Kamp Gouda
Julianasluis
De Julianasluis is een schutsluis met roldeuren, gelegen tussen de Hollandsche IJssel en de Gouwe, ten westen van Gouda. De sluis werd tussen 1932 en 1936 aangelegd. De provincie Zuid-Holland is eigenaar van de sluis en daarmee verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud.
De schutlengte is 110 m, de wijdte 12 m, de drempeldiepte aan de noordzijde KP -3,40 m en aan de zuidzijde NAP -4,00 m. Over beide sluishoofden ligt een ophaalbrug, hoogte in gesloten stand binnenhoofd KP +3,60 m, buitenhoofd +3 m, waarvan er bij het schutten steeds een voor het wegverkeer van de N207 beschikbaar blijft. De maximaal toegestane afmetingen zijn lang 90,00 m, breed 11,00 m en diepgang 2,80 m.
Tot de aanleg werd door het Rijk en de provincie besloten, omdat in de vaarroute tussen Rotterdam en Amsterdam de route door de binnenstad van Gouda, via de Havensluis of de Mallegatsluis, steeds meer problemen opleverde. Rond 1929 duurde het soms wel 30 uur voordat een schip de stad gepasseerd was.
Er werd een nieuwe verbinding geprojecteerd met een voorhaven, en een sluis, die geschikt zou zijn voor schepen tot 2000 ton. Voor deze verbinding was tevens een nieuw te graven kanaal nodig, het Gouwekanaal. Van het project maakte ook een dieselgemaal met een (korter) stroomkanaal deel uit. Het tussenliggende eiland dat zo ontstond is het huidige Sluiseiland. Dit dieselgemaal, vernoemd naar de dijkgraaf Mr. P. A. Pijnacker Hordijk, was een vervanging voor het stoomgemaal bij de Hanepraaisluis. Dit lag meer naar het oosten in de stad en loosde water van de Gouwe via de Fluwelensingel op de Hollandsche IJssel. Veel van het graafwerk voor de sluis en de beide kanalen is in de crisistijd met de hand, spa en kruiwagen uitgevoerd door werklozen, in het kader van de Werkverschaffing.
Door een ongeval op 9 september 1935 in de Mallegatsluis, waarbij een schip met cokes voor de plaatselijke gasfabriek aan de Turfsingel de sluisdorpel beschadigde, kon de binnensluis niet meer gesloten worden. Op eigen risico mochten daarom schepen met toestemming van Provinciale Waterstaat al door de Julianasluis varen. De werkzaamheden waren op dat moment nog niet gereed. Zo werd de sluis opengesteld zonder officiële opening. In 1936 werd begonnen met het heffen van de Gouwerechten, die eind vorige eeuw weer werden afgeschaft.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog, van 1940-1945 moest de sluis in opdracht van de bezetter de Nieuwe sluis worden genoemd, omdat het gebruik van namen van het Koninklijk Huis verboden was.
Gouwekanaal
Het Gouwekanaal iskanaal tussen de Hollandsche IJssel en de Gouwe nabij Gouda.
Lengte 2,2 km
Jaar ingebruikname 1936
Van Hollandsche IJssel naar Gouwe
In de zomer van 1927 werd begonnen met de voorbereidende werkzaamheden voor het Gouwekanaal. De aanleg werd in het kader van de werkverschaffing uitgevoerd, zodat ongeveer 300 man met schop en kruiwagen jarenlang aan het kanaal hebben gewerkt.
Er was een kanaal geprojecteerd met een lengte van 2200 meter. Dit kanaal kwam door de Oostpolder in Schieland in Zuid-Holland te lopen. Door de vele problemen die men ondervond met de slappe veenbodem werd het project pas in 1936 opgeleverd.
Tot de aanleg van deze waterverbinding werd door het Rijk en de provincie besloten, omdat de vaarroute tussen Rotterdam en Amsterdam, de toen gebruikelijke route door de binnenstad van Gouda, steeds meer problemen opleverde. Het duurde soms wel 30 uur voordat een schip de stad gepasseerd was. Ook konden grotere schepen moeilijk of niet door de smalle sluizen in de stad. De afsluiting van het eb- en vloedwater van de Hollandse IJssel werd met het sluizencomplex, de Julianasluis geregeld.
Een ander onderdeel van het werk was de aanleg van een nieuw gemaal (het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal) met het Stroomkanaal naar het Gouwekanaal, in gebruik bij het Hoogheemraadschap Rijnland.