Lijst Republiekeinse kampen Indonesië

Niet compleet!

Republikeinse kampen waren interneringskampen in Nederlands-Indië die tussen oktober 1945 en mei 1947 werden opgezet door de Republik Indonesia. Daarin werden naar schatting 46.000 tot 50.000 Nederlanders en Indische Nederlanders gehuisvest.

Periode: Oktober 1945 – mei 1947, tijdens de turbulente Bersiap-periode na de Tweede Wereldoorlog.

Locatie: Voornamelijk op Java en Madoera.

Doel volgens de Republiek: Bescherming van de Europese burgers tegen radicale en gewelddadige Indonesische revolutionairen.

Ervaring van geïnterneerden: Velen voelden zich echter gevangengenomen of gegijzeld onder vaak moeilijke omstandigheden

Maluku

Amahei

In Amahei op de zuidkust van Ceram, was van 30 april 1943 tot 21 oktober 1943 een krijgsgevangenkamp (ook wel Juliana-kamp genoemd) gevestigd. De 1026 krijgsgevangenen werden ingezet bij de aanleg van een vliegveld. 31 van hen hebben het kamp niet overleefd.

Haroekoe

Haroekoe had van 5 mei 1943 tot 1 augustus 1944 een krijgsgevangenkamp bij de plaats Palao (Pelauw). Van de circa 3000 mannen, die het tewerkgesteld werden bij de aanleg van een nieuw vliegveld, hebben er 386 het kamp niet overleefd.

STOVIL

STOVIL (School tot Opleiding van Inlandse Leraren) was van 28 februari 1942 tot 28 december 1942 een burgerkamp in Ambon-stad, aan de Verlengde Hatiwestraat.

Liang

In Liang aan de noordkust van Ambon was van mei 1943 tot augustus 1944 een krijgsgevangenkamp gevestigd waar de gevangenen tewerkgesteld waren aan de uitbreiding van het Vliegveld Liang.

Sulawesi

Parepare

Parepare is een plaats in de regio Celebes waar een burgerkamp gelegen was gevestigd bij het infanteriekampement ongeveer 130 kilometer ten noorden van Makassar, aan de westkust van Zuid-Celebes (Sulawesi). Het kamp was in gebruik tussen september 1942 en 22 oktober 1944. Tussen 22 oktober 1944 en 3 juni 1945 was er ook een burgerkamp bij de Bojo-rivier ingericht. In enkele scholen waren er tussen 24 augustus 1945 en september 1945 opvangkampen gevestigd.

Bodjo

Bodjo was een burgerkamp, gelegen nabij de Bodjo-rivier, ongeveer 8 kilometer ten zuiden van Parepare, ruim 120 kilometer ten noorden van Makassar, in het zuidwesten van Celebes (Sulawesi). Het kamp was operationeel van 22 oktober 1944 tot 3 juni 1945.

Bolong

Bolong was een burgerkamp, gelegen op circa 1.300 meter hoogte in het Quarlesgebergte in Midden-Celebes (Sulawesi), ongeveer 250 kilometer ten noorden van Makassar. Het kamp was operationeel tussen 3 mei 1945 en 26 augustus 1945.

Malino

Malino was een vrouwenkamp op Zuidwest-Celebes, 70 kilometer ten oosten van Makassar. Het kamp bevond zich in 50 huizen en bungalows, onder andere van de Kindervakantiekolonie (KVK), in Malino en was niet omheind. Van 10 januari 1942 tot 5 mei 1943 zaten hier 1300 vrouwen en kinderen gevangen waarvan zeker 7 omkwamen. Het kamp wordt wel eens verward met Kampili waarnaar de meeste gevangenen werden getransporteerd.

Benteng Tinggi

Benteng Tinggi was een burgerkamp, gelegen circa 3 kilometer ten westen van Malino, op de zuidwestpunt van Celebes (Sulawesi). Het was operationeel tussen 1942 en 1943.

Kalimantan

Samarinda

Het Militair Kampement in Samarinda op Borneo was van 19 maart 1942 tot juli 1945 in gebruik als krijgsgevangenkamp.

Poeroek Tjahoe

 

Lingkas

Lingkas was een burgerkamp, gelegen op het eiland Tarakan, voor de oostkust van Borneo. Het was in gebruik in de periode tussen 12 oktober 1943 en 29 november 1943.

Malinau

Malinau was een burgerkamp, gelegen aan de oostkust van Borneo. Het was operationeel tussen 25 april 1942 en 29 april 1942.

Batu Lintang

Batu Lintang was een krijgsgevangenkamp, mannenkamp, vrouwenkamp en opvangkamp in Noordwest-Borneo nabij Kuching. Het kamp bevond zich in een kampement van het Brits-Indische leger. Van 14 juli 1942 tot 11 september 1945 fungeerde Batu Lintang als krijgsgevangenkamp, mannenkamp en vrouwenkamp. Van 23 augustus 1945 tot 8 december 1945 fungeerde het als opvangkamp. De verschillende groepen gevangenen werden in gescheiden kampafdelingen opgesloten.

Jawa

Kenongo

Kenongo was een burgerkamp gelegen op het terrein van de onderneming Kenongo ten zuidoosten van Kediri, 5 kilometer ten zuidoosten van Wlingi (Oost-Java). Dit kamp was operationeel in 1943.

Galoehan

Galoehan was een vrouwenkamp op Oost-Java, 12 kilometer ten zuiden van Kediri. Het kamp bevond zich in de administrateurswoning en bijgebouwen van de suikerfabriek Galoehan. Van 27 december 1942 tot 17 februari 1944 functioneerde Galoehan als vrouwenkamp. Er zaten 304 vrouwen en kinderen gevangen.

Militair Hospitaal Tjimahi

Militair Hospitaal Tjimahi was een mannenkamp en opvangkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng. Het kamp bevond zich in enkele gebouwen van het Militair Hospitaal in het centrum van Tjimahi (Cimahi). Militair Hospitaal Tjimahi bleef dienst doen als kamphospitaal van de kampen in Bandoeng en Tjimahi van het district Bunsho II. Van augustus 1942 tot mei 1945 fungeerde het Militair Hospitaal Tjimahi als mannenkamp. Van 23 augustus 1945 tot december 1945 fungeerde het als opvangkamp.

Boerderij Zonnehoeve Tjimindi

Boerderij Zonnehoeve Tjimindi was een burgerkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng. Het kamp bevond zich op de boerderij Zonnehoeve bij Tjimindi. Van juni 1942 tot 23 augustus 1945 werden hier krijgsgevangenen, burgermannen en jongens tewerkgesteld.

4e en 9e Bataljon

4e en 9e Bataljon was achtereenvolgens een krijgsgevangenkamp, mannen- en jongenskamp en opvangkamp, ten noorden van de spoorlijn en het (huidige) treinstation van Cimahi. Het kamp bevond zich in kazernes van het 4e en 9e Bataljon. Van april 1942 tot eind januari 1944 werden hier 10.600 Molukse, Australische, Nederlandse, Britse, Indo-Europese en Menadonese krijgsgevangenen geinterneerd. Van eind januari 1944 tot 23 augustus 1945 functioneerde het kamp als burgerkamp. 12.357 mannen en jongens werden hier geïnterneerd. Van september 1945 tot april 1946 verbleven 8000 mannen, vrouwen en kinderen in het kamp. In deze laatste periode lieten eerder geïnterneerde mannen hun gezinnen overkomen en verbleven er Indo-Europese gezinnen uit de omgeving.

Compagnie Tjimahi

Kampement Mitrailleur Compagnie Tjimahi was een krijgsgevangenkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng. Het kamp bevond zich in het kampement van de Mitrailleur Compagnie in het centrum van Tjimahi (Cimahi). Van 8 maart 1942 tot eind maart of begin april 1942 functioneerde Kampement Mitrailleur Compagnie Tjimahi als voorlopig krijgsgevangenkamp totdat de Japanse bezettingsmacht de internering van krijgsgevangenen op zich nam.

Tjimahi

Tjimahi is een plaats in West-Java, ten noordwesten van Bandoeng, waar meerdere burgerkampen, opvangkampen en krijgsgevangenkampen waren gehuisvest, onder andere bij het kampement van het Depot Mobiele Artillerie aan de Barosweg en de Willemstraat, Boerderij Zonnehoeve, de Boerderij Vredesteijn Leuwigadjah en verschillende KNIL-kampementen.

Gadobangkong

Gadobangkong was een vrouwenkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng. Het kamp bevond zich in het Groot Zendingsgebouw van de Zevendedags Adventisten in Gadobangkong, een dorp enkele kilometers ten westen van Tjimahi (Cimahi). Van 1 november 1942 tot 1 augustus 1943 fungeerde Gadobangkong als vrouwenkamp, al mochten de geïnterneerden als zij toestemming hadden het kamp verlaten. Er werden 500 vrouwen en kinderen van Indonesische KNIL-militairen ondergebracht.

Kenongo

Kenongo was een burgerkamp gelegen op het terrein van de onderneming Kenongo ten zuidoosten van Kediri, 5 kilometer ten zuidoosten van Wlingi (Oost-Java). Dit kamp was operationeel in 1943.

KNIL-kampement Batoedjadjar

KNIL-Kampement Batoedjadjar was een krijgsgevangenkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng. Het kamp bevond zich in het KNIL-kampement in Batoedjadjar (Batujajar). Van 8 maart 1942 tot eind maart of begin april 1942 functioneerde KNIL-Kampement Batoedjadjar als voorlopig krijgsgevangenkamp totdat de Japanse bezettingsmacht de internering van krijgsgevangenen overnam.

Soekamiskin

De Soekamiskin-gevangenis, gelegen ongeveer 8 kilometer ten oosten van Bandoeng, was een burgerkamp in de periode tussen maart 1942 en september 1945. In de periode 23 augustus 1945 tot 20 oktober 1945 was het een Republikeins kamp.

KNIL-kampement Padalarang

KNIL-Kampement Padalarang was een krijgsgevangenkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng en Tjimahi. Het kamp bevond zich in het KNIL-kampement in Padalarang. Van 8 maart 1942 tot eind maart of begin april 1942 functioneerde KNIL-Kampement Padalarang als voorlopig krijgsgevangenkamp totdat de Japanse bezettingsmacht de internering van krijgsgevangenen overnam.

KNIL-kampement Radjamendala

KNIL-Kampement Radjamendala was een krijgsgevangenkamp op West-Java ten noordwesten van Bandoeng en Tjimahi. Het kamp bevond zich in het KNIL-kampement in Radjamendala (Rajamandala). Van 8 maart 1942 tot eind maart of begin april 1942 functioneerde KNIL-Kampement Radjamendala als voorlopig krijgsgevangenkamp totdat de Japanse bezettingsmacht de internering van krijgsgevangenen overnam.

Moentilan

Moentilan was een burgerkamp op Midden-Java ten noorden van Jogjakarta. Het kamp bevond zich in het klooster- en scholencomplex van het Xaverius College in Moentilan (Muntilan). Van 27 december 1942 tot 22 augustus 1945 fungeerde Moentilan als burgerkamp. Er zaten 4515 vrouwen en kinderen, maar ook enkele mannen, jongens en geestelijken gevangen, waarvan zeker 140 omkwamen.

Mendoet

Mendoet was een vrouwenkamp op Midden-Java ten noorden van Jogjakarta. Het kamp bevond zich in het rooms-katholieke meisjesinternaat in Mendoet (Mendut). Van 24 november 1943 tot 19 maart 1944 fungeerde Mendoet als vrouwenkamp. Er zaten 130 vrouwen gevangen.

Poerworedjo

Poerworedjo is een plaats op Midden-Java waar een burgerkamp gevestigd was in het militair kampement aan de zuidrand van de stad. Het was in gebruik in de periode november 1942-december 1942 en in augustus 1943. In de gevangenis was een Republikeins kamp in de periode tussen november 1945 en januari 1946. In het Klooster Missionarissen Heilig Hart van Jezus was een opvangkamp voor behoeftige inheemse en Indo-Europese vrouwen en kinderen in juli 1942. Het Militair ziekenhuis fungeerde als Republikeins kamp in de periode van november 1945 tot april 1946.

Militair kampement Poerworedjo

Het Militair kampement te Poerworedjo functioneerde van november 1942 tot december 1942 en vanaf half augustus 1943 enkele maanden als burgerkamp.

Fort Ngawi

Het Fort Generaal Van den Bosch in Ngawi (Oost-Java) was van 1940-1942 in gebruik als interneringskamp (vijandelijke burgers) waar NSB'ers en Duitsers preventief werden geïnterneerd. Vanaf februari 1943 was het een interneringskamp (Japanse bezetting) waar Europese burgers werden geïnterneerd.

Nieuwe gevangenis Pekalongan

Nieuwe gevangenis Pekalongan was een mannenkamp en republikeins kamp halverwege de Boomstraat (nu Jl. W.R. Supratman 106) in Pekalongan, Java. In de periode van maart 1942 tot september 1943 werden hier 480 mannen geïnterneerd o.a. ambtenaren en broeders van het klooster in Purworejo. In de periode van 18 oktober 1945 tot 29 november 1945 functioneerde het als republikeins kamp waar 130 mannen en jongens geïnterneerd waren.

Bogor

Buitenzorg (nu Bogor) is een plaats op West-Java, ongeveer 50 kilometer ten zuiden van Batavia (Jakarta). Het was een burgerkamp (maart 1942 - augustus 1945), krijgsgevangenkamp (maart - juni 1942) en opvangkamp (17 oktober 1945 tot 1947). Sommige locaties zijn gebruikt als Republikeins kamp in de periode 15 oktober 1945 tot 30 oktober 1945.

Tegal gevangenis

Tegal gevangenis was een mannenkamp gelegen bij de haven van Tegal, Java. Het kamp was ondergebracht in een gevangenis, voorheen een VOC-fort. In de periode van 15 maart 1942 tot 7 juni 1942 werden hier 100 mannen geïnterneerd, vooral leden van de Stadswacht en ambtenaren.

Todanstraat

Todanstraat was een vrouwenkamp gelegen in het noordwesten van Tegal, Java. Het kamp was ondergebracht in Europese woonhuizen en bijgebouwen. In de periode van oktober 1943 tot 3 maart 1944 werden hier 765 vrouwen en kinderen geïnterneerd uit de omgeving, voornamelijk van Indo-Europese afkomst. Na ontruiming van het kamp werden zij in maart 1944 overgebracht naar kamp Kedoengbadak in Buitenzorg (Bogor).

Tjitjalengka

Tjitjalengka was een burgerkamp ongeveer 30 kilometer ten oosten van Bandoeng (West-Java). Het burgerkamp was in gebruik tussen 15 juli 1945 en 19 augustus 1945. In de periode oktober 1945-08 november 1945 was er ook een republikeinskamp in Tjitjalengka.

Montaja-Tjisalobak

Montaja-Tjisalobak was een jongenskamp op West-Java 35 kilometer ten zuidwesten van Bandoeng en Tjimahi. Het kamp bevond zich op de ondernemingen Montaja en Tjisalobak bij het dorp Goenoeng Haloe (Gunung Halu). Het kamp staat daarom ook wel bekend als Goenoeng Haloe. Van 9 januari 1945 tot 31 augustus 1945 fungeerde Montaja-Tjisalobak als jongenskamp en landbouwkolonie. Er zaten 360 Indo-Europese jongens en enkele vrouwen en kinderen gevangen. Voor het werk kreeg men rijst en andere levensmiddelen, naast een klein loon in geld.

Cheribon-gevangenis

Cheribon-gevangenis functioneerde als vrouwen- en mannenkamp en als gevangenis van de politieke inlichtingendienst (PID). Het kamp was ondergebracht in de oude gevangenis, gelegen vlakbij de haven in het centrum van Cheribon (nu Cirebon), Java. In de periode van maart 1942 tot augustus 1945 werden hier mannen, vrouwen en kinderen geinterneerd. Vanaf 1943 werden hier ook politiek gevangenen vastgezet, vooral met een Indonesische en Chinese achtergrond. Van 18 oktober 1945 tot 3 mei 1946 functioneerde het kamp als republikeins kamp waar zo’n 1200 mannen, vrouwen en kinderen werden geïnterneerd.

Tjideng

Tjideng was een vrouwenkamp en opvangkamp op West-Java in Batavia. Het kamp bevond zich in een omheinde woonwijk in het westen van de stad. Van augustus 1942 tot 23 augustus 1945 fungeerde Tjideng als vrouwenkamp. Van 23 augustus 1945 tot eind februari 1946 was het een opvangkamp.

Grogol

Grogol was een vrouwenkamp en een mannenkamp op West-Java nabij Batavia. Het kamp bevond zich in het voormalig doorgangshuis voor geesteszieken ten noordwesten van Batavia. Van 1 juli 1943 tot 29 augustus 1944 en van 28 november 1944 tot 18 april 1945 fungeerde Grogol als vrouwenkamp. Van 29 augustus 1944 tot 28 november 1944 fungeerde het als mannenkamp.

Glodok

Glodok was een gevangenis aan Molenvliet-Oost/Gang Lindeteves, in de Chinese wijk Glodok, in het noorden van Batavia (West-Java). De gevangenis deed dienst als burgerkamp (6 maart 1942-25 maart 1942 en 27 september 1944 -27 augustus 1945) en krijgsgevangenenkamp (maart 1942-november 1943).

Bendoredjo

Bendoredjo was een burgerkamp, gelegen in Kediri (Oost-Java), ten zuidoosten van Madioen. In de omgeving van Kediri waren kleine kampen ingericht voor mannen die onder de Japanse bezetting moesten doorwerken en hun gezinnen. Bendoredjo was één van de ondernemingen waar zo'n kamp gevestigd was. Het is niet bekend wanneer het kamp operationeel werd. In 1943 werd het kamp opgeheven. Tussen 15 december 1945 en 1946 was er een Republikeins kamp gevestigd.

Kamp Onrust

Kamp Onrust was een interneringskamp (vijandige burgers) op het eilandje Pulau Onrust (Pulau Kapal) bij Jakarta in West-Java. Na de Duitse inval in Nederland werden in kamp Onrust Indische NSB'ers, Duitsers, Italianen, Oostenrijkers, Tsjechen en Hongaren preventief geïnterneerd. Een gedeelte van de geïnterneerden werd na de Japanse inval naar Kamp Jodensavanne in Suriname getransporteerd.

Sulawesi

Spoorwegkamp 9 Logas

Spoorwegkamp 9 Logas was van 1 juni 1945 tot 23 augustus 1945 een krijgsgevangenkamp bij de plaats Logas op Sumatra, waarvan de gedetineerden gebruikt werden als dwangarbeiders voor de aanleg van de Pakan Baroe-spoorweg van Pakan Baroe (nu Pekanbaru) naar Moeara (nu Muaro Sijunjung).

Spoorwegkamp 12 Koeantan rivier 2

Spoorwegkamp 12 Koeantan rivier 2 was van 12 juli 1945 tot 10 augustus 1945 een krijgsgevangenkamp in de plaats Muaro Silokek op Sumatra, aan de noordoever van de rivier Kuantan, zoals het middelste deel van de Indragiri rivier genoemd wordt. De gedetineerden werden gebruikt als dwangarbeiders voor de aanleg van de Pakan Baroe-spoorweg van Pakan Baroe (nu Pekanbaru) naar Moeara (nu Muaro Sijunjung).

Spoorwegkamp 14 Tapoei

Spoorwegkamp 14 Tapoei was van 3 november 1944 tot 28 juni 1945 een krijgsgevangenkamp bij de plaats Petai op Sumatra waarvan de gedetineerden gebruikt werden als dwangarbeiders voor de aanleg van de Pakan Baroe-spoorweg van Pakan Baroe (nu Pekanbaru) naar Moeara (nu Muaro Sijunjung). Dit kamp was opgezet om de aldaar liggende kolenmijnen beter te kunnen bereiken.

Spoorwegkamp 11 Koeantan rivier 1

Spoorwegkamp 11 Koeantan-rivier 1 was van 10 augustus 1945 tot 23 augustus 1945 een krijgsgevangenkamp in de plaats Padang Tarok op Sumatra, aan de noordoever van de rivier Kuantan, zoals het middelste deel van de Indragiri rivier genoemd wordt. De gedetineerden werden gebruikt als dwangarbeiders voor de aanleg van de Pakan Baroe-spoorweg van Pakan Baroe (nu Pekanbaru) naar Moeara (nu Muaro Sijunjung). Hier werden romusha’s en krijgsgevangenen gezamenlijk aan het werk gesteld.

Spoorwegkamp 13 Moeara

Spoorwegkamp 13 Moeara was van 7 maart 1945 tot 12 juli 1945 een krijgsgevangenkamp in de plaats Muaro Sijunjung op Sumatra, waarvan de gedetineerden gebruikt werden als dwangarbeiders voor de aanleg van de Pakan Baroe-spoorweg van Pakan Baroe (nu Pekanbaru) naar Moeara (nu Muaro Sijunjung). Krijgsgevangenen zetten dit kamp op, in tegenstelling tot de kampen aan de noordzijde van de spoorweg, waar eerder romusha’s gevestigd waren.

Vrouwenkamp Gevangenis Padang

 

Soengeipenoeh

Soengeipenoeh was een vrouwenkamp op West-Sumatra op 200 kilometer ten zuiden van Padang. Het kamp bevond zich in enkele omheinde huizen en wellicht ook in een apart paviljoen in het KNIL-kampement bij Soengeipenoeh (Sungaipenuh). Van 30 april 1942 tot 20 augustus 1942 fungeerde Soengeipenoeh als vrouwenkamp. Er zaten 67 vrouwen en kinderen gevangen, waarvan zeker 1 omkwam. De Europese gevangenen waren opgepakt in Soengeipenoeh en omgeving, onder meer van ondernemingen op de hellingen van de Kerintji.

Soengeipenoeh-gevangenis

Soengeipenoeh-gevangenis was een mannenkamp op West-Sumatra op 200 kilometer ten zuiden van Padang. Het kamp bevond zich in een gevangenis nabij het vrouwenkamp Soengeipenoeh. Er zaten 50 mannen gevangen.

Tandjoengkarang

Tandjoengkarang was een burgerkamp (7 april 1942-7 juli 1942) en een krijgsgevangenkamp (9 maart 1942-30 maart 1942), gesitueerd in de gevangenis aan het Westeinde, in het westen van Tandjoengkarang.

Pangkalpinang

Pangkalpinang is een plaats op het eiland Bangka voor de oostkust van Sumatra. In het noorden van Pangkalpinang werd de gevangenis tussen 9 april 1942 en 30 mei 1944 gebruikt als burgerkamp. In april 1942 werden 4 vrouwen uit Pangkalpinang geïnterneerd in een 'Europees' woonhuis, omheind met prikkeldraad.

Muntok

Muntok is een plaats op de zuidwestpunt van het eiland Bangka voor de oostkust van Sumatra. In februari 1942 was in de bioscoop, de limonadefabriek en de kazerne Veldpolitie krijgsgevangenkampen ingericht. Daarna waren er tot 16 april 1945 op verschillende lokaties burgerkampen gevestigd. Muntok was een verzamellocatie voor alle 'Europese' vrouwen en kinderen uit Zuid-Sumatra.

Poentjak Sekoening

Poentjak Sekoening was een burgerkamp, gelegen in het westen van Palembang. Het kamp was actief van 16 januari 1943 tot 4 november 1944.

Centraal Ziekenhuis Siantar Dokter Fonds (SDF)

Het Centraal Ziekenhuis Siantar Dokter Fonds (SDF) in Pematangsiantar in Oost-Sumatra was een interneringskamp (Japanse bezetting). Het ziekenhuis functioneerde van 13 maart 1942 tot 21 december 1942 als burgerkamp voor circa 700 personen. Twee personen hebben het kamp niet overleefd.

Schoolinternaat Fort de Kock

Het Schoolinternaat voor inlandse meisjes in Fort de Kock (Bukittinggi) op West-Sumatra was een interneringskamp (vijandelijke burgers) en een vrouwenkamp. Na de Duitse inval in Nederland werden vanaf 10 mei 1940 in het Schoolinternaat Indische NSB'ers en Duitse vrouwen en kinderen preventief geïnterneerd. Vanaf april tot mei 1942 werden in het Schoolinternaat Europese vrouwen en kinderen door de Japanse bezetter geïnterneerd.

Vrouwenkamp Bangkinang

Vrouwenkamp Bangkinang functioneerde van 5 december 1943 tot 23 augustus 1945. Er zaten 2219 vrouwen en kinderen gevangen, waarvan zeker 113 omkwamen.

Spoorwegkamp 3a

Spoorwegkamp 3a was de nieuwe locatie van Spoorwegkamp 3 Taratakboeloeh dat van 20 mei 1944 tot 23 augustus 1945 een krijgsgevangenkamp bij Taratakboeloeh (Teratak Buluh), 17 kilometer ten zuiden van Pakan Baroe (Pekanbaru) op Sumatra was. Spoorwegkamp 3 werd in november 1944 door een overstroming ver¬woest waarna het vervolgens een paar kilometer noordelijker werd herbouwd.

Spoorwegkamp 1 Pakan Baroe

Spoorwegkamp 1 Pakan Baroe was van 20 mei 1944 tot 23 augustus 1945 een krijgsgevangenkamp op Sumatra waarvan de gedetineerden gebruikt werden als dwangarbeiders voor de aanleg van de Pakan Baroe-spoorweg van Pakan Baroe (nu Pekanbaru) naar Moeara (nu Muaro Sijunjung). Voordat de krijgsgevangenen arriveerden was het een werkkamp voor romusha’s die hier startten met de aanleg van de spoorweg. Toen de eerste krijgsgevangenen arriveerden, waren er nog ernstig zieke romusha’s aanwezig. Het kamp had als bijnaam Modderlust.

Si Rengorengo

Si Ringo Ringo was een burgerkamp, gelegen circa 8 kilometer ten westen van Rantauprapat nabij de nog goeddeels onontgonnen onderneming van de Cultuur Maatschappij Si Ringo Ringo. Het kamp was operationeel tussen 1 oktober 1944 en 23 augustus 1945.

Padanghalaban/Panigoran

Padanghalaban/Panigoran was een burgerkamp bij het Station Padanghalaban aan de spoorlijn van Medan naar Rantauprapat, circa 20 kilometer ten noorden van Rantauprapat. Rubberonderneming Panigoran lag iets ten westen van de halteplaats. Het kamp was operationeel tussen 5 oktober 1944 en 23 augustus 1945.

Aek Pamienke

Aek Pamienke was een burgerkamp, gelegen circa 30 kilometer ten noorden van Rantauprapat, aan de Zuid-Asahanlijn van de Deli Spoorweg Maatschappij. Het kamp was operationeel van 1 oktober 1944 tot 23 augustus 1945.

Gevangenis Pematangsiantar

De Gevangenis in Pematangsiantar in Oost-Sumatra was een interneringskamp (vijandelijke burgers) en een interneringskamp (Japanse bezetting). De gevangenis functioneerde vanaf 10 mei 1940 als interneringskamp waar NSB'ers en Duitsers preventief werden geïnterneerd. Van 11 april 1942 tot 15 april 1943 functioneerde het als burgerkamp voor 200 Europese mannen. Door de slechte omstandigheden stierven er veel mannen in het kamp.

Brastagi

Brastagi is een plaats ca. 60 kilometer ten zuiden van Medan (Oost-Sumatra). De bungalow van Harrison & Crosfield, Huize Tameling en het internaat van de Planters School Vereeniging fungeerden als burgerkampen.

Lawesigalagala

Lawesigalagala was een interneringskamp (vijandelijke burgers), krijgsgevangenkamp en interneringskamp (Japanse bezetting) ten zuidoosten van Koetatjane (Kutacane) in de Alasvallei in Noord-Sumatra. Het kamp bestond uit diverse barakken op het terrein van een vezelonderneming. Lawesigalagala was vanaf mei 1940 een interneringskamp (vijandige burgers) waar NSB’ers en Duitsers preventief werden geïnterneerd. Tussen maart en juli 1943 was het een krijgsgevangenkamp. Van 13 augustus 1943 tot 10 oktober 1944 was het een interneringskamp (Japanse bezetting) waar Europeaanse burgers werden geïnterneerd.

Atjeh-weg basiskamp Blangkedjeren

Het Atjeh-weg basiskamp was een van de 12 krijgsgevangenkampen waarvan de gedetineerden gebruikt werden als dwangarbeiders voor de aanleg van een weg van ongeveer 58 kilometer tussen Blangkedjerèn en Takengon (Takingeun). Vanuit dit basiskamp werden de andere kampen bevoorraad. De kampen werden genoemd naar de afstand in kilometers tot Blangkedjerèn. De kampen waren vanaf 8 maart 1944 tot 3 november 1944 operationeel. De aanleg van de weg begon op 1 januari 1944 door duizenden Romusha’s. De krijgsgevangenen begonnen 16 maart 1944. De weg was gereed op 20 juli 1944.