskamp en doorgangslocatie. Gevangenen, waaronder Joodse slachtoffers en Roma, werden hier ingezet voor zware arbeid in de regio. Veel gevangenen werden vanuit grotere getto's of verzamelpunten naar Zlabings gedeporteerd. Velen werden later doorgestuurd naar grotere concentratie- en vernietigingskampen zoals Theresienstadt of Auschwitz.
Daders uit Zlabings:
Anton Schätz: Geboren in Zlabings, was actief als SS-Unterscharführer binnen de vaste kampbewaking van KZ Auschwitz.
Franz Schmidt: Geboren in Zlabings, was een Gestapo-beambte die wegens zijn wreedheid in bezet Polen de bijnaam Beul van Jarosław kreeg.
Concentratiekamp Zlarino
Concentratiekamp Zlarino
Kroatie
Concentratiekamp Zlarino (gelegen op het Kroatische eiland Zlarin) was een kortdurend Italiaans concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd in maart 1943 opgericht door het Italiaanse 18e Legerkorps en diende voornamelijk als interneringskamp voor politieke gevangenen en ex-Joegoslavische mannen. Het kamp lag op het eiland Zlarin (destijds Zlarino genoemd) in de Adriatische Zee, onderdeel van de provincie Zara (het huidige Zadar). Het kamp had een capaciteit van ongeveer duizend personen en was specifiek bedoeld voor het interneren van mannen ouder dan vijftien jaar uit door Italië bezette gebieden. De gevangenen werden ondergebracht op rotsachtig terrein bij Capo Marino. Net als in andere Italiaanse interneringskampen in de regio (zoals het beruchte eiland Rab) waren de omstandigheden zwaar door een gebrek aan basisvoorzieningen en voedsel. Het kamp was slechts een paar maanden in gebruik en werd op 15 juni 1943 alweer gesloten. De meeste gevangenen werden overgebracht naar Italië of naar een militair politietransitkamp in Fiume (Rijeka).
Concentratiekamp Zlatopol'
Concentratiekamp Zlatopol'
Oekraine
Het concentratiekamp in Zlatopol (Oekraïne) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een gettokamp dat in het najaar van 1941 door het Duitse militaire bestuur werd ingericht. Joden uit de regio werden er opgesloten, zwaar mishandeld en uitgebuit.1 augustus 1941: Zlatopol wordt bezet door Duitse troepen. Najaar 1941: Oprichting van het gettokamp. Joden werden geïsoleerd en mochten het kamp niet verlaten. December 1941: De omstandigheden werden verhard en alle overgebleven Joden in de stad werden gedwongen hiernaartoe verplaatst. In verschillende moordpartijen (waaronder executies in nabijgelegen dorpen zoals Listopadovo en bij een lokale waterput) werd het grootste deel van de Joodse bevolking uitgemoord.
Concentratiekamp Zloczow
Concentratiekamp Zloczow
Oekraine
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Zloczow (het huidige Zolotsjiv, Oekraïne) de locatie van een netwerk van Joodse gedwongen werkkampen, waaronder het werkkamp Lackie, en een getto. Onder leiding van SS-commandant Warzok werden duizenden Joden hier tewerkgesteld en systematisch uitgemoord in de periode 1941-1943. Duitse troepen bezetten de stad op 2 juli 1941. Vrijwel direct vonden er door de nazi's en lokale bevolking grootschalige pogroms en moordpartijen plaats, waarbij duizenden Joden werden gedood. Het Getto van Zloczow: Op 1 december 1942 werd er een streng afgesloten getto ingericht voor zo'n 7.500 tot 9.000 Joden uit de stad en omliggende dorpen. Het getto werd in april 1943 ontruimd. De meeste Joden werden naar executieplaatsen gevoerd zoals nabij het dorp Yelykhovychi en daar gefusilleerd. De bezetters richtten verschillende werkkampen op, waaronder de voornaamste in Lackie en werkplaatsen in de stad zelf (o.a. nabij Lwowska Street). Gevangenen werden zwaar uitgebuit bij de aanleg van spoorwegen en wegenbouw. Mishandelingen, executies en dodelijke uitputting vonden in de kampen dagelijks plaats. In juli 1943 werd het werkkamp in de stad gesloopt en werden de resterende dwangarbeiders geëxecuteerd.
Concentratiekamp Zmudz
Concentratiekamp Zmudz
Polen
maakte het gebied deel uit van de regio rond het nabijgelegen vernietigingskamp Sobibór (vernietigingskamp). In de moerassige omgeving van Sobibór lagen verschillende Joodse werkkampen. De nazi's vestigden dwangarbeiderskampen in de nabije omgeving van Sobibór (zoals in Dorohusk en Krychow), die in verband stonden met het vernietigingsproces. In de bossen rond Żmudź wisten lokale burgers een groep van 42 Joden te helpen en te laten overleven in ondergrondse bunkers. Individuen uit deze regio (zoals Klaudia Golbiak uit Żmudź) werden vaak gedeporteerd naar kampen zoals Auschwitz.
Concentratiekamp Znaim
Concentratiekamp Znaim
Tsjechie
Znaim (de huidige Tsjechische stad Znojmo). De locatie diende als een satelliet- of werkkamp en als belangrijk overgangs- en interneringsgebied voor gevangenen van nazi-Duitsland. Znojmo aan het einde van de oorlog (eind 1944 tot begin 1945) werd ingezet als dwangarbeidskamp. Veel Joodse inwoners en andere vervolgden uit de regio werden vanuit Znaim via getto's, zoals Theresienstadt, gedeporteerd naar vernietigingskampen als Auschwitz.
Concentratiekamp Znaim-Pöltenberg
Concentratiekamp Znaim-Pöltenberg
Tsjechie
Het concentratiekamp Znaim-Pöltenberg (officieel Zwangsarbeitslager Znaim, Pöltenberg) in Znojmo (Tsjechië) was een nazi-dwangarbeidskamp. Het werd voornamelijk gebruikt voor Hongaarse Joden die door de nazi's werden ingezet voor landbouwwerkzaamheden. Het kamp was gevestigd in Pöltenberg (tegenwoordig Hradiště), een wijk in het zuiden van de stad Znojmo (Znaim) in de Tsjechische regio Moravië. Tijdens de Holocaust fungeerde de locatie als een dwangarbeidskamp waar gevangenen zware landarbeid verrichtten onder toezicht van de nazi's.
Zoschen
Duitsland
Zöschen (gelegen bij Merseburg) was een buitenkamp van Concentratiekamp Buchenwald dat in de zomer van 1944 werd opgericht. Het kamp diende als dwangarbeiderskamp waar honderden Nederlanders waaronder gijzelaars uit de Merwedestreek en slachtoffers van de razzia's in Beverwijk en Velsen-Noord onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken. Het kamp stond bekend als een Arbeitserziehungslager (AEL) en functioneerde als een buitenkamp (Aussenlager) van Buchenwald. In totaal hebben er tijdens het kortstondige bestaan van het kamp (252 dagen) ruim 5.000 gevangenen gezeten. Door de brute omstandigheden, ondervoeding en uitputting kwamen er zeker 517 gevangenen om het leven. Een grote groep van tientallen Nederlandse mannen en gijzelaars werd hier naartoe gestuurd om dwangarbeid te verrichten, onder andere bij de bouw van het kamp zelf.
Concentratiekamp Zochcin
Concentratiekamp Zochcin
Polen
Zochcin (nabij Opatów, Polen) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een tijdelijk civiel gevangenen- en werkkamp dat door de nazi's werd opgezet. Het kamp bestond uit een open veld omgeven door prikkeldraad. Het kamp lag in de buurt van Opatów en Tarłów in het district Radom. De gevangenen bestonden voornamelijk uit Joodse en Poolse burgers uit omliggende steden en dorpen, waaronder Lipsko, Sandomierz en Zawichost. Gevangenen werden in de open lucht onder zware en mensonterende omstandigheden vastgehouden. Het kamp in Zochcin fungeerde kortstondig als verzamel- en doorgangskamp. Binnen een week werden de meeste gevangenen vrijgelaten, waarna hun bezittingen direct werden geplunderd. Na verloop van tijd werden Joden uit deze regio alsnog tewerkgesteld in dwangarbeiderskampen of overgebracht naar vernietigingskampen.
Concentratiekamp Zohor
Concentratiekamp Zohor
Slowakije
Het concentratie- en werkkamp van Zohor was tijdens de Tweede Wereldoorlog een onderdeel van het Slowaakse netwerk van dwangarbeiderskampen. Het kamp, dat onder militair beheer stond, werd in het voorjaar van 1942 opgezet in het gelijknamige Slowaakse dorp (ongeveer 21 kilometer ten noordwesten van Bratislava). Joodse mannen werden door de Slowaakse staat opgeroepen voor dwangarbeid in plaats van militaire dienst. De gevangenen werden in Zohor tewerkgesteld aan zware infrastructuurprojecten, voornamelijk het graven van kanalen en afwateringswerken. Het kamp viel onder de autoriteit van het Slowaakse Ministerie van Defensie. Omdat het leger de Joodse arbeiders nodig had voor bouwprojecten, werden zij in de beginfase grotendeels beschermd tegen de massale deportaties naar Duitse vernietigingskampen in het oosten. Het werkkamp in Zohor werd in 1943 ontbonden. Veel van de Joodse arbeiders die er vastzaten, werden hierna overgebracht naar andere werkkampen of in latere fases (zoals na de Duitse bezetting in 1944) alsnog gedeporteerd naar concentratiekampen zoals Auschwitz-Birkenau.
Concentratiekamp Zokniai
Concentratiekamp Zokniai
Litouwen
Concentratiekamp Zokniai was een dwangarbeidskamp nabij Šiauliai in Litouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het functioneerde vanaf het najaar van 1941 tot juli 1944 als een extern werkkamp (subkamp) van het Šiauliai Ghetto (ook bekend als ghetto Shavl) onder bevel van de SS. Het kamp werd in 1941 opgericht om Joodse gevangenen in te zetten voor grootschalige uitbreidingswerkzaamheden aan de militaire vliegbasis van Zokniai (vlakbij Šiauliai). Gevangenen werden gedwongen om start- en landingsbanen te verlengen en hangars te bouwen. Dwangarbeiders leefden in barakken op het terrein om de druk op het overbevolkte ghetto in Šiauliai te verlichten. Er werden circa 600 tot 1.000 Joodse mannen en vrouwen tegelijk tewerkgesteld. Het werk was uitputtend, maar het werk in het vliegveld bood in vergelijking met het ghetto ietwat betere voedselrantsoenen. Desondanks werden met name Joodse vrouwen in Zokniai blootgesteld aan zwaar fysiek misbruik en seksueel geweld door de bezetters.Toen het Sovjetleger in juli 1944 naderde, werd het ghetto en het werkkamp Zokniai definitief ontruimd. De resterende gevangenen werden afgevoerd naar het concentratiekamp Stutthof en in latere fases verder gedeporteerd. Van de oorspronkelijke Joodse bevolking van Šiauliai (ongeveer 8.000 personen) hebben slechts enkele honderden de Holocaust overleefd.
Concentratiekamp Zolkiew
Concentratiekamp Zolkiew
Oekraine
Zolkiew (tegenwoordig Zhovkva, Oekraïne) een Joods getto dat als verzamel- en doorgangslocatie diende voor de nazi's. Vanaf maart 1942 voerden Duitse politie-eenheden onder leiding van Helmut Tanzmann grootschalige acties uit in Zolkiew, waarbij honderden Joden werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Bełżec. Het Getto van Zolkiew: Na een grote deportatieronde in december 1942 werden de overgebleven Joden uit de stad en omliggende dorpen samengedreven in een afgesloten getto. Dit getto werd omheind met prikkeldraad en zwaar bewaakt. Door extreme overbevolking en slechte sanitaire voorzieningen stierven veel Joden in het getto door tyfus. In het voorjaar van 1943 werd het getto definitief geliquideerd en zijn de meeste overgebleven bewoners vermoord.
Concentratiekamp Zolociv
Concentratiekamp Zolociv
Oekraine
Zolochiv (gelegen in het westen van Oekraïne, destijds bezet Pools gebied genaamd Złoczów) was de locatie van een brutaal nazi-werkkamp, een Joods getto en grootschalige massamoorden. De geschiedenis van Zolochiv tussen 1941 en 1944 kent drie opeenvolgende tragedies waarin het Kasteel van Zolochiv en lokale kampen een centrale rol speelden.
1. Bloedbaden rond het Kasteel van Zolochiv (1941) NKVD-moorden: Vlak voor de Duitse inval in juni 1941 vermoordde de Sovjet-geheime dienst (NKVD) tussen de 650 en 720 politieke gevangenen in de gevangenis van het Kasteel van Zolochiv. Pogrom: Direct na de aankomst van de Duitse troepen op 2 juli 1941 gebruikten de nazi's deze Sovjet-wreedheid als propaganda. Ze gaven de Joodse bevolking de schuld. In een massale pogrom door nazi-Einsatzgruppen en lokale collaborateurs werden in enkele dagen tijd 3.000 tot 4.000 Joden vermoord, velen van hen op de binnenplaats van het kasteel.
2. Het Getto van Zolochiv (1942–1943) Op 1 december 1942 dwongen de nazi's tussen de 7.500 en 9.000 Joden uit Zolochiv en omliggende dorpen in een afgesloten getto. Door honger, overbevolking en vlektyfus-epidemieën kwamen in korte tijd talloze inwoners om het leven. Het getto werd op 2 april 1943 geliquideerd. Ongeveer 6.000 Joden werden die dag naar een bos bij het nabijgelegen dorp Yelykhovychi (Jelichowice) gebracht en daar in massagraven geëxecuteerd.
3. Het Dwangarbeidskamp (1942–1943) Oprichting: Eind 1942 richtte de SS onder leiding van Josef Grzimek een specifiek nazi-werkkamp (Zwangsarbeitslager) in de stad op. Gevangenen werden ingezet als slavenarbeiders in werkplaatsen en bij de zware aanleg van spoorlijnen. Verzet: Binnen dit kamp organiseerde de Joodse gevangene Hilel Safran een gewapende verzetsgroep. Hun pogingen om uit te breken naar de bossen mislukten grotendeels na verraad door de lokale bevolking. In juli 1943 werd ook dit werkkamp door de nazi's volledig geliquideerd en werden de resterende arbeiders vermoord.
Deportaties naar Belzec Naast de executies ter plaatse werden tijdens grote razzia's (Aktionen) in augustus en november 1942 ruim 5.000 Joden uit Zolochiv in veewagons gedeporteerd naar het Vernietigingskamp Bełżec, waar zij direct bij aankomst in de gaskamers werden vermoord. Toen het Rode Leger de stad op 18 juli 1944 bevrijdde, waren er van de oorspronkelijke Joodse gemeenschap nog geen 200 overlevenden over.
Zossen
Zossen
Duitsland
Zossen (met name het stadsdeel Wünsdorf, gelegen ten zuiden van Berlijn) speelde een cruciale en veelzijdige rol in de kampen- en militaire geschiedenis van nazi-Duitsland.
1. Het vroege nazi-concentratiekamp (1933) Direct na de machtsovername door Adolf Hitler in 1933 richtten de nazi's overal in Duitsland zogenaamde vroege concentratiekampen (of wilde kampen) op. Dit kamp stond onder toezicht van de SS-Sonderkommando Berlin (later de Leibstandarte SS Adolf Hitler). Het werd voornamelijk gebruikt om politieke tegenstanders, zoals communisten, op te sluiten en te terroriseren.
2. Barackenbau Zossen / Außenkommando Wulkow (1944–1945) Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond het hoofdkwartier van de Duitse landmacht (OKH) zich in het ondergrondse bunkercomplex Maybach I en II in Zossen-Wünsdorf. Vanwege de hevige geallieerde bombardementen op Berlijn moest er een veilig uitwijkhoofdkwartier worden gebouwd. Hiervoor werd de dwangarbeidersgroep Barackenbau Zossen opgericht. Dit was een berucht buitenkamp (Außenkommando) van het Ghetto Theresienstadt, fysiek gesitueerd in Wulkow (nabij Trebnitz). Ruim 200 Joodse gevangenen moesten in barre omstandigheden een houten barakkenkamp opbouwen voor de nazi-top. In februari 1945 werd het kamp ontruimd en werden de overlevenden in veewagons teruggevoerd naar Theresienstadt.
Zschachwitz
Zschachwitz
Duitsland
Concentratiekamp Zschachwitz (officieel bekend als Außenlager Dresden-Zschachwitz) was een nazi-buitenlager van het concentratiekamp Flossenbürg. Het kamp lag net buiten Dresden in Duitsland en was actief van midden oktober 1944 tot eind april 1945. Eerste transport: De eerste groep bestond uit 404 Joodse gevangenen uit concentratiekamp Kraków-Płaszów (vrijwel allemaal Polen).Verdere instroom: Later kwamen er 327 gevangenen uit Mauthausen (subkamp Passau II), 272 uit Flossenbürg en 20 uit Auschwitz. In december 1944 telde het kamp exact 1.000 geregistreerde gevangenen uit meer dan 14 verschillende landen. Onder hen bevonden zich ook tieners en jonge kinderen die de Holocaust overleefden Gevangenen moesten onder dwang werken voor het defensiebedrijf MIAG (Mühlenbau und Industrie AG). Ze produceerden aanvalstanks, lichte tankjagers en motoronderdelen voor tanks. De gevangenen sliepen direct in de fabriek, op de eerste en tweede verdieping van het fabrieksgebouw. Joodse gevangenen sliepen op de bovenste verdieping. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. Er was een zware schaarste aan voedsel. Kampcommandant SS-Hauptscharführer Marks en zijn bewakers pasten extreme mishandelingen, zware straffen en dodelijk geweld toe. Veel gevangenen stierven door uitputting, honger en pandoeringen.Het kamp werd op 26 april 1945 opgedoekt vanwege de naderende geallieerde troepen. De gevangenen die nog konden lopen, werden door de SS op een dodenmars gedwongen richting het concentratiekamp Leitmeritz en uiteindelijk naar het Ghetto Theresienstadt, waar de overlevenden uiteindelijk werden bevrijd.
Zschopau
Zschopau
Duitsland
Concentratiekamp Zschopau was een berucht buitenkamp van Concentratiekamp Flossenbürg, operationeel van 21 november 1944 tot midden april 1945. Het kamp huisvestte 500 Joodse vrouwen en meisjes die vanuit Auschwitz II-Birkenau naar Zschopau werden gestuurd. De gevangenen werden tewerkgesteld in de fabrieken van DKW-Werk Zschopau (onderdeel van de Auto Union). Ze produceerden hier onderdelen voor de vliegtuig- en auto-industrie. De vrouwen werden in het complex gehuisvest onder erbarmelijke omstandigheden. Midden april 1945 werd het kamp ontruimd. Tijdens deze evacuatie wisten twee dwangarbeidsters te ontsnappen en onder te duiken bij lokale inwoners, waardoor ze de oorlog overleefden. Velen overleefden de barre omstandigheden van de dwangarbeid en de daaropvolgende dodenmarsen niet. In dezelfde regio lag ook het eerdere Concentratiekamp Sachsenburg, een van de allereerste kampen van nazi-Duitsland dat gevestigd was in een textielfabriek aan de rivier de Zschopau.
Concentratiekamp Zschorlau
Concentratiekamp Zschorlau
Duitsland
Concentratiekamp Zschorlau was een van de vroege, zogeheten wilde nazi-concentratiekampen in het Ertsgebergte in de Duitse deelstaat Saksen. Het kamp functioneerde slechts voor een korte periode in de begindagen van het nazi-regime, van 21 april 1933 tot 10 juli 1933. Het kamp werd provisorisch ingericht in een leegstaand fabrieksgebouw van de zilverwarenfabriek Sächsische Metallwarenfabrik August Wellner Söhne AG uit het naburige Aue. De bewaking van de gevangenen was in handen van een combinatie van de SS, SA en de lokale politie uit Aue. Er werden voornamelijk politieke tegenstanders van het nazi-regime opgesloten (zogenoemde Schutzhäftlinge). Dit waren met name communisten (KPD) en sociaaldemocraten (SPD) uit de regio.Regime: Het dagelijks leven van de gevangenen in werkelijkheid getekend door zware dwangarbeid, mishandeling en foltering. In de zomer van 1933 centraliseerden de nazi's het kampsysteem om de controle te professionaliseren. Zschorlau werd daarom na 83 dagen gesloten, waarna de resterende gevangenen naar grotere kampen zoals Sachsenburg werden overgebracht. Voor een aantal bewakers vormde de brute leiderschapservaring in dit vroege kamp de start van een grotere carrière binnen het nazi-apparaat. De bekendste hiervan was kampcommandant Robert Weißmann. Na de sluiting van Zschorlau stroomde hij door naar de Gestapo en klom tijdens de Tweede Wereldoorlog op tot SS-Hauptsturmführer en leider van de Sicherheitspolizei in het bezette Polen, waar hij verantwoordelijk was voor grootschalige massamoorden op de Joodse bevolking. Hoewel het kamp zelf in 1933 sloot, liep er vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog (in april 1945) nog een beruchte dodenmars door de gemeente Zschorlau. Dit betrof uitgehongerde gevangenen van het Flossenbürg-buitenkamp Mülsen St. Micheln, die door de SS via Zschorlau richting het treinstation van Wolfsgrün werden gedreven om ze uit handen van het naderende Amerikaanse leger te houden.
Concentratiekamp Zuchinia
Concentratiekamp Zuchinia
?
Zuffenhausen
Zuffenhausen
Duitsland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtte het nazi-regime een groot complex op op de Schlotwiese in Zuffenhausen. Dit was een Zwangsarbeitslager (dwangarbeiderskamp) en krijgsgevangenenkamp. Er zaten duizenden buitenlandse dwangabeiders (voornamelijk uit Oost-Europa) die onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken in de lokale oorlogsindustrie, zoals voor de motorenfabrieken van Heinkel.Hoewel het administratief geen officieel concentratiekamp (Konzentrationslager) was, waren de leefomstandigheden extreem zwaar. Gevangenen die de regels overtraden, werden vanuit hier direct gedeporteerd naar omliggende concentratiekampen zoals Welzheim.
Concentratiekamp Züllichau
Concentratiekamp Züllichau
Polen
Züllichau (het huidige Poolse Sulechów). Er waren verschillende nazi-faciliteiten en lokale nazi-kopstukken actief, en Joodse inwoners werden vanuit deze regio gedeporteerd.
Inwoner en kampcommandant: Arthur Liebehenschel, geboren in de regio en getrouwd in Züllichau, was een beruchte SS-officier. Hij diende als kampcommandant in zowel Auschwitz-Birkenau als Majdanek.
De Joodse gemeenschap in Züllichau is tijdens de Holocaust systematisch vervolgd en grotendeels uitgeroeid. Joodse inwoners werden opgesloten en gedeporteerd via transporten (zoals het 33e Oost-transport) naar vernietigingskampen zoals Auschwitz.
Arbeid en militaire inzet: In de nadagen van de oorlog (najaar 1944) werden er onder andere barakken en kazernes in Züllichau gebruikt, onder meer voor de SS-Sonderformation Dirlewanger en het hergroeperen van dwangarbeiders.
Concentratiekamp Zvertiv
Concentratiekamp Zvertiv
Oekraine
Zvertiv (Oekraïens: Звертів) een bestaand dorp in de regio Lviv in het westen van Oekraïne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lagen in de buurt van deze regio verschillende nazikampen en getto's. Enkele kampen Janovska (Janowska): Een dwangarbeids- en concentratiekamp aan de rand van de stad Lviv.
Belzec: Een van de grote vernietigingskampen van Aktion Reinhard, gelegen net over de huidige Poolse grens, niet ver van de regio Lviv.
Zloczow (Zolotsjiv): Een nabijgelegen plaats waar een groot getto en een dwangarbeidskamp voor Joden waren ingericht.
Concentratiekamp Zvynjac
Concentratiekamp Zvynjac
Oekraine
Zvynyach (Oekraïens: Звиняч, Pools: Zwiniacz) in de regio Ternopil in het westen van Oekraïne. Tijdens de Holocaust vonden in deze regio (Galicië) massale wreedheden plaats door de nazi's en waren er diverse dwangarbeiderskampen voor Joden,
Zweibrücken Hinzert
Concentratiekamp Zweibrücken
Duitsland
Concentratiekamp Zweibrücken was tijdens de Tweede Wereldoorlog een zwaarbewaakt nazi-tuchthuis (Zuchthaus) en doorgangskamp. Het complex in het Duitse Zweibrücken diende als een strafgevangenis waar het naziregime politieke gevangenen, verzetsstrijders en dwangarbeiders opsloot.Vele gevangenen werden onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden in afwachting van deportatie naar de grotere concentratiekampen, zoals Ravensbrück of Natzweiler-Struthof. Het tuchthuis waar veel Nederlanders gevangen hebben gezeten voordat ze op transport gingen naar andere kampen (zoals Neuengamme).
Zwickau
Concentratiekamp Zwickau-Osterstein
Duitsland
Concentratiekamp Zwickau-Osterstein, gevestigd in Osterstein Castle (Zwickau) in de Duitse deelstaat Saksen, diende in 1933 als een van de vroege concentratiekampen in nazi-Duitsland. Vanaf 1944 deed het complex tevens dienst als buitenkamp (Aussenlager) van concentratiekamp Flossenbürg. Vroege kamp (1933): Kort na de machtsovername van Adolf Hitler in 1933 gebruikten de nazi's de voormalige gevangenis in het kasteel als vroeg concentratiekamp om politieke tegenstanders op te sluiten. Buitenkamp (1944-1945): Tussen 30 augustus 1944 en 14 april 1945 was het complex een officieel buitenkamp van Zwickau - KZ-Gedenkstätte Flossenbürg. De gevangenen werden onder mensonterende omstandigheden tewerkgesteld in de nabijgelegen auto-industrie, waaronder de Horch-fabrieken. In april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, werd het kamp ontruimd. Tijdens de daaropvolgende dodenmarsen en executies zijn tientallen gevangenen om het leven gekomen.
Zwieberge
Zwieberge
Duitsland
Concentratiekamp Langenstein-Zwieberge was een buitenkamp van het concentratiekamp Buchenwald, dat bestond van april 1944 tot april 1945. Ongeveer 7.000 gevangenen uit 22 landen werden er gedwongen tot zware dwangarbeid onder mensonterende omstandigheden. Het kamp lag in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, nabij het dorp Langenstein en dichtbij Halberstadt (ten noorden van het Harzgebergte). De gevangenen werden door de nazi’s ingezet voor de aanleg van kilometerslange ondergrondse tunnels en wapenfabrieken. Door uithongering, ziekten, mishandeling en dodelijke uitputting vonden duizenden gevangenen hier de dood. Vlak voor de bevrijding in april 1945 werden de nog levende gevangenen door de SS gedwongen tot een brute dodenmars, waarbij opnieuw honderden mensen stierven. Op 14 april 1945 werd het kamp bevrijd door Amerikaanse troepen.
Concentratiekamp Zwierzyniec
Concentratiekamp Zwierzyniec
Polen
Concentratiekamp Zwierzyniec (officieel Durchgangslager Zwierzyniec) was een nazi-doorgangskamp in het Zuidoosten van Polen. Het kamp werd in 1940 door de Duitsers opgezet tijdens de Tweede Wereldoorlog.Tussen 1942 en 1943 fungeerde het als belangrijk overgangs- en selectiekamp voor de beruchte Aktion Zamość. Het kamp diende initieel als werkkamp voor Polen, maar werd tijdens de Aktion Zamość een doorgangskamp voor zo'n 20.000 tot 24.000 burgers uit de regio Zamość, waaronder duizenden vrouwen en kinderen. Gedetineerden werden onderworpen aan strenge selecties. Jonge en sterke mannen en vrouwen werden geselecteerd voor dwangarbeid in Duitsland. Kinderen en ouderen werden vaak doorgestuurd of onderworpen aan germaniseringsprogramma's. De omstandigheden in het kamp waren erbarmelijk. Het bestond slechts uit een met prikkeldraad omheind plein zonder gebouwen, wat leidde tot een hoge sterfte onder de gevangenen.
Zwischenahn
Zwischenahn
Duitsland
De NS-Euthanasie in Wehnen (Bad Zwischenahn) nazi-locatie in de gemeente voormalige Heil- und Pflegeanstalt Wehnen. Dit was een psychiatrische instelling waar tijdens het nazi-regime (tussen 1936 en 1945) de systematische moord op patiënten plaatsvond. Meer dan 1.500 psychisch zieke en gehandicapte personen werden hier opzettelijk omgebracht door uithongering, verwaarlozing en dodelijke medicatie. Dit maakte deel uit van het nazi-euthanasieprogramma (Actie T4).
Fliegerhorst Zwischenahn en Zwangsarbeid Bad Zwischenahn beschikte over een belangrijk militair vliegveld van de Luftwaffe (Fliegerhorst Zwischenahn). Bij de aanleg, het herstel en de productie op dit vliegveld (onder andere voor het raketvliegtuig Messerschmitt Me 163) werd op grote schaal gebruikgemaakt van dwangarbeiders en krijgsgevangenen. Hiervoor waren lokale burgerarbeiderskampen (Zivilarbeiterlager) en barakken ingericht rondom het vliegveld.
Concentratiekamp Zwittau
Concentratiekamp Zwittau
Polen
Concentratiekamp Zwittau werkkamp in Brněnec (Brünnlitz) dat in 1944 werd opgezet door de Sudeten-Duitse industrieel Oskar Schindler. Het kamp diende als dekmantel voor zijn munitiefabriek en was feitelijk een veilige haven waar hij ruim 1.100 Joodse arbeiders wist te redden. Oorspronkelijk was Schindler gevestigd in Krakau, maar toen de nazi's in 1944 de werkkampen sloten, wist hij toestemming te krijgen om zijn fabriek en zijn Joodse arbeiders (de Schindlerjuden) te verplaatsen naar zijn geboortestreek bij Zwittau (het huidige Svitavy in Tsjechië). Het kamp annex de fabriek stond in Brněnec (Brünnlitz). Het ligt in de regio Moravië, niet ver van de stad Svitavy (voorheen Zwittau). Administratief gezien viel het onder het systeem van concentratiekamp Groß-Rosen. Schindler wist zijn arbeiders te beschermen tegen deportatie naar vernietigingskampen. Binnen het kamp, dat voorzien was van wachttorens en prikkeldraad, verbood hij de SS actief om zich met de arbeiders te bemoeien. Zijn echtgenote Emilie Schindler speelde een cruciale rol. Zij ving in januari 1945 een zwaar transport met uitgehongerde Joden uit kamp Goleschau op en wist medicijnen en voedsel te regelen.
Zwodau = Svatava bei Karlsbad
Zwodau = Svatava bei Karlsbad
Tsjechie
Concentratiekamp Zwodau de nazi-naam voor het dorp Svatava, gelegen nabij Karlovy Vary (Karlsbad) in Tsjechië. Het functioneerde als een buitenkamp, eerst van concentratiekamp Ravensbrück en later onder het gezag van Flossenbürg. Het kamp was actief van 30 november 1943 tot 20 april 1945. Er zaten voornamelijk vrouwelijke gevangenen, met een piek van ruim 1.000 vrouwen die dwangarbeid moesten verrichten voor de Duitse oorlogsindustrie (waaronder munitieproductie in de Bernhard-Werke). Het voormalige kampgebied bevindt zich in Svatava.
Concentratiekamp Žydaciv
Concentratiekamp Žydaciv
Oekraine
In het najaar van 1942 dwongen de nazi's Joden uit Žydaciv en omliggende dorpen zich te concentreren. Velen werden overgebracht naar de gevangenis en het getto van het nabijgelegen Stryj. De Joodse bevolking van Žydaciv werd vervolgens gedeporteerd. De meesten kwamen om in het vernietigingskamp Bełżec, een van de hoofdkampen in het nazi-systeem, of werden direct doodgeschoten.
Concentratiekamp Zyrardów
Concentratiekamp Zyrardów
Polen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich in de stad een getto, en fungeerde de stad als een belangrijk doorgangspunt voor slachtoffers die naar vernietigingskampen werden gestuurd. Het Getto van Żyrardów: Dit getto werd in het najaar van 1940 door de Duitse bezetters ingesteld en sloot de Joodse bevolking van de stad op. De gevangenen uit het getto, alsook die uit de nabijgelegen plaats Wiskitki, werden in februari en maart 1942 bijeengedreven. Vervolgens werden ze gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.
Concentratiekamp Zywiec
Concentratiekamp Zywiec
Polen
In 1940 voerden de nazi's de Action Saybusch uit. Hierbij werden ongeveer 20.000 etnische Polen uit de regio Żywiec met geweld verdreven en gedeporteerd, zodat de streek kon worden bevolkt door etnische Duitsers (Volksdeutsche). Veel van de verdreven jonge mannen en vrouwen werden niet direct in kampen geplaatst, maar als dwangarbeiders (vaak in erbarmelijke omstandigheden) afgevoerd naar het Derde Rijk. De stad Żywiec ligt hemelsbreed slechts op ongeveer 30 kilometer afstand van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Veel inwoners uit de regio Żywiec en de omliggende dorpen zijn tijdens de oorlog in ditzelfde kamp opgesloten of vermoord.