Kamp het Zinkske Deurne

Werkkamp het Zinkske 

Nadat de vervening op het Zinkske was gestopt, werd In 1937 in opdracht van de gemeente Deurne gewerkt aan ontginning van de woeste grond tot landbouwgrond, Dat gebeurde in het kader van de werkverschaffing. 

 

Veel werkelozen werden in de gemeente Deurne op het platteland aan het werk gezet. Vanuit de steden werden die werkelozen naar kampementen in Deurne overgebracht om er vervolgens een week door te moeten brengen en land te ontginnen tot landbouwgrond. Alleen zaterdagavond en zondag konden zij thuis zijn. Werkelozen die weigerden of zij die het werk niet konden volhouden kregen geen steun en waren aangewezen op de armenzorg.

 

Bij een ontginning van een uitgeveend gebied werden kipkarren gebruikt bij het aanleggen van wegen, het graven van sloten en het dempen van turfvaarten en zijkanalen. De lading werd dus steeds op andere plaatsen gelost. Dat ging relatief makkelijk door het kippen van de V-vormige kipbak. 

 

in 1939 werd de rijksdienst voor de werkverruiming opgericht die de organisatie van het werk overnam van de gemeente en in 1940 het kamp op het Zinkske bouwde,

De Rijksdienst voor de Werkverruiming bouwde Kamp Zinkske

De nedelandse SS neemt het kamp in de oorlog over. 

Rost van Tonningen richtte met instemming van Reichskommissar A. Seyss-Inquart, de Nederlandse Oost-Compagnie (NOC) op. 

Op uitnodiging van het Berlijnse Ostministerium ondernam Rost met een aantal NSB'ers in juni een reis naar Ostland, de voormalige Baltische landen, en in september naar de Oekraïne, waar hij op hoog niveau besprekingen voerde over de inzet van Nederlandse pioniers in het Oosten.

De NOC moest Nederlandse kolonisten uitzenden naar de gebieden die door de Duitsers op de Sovjet-Unie veroverd waren. 

In 1943 werd het kamp op het Zinkske in gebruik genomen als scholingskamp voor de Nederlandse Oost-Compagnie N.V., waar opleidingen werden verzorgd voor SS-frontarbeiders, boeren en tuinders voor een uitzending naar het oosten. 

Uiteindelijk vertrokken daadwerkelijk ongeveer tweehonderd gegadigden. Wel lukte het om zo’n 4.500 SS-Frontarbeiders in te zetten om wegen en verdedigingswerken aan te leggen in het bezette gebied.

Na de oorlog werd het kamp in gebruik genomen als rijkskamp, namelijk van de Rijksdienst van de Uitvoering Werken (Dienst Uitvoering Werken), die er al een grote boerderij bezat. 

 

De Dienst Uitvoering Werken (DUW) was een overheidsinstantie, die in 1944 ter regulering van de onvrijwillige werkloosheid door het Militair Gezag in Nederland werd opgericht.

 

Rond 1948/1949 verkocht de gemeente Deurne boerderij, schuur, erf aan de Staat (Sociale Zaken). De oude barakken of wat daar nog van over was werden vervangen. De werkzaamheden op het al gezuiverde terrein moesten echter worden gestaakt toen er toch weer landmijnen werden aangetroffen. 

 

 

Een DUW-kamp bestond vaak uit twee woonbarakken met ieder zes wooneenheden voor acht personen. Het was dus geschikt voor bewoning door 96 personen. Een wooneenheid bestond uit een ruimte met acht stapelbedden voorzien van strozakken. Aansluitend was een woonkamer met eettafel en stoelen. De gehele ruimte moest verwarmd worden met één kachel. Er was een klein aanrecht in de eetkamer. Beide vertrekken hadden een oppervlakte van achttien vierkante meter. Verder was er meestal een toiletgebouw, een waslokaal, een magazijn en een pompgebouw voor de eigen watervoorziening op het terrein. 

 

Beheerder

Een kamp werd gerund door een beheerder die tevens kok was, de zo genoemde kok/beheerder. In Helenaveen was dat de Hr. Boeije en Toon Verhees was opzichter 

Nadat er enige tijd geen arbeiders woonden, vermoedelijk vanwege de opheffing van de Dienst Uitvoering Werken (DUW) in 1954 werd het kamp in januari 1956 weer bevolkt door arbeiders voor de verdere ontginning van de Peel. De daar gevestigde arbeiders zorgden een enkele keer voor de verstoring van de openbare orde.

In november 1956 werd er plek gecreëerd voor de huisvesting van 144 Hongaarse vluchtelingen in het kamp.

 

Heidemij Opnieuw arbeidskamp

Later werd het kamp opnieuw door arbeiders van de Heidemij bewoond, een situatie die na afsluiting van de ontginning tussen 1960 en 1962 beëindigd werd.

In het kamp stond een televisie-relaisstation voor West-Duitsland, waardoor er een uitstekende tv-ontvangst was. 

Televisie was toen nog een bijzonderheid.

 

Internationaal werkkamp voor studenten

 In juli 1962 werd het kamp herbestemd tot internationaal werkkamp voor studenten.

 

Oefenkamp Bescherming Bevolking

 Eind 1963 kreeg het opnieuw een andere bestemming, namelijk als oefenkamp voor de Bescherming Bevolking (BB). 

 

 

Later werden ook de grote loodsen gebouwd met daarin materiaal voor de BB-organisatie, o.a. vrachtwagens, brandweerauto’s, inrichting noodhospitalen, stralingsmeetapparatuur, enz enz.

 

Harrie van Will werd in 1964 benoemd tot beheerder, kok en kantinebeheerder van het oefenkamp Zuid in Helenaveen. Als zodanig ging hij in 1970 met pensioen, verhuisde naar Liessel, maar bleef om nog wat omhanden te hebben samen met zijn echtgenote de kantine van dit kamp beheren.

 

In januari 1984 vond er op het terrein een verkoop van goederen van de BB plaats vanwege de opheffing van de Bescherming Bevolking.