Werkverschaffing Westerveld

Westerveld

De gemeente is na een gemeentelijke herindeling in 1998 ontstaan uit de gemeenten Havelte, Diever, Dwingeloo en Vledder.

 

De gemeente is verdeeld in de volgende wijken:

Wijk 00 Diever 
Wijk 01 Wapse 
Wijk 02 Zorgvlied 
Wijk 03 Dwingeloo 
Wijk 04 Lhee 
Wijk 05 Eemster 
Wijk 06 Geeuwenbrug 
Wijk 07 Dieverbrug 
Wijk 08 Havelte 
Wijk 09 Uffelte 
Wijk 10 Wapserveen 
Wijk 11 Vledder 
Wijk 12 Frederiksoord 
Wijk 13 Nijensleek 
Wijk 14 Vledderveen 
Wijk 15 Wilhelminaoord 
Wijk 16 Doldersum 
Wijk 17 Boschoord 


Een wijk kan bestaan uit meerdere buurten. 

Diever 
Wittelte 
Verspreide huizen Diever 
Wapse 
Verspreide huizen Wapse 
Zorgvlied 
Verspreide huizen Zorgvlied 
Dwingeloo 
Westeinde
Stroovledder 
Dwingelderveld 
Verspreide huizen Dwingeloo 
Lhee 
Lheebroek 
Verspreide huizen Lhee 
Eemster 
Verspreide huizen Eemster 
Geeuwenbrug 
Leggeloo 
Verspreide huizen Geeuwenbrug 
Dieverbrug 
Verspreide huizen Dieverbrug 
Havelte 
Darp 
Havelterberg
Verspreide huizen Havelte 
Uffelte 
Verspreide huizen Uffelte 
Wapserveen midden 
Wapserveen-West
Wapserveen-Oost 
Verspreide huizen Wapserveen 
Vledder 
Verspreide huizen Vledder 
Frederiksoord 
Verspreide huizen Frederiksoord
Nijensleek
Verspreide huizen Nijensleek 
Vledderveen 
Verspreide huizen Vledderveen 
Wilhelminaoord 
Verspreide huizen Wilhelminaoord 
Doldersum 
Verspreide huizen Doldersum 
Verspreide huizen Boschoord 

Westerveld

In Westerveld (en de omliggende gebieden) werden in de eerste helft van de 20e eeuw werkverschaffingsprojecten georganiseerd om werklozen tewerk te stellen bij zware, ongeschoold werk zoals heideontginning, land- en kanaalgraving en andere infrastructuurwerken


Werkverschaffing was een overheidsgestuurde vorm van tewerkstelling van werklozen, vooral in de crisisjaren 1930–1940. De arbeiders kregen geen vaste baan, maar werden verplicht om in werkploegen ongeschoold werk uit te voeren, vaak met schop en kruiwagen. In de regio Weststellingwerf en Westerveld werden hiervoor houten barakken gebouwd voor slaap- en werkverblijf in zogenaamde werkkampen. Deze barakken waren meestal eentonig, zonder verdiepingen, en bedoeld voor tijdelijke huisvesting in werkkamp-terreinen.


In Vledder, een deelgemeente van Westerveld, bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog barakken die deel uitmaakten van een joods werkkamp. Deze barakken werden gebruikt voor de opvang en tewerkstelling van joodse dwangarbeiders bij heideontginning. 


Werkverschaffing: in Nederland vooral georganiseerd door de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij) en soms door gemeenten, met overheidssubsidie 

Westerveld/Vledder: in de oorlogstijd een werkkamp voor joodse dwangarbeiders; in de vroege 20e eeuw ook onderdeel van werkverschaffingsprojecten

In Westerveld en omgeving werden zowel in de vroege 20e eeuw als in de Tweede Wereldoorlog barakken gebruikt voor werkverschaffings- en dwangarbeidprojecten.

Diever 

Werkverschaffing was in Nederland vanaf de jaren 1920 een systeem waarbij de overheid werklozen tewerkstelde in grote werkploegen voor ongeschoold, zwaar werk zoals heideontginning, kanalen of inpoldering. Er was geen echte baan, maar een verplichte tewerkstelling in werkkampen in de buurt van het project. De overheid bepaalde projecten, werktijden en lonen; de Nederlandsche Heidemaatschappij hield toezicht en betaalde het loon. De omstandigheden waren vaak zwaar, de werkweken rond de 50 uur, en het loon net hoog genoeg om met een gezin rond te komen 


De rijkswerkkampen Diever A (1934) en Diever B (1937) lagen in de Oude Willem, tussen Diever en Wateren, en waren oorspronkelijk bedoeld als werkverschaffingsprojecten voor werklozen. Beide kampen bestonden uit houten barakken, een keuken, waslokaal, kantine en een grasveld. Aanvankelijk was er een veertiendagenregeling (maandelijks naar huis), later elk weekend. In de jaren 30 woonden er ongeveer 100–200 mannen, voornamelijk uit het westen, die onder leiding van de Heidemij heide ontginnen of wegen aanlegden


In de winter van 1941/42 gebruikte de Duitse bezetter deze bestaande infrastructuur voor Joodse dwangarbeiders. In december 1941 besloot de bezetter om Amsterdamsche Joodse mannen naar Drentse werkkampen te sturen, onder meer Diever A en B. De mannen werden niet verteld dat het doel was om ze later naar Westerbork te deporteren. Van 10 januari tot 2 oktober 1942 waren de kampen in gebruik als dwangarbeiderkamp; er zaten maximaal 94 mannen per kamp. De arbeiders werkten onder dezelfde organisatorische structuur als voor de oorlog, maar in een context van dwang en isolatie 


De rijkswerkkampen Diever A en B zijn daarmee een voorbeeld van hoe werkverschaffingsprojecten in de oorlog werden omgezet in een instrument van dwangarbeid. Voor de oorlog waren ze een vorm van crisis- en werkloosheidsbestrijding; tijdens de bezetting werden ze een deel van het Westerbork-systeem. 

Werkverschaffing was een crisismaatregel voor werklozen, maar in Diever A en B werd de bestaande infrastructuur in 1942 gebruikt voor Joodse dwangarbeiders, wat een directe link is tussen de pre-oorlogse werkverschaffing en de oorlogstijdse dwangarbeid.

 

Wapse 
Hoewel de bronnen geen specifieke verwijzing naar Wapse geven, was werkverschaffing in de jaren 30 een landelijk beleid. In dorpen als Wapse kon dit betekenen dat lokale overheden of maatschappelijke organisaties werkverschaffingsprojecten organiseerden, vaak in de buurt, om werklozen tewerk te stellen.

Zorgvlied 

Hoewel er in de beschikbare bronnen geen specifiek project in Zorgvlied wordt genoemd, was de gemeente in die periode deel van het brede netwerk van werkverschaffingsprojecten. In Overijssel en Drente waren er veel werkkampen en terreinen voor grondwerk. Het is waarschijnlijk dat Zorgvlied ook hierin deelnam, met lokale werkploegen en eventueel een werkkamp.


Werkverschaffing was een tweeledig instrument: het gaf werklozen een reële taak en een inkomen, maar werd ook kritisch gezien als een vorm van uitbuiting. 

In Zorgvlied was werkverschaffing een vorm van overheidsbeleid om werklozen te tewerkstellen via zware, projectmatige werkzaamheden, vaak in werkkampen, met een sterke link tot de economische crisisjaren en de Rijksdienst voor de Werkverruiming.

Dwingeloo 
Hoewel er geen directe bron in de resultaten over werkverschaffingsprojecten in Dwingeloe zelf aangeeft, was de regio in die tijd sterk betrokken bij dergelijke projecten, zoals kanaalgraven en heideontginning. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat ook in en rond Dwingeloo werkverschaffingsarbeiders zijn tewerkgesteld voor lokale infrastructuur- en landbouwpromoties.

Lhee 

Hoewel er in de beschikbare bronnen geen specifieke beschrijving in Lhee zelf, valt het binnen de bredere context: in de regio Overijssel en Weststellingwerf werden tijdens werkverschaffingsprojecten vergelijkbare barakken gebouwd voor de opvang van arbeiders. Deze waren vaak tijdelijk, eenvoudig en speciaal ontworpen voor werkkampen.

Werkverschaffing in Lhee zou hebben ingezet op grootschalige projecten met tewerkstelling van werklozen, en barakken waren de standaardoplossing voor hun huisvesting in werkkampen

Eemster 

Eemster, een esdorp in Westerveld, had in de 19e en vroege 20e eeuw een zuivelfabriek en een heideveld. In de crisisjaren kon het dorp, als deel van de provincie Drenthe, ook worden betrokken bij werkverschaffingsprojecten, zoals:

Ontginning van heide- en veenlanden 

Aanleg van parken of landschapswerken door de Heidemij 

Grondwerken zoals bermgraven, kanalen of wegen 

Hoewel er geen specifieke bron in de resultaten vermeldt dat Eemster zelf een werkverschaffingsproject had, was het dorp in de context van de provincie Drenthe en de nationale crisis zeer waarschijnlijk betrokken bij dergelijke projecten.


In Noord-Nederland, inclusief Drenthe, was werkverschaffing een belangrijke vorm van armenzorg en economische stimulans. Het was vaak een combinatie van sociale zekerheid en infrastructuurontwikkeling, maar ook omstreden door arbeiders en socialistische kringen vanwege de zware omstandigheden en lage lonen

Werkverschaffing in Eemster was waarschijnlijk een onderdeel van de bredere Drentse en nationale inspanningen in de jaren 1930 om werklozen tewerk te stellen, met zwaar, handmatig werk in ontginnings- en landschapsprojecten, vaak onder leiding van de Heidemij 

Geeuwenbrug 

Hoewel de specifieke locatie Geeuwenbrug in de beschikbare bronnen niet expliciet wordt genoemd, is het historisch bekend dat in veel dorpen en buurtschappen in Overijssel en de provincie Groningen soortgelijke werkkampen met barakken zijn ontstaan tijdens deze periode 

In Geeuwenbrug, als andere dorpen in de regio, kon er in de jaren 1930‑1940 sprake zijn geweest van werkverschaffingsprojecten met daarvoor gebouwde barakken in werkkampen. Deze barakken waren een essentieel onderdeel van de tijdelijke huisvesting voor tewerkgestelden in het kader van de werkverschaffing

Dieverbrug 
Hoewel er geen directe bron in de resultaten over werkverschaffingsprojecten in Dieverbrug zelf aangeeft, was de regio in die tijd sterk betrokken bij dergelijke projecten, zoals kanaalgraven en heideontginning. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat ook in en rond Dieverbrug werkverschaffingsarbeiders zijn tewerkgesteld voor lokale infrastructuur- en landbouwpromoties.

Havelte 

In Havelte was werkverschaffing een vorm van overheidsgestuurde tewerkstelling van werklozen, vaak in projecten zoals kanaalgravingen, heideontginning of andere publieke werken, met name in de crisisjaren en tijdens de Tweede Wereldoorlog 


Werkverschaffing was het organiseren van projecten om werklozen een nuttige tijdsbesteding en inkomen te geven, zonder dat er een reguliere baan werd aangeboden Wikipedia. In Nederland werd dit vanaf de jaren 1920 op grote schaal toegepast, vooral tijdens de wereldwijde crisis van 1929 en in de jaren 1930–1940. De overheid bepaalde de projecten, werktijden en lonen; vaak werd de Nederlandse Heidemaatschappij (Heidemij) ingeschakeld als uitvoerder 

Typische projecten waren:

Ontginnen van heidegronden tot akkerland

Aanleg van bossen

Graven en verbreden van kanalen, zoals het Oranjekanaal 

De werksituatie was zwaar: werkweken van ca. 50 uur, laag loon (14–17,50 gulden per week in 1939, ca. €120–€150 in 2013) en vaak woonden de arbeiders in zogenaamde werkkampen nabij de projectlocatie 


In Havelte was werkverschaffing een belangrijk onderdeel van de economische en sociale situatie in de crisisjaren  Lokale projecten omvatten onder meer:

Kanaalgravingen in de regio, zoals het verbreden en verdiepen van het Oranjekanaal, waarbij werkelozen in grotere werkploegen werden tewerkgesteld 

Heideontginning en bosaanleg, typische Heidemij-projecten 

Deze projecten gaven werk aan veel lokale inwoners, maar waren vaak niet economisch rendabel. Soms werd er gewerkt aan werken die later minder nuttig bleken, zoals het verbreden van het Oranjekanaal toen de turfmarkt was verdwenen 


Tijdens de bezetting werd in Havelte ook dwangarbeid gebruikt, bijvoorbeeld voor het bouwen van het Duitse Fliegerhorst (militair vliegveld) ten noorden van Darp Wikipedia. Dit was geen werkverschaffing in de klassieke zin, maar wel een vorm van tewerkstelling in een oorlogscontext.


In Havelte was werkverschaffing een combinatie van:

Overheidsgestuurde publieke werken voor werklozen in de crisisjaren

Lokale projecten zoals kanaalgravingen en heideontginning

In de oorlogstijd ook dwangarbeid voor militaire projecten

Uffelte 
Hoewel er in de historische bronnen geen directe verwijzing is naar werkverschaffingsprojecten specifiek in Uffelte, kan het dorp in de jaren 30–40 als locatie zijn geweest voor dergelijke projecten, gezien de overheid’s brede inzet van werkverschaffing in heel Nederland 

 

Wapserveen 
Er is in de beschikbare bronnen geen directe vermelding van werkverschaffingsprojecten in Wapserveen zelf. 

Vledder 

De werkverschaffingsbarakken die in Vledder stonden maakten deel uit van het in 1939 gebouwde Kamp Vledder, dat oorspronkelijk was ingericht voor de Rijksdienst voor de Werkverruiming (werkverschaffing). In die tijd werden werkloze Nederlanders ingezet bij ontginnings- en landbouwwerkzaamheden, zoals aardappelrooien en heideontginning 


1939: Bouw van het kamp voor werkverschaffing, onder de naam Kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst te Vledder 

1941–1942: Tot begin 1942 woonden werkloze Nederlanders er; later werd het kamp gebruikt als doorvoerkamp voor ca. 180 Joodse mannen naar Kamp Westerbork 

Oktober 1942: Tijdens de “Grote Verzoendag” werden alle Joodse mannen uit het kamp gedeporteerd via Westerbork naar concentratiekampen

1944: Kamp Vledder werd een NAD-kamp voor mannen in de leeftijd van 18–23 jaar, getraind voor graafwerkzaamheden 

1945: Bevrijd door Canadese troepen 

 

Frederiksoord 

Frederiksoord was de proefkolonie van de Maatschappij van Weldadigheid, gestart in 1818 onder leiding van Johannes van de Bosch. Het was een maatschappelijk experiment waarbij arme gezinnen werk kregen om in eigen onderhoud te voorzien, en kinderen verplicht onderwijs kregen. De kolonisten woonden in koloniehuisjes en kleine boerderijen, niet in de klassieke werkverschaffingsbarakken, maar wel in tijdelijke of semi-tijdelijke bewoning die functioneerde als werk- en woonruimte 


Hoewel Frederiksoord geen werkverschaffingskamp in de strikte 20e-eeuwse zin was, kan er sprake zijn geweest van tijdelijke bewoning voor kolonisten die werk uitvoerden in het kader van de kolonie. Dit is vergelijkbaar met het idee van werkverschaffingsbarakken: eenvoudige, functionele gebouwen voor de opvang van arbeiders. In andere regio’s werden dergelijke barakken expliciet gebouwd voor werkverschaffingsprojecten 


In Frederiksoord zelf zijn geen documenten gevonden over specifieke werkverschaffing en of barakken, maar wel over koloniewerk en tijdelijke bewoning die in functie was van het maatschappelijk experiment.

Nijensleek 
Hoewel er geen directe bron aanwezig is het historisch zeer waarschijnlijk dat in de regio inclusief Nijensleek  dergelijke werkverschaffingsprojecten en barakken zijn gebruikt, aangezien de gemeente in die periode actief was in deze vorm van tewerkstelling 

Vledderveen 

In Vledderveen begon de veenafgraving pas rond 1808, maar de grootschalige vervening en werkverschaffing namen pas in de 20e eeuw toe. Tijdens de economische crisis van de jaren 20 en 30, en vooral in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd veel werk verschaft aan werklozen uit de omgeving, zoals Noordwolde en Friesland 
De overheid zette projecten op zoals het ontginnen van het Vledderveld, kanaalgraven en bosaanleg Canon van Nederland. Deze werken werden betaald door de overheid en vormden vaak de enige inkomsten voor werklozen.

Kamp Vledder
Een bekend voorbeeld is Kamp Vledder, gebouwd in 1939 voor de Rijksdienst voor de Werkverruiming (werkverschaffing). Werkloze Nederlanders woonden daar en werkten onder meer bij veenontginning en aardappelrooien. Vanaf 1942 werd het kamp ook gebruikt als voorportaal voor Kamp Westerbork, waarbij Joodse mannen werden tewerkgesteld voor graafwerkzaamheden, zoals de aanleg van de Jodenweg tussen Vledder en Vledderveen. Na de oorlog had het kamp diverse andere functies.

 

Werkverschaffing was in de jaren 1930–1940 een overheidspolitiek om werklozen te tewerkstellen aan zware, ongeschoold werk zoals ontginnen, graven en waterwerken. In Drenthe, waaronder Vledderveen, werd in 1939 het Kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst gebouwd voor de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Werkloze Nederlanders moesten hier onder meer het Vledderveld ontginnen en aardappels rooien 

Barakken en leefomstandigheden
De arbeiders werden ondergebracht in provisorische houten barakken. Deze waren eenvoudig, tochtig en voor een deel van de bevolking ongezond. Het werk was fysiek zwaar, de weken lang en het loon net genoeg om te overleven 


Van januari 1942 tot 2 oktober 1942 werd het kamp gebruikt als voorportaal voor Kamp Westerbork. Hier woonden ongeveer 180 Joodse mannen, die overdag graafwerkzaamheden moesten verrichten, zoals de aanleg van de zogenaamde Jodenweg tussen Vledder en Vledderveen. Op 2 oktober 1942 werden zij allemaal gedeporteerd naar Westerbork en daarna naar vernietigingskampen

Wilhelminaoord 

In Wilhelminaoord was werkverschaffing een kernonderdeel van het beleid van de Maatschappij van Weldadigheid, opgericht door Johannes van den Bosch. Het ging hier om het bieden van werk en scholing aan mensen die door armoede of andere omstandigheden geen baan hadden, met als doel hen te integreren in de maatschappij


Wilhelminaoord werd in 1821 gesticht als Kolonie II van de Koloniën van Weldadigheid. Het idee was dat huisvesting, werk, scholing en zorg samen gingen. Mensen die niet in staat waren zware landarbeid te verrichten, kregen verplicht ander werk aangeboden, zoals:

Mandenmakerij (maken van manden)

Werk in de smederij of weverij 

Dit was een vorm van werkverschaffing: geen reguliere baan, maar een verplichte, nuttige activiteit om de werkloosheid te bestrijden en de mens te laten bijdragen aan de gemeenschap 

Doldersum 

In de periode rond de jaren 1930 en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in en rond Doldersum gebruikgemaakt van werkverschaffingsprojecten om werkloze mannen tewerk te stellen bij grote openbare werken, zoals heideontginning, kanaalgraving en infrastructuur


Werkverschaffing was het organiseren van projecten waarbij werklozen verplicht werden om ongeschoold, zwaar werk uit te voeren, vaak met schop, kruiwagen en kiepkar. Om de arbeiders te huisvesten, werden tijdelijke houten barakken gebouwd in zogenaamde werkkampen. 

In de regio Weststellingwerf, waar ook Doldersum ligt, werden dergelijke barakken gebouwd voor de opvang van werkende mannen in werkkampen. De barakken waren vaak zonder verdiepingen en vormden de basis van het dagelijks leven in het kamp 


In Vledder (nabij Doldersum)  staan nog een aantal barakken van het voormalige werkkamp. Deze worden nu gebruikt door sportverenigingen en een deel is ingericht als Kijkdoosmuseum. 

Het werkkamp in Vledder werd in 1939 opgericht voor werkloze mannen uit grote steden. Vanaf 1942 werd het ook gebruikt door de Duitse bezetter voor de onderbrenging van Joodse mannen, waarna de barakken door de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) in gebruik namen voor dienstplichtige mannen 

Boschoord 

Boschoord is een buurtschap in de gemeente Westerveld, op de grens met Friesland tussen Boijl en Doldersum. Het gebied ontstond in de 19e eeuw als de zevende en laatste kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid, opgericht door generaal Johannes van den Bosch. De bedoeling was om arme gezinnen, wezen en landlopers een nieuw bestaan te bieden door hen te laten werken en wonen op landbouwkolonies 

In Boschoord werd de grond echter te schraal voor landbouw, waardoor het gebied werd bebost. Centraal staat Hoeve Boschoord, oorspronkelijk een ontginningsschuur uit de kolonietijd, later als verpleeginrichting en vervolgens als opvangplek voor mannen in de naoorlogse periode in gebruik genomen. 

Hoewel er in de geschiedenis van werkverschaffing in de regio barakken zijn gebruikt bijvoorbeeld in Weststellingwerf tijdens de economische crisis en naoorlogse periode voor opvang van werkende mannen is er in de beschikbare bronnen geen directe vermelding van specifieke werkverschaffing of barakken in Boschoord zelf. De huidige functie van Hoeve Boschoord is zorg, niet meer werkverschaffing.

Boschoord was een kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid, met een rijk verleden in landbouwkolonisatie en later zorg

Werkverschaffingsprojecten met barakken waren in de regio wel bekend, maar niet specifiek gedocumenteerd voor Boschoord.